|
De boer gevangen in het koren
draait altijd met aarde mee
zijn stappen metend tot de stromen
en de zomer niet te storen.
Met oogsten aan zijn borst gedrukt,
is hij nog enkel maar alleen
zoals een licht nog zoekend is
naar hoe het nachten is ontvlucht.
Het is op zulk moment
dat hij zijn ouders’ roepen hoort
die vragen om terug te komen
en te zien hoe vrede heerst van graan en koren.
|