|
Tussen
blikken lost de ruimte op
en vraagt maar enkele gebaren
om zonder een geluid te maken op je voet te vallen
als de laatste regendruppels na een onweer in het woud.
Geborgen in mijn handen ben jij naakter
dan de regen op een zeildoek
dan een blad in ochtendgloren,
dan de tanden in een zonbeschenen mond.
Insecten
vliegen onder huid te pletter,
vingers zijn niet meer beschermd voor licht
dat opkomt uit het diepste van je blik
zodat wat onverdraaglijk is kan dagen in de mijne.
Wat
van het leven rest rondom ons is gestold
in hoge beelden die niet binnen kunnen
in kringen vol van stilte en genot
die onze lendenen omringen.
|