Van kerk tot 'linkse kerk'
van Liederik De Witte tot Raoul Hedebouw
BuG-bericht 595, www.npdata.be, 25/07/2026

Mail    npdoc.be    npdata.be    Home

Van Liederik De Witte tot Raoul Hedebouw
of hoe PVDA/PTB de zorg voor mens
en samenleving van de kerk overnam

In de vakantie en dank zij AI kan wat dieper gegraven worden, samengebracht en samengevat. Wat is het verhaal van het tot stand komen van 'nieuw links' in het katholieke, Vlaams-nationalistische, conservatieve en burgerlijke (KU)Leuven? Van de katholieke kerk naar de 'linkse kerk', de geschiedenis daarvan is alleszins (nog) niet geschreven, hieronder een voorzet om aan zet te komen.

Van katholieke kerk naar 'linkse kerk'

Verslag van een chat, of is het een schat, met dank aan google AI dat in hoofdzaak is voortgegaan op informatie en documentatie die niet op het internet aanwezig waren en die door ons aangereikt is, met input van oa Marc Ernst, enkele oud-gedienden en de 'Jezuïeten'.


Het ongeschreven epos van de Vlaamse linkerzijde

Inleiding: De geschiedschrijving van de Vlaamse arbeidersbeweging en de klassieke lezing van het ontstaan van 'Nieuw Links' in Leuven laten de onmacht zien van de academische milieus en publicaties om tot de échte genese van mei '68  door te dringen en de rauwe maatschappelijke dynamiek ervan te onderkennen. Dit geïntegreerde verhaal legt de organisatorische, geografische en familiale spoorlijnen bloot die liepen van een imploderend, radicaal-katholiek Vlaanderen naar de opkomst van AMADA en de hedendaagse PVDA/PTB. Het is een geschiedenis gecementeerd door de wet van de praxis: doorgaan tot vervelens toe.

Deel 1: De Humuslaag – "Het kapitalisme maakt de mens kapot" (1963–1964)

De ware wieg van de radicale ommekeer in Vlaanderen lag niet in intellectuele import uit Parijs, Peking of Berlijn, maar in de schoot van de Katholieke Actie. In 1963 lanceerde de KWB (Kristelijke Werknemersbeweging) haar roemruchte jaarthema, de manifestactie over de hervorming van de onderneming, onder de vlijmscherpe slogan "Het kapitalisme maakt de mens en arbeider kapot". De drijvende kracht achter dit "rode boekje" was pater Liederik De Witte sj (Jezuiet, een priester die tussen arbeiders in de Ruhr en mijnwerkers in Wallonië werd gevormd en actief werd in Levensscholen en de KWB.


Liederik De Witte sj (1918-1972)

De Witte onderzocht de Sociale Leer van de Kerk en trok de ultieme, antikapitalistische conclusie: als elke mens gelijk is in de ogen van God, dan is het kapitalistisch systeem — waarin de winst en de vrucht van de arbeid worden gestolen ten koste van de gezondheid en  zeggingskracht van de arbeider — een structurele zonde. Met 140.000 KWB-leden bereikte dit jaarprogramma via de gezinnen meer dan 600.000 mensen.


'Rode boekje' van de KWB,
jaarprogramma, Raak - 10/1963


Mannen uit het nationaal bestuur van de KWB zoals Karel Heirbaut trokken mee aan de kar. In 1963 nam Heirbaut de jonge syndicalist Jan Cap mee naar de vormingen van toenmalig KWB-voorzitter Robert De Gendt. Hier werd een generatie arbeiders ideologisch bewapend met een diep, bijna spiritueel bewustzijn van hun menselijke waardigheid. Omdat deze radicale koers de fundamenten van de verzuilde overlegeconomie bedreigde, greep de ACV/ACW-top (onder leiding van Gust Cool, Jef Houthuys en Willy D’Havé) hardhandig in. De manifestactie werd gekortwiekt en Liederik De Witte werd buitenspel gezet en "gedumpt".

Deel 2: De Ruimtelijke en Intellectuele Transitie in Leuven (1964–1968)

Onder de demografische druk van de babyboom stroomden de kinderen van diezelfde KWB-arbeiders halverwege de jaren '60 het hoger onderwijs binnen. De democratisering van het onderwijs bracht een generatie naar de toen nog diepconservatieve, katholieke en Vlaams-nationalistische K.U.Leuven. Zij brachten de antikapitalistische moraal van thuis mee en zochten naar een methode om die in de praktijk om te zetten. In deze overgangsfase fungeerde het tijdschrift en de werkgroep De Brug (opgericht in 1963) als een cruciale intellectuele couveuse. Hier werd de dialoog gevoerd tussen vooruitstrevende christenen en marxisten.

Studenten zoals Arnout Vanreusel, Lode Claes en Bob Spaenhoven debatteerden er met moraalfilosoof Louis Van Bladel sj (een vooraanstaand Marx-kenner), de vrijzinnige denker Jaap Kruithof en de trotskist Ernest Mandel. De geografie van deze transitie is van een ongekende symbolische waarde: het redactiesecretariaat van De Brug was gevestigd in de Eikstraat 5 te Leuven. Het was exact deze plek die later de thuisbasis zou worden van café de Bolsjewiek, de SVB (StudentenVakBeweging) en de prille AMADA-kern.


Ludo Martens in Alma 2, hoofdredacteur van
Ons Leven (KVHV) van 05/1966 tot 06/1967

Tegelijkertijd voltrok de ideologische harding zich in de praktijk. In september 1968 gaf Ludo Martens zijn vormingen in de lokalen van de Sociale Raad in de Bogaardenstraat in Leuven —dichtbij het gebouw dat decennia later door de CCC zou worden opgeblazen, geweld dat door Ludo Martens en z'n beweging nooit als actiemiddel werd voorop gezet. Maar Martens onderwees daar wel de ijzeren discipline van de organisatie en de noodzaak om "door te gaan tot vervelens toe" met inbegrip van het afhaken van mensen voor wie dit doorgedreven engagement en de aanhorigheid aan beweging en partij te ver ging". Toen Martens definitief uit het conservatieve KVHV werd gezet - hij was toen al de visionaire klokkenluider van seksueel misbruik in de kerk, nadat hij in 1961 al was buitengezet uit het college van Torhout om dezelfde reden en door dezelfde priester, Guido Maertens - raakte de intellectuele dialoog van De Brug marxisme-christendom achterhaald. De radicale studenten kozen voor de totale polarisatie en de praxis.

Deel 3: De Schok van Zwartberg en de Gang naar de Ondergrond (1966–1970)

De theoretische discussies werden definitief ingehaald door de rauwe realiteit van de klassenstrijd op 31 januari 1966. Bij de mijnsluiting van Zwartberg schoot de rijkswacht twee betogers dood. Een van hen was de jonge Valère Sclep, een goede vriend en streekgenoot van Lode Claes (niet de politieker, nvjh) en Arnout Vanreusel. Voor de geëngageerde studenten uit de mijnstreek en Leuven was dit het breekpunt: de strijd was geen academische oefening, maar een zaak van leven en dood. In mei 1966 werd het conservatieve Vlaanderen op zijn grondvesten geschud.


Arnout Van Reusel (links) evacueert
hier de neergeschoten Jan Latos, 1966.

Na discussie en de 'import' van het marxisme en de ideeën van Mao Tse Tung in de zomer 1967 uit Berlijn (nav het doodschieten van een student bij een betoging tegen het bezoek van de Sjah van Iran) trokken studenten naar de fabriekspoorten. Nog niet om er politiek te bedrijven, maar—zoals in het verslag van kotgenoten in het Psychootje Kris Hertogen en Arnout Vanreusel van aan de Ford-poorten in Genk te lezen is — om te leren van de arbeiders.

Arnout Vanreusel voegde na zijn studies in 1969 de daad bij het woord. Hij wees een academische carrière bij professor Louis Baeck en een job bij de studiedienst van de KWB af, en zakte als ondergronds mijnwerker af in de mijn van Zolder. Hij leefde incognito in een logementshuis in Meulenberg tussen de migranten om het systeem van onderuit te bekijken. De morele 'drive' van de missie en de oecumenische bewogenheid (ook gevoed door bewegingen als Sjaloom van Bruno de Roeck en de mobilisaties van de universitaire parochie voor de derde wereld) sloeg hier naadloos om in het activisme van Mijnwerkersmacht en de prille structuren van AMADA.

Deel 4: De Missionaire 'Rode Evangelisten' en de Boelwerf-Les (1971–1985)

Deze transitie werd versterkt door een directe toestroom van ex-religieuzen en -seminaristen, de Derde wereld bewegingen en het Latijns-Amerikaans college, waar Camillo Torres een tijd vice-president geweest was. De "Kerk in afgang" verloor haar meest offervaardige, missionaire krachten aan de "Linkse Kerk in opgang". Mannen als Boudewijn Deckers — in 1964 jezuïet-novice, in 1967 student landbouwingenieur om daarna naar de missies te trekken — traden uit en brachten de ijzeren discipline, de intellectuele ascese en de organisatorische tucht van de jezuïeten rechtstreeks binnen in het Centraal Comité van AMADA. Ook Hugo Verwimp en priesters die in Zuid-Amerika mee de bevrijdingstheologie tot stand en in de praktijk brachten maakten die existentiële overstap.


Boudewijn Deckers (links) in een vergadering
van het Politiek bureau van de PVDA/PTB,
 2006, still Terzake

Maar de ultieme historische terugkoppeling vond plaats in 1971 op de Boelwerf in Temse. Toen de jonge, dogmatische studenten van AMADA de staking kwamen ondersteunen, botsten ze frontaal op de KWB-humus. Mannen als Jan Cap en Karel Heirbaut, gevormd door de radicale traditie van Liederik De Witte in de KWB, eisten respect op voor hun syndicale engagement. Ze stelden AMADA voor het ultimatum: erken de delegees en het militante vakbondswerk, of blijf weg. Dit dwong Ludo Martens en Jo Cottenier tot een diepgaand intern debat. AMADA gooide haar sektarische koers om en maakte de steun aan syndicale delegees tot de strategische hoeksteen van de partij. De KWB-erfenis dicteerde hier rechtstreeks de koers van de communistische voorhoede.


Het dekkleed op de kist van Karel Heirbaut,
door hem gewenst, maakt de cirkel rond van
de dynamiek waaruit PVDA/PTB en vele
andere bewegingen zijn voortgekomen
, 2001

Epiloog: De Diaspora en de Genetische Code

De definitieve breuklijn voltrok zich in 1985. Binnen de KWB vormden Karel Heirbaut, Jef Smet, Jan Cap en Robert De Gendt een werkgroep 'Kristendom-Marxisme'. Toen zij hun synthesedocument na tien vergaderingen wilden verspreiden, dreigde ACV-voorzitter Jef Houthuys de KWB financieel droog te leggen. De repressie van de top leidde tot een historische diaspora: Jan Cap verliet de zuil en stapte definitief over naar de PVDA, Robert De Gendt trok naar de internationale vakbond en later naar Pax Christi, Jef Smet bleef verder actief in het nationaal bestuur van de KWB en Karel Heirbaut bleef als onafhankelijk kroniekschrijver de ethiek van de basis bewaken en gaf hieraan uitdrukking in tientallen publicaties en unieke foto-reportages.

Dit integraal verhaal bewijst de diepe wetmatigheid: de PVDA/PTB werd de organisatorische erfgenaam van de morele energie die door de christelijke arbeiderszuil werd uitgestoten. De partij nam de waarden, offersfeer, de discipline en de pedagogie over van de KAJ en de KWB. De familiale lijnen maken de cirkel rond. De provinciale secretaris van de KWB-Limburg, die na 1945 de Fidei Donum-priesters uit de mijnen van Potosí over de vloer kreeg die de bevrijdingstheologie mee vorm gaven, zag zijn DNA, zoals bij zoveel andere 'militanten van AMADA, rechtstreeks doorstromen in de volgende generaties. Zijn kleinkinderen zijn respectievelijk Raoul Hedebouw (het electorale boegbeeld en voorzitter van de PVDA) en Els Hertogen (directeur van de progressief-christelijke ngo 11.11.11).

Hoewel de huidige partijtop van de PVDA/PTB zichzelf vandaag profileert als een product van de seculiere, moderne tijd, dragen zij onmiskenbaar ook de genetische code met zich mee van de priester-arbeiders, de KAJ van Jozef Cardijn, KWB-militanten en de studenten uit het 'Psychootje'. De professoren Louis Van Bladel sj, Jan Kerkhof sj. en Albert Dondeyne dachten dat zij de brug bouwden, maar de arbeiders en de kerkelijke uittreders waren de brug. Liederik De Witte sj werd begraven in de schaduw van priester Daens, maar zijn analyse dat "het kapitalisme de mens kapotmaakt" regeert via deze ondergrondse stamboom vandaag nog altijd mee de politieke agenda.

Jan Hertogen, socioloog, jan@hertogen.be
www.npdata.be
www.janhertogen.be
.