Maertens Daniël, Stakingen in de provincie Limburg 1944-1969  Printversie

V.U.B. Faculteit der Letteren en wijsbegeerte, Academiejaar 1974-1975 

 

Promotor: Prof. L. Michielsen
Verhandeling tot het bekomen van de graad van Licentiaat
in de Letteren en Wijsbegeerte, sectie Geschiedenis.

Dank aan Prof. Michielsen die het me mogelijk gemaakt heeft dit onderwerp te behandelen

Inhoudstafel

Inhoudstafel
Lijst der gebruikte afkortingen
Probleemstelling
Werkplan A. Globaal
               B. Per staking
Gebruikte bronnen en publicaties
Een kwalitatieve studie

Deel  I. Chronologische behandeling der stakingen 1944-1969

Mijnstaking Genk 25 jan.-2  febr.1945
Mijnstaking 9-16 april 1945
Staking openbaar vervoer Limburg 29-30 okt. 1945
Mijnstaking Houthalen-Zolder  5-8 nov. 1945
Staking mijnbedienden Limburg 24 nov.-5 dec. 1945
Staking mijn Zwartberg 25-28 nov. 1945
Staking ophaalmachinisten mijn Zolder 8 juli 1946
Staking Fonderies Bruxelloises de Melveren 26-30 sept. 1946
Staking zinkfabriek Overpelt-Lommel 2-4 okt. 1946
Staking N.V. Produits Chimiques te Tessenderlo 21-29 okt. 1946
Staking openbaar vervoer Limburg 9 nov. 1946
Nationale tramstaking 2 juni 1947
Staking papierfabriek Saels te Halen 6 okt. 1947
Staking mijn Eisden 5-7 nov. 1947
Staking mijn Zolder en Beringen 12-16 febr. 1948
Staking openbaar vervoer Limburg 14-15 mei 1948
Nationale metaalstaking 17-21 juni 1948
Staking voedingsbedrijf  Vreven-Buntinx te Hasselt 3-6 sept. 1949
Staking foraky-arbeiders in de mijn te Zwartberg 18 april 1950
Staking tekstielarbeiders Lommel 30 mei-13 juni 1950
Staking voedingsbedrijf N.V. Limburgia te Hasselt 7 juli 1950
Staking koningskwestie 31 juli 1950
Staking mijnbedienden Limburg en mijnwerkers Zwartberg 7 aug.-19 sept. 1950
Staking ondergrondse arbeiders mijn Winterslag 19-21 okt. 1950
Staking Céramique Décorative Hasselt 30 okt.-13 nov. 1950
Staking mijn Eisden 7 dec. 1950
Staking foraky Zonhoven 6 dec.1950-2  jan. 1951
Staking Werkhuizen Sint Barbara te Eisden 9 dec. 1950
Staking voedingsbedrijf  Jacobs-Beuls te  Bilzen 5 juli 1951
Staking in "Les Usines de Reppel" te Reppel  17-18 april 1952
Staking tegen 24  maanden dienstplicht 9 aug. 1952
Mijnstaking Limburg 1 juni 1953
Staking zinkfabriek Rotem 8 juni-19 okt. 1953
Staking zagerij Liesenborghs te Halen 27  nov.-4 dec. 1953
Staking gieterij te Zelem 4-17 dec. 1953
Staking bovengrondse arbeiders mijn Houthalen 4 febr. 1954 )
Staking springstoffenfabriek Kaulille 8 febr.-29 april 1954
Staking zinkfabriek te Rotem 25 febr. 1954
Staking Italiaanse en Nederlandse kolenhouwers mijn Eisden 19 nov. 1954
Staking  springstoffabriek te Kaulille 5-6 jan. 1955
Staking rijwielenfabriek Hufkens te Hasselt 26-28 jan. 1955
Staking bosarbeiders en houthakkers van Limburg 10-24 naart 1955
Staking schoolstrijd 26 maart 1955
Staking in "Les Usines de Reppel" te Reppel  9 mei 1955
Nationale staking voor de 5 dagenweek 9 juli-1 aug. 1955
Staking bovengrondse arbeiders mijn Beringen, Eisden en zolder, 2-12 sept. 1955
Staking foraky  Zonhoven 12 okt.195 5-21 febr. 1956
Staking arsenicumfabriek te Reppel 23 jan.1 feb. 1956
Staking bovengrondse arbeiders mijn Eisden 22-25 febr. 1956
Staking bovengrondse arbeiders mijn Eisden 27-28 juni 1956
Staking constructiebedrijf Geussens te Bree 2-6 sept. 1956
Staking bovengrondse arbeiders mijn Eisden 24-28 sept. 1956
Staking voedingshandel Heyligen-Meyers Beringen 27 sept. 1956
Staking rietvlechterij Roese te Stokkem 22 okt-5nov. 1956
Staking rijwielenfabriek Hufkens te Hasselt 22 okt.-19 nov.1956
Staking bovengrondse arbeiders mijn Waterschei 20 dec. 1956
Staking openbaar vervoer 1-4 jan. 1957
Mijnstaking Limburg 14-21 jan. 1957
Metaalstaking Limburg 25 juni-1 aug. 1957
Staking arsenicumfabriek te Reppel 27 juni 1956-26 aug. 1958
Staking radiofabriek Wevo te Halen begin dec. 1957
Staking openbaar vervoer 24-26 nov. 1958
Nationale staking tegen wetsontwerp-Servais29 jan. 1960
Nationale staking tegen de eenheidswet 21 dec. 1960-16 jan. 1961
Staking bovengrondse arbeiders mijn Houthalen 3-8 mei 1961 
Staking Nederlandse ondergrondse arbeiders in Limburgse mijnen 13-17 juni 1961
Staking bovengrondse arbeiders in de mijn te Beringen 4-6 okt. 1961
Staking mijn Zwartberg 13 dec. 1961
Staking mijn Waterschei 2 jan. 1962
Staking electriciens mijn Eisden 4 juli 1962
Staking paswerkers en electriciens mijn Waterschei 27-30 aug. 1962
Staking bovengrondse  arbeiders mijn Winterslag 5-23 juli 1963 
Staking personeel administratie van financiën 15-25 juli
Staking
Turkse arbeiders  in de mijn van Waterschei 24-26 juli 1963 
Staking bovengrondse arbeiders mijn Eisden 19-22 aug. 19§3
Staking schoenfabriek Ambiorix te Tongeren 19 sept .-1okt. 1953 
Staking foraky Zonhovon 25 okt.-1 dec.1963
Staking ondergrondse electriciens en paswerker mijn Eisden 28 okt.-4nov. 1963
Staking bovengrondse arbeiders mijn Houthalen 4 nov.1963
Staking electriciens  en paswerkers mijn Zolder 8 nov. 1963
Staking opzichters mijn Waterschei 9 jan. 1964
Staking kolenhouwers mijn Eisden 9-11 jan. 1964
Staking ophaalmachinisten mijnen Limburg 2 maart 1964
Staking Marokkaanse arbeiders mijn Waterschei 6-9 nov. 1964
Schokstakingen Ford-Genk 26 jan.-12 april 1965
Staking mijn Zwartberg 17 dec. 1965
Staking mijn Zwartberg 27 jan.-7 febr. 1966
Staking gelatinefabriek Hasselt 4 febr. 1966
Schokstakingen mijn Beringen 27 mei-6 juni 1966
Nationale ACOD-CCOD-staking 10 nov. 1966
Staking tekstielbedrijf Blue Bell te Neerpelt 2-±10 maart 1967
Nationale staking postpersoneel 1-4 april 1967
Staking constructiebedrijf Geussens Bree 13 februari.-25 maart 1968
Staking bovengrondse arbeiders mijn Zolder 15 maart 1968
Nationale staking bouwsektor 29 april-8 mei 1968
Staking Ford-Genk 21 okt.-22 nov. 1968
Staking gelatinefabriek te Hasselt 5 dec. 1968
Staking brouwerij Alken 3-6 febr. 1969
Staking metaalbedrijf Horrise te Mechelen a/d Maas 10 febr.-26 mei 1969
Staking mijn Winterslag, Waterschei, Beringen 16-25 april 1969
Staking bovengrondse arbeiders mijn Waterschei 30 juni-3 juli 1969
Staking constructiebedrijf Sint Barbara te Eisden 30 sept.-13 okt. 1969
Staking ondergrondse electriciens van de mijn te zolder 28 okt. 1969
Staking Monroe-Belgium te Sint-Truiden 4 nov.-1 dec. 1969
Staking bovengrondse arbeiders mijn zolder 24-26 dec. 1969

Deel II. Bespreking belangrijkste stakingen

Staking mijn Zolder en Beringen - feb. 1950
Staking mijnbedienden en mijnwerkers  wartberg - aug.1950
Staking Zinkfabriek Rotem - 1953   
Fordstaking Genk - 1965       
Staking Zwartberg - 1966
Fordstaking Genk - 1968

Deel III. Besluiten

Noot bij het stakingsonderzoek in Limburg
Bibliografie

 

Lijst der gebruikte afkortingen

ABVV : Algemeen Belgisch Vakverbond;
ACLVB : Algemene Centrale der Liberale Vakbonden;
ACOD : Algemene Centrale der Openbare Diensten;
ACV : Algemeen Christelijk Vakverbond;
ACW : Algemeen Christelijk Werkliedenverbond;
AMADA : Alle Macht aan de Arbeiders;
BOB : Belgische Opsporingsbrigade;
CCMB : Christelijke Centrale der Metaalbewerkers;
CCOD : Christelijke Centrale der Openbare Diensten;
CMB : Centrale der Metaalbewerkers;
CRISP : Centre de Recherche et d'Information socio-politiques;
CVM : Centrale der Vrije Mijnwerkers;
CVP : Christelijke Volkspartij;
EGKS : Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal;
E.S.P.F. : Eenheidssindikaat van het Personeel van Financiëh;
FN : Fabrique Nationale;
KP : Kommunistische Partij;
KUL : Katolieke Universiteit van Leiiven;
KVHV : Katoliek Vlaams Hoogstudentenverbond;
KWB : Katolieke Werkliedenbond;
LBC : Landelijke Bediendencentrale;
NATO : North Atlantic Treaty Organisation;£
NEM-Club : Nouvelle Europe Magazine-Club;
N.I.S. : Nationaal Instituut voor de Statistiek;
NMBS : Nationale Maatschappij der 'Belgische Spoorwegen;
N.V. : Naamloze Vennootschap;
PVBA : Persoonlijke Vennootschap met Beperkte Aansprakelijkheid;
PW : Partij voor Vrijheid en Vooruitgang;
RVA : Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening;£
SVB : Studentenvakbeweging;
VBN : Verbond der Belgische nijverheid;
VKP : Vlaamse Kommunistische Partij;
VNSU : Vlaams Nationale Studentenunie;
V.S. : Verenigde Staten;
VVB : Vlaamse Volksbeweging;
VVS : Vereniging der Vlaamse Studenten.

  

Probleemstelling

Het opzet van dit werk bestaat  erin,  aan de hand van de behandelde 25 jaar stakingsaktiviteit in Limburg, een beter inzicht te verkrijgen in de situatie en de problemen van de Limburgse arbeidersbeweging, in het nabije verleden en op het huidige ogenblik. Het is dus niet de bedoeling van elke staking een allesomvattende socio-ekonomische analyse te maken.

Dat hierbij enkel de sociale strijd in de provicie Limburg behandeld wordt, is te verklaren wegens de noodzakelijke "beperking tot één provincie. Dit wegens de kwalitatieve behandeling van de stakingskonflikten.

Mijn keuze is gevallen op de provincie Limburg, daar deze provincie de laatste tien jaar een belangrijke bijdrage geleverd heeft tot de sociale strijd in België. Vooral de staking in de mijn van Zwartberg in 1966, de stakingen bij Ford-Genk en de mijnstaking van1970 zijn begrippen geworden in de Belgische klassestrijd.

Daartegenover staat dat zowat alle arbeidersorganisaties het er over eens zijn dat de Limburgse arbeidersklasse een, op syndikaal en politiek vlak "achterlijke" groep vormt.

Het is mijn bedoeling aan de hand van het overzicht van 25 jaar stakingsaktiviteiten in Limburg, een beter inzicht te verwerven in een aantal problemen die  zich heden ten dage  stellen. Dit door de oorzaken en de evolutie van deze problemen te achterhalen en te onderzoeken.

1. Zoals reeds vermeld beschouwen alle arbeidsorganisaties de Limburgse arbeiders als  "achterlijk".

Dit is het geval voor het ACV: "... de Limburgse arbeiders hebben nog niet veel industrie gezien en ervaring in de sociale strijd ontbreekt hen nog".(1)

Ook het ABVV deelt deze overtuiging:   "... gaat men naar een bijzonder groot en belangrijk konflikt, dat voor het eerst in de geschiedenis zich zal afspelen in Limburg, waar de arbeiders nooit strijdlustig zijn geweest". (2).

De KP stelt het nog scherper:  "... geen syndikale traditie, noch weinig syndikaal bewustzijn, een mentaliteit van "brave" limburgers, een bewustzijn dat nog de stempel  draagt van de traditionele dompersmentaliteit, van de katholieke behoudsgezinde onderworpenheid. Laten we het woord maar gebruiken:  nog een zekere achterlijkheid."(3).

2. Tijdens de staking bij de sluiting van de mijn van Zwartberg en tijdens de mijnstaking van 1970 is door de Limburgse arbeiders de werking van het vakbondsapparaat op scherpe wijze in vraag gesteld. Dit wordt in vakbondskringen hoofdzakelijk toegeschreven aan anti-syndikale krachten die onder de Limburgse arbeiders
en onder de vreemde arbeiders, beide groepen zonder een lange syndikale traditie, een gunstige voedingsbodem vonden. De oorzaak van deze invraagstelling ligt volgens deze visie in de achterlijkheid van deze arbeiders. Op te merken valt dat deze visie alle kritiek op de werking van de vakbonden reeds op voorhand uitsluit.

Ook in meer wetenschappelijke publikaties, die echter wel enigszins bij de socialistische partij aanleunen, wordt deze visie eveneens naar voor gebracht:  "La vague des grèves spontanées qui a défilé en Belgique en '70 - '71, s'est distinguée par le fait qu'elle touchait, généralement, des secteurs soit retardataires, soit victimes de "réstructuration" liées  au progrès technologique comptant d'ailleurs, tres souvent, un grand nombre de jeunes et d'immigrés et ou l'organisation syndicale était inexistante, tres faible ou frappée d'impuissance".(4).

Dit wordt eveneens onderschreven door Beatrice Hertogs.(5).

Deze visie wordt ook bijgetreden door G. Spitaels, die naar aanleiding van de sluiting van de mijn van Zwartberg schrijft: "Les travailleurs limbourgeois eux-mêmes manquent d'une réelle tradition syndicale. Le Limbourg ne connait les conflits industriels que depuis une dizaine d'années. La rupture ici fut brutale, beaucoup plus négatrice du leadership syndical que dans les mouvements sauvages enrégistrés ailleurs. La réconciliation fut aussi plus rapide qu'elle n'eut été en d'autres régions. Peut-on dire que ces "transport" dans l'un et l'autre sens témoignant d'une certaine immaturité?"(6).

Dezelfde  argumentatie wordt nog eens door Spitaels herhaald in verband met de mijnstaking in 1970. Daarbij wordt uitdrukkelijk gesteld dat de onervarenheid van de  Limburgse mijnwerkers te verklaren is door hun agrarische oorsprong.(7).

3. De Volksunie is er in geslaagd tijdens het konflikt te Zwartberg een invloed te verwerven onder de  Limburgse arbeiders en zodoende het konflikt in belangrijke mate te bepalen.

In 1970 kan de Volksunie opnieuw zijn stempel op het mijnkonflikt drukken.

Dit zijn zowat de enige pogingen van de Volksunie geweest om een rol te spelen tijdens een sociaal konflikt en zodoende een massabasis onder de arbeiders te verwerven. Dit laatste is in Limburg met enig sukses gebeurd, ondanks het feit dat één van de hoofdkenmerken van de Volksunie bestaat uit een totaal gebrek aan enig sociaal programma. Is dit te verklaren door een uitgesproken anti-syndikale houding van de Limburgse arbeiders? Anderzijds is het wel  een feit dat uiterst rechtse groepen de provincie  Limburg als hun uitverkoren anti-syndikaal werkterrein blijven beschouwen. Daarvan getuigen de talloze slogans "syndikaat = diktatuur"(8) in de Limburgse mijnstreek, Hasselt en Tongeren. 

4. Het is ook mijn bedoeling aan de hand van de standpunten van de vakbonden tijdens de staking, na te gaan of er gedurende de behandelde 25 jaar een wijziging in de opvattingen van het ACV of ABVV ten opzichte van de sociale strijd plaats heeft. Eveneens is het de bedoeling de houding van de vakbonden ten opzichte van elkaar te volgen.

5. Noch het ABVV als vakbond, noch de KP als politieke partij, slagen erin in Limburg een invloed te verwerven die evenredig is met hun invloed in de andere Belgische provincies. Door beide organisaties wordt terecht verwezen naar de ideologische invloed van de katholieke kerk in dit gewest. Is dit echter de enige reden? Hoe komt het dat er juist in deze provincie zo een dominerende katholieke invloed blijft bestaan,  terwijl deze in de andere provincies op politiek en syndikaal vlak toch reeds doorbroken is?

 

Werkplan

A. Globaal

1. Ik heb verkozen de staking chronologisch te behandelen, en niet per vakcentrale, wegens het feit dat een staking in één bepaalde  sektor eveneens invloed kan uitoefenen op latere  stakingen in andere sektoren iets wat minder tot uiting komt bij de behandeling per sektor.

2. Bij de beschrijving van de staking het ik gepoogd zo nauwkeurig mogelijk de oorzaken en het verloop van de staking te achterhalen. Ook al lijken bepaalde gegevens onbelangrijk voor het verloop van die ene staking, toch kan het gebeuren dat zij globaal gezien, bij veelvuldig voorkomen van gelijkaardige feiten, belangrijk zijn. Dit als aanwijzing over een bepaalde opvatting van een organisatie in verband met de sociale  strijd.

3. In deze studie worden alleen stakingen besproken die in Limburg plaatshebben. Stakingen van Limburgse arbeiders buiten de provincie worden niet behandeld,  noch nationale stakingen die geen terugslag hebben in de provincie Limburg.

4. Bij de behandeling van een nationale staking die ook Limburg treft, wordt alleen de invloed van de staking in Limburg besproken. De nationale onderhandelingen worden in dit geval enkel besproken als de staking in Limburg mede bepalend is voor het verloop van het nationaal konflikt en van de onderhandelingen.

Voor een bespreking van de belangrijke nationale konflikten (vanaf 1960) kan ik verwijzen naar de, onder leiding van G. Spitaels, jaarlijks gepubliceerde "L'année sociale 19--". (9).  

Voor stakingen van nationale omvang uit de periode voor 1960 kan verwezen worden naar R. Gubbels (10) die de metaalstaking van juni 1948 en van juni-juli 1957 behandelt. Daarnaast behandelt hij eveneens de staking voor de vijfdagenweek in 1955. Ook de CRISP behandelt regelmatig de belangrijke nationale konflikten. (11)

Noten

(1) L. Van Meulder (CCMB) tijdens Fordstaking 1968, geciteerd door RUYS (P). Sociografische benadering van het konflikt Ford-Genk, oktober-november 1968. Leuven, 1970, blz. 173.
(2) Volksgazet, 23 oktober 1968, blz. 1
(3)Van Den Brande F. in het Vlaams Marxistisch Tijdschrift,  december 1966, blz.185.
(4) CHAUVIER. (J.M.). Gauchisme  et  Nouvelle  Gauche  en Belgique. CRISP, C.H.    600-601, blz. 30
(5) HERTOGS  (B.). Militantenpraktijken en  stakingen,  in De Nieuwe Maand, januari  1974,   blz. 12. 
(6) SPITAELS   (G.), LAMBERT (S.).   L'année sociale 1966. Brussel 1967,  blz. 191.
(7)                   ..                               L'année sociale 1970, Brussel 1971, blz. 133.
(8)  Affiches met  als verantwoordelijke uitgever: Nationale Unie - Verviers.
(9) SPITAELS  (G.), L'année sociale 19.., Brussel, jaarlijks.
(10) GUBBELS  (R.),  La grève,  phénomène de civilisation, Brussel, 1962.
(11) Zo  bijvoorbeeld: La grève des  finances de 1963, cahier hebdomadaire n° 318
  
B.  Per staking.

Normaal gezien heb ik een chronologisch verslag van elke staking opgesteld. Bij belangrijke stakingen die relatief uitvoerig behandeld worden heb in volgende onderverdeling gemaakt: het verloop van de staking, het standpunt van het  ACV, ABVV of een andere organisatie, de onderhandelingen, eisen en solidariteit.

Alleen bij de staking te Zwartberg in 1966 heb ik het konflikt per dag ingedeeld met verloop van de staking,   standpunten, onderhandelingen en solidariteit afzonderlijk behandeld.

Wat betreft de gegevens over stakingen wordt, indien deze aanvechtbaar zijn, telkens de bron vermeld. Voor het aantal stakers wordt geen bron vermeld, als verschillende, elkaar politiek tegengestelde bronnen, deze cijfers bevestigen. Is dit niet het geval, dan wordt de bron wel vermeld.

    
Gebruikte bronnen en publicaties

1. Het Arbeidsblad

In het verleden1 gaf deze officiële  publikatie van het ministerie van Arbeid een uitvoerige beschrijving van de belangrijkste  stakingen. Na de WO II wordt  daarvan afgeweken wegens de volgende reden: "In het Arbeidsblad worden doorgaans de arbeidskonflikten niet besproken. Moest het van houding veranderen zou het gevaar lopen zich aan de verwijten van de  ene of andere betrokken partij, en misschien zelfs van de  twee terzelfdertijd, bloot te stellen".(1)

Tot en met de aflevering van maart 1946 publiceert het Arbeidsblad nuttige kwantitatieve gegevens over de stakingen in de provincie Limburg. Dit betreffende het jaar 1945. Daarbij wordt het door staking getroffen bedrijf vermeld, de begin- en einddatum van de staking, het aantal betrokken arbeiders, de verloren arbeidsdagen, de oorzaak en de uitslag van de  staking.  Toch valt op te merken dat deze publikatie zeer volledig is voor de grote industrieën zoals de mijnen,  maar voor de  stakingen in de kleinere bedrijven nogal onvolledig. De gegevens voor 1946 en de volgende jaren worden niet meer provinciaal ingedeeld,  maar nationaal  of per sektor.(2) Op provinciaal vlak wordt alleen het aantal stakingen per provincie vermeld.

2- Het Statistisch Jaarboek van België.

Dit vormt de enige officiële bron van gegevens over stakingen in België. Op nationaal vlak publiceert deze bron de volgende gegevens: het aantal konflikten, het aantal getroffen bedrijven, het aantal stakers, het aantal stakingsdagen, de oorzaken van de staking en de resultaten.Volgens A. De Rongé en M. Molitor (3) wordt door het Nationaal Instituut voor de Statistiek de informatie over stakingen als het volgt ingewonnen:

a. Eerste fase:  rijkswacht verzamelt een aantal kwalitatieve  gegevens over het konflikt.  Dit bij de gemeentelijke  overheid, de arrondissementskommisaris, de provinciegouverneur, de direktie van het bedrijf en de vakbonden.

b- Tweede  fase: de  rijkswacht verzamelt dagelijks kwantitatieve (aantal stakers, en zo verder) en kwalitatieve  (gebeurtenissen, slogans, en zo verder) gegevens. Deze gegevens worden doorgezonden naar het ministerie van Binnenlandse Zaken. Van daaruit worden deze gegevens doorgestuurd naar de betrokken ministeries. Op het ministesie van Arbeid en Tewerkstelling worden deze verwerkt en doorgestuurd naar N.I.S.. Het N.I.S. zendt dan een vragenlijst naar de bedrijven die door de  staking getroffen zijn waarbij de direktie verplicht is deze in te vullen. De informatie die zo het N.I.S.-  binnenloopt wordt dan statistisch verwerkt..

Het N.I.S. beschikt echter niet meer over die basisgegevens van voor 1966: voor 1966 en 1967 hebben de bovengenoemde auteurs deze gegevens geordend, terwijl vanaf 1968 het N.I.S. ze systematisch bijhoudt.

3.  Daarnaast bestaan er nog twee minder toegankelijke bronnen (4)
     
a. Het ministerie van Ekonomische  Zaken, algemene direktie van de industïie en de handel, algemeen ekonomische inspektie. Deze dienst beschikt in het land over gewestelijke bureau's die de stakingen in hun gewest melden aan de centrale administratie. Deze rapporten vermelden de naam van de ondernening, het  aantal stakers, de oorzaak,   het resultaat en de begin- en einddatum. Deze  gegevens worden gebruikt  door de sociale bemiddelaar van het ministerie van Arbeid

b.  Een andere  bron bestaat uit de rapporten die de rijkswacht aan de provinciegouverneurs overmaakt. Als verantwoordelijke voor de openhare veiligheid in de provincie, ontvangt de gouverneur regelmatig rapporten van de rijkswacht, waarin alle uitzonderlijke gebeurtenissen die in de provincie plaats hadden, vermeld worden. Ook de stakingen komen daar in voor. Daarbij wordt de duur, het aantal stakers, de oorzaken, het resultaat en de naam van het getroffen bedrijf vermeld. Deze bron zou de meest volledige  zijn.

Gubbels heeft voor de periode  1954 - 1960 een vergelijking gemaakt tussen de  drie bronnen en merkt op dat verschillende stakingen bij  één of twee bronnen ontbreken. Dit laat veronderstellen dat er stakingen zijn die in geen enkele van de drie bronnen opgenomen zijn. Dan gaat het echter wel om minder belangrijke stakingen, wat betreft  stakingsduur en aantal  stakers.

4. De syndikale "bronnen en publikaties"

Voor het opzoeken van enerzijds gegevens over het verloop van de staking en anderzijds gegevens over de standpunten van de vakorganisaties heb ik gebruik gemaakt van de volgende syndikale bronnen en publikaties:

A. Voor het ACV:

a - De Volksmacht, en vooral het regionaal gedeelte "Ons Limburg" bevat een groot aantal gegevens in verband met de stakingen in Limburg.
b- De verslagen van de provinciale ACV-kongressen geven een opsomming van de belangri jkste   stakingen die door het ACV ondersteund worden.
c- Op de hoofdzetel van het ACV-Limburg te Hasselt "bestaat een bibliotheek en een zeer mager archief.
d- De CCMB-Limburg beschikt te Houthalen over een klein archief. De andere centrales wijzen erop dat zij dit niet bijgehouden hebben, ofwel   doorgestuurd hebben naar de nationale centrales. Daar is het echter altijd "verloren gegaan".

B. Voor het ABVV:

Het ABVV beschikt in Limburg noch over bibliotheek, noch over enig archief. De provinciale centrales verklaren deze archieven ofwel van de hand gedaan te hebben, ofwel   doorgestuurd te hebben naar de nationale centrales te Brussel.

Te   Brussel beschikt de nationale ABVV-mijnwerkerscentrale wel over een klein, maar ongeordend archief, dat omzeggens niets over de stakingen in Limburg bevat. Voor het ABVV-standpunt heb ik me dan vooral gebaseerd op de Volksgazet en De Werker, editie Limburg. Het komt echter veelvuldig voor dat er in beide socialistische organen geen bespreking te vinden is van stakingen die in Limburg plaats hebben.

C. Daarnaast heb ik nog een aantal syndikale tijdschriften systematisch geraadpleegd. Het is echter uitzonderlijk dat deze een bijdrage wijden aan de sociale strijd in Limburg. Deze tijdschïiften worden opgesomd in de bibliografie.

5. Bronnen en publikaties van de KP.

Voor het   standpunt van de KP heb ik kunnen gebruik maken van Le Drapeau Rouge (als dagblad)  en van De Rode Vaan.

Dank zij de papieren van Stassen G. en Withages J. heb ik ook een aantal publikaties van het Eenheidssyndikaat der mijnwerkers kunnen raadplegen. Daarnaast bevatten beide verzamelingen dokumenten en pamfletten die door
het Eenheidssyndikaat en de KP in Limburg zijn uitgedeeld. Samen beslaan deze papieren de periode 1950 tot 1960.           

6. De pers.

In de eerste plaats heb ik Het Belang van Limburg, een krant met een sterk regionaal  karakter gebruikt. Door deze krant dag na dag na te kijken ben ik in staat geweest een groot aantal kleine stakingen op het spooor te komen die in de syndikale bronnen niet vermeld worden. Alhoewel het hier kleine   stakingen betreft, zijn deze meestal toch belangrijk omwille van hun uitzonderlijk karakter. Meestal zijn het stakingen die door de vakbonden niet erkend worden, of stakingen van vreemdelingen.

Bij elk konflikt heb ik de volgende dagbladen geïaadpleegd: Het Volk, Het Belang van Limburg, Het laatste nieuws, De Volksgazet en De Standaard. Bij belangrijke konflikten heb ik ook nog de Gazet Van Antwerpen geraadpleegd. Eveneens bij belangrijke stakingen heb ik een aantal tijdschriften geraadpleegd die vermeld worden in de bibliografie.

7. Interviews.

Om de bronnen en publikaties over de  stakingen op het spoor te konen voor informatie over stakingen waarin zij een rol hebben gespeeld en voor hun globale visie op de arbeidersbeweging in Lirnburg het ik de volgende personen aangesproken, die ik dan ook bedank: 

H.   Breesh, gewestelijk ACV-propagandist;
E. Van de Broek, gewestelijk ACV-propagandist;
Timmers, provinciaal voorzitter van de Christelijke Centrale van de Voeding;
L. Van Meulder, provinciaal voorzitter van de Christelijke Centrale van de Metaal;
V. Rekkers, provinoiaal voorzitter van de Christelijke Centrale van de Tekstiel;
F. Vroman, gewezen provinciaal secretaris ABVV-Limburg;
P.  Cramm, provinciaal   secretaris ABVV-Limburg;
J. Withages, gewezen KP-verantwoordelijke Limburg;
G. Stassen, oprichter Eenheidssyndikaat 1953;
K. Hertogen, AMADA.

Ook dank ik G. De Wit, bibliothecaris ABVV-Brussel en vooral R. Hertogen, bibliothecaris ACV-Hasselt, voor de hulp die  zij mij verleend hebben.

Noten

(1) Afbeidsblad, orgaan van het ministerie van Arbeid en Sociale Voorzorg, september 1947.
(2) Deze gegevens worden overgenomen uit het  Statistisch Jaarboek van België
(3) DE RONGE (A-), MOLITOR (M.) Données relatives aux grèves en Belgique de 1947 à 1971, CRISP, C.H. 677-678, 1975, Blz. 6-8.
(4) GUBBELS (R.) Op cit. blz. 304.

      
Een kwalitatieve studie

Deze studie heeft tot doel, aan de hand van kwalitatieve gegevens, een aantal aspekten van de arbeidersbeweging in Limburg te onderzoeken. Daarbij is dan ook geen gebruik gemaakt van een aantal bronnen met kwantitatieve gegevens, alhoewel ik deze soms heb geraadpleegd.(1) In dit werk heb ik helemaal  de bedoeling niet een kwatitatieve studie over de stakingen, in Limburg te verrichten. Dit wegens de onnauwkeurigheid van de beschikbare bronnen, de moeilijkheden bij het verrichten van zo een onderzoek op provinciaal vlak (2) en het feit dat zo een studie voor de krste behandelde periode, en voor een niet-industriële provincie als Limburg, me weinig zinvol lijkt.

Een kwantitatieve behandelins van de stakingsaktiviteit in een bepaald gewest, komt me bovendien gebrekkig en weinig bruikbaar voorDit om de volgende redenen:

1. De kwantitatieve gegevens zelf zijn heel gebrekkig:

- Het aantal konflikten door alleen dit gegeven te gebruiken worden stakingen die bijvoorbeeld meer dan 1000  arbeiders betreffen, gelijkgeschakeld, met stakingen waaraan slechts een tiental  arfbeiders aan deelnemen. Er wordt dus geen rekening gehouden met het aantal stakers, noch met de tijd.

- Het aantal  stakingsdagen: dit gegeven dat het meest kompleet is (aantal  stakers x aantal  dagen) laat nog in het midden of het nu bijvoorbeeld 1000 arbeiders zijn die op 2 dagen schokstakingen houdenof slechts 10 arbeiders die 200 dagen staken.

- De oorzaken van de staking:  het is een sterke vereenvoudiging één oorzaak op te noemen. Zo bijvoorbeeld bij  de Fosdstaking ts Genk in 1968 spreken zowel de vakbonden als dedirektie over looneisen (gelijkschakeling met Antwerpen) Ook in het akkoord wordt vooral daarover gesproken. Toch heeft iedere waarnemer opgemerkt dat het de arbeiders vooral om de onmenselijke werkomstandigheden te doen is.
Meestal  heeft de staking een reeks oorzaken en barst hij  slecht uit naar aanleiding van de "druppel die de emmer doet overlopen. Slechts één van die oorzaken wordt in de statistieken overgenomen en dikwijls niet diegenen die de  aanleiding tot de staking heeft gegeven.

- Het resultaat: wat is "bepalend? Wanneer is het een overwinning of een nederlaag?
Het inwilligen van de eisen? Het verhoogde klassebewustzijn dat de arbeiders verworven hebben? De gunstige sociale akkoorden die na een staking afgesloten worden?
Op te merken valt dat heel wat grote voorbeelden in de Belgische klassestrijd,  wat betreft de inwilliging van de direkte eisen, in feite een nederlaag zijn (staking '60-'61,  mijnstaking 1970, dokstaking 1973, en zo verder).
In de statistieken wordt alleen de direkte inwilliging van de eisen als norm gebruikt. 

- Kwantitatieve gegevens gaan ook volledig voorbij  aan het karakter van een staking. Is het een spontane staking?    Wordt hij  door de vakbonden erkend?
Een staking  zoals deze van Zwartberg in 1966, die een mijlpaal vormt in de  Belgische klassestïijd, zal, in zuiver kwantitatieve gegevens uitgedrukt, slechts een kleine onbelangrijke staking lijken.

- Niet alle  stakingen worden door de bronnen vermeld. Na vergelijking met de gegevens van de rijkswacht en van het ministerie van Arbeid komt Gubbels voor de periode  1954 - 1960 tot bijna het dubbel aantal stakingsdagen dan door het  N.I.S.  opgegeven (daarbij valt wel op te merken dat het N.I.S. geen vermelding maakt van de algemene
stakingen op nationaal vlak.(3)

Men kan zich in feite de vraag stellen of vergelijking tussen, en uniformisering van stakingen, dus het vervormen van stakingen tot statistisch behandelhaar materiaal, wel  te verrechtvaardigen is.

2. De kwantitatieve gegevens in verband met stakingen woïden niet gepubliceerd als boekvulling. Deze gegevens worden door een aantal personen of instanties gebruikt om er allerlei  besluiten uit te trekken. Men poogt bepaalde korrelaties te vinden en dan voornamelijk korrelaties tussen stakingen en ekonomische konjunktuur.

Het belang daarvan valt echter sterk te relativeïen, want bij deze methode toetst men het verschijnsel  staking aan slechts één van de politieke, sociale en ekonomische faktoren die het verschijnsel bepalen. Als niet met alle faktoren rekening gehouden wordt is het zeer gewaagd om, enkel op basis van een aantal kwantitatieve gegevens een bepaald besluit te trekken.

Korrelaties  zoeken heeft echter wel  zijn waarde,  maar men mag deze korrelaties niet absoluut zien. Dit wordt mijn inziens wel gedaan met korrelaties tussen stakingen en de ekonomische konjunktuur. Zo is het evenzeer mogelijk,  met een wisselende waarde,  korrelaties op te stellen tussen het aantal  stakingen en het al of niet bestaan van een vakbond, van een strijdbare vakbond, van een stevig ingeplande kommunistische partij, en zo verder. Men mag niet vergeten dat een staking een zeer kompleks verschijnsel is.

De staking is een politiek, sociaal en ekonomisch verschijnsel.
Het uitbreken van stakingen, het verloop en de duur, wordt bepaald door twee faktoren: de globale materiële  omstandigheden en het klassebewustzijn van de  arbeiders waarmee zij op die omstandigheden reageren.
De ekonomisohe konjunktuur (hoogkonjunktuur, krisis met werkloosheid en inflatie) omvat slechts één reeks gegevens  die bepalend is voor het verloop van een staking.
Daarnaast bestaan er nog een ganse reeks politieke sociale en ideologische gegevens die in sommige gevallen bepalend zullen zijn bij het uitbreken en het verloop van een staking.

Bij deze faktoren kan men de volgende opnoemen:

- Het al of niet bestaan van een vakbond en de  aard van die vakbond. Is het een revolutionaire vakbond dan zullen een groot aantal stakingen en.politieke stakingen voorkomen. Is het  een reformistisclte vakbond, waarvan de leiding geïntegreerd is in het  staatsapparaat, dan zal deze het aantal  stakingen pogen af te remmen.
Bestaat er een stevig uitgebouwd stelsel van sociaal overleg, dan zal  er een regelmatige loonsverhoging plaats hebben,   zodat weinig stakingen voorkomen.
- De houding van de werkgevers, zijn zij  bereid tot onderhandelen of sturen ze aan op een konfïontatie?
- De konkurrentiepositie van het bedrijf.
- Het type van industsrie.
- De politieke toestand in het land.
- De publieke opinie.
- Het al of niet bestaan van een revolutionaire partij.
- De ideologische invloed van de katholieke kerk.
- De financiële situatie van de stakende gezinnen.
- En zo verder;

Wat het klassebewustzijn van de  arbeiders betreft, is het duidelijk dat dit niet uit de lucht komt gevallen, maar dialectisch bepaald woïdt door de materiële omstandigheden. Het al of niet bestaan van een revolutionaire partij, de  aard van de industrie en de strijdttraditie die er heerst zal daarbij een grote rol spelen.

Er valt eveneens op te merken dat stakingen slechts één aspekt van de klassestrijd vormen. Nu is het zo dat elk stakingsonderzoek, zowel kwalitatief als kwantitatief, slechts een onvolledig en vertekend beeld kan weergeven van de klassestrijd. Het is minstens even belangrijk stakingen die niet uitgebroken zijn te  behandelen als stakingen die wel uitgebroken zijn.

Naast de effektief uitgebroken stakingen gebeurt het echter zeer dikwijls dat de arbeidersklasse zich mobiliseert om de  strijd met de fabrieksdirektie aan te gaan, en dat de vakbondsverantwoordelijken alle moeite ter wereld hebben om het uitbreken van een spontane staking te verhinderen. Zo is het mogelijk dat een staking nooit  zal uitbreken ofwel wegens het feit dat de direktie, onder druk van de strijdwil van de arbeiders, bereid is toegevingen te doen, ofwel wegens de houding van de vakbonden, die mits allerlei maneuvers, een kompromisoplossing aan de  arbeiders kunnen opdringen. Bij het onderzoek van stakingen wordt aan dit fenomeen volledig voorbijgegaan.

Als men een korrekt beeld wil hebben van de arbeideirsstrijd in een bepaald gebied, volstaat het niet zich enkel op de  stakingen te baseren. Het moet in feite aan de hand van alle beschikbare bronnen de arbeidersbeweging dag in dag uit volgen voor men tot algemene besluiten over haar karakter kan komen. 

Bij het uitsluitend gebruik maken van kwantitatieve gegevens komt het ook voor dat stakingen, die een belangrijke rol  spelen in de klassestrijd, op basis van de zuivere kwantitatieve gegevens, herleid worden tot een onbelangrijke doorsnee-staking, alhoewel  zij in werkelijkheid heel wat meer betekenen. Zo bijvoorbeeld de staking bij de sluiting van de mijn van Zwartberg, waar slechts enkele dagen door slechts enkele duizenden arbeiders is gestaakt.

Dit  zou ik willen verduidelijken aan de hand van de tekstielstaking van juni 1975, een staking die de geschiedenis helemaal niet zal ingaan wegens zijn zogezegde onbelangrijkheid. Vanuit het standpunt van de arbeidersklasse is deze  staking echter wel belangrijk omwille van de lessen die me er kan uit trekken.

Op 1 mei  1975 moest een nieuw loonakkoord in de tekstielsektor afgesloten worden. De arbeiders eisen 5 fr, de patroons willen een loonstop. Er komt geen akkoord tot stand. De vakbonden zijn, wegens de groeiende strijdwil onder de  aïbeiders, verplicht op dinsdag 10 juni in alle Westvlaamse tekstielbedrijven prikakties toe te laten.

Bij Lano in Kortrijk wordt het echter een staking die gans de dag duurt en die de vakbonden als "24-urenstaking" erkannen. Doch de arbeiders zetten de staking de volgende dagen verder. Wegens de groeiende stakingswi1  in de  tekstiel worden de vakbonden verplicht om dinsdag 17 juni  een 24-urenstaking voor gans de tekstiel te organiseren.   Doch de syndikale militanten van de ABVV-tekstielcentïale West-Vlaanleren beslissen reeds maandag 15 juni in staking te gaan. Maandag gaan alle grote tekstielbedrijven in de streek van Kortrijk en Waregem in staking. De staking neemt dinsdag, de dag van de geplande 24-urenstaking, uitbreiding tot Roeselare en Tielt, woensdag tot Brugge en Oostende en in Oost-Vlaanderen sluit UCO-Laarne, zich eveneens bij de staking aan. Ondanks de uitdrukkelijke wens van de vakbonden de katoenspinnerijen niet in de staking te betrekken, gaan sommige fabrieken toch spontaan in staking (De Witte-Lietaer te Lauwe) en wensen de stakers ook de andere Westvlaamse katoenspinnerijen stil te leggen. Wat de stakers vooral wensen is dat de tekstielarbeiders van Gent in staking zouden gaan. In Kortrijk verklaren de vakbondsleiders dat Gent niet bereid is mee te  staken en Tïelt-Vlaanderen dus alleen staat. In Gent, Oudenaarde, Ronse en SintNiklaas hameren de vaktondleideïs echter op de krisis, op de werkloosheid en op het feit dat West-Vlaanderen bereid is een akkoord te  aanvaarden en de  staking te beeindigen. Zo bekomen ze inderdaad dat ondanks de wil  tot  staking van de Oostvlaamse arbeiders, zij niet in solidariteitsstaking gaan. Woensdag 25 juni is het gevaar voor een nationale teksti elstaking geweken alhoewel sommige bedrijven nog verder staken.

Deze houding van de vakbonden, namelijk het aantal en de omvang van de stakingen pogen af te remmen,  wegens de ekonomische kïisis, het groot aantal werklozen, en zo verder, komt in de huidige periode van ekonomische krisis veelvuldig voor en is kenmerkend voos het standpunt van de vakbonden. Dit heeft natuurlijk zijn terugslag op het aantal  stakingen, het aantal stakers en stakingsdagen. Men kan daaruit dan inderdaad besluiten dat het aantal stakingen tijdens  een periode van ekonomische krisis vermindert, maar men moet er wel rekening mee houden dat het niet zozeer de  aïbeiders zijn die gevoelig zijn voor de ekonomisohe krisis,  maar dat het vooral da vakbonden zijn die vatbaar  zijn voor de moeilijkheden van de kapitalistische bedrijven en dus pogen het aantal stakingen af te remmen.

Misschien, is het ook kenmerkend dat juist in een periode dat de vakbondsleiding zijn greep op de arbeiders aan de  basis meer en meer verliest, het aantal stakingen, ondanks de  periode van ekonomisohe krisis, toch relatief hoog blijft. Dit om aan te  tonen hoe  bepalend, andere dan ekonomische faktoren, zijn voor het uitbreken van stakingen en hoe gevaarlijk het is enkel op basis van statistische gegevens besluiten te trekken in verband met de globale situatie van de  arbeidersstrijd in een bepaald gewest.

Noten

(1) Zo bijvoorbeeld de lijst der stakingsdagen waarvoor de CVM stakersvergoeding uitbetaald heeft. Deze is  echter onvolledig en bovendien is het onmogelijk over enkele hierin vermelde stakingen kwalitatieve gegevens te vinden.
(2) Deze moeilijkheden worden door De Wilde M. in Stakingen in de provincie Antwerpen 1919-1931, Brussel 1974,   aangehaald op blz. 230.
(3) GUBBELS (R.). Op cit. blz. 306.
   
Deel  I. Chronologische behandeling der stakingen 1944-1969

  (Enkel 'mijn'stakingen werden vooralsnog geselecteerd, nvdw)

  

Mijnstaking Genk 25 januari - 2 februari 1945
  

Vanaf 25 janurari ontwikkelt  zich. een staking in de drie  Genkse mijnen. De leiding van de staking berust bij  de  Syndikale Strijdkomitees die de staking inzetten onwille van het ontslag van een propagandist. Onder de mijnwerkers heerst een algemeen gevoel van ontevredenheid over:

1. De rantsoenering van de kolen:  buiten het rantsoen kolen, dat zij steeds gekregen hebben, mogen ze  sinds kort "de  100 kg kolentoeslag "  per maand niet meer aankopen. Dit is de mijnwerkers reeds enige weken geleden meegedeeld,   doch bij wijze van kompensatie wordt hun wit brood, vlees, vet, sardines, enz. door de geallieerde overheid toegezegd. Nu blijkt de geallieerde.overheid deze beloftes niet te kunnen nakomen wegens aanvoersmoeilijkheden.

2. De lonen in de andere omliggende nijverheden betaald, zijn ofwel hoger dan deze van vele ondergrondse 1osse arbeiders, ofwel verschillen ze slechts onbeduidend. Het is logisch dat de ondergrondse  arbeiders in deze omstandigheden verkiezen op de bovengrond of in anders bedrijven te werken.

3. De patroons van de mijnindustrie weigeren deel  te  nemen aan de besprekingen in de gemengde paritaire comnissie.

In verband net de looneisen hebben de  syndikaten einde 1944 een voorstel ingediend bij de Nationale Gemengde Mijncommissie om het loon van de ondergrondse arbeiders te verhogen tot 40 % boven de minimumlonen, die door de Nationale arbeidskonferentie vastgesteld zijn. De werknemers zijn in principe akkoord net deze voorstellen, maar wensen van de regering de nodige waarborgen dat deze zou tussenkomen om de kolenmijnen te helpen de last der verhoging te dragen. De besprekingen die eerst bleven aanslepen, monden onder druk van de staking uit in een akkoord op vrijdag 25 januari.

In hei; akkoord tussen.regering, syndikale afgevaardigden en patroons, wordt het volgende bepaald:

1. Vanaf maandag 29  januari  is voor de  jonge  arbeiders van onder- en bovengrond een loonbarema vastgesteld vanaf  de  leeftijd van 14 tot 21 jaar. 
2. Voor de ondergrond  zal  het minimumloon der losse  arbeiders, ouder dan 21 jaar, 90 fr per dag bedragen, tegen 72 fr voor 29 januari. 
3. Het minimumloon van de geschoolde arbeiders zal 112 f r per dag bedragen, tegen 96 fr voor 29  januari
4. Voor al  de mijnen van Limburg zullen er gratis kolen worden afgeleverd aan de  arbeiders.
5. Buiten deze verbeteringen zijn er andere vastgesteld door de plaatselijke verzoeningsraden, die reeds  aan de mijnwerkers zijn meegedeeld.
6. De regering zal  de toelagen van 70  tot 100 miljoen verhogen.

Tijdens de staking wordt niet onderhandeld met  de stakingsleiders namelijk de Syndikale strijdkomitees.            '

Houding der Mijnarbeiderscentrale: Deze kant zich tegen de  staking daar  "de bevolking niet kan aannemen dat in de mijnen wordt gestaakt  op een ogenblik dat de mensen bevriezen en dat de geallieerden kolen nodig hebben om de  eindoverwinning af te dwingen".(1)

Houding christelijke Centrale der Vrije Mijnwerkers: Deze kant zich tegen de staking om de zelfde redenen als de socialistische centrale. Daarnaast wordt de staking in een slecht daglicht gesteld door te insinueren dat de staking gemanipuleerd wordt  door Duitse collaborateurs. "De Duitse radio deed beroep op U,  om een algemene staking in de kolenmijnen van ons land uit te lokken... gestook van Duitse agenten ...  die "bewust of onbewust de plannen.van de vijand dienen".(2)

Dit heeft enkel propagandistische bedoelingen, want de Consultatieve Commissie van het ACV erkent dat de leiding van de  stakingsbeweging berust  oij  de Syndikale Strijkomitses".(3)

Het bereikte  akkoord dat vanaf 29  januari  toegepast wordt, en de invloed van de vakbonden, die de staking zo vlug mogelijk willen breken, laat zich vanaf maandag 29 januari  sterk voelen. Alleen is Beringen en te Eisden kan men nog van een sukses spreken. De volgende dagen zal ook daar de staking geleidelijk aan uitsterven.

Noten

(1) Volksgazet, 28 januari  1945, blz. 2.
(2) Oproep  CVM in Het Belang van Limburg, 28 januari 1945, blz 1.
(3) Het Belang van Limburg,  2 februari  1945,  blz. 3.        

    

Mijnstaking - 9-16 april 1945
  

Op maandag 9 april  breekt er een staking uit in de mijnen van Zwartberg, Waterschei, Winterslag en Houthalen. Op  zaterdag 7  april was er reeds een begin van staking te noteren in een mijn. De arbeiders gaan in staking uit  solidariteit met hun stakende Luikse kollega's, als reaktie op de aankondiging dat Duitse krijgsgevangenen in de mijn zullen tewerk gesteld worden, en wegens een aantal looneisen. Op de vergadering van de Nationale  Gemengde Mijncommissie van 7  april 1945 wordt betreffende de mijnwerkerseisen het volgende vastgelegd: 

1. De lonen van de ondergrondse  arbeiders, betaald voor 29  januari  1945 zullen met  24 fr verhoogd worden. De minimumlonen blijven 90 fr per dag voor ongeschoolde  arbeiders en 112 fr per dag voor geschoolde arbeiders.
2. De lonen van de bovengrondse arbeiders, voor 29 januari 1945 betaald, zullen met 7,50 fr verhoogd worden. Het minimumloon van de ongeschoolde bovengrondse arbeiders wordt op 72 fr per dag gebracht.
3. De lonen der bovengrondse arbeiders van minder dan 21 jaar zullen in de zelfde verhouding als de overeenkomst van 26 januari 1945 voorziet, aan het minimumloon van 72 fr worden aangepast.
4. Dat de vaklui van de onderhoudswerken in de ondergrond als geschoolde arbeiders aanzien worden.
5.  Het zondagwerk wordt tot het strikt noodzakelijke beperkt en voor alle zondagwerk zal  een verhoging van 100 fr op het normale loon uitbetaald worden.
6. Deze beslissing treedt in voege vanaf 1 april 1945. Tijdens het verloop van de staking mengt de regering zich nogal aktief in het konflikt en verklaart het volgende:

1. De weigering gehoor te gaven aan de vorderingen betreffende het onderhoud der steenkoolmijnen is onduldbaar en sal voortaan beteugeld worden.
2. De overeenkomst van 1920  aangaande de regeling der geschillen is nog altijd van kracht en de werkgevers en de werknemers moeten dan ook hun toevlucht tot deze verzoeningsmiddelen nemen.
3 Op dit ogenblik is iedere staking misdadig
4 Er kan geen sprake  zijn van af te wijjkn van het grondbeginsel inzake de stabilisering der lonen, welke samen met de prijzenpolitiek de basis vormt van het ekonomisch herstel van het land. 
5. De regering vestigt de aandacht op de dringende noodzakelijkheid, de steenkoolproduktie op te voeren. Zij hoopt op de medewerking van de betrokken partij  te kunnen rekenen.

Deze verklaring van minister Troclet wordt door de patroons en de vakbonden onderschreven.

Op 10 april worden afgevaardigden van de CVM van de vier stakende Limburgse mijnen op het kabinet van de Eerste minister ontvangen. Zij verdedigen er de eisen tegen de  afhouding van 8% op het loon en voor het verkrijgen van meer kledingsstukken.

In de namiddag van 10  april vergaderen een. 100-tal gemandateerde afgevaardigden van de CVM te Hasselt. Na een bespreking van de situatie van de  staking door Thomassen (CVM-secretaris) wordt "besloten de beslissingen van de Nationale Gemengde Mijncomissie te aanvaarden, daar er ook met een aantal  andere verklaringen moet rekening goliouden worden, rnet:

1. De verklaring van de minister van Arbeid waaruit blijkt dat de regering "bij  hoogdringendheid een gunstige oplossing zoekt voor de gewettigde klacht van de mijnwerkers inzake de  afhouding van 8% op het geheel van de uitbetaalde lonen aan de mijnwerkers, voor de sociale veiligheid. Dit terwijl de vergoeding bij  ziekte en invaliditeit berekend wordt op een maksmuurloon van 90 fr per dag
2. Een verklaring van de Eerste Minister op 9  april  1945,   aan een afvaardiging van de Belgische Syndikale Organisatie, dat onverwijld de meest krasse maatregelen sullen genomen worden on de prijzen te drukken en de zwarte markt te bestrijden.
3. Een verklaring van de minister van Ekonomische Zaken, waarin beloofd , wordt een oplossing te  zoeken inzake de klachten over de overdreven prijs der kolen die als bijrantsoen aan de arbeiders geleend worden.

Verder betreurt de CVM dat het tewerkstellen van vrijwillige arbeidskrachten onder de Duitse krijgsgevangenen een noodzakelijkheid schijnt te zijn om de kolenproduktie op het noodzakelijke minimum te brengen. De CVM eist een zo vollodig mogelijke afzondering van deze krijgsgevangenen en eist dat de Belgische  arbeiders inzake voeding en kleding minstens even goed zouden behandeld worden als deze krijgsgevangenen. Het akkoord van de nationale Gemengde mijncommissie en bovenstaande vage beloften laten de CVM toe op 10 april openlijk stelling te nemen tegen de staking en om op te roepen tot werkhervatting. De socialistische vakbond houdt  zich eerst opmerkelijk.discreet, terwijl  zij  nadien, samen met de CVM, de  staking afkeurt. Sinds donderdag 12 april is een duidelijke tendens tot werkhervatting waar te nemen die maandag 15 april  zal uitmonden in een volledige werkhervatting.

  

Mijnstaking Houthalen-Zolder - 5-8 november 1945
  

Gehoor gevende aan de oproep van het Eenheidssyndikaat om op 5 november een 24-urenstaking in te  zetten hebben ongeveer 3/4 van de mijnwerkers van Houthalen het werk neergelegd. Zij  eisen een aanpassing van de lonen aan de levensduurte en een loonsverhoging wegens het feit dat een groot deel van de arbeiders,  door de in het verleden doorgevoerde loonsverhoging, in een hogere belastingskategorie vallen. Daardoor hebben de vorige loonsverhogingen niet veel verbetering gebracht in hun materiele toestand.

De strijdwil onder de  arbeiders blijkt groot te  zijn,  want de oorspronkelijk als 24-u ren staking geplande aktie neemt uitbreiding en zet zich de volgende dag nog verder.

Te Houthalen is de staking in de loop van de dag. stabiel gebleven, maar in Zolder daalt de helft van de namiddagploeg niet af.

Dinsdag 6 november gaat in Houthalen en Zolder slechts 1/4 van de arbeiders aan het werk.

Woensdagmiddag 7 november valt de staking ineem te Zolder is iedereen terug aan het werk, en te Houthalen gaan alle aanwezigen aan het werk maar 1/4 van de arbeiders is niet naar de mijn gekomen. Deze hervatten pas donderdag 8 november het werk»            ;

Houding CVM:

Zondag 4 november vergaderen de provinciale afgevaardigden van de CVM om de toestand in de mijnen te onderzoeken. Hun besluit is geen 24-urenstaking uit te roepen,  zoals het Eenheidssyndikaat, doch een algemene staking aan te kondigen op 1 december indien op de volgende eisen niet is ingegaan:

1. De lonen in verhouding brengen met de levensduurte: een paar schoenen, kost nu 300 fr tegen 60 fr voor de oorlog,  de zelfde verhouding geldt voor de werkkledij, die bij voorrang aan de Duitse arbeiders wordt gegeven.
2. Verbetering van het vervoer van de arbeiders naar de mijn,  dit is nu erbarmelijk en gebeurt soms nog in open vraohtwagens.
3. Herziening van de sociale wetgeving, inzonderheid het uitbetalen van slechts 50 fr van het loon in geval van arbeidsongeval,  terwijl in geval van ziekte, mits doktersgetuigsohrift,  soms tot 60 fr uitbetaald wordt.
4. Inlosging der beloften van de regering wat betreft de leningen aan lage intrest en de uitbetaling van de premie van 2 x 1.000 fr aan de nieuwe mijnwerkers.
5. Onmiddellijke inlossing van de belofte inzake huishoudelijke heruitrusting voor aankopen van linnen,  huisraad,  enz.,  waarvoor een krediet van 6 miljard beschikbaar gesteld is, terwijl de regering met het oog op de verkiezingen, deze uitkeringen wil uitstellen tot februari.
6. Herziening van het plafond voor belastingen,  zodat een gedeelte van de verhoogde lonen niet langer naar de schatkist zou gaan onder de vorm van belastingen.
7. Verbetering der werkvoorwaarden in de mijnen, inzonderheid de inrichting der badlokalen, 'die wegens de aanwezigheid der Duitse arbeiders verkleind zijn.

Maandag 5 november heeft de CVM de toestand der staking besproken. 's Middags na hun vergadering te Waterschei verklaren ze dat het een wilde staking betreft die door de KP is uitgelokt en waarmee het ACV niét akkoord gaat.    Naast de oproep tot werkhervatting vragen ze de arbeiders zich voor te.bereiden op de staking van 1 december.

In verband met de organisatoren van de staking verklaart de CVM het volgende: "De CVM stelt eveneens de dubbelzinnige houding van de  zogenaamde organisatie van het Eenheidssyndikaat een de kaak, die onder de meest schijnheilige voorwendsels voor 5 november een staking van 24 uren uitroept, als protest tegen de tekortkomingen van de regering wanneer de politieke partij  die door hen gesteund wordt,  mede de regeringsverantwoordelijkheid draagt.    De CVM schandvlekt de houding van de zelfde Eenheidssyndikaten waar deze in hun oproep voor de staking vermelden dat de christelijke syndikaten voor de zelfde datum de staking zouden hebben uitgeroepen. De CVM is van mening dat elke aktie die de noodzakelijke bevoorrading van kolen voor onze nationale nijverheid en voor onze bevolking kan in gevaar brengen,  moet voorkomen en vermeden worden. De CVM roept alle arbeiders op om regelmatig te werken,  om de plaag van de afwezigheden te bestrijden."(1)

Houding Eenheidssyndikaat:

Op het kongres van de Eenheidssyndikaten van de mijnwerkers te Charleroi op 14 oktober 1945,  is tot deze 24-urenstaking beslist. Naast de reeds opgenoemde eisen is op dit kongres ook nog de eis voor een duurtetoeslag van 500 fr voor gepensioneerde mijnwerkers en de eis het statuut van de mijnwerkers in het Staatsblad te publiceren, geformuleerd.

Onderhandelingen:

Tijdens de staking hebben er geen onderhandelingen plaats gehad.De vergadering van de gewestelijke mijnraad, die pas volgende week zou plaats grijpen, wordt wegens de staking vervroegd en heeft op donderdag 8 november plaats. Haast de afgevaardigden van de patroons en de vakbonden is ook ingenieur Gerard, direkteur van het Mijnwezen en de gouverneur van Limburg aanwezig. Er wordt onderhandeld over de lonen van de bovengrondse arbeiders, de lonen van de kolenhouwers, het vervoer der mijnwerkers, en de verbetering van de badinrichtingen. Daarbij wordt er geen akkoord bereikt.    

Noten

(1) ...
 

Staking mijnbedienden Limburg - 24 november-5 december 1945
 

Zaterdag 24 november heeft het bediendenpersoneel van de mijnen van Genk een stakingsaktie ingezet naar aanleiding van een loongeschil. De aktie is onmiddellijk vrij  algemeen en spreidt  zich in de loop van de dag uit tot de andere Limburgse mijnen. Enkel de 'bedienden' die belast zijn met gezondsheids- en sociale diensten of met de uitbetaling der lonen, zijn aan het werk gebleven.

Maandag 26 november staken de bedienden van Winterslag niet,  te Eisden staakt de helft der bedienden en in de 5  andere mijnen is de staking algemeen.

Dinsdag 27 en woensdag 28 november heeft er geen werkhervatting plaats, ondanks de oproep der vakbonden, die een overeenkomst hebben afgesloten en zich daarom tegen de staking kanten.

Donderdagvoormiddag 29 november vergaderen de stakende mijnbedienden, samen met de bedienden van de kolerihaven te Genk, te Hasselt.

Zij bespreken er de uitslag van de verzoeningsraad te Brussel.

Na hun vergadering maken zij het volgende  aan de pers bekend:

"De 1.200 aangesloten leden van de Beroepsvereniging der Mijnbedienden van het Kempisch Kolenbekken hebben tijdens een algemene vergadering te Hasselt eenparig besloten het werk niet te hervatten alvorens algemene voldoening zal geschonken zijn aan hun eisen."(1)

Maandag 3 december hervat een groot deel van de bedienden van de mijn van. Zwartberg het werk. De reden hiervan ligt bij de Beroepsvereniging die tijdens het weekend heeft laten doorschemeren dat ze zonder verdere toegevingen toch tot werkhervatting bereid is.

Dinsdag 4 december besluit de Beroepsvereniging de staking te beëindigen op woensdag 5 december.
Woensdag 5 december is de werkhervatting algemeen.
Beroepsvereniging der Mi jnbedienden van het Kempisch Kolenbekken.

Deze organisatie is gesticht naar het voorbeeld van de ".Amicale" uit de mijnstreek van Charleroi. In Limburg wordt deze organisatie geleid door Boonen, een bediende van de mijn van Zolder. Sinds maart 1945 zijn deze organisaties op nationaal vlak in zekere mate gecoördineerd. Oorspronkelijk had de Beroepsvereniging geen syndikale doelstellingen,   en dat verklaart dan ook het feit dat vele mijnbedienden lid zijn van de Beroepsvereniging en tegelijkertijd lid van de LBC of van het Eenheidssyndikaat.

Onderhandelingen:

Op 4 april  1945 heeft een vergadering plaats van de oommissie van advies voor de bedienden. Daar is voor de eerste maal officieel sprake van de stichting van een paritaire commissie voor de mijnen.

Vanaf dit ogenblik stelt de Beroepsvereniging zich ook op syndikaal vlak aktief op. De mijndirekties laten op deze vergaderingen een sterke voorkeur blijken voor de Beroepsvereniging. Vandaar de bewoording:  "patroonsvakbond",   die door het ACV gebruikt wordt.(2) De samenstelling van de paritaire commissie  ziet er als volgt uit: 12 afgevaardigden van de mijndirekties, 4 van de LBC,  4 van het Eenheidssyndikaat en 4 van de Beroepsvereniging.

Tijdens de vergadering van 4 oktober  1945, stelt de Beroepsvereniging voor de eerste maal de eis dat er een barema voor de bezoldiging van de mijnbedienden moet vastgelegd worden. Deze eis is gebaseerd op het feit dat de vergoeding van de bedienden van de ene mijn tot de andere verschillen en dat niet altijd rekening wordt gehouden met de bekwaamheid, de ervaring en de dienstjaren.De patroonsafgevaardigden verzetten zich formeel tegen de vastlegging van een weddebarema.

Op de tweede vergadering van 18 oktober gaan de patroonsafgevaardigden er mee akkoord een minimumwedde van 3.000 fr voor de gekwalificeerde bedienden,  en een herziening der wedden van de bedienden met 10 tot 20 jaren dienst, toe te staan.

De afgevaardigden van de bedienden aanvaarden deze voorstellen,  alhoewel ze hun eis tot vastlegging van een barema staande houden. Een nieuwe vergadering is gepland op 8 november, waar bepaald zou worden wat door gekwalificeerde bedienden wordt verstaan,  doch deze vergadering wordt uitgesteld tot 15 november. Wegens het bezoek van Churchill wordt deze vergadering opnieuw uitgesteld zodat pas vrijdag 23 november kan worden vergaderd.

Op maandag 19 november heeft de Beroepsvereniging verwittigd dat de "bedienden op zaterdag 24 november in staking zullen gaan als er geen barema van bezoldiging wordt toegestaan".

Tijdens de zitting van de paritaire commissie van 23 november staan de patroonsafgevaardigden het volgende toe:

- een minimumwedde van 3.000 fr voor gekwalificeerde bedienden met 6 jaar dienst en minstens 21 jaar oud;
- herleiding van de dienstjaren tot 3 voor de houders van diploma's.

De afgevaardigden van de bedienden houden hun vroegere eisen staande en er wordt beroep gedaan op de minister van Arbeid en Sociale Voorzorg om bemiddelend op te treden. Er wordt besloten te wachten tot 30 november om de minister de tijd te geven de stadpunten te onderzoeken en verzoenend op te treden. Dezelfde dag nemen de LBC en het Eenheidssyndikaat gemeenschappelijk kontakt met het ministerie van Arbeid. Zij bekomen dat de verzoeningsraad zal gehouden worden op dinsdag 27 november.

Daar er geen oplossing in zicht is, vóór 24 november,  begint de Beroepsvereniging het ordewoord tot staking in Limburg te verspreiden, hoofdzakelijk met het doel druk uit te oefenen op de minister.

Op 24 november wordt in Limburg de staking ingezet, gevolgd door bediendenstakingen in de Waalse mijnbekkens.

Op 27 november heeft te Brussel in het gebouw van het Mijnwezen de verzoeningsvergadering onder leiding van Meyers, direkteur-generaal van de mijnen, plaats.

De LBC en het Eenheidssyndikaat hebben de verbintenis aangegaan alles in het werk te  stellen om een einde  te maken aan de staking, daar zoals bepaald in de vorige vergadering der paritaire commissie, pas vanaf 30 november de mogelijkheid tot staking bestaat. Op deze vergadering stellen de afgevaardigden der werkgevers voor een commissie voor onderzoek op te richten, speciaal aangesteld voor het bepalen van een klassificatie der bedienden in het kader van de, door de adviescommissie der bedienden, uitgedrukte adviezen. Deze commissie voor onderzoek zal uit 5  subcommissies bestaan (1 per kolenbekken), die  aan het Algemeen Beheer der Mijnen de elementen van hun dokumentatie zullen zenden. De centrale commissie zal vervolgens het vraagstuk der klassificatie onderzoeken en bij de voltallige commissie verslag uitbrengen.

De drie bediendendelegaties verklaren zich akkoord om dit voorstel door hun leden te doen aanvaarden.

Op deze vergadering heeft de afgevaardigde van de Beroepsvereniging toegegeven dat de oproep tot staking door zijn organisatie te vroeg is gelanceerd. Hij verklaart dit bevel terug te zullen intrekken.(3)

Voor de staking beëindigd wordt,  hebben afgevaardigden van de Beroepsvereniging, op het ministerie van Arbeid en Sociale Voorzorg, met kabinetshoofd Leburton gesproken. Deze verzekert hen dat hun eisen zullen onderzocht worden. Daarna doet ook de Beroepsvereniging een oproep om het werk te hervatten.

Noten

(1) Volksgazet, 31 november 1945, blz. 8.
(2)
Het Volk, 27 november 1945,  blz.  2.
(3) Het volk, 4 december blz. 5.
 

Staking mijn Zwartberg - 25-28 november 1945
  

Maandag 26 november zijn 440 van de 550 ondergrondse arbeiders van de morgenploeg van de mijn van Zwartberg in staking gegaan. Zij  gaan in staking om de volgende redenen:

1. Vorige zaterdag zijn de betaalde verlofdagen uitbetaald. Bij deze uitbetalingen is rekening gehouden met de verletdagen en daar vele kolenhouwers verletdagen hebben, blijft deze uitbetaling aan de magere kant.
2. Uit protest tegen de afzetting van Goffings, hun afgevaardigde, als burgemeester van de gemeente.
3. Uit protest tegen het feit dat  zij geen speciale zegels ontvangen, die toelating geven Amerikaanse tekstielwaren en schoeisel aan te kopen.

Maandagnamiddag zijn nog een honderdtal ondergrondse arbeiders afgedaald. Dinsdag zet de  staking zich verder,  doch slechts 2/3 der arbeiders nemen er aan deel.

Woensdagmorgen is de werkhervatting vrijwel algemeen daar er door de regering een aantal toegevingen zijn gedaan.

Onderhandelingen:

Maandagvoormiddag 26 november is een afvaardiging van de CVM, geleid door Pauwels  (voorzitter ACV),   door minister Van Acker ontvangen. Frederix (voorzitter van de CVM)  brengt er de eisen naar voor betreffende de lonen,   de verlofdagen, de taksen, de arbeidsduur, de gezondheidsmaatregelen voor de ondergrondse arbeiders en zekere afdelingen van de bovengrond,  het wonings- en vervoersvraagstuk, de verdeling der speciale tekstielzegels, de ongeval- en ziektevergoeding, de pensioenen, de aanwervingspremie en het geval Goffings. Deze eisen zijn op het provinciaal kongres van de CVM op 25 november te Hasselt, door de mijnwerkers geformuleerd.

De minister 'beantwoordt deze eisen als volgt:

1. Hij  zal geen enkele staking dulden.
2. Hij verklaart dat voorzichtigheid inzake lonen geboden is, wegens het gevaar voor inflatie bij algemen loonsverhoging,  maar aanpassing van zekere kategorieën van lonen blijft mogelijk.
3. De extra verlofregeling, zoals deze door de mijndirekties is toegepast, is onjuist. De geest waarin het besluit genomen werd, voorziet dat voor gewettigde afwezigheden, zoals geboorte, sterfgeval, huwelijk, autodefekt, geen vermindering van het verlof mag toegepast worden. Het aftrekken der verlofdagen moet per twee dagen afwezigheid boven de drie eerste geschieden en niet per dag, zoals nu gebeurd is.
4. Er zijn maatregelen genomen om het platform van de afhouding der taksen spoedig te verhogen.
5. De ministerraad zal  donderdag een bespreking houden en zo mogelijk,  een beslissing treffen inzake toekenning van leningen aan lage intrest voor de mijnwerkerswoningen.
6. Er wordt onmiddellijk opdracht gegeven de tekstielzegels die aan de arbeiders van de andere bedrijven werden verdeeld, ook aan de mijnwerkers, en in de zelfde voorwaarden, toe te kennen
7. Inzake pensioenen bestaat het inzicht bij  de regering om het bedrag der pensioenen te regelen volgens de lonen.
8. Het besluit over de  aanwervingspremie van 5 x 1.000 fr voor de nieuwe mijnwerkers zal onmiddellijk toegepast worden, met terugwerkende kracht tot 1   februari  1945
9. Voor het geval Goffings, evenals voor de andere zaken die gevraagd zijn, zal de regering tot een nieuw onderzoek overgaan ten einde een oplossing te vinden.Vooral het gezondheidsvraagstuk zal het eerst behandeld worden..

Op basis van deze beloften roept het ACV tot werkhervatting op en keurt de staking af.

 

Staking ophaalmachinisten van de mijn van Zolder - 8 juli 1946
  

Op maandag 8 juli  1946 is de middagploeg van de mijn van Zolder slechts gedeeltelijk kunnen afdalen omdat de ophaalhaalmachisten een stakingsaktie inzetten voor loonsverhoging. De gouverneur van de provincie Limburg ging onmiddellijk over tot de burgerlijke opvordering van deze stakende arbeiders. Reeds bij de avondploeg is er een algemene werkhervatting.

Staking mijn Eisden - 5-7 november 1947
 

Woensdagnamiddag 5 november om 2 uur heeft de namiddagploeg van de mijn te Eisden een stakingsaktie ingezet.     Het geschil  betreft het uitbatalingsstelsel der lonen. De staking wordt vrij algemeen opgevolgd. 1.170 van de 1.200 arbeiders nemen er aan deel. Alleen het onderhoudspersoneel  en de bedienden blijven aan het werk.

De oproep tot staking gaat uit van kommunistische militanten die in deze mijn werkzaam zijn.

Donderdag zet de staking zich verder,  tot er  's namiddags een tendens tot werkhervatting waar te nemen valt, die veroorzaakt wordt door affiches die door de direktie op de mijngebouwen zijn aangebracht en waarop deze belooft de vroegere wijze van uitbetalen terug in te voeren.

Vrijdagmorgen 7 november is de werkhervatting algemeen.

De reden van de staking betreft de wijziging van het uitbetalingsstelsel, een wijziging die de direktie doorvoert met het akkoord van de syndikale delegatie.

Het vroegere systeem bestond in wekelijkse uitbetalingen. Dit systeem willen de arbeiders dus terug ingevoerd zien. De wijziging bestaat erin de maand in te delen van de eerste tot de vijftiende dag en van de zestiende tot en met de dertigste of eenendertigste dag. Aan iedere arbeider wordt een voorschot op deze arbeidsperiode uitbetaald. Deze regeling is reeds enkele maanden in gebruik, en pas nu komt daartegen verzet.

Woensdagnamiddag 5 november om 5 uur is het verzoeningskomitee der mijnen bijeengekomen, onder voorzitterschap van Snel, afgevaardigde van het Limburgs Mijnwezen. De drie uur durende vergadering levert geen resultaten op en is donderdag 6 november opnieuw bijeengekomen. Op deze nieuwe bijeenkomst aanvaardt de direktie het oude stelsel opnieuw in te voeren.

 

Staking mijn zolder en Beringen - 12-16 februari 1948
 

Donderdagmiddag 12 februari is da  stakingspproep van de centrale van de Eenheidssyndikaten te Zolder hoofdzakelijk opgevolgd door Italiaanse mijnwerkers. Deze vormen massale piketten die de werkwilligen verhinderen.aan het werk te gaan. De leiding van de staking berust er hij  een zeer dynamisch optredende Italiaanse militant.

Vrijdag 13 februari   staan te Zolder opnieuw sterke  stakingspiketten opgesteld,  met hoofdzakelijk Italiaanse arbeiders,  maar deze kunnen niet verhinderen dat 400 van de 1.100 mijnwerkers het werk hervatten. Onder de bovengrondse arbeiders is de werkhervatting vrijwel algemeen. 's Middags, bij  de ploegenwisseling, zijn ACV-afgevaardigden aanwezig, die de arbeiders toespreken. Zij verklaren dat het ACV zondag de toestand zal bespreken en roepen de  arbeiders op in afwachting daarvan het werk te hernemen. Ongeveer de helft van de arbeiders daalt af.

Te Beringen staan vrijdagmiddag bij de ploegenwisseling om 14 uur stakingspiketten, met hoofdzakelijk Italiaanse arbeiders, opgesteld aan de liftkooien. Zo verhinderen zij de werkwilligen af te dalen.
Na een korte aarzeling besluiten alle mijnwerkers het werk neer te leggen. Door deze methode bereiken de stakers een sukses dat  's morgens niet kon bereikt worden door een stakingspiket van meer dan 200 stakers dat aan de mijnpoort stond opgesteld. Toen hebben ACV- en ABVV-verantwoordelijken de arbeiders opgeroepen, niet in staking te gaan en deze oproep is  's morgens door alle arbeiders opgevolgd.

Bij de avondploeg is er zowel te Zolder als te Beringen een tendens tot werkhervatting waar te nemen.   .
Zaterdagmorgen hernemen te Zolder 800 van de 1.100 arbeiders het werk. Alleen een harde kern van hoofzakelijk Italianen blijft verder staken.
Te Beringen herneemt de staking  's morgens in krachti  er zijn slechts, 200 werkwilligen.
Zaterdagnamiddag.is de werkhervatting te Zolder algemeen,  terwijl te Beringen 400 arbeiders aan het werk gaan.
Maandag 16 februari is de werkhervatting.in beide mijnen algemeen.

Eisen:

Voor de behandeling van de eisen, zie bij het standpunt van het ACV. Bij deze staking speelt echter ook de solidariteit met de stakers, in het bekken van Charleroi en Luik mee.

Standpunt ACV:

Het ACV keurt de  staking af en roept op tot werkhervatting. De leiding van de CVM vergadert op donderdag 12 februari te Brussel in aanwezigheid van vertegenwoordigers van alle mijnbekkens van het land.

De oorzaak van de staking ligt volgens de CVM in de afkeer van de mijnwerkers tegenover de aanwezigheidspremie en dit  zowel tegenover het principe als tegen de toepassingsvoorwaarden ervan. Daarnaast is mistevredenheid ontstaan over de willekeurige wijze waarop de akkoorden, afgesloten tijdens de laatste zitting van de nationale gemengde mijncommissie, herzien werden.

Gevolg gevend aan deze ontevredenheid onder de mijnwerkers, kant de CVM zich tegen de aanwezigheidspremie van 5% en eist dat deze in het loon zou ingeschakeld worden en dit met terugwerkende kracht tot 1 november 1947. Verder eist de CVM een onmiddellijke loonsverhoging van 7,50 % zoals deze door het ACV gevraagd is tijdens de zitting van de nationale gemengde mijncommissie van 30 januari  1948.

Deze eisen komen overeen met de eisen van de stakers,  maar de CVM vraagt, in afwachting van de resultaten van de gevoerde onderhandelingen, niet te staken.

In verband met.de  taking schrijft Het Volk (1).  het volgende:

"Men heeft de indruk dat in sommige patronale kringen de werklieden worden aangezet om loonsverhoging te vragen en tevens bij de regering aangedrongen wordt voor nieuwe prijsverhoging. Dit is de spiraalloop van prijzen en lonen op zijn schoonst. De arbeiders zullen goed doen op hun hoede te zijn, zowel ten overslaan van zekere raadgevingen van de werkgevers, als ten,opzichte van de ophitserij van de kommunisten.".

Zondag 15 februari heeft te Hasselt een vergadering van de ACV-afgevaardigden plaats. Thomassen verklaart er dat de staking het gevolg is van het socialistisch mijnvrerkerskongres waar de aanwezigheidspremie door de socialisten geëist wordt als middel om een verdoken loonsverhoging door te voeren.

Het ware probleem ss volgens de CVM dat de lonen van vele bovengrondse arbeiders hoger zijn dan deze der ondergrondse  arbeiders. Daarom wil de CVM de aanwezigheidspremie in het loon opnemen, wat een loonsverhoging van 5% betekent. Vermits de lonen in de mijnen te laag zijn, wordt door het ACV een loonsverhoging van 7,50% gevraagd. Verder wordt verklaard dat het ACV er voor zal  zorgen langs wettelijke weg voldoening voor de arbeiders te bekomen, aldus Thomassen.

Onderhandelingen:            '.

Het ACV en het ABW blijven verder onderhandelen met de mijndirekties in de nationale gemengde mijncommissie terwijl de centrale der Eenheidssyndikaten oproept tot staking.

Donderdagnamiddag 12 februari heeft op.het ministerie van Arbeid een vergadering van vakbondsafgevaardigden, vertegenwoordigers van het ministerie van Arbeid en van vertegenwoordigers van de mijndirekties plaats. Be vakbondsafgevaardigden hebben aan de vertegenwoordigers van het ministerie van Arbeid de vergelijkende gegevens voorgelegd waarop zij steunen bij het stellen van hun eisen. Deze gegevens zullen besproken worden door de vertegenwoordigers van.het ministerie van Arbeid, de mijndirekties en de vakbonden. Vrijdag wordt er opnieuw vergaderd. In het weekend vergadert het bureau van het ACV en het ABVV afzonderlijk, om de toestand te bespreken.

Maandag 16 februari  zouden ACV en ABVV een gemeenschappelijke vergadering houden om daarna gemeenschappelijke voorstellen aan de regering te doen. Daar de staking maandag een einde neemt,  is dit niet doorgegaan.

Tijdens het weekend is een afvaardiging van het ACV en van de CVM, bestaande uit Dereau (ACV-secretaris),  Thomassen (provinciaal secretaris CVM) en Petre (algemeen secretaris CVM) door de Eerste minister ontvangen.
Het is de bedoeling van deze delegatie de ontevredenheid van het ACV uit te drukken over het feit dat zij niet uitgenodigd is om deel te nemen aan de werkzaamheden van de studiecommissie, die de opdracht heeft de gegevens bijeen te brengen waarop de eisen der mijnwerkers steunen. De vertegenwoordiger van de Eerste Minister verzekert dat het ACV te gepaste tijde zal geraadpleegd worden betreffende de mijnwerkersvraagstukken.

Noten

(1) Het volk,  14 februari 1948, blz. 3.
 

Staking Foraky-arbeiders in de mijn van Zwartberg - 18-19 april 1950
  

Door het Limburgs metaal bedrijf Foraky (Zonhoven) zijn een 150-tal arbeiders in de mijn van Zwartberg tewerkgesteld. Deze arbeiders genoten, tot voor korte tijd, van zekere, niet bij wettelijke voorschriften voorziene loonsvoordelen. De direktie heeft die nu echter plots afgeschaft, wat dus voor de arbeiders een loonsverlaging betekende. Daartegen zijn dinsdagavond om 22 uur deze arbeiders in staking gegaan. De staking wordt door een 90-tal arbeiders gevoerd.

Op te merken valt dat noch de mijnarbeiders,  noch de mijndirektie van Zwartberg, iets met het konflikt te maken hebben.

Woensdagvoormiddag 19 april, is men tijdens besprekingen tot een voor de arbeiders gunstig vergelijk gekomen, zodat de werkhervatting om 14 uur algemeen is.

Kommunistische militanten poogden woensdagmiddag nog, door middel van mondelinge oproepen en pamfletten, de staking verder te zetten en de mijnwerkers in solidariteitsstaking te laten gaan. Dit is evenwel niet geslaagd.

  

Staking mijnbedienden Limburg en mijnwerkers Zwartberg - 7 augustus-19 september 1950
 

Maandag 7 augustus zijn de mijnbedienden van de mijn van Helchteren-Zolder wegens looneisen in staking gegaan. 130 bedienden zijn hierbij betrokken.

Alleen de franstalige (Waalse) hogere kaderleden staken aanvankelijk niet mee, slechts in de namiddag neemt een groot aantal deel aan de staking, nadat ze zien dat het geen politieke staking is. In de voormiddag grijpt een stakingsvergadering plaats, georganiseerd door het LBC dat de staking leidt. Daar wordt met eenparigheid van stemmen besloten te staken tot de volledige inwilliging van de eisen is bekomen,

De mijnwerkers verklaren zioh solidair met de stakende bedienden en zijn bereid, indien nodig, het werk neer te leggen. Dinsdagmorgen is er opnieuw een stakingsvergadering om de situatie te bespreken. Ook grijpt er een sympathiebetoging van 300-350 bovengrondse arbeiders plaats rond de mijngebouvran. Donderdag 10 augustus verklaren de bureelhoofden van Zolder zich solidair met de bedienden en gaan eveneens in staking. Te Houthalen heerst eveneens een zekere stakingsneiging onder de 163 bedienden en te Zwartberg vergaderen de bedienden, aangesloten bij het LBC.    Zij  zouden ten gepaste tijde ook in aktie treden. Vrijdag 11 augustus hebben enkele bedienden van de mijn van Zolder langs de Werkrechtersraad om een oproepingsbevel ontvangen om voor het verzoeningsbureel van deze raad te verschijnen. Doel van de direktie is druk uit te oefenen op de stakers, door van hen de betaling van de vergoeding voor kontraktbreuk (voorzien bij de wet op het bediendenkontrakt) te eisen.Daarnaast vinden alle Zolderse bedienden vrijdagmorgen een brief in de bus van de patroon waarin deze spreekt van kontraktbreuk en ontslag als de bedienden zaterdagmorgen het werk niet hervatten. Bovendien zou hij schadevergoeding eisen.

De bedienden beroepen zich op het stakingsrecht, storen zich dus niet aan dit schrijven en hebben zelfs een aktiekomiiee opgericht om de solidariteit in de andere mijnen beter te organiseren.

Zaterdagmorgen dienen de bedienden van Winterslag de vooropzeg tot staking in.

Te Zolder geeft zaterdagmorgen niemand gevolg aan de bedreigingen van de patroon. De zes opgeroepen bedienden verschijnen voor de Verzoeningskomndssie van de Werkrechtersraad. Er wordt echter geen verzoening bereikt, zodat de patroons niets uit hun "test"geval hebben kunnen halen (niet enkel  zes bedienden plegen kontraktbreuk, maar allen).

Op zondag 13 augustus vergadert de Belangengroep der Limburgse mijnbedienden te Hasselt. Deze organisatie is aangesloten bij het LBC. Het LBC staat volledig achter de staking en beoogt deze uit te breiden tot de andere mijnen.

Maandagmorgen 14 augustus breekt een algemene staking uit (op 10 werkwilligen na) te Houthalen.

Te Zolder poogt de direktie de staking der mijnbedienden te btreken. Zaterdag kreeg iedere bediende een brief met de volgende inhoud: "De bedienden die niet willen staken en het werk wensen verder te zetten,  worden verzocht hun handtekening hieronder te zetten."(1). Een dertigtal  bedienden tekenden deze brief,  maar maandagmorgen gaan slechts tien daarvan binnen. Woensdagmorgen echter,  worden de ondertekenaars van deze brief die maandag niet aan het werk gegaan zijn,  door een door de rijkswachters begeleide vrachtwagen aan huis afgehaald.

Te Zolder hebben stakers in de nacht van maandag op dinsdag de ruiten ingeworpen van het huis van een Waalse werkwillige bediende. In de nacht van dinsdag op woensdag werden ruiten ingeworpen van het huis van een vrouwelijke werkwillige.

Zaterdag 19 augustus is door de bedienden van Zolder een betoging georganiseerd. Vooraan in de betoging stapt F. Bertrand (volksvertegenwoordiger van de CVP) op, naast een groot aantal syndikale vrijgestelden. Daarna volgen de mijnbedienden met vrouw en kinderen. Na de betoging,  in een algemene vergadering wordt het optreden van de al  te ijverige en partijdige rijkswacht te Houthalen door M. Cox (provinciaal ACV sekretaris) gehekeld.

Op dezelfde avond verklaren LBC-leden van Zwartberg zich spoedig bij de staking aan te sluiten.

Zondag 20 augustus wordt door de Houthaalse bedienden op hun algemene vergadering beslist dat niemand meer aan het werk zal gaan. In de loop van het einde van de vorige week waren zelfs 84 van de 163 bedienden terug aan het werk gegaan.

Maandagmorgen 21  augustus ligt Zolder en Houthalen dan ook volledig stil.

Dinsdag eohter worden te Houthalen 25 bedienden met een gepanserae wagen en gaBscorteerd door wagens met wel 25 rijkswachters in de mijn binnengebracht,  nadat ze aan hun troning werden afgehaald.. Te Zolder gebeurt hetzelfde met de bureelhoofden.

De bedienden van Beringen dreigen onmiddellijk te staken indien de rijkswacht zo blijft optreden.

Zaterdag 26 augustus wordt bekend dat de mijnpatroons naar Brussel afgereisd waren om van de Eerste Minister nog meer rijkswachtversterking te krijgen.Nochtans worden de slechts tien werkwilligen van Houthalen reeds elke dag naar hun werk begeleid door tientallen rijkswachters. De Eerste Minister stuurt de mijndirekteurs door naar Minister van Arbeid en Sociale Voorzorg Van den Daele, die hun verzoek afwijst.

Op diezelfde zaterdag verklaart de CVM-voorzitter zich solidair met de bedienden. Een staking van de mijnwerkers wordt overwogen.

Te Zwartberg spreken 65 % van de bedienden zich uit voor staking en te Beringen 75 % van de bedienden. 

Zondag 27 augustus vergadert het hoofdbestuur van de CVM en als eerste aktiepunt wordt een verwittigingsstaking van één uur door machinisten in overweging genomen.

Maandagmorgen 28 augustus besluiten de bedienden van de overige mijnzetels in staking te gaan, zodat de staking nu algemeen is in Limburg. Te Eisden zijn 104 stakers en 60 werkwilligen, te Zwartberg 150  stakers,   te Winterslag 125  stakers en Beringen staakt gedeeltelijk, terwijl V/aterschei niet staakt.

Woensdagnamiddag 30  augustus, heeft er een algemene stakingsvergadering plaats in de parochiezaal van Houthalen.    Uit alle mijnzetals zijn talrijke delegaties stakers aanwezig. Vooreerst wordt daar een speciaal voor deze staking gekreëerd stakingslied gezongen. Nadien loven ACV- en LBC-leiders de strijdwil van de Limburgse mijnbedienden.

Eind augustus is de rijkswacht bijzonder aktief. Het is de stakers verboden met de werkwilligen te spreken en stakingspiketten mogen niet gevormd worden, zelfs al is daar door de burgemeester geen politiebesluit over uitgevaardigd. (bevoorbeeld te Beringen).

De stakers die opgeleid worden, worden niet naar een politiekantoor getracht,  maar worden in kelders van de mijnen opgesloten.Voor de stakers wijst dit duidelijk de partijdigheid van de rijkswachters aan.

Donderdag 31augustus is er een daling van het aantal stakers waar te nemen. Te Waterschei wordt normaal gewerkt,  in Winterslag en Beringen zijn slechts een tiental  stakers, in Zwartberg staakt 45 % en te Houthalen en Zolder is de staking algemeen.(2)

In het weekend van 2 en 3 september worden verschillende huizen van werkwilligen beklad met het woord "rat" en ':s zaterdags worden kraaiepoten uitgestrooid op de weg Hasselt-Hechtel,  zodat de wagen met werkwilligen en de begeleidende rijkswachtwagens bandbreuk leiden.

Op maandag 4 september zijn de 400 bovengrondse arbeiders van Zolder in solidariteitstaking gegaan. Deze staking begon spontaan, nog voor de stakingsvooropzeg voor een 24-urenstaking verstreken waren.

De reden voor de staking was de solidariteit met de stakende bedienden en het ongenoegen over de willekeurige wijze van de uitbetaling van het loon. Dezelfde dag heeft de direkteur van de mijn van Zolder 37 stakers uitzonderlijke voorstellen gedaan om terug aan het werk te gaan onder maximale rijkswachtbescherming. De 37 zijn niet op dit voorstel ingegaan.

Dinsdag 5 september is in Zwartberg een bus met werkwilligen met stenen bekogeld en bij dit incident werd 1 rijkswachter gekwetst en 1 bediende opgeleid.

Dezelfde dag wordt te Eisden een stakende bediende,  afgevaardigde voor de ondernemingsraad,  niet opgeroepen voor een vergadering van deze raad door de direktie. Als protest hebben de l eden-werknemers van de ondernemingsraad de vergadering geboycot.

Woensdag 6 september worden te Beringen de stakende bedienden die een piket vormen opgesloten in de mijngebouwen.

Te Genk wordt door de rijkswacht een huiszoeking verricht in da parochiezaal. Ook worden stakers aan een lijfonderzoek onderworpen. De LBC heeft een protesttelegram gezonden aan de Eerste Minister. Woensdag 6 september zijn in totaal  een 450 bedienden in staking. Donderdagavond 7 september is een overeenkomst bereikt en vrijdagnainiddag vergaderen de stakers te Zwartberg en te Heusden. Daar maakt De Weerdt (algemeen sekretaris LBC)  een bilan van de staking op. Volgens hem was het een strijd tegen een koalitie van mijnbazen,  banken en de patronale beroepsverenigingen. Hij wijst erop dat de beslissing van de nationale paritaire raad een sukses inhield voor de mijnwerkers, maar voor de bedienden een handikap was, daar de redenen voor algemene mijnwerkersstaking werden voorbijgestreefd. Als besluit herinnert De Weerdt eraan dat de staking der Limburgse mijnbedienden een mijlpaal is in de synikale geschiedenis en het begin van de ontvoogding van de bedienden in Vlaanderen betekent.

De overwinning van de stakers wordt zaterdag met een feest en een overwinningsbal te Houthalen en te Eisden gevierd.
Zaterdag 9 september zijn door de direktie van de mijn van Zolder twee bedienden afgedankt, dit om "de orde en de rust te handhaven". Dit ontslag is in strijd met één van de overeengekomen clausules van het bereikte akkoord. De reden van dit ontslag is een klacht van een Waalse vrouwelijke bediende die deze twee mannen een ruit zou zien inwerpen hebben in de "cité" van Zolder. LBC en ACV besluiten dat maandag geen enkele bediende aan het werk zal gaan als beide ontslagen "bedienden niet opnieuw opgenomen worden.         .

Diezelfde zaterdag zijn ook vijf bedienden niet kunnen aan het werk gaan te Zwartberg, daar ze voor de onderzoeksrechter te Tongeren moesten verschijnen. Maandagmorgen blijkt dat deze vijf bedienden hun werk niet mogen hernemen. Dit is echter geen definitieve beslissing daar de waarnemende direkteur verklaart dat op de terugkomst van de direkteur moet gewacht worden om een definitief besluit te nemen. Bij zijn terugkomst op donderdag 14 september ontslaat direkteur Allard deze vijf bedienden definitief. Daar de verzoeningsraad vrijdag niet kan vergaderen, wegens weigering van de direkteur, heeft het ACV en het LBC besloten om een algemene staking uit te roepen voor maandag. Zowel de arbeiders als de bedienden van de mijn van Zwartberg zouden maandag in staking gaan. Maandagmorgen 16 september gaan de 6.000 arbeiders en bedienden van de mijn van Zwartberg in staking. Vanaf 5 uur 's morgens staan ACV-leiders Bijnens en Storms "meetings" te geven vano p het dak van een autobus. Ze wijzen erop dat de bedienden, die nu op straat gezet werden, zonen van mijnwerkers zijn. In hun toespraken belichten ze eveneens het specifieke eisenprogramma van de mijnwerkers. Er is echter weinig overtuigingswerk nodig om de arbeiders tot staking aan te zetten. Enkel 49  arbeiders van de onderhoudsploeg en 12 bedienden, vooral bureelhoofden, zijn aan het werk. De rijkswacht is in grote getale aanwezig.

Nadat dinsdag een akkoord bereikt werd waardoor de vijf bedienden opnieuw aan het werk mogen, wordt dinsdagmiddag door de stakers het werk hervat. Dit gebeurt slechts zeer geleidelijk daar de stakers nog niet op de hoogte zijn van het bereikte akkoord. Om 2 uur hernemen slechts 12 ondergrondse arbeiders en 28 bovengrondse arbeiders het werk.

Eisen van de mijnbedienden: Door de mijnbedienden werd volgend eisenprogramma naar voren gebraoht:

1. Een wedde-aanpassing van 10 % op de huidige brutowedden, met een minimumverhoging van 500 fr.
2. De onmiddellijke invoering van het regime der Engelse week (44-urenweek ), die reeds toegepast wordt in de Borinage.
3. De integrale terugbetaling der verplaatsingskosten, zoals bij de mijnwerkers.
4. De onmiddellijke bijeenroeping van het Gewestelijk Paritair Comité voor.de definitieve regeling van de "'betreurenswaardige toestand" der mijnbedienden.

Deze eisen komen niet alleen in aanmerking voor de bedienden van de mijn van Zolder, maar gelden voor alle bedienden van de Limburgse mijnen.

De grieven der mijnbedienden draaien vooral rond het zeer lage loonbarema:  2.900 fr voor de laagste kategorie, 3.200 fr, 3.600 fr en 4.200 fr voor de hogere kategorieën,  terwijl weinig bedienden deel uit maken van de hoogste kategorie.

Het LBC haalt het voorbeeld aan van een Genkse mijn, waar kandidaat-bedienden een eksamen moeten afleggen,  een bewijs van goed gedrag en zeden moeten inleveren, een diploma van volledig secundair . moeten bezitten en daarbij nog de verbintenis moeten aangaan avondlessen te volgen, en dit alles slechts voor 2.900 fr maandloon. Daarbij komt dat de mijndirektie een taktiek van verdeeldheid toepast, in de Limburgse mijnen werken een aanzienlijk aantal Waalse bedienden en deze krijgen een hoger salaris, soms reeds 8.000 fr als beginwedde. Gemiddeld verdienen ze 1.500 fr meer dan hun Nederlandstalige kollega's.(3)

Daarnaast blijken deze franstalige niet-gesyndikeerde bedienden nog een gepriviligeerde positie te bekleden, wat dan ook aanleiding geeft tot een uitgesproken vijandigheid tussen beide bediendengroepen, die zich in deze staking zal laten voelen.

Op dinsdagmorgen 5 september zijn de besluiten van de algemene paritaire raad bekendgemaakt. Daarbij blijkt een bepaling te zijn die zegt dat de verhoging der minimumlonen mutaties mutandis toepasselijk is op de bediendenlonen.    Prompt verklaart het LBC dat,  in het licht van deze beslissing, de eisen van het LBC moeten herzien worden, daar deze gestelde eisen voorbijgestreefd zijn.

Nieuwe eisen zullen aan de mijnpatroons worden voorgelegd, waarbij rekening gehouden wordt met de aanbevelingen van de Nationale Paritaire Raad. De minimumlonen der arbeiders, werden van 13,50 fr op15 fr gebracht, hetzij een verhoging van 11%. Waar de nijverheid het kan dragen zullen de minimumlonen zelfs op 16 fr gebracht worden, en dat is een verhoging van 18%. De LBC oordeelt dat de Limburgse mijnnijverheid deze verhoging kan dragen, daar vorig jaar een half miljard winst verwezenlijkt werd. De LBC vraagt dus niet langer 10 % loonsverhoging, maar 18%. De LBC  formuleert deze eis ook op een andere manier, namelijk aan de hand van het basisloon. In de mijnen is dit 2.900 fr, terwijl het in andere sektoren 3.100 fr bedraagt. . Het basisloon moet ook in de mijnen op 3.100 fr gebracht worden en op dit basisloon moet dat een minimumloonsverhoging komen van 11,7 %.

Eisen van de mijnwerkers:

Toen op 16 september de solidariteitsstaking te Zwartberg losbarstte, was er naast de hoofdeis (de vijf mijnbedienden terug binnen), nog een specifiek eisenprogramma, waarvoor de arbeiders verder zouden staken, zelfs nadat de vijf bedienden terug opgenomen werden. De CVM formuleerde de eisen als volgt:

1. De kermisdag van Zolder dient als betaalde feestdag aangerekend te worden (dus uitbetaling van 10 feestdagen).
2. De vergoeding voor arbeidsongevallen moet 100% bedragen.
3. De verhogingvan het pensioengeld der mijnwerkers tot 32.000 fr.
    De verhoging van het kindergeld der mijnwerkers.
4. De invoering van de Engelse week.
5. Minimalonen voor de kolenhouwers.

Onderhandelingen:

In februari en mei 1950 hebben de bedienden (de LBC) reeds een vooropzeg tot  staking gegeven,  maar ze hebben deze terug ingetrokken uit vrees dat hun staking zou terechtkomen in de agitatie rond de koningskwestie.

Sinds het uitbreken van de staking is de mijndirektie niet geneigd tot onderhandelen. Ze beweert namelijk dat het niet in haar bevoegdheid ligt om de eisen te onderzoeken en dat ze dus geen enkel initiatief kan nemen.Volgens haar zou de Paritaire Commissie dit moeten doen op nationaal vlak. Dit terwijl de mijnpatroons weigeren deel te nemen aan de Nationale Paritaire Commissie. Daartegenover staat dat de Nationale Federatie der Mijnpatroons de staking te Zolder als een zuiver lokaal konflikt beschouwt.

Donderdag 10 augustus is B. Cleuren, sekretaris van het LBC, door de provinciegouverneur van Limburg ontvangen.De gouverneur heeft de bemiddeling van het Ministerie van Arbeid aangevraagd.

Maandagnamiddag 22 augustus worden onder voorzitterschap van gouverneur Verwilghen besprekingen gevoerd tussen de LBC en de mi jndirektie. Dit is het eerste kontakt sinds 8 maanden tussen de LBC  en de patroons, dat door de patroons is toegestaan.

Zaterdag 26 augustus heeft het ACV tijdens een kontakt met de direktie van de mijn van Zolder de eisen van de CVM voorgelegd. Maandagmorgen 28 augustus zijn alle mijnpatroons van Limburg aanwezig op het kabinet van de gouverneur om te onderhandelen met de syndikale afgevaardigden. Ook de kabinetschef van de Eerste Minister is aanwezig. Deze onderhandelingen zijn zeer belangrijk, onder andere omdat de mijnwerkers hun solidariteitsaktie op deze onderhandelingen zullen afstemmen. Dinsdag zijn deze onderhandelingen verder gezet. De mijnpatroons verklaren zich principieel  akkoord met de eis betreffende de 44-urenweek en met de eis in verband met de terugbetalingskosten.    Alleen over de loonsaanpassing wordt geen akkoord bereikt.

Donderdag 31 augustus zou een nieuwe vergadering plaatsgrijpen in het kabinet van de gouverneur, maar de mijnpatroons zijn niet afgekomen. Ze hadden geëist dat de bedienden eerst het werk zouden hervatten, doch de bedienden hebben eenparig die eis verworpen.

De mijndirekteurs zijn.naar de Eerste Minister gegaan om hun standpunt toe te lichten. Opmerkelijk is dat zij zich nooit wenden tot minister Van den Daele,  Minister van Arbeid en Sociale Voorzorg, die toch in de eerste plaats bij de  zaak betrokken is.

Vrijdag 1 september heeft de CVM,  als reaktie op de weigering tot onderhandeling van de patroons, beslist van 1 september af de stakingsvooropzeg te geven voor een algemene mijnstaking in Limburg. Deze zal ten laatste over 10 dagen in werking treden.

Zaterdag 2 september heeft Thomassen (CVM) de zeven mijndirekties persoonlijk op de hoogte gebraoht van de stakingsaanzeg.

Voor zondag 3 september was er een nieuwe vergadering in het kabinet van de gouverneur gepland. De patroons bleven eisen dat de bedienden eerst het werk zouden hervatten. De gouverneur heeft dan de beide partijen afzonderlijk ontmoet en de patroons nogmaals voor maandag 4 september bij hem uitgenodigd.

Aan de gouverneur verklaart de algemene voorzitter van de LBC Be Weerdt dat de bedienden niet aan het werk zullen gaan onder de vage beloften dat de patroons de syndikale eisen met welwillendheid zullen onderzoeken. Hij  bevestigt dat de bedienden een scheidsrechterlijke uitspraak zullen aanvaarden. Dit wordt door de mijndirekteurs afgewezen toen de gouverneur het hen maandagmorgen voorstelde. Alle bemiddelingspogingen waren toen uitgeput.

Dinsdagmorgen 5 september zijn echter de besluiten van de algemene paritaire raad bekendgemaakt en de mijnpatroons hadden hun woord gegeven zich daaraan te houden. In de besluiten van de algemene paritaire raad is er ook ingegaan op de eisen van de mijnwerkers,  namelijk een verhoging van het kindergeld en het mijnwerkerspensioen, de integrale vergoeding bij arbeidsonteyallen en de uitbetaling van 10 feestdagen. Na de ontvangst van de stakingsaanzegging zijn er ontmoetingen geweest tussen de patroons en de LBC, waarbij de patroons zich akkoord verklaarden in verband met de
verhoging van de minimalonen van de kolenhouwers, zodat kan gesteld worden dat aan alle eisen van de mijnwerkers voldaan is.

Op woensdag 6 september heeft er een onderhoud plaats gegrepen tussen de gouverneur van Limburg, de Minister van Arbeid en Sociale Voorzorg en de Eerste Minister. Vanaf deze woensdag zal de regering effektief tussenkomen in de staking.

Woensdagavond zijn de bediendenafgevaardigden bij minister Van den Daele geroepen, en donderdagmorgen zijn de patroons door hem ontvangen. De minister leidt nu zelf de onderhandelingen.

Donderdagavond 7  september wordt op het Ministerie van Arbeid en Sociale Voorzorg een vergadering gehouden,   onder voorzitterschap van minister Van den Daele, tussen afgevaardigden van de LBC en de mijnpatroons. Alhoewel de minister boodschapper moet spelen tussen beide partijen, daar de patroons de LBC niet willen ontmoeten, is het toch tot het volgende akkoord gekomen:

1. De verplaatsingskosten zullen terugbetaald worden volgens de modaliteiten in gebruik voor de arbeiders en met een maksimum terug betaalbare afstand van 25 km .
2. De Engelse week wordt ingevoerd waarbij 46 werkuren verdeeld worden over de weekdagen volgens modaliteiten overeen te komen met elke mijndirektie. Normaal eindigt het werk 's zaterdags om 13 uur. Een zeker beurtstelsel zal ingevoerd worden voor werk dat noodzakelijk de zaterdagnamiddag dient uitgevoerd.
3. Van 1 september af wordt bij de wedde een som van 300 fr gevoegd, geldend als een tegoed, ofwel op de verhoging eventueel toe te staan door de paritaire commissie van de bedienden, sektie industrie, ofwel op de toeslagen. De eventuele verhoging, toegestaan door de algemene paritaire commissie, sektie industrie, wordt toegekend met terugwerkende kracht op 1 september.
4.Geen sankties worden getroffen wegens afwezigheid tijdens de staking.

Dit betekende niet het einde van het konflikt, daar in Zwartberg  vijf bedienden niet opnieuw aan het werk konden gaan. Als reaktie vraagt de CVM voor vrijdag 15 september de bijeenroeping van de verzoeningsraad, waar de CVM verklaart dat als de vijf bedienden zaterdag niet aan het werk kunnen, maandag een algemene staking uitgeroepen wordt in de mijn van Zwartberg. De patroon weigert echter de vergadering van deze raad verder bij te wonen, Vandaar dat maandag de arbeiders en bedienden van de mijn van Zwartberg in staking gaan.

Minister Van den Daele heeft het initiatief genomen om het konflikt op te lossen. De direkteur Allard zou op 18 september naar Brussel komen om de zaak te bespreken. Anderzijds poogt de minister de staking door het ACV tot 2 uur in de namiddag te laten uitstellen. Maandagmorgen hebben minister Van den Daele en Eerste Minister Pholien gesproken met Allard, maar deze bleef weigeren. Uiteindelijk moet de beheerraad in Luik, die maandagavond vergadert, beslissen. Eveneens maandagvoormiddag zijn J. Bollen en L. Bijnens (ACV) met de plaatsvervangende direkteur gaan spreken over het konflikt. Dinsdagmorgen komt er een toegeving van de direktie; deze wil wel het loon van 3 maanden aan de vijf bedienden uitbetalen, en dan de uitspraak van het gerecht afwachten, om ze bij een vrijspraak opnieuw in dienst te nemen.

De vakbonden blijven bij hun eis van onmiddellijke indiensttreding. Dinsdag 19 september geeft direkteur Allard uiteindelijk toe: de afgedankte bedienden kunnen het werk hervatten. Blijft echter dat deze zullen ontslagen worden in geval van veroordeling. Dit voorstel brengt een einde aan het konflikt.

Wat betreft de eisen der mijnwerkers (lonen der kolenhouwers en kontrole op hun werk) is een CVM-afvaardiging gaan praten met één der direktieleden (Renotte), en ook daar kwam de direktie over de brug. Het minimumloon voor kolenhouwers zal toegestaan worden en in geval van betwisting van werk zal de direktie ook het standpunt van de kolenhouwer zelf aanhoren en onderzoeken.

Noten

(1) Het Volk, 17 augustus 1950,  blz. 4.
(2) Het Laatste Nieuws, 1 september 1950. blz. 3.
(3) Het Volk, 5 september 1950,  blz. 4.
 

Staking ondergrondse arbeiders mijn Winterslag - 19-21 oktober 1950
 

Wanneer donderdagavond 19 oktober om 22 uur ds avondploeg naar huis gaat, bevindt  zich bij de groep een 17-jarige mijnwerker. "Alhoewel deze het normaal aantal uren heeft gewerkt, belet een ploegleider hem naar huis te gaan en dwingt hem verder te werken. Wanneer hij toch naar huis wil, slaat de ploegleider hem met een ijzer op het hoofd,  waardoor hij  gewond neervalt. Samen met de, sinds woensdag heersende algemene beroering onder de ondergrondse arbeiders, geeft dit feit aanleiding tot een staking. 80% van de nachtploeg weigert af te dalen en zij blijven op de mijn om de morgenploeg van hun staking op de hoogte te stellen. De morgenploeg gaat eveneens in staking, evenals de dag- en namiddagploeg. Vrijdag verschijnen ook de rijkswacht en de politie voor de mijn.

Het ACV neemt vrijdagmorgen de leiding van de staking op zich en in de voormiddag hebben onderhandelingen plaats. De direktie wil echter niet ingaan op de eis tot ontslag van de ploegleider. Nadien geeft de direktie toch toe, de ploegleider wordt dus ontslagen, en hij kan slechts opnieuw aangeworven worden mits toestemming van de vakbonden.

De staking neemt zaterdag om 6 uur een einde, nadat algemeen bekend is dat de ploegleider ontslagen is.

 

Staking mijn Eisden - 7 december 1950
  

Donderdagmorgen 7 december breekt een door het ACV geleide staking uit bij de morgenploeg van de mijn van Eisden. Daar pas woensdagavond het ordewoord tot staking gegeven is, zijn de meeste arbeiders vooraf nog niet van de staking op de hoogte, wat maakt dat de staking donderdagmorgen ver van volledig is. Bij de dagploeg is de staking wel algemeen, onder meer wegens het feit dat de meerderheid van de bovengrondse arbeiders in de dagploeg werken, en dat het wegens eisen van deze arbeiders is dat tot de staking wordt besloten. Tijdens onderhandelingen donderdagmorgen is even voor de middag een akkoord bereikt, zodat om 14 uur de namiddagploeg normaal aan het werk gaat.

Eisen:

De mijndirektie heeft 110 bovengrondse arbeiders in vooropzeg geplaatst en woensdag 6 december zijn 60 van hen ontslagen. Volgens de mijndirektie zijn er te veel bovengrondse arbeiders in vergelijking met de ondergrondse arbeiders. De direktie baseert zich daarbij  op het verslag van de Amerikaanse ingenieur Robertson, ongeveer 1 jaar geleden opgemaakt, en waarin deze voorstelt om de kostprijs van de Limburgse kolen te drukken door een aantal werken op de bovengrond van de mijn, te laten uitvoeren door partikuliere aannemers. Het is daartegen dat de arbeiders donderdag in staking gegaan zijn.

Onderhandelingen:

Woensdag 6 december hebben er onderhandelingen plaats tussen de CVM, ander leiding van Thomassen (nationaal voorzitter) en de mijndirektie.

Daar er woensdagavond nog geen overeenkomst bereikt is wordt door het ACV een staking uitgeroepen vanaf donderdag 6 uur 's morgens. Donderdagvoormiddag hebben nieuwe onderhandelingen plaats, waarbij het 's middags tot een akkoord komt. In het bereikte akkoord zijn volgende bepalingen opgenomen:

Er zal van heden af, tot 1 februari 1951, een aktieve en progressieve propaganda gevoerd worden voor het werven van ondergrondse Belgische werkkrachten, om het evenwicht der verhoudingen te herstellen. Zo op deze datum geen voldoende aanwervingen gedaan zijn, om het voorziene everwicht te bereiken, zal er een nieuwe samenkomst tussen patroons en afgevaardigden van de vakbonden plaats vinden, om de als dan bestaande toestand beter te onderzoeken.

In plaats van de verplichting om in de ondergrond af te dalen, zoals deze thans doorgevoerd wordt bij de bovengrondse arbeiders, zal er een vrij beroep op hen gedaan worden om werk te nemen in de ondergrond, althans op de arbeiders die daartoe lichamelijk geschikt zijn. Wat de arbeiders betreft die door de weersomstandigheden werkloos vallen, zal er onderzocht worden of er geen mogelijkheid bestaat deze in een andere afdeling te gebruiken.

De stakingsdag van donderdag wordt niet aanzien als een vrijwillige afwezigheid, zodat de stakers geen verliezen zullen gedragen hebben voor de eerstkomende betaalde feestdag, zomin als enig verlies voor reisbiljetten voor tram en trein.

Staking tegen de 24 maanden dienstplicht - 9 augustus 1952
 

De  socialistische organisaties hebben voor zaterdag 9 augustus een nationale aktie tegen de 24 maanden dienstplicht uitgeroepen. Volgens socialistische bron zouden ondanks de druk van het ACV en de patroons in Limburg 5.000 mijnwerkers hebben gestaakt. Het zou eveneens enorme moeilijkheden gekost hebben om enkele lijnen van de BuurtsPoorwegen open te houden. In de mijnen kon volgens de socialisten de  taking meer algemeen geweest  zijn  "ware het niet geweest dat Italiaanse arbeiders, die op zichzelf een faktor van stakingsbreking uitmaken, aan het werk bleven".(1) Ook het ACV wordt aangevallen wegens zijn vijandige houding ten opzichte van de staking. In de Limburgse mijnen is het op zaterdag 9 augustus uitbetalingsdag,  en de stakers zouden graag hun loon 's morgens ontvangen,  zodat  ze niet de ganse dag op de uitbetaling van hun loon hoeven te wachten. De ABVV-vertegenwoordigers onderhandelen daarover met de mijndirektie, maar het is vooral het ACV dat zich tegen een vervroegde uitbetaling verzet. Dit wordt door het ABVV scherp aangevallen.

In Tongeren staken de arbeiders van de sigarenfabriek Orey-Staf en van de gieterijen Pleugers en Mornard. In Tongeren heeft  ''s namiddags een meeting plaats waarop W. Thys het verzet tegen de 24 maanden dienstpliaht toelicht.

Volgens ACV-bron (2) is er helemaal geen staking geweest bij de Buurtspoorwegen en slechts een lichte  staking in de mijnen. Op zaterdag 2 augustus waren er 31.771 mijnwerkers aan het.werk, en op de stakingsdag van 9 augustus zijn er 31.154 mijnwerkers aan het werk. Daaruit kan besloten worden dat  er 617 afwezigen meer zijn dan de vorige  zaterdag,   volgens het ACV vermoedelijk stakers. Het ACV bekritikeerd vooral het gebruik van scheldwoorden door de socialistische-kommunistische  stakingspiketten. Vooral Vroman, secretaris van het ABVV-Linburg, moet het ontgelden: "De fameuze Vroman, ... die  de meest vettige rioolpraat lijk ne bezeten marktkramer wilde verkopen."(3).

Standpunt ACV:

Het ACV betreurt dat de inschakeling van het ABVV in de komitees voor gemeenschappelijke aktie van de BSP het ABVV meesleept in een louter politieke aktie.

Het ACV-"bestuur betreurt verder: "dat men verder gaat waardevolle syndikale krachten te verspillen aan politieke  stakingen die het werkelijk arbeidersbelang niet op het oog hebben. Het bestuur geeft opdracht aan zijn leden aan deze  staking niet deel  te nermen"(4).

Na de  staking wenst het  CV-bestuur  "de arbeiders, die niet tot het ACV behoren, geluk, omdat  zij ditmaal  bewezen hebben niet langer bereid te  zijn  zich als maneuvermassa te laten misbruiken voor politieke stakingen welke niets te maken hebben met de verdediging of bevordering van beroepsbelangen".(5).

Noten

(1) De Werker, 23 augustus  1952, blz. 6.
(2) De Volksmacht, 16 augustus 1952, blz. 8.
(3) Idem. 
(4) DEREAU  (L.) De bedrijvigheid van het ACV van 1951 tot 1953, Brussel, 1953, blz. 181.
(5) DEREAU  (L.) Op cit. blz. 182.
 

Mijnstaking Limburg - 1 juni 1953
 

Door het ABVV wordt opgeroepen tot een 24-urenstaking op 1 juni 1953. Volgens het ABVV kent deze  staking een algemeen sukses:

Te Waterschei staakt 's morgens 70 % der  arbeiders, terwijl de staking in de loop van de  dag nog uitbreiding neemt.Te Zwartberg zijn er slechts enkele  arbeiders aan het werk.
Te Winterslag staakt  65 % der  arbeiders, terwijl de staking in de loop van de dag nog uitbreiding neemt.
Te Eisden is de staking vrijwel  algemeen.
Te Beringen, Houthalen en Zolder is een minderheid der arbeiders aan het werk.

De staking is suksesvol, ondanks de aanwezigheid van talrijke rijkswachters en politieangenten voor de mijnen.

De ACV-leiders, die  zeer talrijk aanwezig zijn, worden op sommige ogenblikken uitgejouwd en kunnen het woord niet nemen. Deze ACV-leiders worden door ABVV-militanten uitgedaagd om een diskussie aan te gaan over de  eisen van de mijnwerkers. Deze ABVV-sprekers klagen ook aan dat het ACV op zondag 31 mei de vreemdelingen in de mijncité's bezocht heeft om hen aan te sporen aan het werk te  blijven.

Van ACV-zijde wordt toegegeven dat de staking in de mijn van Eisden en Zwartberg een sukses is. Dit wordt toeschreven aan de Italianen te Zwartberg en aan de Nederlanders te Eisden. Volgens het ACV hebben iets meer dan 10 000  arbeiders op 34 000  gestaakt. Onder die 10 000 staker  zijn er echter 6 000 vreemdelingen. Het ACV wijdt dus het sukses van de staking voornamelijk aan de vreemdelingen. Deze zouden ontevreden zijn over hun slechte woonomstandigheden. De mijnwerkers van Winterslag nemen aan deze staking deel, daar zij 's maandags een dag verlof verlangen wegens de kermis van Winterslag op de voorgaande zondag.

Wat het aantal stakers betreft, wordt het ABVV ervan beschuldigd de taktiek van Voltaire te huldigen, namelijk "lieg,lieg er maar op los, lieg maar zoveel mogelijk, er zal altijd wel iets van hangend blijven".(1)

Standpunt ABVV

In januari  1953 wordt het ABVV-eisenprogramma voor de gewestelijke mijncommissie gebracht. Daar verklaren de mijndirekties dat deze commissie onbevoegd is.om deze   zaak te  behandelen. Volgens hen moeten deze beslissingen in de beheerraden van elke mijn afzonderlijk genomen worden. Het ABVV brengt het konflikt  dan voor de ondernemingsraad van de verschillende mijnen, maar ook hier wensen de patroons geen besprekingen. Zij verschuilen  zich achter het feit dat de ACV-afgevaardigden de vraag om deze  eisen op de dagorde van de vergaderingen te plaatsen, niet ondertekend hebben. Is dit uitzonderlijk wel het geval, zoals te Waterschei, dan verklaart de direktie de  ondernemingsraad onbevoegd om deze  eisen te  behandelen.

Het konflikt komt  zo opnieuw voor de gewestelijke mijncommissie, doch  zonder enig resultaat.

Op een schrijven, dat het ABVV tot de mijndirekties richt, om een ABW-afgevaardigde  te ontvangen voor besprekingen, wordt door de  direkties niet geantwoord. Op de regionale algemene vergadering van de ABVV-mijnwerkers van Limburg, op donderdag 15 mei, wordt, bij geheime  stemming, het principe,  voor deze eisen een staking in te zetten, goedgekeurd.

Zondag 17 mei, op een vergadering van de ABVV-gedelegeerden te Hasselt, wordt besloten de vooropzeg tot  staking in te dienen, deze vooropzeg zal op 31 mei verstrijken.

Donderdag 28 mei  is door de  ABVV-afgevaardigden te Hasselt besloten de  staking uit  te  roepen op 1 juni. Dit wegens de weigering van de mijndirekties om enige  toegeving  te doen. De eisen die op18 mei schriftelijk aan de mijndirekties zijn overgemaakt, zijn de volgende:

1. De eis voor het bekomen van een premie als deel in de winsten van het  jaar 1952.
2. De eis tot invoering van een stelsel van toezicht, met deelneming van de arbeiders, op de toepassing van het  boetestelsel.
3. De  eis tot  toepassing van het  loonbarema.

Deze voorstellen,  naar voor gebracht in de gewestelijke mijncommissie, in de ondernemingsraad, en in een schrijven aan de mijndirekties, worden door deze  laatsten van de hand gewezen. Bij deze eisen voert het ABVV aan dat  zij  door de mijndirekties zonder moeite kunnen ingewilligd worden. De Limburgse mijnen hebben in 1952 200 miljoen fr meer brutowinst  gemaakt  dan in 1951. In  1952 heeft iedere aandeelhouder van de Limburgse mijnen, per werkdag en per arbeider 75 fr winst ontvangen. Daartegenover staat dat de  lonen in de Kempische mijnen ongeveer  20  fr.lager  zijn dan in de andere bekkens.(2)

Zondag 31  mei  hebben te Beringen, Heusden, Eisden, Houthalen en Hasselt vergaderingen plaats waarop enkel  de  ABVVleden toegelaten zijn. Na het indienen van de  stakingsvooropzeg is het tot een kontakt.gekomen tussen het ABVV en gouverneur Roppe waarin deze  laatste verklaart bemiddelend te zullen optreden.Wanneer bekend geworden is dat gouverneur Roppe als bemiddelaar in het konflikt  zou optreden, is de  ABVV-centrale in spoedvergadering bijeen gekomen en heeft beslist, om de bemiddelings­pogingen zo veel mogelijk te vergemakkelijken, slechts op te roepen tot een 24-urenstaking. Deze beslissing wordt  zondag op de plaatselijke vergaderingen goedgekeurd.

Standpunt ACV:

Op de vergadering van het hoofdbestuur van de  CVM op zaterdagmorgen 30 mei, neemt deze organisatie de volgende  stellingname in:

1. Het principe van de  deelname in de winst is algemeen aanvaard door de patroons. Er wordt echter nog onderhandeld in verband met de uitvoeringsmodaliteiten. We hoeven dus enkel te wachten op de vaststelling van die modaliteiten en op de uitkering van de premie.

2. In verband met de kontrole op de boetekassen: alle ondernemingsraden in de mijnen hebben kennis van de bestemming van het boetegeld en op plaatsen waar wellicht wrijvingen konden ontstaan tussen de syndikale delegatie en de patroonsafvaardiging zijn besprekingen gevoerd met gunstig gevolg.

3. In verband met de toepassing van een nieuw loonbarema is in de gemengde mijncommissie een voorstel  in uitwerking dat iedereen kan voldoening schenken. Indien dit nog niet ver gevorderd is, is het de  schuld van de socialisten die de  gemengde mijncómmissies boycotten. De socialistische vakbonden voeren een werkelijke afwezigheidspolitiek. Bij  de bijeenkomsten ter bespreking van de verschillende problemen zijn ze niet aanwezig. Zij wensen de zaken hun beloop  te  laten en vinden het makkelijker de onderhandelingen niet verder te  zetten en daarna een staking uit te roepen waarbij de arbeiders enkele dagen loonverlies lijden. Na de CVM-vergadering van zondag 31 mei te Hasselt doen de ACV-vrijgestelden en de ACV-leden van de ondernemingsraden van de 7 Limburgse mijnen een oproep om aan het werk te blijven, daar het  "hoogst ongemotiveerd is in de huidige omstandigheden een staking uit te lokken".(3)

Noten

(1) Het Volk, 3 juni 1953, blz.9.
(2) Volksgazet, 29 mei 1953, blz.8.
(3) Het Belang van Limburg, 2 Juni 1953, blz.  5.
  

Staking bovengrondse arbeiders van de mijn van Houthalen - 4 februari 1954
 

Donderdagmorgen 4 februari 1954 breekt een staking uit onder de arbeiders van het bovengronds transportbedrijf  (een 35-tal  arbeiders) van de mijn van Houthalen. Door deze staking willen de arbeiders hun reeds lang gestelde looneisen kracht bij  zetten. Door tussenkomst van de ACV-afgevaardigden hebben reeds een aantal machinisten sinds 1 januari  1954 loonsverhoging bekomen, maar deze leggen nu ook, uit solidariteit het werk neer. Op het ogenblik dat de produktie van de mijn volledig zou stil vallen, wordt door de direktie en de CVM-afgevaardigden een oplossing bereikt.

Door die oplossing bekomen alle machinisten volledige voldoening, terwijl aan de rangeerders een loonsaanpassing wordt beloofd. Het juiste bedrag zal door nieuwe onderhandelingen bepaald worden. 

Na het bereiken van dit akkoord wordt door de namiddag- en nachtploeg normaal gewerkt, doch deze arbeiders verklaren spontaan hun loon te willen delen met de etakers van de morgenploeg.

  

Staking Italiaanse en Nederlandse kolenhouwers mijn Eisden - 19 november 1954
  

Vrijdagmiddag 19  november weigeren de Italiaanse en Nederlandse kolenhouwers van pijler 9 van de mijn te Eisden af te dalen. Deze spontane staking, waar hoofdzakelijk niet-gesyndikeerden aan deelnemen, is ontstaan in verband met looneisen.

In de namiddag wordt de syndikale  afvaardiging door de direktie ontvangen, maar er kunnen tijdens deze besprekingen geen bindende beslissingen getroffen worden, daar de stakers los staan van de syndikale afvaardiging. De mogelijkheid bestaat dat de staking zaterdag 20 november uitbreiding neemt tot de Italiaanse  arbeiders van de andere mijnzetels.

  
 

Staking naar aanleiding van de schoolstrijd - 26 maart 1955
  

Zaterdag 26 maart is door het "Komitee voor Vrijheid en Demokratie" bestaande uit katholieke patroons-, middenstands- en arbeidersorganisaties uitgeroepen tot nationale aktiedag tegen het voorstel Collard.             '               '

Deze 24-urenstaking kent in Limburg een  algemeen  sukses. Alleen in de mijnen is de staking niet algemeen. In Houthalen en.Zolder wordt het werk volledig stilgelegd, en in de andere mi jnvestigingen is de staking slechts gedeeltelijk. Op de Limburgse wegen zijn wegvesperringen aangebracht bij middel van omgehakte bomen, met de bedoeling de meestal lege, mijnbussen tot stoppen te dwingen. Verder is de  staking algemeen in de volgende Limburgse bedrijven: de zinkfabriek Overpelt-Lommel en Rotem, de scheikundige nijverheid te Tessenderlo en Kwaadmechelen, Sint Barbara te Eisden, Carrideng te Lanaken, Sint Petronella te Rekem, gieterij Moens te Zelem, papierfabriek Saels te Halen, radiofabriek Wevo te Halen, zagerij  iesenborghs te Halen, zagerij  Brems te Loksbergen, bouwbedrijf Seré te Halen, de springstof-industrie te Kaulille,  Geussens te Bree, de lepelfabriek te Reppel, de pannenfabriek te Bree, de voedingsgroothandel Janssens-Gilissen en Franssens te Bree, de brouwerijen van Bocholt, Opitter en Alken, de gieterijen Pleugers en Mornard te Tongeren, de metaalfabriek te Nerem en de steenfabriek Froncart te Tongeren. In Hasselt wordt een betoging georganiseerd waaraan de stakers van de rijwielenfabriek Hufkens en de gelatinefabriek deelnemen. Deze trekken van bedrijf tot bedrijf zodat de groep stakers steeds aangroeit. De staking is in het centrum van Hasselt algemeen, daar banken en warenhuizen gesloten zijn. Ook de stads-, provinciale-,  technische- en elektriciteitsdiensten staken.

Het is opmerkelijk dat  een aantal  patroons de  staking gunstig gezind zijn en besluiten hun bedrijf te sluiten, terwijl  anderen er zich heftig tegen verzetten. Zo heeft de direktie van een bepaald bedrijf de politie ter hulp geroepen om  2  ACV-propagandisten op te leiden die de  arbeiders tot staking opriepen.

Een groot deel van deze stakers begeven zich  's namiddags voor een manifestatie naar Brussel, maar dit moet dan wel  op eigen krachten gebeuren, daar er geen extra trein of bussen ingeschakeld zijn. In Hasselt, om 15 uur, vormt zich op het Kolonel Dussartplein een betoging van 50 000 man, althans volgens ACV brornen.(1) Aan deze betoging nemen  een 5-tal muziekkorpsen deel, naast Waalse manifestanten die Brussel  niet kunnen bereiken, evenals manifestanten uit de Oostkantons, en Leuvense studenten. In de betoging stapt een groep van 150 Vlaamse burgemeesters mee op. Bij de ontbinding van de betoging wordt op een meeting het woord gevoerd door M. Cox (ACV), A. Martens (Christelijke Middenstand) en senator Servais, die de Waalse aanwezigen toespreekt. Alle  sprekers richten zich tegen "de  aanslag door Van Acker en Collard op de vrijheid".(2) J.  Boes (ACV)  roept  de werkgevers op om de wachtwoorden,   zelfs de meest radikale, van het komitee stipt op te volgen. Zaterdagavond en -nacht is het voortdurend tot botsingen gekomen tussen 'betogers en rijkswacht. Aanleiding tot de eerste incidenten is een dronken bruiloftvierder die de huiswartskerende betogers provoceert met slogans als "Leve Collard en leve de socialisten". Wanneer de massa daartegen luidruchtig reageert, chargeert de rijkswacht om de Hasseltse Grote.Markt te ontruimen. Wegens de heftige weerstand die zij vanwege de betogers ondervindt, moet de rijkswacht zich terugtrekken. Nadien komt het in de straten van de binnenstad tot ernstige gevechten waarbij geweerkolven, matrakken, traangasgranaten en opengebroken straten aan te  pas komen. Ook aan de  stadsrand grijpen incidenten plaats, zo bijvoorbeeld, aan het huis van de socialistische volksvertegenwoordiger Thijs, waarbij een katholieke betoger ernstig aan het hoofd gekwetst wordt.

Noten

(1) Het Volk, 27 maart 1955, blz. 8.
(2) Het Volk, 27 maart 1955, blz. 8.
 

Nationale staking voor de 5-dagenweek - 9 juli-1 augustus 1955
 

Het ACV start zijn nationale  aktie voor het bekomen van de 5daagse werkweek met een eerste  zaterdagstaking op 9 juli 1955.

In Limburg worden volgens het  ACV volgende bedrijven volledig verlamd door de staking: Gelatine-Hasselt, Hufkens-Hasselt, Janssens-Cilissen-Hasselt, de stadsdiensten van Hasselt en Sint-Truiden, de provinciale  elektriciteitsdiensten, de Nieuwe Gieterij  te Sint Tniidén, de Produit Chimiques te Tessenderlo, Carideng-Lanaken, de springstoffenfabriek te Kaulille, de rubberfabriek Petronella te Rekem, Moons-Zelem, de brouwerij  Alken, Foraky-Zonhoven, Saels te Halen, de Boerenbond te Hasselt, Coca-Cola te  Sint Truiden, de provinciale diensten van Limburg, de  tegelfabriek te Kesselt en de lepelfabriek te Keppel.

Van de Limburgse arbeiders die in Luik werken staakt,  olgens het ACV de helft.

Het ACV geeft toe dat de staking in de mijnen slechts gedeeltelijk is: Houthalen en Zwartberg liggen volledig stil, in Zolder staakt 75 % der arbeiders, in Waterschei 60%, in Winterslag 40 %, in Eisden 30 % en in Beringen is de  staking onbeduidend.

Van socialistische  zijde worden deze cijfers in twijfel  getrokken: bij de reeks opgenoemde kleinere bedrijven zou het volgens De Werker (1) slechts on kleine aantallen stakers gaan op het totaal personeel.

In de verschillende mijnen zou het iedere maal  slechts om enkele.honderden stakers gaan. Het sukses van de staking te Zwartberg wordt door dit orgaan toegeschreven aan de aktie van het Eenheidssyndikaat.

Volgens Het Laatste Nieuws (2) telt men in de Limburgse mijnen 4.627 stakers op 14.148 arbeiders  en bedienden.

In de nouvelle Fonderie et Atelier Méchanique te  Sint Truiden hebben de 135 arbeiders tijdens een vergadering besloten hun zaterdagstaking volgende maandag verder te  zetten tot hun gestelde eisen zijn ingewilligd.

Deze  arbeiders  eisen:

1. Een minimuurloon van 20  fr.
2. Een algemene loonsverhoging van 10 fr ongeacht de leeftijd of het beroep van de  arbeiders
3. De invoering van.de  5-dagenweek.
4. Meer veiligheid en waarborgen voor de gezondheid (meer stortbaden, beter onderhoud der WC's, meer reinheid in de eetzaal).
5. Dadelijke uitbetaling van het vakantiegeld en wekelijkse uitbetaling van het  loon.
6. Uitbetaling van het volledige dagloon bij  defekt van de machine.
7. Verbod tot het nemen van sankties ten opzichte van de arbeiders.
8. Behoud van de  bestaande premies
9.  Erkenning van de syndikale delegatie.

Over deze eisen is één week voor het uitbreken van de eerste  zaterdagstaking onderhandeld tussen ACV en patroon, doch zonder dat het tot een akkoord komt. De staking en de eisen worden door het ACV erkend.

Maandag 11 juli is de staking slechts gedeeltelijk, namelijk 95 stakers van de 135  arbeiders.

Woensdag 13 juli komt een sterke groep rijkswachters het  "recht op arbeid" van de werkwilligen beschermen.

Om de staking te breken worden.de stakers thuisbezocht door de direktieleden, die de stakers bedreigen met ontslag als ze het werk niet hervatten. Bij een tweede maneuver stelt de direktie het de arbeiders voor alsof er reeds een regeling tussen de direktie en het ACV getroffen is, waardoor de arbeiders gerust kunnen gaan.

Tijdens het verloop van de staking stellen de diensthoofden van de fabriek zich op de openbare weg op,  en dwingen voorbijkomende stakers hen te vergezellen om het werk te hervatten in de fabriek.

Wanneer woensdagmorgen M.Rutten (propagandist CCMB) de stakers aan het piket wil toespreken, wordt dit hem door de rijkswacht belet. M.Rutten en J. Cosemans (CCMB) worden opgeleid, doch spoedig nadien vrijgelaten. Vrijdag 15 juli wordt een akkoord bereikt, dat grotendeels voldoet aan de eisen van de stakers, zodat het werk volgende maandag kan hervat worden. Op deze vrijdag zijn tussen het ACV en een aantal bedrijven akkoorden afgesloten waarin de  5-dagenweek toegestaan wordt. Voor Limburg gebeurt dat in de volgende bedrijven: de Nouvelle Fonderie-Méchanique te Sint Truiden, het gemeentebestuur van Hasselt, Taxandria te Bree, de steenfabriek Vanderzanden te Kleine-Spauwen en de tabaks fabriek Van der Elst te Sint Truiden. Na het bereiken van dit  akkoord, waarin na de 5-dagenweek, meestal een minimuimuurloon van 20 fr en de oprichting van een syndikale afvaardiging toegestaan wordt, zullen deze bedrijven niet meer door de wekelijkse zaterdagstaking getroffen worden.

Op zaterdag 15 juli  heeft de tweede  zaterdagstaking plaats. Deze is in Limburg minder algeneen, voornamelijk wegens het reeds bereiken van een akkoord in een aantal  bedrijven en wegens het niet deelnemen van de mijnwerkers aan deze  staking. In de volgende bedrijven in Limburg ligt het werk stil: Foraky-Zonhoven, zinkfabrisk-Rotem, lepelfabriek-Reppel., Geussens-Bree, zinkfabriek Overpelt-Lommel,   FN-Zutendaal, Moens te Zelem, Hufkens-Hasselt, Sint Barbara-Eisden, Fobrux te Sint Truiden, Limeta te Hasselt, de  tekstielmachinefabriek te Nerem,   Carideng te Lanaken, Petronella te Rekem, Cooppal-Kaulille, Produit Chimique-Tessenderlo  en Kwaadmechelen,  Janssens-Gilissen-Hasselt, Boerenbond te Hasselt (slechts 2 uur), brouwerij Alken en steenfabriek Vanderzanden te  Kleine  Spauwen (in beide bedrijven is een akkoord bereikt, toch houden de arbeiders 5 minuten een solidariteitsstaking), gemeentebesturen te Genk, Tessenderlo, Heusden en Sint Truiden, te Hasselt slechts1 uur solidariteitsstaking na het bereiken van een akkoord, en bij de buurtspoorwegen.

Volgens het ACV nemen eveneens een 1000-tal Limburgse arbeiders die in Wallonië werkzaam zijn deel  aan de staking.

In de volgende bedrijven wordt  besloten een definitieve staking in te zetten tot de eis wordt bekomen van de 5-dagenweek en een aantal specifieke eisen ingewilligd zijn:

- bij  Geussens-Bree vanaf maandag,18  juli;
- in de Produit Chimique te Tessenderlo vanaf maandag 18 juli;
- in de zinkindustrie van Rotem, Overpelt  en Lommel vanaf  25 juli;
- in de voedingsgroothandel vanaf 25 juli;
- in de Limburgse mijnen vanaf 25 juli.  Daartoe is besloten op 14 juli, wanneer het hoofdbestaur van de CVM te  Brussel  de besluiten van de besprekingen van13 juli tussen regering, VBN en ABVV, analyseert. Het CVM ziet in deze besluiten niet het minste voordeel voor de mijnwerkers en besluit dezelfde dag nog de nationale stakingsvooropzeg voor alle mijnen in te dienen.

Op zaterdag 23 juli is er nog een stakingsbeweging waar te nemen in de volgende Limburgse  bedrijven:  Foraky-Zonhoven, Limburgia-Hasselt, Petronella-Rekem, Geussens-Bree, lepelfabrisk-Reppel, Moens-Zelem en de  gas- en elektriciteitsmaatschappij Gruitrode.

In de volgende  bedrijven is het in de loop van de voorgaande weken tot een akkoord gekomen: de brouwerij  Alken, de Nieuwe Gieterij  te Sint Truiden, Van der Elst te Sint Truiden, de zinkfabriek van Rotem en Overpelt-Lommel, de steenfabriek Vanderzanden te Kleine  Spauwen, de gemeentebesturen van Hasselt, Sint Truiden en Genk en bij   Geussens-Bree. In de lepelfabrie te Reppel wordt na de zaterdagstaking van 23 juli een akkoord bereikt en zal het werk op maandag 25 juli hervat worden.

Bij de buurtspoorwegen is geen staking georganiseerd daar de onderhandelingen gunstig verlopen.

In de rijwielenfabriek Hufkens te Hasselt, is het stakingsbevel ingetrokken daar een Kongolese delegatie de fabriek bezoekt.

In de  anders Limburgse bedrijven is het de poriode van het  jaarlijks verlof.

In de mijnen is de staking voor maandag 25 juli voorzien. In de mijn van Houhalen staken de bankwverkers en elektriciens sinds vrijdag 22 juli. Dit in verband met looneisen die door deze arbeiders al sinds  enkele.maanden naar voor gebracht worden.

Maandag 25 juli wordt de eerste stakingsdag ingezet in de Limburgse mijnen.

Maandagmorgen heeft de staking de volgende invloed: Te Zolder zijn er een 500-tal werkwilligen, te Beringen werkt 40 % der mijnwerkers, te Zwartberg zijn er 500 werkwilligen, te Eisden 1000 en te Waterschei 900. In de mijnen van Houthalen en Winterslag wordt niet gewerkt daar maandag 25 juli er een verlofdag is.

's Namiddags neemt de staking uitbreiding: Zolder komt volledig stil  te liggen, in Beringen zijn er nog  300  werkwilligen, in Zwartberg 350, evenals in Eisden en in Waterschei 500.

Opmerkelijk is dat vanaf  's morgens vrijwel  alle bovengrondse  arbeiders in staking gegaan zijn, en dat ook vele  bedienden in solidariteitsstaking gaan met de  arbeiders.

Verschillende socialistische propagandisten, die de mijnwerkers tot werkhervatting aansporen, worden door de  arbeiders uitgejouwd en zelfs aangevallen  zodat ACV-propagandisten te Zolderen de rijkswacht te Eisden deze  socialisten moeten beschermen tegen de woedende arbeiders.(3)

Te Beringen wordt bij de wisseling van de ploegen op de middag bekomen dat de bussen met mijnwerkers bij het piket halt houden, zonder eerst het mijnterrein op te rijden. Dit wordt door de direktie  toegestaan wegens de dreiging van de ophaalmachinisten en van de veiligheids- en onderhoudsploeg alle werk stop te zetten.

Bij een gevecht met de rijkswacht, worden te Zolder 5 mijnwerkers opgeleid.

Maandag 25 juli is het werk hervat in de chemische nijverheid te Tessenderlo nadat er een akkoord bereikt is.

Dinsdag 26  juli worden in de verschillende mi jmrestigingen volgend aantal stakers  genoteerd:

Zolder: 1.900 stakers op 2.160 arbeiders. De produktie ligt stil en de direktie vraagt aan de  CVM onderhoudspersoneel.
Houhalen: slechts 129 werkwilligen, de produktie ligt stil en de direktie vraagt aan de CVM onderhoudspersoneel.
Eisden :  2.268 stakers op 3.207 arbeiders, de CVM weigert onderhoudspersoneel wegens "unfaire" methodes van de direktie om de staking te breken.
Zwartberg:  822 stakers op 1.760 arbeiders, de produktie is ontredderd.
Waterschei: 568 stakers op 1.695 arbeiders, de produktie wordt gehinderd.
Beringen : 1.446 stakers op 3.097  arbeiders, de produktie wordt gehinderd.
Winterslag: 232 stakers op 1.376  arbeiders'.

Te Zolder en te Houthalen is de bediendenstaking algemeen.(4) In de andere mijnen staan de bedienden onder  sterke druk van de bureelhoofden. Daar is de staking dus minder algemeen.

Te Eisden zijn meer dan 2000 mijnwerkers met hun vrouw en kinderen een zitstaking voor de mijn begonnen. Daarbij  hebben ze eerst een rijkswachtkordon doorbroken. Te Eisden heerst een zeer grote strijdwil, vooral nadat bekend wordt dat de direktie van de mijn een oproep gericht heeft tot de mijnwerkers om desnoods op alle uren van de dag en de nacht de mijn binnen te komen, langs allerlei binnenwegen of over omheiningen, iets waarbij  men normaal 1/5 van zijn dagloon verliest  als men deze methode durft gebruiken. Als reaktie daarop weigert de CVM onderhoudspersoneel toe  te staan zolang als die oproep niet ingetrokken wordt.

Ook te Waterschei heeft een zitstaking plaats. Wegens de dreigende houding van de stakers ziet de rijkswacht zich verplicht om een aangehouden stakers opnieuw vrij  te  laten.

In Houthalen worden twee arbeiders opgeleid.

Te Zolder wachten een duizendtal stakers de .weinige werkwilligen op die onder rijkswachtbegeleiding de mijn verlaten.

Te Beringen ontdekken stakende mijnwerkers dat  een socialistische vakbondsafgevaardigde een matrak bij zich heeft. Dit wordt aan de rijkswacht bekend gemaakt, die proces verbaal opstelt.

Woensdag 27 juli, ziet de staking er als volgt uit:

Te Waterschei zijn er een 50-tal werkwilligen. De mijndirektie vraagt onderhoudsploegen, dit wordt door de CVM geweigerd zolang de werkwilligen niet naar huis gestuurd worden. Aan de mijn verzamelen zich een duizendtal stakers.

Te Zwartberg blijven er een  350-tal werkwilligen.

Te Winterslag valt de produktie 's namiddags stil, de mijndirektie vraagt onderhoudspersoneel, wat de CVM weigert  zolang de werkvrilligen niet naar huis gestuurd worden.

Te Eisden zijn er slechts 2 werkwilligen, die de direktie dan ook naar huis  stuurt. De CVM heeft onderhoudspersoneel   toegestaan. Voor de poort van het bedrijf heeft een zitstaking van meer dan 3.000 personen plaats. Houthalen ligt sinds dinsdag volledig stil.

Te Zolder waar de produktie ook stilligt, heeft 's namiddags een meeting plaats waarop J. Legiest  (algemeen secretaris CVM) een boodschap van de Waalse stakers voorleest.

Te Beringen gaat de produktie verder. Om 14 uur wordt er een meeting gehouden aan het stakingspiket.  J. Legiest en L. Thys (provinciaal voorzitter van ACV-Limburg) nemen er het woord en dagen de socialistische verantwoordelijken Rutten en Husson die te Beringen aanwezig zijn, tot een tegensprekenlijk debat uit, wat deze laatsten weigeren. In bijna alle mijnzetels hebben de mijnbedienden 's namiddags het werk neergelegd.

's Avonds worden te Winterslag meer dan 2.000 stakers voor de mijnpoort verdreven door een rijkswachtcharge. Eén mijnwerker en M. Rutten worden daarbij aangehouden, maar kort nadien opnieuw vrijgelaten. Te Waterschei worden  's avonds eveneens een 3.000  tot 4.000 betogers door de waterkanonnen van de rijkswacht uiteengedreven. S. Storms  (ACV-propagandist) wordt opgeleid en pas laat in de avond opnieuw vrijgelaten. Te Zwartberg komt het eveneens tot een treffen tussen 1.500 betogers en de  rijkswacht.      :

Vanaf donderdagmorgen 28 juli is de staat van beleg afgekondigd in 32 Limburgse mijngemeenten. Samenscholing van meer dan 5 personen, het gebruik van luidsprekers, het houden van betogingen of vergaderingen, is er niet meer toegelaten.

In de nacht van woensdag op donderdag zijn 3 eskadrons, meestal Waalse rijkswachters, in totaal 3.600 manschappen, zich bij de reeds 2.000 aanwezige rijkswachters komen voegen. Deze versterkingen worden rond de Genkse mijncentra opgesteld, waar ze hardhandig optreden.

Donderdag is het aantal  werkwilligen in de  Limburgse mijnen vrijwel onbeduidend, uitgezonderd Beringen, waar er nog een zekere aktiviteit heerst. Te Winterdag wordt het  stakerspiket 's morgens en 's middags door rijkswachtcharges uiteengedreven. Te Eisden verbiedt de rijkswacht samenscholingen van meer dan 5 personen. Een groot aantal stakers vormt een wandelende rij betogers voor de mijnpoort, om zo aan het samenscholingsverbod te ontsnappen.

's Morgens wordt te Waterschei het stakingspiket uiteengedreven. Storms wordt daarbij opnieuw opgeleid, en A. Maes (ACV-propagandist) kan aan een opleiding ontsnappen. 's Namiddags wordt A. Maes onniddellijk aangehouden. Daarbij roept de eerste wachtmeester van de rijkswacht: "S'il  ne veut pas parler, la matraque sur sa gueule".(5)

Te  Zwartberg worden  's morgens de stakingspiketten uiteen gedreven. Daarbij worden 15 mijnwerkers aangehouden en 1 ACV-propagandist (Moraye).

's Namiddags worden Beerton, Moraye, Camps  en Melis, allen ACV-propagandisten alsook de meeste ACV-vakbondsafgevaardigdon,  onmiddellijk opgeleid". Een paar uur later worden ze terug vrijgelaten.

Te Zolder wordt 's morgens het piket eveneens uiteen gedreven, daarbij worden 2 personen opgeleid.

Te Beringen gebeurt 's morgens het zelfde en ook hier worden 2 ACV-mlitanten opgeleid.

Opmerkelijk is dat door de rijkswacht vooral  stakingsleiders (ACV-afgevaardigden en -propagandisten) opgeleid worden en zo  enkele uren op non-aktief gesteld worden.  Dit blijkbaar met de bedoeling de staking te onthoofden door de leiders weg te nemen. In totaal  zijn er meer dan 80 personen opgeleid.

De direktie van de mijnen van Zwartberg en Waterschei oefenen zware druk uit op de Italiaanse  arbeiders. De kantinehouders van de mijnwijken waar de vreemdelingen verblijven krijgen opdracht deze vreemde  stakers geen voedsel meer te verstrekken. De direktie dreigt er eveneens mee stappen te ondernemen om hen over de  grens te   zetten indien zij  het werk niet hervatten.

De  afkondiging.van de staat van beleg en het kordate  optreden van de rijkswacht heeft donderdagnamiddag reeds een invloed op de  staking. De staking die donderdagvoormiddag sterker stond dan ooit,  begint donderdagnamiddag reeds  aan invloed in te  boeten. Er is een lichte  tendens tot werkhervatting waar te  nemen.

Donderdagavond was door het ACV een openluchtmeeting gepland te Eisden. Wegens de staat van beleg wordt deze afgelast, doch weinigen zijn daarvan op de hoogte, daar het  gebruik van mikrowagens verboden is. Zo verzamelen zich 's avonds een 1.000-tal stakers met vrouwen en kinderen op de  afgesproken plaats. De rijkswacht slaagt  erin door het gebruik van hun matrakken de menigte uiteen te drijven.

Donderdagavond wordt te Zwartberg bij  incidenten met de rijkswacht 5 personen opgeleid.

Donderdagavond wordt door een rijkswachtcharge iedereen uit de buurt van de mijn van Winterslag verdreven.

Te Waterschei  houdt  een Waalse rijkswachtofficier burgemeester Bijnens van Genk aan. Volgens deze officier, die  niet wist dat Waterschei deel uit maakt van de gemeente Genk, heeft deze burgemeester niets te maken aan de mijn van Waterschei.

Dezelfde  avond worden ook te Houthalen de toegangswegen tot de mijn door de rijkswacht afgesloten.

Vrijdag 29 juli ziet de situatie van de staking er als volgt uit:

Te Eisden gaan de Italianen terug aan het werk wegens de bovengenoemde bedreiging.

Te  Zwartberg staakt 's morgens  70 % der arbeiders maar dit daalt 's namiddags reeds  tot  30 %. 's Morgens worden er 5  personen opgeleid onder andere R. Beerten,  en.iedereen wordt uit de buurt van de mijn verdreven. 's middags wordt R. Beerten vrijgelaten, maar in de namiddag onnieuv opgeleid. Ook hier hernemen de Italianen liet werk.

Te Winterslag laat de  rijkswacht toe dat ABVV-militanten de arbeiders toespreken, terwijl  zij dit aan de ACV-propagandisten verbiedt.

Te Waterschei wordt Maes opnieuw opgeleid.

Te Zolder, op de  cité  Lindeman hebben afgevaardigden van de direktie, samen met rijksvraohters, een bezoek gebracht aan de Italiaanse arbeiders, waarbij de direktieleden er op wjzen dat het hier een politieke staking betreft, en dat zij als vreemdelingen geen politieke rechten hebben in België.

Globaal gezien hervat vrijdagnamiddag 60%  van de Limburgse mijnwerkers het werk. De bedienden van Zwartberg en Winterslag zijn voltallig aan het werk, terwijl in de andere mijnen de bediendenstaking gering is.

Vrijdag 29  juli  gaat het personeel van de buurtspoorwegen in solidariteiitsstsldng met de mijnv/erkers. Naast deze  solidariteit vallen zij hun eigen eisen kracht bij zetten, door een verwittingsstaking. Zij  eisen een verkorting van de  arbeidsduur, dubbel loon voor  zondagwerk en de herziening van de loonzones. In Limburg ligt gans het net van de buurtspoorwegen stil,  uitgezonderd in de  streek Diest-Tessenderlo, waar enkele bussen rijden. Aan de stopplaats te  Tessenderlo wordt het  stakingspiket door de.rijkswacht verdreven.

Nadat vrijdagavond een akkoord op nationaal vlak bereikt is, wordt door het ACV het  stakingobevel ingetrokken.    Dit zowel voor de mijnwerkers, het tranpersoneel als voor de zaterdagstaking van 30  juli. Het openbaar vervoer is dus terug nornaal  en om 10 uur ondertekent gouverneur Roppe het besluit dat een einde maakt aan de staat van beleg. De rijkswachttroepen, die gekazerneerd zijn in de mijnvestigingen krijgen opdracht voor 13 uur de mijnzetels te ontruimen en zich uit de provincie terug te trekken.

Via radiowagens maakt het ACV de overwinning bekend, waarop een zekere feeststemming onder de bevolking ontstaat»

Standpunt ABVV:

Het ABVV verklaart dat de ACV-leiders Cool  en Dereau een laffe houding aangenomen hebben in verband met de konflikten rond de 5-dagenweek. Volgens het  ABVV hebben deze  ACV-leiders toegezegd in het kabinet van de Eerste Minister de verschillende standpunten in gemeen overleg te onderzoeken. Zonder iemand van enige wijziging in hun houding te  verwittigen, hebben ze volgende dag de beslissing  tot het houden van zaterdagstakingen publiek gemaakt.

Het bureau van het  ABVV heeft dan.ook beslist dat alle arbeiders zaterdags aan het werk moeten blijven, dit  omdat de mogelijkheid nog steeds bestaat om van het patronaat en de  regering lotsverbetering voor de  arbeiders te 'bekomen op de "Nationale Arbeidskonferentie".

In de Volksgazet (6) wijst Syndikalist erop dat het nooit voorgekomen is in de  geschiedenis van het land dat katholieke  en  socialistische vakverenigingen zo openlijk vijandig ten opzichte van elkaar gestaan hebben.

Dit komt omdat het  ACV, ondanks alle woorden over politieke onafhankelijkheid, zich opwerpt als de meest militante vleugel van de CVP. De taktiek van het ACV hij deze staking is volgens het ABVV klaar: de  arbeiders krijgen een reeks eisen voorgespiegeld die zonder de medewerking van de regering niet te verwezelijken zijn. Doch het ACV weigert met deze regering te onderhandelen. Zo ontstaat er misnoegdheid in de rangen van de arbeiders, waardoor uiteindelijk de kracht en de invloed van de arbeiders zwak wordt. En dit alles gebeurt zo dat  de patroons geen hinder ondervinden vanwege de  zaterdagstakingen, zodat de kapitalistische winsten in één richting blijven toevloeien.

Het groot aantal stakers in de Limburgse mijnen verklaart het ABVV door het werk van de "sabotage- en terreurploegen van het ACV", die de  arbeiders verhinderen het werk aan te vatten. Vandaar dat na de afkondiging van de  staat van beleg, en de scherpere  rijkswachtkontrole de werkhervatting zo groot is.(7).

Nationaal  eisenprogramma ACV:

Het ACV  stelt de volgende  eisen:

1. De invoering van de 5-daagse werkweek met behoud van het loon.
2. Een nationaal minimumloon van 20 fr per uur.
3. Herstel van de vergoedingen voor de moeder aan de haard.
4. Verhoging der gezinsvergoeding met 20 %.          .               :
5. Betere bestaansmogelijkheden voor de werklozen.

Daarnaast wordt voor de Vlaamse, hoofdsakelijk Limburgse, arbeiders die in het Luikse werkzaam zijn, de terugbetaling der vervoerkosten en een vergoeding voor het loonverlies wegens het laattijdig aankomen der voertuigen, geeist.

Over deze  eisen is.in de nacht van vrijdag 28 juli op zaterdag 29 juli een akkoord tot stand gekomen. Dit  tijdens besprekingen die in het kabinet van de Eerste Minister plaats hebben tussen het ACV, het ABVV, het ACLVB, de regering en de werkgevers. In dit  akkoord wordt het volgende toegestaan:

1. De vergoeding voor de moeder aan de haard zal van 1 augustus af opnieuw worden toegepast zoals in 1954.
2. Van 1 november 1955 af zal, zonder onderbreking, een verhoging van het familiaal inkomen plaats hebben.
3. Het minimumuurloon van 20 fr wordt door de patroon erkend.
4. De minimumwedde der bedienden zal aangepast worden op het minimumloon der werklieden, rekening houdende met hun eigen voorwarden inzake bezoldiging.
5. De toepassing van de 5-dagenweek is onmiddellijk mogelijk in de sektoren waar de ekononische toestand gunstig is. De paritaire commissies van die  sektoren kunnen de toepassingsdatum.en modaliteiten onmidddellijk bepalen.

Het ACV en.de patronale  afvaardiging gaan. verder akkoord dat:
1. Tegen geen enkele staker sankties zullen genomen worden.
2. De feestdag van 21 juli aan al de zaterdagstakers zal uitbetaald worden.
3. De stakingsdagen geen invloed  zullen uitoefenen op het uitbetalen van de betaalde verlofdag van 15  augustus.

Op basis van dit akkoord trekt het ACV zijn stakingsbevel  in.

Eisen der mijnwerkers:

Naast het  nationaal  eisenprogramma van het ACV hebben de mijnwerkers nog een specifiek eisenprogramma. Dit behelst, naast de kwestie van de arbeidsduur, eisen in verband met de  deelneming in de winst, de beroepsziekten, de woongelegenheden, het kosteloos vervoer der gratis kolen, de oprichting van een fonds voor eventuele verplichte werkloosheid en de  tewerkstelling van vreemdelingen.

In verband met de eis tot het bekomen van de 5-daagse werkweek het volgende:

Voor de oorlog hebben de mijnwerkers verworven dat de ondergrondse arbeid beperkt wordt  tot  7.30 uur per dag (besluit van 26 januari 1937). Wanneer op 2 februari 1940 de oorlog nadert, wordt dit besluit vervangen, door een nieuw besluit waarin bepaald wordt dat de arbeidsduur in de mijnen terug op 48 uur per week gebracht wordt  en dit  tot het  leger opnieuw gedemobiliseerd zou zijn.

Na de oorlog in 1947 wordt het  leger op vredesvoet  teruggebracht, maar  er heerst een grote  nood  aan steenkool en de regering schrapt uit het besluit van 1940 de woorden  "tot het leger terug op vredesvoet wordt gebracht". Zo blijft  de arbeidsduur in de mijnen voor onbepaalde tijd op 48 uur per week.

Nood aan steenkool.is er op het huidige ogenblik niet meer, want in 1954 zijn 16 werkloosheidsdagen ingesteld wegens de te snel aangroeiende kolenvoorraad.

Het ACV heeft onderzocht of de mijnindustrie  een verkorting van de arbeidsduur kan dragen, en is tot de bevinding gekomen dat dit zeker het geval is.(8) Het ACV wil voorkomen dat de invoering van de 5-dagenweek zou leiden tot een verhoging van de arbeidsduur per dag tot 9 uur. De verkorting van de arbeidsduur van 48 uur tot 45 uur per week brengt een vermindering van 3 uur per week mee, of  153 uren per jaar, of 19 werkdagen. Deze 19 werkdagen kunnen de invoering van 19 5-daagse werkweken per jaar toelaten.

Daarnaast zijn er nog 20 verlofdagen per jaar,  namelijk 10  feestdagen en 10 verlofdagen. Alles bij elkaarbekomt men zo 39 vrije dagen per jaar, wat de invoering van een 5-dagenweek gedurende 35 weken mogelijk kan maken.

De CVM aanvaardt dus  een geleidelijke invoering van de 5-dagenweek.

In verband met de lonen eist de  CVM een verhoging van 7,30 fr tot 21,70  fr, naargelang de kategoriën. Dit is mogelijk gezien de grote winsten in de mijrindustrie. Er wordt  eveneens op gewezen dat de direktie de moeilijkheden in de mijnindustrie volledig laat dragen door de  arbeiders. Wegens de grote, niet verkochte kolenvoorraden, wordt door de patroons een reeds werkloosheidsdagen ingelast. Dit levert de patroons globaal gezien een minderuitgave van 57 miljoen aan loononkosten op. De arbeiders vragen thans  een schadeloosstelling voor het geleden verlies, en daarom eisen .ze nu een deelneming in de winst  ten bedrage van 10 % van de  effektief te verdelen winsten.

Onderhandelingen mijnkonflikt:

Tweemaal (op15  april en 27  juni) heeft het ACV schriftelijk verzocht om de bijeenkomst van de Gemengde Mijnconcnissie. Het bureau van de Gemengde Mijncommissie vindt dit echter niet opportuun. Wanneer de staking uitbreekt, komt deze commissie dan toch  uiteindelijk bijeen. Dit gebeurt op donderdag 28 juli te  Brussel onder voorzitterschap van direkteur-generaal Meyers van het Mijnwezsen. Het ACV, ABVV en de patronale afgevaardigden zijn aanwezig. De vergadering heeft een brief van minister Troclet ontvangen waarin de  commissie verzocht wordt  zich enkel bezig te houden met de kwestie van de  arbeidsduur in de mijnen en dit in het kader van het akkoord van 13 juli (dit is een akkoord afgesloten zonder de goedkeuring van de ACV-afgevaardigden en waarin enkel  beloofd wordt de gestelde eisen te onderzoeken).

Als het  ACV op de vergadering van 28 juli  zijn eisenpakket naar voor brengt, doet het patronaat  een voorstel  waardoor alles op de  lange baan geschoven wordt. Ze stellen voor een onderzoekscommissie op te  richten om de kwestie van de vermindering van dearbeidsduur te bestuderen. Deze commissie zou pas tegen eind oktober verslag uitbrengen.

Thomassen wijst dit voorstel van de hand en eist de vestlegging van de datum waarop de 5-dagenweek in de mijnen zal  toegspast worden.

Op deze vergadering komen de  ABVV-afgevaardigden niet  tussenbeide daar zij gebonden zijn aan het  akkoord van  13 juli. Als op deze vergadering geen akkoord bereikt wordt, wordt besloten vrijdag 29 juli om 16 uur opnieuw te vergaderen.Ook daar komt het  tot geen akkoord. Zaterdag 30 juli wordt er opnieuw bijeen gekomen en er wordt besloten zich te richten naar de nationale overeenkomst die vrijdagavond tussen regering en ACV is bereikt.

Door hun staking bereiken de Limburgse mijnwerkers het volgende:

1. De 48-urenveek zal afgeschaft worden.
2. De 5-dagenweek van 40 uur  zal  geleidelijk ingevoerd worden, in het begin nog niet elke week, maar toch reeds meer dan 26 weken.
3. Waar de deelneming in de winsten voor 1955  nog niet kenbaar gemaakt is, zal dit in de eerstkomende dagen gebeuren.
4. De gewestelijke mijnraad zal  in.de loop van de week de moeilijkheden inzake lonen verder bespreken.
5. De premie voor de moeder aan de haard wordt  terug opgevoerd tot het bedrag van 1954.
6. De betaling van15 augustus, als betaalde feestdag, gaat niet verloren door de  staking.

Noten

(1) De Werker, 19 juli 1953, blz. 7.
(2) Het Laatste  Nieuws, 10 juli 1955, blz. 1.
(3) Het Volk, 26 juli 1955, blz. 5.
(4) Dit waren in 1950, tijdens de bediendenstaking, ook de  strijdbaarste bedienden.
(5) Het Volk, 29 juli 1955, blz. 4.
(6) Volksgazet, 11 juli 1955, blz. 1.
(7) Volksgazet, 27 juli 1955, blz. 7.
(8) Zie de winstcijfers van de mijnindustrie van 1953 en 1954, gepubliceerd in Het Volk, 19 juli 1955, blz. 4.
  

Staking bovengrondse arbeiders mijn Beringen,   Eisden en Zolder - 2-12 september 1955
  

Vrijdagmorgen 2 september hebben de arbeiders van de ketelhuizen en van de  elektriciteitscentrale te Beringen het werk spontaan neergelegd. Slechts twee arbeiders  gaan aan het werk, doch na  één uur werken voegen ook zij  zich bij  de stakers.

De CVM-vertegenwoordiger komt onmiddellijk bij het konflikt en leidt de besprekingen in verband met het onderhoudspersoneel.

Te Eisden wordt vrijdagmorgen slechts aarzelend het.werk aangevat. De namiddagploeg gaat echter in een twee uur durende proteststaking. Voor beide stakingen bestaat een stakingsvooropzeg die dateert van voor de algemene  staking van 25 juli 1955

Vrijdagvoormiddag concentreert de.rijkswacht van Leopoldsburg en Beringen zich reeds rond de mijn te Beringen.

Eveneens vrijdagvoorniddag heeft  een vergadering plaats waarop alle mijnpatroons aanwezig zijn. Dit met het doel een gemeenschappelijke houding aan te nemen.

Zaterdag gaan ook de arbeiders van de ketelhuizen en de elektrische centrale van Eisden in staking, evenals de arbeiders van de ketelhuizen te  Zolder.

Zondagvoormiddag 4 september heeft in Hasselt een vergadering plaats van het hoofdbestuur van de CVM. De afgevaardigden van de Limburgse mijnen zijn op deze vergadering uitgenodigd. L. Bynens, provinciaal voorzitter van de CVM, leidt de vergadering en F. Bynens, CVM-propagandist, schetst er het verloop van het konflikt. Er wordt besloten de staking in de mijnen van Beringen, Zolder en Eisden verder te zetten, terwijl de vooropzeg voor de vier andere mijnen zal bevestigd worden.

Dinsdagvoormiddag 6 september heeft een bijeenkomst plaats waarop afgevaardigden van de stakers van Beringen,   Eisden en Zolder aanwezig zijn. Ook een afvaardiging van Houthalen is aanwezig. De uitbreiding van.de staking wordt er besproken.

Dinsdag ziet de toestand er als volgt uit:

- te Eisden wordt geen stroom geleverd, noch voor eigen gebruik, noch voor leveringen buiten het bedrijf;
- te Zolder, waar alleen de arbeiders van de ketelhuizen staken, is er geen warm water;
- te Beringen wordt geen stroom geleverd, noch voor eigen gebruik, noch voor leveringen buiten het bedrijf.

Om de ondergrondse arbeiders te laten werken wordt door de direktie van Beringen en Eisden buiten het bedrijf de nodige energie aangekocht. De onderhoudsploeg staat in voor het opvangen van deze elektriciteit. Als ook deze onderhoudsploegen teruggetrokken worden, komt het werk in de ondergrond volledig stil te liggen, ook al koopt het bedrijf de noodzakelijke energie elders aan.

Donderdag 8 september beslissen de arbeiders van Houthalen enkel voldoende energie voor het eigen bedrijf te produceren. Daardoor kan niets meer geleverd vrorden aan de door de staking getroffen centrales van Eisden en Beringen.

Donderdag 8 september vergaderen ACV-militanten uit de ketelhuizen en de elektrische centrales van alle Limburgse mijnen te Hasselt. Er wordt besloten dat,  indien er geen voldoening bereikt wordt,  maandag de aktie tot alle mijnen uitgebreid wordt.

Donderdag is het te Eisden tot een botsing gekomen tussen dlrektie en stakers. Daar de hoogspanningsnetten van Schelle en Staelen, waarvan de mijn van Eisden aftapt, overbelast  zijn, beslist de direktie over te schakelen op het hoogspanningsnet van Lutterade  (Ruhr). Daarvoor is het echter nodig de elektriciteitsproductie van Eisden tijdelijk op te drijven. Met dit doel zet de mijndirektie ander personeel in dan het aantal  toegestane arbeiders van de onderhoudsploeg. Als reaktie daarop heeft de onderhoudsploeg zich teruggetrokken.

Zaterdag 10 september wordt het voorstel dat de patroons op de gewestelijke mijnraad van Limburg formuleerde, aan de arbeiders voorgelegd. Dit wordt zaterdagavond te Eisden besproken door J. Cosemans  (propagandist CVM) en P. Bynens. G. Rutten (ABVV) sluit zich bij het standpunt van de CVM-propagandisten aan. Met 98% der stemmen wordt het voorstel  goedgekeurd.

In Beringen wordt het woord gevoerd door F. Bynens en Husson (ABFV) sluit zich daar bij aan. Hier wordt het akkoord met eenparigheid van stemmen aanvaard.

Zaterdagmorgen vergaderen de ACV-afgevaardigden der zeven Limburgse mijnen te Hasselt. Daar wordt het  akkoord  andermaal besproken en de afgevaardigden betuigen hun instemming. Daarna vergaderen de ACV- en ABVV-afgevaardigden tesamen. Ook hier wordt het akkoord aanvaard. Thomassen pleit er voor een eensgezinde aktie van de arbeiders, vooral in verband met de toepassing der 5-dagenweek.Het ACV stelt voor de zaterdagnamiddag en -nacht en de maandagvoormiddag als 1 vrije zesde weekdag te beschouwen. Thomassen verzoekt het ABVV  zich bij  dit standpunt te voegen. G. Rutten beaamt de doeltreffendheid van de gemeenschappelijke aktie der arbeiders en verklaart dat het ABVV zich bij het ACV-standpunt  aansluit in verband met dtoepassing van de 5-dagenweek.

Daar het akkoord aanvaard wordt  trekken zowel het ACV als het ABVV de stakingsvooropzeg in en besluiten de  staking te Beringen, Eisden en Zolder stop te zetten.

Sinds zaterdag is een enorme rijkswachtconcentratie in Limburg aanwezig. Te Hasselt alleen zijn reeds 9 rijkswachtpelotons gelegerd.

Eisen:

Het probleem in verband met de lonen van de arbeiders van de elektrische centrales van de ketelhuizen te Beringen  en Eisden is door de CVM reeds voor de staking van 25 juli  naar voor gebracht. De stakingsvooropzeg is toen reeds ingediend. De patroons hebben toen.gevraagd deze te  schorsen, daar ze  tot onderhandelingen bereid waren. Zij   zouden het probleem in zijn geheel, voor de zeven Limburgse mijnen, onderzoeken.

Nadien is de algenene staking uitgebroken, waarna het akkoord van 29  juni afgesloten werd.

Op 26 augustus en 1 september werden deze eisen opnieuw besproken op de gewestelijke gemengde mijncommissie,   maar de voorstellen van de mijndirekties voorzagen niet in een algemene  aanpassing van de lonen,  zodat deze door de vakbonden van de hand gawezen werden.

De vakbonden brengen volgende  eisen naar voor:

1. Afschaffing van de  laagste  loonreeks.
2. Voor de groep 2, een verhoging van 7,10  fr perldag.
3. Voor de groep 3, een verhoging van  13 fr par dag.
4. Voor de groep 3 bis, een verhoging van 14 fr per dag.
5. Voor de groep 4, een verhoging van 15  fr per dag.

Onderhandelingon:

Op de zitting van de  gewestelijke mijnraad van donderdag 1 september weigeren de patroons een loonsverhoging toe  te staan voor alle  arbeiders van de elektrische centrales en ketelhuizen. De arbeiders  zien daarin een poging van de direktie on tweedracht  te zaaien.

Zaterdag 3 september is de gewestelijke mijnraad in bijzondere vergadering bijeen gekomen, op verzoek van de mijnpatroons. Er wordt echter geen overeenkomst bereikt, daar de patroons niet willen ingaan op de eis van de CVM om alle arbeiders een loonsverhoging toe  te kennen. Ook het probleem van de terugbetaling der reisbiljetten voor de  arbeiders die gestaakt hebben van 25 tot 29  juli en het probleem van de verhoogde huishuren blijft nog onopgelost. De CVM dient mondeling de vooropzeg in voor de nog niet in de staking betrokken mijnzetels. De staking zou op12 september ingaan. Vrijdag 9 september is de gewestelijke mijnraad van Limburg te Hasselt in bijzondere vergadering bijeen gekomen. Dit op verzoek van de patroons. Na uren onderhandelen bereikt men geen resultaat en de vergadering wordt zaterdag om 9u 30 uur verder gezet. Zaterdag wordt door de patroons een oplossing voorgelegd die voorziet in een loonsverhoging voor alle kategorieën arbeiders die in de elektrische centrales en ketelhuizen werkzaam zijn. De  syndikale  afgevaardigden beloven dit voorstel voor te leggen aan de arbeiders op de  algemene stakersvergadering.     Na raadpleging en goedkeuring van het  akkoord door de  aangesloten leden besluiten het ACV en het  ABVV zondag de stakingsvooropzeg in te trekken.

 

Staking bovengrondse  arbeiders mijn Eisden - 22-25 februari  1956
 

In de werkplaatsen van de mijn van Eisden is woensdag 22 februari om 11 uur een spontane staking uitgebroken.     Oorzaak van de staking is het herklasseringssysteem der kategorieën arbeiders. Zaterdag 25 februari wordt het werk hervat.

 

Staking bovengrondse  arbeiders mijn Eisden -  27-28 juni  1956.
 

Woensdag 27 juni  om 9 uur wordt het werk neergelegd door een 300-tal bovengrondse arbeiders van de mijn van Eisden.

Zij verzetten zich tegen het invoeren van een nieuw kontrolesysteem, dit onder het mom van een soort reorganisatie van het werk. Tegen de invoering van dit kontrolesysteem werd reeds vroeger zonder resultaat geprotesteerd. De namiddag- en nachtploeg sluiten zich bij deze stakingsaktie aan.

Donderdagvoormiddag wordt verder onderhandeld door de CVM en de direktie. Dit nadat de besprekingen van woensdagnamiddag tot geen resultaat leidden. Tijdens de nieuwe besprekingen wordt echter bekomen dat het chronometragesysteem, dat door specialisten wordt  toegepast, zal  afgeschaft worden.

Na dit  akkoord zijn de  arbeiders donderdagmiddag terug aan het vrerk gegaan.

 

Staking bovengrondse arbeiders mijn Eisden - 24-28 september 1956
  

Maandagmorgen 24 september gaan de arbeiders van de mechanische werkhuizen van de mijn van Eisden in staking. Zij  reageren tegen de nieuwe loonklassifikatie waardoor sommige  arbeiders geen loonsverhoging verkrijgen. De staking is vrijwel  algemeen.

Vrijdag 28 september hervatten de arbeiders het werk als  blijkt  dat de onderhandelingen tussen de direktie  en de CVM gunstig verlopen.

 

Staking bovengrondse  arbeiders mijn Waterschei - 20 december 1956
 

Donderdagmorgen 20 december zijn een 60-tal  arbeiders van de kolenbehandeling (de  "triage") in staking gegaan. Dit gebeurt zonder stakingsvooronzeg. Door hun aktie willen ze een stofpremie van 5 fr per dag bekomen. Tijdens de onderhandelingen van donderdag is het tot geen akkoord gekomen. De staking is bij de namiddagploeg slechts gedeeltelijk.

Mijnstaking Limburg - 14-21 januari 1957
 

Door het ACV is op 2  januari een stakingsvooropzeg ingediend voor een nationale mijnstaking. Op maandag 14  januari wordt deze staking ingezet. De staking neemt in Limburg een aanvang om 14 uur in de mijn van Houthalen, Waterschei  en Winterslag en om  22 uur in de mijn van Eisden en Zwartberg. In de mijn van Beringen en Zolder is het maandag,  in het kader van de 5-dagenweek, een rustdag, zodat de staking daar pas dinsdagmorgen kan beginnen.

Maandag is de staking slechts gedeeltelijk:

Te Houthalen is de staking vrij algemeen, alleen de opzichters en het onderhoudspersoneel is  aanwezig.
Te Waterschei staakt 70 % der arbeiders.
Te Winterslag staakt  65 % der ondergrondse  arbeiders  en 95 % der bovengrondse arbeiders.
Te Eisden.staakt 's avonds de ganse bovengrond en 50 % der ondergrondse arbeiders.
Te Zwartberg staakt ' s avonds de ganse bovengrond en 60 % der ondergrondse arbeiders.

Bij de piketten der stakende mijnwerkers hebben zich overal  groepjes gepensioneerde mijnwerkers opgesteld met de volgende  slogans:  "Wij willen een behoorlijk leven -  Staakt voor ons - Denk aan uw vrouw en uw kinderen - Vandaag wij, morgen gij - Denkt ook aan ons".

In sommige mijnen verzetten de socialistische afgevaaridgden zich niet tegen de staking. Te Winterslag verklaart  de  socialistische afgevaardigde: "Mijnwerkers, wanneer gij wilt staken, staakt. Wij zullen ons niet verzetten."(1).

De rijkswacht is aan alle mijnen aanwezig, doch draagt geen gevechtskiedij. Dinsdag 15 januari  ziet de situatie er als volgt uit:

Houthalen en Zolder liggen volledig stil.
Te Winterslag staakt 90 % van de bovengrondse arbeiders en 30 % van de ondergrondse arbeiders, terwijl de staking van de ondergrondse arbeiders in de namiddag toeneemt tot 60 %
Te Waterschei staakt 90 % van de bovengrondse en 30 % van de ondergrondse arbeiders, terwijl 's namiddags het aantal stakers onder de bovengrondse arbeiders daalt tot 50 %
Te Zwartberg staakt 90 %der bovengrondse arbeiders en 50 % der ondergrondse arbeiders,'s namiddags heeft  er een lichte daling van het aantal stakers plaats.
Te Eisden staakt 60 % der bovengrondse arbeiders en 40 % der ondergrondse arbeiders, terwijl het aantal  stakers 's namiddags iets  toeneemt.
Te Beringen staakt 80 % der bovengrondse  en 40 % der ondergrondse  arbeiders, terwijl het aantal  stakers in de ondergrond 's namiddags tot 70 % toeneemt.

Ondanks de koude zijn vele stakende mijnwerkers en een groot aantal gepensioneerde mijnwerkers aan de  stakingspiketten aanwezig. Op deze tweede stakingsdag treedt de rijkswacht aktiever op dan de eerste dag.     Autobussen met werkwilligen en transportwagens worden door de rijkswacht met jeeps  tot in de mijn geëscorteerd.     Bij een botsing tussen het stakingspiket en werkwilligen te Zwartberg, heeft de rijkswacht 5 stakers opgeleid. Het mijnwerkersdorp Opglabbeek is door de rijkswacht bezet. Alle straten zijn er door wegversperringen afgezet en ieder die zich op de openbare weg begeeft, moet zich onderwerpen aan een identiteitskontrole. Er  zijn nochthans geen incidenten geweest die zo een scherpe kontrole kunnen verrechtvaardigen. Woensdag 16 januari blijft de situatie min of meer stabiel.

Te Houthalen telt men 1207 stakers op 1465  arbeiders
Te Zolder telt men 1486  stakers op 1790  arbeiders.
Te Winterslag telt men 390 stakers op 1585  arbeiders
Te  Zwartberg telt men 379 stakers op 1689  arbeiders
Te Waterschei telt men 316 stakers op 1445  arbeiders
Te Eisden telt men 489  stakers op 1867 arbeiders.
Te Beringen telt men 1045  stakers op 1970 arbeiders

Samen betekent dat ongeveer 5.600  stakers op 11.801 arbeiders, of 47 % stakers.

Het ACV.beschuldigt de ABVV-vrijgestelden ervan de werkwilligen te verzamelen op belangrijke verkeersknooppunten, van waaruit ze onder rijkswachtescorte naar de mijn gebracht worden.(2).

Te Beringen worden  de werkwilligen door de personenwagens van de direktie opgehaald. In de mijn heerst er een dringend tekort aan  arbeiders voor de kolenwasserij, de elektrische centrale en de ketelhuizen, daar de opgeëiste  arbeiders van de onderhoudsploegen weigeren aan het werk te  gaan. Ook de mijnmachinisten zijn er in staking, maar de machines worden door de ingenieurs  bediend. De machinisten van deze mijn zijn voor deze  staking extra gemotiveerd. Een van hun kollega's is onlangs overleden en het is deze  arbeiders.bekend dat de weduwe van de overledene slechts 560 fr per maand ontvangt, een bedrag waarmee men onmogelijk de maand rond kan komen.

Te Opglabbeek is het tot een treffen gekomen tussen stakers en werkwilligen waarbij de rijkswacht 4 stakers opleidt.

Donderdag 17 januari blijft de staking in de mijnen stabiel, met evenwel een lichte daling van het aantal stakers in de mijnen, waar de staking het minst invloed heeft.

Te Beringen nemen de ingenieurs nog altijd de  taak over van de machinisten.

Te Zolder verzamelt  zich donderdagmiddag een duizendtal  stakers die de werkwilligen opwachten die om  14 uur de mijn verlaten. Nadien wordt  een betoging gevormd waarin talrijke  ACV-leiders mee opstappen. De optocht eindigt met een meeting. Op deze meeting bespreekt Thomassen de eisen der mijnwerkers en het verloop van de  staking. Hij klaagt de berichtgeving in het algemeen aan, en de radio in het bijzonder, wegens het feit dat  zij de staking pogen te minimaliseren. Het voornaamste deel van zijn betoog bestaat in de weerlegging van de beschuldigingen als zou het om een politieke staking gaan. Volgens Thomassen heeft deze staking enkel  tot doel de levens- en.arbeidsvoorwaarden der mijnwerkers te verbeteren.

Na afloop van deze vergadering heeft een afvaardiging der stakers kontakt opgenomen met de direktie van de mijn van Zolder in een poging om tot een afzonderlijke persioenregeling te komen, tot er een definitieve nationale oplossing voor de pensioenen is getroffen. Donderdagavond heeft te Zolder, zoals bijna elke avond sinds het uitbreken van de staking, een soort  "Vlaamse Kermis" plaats. Met muziek, korte toneelvoorstellingen, demonstraties, voordrachten, enz., brengen de, meestal  jonge mijnwerkers,  een feeststemming in het dorp teweeg.

Vrijdag 10 januari blijft de situatie stabiel.

Te Beringen zijn de machinisten aan het werk gegaan,  maar zij weigeren de werkwilligen in de ondergrond te  laten  afdalen.

Te Eisden, waar steeds een groot aantal  stakers aan het stakingspiket aanwezig zijn, heeft na de ploegenwisseling 's namiddags een optocht plaats en een meeting waar H. Wevers  en J. Cosemans, allebei  ACV-propagandisten, het woord voeren.

Bij incidenten tussen stakers  en werkwilligen, te Houthalen, worden 9 stakers opgeleid. Vijf zijn onmiddellijk vrijgelaten. Te Opglabbeek en te Winterslag heeft de rijkswacht telkens één staker aangehouden wegens het  stukwerpen van de  ruiten van de mijnbussen. Tijdens de nacht van vrijdag op  zaterdag 19 januari  is het in gans de mijnstreek tot botsingen gekomen tussen  stakers, werkwilligen en de rijkswacht. De oorzaak daarvan is de tegenstelling tussen het steeds toenemend aantal werkwilligen, en de pogingen van de overblijvende stakers het werk in de mijn ondanks alles  toch  stil te leggen.

Op bijna alle toegangswegen naar de mijnen zijn wegversperringen aangelegd om het vervoer van de mijnwerkers te belemmeren. De bussen die, meestal veel te laat, toch in de mijn aankomen, hebben dan ook een beschadigd koetswerk, lekke banden of gebroken ruiten. In Opglabbeek heeft zich in de vroege morgen een talrijke groep .stakers in het midden van de weg opgesteld om zo de doortocht van de mijnbussen te beletten. De rijkswacht drijft hen echter uiteen. Wanneer daarbij twee stakers, opgeleid worden, ontstaat er een gevecht waarbij ook de wagens van de rijkswacht beschadigd worden.

Tussen Opglabbeek en Zwartberg worden wegversperring opgeworpen met, met benzine overgoten takkebossen, die in brand worden gestoken. De rijkswacht zet een waterkanon in om deze vuren te doven.

Te Houthalen worden twee telefoonpalen omgehakt en op de weg gelegd. De trein Leuven - Waterschei wordt te Genk met stenen bekogeld en hetzelfde gebeurt met de tram Genk - Hasselt.

Dit belet niet dat zaterdagmorgen het aantal stakers sterk gedaald is. Te Winterslag, Zwartberg en Eisden, blijven er slechts 12 % stakers, te Waterschei 10 %, te Beringen 33 % en te Houthalen en Zolder, twee mijnen waar sinds het begin van de staking het werk volledig stil ligt, zijn er respectievelijk nog 81 en 73 % stakers.

Zaterdagmiddag bij de wisseling der ploegen zijn er slechts een gering aantal stakers opgekomen voor de stakingspiketten. Toch worden te Zolder nog twee stakers opgeleid door de rijkswacht.

Zaterdagavond zijn er, na het bekendmaken van de opschorting der staking, toch nog een honderdtal stakers in de verschillende mijnen en op sommige plaatsen staan zelfs nog een tiental arbeiders nog piket.

Eisen:

De eisen waarvoor de mijnwerkers in staking gaan zijn geformuleerd op het CVM-kongres van 16 en 17 september 1956. Samenvattend komen deze eisen hier op neer:

1. In verband met het pensioen: vanaf 1 februari 1956 af, een pensioen van 45 000 fr (= 50 % van het loon van de mijnwerkers). Van 1 maart 1957 af, een pensioen van 50 000  fr en.van 31 december 1957 af, een pensioen dat  75 % van het  loon van de mijnwerkers bedraagt. Voor de weduwen beneden de 45 jaar, wordt een pensioen van 14 000  fr geeist en voor de invaliden eist de CVM hetzelfde pensioen als voor de ouderdomsgepensioneerden, dit  zonder rekening te houden met het aantal  dienstjaren.
2. Erkenning van de beroepsziekten en kosteloze  geneeskundige en farmaceutische verzorging.
3; Een nieuw wettelijk statuut voor het komitee voor veiligheid en gezondheid.
4. In verband met de 5-dagenweek, de toekenning van 18 bijkomende rustdagen.
5. Struktuurhervormingen in de mijnen waardoor de  arbeiders medezeggingsschap verwerven.

Standpunt  ABVV:

Het ordewoord van de socialistische vakbond is niet deelnemen aan "een staking die er alleen op uit is de nijverheid stil  te leggen en België in de kou te  zetten, de werkloosheid te verhogen en de regering last  te berokkenen, uitsluitend voor het plezier van de CVP die vroeger voor de mijnwerkers nooit iets gedaan heeft".(3) "Toen het ACV vaststelde dat de kwestie van de vermindering van de arbeidstijd op het punt  stond te worden geregeld, hebben ze een politieke staking in de mijn ontketend. Zij vallen.het patronaat niet aan, zij werken voor rekening van de katholieke partij, tegen de regering".(4)

Onderhandelingen:

Het CVM-eisenprogramma is op 24  september 1956 aan de minister van Arbeid en Sociale Voorzorg overgemaakt. Op 1 januari 1957 vraagt de CVM naar de  stand van het onderzoek van deze eisen. Op 6 januari antwoordt minister Rey dat hij "met veel belangstelling kennis neemt" van de eisen die op 24 september naar voor zijn getracht. Ook de besprekingen op zaterdag 12 januari in de Nationale Mijncommissie, levert geen akkoord op. Het ACV heeft reeds op  2 januari de stakingsvooropzeg ingediend en beslist de staking in te  zetten op maandag 14 januari.

De vergadering van.de Gemengde Hijncommissie, voorzien op vrijdagavond 18 januari,  wordt door de minister van Arbeid afgelast daar deze vergadering "ongeschikt werd geacht wegens de huidige  stemming en politiek karakter van de staking"(5).

Voor alle partijen is het duidelijk dat de regering niet zal  toegeven aan de gestelde eisen.

Zaterdag 19 januari vergadert de CVM te Brussel. Daar wordt besloten vanaf maandag 21 januari de staking op te schorten, officieel om gebeurlijke onderhandelingen mogelijk te maken,  maar in werkelijkheid wegens de onverzettelijke houding van de regering en het afnemen van het aantal stakers. De CVM voegt er aan toe dat, indien er geen "bevredigende resultaten" bereikt worden, op korte  termijn, de staking zal hervat worden.

Noten

(1) Het Volk, 15  januari 1957, blz. 4.
(2) Het Volk, 17 januari  1957, blz. 5.
(3) Volksgazet, 14  januari 1957, blz.1.
(4) Volksgazet, 21 januari 1957, blz. 6.
(5) Het Laatste Nieuws, 20  januari 1957, blz. 6.
  

Nationale staking tegen de eenheidswet - 21 december 1960 - 16 januari 1961
 

Woensdag 21december kent dstaking van het socialistisch onderwijzend personeel  in de Limburgse rijksscholen weinig sukses. Enkel te Hasselt zijn een tiental leerkrachten afwezig, maar de opkomst van de leerlingen is normaal.

Donderdag 22 december zijn 15 arbeiders van het station van Hasselt in staking gegaan. De spoorverbinding tussen Hasselt en Landen is verlamd wegens de staking van de helft van het personeel van het  station van Landen. Alle andere  spoorverbindingen vanuit Hasselt zijn zwaar verstoord. Het autobusverkeer is normaal met uitzondering van de lijn Sint Truiden-Luik die te Oreye eindigt.

Op de gasleidingen heerst onvoldoende druk daar de leveringen uit Luik stopgezet zijn.

In de namiddag, om 15 uur,  zijn stakers uit Luik met  een vrachtwagen van de Union Cooperative uit Luik overgekomen om het  spoorverkeer te Hasselt lam te leggen. Na het station binnengetrokken te zijn, moeten ze dit, wegens de  tussenkomst van politie en ri jkswacht, opnieuw verlaten.

Vrijdagmorgen 23 december worden in het vormingsstation van Hasselt de vuren van twee vormingslokomotieven gedoofd door vier stakers. Andere stakers ondernemen een poging om de zekeringen van de seinkabinesonklaar te maken. In het station van Hasselt zelf staken 10 personeelsleden op de  350.

De  tramverbinding tussen Tongeren en Luik is onderbroken daar een voertuig door stakers zwaar beschadigd is  te Lantin.

Zondag 25  december zijn in gans Limburg de reserves van de  rijkswacht opgeroepen. Het betreft hier personen die hun militaire dienst reeds vervuld hebben en dan ingelijfd werden bij de reserves van de rijkswacht.

De Limburgse mijnen worden door het leger bewaakt. Daarvoor zijn Belgische legereenheden uit Duitsland naar Limburg overgebracht.(1)

In de nacht van zondag op maandag 26 december zijn een paar sabotagedaden gepleegd

- planken met nagels worden op de weg geplaatst om de lijnbus Tongeren - Heers te hinderen
- over de spoorlijn Brussel -Luik wordt een ijzeren kabel  gespannen
- op de spoorlijn Hasselt - Landen heeft men de elektrische kabels laten afzakken tot op de sporen door de  tegengewichten weg te nemen.

Dinsdag 27december meldt de Volksgazset dat de staking is ingezet in Limburg.(2)

In Hasselt wordt  gepoogd het postverkeer lam te leggen. Om 4 uur 's morgens vertrekken een 70-tal socialisten vanuit het lokaal Germinal naar het sorteercentrum Hasselt X. Daar beletten ze dat de postwagens geladen worden.

Met postzakken en karren worden barrikades opgericht om  zo het busverkeer te hinderen. Ook wordt  de verlichtingsinstallatie van de post onklaar gemaakt. In het nabij gelegen station worden de stationschef en de bedienden verplicht het station te  sluiten. Na het optreden van do politie wordt  zowel in het station als in de post gewerkt. De groep stakers begeeft  zich daarna naar de  post op de Havermarkt.waar de postzendingen dooreen geworpen worden. Ook hier verdrijft de politie de stakers. In de  straten van de binnenstad van Hasselt werpen de stakers een barrikade van straatstenen en bouwmateriaal op. De politie slaagt erin te verhinderen dat een groep stakers het hoofdgebouw van RTT binnenvalt.

Al deze akties hebben enkel  als resultaat dat het postverkeer een paar uur vertraging oploopt. De wekelijkse dinsdagmarkt te Hasselt is weggevallen wegens de vrees voor het uitbreken van incidenten. In het Hasseltse wordt volgend aantal  stakers gemeld:

- in de post  te Hasselt: 16 op185 arbeiders, in de rest van de provincie, uitgezonderd in de post te Tongeren, worden geen stakers genoteerd;
- in het station te Hasselt: 5 op 360;  
- in de stelplaatsen van de NMBS: 33 op 600;
- in de RTT in Limburg: 30 op 727;
- in de mijnen valt geen staking waar te nemen. Aan de mijn van Zolder staat een ACV-piket klaar om eventueel  op te treden tegen socialistische stakers die uit Luik  zouden afzakken.

Te Tongeren heeft de burgemeester vanaf 8-30 uur een samenscholingsverbod voor meer dan 3 personen uitgevaardigd. Er is  een  scherpe rijkswacht-, politie- en legerkontrole om dit verbod te doen respekteren en om  te verhinderen dat Waalse stakers zich naar Tongeren  zouden begeven. Om 5 uur 's morgens verzamelen zich een honderdtal socialisten voor het Volkshuis. Wanneer ze zich naar de post begeven blijkt het personeel daar reeds werkloos te zijn door het  feit dat de verzendingen uit Hasselt niet toekomen. Later op de dag zal de post normaal werken. Even na 5 uur is het tussen de stakers en de ordediensten tot een botsing gekomen wanneer de stakers het station willen binnentrekken. Aan de  schoenfabriek Steyns komt het eveneens tot een incident. Nadat het stakingspiket verdreven is, gaan de meeste arbeiders aan het werk.
 
In de kopergieterij Mornard staken de 50 personeelsleden.
In de schoenfabriek Ambiorix zijn er 's morgens 4 en 's naniddags 18 stakers op de 190  personeelsleden.
Na 7 uur 's morgens komen.de stakers niet neer in groep op straat wegens het samenscholingsverbod.
Om 17.10 uur is het, bij het lossen van een vrachtwagen met butaangas voor een kachelfabriek, tot incidenten gekomen  tussen de rijkswacht en het stakingspikst.

Woensdag 28 december zijn te Tongeren de gieterijen Mornard en Franssen in staking. In de schoenfabriek Steyns  gaan de  arbeiders en arbeidsters pas aan het werk na het hardhandig optreden van de rijksvracht. In de schoenfabriek Ambiorix staakt 15 % van de 190 man.

Woensdag proberen de socialisten de mijn van Eisden in de staking te betrekken. Om 5.45 uur is nog geen enkele   arbeider de mijn binnen gegaan, doch volgens de Volksgazet zouden zij even later door rijkewachtcharges in de mijn gedreven worden.(3) Bij  de namiddagploeg staa.t een stakingpiket van 20 man opgesteld, maar als blijkt dat de   staking mislukt, besluiten de socialistische militanten eveneens aan het werk te gaan.(4)

Het Belang van Limburg meldt dat er woensdag geen stakers meer zijn in Limburg.(5) FN Zutendaal (50  arbeiders) ligt  stil wegens grondstoffengebrek, daar deze niet meer uit Herstal aangevoerd worden. In Sint Truiden worden kraaiepoten voor de mijnwerkersbussen gegooid. In de tekstielmachinefabriek van Nerem staakt een kleine minderheid der arbeiders.

Donderdag 29 december wordt enkel te Tongeren in de ijzergietsrijen gestaakt en ook in de kachelfabriek Balieën,   waar 20 arbeiders werken.

Aan de Limburgse mijnen zijn socialistische piketten aanwezig, doch zij slagen er nergens in een staking uit te lokken.

Wel gebeuren er een aantal sabotagedaden:

- het werpen van kraaiepoten naar de mi jnbussen; 
- een seininstallatie van een spoorwegoverweg te Waterschei wordt gesaboteerd;
- te Wijchmaal wordt een. handbediende telefooncentrale gesaboteerd;
- te Rekkem wordt de weg versperd door een omgezaagde boom.

Vrijdag 30 december om 11 uur wordt te Hasselt een autokaravaan georganiseerd waaraan een honderdtal wagens aan deelnemen. Deze karavaan met slogans tegen de eeniheidswet trekt naar Sint Truiden, Tongeren en de belangrijkste mijncentra.

Alleen te Tongeren blijven er een aantal  stakers in de vier gieterijen, namelijk in gieterij Mornard met 50  arbeiders, in de gieterij Lebeau met 11 arbeiders, in de gieterij Frederix met 10 arbeiders en in de kachelfabriek Franssen met 10 arbeiders.

Vrijdag zijn in Landen een 300-tal socialistische betogers toegesproken door de burgemeester van Borgworm, Leburton. De betogers dragen als slogans mee: "Eenheidswet neen - De  soldaten met ons". Tijdens de betoging moeten de ruiten van het postkantoor en van een katholiek dagbladhandelaar het ontgelden. Het station van Landen wordt door een groot aantal soldaten beschermd.

Vrijdagavond is door de BSP-ers Thys  en Meezen in de gemeenteraad van Tongeren geprotesteerd tegen het  samenscholingsverbod en tegen het brutaal optreden van de rijkswacht. Nadien verlaten beide socialistische woordvoerders, samen met een honderdtal aanwezige stakers, de gemeenteraadzitting, terwijl ze de Internationale  zingen.

Ook op vrijdag worden er wegversperringen aangelegd en worden kraaiepoten op de wegen geworpen.

In de nacht van vrijdag op zaterdag 31december heeft een sabotage plaats op de spoorlijn Luik- Landen. De  treinbestuurder en een begeleidende rijkswachter zien om 1 uur  's nachts iets verdacht op de spoorlijn. Het blijkt een bom te zijn, die uit 4 obussen met  dynamiet en een ontstekingsmechanisme bestaat. De bom wordt onschadelijk gemaakt door de soldaten van het 62° artillerieregiment dat in het station van Jeuk gelegen is. Dit is de derde sabotagepoging na een eerste sabotage met boomstammen en een andere door het neerlaten van de elektrische kabels  op de spoorlijn.

Zaterdagnamiddag heeft  te Hasselt een provinciale betoging plaats tegen de eenheidswet. Op deze betoging zijn slechts een 470-tal aanwezigen.          .   .

Op maandag 2 januari is er in Limburg bijna geen ekonomische bedrijvigheid, wat een traditioneel verschijnsel vormt op de eerste maandag van het jaar.
In het station van Hasselt staken 7 van de 350 personeelsleden en in de stelplaats te Kuringen 14 van de 597.
De dienst op de tramlijn Tongeren - Luik geschiedt slechts tot Vreren, 4 km buiten Tongeren. Alhoewel er geen reizigers in de voertuigen zijn, zijn telkens een 4-tal  rijksrwachters op elk voertuig aanwezig.
Donderdag 3 januari zijn er in het  station van Hasselt nog drie stakers en op de NMBS-stelplaats te Kuringen 30.
De tramlijn Tongeren - Luik komt volledig stil te liggen daar een omgezaagde boom de weg verspert.
De door het  ABW aangekondigde regionale betogingen te Hasselt, Tongeren en Sint Truiden, hebben niet plaats wegens de  geringe belangstelling voor de betoging van de voorbije  zaterdag.
Dinsdagnamiddag organiseren de  stakers in het Tongerse een omhaling voor steun aan de kinderen van de  stakers.
Dinsdag verklaart het ACV aan de onvrijwillige afwezigen (meestal  de Limburgse arbeiders die in Luik werken) een vergoeding van 100 fr per dag uit  te keren, wat het dubbele vormt van wat het ABW aan de stakers betaalt.

Woensdag 4 januari zijn er in het station van Hasselt 5 stakers en 27 in de stelplaats te Kuringen.Woensdagnamiddag heeft een stakersvsrgadering van deze spoorwegarbeiders plaats in het lokaal Germinal te Hasselt.
In Tongeren liggen er nog drie gieterijen met in totaal 79  arbeiders stil.
In de schoenfabriek Steyns staken nog 15 personeelsleden op de 90.
In het metaalbedrijf te Nerem zijn er nog 15 stakers op de 92 arbeiders.
In de nacht van dinsdag op woensdag worden kraaiepoten uitgeworpen op de weg Hasselt-Bilzen en Hasselt-Tongeren. Deze vorm van sabotagericht zich meestal tegen de bussen met mijnarbeiders. In Neeroeteren wordt de houten brug over de Zuid-Willensvaart in brand gestoken.
Te Olmen en te  Hoolst wordon op versohillenie bruggen autobanden.in brand gestoken om zo de mijnbussen te hinderen.

Vrijdag 6 januari worden alle werkzaamheden van het bouwbedrijf Précies uit Tongeren (200 arbeiders) stop gezet wegons gebrek aan grondstoffen.
Van socialistische  zijde wijst men erop dat in Limburg de stakers bij de buurtspoorwegen onmiddellijk ontslagen vrorden.
Door middel van vlugschriften worden de winkeliers van Bukkelingen, Wouck en Bitsingen aangemaand vrijdagnamiddag hun wnkels te sluiten.
De lijn Tongeren-Luik is weer in dienst genomen tot Vreren.
Op de spoorlijn Tongeren-Visé-Montsen is het gebinte van een pikdorsmachine op het  spoor geplaatst.

Maandag 9 januari  wordt nog door een tiental man gestaakt in een gieterij en in de schoenfabriek Steyns, telt men nog 5 stakers.

Dinsdag 10 januari  zijn er volgens de statistische dienst van het ACV in Limburg slechts 46 stakers op de 81.811 werknemers.(6)

Vrijdag 13 januari wordt volgens de Volksgazet in het Tongerse nog gestaakt in alle belangrijke bedrijven, uitgezonderd in de schoenfatoiek Steyns.(7)

Het ABVV roept op om vanaf maandag 16 januari  het werk te hervatten in Vlaanderen.

Noten

(1) Het Volk, 26december 1950, blz.4. 
(2) Volksgazet, 27 december 1950, blz.1.
(3) Volksgazet, 24 december 1960, blz  9.
(4) Het Volk, 29 december  1960, blz.1.
(5) Het Belang van LimBurg, 29 december 1960, blz.1.
(6) Het Volk, 11 1961, blz. 5.
(7) Volksgazet, 14 januari 1961, blz. 17.

Staking bovengrondse arbeiders mijn Houthalen - 3-8 mei 1961
 

Zaals door de vakbonden gepland, beginnen de  665  bovengrondse arbeiders van de mijn van Houhalen woensdagmorgen 3 mei om 9 uur  een verwittigingsstaking van één uur. Dit omdat tijdens de onderhandelingen van 2 mei geen resultaten bereikt worden. Aan het einde van de verwittigingsstaking van één uur weigeren de arbeiders terug aan het werk te gaan en zij zetten hun staking verder. Om 14 uur is het voor de namiddagploeg onmogelijk in de mijn af te dalen, zodat de produktie van de mijn van Houhalen stil valt.

De vakbonden nemen dan opnieuw de leiding van het konïlikt in handen, waarna ze onderhandelingen met de direktie  beginnen.

In de namiddag wórdt in de mijn een stakersvergadering georganiseerd waar J. Bollen (ACV) en S. Husson  (ABVV) het woord voeren.

Ook in Eisden bestaat  er een neiging tot staking, wegens de 6 aangekondigde werkloosheidsdagen in mei. Daarnaast bestaat er een ongenoegen bij de kolenhouwers van Eisden over de lage lonen die zij de jongste maanden ontvingen. Voorstellen van het ACV om de werkloosheid  te milderen door het inleggen van kompensatiedagen werden door de direktie  afgewezen.

Bij het aanvoelen van de stakingsdreiging doet de direktie echter toegevingen: één van de  aangekondigde werkloosheidsdagen wordt omgezet in een werkdag en daarnaast wordt een premie van 200  fr  toegekend aan alle  gezinnen met een plechtige communicant.

Op zondag 7 mei  heeft er een gemeenschappelijke ACV-ABVV-vergadering plaats te Houthalen waar alle stakers op  aanwezig zijn. Thomassen (CVM) geeft er een overzicht van de staking en van de algemene situatie van de Limburgse mijnindustrie. Hij spreekt uitvoerig over de eis betreffende de invoering van een regelmatig werkritme in de mijnen en over de huidige onderhandelingen in verband met de 5-dagenweek. Ooms (CVM) geeft er het verslag van de besprekingen in verband met de staking zelf. Hij verdedigt het bereikte akkoord,  zoals eveneens Husson doet. Op deze vergadering wordt de beslissing genomen de staking tot  25 mei op te schorten.

Eisen van de arbeiders:

De mistevredenheid van de  arbeiders betreft vooral het systeem van tijdopneming', waardoor de direktie tot een rationeler exploitatie wou komen, zonder enige loonsverhoging toe te staan. Een tweede punt betreft het grote aantal  werkloosheidsdagen, waardoor de kinderbijslagen van de mi jnwerkers negatief worden beïnvloed.

Verder eisen de  arbeiders een verbetering van de menselijke relaties in de mijn.

Zij  reageren vooral tegen het feit dat het Nederlands onkundige kaderpersoneel de arbeiders in de Franse taal  aanspreekt.

Door het ACV en het  ABVV worden volgende  eisen goformuleerd:

1. Voor alle werklieden van de bovengrond een voorschot van 10  fr op de produktiviteitsverhogingen, die later dienen vastgelegd.
2. Toepassing van het minimum aantal dagen per maand die recht geven op het forfaitair bedrag van de gezinsvergoedingen (voor de maand mei waren 5 werkloosheidsdagen aangekondigd waardoor de arbeiders een aanzienlijk bedrag zouden verliezen).

Onderhandelingen:

Op 8 maart was er een eerste kontakt na destaking van 3 maart, tussen het ACV en de direktie. Toen beloofde de direktie een onderzoek in te stellen om de moeilijkheden op te lossen, maar er werden geen konkrete maatregelen getroffen.

Op2 mei haddan het ACV en het ABVV een nieuw gesprek met de direktie dat opnieuw zonder resultaten bleef.

Als reaktie daarop breekt op 3 mei de staking uit en dezelfde namiddag grijpen nieuwe onderhandelingen plaats. Daar verklaart de direktie bereid te zijn 5 fr per dag voorschot toe te kennen op de produktiviteitsvergoedingen aan de  arbeiders van die diensten waar reeds reorganisatiemaatregelen zijn getroffen met het oog op de opdrijving van de produktiviteit. Daar zijn de  arbeiders, noch de vakbonden op ingegaan en zij hebben hun eisenprogramma toen aan de  direktie overhandigd. De direktie wijst deze eisen van de hand, daar volgens haar zo een loonsverhoging in een periode van laagkonjunktuur niet kan toegestaan worden.

Vrijdag en zaterdag 5  en 6 mei  hebben er verdere besprekingen plaats, onder voorzitterschap van Gerard, direkteur van het Limburgs Mijnwezen, tussen de vakbonden en de direktie. Daar wordt een akkoordontwerp bereikt dat de vakbonden bij  hun aangeslotenen verdedigen.

De direktie geeft de toezegging de menselijke relaties in het bedrijf te verbeteren (onder meer waarborgen in verband met het gebruik van de Nederlandse taal in aanwezigheid van de arbeiders). Verder wordt een premie van 5 fr per dag aan de meerderheid der bovengrondse arbeiders verleend, als voorschot op de  produktiviteitspremie.  In het kader van een nationaal akkoord belooft de direktie een minimum aantal werkdagen per maand te waarborgen, zodat de arbeiders de volledige uitkering van de gezinsvergoedingen kunnen bekomen.

Er zal een komitee opgericht worden, bestaande uit een afgevaardigde van de direktie en een afgevaardigde van de  arbeiders, dat  belast wordt met het toezicht op de produktiviteitsvorhoging. De vakbonden verzoeken de direktie tegen 31 mei haar antwoord te bepalen in verband met de 5-dagenweek, zodat deze vanaf 1 juli  zal  kunnen toegepast worden.

De  algemene vergadering der stakers  beslist, na langdurige besprekingen, de staking op te schorten tot 25 mei, terwijl ondertussen onderhandelingen verder gevoerd worden met het oog op de uitbreiding van de toegekende premie tot alle personeelsleden.

Op 8 mei worden nationale besprekingen gevoerd onder voorzitterschap van minister Spinoy, met de bedoeling een regelmatige afzet van de kolen te bekomen om zodoende een regelmatig werkritme voor de Limburgse mijnen te kunnen verzekeren.

 

Staking Nederlandse ondergrondse  arbeiders in de Limburgse mijnen - 13-17 juni  1961
 

Dinsdag 13 juni zijn de Nederlandse ondergrondse arbeiders in de Limburgse mijnen in staking gegaan. Het volgend aantal stakers werd genoteerd:

- te Waterschei: 's morgens:     60 stakers op 90 Nederlandse  arbeiders.
                        's namiddags:  38 stakers op 75 Nederlandse arbeiders.
- te Zwartberg:   's morgens:      47 stakers op 55 Nederlandse  arbeiders.
                        's namiddags:  62  stakers op de 105 Nederlandse arbeiders
- te Winterslag:   's morgens:     40  stakers op 83 Nederlandse arbeiders,
                        's namiddags: alle 20 Nederlandse arbeiders staken,
- te Houthalen:   's morgens:     40  stakers.

Tot deze staking is opgeroepen door het Nederlands Onafhankelijk Verbond van Bedrijfsorganisaties. Deze organisatie brengt in Nederland stakingspiketten op de been die de werkwillige  arbeiders verhinderen de grens over te trekken.

De oorzaak van deze staking is te vinden bij de waardevermindering van de Belgische munt, waardoor de koopkraoht van de in België werkende Nederlanders in Nederland met ongeveer 5 % verminderd. Hun eis is dan ook dat een vaste koers van 7,50  gulden voor 100 fr behouden blijft. Woensdag zei de patroonsafgevaardigden van de 7 Limburgse mijnen bijeen gekomen. Deze besluiten niet in te gaan op de eisen van de Nederlandse arbeiders. Deze  arbeiders hebben hun  staking verder gezet  tot 17  juni.

 

Staking bovengrondse arbeiders in de mijn te Beringen - 4-6 oktober 1961
 

Woensdagnamiddag 4 oktober besluiten de bovengrondse arbeiders (een 100-tal) van de mijn van Beringen in  zitstaking te gaan. Hun eis betreft  een loonsverhoging van 6 fr per uur, waardoor ze een gelijk loon zouden bekomen, als de Vlaamse mijnwerkers.

Door deze  aktie is het werk in de ondergrond geleidelijk stil komen te liggen. Wanneer de vakbondsleiders, die van deze staking verwittigd werden, ter plaatse komen, wordt door de  stakers geen gehoor gegeven aan hun voorstellen.

Donderdagmorgen 5 oktober wordt door de  bovengrondse arbeiders het werk normaal  hervat. Om 10 uur wordt 1 afgevaardigde van de arbeiders door de direktie ontvangen. Tijdens deze bespreking weigert de direktie in te gaan op de eis tot loonsverhoging.

Als reaktie hierop verzamelt  zich na de middagrust een grote groep bovengrondse arbeiders, die in betoging doorheen alle werkplaatsen van de mijn trekken. De staking is opnieuw vrij vlug algemeen, tot  zelfs op de laadplaatsen aan het Albertkanaal. Opnieuw moet het werk in de ondergrond stilgelegd worden.

Om 3.30 uur verklaart de direktie dat, indien het werk niet hervat wordt, de mijn gans de week onbedrijvig zal  blijven. De arbeiders blijven nochtans verder staken.

De bedienden zijn tijdens het konflikt normaal  aan het werk gebleven. De rijkswacht volgt het verloop van het konflikt en is zelfs op het mijnterrein aanwezig. Vrijdag 6 oktober wordt het werk hervat.

 

Staking mijn Zwartberg - 13 december 1961
  

In de mijn van Zwartberg is woensdag 13 december een 24-urenstaking uitgebroken.

Door het ACV en het ABW was oorspronkeli jk enkel  een verwittingsstaking van 1 uur gepland, terwijl er met een algemene  staking gedreigd werd indien de gestelde eisen voor vrijdag 22 december niet  zouden zijn ingewilligd.

Voor de arbeiders wordt een eindejaarspremie van 500 fr gevraagd en een betere regeling inzake de huurovereenkomsten voor de woningen van het personeel, van de reisbiljetten en de  arbeidsorganisatie in de mijn.

Bij het stellen van de eis van een eindejaarspremie van 500 fr, wijzen de vakbonden erop dat in het Cockerill  concern,  waarvan de mijn van Zwartberg afhangt, alle arbeiders een eindejaarspremie van 3 % ontvangen,  wat neerkomt op ongeveer 3.000 fr. De  arbeiders van de Collard-mijn te Luik, eveneens van de Cookerill-groep, ontvangen dit eveneens.

Bovendien bedraagt de winst van Cockerill voor het voorbije jaar 571  miljoen, vandaar dat de arbeiders van oordeel   zijn dat  ze een rechtmatige  eis stellen.

In 1959 heeft de direktie van de mijn van Zwartberg verzekerd dat de gelden voor het uitkeren van een eindejaarspremie aanwezig waren, maar dat de direktie dit  jaar deze premie niet zal uitkeren daar er in de 6 andere Limburgse mijnen werkloosheid heerst, zodat het uitkeren van de premie de financiële diskrimitatie tussen de mijnwerkers nog groter  zou maken.

Tijdens de onderhandelingen legt de direktie deze argumentatie naast  zich neer en weigert op de  gestelde eisen in te  gaan.

Onder druk van de arbeiders zijn de vakbonden verplicht de verwittingsstaking van 1 uur tot een 24-urenstaking om te vormen.

De massaal opgekomen stakingspiketten hebben niet de minste moeite met het overtuigen van eventuele werkwilligen:  in totaal bieden zich slechts 6 werkwillige ondergrondse  arbeiders en 15 werkwillige bovengrondse arbeiders aan.

Op de onderhandelingen van vrijdag 22 december gaat de direktie in op het eisenprogramma van de stakers, en wordt volgend  akkoord bereikt:

1. Een premie van 450 fr zal aan de mijnwerkers van Zwartberg uitbetaald worden, zoals dit reeds gebeurde voor de arbeiders van Winterslag.
2. De verscherpte maatregelen op gebied van de huishuur zullen worden ingetrokken en er zal teruggekeerd worden tot de vroegere regeling.
3. Er zal ernstig gezocht worden om gezonde toestanden te bereiken op gebied van het open afdalen van het ondergrondse personeel.

Staking mijn Waterschei - 2 januari  1962
 

Dinsdagmorgen 2 januari wordt in de mijn te Waterschei gedurende 24 uur het werk neergelegd.

De staking wordt door het ACV en het ABVV georganiseerd, zonder dat een stakingsvooropzeg is ingediend.

Door de staking willen de arbeiders hun eis voor een eindejaarspremie van 450 fr kracht bijzetten.

Dinsdagmorgen dalen toch 170 van de 900 ondergrondse arbeiders af. 's Middags is de staking onder de ondergrondse arbeiders algemeen. Ook een groot deel van de bovengrondse  arbeiders sluit zich bij de staking aan.

Dinsdagnsmiddag grijpen onderhandelingen tussen direktie en vakbonden plaats waarbij een akkoord bereikt wordt.

Woensdagmorgen wordt het werk hervat.

Maandag 8 januari wordt op de paritaire commissie van de kolenmijnen van het Kempisch Bekken een globale regeling getroffen waarbij  alle ondergrondse arbeiders een eindejaarspremie van 450  fr ontvangen en alle bovengrondse  arbeiders een eindejaarspremie van 400 fr.

 

Staking elektriciens mijn Eisden -  4 juli 1962
 

Woensdagmorgen 4 juli om 6 uur, weigeren de 40 elektriciens van de ondergrond van de mijn van Eisden af te dalen.
Ze eisen een herwaardering van hun loonschalen en een loonsverhoging van 10 % voor gespecialiseerd werk.
Na enige toegevingen van de direktie aanvaardt een gedeelte van de stakers na 1 uur het werk te hervatten.
De 40 elektriciens van de middagploeg nemen de eisen van de morgenploeg over en slechts 15 elektriciens dalen af.
's Namiddags zijn dan besprekingen tussen direktie en vakbonden gevoerd die tot een oplossing van het konflikt leiden.

Staking paswerkers en elektriciens mijn Waterschei - 27-30 augustus 1962
 

Maandag 27 augustus zijn de paswerkers  en de elektriciens van de ondergrond van de mijn te Waterschei  in staking gegaan.

Deze arbeiders brengen sinds lange  tijd looneisen naar voor. Vorige week zijn ze nog bij de vakbonden gaan aansporen Om hun eisen te behartigen.

Ze eisen per kategorie een loonsverhoging, die hun onder de vorm van een premie van 30 fr per dag moet uitgekeerd worden. Deze uitkering moet onder de vorm van een premie gebeuren daar het loon van deze  specialisten door een nationaal  akkoord vastgelegd is.

Op het  aandringen van de  arbeiders zijn de vakbonden onderhandelingen met de direktie begonnen en verkrijgen van deze een principiële toezegging.

De praktische toepassing van de  loonsverhoging zou het voorwerp worden van onderhandelingen die op 28  augustus moeten plaats hebben.

Op deze onderhandelingen oefenen de arbeiders dus druk uit, zonder dat deze stakingsaktie  georganiseerd is door de vakbonden.

Maandag 27 augustus is er alleen staking in de namiddagploeg: 40 op de 70 arbeiders  staken.
Dinsdag breidt de staking zich uit tot de morgenploeg: 85 op de 110  arbeiders staken.
Woensdag is de staking bij  de paswerkers en elektriciens algemeen.
Donderdagmorgen wordt het werk normaal hervat nadat woensdag een overeenkomst is bereikt.

 

Staking bovengrondse  arbeiders mijn Winterslag - 5-23 juli 1963
 

Op 5  juli gaan de elektriciens van de bovengrond van de mijn te Winterslag in staking. Volgende eisen worden gesteld:

1. Tegen het loonsysteem waardoor  arbeiders van een zelfde kwalificering een verschillend loon verwerven, dit door premies die voor de enen terugslaan op de produktiviteit en voor de anderen op het geheel van de produktie.
2. Een loonsverhoging van 15 %.

De direktie belooft op dinsdag 9 juli  te antwoorden op de gestelde eisen en nog dezelfde dag gaan de  arbeiders opnieuw aan het werk. Op 9 juli  neemt de direktie niet de mnste beslissing in verband met de gestelde eisen. Als reaktie hierop gaan de elektriciens opnieuw in staking op donderdag 11juli.

Aanvankelijk waren slechts 20  elektriciens van de bovengrond bij de staking betrokken, maar .nadien sloten de leden van de vervoerdienst, van de onderhoudswerken en de magazijniers zich bij de aktie aan. Daar gans het personeel van de bovengrond staakt is het onmogelijk het werk in de ondergrond verder te  zetten.

Bij het ontstaan betrof het  een wilde  staking, maar nadien nemen de vakbonden de leiding van de staking op zich en knopen onderhandelingen met de direktie aan.

In afwachting van een gunstig resultaat van deze onderhandelingen roepen de valebonden de stakers op om maandag 15  juli het werk te hervatten. Doch het reeds bereikte ontwerpakkoord  tussen de direktie en de afgevaardigden van de  syndikaten wordt door de  arbeiders niet aanvaard. De morgenploeg weigert dan ook het werk te hervatten, daar de loonsaanpassingen voor verschillende kategorieën te onbeduidend zijn. De arbeiders van de ondergrond worden verplicht terug boven te komen en velen onder hen blijken solidair te  zijn met de  stakers.

De direktie weigert te onderhandelen, daar de stakers een "kontraktbreuk" gepleegd hebben en zodoende eerst terug aan het werk moeten gaan, vooraleer er van onderhandelingen kan sprake  zijn. Toch doet de direktie een tegenvoorste: sommige kategorieën van bovengrondse  arbeiders  zullen 2,50  fr loonsverhoging per uur krijgen. De arbeiders wijzen ook dit voorstel af.

Op initiatief van Vesters (voorzitter van de  Federatie der Belgische Kolen­mijnen en voorzitter van de Associatie  der Kempische Mijnen) wordt donderdagnamiddag 18 juli  opnieuw kontakt opgenomen tussen de vakbonden en de direktie.

Vrijdag 19 juli  stemmen de vakbonden in met het voorstel van de direktie, waarna ze de arbeiders oproepen om maandag 22 juli  het werk te hervatten. Bij dit nieuw akkoord zou een produktiviteitsstelsel in 14 verschillende punten uitgewerkt worden en zou de bestaande premieregeling verder uitgebreid worden om aan zoveel mogelijk arbeiders ten goede te komen.

Maandag 22 juli blijft de staking echter algemeen. Enkel de arbeiders die instaan voor de onderhoudsdiensten zijn aan het werk. Bij de morgen- en middagploeg is het wel  tot heftige woordwisseling en incidenten tussen stakers  en werkwilligen gekomen, maar niemand kan het werk hervatten.

De rijkswacht heeft het stakingspiket aan de ingang van  de mijnpoort uiteen gedreven.

De arbeiders verwerpen dus opnieuw de overeenkomst.

Maandagavond hebben nieuwe besprekingen plaats tussen de vakbonden en de direktie. De direktie is van oordeel  dat  zij bij de overeenkomst van" vorige week het maksimum hebben toegegeven en dat  zij  nu niet verder kunnen onderhandelen zonder dat er toegevingen komen van de  zijde van de stakers.

Dinsdag 23 juli is de werkhervatting algemeen daar de stakers de verzekering krijgen dat het premiestelsel (dat beneden het peil ligt van de andere Limburgse mijnen) volledig zal  herzien worden.