Opmerkingen en aanvullingen bij het boek over de PVDA/PTB van Pascal Delwit  
Marc Ernst, Vlaams Marxistisch Tijdschrift,
2/2014

Mail    Pascal Delwit    VMT - artikel (pdf)    Artikel    Home

Een inhoudstafel is toegevoegd en samen met de voetnoten interactief gemaakt. De tussenvoegsel werden naar het einde van het artikel verplaatst en zijn rechtstreeks langs de inhoudstafel te bereiken.

Inhoud - Boven

Inleiding

Partijpolitieke geschiedschrijving
Weinig publicaties
Gebrek aan archieven
Lacunes en onjuistheden
De Bock & Goossens
Politieke trajecten van ex-leden
Rode Jeugd
Grootste manco
Media-initiatieven
Centrale stelling
Schieten op de boodschapper
CHEMA bis
Thema's voor toekomstig onderzoek
 
Tussenvoegingen
    - Onwaarheden
    - Korea is One
    - Dokstaking

Bronnen
   - Archieven
   - Mondelinge bronnen
   - Literatuur
 
Noten 

*
*   *

Inleiding - Inhoud

Carl Devos merkte enige tijd geleden, tijdens een interview op VRT-radio, op dat er weinig is geweten over de Partij Van De Arbeid (haar geschiedenis, functioneren, ideologie enzovoort). De Belgische PVDA is zelfs voor politieke wetenschappers vrijwel onbekend, luidde het. Met de publicatie van het boek van ULB-politicoloog Pascal Delwit over de partij ("PTB. Nouvelle gauche, vieille recette") is ongetwijfeld een leemte gevuld. Maar er blijven nog tal van blinde vlekken in de historiografie van de partij en vele vragen onbeantwoord. Delwits nieuwste boek is ook niet vrij van mankementen. Het legt wel een serieuze basis voor vervolg- en uitdiepingsprojecten met betrekking tot de geschiedschrijving van de PVDA en bij uitbreiding die van alle componenten van radicaal-links in ons land. Een pleidooi hiervoor, in combinatie met beschouwingen en toevoegingen bij het boek van Delwit.

Parti du Travail de Belgique (PTB) is de Franstalige naam van de unitaire PVDA. Het boek van Delwit, een morfologie, komt niets te vroeg. In november zal de PVDA vijfendertig jaar oud zijn. Maar de partij heeft ook een voorgeschiedenis van negen jaar onder de naam AMADA (Alle Macht Aan De Arbeiders). Waaronder vijf als AMADA-TPO want vanaf 1974 opereerde men ook in Franstalig België, onder de naam Tout Ie Pouvoir aux Ouvriers. Het heeft dus vierenveertig jaar geduurd voordat de voormalige maoïstische groupuscule - die zichzelf van quasi het prille begin omschreef als 'nieuwe communistische partij in opbouw' - onderwerp werd van een ernstige en substantiële publicatie geschreven door een buitenstaander.

De PVDA heeft het klaarblijkelijk moeilijk met het gegeven dat een onafhankelijk en deskundig auteur, gekend om zijn publicaties over (extreem-)links in Europa, zich verdiept in de geschiedenis en het functioneren van de partij en tot voor haar onaangename bevindingen komt.

Die klus werd geklaard door een wetenschapper met een gedegen kennis van en een pak publicaties over de (communistische en socialistische) linkerzijde in ons land en de rest van Europa. Het is een grondig maar niet onberispelijk boekwerk geworden. Hier dus enkele bedenkingen van een ancien compagnon de route(1)en PVDA-watcher bij en naar aanleiding van het boek van Pascal Delwit.

Delwits boek over de PVDA houdt het midden tussen een historisch, politicologisch en sociologisch vulgariserend wetenschappelijk werk. Het kan ook beschouwd worden als een prosopografie: een historische sociografie van een groep mensen met gemeenschappelijke kenmerken, interesses en/of doelen. In dit geval met nadruk op de politieke en ideologische aspecten van het studieobject. De publicatie heeft een tijdshorizon van ruim vier decennia en is geschreven op basis van zowel schriftelijke (publieke en partijinterne)(2) als mondelinge bronnen (partijkaders en ex-leden)(3). De documenten zijn, op een paar uitzonderingen na, allemaal afkomstig uit archieven. Niet die van de PVDA zelf, want daar kreeg de auteur geen toegang toe. Al werd hem dat niet botweg geweigerd. Het was nooit mogelijk 'wegens werken'. Het valt te betreuren dat de auteur geen melding maakt van de geraadpleegde archieven. Een uitvoerige situering, middels opgave van een beknopte biografie van zijn gesprekspartners, was ook wenselijk geweest. Idem wat betreft een index met alle in het boek voorkomende namen van personen.

Partijpolitieke geschiedschrijving - Inhoud

Geen enkele andere Belgische partij is de laatste decennia beschreven en ontleed zoals Delwit dat deed met de PVDA. Geen nieuwe, al dan niet ontstaan in het zog van de nieuwe sociale bewegingen of ontwikkelingen uit de jaren zestig-zeventig, en evenmin oudere en gevestigde. Tussen droom en daad: 10 jaar Agalev in het parlement uit 1991 komt in de buurt, maar zowel het opzet (het is een bundeling van bijdragen van de hand van verschillende auteurs) als de periode waarover het boek zich uitstrekt zijn grondig verschillend van het boek over de PVDA. Ecolo: les verts en politique (De Boeck Université, 1996) van de hand van Pascal Delwit en Jean-Michel de Waele, doorstaat beter de vergelijking. Al zijn er ook verschillen met die publicatie: het boek over de PTB is zowat honderd pagina's dikker en bevat geen bevindingen uit onderzoek naar onder meer het profiel van de partijleden zoals het geval is in het boek over Ecolo (op basis van 1459 door partijleden ingevulde enquêteformulieren). Hoe dan ook: Delwit is met zijn boek over de PVDA niet aan zijn proefstuk toe wat betreft het onder de (wetenschappelijke) loep houden van een politieke partij.

De voorbije jaren verschenen er in Vlaanderen ook enkele onderzoeks-journalistieke boeken over politieke partijen. Raf Sauviller (Humo) beet zich vast in Lijst De Decker (LDD) en vooral de persoon van LLD-voorzitter Dedecker (Jean-Marie Dedecker. De buffel) en Tom Cochez (ex-De Morgen, nu Apache.be) legde de clanoorlog binnen het Vlaams Belang bloot (Eigen belang eerst - De vuile oorlog binnen het Vlaams Belang). Tevens schreef een ex-medewerker van de studiedienst van LDD (publicist Thierry Debels) een egodocument over zijn -niet onverdeeld positieve - wedervaren binnen de partij. Bij ons zagen we tot hiertoe nog geen journalistieke relazen van undercover infiltraties in partijen. Het genre, dat in Frankrijk een zekere populariteit heeft maar vreemd genoeg uitsluitend beoefend werd met betrekking tot het Front Nationale(4), zal wellicht ook hier niet uitblijven.

Het laat zich eveneens vermoeden dat de politieke geschiedschrijving beoefend door wetenschappers (vooral historici en politicologen) te lande in de toekomst een vlucht zal nemen. Bij onze noorderburen is dat soort boeken al tamelijk populair. De grote specialist op dat vlak is Gerrit Voerman, een hoogleraar aan de universiteit van Groningen. De historicus Voerman, die promoveerde op De meridiaan van Moskou. De CPN en de Communistische Internationale (1919-1930), schreef reeds boeken over de geschiedenis van de VVD, de ChristenUnie, de PvdA en GroenLinks. Hij werkt momenteel aan een boek over de Socialistische partij (SP), de 'zusterpartij' van de PVDA volgens Peter Mertens(5). De publicatie van Voermans boek over de SP is voorzien voor volgend jaar.

Vermoedelijk zullen ook bij ons vroeg of laat doctoraatsthesissen worden gemaakt over radicaal-linkse partijen of stromingen. Onder meer in Frankrijk en Nederland gebeurde dat al.(6)

Waar we ons in elk geval al mogen op verheugen, is de aanstaande publicatie van het boek van Manuel Abramowicz (zie verder) over radicaal-links in ons land. Het zal een van de volgende maanden verschijnen bij Couleurs Li-vre (het vroegere Editions Vie Ouvrière) en zal in ruime mate gebaseerd zijn op zijn eerdere publicaties op dat vlak, maar dan met een update en verdieping. Die hadden echter een sterk Franstalige invalshoek. Het valt te hopen dat hij ditmaal ook en in voldoende mate de ontwikkelingen, uit het verleden en van vandaag, in Vlaanderen behandelt. Ook ex-PVDA-kaderlid Luk Vervaet (zie ook verder) kondigde recent een boek aan: Du maoïsme à la gauche respectable: le prix à payer. Wellicht is dat een voorlopige titel. Of die publicatie inderdaad enkel in het Frans zal verschijnen, is niet bekend, evenmin als de inhoud ervan en of Vervaet de enige auteur zal zijn. Tot slot mag men hopen dat oud-AMADA-lid Paul Huybrechts(7), vandaag de voorzitter van de Vlaamse Federatie van Be-leggingsclubs en Beleggers (VFB) en prominent publicist en opinion leader, alsnog werk maakt van het schrijven van zijn ooit in Humo aangekondigde boek over zijn maoïstische jaren.

De tot hiertoe erg beperkte productie wat betreft de geschiedschrijving van AMADA en de PVDA is niet verwonderlijk. Historicus Rudi Van Doorslaer, oud kortstondig lid van de AMADA in de beginjaren, wees in een artikel in het VMT(Jrg 12, 1978) op de 'schrale interesse van oud-partijverantwoordelijken voor de eigen partijgeschiedenis'.

Al doelde hij op verantwoordelijken van de communistische partijen, zijn opmerking gaat ook op voor die van de radicale linkerzijde in het algemeen en de maoïstische strekking er van in het bijzonder - zeker in ons land. Zijn collega José Gotovitch ziet nog andere redenen voor de bescheiden historiografie van de Belgische communistische beweging. Waaronder 'l'absence de pouvoir intellectuel et son (faible) pouvoir'(8) ongetwijfeld ook geldt voor AMADA/de PVDA

Weinig publicaties - Inhoud

In vergelijking met onder meer Nederland, Frankrijk en Duitsland gebeurde er bij ons weinig onderzoek - journalistiek of wetenschappelijk/historisch - naar de lokale radicaal-linkse partijen en dito organisaties in het algemeen en de ex-maoïstische onder hen in het bijzonder(9). Door de jaren heen verschenen er hier en daar weliswaar een paar niet onaardige artikels over in gespecialiseerde publicaties van onder meer het CRISP (Centre de Recherche et d1 Information Socio-Politique), het AMSAB (Archief en Museum van de Socialistische Arbeidersbeweging) of het SOMA (Studie-en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij) maar over het algemeen is de oogst vrij mager.

Daarnaast werden er ook een pak master thesissen geschreven over diverse aspecten van het ontstaan en de geschiedenis van AMADA en/of de PVDA of over haar pers. Maar die zijn van wisselende kwaliteit. Sommige daarvan zijn van de hand van studenten die tijdens hun studies lid of sympathisant waren van de studentenorganisatie van die partij (vroeger was dat MLB, vandaag COMAC, de jongerenbeweging Communistische Actie). Scripties gemaakt door MLB/COMAC-adepten (zoals Versteegh, Robert en Vanhoutteghem,(10)) werden met de volle steun en medewerking van de partij gemaakt. Dat had een makkelijkere toegang tot sleutelfiguren en toelating tot consultatie voor het anders ontoegankelijke partijarchief - niet te verwarren met het open archief van het Documentatiecentrum Marx - tot gevolg.

Dit kwam doorgaans de hoeveelheid maar niet noodzakelijk de relevantie van de bronnen (geschreven en mondelinge) en dus van de bevindingen ten goede. In het algemeen bevatten deze thesissen weinig of geen delicate, laat staan voor de partij echt onplezierige, informatie. Betrokkenheid bij het onderwerp is onmiskenbaar een handicap voor een echt kritische en naar volledigheid strevende benadering. Deze vaststelling werd trouwens gedaan door Georges Ubbiali, een van de medewerkers aan het Dissidences-nummer uit 2009 over radicaal-links in België ('La proximité gênante avec l'objet dans ces travaux se manifeste souvent, de maniere problématique).

Dissidences is een niet meer bestaand tijdschrift in boekvorm, gewijd aan de geschiedenis en andere aspecten van de radicaal-linkse bewegingen in Europa. Vandaag is Dissidences nog enkel een online uitgave. De titel van het puike België-nummer is: La Belgique sauvage. L 'extreme gauche en Belgique depuis 1945 (édition Le Bord de Peau)(11). In twee hoofdstukken schetst Manuel Abramowicz, ten lande ook gekend als observator en kenner van uiterst-rechts, de geschiedenis van enerzijds de pro-Chinese partijtjes die het gevolg waren van het schisma binnen de communistische beweging in de jaren zestig en zoomt hij anderzijds in op de latere marxistisch-leninistische organisaties zoals onder meer AMADA. Delwit deed er zijn voordeel mee want hij putte in niet geringe mate uit deze publicatie. Abramowicz is op sommige vlakken echter diepgaander en uitvoeriger dan Delwit, vooral wat betreft de pro-Chinese organisaties voor de oprichting van AMADA. Zo geeft Abramowicz meer gedetailleerde informatie over de omvang en impact (aantal leden en electoraal 'succes') van de pro-Chinese communistische partij van Jacques Grippa en de latere diverse afscheuringen ervan. Idem voor sommige van de standpunten van die groeperingen, onder meer wat betreft de 'nationale kwestie' in ons land (analyse en visie die behoorlijk afwijkt van de PVDA-stellingen ter zake want veel federalistischer en zelfs regionalistischer). Wat deze materies betreft, is het artikel van Abramowicz zeer complementair aan het boek van Delwit. En omgekeerd is dat laatste op sommige vlakken een nuttige aanvulling op de artikels van Abramowicz in La Belgique sauvage. In de eerste plaats wat de historiek betreft van de Union des Communistes Marxiste-Léniniste de Belgique (UCMLB), in de jaren zeventig de belangrijkste 'maoïstische' groepering in Franstalig België.

Daarnaast zijn er nog twee best interessante maar niet boven elke kritiek verheven boeken geschreven door auteurs die lid zijn van of aanleunen bij de PVDA. Het belangrijkste hiervan is ongetwijfeld het naar hagiografie neigende boek van Kris Merckx: Dokter van het volk (in 2008 verschenen bij huisuitgeverij EPO). Dat behandelt echter vooral, zo niet uitsluitend, de historiografie van het paradepaardje van de PVDA: de groepspraktijken van Geneeskunde voor het Volk (GvhV). 11 zijn er inmiddels. (Verder in dit artikel worden een paar voorbeelden gegeven van het hagiografisch karakter van het boek van Merckx.)

Ook niet onbelangrijk, maar evenmin boven elke kritiek verheven, is er tenslotte het boek van Thomas Blommaert: Ik was nog nooit in Zelzate geweest. Dat boek is het gevolg van een besluit van het achtste partijcongres van de PVDA in 2008, het zogenaamde vernieuwingscongres. Daar werd beslist (eigenlijk was het door de partijleiding bepaald en werd de beslissing pro forma gevalideerd en gestemd) een boek uit te geven over Zelzate. Er werd zelfs een auteur vernoemd: Thomas Blommaert. In de congresdocumenten staat het zo (op pagina 119): 'In 2009, ter gelegenheid van het (sic) 30ste verjaardag van de partij, zal het boek van de geëngageerde journalist Thomas Blommaert, Het geheim van Zelzate, worden uitgebracht. We willen dit boek gebruiken als springplank, om het actieve partijmodel uit de rijke ervaring van Zelzate te veralgemenen.' Het boek verscheen een jaar later dan voorzien en onder een andere titel: Ik was nog nooit in Zelzate geweest. Blommaert is vandaag adjunct-uitgever bij EPO en was een van de ondertekenaars van de oproep om in mei 2014 PVDA te stemmen.

De voorgenomen titel Het geheim van Zelzate was blijkbaar iets te veel geïnspireerd op Het geheim van Oss, een boek uit 2001 over de geschiedenis van de Nederlandse Socialistische partij (SP). De communicatiedeskundigen van de PVDA hadden blijkbaar minder schroom toen er gezocht werd naar een titel voor het recente boek van Raoul Hedebouw, de tweetalige woordvoerder van de partij en kersvers federaal parlementslid. Dat werd Première a gauche, een titel waarvoor leentjebuur is gespeeld bij de Nederlandse SP. Eerste weg links is immers de titel van het sociaal actieplan voor de periode 2003-2007 dat de SP in 2002 opstelde. Delwit merkt het in zijn boek op: op communicatievlak en inhoudelijk wat de externe lijn ('het restaurant)' betreft - zie verder - kijkt de PVDA erg goed naar de Nederlandse SP.

Eigenlijk is het boek van de ex-straathoekwerker Blommaert, van wie de journalistieke productie tot voor hij zijn boek over Zelzate schreef, beperkt was tot een paar artikelen voor het PVDA-weekblad Solidair en het ACW-magazine Visie, een 'journalistieke' remake en naar een breder publiek toe vertaalde versie van de PVDA-publicatie Leren van de kiescampagnes in Herstal en Zelzate uit 2005. Dat is een bilan en systematisering van de succesvolle kiescampagnes van de partij in 2006 in de twee gemeenten. Het boek van Blommaert over Zelzate is Delwit blijkbaar niet bekend want het wordt nergens door hem vermeld.

Ik was nog nooit in Zelzate geweest is een meeslepende en puik geschreven literair-journalistieke reportage over het politieke en sociale leven in het Oost-Vlaamse Zelzate. Met focus op de opkomst en het wedervaren van de PVDA in het industriestadje en de redenen van het succes van de partij aldaar. Maar het boekje is erg welwillend ten aanzien van zijn onderwerp.

Zelzate is samen met Hoboken de historische bakermat van de PVDA: de tweede groepspraktijk van GvhV werd er opgericht (in 1977, die van Hoboken zag het leven in 1971) en vandaag is de gemeente het Vlaamse electorale paradepaardje van de partij. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2012 behaalde de PVDA er 22 procent van de stemmen, goed voor zes zetels - wat nog een pak beter is dan in Hoboken (16,40 %, goed voor 4 zitjes in de districtsraad) en dan de score in haar twee Waalse speerpunten: Herstal (14 %) en Seraing(14,7%).

Gebrek aan archieven - Inhoud

Opvallend is dat er in ons land relatief weinig materiaal gearchiveerd is met betrekking tot AMADA/PVDA en bij uitbreiding de brede (ex)'maoïstische beweging'. Wie zich wil verdiepen in de geschiedenis van de communistische partij (strekking Moskou) of van een van de trotskistische organisaties, zal het veel makkelijker hebben want over dit onderwerp zijn de archieven beter voorzien. Blijkbaar hebben de aanhangers van de Revolutionaire Arbeidersliga (RAL) of de Communistische Partij Van België (CPB, maar destijds altijd als KPB afgekort) meer dan die van AMADA/PVDA de reflex (gehad) om hun documenten en archieven af te staan. Men mag hopen dat de koudwatervrees of weigerachtige houding van (ex-)AMADA/PVDA-leden of -sympathisanten om dat eveneens te doen, in de toekomst zal afnemen.

In dat verband is het wellicht symptomatisch dat partijlid Renaat Willockx - volgens AMADA/PVDA een van de leiders van de Gentse maartbe-weging in 1969, maar zijn rol wordt door andere spelers van destijds niet zelden minder belangrijk bevonden dan wat de officiële partij geschiedschrijving voorhoudt - bij leven een deel van zijn archief overmaakte aan het AMSAB maar dat zijn gift slechts affiches en pamfletten en geen interne documenten bevat. De in 2010 overleden trotskist Jos Geudens stond zijn integrale archief af, de interne RAL-documenten inbegrepen, en is, zover ons bekend, de enige radicaal-linkse militant van de laatste generatie die dat bij leven deed. Het AMADA/PVDA-archief bij het AMSAB is weliswaar het meest uitgebreide in België, maar eigenlijk nog erg bescheiden. Het bevat vooral materiaal uit de periode 1970-1990. Daarnaast vindt men er de belangrijkste masterthesissen over de partij. Het Amsterdamse Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis bezit ook wat documenten over AMADA/PVDA. Het heeft zelfs documenten in huis die niet aanwezig zijn bij het AMSAB. Zoals onder meer Het politiek verval van een kleinburgerlijk intellectueel die de omvorming van zijn wereldopvatting weigerde uit 1976.(12)

Zie (noot 2) voor belangrijkste publieke en door Delwit geraadpleegde archieven voor de studie van de PVDA en bij uitbreiding de brede communistische beweging in ons land zijn.

Lacunes en onjuistheden - Inhoud

Het belang van de PVDA-dokterspraktijk van Hoboken kan moeilijk overschat worden voor de op- en uitbouw en geschiedenis van de partij. Ze was er wellicht nooit gekomen zonder Walter De Bock, de inmiddels overleden onderzoeksjournalist die het grootste deel van zijn carrière aan De Morgen verbonden was, en Marie-Louise De Roeck. Deze laatste was een van de eerste verantwoordelijke uitgevers van de AMADA- en later van de PVDA-publicaties(13) maar is sinds 1976 geen partijlid meer. Die betrokkenheid van De Bock en De Roeck bij de locatiebepaling en de totstandkoming van de eerste dokterspraktijk staat niet in het boek van Delwit.

(Het staat wel in dat van Merckx over GvhV. Dat De Roeck al jaren geen partijlid meer is, verzwijgt de inmiddels gepensioneerde PVDA-arts echter. In zijn boek maakt Merckx ook geen melding van de breuk met de partij en groepspraktijk van dokter Karel Van Damme begin jaren tachtig. Gecharmeerd door de operatie Doorbraak van Karel Van Miert stapte die over naar de SP.a en is vandaag adviseur gezondheidszorg en welzijn op het (ontslagnemende) kabinet van Monica De Coninck. Van Damme was destijds werkzaam bij GvhV in Hoboken. Merckx rept tevens met geen woord over het ontslag uit de partij van geneesheer Freddy Merckx van de groepspraktijk van Molenbeek eind jaren tachtig.)

Het was ook in Hoboken dat AMADA in 1976 zijn eerste verkozenen haalde - twee in een klap zelfs: de pijpfitter Francois Laureys (van opleiding echter ingenieur) die werkzaam was bij scheepswerf Cockerill Yards in Hoboken en Kris Merckx. Van dit 'historische' feit maakt Delwit echter geen melding. Ook niet van de jarenlange inzet van AMADA met betrekking tot de loodvervuiling in de Antwerpse randgemeente, die aan die verkiezing is voorafgegaan.

Die loodpollutie gebeurde door Metallurgie Hoboken. Vandaag is dat bedrijf onderdeel van Umicore. Destijds was het eigendom van de Generale Maatschappij van België, decennialang de belangrijkste holding van dit land en niet meer bestaand want opgeslorpt door en geïntegreerd in het Franse GDF-Suez. De huidige fabriek in Hoboken is echter in geen enkel opzicht nog te vergelijken met die van destijds want ze legt zich volledig toe op recyclage van diverse metalen, de hoofdactiviteit van het internationaal opererende maar Belgische Umicore.

Laureys en Merckx zouden samen in de gemeenteraad zitten tot, bij de gemeentefusies van 1982, Hoboken een district werd van Groot-Antwerpen. Doordat Laureys in 1981 verhuisde naar een andere gemeente (op medisch advies ver van de bron van de loodvergiftiging ging wonen), diende hij voortijdig ontslag te nemen uit de gemeenteraad. Laureys was voor die jaren al heel erg milieubewust, een groene avant Ia lettre, en lag aan de basis van het eerste programma van AMADA rond het milieuthema. Laureys is al minstens twee decennia niet meer politiek actief.

Ook de eerste deelname van AMADA aan de parlementsverkiezingen in 1974 verdient meer aandacht dan ze van Delwit kreeg. Hij geeft er niet eens de uitslagen van op, iets wat hij wel doet met betrekking tot de parlementsverkiezingen van 1977 en 1978. Delwit vermeldt enkel dat de resultaten van 1974 voor AMADA zeer teleurstellend waren in vergelijking met 1977. In 1974 behaalde de partij in het arrondissement Antwerpen de niet onaardige score van 2,84 % (14.925 stemmen). De communistische partij (KPB) haalde 2,53 % (13.307 stemmen). In het arrondissement Gent-Eeklo kreeg AMADA 0,87 % van de kiezers achter zich (2843 stemmen). De KPB behaalde er 1,82 % ( 5928 stemmen). De uitslag in Gent-Eeklo lag extra onder de verwachtingen want AMADA kon toen uitpakken met de sterk gemediatiseerde ingenieur Paul Demaegt uit Gent, de klokkenluider van het RTT-schandaal.(14)

(Nog een parenthesis: dokter Freddy Merckx stapte, zo vernemen we in het boek van Delwit, samen met een rist andere partijleden, in 1989 uit de PVDA als gevolg van de standpunten van de partij over het neerslaan van het studentenprotest op het Tiananmen-plein, de onthullingen over de bloedige repressie door het Ceausescu-regime in Roemenië en ten gevolge van twijfels naar aanleiding van de val van Berlijnse muur. Ook dit wordt niet vermeld in het boek van Kris Merckx over GvhV. Wie zo selectief omspringt met de feiten als Kris Merckx, doet niet aan historiografie maar aan hagiografie. Deze twee verzwijgingen illustreren dat partijleden, net als sympathisanten die scripties schrijven, niet de meest geschikte personen zijn om een nauwgezette en complete geschiedenis van de PVDA te schrijven. Het In Memoriam dat Merckx in 2008 schreef naar aanleiding van het overlijden van Wim De Neuter is evenmin een toonbeeld van accurate informatieverstrekking.(15)

De Bock was ook betrokken bij het weekblad Vrijdag dat begin van de jaren zeventig een kort leven beschoren was (er verschenen slechts een tiental nummers in de periode 1971-1972). De naam Vrijdag en de betrokkenheid van de AMADA/PVDA-oprichters Ludo Martens, Paul Theunissen en Dirk Ramboer bij het weekblad komen niet aan bod in het boek van Delwit en ook dat is een spijtig hiaat. Naar de naam Paul Theunissen is het eveneens tevergeefs zoeken in het boek - zoeken dat bij gebrek aan een personenregister trouwens haast onbegonnen werk is. De man is echter niet de eerste de beste: deze voormalige hoofdredacteur van Rerum, het Leuvens informatieblad voor de faculteitsverenigingen (zijn voorganger was de inmiddels overleden journalist Henri Coenjaert), speelde in de beginjaren van AMADA een niet onbelangrijke rol. Samen met Ludo Martens en Jo Cottenier, vormde hij de eerste redactie van het AMADA-weekblad. Nadien zou Theunissen hoofd worden van de zogenaamde internationale afdeling van de partij en een van de belangrijkste aanhangers van de 'theorie van de drie werelden'. Zo werd de toenmalige visie van de Chinese communistische partij genoemd, die de wereld indeelde in drie: de supermachten (Amerika en de Sovjet-Unie, waarbij de SU de belangrijkste en gevaarlijkste is), de tweede wereld (de industrieel ontwikkelde landen, zoals Europa, Canada en Australië, die onderworpen zijn aan de macht van de eerste wereld en op hun beurt de derde wereldlanden onderdrukken en uitbuiten) en de derde wereld (Afrika en Azië). Theunissen, een dokterszoon uit Alken, brak in 1979 met AMADA (dat in november van dat jaar zijn naam veranderde in PVDA) en ging terug studeren (geschiedenis, aan de VUB). Hij studeerde cum laude af met een onthullende thesis (die ook in boekvorm verscheen) over de ontknoping van de koningskwestie en werd journalist bij de VRT-nieuwsdienst. In Humo verklaarde hij in 2008 dat de tien jaren die hij bij AMADA doorbracht, een traumatische ervaring waren en dat de organisatie niet kon begrepen worden zonder in te zien dat het in wezen een sekte was, geleid door een autoritaire en dogmatische goeroe. Een min of meer vergelijkbare weinig flatteuze omschrijving van Ludo Martens, als politicus en partijleider (niet op privévlak, want daar was hij zachtaardig en minzaam volgens verschillende bronnen), wordt in het boek van Delwit ook opgetekend uit de mond van Grace Winter die gedurende meerdere jaren een relatie had met Martens.

Ook ontbrekend in het boek over de PTB is de alles behalve triviale info dat Dirk Ramboer en Hubert - Berten - Hedebouw (de vader van Raoul, het mediagenieke Franstalige, maar eigenlijk perfect tweetalige, boegbeeld van de PVDA) en Martens elkaar al kenden van op het Sint-Jozefscollege van Tielt, waar ze samen school liepen. Hubert Hedebouw behoort tot de eerste Vlaamse AMADA-militanten die in de jaren zeventig uitweken naar Wallonië en er in de fabriek gingen werken. In zijn geval was dat Ferblatil, een staalbedrijf van de Cockerill-groep in Luik. Persoonlijke en vriendschappelijke banden spelen in de politiek en zeker in het leven van partijen een niet te verwaarlozen rol en wie aan geschiedschrijving doet, dient daar oog voor te hebben.

Naast deze, maar ook andere, hiaten telt het boek van Delwit meerdere foutjes. Zoals: het hebben over Doel en de Doelstaking als men eigenlijk de Boelwerf in Temse bedoelt en de staking aldaar. Idem dito met het door elkaar haspelen van Jef Bossuyt (het PVDA-lid dat het in 2011 bestond in Terzake de verdediging van Noord-Korea op zich te nemen, wat hem een uitsluiting uit de partij kostte, als we Peter Mertens in een later interview in De Standaard mogen geloven(16)) en Jef Bruynseels (tot voor kort lid van het nationaal bureau van de partij en verantwoordelijk voor de syndicale werking(17)). De auteur heeft het ook fout als hij advocaat en voorzitter van de Nederlandstalige Liga voor Mensenrechten Jos Vander Velpen omschrijft als 'cadre du PTB'. Meester Vander Velpen is sinds minstens 1986 (toen zijn eerste boek, over de CCC verscheen waarin hij de officiële partijlijn (CCC=CIA) niet goedschiks papegaaide) geen lid meer van de PVDA. Verder in dit artikel worden nog meer onjuistheden gesignaleerd.

De oorzaken van die fouten en tekortkomingen van het boek zijn divers: gaande van het gebrek aan onderzoeksmatige, en zeker onderzoeksjournalistieke, aanpak en drive tot het gebrek aan (geschreven en mondelinge) Nederlandstalige bronnen. Sommige onvolledigheden en kleine onjuistheden zijn het gevolg van de niet altijd even grondige kennis van de auteur van de radicale linkerzijde in Vlaanderen (de gevoeligheden, de historiek enz.) of van het culturele leven in Vlaanderen tout court. Auteur Dimitri Verhulst, die het voorwoord schreef van Peter Mertens zijn boek Hoe durven ze(18), omschrijven als 'un chroniqueur controverse' is op zijn minst kort door de bocht en doet de geroemde schrijver oneer aan.

Ook speelt het feit dat een boek nu eenmaal beperkingen heeft qua omvang de auteur vermoedelijk parten. Het telt nu al 380 pagina's en dat is echt wel de limiet voor een uitgever die zijn broek niet wilt scheuren.

Gezien die beperkingen maakte Delwit beter een paar andere keuzes en had hij er goed aan gedaan soms andere klemtonen te leggen. Het verre verleden kon gerust wat minder uitgebreid behandeld worden (want dat gebeurde immers al op niet onaardige, hoewel verre van perfecte, wijze door andere auteurs en door studenten). Meer inzoomen op de periode na 2000 en vooral na het 'vernieuwingscongres' van 2008 was een zinvolle keuze geweest. De historische schets (van 24 bladzijden) van de opkomst van de internationale communistische beweging vanaf 1907 is ook niet echt noodzakelijk voor een beter begrip van de PVDA van nu.

DeBock & Goossens - Inhoud

In 1978 zorgde Walter De Bock er samen met Paul Goossens voor dat de toen nog prille uitgeverij EPO, waarvan de initialen staan voor 'Education Prolétarienne/Proletariese Opvoeding' en de volledige naam toen nog onbeschroomd (en in de toenmalige progressieve spelling) vermeld werd, van uitgeverij Manteau de Dossier-reeks kon overkopen. Voor een prikje naar verluidt. Dat was een belangrijk overname voor de uitbouw en de latere reputatie van de uitgeverij die tot dan enkel partijpublicaties uitgaf.

De relatie van De Bock en Goossens met AMADA en de latere PVDA, onderwerp van tal van speculaties, verdiende nader onderzoek. Goossens is net als de Bock een compagnon de route van Martens tijdens de woelige dagen van mei'68 aan de Leuvense universiteit (maar ook al in de jaren '66-68, binnen het KVHV en de redactie van diens blad Ons Leven).

De historiek van EPO wordt eveneens onvoldoende uitgediept in het boek van Delwit. Die schetsen en achtergronden brengen over het functioneren en het bestuur van de uitgeverij, zou nochtans relevant zijn en duidelijk maken dat de band met de partij veel inniger is dan doorgaans wordt gesteld of gedacht. Een snelle blik op de namen van de leden van de raad van bestuur, van vandaag en uit het verleden, is wat dat betreft indicatief en zelfs illustratief.(19)

In dat opzicht is het spijtig dat het ontslag van EPO-uitgever Peter Aerts in 1988, die nog meer dan zijn voorgangers (Hugo Durieux en de inmiddels overleden Dirk Cantillon, die later voor De Morgen ging werken) een meer van de partij onafhankelijke koers wilde varen, ook onvermeld is. Het is als gevolg van dat ontslag dat de huidige EPO-redacteur Hugo Franssen, in het bedrijf (juridisch is het een VZW) opdook als een soort 'politiek commissaris'. Partijlid en germanist Franssen was een poos voordien ontslagen als syndicaal afgevaardigde bij uitlaatbedrijf Bosal in Lummen, waar hij werkte als arbeider.(20)

Delwit had trouwens ook mogen stilstaan bij de oprichting in 2000 van de Franstalige evenknie van EPO: éditions EPO asbl (met zetel te Brussel). De oprichters waren: Anne Morelli, Maria McGavigan, Dominique Meeüs, Gérard de Sélys en Serge Deruette. Vooral de betrokkenheid van Morelli is interessant. Deze professor sociale geschiedenis aan de ULB ontkent immers al jaar en dag tot de PVDA-invloeds-sfeer te behoren.(21) De Franstalige historicus Serge Deruette was drie jaar eerder aangetrokken om de Franstalige poot van EPO op de rails te zetten. Dat werd geen commercieel succes en éditions EPO werd na opslorping door de Nederlandstalige uitgeverij (vzw) EPO in 2005 ontbonden. Inmiddels had de Franstalige uitgeverij Aden, in 2005 opgestart door oud-EPO-medewerker en voormalig Solidair-redacteur Gilles Martin, zowat de taak en de ambities overgenomen van het geflopte Editions EPO. Volgens Delwit is Martin lid van de PVDA (pagina 301).

Eind jaren zeventig duikt Paul Goossens op in de kringen van IKoVE, het InitatiefKomitee voor de verdediging van de Vrede in Europa. Hij zal zijn naam verbinden aan een van de IKoVE-manifesten. IKoVE was een mantelorganisatie van AMADA en werd geleid door clandestiene partijleden(22): Jos Beni voor de Franstalige vleugel (CIDéPE: Comité d'Initiatives pour la Défense de la Paix en Europe) en Wies Jespers voor de Nederlandstalige. IKoVE/CIDéPE en Jos Beni komen aan bod in het boek van Delwit, Jespers niet. Dat is andermaal een hiaat gezien de man al jaar en dag in de Nederlandstalige Brusselse culturele en verenigingswereld, zoals de Louis-Paul Boon-kring in Etterbeek, beschouwd wordt als een PVDA-er en present geeft voor alle belangrijke initiatieven van de partij gericht naar die kringen (waaronder het recente 'solidariteit maakt culturen groot') -Jespers is ook bestuurder van de vzw AanZet, de voorloper van GetBasic -de vzw achter de website DeWereldMorgen.be.

Wellicht heeft deze lacune, zoals sommige andere, te maken met de nogal sterk Franstalig gekleurde sensibiliteit van Delwit. De auteur heeft het trouwens fout als hij stelt (op pagina 123) dat IKoVE in 1990 ontbonden werd. De vzw IKoVE bestaat vandaag nog steeds en verplaatste in 2005 haar zetel van de Leuvense Leeuwerikenstraat naar de Kazernestraat 68 te 1000 Brussel. Op dat adres zijn talrijke met de PVDA gelieerde organisaties gevestigd, onder meer IMAST vzw (Instituut voor Marxistische studies), de uitgever van Marxistische Studies (een theoretische publicatie van de PVDA). Marxistische Studies wordt geregeld samen met IKoVE uitgegeven. Dat is vermoedelijk om redenen van subsidies. Het huidige IKoVE, dat eigenlijk een formeel bestaan leidt, is in geen enkel opzicht nog te vergelijken met de voormalige vredesorganisatie die als doel had te sensibiliseren over en een breed front uit te bouwen tegen aanvankelijk het 'Russische sociaal-imperialisme' en later 'de twee supermachten'. CIDéPE zette rond 1980 zijn activiteiten feitelijk stop (na de campagne Moskou 80 voor boycot van de Olympische Spelen dat jaar in Moskou). IKoVE deed dat een paar jaar later. Sindsdien verschenen er geen IKoVE/CIDéPE-publicaties meer.

Indien Delwit meer had ingezoomd op en onderzoek had gedaan naar IKoVE/CIDéPE, had hij ongetwijfeld een mooie casus kunnen schrijven over hoe AMADA destijds te werk ging op het vlak van opzetten van eigen initiatieven en/of infiltreren en (pogen te) manipuleren van andere. Dat gebeurde soms, zoals in het geval van IKoVE/ CIDéPE, met inbegrip van het gebruik van geheime partijleden. Er zijn weinig redenen om te denken dat de huidige PVDA die praktijken afgezworen zou hebben en volledig achterwege zou laten. Hoe dat bijvoorbeeld in de jaren 1974-1983 gebeurde in de VVS (Vlaamse Vereniging van Studenten, een soort studentenvakbond) werd uit de doeken gedaan door Bregt Henkens in zijn masterthesis.

In 1980 zou nogmaals blijken dat Goossens welwillend stond ten aanzien van IKoVE en bij uitbreiding ten opzichte van individuen uit PVDA-kringen. Toen gaf De Morgen de Anti-Oorlogskrant uit. Paul Goossens schreef daar een artikel in over de installatie van Amerikaanse cruise missiles op ons grondgebied. Die Anti-Oorlogskrant was een initiatief van het Anti-Oorlogs Komitee (AOK), een sterk door ÏKoVE, de PVDA en Rode Jeugd gedomineerd samenwerkingsverband tussen een aantal jongerenorganisaties (benevens Rode Jeugd zelf, onder meer KSA en VU-jongeren).(23)

Politieke trajecten van ex-leden - Inhoud

Het is spijtig dat Delwit de relevante informatie onvermeld laat dat Beni vandaag actief is bij Ecolo. Hij is niet de enige ex-PVDA-er, effectief lid of compagnon de route, die vandaag lid is van Ecolo of van Groen. Onder meer advocate France Blanmailland (zie Bronnen, mondelinge) is in dat geval. Groenen met een AMADA/PVDA-verleden zijn Hugo Verwimp en zijn echtgenote Rita Vandeloo, respectievelijk partijsecretaris en lijsttrekker van Groen in de Brabantse gemeente Merchtem. Verwimp is niet de eerste de beste: deze ex-RVA-inspecteur was jarenlang de verantwoordelijke uitgever van de AMADA- en nadien PVDA-publicaties. Hij speelde een belangrijke rol in de bezetting in 1982 van het Machelse metaalbedrijf VTR. Ook ex-AMADA-lid Jan Larosse, tegenwoordig beleidsadviseur op het departement Economie, Wetenschap en Innovatie van de Vlaamse overheid, staat al jaren dicht bij Groen waarvoor hij bestuurs-mandaten uitoefent/uitoefende. In het boek van Delwit wordt (op pagina 125) melding gemaakt van een zekere Larosse, evenwel zonder opgave van een voornaam. Het is twijfelachtig dat het Jan Larosse betreft. De kans is groot dat er een tikfout in het spel is en dat in werkelijkheid Francis Lafosse bedoelt wordt (een ACOD-delegee bij De Lijn in Antwerpen die in 2000 een stemoproep pro PVDA ondertekende). In hoeverre voormalige AMADA/PVDA-ers vandaag politiek geëngageerd zijn in andere partijen, is een interessant, maar spijtig genoeg door Delwit onontgonnen, onderzoeksterrein. Bovenop de eerder vernoemde Karel Van Damme, de ex-AMADA-dokter die zijn heil ging zoeken bij SP.a, maakten nog voormalige 'maoïsten' de overstap naar de SP.a. Zoals Jan Van Duppen en Marc Lemaitre. De inmiddels gepensioneerde arts Van Duppen, die tijdens zijn AMADA- en PVDA-jaren onder meer mijnwerker, tram- en buschauffeur en journalist voor het partijblad Solidair was, was van 1999 tot 2004 lid van het Vlaams Parlement en van 2003 tot 2004 gemeenschapssenator. Hij brak met de SP.a uit onvrede met de politieke lijn van Steve Stevaert. Lemaitre is schepen voor de SP.a in Kortrijk.(24)

Delwit vernoemt een aantal gekende Vlamingen waarvan al te makkelijk beweerd wordt dat ze lid waren van AMADA. De auteur stelt echter niet dat ze lid waren, wel dat ze de beweging een tijdje vervoegden. Dat is een wel erg ruime en weinig precieze omschrijving van hun relatie met de partij. Ermee sympathiseerden en er 'meeloper' van waren zou in de meeste gevallen een correctere definiëring zijn. Dat geldt in elk geval voor Jan Peumans wiens 'lidmaatschap', naar eigen zeggen, slechts een paar weken duurde en beperkt bleef tot deelname aan enkele bijeenkomsten. Het AMADA-lidmaatschap van Roland Duchatelet is ook onderwerp van misvattingen. De succesvolle ondernemer was slechts in de prille begindagen aangetrokken tot de toen nog embryonale groepering. Van heus lidmaatschap spreken zou ook hier overdreven zijn. De sympathie van Duchatelet voor zijn geradicaliseerde studiemakkers aan de universiteit van Leuven zou trouwens snel bekoelen toen in een van de eerste nummers van het AMADA-weekblad een artikel stond waarin zijn broer, een rijkswachter, volgens Duchatelet erg onheus werd aangepakt en dat bovendien op basis van feiten die volgens hem niet klopten. Of Siegfried Bracke daadwerkelijk lid was van AMADA, en dus militant {dat was toen het enige mogelijke type van lidmaatschap), valt ook te betwijfelen. Sympathisant van AMADA was Bracke, die leraar was aan het college van Oostakker, ongetwijfeld medio jaren zeventig. Maar volgens oud-leerlingen van hem hield het daar ook bij op.

Eddy Hermy is inderdaad militant geweest van AMADA, meerdere jaren trouwens (in de jaren zeventig). Maar de man is dan weer al jaar en dag geen lid meer van het Vlaams Belang. Meer zelfs: hij werd wegens zijn extremisme door de voorloper van het Vlaams Belang, het Vlaams Blok, geroyeerd. Het is dan ook fout om hem, zoals Delwit doet, vandaag als Vlaams Belanger te omschrijven. Hermy is tegenwoordig het boegbeeld en de ideoloog van het Nieuw-Solidaristisch Alternatief (N-SA), een zogenaamde bruin-rode of rechts-bolsjewistische organisatie.(25)

Rode Jeugd - Inhoud

Behalve de thesissen van Ward Segers en Leen Alaerts - die door Delwit blijkbaar niet gekend zijn of geraadpleegd werden, in elk geval niet vermeld worden(26) - schenkt geen enkel eindwerk aandacht aan een van de zogenaamde nevenorganisaties van de PVDA. Met uitzondering van het boek van Kris Merckx over Geneeskunde voor het Volk ook geen enkel andere publicatie trouwens. De scriptie van Segers behandelt zowel Geneeskunde voor het Volk, het Vrouwencomité (tegenwoordig Marianne geheten) als de Kommunistische Jeugdbond (KJb - met kleine 'b en met K. Kommunistische werd aanvankelijk als 'Kommunistiese' geschreven, in progressieve spelling). In de beginjaren had men het trouwens over KJb/ML, waarbij ML stond voor 'Marxistisch-Leninistisch'.(27)

De summiere informatie over de KJb in het eindwerk van Segers (10 pagina's) is, benevens van documenten uit archieven, afkomstig van Lucien Materne en Paul Lever. Segers vermeldt hun functie niet binnen de KJb. Materne is een oud-voorzitter van de KJb. Een van de talrijke. Anderen waren (na hem) onder meer Luk Vandenhoeck (vandaag PVDA-lid en vrijgestelde voor de ACOD bij de VRT) en Jeroen Ooms. Ooms was voorzitter van Rode Jeugd, de opvolger van de KJb vanaf 1978.(28) In 1989 brak hij met de partij naar aanleiding van haar standpunt over de ontwikkelingen in de Sovjet-Unie (de Glasnost (openheid) en Perestrojka (hervormingen) van Gorbatsjov, de onderdrukking van de Chinese studentenbeweging voor democratie op het Tiananmenplein en de steun van de PVDA aan het Roemeense Ceaucescu-regime.(29) Paul Lever, broer van eveneens AMADA-veteraan Luc, is een ex-KJb-lid van het eerste uur en nam tal van taken op voor de organisatie, ook op kaderniveau.

De thesis van Segers is in hetzelfde bedje ziek als alle andere over de PVDA, ook indien geschreven door niet-leden van COMAC (zoals Segers zelf): gebrek aan volledigheid, povere kennis en dito weergave van de ware geschiedenis, waaronder niet vermelden van feiten die gevoelig liggen en die de partij liever toegedekt houdt. De mislukte fusie van Rode Jeugd met de Democratische Landelijke Jeugd (dKLJ) is zo'n feit en tevens een onfraaie episode uit de geschiedenis van de jongerenbeweging van de PVDA. Ze wordt volledig weggelaten in de 'officiële' geschiedschrijving van COMAC, zoals in haar congres- en andere publicaties.

De Katholieke Landelijke Jeugd (KLJ) ontsnapte niet aan de contestatiegolf van het einde van de jaren zestig en het begin van de jaren zeventig. De organisatie, met zetel en leiding in Leuven, onderging de invloed van progressieve ideeën die toen vooral in de universiteitsstad leefden. Bovendien was er een sterke invloed vanuit MIJARC (Mouvement International de la Jeu-nesse Agricole et Rurale Catholique). Sedert haar algemene vergadering te Ottawa in 1970 stelde MIJARC zich erg progressief op. Daarmee kwam de beweging in botsing met het Vaticaan, dat MIJARC in 1976 schorste als internationale katholieke organisatie. De MIJARC-strekking had ook een aantal aanhangers binnen de leiding en de provinciale vrijgestelden van de KLJ. Zij trachtten de KLJ de richting uit te duwen van een links georiënteerde vormingsbeweging en eisten een meer democratisch besluitvormingsproces. Toen op de inhoud van bepaalde artikels in het KLJ-blad Aksent in de loop van 1974 zware kritiek kwam vanuit de Boerenbond en de kerkelijke instanties, besloot de KLJ-leiding op te treden tegen de linkse 'dwarsliggers'.

De KLJ kampte reeds jaren met ledenverlies. Tussen 1963 en 1974 verloor zij 13.000 leden. Hierdoor was de personeelsomkadering te zwaar geworden. De fel geslonken ledenbijdragen hadden tot gevolg dat de financiële steun vanwege de Boerenbond steeds belangrijker werd. Eind 1974 werd beslist dat de KLJ moest gaan rationaliseren en dat het aantal provinciale vrijgestelden diende ingekrompen te worden van 4 tot 3 per provincie. Er dienden dus ontslagen te vallen. Toen bleek dat vooral de progressieve vrijgestelden getroffen werden, werd deze maatregel door hen aangevoeld als een zuivering. Frans Devenyns en Ann De Wit waren twee van die ontslagen KLJ-vrijge-stelden. De linkse vrijgestelden organiseerden een protestbeweging tegen hun 'uitrangeren'. De KLJ-zetel werd bezet en de pers sprong op de zaak. De ontslagen verantwoordelijken slaagden erin enkele afdelingen mee te krijgen (vooral in het Hageland en in het Pajottenland) en richtten een scheur-beweging op: de 'Democratische KLJ1' (afgekort als dKLJ).

De beweging kreeg steun in bepaalde studentenmiddens en van MIJARC. Er werd een eigen tijdschrift uitgegeven: Basisideeën. In 1979 fuseerde dKLJ met Rode Jeugd, de jongerenbeweging van AMADA. Een gezamenlijk tijdschrift werd opgezet: Kabaal. Met als verantwoordelijke uitgever Frans Devenyns. Onder impuls van de toenmalige hoofdredacteur - uw dienaar - probeerde Kabaal een frisse koers te varen en zich zo onafhankelijk mogelijk op te stellen tegenover 'de partij' - in casu AMADA. Dat poogde toen ook Tegenkrant, het blad van de trotskistische Socialistische Jonge Wacht (SJW) - de jongerenorganisatie van de Revolutionaire Arbeiders Liga (RAL), de voorloper van de huidige Socialistische Arbeiderspartij (SAP). Schrijver dezes was gedurende twee jaar (1978-1979) hoofdredacteur van Kabaal. Stefan Blommaert (vandaag VRT-journalist en correspondent in China) en Gie Van Roosbroeck (tegenwoordig eindredacteur bij Gazet van Antwerpen) vormden het hoofdredactionele duo van Tegenkrant. Door een combinatie van onhandigheid, voortvarendheid, arrogantie, gebrek aan organisatietalent, sektarisme en ideologische haarkloverij van de Rode Jeugd-leiding (met Luk Vandenhoeck op kop), hierin aangestuurd door de toenmalige Rode Jeugd-verantwoordelijke binnen de partij (Boudewijn Deckers), mislukte echter het samengaan van Rode Jeugd en dKLJ ten velde. Na een drietal jaar schoot er haast geen enkele van de dKLJ-basisgroepen over en was de integratie van dKLJ in de Rode Jeugdwerking totaal mislukt. Deveneyns en De Wit, die slechts PVDA-sympathisanten waren (geen leden), verlieten het schip. Van de dKLJ-ers zou enkel Wies De Troch zich verder blijven engageren in Rode Jeugd en later in de PVDA. De Troch ging bij de overheid werken (ministerie van landbouw, hij was immers landbouwingenieur). In 1990 zou hij, onder het pseudoniem Daniël Demblon, meewerken aan het EPO-boek 100 jaar boeren. Hij is vandaag werkzaam op het federaal ministerie van economie waar hij tevens syndicaal actief is en geeft nog steeds regelmatig blijk van goede contacten met de PVDA (van opgevoerd worden in Solidair als landbouwexpert tot het schrijven van lezersbrieven erin).

Behalve de reeds vernoemde, zijn onder meer de volgende min of meer gekende personen voormalige KJb en/of Rode Jeugd-leden; Jef Maes (ex directeur van het sociaal departement van het ABVV en tegenwoordig federaal secretaris van de socialistische vakbond, verantwoordelijk voor de dossiers met betrekking tot de sociale zekerheid, werkloosheid, uitzendarbeid en syndicale vrijheden), Paul Lootens (algemeen secretaris van de Algemene Centrale van het ABVV, alsmede lid van het Federaal en Waals bureau van de vakbond en vertegenwoordiger van de AC binnen de internationale vakbondskoepel UNI - Union Network International), Murielle Scherre (lingerieontwerpster, zaakvoerder van haar eigen lingeriemerk 'La Fille d'O'), Mare Jespers (oud-secretaris metaal CSC, voorheen werkzaam bij het ACW en vandaag met prepensioen) en Karel Gacoms (provinciaal secretaris van ABVV-metaal Vlaams-Brabant).(30)

Grootste manco - Inhoud

Het financiële reilen en zeilen van de partij en haar nevenorganisaties en verwante initiatieven zijn schromelijk onderbelicht in het boek van Delwit. Dat is eigenlijk het grootste manco van de publicatie. De auteur brengt wel enkele summiere maar achterhaalde financiële gegevens afkomstig uit het (interne) document De financiën van de PVDA (ter inzage in het AMSAB). Maar dat dateert uit 1982. Dat rapport bevat veel saillantere info dan wat Del-wit vermeldt. Er blijkt onder andere uit dat de PVDA in die jaren in een vrij benarde financiële situatie verkeerde, mede als gevolg van het ledenverlies in de periode 1979-1981. De reguliere inkomsten uit ledenbijdragen bedroegen in die tijd echter slechts 53% van het totaal. Extra bijdragen, waaronder erfenissen, waren goed voor 11 %. De overige inkomsten (36 %) kwamen voor 14 % uit de krantenverkoop (een bron die vandaag, door het internet en het sinds kort overschakelen van week-naar maandblad voor Solidair, wellicht haast helemaal opgedroogd is), steun (5%) en diverse (17 %). Vermoedelijk vielen toen al onder die 'diverse' de inkomsten uit vzw EPO en de in die periode overgenomen boekhandel 'De Groene Waterman' in Antwerpen.

Zonder het in kaart brengen van de rist vzw's en andere juridische entiteiten gelinkt aan de PVDA en van de financiële stromen die daarmee gepaard gaan (waaronder overheidssubsidies) is het onmogelijk om een accuraat beeld te krijgen van de financiële en organisatorische realiteit en slagkracht van de partij.

Behalve de reeds vernoemde vzw's TKoVE en EPO omvatte of omvat de 'PVDA-zuil onder meer ook de volgende verenigingen zonder winstoogmerk: Regards Croisés, Jongerenbeweging COMAC/Mouvement de Jeunes COMAC (twee aparte vzw's: een Nederlandstalige en Franstalige), DEREAC (Democratische Rechten Actievoerders), IMAST (Instituut voor Marxistische Studies), Steun-fonds voor de Derde Wereld (SDW), Filippijnengroepen België, Geneeskunde voor de Derde Wereld (G3W), Geneeskunde voor het Volk (meerdere vzw's: Lommei, Genk, Zelzate, Deurne, enz.), Jongeren tegen racisme (vereffend in 2002), Dienen, Korea is One (ontbonden in 2012), Jeugdatelier 't Pionierke, Solidarité Internationale, Internationale Solidareit/Jongeren aan bod, later omgevormd tot Jongeren aan bod/Parole aux Jeunes (ontbonden in 1995) en GetBasic.

Daarnaast kunnen ook een aantal ondernemingen in verband gebracht worden met de PVDA, die deel uitmaken of uitmaakten van de financiële architectuur van de partij. Zoals: nv Multimedia Works (sinds de overname en naamsverandering in Technipose, wat failliet ging op 19/11/2013, echter niet meer PVDA-gerelateerd), bvba Atlas Fisk, nv & cvba De Groene Waterman, nv Orchis en nv Zakenkantoor Dereymaeker. Herman Dereymaeker, de secretaris van deze laatste vennootschap (en oud-provinciaal verantwoordelijke van de PVDA voor Antwerpen, oud bestuurder van Sociaal Centrum De Bres (huidige GvhV/De Bres) en bestuurder van vzw EPO), is de financiële nummer één van de partij, de verantwoordelijke voor haar financial engineering. Zijn naam valt niet in Delwits boek.(31) Uitspitten of en zo ja hoe vanuit deze of andere vennootschappen in het verleden gelden bij de PVDA belandden, zal door iemand anders moeten gedaan worden, want Delwit liet het liggen. Nu de partij in verschillende parlementen vertegenwoordigd is, is ze wettelijk verplicht tot meer financiële transparantie. De communistische partij wist zich in de jaren zestig en later, onder meer door import en export tussen België en de Sovjet-Unie, via met de partij gelieerde bedrijven van extra financiële middelen te voorzien. Hoe dat gebeurde is beschreven door de auteurs van het boek USSR. Détente, handel en dissidenten (EPO, 1980).

Het belang van het kluwen van vzw's en bedrijfjes van en rond de PVDA mag niet onderschat worden. Want de naar eigen zeggen 921.000 euro die de PVDA vorig jaar aan ledenbijdragen inde, is ruim onvoldoende om de partij draaiende te houden. Het betalen van de vrijgestelden - het huidige aantal is onbekend maar Delwit heeft het over 46 begin jaren tachtig - is een zware dobber. Daarom dat sommigen onder hen op de loonlijst staan van een van de talrijke gesubsidieerde vzw's en minstens een deel van hun tijd voor 'de partij' werken.

Media-initiatieven - Inhoud

Een ander belangrijk hiaat in het boek van Delwit is dat de auteur onvoldoende oog heeft voor de wijze waarop de PVDA haar invloed opbouwt en uitbreidt via media-initiatieven die op het eerste gezicht niets met de partij te maken hebben. Veel meer dan het signaleren van de websites DeWereldMorgen.be en Investig'Action (op michelcollon.info) doet Delwit niet. Hij weet wel te melden dat het ex-UCMLB-lid Collon, die in 1977 samen met enkele andere UCMLB-ers overstapte naar AMADA (waaronder de latere en inmiddels geroyeerde secretaris-generaal Nadine Rosa-Rosso, maar tevens Jean Pestieau, Robert Plasman, Gérard Roland et Maria MacGavigan), vandaag nog steeds lid is van de PVDA maar niet langer zitting heeft in het partijbureau (het vroegere centraal comité). Reden: hij weigerde een verkregen erfenis aan de partij af te staan. Dat doen is verplicht voor leden van de hoogste partijleiding. Van InfoChina.be, een initiatief van PVDA-lid Peter Fransen (ex-redacteur van Solidair en auteur van meerdere boeken, waaronder samen met Ludo Martens Het geld van de CVP), is er geen sprake in het boek. Nochtans speelt Fransen met zijn site, die op geen enkele manier aangeeft wie er achter zit, een niet onbelangrijke rol in het debat binnen maar ook buiten de PVDA met betrekking tot de analyse van de ontwikkelingen in China en de beoordeling ervan. Het laatste artikel over China in Marxistische Studies geschreven door een PVDA-kader is trouwens van zijn hand, al is het niet recent (het verscheen in nummer 80, van 2003: De ontwikkeling van het socialisme in China). Sindsdien is de PVDA oorverdovend stil wat China betreft. Wel publiceerde Marxistische Studies nog standpunten en analyses van buitenlandse China-waarnemers en -kenners.

Er zijn ernstige aanwijzingen dat deze diverse media-initiatieven van en gelieerd aan de PVDA, waar uitgeverij EPO en Les éditons Aden ook mogen bij gerekend worden, op samenhangende en gecoördineerde wijze ingezet worden tot meerdere eer en glorie van de strategische partijbelangen. Wat DeWereldMorgen.be betreft, werd dit onlangs aangeklaagd door medeoprichter en ex-VRT-journalist Dirk Barrez. Hij scheef hierover op pala.be op 31 maart jongstleden een omstandig artikel ("Wat is er gebeurd met DeWereldMorgen.be?''), waarin hij onder meer stelt dat 'In haar vierde levensjaar DeWereldMorgen.be op pijnlijk duidelijke wijze opgehouden is een pluralistisch en journalistiek medium te zijn' en dat 'GetBasic vzw, de vzw achter DeWereldMorgen.be, een PVDA mantelorganisatie is'. Eerder had Jan-Pieter Everaerts, een voormalig medewerker aan Indymedia.be (de voorloper van DeWereldMorgen. be en tevens ex-AMADA/PVDA-lid) soortgelijke bedenkingen en noteerde die in een artikel in het door hem uitgegeven e-zine De Groene Belg. Het leverde hem in 2005 een klacht op van DeWereldMorgen.be (met name van haar toenmalige sleutelfiguren: Han Soete, Christophe Callewaert en Dirk Barrez) bij de Raad voor Journalistiek. Die oordeelde echter dat het artikel van Everaerts geen schending inhield van de journalistieke deontologie.

Die verdenking een PVDA-vehikel te zijn, heeft altijd boven DeWereldMorgen.be gehangen. Daar waren en zijn ook redenen voor. Niet enkel is de raad van bestuur van de vzw GetBasic, de juridische entiteit achter de website en tevens de subsidieverkrijger (in 2013 kreeg men van de Vlaamse Gemeenschap 132.692 euro, maar de site geniet van nog andere overheidssubsidies(32)), bevolkt met stuk voor stuk leden en fellow travellers van de partij(33). De operationele verantwoordelijken en gezichten naar buiten toe van de web-stek, Christophe Callewaert en tot eind vorig jaar ook Han Soete, zijn dat eveneens. Callewaert was als student actief bij de Anti-Imperialistische Bond, de derdewereldbeweging van de PVDA (veranderde in 2006 van naam en werd Intal), en werkte later met een ABOS-beurs voor een project van G3W (Geneeskunde voor de Derde Wereld) in Kinshasa. Tussen 1999 en 2003 schreef hij talrijke artikels in het PvdA-weekblad Solidair, waarvan sommige met betrekking tot Congo. Hij publiceerde ook in Marxistische Studies, het theoretische kwartaalblad van de PVDA.

Han Soete, die in eind 2013 DeWereldMorgen.be verliet en verantwoordelijke werd voor alle media van de PVDA, werd in Solidair van 17 februari 1999 als volgt voorgesteld: 'Han Soete is hoofd van de jongste PVDA-afdeling: de multimediafabriek. Hij bereidt een tv-uitzending voor, die binnen een jaar regelmatig nieuws op internet moet brengen.' Han, de zoon van PVDA-veteraan Lieven Soete, was tevens bestuurder van de nv Multimedia Works. Die werd in 1999 opgericht door Jozefa (Jo) Honoré en Nicole Jublou, respectievelijk de partner van de PVDA-kaders Boudewijn Deckers en Lucky Materne en zelf ook partijleden. Later doken ook Han Soete en Boudewijn Bardijn als bestuurders op. De informaticus en internetspecialist Bardijn is een oud KJb-lid en was in 1999 kandidaat op een PVDA-ver-kiezingslijst. Hij hield zich tijdens de Joegoslavische oorlogen (1991-1999) bezig met de webstek Peace & Resistance over Joegoslavië. Het eerste adres van Multimedia Works was de Lambert Crickxstraat in Anderlecht. Op deze locatie huisden toen nog andere vzw's en bedrijfjes die PVDA-gerelateerd waren/zijn. Het was ook gedurende meer dan vier jaar de thuishaven van Indymedia België, de voorloper van DeWereldMorgen.be.

Centrale stelling - Inhoud

De belangrijkste en door de PVDA zelf gecontesteerde - zie verder - stelling van Delwit met betrekking tot die partij luidt: 'De PVDA danst op twee benen. Ze heeft een vriendelijker imago, maar intern wordt nog steeds de marxistisch-leninistische lijn strak aangehouden. De 'keuken' (intern) en 'het restaurant' (extern) zijn twee verschillende realiteiten, de partij heeft twee gezichten'. Ze spreekt met andere woorden met een dubbele tong. Haar externe communicatie is, volgens Delwit, niet conform met wat ze intern denkt, met haar eigenlijke opvattingen deep down. Er is volgens hem sprake van een bewust instandgehouden dubbele identiteit en dito lijn. Delwit beroept zich voor deze gedurfde stelling op zowel officiële partijteksten, recente en oude(re), als op feiten. Zo verwijst hij onder meer naar toespraken op buitenlandse congressen van PVDA-leiders zoals Bert De Belder (al sinds minstens twee jaar de verantwoordelijke van het internationale departement en voor de interntionale relaties van de partij, al wordt Boudewijn Deckers nog steeds voor die functie opgegeven op de website). Daar tapt men dan uit het oude Marxistisch-leninistische vaatje, zegt men dingen waar men zich in eigen land voor hoedt.

Het bestaan van deze dubbele identiteit wordt weliswaar ontkend door de PVDA. maar iedereen die wat doelgericht googelt vindt er zat veel bewijzen van op het internet. Voor de goede orde: die bewijzen dateren van na het vernieuwingscongres, van 2008. Een belangrijke en centrale bron voor dergelijke bewijzen is de website solidnet.org, waar communistische partijen uit heel de wereld, waaronder de PVDA, persberichten en andere mededelingen publiceren.(34)

Maar men moet het niet eens zover gaan zoeken. Delwit citeert (op pagina 131) uit de teksten van het 8ste congres van 2008 ; 'Nous devons clairement distinguer ce qui doit étre mis centralement dans le parti et ce qui doit I'ètre dans notre travail de masse vers l'extérieur. (...) Ce n'est que par la souplesse tactique que nous pourrons faire gagner du champ a nos principes fondamentaux'. Tevens verwijst hij naar de huidige statuten, gestemd op dat congres. Die staan evenwel niet online, zijn gratis beschikbaar (men moet ze aankopen). Dat is erg ongewoon voor een politieke partij (die van SP.a, N-VA, CD&V en Open VLD kan men gewoon gratis downloaden op hun website). In punt 29.1 van de PVDA-statuten staat dat de ideologische en organisatorische principes voor het kaderwerk zijn vastgelegd tijdens het vijfde partijcongres en zijn opgenomen in het handboek Partij van de Revolutie. Dat boek, dat de teksten van het vijfde partijcongres uit 1995 bevat, vormt een handleiding voor de versterking van de PVDA als revolutionaire partij. Het geeft een overzicht van de belangrijkste lessen in verband met partijwerking sinds de oprichting van AMADAin 1970. Een paar citaten uit dat boek/partijcongres dat voor alle duidelijkheid nog steeds geldt als ideologisch uitgangspunt en operationele richtlijn voor de kaders van de PVDA - en dat ook zal blijven zolang het niet formeel op een toekomstig congres wordt herroepen:

- ‘Alleen de volksopstand en de socialistische revolutie kunnen een einde maken aan dit barbaarse systeem. In die revolutie speelt de communistische partij als subjectieve factor, met haar politieke lijn en haar organisatievermogen, de voornaamste rol.' (pagina 14)

- ‘Alleen de marxistisch-leninistische ideologie is in staat de economische, sociale, politieke en morele problemen van de wereld te analyseren en te begrijpen. Alleen het marxisme-leninis- me biedt een oplossing met het socialisme en het communisme.' (p. 15)

- ‘Of de partij erin slaagt haar taken tot een goed einde te brengen, hangt in grote mate af van de marxistisch-leninistische kwaliteit van de leiding, van de revolutionaire geest van de leidende kaders, hun verantwoordelijkheidszin, hun banden met de partijbasis en de massa's, hun revolutionaire discipline, hun besluitvaardigheid, hun zin voor initiatief en hun revolutionaire creativiteit (p. 16)

- 'De contra-revoluties in Oost-Europa en de Sovjetunie, de verschuivingen in China, bewijzen dat men grote inspanningen moet doen, wil men de verschillende revisionistische en sektarisch-dogmatische stromingen kennen en overwinnen en het marxisme-leninisme ontwikkelen.'(p. 18)

- 'De partijleiding moet de fouten en zwaktes steeds met de grootste strengheid beoordelen; en dat doet ze ook. [...] Wij moeten steeds de hogere belangen van de partij voor ogen houden; voor alles moeten wij haar voortbestaan, haar verdediging en politieke en organisatorische versterking als revolutionaire kracht verzekeren.' (p. 18)

- ‘Het individualisme van de partijleden dient te worden bekampt, de controle versterkt' (p. 24)

Volgens Delwit komt de dubbele lijn ook en duidelijker dan voorheen ooit is verwoord tot uiting op het achtste en voorlopig laatste congres van de PVDA. Het is op dat achtste congres dat het beeld van de keuken en de eetzaal voor de eerste keer werd gebruikt. 'Nous faisons la distinction entre ce qui se passé en salie et ce qui se passé en cuisine. Les meilleurs chefs coqs ne revele pas tous leur secrets (je souligne). La situation dans la cuisine est souvent plus chaotique que l'ambiance soignée de la salie. Il faut dans Ie parti assez d'attention et d'espace pour toutes les questions stratégiques et tacti-ques. Vers l'extérieur. nous devons savoir ce qui est essentiel. Dans Ie temps et Tespace limité que les médias nous accordent, nous voudrons nous con-centrer la-dessus, même si les journalistes s'intéressent souvent pïus a notre cuisine ou aux points difficiles de notre programme.' (p. 261-262 van het boek van Delwit en pagina 91 van de congresdocumenten Beginselvaste partij. Soepele partij. Partij van de werkende mensen.)

Dat de PVDA tijdens het congres van 2008 haar aloude koers zou herbevestigen - Delwit toont aan de hand van congresdocumenten aan dat al bij de stichting van de PVDA aandacht was geschonken aan de noodzaak om naar buiten toe tactisch te zijn en zich soepel op te stellen (een objectief waar de partij haar hele bestaan mee worstelt), maar intern principevast (verenigd en gestaald rond de marxistisch-leninistische stellingen) - lag in de lijn der verwachtingen. Want in een tekst uit 2006 (De Partij van de Arbeid van België en de strijd tegen het Generatiepact van de liberaal-socialistische regering, tevens gepubliceerd in Marxistische Standpunten nr. 74 van 2006) kondigde de partijleiding reeds een congres aan dat 'alle lessen zal trekken om intern meer marxistisch-leninistisch te zijn en tactischer naar buiten toe'. Dat congres werd dus het achtste, dat naar de buitenwereld, waaronder de media, 'verkocht' werd als het grote vernieuwingscongres. Delwit verwijst niet naar dat bilan van de acties tegen het Generatiepact.

Ook de internationale bijeenkomsten met andere communistische partijen, zoals het door de PVDA zelf georganiseerde jaarlijkse internationale seminar in Brussel(35), verraden volgens Delwit de ware aard van de partij. Op die bijeenkomst toont de PVDA zich systematisch van haar meest dogmatisch kant. Ze gebruikt er tevens ongecomplexeerd begrippen uit de oude marxistische doos die ze in andere omstandigheden en in haar communicatie wijselijk achterwege laat. Zoals: bourgeoisie, klassenstrijd, revisionisme, imperialisme, proletariaat, volksmassa's, proletarisch internationalisme en dies meer. Dat deze ontmoetingen steeds achter gesloten deuren plaatsvinden, is volgens Delwit eveneens een bewijs van de dubbele houding.

Dat de PVDA in wezen nog steeds, en eigenlijk meer dan ooit, in haar kern marxistisch-leninistisch is qua organisatiewijze en ideologie maar dat wijselijk verhult, maakte Herwig Lerouge (lid van de nationale raad van de partij en hoofdredacteur van Marxistische Studies) duidelijk tijdens de '13th International Meeting of Communist and Workers' Parties' in Athene in december 2011. Volgende passage uit zijn toespraak (te vinden op solidnet.org) is van aard, of zou het moeten zijn, om op dat vlak elke twijfel weg te nemen: 'Our National Council has decided that it is now the time to create a strong political unity in our larger party on our socialist perspective, on the leading role of the working class and the leninist character of our party in order to be able to resist social-democratic pressure and neo-reformist pressure from the European Left. We have taken the strategic decision that our next Party Congress shall have 'our socialist future' as its main topic.' Dat congres waar Lerouge op doelt had, statutair, vorig jaar moeten plaatshebben maar het werd, met weinig respect voor de statuten, over de verkiezingen van dit jaar getild en zal eind 2014- begin 2015 plaatshebben

Schieten op de boodschapper - Inhoud

De PVDA is niet gelukkig met het boek van Delwit. Het heet dat de auteur 'een imaginaire tegenstander creëert'. Daarmee bedoelend dat de ULB-professor in zijn boek een PVDA neerzet die in de werkelijkheid niet bestaat. In haar verweer gaat de PVDA erg ver. Aanvankelijk beperkte de partij zich tot insinuaties dat Delwit zijn boek aangestuurd is door de PS, want de auteur 'is een boezemvriend van PS-voorzitter Magnette'. Nadien gingen alle remmen los en luidde het 'of het boek geschreven was door de academicus of de PS-er Delwit'. Naar eigen zeggen heeft Delwit geen PS-lidkaart. In tal van zijn academische publicaties, ook in recente (zoals in een artikel in Sampol van maart 2013: "De wankele pas van de PS"), is hij trouwens niet bepaald mals voor de Parti Socialiste en haar beleid.

De PVDA heeft het klaarblijkelijk moeilijk met het gegeven dat een onafhankelijk en deskundig auteur, gekend om zijn publicaties over (extreem-)links in Europa, zich verdiept in de geschiedenis en het functioneren van de partij en tot voor haar onaangename bevindingen komt. Zodanig zelfs dat het boek van Delwit niet verkocht wordt in de PVDA-boekhandel aan de Brusselse Lemonnierstraat (waar tevens het partij hoofdkwartier gevestigd is). En dat de Antwerpse PVDA-gelieerde boekhandel De Groene Waterman het zo goed als wegmoffelt en er slechts één exemplaar van aankocht.

Die houding van de PVDA steekt schril af tegen die van haar grote voorbeeld, de Nederlandse SP. Dat heeft ongetwijfeld te maken met de maturiteit van die partij. En met het feit dat die niets, of toch zeer weinig, te verbergen heeft, geen geheime agenda heeft en in het reine is met haar verleden. Meer zelfs: zich 'bekeerd' heeft tot de representatieve, parlementaire, democratie. De SP nam ook zelf het initiatief om haar geschiedenis vast te leggen. Niet enkel schreef journalist Kees Slager (was medewerker van het Rotterdamse weekblad Her (Vrije) Volk, de VARA en de VPRO, waar hij oprichter en redacteur was van een oral history-programma), in opdracht van de SP, het reeds vernoemde Het geheim van Oss. Een geschiedenis van de SP. In 2004 verscheen er een tweede boek over de SP: De socialisten. Achter de schermen van de SP. Dat was van de hand van Vrij Nederland-journalist Rudie Kagie. Zowel Slager als Kagie kregen de volle medewerking van de partijtop, waaronder toegang tot de partijarchieven. In het geval van Kagie de nationale en die van de lokale afdeling Oss. Ook Gerrit Voerman kreeg, tot hiertoe, in het kader van zijn te verschijnen boek over de SP, toegang tot de partijarchieven. Ondanks dat de partij, de auteur zijn reputatie indachtig, zich mag verwachten aan een kritisch, maar eerlijk, boek.

Globaal zijn beide boeken niet onwelwillend en gematigd kritisch voor de SP. Ze bevatten geen opmerkingen of gegevens die voor de partij echt vervelend zijn. Het boek van Slager verraadt een zekere sympathie en zelfs bewondering voor de SP. Een paar jaar na het verschijnen ervan zou de auteur zich outen als SP-aanhanger: hij figureerde in 2007 op zowel de provinciale (Zeeland) als de Eerste-Kamerlijst van de partij en kwam uiteindelijk in de senaat terecht, waar hij zetelde tot 2011. Het geheim van Oss vertelt de geschiedenis van de partij vanuit een sterk lokaal perspectief - Oss is de bakermat van de SP - en dit tot 2000.

De grootste verdienste van De Socialisten is dat het sterk inzoomt op het belang van marketing en communicatie voor de partij. En op de rol die adviseur Niko Koffeman speelde wat betreft de communicatieve vertaling van de herpositionering van de partij (van een 'tegenpartij', naar partij die bestuursverantwoordelijkheid niet schuwt). Hij was betrokken bij alle verkiezingscampagnes tussen 1994 en 2007 en was de bedenker van de tomaat als symbool voor de SP en van de leuze 'Stem tegen, stem SP'. In 2002 werd die slogan, omwille van de behoefte van de partij aan een meer positieve uitstraling, gewijzigd in 'Stem voor, stem SP'. De tomaat bleef echter behouden als logo maar kreeg een iets minder nadrukkelijke rol in de huisstijl en werd gerestyled. Samen met reclamebureau Thonik ontwikkelde Koffeman in 2005 een nieuwe huisstijl voor de SP (in ons land deed Comm'sa dat voor de PVDA). Tevens was hij de bedenker van de zogenaamde viral movies rond Jan Marijnissen, waarmee de SP veel aandacht trok in de verkiezingscampagnes in 2006 en 2007. Leuk weetje: het Belgische digital agency 8bahn webworks tekende mee voor de online communicatie van de SP. In 2006 behaalde de partij haar beste verkiezingsresultaat ooit: 25 zetels (kwam van 9). Nadien viel ze terug op haar huidige 15 zetels in de Tweede Kamer (onze Kamer). Niko Koffeman zette later zijn expertise op communicatie-vlak ook in voor de Dierenpartij. Hij zit voor die partij trouwens ondertussen in het parlement.

CHEMA bis - Inhoud

In de jaren zeventig verenigden enkele linkse historici en politicologen zich in CHEMA. Die afkorting staat voor: Collectif d'histoire et d'études marxistes. De bedoeling van het collectief was de geschiedenis van het Belgische communisme en haar organisaties te bestuderen, in de eerste plaats die van de communistische partij. In april 1979 organiseerde CHEMA een studiedag aan de Franstalige universiteit van Brussel. De verslagen hiervan werden uitgegeven als VMT Cahier (nr. 2). Maakten onder meer deel uit van CHEMA: José Gotovitch, Jean-Jacques Heirwegh, Rudi Van Doorslaer, Maxim Sternberg, Jules Verhelst, Anne Moreli, Marcel Liebman en Claire Billen (voorzitter). De PVDA zou het initiatief kunnen nemen om conform de filosofie en aanpak van CHEMA een multidisciplinaire groep van academici, met alleszins voldoende historici, carte blanche te geven om haar geschiedenis op grondige, wetenschappelijke en onafhankelijke wijze te bestuderen.

Het doel van het genootschap zou de publicatie van de gedetailleerde historiek van de partij moeten zijn. Maar ook andere werkzaamheden, zoals het uitgeven van papers over deelonderwerpen van die geschiedenis, het inventariseren en archiveren van geschreven bronnen, het organiseren van één of meerdere studiedagen of seminars en het vastleggen van mondelinge getuigenissen van actoren (iets waar men zeker niet mag mee talmen gezien de leeftijd van een aanzienlijk aantal onder hen). De groep zou tevens een rol kunnen spelen in het aanbrengen van onderwerpen voor thesissen en doctoraten, alsmede klankbord zijn voor de makers van die scripties. Om het vertrouwen van de PVDA te krijgen - wat absoluut noodzakelijk is om toegang te bekomen tot de partijarchieven - zou bijvoorbeeld kunnen afgesproken worden dat de PVDA een derde van de onderzoekers kan aanstellen en dat de partij tevens een veto kan uitspreken ten aanzien van nog een derde. De afspraak om alle bevindingen en publicaties voor te leggen, evenwel zonder dat de partij gebruik kan maken van een vetorecht met betrekking tot publicatie ervan, zou tevens bevorderlijk zijn voor het noodzakelijke klimaat van vertrouwen tussen de onderzoekers en de partij.

Dergelijk initiatief opzetten of steunen zou een niet te onderschatten en krachtig signaal van openheid vanwege de PVDA zijn. Transparantie die eigenlijk even noodzakelijk als onafwendbaar is, gezien de partij in enkele assemblees (federale, Waalse, Brusselse) vertegenwoordigd is. Dat noopt tot meer openheid. Ook op financieel vlak zal de partij voortaan trouwens zo goed als een glazen huis moeten worden, gezien de wettelijke verplichtingen daartoe. In afwachting van of parallel met de werkzaamheden van CHEMA bis kunnen individuele onderzoekers, waaronder master- en doctoraalstudenten maar ook journalisten en andere publicisten, uiteraard ook aan de slag met het uitspitten van het verleden van de PVDA. Maar tevens van haar heden.

Het op relatief korte termijn verzamelen van zo veel mogelijk mondelinge getuigenissen van diverse relevante actoren, waaronder in de eerste plaats voormalige en huidige partijleden, is gezien de (respectabele) leeftijd van sommige cruciale bronnen prioritair en tamelijk dringend. Op dat vlak kunnen organisaties zoals Geheugen Collectief vzw, een historisch onderzoeksbureau, een rol spelen.

Thema's voor toekomstig onderzoek

De historici of andere onderzoekers die zich, in groep (al dan niet binnen een CHEMA bis) of individueel, in de toekomst over de PVDA en haar geschiedenis buigen, zullen geen gebrek hebben aan onderzoeksonderwerpen. De haast embryonale stand van de studie en historiografie van de partij is daar uiteraard debet aan.

Volgende onderwerpen verdienen alvast (prioritaire) aandacht bij toekomstig onderzoek:

- PVDA in/en de vakbond. Anders gezegd: de syndicale strategie en werking van de partij (en de reactie erop van de syndicale basis en top);
- PVDA en/in de media. Ofte de PR- en mediastrategie van de partij;
- De relatie tussen de partij en de academische wereld en bij uitbreiding de brede intellectuele kringen en opiniemakers;
- De relatie tussen de partij en de culturele wereld;
- De werking van de partij in de bedrijven en in de wijken;
- De studiedienst van de PVDA. Samenstelling en evaluatie van de output;
- De nevenorganisaties van de PVDA (COMAC, Marianne, Geneeskunde voor het Volk, Pioniers);
- De verhulde satellietorganisaties van de PVDA (zoals o.m. Intal, DeWereldMorgen.be);
- De financies van de PVDA, met aandacht voor alle bronnen van inkomsten en de onroerende bezittingen van de partij;
- Aantal 'cases' zoals dokstaking, witte mars, septemberstaking van 1983 en staking tegen het generatiepact;
- Het wedervaren van ex-leden alsmede hun latere politiek trajecten;
- De werking van de PVDA in comités en fronten;
- Het leven en de intellectuele erfenis van Ludo Martens;
- De internationale lijn en standpunten van de PVDA;
- De internationale contacten van de PVDA, met communistische en andere organisaties;
- Het kaderbeleid van de PVDA;
- Grondige studie van de congressen van de PVDA (voorbereidingen, werkzaamheden, resoluties/ uitkomsten, (nieuwe) samenstelling centraal comité/nationale raad, onderlinge samenhang, evoluties/breuken).

Laat duizend bloemen bloeien, om de woorden te gebruiken van een Chinees leider waarmee de PVDA jarenlang dweepte!

Tussenvoegingen - Inhoud

Onwaarheden - Inhoud

1. Tine Van Rompuy, zus van Herman en Eric, stond in 2009 als onafhankelijke kandidate op de Europese lijst van de PVDA. Dat wekte bij waarnemers verwondering. Onder meer bij journalist Walter Pauli, die toen bij De Morgen werkte (vandaag schrijft hij voor Knack) In een stukje in de krant (in de rubriek Onder vrienden) wist hij te melden dat Tine Van Rompuy in het Leuvense, waar Tine en hij wonen, al sinds de jaren tachtig gekend is als PVDA-er. Die informatie werd later door haar broer Eric bevestigd tijdens een TV-uitzending. 'Ons Tine is al sinds jaren bij de PVDA, in de jaren zeventig was ze ook al bij AMADA', wist de volksvertegenwoordiger te melden. Pascal Delwit stelt in zijn boek (op pagina 280) dat deze montage met Tine Van Rompuy 'atteste que Ie PTB est pret à aller tres loin de sa nouvelle communication '. Hij preciseert in het bezit te zijn van een document dat aantoont dat Tine Van Rompuy in 2009 al lang, erg lang, lid was van de PVDA. In de aanloop naar de verkiezingen van dit jaar werd de arglistige voorstelling van zaken nog eens overgedaan. Toen pakte de PVDA uit met een persbericht (op 1 december 2013) dat Tine Van Rompuy, die tot dan zogezegd slechts sympathisant was van de partij, officieel tot de PVDA was toegetreden. 'Ik voelde in het verleden wel sympathieën voor de partij, maar ik zag het niet zitten om zelf lid te worden. Nu ik met brugpensioen ben, heb ik me kunnen verdiepen in hoe de partij werkt en denkt. (...) Ik vind er echt mijn gading.'

Het opvoeren als onafhankelijk of verruimingskandidaat van iemand die sinds jaar en dag lid is van of heel erg dicht staat bij de partij, gebeurde in het verleden wel meer. Ook tijdens de verkiezingen van dit jaar voerde de PVDA kandidaten als onafhankelijk op terwijl ze in werkelijkheid pur sang PVDA-ers zijn. Dat gebeurde ondermeer met Jan Dereymaeker. In de streek van Vilvoorde (waar hij 20 jaar bij Renault werkte en nadien ACV-vakbondssecretaris was) en Tervuren (waar hij woont) is deze sinds kort gepensioneerde vakbondssecretaris sinds de jaren zeventig gekend als 'van AMADA 'en nadien 'van de PVDA'. In de eerste helft van de jaren zeventig was hij in Tervuren ook al actief bij de KJb, dejeugdbond van AMADA. Zijn echtgenote, Nicole Lanin, is bestuurder bij twee aan de PVDA gelieerde vzw 's (IMASTen IKo VE) en een vennootschap (de nv Atlas Fisk).

2. In De Morgen van 15/9/2012  verklaarde Peter Mertens - Inhoud: ' Wij hebben trouwens geen contact meer met de Noord-Koreanen sinds de vernieuwing van de partij in 2008'. In werkelijkheid was de Koreaanse regerende Arbeiderspartij ook te gast op de editie 2011'van het International Communist Seminar dat, sinds 1992, jaarlijks in Brussel'wordtgeorganiseerd door de PVDA. Men kan zich daarvan vergewissen op icseminar.org. En op solidnet.org/belgium-workers-party-oj-belgium (zie 'WP of Belgium, International Communist Seminar 2011 - Communiqué and list of patricipants [En.] ').

Ook in 1998, 1999, 2001, 2002, 2003, 2004 en 2005 was er een vertegenwoordiging van de Noord-Koreaanse Communistische partij op het International Communist Seminar (ICS) aanwezig. In 2000 was dat niet het geval maar werd er een resolutie opgesteld waarin alle aanwezigen, met inbegrip van de PVDA, hun steun betuigden met de 'Democratie Peoples Republic of Korea '. In 2006, 2007, 2008, 2009 en 2010 was er evenmin een vertegenwoordiger van de 'Wor-kers Party of Korea' op het ICS maar bezorgde die een solidariteitsboodschap aan de organisator - de PVDA dus. De bewijzen van dit alles kon men tot vorig jaar vinden op icsbrussels.org, de URL waar tot dan de website van het ISC online stond. Die werd offiine gehaald en de huidige webstek (op icseminar.org) is ontdaan van compromitterend materiaal van voor 2008. De registrant van icsbrussels.org was vzw Dienen. PVDA-militant (sinds 1977) Jean Pestieau is de registrant van icseminar.org. Dezelfde ingreep gebeurde met de website en tevens archief van het partijblad. Tot vier jaar terug kon men het integrale Solidair-archief (1997-2007) raadplegen op archiefsolidair.org. Sinds een viertal jaar is dat niet meer mogelijk.

De band tussen de PVDA en de Noord-Koreaanse Arbeiderspartij (de er heersende communistische partij) gaat terug tot 1991. Toen ging PVDA-voorzitter Ludo Marlens op bezoek bij de president van de Democratische Volksrepubliek Korea, Kim II Sung, de vader van het in 2011 overleden staatshoofd Kim Jin II en de kleinzoon van de huidige 'Grote Geliefde Leider' van de volksrepubliek (het regime is er immers hereditair). Martens was de laatste buitenlander die Kim II Sung ontmoette voor deze laatste overleed op 8 juli 1994. De ontmoeting van Martens met de stichter van de Koreaanse Volksrepubliek op 30 juni 1994 was zijn tweede; eerder sprak hij het staatshoofd en de partijleider al tijdens een officieel bezoek in 1991 (meer bepaald op 25 juni van dat jaar).

3. Op Apache.be verklaarde Mertens  - Inhoud (op 22/1/2013) dat het 'een grote misvatting is dat de PVDA het International Seminar organiseert'. 'Wij nemen daar enkel aan deel', heette het. Een beetje googelen bewijst dat dit een foute voorstelling van zaken is en dat het wel degelijk de PVDA is die de bijeenkomst belegt. Sinds kort stelt men het, ook op icseminar.org zelf, echter voor alsof de organisatie in handen is van een 'organisatiecomité'. Wie googelt met het opgegeven telefoonnummer, bekomt snel het bewijs dat het gelinkt is aan de PVDA. In tal van correspondenties van de partij, ook van haar internationale afdeling (naar andere communistische partijen), wordt het telefoonnummer opgegeven als dat van de PVDA, in casu van de WPB (Workers 'Party of Belgium). In feite, zo leert de 1207-dienst, behoort het nummer toe aan vzw Dienen, een van de talrijke vzw 's gelinkt aan de PVDA. Ze werd destijds (in 1971) opgericht door Hugo Verwimp, Patrick VandenBerghe en José Aspers. De eerste twee zijn al lang geen lid meer van de PVDA. (Elders in dit artikel meer info over Verwimp). Vanden Berghe, die deel uitmaakte van de Solidair-redactie die omtrent 1980 collectief ontslagen werd, is door de partij geroyeerd. Volgens meerdere bronnen op beschuldiging van een spion te zijn van de staatsveiligheid (een absurde beschuldiging, volgens diezelfde bronnen). Die beschuldiging van destijds verhinderde evenwel niet dat de inmiddels gepensioneerde en in Frankrijk residerende topambtenaar van de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie in 2010 een boek publiceerde bij de aan de P VDA gelieerde uitgeverij EPO: Stralingsgevaar! Vervuiling in een gsm-maatschappij. Dat werd door SKEPP (Studiekring voor Kritische Evaluatie van Pseudowetenschap en het Paranormale) als 'dilettantisch 'afgedaan. Feit is ook dat meerdere jaren op rij, en dit tot en met 2012, de locatie waar het ICS plaats had (Mai International Association Center in Elsene), geboekt werd door Solidaritè Internationale. Deze vzw, opgericht in 1988, telde en telt nog steeds tal van gekende PVDA-leden in zijn raad van bestuur. In het verleden waren dat onder meer Jef Maes, Marcus Rooman, Sarah Vanobbergen, Marie-Rose Elgius en Jean Pestiau. Vandaag onder andere Catherine Dijon (voorzitter) en Gertrud Bongaerts.

Korea is One

De vzw kwam in het voetlicht toen Jef Bossuvt op 19/12/2011 in Terzake het zodanig bruin bakte met zijn verdediging van de Noord-Koreaanse erfelijke dictatuur dat de PVDA zich genoodzaakt zag om te laten weten dat ze afstand nam van Bossuvt zijn stellingen. De partij verspreidde 's anderendaags een persbericht waarin ze 'totaal afstand neemt van de woorden van Bossuvt op Terzake, woorden die niet de onze zijn, en evenmin onze standpunten over het socialisme verkondigen. Wij zijn tegenstander van elk model dat gebaseerd is op de dynastie, laat dat klaar zijn.' Verder stelde de partij in haar communiqué 'de PVDA heeft geen relaties met de organisatie Korea is One. 'Dat laatste is vreemd aangezien vijf van de acht stichtende leden van de vzw (opgericht op 10/6/2004) gekende PVDA-ers zijn. De overige drie zijn buitenlanders (twee Nederlanders en een Française). De PVDA-ers zijn Jozef (Jef) Bossuvt zelf alsmede Frans De Maegd, Claire Geraerts, Marleen Swinnen en Cathérine Dijon. Deze laatste, die voorzitter was van de vereniging en werkzaam is bij het Brusselse OCMW, is tevens de auteur van een brochure over Korea uitgegeven in 1993 door de toenmalige Anti-Imperialistische Bond, een van de oud-nevenorganisaties van de PVDA en de voorloper van het huidige Intal.

Volgens een persbericht van 21/8/2005 van het 'Corean Central News Agency' van de Democratie People 's Republic of Korea, overhandigde mevrouw Dijon in die periode een cadeautje aan president en partijleider Kim Jong Il namens het centraal comité van de Belgische Partij Van De Arbeid. Het communiqué vermeldt ook dat mevrouw Dijon lid is van het centraal comité van de PVDA en op officieel bezoek was in Noord-Korea. Franciscus (Frans) De Maegd, de ondervoorzitter van de vereniging, is een PVDA-militant van het quasi eerste uur en is vandaag vooral betrokken bij het Instituut voor Marxistische Studies (IMAST). De vzw Korea is One zag zich na het ongelukkige optreden van Bossuvt in Terzake genoodzaakt zichzelf te ontbinden en te vereffenen. Kwestie van de PVDA niet nog meer imagoschade te berokkenen. Dat gebeurde op 30 juni 2012. Het archief van de vzw werd overgedragen aan het IMAST. Die vzw geeft het semi-theoretische kwartaalblad van de PVDA uit (Marxistische Studies,) en organiseert vormingen (zoals de Marxistische Zomeruniversiteit) en sociaal-culturele activiteiten (zoals bezoeken en stadswandelingen). Haar raad van bestuur bestaat (sinds november 2005) uit Maria Mc Gavigan, Nicole Lanin en Herwig Lerouge; stuk voor stuk PVDA-ers van het eerste uur. Daarvoor bestond de raad van bestuur uit: Kris Merckx, Maggy Doumen, Jozef Bruynseels, Marie Rose Eligius, Maurice Thyssen, Renaat Willockx, Riet Dhont, Patrick Deboosere en Mia Vandamme; ook allemaal partijoudgedienden.

Jef Bossuyt, de vermaledijde PVDA-er die blijkbaar werd 'opgeofferd'- de man zou volgens Mertens (in De Standaard,) uit de partij zijn gezet maar er zijn redenen om hier aan te twijfelen gezien de PVDA, zoals hierboven is aangetoond, in wel meer gevallen creatief met de waarheid is omgesprongen - is een gepensioneerde postbeambte uit Zwevegem. Hij was al ettelijke keren kandidaat op een PVDA-lijst (zowel gemeentelijk als federaal). De laatste keer was dat in 2010 toen hij op de 15de plaats stond van de senaatslijst. In het verleden schreef hij ook talrijke artikels in Solidair, zowel over Korea zelf als over Litouwen, Rusland en Hongarije. Jef die een mondje Koreaans spreekt en ook militant was van ACOD/Post, bezocht Noord-Korea minstens zes keer, meestal als vertegenwoordiger van de vzw.

Dokstaking

Tijdens de staking van de Antwerpse en Gentse dokwerkers in 1973 - de staking startte in Genten duurde acht weken - deden zich (gewelddadige) incidenten voor waar AMADA-leden en -sympathisanten bij betrokken waren. In de nasleep van de staking werden 17 beklaagden (vooral AMADA-militanten, maar ook dokwerkers en leden van UCMLB) tot zware straffen veroordeeld, op basis van wat de AMADA-advocaten Jos Vander Velpen en de inmiddels overleden Dirk Ramboer een 'nepdossier' noemden. Later werden de meeste van die straffen in beroep gemilderd. Delwit maakt melding van de volgende veroordeelden, zonder altijd hun voornaam op te geven: (Karel) Van Gassen; (Luk) Vervaet, (Eugene) Donckers, Van Doren, Larosse (moet wellicht Lafosse zijn - zie elders in dit artikel). Van Gorps (moet vermoedelijk Van Gorp zijn) en De Boovere. Maar er werden meer mensen veroordeeld in het kader van het 'dokproces'. Onder meer (niet door Delwit vermeld): Pierre Marage, Edmond Collin, Marcel Van Dijck, Ivan Van Praet, Mark De Quidt, Carine La Meir, Anne Lemaire, Marcel Mussen, Eddy Daniels, Leopold Tubax en Michel Claes. Behalve Tubax en Claes was iedereen lid van AMADA, werd er destijds in de AMADA-krant gesteld (nr. 87-13 december 1974). Dat is onjuist. Mussen, Lemaire en Marage waren lid van UCMLB. Mussen stapte later, na de implosie van UCMLB in 1976, over naar AMADA. Pierre Marage is tegenwoordig hoogleraar fysica aan de Université Libre de Bruxelles, instelling waarvan hij ook vice-rector is. De ULB telt of telde nog professoren met een UCMLB en/of AMADA/PVDA-verleden die in het boek van Delwit vermeld worden: Robert Plasman (directeur van het Dulbea: departement toegepaste economische wetenschap) en Gérard Roland(tussen 1991 en 2001 assistent-professor en nadien professor aan de ULB, vandaag professor politieke en economische wetenschappen aan de universiteit van Berkeley in de VS maar via het 'European Centre for Advanced Research in Economics and Statistics' nog steeds verbonden aan de ULB). Plasman en Roland, die beiden een verleden hebben als arbeider (de eerste o.m. in de staalfabriek Espérance-Longdoz/Cockerill in Luik, de tweede aan de Antwerpse haven en bij de Brusselse vervoermaatschappij STIB/MIVB), verlieten de PVDA in de periode 1979-1981; samen met vele anderen, waaronder Paul Theunissen (zie elders in dit artikel). Roland was ook redacteur van Solidair en maakte deel uit van de redactie onder leiding van Kris (Christaan) Dewinter die omtrent 1980 collectief ontslagen werd. Maakte daar ook deel van uit: Jan Van Duppen, de broer van Dirk (zie elders in dit artikel). Dewinter werd als hoofdredacteur opgevolgd door Lucien (Lucky) Materne, een oud-voorzitter van de Kommunistische Jeugdbond (in de periode 1975-1977) en van bijna het prille begin lid van AMADA. Zijn naam is nergens te bespeuren in het boek van Delwit. De ex-UCMLB-ers Marage, Piasman, Roland, Mussen en Lemaire zijn vandaag geen lid (meer) van de PVDA.

Ivan Van Praet werd later vormingswerker bij ABVV-metaal en zou in 2011, kortstondig, opduiken in de stuurgroep van de Ronde Tafel van Socialisten. Dat initiatief is het gevolg van een open brief ("We zitten zonder socialistische partij") van professor Jan Blommaert die positief beantwoord werd door Peter Mertens (De Morgen 16/01/2009: "Hoog tijd voor een Ronde Tafel van Socialisten"). Delwit rept met geen woord over de 'Ronde Tafel van Socialisten', nochtans een voorbeeld van de huidige strategie van de PVDA om zichzelf voor te stellen als enige en waarachtige socialistische partij en van hoe fellow travellers die positionering mee(r) vorm geven.

Een van de bekendste huidige compagnons de route is professor Jan Blommaert. Hij stelde in Solidair van 28 juni 2007: 'Mijn vrouw en ik stemmen al jarenlang PVDA.'. Deze uitspraak dateert van een jaar voordat de PVDA haar 'vernieuwingscongres' zou houden. Blommaert is sinds 2003 ook bestuurder van de vzw Aan Zet, die in 2004 haar naam veranderde in GetBasic. De vzw GetBasic is het juridische vehikel achter de website DeWereldMorgen.be (Voor meer info over DeWereldMorgen.be/GetBasic: zie elders in dit artikel.)

Mark De Quidt brak eind jaren zeventig met de PVDA en ging economie studeren. Eens afgestudeerd, ging hij aan de slag bij IBM. In de jaren negentig speelde hij tijdens de Dutroux-affaire een niet onbelangrijke rol in de 'witte comités'. Hij was close met en de woordvoerder van Tiny Mast, de moeder van de verdwenen Kim en Ken (Kim werd dood teruggevonden, van Ken is nog steeds elk spoor zoek).

Eddy Daniels kapte, totaal ontmoedigd en na ruim acht jaar activisme, na zijn ontslag bij Sylvania in Tienen (waar hij sinds 1974 als arbeider werkte) in 1978 met AMADA. Hij speelde echter nooit enige rol van betekenis in de organisatie. Daniels was reeds actief bij Mijnwerkersmacht in de staking van 1970. Daarna ging hij als opvoeder werken met sociaal verwaarloosde kinderen. In 1981 keerde hij, op 32-jarige leeftijd, terug naar de universiteit waar hij middeleeuwse godsdienstgeschiedenis studeerde. In 1986 ging hij aan de slag als journalist: eerst bij reclame- en marketingvakblad PUB, daarna bij Het Laatste Nieuws (waar hij de redactionele kant van de toenmalige rekruteringsbijlage Jobwijzer, de voorloper van het huidige Vacature, verzorgde). In 1993 werd hij hoofdredacteur van Intermediar (dat later zijn naam veranderde in Imediair). In die tijd verscheen over hem een artikel in het tijdschrift van het toenmalige Vlaams Blok waarin hij werd 'ontmaskerd'als 'linkse infiltrant' in de media. Een ridicule beschuldiging gezien zijn politieke overtuigingen op dat moment en het feit dat hij al meer dan tien jaar niet meer politiek actief was. In 2000 kreeg hij van SKEPP (Studiekring voor Kritische Evaluatie van Pseudowetenschap en het Paranormale) de 'Zesde Vijs '-prijs, toegekend aan iemand die zich het voorbije jaar verdienstelijk maakte in het verspreiden van objectieve kennis inzake pseudowetenschap en het paranormale. In 2006 publiceerde hij het boek De Open Samenleving en haar nieuwe vijanden (uitgeverij Aqua Fortis). Vandaag is Daniels medewerker aan de-bron.org, en verdedigt hij standpunten die verwant zijn aan die van de Franse intellectuelen, die auteur Jean Birnbaum omschrijft als 'Les maoccidents': oud-maoïsten die vandaag op de bres staan voor de verdediging van Westerse, vrijzinnige en door tegenstanders doorgaans als conservatief omschreven waarden. Anderen noemen ze dan weer 'Maorassiens'. Auteurs en denkers als André Glucksmann, Guy Lardreau en Maurice Clavel zijn de bekendsten onder hen.

Delwit maakt ook nog melding van een rist andere AMADA-leden en sympathisanten die veroordeeld werden na gewelddadige incidenten tijdens een anti-VMO-betoging in Leuven in 1975. VMO staat voor Vlaamse Militanten Orde. In 1981 werd de organisatie veroordeeld als privémilitie wegens onder meer geweldplegingen, ontvoeringen en wapenbezit. De antifascistische tegenbetoging van 1975 werd in grote mate door AMADA geleid en dit op quasi-militaire wijze. Ze ontaardde in een ware veldslag met gebruik van heuse guerrillatactieken door de AMADA-adepten onder de linkse tegen-betogers. Het gebeuren verdient meer aandacht dan Delwit eraan geeft want is, voor zover bekend, het meest duidelijke voorbeeld dat AMADA in die jaren er niet voor terugdeinsde om - gewapend met stok, helm en molotovcocktail - fysiek geweld te gebruiken. En in sommige gevallen te (kunnen) opereren als een quasi paramilitaire militie. De veroordeelden van dat proces zijn: Bob Van der Kelen, Maggy Doumen, Lieve Gabriëls, Leen De Schepper, Michel Mommerancy, Eddy Ceulemans, Ann Lenaerts (inmiddels overleden).

Bronnen - Inhoud

Archieven - Inhoud

Delwit maakt geen expliciete melding van de geraadpleegde archieven, maar voor zover kan achterhaald worden (door internetopzoekingen op basis van de vermelde documenten of zoektermen, via google of in gespecialiseerde databanken zoals unicat.be en socialhistory.org), betreft het de volgende:

- Docu-Marx: Documentatiecentrum van de Partij van de Arbeid. Dit centrum bevat, naast algemene documentatie over de communistische gedachte en beweging in België en wereldwijd, de publieke archieven van AMADA en de PVDA. Het eigenlijk archief van de PVDA is echter niet publiek toegankelijk en dat was het ook niet voor Del-wit. In het verleden kregen wel enkele studenen (Julien Versteegh, Robert Damien en Jouwe Vanhoutteghem) er toegang toe in het kader van hun masterthesis die ze, met steun en volle medewerking van de partij, maakten over AMADA/PVDA.

- DACOB & CARCOB: deze twee vzw's zijn de bewaarnemers van de archieven die toebehoren aan Hispatk (Stichting Historisch Patrimonium van de Communistische Partij van België). Bij DACOB (aanvankelijke naam 'Documentatie- en Archief centrum van de Communistische Beweging',

vandaag 'Archief en de Bibliotheek voor de studie van het communisme' geheten) en CARCOB (Centre des Archives Communistes en Belgique) vindt men in de eerste plaats de archieven van de leidinggevende organen van de KPB (congres, centraal comité, de vele commissies van het centraal comité, het politiek bureau). Men treft er ook de archieven aan van de pro-Chinese KP van Jacques Grippa. Alsmede het archief van Juul Verhelst en G. Maréchal, dat heel wat informatie bevat over de werking van de Gentse federatie van de KPB (jaren zestig, zeventig en tachtig).

DACOB en CARCOB zijn begonnen met de uitbouw van een trotskistische collectie, o.m. met de verwerving van het archief van Freddy De Pauw (oud-journalist van De Standaard en actief geweest bij de Revolutionaire Arbeidersliga. Schreef in het RAL-blad Rood onder de schuilnaam Harry Mol).

- Het IHOES (Institut d'histoire ouvrière, économique et sociale) bewaart o.m. de archieven van meerdere KPB-militanten. Waaronder die van Xavier Relecom, een lid van het centraal comité van de KPB, die samen met Jacques Grippa, de leider van de Brusselse federatie van de partij, in 1993 de eerste pro-Chinese en 'maoïstische' partij opricht: PCB (de zelfde afkorting als de pro-Moskou KP). In de praktijk werd de partij dan ook PCB-Grippa genoemd. In 1967 wordt Relecom uitgesloten uit de PCB van Grippa omdat hij tijdens de Chinese culturele revolutie (die uitgeroepen werd door Mao en officieel duurde van 1966 tot 1969 maar in de feiten tot de dood van de militaire leider Lin Biao in 1971) een aanhanger is van de lijn van Mao. Grippa, en de meerderheid van het centraal comité, hing de lijn Liu Shaoqi aan. Tijdens de culturele revolutie werd Liu Shaoqi door Mao uitgeroepen tot 'volksvijand nummer 1'. Na zijn uitsluiting uit de KPB-Grippa wordt Relecom een van de oprichters van de Parti Communiste Marxiste-Léniniste de Belgique (PCMLB). Het IHOES heeft niet enkel een archief van/over Xavier Relecom maar tevens van/over de PCMLB alsmede van/over de Luikse PTB-afdeling.

- Het SOMA (Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij) bewaart o.m. het archief Daniël Peymans (1939-1998) en Charles van den Berg. Dat van Peymans heeft vooral betrekking op de jaren 1960-1980 en de KPB-Grippa, de PCMLB en UCMLB. Dat van van den Berg op de eerste helft van de jaren zeventig en op de PCMLB. In mindere mate ook op andere radicaal-linkse groepen, zoals Action Communiste (een van de talrijke maoïstische groepjes uit de jaren zeventig, van de strekking mao-spontex).

- AMSAB (Archief en Museum van de Socialistische Arbeidersbeweging):

- Instituut voor Sociale Geschiedenis bezit het archief van historicus Rudi Van Doorslaer m.b.t. de periode dat hij lid was van/actief was bij AMADA (begin van de jaren zeventig). Van Doorslaer baseerde zich op zijn eigen archiefstukken voor de redactie van zijn artikel "Oorsprong en consolidatie van AMADA" in het tijdschrift van het AMSAB (AMSAB-tijdingen), 2de jrg., 1983-1984. Daarnaast bevinden er zich ook stukken over AMADA en de PVDA in het archief Raymond Mathieu. Het AMSAB bezit ook de collectie van affiches, pamfletten en flyers uitgegeven door AMADA/PVDA. Die collectie werd geschonken door Renaat Willockx.

Ook over andere radicaal-linkse partijen bezit het AMSAB uitvoerige archieven. Dat is het geval voor zowel de KPB als de RAL/SAP. Naast archieven van organisaties die aanleunden bij de KPB (Belgische Unie voor de Verdediging van de Vrede, Eenheidssyndicaat van Aalst, Frans Masereelfonds, Pioniersverbond van België, Vereniging België-DDR, Vlaamse Kommunistische Studenten, Vrede) vindt men er ook archieven van tal van communistische militanten (waaronder André De Smet, Chantal De Smet, Robert Dussart, Karel Maes, Leo Michielsen, Louis Roth, Jef Turf, Charles Van der Vinck, Bert Van Hoorick en Jaak Withages). Op het AMSAB-ISG bevinden zich ook de gemicrofilmde bescheiden van het 'complot der communisten'(1923-1924) die teruggevonden werden in de archieven van de Procureur des Konings en die een belangrijke bron zijn voor de studie van de beginjaren van de KPB. Ondanks het bestaan van het DACOB, zijn de archieven van het AMSAB onontbeerlijk voor wie het Belgische communisme en de KPB wilt bestuderen. Tevens is het AMSAB in het bezit van de archieven van de Belgische afdeling van de Vierde Internationale, vooral van de Revolutionaire Arbeidersliga (RAL). In haar bezit zijn het archief van de Gentse afdeling van de RAL en enkele persoonsarchieven (Marijke Colle, Nadia De Beule, Guy Desolre, Peter Duuring, Henri Vaume, Fons Van Cleemput en Jos Geudens). Dat van de Antwerpse trotskistische activist Geudens is de laatste aanwinst en omvat niet minder dan 16 dozen. Hij maakte die over in 2005, voor hij naar Kenia uitweek (waar hij in 2010 overleed).

- Centre d'Histoire et de Sociologie des Gauches (ULB) bewaart en ontsluit archieven van oppositionele of dissidente communistische stromingen, zoals de 'bordighistische' stroming in ballingschap - genoemd naar Amadeo Bordiga - met o.a. documentenvan Ottorino Perrone en Adhémard Hennaut.

De 'bordighisten' waren leden van de Italiaanse linkse fractie, geïnspireerd door de stichter van de PCI, Amadeo Bordiga (1899-1970), geroyeerd in 1930, die vond dat de lijn van het Verenigd Volksfront en van het derde congres van Communistische Internationale 'opportunistisch' was. En die Rusland bestempelde als ' staatskapitalistisch'.

- KADOC (Documentatie- en Onderzoekscentrum voor Religie, Cultuur en Samenleving). Hier zijn er documenten te vinden m.b.t. onder meer de Democratische Katholieke Landelijke Jeugd (dKLJ), een afsplitsing in de jaren zeventig van KLJ. Elders in dit artikel wordt toelichting verstrekt bij deze afsplitsing en de fusie met Rode Jeugd. Ook van andere organisaties, zoals Wereldscholen, met occasioneel interessante info over AMADA.

- IISG - Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (Amsterdam). Wat AMADA/PVDA betreft, bezit deze instelling een beperkt archief, maar dat bevat wel een aantal stukken die men nergens anders vindt. Zoals onder meer het document Het politiek verval van een kleinburgerlijk intellectueel die de omvorming van zijn wereldopvatting weigerde (uit 1976).


Peter Mertens en Raoul Hedebouw

Deze brochure behandelt het geval van AMADA-dokter Michel Leyers (die in 1971 samen met Kris Merckx de eerste doktergroepspraktijk begon maar in 1974 met de partij kapte). Leyers overleed in 1988 (hij werd door een dronken bestuurder overreden). Het IISG is vooral (en wereldwijd) gekend omwille van het Ernest Mandel-archief. Het bezit ook andere belangrijke archieven van de Belgische trotskisten Georges Vereecken en Georges Dobbeleer. Een ander deel van het Dobbeleer-archief kwam echter terecht op het IHOES. Het gros van het Vereecken-archief bevindt zich in de Houghton Library van de Harvard University (USA). Kopieën uit het oorlogsarchief van Vereecken zijn eveneens beschikbaar op het SOMA.

Voor de lijst van de documenten die Delwit, al dan niet in de hierboven vermelde archieven raadpleegde: zie 'Literatuurlijst'.

Mondelinge bronnen - Inhoud

De auteur sprak met volgende huidige partijleden en kaders:

- Peter Mertens: voorzitter van de PVDA sinds 2008, in opvolging van Ludo Martens. Op zijn achttiende (1987) richtte hij samen met Marc Spruyt (vandaag woordvoerder - pers-& communicatieverantwoordelijke bij het Vlaamse ABVV) aan de Universiteit Antwerpen/Ufsia de 'Studenten tegen Racisme' (SteR) op. Omstreeks 1991, ten tijde van de acties tegen de Golfoorlog, sloot hij aan bij de toenmalige Marxistisch-Leninistische Beweging (MLB), het huidige COMAC (of althans een deel ervan: haar studentenwerking). Werd tijdens het vijfde partijcongres in 1995 verkozen in de Nationale Raad van de PVDA (destijds 'Centraal Comité' genoemd). In 1998 ruilde hij zijn MLB-voorzitterschap in voor de functie van politiek secretaris van de Antwerpse provinciale partijafdeling. In 2002, na het zevende partijcongres werd hij in het partijbureau verkozen. Vier jaar later werd hij verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur van de partij. Om uiteindelijk in 2008 voorzitter te worden.

- Lydie Neufcourt: verantwoordelijke voor de ledenwerking, de uitbreiding van de partij en human resources. Als feministe streed zij in de jaren '70 mee voor het recht op abortus. Zo kwam ze in contact met dokter voor het volk Frans Van Acoleyen en de PVDA. Lerares van beroep. Ze is de enige vrouw in het achtkoppige Politiek Bureau van de partij.

- Aurelie Decoene: studeerde aan de ULB politieke wetenschappen en daarna economie. Sinds 2011 voorzitster van COMAC, de PVDA-jongerenbeweging. Haar politiek engagement vond zijn oorsprong in 2002 tijdens de oorlog tegen Irak.

- Jan Fermon: studeerde aan de Vrije Universiteit te Brussel waar hij in 1983 licentiaat in de rechten werd. Sinds 1989 advocaat aan de balie te Brussel (gespecialiseerd in Belgisch, Europees en internationaal strafrecht, internationaal humanitair recht en vreemdelingenrecht). Verbonden aan Progress Lawyer Network in Brussel (een PVDA-advocatenkantoor). Sinds september als promovendus verbonden aan faculteit rechtsgeleerdheid van de universiteit van Maastricht waar hij rechtsvergelijkend onderzoek doet naar de bescherming van het lawyer cliënt privilege.

De auteur sprak met volgende ex-partij leden:

- Chille Deman: engageerde zich in 1969 in de Gentse maartbeweging, al was hij toen student aan het Brusselse RITS. Trok daar al snel op met Ludo Martens. Bezocht in 1970 China, samen met een aantal AMADA-leden (waaronder Kris Merckx). De reis was georganiseerd door de Vereniging België-China, waar hij toen werkte. In de tweede helft van de jaren tachtig werkzaam, samen met Paul Theunissen, op de internationale afdeling' van AMADA. Was ook in die jaren lid van het centraal comité. Begin 1980 werd hij uit het centraal comité van de inmiddels opgerichte PVDA ontslagen maar bleef nog tot eind 1980 lid van de partij. Werd nadien coördinator van de Brusselse Federatie Huurdersverenigingen/Fédération Bruxelloise de l'Union pour Ie Logement (FéBUL). En voorzitter van de Belgian Pride (de Belgische versie van de Gay Pride Parade).

- France Blanmailland: was in jaren zeventig actief bij de maoïstische groepering Action Communiste. Stapte later over naar AMADA en was nadien lid van de PVDA tot in 1984. Trad nadien toe tot Ecolo waarvoor ze in 1999 'verruimingskandidate' was op de senaatslijst. Was adviseur op het kabinet van Isabelle Durant en gemeenteraadslid voor Ecolo in Schaarbeek van 2000 tot 2006, waar ze ook advocate is sinds 1975 (afgestudeerd aan de ULB in 1973). Is jarenlang bestuurder geweest van het MRAX( Mouvement contre Ie Racisme, l'Antisémitisme et la Xénophobe) waar ze in 2009, samen met ander bestuurders, ontslag nam uit protest tegen het nepotisme en het wanbeleid van de voorzitter. Auteur van het artikel "De la dictature du prolétariat au 'vivre ensembe'", verschenen in het tijdschrift Politique (nr. 50, juni 2007).

- Luc Walleyn: oud mei '68-er, actief aan de Universiteit Leuven (was echter geen SVB-er). Van in het prille begin betrokken bij AMADA. Was een tijd lang verantwoordelijk uitgever voor de partijpublicaties. Studeerde in 1972 af als licentiaat in de rechten. Stapte uit de PVDA eind 1982, na het mislukt experiment met Democratie sans Frontières in Schaarbeek (en de rectificatiebeweging 'tegen de KPD-lijn' die er op volgde). Vanaf 1974 tot zijn breuk met de PVDA samen met o.a. France Blanmailland actief in de PVDA-advocatenpraktijk in Schaarbeek (niet te verwarren met het huidige Progress Lawyer Network-kantoor in Sint-Joost-Ten-Node). Nog steeds advocaat in Schaarbeek (specialisatie vreemdelingenrecht, mensenrechten en humanitair recht), maar tevens raadsman en advocaat bij het Internationaal Strafhof. Vertegenwoordigde slachtoffers van de Rwandese genocide en van diverse andere gewapende conflicten of mensenrechtenschendingen (zoals de kindsoldaten in de Lubangazaak) bij het Internationaal Strafhof.

- Grace Winter: deze licentiate kunstgeschiedenis en sociale antropologie (afgestudeerd aan de ULB) was in de eerste helft van de jaren zeventig actief bij de Union des communistes marxiste-léniniste de Belgique (UCMLB), de belangrijkste 'maoïstische' groepering in Franstalig België. Ze vervoegde AMADA/TPO na het uiteenspatten van UCMLB in 1976/1977. In haar UCMLB-periode vormde ze een koppel met Eric Pollet, de leider van UCMLB en werkzaam aan de ULB. In haar AMADA-jaren (die eindigden in 1978) had ze een relatie met Ludo Martens. In beide organisaties was ze echter slechts een basismilitante. Na haar studies vertrok Grace Winter op etnografische missies naar Mali en Ivoorkust. Terug in België schreef ze in 1972 samen met Pollet een boek over het Soninké-volk in Mali (uitgegeven door het Institut de sociologie van de ULB) en ging ze aan de slag bij het Belgisch Koninklijk Filmarchief (de huidige Cinématek). In 1979 startte Grace Winter bij Progrès Film (een verdeelhuis van betere films, opgezet in de jaren zestig door mensen die dicht aanleunden bij de communistische partij) en werd er in 1984 directeur tot de sluiting in december 2002. Was nadien aan het Filmarchief verbonden waar ze het Congo Fonds beheerde maar bleef en is nog altijd actief in verschillende Belgische Franstalige en Nederlandstalige selectiecommissies en als adviseur voor het Internationaal Film Festival van Rotterdam (IFFR).

- Luk Vervaet: was tijdens de dokstaking van 1973 een van de (erg jonge: geen 20 jaar) boegbeelden van AMADA aan de Antwerpse haven. Behoorde in de jaren zeventig ook tot de eerste China-gangers van de beweging. Was in de jaren tachtig-negentig gedurende een tiental jaar lid van het politiek bureau van de PVDA en verantwoordelijke voor de 'kaderwerking' van de partij. Werd samen met Nadine Rosa-Rosso in 2004 door de partij geroyeerd (wegens fractionisme). Werd later leraar Nederlands en werd in 2009 'om veiligheidsreden' de toegang ontzegd tot de gevangenis van Sint-Gillis waar hij lesgaf aan gedetineerden. Dat verbod werd later door de raad van state vernietigd, maar dit leidde evenwel niet tot zijn heraanstelling. Was/is betrokken bij de werking van de Association des families et ami(e) s des prisonniers / Vereniging van families en vrienden van gevangenen en van het CLEA (Comité pour la liberté d'expression et d'association) en het Platform voor Vrije Meningsuiting. Na zijn uitsluiting uit de PVDA actief geworden bij de Brusselse multiculturele partij Egalité (dat onlangs zijn naam veranderde in Egalitaire), waarvoor hij voor de verkiezingen van 25 mei 2014 kandidaat was. Brak recent met Egali-té/Egalitaire (omdat die een technische samenwerkingsovereenkomst afsloot met de uiterst-rechtse en populistische partijtjes Debout les Belges en La Droite) en riep op om niet voor hem te stemmen (zich terugtrekken van de lijst was niet meer mogelijk). Werkte met Tiny Mast aan het boek Voor altijd op zoek, mijn alfabet voor Kim en Ken (Van Halewyck, 2006). Is tevens de auteur van "SP Nederland; nieuwe hoop voor radicaal links?" (VMT, zomer 2007) en co-samensteller (samen met Boudewijn Deckers) van Democratisch centralisme in China (EPO, 1978).

- Nadine Rosa-Rosso: op haar 16de werd ze lid van Tout Ie Pouvoir au Travailleurs (TPT), een afsplitsing van Université-Usine-Union (UU). Later sloot ze aan bij UCMLB. In 1976 werd ze lid van AMADA. Ze was verantwoordelijk voor het syndicaal werk van de PVDA in Charleroi en nadien, van 1989 tot 1995, provinciaal verantwoordelijke in Brabant. In 1991, na de verkiezingsoverwinning van het Vlaams Blok, nam ze mee het initiatief voor de petitie Objectief 479.971, die ruim een miljoen handtekeningen verzamelde voor gelijke rechten voor Belgen en migranten. Van 1997 tot 2004 was ze algemeen nationaal secretaris van de PVDA. In 2004 werd ze samen met haar partner Luk Vervaet uit de PVDA gesloten.

Het is niet uitgesloten dat Delwit nog met andere personen, leden of ex-leden, sprak. Maar daar maakt hij, mogelijks op hun verzoek, geen melding van.

Literatuur - Inhoud

Overzicht van de belangrijkste publicaties (boeken, thesissen, artikels) over extreem-links, vooral de 'maoïstische' strekking ervan, in België, Frankrijk, Nederland, Duitsland en Europa/de rest van de wereld.

België

Algemeen

- Jean-Marie Chauvier. "Gauchisme et nouvelle gauche en Belgique. I & II" in: Courier hebdomadaire du CRISP, inzet voor de arbeiders. 1966-nr. 600-601 & 602-603 (1973) 1979. Masterthesis. KUL (2004)

- La Belgique sauvage. L'extreme gauche en Belgique depuis 1945. Dissidence. Edition Le Bord de l'eau (2009) (Met hierin twee hoofdstukken over het maoïsme in België, van de hand van Manuel Abramowicz.)

- José Gotovitch & Anne Morelli. Contester dans un pays prospère: l 'extreme gauche en Belgique et au Canada. Peter Lang (2007)

- José Gotovitch. "Histoire du Parti Communiste de Belgique" in; Courier hebdomadaire du CRISP, nr. 1582 (1997)

- José Gotovitch, Du communisme et des communistes en Belgique. Approches critiques. Editions Aden (2012)

- Rudi Van Doorslaer. "De kommunistische partij en haar geschiedschrijving, een kritische analyse."in Vlaams Marxistisch Tijdschrift (jaargang 12, nr 1, 1978)

AMADA/PVDA

Thesissen

- Bregt Henkens. De vereniging van Vlaamse studenten 1974-1983: van nationale overkoepeling naar klein-linkse vakbond. Masterthesis. KUL (1993)

- Leen Alaerts. Tussen ideologie en pragmatisme, de dynamiek rond de Derde Wereld in Leuvense studenten-milieus van 1970 tot 1978. Masterthesis. KUL (2000)

- Martien Keymeulen. Het medium als gebruiksinstrument: een typevoorbeeld: het partijorgaan van Amada

- 1970-1983. Masterthesis. UGent (1983)

- W. Vansant. Monografie van het weekblad Amada: alle macht aan de arbeiders, kommunistische arbeiderspartij in opbouw. Licentiaatsverhandeling. VUB (1978)

- Eva Van Eenoo. Socialismo o muerte?: een onderzoek naar de verslaggeving van de Cubaanse revolutie in de partijkranten van de KP, SAP en PVDA. Masterthesis. UGent (2003)

- Lorenzo D'Hooge. Anti-imperialisme en ontstaan van Alle Macht Aan De Arbeiders (AMADA), 1966-1975. Masterthesis. UGent (2012)

- Gilles Simon. L'accès de l'extrême-gauche aux médias en periode electorale. ULB (2008)

- Julien Versteegh. D'un mouvement étudiant d un parti, Amada, 1970-1979. Mémoire de master. ULB (2000)

- Damien Robert. Analyse de l 'évolution idéologique et politique du Parti du Travail de Belgique (PTB) entre 1979 et 1990. Mémoire de master. UCL (2000)

- Jouwe Vanhoutteghem. Van organisatie naar Partij: De opbouw van de Partij van de Arbeid van België (1976-1987). Masterthesis. KUL (2010)

- Ward Segers. Alle Macht Aan De Arbeiders. 1968' en de inzet voor de arbeiders 1966-1979, masterthesis. KUL (2004)

Artikels

- Rudi van Doorslaer. "Oorsprong en consolidatie van AMADA" in: AMSAB-tijdingen, Jrg. 2 (1983-1984)

- Hubert Delsaute. "De machtsgrepen en -knepen van de PvdA: de voorjaarsstaking 1986 in de Limburgse mijnen" in: De Nieuwe Maand (DNM), Jrg. 29, nr. 09(1986)

- "Kuifje in Congo". Humo (febmari-maart 2001)

Noot: de vierdelige Humo-reeks zijn gesprekken met Ludo Martens gelardeerd met sfeerschetsen over Martens in Congo. Het laatste artikel is een vraaggesprek met zijn toenmalige Congolese echtgenote Mira (waarmee hij twee kinderen heeft: Amada en JakobaJ.

Boeken

- Kris Merckx. Dokter van het volk. EPO (2008)

- Thomas Blommaert. Ik was nog nooit in Zelzate geweest. EPO (2010)

- Willy van Geet. De dokstaking 1973: dagboek van een sociaal conflict in de haven van Antwerpen. De Vlijt (1979)

Noot: daarnaast is er een niet onaanzienlijke reeks van boeken, zonder uitzondering uitgegeven bij EPO, die nuttige maar zelden essentiële en nooit kritische informatie bevatten over de PVDA en aspecten van haar werking. Op enkele uitzonderingen na

- bijvoorbeeld het boek van ex-Boel-delegee Jan Cap: In naam van mijn klasse. EPO (1987) - kunnen ze nog steeds besteld worden. Het volgende boek is samen met dat van Cap wellicht een van de meest essentiële om de opvattingen, structuur en aanpak van de PVDA beter te begrijpen: Imelda Haesendonck. De fabriek. EPO (1999).

Leren van de kiescampagnes in Herstal en Zelzate, een PVDA-uitgave uit 2005 (te koop via de online PVDA-shop), verdient ook aanbeveling. Het is een van de meest leerzame publieke en tevens niet al te oude partij publicaties (is een boek van 168 pagina), die een blik gunt op de werking van de PVDA op gemeentelijk vlak.

ANDERE (GRIPPISTEN, KPB, TROTSKISTEN, ...)

- Milou (Emile) Rikir. Ie PCB et la scission 'grippiste'de 1963. CARCOB (2002)

- Manuel Abramowicz. La gauche radicale en Belgique francophone -Impact électoral, social et politique (1965-2004). Mémoire de masten UCL (2004)

- T. De Wael. Les maoïstes belges. Etude des conflits idéologiques au sein du Parti Communiste Beige (P.C.B.) dans les années 60. Mémoire de master. ULB(1987).

- Stefan Blommaert. De Socialistische Jonge Wacht tussen 1945 en 1969. Van sociaal-democratische tot revolutionair-socialistische jeugdorganisatie. Masterthesis. VUB (1980).

- Nadia De Beule. Het Belgisch trotskisme: de geschiedenis van een groep oppositionele communisten, 1925-1940. Jan Dhondtstichting-Mase-reelfonds(1980)

- Pascal Delwit & Jean-Michel De Waele. Les intellectuels communistes et le stalinisme de 1947 à 1983 en France et en Belgique. Bruxelles. Mémoire de master. ULB (1985)

- Erik D'Haveloose. Het einde van de Communistische Partij van België? Masterthesis. UGent (1994)

- Sarah Van Beurden. De KPB (1968-1982): teloorgang van een communistische partij. Masterthesis. KUL (1999)

- Georges Dobbeleer. Sur les traces de la révolution: Itinéraire d'un trotskiste beige. Éditions Syllepse (2006)

Frankrijk

- Jean-Paul Étienne. La Gauche prolé-tarienne (ï 968-19 73): illégalisme révolutionnaire et justice populaire, These de doctorat. Université Paris-VIII (2003)

- Florence Johsua. De la LCR au NPA (1966-2009): sociologie politique des métamorphoses de Vengagement anti-capitaliste. These de doctorat. Institut d'études politiques - Paris. (2011)

- The Wind from the East: French In-tellectuals, the Cultural Révolution, and the Legacy of the 1960s. Princeton University Press (2010)

- Serge Cosseron (dir.). Le dictionnaire de l'extreme gauche. Larousse/A Présent (2007)

- Olivier Piot. L'Extrême gauche. Le Cavalier Bleu (2008)

- Jean-Christophe Brochier et Hervé Delouche. Nouveaux Sans-Culottes. Enquête sur l'extreme gauche. Les Grasset (2000)

- Kefei Xu. Le Maoïsme de la revue Tel Quel: L 'engagement politique des intellectuels autour de Mai 1968. Éditions universitaires europeennes (2011)

- Olivier Rolin. Tigre en papier. Seuil (2002)

- Jean Rolin. L'Organisation. Galli-mard(1996)

- Patrick Kessel. Le Mouvement maoïste en France, 1963-1968. Tome 1 + Le Mouvement maoïste en France 1968-1969. Tome II. Union générale d'éditions, collection '10-18' (1972 & 1978)

- Hess Remi. Les Maoïstes francais: une dérive institutionnelle. Éditions Anthropos(1974)

- Rober Linhart. L 'Etabli. Les Éditions de Minuit,coll. 'doublé' (1978)

- Virginie Linhart. Volontaires pour l'usine: vies d'établis. 1967-1977, Le Seuil (1994)

- Virgine Linhart. Le Jour oü mon père s 'est tu. Le Seuil (2008)

- Michelle Manceaux. Les Maos en France. Gallimard (1972)

- Patrick Jarrel. Eléments pour une histoire de l'ex-gauche prolétarienne: Cinq ans d'intervention en milieu ouvrier, N.B.E.,(1974)

- Guy Hocquenghem. Lettre ouverte a ceux qui sontpassés du col Mao au V?o-tor>-.AlbinMichel(1986).

- Christophe Bourseiller. Les Maoïstes: la folie histoire des gardes rouges francais. Pion (1996)

- Jean Birnbaum. Les Maoccidents. Un néoconservatisme a lafrancaise. Stock (2009)

- Morgan Sportès. Maos. Grasset (2006).

- Jean-Pierre Martin. Eloge de l'apostat. Éditions du Seuil (2010)

- Marnix Dressen. De l'amphi d l'établi. Bel in (2002)

- Jeannine Verdès-Leroux. La foi des vaincus. Les 'révoluüonnaires ' francais de 1945 a 2005. Fayard (2005)

- Dominique Defendi, L 'Arme a gauche. Flammarion (2008)

- Hervé Hamon et Patrick Rotman. Génération, tome l. Paris. Le Seuil (1987) + Génération, tome 2. Le Seuil (1988)

- Frédéric Charpier. Histoire de l 'extreme gauche trotskiste: De 1929 a nos jours. Éditions 1 (2002)

- Frédéric Chateigner. D 'Althusser à Mao: Les cahiers du marxisme-lèninisme. Mémoire master. DEA/EHESS (2004)

- Jean-Pierre Etienne. La Gauche prolétarienne (l 968-19 73): illégalisme révolutionnaire et justice populaire. Mémoire de master. Université Paris VIII (2004)

- Nathalie Emoult. Les principes de fonctionnement des parus marxistes-léninistes PCR(ML) & PCMLF. Université Paris (1980)

Noot: De roman van Olivier Rolin handelt over een man die aan de dochter van zijn overleden beste vriend vertelt hoe het was eind jaren zestig jong te zijn. Het was de tijd waarin het oosten rood zou zijn (voor altijd), de imperialisten tijgers van papier waren (volgens Mao) en het geloof der kameraden onwrikbaar was. Rolin was, net als zijn broer Jean, actief bij de Franse maoïstische organisatie Gauche Prolétarienne (GP). L 'organisation van Jean Rolin handelt nog explicieter dan het boek van zijn broer over de organisatie die door haar leiding ontbonden werd. Deels omwille van de repressie door de Franse overheid - zo werd de krant van de GP al eerder verboden (wat tot protest leidde van onder meer Jean-Paul Sartre) - maar ook omdat het gevaar van afglijden naar terrorisme reëel was maar ingezien werd door de leiding. In 1970 werd de GP door de Franse overheid buiten de wet gesteld. Tal van gekende hedendaagse Franse intellectuelen waren actief bij de GP (o.m. de filosofen André Glucksman en Bernard-Henry Levy maar tevens Serge Jury, de latere medestichter en hoofdredacteur van de krant Liberation). In 1969 zou July, samen met Alain Geismar en Evelyne Morane Erlyne Vers la guerre civile publiceren. Wat veelzeggend is voor de geëxalteerde tijdsgeest en geestelijke verwarring onder vooral de maoïsten in Frankrijk toen. In L'Arme a gauche vertelt de auteur, een ex-geheim agent, hoe de Franse binnenlandse veiligheidsdienst DST de GP infiltreerde en manipuleerde.

Nederland

- Wouter P. Beekers. Mao in de polder.

Een historisch-sociologische benadering van het Nederlandse maoïsme 1964-1978. Doctoraalscriptie. Vrije Universiteit Amsterdam (2005)

- Rudie Kagie. De Socialisten. Achter de schermen van de SP. Arbeiderspers (2009)

- Kees Slager. Het Geheim Van Oss. Een geschiedenis van de SP. Atlas (2005)

- Antoine Verbij. Tien rode jaren: links radicalisme in Nederland: 1970-1980. Ambo (2005)

- Mischa de Vreede. Tijdgeest. (1995)

- Frits Hoekstra. In dienst van de B VD. Spionage en contraspionage in Nederland. Uitgeverij Boom (2004)

- Maarten van Riel. Zaterdagmiddagrevolutie. Portret van de Rode jeugd. Uitgeverij Boom (2010)

- Gerrit Verrips. Dwars, duivels en dromend. De geschiedenis van de CPN 1938-1991. Balans (1996)

- Koos van Zomeren. Die stad, dat jaar. Arbeiderspers (2009)

Noot: Dat laatste boek handelt over het linkse leven in Nijmegen van 1972, het jaar waarin de SP werd opgericht (als gevolg van een afsplitsing binnen de KEN (ml): de Kommunistische Eenheidsbeweging Nederland (marxistisch-leninistisch). De KEN (ml) splitste zich op in twee fracties. Een ervan was de Kommunistiese Partij Nederland/Marxisties Leninisties (KPN/ML) en die veranderde in 1972 haar naam in Socialistiese Partij (nog in progressieve spelling geschreven, de schrijfwijze werd pas in 1993 aangepast - een jaar voordat de partij haar eerste 2 zetels behaalde in de eerste kamer).

In In dienst van de BVD beschrijft de auteur, destijds verantwoordelijk voor het volgen van de CPN en haar mantelorganisaties en de communistische infiltranten in de PVDA, hoe de Nederlandse binnenlandse inlichtingendienst BVD radicaal-linkse organisaties infiltreerde in de jaren zeventig en tachtig. Ze ging zelfs zo ver dat ze een fake maoïstische, marxistisch-leninistische, partij oprichtte: de Marxistisch-Leninistische Partij Nederland (MLPN). Paul Bouvé, het hoofdpersonage in het laatste boek van Gerrit Komrij -De loopjongen (2012) - en een oude schoolmakker van de schrijver, had zich te goeder trouw bij de MLPN aangesloten.

Duitsland

- Andreas Kühn. Stalins Enkel, Maos Söhne. Die Lebenswelt der K-Gruppen in der Bundesrepublik der 70er Jahre. Campus Verlag. Frankfurt (2005)

- Anton Stengl. Zur Geschichte der K-Gruppen: Marxisten Leninisten in der BRD der Siebziger Jahre. Zambon-verlag(2011)

- Gerd Koenen. Das rote Jahrzehnt. Unsere kleine deutsche Kulturrevolu-tion 1967-1977. Fischer Taschenbuch Verlag. Frankfurt (2002)

Europa (Algemeen) & wereld

- Friedrich-Wilhelm Schlomann, Pau-lette Friedlingstein. Die Maoisten: Pekings Filialen in Westeuropa. So-cieta"ts-Verlag(1970)

- Robert Jackson Alexander. Maoism in the developed world. Greenwood Publishing Group (2001)

- Brigitte Steinmann. Le maoïsme au Nepal: Lectures d 'une révolution. CNRS (2007)

Noten: - Inhoud

(1) Marc Ernst was in de tweede helft van de jaren zeventig actief bij de Kommunistische Jeugdbond (KJB) en zijn opvolger Rode Jeugd. Dat is het huidige COMAC. Of althans de werking voor/met scholieren ervan. KJB en later Rode Jeugd was de jongerenorganisatie van AMADA en later van de PVDA. In die tijd had AMADA ook een afzonderlijke studentenorganisatie: de Marxistisch-Leninistisch Beweging (MLB). Hij was onder meer hoofdredacteur van Kabaal, het jongerenmagazine van Rode Jeugd (uitgegeven in samenwerking met de Democratische Landelijke Jeugd (dKLJ) waarmee Rode Jeugd in 1978 samenging). In 1979 brak hij met Rode Jeugd en met liet maoïstische/gauchistische gedachtegoed. Nadien was hij niet meer politiek actief, maar publiceerde nog tot medio de jaren tachtig in allerlei progressieve tijdschriften (BPA-bultetin, Komma, Rood, Bladgroen (blad van Agalev), Links, Nitro (blad van de humanistische jongeren), De Zwijger,...). Zijn masterthesis aan de VUB (1984) handelde over de nieuwe sociale bewegingen, met speciale aandacht voor hun impact, effectiviteit en mediapolitiek (een extract verscheen in het toenmalige maandblad Vlaanderen Morgen). Hij is zich sindsdien blijven interesseren voor de brede nieuwe sociale bewegingen in het algemeen en voor de PVDA, als belangrijkste radicaal-linkse partij in Vlaanderen/ België, in het bijzonder. Maar dat deed hij als buitenstaander, als spectateur. Politiek is hij dakloos maar situeert zich tussen sociaal-liberaal en sociaal-democraat, met evenwel een sterke libertaire, ecologische en Vlaamse component.

(2) De belangrijkste publieke (en door Delwit geraadpleegde) archieven voor de studie van de PVDA en bij uitbreiding de brede communistische beweging in ons land zijn: Docu-Marx, DACOB & CAR-COB, IHOES, SOMA, AMSAB, Centre d'Histoire et de Sociologie des Gauches - ULB. Ook het IISG (Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis) in Amsterdam bevat heel wat relevant materiaal. De archieven van het KADOC werden niet geraadpleegd. Daar liggen, volgens Frans Devenys (telefonisch onderhoud op 19/5/2014), nochtans documenten met betrekking tot dKLJ en Rode Jeugd. Over Rode Jeugd/dKLJ: zie meer info elders in dit artikel. Zie 'Bronnen', eveneens elders in dit artikel, voor meer toelichting over deze archieven en hun documenten met betrekking tot de PVDA en andere radicaal-linkse organisaties met al dan niet een 'ma-oïstische' achtergrond.

(3) De auteur sprak met volgende oud- en huidige partijleden en -kaders: Peter Mertens, Lydie Neufcourt, Aurelie Decoene, Jan Fermon, Chille Deman, France Blanmailland, Luc Walleyn, Grace Winter, Luk Vervaet en Nadine Rosa-Rosso. Zie 'Bronnen' elders in dit artikel voor een korte biografie van deze personen. Het is evenwel niet uitgesloten dat Delwit nog met andere personen, leden of ex-leden, sprak. Maar daar maakt hij, mogelijks op hun verzoek, geen melding van.

(4) Zoals :

- Enquête au coeur du nouveau Front na-tional (Sylvain Crépon, Nouveau Monde Éditions, 2012)
- Bienvenue au Front - Journal d'une in-filtrèe (Claire Checcaglini, Jacob Duvernet, 2012)
- Au Front (Anne Tristan, Gallimard, 1987)

(5) Mertens stelde dat in '5 voor 12', de nightshow van Radio 2, op 15/5/2014. Die stelling is vreemd want in het verleden onderhield de PVDA geprivilegieerde relaties met de Nieuwe Communistische Partij van Nederland (NCPN). De enige vermelding van de PVDA op de website van de SP gebeurt in een overgenomen artikel uit Gazet van Antwerpen. Dat artikel is de weergave van een tweegesprek tussen SP-boegbeeld Roemer en Peter Mertens (gesprek op initiatief van de krant). De sporadische contacten tussen de PVDA en de SP waren, tot hiertoe, altijd het initiatief van de PVDA en werden, zacht uitgedrukt, koel beantwoord. De NCPN is opgericht in 1992 als fusie van verschillende communistische groeperingen die het niet eens waren met de beslissing van de CPN (de Communistische partij van Nederland) om op te gaan in fusiepartij GroenLinks. De voornaamste groep waaruit de NCPN is voortgekomen is het VCN, Partij van Communisten in Nederland. Deze groep ontstond in 1983 als het Horizontaal Overleg van Communisten (HOC) binnen de CPN. Bij de oprichting van de NCPN sloten zich ook andere communisten aan. De NCPN geeft de vierwekelijkse krant Manifest uit en heeft uiteraard ook een webstek. Het belangrijkste electorale bolwerk van de partij lag en ligt nog steeds in de gemeente Reiderland, waar ze in de jaren '90 zelfs een absolute meerderheid had. Op landelijk niveau, zoals de Tweede Kamer (parlement), kreeg ze nooit vertegenwoordigers. Momenteel heeft de partij zetels in de gemeenteraden van De Friese Meren (1 zetel, 5,68%) en Heiloo (2 zetels, 10,4%). De partij is nog steeds heel erg oubollig in haar communicatie (met inbegrip van het ongecomplexeerde gebruik van de hamer en sikkel als symbool) en beroept zich nog openlijk op het marxisme-leninisme. Ze is al sinds de jaren negentig onafgebroken te gast op het jaarlijkse International Communist Seminar dat door de PVDA georganiseerd wordt - al doet men het tegenwoordig uitschijnen dat het hele opzet los van de PVDA staat (zie 'Onwaarheden').

(6) Zie 'Literatuur' voor overzicht.

(7) Paul Huybrechts was een negental jaar lid van AMADA en werkte zes jaar lang in de fabriek waaronder bij Bayer Antwerpen waar hij ook syndicaal afgevaardigde was. In 1979, toen hij de brui had gegeven aan zijn militant leven, ging hij aan de slag bij de pas opgestarte krant De Morgen waar hij economieredacteur werd. Later verkaste hij naar de krant De Tijd (toen nog Financieel Economische Tijd geheten). Bij die krant schopte hij het van redacteur tot directeur en gedelegeerd bestuurder. In 1990 maakte hij een ommetje bij beurshuis Dewaay, Servais & Co maar keerde amper enkele maanden later terug naar De Tijd. Om het er in 2002 voor bekeken te houden. Sindsdien is hij vooral bezig geweest als voorzitter van de VFB en opiniemaker maar publiceerde ook twee onderzoeksjournalistiek boeken: een over de NMBS en de biografie van de jonge (politicus) Hugo Schiltz : Hugo's heilige vuur. De intieme biografie van de jonge Hugo Schiltz, 1927-1954.

(8) In : Du communisme et des communistes en Belgique: approches critiques. Editions Aden (2012)

(9) Zie 'Literatuur' voor overzicht.

(10) Robert is tegenwoordig gemeenteraadslid voor de PVDA in Scraing en Vcrstccgh is dat in Herstal, twee gemeenten in de rand van Luik. Vanhouttcghcm is viecvoorzitter van COMAC en technisch directeur van ManiFiesta, het jaarlijkse 'feest van de solidariteit' van Solidair en Geneeskunde voor het Volk waarvan de editie 2013 bijna 10.000 deelnemers telde.

(11) Dat themanummer van Dissidences was onderwerp van een artikel van Jelle Versieren in Vlaams Marxistisch Tijdschrift (Len-tenummer, 2014).
De, tot hiertoe, meest volledige bijdrage aan de geschiedenis van de pro-Chinese organisaties en partijtjes in ons land van voor de oprichting van AMADA in 1970, is echter de paper van Milou (Émile) Rikir, de overleden archivaris van het CARCOB: Le PCB et la scission 'grippiste'de 1963. Het is als PDF-document ter beschikking op de website van het CARCOB.

(12) Die brochure, die destijds niet enkel een strikt interne functie had maar ook aan derden werd verkocht, is een snoeiharde, hy-perdogmatische en ultrasectaire afrekening met dokter Michel Leyers, die in 1971 samen met Kris Merckx in Hoboken de eerste AMADA-dokterspraktijk opstartte maar in 1975 met de partij brak en een zelfstandig dokterskabinet opzette in dezelfde gemeente. Lcycrs overleed in 1998 (hij werd al fietsend aangereden door een dronken bestuurder). In zijn boek Dokter van het volk had Kris Merckx (op pagina 253) het, doelend op de brochure, over 'een aantal overtrokken en misplaatste kritieken' op Leyers. Dat is een wel erg eufemistische omschrijving van het bikkelharde requisitoir.

(13) Voor De Roeck waren dat Flor De Wit en Luk Walleyn. Nadien (en tot de huidige verantwoordelijke uitgever Marie-Rose Eligius) was dat Hugo Verwimp. De Wit. Walleyn noch Verwimp zijn vandaag nog lid of sympathisant van de PVDA. Verwimp is actief bij Groen.

(14) Het RTT-schandaal was een corruptieschandaal uit 1973 rond de toenmalige Belgische telefoonmaatschappij RTT (Regie van Telegrafie en Telefonie) en haar toenmalig directeur Germain Baudrin. Humo-journalist Guido Van Meir was via een bekende over de zaak geïnformeerd. Die bracht hem in contact met Paul Demaegt, hoofdingenieur bij het bedrijf. Demaegt reveleerde onder meer dat de gebouwen die voor de RTT bestemd waren, niet meer openbaar werden aanbesteed, maar in plaats daarvan werden doorgespeeld naar een veel duurdere aannemer van de bouwonderneming. Als wederdienst stortte die vervolgens geld in het verkiezingsfonds van de Belgische Socialistische Partij. Op basis hiervan publiceerde Van Meir in Humo een dossierreeks Het politiek bedrijf rond beruchte schandalen uit de Belgische geschiedenis. De afsluiter werd het kersverse RTT-schandaal. Later publiceerde ook De Standaard een interview met Demaegt, afgenomen door journalist Hugo De Ridder. Een maand eerder had de krant ook de Ibramco-affaire aan het licht gebracht. Dat was een ander schandaal rond figuren uit de (toen nog unitaire) socialistische partij. Die onthullingen kostten Demaegt zijn job.

(15) In dat 'in memoriam' (dat verscheen in Solidair en ook op Solidair.org gepubliceerd werd) maakte Merckx melding van de breuk van De Neuter met de PVDA in 1989 (de reden hiervan wordt elders in dit artikel toegelicht). Hij stelde ook het volgende over de overledene: 'In de loop der jaren bouwde hij met veel partijleden opnieuw een goede band op.' Deze suggestie dat De Neuter terug naar de partij toegegroeid was, is tendentieus. In een e-mail (in ons bezit) van twee jaar voor zijn overlijden stelde De Neuter immers: 'grootste stommiteit uit mijn leven is van geen tien jaar eerder uit de PVDA gestapt te zijn'. Op de uitvaartplechtigheid van De Neuter (op 11 oktober 2008) werd het woord genomen door zijn vriend en oude strijdmakker Jeroen Ooms, die net als hij ontslag had genomen uit de PVDA in 1989. Jeroen Ooms zei toen onder meer het volgende: 'Wim was speels cynisch over het opnieuw opduiken van een aantal 'oude kameraden', toen zij wisten dat hij er het bijltje ging bij neerleggen. Slecht geweten, vermoedelijk. Wim was daar niet bitter over. Wel was hij zwaar verontrust over de draai die de zaken nemen in onze oude organisatie.'

(16) Of we dat mogen, is nog maar de vraag (zie 'Onwaarheden'). Bovendien: Jef Bossuyt heeft ons zijn uitsluiting uit de PVDA niet willen bevestigen.

(17) Of Bruynseels inderdaad geen lid meer is van het nationaal bureau van de PVDA, is niet zeker. Met het online gaan van de nieuwe website van de PVDA, op 13 februari 2014, verdween zijn naam en werd Joris Van Gorp plots vermeld als nieuw lid van het bureau van de partij. Maar Boudewijn Deckers staat ook nog steeds vermeld als lid van dat orgaan en als verantwoordelijke voor de internationale relaties terwijl hij dat in werkelijkheid niet meer is. Al geruime tijd wordt in internationale (Engelstalige) persberichten van de PVDA (de 'Workers' Party of Belgium') Bert De Beider als 'Head of the Department of International Relations' en 'Member of the National Counril' vermeld. Dat gebeurde de eerste keer reeds op 9 oktober 2012, in een persbericht gericht aan de Communistische Partij van Venezuela en gepubliceerd op solidnet.org. Delwit vernoemt De Belder als partij verantwoordelijke voor de internationale relaties, zonder evenwel te preciseren dat hij lid is van de nationale raad van de partij. In zijn lijstje met acht namen van het partijbureau staat nog steeds Deckers. Dat is gezien bovenstaande feiten wellicht niet (meer) correct.

(18) Dat boek van Mertens wordt systematisch voorgesteld als een gigantisch succes in zijn genre maar dat mag gerelativeerd worden. Een verkochte oplage van 22.000 exemplaren - nog iets anders dan 'meerdere duizenden exemplaren' zoals Delwit stelt - is inderdaad exceptioneel, maar toch een heel pak lager dan de 35.000 stuks die over de toonbank gingen van Jean-Marie Dedecker zijn boek (uit 2006) Rechts voor de raap. Dat Verhulst later in Humo verklaarde het liberale gedachtegoed niet ongenegen te zijn, is ook wetenswaardig maar Delwit blijkbaar onbekend.

(19) De volgende huidige of voormalige EPO-bestuurders zijn, meestal al jaren, lid van de PVDA of staan er heel dicht bij: Johan Debacker, Martine Uytterhoeven, Frank Willems, Herman Dereymaeker, Luc Lever, Boudewijn Deckers, Marie-Paule Doumen, Herwig Lerouge en Diane Vangeneugden. EPO-uitgever Jos Hennes was eerste opvolger van de PVDA-lijst in Leuven voor de verkiezingen van 1999. In de regio wordt hij al jaar en dag als PVDA-er beschouwd.
De namen die Delwit in relatie brengt met EPO zijn afkomstig uit Geschiedenis van de uitgeverij in Vlaanderen van Ludo Simons. Dat geeft de auteur aan in een voetnoot. Hij had er beter aan gedaan om de publicaties in het staatsblad te consulteren. Simons maakt enkel melding van de directeurs/uitgevers van de uitgeverij, hij houdt geen rekening met de bestuurders. Hij vergeet bovendien melding te maken van de allereerste directeur: Patrick Van Buyten. Die brak, net als Durieux en Aerts, later met AMADA/PVDA.

(20) Zo ging dat in die tijd: intellectuelen dienden conform de postulaten van voorzitter Mao immers hun wereldopvatting te proletariseren. Volgens sommige auteurs die de maoïstische en marxistisch-leninistische organisaties bestudeerden, kan dat beschouwd worden als variant op de christelijke leer, die stelt dat de mens boete moet doen om 'het rijk gods' te verdienen. Menig West-Europees maoïst of marxist-leninist blijkt of bleek een gelovige, rooms-katholieke of protestantse, achtergrond te hebben.

(21) In 1988 nam Morelli Ludo Abicht volgende uitspraak (in Knack) kwalijk : 'Morelli is een verstandige vrouw. Het is alleen jammer dat ze dicht bij de PVDA zit. Gezien de houding van de PVDA tegenover Stalin, is dat even erg als het lidmaatschap van de Algemene SS-Vlaanderen.' Ze zou. zo wist Solidair te melden, Abicht dagvaarden en een miljoen Belgische frank als schadevergoeding eisen. Van die dagvaarding is echter nooit iets in huis gekomen.

(22) Zowel Jos Beni als Wies Jespers opereerden als clandestiene AMADA-leden binnen het door hen, in opdracht van de partij, opgezette IKoVE/CIDéPE. Beiden waren in die tijd ook lid van het centraal comité van AMADA en vanaf 1979 van dat van de PVDA. Ze namen ook, onherkenbaar gemaakt, deel aan het stichtingscongres van de PVDA in november 1979. In verslagen van het centraal comité werden ze geanonimiseerd door het gebruik van de letters X (Jespers) en Y (Beni).

(23) Huidig radio 1-journalist Ng Sauw Tjhoi, die toen werkzaam was bij het Leuvense Informatief Spelmateriaal en het jaar voordien samen met een Rode Jeugd-delegatie China had bezocht, fungeerde als verantwoordelijk uitgever van de AOK-publicaties. Later, tijdens de eerste Golfoorlog (1990), kreeg het AOK een tweede leven. In die dagen was Ng Sauw Tjhoi ook verantwoordelijk uitgever van de AOK-publicaties en werd Kazernestraat 68, 1000 Brussel als adres gebruikt. Dat was in die tijd tevens het adres van de Anti-Imperialistische Bond (de derdewereldorganisatie van de PVDA, het huidige Intal) en van Geneeskunde voor de Derde Wereld. Het pand aan de Kazernestaat ligt achter het nationaal secretariaat van de PVDA aan de Brusselse Lemonnierlaan. Patrick Stouthuysen van de VUB, die onderzoek deed naar de vredesbeweging in ons land, schreef over IKoVE: 'Hoewel de organisatie een aantal goed bijgewoonde studiedagen opzette, waren de steun en de impact van IKoVE verwaarloosbaar.'

(24) Het AMSAB-archief bevat de brochure Kritiek op AMADA door de Revolutionaire VolksOppositie. AMADA: sektevorming i.p.v. voorbereiding revolutie (jaar van publicatie onbekend, maar vermoedelijk uit 1972), met als auteur Marc Lemaitre. De brochure is niet veel meer dan een lang citaat uit Que faire van Lenin. De 'Revolutionaire VolksOppositie' was eigenlijk een KJB-groep die in conflict lag met AMADA. De meningsverschillen hadden te maken met de band met 'de partij' (men wilde een meer autonome koers varen), en de inhoud en vorm van de werking naar de jeugd toe. AMADA en de nationale KJb-leiding verweten de plaatselijke KJb-groep dingen als 'reformisme, spontaneïsme en gauchisme'. Er kwam zelfs een soortement volksrechtbank aan te pas om de dissidenten de politieke levieten te lezen en ze formeel uit de beweging te sluiten. Onder de aanklagers (en dus aanhangers van de lijn van AMADA en die van de nationale KJb-leiding) zaten onder meer Willy Malisse en Rosanne Germonprez. Malisse (overleden in 2006, op 56-jarige leeftijd) was jarenlang de bezieler en artistiek leider van het niet meer bestaande Kortrijkse kunstencentrum Lime-Light (opgegaan in kunstencentrum Buda). Germonprez werd later journaliste bij achtereenvolgens Knack (in 1974), De Morgen (in 1979) en VTM (1988-1999). Nadien was ze ook nog woordvoerder van Minister van Justitie Marc Verwilghen. Sommige leden van de 'Revolutionaire VolksOppositie' sloten zich later aan bij de Jongsocialisten of bij de socialistische partij.

(25) Het geval Hermy is interessant omdat hij, net zoals de Duitser Horst Mahler, evolueerde van extreem-links naar uiterst-rechts. Mahler is een oud-lid van de Baader-Meinhof-groep (die hij als advocaat verdedigde). Hij 'bekeerde' zich tijdens zijn gevangenschap tot de marxistisch-leninistische KPD, in de jaren zeventig de Duitse evenknie en ook in ruime mate inspiratiebron van AMADA. De KPD ontbond zich in 1979. Na zijn vrijlating in 1980 evolueerde Mahler gestaag naar het rechtse extremisme om uiteindelijk eind van de jaren tachtig lid te worden van de extreemrechtse Nationaal Democratische Partij (NPD), waarvoor hij ook als advocaat optrad. In 2009 werd Mahler na een lang aanslepend proces nogmaals veroordeeld. Deze keer tot zes jaar celstraf voor het ontkennen van de Holocaust en wegens aanzetten tot rassen- en jodenhaat. Onder meer daarom is hij levenslang geschorst door de Duitse advocatenorde. Mahler en Eddy Hermy/de N-SA zijn geen onbekenden voor elkaar. In 2008 was Mahler gastspreker op een congres van N-SA. Het thema van de bijeenkomst was: Voor ons volk, tegen het kapitaal.

(26) Delwit heeft blijkbaar ook geen weet van twee andere en recente thesissen over de PVDA (of verwijst er in elk geval niet naar): die van Jouwe Vanhoutteghem en Lorenzo D'Hooge (zie ook 'Literatuur'). De meerwaarde van de thesis van Vanhoutteghem ligt vooral in de biografische gegevens over een aantal PVDA-kaderleden (o.m. Boudewijn Deckers, Kris Hertogen en Bob Roeck) en in een bondige synthese van de voordien geschreven thesissen. Maar echt nieuwe zaken bevat ze niet, ook niet over de meer recente periode (2000-2010). Die van D'Hooge biedt een exclusief en exhaustief overzicht van de 'buitenlandlijn' van de PVDA door de jaren heen (haar standpunten met betrekking tot internationale kwesties), mét kritische bedenkingen. De kronkels en bokkesprongen van AMADA en later PVDA op het vlak van de buitenlandse politiek, en de slaafse afstemming ervan op de Chinese standpunten tot begin van de jaren tachtig, komt wel aan bod in Delwits boek. De voorbeelden ervan zijn echter nog veel talrijker dan de auteur vermeldt.

(27) Dat AMADA zich in ruime mate inspireerde op de Kommunistische Partei Deutschlands (KPD), die zich aanvankelijk Kommunistische Partei Deutschlands/Marxisten-Leninisten (KPD-ML) noemde en opgericht werd in 1968 (twee jaar eerder dan AMADA), blijkt uit het feit dat AMADA, vrij snel, 'kommunistische partij in opbouw' aan haar naam toevoegde, dit naar het voorbeeld van de KPD, die zich vanaf 1970 als KPD Aufbauorganisation (KPD -AO) omschreef. Ook de oprichting van de Anti Imperialistische Bond (AIB) door AMADA was gebaseerd op de succesvolle Liga gegen Imperialismus van de KPD. Idem dito wat de Kommunistische Jeugdbond (KJb) betreft: de KPD haar jongerenorganisatie bestond eerder en heette Kommunistische Jugendverband Deutschlands (KJVD). Delwit staat amper of niet stil bij de AIB en haar opvolger Intal. De auteur blijkt de masterthesis van Leen Alaerts niet te kennen waarin er over de AIB heel wat informatie te rapen valt.

(28) COMAC, de nieuwe naam van Rode Jeugd sinds 2002, vermeldt in haar eigen documenten (zoals die over haar derde congres in 2011) dat de KJb pas begin jaren tachtig zijn naam veranderde in Rode Jeugd. Het eerste nummer van Kabaal, het (nieuwe) blad van Rode Jeugd en dKLJ, verscheen echter in december 1978 en de KJb veranderde eerder in de loop van dat jaar zijn naam in Rode Jeugd.

(29) Jeroen Ooms maakte samen met Wim De Neuter, Walter Simons, Patrice Dor, Freddy Merckx, Luc Cieters en Jan Grauwels deel uit van de zogenaamde 'Timisoara-fractie': volgens de PVDA/Ludo Martens in het boek Van Tien An Men tot Tïmisoara. Strijd en debatten binnen de PVDA (1989-1991) een verzameling van 'renegaten die uit waren op de implosie van de partij'. Delwit geeft een meer dan behoorlijk beeld van de discussies binnen de partij die leidden tot de afscheuring van toch een niet onaanzienlijk aantal partijleden met aardig wat jaren op hun teller en van de media-aandacht (Humo en De Morgen) ervoor. Hij stelt hierover met betrekking tot het Van Tien An Men tot Timisoara-boek: 'comme en atteste l'ouvrage, malheur à l'individu qui pense.' (pagina 181). Wim De Neuter was redacteur van het PVDA-weekblad Solidair. Hij overleed in 2008. Walter Simons, een schuilnaam, was hoofdredacteur van Solidair en woont tegenwoordig in de Verenigde Staten. Patrice Dor is een leraar Frans in De Haan, die op een bepaald moment in Oostende woonde maar medio de jaren zeventig naar Luik trok van waar hij afkomstig was - zijn vader was er geneesheer - om er ginds de partij op te bouwen. Hij was lid van het toenmalige centraal comité en politiek secretaris van de Luikse PTB-afdeling. Arts Freddy Merckx was werkzaam bij GvhV in Molenbeek en is dat vandaag in een ander, niet PVDA-gelinkt, medisch centrum in dezelfde gemeente. Luc Cieters is ex-stakingsleider in de mijnen. Hij werkte later voor de juridische dienst van het ABVV en werd zelfs rechter bij de arbeidsrechtbank. Vandaag is hij gepensioneerd. Jan Grauwels is eveneens ex-mijnwerker en stakingsleider.

(30) Ooit schreef Trends dat Gacoms lid is geweest van AMADA. Dat klopt niet: hij was in de jaren zeventig enkel lid van de KJb. Daar stond hij, samen met de overgrote meerderheid van de leden en leiding van KJb-Brussel, voor een koers die maximale zelfstandigheid inhield van de jongerenorganisatie ten opzichte van 'de partij'. Pogingen van de nationale leiding, hierin bijgestaan door het Brusselse lid Paul Lootens (afkomstig uit Oostende), om KJb-Brussel in de pas te laten lopen, mislukten en leidden tot het uiteenspatten van de afdeling. Gacoms maakte rond 1971 wel deel uit van De Vonk (ook wel Brussel-Zuid genoemd). Die bestond uit vooral maar niet uitsluitend AMADA-leden die de voorrang wilden geven aan het oprichten van arbeiderscomités en niet aan de uitbouw van de partij (via partijcellen). Die comités zouden zich dan toeleggen op het aanwakkeren en/of ondersteunen van de sociale conflicten. Het meningsverschil met De Vonk/Brussel-Zuid had ook te maken met een verschillende visie over de partijkrant. Volgens De Vonk/ Brussel-Zuid moest men in de eerste plaats lokale fabrieksbladen uitbrengen. AMADA vond een algemene krant die 'zorgde voor de vorming van de kaders van de partij, integratie van de avant-garde arbeiders in het partijwerk en het winnen van de massa voor de ideeën van het communisme' essentieel. De groep De Vonk/Brussel-Zuid verliet AMADA in 1971 en bleef bestaan tot 1973. In die tijd bleef ze oppositie voeren tegen AMADA aan de hand van haar eigen blad Vonk. Maar dit werd een flop. Een deel van De Vonk/Brussel-Zuid bleef in contact staan met AMADA en sloot zich er ook terug bij aan nadat ideologisch alles uitgeklaard en neergeschreven was in een document (De Vonk, Zelfkritiek, AMADA-uitgave, 1975). De vader van Raoul Hedebouw (het gezicht van de PVDA in Franstalig België), Hubert Hedebouw, maakte deel uit van De Vonk en vervoegde later terug AMADA. Dat was ook het geval voor Jan Larosse, een economist die in 1979 brak met AMADA en ging studeren aan de Universiteit Leuven en vandaag, als gedetacheerde van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT), beleidsadviseur is op het departement Economie, Wetenschap en Innovatie van de Vlaamse overheid. Hij staat al jaren dicht bij Groen, waarvoor hij bestuurs-mandaten uitoefent/uitoefende. Het IWT is jarenlang geleid geweest door de oud-trotskist Paul Zeeuwts (overleden in 2009).

(31) Evenmin die van Jeanne Foubert-Bolier (overleden in 2008), jarenlang de rechterhand van de hoofdboekhouder van de PVDA. De naam van die boekhouder, Germain Mugemangango, valt wel in Delwits boek. Maar de man, die fiscalist is en bestuurder van de bvba Atlas Fisk maar tevens verantwoordelijk voor de PTB in Charleroi, wordt niet in verband gebracht met de financies van de partij.

(32) Het financieel verslag van GetBasic van het jaar 2010 maakt melding van de volgende inkomsten:

- Schenkingen en giften: 32.110 euro
- Subsidies Afdeling Volksontwikkeling Vlaamse Gemeenschap: 166.630 euro
- Subidies andere afdelingen Min. Vl. Gemeenschap : 35.787 euro
- Subsidie Europese Unie : 16.282 euro
- Overige subsidies : 10.374 euro
- Co-financiering Partners :74.560 euro

(33) Dat zijn of waren: Gertruide Bongaerts, Aloïs - Wies - Jespers, Maggy Doumen, Renaat Willockx (secretaris), Herman Veulemans, Mara Van Riet, Jos Hennes, Danny Vandenbroucke (voorzitter), Gust Haverbeke, Han Soete, Mare Vandepitte, Jan Blommaert. Allen kunnen op een of andere manier aan de PVDA-gerelateerd worden, sommigen (zoals Renaat Willockx , Maggy Doumen en Herman Veulemans) al aan AMADA in de jaren zeventig.

(34) Zie solidnet.org/belgium-workers-par-ry-of-belgium voor alle berichten van de PVDA na ongeveer 2010. En solidnet.org/old/cgi-bin/agent9c91. html?partics/0120=bclgium,_workers_ party_of_belgium voor alle berichten van voordien.

(35) Zie punt 3 in 'Onwaarheden'

Inhoud - Boven