dagboek uit Beiroet
als dokter in Palestijnse kampen, Lieve
Seuntjens en Dirk Van Duppen, Epo, 1987 
  

Mail    Inhoud     Home

Naar de pagina-versie         
Naar de doorlopende versie

Eerste druk: april '87, Tweede druk: augustus '87, Omslagontwerp: Liliane Pauwels, Eindredactie: Marleen Mortelmans, Druk: Drukkerij-Zetterij EPO,  © Uitgeverij EPO, ISBN 90 6445 644 5, D 2204 1987 7, Verspreiding voor Nederland Uitgeverij De Geus

Het boek wordt opgedragen aan Ali Abu Toq en Michaël De Witte.

Met dank aan Jan en Chris

De opbrengst van dit boek gaat naar de heropbouw van de medische diensten in de vernietigde Palestijnse kampen van Libanon. Financiële steun is welkom. Storten op 'Steunfonds Derde Wereldstichting Michaël De Witte' met vermelding: 'Missie Chatila'. Giften vanaf 1000 fr zijn aftrekbaar van het belastbaar inkomen.

Inhoud - Boven

Kaart
Foto's

1. Nieuwsbrief 5
2. Kraaiende hanen 9
3. Chatila 25
4. De vierdaagse oorlog 37
5. Israëlische aanslagen op Zuid-Libanon 55
6. West-Beiroet zonder Westerlingen 67
7. De eed van Hypocrates 105
8. De Veertigdaagse kampenoorlog 119
9. Rode Trommelvliezen 139
10. Wapenstilstand en weer... geluidloze sluipschutters 157
11. Bommen in Parijs... Bomauto’s in Beiroet 172

Nawoord 183
Achterblad

*
*   *

1. Nieuwsbrief - Inhoud

Beiroet, 30 januari 1986

Na 3 maanden verblijf in de Palestijnse kampen willen we jullie verslag uitbrengen over ons medisch werk hier. Graag hadden we daarom eerst uitgeweid over de omstandigheden, de context waarin we als buitenlanders moeten werken. Van half mei tot half juni ’ 85 woedde er een hevige kampenoorlog in Beiroet. Onder Syrische druk trachtte de Amal-militie de Palestijnse kampen te veroveren. Volledig omsingeld, werden Sabra-, Chatila- en Bourj El Barajneh-kamp gedurende een maand beschoten. De Palestijnen waren helemaal niet voorbereid op zulke oorlog. Temeer omdat de relatie met de omwonende Sjiietische bevolking steeds vrij goed was geweest. Zo kwamen de Palestijnen, met slechts enkele lichte handwapens, met weinig voorraad in de kampen, zonder enige medische infrastructuur, tegenover een door Syrië zwaar bewapend Amal te staan. Maar uitgezonderd in Sabra kon Amal geen centimeter op de kampen veroveren. Het enige resultaat dat van deze waanzinnige oorlogen overbleef, waren de 675 doden en de ontelbaar verminkten. In deze situatie zijn er uiteraard enorme problemen op medisch vlak voor de Palestijnse kampbewoners.

Vóór de kampenoorlog bestonden er nagenoeg geen medische voorzieningen in de kampen. Alles was geconcentreerd in de omgeving, buiten de kampen. Palestijnse ziekenhuizen hadden een groot aantal Libanese patiënten. Tegenstellingen tussen Palestijnen en de Sjîetische bevolking rond de kampen - immers zelf ook een vluchtelingenbevolking afkomstig uit Zuid-Libanon - waren niet van die aard dat men een kampenoorlog als de-

5

ze had voorzien. De kampenoorlog is een bloedige les geweest die de Palestijnse Rode Halve Maan, de gezondheidsorganisatie van de PLO (Palestinian Red Crescent Society of kortweg PRCS genoemd), aanzette om de medische infrastructuur in de kampen te organiseren. De Amal-beweging liet immers tijdens die oorlog niet toe dat gewonden geëvacueerd werden. Tientallen mensen zijn gestorven door gebrek aan de meest essentiële medische faciliteiten. In een oorlogssituatie zijn de regels van de Konventie van Genève meestal dode letters. En tot vandaag toe bestaat essentieel hetzelfde probleem: de kampen zijn nog steeds omsingeld door Amal. Controleposten en kidnappingen van Palestijnen zijn nog steeds dagelijkse realiteit. Het is zeer moeilijk voor Palestijns medisch personeel om zich in en uit de kampen te verplaatsen. Toevoer van medisch materiaal wordt door de Amal-checkpoints moeilijk gemaakt. En met de regelmaat van de klok zijn er clashes, granaatontploffingen en andere provocaties.

Ook buiten de kampen werd de Palestijnse medische infrastructuur tijdens de oorlog vernietigd. Het Gaza-ziekenhuis, een moderne Palestijnse instelling, 8 verdiepingen hoog, is eveneens kapot geschoten.

Duizenden families zijn door de kampoorlog de kampen ontvlucht. Zij keren nu meer en meer terug naar hun vernielde huizen en zijn gestart met de heropbouw, met de steun van de PLO, de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie.

Vele honderden families hebben de moed niet meer om terug te keren of ze hebben geen geld om hun huizen weer op te bouwen, of ze zijn bang voor de Amal-checkpoints en nieuwe oorlogen. Zij leven verspreid over de andere sloppenwijken van Beiroet en beschikken over geen enkele medische dienst.

Vanuit deze objectieve situatie betekent de wederopbouw van de medische infrastructuur in de kampen, meer dan alleen een kwestie van 'medical covering'. Het betekent het verdedigen en herstellen van de meest elementaire rechten van de Palestijn als mens. Recht op adequate gezondheidszorg is een elementair mensenrecht. In zekere zin is het probleem van gezondheidszorg voor de Palestijnse samenleving verschillend van dat in andere derdewereldsituaties. Het is geen probleem van onderontwikkeling. De laatste oorlogen doen de medische noden sterk toenemen. Oorlogstraumata, invaliditeit, oorlogsstress, ontstekingen, besmettelijke ziekten, zijn medische problemen eigen aan een situatie van overbevolkte kampen in de oorlog. Anderzijds is de

6

economische positie van de Palestijnen in Libanon sterk achteruit gegaan. Palestijnen worden geweerd uit jobs in Libanon. Velen kunnen om veiligheidsredenen de kampen niet verlaten om werk te zoeken. De werkloosheid is groot, het inkomen daalt sterk en de prijzen hier in Libanon swingen de pan uit. Een stijging van de medische noden enerzijds, en het dalen van de koopkracht en de economische situatie van de Palestijnse families anderzijds, onderstrepen het belang van de uitbouw van een goede en gratische gezondheidszorg in de Palestijnse kampen.

Het medisch werk in de kampen heeft ook alles te maken met het herstellen en verdedigen van de meest elementaire rechten van de Palestijnen als volk. De uitbouw van medisch werk in het kamp in al zijn aspecten: urgentie, curatief, preventief en sociaal, waarborgt een grotere veiligheid, een betere dienstverlening zodat de gevluchte families kunnen terugkeren naar de kampen en er een humaan leven kunnen organiseren. Een goed functioneren van de kampen, het Palestijnse maatschappelijk leven in Libanon, waarborgt dat het Palestijnse volk zijn identiteit kan bewaren. Dat het zich kan organiseren op sociaal, economisch, cultureel, politiek en militair vlak. Dat het de rechtmatige eis voor terugkeer naar hun vaderland Palestina kan levendig houden en kracht bijzetten.

De heropbouw van de PRCS-diensten heeft ook alles te maken met het bevorderen van de éénheid en de pacificatie met de andere Libanese bevolkingsgroepen. De meerderheid van de patiënten van de PRCS-diensten, zelfs in de kampen, zijn Libanees.

De uitbouw van medische zorgen, planning en infrastructuur heeft alles te maken met veiligheid. De veiligheid en zekerheid om in geval van oorlog beroep te kunnen doen op medische zorgen. De veiligheid en zekerheid dat in geval van oorlog niet alle preventieve voorzieningen ineenstuiken. Dat in geval van belegering van de kampen medische diensten bereikbaar blijven voor de bevolking. En wat dan nog bijzonder is aan de aanwezigheid van Europese vrijwilligers, is het relatieve veilige gevoel dat dit aan vele Palestijnen geeft, de zekerheid dat men hen niet zomaar kan verder afslachten, zonder dat het 'wereldgeweten’ hierover wordt wakker geschud.

Vandaar dat de PRCS in juni een oproep deed tot het zenden van Europees medisch personeel om de medische diensten te helpen heropbouwen. In België gaf de organisatie Geneeskunde voor het Volk gehoor aan deze oproep en wij beiden vertrokken naar Beiroet.

Lieve en Dirk.

7

2. Kraaiende hanen - Inhoud

Lief,
Zondag 20 oktober '85.

We zijn nu twee dagen in Beiroet. De situatie is rustig. Vrijdag landde rond 16u15 het vliegtuig van Middle East Airlines op Beiroet luchthaven. Er was enkel 15 minuten vertraging op Heathrow. Libanon binnenkomen, ging vlot. Bij de douane enkel wat problemen met iemand die mijn tampons in mijn bagage voor kogels aanzag. De aanwezigheid van controleposten van de milities -check-points' is hiervoor het gebruikelijke woord valt dadelijk op.

We zijn gisteren al aan het werk geschoten. Dirk werkt in de kliniek in het Bourj El Barajneh-kamp. hier kortweg Bourj genoemd. Ik werk in het kliniekje in Chatila-kamp. Beiden wonen we in Bourj. Zodus moet ik dagelijks op en af reizen tussen de twee kampen. Dat doe ik met een 'service-taxi', dat zijn oude mercedessen die constant van de ene plaats naar een andere rijden. In feite de enige soort van openbaar vervoer in Libanon De Amal check-points omsingelen nog steeds de kampen.

Lief,
Donderdag 24 oktober '85.

Het was niet eenvoudig met de service naar Chatila vanmorgen. K De chauffeur wou me afzetten aan Barbir, waar ik niets herken-

9

de. Gelukkig kwamen we aan een rond punt waar ik me kon oriënteren. Ik was nu bang voor de check-points, want ik had posters mee voor de twee kliniekjes in Chatila. Maar uiteindelijk toch geen problemen gehad. Er was nog niets veranderd in het kliniekje, al was beloofd dat nu alles klaar zou zijn. Ik denk dat ik wat langer moet blijven. Rond 12u45 plots drie schoten, in het kamp zelf en daarna een hevige ontploffing. 'Zou het nu beginnen', spookte door mijn hoofd. Ik zag de mensen stoppen met werken aan hun huizen. Ze liepen naar kelders. Er was paniek. Het maakte mij ook nerveus. Er liepen kinderen blootsvoets door het puin, paniekerig huilend. Ik wou snel naar de PRCS-kliniek voor het geval daar meer hulp zou nodig zijn.

Ik blijk daar de enige met paniek te zijn. Ze stellen me gerust. De vloeren van de drie ruimten worden vrijgemaakt. Tijdens de laatste gevechten waren er 67 gewonden op enkele uren tijd. Er spookte van alles door mijn hoofd. Zou ik vandaag al sterven? Ik hoop toch iets te kunnen doen en niet verlamd te zijn van de angst. Wat als Amal het kamp verovert en iedereen neerschiet, en dan vooral de mensen die in de kliniek werken? Hoe zou een dode die neergeschoten is er uitzien? Van dat soort zaken. Nadien kwam de geruststelling. Het ging om gevechten tussen twee fracties binnen Amal. Oef. Geen gewonden binnengebracht. Na drie kwartier was het weer stil. Ik zat nog wat na te bibberen toen een vrouw me thee kwam brengen. Er met de schrik van afgekomen, dit maal. Bij het nieuws van 13 uur werden gevechten gemeld tussen verschillende fracties van de Palestijnen in Chatila. Een staaltje van vervalste berichtgeving op de radio.

Dirk,
Vrijdag 25 oktober '85.

Het is terug rustig vandaag. Ook op medisch vlak. Er is wel een golf van keelontstekingen, zeer veel diarree en huidontstekingen. Veel van de ziekten hangen samen met de overbevolking in de kampen. De mensen verzorgen ook slecht hun wonden, met pas verzorgde voetwonden lopen ze vanuit het kliniekje meteen door het water naar hun huis om verder mortelspecie te maken. Alles op blote voeten. Ieder is hier na de verwoestingen aangericht door de Rhamadan-oorlog van juni zowat aan het bouwen.

10

Iedere familie heeft doden uit de oorlogen van de laatste jaren te betreuren. Op huisbezoek laten de mensen je de foto's zien van de gesneuvelde, gefolterde of vermoorde familieleden. Iedere jonge kerel loopt hier met een kogel of granaatscherf in zijn body. Pas zag ik een achtjarig meisje met haar rug vol hagel van een granaat. Gelukkig niet te diep. Wekelijks halen we er eentje uit. Ze staat vol littekens.

Bij het graf van de slachtoffers stond een moeder te wenen. Haar enige zoon, 27 jaar en pas getrouwd was gevallen op de eerste dag van de Rhamadan-oorlog. Ouderen, kinderen, vrouwen, zwangeren hebben geen direkte toekomst. Kinderen onder de vijftien jaar hebben alleen nog maar oorlog gekend. Ze leven hier met 20.000 mensen op iets meer dan één vierkante kilometer onder een voortdurende omsingeling van Amal. Iedere familie kan uren over de problemen hier vertellen. De buurfamilie van onze kliniek bijvoorbeeld. De kinderen in deze familie spreken allen goed Engels. We hebben er dan ook goed contact mee. De moeder wilde met haar twee jongste zonen, 16 en 7 jaar, naar Syrië reizen zodat de oudste van de twee daar zou kunnen studeren. Dat kan niet meer in Beiroet, omdat geen enkele Palestijnse jongeman hier nog uit de kampen raakt. De tweede zoon van dit gezin sneuvelde tijdens de Rhamadan-oorlog. De oudste, Imad, wil naar de Beeka-vallei voor een commandotraining. Hij zit met een typisch 'loopgravensyndroom'. Hij denkt dat hij ook moet sneuvelen. Hij vecht met ambivalente gevoelens: enerzijds blij nog in leven te zijn, maar anderzijds een schuldgevoel omdat hij blij is, terwijl zijn broer gesneuveld is.

Vandaag zijn de moeder van Imad en haar twee kinderen moeten terugkeren. Ze zijn niet over de Syrische grens geraakt. Veel geld hebben ze verloren.

Dirk,
Dinsdag 29 oktober '85.

Gisterenavond nog twee huisbezoeken gedaan, goede methode om de mensen te leren kennen. Het was bij een oud uitgemergeld vrouwtje van misschien wel 100 jaar die een beroerte kreeg. Ze had grote doorligwonden. We krijgen een glas vers fruitsap aangeboden. Plots lopen vier fedayin door de kamer naar de slaapkamer met twee kisten springstof. Eén van de zonen, die allen goed Engels spreken en hogere studies gedaan hebben,

11

nodigt ons uit om in de slaapkamer te kijken naar een nieuwe Russische mitrailleur. We moesten eerst door een kamer met wel 100 zakken cement, dan door een kamer waar ze jonge kerels leerden hoe ze een mortierbatterij moesten gebruiken.

Vandaag kon dat zieke oudje niet meer slikken. We besluiten het mensje, dat ook helemaal uitgeteerd was van kankermetastasen toch maar morfine te geven, want ze lijdt teveel. Wanneer we vanavond opnieuw het kamp binnenkwamen was ze al gestorven. Nog geen half uur na de inspuiting. Lieve hemel, dat kan geïnterpreteerd worden als euthanasie, wat zullen die diepgelovige moslims daarvan zeggen? We gingen onze deelneming betuigen. In dezelfde kamer. Nu stond haar bed in het midden met een wit laken over de dode vrouw. Er omheen wel tien snotterende vrouwen. Wat onwennig krijgen we een stoel en koffie aangeboden. Even later komt iemand ons in het oor fluisteren dat we best naar een ander huis gaan, want daar zitten de mannen te rouwen. Het was er iets vrolijker. Er werd uit de koran gepreveld en een soort rozenkrans vastgehouden. (...)

Gisteren ook nog de 17-jarige Fatima ontmoet. Haar broer is omgekomen bij de Israëlische raid op het PLO-hoofdkwartier in Tunis, op 1 oktober. Tijdens de Rhamadan-oorlog is haar huis helemaal af gebrand. Al de foto’s van haar broer waren mee in de vlammen opgegaan. Fatima woont nu in een flat net buiten het kamp. Ze wil voor arts studeren in Moskou, ‘als de Palestijnse revolutie het toelaat’. Wat die jongeren op hun korte bestaan meemaken tart iedere verbeelding.

Lief,
Donderdag 31 oktober '85.

Het kamp is één bouwwerf. Van ’s morgens tot ’s avonds en zelfs ’s nachts is iedereen in de weer om zijn pas vernielde huis te herstellen. Het materiaal wordt betaald door de PLO. Een groot deel van de mensen zet nog een verdieping op zijn woning. Er komen cement en stenen in het kamp. Dus moet er bijgebouwd worden. Omhoog, want uitbreiding in de breedte is onmogelijk. Het kamp is immers omsingeld door Amal en aan de zuidkant heeft Amal tijdens de Rhamadan-oorlog een strook van 500 meter Palestijnse huizen opgeblazen. Syrië heeft dan bulldozers geleverd om de zaak plat te leggen, zo ontstond een strook niemandsland. Vroeger waren de Palestijnse kampen, gewone wijken midden

12

de Libanese wijken, nu heeft de kampenoorlog van juni een kunstmatige grens opgetrokken rond het kamp.

Dirk,
Woensdag 6 november '85.

Vandaag is Alia gestorven. Alia is een 36-jarige zwarte Palestijnse vrouw met drie kindjes, die twee jaar geleden borstkanker kreeg. Haar man is gedood in de slachting van Sabra en Chatila. In een PRCS-kliniek (Palestijnse Rode Halve Maan, de lokale Rode Kruisafdeling), werd een borstamputatie verricht. Omdat ze door UNRWA (Uno-organisatie voor hulp aan de Palestijnse vluchtelingen) is geregistreerd, heeft ze recht op verzorging betaald door de UNWRA in de Amerikaanse universiteit van Beiroet. Ze krijgt een '3de klas’ behandeling. Dit komt er op neer dat men haar chemotherapie weigert, want daarvoor moet ze minstens een 2de klasstatuut hebben. Dan denk je wel: 'Geneeskunde heeft immers ook een klassekarakter'. Sinds enkele maanden had Alia nu een fulminante mastitis carcinomatosa. Toen ik haar voor het eerst zag in BEB, op de dag van onze aankomst daar, was haar hele rechter thorax-helft weggezworen door centrale necrose waarrond tumorgroei en een enorme massa in de oksels. Omdat ze weduwe is en nog jong, wil ze zo lang mogelijk voor haar kinderen blijven zorgen. Ben, An en ik besloten dan haar zo lang mogelijk ambulant te verzorgen. De dagelijkse wondverzorging was allesbehalve makkelijk en plezierig. Toch ging Alia natuurlijk langzaam maar zeker achteruit. Het mag een medisch wonder heten, maar in dit stadium van borstkanker leefde zij op enkele aspirinetabletten per dag als pijnstillers. Opiaten inspuiten was onmogelijk zolang zij ambulant wil blijven.

Eergisteren werd het echter zo erg dat we met haar naar het Makaset-hospitaal in Beiroet trokken. Haar rechterarm was immers zo gezwollen door lymfoedeem en tumordruk dat ze hem niet meer kon gebruiken. Makaset is een caritatieve instelling van de Soenieten en erkend door het UNRWA voor de verzorging van vluchtelingen. Daar weigerden ze echter haar op te nemen omdat ze geen geld bij zich had en omdat ze Palestijnse was. Ze werd weggestuurd met de raad om radiotherapie te volgen in Jordanië. In Palestina kan het niet omdat dat door Israël bezet is. Intussen kochten Ben en ik medicijnen in een ‘International Store', waar je zowat alle denkbare geneesmiddelen kan krijgen

13

(zelfs aan de helft van de prijs in vergelijking met België). Toen we met Alia opnieuw in een taxi zaten, ging er een schok door me heen. Het was de eerste keer dat ik echt geconfronteerd werd met weigering van medische hulp aan een mens omdat die geen geld genoeg heeft en tot een ander volk behoort. Alia wilde zich echter niet neerleggen bij de situatie. Ze wilde alles doen om niet te sterven in het PRCS-hospitaal. We konden haar voorlopig uit het hoofd praten om met haar laatste spaarcenten een ticket naar Jordanië te kopen.

Vandaag kwam haar oudste dochtertje (7 jaar) met de boodschap dat Alia het bed niet meer uitkon. Omdat we geen tolk mee konden krijgen doorheen de frontlijn (want Alia woont net buiten het kamp in een Amal-wijk) trokken Ben, die een beetje Arabisch spreekt, en ikzelf met wat ontsmettings- en verbandmateriaal het dochtertje achterna doorheen de puinhopen van de frontlijn. Ze woonde met haar drie kinderen in een klein kamertje, waaraan een keukentje gebouwd was. Met veel moeite konden we haar toch overtuigen naar het Haifa-hospitaal te gaan. De kinderen zouden voorlopig naar de grootouders gaan en later opgevangen worden door de organisatie Beit Atfal Somoud, die ondermeer via peterschap vluchtelingenwezen opvangt. In België worden ze gesteund door de Vredeseilanden van de Pater Pirestichting. De tocht met Alia op een brancard, Ben vooraan, ik achteraan was dramatisch. Eerst terug doorheen het puin van Amal naar de frontlijn, dan over de 500 meter lange strook van platgewalst puin, het niemandsland, waar tot nu nog geen enkele Palestijnse man een voet gewaagd heeft omwille van het gevaar van scherpschutters. Het tweede dochtertje hield mijn linkerhand vast alsof ze mee wou helpen de brancard te dragen. De oudste dochter ging voor en de jongste liep te spelen met een ballon, die Ben gemaakt had van een opgeblazen rubberen chirurghandschoen.

Vannamiddag kreeg Alia een eerste injectie morfine tegen de ondraaglijke pijn. Om 19.30 uur, stierf ze in het Haifa-hospitaal. Toen Ben en ik arriveerden, werd ze net ingepakt. De drie dochtertjes lagen in dezelfde kamer op een matrasje op de grond te slapen.

14

Dirk,
Dinsdag 12 november '85.

Imad is verdwenen! Imad is de 20-jarige zoon van de familie die naast ons woont. Hij is vanavond niet komen opdagen. Zijn ouders zijn erg ongerust. Men vreest dat hij door Amal gekidnapt is, wanneer hij naar Chatila wilde om vrienden op te zoeken. Vanavond kwam zijn moeder bij ons uithuilen.

Dirk,
Woensdag 13 november '85.

Imad is vandaag vrijgekomen. Hij werd op drie verschillende plaatsen door Amal in elkaar geslagen. Opluchting bij de familie.

Dirk,
Donderdag 21 november '85.

Soms vraag je je af waarvan die mensen hier leven? De situatie is voor de Palestijnen zeker de laatste jaren sterk verslechterd. Toch is er een redelijke economische bedrijvigheid. Vooreerst wordt er enorm gebouwd om de oorlogsruïnes te herstellen. Het bouwmateriaal komt gratis van 'Abu Amar’, dit is de 'nom de guerre' voor Yasser Arafat. Ook de niet-Arafat-gezinde Palestijnen krijgen van de PLO gratis bouwmateriaal. Daarbij hebben vele families één of meer leden die werken in de olielanden. Zij betalen de PLO een vrijheidstaks die 5% van hun inkomen bedraagt. En ze sturen ook geld naar hun familie in de kampen. De jongeren in de volksmilities van de kampen worden ook zo'n 1.200 Libanese ponden per maand betaald. Een bestaansminimum. Nogal wat Palestijnen werken voor UNWRA en zijn betaald door de UNO. Een kleine minderheid kan nog aan werk raken buiten de kampen. Vóór de Israëlische invasie van '82 was dat veel meer en werden ze veel beter betaald en behandeld. Er is dan nog een beperkte kampmiddenstand met winkeltjes en kleinschalige produktie. Voor '82 was er in Bourj ook een grote fabriek voor meubels en gebruiksvoorwerpen, eigendom van de Samed', de economische afdeling van de PLO. Deze werd samen met het Haifa-hospitaal door de Israëliërs plat gebombardeerd en is nog

15

niet opnieuw opgebouwd door de allesbehalve stabiele situatie. Dan zijn er nog heel wat Palestijnen die een job hebben bij de Palestijnse Rode Halve Maan (PRCS), de gezondheidsafdeling van de PLO. PRCS is een prachtige organisatie die vóór '82 medische hulp bood aan Palestijnen, maar ook aan een erg groot deel van de Libanezen. Gratis voor iedereen. Nu nog is 80% van de patiënten in het Akka-hospitaal dat buiten het kamp ligt Libanees. PRCS heeft echter wel een bureaucratische top. Op het moment is PRCS heel wat armer dan vroeger. Ze kan slechts met veel moeite wat medicijnen inkopen. Voor onze kliniek moeten we met Belgisch en Engels geld inkopen. PRCS heeft heel wat personeel, vooral uit de tijd dat ze nog over heel Libanon medische diensten organiseerde. Maar die mensen worden wel weinig betaald, wat de motivatie ook niet erg stimuleert. Zij vergelijken met sommige familieleden die in de Oliestaten heel wat meer verdienen.

De godsdienst heeft een zeer grote invloed op het kampleven. De Palestijnen in Bourj en Chatila zijn voornamelijk islamitisch. In Marelias, een kleiner kamp hier in Beiroet zijn ze Christen, ’s Morgens om 4 uur begint de Sjeik een half uur lang te zingen vanuit de moskee, met krachtige luidsprekers, net of de radio plots op maximaal volume opengedraaid wordt. We worden dan ook steeds wakker. Er is hier ook een islamitische heropleving in het kamp. Weliswaar zwakker dan bij Amal, waar Khomeini veel succes heeft. Dat geeft dan aanleiding tot, voor ons Belgen, grappige situaties. Achter onze kliniek is nu een koffiehuis geopend. Dagenlang kaarten tientallen mannen (enkel mannen), er met sigaretten en alcoholvrije drank onder de hand. Tijdens de Rhamadan-oorlog werd het kamp 30 dagen lang omsingeld. De grootste zorg voor de strijders hier was niet zozeer de voedselvoorraden die uitgeput raakten, maar wel het tekort aan sigaretten. Ze rookten dan maar thee in sigarettepapier gerold. De verschillende organisaties hebben nu naast een voedselvoorraad voor zes maanden ook sigaretten opgeslagen.

Ook in ons medisch werk stellen cultuurverschillen een probleem. Vrouwen hebben een geweldige schroom om zich uit te kleden voor mannelijke artsen. Dit geldt ook voor mannen bij vrouwelijke dokters. Een vrouw onderzoeken gebeurt in het beste geval onder de rokken. Het hoofdstuk inspectie, goed kijken’ uit de cursus van onze prof komt hier niet van pas. Als je pech hebt, mag de 'palpatie' -met de doktershand voelen tijdens het onderzoek - alleen boven de kleren. De diagnose dient hier dikwijls gesteld op basis van de 'klinische blik' en dat stelt ook niet

16

veel voor als het aangezicht alleen onbedekt is. En dan is er nog de zeer uitgebreide psychosomatiek, waar wij als westerse artsen helemaal geen kaas van gegeten hebben in een voor ons vreemde cultuur. En ook de oorlogs-stress speelt een erg belangrijke rol.

Beiroet moet wel een unieke stad zijn in de wereld. Het duurt wel even eer je weet tot welke sekte of militie de gewapende mannen in het stadsbeeld behoren. Na een tijdje ken je de 'area's’ wel. De winkels worden meestal beschermd door zandzakjes of lege olievaten gevuld met zand. Originele fashion-zaken richten hun uitstalramen 'stijlvol' in met zandzakjes van verschillende modekleuren. Het verkeer is een volslagen chaos. Libanon is ook het land van de (gestolen) mercedessen. In heel West-Beiroet, een stad met een miljoen inwoners, is er geen enkel verkeerslicht. Verkeersregels zijn er onbestaande en wie de onze probeert na te leven is de klos. De meeste auto’s hebben geen spiegels, richtingwijzers, licht, plaat of uitlaat. Kruispunten zijn meestal geblokkeerd door toeterende mercedessen. Soms neemt een man van de militie het initiatief om het verkeer te regelen. Maar ze geven het meestal snel weer op. Ze schieten dikwijls in de lucht om hun aanwijzingen kracht bij te zetten. Soms ontaardt een opstopping in een heuse schietpartij. Ik heb pas mijn eerste Libanese rijervaring achter de rug met de ambulance, die tijdens de tiendaagse oorlog doorzeefd werd. Het enige geluk dat je hebt, is dat je in zo’n chaos onmogelijk snel kan rijden.

Alles heeft hier zijn militair tintje. Zelfs vissen in de Middellandse zee gebeurt door staven dynamiet in het water te gooien. De vissen die door de explosie boven komen drijven worden dan gewoon met een net opgevangen. Die explosies veroorzaken ook trommelvliesperforaties bij zwemmers en duikers in de buurt.

Als buitenlander wordt je in Beiroet voortdurend aangegaapt. 'American Bastard', klinkt het dan, waarop wij steeds reageren met 'NO, Belgium’. De meeste Libanezen zijn echter vriendelijk en vragen steeds wat we hier komen doen. Iets waar we om veiligheidsredenen zeer vaag over blijven.

Lief,
Vrijdag, 29 november '85.

Vanmiddag ben ik gaan eten bij Mahmoud, één van de jongens

17

die helpt met vertalen in de kliniek. Zijn vader is onderwijzer, een echte, je snuift zo de onderwijzersgeur op in die huishoudens. Hij is duidelijk één van de 'heiligen' in het kamp, zoals er veel zijn (in het kader van de Islam). Aan de muur hangt een enorm wandtapijt waarop Mekka en de Kasbah staan. De koran ligt open op een bankje. Na het eten gaat hij slapen, want hij staat steeds om drie uur op om in de moskee te bidden. Er zijn ook veel universitair geschoolden onder zijn kinderen. Ze zitten allemaal in de USA of Abu Dhabi. Mahmoud probeerde deze zomer naar Zweden te emigreren. Hij verbleef er vier weken, waarvan drie in de gevangenis. 'Het was goed in de Zweedse gevangenissen, want je kon er gebruik maken van video en bar’.

Gisteren ben ik op bezoek geweest in de UNWRA-kliniek. Allemaal Palestijns personeel in dienst, maar bij het eerste schot in het kamp of in de buurt van het kamp, sluiten ze daar onmiddellijk hun deuren. De arts is een 40-jarige pediater (Egyptische opleiding). In zijn kantoor lagen alleen een bloeddrukmeter en een tongspatel. Er ligt ook een blocnote met voorgedrukt 'Good for one injection Vit B complex. Signature'. Hij zit er dik tegen zijn zin. Zijn broer werkte in het Akka-hospitaal maar zit nu in Abu Dhabi. Daar wil hij ook zo snel mogelijk naartoe. Hij wilde enkel weten hoe je in België als pediater aan een job kon komen. Zijn ambities lagen hoog. Als ik zei, dat je daarvoor nogal wat wetenschappelijk werk gepubliceerd moest hebben, en dan nog de nodige relaties moest hebben, was hij verwonderd... over het eerste, want gewoonlijk hangt dit toch af van het aantal jaren dienst (hun gewoonten).

Dirk,
Vrijdag 6 december '85.

Gisteravond plots een flits rond 20 u. en dan een ontploffing recht boven ons hoofd hoog in de lucht. Mijn oren floten ervan. Het was een B 7 raket door Amal net boven het kamp afgevuurd. B 7 is de Russische versie van onze 'bazouka'. Eén van de zovele Amal-provocaties naar het kamp toe. Vorige week op één nacht drie granaten op drie verschillende hoeken van het kamp. Gelukkig zonder veel schade. Een PLO-eenheid had net een granaatwerper van Amal in het vizier. Ze lieten hem zijn gang gaan om geen escalatie uit te lokken. Op militair vlak zijn de Palestijnen zeer goed georganiseerd en gedisciplineerd. Iedereen weet

18

wel dat de Palestijnen vanaf de wieg commando zijn. De kinderen spelen met houten geweren. Nu de walkie-talkies in zijn, lopen ze ook met houten exemplaren daarvan rond. Vanaf 14 jaar leren ze hoe een Kalasjnikov (Russisch geweer) in elkaar zit, en hoe ermee om te gaan. Regelmatig trekken jongeren zich voor enkele maanden terug naar de Beekavallei of andere plaatsen voor een militaire opleiding. Ze hebben op 30-jarige leeftijd een heleboel oorlogservaring, weten precies hoe ze bepaalde types tanks moeten uitschakelen, hoe ze een voertuigenkonvooi moeten stilleggen, kennen taktiek enz. In het Bourj El Barajnehkamp, zo’n 25.000 inwoners, zitten dan ook een paar duizend gewapende mannen. (Zuigelingen en hoogbejaarden uitgesloten). Begrijpelijk dat Israël dergelijke kampen niet durfde binnen te vallen en zich beperkte tot moorddadige bombardementen. Begrijpelijk ook dat de Palestijnse fedayin militair beter zijn dan de Amal-soldaten en de andere milities. En toch zijn die jongeren niet fanatiek. Ze bluffen meestal niet over hun militaire exploten, ze snakken naar vrede.

Dirk,
Zaterdag 7 december '85.

We zijn in de kliniek begonnen met een klassement van onze patiënten. Zeer moeilijk want de oudere mensen weten meestal niet wanneer ze geboren zijn. Voelen ze zich ziek, dan zijn ze 70 jaar, gaat het beter op de volgende consultatie dan zijn ze maar 60 jaar en niet meer. Altijd ronde getallen. We hebben er soms zelfs die beweren dat ze de 120 gepasseerd zijn. En dan de namen. Eén grote warboel. Vaders worden genoemd naar hun oudste zoon, en omgekeerd. Idem voor de moeders. Ze hebben meestal ook verschillende eigen familienamen, waarvan de Engelse schrijfwijze nogal kan variëren: Katieb-Khatieb-Hatieb-Gatieb. En wij moeten dat alfabetisch kunnen klasseren. Opvallend is ook het aantal Libanezen in onze fichebak, en ook het aantal mannen dat als beroep ’fighter’ opgeeft.

19

Dirk,
Woensdag 11 december '85.

Lief werd telefonisch vanuit Chatila dringend opgeroepen om met Pauline (de pas toegekomen Britse chirurge) naar Chatila te komen. Ze vroeg of Marjan met de ambulance kon achternakomen. Omdat het al zo laat was, vroeg ik de PLO om via de radio te vragen of die ambulance nog nodig was. Ik ging daarom met Tare naar de zendpost van de PLO aan de andere kant van het kamp. We passeerden het Haifa-hospitaal, één van de smalle steegjes in, en dan plots een lichtflits, met een doffe knal gevolgd door een tweede explosie voor ons. Tare trekt me naar beneden. Onmiddellijk vuur van een machinegeweer op nog geen 30 meter van ons vandaan. Het was alsof je de kogels op de stenen voélde ketsen. Tare trok me al lopend naar het Haifa-hospitaal waar ik moest blijven tot alles weer rustig zou zijn. Dat was na een kwartier het geval. Amal bleek twee energa's (granaten tegen pantsers) in het kamp geschoten te hebben, vlakbij het PLO-kantoor. Een zoveelste provocatie, waaraan ik nauwelijks ontsnapte. Uren nadien spookte het nog door mijn hoofd wat er zou gebeurd zijn als we 20 seconden vroeger naar het PLO-kantoor zouden gegaan zijn. De granaten sloegen op precies dertig meter van ons in, in hetzelfde steegje. Al goed dat die straatjes hier alle 10 meter kronkelen. Er werd gelukkig niemand geraakt.

Dirk,
Zondag 16 december '85.

Vandaag aten we samen met Dr. Khaled, een Palestijns arts die van wacht is. (Briefpapier ligt vol kaarswasvlekken met opmerking Dirk: 'De electriciteit is hier weer uitgevallen. Ik schrijf verder bij een kaars'). Dr. Khaled werd tijdens de Israëlische invasie in '82 door de zionisten gearresteerd. Hij vertelde over zijn gevangenschap, afschuwelijk. Hij vroeg of er enig verschil is tussen wat de zionisten de Palestijnen aandoen en wat de nazi's met de joden deden. Hijzelf heeft ook een periode vernederingen en folteringen, zelfs met electriciteit, moeten doorstaan. En dan werd hij tot kampdokter aangesteld door de Israëli. Hij vertelde van een Palestijnse gevangene die een 15 cm grote zwerende, necro-

20

tische wonde op zijn rug had door folteringen met gloeiende staven. Hij moest van de Israëliërs de wonde verzorgen en de necrotische stukken wegsnijden. Hij mocht echter geen algemene verdoving geven. Hij kreeg 2cc. Xylocaine voor lokale verdoving. Dan kwam de Israëlische kampofficier sadistisch vragen of hij een idee had waar de jongen zo'n zweer kon opgedaan hebben.

Pessimisme is een groot probleem. Veel jongeren die reeds sinds de kampoorlogen in de kampen opgesloten zitten, krijgen echte depressies. Ze zien hun toekomst in die getto’s niet meer zitten en ze proberen veelal naar West-Europa en USA uit te wijken om er te studeren. Ze klampen ons voortdurend aan of we hun niet aan een studieplaats kunnen helpen, of ze proberen aan werk te komen in de Golfstaten. Maar 90% lukt daar niet in. Ze betalen tot 30.000 Bfr. voor een paspoort, meestal zonder succes. Over studeren in de Oostbloklanden zijn ze echter niet zo enthousiast, al zijn er daar officiële studieplaatsen voor de PLO. Met die diploma’s kom je in Libanon of in de Arabische wereld veel moeilijker aan werk. En dan is er nog het verschil tussen degenen die zeggen dat ze gaan studeren in het buitenland om nadien de Palestijnse zaak beter te kunnen dienen, en degenen die ronduit verklaren dat het voor hen een vlucht is. Wel begrijpelijk, als je ziet tegen welk een 'lijden' die mensen hier aankijken. Je moet verdomd al over een zeer diep revolutionair inzicht en erg sterke moraal beschikken om de zaken hier anders te benaderen. En zo zijn er ook mensen hier, veel talrijker dan ik eerst dacht.

Een service-chauffeur die vroeg wat ik in Beiroet kwam doen, antwoordde me: 'Libanon heeft veel meer nood aan mensen met gezond verstand dan aan dokters’, en op dat moment passeerde een kolonne van Amal met jeeps en van die open Echte vrachtwagens waarop ze zwaar mitrailleurgeschut installeren. Ze noemen dat hier ‘Waterskiers’. Hij zei ook nog ‘de enige technologie die wij hier nog hebben zijn wapens. We bouwen onze know how hier op rond automatische wapens' en op dat moment was er in de buurt een zware ontploffing waarvan de ramen trilden. Een andere chauffeur die ons naar de Belgische ambassade in de bergen voorbij Oost-Beiroet bracht: 'Libanon is een prachtig land. Maar we hebben twee slechte buren: Syrië en Israël', terwijl hij wees op de prachtige heuvellandschappen.

21

Lief,
Maandag 21 december '85.

Vandaag nog maar eens tot het pijnlijke besef gekomen dat alles wat ik hier zeg en doe in het hele kamp geweten is. Zo vertelde iemand dat ik hier twee nachten geleden om 24 uur voor een gesloten deur van de kliniek heb gestaan. We leven met ongeveer 8 mensen op twee kamers en een keuken. Geen privacy, geen mogelijkheden om eens rustig met iemand te praten. Met Dirk heb ik als enige privacy onze Nederlandse taal. Bovendien is het hier nu erg koud. Er is geen verwarming. Zo vertelde Ahmed ook dat ik iemand een visum zou beloofd hebben. In feite had hij een flard gehoord van een heel gesprek met iemand die via mij probeerde uit het kamp en uit Libanon weg te raken. Ik zei hem dat hij daarvoor niet mij, maar wel een visum zou nodig hebben. Chatila is erg klein, je zit er met een hoop mensen op mekaar en de roddels gaan snel. Toch voel ik me goed hier, want de respons van de mensen is groot.

Lief,
Vrijdag 27 december '85.

Eergisteren ben ik met Ben en An op bezoek geweest bij Olfad, voor een etentje. Zij is een PRCS-verpleegster. die werkt in het Haiffa-hospitaal. Ze heeft ons een beetje over haar leven verteld, erg interessant. Hier een paar fragmenten: ze werkte als staffnurse bij PRCS tijdens de Israëlische invasie van 1982. Ze heeft met eigen ogen gezien hoe de Israëli tijdens de belegering van Beiroet 'vacuumbommen' gooiden op buildings van tien verdiepingen hoog. Deze bommen veroorzaken een implosie van het gebouw omdat ze de luchtdruk plots wegnemen. De gebouwen worden erdoor omhooggezogen en storten dan letterlijk in elkaar. Zo worden ook de kelders waarin de burgerbevolking schuilt getroffen. Deze vacuumbommen werden door de USA ontwikkeld en door Israël voor 't eerst 'life' geëxperimenteerd in Beiroet. De tuigen werden speciaal ontwikkeld voor stadsoorlogen. De USA was zo hypocriet dat ze de levering van de bommen tijdens het beleg van Beiroet stopzette. Er was overeengekomen dat Israël deze vacuumbommen alleen als ultiem zelfverdedigingswapen (?) zou gebruiken. Mijns inziens kan dat voor zo'n wapen per definitie niet. Wanneer de Israëlische voorraden va-

22

cuumbommen begon op te geraken, was de belegering van Beiroet ten einde en werden de leveringen door de USA rustig hervat.

Ze had het ook over ‘cluster-bommen'. Nog iets nieuws: één moederbom verspreidt ongeveer 400 kleine dochterbommen, ter grootte van een zaklampbatterijtje. Ze ontploffen niet onmiddellijk maar doen dienst als mijnen. We hebben hier in onze kliniek ook nog patiënten, die verzorgd moeten worden omwille van verwondingen door die cluster-bommen, nu drie jaar geleden.

Dan zijn er nog de ' toy-bommen': de Zionisten wierpen kleine speeltuigjes af, die in feite bommen waren, popjes die je met een sleutel moest opdraaien, uurwerken, tubes tandpasta, die bij het hanteren exploderen. Olfad vertelde van een kind van drie jaar dat zo'n popje vond in het kamp en ermee naar haar zwangere moeder liep. Ze draaide aan het sleuteltje: het kind was dood en de beide benen van de moeder waren verbrijzeld. Olfad was de eerste die er na dit 'ongeval', of moeten we hier spreken van 'aanslag', als medicus bijgeroepen werd. Ik herinner me nog dat de AIB over die speelgoedbommen schreef in een artikel van 'Internationale Solidariteit' maar dat me dat toen als 'overdreven' voorkwam. Geloof me... het is echter WAAR!

Tijdens de invasie van 1982 werd Bourj El Barasjneh gebombardeerd met 'napalm'. Zo werden onder meer 40 mensen verbrand met napalm dat wellicht door een ventilatieopening in een schuilkelder binnengeraakt was.

Het is op zo'n momenten dat je hier uiteraard medisch geschoold personeel tekort komt. De oorlogstuigen van de Israëli hebben allemaal een ding gemeen. Ze zijn erop gericht om zoveel mogelijk mensen - militairen en burgers - te doden of te verminken, zelfs kinderen. Olfad zei dat ze in 1982 getroffen was door de vriendelijkheid van de Israëlische soldaten tegenover de Palestijnse kinderen toen ze destijds in Sidon werkte. Ze kon amper geloven dat de leiders van die soldaten een luchtmacht hadden die speciale moordtuigen dropte om diezelfde kinderen te vermoorden of te verminken.

Dr. Rafad is een Palestijns chirurg die in Roemenië gestudeerd heeft. Hij is er ook getrouwd met een Roemeense. Hij is tegen de wil van zijn familie in naar de kampen komen werken. Hij leeft nu in absolute onmin met die familie, want die had hem ook liever geld zien verdienen in één of ander Arabisch land. Zijn vrouw werkt als vroedvrouw in het Akka-hospitaal. Hij zelf reorganiseert het verwoeste Gaza-hospitaal.

23

Imad, één van de vrienden van onze kliniek, die zopas een kidnapping door Amal overleefde, is net afgereisd naar Abu Dabih. Hij had van een oom daar een visum en werkvergunning gekregen. Hij wou eigenlijk zelf niet gaan, maar werd door zijn moeder emotioneel flink onder druk gezet om het toch te doen. Hij zei: 'My brain says no, but my heart says 'you must’. Ongelooflijk wat een invloed die familiebanden hier hebben.

Ik kom zo net terug van Ahmed, die me dagelijks Arabische les geeft. Hij woont op een tweede verdieping met zijn familie. Op het gelijkvloers wonen zijn ouders met de andere broers en zusters. Dat is de typische Palestijnse situatie. Als je huwt, bouw je meteen een verdieping boven op het ouderlijk huis. Als er een generatie Palestijnen huwt, verhoogt het kamp dus met één verdieping.

Het is nu 23u30. We zijn stilaan moe aan ’t worden. Er wordt momenteel weer duchtig over en 't weer geschoten aan de greenline. Al de hanen van het kamp kraaien tegen mekaar op. Door al dat geschiet op de achtergrond zijn deze beestjes elke notie van tijd verloren. Rond nieuwjaar worden er opnieuw inter-Palestijnse conflicten verwacht, vooral in Chatila. De eerste januari is immers de feestdag van Fatah.

24

3. Chatila - Inhoud

Lief,
Woensdag 1 januari '86.

Vorige week waren er al gewapende incidenten tussen het reddingsfront (de anti-Arafat fractie binnen de Palestijnen) en de PLO in Chatila. Om die reden heeft de PLO vanuit Tunis de opdracht gegeven om openlijke vieringen van de feestdag van de PLO op 1 januari af te lasten. Amal had ook gedreigd met oorlog, indien de PLO terug openlijk politieke festiviteiten in het kamp zou organiseren. De PLO mensen hielden zich aan de aflasting omdat ze kost wat kost inter-Palestijnse gevechten willen vermijden. Het reddingsfront maakte daarentegen van de viering één grote provocatie die door het gedisciplineerd gedrag van de PLO'ers niet werd beantwoord. In Chatila was er zelfs een gezamenlijke meeting van het reddingsfront en Amal! Het reddingsfront versterkt zijn banden met Amal, schandalig want tot vandaag ligt Amal in conflict met de Palestijnen. In de loop van de dag begon er echter een spontane manifestatie van honderden kinderen in Chatila die met zelf gemaakte trommels door de straten trokken en riepen 'leve Abu Amar’ (leve Yasser Arafat). Daar kon niets tegen gedaan worden. In feite was dit de eerste openlijke uiting van de politieke 'come-back' van de PLO sinds de Rhamadan-oorlog, toen de PLO onder Syrische en Amal druk ondergronds ging werken in de kampen. De wederopbouw van het kamp die eigenlijk bijna uitsluitend door de PLO gebeurt, en de herbewapening van het kamp waren andere tekenen van een stevige 'come-back' van de PLO in de Beiroetse kampen. Zelfs

25

kaders van het reddingsfront vertrouwen ons stilletjes toe dat ze Yasser Arafat in hun hart dragen, maar dat ze dat om veiligheidsredenen nu niet kunnen uiten.

Dirk en ik bezochten Salah van de PLO. Zijn huis ligt aan de rand van het kamp. Plots een ontploffing en geratel van een machinegeweer. Dirk en ik snellen naar de PRCS-kliniek. Vrijdag zat ik immers in datzelfde huis voor meer dan een half uur vast omdat de straat onder vuur stond. Terwijl we naar de kliniek liepen, werd het geschut alsmaar erger en omdat Chatila zo klein is, lijkt het altijd of ze naast je oren schieten. In de kliniek werd alles in gereedheid gebracht om de gewonden te verzorgen. De Palestijnen zijn dat daar zo gewend dat er geen greintje paniek te bespeuren viel, wat ook ons gerust stelde. Gedurende anderhalf uur lag Chatila onder continu geschut van machinegeweervuur, en met af en toe inslagen van granaten. Je hoort de kogels over de daken fluiten. Tientallen fedayins lopen dan door de straten om hun posities in te nemen, tot de tanden gewapend. Bij sommigen lijkt het wel of ze een doedelzak dragen: een kalashnikov om de ene schouder, een M16 (Amerikaans geweer) rond de andere, granaten rond de lende. Twee van hen lopen de kliniek binnen voor paracetamol tegen de hoofdpijn (!), waarna ze door de smalle steegjes terugrennen naar hun posities. Ze proberen het vuur van Amal niet te beantwoorden, dan houdt het trouwens het snelst op.

Um Ali is de werkvrouw van de kliniek van Chatila. Tijdens de beschietingen maakt ze voor ons eten klaar. Sommige fedayin komen tussendoor ook een hap nuttigen met alle materiaal om hun nek. Um Ali zegt dat ze van me houdt als van haar eigen dochter. Ze zegt dat ik een sterke vrouw ben. Um Ali ook. Ze werd in '82 door de Kataeeb (de falangistische militie) beschoten terwijl ze een waterkruik op haar hoofd droeg. De Kataeeb vond het plezierig om die kruik te doorzeven. Maar zij liep gewoon verder. Dan veel tranen... Haar twee zoons werden in Tal Al Zaatar in '76 vermoord door de falangisten. Ze hield zoveel van hen.

Gelukkig vielen bij deze beschieting geen gewonden. Zo lijkt al dat geschiet wel op één of andere sport. We hoorden net op de BBC dat er in België wapenopslagplaatsen gevonden waren voor een mogelijke aanslag op El Al te Brussel. Ja, die aanslagen in Rome en Wenen hebben veel opschudding verwekt in de kampen. Ieder die ik erover sprak, is ertegen. Men is ervan overtuigd dat het allemaal het werk is van Abu Nidal, die niet bepaald populair is bij de Palestijnen hier -misschien op enkele uitzonde-

26

ringen na. De Israëlische pers is weer schandalig. Ze proberen weer de PLO nog meer in diskrediet te brengen. Hoewel het zeer duidelijk is dat deze aanslagen precies TEGEN de PLO gericht 'Zijn. Italië en Oostenrijk zijn de twee landen waarmee de PLO in West-Europa de beste relaties heeft. Er wordt natuurlijk gevreesd voor revanches van Israël. Er werd ook op de BBC verteld dat één van de daders uit Chatila zou komen. Dr. Gianou heeft uit voorzorg in Chatila al een Rode Kruisvlag aangebracht op het dak van de kliniek. Zo zal het voor de wereldopinie duidelijker zijn dat als Israël bombardeert het geen hospitalen en burgers «paart.

Wanneer we gisteren een bezoek brachten aan het centrum Beit Atfal Somoud zongen een vijftigtal weeskinderen voor ons. Plots twee enorme doffe klappen. Alles daverde. Nog maar eens doorbrak de Israëlische luchtmacht vlak boven Beiroet en de kampen de geluidsmuur om de mensen te intimideren. De situatie voor de volgende weken is onduidelijk. Wat gaat het akkoord tussen de drie partijen (Amal, PSP en pro Syrische Falangisten) voor gevolg hebben voor de kampen? Wat gaat Israël doen in het zuiden ? Vandaag werden in het zuiden felle gevechten gemeld tus- »en moslim-milities en de SLA, de militie die Israël helpt in haar bezetting van Zuid-Libanon, een overblijfsel van de Israëlische handlangers van wijlen majoord Haddad.

Dirk,
Donderdag 2 januari '86.

Net twee noodoproepen in onze kliniek. Een kind dat op zijn mon i gevallen is, en een ander dat in nieuwjaarsstemming een fles wijn leegdronk. De vader kwam vragen of het kind nu vergiftigd was, moslims mogen immers geen alcohol drinken.

Sinds de ondertekening van het driepartijenakkoord (*) is de militaire aanwezigheid in Beiroet fel opgedreven: massale patrouilles van pantserwagens van het Libanese leger, met rupsbanden rijden ze de straten stuk. Er is zelfs geüniformeerde politie die het verkeer regelt en als toppunt zag ik zo’n agent boetebonnen uitschrijven voor fout geparkeerde auto's (allemaal). Surrealisme in Beiroet. Lief en ik hebben oudejaar doorgebracht in Chatila bij PLO-fedayin. Om 23 uur werd ik misselijk en moest ik in bed. Om 24 uur werd er massaal in de lucht geschoten voor

27

het nieuwe jaar, en ik begon te braken en kreeg spuitende diarhee.

Lief,
Maandag 6 januari '86.

Gisteravond rond halfacht braken er plots gevechten uit. Het begon met een provocatie van Amal die granaten in het kamp schoten. We namen het niet ernstig en bleven verder eten. Toch hoorden we plots de mensen naar onze kliniek lopen met het geroep dat fedayin X gewond zou zijn. Het bleek maar een echte wonde. Een vrouw van 25 jaar was echter door een sluipschutter met een hoge snelheidskogel in de rug geschoten. Haar ingewanden puilden dan ook uit, maar ze verloor niet veel bloed. We staken een infuus en verbonden de open wonde. Ze hield zich goed en we konden haar met de ambulance naar het hospitaal vervoeren. Daartoe moest het kamp-comité echter wel om een staakt het vuren vragen aan Amal. Maar de ambulance is momenteel gewoon een grote auto, zonder zwaailichten —die werken niet— of toeter. Ik moest rijden, maar mijn begeleider wist de weg niet al te best en hij werd zenuwachtig. Hij begon voortdurend commentaar te geven op mijn rijstijl, waardoor ik zelf maar op het nippertje een ongeval kon vermijden. Ik had er mijn buik van vol en zei dat dan ook in een spontane opwelling tegen Dr. Gianou. Die organiseerde samen met Ah Abu Toq, de PLO-leider van Chatila, een open kritiek bijeenkomst waar mijn begeleider zijn gedrag kon komen rechtvaardigen. De deur stond open en er kwamen heel wat mensen luisteren. Besluit: er was geen reden om mij uit te schelden, het licht en de toeter worden prioritair hersteld. Vandaag heb ik dan weer iemand met die ambulance vervoerd. Als 'asjnabië' of vreemdeling kan ik hier dus wel nuttig werk doen. (...) Je ziet hier ook veel depressies 'because no future'. Dat gaat met ups en downs. Sommigen zien natuurlijk in mij een mogelijkheid om dat uitzichtloze leven te veranderen. Ik heb het daar zelf soms nogal moeilijk mee, te gevoelig voor zulke situaties. Maar een asjnabië’ kan geen oplossing geven.

28

Dirk,
Donderdag 13 januari '86.

Ik vertrok om 12u30 met een service naar Chatila, maar werd bij de kampuitgang door een kereltje van 15 jaar van Amal gecontroleerd. Hij nam daarvoor het geweer van een soldaat van het 'ISF' om zo wat meer gezag te hebben. Een andere snotaap onderbrak met de mededeling dat ik een dokter van bij de Palestijnen was. De soldaat vroeg dan of zijn doosje 'valium' pillen van Roche nog goed was. Ik was geen vijf minuten weg of Amal wierp een handgranaat naar de broer van Nasser, die we dagelijks verzorgen voor een ernstige beenderontsteking. Dan volgde een half uur schieten. De straat Lep leeg, de winkels werden gebarricadeerd. De meeste schotwonden lijken echter eerder het gevolg van accidentale schietpartijen of ordinaire ruzies. Wel begrijpelijk als je weet dat in BEB enkele duizenden gewapende mannen en vrouwen op mekaar gepakt zitten op een oppervlakte van hooguit een vierkante kilometer. Haifa krijgt om de andere dag iemand met een schotwonde binnen. Gisteren in onze kliniek nog iemand die door zijn eigen broer in het been geschoten was. Ruzies en verveling spelen de mensen, vooral de jongeren In BEB nogal eens parten. Gisteren kwam ik terecht in een 'club': 'Ras Negro of negerhoofdjes’. In Nederland populair als moorkoppen, bij ons eerder als 'negerinnentieten'. Die zijn in Beiroet verpakt in zilverpapier dat aan de muur van de club opgehangen wordt. Nog wat rood schemerlicht en een ideale sfeer voor een tiental jongeren, die er dag en nacht hasj roken. Hasj is dan ook erg goedkoop en een produkt van Libanese bodem (rond Baalbek is hennep de hoofdteelt). Een taxichauffeur vertelde me ooit dat hij regelmatig in 'Holland' kwam voor 'business'. Hij deed in 'powder'. Melkpoeder dacht Ben onmiddellijk met het oog op de Nederlandse melkveestapel. ‘Not milkpowder, coke-powder' antwoordde de chauffeur. Ik dacht in mijn naïviteit nog even aan de uitvoer van kokosmeet Ben had vlugger door dat het om iets hallucinerender ging. Drug- en wapentrafiek zijn de belangrijkste economische sectoren in Libanon. Niet alleen de christenen, (naar ook de Syriërs handelen in drugs en wapens. Drug-export wordt jaarlijks op een biljoen geschat.

De wapenprijzen zijn ook zeer goed gekend. Dure, lichte wapens zijn de M16 (USA): 3.000; ook de Fall (FN België). Het FN-pistool is zeer gegeerd en kost 1.500. Goedkoper maar ook wat minder van kwaliteit zijn de Kalasjnikof (USSR): 2.200 en de Tsjechische pistolen: 7.800. In Libanon besef je pas goed dat de

29

macht uit de loop van het geweer komt. In de totale chaos hier vinden vermelde handelsverrichtingen een goede voedingsbodem. Alles is hier corrupt en alles is te koop: visa voor medische vrijwilligers kosten zo’n 10.000, medische diploma's zijn te koop. Dalia, verpleegster in Haifa, vroeg Pauline om hulp, ze wilde in Londen voor arts gaan studeren. Pauline vroeg haar of ze haar secundaire studies gedaan had. Nee, maar ze dacht er dit jaar wel mee klaar te komen. Studeer je dan nog, terwijl je hier werkt? Neen, maar dit jaar heb ik genoeg geld om een diploma te kopen!!!

Palestijnen betalen 12.000 voor een simpel paspoort om te kunnen reizen. Ook bij de Palestijnen bestaat het principe van de bruidsschat. Om met een vrouw te kunnen huwen, moet je in het kamp momenteel rond de 12.000 betalen. De man betaalt dit bedrag aan zijn toekomstige schoonvader. Als de vrouw de verloving verbreekt, moet dit bedrag plus alle kosten van kleding, meubelen, feesten enz., die tijdens de verlovingsperiode gemaakt werden, terugbetaald worden. En dat loopt al snel op tot 10.000. Dus hier is alles te koop. Ben gaat daarom zijn rijbewijs ook kopen: 5-6.00. De Nederlandse wet voorziet immers dat wie langer dan 6 maanden in het buitenland vertoefd heeft, daar een rijbewijs mag behalen dat ook in Nederland geldig is. Ben heeft intussen na zijn avontuur tijdens de eerste rijles, de trainingen hervat. Het gaat al aardig. Wees maar zeker, dat je als je in Beiroet kan rijden: zonder richtingwijzers, zonder lichten, zonder toeter, zonder spiegels, in een waanzinnige verkeerschaos je zeker voldoende training als chauffeur hebt gehad.

Amal heeft het Franse stel fysiotherapeuten het land uitgezet, zogezegd omdat het haar centrum wil sluiten met het oog op een komende oorlog met de christelijke milities. Waarschijnlijk zal die er niet meer komen, want ik las net in het dagblad L'orient Le Jour' dat 'le pape Jean-Paul II' twee duiven heeft gelost op het St. Pietersplein opdat er vrede zou komen in Libanon, en opdat de christelijke broeders weer verenigd zouden mogen worden. Ze schieten mekaar hier namelijk kapot. Toegegeven, de paus is alleszins zachtaardiger dan Khomeini, die een bul heeft uitgevaardigd waarbij iedereen uit de moslim-gemeenschap verbannen wordt die verantwoordelijk is voor het vloeien van één druppel moslimbloed.

Nu is het voor ons onmogelijk om geneesmiddelen van het PRCS te krijgen. Ik moet nu met Belgisch geld zelf mijn aankopen gaan doen, de farmaceutische markt hier afschuimen en de prijzen

30

Van de medicijnen vergelijken. Dat beïnvloedt uiteraard sterk mijn voorschrijf gedrag. Een fles antibiotica is hier bijvoorbeeld Veel goedkoper dan hoestsiroop (35 fr.). Ventolin puffers uit België kosten 85 fr. De Belgische prijzen staan er nog op: 'B 196 BF.'. Toch zijn de prijzen hier vorig jaar enorm gestegen. Tussen de 60 en de 110% volgens sommigen. Met de gestegen petroleumprij- «en in Libanon verwacht men nog een stijging van 25%. Het leven is hier nu even duur als in België, wat met de lonen hier een ramp is. Nog cijfers over '85: 375 auto’s gestolen (aangegeven) en 37 teruggevonden.

Dirk,
dinsdag 14 januari '86.

Een voorbeeld van de spanning ook in het kamp: ik moest een spuit fortal geven aan een oudje dat zich verschrikkelijk verbrand heeft. Het rolde tijdens het slapen tegen een houtskoolvuur. Hij zit daar de hele dag op een matje tussen de zakken cement, wisselt nooit van kleren en wast zich wellicht nooit, 's Nachts wordt het gat in de brikkenmuur afgesloten door de zoon met een stuk vezelplaat. Hij woont er boven met zijn kinderen, die allemaal schurft hebben. Om 21u30 kan ik weg om die spuit te geven, ik klop op de vezelplaat. Daar begint dat oudje kabaal te maken en te roepen. Gevolg: de zoon in vol ornaat kalasjnikov en handgranaten in aanslag naar beneden. Ik had nochtans gezegd dat ik laat zou komen.

Dirk,
Woensdag 15 januari '86.

De Syrische veiligheidsdiensten zitten waarschijnlijk achter ons aan! Het is nog niet duidelijk waarom. De Syriërs zitten met onze aanwezigheid waarschijnlijk in hun maag. Een steen in het roet voor hun toekomstplannen. Lief heeft van Ah Abu Toq, de PLO-verantwoordelijke, opdracht gekregen Chatila niet meer te verlaten. Het zou ook kunnen dat ze het op Marjan gemunt hebben, want die reist voortdurend heen en weer tussen de kampen in heel het land. We zijn het precies aan het uitzoeken. De hypothese die ik al van het begin van ons verblijf had, zou nog kunnen

31

uitkomen: dat we via Damascus, of als het in het zuiden uit de hand loopt via Tel Aviv naar België terug moeten. Voor Lief een erg vervelende zaak, want ze was net bezig met het uitbouwen van preventieve centra in de wijken rond Beiroet, waar nog eens duizenden Palestijnen wonen, die uit de kampen gevlucht zijn en geen enkele voorziening hebben. Ik ga vanavond naar Chatila en zal daar voorlopig proberen te blijven. Vanavond na verschillende hevige gevechten in Oost-Beiroet is daar een wapenstilstand afgesloten: Hobeika heeft verloren en is gevlucht. Wat nu? Het 'driepartijenakkoord' is opgeblazen. Een nieuwe burgeroorlog? Nieuwe Syrische interventie? Maar dan valt Israël ongetwijfeld binnen.

Toen we naar Chatila reden, zagen we op de viadukt hoe Oost- Beiroet brandt. Dikke zwarte rook stijgt op uit de petroleumhaven Dora. In West-Beiroet zitten de mensen op de daken naar de vlammen en de rook te kijken. Hier wordt flink gehamsterd, want heel wat goederen komen normaal via de haven van Oost- Beiroet binnen. De zus van één van onze patiënten kwam gisteren aan uit Abu Dabih. Haar Palestijnse vriend, die met haar in het vliegtuig zat, werd door de Syrische geheime dienst grondig gecontroleerd. Alle brieven voor tientallen familieleden en vrienden werden één voor één geopend en gecontroleerd door de Syriërs.

Dirk,
Zaterdag 18 januari '86.

Ik heb vanmiddag geprobeerd naar België te bellen. Het is niet gelukt. Jammer want ik had er echt behoefte aan. Gelukkig kwam Marjan opduiken met al die brieven. We kunnen nu op twee plaatsen in de Frontstreet naar België bellen, erg goedkoop: 450 fr. voor 10 minuten. In Mayflower vragen ze 240 fr. per minuut met een minimum van drie minuten. Het zijn hier zo’n soort zwarte telefoonlijnen waarmee Palestijnen naar hun familie in het buitenland bellen. Maar het is erg moeilijk om verbinding te krijgen, en dan nog liefst met het correcte nummer. De eerste keer kwamen we terecht bij de familie 'Bresselaars' ergens in Vlaanderen. Prima lijn, maar verkeerd verbonden. De tweede keer bij Frans sprekenden, en de derde keer werd niet opgenomen. Nu, ja, ’t was bij jullie ook zaterdagmiddag. Jammer natuurlijk, maar gelukkig moest ik voor de twee foute verbindin-

32

gen niet betalen. Misschien tikt de telefonist wel foute nummers in, want onze 'arabische cijfers' zijn wel heel anders dan de cijfers van de Arabieren.

Lief heeft het moeilijk, één van haar beste vrienden in Chatila, Nasser, is doodgeschoten.

Lief,
Zondag 19 januari '86.

De reden dat ik het kamp niet uit kan, blijkt samen te hangen met mijn 'Europees gedrag'. Joviaal gedrag in het kamp, dat in België goed geadapteerd is, kan hier evenwel fout geïnterpreteerd worden. Er zou namelijk iemand van de Syrische intelligentie zijn die mij als vrouw wil hebben. Het is hier erg moeilijk om als vrouw een onafhankelijke positie in te nemen, een beroep te hebben zoals ik. De meeste vrouwen hier houden zich dus op de vlakte. Het is immers niet makkelijk in deze maatschappij een positie te bekleden en de regels van het vrouw-zijn hier te respecteren. Sommigen redeneren hier erg simplistisch: een vrouw die zo werkt en leeft, gescheiden van Dirk, wel vier op zeven nachten, geen ring draagt, bepaalde gevoelens uit tegenover andere mannen, bijvoorbeeld medelijden toont, iemand daarbij in de ogen kijken, betekent uitnodiging, wordt zeker als Europese, dikwijls beschouwd als makkelijk te krijgen. Mijn stappen zijn hier dus beperkt. Voorlopig kan ik zelfs geen huisbezoeken doen, en als ik op straat kom, moet ik me zeer bescheiden opstellen, zoals elke Palestijnse vrouw.

Dirk,
Maandag 20 januari '86.

De dubbelspionnen van het veiligheidscomité van Chatila doen hun werk degelijk. Dinsdag wist men al welke spion van de Syriërs verantwoordelijk was voor de problemen van Lief en ook dat het helemaal geen initiatief van hogerhand was geweest, maar geïnspireerd was door eigen behoefte. Ah abu Toq en het comité zeiden toen dat ik in Chatila moest wonen bij Lief, dat we namen moesten werken en leven en alles samen doen, zodat de

33

fedayin, de Syriërs en het hele kamp ingeprent wordt dat Lief geen 'vrije vrouw' meer is en dat wij getrouwd zijn. We moeten nu allebei trouwringen dragen. Dat hebben we deze week ook zo gedaan.

We gaan nu overal thee drinken en Lief stelt mij aan iedereen voor als haar man, speciaal in de buurt van het Saika-bureau (de Syrische geheime dienst). We zijn op 11 september getrouwd en dus kunnen we nog geen kinderen hebben. Dat was ook trouwens de eerste weken al een probleem in BEB, waar voortdurend gevraagd werd naar 'Baby, baby?’. Blijft natuurlijk dat ze ook wel zien dat Lief na vier maanden huwelijk nog steeds niet zwanger is! De PLO is er vrij gerust in dat deze problemen nu uit de weg zijn geruimd.

Dirk,
Dinsdag 21 januari '86.

Nog een goede anekdote om Naoush, de militaire verantwoordelijke van de Fatah-dissidenten, die zelf zegt Arafat in zijn hart te dragen maar door omstandigheden bij Abu Moussa georganiseerd is. Hij heeft een gouden hart, maar is eigenlijk een barbaar. Hij kwam vrijdag binnen met 'Naoush... kuch, kuch' en hij wijst naar zijn anus. An komt me vertellen dat hij spuitende diaree heeft. Ik zeg dan hem twee Immodium te geven. Maar achteraf komt hij terug: pijn aan de anus door constipatie. Dus een totale verkeerde behandeling gegeven. Pas ’s anderendaags is zijn pijn zo erg dat hij toestaat dat er gekeken werd. Natuurlijk een kanjer van uitwendige getromboseerde speenknobbel. Dus werd het Naoush, ’Amalie', of operatie, trouwens hetzelfde woord gebruiken ze voor 'terroristische acties'. Hij op armen en knieën op de tafel. Plots springt hij recht de tafel af en stormt naar de deur. Hij rukt ze open en natuurlijk staan daar zijn kameraden door het sleutelgat te gluren. Hij lost het probleem op door het sleutelgat op te stoppen met watten. Hij weer op de tafel, tot ik de spuit met xylocaïne neem: ‘Maffi, mafi’, 'Geen, geen, pijn, pijn!'. Dus hij wou geen spuit. Dan maar zonder verdoving. Natuurlijk draait hij bij de eerste insnede bijna weg. Ik zeg hem 'hou het nog vijf minuten vol'. Hij richt zich op, neemt zijn broek en spurt de kliniek uit, de anus bloedend van de incisie, het zijn me de kerels wel die Fedayin. Soms echte barbaren met heel wat oorlogservaring, gevangen gezeten, gefolterd, gewond geraakt en bang als

34

een wezel van een injectienaald. Wellicht het gevolg van de liefde van de Arabische artsen voor de spuit!

Dirk,
Zondag 26 januari '86.

Gisteren nog een uur sluipschuttersvuur, geen gewonden aan Palestijnse zijde. Toen Marjan de ambulance binnenreed, werd ze tegengehouden door de check-points, die vroegen of ze een Belgische dokter was en beweerden dat ze wapens vervoerde. Zij antwoordde dat ze dit nooit deed en trok demonstratief het handschoenkastje open: er rolt een kogel uit! Zij wordt bleek en slaat het kastje snel dicht, maar de kogel was intussen tussen de scharnieren gerold. Je kan je voorstellen. Toch merkten de controleurs niets. Nu had Lief een paar weken terug met een Palestijn in de ambulance rondgereden die plots zei dat hij nog een kogel in zijn zak had zitten. Lief zei hem toen: 'Gooi maar snel in het handschoenkastje'. Volgende week zouden alle check-points rond Chatila worden teruggetrokken. We zitten zeker nog een tijdje in dit kamp vast.

35

4. De vierdaagse oorlog - Inhoud

Dirk,
dinsdag 28 januari '86.

In 14u30 verlaat ik BEB voor Chatila. An merkt op dat het niet goed is dat ik niet meer in BEB blijf slapen. Gisteravond waren er nog 6 spoedgevallen komen aankloppen, die ze heeft moeten doorverwijzen naar het Haifa-hospitaal. Bovendien zegt ze, stel dat er een nieuwe kampoorlog uitbreekt, dan zit ik hier alleen en Lien is in Rashedië. Ik antwoord dat zo'n kampoorlog wel uiterst onwaarschijnlijk is, omdat Amal nu al verplicht werd Palestijnse hulp te vragen voor het geval de burgeroorlog tussen Oosten West-Beiroet opflakkert. Om 15 u. laat het check-point van de Internal Security Forces, dat me ondertussen begint te kennen, mij passeren met de opmerking: 'Hoe gaat het? En wees voorzichtig, dokter'. In de Sabrastraat is een ongewone verzameling van Amal-jongens zo druk met elkaar in gesprek dat ik ongezien kan passeren. Lief is aan het werk in haar centrum. Ah, de gezondheidsinspecteur, vult de flessen benzylbenzoaat om de scabies- epidemie in het kamp in te dijken. Ik schrijf verder aan mijn medisch rapport. De zon schijnt en kinderen, net uit de school, reageren zich af in de relatief brede straat voor het preventiecenter.

16u45. Plots een zware ontploffing waarbij de ruiten van het centrum rammelen. Daarop talrijke salvo’s van machinegeweren, onophoudelijk lawaai van inslaande kogels. Geroep en gehuil van kinderen. Het schieten houdt te lang aan om een banaal incident te kunnen zijn. Bovendien is het nog volop daglicht. Dit is

37

ongewoon. We besluiten alles te laten liggen en naar de PRCS-kliniek te lopen. In paniek lopen de mensen naar hun huizen, zoeken moeders hun kinderen, waarvan sommigen het gevaar niet eens beseffen en gewoon verder spelen. In Europa zouden we zeggen dat kinderen het gevaar van het drukke autoverkeer niet beseffen. Mannen en ook jongens rennen naar huis voor hun wapens. We gaan via een omweg door het labyrint van straatjes, omdat de hoofdstraat een te makkelijk doel is voor scherpschutters. In het PRCS-centrum wordt alles in gereedheid gebracht om de gewonden op te vangen: zonder paniek, getraind en efficiënt reageren. We zijn met 5 Palestijnse artsen (3 van Chatila zelf en twee toevallige bezoekers), plus de Canadees-Griek Norman Bethune, Dr. Gianou, die chirurg is en de hele zaak hier in handen heeft, plus Lief en ik. Dus zomaar eventjes 8 artsen, een vloot van Palestijnse verpleegsters en Roza, een Franse verpleegster. Eva, de Noorse, was om 14 u. naar Hamra gegaan om dollars te wisselen. Ze is nog steeds niet terug. Allemaal goed georganiseerd en voldoende staff, een gevolg van de lessen uit de Rhamadan-oorlog. Roza had om 16u30 bezoekers van Unicef uitgeleide gedaan in Sabra. Toen ze terug kwam, zag ze dat Amal-soldaten zich klaar maakten om hun aanvalsstellingen te betrekken. Ze haastte zich naar het kamp en arriveerde op het moment van de beschietingen.

17u30. Een groep mensen komt al roepend de kliniek binnengelopen. Ze dragen een kind, het hoofd vol bloed. Dr. Gianou doet het eerste onderzoek en wij kijken hoe we het meest efficiënt kunnen werken. Het is Wallied, 13 jaar. Een sluipschutter trof hem in het hoofd. Veel bloed, maar ook hersenweefsel komt er mee uit. Als het kalmer wordt, kunnen we hem vanavond nog opereren. We hebben veel moeite om het volk uit de onderzoeksruimte te houden. Een wenende moeder wordt ook tegengehouden, de andere vrouwen proberen haar te troosten. De vitale functies bij de jongen zijn in orde en gezien het om een open schedelletsel gaat, is er geen gevaar voor direkte intracraniële overdruk. Het geschut wordt nu heviger maar vooral zwaarder, meer en meer mortierbommen treffen het kamp. Daar is men erg bang voor. Als zulk een bom een voltreffer is, kunnen tegelijk 4 a 5 gewonden binnengebracht worden. We spreken af dat de verschillende artsen over de verschillende patiënten verdeeld worden. Dr. Gianou doet dan het eerste onderzoek en zegt ons wat er verder moet gebeuren.

38

19u10. Een groep commando's komt aanlopen. Ze dragen een strijdmakker, halfnaakt en volledig bebloed. De dragers zitten ook onder het bloed: hij heeft ademproblemen, één van die mortiergranaten ontplofte vlak achter hem, zijn mg ligt helemaal open. Dr. Gianou toont hoe je een borst-drain aanlegt. Weer hetzelfde scenario: drummende kameraden willen zien hoe het met hun vriend gesteld is. Wat later tragische scènes met de toegelopen familie. Zijn naam is Abu Zaliem, 23 jaar. Hij dient dringend geopereerd omdat de bloedingen dienen gestopt te worden.

19u30. Via de geluidsinstallatie van de Moskee worden bloedgevers opgeroepen voor het hospitaal. Dan treedt de levende bloedbank in werking. Voor een maand werd de bloedgroep van de meeste commando's bepaald en werden ze gesensibiliseerd tot bloedgeven. Op minder dan vijf minuten hadden we een hele rij bloeddonors, bij wie Lief en ik het aftappen organiseerden. De labotechnicus, Hanna, een aan haar benen gehandicapte verpleegster doet de cross-matching. Snel hebben we tien eenheden bloed klaar.

De intensiteit van het schieten neemt af, om het kwartier ontploft nog een B7 (Russische bazouka), inergagranaat of mortierbom gevolgd door machinegeweersalvo’s. Kogels fluiten over de daken. Er wordt gezocht naar een mogelijke verklaring voor de aanvallen van Amal. Was het een toevallig incident dat uitgedraaid is op een ernstig gevecht? Is het een reactie van Amal-dissidenten, die niet akkoord zijn om de check-points rond de kampen op te geven? Houdt het verband met de gebeurtenissen in Oost-Beiroet? Veel speculaties, maar niets dat zeker is, behalve dan dat we het in het geheel niet verwacht hadden.

20 u. Ik eet wat in de keuken, die recht tegenover de kliniek ligt:

rijst en bonen. Plots weer veel geloop, een man met gescheurde bovenkleren en veel bloed in het aangezicht en op de borst. Hij

ziet er vreselijk uit, aangezicht verbrand en schrapnels in de borstkas. Toch heeft hij geen ademhalingsproblemen. X-Ray borstkas negatief: wat heeft die kerel geluk! Rechteroog erg gekwetst, linkerhand moet grondig gedebrideerd worden. De 'gelukkig' oppervlakkige verwondingen lopen over zo'n groot oppervlak dat hij veel bloed verliest. Opnieuw een volkstoeloop om te vragen wie het slachtoffer is. Rabië, 22 jaar, en Lief kende hem al langer. Hij is de broer van een verpleegster van het hospitaal, die komt binnengestormd: huilende scènes en veel woede. De massa mensen in de wachtkamer zijn ook woedend.

39

Toch raakt een fedayin met al zijn wapens rond zijn lijf de onderzoekkamer binnen. Dr. Gianou brult hem in het Arabisch een halve koran in het gezicht. Woedend loopt hij weg. Iemand merkt op dat hij wel eens de volgende zou kunnen zijn om op deze tafel terecht te komen. Het wordt iets kalmer. Het is beginnen te regenen, wat het voor de strijders moeilijker maakt want modder doet het precisiemechanisme van de automatische wapens blokkeren. Dr. Gianou besluit met de operaties te beginnen.

21u30. Terwijl we ons klaarmaken voor de ingrepen wordt een vierde zwaar gewonde binnengebracht. Nasser, 33 jaar, schouderblad verbrijzeld door een granaat, gelukkig geen bloed in de longen maar ook hij brult van de pijn. Een groot probleem als die oorlogsslachtoffers nog bij bewustzijn zijn: de verschrikkelijke pijn. We werken van 21u30 tot 22 u. aan het debrideren van de rugwonde bij Abu Zaliem. Zonder anesthesist, dus onder Ketalar-fortal en valium. Ik ben verantwoordelijk voor de ademhaling, bloeddruk en infusen. Nu pas zie ik hoe vreselijk de rug eraan toe is. Vanaf het schouderblad tot aan de nierloge ligt alles open. Zelfs de diepe spierlagen zijn fel geraakt, het nierkapsel ligt ook bloot en er zit veel bloed onder. Hij watert bloed. Dit nierletsel is eerder het gevolg van het blasteffekt van zo’n ontploffing. De ingreep verloopt heel bloederig, vele slagaders spuiten en moeten worden afgebonden. Hij heeft minstens 6 liter bloed nodig.

Het is een gesukkel om de gewonden te vervoeren van de urgentiekamer naar X-ray, en terug naar urgentiekamer, en dan naar het hospitaal zelf, een paar steegjes verder, waar geopereerd wordt in de zeer smalle kelder. Weer boven: een zwangere is net nu in arbeid gegaan! Ze is dan nog de vrouw van de leider van de Abu Moussa-aanhangers van Chatila (Reddingsfront). Ze roept en tiert dat ze naar het Makaset-hospitaal vervoerd wil worden. Zelfmoord in deze omstandigheden. Ze wil niet gesondeerd worden en werkt Lief duchtig op de zenuwen.

23u30. We starten met de schedeloperatie van Walied. Zijn linkerarm is verlamd. Onder lokale anesthesie van de schedelhuid en hoge dosis valium wordt een luik uit de schedel gelicht. Hersenvliezen en weefsels worden gedebrideerd, het hematoom gedraineerd. Bij spoeling intracraniaal doet Walied algemene convulains (stuiptrekkingen). Natuurlijk sneuvelt het infuus waar bloed aanhangt en ik sukkel bij het steken van een nieuw. De ingreep duurde tot half drie ’s morgens. We zijn doodop. Spora-

40

disch klinken er nog salvo's. In de operatiekelder lijkt het als hagel op een zinken dak. En de zinken airconditioning buizen zingen als aluminiumpapier als er zwaardere ontploffingen zijn. Ik ga slapen, Lief volgt verder de zwangere vrouw in arbeid. Het Vordert slecht en bij het breken van de vliezen komt meconiumhoudend vruchtwater vrij. Lief kan de vrouw uiteindelijk toch bewegen tot plassen op het toilet. Dan verloopt de bevalling snel. Br is geen elektriciteit meer. Sporadisch blijven er salvo's en ontploffingen te horen. En terwijl het in Europa nu de mode is bij kaarslicht te bevallen met zachte muziek op de achtergrond, werd in Chatila op woensdag 29 januari '86 om 6u05 in de morgen, bij het licht van een kaars en een keroseenlamp een nieuwe Palestijnse commando geboren van 2,800 kg. In plaats van zachte Mozart wijsjes kreeg hij een Tsjaikovski-concert a la Beiroet als welkomstovatie. Moeder en haar (vijfde) kind stellen het wel. Ik ben blij dat Lief en ik hier nu samen zitten, 't Zou verschrikkelijk geweest zijn als zij hier alleen en ik afgesloten in BEB zou gemeten hebben.

Dirk,

woensdag 29 januari '86.

Togen het ochtendgloren houdt het schieten op. Rond 9 u. herneemt het kampleven zijn normale gang. Vannacht werd een (taakt het vuren bereikt. Maar rond 10u30 zijn er weer clashes. De spanning stijgt zienderogen.

I let schieten neemt weer toe, vooral van de sluipschutters, waarvoor Chatila zo kwetsbaar is door zijn lage ligging, omringd door hoge gebouwen van waaruit Amal kan richten. Alles wordt georganiseerd om een langere belegering te doorstaan. We spreken «tukte instructies af om zo zuinig mogelijk met medisch materiaal en geneesmiddelen om te springen. De behandeling van de eerste 5 gewonden heeft ons al een vijfde van onze voorraad gekost We moeten vooral zuiniger zijn op antibiotica en pijnstillers. Ook de voedselvoorziening is strikt georganiseerd in gemeenschappeijke keukens, ’s Morgens Arabisch brood met jam, 'i middags rijst met bonen of kikkererwten, of spinazie en een (hikje kaas met olie. De calorietoevoer is zeker voldoende. Aan koolhydraten zou er zeker een voorraad zijn voor 6 maanden. Proteïnen zijn er niet veel, olie genoeg. De rest ontbreekt, maar we kunnen er wel een tijd van leven.

41

13 u. We kniezen een bord rijst binnen. De normale eetplaats is omgebouwd tot droogkamer voor het linnen en de kledij van het operatiekwartier. De was wordt in de keuken gedaan. Opnieuw een volkstoeloop: Wie? Wie? Ibrahim, 14 jaar, stak zijn hoofd door het venster naar buiten ; in het huis naast de kliniek dat eigenlijk de eerste verdieping van onze kliniek beschermt: een kogel dwars door zijn hoofd. Zijn ademhaling valt stil. Hij wordt geïntubeerd en beademd. X-ray: schedelfractuur waarbij de bovenhelft is losgerukt. Tragisch, zeer tragisch, temeer omdat zijn familie vorig jaar al een oudere broer en een jonger zusje verloor bij de Rhamadan-oorlog. Het tart bij ons, Europeanen, iedere verbeelding. We kunnen ons wel voorstellen welk een rouwproces in België ouders, familie, vrienden, doormaken wanneer iemand uit die familie, buurt, school of het werkmilieu, die nog jong is, bijvoorbeeld door een verkeersongeval sterft. Wat is dan niet de immense miserie van Palestijnen die twee, drie of meer familieleden verliezen op minder dan een jaar tijd. Omdat Ibrahim in 'leven' blijft, besluiten we hem later op de avond bij een staakt het vuren naar het universiteitshospitaal te vervoeren. Met het vallen van de avond neemt het schieten weer wat af. Dan is het immers moeilijk richten voor snipers. Dan kan men alleen nog treffen met salvo's van 10 tot 30 kogels uit automatische geweren, op bewegende schaduwen gericht. We kunnen deze keer vroeg naar bed, kapot van de spanning en het werk. Maar de grote solidariteit tussen de Palestijnen is een echte steun. Tientallen keren vragen ze: 'Are you scared?’ Natuurlijk zijn we bang, of beter 'zenuwachtig'. Maar als je die gewonden hier ziet binnenstromen, denk je daar niet aan en ga je zo goed mogelijk verder met je werk. Op de Libanese radio zijn de gevechten rond Chatila het hoofdpunt. De Kataeb-radio beweert dat de Palestijnen Amal hebben aangevallen. Zij draaien de feiten gewoon om! De Israëli hebben vandaag ook Ein Al Helweh gebombardeerd! 4 doden, 8 gewonden. Merkwaardig dat de BBC met geen woord rept over de gevechten. Wel dat er 2 Israëli gedood zijn in de bezette gebieden. Er komen veel geruchten over de terreur van Amal op Palestijnse families die buiten de kampen leven. Amal zou het Akka-hospitaal binnengedrongen zijn en 6 Palestijnen gedood hebben in Al Hursch, net buiten het kamp. Terwijl wij onder de dekens kruipen, zijn de Palestijnen buiten druk in de weer, 's Morgens zien wij en de Amal-sluipschutters het resultaat: het kamp is op essentiële plaatsen versterkt met bunkers van honderden zandzakjes. Het zand komt van de put die men aan het graven was voor het nieuwe hospitaal in het midden van Chatila.

42

Dirk,
Donderdag 30 janauri '86.

Eva is terug! Met de wapenstilstand dacht ze vanmorgen het kamp weer in te kunnen. Maar niet zonder problemen! Dinsdag ging ze om 16 u. van Hamra terug naar Chatila, maar al vanop 3 km. afstand waren alle toegangswegen afgezet. Niemand kon er door. Een derde bewijs van een buitenlandse ooggetuige dat het om een gecoördineerde actie van Amal ging. De gevechten zouden pas om 16u45 beginnen! 's Anderendaags 's morgens bereikte Eva het Akka-hospitaal, waar het één en al paniek was. Zij bevestigde dat 8 Amal-soldaten de eerste avond van de gevechten het hospitaal binnendrongen en willekeurig twee Palestijnen meenamen als wraak omdat een familielid van hen bij de gevechten omgekomen was. In het hospitaal zijn dan ook alle Palestijnse patiënten aan het inpakken om naar een veiliger onderkomen te vluchten. Het personeel wil ook weg.

|5u45. Een jonge kerel met schrapnel in het rechterbeen.

15u55. Een kerel met een kogel door linkerbeen, gesplinterde fractuur van fermurschacht, en kogel verder tot in spieren van rechterbeen. Al die heupfracturen verliezen 2 of meer liter bloed! De bloedbank draait op volle toeren.

!6u05. Een jongen van 18 jaar met het aangezicht vol bloed: de kogel is onder de neus doorheen het bovenkaakbeen tot in de hersenstam geraakt: zijn ademhaling stokt, zijn lichaam schokt, het bloed stroomt uit zijn mond over de operatietafel. Reanimeren heeft geen zin meer. In de bloedplas op de tafel ligt ook de geplastificeerde foto van zijn oudere broer, die hij zoals de meeste Palestijnen om zijn hals heeft hangen, want die persoon is in een van de vroegere gevechten of oorlogen gedood. Het bericht over de dood drukt enorm de stemming bij de mensen in de wachtzaal. De poetsvrouwen die de boel opruimen, barsten in tranen uit. Ook wij kunnen niet ongevoelig toezien. Zijn hart klopt nog een paar minuten, klopt trager en valt stil.

Vannacht slapen we met zeven op ons kamertje, waaruit alle bedden verdwenen zijn voor het hospitaal. (Behalve de dubbele matras waarop Lief en ik slapen.) Ik ben de enige in de kamer met liefst zeven vrouwen, waaronder twee fundamentalistische Verpleegsters. Zij dragen altijd een hoofddoek, ook 's nachts. Eén van hen is operatiekamer-verpleegster en ze kroop gisteren onder de dekens met haar operatiekap nog op haar hoofd. Het is Voor mij trouwens een heel probleem me om te kleden in hun

43

aanwezigheid. Voor hen geen probleem, zij kruipen volledig gekleed onder de dekens. In feite is het voor hen een cultureel dilemma: ik moet bij mijn enige vrouw slapen en er is nergens plaats om ons apart te leggen, dus moet ik bij de andere vrouwen, waarmee ik niet getrouwd ben, slapen! Soms kom ik in onze éénkamer-slaap-eet-leefruimte binnen en zijn ze aan het bidden op een laken richting Mekka. Een ritueel van bijna 10 minuten.

Intussen weten we dat bij Al Hursch 6 Palestijnen werden gedood, en dat er twee gekidnapt zijn uit het Akka-hospitaal. Amal is ook het Gaza-hospitaal binnengedrongen en verplichtte de mensen in de keuken eten te maken voor hun soldaten. Alle jonge patiënten zijn gevlucht. In de buurt van de weg naar de luchthaven zijn Palestijnse families uit hun huizen gezet. Zij moesten op straat overnachten, in de regen. Onder hen de broer van een Palestijnse artse die bij ons werkt. Zij is Gaza-hospitaal ontvlucht en woont nu bij haar moeder in het kamp. Gisteravond heb ik nog een deel van de patiënten naar de apotheek verhuisd, om bedden vrij te krijgen voor zwaardere gevallen. Maar toen het vannacht weer begon te regenen, moesten ze allemaal weer naar het hospitaal, want de apotheek liep onder water. Dat transport is pijnlijk en zwaar voor die gewonden. Een sarcastische anekdote: weet je hoe Palestijnen reageren als ze veel pijn hebben: ze roepen eerst 'Allah!' in alle toonaarden, en dan volgt 'Mohammed!’ en als het dan nog niet helpt, wordt de behandelende arts de huid vol gescholden als ‘Israëli’! Grappig als het om de behandeling van een klein wondje gaat, maar het dringt tot op het bot als het gaat om ernstige zaken. De pers 'L’Orient-Le Jour' ruimt haar halve voorpagina in voor de gevechten van 30 januari, en de bombardement op Ein Al Helweh (Palestijns vluchtelingenkamp bij Sidon in het zuiden). Amal beweert dat de gevechten rond en in Chatila gestart werden door aanhangers van Arafat. Merk op dat de BBC World Service nog steeds geen woord gerept heeft over wat er hier aan de hand is, terwijl de Libanese tegenhanger van de Standaard spreekt over minstens 9 doden en 48 gewonden. Twee gedode Israëli schijnen meer nieuwswaarde te hebben. Tegen de middag begint het schieten opnieuw.

13 u. Ralfat, 24 jaar, wordt bloedend binnengebracht. Ook hij had, gezien de wapenstilstandsakkoorden, geprobeerd het kamp vanuit Gaza binnen te komen. Maar er werd op hem geschoten: twee kogels van een M 16: een schampschot op zijn hoofd en een kogel door zijn bovenarm.

44

Voor veel Palestijnen is hun religie een troost in hun miserie. De Moskee wordt in zo’n oorlogssituatie veel drukker bezocht. En nog steeds vijfmaal per dag, tussen het geschut door roept de Imman door de luidsprekers op tot het gebed. En dat zowel door de lm mans van de omliggende Sjia-moskeën als door die van de Palestijnse (meestal Soenieten). Toen daarstraks na het wegvoeren van de dode jongens Dr. Mohammed opmerkte: 'I think God must be dead for us Palestiniansl’, schudde één van de fundamentalistische verpleegsters haar hoofd.

Lief,
Vrijdag 31 januari '86.

10 u. Het kamp is opnieuw helemaal omsingeld. Men bereidt zich voor op een lange belegering.

11 u50. Een Palestijn van 35 jaar die gisteren nog in onze kliniek was, wou vanmorgen het kamp verlaten. Hij had slechts één arm nn was fel verminkt in het aangezicht. Hij dacht dat Amal een gehandikapte als hij wel zou laten lopen. Men komt net zeggen dat Kr hem in de rug geschoten hebben: dood, hij heeft eerst al de check-points gepasseerd!

18 u Amal-leider Hasj Hassan vraagt om een dokter om zijn zieke moeder in Al Hursch te komen verzorgen. 'Eerst doden ze Palestijnen en dan komen ze ons om hulp vragen!' De PRCS vraagt lil wij willen gaan om die vrouw in de kliniek van het kamp binnen te halen. Dan zou het geschut zeker ophouden. Te laat, een beetje later wordt gezegd dat een ambulance ze al weggevoerd heeft.

Dirk,
Zaterdag 1 februari '86.

Marjan kan opnieuw het kamp binnen. Zij bevestigde de geruchten dat 11 Palestijnen buiten het kamp weerloos werden afgemaakt. De meeste lichamen zijn verminkt. De vader van Imad is ook gedood. Imad werd ooit zelf door Amal gekidnapt. Gelukkig kregen ze hem vrij. Zijn broer werd op de eerste dag van de

45

Rhamadan-oorlog gedood. De hele familie zat in een moeilijk te verwerken rouwproces. Imad werd door zijn vader naar Abu Dabi gestuurd. Hij leed zelf aan een loopgravensyndroom. En nu dit. Zijn ouders werden in '48 door de Israëli uit hun land verjaagd. Ze hebben nog de eerste vluchtelingenkampen in tenten meegemaakt. Imads vader werd gisteren herkend in het mortuarium van het American University Hospital. Men zegt nu dat er bij de lijken 18 Palestijnen werden gevonden. Ongeveer 100 Palestijnen die zich tijdens de gevechten buiten het kamp bevonden, worden gevangen gehouden door Amal.

Dirk,
Dinsdag 4 februari '86.

Zo leven we nu met 10 mannen en vrouwen op 2 kamertjes en een keuken waar ook nog eens twee mensen slapen, boven de kliniek. Voortdurend stand by, want sinds vrijdag zijn er geen gewonden binnengekomen. Dit maakt de artsen en verpleging erg nerveus, want ze willen dit keer niet meer in dezelfde fouten vervallen als tijdens de Rhamadan-oorlog; een soort dictatuur van het volk dus, en mijns inziens terecht, als je ziet hoeveel mensenlevens of gevallen van invaliditeit je kan redden door snelle en adequate medische hulp. Als we een balans maken van de drie dagen gevechten zouden we zonder deze medische hulp zeker drie doden meer gehad hebben. De sfeer in het hospitaal is erg zwaar, de oorlogswonden zijn extreem pijnlijk, en de jongens beginnen zich na de martelarenroes van de eerste dagen te vervelen. Sommigen beginnen nu pas te beseffen waar ze precies aan toe zijn met hun verwondingen en werken de verpleegsters erg op de zenuwen.

Lief,
Donderdag 6 februari '86.

Een vrouw op consultatie gehad die verkracht werd. Als ze het aanklaagt, wordt ze zelf beschouwd als hoer en wordt ze ter plekke veroordeeld. Haar hymen was effectief opengescheurd. Ik zei het haar en raadde haar aan naar een lokale gynecologe te gaan. Ze deed dat ook maar die gynecologe gaf alleen medicijnen om

46

de mogelijke zwangerschap te stoppen. De artsen hebben hier niet de gewoonte duidelijk te zeggen wat de patiënt precies heeft. Ze vinden hier voor alles vrijblijvende omschrijvingen: het maagdenvlies is een beetje gescheurd, maar zal wel weer aan elkaar groeien of iets dergelijks.

Dirk,
Vrijdag 7 februari '86.

Gisteravond heb ik mijn deelneming betoond aan de familie van Imad, de buurtfamilie van onze kliniek. De vader, Abulmad, was Op de eerste dag van de gevechten geld gaan wisselen in de stad. Do eerste dollars die zoon Imad al vanuit Abu Dabi door iemand had laten meegeven. Tegen de avond werd hij in een service tegengehouden in de buurt van Chatila aan een Amal-check-point Toen ze zagen dat hij Palestijn was, hebben ze hem meteen afgemaakt. De vrouw van Abu Imad kon pas donderdag naar het hospitaal van de Amerikaanse Universiteit om het lijk te gaan herkennen. Het jongste zoontje, Firash, 7 jaar oud en gehandikapt, zei: 'Abu Imad is naar het paradijs vetrokken om Bil al terug te gaan halen’. Bil al was de zoon die gedood werd tijdens de torste dagen van de Rhamadan-oorlog.

Dirk,
Zaterdag 8 februari '86.

Nog een paar opmerkingen over 'law and order' bij de Palestijgen. De Palestijnen hebben geen enkele weerloze Amal-burger afgemaakt, al hadden ze dat makkelijk gekund. De Libanezen, die in Chatila voor medische hulp komen (55% van Liefs patiënten) wordt geen strobreed in de weg gelegd. En strikt gesproken hebben de Palestijnen van wie familieleden door Amal-Libanezen gekidnapt en vermoord werden, wel wat te regelen. De interne politiediensten, onder Syrische druk in handen van het 'Reddingsfront', zijn goed georganiseerd. Er lijkt hier relatief weinig criminaliteit te bestaan, zeker als je de omstandigheden ziet waarin hier moet geleefd worden. Er is vooreerst de kamppolitie, Volgens een beurtrolsysteem samengesteld uit militieleden. Ze komen tussen bij inter-palestijnse conflicten en werken erg 'wet-

47

telijk': zorgvuldig onderzoek en rapporten van alles. Alle betrokkenen worden gehoord. Zo werd ik als arts door de politie gevraagd uitspraak te doen of een patiënt kon ondervraagd worden. Die had door een burenruzie over bouwmateriaal een aanval van hyperventilatie gekregen. Er is een gevangenis in ieder kamp, maar soms zijn de bewakers wat slordig. Zo werd vorige week een gevangene bij Lief binnengebracht met 'nierkolieken'. Lief gaf hem een infuus met een spasmolyticum, maar tijdens een onbewaakt ogenblik was hij verdwenen. Vorige week viel de kamppolitie binnen in een huis in de buurt van de kliniek van BEB. Er werd voor geld gespeeld met de kaarten. Dat is ten strengste verboden: zes man in de gevangenis. Vooral voor misdaden tegenover vreemdelingen zijn ze erg gevoelig. Kijk maar naar de confrontatie van Lief met de Palestijn die haar onbeschoft had behandeld tijdens een transport van een gewonde met de ambulance. Ben, de Nederlandse verpleger, werd ooit bestolen. Drie verdachten werden ondervraagd, en Ben kreeg zijn geld terug omdat het gewoon van hun salaris werd afgehouden. Na zijn terugkeer uit Nederland had Ben nog eens zijn geld op een tafeltje in de kliniek laten liggen. Nu kreeg hij geen vergoeding, want ze oordeelden dat hij zelf medeverantwoordelijk was door het geld open en bloot te laten hggen, zodat iedereen ermee wegkon.

De Palestijnse veiligheidsdienst lijkt ons vrij goed. Zoals bijvoorbeeld het verhaal van Lief, gezocht door de Syrische officier. Ze hadden het snel helemaal uitgevist. Heb je ook het grondige onderzoek naar de dood van Nasser, waarbij met ons fototoestel foto's genomen werden voor het gerechtelijk onderzoek en de lijkschouwing.

Toch gebeuren er dingen die ons petje te boven gaan. De executie van een prostitué waarover geen haan gekraaid heeft bijvoorbeeld. Prostitutie zou in hun cultuur absoluut verboden zijn. Hoe het precies in mekaar zit, is moeilijk na te gaan, want Palestijnen zijn erg gevoelig voor die zaken. Een poetsvrouw van de kliniek, die thuis vertelde dat ze in de kliniek van Chatila was blijven slapen, terwijl dit niet waar was, kreeg flinke klappen. De precieze werking van het gerecht is me hier nog niet duidelijk. Maar ook dat lijkt goed georganiseerd, alle verhoudingen in acht genomen: met duizenden op een kleine oppervlakte, ellende en persoonlijk leed bij de vleet, een ideale voedingsbodem voor alcoholisme of hasj-verslaving. Openbare dronkenschap wordt streng bestraft. Alcohol mag niet in openbare gelegenheden geschonken worden. Vandaar de vele 'koffiehuizen' voor mannen.

48

In sommige shops is sterke drank wel degelijk te krijgen. Alcoholisme is zonder meer een ernstig probleem. Maar het zou wellicht nog erger zijn zonder de strenge moslim-wetten. Op het vlak van luw and order zijn de Palestijnse kampen wellicht de veiligste plaatsen van heel Libanon. Toch denkt de gemiddelde Libanees die er nogal speciale mythes over het kampleven op nahoudt daar anders over. Libanezen trekken grote ogen als je vertelt dat je in de kampen werkt en leeft. Voor journalisten en ambassadeurs (behalve de Belgische in zijn villa in Oost-Beiroet) ben je uiteraard een interessant verschijnsel. Zo nodigde de Britse ambassadeur, zodra hij hoorde dat een Engelse nurse in de kampen Ut, haar meteen uit voor een bezoek.

Lief,
Maandag 10 februari '86.

Iiraël heeft vandaag veel lage vluchten met bommenwerpers boven de stad uitgevoerd. An heeft gisteren de Britse ambassadeur aan de telefoon gehad. Eerst was het de security adviser van her Majesty's Embassy die zei haar dat het waanzin was om de ambassadeur zelf in het kamp op een afternoon-tea te vragen. Ze begon die kerel dan uit te dagen: 'Het is helemaal geen probleem, hoor! Ik kan wel voor zijn veiligheid in het kamp instaan! Maar zet hem dan wel in een service. Hij moet natuurlijk niet in zijn Jaguar afkomen'. 'Hoelang ben jij al in Libanon?' reageerde de veiligheidsagent. Zes maanden'. ‘Zes maanden en je weet nog steeds niets van de veiligheidsproblemen in dit land? Overigens wat is dat, zo'n service?' An: 'Hoelang ben jij al in Libanon dat je nog niet eens weet wat een 'service' is?'.

Een kwartier later belde de ambassadeur zelf op met excuses dat hij onmogelijk van het Foreign Office in Londen toestemming kon krijgen om zelf een Palestijns kamp te bezoeken.

Vandaag is Tine van het Franse team uit Mar Elias langsgekomen. Over de vierdaagse oorlog in Chatila wist ze dat er tijdens de eerste en vooral de tweede avond van de gevechten een enorme toeloop van Palestijnse families uit Fakhani en Sabra naar Mar Elias was. De angst en de spanning waren verschrikkelijk. In Rauche, waar ze drie dagen per week werkt, moesten alle Palestijnse jonge mannen onderduiken van de PSP-militieleden.

De hele Syrische bouwvakkersgemeenschap hier in BEB zit met een druiper. Zij reageren goed op peni, zodat ze meteen voor syfilis gedekt zijn.

49

Vandaag heb ik drie kinderen gezien met windpokken. Plots zijn er veel gevallen van aften, herpes, mazelen, naast de gebruikelijke luizen en schurft. Interessant te zien hoe die epidemieën evolueren.

Nog wel dagelijks problemen met Amal. Gisteren vader en zoon door Amal gekidnapt. De vader werd vrijgelaten en kon het volkscomité hier overhalen tot onderhandelingen met Amal-officieren. Ze vonden de zoon terug... maar dood. Hij was 17 jaar oud. Rond Chatila is het nog steeds gespannen. Slechts één toegang is bruikbaar. De check-points voeren zeer scherpe controles uit. Eva, de Noorse verpleegster, werd helemaal gefouilleerd, moest bij de Amal-baas komen. Zij zei erg boos, dat ze zo niet met buitenlanders moesten omgaan enz. Ze heten haar dan gaan. Een week lang werd haar regelmatig gevraagd of ze Belgische was. Dat ziet er voor mij niet zo best uit. Ik zou graag mobieler zijn want zo ben ik wel gehandikapt in mijn werk.

Vandaag kwam een moeder met zoon die een psychiatrische patiënt is uit een tehuis in Sabra op consultatie. Tijdens de Rhamadan-oorlog werd dit tehuis overhoop gehaald door Amal. De zoon was daar toen aanwezig en heeft gezien hoe ze een kind aan stukken sneden en Palestijnen in elkaar sloegen. Zijn kaak werd met een Kalasjnikov stuk geslagen. De wonde werd slecht verzorgd waardoor hij nadien een infectie opdeed. Hij loopt nu met een kaak van tweemaal de normale omvang en een gat waardoor je de kauwspieren kunt zien.

Dirk,
Maandag 23 februari '86.

Er zijn geen gevechten meer geweest. Het kamp is nu open aan de Sabra-toegang die wel stevig gecontroleerd wordt door Amal. Om 10 u. ben ik met Marjan en een oom van het slachtoffer het lijk van een 19-jarige Palestijn gaan ophalen in de koelkelders van de American University Hospital van Beiroet. Hij was buiten het kamp in de Sabra-regio gekidnapt bij hem thuis door leden van de milities. Zijn lijk werd gisteravond gevonden, zeer zwaar toegetakeld: aangezicht ingedeukt, kaak en sinussen open, linkeroog weg, buik opengereten, deel van de dunne en dikke darm eruit gerukt. Afschuwelijke trieste scènes met de familie. Amal weigerde het lijk in het kamp toe te laten voor de begrafenis. Het moest buiten het kamp begraven worden. Wanneer we

50

dan stonden te wachten om de kist mee terug te nemen -ze wordt namelijk verscheidene keren gebruikt omdat er een tekort is aan lijkkisten zag ik Amal-jongens mekaar uitleggen, hoe ze het gedaan hebben. Aan de gebaren te zien, hadden ze hem met slagen van geweerkolven afgemaakt. De sfeer is hier nu louter terreur, angst en woede. Het afschuwelijkst zijn de slachtpartijen op weerloze Palestijnse burgers, buiten het kamp. Een Libanese vrouw vertelde dat ze 8 Palestijnen heeft zien samenbrengen in Al Hursch, ze werden doodgeschoten. De Amal-moordenaars zeiden dat ze er 28 zouden doden, want één van hun makkers was in de gevechten met de Palestijnen omgekomen.

Lief,
donderdag 27 februari '86.

We hebben nog gediscussieerd over de relatie geld en revolutie in de Palestijnse revolutie. Youssef herinnert zich nog zeer goed de tijd '66 en '67 toen de mensen zelf geld moesten bijeensparen om de revolutie te steunen. De tijd dat ze wapens in Kasmyekamp smokkelden door een lijkstoet met een kist vol kalasjnikovs in plaats van een lijk. Zo konden ze aanvallen toch afslaan, on de Israëliërs wisten niet hoe ze aan die wapens gekomen waren. De tijd dat hij dacht: 'ik ben commando en morgen zal ik sterven, of ik zal ten strijde trekken in Palestina, dan is tenminste mijn vaderland doordrenkt van mijn bloed’. Het heeft me plots beter doen begrijpen, welke fasen men kan doorlopen. Ik kom hier meermaals mensen tegen, jonge kerels die dit nog zien. Het Is inderdaad niet makkelijk voor hen, een leven uit te bouwen wanneer je geen mogelijkheid hebt om, nu althans, een planning te maken voor de toekomst. Ze hebben geen kans op werk. Hun hele leven is gedetermineerd door de strijd, in functie van overleven en zich opnieuw organiseren als volk om dichter te komen bij de weg die leidt naar Palestina. Ik denk dat Youssef iemand is die dat goed beseft. Zijn eigen leven heeft hij bovendien zo geregeld : hij woont in Chatila, heeft met vrouw en 2 kinderen één kamer en een klein keukentje, meer niet. Hij spendeert 20 uur van 24 aan organisatie, is 26 jaar en wordt grijs. Vrijdag hebben ze in Chatila een bom in zijn auto geplaatst. Groot schandaal natuurlijk. Hij naar het volkscomité: dat het toch wel grof was, hoe kon men zo iets laten gebeuren IN het kamp'. Volgens Youssef zijn er redelijk wat spionnen in het kamp. Hij weet wie, maar nu is 't niet het geschikte moment om iets te ondernemen.

51

Dirk,
Vrijdag 28 februari '86.

Toen ik gisteren de brieven naar Hamra wegbracht, viel de aanwezigheid van Hezbollah op. Je kan ze makkelijk herkennen aan hun baard die ze laten groeien als ze naar Mekka geweest zijn. Hezbollah heeft door de laatste Israëlische actie veel aan prestige gewonnen. Amal bleef grotendeels in gebreke bij het organiseren van de weerstand. Er deden zich in het zuiden twee fenomenen voor:

1. Velen vervoegden de rangen van Hezbollah. Ook Palestijnen om gedekt door deze naam de Israëliërs rechtstreeks te kunnen bevechten.
2. De kappers-barbiers in het zuiden zijn overwerkt. Je kan er alleen nog terecht voor het scheren van de baard. Uit angst dat men bij een eventuele Israëlische bezetting als Hezbollah zou geïdentificeerd worden, liet iedereen zijn baard afscheren.

Er is nu ook een nieuw soort loterij in Beiroet. Buiten de traditionele check-points die het verkeer al in lange files doen ophouden, heb je nu de Hezbollah-loterij check-points’. Gewapende leden van de Hezbollah doen iedere chauffeur stoppen om te vragen of ze een biljet van de tombola willen kopen. De meeste service-drivers hebben dan ook al een tombola-biljet aan de voorruit van hun auto's hangen, kwestie van vlugger door de controle te raken.

Ik bezocht vandaag een 80-jarige vrouw die voortdurend moest braken en buikpijn had. Galkolieken? Heel de familie, 3 generaties kinderen, klein en achterkleinkinderen stonden rond het bed. Het vrouwtje werd heel wat beter toen ik haar vroeg van waar ze in Palestina afkomstig was. Van Akka en haar ogen glinsterden, ze begon een heel verhaal over olijfbomen en sinaasappelbomen (dat was het enige wat ik ervan verstond) en dan over de Israëliërs. Ze wierp het deken van haar voeten en het me haar onderbenen zien. Die waren zwaar verminkt als gevolg van Israëlische bombardementen.

Gisteren Abu Taisir op consultatie gehad. Abu Taisir is één van mijn chronische patiënten. Hij is afkomstig uit het dorpje Tarchiha, ten noorden van Palestina. Abu Taisir is daar samen met zijn familie in juni 1948 op de vlucht gedreven. Het waren de zionisti-

52

iche milities die zijn dorpje langs drie zijden met mortieren bombardeerden. De oostelijke, westelijke en de zuidelijke kant. De noordelijke kant lieten ze vrij, opdat de bewoners zouden vluchten richting Libanon. Want de zionisten wilden wel de grond van Palestina, maar niet de bewoners die er op wonen. Abu Taisir lijdt ernstig aan suikerziekte. Hij voelt zijn einde naderen. Hij heeft last van ouderdomsdepressie. De hele dag zit hij op een klein stoeltje voor zijn winkeltje. Als hij op consultatie komt en hij is goed gemutst, dan zegt hij altijd dat hij wil sterven in Palestina. Gaat het slecht dan wil hij sterven in 'Israël'.

53

5. Israëlische aanslagen op Zuid- Libanon

Dirk,
Maandag 3 maart '86.

Deze namiddag gaan we naar het zuiden. Youssef brengt me met zijn auto naar Cola om daar de service te nemen. Hij laat me zien hoe ze aan zijn contactslot hebben geprutst om contact te leggen met de bom die ze vorige week in Chatila in zijn auto geplaatst hebben. Het was 's avonds gebeurd. Men weet zelfs wie: een Palesüjn die voor de Syriërs zou werken.

Dirk,
Dinsdag 4 maart '86.

Vandaag naar Sjahabye geweest, op 7 km van Tebnine en op 15 km van Bourj Al Chemali, het ligt midden in het zuidelijk gebergte. Even de klok 50 jaar terugdraaien. Over verschrikkelijke en gevaarlijke wegen, langs steile flanken bereiken wij met onze Nissan-ambulance het dorpje Sjahabye. Prachtig landschap, eerst rijk bebouwde velden: sinaasappelen, citroenen, bananen; dan beginnen de heuvels en daarachter steken de bergen op, het is vergelijkbaar met Zuid-Frankrijk. Geen Amal-check-points meer. Maar hier zitten enorm veel blauwhelm-soldaten van UNIFIL.

Eerst ontmoeten we de Fransen: wat pretentieuze en stoer doende Franse para-troepen met blauwe baretten. De check po-

55

ints zijn hier totaal anders opgebouwd in vergelijking met wat we van de Libanese milities gewoon zijn. Ze bestaan uit geprefabriceerde bunkers met daarrond witgekleurde zandzakjes, rollen prikkeldraad en vele grote kraaiepoten (ongeveer de grootte van een volwassen persoon) waartussen je slalom moet rijden. Alles is er wit en blauw gekleurd, 't Is gek, een moderne uitvoering van wat de Syriërs in en rond Tripoli aan check-points fabriceerden. Daarna ontmoeten we de Ierse soldaten met hun grasgroene wollen truien. En dan de lolligste van allemaal, de Ganezen, ze zijn pikzwart en hebben een blauwe helm tot net boven hun ooglijn. De helmen zijn niet goed aan hun hoofdvorm aangepast. Hun witte tanden steken fel af tegen hun zwart aangezicht als ze lachen. Ze zijn dan ook supervriendelijk als we hun checkpoint passeren. Ze zwaaien ons van ver toe toen we door hun wegversperring moesten.

Sjahabye is een groot dorp, redelijk net, alle vrouwen en jonge Reisjes en kinderen van het vrouwelijke geslacht lopen er met een 'scarf’ (een hoofddoek), alleen hun aangezicht is zichtbaar. De doktersconsultatie in de parochiezaal. De feestzaal is tot wachtkamer omgevormd, een zijkamer is de consultatieruimte. Alles is er tot in de puntjes geregeld door het 'parochiaal' dorpscomité. De plaatselijke onderwijzer verzorgt met twee andere de fichebak en de administratie van de binnenkomende patiënten. De plaatselijke 'pastoorsmeid' brengt Arabische koffie, koekjes en fruitsap voor de dokter. De dokter staat centraal in het medisch organisatiewerk en wordt verwend. Een plaatselijke mooie Samar zorgt voor een vloeiende vertaling. Ze heeft een staff-nurse opleiding gehad. En als dokter hoef je alleen te luisteren en te bevelen. Dat gaat dus razend snel en op een wip (3 uur) heb je 30 a 40 patiënten gezien. Eline, een Noorse verpleegster, draagt ook een hoofddoek of scarf en dat wordt hier erg gewaardeerd. Die scarf is trouwens iets wat ik nog niet goed begrijp. Eigenlijk is dat vroeger bij ons ook een religieus modeverschijnsel geweest. En de generatie van moe-Dup (begin 19de eeuw) liep ook helemaal in 't zwart gekleed, de haren meestal bedekt. Het moet iets te maken hebben met het verbergen van de aantrekkelijkheid van de vrouwen tegenover mannen.

De patiënten komen de dokter eten brengen: eieren (twee), sinaasappels (in het zuiden bijna gratis te krijgen), vers gebakken brood, taboulli en nog wat lekkers. Uiteraard wordt dit eten niet in de handen van de dokter geduwd, maar moet madam of 'marte' het aannemen en bereiden.

56

Een goede week na het einde van de Israëlische acties zijn de Jonge mannen naar het dorp teruggekeerd. In Sjahabye vertelt men dat de troepen van generaal Lahad (SLA) ook vrouwen hebben mishandeld. En dat is het ergste wat je in hun religieuze denkwereld kan doen. (Daarom kidnappen ze zelf ook geen vrouwen.) SLA zijn huurlingen die gerekruteerd werden onder leden van de fascistische militie van wijlen majoor Haddad. Vrouwen en meisjes uit omliggende dorpen werden de haren (ook van bijzondere betekenis in hun religie) afgeschoren en in het aangezicht werden krassen aangebracht door de SLA. Dit omdat men ze verdacht van hulp aan de weerstand (voedsel).

Na het werk zijn we naar Tebnine gereden, het centrum van de Israëlische terreuracties, en de geboorteplaats van Nabih Berri. De mensen zijn daar begrijpelijk zeer wantrouwig omdat je vreemdeling bent.

We bezochten de ruïnes van het kasteel van Tebnine onder begeleiding van een plaatselijke gidse. Prachtig uitzicht op de omgeving, de meeste dorpjes waar de Israëliërs opereerden. Op die ruïnes van het kruisvaarderskasteel (12de eeuw) vond het meisje nog een pamflet dat de Israëliërs over alle Zuid-Libanese dorpjes Uitgeworpen hadden. In het pamflet werd gedreigd dat elke hulp aan de 'terroristen' zwaar bestraft zou worden. Ik kreeg geen kans om dit pamflet als document mee naar huis te nemen want onze begeleidster scheurde het meteen stuk en vertrappelde het. Later hebben we nog een familie bezocht waar ze het verhaal deden over de Israëlische actie. De feiten over de folteringen beschreven in de Daily Star werden bevestigd. 12 inwoners van Tebnine werden meegenomen, 4 zijn nog steeds gearresteerd. ()maat de Israëliërs bliksemsnel Tebnine binnen vielen, hadden de meeste mannen de kans niet om te ontkomen en werden ze gevangen genomen. De Zionisten toverden dan het plaatselijk hospitaal tot een gevangenis en ondervragingscentrum (foltercontrum) om. Dat is een zeer grove schending van de Conventie van Genève. De verantwoordelijke van de Ierse UNIFIL protes- (oerde tevergeefs. Alle mannen vanaf 14 jaar werden in het hos[ daal bijeengedreven en dagenlang vastgehouden. De vrouwen en kinderen mochten gedurende die week hun huizen niet verlaten. De straten moesten leeg blijven. Huizen werden doorzocht en de huizen van gevluchte inwoners geplunderd, alle Waardevolle voorwerpen werden meegenomen. Dit gebeurde vooral door de SLA-milities. We zijn toen ook gaan praten met UNIFIL-soldaten van de Noorse basis: 'Slechte joden, ze zijn niet beter dan Lahad-people, maar laten wel aan hen het vuile werk

57

over'. 'Het was een echte invasie, zware beschietingen en bombardementen, zodanig dat we zelfs in onze schuilkelders moesten terugtrekken. (De plaatselijke bevolking heeft trouwens geen schuilkelders meer. Die zijn tijdens de Israëlische bezetting van 1982 door de Zionisten opgeblazen. Dat is ook zo in Tyrus en in al de Palestijnse kampen.) 'Zij drongen echt binnen, ze stampten de deuren van de huizen in'.

Eline vertelde dat iedere Noorse soldaat naar Libanon komt met een pro-Israëlisch beeld en anti teruggaat. Een vooruitgang in bewustzijn, maar het verschil tussen het jodendom en het zionisme kennen ze nog niet. Hoe dan ook het was een prachtig uitstapje met mooi landschap en ruïnes met kerk (Tebnine is half Islamitisch, half Grieks-katholiek).

Libanon is trouwens een toeristisch pareltje. In Tyrus, ligt het vol antieke ruïnes waar nu de UNIFIL-soldaten en wijzelf nog de enige toeristische bezoekers zijn. Veel is door de voorbije oorlogen geplunderd en vernietigd. In de winkeltjes in Tyrus kan je voor 250 L/ echte antieke stukken van 2.000 jaar en ouder kopen. De Romeinse ruïnes aan de haven zijn vrij goed intact gebleven. Een ander Romeins bouwwerk dat goed bewaard is gebleven is de hypodroom van Tyrus. Nu is hij de schietoefenstand voor de Amal.

Dirk,
Maandag 10 maart '86.

We bespreken samen met het nieuwe en het oude team, het rapport dat het oude team gemaakt heeft over de noden op het vlak van Primary Health Care in de kampen in de Tyre-area. Zeer interessant materiaal: buiten de 3 door de UNWRA geregistreerde kampen (Rashedye, Bourj El Chemali en El Bass) zijn er nog 9 kleinere niet geregistreerde die bijna niet gedekt worden, noch door de UNWRA, noch door de PRCS (dit was wel zo voor 1982). Deze kampen bestaan grotendeels uit Palestijnen die in Libanon toekwamen na '48 en gedeeltelijk uit de Bedoeïen-Palestijnen die na de exodus van '48 vanuit hun culturele en sociaal-economische levensgewoonten niet wensten in grotere concentraties bijeen te kruipen en zich dan maar tijdelijk op het platteland vestigden met de dieren die ze konden meenemen. (Want tijdens de grote exodus van '48 werd aan de Palestijnen beloofd dat zij al na enkele weken naar hun vaderland konden terugkeren als het ge-

58

weld van de zionistische milities geluwd was.) Die paar weken zijn intussen al 38 jaar geworden en het zal nog wel enkele jaartjes langer duren. De eerste, maar zeker niet de laatste leugen die de Palestijnen te verwerken kregen. Dat is nog een interessant domein dat we hier kunnen onderzoeken: de concrete geschiedenis van de '48-exodus en vluchtelingen en welke rol dat nu nog speelt in het kampleven. In mijn werk als dokter in Kashmye word ik meermaals met die aspecten geconfronteerd, l/4de van de patiënten zijn ouderlingen; echte Bedoeïners (Arabische nomaden), met hun eigen gewoontes, manieren van klagen, klederdracht, manier van aanstoten van hun kinderen, baby’s, hun tatoeages in het aangezicht. De vertaalster slaat dan ook altijd tilt, want niet alleen de taal is anders maar vooral de manier waarop ze dingen zeggen en verstaan.

Dirk,
dinsdag 11 maart '86.

Sjhabye, ik ga er alleen naartoe. Eline moet naar het kantoor van de Mussa Sadr Foundation in Tyrus. Mazelen-epidemie, een massa koplikvlekken en ik start per definitie met antibiotica. Ik heb schrik van mazelen. De mensen zelf beschouwen het eigenlijk niet als een ziekte. Alleen als er zich complicaties voordoen, komen ze op consultatie. En die complicaties kunnen zeer gevaarlijk zijn. De Noorse dokter schrijft in zijn rapport over t zuiden: We hebben geen idee over cijfers rond de kindersterfte, maar alleszins zijn alle zieke kinderen die ik naar de hospitalen zond, overleden'!!! En hij is specialist pneumoloog in het academisch ziekenhuis van Tr0ms0. De consultatie is zeer druk. Ook omdat de goedkope’ Libanese dokter, die gewoonlijk op zondag 2 uur consultaties heeft, de laatste maand niet meer opdaagde. Er in wel een dure privé-dokter in het dorp. Die Libanese volksdokters zien op 2 uren tijd zo'n 50 patiënten; 50 patiënten op 4 uren is voor mij het maximum dat ik aankan. Maar de Libanese dokter onderzoekt de mensen niet, het gaat onmiddellijk van klacht naar medicijn.

Voor '82 was er een vaccinatie-organisatie in het dorp. Nu betalen de mensen 150 Libanese ponden om hun kind bij een privé-dokter te laten vaccineren. Dit dorp heeft gemiddeld één dode per week. Vorige dinsdag werd een 7-jarige jongen per ongeluk door zijn eigen grootvader aangereden. Ze brengen hem naar

59

het Tebnine-hospitaal en hij sterft. De week nadien werd de broer van de onderwijzer, die de registratie mee organiseert, neergeschoten in Beiroet. De medische nood is hier zeer groot.

Er deed zich vandaag nog een incident voor. In het midden van de consultatie werd de deur van de wachtzaal gesloten en vertelden ze mij dat de Sjeih op komst was om me te consulteren. Vanuit een zij-ingang werd hij samen met twee andere dorpsnotabelen binnengelaten en zo door de andere patiënten voorgelaten. Slof, slof, in één stap, eerbiedwaardig zoals de pastoors en paters zich vroeger bij ons voortbewogen, kwam hij de gang door. Ik was wel verrast toen ik een jonge man van ongeveer 35 jaar, met lang kleed, Bedoeïenen-sjaal en Hezbollah-baard te zien kreeg. Hij had afteuse pharyngitis, waarvoor hij al 10 dagen Lincocininspuitingen bij de privé-dokter kreeg. Hij had wel wat noten op zijn zang (zoals overal met die mannen) en ook nog de twee andere notabelen bij zich. Kortom, de consultatie moet wel zo'n 45 minuten in beslag genomen hebben. In de wachtzaal begon het volk te mopperen, gewoonlijk zien ze elke 5 minuten iemand in- en uitgaan, en dan had je de wachtende moeders met hun zieke kind. Ze hebben hier nog steeds de gewoonte om een kind met koorts in een warme deken te wikkelen. Eén van de moeders verliest haar geduld na het lange wachten en loopt met haar dochtertje de consultatieruimte binnen. Ze komt zonder kaart (registratie) binnen en schiet in feite zelf ook de andere patiënten voor. Een andere woedende moeder met kind komt haar achterna gelopen en trekt haar bij haar scarf terug de wachtkamer binnen. Achter de gesloten deuren ontstaat een ruzie van jewelste. De dokter wordt er buitengehouden. Ze komen me alleen vriendelijk vragen om geen patiënten zonder kaart voort te helpen. Even later trekt dan een boze registrator de deur open en werpt een pak patiëntenkaarten op de grond. Gelukkig lopen ze daar niet met Kalasjnikovs (geweren) rond.

Nog even op de opkomst van het Islamitisch fundamentalisme hier in Zuid-Libanon terugkomen. Samira, de vrouw uit de 'Unifil-suite-case' winkel vertelde ons dat ze al twee maal een zelfmoordpoging achter de rug heeft, om zo haar ouders onder druk te zetten om meer vrijheid te krijgen. Anderzijds draagt ze een hoofddoek, geeft ze de mannen geen hand en vindt ze dat juist een goede zaak voor de vrouwen. Doordat de vrouw zich zo van de man afschermt, moet ze volgens haar meer gerespecteerd worden, niet zoals de Europese vrouw die zich door haar kleding en houding meer bloot geeft aan de man. Ze zei ook dat pas de laatste

60

jaren het fundamentalisme in de zuiderse Sjia-gemeenschap zo in aanhang is toegenomen. Jonge vrouwen beginnen meer en ineer opnieuw een scarf (hoofddoek) te dragen. Na een tijd wordt de sociale druk zo groot dat ieder meisje verplicht wordt de scarf te dragen. En nu komt de Chador op het toneel. Soms denk ik dat ik in Iran zit.

Dirk,
Woensdag 12 maart '86.

In Sjahabye zet de mazelenepidemie zich verder. Ik had zware problemen met een meisje dat volgens haar verhaal waarschijnlijk een vaginale infectie had. Toen ik haar mycostatine vaginale tabletten wou geven, kreeg ik als antwoord. 'Maar ze is niet getrouwd dokter’ en toen moest ik even diep nadenken om de link te begrijpen. Toen dacht ik echter: maagden gebruiken toch ook tampons. Maar natuurlijk de meisjes zijn hier extreem bang om op welke wijze dan ook hun maagdenvhes te scheuren of te beschadigen vóór hun eerste huwelijksnacht. Dat veroorzaakt zeker vagina kramp en dan krijgen ze die vaginale suppo’s er ook niet in. Maar zoek hier in Libanon dan maar een peroraal werkzaam a-schimmel preparaat waar je je niet blauw aan betaalt.

In Sjahabye ben ik ook een 'smart'-dokter. Een oud vrouwtje Vindt me toch zó goed. Eindelijk een dokter die kan luisteren! Ik had haar drie minuten lang haar beklag laten doen, probeerde tnet knikken, 'hm, hm', en hier en daar een Arabisch woord terug te zeggen (nabootsen). In feite verstond ik er geen woord van. En de tolk liet maar betijen, want ze vindt dat ik genoeg Arabisch ken.

Dirk,
donderdag 13 maart '86.

Zondag zijn er 4 Franse journalisten gekidnapt door een fundamentalistische organisatie. Toen Ben en Eva maandag in een service rondtoerden in Fakhana werden ze achtervolgd door een busje vol Hezbollah-militanten. Hezbollah verklaarde dat geen enkele Franse burger in heel de wereld nog veilig is. Ze hielden do service tegen en controleerden of er geen Fransen inzaten. Dit

61

incident stond in vette letters als intermezzo van het hoofdartikel over de Franse kidnapping in 'L'Orient-Le Jour’. Het toont mijn inziens aan dat we hier op dun ijs lopen. Er zijn ± 2.500 Libanesen gekidnapt. Daar haal je het nieuws niet mee. Maar één Europeaan volstaat om dagelijks de headlines van de wereldpers te halen. Voor de kleine organisaties is het de makkelijkste manier om bekend te raken. En dat is toch wel het laatste wat ik zou willen meemaken, gekidnapt worden door fundamentalisten. De Fransen in Mar Elias zitten nu in hetzelfde schuitje als de Amerikanen voordien. Wat moeten zij doen ? Ik denk dat wij ook de veiligheidsregels moeten aanpassen.

En toen we zondag naar Chatila gingen, werden we gecontroleerd door een vliegende Amal-brigade die aan een check-point de wacht hield. Eerste vraag is dan 'Franse' ? Idem aan de tweede check-point. De Palestijnen en de Libanezen waarschuwen ons voortdurend.

De nieuwscampagne rond de Franse kidnapping heeft in Libanon werkelijk een sfeer gecreëerd die het juist interessant maakt om buitenlanders te kidnappen. De hoofd-sjeik van de Hezbollah zei in een interview in 'L’Orient-Le Jour' dat hij de motieven goed begreep, er zijn 2.000 muzelmannen door de Kataeb gekidnapt en niemand kraait daarover. Toch is één Europeaan genoeg om de hele wereldopinie op zijn kop te zetten. Dit maakt dat de laatste twee weken, de sfeer hier, de voordelen die we als buitenlanders hadden (vroeger: relatief veilig kunnen werken en vooral de bewegingsvrijheid die we hadden...) doet omslaan in een nadeel, dat we nu als buitenlander juist prooi nummer één zijn van bepaalde groepen, die graag via een minimum aan kosten of verhezen met een maximum aan winst in het nieuws willen komen. Een Europese regering op de knieën krijgen. Een psychologische oorlog (wie heeft de Franse regering ooit al tot zulke uitgebreide diplomatieke en andere initiatieven kunnen bewegen) om een maximum aan eisen in te laten willigen.

Vandaar dat de twee Libanezen die met me in de service naar Beiroet reden, werkelijk bezorgd waren om mijn veiligheid. De ene vroeg: Aren't you scared to go to Beiroet?' Why should I be?' 'There are bad people in Libanon who want to kidnap foreigners like you'. En de andere vroeg onafhankelijk hiervan hetzelfde. Bij elke check-point-controle deed hij zijn best om in het Arabisch uit te leggen dat ik als volunteer doctor werk om de Libanezen te helpen in Sjahabye. En telkens probeerde hij me gerust te

62

stellen. ’This is Amal, they only check the luggage, don’t worry'. Hij was even zenuwachtig als ikzelf. En bij onze aankomst in Beiroet betaalde hij voor mij de service-vervoerskosten.

Dirk,
donderdag 27 maart '86.

Vanmorgen waren we in team-vergadering bijeen in het Bourj al Chemali kamp toen we paniekerige berichten toekregen van Palestijnse families die zopas op de vlucht geslagen waren uit het Ain Al Helweh-kamp omdat Israëlische gevechtsvliegtuigen bombardementsvluchten hadden uitgevoerd op dit kamp. (nvdr. beide kampen liggen in Zuid-Libanon). Gezien Ben en Miriam, onze Britse anesthesiste, op dit moment werkzaam waren in Ain Al Helweh spoedden we ons naar de plaats van de bombardementen.

Om 1 lu05 wordt het kamp opgeschrikt door een reeks ontploffingen. Vier Israëlische F-16’s bombarderen Mieh-Mieh en Ain Al Helweh-kamp. Ongeveer tien minuten later komt een tweede aanval. De mensen kwamen op dat ogenblik uit hun huizen en trokken naar de schuilkelders. Er vielen 10 doden en 40 gewonden, waaronder 18 schoolkinderen van de UNWRA-school van het Mieh-Mieh-kamp. Vlak bij dit laatste kamp wordt een olijfboomgaard van 250 op 100 m. helemaal weggebrand door een hom die geen krater maakt, maar al zijn energie in horizontale richting loslaat. Op het marktplaatsje Villas in Ain Al Helwehkamp slaat een bom van waarschijnlijk 2.000 pond een krater van 20 m. diameter en 12 m. diep. Een aanpalend flatgebouw wordt in de vernieling meegesleurd. Hier vallen de meeste burgerslachtoffers. Daarnaast werden raketten, zeer specifiek en voor selectief afgeschoten op gebouwen van de Fatah-organisatie, één op het radiostation en één op een kantoorgebouw.

Op de BBC zegt men dat Israëlische gevechtsvliegtuigen bombardementen hebben uitgevoerd op Palestinian targets’ in de huurt van de Zuid-Libanese havenstad Sidon, dit nadat dezelfde morgen een Katioushia-raket zou afgevuurd zijn vanuit Zuid-Libanon, die terecht kwam in de buurt van Kyriat Shmona (Noord- Israëlische stad). Daar zouden 4 Israëlische schoolkinderen bij gewond zijn geraakt door de glasschade, die de raket aan hun schoolgebouw zou aangericht hebben.

63

Bij gevoegd pamfletje werd door Israëlische gevechtsvliegtuigen uitgeworpen op 31 januari boven dezelfde Palestijnse kampen en tevens boven de Libanese stad Sidon:

'De jongste bombardementen op 29 januari door de Israëlische luchtmacht, in de omgeving van uw huizen, moeten er u aan herinneren dat Israël geen acties duldt van zijn vijanden vanop Libanees grondgebied. Elke samenwerking met de Palestijnse terroristische organisatie zal angst, terreur en vernieling in uw huizen teweegbrengen. Wij weten dat de overweldigende meerderheid van de inwoners van Zuid-Libanon in vrede wil leven en zijn best wil doen om zijn huizen en gezinnen van geweld te sparen. Dit verlangen is aanwezig bij de vredelievende mensen aan beide zijden van de grens. De infiltratie van Palestijnse terroristen in Zuid-Libanon zal zeker gewelddadige en harde tegenacties vanwege Israël uitlokken. Tegen de terroristen zelf, maar ook tegen iedereen die hen helpt. Tot onze grote spijt zullen deze tegenacties ook vredelievende en onschuldige burgers kwetsen en grote verhezen en leed met zich meebrengen. Het is nog steeds niet te laat om elke medewerking van enkele extremisten onder u met de terroristische beweging te verbieden. Dit omwille van de vrede en de echte belangen van de inwoners van Zuid-Libanon. We vragen God u te helpen voor het goed van iedereen.

generaal Ouri Orr, opperbevelhebber van de Israëhsche defensietroepen van het Noorden van Israël.'

De politiek die Israël hanteert in dit dreigpamflet weerspiegelt zich in de militaire tactiek die ze gebruiken tijdens het bombardement: naast het zeer precies en selectief afvuren van raketten op de Fatah-gebouwen, worden blind en willekeurig bommen van zwaar kaliber gedropt op burgerdoelwitten zoals op het marktplaatsje Villas. En ook het vernietigen van een olijfboomgaard heeft alles te maken met economische druk en chantage tegen de plaatselijke boeren.

Dirk,
Vrijdag 28 maart '86.

Vandaag heb ik nog een interessant gesprek gehad met een Franse observator-officier van de VN. Hij werkt ongeveer een

64

jaar in Libanon voor de VN. Hij had het over de laatste Israëlische actie en bevestigt volledig de gegevens over de mishandelingen van Libanese burgers door de Israëliërs die wij via ooggetuigen verzamelden. Hij bevestigde de zware schending van de Conventie van Genève door het hospitaal van Tebnine te gebruiken als ondervragingscentrum en gevangenis. Dat tot nu toe nog «leeds geen delegatie van het Internationale Rode Kruis werd loegelaten in de gevangenis van Khiam in Zuid-Libanon. Een gevangenis die onder de bevolking bekend staat als foltercentrum, bestuurd door de Lahad-militie. Dit alles gebeurt onder supervisie van Israëlische officieren. Het Israëlische leger schoot tijdens de strafactie op alles wat bewoog, ook op de Unifil-stellingen, zodat zelfs binnen Unifil hierover paniek ontstond. Volgens deze officier zou de wraak op Lahad-mensen, vanwege de Zuid- Libanese bevolking enorm kunnen zijn, als Israël zich uit Zuid-Libanon zou terugtrekken. 'If they want to hunt for Nazi's they better can hunt in their own country', was zijn reactie over de Israëliërs.

65

6. West-Beiroet zonder Westerlingen - Inhoud

Lief,
Zondag 30 maart '86, Paaszondag.

De situatie in Beiroet en speciaal rond de kampen is gespannen. Reeds twee en een halve dag wordt rond het kamp van Chatila gevochten. Eigenlijk is het er na de vierdaagse oorlog nooit meer lustig geweest. Vorige vrijdag is Dirk uit het zuiden in Bourj El Barasjeh aangekomen. Hij was doodmoe en wilde nog wat verder werken aan de dagnota's. We hebben nog niet kunnen praten. Vrijdagavond werden we uitgenodigd voor de 'film' op het dak van het Haifa-hospitaal. We zaten er met zo'n tien personen vanop het dak van die ruïne te kijken naar het schouwspel van de gevechten om en in Chatila en aan de Groene Lijn. Je zag zeer goed de kogels vanuit het kamp vertrekken. Op een bepaald moment vuurden ze zelfs een B7 raket vanuit het kamp naar een Amal-gebouw. We begonnen te beseffen dat de Palestijnen zelf begonnen aan te vallen. Een kwalitatief verschil met vroeger, want toen werd steeds het ordewoord gegeven van niet zelf aan In vallen. Na twee dagen gevechten meldt de radio 2 doden en 17 gewonden aan Palestijnse zijde. Een groep pro Abu Amar (Arafat) hier in BEB zou verklaard hebben zelf mee te doen als de gevechten om Chatila blijven duren. Gisteren ontploften tegen de avond drie bommen waarvan één in het kamp. Dirk was van mening dat wanneer er vorige nacht niets gebeurde in BEB het hier wel met een sisser zou aflopen. Hij is vanmorgen dan ook vergokken naar het zuiden. Ik voelde me wat verdwaasd, want ik had te weinig geslapen, ondermeer door de lange gesprekken

67

met de mensen van het Noorse team. Vanmorgen dan bij de familie van Ali gaan eten. Ben had het geregeld. Daarna ging hij naar Akka-hospitaal want daar had hij afgesproken met mensen van de Nederlandse ambassade om ze Sidon te laten zien. Ik wou eigenlijk opnieuw gaan slapen, maar ging eerst nog naar Haifahospitaal waar Dr. Mohamed zich erg boos maakte omdat hij Dirk naar het zuiden had zien vertrekken terwijl het in de kampen van Beiroet kon losbarsten.

Er kwamen berichten over de kidnapping van drie Palestijnse commando's door Amal bij Al Hursch vlak voor Akka. Dan opende Amal opnieuw het vuur wanneer het Rode Kruis de gewonden uit Chatila wilde evacueren. Dat zet uiteraard kwaad bloed bij de mensen hier. In deze gespannen situatie was het wel grappig dat vier jonge fedayin elk met een kalasjnikov om de nek ons 8 jonge hondjes kwamen tonen. Ze waren hoogstens een maand oud. De commando's waren zelf hooguit 17 jaar oud.

Dirk,
Zondag 30 maart '86.

De gevechten met Amal zouden verband houden met de verkiezingen binnen Amal die voor 4 april voorzien zijn. Bepaalde fracties binnen Amal proberen de eigen gelederen te verenigen voor een nieuwe kampoorlog. Wat moet ik nu doen? Naar ’t zuiden gaan terwijl het in Beiroet zelf zo gaat spannen? Anderzijds is er buiten mij niemand in Kashmye en Sjahabye. Het nieuwe team in het zuiden is amper een week in Libanon en ze hebben hun eerste schok al gehad. Toen we met hen in Chatila Roza gingen bezoeken, was de spanning te snijden. Tientallen fedayins met kalasjnikovs rond de kliniek. De sfeer was zeer bedrukt, want een kind van 4 jaar dat met een pistool (!) zat te spelen, vuurde per ongeluk een kogel af die een 20-jarige knaap in de hals trof! Fractuur van nekwervel en verlamming van beide ledematen. We hebben die jongen eerst nog met de ambulance naar het grote ziekenhuis van Beiroet moeten vervoeren. Het was donker eer we naar Tyrus konden vertrekken. Geloof me, het maakt flink indruk wanneer je voor 't eerst in het donker al die check-points moet passeren. We zouden met het vertrekkende Noorse team en Ben nog eerst langs Ain El Helweh rijden om foto’s te maken van de verwoestingen door het Israëlische bombardement aangericht. We hadden afgesproken op de parking achter Akka-hos-

68

pitaal maar daar was de spanning ook te snijden. De schoten van de sluipschutters (snipers) waren goed te horen en de kerels Van Amal waren weer binnengedrongen in het ziekenhuis van PRCS (Palestijnse Rode Halve Maan). Ze hadden hun eigen affiche aan de ramen opgehangen: provocerend en vernederend.

De Palestijnse artsen Dr. Rafad en Dr. Mohammed zag ik zeer teneergeslagen buitenkomen uit Akka. Ze waren bang en wilden HEB proberen te bereiken. Ze vroegen wel.tienmaal of er onderweg geen barricades van Amal waren. Wat hebben die mensen ui niet allemaal moeten meemaken. Dr. Rafad is een ongelooflijk moedig man. Hij doorstond de Israëlische invasie, de Rhamadan-oorlog, de Falangistische bezetting en nu wordt hij voortdurend bedreigd in de zich steeds opstapelende 'clashes' die telkens weer kunnen uitdraaien op een nieuwe kampoorlog.

Ik begon te beseffen hoe gevaarlijk het weer werd nu ieder moment een nieuwe kampoorlog kon uitbreken. Geen lachertje Voor Lief als ze veilig’ in een kamp zit terwijl ik in het zuiden vastloop in een oorlog, en omgekeerd ik in het zuiden en zij geblokkeerd raakt in een kampenoorlog. Hoe interessant dit heen en weer gependel ook is, ik vrees dat we er volgende week mee moeten stoppen.

Dirk,
Woensdag 2 april '86.

Ik zit vannacht in het kamp van Rashedie. Gisteren ben ik ook mot de ambulance hierheen komen slapen. De spanning is hier ook ten top gestegen sinds Amal het kamp begon te beschieten. Kr is hier maar één arts, Nasser, net afgestudeerd in Cuba. Ze Vonden het hier dus nuttig dat ik zolang ik in het zuiden ben, in hot kamp zelf blijf voor het geval hier ernstige gevechten zouden uitbreken. Het Amal-check-point aan de toegang tot het kamp is «oor uitgebreid en op de weg van Tyrus hebben ze nog een vliegende controlepost opgezet. Alle auto's worden helemaal uitgezocht, ook onze ambulance. Toch zijn we erin geslaagd een flinko voorraad medische materialen binnen te smokkelen. De Amnl-jongens aan het check-point hebben trouwens een paar Woorden Engels extra geleerd. Naast het gebruikelijke: 'France? Where are you going to?’ klinkt het nu ook zeer bars: ‘Open this and this and that!’. Als het niets oplevert, volgt Tm sorry mister'. Ze hebben hun les goed geleerd. In Chatila is het naar verluidt

69

ernstig. Volgens de Israëlische TV reeds 17 doden. Rashedie is eigenlijk een prachtige omgeving met zicht op zee, erg landelijk. Ze zitten echter sinds '82 zonder elektriciteit. Alleen de moskee heeft een generator, maar de kliniek mag daar van aftappen voor de sterilisator en licht. En toch kijkt iedereen hier zowat naar de TV; meestal een kleine draagbare zwartwitpost die aan de praat wordt gehouden met een autobatterij. Ze kunnen echter alleen de zender van de SLA (pro-Israëlische troepen van wijlen majoor Haddad), en de Israëlische zender ontvangen. De SLA zendt een aaneenschakeling uit van Amerikaanse prutsseries zoals Dallas, Space War,... Maar toch zitten ze daar allemaal gebiologeerd op te gapen, als konijnen naar een lichtbak. Vandaag wellicht mijn laatste dag in Sjahabye. Het was er zeer aangenaam werken. De mensen waren supervriendelijk, zeer gastvrij en erg dankbaar.

Dirk,
Donderdag 4 april '86.

Eergisteren ben ik met Marjan teruggekomen naar BEB. De hele rit in spanning of we het kamp zouden binnenraken want de radio had het voortdurend over de felle gevechten rond BEB. Fel overdreven. Maar wel één dode en één zwaargewonde ten gevolge van het artilleriebombardement vanaf de Groene Lijn.

Toen we 's namiddags arriveerden, was het rustig in BEB. Marjan was maandag met toestemming van Amal binnengeraakt in Chatila. Er waren toen 5 doden en 4 zwaargewonden in het hospitaal. Nu zouden er reeds 14 doden zijn aan Palestijnse zijde. De sfeer is echter heel anders dan wij gewoon zijn bij dergelijke gevechten. Er heerste zelfs een ietwat euforische stemming. Men was deze keer echter medisch en militair vrij goed voorbereid en de verhezen aan de Palestijnse kant waren aanzienlijk kleiner dan aan Amal-kant. Het was vorige week begonnen met Amal-beschietingen. Ze wilden voor hun fractie binnen Amal een grotere populariteit behalen. De Palestijnen sloegen echter vrij hard terug. Maandagnacht braken ze zelfs uit en namen ze militair belangrijke posten in: het schoolgebouw van waaruit Amal voortdurend het kamp met sluipschutters onder vuur namen bijvoorbeeld en vanop het ex-Amal-kantoor aan de Sabra-ingang zou de Palestijnse vlag wapperen.

Het ziet er naar uit dat, de PLO zoals we in de laatste rapporten

70

hebben opgemerkt, zich als de sterkste militaire macht wil manifesteren, en zo er voor wil zorgen dat zij en niet het Reddingsfront als enige valabele onderhandelingspartner worden erkend. Woensdag werd bekend dat twee Britse proffen gekidnapt werden. De 'American University of Beiroet' is in staking tegen deze kidnapping. Donderdag riep radio-Beiroet om dat de Britse ambassadeur alle onderdanen van Her Majesty’ de raad gaf om West-Beiroet te verlaten en te vermijden. Je kan je voorstellen hoe zenuwachtig ik was toen we dit op de radio hoorden, terwijl wij door de gevaarlijke wijken van Zuid-West-Beiroet reden om BEB te bereiken. Goed, ik zit hier nu in ieder geval 'veilig' binnen in BEB en kom er niet meer uit voor het gevaar uit de weg is.

Lief,
Zondag 6 april '86.

De Chatila-oorlog gaat verder, ondanks de drukke onderhandellngen onder Syrische supervisie. Iedere middag geven we aan een groep fedayin in BEB lessen in eerste hulp. Dat gaat vrij goed. Dr. Rafad heeft daarstraks onze analyse over de kampoorlog nog bevestigd. Hij vergeleek de situatie met de Rhamadanoorlog toen de Palestijnen totaal onvoorbereid waren. In Chatila waren amper 50 commando's met alleen lichte wapens en weinig munitie. Via omkoperij van een aantal Sjia-families naast Akkahospitaal konden langs die kant nog eens 25 'fighters' het kamp binnengesmokkeld worden. Er was toen geen enkele medische Voorziening en het was een catastrofe. Een zware psychologische opdoffer voor de strijders. We hebben trouwens al herhaaldelijk gemerkt dat telkens de gevechtsposities moeten ingenomen worden de fedayins langs de kliniek gaan om te kijken of alles klaar staat voor de opvang van de gewonden. Daarom warm ze ook zo boos toen ze te weten kwamen dat Dirk vorige week naar het zuiden was. De zekerheid dat ze adequate medische hulp krijgen in geval van verwondingen is voor hen een serieuze psychologische steun in de strijd.

Ook de moeders van die jongens komen steeds kijken of alles In orde is als er zich gevechten aandienen. Dit is een heel bijzonder aspect aan de kampgevechten. In de klassieke oorlogsvoering vechten de zonen en mannensoldaten gewoonlijk ver van huis, maar hier zitten ze op enkele meters van moeder, vrouw en kinderen, of ze vechten vanuit hun eigen woning als deze een

71

strategische positie inneemt. De familie leeft dus zeer nauw mee tijdens de gevechten. Je kan je wel voorstellen wat een spanning en wat een psychosomatiek ieder gevecht weer oplevert. Iedere ontploffing, ieder gevecht doet de vraag rijzen: 'Is onze Amar erbij?'. Na maanden mollenwerk is de situatie hier nu ernstig veranderd. Alles is klaar om een nieuwe kampoorlog aan te kunnen, en hem te doen omslaan in het omgekeerde van de Rhamadanoorlog: de PLO weer in en rond de kampen. Je kan je niet voorstellen hoe belangrijk dit is voor de duizenden Palestijnen, vooral de jonge mannen; om een 'normaal' leven te kunnen leiden, om hun studies af te maken, werk te vinden, zich te ontspannen, 'met hun vriendinnetje naar de bioscoop te gaan' zonder het risico te worden gekidnapt, gefolterd en afgeschoten. Het is dan ook de enige oplossing voor deze mensen.

Dirk,
dinsdag 8 april '86.

Morgen vervallen onze visa. Dan zijn we eigenlijk illegaal in Libanon, een contradictie in termen want vermits hier gewoon geen legaliteit bestaat, kan je ook moeilijk iets illegaals doen. Toch zou het problemen kunnen geven als we het land willen verlaten met een vervallen visum. Ze rekenen hier zeer fikse 'boeten' evenredig aan de vervallen termijn van je visum. Bovendien kan het Nabih Berri een goedkoop argument opleveren om ons uit het land te zetten. We zullen ons dus laten legaliseren zoals hier trouwens alles 'geregeld' wordt: met geld. Een verlenging van een visum of een arbeidsvergunning kost hier 8.500 L/, ongeveer 23.000 BF. Voor ons twee wordt dat een kleine 50.000 BF. En dan is dat nog een gunstprijs via een officiële gelegaliseerde organisatie zoals UNICEF.

Lief,
woensdag 9 april '86.

Vanavond rond 17 uur waren de kinderen van BEB volop aan het spelen in de smalle straatjes van het kamp en vooral op de platte daken, want dat is voor hen dikwijls de enige beschikbare ruimte in open lucht in dit overbevolkte kamp. Plots werden er salvo's

72

afgevuurd op het kamp. Het werd gevolgd door het schietende antwoord vanuit het kamp en het was weer zover. De reactie van de Palestijnse kinderen is nogal variabel. Je kan het vergelijken met de reacties van Westerse kinderen op het gevaarlijke verkeer. Sommigen beseffen het gevaar dat in de lucht hangt helemaal niet, spelen gewoon verder en vinden al dat 'vuurwerk' zelfs spektakulair. Toen het geschut daarstraks begon, begonnen enkele kleine kinderen onmiddellijk stenen richting Front-street te gooien. Van daaruit opereert Amal en werd nu gescholen. Vlak na de vorige Chatila-oorlog kregen we een kind binnen niet een breuk van de bovenarm. Ze hadden gespeeld. Hij was Palestijn en de anderen waren Amal. Het was er zo echt aan toe gegaan dat zijn arm gebroken was.

Maar de meeste en zeker de wat oudere kinderen beseffen |«er goed wat er aan de hand is. Sommigen beginnen bij het begin van de salvo’s te huilen, grabbelen snel hun jongere broertjes en zusjes bij de hand, of worden zelf door een angstige moeder bij de arm gegrepen en naar huis gebracht. Toen het geschut begon, zag ik ook hoe de oudste zoon van Abu Chahb snel het speelplaatsje achter hun huis dat beschoten wordt, moest overrennen zoals je bij ons een heel drukke snelweg oversteekt. Hij hield een broertje van drie of vier jaar bij de hand. De moeder Volgde met in de ene hand een grote tas met kleren en eten en in de andere hand een derde kindje. Het jongste, een baby nog, droeg ze op de arm. Voortdurend riepen ze mekaar toe: 'Snel, snel, maak dat je overkomt!'.

Typisch voor de kampoorlog is ook dat de gevechten vlakbij en (oms zelfs in huis plaats hebben, waar broers en zusjes, grootouders en moeder, vlakbij zijn. Je kan je voorstellen hoe het voor een moeder moet zijn om de salvo's te horen, de granaten steeds dichter te horen ontploffen en te weten dat haar zoon, daartussen lil. 1 Iet is duidelijk dat zo iets zeer zwaar weegt op de geestelijke draagkracht van de mensen. Je krijgt dan natuurlijk mensen binnen die hyperventileren, of die een acute astma-aanval krijgen van de spanning. We geven kinderen met zo'n aanvallen ventolllipuffers en dat helpt nogal goed.

Het krioelt hier in de kampen van de kinderen, want de gezinnen met veel kinderen zijn hier talrijk. Hun opvoeding, hun gezindheid, het verwerken van de vele trauma's die ze doormaken in deze oorlogen is erg belangrijk. Want zij vormen natuurlijk de toekomst van het Palestijnse volk. Eerlijk gezegd, we zijn tot nu toe geen vredelievender mensen tegengekomen dan deze Palestijnen en hier die al jaren onder de oorlog lijden. Zij willen vreed-

73

zaam in hun land leven, waar ze geen vluchtelingen meer zijn, maar burgers met hun eigen rechten, met de zekerheid hun leven te kunnen uitbouwen in vrede, zonder nog meer van hun familieleden en vrienden door kidnapping, oorlog, schietpartijen, folteringen te verliezen. De mensen hier zijn de oorlog hartsgrondig beu, godverdomme. Of zoals zij zeggen: 'Allah Akbar!’. God is de grootste! Dat maakt dan ook dat we de desinformatiserings-campagne in Europa kotsbeu zijn.

Vanuit bepaalde kringen heeft men het in België en heel de Westerse wereld steeds over het Palestijnse volk als een stel terroristen. Maar als er over terroristen gesproken moet worden, kunnen we het misschien eerst eens hebben over het Israëlische STAATSTERRORISME, dat de eerste en nog steeds de belangrijkste oorzaak vormt van alle ellende en problemen die wij hier zien.

Lief,
Donderdag 10 april '86.

In Haifa moesten gisteren alle patiënten ven de hogere verdiepingen naar beneden gebracht worden, gezien de risico’s van bombardementen. Een hele klus die toch al wat routine begint te worden. Een uur later werden, zoals het noodplan dit zegt, de patiënten die vroeger in Haifa zaten en als oorlogsinvaliden naar een soort home aan de rand van het kamp verhuisd waren, weer naar Haifa gevoerd. Het was er dus een drukte van jewelste. De verpleegster die op een van de kamers verantwoordelijk was - een erg vriendelijk en bezorgd iemand voor de patiënten— zit echter met het probleem dat ze telkens er gevechten uitbreken in tranen moet uitbarsten en gaat schuilen tussen de patiënten. Beneden in het hospitaal werden nog twee extra kamers geopend. De apotheek bleef open en daar gingen de meeste patiënten rond zes uur naartoe om te bidden. Vóór de hoofdverpleger zijn werk verder zette -hij was met Pauline een chirurgische set aan het samenstellenliet hij alles vallen om ook in de apotheek te gaan bidden! Dan kwamen de eerste gewonden binnen. Na tien minuten de eerste persoon die ernstig geraakt was door schrapnels in de hartstreek en de buik, bloedende wonden aan het hoofd, armen en benen. Het was de uitbater van de videoscoop in het kamp, die hier goed bekend is. Hij heeft het niet overleefd. Toen hij werd binnengebracht lieten de meesten onder het

74

Verplegend personeel zich gaan. Drie van hen barstten in tranen Uit en liepen naar het labo om verder uit te huilen. Pauline intubeerde hem nog, deed hartmassage, maar zonder resultaat. Vanavond nog wat nagekaart over gisteren en veel besproken over het preventief werk tijdens een oorlogssituatie. Want dat is alles behalve makkelijk. Toen de videoshop-uitbater overleed, kwamen heel wat fedayin het tijk groeten. Voor ze echter de urgentiekamer binnen mochten, moesten ze hun kalasjnikovs achterlaten bij de toegangsdeur, waar een oud vrouwtje een oogje hield op vier zware machinegeweren en een zestal lichte geweren. Een grappig gezicht! Net nog lachten we tot we erbij vielen, omdat de labotechnicus kwam klagen dat het onmogelijk was de kleurtechnieken ernstig toe te passen, en omdat de apotheek was omgevormd tot een moskee! De cultuur-shock is hier nog altijd even fel. De situatie van de vrouwen hier lijkt fel op die in België in de vorige eeuw. De gearrangeerde huwelijken, de situatie van een vrouw die nooit zelf het initiatief mag nemen, altijd haar man die er vier vrouwen op mag nahouden moet dienen. Hij moet voor zijn huwelijk de nodige ervaring opdoen op seksueel gebied zodat hij toch zeker geleerd heeft het onderscheid te maken tussen een intact en een gescheurd maagdenvlies. Je kan de onvrede daarover onrechtstreeks opmaken uit de verhalen van de meisjes, die nu en dan iets opmerken omdat ze weten dat je Europeaan bent en dat het bij ons wat anders ligt. Ze beschouwen dergelijke aspecten van hun cultuur meestal als achterlijk. En hopen vernieuwing te vinden in ... West-Europa.

Lief,

maandag 14 april '86.

Vanmiddag zijn we gaan eten bij de familie van Mahmoud. Het was wel indrukwekkend hoor, in z'n nieuwe flat, waar buiten dón kamer alles nog in de naakte muren stond. Zijn kamer hing vol f )to's en posters van voetbalploegen. Er stond een Europese tnfel waar we met vijf aan konden zitten om te eten terwijl zijn vader aan het vertellen ging. De vader van Mahmoud was 13 jaar toen hij zijn geboortedorp Tarshiha in Palestina verliet. Die ene dag zat hij nog in de vijgebomen fruit te eten, terwijl zionistische milii es begonnen zijn dorpje te bombarderen. Ze vluchtten in de kelders en ’s anderendaags naar Libanon, 't Zou maar voor een maandje zijn. Als de oorlog gedaan was, konden ze terugkeren.

75

38 jaar later is hij nog steeds niet terug in zijn dorp geweest. Zijn zonen hebben het zelfs nog nooit gezien. Maar toch stond hij erg tolerant tegenover de joden en de Engelsen. De Engelsen hadden de zionistische milities wapens gegeven. Maar toen hij hoorde dat Pauline Engelse was, excuseerde hij zich, en zei dat de 'oom van de profeet Mohamed ook een slechte was'.

Het kidnappen van buitenlanders hier in Beiroet begint erg toe te nemen. De risicofactoren waarover we in onze vorige brief schreven zijn nog verergerd: men kidnapt niet alleen belangrijke personen, maar zelfs humanitaire werkers die de steun hebben van de belangrijke instituten in Beiroet. Ook al drie leden van het Libanese Rode Kruis zijn verdwenen. Telkens blijkt het om weer een andere organisatie te gaan die probeert met een kidnapping het nieuws te halen. In de communiqués die ze verspreiden, slagen ze er zelfs niet eens in om enige eisen te formuleren. Ze zouden ze pas stellen nadat ze de Franse slachtoffers 'ondervraagd' zouden hebben. Ze kidnappen hier dus eerst en dan gaan ze een reden verzinnen. Nadat de laatste Franse leraar in zeer eigenaardige omstandigheden bevrijd werd, heeft de kidnappende organisatie laten weten dat ze nu een veelvoud aan Fransen gaan kidnappen. Ook Hezbollah heeft de kidnappingen veroordeeld als schadelijk voor de situatie in Libanon. Zo hopen ze gerespecteerd te worden als ernstige militie. De kidnappingen gebeuren niet alleen op traditioneel gevaarlijke plaatsen, maar ook in veilig geachte zones. Hamra bijvoorbeeld, dat gecontroleerd wordt door de PSP. En als klap op de vuurpijl werd vrijdag een Ier, Brian Keneer, een leraar aan de univ, ontvoerd. Deze Ier woont vlak naast onze flat in Hamra. Brian was nu wel makkelijk te herkennen als niet autochtoon met zijn vuurrode haardos. Maar wat de kidnappers aan eisen gaan verzinnen aan het adres van Ierland is me toch niet erg duidelijk. Het lijkt dus ernst te worden. De resterende Franse leraars zijn nu op drie plaatsen gegroepeerd, en leven daar onder voortdurende bewaking van milities. Maar wij staan in de kampen onder voortdurende bescherming van een paar duizend gewapende fedayins! Al betekent dat, dat we voor onze veiligheid best de kampen niet verlaten. De kampen, zogenaamde 'broeinesten van het internationaal terrorisme' zijn nog de enige plaatsen in West-Beiroet waar buitenlanders veilig kunnen vertoeven.

76

Dirk,
dinsdag 15 april '86.

De VS hebben Libië gebombardeerd. Heel de Arabische wereld Itaat op stelten. Ook in de kampen is het het gespreksonderwerp nummer één. Al beschouwden ze hier Khadaffi als 'masjnoen' of 'getikt', hij is toch maar de held van de dag. Deze raid gaat naar mijn gevoel grote problemen brengen voor de situatie in het Midden-Oosten. De desinformatie van Reagan en Thatcher is Weer treffend. Op de BBC interviewden ze Ahmed Jibril (leider van PFLP-GC), alsof dat de vertegenwoordiger zou zijn van het Palestijnse volk. Abu Nidal wordt bovendien ook regelmatig opgevoerd om de desinformatie rond terrorisme wat op te vijzelen. De uitlatingen van Jibril waren werkelijk ridicuul: 'We will attack every American and every British Citizen'. Pauline zou dus ook in het kamp groot gevaar moeten lopen want Jibril heeft hier oen kantoor in het kamp. Maar de mannen van de PFLP-GC kwamen ons onmiddellijk gerust stellen dat we niets te vrezen hadden. Vanmorgen stond op de voorpagina van het dagblad 'L'Orient-Le Jour' een grote foto van Tindemans, Belgisch minister van Buitenlandse Zaken en vertegenwoordiger van de EG, tlle politieke en economische sancties afkondigde tegen Libië, oti bijgevolg tegen de Arabische wereld. Als ze ons dus willen ontvoeren, hoeven ze niet naar een argument te zoeken. Vanavond heeft volgens het Libanese TV-nieuws een Islamitische groep verklaard dat ze alle buitenlanders, van welke nationaliteit ook zullen kidnappen en executeren als revanche voor het Amerikaanse bombardement. We zitten dus potvast in het kamp.

Dirk,
zaterdag 19 april '86.

De weerslag van de VS-raid met Britse hulp op Libië is voelbaar. Pauline heeft een brief gekregen van de Britse ambassadeur dat te net als de andere Britten verzocht wordt West-Beiroet, de Hookaavallei, Zuid-Libanon te mijden, of beter nog Libanon te Verlaten. Volgens Mijnheer de Ambassadeur zijn dus alleen de llreken die door de falangisten gecontroleerd worden nog veilig. De BBC-World Service roept ook regelmatig op de radio om dat (Ir Britten en de Europeanen in West-Beiroet hun huizen niet Hingen verlaten, en zo vlug mogelijk de ambassade moeten con-

77

tacteren voor hun evacuatie. Dat bericht volgde op de kidnapping van de Britse cameraman op de weg naar de luchthaven om llu.. Dat is hier net om het hoekje! Hij vluchtte net uit het Commodorehotel om zo snel mogelijk het land uit te raken. Hij werd geëscorteerd door twee auto's met 5 Libanezen! Langs de luchthaven kan niemand nog weg. Veel Britten zijn geëvacueerd via een boot naar Cyprus. Vandaag is er een grote groep jounalisten per hehkopter van West naar Oost-Beiroet overgebracht. Alle wegen en vooral die naar de luchthaven worden gecontroleerd door alle mogelijke en onmogelijke milities. Iedereen in het kamp drukt ons voortdurend op het hart om toch zeker niet buiten het kamp te komen. De Palestijnen hebben veel begrip en leven mee met onze precaire situatie. Iets wat zijzelf al jaren meemaken. Ze winkelen voor ons buiten het kamp en doen andere boodschappen.

In de pers en op de BBC hoor je voortdurend een verband leggen tussen de kidnappingen van buitenlanders en de Palestijnse kwestie, hoewel er tot nog toe geen enkele Palestijnse organisatie is geweest - zelfs Abu Nidal niet die de verantwoordelijkheid voor één van die ontvoeringen heeft opgeëist. Het zijn telkens zogenaamde fundamentalistische of anti-imperialistische groepen. En toch is er in de media steeds weer die band met de Palestijnse extremisten!

Alleen, bij een kampoorlog is het in die kampen wel erg warmpjes. De ‘buffermacht’ is na het uitdoven van de oorlog om Chatila dan toch geïnstalleerd. Wat me vandaag nog opviel in de pers was een communiqué van de 'Cellules Fedayin Arabes' na de executie van een Amerikaan en twee Britse onderdanen die zij opeisen in bewoordingen die precies lijken op de comuniqués van de CCC in België of omgekeerd. Nog een opmerking : de dag dat die drie lijken gevonden werden, werd dat om 8 uur ’s morgens door de Libanese radio bekend gemaakt. Pas na de middag begon de BBC-World Service erover. Er werd zeker op hoog niveau in Engeland vergaderd om te beslissen of de Engelse bevolking wel mocht ingelicht worden.

Dirk,
Maandag 21 april '86.

Na een konvooi van vooral Britten is vandaag een konvooi met vooral Fransen naar Oost-Beiroet gevoerd. De 'American Uni-

78

Versity' in Beiroet (AUB) en enkele andere belangrijke instellingen in West-Beiroet hebben hun deuren gesloten, of dreigen volledig in elkaar te stuiken Joemblat (PSP) is razend, vooral op Libië, al kan hij het land niet met name noemen. Hij beschuldigt 'bepaalde Arabische landen ervan zich op de buitenlanders in Beiroet te willen afreageren waardoor ze in Libanon scholen en hospitalen ten gronde richten, terwijl ze in eigen land alle faciliteiten en geven aan diezelfde buitenlanders, om goede ziekenhuizen uit te bouwen'. Volgens mij heeft hij daar wel gelijk in.

79

Foto's - Inhoud


Bourj El Barajneh


Chatila na de eerste Rhamadanoorlog,
zomer 1985


Bourj El Barajneh, niemandsland
als zuidergrens van het kamp


Bourj El Barajneh, najaar 1985


Bourj El Barajneh, wederopbouw
najaar 1985


Bourj El Barajneh


Bourj El Barajneh


Bourj El Barajneh


Bourj El Barajneh, Abu Taisir
met kleinkinderen


Bourj El Barajneh


Bourj El Barajneh, gedenkteken voor de
martelaren van de eerste kampenoorlog


Alia en Ben in Bourj El Barajneh


De nieuwe klinik in het Kasjmyekamp,
Zuid-Libanon


Lieve in Bourj El Barajneh


Dirk in Bourj El Barajneh


Bourj El Barajneh, woensdag 18 juni 1985
'Waar is nou jouw camera?' riep Fatmi.


Bourj El Barajneh, intensieve zorgen
afdeling 'Haifa hospitaal'


Bourj El Barajneh, Haif hospitaal


Bourj El Barajneh, het buitenlands
medisch team: Ben, Lief, Pauline, Dirk


Bourj El Barajneh, zondag 29 juni
1986, evacuatie van Ali Adnaan


Bourj El Barajneh, zondag 29 juni
1986, evacuatie van gewonden


Bourj El Barajneh, Haifa hospitaal,
5 juli 1986, na de oorlog


Bourj El Barajneh, Samar rouwt aan het
graf van haar omgekomen verloofde


Getekend tijdens de kampenoorlog
in een schuilkelder te Chatila

7. De eed van Hypocrates - Inhoud

Lief,
donderdag 24 april '86.

Ik was blij toen ik rond 15 uur eens kalm de krant kon zitten lezen in de zon. Maar ik werd toch nog onderbroken door een kereltje van 9 jaar dat tijdens oorlogje spelen een steen tegen zijn hoofd had gekregen en vol bloed werd binnengebracht. Toen hij onze infusenbatterij zag hangen, raakte hijzelf in paniek, en wou hij niet op de tafel, want hij was bang om te sterven. Hij had zo ooit zijn broer weten sterven op de tafel van de urgentiekamer, ook vol met buisjes. Na veel overtuigingswerk kon ik toch zijn hoofdwonde onderzoeken: een flinke jaap van wel 4 cm tot op het beenvlies. Een van de first-aid students heeft me geholpen bij de hechting en kon zich nadien oefenen in het aanleggen van een hoofdverband. Hij was tevreden over zichzelf.

Tegen 18 uur naar Haifa, omdat Dirk van wacht was, en omdat het cultureel niet aanvaard wordt dat ik als vrouw alleen thuisblijf. Pauline en ik aten bij de verpleger Youssef, die het nogal heeft voor buitenlanders, wellicht ook omdat hij hoopt zo weg te kunnen. Rond 19u30 begonnen de gevechten aan de Groene Lijn wel erg dicht te klinken. In alle richtingen rond het kamp kon je de zware ontploffingen horen. Moeilijk om de herkomst en het doel te lokaliseren. Het leken zware beschietingen op de Amal-posities rondom de Palestijnse kampen. We werden echter gerustgesteld met de mededeling dat het veraf was.

Het TV-nieuws handelde over het internationaal terrorisme. We kregen het filmpje te zien dat een stel gekken gemaakt heeft

105

over de 'ophanging' van de Britse onderdaan Collet. Volgens Pauline -zelf Britse was hij nog in leven tijdens de ophanging. Overigens een zeer sadistisch filmpje: eerst twee minuten met de camera op de koord waarbij achtergrondmuziek, en dan het spartelend lichaam aan de koord. Men is het er nog steeds niet over eens dat het wel degelijk om die Collet zou gaan.

Terwijl we daar bij die televisie de argumenten pro en contra overwogen, sloegen rond het kamp zware bommen in; werkelijk de zwaarste beschieting die ik in al die maanden Beiroet gehoord heb. Plots een enorme lichtflits en een vreselijke knal buiten, in het kamp zelf. Pauline en ik sprongen recht. Maar de aanwezigen wilden ons geruststellen, dat het ver weg was en zo. We gingen dan weer zitten. Ik kreeg de slappe lach. Dat wordt mijn gewoonte als ik emotioneel begin door te slaan. Pauline en ik dan maar praten over het surrealisme dat we daar meemaken: raketten die boven onze hoofden neervliegen en in de buurt met veel geraas inslaan, terwijl we op TV zitten te kijken naar een opknoping van een Brit en vredig een kopje thee drinken. Intussen ontstond buiten dan toch enig rumoer. Iemand kwam zeggen dat een bom ingeslagen was op een huis in het kamp. Dus toch. Toen we bij het hospitaal aankwamen, werden twee gewonden binnengebracht. Ze waren er veel erger aan toe dan bij 'normale clashes’. Bovendien waren de lichamen vreselijk vuil zodat je amper weet waar eerst kijken. Eén meisje, een lerares uit Rauda Huda, had een stevig hoofdletsel, haar oog puilde uit de kas, ze ademde goed maar was bewusteloos. Ze was wel totaal slap, geen reflexen. Dan een jongen die we vanmorgen nog een tetanusvaccinatie gegeven hadden. Zijn rug lag helemaal open door schrapnels. Zijn arm was op verschillende plaatsen gebroken, maar de zenuwen, spieren en bloedvaten waren nog intact.

Het derde slachtoffer dat intussen binnengebracht werd, was dood. Het was Nidal, administratief hoofd van het Haifa-hospitaal. Ze had een schrapnel in haar hals gekregen, en ook in de borstkas. Die raketten geven verschrikkelijke wonden. Zij leek de laatste tijd de bommen aan te trekken. In de recentste gevechten was haar huis voor de derde maal getroffen, toen door een B7 raket. Nu was ze op bezoek bij haar vriendin en net dan viel een bom op dat huis. Zij was een belangrijke vrouw binnen Fatah-Abu Amar (Yasser Arafat). Ze had haar sporen verdiend als fedayin en had daarna binnen de PRCS een wat wij zouden noemen 'sociale benoeming' gekregen. Ze bracht het van ambulancechauffeur tot directrice van het ziekenhuis. Haar man was reeds verscheidene jaren geleden gedood tijdens de Israëlische

106

invasie. Zij leefden in BEB, terwijl haar twee kinderen van 15 en 10 jaar in Jordanië verbleven. Na deze beschietingen waren er geen problemen met Amal over het transport van de gewonden. Ze leken extra-behulpzaam, kwamen zelfs tot IN het hospitaal. Wij stellen ons wel vragen over de veiligheidsconsequenties. Volgens Dirk hadden ze ook de zendinstallatie van het hospitaal kunnen zien. Iemand anders merkte op dat Amal de gewonden naar het ziekenhuis van de American University wilden brengen, wat ze nu volledig onder hun controle hebben. De gewonden waren het slachtoffer van beschietingen door de Kataeb, dan lijkt er vriendschap met Amal te bestaan, maar morgen kan het evengoed weer anders zijn. De hele nacht ging trouwens het zware geschut door. Ik werd er bloednerveus van.

Lief,
Vrijdag 25 april '86.

Vandaag worden alle activiteiten van het Haifa-ziekenhuis opgeschort voor de rouw en begrafenis van Nidal. De 'clinic' wordt ook gesloten. Verschillende lokalen worden in gereedheid gebracht voor de mensen die rouw komen betuigen. Samar, een verpleegster, en Ahmed, de administrator, zijn opgewekt omdat ze vandaag niet hoeven de werken. Umwahhd, het hoofd van de PRCS in Libanon, komt om 10 uur langs voor de regeling van de hele rouwplechtigheid. Pauline en ik gaan naar de rouwkamer voor de vrouwen. Dirk naar boven waar de mannen zich verzamelen. De moeder van Nidal zit in de rouwkamer. De vrouwen zingen emotionele liederen over Nidal. De moeder van Abu Rabiez zingt voor, terwijl enkele poetsvrouwen van Haifa met de kleren van Nidal dansen. Er is veel volk en er wordt veel geweend. Dit duurt tot ongeveer 13 uur. Er wordt continu gebeden en gezongen. In heel het kamp wordt de dood van Nidal bekendgemaakt. Om 13 uur wordt de kist met het lijk, waarover een grote Palestijnse vlag, naar het graf gedragen, enkele kilometers buiten het kamp. Het was voor het eerst sinds een jaar dat van Amal de toelating werd verkregen om iemand met zoveel volk en wapens buiten het kamp te begraven. Ze was dan ook niet gestorven onder de bommen van Amal, maar wel van de Kataeb.

Nadien werden we uitgenodigd op het begrafenismaal dat werd georganiseerd door de voornaamste Fatah-kaders. Vooraf gezamenlijk gebed uit de koran, onder grote foto’s van Arafat. Je

107

kon ondanks de zeer beladen tafels nauwelijks iets eten, want het moest in ploegen verlopen. Nadien koffie, van die zeer bittere Arabische, ook niet bepaald om veel van te drinken. De hele dag was erg indrukwekkend.

Dirk,
Zondag 4 mei '86.

De aanslagen op en de kidnapping van buitenlanders gaan onverdroten verder, vooral in Hamra. Een Frans leraar werd beschoten en gewond toen hij probeerde te ontsnappen uit een groep mannen die hem kidnapten. Twee Grieks-Cypriotische studenten van AUB werden gekidnapt. De organisatie die beweert de Brit Collet op lugubere wijze te hebben omgebracht, heet 'de revolutionaire Islamitische organisatie van socialistische muselmannen’ (!). Gekke naam niet? Een mengeling van marxistische terminologie en moslim-fundamentalisme; allebei vijanden van het US-imperialisme. Het deed mij onmiddellijk weer denken aan het jargon van de CCC in België. Alle ‘officiële’ milities en groepen hier geven sterk af op de kidnappingen (ook Hezbollah). Velen zeggen dat de Mossad erachter zit (Israëlische Geheime Diensten). Het zou me helemaal niet verbazen. In het kamp verwijzen sommigen naar de Suez-crisis in 1956 met Nasser, toen de Britse invasie van het kanaal voorafgegaan werd door een reeks aanslagen en aanvallen op Britse burgers en doelwitten in de Arabische wereld. Nadien bleek dat de Britse Geheime Diensten daar een flinke hand in hadden. Nu wordt er hier ook veel geschreven over een mogelijke Israëlische aanval en invasie op Libanon. Dat was het gevolg van een mededeling van de Franse ambassade die het had over voorbereidingen van Israël in die zin. Donderdag 1 mei, vlogen Israëlische vliegtuigen heel laag over Zuid-Beiroet. Ik was van wacht en het was de eerste keer dat we hier luchtafweergeschut hoorden. Marina, de Roemeense vrouw van Dr. Rafat raakte in paniek. Ze heeft de Israëlische invasie en bombardementen van '82 meegemaakt, met een baby van vijf maand, terwijl haar man voor de PRCS werkte in de Beeka-vallei. De gevolgen van luchtbombardementen zijn enorm, zelfs nu we in de omgeving en ook in het kamp de gevolgen te verwerken krijgen van artilleriebombardementen. Bombardementen van de luchtmacht zijn nog veel erger.

Vorige donderdag hebben we nog een forse voorsmaak gekre-

108

gen. De buurt van het kamp en het kamp zelf werden vanuit Oost-Beiroet beschoten. Ik was van wacht. De raketten die Amal van het vliegveld terugschoot, vlogen ook over het ziekenhuis en deden ramen en deuren trillen. Het was voor mij echt angstaanjagend. Ik lag in bed aan de oostkant van het ziekenhuis, van wacht. De raketten die vanuit Oost-Beiroet werden afgevuurd, gaven een akelig geluid dat nog doordringender was omdat we alle ramen hadden opengezet tegen het blast-effect. Je hoorde ze als laagvliegende, zeer snelle vliegtuigen aankomen, en dan is het wachten waar ze zullen neerkomen. In het kamp of erbuiten? Loeiende sirenes vanuit de stad zelf tegen de achtergrond. Als er één raket neerkomt in het kamp geeft dat een massa slachtoffers als de mensen nog niet in de schuilkelders zitten. Ik had de ridicule reactie om de deken over mijn hoofd te trekken toen ze over het ziekenhuis kwamen aangevlogen. De licht-flashes van de ontploffingen zetten mijn kamer telkens in een zee van licht. Na een tijdje was ik het beu nog langer in bed te liggen wachten. Ik trok naar de gang waar trouwens de overgrote meerderheid van het personeel al bijeengetroept stond. Een reactie van contact en veiligheid zoeken bij mekaar. Na een half uur of wat kwamen de patiënten ook van de hogere verdiepingen met infuus en al de trap afgedaald, op eigen initiatief. Het was weer karnaval in Haifa. Dr. Rafad moest iedereen terugsturen want het ziekenhuis was nog niet echt in gevaar omdat de raketten niet op het kamp gericht werden.

De spanning tussen Westen Oost-Beiroet stijgt weer ten top. Alle doorgangen aan de Groene Lijn zijn gesloten. Er is een ware 'rush' naar voedsel aan de gang. De prijzen stijgen dan ook enorm. Amal begint weer te tergen. In het zuiden zouden ze 200 Palestijnen gekidnapt hebben. In Chatila werden twee lijken van Palestijnen gevonden die de dag voordien door Amal gekidnapt waren. Ondanks de door Syrië 'gecontroleerde' bufferzone. Er ontstond een spontane manifestatie van honderden vrouwen tegen deze moorden en kidnappingen in Chatila. Dat gebeurde erg tegen de zin van de mensen van het Reddingsfront.

Vorige week werden er bij BEB ook twee gekidnapt. En dat gaat hier zo maar door. Meestal verschijnt er dan een klein stukje over in de lokale pers 'L’Orient-Le Jour'. Zolang wij echter hier zijn, hebben we nog nooit ergens gehoord of gelezen dat de Palestijnen zelf zo iets uithalen. Als dat zou gebeuren, zouden L'Orient en de Kataeb-radio dat ongetwijfeld dagenlang breed uitsmeren. Vorige donderdag nog een jonge man op consultatie gehad die volledig ingestort was omdat hij door Amal met elektriciteit was bewerkt.

109

Vóór '82 was de situatie in de kampen totaal anders. Toen kregen alle jonge mannen en meisjes fysische en militaire training. Ze gingen regelmatig naar de Sjouf-bergen, hadden allemaal werk, kregen verplichte vorming over de Palestijnse revolutie... Het vertrek van de PLO na de Israëlische invasie heeft dat allemaal vernietigd. Nadien kon alleen nog clandestien gewerkt worden. Dat is nu nog gedeeltelijk het geval. Vlak na de slachtingen onder Israëlische supervisie in Sabra en Chatila kwamen er Italiaanse UNO-soldaten rond de kampen. Daar wordt nu nog met veel lof over gesproken. Er was een hechte vriendschap met de Italianen, want zij traden daadwerkelijk op wanneer soldaten van het Libanese leger probeerden Palestijnen te arresteren. Dan trokken de Italiaanse troepen weg en kwamen de Falangistische bezetters. Het regende veel arrestaties. Onder het huis waar nu onze clinic is, werden toen 6 kalasjnikovs opgegraven, die er onder de grond gestopt waren tijdens de Israëlische invasie.

Dirk,
Maandag 5 mei '86.

De kranten schrijven hier over de ontdekking van een massale wapentrafiek vanuit de VS naar Iran en terroristische groepen werkzaam in het Midden-Oosten. Er was een Israëlische generaal op rust bij betrokken, samen met twee andere Israëliërs. Het ging om een bedrag van 2 miljard Amerikaanse dollars. Dat moet ruim het dubbele zijn van wat bijvoorbeeld het Belgische leger op een jaar aan wapens en munitie koopt. Het ging zelfs ook om gevechtsvliegtuigen, dus niet alleen om handwapens. Het kan niet zijn dat een trafiek, van zulke omvang, met zulk materiaal, naar een land wordt gesmokkeld waarvoor sinds Carter een absoluut wapenembargo wordt gehandhaafd. En dat terwijl het Midden-Oosten door de Reagan-administratie als vijand nummer één wordt beschouwd. Dat kan wel plaatsvinden als het zo gesofistikeerde CIA daar weet van heeft. Het gebeurde trouwens toevallig dat een waarschijnlijk parallel veiligheidsapparaat op federaal niveau op deze trafiek stootte. Nog merkwaardiger is de positie van Israël, dat pretendeert dat het orders vanuit Syrië aan 'terroristen' in Europa zou onderschept hebben met zijn sterk georganiseerde inlichtingendiensten. En dat diezelfde inlichtingendienst blind zou zijn voor zulke reuzenwapentrafiek

110

naar haar belangrijkste vijand: de terroristen en de fundamentalistische extremisten'. Merkwaardig is ook welke grote hoeveelheid aan mediastof er besteed wordt aan de terroristenpsychose, en hoe zielig weinig aandacht besteed wordt aan die wapentrafiek aan de terroristen.

Dirk,
Woensdag 7 mei '86.

Lief, Pauline en ikzelf zitten vol luizen. De behandeling met het smerige goedje benzylbenzoaat heb ik wat te onstuimig uitgevoerd zodat ik met een verbrandingsconjunctivitis zit, want het spul kwam ook in mijn oog.

Vannacht een erg luguber huisbezoek gedaan: gebonk op de deur: een dertigjarig ventje, met een grot bochel: 'Madame was zwaar ziek'. We proberen de mensen nu al een hele tijd duidelijk te maken dat ze met een zieke beter naar de clinic zelf kunnen komen. Zeker 's nachts wanneer ik daar alleen ben. Ik begin hem dat nog eens uit te leggen, maar het ging volgens hem onmogelijk want madame was veel te ziek om te komen. Ik vroeg dan hoe oud ze was: '35 jaar' - 'Ja, dan moet ze maar komen'. 'Onmogelijk, ze slaapt te vast, ’tis niet ver, hier vlak achter de hoek'. Goed, ik in pijama mee door de totaal verlaten steegjes van het kamp. Helemaal naar de andere kant van BEB. En in plaats van in was het buiten het kamp, in de zo gevreesde Baalbek-regio. Ik vertikte het om nog verder te gaan. Ik zei hem ze dan maar op een brancard naar daar te laten brengen. Ónmogelijk want ze weegt wel 300 kilo!' Dan het ik Mahmoud maar roepen. Niet goedwetend wat te doen. Enerzijds die zogenaamde eed van Hypocrates indachtig, anderzijds in Libanon waar geen enkele eed van wie dan ook van tel is. Gelukkig bleken de Palestijnen allang gealarmeerd te zijn. Dat gebocheld mannetje was immers geen Palestijn maar een Libanees-Syrische figuur. We besloten geëscorteerd door drie gewapende Palestijnen toch maar te gaan kijken. Zij haalden hun revolvers uit de holster, en eenmaal in die beruchte Baalbek-regio haalden ze zelfs de veiligheidspal af: 'trigger minded'! Een voor mij ongelooflijk surrealistisch beeld. Het ventje met zijn bochel tien meter voor ons uit, dwars door het puin waar we helemaal in het begin van ons verblijf de lange tocht met Alia deden, de vrouw met haar drie kindjes die aan

111

borstkanker stierf. Ik in pijama en de drie Palestijnse fedayin hun revolver op scherp. Maar de bochel loog eigenlijk voortdurend. Want telkens beweerde hij dat z'n huis 'vlakbij’ was. Maar 'vlakbij' was steeds weer verder. Ten langen laatste kwamen we dan toch bij zijn huis aan. Ver van het kamp, diep in de Amal-regio. Mahmoud ging mee binnen: een slaapkamer met op de canapé vier vrouwen: een jong meisje helemaal ingewikkeld op z'n Iraans en de drie andere gescarfd. De koran lag open op tafel, 'stemmige' religieuze muziek uit een cassetje. Op het bed bedekt met een berg dekens de patiënte. Wanneer ik aan het hoofdeinde de dekens wat oplichtte inderdaad een kolos van best mogelijk 300 kg., die echter niet meer ademde. Een pols gaan zoeken in de hals of auscultatie was onbegonnen werk tussen de immense vetplooien. Na enige discussie bleek dat ze om 20 uur nog naar het AUB-ziekenhuis geweest waren waar ze 2 injecties in de armen gekregen had (insuline?).

Al voelde ze nog warm aan, dood was ze zeker. Ik draaide me dan maar naar de vier devoot bij elkaar zittende vrouwen en zei: 'Chalas' (het einde). Ik verwachtte me aan de gebruikelijke treurreactie, maar niets daarvan. Het werd: 'Dank u dokter, dank u’. Duidelijk opgelucht dat ze er vanaf waren. Daarna met mijn escorte terug naar het kamp. Achteraf bekeken een zeer gevaar - lijke onderneming. Mahmoud zei: 'I was afraid doctor, for you, not for us. Because we can shoot and throw a bomb and run into the camp if they 'd have attacked us. But you in your pijama!'

Tijdens heel die tocht had ik geen moment beseft dat ik in een opvallende duidelijk zichtbare pijama door het kamp, de puinzone en de Amal-wijk gelopen had. Die kerel zei altijd maar: Het is hier vlakbij!'. Anderzijds zitje natuurlijk met je morele plicht als arts. Merkwaardig dat die Palestijnse fedayin ook met dat gevoel zaten. Zij beseften veel beter het gevaar dan ik, maar toch gingen ze mee om in een voor hen uiterst vijandige wijk Sjia-mensen te gaan helpen, die hun vrienden kidnappen en vermoorden, die hun kamp beschieten. Ik vind dit een prachtig voorbeeld van de anti-racistische mentaliteit bij de Palestijnen.

Vandaag heeft Pauline een vrouw uit Sri Lanka geopereerd in Haifa. Ze was opgenomen voor een buitenbaarmoederlijke zwangerschap in Akka met een hematocriet van 17 (ernstige bloedarmoede). Maar omdat er in Akka geen bloed voor haar bloedgroep voorradig was, transporteerde men haar naar Haifa om dan onder de Palestijnse vluchtelingen van BEB een speciale bloedcollecte voor haar te organiseren. Dit keer—dat moet ik toegeven kwam dat niet zo snel op gang als wanneer een gewonde

112

'fighter' bloed nodig heeft. Maar kom, ze deden het toch maar weer!

De vrouw kon gestabiliseerd worden. Dan kon ze eerst nog een keer naar Beiroet-hospitaal gestuurd worden voor een hier peperdure echo. Met het bloed en veel geld van de Palestijnse PRCS is ze erdoor gehaald! En ik heb er geen enkele vraag of reactie op gehoord van de Palestijnen. Toen ik zondag dienst had, kwam hier een Turkse jongen met een flinke hersenschudding binnen. Hij was van de eerste verdieping gevallen. We wilden hem opnemen voor observatie, tegen de wil in van de wenende moeder. De verpleegster kon haar echter overtuigen. Maar dan bleek dat alle bedden vol waren. Dan probeerden we een extrabed te organiseren waarvoor zelfs de hospitalen in Chatila en Akka werden gemobiliseerd. Uiteindelijk heeft PRCS hem naar Akka getransporteerd en opgenomen. Allemaal gratis en een enorm contrast met alle andere hospitalen in de stad, ook die van de zogenaamde soenitische 'liefdadigheidsinstellingen'. Ook daar wordt de patiënt niet opgenomen zonder geld. En ook nu heeft niemand daarover een opmerking gemaakt.

Vandaag kregen we van Abu Ah, een Sjia-middenstander uit de Front-street, een kilo verse aardbeien en een schotel vis omdat we gisteren zijn duim genaaid hadden. Morgen begint de Rhamadan hier, je zal er ongetwijfeld nog veel over horen.

Dirk,
vrijdag 9 mei '86.

Vannacht is hier de Rhamadan gestart. Vorig jaar begon hij op 20 mei. Dat moet iets te maken hebben met de stand van de maan. Rond 2u30 begonnen de trommels rond en in het kamp te roffelen. Van dan tot 19u30 loopt de vasten: verboden te eten, te drinken, te roken,... In de koran moet er zeker iets staan over een absoluut verbod om wat dan ook in de mond te stoppen, want we hadden hier zelfs patiënten die onder geen beding een tongspatel wilden toestaan om in hun keel te kijken.

Vanavond ben ik van wacht op Haifa-ziekenhuis. Vanmiddag was daar een vrouwtje van zo'n 75 jaar dat kloeg over 'ham' of koorts. Het mensje was erg gedeshydrateerd want het had in het kader van de grote vasten sinds gisterenavond geen druppel water meer binnengekregen.

Straten en steegjes zijn hier versierd met groene vlaggetjes

113

waarop een kromzwaard en in Arabische letters iets in de zin van 'Allah Akbah', Allah is groot.

Het is ons nu ook duidelijker geworden waarom Rhamadan steeds oorlog en gevechten betekent in Libanon. Door dit vasten hebben de mensen immers overdag veel te weinig suiker in hun bloed. Wanneer ik om 18 uur even naar beneden ging en langs de shop van Abu Chalil ging, waren net twee mannen op de vuist gegaan. Abu Chalil heeft intussen van zijn bloeiende koffieshop een soort lunapark gemaakt dat hij uitbesteedt aan de buren. De buren houden tussendoor ook nog een kruidenierswinkeltje. De twee vechtenden werden alsmaar agressiever. Eén van hen gaf met een gebroken glas de andere een jaap in het aangezicht. Het ging er steeds gewelddadiger aan toe want er werd een pistool getrokken. Ik sprong snel het winkeltje binnen op zoek naar dekking. Maar ik zat verkeerd, want het conflict draaide precies rond de eigenaar van het winkeltje. Toen de pistolen getrokken werden, nam het jongetje in de winkel —een heel simpel figuur dat zelfs niet kan tellen als je er iets koopt— een reeks grote potten met nootjes van de schappen. Hij toverde er een kalasjnikov achter te voorschijn. Toen sloeg de schrik me pas werkelijk om het hart. Maar al vlug haalden ze me uit het tumult weg want de man met de jaap in het aangezicht was de clinic binnengebracht waar Lief en Pauline hem probeerden te overtuigen neer te liggen om gehecht te worden.

Dan werd er geschoten, eerst pistolen, dan ook de zwaardere knallen van kalasjnikovs. Mensen voor de deur van de clinic werden weggedrumd omdat één van de vechtersbazen zijn wapen op de deur van de clinic richtte, want daarbinnen lag iemand op tafel om gehecht te worden. Als de bliksem sprong het slachtoffer van tafel en ontsnapte, het aangezicht vol bloed. Door tussenkomst van een aantal Palestijnen die het hoofd koel hielden, konden de schermutselingen gestopt worden. Het hele gevecht was losgebarsten naar aanleiding van een ruzie tussen twee kleine jongens die begonnen te vechten om een flipperkast. Daarop raakten de beide vaders in het dispuut betrokken. Het ging voordien al niet te best tussen beide families. Een echte middenstandsvete. Palestijnen zonder werk proberen immers allerlei zaakjes te beginnen. Dat zorgt er dan voor dat er binnen de week dat Abu Chalil met zijn lunapark begon, wat verder ook een winkel met flipperkasten van de grond kwam. Een ijsshop krijgt vlakbij concurrentie, idem voor een frisdrankenwinkeltje. Als de Rhamadan aanbreekt, worden de mensen extra krikkel want ze mogen overdag niet eten. Van halfacht 's avonds tot halfdrie 's

114

nachts mag er wel gegeten worden, 's Nacht is er dan extra veel lawaai, zodat slapen moeilijk wordt. Waar anders de straten in de vooravond erg druk zijn, zie je nu niemand meer buiten na halfacht. Van dan af zie je door de ramen in ieder huis de hele familie aan tafel of op de grond zitten eten. Rond die tijd zitten ook de shopkeepers tussen hun waren op de grond te schrokken.

De spoedgevallen zijn in deze periode ook bepaald door de vasten. Braken, diarree, hoofdpijn, uitdrogingsverschijnselen, astma-aanvallen bij longlijders die hun aminofyllinepillen in plaats van over vier doses per dag nu allemaal ineens nemen tussen halfacht en halfdrie 's nachts. Vandaag bijvoorbeeld een vrouw van 50 jaar, barstende hoofdpijn, volgens haar door de bloeddruk, volgens mij omdat ze de hele dag niet gegeten heeft. Ik geef haar twee paracetamolpillen die ze nu moet innemen. Maar neen. Ze zou ze meenemen en straks bij het eten innemen, want ze was aan het vasten... Die revival van de islamitische riten is pas op gang sinds de Israëlische invasie van 1982. De moskees zitten sindsdien vol, moeten zelfs uitgebreid worden. De overgrote meerderheid van de mensen probeert de vastenvoorschriften strikt op te volgen, wat vroeger hier helemaal niet het geval was.

Dirk,
Zondag 18 mei '86.

Vannacht van wacht geweest. Gisterenochtend werd Hussein, een 25-jarige Palestijn uit Bourj El Barajneh, die werkt voor de PRCS als chauffeur in het Akka-hospitaal, door Amal gekidnapt. Vannacht had het reddingsfront zijn vrijlating bekomen. Hij werd als een echt wrak in Haifa binnengebracht. Het was eens te meer een schokkend schouwspel. Amal had hem bij de 'ondervraging' met ijzeren staven bewerkt. Hij werd op een draagberrie binnengedragen. Je zag de doodsangst in zijn ogen. Hij ademde zeer snel. Door de slagen op zijn voetzolen waren verschillende middenvoetbeentjes gebroken. Hij had ontwrichtingen en breuken aan beide polsen. Zijn beide dijen, billen en tussen zijn benen: alles murw geslagen, alles zag blauw-zwart van de onderhuidse bloedingen. Over het hele lichaam rode striemen. Zijn familie woont vlakbij het Haifa-ziekenhuis. Zijn ouders zijn al op leeftijd. Je kan je de woede van die mensen en van zijn vele vrienden voorstellen. Er kwam dan ook veel volk samen

115

toen hij binnengebracht werd. Jonge kerels met M 16-geweren in de radiologiezaal. We moesten hen buitenduwen. Ook een zwangere vrouw -zijn echtgenote zwaar geschokt, moet met zachte dwang worden buitengezet. Hussein was er zelf zo erg aan toe dat hij op de radiografie taf el volledig instort: ademhalingsstilstand, shock. Dr. Mohammed, die van wacht was, begon onmiddellijk met beademing en hartmassage. Het liep gelukkig goed af. Hussein had duidelijk een humanitaire taak: het merendeel van de PRCS-diensten in het Akka-ziekenhuis waarvoor hij werkte gaat nu precies naar de Sjia-bevolking in de buurt! Alleen een geïndoctrineerd racisme tegen de Palestijnen gekoppeld aan een erg laag opvoedings- en intelligentiepeil bij de Amal-militie kon zoiets verklaren.

Dirk,
Vrijdag 23 mei '86.

Gisteren de hele dag bombardementen vanuit Oost naar West-Beiroet. Slechts weinig raketten zijn rond BEB neergekomen. Toch 23 doden in de stad. Vandaag een bomauto in Oost-Beiroet: 7 doden.

Lief en ik bezoeken Fatima aan de rand van het kamp. Er is pas een kantoor van 'groep 17' geopend. Dit is een groep elitetroepen van Arafat. Nog maar eens een aanwijzing voor de terugkeer van de PLO. De leider van die eenheid is ook op bezoek. We horen opnieuw zwaar geschut. Iedereen is nog aan het bekomen van het bombardement uit Oost-Beiroet. Het is duidelijk dat het dit keer in de buurt van BEB is. Voor de zoveelste keer spoeden we ons naar de clinic. Lief rent naar Haifa, terwijl de kogelregen ons rond de oren fluit. Het was 16u30.

Die morgen verlaat Nasira, een verpleegster van Haifa, het kamp om naar haar flat buiten het kamp te gaan slapen. Ze was van wacht geweest. Ze wordt door een scherpschutter neergehaald met een ’silence on his gun’, geluidloos. Ik hoorde niets, voelde alleen een vreselijke pijn in mijn linkeronderbeen, dat fel bloedde’.

In de namiddag wordt een tweede Palestijnse vrouw op dezelfde plaats op identieke manier getroffen door een sluipschutter: kogel door haar rechteroksel. Gelukkig niet in de borstkas. En toen ging het er weer erg aan toe. Ik had een zevental gewonden in de clinic waaronder twee kogelwonden, de rest waren eerder

116

oppervlakkige letsels door schrapnels. In Haifa hadden ze iemand met een ernstige kogelwonde. De gevechten waren zeer hevig, vooral rond de clinic. Van 22 tot 22u30 werd er met zwaar 82 mm mortierbommen geschoten. Om de 2 a 3 minuten kwam zulk een bom neer. Alles daverde. De buren probeerden in de clinic te schuilen. Ze voelen het als een veiligere plaats aan, vooral als ze zelf geen verdieping op hun huisje hebben staan. Maar ook de verdieping van de clinic waar vroeger onze slaapkamer was, heeft er goed van langs gekregen. De hele nacht werd er geschoten en werden mortiergranaten gelanceerd. Bij de laatste gevechten van 20 mei werd er voor het eerst sinds een jaar vanuit het kamp met mortieren teruggeschoten. Ook dit keer werden 60 mm mortierbatterijen in stelling gebracht. Dat is een van de redenen waarom Amal zoveel slachtoffers had. Tijdens de tiendaagse oorlog in september vorig jaar werden deze mortieren niet gebruikt! Men had het militair niet nodig en men deed alles om een escalatie te voorkomen. Maar nu is men de hele zaak duidelijk beu. De Palestijnen slaan veel harder terug. Op verschillende plaatsen van het kamp werd dit zwaardere materiaal ingezet. Er was ook een duidelijke euforie onder de strijders.

Een groep van 12 schoolkinderen kon door de gevechten het kamp niet meer binnen. Ze hebben de nacht buiten het kamp moeten doorbrengen in een schooltje van UNWRA. Men was heel bang voor nieuwe slachtingen, buiten het kamp.

Lief,
Vrijdag 23 mei '86.

We hadden een 12-tal gewonden in Haifa, waaronder één iemand met een kogel in de borstkas die op een halve centimeter van de grote bloedvaten was binnengedrongen. Toen hij binnenkwam, kloeg hij van pijn en ademnood, al was het me helemaal niet duidelijk dat hij iets ernstig had. Hij bleef volhouden dat er binnenin iets geraakt was. Na de RX bleek hij gelijk te hebben. Maar voor de thoraxfoto er was! We hadden problemen met de machine, de patiënt werkte erg mee. We moesten wel een uur bij de machine wachten voor we het wisten en een tube konden steken. Veel tijd verloren. Toch expandeerde de long snel. Amal had die nacht 5 doden en 20 gewonden.

117

Lief,
Zaterdag 24 mei '86.

De hele nacht door om de 20 minuten een inslaande granaat. Om half drie die kerels met hun trommels voor de vasten, om 4 uur aflossing van de wacht, om 5 uur de moskee voor het ochtendgebed, dan begon Dirk nog te snurken en sloeg de ijskastmotor om de haverklap aan. Ik heb hoogstens 2 uur geslapen. Om 9 uur met Dirk naar boven om patiënten te zien. Veel zieke kinderen met koorts en braken.

Vandaag dan de Rode Lijn gaan bezoeken, de gebouwen aan de frontlijn die door de Palestijnen veroverd werden. Het is zo'n 50 meter uitbreiding van de kampgrenzen. Nadien trekt men zich hier steeds terug op de oorspronkelijke posities. Sinds zestien dagen is de Rhamadan bezig, veel mensen hebben het vasten nu opgegeven. Alleen de sterksten houden vol.

Dirk,
Zaterdag 24 mei '86.

Om 15 uur wordt een jongen van 6 jaar in het kamp op dezelfde mysterieuze geluidloze manier neergeschoten als de twee vrouwen. Een M 16-kogel rechts in de rug, doorheen de borst en de rechterhand die net voor de borst gehouden werd. We hebben 20 minuten geprobeerd hem te reanimeren, zonder succes. Grote verslagenheid onder de Palestijnen. Velen weenden, de zoveelste keer. Wordt dit niet eentonig?

Om 18 uur twee gewonden door schrapnels. Vannacht hebben Lief en ik beneden in de clinic geslapen. De hele nacht lang kwam om de 20-30 minuten een bom neer in het kamp. Het is zenuwtergend en zeer uitputtend. De vraag is wie of wat er achter dit continue geschut van sluipschutters zit. Waarom dat doelbewust treffen en doden van vrouwen en kinderen?

118

8. De Veertigdaagse kampoorlog - Inhoud

Dirk,
Donderdag 7 juli '86.

We hebben zojuist een veertig dagen durende kampoorlog achter de rug. Het kamp is nog steeds omsingeld en de belegering duurt voort. Gisteren is een ploeg artsen met geneesmiddelen en voedsel in het kamp geraakt. We kunnen dus nu een paar dagen rust nemen in onze vroegere kliniek om wat te bekomen, puin te ruimen, de boel op te kuisen - want de clinic heeft het zwaar te verduren gehad en vooral dit verhaal verder uit te schrijven. Het is gebaseerd op nota's die we maakten tijdens de oorlog. Tijdens de gevechten zelf waren we niet in staat om dit uit te schrijven, zoals we tijdens de Chatila-oorlog wel deden. Nu werkten we de klok rond en tussendoor was er teveel stress. Meer dan ooit beseften we dat we hier als buitenlanders in deze oorlog niet langer spectators' zijn maar 'participators' werden. De oorlog was eigenlijk al vanaf 19 mei begonnen. De gebeurtenissen van die week konden geen toeval meer zijn, achteraf bekeken. Toen de gevechten serieus losbarstten op vrijdag 23 mei zaten we nog thee te drinken bij de leider van 'Force 17’. Dat is eigenlijk de tweede in bevel van de militaire commandanten in het kamp. Voor ons een aanwijzing dat het vanwege de Palestijnen niet ging om een goed voorbereide gecoördineerde actie. De militaire chef was met Fatima in discussie over haar klacht dat zijn soldaten altijd hun sigarettenpeuken en vuil weggooiden op het terrein aan de rand van het kamp waar ze haar tuintje had. Na de week van sluipschutters die kinderen en vrouwen neerschoten

119

werd van Palestijnse zijde niet teruggeslagen. Tot maandagochtend om 2u00 zonder enige duidelijke aanleiding een hels bombardement op het kamp losbarstte. Ik was van wacht op Haifa. Lief sliep nu alleen in de clinic in het benedenkamp.

Dirk,
Maandag 26 mei '86.

Vanaf 2 uur begon het bombardement: om de 5 a 10 minuten kwamen mortierbommen neer in het kamp. Niet alleen de frequenties maar ook de intensiteit is toegenomen. Niet alleen 60 mm en 82 mm mortieren, maar er werden nu ook 120 mm gebruikt. Voor velen was dit de aanwijzing dat het nu niet om een ‘gewone’ clash ging.

2u45. Eerste gekwetste: Arnold, bijgenaamd Socrates. Hij is 84 jaar oud, een man wiens leven een verhaal op zich vormt. In mooi Oxford English: 'Ah, Dr. Dirk, I got a direct hit on my head’. Socrates verblijft in het tehuis voor paraplegiekers aan de rand van het kamp. Die gehandikapten (meestal als gevolg van oorlogswonden) verbleven vroeger in Haifa. Ze werden in '82 geëvacueerd naar een verpleegsterschool in Akka en sinds drie maanden hebben de overlevenden weer een huis in BEB. Socrates zelf is geen paraplegieker. Gewoon een ouderling die geen tehuis meer heeft en zo sinds '82 door de PRCS opgenomen en verzorgd wordt bij de invaliden. Ik vermoed dat hij de PRCS daarvoor een fortuin heeft moeten betalen. Hij is namelijk geen 'gewone’ Palestijn. Hij is afkomstig uit Jeruzalem. In 1931 begon hij filosofiestudies aan de 'Oxford University’ in Engeland. Nadien was hij professor. In '48 is hij met de exodus van de Palestijnen naar Libanon gekomen. Daar werd hij directeur van een Libanese in- en exportfirma. Tot in ’82 deze firma door de Israëlische invasie volledig vernield en opgedoekt werd. Hij heeft nu een ernstige vorm van refractaire anemie, waarvoor hij om de twee weken een eenheid bloed nodig heeft. Hij kent in vloeiend Engels alle details van zijn ziekte, veel beter dan eender welke arts hier. Maar tot overmaat van ramp heeft hij als bloedgroep O neg. Zeer zeldzaam en zeer nuttig tegelijk, want zo iemand kan aan iedereen bloed geven zonder noodzakelijke ‘cross-matching'. Voor Arnold echter pech, want zijn bloed is moeilijk te vinden. Bovendien vind je voor een jonge fedayin makkelijker donoren dan voor een 84-jarige man.

120

Arnold heeft in Libanon geen familie meer. Zijn naaste familie zit in Jeruzalem. Vorig jaar heeft hij voor het eerst sinds 1948 zijn familie kunnen bezoeken in deze bezette stad. 28 dagen gaf zijn visum; geen dag langer mocht hij blijven, wat hij ook probeerde om het te verlengen. Het was 2u45 en hoewel alle paraplegiekers geëvacueerd waren naar Haifa bleef Arnold koppig achter in het tehuis. Hij wou zijn eigen vertrouwde bed. Toen hij op dat uur voor de zoveelste keer naar het toilet moest, trof een 82 mm mortier het huis. Stukken van het plafond van zijn kamer kwamen los en bezorgden hem wat oppervlakkige maar fel bloedende wonden op zijn half kale schedel. De blast' van de ontploffing was zo hevig dat hij er niet van overtuigd kon worden dat de bom niet op zijn hoofd was terechtgekomen. Pas een paar dagen later, toen de bommen op ons hospitaal terechtkwamen, begrepen we erg goed wat Arnold bedoelde met 'a direct hit on my head'.

5u30. In grote paniek worden vier jonge 'fighters' binnengebracht. We zijn in Haifa met vier artsen: Pauline, de Britse chirurge, Dr. Mohammed, een Palestijnse arts met chirurgie-ervaring, Dr. Saleh, een jonge Palestijnse dokter en ik. We hebben de zaak onder controle. Massa’s mensen komen schuilen in het hospitaal. Knappe scènes: commando’s in volle uitrusting met al hun wapentuig komen met baby's op de arm. Ze brengen hun kinderen in veiligheid.

13u50. 2 zwaar gewonde jonge mannen worden binnengebracht, waaronder Khalid, een 17-jarige die we kennen van in de clinic. Enkele weken terug werd hij door Amal gekidnapt, geslagen en kaalgeschoren. Hij heeft een amputatie aan zijn linkeronderbeen. Daardoor herkende ik hem onmiddelijk. De rest was onherkenbaar door het bloed en het vuil. Zijn linkerarm was aan flarden. We konden de bloeding stelpen en spalken. De tweede, Fadi, was er veel erger aan toe. Bij hem waren schrapnels in borst en buik gedrongen. Dr. Saleh stak een ’borst-drain', Pauline en Mohammed opereerden nog volop. Gezien Fadi duidelijk thoraxletsels heeft, nam ik de zuurstof weg bij Khalid om Fadi te beademen. Waarop de eerste in het Engels: I need oxygen, you want me to die!' Beiden waren in shock en we hadden veel moeite om Fadi er bovenop te houden. Het ging ook slechter met Khalid en er werd een tweede zuurstoffles voor hem aangesloten. Pauline kon niet weg van de operatietafel. Bij grondig onderzoek bleek Khalid ook kleine wondjes te hebben in de buikstreek. Zijn verergerende shock doet vermoeden dat hij intra-abdominaal

121

maar één en dan nog één van het niveau van een veldhospitaal. Helemaal bewust binnenkomen, dan in shock gaan, ondanks maximale opvulling (als je de aders nog kan vinden), bleek, zweterig, wegdraaien, snelle oppervlakkige ademhaling, vechtend om er terug bovenop te komen, om hulp roepen als ze beginnen te voelen dat ze het bewustzijn verhezen, nog moeilijker ademen en, nog bleker tot lijkwit, stokken van de ademhaling, alleen nog wat naar adem snakken, geen energie meer om verder voor het leven te vechten, geen energie meer om te ademen, vertraging van de pols, hartstilstand, reanimatie en stop...

De volgorde van deze symptomen komen systematisch weer. De andere 'fighters' kennen dat heel goed. Vandaar dat ieder die - hoe klein of oppervlakkig de verwonding ook is - op een draagberrie wordt binnengebracht in de 'emergency room’, denkt dat hij hetzelfde shocksyndroom zal doormaken, dat hij daar zal sterven. Je kan bij ieder mens die de urgentiekamer wordt binnengebracht de doodsangst in de ogen lezen. Trouwens ogenschijnlijk uitwendig kleine schoten dringen de thorax of buikholte met een enorme kracht binnen en richten er verschrikkelijke letsels aan.

Dirk,
Dinsdag 27 mei '86.

De nacht is kalmer geworden. In de voormiddag sporadisch bommen en het gebruikelijke sluipschutterswerk.

10 uur. Een oudere man met een enorme weke weefselwonde in de bips.

15 uur. Een meisje van 20 door een scherpschutter getroffen ter hoogte van de ooglijn, rechteroog weg. Ze heeft een neurochirurg nodig. We moeten haar evacueren. Ze ziet ook door het andert oog geen steek. Maar ze is volkomen bewust. En dat maakt de stress nog veel erger.

16 uur. Baby van één jaar: 'grasping’, blauw. Gewond door een regen van schrapnels, OVERAL. Ali, de anesthesist slaagt erin hem te intuberen. We kunnen reanimeren. De grootmoeder van de baby is getroffen door vele schrapnels, maar gelukkig oppervlakkig. We willen proberen het kind samen met het meisje te

123

evacueren. Ook een vrouw die tweemaal per week naar de nierdialyse moet, zou mee wegmoeten. Wanneer eindelijk een ambulance binnenkomt, moet voor het eerst de moeder het kind tijdens het transport zelf beademen. We kunnen niet riskeren medisch personeel buiten het kamp te laten. De baby wordt naar het Sahel-hospitaal gebracht, waar hij snel sterft. Later horen we van familieleden, dat de moeder in het hospitaal bedreigd werd door Amal-soldaten die het hele hospitaal bezet houden. Enkel door tussenkomst van Libanese artsen kan ze ontkomen.

Naoush staat aan de radiologie-apparatuur met zijn arm in een ophangdoek met een verbonden schouder: "t Is niets Dr. Dirk', maar zijn schouder vertoont een duidelijke vervorming, die een breuk of een ontwrichting kan zijn. Toch maar een foto genomen. Hij heeft effectief geluk. Het bot is intact. De misvorming is het gevolg van een flinke onderhuidse bloeding met veel vernietigd week weefsel. Het was een kogel van een sluipschutter. Ik doe het debridement en als ik hem een injectie met Tetanus gammaglobulines geef, begint het gejammer van vroeger: 'Neen, geen spuit, het kan best zonder spuit!'. Maar dat lukt deze keer niet. De struise Naoush die een kneuzing van de bovenarmspier door een kogelwonde een niemenddalletje noemt, draaide bleek weg toen ik de injectie gaf.

Het werk van iemand als Naoush is gewoon vitaal aan het front. Mannen komen naar ons toe om te zeggen dat we kost wat kost Naoush zo snel mogelijk weer op de been moeten krijgen. Diezelfde avond nog zien we hem door het kamp rennen, zijn arm goed ingepakt tegen zijn borst met in zijn vrije hand zijn walkie talkie om zijn mannen te bevelen, en naast hem een jonge fedayin die zijn onafscheidelijke kalasjnikov draagt.

16 uur. Jonge kerel met borsten buikwonde. Goed nieuws: Dr. Rafad is met zijn vrouw in het kamp geraakt. Eindelijk. Hij is een uitzonderlijk figuur binnen de PRCS-dokters, met een revolutionaire moraal. BEB is zijn geboortekamp waar hij ook heel zijn jeugd heeft doorgebracht. Hij was ziek van ellende toen hij buiten het kamp zat als de oorlog begon. Zijn vrouw, de Roemeense Marina, is vroedvrouw. Ze waren binnengeraakt met de auto die vanmiddag de drie patiënten geëvacueerd had. Onder zeer grote risico's zijn ze het kamp binnengeglipt.

18u45. Groot lawaai en getier in de urgentiekamer. Een jongetje van 10 wordt binnengebracht, door het hoofd geschoten. Laag in

124

de nek. Hij is dood. De ballistiek, de weg van de kogel, bewijst dat hij hoog vanuit een omhggende appartementsblok moet zijn beschoten.

20u30. Jonge vrouw met oppervlakkige borstkaswonde door schrapnel. Ook een jonge kerel met schrapnel in abdomen.

Lief,
Woensdag 28 mei '86.

Rond 12u00. Abou Raef werd door sluipgeschut gekwetst. Hij was een zwaarlijvige vent met een M 16-kogelwonde in de Re flank waardoor zowel lever als dikke darm gekwetst werden. Deze wonden zijn dodelijk, vooral bij oudere mensen. Er is enorm veel bloeding omdat de bloedstelping van de lever een bijna onbegonnen werk is. Deze wonde gecombineerd met een darm trauma dat a priori al vol bacterieën zit met pads stoppen, is toch wel nefast. Pauline zei dat zijn ingewanden er vreselijk uitzagen, volledig plat geslagen. Ze zei dikwijls dat de ingewanden eruit zagen alsof iemand ze eruit genomen had, erop was gaan staan en ze er weer had ingestoken. M 16-wonden zijn vreselijk schadelijk. Door de over- en onderdruk, positieve druk en vacuüm wordt een schokgolf veroorzaakt die de letsels groot maken. De mensen noemen deze kogels exploderende kogels. Het geeft een explosie in de buik. Nochtans is het alleen het voorbijgaan van de kogel dat dit veroorzaakt.

Toen Abou Raef binnengebracht werd, was ook zijn eerste reactie toen hij een buitenlander zag: 'Please, quick, save me!’.

Na de operatie bleef hij bloeden. Het sterke was dat hij moreel zeer goed bleef. Ondanks de pijn enz. De familie had relaties in Amerika en spraken wat Engels, vooral de echtgenote deed vreselijk argwanend, en verwijtend om alles wat er gebeurde. Ze verwachtte bijna een 'intensive care’ op zijn AZA’s (Academisch Ziekenhuis Antwerpen) en dit was onmogelijk. Er was geen mogelijkheid tot controle van levertesten, laat staan culturen nemen van de infectie die hij ontwikkelde in z’n abdomen. Als er iets mis ging met hem kwam ze, met een gezicht vol argwaan en verwijt naar de verpleging, dat het allemaal de schuld was van dit hospitaal dat haar echtgenoot zou sterven.

Na een paar dagen verslechterde zijn toestand. Hij had dringend weer bloed nodig. In de nacht, toen zijn bloeddruk naar 7

125

daalde en hij inwendig begon te bloeden via de maagsonde was het moeilijk om bloeddonoren te vinden. Ik had een discussie met dr. Saleh, een andere Palestijnse arts, die het immoreel vond om opnieuw bloed te vragen voor hem omdat zijn prognose toch zo slecht was. Hij kon het moreel niet verantwoorden om bloed van vechters te vragen voor een verloren zaak. Zeker wanneer die strijders misschien vroeg of laat toch ook weer bloed nodig hadden. Ik was er mee akkoord, maar de zaak opgeven wanneer de persoon in kwestie zich volop verzette en de echtgenote zoveel verwijten stuurde, vond ik tactisch ook niet juist. Uiteindelijk heeft hij dan bloed gekregen van mensen binnen de familie en is hij de volgende dag gestorven in de vroege voormiddag. Tegen ieders verwachtingen in trouwens, omdat hij nog tot de laatste twee uren heel bewust is geweest.

Het ziet er naar uit dat de situatie niet goed is. In Chatila zijn de gevechten ook opnieuw begonnen. De hele nacht wordt er zwaar gevochten en het verwonderlijke is dat er geen slachtoffers waren.

Lief,
Donderdag 29 mei '86.

Elke twintig a dertig minuten een gekwetste, praktisch alleen oppervlakkige letsels.

12u00. Meisje van 10 jaar, getroffen door een scherpschutter, achteraan het hoofd. Ze stopt met ademen. We slagen in een beademing. We proberen voor mekaar te krijgen dat er een ziekenwagen naar het kamp komt want er is neurochirurgie noodzakelijk. Het duurt meer dan twee uur voor een ambulance van het Libanese Rode Kruis het kamp binnenkan, want bij een eerste poging wordt de Libanese bestuurder beschoten. En dan dezelfde scène als gisteren: de moeder moet haar eigen kind beademen tijdens het transport, want niemand anders kan riskeren om mee te rijden. Na een uur beademen heeft het kind weer neiging tot spontaan ademen maar onstabiel. We kunnen de intubatie nog niet verwijderen dus verdoven we het kind en pakken we het in als een mummie op een draagberrie zodat de beademing tijdens het transport mogelijk blijft.

Het hospitaal raakt stilaan voller. Het beleid van hospitalisatie of niet, is eenvoudig. Alleen diegene die een buikoperatie, of een

126

borstkasdrainage of een gecompliceerde breuk heeft, moet uiteraard blijven, al de anderen worden terug naar huis gestuurd. Natuurlijk een ander beleid dan in vredestijd.

Het is warm en vliegen zijn een groot probleem. De ramen staan open om glasschade door luchtverplaatsingen bij explosies te vermijden. Bloed, overal doorsijpelend door de verbanden en op de bedlakens, trekt de vliegen aan. Ze blijven er zo opgekleefd zitten dat je ze bijna moet doodslaan om ze eraf te krijgen. Alleszins een weinig hygiënische situatie waar we voorlopig weinig aan kunnen doen. Familieleden, vooral moeders zitten aan het bed van hun kind, wel de hele dag met stuk karton te zwaaien, in de hoop dat zulke luchtverplaatsingen de beesten wat op afstand zullen houden. Maar heel wat vliegen brengen zeker een bacterie van de ene patiënt op de andere over. Naast vliegen is er ook een plaag van kakkerlakken en muggen.

Het huisvuil begint zich op te stapelen in de straten en ook rond het hospitaal. Ophalen is momenteel veel te gevaarlijk. Een belangrijke bron voor al die beesten.

Tientallen, zoniet honderden bezoekers wriemelen in het hospitaal. Allemaal met hun wapens. Soms lijkt het eerder op een slagveld, wapens alom. We organiseren een ‘intensive care’ kamer voor de zwaarst gekwetsten. Het is voor de verpleging daar bijna onmogelijk te werken, want die gewonden krijgen nog meer bezoekers, of de moeders van die patiënten willen absoluut bij hun kind slapen, op de grond tussen de bedden, tussen de infusen, de borst 'drain tubes’, de 'folley catheters’, de wondedrains... Fadi, de jongen die eergisteren geopereerd werd met bilaterale 'borst tubes’, had zo 9 tubes in zijn lichaam zitten. Nu na twee dagen op de 'intensive care'-unit is men er in geslaagd om de linker borst drain van Fadi eruit te trekken door erop te gaan liggen. Pauline was in alle staten, kun je wel voorstellen...

Nochtans, zulke jonge vechters zijn ongelooflijk fit. Iemand die vorige week een kogel op enkele cm van zijn hart kreeg en pas zijn ‘borst drain' uit had, stond klaar om weer te vechten. Met de kalasjnikov in de hand kwam hij aan Pauline vragen of hij ook geen bloed mocht geven voor zijn gewonde kameraad. Vorige week nog had hij via de 'borst drain’ meer dan twee hter bloed verloren.

Overal wapens in het hospitaal. Maar ook een deel van het verplegend personeel is 'half time-vechter. Mohamed, een verpleger van de operatiekamer herstelde zijn kalasjnikov zelfs IN het operatiekwartier MET chirurgisch materiaal.

Er komen berichten binnen dat er vandaag ook zwaar gevoch-

127

ten is in Chatila. Aan de 'frontstreet' hebben de Palestijnen hun posities versterkt door een aantal hogere gebouwen in te nemen aan de straat zelf. Het bezetten van die hoge gebouwen, die het hoger gelegen kamp omgeven, is in termen van de kampveiligheid essentieel. Want vandaar schiet Amal met scherpschutters in de straten van het kamp, en vandaar wordt gebombardeerd met 107-batterijen (is een kleinere versie van de Stalin-orgels). Op TV wordt gemeld dat er vandaag 13 doden en 40 gewonden zouden gevallen zijn.

Dirk,
Donderdag 29 mei '86.

05u00. Zwaar bombardement in heel het kamp en zware gevechten aan de frontlinies. Zowel aan de weg naar de luchthaven en aan 'frontstreet'. Vanuit het hospitaal dat tussen de twee ligt, lijkt het wel stereo. Het doet alleszins goed te beseffen dat je omsingeld bent. Amal probeerde om met het opkomen van het daglicht een aantal gebouwen aan Frontstreet te heroveren. De Palestijnen waren perfect op de hoogte van de aanval en goed voorbereid en alle manschappen waren gemobihseerd. Op 10 minuten tijd werden aan Frontstreet door één groep Palestijnen 10.000 kogels gevuurd. Daardoor hield de Amal-aanval op. Er wordt gezegd dat er bij Amal 2 doden vielen. Tanks op de weg naar de luchthaven zaaien als het ware kogels en zwaarder geschut op het kamp. We zijn allen alert en het mag een wonder heten dat die morgen aan Palestijnse zijde geen slachtoffers zijn binnengebracht.

De Sjia-bevolking van rond het kamp zou een petitie hebben ingediend bij Berri en bij de Palestijnen met de vraag om een onmiddellijke wapenstilstand. Ze vertellen ons dat we naar onze familie in Europa kunnen bellen want er is nu ook een nieuwe telefoon in het kamp. In één van de gebouwen die ze pas aan Frontstreet veroverd hebben. Maar het is wel wat riskant.

Even later een jongetje van misschien 14 jaar. Kogelwonde in de rechtervoet. Als je hem zijn leeftijd vraagt, zegt hij zestien. Maar dat is hij zeker niet. Buiten zitten drie van zijn vriendjes op een rij te wachten. Ze hebben ongeveer dezelfde leeftijd. Allen een kalasjnikov tussen de benen. Ze zitten te wachten voor het geval ze kunnen bloed geven als hun pas gekwetste vriend het nodig heeft.

128

Het aantal slachtoffers aan Amal-zijde is vooral die eerste week veel groter dan aan Palestijnse zijde. Er is dan ook grote euforie onder de Palestijnse strijders die eerste week. Er zijn veel redenen voor dit fenomeen:

- De Palestijnen zijn betere strijders. Dat is algemeen bekend.

- Het medisch systeem voor de opvang van de oorlogsgewonden is in het voordeel van de Palestijnen.

Amal heeft wel alle hospitalen in Beiroet maar Amal-gewonden in ambulances moeten in Beiroet op en af rijden, raken dikwijls klem in transport door bombardementen die vervoersvertraging tot gevolg hebben. Het transport bedraagt meestal 30 minuten. Terwijl voor de Palestijnen dit slechts 10-15 minuten is. Verwondingen aan de ledematen met zware bloedingen tot gevolg kan je nog afbinden, maar met buiken borstverwondingen is dit niet het geval. Deze gekwetsten hebben meestal binnen de 30 a 60 minuten of een operatie of een borstkasdrainage nodig. Anders glijden ze in een onomkeerbare shocktoestand, hun longen vol bloed, enz. en dood.

Je kan al tellen hoeveel van die gevallen die we binnenkregen zouden overleden zijn als ze niet zo snel in het hospitaal zouden raken. Verder zijn er nog als medische voordelen:

1. We kunnen onmiddellijk opvullen met nieuw warm bloed, waar de Amal-gekwetsten in Beiroet-hospitaal meestal lang op bloed zouden moeten wachten. Volgens de radio waren alle hospitalen in Beiroet al na de tweede week volzet en de bloedbanken leeg.

2. Hier wordt gevochten om de patiënten erdoor te krijgen. De motivatie van de Dr.'s hier is totaal anders dan die in de hospitalen in Beiroet. We kunnen wel zeker zijn dat daar vele dokters af en toe met de pet gooien als ze complexe gevallen binnenkrijgen. Niet alleen de motivatie van de dokters hier doet ze werken en vechten voor de patiënten, maar ook de druk van familie en vrienden van het slachtoffer, die voor de ingang van de operatiekamer met tientallen zitten te drummen en te wachten op de uitslag van de operatie. Ondenkbaar voor de moderne hospitalen in Beiroet.

Maar even ondenkbaar zijn de omstandigheden waarin we, zeker Pauline en de Palestijnse chirurgen, die de ongelofelijkste operatie moeten uitvoeren, in een continu gebombardeerd hospitaal waar de elektriciteit regelmatig uitvalt, waar schrapnels langs de ventilator de operatiekamer binnenvliegen en dit 16 op 24 uur. Later tijdens de oorlog 7 complexe buikoperaties binnen de 48 uur, waaronder een operatie van 7 uur met een

129

stukke airconditioning (toen moest Pauline tijdens de operatie enorme hoeveelheden zout en water drinken om niet weg te draaien), een draagbare R-X machine, R-X technicus die drie weken training achter de rug heeft, zonder labo (alleen hematocriet en bloedgroep). En toch wordt er puik werk geleverd.

Soms is het zelfs moeilijk om een artefact van een schrapnel op de X-R foto te onderscheiden. Een 'intensive care unit’ waar op momenten meer wapens binnen zaten dan medisch equipment. Analyse van de postshock-toestand en invloed op de nieren konden we alleen doen aan de hand van de urine-uitscheiding en door de urinezakken tegen het licht te houden. Op een bepaald moment waren er zelfs geen eenvoudige urinetests meer. De dosering voor de diabetische patiënten kon toen alleen nog door gissen worden bepaald.

Nu ook komt er wat nieuws door op politiek vlak. De Iraanse en de Algerijnse ambassade proberen te bemiddelen. De Iraniërs stellen Hezbollah voor als bufferstrijdkrachten. De bemiddeling van Algerije is een sterk punt voor de PLO-Fatah die door dit land sterk gesteund wordt in hun poging tot de verzoeningen onder de Palestijnen.

Lief,
Donderdag, 29 mei '86

Mahmoud vertelt dat de situatie aan 't front algemeen erg ontspannen was, en euforisch. Die avond hadden ze een grappige situatie meegemaakt met een kip die de frontlinies doorploeterde. Eerst was ze op Palestijnse grond. Toen ze haar wilden grijpen, vluchtte ze naar de Amal-zijde. Dat was een beetje gevaar - lijk, dus kreeg ze om het te beletten de kogel en stond ze die avond op het menu.

In die nacht was er na 3 uur zware gevechten geen enkele gewonde. In de namiddag was het rustig. Rond 17 uur werd Abou Haissam bij een actie aan de weg naar de luchthaven in de rug geschoten. Hij werd binnengebracht met een serieuze hemothorax. 1,5 liter bloed bij de eerste drainage in de urgentiekamer. Toen hij op de tafel lag voor XR, merkte DR. Mohammed op dat hij geen gevoel en beweging had in de onderste ledematen. De kogel was door de wervelkolom gegaan. We hoopten dat de verlamming in zijn onderste ledematen van tijdelijke aard zou zijn. Na een paar dagen echter, leek de situatie zich niet op te lossen.

130

We moesten een sonde steken omdat hij niet spontaan kon urineren. Het volgende probleem was zijn stoelgang die ook neurologisch gestoord was en zelfs met verschillende lavementen niet erg beterde. Moreel ging Abou Haissam door verschillende fasen. De eerste vraag, of hij mocht roken. Omwille van zijn situatie lieten we het sporadisch toe en hij mocht één sigaret per dag roken alhoewel hij een borstkasdrainage had die alles bij elkaar 3 liter bloed gedraineerd had. Toen de eerste maal de urine-sonde moest gestoken worden, was niemand van het verplegend personeel bereid om het te doen. Bijgevolg, draaide de ashnabie (vreemdelinge) ervoor op. Hij vroeg me op dat moment naar zijn prognose en ik zei hem dat hij moest afwachten, maar dat het gevaar bestond dat het permanent zou zijn. In zijn gebroken Engels zei hij dan dat hij me nodig had ... wat me deed besluiten wat meer afstand te nemen. Toen ik dan twee dagen later hem eens bezocht, was hij in zijn fase van agressie, kwaad op elke dokter die voorbij kwam, wilde niet eten en lag de hele dag met een handdoek rond zijn hoofd. Op een avond vroeg hij Dirk of hij nog seksueel contact zou kunnen hebben. Maar hoe tragisch ook, dit kan een probleem worden. Veel zag ik hem op dat moment niet. Hij kloeg vooral over de pijn. Op een avond was dit de reden waarom hij me vroeg te blijven zitten en te praten. De hele tijd dat ik en Nasmie, een verpleegster van de operatiekamer bij hem waren, lachte hij enz. Toen we weggingen kloeg hij over de pijn. Daarna stelde hij het ietwat beter. Hij had dan ook voortdurend de aandacht van een wat oudere verpleegster die naar mijn mening, een boontje voor hem had en veel tijd in die kamer besteedde, speciaal aan hem.

Dirk,
Vrijdag 30 mei ’86.

De dag begint kalm. Maar rond llu30 wordt een meisje binnengebracht, begeleid door Ali Haider, de verpleger die in onze kliniek werkt. Ik dacht, oef wat nu. Een buurmeisje was per ongeluk door het hoofd geschoten. Haar jongere broertje van 4 had de kogel afgevuurd. We konden haar niet redden. Gedeelten van haar hersenen hingen trouwens buiten en dit is onherstelbaar. Nadat we de reanimatie hadden stopgezet en haar gezicht wat hadden schoongemaakt, kwam haar vader haar een afscheidszoen geven. Later heb ik hem nog teruggezien. Hij was sterk ver-

131

magerd. De hele dag was het erg druk in het hospitaal. Rond 17 uur M 16-wonde in bovenbeen, waarvoor exploratie onder algemene verdoving noodzakelijk was. Noch steeds anarchie in het hospitaal, met kinderen die over en weer lopen alsof ze op school zijn of ergens thuis. Mensen die hun verwanten bezoeken en dan de mensen die met kleine problemen in de gang consulteren omdat ze dan om een of andere reden op een dokter botsen. Het gaat allemaal zowat z'n autonome gang en veel in banen leiden blijkt erg moeilijk, omdat er zowat een gevoel heerst dat er geen noodzaak tot regelen is. Morgen zal het wel voorbij zijn.

Tijdens het helse bombardement, terwijl we allen in een hoekje van de urgentiekamer op onze hurken zitten te wachten op gewonden, rent er plots een man naar buiten en werpt zich op straat voor het hospitaal. Hij wilde zelfmoord plegen omdat zijn broer gisteren is omgekomen door een bom. Dr. Saleh kon hem nog bij zijn broekspijp naar binnen sleuren.

TV-nieuws ’s avonds: Nabih Berri verklaart er geen bezwaar tegen te hebben dat de PLO een kantoor zou openen in West-Beiroet. Arafat waarschuwt voor mogelijke bloedbaden in de Palestijnse kampen. Sinds begin van de week meer dan 30 doden en 200 gewonden, waaronder 7 of 8 doden en 60 gewonden langs Palestijnse zijde in BEB. Stilaan raken we allen wat ingewerkt in dit soort oorlogsgeneeskunde. Zaken krijgen meer routine en we raken meer aangepast.

De verbondenheid van de militaire defensie met alle aspecten van het kampleven, ook het medische is ongelooflijk. Dat is nu echt wat je kunt noemen volksdefensie. Zelfs bij een eenvoudige wondverzorging zoals daarnet. Een jonge kerel legt zich neer op de onderzoekstafel en zet de handgranaat die hij bij zich heeft op de verzorgingstafel, tussen het gaas en de flessen ontsmetting. Wanneer de verpleegster komt met een steriel chirurgische set, heeft ze zelfs geen plaats meer op de verzorgingstafel. Waar moest ze nu blijven met die handgranaten? Geen nood, zonder commentaar wordt dit spul geplaatst tussen de infusiezakken op de rekken...

132

Dirk,
Zaterdag 31 mei '86.

05u00. Start het hevigste bombardement van heel de oorlog. Elke 5 a 10 seconden een bom, over het hele kamp; verschillende voltreffers op het hospitaal. Aanval van Amal op alle frontlinies.

06u00. De eerste bommen vertrekken vanuit het kamp. Gedurende ongeveer 30 minuten wordt er dubbel zo hevig terug gebombardeerd. Achteraf horen we dat op 2 uur tijd minstens 1.200 bommen zijn terechtgekomen op t kamp. Een 300 a 400 zijn uitgegaan. Alle bommen waren van het zware kaliber 120 mm of tankgranaten.

06u35. De aanval blijkt afgeslagen en het wordt weer kalmer. Alleen sporadisch een bom en korte gevechten.

07u00. Het eerste, maar bij wonder ook het enige slachtoffer van dit bombardement kan eindelijk naar het hospitaal vervoerd worden. Een jonge man, schedel eraf en dood. Ook ditmaal met een deken bedekt op de draagberrie binnengedragen.

We moeten de patiënten van de bovenverdieping weer naar beneden evacueren, 2 of 3 bommen zijn daar ingeslagen zonder, gelukkig maar, te verwonden. Dit wil zeggen dat we nu meer en meer patiënten beneden op de grond moeten leggen en in de gangen.

Rond de middag. Fedayin brengen zuurstofflessen binnen op een draagberrie. Ze hadden gehoord dat er geen grote stock aan zuurstof meer was in het hospitaal. Ze hebben dan even gauw een 'Amelië' (operatie) gedaan op een garage aan Frontstreet waar zuurstof gebruikt werd voor het lassen van carroserieën.

11u30. Eerste bommen vóór de urgentiekamer. Geluidstrauma voor ons allen, als een slag regelrecht op het hoofd. Voor de eerste maal maakt de BBC melding van de oorlog, en dit na ongeveer 2 weken. Het is nu een hoofdpunt. Amal geeft zijn grote verliezen toe en verklaart dat de Palestijnen veel beter georganiseerd waren dan vorig jaar (slimme verklaringen van Amal, hé!). De 'Voice of Libanon' beweert dat de Palestijnen artillerievuur gebruikten vanuit het Chouf-gebergte. Dat is niet waar, maar een feit is dat iedereen buiten het kamp versteld stond van het kaliber van bommen dat de Palestijnen konden afschieten in het

133

kamp. Dit werd aanvankelijk door de journalisten niet geloofd. Tijdens de Rhamadan-oorlog vorig jaar beschikten de Palestijnen alleen over kalasjnikovs en R.P.G. (bazouka's). Nu kunnen ze toch eens af en toe met gelijke munt terugslaan. Dit onverwacht terugslaan vanwege de Palestijnen heeft bij een onvoorbereid Amal zware verhezen gegeven.

Wanneer de gevechten kalmeren zit de urgentiekamer onmiddellijk vol patiënten'. Het doet ons beseffen dat ongeveer 19.000 (UNWRA: 16.500 geregistreerden in BEB alleen al) Palestijnen hier leven IN de vuurlinies. Als dan het bombarderen weer start, vlucht iedereen weg, de urgentiekamer komt vrij om de te verwachten gewonden op te vangen. De kleuterschool Nashde op zo'n 50 meter van Haifa, wordt nu ook gebruikt om de minder kritische patiënten te herbergen.

20u00. Bombardementen nemen weer toe. Een bom op het hospitaal verwondt een kind op bezoek in het hospitaal en een keukenpersoneelslid. Gelukkig alleen oppervlakkig.

Rond 21 uur nemen de gevechten plots weer af. Meer dan waarschijnlijk een gevolg van het begin van de 'worldcup'-voetbal in Mexico, beide kampen zitten TV te kijken.

Lief,
Zondag 1 juni '86.

De sfeer is gespannen. Rond 9u00 's morgens starten opnieuw zware bombardementen op Haifa. Tot 12u00 deed ik in 't ziekenhuis ronde. Het werk blijft nog sterk anarchistisch en echt overleg met de collega's blijkt onmogelijk. Het maakt de zaken toch erg moeilijk. De patiënten weten niet wanneer of wie hen moet zien. Er zijn verscheidenen die elke dag vragen om een injectie pethidine, een verdovend middel. Eén van hen, Amar., had van voor de oorlog een uitwendige fixatie door een scheenbeenbreuk. Het werd geplaatst in Haifa nadat hij twee maanden opname in Makaset achter de rug had, zonder verzorging van de open fractuur. Toen hij weer in 't kamp was, bleek dat zijn been er nog uitstak. Dr. Dick had hem de uitwendige fixator geplaatst. Tijdens de bombardementen van het hospitaal moest de patiënt verschillende malen verplaatst worden. En bij de laatste verhuizingen was er iemand op zijn uitwendige fixator gaan zitten, waardoor hij pijn kreeg. Door de anarchie van de eerste dagen

134

ging hij dus ook door als één van die vele bedelaars om pethidine, tot Dr. Saleh na 5 dagen eens een XR van zijn onderbeen nam en zag dat er een breuk zat. Dit was natuurlijk de reden van zijn Pijn!

Een ander koppel commando's dat steeds bedelt om pethidine is A. Fede en A. Moti. De laatste is gewond in de Rhamadan-oorlog en nog steeds, nu al een jaar, in het ziekenhuis. Hij heeft het nog nooit verlaten. Vlak voor de oorlog had hij nog een operatie ondergaan omdat hij sukkelde met blijvende beenderontsteking. Nu had hij veel pijn, bovendien was hij erg depressief omdat hij niet, zoals alle andere naar het front kon. Dit speelde hem sterk parten en het was hem aan te zien. Toen er een wapenstilstand kwam, was hij ook duidelijk beter gemutst.

Vandaag zijn de mensen ongeveer continu in de schuilplaatsen, het begint door te wegen. Wanneer we de ronde van de gekwetsten die in de schuilplaatsen liggen doen, is het een wat afstotend gezicht. Heel wat vliegen op de met bloed besmeurde verbanden die dan naar het eten vliegen en van het eten naar de gezichten van de slapende mensen. Het is erg warm in deze twee kamers door de grote hoeveelheid mensen die opeengepakt zit. De kamers zijn bestemd als operatiezalen, maar nog niet volledig afgewerkt. Ze doen nu nuttig dienst als ziekenzalen.

Een grote ruimte ernaast moet eigenlijk ziekenzaal zijn, maar is nu ingenomen door een 100-tal vrouwen en kinderen die geen andere plaats hebben om te schuilen. Verschillende pogingen van Dr. Rafad om het volkscomité te verplichten de mensen te verhuizen, zijn mislukt. De plaats doet goed dienst als schuilplaats, omdat er WC en water is. Dat is niet zo in de meeste andere schuilplaatsen.

Er heerst trouwens een wat algemene malaise, want de bombardementen blijven doorgaan.

Dirk,
Zondag 1 juni '86.

's Nachts drie lichtgewonden. Tegen de ochtend opflakkering van de bombardementen. Vooral aan de frontlinies en op het hospitaal. De bombardementen moesten gisterenochtend voorkomen dat je je in het kamp kon verplaatsen. Zo kon men de kampgrenzen aanvallen, zonder dat die versterkt werden. Tegen de middag rustiger. De urgentiekamer loopt weer vol 'gewone' patiënten. Het zijn ofwel baby's en kinderen, meestal ernstig ziek, ofwel psychisch somatieken. Tegen alle Arabische ge-

135

woonten in zijn het dit keer niet de moeders die met hun kinderen naar de 'clinic’ komen. Het zijn de vaders, kalasjnikov in de ene hand, ziek kind in de andere. Verplaatsingen in het kamp zijn immers uiterst gevaarlijk nu en dan mag papa lief - die soldaat is die beter het gevaar van de straatjes kent, met het kindje naar de dokter.

’s Avonds verschillende bommen op 't hospitaal. Sinds gisterenochtend heb ik verschrikkelijk knagende maagpijn en bij elk bombardement flakkert die op. Pauline heeft dezelfde klacht. Lief klaagt niet. We pakken nu allemaal maalox.

Het hospitaal raakt vol, zeker nu we de gewonden van de bovenverdieping hebben moeten evacueren. 36 gehospitaliseerden, waaronder 7 zeer kritisch. We hebben vandaag meer dan 20 gewonden gehad en we zenden het maximum terug naar huis. De follow-up en verzorging van al die vuile oorlogswonden neemt al het grootste deel van de dag in beslag.

Dirk,
Maandag 2 juni '86.

Vannacht zeer hevige bombardementen. Vooral tegen Frontstreet. De 'clinic' beneden krijgt het hard te verduren. Een 120 mm mortierbom die inslaat op het traphalletje boven slaat een gat door de betonnen zoldering en blaast 3 deuren en muurdelen van de 3 aangrenzende kamers weg. Mohammed, de verpleger die daar de permanentie doet, wordt letterlijk van zijn matras geblazen. Hij is gelukkig niet gewond, hoewel zijn gehoor voor enkele uren nihil is.

9u30. Man van 40 jaar met een kogelwonde aan de kuit en een meisje van 20 jaar vol schrapnels.

10u50. Man van 40 jaar. De schedel is frontaal open, de ogen zijn volledig kapot van de schrapnels. We kunnen hem alleen maar laten sterven. Hij is pas na een half uur dood, een echt familiedrama. De familie had al 2 of 3 zonen verloren in Tel Zaatar in 1976.

14u45. Jonge kerel van 25 jaar, zijn hersenen komen uit de schedel. Ook hier kunnen we niets doen. En ook hier duurt het een uur voor de man dood is. Hij heeft werkelijk een uur liggen 'graspen’. Het is dan afschuwelijk voor familie en vrienden, en het snoert ook onze kelen dicht.

136

16u00. Vandaag een dramatische dag: 3 doden, maar ook 3 geboorten: één normale bevalling en één keizersnede van een tweeling. Het waren prematuren. De eerste stierf onmiddellijk en de tweede zou enkele dagen later sterven. Er is immers geen couveuse of prematurenzorg voorhanden en evacuatie van patiënten was totaal uitgesloten.

18u00. Jonge kerel van 25 jaar, kogel door het hoofd. Een medisch mirakel, de ingang is rechts naast de uitwendige gehoorgang, uitgang is vlak voor linkergehoorgang. Hij is nog volkomen bewust, alleen braakt hij. We kunnen niets doen, alleen afwachten, hoe hij zal sterven. Maar er gebeurt niets, alleen een dik hematoom, alsof hij dikoor heeft. Zelfs na enkele uren geen bewustzijnsverandering. Geen neurologische symptomen. Er moet iets fout zijn met onze neuro-anatomie. Het enige wat die man ervan overhoudt, is doofheid rechts en het feit dat hij zijn mond maar half kan openen. Hij had in een vroegere oorlog nog een rechteronderbeenamputatie ondergaan.

De rest van de dag nog een 10-tal gewonden. We besluiten de ‘clinic’ beneden in het kamp te ontruimen, ze is nu niet meer bruikbaar als 'first aid station', 's Avonds het bijna dagelijks verslag van de vrienden-fedayin van beneden. Amal probeerde vannacht een paar gebouwen te veroveren. De hele dag graafden de Palestijnen loopgraven en tunnels die de verschillende flatgebouwen verbinden aan de Frontstreet. Zodat ze zich zeer vlug en veilig kunnen verplaatsen van gebouw tot gebouw, hun vuurstellingen snel kunnen verplaatsen. Dan kunnen ze gebruik maken van het verassingseffect, als ze plots opduiken en beginnen vuren vanuit een gebouw waarvan Amal denkt dat ze die onmogelijk konden bezet houden.

Vannacht deden de Palestijnen een tegenaanval op de hoogste Amal-building die het hele kamp overschaduwt, de ’Castle’ genoemd. Ze infiltreerden tot aan de rand van het gebouw en bliezen een gat in de muur. Ze wilden daarna hun lader naar binnen leegschieten en een aantal bommen gooien. Maar tot hun grote verbazing botsten ze onverwacht op een muur van zandzakjes. En van tussen die zakjes schiet Amal terug. Gelukkig viel er slechts één gewonde, kogel door de arm.

Berichten doen de ronde dat Chatila uitgebreid is tot aan de weg naar de luchthaven.

Pas binnen de 48 uur is er een nieuwe meeting in Damascus. Militaire versterkingen die Amal aanvoerde vanuit de Beeka-vallei

137

zouden onderschept zijn door Palestijnen en PSP in het Choufgebergte. Later zal blijken dat deze berichten een 'wishfull thinking’ waren. Want de Syriërs begeleiden de konvooien van wagens met wapens die Amal vanuit de Beeka naar Beiroet laat overkomen.

Lief,
Maandag 2 juni '86.

Vandaag is het weer een dag vol gewonden en anarchie. Het geeft een ernstig deprimerend gevoel. Op momenten van zogezegde wapenstilstand komen de mensen eventjes buiten en de kinderen willen de zon nog eens zien. Het is op dat moment dat we de meeste gewonden hebben als er bommen worden afgevuurd. Al het werk wordt opgevangen in één ruimte en dat is moeilijk. Bijvoorbeeld wondverzorging en het zien van de dokter, tegelijk met de gewonden en daarbij nog de vermoeidheid doet serieuze spanningen ontstaan.

Iemand is moe en ziek. Hij vraagt of hij een papier kan krijgen voor 3 dagen verlof van het front. Onder protest van een andere commando' die het niet verantwoord vindt om commando's vrijaf te geven in deze periode. Dan zouden we zonder verdediging vallen.

138

9. Rode Trommelvliezen - Inhoud

Dirk,
Dinsdag, 3 juni 1986

Er zijn gevechten uitgebroken in West-Beiroet tussen Amal en een Soenitische pro-Palestijnse groep. Deze gevechten doen de druk op de kampen afnemen. De eerste berichten zijn zeer positief, alsof ze grote schade hebben toegebracht aan Amal. De realiteit is anders, na 48 uur moeten de Soenieten de strijd opgeven. Vandaag 3 doden door 'sniping', waaronder een jongen van 16 jaar in het hoofd geschoten. Hij werd door een scherpschutter geraakt in een straat die hoogstens één meter breed is, maar waar men het hoge gebouw kan zien, de 'Castle'. Dit gebouw is praktisch niet in te nemen. Amal heeft het volledig met dynamiet omringd. Een eventuele Palestijnse poging tot inname van dit gebouw zou een ontploffing kunnen betekenen met vele Palestijns ; doden voor gevolg. Schoten vanuit dit gebouw maken vele straten in het kamp onveilig. De plaatsen waar scherpschutters actief kunnen zijn, worden nu afgezet met zinken platen, om hen het zicht te belemmeren.

's Nachts opflakkering van het geweld rond de weg naar de luchthaven. Een jong meisje wordt in de vroege ochtend gewond door een scherpschutterkogel. Ze wordt, naar adem snakkend, binnengebracht en overlijdt kort nadien.

9u30: worden getroffen vanuit eenzelfde scherpschuttersnest: 28-jarige man: kogel in de borst; 5-jarig jongetje en 6-jarig broertje: de eerste een kogel door de rechterknie, de tweede een

139

kogel door de linkerarm. Ze werden getroffen toen ze op het dak aan ’t spelen waren.

Grote razzia's, plundering en terreur in de Soenitische wijken door Amal, doet de haat van die bevolkingsgroep tegen de Sjias toenemen. Er zouden tijdens de gevechten in West-Beiroet 27 doden en 70 gewonden gevallen zijn.

Arafat beschuldigt Syrië. Hij spreekt over een bloedbad. Sommigen zal dit overdreven lijken, maar wat is het omver schieten van vrouwen en kinderen door scherpschutters anders dan een massacre? Als deze belegering voor zeer lange tijd doorgaat en de munitievoorraden opraken, dan is een groot bloedbad niet uitgesloten! Het voorstel van Arafat, om de kampoorlog op te lossen, een multinationale vredesmacht (Arabische) of een UNO-macht als bufferstrijdkrachten, lijkt ons ook ernstig. Zijn voorstel toont alleszins aan dat de 'terugkeer van de PLO zoals voor 1982, dit is controle van heel West-Beiroet' geen steek houdt.

De oorlog tegen de kampen omwille van de terugkeer van de PLO: Waarom vielen ze vorig jaar de kampen dan aan, toen er nagenoeg geen PLO-strijders in de kampen waren?

Alleszins is de kampoorlog van vorig jaar een bloedige les geweest dat de terugkeer van de PLO een noodzaak is voor de bescherming van de Palestijnen in de kampen:

1. om een humaner leven te kunnen leiden: tegen kidnapping, continue aanvallen, geen mogelijkheid tot werk of studies;
2. recht op zelfbeschikking in hun eigen kampen;
3. recht op zelfbeschikking in Palestina.

De hypocrisie van Amal en Syrië: Ze beschouwen Israël als hoofdvijand, maar hebben constant kritiek op de PLO en verwijten de PLO dat deze ook een politieke strijd voert. Terzelfdertijd verhinderen ze de PLO om te strijden vanuit Libanees grondgebied. Hierin worden ze later openlijk gesteund door Israël en de SLA.

Amal beschuldigt de PLO ervan dat ze de oorlog begonnen is om de kampen uit te breiden.

1. de oorlog begonnen??? Kijk naar nota's eerste dagen, waar we vertelden over de PLO-vertegenwoordiger die thee dronk op het moment van de aanvang;
2. kampen uitbreiden: pas vanaf maandag 26 mei hebben de Palestijnen in Bourj el Barajneh de hoge gebouwen langs de ene kant van de frontstreet' ingenomen. Dat is na een nacht van zware bombardementen op ’t kamp gebeurd en pas één week nadat Amal bijna dagelijks elk normaal kampleven on-

140

mogelijk maakte door geschut vanuit die gebouwen.

De pers hier neemt de beschuldigingen van Amal over en op de B.B.C. gaf men de volgende commentaar: de kampoorlog startte nadat er grote hoeveelheden PLO-strijders van Arafat die uit Tunis en Jordanië waren gedreven naar de kampen terugkeerden.

1. er is geen enkele aanwijzing waaruit blijkt dat Arafat een deel van zijn PLO-strijders uit Tunis heeft teruggetrokken onder druk van de Tunesische regering. Hij zelf beweert dat hij ze daar terugtrekt 'omdat de bevrijding van Palestina niet vanuit Tunis zal gebeuren'. Ook de Tunesische regering heeft nooit een bezwaar geuit tegen de aanwezigheid van de PLO-strijders, ook niet na de luchtaanval op het PLO-hoofdkwartier in oktober 1985.
2. sinds 1971 zijn er in Jordanië geen PLO-strijders meer. Hoe ze dan kunnen uitgedreven worden, versta ik niet!!!

Als B.B.C. zulke commentaar verspreidt, doet die omroep dat dan omdat hij van de zaak niets afweet of om de zaak te vertroebelen? De tegenstelling tussen wat we zelf meemaakten en wat de media verspreidden heeft ons in elk geval diep getroffen.

Dirk,
Woensdag, 4 juni 1986

Vannacht verschillende keren uit bed geroepen, dan tegen de ochtend de klassiek geworden bombardementen. Niet geslapen! Voormiddag zeer drukke 'clinic', met een oudere verpleegster Fatima. Fatima’s hele familie woont nog in Akka in Palestina, nu nog steeds bezet door Israël. Zij en haar moeder vluchtten in '48 tijdens de grote exodus’. Ze heeft nog maar één verlangen in haar leven, vertelt ze me, dat is haar familie kunnen weerzien, ooit, in haar geboortestadje Akka.

Lief,
Woensdag, 4 juni '86.

De dag begint kalm. Althans voor mij omdat ik nu zelfs door de hevigste bombardementen slaap. Voor Dirk is deze nacht zwaar

141

geweest en hij heeft niet geslapen. Maar opnieuw hetzelfde scenario. Om 13 uur worden de bombardementen erger.

Om 14 uur komen twee zwaar gekwetsten binnen. De eerste heeft een traumatische amputatie van zijn rechter onderbeen, en is bedekt met veel stof, heeft bovendien verschillende schrapnels in zijn buik en borst. Hij ziet er spookachtig uit.

De volgende is een oude vrouw, met de darmen uit de buik, losgerukt van de vaatsteel en als een sliert om haar benen gedraaid. Pauhne slaagt erin dit te ontwarren en buiten een vleeswonde aan haar arm is dit wel het voornaamste. Ze is goed bewust en klaagt slechts over pijn in de buik zelf, niet wetend dat 80% van haar darmen buiten liggen. Het is wel een vreselijk zicht, we dekken haar af met compressen met fysiologisch water. Ze moet wachten omdat eerst de andere man geopereerd wordt. Deze is er echter heel erg aan toe, met verschillende buikwonden. Op een bepaald moment was er niet voldoende vers bloed meer om de operatie voort te zetten en de patiënt werd alleen met plasmaexpanders en fysiologisch water opgevuld. Dit kwam echter onmiddellijk weer uit de bloedende vaten. De operatie werd stopgezet omdat het niet haalbaar was.

Normaal gezien is er in 't kamp geen probleem om bloeddonoren te vinden. Dat wordt heel goed georganiseerd. Wanneer iemand gekwetst is, wordt dadelijk een groep mensen meegestuurd om bloed te geven. Is dit niet voldoende, dan vraagt men in de schuilplaats, waar vaak veel mensen verzameld zijn als bezoeker of om te schuilen.

De vrouw met de ingewanden uit haar buik, werd geopereerd. Ze heeft nog twee dagen geleefd, maar haar situatie is steeds heel kritisch geweest.

's Avonds, nadat het weer kalm was geworden, kreeg de moeder van Nasmie een hersenbloeding en stierf op de urgentietafel, voor we iets konden doen. Nasmie is de poetsvrouw van de operatiezaal. Ze is Palestijnse, 25 jaar en voordien moeder van twee kinderen. Gedurende de oorlog, de Israëlische invasie, heeft ze haar echtgenoot en twee kinderen verloren. Ze heeft geen ouders meer en staat er alleen voor om voor haar jongere broers te zorgen. Ze heeft enkel haar PRCS-inkomen, dat nu ongeveer 1700 Libanese ponden moet zijn.

142

Lief,
Donderdag, 5 juni 1986

De hele nacht is het rustig geweest. We hebben clinics' georganiseerd in het hospitaal en de wondverzorgingen worden nu ook I niet meer in de urgentiekamer gedaan. Dit ontlast de urgentiekamer, waar voortdurend gewonden binnenkomen. Bommen vallen om de vijf minuten neer. De 'clinics' worden aan een zijkant van het hospitaal gedaan. Het is er eigenlijk niet heel veilig.

Vooral wanneer wordt gebombardeerd via de luchthavenweg. In de voorlaatste week van de gevechten is er bovendien een bom van een tank terechtgekomen. Ze heeft 4 muren doorboord en kwam dan terecht in de hal van het ziekenhuis. Gelukkig was het geen exploderende bom, maar wel één die een tunnel maakt. Je kan ze dus zien voorbijgaan zonder eigenlijk te ernstig gewond te raken. Tenzij je natuurlijk in 't verlengde van zijn verloop staat. Deze bommen worden voornamelijk gebruikt voor het vernietigen van barricades als zandheuvels en zandzakken en worden vanuit tanks afgeschoten.

Rond 19.30 uur starten hevige bombardementen op het ziekenhuis. Bij deze bombardementen vliegen ook de schrapnel tot in onze kamer, maar slechts weinig. De klassieke verhuis van de patiënten gebeurt. Verschillende malen moesten we de twee patiënten met heupbreuken verhuizen. Ondanks tractie en rust, was er na 4 weken nog bijna geen beenaaneengroei te zien, de verhuis in en uit de kamer bij bombardementen en soms ook tengevolge van persoonlijke conflicten in de kamer, is daar niet vreemd aan. De bombardementen van vandaag hebben aan één kerel het leven gekost. Hij was op slag dood. Een andere, een broer van Fadmi (verpleegster in Haifa), werd ernstig gewond. Hij verloor twee handen en had verschillende schrapnels in zijn lichaam. We slaagden erin om hem te stabiliseren en hij was goed voor hij naar de operatiezaal ging. De betrokkenheid bij deze zaak was groot omdat Fadmi een goede vriendin is. Ze stond met rode ogen en paniekerig in het labo te wachten. Toen ik na een tweetal uren in de operatiezaal ging kijken, zag ik de anesthesist reanimeren! De letsels waren te groot zodat een operatie hem niet kon redden.

Het is wel verschrikkelijk wanneer een lijk uit de operatiezaal komt! Enorm gekrijs in t hospitaal, mensen zaten lang te wachten, voor niets...

Opnieuw 3 doden vandaag. Sterke demoralisatie!

143

20 uur: Nabih Berri kondigt een wapenstilstand af, maar de bombardementen gaan gewoon verder met verhoogde intensiteit.

Dirk,
Vrijdag, 6 juni 1986

Vandaag 4 jaar geleden startte de Israëlische invasie in Libanon met als doel de liquidatie van de PLO. Precies 4 jaar later zitten dezelfde Palestijnen weer in oorlog. Hetzelfde doel: liquidatie van de PLO, maar ditmaal wordt de job voor Israël opgeknapt door Amal.

Dat is de kern van de analyse die Robert Mannuck, de Britse uitgever van het Beiroetse weekblad 'The Daily Star', maakte op de B.B.C. Zijn analyse is de beste van wat we tot nu toe op de B.B.C. gehoord hebben.

De dag is vrij rustig, maar dat is juist heel gevaarlijk omdat de mensen uit hun schuilkelders komen en zich blootstellen aan beschietingen en bombardementen. Het is te gevaarlijk om vuil te verzamelen. Een bom kwam terecht in een vuilnisbelt, net aan de ingang van een schuilkelder tegenover onze clinic beneden. De hele omgeving was dus bedekt met vuil. Maar dat is nog niets vergeleken met wat Amal probeert in Chatila.

Daar hebben ze eerst getracht om de watertoevoer vanuit Beiroet op te sporen en af te sluiten. Daar hadden ze aan het sportstadium grote putten gegraven om de waterleidingen op te sporen. Dit lukte slechts gedeeltelijk. Daardoor kreeg men in Chatila wel problemen met de watertoevoer.

Amal probeerde dan Chatila onder water te zetten, door de leidingen in de hoger gelegen 'cité sportive' op te blazen. Ook dit lukte niet te best. Gelukkig maar, het zou een hygiënische ramp geweest zijn. Al het water in het kamp, de schuilkelders die kunnen vollopen. Vuilnis overal ronddrijvend en een rottende geur. In Bourj el Barajneh slaagde Amal er geen moment in om de watertoevoer vanuit Beiroet af te sluiten. Waarschijnlijk omdat de Palestijnen delen van de Sjia-wijken bezet hielden of controleerden en dat een afsluiting van het water voor het kamp ook een afsluiting voor deze wijken betekent. Zelfs in het benedengedeelte van het kamp had men gedurende de oorlog electriciteit. Omdat men gewoon (clandestien weliswaar) een lijn onder frontstreet had liggen waardoor men kon aftappen van de Sjia-wijken en de fedayin in de frontlijn de worldcup op TV konden volgen.

144

Lief,
Vrijdag 6 juni '86.

Deze nacht heeft Pauline op de operatietafel geslapen, want onze kamer was niet meer 'veilig'. Omdat Dirk en ik niet zo essentieel zijn en de slaapplaatsen in de veilige operatiekamer (kelder) schaars zijn, bleven we in onze kamer. Onder druk van de voorzichtige Dirk hebben we de sofa gebruikt om achter te slapen en de matras op de grond gelegd. Dat bood volgens mij geen enkele veiligheid, maar Dirk vond van wel en ik moest het dichtst tegen de sofa slapen op de zogenaamde veiligste plaats, of ik nu wilde of niet. Maar ik geef toe, we waren beter beschermd tegen eventuele glasscherven van de ramen indien er een bom in de buurt explodeerde. Deze constructie hebben we echter na een dag afgebroken omdat het de rest van de dag kalm was.

Lief,
Zaterdag, 7 juni '86.

Dan opnieuw beschietingen van het kamp, slachtoffers, een oude vrouw met schrapnels. En wat later, een fedayin dood binnengebracht, met een doek over zijn lichaam getrokken.

Wanneer op die manier iemand wordt binnengebracht, ben je zeker dat er een vreselijk akelig letsel is. Deze keer was dit weer zo. Nasser met zowat het halve schedeldak weggeblazen door een bom. Ik herkende zijn gezicht. Hij is goed bekend in het ziekenhuis. Ik moest even slikken. Het witte laken en de plastiek werden bovengehaald.

’s Avonds vraagt een verpleegster of ik een patiënt kan zien in t kamp. Sporadisch wordt er nog gebombardeerd. De patiënte was in paniek omdat er een bom op haar huis was gevallen. Aanvankelijk had ik het niet goed begrepen. Ik ging met haar mee, ze zei dat het dichtbij was. De bommen bleven komen. Plots viel een bom heel dichtbij. We schuilden even in het gebouw van de democratieën. Die vroegen natuurlijk wat ik op dit moment buiten deed. Stom, wat nu. Ik was vooral kwaad omdat haar huis in 't midden van het kamp was, toch zo'n 500 meter van het hospitaal. Ik ben dan toch die patiënte gaan zien. Daar was echter niet veel meer aan de hand dan een zenuwtremor (sic!). De tocht terug ging zonder problemen.

In deze gespannen situatie worden de mensen zeer afhankelijk van ons. Je zou toch verwachten dat een verpleegster een

145

psychosomatisch geval kan relativeren. Maar zelfs zij stelde het aan mij voor als zeer dringend. Mensen vroegen of ik bang was in de oorlog. Na zo'n tocht is het moeilijk om op deze vraag negatief te antwoorden.

Dirk,
Zondag, 8 juni '86.

5 uur: zeer zwaar bombardement, vooral door tankgeschut. Zware gevechten aan de frontlinies, paniek in het hospitaal. Alleen Lief moeten we wakker maken om naar beneden te komen. Zelfs al vallen er bommen op het hospitaal, zij slaapt gewoon door.

Amal probeerde terrein terug te winnen door een aanval op alle fronten. Ongelooflijk, maar geen slachtoffers langs Palestijnse zijde. De Palestijnen hebben, buiten hun ervaring, militaire geschooldheid, discipline en een graad van organisatie nog een belangrijk voordeel tegenover Amal (op militair gebied). Dat is de technische gesofisticeerdheid van hun transmissie en hun communicatiesystemen. In het hele kamp hebben ze walkie-talkies, vrij moderne met een codesysteem. Ze beschikken ook over gesofisticeerde afluisterapparatuur. Dat maakt dat de fedayin aan de frontlinies steeds gewaarschuwd zijn voor een Amal-aanval.

17 uur: de intensiteit van de bommen verhoogt, 5 per minuut. Het valt op dat iedere dag op dezelfde tijdstippen de intensiteit wordt opgedreven (4.30 uur s’morgens, 17 uur ’s avonds). Sommigen zeggen dat dit juist de uren zijn waarop de mensen naar de moskee gaan. Dan is de beweging in het kamp het grootst.

Lief,
Zondag, 8 juni '86.

Om 5 uur het nu al klassiek geworden bombardement, waar... ik niets van gehoord heb.

Vandaag is het einde van de Rhamadan. De vrouwenorganisatie brengt cakes. Voor vandaag werd het einde van de gevechten voorspeld, maar dat zit er niet in. Vandaag zouden vele koppels trouwen. Maar al die trouwfeesten zijn uitgesteld. Persoonlijk

146

ken ik 4 koppels, waaronder de verpleegster Samar. Voor 1 van de koppels is geen trouwfeest meer nodig: de man stierf de laatste vrijdag van de gevechten (26 juni).

Om 17 uur loopt er iemand gewond binnen. Hij zegt dat er nog meer gewonden zijn. Er ontstaat paniek. De bom schijnt gevallen te zijn op de plaats waar 3 mensen de elektriciteit aan het herstellen waren. De hele urgentiekamer zit onder het bloed. Ik begin met de intubatie, maar het is moeilijk. Aanvankelijk ben ik alleen met deze patiënt bezig, terwijl de anderen hun handen vol hebben met de volgende. Een verpleegster, Lola, komt niets vermoedend binnen om te helpen. Plots begint ze te krijsen. Die man... is haar vader. De hele avond is ze murw van het huilen, 's Avonds zie ik haar moeder, die moedig zegt: 'Waarom zitje te huilen, hij heeft nog lang geleefd, in vergelijking met de jonge mensen die nu sterven.' Voor mij is het een akelige ervaring te moeten beseffen dat ik niets kan doen.

Lief,
Dinsdag, 10 juni '86.

Het is een belangrijke dag voor de onderhandelingen. Men wil een 'staakt het vuren’ bereiken. Het is klassiek dat de gevechten aan de fronten dan verhevigen. Het is nu bovendien heel gevaarlijk in het kamp door het geschut. Er zijn veel slachtoffers.

Rond 18 uur komen gewonden binnen van de bombardementen die dan gestart zijn.

Daarna een dode! Kort daarop nog een dode en nog één. Het is bijna niet te geloven. Mohammed wordt binnengebracht op een ladder met het been volledig doorzeefd en met nog slechts één vleesstuk vast. Twee andere doden die op dat moment worden binnengebracht hebben we niet eens gezien. De paniek onder het personeel is weer groot. Veel van de doden zijn goede bekenden. Dat is ook iets waar wij buitenlanders minder last van hebben. Onze familie kan niet op een draagberrie zwaargewond binnengebracht worden. Het verplegend personeel hier verloor veel van zijn familieleden. Hanna verloor zelfs én haar broer, én haar moeder. Na dit voorval was het moreel wel erg laag.

’s Avonds krijgen we meer uitleg over het voorval: de Palestijnen hadden een aanval uitgevoerd en 5 gebouwen heroverd. Dit om druk uit te oefenen op de onderhandelingen. Twee mensen waren gewond en 1 overleed, omdat de bom ter plaatse ontplof-

147

te. Toen begon ook Amal zeer zwaar te schieten en wie zich bewoog, werd gekwetst. De gewonden konden ook niet snel weggehaald worden en werden dan nog eens geraakt door een bom. Mahmoud vertelde dat de lijken er vreselijk uitzagen en dat men ongebluste kalk moest uitstrooien tegen de stank.

De gevechten duren 's avonds en 's nachts voort. Rond 12 uur 's nachts zitten de mensen nog in de gang. Er wordt wat thee gemaakt. Een vrouw met 2 kinderen zit op de trap. Ze begint te vertellen over haar jongste zoon die 40 dagen oud was toen de eerste Rhamadan-oorlog uitbrak. Dit zoontje was haar enige jongen en het was 9 jaar na haar laatste kind geboren. Gelukkig had ze toen borstvoeding, want die oorlog duurde 30 dagen en er was geen melk meer. Op dit moment duurt de oorlog 18 dagen.

Dirk,
Woensdag, 11 juni '86.

11.30 uur. Marina, de vrouw van Dr. Rafad duwt ons weer in de kamer. We kunnen best binnen blijven want de Iraniërs zijn gekomen. Iraanse 'officials' proberen de gewonden uit Bourj el Barajneh geëvacueerd te krijgen. Een 10-tal ambulances zijn toegekomen. Het is een gek zicht. Schreeuwende Palestijnse vrouwen beginnen aan hun kleren te trekken en hen zelfs te slaan. Om hun woede op Amal af te reageren. Des te grappiger als je bedenkt dat het aanraken door vrouwen, laat staan het trekken, sleuren en slaan zowat het ergste is watje als Sjia-moslim-fundamentalist kan overkomen. Maar in plaats van de gewonden te bezoeken, trekken de Iraniërs eerst op inspecterieronde naar de moskee. Om te zien of hun moslim-broeders dit heiligdom toch niet beschoten hebben. Pech! 8 grote gaten, voornamelijk veroorzaakt door tankgranaten. Dat doet hun illusies ineenstuiken. Dan start de evacuatie van de patiënten. Wij kunnen onze nieuwsgierigheid niet bedwingen en proberen door de massa heen ook een glimp op te vangen. Maar andere Palestijnen sturen ons terug naar onze kamer. Het is beter dat we niet worden gezien want die Iraniërs zijn 'bedoen moch’ (iets als 'zonder hersenen'). Hoe stom ook, maar ze beginnen eerst met de patiënten in de kelders. Twee oude vrouwen, één met pneumonie, een andere met heupverplaatsing en 2 jonge mannen. Het kost moeite om de gewonde 'fighters' te overtuigen zich te laten evacueren, ze vrezen revanche van Amal buiten het kamp. Een keerde zelfs

148

terug nadat ze hem in de ambulance hadden gestopt. Hij wilde gewoon niet weg.

Dan plots begint een totaal onverwacht bombardement op het hospitaal. De Iraniërs en de ambulanciers spoeden zich het kamp uit met slechts 6 patiënten. Op de Kataeb-radio spreekt men van 10 patiënten, waaronder 2 zieke, zwangere vrouwen. De beide vrouwen waren boven de 70 en bovendien niet getrouwd. En verder: 'De evacuatie was een succes niettegenstaande een bombardement van de Palestijnen’. Ook de BBC spreekt over een evacuatie van 10 gewonden.

Nabih Berri vraagt een interventiemacht van Syrië. Berri en Jumblatt zijn beiden vandaag naar Damaskus geroepen. Amal heeft nu ook kleine ’clashes' met PSP, nadat ze een aantal PSP’ers gekidnapt hebben.

Voor ons persoonlijk begint de sfeer hard en moeilijk te worden. Ieder van ons en van het Palestijns personeel heeft min of meer ernstige problemen met deprimerende gevoelens.

Elke keer er slachtoffers in de spoeddienst binnenkomen, is dit een hysterisch vechten van mannen, maar vooral van vrouwen die zelf ook binnenwillen om er zich van te verzekeren dat hun zoon of man er toch niet bij is. En dan begint altijd hetzelfde toneel. Wanneer de mannen van de ordedienst met geweld proberen die hysterische vrouwen buiten te houden, denken ze dat hun zoon onder het deken zal liggen, want waarom worden ze anders verhinderd om te kijken? En dan worden ze nog hysterischer. Op zo'n momenten heb je wel zin om je kop in het zand te steken van wanhoop.

Maar we begrijpen die reactie van de mensen veel beter sinds Naousj en Nasser laatst een lijk op een draagberrie binnenbrachten. Pauline stond aan de grond genageld. Ze wou eerst zien of de dode geen bekende van ons was, voor ze verder kon werken. De sfeer die wij hier beschrijven is zeker niet dezelfde als aan de frontlinies, bij de fedayins. Daar is die veel euforischer. Militair is het nog steeds een grote overwinning voor de Palestijnen. Wij in het hospitaal daarentegen, verzamelen werkelijk alle ellende! De doden, de gewonden, de reacties van de familieleden en vrienden, de rouwenden, de psycho-somatiek en de trieste verhalen op de consultaties. Dat maakt het werk in het hospitaal, voor ons, maar nog meer voor de Palestijnen die er dichter bij betrokken zijn, wel moeilijk.

149

Lief,
Woensdag, 11 juni '86.

Vanmorgen haalde men de lijken uit de ijskast. Met veel gekrijs van de omstaanders en de klassieke roep 'ya arab'. Rond sommige lijken immers moest men nog een doek of een plastiek draaien. Gisteren was het allemaal nogal snel moeten gaan. Met 6 lijken liep men dan naar de begraafplaats. Door de vuilnis die voortdurend brandend wordt gehouden. Zeer shockerend. De weg naar de begraafplaats is nu erg gevaarlijk. De laatste doden drukten me helemaal teneer. Daarna een broer van één van hen, die zich wenend niet meer recht kon houden. Tijdens de begrafenis waren er trouwens heel wat mannen die hun tranen moesten beheersen.

Vanavond: een vrouw is opgenomen met haar kindje. Ze leeft normaal gezien buiten het kamp. Haar echtgenoot is met drie kinderen naar West-Duitsland. En één zoon is naar Zweden. Vorig jaar verloor ze haar dochter van 19 tengevolge van een elektrische shock. Ze had alles gereed gemaakt om ook te vertrekken, toen de oorlog begon. Na de vernietiging van haar huis is ze in het kamp terechtgekomen. En nu is haar jongste dochtertje ziek. Ze heeft 11 kinderen en ziet er nochtans nog jong uit. Ik schat haar 40. Zo gauw de oorlog voorbij is, wil ze vertrekken. Maar haar ticket heeft ze geregeld met iemand van Amal! Ze ziet het nu niet goed meer zitten.

Dan is er het verhaal van een vrouw met drie kinderen die naar de 'clinic' kwam. Ze zei dat haar kinderen ziek waren, maar er was niets aan te zien. Ze had geen eten voor hen. Geen steun, van niemand. Haar echtgenoot was steeds weg of dronken en gaf geen geld. Ze verweet mij dat ik haar dood wilde. Het is een tamelijk aanvallend verwijt. Maar er is geen mogelijkheid om voor haar steun te organiseren.

Alle schuilplaatsen zitten vol. Er is een bom vlak naast een schuilkelder gevallen. Daardoor moesten veel mensen de plaats verlaten. De schuilplaats van het hospitaal zit ook vol. Op een bepaald ogenblik wilde Dr. Rafah. ze ontruimen, omdat we ze nodig hebben voor gekwetsten. Het is gewoon onmogelijk: we zouden 60 mensen weer doen verhuizen. Daarnaast leven ongeveer 10 grote families in de hal van het hospitaal. Nu bijna 14 dagen. Een familie kennen we goed omdat zowel moeder als zoon gekwetst waren, 's Morgens bieden ze ons wat thee aan. Veel eten hebben ze niet, denk ik. Een beetje verder in dezelfde hal zit een

150

oudje nog wat spullen uit zijn winkeltje te verkopen.

De sfeer in het hospitaal is drukkend. Je kent geen moment rust. Onze kamer, 103, is zowat een vluchtoord. Kinderen in de gang. 2 families die in de wasplaats leven. Zowat 10 families in de gang. Een oude man met een longoedeem produceert een wit slijmerig speeksel dat hij zorgvuldig in een gesloten potje verzamelt. De mensen rond hem protesteren tegen de microben die hij zo verspreidt. Ze hebben gelijk. Dus we controleren hem op TBC. Maar de patiënten van het front gaan wel voor. De familie van de 2 verantwoordelijke verplegers hebben een deel van het bureel ingenomen. De poetsvrouwen leven naast hun wasmachine. De mensen van het labo verblijven in het labo. En dan de apotheek: die is verdeeld in leefplaats en slaapplaats, gescheiden door een gordijn.

Dirk,
Donderdag, 12 juni '86.

De onderhandelingen in Damaskus lijken optimistisch. Jumblatt zou vele voorwaarden gesteld hebben tegenover Berri en Amal. Er is een relaxe sfeer vandaag en militair is het rustig. In de voormiddag hadden we het wel heel druk met de gewone patiënten’. Ook veel moeders met hun kinderen met meestal psycho-somatische problemen. De klacht is altijd dezelfde: pijn en vermoeidheid over het hele lichaam en duizeligheid. Onder de fedayin hebben velen symptomen van maagzweren. Pauline en ik die de eerste weken erg veel last hadden van maagpijn, zijn er nu wel beter aan toe.

Vlak na de middag, plots een heropflakkering van het bombardement en opnieuw gevechten aan frontstreet. Zeker 7 voltreffers op het hospitaal. Geen zware gewonden, alleen enkele oppervlakkige schrapnels, en één met een schot in het been.

18 uur: zeer zwaar bombardement, bijna uitsluitend op het hospitaal. Binnen de 5 minuten, 18 voltreffers op de bovenverdieping. Het zijn 107mm bommen. Ze worden afgevuurd vanop vrachtwagens of vanop de hoge gebouwen rond het kamp. Het zijn eigenlijk kleine katyushas (raketbatterij) van Noordkoreaans makelij. Ze slaan gaten door de muur en verspreiden dan duizenden roodgloeiende schrapnels in het rond. Puin stort naar beneden, gloeiende gensters komen ook via de ramen de verdie-

151

pingen lager binnengevlogen. Veel rook. Paniek onder de patiënten en de bezoekers. Patiënten worden naar de gang geëvacueerd.

Ali, de verpleger-commando die de eerste weken de first-aid organiseerde in de 'clinic' beneden, zit eronder door. Zijn vrouw en zijn enig kind verblijven buiten het kamp in Amal-gebied. Sinds drie weken heeft hij niets meer van hen gehoord en zij niets meer van hem. In gebroken Engels zegt hij me: Tm crying in my heart'. De bombardementen deinen uit tot 21 uur. Het is dit maal duidelijk dat het hospitaal doelwit nummer 1 is.

Op de BBC is er een zeer interessant interview met een zekere Rubenstein, hoofdredacteur van een Israëlisch (zionistisch) weekblad in Jeruzalem. Hij zegt dat Amal nu de 'allié’ is van Israël, omdat Amal strijdt tegen de Palestijnen, in het bijzonder de Arafatisten. Het is geen probleem dat Amal gesteund wordt door Syrië, want Syrië zet zich ook af tegen de aanhangers van Arafat. Israël zal zich terugtrekken uit het Zuiden als Amal daar de veiligheid verzekert.

Er is geen nieuws van Damaskus. De optimistische sfeer van vanmorgen is omgeslagen in een des te meer deprimerende sfeer vanavond. De belegering duurt al 20 dagen. Het begint vanaf nu zwaar door te wegen. Het voedsel wordt steeds eenzijdiger: rijst, bonen, brood, thee en suiker, 's Morgens, ’s middags en 's avonds. Altijd hetzelfde. Het hele kamp heeft bloedarmoede. Ook de voorraad aan medicijnen kan problematisch worden.

Dirk,
Vrijdag, 13 juni '86.

Voormiddag, werk in de kliniek: Samia, een hulpverpleegster, helpt me bij de vertaling. Ze is 18 en heeft één broer die omgekomen is tijdens de Rhamadan-oorlog vorig jaar. Haar zus is gedood tijdens de Israëlische invasie van '82. Een andere zus en haar moeder werden tijdens diezelfde invasie zwaar gewond. Vader werd al vroeger gedood. Een andere broer studeert geneeskunde in Moskou, via de PLO. Eén zus werkt voor de PLO in Tunis. En zij werkt hier in de vrouwenwerking van PFLP: maar ze is vóór Arafat. Een typisch profiel van een Palestijnse familie hier.

Sporadisch bombardementen in de namiddag.

152

Dirk,
Zaterdag 14 juni '86.

Tussen 4 en 5 uur hevige bombardementen en geschut aan de luchthaven-route.

Voormiddag: in de kliniek is het zeer druk. De vrouwen uit de keuken zijn brood aan het bakken in het lijkenhuisje tussen de lijk-koelkasten. Hun oorspronkelijke bakkerij is namelijk plat

gebombardeerd.

Een moeder komt met haar baby met diaree. Ze was gisteren ook al geweest. We hebben ze orale rehydratatie gegeven maar de diaree stopte niet. Een beetje geduld hé. Het duurt normaal zo'n 3 - 4tal dagen. 'Jamaar dokter, ik heb geen pampers meer, kun je niets geven dat de diaree nu, onmiddeliijk doet stoppen.' Een andere moeder komt klagen dat haar baby diaree beeft, en te veel van de borst wil eten. 'Maar dat is heel goed’. 'Jamaar geen borstvoeding genoeg'. Dan moet jij meer eten en drinken en rusten'. Er is geen eten meer in het kamp’. Ik onderzoek de baby. Baby is in blakende gezondheid en kraait van plezier. 'Baby helweh (is mooi)'. De moeder drukt de baby in mijn armen en zegt 'neem hem mee met u naar Amerika dat zal beter zijn voor hem'.

Deze grappige situaties zijn ook alarmtekens dat de voedselstock binnen het kamp bijna uitgeput is. Vooral melk voor de kinderen, gevarieerde voeding voor zogende moeders is schaars.

Namiddag: heropflakkering van de gevechten. Verschillende burgerslachtoffers met oppervlakkige wonden, waaronder weer eens kinderen.

18 uur: Vanuit Damascus wordt een definitief bestand aangekondigd. Alle gevechten moeten stoppen.

Vanavond krijgen we het bezoek van één van de fedayin van beneden. Het is een Palestijnse sluipschutter. Hij vertelt hoe hij wer’ t. Op onopvallende plaatsen, die een goed overzicht hebben ip een Amal-street gaan ze gecamoufleerd zitten. M16 met telescoop. Eerst wordt gedurende 20 minuten de hele omgeving zorgvuldig afgezocht naar Amal-stellingen en kanonnen, die zijn schutterspositie zouden kunnen ontdekken. En dan wachten. Mannen met geweren, militaire kleding en voertuigen met milities worden onder schot gehouden. Eén schot en dan verdwijnen. Om zeker te zijn dat je niet gezien wordt. Palestijnse

153

sluipschutters schieten niet op vrouwen en kinderen. Ook niet op ongewapende mannen. Tijdens de vorige Ramadan-oorlog bracht Amal gekidnapte Palestijnen op gekende sluipschuttersplaatsen, zodat de Palestijnen op hun eigen mannen schoten. Toen ze dit door hadden, hebben de Palestijnen hun sluipschutterstaktiek herzien. Een goedgeplaatste sluipschutter kan zo een hele straat en een hele doorgang controleren. Al vanaf de derde dag van de oorlog wierp Amal op al die plaatsen met gepantserde bulldozers grote heuvels zand en steenafval. Vanachter die heuvels konden ze dan nog met hun tanks, waarvan de kanonlopen of de zware mitrailleurs boven de heuvels uitsteken, het kamp blijven beschieten. Voor de Palestijnen kwam het er op aan om een andere plaats te vinden van waaruit de zaak vanuit een andere hoek in het vizier kan gebracht worden.

Samir is een 17-jarige Palestijn. Het is indrukwekkend hoe hij de sluipschutterstechnieken onder de knie heeft. Ook van de politieke situatie is hij goed op de hoogte: 'De Sjia-bevolking rond het kamp is de oorlog kotsbeu. Zij willen helemaal geen oorlog. Ze hebben ook petitie-acties georganiseerd voor een bestand (staakt het vuren). Het doorbreekt ook helemaal de Amal-verantwoording voor deze oorlog, die zegt dat de Palestijnen de oorlog veroorzaken, doordat ze de Sjia-bevolking te veel doen lijden. Maar de Sjia's die het meeste medelijden hebben met de Palestijnen, degenen die rond de kampen wonen, hebben helemaal geen bezwaren tegen de Palestijnse aanwezigheid. Ze zijn zelf verweven met de Palestijnen op alle terreinen. Eerst en vooral familiaal (leven al 30 jaar en meer tesamen, vreedzaam, vóór 1985 zijn er nooit echte gevechten geweest tussen Palestijnen en Sjia in Beiroet, wat voor Libanon al wat betekent). Er zijn vele gemengde huwelijken.

Ook sociaal: vele Palestijnen waren in hun jeugd kameraden van Sjia's, in voetbalclubs enz... Op medisch vlak: de Sjiapopulatie rond Bourj el Barajneh maakte veel gebruik van de PRCS-diensten in Haifa en in Akka. Militair: ze hebben in ’75-’76 samen tegen de falangisten gevochten; in '82 tegen de Israëli en nog in '84 de falangistische bezettingslegers uit West-Beiroet en het Choufgebergte verdreven. Tenslotte economisch: een groot deel van de (middenstands-)economie rond Bourj el Barajneh draait op de Palestijnse koopkracht, die dikwijls -dankzij de PLO-dollarssterker is dan hun eigen koopkracht.

Samir zelf heeft jaren (tot nu juist voor deze oorlog) op de schoolbanken gezeten met Sjia-scholieren. 'Er zijn politieke krachten die deze oorlog provoceren en stimuleren. Dit keer is

154

het duidelijker dan ooit dat Israël Amal steunt in de strijd om de PLO te liquideren. Het is niet moeilijk voor agenten van Mossad om in dit kruitvat vuur te stoken’.

'Het argument dat PLO Beirut wil controleren, slaat militair nergens op. We kunnen hoogstens onze kampen verdedigen. De militaire voordelen die Amal heeft zijn groot', zegt Samir.

1. ze hebben een vrije aanvoer van wapens, munitie, manschappen, voedsel; ze hebben de hospitalen van West-Beiroet. De Palestijnse kampen zijn hermetisch afgesloten en omsingeld, elke kogel, elke bom die hier buitengaat kan niet vervangen worden.
2. de Sjiaburgers vluchten weg uit het oorlogsgebied. De Palestijnse burgers zijn gedwongen in de vuurlinies te verblijven.
3. Amal moet slechts een klein gebied aanvallen, 2 kampen, samen een goede vierkante kilometer groot.
4.
De Amaldoelwitten voor de Palestijnse strijders zijn enorm groot en liggen verspreid. Amal beschikt over een volledig gemotoriseerd leger, met tanks. De Palestijnen hebben slechts handwapens en enkele mortierbatterijen.
5. Amal kan zijn verdedigingsstellingen opbouwen met bulldozers en vrachtwagens. De Palestijnen moeten alles met de hand opbouwen. Dekens worden aangewend om zandzakjes te maken. Diepvrieskasten worden met zand gevuld. Op gevaarlijke plaatsen worden zinken golfplaten aangebracht om de sluipschutters het zicht te belemmeren. De Palestijnse verdediging is volledig opgebouwd volgens de principes van de volksdefensie. Het hele volk zit in de vuurlinie, maar het hele volk neemt ook deel aan het oorlogswerk. Het is gemotiveerd, voorbereid, intellectueel veel hoger opgeleid. Grotere creativiteit. Werkt op eigen terrein en kent het door en door. Amal voerde soldaten aan vanuit de Beekaen Baalbekregio en het zuiden. Voor hen is het een grote handicap om op onbekend terrein te moeten vechten. Bij 'straatgevechten' speelt deze factor een belangrijke rol.

Lief,
Maandag, 16 juni '86.

6u30:

60-jarige man met staticus astmaticus wordt binnengebracht. Het duurt 3 uur voordat Dirk en ik hem gestabiliseerd krijgen. Hij

155

is daarbij ook ischemisch hartlijder. We moeten hem in 'intensive care’ opnemen tussen al de zwaargewonden. Zeer drukke kliniek.

Sporadisch een bom maar veel sluipschuttersvuur. Er hangt een zenuwachtige, depressieve sfeer omdat de zaak potvast zit. De bezetting begint zwaar door te wegen op de burgerbevolking. 3 dagen na het ‘staakt-het-vuren' is er nog niets te zien van de ontplooiing van de 'bufferforce', evacuatie van de patiënten, laat staan het opengaan van het kamp. De mensen vrezen voor eenzelfde situatie als tijdens de Rhamadan-oorlog vorig jaar. De hele dag gingen we door met de hart-long patiënt die steeds zeer kritisch bleef, maar wat beter werd in de namiddag. Maar dan wordt het nog erger. Het ventje begint zo zijn gang te gaan tegen de verpleging en andere patiënten en bezoekers, dat heel de kamer van zeer zwaargewonden en zieken er genoeg van heeft. En telkens wordt de dokter erbij geroepen om dat soort problemen ook nog op te lossen. En wat kun je dan anders doen dan de valiuminjectie hanteren?

Voor de wondverzorging kwam vandaag Imad. Zo'n 2 dagen geleden had ik een partiële nagelextractie gedaan van zijn wijsvingernagel. Zijn wond moet steeds verzorgd worden dat het niet hindert bij het schieten. Dus na het aanleggen van het verband,... werd er getest. Ondertussen is onze patiënt wat beter, maar dit ten koste van de kamergenoten en hun familieleden die me verwijten zo’n patiënt in de kamer voor intensieve zorgen te leggen. Hij moet maar op de gang. Ik maak me er kwaad in, want hoe kan ik die half stervende ouderling met zuurstoffles op de gang leggen. De mensen vinden hier meestal dat iemand van 60 het wel goed genoeg heeft gehad, wanneer er dagelijks jongeren van 20-25 sterven. Kwestie van relativeren.

Op consultaties die nu door de relatieve oorlogskalmte erg druk zijn zien we veel geluidstrauma's. Trommelvliezen - die variëren van rood geïnjecteerd, over eenvoudige perforaten tot volledig bloederig stuk. Soms vragen we ook onszelf af hoe onze trommelvliezen er nu moeten uitzien na al die bommen op het hospitaal. Je moet je dan ook niet verwonderen als je commando' s ziet met echte koptelefoons op hun hoofd. En denk maar niet dat die met een 'walk man' aan 't rondlopen zijn. Ze dienen voor het afvuren van 120 mm mortiergranaten. Het afvuren ervan maakt minstens evenveel lawaai als het neerkomen.

156

10. Wapenstilstand en weer... geluidloze sluipschutters - Inhoud

Dirk,
Dinsdag, 17 juni '86.

's Nachts was ik de hele tijd aan de gang met de astmalijder. Zoals we al vreesden zou zijn toestand tegen de vroege ochtend opnieuw verslechterd zijn. Door de belegering van het kamp was hij gestopt met cortisone. Bovendien was zijn zoon één van de 3 gedode slachtoffers die omkwamen toen ze de elektriciteit herstelden. En tot overmaat van ramp bleek toen ik een EKG van hem nam, dat hij eergisteren een hartinfarct had doorgemaakt. Vandaag vooral veel gewonden door sluipschutters. Waaronder Tare. Zijn organen zijn naar buitengekomen. Pauline begint onmiddellijk te opereren. Het is de broer van Ahmed, één van onze beste Palestijnse vrienden. Tare vocht voor de eerste keer in deze oorlog aan het front. Hij was nog te onervaren en daardoor liet hij zich misleiden. We voelen ons veel nauwer betrokken als het om een bekende gaat. De operatie verloopt moeilijk. Pauline voelt een trilling ter hoogte van het diafragma. Ze vreest een grote slagaderscheur.

Nog steeds geen vooruitgang in de politiek-militaire zaak. De sfeer is moeilijk. Problemen van het voedseltekort beginnen zich te manifesteren. We zien dit op de kliniek: te lang zonder vers voedsel, zonder vezels, eenzijdig voedsel geeft het hele kamp constipatie. Zowat iedereen, maar vooral meisjes en jonge vrouwen, hebben bloedarmoede. Een vrijwilligersteam van preventieve zorgenverstrekkers, dat Lief nog getraind heeft, trekt rond in de schuilkelders (19 grote kelders) om vitamines, ijzer en anti-scabies en -luizenmiddelen te verdelen.

157

Dirk,
Woensdag, 18 juni '86.

Weer zijn we de hele nacht bezig geweest met de pulmonale-cardiale patiënt. Sinds gisterennamiddag is hij weer slechter geworden. En hoe slechter hij werd, des te minder hij kon zeuren, des te opgeluchter zijn kamergenoten werden.

Tegen de morgen begint zijn hart het te begeven en de hele cocktail medicijnen kan niet meer helpen. Om 11 uur overlijdt hij. Zijn zoon-commando zit aan het bed te huilen. Hij verloor deze week een broer en nu zijn vader, dat was te veel voor hem.

15.30 uur: 40-jarige man schotwonde van M16 in been.

16 uur: een man rent met een 7-jarig jongetje op de schouder de urgentiekamer binnen en werpt het jongetje voor mijn neus op de tafel. Hij 'graspt’ en er komt bloed door het borstbeen. Ik start mond aan mond ademhaling. Pauline komt toegesneld. We intuberen. Te laat. M16 kogel in de rug, door hart. Iedereen staat er verslagen rond. Dit is al het vierde kind dat door een sluipschutter gedood is. 4 dagen na het staakt-het-vuren. Het ventje speelde op het dak. Zijn vader is Sjia, getrouwd met een Palestijnse vrouw en woont in het kamp. Hij spreekt goed Duits. Zijn familie woont in het Amal-gebied en is Amal-gezind. Als we allen rond het lijk staan, roept Fatma de verpleegster die ook al haar broer verloren heeft in deze oorlog 'Waar is jouw camera?' Ze willen dat we dit keer foto's nemen om Europa te laten zien wat hier gaande was. Het zijn de indrukwekkendste dia's die we hebben kunnen maken.

16.30 uur: Een 9-jarig meisje, schrapnels over het hele lichaam. Sterft. De moeder komt het lijkje kussen.

Deze laatste gebeurtenissen hebben de sfeer nog meer bedrukt. Vier dagen na het staakt-het-vuren en nog steeds wordt het Rode Kruis niet binnengelaten. Er heerst angst voor een uitputtingsaktie vanwege de Syriërs en Amal. Als de oorlog nu weer zou opflakkeren, zou dat problematisch worden. De voorraden zijn immers uitgeput.

158

Lief,
Donderdag, 19 juni '86.

Het bombardement op het hospitaal vandaag was het zwaarste in de reeks. Bovendien werd de kleutertuin Najde daarbij ernstig beschadigd. We waren gewend om daar patiënten in convalescentie te leggen maar deze nacht is zelfs de verpleging van schrik weggelopen. Alleen twee moedigen, A. Fade en A. Motta, bleven. Ze beschreven hoe op het moment van het ernstige bombardement, er ongeveer 25 mensen in de kamer waren, waaronder ook verscheidene commando's. Die kropen van angst onder de matrassen. Ik ging de volgende morgen op zoek en AM had een schrapnel gevonden van zo’n 40 cm groot in de vorm van een V-teken. Hij had dat op z'n buik gelegd toen ik binnenkwam en riep toen uit: 'zie ik ben Arafat!’. En stak het schrapnel in de lucht. (Ik denk dat hij dissident is).

Lief,
Vrijdag, 20 juni '86.

Pauline zal in 48 uur 7 laparotomies uitvoeren, waaronder zeer complexe, tot 7 uur durende. Praktisch zonder slapen of eten en met een moraal die ver onder nul zit.

16 uur: Jonge vrouw schrapnels in het abdomen, door een bom die ontplofte vlakbij een schuilkelder. Schrapnels kwamen tot in de kelder. De vrouw blijkt de moeder te zijn van het jongetje dat eergisteren in de rug werd geschoten. Ze is er erg aan toe en tijdens de operatie moet ze verschillende keren gereanimeerd worden. De operatie duurt 7,5 uur. Ze ondergaat een linker nefrectomie, splenectomie, transversale colectomie en tijdelijk stoma-diafragma hersteldunne darm partiële resectielinks thorax tube, fractuur arm. Ze heeft shocknier. Haar toestand blijft kritisch, maar ze overleeft 8 dagen verblijf in Haifa. Na evacuatie sterft ze op 29 juni in Beiroet-hospitaal.

17 uur: de Palestijnen onderscheppen een bericht dat Amal een nieuw bombardement op het hospitaal plant. De mensen worden nu verwittigd via de Moskee. Het hospitaal wordt plus minus geordend ontruimd van bezoekers. Patiënten in de gang, iedereen in de kelder en dan afwachten... er gebeurt niets. Mogelijk heeft

159

de omroep via de Moskee Amal van zijn plannen doen afzien... tijdelijk.

20 uur: Tijdelijk, want nu barst het los, zoals sinds het staakt-hetvuren, dagelijks.

Lief,
Zaterdag, 21 juni ’86.

Vandaag is Abu Aisam gekwetst. Hij werd beschoten en kreeg een kogel in de onderbuik. Het bloedt verschrikkelijk. Bekkenbloedingen zijn heel moeilijk te stoppen. Dit had ik nog gehoord toen we met Dr. Giannou in Chatila een briefing hielden. Die avond geef ik een halve liter bloed voor hem. Hij is ambulancier voor PRCS en voordien werkte hij in de preventie. Ben vertelde dat hij hard had gewerkt tijdens de Israëlische invasie om de plaatsen te gaan ontsmetten waar de lijken onder het puin lagen begraven.

Nog niet zo lang geleden, ging ik met hem naar Hamra om geld te gaan wisselen. Dit was een zeer gevaarlijke karwei omdat er veel buitenlanders gekidnapt werden.

Kinderen spelen aan de ingang van het hospitaal met schrapnels. Alle mogelijke vormen. Goed scherp. Ideaal speelgoed. Kleine kereltjes komen met grote kogelhulzen, in plaats van de rammelaar of een knuffelbeertje op consultatie.

Gewonde vrouw die toch nog borstvoeding geeft. Gelukkig, want de melkstock raakt uitgeput en op consultatie zijn het vooral kinderen die niet door de borst gevoed worden die ziek zijn.

Ook de voorraden geneesmiddelen en vooral verbandgaas zijn problematisch. Twee weken geleden, toen de kampoorlog nog sterk in het wereldnieuws stond, deed de Noorse voorzitter van UNWRA een oproep aan de internationale publieke opinie om een 'staakt-het-vuren' in de kampen te bereiken opdat de omsingeling van de kampen kan beëindigd worden, om humanitaire redenen. Nu twee weken later is de oorlog uit het internationaal nieuws, maar hij gaat gewoon door. Het aantal burgerslachtoffers dat we nu te verwerken krijgen, is zelfs nog hoger dan voor 2 weken. En het beleg blijft.

De situatie is nu op humanitair vlak veel dramatischer dan 2 weken geleden. En nu kraait er geen haan meer over. De oorlog en het beleg lijkt in Europa vergeten. De UNWRA-voorzitter die

160

nochtans zeer goed op de hoogte is van de situatie doet ook zijn mond niet meer open. Hypokriet UNWRA steekt immers geen fluit uit tijdens zulke oorlog. Voor ons, Europeanen, is dat gevoel, weten dat men in Europa amper of niet weet wat er hier gebeurt, zeer hard, zelfs angstaanjagend. Voor de Palestijnen is dit de gewoonste zaak van de wereld.

17 uur: We horen een ander soort geluid, bombardementen. Voor ons onbekend, maar de Palestijnen kennen het heel goed, want spontaan begint iedereen te juichen en in de handen te klappen. Voor de eerste maal in deze oorlog startten Palestijnse stellingen in het Chouf-gebergte met het bombarderen van Amal-stellingen. Eensklaps houdt het bombardement van Bourj el Barajneh op. Palestijnen die met telescopen Amal observeren vertellen dat Amal rond Bourj el Barajneh al zijn tanks terugtrekt. Ongeveer 30 Katiousia's zouden af gevuurd zijn (stalinorgels) . De radio roept om dat de Libanese burgers naar hun schuilkelders moeten. Om 17.30 uur is alles voorbij. Er volgt na het bombardement een volkomen stilte.

18.30 uur: De delegatie die de onderhandelingen voert, bezoekt het kamp. Ze staat onder leiding van de tweede man van PFLP: Ahmed-Al Yamani (ook vertegenwoordiger van PFLP in executieve comitee van PLO tot '83). Ze willen ook de buitenlanders bezoeken en bedanken. En in onze kamer tussen het campinggasvuurtje, met onze bebloede en bezwete kledij aan krijgen we van deze officiële delegatie te horen dat 'onze namen zullen gegrift worden in de geschiedenis van Palestina'. Ondanks deze opfleuring zitten we toch in een depressieve sfeer. Ikzelf denk meer en meer aan België. Het is al meer dan twee maanden geleden dat we enig nieuws uit België hebben ontvangen. Wat weten ze nu in België precies over deze oorlog? We weten sinds het begin van de oorlog ook niets meer van de rest van het buitenlands team. Via radioverbinding hebben we een boodschap kunnen doorgeven buiten het kamp, die hopelijk dan naar Beerse kan getelexed worden.

Dirk,
Zondag, 22 juni '86.

Sporadisch bombardement op Bourj el Barajneh. Vooral Chatila

161

zou vandaag het mikpunt zijn. Enkele oppervlakkig gewonden. In de namiddag doet Pauline een tweede laparatomie van Abu Aissam. De man die gisteren een Ml6 schot in zijn buik kreeg met bekkenfractuur. Abu Aissam is een 62-jarige ambulancier van PRCS en zeer geliefd in het hospitaal. De bloeding uit het bekken stopte niet na de eerste operatie. Na de tweede operatie krijgt hij een hartstilstand en Pauline reanimeert hem met intracardiale adrenaline. Het is voor het moreel belangrijk dat Abu Aissam erdoor komt. Vandaag zijn de bombardementen weer in het nieuws gekomen op de BBC.

Dirk,
Maandag, 23 juni '86.

De hele nacht bezig geweest met Abu Aissam. We moeten zijn ademhaling ondersteunen. Men is nu volop aan 't proberen om hem en een andere zwaar gewonde uit het kamp te krijgen. Zelfs 10 dagen na het staakt-het-vuren lukt dit elementair niet. Waarschijnlijk is het niet nodig te onderstrepen dat tijdens deze oorlog Amal als regel de conventie van Genève overtreedt. Nochtans is er niemand in de pubheke opinie of in de wereldpers die er één woord over zegt of schrijft.

Om 1 uur vannacht is er positief bericht dat men de twee zwaar gewonden kan evacueren. De Peugeot-wagen van Haifa, die nog steeds de oorlog heeft overleefd, wordt klaargemaakt voor het transport. Dan zegt Amal plots neen!

Het is de voetbalmatch België-Spanje. Overal in het hospitaal zijn er T.V.'s aangebracht, want daar is alleen nog elektriciteit. Jean-Marie Pfaff is de held. En we krijgen mabroek' (proficiat) van het hele hospitaal. Beneden in het kamp, in de frontiinie zitten fedayin ook T.V. te kijken. Speciale elektriciteitsleidingen tappen elektriciteit af uit de Amal-wijken recht naar de Palestijnse frontlijn. Ook daar wordt geen enkele voetbalmatch gemist. Op het einde van de match, bij de penalties, supporteren 'the boys' voor de Belgische keeper Jean-Marie, al roepend 'hop Dirk, hop Dirk'. Want op het T.V.- scherm zou Jean-Marie als twee druppels water op dr. Dirk gelijken.

9.30 uur: Tweede Abu Aissam reanimatie. Pauline geeft een tweede intra-cardiale adrealine inspuiting die hem helemaal doet herleven. Pauline zien reanimeren, is als een lijk dat een an-

162

der lijk probeert tot leven brengen. Pauline is erg mager geworden. Vel over been. Ze weegt nog een goede 45 kg. Ongeveer 5 kg afgevallen tijdens deze oorlog. Ikzelf ben ook zo'n 5 kg verloren tot 63 kg, vlak na de oorlog. Lief is maar een goede 2 kg afgevallen. Bij de fedayin is het gemiddelde gewichtsverlies tussen de 4 en de 8 kg. Maar voor volwassenen is dat niet zo erg. Het ergste is het gebrek aan melkvoorraad voor de kinderen. Op con- •ultatie komen we meer en meer gevallen tegen waar de baby al sinds een paar dagen op gesuikerde thee leeft.

Dirk,
Dinsdag, 24 juni '86.

Voedsel en geneesmiddelen kunnen beetje bij beetje binnengesmokkeld worden door Libanezen die daarvoor grof geld aangeboden krijgen. Zij kennen die praktijken al van vroeger, want ze bieden zich spontaan aan.

De 'clinics' hebben het weer druk. Militair is het veel rustiger. Op de 'clinic' komen nu ook alcoholici'. Ze hebben problemen met ontwenningsverschijnselen nu ook de klandestiene alcoholvoorraden uitgeput raken. Um Hassan, de moeder van een verpleegster Haifa is gisteren door het bombardement van het hospitaal gewond geraakt. Ze is vandaag overleden. Eén van haar zoons overleed eerder in deze oorlog. Het is erg traumatisch voor Haifa om tegelijk haar moeder en haar broer te verhezen. Het lijkt er werkelijk op dat de slachtoffers 'behekst' zijn. Of zoals het Vlaamse spreekwoord zegt: Een ongeluk komt nooit alleen.

We hebben vandaag voor de eerste keer radiocontact met buiten, met Ben die in Mar-Elias zit. Hij speelt ambulancier voor PRCS. De PRCS-auto's zijn geconfisceerd! Ze hebben via Noorwegen nieuws naar België doorgestuurd. Ben probeert dagelijks Jan op te bellen. Maar telefoneren vanuit Beiroet lijkt onmogelijk. Het is een hele opluchting.

Lief,
Woensdag, 25 juni '86.

De eerste vrouwen proberen het kamp binnen te komen. Maar de Amal-terreur gaat verder. Amal schiet tussen de benen van

163

een vrouw die het kamp probeert te verlaten. De grootmoeder van Mahmoud probeert met verse groenten en 2 kippen binnen te komen. Ze wordt door Amal gearresteerd. Eerst worden haar goederen afgepakt en dan onder haar ogen vertrappeld. Nadien wordt ze vrijgelaten.

Dr. Dick, een Libanees-Palestijns orthopedist kan na veel moeite het kamp binnenkomen. Het Rode Kruis krijgt nog steeds geen toestemming tot evacuatie van de gewonden. De eerste berichten over moord, kidnapping en terreur tegen Palestijnen van buiten de kampen komen nu ook door.

De fedayin lopen nu opvallend rond. Allen tegelijk in net gestreken kleren. Een gek gezicht: mannen die je de vorige dagen ontmoette in gevechtskledij vol bommen en wapens. De scherpschutters hebben vandaag nog 4 mensen verwond, waaronder een kind en een vrouw. Bommen veroorzaakten nog 2 gewonden.

Lief,
Donderdag, 26 juni '86.

De buffermacht wordt gevormd door mensen van het Libanees leger. Het zijn oude bekenden van de Palestijnen. Na de invasie van Israël in '82 werd dit Libanees leger rond de kampen gezet om er de orde te regelen. Er waren geen wapens toegestaan in de kampen toen. Vele kaders van Fatah zijn toen gearresteerd. Onder hun ogen werden toen Sabra en Chatila afgeslacht. Nu zijn het opnieuw die Libanezen die de verdediging van het kamp verzorgen (onder hen Libanezen van de 6de brigade). Met dit verschil dat de Palestijnen nu wel gewapend zijn en de wachten samen checkpoints vormen.

Zo ook deze avond. De Palestijnen bieden hun sigaretten aan en bereiden een maaltijd met vlees. Dat doet die Libanezen opkijken want ondertussen is in Libanon -omwille van de slechte economische omstandigheden dit alles peperduur geworden. Sigaretten zijn hier goedkoper en dat er na 34 dagen bezetting nog vlees te vinden is, dat is toch ongelooflijk.

De 'bufferforce' garandeert niet veel, want Amal blijkt vandaag nog meer zand aan te dragen. Voor het hospitaal zou de zaak moeten stoppen. We hebben nog slechts weinig verbandmateriaal. Enkel voor de grote verzorgingen en de operaties. De 'clinic' met kleine verzorging wordt opgeheven. De mensen zijn

164

vermoeid, het eten raakt op en de moraal is laag.

Nog steeds is er sniping (scherpschieten). Ik zie Mohammed, ren vriend die de hele tijd aan het front was in plaats van fysiotherapie te geven. Hij vertelde dat hij een scherpschutter van Amal gezien had die naar een slachtoffer in het kamp op zoek was. Ik vroeg hem waarom ze hem dan niet hadden doodgeschoten? 'De richtlijn is staakt-het-vuren en geen provocaties.’

Dirk,
Vrijdag, 27 juni '86.

Tijdens de voormiddag blijft het rustig. Het Libanese bufferleger ontplooit zich. Het opruimen van de barricades, de zandzakjes en het heuvelzand gaat van start. In de namiddag start plotseling een bombardement op het kamp. Het komt totaal onverwacht. De mensen zijn al aan de gang met de schoonmaak van hun huizen en de straten. Het is dan ook een wonder dat er zo weinigen gewond zijn. Maar de gevechten gaan verder en een groep waarnemers bestaande uit Palestijnen van het reddingsfront, Syrische waarnemers e.a. zit vast in de frontlinies.

19 uur: het bombardement neemt weer in hevigheid toe. Pauline en ik zitten op onze kamer, tot we veel geroep en getier horen beneden. Lief en dr. Saleh werken in de urgentiekamer. We lopen naar beneden en daar is het een ramp. Tientallen mensen krijsen en tieren. Gewonde na gewonde wordt binnengebracht. Pauline gaat onmiddellijk naar de kelders. Ik begin aan iemand die op de grond werd gelegd. Twee verplegers proberen hem een infuus te steken, maar het lukt niet. De man ademt niet meer. Het intuberen lukt me toch dit keer, we starten reanimatie. Dr. Dick geeft net een ander patiënt intracardiale injectie. Dr. Saleh verzorgt iemand anders op de grond. Dr. Rafad werkt aan de tafel. Dan ligt er nog een patiënt op de grond, maar die blijkt dood te zijn. Lief en dr. Mohammed beginnen aan een patiënt die op de grond wordt gelegd. Een totale ramp: bloed, doden, gewonden, alles door mekaar op de tafel en op de grond. Personeel, binnendringende burgers, familieleden en vrienden vertrappelen elkaar. Bij hartmassage van mijn patiënt komt er lucht uit de buikwonde. Er is een verbinding tussen de borst en de buikholte. Verder reanimeren heeft geen zin meer. Ondertussen wordt iemand anders afgevoerd die gestorven is. Ik ga Lief helpen die probeert

165

een bloeding te stelpen bij een jonge kerel met honderden schrapnels in beide armen, beide benen en de hele schedel. Ik wil een deken uit de hoek nemen om onder zijn hoofd te leggen. Ai, daaronder ligt het sterk verminkt lijkje van een 8-jarig meisje. De schedelpan is vernield.

Dan probeer ik met dr. Rafad weer iemand anders te 'stabiliseren'. Hij is volkomen bewust, maar gaat in shock. We proberen hem nog op te vullen met plasmaexpanders. Hij opent een 2de lijn voor een infuus. De patiënt roept en vecht om te overleven. Maar de interne bloeding is te sterk om de shock onder controle te krijgen. Hij heeft bloedgroep O-negatief. Het zeldzaamste en kostbaarste bloed, want je kan dit soort bloed aan iedereen toedienen. Het kost heel wat moeite om zo'n bloed nog vast te krijgen. Ondertussen is zijn shock volledig geworden. We moeten beademen... We moeten masseren... Het bloed komt te laat.

Ondertussen zijn Pauline en dr. Mohammed begonnen aan een operatie. Het wordt een reuzeoperatie, maar de man is te redden. Twee gewonden zijn nu gestabiliseerd. Normaal zou bij de 4 zwaargekwetsten een debridement onder algemene narcose moeten gebeuren. Maar er is maar één operatiezaal. En de operatie die aan de gang is, zal nog tot in de ochtend duren. Het is best om het debridement binnen de 6 uur na de verwonding uit te voeren. Dus we beginnen er dan maar aan onder lokale verdoving. Maar dat is bijna een onmogelijke job. Je moet je dat voorstellen: armen, benen, aangezicht, de buikwand, de borst, alles vol met tientallen kleine en grote bloedende gaten die je mooi moet uitsnijden, het vuile en niet-vitale weefsel wegsnijden, veel doorspoelen met zuurstofwater en dan volsteken met drains. Het is een marteling voor de patiënt. We gebruiken valium en pethidine. Voor de grote gaten gebruiken we lokaal Xylocaine.

Ah Adnaan, de patiënt die Lief helpt, gaat terug achteruit. Hij wordt lijkbleek, een zeer snelle oppervlakkige pols, en weer bloeddrukval. Het bloed dat uit de gaten sijpelt, wordt weer waterig. Ah wordt verwarder, even geagiteerder en dan... Snel, snel een nieuwe eenheid bloed en HARAM! Het is de eerste -en ook de enige keermaar we hangen een verkeerde bloedgroepeenheid aan. Gelukkig: het is O-positief en er is geen probleem van afweerverschijnselen van het ABO Rh-systeem. Aan Ah hebben Lief en ik tot 6 uur in de morgen gewerkt. Tegen die tijd waren de anderen en de operaties ook klaar. Wij zijn allen doodop. De moraal is weg. De mensen zijn ontmoedigd. De voorraden dreigen alle leeg te raken. Er is geen gaas meer. De verbandkamer die normaal moet functioneren om de 400 gewonden van deze oor-

166

log toch elke 3 a 4 dagen een nieuw verband te geven, moeten we sluiten. Alle gaas moet voorbehouden worden voor de operatiezaal. Waar men er al zeer zuinig mee omspringt: het gaas wordt in fysiologisch water gespoeld en opnieuw gebruikt. Ook de voorraad aan infusen dreigt op te raken. Iedereen hoopte op het weer opengaan van het kamp, maar zelfs de evacuatie van de gewonden door het Rode Kruis schijnt niet toegestaan te zijn.

Lief,
Zaterdag, 28 juni '86.

De BBC spreekt weer over de kampoorlog en over de gevechten van gisteren. Interessant zijn weer de verschillende commentaren over het gebeuren. Amal beschuldigt de Palestijnen ervan het vuur geopend te hebben op de bulldozer die de barricaden ging wegnemen. Alsof de Palestijnen zouden gaan schieten op een bulldozer die de Amal-stellingen afbreekt. Syrië dreigt met een invasie als het veiligheidsplan deze keer niet zou lukken. Vandaag nog sporadisch bommen.

Dirk,
Zondag, 29 juni '86.

Ben is terug in het kamp!! Hoera! Ben is zowat de eerste buitenstaander die het kamp binnenkon. Hij voelde zich erg slecht buiten toen de oorlog aan de gang was. Direct nadat de oorlog begonnen was, spoedde Ben zich naar het Mar-Elias kamp waar PRCS zijn hoofdkwartier gevestigd had. Het is gelegen aan PSP-gecontroleerd gebied en daardoor veilig. Akka-hospitaal wordt volledig gecontroleerd door Amal. Het is dankzij het feit dat Sheih Kabalaan, één van de belangrijkste Sjia geestelijke leiders in West-Beiroet op kosten van PRCS zijn residentie heeft in het Akka-hospitaal dat PRCS mensen nog veilig zijn in Akka. Het is één van de vele staaltjes van het feit dat PRCS zijn veiligheid moet afkopen voor zijn werking. Een ander voorbeeld: het transport tot het Beiroet-hospitaal. Tegen grote sommen geld kan PRCS zijn patiënten overbrengen naar dit hospitaal dat gelegen is in door PSP-gecontroleerd gebied. De verzorging is er dan nog allesbehalve. De patiënten klagen er enorm over. Ze willen

167

allen terug naar het Haifa-hospitaal. Verbanden worden er dagen niet ververst. De families moeten de verpleging geld toesteken, wil men de nodige zorgen gearrangeerd krijgen. Toen Ben het lijk van Abu Aissam naar dit hospitaal transporteerde, weigerde men het daar in de koelkast op te bergen tot de PRCS betaald had. Het lijk heeft uren in de schroeiende hitte in de ambulance hggen rotten. Dan hebben ze nog een vrouwelijke patiënte 5 dagen laten liggen zonder naar haar te kijken.

Ons is nu zeer goed duidelijk geworden dat geneeskunde alles met geld en politiek te maken heeft. Het toppunt van deze stelling zagen we geïllustreerd toen een Hezbollah-militie Palestijnse patiënten kwamen kidnappen in het Beiroet-hospitaal om ze te transporteren naar het TURC-hospitaal. De directeur is er een broer van een lokale Hezbollah-leider. De veiligheid van de Palestijnse patiënten wordt er verzekerd als PRCS betaalt. Het TURC-hospitaal is helemaal niet uitgerust voor de behandeling van zwaargewonden. En de door PRCS betaalde, Libanese specialisten die daar dan de Palestijnse patiënten kwamen opereren, konden er niet werken door gebrek aan uitrusting. Geen nood: de directie het een hele hjst maken van het nodige materiaal en presenteerde Um Wahd van PRCS de rekening! De patiënt die op 27 juni geopereerd werd, stierf in TURC. Hij had volkomen stabiel het Haifa-hospitaal verlaten. We verdenken TURC van nalatigheid.

Een ander voorbeeld is het verhaal van Fadi. Fadi was de eerste dag van de oorlog (25 mei) zwaargewond. Na een mamoetoperatie kwam hij erdoor, ook door de gevaarlijke eerste postoperatieve weken. Dankzij het enorme werk van Pauline die met zeer primitieve middelen (geen laboof cultuurof ultrason-faciliteiten) hem moest proberen redden. Dankzij de enorme inspanningen van zijn vrienden. Toen bleek dat Fadi een buikabces ontwikkelde en zijn eigen eiwitten begon af te breken bijvoorbeeld, zochten zijn vrienden in het hele kamp naar de schaarse blikken geconcentreerde nestlé-melk en zelfs naar vlees. Afwisselend in ploegen, dag en nacht, bleven ze meer dan 5 weken aan zijn zijde. Hij kreeg vele eenheden vers bloed om zijn bloedarmoede te bestrijden. Kortom er werd hier in Haifa door iedereen voor zijn leven gevochten. Even hard als de fedayin aan het front vechten voor de bescherming van het leven van de kampbewoners. Een voor allen, allen voor één. Eergisteren. 7 weken na zijn operatie is Fadi overleden. Iedereen weet dat dit waarschijnlijk andere dan alleen medisch-technische oorzaken heeft.

168

en had al verschillende malen geprobeerd om het kamp binnen te komen. Dit in volle oorlog! Hij had voor Amal het verhaal klaar dat hij in het Zuiden werkte voor de Sjietische Moussa Sader-stichting en dat zijn vrouw in Haifa werkte. Maar zijn verhaal deed het niet. Uiteindelijk toen de oorlog dan toch gedaan leek, lieten ze hem binnen. Te voet, de ambulance moest buiten blijven, en op eigen risico. Gelukkig raakte Ben heelhuids binnen en die moedige daad deed het ijs breken om met het karretje en met de Peugeot van Haifa de 17 zwaarst gewonden te evacueren. (Deze wagen heeft maar 2 dagen dienst kunnen doen, want de 3de dag stond hij geparkeerd voor Haifa en er is een stuk van Haifa op de auto terechtgekomen) Bij het weer binnenkomen stal Amal al de medicijnen uit de ambulance. Toen organiseerde Ben een smokkelroute. Eerst de flagylflesjes die tegen het lijf aan werden gekleefd. En later achter de bekleding van de ambulance. Op die manier werd ook melkpoeder binnengehaald.

Ben bracht ook een pak post mee uit België. We verslonden het onmiddellijk. Aan alle briefschrijvers heel, heel erg bedankt. Niets kon vooral mijn ('en ook de mijn' schrijft Lief hierbij) moraal zo opkrikken als jullie brieven.

Vandaag kreeg het kamp ook inspectie van generaal Khanaan, het hoofd van de Syrische Intelligence Service. Maar dat het nog steeds niet veilig is, bewijst het feit dat we nog 2 mensen binnenkregen, verwond door sluipschutters.

Dirk,
Dinsdag, 1 juli '86.

Vanmorgen een vrouw van 55 jaar met een hoofdwonde. Ze is bijgeslagen door vrouwen van Amal toen ze buiten het kamp probeerde voedsel te kopen. Meer en meer mensen proberen het kamp binnen te komen. Universitairen dreigen nu voor de 2de maal hun jaar te verliezen. Ze nemen door de oorlog niet aan de examens deel. Vorig jaar was dat hetzelfde tijdens de Rhamadanen de septemberoorlog. De mensen noemen deze oorlog 'de 40-daagse oorlog' na de 1 maand oorlog vorig jaar en de 10-daagse oorlog in september vorig jaar.

Chatila heeft 27 doden en 168 gewonden. 38 operaties onder algemene anesthesie. Bourj el Barajneh heeft nu 45 doden, 440 gewonden waaronder 78 operaties onder algemene anesthesie. Er is geen geval van beenderontsteking. Er zijn nagenoeg geen

169

wondinfecties. Slechts 2 gevallen van lidmaatgangreen en 2 gevallen van darmgangreen (de laatste geopereerde buikoperatie). Er werden in Chatila 5 baby's geboren. In Bourj el Barajneh waren er 18 geboortes, 4 kindjes stierven (tweemaal keizersnede).

Dus, ondanks de moeilijke omstandigheden en de verschrikkelijke sfeer onder de dokters en ook onder de mensen werd er zeer puik werk geleverd. Die slechte sfeer had veel te maken met de zware stress. Het beste bewijs daarvan is het feit dat de sfeer totaal omsloeg toen de oorlogsstress weg was. In Chatila had men identiek hetzelfde probleem. PRCS heeft zeer belangrijk werk geleverd. We hebben geteld dat er in Bourj el Barajneh 45 mensen meer zouden overleden zijn als er geen grote chirurgie zou kunnen toegepast zijn. En de bijdrage van onze organisatie was deze keer zeer, zeer, zeer belangrijk. In Bourj el Barajneh bestond de helft van de doktersstaf uit onze mensen. En de onervarenheid en de lage geschooldheid in oorlogsgeneeskunde van de 2 Belgische dokters werd ruimschoots gecompenseerd door de ervaring en de kennis van de Engelse chirurge. Pauline is werkelijk een geknipt figuur om hier te werken.

Maar buiten de mankracht zorgde de organisatie ook voor de volledige evacuatie van de zwaargewonden. En zorgde ook voor het binnensmokkelen van de essentiële medicijnen. We organiseerden al het transport voor PRCS omdat de PRCS-auto s in beslaggenomen waren. Het toont wel aan dat een zeer kleine, maar politiek gemotiveerde en onder de lijdende bevolking goed ingeplante organisatie tot veel meer in staat is dan het zeer grote, rijke en algemeen erkende Rode Kruis.

Bovendien hadden we nog een belangrijke, vitale voorraad aan verbandmateriaal en geneesmiddelen in het kamp. Maar een vierde en misschien belangrijkste job is de getuigenisfunctie van de Europeanen. Het kleine oog voor de grote Westerse wereld. En daar kan iedere lezer van deze nota’s ook zijn steentje in bijdragen.

Lief,
Donderdag 3 juli '86.

De situatie rond het kamp is beter maar nog niet genormaliseerd. Zo ongeveer één uur geleden waren er nog schoten gemeld aan ’frontstreet’.

Vanmorgen heeft UNWRA en het Internationale Rode Kruis

170

nieuwe geneesmiddelen gebracht. De hele oorlog bleef UNWRA passief. Op een bepaald moment zijn we wel de medicijnen uit de UNWRA-kliniek gaan halen, omdat we zonder vielen. De enige medische dienst die werkte was PRCS en alles werd dus in Haifa geconcentreerd.

Daarnet reden we voorbij de verdeling van UNRWA. Daar staan de mensen te wachten op bloem, melk, graan... Abu Salim wilde ons ook een portie geven maar... We hebben geen UNWRA-kaart. We zijn geen Palestijnen.

Dirk,
Vrijdag, 4 juli '86.

Gisteren hebben we voor het eerst sinds maanden het kamp verlaten. Maar we zijn ternauwernood aan een kidnappingspoging kunnen ontsnappen toen we vanmorgen het kamp weer binnen wilden. Een taxi-service had ons afgezet aan de weg naar de luchthaven, zo'n 200 m van de kamp-ingang. Op de weg naar het kamp stopte plots een groene BMW met twee jonge kerels in. Ze nodigden ons uit om in te stappen. We zeiden dat we geen lift nodig hadden. Toen richtten beide kerels hun kalashnikovs op ons. Wij zetten het op een lopen naar de controlepost van het Libanese leger aan de ingang van het kamp. Dat schrikte ze af want toen ze zagen dat ook de Palestijnen van in 't kamp het gebeuren in 't snuitje kregen, maakten ze zich uit de voeten.

171

11. Bommen in Parijs ... Bomauto's in Beiroet - Inhoud

Dirk,
Vrijdag 18 juli '86.

Ondertussen blijft Amal de Palestijnen verder terroriseren. De zandheuvels aan de weg van naar de luchthaven zijn helemaal nog niet opgeruimd. Integendeel. De laatste twee weken zijn 12 Palestijnen van BEB door Amal gekidnapt. 6 waren aan het zwemmen, 4 zaten in een taxi en 2 waren in de buurt van de luchthaven.

Het Libanese leger gedraagt zich erg anti-Palestijns in West- Beiroet. Het houdt de autobussen tegen, laten iedere Palestijn uitstappen en fouilleren. De Syrische ontplooiing gaat verder. Zeer veel families verlaten het kamp, vooral die met kinderen. Ze trekken naar de Zuidelijke kampen. Velen proberen naar Europa te gaan. Ook de Beiroetse bevolking was tijdens de oorlog aan een 'exodus' toe. De soennieten, die enorm onder de Amal-terreur tijden nadat hun milities door Amal verslagen waren, voelden zich helemaal niet meer veilig. Ze voelen zich helemaal niet meer thuis in hun eigen Beiroet. Toch zijn ze eigenlijk de autochtone bevolking.

Ook de sjïeten probeerden te reizen. Wel, de Amal Intelligency Service heeft 3 reisbureaus met geweld doen sluiten om deze 'exodus' te verhinderen. West-Duitsland lag in de markt. Maar daar zouden 2 vliegtuigen met Libanese vluchtelingen geweigerd zijn. De Libanezen zouden dan langs Damascus geprobeerd hebben. 1 vliegtuig werd naar Libanon teruggestuurd.

De Palestijnen die buiten de kampen wonen, waren er het erg-

172

ste aan toe. Zij werden 24 uur op 24 bedreigd. Ze waren nooit veilig. Dr. S. die dicht bij Sabra woont, heeft met zijn gezin gedurende een volle week zijn flat niet kunnen verlaten. Het flatgebouw naast hem werd door Amal doorzocht naar Soenieten en Palestijnen. Plundering, kidnapping en slaan was de regel.

Vele Palestijnen werden onderworpen aan schijnexecuties. Zo gebeurde het bij de neef van dr. S: hij werd bedreigd met een pistool. Ze brachten de loop in zijn mond, haalden dan de haan over, zoals bij Russiche roulette.

Lief,
Zaterdag 19 juli '86.

Het kamp loopt meer en meer leeg. De mensen vluchten naar ’t zuiden. En tegelijk neemt de infiltratie van pro-Syrische spionnen van dag tot dag toe. Voor ons valt dat bijna even sterk op als voor de Palestijnen zelf. Want na een klein jaar samenleven hier op die kleine overbevolkte oppervlakte zie je wel welke gezichten nieuw of vreemd zijn.

Dirk,
Woensdag 23 juli '86.

'Als het oorlog is, dan is het kamp omsingeld, afgesloten van de buitenwereld. Dan zijn wij Palestijnen meesters van onze eigen situatie. Dan zijn de verschillende Palestijnse fracties sterker verenigd dan ooit. Dan komt de PLO terug bovengrond en gebeurt ook alles onder leiding van de PLO. Maar nu de oorlog gedaan is, is het kamp ook open als geliefkoosd werkterrein voor spionnen en provocateurs om onder de Palestijnen verdeeldheid te zaaien'. Dat vertelde ons een Palestijns arts.

Dat dit al vlug bewaarheid werd, konden we deze week aan den lijve ondervinden. Maandag waren we uitgenodigd op een avondetentje bij een Palestijnse vriend in het kamp. Zijn openlijke sympathie voor de PLO is gekend. Ook Abu Riad, de PLO-verantwoordelijke in Bourj was aanwezig. En plots, midden in het etentje, een hevige knal die ons deed opschrikken. Een onbekend iemand had een handgranaat geworpen op het dak van het huis van onze vriend. Het was duidelijk dat men ons, buitenlan-

173

ders, wou duidelijk maken met wie we niet samen aan dezelfde tafel konden gaan zitten. Diezelfde Abu Riad is trouwens deze week tweemaal ontsnapt aan een arrestatiepoging door de Syrische geheime diensten in het kamp. Éénmaal bij de begrafenis van Fadi. Daarbij omsingelden soldaten van de pro-Syrische Baath-partij, die dienst doen als zogenaamde bufferlegger, de begraafplaats. Dank zij de massale volkstoeloop van Palestijnse kampbewoners konden de aanwezige PLO-verantwoordelijken onderduiken in de massa.

Dirk,
Vrijdag 1 augustus ’86.

Het kamp raakt stilaan weer vol. Daar zijn verschillende redenen voor. Vele Palestijnen die in de Gulf werken, hebben verlof en zoeken hun familie in Bourj weer op, om te zien hoe ze de voorbije kampenoorlog zijn doorgekomen. Maar ook in Zuid-Libanon is Amal begonnen met een systematisch kidnappen van Palestijnen. De spanning stijgt daar weer, en honderden families die zopas het oorlogsgeweld in Beiroet zijn ontvlucht, richting Zuid-Libanon keren terug. De preventieve 'clinic' kent opnieuw drukke tijden. Al van één week na het einde van de oorlog kwamen Libanese vrouwen en kinderen terug in het kamp voor medische zorgen bij de PRCS. Gezien de rampzalige economische situatie in Libanon is het voor vele Libanezen onmogelijk om nog een privé-dokter te betalen. Maar voor sommige Palestijnen valt die terugkeer van de Sjiieten naar het kamp, na 40 dagen oorlog, te zwaar. Zo kon Fatme, de verpleegster die in deze oorlog haar broer had verloren, haar emoties niet de baas en ze begon te schelden op de Sjietische vrouwen in het hospitaal. Fatme werd hiervoor gesanctioneerd door de directie van het Haifa-hospitaal. De Palestijnse leiders doen al het mogelijk om de éénheid met de Libanezen te bevorderen.

Lief,
Zondag 3 augustus ’86.

Rwanda is weer in Bourj. Rwanda is een Palestijnse verpleegster die in oktober van vorig jaar op de luchthaven van Beiroet door

174

de Syrische geheime diensten werd gearresteerd. Zij werd verdacht van lidmaatschap van de PLO. Rwanda was een hooggekwalificeerde en ervaren gezondheidswerkster. Zij leidde de preventieve gezondheidszorg in Bourj voor wij er toe kwamen. In feite hebben wij haar werk verdergezet. Rwanda is zwaar door de Syriërs gefolterd. Het klassieke allegaartje van foltertechnieken: slaan, onderdompelen, tot en met elektrische schokken en brandwonden. 3 maand lang werd ze in een isolatiecel opgesloten. In juni werd ze vrijgelaten. Ze is eerst in Sidon gaan uitrusten om haar gevangenschap te verwerken. Nu ze weer in Bourj is, zie je niets speciaals aan haar. Ten minste oppervlakkig niet. Ze is een energieke en geliefde vrouw in het kamp. We zijn onmiddellijk begonnen om samen met haar huisbezoeken te doen, om te polsen naar de hygiënische situatie in de huizen, de vaccinatusen voedingsstatus van de kinderen na de oorlog. We zouden geen betere Palestijnse kracht dan Rwanda kunnen vinden om ons werk op preventief gezondheidszorg vlak voort te zetten.

Lief,
Woensdag 13 augustus '86.

Rwanda is plots verdwenen. De Syrische spionnen die meer en meer in het kamp infiltreren, hebben haar opnieuw bedreigd. Dit keer is ze zelf gevlucht. Ze kon niet langer meer in Bourj blijven onder deze Syrische druk. Via het Internationale Rode Kruis is ze als politieke vluchteling naar Zweden kunnen vertrekken. Voor ons werk een zware opdoffer.

Dirk,

19 augustus '86.

De Palestijn Arnout Abdel Moto overlijdt in Bourj El Barajneh. Arnout was de eerste gekwetste door de bombardementen van de laatste kampoorlog. Hij was 85 jaar oud en sinds '80 leed hij aan een ongeneeslijke bloedziekte. Arnout sprak vloeiend Engels. In 1932 studeerde hij af aan de Engelse Oxford universiteit als dokter in Wijsbegeerte en Letteren. Hij woonde en werkte in Palestina, in Jeruzalem. Tot hij in 1948 door de zionistische milities op de vlucht werd gedreven en daarna absoluut verbod

175

kreeg om terug te keren. Het grootste deel van zijn familie was in Jeruzalem achtergebleven en leeft nu onder Israëlische bezetting. Arnout verloor al zijn familieleden hier in de Libanese oorlog. Als 80-jarige en ongeneeslijk ziek kwam hij volledig alleen te staan. Zijn enige levensdroom: terugkeren naar zijn familie in Jeruzalem. Vorig jaar kon het Internationale Rode Kruis geregeld krijgen dat Amout, na 37 jaar scheiding van zijn famüie, kon terugkeren naar Jeruzalem, om humanitaire redenen. 28 dagen, en geen dag langer, kon Arnout zijn familie zien. De Israëlische regering wüde zijn visum niet verlengen. Het Rode Kruis moest de 80-jarige ongeneeslijk zieke terugbrengen naar Libanon. De hele terugweg heeft Arnout geweend, hij wüde zijn laatste levensdagen doorbrengen in zijn vaderland Palestina.

De foto van de Israëliërs in Helsinki die betoogden voor de Russische ambassade, met hun bordje 'let our people go home' was voorpaginanieuws in zowat aüe kranten doorheen heel de wereld. De foto werd door het Amerikaans persagentschap Associated Press verspreid. Maar voor de miljoenen Palestijnen over heel de wereld, die zoals Arnout roepen ‘let our people go home’ geen woord in de pers.

Lief,
Zaterdag 30 augustus '86.

Vandaag hadden we grote moeilijkheden bij de controlepost van de Syrische geheime diensten toen we Chatila verheten. Ze hadden in onze ambulance een foto gevonden van enkele spelende Palestijnse kinderen, met op de achtergrond een muur waarop in het Arabisch geschilderd stond: 'Leve Yasser Arafat'. Dat was te veel. Nu was het duidelijk dat we werkten voor de PLO. Die foto zou aantonen dat de PLO van Arafat nog in de kampen aanwezig is en dat kon niet waar zijn. Na een uur palaveren en dreigementen en de ambulance door en door onderzocht, heten ze ons gaan. Al het foto- en postermateriaal moesten we bij hen achterlaten.

Dirk,
Zondag 14 september '86.

In deze maand vervang ik een Noorse dokter in Zuid-Libanon.

176

We werken nu 3 dagen per week in Kasmye-kamp, en de overige 3 dagen in het Sji-itisch Libanees dorpje Maroeb. Het is me deze week een zware week geweest. Maandag omsingelen Amal-soldaten, die aangevoerd werden vanuit Beiroet, Rashedye-kamp. Het kamp werd volledig afgesloten. Er wonen momenteel min- •tens 17.000 Palestijnse burgers. Niets of niemand mocht erin of eruit. Amal eiste dat de Palestijnen de bulldozer die ze in het kamp gebruiken voor het graven van de kelder van het hospitaal, zouden verwijderen. Om verdere moeilijkheden te vermijden, hebben de Palestijnen daarop toegegeven. Ze zijn dan begonnen de kelder met schoppen te graven.

Woensdagochtend werden we opgeschrikt door zeer zwaar machinegeweervuur. De Israëliërs hadden weer een bombardement uitgevoerd op Sidon. Deze keer hadden ze vanop zee een winkelstraat die uitgeeft op het strand, met raketten aan diggelen geschoten. Zes doden en 12 gewonden, allen burgers. Bij terugkomst botst een Israëlisch marinevaartuig op een rubber bootje met Palestijnse commando's die trachtten via zee Israël te infiltreren om er een weerstandsactie uit te voeren. De commando's slagen erin aan land te raken en vluchten de bananenvelden in, achtervolgd door Israëlische helikopters die hun kogels uitzaaien over de velden. En dat was het geluid dat ons woensdagochtend deed opschrikken. De fedayin ontsnapten aan hun Israëlische achtervolgers, maar werden nadien door elementen van Amal gearresteerd. Sindsdien weet niemand waar ze zijn.

Donderdag ontploft alles hier in 't zuiden. Wanneer we s morgens met de ambulance naar Maroeb rijden, rijden we voorbij een rouwstoet voor drie jongens van dit dorp, diezelfde nacht gesneuveld in een weerstandsactie tegen Israëlische troepen die nog steeds Zuid-Libanon bezet houden. Diezelfde avond tussen 20ul5 en 21 uur komt de stad Tyrus onder zwaar artillerie-geschut van het Israëlische leger. Zelfs een Unifil-post van Nepalezen wordt onder vuur genomen. Eén Nepalese soldaat komt hierbij om. Waar vorige week het onder vuur nemen van Franse Unifil-troepen door Amal wereldnieuws was, wordt er over het onder vuur nemen van Unifil door Israëlische troepen amper iets gezegd. Vrijdag hadden we een drukke consultatie in Kasmye. Een hele familie met vier kinderen had last van braken, duizeligheid. Ze waren de buurfamilie van de bewoners van het huis in Al Bas-kamp dat door één Israëlische raket de avond voordien volledig was vernield. Wat weer aan drie mensen het leven heeft gekost. De kinderen van de buurfamilie hadden de hele nacht in angst in de schuilkelders moeten doorbrengen. En die morgen

177

waren ze vanuit Al Bas naar Kasmye gevlucht.

Gisteren werden de vaccins in de kliniek van Maroeb vernietigd. De freezer was uitgevallen en de man die de elektriciteit normaal moest herstellen, is eergisteren omgekomen bij een bomaanslag in Beiroet. Er heerste een trieste sfeer onder de patiënten van het dorpje. Het slachtoffer van de bomaanslag had 7 kinderen, en zijn vrouw was zwanger. En dan vergeet ik nog dat er vrijdag weer een bomaanslag was op een post van de Franse Unifil-soldaten, met 1 dode en 5 gewonden. Je voelt dat hier in 't zuiden nog heel wat in de lucht hangt.

Dirk,
Donderdag 18 september '86.

Het wordt meer en meer duidelijk dat Amal hier wat in zijn schild voert. Toen we maandag met de ambulance Rashedye-kamp wilden binnenrijden, werden we tegengehouden door de Amal controlepost. Al ons medisch materiaal en de geneesmiddelen werden afgenomen. Amal zei ons dat het vanaf nu niet meer toegelaten was ook maar één medicijn in Rashedye binnen te brengen, een kamp met meer dan 17.000 Palestijnen. En vandaag kregen ook de mensen van de UNWRA eenzelfde verbod, zij mochten zelfs geen voedselrantsoen binnenbrengen.

Dirk,
Donderdag 27 september '86.

Vandaag hebben we met Ah Abu Toq, de PLO verantwoordelijke voor Chatila, afgesproken om een discussie te houden. Om veiligheidsredenen zou het gesprek ’s nachts plaats hebben. Lief, ik en een Duitse journaliste wachten op Amni, de verantwoordelijke voor de vrouwenorganisatie in Chatila op Ah. De Duitse journaliste maakt een dossier over foltering van Palestijnen in de Amal-gevangenissen. Ze heeft vandaag al een hele reeks getuigen en slachtoffers ondervraagd en de gruwelijke verhalen deprimeren sterk haar gemoed. Terwijl we in de kamer boven de 'clinic' wachten, horen we veel gestommel en rumoer. Drie Palestijnen, jonge kerels uit Bourj - we kennen goed hun gezichten en zij kennen ons worden de clinic' binnengedragen.

178

Twee dagen geleden werden ze door Amal gekidnapt toen ze gingen zwemmen bij een strand dat door PSP gecontroleerd wordt. Amal-benden rijden rond met mercedessen op jacht naar Palestijnen. De drie ongelukkigen werden 48 uur vastgehouden op het hoofdkwartier van de Amal 'intelligence service'. Die bevindt zich in het gebouw van de vroegere Italiaanse ambassade, vlak aan de weg naar de luchthaven, recht tegenover het Chatila-kamp. Daar waren ze net losgelaten, en ze konden met moeite het Chatila-kamp binnenstrompelen. Ze waren volkomen gedeshydrateerd. Ze hadden in 48 uur geen druppel water te drinken gekregen, in plaats daarvan moesten ze hun eigen urine opdrinken. Ze hadden ernstige letsels van foltering over het hele lichaam. Allen stonden vol blauwe plekken van onderhuidse bloedingen. Eén van hen had een totaal opgezwollen aangezicht, zijn lip was ook stukgeslagen. Allen hadden ze aan beide polsen, circulaire striemen en blazen, wurgletsels doordat ze uren aan hun polsen werden opgehangen en werden bijgeslagen. Bij de drie vond je circulaire verbrandingsletsels van één centimeter doormeter over het hele lichaam verspreid, brandwonden als gevolg van het uitduwen van sigaretten op het lichaam. Ze waren alle drie ook met elektriciteit bewerkt, aan de slapen en op de teelballen werden elektroden geklemd. Bij één van hen werd een elektrische draad in de anus gestoken, waarna er stroom werd doorgejaagd. Het was een afschuwelijk aanzicht en 'hot news' voor de Duitse journaliste.

Lief,
Vrijdag 3 oktober '86.

Kaïro,

Op weg naar Brussel passeren we langs Kaïro om de hoofdkwartieren van de PRCS te bezoeken. Via het persagentschap AFP vernemen we dat dinsdag een jeep van Amal Rashedye-kamp is binnengedrongen en de inzittenden in het wilde weg schoten. Hierbij werd één Palestijnse vrouw gedood en drie anderen gekwetst. Woensdag begon Amal te bombarderen met mortiervuur en toen begon ook daar de oorlog. Wat iedereen vreesde, is uiteindelijk toch gebeurd. Amal heeft de oorlog in het zuiden voorbereid en in gang gezet nadat het faalde bij de verovering van de kampen in Beiroet. De situatie is er erg moeilijk voor de Palestij-

179

nen. Er is geen enkele mogelijkheid tot chirurgie in Rashedye. Gewonden die van Amal niet mogen geëvacueerd worden, zullen sterven bij gebrek aan operatiemogelijkheden.

Een jaar geleden was het erg ontspannend om als vrijwilliger in het zuiden te werken. We ervaarden nagenoeg geen spanningen tussen de plaatselijke Sjiietische bevolking en de Palestijnen.

Het is één van de veel voorkomende vooroordelen in het Westen dat Libanon één groot wespennest is waar iedereen op iedereen schiet, of men spreekt er voortdurend over broederstrijd. Libanon is echter op de eerste plaats het ideale terrein voor provocateurs en geheimagenten. De relaties tussen Libanezen en Palestijnen zijn helemaal niet van die aard dat ze zulke kampoorlogen kunnen verklaren. Een meerderheid van de patiënten in Bourj bestaat uit Libanese burgers. En daar zijn redenen voor: de medische diensten van de Palestijnen verstrekken gratis geneeskunde voor iedereen. Op de Libanese begroting wordt nauwelijks 3% uitgetrokken voor de volksgezondheid. En dat bedrag wordt dan nog nagenoeg uitsluitend naar de privé-ziekenhuizen versast. Preventieve geneeskunde is er voor de arme Libanese bevolking niet. Wie zijn kind moet laten vaccineren, telt 150 ponden neer. Dat zijn twee a drie daglonen. Een pilootstudie die we uitvoerden onder de patiënten van de 'clinic' in Maroeb toonde aan dat meer dan 80% van de Libanese kinderen helemaal niet gevaccineerd is. Bijna al de kinderen geboren na '82, dit is na de Israëlische invasie, hebben nog nooit een vaccin gezien. Dat zijn cijfers vergelijkbaar met die van Unicef voor de Afrikaanse rampgebieden. De Libanese handelaars rond de Palestijnse kampen zijn aangewezen op hun Palestijnse klanten. Tijdens de kampoorlog hebben we dat ook meegemaakt dat de Libanezen uit de omringende wijken een petitie organiseerden, waarin ze van Amal eisten hun oorlog tegen de kampen onmiddellijk stop te zetten. Die kampenoorlog werd geprovoceerd door het neerschieten van vrouwen en kinderen. De oorlog nu in Rashedye is ook ontstaan na een paar weken verscherpte terreur en provocatie.

Hier in Kaïro zien we dat de internationale pers bol staat over de bomcampanje in september in Parijs. Daar zijn toen 9 doden gevallen. Men denkt dat een Libanese familie, Abdallah, achter de bomaanslagen zit. En ook deze verdenking schijnt dagenlang 'headline' in het wereldnieuws te zijn.

Wij komen pas uit Beiroet en hebben er een bomautocampanje

180

achter de rug. Sinds 28 juli hebben bomauto’s zowel in Oost- als In West-Beiroet het leven gekost aan honderd burgers. Vijfhonderd andere zijn voor de rest van hun dagen verminkt. Zo was Ranja, het dertienjarige dochtertje van de chauffeur van onze organisatie, ook het slachtoffer van zulke bomauto. Ze dreigt nu helemaal blind te worden. Een operatie aan het enige 'goede' oog van Ranja kostte 45.700 Libanese ponden. Meer dan een jaarloon.

Zo'n bomauto ziet er telkens weer eender uit. De grootst mogelijk hoeveelheid springstof doen ontploffen, in een winkelstraat op het drukste moment van de dag. Zo tref je het grootst aantal burgerslachtoffers: blind en willekeurig. Alle ingrediënten van fascistisch geweld zijn hier aanwezig. De bende van Nijvel op zijn Libanees.

Een maand Libanon? Een massamoord op dokters van de Amerikaanse universiteit in West-Beiroet. Drie Israëlische bombardementen op 'Palestijnse doelwitten' in Libanon. Ditmaal zochten de Israëli niet eens een voorwendsel voor hun staatsterroristisch optreden. Een heftig treffen in Oost-Beiroet tussen twee fracties van de extreem-rechtse christelijke militie van Geagea: uiterst pro-Israëlische fractie tegen de meer 'gematigden’. In het zuiden raakt de Amal slaags met de Uno-blauwhelmen. Deze gevechten worden onder spookachtige belichting gezet: Israëlische oorlogsscliepen, die voor de Libanese kust patrouilleren, vuren lichtgevende bommen af...

Deze heropflakkering van het geweld op alle terreinen valt samen met een ander politiek feit: voor Libanezen en Palestijnen was er kort een sprankeltje hoop op meer veiligheid en stabiliteit. Op 1 augustus doet de christelijk-falangistische president Gemayel een oproep tot hervatting van de dialoog met de moslimleiders, om een einde te maken aan de elf jaar oude burgeroorlog. Premier Karame (een Soeni-moslim) beantwoordt deze oproep positief. Al het geweld van de jongste tijd heeft dan ook een duidelijk politiek doel: elke poging om tot meer veiligheid en stabiliteit voor de Libanese en Palestijnse bevolking te komen, de grond inboren. En vele elementen wijzen telkens in de richting van Israël. Op 8 augustus veroorzaakt een bomauto, in de buurt van de Arabische universiteit van West-Beiroet, de dood van dertien burgers. Er zijn een honderdtal gewonden. Verscheidene voorbijgangers merken vóór de ontploffing de auto, een Fiat 132, en de chauffeur op. Door een nauwkeurige persoonsbeschrijving kan de Libanese politie de verdachte inrekenen in Oost-Beiroet. Het is een 28-jarige vrouw: Laura Hachem. Ze

181

heeft bij de politie een dossier: prostitutie en drughandel. Bij een confrontatie met de ooggetuigen valt ze door de mand. Ze wordt in Oost-Beiroet opgesloten in het gebouw van de Libanese veiligheidstroepen. De militie van Geagea omsingelt het gebouw en Laura Hachem wordt vrijgelaten, onder militaire druk van de meest pro-Israëlische militie die Beiroet rijk is. De Libanese minister van Binnenlandse Zaken, Abdallah Racy, beschuldigt de Israëlische geheime dienst, de Mossad, ervan deze vrouw gerekruteerd te hebben.

9 doden bij bomaanslagen met een Libanese verdachte zijn dagenlang wereldnieuws. Maar 100 doden in Beiroet zijn amper de moeite voor de wereldpers om er over te schrijven: en een pro-Israëlische verdachte achter deze moorden? Daar wordt met geen woord over gerept.

182

Nawoord - Inhoud

Op 1 oktober startte de kampenoorlog rond het Zuidlïbanese kamp Rashedye. Op 20 oktober 1986 wordt Bourj El Barajneh en later op 15 november ook Chatila opnieuw belegerd en gebombardeerd door de Amal-militie. De Palestijnen startten een tegenoffensief vanuit het Ein Al Helweh kamp te Sidon, tegen het door Amal bezette dorpje Magdouche. De bedoeling was Amal onder druk te zetten om de ondraaglijk geworden belegering van Rashedye te doen ophouden. Maar terwijl de door Syrië gesteunde Amal-militie de Palestijnse kampen belegert en aanvalt, bombardeert Israël diezelfde kampen vanuit de lucht en vanop zee. Op minder dan twee maanden voert het Israëlische leger 6 luchtbombardementen uit. Een bevriend Westers dokter, die werkt in het Ain Al Helweh kamp schrijft ons: '(...) De Israëliërs begonnen Magdouche en Durbaseen te bombarderen, op enkele meter afstand van onze kampgrenzen. We werden eerst aangevallen op 9 januari 's morgens. Ik was beneden in het hospitaal, toen zo'n 12 Israëlische vliegtuigen kwamen overvliegen. Vier van die tuigen maakten een duikvlucht en startten hun bombardementen gedurende twintig minuten. Het was verschrikkelijk. De vorige nacht hadden de Israëliërs de hele omgeving opgelicht met fosforbommen. We hadden drie gewonden die moesten geopereerd worden. Er waren drie doden, twee soldaten en een jongen van acht die op straat aan ’t spelen was. We werden opnieuw gebombardeerd op maandag de 12de. Toen kwamen de Israëliërs in de namiddag. Sinds die dag werden we nagenoeg continu gebombardeerd. Op dinsdag de 20ste werden we van ’s morgens tot s avonds gebombardeerd met Israëlische

183

artillerie gebruikt door de Lahad-militie. (...)'.

Deze kampenoorlog wordt de bloedigste. Maandenlange belegering van de kampen, waar tienduizenden Palestijnse burgers vastzitten in de vuurlinies en bombardementen, maakt de situatie dramatisch. Op 23 januari 1987 ontvangen we volgend bericht van Ben, Pauline en Suzan uit het belegerde Bourj EL Barajneh kamp: 'De situatie is kritisch en onmenselijk. We leven nu samen met 25.000 Palestijnen meer dan twaalf weken onder volledige belegering. Verscheidene vrouwen zijn neergeschoten en gedood door sluipschutters, terwijl ze water wilden halen voor hun familie. De voedselstocks zijn uitgeput. Er is geen baby-voeding of melk meer en baby's moeten leven op thee en suiker. Er is geen bloem meer, zwangere vrouwen en kinderen raken ernstig ondervoed. Er is een epidemie van braken en diarree. De elektriciteit is al meer dan twee maanden en half afgesneden. Het is regenachtig en koud. Velen hebben longontstekingen. Grote hoeveelheden vuilnis stapelen zich op en kunnen niet geruimd worden. Door de voortdurende bombardementen van de kampen zijn de mensen verplicht te gaan schuilen in slecht geventileerde kelders waar de hygiënische omstandigheden uiterst moeilijk zijn. Honderden kinderen hebben huidontstekingen. 35% van de huizen van het kamp zijn in deze oorlog volledig vernietigd. In ons hospitaal hebben we geen geneesmiddelen, gaas en verbandmateriaal. Het hospitaal wordt ook sterk gebombardeerd. De watertanken zijn kapot geschoten en water komt langs de muren naar beneden, modder stroomt naar binnen. De situatie is onmenselijk en om humanitaire redenen roepen we op tot het onmiddellijk stop zetten van deze belegering, en het toelaten aan de internationale hulporganisaties om voedsel en medicatie binnen te laten.' Op 8 februari '87 zendt hetzelfde buitenlands team het volgend bericht vanuit Bourj-kamp de wereld in: We worden nu veertien weken belegerd. De mensen gaan dood van de honger. We hebben kinderen zien wroeten in hopen vuilnis op zoek naar voedselresten. Een vrouw is neergeschoten, terwijl ze net buiten het kamp gras verzamelde om haar zeven kinderen te eten te geven. Sommige vrouwen en kinderen proberen het kamp te verlaten, maar vele kleine kinderen zijn al gevangen genomen. Sommige mensen moeten honden, katten en ratten vlees eten om te overleven. (...)' Eindelijk komt de uithongering van de kampen in het wereldnieuws. Over de hele wereld ontstaat een protestbeweging. En ook in West-Beiroet zelf starten de progressieve milities (o.a. de PSP) een offensief tegen de Amal-terreur. De Amal-militie krijgt zware klappen, de strijd is zeer hevig.

184

Meer dan 200 doden op 5 dagen tijd. De PSP slaagt erin Amal terug te dringen tot achter de Arabische universiteit. Dit is op een boogscheut van het door Amal belegerde Chatila-kamp. Chatila dreigt ontzet te worden door de progressieve Libanese milities. Voor Syrië de hoogste tijd om zelf direct tussen te komen. Op 23 februari zendt Syrië 7.000 manschappen en honderden trucs en tanks naar West-Beiroet. Alle milities worden ontwapend of weggestuurd, behalve de Amal-militie. Die krijgt, nu met onmiddellijke Syrische steun, de handen vrij om de uithongering en aanvallen op de Palestijnse kampen verder te zetten. Onder zware internationale druk worden enkele vrachtwagens van de UNO met voedsel in de kampen binnengelaten, nadat ze eerst door Amal van alle geneesmiddelen werden bestolen. De feitelijke belegering van de kampen gaat gewoon door. Op 1 maart bericht Ben dat minstens 7 vrouwen en kinderen van het Bourj El Barajneh kamp, die trachtten het kamp te verlaten, door Amal werden vermoord. Ondertussen ontplooit Syrië zijn leger meer en meer in de richting van Sidon. De plaats waar Amal te zwak is om de Palestijnse kampen te belegeren.

Het kleinste kamp van Beiroet, Chatila, heeft het het hardst te verduren. De verbetenheid waarmee de militie van Nabih Bern Chatila aanpakt, heeft vele redenen. Chatila is het kleinste kamp, nauwelijks 400 op 400 meter, nu tijdens de laatste kampenoorlog nog amper 200 op 200 meter. Amal wil Chatila doen vallen om toch maar één Palestijns kamp in handen te krijgen. Maar de Palestijnen verdedigen Chatila des te hardnekkiger. En ook zij hebben daar hun redenen voor. Dit kamp is een belangrijk symbool voor de Palestijnen. Niet alleen omdat de naam Chatila op dramatische wijze de geschiedenis inging met de brutale slachtpartij van september 1982. Ook omdat het kamp aan de rand van het eigenlijke West-Beiroet strategisch belangrijk gelegen is. Vandaar dat de Palestijnen hun beste kaders in dit kamp hebben geconcentreerd en er een sterke militaire tegenmacht hebben opgebouwd. De PLO hoofdverantwoordelijke is er de 36-jarige Ali Abu Toq. Hij is overal goed bekend, ook bij de vijand. Hij is zeer populair onder de Palestijnen omdat hij erin slaagde het zwaar vernielde Chatila van na de eerste kampenoorlog opnieuw te organiseren en herop te bouwen. Ook voor ons, buitenlandse vrijwilligers, was Ali een goede vriend. We konden steeds op hem beroep doen. Zelfs voor de kleinste problemen had hij aandacht en probeerde hulp te bieden. Op 25 september '86, enkele dagen voor ons vertrek uit Beiroet, hadden we ’s nachts in Chatila een laatste gesprek met Ali.

185

Na een jaar leven en werken in de Palestijnse kampen realizeren we ons hoe moeilijk de Palestijnse revolutie is. Keer op keer oorlog. De overwinningen zijn niet groot. De moeilijkheden en nederlagen talrijk. Elke Palestijnse familie heeft hier zijn martelaren. Sommige jongeren zien het niet meer zitten, ze dromen van een toekomst in Europa of in één van de Golfstaten. Toch zijn er PLO-kaders die vrijwillig in de kampen komen leven en werken, om op gevaar voor hun eigen leven en dat van hun familie de kampen opnieuw te organiseren. Dat is ook de keuze van Ah Abu Toq, die zo'n jaar geleden naar het zwaar vernielde Chatila kwam om er de PLO te leiden. Waar haalt zo'n man de kracht en de moraal vandaan om dit hardnekkig te blijven volhouden? 'Essentieel', antwoordt Ali, 'is de relatie die je legt tussen je eigen persoonlijke belangen en het algemeen belang van je volk. Of om het eens met een Koran-vers te zeggen: 'de moeilijkste heilige oorlog is de dagelijkse oorlog met jezelf...'. Om na te gaan of iemand echt voor een revolutionair leven kiest, moet je naar zijn dagelijkse manier van leven kijken. Er zijn mensen die vermoeid of zelfs hypokriet zijn. En er zijn mensen die de strijd verder zetten, niet alleen in woorden, maar ook in hun dagelijkse acties. Een tweede voorwaarde om voor een revolutionair leven te kiezen, is jezelf zeer nauw te verbinden met de mensen, met de massa, met hen samenleven. Voor velen is dit in theorie makkelijk, maar moeilijker in de praktijk. Een derde voorwaarde is inzicht in de wetten van de revolutie en een correct begrip van de belangen van de massa's, hun gedrag, hun reactie. De menselijke natuur neigt naar eigenbelang. Je hebt een sterk bewustzijn nodig om ervoor te kiezen je leven te delen met de massa’s, en van de massa's te leren. Een goed begrip van de belangen van de massa's en van de wetten van de revolutie is belangrijk om de theorie in de praktijk toe te passen. Want de praktijk is de toetssteen van de theorie. De praktijk brengt fouten, onwetendheid en onbegrip aan het licht. De belangen van de massa's en de wetten van de revolutie verkeerd of onvoldoende begrijpen, kan tot grote fouten, zelfs tot misdaden leiden. Vele kaders komen tot verkeerde ideeën omdat ze weigeren hun persoonlijke belangen ondergeschikt te maken aan de belangen van de massa's. Als je dat alles begrijpt, besef je ook dat de revolutie zeer moeilijk, zeer complex en zeer gecompliceerd is. Maar tegelijk ben je dan ook overtuigd van de rechtvaardigheid van de zaak. Je zal ook veel geduld hebben in je werk en in de resultaten ervan. Het is een beetje zoals een boer die in Zuid-Libanon een sinaasappelboompje plant. Het duurt 7 jaar eer dit boompje vruchten zal dragen. Dat zijn de

186

wetten van de natuur. Als je die kent, zal je dat boompje blijven verzorgen, ook al pluk je er niet onmiddellijk de vruchten van. Maar als je dat niet beseft, raak je snel gefrustreerd. Dit revolutionair inzicht impliceert ook dat je overtuigd bent van de uiteindelijke overwinning, zonder dat je zelf op de de dag van de bevrijding aanwezig moet zijn. Als je ervan overtuigd bent dat er ook na jou mensen zijn, die de strijd zullen verderzetten, geeft je dat geloof in de uiteindelijke overwinning. In de huidige dagelijkse strijd kennen we ook kleine overwinningen. Als Amal er, ondanks zijn militaire overmacht, niet in slaagt Chatila in te nemen, is dat zo’n overwinning, hoeveel ze ons ook kost. Het zijn deze kleine overwinningen die onze moraal opkrikken, ons aanmoedigen verder te vechten, ons beter inzicht geven en het ons mogelijk maken ook de nederlagen, die zeker zullen volgen te overkomen! ’

Op woensdag 28 januari 1987 stuurt het Palestijns persagentschap ’WAFA' het volgend bericht de wereld in:

" Palestinian heroe dies,

it is with the deepest anger and sorrow that the PLO announces the death of the heroic palestinian fighter Ali Abu Toq, military commander of the Sabra and Chatila camps and member of the higher military command.

Ali Abu Toq and Samir Amin Diab were killed yesterday evening while defending the camp under siege. They were both killed by the fire of syrian army tanks.

Ali Abu Toq was at the forefront of all battles for the defense of his people and his cause from the zionist enemy and their arab allies. His heroic stories during the lebanese civil war, the israeli invasion in 1982, in Tripoli, in South Lebanon and in Chatila will be remembered by all of us and his example followed by all those believing in the freedom and dignity of man. Revolution until victory. ’

187

Op zondagavond, 8 februari 1987, komt de Belgische dokter Michaël De Witte in het Midden-Amerikaanse land El Salvador om het leven.

In de guerillazone Tres Calles, werd Michaël samen met twee Salvadoriaanse kameraden getroffen door een Amerikaanse mortiergranaat van het leger van Duarte.

Wij hadden Michaël leren kennen toen hij net voor zijn vertrek naar El Salvador de geneeskundestudenten aan de Antwerpse Universiteit de beweegredenen voor zijn vertrek en werk als arts aan de kant van de bevrijdingsbeweging uiteenzette. In zijn dagboek schreef Michaël: "Woensdag 7 augustus '85. Een erg harde dag. Twee companero’s zijn gedood. Ik was er echt ondersteboven van... Na hun dood zie ik klaarder en bewuster in dat mijn perspektief evenmin is, de overwinning te zien. Ik herinner me wat één van de compa's zei: "Het gaat er mij niet om dat ik de overwinning zal zien, het gaat erom dat dit volk de overwinning zal zien". De laatste dagen ben ik me er van bewust geworden dat ik mij ook zo voel, dat ik zo gegroeid en geëvolueerd ben, dan ook ik strijd met een inzet en de overtuiging, dat ik mij niet bekommer of ik de overwinning zal zien, dat het erom gaat dat dit volk de overwinning zal zien. Ik weet echt niet waarom maar ik ben er als het ware van overtuigd dat ik de overwinning nooit zal zien, dat ik nooit meer mijn landje zal terugzien, dat ik nooit mijn vriendin Karin zal weerzien. Dat idee schrikt mij niet af. Integendeel. Het maakt me hardnekkiger om elke dag te strijden en te werken alsof het de laatste is."

Ali Abu Toq en Michaël De Witte, twee revolutionairen, uit twee verschillende werelden, werkten, streden en sneuvelden in twee verschillende continenten, maar met dezelfde gedachten en geest.

Antwerpen, zaterdag 7 maart 1987
Lieve en Dirk

188

MILITIES AAN MOSLIM-ZIJDE

Naam Leider Religie Gebied onder controle Buiten-landse connec-ties
PSP (Progres-sieve Socialis-tische Walid Joumblatt Druzen Chouf-gebergte West-Beiroet Syrië
Partij) Amal Nabih Berri Sjia West-Beiroet

Zuid-Libanon Bekaa-vallei

Syrië/ Iran
Hezbollah Cheikh Sjia West-Beiroet Iran
(Partij van God) Fadlallah Zuid-Libanon Bekaa-vallei
Islamitische Sjia Bekaa-vallei Iran
Amal

Mourabitoun (1)

Sunni West-Beiroet
26 Februari Shaker Barjawi Sunni West-Beiroet
Beweging (2) Nasseristen Moustafa Saad Sunni Saida
Tawid(3) Cheikh Said Sunni Tripoli
Chabane Tripoli
Arabische Demo-kratische Partij Sunni
(1) De Mourabitoun werden in april 1985 door de twee grootste moslim-milities, de PSP en
Deze beweging°een poging tot heroprichting van de Mourabitoun werd tjdens de kamoenoorloa van juni 1986 eveneens door Amal van het strijdtoneel geveegd.

(2) Deze beweging werd door Syrië en pro-Syrische milities in oktober 85 nagenoeg geb-

kwideerd.

189

MILITIES AAN CHRISTELIJKE ZIJDE

Naam Leider Religie Gebied onder controle Buiten-landse connec-ties
Libanese Geagea Maro-niet Oost-Beiroet Israël
Strijd-krachten (4) en achterland
Kataeeb George Saad Maro-niet Oost-Beiroet Israël
Amin Gemayel en achterland en Syrië
Overblij-vende Hobeika-aanhang Hobeika Maro-niet Oost-Beiroet Syrië
Marada Frangiéh Maro-niet Noord-Libanon Syrië
Nationaal Liberale Chamoun Maro-niet Israël
Partij (met Tijger-militie) Wachten van Mar-niet Israël
Ceders (5) Zuid-Libanese Lahad Maro-niet Zuid-Libanon Israël

      Leger (6)

(4) Op minder dan een jaar tijd kende deze militie drie maal een bloedige machtsstrijd. Een vierde is aan de gang.
(5) Staat bekend als de meest fascistische onder alle christelijke milities'
(6) Deze militie, de opvolger van de beruchte majoor Haddad heeft ook een minderheid aan Sjia-moslims in zijn rangen. Ze helpt Israël in zijn Gestapo-rol in de Zuidlibanese veiligheidszone'.

NIET-CONFESSIONELE ORGANISATIES

Naam Buitenlandse connecties

Syrische Nationaal Syrië
Socialistische Partij
Pro-Syrische Baath-partij Syrië
Pro-Iraakse Baath-partij Irak
Libanese Communisüsche Partij USSR
Organisatie van Communisüsche Actie

De vier grootste milities PSP-Amal, aan Moslim-zijde en Libanese Strijdkrachten-Kataeeb aan christelijke kant, beschikken elk over 4.000 tot 8.000 gewapende manschappen. In geval van nood kunnen ze dit aantal opvoeren tot 10.000 en meer.

190

 Kaart - Inhoud

Achterblad - Inhoud

Dirk 26 mei - Vanaf 2 uur ’s nachts begint Amal met de beschietingen. Elke 5 a 10 minuten komt een mortiergranaat neer op het kamp. De intensiteit neemt toe. Er worden ook zware 120 mm-mortieren gebruikt. (...) Tegen de avond wordt ook ons ziekenhuis beschoten. Voor de eerste keer. Ik doe het licht in een patiëntenkamer aan en plots wordt er door het venster geschoten. Ik voel glas tegen mijn been en nek vliegen.

Lieve 8 juni - Om vijf uur begon het nu al traditionele bombardement. Ik heb er niets van gehoord... Je raakt aan alles gewend.

Beiroet. Bomauto’s, kidnappingen, oorlog, terrorisme, talloze milities, Islamitische fundamentalisten. En toch gaat het dagelijkse leven van de Palestijnse en Libanese mannen, vrouwen en kinderen voort. Slechts een handvol westerlingen bleef in het Islamitische West-Beiroet achter. Onder hen Dirk Van Duppen en Lieve Seuntjens, twee Belgische artsen die een jaar werkten in de Palestijnse kampen Chatila en Bourj el Brajneh tesamen met Ben Alofs, een Nederlandse verpleger en Pauline Cutting een Britse chirurge. Ze maakten de kampenoorlog van mei-juni ’86 mee. Dirk werkte ook in Zuid-Libanon waar hij de Israëlische strafexpedities en luchtbombardementen zag.

In de dagboeken die de artsen bijhielden komen de dilemma’s, de twijfels en zo nu en dan de woede naar voren die het werk van een oorlogsarts onder de Palestijnen met zich meebracht. Het is een direkte aangrijpende getuigenis, over het leven, het overleven van het Palestijnse volk in de Libanese oorlogsjungle.



 Inhoud - Boven