|
Geen enkel woord
kan ik gebruiken
om liefde te benoemen,
jou mond trekt sporen op mijn mond
die ik ontcijfer met een kus.
Het dove schijnsel van je schoot bedaart
zoals de zon doet met een storm
en ik hervind mij telkens weer verenigd
aan je hoofd ontstegen aan de eeuwige dood.
Ontbloot tot aan je hart
in helderheid van slagen
heb jij enkel nog als grens
de dag die niet meer licht op aarde.
Mijn blik verzegel ik op jou
zodat ik in je sterven kan
wanneer mij enkel nog de hemel rest
van jou gelaat gericht op mij.
|