| Ter
documentatie: Jozef Cadijn,venster in de Canon van Vlaanderen De gevangenisnotities van Jozef Cardijn Getuigenis van Staf Vivijs, medegevange in Sint-Gillis in WO2 www.cardijncentrum.be www.josephcardijn.com Uit een interview met Cardijn - Huldeplaat, 1957
|
|
|
|
Dames en heren, Vandaag op de Vlaamse feestdag zal er waarschijnlijk op meerdere plaatsen ook al eens een woord vallen over de al veel besproken Vlaamse canon, of beter gezegd over de canon van Vlaanderen. Ik ben zeer vereerd dat ik op deze viering een woord mag spreken over één van de zestig ‘vensters’ van deze canon waarin kennis wordt gedeeld over wat men moet weten over het Vlaanderen van vandaag . Eén van die vensters zou kunnen de man geweest zijn die hier recht voor mij staat. Hij staat hier al een hele tijd en we kennen hem allemaal als Adrien François Servais. Groot musicus, componist en cellist. Een wereldster in zijn tijd en specialiteit. Hij zou ook in één van de vensters van de Vlaamse canon kunnen gestaan hebben. Maar het is niet onze Servais die in één van de vensters van de canon staat. Eén van die zestig vensters is – zoals u weet – wel degelijk Jozef Cardijn, die over zichzelf zei: “ Alles wat ik ben en heb komt van Halle”. In de Vlaamse canon lezen we wie hij was en wat hij betekende voor de Vlaamse samenleving. Ik lees: “De uit Halle afkomstige priester Jozef Cardijn was verontwaardigd over het ellendige lot van werkende jongeren. Daarom stichtte hij na de Eerste Wereldoorlog de Katholieke Arbeidersjeugd. Zijn nieuwe jeugdbeweging sloeg aan en blijft wereldwijd actief.” Sta me toe dat ik hier nog een woord meer over zeg. De Cardijns woonden reeds sinds de 17de eeuw in Halle en hij is er opgegroeid. Hij werd weliswaar in 1882 geboren in Schaarbeek. Daar was zijn vader Henri Cardijn tuinman-koetsier bij een rijke familie en zijn moeder Louise Van Dalen was er conciërge, maar reeds twee jaar later gaat de familie Cardijn opnieuw naar Halle wonen. Ze beginnen er met een kleine kruidenierswinkel. Dit winkeltje brengt onvoldoende op en ze beginnen ook met een kleinhandel in steenkool. Als kolenhandelaar wordt zijn vader vaak geconfronteerd met de schrijnende armoede van mensen die geen zak kolen konden betalen. Dat treft de jonge Cardijn. Ook priester Daens inspireert hem. Daens bracht in 1895 een bezoek aan Halle waar er ook sterke werking was van Daensgezinden. Cardijn woonde deze meetings bij en nam ongetwijfeld de boodschap van Daens mee in zijn leven en werk. Toen hij reeds op gevorderde leeftijd was vertelde hij in een interview dat hij als jonge knaap in Halle voor hun deur op de Ninoofsesteenweg de jongens en meisjes van zijn leeftijd op “kloempen” – zoals hij dat zei – ’s morgens vroeg zag optrekken en ’s avonds laat terugkeren van de fabriek, waar ze lange uren en dagen in slechte omstandigheden en voor een karig loon moesten werken. In 1910 werkten in België nog 115.000 jongeren onder de 15 jaar in de industrie, de landbouw of in dienstverband en het aantal werkende jongeren onder de 19 jaar bedroeg zelfs meer dan 400.000. We mogen zeggen dat hier in Halle de kiem is gelegd van zijn sociale bewogenheid en engagement. Tot zijn veertien jaar volgde hij les in het Institut Notre-Dame-de-Hal. Hij gaat daarna naar het Klein en Groot seminarie in Mechelen en wanneer hij tot priester wordt gewijd verzorgde hij zijn eerste mis in de Sint-Martinusbasiliek in Halle. Wanneer de kerkelijke oversten voor hem eerder een loopbaan zien als leraar Grieks en Latijn in een college, vraagt Cardijn een onderhoud aan met Kardinaal Mercier om in Leuven politieke en sociale wetenschappen te studeren. Dat wordt hem toegestaan. Hij is immers zodanig geraakt door de sociale kwestie en het lot van de jonge arbeidsters en arbeiders. Na een jaar wordt hij echter in Klein Seminarie van Basse-Wavre geplaatst als leraar. Kort daarna wordt hij benoemd als onderpastoor in een arbeidersparochie van Laken. Hij begint met huisbezoeken bij arbeidsters en arbeiders, luistert naar hen en oordeelt wat er zou moeten en wat er zou kunnen. Hij organiseert syndicaten, ook van arbeidsters, leermeisjes en vrouwelijke bedienden. In 1915 wordt hij tot directeur benoemd van de christelijke sociale werken voor het arrondissement Brussel, verantwoordelijk voor vakbonden, ziekenkassen en arbeidersorganisaties. In 1916 wordt hij opgepakt door de Duitsers omdat hij zich openlijk verzet tegen de deportaties van arbeiders naar Duitsland voor de verplichte arbeidsdienst. In de gevangenis schrijft hij het handboek van de KAJ. In 1924 sticht hij dan de Vlaamse landsbond van de Kristene Arbeidersjeugd, de KAJ, en in Wallonië wordt ook de Jeunesse Ouvrière Chrétienne opgericht. Het is overigens in Halle dat al heel vroeg afdelingen werden opgericht. In 1925 ontstond een VKAJ-afdeling in Halle en later volgden afdelingen in Essenbeek, Lembeek, Buizingen en Sint-Rochus. In de tussenoorlogse periode bouwt Cardijn verder aan zijn beweging en in 1935 verenigde hij 100.000 leden op de Heizel in Brussel. Hij organiseert ook studiedagen op basis van zijn methode “zien, oordelen, handelen”. In 1940 verboden de nazi’s alle syndicale activiteiten en in 1942 wordt Cardijn gearresteerd en in de gevangenis gestopt. Hij kan vrijkomen en treedt toe tot de verzetsgroep “Socrates” en verstrekt inlichtingen aan de geallieerden. Hij kan op het nippertje aan een deportatie ontsnappen. Na de oorlog legt Cardijn zich toe op de internationale uitbouw van de KAJ. Hij trekt de wereld rond en in 1964 zijn er KAJ-afdelingen in 88 landen en telt de beweging 4 miljoen leden. In 1965 wordt hij door Paus Paulus VI tot kardinaal gewijd. De Kardinaal van de Arbeiders, zo wordt hij genoemd. Vier jaar later overlijdt hij en wordt in de Onze-Lieve-Vrouwekerk begraven. Hij is 84 jaar geworden. Leven en werk van de priester Jozef Cardijn waren sterk door zijn geloof geïnspireerd en getekend, en zeker had hij ook pastorale bedoelingen met zijn beweging met de jonge arbeidsters en arbeiders. Tegelijkertijd was zijn boodschap van sociale gerechtigheid een boodschap voor alle mensen. In 1995 werd hier in Halle de vzw Kardinaal Cardijn opgericht om de gedachte en boodschap van Cardijn levendig te houden. Dat werd concreet toen we in 1997 een standbeeld konden oprichten naast de basiliek en sinds dan ook tweejaarlijks de Cardijnprijs kunnen uitreiken aan personen en verenigingen die werken in de geest van Cardijn met jongeren. De boodschap van Cardijn met zijn bijzondere aandacht voor de jonge arbeiders en arbeidsters, vaak ook de meest kwetsbaren onder ons, is er ook één voor vandaag. De voorbije honderd jaar is onze samenleving grondig veranderd en op vele punten verbeterd: de democratisering van het onderwijs, de toegenomen welvaart voor velen, de sterk uitgebouwde gezondheidszorg, gemiddeld genomen hebben we meer gezonde jaren te leven, meer aandacht voor veiligheid op het werk, om maar een paar uitzichten te noemen. Toch is er nog veel te doen, voor velen is het nog altijd geen rozengeur en maneschijn. Ook in het Vlaanderen van vandaag blijft een groep van kinderen en jongeren erg kwetsbaar. Eind van vorige maand maakte het Agentschap Opgroeien de cijfers bekend van het aantal kinderen dat in kansarmoede opgroeit. Om te bepalen wat we moeten verstaan wat kansarmoede is, baseert men zich op drie parameters: hebben hun ouders werk? Hoe hoog of hoe laag is hun inkomen? Hoe zijn ze gehuisvest? Op basis daarvan maakt men een inschatting. Het resultaat is: één op de acht kinderen groeit op in een kansarm gezin. Dat zijn de cijfers voor het Vlaamse gewest. (Voor het Brussels gewest komt men zelfs aan meer dan 1 op 4 en evolueert het naar 1 op 3) Het spreekt voor zich dat armoede de ontwikkelingskansen en toekomstperspectieven van kinderen en jongeren sterk bedreigt. Voor Vlaanderen dat tot op meerdere gebieden tot de topregio’s in Europa wordt gerekend, moet het tot de mogelijkheden behoren om deze situatie te keren. In een beleid dat armoede bestrijdt zijn huisvesting en onderwijs twee belangrijke hefbomen. Wie een laag inkomen heeft, slecht gehuisvest is en er bovendien nog veel moet voor betalen op de private markt, blijft in de armoede steken of verglijdt erin. Daar moet een sterk beleid van sociale huisvesting tegenover staan. De jongste drie jaar is de sector van sociale huisvesting onderworpen geweest aan een herstructurering die opgelegd is door de Vlaamse regering. Nodig volgens de Vlaamse regering, overbodig volgens de sector. Ondertussen is de wachtlijst voor een sociale huurwoning opgelopen tot 182.000 personen en gezinnen. Er moet dus de komende jaren een forse inspanning gebeuren om een antwoord te bieden op deze groeiende vraag naar betaalbaar en kwalitatief wonen. Bij de huidige en toekomstige regering ligt er een grote verantwoordelijkheid. Ook lokale besturen moeten hun duit in het zakje doen. Ze tonen vaak weinig bereidheid of ambitie om ruimte te maken voor een bijkomend sociaal woonaanbod. Bovendien moet er ook gewerkt worden aan een positief beeld over het sociaal wonen. Al te vaak wordt nu over sociale huurders een weinig positief beeld opgehangen en worden ze aan al maar strengere voorwaarden onderworpen. Naast huisvesting is ook onderwijs een belangrijke hefboom in de bestrijding van armoede. Onderwijs moet kansen tot ontwikkeling scheppen voor alle kinderen en jongeren, van welke achtergrond ook, ook voor hen die in armoede opgroeien. Gelijke onderwijskansen betekenen niet dat je voor elk kind hetzelfde doet, maar wel dat je voor elk kind maximale ontwikkelingskansen nastreeft en oog hebt voor hun noden. Het is overbodig te stellen dat het onderwijs onder druk staat. Corona heeft uiteraard ook het onderwijs geen goed gedaan, maar de uitdagingen die er nu zijn, waren er ook al vroeger. We kennen het allemaal: van tekort aan leerkrachten tot onbetaalde schoolfacturen, en van daling van kennis van het Nederlands en wiskunde in een Europese vergelijking tot het nog altijd te hoge percentage van jongeren dat zonder diploma de schoolbanken (12,5% in 2022) verlaat. Er is dus wel wat serieus (ernstigs) aan de hand. Voor de huidige en toekomstige Vlaamse regering ligt er een heel werkterrein. Daaraan mogen we op deze 11 juli toch even aan herinneren Dames en heren, Ik besluit. De Vlaamse canon zette Jozef Cardijn, de sociaal bewogen priester en later kardinaal uit Halle in het venster. Ik ben dankbaar dat ik vandaag hier over zijn leven en werk mocht spreken en zijn boodschap met u mocht delen. En ik hoop dat Vlaanderen ook een Vlaanderen worden mag met kansen voor iedereen en zonder onderscheid. Ik dank u voor de aandacht. Guy Tordeur Voorzitter van vzw Kardinaal Cardijn 11 juli 2023 |