Jan in Marokko 20 april -18 mei 2006 Printversie (39p)

Op zoek naar de ziel van de ‘Berbers’, 
de Marokkaanse emigratie herbezocht
en Getuigen over dood en deportatie

Jan in Marokko   1
Jan in Marokko –  2
Jan in Marokko –  3
Jan in Marokko –  4
Jan in Marokko -  5
Jan in Marokko –  6
Jan in Marokko -  7
Jan in Marokko –  8
Jan in Marokko –  9
 
Jan in Marokko – 10  
Epiloog

    

NOS-reportage over Abdelkrim El Khattabi
op youtube.com, Nederlands ondertiteld,
schuifbalk zelf naar het begin schuiven.

  
  

Jan in Marokko - 1

‘Berbers’ 1

Dat de Imazighen zichzelf nooit ‘Berbers’ genoemd hebben en toch aanvaarden dat men hen zo betitelde – de barbaren, en deze naam toch voor zichzelf gingen gebruiken, typeert hen ten voeten uit. Overleven als volk zonder nationale ambities of zonder andere volkeren te willen overheersen, wel eens aan de macht komen, zoals twee eeuwen als farao’s in Egypte of in bepaalde gebieden in Afrika een buffer opwerpen tegen Carthagers, Romeinen of Grieken. Altijd was deze keuze gebaseerd op een zekere onderschikking als men tegen de overmacht niet opkon, evenwel zonder de eigen identiteit, trots of eigenwaarde te verliezen. Een parallel met de Vlaamse identiteit, macht en tegenmacht dringt zich op. Vlaanderen heeft doorheen de eeuwen ook regelmatig in onderschikking geleefd maar naast de trots en eigenwaarde uiteindelijk ook voor nationalisme geopteerd, met een samenwerking die hen soms tot instrument maakte van onderschikking van andere volkeren en niet-aanvaarding van andermans eigenheid. Is het omwille van hun Imazighen-zijn dat een goed aantal Marokkanen die zich ‘Berbers’ laten noemen, hun spoor verlegd hebben naar Europa voor een beter leven. Is het omdat zij nooit een gebied geclaimd hebben, geen formele taal als bindend element hebben opgebouwd en vooral een cultuur koesteren van orale overdracht, dat de gedachte kan leven dat een ‘vermenging’ met andere culturen wel eens het einde zou kunnen betekenen van de Imazighen. Een vrees die de spontane en wanhopige weerstand tegen gemengde huwelijken bijvoorbeeld, beter kan doen begrijpen. Alhoewel andere ‘Berbers’ daar weer schamper over doen. Of is hun Imazighen-zijn een reden geweest om zich politiek te manifesteren en op die basis gediscrimineerd en gesanctioneerd te worden?

Spanje Malaga /Almeria / Granada

Vrouwen die roken, het valt op in Spanje. Evenals de schoolmeisjes in Schotse rokjes. Op zoek naar een Tapasbar in een tapiceria op behangpapier stuiten. Bij een halal-slager om halal-water vragen – als beloning verving de baas de literfles uit z’n toonbank door één uit de diepvries. Spaanse Marokkanen mét gevoel voor humor. En dan de zoektocht naar een paspoort, waarom had ik dat eigenlijk niet bij?. Zodus eerst naar het Marokkaanse consulaat verwezen. Een rij van 80 wachtenden was niet direct een soelaas. Telefoon naar de Belgische ambassade, het ere-consulaat in Granada en naar het consulaat in Alicante dat naar Vilvoorde zou bellen en zo toelating kon geven aan Granada om me een voorlopig paspoort uit te schrijven. Om 15h in Granada toegekomen na een wondermooie tocht langs de volle lengte van de Sierra Nevada, met herders en schapen langs de wegboorden en een waar Spaans westerndorp alsof het Amerika was. Een half uur op de consul gewacht maar dan was alles ok. Geen tijd echter om te skiën op de hoge toppen van de Sierra Nevada of om het Alhambra te bezoeken. In het cafetaria van het busstation wel het broodje Sierra Nevada en Alhambra gekozen. Lekker. Nog eens voor de derde maal naar de havendiensten, zo’n anderhalve km van het busstation, of er nog een boot was ‘s avonds naar Nador of El Hoceima. Die laatste vaart enkel in juli en de eerste boot voor Nador was zaterdagochtend. Zodus voor de tweede maal naar m’n hotel Americano afgezakt, en voor de tweede maal uit de richting, maar nu terechtgekomen in het oude stadsdeel met winkeltjes, cafés, ambiance. Alle verplaatsingen evenwel gedaan met 32 kg bagage waarvan 12 op de rug en 20 in de trekzak. Voor het eerst m’n sandalen aan, en tegen de avond een begin van blaren. Maar na een douche en wat spijkerwerk was de fysieke conditie om 21h optimaal. Op de ramblas van Almeria nog een groep jongeren bewonderd die een Capoeira-exhibitie gaven: weer eens de geschiedenis revisited. De Arabieren (zo heeft men ons toch geleerd) die, in opdracht van de Spanjaarden, honderdduizenden zwarten in boten de Atlantische oceaan overbrachten om de Zuid-Amerikaanse indianen te ‘vervangen’ die gedecimeerd waren en amper als  mens beschouwd werden en te zwak (gemaakt) waren om te werken. Deze zwarten hebben in Brazilië een dans en verdedigingssport ontwikkeld, een echt ballet op live-muziek gebracht waarbij een trommel en snaarinstrument de basis vormen, maar waar vooral de sierlijke gevechtsbewegingen opvallen. Zoals de Saya in Bolivia, de dans waar ketenen vervangen zijn door belletjes die in een oneindig ritme blijven doorklinken. Zodus de Arabieren die in dienst van de Spanjaarden het Afrikaanse continent van haar beste krachten beroven, en dit eeuwen later terugkrijgen langs de Capoeiradansen van zowel zwarte, Spaanse als Arabische jongens en meisjes op de ramblas.

Sierra Nevada Groentenserres aan de Costa del Sol

  
De boot op

Tweede keer goede keer. Ferry Maroc, in de rij met de zwaarbeladen auto’s opgehoogd met blauwe en oranje dekzeilen, 4x4’s onderweg voor woestijntochten, met een moeder lesgevend aan een kind dat vrijgesteld is van formele school en met rokers met hinderlijke rook in de buitenlucht maar aan alle sigaretten komt een eind en aan de rokers ook.

De Middellandse Zee op onder overtrokken hemel, op weg naar het geboorteland van Lucy, de voetstappen van de eerste mens, en naar de vestigingsplaats van de Imazighen, nu verdeeld in drie woongebieden in Marokko, één in Algerije en verspreid in een aantal andere landen, de ‘Berbers’, de specialisten van de onderschikking als laatste uitweg om te overleven. Drie religies aanvaarden de eerste eeuwen na het begin van de jaartelling: christen geworden onder het Romeinse Rijk als politiek antwoord op de vervolging ervan door de Romeinen; na Augustinus, kerkleider van Amazigh-afkomst en onder het Byzanthijnse Rijk zijn de Imazighen massaal Donatist geworden en als afgescheurde kerk vervolgd, om tenslotte de Islam noodgedwongen te aanvaarden om niet ten onder te gaan in het verzet ertegen. En waarom ooit geen vierde godsdienst (noodgedwongen) aanvaarden als er geen andere uitweg meer is?  De Imazighen-identiteit is sterker dan de godsdienstige; van daar ook dat de weerstand tegen ‘culturele’ vermenging allicht sterker is dan de openheid voor vermenging binnen de islam, zo weet Afaf, die geboeid is door de thematiek en m’n zoektocht. Op m’n vraag of gemengde huwelijken juist niet iets typisch moeten zijn voor de Imazighen omdat het ‘wederzijdse onderschikking is op gelijke basis’ om in het gezin te ‘overleven’ antwoordde de vader dat het ‘die van Imzouren’ zijn die op dit punt beslotener zijn dan die van Nador.

Elektriciteitspanne – m’n PC is het enige dat nog werkt in het huis. Het onweder en de hagelstenen van een knikker dik hebben het electriciteitsnetwerk ontregeld. Telefoon uit België of alles ok is. Heb beslist om vandaag nog niet naar Imzouren door te reizen. Plan m’n reis dus een beetje in Marokkaanse stijl. Morgen zien we wel verder.

Op de boot klinkt de muzak hard en storend zolang er land in zicht is of komt.

Herinneringen aan Capri komen boven, zeeziek en van de kaart op de korte tocht van Napels naar Capri als onderdeel van een uitwisseling van 15 Italiaanse en 2 Belgische seminaristen tussen Napels en Luik. 14 dagen genieten van zon en zee in Italiaanse stijl waar wij vrijgeleide waren voor alsmaar wisselende seminaristen om het uitgangsleven in Napels te verkennen. Drie dagen met hoge koorts in bed en met lekkere Italiaanse pasta en kannetjes wijn herstellend in de koelste kamer van de eerste klasse seminaristenresidentie aan de Middellandse Zee. Omgeven door water de geschiedenis laten voorbijtrekken van Feniciërs, Grieken en Romeinen die telkens ook de Noord-Afrikaanse kusten onder hun bevoegdheid namen en onderschikten. Later ook die van de Arabieren die zich tot Spanje beperkten of er strandden, en de apostel Paulus ook niet vergeten. Het boek van Willy Spillebeen in herinnering, met ondermeer de beste beschrijving van een hartinfarct die ik ooit gelezen heb, en ik heb er zelf drie gehad, over een krijgsheer die ondermeer de bezetting en vernietiging van Carthago heeft mee beleefd. De Middellandse Zee waarrond nog altijd een goed deel van de wereld draait.

‘Berbers’ - 2

Na de Grieken die iedereen, ook de Romeinen, Barbari noemden, namen de Romeinen de naam over voor alle andere volkeren, en dus ook de Imazighen die hen fel bestreden en die buiten hun invloedsgebied bleven, ietsje dieper in Afrika. Na de Romeinen werd de naam gebruikt door de Byzantijnen en nog later door de Arabieren. De Europeanen bleven Noord-Afrika tot in de 19de eeuw Barbarije noemen of de Barbarijse staten. In het contact met de Arabieren die de volken van Marokko en Algerije (de woongebieden van de Imazighen) als Barbar aanspraken werd die naam omgezet in ‘Berber’.

De Imazighen hebben de naam ‘Berbers’ in hun taal nooit gekend. Zij behielden de naam Imazighen. Voor hen werd de Europeaan aangeduid met het woord ‘Aroemi’, hetgeen staat voor ‘wreedheid’ en ‘gebrek aan beschaving’, vergelijkbaar met het woord Barbari dus bij de Romeinen. De aanduiding ‘Noord-Afrikanen’ is een koloniale benoeming waar de connotatie ‘Barbarije” in doorklinkt en die maar al te graag gebruikt wordt door de media bij misdrijf en niet-conform gedrag van wie van deze afkomst is. Eigenlijk zou dit woord alleen al om deze reden moeten gebannen worden, het stigmatiserende en veralgemeende plaatst het woord langs ‘moslimextremisme’ waarvan Europa ook oordeelt dat het naar de vuilbak van de geschiedenis dient verbannen. De twee ‘Noord-Afrikanen’ waren zoals later bleek Polen, die een raid uitvoerden in Brussel Centraal (in opdracht van wie?) met als enige effect de dood van een onschuldige tiener in een al of niet gezochte provocatie waar alleen extreem rechts en de rechtse krachten in het staatsinstituut beter van worden.

Marokko

De vooruitgeschoven punt van Melilla, Spaanse enclave in Marokko, komt eerst in zicht. Met de muziek weer luid om de oren wordt zonder veel gemanoeuvreer aangemeerd. De politie stelt vast dat ik op de boot een stempel heb vergeten af te halen bij de bevoegde ambtenaar waar ik wel lange rijen heb zien staan aanschuiven maar dacht dat ik daar niets te zoeken had. Zonder probleem werd dit ter plaatse in orde gebracht en kon ik wachten op de nicht van m’n buur. Intussen me neergezet en onmiddellijk in gesprek met wat later de voetbalploeg bleek van het havenpersoneel. Een Nederlander, uit Nederland gezet volgens de voetballers, mengde zich in de discussie zodat ik meteen een dubbel gesprek Frans-Nederlands moest voeren, met inbegrip van een antwoord op de vraag wat ik van Abou Jahjah vond. Die z’n ideeën waren wel wat vond de perfect Nederlands sprekende Hollandse Marokkaan. Abou Jahjah was al lang deel van het systeem in België, en als men een frisse mening nodig had was Abou Jahjah vlug gevraagd en er graag bij. Nee, nee, die betoging was al lang vergeten en Abou Jahjah gerehabiliteerd. Alleen het gerecht deed nog wat moeilijk. En de Hollander zag dat het goed was en vertrok.

Afaf, met de taxi van de buurman dompelde me onmiddellijk onder in een Franse woordenvloed met vooral de mededeling dat ze gisteren tevergeefs drie uur gewacht had, ongerust waar ik was maar zonder te wachten op het telefoontje dat ik bij aankomst zou doen. De couscous de vorige avond heb ik gemist maar dat werd ruimschoots gecompenseerd door de goede zorgen die ik verder zou krijgen.

In een telefoontje met W., nadat ik ingecheckt had in Zaventem, kreeg ik de raad mee goed voor mezelf zorgen, nee nee niet de gezondheid, maar mentaal, dat ik mezelf zou tegenkomen. Ik antwoordde dat ik het gewoon was de grens te bewandelen en van daaruit ook andere uitzichten kreeg en dat ik me de bekommernissen van anderen zou laten welgevallen zonder er me aan onder te schikken.

Na drie uur terug elektriciteit. De geur van versgebakken brood in een echte (gas)oven in huis, en van volkorengraan, gewassen en zelfgemalen. De maaltijd kleurrijk en geurig: twee soorten verse vis,  een dikke soep van met de passe-vite fijngemalen erwtjes, een typisch gerecht van Tamasint, de streek. En mag er kaneel bij want dat hoort er bij evenals wat olijfolie, vers geperst. Verder een groentensalade, een schotel olijven en pigment, en de echte ‘plat’ met verse boontjes, ingekookte gedroogde pruimen, rundsvlees en wortelen in een lekkere saus. Voor mij, zoals de soep, in een aparte schotel neergezet, zodat ik met lepel, mes en vork kon eten. Ik was er een beetje van aangedaan, een maaltijd zoals ik nog niet dikwijls had kunnen meemaken, en dat vond men daar, dicht bij Nador, een heerlijk compliment.  

Huis in gehucht van Nador Marokkaans op z'n Belgisch voorgezet

En wie was dat weer, Fatima Temsamani, die minister in België. O ja Anissa Temsamani, staatssecretaris, die evenwel ontslag had genomen/moeten nemen wegens onduidelijkheid over haar studieloopbaan. Ze werd gesteund door Rzoezie dat ze later zelf ongemeen hard aanpakte in de destabilisatie en liquidatie(poging) door Somers en C° en waar m’n vraag de beledigende en kwetsende uitlatingen op het internet weg te nemen, nul op het rekwest kreeg. Heeft zij haar ‘Berber’ziel verloren? – alhoewel, kan een ‘Berber’ ooit wel z’n ziel verliezen?

Vanochtend om 6h30 al wakker – in België was het al 8h30 en ben dus nog niet op ritme. Gedoucht en dan naar buiten voor een verkenning in djellaba. In de kruidenierswinkel aman besteld tot consternatie van de drie aanwezigen, 5 dirham en dat bleek de prijs te zijn voor het water. In een vierkant het dorp verkend maar doordat ik in feite een rechthoek gevormd had de weg kwijtgeraakt en voor alle zekerheid op m’n stappen teruggekeerd en zo de straat teruggevonden. Wel nog aan een verkeerd huis aangeklopt maar tijdig gezien dat het juiste tegenover lag.

Mouna, de zus van Afaf was naar een trouwfeest voor het vrouwenfeest. Afaf gaat straks met me mee naar Nador voor een cybercafé, geld wisselen, even naar het busstation en de zee.

Jan,
23 april 2006

Jan in Marokko – 2

Vergeten
   
Iemand met een slecht geheugen mag nooit iets wegleggen met de bedoeling niet te vergeten waar het gelegd is. Met deze gedachte in het achterhoofd m’n geld gesplitst en 400 dirham (1€=10dh) apart gelegd voor m’n vertrek met de bus naar Imzouren, de 24ste april. Hiermee ook de raad opvolgend van Afaf om toch vooral voorzichtig te zijn, je weet maar nooit. 100 km busreis op een stuk van de nieuwe snelweg Tanger-Nador, aangelegd met geld van Europa om een alternatief voor de kif- en drugsproductie te kunnen bieden voor deze streek. Op redelijke wegen met aan weerszijden de brede en smaller wordende vlakte met gebergten in de verte zoals de Rhônevallei in Frankrijk, de Rif ingedoken kronkelend langs bergruggen maar overzienbaar en nog zonder de ravijnen zoals blijkbaar tussen El Hoceima en Tetouan. Nog altijd bewolkt, soms wat regen en regelmatig in- en uitstappende reizigers, een halve winkelvoorraad bij de hand, ondermeer belastingvrij overgebracht uit de Spaanse enclave Melilla, de geuren van herders uit de bergen, gesticulerend, met om de dertig km politie die evenwel nooit de bus als voorwerp van controle nam. Een heftige discussie tussen twee ouderlingen, over het hoofd van iedereen heen zonder dat me duidelijk werd waarover het ging, blijkbaar een te hoge aanrekening van een ticket, besloten door de niet aflatende oudste met ‘potverdikke’. Heb wijselijk gezwegen om niet het voorwerp te worden van zijn volgende tirade.

Zodus met m’n geld om niet te vergeten veilig weggeborgen, aangekomen in Imzouren na een telefoontje van Norridine met de vraag hem door te geven aan de chauffeur om er zeker van te zijn op welke bus ik zat. Hartelijke ontvangst en onmiddellijk met de auto naar ‘het huis’, er afgezet want Norridine moest aan ’t werk, hij zou straks langskomen. Een proper aan kant gezet huis dat ik me onmiddellijk eigen maakte, fauteuils geïnstalleerd, uitgepakt, frigo aangezet, het Franse toilet uitgeprobeerd wegens het ‘Belgische’ op een ander verdiep nog niet gevonden, PC geïnstalleerd.  Op zoek naar een snack of restaurant eerst de slechte richting gekozen om uiteindelijk tegenover het Maison Communale het palaver aan te gaan over aard en prijs van het eten dat ik uiteindelijk met hulp van een Nederlander zelf in de keuken kon kiezen en met drie schotels en ½ l water aan 28 dh kon verorberen. De winkel met levende kiekens gepasseerd, altijd vers, waar ik er een kon uitkiezen die onder m’n ogen geslacht zou worden. Daar toch nog even mee gewacht. Vastgesteld dat om de hoek een kraakvers cyberpunt beschikbaar was met teleboutique. M’n telefoon terug opgeladen voor 50 dh – nu staat er 100dh op wegens 50 dh gratis. In het cyberpunt onmiddellijk een panne, maar niet van lange duur, m’n mail bijgewerkt en na een half uurtje werk de rekening gevraagd en niets moeten betalen wegens valse start. Na fruit en groeten te hebben ingeslagen voor 19 dh was m’n laatste cash op zodat ik het apart gelegde grote geld kon aanspreken. Zeker dat ik het daar of daar gelegd had, gans m’n bagage binnenste buiten, in alle boeken, hoekjes en kantjes gekeken, farmaciezak, portefeuille helemaal leeggehaald, papieren doorzocht, nergens iets te vinden. Dan nog maar eens alles doorzocht zonder resultaat. Als het er niet was dan was het verdwenen was het onvermijdelijke bewijs van het tegendeel maar ik kon me geen enkele situatie voor ogen halen waar dit zou kunnen gebeurd zijn. Had altijd fysiek contact gehad met m’n bagage, altijd al m’n jaszakken met tirette gesloten gehouden. Niets aan te doen, ik moest met een slecht gevoel de situatie onder ogen zien en zo vlug mogelijk bijtanken want Norridine ging langskomen voor een verkenning van het dorp. Geld afhalen kunnen we straks en met forse pas gingen we door het dorp dat in feite een stad is van 26.000 inwoners. Medicatie om m’ hartslag kunstmatig laag te houden waren goede argumenten om het ritme te vertragen en m’n ademhaling opnieuw in evenwicht te krijgen. Naar het chicste café van het dorp voor een thee, wachtend op de komst van Said, de broer van Norridine die ook op de gemeente werkte voor sociaal-economische projecten. Een licentiaat, afgestudeerd in Oujda en met een grote intellectuele honger voor een gesprek over migratie, m’n Brusselportaal, de positie van Marokkanen in de wereld, de mensheid die elkeen moest erkennen in wat men was, de Imazighen en ‘Berbers’, de gemengde huwelijken, de islam. En drie dagen nadat ik dus in Marokko ben toegekomen is er al een algemene staking van twee dagen van het gehele overheidspersoneel voor beter loon en arbeidsvoorwaarden, sociale zekerheid en vooral ook het recht om zich zonder beperking te organiseren in vakbonden. Iets dat meer dan bij Hassan II door Mohammed VI werd aanvaard, een koning die toch een betere band met jongeren en de nieuwe maatschappelijke stromen kon bewerkstelligen aldus Said. De geplande uitstap naar El Hoceima van over twee dagen werd door Said, die zelf een auto had kunnen versieren, stante pede vervroegd naar het onmiddellijke. Een kwartier later stonden wij aan de boord van de Middellandse Zee na passage aan de kleine baai Quemado in El Hoceima, midden in de haven waar verse vis gestroopt werd en de boten juist uitvoeren voor hun nachtelijke tocht. Na een tiltslaand alarm, in de baai weerkaatsend tot welluidende dimensies, kreeg Said z’n geleende Jetta, zoals ik er ooit ook een had, onder controle en kon het verder naar het uitgestrekte kms lange strand, ingesloten tussen Rifgebergten die zich aan beide kanten in de zee stortten, niet gestoord door ook maar één toeristisch gebouw, moeilijk te geloven maar waar en zéér indrukwekkend. In de zomer zwart van het volk maar nu, in regen en wind en buiten seizoen, eenzaam en verlaten. Tegen de bergrug aan een thee gaan drinken waar na mij Mohammed VI binnen een maand hetzelfde zal doen, om de resultaten van het herstelprogramma in El Hoceima te bezoeken na de aardbeving. Ik moest me noodgedwongen voor de tweede maal mijn thee laten betalen. Nog zin in een rondrit in El Hoceima ? Ik volg, maar eerst geld afhalen hetgeen op een wip gebeurd was met Maestro. Had intussen al berekend dat m’n gemiste budget van 400 dh overeenkwam met 12 middagmalen en dat bleef me (be)drukken. Maar goed, 40€, want daar ging het om, moest ik maar incalculeren en voor de rest waren alle kritieke punten van m’n reis (gezondheid, maag, onderdak, paspoort op dezelfde dag geregeld – iets dat men zich hier niet kon voorstellen) onder controle. Op de terugweg in een regenbui verzeild zoals men ‘nog nooit had meegemaakt’ met water gutsend langs de hellende straten, bedampte ruiten wegens geen ventilatie meer, en oh ramp voor Norridine, de wegelektriciteit die pas geïnstalleerd vorig jaar, in de helft van de stad was uitgevallen; voor de elektricien van de stad een onmiddellijke alarmsituatie, die enkel kon gemeld worden aan de Nationale Mij van elektriciteit die de depannage moest uitvoeren. Had aan Norridine ook al kunnen uitleggen dat ikzelf gedurende twee jaar hetzelfde werk van palen planten, tranchés graven en aansluiten van wegverlichting had gedaan en dat we dus beiden deskundig waren in dat belangrijke werk. Morgen zou het weer verbeteren was de troost wat ik nog altijd moest zien gebeuren. Ik zal allicht een van de weinigen geweest zijn die op z’n gemak was in dit ‘Belgische’ weer dat ik scheen te hebben meegebracht.

Quemado, El Hoceima Het grote strand in El Hoceima

Terug in huis nog maar eens alles afgezocht naar het geld, tot het kleinste vakje in het kleinste hoekje, zonder resultaat. Inkopen gaan doen in een buurt die begon door te hebben dat er iemand nieuw in het huis verblijf hield. Met hun beste Frans en Engels probeerde men in contact te komen. Een Engelssprekende jonge buur, die me in de winkel om de hoek steevast voorthielp, was erg onder de indruk van het verhaal van de twee ‘Noord-Afrikanen’, Marokkanen in feite, zonder dat men dat met zoveel woorden zei, die in Brussel onder het oog van zoveel mensen hun verwerpelijke daad gesteld hadden. Een raid zoals ik het ook hier noemde die z’n betekenis (en eventuele opdracht) volgens mij kreeg vanuit de destabilisatie die ze meebracht. Moet hem straks nog vertellen dat het blijkbaar Polen waren – wie kan zich nu vergissen tussen een Pool en een Marokkaan, behalve dan als die Pool zich in Marokkaan verkleed had. En dat wijst opnieuw op m’n thesis van ‘raid’. Zodus, eitjes, kaas ( La Vache qui rit), melk, fruitsap, water, brood enz. gekocht zodat ik voor m’n ontbijt voort kon. En 200 van m’n nieuwe dh gewisseld zodat ik opnieuw ‘klein’ had.

Arbeidsdeling

Pas terug thuis en Said aan de bel of ik een tas thee kon komen drinken ‘parce qu’un homme seul’ is toch niet je dat. Hij was ten andere buur op enkele passen van m’n huis. In het salon ontvangen na z’n twee kindjes begroet te hebben ‘Bonjour monsieur Jan’. Echt ‘Frans’ leerden ze maar in het 2de studiejaar – in Nador al van in het eerste studiejaar zo wist ik, zoals Joesef, het aangenomen zoontje van 8 jaar bij de familie in Nador, verlaten door de moeder.  Het hartendiefje van de vader die naast z’n dochters van 23 en 20 jaar dus nog een zoon in huis genomen had van toen hij 6 maand was en die ik bij het vertrek nog complimenteerde voor de liefde en de tederheid waarmee hij met z’n kleinste omging. Zodus aan de thee bij Said met zijn (Algerijnse) vrouw op de achtergrond, heel anders dan in Nador waar geen enkele reserve speelde. Ons gesprek dat al veel kanten uitgegaan was nu vooral verdiept op het punt dat de Islam de ‘Berbers’ niet alleen verbiedt om iemand af te wijzen of laat staan te breken maar integendeel dat Islam en Imazighen iemand verplicht om altijd het contact te houden en het gesprek te zoeken. Om kwart na negen was de avond rond want morgen was werkendag – voor mijn bioritme was het ook al kwart na elf en ik was al op van kwart voor zes Marokkaanse tijd.

Bed opgemaakt, lekker harde matras, de geur van mottenballen iets te nadrukkelijk aanwezig maar die zou wel wegtrekken. Niet echt moe, geprobeerd om zonder leesboek in slaap te vallen. De ochtend was vlug daar, door het moskeegebed van 4h heen geslapen, en om 6h was ik fit genoeg om op te staan (8h in België). Bewolkt, regenachtig en koud. Koffie gezet zonder zakjes, na bezinktijd drinkbaar. Met smaak een ontbijt genuttigd dat in het niet verzonk bij wat ik in Nador kon meemaken: verse thee met munt, een kan koffie en een kan warme melk, verse honig, een eitje en zelfgebakken brood dat nog warm uit de oven kwam. De arbeidsdeling is die van de man die werkt en de vrouw die haar deel doet door eten te maken en zorg te geven aan de kinderen, aldus de vader in Nador, die begrip kon opbrengen voor m’n argument dat als de vrouw ook werkt er een gelijkheid moest zijn in bijdrage aan huiselijke taken (in principe, want de meeste mannen ontrekken zich aan deze ‘huiselijke’ gelijkheid). Discussie die telkens tot gelach van de vrouwen leidde wanneer ik aan de opruim en afwas wou beginnen en stelde dat wie gekookt had onder geen beding de afwas mocht doen. Zodus m’n eenzame ontbijttafel afgeruimd na nog een appelsien uit de bergen wat verderop met smaak te hebben gegeten.

Op zoek naar het zout voor m’n tomaat, ergens onderin m’n paspoort onder ogen gekregen, weggelegd wegens niet nodig gezien in Marokko een Belgische identiteitskaart voldoende is en zo de 400 dh teruggevonden die er in opgeborgen waren. Voor het eerst m’n MP3 aan de kleine luidsprekerboxjes gekoppeld en in shuffle uitgekomen op Roxanne.

Jan
25 april 2006 

Jan in Marokko – 3

Frieten

Op bezoek bij Marokkanen in België werden frieten op het menu altijd begrepen als een attentie voor de Belgische bezoeker. Maar in Marokko wordt me duidelijk dat frieten een Marokkaanse uitvinding zijn die geëxporteerd is naar België, want bij elk gerecht in alle maten en soorten, maar altijd vers en nooit uit diepvriespakket krijg je frieten geserveerd, met de losse hand over het gerecht uitgestrooid. Zo wordt je altijd wijzer als je de wereld ter plaatse verkent.

Veel Marokkanen op straat zo vlug het weer beter is, bijna zoals bij ons. En of ik toerist ben, van waar? Ben bij familie. Familie, ja bij familie, ah ja dan hoor je bij ons. En anders niet? Wij zijn allemaal familie welke godsdienst je ook hebt, toch van de drie godsdiensten met een unieke God zoals het Christendom, het Jodendom en de Islam. Maar ik ben niet religieus. Ja maar alle mensen zijn gelijk, dat moet je je niet aantrekken. Elk bezoek aan winkel, thee- of koffiehuis, cybercafé, restaurant zijn evenzoveel contacten, gesprekken, aftasten en lachen.

Met Said voor het dagelijks gesprek over de serieuze dingen van de wereld, het leven en de politiek opnieuw afgezakt naar het chique café in Imzouren (hier komt de ‘bourgeoisie’ zegt de gemeentebediende) met voor het eerst belle vue op het glooiende Rif dat de vorige dagen altijd in nevels gehuld was. De sporen van de aardbeving zijn nog zichtbaar en hier en daar ligt nog wat niet-geruimd puin. Of je wat kan huren in El Hoceima? Dat zal niet veel zijn, en kopen is helemaal niet te doen, bijna zo duur als in Europa. Toegankelijke gelijkvloersen? Ik zal eens rondkijken. Maar het huis kan gemakkelijk drie families herbergen zo groot is het. En van Imzouren naar El Hoceima is het 7 dh tot de stad en nog eens 7 tot het strand. Dat is toch maar 3 Euro per persoon heen en terug met taxi.

Morgen met Norridine met de bus naar El Hoceima. Hij heeft de ganse dag werk gehad aan herstellingen van elektriciteit wegens overvloedige regen vorige nacht. Morgen is hij twee dagen vrij wegens algemene staking van alle gemeentelijke diensten in Marokko.

Voor het middageten van tactiek veranderd. In plaats van voor elk gerecht de prijs te vragen in een bepaalde hoeveelheid vertrokken van een budget van 20 dh en gevraagd om van drie gerechten een beetje op te scheppen met scherpe pepers en olijven er bovenop, zonder frieten, arbi (aub). Wel verrast dat een lekker uitziend gerecht bij nader toezien op m’n bord bestond uit lever en niertjes, maar dat ging met de hoop wel mee naar binnen. Een tour gedaan door het ‘winkelcentrum’ en nog drie andere restaurantjes/snacks gevonden. Maar het is nu al moeilijk om het vertrouwde te laten, een mens is op een wip en een keer ingebakken in het nieuwe. Enkel de ‘Berbers’ migreren en het is voor mij geen toeval dat het vooral ‘Berbers’ zijn die Marokko hebben verlaten voor Europa. Zij stammen in illo tempore af van nomaden maar hebben zich vooral in Marokko en Algerije gevestigd. Zo zijn de Imazighen vooral gelokaliseerd in drie gebieden in Marokko maar zoals gezegd is het geen nationalisme en niet gebonden aan (bloed) en bodem, maar overal wonend (en integrerend) in wat nuttig en nodig is voor hun overleven als ‘identiteit’. Zo zal de toekomstige burgemeester van Molenbeek, Antwerpen en Mechelen ooit wel eens een ‘Berber’ zijn, zoals 25 eeuwen geleden de farao’s in Egypte gedurende twee eeuwen van Imazighen-afkomst waren. En zoals de kerkvader  Augustinus, enkele eeuwen na Christus toen de Imazighen voor hun overleven onder de Romeinen massaal christen werden. Voor de goede orde: de kennis komt merendeel uit het boekje Imazighen, De ‘Berbers’ en hun Geschiedenis, uitgeverij Bulaaq, van Mohammed Chafik, die hiervoor de Prins Clausprijs ontving in 2002. Tot nu toe heb ik nog niemand ontmoet die Mohammed Chafik kent maar dat wil niets zeggen natuurlijk.

’s Avonds grote drukte aan het cybercafé – webcams, gesproken chat en telefoon over het internet. Had wachtnummer 9 dus in het cafetaria een supergesuikerde thee gaan drinken met onmiddellijk gesprek van hier tot ginder in het Engels, Frans en Arabisch om wat te oefenen op m’n woordlijstjes. Ja maar dat is ‘Berbers’ met uitspraak van Nador, hier is het ‘Berbers’ van Al Hoceima en dat is redelijk anders moet je weten. Zodus al het gemeenschappelijke is toch eigen en wat is het belangrijkste: om iets te zijn of om niet het andere te zijn?

Ontbijt

Na aankoop abrikozenconfituur (made in Marokko) en enkele niet overrijpe bananen lekker ontbeten met La Vache , een ei, een appelsien en koffie in z’n eigen nat, naar filterzakjes ga ik niet meer op zoek. De eitjes moet ik nu zelf pellen, de appelsien ligt niet meer in stukjes voor me uitgestrooid en het water om m’n medicamenten te nemen staat niet meer gereed. Dat is het verschil met de moederlijke zorg die ik me in Nador liet welgevallen en die me deed denken aan m’n kindertijd toen mijn moeder dit voor me deed, zoals ik als compliment kon zeggen. Ook de overgrootmoeder van Afaf met haar 98 jaar zat altijd mee aan tafel. Zij leidde in huis haar eigen leven bij haar kleindochter en de zus van de buur, beiden door haar grootgebracht samen met een andere zus in Duitsland en vier zonen die verspreid in Europa leven. De zus in Nador is bij de moeder om voor haar te zorgen en daarom teruggekomen uit Duitsland waar zij zelf drie jaar verbleven heeft. De overgrootmoeder zelf heeft 11 kinderen gehad waarvan er  9 niet levensvatbaar waren. Haar ganse leven heeft ze tot op vandaag enkel op melkproducten geleefd en nu is ze een gerimpeld wassen beeld met grote bekommernis dat mij toch maar niets zou overkomen en of ik wel zou geraken waar ik moest zijn. Zodus nu in Imzouren zelf afgeruimd en de afwas gedaan alhoewel er genoeg gerief in huis is om drie weken door te komen en pas op het eind een reuze afwas te doen.

Heb aan Said gevraagd me naar de tante te brengen zodat ik de pakjes kan afgeven die ik mee gekregen had. In totaal 5 kg en in eerste instantie had ik het pakje spaghetti en pasta wegens overgewicht thuis gelaten, niet goed begrijpend waarom ik ‘elementaire’ voedingswaren moest meenemen. Na een strenge terechtwijzing dat ik daar niet om moest lachen (ik lachte daar niet mee) want voedingswaren zijn nog elementair, heb ik uit eigen voorraad volkorenspaghetti en Italiaanse Macaroni in m’n bagage gestopt en omdat ik toch het gewicht al overschreden had, het tot 6kg bijkomend aangevuld. Uiteindelijk heb ik niets moeten bijbetalen omdat, zo denk ik nu, ik zo eerlijk geweest ben het te zeggen. Maar, zegt Said me, je geraakt nooit bij de tante, toch langs de man zeg ik, allez t’is goed ik zal je tot bij hen brengen, misschien vandaag dus allicht morgen.

Al Hoceima

In de bus nergens m’n benen tussen de stoeltjes gekregen en op de achterste rij van de deinende bus plaats genomen, langs de open en toegaande deur waar continue mensen in- en uitsprongen. Op verkenning naar het hoogste punt van de baai met de moskee: prachtig uitzicht en zo afgezakt naar het strand, na eerst enkele cafés te bezoeken waar ik later zou kunnen werken. Aan het kleine maar gezellige strand Quemado staat een gebouwencomplex met hotel, cafetaria en dienstgebouwen er triest en verlaten bij wegens failliet van de vorige eigenaar. Tegen juli zou alles vernieuwd terug open moeten gaan voor de duizenden Marokkaanse vakantiegangers die elk jaar uit Europa afzakken. Met ‘Le petit Taxi’ terug naar boven voor een sandwich met tonijn. Het café met uitzicht op de baai terug opgezocht en zolang m’n accu strekte (anderhalf uur) gewerkt want een aansluiting op het elektriciteitsnet was daar niet mogelijk.  Beetje bij beetje kwamen nu jongeren afgezakt die we ’s middags ook al gezien hadden in een ander café, shit rokend zoals Norridine me uitlegde. De klassieke gesprekken maar nu omgeven door rokende pijpen zodat ik al visioenen kreeg van de ‘Hel in Tanger’ en afscheid nam van het uitzicht op de baai met het oog op de achterkant van een huizenrij waar ik misschien een wat rustiger werkplaats kon vinden. Na wat klimwerk een viertalige uitbater van een meubelwinkel aangesproken die een ‘klein huisje’ met tafel stoel en elektriciteit wist waarvan terstond de eigenaar werd opgetrommeld. 50 dh voor 3 uur of 100 dh (10€) voor een dag wanneer het niet verhuurd was als ik langskwam. Bij het volgend bezoek aan El Hoceima eens zien wat het is. Terug naar Imzouren met de taxi op 1/3 van de tijd en toch comfortabeler ook al zitten er altijd vier personen op de achterbank.

Inkopen gaan doen voor de couscous, te beginnen met een kiek die onder m’n ogen uit het kot gepikt werd waarna ik me, weliswaar nog binnen gehoorafstand, terugtrok om de slachting niet te zien. In tussentijd vlug een kapper binnen om te vragen wat het koste voor het haar (10dh) en baard (5dh) en afgesproken voor morgen. Met een zak nog warm en kwak vlees in de hand de kruidenmengeling (zwarte peper, paprikapoeder, komijn) zelf bijeengezocht en vragen hoe ‘saffraan’ in het Arabisch was. Maar blijkbaar is saffraan in alle talen van de wereld hetzelfde, een van de eerste kruiden dat na de ‘ontdekking’ van Indië de wereld rond gegaan is. Verder de groenten, kikkererwten (in pot) en couscous gekocht en ik kon beginnen koken. Niet zonder Said gerekend die voor de dagelijkse koffie in het stadscafé aan de deur stond. De match Barcelona stond op het programma zodat het een drukte en lawaai van jewelste was. De discussie zou hij nu eens serieus aanpakken. Wat ik van het homohuwelijk vond en van het naturalisme, wat achteraf het naturisme bleek. Respect voor de mening van iemand anders was in deze erg moeilijk volgens hem omdat het duidelijk was dat de aanvaarding van homo’s en naturisme tegen de natuur ingingen. Maar zelfs al waren mijn standpunten volledig tegengesteld aan de zijne was er toch vooral zijn tevredenheid om nu eens echt gebatterd te hebben, terwijl ik me afvroeg hoever ik in zo’n gesprek mee zou doen. M’n marges toch enigszins verzet. Heb hem gezegd dat ik bij Mohammed en Mo eens zou horen wat hun standpunten terzake waren. En of er geen ‘Europese’ islam aan het ontwikkelen is en dat, voorzover ik wist, de holebi-fuiven van de islamgemeenschap in Vlaanderen een echt succes waren, dat homofilie zo ‘natuurlijk’ is als de mens en maar 5% van de bevolking betrof, dat kinderen echt wel in homogezinnen aan hun trekken kwamen maar dat het juist is dat de meeste godsdiensten dit niet zien zitten, hetgeen op zich geen argument is enz. Het naturisme daarentegen is gebaseerd op het wederzijds engagement zich naakt voor elkaar in het gewone van het leven te vertonen buiten het publieke domein. Het was echt een gezellig gesprek. Om acht uur kon ik beginnen aan m’n couscous die tegen kwart na negen verwerkt was. Intussen gezocht naar m’n sandalen die ik uiteindelijk nergens vond. Het kon dus niet anders dan dat ik ze in Nador vergeten was. Een sms van Afaf kon dit bevestigen. Op WE gaan in Nador na een week Imzouren was geen probleem, ik kon komen wanneer ik wou. En het was een prettige gedachte om me na een week nog eens als deel van een familie de goede zorgen te laten welgevallen en intussen m’n werk te doen. Maar dat hoef ik pas binnen een paar dagen te beslissen.

Jan,
27 april 2006  

Jan in Marokko – 4

Stoepen

Ben nu een kleine week in Marokko en er is nog niemand langsgekomen om me te informeren hoe ik me het best integreer in de Marokkaanse samenleving en wanneer ik bv. de vuilbakken moet buitenzetten. Op weg naar de winkel voor brood zag ik dat m’n buur 3 plastieken zakjes met afval op z’n stoep had gezet. Waren dat nu drie ‘gesorteerde zakjes’ of waren dat allemaal zakjes met hetzelfde gemengde afval, daar had ik het raden naar. Gezien ikzelf nog maar één zakje afval bijeen had besloot ik dit maar voor m’n deur te zetten, na met de handen gevraagd te hebben aan de werkmannen in het huis tegenover of ik hetzelfde kon doen. Wanneer ik het echter buiten deponeerde waren de andere zakjes al verdwenen en bekroop mij de schrik dat de vuilniswagen juist voorbijgekomen was. Neen, neen, zet maar neer. Zien wat de toestand is binnen een half uur, want ik wil hier geen problemen met de gemeente.

Zo ook ben ik in het ongewisse op welke leeftijd het hoort om een djellaba aan te doen, ben ik er oud genoeg voor of moet ik nog wat geduld hebben om tot de ‘ouderlingen’ te behoren. En als ik een aandoe, moet het dan een zijn met kap of zonder kap, want daar is een verschil, de een is voor binnen, de ander voor buiten maar soms zie ik mannen zowel met kap als zonder kap dragen. Ook hier geen informatie voor nieuwe inwoners.

En dan de stoepen. Langs mij is een snoepwinkeltje dus je kan je voorstellen wat dat geeft, kinderen die snoep kopen en in het weggaan hun papiertjes op mijn stoep doen belanden. Aan wie is het om dat op te ruimen? Aan mij, aan de kinderen die ik moet terugroepen, aan de winkel die hiermee toch voor een zekere overlast zorgt of aan de gemeentelijke kuisdiensten die al of niet met mechanisch materiaal de stoepen en  straatranden regelmatig  misschien zouden proper maken. Ook hier ben ik volledig in het ongewisse. Zal het nog een paar dagen afzien en als er niets gebeurt zal ik m’n eigen stoep maar eens kuisen.

Stoepen, dat is erg essentieel in het straatbeeld van Marokko. Nog voor een huis opgetrokken wordt begint men met de stoep, dwz het niveauverschil tussen het gelijkvloers van het huis en de straat. Zelfs voor er sprake is van een straat in de zin van een met kasseien, stenen of asfalt verharde weg staat de stoep veelkleurig en voor elk huis verschillend te pronken. In de bijgemeente van Nador waar ik twee dagen verbleef is behoudens de steenweg Oujda-Nador, die dan nog een km buiten het dorp ligt, geen enkele weg verhard maar elk huis heeft een blinkende stoep waar je geen papiertje op aantreft. Met de straten  is het anders gesteld, want zeker na regenval zijn het valkuilen vol water en modder waar het zelfs voor auto’s moeizaam passeren is. Een trekzak is hier wel echt niet te doen gezien de plassen en het continue wisselende niveau van de stoepen. Maar in Marokko dus is me duidelijk geworden met welk een afschuw m’n Marokkaanse vrienden in Mechelen spraken over de renovatie van de binnenstad en de straat waar hun huis gelegen is. Zij hadden het huis gekocht met gewone stoep, belegd met 30x30cm betonnen tegels. Met de renovatie werd de straat volledig op gelijk niveau gebracht aan de benedenverdieping van het huis, de stoep was weg, de essentiële bescherming tegen het vuil van de straat maar vooral de bescherming voor de kinderen tegen het autoverkeer dat niet meer weet wat ‘stoep’, weg of parkeerplaats is, zoals mij is overkomen toen ik m’n wagen gedurende minstens vier uur midden op de weg had geparkeerd. Ik mocht van geluk spreken geen proces aan m’n been te hebben. Dat had ik een week later wel, bij m’n bezoek aan het Museum voor Deportatie en Verzet in Mechelen waar ik m’n wagen geparkeerd had en de plaat, 600 meter voordien bij het binnenrijden van het centrum, niet had gezien dat parkeren, waar ook in de binnenstad van Mechelen zonder ticket niet toegelaten is. De industrie van de parkeerboetes kon ook hier z’n slag slaan. M’n Marokkaanse vrienden zijn intussen verhuisd naar een huis mét stoep.

‘Berbers’ - 3

Wat is het nu, zijn de inwoners van de Rif met ‘identiteit’ Imazighen nu Marokkaan, ‘Berbers’, Maghrebijn, Noord-Afrikaan, of erger nog ‘Arabieren’? Dat laatste zeker niet want zo genoemd worden is hetzelfde als bv. zeggen dat elke Vlaming van oorsprong Duits is. Noord-Afrikaan is geconnotteerd aan de Barbarijse staten in de tijd dat Europa deze landen koloniaal bestuurde en dat was niet direct vriendelijk bedoeld. Maghreb is de vriendelijke naam voor landen waar de zon ondergaat, Masjrek voor de landen van het nabije Oosten (vooral de Arabieren) waar de zon opgaat. De Maghreb landen zijn volgens de Imazighen vooral door hun wezen gevormd, zodat kan gesproken worden van een Maghreb-mens op dezelfde wijze als men het heeft over de ‘Europese’ mens. Zo oppert Mohamed Chafik, waar wij onze ‘Imazighen’-mosterd halen, of is het simpelweg Marokkaan, dat in Vlaanderen ook al veel weg heeft van een scheldwoord of de nieuwe Bietebouw (het levende spook met het bietenmasker in wat Halloween geworden is terwijl het een traditioneel Vlaams gebeuren is/was), pas op of ik haal de Marokkaan, om de kindjes kalm te houden. Voor zo’n ernstige vragen leek de tijd wel gekomen om na 15 jaar nog eens naar de kapper te gaan, 10 dh voor het haar en 5 dh voor de baard, zo had ik me al bevraagd (1,5 €). En wat hangt daar veelkleurig te pronken aan de deur: een affiche over het Eerste wereldcongres van de Imazighen in Marokko, augustus 2005.  

Democratie, mensenrechten, lekendom, vrijheid, autonomie, federalisme, (dus toch grond, territorium, nationalisme?), maar ook vrijheid, mensenrechten, democratie, zo te zien zijn wij (of zij) er nog niet uit. De affiche betrof een uitnodiging voor het eerste congres van de Imazighen in het gebied waar zij wonen. Tot dan toe moesten hun congressen altijd doorgaan in Frankrijk wegens verbod om zich te verenigen en hun taal te onderwijzen en te gebruiken in Marokko onder Hassan II. Vanaf 2002 is het taalonderricht toegestaan en kan ook een schrijftaal aangeleerd worden, maar 4 jaar eerder had de coiffeur al een reclamebord voor kiekens (waar ik eerder al m’n kiek gekocht had) in het Amazigh geschreven op de achterkant, een rebelse daad zo wist me de kiekenverkoper-filosoof later op de avond te melden.

Abdel was ook de eerste die ik tegenkwam die het studiewerk kende van Mohamed Chafik. Zelf had hij niet naar het congres kunnen gaan omdat zijn vader toen ernstig ziek was. De kiekenverkoper was universitair afgestudeerd in filosofie en urbanisatie maar wegens geen werk een kiekenwinkel begonnen zoals die regelmatig tussen gewone huizen in  te vinden zijn.

In het gesprek werden alle thematieken nog maar eens overlopen om uiteindelijk te belanden bij deze dubbele vraag: kan iemand van niet-Imazighen oorsprong zich de Imazighen-cultuur en identiteit eigen maken en Imazighen worden? Wordt een kind uit een gemend huwelijk bv met één Imazighen partner ook Imazighen? Dat waren wel erg moeilijke vragen en daarvoor moest m’n haar, dat intussen voorzichtig werd ingekort (toch niet te kort, neen, ik gebruik maat 4 van m’n tondeuze, voor m’n baard is maat 1 goed) toch eerst terug wat langer worden.

Op zoek naar de tante niemand thuis gevonden maar een half uur later stond de echtgenoot aan de deur om de 5kg goederen en cadeautjes glunderend in ontvangst te nemen. Je moet maar eens op de koffie komen. Later op de dag de vader van Norridine en Said tegengekomen, 72 jaar en in djellaba, een goede gelegenheid om te vragen of 58 jaar al oud genoeg was om het kleed van de waardigheid te dragen. Neen, neen, dat hing volledig van de persoon af, zelfs al was mijn haar volledig grijs geworden. Ik heb nog nooit een djelabba aangehad zei Said me achteraf op weg voor de dagelijkse koffie. En hoe mannen hier in contact kwamen met vrouwen, of hoe dat juist zat met mannen die een tweede vrouw hadden, en waarom de vrouwen geen twee mannen mochten hebben en zo belandden we vlug op het terrein waar de meningen ver uiteen gingen.

Heb beslist om zondag op WE te gaan in Nador, zodat ik ondermeer de aanloop tot het Rifgebergte in betere weersomstandigheden kan bewonderen en me nog eens familiaal kan laten verzorgen. Vraag me ook af of ik stappen zal zetten om een verblijf in Tetouan te regelen, op bezoek bij het Werkwortel-project van het Waasland. 7 Marokkaanse jongeren in bouwopleiding doen daar een werkstage bij het in orde brengen van een gehandicaptenvoorziening, een school en een weeshuis, voor ze aan een ‘inleefreis’ beginnen van 3 weken in Marokko.

Heb “Systematiek en Willekeur” van Patrick Moreau volledig gereedgemaakt voor publicatie op het internet. Een indrukwekkend boek over de gedeporteerden en gefusilleerden uit het Arrondissement Mechelen gedurende de 2de wereldoorlog. Hierin wordt ondermeer duidelijk dat het verzet en de deportatie een doorsnede was van vooral het ‘gewone volk’ maar ook van magistraten, politici en zelfs ministers.

Jan
29 april 2006  

Jan in Marokko - 5

Ollanders

Men begint me hier intussen te kennen in Imzouren. Een groep uit Nederland gezette jongeren vinden in mij een voor hen interessant aanspreekpunt om hun beklag te doen over die Hollandse Minister met kort haar die er met de grove borstel doorgaat – en in geen enkel Europees land kunnen wij er terug in, beeld je in. Daartegenover is het in België ‘redelijk’ volgens hun. Ben jij die Belg, spreekt iemand me in perfect ‘Belgisch’ Nederlands aan op weg naar huis, ik kom uit Sint-Niklaas, in feite uit Temse, heb 26 jaar in de textiel in Lokeren gewerkt, ben op brugpensioen en nu met autocar (voor 84 enkele reis) in drie dagen naar Imzouren, geboortestad waar ik in 1974 uit vertrokken ben gekomen. Hij heeft vier kinderen, twee aan de universiteit van Antwerpen afgestudeerde zonen die aan het werk zijn en twee dochters, Marokkaans getrouwd en hun secundaire studies beëindigd. Woont hier om de hoek.

Vraag me af wat het sociale zekerheidsstatuut is van de Nederlandse jongeren, zijn zij Nederlander, hebben zij rechten ontwikkeld waar zij nog aanspraak kunnen op maken, want in Marokko zelf bestaat bv. geen werkloosheidsverzekering, waar leven zij van en wat zijn hun perspectieven?

Europese Imazighen

Bezoeken aan het internetpunt zijn te kort om veel geld aan me te verdienen. Meestal in en uit. Tot een elektriciteitspanne van meer dan anderhalf uur (de tijd van m’n PC-accu) me de straat op drijft en er een discussie ontspint aan het internetpunt. Waarom het hier in Marokko zo slecht is voor de jongeren, diploma’s hebben geen zin en in Europa ligt de ware wereld open van diploma en werk. En hoe denk je dat het ‘goed’ geworden is in Europa, wat de grootvaders en overgrootvaders ginder op anderhalve eeuw hebben moeten investeren in organisatie, strijd, politieke macht en sociale zekerheid. Dat men in Marokko ook nog tientallen jaren zou nodig hebben om iets gelijkaardigs op te bouwen en of men wel nadacht over hoe de geschiedenis vooruitging en of men wel investeerde in de sociale bewegingen, vakbonden en eigen organisaties. Onder Mohammed VI was daar toch iets meer ruimte voor gekomen, of niet?. Waar waren de jongeren en de klagers toen de openbare diensten enkele

dagen geleden twee dagen in staking gingen, ik heb geen solidariteitsacties gezien en daar wisten ze niet veel op te zeggen. In Europa kon men pas studeren en was een diploma werk volgens hen. Gaat dat maar eens zeggen aan de Marokkaanse jongens ginder, geen 3 op tien maakt z’n secundaire studies af en hogere studies zitten er maar voor enkelen in, 40% is werkloos. Heeft men zin om daar mee in het rijtje te gaan staan. Weet je waarom ik denk dat jullie zo graag naar Europa gaan, omdat jullie Imazighen zijn, het nomadenbloed van 3000 jaar geleden wil vooruit, en jullie hebben het wel een beetje gehad met de ‘Arabieren’ en hun islam, 14 eeuwen is wel genoeg geweest zeker. In Europa kunnen jullie de traditie van onderschikking om te overleven met veel meer effect en perspectief voortzetten, niet voor niets dat een groot deel van de Marokkaanse emigranten ‘Berbers’ zijn, en zolang men in Europa spreekt over Marokkanen en ‘Berbers’ valt het niemand op dat het om ‘Imazighen’ gaat zodat jullie aanwezigheid verder en beter kan ontwikkelen. Ja maar wij mogen toch de wereld zien en weten wat er te koop is. Daarvoor moet je je niet meer verplaatsen. Langs het internet heb je uitkijk op alles en nog wat. Zoek maar eens op hoe de wereld in Europa beter is geworden en hoe de werknemers en hun vakbonden hebben moeten ijveren en strijden om zo ver te geraken. De evolutie van de wereld gaat niet in 10 maar in 100 jaar, te lang voor een mensenleven, maar het zijn wel jullie en de 23 miljoen Marokkanen die het zullen moeten doen. Tiens, er is terug elektriciteit, zullen we onze mail nog maar eens checken.

Heb bij het terugkeren de papiertjes op m’n stoep geruimd en gevraagd aan de winkeleigenaar of ik ze in zijn vuilbak kon deponeren. Zo heb ik misschien drie vliegen in een klap geslagen.

1 mei 2006

Voor de 2de maal de rit gedaan door de Rif van El Hoceima naar Nador, nu evenwel in een lege camion van olijfolievervoer, met de vader van Afaf samen met zijn helper Youssef uit de Sahara in Marokko. De geplande busrit van 8h30 (aankomst 12h in Nador) werd vervangen door de deelname aan een werkdag van een olijfolieleverancier in de Rif, een ander uitzicht op mensen, werk en autorijden. Per sms werd gevraagd me naar het busstation van Imzouren te begeven waar de levering aan vier winkels in Imzouren al gestart was. Vervolgens de tegengestelde richting in naar El Hoceima, met eerst een ‘toeristische rondrit’ langs de drie stranden om vervolgens een namiddag zoet te zijn met de poging tot betaling door een onwillige klant, die Youssef en mij toeliet de souk van El Hoceima en de dagelijkse markt te bezoeken. Vooraf werd ik naar een toeristisch restaurant geleid waar het even duurde voor ik doorhad dat m’n twee compagnons daar niet mee zouden eten maar me wel in de gelegenheid stelden om als ‘toerist’ te eten, de beleefdheid heeft z’n rechten. Na weigering, in dank aanvaard, een ‘gewoon’ restaurant opgezocht vol ambiance, sardines, tajine van kip en rund en voor mij nog een harira-soep. Geen complementen over de betaling, zoals het ‘werkmannen’ past betaalt ieder het zijn. Na opnieuw de zorg geobserveerd te hebben waarmee hier sardines worden gegeten, eerst het velletje eraf, dan het visvlees met de hand van de graat geplukt en smakelijk opgegeten stelde ik voor eens een sardine ‘op z’n Belgisch’ te eten, onder het oog van m’n compagnons, de garçon en enkele bezoekers. De sardine met twee handen tussen kop en start vastgenomen en met een forse hap staart tot midden vol in de mond genomen, en vervolgens het tweede stuk tot aan de kop, tot ontzetting van de omstanders; pas op voor de graten, ze rijten je maag open. Als besluit de kop in een hap verorberd en het afgrijzen was op elk gezicht zichtbaar, behalve van de vader die me eerder op de week sardienen had zien verwerken. De tweede sardine heb ik op z’n Marokkaans gegeten om verdere opstootjes te vermijden.

1 mei 2006:  Abdelkrim El Khattabi leeft Boven de baai in Al Hoceima

In Al Hoceima een grote affiche in het Arabisch én in Amazigh onder ogen gekregen en vier mannen in de weer om de hele gevel te versieren. Wij bereiden de eerste mei voor, het feest van de arbeid waar ook in Marokko alle werk voor stil ligt en de scholen gesloten zijn. Het bleek het secretariaat te zijn van Union Marocaine du Travail, waarbij m’n blijken van solidariteit en eigen syndicaal engagement voldoende waren voor een erg hartelijke ontmoeting. Heb afgesproken om de komende weken nog eens langs te gaan. 

Zeker toen ik vroeg me het Amazigh voor te lezen voor een geluidsopname en de vertaling ervan in het Frans. De tekst ging over Abdelkrim El-Khattabi (1882-1963) waarover gezegd werd dat hij niet alleen gevreesd werd toen hij nog leefde maar ook na zijn dood, een waarschuwing voor het verzet dat hij belichaamde en dat nog altijd navolging kent, ondermeer voor de arbeiders in het kader van de viering van de 1ste mei. Mohamed Chafik spreekt in zijn boek over hem als ‘legendarische leider van het verzet in de Rif tegen de koloniale expansie’. Hij was rechter in Melilla (wat later nog als enclave door de Spanjaarden is behouden op Noord-Afrikaans grondgebied) en omwille van zijn verzet werd hij verbannen naar Egypte. Zijn enige zoon werd recent door Mohammed VI uitgenodigd in Marokko als een soort van eerherstel en tegemoetkoming t.a.v. de Imazighen in Marokko, zo wist Afaf mij te vertellen. Later op de avond, bij de voorstelling van de fotoreportage aan de familie, ondermeer van de werkdag van de vader waar niemand ooit aan deelnam en waar ook geen foto’s van bestonden, moest ik vaststellen dat niemand de transcriptie in Amazigh kon lezen en dat enkel m’n geluidsopname in ‘Berbers’ hen van de inhoud op de hoogte kon stellen. Achteraf kon ik de vertaling in het Frans door de Marokkaanse syndicalist ook laten horen. Dat is nu onze situatie, wij kennen het ‘Berbers’ als ‘mondelinge’ taal maar er is geen schrift (meer), zo’n duizend jaar geleden verdwenen, zodat we het niet kunnen lezen of schrijven. Het is maar heel recent dat men onze gesproken taal in schrift aan het omzetten is zodat het in de scholen kan onderwezen worden. Het is langs de geluidsopname dat wij kunnen weten wat op deze affiches staat. Bedankt.

Pas later, in de ochtend, is deze simpele vaststelling volledig tot me doorgedrongen, en de impact die het in feite heeft op het bestaan van de Imazighen en zeker ook op hun emigratie naar Europa en België. In feite is spreken over ‘analfabetisme’ van de ‘Berbers’ onjuist, niet gepast en niet terzake voor mensen die vanaf hun geboorte het leven ontdekken in een taal waarvoor GEEN SCHRIFT bestaat! Dat is zeer uitzonderlijk en kan nooit volledig gecompenseerd worden door bv het aanleren van het Marokkaans of algemeen Arabisch of het Frans vanaf de leeftijd van vijf, zes jaar, of door het Nederlands voor kinderen van de migratie in Franstalige of Nederlands scholen. Gezien pas langs de 2de of derde taal (Frans of Nederlands) enige geschreven en leesbare taalkennis aangeleerd wordt kan men zich afvragen of er in het Nederlandstalig onderwijs, in scholen en bij leerkrachten wel voldoende besef is wat de impact ervan is de eerste vijf jaar van z’n leven groot te worden met een taal waarvoor geen schriftelijke component bestaat. Pas bij het betreden van de lagere school wordt langs een tweede (of derde) taal de letters, woorden en taalstructuur geleerd van het Nederlands of een andere taal. Het accent dat tegenwoordig gelegd wordt op het kijken naar Nederlandstalige televisie, het voorlezen van Nederlandstalige boeken enz, de verantwoordelijkheid van de ouders krijgt ook hier de connotatie mee dat de ouders nooit hun verantwoordelijkheid genomen hebben en moeten ‘ingeburgerd’ worden, terwijl misschien het elementair besef ontbreekt en dus ook niet mee kan verrekend worden dat het om kinderen (en ouders) gaat die opgegroeid zijn met een taal die zonder schrijf- of leesequivalent is/was. Die taal kon dus nooit de basis kon vormen voor een taalstructuur die voor ieder ander aanwezig is in de van bij de geboorte aangeleerde taal. En zelfs Vlaamse Imazighen zullen niet zo vlug het Amazigh of ‘Berbers’ laten vallen als deel van hun identiteit dat perfect kan samengaan met de Belgische nationaliteit of het ‘Vlaming zijn’. Ben geïnteresseerd in het advies van taalwetenschappers en onderwijsdeskundigen of samen met het aanleren van het Amazigh (‘Berbers’) het Nederlands onderricht kan samengaan met het aanleren van het ‘Berbers’ als lees- en schrijftaal, naast het Nederlands en pas in verdere orde bv het Arabisch. Hoe dan ook zal ‘taalondersteuning’, waar toch heel wat in geïnvesteerd wordt, best rekening houden met de orale overdracht van taal en cultuur verbonden aan de ‘Imazighen’ identiteit. Maar misschien gebeurt dit al ten gronde en vind ik hier alleen maar wat vijgen na Pasen. Zien wat Mohammed Chafik hier zelf verder over zegt, want ik ben pas aanbeland in zijn taal- en cultuurtuin.

Om 16h46 kwamen we opnieuw langs Imzouren, nu definitief op weg naar Nador over een opnieuw benevelde Rif maar met veel commentaar. Met kuddes schapen vluchtend tegen de hoge wegberm op, in een vrachtwagen rijdend op de limieten van iemand die de weg perfect kent, bij momenten een rodelbaan waar de armen als schokbrekers dienden om de rug enig soelaas te bieden, met twee stops uit vrees voor een panne en na de doortocht in het gebergte een break met koffie en pannenkoeken.

Dorpen en steden gepasseerd vol leven en zo te zien is heel Marokko nog niet naar Europa getrokken, ‘k heb hier toch nog véél Marokkanen gezien onderweg!

‘Thuis’ aangekomen in Nador, bijgepraat en om negen uur aan tafel voor een erwtjespannenkoek en een sterk gerecht met de maag en hart van schapen, alles bijeen wel lekker en omdat ik het lekker vond veel bij gekregen. Het eten afgesloten met een glas frisse karnemelk dat we sinds onze kindsheid niet meer gedronken hebben omdat het toen als gezonde drank verplicht en met enige afschuw werd doorgeslikt. Dat kon er nu nog wel bij.

De kampen: tekstverwerking en OCR

De volgende ochtend goed kunnen werken, met ongevraagd een glas vers geperst sap van appelsienen een zestigtal km verderop gewonnen.  De salon die ook het verblijf is van de grootmoeder is m’n rustige werkplaats. ‘s Middags een lekkere visschotel, op z’n Belgisch opgegeten en een verse bonensoep. Bij de thee het bezoek van de zoon van de grootmoeder en zijn vrouw uit Duitsland, het gesprek kon gewoon in het Duits gevoerd worden, nu door mij vertaald in het Frans en zo in het ‘Berbers’. Het zijn de ouders van een buur bij wiens zus ik op bezoek ben. Een hartelijke kennismaking met de grootvader van m’n goede vrienden en vriendinnen uit de straat. De grootvader was fier en wou tot twee maal toe horen dat zij in de dezelfde straat, aan de dezelfde kant woonden als ik. In feite hadden wij op dezelfde Ferry de overtocht gemaakt zonder het van elkaar te weten.

Ben bezig aan het moeilijkste stuk van m’n werk over dood en deportatie onder de nazi’s, met name het omzetten van het Nederlandstalige boek van Victor Trido, ”Breendonk, het kamp van de sluipende dood”, 1944, onmiddellijk na de bevrijding uitgegeven nog voor de ware toedracht bekend was over de vernietigingskampen en het lot van de gedeporteerden, ondermeer de gevangenen die vanuit Breendonk naar Buchenwald werden weggevoerd. Technisch moet voortgaande op een foto van elk blad uit het boek, de tekst langs OCR omgezet in verwerkbare tekst in Word en vervolgens naar html, met controle van elk woord op correcte omzetting en aanpassing van de spelling, een langzaam vorderend werk, zeker wanneer de kwaliteit van de letters en papier niet goed is.

Victor Trido is de eerste getuigenis die ik gelezen heb, gevonden op een rommelmarkt voor een halve €, op uitkijk ondermeer voor een boek, dat later als kroniek van Breendonk werd uitgegeven. Het is voor mij een oogopener geweest die me binnengezogen heeft in de ervaringswereld van overlevenden van dood en deportatie. Hun kreet, die zij bij terugkomst in geschriften, gedichten en tekeningen hebben geslaakt wil ik ook laten weerklinken op het internet. Toen zij terugkwamen, was de oorlog in België al een jaar voorbij en hadden zij grote moeite om duidelijk te maken uit welk een hel zij kwamen, het leven ging gewoon verder en sommigen hebben pas decennia later hun verhaal kunnen of willen doen.

Het overzicht van alle getuigenissen tot 1994, verzameld door Gie van den Berghe, is het algemene kader waarbinnen ik enkele getuigenissen verwerk voor publicatie op het internet, met als uitgangspoort Breendonk, Mechelen en de tocht langs gevangenissen, vernietings- en concentratiekampen van wie er van teruggekomen is. Van al degenen die in deze getuigenissen vernoemd worden maak ik een personenregister zodat langs deze lijsten kan teruggevonden worden wat over de doden gezegd is in het boek. Want deze doden konden geen verslag meer doen. Ook Fernand Thonnet niet bv, een van de stichters van de KAJ, die op 2 februari 1945 in Dachau is overleden. Tegenover het grote aantal getuigenissen is het werk dat ik doe slechts een hele kleine aanzet, waaraan ik evenwel niet ontkom.

Jan,
2 mei 2006

Jan in Marokko – 6

Liefdesdicht

“Ik ben een mens en niets menselijks is me vreemd”, een door velen geliefd gezegde is afkomstig van Terensji Afer, van Amazigh oorsprong die ongeveer een eeuw voor Christus in het Latijn schreef. De ‘Amazigh’ cultuur heeft een (beperkt) eigen cultureel erfgoed maar is ook terug te vinden in de Punische, Griekse, Romeinse, christelijke en later de Islamcultuur, en zoals voorzienbaar is of verwerkelijkt, ook in de huidige tijden ondermeer in het lekendom. Onder het kolonialisme werd er door de Fransen alles aan gedaan om zichzelf als opvolgers van de Romeinen op het Afrikaanse continent te beschouwen en de Imazighen als een Barbaars fait divers af te schilderen. De Marokkaanse natie is er mede onder deze Franse invloed, niet aan ontkomen om bv de Amazigh-dansen als folklore af te schilderen en de ‘koloniale of exotische buikdans’ tot eigen cultuur te verheffen terwijl in feite de Amazigh-dans het oorspronkelijke cultuurgoed is van Marokko. Door de eeuwen heen is de ‘Berbertaal’ als louter orale taal overgeleverd zodat te begrijpen is dat er geen volumineuze ‘literaire’ productie is kunnen tot stand komen, na drie generaties zijn orale literaire werken niet meer je dat en nergens op schrift terug vinden. Alhoewel het voor sommige Amazigh dichters onmogelijk is in een andere taal zijn liefde uit te spreken:

In mijn moedertaal

Beken ik jou, mijn lief, mijn geheim.
Hoe zou iemand dat kunnen
Die het Amazigh niet kent?
Zal hij ooit een woord
Over de liefde kunnen spreken?

Zeker als je het niet schrijven kunt is die vraag terecht. Want wat moeten geliefden aan zonder schrift,  telefoon of e-mail door de eeuwen heen? Dan ben je wel erg op elkaar betrokken in de af en toe rondtrekkende kleine gemeenschappen. En wat met de liefde als je elkaar maar sporadisch onder ogen komt, of wanneer een en ander toch voor je geregeld wordt. En wat met de chemie van de verliefdheid, de endorfines in lijf en bloed die Helen Fischer zo nauwgezet, begrijpbaar en ter zake uit de doeken doet? Wat gaat er in de hoofden om als langs de ogen de vonk is weggesprongen? En welke signalen worden er langs hoofddoek gegeven die rond of om of half of los of strak of dubbel het haar bedekt, of langzaam eventjes verschoven wordt? Zal hij of zij die het Amazigh niet kent wel ooit in liefde kunnen spreken?

Vcd-Amazigh-muziek


Op de markt van Al Hoceima gezocht naar echte Amazigh-muziek en twee vcd’s (liedjes om als een video-cd af te spelen) gekocht aan 5 dh ’t stuk, de prijs waarop niet af te dingen was. Later, ten huize van Abdellah in Beni-Bouyafroer bij Nador, was de halve avond gevuld met de muziek van twee jongerengroepen die in Amazigh het mooie en welbeminde Al Hoceima bezongen, met op de achtergrond koortjes en rapdansen. Tiens, dat is de Amazigh muziek van El Hoceima, wij hebben ook van die groepjes in Nador. Zodus bij onze verkenning van Nador de volgende dag, nu zonder gids, in de omgeving van de grote overdekte vismarkt opnieuw op zoek naar Amazigh-muziek en twee vcd’s gevonden die het lied van Abdellahs jeugd bleken te bevatten dat nu de hele avond niet meer van de TV weg te branden was. De traditionele zanger Omar Boutmerot zong niet eindigend liedjes, en er was ondermeer ook een lied met Mystro Ahidous dansend in het publiek en verder een cd met Mohammed Rewicho. De gezamenlijke zang, het alternerend zingen en de dansen door ‘traditioneel’ geklede Amazigh meisjes met de ‘echte’ buikdans, het was allemaal sfeervol en enigszins aandoenlijk, de vader die zijn jeugd herbeleefde en ik die er wat verwonderd op zat te kijken. Intussen had Mouna van haar vriend een USB-stick meegekregen met een 50-tal Amazigh liedjes van ondermeer Allal, Benaman, Imatawan, Ithran en natuurlijk Idir. Zij vullen nu de ruimte waarbinnen ik rustig werken kan.

Arabieren – 1

Terug toegekomen in Imzouren, m’n eenzame kluis betrokken, de ‘familie’ al missend na de eerste minuut. Opnieuw betrokken weer over de Rif, de ganse nacht geregend, met als resultaat een enorme en langdurende elektriciteitspanne midden in de match van Barcelona, hetgeen leidde tot een alsmaar verder ten hemel stijgende jammerklacht boven de verduisterde stad, nog erger dan het weemoedigste Amazigh lied en sterker nog dan wanneer Barça haar mooiste goal had gescoord. Een belevenis die weer aanleiding gaf tot gesprekken met de jongeren waaraan ik nu mp-3 liedjes vroeg met Amazigh-muziek en die me uitdaagden me uit te spreken over wat ik van de Amazigh en de Arabieren dacht, want wij ‘haten’ de Arabieren, dat mag je wel weten. Ja maar, dat is niet Amazigh, iemand ‘haten’, dat vind ik tot nu toe toch niet terug bij Mohammed Chafik, ah ja die kennen we, dat is nochtans een goede. De Imazighen hebben iemand maar echt gehaat, zo vervolgde ik, als ze hem konden verslaan zoals de Carthagers en de Romeinen, en dat is nu toch nog niet het geval als ik naar Marokko, de Arabieren en naar de Islam kijk, daarvoor moeten jullie naar Europa gaan, voor een ‘nieuwe ‘ Amazigh. Neen, wij willen naar Europa om geld te verdienen, om te studeren, om te werken want dat kan in Marokko niet. Zo zat ik meteen weer terug in m’n vorige discussie, nu met andere jongeren. Je moet daar toch minstens twee decennia tijd voor nemen in Marokko en de internationale situatie volgen. Amerika zal verder de oorlog met China voorbereiden en intussen na Irak nog andere stukken op het schaakbord in oorlog zetten. En de Arabische Liga  en de Europese Unie zullen zich sterker met elkaar moeten verbinden en een eigen militaire macht opbouwen zodat ze China de nodige technologische en menselijke support kunnen geven om op termijn Amerika op haar plaats te zetten. En de Imazighen zullen goed moeten nadenken wiens kant ze wanneer moeten kiezen. En de Arabieren zullen alleszins niet hun vijanden zijn. En nadat al deze overwegingen langs Frans en Engels ik weet niet hoe vertaald werden begon het licht weer te schijnen, allicht tot opluchting van wie het gesprek, met al of niet vermeende talenkennis had moeten dragen.

Mazout


In Marokko wordt het leven nog zelf gemaakt, in de met losse hand uitgestrooide dorpen en steden waar elk huis een leven werk is, met op de benedenverdieping ‘polyvalente ruimtes’ voor garage, winkel of café als de tijd of nood het vraagt. De reclame voor vis, vlees, kruiden is nog met hand geschilderd, puntzakjes zijn van tijdschriftpapier voor bv. nootjes, brommers, ijskasten en wasmachines worden tot de laatste draad of schroef hersteld, kleurrijke camions hebben slijkbeschermers vol geschilderde tafereeltjes als om de ongeduldig wachtenden achter hen verstrooiing te bieden. Versteld staan hoe snel bussen op tweebaanswegen bergop en bergaf camions voorsteken. De idylle wordt verbroken wanneer de reguliere bus langs een bos stopt en verdoken achter een scherm van groen met tientallen jerrycans, er 4 van elk  20 l mazout worden ‘georganiseerd’ om vanaf een op mobiel statief geplaatste bak met een simpel hemd als filter, de dieseltank te vullen in het zwart. Het doet me er aan denken dat ik hier nog niet veel auto’s of taxi’s aan benzinestations heb zien staan. Dat is Algerijnse mazout zegt Norridine later, in gans Marokko worden bussen, taxi’s en ook particulieren zo bevoorraad. In Algerije kost 1 liter mazout 1dh, moet je weten, en in Marokko 10dh per liter, zoals bij jullie. Daarom staan de benzinestations ook allemaal leeg of zijn ze failliet. Maar de politiecontrole stond toch vijf km daarvoor, die moeten dat toch weten probeerde ik nog, of pikken die een graantje mee zei ik om het hem zelf niet te hoeven laten zeggen. Dat is het, zo zit het allemaal ineen. Soms is er een grote controlecampagne maar daar is dan iedereen op voorzien. Het informele circuit heeft in Marokko aanzienlijke dimensies maar het doet me onwillekeurig denken aan hoe het formele circuit van kuiswerk, poetsfirma’s, gezins- en bejaardenhulp, vervoerdiensten in België opnieuw grijs gemaakt wordt langs de dienstencheques nu betaald met de zuurverdiende centen van de Sociale Zekerheid en de belastingbetaler. In plaats van de volle prijs aan te rekenen op rekening van de welstellende gebruiker van huishoudelijke hulp, of van de gemeenschapsoverheden die instaan voor gezins- en bejaardenhulp en vervoer voor gehandicapten wordt nu maar 15% van de marktprijs aangerekend en de rest komt ten laste van de sociale bijdragen van de werknemers. En als deze of de volgende overheid komaf maakt met dit oneigenlijk gebruik van sociale zekerheidsgelden dan zal opnieuw een zwart circuit ontstaan dat vijfmaal groter is dan toen men aan de dienstencheques begon. Zo loopt de ‘beschaving’ zowel in Europa als in Afrika langs kronkelende en duistere wegen naar hetzelfde punt, zeker als het dictaat van de markt en de ‘gemakkelijke’ winst de solidariteit verdringt.

Arabieren – 2

We moeten de pil doorbijten. Zien wat er van de Imazighen geworden is onder het Arabisch en later koloniaal dictaat. In de eerste twee fasen na de verbreiding van de Islam in de Maghreb gebeurde de Arabisering van de Imazighen langs de godsdienstige ceremonies, het uit het hoofd leren van de koran en de omgang met de Arabieren die zich in de Maghreb vestigden. Wie daarbij politieke macht wou uitoefenen moest bewijzen dat hij een afstammeling was van de Koeraisj, de stam van de profeet, dus van Arabische afstamming, en zo werden de Imazighen meer en meer afgesneden van de Amazigh-stam. Later kwam daar de weerstand tegen de Europese, christelijke kolonisatie bij in de periode 1912-1955 waarbij Marokko een protectoraat van Frankrijk werd en de Arabisering, ook voor de Imazighen, een middel werd om zich tegen de koloniale macht te verzetten. In de periode na de onafhankelijkheid van Marokko werd zichtbaar dat achter de oproep tot Arabisering, die tot doel had het Frans uit het culturele domein te weren (waar hebben wij dat nog gehoord), een ander, onuitgesproken doel schuilging, namelijk het elimineren van Amazigh-invloeden in de Marokkaanse maatschappij en het marginaliseren van het Amazigh. Door de onnodige opname van het Arabisch als officiële taal van Marokko in de grondwet, een uitzondering volgens Mohammed Chafik, werd het Amazigh niet meer tot de talen gerekend die in Marokko gesproken werden. Het Arabisch betrof dan in feite het ‘foesha’ het hoog ‘geaffecteerd’ Arabisch dat door het volk niet gesproken wordt, die spreken het ‘Marokkaans Arabisch’, een dialect zogezegd. Voor brede lagen van de Marokkaanse bevolking is de gewone, ‘aangeboren’ omgangstaal hetzij de Arabische spreektaal, hetzij het Amazigh, volgens de toeristische gidsen van 2006 is dat toch voor 2/3 van de Marokkaanse bevolking. De Imazighen beginnen “voor het eerst sinds hun kennismaking met de islam het gevoel te krijgen dat er een hogere macht is die hen tot arabisering oproept met het raciale argument gehuld in godsdienstige termen” zo stelt Mohammed Chafik. Een vergelijking met de Vlaamse ‘ontvoogdingsstrijd’ dringt zich weer op. De tijd dat de ‘officiële taal’ van  alle administraties en van de burgerij in België Frans was ligt nog niet zo heel ver achter de rug. Zelf heb ik nog als Limburgse seminarist in Luik een jaar theologie gestudeerd waarbij het gedurende de lesonderbrekingen om de andere dag verboden was om Nederlands te spreken.

Als tegenreactie ontstond eind de jaren zeventig een intellectuele stroming die zich op de Amazigh-cultuur richtte die nog decennia lang door de politieke overheid officieus verboden zou worden, zowel in Marokko als in Algerije. Vandaar ondermeer de verzetsdaad van de kippenboer waarvoor de coiffeur z’n uithangbord “Koop hier kiekens” in Amazigh had geschreven in 1998, vier jaar voor de officiële erkenning van het Amazigh.

Sifon

Een sifon zonder aangepaste rubbers zorgt voor problemen, zeker als 3 van de 4 pvc-aansluitingen water doorlaten. Zodus in de winkel tegenover m’n beste Frans bovengehaald om in het Hollands antwoord te krijgen dat ik maar best een nieuwe sifon kocht met alles er op en eraan, tot een stop toe voor 20dh, een koopje. Voor 7dh een tube pvc-lijm en ik kon aan de slag. Twee uur wachten om er water door te laten zodat ik op m’n gemak kon gaan eten en intussen ook de driemaandelijkse waterfactuur gaan betalen bij de watermaatschappij. Om twee uur naar het gemeentehuis, neen het is niet hier maar verderop naar rechts voorbij de cinema van Imzouren, die ik me nog herinnerde van een foto op het internet. Maar de watermaatschappij was pas om 15 uur open zodat ik nog een koffie kon gaan drinken juist voorbij de wegwijzer naar Tamsamin, niet te verwarren met Tammasint, het belangrijk tussenstation op m’n weg terug naar het beginpunt van de emigratie, El Kadi, hoog in de Rif gelegen. De cafébaas was oud-taxichauffeur op Tammasint zodat ik me uitgebreid kon informeren over prijzen en faciliteiten. Na de collectieve taxi voor 7dh zou ik voor 300 dh naar El Kadi kunnen rijden heen en terug met één uur tussenstop in El Kadi, maar ik moest dan wel weten waar ik moest zijn. Met deze wetenschap verrijkt kon ik de waterfactuur gaan betalen, elektronisch ingebracht en met onmiddellijke uitprint van betalingsbewijs op 2 minuten geregeld, 22,5 dh voor het eerste kwartaal 2006. Nu nog zien of m’n vers geplaatste sifon en nieuw gelijmde buizen het zouden houden na de twee uur wachttijd die werd aangeraden om de lijm te laten verharden. Het water dat afgerekend en wel door de buizen stroomde kende voortaan maar één weg, deze richting riolering en ik kon m’n dweiltje voortaan voor wat anders gebruiken.

Jan
5 mei 2006  

Jan in Marokko - 7

Handen wassen

Voor het eerst echt op bezoek bij een familie, dwz vader, zoon en vriend, samen met m’n twee chaperons Norridine en Saïd. Sandalen uit, handen wassen met zeep en spoelen boven een sierlijke afgedekte bak. Zelf had ik het ‘goud van Marokko’ bij, zes magdalena’s, en later kreeg ik een mooie aardewerken kan en twee kleine aardewerken sloefjes, alsmede een kg amandelnoten cadeau. Het ene woog niet op tegen het andere maar ik had vroeger al 5 kg goederen overgemaakt, zodus. Voor het eerst dat ik in Marokko ben werd me couscous voorgezet en daarna een schotel goed doorkookt schapenvlees met olijven, allemaal spek voor m’n bek. Heb de gastheer uitgebreid bedankt voor het lekkere maal, een manier om ook zijn echtgenote in de dank te betrekken. Tot groot vermaak m’n verhaal verteld van de waterfactuur, op de duur kan ik alle Belgen die na mij komen wegwijs maken in Imzouren, zoals ook de eerste migrant uit Imzouren in Mechelen in 1959 kon doen, die daarom ‘de minister’ genoemd werd. Na afloop van de maaltijd kreeg ik 4,5 punten op 5 voor ‘conform gedrag’ vanwege Saïd, de erg kritische onthaalagent. En dat half punt? Omdat je niet wist dat een bezoeker aan een tafel waar reeds begonnen is met eten, nooit een hand mag geven, enkel de mondelinge groet Salam Alikon. Maar mijn eerste reflex was dat geen hand gegeven werd om de bezoeker te respecteren gezien wij aan het eten waren. Dat kon wel zijn en dat klonk erg logisch maar het gebeurde omdat het zo de gewoonte was, dus niet goed, alhoewel ik met 4,5 op 5 zeker kon leven.

Abdelkarim El Khattabi

Meer dan ik kon beseffen groeit in m’n zoektocht naar de ziel van de ‘Berbers’ Abdelkarim El Khattabi uit tot een sleutelfiguur die, zoals op de 1 mei-boodschap in Al Hoceima weerklonk, dood zijnde even sterk gevreesd wordt als levend. Wanneer hij weigerde terug te keren uit zijn reeds 30 jaar durende ballingschap, nadat de Koning van Marokko zich speciaal daarvoor verplaatst had naar Egypte, dan was het omdat de  Fransen nog militaire basissen hadden in Marokko en er geen volwaardige parlementaire democratie was ingesteld. Waarom terugkeren naar een land dat nog niet bevrijd is? Een boodschap die nog opgaat voor menig derde wereld land dat in de vijftig en zestiger jaren ‘onafhankelijk’ is geworden. Dus we keren noodgedwongen nog even terug naar zijn leven, zijn strijd en zijn leven na de dood, zoals ik het op een knappe video-cd kon bekijken die in het Amazigh gesproken werd, maar Arabisch én Nederlands ondertiteld was. Want dat Abdelkrim nog in de harten en in de hersens van de Imazighen leeft, dat staat als een paal boven water. Imzouren is gelegen op 5 km afstand van Ajdir, waar Abdelkrim geboren is en de stuwdam een paar km verder is naar hem genoemd. Allicht symbolisch, zodat, zoals het water, zijn ideeën verder de gedachten kunnen bevloeien in de Rif, dat bij uitstek zijn terrein was en waar zijn overwinning tegen de verzamelde Spaanse overmacht in Anwan bij Temsamine in 1921 een strategisch meesterstukje was. Die overwinning was het begin van een vijf jaar durend ‘autonoom rifgebied', met administratieve zetel in Ajdir, en dreigde gans Marokko in een stroomversnelling mee te trekken naar democratie en onafhankelijkheid, zodat dat de toenmalige grootmachten al hun legers bij elkaar trokken om het ‘kleine’ Rifleger op zijn beurt bij Al Hoceima te verpletteren. Want wat was er in feite gebeurd? Abdelkrim El Khattabi was er in geslaagd om de tegen elkaar strijdende ‘Berber’stammen aan een zeel te doen trekken en 66 ervan onder een soort centraal gezag te brengen, te doen samenwerken en samen te strijden zodat de Spanjaarden geen kant meer opkonden, van hun bevoorradingslijnen worden afgesneden en in een regulier gevecht werden verslagen. De ‘Berber’stammen in Zuidelijk Marokko begonnen zich in dezelfde zin te verzamelen en de sultan van Marokko, die het Protectoraat van de Fransen al aanvaard had, voelde de warme adem van een ‘democratische’ revolutie in zijn nek. De aartsvijanden Frankrijk en Spanje sloegen de handen en hun legers bijeen (zoals nu Amerika, Groot-Brittannië en Italië tegen het ‘onafhankelijke en op lekenbasis georganiseerde Irak’, moest ik spontaan denken). Met de steun van Italië, dat het gebruik van gifgas beheerste, hun vliegtuigen en een grote overmacht op zee werd Al Hoceima en de beperkte, enkel met geweren bewapende troepenmacht van de Rifstrijders onder vuur genomen. 700.000 Fransen zouden gemobiliseerd zijn om af te rekenen met de volksopstand en het autonome Rif-gebied. Dat de Fransen er wat van kennen in hun overzeese gebieden blijkt ook in Vietnam waar de Amerikanen de stok hebben moeten overnemen om uiteindelijk ook in het zand te bijten, met evenwel drie miljoen doden en een door chemische bommen verregaand verontreinigd land. Maar zover zijn we nog niet. Om verder bloedvergieten en een slachtpartij onder de bevolking van het Rif te vermijden gaf Abdelkrim El Khattabi zich in 1925 over aan de Fransen (niet aan de Spanjaarden die hem om begrijpelijke redenen rauw lusten) en hij aanvaardde de verbanning naar het verst afgelegen  ‘Frans’ gebied, het eiland Réunion. Toen de Fransen hem dichter bij huis een onderkomen aanboden bij Marseille, de helden van het Volk moet men trachten te recuperen, en hij op de boot richting Suez-kanaal voer zorgde dit nieuws voor grote manifestaties in het Nabije Oosten. Abdelkrim El Khattabi was er ongemeen populair geworden omwille van zijn onafhankelijkheidsstrijd tegen Europa en het kolonialisme, en in zijn ‘gebruik’ van de godsdienst om een echte ‘democratische eenheid’ te realiseren in tegenstelling tot het ‘gebruik’ van de godsdienst als instrument van kolonialisme en onderdrukking zoals Mohammes Chafik in feite concludeert wat Marokko betreft. In de recente geschiedenis wordt dit ook duidelijk in Saoedi-Arabië waar met steun van Amerika al jaar en dag niet onmiddellijk een ‘modern’ regime wordt gesteund. Ook met de Taliban die in Pakistan met steun van de CIA en de USA werd opgericht, om de Russische interventie in Afghanistan te bestrijden en met de godsdienst die in Irak opnieuw een cruciaal verdeelinstrument is geworden om de bevolking tegen elkaar op te zetten en intussen de handen vrij te hebben voor het eigen (olie)belang. Op zijn weg naar Frankrijk bood de Egyptische overheid Abdelkrim El Khattabi asiel aan en na enige dagen ging Abdelkrim daar op in zodat Egypte het land van zijn ballingschap werd, waar geen Marokkaanse koning, of vele oproepen vanuit Marokko wat aan konden veranderen. Marokko was een ‘dictatuur’ die in feite nog onder Franse en Europese knoet bleef en waar de bevolking haar democratisch recht niet kon ontwikkelen, punt uit, en daar wou Abdelkrim El Khattabi noch zijn zoon een zakdoek zijn voor het bloeden. Dit standpunt en de populariteit van Abdelkrim blijft aldus een doorn in oog van Marokko maar is een steun vooral voor de op basisdemocratie en autonomie gerichte ‘Berberse’ traditie, die mede daardoor de eeuwen heeft overleefd.

Tamazigh

Ik probeer de dingen in m’n hoofd op een rijtje te zetten maar ik voel dat het nog te vroeg is en dat ik gedurende dit verblijf in Marokko niet op alle vragen een antwoord zal kunnen vinden. Het gemak waarmee in België en Vlaanderen over Marokkanen gesproken wordt, Arabieren, zo moet men wel aannemen, want het Arabisch is toch hun nationale en hun officiële taal, Noord-Afrikanen, als het even misgaat, die naar Europa gekomen zijn om het om ‘economische redenen’ beter te hebben. Dat in Marokko nog zelf de redenen aanwezig zijn om het ‘niet goed’ te hebben en dat Imazighen een soort veredelde (politieke) vluchtelingen kunnen zijn, om dezelfde redenen waarom Abdelkrim El Khattabi niet naar Marokko is willen terugkeren, is nooit bij me opgekomen. Evenmin waarom Rzoezie bv Arabische lessen organiseerde als tweede taal, wegens het ontbreken van het geschreven Tamazigh, en het nog grotere gemak waarmee de (goe)gemeente daartegen te keer ging, niet wetende allicht dat de moedertaal voor de Marokkaanse ‘Berbers’, geen geschreven equivalent heeft (had). Opnieuw spoken de ‘alfabetiserings’campagnes van indertijd (en deze tijd?) me door het hoofd, toen ik in de ‘migrantensector’ actief was, waarbij allicht niet ten volle onderkend wordt dat het ongepast is te spreken over alfabetisering als de moedertaal niet geschreven of gelezen kon (kan) worden. Momenteel loopt in 300 scholen in Marokko een project om het Tamazigh, dwz de geschreven taal van de Amazigh, dwz de bevolking met Imazighen-identiteit, aan te leren, lesmaterialen te ontwikkelen die toegeleverd worden door het IRCAM (Instituut de la Culture Amazigh) dat met een ruim budget op basis van het Ajdir-decreet op 17 oktober 2001 officieel is kunnen tot stand komen. Niet toevallig Ajdir, alhoewel elders gelokaliseerd dan in de geboorteplaats van Abdelkrim El Katthabi. Als het nog lang duurt gaat hij het toch nog halen. Dood zijnd wordt hij evenzeer gevreesd als levend!

Rekeningen

Ben even aan het rekenen gegaan wat m’n verblijf me gaat kosten. In Marokko zelf heb ik voor 16 dagen nog maar 3x 50€ gewisseld en ik heb nog 200dh op zak. Dat is moeilijk te geloven maar vooral het gevolg van dat m’n verblijf zelf ‘Belgisch’ geregeld is. Dwz dat het een uitloper is van m’n vraag aan Marokkaanse kennissen of zij geen verblijf wisten met een tafel, een stoel, een bed en elektriciteit om te kunnen werken in Marokko buiten het seizoen. Ja maar dan kan je toch in ons huis, was het vervolg dat me hier midden het gewone leven gebracht heeft. Het scheelt allicht als je door de jaren heen je als ‘echte Vlaming’ hebt opgesteld, dwz  behulpzaam, attent, de kinderen van Marokkaanse buren mee naar het zwembad nemen, ongevraagde hulp geven bij huiswerk, de studiekeuze mee overdenken enz. Zoals een Vlaming in de wereld staat, zonder vooroordeel en zonder uitzondering handelen, en geen gezever. Soms denk ik dat als Marokkanen massaal naar West-Vlaanderen waren geëmigreerd er goed wat minder ‘Vlaamse’ problemen waren geweest, de West-Vlaming doét, de Antwerpenaar ‘zevert en selecteert wat hem best uitkomt’ en de Brabantenaar denkt enkel in termen van Brussel: is de Marokkaan een factor die de invloed van Brussel gaat vergroten, ha ja, dan passen we maar beter op. En een Limburger die dat allemaal zegt, ah, ah. Zodus heb ik al vijftien jaar geleden berekend dat als op 100 Vlamingen er 1 was die een Marokkaanse buur behulpzaam zou zijn, een soort ‘peterschap’ op zich neemt, dan hadden veel ‘processen van samenleven’ gesmeerder gelopen en dan hadden de ‘slechte Vlamingen’ die hun eigen roots en identiteit verloochenen zo geen nefaste invloed kunnen uitoefenen op de kinderen van de migratie. Want opgroeien als kind met de haat in de ogen omwille van de kleur van huid of de afkomst, is nefast, en dat krijgen al die slecht menende en slecht willende Vlamingen nu op hun bord. Het zou de West-Vlaming niet overkomen, behalve als de ‘Marokkanen’ uit Frankrijk komen misschien. En laat duidelijk zijn dat in Vlaanderen honderdduizenden gezinnen wel gezorgd hebben voor goed onthaal en hulp als die nodig was, zij hebben door de jaren heen, wél langs ‘multiculturele’ feesten en samenkomsten, waar nu zo minnetjes en schamper over gedaan wordt, het samenleven aan de basis vorm gegeven. En er zijn wel tienduizenden ‘migranten’ en nieuwe Belgen die dat ten zeerste hebben weten te waarderen en daar dankbaar en erkentelijk om zijn.

8 mei 1945

Het is vandaag toch niet 61 jaar na het einde van de tweede wereldoorlog zeker? Nu goed, vannacht de laatste hand gelegd aan het weergavesysteem van 1.541 bio-bibliografische fiches van Gie van den Berge met getuigenissen over dood en deportatie door het nazisme van Belgische slachtoffers die het hebben kunnen en willen navertellen, hetgeen de goed 40.000 doden in vernietigings- en concentratiekampen niet meer konden doen. Dat 26.000 van deze doden Mechelen als laatste halte in België hadden maakt Mechelen tot een stad die meer dan welke andere stad in België ook, een rekening heeft met de geschiedenis. 29 treinen met telkens een duizendtal Joden en naar het einde toe ook transporten met Zigeuners, zijn vanuit de Mechelse binnenstad onder ogen van duizenden Mechelaars in de trein gedwongen en langs de Guido Gezellelaan vertrokken voor hun macabere tocht vertrokken. Langs buiten is op de Dossin-kazerne als herinnering hieraan 2,5 m2 gedenkplaat te zien in een zijstraatje. Vijftien jaar geleden werd de opstapkade wegens vernieuwingswerken van de ring zonder pardon opgeruimd (en niet netjes), terwijl alles bijeen, in het zijstraatje, 1,2 m spoor in een beeltenis is verwerkt en een van de beestenwagens in de kelder van het Museum voor Deportatie en Verzet is ondergebracht. Eigenlijk zouden over de ganse lengte van de Dossin-kazerne, gelegen aan de Guido Gezellelaan waar al het verkeer langskomt, een spoorbaan dienen heraangelegd en de laatste beestenwagen er opnieuw opgeplaatst. Zodat er een permanente en zichtbare getuigenis van het ‘Mechelse drama’ voor alle passanten en bedevaarders zichtbaar blijft, zoals ook het geval is voor de afstapkade in Auschwitz, waarvan het ondenkbaar zou zijn om die ooit weg te doen. In Mechelen is dat wel gebeurd met de opstapkade voor 26.000 Joden en zigeuners die van daar uit de dood zijn tegemoet gegaan. Van de 1.250 overlevenden zijn er enkelen die getuigd hebben over wat zij en vooral die onmiddellijk na aankomst in de gaskamers vernietigd werden, meegemaakt hebben. Het is hen die wij ondermeer met hun getuigenis aan het woord willen laten op het wereldwijde web zodat hun stem voor altijd weerklinkt!

Jan,
8 mei 2006  

Jan in Marokko – 8

‘Berbers’ – 4

Tijd om nog eens terug te keren naar de ‘Berbers’, de Imazighen, want wat is volgens Mohammed Chafik, de eerste directeur van het IRCAM, het officiële Imazighen Instituut in Marokko, het eigene aan de ‘Berbers’? Hebben de Imazighen specifieke kenmerken vraagt hij zich af, zijn zij ‘geneigd tot anarchie’ en willen ze zich daarom ontwortelen aan elk gezag dat hen wil besturen, zo luidt nogal eens de academische vraagstelling door de Europese wetenschappers die de Imazighen bestuderen. Van deze politiek geïnspireerde verklaring wil Chafik echter niet weten. Volgens hem is het de geografische aard van Noord-Afrika die de Amazigh-maatschappij heeft gevormd en deze staat dichter bij de Bedoeïen dan bij de verstedelijkte samenleving: verschillen in vruchtbaarheid, temperatuur, droogte, de woestijn achter de Atlasgebergten en de ertussen gelegen desolate vlakten, de soms jarenlange droogte en hongersnood bepaalden het voortdurend nomadische bestaan waardoor de stammenstructuur werd bestendigd als meest levenskrachtig in deze omstandigheden. Van daaruit kunnen de sociale tradities afgeleid worden die op hun beurt de individuele aard, en dus ook de Imazighen aard bepalen. Voilà. En wat zijn dan die kenmerken volgens Chafik? We zetten ze even puntsgewijs op een rij:

- neiging tot ascetisme
- afwijzen van een leven van overvloed en comfort
- principe van gelijkheid tussen de leden van de clan
- principe van gelijkheid tussen de clans
- vasthouden aan de regels van samenleven binnen een nomadisch bestaan
- vasthouden aan groepsverbanden

Hierdoor wordt het vermogen om gemeenschappelijke belangen te verdedigen gewaarborgd binnen de stam en binnen een eventuele alliantie van verschillende stammen, hetgeen een relatief sociaal evenwicht voortbrengt dat het opbouwen van een krachtige sociale structuur verhindert, die duurzaam is en op één plaats bestaat. Hierin moeten de democratische wortels van de ‘Berbers’ worden gezocht, evenals het geheim van het vermogen van de ‘Berbers’ om buitenlandse machten het hoofd te bieden. Ze hadden bv het vermogen om hun Amazigh-afkomst verborgen te houden en toch politieke verantwoordelijkheid te dragen in de Islamitische periode zo merkt Chafik op. Zelfs als je door een vreemde macht bezet wordt toch de politieke controle behouden, daarvoor moet je bij de Imazighen zijn. Chafik gaat dan verder in op de wijze waarop de lokale democratie vorm krijgt.

Abdelkarim El Khattabi en Mao ZeDong

In feite ontwikkelt Mohamed Chafik een visie die perfect doet begrijpen wat door Abdelkrim El Khattabi gedurende enkele jaren (tussen 1922 en 1925) op een regionaal vlak in de Rif werd gerealiseerd, en die als een onafhankelijke politieke macht fungeerde tav de bezettende machten Spanje en Frankrijk en de collaborerende Marokkaanse sultans en overheid die niet wisten wat aanvangen. Zowel Mao Zedong, Ho Chi Minh als Che Guevara achten zich schatplichtig aan Aldelkrim El Khattabi die volgens hen voor het eerst de theorie en de praktijk van de ‘volksbevrijdingsoorlog’ heeft ontwikkeld en die de cruciale ervaring geleverd heeft voor de ‘democratische’ revoluties in China, Vietnam en Cuba die tot de dag van vandaag standhouden. In feite is dit ook een historische erkenning van de ‘Berber’traditie en ‘Berber’-democratie waarop Abdelkrim zich baseerde en die nog altijd leeft in de geesten van de meerderheid van de Marokkaanse bevolking én hun emigranten.

Een Palestijnse delegatie op bezoek bij Mao Zedong
, zo doet het verhaal de ronde, vroeg hem ooit wat te doen om hun land en hun volk te bevrijden. “U bent gekomen om mij te horen praten over de volksbevrijdingsoorlog, zegt Mao Zedong. Maar in jullie eigen recente geschiedenis hebben jullie Abdelkrim. Hij is voor mij een van de belangrijkste inspiratiebronnen geweest, van hem heb ik geleerd wat de volksbevrijdingsoorlog precies is.'

En  hoe zit het vandaag met die lokale democratie in de ‘Berber’gebieden in Marokko? Schiet daar wat van over na de migratiebeweging naar Europa van de laatste dertig jaar en de 330.000 Marokkaanse inwoners in België die voor meer dan de helft van ‘Berber’afkomst zijn. Of weten zij voor hun overleven en voor hun interne op de lokale gemeenschap gerichte democratische tradities ook ‘politiek’ onzichtbaar te blijven om met groter effect zich ter beschikking te stellen van de eigen gemeenschappen. Wordt deze traditie niet vermengd met de ‘westerse’ democratische tradities, en is bv de toegang tot het gemeentelijke stemrecht, Belg-zijnde of als ‘ingeschreven’ vreemdeling, erg Amazigh, en ook uit dit historische oogpunt van fundamentele en voor de ‘Berber’gemeenschap van essentiële betekenis? De Belgische en andere overheden kunnen er hun voordeel mee doen: de Marokkaanse ‘Berber’emigranten als dragers van de nieuwe lente van de basisdemocratie. Zoals de (Zuid-Amerikaanse) bevrijdingstheologie dat ooit was voor de christelijke traditie die evenwel, door gebrek aan aanhang en vooral door de zelfdestructie waarvan de katholieke kerk de laatste decennia heeft blijk gegeven, doodgebloed is, een antipode van de ‘Berber’-identiteit en filosofie wat historisch overleven betreft. Maar deze bestaat dan ook al een paar duizend jaar langer dan het katholicisme.

Bouwstages

 Als je de kwaliteit van de ambachtslieden in de bouw en de bouwwerken bekijkt in Marokko dan kan je niet anders dan besluiten dat het om excellent vakwerk gaat, zelfs in de ‘gewone’ huizen worden vloeren en plafonds met de nodige ‘kunstzinnige’ zorg afgewerkt, zodat je je afvraagt hoe men het kan doen met soms eenvoudige middelen. De overdonderende afwezigheid van autoverkeer en de functionele aanwezigheid van goedkoop openbaar vervoer en taxi’s op diverse niveaus van comfort, interregionaal, regionaal en lokaal (les petits taxi’s) dwingt respect af. Dat een organisatie als de Lijn in Vlaanderen gedurende jaren ‘vreemdelingen’ heeft uitgesloten van een contractuele functie als chauffeur (slechts 0,2% waren vreemdeling tot 2002, terwijl hun aanwezigheid in de bevolking 4% was, dus 20-voudig ondervertegenwoordigd) en dat vreemdelingen en nieuwe Belgen nog altijd slechts met mondjesmaat een chauffeursfunctie verwerven in de Vlaamse vervoersmaatschappij wijst hoe dan ook op uitsluiting en onwil van een ‘overheidssector’ in een potentiële sector waarin ‘migranten’ nu eens wél ervaring hadden. Maar goed, het ging over de kwaliteit van het vakwerk in de bouw. Zou het niet interessant zijn om Marokkaanse bouwvakkers, in het kader van uitwisselingsprojecten stage te laten doen in België zodat zij zich kunnen vervolmaken in de nieuwe bouwtechnologieën, en is het geen goed idee om Belgische Marokkanen in Marokko hun ‘bouwopleiding’ te laten volgen in de basics van de bouw, en nadien hun stage in België te laten uitvoeren. Zo kan met al het goede in de wereld de kwaliteit van de productie er alleen maar bij beter bij worden en kan ook de Belgische bouwtechnologie de bouw en de bouwvakkers van Marokko bevruchten en hun jongeren beter uitzicht op werk geven.

Op 7 mei is de stage beëindigd van het Waaslands Werkwortelproject in Tetouan. De 7 aspirant-bouwvakkers zijn nu onderweg voor een inlevingsrondreis doorheen Marokko. Ben er niet geraakt, mede doordat de reis op- en af telkens 9 uren bus bedraagt en het zou me al vlug vier dagen gekost en mijn eigen werkzaamheden in het gedrang gebracht hebben. Zal me later uitvoerig informeren over de ervaring én mogelijkheden om desgevallend vanuit de reguliere gezondheidssector in België samenwerkingsprojecten op te zetten in het derde wereldland Marokko. En eventuele samenwerking tussen steun aan sociale bouwprojecten in Marokko (zoals het Werkwortelproject) en personele ondersteuning vanuit gezondheidsprojecten, zoals het Sri Lanka project – kom naar de Nacht van de Non-Profit op 10 juni 2006 in Gent als steun voor het ‘Elderly Home’ in Sri Lanka.

Elektriciteitsfactuur

Intussen is de elektriciteitsfactuur toegekomen en dat geeft meteen aanleiding tot grote discussies of ik die nu wel moet betalen of niet. Heb eerst laten nagaan of er melding is dat ‘deze factuur met bestendige opdracht betaald wordt’. Indien niet zou ik toch de zorg van betaling op mij kunnen nemen. Maar neen, dat is allemaal geregeld. Ja maar als alle Marokkanen in België zo met hun facturen van nutsvoorzieningen omgaan dan zou het nogal wat geven. De Belgen die in Marokko verblijven hebben toch ook hun plichten. Dat was een snijdend argument en ik zal nog zien wat ik doe, misschien eens vragen hoe het juist zit met automatische betalingen en hoelang met betaling kan gewacht worden bv, en wie normaal deze facturen betaald.

Hollands schoon

Bij de Nederlanders die ik hier ontmoet heb zijn drie op de vijf mensen ‘uit het land gezetten’. Vroeger ja, kon je als ‘illegaal’ met wit werk het jaren harden, maar nu lig je er uit zo vlug je wat mispeutert of niet alles is zoals het moet zijn. Zo had ik een jaar 199,5 dagen wit gewerkt maar het moest 200 zijn dus dat jaar telde niet mee voor m’n 6 jaar regulier werk voor een vaste verblijfsvergunning en ik lag eruit. Hier draag ik nu het brood rond voor de bakker en daarmee kan ik het voorlopig stellen. Maar ik ga terug. Anders is het voor de Nederlandse jongen van 28, ongetrouwd, wel nog een zus en twee broers in Nederland en de laatste 15 jaar woonachtig, werkend en zwalpend in Nederland. Z’n verblijfsvergunning niet kunnen verlengen wegens een half jaar gevangenis en op het vliegtuig naar Casablanca gezet en klaar was Marokkaanse Kees, die zich nu permanent zit op te jagen over het gebrek aan vrijheid in Marokko. Als je publiek twee pintjes drinkt in Marokko vlieg je drie maand in de bak en met meisjes probeer je maar best niets. Zodus concludeer ik, openbaar druggebruik en publiek stappen zetten om het andere (of hetzelfde) geslacht te versieren zijn in Marokko niet toegelaten. Jij weet nog niet goed wat in Nederland allemaal kan op het gebied van drugs en seks in de publieke omgeving, zelfs veel meer dan in België. Maar heb je dan geen steun van een of andere sociale zekerheidsinstelling uit Nederland, je hebt toch gewerkt. Neen, en pensioen is maar vanaf 45 jaar betaalbaar. Je hebt toch nog genoeg familie ginder om een en ander voor jou in orde te brengen of willen die niet meer van je weten, heb je de slechte dingen gedaan op het moment dat je het nog goed kon maken voor jezelf, waarom ben je geen ‘echte’ Nederlander geworden enz. ‘k Zal er niet veel wijzer van worden denk ik, en ook niet alles weten, maar het is illustratief, er is een dubbele re-emigratie bezig, van oudere Marokkanen die terugkomen en een winkeltje opzetten of een en ander om na het werken in Europa iets om handen te hebben, en de noodgedwongen, veelal jongere terugkeerders die hier nog voor ‘problemen’ kunnen zorgen, maar die de wegen kennen om op een gegeven moment terug te keren naar hun land van oorsprong, Nederland dus. Een streng beleid nu tav Nederlanders van vreemde afkomst is dan een ticket op nog grotere problemen later. België gaat daar allicht ‘realistischer’ en in de ogen van de Nederlanders ‘redelijker’ mee om. En al die Marokkaanse jongeren hier, die willen maar één ding, naar Europa, en men liet me een briefje van 5€ zien waar de ratten aan zouden geknaagd hebben, zo erg is het hier. Maar besef dat in België er méér ratten zijn dan inwoners en er dubbel zoveel varkens zijn als mensen, probeerde ik nog een dam op te werpen.

Nescafé

Toevallig, bij een laatste tas koffie om 21h een groot glas warme melk en een zakje “nescafé” voorgezet gekregen, dat is veel lekkerder dan van het machien, zegt iemand uit Eit Al Kadi waar ik ’s anderdaags op bezoek ga. Monaim, de onderwijzer die daar reeds zeven jaar les geeft aan de eerste graad van de lagere school heeft me uitgenodigd. Hoog in de Rif gelegen is daar geen elektriciteit en gezien de afstand tot Al Hoceima, waar hij woont, blijft hij in de week ginder. M’n laatste week-end in Marokko mag ik in zijn huis doorbrengen, samen met z’n zuster Samira en z’n moeder. De ‘Nescafé’ smaakt - alhoewel wordt dit product niet als ‘Israëlisch’ product geboycot? Met de Nederlander die ik al eerder ontmoet heb als tolk kan ik toch een gesprek aangaan over Eit Al Kadi, waar zijn vader nog woont en over de huizen die bij de aardbeving enkele jaren geleden zijn ingestort of die leegstaand en van ouderdom vervallen. Zodus om 21uur ga ik nog een paar uurtjes werken, laat ik me ontvallen, ik heb wel al 7 uur goed gewerkt maar daar kunnen nog gerust drie uur bij, hetgeen iedereen in een hartelijke lach doet schieten waarvoor ik alle begrip kan opbrengen. Maar ik wil graag nog de laatste hand leggen aan de 4.500 linken die de ervaringen van de 1.600 Getuigen over de 150 concentratie-, vernietigings-, werkkampen en gevangenissen onder het Nazi-regime verbinden aan hun biografische en bibliografische fiches. Het is een monnikenwerk waarvan het einde in zicht komt. Waarom dit werk nog manueel doen als er goede programma’s bestaan en databases die dit in een oogwenk klaren zullen de echte techniekers zeggen. Daar ben ik nog niet uit, maar het continue overzicht van het geheel, de linkbaarheid van elke informatie en de kneedbare vorm in een wisselend geheel van frames doen me vooralsnog opteren voor deze aanpak. Zien wat het bij publicatie geeft. Alles bijeen is het een ‘eindig’ werk. Eens gereed moet het enkel aangevuld worden met de getuigenissen van na 1994 en gezien de 2de wereldoorlog steeds verder af  komt te liggen en de laatste getuigen naar hun definitieve rustplaats gaan, wordt hun (op het net gepubliceerde) getuigenis een soort monument of memoriaal dat door iedereen kan bezocht  worden.

Eit Al Kadi – 1 – Kinderbijslag en meel

Onderweg naar Eit Al Kadi, tegen de flanken op van de afgeronde heuvels en bergen van het Rif: de boer met een grote ploegschaar voortgetrokken door een os. De revolutie die lang geleden toeliet om van de jacht en het trekken over te gaan naar een sedentair bestaan met landbouw en vestiging op een bepaalde plaats. Vrouwen met strohoeden en kleurrijke kleren, een zwarte doek rond het gelaat – alleen maar als bescherming tegen de zon – die op schrale akkers de sprietjes stro met de hand oogsten en in kleine bundels samen kloppen en binden. Kruiden bijeen zoeken en die in ronde cirkels te drogen leggen, tegen een bergflank op een klein stukje grond met de hak  bewerken, tientallen kleine schaapskudden gehoed door ouderen of kinderen. Daarvoor waren we halfweg eerst Tammasint gepasseerd om een wagen te versieren die met vier personen aan 10dh elk de tocht naar Eit El Kade zou aanvatten. Na anderhalf uur wachten welteverstaan, want zo frequent is autoverkeer met het dorpje gelegen aan de Rhis, een van de twee meestal droog liggende stromen die vanuit de Rif El Hoceima bevloeien. Intussen zoals beloofd m’n tas koffie gedronken met de Marokkaans Antwerpse inwoner van Tammasint die daar met vrouw en twee dochters leeft en die we enkele dagen tevoren in een taxi hadden ontmoet. Wat staat er in die brief van de Kinderbijslag van België. Dat je geen recht (meer) hebt als invalide op aangepaste uitkering voor je twee kinderen in Marokko sinds je met hen terug naar hier verhuist bent. Als je kinderen in Marokko leven wordt het recht op kinderbijslag voor maximum 4 kinderen dan nog, verminderd tot gemiddeld 1/3 of ¼ van het bedrag van de gemiddelde bijslag in België. Dat is de werkelijkheid die meteen een van de grootste leugens, waarmee het Vlaams Blok indertijd is groot geworden, ontkracht, nl dat de sociale zekerheidskassen leeggezogen worden door de kinderbijslag voor Marokkanen die hier komen werken en in Marokko het ene kind na het andere maken. Niet alleen een leugen maar een onthutsende tegenstelling met de werkelijkheid die de kinderbijslag beperkte tot 4 kinderen in het buitenland en dan nog aan gemiddeld 26€ per kind zonder verhoging voor 2de, 3de of 4de kind. Heb van het kinderbijslagfonds voor m’n vertrek naar Marokko alle statistieken toegekregen voor vreemdelingen met kinderen in het buitenland per nationaliteit en per kind van 1950 tot nu. Na het aantal vreemdelingen, véél meer dan het VB dacht, de veiligheid, veel lager in verhouding tot het % vreemdelingen dan het VB dacht, nu de grootste leugen van het VB aanpakken, het kindergeld voor kinderen in het buitenland van vreemdelingen is tot vier keer lager dan het gemiddelde voor kinderen in België en dan nog beperkt tot 4 kinderen. Een nuancering dient wel te gebeuren vanuit de eigen Marokkaanse kinderbijslagregeling, zoals Said me uitlegde: voor de eerste drie kinderen wordt in Marokko voor elk kind 15€ per maand uitbetaald, en vanaf het vierde kind 3,6€. Bij jullie moeten er juist kinderen gemaakt worden wegens het negatief geboortesaldo. In de overeenkomst Marokko-België wordt allicht ook om redenen van de beperkte kinderbijslag in Marokko, het Belgische bedrag laag gehouden, hetgeen niets af doet aan de leugens van het VB wat dit punt betreft. Aan de plaatselijke gemeenteambtenaar uit Tammasint vroeg de Antwerpenaar nog wanneer hij z’n meel kon komen afhalen. Een zak van 50kg meel kon hij daar voor 106 dh kopen terwijl het in de winkel 450 dh kostte. Een soort OCMW-regeling van Rabat als tussenkomst voor de behoeftigen om de voedselnood te lenigen. Voor wie vanuit een andere gemeente komt is het  212 dh. Ik ben van Tammasint én invalide, zodus is de 106 dh op mij van toepassing zegt de Antwerpse Marokkaan die ook hier Belg blijft in zijn ‘eigen’ land. Zodus eindelijk toch onderweg naar Eit El Kadi, we geraken er wel nadat ik m’n prijs verhoogd had tot 20dh en met twee personen kon vertrokken worden.

Houtsprokkellende oudjes Schapen op de droogstaande Ghis



Jan,
11 mei 2006  

Jan in Marokko – 9

School in Eit Al Kadi

Bij het doorkruisen van de bedding van de Ghisrivier, zonder supplement te betalen voor m’n taxi, nog een bejaard paar tegengekomen met muilezels vol takkenbossen, om dan terecht te komen midden een groep joelende kinderen na schooltijd, meteen het teken van een perfecte timing gezien we na schooltijd hadden afgesproken met de onderwijzer Monaim. Uitgestapt en gezocht naar het centrum van Eit El Kadi maar geen gevonden. Enkel de school, omgeven door het hellend landschap met in de verte op de heuvels enkele apart staande huizen, de typisch uit een verdiep bestaande boerenwoningen met verderop een moskee met een piepkleine toren en luidspreker. Monaim, onderwijzer van de eerste graad, staat ons op te wachten midden op de speelplaats samen met de onderhoudsman en de drie ‘school’honden. Met vier onderwijzers wordt de school gerund waarvan twee de ganse week in een huisje langs de school verblijven, drie kamers en een keuken voor 600 dh elk. Geen elektriciteit, enkel een radio op batterijen, wat boeken en de eeuwige stilte en rust van het Rif, met om het uur een auto die in de verte moeizaam door het landschap ploetert. Wat kan iemand drijven hier al zeven jaar lang z’n professionele loopbaan uit te bouwen?

De ontvangst is hartelijk en fier wordt het sober klaslokaal met een absoluut minimum aan didactisch materiaal getoond, het ‘museum’, de schriften met het Arabisch en de cijfers – bestaan die niet in het Arabisch wat ik zo stom te vragen. Voorstelling aan de collega onderwijzer die in de namiddag les gaf, in een klas waar het geroezemoes minuut na minuut aanzwol, telkens afgezwakt en terugkomend na een opmerking van de onderwijzer. Een geanimeerd gesprek over onderwijskansen, het ontbreken van de leerverplichting in Marokko, ouders zijn vrij hun kinderen te sturen of niet, een meerderheid haakt af na het basisonderwijs, Europa dat in het hoofd speelt van elkeen. Is het dan niet nuttig nu al lessen te geven over emigratie en Europa, en bv de groei en uitbouw van de Sociale Zekerheid in Europa uit te leggen en wat dat allemaal aan organisatie, inzet en strijd gevraagd heeft. Een minzame blik maakt me duidelijk dat allicht de Marokkaanse overheid de laatste is om een sociaal programma te realiseren of de ideeën daartoe te geven of te onderwijzen.

Monaim met in de verte z'n 'eenzame' school' Enkel het elementaire is aanwezig


Het hart van de emigratie

Of we niet meteen onze tocht naar het ‘begin van de emigratie’ zouden verder zetten? Dus opnieuw onder een (gelukkig) benevelde Rif de tocht naar boven aangevat. Langs het ouderhuis van Monaim, zijn grootvader en nonkels vanwaar de tijdelijke en definitieve emigratie gebeurde naar Algerije, Spanje, Frankrijk en later België. Zijn grootvader samen met diens broer hebben elk, boven in de heuvels, een huis gebouwd volgens traditionele methoden, om er het land te bewerken en een gezin te stichten. Zijn grootvader is in de jaren dertig al naar Algerije getrokken om daar op het land te werken en bestaansmiddelen te vergaren, op een ogenblik dat Spanje nog als kolonisator de Rif onder zijn militaire hegemonie had en nadat Abdelkrim El Khabatti in 1926 de handdoek in de ring gegooid had. Later, in de Spaanse burgeroorlog hebben ‘Berber’boeren, ondermeer de grootvader van Monaim, met het volksfront gestreden tegen Franco, samen met de Belgische Brigades. Zo haakt de geschiedenis ook hier weer ineen. Maar die overwegingen zijn veraf als ik me moeizaam, met een door medicatie afgeremd hart, bergop begeef langs de kronkelende paden en de door erosie aangevreten rode grond, waar de sporen van hevige regenval nog duidelijk te zien zijn en alle pogingen om verderop wegen aan te leggen in de kiem smoren. Hoog op de heuveltoppen staan eenzaam de elektriciteitsmasten te wachten op bekabeling en ontsluiting van deze Rifgebieden. De broers van Monaims vader hebben daar in de zestiger jaren niet op gewacht. Dertig jaar geleden zijn zij het ouderhuis ontvlucht met vrouw en kinderen, nadat zij in België definitief werk gevonden hadden. Monaim was toen nog niet geboren maar zijn vader, die in tegenstelling tot z’n ongeschoolde broers gestudeerd had voor onderwijzer, besliste om in Marokko te blijven en daar zijn bestaan uit te bouwen, ook al moest hij er later op toezien dat ook zijn kinderen emigreerden op zoek naar een (beter) bestaan. Monaims familie groeide dus op in El Hoceima van waaruit zij nog gedurende 20 jaar elk jaar gedurende twee maand op vakantie kwamen, hoog in het ouderhuis in Eit el Kadi. Monaim, in de voetsporen van zijn vader, werd onderwijzer en heeft duidelijk zijn hart verloren in de rust en stilte van de Rif, want eens het jaarlijkse familieverblijf was afgelopen kwam hij als onderwijzer werken en wonen in het schooltje waar zijn oudere Belgische nichten nog school volgden voor zij naar België verhuisden. Monaims nonkel nam zijn vrouw en vier kinderen mee om zich definitief in Mechelen, de Marokkaanse migrantenstad, te vestigen.

Een typisch verhaal van de emigratie, van de pijn van moeilijke keuzen voor wie vertrekt en achterblijft, families die ten gronde verscheurd worden, iedereen confronterend met de keuzen die op historische momenten door grootvaders, vaders en kinderen worden gemaakt, en waar vele gezinnen en kinderen van alle leeftijden nog altijd voor komen te staan. Maar hoe kan het onderwijs, zonder leerplicht, hierin de nieuwe generaties een perspectief geven dat hen opleiding en werk in Marokko zelf kan waarborgen? Een academische vraag.

Een typische landelijke woning met binnenkoer Lange voorgevel met enkel ramen langs de voorkant


Zwetend, puffend en regelmatig rustend namen wij al deze overwegingen mee op onze tocht naar de vervallen restanten van de ouderlijke woonst die met groene blaffeturen in de verte zichtbaar werd tussen cactussen vol cactusvruchten, omgeven door een concert van vogelzang met hier en daar uitgespreid de dun bezaaide graanvelden en af en toe een aardappelveld en pas vruchtdragende amandel- en vijgenbomen. Een woonst zoals we er al veel gezien hadden, een vierkant blok dat na ontgrendeling een binnenkoer vrijgaf met aan drie kanten de in blokken van leem, grint en stro opgetrokken woonruimten. Het dak bestond uit dwarsgelegde bamboestokken met daarbovenop plastiek en een aanzienlijke hoeveelheid stenen en grint. Het dak was evenwel op verschillende plaatsen ingezakt en het bouwwerk wordt jaar na jaar verder aangetast. De leefomstandigheden konden echter glashelder voor de geest gehaald worden – lemen vloer, de leefruimten voor elk gezin, vader, moeder en kinderen, de grootouders, de kamer voor bezoek.

De vaders in Europa op zoek naar werk en inkomen, de moeders in een overlevingssituatie met kinderen die opgroeiden in een op de familiegerichte dynamiek, en dan opeens de beslissing: kom maar af, ik heb werk, een klein huisje gevonden. Pak het hebben en houwen bijeen, de taxi, de bus, de boot of vliegtuig en elkeen wordt dooreen geschud, het leven omgekeerd, het zal nooit meer zijn als vroeger. De familie scheurt als een volgroeide cocon uiteen om uit te vliegen, de ‘Berber’ziel aan de Rif onttrokken, de kinderen, niet goed wetend wat, gaan mee, met schrik maar ook benieuwd. Neven en nichten moeten afscheid nemen, nonkels en tantes, wie maakt de beste keuzen, waar moet het naartoe, hoe zal het verder gaan en wie draagt verder zorg voor het ouderhuis. Monaim’s hart bloedt als hij het huis, waar hij nooit gewoond heeft maar enkel tot voor zeven jaar jaarlijks twee maanden geleefd heeft, zo onder ogen ziet. Voor mij zijn het restanten die me doen denken aan een Marokkaans Bokrijk, een beeld van hoe het er gedurende eeuwen aan toe gegaan is en hoe het ooit nog in een bezegelde en versteende vorm aan komende generaties zal getoond worden. Na nog enkele foto’s is m’n reportage gereed en gaan we nog een stapje hoger naar de bron die al eeuwen bijna druppelsgewijze dit kleine gebied rond de boerderij bevloeit en waarlangs biezen metershoog opgroeien, de eeuwige leveranciers voor manden en korven waar ook ter wereld.

Bergaf is evenals bergop vermoeiend, maar het dal wacht en het is raden naar de  tijd die het zal duren voor een auto naar het dichtst bijgelegen stadje Tammasint terugkeert. Een uur en een kwartier is nog te kort om voluit te genieten van de rust, de stilte, de herders die met hun schapen voorbij toefen, de muilezel die met zwaarbeladen korven zich een weg baant door de vlakte. Met de volledig afgeleefde wagen, nu met vier personen aan boord, dwz 10dh voor de terugreis, wordt de weg aangevat langs de heuvelruggen, de vrouwen op het land, de os en de ploeg, het drogend kruid, de schrale akkers tot de wagen vol gas op de geasfalteerde weg het onderkomen en uitgemergelde dorp Tammasint binnenspurt. Na een half uur kan een andere taxi, drie man voor, vier vanachter, vertrekken naar Imzouren zodat ik uitgeput, fysiek en ook wel mentaal m’n avond kan aanvatten, zonder evenwel nog iets op papier te krijgen. Ik ben kapot, de emigratie heeft me geveld.

Geboortehuis Abdelkarim El Khattabi

Er werd mij door Said op gewezen dat ook Patrice Lumumba een regelmatige bezoeker was van Abdelkarim in Egypte, hetgeen me de achtergrond en de toespraak van Lumumba bij de onafhankelijkheid van Congo in 1960 eensklaps veel beter deed begrijpen. De laatste beelden van Lumumba, weggevoerd op een kamion om beestachtig afgeslacht te worden, zijn me altijd blijven achtervolgen, en zoals voor Marokko, zal ook voor Congo de politieke toestand verder moeten evolueren ‘om z’n helden waard te zijn’.

Enkel ruines met het 'Spaanse eiland' op de achtergrond Administratie van het 'vrije Rif' in Ajdir tussen 1922-26

Aldelkrim heeft tot het einde van z’n leven geweigerd om naar Marokko terug te keren, zelfs z’n laatste resten worden niet naar Marokko overgebracht zolang Marokko niet bevrijd is van het ‘kolonialisme’ dat zich onder zovele vormen verder in het hart van de staat genesteld heeft. Was dan toch benieuwd om het geboortehuis van Abdelkrim te bezoeken en de restanten van de administratieve gebouwen in de periode van het autonome Rif-gebied. Maar hier trof ik enkel ruïnes aan, vervallen en in feite met de grond gelijk gemaakt, enkele restanten van muren waardoorheen nog het Spaanse eiland te zien is dat voor de kust van Al Hoceima eeuwenlang Spanje toeliet de Noord Afrikaanse kust onder controle te houden. Het fungeert nu nog altijd als een Spaanse gevangenis. Op een steenworp van zijn huis heeft Abdelkrim de impact van de Spanjaarden vanaf de moederschoot kunnen volgen. Na school gelopen te hebben in Melilla, volgde hij rechten en militaire studies in Fez voor hij naar Madrid trok om er mijningenieur te worden. Bij de eerste militaire confrontaties tussen Rifstrijders en Spanjaarden werd al deze kennis ten zeerste nuttig om, voortbouwend op de ‘Berber’tradities een ‘autonoom’ Rifgebied te herwinnen op de Spanjaarden, zonder separatistische en nationalistische ambities, wat de Spanjaarden maar al te graag gewild hadden. Wanneer de Zuiderse ‘Berber’stammen op hem beroep doen om de Fransen aan te vallen slaagt hij er eerst in de Fransen uit de Rif te verdrijven tot op 10 km van Fez, maar moet hij uiteindelijk plooien voor de overmacht van de verzamelde Franse en Spaanse militaire macht. Intussen heeft hij de administratie en samenlevingscodes gemoderniseerd en werden bv het aantal feestdagen bij een huwelijk van 7 op 3 teruggebracht.  Maar zijn geboortehuis ligt in puin, geen pijltje van de steenweg af dat naar zijn huis verwijst, geen gedenksteen of plaatje dat hem minimale eer betuigt; bij een volgend bezoek aan Marokko zal ik daar zorg voor dragen neem ik me in een impulsieve reflex voor, die ik evenwel nog wil afpunten bij Said.

‘Berbers’ -5

De vraag moet gesteld, de vaststelling gedaan, zoals Mohammed Chafik ook doet in zijn Geschiedenis van de  ‘Berbers’ (pas nu vastgesteld dat Chafik in z’n oorspronkelijke boek ‘Berbers’ altijd tussen aanhalingstekens plaatste, in de Nederlandse vertaling heeft men dit, ten onrechte, weggelaten) dat de eigen geschiedschrijving, dwz elke kennis of wetenschap over de Imazighen gebeurd is op basis van wat in andere talen over hen terug te vinden is! Heb zelf al aan verschillende ‘Berber’-migranten gevraagd waarom zij de geschiedenis van hun migratie nog niet op papier gezet hebben – omdat wij geen geschreven taal hebben, is een antwoord dat ik nog nooit gehoord heb maar dat me als een evidentie door het hoofd schiet. Ook voel ik me enigszins ongemakkelijk omdat ik als een derde, een observator, voortgaande op de geografische en materiële restanten, toegang zoek tot (een van) de harten en beginpunten van de emigratie van de ‘Berbers’ en hiervan in een andere taal verslag uitbreng. De keuze in Marokko om in drie taalvarianten het Amazigh in de schoolprogramma’s te verwerken en daarvoor alle leermiddelen te ontwikkelen kan een richtpunt zijn om ook in België het Amazigh in de ‘keuze’-taalprogramma’s in te schrijven en gelijklopend met hun introductie in Marokko ook in Vlaanderen programma’s op te zetten. Hierbij zal nog moeten uitgemaakt worden welke ‘letters’ te kiezen: niet de Arabische of Latijnse schrijfwijze waarvoor in het Westen meestal geopteerd wordt maar de eigen Amazigh schrijfwijze, zoals in Marokko te verkiezen lijkt evident. Door het ontwikkelen en aanleren van een schrift dat met de Islam en de Arabisering 13 eeuwen geleden is verdwenen, kunnen de Imazighen hun migratie in hun eigen taal verwoorden en van  daaruit vertalen in ondermeer het Nederlands. Ben benieuwd om hun verhaal dan eens naast de voorstelling te plaatsen die ik me ervan gemaakt heb.

Spanje en Algerije

Said springt nog eens binnen. Hij (en ik) voelen de tijd korten en we hebben het nog niet over de Westelijke Sahara en het MINURSO gehad. Vorige week is nog een Algerijn op bezoek gekomen en ik heb met hem een ganse nacht over de Westelijke Sahara gepraat zegt Said, je kan toch langer blijven, je bent aan niets gebonden doet hij me een suggestie. Neen, neen, m’n vliegtuigticket is first-minut en fix, ik kan het niet inwisselen. Maar waarom zijn in de dertiger jaren Marokkanen, ‘Berbers’, zeg maar, vanuit de Rif naar Algerije getrokken en later naar Spanje en Frankrijk, zonder te emigreren weliswaar, wil ik weten. Zij hebben zo toch al ervaring opgedaan van verblijf in andere landen, en aldus voor hun eigen kinderen de poort voor een definitieve emigratie die in de zestiger en zeventiger jaren zou volgen in feite open gezet. Jamaar Jan, je hebt het toch nog niet goed begrepen. Je moet beseffen dat de Spaanse kolonisatie tot 1955, evengoed als de Franse, het reeds arme Rif in een uitzichtloze positie geduwd hebben. Met de steun van Frankrijk heeft Spanje zich als koloniale macht kunnen herstellen na de nederlaag bij Anwal toegebracht door Abdelkrim. Jullie Vlamingen moeten toch weten wat de Spanjaarden allemaal in huis hadden aan bloedige onderdrukking, en leegroven van de gebieden die zij bezetten. Alle, met veel zweet gewonnen amandelen, olijven, granen werden met kleine bootjes overgevaren naar de grotere Spaanse boten die in de baai van ondermeer El Hoceima lagen te wachten. De grootvader van Monaim is naar Algerije gegaan om daar allicht op de grote landbouwbedrijven te gaan werken als ‘bewaker’. Want, moet je weten, de ‘Berbers’ zijn  een ‘moedig’ volk, strijders en in feite ook ‘krijgers’, zij zijn altijd door de wisselende machten ingezet als ‘stoottroepen’ waar het er om ging om in de eerste linies te vechten. Zelfs nu nog worden de ‘Berbers’ ingezet voor bewakingsopdrachten in de boerderijen in Algerije waarvan de grens maar 180 km van hier ligt. Dat doet me er aan denken dat de uitsluiting van ‘vreemdelingen’ van  het ‘bewakings’beroep een drastische uitsluiting geweest is van hun arbeidspotentieel. Dat men nu deze uitsluiting ook voor de ‘opleiding’ wil decreteren, omdat de feitelijke uitsluiting in de beroepsopleiding tot nu toe ‘onwettelijk’ was, is tegen deze achtergrond ronduit onzinnig. En Frankrijk was baas in Algerije en daar woog de Franse frank zwaarder dan de lichte Spaanse peseta die niets meer waard was. Ik wil het graag aannemen van Said die met een Algerijnse vrouw getrouwd is. Later, gedurende de Spaanse burgeroorlog werden ook ‘Berbers’ gerekruteerd om daar om ‘economische redenen’, dwz voor hun inkomen, mee te vechten tegen Franco, hetgeen voor de ‘Berbers’ ook meteen een reden was om af te rekenen met hun koloniale bezetter. En Jan, je beseft niet in wat voor een toestand Spanje gesukkeld was met voortdurende droogtes en mislukte oogsten. Een grootmacht zijn, remember Colombus en de machtpositie die zij gedurende een paar eeuwen uitgeoefend hebben, ook in Vlaanderen, dat was in de dertiger en veertiger jaren allemaal voorbij, het is niet voor niets dat Spanje na de tweede wereldoorlog ondermeer ook voor België een belangrijk  emigratieland geworden is, ook door de dictatuur van Franco. En dat kreeg ik allemaal weer over mij heen, wonend in Vilvoorde, de stad met procentueel het grootste aantal Spanjaarden in Vlaanderen, zoals Mechelen dat is voor de Marokkanen. Zal ik toch nog eens naar Spanje moeten (terug)reizen, na mijn blitsbezoek aan Granada, om te weten hoe het dààr zat met de emigratie.

Memorial Abdelkarim

Om te begrijpen waarom niet alleen het geboortehuis van Abdelkrim maar gans de administratie van de autonome Rif in Ajdir tussen 1922 en 1926 is vervallen en tot een ruïne verworden moet je beseffen dat, zelfs met de erkenning van de Imazighen, de figuur en gedachte van Abdelkrim nog altijd een vloek is en een doorn in het oog die niet alleen moet genegeerd maar vernietigd worden. Hoe groter de liefde en de aanhankelijkheid van de Rifbevolking aan Abdelkrim hoe groter de woede en negatie ervan door de Marokkaanse overheid. En jij wil langs officiële weg vragen om een klein plaatje te mogen aanbrengen op de ruïnes. Ze gaan daar nogal lachen. De administraties, de functionarissen, de gouverneurs, de politie hier in het Rif zijn allemaal ‘Arabieren’, als jij daar met je ‘Berber’ziel afkomt dan lachen ze je gewoon uit. Als je gegarandeerd je vliegtuig wilt missen dan moet jij maar verdere stappen zetten met je Abdelkrim-memoriaal. Het is niet voor niets dat het daar een ruïne is en zal blijven, neem dat maar van me aan, zoals ik van jou zal aannemen waarmee ik rekening moet houden als ik in België ben. En heb jij je ideeën over Marokko al een beetje bijgesteld, of zijn wij nog altijd die onbetrouwbare, moeilijk in te schatten vreemdelingen, die er meer op uit zijn zich aan hun verantwoordelijkheden te onttrekken dan ze op te nemen. Of erger nog, denk je nog altijd dat wij ‘Arabieren’ zijn? Ik doe hem het verhaal van de moorden in Antwerpen, de Marokkaanse jongen uit Hemiksem, verdronken na achtervolging, de skinhead-aanval in Brugge, het racisme en ‘vooroordeel’ dat elkeen nog met de moedermelk en de a-historische en nationalistische geschiedenislessen binnenkrijgt. Ook van het verschil tussen Vlamingen en Walen dat zoals de ‘Berbers’ en Arabieren niet altijd evident duidelijk te maken is, en zijn er wel zo grote verschillen behalve dan in termen van wie politieke en economische macht heeft. De ‘Berbers’ in Algerije bezitten in tegenstelling tot die van het Rif, wél economische macht enz. Zeg aan Said dat ik in een grote eenheid met mezelf en continuïteit met m’n ideeën heb kunnen leven in Marokko, dat het me nu al wat moeilijker afgaat met de dubbele re-emigratie van bruggepensioneerden en uitgezetten. Zeker nu de voorwacht toekomt van de vakantieaanwezigheid die Imzouren tijdelijk tot een anarchie zal veroordelen, zoals de twee gemeentelijke ambtenaren me voorhouden, die voor mij excellente ‘onthaalbedienden’ en kameraden geworden zijn die met grote intellectuele honger elk thema konden en wilden aansnijden. Dat ik zo doorgedreven en diepgaand over ‘elementaire’ kennis kon praten was voor mij een echt surplus, samen met de zorg die ik kreeg, zeker als men tot de familie geacht wordt, zonder er wat voor terug te verwachten. Als bij ‘ons’ voor iets of iemand gezorgd wordt dan is altijd de eerste vraag, hoeveel kost het en wat moet ik u.

Intussen leven zij in een middelgrote stad (30.000 inwoners) waar 60% van de huizen niet permanent bewoond zijn wegens immigratie naar Spanje, Frankrijk, België, Nederland en Duitsland. Ook Spanje is na de onafhankelijkheid in 1955 een belangrijk emigratieland geweest voor Marokko, zeker voor de ‘politieke vluchtelingen’ die toen bij hen erkenning kregen. Zelfs de oproep tot terugkeer onder koning Hassan II heeft niet veel effect gehad. Ook vanuit Spanje is er een continue doorstroom geweest van Marokkaanse ‘Berbers’ naar de hoger gelegen landen. En dat doet me beter begrijpen waarom veel Marokkanen uit België op vakantie gaan naar familie in Spanje, eerder nog dan in Marokko zich aan te sluiten bij de massale intocht in de vakantiemaanden. Ook de Marokkanen worden zo Belgen aan de Costa’s.

Schoenpoets en vers sinaasappelsap

Ben veraf van m’n meer verteerbare tussendoortjes, zoals het vers geperst sinaasappelsap – zeker eens proberen zeggen de toeristische gidsen terecht - vluchtend voor de regen genuttigd in een soort crèmerie, met uitzicht op de stalletjes van schoenpoetsers die als de bliksem hun zaken in veiligheid brengen. Zo ook de schoenpoetser met een ingenieus karretje van uitschuifbare panelen en lades, een beetje zoals de Leuvense ontwikkelingswerker die voor zijn verblijf in Bolivia een mobiel schooltje had gemaakt dat hij later met steun van de technische scholen in redelijke aantallen heeft gedupliceerd. Misschien heeft hij zijn idee wel gehaald bij de schoenpoetsers van Imzouren, waarbij ik me afvraag of ik ooit wel staande mijn schoenen zou laten poetsen of dat ik ze, allicht tot groter ongemak van de poetser, zou uitdoen en ze zo laten kuisen.

Jan,
13 mei 2006  

Jan in Marokko – 10

Déja-vu

Op BVN-satelliet-TV zondagochtend ineens in het debat verzeild met oude bekenden – even een déja-vu, wordt hier een historisch document uitgezonden van 15 jaar geleden, met de jonge Somers, frisser dan ooit, Van Hecke van het VB verkrampter dan ooit, de oudgediende Marokkaanse Molenbeekse politicus die als een Dielts in de mijnstaking van 1970 z’n weg verloren is, een vierde nieuwe of oude debatteur wiens microfoon meer uit dan aan stond en moderator Van Sevenant, die ter plekke vijftien jaar ouder geworden is uit pure wanhoop geen enkele spreker ook maar een even apart aan het woord te laten. Het gaf een erg vervreemdend effect na bijna vier weken zonder TV midden in een volledig uit de hand lopend debat terecht te komen, een ware cultuurschok. M’n Marokkaanse gastheer Monaim kwam in de wondere Belgische wereld terecht,  hij moest echt de taal niet kennen om met enige afschuw de Babylonische spraakverwarring te observeren, zeker nadat ik hem uitgelegd had dat het lichaam van de allicht om racistische motieven in het water gesprongen en verdronken Marokkaanse jongen uit Hemiksem momenteel samen met z’n moeder in Marokko was om er begraven te worden, en dat er enkele dagen geleden door een scholier op vreemdelingen geschoten was om toch nog iets goed te doen alvorens een einde aan z’n leven te maken, nadat hij op school betrapt was op roken. Het doelgroepenbeleid voor Marokkanen en andere vreemdelingen moet afgeschaft worden klonk de oneindige herhaling van Somers, de overheid mag nog alleen maar het individu benaderen en erkennen, hetgeen me toeliet aan Monaim uit te leggen dat dit in feite een fascistoïde standpunt is waarbij de overheid op basis van corporatisme alle belangen bundelt en elke autonome organisatie, ook van vakbonden, leerkrachten, vereniging op basis van religie, afkomst of wat dan ook negeert. Onder het mom het absoluut recht van de individuele burger te waarborgen, het absolute dictaat van de overheid instellen. En daar kent men in Marokko ook wat van, Somers zou hier zelfs nog een lesje kunnen leren. Het nieuwe liberalisme van de burgemeester van Mechelen, die op deze basis komaf wil maken met het Jeugdhuis Rzoezie. De nationale politiek gestoeld op het onvermogen te leven met de Mechelse realiteit die ‘Marokkaans’ en laat ons maar zeggen ‘Amazigh’-gekleurd is, en als dat nu niet eens de ‘specialisten' zijn van de conformering en overleving in vijandig gezinde omgevingen. Zal Somers er, zoals de Spanjaarden, z’n tanden op stuk bijten, of zal hij zwaardere middelen moeten inzetten? Ja maar de vreemdelingen die misdrijven plegen moeten het land uit, ook al zijn ze hier geboren en zijn ze nog nooit in Marokko geweest, kwam Van Hecke nu met zij agenda boven. Je veralgemeent, het is waar dat ‘vreemdelingen’ vijf maal meer vertegenwoordigd zijn in de criminaliteit dan Belgen, komt Somers tussen, maar 95% van de vreemdelingen hebben nog nooit criminele feiten gepleegd, zowaar een poging om het veiligheidsitem te nuanceren, “vreemdelingen en misdrijf”: schromelijk overdreven, volgens Somers – alleen die 5x hogere misdrijvigheid, dat was  het dubbele van Van Sans onderzoek in 2000 en dat sloeg dan nog op jongeren. Daar moet ik bij thuiskomst eens verder naar vragen. Heb aan de minister van Binnenlandse zaken, aan de Nationale politiediensten, aan de Burgemeester van Mechelen en die van Vilvoorde de concrete misdrijfcijfers opgevraagd op gemeentelijk niveau om een meer diepgaande analyse te maken en ondermeer het onderzoek van Van San te actualiseren. De publieke verklaring van Somers kan me hiertoe het verdere materiaal bezorgen, zo probeerde ik nog aan Monaim op deze Belgische zondagochtend in Marokko verduidelijken. Akkoord met uw veiligheidaanpak, zegt de 4de gesprekspartner maar jullie begaan zelf een misdrijf want racisme is strafbaar. Wij zijn niet racistisch kwam Van Hecke er in het rumoer nog even bovenuit, wij zeggen daarmee alleen maar wat de meerderheid van de Vlamingen denkt. En daarmee waren de doden, de families, de inwoners van vreemde afkomst en de goedwillende en –menende Belgen alle oneer aangedaan die mogelijk was. Van Sevenant kon zich enigszins herpakken in z’n interview met de Antwerpse burgemeester. Maar nu was het de burgemeester die, tot consternatie van Monaim die het Belgische internationale satellietmoment life kon meemaken, onderuit ging en z’n emotie niet meer de baas kon. Patrick Janssens vond de tijd nog niet gekomen om na te gaan waar nu juist de ‘politieke’ knelpunten lagen die er toe geleid hebben de ganse Antwerpse gemeenschap zo in diepe rouw te dompelen. Het voorbije debat vond hij, terecht, een schande en hij hoopte op een rustige stille mars op 26 mei, wanneer de Marokkaanse moeder teruggekeerd was van de begrafenis van haar zoon. En moest een schools (opvoedings)systeem niet bevraagd worden, vroeg ik me verder af, naar de ‘onderhuidse’ ideeën die bij leerlingen en leerkrachten leven en waar de school toch een verantwoordelijkheid in had. Ook de bisschop van Antwerpen weet niet waar naar toe met z’n schuldgevoel, was het geen ‘katholieke’ jongen geweest in een ‘katholieke’ school. Heb zelf bv vorig jaar nog met handen en voeten niet alleen moeten uitleggen aan m’n Marokkaanse buurjongen van het 5de jaar middelbaar wat de naam van z’n school, Maria Onbevlekte Ontvangenis betekende, maar ook dat ‘neger’ en ‘negerin’ woorden waren met een racistische bijtoon en in ieder geval een overblijfsel van de koloniale tijden. Ja maar onze leerkracht heeft ons dat altijd zo geleerd; was het die met VB stickers op haar boekentas die dit jaar op het VB-secretariaat is gaan werken? Jawel. En wat te denken van het ‘sanctiebeleid’ op scholen waar de uit-internaatzetting en ook de feitelijke uit-schoolzetting blijkbaar het enige ‘pedagogische‘ middel is om jongeren tot betere inzichten en handelen te brengen, zodanig dat dit het punt is om door het dak te gaan. Heeft men in Roeselare, Antwerpen en elders dan nog nooit gehoord over Hergo, herstelgericht overleg waarbij, met akkoord van alle betrokken, de sociale en schoolse context gemobiliseerd wordt om het aangedane onrecht te herstellen op een wijze die haar effectiviteit bewezen heeft. Ook deze elementen in duiding en analyse hebben we, ver in Marokko, nog niet gehoord ook al treft Minister Vandenbroucke maatregelen om Hergo in de scholen binnen te brengen.

Civiele Bescherming

Bij een eerste verkenning in El Hoceima, onze nieuwe verblijfplaats voor een WE, op de gebouwen van de Civiele Bescherming gestoten, blauwe driehoek op oranje-achtergrond, het internationale kenteken. Aan de poort een gesprek aangeknoopt en de hartelijke groet overgebracht als oudgediende vrijwilliger van de Civiele Bescherming in België aan de collega’s in El Hoceima. De luitenant van  dienst wordt er bij gehaald en de mededeling dat ik gedurende 12 jaar een vijftal groepen vrijwilligers uit Brabant instructie gegeven heb over de NBC-gevaren en wat er tegen te doen, was voldoende om alle poorten voor me te openen. Ik moest zeker de volgende dag terugkomen, dan was de commandant daar en kon men mij het ganse arsenaal tonen, want in tegenstelling tot België is in Marokko de brandweer onderdeel van de Civiele Bescherming. Nous sommes vraiment ravis de votre visite, zo klonk het. Heb hen naar een ander moment verwezen gezien ik maandagochtend terug op pad moest naar Imzouren maar bij een volgend bezoek aan El Hoceima, zou ik zeker langskomen.

Het hart van El Hoceima geopend

Was een beetje beteuterd uit Imzouren vertrokken. Een ontvangst ten huize Norridine met een groenten- en een dubbele schotel vis en vlees en overvloedig fruit achteraf, mannen onder mekaar, had me duidelijk gemaakt dat m’n ervaring bij de familie in Nador, mannen en vrouwen vooral omwille van plaatsgebrek samen, me op het verkeerde been had gezet. Het aparte leven van mannen, met het zoontje dat op z’n 10 al perfect Frans sprak, en mee partner aan tafel, vond ik gedurende de eetmomenten confronterend. Liever arm maar samen dan beter gesteld en apart? En hoe en wanneer zouden de twee ongetrouwde zussen van Said aan een man geraken? Dat zou de vader uitmaken. Dat was nu eenmaal zo. Wetend dat er op dit vlak verschillende gebruiken zijn en er een evolutie aan de gang is, en de werkelijkheid zoals dikwijls de cultuur achterhaalt, had ik bij dit gesprek toch geen echt goed gevoel. Ook de beperkte aanwezigheid van de vrouw in het samenleven leven in Imzouren, wel op straat maar geen communicatie behalve in de professionele dienstverlening, kon ik niet negeren. Wel de schoolkinderen die viermaal daags de straten inpalmden en de winkelende vrouwen die, bij aankoop van m’n moor bv vroegen of ik aan m’n huwelijksuitzet bezig was, neen zei ik, ken jij soms iemand? Nadat ik in El Hoceima de vissershaven had bezocht en er in de gelegenheid was een fotoreportage te maken van de haveninstallaties, en van de laatste uitvarende boot voor de nacht kon ik de visvangst met zeker vijftien verschillende vissoorten digitaal vastleggen. Daarna moeizaam de berg naar omhoog, en op de grote plaats, bijna te vergelijken met deze van Sint-Niklaas, een wondere wereld voor me zien opengaan. Hel verlicht, een zachtere temperatuur dan vorige dagen, een zondagavond om 19h, mannen én vrouwen, waarvan de helft met en de andere helft zonder hoofddoek, paraderend, zich tonend met felle blik, uitgelaten. Geen vrijersscènes, dat is wanneer de buitenlanders komen zal Said me later op de avond zeggen. Een lawaaierige trouwersstoet die voorbijkomt, exotisme, Casablanca in het klein in deze stad met de baai als een halve maan en met haar hart geopend naar Andalusië en het westen, waarvan ze nog veel compensatie verwacht voor de kolonisatie, uitbuiting, onderdrukking en negatie, niet in het minst door haar eigen overheid.

De ‘buitenlanders’ in Imzouren

Terug in het kleine wereldje van Imzouren, de littekens van de aardbeving nog zichtbaar. Op dertig jaar tijd is het aantal huizen verdubbeld, niet dankzij, want dat klinkt te positief, maar door het geld van de ‘migranten’, les pauvres zoals Said ze smalend noemt, voor wie Marokko niet goed genoeg was en die nu bijkomend aan de vakanties, terugkomen als bruggepensioneerden en in het slechtste geval als uitgezetten. Men ziet ze hier niet graag (terug)komen, een soort landverraders die zich opnieuw komt nestelen in de moederschoot die zij verlaten hebben. En de inspecteurs van Nederland zijn al op weg om hun goederen en inkomsten hier te registreren en bij in te schrijven op hun belastingsformulieren zo weet Said langs de satelliet-TV. Ze gaan nog lachen, die Nederlandse Marokkanen. En Belgen, zo voeg ik er braafjes aan toe want de eerste parlementaire vragen zijn hierover ook al gesteld. En Jan, heb je het hier kunnen stellen, wil je niet nog blijven? De zorg die me heeft omgeven, de discrete aandacht en het gedegen gesprek, de vriendschap en kameraadschap, de ‘familiale’ opvang en ongedwongen vriendelijkheid zonder iets terug te verwachten; dat is wat anders dan die Marokkanen daar bij jullie. Bij ons is alles puur, het eten waar je niet ziek van wordt, de lucht die niet verontreinigd wordt door een industrie die er toch niet is en de hartelijkheid die aan iedereen geboden wordt. Maar de jongere die ik vanochtend gesproken heb aan de Union Marocaine du Travail, de vakbond, ziet geen perspectief, werk moet je hier kopen of je moet relaties hebben, hogere kwalificaties dienen tot niets, in het noorden van Marokko is alles nog uitvergroot en negatiever aanwezig dan elders, de overheid heeft Abdelkrim en zijn autonoom gebied van 1922 tot 1926 nog niet vergeten, enfin, ze doen er alles aan om het te doen vergeten bij de mensen en ze intussen in de steek te laten en elke ontwikkeling te boycotten in plaats van te stimuleren. Besef dat dit een van de grote redenen van de emigratie uit deze gebieden naar jullie landen geweest is, en nog is. Europa neemt dan wel de kosten op zich van de nieuwe snelweg Tanger-Nador, om een alternatief te bieden voor de Kifteelt en de drugstraffic, maar de vissers in de haven in El Hoceima moeten nog op de eerste investering wachten. Er is geen enkele industrie aanwezig rond een stad die toch te vergelijken is met Mechelen. Omdat in 1970 de Mechelse industrie nood had aan arbeidskrachten zijn de  Marokkanen van hier naar ginder getrokken. Maar ook niet vergeten dat na de onafhankelijkheid van Marokko in 1955 velen het land zijn uitgezet of ontvlucht naar Spanje, vult de afgestudeerde filosoof-poulier in een laatste gesprek nog aan, en de emigratie van vooral ‘Berbers’ uit het Noorden van Marokko is vooral in dat kader te begrijpen. De Marokkaanse overheid doet er ondanks de recente erkenning van het geschreven Amazigh, alles aan om de basisbetrachting van de Imazighen en de Marokkaanse bevolking, de uitbouw van een echte democratie, te verhinderen en tegen te werken en de gedachtenis aan de grote Admiraal, zoals Abdelkrim genoemd wordt, te begraven. Het is een bom die onder Marokko ligt zo heeft de student me vanochtend in El Hoceima proberen duidelijk te maken, in het Spaanse huis waar van 15 tot 20 mei een festival van de Middelandse Amizighen doorgaat, met een tentoonstelling van foto’s en boeken over Aldelkrim, theater, muziek en exihibities in het Imazighen, niet toevallig georganiseerd door de “Spaans- Marokkaanse vereniging” omdat  blijkbaar nog altijd dekmantels nodig zijn om het hart en het hoofd van de Imazighen publiek te laten spreken. Spijtig genoeg moet ik dit festival aan me laten voorbijgaan.

Marokkaanse communie

Midden de voorlopige markt in Imzouren staat een vis’restaurant’ waar voor 20 dh drie soorten vis geserveerd worden met de Tamsamine-soep (gemixte erwtjes, met olie begoten en overvloedig bestrooid met komijn), een groentensalade en een brood. Bij het einde van m’n maaltijd komt een jongen van 12 vliegensvlug het halve brood wegritsen, het in tweeën breken, een stuk terugleggen en er van onder muizen met een klein kwart, evenwel  vliegensvlug achternagezeten door de kelner en een andere bezoeker, die hem dwingen  het stukje terug te leggen en met veel drukte de jongen wegsturen. Geen tijd om te reageren, te zeggen, het was overschot, neem het maar, uiteindelijk me afvragend waarom had hij het niet gewoon gevraagd, en gekregen, praat na de vaak, maar ook hier hield ik geen echt goed gevoel aan over. De armoede, als een priester over m’n tafel neergestreken om samen met mij het brood te breken, de arme die zelfs in z’n diefstal rekening houdt met diegene aan wie hij het ontneemt, bewust dat hij in feite niemand te kort doet omdat het broodoverschot rechtstreeks in de vuilbak beland en ik gedaan had met eten. Zijn dankbare ogen omdat ik hem liet doen, zijn verschrikte ogen omdat hij het moest terugleggen zijn in m’n hoofd geprent. De Antwerpenaar, die me dit restaurantje had aangewezen en me er eten had aangeboden, sloeg de ‘armoezaaiers’ niet af, gaf hen geen geld maar betaalde wel een maaltijd die in een hoekje werd gesoupeerd. Had z’n ganse leven (37 jaar) op de administratie van de dokken in Antwerpen gewerkt en was nu, 61 jaar zijnde in echt (overheids)pensioen. Had gehoord dat er een Belg op bezoek was in Imzouren en had zo met me contact genomen. De re-emigratie zal hard toeslaan in Imzouren, eerst met de bruggepensioneerden, dan met de gepensioneerden die nog jaren op en af zullen reizen tussen landen waar ook de eerste generatie vreemdeling zal blijven en het intussen ook geworden is in eigen land.

Jan,
16 mei 2006

Jan in Marokko - Epiloog

Armoezaaiers

Je ziet het verkeerd zegt Norridine, het jongetje dat je brood wegnam heeft het niet in twee gedeeld om jou nog wat te laten, hij heeft enkel genomen wat hij zelf nodig had. Dus toch geen echte communie, dat zou te schoon geweest zijn. Er zijn nog al wat ronddolende mensen zichtbaar in het straatbeeld van Marokko. Het zijn mensen die over de grens gegaan zijn in het marihuanagebruik en definitief geflipt zo had Youssef  me uitgelegd, hetgeen bevestigd wordt door Norridine. Veel minder dan bij ‘jullie’ is hier sprake van psychiatrische opvang, homes voor gehandicapten, opvang van verslaafden. Maar zij worden door de samenleving, in de hoeken en dekanten, mee gedragen zodat ze overleven.

Jawohl

Na nog maar eens de reis Imzouren -Nador, zo’n 180 km , nu evenwel voor het eerst onder een stralende zon, aangekomen voor een laatste stop bij de gastfamilie in Nador. Terechtgekomen midden een familievergadering van vrouwen zodat ik even in het salon apart gezet werd. Niet lang echter want het was nu de beurt aan de grootvader om me in zijn huis in Nador te ontvangen. In 1954 naar Barcelona vertrokken om zwart en daarna wit in de bouw te werken had hij vast werk kunnen vinden bij de gemeente in Frankfurt voor onderhoud van sportinfrastructuur. Een quasi volledig pensioen opgebouwd in openbare dienst geeft Achmed de ruimte om comfortabel te leven en te pendelen tussen Duitsland en Marokko. Met fotoboek en tinnen schotels van 25 jaar dienst kreeg ik inkijk in een gans migrantenleven waarbij ik tot tevredenheid van Achmed, m’n beste Duits kon bovenhalen. Het doet evenwel vreemd aan een Marokkaanse Duitse burger, want intussen de Duitse nationaliteit verkregen, met Duitse grundlichkeit ontvangen te worden. Jawohl was hierbij een veel gebruikt woord om aan te geven wat ik te doen had, aan tafel te gaan en om me wegwijs te maken in zijn mooie stek waar ik een verdiep ter beschikking kreeg om nog een laatste hand te zetten aan het overzicht van de concentratie- en vernietigingskampen die breed uitgespreid over Duitsland en Polen miljoenen mensen in de vernietiging gebracht hebben. In Duitsland heeft de immigratie, ook door Marokkaanse burgers, het gat ingedekt dat de oorlog geslagen heeft en meer dan elders, migranten in de gewone tewerkstelling gebracht. Of Achmed iets gemerkt heeft van wat Duitsland in de 2de wereldoorlog in de kampen heeft aangericht, of daar ooit over gepraat is. Van Hitler moet niemand nog iets hebben, weet Achmed me te verzekeren, maar ik stel vast dat het gat in de mankracht, gemakkelijker te dichten is geweest dan het gat in het geheugen of het ‘geweten’ van het Duitse volk.

Melilla

Sinds Hong-Kong onafhankelijk geworden is zouden het Spaanse eiland Sebda voor El Hoceima en de Spaanse enclave in Marokko Melilla de enige overblijfsels zijn van koloniaal territorium op het grondgebied van soevereine landen. Het is een indicator voor de mate waarin Marokko nog niet als soevereine democratie functioneert. Met taxi tot aan de grenspost met Melilla gevoerd en dan te voet verder voor de papierafhandeling. De enige vertraging wordt veroorzaakt door de winning-goal van Barcelona die de beambte er toe brengt recht naar het dichtstbijzijnde café te spurten voor de vijfvoudige herhaling van de goal. En dan stonden we aan de Europese kant van Afrika, Mellilla, een zakdoek groot, drie uur te vroeg voor de afvaart die evenwel om voor mij onduidelijke redenen vervroegd werd met één uur en twintig minuten. Een kwartier nadat ik op  boot was zag ik het land al bewegen. Of had ik me van uur vergist. Of was daar het Spaans uur al van toepassing en had de boot veertig minuten vertraging. Ik zal het niet weten.

Malaga

Bij de heenreis een plannetje van Malaga meegenomen, maar om acht uur in de ochtend, na een korte en niet al te comfortabele nacht op uitgespreide kussens in de toeristenklasse, was Malaga nog een en al rust. Malaga, geboortestad van Picasso, zou me een ganse dag moeten herbergen, maar er is nergens plaats om je bagage onder te brengen, zo had bompa Achmed me al duidelijk gemaakt. Naar het oude staddeel getrokken en in een hotel gevraagd of ik me in de cafetaria kon installeren met beschikking over elektriciteit. Dus nog een stevige slag geslagen in het linken van de namen van Getuigen aan de fiches met de bio-bibliografische gegevens en om 17h de bus genomen naar het vliegveld, een 15-tal km buiten de stad. De vertraging door tegenwind van het Virgin-vliegtuig werd op de terugweg vlot ingehaald zodat op tijd in Zaventem werd geland, 112 € heen en terug, first-minut boeking, taksen inbegrepen.

Marokko loves Adelkarim-El-KhAtabbi?

Bij het vertrek uit Nador van Mouna nog een boek gekregen van de “Association Socio_Culturelle du bassin Meditteranéen” over de “Vorming van de huidige generatie in solidariteit” onder Koninklijke bescherming van Hassan II en Prins Moulay Rachid. In het boek wordt verslag gedaan van verschillende toespraken over de Spaans-Marokkaanse relaties,  de kwesties Melilla en Sebda, maar ook, en tot mijn verwondering, huldeblijken voor Adelkarim-El-Khattabi, met vermelding van gans zijn familie, zijn militantisme en voorbeeldfunctie voor de nationale soevereiniteit van Marokko, die, zo lezen we, vliegend over de Pyreneeën en Frankrijk, verder gezet is geworden in de Groene Marsvoor de bezetting van de Westelijke Sahara. Zou Abdelkarim daar gelukkig mee zijn, of zou hij het Polisario steunen in hun onafhankelijkheidsstrijd? Bij een volgend bezoek aan Marokko zeker de kwestie van de Westelijke Sahara en de MINURSO (de UNO-tussenkomst voor een referendum over de eventuele onafhankelijkheid van de Westelijke Sahara) aankaarten. En hoe zit dan  met de Marokkaanse staat die de gedachte van Abdelkarim-El-Khattabi wil wegmoffelen? Zo te zien is er nu toch sprake van een zekere erkenning, of is het recuperatie?

Cultuurschok                                                                     

Terugkomen in België was een grotere cultuurschok dan m’n deelname aan het Marokkaanse leven. In België kwam ik midden de allochtonenstorm terecht, het racisme en de moorden, begrepen in de logica van een jarenlange haat die door het VB in het hoofd werd gezaaid en uit de ogen van honderdduizenden Vlamingen heeft gevlamd. De collectieve verantwoordelijkheid van de kiezers voor het VB staat buiten kijf, zoals ook de kiezers voor de Nationaal-Socialistische partij mede het Nazisme en de 2de wereldoorlog hebben doen ontstaan. Maar De Gucht en andere De Crems die met zovele anderen het stemrecht voor vreemdelingen hebben geamputeerd en haar democratische kracht ontnomen hebben zich evenzeer bezondigd aan ‘racistische’ motieven of opportunistisch gedrag om aan het latente racisme tegemoet te komen. Er bestaan momenteel twee soorten burgers in ‘democratisch’ België: deze met ‘stemplicht’ en deze met ‘stemrecht’, dus die zich eerst moeten inschrijven en verklaringen ondertekenen, de democratische plicht voor iedereen behalve voor de vreemdelingen, die hebben enkel stemrecht.  

- Nergens evenwel het engagement gehoord om binnen de kortste keren, zoals bij de wapenwet, de stemplicht in te voeren voor alle op het Belgische grondgebied verblijvende personen, ook de ‘vreemdelingen’.

- Nergens een serieuze analyse van de ideologische (nationaalsocialistische) achtergrond, van de structuur, de partijkaders, het programma en een goed deel van de VB-sympathisanten en aanhang. Zou het niet elementair zijn om 'La face cachée du Vlaams Blok',  RTB-reportage van Jean-Claude Defossé van 2004 uit te zenden op de VRT. Nu de RTB journalisten in proper Nederlands Di Rupo mogen uitkleden in Terzake, mag dat toch ook eens gebeuren met De Winter?

- Evenmin wat gehoord over de hervorming van de sancties en straffen in scholen waarbij de herstelgerichte aanpak (Hergo) gedegen alternatieven kan bieden voor het oog om oog, tand om tand principe van nu dat niets met pedagogie te maken heeft.

- Evenmin iets gehoord over het opleggen van quota’s bij aanwervingen, minstens sectoraal, zodat bv de Marokkaans-Belgische bouwvakkers die in het Waasland en in Tetouan een erg ingrijpende en ondersteunende opleiding en ervaring meekregen ,enige hoop op werk kunnen koesteren. Aan hun Lokerse en Sint-Niklase tongval zal het niet gelegen hebben, want taal is voor hen, voortgaande op de Terzake-reportages en Humo, geen probleem.

- En ook niets gehoord over de pedagogische klik die nodig is in het hoofd van de tienduizenden leerkrachten om de nieuwe Belgen en de ‘vreemdelingen’ eindelijk eens ook als ‘hun’ kinderen te aanvaarden en er alles voor te doen. Deze declic is misschien wel het meest essentiële dat dient te gebeuren, het latente of manifeste racisme in het hoofd van degenen die onderwijs verstrekken en van het CLB dat er op moet toezien dat elkeen gelijk behandeld worden, en die wat de ‘allochtonen’ betreft, de voor hen negatieve rekening moeten aangrijpen om aan een grondig zelfonderzoek te doen.

Niets daarover, behalve dan misschien de nog altijd eenzaam roepende Abou Jah Jah in de woestijn van de betweterigheid en afwezigheid van academici uit de sociale wetenschappen (*), maar waarom roept die dan weer op om niet mee te doen aan de stille mars. Zo is het altijd wat.

Vilvoorde,
24 mei 2006

(*) We hebben het hier over universiteiten en wetenschappelijke instituten en
niet over de petitie op initiatief van een aantal vooral jongere academisch geschoolden.