Biografie Pierre Cox - Home

Cox Pierre (Geboren te Hasselt op 15-08-1915 en overleden te Hasselt op 13-01-1974) Overgenomen uit Cox Pierre - Hasel, die het overnamen van Belisch (Belgisch-Limburgse schilders en tekenaars van voor 1940). Videoverslagen worden weergegeven in vet en kunnen langs Video bekeken worden.

Pierre Cox volgde tijdelijk een opleiding tekenen aan de Stedelijke Academie te Hasselt o.l.v. Lucien Nolens maar was als kunstenaar volledig autodidact.

Hij debuteerde artistiek eerst als dichter met de bundel "Allegro, non troppo" (1938).

Hij had zijn eerste artistieke contacten in Maastricht en raakte er bevriend met o.a. Dr. J. Viegen, R. Franquinet, P. Haimon, enz.

Kunstgroep Pro Arte organiseerde in '46 een groepstentoonstelling met werken van Cox en ook Jos Geboers, Jac Leduc en Paule Nolens in zaal "Onder de Toren" te Hasselt.

Na een korte donkere periode, klaarde zijn palet op en vond zijn stijl aansluiting bij een soort zacht mediteraan expressionisme en fauvisme dat afweek van een veelal rauwere germaanse expressionisme.

Cox won in 1951 samen met Paule Nolens de eerste prijs op de tentoonstelling "De Mijn" met het schilderij "De Morgenpost" (Bevindt zicht vandaag in Museum Stellingwerff te Hasselt- n.v.d.r.: nu Het Stadsmus). De niet-Limburgse jury bekroonde aldus een vrije figuurcompositie die terug aansloot bij de grote internationale stromingen. Men zal Pierre Cox blijven omschrijven als de man die de doorbraak van de moderne kunst in Limburg heeft verwezenlijkt.

In 1951 liep ook zijn eerste Brusselse expositie in Galerie Stéfanie. De Belgische Staat kocht zijn eerste werk. De Brusselse pers was zeer lovend over de "Kempenaar" met het "Latijnse" karakter.

In 1952 kwam er een uitgebreide tentoonstelling in "Het Hooghuis" te Hasselt. Dr. Feldbusch, conservator Suermondt Museum Aken wilde hem onmiddellijk naar Duitsland halen, maar Cox zelf vond zijn werk dan nog niet rijp genoeg.

Snel volgden nu belangrijke tentoonstellingen. Toch betekende de erkenning door de nationale en zelfs buitenlands kritiek nog niet dat de kunstenaar uit de materiële zorgen raakte. Terwille van zijn gezin (vier zonen, waarvan Marc, tekenaar en beeldkeramist en Manu, architect en graficus, later in zijn voetsporen zullen treden) moest hij een ambtenaarsberoep uitoefenen.

Exposities die volgden:

In 1952 : "Jonge Limburgse Kunst" (Nijmegen)
In 1953 : persoonlijke tentoonstellingen in o.a. het "Bonnefantemuseum" (Maastricht), "Galerie du Théâtre de Poche" (Brussel) en galerie "A 'l Emulation" (Luik). De Franstalige pers was unaniem in haar lovende kritiek.
1954 : Pierre Cox was een van de acht Belgische kunstenaars die in het "Belgisch Huis" te Keulen uitgenodigd werden (Godderies, Peire, Van Saene, Humblet, Landuyt, Poot, Vindevogel en Cox), groepstentoonstelling Mönchen-Gladbach, vierjaarlijks kunstsalon Gent, groepstentoonstelling Belgische Kunst (Utrecht). Ontving beurs Belgische Staat.
1955 : Tentoonstelling "Hooghuis" te Hasselt met een eerste, toen nog belangrijke TV-reportage.
1956 : "Jonge Belgische Schilders" te Groningen en te Hasselt, met o.a. Cobbaert, Mara, Slabbinck, Vandercam...
1957 : "Beeldende kunsten uit Belgisch Limburg" met o.a. Davenne, Cox, Daniëls, Geboers, Teraa, Broeder Max, Laagland, Van Rompaey, Rappoort, Broeder Vincent, Heylen, Beirens en Mailleux.
1958 : Door de Belgische Staat werd voor de wereldtentoonstelling "Expo 58", "De Blauwe Fluitspeler" aangekocht. Rond dit thema ontstond in deze periode een aantal van zijn meest frappante werken.
1959 : "Galerie Albert" te Hasselt.
1960 : Realiseerde een monumentale muurschildering van 56m² in de Provinciale Hogeschool te Hasselt, "Spelende Kinderen" geheten, maar in feite geïnspireerd door de sacrale spelen in het antieke Hellas, meer bepaald de "Sprong over de Stier" van het eiland Kreta. Weer ontstonden in de rand van dit onderwerp een reeks van treffende schetsen en schilderijen.

In 1961 stichtte hij de kunstenaarsgroep "Helikon" samen met o.a. Paule Nolens, Robert Vandereycken, Walter Vilain en Amand Van Rompaey. Dit collectief opende te Hasselt ook een kunstgalerij "Helikon". Gedurende een zevental jaar zal deze galerij belangrijke tentoonstellingen brengen en hiermee een nieuw elan geven aan het Limburgse kunstleven. Pierre Cox was de grote bezieler van dit initiatief.

Omstreeks 1964 had Pierre Cox contact met de beroemde surrealist Paul Delvaux, die Cox' werk bewonderde en zelfs enkele grote aquarellen van hem kocht, alzo de belangrijkheid van het werk van Pierre Cox aantonend.

Na een ietwat stillere periode, met opflakkeringen van intense aktiviteit toonde Cox tijden een tentoonstelling in "Galerie Helikon" in 1966 een reeks verrassende pastels. Hij weigerde in het koor van de toenmalige avantgarde mee te zingen, zodat de aandacht van de nationale en internationale kritiek wat aan hem voorbij ging. Hij schuwde ook de publiciteit omdat hij zijn energie, naar eigen zeggen, nodig had om te werken. Immers de eerste tekenen van een fatale ziekte vertoonden zich.

Het Museum Provinciaal Begijnhof te Hasselt organiseerde in 1973 een retrospectieve die een ernorme toeloop kende. Reeds in een rolstoel gezeten, woonde hij de opening bij. Noodgedwongen maakte hij nu kleiner werk, laat in extremies nog vele werken vernietigen en overleed na een pijnlijke en slepende ziekte op 13 januari 1974.

In 1974 kreeg hij, uiteraard postuum, de provinciale prijs voor Beeldende Kunsten van Limburg.

In 1983 en later volgde er een aantal retrospectieves en thematische tentoonstellingen, o.a. in het Cultureel Centrum te Hasselt, met de uitgave van een monografie, met naast reproducties, ook teksten en gedichten van de artiest.

De Belgische Overheid bezit een tiental werken van Pierre Cox.