|
‘Berbers’
1
Dat
de Imazighen zichzelf nooit ‘Berbers’ genoemd hebben en toch
aanvaarden dat men hen zo betitelde – de barbaren, en deze naam toch
voor zichzelf gingen gebruiken, typeert hen ten voeten uit. Overleven als
volk zonder nationale ambities of andere volkeren te willen overheersen,
wel eens aan de macht komen, zoals twee eeuwen als farao’s in Egypte of
in bepaald gebieden in Afrika een buffer opwerpen tegen Carthagers,
Romeinen of Grieken. Altijd was deze keuze gebaseerd op een zeker
onderschikking wanneer men tegen de overmacht niet opkon, evenwel zonder
de eigen identiteit, trots of eigenwaarde te verliezen. Een parallel met
de Vlaamse identiteit, macht en tegenmacht dringt zich op. Vlaanderen
heeft doorheen de eeuwen ook regelmatig in onderschikking geleefd maar
naast de trots en eigenwaarde uiteindelijk ook voor nationalisme geopteerd
met samenwerking die hen soms tot instrument maakte van onderschikking van
andere volkeren en niet-aanvaarding van andermans eigenheid . Is
het omwille van hun Imazighen-zijn dat een goed aantal Marokkanen, die
zich ‘Berbers’ laten noemen, hun spoor verlegd hebben naar Europa voor
een beter leven. Omdat zij nooit een gebied geclaimd hebben, geen formele
taal als bindend element hebben opgebouwd en vooral een cultuur koesteren
van orale overdracht, dat de gedachte kan leven dat een ‘vermenging’
met andere culturen wel eens het einde zou kunnen betekenen van de
Imazighen. Een vrees die de spontane en wanhopige weerstand tegen gemengde
huwelijken bijvoorbeeld, beter kan doen begrijpen. Alhoewel andere
‘Berbers’ daar weer schamper over doen. Of is hun Imazighen-zijn een
reden geweest om zich politiek te manifesteren en op die basis
gediscrimineerd en gesanctioneerd te worden?
Spanje
Malaga/Allmeria/ Granada
Vrouwen die roken, het valt op in Spanje. Evenals de schoolmeisjes in
Schotse rokjes. Op zoek naar een Tapazbar in een tapiceria op behangpapier
stuiten. Bij een halal-slager om halal-water vragen – als beloning
verving de baas de literfles uit z’n toonbank door een uit de diepvries.
Spaanse Marokkanen mét gevoel voor humor. En dan de zoektocht naar een
paspoort (waarom had ik dat eigenlijk niet bij?). Zodus eerst naar het
Marokkaanse consulaat verwezen. Een rij van 80 wachtenden was niet direct
een soelaas. Telefoon naar de Belgische ambassade, het ere-consulaat in
Granada en naar het consulaat in Alicante dat naar Vilvoorde zou bellen en
zo toelating kon geven aan Granada om me een voorlopig paspoort uit te
schrijven. Om 15h in Granada toegekomen na en wondermooie tocht langs de
volle lengte van de Sierra Nevada, met herders en schapen langs de
wegboorden en een waar Spaans westerndorp alsof het Amerika was. Een half
uur op de consul gewacht maar dan was alles OK. Geen tijd echter om te skiën
op de hoge toppen van de Sierra Nevada of om het Alhambra te bezoeken. In
het cafetaria van het bustation wel het broodje Sierra Nevada en Alhambra
gekozen. Lekker. Nog eens voor de derde maal naar de havendiensten, zo’n
anderhalve km van het busstation of er nog een boot was ‘s avonds naar
Nador of El Hoceima. Die laatste vaart enkel in juli en de eerste boot
voor Nador was zaterdagochtend. Zodus voor de tweede maal naar m’n hotel
Americano afgezakt, en voor de tweede maal uit richting, maar nu
terechtgekomen in het oude stadsdeel met winkeltjes, cafés, ambiance.
Alle verplaatsingen evenwel met
32 kg
bagage waarvan 12 op de rug en
20 in
de trekzak. Voor het eerst m’n sandalen aan, en tegen de avond een begin
van blaren. Maar na een douche en wat spijkerwerk was de fysieke conditie
om 21h optimaal. Op de Rambla van Almeria nog een groep jongeren bewonderd
die een Capoera-exhibitie gaven: weer eens de geschiedenis revisited. De
Arabieren (zo heeft men ons toch geleerd) die, in opdracht van de
Spanjaarden, honderdduizenden zwarten in boten de Atlantische oceaan
overbrachten om de Zuid-Amerikaanse indianen te ‘vervangen’ die
gedecimeerd waren en amper als mens
beschouwd werden maar te zwak (gemaakt) om te werken. Deze zwarten
hebben in Brazilië een dans en verdedigingssport ontwikkeld, een echt
ballet op live-muziek gebracht waarbij een trommel en snaarinstrument de
basis vormen, maar waar vooral de sierlijke gevechtsbewegingen opvallen.
Zoals de Saya in Bolivia, de dans waar ketenen vervangen zijn door
belletjes maar die in een oneindig ritme blijven doorklinken. Zodus de
Arabieren in dienst van de Spanjaarden het Afrikaanse continent van haar
beste krachten beroven, en dit eeuwen later terugkrijgen langs de Capoëradansen
van zowel zwarten, Spaanse als Arabische jongens en meisjes op de rambla.
|
 |
 |
|
Sierra Nevada |
Groentenserres
aan de Costa del Sol |
De
boot op
Tweede
keer goede keer. Ferry Maroc, in de rij met de zwaarbeladen auto’s
opgehoogd met blauwe en oranje dekzeilen, 4x4’s onderweg voor
woestijntochten, een moeder lesgevend aan een kind dat vrijgesteld is van
formele school, rokers met hinderlijke rook in de buitenlucht maar aan
alle sigaretten komt een eind en aan de rokers ook.
De middellandse zee op onder overtrokken hemel, op weg naar het
geboorteland van Lucy, de voetstappen van de eerste mens, en naar de
vestigingsplaats van de Imazighen, nu verdeeld in drie woongebieden in
Marokko, een in Algerije en verspreid in een aantal andere landen,
‘Berbers’, de specialisten van de onderschikking als laatste uitweg om
te overleven. Drie religies aanvaarden, de eerste eeuwen na de
jaartelling: kristen geworden onder het Romeinse Rijk
als politiek antwoord op de vervolging ervan door de Romeinen; na
Augustinus, kerkleider van Amazigh-afkomst en onder het Byzanthijnse Rijk
zijn de Imazighen massaal Donatist geworden en als afgescheurde kerk
vervolgd, om tenslotte de Islam noodgedwongen te aanvaarden om niet ten
onder te gaan in het verzet ertegen. En waarom ooit geen vierde
godsdienst( noodgedwongen) aanvaarden als er geen andere uitweg meer is?
De Imazighen-identiteit is sterker dan de godsdienstige; van daar
ook dat de weerstand tegen ‘culturele’ vermenging allicht sterker is
dan de openheid voor vermenging binnen de islam. Zo weet Afaf, die geboeid
is door de thematiek en m’n zoektocht. Op m’n vraag of gemengde
huwelijken juist niet iets typisch moeten zijn voor de Imazighen omdat het
‘wederzijdse onderschikking is op gelijke basis” om in het gezin te
‘overleven’ antwoordde de vader dat het ‘die van Imzouren’ zijn
die op dit punt beslotener zijn dan die van Nador.
Electriciteitspanne
– M’n PC is het enige dat nog werkt in huis. Het onderweder en de
hagelstenen van een knikker dik hebben het electriciteitsnetwerk
ontregeld. Telefoon uit België of alles OK is. Heb beslist om vandaag nog
niet naar Imzouren door te reizen. Plan m’n reis dus een beetje in
Marokkaanse stijl. En morgen zien we wel verder.
Op
de boot klinkt de muzak hard en storend zolang er land in zicht is of
komt.
Herinneringen
aan Capri komen boven, zeeziek en van de kaart op de korte tocht van
Napels naar Capri als onderdeel van een uitwisseling van 15 Italiaanse en
2 Belgische seminaristen tussen Napels en Luik. 14 dagen genieten van zon
en zee in Italiaanse stijl waar wij vrijgeleide waren voor alsmaar
wisselende seminaristen om het uitgangsleven in Napels te verkennen. Drie
dagen met hoge koorts in bed en met lekker Spaanse pasta en kannetjes wijn
herstellend in de koelste kamer van de eerste klasse
seminaristenresidentie aan de Middelandse zee. Omgeven door water de
geschiedenis laten voorbijtrekken van Feniciërs, Grieken, Romeinen die
telkens ook de Noord-Afrikaanse kusten onder hun bevoegdheid namen en
onderschikten, en later ook de Arabieren die evenwel zich tot Spanje
beperkten of er strandden. En de apostel Paulus ook niet vergeten. Het
boek van Willy Spillebeen in herinnering met ondermeer de beste
beschrijving van hartinfarct die ik ooit gelezen heb, en ik heb er zelf
drie gehad, van een krijgsheer die ondermeer de bezetting en vernietiging
van Carthago heeft mee beleefd. De Middellandse zee waarrond nog altijd
een goed deel van de wereld draait.
‘Berbers’
-
2
Na
de Grieken die iedereen, ook de Romeinen, Barbari noemden, namen de
Romeinen de naam over voor alle andere volkeren, en dus ook de Imazighen
die hen fel bestreden en die buiten hun invloedsgebied bleven, ietsje
dieper in Afrika. Na de Romeinen werd de naam gebruikt door de Byzantijnen
en later door de Arabieren. De Europeanen bleven Noord-Afrika tot in de 19de
eeuw Barbarije noemen of de Barbarijse staten. In contact met de Arabieren
die de volken van Marokko en Algerije (de woongebieden van de Imazighen)
als Barbar aanspraken werd die naam omgezet in ‘Berber’.
De
Imazighen hebben de naam ‘Berbers’ in hun taal nooit gekend. Zij
behielden de naam Imazighen. Voor hen werd de Europeaan aangeduid met het
woord ‘Aroemi’ hetgeen staat voor ‘wreedheid’ en ‘gebrek aan
beschaving’, vergelijkbaar met het woord Barbari dus bij de Romeinen. De
aanduiding ‘Noord-Afrikanen’ is een koloniale benoeming waar de
connotatie ‘Barbarije” in doorklinkt en maar al te graag gebruikt
wordt door de media bij misdrijf en niet-conform gedrag van wie van deze
afkomst is. Eigenlijk zou dit woord alleen al om deze reden moeten
gebannen worden, het stigmatiserende en veralgemeende plaatst het woord
langs ‘moslimextremisme’ waarvan Europa ook oordeelt dat het naar de
vuilbak van de geschiedenis dient verbannen. De twee
‘Noord-Afrikanen’, zoals later bleek Polen, die een raid uitvoerden in
Brussel Centraal (in opdracht van wie?) met als enige effect de dood van
een onschuldige tiener en een al of niet gezochte provocatie waar alleen
extreem rechts en de rechtse krachten in het staatsinstituut beter van
worden.
Marokko
De
vooruitgeschoven punt van Melilla, Spaanse enclave in Marokko, komt eerst
in zicht. Met de muziek weer luid om de oren wordt zonder veel
gemanoeuvreer aangemeerd. De politie stelt vast dat ik op de boot een
stempel heb vergeten afhalen bij de bevoegde ambtenaar waar ik wel lange
rijen heb zien staan aanschuiven maar dacht dat ik daar niets te zoeken
had. Zonder probleem werd dit ter plaatse in orde gebracht en kon ik
wachten op de nicht van m’n buur. Intussen me neergezet en onmiddellijk
in gesprek met wat later de voetbalploeg bleek van het havenpersoneel. Een
Nederlander, uit Nederland gezet volgens de voetballers, mengde zich in de
discussie zodat ik een meteen een dubbel gesprek Frans-Nederlands moest
voeren, met inbegrip van een antwoord op de vraag wat ik van Abou-Jah Jah
vond. Die z’n ideeën waren wel wat vond de perfect Nederlands sprekende
Hollandse Marokkaan. Abou, was al lang deel van het systeem in België, en
als men een frisse mening nodig had was Abou Jah Jah vlug gevraagd en er
graag bij. Nee, nee, die betoging was al lang vergeten en AJJ
gerehabiliteerd. Allen het gerecht deed nog wat moeilijk. En de Hollander
zag dat het goed was en vertrok.
Afaf
met taxi van de buurman dompelde me onmiddellijk onder in een Franse
woordenvloed met vooral de mededeling dat ze gisteren tevergeefs drie uur
gewacht had, ongerust waar ik was maar zonder te wachten op het
telefoontje dat ik bij aankomst zou doen. De couscous die vorige avond heb
ik gemist maar dat werd ruimschoots gecompenseerd door de goede zorgen die
ik verder zou krijgen.
In
een telefoontje met W., nadat ik ingecheckt had in Zaventem, kreeg ik de
raad mee goed voor mezelf te zorgen, nee nee niet de gezondheid, maar
mentaal, dat ik mezelf zou tegenkomen. Dat ik het gewoon was de grens te
bewandelen en van daaruit ook andere uitzichten kreeg en dat ik me de
bekommernissen van anderen zou laten welgevallen zonder er me aan onder te
schikken.
Na
drie uur terug elektriciteit. De geur van versgebakken brood in een echte
(gas)oven in huis, van volkoren graan, gewassen en zelfgemalen. De
maaltijd kleurrijk en geurig: twee soorten verse vis,
een dikke soep van met de passe-vite fijngemalen erwtjes, een
typisch gerecht van Tamasint, streek. En mag er kaneel bij want dat hoort
er bij evenals wat olijfolie, vers geperst. Verder een groentensalade, een
schotel olijven en pigment, en de echte plat met verse boontjes,
ingekookte gedroogde pruimen, rundsvlees en wortelen in een lekkere saus,
voor mij, zoals de soep, in een aparte schotel neergezet, zodat ik met mes
en vork kon eten. Ik was er een beetje van aangedaan door een maaltijd
zoals ik nog niet dikwijls had kunnen meemaken, en dat vond men daar,
dicht bij Nador, een heerlijk compliment.
|
 |
 |
|
Huis in gehucht
van Nador |
Marokkaans op z'n
Belgisch voorgezet |
En
wie was dat weer, Fatima Temsamani, die minister in België. O ja Anissa
Temsamani, staatssecretaris, die enwel ontslag had genomen/moeten nemen
wegens onduidelijkheid over haar studieloopbaan, als een van de weinigen
gesteund door Rzoezie die ze later zelf ongemeen hard aanpakte in de
destabilisatie en liquidatie(poging) door Somers en C° en waar m’n
vraag deze beledigende en kwetsende uitlatingen op het internet weg te
nemen, nul op het rekwest kreeg. Heeft zij haar ‘Berber’ziel verloren?
– alhoewel, kan een ‘Berber’ ooit wel z’n ziel verliezen?.
Vanochtend
om 6h 30 al wakker – in België was het 8h 30 en ben dus nog niet op
ritme. Gedoucht en dan naar buiten voor een verkenning in djellaba. In de
kruidenierswinkel aman besteld tot consternatie van de drie aanwezigen, 5
dirham en dat bleek de prijs te zijn voor het water. In een vierkant het
dorp verkend maar doordat ik in feite een rechthoek gevormd had de weg
kwijtgeraakt en voor alle zekerheid op m’n stappen teruggekeerd en zo de
straat teruggevonden. Wel nog aan een verkeerd huis aangeklopt maar tijdig
gezien dat het juiste tegenover lag.
Mouna,
de zus van Afaf was naar een trouwfeest voor het vrouwenfeest. Afaf gaat
straks met me mee naar Nador voor cybercafé, geld wisselen, even naar het
busstation en de zee.
Jan,
23
april 2006
Vergeten
Iemand
met een slecht geheugen mag nooit iets wegleggen met de bedoeling niet te
vergeten waar het gelegd is. Met deze gedachte in het achterhoofd m’n
geld gesplitst en 400 dirham (1€=10dh) apart gelegd voor m’n vertrek
met de bus naar Imzouren, de 24ste april. Hiermee ook de raad
opvolgend van Afaf om toch vooral voorzichtig te zijn, je weet maar nooit.
Na
100 km
busreis op een stuk van de nieuwe snelweg Tanger-Nador, aangelegd met geld
van Europa om een alternatief voor de kif- en drugsproductie te kunnen
bieden voor deze streek, redelijke wegen met aan weerszijden de brede en
smaller wordende vlakte met gebergten in de verte zoals de Rhonevallei in
Frankrijk, de Rif ingedoken kronkelend langs bergruggen maar overzienbaar
en nog zonder de ravijnen zoals blijkbaar tussen El Hoceima en Tetouan.
Nog altijd bewolkt, soms wat regen en regelmatig in- en uitstappende
reizigers, een halve winkelvoorraad bij de hand, ondermeer belastingsvrij
overgebracht uit de Spaanse enclave Mellilla, de geuren van herders uit de
bergen, gesticulerend, met om de dertig km politie die evenwel nooit de
bus als voorwerp van controle nam. Een heftige discussie tussen twee
ouderlingen, over het hoofd van iedereen heen zonder dat me duidelijk werd
waarover het ging, blijkbaar een te hoge aanrekening van een ticket,
besloten door de niet aflatende oudste met potverdikke. Heb wijselijk
gezwegen om niet het voorwerp te worden van zijn volgende tirade.
Zodus met m’n geld om niet te vergeten veilig weggeborgen, aangekomen in
Imzouren na een telefoontje van Norridin met de vraag hem door te geven
aan de chauffeur om er zeker van te zijn op welke bus ik zat. Hartelijke
ontvangst en onmiddellijk met de auto naar ‘het huis’, afgezet want
Norridin moest aan ’t werk, hij zou straks langskomen. Een proper aan
kant gezet huis dat ik me onmiddellijk eigen maakte, fauteuils geïnstalleerd,
uitgepakt, frigo aangezet, het Franse toilet uitgeprobeerd, wegens
de ‘Belgische op een ander verdiep nog niet gevonden, PC-geïnstalleerd.
Op zoek naar een snack of restaurant eerst de slechte richting
gekozen om uiteindelijk tegenover het Maison Communale het palaver aan te
gaan over aard en prijs van het eten dat ik uiteindelijk met hulp van een
Nederlander zelf in de keuken kon kiezen en met drie schotels en ½ l
water aan 28 dh kon verorberen. De winkel met levende kiekens gepasseerd,
altijd vers, waar ik een kon uitkiezen die onder m’n ogen geslacht zou
worden. Daar toch nog even mee gewacht. Vastgesteld dat om de hoek een
kraakvers Cyberpunt beschikbaar was met teleboutique. M’n telefoon terug
opgeladen voor 50 dh – nu staat er 100dh op wegens 50 dh gratis. In het
Cyberpunt onmiddellijk een panne, maar niet van lange duur, m’n mail
bijgewerkt en na een half uurtje werk de rekening gevraagd en niets moeten
betalen wegens valse start. Na fruit en groeten ingeslagen te hebben voor
19 dh was m’n laatste cash op zodat ik het apart gelegde grote geld kon
aanspreken. Zeker dat ik het daar of daar gelegd had, gans m’n bagage
binnenste buiten, in alle boeken, hoekjes en kantjes, farmaciezak,
portefeuille helemaal leeggehaald, papieren, nergens iets te vinden. En
nog maar eens alles doorzocht zonder resultaat. Als het er niet was dan
was het verdwenen was het onvermijdelijke bewijs van het tegendeel maar ik
kon me geen enkele situatie voor ogen halen waar dit zou kunnen gebeurd
zijn. Had altijd fysiek contact gehad met m’n bagage, altijd al m’n
jaszakken met tirette gesloten gehouden. Niets aan te doen, ik moest met
een slecht gevoel de situatie onder ogen zien en zo vlug mogelijk
bijtanken want Norridine ging langskomen voor een verkenning van het dorp.
Geld afhalen kunnen we straks en met forse pas door het dorp dat in feite
een stad is van 26.000 inwoners. Medicatie om m’ hartslag kunstmatig
laag te houden waren goede argumenten om het ritme te vertragen en m’n
ademhaling opnieuw in evenwicht te krijgen. Naar het chicste café van het
dorp voor een thee, wachtend op de komst van Said, de broer van Norridine
die ook op de gemeente werkte voor sociaal-economische projecten,
licentiaat, afgestudeerd in Oujda en met een grote intellectuele honger
voor een gesprek over migratie, m’n Brusselportaal, de positie van
Marokkanen in de wereld, de mensheid die elkeen moest erkennen in wat men
was, de Imazighen en ‘Berbers’, de gemengde huwelijken, de islam. En
drie dagen nadat ik dus in Marokko ben toegekomen al een algemene staking
van twee dagen van het gehele overheidspersoneel voor beter loon,
arbeidsvoorwaarden, sociale zekerheid en vooral ook het recht om zich
zonder beperking te organiseren in vakbonden, iets dat meer dan bij Hassan
II door Mohammed VI werd aanvaard, een koning die toch een betere band met
jongeren en de nieuwe maatschappelijke stromen kon bewerkstelligen aldus
Said. De geplande uitstap naar El Hoceima van over twee dagen werd door
Said, die zelf een auto had kunnen versieren, stante pede vervroegd naar
het onmiddellijke en een kwartier later stonden wij aan de boord van de
Middellandse zee na passage aan de kleine baai Quemado in El Hoceima,
midden in de haven waar verse vis gestroopt werd en de boten juist
uitvoeren voor hun nachtelijke tocht. Na een tiltslaand alarm , in de baai
weerkaatsend tot welluidende dimensies, kreeg Said z’n geleende Jetta,
zoals ik er ooit ook een had, onder controle en kon het verder naar het
uitgestrekte km lange strand, ingesloten tussen Rifgebergten die zich aan
beide kanten in de zee stortten, niet gestoord door ook maar één
toeristisch gebouw, moeilijk te geloven maar waar en zéér indrukwekkend.
In de zomer zwart van het volk maar nu, in regen en wind en buiten
seizoen, eenzaam en verlaten. Tegen de bergrug aan een thee gaan drinken
waar na mij Mohammed VI binnen een maand hetzelfde zal doen, om de
resultaten van het herstelprogramma van El Hoceima te bezoeken na de
aardbeving. Ik moest me noodgedwongen voor de tweede maal mijn thee laten
betalen, Nog zin in een rondrit in El Hoceima ?– ik volg, maar eerst
geld afhalen hetgeen op een wip gebeurd was met Maestro. Had intussen al
berekend dat m’n gemiste budget van 400 dh overeenkwam met 12
middagmalen en dat bleef me (be)drukken. Maar goed, 40€, want daar ging
het om, moest ik maar incalculeren en voor de rest waren alle kritieke
punten van m’n reis (gezondheid, maag, onderdak, paspoort op dezelfde
dag geregeld – iets dat men zich hier niet kon voorstellen, enz) onder
controle. Op de terugweg in een regenbui verzeild zoals men ‘nog nooit
had meegemaakt’ met water gutsend langs de hellende straten, bedampende
ruiten wegens geen ventilatie meer, en oh ramp voor Norridine, de
wegelectriciteit die, pas geïnstalleerd vorig jaar, in de helft van de
stad was uitgevallen; voor de electricien van de stad een onmiddellijke
alarmsituatie, die enkel kon gemeld worden aan de Nationale Mij van
elektriciteit die de depannage moest uitvoeren. Had aan Norridine ook al
kunnen uitleggen dat ikzelf gedurende twee jaar hetzelfde werk van
palen planten, tranchés graven en aansluiten van wegverlichting
had gedaan en dat we dus beiden deskundig waren over dat belangrijke werk.
Morgen zou het weer verbeteren was de troost die ik nog altijd moest zien
gebeuren. Ik zal allicht een van de weinigen geweest zijn die op z’n
gemak was in dit ‘Belgische’ weer dat ik scheen meegebracht te hebben.
|
 |
 |
|
Quemado, El Hoceima |
Het grote strand
in El Hoceima |
Terug in huis nog maar eens alles afgezocht naar het geld, tot het
kleinste vakje in het kleinste hoekje, zonder resultaat. Inkopen gaan doen
in een buurt die begon door te hebben dat er iemand nieuw in het huis
verblijf hield. Met hun beste Frans en Engels probeerde men in contact te
komen, Een Engelssprekende jonge buur, die me in de winkel om de hoek
steevast voorthielp, was erg onder de indruk van het verhaal van de twee
‘Noord-Afrikanen’, Marokkanen in feite, zonder dat met dat met zoveel
woorden zei, die in Brussel onder het oog van zoveel mensen hun
verwerpelijke daad gesteld hadden, een raid zoals ik ook hier noemde die
z’n betekenis (en eventuele opdracht) volgens mij kreeg vanuit de
destabilisatie die ze meebracht. Moet hem straks nog vertellen dat het
blijkbaar Polen waren – wie kan zich nu vergissen tussen een Pool en een
Marokkaan, behalve dan als die Pool zich in Marokkaan verkleed had. En dat
wijst opnieuw op m’n thesis van ‘raid’. Zodus, eitjes, kaas (
La Vache
qui Rit), melk, fruitsap, water, brood enz..gekocht zodat ik voor m’n
ontbijt voort kon. En 200 van m’n nieuwe dh gewisseld zodat ik opnieuw
‘klein’ had.
Arbeidsdeling
Pas
terug thuis Said aan de bel of ik een tas thee kon komen drinken ‘parce
qu’un homme seul’ is toch niet je dat. Hij was ten andere buur op
enkele passen van m’n huis. In het salon ontvangen na z’n twee kindjes
begroet te hebben ‘Bonjour monsieur Jan’, maar ‘echt
Frans’ leerden ze maar in het 2de studiejaar – in
Nador al van in het eerste studiejaar zo wist ik. Zo ook Joesef, het
aangenomen zoontje van 8 jaar bij de familie in Nador, verlaten door de
moeder. Het hartendiefje van
de vader die naast z’n dochters van 23 en 20 jaar dus nog een zoon in
huis genomen had van toen hij 6 maand was en die ik bij het vertrek nog
complimenteerde voor de liefde en de tederheid waarmee hij met z’n
kleinste omging. Zodus aan de thee bij Said en zijn (Algerijnse) vrouw op
de achtergrond, heel anders dan in Nador waar geen enkele reserve speelde.
Ons gesprek dat al veel kanten uitgegaan was nu vooral verdiept op het
punt dat de Islam en ook de ‘Berbers’ niet alleen verbiedt om iemand
af te wijzen of laat staan te breken maar integendeel dat Islam en
Imazighen iemand verplicht om altijd het contact te houden en gesprek te
zoeken. Om kwart na negen was de avond rond want morgen was werkendag –
voor mijn bioritme was het ook al kwart na elf en ik was al op van kwart
voor zes Marokkaanse tijd.
Bed opgemaakt, lekker harde matras, de geur van mottenbollen iets te
nadrukkelijk aanwezig maar die zou wel wegtrekken. Niet echt moe,
geprobeerd om zonder leesboek in slaap te vallen. De ochtend was vlug
daar, door het moskeegebed van 4h heen geslapen, en om 6h was ik fit
genoeg om op te staan (8h in België). Bewolkt, regenachtig en koud.
Koffie gezet zonder zakjes, na bezinktijd drinkbaar om met smaak een
ontbijt te nuttigen dat in het niet verzonk bij wat ik in Nador kon
meemaken: verse thee met munt, een kan koffie en een kan warme melk, verse
honig, een eitje en zelfgebakken brood dat nog warm uit de oven kwam. De
arbeidsdeling van de man die werkt en de vrouw die haar deel doet door
eten te maken en zorg te geven aan de kinderen, aldus de vader in Nador,
die begrip kon opbrengen voor m’n argument dat als de vrouw ook werkt er
een gelijkheid moest zijn in bijdrage aan huiselijke taken (in principe,
want de meeste mannen ontrekken zich aan deze ‘huiselijke’
gelijkheid). Discussie die telkens tot gelach van de vrouwen leidde
wanneer ik aan de opruim en afwas wou beginnen en stelde dat wie gekookt
had onder geen beding de afwas mocht doen. Zodus m’n eenzame
ontbijttafel afgeruimd na een appelsien uit de bergen wat verderop met
smaak genuttigd te hebben.
Op zoek naar het zout voor m’n tomaat ergens onderin, m’n paspoort
onder ogen gekregen, weggelegd wegens niet nodig gezien in Marokko is een
Belgische identiteitskaart voldoende en zo de 400 dh teruggevonden die er
opgeborgen waren. Voor het eerst m’n MP3 aan de kleine luidsprekerboxjes
gekoppeld en in shuffle uitgekomen op Roxanne.
Jan
25
april 2005
Frieten
Op bezoek bij Marokkanen in België werden frieten op het menu altijd
begrepen als een attentie voor de Belgische bezoeker. Maar in Marokko
wordt me duidelijk dat frieten een Marokkaanse uitvinding zijn die geëxporteerd
is naar België, want bij elk gerecht in alle maten en
soorten, maar altijd vers en nooit uit diepvriespakket krijg je
frieten geserveerd, met de losse hand over het gerecht uitgestrooid. Zo
wordt je altijd wijzer als je de wereld ter plaatse verkend.
Veel Marokkanen op straat zo vlug het weer beter is, bijna zoals bij ons.
En of ik toerist ben, van waar? Ben bij familie. Familie, ja bij familie,
ah ja dan hoor je bij ons. En anders niet? Wij zijn allemaal familie welke
godsdienst je ook hebt, toch van de drie godsdiensten met Een unieke God
zoals in het Christendom, het Jodendom en de Islam. Maar ik ben niet
religieus. Ja maar alle mensen zijn gelijk, dat moet je je niet
aantrekken. Elk bezoek aan winkel, tee- of koffiehuis, cybercafé,
restaurant zijn evenzoveel contacten, gesprekken, aftasten en lachen.
Met Said voor het dagelijks gesprek over de serieuze dingen van de wereld,
het leven en de politiek opnieuw afgezakt naar het chique café in
Inzouren (hier komt de ‘bourgeoisie’ zegt de gemeentebediende) met
voor het eerst belle vue op het glooiende Rif dat de vorige dagen altijd
in nevels gehuld was. De sporen van de aardbeving zijn nog zichtbaar en
hier en daar nog wat niet-geruimd puin. Of je wat kan huren in El Hoceima?
Dat zal niet veel zijn, en kopen is helemaal niet te doen, bijna zo duur
als in Europa. Toegankelijke gelijkvloersen? Ik zal eens rondkijken. Maar
het huis kan gemakkelijk drie families herbergen zo groot is het. En van
Imzouren naar El Hoceima is het 7 dh tot de stad en nog eens 7 tot het
strand. Dat is toch maar 3 Euro per persoon heen en terug met taxi.
Morgen met Norridine samen met de bus naar El Hoceima. Hij heeft de ganse
dag werk gehad aan herstellingen van elektriciteit wegens overvloedige
regen vorige nacht. Morgen is hij twee dagen vrij wegens algemene staking
van alle gemeentelijke diensten in Marokko.
Voor het middageten van tactiek veranderd. In plaats van voor elk gerecht
de prijs te vragen in een bepaalde hoeveelheid vetrokken van een budget
van 20 dh en gevraagd om van drie gerechten een beetje op te scheppen met
scherpe pepers en olijven er bovenop, zonder frieten, arbi (aub). Wel
verrast dat een lekker uitziend gerecht bij nader toezien op m’n bord
bestond uit lever en niertjes, maar dat ging er met de hoop wel mee naar
binnen. Een tour gedaan door het ‘winkelcentrum’ en nog drie andere
restaurantjes/snacks gevonden. Maar het is nu al moeilijk om het
vertrouwde te laten, een mens is op een wip en een keer ingebakken in het
nieuwe. Enkel de ‘Berbers’ migreren en het is voor mij geen toeval dat
het vooral ‘Berbers’ zijn die Marokko hebben verlaten voor Europa. Zij
stammen in illo tempore af van nomaden maar hebben zich vooral in Marokko
en Algerije gevestigd. Zo zijn de Imazighen vooral gelokaliseerd in drie
gebieden in Marokko maar zoals gezegd is het geen nationalisme en niet
gebonden aan (bloed) en bodem, overal wonend (en integrerend) in wat
nuttig en nodig is voor hun overleven als ‘identiteit’. Zo zal de
toekomstige burgemeester van Molenbeek, Antwerpen en Mechelen ooit wel
eens een ‘Berber’ zijn, zoals 25 eeuwen geleden de farao’s in Egypte
gedurende twee euwen van Imazighen-afkomst waren. En ook de kerkvader
Augustinus, enkele eeuwen na Christus toen de Imazighen voor hun
overleven onder de Romeinen massaal christen werden. Voor de goede orde:
de kennis komt merendeel uit het boekje Imazighen, De ‘Berbers’ en hun
Geschiedenis, uitgeverij Bulaaq, van Mohammed Chafik, die hiervoor de
Prins Clausprijs ontving in 2002. Tot nu toe heb ik nog niemand ontmoet
die Mohammed Chafik kent maar dat wil niets zeggen natuurlijk.
’s Avonds grote drukte aan het cybercafé – webcams, gesproken chat en
telefoon over het internet. Had wachtnummer 9 dus in het cafetaria een
supergesuikerde thee gaan drinken met onmiddellijk gesprek van hier tot
ginder in het Engels, Frans en Arabisch’s om wat te oefenen op m’n
woordlijstjes. Ja maar dat is ‘Berbers’ met uitspraak van Nador, hier
is het ‘Berbers’ van Al Hoceima en dat is redelijk anders moet je
weten. Zodus al het gemeenschappelijke is toch eigen en wat is het
belangrijkste: om iets te zijn of om niet het andere te zijn?
Ontbijt
Na aankoop abricozenconfituur (made in Marokko) en enkele niet overrijpe
bananen lekker ontbeten met
La Vache
, een ei, een appelsien en koffie in z’n eigen nat, naar filterzakjes ga
ik niet meer op zoek. De eitjes moet ik nu zelf pellen, de appelsien ligt
niet meer in stukjes voor me uitgestrooid en het water om m’n
medicamenten te nemen staat niet meer gereed, want dat is het verschil met
de moederlijke zorg dat ik me in Nador liet welgevallen en me deed denken
aan m’n kindertijd toen mijn moeder dit voor me deed zoals ik als
compliment kon zeggen. Ook de overgrootmoeder van Afaf met haar 98 jaar
zat altijd mee aan tafel. Zij leidde in huis haar eigen leven bij haar
kleindochter, de zus van de buur, beiden door haar grootgebracht samen met
een andere zus in Duitsland en vier zonen die verspreid in Europa leefden.
De zus in Nador is bij de moeder gebleven om voor haar te zorgen en daarom
teruggekomen uit Duitsland waar zij zelf drie jaar verbleven heeft. De
overgrootmoeder zelf heeft 11 kinderen gehad waarvan er
9 niet levensvatbaar waren. Haar ganse leven heeft ze tot op
vandaag enkel op melkproductenmoeten geleefd en is nu een gerimpeld wassen
beeld met grote bekommernis dat mij toch maar niets zou overkomen en of ik
wel zou geraken waar ik moest zijn. Zodus nu in Imzouren zelf afgeruimd en
de afwas gedaan alhoewel er genoeg gerief in huis is om drie weken door te
komen en pas op het eind een reuze afwas te doen.
Heb aan Said gevraagd me naar de tante te brengen zodat ik de pakjes kan
afgeven die ik mee gekregen had. In totaal
5 kg
en in eerste instantie had ik het pakje spaghetti en pasta wegens
overgewicht thuis gelaten, ook niet goed begrijpend waarom ik
‘elementaire’ voedingswaren moest meenemen. Na een strenge
terechtwijzing dat ik daar niet om moest lachen (ik lachte daar niet mee)
want voedingswaren zijn nog elementair, heb ik uit eigen voorraad
volkorenspaghetti en Italiaanse Macaroni in m’n bagage gestopt en omdat
ik toch het gewicht al overschreden had het tot 6kg bijkomend aangevuld.
Uiteindelijk heb ik niets moeten bijbetalen omdat, zo denk ik nu, ik zo
eerlijk geweest ben het te zeggen. Maar, zegt Said me, je geraakt nooit
bij de tante, toch langs de man zeg ik, allez t’is goed ik zal je tot
bij hen brengen, misschien vandaag dus allicht morgen.
Al
Hoceima
In de bus nergens m’n benen tussen de stoeltjes gekregen en op de
achterste rij van de deinende bus plaats genomen, langs de open en
toegaande deur waar continue mensen in- en uitsprongen. Op verkenning naar
het hoogste punt van de baai met de Moskee: prachtig uitzicht en zo
afgezakt naar het strand, na eerst enkele cafés te bezoeken waar ik later
zou kunnen werken. Aan het kleine maar gezellige strand Quemado staat een
gebouwencomplex met hotel, cafetaria en dienstgebouwen er triest en
verlaten bij wegens failliet van de vorige eigenaar. Tegen juli zou alles
vernieuwd terug open moeten gaan voor de duizenden Marokkaanse
vakantiegangers die elk jaar uit Europa afzakken. Met ‘Le petit Taxi’
terug naar boven voor een sandwich met tonijn. Het café met uitzicht op
de baai terug opgezocht en zolang m’n accu strekte (anderhalf uur)
gewerkt want een aansluiting op het elektriciteitsnet was daar niet
mogelijk. Beetje bij beetje
kwamen nu jongeren afgezakt die we ’s middags ook al gezien hadden in
een ander café, shit rokend zoals Norridine me uitlegde. De klassieke
gesprekken maar nu omgeven door rokende pijpen zodat ik al visioenen kreeg
van de ‘Hel in Tanger’ en afscheid nam van het uitzicht op de baai met
het oog op de achterkant van een huizenrij waar ik misschien een wat
rustiger werkplaats kon vinden. Na wat klimwerk een viertalige uitbater
van een meubelwinkel aangesproken die een ‘klein huisje’ met tafel
stoel en elektriciteit wist waarvan terstond de eigenaar werd
opgetrommeld.50 dh voor 3 uur of 100 dh (10€) voor een dag wanneer het
niet verhuurd was als ik langskwam. Bij het volgend bezoek aan El Hoceima
eens zien wat het is. Terug naar Imzouren met de taxi op 1/3 van de tijd
en toch comfortabeler ook al zitten er altijd vier personen op de
achterbank.
Inkopen gaan doen voor de couscous, te beginnen met een kiek die onder
m’n ogen uit het kot gepikt werd waarna ik me, weliswaar nog binnen
gehoorafstand, terugtrok om de slachting niet te zien. In tussentijd vlug
een kapper binnen om te vragen wat het koste voor het haar (10dh) en baard
(5dh) en afgesproken voor morgen. Met een zak nog warm en kwak vlees in de
hand de kruidenmengeling (zwarte peper, paprikapoeder, komijn) zelf
bijeengezocht en vragen hoe ‘safraan’ in het Arabisch was. Maar
blijkbaar is safraan in alle talen van de wereld hetzelfde, een van de
eerste kruiden, na de ‘ontdekking’ van Indië, die de wereld rond
gegaan was. Verder de groenten, kikkererwten (in pot) en couscous gekocht
en ik kon beginnen koken. Niet zonder Said gerekend die voor de dagelijkse
koffie in het stadscafé aan de deur stond. De match Barcelona stond op
het programma zodat het een drukte en lawaai van jewelste was. De
discussie zou hij nu een serieus aanpakken. Wat ik van het homohuwelijk
vond en van het naturalisme, wat achteraf het naturisme bleek. Respect
voor de mening van iemand anders was in deze erg moeilijk volgens hem
omdat het duidelijk was dat de aanvaarding van homo’s en naturisme tegen
de natuur ingingen. Maar zelfs al waren mijn standpunten volledig
tegengesteld aan de zijne was er toch vooral zijn tevredenheid om nu eens
echt gebatterd te hebben, terwijl ik me afvroeg hoever ik in zo’n
gesprek mee zou doen. M’n marges toch enigszins verzet. Heb hem gezegd
dat ik bij Mohammed en Mo eens zou horen wat hun standpunten terzake
waren. En of er geen ‘Europese’ islam aan het ontwikkelen is en dat,
voorzover ik wist, de holibi-fuiven van de islamgemeenschap in Vlaanderen
een echt succes waren, dat homofilie zo ‘natuurlijk’ is als de mens en
maar 5% van de bevolking betrof, dat kinderen echt wel in homogezinnen aan
hun trekken kwamen maar dat het juist is dat de meeste godsdiensten dit
niet zien zitten, hetgeen op zich geen argument enz. Het naturisme
daarentegen is gebaseerd op het wederzijds engagement zich naakt voor
elkaar in het gewone van het leven te vertonen buiten het publieke domein.
Het was echt een gezellig gesprek. Om acht uur kon ik beginnen aan m’n
couscous die tegen kwart na negen verwerkt was. Intussen gezocht naar
m’n sandalen die ik uiteindelijk nergens vond. Het kon dus niet anders
dan dat ik ze in Nador vergeten was. Een sms van Afaf kon dit bevestigen.
Op WE gaan in Nador na een week Imzouren was geen probleem, ik kon komen
wanneer ik wou. En het was een prettige gedachte om me na een week nog
eens als deel van een familie de goede zorgen te laten welgevallen en
intussen m’n werk te doen. Maar dat hoef ik pas binnen een paar dagen te
beslissen.
Jan,
27 april 2006
Stoepen
Ben nu een kleine week in Marokko en er is nog niemand langsgekomen om me
te informeren hoe ik me het best integreer in de Marokkaanse samenleving
en wanneer ik bv. de vuilbakken moet buitenzetten. Op weg naar de winkel
voor brood zag ik dat m’n buur 3 plastieken zakjes met afval op z’n
stoep had gezet. Waren dat nu drie ‘gesorteerde zakjes’ of waren dat
allemaal zakjes met hetzelfde gemengde afval, daar had ik het raden naar.
Gezien ikzelf nog maar één zakje afval bijeen had besloot ik dit maar
voor m’n deur te zetten, na met de handen gevraagd te hebben aan de
werkmannen in het huis tegenover of ik hetzelfde kon doen. Wanneer ik het
echter buiten deponeerde waren de andere zakjes al verdwenen en bekroop
mij de schrik dat de vuilniswagen juist voorbijgekomen was. Neen, neen,
zet maar neer. Zien wat de toestand is binnen een half uur, want ik wil
hier geen problemen met de gemeente.
Zo ook ben ik in het ongewisse op welke leeftijd het hoort om een djellaba
aan te doen, ben ik er oud genoeg voor of moet ik nog wat geduld hebben om
tot de ‘ouderlingen’ te behoren. En als ik een aandoe, moet het dan
een zijn met kap of zonder kap, want daar is een verschil, de een is voor
binnen, de ander voor buiten maar soms zie ik mannen zowel met kap als
zonder kap dragen. Ook hier geen informatie voor nieuwe inwoners.
En dan de stoepen. Langs mij is een snoepwinkeltje dus je kan je
voorstellen wat dat geeft, kinderen die snoep kopen en in het weggaan hun
papiertjes op mijn stoep doen belanden. Aan wie is het om dat op te
ruimen? Aan mij, aan de kinderen die ik moet terugroepen, aan de winkel
die hiermee toch voor een zekere overlast zorgt of aan de gemeentelijke
kuisdiensten die al of niet met mechanisch materiaal de stoepen en
straatranden regelmatig misschien
zouden proper maken. Ook hier ben ik volledig in het ongewisse. Zal het
nog een paar dagen afzien en als er niets gebeurt zal ik m’n eigen stoep
maar eens kuisen.
Stoepen, dat is erg essentieel in het straatbeeld van Marokko. Nog voor
een huis opgetrokken wordt begint men met de stoep, dwz het niveauverschil
tussen het gelijkvloers van het huis en de straat. Zelfs voor er sprake is
van een straat in de zin van een met kasseien, stenen of asfalt verharde
weg staat de stoep veelkleurig
en voor elk huis verschillend te pronken. In de bijgemeente van Nador waar
ik twee dagen verbleef is behoudens de steenweg Oujda-Nador, die dan nog
een km buiten het dorp ligt, geen enkele weg verhard maar elk huis heeft
een blinkende stoep waar je geen papiertje op aantreft. Met de straten
is het anders gesteld, want, zeker na regenval zijn het valkuilen
vol water en modder waar het zelfs voor auto’s moeizaam passeren is. Een
trekzak is hier wel echt niet te doen gezien de plassen en het continue
wisselende niveau van de stoepen. Maar in Marokko dus is me duidelijk
geworden met welk een afschuw m’n Marokkaanse vrienden in Mechelen
spraken over de renovatie van de binnenstad en de straat waar hun huis
gelegen is. Zij hadden het huis gekocht met gewone stoep, belegd met
30x30cm betonnen tegels. Met de renovatie werd de straat volledig op
gelijk niveau gebracht aan de benedenverdieping van het huis, de stoep was
weg, de essentiële bescherming tegen het vuil van de straat maar vooral
de bescherming voor de kinderen tegen het autoverkeer dat niet meer weet
wat ‘stoep’, weg of parkeerplaats is, zoals mij is overkomen door
m’n wagen, gedurende minstens vier uur midden op de weg te parkeren. Ik
mocht van geluk mocht spreken geen proces aan m’n been te hebben. Dat
had ik een week later wel te pakken bij m’n bezoek aan het Museum voor
Deportatie en Verzet in Mechelen waar ik m’n wagen geparkeerd had en de
plaat,
600 meter
voordien bij het binnenrijden van het centrum, niet had gezien dat
parkeren, waar ook in de binnenstad van Mechelen zonder ticket niet
toegelaten is. De industrie van de parkeerboetes kon ook hier z’n slag
slaan. M’n Marokkaanse vrienden zijn intussen verhuisd naar een huis mét
stoep.
‘Berbers’ -
3
Wat is het nu, zijn de inwoners van de Rif met ‘identiteit’ Imazighen
nu Marokkaan, ‘Berbers’, Maghrebijn, Noord-Afrikaan, of erger nog
‘Arabieren’? Dat laatste zeker niet want zo genoemd worden is
hetzelfde als zeggen dat elke Vlaming van oorsprong Duits is bv.
Noord-Afrikaan is geconnotteerd aan de Barbarijse staten in de tijd dat
Europa deze landen koloniaal bestuurde en dat was niet direct vriendelijk
bedoeld. Maghreb is de vriendelijke naam voor landen waar de zon
ondergaat, Masjrek voor de landen van het nabije Oosten (vooral de
Arabieren) waar de zon opgaat. De Maghreb landen zijn volgens de Imazighen
vooral door hun wezen is gevormd, zodat kan gesproken worden van een
Maghreb-mens op dezelfde wijze men het heeft over de ‘Europese’ mens,
zo oppert Mohamed Chafik, waar wij onze ‘Imazighen’-mosterd halen, of
is het simpelweg Marokkaan, dat in Vlaanderen ook al veel weg heeft van
een scheldwoord of de nieuwe Bietebouw (het levende spook met het
bietenmasker in wat de Haloween geworden is terwijl het een traditioneel
Vlaams gebeuren is/was), pas op of ik haal de Marokkaan, om de kindjes
kalm te houden. Voor zo’n ernstige vragen leek de tijd wel gekomen om na
15 jaar om nog eens naar de kapper te gaan, 10 dh voor het haar en 5 dh
voor de baard, zo had ik me al bevraagd (1,5 €). En wat hangt daar
veelkleurig te pronken aan de deur: een affiche over het Eerste
wereldcongres van de Imazighen in Marokko, augustus 2005.
Democratie,
mensenrechten, lekendom, vrijheid, autonomie, federalisme, (dus toch
grond, territorium, nationalisme?), maar ook vrijheid, mensenrechten,
democratie, zo te zien zijn wij (of zij) er nog niet uit. De affiche
betrof een uitnodiging voor het eerste congres van de Imazighen in het
gebied waar zij wonen. Tot dan toe moesten hun congressen altijd doorgaan
in Frankrijk wegens verbod om zich te verenigen en hun taal te onderwijzen
en te gebruiken in Marokko onder Hassan II. Vanaf 2002 is het
taalonderricht toegestaan en kan ook een schrijftaal aangeleerd worden,
maar 4 jaar eerder had de coiffeur al een reclamebord voor kiekens (waar
ik eerder al m’n kiek gekocht had) in het Amazigh geschreven op de
achterkant, een rebelse daad zo wist me de kiekenverkoper-filosoof later
op de avond te melden.
Abdel was ook de eerste die ik tegenkwam die het studiewerk kende van
Mohamed Chafik. Zelf had hij niet naar het congres kunnen gaan omdat zijn
vader toen ernstig ziek was. De kiekenverkoper was universitair afgestuurd
in filosofie en urbanisatie maar wegens geen werk een kiekenwinkel
begonnen zoals die regelmatig
tussen gewone huizenin te
vinden zijn.
In het gesprek werden alle thematieken nog maar eens overlopen om
uiteindelijk te belanden bij deze dubbele vraag: kan iemand van
niet-Imazighen oorsprong zich de Imazighen-cultuur en identiteit eigen
maken en Imazighen worden? Wordt een kind uit een gemend huwelijk bv met
één Imazighen partner ook Imazighen? Dat waren wel erg moeilijke vragen
en daarvoor moest m’n haar, dat intussen voorzichtig werd ingekort (toch
niet te kort, neen, ik gebruik maat 4 van m’n tondeuze, voor m’n baard
is maat 1 goed) toch eerst terug wat langer worden.
Op zoek naar de tante niemand thuis gevonden maar een half uur later stond
de echtgenoot aan de deur om de 5kg goederen en cadeautjes glunderend in
ontvangst te nemen. Je moet maar eens op de koffie komen. Later op de dag
de vader van Norridine en Said tegengekomen, 72 jaar en in djellaba, een
goede gelegenheid om te vragen of 58 jaar al oud genoeg was om het kleed
van de waardigheid te dragen. Neen, neen, dat hing volledig van de persoon
af, zelf al was mijn haar volledig grijs geworden. Ik heb nog nooit een
djelabba aangehad zij Said me achteraf op weg voor de dagelijkse koffie.
En hoe mannen hier in contact kwamen met vrouwen, of hoe dat juist zat met
mannen die een tweede vrouw hadden, en waarom de vrouwen geen twee mannen
mochten hebben en zo belanden we vlug op het terrein waar de meningen ver
uiteen gingen.
Heb beslist om zondag op WE te gaan in Nador, zodat ik ondermeer de
aanloop tot het Rifgebergte in betere weersomstandigheden kan bewonderen
en me nog eens familiaal kan laten verzorgen. Vraag me ook af of ik
stappen zal zetten om een verblijf in Tetouan te regelen, op bezoek bij
het Werkwortel-project van het Waasland waar nu 7 Marokkaanse jongeren in
bouwopleiding een werkstage meemaken bij het in orde brengen van een
gehandicaptenvoorziening, een school en een weeshuis, voor ze aan een
‘inleefreis’ beginnen van 3 weken in Marokko.
Heb “Systematiek en Willekeur” van Patrick Moreau volledig
gereedgemaakt voor publicatie op het internet. Een indrukwekkend boek over
de gedeporteerden en gefusilleerden uit het Arrondissement Mechelen
gedurende de 2de wereldoorlog. Hierin wordt ondermeer duidelijk
dat het verzet en de deportatie een doorsnede vormde van vooral het
‘gewone volk’ maar ook van magistraten, politici en zelfs ministers.
Jan
29
april 2006
Ollanders
Men begint me hier intussen te kennen in Imzouren. Een groep uit Nederland
gezette jongeren vinden in mij een voor hen interessant aanspreekpunt om
hun beklag te doen over die Hollandse Minister met kort haar die er met de
grove borstel doorgaat – en in geen enkel Europees land kunnen wij er
terug in, beeld je in. Daartegenover is het in België ‘redelijk’
volgens hun. Ben jij die Belg, spreek iemand me in perfect ‘Belgisch’
Nederlands aan op weg naar huis aan, ik kom uit Sint-Niklaas, in feite uit
Temse, 26 jaar in de textiel in Lokeren gewerkt, op brugpensioen en nu met
autocar (voor 84€ enkele reis) in drie dagen naar Imzouren,
geboortestad waar hij in 1974 uit vertrokken is, vier kinderen met twee
aan de universiteit van Antwerpen afgestudeerde zonen die aan het werk
zijn en twee dochters, Marokkaans getrouwd en secundaire studies beëindigd.
Woont hier om de hoek.
Vraag me af wat het sociale zekerheidsstatuut is van deze Nederlandse
jongeren, zijn zij Nederlander, hebben zij rechten ontwikkeld waar zij nog
aanspraak kunnen op maken, want in Marokko zelf bestaat bv is er geen
werkloosheidsverzekering, waar leven zij van en wat zijn hun
perspectieven?
Europese
Imazighen
Bezoeken
aan het internetpunt zijn te kort om veel geld aan me te verdienen.
Meestal in en uit. Tot een electriciteitspanne van meer dan anderhalf uur
(de tijd van m’n PC-accu) me de straat op drijft en een discussie
ontspint aan het internetpunt waarom het hier in Marokko zo slecht is voor
de jongeren, diploma’s hebben geen zin en in
Europa lag de ware wereld open van diploma en werk. En hoe denk je
dat het ‘goed’ geworden is in Europa, wat de grootvaders en
overgrootvaders ginder op anderhalve eeuw hebben moeten investeren in
organisatie, strijd, politieke macht en sociale zekerheid. Dat in Marokko
men ook nog tientallen jaren zou nodig hebben om iets gelijkaardigs op te
bouwen en of men wel nadacht over hoe de geschiedenis vooruitging en of
men wel investeerde in de sociale bewegingen, vakbonden en eigen
organisaties. Onder Mohammed VI was daar toch iets meer ruimte voor
gekomen, of niet?. Waar waren de jongeren en de klagers toen de openbare
diensten enkele dagen geleden twee dagen in staking gingen, ik heb geen
solidariteitsacties gezien en daar wisten ze niet veel op te zeggen. In
Europa kon men pas studeren en was een diploma werk volgens hen. Gaat dat
maar eens zeggen aan de Marokkaanse jongens ginder, geen 3 op tien maakt
z’n secundaire studies af en hogere studies zitten er maar voor enkelen
in, 40% is werkloos. Heeft men zin om daar mee in het rijtje te gaan
staan. Weet je waarom ik denk dat jullie zo graag naar Europa gaan, omdat
jullie Imazighen zijn, het nomadenbloed van 3000 jaar geleden wil vooruit,
en jullie hebben het wel een beetje gehad met de ‘Arabieren’ en hun
islam, 14 eeuwen is wel genoeg geweest zeker, en in Europa kunnen jullie
de traditie van onderschikking om te overleven met veel meer effect en
perspectief voortzetten, niet voor niets dat een groot deel van de
Marokkaanse emigranten ‘Berbers’ zijn, en zolang men in Europa spreekt
over Marokkanen en ‘Berbers’ valt het niemand op dat het om
‘Imazighen’ gaat zodat jullie aanwezigheid verder en beter kan
ontwikkelen. Ja maar wij mogen toch de wereld zien en weten wat er te koop
is. Daarvoor moet je je niet meer verplaatsen. Langs het internet heb je
uitkijk op alles en nog wat. Zoek maar eens op hoe de wereld in Europa
beter is geworden en hoe de werknemers en hun vakbonden hebben moeten
ijveren en strijden om zo ver te geraken. De evolutie van de wereld gaat
niet in 10 maar in 100 jaar, te lang voor een mensenleven, maar het zijn
wel jullie en de 23 miljoen Marokkanen die het zullen moeten doen. Tjiens,
er is terug elektriciteit, zullen we onze mail nog maar eens checken.
Heb bij het terugkeren de papiertjes op m’n stoep geruimd en gevraagd
aan de winkeleigenaar of in ze in zijn vuilbak kon deponeren. Zo heb ik
misschien drie vliegen in een klap geslagen.
1
mei 2006
Voor de 2de maal de rit gedaan door de Rif van El Hoceima naar
Nador, nu evenwel in een lege camion van olijfolie met de vader van Afaf
samen met zijn helper, Yousef uit de Sahara in Marokko. De geplande busrit
van 8h 30 (aankomst 12h in Nador) werd vervangen door een deelname aan een
werkdag van een olijfolieleverancier in de Rif, een ander uitzicht op
mensen, werk en autorijden. Per sms werd gevraagd me naar het busstation
van Imzouren te begeven waar de levering aan vier winkels in Imzouren al
gestart was. Vervolgens de tegengestelde richting in naar El Hoceima met
eerst een ‘toeristische rondrit’ langs de drie stranden om vervolgens
een namiddag zoet te zijn met de poging tot betaling van een onwillige
klant, maar Youssef en mij toeliet de souk van El Hoceima en de dagelijkse
markt te bezoeken. Voordien werd ik naar een toeristisch restaurant geleid
waar het even duurde voor ik doorhad dat m’n twee compagnons daar niet
mee zouden eten maar me wel in de gelegenheid stelden om als ‘toerist’
te eten, de beleefdheid heeft z’n rechten. Na weigering, in dank
aanvaard, een ‘gewoon’ restaurant opgezocht vol ambiance, sardines,
tajine van kip, runds en voor mij nog een harira-soep. Geen complementen
over de betaling, zoals het ‘werkmannen’ past ieder betaalt het zijn.
Na opnieuw de zorg geobserveerd te hebben waarmee hier sardines worden
verorberd, eerst het velletje eraf, dan het visvlees met de hand van de
graat geplukt en smakelijk gegeten stelde ik voor eens een sardine ‘op
z’n Belgisch’ te eten, onder het oog van m’n compagnons, de garçon
en enkele bezoekers. De sardine met twee handen tussen kop en start
vastgenomen met een forse hap van staart tot midden vol in de mond, en
vervolgens het tweede stuk tot aan de kop, tot ontzetting van de
omstanders; pas op voor de graten, ze rijten je maag open. Als besluit de
kop in een hap verorbert en het afgrijzen was op elk gezicht zichtbaar,
behalve de vader die me eerder op de week sardienen had zien verwerken. De
tweede sardine heb ik op z’n Marokkaans gegeten om verdere opstootjes te
vermijden.
|
 |

|
|
1 mei 2006:
Abdelkrim El Khattabi leeft |
Boven de baai in
Al Hoceima |
In Al Hoceima een grote affiche in het Arabisch én in
Amazigh onder ogen gekregen met vier mannen in de weer om de hele gevel te
versieren. Wij bereiden de eerste mei voor, het feest van de arbeid waar
ook in Marokko alle werk voor stil ligt en de scholen gesloten zijn. Het
bleek het secretariaat te zijn van Union Marocaine du Travail, waarbij
m’n blijken van solidariteit en eigen syndicaal engagement voldoende
waren voor een erg hartelijke ontmoeting. Heb afgesproken om de komende
weken nog eens langs te gaan.
Zeker
toen ik vroeg me het Amazigh voor te lezen voor een geluidsopname en de
vertaling ervan in het Frans. De tekst betrof Abdelkrim El-Khattabi
(1882-1963) waarover op de affiche gezegd werd dat hij niet alleen
gevreesd werd toen hij nog leefde maar ook na zijn dood, een waarschuwing
voor het verzet dat hij belichaamde en dat nog altijd navolging kent,
ondermeer voor de arbeiders in het kader van de viering van de 1ste
mei. Mohamed Chafik spreekt in zijn boek over hem als ‘legendarische
leider van het verzet in de Rif tegen de koloniale expansie’. Hij was
rechter in Melilla (wat later nog als enclave door de Spaanjaarden is
behouden op Noord-Afrikaans grondgebied) en omwille van zijn verzet werd
hij verbannen naar Egypte. Zijn enige zoon werd recent door Mohammed VI
uitgenodigd in Marokko als een soort van eerherstel en tegemoetkoming
t.a.v. de Imazighen in Marokko, zo wist Afaf mij te vertellen. Later op de
avond, bij de voorstelling van de fotoreportage aan de familie, ondermeer
van de werkdag van de vader waar niemand ooit aan deelnam en waar ook geen
foto’s van bestonden, moest ik vaststellen dat niemand de transcriptie
in Amazigh kon lezen en dat enkel m’n geluidsopname in ‘Berbers’ hen
van de inhoud op de hoogte kon stellen. Achteraf kon ik de vertaling in
Frans door de Marokkaanse syndicalist ook laten horen. Dat is nu onze
situatie, wij kennen het ‘Berbers’ als ‘mondelinge’ taal maar er
is geen schrift (meer), zo’n duizend jaar geleden verdwenen, zodat we
het niet kunnen lezen of schrijven. Het is maar heel recent dat men onze
gesproken taal in schrift aan het omzetten is zodat het in de scholen kan
onderwezen worden. Het is langs de geluidsopname dat wij kunnen weten wat
op deze affiches staat. Bedankt.
Pas later, in de ochtend, is deze simpele vaststelling volledig tot me
doorgedrongen, en de impact die het in feite heeft op het bestaan van de
Imazighen en zeker ook in hun emigratie naar Europa en België. In feite
is spreken over ‘analfabetisme’ van de ‘Berbers’ onjuist, niet
gepast en niet terzake voor mensen die vanaf hun geboorte het leven
ontdekken in een taal waarvoor GEEN SCHRIFT bestaat! Dat is zeer
uitzonderlijk en kan nooit volledig gecompenseerd worden door bv het
aanleren van het Marokkaans of algemeen Arabisch of het Frans vanaf de
leeftijd van vijf, zes jaar,
of door het Nederlands voor kinderen van de migratie in Franstalige of
Nederlands scholen. Gezien pas langs de 2de of derde taal
(Frans of Nederlands) enige geschreven en leesbare taalkennis aangeleerd
wordt vraag kan men zich afvragen of er in het Nederlandstalige onderwijs,
in scholen en bij leerkrachten wel voldoende besef is wat de impact is de
eerste vijf jaar van z’n leven groot te worden met een taal waarvoor
geen schriftelijk component bestaat. Pas bij het betreden van de
kleuterklas wordt langs een tweede (of derde) taal de letters, woorden en
taalstructuur geleerd van het Nederlands, of andere taal. Het accent dat
tegenwoordig gelegd wordt op het kijken naar Nederlandstalige televisie,
het voorlezen van Nederlandstalige boeken enz, de verantwoordelijkheid van
de ouders enz krijgt ook hier de connotatie mee dat de ouders nooit hun
verantwoordelijkheid genomen hebben en moeten ‘ingeburgerd’ worden,
terwijl misschien het elementair besef
ontbreekt en dus ook niet mee kan verrekend worden dat het om
kinderen (en ouders) gaat die opgegroeid zijn met een taal die zonder
schrijf- of leesequivalent is/was en dus nooit de basis kon vormen voor
een taalstructuur die voor ieder ander aanwezig is in de van bij de
geboorte aangeleerde taal. En zelfs Vlaamse Imazighen zullen niet zo vlug
het Amazigh of ‘Berbers’ laten vallen als deel van hun identiteit die
perfect kan samengaan met de Belgische nationaliteit of het ‘Vlaming
zijn’. Ben geïnteresseerd in het advies van taalwetenschappers en
onderwijsdeskundigen of samen met het aanleren van het Amazigh
(‘Berbers’) het Nederlands spreken en onderricht kan samengaan met het
aanleren van het ‘Berbers’ als lees- en schrijftaal, naast het
Nederlands en pas in verdere orde bv het Arabisch. Hoe dan ook zal
‘taalondersteuning’, waar toch heel wat in geïnvesteerd wordt, best
rekening houden met de orale overdracht van taal en cultuur verbonden aan
de ‘Imazighen’ identiteit. Maar misschien gebeurt dit al ten gronde en
vind ik hier alleen maar wat vijgen na Pasen. Zien wat Mohammed Chafik
hier zelf verder over zegt want ben pas aanbeland in
zijn taal- en
cultuurtuin.
Om 16h 46 kwamen we opnieuw langs Imzouren, nu definitief op weg naar
Nador over een opnieuw benevelde Rif maar met veel commentaar, met kudden
schapen vluchtend tegen de hoge wegberm op, een vrachtwagen rijdend op de
limieten van iemand die de weg perfect kent, bij momenten een rodelbaan
waar de armen als schokbrekers dienden om de rug enig soelaas te bieden,
met twee stops uit vrees voor een panne en na doortocht in het gebergte
een break met koffie en pannenkoeken.
Dorpen en steden gepasseerd vol leven en zo te zien is heel Marokko nog
niet naar Europa getrokken, heb hier toch nog véél Marokkanen gezien
onderweg!
‘Thuis’ aangekomen in Nador, bijgepraat en om negen uur aan tafel voor
een erwtjespannenkoek en een sterk gerecht met de maag en hart van
schapen, alles bijeen wel lekker en omdat ik het lekker vond veel bij
gekregen. Het eten afgesloten met een glas frisse karnemelk dat we sinds
onze kindsheid niet meer gedronken hebben omdat het toen als gezonde drank
verplicht en met enige afschuw werd doorgeslikt. Dat kon er nu nog wel
bij.
De
kampen: tekstverwerking en OCR
De volgende ochtend goed kunnen werken, met ongevraagd een glas vers
geperst fruitsap van appelsienen een zestigtal km verderop gewonnen.
De salon die ook het verblijf is van de grootmoeder is m’n
rustige werkplaats. ‘s Middags een lekkere visschotel, op z’n Belgisch
opgegeten en een verse bonensoep. Bij de thee het bezoek van de zoon van
de grootmoeder en zijn vrouw uit Duitsland, het gesprek kon gewoon in het
Duits gevoerd worden, nu door mij vertaald in het Frans en zo in het
‘Berbers’. Het zijn de ouders van een buur bij wiens zus ik op bezoek
ben. Een hartelijke kennismaking met de grootvader van m’n goede
vrienden en vriendinnen uit de straat. De grootvader was fier en wou tot
twee maal toe horen dat zij in de dezelfde straat, aan de dezelfde kant
woonden als ik. In feite hadden wij op dezelfde Ferry de overtocht gemaakt
zonder het van elkaar te weten.
Ben bezig aan het moeilijkste stuk van m’n werk over Dood en deportatie
onder de nazi’s, met name het omzetten van het Nederlandstalige boek van
Victor Trido, ”Breendonk, het kamp van de sluipende dood’, 1944,
onmiddellijk na de bevrijding uitgegeven en nog voor de ware toedracht
bekend was over de vernietigingskampen en het lot van de gedeporteerden,
ondermeer de gevangenen die vanuit Breendonk naar Buchenwald werden
weggevoerd. Technisch dient voortgaande op een foto van elk blad uit het
boek, de tekst langs OCR omgezet in verwerkbare tekst in Word en
vervolgens naar html, met controle van elk woord op correcte omzetting en
aanpassing van de spelling, een langzaam vorderend werk, zeker wanneer de
kwaliteit van de letters en papier niet goed is.
Victor
Trido is het eerste getuigenis dat ik gelezen heb, gevonden op een
rommelmarkt voor een halve €, mede op uitkijk ondermeer voor een boek,
dat later als kroniek van Breendonk werd uitgegeven. Het is voor mij een
oogopener geweest die me binnengezogen heeft in de ervaringswereld van
overlevenden van dood en deportatie en me hun kreet, die zij bij
terugkomst in geschriften, gedichten en tekeningen hebben geslaakt ook wil
laten weerklinken op het internet. Toen zij, behoudens een aantal gevangen
die uit Breendonk reeds vroeger waren ontslagen, terugkwamen, was de
oorlog in België al een jaar voorbij en hadden zij grote moeite om
duidelijk te maken uit welk een hel zij kwamen, het leven ging gewoon
verder en sommigen hebben pas decennia later hun verhaal kunnen of willen
doen.
Het
overzicht van alle getuigenissen tot 1994, verzameld door Gie van den
Berghe, is het algemene kader waarbinnen ik enkele getuigenissen verwerk
voor publicatie op het internet, met als uitgangspoort Breendonk, Mechelen
en de tocht langs gevangenissen, vernietings- en concentratiekampen van
wie er van teruggekomen is. Van al degenen die in deze getuigenissen
vernoemd worden maak ik een personenregister zodat langs deze lijsten kan
teruggevonden worden wat over de doden gezegd is in het boek. Want deze
doden konden geen verslag meer doen. Zo ook Fernand Thonnet niet bv, een
van de stichters van de KAJ, die op 2 februari
1945 in
Dachau is overleden. Tegenover het grote aantal getuigenissen is het werk
dat ik doe slechts een hele kleine aanzet, waaraan ik evenwel niet ontkom.
Jan,
2 mei 2006
Liefdesdicht
“Ik
ben een mens en niets menselijks is me vreemd”, een door velen geliefd
gezegde is afkomstig van Terensji Afer, van Amazigh oorsprong die ongeveer
een eeuw voor Christus jaarrekening in het Latijn schreef. De
‘Amazigh’ cultuur heeft een (beperkt) eigen cultureel erfgoed maar is
ook terug te vinden in de Punische, Griekse, Romeinse, christelijke en
later de Islamcultuur, en zoals voorzienbaar is of verwerkelijkt, ook in
de huidige tijden ondermeer in het lekendom. Onder het kolonialisme werd
door de Fransen er alles om gedaan om zichzelf als opvolgers van de
Romeinen op het Afrikaanse continent te beschouwen en de Imazighen als een
Barbaars fait divers af te schilderen. De Marokkaanse natie is er, mede
onder deze Franse invloed, niet
aan ontkomen om bv de Amazigh-dansen als folklore af te schilderen en de
‘koloniale of exotische buikdans’ tot eigen cultuur te verheffen en
terwijl in feite de Amazigh-dans het oorspronkelijke cultuurgoed is van
Marokko. Door de eeuwen heen is de ‘Berbertaal’ als louter orale taal
overgeleverd zodat te begrijpen is dat er geen volumineuze ‘literaire’
productie is kunnen tot stand komen, na drie generaties zijn orale
literaire werken niet meer je dat en nergens op schrift terug vinden.
Alhoewel het voor sommige Amazigh dichters onmogelijk is in een andere
taal zijn liefde uit te spreken:
In mijn moedertaal
Beken
ik jou, mijn lief, mijn geheim.
Hoe zou iemand dat kunnen
Die het Amazigh niet kent?
Zal hij ooit een woord
Over de liefde kunnen spreken?
Zeker als je het niet schrijven kunt is die vraag terecht. Want wat moeten
geliefden aan zonder schrift, telefoon
of e-mail door de eeuwen heen? Dan ben je wel erg op elkaar betrokken in
de af en toe rondtrekkende kleine gemeenschappen. En wat met de liefde als
je elkaar maar sporadisch onder ogen komt, of wanneer een en ander toch
voor je geregeld wordt. En wat met de chemie van de verliefdheid die Helen
Fischer zo nauwgezet, begrijpbaar en ter zake uit de doeken doet? De
endorfines in lijf en bloed. Wat gaat er in de hoofden om als langs de
ogen de vonk is weggesprongen? En wat al signalen worden er langs
hoofddoek gegeven die rond of om of half of los of strak of dubbel het
haar bedekt, of langzaam eventjes verschoven wordt? Zal hij of zij wel
ooit in liefde kunnen spreken die het Amazigh niet kent?
Vcd-Amazigh-muziek
Op de markt van Al Hoceima gezocht naar echte Amazigh-muziek en twee
vcd’s (liedjes om als een video-cd af te spelen) gekocht aan 5 dh ’t
stuk, de prijs waarop niet af te dingen was. Later, ten huize van Abdellah
in Beni-Bouyafroer bij Nador, was de halve avond gevuld met de muziek van
twee jongerengroepen die in Amazigh het mooie en welbeminde Al Hoceima
bezongen, met op de achtergrond koortjes en rapdansen. Tsjeins, dat is de
Amazigh muziek van El Hoceima, wij hebben ook van die groepjes in Nador.
Zodus bij onze verkenning van Nador de volgende dag, nu zonder gids, in de
omgeving van de grote overdekte vismarkt opnieuw op zoek naar
Amazigh-muziek en twee vcd’s gevonden die later het lied van Abdellahs
jeugd bleken te bevatten dat nu de hele avond niet meer van de TV was weg
te branden was. De traditionele zanger Omar Boutmerot zong niet eindigend
liedjes, en er was ondermeer ook een lied met Mystro Ahidous dansend in
het publiek en verder een cd met Mohammed Rewicho. De gezamenlijke zang,
het alternerend zingen en de dansen door ‘traditioneel’ geklede
Amazigh meisjes met de ‘echte’ buikdans, het was allemaal sfeervol en
enigszins aandoenlijk, de vader die zijn jeugd herbeleefde en ik die er
wat verwonderd op zat te kijken. Intussen had Mouna van haar vriend een
USB-stick meegekregen met een 50-tal Amazigh liedjes van ondermeer Allal,
Benaman, Imatawan, Ithran en natuurlijk Idir. Zij vullen nu de ruimte
waarbinnen ik rustig werken kan.
Arabieren
– 1
Terug
toegekomen in Imzouren, m’n eenzame kluis betrokken, de ‘familie’ al
missend na de eerste minuut. Opnieuw overtrokken weer over de Rif, de
ganse nacht geregend, met als resultaat een enorme en langdurende
electriciteitspanne midden de match van Barcelona, hetgeen leidde tot een
alsmaar verder ten hemel stijgende jammerklacht boven de verduisterde
stad, nog erger dan het weemoedigste Amazigh lied en sterker nog dan
wanneer Barça haar mooiste goal had gescoord. Een belevenis die weer
aanleiding gaf tot gesprekken met de jongeren waaraan ik nu mp-3 liedjes
vroeg met Amazigh-muziek en die me uitdaagden me uit te spreken over wat
ik van de Amazigh en de Arabieren dacht, want wij ‘haten’ de
Arabieren, dat mag je wel weten. Ja maar, dat is niet Amazigh, iemand
‘haten’, dat vind ik tot nu toe toch niet terug bij Mohammed Chafik,
ah ja die kennen we, dat is nochtans een goede. De Imazighen hebben iemand
maar echt gehaat, zo vervolgde ik, als ze hem konden verslaan zoals de
Carthagers en de Romeinen, en dat is nu toch nog niet het geval als ik
naar Marokko, de Arabieren en naar de Islam kijk, daarvoor moeten jullie
naar Europa gaan, voor een ‘nieuwe ‘ Amazigh. Neen, wij willen naar
Europa om geld te verdienen, om te studeren, om te werken want dat kan in
Marokko niet. Zo zat ik meteen weer terug in m’n vorige discussie, nu
met andere jongeren. Je moet daar toch minstens twee decennia tijd voor
nemen in Marokko en de internationale situatie volgen. Amerika zal verder
de oorlog met China voorbereiden en intussen na Irak nog andere stukken op
de schaakbord in oorlog zetten. En de Arabische Liga
en de Europese Unie zullen zich sterker met elkaar moeten verbinden
en een eigen militaire macht opbouwen zodat
het China de nodige technologische en menselijke support kunnen
geven om op termijn Amerika op haar plaats te zetten. En de Imazighen
zullen goed moeten nadenken wiens kant ze wanneer moeten kiezen. En de
Arabieren zullen alleszins niet hun vijanden zijn. En nadat al deze
overwegingen langs Frans en Engels ik weet niet hoe vertaald werden begon
het licht weer te schijnen, allicht tot opluchting van wie het gesprek,
met al of niet vermeende talenkennis had moeten dragen.
Mazout
In Marokko wordt het leven nog zelf gemaakt, in de met losse hand
uitgestrooide dorpen en steden waar elk huis een leven werk is, met op de
benedenverdieping ‘polyvalente ruimten’ voor garage, winkel of café
als de tijd of nood het vraagt, de reclame voor vis, vlees, kruiden nog
met hand geschilderd, puntzakjes van tijdschriftpapier voor nootjes,
brommers, ijskasten en wasmachines die tot de laatste draad of schroef
hersteld worden, kleurrijke camions met slijkbeschermers vol geschilderde
tafereeltjes als om de ongeduldig wachtenden achter hen verstrooiing te
bieden. Maar toch versteld staand hoe snel bussen op tweebaanswegen bergop
en bergaf camions voorsteken. De idylle wordt verbroken wanneer de
reguliere bus langs een bos stopt en verdoken achter een scherm van groen
met tientallen jerrycans er 4 van elk
20 l
mazout worden ‘georganiseerd’ om vanaf een op mobiel statief
geplaatste bak met een simpel hemd als
filter, de dieseltank te vullen in het zwart, hetgeen me er aan doet
denken dat ik hier nog niet veel auto’s of taxi’s aan benzinestations
heb zien staan. Dat is Algerijnse mazout zegt Norridine later, in gans
Marokko worden bussen, taxi’s en ook particulieren zo bevoorraadt. In
Algerije kost
1 liter
mazout 1dh, moet je weten, en in Marokko 10dh per liter, zoals bij jullie.
Daarom staan de benzinestations ook allemaal leeg of zijn ze failliet.
Maar de politiecontrole stond toch vijf km daarvoor, die moeten dat toch
weten, probeerde ik nog, of pikken die een graantje mee, zei ik om het hem
zelf niet te hoeven laten zeggen. Dat is het, zo zit het allemaal ineen.
Soms is er een grote controlecampagne maar daar is dan iedereen op
voorzien. Het informele circuit heeft in Marokko aanzienlijke dimensies
maar het doet me onwillekeurig denken aan hoe het formele circuit van
kuiswerk, poetsfirma’s, gezins- en bejaardenhulp, vervoerdiensten in
België opnieuw grijs gemaakt wordt langs de dienstencheques maar nu
betaald met de zuurverdiende centen van de Rijks Sociale Zekerheid en de
belastingbetaler. In plaats van de volle prijs aan te rekenen op rekening
van de welstellende gebruiker van huishoudelijke hulp, of van de
gemeenschapsoverheden die instaan voor gezins- en bejaardenhulp en vervoer
voor gehandicapten wordt nu maar 15% van de marktprijs aangerekend en de
rest komt ten laste van de sociale bijdragen van de werknemers. En als
deze of de volgende overheid komaf maakt met dit oneigenlijk gebruik van
sociale zekerheidsgelden dan zal opnieuw een zwart circuit ontstaan dat
vijfmaal groter is dan toen men aan de dienstencheques begon. Zo loopt de
‘beschaving’ zowel in Europa als in Afrika langs kronkelende en
duistere wegen naar hetzelfde punt, zeker als het dictaat van de markt en
de ‘gemakkelijke’ winst de solidariteit verdringt.
Arabieren – 2
We moeten de pil doorbijten. Zien wat er van de Imazighen geworden is
onder het Arabisch en later koloniaal dictaat. In de eerste twee fasen na
de verbreiding van de Islam in de Maghreb gebeurde de Arabisering van de
Imazighen langs de godsdienstige ceremonies, het uit het hoofd leren van
de koran en de omgang met de Arabieren die zich in de Maghreb vestigden.
Wie daarbij politieke macht wou uitoefenen moest bewijzen dat hij een
afstammeling was van de Koeraisj, de stam van de profeet, dus van
Arabische afstamming, en zo werden de Imazighen meer en meer afgesneden
van de Amazigh-stam. Later kwam daar de weerstand tegen de Europese,
christelijke kolonisatie bij in de periode 1912-1955 waarbij Marokko een
protectoraat van Frankrijk werd waarbij de Arabisering, ook voor de
Imazighen, een middel werd om zich tegen de koloniale macht te verzetten.
In de periode na de onafhankelijkheid van Marokko werd zichtbaar dat
achter de oproep tot Arabisering, die tot doel had het Frans uit het
culturele domein te weren (waar hebben wij dat nog gehoord), een ander,
onuitgesproken doel schuilging, namelijk het elimineren van
Amazigh-invloeden in de Marokkaanse maatschappij en het marginaliseren van
het Amazigh. Door de onnodige opname van het Arabisch als officiële taal
van Marokko in de grondwet, een uitzondering volgens Mohammed Chafik, werd
het Amazigh niet meer tot de talen gerekend die in Marokko gesproken
werden. Het Arabisch betrof dan in feite het ‘foesha’ het hoog
‘geaffecteerd’ Arabisch dat door het volk niet gesproken wordt, die
spreken het ‘Marokkaans Arabisch’, een dialect zogezegd. Voor brede
lagen van de Marokkaanse bevolking is de gewone, ‘aangeboren’
omgangstaal hetzij de Arabische spreektaal, hetzij het Amazigh, volgens de
toeristische gidsen van 2006 toch 2/3 van de Marokkaanse bevolking. De
Imazighen beginnen “voor het eerst sinds hun kennismaking met de islam
het gevoel te krijgen dat er een hogere macht is die hen tot arabisering
oproept met het raciale argument gehuld in godsdienstige termen” zo
stelt Mohammed Chafik. Een vergelijking met de Vlaamse
‘ontvoogdingsstrijd’ dringt zich weer op. De tijd dat de ‘officiële
taal’ van alle
administraties en van de burgerij in België Frans was ligt nog niet zo
heel ver achter de rug en zelf heb ik nog als Limburgse seminarist in Luik
een jaar theologie gestudeerd waarbij het gedurende de lesonderbrekingen
om de andere dag verboden was om Nederlands te spreken.
Als tegenreactie ontstonden eind de jaren zeventig een intellectuele
stroming die zich op de Amazigh-cultuur richtte die nog decennia lang door
de politieke overheid officieus verboden zou worden, zowel in Marokko als
in Algerije. Vandaar ondermeer de verzetsdaad van de kippenboer waarvoor
de coiffeur z’n uithangbord “Koop hier kiekens” in Amazigh had
geschreven in 1998, vier jaar voor de officiële erkenning van het
Amazigh.
Chiffon
Een chiffon zonder aangepaste rubbers zorgt voor problemen, zeker als
3 van de 4 pvc-aansluitingen water doorlaten. Zodus in de winkel tegenover
m’n beste Frans bovengehaald om in het Hollands antwoord te krijgen dat
ik maar best een nieuwe chiffon kocht met alles er op en eraan, tot een
stop toe voor 20dh, een koopje. Voor 7dh een tube pvc-lijm en ik kon aan
de slag. Twee uur wachten om er water door te laten zodat ik op m’n
gemak kon gaan eten en intussen ook de driemaandelijkse waterfactuur gaan
betalen bij de watermaatschappij. Om twee uur naar het gemeentehuis, neen
het is niet hier maar verderop naar rechts voorbij de cinema van Imzouren,
die ik me nog herinnerde van een foto op het internet,
maar de watermaatschappij was pas om 15 uur open zodat ik nog een
koffie kon gaan drinken juist voorbij de wegwijzer naar Tamsamin, niet te
verwarren met Tammasint, het belangrijk tussenstation op m’n weg terug
naar het beginpunt van de emigratie, El Kadi, hoog in de Rif gelegen. De
cafébaas was oud-taxichauffeur op Tammasint zodat ik me uitgebreid kon
informeren over prijzen en faciliteiten. Na de collectieve taxi voor 7dh
zou ik voor 300 dh naar El Kadi kunnen rijden heen en terug met één uur
tussenstop in El Kadi, maar ik moest dan wel weten waar ik moest zijn. Met
deze wetenschap verrijkt kon ik de waterfactuur gaan betalen, elektronisch
ingebracht en met onmiddellijke uitprint van betalingsbewijs op 2 minuten
geregeld, 22,5 dh voor het eerste kwartaal 2006. Nu nog zien of m’n vers
geplaatste chiffon en nieuw gelijmde buizen het zouden houden na de twee
uur wachttijd die werd aangeraden om de lijm te laten verharden. Het water
dat afgerekend en wel door de buizen stroomde kende voortaan maar één
weg, deze richting riolering en ik kon m’n dweiltje voortaan voor wat
anders gebruiken.
Jan
5 mei 2006
Handen
wassen
Voor het eerst echt op bezoek bij een familie, dwz vader, zoon en vriend,
samen met m’n twee chaperons Norridine en Saïd. Sandalen uit,
handen wassen met zeep en spoelen boven een sierlijke afgedekte
bak. Zelf had ik het ‘goud van Marokko’ bij, zes magdalena’s, en
later kreeg ik een mooie aardewerken kan en twee kleine aardewerken
sloefjes, alsmede een kg amandelnoten cadeau. Het ene woog niet op tegen
het andere maar ik had vroeger al
5 kg
goederen overgemaakt, zodus. Voor het eerst dat ik in Marokko ben werd ik
couscous voorgezet en daarna een schotel goed doorkookt schapenvlees met
olijven, allemaal spek voor m’n bek. Heb de gastheer uitgebreid bedankt
voor het lekkere maal, een manier om ook zijn echtgenote in de dank te
betrekken. Tot groot vermaak m’n verhaal verteld van de waterfactuur, op
de duur kan ik alle Belgen die na mij komen wegwijs maken in Imzouren,
zoals ook de eerste migrant uit Imzouren in Mechelen in 1959
kon doen, en daarom ‘de minister’ genoemd werd. Na afloop van
de maaltijd kreeg ik 4,5 punten op 5 voor ‘conform gedrag’ vanwege Saïd,
de erg kritische onthaalagent. En dat half punt? Omdat je niet wist dat
een bezoeker aan een tafel waar reeds begonnen is met eten, nooit een hand
mag geven, enkel de mondelinge groet Salam Alikon. Maar mijn eerste reflex
was dat geen hand gegeven werd om de bezoeker te respecteren gezien wij
aan het eten waren. Dat kon wel zijn en dat klonk erg logisch maar het
gebeurde omdat het zo de gewoonte was, dus niet goed, alhoewel ik met 4,5
op 5 zeker kon leven.
Abdelkarim
El Khattabi
Meer
dan ik kon beseffen groeit in m’n zoektocht naar de ziel van de
‘Berbers’ Abdelkarim El Khattabi uit tot een sleutelfiguur die, zoals
op de 1 mei-boodschap in Al Hoceima weerklonk, dood zijnde even sterk
gevreesd wordt als levend. Wanneer hij weigerde terug te keren uit zijn
reeds 30 jaar durende ballingschap, nadat de Koning van Marokko zich
speciaal daarvoor verplaatst had naar Egypte, dan was het omdat de
Fransen nog militaire basissen hadden in Marokko en er geen
volwaardige parlementaire democratie was ingesteld. Waarom terugkeren naar
een land dat nog niet bevrijd is? Een boodschap die nog opgaat voor menig
derde wereld land dat in de vijftig en zestiger jaren ‘onafhankelijk’
is geworden. Dus we keren noodgedwongen nog even terug naar zijn leven,
zijn strijd en zijn leven na de dood, zoals ik het in op een knappe
video-cd kon bekijken die in het Amazigh gesproken werd, maar Arabisch én
Nederlandstalig ondertiteld was. Want dat Abdelkarim nog in de harten en
in de hersens van de Imazighen leeft, dat staat als een paal boven water.
Imzouren is gelegen op
5 km
afstand van Ajdir, waar Abdelkarim geboren is en de stuwdam een paar km
verder is naar hem genoemd. Allicht symbolisch, zodat, zoals het water,
zijn ideeën verder de gedachten kunnen bevloeien in het Rif, dat bij
uitstek zijn terrein was en waar zijn overwinning tegen de verzamelde
Spaanse overmacht in Anwan, bij Temsamine in 1921 een strategisch
meesterstukje was. Die overwinning vas het begin een vijf jaar durend
‘autonoom rifgebied', met administratieve zetel in Ajdir, en dreigde gans
Marokko in een stroomversnelling mee te trekken naar democratie en
onafhankelijkheid, zodanig dat de toenmalige grootmachten al hun legers
bij elkaar trokken om het ‘kleine’ Rifleger op zijn beurt bij Al
Hoceima te verpletteren. Want wat was er in feite gebeurd? Abdelkarim El
Khattabi was er in geslaagd om de tegen elkaar strijdende
‘Berber’stammen aan een zeel te doen trekken en 66 ervan onder een
soort centraal gezag te brengen, te doen samenwerken en samen te strijden
zodat de Spanjaarden geen kant meer opkonden, van hun bevoorradingslijnen
worden afgesneden en in een regulier gevecht werden verslagen. De
‘Berber’stammen in Zuidelijk Marokko begonnen zich in dezelfde zin te
verzamelen en de sultan van Marokko, die het Protectoraat van de Fransen
al aanvaard had, voelde de warme adem van een ‘democratische’
revolutie in zijn nek. De aartsvijanden Frankrijk en Marokko sloegen de
handen en hun legers bijeen (zoals nu Amerika, Groot-Brittanië en Italië
tegen het ‘onafhankelijke en op lekenbasis georganiseerde Irak, moest ik
spontaan denken). Met de steun van Italië, die de kunst van het gifgas
beheerste, hun vliegtuigen en een grote overmacht op zee werd Al Hoceima
en de beperkte, enkele met geweren bewapende troepenmacht van de
Rifstrijders onder vuur genomen. 700.000 Fransen zouden gemobiliseerd zijn
om af te rekenen met de volksopstand en het autonome rif-gebied. Dat de
Fransen er wat van kennen in hun overzeese gebieden blijkt ook uit Vietnam
waar de Amerikanen de stok hebben moeten overnemen om uiteindelijk ook in
het zand te bijten, na evenwel drie miljoen doden en een door chemische
bommen verregaand verontreinigd land. Maar zover zijn we nog niet. Om
verder bloedvergieten en een slachtpartij onder de bevolking van het Rif
te vermijden gaf Abdelkarim El Khattabi zich in 1925 over aan de Fransen
(niet aan de Spanjaarden die hem om begrijpelijke redenen rauw lusten) en
hij aanvaardde de verbanning naar het verst afgelegen
‘Frans’ gebied, nl het eiland Réunion. Toen de Fransen evenwel
hem dichter bij huis een
onderkomen aanboden bij Marseille, de helden van het Volk moet men
trachten te recuperen, en hij op de boot richting Suez-kanaal voer zorgde
dit nieuws voor grote manifestaties in het Nabije Oosten, waar Abdelkarim
El Khattabi ongemeen populair was geworden omwille van zijn
onafhankelijkheidsstrijd tegen Europa en het kolonialisme, en in zijn
‘gebruik’ van de godsdienst om een echte ‘democratische eenheid’
te realiseren in tegenstelling tot het ‘gebruik’ van de godsdienst als
instrument van kolonialisme en onderdrukking zoals Mohammes Chafik in
feite concludeert wat Marokko betreft.
In de recente geschiedenis wordt dit ook duidelijk in Saoudi-Arabië
waar met steun van Amerika al jaar en dag niet onmiddellijk een
‘modern’ regime wordt gesteund, en bvb de Taliban die in Pakistan met
steun van deCIA en de USA werd opgericht als instrument om de Russische
interventie in Afghanistan te bestrijden en de godsdienst in Irak opnieuw
een cruciaal verdeelinstrument is geworden om de bevolking tegen elkaar op
te zetten en intussen de handen vrij te hebben voor het eigen
(olie)belang. Op zijn weg naar Frankrijk bood de Egyptische overheid
Abdelkarim El Khattabi asiel aan en na enige dagen ging
Abdelkarim daar op in zodat Egypte het land van zijn ballingschap
werd, waar geen Marokkaanse koning, of vele oproepen vanuit Marokko wat
aan konden veranderen. Marokko was een ‘dictatuur’ die in feite nog
onder Franse en Europese knoet bleef en waar de bevolking haar
democratisch recht niet kon ontwikkelen, punt uit, en daar wou Abdelkarim
El Khattabi, noch zijn zoon, geen zakdoek zijn voor het bloeden. Dit
standpunt en de populariteit van Abdelkarim blijft aldus een doorn in oog
van Marokko en vooral voor de op basisdemocratie en autonomie gerichte
‘Berberse’ traditie, die mede daardoor de eeuwen heeft overleefd.
Tamazigh
Ik
probeer de dingen in m’n hoofd op een rijtje te zetten maar ik voel dat
het nog te vroeg is en dat ik gedurende dit verblijf in Marokko niet op
alle vragen een antwoord zal kunnen vinden. Het gemak waarmee in België
en Vlaanderen over Marokkanen gesproken wordt, Arabieren, zo moet men wel
aannemen, want het Arabisch is toch hun nationale en hun officiële taal,
Noord-Afrikanen, als het even misgaat, die naar Europa gekomen zijn om het
om ‘economische redenen’ beter te hebben. Dat in Marokko nog zelf de
redenen aanwezig zijn om het ‘niet goed’ te hebben en dat Imazighen
een soort veredelde(politieke) vluchtelingen kunnen zijn, om dezelfde
redenen waarom Abdelkarim El Khattabi niet naar Marokko is willen
terugkeren, is nooit bij me opgekomen. Evenmin waarom Rzoezie bv Arabische
lessen organiseerde als tweede taal, wegens het ontbreken van het
geschreven Tamazigh, en het nog grotere gemak waarmee de (goe)gemeente
daartegen te keer ging, niet wetende allicht dat de moedertaal voor de
Marokkaans ‘Berbers’, geen geschreven equivalent heeft (had). Opnieuw
spoken de ‘alfabetiserings’campagnes van indertijd (en deze tijd?) me
door het hoofd, toen ik in de ‘migrantensector’ actief was, waarbij
allicht niet ten volle onderkend wordt dat het ongepast is te spreken over
alfabetisering als de moedertaal niet geschreven of gelezen kon (kan)
worden. Momenteel loopt in 300 scholen in Marokko een project om het
Tamazigh, dwz de geschreven taal van de Amazigh, dwz de bevolking met
Imazighen-identiteit, aan te leren, lesmaterialen te ontwikkelen die
toegeleverd worden door het IRCAM (Instituut de la Culture Amazigh) dat
met een ruim budget op basis van het Ajdir-decreet op 17 oktober 2001
officieel is kunnen tot stand komen. Niet toevallig Ajdir, alhoewel elders
gelokaliseerd dan de geboorteplaats van Abdelkarim El Katthabi. Als het
nog lang duurt gaat hij het toch nog halen. Dood zijnd wordt hij evenzeer
gevreesd als levend!
Rekeningen
Ben
even aan het rekenen gegaan over wat me m’n verblijf gaat kosten. In
Marokko zelf heb ik voor 16 dagen nog maar 3x 50€ gewisseld en ik heb
nog 200dh op zak. Dat is moeilijk te geloven maar vooral het gevolg dat
m’n verblijf zelf ‘Belgisch’ geregeld is, dwz dat het een uitloper
is van m’n vraag aan Marokkaanse kennissen of zij geen verblijf wisten
met een tafel, een stoel, een bed en elektriciteit om te kunnen werken in
Marokko buiten het seizoen. Ja maar dan kan je toch in ons huis, was het
vervolg dat me hier midden het gewone leven gebracht heeft. Het scheelt
allicht als je door de jaren heen je als ‘echte Vlaming’ hebt
opgesteld, dwz behulpzaam,
attent, de kinderen van Marokkaanse buren mee naar het zwemmen nemen,
ongevraagde hulp geven bij huiswerk, de studiekeuze mee overdenken enz..
Zoals een Vlaming in de wereld staat, zonder vooroordeel en zonder
uitzondering handelen, en geen gezever. Soms denk ik dat als Marokkanen
massaal naar West-Vlaanderen waren geëmigreerd er goed wat minder
‘Vlaamse’ problemen waren geweest, de West-Vlaming doét, de
Antwerpenaar ‘zevert en selecteert wat hem best uitkomt’ en de
Brabantenaar denkt enkel in termen van Brussel: is de Marokkaan een factor
die de invloed van Brussel gaat vergroten, ha ja, dan passen we maar beter
op. En een Limburger die dat allemaal zegt, ah, ah. Zodus heb ik al
vijftien jaar geleden berekend dat als er op 100 Vlamingen er 1 was die
een Marokkaanse buur behulpzaam zou zijn, een soort ‘peterschap’ op
zich neemt, dan hadden veel ‘processen van samenleven’ gesmeerder
gelopen en dan hadden de ‘slechte Vlamingen’ die hun eigen roots en
identiteit verloochenen zo geen nefaste invloed kunnen uitoefenen op de
kinderen van de migratie, want opgroeien als kind met de haat in de ogen
omwille van de kleur van huid of de afkomst, is nefast, en dat krijgen al
die slecht menende en slecht willende Vlamingen nu op hun bord. Het zou de
West-Vlaming niet overkomen, behalve als de ‘Marokkanen’ uit Frankrijk
komen misschien. En laat duidelijk zijn dat in Vlaanderen honderdduizenden
gezinnen wel gezorgd hebben voor goed onthaal en hulp als die nodig was,
zij hebben door de jaren heen, wél langs ‘multiculturele’ feesten en
samenkomsten, waar nu zo minnetjes en schamper over gedaan wordt, het
samenleven aan de basis vorm gegeven en er zijn wel tienduizenden
‘migranten’ en nieuwe Belgen die dat ten zeerste hebben weten te
waarderen en daar dankbaar en erkentelijk om zijn.
8
mei 1945
Het
is vandaag toch niet 61 jaar na het einde van de tweede wereldoorlog
zeker? Nu goed, vannacht de laatste hand gelegd aan het
weergavesysteem van 1.541 bio-bibliografische fiches van Gie van
den Berge met getuigenissen over dood en deportatie door het nazisme van
Belgische slachtoffers die het hebben kunnen en willen navertellen,
hetgeen de goed 40.000 doden in vernietigings- en concentratiekampen niet
meer konden doen. Dat 26.000 van deze doden als laatste halte in België
Mechelen hadden maakt Mechelen tot een stad die meer dan welke andere stad
in België ook, een rekening heeft met de geschiedenis. 29 treinen met
telkens een duizendtal Joden en naar het einde toe ook transporten
Zigeuners, zijn vanuit de Mechelse binnenstad onder ogen van duizenden
Mechelaars in de trein gedwongen en langs de Guido Gezellelaan voor hun
macabere tocht vertrokken. Langs buiten is op de Dossin-kazerne in een
zijstraatje als herinnering hieraan
2,5 m2
gedenkplaat te zien. Vijftien jaar geleden werd de opstapkade wegens
vernieuwingswerken van de ring zonder pardon opgeruimd (en niet netjes),
terwijl alles bijeen, in het zijstraatje,
1,2 m
spoor in een beeltenis is verwerkt en een van de beestenwagens in de
kelder van het Museum voor Deportatie en Verzet ondergebracht. Eigenlijk
zouden over de ganse lengte van de Dossin-kazerne in Mechelen, gelegen aan
de Guido Gezellelaan waar al het verkeer langskomt, een spoorbaar dienen
heraangelegd en de laatste beestenwagen erop geplaatst zodat er een
permanente en zichtbare getuigenis van het ‘Mechelse drama’ voor alle
passanten en bedevaarders zichtbaar blijft, zoals ook het geval is voor de
afstapkade in Auschwitz, waarvan het ondenkbaar zou zijn om die ooit weg
te doen. In Mechelen is dat wel gebeurd met de opstapkade voor 26.000
Joden en zigeuners die van daar uit de dood zijn tegemoet gegaan. Van de
1.250 overlevenden zijn er enkelen die getuigd hebben over wat zij en
voordal die onmiddellijk na aankomst in de gaskamers vernietigd werden,
meegemaakt hebben. Het is hen die wij ondermeer met hun getuigenis aan het
woord willen laten op het wereldwijde web zodat hun stem voor altijd
weerklinkt!
Jan,
8 mei 2006
‘Berbers’
– 4
Tijd om nog eens terug te keren naar de ‘Berbers’, de Imazighen, want
wat is volgens Mohammed Chafik, de eerste directeur van het IRCAM, het
officiële Imazighen Instituut in Marokko, het eigene aan de
‘Berbers’? Hebben de Imazighen specifieke kenmerken vraagt hij zich
af, zijn zij ‘geneigd tot anarchie’ en willen ze zich daarom
ontwortelen aan elk gezag dat hen wil besturen , zo luidt nogal eens de
academische vraagstelling door de Europese wetenschappers die de Imazighen
bestuderen. Van deze politiek geïnspireerde verklaring wil Chafik echter
niet weten. Volgens hem is het de geografische aard van Noord-Afrika die
de Amazigh-maatschappij heeft gevormd en deze staat dichter bij de Bedoeïen
dan bij de verstedelijkte samenleving: verschillen in vruchtbaarheid,
temperatuur, droogte, de woestijn achter de Atlasgebergten en de ertussen
gelegen desolate vlakten, de soms jarenlange droogte en hongersnood
bepaalden het voortdurend nomadische bestaan waardoor de stammenstructuur
werd bestendig als meest levenskrachtig in deze omstandigheden. Van
daaruit kunnen de sociale tradities afgeleid worden die op hun beurt de
individuele aard, en dus ook de Imazighen aard bepalen. Voilà. En wat
zijn dan die kenmerken volgens Chafik? We zetten ze even puntsgewijs op
een rij:
- neiging tot ascetisme
-
afwijzen van een leven van overvloed en comfort
-
principe van gelijkheid tussen de leden van de clan
- principe van gelijkheid tussen de clans
- vasthouden aan de regels van samenleven binnen een nomadisch bestaan
- vasthouden aan groepsverbanden
Hierdoor wordt het vermogen om gemeenschappelijke belangen te verdedigen
gewaarborgd binnen de stam en binnen een eventuele alliantie van
verschillende stammen, hetgeen een relatief sociaal evenwicht voortbrengt
dat het opbouwen van een krachtige sociale structuur verhindert, dat
duurzaam is en op één plaats bestaat. Hierin moeten de democratische
wortels van de ‘Berbers’ worden gezocht, evenals het geheim van het
vermogen van de ‘Berbers’ om buitenlandse machten het hoofd te bieden.
Ze hadden bv het vermogen om hun Amazigh-afkomst verborgen te houden en
toch politieke verantwoordelijkheid te dragen in de Islamitische periode
zo merkt Chafik op. Zelfs als je door een vreemde macht bezet wordt toch
de politieke controle behouden, daarvoor moet je bij de Imazighen zijn.
Chafik gaat dan verder in op de wijze waarop de lokale democratie vorm
krijgt.
Abdelkarim
El Khattabi en Mao ZeDong
In
feite ontwikkelt Mohamed Chafik een visie die perfect doet begrijpen wat
door Abdelkarim El Khattabi gedurende vijf jaar (tussen 1922 en 1925) op
een regionaal vlak in de Rif werd gerealiseerd en die als een
onafhankelijke politieke macht fungeerde tav de bezettende machten Spanje
en Frankrijk en de collaborerende Marokkaanse sultans en overheid die niet
wisten wat aanvangen. Zowel Mao Zedong, Ho Tsi Min als Che Gevuara achten
zich schatplichtig aan Aldelkarim El Khattabi die volgens hen voor het
eerste de theorie en de praktijk van de ‘volksbevrijdingsoorlog’ heeft
ontwikkeld en die de cruciale ervaring geleverd heeft voor de
‘democratische’ revoluties in China, Vietnam en Cuba die tot de dag
van vandaag nog standhouden. In feite is dit ook een historische erkenning
van de ‘Berber’traditie en ‘Berber’-democratie waarop Abdelkarim
zich baseerde en die nog altijd leeft in de geesten van de meerderheid van
de Marokkaanse bevolking én hun emigranten.
Een Palestijnse delegatie op bezoek bij Mao Zedong Zedong,
zo doet het verhaal de ronde, vroeg hem ooit wat te doen om hun land en
hun volk te bevrijden. “U bent gekomen om mij te horen praten over de
volksbevrijdingsoorlog, zegt Mao Zedong. Maar in jullie eigen recente
geschiedenis hebben jullie Abdelkrim. Hij is voor mij een van de
belangrijkste inspiratiebronnen geweest, van hem heb ik geleerd wat de
volksbevrijdingsoorlog precies is.'
En hoe zit het vandaag met die
lokale democratie in de ‘Berber’gebieden in Marokko? En schiet daar
wat van over na de migratiebeweging naar Europa van de laatste dertig jaar
en de 330.000 Marokkaanse inwoners in België die voor meer dan de helft
van ‘Berber’afkomst is. Of weten zij voor hun overleven en voor hun
interne op de lokale gemeenschap gerichte democratische tradities ook
‘politiek’ onzichtbaar te blijven om met groter effect zich ter
beschikking te stellen van de eigen gemeenschappen, en wordt deze traditie
niet vermengd met de ‘westerse’ democratische tradities, en is bv de
toegang tot het gemeentelijke stemrecht, Belg-zijnde of als
‘ingeschreven’ vreemdeling, niet erg Amazigh, en ook uit dit
historische oogpunt van fundamentele en voor de ‘Berber’gemeenschap
van essentiële betekenis? De Belgische en andere overheden kunnen er hun
voordeel mee doen: de Marokkaanse ‘Berber’emigranten als dragers van
de nieuwe lente van de basisdemocratie, zoals de (Zuid-Amerikaanse)
bevrijdingstheologie dat ooit ook eens was voor de christelijke traditie
die evenwel, door gebrek aan aanhang en vooral de zelfdestructie waarvan
de katholieke kerk de laatste decennia heeft blijk gegeven, doodgebloed
is, een antipode van de ‘Berber’-identiteit en filosofie wat
historisch overleven betreft. Maar deze bestaat dan ook al een paar
duizend jaar langer dan het katholicisme.
Bouwstages
Als
je de kwaliteit van de ambachtlieden in de bouw en de bouwwerken bekijkt
in Marokko dan kan je niet anders dan besluiten dat het om excellent
vakwerk gaat, zelfs in de ‘gewone huizen worden vloeren en plafonds met
de nodige ‘kunstzinnige’ zorg afgewerkt, zodat je je afvraagt hoe men
het kan doen met soms eenvoudige middelen. De overdonderende afwezigheid
van autoverkeer en de functionele aanwezigheid van goedkoop openbaar
vervoer en taxi’s op diverse niveaus van comfort, interregionaal,
regionaal en lokaal (les petits taxi’s) dwingt respect af. Dat een
organisatie als de Lijn in Vlaanderen
gedurende jaren ‘vreemdelingen’ heeft uitgesloten van een contractuele
functie als chauffeur (slechts 0,2% waren vreemdeling tot 2002, terwijl
hun aanwezigheid in de bevolking 4% was, dus 20-voudig
ondervertegenwoordigd) en dat vreemdelingen en nieuwe Belgen nog altijd
slechts met mondjesmaat een chauffeursfunctie verwerven in de Vlaamse
vervoersmaatschappij wijst hoe dan ook op uitsluiting en onwil van een
‘overheidssector’ in een potentiële sector waarin ‘migranten’ nu
eens wél ervaring hadden. Maar goed, het ging over de kwaliteit van het
vakwerk in de bouw. Zou het niet interessant zijn om Marokkaanse
bouwvakkers, in het kader van uitwisselingsprojecten stage te laten doen
in België zodat zij zich kunnen vervolmaken in de nieuwe bouwtechnologieën,
en is het geen goed idee om Belgische Marokkanen in Marokko hun
‘bouwopleiding’ te laten volgen in de basics van de bouw, en nadien
hun stage in België te laten uitvoeren. Zo kan van al het goede in de
wereld de kwaliteit van de productie er alleen maar bij
beter bij worden en kan ook de Belgische bouwtechnologie de bouw en
de bouwvakkers van Marokko bevruchten en hun jongeren beter uitzicht op
werk geven.
Op 7 mei is de stage beëindigd van de Waaslands Werkwortelproject in
Tetouan. De 7 aspirant-bouwvakkers zijn nu onderweg voor een
inlevingsrondreis doorheen Marokko. Ben er niet geraakt, mede doordat de
reis op- en af telkens 9 uren bus bedraagt en het zou me al vlug vier
dagen gekost en mijn eigen werkzaamheden in het gedrang gebracht hebben.
Zal me later uitvoerig informeren over de ervaring én mogelijkheden om
desgevallend vanuit de regulier gezondheidssector in België
samenwerkingsprojecten op te zetten in het derde wereldland dat Marokko.
Eventuele samenwerking tussen steun aan sociale bouwprojecten in Marokko
(zoals het Werkwortelproject) en personele ondersteuning vanuit
gezondheidsprojecten , zoals het Sri Lanka project – kom naar de Nacht
van de Non-Profit op 10 juni
2006 in
Gent als steun voor het ‘Elderly Home’ in Sri Lanka.
Electriciteitsfactuur
Intussen
is de elektriciteitsfactuur toegekomen en dat geeft meteen aanleiding tot
grote discussies of ik die nu wel moet betalen of niet. Heb eerst laten
nagaan of er melding is dat ‘deze factuur met bestendige opdracht
betaald wordt’. Indien niet zou ik toch de zorg van betaling op mij
kunnen nemen. Maar neen, dat is allemaal geregeld. Ja maar als alle
Marokkanen in België zo met hun facturen van nutsvoorzieningen omgaan dan
zou het nogal wat geven. De Belgen die in Marokko verblijven hebben toch
ook hun plichten. Dat was een snijdend argument en ik zal nog zien wat ik
doe, misschien eens vragen hoe het juist zit met automatische betalingen
en hoelang met betaling kan gewacht worden bv, en wie normaal deze
facturen betaald.
Hollands
schoon
De
Nederlanders die je hier ontmoet zijn in drie op de vijf mensen die ik
ontmoet heb ‘uit het land gezetten’. Vroeger ja, kon je als
‘illegaal’ met wit werk het jaren harden, maar nu lig je er uit zo
vlug je wat mispeutert of niet alles is zoals het moet zijn. Zo had ik een
jaar 199,5 dagen wit gewerkt maar het moest 200 zijn dus dat jaar telde
niet mee voor m’n 6 jaar regulier werk voor een vaste
verblijfsvergunning en ik lag eruit. Hier draag ik nu het brood rond voor
de bakker en daarmee kan ik het voorlopig stellen. Maar ik ga terug.
Anders is het voor de Nederlandse jongen van 28, ongetrouwd, wel nog een
zus en twee broers in Nederland en laatste 15 jaar woonachtig, werkend en
zwalpend in Nederland. Z’n verblijfsvergunning niet kunnen verlengen
wegens een half jaar gevangenis en op het vliegtuig naar Cassablanca gezet
en klaar was Marokkaanse Kees, die zich nu permanent zit op te jagen over
het gebrek aan vrijheid in Marokko. Als je publiek twee pintjes drinkt in
Marokko vlieg je drie maand in de bak en met meisjes probeer je maar best
niets. Zodus concludeer ik, openbaar druggebruik en publiek stappen zetten
om het andere (of hetzelfde) geslacht te versieren zijn in Marokko niet
toegelaten. Jij weet nog niet goed wat in Nederland allemaal kan op het
gebied van drugs en seks in de publieke omgeving, zelfs veel meer dan in
België. Maar heb je dan geen steun van een of andere sociale
zekerheidsinstelling uit Nederland, je hebt toch gewerkt. Neen, en
pensioen is maar vanaf 45 jaar betaalbaar. Je hebt toch nog genoeg familie
ginder om een en ander voor jou in orde te brengen of willen die niet meer
van je weten, heb je de slechte dingen gedaan op het moment dat je het nog
goed kon maken voor jezelf, waarom ben je geen ‘echte’ Nederlander
geworden enz. ‘k Zal er niet veel wijzer van worden denk ik , en ook
niet alles weten, maar het is illustratief, er is een dubbele re-emigratie
bezig, van oudere Marokkanen die terugkomen en een winkeltje opzetten of
een en ander om na het werken in Europa een en ander om handen te hebben,
en de noodgedwongen, veelal jongere terugkeerders die hier nog voor
‘problemen’ kunnen zorgen, maar die de wegen kennen om op een gegeven
moment terug te keren naar hun land van oorsprong, Nederland dus, en een
streng beleid nu tav Nederlanders van vreemde afkomst is dan een ticket op
nog grotere problemen later. België gaat daar allicht ‘realistischer’
en in de ogen van de Nederlanders ‘redelijker’ mee om. En al die
Marokkaanse jongeren hier, die willen maar één ding, naar Europa, en men
liet me een briefje van 5€ zien waar de ratten aan zouden geknaagd
hebben, zo erg is het hier. Maar besef dat in België er méér ratten
zijn dan inwoners en er dubbel zoveel varkens zijn als mensen, probeerde
ik nog een dam op te werpen.
Nescafé
Toevallig,
bij een laatste tas koffie om 21h een groot glas warme melk en een zakje
“nescafé” voorgezet gekregen, dat is veel lekkerder dan van het
machien, zegt iemand uit Eit Al Kadi waar ik ’s anderdaags op bezoek ga.
Monaim, de onderwijzer die daar reeds zeven jaar les geeft aan de eerste
graad van de lagere school heeft me uitgenodigd. Hoog in de Rif gelegen is
daar geen elektriciteit en gezien de afstand tot Al Hoceima, waar hij
woont, blijft hij in de week ginder. M’n laatste week-end in Marokko mag
ik in zijn thuis doorbrengen, samen met z’n zuster Samira en z’n
moeder. De ‘Nescafé smaakt - alhoewel wordt dit product niet als
‘Israëlisch’ product geboycot? -
en met de Nederlander die ik al eerder ontmoet heb als tolk kan ik
toch een gesprek aangaan over Eit Al Kadi, waar zijn vader nog woont en
over de huizen die bij de aardbeving enkele jaren geleden zijn ingestort
of die leegstaand van ouderdom vervallen. Zodus om 21uur ga ik nog een
paar uurtjes werken, laat ik me ontvallen, ik heb wel al 7 uur goed
gewerkt maar daar kunnen nog gerust drie uur bij, hetgeen iedereen in een
hartelijke lach doet schieten waarvoor ik alle begrip kan opbrengen. Maar
ik wil graag nog de laatste hand leggen aan de 4.500 linken die de
ervaringen van de 1.600 Getuigen over de 150 concentratie-,
vernietigings-, werkkampen en gevangenissen onder het Nazisme regime
verbinden aan hun biografische en bibliografische fiches. Het is een
monnikenwerk waarvan het einde in zicht komt. Waarom dit werk nog manueel
doen als er goede programma’s bestaan en databases die dit in een
oogwenk klaren zullen de echte techniekers zeggen. Daar ben ik nog niet
uit, maar het continue overzicht van het geheel, de linkbaarheid van elke
informatie en de kneedbare vorm in een wisselend geheel van frames doen me
vooralsnog opteren voor deze aanpak. Zien wat het bij publicatie geeft.
Alles bijeen is het een ‘eindig’ werk. Eens gereed moet het enkel
aangevuld worden met de getuigenissen van na 1994 en gezien de 2de
wereldoorlog steeds verder af komt
te liggen en de laatste getuigen naar hun definitieve rustplaats gaan,
wordt hun (op het net gepubliceerde) getuigenis een soort monument of
memoriaal dat door iedereen kan bezocht
worden.
Eit
Al Kadi – 1 – Kinderbijslag en meel
Onderweg
naar Eit Al Kadi, tegen de flanken op van de afgeronde heuvels en bergen
van het Rif: de boer met een grote ploegschaar voortgetrokken door een os,
de revolutie die lang geleden toeliet om van de jacht en het trekken over
te gaan naar een sedentair bestaan en zodus naar landbouw en vestiging op
een bepaalde plaats. Vrouwen met strohoeden en kleurrijke kleren, een
zwarte doek rond het gelaat – alleen maar als bescherming tegen de zon
– die op schrale akkers de sprietjes stro met de hand oogsten en in
kleine bundels samen kloppen en binden. Kruiden bijeen zoeken en die in
ronde cirkels te drogen leggen, tegen een bergflank op een klein stukje
grond met de hak bewerken,
tientallen kleine schaapskudden gehoed door ouderen of kinderen. Daarvoor
waren we halfweg eerst Tammasint gepasseerd om een wagen te versieren die
met vier personen aan 10dh elk de tocht naar Eit El Kade zou aanvatten. Na
anderhalf uur wachten welteverstaan, want zo frequent is autoverkeer met
het dorpje gelegen aan de Rhis, een van de twee meestal droog liggende
stromen die vanuit de Rif El Hoceima bevloeien. Intussen zoals beloofd
m’n tas koffie gedronken met de Marokkaans Antwerpse inwoner van
Tammasint die daar met vrouw en twee dochters leeft en die we enkele dagen
tevoren in een taxi hadden ontmoet. Wat staat er in die brief van de
Kinderbijslag van België. Dat je geen recht (meer) hebt als invalide op
aangepaste uitkering voor je twee kinderen in Marokko sinds je met hen
terug naar hier verhuist bent. Als je kinderen in Marokko leven wordt het
recht op kinderbijslag voor maximum 4 kinderen dan nog, verminderd tot
gemiddeld 1/3 of ¼ van het bedrag van de gemiddelde bijslag in België.
Dat is de werkelijkheid die meteen een van de grootste leugens, waarmee
het Vlaams Blok indertijd is groot geworden, ontkracht, nl de sociale
zekerheidskassen die leeggezogen worden door de kinderbijslag voor
Marokkanen die hier komen werken en in Marokko het ene kind na het andere
maken. Niet alleen een leugen maar een onthutsende tegenstelling met de
werkelijkheid die de kinderbijslag beperkte tot 4 kinderen in het
buitenland en dan nog aan gemiddeld 26€ per kind zonder verhoging voor 2de,
3de of 4de kind. Heb van het kinderbijslagfonds voor
m’n vertrek naar Marokko alle
statistieken toegekregen voor vreemdelingen met kinderen in het buitenland
per nationaliteit en per kind van 1950 tot nu. Na het aantal
vreemdelingen, véél meer dan het VB dacht, de veiligheid, veel lager in
verhouding tot het % vreemdelingen dan het VB dacht, nu de grootste leugen
van het VB aanpakken, het kindergeld voor kinderen in het buitenland van
vreemdeling is tot vier keer lager dan het gemiddelde voor kinderen in
België en dan nog beperkt tot 4 kinderen. Een nuancering dient wel te
gebeuren vanuit de eigen Marokkaanse kinderbijslagregeling, zoals Said me
uitlegde: voor de eerste drie kinderen wordt in Marokko voor elk kind
15€ per maand uitbetaald, en vanaf het vierde kind 3,6€. Bij jullie
moeten er juist kinderen gemaakt worden wegens het negatief geboortesaldo.
In de overeenkomst Marokko-België wordt allicht ook om redenen van de
beperkte kinderbijslag in Marokko, het Belgische bedrag laag gehouden,
hetgeen niets af doet aan de leugens van het VB wat dit punt betreft. Aan
de plaatselijke gemeenteambtenaar uit Tammasint vroeg de Antwerpenaar nog
wanneer hij z’n meel kon komen afhalen. Een zak van 50kg meel kon hij
daar voor 106 dh kopen terwijl het in de winkel 450 dh kostte. Een soort
OCMW-regeling van Rabat als tussenkomst voor de behoeftigen om de
voedselnood te lenigen. Voor wie vanuit een andere gemeente komt is het
212 dh. Ik ben van Tammasint én invalide, zodus is de
106 dh op mij van toepassing zegt de Antwerpse Marokkaan die ook hier Belg
blijft in zijn ‘eigen’ land. Zodus eindelijk toch onderweg naar Eit El
Kadi, we geraken er wel nadat ik m’n prijs verhoogd had tot 20dh en met
twee personen kon vertrokken worden.
|

|

|
|
Houtsprokkellende
oudjes |
Schapen op de
droogstaande Ghis |
Jan,
11 mei 2006
School in Eit Al Kadi
Bij
het doorkruisen van de bedding van de Ghisrivier, zonder supplement te
betalen voor m’n taxi, nog een bejaard paar tegengekomen met muilezels
vol takkenbossen, om dan terecht te komen midden een groep joelende
kinderen na schooltijd, meteen het teken van een perfecte timing gezien we
na schooltijd hadden afgesproken met de onderwijzer Monaim. Uitgestapt en
gezocht naar het centrum van Eit El Kadi maar geen gevonden. Enkel de
school, omgeven door het hellend landschap met in de verten op de heuvels
enkele apart staande huizen, de typisch uit een verdiep bestaande
boerenwoningen met verderop een moskee met en piepkleine toren en
luidspreker. Monaim, onderwijzer van de eerste graad, staat ons op te
wachten midden op de speelplaats samen met de onderhoudsman en de drie
‘school’honden. Met vier onderwijzers wordt de school gerund waarvan
twee de ganse week in een huisje langs de school verblijven, drie kamers
en een keuken voor 600 dh elk. Geen elektriciteit, enkel een radio op
batterijen, wat boeken en de eeuwige stilte en rust van het Rif, met om
het uur een auto die in de verte moeizaam door het landschap ploetert. Wat
kan iemand drijven hier al zeven jaar lang z’n professionele loopbaan
uit te bouwen?
De ontvangst is hartelijk en fier wordt het sober klaslokaal met een
absoluut minimum aan didactisch materiaal getoond, het ‘museum’, de
schriften met het Arabisch en de cijfers – bestaan die niet in het
Arabisch wat ik zo stom te vragen. Voorstelling aan de collega onderwijzer
die in de namiddag les gaf, met een klas waarvan het geroezemoes minuut na
minuut aanzwol, telkens afgezwakt en terugkomend na een opmerking van de
onderwijzer. Een geanimeerd gesprek over onderwijskansen, het ontbreken
van de leerverplichting in Marokko, ouders zijn vrij hun kinderen te
sturen of niet, een meerderheid haakt af na het basisonderwijs, Europa dat
in het hoofd speelt van elkeen. Is het dan niet nuttig nu al lessen te
geven over emigratie en Europa, en bv de groei en uitbouw van de Sociale
Zekerheid in Europa uit te leggen en wat dat allemaal aan organisatie,
inzet en strijd gevraagd heeft. Een minzame blik maakt me duidelijk dat
allicht de Marokkaanse overheid de laatste is om een sociaal programma te
realiseren of de ideeën daartoe te geven of te onderwijzen.
|

|

|
|
Monaim met in de
verte z'n 'eenzame' school' |
Enkel het
elementaire is aanwezig |
Het
hart van de emigratie
Of
we niet meteen onze tocht naar het ‘begin van de emigratie’ zouden
verder zetten? Dus opnieuw onder een (gelukkig) benevelde Rif de tocht
naar boven aangevat. Het ouderhuis van Monaim, zijn grootvader en nonkels
vanwaar de tijdelijke en definitieve emigratie gebeurde naar Algerije,
Spanje, Frankrijk en later België. Zijn grootvader samen met diens broer
hebben elk, boven in de heuvels, een huis gebouwd volgens traditionele
methoden, om er het land te bewerken en een gezin te stichten. Zijn
grootvader is in de jaren dertig al naar Algerije getrokken om daar op het
land te werken en bestaansmiddelen te vergaren, op een ogenblik dat Spanje
nog als kolonisator de Rif onder zijn militaire hegemonie had en nadat
Abdelkarim El Khabatti in 1926 de handdoek in de ring gegooid had. Later,
in de Spaanse burgeroorlog hebben ‘Berber’boeren, ondermeer de
grootvader van Monaim, met het volksfront gestreden tegen Franco, samen
met de Belgische Brigaden. Zo haakt de geschiedenis ook hier weer ineen.
Maar die overwegingen zijn veraf als ik me moeizaam, met een door
medicatie afgeremd hart, bergop begeef langs de kronkelende paden en de
door erosie aangevreten rode grond, waar de sporen van hevige regenval nog
duidelijk te zien zijn en alle pogingen om verderop wegen aan te leggen in
de kiem smoren. Hoog op de heuveltoppen staan eenzaam de
elektriciteitsmasten te wachten op bekabeling en ontsluiting van deze
Rifgebieden. De broers van Monaims vader hebben daar in de zestiger jaren
niet op gewacht. Dertig jaar geleden zijn zij het ouderhuis ontvlucht met
vrouw en kinderen, nadat zij in België definitief werk gevonden hadden.
Monaim was toen nog niet geboren maar zijn vader, die in tegenstelling tot
z’n ongeschoolde broers gestudeerd had voor onderwijzer, besliste om in
Marokko te blijven en daar zijn bestaan uit te bouwen, ook al moest hij
later er op toezien dat ook zijn kinderen emigreerden op zoek naar een
(beter) bestaan. Monaims familie groeide dus op in El Hoceima van waaruit
zij nog gedurende 20 jaar elk jaar gedurende twee maand op vakantie
kwamen, hoog in het ouderhuis Eit el Kadi. Monaim, in de voetsporen van
zijn vader, werd onderwijzer en heeft duidelijk zijn hart verloren in de
rust en stilte van de Rif, want eens het
jaarlijkse familieverblijf was afgelopen kwam hij als onderwijzer
werken en wonen in het schooltje waar zijn oudere Belgische nichten nog
school volgden voor zij als naar België verhuisden. Monaims nonkel nam
zijn vrouw en vier kinderen mee om zich in Mechelen, de Marokkaanse
migrantenstad, definitief te vestigen.
Een typisch verhaal van de emigratie, van de pijn van moeilijke keuzen
voor wie vertrekt en achterblijft, families die ten gronde verscheurd
worden, iedereen confronterend met de keuzen die op historische momenten
door grootvaders, vaders en kinderen worden gemaakt, en waar vele gezinnen
en kinderen van alle leeftijden nog altijd voor komen te staan. Maar hoe
kan het onderwijs, zonder leerplicht, hierin de nieuwe generaties een
perspectief geven dat hen opleiding en werk in Marokko zelf kan
waarborgen? Een academische vraag.
|
 |
 |
|
Een typische
landelijke woning met binnenkoer |
Lange voorgevel
met enkel ramen langs de voorkant |
Zwetend, puffend en regelmatig rustend namen wij al deze overwegingen mee
op onze tocht naar de vervallen restanten van de ouderlijke woonst die met
groene blaffeturen in de verte zichtbaar werd tussen cactussen vol
cactusvruchten, omgeven door een concert van vogelzang met hier en daar
uitgespreid de dun bezaaide graanvelden en af en toe een aardappelveld en
pas vruchtdragende amandel- en vijgenbomen. Een woonst zoals we er al veel
gezien hadden, een vierkant blok dat na ontgrendeling een binnenkoer
vrijgaf met aan drie kanten de in blokken van leem, grint en stro
opgetrokken woonruimten, waarbij het dak bestond uit dwarsgelegde
bamboestokken met daarbovenop plastiek en een aanzienlijke hoeveelheid
stenen en grint. Het dak was evenwel op verschillende plaatsen ingezakt en
het bouwwerk wordt jaar na jaar verder aangetast. De leefomstandigheden
konden echter glashelder voor de geest gehaald worden – lemen vloer, de
leefruimten voor elk gezin, vader, moeder, en kinderen, de grootouders, de
kamer voor bezoek.
De vaders in Europa op zoek naar werk en inkomen, de moeders in een
overlevingssituatie met kinderen die opgroeiden in een op de
familiegerichte dynamiek, en dan opeens de beslissing: kom maar af, ik heb
werk, een klein huisje gevonden. Pak het hebben en houwen bijeen, de taxi,
de bus, de boot of vliegtuig en elkeen wordt dooreen geschud, het leven
omgekeerd, het zal nooit meer zijn als vroeger, de familie, scheurt als
een volgroeide cocon uiteen om uit te vliegen, de ‘Berber’ziel aan de
Rif onttrokken, de kinderen, niet goed wetend wat, gaan mee, met schrik
maar ook benieuwd. Neven en nichten moeten afscheid, nemen, nonkels en
tantes, wie maakt de beste keuzen, waar moet het naartoe, hoe zal het
verder gaan en wie draagt verder zorg voor het ouderhuis. Monaim’s hart
bloedt als hij het huis, waar hij nooit gewoond heeft en enkel tot voor
zeven jaar jaarlijks twee maanden geleefd heeft, zo onder ogen ziet. Voor
mij zijn het restanten die me doen denken aan een Marokkaans Bokrijk, een
beeld van hoe het er gedurende eeuwen aan toe gegaan is en hoe het ooit
nog in een bezegelde en versteende vorm aan komende generaties zal getoond
worden. Na nog enkele foto’s is m’n reportage gereed en gaan we nog
een stapje hoger naar de bron die al eeuwen bijna druppelsgewijze dit
kleine gebied rond de boerderij bevloeit en waarlangs biezen metershoog
opgroeien, de eeuwige leveranciers voor manden en korven waar ook ter
wereld.
Bergaf is evenals bergop vermoeiend, maar het dal wacht en het is raden
naar de tijd die het zal duren
voor een auto naar het dichtst bijgelegen stadje Tammasint terugkeert. Een
uur en een kwartier is nog te kort om voluit te genieten van de rust, de
stilte, de herders die met hun schapen voorbij toefen, de muilezel die met
zwaarbeladen korven zich een weg baant door de vlakte. Met de volledig
afgeleefde wagens, nu met vier personen aan boord, dwz 10dh voor de
terugreis, wordt de weg aangevat langs de heuvelruggen, de vrouwen op het
land, de os en de ploeg, het drogend kruid, de schrale akkers tot de wagen
vol gas op de geasfalteerde weg het onderkomen en uitgemergelde dorp
Tammasint binnenspurt. Na een half uur kan een andere taxi, drie man voor,
vier vanachter, vertrekken naar Imzouren zodat ik uitgeput, fysiek en ook
wel mentaal m’n avond kan aanvatten, zonder evenwel nog iets op papier
te krijgen. Ik ben kapot, de emigratie heeft me geveld.
Geboortehuis
Abdelkarim El Khattabi
Er
werd mij door Said op gewezen dat ook Patrice Lumumba een regelmatige
bezoeker was van Abedelkarim in Egypte, hetgeen me de achtergrond en de
toespraak van Lumumba bij de onafhankelijkheid van Congo in 1960 eensklaps
veel beter deed begrijpen. De laatste beelden van Lumumba, weggevoerd op
een kamion om beestachtig afgeslacht te worden, zijn me altijd blijven
achtervolgen, en zoals voor Marokko, zal ook voor Congo de politieke
toestand verder moeten evolueren ‘om z’n helden waard te zijn’.
|
 |

|
|
Enkel ruines met
het 'Spaanse eiland' op de achtergrond |
Administratie van het 'vrije Rif' in Ajdir
tussen 1922-26 |
Aldelkarim heeft tot het einde van z’n leven geweigerd om naar Marokko
terug te keren, zelfs z’n laatste resten worden niet naar Marokko
overgebracht zolang Marokko niet bevrijdt is van het ‘kolonialisme’
dat onder zovele vormen zich verder in het hart van de staat genesteld
heeft. Was dan toch benieuwd om het geboortehuis van Aldelkarim te
bezoeken en de restanten van de administratieve gebouwen in de periode van
het autonome Rif-gebied. Maar hier trof ik enkel ruïnes aan, vervallen en
in feite met de grond gelijk gemaakt, enkel restanten van muren
waardoorheen nog het Spaanse eiland te zien is dat voor de kust van Al
Hoceima eeuwenlang Spanje toeliet de Noord Afrikaanse kust onder controle
te houden en dat nu nog altijd fungeert als een Spaanss gevangenis. Op een
steenworp van zijn huis heeft Abdelkarim de impact van de Spanjaarden
vanaf de moederschoot kunnen volgen. Na school gelopen te hebben in
Melilla, volgde hij rechten en militaire studies in Fes voor hij naar
Madrid trok om er mijningenieur te worden. Bij de eerste militaire
confrontaties tussen Rifstrijders en Spanjaarden werd al deze kennis ten
zeerste nuttig om, voortbouwend op de ‘Berber’tradities een
‘autonoom’ Rifgebied te herwinnen op de Spanjaarden, zonder
separatistische en nationalistische ambities, wat de Spanjaarden maar al
te graag gewild hadden. Wanneer de Zuiderse ‘Berber’stammen op hem
beroep doen de Fransen aan te vallen slaagt hij er eerst in de Fransen uit
de Rif te verdrijven tot op
10 km
van Fes, maar moet hij uiteindelijk plooien voor de overmacht van de
verzamelde Franse en Spaanse militaire macht. Intussen heeft hij de
administratie en samenlevingscodes gemoderniseerd en werden bv het aantal
feestdagen bij een huwelijk van 7 op 3 teruggebracht zijn.
Maar zijn geboortehuis ligt in puin, geen pijltje van de steenweg
af dat naar zijn huis verwijst, geen gedenksteen, of plaatje dat hem
minimale eer betuigt; bij een volgend bezoek aan Marokko zal ik daar zorg
voor dragen neem ik me in een impulsieve reflex voor, die ik evenwel nog
wil afpunten bij Said.
‘Berbers’
-5
De vraag moet gesteld, de vaststelling gedaan, zoals Mohammed Chafik ook
doet in zijn Geschiedenis van de ‘Berbers’
(pas nu vastgesteld dat Chafik in z’n oorspronkelijke boek ‘Berbers’
altijd tussen aanhalingstekens plaatste, in de Nederlandse vertaling heeft
men dit, ten onrechte, weggelaten) is dat de eigen geschiedschrijving, dwz
elke kennis of wetenschap over de Imazighen gebeurd is op basis van wat in
andere talen over hen terug te vinden is! Heb zelf al aan verschillende
‘Berber’-migranten gevraagd waarom zij nog niet de geschiedenis van
hun migratie op papier gezet hebben – omdat wij geen geschreven taal
hebben, is een antwoord dat ik nog nooit gehoord heb maar dat me als een
evidentie door het hoofd schiet. Ook voel ik me enigszins ongemakkelijk
omdat ik als een derde, een observator, voortgaande op de geografische en
materiële restanten, toegang zoek tot (een van de) harten en beginpunten
van de emigratie van de ‘Berbers’ en hiervan in een andere taal
verslag uitbreng. De keuze in Marokko om in drie taalvarianten het Amazigh
in de schoolprogramma’s te verwerken en daarvoor alle leermiddelen te
ontwikkelen kan een richtpunt zijn om ook in België het Amazigh in de
‘keuze’-taalprogramma’s in te schrijven en gelijklopend met hun
introductie in Marokko ook in Vlaanderen programma’s op te zetten.
Hierbij zal nog moeten uitgemaakt worden welke ‘letter’ te kiezen: om
niet de Arabische of Latijnse schrijfwijze waartoe in het Westen meestal
voor geopteerd werd maar de eigen Amazigh schrijfwijze, zoals in Marokko
gebeurd is te verkiezen lijk evident. Door het ontwikkelen en aanleren van
een schrift dat met de Islam en de Arabisering 13 eeuwen geleden is
verdwenen, kunnen de Imazighen hun migratie in hun eigen taal verwoorden
en van daaruit vertalen in
ondermeer het Nederlands. Ben benieuwd om hun verhaal dan eens naast de
voorstelling te plaatsen die ik me ervan gemaakt heb.
Spanje
en Algerije
Said
springt nog eens binnen. Hij (en ik) voelen de tijd korten en we hebben
het nog niet over de Westelijke Sahara en het MINURSO gehad. Vorige week
is nog een Algerijn op bezoek gekomen en ik heb met hem een ganse nacht
over de Westelijke Sahara gepraat zegt Said, je kan toch langer blijven,
je bent aan niets gebonden doet hij me een suggestie. Neen, neen, m’n
vliegtuigticket is first-minut en fix, ik kan het niet inwisselen. Maar
waarom zijn in de dertiger jaren Marokkanen, ‘Berbers’, zeg maar,
vanuit de Rif naar Algerije getrokken en later naar Spanje en Frankrijk,
zonder te emigreren weliswaar, wil ik weten. Zij hebben zo toch al
ervaring opgedaan van verblijf in andere landen, en aldus voor hun eigen
kinderen de poort van een definitieve emigratie die in de zestiger en
zeventiger jaren zou volgen in feite open gezet . Jamaar Jan, je hebt het
toch nog niet goed begrepen. Je moet beseffen dan de Spaanse kolonisatie
tot 1955, evengoed als de Franse, het reeds arme Rif in een uitzichtloze
positie geduwd hebben. Met de steun van Frankrijk heeft
Spanje zich als koloniale macht kunnen herstellen na de nederlaag
bij Anwal door Abdelkarim. Jullie Vlamingen moeten toch weten wat de
Spanjaarden allemaal in huis hadden aan bloedige onderdrukking, en
leegroven van de gebieden die zij bezetten. Alle, met veel zweet gewonnen
amandelen, olijven, granen werden met kleine bootjes overgevaren naar de
grotere Spaanse boten die in
de baai van ondermeer El Hoceima te wachten lagen. De grootvader van
Monaim is naar Algerije gegaan om daar allicht op de grote
landbouwbedrijven te gaan werken als ‘bewaker’. Want, moet je weten,
de ‘Berbers’ zijn een
‘moedig’ volk, strijders en in feite ook ‘krijgers’, zij zijn
altijd door de wisselende machten ingezet als ‘stoottroepen’ waar het
er om ging om in de eerste linies te vechten. Zelfs nu nog worden de
‘Berbers’ ingezet voor bewakingsopdrachten in de boerderijen in
Algerije waarvan de grens maar
180 km
van hier ligt. Dat doet mer er aan denken dat de uitsluiting van
‘vreemdelingen’ van het
‘bewakings’beroep een drastische uitsluiting geweest is van het
arbeidspotentieel. Dat men nu deze uitsluiting ook voor de ‘opleiding’
wil decreteren, omdat de feitelijke uitsluiting in de beroepsopleiding tot
nu toe ‘onwettelijk’ was, is tegen deze achtergrond ronduit onzinnig.
En Frankrijk was baas in Algerije en daar woog de Franse frank zwaarder
dan de lichte Spaanse peseta die niets meer waard was. Ik wil het graag
aannemen van Said die met een Algerijnse vrouw getrouwd is. Later,
gedurende de Spaanse burgeroorlog werden ook ‘Berbers’ gerekruteerd om
daar om ‘economische redenen’, dwz voor hun inkomen, mee te vechten
tegen Franco, hetgeen voor de ‘Berbers’ ook meteen een reden
was om af te rekenen met hun koloniale bezetter. En Jan, je beseft
niet in wat voor een toestand Spanje gesukkeld was, voortdurende droogtes,
mislukte oogsten, een grootmacht, remember Colombus en de machtpositie die
zij gedurende een paar eeuwen uitgeoefend hebben, ook in Vlaanderen, dat
was in de dertiger en veertiger jaren allemaal voorbij, het is niet voor
niets dat Spanje na de tweede wereldoorlog ondermeer ook voor België een
belangrijk emigratieland
geworden is, ook door de dictatuur van Franco. En dat kreeg ik allemaal
weer over mij heen, wonend in Vilvoorde, de stad met procentueel het
grootste aantal Spanjaarden in Vlaanderen, zoals Mechelen dat is voor de
Marokkanen. Zal ik toch noch eens naar Spanje moeten (terug)reizen, na
mijn blitzbezoek aan Granada, om te weten hoe het dààr zat met de
emigratie.
Memorial
Abdelkrahim
Om
te begrijpen waarom niet alleen het geboortehuis van Abdelkarim maar gans
de administratie van de autonome Rif in Ajdir tussen 1922 en 1926 is
vervallen en tot een ruïne verworden moet je beseffen dat nog altijd,
zelfs met de erkenning van de Imazighen, de figuur en gedachte van
Abdelkarim een vloek is en een doorn in het oog die niet alleen moet
genegeerd maar vernietigd worden. Hoe groter de liefde en de
aanhankelijkheid van de Rifbevolking aan Abdelkarim hoe groter de woede en
negatie ervan door de Marokkaanse overheid. En jij wil langs officiële
weg vragen om een klein plaatje te mogen aanbrengen op de ruïnes. Ze gaan
daar nogal lachen. De administraties, de functionarissen, de gouverneurs,
de politie hier in het Rif worden allemaal uitgeoefend door
‘Arabieren’, als jij daar met je ‘Berber’ziel afkomt dan lachen ze
je gewoon uit. Als je gegarandeerd je vliegtuig wilt missen dan moet jij
maar verdere stappen zetten met je Abdelkarim-memoriaal. Het is niet voor
niets dat het daar een ruïne is en zal blijven, neem dat maar van me aan,
zoals ik van jou zal aannemen als ik in België dingen wil doen die ik
niet ten volle kan begrijpen maar waarvan jij zegt dat ik er rekening mee
moet houden. En heb jij je ideeën over Marokko al een beetje bijgesteld,
of zijn wij nog altijd die onbetrouwbare, moeilijk in te schatten
vreemdelingen, die er meer op uit zijn zich aan hun verantwoordelijkheden
te onttrekken dan ze op te nemen, of erger nog denk je nog altijd dat wij
‘Arabieren’ zijn? Doe hem het verhaal van de moorden in Antwerpen, de
Marokkaanse jongen uit Hemiksem, verdronken na achtervolging, de
skinhead-aanval in Brugge, het racisme en ‘vooroordeel’ dat elkeen nog
met de moedermelk en de a-historische en nationalistische
geschiedenislessen binnenkrijgt, het verschil tussen Vlamingen en Walen
dat zoals de ‘Berbers’ en Arabieren niet altijd evident duidelijk te
maken is, en zijn er wel zo grote verschillen behalve dan in termen van
wie politieke en economische macht heeft. De ‘Berbers’ in Algerije
bezitten, in tegenstelling tot die van het Rif, wél economische macht
enz. Zeg aan Said dat ik in een grote eenheid met mezelf en continuïteit
met m’n ideeën heb kunnen leven in Marokko, dat het me nu al wat
moeilijker afgaat met de dubbele re-emigratie van bruggepensioneerden en
uitgezetten, en zeker nu de voorwacht toekomt van de vakantieaanwezigheid
die Imzouren tijdelijk tot een anarchie zal veroordelen, zoals de twee
gemeentelijke ambtenaren me voorhouden, die voor mij excellente
‘onthaalbedienden’ en kameraden geworden zijn die met grote
intellectuele honger elk thema konden en wilden aansnijden. Dat ik zo
doorgedreven en diepgaand over ‘elementaire’ kennis kon praten was
voor mij een echt surplus, samen met de zorg die ik kreeg, zeker als men
tot de familie geacht wordt, zonder er wat voor terug te verwachten. Als
bij ‘ons’ voor iets of iemand gezorgd wordt dan is altijd de eerste
vraag, hoeveel kost het en wat moet ik u.
Intussen leven zij in een middelgrote stad (30.000 inwoners) waar 60% van
de huizen niet permanent bewoond zijn wegens immigratie naar Spanje,
Frankrijk, België, Nederland en Duitsland. Ook Spanje is na de
onafhankelijkheid in 1955 een
belangrijk emigratieland geweest voor Marokko, zeker voor de ‘politieke
vluchtelingen’ die toen bij hen erkenning kregen. Zelfs de oproep tot
terugkeer onder koning Hassan II heeft niet veel effect gehad. Ook vanuit
Spanje is er een continue doorstroom geweest van Marokkaanse ‘Berbers’
naar de hoger gelegen landen. En dat doet me beter begrijpen waarom veel
Marokkanen uit België op vakantie gaan naar familie in Spanje, eerder nog
dan in Marokko zich aan te sluiten bij de massale intocht in de
vakantiemaanden. Ook de Marokkanen worden zo Belgen aan de Costa’s.
Schoenpoets
en vers sinaasappelsap
Ben
veraf van m’n meer verteerbare tussendoortjes, zoals het vers geperst
sinaasappelsap – zeker eens proberen zeggen de toeristische gidsen
terecht - vluchtend voor de regen genuttigd in een soort cremerie, met
uitzicht op de stalletjes van schoenpoetsers die als de bliksem hun zaken
in veiligheid brengen. Zo ook de schoenpoetser met een ingenieus karretje
van uitschuifbare panelen en lades, een beetje zoals de Leuvense
ontwikkelingswerker die voor zijn verblijf in Bolivia een mobiel schooltje
had gemaakt dat hij later met steun van de technische scholen in redelijke
aantallen heeft gedupliceerd. Misschien heeft hij zijn idee wel gehaald
bij de schoenpoetsers van Imzouren, waarbij ik me afvraag of ik ooit
welstaande mijn schoenen zou laten poetsen of dat ik ze, allicht tot
groter ongemak van de poetser, zou uitdoen en ze zo laten kuisen.
Jan,
13 mei 2006
Déja-vu
Op BVN-satelliet-TV zondagochtend ineens in het debat verzeild met oude
bekenden – even een déja-vu, wordt hier een historisch document
uitgezonden van 15 jaar geleden, met de jonge Somers, frisser dan ooit,
Van Hecke van het VB verkrampter dan ooit, de oudgediende Marokkoaanse
Molenbekeeks politicus die als een Dielts in de mijnstaking van 1970 z’n
weg verloren is, een vierde nieuwe of oude debatteur wiens microfoon meer
uit dan aan stond en moderator Van Sevenant, die ter plekke vijftien jaar
ouder geworden is uit pure wanhoop geen enkele spreker ook maar een even
apart aan het woord te laten.Het gaf een erg vervreemdend effect na bijna
vier weken zonder TV midden een volledig uit de hand lopend debat
terecht te komen, een ware cultuurschok. M’n Marokkaanse gastheer Monaim
kwam in de wondere Belgische wereld terecht,
hij moest echt de taal niet kennen om met enige afschuw de
Babylonische spraakverwarring te observeren, zeker nadat ik hem uitgelegd
had dat het lichaam van de allicht om racistische motieven in het water
gesprongen en verdronken Marokkaanse jongen uit Hemiksem momenteel samen
met z’n moeder in Marokko om er begraven te worden, en dat er enkele
dagen geleden door een scholier op vreemdelingen geschoten was om toch nog
iets goed te doen alvorens een einde aan z’n leven te maken, nadat hij
op school betrapt was op roken. Het doelgroepenbeleid voor Marokkanen en
andere vreemdelingen moet afgeschaft worden klonk de oneindige herhaling
van Somers, de overheid mag nog alleen maar het individu benaderen en
erkennen, hetgeen me toeliet aan Monaim uit te leggen dat dit in feite een
fascistoïde standpunt is waarbij de overheid op basis van corporatisme
alle belangen bundelt en elke autonome organisatie, ook van vakbonden,
leerkrachten, vereniging op basis van religie, afkomst of wat dan ook
negeert. Onder het mom het absoluut recht van de individuele burger te
waarborgen, het absolute dictaat van de overheid instellen. En daar kent
men in Marokko ook wat, Somers zou hier zelfs nog een lesje kunnen leren.
Het nieuwe liberalisme van de burgemeester van Mechelen, die op deze basis
komaf wil maken met het Jeugdhuis Rzoezie. De nationale politiek gestoeld
op het onvermogen te leven met de Mechelse
realiteit die ‘Marokkaans’ en laat ons maar zeggen
‘Amazigh’-gekleurd is, en als dat nu niet eens de ‘specialisten'
zijn van de conformering en overleving in vijandig gezinde omgevingen. Zal
Somers er, zoals de Spanjaarden, z’n tanden op stuk bijten, of zal hij
zwaardere middelen moeten inzetten? Ja maar de vreemdelingen die
misdrijven plegen moeten het land uit, ook al zijn ze hier geboren en zijn
ze nog nooit in Marokko geweest, kwam Van Hecke nu met zij agenda boven.
Je veralgemeent, het is waar dat ‘vreemdelingen’ vijf maal meer
vertegenwoordigd zijn in de criminaliteit dan Belgen, komt Somers tussen,
maar 95% van de vreemdelingen hebben nog nooit criminele feiten gepleegd,
zowaar een poging om het veiligheidsitem te nuaceren, “vreemdelingen en
misdrijf: schromelijk overdreven, volgens Somers – alleen die 5x hogere
misdrijvigheid, dat was het
dubbele van Van Sans onderzoek in 2000 en dat sloeg dan nog op jongeren.
Daar moet ik bij thuiskomst eens verder naar vragen. Heb aan de minister
van Binnelandse zaken, aan de Nationale politiediensten de Burgemeester
van Mechelen en die van Vilvoorde de concrete misdrijfcijfers opgevraagd
op gemeentelijk niveau om een meer diepgaande analyse te maken en
ondermeer het onderzoek van Van San te actualiseren. De publieke
verklaring van Somers kan me hiertoe het verdere materiaal bezorgen, zo
probeerde ik nog aan Monaim op deze Belgische zondagochtend in Marokko
verduidelijken. Akkoord met uw veiligheidaanpak, zegt de 4de
gesprekspartner maar jullie begaan zelf een misdrijf want racisme is
strafbaar. Wij zijn niet racistisch kwam Van Hecke er in het rumoer nog
even bovenuit, wij zeggen daarmee alleen maar wat de meerderheid van de
Vlamingen denken. En daarmee waren de doden,de families, de inwoners van
vreemde afkomst en de goedwillende en –menende Belgen alle oneer
aangedaan die mogelijk was. Van Sevenant kon zich enigs herpakken in z’n
interview met de Antwerpse burgemeester. Maar nu was het de burgemeester
die, tot consternatie van Monaim die het Belgische internationale
satellietmoment life kon meemaken, onderuit ging en z’n emotie niet meer
de baas kon. Patrick Janssens vond de tijd nog niet gekomen om na te gaan
waar nu juist de ‘politieke’ knelpunten lagen die er toe geleid hebben
de ganse Antwerpse gemeenschap zo in diepe rouw te dompelen. Het voorbije
debat vond hij, terecht, een schande en hij hoopte op een rustige stille
mars op 26 mei, wanneer de Marokkaanse moeder teruggekeerd was van de
begrafenis van haar zoon. En moest een schools (opvoedings)systeem niet
bevraagd worden, vroeg ik me verder af, naar de ‘onderhuidse’ ideeën
die bij leerlingen en leerkrachten leven en waar de school toch een
verantwoordelijkheid in had. Ook de bisschop van Antwerpen weet niet waar
naar toe met z’n schuldgevoel, was het geen ‘katholiek’ jongen
geweest in een ‘katholieke’ school. Heb zelf bv vorig jaar nog met
handen en voeten niet alleen moeten uitleggen aan m’n Marokkaanse
buurjongen van het 5de jaar middelbaar wat de naam van z’n
school, Maria Onbevlekte Ontvangenis betekende, maar ook dat ‘neger’
en ‘negerin’ woorden waren met een racistische bijtoon en in ieder
egval een overblijfsel van de koloniale tijden. Ja maar onze leerkracht
heeft ons dat altijd zo geleerd; was het die met VB stickers op haar
boekentas die dit jaar op het VB-secretariaat is gaan werken? Jawel. En
wat te denken van het ‘sanctiebeleid’ op scholen waar de
uit-internaatzetting en ook de feitelijke uit-schoolzetting blijkbaar het
enige ‘pedagogische‘middel zijn om jongeren tot betere inzichten en
handelen te brengen, zodanig dat dit het punt is om door het dak te gaan.
Heeft men in Roeselare, Antwerpen en elders dan nog nooit gehoord over
Hergo, herstelgericht overleg waarbij, met akkoord van alle betrokken, de
sociale en schoolse context gemobiliseerd wordt om het aangedane onrecht
te herstellen op een wijze die haar effectiviteit bewezen heeft. Ook deze
elementen in duiding en analyse hebben we, ver in Marokko, nog niet
gehoord ook al treft Minister van den Broucke maatregelen of Hergo in de
scholen binnen te brengen.
Civiele
Bescherming
Bij
een eerste verkenning in El Hoceima, onze nieuwe verblijfplaats voor een
WE, op de gebouwen van de Civiele Bescherming gestoten, blauwe driehoek op
oranje-achtergrond, het internationale kenteken. Aan de poort een gesprek
aangeknoopt en de hartelijke groet overgebracht als oudgediende
vrijwilliger van de Civiele bescherming in België aan de collega’s in
El Hoceima. De luitenant van dienst
wordt er bij gehaald en de mededeling dat ik gedurende 12 jaar een vijftal
groepen vrijwilligers uit Brabant instructie gegeven heb over de
NBC-gevaren en wat er tegen te doen, was voldoende om alle poorten voor me
te openen. Ik moest zeker de volgende dag terugkomen, dan was de
commandant daar en kon men mij het ganse arsenaal tonen, want in
tegenstelling tot België is in Marokko de brandweer onderdeel van de
Civiele Bescherming. Nous sommes vraiment ravi de votre visite, zo klonk
het. Heb hen naar een ander moment verwezen gezien ik maandagochtend terug
op pad moest naar Imzouren maar bij een volgend bezoek aan El Hoceima, zou
ik zeker langskomen.
Het
hart van El Hoceima geopend
Was
een beetje beteuterd uit Imzouren vertrokken. Een ontvangst ten huize
Norridin met een groenten- en een dubbelle schotel vis en vlees en
overvloedig fruit achteraf, mannen onder mekaar, had me duidelijk gemaakt
dat m’n ervaring bij de familie in Nador, mannen en vrouwen vooral
omwille van plaatsgebrek samen, had me op het verkeerde been gezet. Het
aparte leven van mannen, het zoontje dat op z’n 10 al perfect Frans
sprak, was mee partner aan tafel, vond ik gedurende de eetmomenten,
confronterend. Liever arm maar samen dan beter gesteld en apart? En hoe en
wanneer de twee ongetrouwde zussen van Said aan een man zouden geraken?
Dat zou de vader uitmaken. Dat was nu eenmaal zo. Wetend dat er op dit
vlak verschillende gebruiken zijn en er een evolutie aan de gang is, en de
werkelijkheid zoals dikwijls de cultuur achterhaald, had ik bij dit
gesprek toch geen echt goed gevoel. Ook de beperkte aanwezigheid van de
vrouw in het samenleven leven in Imzouren, wel op straat maar geen
communicatie behalve in de professionele dienstverlening, kon ik niet
negeren, wel de schoolkinderen die viermaal daags de straten inpalmden en
de winkelende vrouwen die, bij aankoop van m’n moor bv vroegen of ik aan
m’n huwelijksuitzet bezig was, neen zei ik, ken jij soms iemand? Nadat
ik in El Hoceima de vissershaven had bezocht en er in de gelegenheid was
een fotoreportage te maken van de haveninstallaties, de laatste uitvarende
boot voor de nacht kon ik de visvangst met zeker vijftien verschillende
vissoorten digitaal vastleggen. Daarna moeizaam de berg naar omhoog, en op
de grote plaats, bijna te vergelijken met deze van Sint-Niklaas, een
wondere wereld voor me zien opengaan. Hel verlicht, een zachtere
temperatuur dan vorige dagen, een zondagavond om 19h, mannen én vrouwen,
waarvan de helft met en de andere helft
zonder hoofddoek, paraderend, zich tonend met felle blik,
uitgelaten, geen vrijersscènes, dat is wanneer de buitenlanders komen zal
Said me later op de avond zeggen, een lawaaierige trouwersstoet die
voorbijkomt, exotisme, Casablanca in het klein in deze stad met de baai
als een halve maan en met haar hart geopend naar Andalusië en het westen,
waarvan ze nog veel compensatie verwacht voor de kolonisatie,uitbuiting,
onderdrukking en negatie, niet in het minst door haar eigen overheid.
De
‘buitenlanders’ in Imzouren
Terug
in het kleine wereldje van Imzouren, de littekens van de aardbeving nog
zichtbaar. Op dertig jaar tijd is het aantal huizen verdubbeld, niet
dankzij, want dat klinkt te positief, maar door het geld van de
‘migranten’, les pauvres zoals Said ze smalend noemt, voor wie Marokko
niet goed genoeg was en die nu
bijkomend aan de vakanties, terugkomen als bruggepensioneerden en in het
slechtste geval als uitgezetten. Men ziet ze hier niet graag (terug)komen,
een soort landverraders dat zich opnieuw komt nestelen in
de moederschoot die zij verlaten hebben. En de inspecteurs van
Nederland zijn al op weg om hun goederen en inkomsten hier te registreren
en bij in te schrijven op hun belastingsformulieren zo weet Said langs de
satelliet-TV. Ze gaan nog lachen, die Nederlandse Marokkanen. En Belgen,
zo voeg ik er braafjes aan toe want de eerste parlementaire vragen zijn
hierover ook al gesteld. En Jan, heb je het hier kunnen stellen, wil je
nog niet blijven? De zorg die me heeft omgeven, de discrete aandacht en
het gedegen gesprek, de vriendschap en kameraadschap, de ‘familiale’
opvang en ongedwongen vriendelijkheid zonder iets terug te verwachten; dat
is wat anders dan die Marokkanen daar bij jullie. Bij ons is alles puur,
het eten waar je niet ziek van wordt, de lucht die niet verontreinigd
wordt door een industrie die er toch niet is en de hartelijkheid die aan
iedereen geboden wordt. Maar de jongere die ik vanochtend gesproken heb
aan de Union Marocaine du Travaille, de vakbond, ziet geen perspectief,
werk moet je hier kopen of je moet relaties hebben, hogere kwalificaties
dienen tot niets, in het noorden van Marokko is alles nog uitvergroot en
negatiever aanwezig dan elders, de overheid heeft Abdelkarim en zijn
autonoom gebied van 1922 tot 1926 nog niet vergeten, enfin, ze doen alles
eraan om het te doen vergeten bij de mensen en ze intussen in de steek te
laten en elke ontwikkeling te boycotten in plaats van te stimuleren. Besef
dat hierin een van de grote redenen van de emigratie uit deze gebieden
naar jullie landen geweest is, en nog is. Europa neemt dan wel de kosten
op zich van de nieuwe snelweg Tanger-Nador, om een alternatief te bieden
voor de Kifteelt en de drugstraffic, maar de vissers in de haven in El
Hoceima moeten nog op der eerste investering wachten. Er is geen enkele
industrie aanwezig rond een stad die toch te vergelijken is met Mechelen.
Omdat in 1970 de Mechelse industrie nood had aan arbeidskrachten zijn de
Marokkanen van hier naar ginder getrokken. Maar ook niet vergeten
dat na de onafhankelijkheid van Marokko in 1955 velen het land zijn
uitgezet of ontvlucht naar Spanje, vult de afgestudeerde filosoof-poulier
in een laatste gesprek nog aan, en de emigratie van vooral ‘Berbers’
uit het Noorden van Marokko is vooral in dat kader te begrijpen, de
Marokkaanse overheid doet er ondanks de recente erkenning van het
geschreven Amazigh, alles aan om de basisbetrachting van de Imazighen en
de Marokkaanse bevolking, de uitbouw van een echte democratie, te
verhinderen en tegen te werken en de gedachtenis aan de grote Admiraal,
zoals Abdelkarim genoemd wordt, te begraven. Het is een bom die onder
Marokko ligt zo heeft de student vanochtend me in El Hoceima proberen
duidelijk te maken, in het Spaanse huis waar van 15 tot 20 mei een
festival van de Middelandse Amizighen doorgaat met een tentoonstelling van
foto’s en boeken over Aldelkarim, theater, muziek en exihibities in het
Imazighen, niet toevallig georganiseerd door de “Spaans- Marokkaanse
vereniging” omdat blijkbaar
nog altijd dekmantels nodig zijn om het hart en het hoofd van de Imazighen
publiek te laten spreken. Spijtig genoeg moet ik dit festival aan me laten
voorbijgaan.
Marokkaanse communie
Midden
de voorlopige markt in Imzouren staat een vis’restaurant’ waar voor 20
dh drie soorten vis geserveerd worden met de Tamsamine-soep (gemixte
erwtjes, met olie begoten en overvloedig bestrooid met komijn),een
groentensalade en een brood. Bij het einde van m’n maaltijd komt een
jongen van 12 vliegensvlug het halve brood wegritsen, het in tweeën
breken, een stuk terugleggen en er van onder muizen met een klein kwart,
evenwel vliegensvlug
achternagezeten door de kelner en een andere bezoeker, die hem dwingen
het stukje terug te leggen en met veel drukte de jongen wegsturen.
Geen tijd om te reageren, te zeggen, het was overschot, neem het maar,
uiteindelijk me afvragend waarom had hij het niet gewoon gevraagd, en
gekregen, praat na de vaak, maar ook hier hield geen echt goed gevoel aan
over. De armoede, als een priester over m’n tafel neergestreken om samen
met mij het brood te breken, de arme die zelfs in z’n diefstal rekening
houdt met diegene aan wie hij het ontneemt, bewust dat hij in feite
niemand te kort doet omdat het broodoverschot rechtstreeks in de vuilbak
beland en ik gedaan had met eten. Zijn dankbare ogen omdat ik hem liet
doen, zijn verschrikte ogen omdat hij het moest terugleggen, zijn in m’n
hoofd geprent. De Antwerpenaar, die me dit restaurantje had aangewezen en
me er eten had aangeboden, sloeg de ‘armoezaaiers’ niet af, gaf hen
geen geld maar betaalde wel een maaltijd die in een hoekje werd
gesoupeerd. Had z’n ganse leven (37 jaar) op de administratie van de
dokken in Antwerpen gewerkt en was nu, 61 jaar zijnde in echt
(overheids)pensioen. Had gehoord dat er een Belg op bezoek was in Imzouren
en had zo met me contact genomen. De re-emigratie zal hard toeslaan in Imzouren, eerst met de bruggepensioneerden, dan met de gepensioneerden die
nog jaren zullen op en af reizen tussen landen waar ook de eerste
generatie vreemdeling zal blijven en het intussen geworden is in eigen
land.
Jan,
16
mei 2006
|