De Plastrontrekker - de DVD, (aanklikken om te starten)



Audio: Het verhaal van moeder Fatma
Audio: Tussen kop en kont                 

De Plastrontrekker - Het boek (hieronder te lezen)

De plastrontrekker

Het gebeurde in het computertijdperk, het was op 'n avond. Distelbloemeke en Sjarel waren rustig aan het eten in de woonkamer. Hun vreedzame stemming werd plotseling gestoord door de radiojoumalist. Hij zei: "De scheepsdirectie ziet zich genoodzaakt tot afdankingen over te gaan. De 10% afdankingen zullen over alle afdelingen worden gespreid." Tot daar het radiobericht.

De twee keken elkaar onderzoekend aan, ze moesten het eerst verwerken, al wist de stellingmaker reeds dat de afdankingen in de lucht hingen.

" Godverdomme." zei hij" die bazen mogen alles, ze gebruiken de radio om de mensen in hun huizen bang te krijgen. De heren zullen weer goedkoop geld willen van de regering, daarom dat ze elkeen chanteren.'

Distelbloemeke reageerde fel." Gij zijt er bij. u zullen ze afdanken, gij kunt nooit zwijgen, gij helpt altijd het boeleke in brand steken."

Ze zei dit meer om haar onzekerheid en onrust te verwerken. " Schuift de schuld maar in mijn schoenen, ik zou moeten zwijgen, hij mag alles doen. Morgen komen die schone heren van het syndicaat naar de zaat, dan zullen de poppen wel dansen.' Grimmig liep hij rond.

* Waarom ? Gaat ge weer uw toot roeren voor de micro, dan kunt ge weer de held uithangen. Ge kunt die afdankingen toch niet tegen houden."

Sjarel was nukkig en riep:" Ik zal die vuile personeelschef eens in zijne blote zetten, die lafaard stuurt aangetekende brieven naar huis, dat is om bepaalde vrouwen te doen beven van de schrik."

Daarin gaf Distelbloemeke hem gelijk.

" Dat zeggen ze bij Erna in de winkel ook. Dat wil nog niet zeggen dat gij voor de anderen de kastanjes uit het vuur moet halen."

"Distelbloem, zolang ik 'n mond heb zal ik spreken, of is de democratie er alleen voor de bazen ?' Hij bekeek haardoordringend.

"Ge voelt u weer sterk, hé! Ge staat op een been. vergeet dat niet, de vakbond heeft u al buiten gesmeten, nu kan de baas u nog eens op straat zetten." Hij zweeg.

Zo te horen is de spanning te snijden, hier in de woonkamer. Laat ons liever eens gaan kijken en luisteren in die grote zaal op de scheepswerf. Want als de tweeduizend zaatmannen samen komen, zijn de heren van het syndicaat niet gerust. Het kan beginnen bliksemen en donderen. Ze zitten daar op een verhoog. Er zijn twee micro's, één voor de beroepspraters en de andere voor de zaatbonkers.

In dichte drommen schoven de zaatbonkers de eetzaal binnen, in de mannen zat weinig fut. Het was precies of ze stapten in een rouwstoet. Ze stelden hun verwachtingen niet hoog. Wat zouden die syndicale heren kunnen vertellen, niets méér dan wat zij reeds wisten.

Deze syndicale vergadering werd voorgezeten door de dik betaalde vakbondsheren. Wat konden zij meedelen. De baas hield zijn been stijf, hij zou 250 scheepsbouwers op de straat zetten. Daar was wel een doekje tegen het bloeden. De directie was bereid de zaak nog eens te bespreken met de sociale bemiddelaar. Al de zaatmannen kenden die man met naam, ze hadden die gespleten tong nog nooit gezien. Voor hen was het iemand die hen in de zak zou steken.

De syndicale woordvoerders troonden op hun verhoog, achter hen grote vensterramen en daarachter in de diepte lag 'n vijver, er zwom paling. Het was vroeger reeds gebeurd dat boze zaatmannen hen de vijver in wilden kappen, dan konden de vakbondsleiders bij de palingen gaan zwemmen. Alle aanwezigen waren ervan overtuigd dat deze samenkomst een slag in het water was. Dit tot op het moment dat Eddy Groenwals naar voren trad, 'n geblokte paswerker die bij de mannen werd gewaardeerd, omdat hij ten zeerste bekommerd was om de veiligheid van iedereen, en dat hij zijn hart altijd op het pinneke van zijn tong droeg. Hij stond voor de vrije micro, de zaal was tot in alle hoekjes gevuld. De vakbondsheren krabden eens voorzichtig in het haar. Eddy's stem klonk tot bij de mannen.

" Vrienden, ge weet, als het op mijne lever ligt, moet het er af. Tegen de afdankingen, als die komen, zullen we ons allen verzetten. Nu wil ik op de eerste plaats protesteren tegen de praktijken van de personeelschef. De vakbondssecretarissen moeten protesteren bij de directie. Het moet gedaan zijn dat de personeelschef aangetekende brieven naar onze vrouwen zendt. Dat is gewoon laf, dat is smeerlapperij." Eddy kreeg een goedkeurend gemompel te horen. Hij vervolgde: " Als mijn Marie-Trees zo'n brief zou ontvangen, dan kreeg ze een appelflauwte van de schrik. Vrienden, ik kan u verzekeren, mijn Marie-Trees kan tegen een stoot.' In de zaal knikten de hoofden om zijn gelijk te onderstrepen. ' Die kwiestenbiebel veronderstelt dat hij met kinderen te doen heeft. Als klein ventje moest ik mijn schoolrapport door mijn vader laten aftekenen. Wat is dien aap zijn bedoeling ? Ruzie stoken in ons kot!' Eddy was door het applaus verrast. De leiders van het syndicaat trokken zure smoelen. Ze dachten, de poppenkast gaat beginnen, het komt weer uit dezelfde hoek. Ze keken met halfgesloten ogen de zaal in. Eddy was zelfzekerder. " Ik zal deze aangetekende brief voorlezen: Mijnheer Ferket, dit is de allerlaatste verwittiging. Uw productie is onverantwoord laag. Indien er geen beterschap optreedt, zal de directie u als medewerker schrappen. Wat betekent dat? Volgens mij staat deze werkmakker al met ene voet op de straat. Mannen, wat ik vertel, ge hoort het. ik zuig het niet uit mijn duim. Hoelang blijven we zoiets slikken ? De personeelschef zou best passen in een concentratiekamp, als kampleider." De paswerker ontving een daverend applaus, zij op het verhoog klemden de tanden op elkaar.

Onmiddellijk werd Eddy afgelost door 'n jonge dynamische kerel. Patrick was 'n amateur-toneelspeler en sprak duidelijk. " Kameraden, de taal die onze kameraad sprak, is de taal van 'n werkman. In veertig gezinnen zaaide de personeelschef paniek. Toen mijn Marleen hoorde over die brieven, schoot ze in 'n lach. Laten de mannen van de zaat zo met hun voeten spelen ? Dat veranderde toen hare frank viel. Ja. wat zou ik doen als ik zo'n brief zou ontvangen. Als die briefschrijver voorbij mijn deur moest passeren, dan zou ik ongelukken doen, ik was bekwaam om hem een kookpan op zijn kop te kloppen.' In de zaal werd krampachtig gelachen. De mondige man pauzeerde even.

'Daar is nog wat anders. Ge kent allemaal Wies Gova. Elkeen weet dat de kapper aan boord van de schepen niet kan lezen. Wies zit hier in de zaal. Hij heeft gevraagd om dit te komen vertellen. Waarom stuurde de personeelschef een brief naar hem thuis, hij wist wat wij wisten. Het ligt er vingerdik op. Zijn vrouw moest die brief lezen. En wat was de inhoud ?" In de zaai spitsten zich vierduizend oortjes.

" Mijnheer Wies Gova. dit is de allerlaatste verwittiging. Gij verlaat regelmatig de werf, om bierhuizen te bezoeken...." Hier stopte Patrick even." Ik vraag me af. mag Wies dat niet doen ? Tijdens de middagpauze rijden er zoveel mannen naar huis om te eten. Controleert de briefschrijver die allemaal ? Mannen, het is oppassen geblazen. Ziet wat ge doet met uw vrouw in bed. want de briefschrijver zal komen controleren.' In de zaal werd er gelachen en niet, geapplaudisseerd en er waren handen die niet bewogen. Als je goed toekeek in de zaal, dan zag je bij velen twijfel en onzekerheid boven de hoofden zweven. De afdankingen die in de lucht hingen verlamden hen. Ondanks dit werd de zaal stilaan warm gestookt.

De vakbondsleiders voelden zich bij dat alles ongemakkelijk, ze wisten waar het rustiger was.

Sjarel de stellingmaker stond achteraan in de zaal. zoals altijd. Om de micro te bereiken moest hij door een woud van zaatmannen. Daarin had hij plezier, dit joeg de heren achter de tafels al in hun harnas. Voor hem was dit een hoogstaand moment, het kriebelde in hem en het moest er uit. Als hij het niet kon zeggen dan zou hij ontploffen. Al bij zijn eerste stap naar de micro zag elkeen de lippen zakken van de heren syndicaten, tot tegen de grond. Waar hij passeerde schoven de stoelen om hem door te laten, hij voelde hun ogen branden op zijn rug. Zachte stemmen zeiden tegen elkaar:' We zullen nu wel horen waar de klepel hangt." In groepjes zongen ze het strijdlied van de scheepsbouwers:

Hand in hand kameraden
hand in hand de strijd gaat door..."

Daar stond Sjarel achter de micro en lonkte eens naar de heren achter de tafel, die aan hun lachspieren waren geopereerd. Wat voelde hij.Zo voor die heren te staan, het was als het ware dat hij elke kop grondig bekeek, hij werd er gewoon koud door. zoiets greep hem naar de keel. Een onbeschrijfelijk gevoel maakte zich van hem meester, hij had een band met de mannen die voor hem zaten. Onder het vlak van het schip had hij met hen honderden gesprekken gevoerd en hij wist wat bij hem en bij hen leefde, ze waren vlees en bloed, zo innig verbonden. De afdankingen waren een rem. ze zwegen om den brode, zoiets is onmenselijk. Hij vervloekte de chantagemethodes van mijnheer Himmers. Met hem iedereen in de zaal, doch ze voelden zich onmachtig.

Telkens hij voor de micro stond was hij zich bewust van het belang, te mogen en te kunnen spreken in het openbaar, voor de mannen. Want in de fabrieksjungle wordt het zwijgen geraffineerd en brutaal opgelegd. Ze willen ons beletten hetgeen we denken, voelen, verlangen, openlijk mee te delen. De mensen worden door de beroepspraters gewoon weggeveegd, weggepraat. Dat is geweldpleging op de mens. Zowel de politieke als de syndicale praters en de patronale papegaaien zijn aangesteld om al het schone te onderdrukken. De stellingmaker zuchtte eens, inwendig trilde hij. De eerste klanken bibberden.' Kameraden, ik denk dat ge te vroeg applaudisseert. Het is geen spel in een dramatisch moment. Ge zingt Hosanna in den hoge, straks kan de kruisiging beginnen of een fluitconcert. De bazen organiseren bewust een schrikbewind op de scheepswerf. In dat kader passen de aangetekende brieven. Zij laten de personeelschef het thuisfront aanvallen. Het is niet belangrijk meer te weten hoeveel er zullen ontslagen worden. De vraag die we ons moeten stellen is: Willen wij onder zulk schrikbewind leven en werken ? Ik alleszins niet! Wij moeten de bal terugslaan."

Hij bekeek de gespannen gezichten voor zich, ze zogen zijn woorden op. Hij dacht, nu moet ik doordrukken, het klimaat is rijp.

" Kameraden, den dikke Willy is een stellingmaker die in ons ploeg werkt. Willy heeft in een periode van veertien dagen twee aangetekende brieven in zijn maag gekregen, zijn Stella is in verwachting, dat mens liep de muren op van de schrik. Toen Willy mij dat vertelde zag hij wit van woede en zei: Sjarel, wanneer gaan ze die Gestapo uit zijn kot halen ? Alleen kan Willy niets doen, dan loopt hij met zijn kop tegen de muur."

Opeens ontplofte de zaal van het handgeklap, zoiets deed de spreker zichtbaar deugd, dat was spek aan het hart, wetende dat hij de juiste gevoelssnaar betokkelde.

" Kameraden, het krioelt hier van meestergasten in rode overalls om op onze handen te kijken, terwijl zij de hunne in hun zakken steken. Die zakken zullen we vroeg of laat eens moeten dichtnaaien. Elkeen van ons heeft een strafdossier liggen bij de personeelschef Himmers. Wie stelt dat dossier samen ? Wie geeft ons goede en slechte punten ? Dat zijn de aangestelde paljassen van den baas, die doen niet liever dan zijn kont uitlikken. Waarom trekken we niet naar Himmers zijn kot en zwieren die strafdossiers in het vuur."

Wat zich nu in de zaal voltrok was aangrijpend. De zaatbonkers begonnen met hun vuisten op de tafels te trommelen, harder en harder, dat zweepte elkeen op, op de strakke gezichten van daarjuist lag een glimlach. Alles stond op overkoken, De spreker voelde zich mee opgenomen in de verhitte sfeer en riep uit volle borst.

" Mannen, op wat wachten wij, vooruit, wij marcheren naar de personeelschef."

Er was geestdrift en verbijstering, de verwarring was groot. De helft van de zaal stapte op naar Himmers. De rest keek de kat uit de boom. Sleepvoetend kwamen de delegees achterna. De vakbondsheren verdwenen in de mist, zoiets past niet in hun kraam.

De aanvoerders van de opstandelingen waren Gova en de rebel. Ongewild liepen ze allebei naast elkaar op de eerste rij. Vijfhonderd zaatmannen waren in een recordtempo verzameld voor de trappen van de personeelschef. Luid scandeerden honderden kelen." Nazi! Gestapo! crapuul!" Steeds opnieuw klonk deze uitroep naar de gehate man. De delegees Cap en Staele trachtten binnenin het gebouw de personeelschef te overtuigen de misnoegden toe te spreken. Weer rolde een golf van kreten door de lucht." Nazi! Gestapo! crapuul!1

Opeens werd het bij de roepers stil, achter de glazen deur kwam precies beweging. Elkeen vroeg zich af, zou hij durven buiten komen ? Als hij komt, wat zal er dan gebeuren. De spanning was ondraaglijk, de ogen staarden allen naar één punt.' Hij is daar.' De deur draaide open, op de bovenste trap bleef hij onzeker staan. De eerste rijen brachten hem onmiddellijk de onvervalste Hitlergroet. Verschrikt sprong onze held naar binnen. Tot de delegees zei hij:"Onder deze omstandigheden wil ik die herrieschoppers niet toespreken.' Deze antwoordden hem snel:" Ge moet u niet storen aan dat gejoel, ge moet uw plicht doen.' Ze duwden hem een megafoon in zijn pollen. Toen de golven van woede even waren gaan liggen, verscheen Himmers weer bovenaan de trap. Hij begon te spreken met een onzekere stem, zoiets over

"Die brieven waren niets meer dan een administratieve maatregel..." Ondertussen stond Wies Gova ai te trappelen onder de megafoon, keek op naar de neusgaten van de rotbriefschrijver en riep vlammend:

'Crapuul, smeerlap, lafaard, buiten de zaat zal ik op uw muil slaan."

De personeelschef, wit en bleek, beheerste zich, door de megafoon klonk een blikken stem.

'Al diegenen die het arbeidsreglement stipt naleven hebben geen sancties te vrezen...1

Sjarel stond zo dicht bij de gehate Himmers, hij trapte bijna op de patronale lakei zijn tenen, deze zijn plastron bengelde als een klokzeel voor de ogen van de stellingmaker.

Wat gebeurde er ? Een onverklaarbare drang maakte zich meester van hem. Hij zag de plastron, het klokzeel. De omstanders hielden hun adem in toen ze Sjarels handen de hoogte in zagen. Klemvast in beide handen had hij de plastron.

Toen kwam alles in beweging. Bij elke snok. snok aan het zeel zakte de personeelschef 'n trap lager. Het slachtoffer kon zich niet loswringen en moest mee zakken tot op de onderste trap.

De verbaasde actievoerders maakten ruimte voor de plastrontrekker en de gehate briefschrijver. Ze hielden hun hart vast, met wijdopen ogen hadden zij dit uitzonderlijk schouwspel gezien. De omstanders zagen dat Sjarel verrast was door zijn eigen daad. Hij was nu 'n plastrontrekker geworden.

Het zingen en scanderen was gedaan, elkeen was bang in de plaats van de plastrontrekker. Deze liet uiteindelijk zijn prooi los.

Als een wezel vluchtte mijnheer Himmers de personeelsdienst binnen. Het was net de vlucht van een generaal, wanneer hij wordt beledigd, in het bijzijn van het volk. door een gewoon soldaat. Zijn weerwraak zou zoet wezen.

Er werd niet meer geprotesteerd, de strafdossiers werden niet door de ramen gesmeten. Waar waren de syndicale heren ?

Waar ze zich veilig voelden, ver van de brand, aan de koffieautomaat.

Het liep als een vuurke rond over de zaat.

'De Witte heeft aan de personeelschef zijne plastron getrokken, hij trok ham van de trappen."

'Dat moest ge gezien hebben, die zal zich wel wreken!'

'Nu ligt hij met zijn kloten buiten op de straat."

Zo vloeide deze commentaar tot op de straat, tot in de herbergen. Dit nieuws bereikte Distelbloem haar oren. Boos zweeg ze in alle talen, ze was om te ontploffen.

" Gij zijt niet goed slim, gij zoekt moeilijkheden, gij zult het wel ondervinden.*

Ze sprak die avond geen woord meer. Ze zag een onzekere toekomst voor zich. Zij zou het slachtoffer worden, dat dacht ze.

Wat nu ? Wat zou het vervolg worden van deze plastrontrekkerij? 's Anderendaags was het een dag gelijk een andere, de zon daagde op in het oosten. De werkers reden de zaat op om hun dagtaak te beginnen. De zaatbonkers aan boord dachten en spraken over niets anders dan over de plastron van de personeelschef. Er werden geen grappen over gemaakt, hun bekommernis zat te diep.

" Ze zullen hem wel komen roepen, de Sjarel, dat is een vogel voor de kat."

Het was rond twee uur in de namiddag, toen de loopjongen van mijnheer Himmers kwam zeggen:

" Heirbaut, ge moet om drie uur in het bureau van de personeelschef zijn." De loopjongen was als een haas weg.

Voor de plastrontrekker naderde onafwendbaar het dramatisch ogenblik. Hij voelde zich eenzaam tussen zijn werkmakkers.

Uiterlijk was hij rustig, in hem was het een en al spanning. Hij zag het weer gebeuren, zijn hoofd was leeg van het denken. Hij daalde de wenteltrap naast het schip af. De zaatmannen volgden hem met hun ogen en hun hart. Over één ding was hij zeker.' Ik zal mijn huid duur verkopen, ik zal misschien buigen maar nooit ofte nooit breken." Hij beet op zijn onderste lip van de zenuwen.

Traag, zonder beven, draaide hij aan de deurklink van de briefschrijver, deed de deur open en achter het logge bureau stond de kolonel stokstijf, een donkere bril op zijn bollekesneus. De stellingmaker bevond zich voor een fabrieksrechter. Hoe zou deze confrontatie verlopen. De kansen waren ongelijk. Hij op wie een majesteitsschennis was gepleegd had macht. De plastrontrekker stond hier in zijne blote. Op het logge bureau lag een groen kaft met daarop een blank papier, waarop enkele regels getypt waren. Daarnaast lag een kostelijke balpen te lonken. Tot Sjarels grote verbazing zat daar in de hoek niemand minder dan de syndicale bazenpoeper Renaat Barrikado. Hij was hier als neutrale toeschouwer, een verraderlijk man, steeds meehuilend met de wolven in het bos, 'n gebroken stok waar de stellingmaker niet op kon steunen. Wat zich in deze kleine ruimte afrolde was een trouwe weerspiegeling van het fabrieksbarbarisme. 'n patronale papegaai tegenover een ongehoorzame opstandige knecht. Vanuit een hooghartige hoogte sprak de schijnheerser tot de brutale vlegel.

"Gij hebt mij in het openbaar beledigd en belachelijk gemaakt. Gij hebt lijfelijk geweld op mij gepleegd. Hier ligt een schuldbekentenis. Indien gij die niet ondertekent zal ik u gerechtelijk laten vervolgen." De boze man slikte zijn speeksel in. Tussen de twee was het akelig stil. De zaatman zweeg, hij walgde van dit laffe gedoe en keek het scharminkel vlak in de diepte van zijn ogen. Er was geen haar op zijn kop dat er aan dacht zijn eigen doodvonnis te tekenen. Het flitste door zijn hoofd:' Bijt op uw tanden, laat u niet provoceren! Beheers u. vlieg dat addergebroed niet naar de keel. Die lafaard wil u uit uw tent lokken."

Mijnheer Himmers schoof kil en koel de balpen naar hem. De stellingmaker gremelde." Wat verlangt die aap van mij ? Dat ik voor hem zal kruipen ? Dat ik zijn schoenzolen zal aflikken ?" Opeens drong het tot hem door: Ik ben een plastrontrekker, ik moet deze titel waardig dragen en verdedigen.

In de hoek bleef het syndicaal praatmachien Barrikado monddood.

De plastrontrekker rekte zich in volle lengte. Stil en traag zei hij: " Mijnheer, wie heeft hier geweld gepleegd, ik of gij ?" Stilte. ' Ik pleegde geen geweld, 'n plastron kunt ge in alle winkels kopen, in alle kleuren en lengtes." Hij ging een stap dichter naar de personeelschef.' Gij schreef twee aangetekende brieven naar Willy Vercauteren, dit in recordtempo, in veertien dagen, gij beschikt precies over hazepoten! Wat hebt gij geschreven ? Dat Vercauteren twee keer onwettig afwezig was. Een bewuste leugen! Ge hebt dat trouwens moeten toegeven tegenover de delegees.' De plastrontrekker zag de man voor hem zo rood worden als de kam van een kalkoen. Hij deed een radeloze poging om zijn aanvaller het zwijgen op te leggen. Dat lukte niet. integendeel, waarom zou hij zwijgen ? Wat had hij hier te verliezen ? Zijn zelfrespect als plastrontrekker. Harder en luider zei hij:" Mijnheer Himmers, uw doel hebt ge bereikt. Ge zijt er in gelukt een zwangere vrouw te doen schrikken. Ze werd hysterisch toen ze uw brief las. Ik zal niet aan uw neus hangen wat daar in de woonkamer gebeurde." Het is wel de moeite waard, dit verhaal. Toen Frans de postman aanbelde bij Stella, deed ze vriendelijk de deur open. Haar ogen vielen op het zware briefhoofd N.V. Boelwerf. Onmiddellijk trilde de zwangere vrouw en bevend opende ze de omslag in de woonkamer. Twee zinnen bleven branden in haar hersenen. " De laatste verwittiging." " Tweemaal onwettig afwezig!"

Stella zette zich neer aan tafel, stond weer op, slenterde naar de keuken, om daar niets te doen, keerde nog meer aangeslagen terug, draaide onbewust de radioknop open, en legde die onmiddellijk weer het zwijgen op.

Een hoopje menselijke ellende zat aan de hoek van de tafel. Ze herlas datgene wat ze al wist. Ze liet haar gedachten zweven naar Willy. Dat kan toch niet, dat zou ik toch weten. Waar kan Willy anders zijn dan op zijn werk ? Hij kan overdag toch zo maar niet op straat lopen, dat zou ik toch weten. Maar die brief van de baas. die kan toch niet liegen, het staat er zwart op wit."

Vroeger, voor we getrouwd waren, zou Willy dat durven, dan dronk hij veel. Neen, echt niet, over hem heb ik geen klagen dacht ze.

Ze plaatste de aangetekende brief op de kast tegen een blauwe vaas. Kwam Willy in de woonkamer, dan kon hij er niet naast kijken. Wat zal ik doen als hij thuiskomt ? Ik zal niets zeggen, ik zal op mijn tanden bijten, ik zal me niet kwaad maken, ik zal hem alleen vragen hoe het komt dat er weer een brief van de werf is gekomen. Zo martelde Stella haar hersenen.

Willy was daar, dat hoorde ze. Willy kwam altijd langs achter binnen. Hij was nog geen minuut in de woonkamer of de vrouw flapte het er uit.

" Daar op de kast. lees die brief maar, op de zaat zullen ze u buiten smijten." Tranen waren in haar ogen.

Willy las inderhaast de brief en een vloek slingerde rond in de ruimte." Godverdomme, miljardedju, die lafaard is daar weer, dat varken is nooit beschaamd." Briesend liep hij rond.

" 't Is goed om hier heel de boel kapot te slaan." Hij wist met zichzelf geen weg.

Stella was door de tranen heen." Waar zit ge altijd, gaat ge dan niet werken, dat kan toch niet... Willy, maak zoveel lawaai niet.'

Zij bleef op haar stoel zitten terwijl Willy verder losbarstte.

" Stella. waarom gelooft ge die lafaard ? Ik ben altijd op mijn werk, waar kan ik anders zijn ? Ik heb voor u nog nooit iets verzwegen, dat weet ge." Zo werden deze mensen door het aangetekend schrijven opgejaagd. Het was na een tijd dat ze bedaarden en naar elkaar luisterden.

'Willy, kom zet u neer, ik kan er niet tegen dat ge u kwaad maakt tegen mij." Ze legde haar handen op de schoot waar het nieuwe leven in verborgen was. De man bokte nog wat, zette zich neer en begon.

'Stella, ik zal het u nog eens uitleggen. Wij zijn met alle stellingmakers naar de begrafenis geweest van Lucien Van Drom. Dat was tegen de zin van onze chef. Wat moest ik doen ? Lucien werkte zoveel jaren in onze ploeg, de jongen was amper veertig jaar en t'is al gedaan met hem." Hij bezag zijn vrouwtje, ze knikte en luisterde.

" Lucien heeft meer dan twintig jaar als stellingmaker met zijn leven gespeeld. Eerst mochten we van Himmers niet naar de uitvaart gaan. Onze chef, die klootzak, wilde ons dat beletten.

Stella, wat moest ik doen ? We zijn met zijn allen naar de begrafenis geweest van Lucien Van Drom. Had ik dat niet gedaan, ik zou het mijn eigen niet kunnen vergeven.' Door haar droge tranen heen zei zijn vrouw:" Willy, dat is schoon, ik zou u dat nooit beletten."

' Stelia, zoiets verstaan de bazen niet. Uw kloten afdraaien en met uw leven spelen als stellingmaker, dat mag. Valt ge van de stelling dan vagen ze u op en pakken 'n andere.'

Ze zuchtte:" Dat is allemaal waar wat ge zegt, maar als ze u op straat zetten, dan zit ik hier met drie kinderen en straks komt er nog eentje bij." Hij reageerde en zei:" Het is toch niet mijn schuld als ze zouden afdanken ? Stella, zover is het nog niet.'

Willy keek naar zijn vrouw, die zich traag recht zette. Ze slenterde heen en weer. 'Als ik die smeerlap moest tegen komen, zo in een donkere straat en niemand zou het zien, dan weet ik het niet..." zei ze meer in zichzelf.

" Wat zoudt ge doen ?" vroeg Willy bezorgd.

' Ik was bekwaam om hem z'n ogen uit te krabben' zei ze gelaten.

Wat gebeurde bij Stella had eveneens plaats in andere gezinnen. De aangetekende brieven hadden een storm van angst verwekt in vele gezinnen. Daar was het om te doen in het bureau van de personeelschef. De plastrontrekker tegenover de briefschrijver, twee werelden tegenover elkaar.

Himmers brabbelde:" Ik voel me verantwoordelijk voor drieduizend scheepsbouwers, ik moet hier de orde handhaven.'

De plastrontrekker deed opnieuw een stap naar de gehate man, weer waren ze oog in oog.

'In elk circus is er 'n leeuwentemmer. Denk er aan! de zaatmannen laten zich niet temmen door u!"

Hij verliet ongevraagd het bureau en keek naar de rode Barrikado. Diens mond was blijkbaar dichtgeplakt, die kon het straks beter uitleggen aan de toog.

Het werd voor de stellingmaker een lange weg naar het schip. Zijn werkmakkers durfden hem niets vragen en ze vreesden het ergste. Hij zweeg en zij zeiden niets, ze dachten 'Dat is een vogel voor de kat.'

Met een lang gezicht kwam Sjarel bij zijn Distelbloem. Haar ogen stelden vragen.

Hoe was 't ? Ge leeft nog! Ze deed het kort en bitsig. Schijnbaar onverschillig zei de man:" Wat kan er gebeurd zijn ? Ik ga morgen terug werken. Ik heb de personeelschef eens goed ingezeept.'

Zij trok een zure smoel naar hem." Grote held, gij hebt daar uw langste tijd gewerkt, hij zal u wel vinden.' Hij zag alleen nog beeld en kreeg geen woord meer.

Nu begint het pas boeiend te worden. Onderschat de baas van de scheepswerf niet, het is geen uil! Hij had zijn plan klaar." Ik zal de plastrontrekker niet onmiddellijk ontslaan, want dan maak ik van hem 'n martelaar, dan moet ik nog een kroontje op zijn hoofd zetten.' Ge ziet, bazen zijn uitgeslapen.

Mijnheer Savijs had de mensen in de Scheldevallei door elkaar geslingerd met voortdurend te schreeuwen over de nakende afdankingen. Daarom riepen de zaatmannen de staking uit voor de afdankingen waren gevallen. Want eens de namen van de afgevloeiden gekend, zou dit een rem zijn op het verzet. Elkeen zou beginnen denken aan zijn eigen vel. Dat is spijtig, dat is de bittere waarheid, de drang om te overleven.

Met een bonzend hart wachtten de zaatmannen op de postman. Hij bracht 128 ontslagbrieven. De plastrontrekker was er natuurlijk bij. Wat kon ge lezen in zijn brief:" Afgedankt om economische redenen." Dat was een leugen zo hoog als de villa van mijnheer Savijs. Hij had eigenhandig deze formulieren getekend terwijl hij grinnikte.

" Nu kan ik hem zonder problemen buitenstampen. Die plastrontrekkerij deed alleen de emmer overlopen. Ik heb acht jaar op zijn smoel moeten kijken toen hij secretaris was van de ondernemingsraad. Het verslag van de raadszitting groeide na elke zitting. Hij maakte veel taalfouten, maar wat hij schreef deed me pijn, het was waar én raak. Zonder mijn weten schreef hij onder mijn neus "Boel Brain", waarin hij onze politieke lijn over de onderaannemers ontmaskerde. Als hij kans zag. hing hij onze vuile was buiten. Ik danste van vreugde toen de katholieke vakbond hem buiten smeet. Ik heb er bij alle vakbonden op aangedrongen: Grendel uw deuren voor hem, ik zal te gepasten tijde de rest wel doen. Ik heb spijtig genoeg moeten wachten tot vandaag. Toen hij vogelvrij verklaard was door ons allen, is hij pas begonnen. Hij zong op de stellingen als een lijster anti-bazenliederen. Hij liep hier met een fototoestel rond alsof ik hem had aangesteld als journalist. Hij schreef "Soep met ballen" en "Onkruid op een scheepswerf". Ze vroegen in mijn bazenbond:" Mijnheer Flup Savijs, mag die stellingmaker dat allemaal ongestraft doen ? Gij betaalt hem om tegen uw scheenbenen te schoppen." Wat moest ik daarop zeggen ? Het ergste was toen tweeduizend herrieschoppers mijn bureau bezetten. Ik maakte me natuurlijk vlammend kwaad tegen die nietsnutten. Toen kwam de plastrontrekker en vroeg met een venijnige toot:" Mijnheer Savijs, lacht eens.' Ik was om te barsten. Die foto heeft hij natuurlijk gepubliceerd.

De echte reden waarom ik de plastrontrekker afdank zal ik aan niemands neus hangen. Als ik het nu niet doe, wordt hij bij de volgende sociale verkiezingen opnieuw tot lid van de ondernemingsraad verkozen, nu voor de socialisten, kleuren interesseren hem niet. Dat zou ik nooit overleven." Zo dacht mijnheer Savijs er over. Ge ziet: "Afgedankt om economische redenen" was boerenbedrog, de vlag dekte de lading niet.

Mijnheer Flup Savijs had over zichzelf een groot gedacht. Hij zou alle middelen hanteren om de staking te breken. Dat was rapper gedacht dan gerealiseerd. Hij lanceerde naar regering en pers:

"Als de staking niet onmiddellijk eindigt, moet ik de boeken neerleggen. Dan zal ik mijn werf moeten sluiten." Zo'n paniekerig bericht doet het altijd bij de stakers en zeker bij hun vrouwen.

"Waar moet ge dan gaan werken ? De andere bazen zien de boelmakers niet graag komen." Deze chantage werd in het stakerscomité van de tafel geveegd.' Hij wil ons wat wijs maken. Savijs en zijn nest zullen de werf nooit sluiten. Ze ontvangen veel te veel miljarden goedkoop geld van de regering voor hun rederij. Zo zot zijn ze niet." Dus die bedreiging was 'n slag in het water, al werkte ze hier en daar wel in.

Ge moet weten, mijnheer IJsbloed was een koppigaard en riep zijn topkader samen.

" Heren aartsengelen, het is me zo ingegeven, op maandag 22 juni 1981 zal ik, mijnheer Savijs, het stakerspiket onder de voet lopen."

De aanwezigen applaudisseerden, al hadden ze hun twijfels.

' Hoe gaat hij dat flikken ? Zal hij daarvoor zijn moeder meebrengen ?"

* Heren, ik ga aan de kop van onze directie-delegatie. Luc en Guy, gij flankeert mij. Door mijn moreel gezag zullen de stakers wijken en de werkwilligen zullen ons volgen.'

Mijnheer Luyten voelde zich niet zo zeker.

" Mijnheer Flup, hebt ge al eens gedacht, wat als ge de aftocht moet blazen ?"

De man die zich verheven voelde boven elk ander schepsel zei begrijpend:'Ik voel het, ik zal laten zien wie hier de baas is, ik ga niet buigen voor dat crapuul.'

Op die bewuste morgen stonden de heren in de rozentuin van mijnheer Luyten, niet ver van de werfingang. Savijs was proper gewassen en gekamd en had een splinternieuw kostuum aan. Zijn plastron hing juist in het midden. Het zou moeten lukken dat hij hier ook aan trekt" dacht hij. Het hoge gezelschap kwam in beweging. Honderden stakers stonden hen op te wachten, in de verte een groep werkwilligen. Mijnheer Savijs was er en de stakers ruimden plaats voor hem, hij zag zijn doel. Maar juist aan de toegang van 'zijn" zaat werd de baas tot stilstand gedwongen. De heerser van de Scheldevallei schudde en beefde over heel zijn lang lijf, zijn kniebollen tikten tegen elkaar. Uit de achtergrond kwam een van de leiders naar hem, een woordvoerder van het gepeupel, niemand minder dan José De Staele, 'n man met volle baard. Hij begon te zingen met zo'n zware basstem dat de aanwezigen met tranen in de ogen luisterden. 'Weg met de machten die verknechten!'

Mijnheer Savijs wist meteen hoe laat het was. Hij zag rondom zich niet anders dan ogen die hem haatten. De stakers begonnen te zingen in koor, tot tranen bewogen, hun kelen knepen dicht, en met volle overtuiging - hun stem gericht naar mijnheer Savijs:

'Weg met de machten die verknechten d'arbeiders eisen hunne rechten. Wij zijn voor de bevrijding van de mens d'arbeidersklasse zal er voor vechten. De vrijheid is ons hoogste goed daarin willen we leven. De macht die deze wet verkracht die krijgt ons allen tegen.'

Daar stonden de zaatbonkers. ze waren op hun best. ze hadden alle complexen neergelegd. De baas kon met 'n stinker in zijn kont afdruipen. De plastrontrekker had vlak in de ogen gekeken van God de Vader. Ze wisten wat ze aan elkaar hadden. De plastrontrekker zwom in de massa zoals een goudvis in een bokaal zuiver water. Meteen wist de baas dat hij het anders moest aanpakken.

Twintig weken duurde de staking al, ze zat blijkbaar rotsvast. De vrouwen begonnen meer en meer te grollen en te brommen, en dit met reden. Het schooljaar begon, er was geen geld om de kinderen een schooltas te kopen. Verschillende zaatmannen hadden hun grasperk omgespit om groenten te kweken, ze waanden zich in de oorlog. Er werd meer hutspot gegeten dan in de Middeleeuwen. Op de vrijdagse markt hadden de marktkramers weinig te verkopen, sommigen verlaagden hun prijs. Op zondag werd één kip gekocht. Mannen gingen werken bij mandenmakers, er waren er die werkten voor interimbureaus. Toen Sjarel zijn stakersgeld gaf aan Distelbloem prikte ze rap naar hem." Is dat een aalmoes voor mij ? Wat kan ik daar mee doen ? Moet ge daarom heel uw leven een bijdrage betalen aan de vakbond?' Wat kon Sjarel daar tegenin brengen, hij rekende het uit." Ik heb 1.500 frank minder inkomen per dag. Dat is omdat ik vecht voor mijn rechten, is dat die schone democratie ?" Dit woordengekraam verloste Distelbloem niet uit haar problemen.

In de herbergen werd er openlijk verteld:" De ratten beginnen zich te organiseren, ze knippen al gaten in den draad om zo binnen te wippen." Iemand anders wist te zeggen:' De ratten leggen planken over de beek om gemakkelijker op de zaat te kunnen. Ik wenste dat ze met hun kloten in het water vielen, voor mijn part mogen ze verzuipen.' In het stakerscomité trok men de schouders op.' De werkwilligen kunt ge op één hand tellen.' Elkeen wist dat dit het toppeke van de ijsberg was. Mijnheer Savijs was slimmer geworden, of hij hield zich dan toch tenminste op de achtergrond. De lageren moesten voor hem de kastanjes uit het vuur halen. Ze hadden in zijn bazenbond al te veel om zijn geklungel moeten lachen. Ook in dat midden moet ge kaarten met goede kaart.

Mijnheer Himmers, vriend van Barrikado, had in het begin van de staking een paar kroegentochten op zijn palmares. De personeelschef had een paar betrouwbare lagere kaderleden uitgenodigd, met als besprekingspunt:" De staking moet gebroken worden.' Himmers verwelkomde speciaal den Bert, veel jaren syndicale delegee geweest voor de roze vakbond. ' Heren, onze verantwoordelijkheid is groot' zei Himmers koel ' Wij moeten 'zijn' scheepswerf van de ondergang redden. De staking moet ophouden. Het is daarom dat mijnheer Savijs ons driehonderdduizend frank ter beschikking stelt. Naar alle personeelsleden werd een telegram verzonden met de oproep maandag het werk te hervatten. Het zou de directie een groot genoegen doen indien den Bert deze oproep zou onderschrijven. Hij heeft zoveel jaren als syndicale delegee het vertrouwen genoten van het personeel.' De personeelschef keek gespannen naar de overloper. Zonder verpinken zei den Bert:' Ik neem mijn verantwoordelijkheid op." Hij keek echter niemand in de ogen. Himmers zei plechtig:' Daar is moed voor nodig, vriend, dit zal zijn vruchten opbrengen.'

Den Bert was nu ineens gepromoveerd tot leider van de stakingsbrekers. Uiterlijk kon je aan hem niets miszien. Wat ging er in die man om ? Je kan zomaar niet 'n zwaai maken zonder interne tweestrijd.

Himmers had nog meer te stellen." Medewerkers aan dit project, tijdens het weekend moet ge zoveel mogelijk huisbezoeken doen bij stakers, waarvan kan verondersteld worden dat ze in geldnood zitten. Zeg hen eenvoudig: 'De directie rekent op u. ze zal u ook niet vergeten." Rond de tafel heerste geen feeststemming, maar ze zaten in de boot en ze moesten wel varen.

De personeelschef had nog pijlen op zijn boog. "Tegen maandagochtend zullen onze rangen versterkt worden. Denk eraan, de toekomst van de scheepswerf staat op het spel. Het toegangshek wordt dichtgelast, het kleine hek is open. Langs daar zal den Bert binnenkomen eens het piket doorbroken. De rijkswacht zal ons wel een handje toesteken. Het is uw taak langs de binnenzijde den Bert op te vangen. Ge kunt u desnoods voorzien van voorwerpen, die u kunnen helpen om ons doel te bereiken." Het werd nog veel stiller in de kleine ruimte van de personeelschef. Alleen de judoman voelde zich in zijn nopjes, de anderen waren minder opgetogen dat ze zo opeens behoorden tot het bazenpiket. Toen het nieuws verspreid werd dat den Bert de leiding zou nemen van de ratten, was de woede alom. De militanten, de stakers waren als aan de grond genageld. " Hoe is dat mogelijk ?'' Dat kan toch niet dat die ons een mes in de rug steekt ?'' Wat is er met die man gebeurd, dat hij zo zijn kar omkeert ?"" Vroeger was hij de eerste om te staken, hij heeft zelf nog op de ratten gejaagd.' Enkele ingewijden hadden het geleidelijk zien aankomen, zo'n ommekeer gebeurt niet van de ene dag op de andere. Wat was er dan ? Het is begonnen stap voor stap.

In zijn jeugdjaren liep het voor den Bert minder vlot. Zijn ouders hadden weinig belangstelling voor hun gezin. Hij moest rap op eigen benen staan en zorgen voor twee jongere broers. Hij begon als jonge werkman op de Zaat en kwam bij de buizenlegger Kamiel Vemaege terecht, die delegee was in de roze vakbond. Als overmoedige kerel maakte hij in het jaar 71 deel uit van het stakerscomité. Hij ging zelf mee op jacht achter werkwilligen in Steendorp en Hamme. Den Bert had zijne stap gevonden en werd militant en delegee voor de roze vakbond. Daar had hij zijn thuis, zijn vriendenkring gevonden. In dat midden voelde hij zich opgenomen, hij betekende iets voor zijn werkmakkers. Bij elk conflict stond hij in de vuurlijn. In de strijd op de Zaat tegen de privé-politie Intergarde trok hij mee in de betoging in de kleren van gevangenen uit de vervloekte concentratiekampen. Hij werd Boelzinger op verschillende solidariteitsmeetings in het Vlaamse land. Het ging hem goed. Het werd nog beter toen hij verliefd werd op Louiske. een schoon meisje, en zijn liefde beantwoord werd. Zo kreeg hij een malse schoonmoeder en een rustige schoonvader. Die alle twee terechtkwamen op de scheepswerf, door de tussenkomst van roze Barrikado en Himmers. Zij werden als verantwoordelijken aangesteld. Den Bert was met zijn gat in de boter gevallen, had nu voor het eerst een echte thuis, een lieve vrouw en lieve schoonouders. Het deerde hem niet dat mijnheer Himmers de gewaardeerde vriend was in de familie. Hij hoorde nu wel andere geluiden, doch daar was hij tegen opgewassen. Dit alles veranderde toen de kuisvrouwen in conflict kwamen met de baas, die hen bedreigde in hun werkzekerheid. Den Bert zijn schoonmoeder was meesteres over het kuispersoneel en zag haar belangen beter liggen bij de baas. Ze zette zich fel af tegen de vrouwen. Den Bert moest als delegee normaal partij kiezen voor de stakende vrouwen, wat hij trouwens deed, weliswaar zonder vuur. Hoe langer het conflict duurde, hoe lauwer zijn houding werd. Hij was niet meer zoals weleer. Dit viel op bij de andere delegees, de spanning nam toe. Men begon hem terecht en ten onrechte te wantrouwen, te mijden. Niemand werd er goed door.

In de groep van militanten vond hij geen vriendschap meer. Kwam hij in hun midden dan werd er pijnlijk gezwegen. Een muur van vervreemding groeide. In hem slingerde alles heen en weer. Hij voelde dat hij op drijfzand stond. Hij wist dat hij iets waardevols verloor. Hij koos voor zekerheid, veiligheid en warme vrouwenarmen. Hij bleef weg van de militantenvergadering en gaf uiteindelijk zijn ontslag. Hij trok zich terug in de familiale huiskring, waar zijn sloefen werden opgewarmd.

Sommigen van zijn kameraden hadden begrip, anderen konden maar niet begrijpen dat ge voor uw schoonmoeder door de knieën gaat. Maar de stap die hij nu had gezet, zich laten kronen als rattenkoning, dat was om u dood te vloeken. Een en al schaamte verliezen op één dag, stakers een mes in de rug steken, dat doet ge toch niet. Waarom doet ge dat ? Voor wie doet ge dat ? Niemand van de zaatbonkers zou hem dat ooit vergeven, hij had zichzelf getekend, als overloper, als verrader. Dit was zijn beslissing geweest. De confrontatie zou hard worden, die zou men uitvechten aan de ingang van de scheepswerf.

Zoveel krankzinnigheid was er nog nooit te zien geweest rond de scheepswerf. Aan de ingang in de Sint-Amelberghalaan was een troep van honderd bange, zenuwachtige werkwilligen. Ze hadden zich kruiperig rond hun leider geschaard. Want zonder voorman durfden ze zich niet bewegen. Voor het dichtgelast hek stond een schijnbaar strijdvaardig stakerspiket, ze moesten naar buitenuit zelfzekerheid uitstralen, al waren ze de staking even beu als de werkwilligen. Maar zij hadden de staking te verdedigen, zij wilden in geen enkel geval het hoofd buigen voor mijnheer Savijs. Ondanks dat moesten zij worstelen tegen de opkomende twijfels.

'Hij zal nooit of nooit die ontslagen intrekken. Wat zullen we bereikt hebben na zoveel weken staking ? Niets. Ja. wel onze eigen fierheid. Laten zien aan heel de wereld dat we de macht te lijf willen gaan. al kan het schijnbaar onze ondergang betekenen. Zo is het in alle stakerspiketten, roeien tegen het tij op.'

Achter het dichtgelast hek bevond zich de patronale knokploeg. het had iets onwezenlijks. Ingenieurs, pennelikkers uit de personeelsdienst die daar stonden met ijzeren staven en koevoeten in hun handen, klaar om te kloppen. Ze waren met dertig, ze keken zo ongewoon grimmig naar het stakerspiket alsof ze die elk moment de kop wilden inslaan. Waarom die verbetenheid, ze hadden toch ook een moeder. Ze moesten toch ook werken voor hun boterham. Waarom dienden zij de god van het geld ? Of was er meer van te verwachten, wilden ze nog meer in de gunst komen van God de Vader ? De rijkswacht in gevechtskledij hield zich op afstand, ze waren hier om de wanorde te handhaven. Ze wisten blijkbaar niet goed welke groep ze moesten beschermen, dat trachtte de B.O.B., de geheime politie, uit te zoeken. Allé acteurs waren aanwezig, ze hadden echter allen een ander doel. Het zou, het kon niet anders, een heksenketel worden. Een groep vrouwen in zomerse kleren riepen naar de stakers:

' Pas op, de ratten zijn daar. ze komen.' Ze staken dreigend hun vuisten naar de stakingbrekers, heldinnen, strijdlustige vrouwen met veel twijfels in zich, die hun ongenoegen naar de stakingbrekers uitslingerden.

' Lafaards, wij hebben ook honger, ga bij uw moeder, blijf hier weg!"

" Wij willen die staking niet verliezen, onze mannen moeten niet op hun knieën kruipen."

Met bekwame spoed waren de werkwilligen genaderd, het was alsof hun voeten brandden op het beton. Op hun gezichten die bangheid, ze kropen in een bolleke rond hun leider, zodat niemand hen kon zien. Ze waren beschaamd in hun eigen daad. Maar ze wilden werken. Velen uit noodzaak, opgejaagd door hun vrouw, opgejaagd door de afbetalingen die ze niet konden aflossen. Ze wilden werken. De werkwilligen wisten dat hun leider het niet deed uit geldnood. Het kon hen vandaag geen barst schelen, morgen misschien wel. nu wilden ze werken, dat was hun angstige drijfveer. In de heimelijke hoop dat de baas in de toekomst rekening zou houden met hun nobele daad. Stakers en werkwilligen stonden oog in oog. De sfeer voor het hek was gewoon waanzinnig. De stakers zouden liever doodvallen dan te wijken, al stond de gewapende patronale knokploeg in hun rug. Vanuit het piket werd de verontwaardiging geuit.

" Bert, wat komt gij hier doen! Waarom steekt ge een mes in onze rug! Waarom laat gij u gebruiken door de baas! Gij zijt schaamte en eer verloren op één dag!' Al deze kreten werden geuit, zoals overal aan elk stakerspiket tegen de stakingbrekers. Maar dit was nog pijnlijker, toen militanten van Berts vroegere vakbond hem in het gelaat slingerden:' Bert, ge zijt meer dan tien jaar delegee geweest. Wij zijn beschaamd in uw plaats. Gij hebt vroeger zelf nog op de ratten gejaagd.' De rattenkoning, al wist hij goed hun gelijk, kon en wilde niet luisteren, hij naaide zijn oren dicht, hield zijn hart gesloten."

Laat me door, ik heb recht op arbeid." Een pijnlijk gelach steeg op uit de rangen van de stakers. De plastrontrekker trad naar voor:

"Heb ik geen recht op arbeid ? Hebben de andere 127 geen recht op arbeid ?" In de groep der werkwilligen was de vertwijfeling groot. Een groot deel van hen zonderde zich af. De woorden van de stakers die ze nu nog waren had hun hart beroerd. De rattenkoning zag dat zijn groep afbrokkelde. Met zijn groot en struis lijf sprong hij door de rang van de stakers, recht naar dat kleine hek dat open was. waar zijn bazenknokkers hem opwachtten. Door zijn hoofd flitste het 'Ik mag niet falen, ik moet op de werf.' In de opening stond de plastrontrekker. achter zijn rug die gevaarijke koevoeten. De plastrontrekker oog in oog met de rattenkoning. Wat ging er in die twee om. Zoveel jaren vrienden, kameraden geweest in de sociale strijd. Nu dit! Het was duidelijk door de stakers naar het hoofd geslingerd van Bert:" Niemand in de geschiedenis heeft ooit respect gehad voor 'n overloper, ze zijn altijd vervloekt geweest.' Voor de plastrontrekker lagen de kaarten anders, hij was meer het type van een don Quichot, vechten voor het recht tegen windmolens. Op zo'n ogenblikken is er wel weinig na te denken. " Laat me door!" "Nooit"

Een seconde later lagen de rattenkoning en de plastrontrekker te worstelen op leven en dood op de grond. Door de hulp van koevoeten en ijzeren staven glipte de rat naar binnen, tien werkwilligen waren eveneens door de mazen heengeglipt. Zij verdwenen onder begeleiding van Himmers en zijn bende. De anderen sloten zich opnieuw aan bij de stakers, met in hun binnenste de heimelijke hoop dat ze morgen meer kans zouden maken.

's Anderendaags veranderden de mannetjes van mijnheer Himmers het decor. Het toegangshek werd over de hele lengte verwijderd om het de werkwilligen aangenaam te maken. In de omheining van de werf werden overal rattegaten gemaakt zodat de ratten gemakkelijk konden binnensluipen.

De roze Barrikado. die soms 'n ultrarevolutionaire reflex bezit, had duizend verse eieren laten aanvoeren om de werkwilligen ten dienste te zijn. Hij zorgde tevens voor honderd meter prikkeldraad. Hij hoopte nu dat de ultralinkse blaadjes zijn foto zouden afdrukken.

Voor de stakers waren alle middelen goed. Ze gingen op de werf op zoek naar de velo's, die de meestergasten gebruikten om in normale omstandigheden rond de zaat te fietsen. Van al dat rollend materieel werd een barrikade gemaakt. Op het moment dat de werkwilligen hun aanval inzetten werden ze niet alleen getrakteerd op verse eieren, ook werden de velo's in brand gestoken. De brandende rubber zorgde voor de nodige stank. Het werd pas compleet als de rijkswacht de straat begon te zuiveren van alle gespuis door het afschieten van traangasbommen. De stakers hadden geluk, de wind waaide in hun voordeel, zodat de ratten moesten gaan lopen voor de gasrook. De waanzin had zijn hoogte bereikt.

De roekeloze Barrikado kon van het krankzinnige spektakel ten volle genieten, de meeste werkwilligen waren verjaagd, hij zorgde voor zijn eigen veiligheid, daarin was hij 'n grootmeester.

Al zingend stapten de stakers naar het dorp. naar de vakbondslokalen om hun stakersgeld. Toen ze de villa van mijnheer Savijs passeerden begonnen ze uit volle kracht te zingen.

'Hand in hand. kameraden.
hand in hand, de strijd gaat door,
geen woorden maar daden,
we strijden tot de dood."

Er werd gelachen en gegiecheld. Sjare! was al even duidelijk:" Ik ga nooit meer werken voor 'n baas. Ik zal het moeten doen met m'n dopgeld. Gij kuist toch in het zwart, ik zal u helpen. We zullen ons plan wel moeten trekken.'

Wat hij niet zei was even zo belangrijk:" Als tweeduizend werkmakkers voor u staken, tweeëntwintig weken lang. dan hebt ge een verplichting tegenover hen. Ik zal blijven militeren in de vakbond en daarbuiten. Ik zal neerschrijven wat we samen hebben beleefd, het was iets uitzonderlijks. Dit mag niet verloren gaan, deze geschiedenis moet onvervalst blijven, met de zaatbonkers in de schijnwerpers."

De plastrontrekker dacht, de staking is voorbij, dit was niet waar, zeker niet voor hem. Het kreeg nog een staartje.

Terwijl Sjarel aan een nieuwe start was begonnen, bleef mijnheer Himmers met een zware maag zitten. Hij wou de plastrontrekker kraken, deze had hem vernederd in het openbaar en dat was nog niet verteerd. De kans lag voor het grijpen, de plastrontrekker had den Bert vrijwillige slagen en verwondingen toegebracht, wanneer Bert langs het open hek de werf binnen wilde glippen. Voorzichtig zou de personeelschef trachten zijn doel te bereiken. In de personeelsdienst waren er wel zwakkelingen die klacht zouden neerleggen bij de politie tegenover de man die hem had beledigd.

Mijnheer Flup Savijs had zijn aanklacht al geformuleerd bij de rijkswacht. Deze klonk 'Doodsbedreiging tegenover mijn persoon'.

"Ik zal de plastrontrekker vinden, ik zal hem laten voelen wie aan het langste eindje trekt," siste hij.

Den Bert had twaalf nachten liggen woelen in zijn bed, tot zijn Lowiesken het strontbeu was.

"Het is tijd dat ge naar de politie gaat, ge moet die smeerlap niet sparen.' Zijn aanklacht luidde "Vrijwillige slagen en verwondingen aan mij toegebracht." Zijn haat tegen de plastrontrekker ging nog in stijgende lijn, want na hun worstelpartij was er 's avonds iets gebeurd dat hij nooit of nooit kon vergeven.

Na die vechtpartij hadden enkele stakers de koppen bij elkaar gestoken. We gaan deze avond de stakingsbreker een rattenserenade brengen, die zal hij nooit vergeten. Zo gezegd, zo gedaan, ze waren op weg naar de woonst van de rattenkoning. De klaroenblazers Willy en Jaurez, eens in de buurt, begonnen op hun klaroen te blazen. "Kom eens naar buiten, kom eens naar buiten." Het klonk in heel de straat, de deuren gingen zeer traag open. Onvriendelijke ogen keken naar de rustverstoorders, hun grimmige gezichten lieten duidelijk verstaan:" Ga met uw lawaai ergens anders, laat de mensen met rust." Doch ze bleven nieuwsgierig staan. Voor het huis van de stakingsbreker bliezen de klaroenblazers opnieuw, ze lieten zich door niemand beïnvloeden, de stakers zongen uit volle borst. " De ratten hebben zolang bijeengewoond, nu moeten ze verhuizen, verhuizen moeten ze doen."

Al waren de melodie en de woorden plezant, ze dienden als een openlijke aanklacht. In de woonkamer wist den Bert wat er gebeurde op straat, hij lachte, hij grinnikte, hij dacht aan vroeger, toen hij mee was op zo'n rattenserenade. Het lag nu mijlenver van hem af. Zijn vrouw die zijn zoontje aan het wassen was. hoorde het. opeens was ze haar loperke kwijt, dat in zijn blootje op een stoel klauterde, het gordijn wegschoof en met zijn guitige ogen vriendelijk naar de zangers keek. Voor hem was het een groot spektakel, hij keek met grote verwondering naar de man die op 'n ketel klopte, om zoveel mogelijk lawaai te maken. Een vrouw die het kindje zag zette een vuist naar de boelmakers, die ongestoord hun werk afmaakten. De plastrontrekker zette een stap vooruit en richtte zich tot de buren in de straat, die geërgerd toekeken.

"Mensen, het is hard. maar er is geen andere weg, verraad dient openlijk afgestraft. Uw buurman is rattenkoning. hij heeft zijn frak binnenste buiten gedraaid. In de staking van 1971 was hij 'n goede rattenvanger, nu doet hij het vuile werk voor mijnheer Savijs. Mensen, wij ook zijn de staking beu! Tweeduizend gezinnen zitten financieel aan de grond. Het is onze plicht onze staking te beschermen. Zodat de inspanningen van uw zonen en uw mannen niet verloren gaan. Wij zullen als slot den Bert zijn lievelingslied zingen." En met kracht zong men in de kleine straat:

"Hand in hand. kameraden.
hand in hand, de strijd gaat door,
geen woorden maar daden.
wij strijden tot de dood."

Een vrouw kwam woedend naar de zangers:" Wanneer gaat ge eens stoppen met zingen, ge zingt al twintig weken. Wat hij doet keur ik niet goed. Moeten zijn vrouw en kind daar het slachtoffer van zijn ?"

De stakers verdwenen in de zomeravond, zo opgetogen waren ze niet. Ze wisten dat, wat ze gedaan hadden, zou doorverteld worden en het was daarom te doen. Willen of niet, den Bert moest de bittere kelk leegdrinken.

De staking was voorbij, den Bert stapte de gangway op naar het schip. Hij deed zelfzeker, al was hij dat niet, in zijn broek hing een ei. Niemand van de buizenleggers zei een woord, ze draaiden hun hoofd van hem weg. Toen klonk het beginsignaal schril over de werf. Alle buizenleggers weigerden aan het werk te gaan, zodat de chef naar hen kwam. " Wij willen met die man niet werken, hij moet van boord of we beginnen niet." De chef zag die harde gezichten, hij wist dat ze zouden doorzetten. Hij telefoneerde naar de opperbaas. Het kon geen andere beslissing zijn. Nooit of nooit zou de stakingsbreker nog aan boord werken. Het waren dezelfde mannen die den Bert vroeger hadden verkozen tot hun delegee.

Allen zagen hem met gebogen hoofd het schip verlaten, in hun binnenste waren ze niet gelukkig. Maar zo moest het, er was geen andere weg. Ook de baas koos na de staking voor de rust. Bert werd tewerkgesteld buiten de zaat in de industrie. Hij had zichzelf uitgesloten. Hij had vergeten dat er nog een leven was na de staking.

In zijn gezin, zijn schoonmoeder, de vriend des huizes, mijnheer Himmers, ze zochten naar hun gelijk. Ze wierpen alle schuld op de stakers, de bandieten, die lafaards. Die heetlopers moesten gelikwideerd worden. Ze zouden beginnen met de plastrontrekker. Ze jutten den Bert op: "Ge moet een aanklacht doen tegen hem! Wat heeft hij u niet aangedaan! Die verdient niet beter! Ga naar de politie!" Hij heeft de klacht ingediend. De gerechtelijke molen draait traag, zeer traag. Twee jaar na de feiten kwam de deurwaarder aan de deur van Sjarel. Distelbloemeke had geluk, zij mocht het diploma van de plastrontrekker in ontvangst nemen, het 'Oproepingsbevel voor de Correctionele Rechtbank'. Met al zijn heldendaden vermeld.

A. Opzettelijke slagen en verwondingen te hebben toegebracht aan den Bert

B. Mijnheer Savijs door gebaren of zinnebeelden bedreigd te hebben met een aanslag op zijn persoon of eigendommen, waarop de doodstraf of dwangarbeid is gesteld.

Sjarel zijn Distelbloemeke had geen zin om te lachen. Ze herlas het doodvonnis. Ze schudde het hoofd." Ik zie hem al achter de tralies zitten op water en brood. Ze hebben hem nu te grazen, hij zit in hun greep, hoe geraakt hij daaruit. Het is eigenlijk zijn schuld, hij zoekt de moeilijkheden." Dit alles flitste door haar hoofd." Wie zal er hem verdedigen en wie gaat dat betalen. Want advocaten pleiten niet voor een handvol geld. die willen het onderste uit de kan." Distelbloem maakte zich kwaad." Het zal niet waar zijn. Ik zal mijn huis niet verkopen. De vakbond moet dat oplossen, zij hebben geld genoeg. Ze kunnen hun eigen wel cadeaus kopen van ons centen, 'n Mercedes als ze op pensioen gesteld worden. Wat de Sjarel gedaan heeft was toch tijdens de staking, dan moet de vakbond daar voor opdraaien en niet ik.' Ze legden de brief op de legkast." Hij moet zijn plan trekken, hij is groot genoeg, dat de anderen hem nu eens uit de stront halen.' Ze balde in de woonkamer een vuist naar mijnheer Savijs. " Die stinkaard. die is nooit beschaamd, dat is ene met vissebloed in zijn lijf.'

Toen Sjarel de woonkamer binnenkwam, wist hij vlug wat hij moest lezen. De aanklacht pakte hem. zijn keel kneep dicht. Het was lang stil tussen hem en zijn vrouw. Zijn gezicht werd een grijnslach en hij voelde zich werkelijk vervolgd." Die lafaard die haat me. die god de vader heeft geen hart, die rotzak is nooit content, hij heeft me al aan den dop gezet, wat wil die nog meer, me volledig kraken ?" Sjarel lachte met deze gedachte. " Ik zal hem wel 'n pater schilderen."

Opeens werd de stilte in de woonkamer verbroken toen Distelbloem zei:' Wat gaat ge nu doen ? Laat ge die zot doen ?"

"Wat kan ik doen, Distelbloem." Hij zweeg en zei tegen de muur."Ik moet geen advocaat hebben, ik bepleit mijn eigen zaak wel. die klootzakken krijgen van mij geen frank."

Ze lachte hem uit." Groot lawaai, dat kan niet, dat moogt ge niet."

" Laat ons over die zever zwijgen, of we maken elkaar nog zo zot als een deur. dat zou Savijs wel graag horen." De vrouw zweeg, toch bleef de onrust haar deel. Ze wenste zekerheid. Wie kon haar die geven ?

Roze Barrikado was in een goede progressieve bui. Hij reed met de auto naar Antwerpen, naar de opperbaas van de roze metaalbond - "Hebt respect voor uwen baas" - John Van Einde, ex-senator. Barrikado had zijn mond nog maar open gedaan

" Kan de vakbond 'n advocaat aanstellen voor de Sjarel."

Het kot was veel te klein, John begon te brullen en te tieren:"Die plastrontrekker is buiten gewipt bij de katholieken en is tegen mijn zin in terecht gekomen in onze vakbond. Wat kan ik daarmee aanvangen ? Het is Freddy Willockx, hij heeft ons die opgesolferd. Ik betaal voor die rebel gene frank. Daarbij Barrikado, hij kan zo veel zotte toeren uitspoken in een staking, dan denken dat de vakbond wel zal betalen, bij den John pakt dat niet, zeg hem dat, of zijt ge ook al bang voor hem." Barrikado was niet beloond.

Bij Sjarel kwam die beslissing hard aan. Hij zei tegen zijn syndicale delegee:" Rudy. wat gaat ge daar mee doen ?" Die zei rustig:" Ik zal eens gaan praten met onze John, Barrikado staat niet stevig in zijn schoenen." Rudy pakte de zaak anders aan. Hij en den John dronken veel wittekes en toen de jeneverfles leeg was. waren beiden akkoord. John zei:" Goed Rudy. voor u doe ik dat, ik betaal de advocaat. Het moet den besten zijn!" Rudy had zijne slag gewonnen:" Luc Van den Bossche uit Gent. dat is de geschikte man. die moet pleiten. Die weet wat er gebeurt op de werf." Al was hun stem onvast, voor Sjarel was er een groot probleem van de baan. Het mag gezegd, Luc Van den Bossche (gemeenschapsminister) is een raar man, arrogant, groot en struis, 'n schone man. met een vuile tong die vernietigend kan uitpakken. Hij beschikt over een pak flink werkende hersenen. Eens hij zich vastbijt in een dossier, vliegt hij er in. Voor de rechter doet hij geen stap achteruit. In de rechtszaal is het een echte toneelspeler, bewust van wat hij bezig is. Hij was direct bereid de plastrontrekker te verdedigen. " Het gaat hier niet om een syndicale voorman," zei hij" Mijnheer Savijs heeft als doel de syndicale macht te breken op de Boelwerf. Hij heeft stom in zijn kaarten laten kijken in de brochure 'Tien jaar boel op de Boelwerf."

Zeer bewust bereidde hij zich voor op het nakend proces. Hij liet zich informeren door syndicale militanten, las alle stakingsartikelen en bekeek de videofilm. Tegen de plastrontrekker zei hij zonder tegenspraak te dulden:

" Gij moet me plechtig beloven dat ge tijdens het proces uwe mond niet open doet. Doet ge het wel, dan grabbel ik u vast en duw u terug neer op de beschuldigdenbank." Zijn ogen doorboorden Sjarel, die zag dat het menens was." Ik heb mijn verdediging steen voor steen opgebouwd, gij gaat die niet omver kegelen. Ik heb maar één doel. mijnheer Savijs moet in het zand bijten. Zijt gij akkoord ?"

Sjarel stond voor Luc en beloofde op het hoofd van zijn grootmoeder dat hij zijn toot zou dichthouden.

De dag van het proces naderde, in de mastodonten villa wandelde Flup Savijs zenuwachtig rond. Het zat hem dwars dat Van den Bossche die nietsnut verdedigde. Die zal niet komen pleiten voor zijn plezier. Die heeft de bedoeling om mij in mijn hemd te zetten. Flup nam pen en papier en schreef naar de voorzitter van de rechtbank." Ik ben in de onmogelijkheid naar de rechtszitting te komen, omwille van een belangrijke zakenbijeenkomst." Hij postte de brief.

De nacht voor het proces lag hij te woelen en te zweten in zijn bed, hij zat volop in een nachtmerrie, soms kreeg hij de daver op het lijf. Zijn binnenste stelde hem zo onverdraaglijke vragen, dat hij woeste uitvallen deed naar zijn binnenste onruststoker.

' Waarom zijt ge bang van de plastrontrekker zijn advocaat ? Gij hebt reden om bang te zijn, Van den Bossche die zal de stront uit uw gat knijpen."

" Ik ben niet bang. ik ben van niemand bang' blies hij terug. " Savijs. ge zijt 'n domkop, waarom hebt ge een proces geëist tegen de vroegere secretaris van uw ondernemingsraad, kunt ge me een grondige reden geven ?"

" Hij groeide boven mijne kop. hij speelde altijd met mijn voeten."

' Wel, wel, wel. Is het daarom dat ge snotneuzen uit uw personeelsdienst hebt opgetrommeld als getuigen. Als die in de rechtszaal zullen verschijnen met hun ijzeren staven en koevoeten, dan zal de rechter wel raar opkijken. Hoe zijt ge niet beschaamd, grote boelbaas. Waar is uw fierheid naartoe ? Gij doet beroep op de rattenkoning om u uit de stront te halen.' Zijn binnenste binnen had op zijn beurt leedvermaak toen Ijsbloed brulde " Dat is louter toeval, zwijgt, ik zal me een paar oordoppen kopen, dan hoor ik u niet meer."

* Wees kalm. Savijs. ik vraag me nu eerlijk af. waarom hebt ge de plastrontrekker voor de rechter gesleurd. Was het omdat hij wat kattekwaad uitspookte of omdat hij wat fotografeerde op "uw zaat" of omdat die wat boekjes schreef over uw zotte kuren, over uw vuile was ? We leven toch in een democratie ? Gij hebt een leger advocaten om uw vuile zaken te verdedigen. Wacht Savijs, ik heb nog wat! Gij had 'n haat en 'n wrok op hem, omdat hij boven op de buizenstelling anti-bazenliederen zong. Mag dat niet ? De vogels die over de zaat vlogen hadden er geen hinder van, de schippers die voorbij voeren, hoorden dat niet. Iemand met een slecht geweten en een ongezond hart ziet altijd achter alles duivels opdoemen."

* Mijn binnenste onruststoker, ik verbied u nog verder te rammelen, ze hebben u uitgekocht, ge doet met die herrieschoppers mee." Flup hijgde, hij zweette, zijn adem stonk naar solfer.

" Het is goed. Ijsbloed, maar eerst nog dit. De plastrontrekker zijn advocaat zal u bestempelen als 'n grote slokop. Gij hebt de scheepswerf Cockerill Yards gekregen voor een appel en een ei. de staat heeft de miljarden schuld op zich genomen. De belastingbetaler moet u miljarden goedkoop geld geven voor uw rederijen, terwijl dat geld u hoge rente opbrengt. Uw zakken zitten vol poen, terwijl tweeduizend scheepsbouwers bij Cockerill Yards aan den dop staan. Ge ziet Savijs. dat ge uw bek in uw pluimen moet steken. Het schandalige is dat ge de syndicale delegatie op de Boelwerf wilt onthoofden." Toen zweeg de binnenste kriebel van Savijs. Hij smeekte zijn geweten te willen zwijgen.

Hoe zou de voorzitter van de rechtbank reageren op het schrijfsel van Ijsbloed. De deurwaarder in de rechtszaal riep als naar gewoonte "Het Hof!' Alle aanwezigen, met of tegen hun zin, veerden recht. Zo is het altijd geweest, door de eeuwen heen. Voor de keizer huivert ge, voor de koning moet ge buigen en voor de paus moet ge knielen. Deze heren doen er u altijd aan denken dat zij verheven zijn en het gewone volk behoort tot de aardwormen.

De rechter wist rap te zeggen dat de zitting werd uitgesteld omdat mijnheer Savijs zich boven de rechtbank achtte.' Hij zal een dwingende oproep ontvangen, komt hij niet. dan zal hij tegen de lamp vliegen." De plastrontrekker en zijn advocaat gaven elkaar een elleboogstamp." Hij heeft het aan zijn kloten, god de vader moet van zijn troon neerdalen." Boterbloemeke was in haar schik toen ze vernam dat het proces was uitgesteld.

"Ze willen de kermis verlengen, dat heeft de mijne graag. Dat ze maar lang trekken aan dat zeel. dan weten die onnozelaars wat te doen." In haar was al lang de rust weergekeerd. Kwam ze in de winkel bij Erna, dan zette ze een hoge hoge borst op toen Erna vroeg ' Boterbloemeke, wat heb ik gelezen in de gazet, moet hij weer voor de rechter komen. Zijt ge niet bang ?" .

"Bang, Erna, waarom zou ik dat moeten zijn ? Hij is toch geen moordenaar, hij heeft toch geen vrouw verkracht, toch niet dat ik weet.' Ze had de glimlach uit haar beste dagen." Vanaf het ogenblik dat ik wist dat de vakbond zijn advocaat zou betalen, dan zeg ik, laat ze maar doen! Hij mag fier zijn, met zo'n advocaat, ik hoor zeggen dat Van den Bossche minister zal worden." Ze keek rond naar de andere vrouwen. Erna vroeg " Boterbloemeke. gaat ge naar het proces ?' Op zoiets had ze gewacht. 'Erna, ik ben niet zot, ik zal daar nooit of nooit komen als ik daar niet moet zijn. Sjarel, die heeft daar al een bed staan. Ofwel zit hij in het banksken, ofwel moet hij getuigen voor andere kameraden, ofwel is hij supporter. Het is altijd voor een staking, een fabrieksbezetting of een betoging. Dat hij zijn plan trekt.' Ze was fier.

Nu kon het krankzinnig, wansmakelijk poppenspel beginnen. De rechter zetelde hoog in de lucht, ver weg van het volk op de houten banken. De heren van de rechtbank stonden daar in lang zwart hemd en met een witte zeverlap onder de kin, het zijn geen sukkelaars die moeten gaan bedelen. Ze beschikken over een woonst aan de rand van de stad in het groen, een buitenverblijf, meneer en madame een Mercedes, een jacht en een pak staatsleningen die een flinke stuiver opbrengen. De rechter beschikt over een gevaarlijke hamer, zodat niemand in de zaal mag lachen of de neus snuiten, alles moet sereen verlopen. De griffier zat verscholen achter een pak vergrijsde dossiers. De openbare aanklager is klaar om de beklaagde te overdonderen met aanklachten, het wetboek en strafvorderingen.

De plastrontrekker geplaatst op de beschuldigdenbank. een bevoorrechte tribuneplaats, liet niets aan zijn oor en oog ontsnappen. Achterin de advocatenbox de hete adem van zijn verdediger, die nog eens flink zijn cliënt de bol had gewassen: " Ziet dat ge uw toot niet opendoet." In de zaal syndicale militanten, nieuwsgierige supporters en de nieuwsjagers uit de geschreven pers. Langs de houten muur de donkerblauw geuniformden. met stijve kepie op en de matrak bengelend aan hun gordel. Ze zijn altijd bereid tegen een klein preeke de openbare wanorde te handhaven in dienst van de macht. De plastrontrekker mag met open ogen luisteren naar de openbare aanklager, die alle aanklachten nog eens dik in de verf zet. die al die aanklachten zo formuleert alsof er op de Boelwerf nooit of nooit een staking is geweest. Voor hem is het duidelijk, de schuldige is een voorvechter, zoiets als een straatvechter. Door het feit dat hij zich niet kon bedwingen, was hij de oorzaak dat de openbare orde weer eens werd verstoord.

De plastrontrekker begon zich al te vervelen in het bankske. De openbare aanklager rammelde verder door. Het is door de koelbloedigheid van anderen dat een oorlog werd vermeden. Om dit alles moet de man op de beschuldigdenbank voorbeeldig gestraft worden. Uiteindelijk zet hij zich neer. Het defilé van de patronale helden kan beginnen. De rechtbank laat de eer aan de 'rattenkoning' om te beginnen.

Bert, groot en struis, trad de rechtszaal binnen, hij was een beetje aangeslagen, heel normaal in zulke omstandigheden. De struise man mocht twee vingers in de lucht steken, en zweren bij god en al zijn heiligen, dat hij nooit zal liegen, anders mag er voor altijd een zwart kruis op zijn voorhoofd komen. Sjarel keek van zijn bankske naar zijn vroegere vriend, voelde geen wrok of haat, eerder een soort medelijden. Bert! Bert! Hoe is het mogelijk! Wie had dat gedacht, toen we samen aan één zeel trokken in het belang van de zaatbonkers. Hoe komt het toch dat men een mens op een verkeerd been kan zetten. Wie heeft uw hoofd op hol gebracht. Waarom zijt ge door uw knieën gezakt. Wat ik nu weet is dat. toen ge dacht te moeten kiezen als delegee tussen uw schoonmoeder en stakende kuisvrouwen, een delegee een banvloek over u uitsprak, uw eigen mannen het met u niet hebben uitgepraat. Als 'n mens in twijfels zit moet ge licht aanbrengen, Bert. dat kan nooit of nooit uw houding in de staking goedpraten. Ik hoop voor u dat ge eens terug op uw poten zult vallen. Sjarel keek volgens de rechter te veel naar den Bert en hij fronste zijn zware wenkbrauwen. Bert liet een zucht van verlichting ontsnappen toen hij van de rechter de rechtszaal mocht verlaten. Hij voelde zich mottig en zielig toen hij naar buiten ging. Vroeger zou hij zeker tot de laatste man gebleven zijn en met kameraden een paar pintjes bier drinken. De plastrontrekker schudde het hoofd. Met het gebeurde aan de scheepspoort moet de rechter zich niet bemoeien. Hij is toch niet geïnteresseerd in de dagelijkse strijd voor een stuk brood, dacht Sjarel.

Dan zijn de mannekes gekomen uit de personeelsdienst, één voor één natuurlijk, en zonder koevoet: de Melkmuil, Jerommeke. de judospecialist. Hun getuigenis werkte op Sjarel zijn zenuwen. Dat kinderen een gedichtje afdreunen. dat kan een warm hart geven. Maar als volwassenen kinderachtig doen om in de gunst te komen van hun broodheer, dan is dat om te kotsen. Ze moesten hun eigen eens zien en horen, dacht de plastrontrekker. ze zouden door de voegen in de vloer wegzakken van schaamte. Wat moet de rechter denken van deze zoollikkers.

Het proces begon op volle toeren te draaien. De koning van het schaakbord kon elk ogenblik zijn intrede doen. De deurwaarder riep:' Mijnheer Savijs, komt getuigen." Sjarel keek met spanning naar de deur. Godverdomme, hij is daar. ze smijten wat binnen dat ze buiten niet willen. Potverdomme. hij heeft zich schoon gemaakt, een duur maatpak aan. zijn haarke netjes gekamd, 'n Dure plastron, daar zou ik wel eens aan willen trekken, dacht Sjarel. Hij bleef zijn vroegere kille baas in de gaten houden. Wat gaat hij nu doen. de rechter een polleke geven, neen. hij doet het toch niet! Ja. die heren kennen elkaar van hier of daar in een privé-golfclub. Wat ? Die komt precies naar mij ? Dat is niet waar, hé ? Die komt toch niet naast me zitten, dat crapuul. dan ga ik lopen. Gelukkig plaatste Savijs zich in de getuigenstoel en moest zweren, net als Bert, met aangepaste woorden:" Ik zweer bij het gouden kalf. dat ik nog jaren mag heersen over de scheepswerf, zodat mijn imperium zich verder kan uitstrekken." De plastrontrekker bekeek zijn buitenwipper van top tot teen. Zijn schoenen blonken als een spiegel, dat is ook waar, heren moeten nooit door de modder lopen. Sjarel luisterde niet naar de aanklacht, die kon hij al van buiten zingen. Wat hij wel dacht. moest 'n rechter 'n rechter zijn. dan plaatste hij Savijs in de beschuldigdenbank. Maar zoiets denken is dwaas. Misschien komt die rechter uit hetzelfde blauwe nest als de Boelbaas.

Waar zou de rechter gevoelens halen om Savijs op de rooster te leggen en te vragen: " Vindt gij dat zo normaal, dat drieduizend mannen voor uw rijkdom moeten werken. Dat de belastingbetalers geld moeten geven aan de regering om uw zakken te vullen, uw diefstal wordt dan nog wettelijk beschermd. Mijnheer Savijs, een beschaafde maatschappij zou toch niet dulden dat ge zoveel meestergasten aanstelt om uw loonslaven elke minuut te controleren. Gij waart nog van plan om privé-politie in te zetten op uw zaat. Dat is volgens mij schending van de mensenrechten."

Sjarel werd uit zijn gepeins geschud door advocaat Luc die de Boelbaas venijnige vragen stelde. ' Mijnheer Savijs het verbaast me ten z.eerste. U doet een aanklacht tegen mijn cliënt. Hij heeft uw persoon met de dood bedreigd. Dit zou gebeurd zijn in het bijzijn van driehonderd personeelsleden. Mag ik dan mijn allergrootste verbazing uitspreken dat niemand van uw personeel uw aanklacht heeft bevestigd. Gij die hun werkgever zijt. of loopt er iets mis met het vertrouwen onderling. Wanneer ik dat allemaal vaststel, waarom zou uw verklaring geloofwaardiger zijn dan de ontkenning van mijn cliënt." De zelfzekere advocaat had twee stappen naar de rechter gezet. Deze sloeg terug. " Meester Van den Bossche, ik roep u ter orde."

De advocaat van Savijs zwierde met een dossier. ' Mijn cliënt zit niet in de beschuldigdenbank, ik aanvaard niet dat zijn getuigenis in twijfel wordt getrokken." Hij zette zijn pruik goed.

' Voorzitter, de rechtbank mag me niet beletten naar de waarheid te zoeken." In zijn volle lengte stond hij bijna naast Savijs." Ik heb daarnet een wansmakelijk defilé gezien, de vechters uit de personeelsdienst hun getuigenis leek op een samenzwering. Ze hebben weken gewacht, sommigen maanden, vooraleer ze een verklaring hebben afgelegd, ik hecht aan deze getuigenis geen enkele waarde." Met één sprong stond de grote struise verdediger weer in de advocatenbox. De rechter tikte boos met de hamer naast zijn vingers." Meester Van den Bossche, over de waarde van hun getuigenis zal de rechtbank oordelen."" Mij goed, voorzitter, de rechtbank zal toch tot dezelfde besluiten komen. Ik wil nog een vraag stellen aan de aanklager. Hoe komt het dat zelfs zijn chauffeur in zijn verklaring beweert van die doodsbedreigingen niets te hebben gehoord of gezien. Mag ik dan mijnheer Savijs' verklaring in twijfel trekken ? Wat ik wel heb gelezen in een directiebrochure "Tien jaar Boel op de Boelwerf", is dat de directie de syndicale voormannen op de werf wil uitschakelen. Is dit misschien de eerste stap ?" De advocaat glimlachte eens naar Savijs. die zijn billen dichtkneep om niet uit zijn vel te springen. In de zaal had men veel zin om te applaudisseren. Maar de hamer van de rechter ging al de hoogte in." Meester Van den Bossche, ik verwittig u voor de laatste maal. dat is geen vraagstelling, dat is een verdachtmaking." De advocaat met de pruik op blies naar zijn collega uit Gent. Deze liet alles over zijn rug rollen. De rechter vroeg als compensatie zacht en zoet aan de aanklager of hij nog iets te zeggen had. Waarop de bleke heer zei:" Ik heb aan mijn verklaring niets toe te voegen." Hij keek als een nijdige kat zonder jongskes naar de plastrontrekker. Die moest op zijn tanden bijten of hij stak zijn tong uit. Advocaat Luc tikte op zijn schouders en siste: " Houdt u koest." Hij deed het.

Het ging naar een hoogtepunt, opeens was de chauffeur van de heer belangrijker dan de heer. Het was een man van in de vijftig die in de rechtszaal kwam. De deurwaarder wees hem de getuigenstoel. Hij wachtte tot hem iets werd gevraagd. De rechter kon zeer voornaam doen." Mijnheer Van Hoyweghen. gij hebt een verklaring afgelegd, wilt ge die herhalen, of volstaat het wat in de verklaring staat ?" Sjarel spitste zijn oren naar wat komen zou. Hij keek achterom naar advocaat Luc. De rechter waarschuwde hem;' Gij daar op de beschuldigdenbank, gij moet in een normale houding zitten." Sjarel luisterde naar de baas van 't kiekenskot. De chauffeur kreeg van elkeen de volle aandacht. ' Mijnheer de voorzitter, het is allemaal al een tijd voorbij. Ik moest stoppen voor de betogers. Ze kwamen rond mijne auto, mijnheer Savijs zit als naar gewoonte achterin. Ik heb niets gezien of niets gehoord wat te maken zou kunnen hebben met doodsbedreiging." Van Sjarel zijn hart viel een zwaar pak. De rechter trachtte toch nog eens: " Echt niets gehoord in die richting ?" " Mijnheer de rechter, had ik het gehoord, dan had ik het gehoord."

Sjarel kon wel rechtspringen van vreugde en onze chauffeur een dikke zoen geven. Maar zoiets mocht hij niet doen, dat kon gevangenis betekenen, die rechters hebben een zure maag. De bankzitter was één en al bewondering voor de chauffeur. Aan die man konden de vechters van het bazenpiket een pinneke zuigen. Toch zijn er nog altijd mensen die weten wanneer ze moeten spreken of zwijgen en bewust weten wat ze zeggen. Iemand aan de galg praten is geen kunst. Maar partij kiezen voor 'n werkman tot in 't ongelijk, daarvoor is moed nodig." Ik heb niets gehoord of gezien' dat zei de chauffeur van de baas. Nu mocht advocaat Luc in aktie treden, met zijn indrukwekkende gestalte stapte hij in de ring, verliet keer op keer de advocatenbox. zodat hij niet werd belet in zijn bewegingen. Elkeen kon en mocht zijn acteertalent bewonderen, het was een nummerke om van te snoepen. Zijn scherpe tong boorde recht naar de kern van de zaak, zonder omwegen de pijlen naar het doel. De aanwezigen hingen aan zijn lippen, de rechter zweefde mee, de openbare aanklager grinnikte. De ogen van de matrakken langs de muur sloegen open en dicht.

Advocaat Luc had maar één doel: ontmaskeren dat de Boeldirectie gezworen had de syndicale macht te breken op de scheepswerf. Dit was duidelijk te lezen in 'Tien jaar boel op de Boelwerf!" Ze hebben alle middelen gebruikt om de staking te breken, tot en met het organiseren van een bazenknokploeg. Er was een samenzwering vanuit de personeelsdienst tegenover mijn cliënt. Hij beweert dat hij den Bert niet heeft geduwd, ik volg zijn verklaring.

Wat betreft de aanklacht van mijnheer Savijs. die heeft geen enkel been om op te staan. Als zelfs zijn chauffeur geen enkele doodsbedreiging heeft gehoord of gezien tegenover Savijs. De rechter kan niet anders dan tot een logisch besluit komen. Tegenover de openbare aanklager wens ik nog dit te zeggen. Mijn cliënt is geen voorvechter, geen straatvechter. Het stakerspiket is heel de staking beheerst opgetreden. Wanneer er zaken uit de hand gelopen zijn, dan mag ik gerust wijzen naar de persoon van mijnheer Savijs. die een schrikklimaat organiseerde al voor de afdankingen, die als het ware een lastercampagne tegen de stakers aanwakkerde. Mijn cliënt, openbare aanklager, was en is een syndicaal voorman, die alles heeft gedaan met zijn kameraden om deze staking te winnen. Daarom vraag ik met gerust gemoed de vrijspraak voor de plastrontrekker." Luc stond weer rustig in de advocatenbox. De uitspraak van de rechtbank was de volgende. De feiten van de beschuldigde tegen den Bert duidelijk zijn bewezen, de getuigenissen van de melkmuil. de judospecialist en Jerommeke waren van doorslaggevende aard.

Wat betreft de aanklacht van mijnheer Savijs, die is niet meer waard dan die van de plastrontrekker. Dus deze aanklacht verdwijnt in het niet. Dus wordt de beklaagde veroordeeld voor de feiten A. Dat zal hem tweeduizend driehonderd zesenvijftig frank kosten, plus de gerechtskosten. Indien hij niet op tijd betaalt, eenentwintig dagen gevangenisstraf met uitstel.

Advocaat Luc slikte dat vonnis niet en tekende beroep aan. Mijnheer John Van Eynde, ex-sanator en baas van de roze metaalbond Antwerpen kwam met tegenzin met geld over de brug. Dit was voor het Boterbioemeke een grote opluchting. In het Hof van Beroep te Gent werd ds plastrontrekker vrijgesproken op basis van de twijfel, die in het voordeel sprak van de beklaagde. Luc Van den Bossche was in de hoogste hemel. "Het is Savijs niet gelukt, hij bijt in hei zand." Hij werd minister in de Vlaamse deelregering.

Naspel

Bert is dan na de staking tewerkgesteld in Zeebrugge voor de Boelwerf en woonde jaren in Oostende. Toen daar geen werk meer was voor hem werd hij naar de scheepswerf Cockerill Yards overgeplaatst. Toen daar geen activiteiten meer waren, werd hij overgeplaatst op de Boelwerf in een werkplaats, na tien jaar staat hij terug aan boord van de schepen. De laatste staking deed hij mee zoals al de andere zaatbonkers. Hij vond zijn evenwicht ongeveer terug.

Mijnheer Savijs bleef rijk en onbemind, zonder muziek verliet hij de gemeenteraad. Hij behaalde amper vierhonderd stemmen, waar hij in zijn bazenbond niet mee kon gaan feesten. In het volkscafé is hij nooit te zien.

Bij het Boterbioemeke kwam nooit rust, ofwel ging Sjarel betogen ofwel nam hij deel aan een aktie. Hij schreef boeken over het leven van de scheepsbouwers. Hij bleef syndicaal militeren. tot hij Barrikado ontmaskerde als een decadente vakbondsleider, toen sloot deze de deur voor hem. Na Barrikado was er nog een leven. Daarom werd dit verhaal geschreven. De Plastrontrekker. Het was precies een storm in een glas water. In het verhaal zitten de elementen, die elkeen ontmoet in de fabrieksjungle. Ik vertelde het eerste deel in Amsterdam in de zaal Balie op het Leidseplein. Het werd aangevoeld als een universeel verhaal. Na tien jaar zeggen de mannen nog:" Weet ge 't nog. toen ge aan Himmers zijn plastron trok ?" Zoiets is sociale geschiedenis.