Marie Louise De Roeck - Mei '68

In Leuven begon wat men meestal de ‘Meirevolte’ noemt al in 1966 met protesten tegen het autoritaire bisschoppelijke beheer van de universiteit. Het studentenverzet kreeg weerklank door de verbale kracht en de botsingen met de rijkswacht. Sommige slogans die tijdens de betogingen werden gebruikt, weerhielden me ervan om mee te betogen.
Onlangs las ik met plezier dat Paul Goosens toen aan de Vlaamse achterban met aandrang vroeg om de slogan “Walen buiten” weg te laten. Ook ik vond het een racistische kreet. In de Germaanse zaten we voor sommige vakken zij aan zij met Waalse medestudenten in de aula. We beschouwden hen als vrienden. Zij en ook wij voelden zich heel ongemakkelijk bij zulke woorden.
Vanaf 1967 werden er vanuit de Studentenvakbeweging (SVB) andere slogans naar voren gebracht zoals “Democratisering van de universiteit”, “Neen aan de oorlog in Vietnam”, of “Solidariteit met de arbeiders”. Die slogans werden uitgelegd en verdedigd op grote meetings en in werkgroepen georganiseerd door de SVB.
Die grote meetings waren indrukwekkend. De studentenleiders muntten uit door hun taalgebruik en ze slaagden erin de politieke toestand begrijpelijk te maken dankzij hun glasheldere analyses. Dat gebeurde ook met de nodige scherpzinnigheid. Paul Goossens bijvoorbeeld, was iemand met veel zin voor humor. Die haalde hij voornamelijk uit de kritische observatie van de overheid. Zijn ironische uitspraken en Latijnse referenties werden onze oneliners, zoals: “Noteer, heren van de BOB”, enzovoort.
Mon Vanderostyne maakte de democratisering van de universiteit tot thema. Amper 10% van de studenten in die periode waren van volkse afkomst, wat al meer was dan de vorige lichtingen. Toch lag die lichte democratisering van de toegang tot de universiteit aan de basis van de opstandigheid en vormde ze een van de drijvende factoren achter zowat alle studentenrevoltes, van de VS tot Parijs.
Onze studentenleiders waren ons al enkele jaren voorgegaan in het protest en het onderzoek. Sterke analisten waren Walter De Bock en Ludo Martens. Ludo Martens werd uit de universiteit gegooid door de rector. Dat was nog nooit eerder gebeurd. De reden? Martens had het onzedelijk gedrag van de clerus aangeklaagd in het KVHV-blad Ons Leven, waarvan hij de verantwoordelijke uitgever was. Dat was de wereld op zijn kop! Ieder van ons had immers al dergelijke verhalen van seksueel misbruik door de clerus gehoord of soms zelf meegemaakt. Enkel het zeer bescheiden uitgedrukt publieke verwoorden was al reden tot ontslag. Het is jammer dat de universitaire overheid toen op die manier met de waarheid meende te moeten omgaan. Een positief resultaat was wel dat de rector zo aan SVB zijn eerste vrijgestelde heeft bezorgd.
Kris Merckx was preses van Medica en later van het faculteitenconvent. Hij betekende een sterke steun voor het protest en voegde er een menselijke en humoristische noot aan toe. Herwig Lerouge van ons jaar ontpopte zich ook tot een van de leiders die de beweging droeg. Hij en Ludo Martens waren sterke organisatoren. Lut Teck, ook van ons jaar, was lange tijd secretaresse van de SVB. Uiteindelijk viel de regering Van Den Boeynants over het studentenprotest in januari 1968. Van impact gesproken!
De SVB had een lokaal in de Eikstraat waar de werkgroepen vergaderden. Ik sloot me aan bij de werkgroep Derde Wereld. We organiseerden lezingen over Vietnam en het kolonialisme, in samenwerking met de buitenlandse studenten van de ‘Cercle des Etudiants Etrangers’ dicht bij Alma II.
Toen de NAVO in Leuven voor de studenten een propagandahappening wilde organiseren, gingen we daar samen met Pax Christi en andere faculteitsverenigingen stevig tegenin. We hekelden de NAVO-oorlogsinspanningen in de wereld. Het protest werd zo groot dat de NAVO die oefening moest afblazen.
Zo kregen we stilaan het besef dat we impact hadden. Na de Meridith-mars in 1966, een vijfdaagse voettocht van Oostende naar Leuven waar veel middelbare scholen aan deelnamen, kregen we veel uitnodigingen voor lezingen en informatiesessies. Het voorbeeld voor de mars was de anti-segregatiebeweging in de VS, waardoor, voor de eerste maal in de geschiedenis, een zwarte student, James Meredith, zich aan een ‘blanke’ universiteit kon inschrijven.
Dankzij onze contacten met buitenlandse studenten kregen we ook veel aanbiedingen om over de netten heen op middelbare scholen over de Derde Wereld te gaan spreken. Zo was er een Maya-student uit Guatemala, de enige overlevende van een familie waarvan het huis door de reusachtige bulldozers van United Fruit met de grond werd gelijk gemaakt. De student getuigde hoe een kleine groep grootgrondbezitters samen driekwart van de landbouwgrond in zijn land had afgenomen van de oorspronkelijke bewoners die op de vlucht moesten
Vietnamese studenten getuigden over de oorlog in hun land, terwijl Rwandezen het Belgische kolonialisme en de zo gehekelde indeling van de bevolking in stammen, onder het motto “verdeel en heers”, op de korrel namen. Ze getuigden over de segregatie in de door de Belgische overheid beheerde scholen, afzonderlijk voor zwarte, witte en gemengde leerlingen.
Toen we de projecten van 11.11.11. en Broederlijk Delen begonnen te analyseren en te bekritiseren als instrumenten van imperialisme, kregen we een uitnodiging vanwege Basiel Maes, de toenmalige directeur van Broederlijk Delen om uit te leggen wat we wilden. “Zeg ons hoe jullie het zien”, was zijn vraag.
Jo Hanssen van Pax Christi leidde mee de Derde Wereldbeweging en hij was ook bij deze discussie betrokken. We wilden projecten steunen die de militaire onteigeningen van de boeren beletten en hun ontvoogding ondersteunden; de promotie van structuren die de verkoop van hun producten mogelijk maakte aan een eerlijke prijs, fair trade. We wilden ook projecten die bevrijde gebieden zouden ondersteunen zoals in Vietnam.
Die ontmoetingen betekenden een drastische inhoudelijke wending in derdewereldprojecten bij 11.11.11 en Broederlijk Delen. Pablo Franssen, een priester die uit Chili verbannen werd wegens zijn betrokkenheid bij dergelijke projecten sloot zich ook bij ons aan. Hij creëerde de vzw ‘Bevrijdingsfilms’ als een publiciteitsproduct voor derdewereldprojecten. Die films toonden de wandaden van de bezettingsoorlog in Vietnam, Laos en Cambodja, en in het algemeen, de bevrijding van het Amerikaanse imperialisme. Vandaag bestaat die vzw “Bevrijdingsfilms” nog altijd.
Toen eind 1969 in Limburg de grote mijnstaking uitbrak, ging een grote groep studenten de stakingsposten versterken. Ze gingen bij de Waalse mijnen en bedrijven solidariteit bepleiten. Samen met studenten van de ULB wilden we onze projecten realiseren. Nooit hadden we zoveel Frans gesproken! Het was ook voordien ongekend dat studenten uit verschillende universiteiten en talen samen acties organiseerden onder gezamenlijk beheer.
Geneeskunde voor het Volk
De SVB ontwikkelde zich tot een partij die het marxisme aanhing en die zich ‘Alle Macht Aan de Arbeiders’ (AMADA) noemde. Dat gebeurde parallel met de evolutie van het protest in andere universitaire centra. Ik kon me in die ontwikkeling wel vinden want ze lag in de lijn van mijn eigen lectuur. Vanuit de Derde Wereldbeweging waren we niet rechtstreeks betrokken in discussies over de vorming van een politieke partij, maar we brachten argumenten aan om rond projecten te werken.
Door getuigenissen en lectuur raakten we ervan overtuigd dat de projecten die het meest geliefd waren in de ‘bevrijde gebieden’, zoals in Vietnam of in China, de geneeskundige teams waren die de zorg voor de bevolking op zich namen. Daarom bepleitten we een project ‘Geneeskunde voor het Volk’, een initiatief dat we concreet toelichtten tijdens vergaderingen en informatiesessies.
Het project bleef een tijdje in de lucht hangen tot Walter De Bock het heft in handen nam. Na ruggenspraak met Ludo Martens, die voorzitter was van Amada, nam hij contact op met Kris Merckx en zijn vrouw Annemie Mels (die in ons jaar zat) en met Michel Leyers en zijn vrouw Gerd Segers. De bedoeling was om een dokterspraktijk op te richten die de filosofie van ‘Geneeskunde voor het Volk’ in de praktijk kon brengen. Kris en Annemie gaven hiervoor hun doctoraatstudie op en trokken samen met Walter De Bock naar Hoboken waar juist een maandenlange arbeidersstaking op de scheepswerf van Cockerill Yards bezig was.
Gratis geneeskunde van hoge kwaliteit was een mooi project maar niemand kon het grote succes ervan voorspellen. Vandaag zijn er in het hele land dokterspraktijken van ‘Geneeskunde voor het Volk’ met heel wat personeelsleden en nog meer patiënten.
Walter De Bock deed veel onderzoek naar de geschiedenis van de arbeidersstrijd op de scheepswerf van Cockerill Yards. We spreken dan over april 1970. Hij organiseerde de eerste arbeidersgroep van Amada in Antwerpen met mannen van de scheepswerf van Cockerill Yards. Zijn onderzoeksmethodes werden later beter bekend toen hij journalist van De Morgen werd. Ik nam deel aan zijn enquêtes en heb veel van die werkmethode geleerd.
Walter kon intensief luisteren, zonder veel vragen te stellen of opinies te ventileren. Hij noteerde alles, maakte er fiches van en gebruikte alle bedrijfsdocumenten die hij via de vakbondsafgevaardigden kon bemachtigen. Hij sprak veel met die afgevaardigden omdat ze de geschiedenis van het bedrijf kenden en omdat ze over veel interne informatie beschikten. Hij maakte statistieken en kon vrij precies de onderhandelingsposities van de patroons voorspellen en de mogelijkheden voor de arbeiders uitstippelen. Hij slaagde erin mensen te inspireren met concrete resultaten van zijn onderzoekswerk en ze te organiseren. Hij maakte affiches en pamfletten.
Ook in de concurrerende scheepswerf van Boel in Temse was hij geïnteresseerd. De arbeiders daar waren bekend om hun originele en harde strijd tegen het patronaat, de groep Saverys. Zo hebben we dikwijls Jan Cap, Karel Heirbaut en Désiré Gijsen ontmoet. Walter wilde de beide arbeidersgroepen bij elkaar brengen om vooral te leren van de vergevorderde strijdvormen op de Boelwerf. Hij ontdekte dat de beide scheepswerfdelegaties steunden op een strijdtraditie die uit het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog stamde. Ik heb het onderzoekswerk rond Boel ongeveer een jaar later voortgezet.
Terug naar derdewereldthema’s
De directe impact zoals we die voordien mochten ervaren, vervaagde langzamerhand. Maar in de jaren zeventig en later volgde een brede golf van maatschappelijke veranderingen zoals de emancipatie van de jeugd met haar popcultuur, gemengd onderwijs op school, massaal gebruik van geboortecontrole, leegloop van de kerken, veranderingen in de gezinsstructuren en in de media, de ontzuiling, sterk groeiende meisjesdeelname aan hoger of universitair onderwijs, en nog zoveel meer. Aan de andere kant van het spectrum ontwikkelde zich een rechtse tegenstroom en een ultrarechts nationalisme stak weer de kop op. Internationaal bereidden Tatcher en Reagan het terrein voor op wat vanaf 1989 zou uitlopen op de val van het socialistische Oostblok.
Heel wat 68’ers probeerden zich in die veranderende maatschappijstructuren te heroriënteren. Zelf sta ik sinds einde van de jaren ‘70 in het onderwijs in Charleroi. Enkele jaren later werd ik door een toeval gereaffecteerd naar het jezuïetencollege Sacré-Coeur in Charleroi. Daar werd de vraag gesteld welke leraar bereid was een werking te organiseren rond het thema van de vluchtelingen. Uiteraard was ik kandidaat. Aan het hoofd van het college stond een jezuïet die aanhanger was van de bevrijdingstheologie van Pedro Arrupe, de algemene jezuïetenoverste. Die wilde voorrang geven aan de strijd voor rechtvaardigheid boven de traditionele christelijke caritas en aan de armen boven de elite. In 1989 werden zes Arrupe-gezinde rectoren van Centraal-Amerikaanse universiteiten door een extreemrechts commando vermoord. Dat gaf ook op onze school aanleiding tot herdenkingen en verdieping rond het thema. Het begin van de oorlog in Afghanistan en later de conflicten in Irak door eerst George Herbert Walker Bush en later zijn zoon George Walker Bush, veroorzaakten zeer openlijk kritische anti-oorlogsstandpunten vanuit de schooldirectie.
Gedurende twintig jaar heb ik daar een solidariteitswerking kunnen ontwikkelen met 4 lesuren per week. Het was mijn taak allerlei activiteiten op touw te zetten in verband met de redenen waarom mensen hun land ontvluchten en het onthaal door Waalse families te organiseren. We werkten met een hele ploeg rond dat thema, met de bedoeling dat dit een permanente opdracht van het college zou worden. Hoe kan men jongeren rond deze problematiek aanspreken? Dat was de vraag. Het was mijn zorg om de leerlingen zelf te leren hoe ze solidair konden zijn met de vluchtelingen.
Het antwoord lag in de muziek. Met onze muziekminnende leerlingen brachten we een orkest op de been en we studeerden samen populaire songs in. Tijdens de eindejaarsfeesten op school stonden onze leerlingen op het podium en hun muziek en songs werden afgewisseld met getuigenissen van onze vluchtelingen uit Irak, Afghanistan, Rwanda… Soms hadden we goede muzikanten onder hen zoals Pie Tshibanda, de Congolese psycholoog die onder meer zeer bekend is van het boek Un fou noir au pays des blancs. We nodigden ook sprekers uit via Amnesty International of via School Zonder Racisme, bevrijde gevangenen uit Marokkaanse, Chileense, Braziliaanse, of Afghaanse gevangenissen.
Daarnaast richtten we ook driedaagse ‘integratie’stages in, zodat onze leerlingen zich zouden kunnen inleven in de wereld van armoede, miskenning, en administratieve moeilijkheden van vluchtelingen in hun opvangtehuizen, in scholen, in wijkcentra. Op het einde van het schooljaar organiseerden we met ons team onthaal bij Waalse families, opdat de vluchtelingen met de plaatselijke bevolking zouden kunnen kennismaken.
Lerarencollectieven
Tussen 1986 en 1999 onderging het Waalse onderwijs zware besparingen op het onderwijsbudget. Daaruit kwamen in 1990 en 1996 twee lange stakingen voort. Die stakingen werden door een vakbondseenheidsfront geleid en de leraren organiseerden zich in collectieven die bestonden uit leraars uit alle netten en alle niveaus als een duidelijk statement tegen de verzuiling.
De bundeling van krachten die vroeger nooit met elkaar in dialoog of overleg stonden, bracht mooie initiatieven voort. Zo hebben ter gelegenheid van 50 jaar bevrijding een tiental scholen van alle netten of niveaus samen, een herdenking georganiseerd van de strijd tegen het fascisme. We hebben plaatselijke weerstanders in de bloemen gezet en hun verzetsdaden onder woorden gebracht voor de jonge generaties.
Toen enkele vluchtelingengezinnen met uitwijzing werden bedreigd, organiseerden de collectieven met alle scholen in de stad twee protestbijeenkomsten rond het stadhuis. Op de trappen van het stadhuis zong ons leerlingenorkest protestliederen.
Die tien centrumscholen hebben ook vaak hulde gebracht aan de 262 slachtoffers van de mijnramp van Marcinelle waarbij 12 nationaliteiten betrokken waren met een meerderheid van Italiaanse gastarbeiders.
Mei ’68 was een leerschool voor democratie. Mensen bijeenbrengen in overleg, over alle barrières heen, voor projecten van maatschappelijk belang en tegen onrecht was ons objectief. Die synergie was een van de sterke punten waardoor de revolte van ‘68 kon doorbreken en maatschappelijke golven veroorzaken.
Marie Louise De Roeck
promotie 1968, thesis en aggregatie in 1978
Woont in Charleroi en werkt er als stadsgids
Publicaties:
Partisans au Pays Noir, EPO
Tuttti Cadaveri, 2006, éditions Aden (samen met P.Lootens en J.Urbain)
Bois du Cazier, toneel, édition Lansman, 2006 (samen met Jean Louvet)
Charleroi anders bekeken, ceci n’est pas du noir, Maison du Tourisme de Charleroi, 2015 (samen met Paul Van Hoorick)