Wannes Hier is hem terug, Dree Peremans sr., 2016

Blz 369. Het Zwarte Goud ook op Radio 1

Al staat hier ne stedeling, koel en blasé,
ne zelfbewuste sinjoor
die nooit in den buik van een mijn heeft gestaan,
er nooit gene vader verloor,
toch voel ik de pijn, de vernedering wel,
't cynisme dat hier wordt begaan
als 't grootkapitaal aan de kompels vertelt:
'Merci, 't is gedaan, ge kunt gaan.(15)

'Na de Islandsuite slaat een deel van het gezelschap de handen in mekaar voor een nieuwe productie met internationale allures Het Zwarte Goud. Het wordt een hommage aan de mijnwerker, maar omdat die mijnwerker in heel de wereld hetzelfde leed en lot beschoren is, putten we uit een internationaal repertoire. In Brussel hebben we al snel contact met Maurice Le Gaulois (1943) en Pat Kilbride. De eerste is een Fransman in ballingschap, hij deserteerde — net als


Commentaar Wannes bij project Het Zwarte Goud

Claude Flagel — ten tijde van de Algerijnse oorlog uit het Franse leger en mag Frankrijk niet meer in. Hij speelt accordeon en zingt. De tweede is een Ier die na veel omwegen in België is beland. Ooit speelde hij bij The Battle-field Band, in België werkt hij aan een solocarrière. Hij speelt gitaar en zingt.

Met Maurice en Pat hebben we alvast twee native speakers in huis voor de Franse en Engelse nummers. Wannes Van de Velde zorgt voor de Vlaamse en Duitse, Juan Masondo voor de Spaanse en Dirk Van Esbroeck heeft naast Spaanse en Vlaamse ook voor een merkwaardige Italiaanse inbreng gezorgd. Frans leven komt er ook weer bij op piano en bas en op de plaat (en soms ook bij live-uitvoeringen) hebben we ook nog John Kirkpatrick op concertina en Alfredo Marcucci op bandoneon. Om het helemaal vol te laten klinken zijn er Roger Derongé op trompet en Mare Godfroid op trombone.

Samen met de hobo van Dirk is dat een stevige blazerssectie. Het wordt een prachtig programma, dat overal enthousiast wordt onthaald. We spelen het zo'n tachtig keer in Vlaanderen en Nederland, maar ook in Wallonië en Duitsland.

'Er waait sinds de Ijslandsuite een nieuwe wind door folkland. Hij komt ditmaal uit Vlaanderen, maar is mondiaal van karakter.'

Mijn neus krult nog altijd van enige fierheid als ik dat na meer dan twintig jaar herlees in De Standaard. Op zestien mei 1987 spelen we een try-out in het Cultureel Centrum van Lommei en achteraf hebben we een babbel met een ex-mijnwerker. Een dag later hebben we de officiële première in Zolder. We hebben bewust gekozen voor de oude mijnstadjes omdat we ons werk per se willen tonen aan de mensen waarover het gaat. In Zolder lukt dat niet. Een bomvolle zaal, dat wel, maar geen enkele mijnwerker. Die zitten op een of ander feestje in de kelder van hetzelfde cultureel centrum. Maar we zijn in elk geval goed vertrokken.

Een week later spelen we een Nederlandse première in Zwolle en daarna begint een lange reeks voorstellingen in Vlaanderen en Nederland, af en toe in Wallonië en Duitsland.

Het succes is natuurlijk mede te danken aan de unieke mix van de stemmen en daarbij speelt Dirk een niet geringe rol. Zijn 'Ik En Mijn Broer En Giuseppe' is ondertussen een klassieker geworden op het repertoire van enkele strijdkoren en ook Guido Belcanto heeft het ooit opgenomen. Wat kan een mens nog meer verlangen?(16)

We komen uit het zuiden van 't land
Ik en m'n broer en Giuseppe
De aarde en de zonnebrand
is er ongenadig heet
we hadden er heel ons leven verpand
en konden ook niet beletten
dat elke boom en ook elke plant
van grote dorst bezweek(17)

Het tweede deel van het lied heet 'Lo sai che i minatori son leggeri', een Siciliaans mijnwerkerslied dat door Dirk en Wannes wordt gezongen in het Italiaans. Wannes kan zijn talenkennis nog uitgebreid bewijzen in het Engels met 'The Black Seam', een nummer van Sting dat hij samen met Pat Kilbride zingt, in het Frans met onder meer 'Lampiste' — een nummer in het Noord-Franse Chti-dialect — en in het Duits met 'Kohlengraberland', een aanklacht van de Duitse dichter Heinrich Kampchen (1847-1912). Dat het lied afkomstig is uit het Ruhrgebied, waar Wannes zijn depressie probeerde te overwinnen en waar hij zijn grote liefde Christa heeft gevonden, maakt het in zijn versie des te overtuigender.

Schwarz von Kohlendampf die Luft,
überall Gepoch und Hammern,
jede Grube eine Gruft
um das Leben zu verdammern.
(18)

De thematiek van zowel de Islandsuite als Het Zwarte Goud lag Wannes natuurlijk zeer na aan het hart. Het zeemansleven had hij niet zelf beleefd, maar wel ingeademd met de wolken Scheldelucht die zijn stad indrijven. Het is in zijn verzameld werk dan ook prominent aanwezig met maar liefst zeventien titels.

Het mijnwerkersleven had hij evenmin aan den lijve gevoeld, maar hij kende wel de arbeiderswereld van zijn vader. Zijn respect voor het werkvolk is dan ook bijzonder groot en ook daarvan zijn talloze voorbeelden te vinden in zijn nagelaten oeuvre.

Wannes was zeer verheugd met die groots opgezette producties. Het was werk, maar het was veel meer dan dat. Voor het eerst werd een groep samengesteld met verschillende zangers en kon er professioneel gewerkt worden. We kregen subsidies zodat ook de repetities konden betaald worden. Het eerste probeersel, de Islandsuite, was nog een aftasten van de mogelijkheden. Met Het Zwarte Goud waren de contouren al veel duidelijker. En voor Wannes was de betrokkenheid veel groter.

'Ik hield meer van Het Zwarte Goud, waarschijnlijk omdat dat dichter bij een klimaat ligt dat ik beter ken. Ik heb met vissers weinig te maken. Alhoewel mijn voorouders Scheldevissers waren. Maar dat is anders. Niet het harde leven. Die waren ook meer hun eigen baas. De werden niet zo uitgebuit als die zeevissers. Dat is wel een fundamenteel verschil.

Het Zwarte Goud, dat ken ik beter. Ik ken natuurlijk wel iets van de mijnen. Ik herinner me Zwartberg. Ik herinner me die nachten toen dat gebeurd was. Toen er mensen werden dood geschoten. Wij bleven wakker. We verwachtten een revolutie. In Antwerpen, hé! Wij verwachtten iets dramatisch. Het is ook gebeurd. Er is op mensen geschoten. In de rug. Die foto bestaat. Het bewijs.

Je ziet de mensen voorover vallen en je ziet in hun rug een man staan die zijn geweer herlaadt. Een andere die mikt. Je ziet die voorover vallen naar de camera toe. Die pastoor knielt bij een slachtoffer en maakt een afwerend gebaar naar die schutter. Dat is een van de meest pakkende foto's die ik ken.

Een goede vriend van mij, Nic Van Bruggen, heeft daar destijds een boekje aan gewijd Matrakkensabbat.(19) Dat ging over de schietpartij in Zwartberg, met heel veel foto's, waaronder die dramatische. Je ziet die gezichten, de ernst van die mannen, die hun kameraden wegdragen. Je ziet dan die politie te paard met knuppels. Zelfs met sabels. Dat staat allemaal in dat boekje met teksten bij van Nic Van Bruggen. Het zijn pakkende foto's met ernstige gezichten. Die donkere gezichten van die mannen van zuiderse oorsprong. En die andere, die geweldige vermenging van herkomst.

Ik herinner me nog dat optreden in de cité. Dat was ontroerend. Al die zwarte koppen. Die Turken, die Kroaten. En die Duitsers. De man die ons daar uitnodigde was een Oostenrijker. Stel je voor. Ik herkende meteen zijn Teutoons accent en dacht "dat is nu wel een heel extreem Limburgs dat die man spreekt". Maar dan zei hij dat hij Oostenrijker was. Okee, ik vond dat een van de mooiste optredens. Niet toevallig in de cité van Maasmechelen.

Maar Zwartberg ... ik woonde toen in de Wijngaardstraat, in de oude stad, die is niet afgebroken. Aan de overkant stond een voormalig tabaksfabriekje, dat noemen oude mensen nu nog altijd het toebakfabriekske.

Daar was een club de VECU,(20) een club waar mensen kwamen als Hugh C. Pernath en Paul Snoek. Dat was een privéclub. Ik speelde daar wel eens gitaar. Daar werd zwaar gediscussieerd. Daar kwamen we samen, ten tijde van Zwartberg.

Julien Schoenaerts die een Limburger is en klarinet speelde, is naar Zwartberg gegaan. Hij speelde daar voor die mijnwerkers. Als hommage aan die mannen. Dat was misschien heel naïef, maar ook heel ontroerend. Toen was er een groot intuïtief contact tussen die wereld, die wij niet kennen. Nachtvogels van de stad. Dichters, schilders, jongens van de zelfkant, niet bepaald noeste arbeiders. Plots waren wij heel erg verbonden. Op een heel intuïtieve manier. Dat was raar. Wij bleven gewoon op. We gingen niet slapen. Dus Het Zwarte Goud was echt iets waar ik veel mee te maken had. Ik zong "De Werkstaking" en ik heb dikwijls gedacht dat ik er niet door zou raken van ontroering. Ik heb dikwijls op mijn tanden moeten bijten om dat te kunnen zingen. Ook omdat het een sfeer is die ik ken'.(21)

Ge moogt mij vrij met hoon en smaad beladen, doch zal ik nooit trots dwang en willekeur een broedermoord op mijn geweten dragen of een arme werkman storten in het getreur. Zij hebben mij het minste niet misdreven; staakten hun werk, maar 't was voor beter loon. Zeg met welk recht ontneemt gij hun het leven? Ik protesteer; 'k ben ook een werkmanszoon.(22)


Klik op de foto voor een vergroting

V.l.n.r.: Frans leven, Juan Masondo, Maurice Ie Gaulois, Pat Kilbride, Wannes, Dirk Van Esbroeck, Dree Peremans, Mare Godfroid, Roger Derongé. (© foto Johan Gerber)

(15) Groot liedboek, nr. 217, p.468.
(16) Dree Peremans, DirkVan Esbroeck. Reiziger, EPO, Berchem, 2010, p.278 e.v.
(17) Tekst en muziek: DirkVan Esbroeck, Het Zwarte Goud, VRT/CD 887103, track 9.
(18) Groot Liedboek, nr.21S, p.464.
(19) De Galge, Brugge, 1967.
(20) Vereniging voor Europese Cultuur.
(21) Treinreis.
(22) Groot liedboek, nr. 214, p.462.

Boven