|
Jan Bucquoy
wordt tachtig ...
Naar
Jan Bucquoy
Overgenomen van de blog van
Ronny De Schepper -16/11/2025
De Belgische
cineast en stripscenarist Jan Bucquoy viert vandaag zijn tachtigste
verjaardag. Ik heb hem ontmoet in 1995, toen hij aan de kust de tweede
aflevering van zijn filmepos “La vie sexuelle des Belges” aan het draaien
was…
“Een film
van anderhalf uur over La vie sexuelle des Belges?”
riep Barry Norman uit. “Wat doen ze dan die andere 89 minuten?”
Nu ga ik niet beweren dat wij Belgen de grootste minnaars ter wereld zijn,
maar als er 1 volk is dat op dat vlak beter zijn mond zou houden, dan zijn
het toch wel de Engelsen zeker!
Maar goed, nog
altijd geen kwaad woord over brave Barry, want zijn filmprogramma blijft
het beste en het intelligentste dat er op de treurbuis te zien is. Heel
wat anders dan de verkapte reklame van Star of zelfs Première zaliger. En
zie, na zijn verplicht grapje gaf Norman toe dat “La vie sexuelle des
Belges” van Jan Bucquoy een van de beste films was die hij recent had
gezien. Hij werd daarin prompt bijgetreden door de Belgische filmcritici
die Bucquoy, ooit nog door de BRT van de televisie geweerd, de André
Cavens-prijs toekenden.
In “La vie
sexuelle” zagen we Jan Bucquoy (maar dan gespeeld door Jean-Henri Compère)
die, geboren in Harelbeke, weliswaar “Het Laatste Nieuws” leest en (tegen
zijn zin) naar Will Tura luistert, maar toch Frans spreekt. Vreemd, maar
afgezien van onze Noorderburen is niemand daarover gevallen. “De film
is in twintig landen uitgebracht en overal goed onthaald, ook in de
Verenigde Staten,” lacht Bucquoy. “Maar in de meeste landen loopt
hij in de taal van het land: Duits, Spaans, Italiaans, noem maar op.”
De film werd
helemaal met eigen middelen gedraaid en omdat Bucquoy op dat moment met
zijn stripverhalen (o.a. “Het sexuele leven van Jan Bucquoy” in het
Nederlands uitgegeven bij Loempia) beter bekend was in Frankrijk dan in
België was het enige geld dat hem ter beschikking stond van Franse
oorsprong. “Voor volwassen strips had je in Vlaanderen gewoon geen
afzetgebied,” zegt Bucquoy.
We zitten samen op de dijk van Westende. Het is één van die broeiend hete
dagen in augustus en de zeewind is een koel cliché. Waarom zijn we hier?
Dat is het thema van de film, maar in tegenstelling tot de filosofische
vraag waarop zelfs wijlen Leo Apostel geen antwoord kon geven, kan ik wel
zeggen waarom wij hier in Westende zijn. Op het einde van de eerste film
werd immers reeds een vervolg aangekondigd en dat wordt hier nu gedraaid.
Het is dus niet zo dat dit tweede deel, “Camping Cosmos”, op het succes
van de eerste wil teren. Nee, Jan Bucquoy had dit vervolg eigenlijk reeds
in zijn hoofd. Alleen de centen ontbraken. Dat is nu geen probleem.
Bucquoy zou oorspronkelijk zelfs geld krijgen van de Vlaamse gemeenschap.
Maar bijlange niet zoveel als van de Franstaligen (18 miljoen tegenover
6,5 miljoen). “De film zit vol met Vlamingen,” zegt hij,
“Arno, Antje Deboeck, Jan Decleir… En Herman Brusselmans natuurlijk, die
er ook in de eerste film reeds bij was.” Decleir en Deboeck worden
ook als hoofdrollen naar voren geschoven voor het volgende filmproject van
Bucquoy, “Het mooie kotsende meisje”, de verfilming van “Ex-drummer” van
alweer Herman Brusselmans. “Ik voel me wel thuis in het Frans, maar de
behoefte om een film te maken in je eigen moedertaal is toch heel groot,”
zegt Jan en hij barst uit in een hartverscheurende versie van “Kom van dat
dak af”.
Maar zijn het in deze film niet eerder cameo-rolletjes?
“Ik werk altijd met kleine scenes, daarom heb ik ook heel veel
acteurs. Zelfs de hoofdrol is heel verknipt en niet enkel figuurlijk.
Eigenlijk gaat het over een hele kosmos van mensen die door elkaar
wriemelen. Maar Brusselmans is veel in beeld.”
Inderdaad, madame Crapaud (Catherine Claes), die samen met haar man
(Angelo Bison) Frituur Cosmos openhoudt, zal deze in de steek laten om er
met Brusselmans vandoor te gaan. Maar het loopt slecht af want ze zullen
beiden omkomen bij een motorongeval.
“Eén van de stellingen van de film is dat liefde de mensen mooier
maakt,” zegt actrice Isabelle Legros. “De haren van madame
Crapaud zijn eerst zeer vettig, maar haar verliefdheid maakt haar zo mooi
dat ze zelfs tot miss Cosmos wordt verkozen. En een meisje dat scheel
kijkt wordt op mijnheer Van den Put verliefd en plotseling staan haar ogen
kaarsrecht.”
Mijnheer Van den Put (Jean-Paul Dermont) is de eigenaar van de camping en
in de film is hij gehuwd met Eva “Lolo” Ferrari, een dame die geen airbag
in de auto nodig heeft aangezien er tweemaal zes kilogram siliconen in
haar borsten zijn ingeplant. Het is eigenlijk de bedoeling dat we een
gesprek zouden hebben met mevrouw Ferrari, maar ze meet zich een beetje
sterallures aan, je komt niet in de buurt. Gelukkig is er dus Isabelle om
mij op te vangen. In de eerste film speelde ze de rol van de moeder en
ergens in de film wordt er gezegd dat de fascinatie voor borsten bij Jan
Bucquoy reeds in de wieg begon toen zijn moeder hem de borst gaf. “Ze
had mooie borsten,” is een van de eerste zinnen in de film. De vrouw
die deze mooie borsten in de film moet tonen staat hier nu voor me, maar
in tegenstelling tot Lolo Ferrari die haar borsten onder ieders neus duwt,
krijg ik deze niet te zien. “Mijn man is de klankman,” fluistert
ze en luider, als hij naderbij komt: “Je ziet, het is een echte
familiefilm!”
“Eigenlijk ben ik blij met jou te mogen optrekken i.p.v. met Eva
Ferrari,” zeg ik, maar Isabelle neemt de verdediging van Ferrari op.
“In de grond is ze best aardig,” (*) zegt ze. “Ze heeft humor, ze
kan zichzelf relativeren. Ze heeft zelfs een plaatje gemaakt dat Airbag
Generation heet. Het is haar man, een plastisch chirurg, die haar zo
monsterlijk heeft misvormd. Niet alleen haar borsten, ook haar lippen zijn
opgespoten. Had je dat nog niet gezien? Ze zijn zo dik dat haar mond
altijd wat open staat. Het is alsof ze voortdurend iemand wil pijpen,”
giechelt ze. Maar dan wordt ze weer ernstig als we Ferrari langs de
rugzijde zien. “Zo is ze zelfs mooi,” zegt Isabelle. “Een
beetje Brigitte Bardot-type. Hoe is het mogelijk dat men haar zoiets heeft
aangedaan! Ze loopt nu al voorover gebogen, binnen een paar jaar zal haar
ruggegraat het helemaal begeven.”
“Hoe oud is ze?” vraag ik.
“Geen idee,” zegt Isabelle. “Ergens tussen 25 en 35. Ik heb
ook op de mannen gelet tijdens de opnames. Jan begint met een travelling
langs allemaal vrouwen die met naakte borsten op het strand liggen en dan
stoot je plots op die monsterlijke bergen van Lolo. Zeer grappige scene
overigens. Zoals zo vaak bij deze film moest ik me uit de buurt houden
omdat ik het zou uitschateren. Maar goed, ik heb dus de mannen bekeken en
naar hun commentaren geluisterd en die vinden dat helemaal niet opwindend.”
“Gelukkig maar.”
Mijnheer Van den Put is eigenlijk diegene die de camping nieuw leven wil
inblazen met o.a. een zangwedstrijd, die wordt gepresenteerd door zanger
Claude Semal, de baas van de vrije radio “Radio Cosmos”, waarbij de
Vlaamse uitzendingen trouwens door Jan Bucquoy zelf in het Westvlaams
worden gepresenteerd.
Daarnaast is er ook Noël Godin, alias Georges Le Gloupier, de
taartengooier, die de letterkundige Pierre Mertens vertolkt. De film
speelt zich af in 1986 en dan is er ook voor het eerst sprake van aids! En
natuurlijk is “J’aime la vie” van Sandra Kim de hit van het ogenblik.
Overal kun je dat horen. “En ik kan het niet uitstaan!” zucht
Isabelle.
“Evenmin als in de eerste film weigerde Jan een Franse vedette aan te
trekken, zoals men dat gewoonlijk doet,” zegt Isabelle. “Daar
stond hij op dat de acteurs alleen maar Belgen zijn.” Later zal ze
schoorvoetend toegeven dat zijzelf eigenlijk een Française is…
Isabelle speelt deze keer een actrice die met haar gezelschap op de
camping “Moeder Courage” van Brecht komt vertolken in het kader van
“de cultuur naar het volk brengen”. De affiche die het stuk
aankondigt, is trouwens de foto uit de eerste film waarin Isabelle, als
moeder, de kleine Bucquoy de borst geeft. “Dat soort knipogen is
typisch voor Jan Bucquoy.” Uiteraard komt er geen kat naar kijken en
dus wordt er maar een Miss Cosmos-verkiezing gehouden.
Jacques Calone, de vroegere “tenor mondain”, speelt onder zijn eigen naam
iemand van het ministerie van cultuur, die zal worden opgevolgd door Jan
Bucquoy. Het symbool van de recuperatie van een linkse oproerkraaier door
de machthebbers. Calone verzamelt slipjes (een referentie aan het
slipjesmuseum van Bucquoy dat enkele jaren geleden zoveel ophef maakte,
aangezien hij ook aan koningin Fabiola een bijdrage had gevraagd) maar dan
wel van poppen.
De finale van de film is een totaalspektakel, waarbij Jan Bucquoy, nog
altijd gespeeld door Jean-Henri Compère, marxistische gedichten voordraagt
terwijl er een bokskamp plaatsheeft tussen Jean-Pierre Coopman en Freddy
De Kerpel. Scheidsrechter is Marcel Vantilt, alweer een Vlaming. De beide
boksers kregen van de Belgische Boksbond geen toestemming voor deze kamp,
zodat het de Kickboksorganisatie was die de nodige medische attesten
afleverde voor de kunstschilder van 48 en de biljarttafelverkoper van 46.
Na het geënsceneerd gevecht volgde toch nog een echte wedstrijd omdat De
Kerpel altijd al heeft willen bewijzen dat hij de betere bokser was,
ondanks het feit dat Coopman door zijn wedstrijd tegen Mohammed Ali meer
in het nieuws kwam. De uitslag was echter onbeslist. “Maar ze zijn er
wel hard tegenaan gegaan,” zegt Bucquoy.
Zoals hijzelf ongetwijfeld, nadat in januari ’96 bekend raakte dat de
Vlaamse regering de toegezegde 6,5 miljoen subsidie (eigenlijk: voorschot
– als er winst gemaakt wordt, delen ze daar zelfs in!) niet zou uitbetalen.
Onmiddellijk was het “Eric Van Rompuy is een fascist” en “’t
Is omdat ik communist ben”, maar daarbij ging Bucquoy wel voorbij aan
het feit dat het trio Van Rompuy-De Meester-Martens het
goedkeuringsbesluit eigenlijk reeds had getekend. Volgens Robbe De Hert
was het dan ook SP-minister Vandenbossche die “met z’n zatte kloten”
op de laatste ministerraad van het jaar zou hebben gezegd: “We gaan
toch geen geld geven aan die vetzak met zijn madam met dikke tetten zeker?”
Hoe dan ook, hiermee werd een precedent geschapen, want het was nog
nooit gebeurd dat de Vlaamse regering in negatieve zin inging tegen het
advies van de filmcommissie (omgekeerd heeft ze soms wél steun verleend
aan projecten die een negatief advies meekregen). Jan Bucquoy vond dan ook
dat de filmcommissie moet aftreden als ze nog een beetje kloten aan hun
lijf hebben.
De film zal uiteindelijk toch worden afgemaakt dankzij een financiële
inbreng van Jan Verheyen (Independent). Enkele maanden later werd Bucquoy
trouwens in het gelijk gesteld door de Raad van State en moest de Vlaamse
regering toch de 6,5 miljoen ophoesten.
Als Jan Bucquoy z’n schulden van “Camping Cosmos” kan afbetalen, belooft
hij uiteindelijk z’n trilogie af te werken, deze keer met “een Engelse
blik”. Vandaar de titel “The last temptation of the Belgians before
they disappeared”. “België is begonnen met een opera en zal eindigen met
een film,” voorspelt hij. (**)
Referentie
Ronny De Schepper, La vie sexuelle op Camping Cosmos, Steps magazine
september 1995
(*)
Ondertussen ligt Lolo Ferrari dus inderdaad reeds in de grond. Tenzij ze
verast is natuurlijk.
(**) De film is er bij mijn weten als zodanig nooit gekomen. Er bestaat
wel een “Vie sexuelle III” (en zelfs IV en V, geloof ik), maar die gaat
over een totaal ander onderwerp. En België bestaat dus ook nog steeds.
Voorlopig.
|