|
Het testament
van Erasme Surlet de Chokier Terug naar De Chockier Toen baron Erasme Surlet de Chokier in de maand september 1830 op zijn kasteel te Gingelom alles in gereedheid bracht om naar de zitting van de Staten-Generaal in Den Haag te vertrekken, achtte hij het wenselijk "vu les troubles qui ont éclaté dans Ie royaume et les dangers auxquels (il va) s'exposer en allant remplir (son) mandat", zijn testament op te stellen (1). Op 10 september nam hij pen en papieren schreef op elf grote bladzijden zijn laatste wilsbeschikkingen neer. Hij stak het testament in een zelfgemaakte omslag, zegelde die toe en schreef er het volgende op: "Mes dernières volontés sont contenues sous cette enveloppe fermée et cachetée de trois cachets; j'ai remis cette pièce en mains propres de monsieur Mathieu Goyens, notaire, dans ma maison a Gingelom ce dix septembre mille huit cents trente et j'ai signé" (ondertekend) E. Surlet de Chokier (2). Erasme Surlet de Chokier, te Luik geboren als tweede zoon van Jean Guillaume Arnold, verbleef sinds 1793 te Gingelom. Van 1785 tot 1823 moest hij herhaaldelijk de rouw dragen. Op 10 juni 1784 overleed zijn vader. Ludovica de Raick, de vrouw van zijn broeder Jean Guillaume, stierf te Gingelom op 6 december 1785; zijn moeder M.G. Deprez werd er op 21 november 1815 begraven; zijn schoonzuster, Marie Philippine de Grandry, de tweede vrouw van zijn broeder, overleed op 22 september 1822 en zijn broeder stierf op 30 december 1823. Erasme bleef alleen te Gingelom over. Nadat hij deel genomen had aan de Luikse Revolutie, was zijn eigenlijke politieke loopbaan begonnen te Maastricht, waar hij op 12 april 1797 zitting nam in de Centrale Administratie. Hier was hij in contact gekomen met de Fransman Hennequin, die eveneens een zetel bekleedde in de Centrale Administratie. De gesloten vriendschap bleef jarenlang bestaan en op belangrijke ogenblikken vindt men de twee vrienden samen. Toen Hennequin in 1821 voor de rechtbank te Luik moest verschijnen omdat hij als burgemeester van Maastricht geweigerd had een bevel van koning Willem I uit te voeren, aarzelde Surlet de Chokier niet zijn oude vriend als advocaat te verdedigen. Op het kasteel te Gingelom waren de Hennequins steeds welkom. Ze beschikten er over speciale logeerkamers (3). De woelige septemberdagen van 1830, de verdrijving van de Hollandse troepen en de bijeenroeping van het Nationaal Congres brachten E. Surlet de Chokier tot de rang van voorzitter van het Congres en tot de functie van regent van België. Na de aanvaarding van de Belgische troon door Leopold I, trok E. Surlet de Chokier, die toen 62 jaar oud was, zich uit het politieke leven terug op zijn kasteel te Gingelom. Hij ontving er geregeld bezoek van zijn oude vriend Hennequin, die zich te Luik gevestigd had. Op 7 augustus 1839 overleed hij op zijn kasteel te Gingelom. Op 8 augustus kwam de vrederechter van Sint-Truiden, Jan Ignace Portmans, de zegels op het kasteel leggen. In een klein bureelmeubel, staande in een kamer naast de slaapkamer van de overledene, vond hij een omslag met het testament van E. Surlet, dat dus niet door de testamentmaker aan notaris Goyens was overhandigd geworden, zoals op de omslag geschreven was. Op 12 augustus verscheen de vrederechter samen met notaris Goyens van Montenaken op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt, waar onder voorzitterschap van Guil. Jos. Barthels overgegaan werd tot de opening van de omslag, het lezen en het beschrijven van het testament, dat vervolgens in de handen van notaris Goyens gegeven werd. E. Surlet de Chokier bepaalde in zijn testament dat al zijn onroerende goederen, alsmede zijn archiefstukken zouden toekomen aan Jean Francois Hennequin en zijn echtgenote Marie Elisabeth Colpin en aan hun zoon (4). Deze erfgenamen kregen evenwel ook verscheidene schulden te dragen, die E. Surlet vroeger tegenover verschillende personen had aangegaan. E. Surlet had verscheidene meiden en knechten in dienst, die hij in zijn testament bedeelde. Aan Joséphine Daniels schonk hij drie vierde deel van zijn roerende goederen; het resterende vierde deel liet hij na aan Anna Maria Daniels, die pas enkele maanden geleden in het huwelijk was getreden met L. Keesen. Zijn twee dienstmeiden werden bovendien bedeeld met het tweejarig genot van de onroerende goederen, behalve van het kasteel en de omgevende tuinen en weiden, waarvan zij slechts een jaar lang het genot zouden hebben (5). Daarenboven schonk de erflater nog bijzondere legaten aan de leden van zijn personeel. Charles Lux, zijn koetsier die hem in 1830 op zijn reis naar Den Haag vergezelde, ontving alle kledingstukken benevens een som van 1200 fr.; deze som zou verdubbeld aan zijn weduwe geschonken worden, indien Lux op de reis naar Den Haag zou omkomen (6). Anna Maria Daniels, bijgenaamd Chuchu, echtgenote van Denis Thirion, ontving een lijfrente van 60 fr. en een som van 1200fr. (7). Félecité Princen, minderjarige dochter van Jacob en Agnès Daniels, ontving een som van 5000 fr. (8).
Het personeel van de Kamerijkhoeve ontving een jaarwedde gratis; Guillaume
Tits (9), herder, ontving bovendien 22 schapen, terwijl Bernard Princen
(10), eveneens herder, 16 schapen kreeg. De armen van Gingeiom zouden
gedurende vier jaar een jaarlijkse gifte van 25 hl tarwe ontvangen. Surlet de
Chokier drukte in zijn testament het verlangen uit dat Jan Theodoor Goyens
(11) bij de aankoop van de mobiliën van de Kamerijkhoeve in het bezit zou
gesteld worden van de 4 beste paarden, de 4 beste koeien, van een wagen, 2
karren, 30 schapen en een cabriolet. Deze schenking zou Goyens in de
mogelijkheid stellen een nieuw landbouwbedrijf te beginnen, indien hij van
plan was de Kamerijkhoeve te verlaten. Maar Surlet gaf de wens te kennen dat
de landbouw niet zou verwaarloosd worden: "Je désire que Mr Hennequin continue
a faire exploiter la ferme de Camerijk comme je l'ai fait; c'est un moyen de
donner du pain a beaucoup de monde et d'exercer beaucoup d'actes de
bienfaisance". (1) Over Surlet de Chokier zie TH. JUSTE, Le Régent d'après ses papiers et d'autres documents inédits. Brussel, 1867. RENSON, G., Surlet de Chokier, eerste regent van België, Tijdspiegel, Hasselt, III, 239. REMANS, A., Relletjes te Maaseik in 1797 en Surlet de Chokier, Limburg, XXXV, 71. (2) Het originele stuk berust bij het rijksarchief te Hasselt, in de minuten van notaris J. M. Goyens uit Montenaken. (3) Zie over J.F. Hennequin: Nieuw Nederlands Biografisch Woordenboek, t. x, kol. 355; TH. JUSTE, Notices biographiques, Bruxelles, 1876, blz. 61-68. (4) Maria Elisa Colpin was geboren te Valenciennes op 24 juli 1774, huwde te Maastricht op 27 februari 1802 en overleed te Gingelom op 22 oktober 1869. Charles Victor Hennequin werd te Maastricht geboren op 9 augustus 1804 en overleed te Gingelom op 8 maart 1868. (5) Johanna Catharina Josephina Daniels werd te Gingelom op 19 maart 1797 geboren als dochter van Arnold en Catharina Bonfils. Zij trad erin het huwelijk op 16 februari 1832 met M.J.Th. Goyens. Haar zuster Anna Maria, te Gingeilom geboren op 1 juli 1790, huwde op 17 januari 1830 met Gérard Lodewijk Keesen. (6) Carolus Lux, geboren te Montenaken op 13 november 1784, trad op 12 april 1815 in het huwelijk met Angéiique Poelmans. (7) Anna Maria Daniels, op 20 januari 1810 te Gingelom geboren, trad erop 12september 1839 in het huwelijk met Denis Thirions. (8) Félicité Princen, natuurlijk kind van Maria Agnès Daniels, geboren op 6 november 1824. Bij het huwelijk van Jacob Princen en M.A. Daniels op 18 april 1828 werd het kind gewettigd. Was deze Félicité een natuurlijk kind van Erasme Surlet de Chokier? L. de Lichtervelde schreef in Le Congres National, Bruxelles, 1945, blz. 98: "On chuchotait qu'il (Surlet de Chokier) vivait avec la femme de son jardinier de Gingeiom qui lui aurait donné plusieurs enfants". (9) Guillaume Tits was te Gingelom op 7 juni 1780 geboren als zoon van Barthélemy en Catharina Tilkens. (10) Bernard Princen was op 3 april 1796 te Gingelom geboren als zoon van Arnold en Maria Agatha Piroul. (11) Jan Theod. Goyens was de zoon van Jan Theod. Egid. Goyens en Maria Cecilia Wouters. Op 16 februari 1832 trad hij te Gingelom in het huwelijk met Joséphine Daniels. |