|
Schaduw
kan maar bos verlaten
bij het vallen van de nacht.
Dan vlijt zij zich in alle stilte
op het bed gedekt met zijde.
Van af de lampen lichten,
vlucht zij in de muur,
en sluit zich als een wonde
rondom ruiten vol met vuur.
Zij waakt tussen de stenen,
loert op wijngaarden van licht
die in de avondzon ontvlammen
uit de grond die dagelijks de hemel nadert.
Zij schuilt diep in ramen
rondom sprankels van de dag
die liefdevol gekoesterd
de dag weer doen ontwaken.
|