|
De CCC - De staat en het terrorisme
Omslagontwerp: Gal, Druk: Drukkerij-Zetterij EPO 2600 Berchem, © Uitgeverij EPO vzw, 1986, ISBN 90 6445 504 X D 2204 1987 Verspreiding Nederland Uitgeverij De Geus, Breda Noot vooraf: de blz-nummers bevinden zich aan de rechterkant boven de bladtekst, inhoud en voetnoten zijn interactief, index bevat linken naar de vermelde blz. I. OPKOMST EN ONDERGANG VAN DE CCC 1. Het
politiek profiel van de 'historische' leider 2. Veertien maanden 'gewapende propaganda'
1. Tussen AGG en FBI 2. De rijkswacht is
de grote overwinnaar 3. Nieuwe
repressieve veiligheidswetten III. BELGIE EN EUROPA AAN DE LEIBAND VAN UNCLE SAM? 1. Reagans
heilige oorlog tegen het terrorisme 2. Europese
anti-terroristische samenwerking Index: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W Z * Op 16 december 1985 arresteert de politie in Namen Pierre Carette en diens drie medestanders. Zo er opluchting is, dan begrijpelijkerwijze vooral bij minister Gol. Het parlement kent weinig fundamentele rechten. Des te vreemder is het als een minister van Justitie zich in alle bochten wringt om het uitoefenen van één van die rechten, namelijk dat van de parlementaire enquête, onmogelijk te maken. Als gevolg van de aanhouding van de CCC-verdachten komt het op de valreep niet tot een openbaar parlementair onderzoek naar de wijze waarop politie, justitie en veiligheidsdiensten de dossiers van de CCC en de Bende van Nijvel hebben aangepakt. Zo wordt een intensieve democratische discussie over terreur en terreurbestrijding ontlopen. Dat is buitengewoon jammer, temeer daar de grote geheimzinnigheid, waarmee de problematiek omringd wordt, een voedingsbodem voor politieke manipulaties is. Daar komt bij dat er geen eensgezindheid over de definitie van terrorisme bestaat. De nazi's noemden elk verzet haast ritueel 'terroristisch' en president Reagan roemt de contra's als 'vrijheidsstrijders', ook al vermoorden ze Nicaraguaanse boeren, vrouwen en kinderen. Maar misschien nog verrassender als illustratie is het feit dat minister Gol de terreur van de Bende van Nijvel als ordinair gangsterdom afdoet. Het gebrek aan informatie en openbare discussie over terreur en terreurbestrijding speelt rechts in de kaart. Dit boek wil, weliswaar op bescheiden wijze, die leemte opvullen. Het boek bestaat uit drie delen. Om te beginnen worden het ontstaan en de activiteiten van de CCC geschetst. De geschiedenis van deze organisatie is nauw verweven met de politieke levensloop van Pierre Carette, die vanaf 1975 de treden van de terroristische ladder beklimt. Ik waag mij er niet aan de hele geschiedenis van de CCC te schrijven. Dat is overigens onbegonnen werk, om de eenvoudige reden dat heel wat materiaal ontbreekt of moeilijk valt na te trekken. Ik heb me ertoe beperkt een politiek profiel van de CCC op te maken, waarbij ik me in ruime mate heb verlaten op hun eigen teksten. De CCC presenteren zichzelf als links. Maar spreken hun activiteiten en teksten wel degelijk een linkse taal? Dat is de kern van het eerste deel. Het Belgische anti-terreurapparaat en de nieuwe repressieve maatregelen die naar aanleiding van de CCC, de Bende van Nijvel en het Heizeldrama werden genomen, vormen het onderwerp van het tweede deel. Op het eerste gezicht lijken die maatregelen bestemd om terrorisme en misdaad effectiever te bestrijden. Maar bij nadere beschouwing gaat het verder dan dat. In feite wapent de staat zich ook met het oog op de komende sociale strijd. In het laatste deel wordt de westerse anti-terroristische internationale belicht. De terreurbestrijding krijgt immers meer en meer een Europese en internationale dimensie. In het Koude-Oorlog-schema van de regering-Reagan bekleedt het terrorisme een belangrijke plaats. Ze bezigt termen als 'oorlog' en 'militair conflict van zwakke intensiteit', onder meer om haar inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van andere landen en haar 'geheime oorlog' tegen linkse regimes te rechtvaardigen. De VS zijn er niet alleen op uit hun kruisraketten maar ook hun terreurbestrijdingsmodel te exporteren. Gelet op de politieke, economische en militaire positie van de Amerikaanse grootmacht, komt het Belgische en Europese anti-terreurbeleid, dat ten dele afwijkt van het Amerikaanse, onder druk te staan, niet in de laatste plaats omdat op het oude continent tal van conservatieve lieden Amerikaanse politiemethoden en een soort Nato tegen het terrorisme bepleiten. De bespreking van al deze problemen zou een afzonderlijk boek vergen. Hopelijk zullen anderen op afzienbare termijn de problematiek dieper uitspitten. Ik ben dank verschuldigd aan Herwig Lerouge en Walter Simons voor hun onschatbare hulp en medewerking bij de research en de verwerking van het materiaal. Verder dank ik Agnes, Piet en Marie-Laure voor het tikken van het manuscript en ten slotte Ilde, Hanne, Ruud en Marina voor hun geduld en begrip. Antwerpen, 21 maart 1987. I. OPKOMST EN ONDERGANG VAN DE CCC - Inhoud 1. Het politieke profiel van de 'historische' leider - Inhoud Pierre Carette richt in juni 1975 een steuncomité voor de Rote Armee Fraktion (RAF) op. Midden 1984 duikt hij onder. In de periode 1975-1984 volgt Carette de weg van RAF-sympathisant tot leader van de CCC. De pers wees erop dat Carette contacten onderhield met Action Directe. Maar Frédéric Oriach, met wie Carette eind 1979 kennismaakte, ontpopte zich als zijn echte 'geestelijke vader'. Samen stichten ze Subversion, waaruit in september 1983 Ligne Rouge voortkomt. Loopjongen van de RAF - Inhoud Pierre Carette is op 21 september 1952 in Charleroi geboren. Zijn afkomst laat niet vermoeden welke weg hij in zal slaan. Zijn vader werkte bij de Dienst voor Vreemdelingenzaken die onder het Bestuur van de Openbare Veiligheid valt. Het gezin Carette verhuist naar Brussel. Zijn vier jaar oudere broer Henri studeert aan de ULB en werkt er mee aan het oerconservatieve liberale studentenblad Epanorthose. Tijdens de studentenrevolte van mei '68 leidt hij hoogstpersoonlijk een aanval van uiterst rechtse volgelingen van Jeune Europe en Occident tegen bezetters van de rechtsfaculteit. In de lijn van zijn politieke denkbeelden kiest Henri nadien voor een loopbaan bij de para-commando's. In december 1985 is hij opgeklommen tot kapitein en verbonden aan de staf van het paracommando-regiment.(1) Pierre kiest een andere oriëntatie. Hij hangt rond in linkse en anarchis tische kringen.Na een drukkersopleiding aan de Académie des Beaux-Arts vestigt hij zich midden de jaren zeventig als drukker in Sint-Gillis. Hij drukt tegen 'dumping-prijzen' voor zowat al wat anarchistisch en alternatief is, maar ook voor traditionele partijen als het FDF, de PS en het RW. Carette wordt al gauw gefascineerd door de Rote Armee Fraktion (RAF). De eerste RAF-generatie rond Ulrike Meinhof, Andreas Baader, Gudrun Ensslin, Jan Carl Raspe en Holger Meins zit al sinds 1972 achter de tralies. In mei 1975 begint hun proces in Stammheim. Het zal ongeveer 2 jaar duren. Nog voor het einde ervan, op 9 mei 1976, wordt Ulrike Meinhof in verdachte omstandigheden dood aangetroffen in haar cel. Sommige kringen spreken over moord. Carette reist uit eigen beweging naar Duitsland om gevangen RAF-leden te bezoeken. De RAF raakt in die tijd haar politieke communiqués hoe langer hoe moeilijker aan de media kwijt. Om de censuur te omzeilen moedigt de RAF de oprichting van steuncomités aan in West-Duitsland, Frankrijk en België. Op 14 juni 1976 richt Pierre Carette in Brussel het 'Comité de soutien aux prisonniers politiques de la FAR' op. Het stelt zich tot doel informatie te verstrekken over de strijd, de theorie en de teksten van de RAF, wat erop wijst dat Carette van meet af aan de doeleinden van de RAF en het concept van de 'stadsguerrilla' onderschrijft. Het comité-Carette gaat onmiddellijk aan de slag. Het publiceert een tekst van het Duitse steuncomité in het blad van BPA-APL (Bevrijdingspersagentschap - Agence Presse Liberation). Het gaat om een interview met RAF-advocaten die de de-tentievoorwaarden van hun kliënten aanklagen. Tegelijkertijd plakt het comité in Brussel zo'n 500 door Carette gedrukte affiches met de leuze: 'Grote uitroeiing van de RAF, op touw gezet door de sociaal-democratie met de medeplichtigheid van de kapitalistische wereld...'. Van zijn kant sticht Mare De Laever in oktober van datzelfde jaar een RAF-comité in Luik. Hij doekt het enkele maanden later op en trekt met zijn vriendin F. V. naar Brussel, waar hij met Carette in zee gaat. Carette verspreidt op grote schaal persberichten en teksten van de RAF via Info-RAF, het blad van zijn comité, en via APL. Hij laat niets onverlet om dit linkse persbureau in RAF-vaarwater te brengen. Het Duitse RAF-steun-comité doet hetzelfde met 'Informationsdienst', APL's zusterpersbureau in de Bondsrepubliek. Het deert Carette kennelijk niet dat hij de autonomie van APL geregeld schendt. Voor de eerste nummers van Info-RAF pikt hij simpelweg de naam en het adres van de verantwoordelijke uitgever van APL. Bij de argeloze lezer wekt dit de indruk dat APL en het RAF-comité één en hetzelfde zijn. 'Om elke dubbelzinnigheid weg te nemen', zo schrijft APL op 1 oktober 1977, 'wensen we te verduidelijken dat het tijdschrift Info-RAF niet van APL uitgaat en de vermelding van onze verantwoordelijke uitgever op een misverstand berust'. Vanaf midden 1978 laat APL -om louter financiële redenen- haar blad door Carette drukken. Carette bestookt APL onophoudelijk met communiqués waarin de RAF wordt opgehemeld. Het komt ook voor dat hij ongevraagd eigen stukken aan de kopij van de redactie bijvoegt. Op een gegeven ogenblik is voor APL de maat vol. De redactie damt de vloed van RAF-teksten in en herstelt het evenwicht in de berichtgeving. Later stapt APL van Carette op een andere drukker over. 1977 is een bewogen jaar. De RAF doodt procureur-generaal Siegfried Buback, bankier Jürgen Ponto en werkgeversvoorzitter Hans-Martin Schleyer, een ex-nazi. De affaire-Schleyer is tekenend voor de goede samenwerking tussen de RAF en het comité-Carette. Op 5 september 1977 ontvoert het commando 'Siegfried Hauser' Schleyer om de vrijlating van RAF-gevangenen af te dwingen. Onmiddellijk ontketent de politie de meest indrukwekkende klopjacht uit de naoorlogse Duitse geschiedenis. Op 13 oktober kaapt het commando 'Martyr Halimeth' een Lufthansa-Boeing die landt in Mogadiscio. De spanning is te snijden. De regering-Schmidt zet de media zwaar onder druk om de verklaringen van de twee commando's niet te verspreiden, en met succes. Zo weigert de Duitse televisie begin oktober beelden van de gijzeling uit te zenden. Het persbureau AFP van zijn kant geeft geen RAF-communiqués door. Op 13 oktober, de dag van de kaping, fotograferen de gijzelaars Schleyer. Nauwelijks 2 dagen later post Carette die foto en persmededelingen van de twee commando's, bij Belga, Le Soir en Agence Presse Liberation (APL). Op 18 oktober bestormt de Duitse anti-terreureenheid GSG.9 de gekaapte Boeing en schiet daarbij de kapers neer. Dezelfde dag plegen Baader, Ensslin en Raspe 'zelfmoord'. Na het comité-Carette een jaar lang bespied te hebben, beginnen de politie- en veiligheidsdiensten het nu openlijk aan te pakken. Op 9 december 1977 zou het comité op de ULB een solidariteitsmanifestatie met de RAF houden. Carette drukt daarvoor propagandamateriaal. De bijeenkomst moet echter op de valreep afgelast worden omdat de zaal een wespennest lijkt van politiemannen in burger. Vijf dagen later licht de in-fosectie van de Brusselse BOB een comité-lid uit zijn bed. Volgens een tip zou het RAF-comité gestolen Belgische identiteitskaarten doorspelen aan Duitse vrienden. Bij de huiszoeking maakt de BOB briefwisseling van het comité, RAF-documentatie en een adressenboekje buit. Het politieke peil van het RAF-comité is niet bepaald hoog. Neem de aanslag op 27 december 1977 van de 'Groep voor de Bevrijding van Claus Croissant' tegen de Mercedes-garage Cousin in Sint-Gillis. Enkele jongeren werpen er 3 molotov-cocktails door de etalageruiten om te protesteren tegen de aanhouding van de Duitse advocaat Croissant. De brand kan evenwel onmiddellijk gedoofd worden. De meest opzienbarende actie van de groep-Carette speelt zich af op 17 maart 1978. Die dag bezetten 7 leden van het comité waaronder De Laever, de Nederlandse ambassade in Brussel. Ze willen hun solidariteit betuigen met de RAF-hongerstakers in Nederland. Na 20 minuten worden de vreedzame bezetters overmeesterd, in de boeien geslagen en afgevoerd door bijna 25, met machinepistolen uitgeruste, leden van de rijkswacht en de anti-terreur-eenheid Dyane. De spectaculaire politionele actie krijgt de volgende dag een staartje. In de loop van de ochtend voert de Brusselse BOB huiszoekingen uit bij de zeven actievoerders. Tevens doet ze een inval in het lokaal van het comité. Archieven en bureaus worden onderzocht. Documentatiemappen, notitieboekjes, foto's, affiches en briefwisseling, alles samen een halfvolle bestelwagen, worden in beslag genomen. De zeven arrestanten mogen na verhoor naar huis. Ze komen terecht op de micro-fiches B van de rijkswacht en de gerechtelijke politie. (2) Aan de hand van het in beslag genomen materiaal kan de politie een volmaakte röntgenfoto van het comité-Carette maken. De staatsveiligheid stelt een syntheserapport op voor minister van Binnenlandse Zaken, Rik Boel. Op 12 april 1978 laat Boel zich tijdens een ontbijtbabbel met enkele journalisten ontvallen: 'Ook in België bevindt zich een kern van de terroristische RAF. Alle leden ervan zijn bekend. Het gaat om zo'n 20 personen die in de gaten worden gehouden door de Belgische veiligheidsdiensten'. (3) 's Anderendaags zwakt Boel zijn uitspraak wat af. Hij heeft het dan over '12 RAF-sympathisanten'. (4) De Gazet van Antwerpen neemt poolshoogte bij de veiligheidsdiensten. 'Na de huiszoekingen is aan het licht gekomen dat het om meer dan loutere sympathie met de RAF gaat', schrijft de krant. 'Men heeft achterhaald dat Belgen een bezoek hebben gebracht aan bekende RAF-leiders in de Stammheim-gevangenis te Stuttgart. Het lijkt er meer en meer op dat België een toevluchtsoord is waar voortvluchtige RAF-leden zich vrij behaaglijk voelen'. (5) Begin 1979 volgen nog enkele prikacties. Op 16 februari hangen leden van het comité een 45 m2 grote spandoek aan steigers voor de Brusselse Beurs: 'Vier RAF-gevangenen in hongerstaking. Laten we strijden tegen de moorddadige plannen van de Duitse regering'. De tekst doelt op Sieg-fried Haag, Roland Mayer, Gunther Sonnenberg en Karl Heinz Dellwo. Twee actievoerders worden opgepakt en kort daarop weer vrijgelaten. Twee dagen later, op 18 februari, draagt kardinaal Suenens een mis op in de Sint-Pieterskerk te Ukkel. De mis wordt door de RTBf rechtstreeks uitgezonden. Comité-leden ontrollen voor de camera's een spandoek met de leuze: 'Laten we de strijd van de politieke RAF-gevangenen in de Westduitse gevangenissen steunen'. In het opeisingscommuniqué noemt Carette zich voor het eerst 'communist'. Hij zal dat verder blijven doen, ook al heeft hij nooit geprobeerd om zich op de arbeidersklasse te richten of aansluiting te vinden bij marxistische bewegingen. Op 20 juli 1979 verspreidt Carette namens het RAF-comité zijn laatste persbericht. Daarin deelt hij mee dat 'een revolutionaire politiek haalbaar is. Deze politiek moet via een offensief alle anti-imperialistische fronten aaneensmeden'. Hij legt er de nadruk op dat 'de anti-imperialistische gewapende strijd hier en nu bestaat en een offensief ontketent tegen de politieke, economische en militaire centra, die de internationale beslissingen nemen en de strategie van het wereldwijde imperialisme uitvoeren'. Zijn verklaring aan de pers eindigt met de oproep: 'Laten we het anti-imperialistische front in de metropolen door onze strijd versterken'. Hiermee zet Carette een punt achter het RAF-comité. Hij maakt nu aanstalten om eigen initiatieven te ontplooien. Het geeft hem kennelijk niet te denken dat de dood van Meinhof, Baader en Ensslin alleen maar resulteerde in een drastische versterking van de Duitse politie. Carette is immuun tegen de werkelijkheid. De aanslag op generaal Haig - Inhoud Wanneer Pierre Carette op 20 juli 1979 schrijft dat de 'anti-imperialistische gewapende strijd hier en nu bestaat', heeft België net een ophefmakende aanslag achter de rug. Op 25 juni, omstreeks 8u30, is de Amerikaanse generaal Haig op weg van zijn residentie in het Chateau Gendebien te Bergen naar zijn kantoor bij de Shape in Casteau. Tegenover de cementfabriek van Obourg explodeert een bom vlakbij zijn auto. Ze werd met afstandsbediening tot ontploffing gebracht. De auto van de generaal wordt slechts licht beschadigd en hij zelf is ongedeerd. Wel raken twee agenten licht gewond in de erg gehavende wagen van de veiligheidsdienst. De aanslag heeft plaats vier dagen vóór Haig afscheid neemt als geallieerd Navo-opperbevelhebber in Europa. Hij wordt drie dagen later opgeëist door de 'Brigade Julien Lahaut', een tot dusver onbekende groepering. De verwijzing naar de vermoorde leider van de Belgische communistische partij, doet de pers voor het eerst openlijk spreken van een terrorisme van 'binnenlandse oorsprong'. De opeising wordt toegeschreven aan Mare De Laever, die kort daarop de wijk neemt naar Parijs, waar hij onderduikt aan de Boulevard Magenta. Sindsdien zoekt het parket van Bergen De Laever 'onverpoosd' in verband met de aanslag op Haig. (6) Carette versierde zijn kamer lang met een levensgrote foto van de aanslag, maar in tegenstelling tot De Laever, wordt hij niet verdacht. Hij wordt niet eens aan de tand gevoeld. Op 5 juli eist het RAF-commando 'Andreas Baader' op zijn beurt de verantwoordelijkheid voor de aanslag op. Het commando geeft een aantal concrete details om de opeising kracht bij te zetten. Het zegt dat 'het een tunnel van ongeveer lm80 heeft gegraven onder het wegdek ter hoogte van een brug, op de route tussen de residentie van Haig en het hoofdkwartier van de Shape'. En voegt eraan toe: 'We hebben een lading van bijna 20 kg TNT 40 cm onder het wegdek geplaatst en een draad van 200m gelegd. De ontsteking moest geschieden op het ogenblik dat de voordeur van Haigs Mercedes zich boven de lading zou bevinden. We hadden uitgerekend dat de wagen met een snelheid van 2 meter per tiende van een seconde zou rijden. Onze vergissing was te denken dat we zo'n snelrijden-de wagen zouden kunnen opblazen door de ontsteking met de hand te verrichten'. Dit RAF-communiqué, met een foto van de aanslag, wordt door Pierre Carette gedrukt en verspreid. Hij zal het in augustus 1982 nogmaals publiceren in het eerste nummer van het tijdschrift Subversion. Insiders hebben wel eens het vermoeden geuit dat De Laever met zijn opeising de justitie en politie uit hun egelstellingen wou lokken, en op het spoor van advocaat Graindorge zetten. Na de beroemde Leuvense gevangenisopstand in juni 1976, richtte Graindorge een Comité voor Hulp aan Gedetineerden op. Daarnaast was hij ook de spil waarrond het in maart 1978 gestichte Comité ter Verdediging van de Politieke Gevangenen in de Bondsrepubliek draaide. In tegenstelling tot het comité-Caret-te, dat zich onverbloemd achter de RAF-politiek schaart, is het comité van Graindorge louter democratisch gericht. Het wil opkomen voor de psychische en fysieke integriteit van de politieke gevangenen in West-Duitsland en hun recht op vrije meningsuiting. Tevens zet het zich af tegen elke criminalisering van advocaten die RAF-gevangenen verdedigen. Tenslotte wil het de publieke opinie wijzen op het gevaar van de uitzonderingswetten die in West-Duitsland ingevoerd zijn. (7) Hoewel Carette en De Laever het niet eens zijn met dit platform, treden ze toch toe tot het comité-Graindorge. Ze spannen zich vergeefs in om hem te winnen voor het terrorisme. Sterker, De Laever pleit voor gewapende bevrijding van gevangenen van gemeen recht. Op 31 augustus wordt Graindorge, bij zijn terugkeer uit Italië, gearresteerd op verdenking van medeplichtigheid aan de ontsnapping van zijn cliënt, Francois Besse, de Franse misdadiger die wordt beschouwd als de handlanger van de vermaarde Jacques Mesrinne. Graindorge wordt nadien nog beschuldigd van medeplichtigheid aan de ontvluchting van Freddy Vandeputte, één van de vooraanstaande leiders van de gevangenisopstand te Vorst in juli 1976. Tijdens een persconferentie beeldt het Brusselse parket Graindorge af als een gevaarlijke misdadiger. Maar spoedig gaat het verder dan zogenaamde hulp aan ontsnapte gevangenen. De politie laat uitlekken dat een anonieme tipgever het klad van de opeisingsbrief inzake de aanslag op Haig op het kantoor van Graindorge gezien heeft. De rechtse bladen versterken het gerucht. Op 29 september pakken de kranten van de Standaard-groep uit met een artikel: 'Was Graindorge het brein achter een internationale terreurbende?' Een passage: 'Kringen, die nauwe contacten met de gerechtelijke autoriteiten hebben, vertellen dat er vermoedens bestaan, dat sympathisanten en wellicht ook leden van het Comité ter Verdediging van de Politieke Gevangenen in de Bondsrepubliek de aanslag op Nato-opperbevelhebber Haig op hun geweten hebben'. Niets kan het gerucht doen verdwijnen. Integendeel. Op 26 september worden Maurice Appelmans, Francoise Villers, Odette Haas en Jacques Roland, vier leden van het genoemd comité, aangehouden. Via hetzelfde circuit van politielekken en rechtse kranten raakt bekend dat de gerechtelijke politie in het kader van het onderzoek in de zaak Haig een huiszoeking uitvoert bij de verantwoordelijke uitgeefster van het Comité voor Hulp aan Gedetineerden. Gedurende meer dan twee uur doorsnuffelen de agenten haar woning in Alsemberg. Ze zoeken de schrijfmachine waarmee de opeisingsbrief werd getikt. (8) Kortom, in september en oktober 1979 laten sommige conservatieve kringen niets onverlet om de strijd van Graindorge voor de verbetering van het lot van de gevangenen en het behoud van de democratische rechten in een sfeer van terrorisme te plaatsen. Ongetwijfeld met de bedoeling het politie-apparaat te versterken en nieuwe repressieve maatregelen uit te lokken. De arrestatie van Graindorge verwekt een indrukwekkende solidariteitsbeweging. Duizenden mensen worden gemobiliseerd tegen het misbruik van de voorlopige hechtenis, de geheimhouding van het gerechtelijk onderzoek, het aftappen van telefoons, het registreren van vakbondsvertegenwoordigers en de duistere praktijken van BOB en staatsveiligheid. Graindorge wordt op 29 februari 1980 in eerste aanleg en op 26 juni 1980 in beroep vrijgesproken. De Laever wordt bij verstek veroordeeld tot 1 jaar gevangenisstraf wegens het bezorgen van een vals paspoort aan Robert Van Oirbeek, die op 12 februari 1979 in gezelschap van Freddy Vandeputte en Anthemus uit de gevangenis van Namen was ontsnapt. De Laever had Van Oirbeek en Vandeputte ook onderdak gegeven. De veroordeling bezorgt De Laever in Parijs evenwel geen last. Hoewel zijn onderduikadres bij zijn Belgische kennissen algemeen bekend is en hij in de Franse hoofdstad nog een poos actief is in een RAF-comité, zitten de Franse politie en het Belgische parket hem klaarblijkelijk niet op de hielen. Oriach: het nieuwe lichtbaken - Inhoud Eind 1979 breekt een nieuwe periode aan in de politieke loopbaan van Pierre Carette. Op dat ogenblik zitten in Frankrijk drie 'politieke gevangenen' vast: Frédéric Oriach, Michel Lapeyre en Jean-Paul Gérard. Ze maakten deel uit van de Gewapende Kernen voor Volksautonomie (NAPAP). Deze organisatie trad op 24 maart 1977 voor de schijnwerpers met een spectaculaire aanslag op Jean-Antoine Tramoni, een lid van de bewakingsdienst van Renault, die in de lente van 1972 de jonge maoïst, Pierre Overney, koelbloedig had vermoord op de parkeerplaats in Billancourt. Overney was een persoonlijke vriend van Oriach. In de nacht van 11 op 12 mei 1977 vindt de politie bij een routinecontrole een voorraad wapens in de auto van Oriach, Lapeyre en Gérard. In de woning van Lapeyre wordt bovendien de 'colt 9 mm' aangetroffen, waarmee Tramoni was neergeschoten. Oriach ontkent iedere schuld. Wel keurt hij het neerschieten van Tramoni goed als een 'kwestie van gerechtigheid'. Op 23 maart 1978 wordt hij wegens illegaal wapenbezit veroordeeld tot 7 jaar gevangenisstraf, waarvan 1 jaar voorwaardelijk. Vanaf eind 1979 ontspint zich tussen Carette en Oriach een intense gedachten- en briefwisseling. Beiden zijn op dat ogenblik 27 jaar oud. In de briefwisseling komen alle problemen van de 'gewapende strijd' aan bod en men merkt er duidelijk hoe beiden zich in feite voorbereiden om hun ideeën in de praktijk om te zetten. Op 20 januari 1980, wanneer de massale solidariteitscampagne voor Graindorge volop aan de gang is, stelt Carette aan Oriach de vraag: 'Wat te doen?'. In een 26 pagina's lange brief antwoordt Oriach op 19 februari vanuit de gevangenis van Evreux: 'Het is evident dat de gewapende strijd de werkelijke, doeltreffende en concrete solidariteit belichaamt in tegenstelling tot de verbale, of zelfs massale solidariteit'. (9) In zijn typische hoogdravende stijl schrijft Oriach verder dat 'een radicale aanval, een verwoestende agressie moet worden ingezet tegen het Euro-imperialistische raderwerk'. Zijn mening over de solidariteitsbeweging voor de vrijlating van Graindorge is volstrekt negatief. 'Het is helaas mode elke repressieve maatregel te bestempelen als een "precedent"', schrijft hij aan Carette. 'Een precedent dat vanzelfsprekend bange gevoelens opwekt bij de goede zielen van links, die dan allerlei intelligente vaststellingen ventileren. Bijvoorbeeld: deze nieuwe stap naar willekeur en totalitarisme betekent een verontrustende achteruitgang voor de democratie'. Oriach krijgt Carette zover dat hij de navelstreng met Graindorge en diens achterban doorsnijdt. 'In 1979 verbrak ik, na een politieke kritiek, alle banden met die kringen. Ze gingen trouwens ten onder en verzandden in de processen van 1979-1980', aldus Carette. (10) Van Graindorge moet Carette weinig hebben: 'Hij is niet slechter dan welke bourgeois democraat ook, hoewel zijn politieke kronkelingen van de laatste jaren nogal onverteerbaar zijn. Linksen van alle slag zijn niet gewoon advocaten in hun ware gedaante te zien, namelijk als knechten van de burgerlijke justitie. Ze beelden zich altijd in dat advocaten in de grond kameraden zijn. Maar dat is ronduit ridicuul.' (11) Op 30 april 1980 is Oriach weer op vrije voeten. Niet voor lang echter. Op 5 mei worden vijf vrouwelijke RAF-sympathisanten in een appartement aan de rue Flatters in het Quartier Latin aangehouden. Kort daarop worden Ingrid Barabass, Sieglinde Hoffman, Karin Kamp, Karolo Magg en Regina Nicolai aan Duitsland uitgeleverd. Het onafscheidelijke trio Oriach, Lapeyre en Gérard pleegt op 3 juli een stuntelige bomaanslag tegen het Parij se kantoor van de Duitse spoorwegen uit protest tegen de uitlevering. Oriach raakt bij de aanslag licht gewond. Lapeyre verliest in de opwinding van het moment zijn identiteitskaart, en nog vóór het drietal kans ziet in een gestolen diplomatenauto te ontkomen, wordt het door de politie opgepakt. 'We hebben gedaan wat in onze mogelijkheden lag, maar we zijn jammer genoeg het rode leger niet', verontschuldigt Oriach zich tegenover Carette. (12) Oriach belandt in de Parijse gevangenis 'la Santé'. Carette raakt steeds meer in de ban van Oriach. Hij verspreidt in Brussel pamfletten om tegen diens arrestatie te protesteren en gaat hem geregeld bezoeken in de gevangenis. Op 5 oktober 1980 publiceert Carette een artikel van Oriach en Lapeyre onder de titel 'Leve de strijd voor het communisme'. Die lofzang op de gewapende strijd in West-Europa komt op een ogenblik dat het de Europese terreurorganisaties tegenzit. De Duitse RAF is nauwelijks nog in staat aanslagen te plegen. In Frankrijk is Action Directe onthoofd door de arrestatie van Jean-Marc Rouillan en Nathalie Ménigon. Op 13 september 1980 spant Chahine, een infiltrant van de Renseignements Généraux hen een valstrik. Hij belooft hen in contact te brengen met de raadselachtige superterrorist Carlos, maar alleen de politie verschijnt op het rendez-vous. In Italië worden de Rode Brigades verscheurd door tal van schisma's en afsplitsingen. Curcio, de historische stichter, kondigt op 19 april 1981, vanuit de gevangenis in Palmi, de 'strategische terugtocht' af, omdat de objectieve voorwaarden om de gewapende strijd verder te zetten niet meer vervuld zijn. Ongeveer de helft van de Rode Brigadisten legt daarop de wapens neer. Honderden anderen zitten achter de tralies, vaak aangegeven door 'berouwvolle' ex-terroristen. De wet-Cossiga, die dateert van 15 december 1979, staat een noemenswaardige strafvermindering toe voor ex-terroristen die hun vroegere medestanders verraden. In de herfst van 1980 arresteert de politie Patrizio Peci, het hoofd van de Turijnse Rode Brigades. Hij verklikt in ruil voor strafvermindering de clandestiene structuren en tientallen leden. In die tijd maakt de Europese pers veel propaganda voor de 'berouwvolle' ex-terroristen. In oktober 1980 wijdt Jean-Marcel Bouguereau in de Franse krant Liberation drie artikelen aan een afvallige van Prima Linea. In november 1980 publiceert Liberation de levensgeschiedenis van Klein, een gedeserteerd lid van de Duitse Revolutionaire Cellen. In België sluit de bekende anarchist Babar, de drijvende kracht achter '22 Mars', zich aan bij die propaganda rond de 'berouwhebbenden'. Hij neemt in zijn Journal d'intervention de artikels van Liberation over en verspreidt een affiche onder de kop 'kritiek op de strategie van de machtsgreep via het terrorisme'. In navolging van Oriach gaat ook Carette tegen de stroom in. In de nacht van 20 oktober 1980 kladt hij op de gevel van '22 Mars' aan de Inquisitiestraat 2 in Brussel de leuze: 'Flikken, ziehier een filiaal van de staatsveiligheid. Leve de gewapende strijd voor het communisme'. In een communiqué beschuldigt Carette '22 Mars' van 'smerige politie-intoxicatie'. Wel hoedt hij er zich voor alle bruggen met de anarchistische achterban van '22 Mars' op te blazen, want hij hengelt in die kringen naar medestanders voor zijn terroristisch project. 'We denken dat lang niet alle groepen rond '22 Mars' het met die praktijken eens zijn, zij kunnen vast en zeker de dwalingen van enkele verlichte leiders, die een pact met de zwijnen sloten, ongedaan maken', aldus Carette. Ten slotte dreigt hij met een strafexpeditie tegen de drukkerij van '22 Mars', als deze organisatie zich blijft ten dienste stellen van het 'ministerie van Binnenlandse Zaken'. De politieke discussie tijdens de kortstondige bezoeken van Carette aan Oriach in 'la Santé', wordt schriftelijk verder gezet onder het toeziende oog van politie en anti-terreurspecialisten, die de brieven tot de laatste letter lezen en van dichtbij de politieke 'vooruitgang' van de correspondenten volgen. In die tijd is het politiek isolement van Carette al zeer groot. Maar Oriach draagt zijn steentje bij om hem nog meer van de sociale realiteit te vervreemden, door iedere vorm van legale werking als 'tijdverspilling' af te wijzen. Op 16 november 1980 schrijft hij aan Carette : 'Ik heb al lang van de wettelijke politieke strijd afgezien'. Hij voegt eraan toe: 'Er is naar mijn mening niets uit te richten op comités, bijeenkomsten, redacties enz..., temeer daar de tijd dringt als je iets beters op poten wilt zetten. Voorts is het niet bepaald verstandig naar buiten te treden terwijl de eigenlijke actie zich afspeelt op een ander vlak'. (13) Wijzend op zijn ervaringen met de NAP AP (Noyaux pour 1'autonomie populaire, Gewapende Kernen voor Volksautonomie) merkt Oriach op: 'Éénmaal je de wapens hebt opgenomen, vergt het deelnemen aan legale structuren een hele omschakeling zowel wat taal als politiek betreft. Ik ga ervan uit dat je gewapend moet zijn zolang er nog 1 gewapende flik overblijft, ook al regelt die maar het verkeer. Als je denkt aan het geweld en de witte terreur van de uitbuiters schiet er niets anders over dan te antwoorden met evenveel geweld en rode terreur. Dat is de enige ware con-testatie'. Hij concludeert: 'Het is ondenkbaar dat die oriëntatie realiseerbaar is in het kader van een strikt legale werking'. (14) Achter zijn betoog gaat een flinke dosis provocatie schuil. Bijvoorbeeld: 'Stel nu eens dat een of ander anti-fascistisch of anti-racistisch clubje bijeenkomt om te protesteren tegen een politiemoord op een immigrant. Demonstraties, petities en vergaderingen staan dan op het programma. Alles goed en wel, maar het beste is toch dat je ook een flik neerknalt'. (15) Oriach trekt Carette met een magnetische kracht tot het terrorisme. Volgens onbevestigde berichten die in Humo en Le Vif verschenen, zou Carette eind 1981 al een eerste poging hebben ondernomen om een terreurgroep op te richten. Behalve onbekende linkse figuren, zou de groep ook enkele criminelen en extreem-rechtse individuen in haar rangen hebben gehad. (16) Dezelfde geruchten willen dat de groep zich daadwerkelijk oefende in het omgaan met wapens. Uiteindelijk liep de poging op niets uit omdat de groep niet geassocieerd wilde worden met de blinde fascistische terreur die toen West-Europa teisterde. Het is de tijd van de aanslagen tegen het station van Bologna (2 augustus 1980, 85 doden en 260 gewonden), de bierfeesten in München (26 september 1980,13 doden en 312 gewonden), en de synagoge aan de rue Copernic in Parijs (4 doden en 20 gewonden). 'Wij willen zandzakjes voor iedere bank...' - Inhoud Oriach geeft zich uit voor 'marxist-leninist'. Maar in werkelijkheid verdraait hij het marxisme en stelt hij het alleen maar in een verkeerd daglicht. Op 20 januari 1981 schrijft hij aan Carette: 'Het is wel duidelijk dat we nu onze energie in de eerste plaats moeten richten op de landen die, historisch gezien, het best voldoen aan de objectieve voorwaarden om naar het communisme over te gaan. Concreet wil dit zeggen, dat de revolutie op het programma staat in de industriële metropolen, voornamelijk in die landen waarvan de socio-economische, politieke en ideologische situatie het gunstigste perspectief op destabilisering biedt: Zuid-Europa, Frankrijk, Groot-Brittannië...' (17) Opmerkelijk is dat Oriach revolutie hier gelijkstelt aan 'destabilisering', een begrip uit het dagelijks woordgebruik van uiterst rechts en de geheime diensten. Hij wekt de schijn dat wanorde de essentiële voorwaarde voor de socialistische revolutie is. Dat is in tegenspraak met Lenin, die erop wees dat de socialistische revolutie maar kans van slagen heeft als 'de meeste arbeiders -althans het gros van de klassebewuste, politiek denkende en actieve arbeiders- de noodzaak van de revolutie inzien en hun leven ervoor veil hebben, en de heersende klassen zo'n ernstige crisis doormaken dat zelfs de meest achterlijke lagen van de bevolking bij de politiek betrokken worden'. (18) En Lenin vat samen: 'Alleen wanneer de 'onderste lagen' de oude orde niet langer 'willen' verdragen en de 'bovenste lagen' niet langer op de oude wijze 'kunnen' leven - alleen dan kan de revolutie zegevieren.' In een brief die dateert van 15 februari 1981 gaat Oriach nog een stap verder. De brief is bedoeld om een vriend van Carette voor het terrorisme te winnen. Carette was er niet in geslaagd de man te overreden aan de hand van de theorie en praktijk van de Rode Brigades. Ook een gezamenlijk gevangenisbezoek aan Oriach kon hem niet tot andere gedachten brengen. De briefis verhelderend omdat Carette later zijn CCC-communiqués en zijn 'Open brief aan de leden van de PVDA' ermee zal stofferen en ook omdat hij haast alle standaard-antwoorden bevat die voorstanders van terrorisme plegen te geven op linkse kritieken. Eén van die kritieken luidt dat terrorisme in de huidige Europese context alleen maar leidt tot een drastische versterking van het politieapparaat en invoering van uitzonderingswetten. In Italië veroorzaakte het 'linkse' terrorisme een brede consensus over de traditionele partijgrenzen heen. Het gevolg hiervan is: volop wettelijke mogelijkheden om telefoons af te tappen en huiszoekingen te doen in gebouwen of wijken zonder gerechtelijke toestemming, versterking van de carabinieri, jarenlange voorarresten enz. Oriach weet dat maar al te goed. Hij schrijft: 'de gewapende strijd zal de 'vrije ruimte' en de formele 'vrijheden' terugschroeven en de repressie in de hand werken'. (19) En verder: 'Volgens onze kritici brengt die strategie mee dat de traditionele politici de rangen rond de staat sluiten. Dat klopt en het is op verre na niet negatief. Het is integendeel precies datgene wat we beogen (...) Het is een goede zaak als diverse kringen van contra-revolutionaire politieke pluimage hun ware gedaante tonen door zich nadrukkelijk achter de imperialistische alleenheersende kaste te scharen. Ondermeer Italië en Spanje hebben die ontwikkeling doorgemaakt. De wettelijke oppositie werd er haast totaal weggevaagd. Zo staat er niets nog de opmars van een ware oppositie, de revolutionaire guerrilla, in de weg'. (20) Een gevaar voor een rechts repressief regime? Uitstekend, want dit biedt volgens Oriach het voordeel dat 'het een klaardere kijk op de vijand geeft, de tegenstellingen toespitst en de ware gedaante van de burgerlijke dictatuur toont'. (21) Oriach laat duidelijk blijken dat hij niets geeft om de belangen van arbeiders en progressieven. Hij heeft meer op met een schrikbewind dan met een burgerlijk democratisch regime. 'Het moet zover komen dat er zandzakken liggen voor iedere bank en dat rond ieder hol van de werkgevers, de politie, het leger en de justitie prikkeldraad staat', schrijft hij. (22) Zijn afkeer van democratie slaat op de duur om in steun aan willekeurig welke gewapende strijd. 'We staan achter iedere gewapende actie voor zover ze zich als revolutionair presenteert', verzekert hij. En hij voegt eraan doe: 'Al wat in een democratie de onveiligheid aanwakkert, speelt ons nu in de kaart. De eisen interesseren ons daarbij bar weinig'. (23) Als je kijkt naar de vele fascistische groepen die zich in Italië en elders 'revolutionair' noemen, is het duidelijk dat Oriach niet erg kieskeurig is. Met zijn stellingname komt hij verdacht dicht in de buurt van de fascistische 'strategie van de spanning'. In een rapport van de Italiaanse fascisten dat werd aangetroffen bij 'Aginter Press', een mantelorganisatie van de CIA en de Portugese geheime diensten, lezen we over die strategie: 'We moeten ernaar streven (...) de staatsstructuren te vernietigen en de communisten en pro-Chinezen de acties in de schoenen te schuiven. Wij hebben trouwens infiltranten in die groeperingen. We moeten actief zijn in het leger, de magistratuur en de kerk met de bedoeling het publiek te beïnvloeden, het een oplossing aan te bieden en de tekortkomingen van het huidige regime bloot te leggen'. (24) Zo sticht Claudio Mutti, een fanatieke neo-nazi, op het eind van de jaren zestig 'Lotta di Populo', een organisatie die zogezegd uit solidariteit met de Palestijnse zaak verantwoordelijk is voor een reeks anti-semiti-sche aanslagen, die scherp veroordeeld werden door de PLO. Hoe dan ook, de onverwachte uitspraak van Oriach dat in Italië 'de weg vrij is voor de opmars van de revolutionaire guerilla', roept vele vragen op. Oriach weet toch ook dat het terrorisme van de Rode Brigades en aanverwante groeperingen in februari 1981 op zijn retour is. Is het niet onbegrijpelijk dat hij geen gewag maakt van het fascistisch terrorisme, dat nauwelijks een jaar tevoren, op 2 augustus 1980, zijn hoogtepunt bereikt met de bloedige aanslag op het station van Bologna? De aanslag vindt plaats op een ogenblik dat het station uitpuilt van de vakantiegangers. Ongeveer 25 kg. springstof verwoest de hele linkervleugel van het station. Er vallen 85 doden, en meer dan 200 gewonden. Het duurt tot twee maart 1987 voordat het proces tegen de daders begint. 'Wij hebben de hoop dat deze keer -voor het eerst in de Italiaanse geschiedenis- de daders van dit soort aanslagen werkelijk veroordeeld zullen worden', schrijven de onderzoeksrechters. 'Deze keer hebben we namelijk niet alleen de fascisten te pakken gekregen die de bom lijfelijk hebben neergezet, en de timer in werking hebben gesteld. Wij hebben ook de opdrachtgevers gepakt, de mensen achter de schermen, degenen die de explosieven leverden, en de mensen die de plannen in elkaar zetten'. Het blijkt de top van de Italiaanse vrijmetselaarsloge P-2 te zijn. De 'grootmeester' van de loge, Licio Gelli, zijn rechterhand Francesco Pazienza, en de cheffen van de militaire inlichtingendienst, ex-generaal Pietro Musomeci en kolonel Giuseppe Belmonte, worden ervan beschuldigd het brein te zijn achter de bloedigste terreuraanslag uit de naoorlogse Italiaanse geschiedenis. Gelli was tijdens de tweede wereldoorlog Oberleutnant van de SS. Na de oorlog zette hij met medewerking van het Vaticaan, een ontsnappingsroute op voor de nazi's. Vanaf 1965 infiltreert hij stap voor stap het hele staatsapparaat. Op 17 maart 1981 vindt de politie in zijn villa een lijst van 962 leden. Op de ledenlijst van P-2 prijken de namen van ondermeer drie ministers, 30 generaals, acht admiraals, de hoofden van twee veiligheidsdiensten (Grassini, hoofd van de SISDE van 1977 tot 1981, en Santovito, chef van de SISNI in 1978), en drie voormalige ministers (Stannati, Sarti en Longo). Ook de politiecheffen van de steden Cagliari, Salerno, Paler-rao en Treviso, de prefecten van Brescia en Pavia en duistere bankiers zoals Sindona, wiens banden met de maffia en de CIA bekend zijn, behoren tot Gelli's uitgelezen gezelschap. De commissie-Anselmi kwam tot de conclusie dat de P-2-loge een soort schaduwregering of staat in de staat was. Gelli was erop uit om in Italië een zogeheten 'stille staatsgreep' te doen plaatsvinden. De 'grootmeester' wist te elfder ure te ontkomen en houdt zich vermoedelijk schuil in Zuid-Amerika. De Italiaanse onderzoeksrechters beschrijven hoe de militaire inlichtingendienst van Musomeci een paar maanden na de bomaanslag een lading explosieven in een trein deponeert, waardoor het gerechtelijk onderzoek maandenlang op het verkeerde spoor wordt gezet. 'Hoe is het mogelijk', vragen de rechters zich af 'dat al bijna 40 j aar steeds weer delen van onze geheime diensten betrokken blijken te zijn bij bomaanslagen, staatsgreeppogingen en andere ondermijnende activiteiten, waartegen ze Italië juist zouden moeten beschermen?' De rechters beschrijven hoe in de jaren vijftig generaal Miceli, P-2-lid en hoofd van de militaire inlichtingendienst, op last van de CIA afluisterapparatuur in de werkkamer van de Italiaanse president laat installeren. In december 1970 is hij betrokken bij de poging tot fascistische staatsgreep van prins Borghese. Twee jaar later stopt de toenmalige Amerikaanse ambassadeur in Rome, Graham A. Martin, Miceli nog ongeveer 800.000 Amerikaanse dollar toe om hem in de gelegenheid te stellen zijn subversieve activiteiten te ontplooien. Pas in oktober 1984 wordt generaal Miceli gearresteerd en beschuldigd van medeplichtigheid aan de coup van december 1970. De Italiaanse rechters beschrijven ook hoe daarna Francesco Pazienza via Amerikaanse contacten rond Alexander Haig en Henry Kissinger wordt geïntroduceerd in de top van de Italiaanse veiligheidsdiensten. De rechters concluderen uiteindelijk dat 'structuren van de CIA en de Amerikaanse Republikeinse partij onze contra-spionage (...) diep beïnvloeden'. Les Ateliers Graphiques en DOCOM - Inhoud Op 8 februari 1981 richt Carette aan de Albaniëstraat 65 in Sint-Gillis de drukkerij 'Les Ateliers Graphiques' op. Het project krijgt de juridische onderbouw van een VZW. Didier Chevolet (26 jaar), een gediplomeerd graficus, Pascale Vandegeerde (24 jaar), Carettes toenmalige levensgezellin, en P.A. behoren tot de stichtende leden. Zo'n 10 a 15 jongeren ontmoeten elkaar geregeld in de Albaniëstraat. Eén van hen, Bertrand Sassoye (18 jaar), medeoprichter van het 'Front Lycéen de Liberation' in het Atheneum van Sint-Gillis, geeft zijn studie op en leeft zoals een zwerver. De schaduw van het vroegere RAF-comité hangt nog over de commu- ne aan de Albaniëstraat. Op één van de muren van de drukkerij schitteren de letters: 'Atelier Elisabeth Van Dijck', ter nagedachtenis aan het in 1978 door de politie neergeschoten RAF-lid. De keldermuren worden gesierd met de leuze: 'L'amour et la solidarité vaincront' (De liefde en de solidariteit zullen overwinnen). (25) Carette timmert verder aan de weg. Begin 1982 richt hij Documentati-on Communiste (DOCOM) op. Volgens het beginselprogramma, dat op 1 mei 1982 verschijnt, wil DOCOM 'contra-informatie' verschaffen over buitenlandse terreurgroepen als de Rode Brigades, de RAF, Action Directe. Carette rekent erop dat plaatselijke correspondenten communiqués en teksten aan DOCOM doorspelen. Hij werkt zich langzamerhand op tot de belangrijkste drukker en uitgever van franstalige terroristische publikaties. DOCOM publiceert 'De 29 finale stellingen' van de Rode Brigades en 'Pour un projet communiste' (Voor een communistisch project), waarin Action Directe een meer internationale koers aankondigt. Daarnaast drukt Carette voor Action Directe een brochure over het Amerikaanse imperialisme en affiches, die oproepen tot een 'gewapende manifestatie' tegen Reagans deelname aan de top van de geïndustrialiseerde landen in Versailles. Op 27 mei 1982 brengt Carette in gezelschap van Nathalie Ménigon een grote hoeveelheid drukwerk naar Frankrijk. Bij een verkeersongeluk op de snelweg Brussel-Parijs, in de buurt van Senlis, raakt Ménigon zwaar gewond. Ze ligt een week bewusteloos in het ziekenhuis en haar genezing neemt maanden in beslag. Als gevolg van het ongeluk blijft ze een beetje mank lopen. Rouillan geeft Carette de schuld voor het ongeluk. Er treedt tijdelijk een verkoeling in hun relatie in. De grootste publiciteit krijgt DOCOM naar aanleiding van de uitgave van het communiqué, waarin de FARL op 7 april 1982 de moord op Ya-cov Barsimentov opeist. De FARL (Libanese Gewapende Revolutionaire Fracties) verwerven in 1986 internationale bekendheid met een reeks blinde bomaanslagen in de Franse hoofdstad, die 12 doden en meer dan 150 gewonden kosten. De bomaanslagen in bekende warenhuizen of drukke winkelstraten worden opgeëist door het zogenoemde Solidari-teitscomité met Politieke en Arabische gevangenen. Met de terreurgolf probeert het Comité de vermoedelijke leider van de FARL, Georges Ibrahim Abdallah, vrij te krijgen. De DST, de Franse contra-spionage vindt, in een onderduikadres van Abdallah aan de rue Lacroix 18 in Parijs, het pistool dat gebruikt is voor de moorden op de Amerikaanse militaire attaché Robert Charles Ray (18 januari 1982) en Yacov Barsimentov (3 april 1982). De Amerikaanse regering stelt zich burgerlijke partij en zet de Franse regering zwaar onder druk om Abdallah te vervolgen. Deze laatste wordt op 3 juli 1986 veroordeeld tot vier jaar cel wegens het vervalsen van een paspoort en het oprichten van een 'vereniging voor misdadigers'. Op 2 maart 1987 wordt hij veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf wegens medeplichtigheid aan de moord op Ray en Barsimentov. Barsimentov, een agent van de MOSSAD, werd op 3 april 1982 in Boulogne neergeschoten. Vier dagen later vertelt de Israëlische geheime dienst haar Franse collega's van de DST de geschiedenis van de FARL en Georges Abdallah. De DST houdt die informatie ruim drie jaar voor de politie achter. Volgens de DST geeft Georges Abdallah op de dag van de aanslag de tekst van het opeisingscommuniqué aan Martine Toulotte. Die speelt hem vervolgens door aan Mohand Hamami, een lid van Action Directe. (26) Langs die weg komt de tekst uiteindelijk in Brussel bij Carette terecht. Hij drukt onmiddellijk de opeisingspamfletten van de FARL in het Frans, Arabisch en Turks. Op 8 april verspreiden sympathisanten van Action Directe de pamfletten in de Parijse vreemdelingenwijk Barbès. (27) De volgende dag arresteert de politie Hamami en Joëlle Au-bron in een garage aan de rue du Borrego in Parijs. In de garage treft de politie een groot wapenarsenaal aan. Ze vindt ook het machinepistool waarmee de FARL enkele dagen tevoren, op 31 maart, de Israëlische militaire handelsmissie had beschoten. (28) Gezien de logistieke samenwerking tussen de FARL, Action Directe en DOCOM doet de politie een inval in de drukkerij van Carette. Daar bevinden zich op dat moment de 17-jarige Christopher V., een trouwe aanhanger van Carette, en drie Franse sympathisanten van Action Directe. De politie vindt tijdens de huiszoeking een stapel pamfletten van de FARL maar de drukplaat is spoorloos verdwenen. Na verhoor wordt Carette vrijgelaten. Hij ontspringt weer de dans. Het project 'Subversion' - Inhoud Op 15 februari 1981 ontvouwt Oriach zijn concept van de 'langdurige revolutionaire oorlog', waarin hij drie etappes onderscheidt: 'de gewapende propaganda', 'de burgeroorlog' en 'de revolutie'. Hij houdt een pleidooi voor de onmiddellijke voorbereiding van 'de gewapende propaganda'. Het behelst dat er een politieke lijn en een embryonale organisatie komen en dat de nodige logistieke en militaire schikkingen getroffen worden. De voorbereiding mag maximaal één of twee jaar in beslag nemen, want volgens Oriach is er maar één geldige vorm van politieke bewustmaking: 'de gewapende actie'. Niet gehinderd door enige werkelijkheidszin voorspelt hij: 'De gewapende propaganda zal de arbeiders geestdriftig doen toevloeien' (29). En verder: 'De accumulatie van acties zal de bevolking gewennen aan de gewapende strijd'. (30) In de fase van de 'gewapende propaganda' ligt de klemtoon op het propagandistisch effect van de acties. 'Het komt er in eerste instantie op aan communistische ideeën te verspreiden en de acties staan in functie daarvan', aldus Oriach. (31) Op dat ogenblik zit hij nog in 'la Santé'. Maar ruim een halfjaar later, op 14 september, komt hij vrij dank zij de amnestie-maatregel van de Franse regering. Oriach brengt enkele dagen bij Carette door. Op dat moment werken ze aan een ambitieus plan. Samen met een handjevol Franse, Zwitserse en Belgische vrienden lanceren ze op 10 januari 1982 het project 'Subversion'. Hiermee proberen ze de twee eerste stappen naar de 'gewapende propaganda' te zetten, nl. het uitwerken van een politieke lijn en het aantrekken van aanhangers. In het beginselprogramma spreken ze zich in abstracte bewoordingen uit voor het 'communisme', het 'anti-imperialisme' en de 'gewapende strijd'. Het communisme wordt omschreven als 'een oneindig project, een wensdroom, een te veroveren vrijheid'. Oriach en Carette blijven met opzet vaag om een zo breed mogelijke aanhang te verwerven. Ze bepalen wel concreet en precies waarvan ze tegenstander zijn. En dat is niet gering: 'Het parlementarisme, het openlijke en vermomde nationalisme, het anti-terrorisme en de variant ervan, het pacifisme, de vakbeweging, het electoralisme, 'de alternatieve' mystificaties, het anti-fascisme en het reformisme'. Om geestesverwanten te rekruteren geeft het collectief een blad uit. Het 'nul-nummer' verschijnt op 1 mei 1982. Het is volledig gewijd aan 'Crisis, oorlog en proletarisch internationalisme', een tekst van de Rode Brigades. Al gauw komt uit dat Carette gesjoemeld heeft. Hij heeft er niets beters op gevonden dan het stuk af te drukken zonder toestemming van de Franse Groep voor Proletarische Informatie (CIP), die het artikel uit het Italiaans had vertaald. In een open brief laakt de CIP Carettes manier van doen. 'Wij geven de vertaling aan kameraden van Subversion. Ze hadden ons voorgesteld hem te drukken. Eerst stellen ze de publikatie een maand uit, en dan geven ze de tekst simpelweg onder hun eigen naam uit, hoewel ze zelf geen vinger ervoor hebben uitgestoken. Ze hebben op de koop toe het artikel nog behoorlijk verminkt ook, want het wemelt van fouten, ontbrekende stukken, ...', aldus de CIP. Pas in augustus 1982 verschijnt het eerste nummer van Subversion. Het heeft veel weg van een luxueus boek. Het eerste nummer vestigt de aandacht op thema's die later in de CCC-campagne centraal zullen staan. 'De imperialistische oorlog omvormen tot een burgeroorlog en de kleinburgerlijke vredesbeweging aan de kaak stellen', zo luidt het devies. En verder: 'Sinds jaar en dag worden onze multinationals gehekeld. Het gaat er nu om de drempel van de gewapende strijd te overschrijden, want dat is de enige geloofwaardige vorm van communistische propaganda'. In het nummer verschijnt ook het RAF-communiqué in verband met de aanslag op generaal Haig. Geïnteresseerde lezers kunnen rechtstreeks reageren via postbus 150, rue Sterckx, 1060 Brussel. Carette woont om de hoek. Hij heeft de postbus gehuurd. Op het ogenblik dat het eerste nummer verschijnt, is de wereld getuige van het beleg van Beiroet. Op 3 juni 1982 pleegt de groep van Nidal een aanslag op de Israëlische ambassadeur in Londen, Schlomo Argov. Dit geeft Israël een alibi om met de lang voorbereide operatie 'Vrede voor Galilea' de PLO definitief uit te schakelen. Daags na de aanslag voeren Israëlische vliegtuigen zware bombardementen uit op PLO-doelen in Libanon. Twee dagen later rukt een Israëlische legermacht van 120.000 man Zuid-Libanon binnen met de stilzwijgende instemming van de Amerikaanse defensieminister Haig. Israël rekent op een bliksemoverwin-ning, een gezondheidswandeling van hoogstens zes dagen. Het valt anders uit. Bijna drie maanden houden de Palestijnse strijders en hun linkse Libanese bondgenoten stand tegen de Israëlische overmacht. Uitgerekend op dat moment komen de FARL en Abu Nidal opnieuw in actie. Met bloedige anti-semitische aanslagen leiden ze de aandacht af van de Israëlische interventie en ondermijnen ze de politieke positie van de PLO. Op 9 augustus richten drie mannen een bloedbad aan in het joodse restaurant Goldenberg, aan de rue des Rosiers in de Marais, de joodse wijk in het hartje van Parijs. Er vallen 23 gewonden en zes doden. De terreurdaad wordt toegeschreven aan de groep-Nidal. Veertien dagen later, op 21 augustus, slaat de FARL toe. Een bom ontploft op de avenue de la Bourdonnais in Parijs. Twee leden van de ontmijningsdienst laten er het leven. Op 18 september schiet een huurmoordenaar van Abu Nidal, vanaf de stoep in het wilde weg op ioodse gelovigen die zich naar de Brusselse synagoge aan de Regentschapstraat begeven om er hei ioodse nieuwjaar te vieren. Vier mensen raken gewond. De Israëlische ambassade aarzelt niet om de PLO voor de aanslag verantwoordelijk te stellen. Tijdens het beleg van Beiroet werken Oriach en Carette koortsachtig aan het tweede nummer van Subversion. Hij staat geheel in het teken van het Midden-Oosten en de strekking is fel anti-PLO. De auteurs deinzen er niet voor terug de oorzaak voor de Israëlische invasie te zoeken in de 'zwakke weerstand' van de PLO. Ze oordelen dat de PLO voldoende bewapend was om Israël een beslissende slag toe te dienen. Schaamteloos beweren ze dat de PLO-leiding lafhartig voor het Israëlisch leger op de vlucht sloeg en de Libanese bondgenoten in de steek liet. Ze gaan zo ver alle 'revolutionairen' op te roepen een eind aan het 'PLO-verraad' te maken en de PLO-leiders te 'verjagen'. In feite loopt Subversion hiermee vooruit op de strijd, die de door Syrië gesteunde dissident Abu Moussa in mei 1983 tegen de PLO ontketent. In het tweede nummer van Subversion keren Oriach en Carette zich niet alleen tegen de Palestijnse vrijheidsstrijd, maar ontwikkelen ze ook een merkwaardig soort anti-semitisme. Oorspronkelijk wilden ze het artikel ' Auschwitz of het grote alibi' afdrukken. Dit artikel werd in 1979 gepubliceerd door la Vieille Taupe, een links-anarchistische Franse uitgeverij , die echter ook werk van anti-semitische auteurs als Paul Rassinier verspreidt. De publikatie lokte felle protesten uit van de Franse linkerzijde, omdat het artikel volledig aansluit op een in het midden van de jaren zeventig ontstane ideologische stroming, die wordt aangevoerd door Ro-bert Faurisson, professor aan de universiteit van Lyon. Faurisson streeft ernaar de 'geschiedvervalsing' ten aanzien van het nazisme te weerleggen op een 'wetenschappelijke' manier. Hij tracht te 'bewijzen' dat de verhalen over de gaskamers pure verzinsels zijn. Een citaat uit het Auschwitz-artikel: 'Een recente affiche schrijft de dood van vijftig miljoen mensen, waaronder zes miljoen joden, aan het nazisme toe. Die stelling stemt overeen met de zogenaamde communistische slogan: 'fascisme-oorlogs-stoker'. Het zijn allemaal typisch burgerlijke opvattingen'. Het artikel verhaalt de geschiedenis van Joel Brand die met de SS onderhandelde om een miljoen joden vrij te laten in ruil voor 10.000 vrachtwagens. Het overlaadt de SS met lof: 'Niet alleen de joden,maar ook de SS'ers lieten zich vangen aan de humanitaire propaganda van de geallieerden!'. En verder: ' De SS was langzaam van begrip. Ze geloofde in de idealen van het Westen. Ondanks de mislukking van de missie van Joel Brand en te midden van de moordpartijen, probeerde de SS nog joden te verkopen aan het Joint Jewish Committee. Ze liet zelfs 1.700 joden naar Zwitserland vertrekken bij wijze van 'voorschot'. Maar de SS stond alleen. Niemand anders was geïnteresseerd in de zaak'. Dat bedenkelijk artikel willen Carette en Oriach persé in Subversion afdrukken. Hun voornemen stuit echter op het verzet van een aantal leden van het collectief. Uiteindelijk wordt 'Auschwitz het grote alibi' vervangen door een artikel van Oriach, getiteld 'De Palestijnse strijd en de Europese revolutionairen'. Geen kritiek op het zionisme, wel openlijke jodenhaat. 'Het Romeinse rijk heeft te vuur en te zwaard enkele straaltjes beschaving gebracht in de duisternis van de joodse godsdienst', heet het. Volgens Oriach is de uitroeiing van de joden niet de realisatie van een programmapunt van het nazisme. Hij schrijft: 'Een belangrijk deel van de kleinburgerij, waartoe de joden merendeels behoorden, was uit historisch oogpunt gedoemd van het toneel te verdwijnen door de onvermijdelijke ontwikkeling naar het monopoliekapitalisme en de daarmee gepaard gaande proletarisering van die bevolkingslaag'. Niet voor niets staan Carette en Oriach achter de bloedige anti-semitische aanslag op het joodse restaurant Goldenberg. 'We hebben niets tegen de keuze van het doelwit', luidt hun commentaar. 'Het is zowel politiek als militair een correcte actie'. Ze vinden alleen dat de daders wat selectiever te werk hadden kunnen gaan, vermits bij de aanslag ook niet-zionistische slachtoffers vielen. In dezelfde bewoordingen praat Carette de aanslag op de Brusselse synagoge aan de Regenschapstraat goed in het CCC-communiqué na de aanslag op Honeywell. Begin oktober 1982 legt Oriach de laatste hand aan het tweede nummer van Subversion. Hij heeft enkele artikelen en documenten opgeborgen in een kastje in het Parijse Noord-station. De politie opent in het geheim het kastje en copieert de papieren. De pas benoemde staatssecretaris voor openbare veiligheid, Joseph Franceschi, geeft opdracht Oriach op te pakken. Op 12 oktober wil Oriach een aantal artikelen, bestemd voor publi-katie in Subversion, naar Carette brengen. Op het moment dat hij het kastje wil openen, wordt hij door de politie gearresteerd. De politie legt beslag op een 'bilan' van de recente terreurgolf in Parijs. Hierin keurt Oriach de FARL-aanslagen goed. Verder blijkt het dat hij een dossier van Israëlische doelwitten en anti-joodse aanslagen heeft aangelegd. Op 23 juni 1983 veroordeelt de 14de kamer van de Parijse correctionele rechtbank Oriach wegens 'bendevorming' tot 6 j aar cel. De rechtbank baseert zich alleen op zijn teksten en uitlatingen. Zo had hij geschreven: 'Als wij aanslagen plegen...'. Over de FARL-aanslag in de avenue de la Bourdonnais had hij verklaard: 'De aanslag is jammer genoeg mislukt. Ik begrijp niet waarom die actie schandelijk zou zijn'. Door Oriachs arrestatie raakt het tweede nummer van Subversion niet tijdig klaar. Het zal pas op 1 mei 1983 uitkomen. Het is ook het laatste nummer want de spanningen tussen de voor- en tegenstanders van de pu-blikatie van het Auschwitz-artikel zijn zo hoog opgelopen dat het collectief uiteenspat. Een eerste splintergroep schaart zich rond Jacques Vergès, de vermaarde advocaat van Gestapo-chef Klaus Barbie, 'de slager van Lyon', en Georges Abdallah. De groep geeft een nieuw tijdschrift uit, Correspondances Intemationales, dat gedrukt wordt door Carette Het handjevol Zwitserse leden gaat door met de publikatie van Subversion. Daarin verschijnen enkele korte artikels van Pierre Carette en Betrand Sassoye onder hun gezamenlijke schuilnaam 'Pierre Bertrand'. Onder dat pseudoniem hadden ze ook een telefoonnummer. De Franse geestesverwanten van Oriach publiceren op hun beurt een nieuw blad, dat Combattrepour Ie communisme wordt gedoopt. Het eerste nummer verschijnt op 1 mei 1983 en bevat het gewraakte Auschwitz-artikel. Carette en zijn aanhangers ten slotte werken aan Ligne Rouge. 'Met gewapende acties alleen bouw je geen organisatie op', schrijft Öri-ach aan Carette. 'Men heeft ook vreedzame middelen nodig voor taken als: agitatie, propaganda, theoretische en politieke vorming van de clandestiene partizanen en de wel of niet georganiseerde arbeidersleiders'. (32) Wat Oriach hier verkondigt, komt overeen met de klassieke theorie van de 'concentrische cirkels'. Er is een gewapende clandestiene kern. Daaromheen bevinden zich dan kringen van legale en half-legale sympathisanten en helpers, die zelf geen aanslagen plegen, maar doelwitten daarvoor uitzoeken, schuilplaatsen organiseren en politieke propaganda maken. Als een lid van de harde kern wordt gearresteerd, schuift iedereen een beetje op naar het middelpunt, enerzijds om de aangehoudene te vervangen, anderzijds om in de buitenste kring plaats te maken voor vers bloed. Het ligt voor de hand dat Carette ook een legale steungroep wil organiseren. In september 1983 sticht hij met Christopher V. 'het collectief Ligne Rouge'. Christopher V. maakte in 1981 op 16-jarige leeftijd kennis met Carette. Hij is bekend van de uitzending 'Infra-Rouge' op het Brusselse vrije radiostation 'Air Libre'. Chantal Paternostre, een overtuigde anarchiste, werkt ook mee aan 'Air Libre' waarvan haar echtgenoot, Michel Tolley, de schatbewaarder is. De anarchistische animatoren van 'Air Libre' schrappen vrij snel het programma 'Infra-Rouge', want de fanatieke pleidooien voor de gewapende stadsguerrilla, die Christopher V. in de uitzending houdt, gaan hen te ver. Carettes medestanders van het eerste uur, Didier Chevolet en Pascale Vandegeerde, zitten ook in het collectief. In oktober verlaat het gezelschap de Albaniëstraat in Sint-Gillis. Chevolet woont een tijd aan de Kemelbergstraat 1 en trekt daarna in bij zijn vriendin, Pascale Vandegeerde. De drukkerij wordt overgebracht naar een pand aan de rue des Foulons 33 Ie Brussel. Het collectief geeft vanaf september 1983 een maandblad uit. In tegenstelling tot Subversion bevat Ligne Rouge geen eigen bijdragen en commentaren. Dit duidt op de politieke zwakte van Carette. Het eerste nummer pakt meteen uit met het hatelijke Auschwitz-artikel. Carette wil nieuwe sympathisanten aantrekken. Uit de keuze van de teksten kan men opmaken op wie hij zoal mikt. Het eerste nummer is in dat opzicht leerrijk. In de hoop enkele aanhangers van traditioneel uiterst links te winnen, publiceert hij de 'Partizanenoorlog', een artikel dat Lenin schreef in 1905. Op dat moment waren arbeiders en boeren massaal tegen de dictatuur van de tsaar in opstand gekomen. Oriach had deze tekst besproken in een brief, die dateert van 15 februari 1981. Merkwaardig genoeg laat Carette, zonder enige uitleg, de helft van Lenins tekst weg. Hij schrapt juist de passages waarin Lenin wijst op het belang van de massastrijd. Het eerste nummer bevat ook een artikel van de Rode Brigades over de affaire-Peci, een 'berouwvolle ex-terrorist' die in ruil voor strafvermindering doorslaat en om die reden terechtgesteld wordt. Babar had eind 1980, tot ongenoegen van Carette, partij gekozen voor 'berouwvolle terroristen'. Zijn stellingname had heel wat wrevel gewekt bij een deel van zijn anarchistische achterban. De publikatie lijkt dan ook bedoeld om anarchistische opposanten aan te trekken. Verder is er een communiqué van een groep 'internationalistische communistische militanten'. Die pleegde op 15 juli 1983 in Parijs een aanslag tegen vrachtwagens van het landleger om de vrijlating van Oriach af te dwingen. Het laatste communiqué komt van de FARL en slaat op de aanslag tegen Barsimentov. Ligne Rouge vindt geen weerklank tenzij bij een handjevol autonomen, dat zich in de loop van 1984 groepeerde in FCI (Fraction Communiste Internationaliste). Sommige aanhangers van die mistige groep lokten in 1983 rellen uit tijdens de betoging van het gemeenschappelijke vakbondsfront. Hun slogans luiden: 'Weg met de vakbonden, de flikken van de werkgevers' en 'Weg met de arbeid'. Bij de ontbinding van de jongerenmars in 1984 provoceerden ze aan het Brusselse Zuid-station de rijkswacht die daarop tal van jongeren fotografeerde. Carette blijft noodgedwongen aangewezen op een minuscule groep medestanders: Chevolet, Vandegeerde, Christopher V. en Sassoye. Deze laatste deserteert in maart '82 terwijl hij zijn legerdienst in de kazerne van Vielsalm vervult. Hij wordt de eerste clandestiene aanhanger van Carette . Christopher V. zet zich het hardst in voor de verspreiding van Ligne Rouge. Hij bezorgt exemplaren aan linkse boekhandels in Brussel, Luik en Antwerpen. Geld speelt blijkbaar geen rol, want de exemplaren worden gratis bezorgd. Christopher V. tracht het blad ook te verkopen op allerlei linkse feesten. Bij politieke discussies gebruikt hij wel eens zonderlinge argumenten. Zo verdedigde hij de installatie van de kruisraketten met de woorden 'dat de arbeiders ze in beslag moeten nemen om ze tegen de bolwerken van de burgerij te richten'. Ligne Rouge verschijnt stipt maandelijks van september '83 tot juni '84, niet toevallig de maand waarin Carette onderduikt. Pas na de eerste CCC-aanslagen in oktober 1984 komt het blad opnieuw uit. Van dan af publiceert het tot en met januari 1985 maandelijks en nadien tweemaandelijks de CCC-communi-qués. Pascale Vandegeerde treedt op als verantwoordelijke uitgeefster. Haar vriend Didier Chevolet werkt tot september 1985 als DAC-er voor een vzw, die zich met theaterpromotie bezighoudt. Onder hun vrienden staan ze bekend als vriendelijk en inschikkelijk. Zij knappen in stilte heel wat praktisch werk voor Ligne Rouge op en trachten het blad te verspreiden aan de franstalige vrije universiteit in Brussel. Ondanks jarenlange nauwe omgang met Carette hebben ze nauwelijks politieke scholing genoten. 'Ik ben een politiek onervaren militant. Vanaf 1977 heb ik mij in diverse linkse kringen opgehouden. Maar ik heb me niet echt geëngageerd. Ik las en discussieerde niet. Ik luisterde alleen maar en probeerde mij een oordeel te vormen', zo typeert Chevolet zichzelf. (33) Vandegeerde en Chevolet hebben onmiskenbaar een diepe bewondering voor Oriach, met wie ze intens corresponderen. Op 15 juni 1985 schrijft Vandegeerde aan Oriach: 'Ik schrijf U niet alleen uit solidariteit, maar ook omdat ik als jonge militante op politiek gebied nog veel van U kan leren. Ik heb meer en meer het gevoel dat politieke vorming belangrijk is'. In september 1985 publiceert Vandegeerde in Ligne Rouge Oriachs artikel: 'De gewapende strijd'. (34) Rond de tiende september verlaten Pascale en Didier hun woning aan de Raadstraat 6 in Eisene. Pascale 'gaat met vakantie' en Didier 'trekt naar Frankrijk'. Ze duiken onder. Wie heeft deze twee onervaren jongeren ertoe gebracht ondergronds te gaan? Vanaf het ogenblik dat de CCC met hun bommencampagne beginnen, zien plotseling heel wat mensen iets in Ligne Rouge. Eén van hen is Cari-ne Tumba, die Vandegeerde opvolgt als verantwoordelijke uitgeefster en woordvoerster van Ligne Rouge. Hoewel ze nooit politiek actief is geweest, sluit ze bij Ligne Rouge aan uit pure bewondering voor de CCC. Naar eigen zeggen, heeft een huiszoeking bij een vriendin in het kader van 'Mammoet' haar 'wakker geschud'. Haar politieke ster rijst zo snel dat ze in de kortste keren de spil van de organisatie is. Een ander nieuw lid is Didier Sampieri. Als medeoprichter van een comité tegen de uitlevering van twee ETA-leden, Ormaza en Artexte, krijgt hij bezoek van de politie tijdens Mammoet. Hij heeft een faam die hem vooruitsnelt. 'Didier Sampieri, bijgenaamd Joe Dalton, is al sinds de jaren zeventig actief in uiterst linkse kringen. Hij is sympathisant van 'LRT' (Ligue Révolutionnaire des Travailleurs), op het ogenblik dat die organisatie verhuist naar de rue de la Buanderie', schrijft het Franse antifascistische blad Article 31. Verder: 'Hij installeert de verwarming in het gebouw. Maar LRT verdenkt hem ervan voor de politie te spioneren nadat hij in een drugzaak verwikkeld raakte. Daarop sluit LRT hem uit. Vervolgens duikt Sampieri op aan de franstalige vrije universiteit in Brussel, waar hij enkele staaltjes van zijn agitatorisch talent ten beste geeft. Zo verstoort hij met molotov-cocktails een toespraak van de Franse minister Paniatowski. De politie laat begaan, waardoor Sampieri nog meer verdenkingen op zich laadt. Begin 1980 is hij betrokken bij het vernielen van de Andreas Smit, een schip dat kernafval vervoert. Naar aanleiding daarvan belandt hij in de gevangenis. Het is dan enkele jaren stil rond hem, waarna hij zijn come-back viert in het collectief Ligne Rouge'. Volgens welingelichte bronnen werkte X voor rekening van de staatsveiligheid in het Comité ter Verdediging van de Politieke Gevangenen in Wcsi-Duitsland, waarvan advocaat Graindorge de bezieler was. In het begin van de CCC-campagne toont X geen politieke belangstelling. Hij komt pas in actie wanneer Vandegeerde en Chevolet onderduiken. Hij zoekt enkele gewezen marxisten op en probeert ze te rekruteren voor Ligne Rouge. Y, een jonge chauffeur, zit in Ligne Rouge tot het voorjaar van 1985. Hij staat in verbinding met een Brussels journalist, wiens banden met de Israëlische geheime dienst algemeen bekend zijn. Ligne Rouge houdt op met verschijnen wanneer Carette en Co in december 1985 gearresteerd worden. Niemand neemt de fakkel over. Op 31 juli 1986 schrijft een bittere Carette vanuit zijn cel: 'Dat legale structuren, die onder onze politieke leiding staan, belangrijk zijn, beseffen we heel goed. Daarover ging trouwens ons gesprek op het ogenblik dat we gearresteerd werden. We hadden het erover dat er dringend een oplossing moest komen voor het immense verschil in niveau tussen enerzijds onze offensieve guerrilla en anderzijds onze teleurstellende werking naar de massa's toe'. Hij vervolgt: 'We bespraken de noodzaak van de opbouw van legale structuren. Het is pas na discussie met Didier en Pascale dat we ons bewust werden van het totale verval van Ligne Rouge'. Carette heeft zijn eigen politiek verleden in gedachte: 'We hadden ons ingebeeld dat zo'n structuur automatisch onze politieke leiding zou accepteren. Let wel, ik ben geen anarchist en ik droom niet. Ik besef ook wel dat een militant scholing nodig heeft. Ik ging evenwel uit van de redelijke verwachting dat Ligne Rouge onze politieke autoriteit spontaan zou erkennen. Dat was toch ook onze houding ten aanzien van de RAF in de periode van 1976 tot 1979. Maar Ligne Rouge weigert het. Hoe zoiets komt? Het antwoord is simpel: geen enkel politiek kader deelt onze marxistisch-leninistische visie'. (35) Waarop hij het doodvonnis voltrekt: 'Het collectief Ligne Rouge is slechts een stelletje duistere figuren, avonturiers en kleinburgers die last hebben van exotisme. Daarnaast zijn er nog enkele jonge militanten. Het is hoog tijd deze laatsten uit die kwade droom te helpen'. In 1983 pleegt Carette in Parijs enkele malen overleg met Jean-Marc Rouillan en andere leiders van Action Directe. Hij heeft er ook gesprekken met gevluchte Rode Brigadisten. De terroristische strategie en de eventuele oprichting van een internationaal persbureau staan op de agenda. Op 31 mei 1983 verlaten de A.D.-leden Regis Schleicher, Mohand Hamami, Nicolas Halfen en het Italiaanse duo, Gloria Argano en Franco Fiorina, een onderduikadres aan de rue Manuel 4 in Parijs. 200 meter verderop in de avenue Trudaine willen 2 politieagenten hen aan een identiteitscontrole onderwerpen. Ze worden ter plekke neergeschoten. In het schuiladres luisteren Rouillan en Ménigon met een scanner de politie af. Ze horen de schoten en slaan op de vlucht. In het schuiladres vindt de politie de vingerafdrukken van Carette. De schietpartij brengt maandenlang het Franse politieapparaat op de been. Om aan de klopjacht te ontsnappen zoeken leden van Action Directe geregeld onderdak in België. Op 23 augustus 1985,ontdekt de politie in een 'conspiratieve woning' aan de Landhuisjesstraat in Ukkel een wapenarsenaal en de vingerafdrukken van de vier kopstukken van Action Directe: Rouillan, Ménigon, Aubron en Cipriani. Tegen het viertal wordt midden januari 1986 een aanhoudingsbevel uitgevaardigd vanwege hun mogelijke betrokkenheid bij de aanslagen van de FRAP. (36) Begin maart 1984 trekt een Toyota de aandacht van de Franse politie. Nader onderzoek wijst uit dat de auto gehuurd werd bij een Brusselse firma. Deze onderneming wordt dag en nacht bewaakt. Op 13 maart 's ochtends arriveert de Toyota met Rouillan, Ménigon en Schleicher. De Belgische en Franse politie staan dicht bij een sensationeel succes. Maar de jonge inspecteur van de Brusselse gerechtelijke politie, Jean-Marie Arnoult, begaat de flater van zijn leven. Hij laat zich overmeesteren en de Belgische en Franse politiemannen moeten machteloos toezien hoe de drie terroristen er met hun gijzelaar vandoor gaan. Even later laten ze hun slachtoffer vrij, na hem eerst beroofd te hebben van zijn pistool, identiteitskaart en agenda. Twee dagen later wordt Schleicher in Avignon gearresteerd. Ménigon, Rouillan, Cipriani en Aubron worden op 21 februari '87 in Vitry-aux-Lo-ges aangehouden, niet toevallig twee dagen voor Georges Abdallah in Parijs terechtstaat. In november 1984 had Cipriani met een vals Belgisch paspoort op naam van Eric Oerdeil een boerderij in Vitry-aux-Loges gehuurd. De leden van Action Directe hadden een Peugeot 205 voorzien van een valse Belgische nummerplaat met het kenteken AGB 248 B. In de boerderij vindt de politie het pistool van inspecteur Arnoult en een geweer dat afkomstig is van de overval, die in de nacht van 12 mei 1984 op de kazerne van de Ardense Jagers in Vielsalm werd gepleegd. (37) Het notitieboekje en het paspoort van inspecteur Arnoult worden midden januari 1986 gevonden in een vluchtadres van de CCC aan de Grevelingenstraat 14 in Sint-Joost-ten-Node. (38) Op 29 maart 1984 duikt de broer van Georges Abdallah, Maurice, in Brussel op. Op dat ogenblik brengt Carette alles in gereedheid voor de 'hete herfst'. Maurice Abdallah schrijft zich in aan de tolkenschool en telt zonder verpinken 60.000 BF neer. Le Vif acht het niet uitgesloten dat hij Carette op een of andere wijze hulp heeft geboden. (39) Naar verluidt komt er trouwens een 'Libanees' voor op de verdachtenlijst van de Anti-terroristische Gemengde Groep. Op 19 november 1984 weigert de regering Maurice Abdallah een verblijfsvergunning toe te staan waarop hij naar West-Duitsland uitwijkt.(40) In de zomer van 1984 is de concrete voorbereiding van de CCC-campagne in een beslissende fase getreden. De doelwitten worden herhaaldelijk grondig verkend en gefotografeerd. In het CCC-communiqué 'Concrete antwoorden op concrete vragen' zegt Carette dat hij onder de blakende julizon inlichtingen vergaart over de NATO-pijpleidingen, die de CCC op 11 december 1984 opblazen. Bij de logistieke voorbereiding komt heel wat kijken: aankoop van snelkookpannen en gasflessen, inrichting van onderduikadressen en wapenbergplaatsen, diefstal van auto's enzovoorts. Al die voorbereidingen moeten clandestien gebeuren. Daarom duikt Carette in juni onder. In dezelfde periode vindt een ophefmakende diefstal plaats. In de nacht van 2 op 3 juni wordt 816 kg. springstof gestolen in de steengroeve van Scoufflény, nabij Ecaussines. De steengroeve wordt niet meer geëxploiteerd. Maar er ligt nog een grote hoeveelheid springstof, zowel nitraat als dynamiet. In de tweede helft van mei hadden onbekenden al tweemaal vergeefs gepoogd in de steengroeve in te breken. Maar het is een hele klus. De bunker is omringd met een betonnen muur van 3 meter hoog en daarboven staat nog prikkeldraad. In het midden van de bunker ligt het springstofdepot, dat beschermd wordt met 8 mm dikke platen van staal en beton. Om de bunker te bereiken moeten achtereenvolgens drie poorten, twee getraliede deuren en een met stalen platen gepantserde deur gepasseerd worden. Alle sloten worden beschermd door met geheime codes uitgeruste veiligheidssystemen. Hoe zijn de daders tewerk gegaan? Volgens de politie werd de diefstal gepleegd door een commando van 3 à 5 man, die de beschikking hadden over een jeep of een vrachtwagen. De eerste hindernis, de omheining, hebben de daders zonder al te veel problemen genomen. Daarop hebben ze de eerste twee bunkerdeuren met drilboren en elektrische zagen opengebroken. In de derde deur werd een gat van 40 bij 70 cm gesneden. Vervolgens hebben ze 32 kisten met elk 25 kg dynamiet buiten gesleurd. De daders gingen daarbij oordeelkundig tewerk, want zij namen bijvoorbeeld wel dynamiet, maar geen nitraat mee. Volgens de CCC werd de inbraak door een 'gemengde groep' gepleegd. 'Via discussie met buitenlandse groepen hebben we een minimum aan samenwerking op logistiek gebied bewerkstelligd. Ziehier het voorbeeld dat alle auteurs van politieromans verwachten: in juni 1984 hebben internationale revolutionairen de bunker van de steengroeve in Ecaussinnes aangevallen', aldus de CCC. En ze verduidelijken: 'Al de springstof die we gebruikten tijdens de eerste anti-imperialistische campagne was afkomstig van de diefstal'. (41) Twee maanden na de inbraak, wordt 23 kg. van de gestolen springstof teruggevonden in een bomauto voor de kantoren van de Westeuropese Unie in Parijs. Die aanslag van Action Directe mislukt doordat het ontstekingsmechanisme niet werkt. Op 18 december 1984 gebruikt de RAF 25 kg. springstof van Ecaussines bij een eveneens mislukte aanslag tegen een Nato-opleidingsschool in Oberammergau. (42) Op de trein Brussel-Parijs wordt op 24 april 1985 Muzzafer Kacar gearresteerd. Hij is in het bezit van vier staven dynamiet uit Ecausinnes, en 9 valse Belgische rijbewijzen en paspoorten. Gelijkaardige valse documenten waren aangetroffen bij twee sympathisanten van het 'Collectief Frédéric Oriach'.(43) Kagar beweert de springstof in het Brusselse Centraal Station van een onbekende gekocht te hebben. Meer uitleg wil hij niet kwijt. Aanvankelijk wordt aan de diefstal in Ecaussines weinig ruchtbaarheid gegeven. Wel meldt Le Soir op 15 september 1984 dat de justitie de daders in de kringen van RAF-sympathisanten zoekt. Volgens de krant zou de politie de daders schaduwen en zou hun arrestatie op til zijn. Zover zal het evenwel niet komen. Zeventien dagen later ontploft de eerste CCC-bom. 2. Veertien maanden 'Gewapende propaganda' - Inhoud Op 2 oktober 1984 ontploft de eerste CCC-bom. De 'anti-imperialistische' campagne is zogezegd gericht tegen de Nato en de plaatsing van de kruisraketten. In feite keren de CCC zich in eerste instantie tegen de vredesbeweging. De 'anti-imperialistische campagne' eindigt op 15 januari, met een bomaanslag tegen de Shape. Die dag valt bij een bezoek van Premier Martens aan Washington het doek in het rakettenvraagstuk. Na de 1 mei-aanslag waarbij twee brandweermannen omkomen, beginnen de Pierre Akkerman en Karl Marx-campagnes. Het fascistisch terrorisme van de Bende van Nijvel richt bloedbaden aan in Eigenbrakel, Overijse en Aalst. Dit alles speelt zich af tegen de achtergrond van de algemene verkiezingen en het formatieberaad. Na 27 aanslagen worden Carette, Sassoye, Vandegeerde en Chevolet op 16 december in Namen gearresteerd. Op 2 oktober 1984 in de vroege morgen ontploft bij de firma Litton aan de Goede Herdersstraat 59 in Evere de eerste CCC-bom. De bom is slecht geplaatst: de schokgolf gaat vooral in de richting van de straat, zodat aan de overkant vele ruiten sneuvelen. Pech voor de CCC, die pochen dat ze 'de activiteiten van deze trust hopelijk voor lange tijd hebben verlamd'. Volgens de CCC bekleedt Litton een sleutelfunctie bij de produktie van het besturingssysteem van de kruisraketten, die de Nato in ons land wil installeren. De CCC weten met grote stelligheid dat Litton in juni 1984 bij de Amerikaanse marine twee contracten lospeuterde voor 14,3 en 97,6 miljoen dollar. De CCC noemen zich in hun eerste communiqué 'communistisch', wat nog niets zegt over de politiek die ze voeren, ook al harken de CCC lukraak een heleboel citaten van Marx, Engels en Lenin in hun persmededeling bij elkaar. Zij eisen de aanslag op uit protest tegen 'de toenemende tendens naar een imperialistische oorlog'. Het communiqué, dat het embleem van een vijfpuntige rode ster draagt, eindigt met 'alle macht aan de arbeiders', niet toevallig de oorspronkelijke naam van de marxistisch-leninistische Partij van de Arbeid. Dezelfde dag sturen de CCC nog een tweede tekst de wereld in, waarin ze enkele praktische wenken geven voor het geval mensen met hun aanslagen geconfronteerd worden, want 'België heeft tot nu toe te weinig kennis gemaakt met de gewapende strijd voor het communisme'. Zo raden ze onder andere aan hun instructies stipt op te volgen, niet met de politie samen te werken en gebouwen zo snel mogelijk te ontruimen. 3 oktober: de CCC slaan opnieuw toe. Ditmaal is de firma Man in Dil-beek het doelwit. Vijf snelkookpannen zijn onder vrachtwagens geplaatst en de parking is besprenkeld met zowat 150 liter brandstof. Tevens zijn de ' uitlaten van een aantal vrachtwagens volgestopt met ontvlambaar materiaal. De vuurzee, waarvan de CCC droomden, komt er niet. Amper een viertal vrachtwagens wordt beschadigd. Volgens kolonel Dumont van de ontmijningsdienst van het leger is het onstekingsmechanisme beslist niet het werk van een amateur.(44) 'Het werd echter verkeerd gebruikt', aldus Dumont. Opnieuw gaapt een kloof tussen dit magere resultaat en de strijdlustige taal van de CCC. 'De revolutionairen hebben de plicht de activiteiten van Man lam te leggen', aldus de CCC. En ze vervolgen: 'Wij willen aantonen dat het mogelijk is de oorlogsplannen te verijdelen'. Voorts beschouwen ze hun aanslagen als een verderzetting van de strijd, die met de aanslag op Haig in juni 1979 begon. Terwijl de politie bij het onderzoek niet ver komt, laat minister Gol weten dat de CCC een vertakking zijn van 'Action Directe'. La Dernière Heure noemt paard en kar: Pierre Carette is de hoofdverdachte. (45) Gol onthult dat het onderzoek wordt gecoördineerd door twee voor het grote publiek tot dusver onbekende anti-terreurdiensten: De Anti-terroristi-sche Gemengde Groep (AGG) en het College ter Bestrijding van het Terrorisme. De onderneming Honeywell aan de H. Matisselaan te Evere voelt zich in die oktoberdagen rechtstreeks bedreigd. Ze levert elektronikamateri-aal voor het besturingssysteem van de kruisraketten en bevindt zich op een boogscheut van het Nato-hoofdkwartier. De directie besluit uit voorzorg het computerpark naar een veiliger vleugel te verplaatsen. Terecht. Op 8 oktober laten de CCC een zware bom exploderen. Een bewaker ziet een dader wegvluchten, maar zijn hond erop afsturen, neen, daar voelt hij niks voor want 'die zou toch maar de konijnen achternazitten'. De CCC hebben ook het geluk dat de splinternieuwe camera's en het gesloten TV-circuit het nog niet doen. Later verklaren de CCC trots dat ze op die nieuwe situatie voorbereid waren: 'Enkele dagen voor de aanslag gingen een aantal kameraden Honeywell opnieuw verkennen om er zeker van te zijn dat de situatie nog dezelfde was als in juni. Tot hun verbazing bespeurden ze spionagecamera's op de plaats waar we van plan waren de bom te deponeren. Maar geen nood. Wij naar de winkel om 'cagoulles', jassen, overjassen en schoenen te kopen. Aldus vermomd zijn de kameraden het gezichtsveld van de camera's tegemoet getreden, terwijl anderen de bewakers in de gaten hielden...'(46) De drie doelwitten -Litton, Man en Honeywell- liggen enigszins voor de hand. Deze ondernemingen waren in het buitenland meermaals het mikpunt van terreuraanslagen. Enkele voorbeelden maken dit duidelijk. Op 14 oktober 1982 viel de groep 'Direct Action' Litton-Canada aan. Op 23 juni 1983 was Litton in Düsseldorf aan de beurt. De 'Revolutionare Zeilen' van hun kant pleegden bomaanslagen tegen Man in Mainz op 19 september 1983 en tegen Honeywell Buil in Düsseldorf op 20 november 1983. Het 'United Freedom Front' sloeg op 14 december 1983 toe bij Honeywell in New York. De terreurbestrijders hadden dit ook kunnen weten als ze Subversion en Ligne Rouge hadden nagekeken. Het zou hen overigens in staat hebben gesteld een meer selectieve en doeltreffende beveiliging te organiseren. In hun opeisingscommuniqué zeggen de CCC dat dit de 'anti-imperia-listische' oktobercampagne is. 'De mogelijkheid om de burgerij te verslaan ligt vandaag de dag in de ontwikkelde kapitalistische landen voor het grijpen', aldus de CCC. Tegelijkertijd raden ze de arbeiders aftegen de asociale regeringspolitiek te ageren: 'massabetogingen, wel of niet gewelddadig, stakingen, wel of niet algemeen, een vakbondswerking, strijdbaar of verzoenend ...: het heeft alleen maar geleid tot dure en teleurstellende nederlagen'. Verbazingwekkende taal, die vloekt met het ABC van een marxist, voor wie de massastrijd een voorwaarde voor veranderingen en een richtsnoer voor zijn politieke werking is. De CCC achten het ogenblik aangebroken om 'enkele belangrijke opmerkingen' te maken. Allereerst wijzen ze Gol terecht. 'Zowel op het vlak van de politieke leiding als wat de structuren betreft, opereren wij geheel en al onafhankelijk van Action Directe', beklemtonen de CCC. Wel sluiten ze in de toekomst een organisatorische en politieke eenheid met Action Directe niet uit, want 'de laatste acties en discussies van Action Directe wijzen op een kwalitatieve vooruitgang'. Verder wijzen de CCC erop dat de oprichting van de AGG niets te maken heeft met hun aanslagen, maar een reactie is op de aanslag tegen de Brusselse synagoge in de Regentschapstraat die op 18 september 1982 plaatshad. Een man schoot op joodse gelovigen die nieuwjaar kwamen vieren. De conciërge, een gelovige en twee leden van de bewakingsdienst werden daarbij gewond. Deze antisemitische aanslag werd door de PLO met kracht veroordeeld. De CCC daarentegen hebben er alleen maar lovende woorden voor: 'De actie tegen de synagoge beschouwen wij als een juist antwoord van het Palestijnse verzet op het zionistische imperialisme. De actie was selectief: er raakten alleen smerissen en leden van de zionistische geheime dienst gewond'. Volgens de CCC plegen zij met hun drie 'oktober-aanslagen' daadwerkelijk verzet tegen de plaatsing van 48 kruisraketten in Florennes en tegen bedrijven die meebouwen aan de raketten. Vanaf de eerste aanslag nemen de CCC de vredesbeweging op de korrel. Ze hebben het over 'haar voorspelbare politieke nederlaag', hoewel de vredesbeweging een indrukwekkende opgang kent sinds de regering van christen-democraten en socialisten zich op 12 december 1979 achter het Nato-dubbelbesluit schaarde, waardoor België zich bereid verklaarde 48 kruisraketten op zijn grondgebied te stationeren, als de Amerikaans-Russische onderhandelingen over wapenbeheersing en -vermindering niet tot een succes leiden. Eind 1979 dacht de rechterzijde nog dat het een peulschil was de kruisraketten te plaatsen. 'In mei 1980 wordt er weliswaar nog gepraat, maar dan zal het land wel weer andere kopzorgen hebben', schrijft Manu Ruys in De Standaard, daags na de goedkeuring van het dubbelbesluit, en hij voegt eraan toe: 'Overigens zal intussen begonnen zijn met de productie van de kernwapens'. (47) In de volgende jaren gaan de VS, de Nato en de Belgische ministers van Defensie door met achter de schermen de voorbereidingen voor de plaatsing te treffen. Zo gaat minister Swaelen op 7 februari 1981 -de regering Eyskens is op dat moment ontslagnemend en regelt alleen maar de 'lopende zaken'- akkoord met het 'plaatsingsschema' van de Nato. Dat bepaalt dat de eerste raketten geplaatst worden tegen midden maart '85. De publieke opinie, het parlement, noch de kabinetsraad is hiervan op de hoogte! Later wordt in het geniep begonnen met de aanleg van de kruisrakettenbasis in Florennes. Ondanks dat geheim ondemocratisch manoeuvreren groeit de raketten-beweging zeer snel. Op 3 mei 1980 demonstreren amper 2.000 tot 4.000 vredesactivisten in Brussel. Op 25 oktober 1981 is dat aantal al opgelopen tot 150.000 a 200.000 en op 23 oktober 1983 brengt de vredesbeweging niet minder dan 400.000 man op de been. Nooit voorheen hebben zoveel mensen zich geëngageerd in een strijd tegen de nucleaire wapenwedloop van de twee grootmachten. Uit de resultaten van de opeenvolgende opiniepeilingen kan worden afgeleid dat een grote meerderheid van de bevolking de Amerikaanse 'atoomparaplu' en kernwapens in België afwijst: december 1980 (KHID): 53%; oktober 1981 (UNISOP): 50% en (IAO): 65,9%; september 1983 (IMR): 78,8%; september 1984 (MAKRO-TEST):76%. De opgang van de vredesbeweging veroorzaakt in Washington veel onrust. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken organiseert hier in mei 1984 een eigen opiniepeiling. Een bevestiging van de algemene tendens: 60% van de Belgen voelt niets voor de opstelling van de Amerikaanse kruisraketten op Belgisch grondgebied. Zelfs mensen die geen flauw begrip hebben van politiek, kunnen begrijpen dat Washington en de Nato niet erg ingenomen zijn met de gang van zaken en alles in het werk stellen om dit anti-Amerikaanse tij te keren. Om het VAKA en de CNAPD de wind uit de zeilen te nemen wordt op 4 oktober 1984 het 'Comité voor Tweezijdige Ontwapening' (C20) aan de pers voorgesteld. Als voorzitter fungeert Philippe Cosyn, op dat moment beheerder van de Belgische Atlantische Vereniging en hoofdredacteur van het blad De Atlantische Wereld. Kortom, het comité is een zuiver Nato-produkt. Opmerkelijk is dat de vredesbeweging vanaf de eerste dagen van oktober 1984 tegelijk belaagd wordt vanuit rechtse -het C20- en zogenaamd uiterst linkse hoek -de CCC. Naast de vredesbeweging speelt vooral de CVP een sleutelrol bij het ra-kettenvraagstuk. Het is hier waar de schoen wringt. De CVP is vanouds gevangen in het Atlantisch bondgenootschap en haar beleid wordt bepaald door de marges die de Nato toestaat. Maar ze heeft het moeilijk met het brede anti-raketten verzet, waardoor het ACW-bureau zich gedwongen zag de vredesbetogingen in 1981 en 1983 te steunen. De Nato-club binnen de CVP, met Tindemans aan het hoofd, wringt zich in alle bochten en neemt haar toevlucht tot drakonisch ondemocratische procédés om de plaatsing van de kruisraketten door te duwen. Zo besluit het TVP-kongres op 19 februari 1984 dat 'er geen dringende reden is om een definitieve beslissing inzake de plaatsing te nemen'. Maar nog geen maand later, op 15 maart, verklaart Tindemans dat België zich loyaal zal houden aan het Nato-dubbelbesluit. Volgens hem moet de regering de internationale situatie nog éénmaal beoordelen en dan groen licht voor de rakettenplaatsing geven. Die beoordeling vindt op 13 juli binnen de regering plaats. Na afloop meldt ze dat 'gezien de vredesonderhandelingen geen concrete resultaten opleveren, België geen andere keuze heeft dan de plaatsing van de kruisraketten voor te bereiden aan het afgesproken tempo en tijdschema'. Kortom, de regering houdt geen rekening met het standpunt van het CVP-kongres en wil absoluut de Verenigde Staten en de Nato volgen. In oktober 1984 staat de vredesbeweging dus voor de uitdaging de regering met massale demonstraties en acties te dwingen zich te conformeren 1 het standpunt van de meerderheid van de bevolking. Op dat cruciale noment verschijnen de CCC op het toneel. De regering slaat terug - Inhoud 15 oktober, kort na middernacht, gooien de CCC een bom door de uit van het Paul Hymanscentrum aan de Napelsstraat 39 te Eisene. Daar is het onderzoeksinstituut van de PW en de PRL ondergebracht. De explosie beschadigt de benedenverdieping behoorlijk: het interieur en de dossiers worden vernield en een deel van de muur wordt uit de voorgevel geblazen. Boven wonen de conciërge en haar twee dochters. Er vallen geen gewonden. Een getuige ziet de dader wegvluchten in een Fiat Rit-mo. Twee dagen later is het secretariaat van de CVP in Gent aan de beurt. Ook deze explosie veroorzaakt enorme materiële schade: het drie etages hoge gebouw moet worden gesloopt omdat het instortingsgevaar te groot is. De CCC leggen uit dat ze de 2 regeringspartijen hebben aangevallen omdat ze 'direct bij de oorlogsvoorbereiding zijn betrokken'. Ze dragen de 2 aanslagen op aan de spoorwegarbeiders van Charleroi vanwege hun pioniersrol in de septemberstakingen van 1983. Dit neemt nochtans niet weg dat Carette en Co in hun politieke loopbaan amper een fabriekspoort hebben gezien, laat staan zich werkelijk in een staking hebben geëngageerd. De partij die dit precies wel doet, de PVDA, wordt voor het eerst zonder enige toelichting bestempeld als 'lakei van de burgerij'. De opeising van de 2 aanslagen door de extreem-rechtse groepering 'Delta' is voor de CCC aanleiding om hun gal te spuwen aan het adres van de ... anti-fascisten: 'Het anti-fascisme dat bij een groot deel van de arbeiders leeft, is een lovenswaardig gevoel, dat de bourgeoisie probeert uit te buiten', zeggen de CCC eraan toevoegend: 'Het is ook een misvormd, burgerlijk democratisch gevoel... een plan van klassencollaboratie'. Na de aanslag op het CVP-secretariaat wordt de toon van de regering grimmiger, 's Avonds houdt premier Martens een televisietoespraak die eindigt met een onverbloemde waarschuwing: 'De regering wil paal en perk stellen aan iedere vorm van geweld, die het vreedzaam en democratisch samenleven van de burgers in het gedrang brengt'. Eén ding is duidelijk: Martens en Gol bereiden een tegenaanval voor, maar er heerst verdeeldheid over de aanpak in de regering, het Anti-terreurcollege en de Anti-terroristische Gemengde Groep. Vooral de rijkswacht en de franstalige liberalen willen tot het uiterste gaan en het hele uiterst linkse kamp aanpakken. Maar de CVP en de PSC zetten een domper op de liberale verwachtingen, zoals blijkt uit een hoofdartikel in de conservatieve Gazet van Antwerpen. 'Dergelijke aanslagen houden het gevaar in dat het hele uiterst linkse spectrum met deze terroristen over één kam wordt geschoren, hoewel het overgrote deel van uiterst links terroristische middelen afwijst', aldus Jan Veestraeten. (48) Een compromis komt uit de bus: behalve de kleine kring rond Ligne Rouge en het vroegere RAF-comité van Carette zal de tegenaanval worden gericht tegen anarchistisch links, dat klein, versplinterd en zonder politieke steun het gemakkelijkst is aan te vallen en te vereenzelvigen met linkse terreur. Op 19 oktober om 5 uur 's morgens begint 'operatie Mammoet'. Tot de tanden bewapende politiemannen en rijkswachters doen 120 huiszoekingen, die gepaard gaan met ondervraging, inbeslagname van publikaties, adressen, foto's enzovoort. Anarchisten, anti-militaristen en zelfs Latijnsamerikaanse vluchtelingen worden zonder pardon van hun bed gelicht. Ook 2 parlementsleden, De Wasseige (PS) en Deleuze (Ecolo) krijgen bezoek van 'Mammoet'. Op het ogenblik van de huiszoeking, op 24 oktober, bevindt Deleuze zich plichtsgetrouw in het parlement! Achteraf beweren de gerechtelijke autoriteiten dat ze niet wisten dat Deleuze al vanaf 12 mei '79 woonde in het gemeenschapshuis in Sint-Joost-ten-No-de, waar de huiszoeking plaatshad. Voor het CCC-onderzoek is deze razzia een slag in het water -onderzoeksrechter Eloy vaardigt geen enkel aanhoudingsbevel uit- maar de rijkswacht en de terreurbestrijders hebben een rijke oogst aan informatie binnengehaald en minister Gol heeft zijn zin gekregen, nl. hard terugslaan en links als potentieel terroristisch stigmatiseren. Dat dit alles relatief weinig protest ontlokt, toont aan dat de regering en oppositie de rijen beginnen te sluiten rond de terreurbestrijding. De SP beperkt zich vooral tot juridische aanmerkingen op de operatie. De PS is zo mogelijk nog behoedzamer. Zij neemt vooral de huiszoeking bij haar parlementslid De Wasseige op de korrel. De PRL blijft pal achter Gol staan. La Demière Heure: 'Wij kunnen ons vandaag niet meer vermeien in juridische haar-kloverijen, die vroeger in bijeenkomsten van verfijnde geesten op abstracte wijze aan de orde waren. ... Op aanslagen reageer je niet met zedenpreken, maar met snel en efficiënt optreden'. (49) De makke politieke reacties op 'Mammoet' stimuleren Gol en de regering om verder te gaan. Op 19 oktober, de dag van Mammoet, keurt de ministerraad een bijkomend bedrag van 251 miljoen goed om de rijkswacht, politie en veiligheidsdiensten in staat te stellen meer personeel aan te werven. Gol ziet dat maar als de eerste stap. In een opzienbarend vraaggesprek met Pourquoi Pas, zegt Gol zonder omwegen dat het aan links ligt dat de staat niet 'gewapend' is om het tegen de terroristen op te nemen. (50) 'Niet veel staten staan er op gebied van veiligheid zo ongewapend voor als ons land', aldus Gol. 'De staatsveiligheid heeft niet eens een computer, en als gevolg van de georchestreerde perscampagnes is de rijkswacht haar microfiches B kwijtgespeeld'. Reagerend op het verwijt van uiterst links dat Mammoet alleen links en niet extreem-rechts viseerde, verklaart Gol: 'Uiterst links kan via de media zo'n psychologische actie ontketenen dat je ervoor bang zou zijn in die kringen een onderzoek in te stellen...'. Het is duidelijk dat Gol de afkeer en politieke verwarring die de CCC-terreur opwekken, tenvolle wil benutten om iedere democratische en linkse kritiek op een 'herbewapening van de staat' de kop in te drukken. Niet alleen links moet het ontgelden. In hetzelfde Pourquoi Pas-inter-view pint hij de vredesbeweging vast aan het CCC-terrorisme en valt hij fel uit tegen de actiecomités die vaak draaien om gewetensbezwaarden. Op de vraag of het niet wenselijk is de subsidiekraan dicht te draaien voor groeperingen die de staat 'destabiliseren' -wie anders dan de CCC destabiliseren de staat op dat ogenblik?- antwoordt de minister: 'Ik heb erop aangedrongen dat er een einde komt aan het schandaal van de subsidiëring van een hele reeks instellingen die de publieke opinie manipuleren en erop uit zijn het systeem op te blazen. Staatssteun wordt nogal eens gegeven via tewerkstelling van BTK-ers (Bijzonder Tijdelijk Kader) of DAC-ers (Derde Arbeidscircuit). Het is niet normaal dat rakettenbeto-gingen met behulp van BTK-ers op touw gezet worden en dat diverse groeperingen over gewetensbezwaarden kunnen beschikken om pacifistische propaganda te maken'. 'Maar', zo zucht Gol, 'we zitten niet alleen in de regering'. In het najaar van 1984 gaan die liberale denkbeelden de CVP en de PSC nog iets te ver. Pas in het voorjaar van 1986 zal daarin verandering komen. Het Sint-Annaplan maakt het dan tientallen democratische, pacifistische en vooruitstrevende groeperingen zo goed als onmogelijk nog gewetensbezwaarden in dienst te nemen. De eerder tamme reactie van de oppositie op Mammoet is niet van die aard dat het de rijkswacht en politie zou intomen. Op 26 oktober willen zo'n dertig anarchisten in Brussel vreedzaam demonstreren tegen 'het staatsterrorisme van operatie Mammoet'. Ze stuiten echter op niet minder dan 850 rijkswachters. In het parlement geeft Nothomb toe dat de enorme rijkswachtmacht niet minder dan 1,9 miljoen heeft gekost, wat omgerekend ongeveer 60.000 fr. per betoger betekent! Vier dagen later is het weer zover. Dan betogen een honderdtal Chileense anti-fascisten op de Brusselse Louizalaan uit solidariteit met de algemene staking in hun land. Op de RTBf is te zien hoe de 'ordehandhavers' tewerk gaan. Chileense ballingen worden met vrij ernstige verwondingen in het ziekenhuis opgenomen en evenveel anderen worden gearresteerd, als 'vuile communisten' uitgescholden en bedreigd met uitlevering aan Pinochet. Nothomb slaagt er toch nog in dit brutale geweld goed te praten: 'Ordehandhaving is een tere kwestie. Onze bedoeling is altijd de rust te handhaven en de buitenlandse ambassades te beschermen', verkondigt hij. Het zal lang duren voor het parket de beslissing neemt naast 4 Chilenen ook 4 leden van rijkswacht en politie te vervolgen. Voor de correctionele rechtbank in Brussel sleept het proces aan van september '86 tot 10 februari '87. Op die dag veroordeelt de rechtbank de 4 Chilenen tot voorwaardelijke gevangenisstraffen. Alle politiemensen worden vrijgesproken 'omdat ze enkel de orde hebben hersteld bij een verboden betoging'. (51) Na Mammoet zwijgen de CCC gedurende één maand. Inmiddels zorgt de rijkswacht op 5 november voor de verspreiding van de foto en het signalement van een 'getuige' in de CCC-zaak. Ze laat evenwel opzettelijk na de naam van de 'getuige' te vermelden. Het signalement -mager gezicht, rechte neus, licht kastanjebruin haar en middelmatige lichaamsgrootte is zo vaag en alledaags dat honderden mensen eraan kunnen beantwoorden. 'Is men erop uit een heksenjacht te ontketenen', vraagt La Cité zich af. (52) Het CCC-onderzoek krijgt stilaan ook een Europese dimensie. In Brussel worden Franse, Duitse en Italiaanse anti-terreurspecialisten opgemerkt. (53) De Franse politie gaat ervan uit dat Action Directe en de CCC ten minste op logistiek vlak elkaar bijstaan. Ze is ervan overtuigd dat Rouillan, Ménigon, en andere AD-kopstukken zich vaak in België ophouden. Nochtans ontkent Action Directe op 22 oktober politieke en organisatorische banden met de CCC te hebben. (54) Op 16 november houdt de Franse politie een grootscheepse zoekactie in het Noorden van Frankrijk aan de Belgische grens. Tegelijkertijd brengt de Franse minister van Binnenlandse Zaken Joxe een 'werkbezoek' aan minister Gol. (55) Op de dagorde staat een nauwere samenwerking van de politie- en anti-terreurdiensten. Joxe had in oktober de UCLAT (Unité de Coordination de Liaison Anti-Terroriste) opgericht, een dienst die als twee druppels water lijkt op Gols Anti-terreurcollege. Die twee anti-terreurdiensten en het Duitse Bundeskriminalamt staan voortdurend met elkaar in contact. Tegen de vredesbeweging - Inhoud Naarmate de in het Nato-plaatsingsschema vastgestelde begindatum van de stationering van de kruisraketten, namelijk midden maart 1985, nadert, stijgt ook de politieke koorts in Washington en bij een aantal Europese regeringen. In West-Duitsland bijvoorbeeld krijgen de Belgische bewindslieden vanwege hun 'besluiteloosheid' de smalende bijnaam 'pudding-politici'. 'De uitdrukking is mondgemeen geworden, maar zelden zag men het woord afgedrukt', schrijft de Gazet van Antwerpen. 'Doch nu staat het zelfs in de doorgaans genuanceerde en bezonnen Frankfurter Algemeine Zeitung'. (56) Ondanks de druk van de Atlantische bondgenoten lijkt de massale vredesbeweging alsnog de bovenhand te halen, want op 26 november bevestigt het CVP-partij bureau dat de Belgische regering niet definitief moet beslissen over de plaatsing van de kruisraketten, zolang er uitzicht is op een gunstige afloop van de ontwapeningsgesprekken in Genève. Dit zogeheten 'geactualiseerde' CVP-standpunt veroorzaakt politieke schokgolven in de Wetstraat. Dezelfde dag slaan de CCC weer toe. Ditmaal blazen ze twee telecommunicatiemasten op, nabij de vliegbasis van Bierset. Dat is de thuishaven van Mirage-V-jachtbommenwerpers die onder het directe commando van de Nato staan. Eén van de masten werd niet meer gebruikt en de andere diende nog slechts voor de burgerluchtvaart. Vandaar dat het communicatiecentrum niet bewaakt was. De CCC zijn zich tenvolle bewust van het provocatorische karakter van hun aanslagen die de zogenaamde gebrekkige beveiliging van de Natodoelwitten blootleggen. Is dat niet één van de voorwendsels voor haviken als generaal Close om aan te dringen op het introduceren van een speciale 'crisiswetgeving' ? In hun opeisingsbrief schrijven de CCC: 'De Nato kan niet lijdzaam toezien hoe haar bevoorradingsroutes, officieren, onderzoekscentra en militaire structuren bedreigd worden in een land dat haar hoofdkwartier herbergt'. Ze hekelen het 'pluralistische', 'democratische' en 'massale' karakter van de vredesbeweging. Ze verwijten de leiders 'bedriegers te zijn, apostelen van de politieke kapitulatie'. 'Men kan moeilijk tegen de oorlog vechten', aldus de CCC, 'indien men er zich niet op toelegt om hen die hem concreet organiseren en programmeren, uit te schakelen'. De CNAPD en VAKA zijn voor de CCC 'een circus, gecontroleerd door de burgerij'. De CCC laten niet na in dezelfde brief expliciet te verwijzen naar de situatie in de Duitse Bondsrepubliek: 'Daar is de vredesbeweging in volle ontbinding, terwijl op hetzelfde ogenblik er zich een anti-imperialistische guerrilla ontwikkelt onder de politieke leiding van de RAF'. Met hun uitval proberen de CCC verdeeldheid te zaaien in de pacifistische gelederen, wat alleen maar kan leiden tot een verzwakking van de massabeweging. Op 13 december moet Tindemans op de najaarsconferentie van Natoministers van Buitenlandse Zaken in Evere op het matje komen. Een dag vroeger heeft een medewerker van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Schultz in Brussel een onderhoud met de Belgische autoriteiten. Hij heeft het over de reclamecampagne van het State Department voor haar anti-terroristisch hulpprogramma, waarmee Washington probeert meer greep te krijgen op de buitenlandse politie- en terreur-bestrijdingsdiensten. Op dezelfde dag, 12 december tussen 5u20 en 6uO5 's morgens, plegen de CCC aanslagen op Nato-pijpleidingen in Ittre, Glons, Ensival, Gastuche en Gages. Telkens worden de kraankamers van de leidingen opgeblazen, wat op de meeste plaatsen gepaard gaat met spectaculaire vuurzeeën. Volgens kolonel Decavel en luitenant-kolonel Engels zijn de daders zeer professioneel tewerk gegaan en beschikten ze over verrassend nauwkeurige informatie. Dit blijkt ook uit het feit dat de CCC erin slaagden verschillende hoofdlijnen tegelijk uit te schakelen: in Ittre werd de pijplijn die van de Franse haven Le Havre over België naar Aken loopt vernield en in Ensival de pijplijn die Antwerpen met de Bondsrepubliek verbindt. De aanslagen stellen het pijpleidingennet, dat instaat voor de oliebevoorrading van de Nato-legers, drie dagen buiten werking. Vermoedelijk gebruikten de CCC bommen met een tijdmechanisme. Terwijl de pers zich verbaast over het planmatige en professionele optreden, blijven de CCC opvallend bescheiden. 'Wij hebben de adressen van de pompstations achterhaald in het telefoonboek en na lange wandelingen onder de blakende julizon zijn we bij de kraankamers terecht gekomen', beweren ze.(57) Waarom deze gecompliceerde uitleg, hoewel bekend is dat Vox, het blad van het ministerie van Landsverdediging op 18 maart 1982 uitvoerig berichtte over de pijpleidingen en de Duitse politie op 2 juli '84 in een conspiratieve woning in Frankfurt plannen van het Na-to-pijpleidingennet aantrof. (58) Walter De Bock stelde in dat verband aan kolonel Decavel en luitenant-kolonel Engels de vraag of de CCC geen geheim Nato-plan ten uitvoer brachten dat de vernietiging van het pijplijnennet inhoudt in geval van een bezetting door legers van het Warschaupact. De Bock: 'Op die vraag werd door de officieren slechts na enig aarzelen met 'neen' geantwoord'. (59) In hun opeisingsbrief verwijzen de CCC naar de strijd tegen de Nato die gevoerd wordt door andere Europese terreurgroepen. 'Heden ten dage verenigt en stimuleert de 'oorlog tegen de Nato' de revolutionaire beweging in de verschillende centra. Van Portugal tot West-Duitsland, van Italië tot Ierland, van Griekenland tot Spanje, ... steekt er een wind op van strijd en hoop ...'. 'Het bevreemdt', zo schrijft Manu Ruys in De Standaard, 'dat de acties van de CCC ondernomen worden in een periode waarin België zich niet gedraagt als de meest gewillige bondgenoot binnen de Nato... Het terrorisme van de CCC verzwakt de vredesgedachte en versterkt de invloed van de haviken. De kernvraag is dan wel, wie daar belang bij heeft?'. (60) De vraag stellen betekent ze beantwoorden: de pro-Atlantische rechterzijde in de eerste plaats slaat munt uit de aanslagen om haar positie te versterken, getuige daarvan de verklaring die minister Tindemans aflegt na afloop van de Nato-conferentie. Hij laat weten 'dat de Belgische regering spoedig kan besluiten tot de plaatsing van de kruisraketten na het bezoek dat hij zelf en de eerste minister aan Washington zullen brengen'. Anderzijds proberen pro-Nato-commentatoren de vredesbeweging af te schilderen als de politieke voedingsbodem van de CCC-terreur. 'Door met bomaanslagen aan te tonen dat de pompstations en de honderden kilometer pijpleidingen een makkelijk klusje zijn voor een handvol saboteurs wordt het vertrouwen in de Nato op de proef gesteld', aldus Gaston Williot in La Dernière Heure. 'Iedere strijd die wordt gevoerd om de plaatsing van de kernraketten uit te stellen ... speelt al wie tot elke prijs het vrije Europa wil ontwapenen in de kaart'. (61) Volgens Williot zijn de afkondiging van een soort staat van beleg en de inzet van het leger onafwendbaar, als de CCC hun activiteiten niet stopzetten. Vijf dagen daarna, op 18 december, zingt minister Vreven, weliswaar minder scherp, hetzelfde deuntje. Hij verklaart dat, ten gevolge van de CCC-aanslagen, de toestand van de rijkswacht stilaan onhoudbaar is geworden, zodat het kabinet het probleem van de rijkswachtversterking niet langer voor zich uit kan schuiven. In één adem onthult hij dat de rijkswacht speciale Posa-eenheden heeft opgericht, die zullen worden ingezet niet alleen om het terrorisme te bestrijden maar ook om als 'stillen' betogingen en stakingen te infiltreren. De rakettenknoop wordt doorgehakt - Inhoud Het uur van de waarheid is aangebroken. Op 14 en 15 januari 1985 zijn premier Martens en minister Tindemans op bezoek bij Reagan. Aan de vooravond neemt CVP-voorzitter Swaelen geen blad voor de mond. Hij bevestigt dat 'het standpunt van zijn partij duidelijk is: de regering kan in maart niet besluiten tot de onmiddellijke plaatsing van de raketten'. (62) Uitgerekend op 15 januari 's morgens brengen de CCC een bomauto tot ontploffing voor het gebouw van de Shape aan de Leuvense Steenweg I i in Sint-Stevens-Woluwe. De daders gaan daarbij koelbloedig tewerk: vlak voor de ontploffing leiden ze de aandacht van twee M.P.'s af en terwijl de militairen naar de achterkant van het gebouw lopen, parkeert een onbekende de bomauto voor de inkomhal. Hij springt er uit en rent naar de gereedstaande vluchtauto. Bijna onmiddellijk daarop ontploft de bomwagen. De politie vermoedt dat de springstof vanuit de tweede wagen telegeleid tot ontploffing is gebracht. De inkomhal en de uit glas en aluminium bestaande voorgevel worden zwaar toegetakeld. (63) De CCC dragen de aanslag op aan de RAF-gevangenen, die in volle hongerstaking zijn om het statuut van politiek gevangene af te dwingen. Ze leggen uit dat met deze 'offensieve' aanslag een einde is gekomen aan hun eerste anti-imperalistische campagne. Met veel omhaal van woorden maken de CCC een voorlopig bilan op van wat zij met Oriachs termen bestempelen als de eerste etappe van 'de gewapende propaganda'. Wat voor resultaten hebben ze naar eigen zeggen zoal behaald? 'Vandaag hebben de arbeiders tenminste het burgerlijk parlement door', aldus de CCC. 'Ze zien Martens en Tindemans naar Washington snellen om er de bevelen in ontvangst te nemen'. Ze constateren zelfvoldaan: 'Alle politieke doeleinden die we voor ogen hebben gehad, zijn bereikt'. In hun opeisingsbrief halen de CCC het volgend citaat van Lenin aan: 'Het idee dat een revolutie alleen door revolutionairen gemaakt kan worden, is de grootste en gevaarlijkste vergissing die communisten kunnen begaan. Een voorhoede neemt haar taak slechts serieus op, als zij er in slaagt een breuk met de massa's te voorkomen en als ze werkelijk in staat is de massa een stap vooruit te brengen'. Begrijpen de CCC wel wat ze schrijven of putten ze zomaar uit het grote 'citatenboek' ? In ieder geval is het een levensgroot raadsel hoe ze hun praktijk kunnen rijmen met Le-nins woorden. De CCC schrikken er niet voor terug het smeulende anti-communisme wat op te poken met zinnen, als: 'Wie ontvoert of executeert de rechters, de Nato-generaals, de leiders van de werkgevers en de reactionaire regeringen? De communisten!' En onmiddellijk laten ze daarop volgen: 'Voor ons is een 'mensenleven' van geen tel'. Het beëindigen van de eerste CCC-campagne op 15 januari valt dag op dag samen met twee belangrijke gebeurtenissen. Ten eerste fusioneren Action Directe en de RAF op 15 januari. In hun gemeenschappelijke verklaring 'Voor de eenheid van de revolutionairen in West-Europa' zeggen ze dat 'het thans mogelijk en noodzakelijk is in de imperialistische centra een nieuwe fase in te luiden in de ontwikkeling van de revolutionaire strategie...'. Ten tweede: hoewel de regeringsbeslissing officieel pas in de nacht van 14 maart valt, is de rakettenknoop op 15 januari in Washington al doorgehakt. Dat blijkt uit de officiële regeringsmededeling, die luidt: 'De premier heeft de president verzekerd dat België, overeenkomstig de resultaten van de onderhandelingen, zijn aandeel in de plaatsing van de raketten zal uitvoeren... De stationering zal in elk geval voltooid zijn op het met de Nato afgesproken tijdstip... Wat de datum betreft waarop met de stationering wordt aangevangen ... die kalender wordt door de regering voor eind maart '85 vastgesteld, in afspraak met de bondgenoten'. Al wat Martens en Co na 15 januari nog doen is zuiver politiek bochtenwerk om de beslissing aan de ACW-dissidenten te verkopen. Met hun verzet wordt nu korte metten gemaakt. Swaelen is opeens op zijn standpunten teruggekomen. Op het CVP-congres in Gent op 9 februari brandmerkt hij vlotweg het VAKA als een 'wolf in schapenvacht'. De vredesbeweging heeft een grootse betoging gepland op 17 maart. Op 14 maart stemt de regering officieel in met de plaatsing van 16 kruisraketten in Florennes. De dag daarop volgt andermaal een rakettendebat in de Kamer. Terwijl het debat nog volop aan de gang is, stijgt aan de Amerikaanse Westkust een C-141-transportvliegtuig op met 16 kernkoppen aan boord. Tegelijkertijd vertrekt een Galaxy aan de oostkust met de rompen van de raketten. In de nacht voor de betoging strijken de vliegtuigen neer in Florennes. De Nato is gered, de democratie verkracht. Dat de bevolking zich massaal tegen de kernbewapening blijft verzetten, blijkt de volgende dag. Dan betogen zo'n honderdvijftigduizend mensen waaronder tal van ACV-ers. En de CCC? Nu de raketten er zijn, ondernemen ze er geen actie tegen. Brussel, een belegerde vesting - Inhoud Daags na de aanslag op het gebouw van de Shape vinden de Amerikaanse regering en de Nato dat de Belgische autoriteiten onvoldoende hebben gereageerd op de CCC-terreur. De woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, Alan Romberg, zegt te vrezen dat in de loop van de volgende week, naar aanleiding van de eedaflegging van Reagan, opnieuw terroristische aanslagen zullen worden gepleegd tegen de Nato en Amerikaanse militaire en diplomatieke gebouwen in West-Europa. (64) Nato-ambtenaren, die onbekend wensen te blijven, verwijten volgens het persbureau Reuter, de Belgische overheid nalatig te zijn geweest bij het treffen van veiligheidsmaatregelen. (65) Onmiddellijk begint de grootste 'veiligheidsoperatie' sinds de CCC op het toneel zijn verschenen. Op 18 januari 's avonds wordt alarm geslagen. Die nacht worden honderden rijkswachters naar de kazerne geroepen en paraat gehouden. Zo'n 1.500 politieagenten en rijkswachters bewaken in de hoofdstad militaire, politieke en diplomatieke gebouwen om 'terroristische acties te voorkomen'. Die enorme politiemacht, uitgerust met BDX-pantservoertuigen en gehuurde vrachtauto's met zandzakjes, draagt bij aan de wilde geruchten die de ronde doen. Sommige kranten berichten dat zelfmoordcommando's van de Jihad vanuit Libanon onderweg zijn met bomauto's om één van de ambassades in Brussel op te blazen. (66) Als op 25 januari Action Directe in Parijs de Franse generaal Audran neerschiet, laten leden van de AGG dan weer uitschijnen dat de zeer stringente veiligheidsmaatregelen in verband staan met de Euro-terroristische dreiging. Na tien dagen, op 29 januari worden de extra bewakingsmaatregelen plotseling en zonder enige uitleg opgeheven. Later beweert Gol dat een onbekende zich op de Belgische ambassade in Beiroet had aangeboden met een stapeltje dokumenten, waaruit kon worden afgeleid dat een bomauto tot ontploffing zou worden gebracht voor de Amerikaanse ambassade in Brussel. Volgens Gol kwam pas later aan het licht dat het om een ordinaire oplichter ging. (67) De uitleg van Gol is allesbehalve overtuigend. Alles wijst er integendeel op dat de tien dagen extra bewaking eerder kaderen in een geheime oefening om het reactievermogen van het politieapparaat te testen voornamelijk met betrekking tot Amerikaanse doelwitten in Brussel. Op 1 februari vermoordt een RAF-commando de voorzitter van de Raad van Bestuur van de Motoren und Turbineunion (MTU), Ernst Zim-mermann, nabij München. Nu komt ook de Europese samenwerking tegen het terrorisme in een stroomversnelling terecht. Op 5 februari 1985 sluiten West-Duitsland en Frankrijk naar de woorden van premier Fabi-us, een 'anti-terroristisch eenheidsfront'. Voor de eerste maal in de bijna tienjarige geschiedenis van de Europese Politieke Samenwerking, vermeldt de agenda van de tien ministers van Buitenlandse Zaken, die midden februari in Rome bijeen komen, formeel het onderwerp 'terrorisme'. Er wordt overeengekomen het uitwisselen van informatie en het gecoördineerd optreden te verbeteren door de bestaande Trevi-overlegstructuur te activeren. Terwijl de CCC voorlopig niets meer van zich laten horen, pleegt op zaterdagochtend 20 april een tot dusver onbekende organisatie, het FR AP (Revolutionair Front voor Proletarische Actie) een bomaanslag op het gebouw van de Nato-assemblee in het hartje van Brussel. In het gebouw vergaderen de parlementairen van de Nato-landen twee keer per jaar. Er zijn slechts speciale veiligheidsmaatregelen op het moment dat er zulke vergaderingen zijn. De daders nemen na de aanslag rustig de tijd om op de beschadigde achtermuur hun handtekening achter te laten: een embleem bestaande uit twee sterren met daarnaast de vermelding FRAP. Diezelfde handtekening vindt de politie de volgende morgen terug na een aanslag op AEG-Telefunken in Ukkel. De werkwijze is identiek: springstof geplaatst aan de achterkant van het gebouw. De FRAP-lieden bestempelen zich in hun opeisingscommuniqué als 'anti-imperialistische revolutionairen, die het internationale front tegen de voorbereiding van de imperialistische oorlog versterken'. Ze zetten zich af tegen de CCC, die pretenderen een partij in wording te zijn. 'Door het Front willen we de haarkloverijen tussen de verschillende rode ideologieën en al hun schakeringen (rood, roze, paars of zwart) en de regionale twisten overstijgen', aldus het FRAP, dat ter illustratie eraan toevoegt: 'Wij willen saboteren en vechten van Waregem tot Verviers'. Na de twee bomaanslagen worden de patrouilles bij 65 'waarschijnlijke' en 300 'mogelijke' doelwitten verscherpt. (68) Een elan van nationale eenheid na 1 mei - Inhoud De eerste mei 1985, de dag van de arbeid, is veertien minuten oud, als een bestelwagen Toyota langzaam de verlaten Brusselse Stuiverstraat, achter het Brusselse Centrale Station, oprijdt. De auto wordt geparkeerd op enkele stappen van het hoofdkwartier van het Verbond van Belgische Ondernemingen. Twee jonge mannen stappen uit, strooien pamfletten rond de auto, en gaan er vervolgens vliegensvlug vandoor in een gereedstaande rode Lada. Een bewaker van één van de naburige EG-kantoorgebouwen belt onmiddellijk de gemeentepolitie (het nummer 906). Eén minuut later belt een CCC-lid vanuit een telefooncel in Ganshoren de rijkswacht (het nummer 901) en kondigt aan dat in de Stuiverstraat een bomauto staat die binnen de vijftien minuten zal ontploffen. Hij dringt aan op een onmiddellijke ontruiming van de buurt. De rijkswacht stuurt een ploeg naar Ganshoren om het CCC-lid in te rekenen, maar de onbekende is al verdwenen. Dag en nacht doorkruisen drie anti-banditismeploegen (ABT-ploegen) in hun snelle Ford Taunus de hoofdstad. Het ligt voor de hand dat de rijkswacht zo'n ABT-ploeg, die in de stad blindelings de weg vindt, naar de Stuiverstraat stuurt. Maar dat gebeurt niet. De rijkswacht laat integendeel een rijkswachtploeg van Anderlecht uitrukken, die zich naar ... de Ravensteinstraat begeeft, en er niets verdachts bemerkt. Intussen verzuimt de rijkswacht de gemeentepolitie en brandweer van de telefonische CCC-waarschuwing op de hoogte te brengen. Om 0u16 bellen de bewakers van het EG-gebouw opnieuw de gemeentepolitie en wijzen erop dat er al rook uit de geparkeerde bestelwagen komt. Daarop wordt de brandweer gewaarschuwd. Gemeentepolitie en brandweer zijn vijf minuten later ter plaatse. Vijf brandweermannen beginnen te blussen. Plotseling bemerkt één van hen in de duisternis de CCC-pamfletten met de tweetalige tekst: 'Gevaar, gepiègeerde wagen. Verwittig uw collega's en vlucht snel op straat, zo ver mogelijk! Raak vooral de wagen niet aan'. Hij slaat onmiddellijk alarm. Te laat. Op dat ogenblik davert de ontploffing over de Stuiverstraat. De vlammen laaien op tot aan het dak van het VBO-gebouw. Eén brandweerman, Marcel Bergen (39 jaar) overlijdt vrijwel ogenblikkelijk, een tweede, Jacques Van Mare (30 jaar) na enkele uren. Twee andere brandweermannen raken ernstig gekwetst. De bestelwagen Toyota blijkt op 10 mei 1984 in Luik door een gangster te zijn gestolen. (69) Voor hun actie maakten de CCC-daders voor het eerst gebruik van een autobom, wat getuigt van een niet geringe technische kundigheid. De bom zou hebben bestaan uit een drietal gasflessen van 80 kilo, omringd met explosieven en gekoppeld aan een molotow-cocktail. De Brusselse brandweer bekritiseert de rijkswacht die haar niet heeft gewaarschuwd voor het explosiegevaar. Ook de CCC zijn op de rijkswacht gebeten. Een paar uur na de aanslag verspreiden ze een communiqué waarin ze de dood van de twee brandweermannen betreuren en de rijkswacht ervoor verantwoordelijk stellen. Om wraak te nemen plegen ze op 6 mei een aanslag op een kantoor van de rijkswacht in Sint-Pieters-Woluwe, waarin de directie logistiek en financiën is gevestigd. De explosieven zijn in de vensterbank van de benedenverdieping gezet. Twee computers worden ernstig beschadigd. De aanslag was lang tevoren secuur voorbereid, want de foto van het geviseerde doelwit in het CCC-opeisingscommuniqué dateert van een paar maand terug. In het communiqué, dat onder de deur van het RTBf-gebouw in Namen wordt geschoven, onderstrepen de CCC dat 'de rijkswacht heeft nagelaten de omgeving tijdig te ontruimen, ondanks onze telefonische waarschuwing! Wij hebben te veel op de rijkswacht vertrouwd', besluiten de CCC. Met de VBO-aanslag geven ze het startsein voor een tweede campagne, die ditmaal is gericht tegen de werkgevers en de 'revisionisten'. De CCC waren van plan op 1 mei enkele spectaculaire acties uit te voeren, zogezegd om de massa's te mobiliseren. Zo droomden ze ervan de toegangen tot de perrons in het Brusselse Zuidstation af te sluiten met gewapende aanhangers en de daar aanwezige treinreizigers kort toe te spreken. Ten gevolge van het 1-mei-fiasco moeten ze die plannen evenwel laten varen. De 1 mei-aanslag gebeurt vier dagen vóór in Bonn de top van de 7 rijkste landen plaatsvindt. In de week die aan deze top voorafgaat, wordt West-Europa overspoeld door een golf van aanslagen: drie in Parijs en drie in Duitsland. De rechterzijde kan het niet laten om de tragische dood van de 2 brandweermannen politiek uit te buiten. Gol spoedt zich naar de plaats van de aanslag. Hij citeert de CCC, die het VBO-gebouw hebben aangevallen om 'de internationale solidariteit van de arbeiders tegen de uitbuiters te tonen'. 'De CCC beweren dat ze handelen uit solidariteit met de arbeiders, maar hun slachtoffers zijn precies twee vreedzame brandweermannen', aldus nog Gol. (70) Tevens komt hij op voor een intensere internationale terreurbestrijding. Tenslotte zegt Gol te 'hopen dat alle democratischen de rijen sluiten'. (71) Wat bedoelt hij daarmee? 'Sinds 1982 hamer ik erop dat België niet immer een vreedzame oase zou blijven', aldus Gol. (72) En hij vervolgt: 'Mijn plannen voor een versterking van het politieapparaat werden echter voortdurend gedwarsboomd door administratieve traagheid, routine bij de veiligheidsdiensten, onverschilligheid en ongeloof bij de bevolking, vooroordelen tegen de politie en tekort aan geldmiddelen'. Kortom, Gol eist van de oppositie niet alleen solidariteit, maar ook gemeenschappelijke actie tegen het terrorisme en daadwerkelijke steun voor een drastische versterking van het politieapparaat en de invoering van antidemocratische wetten. De Standaard, spreekbuis van de Vlaamse katholieke rechterzijde, laat hetzelfde geluid weerklinken. Ze schrijft: 'Alle levende krachten van onze bevolking moeten samenspannen tegen de duistere elementen. Gelukkig hebben de socialistische leiders bijzonder duidelijk gereageerd tegen die communistische wandaden'. (73) Er manifesteert zich inderdaad voor het eerst een duidelijk elan van nationale eenheid. Op 6 mei geven zowat 2.000 mensen gevolg aan de oproep van de franstalige vredesbeweging, de socialistische partijen, de KP en het ABVV om in het Brusselse stadscentrum te demonstreren tegen de terreur. Daarbij valt het op dat iedere kritiek op de repressieve maatregelen en plannen van de regering achterwege blijft. Dezelfde consensus leidt ertoe dat de Kamer op 22 mei in ijltempo het Europees verdrag ter bestrijding van het terrorisme aanneemt. De socialisten stemmen voor, hoewel ze jarenlang heel wat bezwaren hadden tegen dit verdrag dat het beginsel van de niet-uitlevering wegens politieke misdrijven zo goed als afschaft. Het gewijzigde klimaat is gunstig voor het realiseren van allerlei lang gekoesterde repressieve plannen. Op 3 mei besluit de regering de gemeentepolitie 1.000 werklozen ter beschikking te stellen en de rijkswacht te versterken met 400 militairen, die de opdracht krijgen administratieve karweien op te knappen. Tevens besluit het kabinet de telefoonnummers van rijkswacht (901) en politie (906) gelijk te maken. De AGG wordt naar verluidt uitgebreid tot zo'n 28 man. Gol tracht de oppositie te winnen voor zijn wetsontwerp over de 'privacy', dat het wettelijk mogelijk moet maken in de toekomst telefoons af te luisteren. De rijkswacht doet haar duit in het zakje om de spanning nog wat op te voeren. Na de aanslag op haar gebouw worden rijkswachters uit de provincie naar Brussel overgeheveld. Alle rijkswachters moeten zich beschikbaar houden, verloven worden ingetrokken tot 21 mei en er kunnen gewoon geen vrije dagen meer worden opgenomen. De permanente bewaking wordt weer fors verscherpt en Brussel verkeert stilaan in een soort staat van beleg. De generale staf verspreidt een communiqué waarin ze de rijkswacht dekt voor 'misstappen'. 'In dit zenuwachtige klimaat, moeten we iedereen wijzen op de elementaire regels van voorzichtigheid om ongelukkige en gevaarvolle tussenkomsten te voorkomen', zo luidt het communiqué. En 'misstappen' komen er. Op 6 mei omstreeks 19u30 wordt de 21-jarige Olivier Sterck in Schaarbeek door een politieman neergeschoten, terwijl hij met zijn auto voor de verkeerslichten stilstaat. 'Hij opende bruusk de deur van zijn wagen', aldus de politie. 'Wettige zelfverdediging' oordeelt het Brusselse parket. Sterck is verlamd voor de rest van zijn leven. Open brief aan de PVDA-leden - Inhoud Op 10 mei bezorgen de CCC een 48 pagina's lange tekst aan alle kranten. Het dossier opent met de foto's van Marx, Engels, Lenin en Mao. Het bevat vier documenten: de opeising van de dramatische 1-mei-aanslag, een tekst getiteld 'Concrete antwoorden op concrete vragen', een 'Open brief' aan leden van de Partij van de Arbeid en anderen, en tenslotte een document onder de hoofding 'Over de gewapende strijd'. Het opeisingspamflet is voor het eerst ook in het Nederlands vertaald. De CCC schrijven in verbasterd Nederlands: 'De patroons en hun zotte vrienden van de regering Martens V zullen wel verstaan dat er een revolutionaire wind,opkomt, en dat ze die niet kunnen stoppen. Het is een hoop voor de revolutie die opkomt vanuit de fabrieken, de stempelkantoren om de miserie van alle dagen weg te krijgen'. Carette heeft kennelijk last van fata morgana's. Het document 'Concrete antwoorden op concrete vragen' krijgt in de pers de meeste aandacht, want de CCC willen hierin één en ander kwijt over zichzelf. Over hun voorgeschiedenis schrijven ze: 'De kern van de CCC is ontstaan in 1982. Maandenlang hebben we gepraat over de manier waarop we uiteindelijk naar buiten zouden treden'. In de loop van de twee volgende jaren zouden ze dan hun denkbeelden aan het oordeel van een 'breder publiek' hebben onderworpen. In feite doelen de CCC op het kleine kliekje rond Ligne Rouge. De CCC schrijven dat hun geld voornamelijk afkomstig is van 'proletarische onteigeningen', hold-ups dus. 'Vele kameraden waren aangenaam verrast toen ze zagen dat we ons niet bezighielden met het leegplunderen van hun geldbeugel, zo gewend waren ze gepluimd te worden door de linkse haaien', aldus de CCC. Ze noemen financiële solidariteitscampagnes van linkse en democratische groeperingen, 'rackett', 'zwartwerk', en 'sappige pooierspraktijken'. Wie linkse en democratische initiatieven financieel steunt is bijgevolg een 'hoer' in de visie van de CCC! Tenslotte beklemtonen de CCC dat ze niets te maken hebben met 'de gerevolteerde anarchisten' van FRAP. In de tekst 'Over de gewapende strijd' wijden ze nogmaals uit over de 'langdurige volksoorlog' en 'de gewapende propaganda'. Carette schrijft Oriach klakkeloos over. Na de aanslagen op het liberale studiecentrum en het CVP-secretariaat in Gent kondigden de CCC hun aanval aan op de 'revisionistische' Partij van de Arbeid. Nu is het dan zo ver. Ze bekennen dat het voor hen belangrijk is juist de PVDA aan te pakken omdat die partij haar politieke activiteiten niet aan 'de tapkast', maar aan de fabrieken ontplooit. In een 'Open brief, die al op 27 maart 1985 is geschreven, richten de CCC zich tot de leden van de PVDA, die 'dagelijks door de leiders worden misleid' en 'het beu zijn als idioten behandeld te worden'. De CCC willen dat de 'verraders' in de leiding van de PVDA worden opzij geschoven door 'de goede' leden aan de basis. Na de scheuring in de vredesbeweging azen de CCC nu op een splitsing in de PVDA. Volgens hen is dat ontbindingsproces al volop aan de gang. Ze schrijven: 'Revolutionaire communisten hebben de PVDA de rug toegekeerd en beschouwen deze partij als een reformistische en revisionistische kleinburgerlijke kliek, die men best mijdt als flikkenpest'. De CCC pretenderen 'marxistisch-leninistische ophelderingen' te geven om de goede leden van de basis duidelijk te maken hoe 'ontaard' de PVDA-leiders wel zijn. Opheldering één. Dat de PVDA operatie Mammoet beschrijft als een grootscheepse razzia met twee evidente politieke bedoelingen, nl. links als 'terroristisch' stigmatiseren en de politie en ter-reurbestrijders de mogelijkheid geven linkse militanten te registreren, is het toppunt van burgerlijkheid. Volgens de CCC is die operatie een buitengewoon normale en futiele reactie van de politie. 'Als we de geschiedenis bekijken, is de revolutionaire beweging, éénmaal ze de strijd aanbindt, altijd geconfronteerd geweest met de meest verschrikkelijke en beestachtige vormen van politiegeweld. Daarbij vergeleken hebben de 150 huiszoekingen niet veel te betekenen', aldus de CCC. Opheldering twee. De stelling van de PVDA dat de Bende van Nijvel blinde fascistische terreur zaait en niets meer met gewone misdadigheid te maken heeft, wordt door de CCC weggehoond. Ze verdedigen de doodseskaders van de Bende alsof het onschuldige boefjes zijn. Een citaat: 'Wij hebben nooit de PVDA-affiche 'het fascisme doodt' begrepen, waarin verwezen wordt naar de activiteiten van de Bende van Nijvel. Als men de PVDA mag geloven zijn de sociale misdadigheid en de criminaliteit door de 'actiedienst' van Lord Carrington georchestreerd en is Michel Cocu agent 007'. Opheldering drie. 'De slavenmoraal van het joodse christendom', waaraan de PVD A-leiding ten prooi is gevallen, verklaart volgens de CCC het 'verraad' van die partij. Is het verwonderlijk dat grote gedeelten van deze CCC-tekst in februari 1986 zullen verschijnen in nummer 13 van het tijdschrift van de PCN (Parti Commautaire Nationale), een fascistisch partijtje uit Charleroi, waarvan Jean Thiriart de geestelijke leider is? Dezelfde Thiriart zal aan Carette in de gevangenis een brief sturen, waarin hij hem financiële steun toezegt. Op de dag van Carettes arrestatie doet de politie huiszoeking op de zetel van PCN in Charleroi. Vermoedt de politie op dat moment, behalve ideologische sympathie, ook materiële steun van de PCN aan de CCC? Het is opmerkelijk dat de CCC de politieke kern van de resolutie die de PVDA op 28 december 1984 had aangenomen, in hun 'open brief' onbeantwoord laten. Die resolutie luidt als volgt: 'De vormen van strijd evolueren met de concrete historische omstandigheden. Vandaag zijn de wettelijke en syndicale actie de belangrijkste strijdmiddelen in ons land. Tijdens de Nazi-bezetting was de gewapende weerstand de beslissende vorm van strijd. Vandaag in België gewapende akties ondernemen kan alleen op provocatie neerkomen'. En verder: 'In het begin van de jaren '70 zijn in West-Europa een aantal kleinburgerlijke revolutionairen (n.v.d.r.: de eerste generatie van RAF, Rode Brigades) de weg van het terrorisme opgegaan. Zij zwichtten voor het moeilijke werk van organisatie en bewustmaking van het volk. Zij wilden de arbeiders 'wakkerschudden' door het werkelijke repressieve karakter van de burgerij te tonen. Vandaag spreekt hun mislukking voor zichzelf'. De CCC zijn klaarblijkelijk in hun wiek geschoten, omdat de PVDA consequent weigert met hen een polemiek aan te gaan. Hun 'open brief' eindigt dan ook met een onvervalst dreigement aan het adres van de PVD A-leiders: 'De geschiedenis leert dat de hoofden van koningen wel vaker werden afgehakt'. Daags na de publikatie van de 'Open brief reageert de PVDA op een persconferentie als volgt: 'De CCC wil het doen voorkomen dat er banden bestaan tussen de CCC en de PVDA, en aldus onze partij in diskrediet brengen. Sterker nog, de CCC sturen er op aan dat de hele communistische beweging in ons land geïdentificeerd wordt met hun terreur'. Bij de liberale pers lukt dat nog ook. De Nieuwe Gazet bloklettert op de voorpagina: 'CCC een afsplitsing van Amada?' en La Dernière Heure vraagt zich af: 'Waarom zou de auteur van de teksten geen gewezen lid van de Partij van de Arbeid zijn?'. (74) Ook het pro-Amerikaanse persbureau Reuter doet aan die intoxicatie mee. Het citeert 'een anonieme Belgische verantwoordelijke' volgens wie 'het Belgische gerecht ervan overtuigd is dat de voornaamste leiders van de CCC in de jaren '70 tol uiterst links behoorden en dat zij voortkomen uit Amada, het latere PVDA. I let zou gaan om 7 tot 15 activisten, bij wie nog een tiental sympathisanten gevoegd moet worden. Eén en ander zou erop wijzen dat de vroegere militanten rond Grippa geviseerd worden. Zij gingen in die periode met Amada samenwerken, maar verlieten nadien wegens ideologische meningsverschillen de PVDA'. (75) Intermezzo: het Heizeldrama en 'El Tigre' - Inhoud Op woensdag 29 mei vindt in het Heizelstadion de finale plaats van de Europacup voor landskampioenen tussen Juventus Turijn en FC Liver-pool. De rijkswacht heeft 440 man bij de hand, waarvan er zich vóór de wedstrijd 70 in het stadion bevinden. Slechts 1 peloton van 34 man is bestemd voor de bewaking van de blokken X, Y en Z. In de scheidingsgang tussen het blok Z (Italianen en Belgen) en blok Y (Engelsen) vat een zestal rijkswachters post. Om 19u27 vallen Liverpool-supporters, waaronder neo-fascisten, de Italianen aan. De zes rijkswachters staan machteloos. Majoor Kensier, commandant van het district Brussel en verantwoordelijke voor de ordehandhaving, is afwezig en kapitein Mahieu bevindt zich op dat ogenblik buiten het stadion. Pas 20 minuten na de noodlottige stormloop herstellen twee reservepelotons de orde, en daarna brengt de rijkswacht zelfs een troepenmacht van 2.290 man op de been. Maar dat is lang te laat. Inmiddels zijn er 39 doden en 459 gewonden gevallen. Zelden heeft de rijkswacht zo gefaald inzake ordehandhaving! Handig laveert commandant Bernaert tussen kritiek en zelfkritiek om de algemene belangen van zijn korps veilig te stellen. Hij geeft toe dat 'sommige ondergeschikten' fouten hebben gemaakt, maar volgens hem moeten die verklaard worden door het feit dat de rijkswacht de handen vol heeft met de CCC en het pausbezoek en niet over de nodige manschappen en middelen beschikt. De 'ondergeschikten', kapitein Mahieu en majoor Kensier, worden begin 1987 door onderzoeksrechter Coppieters 't Wallant in staat van beschuldiging gesteld wegens onvrijwillige doodslag. (76) Commandant Bernaert blijft voorlopig buiten schot, hoewel hij volgens het militaire systeem de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor het optreden van zijn korps draagt. Omdat minister van Binnenlandse Zaken Nothomb, als politieke en administratieve verantwoordelijke inzake ordehandhaving, na het Heizeldrama weigert af te treden, biedt Gol op 15 juli zijn ontslag aan. Maar de volgende dag komt de regering overeen om, in afwachting van nieuwe verkiezingen een 'urgentieprogramma' af te werken. In het kader daarvan treft de ministerraad op 26 juli een reeks maatregelen om 'de doeltreffendheid van de rijkswacht te verhogen en de coördinatie tussen de politiediensten te verbeteren'. Het operationeel korps van de rijkswacht zal in de komende jaren ruim 1.700 man meer tellen. Op 2 juni, drie dagen na het Heizeldrama, probeert de rijkswacht haar geschonden blazoen wat op te poetsen. Op die dag arresteert ze tegen het vallen van de avond vier mensen die net tevoren langs de autoweg Brussel-Luik in Heverlee een oud Sterling-machinegeweer hebben opgegraven. Volgens de eerste berichten in de pers zou het om mogelijke CCC-le-den gaan, vermits de rijkswacht in de wagen van de jongelui pamfletten van de CCC heeft aangetroffen en de verdachten contacten onderhielden met Ligne Rouge. Wanneer na een paar dagen de namen van de vier arrestanten uitlekken, worden velen overvallen door gevoelens van ongeloof en verstomming. Het blijkt om vier jongelui te gaan: Stalin en Angela Alvarez, diens verloofde Louis-Jean Carpentier en zijn zus Rosanne. Daarop volgt de arrestatie van Ludwig Van Neuman, de verloofde van Rosanne Carpentier, en de eigenaar van de auto waarmee het viertal zich had verplaatst naar Heverlee. Veertien dagen later wordt vader Alvarez, bijgenaamd 'El Tigre', aangehouden. De verdachten krijgen het gevangenisregime van 'terroristen': eenzame afzondering. 'We staan ieder ogenblik onder bewaking. De isolatie is volledig. Het licht brandt in de cel tot 3 uur 's ochtends. Mijn vader wandelt in een soort kooi', vertelt Angela. (77) En verder: 'Bij ieder bezoek van mijn advocaat of moeder, word ik gefouilleerd. Op mijn dossier prijkt in grote rode letters 'CCC'. Kalmerende medicijnen krijg ik niet. Brieven worden gecontroleerd en ik kan geen voet verzetten of er volgt een legertje rijkswachters'. De arrestanten worden bijna permanent verhoord in verband met hun banden met de CCC. Nochtans springt het onmiddellijk in het oog dat ze niet beantwoorden aan het politieke profiel van de CCC-terroristen. Vader Alvarez, een overtuigd communist, woont in Sint Gillis en is in het Spanje van Franco als mijnwerker betrokken geweest bij grote stakingen. Tijdens zijn ondervragingen ontkent hij met klem iedere betrokkenheid bij de CCC. Hij houdt de onderzoekers voor: 'Als je een huis bouwt, begin je ook niet met het dak. Je begint met de grondvesten, dus met de organisatie van de arbeidersstrijd via een marxistisch-leninistische partij. Je komt er niet door links en rechts een bom te gooien. Stel dat je dertig of honderd aanslagen pleegt, zonder gesnapt te worden, hoe moet het dan verder? Het leidt alleen tot een versterking van het repressie-apparaat, dat de kans krijgt om zich te reorganiseren en zijn structuren uit te testen'. (78) In verband met het opgegraven machinegeweer verklaart 'El Tigre' dat hij het in september 1984 in bewaring had gekregen van een landgenoot, Emilio Salinas, die in Sint Gillis een herberg uitbaat, waar Pierre Carette vroeger geregeld over de vloer kwam. In april 1985 had hij het wapen aan Louis-Jean Carpentier gegeven, die het in een plastic zak was gaan begra-van nabij de autoweg in Heverlee. Op een dag eist Salinas zijn Sterling terug en 'El Tigre' vraagt zijn kinderen het wapen op te sturen. Daar staat de rijkswacht klaar om hen te arresteren. (79) De familie-Alvarez is ervan overtuigd dat ze in een valstrik is gelokt. Op een persconferentie begin augustus betitelt Angela Carpentier Salinas als een tipgever en medewerker van de BOB. De gearresteerde jongelui worden beschuldigd van het bezit van een oorlogswapen. Maar daar blijft het niet bij. Op 18 juni wijst de Luikse BOB-er Gilot Louis-Jean Carpentier aan als de persoon door wie hij werd neergeschoten in de nacht van 24 op 25 januari 1985 in een verlaten loods in Cointe bij Luik. Gilot dist een bizar verhaal op. Hij beweert een 'tip' te hebben ontvangen dat terroristen dynamiet en granaten in de loods hadden verborgen. Ze zouden die springstof op 24 januari komen halen. In plaats van de Dyane of een grote rijkswachtmacht op de terroristen af te sturen, zoals gebruikelijk is, trekt Gilot er alleen op uit om de terroristen te klissen. Hij wordt dan naar zijn zeggen overmeesterd door twee mannen; de éne bedreigt hem met een machinepistool en de andere pakt zijn dienstwapen en schiet hem daarmee neer. Wonder boven wonder raakt hij slechts licht gewond aan arm en buik. En ongelooflijk maar waar, de terroristen verdwijnen zonder de springstoffen mee te nemen. Gilot meent Louis-Jean te herkennen aan zijn 'lang haar', terwijl deze laatste pas een week eerder het leger had verlaten en heel kort haar had. Bovendien bevestigt de toenmalige vriendin van Louis-Jean dat hij de avond van de feiten in haar gezelschap vertoefde. Begin juli worden vier arrestanten vrijgelaten en alleen vader Alvarez en Louis-Jean Carpentier blijven in de gevangenis. De familie Alvarez belegt begin augustus een persconferentie, waarop ze de onrechtmatige aanhoudingen en het strenge isolatieregime aanklaagt. De persconferentie wordt aandachtig gevolgd door leden van de inlichtingendiensten. Ook Pascale Vandegeerde is als 'Ligne Rouge-redacteur' aanwezig. Pas op 11 oktober, na bijna vier en een halve maand voorarrest, wordt vader Alvarez vrijgelaten. Louis-Jean Carpentier zit vast tot 10 januari 1986. Het is niet de laatste keer dat de rijkswacht ervan wordt verdacht een zaak zo te hebben gemanipuleerd dat er van een groot opsporingssucces kan worden gesproken. De arrestatie van Patemostre - Inhoud Chantal Patemostre is maatschappelijk assistente, 39 jaar, moeder van een kind, woonachtig in Linkebeek en een bekende figuur in Brusselse anarchistische kringen. Op de Brusselse vrije radio 'Air Libre', waarvan haar man Michel Tolley schatbewaarder is, presenteert zij het feministisch getinte programma 'Renversons les marmites'. 'Air Libre' wordt in politiekringen graag vergeleken met 'Radio Mouvance' in Parijs, die Ac-tion Directe steunt. Vanaf de lente krijgt het koppel Paternostre-Tolley in de gaten dat het geregeld wordt geschaduwd. In de loop van juni wordt die bespieding intensiever en opvallender. De speurders vatten zelfs post op de hoogste verdieping van de gemeenteschool in Linkebeek, vanwaar ze de woning van Patemostre beloeren. Het koppel krijgt er genoeg van en begint de nummerplaten van de surveillance-auto's ijverig te noteren. Zogezegd in het kader van een drugonderzoek doet de politie op 31 juli huiszoeking bij medewerkers van 'Air Libre' en in een appartement aan de Dr. Zamenhofstraat 14 in Anderlecht. Een veertigtal rijkswachters doet dezelfde dag huiszoeking in de villa van Paternostre in Linkebeek. Ze leggen beslag op politieke literatuur, adressenboekjes, agenda's enzovoorts en nemen de vingerafdrukken van Paternostre. Ze wordt vervolgens geconfronteerd met de eigenaar van het raadselachtige appartement in Anderlecht, maar hij herkent haar niet als de huurster ervan. Paternostre wordt dan ook op vrije voeten gesteld. Leden van de Dyane blijven haar echter onverminderd schaduwen. Op 14 augustus doet de gerechtelijke politie, in opdracht van onderzoeksrechter Lyna, opnieuw huiszoeking in de woning van Paternostre. Ze wordt opgepakt en de volgende dag aangehouden op verdenking van 'poging tot brandstichting en vernietiging van gebouwen door middel van explosieven'. Wat is er gebeurd? De politie beweert in de flat aan de Dr. Zamenhofstraat 14 in Anderlecht de vingerafdrukken van Patemostre te hebben gevonden evenals een stuk van een ontstekingsmechanisme dat grote gelijkenis zou vertonen met de niet-ontplofte bom die FRAP op 26 juni aan Acec in Drogenbos plaatste. Patemostre ontkent niet dat zij met een zekere Michel enkele keren op de flat is geweest, maar zij loochent ten stelligste iedere betrokkenheid bij de mislukte aanslag op Acec. 'Wie gaat in die paranoïde atmosfeer van constante bewaking het in zijn hoofd halen een aanslag te plegen', verdedigt ze zich. Op 23 augustus valt de rijkswacht plotseling binnen in een 'conspiratieve woning' aan de Landhuisjesstraat te Ukkel. Ze ontdekt er clandestiene wapenarsenalen en vingerafdrukken van de topfiguren van Action Directe, Nathalie Ménigon, Jean-Marc Rouillan en Cipriani. De Franse politie is woedend. Ze had goede hoop de kopstukken van Action Directe in het appartement te klissen, want ze ging er van uit dat de terroristen vroeg of laat het materiaal en de wapens zouden komen halen. Op vrijdag 30 augustus stelt het openbaar ministerie het buitgemaakte materiaal ten toon in het Brusselse gerechtsgebouw. Om aan de show een grote publiciteit te geven heeft het parket de pers en de televisie uitgenodigd. (80) Een heleboel wapens op suggestieve manier op de televisie laten zien, moet het grote publiek ervan overtuigen dat het onderzoek niet zonder resultaat blijft en men te maken heeft met 'zeer gevaarlijke lieden'. Wie de buit evenwel aandachtig bekijkt, ontdekt geen specifieke terroristische apparatuur zoals explosieven, ontstekingsmechanismen, verlammende gassen en kogelvrije vesten. In werkelijkheid gaat het vooral om gereedschap om hold-ups te plegen: een koevoet, breekijzers, een ijzerzaag, valse identiteitskaarten en wapens, waaronder een FAL-geweer en een FALO-mitrailleur, afkomstig van de bloedige overval op de kazerne van Vielsalm op 13 mei 1984. Het gerecht koestert evenwel verdenking tegen Bertrand Sassoye, omdat hij in '82 zijn legerdienst in Vielsalm vervulde. Daarom zal de Vielsalm-diefstal bij het CCC-dossier gevoegd worden. (81) Op de persconferentie naar aanleiding van de wapenshow, zegt substituut André Vandoren dat de CCC en het FRAP nog heel wat meer 'onderduikadressen' hebben. Vandoren schetst ook de wijze waarop terroristen tewerk gaan om hun 'conspiratieve appartementen' te huren: 'Terroristen kiezen flats in grote appartementsgebouwen en logeren steeds op de onderste of eerste verdieping om snel weg te raken via balkons of brandladders. Het zijn meestal vrouwen die onder een valse naam de flats huren. Doorgaans wordt overeengekomen dat de eigenaar zelf de elektriciteits- en gasrekeningen betaalt. Die kosten, evenals de huur, worden terugbetaald door middel van een postoverschrijving, zodat de identiteit van de huurder onbekend blijft'. Op die manier roept het parket, bewust of onbewust, de eigenaars op huurders aan te geven die aan voornoemde criteria beantwoorden. Erger nog: de verklaring van terrorisme-substituut Van Doren laat vermoeden dat de rijkswacht en de Belgische terreurbestrijders zich meer en meer spiegelen aan het Duitse BKA, dat bij de opsporing van RAF-terroristen veelvuldig gebruik maakte van een nieuwe politiemethode, de zogeheten 'rasteropsporing' ('Rasterfahndung'). Die methode komt in essentie erop neer dat de politie zich niet meer laat leiden door bepaalde materiële aanwijzingen van schuld, maar door een aantal veronderstellingen omtrent gedrag en werkwijze van de daders. Het BKA paste de rasteropsporing bijvoorbeeld toe tijdens de ontvoering van Schleyer. Het veronderstelde dat de RAF-ontvoerders hun brieven per trein naar Parijs brachten om ze daar te posten. Daarop liet het BKA 5 weken lang alle namen van reizigers tussen 20 en 35 jaar, die gebruik maakten van de trein richting Parijs, registreren. De hierdoor verkregen lijsten werden met andere computergegevens vergeleken en uiteindelijk bleven er 8 'verdachten' over. Het is zonneklaar dat een dergelijke opsporingsmethode leidt tot een koppeling van computers en een zeer verregaand politietoezicht op de bevolking. De wonderlijke arrestaties van de familieleden Alvarez en Paternostre, de plotselinge ontdekking van twee conspiratieve woningen en de grootse wapenshow in het gerechtsgebouw: het lijkt allemaal net iets te toevallig. Het komt 'toevallig' de rechterzijde politiek goed uit. Gelet op de nakende verkiezingen is het voor rechts belangrijk het grote publiek te kalmeren, dat langzamerhand begint te twijfelen aan de ernst waarmee het onderzoek wordt gevoerd. Terreur als verkiezingsthema - Inhoud Nu de algemene verkiezingen van 13 oktober snel naderbij komen, worden de terroristen, de 'linkse' en de rechtse, bijzonder actief. Op vrijdagavond 27 september, omstreeks 10 over 8, parkeert een Golf GTI voor de Delhaize-supermarkt in Eigenbrakel. Een gemaskerd trio schiet op een klant en zijn 17-jarige zoon die op het punt staan weg te rijden. Daarop lopen de gangsters naar de ingang van de supermarkt. Een persoon die voor de deur staat te wachten wordt zonder meer neergeschoten. Een 13-jarig kind wordt vervolgens gegijzeld. Bij de kassa's gebieden de terroristen het publiek op de knieën te gaan zitten. Een man die niet snel genoeg gehoorzaamt wordt doodgeschoten. De terroristen gaan met een magere buit aan de haal. Nog geen half uur later rijden ze de parkeerplaats van de Delhaize-supermarkt in Overijse op, waar enkele personen bezig zijn verkiezingsaffiches op een bord te plakken. Een toeschouwer wordt onmiddellijk zonder aanleiding doodgeschoten. Een 14-jarige jongen die in huilen uitbarst, wordt op wrede wijze geëxecuteerd. De drie gemaskerde terroristen betreden schietend de supermarkt. Een kassa-juffrouw, die even aarzelt om haar kassa leeg te halen wordt ter plaatse vermoord. Een klant naast haar wordt door het hoofd geschoten. Nog een andere wegvluchtende klant wordt om het leven gebracht. Het resultaat van een half uur terreur: 8 doden en een buit van nauwelijks 800.000 fr. Het valt niet te ontkennen: de overvallers zijn niet uit op geld maar op het moedwillig terroriseren van onschuldige burgers en kinderen. Dat komt perfect overeen met het patroon van fascistisch terrorisme. De gemaskerde terroristen stonden onder leiding van een zwaar gebouwde man van circa 1,95 m met een karnavalsmasker. Deze 'reus' geeft de indruk een zeer gedegen commando-opleiding te hebben gevolgd. Hij neemt het leeuwendeel van de moorden voor zijn rekening. De terroristen waren goed op de hoogte van het gebrek aan coördinatie tussen de rijkswachtdiensten. De eerste overval werd gepleegd in het franstalige district Nijvel en de tweede in het nederlandstalige district Leuven. De Bende van Nijvel heeft een ware angstpsychose veroorzaakt, en de CCC vinden het geraden daar nog een schepje bovenop te doen. In de nacht van 8 oktober 1985 rijdt een bestelwagen stiekem het terrein van Si-belgaz in Laken op, goed verscholen achter een firma-auto teneinde zonder magneetkaart binnen te raken. Het is Iu27. De bestelwagen wordt geplaatst onder een loopbrug tussen de twee hoofdgebouwen. Dat is de plaats waar een ontploffing de meeste schade kan aanrichten. Een man springt uit de wagen, strooit pamfletten rond en raadt 2 verontruste arbeiders aan zich uit de voeten te maken. Een op de wagen gemonteerde luidspreker waarschuwt 20 minuten lang dat de wagen zal ontploffen. Dan weerklinken fanfaremuziek en de Internationale en explodeert de wagen. De CCC zijn er weer. Ze passen hetzelfde procédé toe als op 1 mei: een aantal gasflessen, omringd door een gordel van dynamiet. Qua materiële schade is dit zonder twijfel de meest succesvolle CCC-aanslag tot dusver. Zowat 400 ruiten sneuvelen en een deel van het gebouw ligt in puin. Het is het begin van wat de CCC hun 'Karl Marx-campagne' noemen. In de opeisingsbrief vallen ze haast in Rexistische stijl tegen 'de politieke partijen' uit. 'De wereld van de arbeid vergeet nimmer hoe dikwijls de zogenaamde 'partijen' al verraad hebben gepleegd', aldus de CCC. En verder: 'Van SP tot KP, van de jonge generatie van de PVDA tot de feodalen van de Groene partijen: het zijn allemaal historische verraders'. Ze eindigen met de oproep: 'Boycot de verkiezingen, stem blanco of ongeldig'. In de vroege morgen van 12 oktober volgt een dubbele aanslag in Charleroi. Een vrijend koppel ziet twee jongelui de ruiten inslaan in het gebouw van Fabrimetal en het daarnaast gelegen belastingkantoor. Ze plaatsen een diplomatenkoffertje in de respectievelijke lokalen. Waarschijnlijk door middel van een afstandmechanisme worden de 2 koffertjes precies gelijktijdig tot ontploffing gebracht. Het gelijkvloers van beide gebouwen loopt ernstige schade op. Na de KP en de PVDA, moet nu het volgende communistische symbool het ontgelden. De aankoop van het gesloten Valfil-bedrijf door de Chinese Volksrepubliek is voor de CCC aanleiding om uit te roepen dat 'Valfil weldra net zo goed overbodig zal zijn voor de Chinese kapitalisten als voor onze kapitalisten'. 'De superuitbuiting van de Chinese arbeiders die maar een hongerloon krijgen geeft hen echter nog even respijt', weten de CCC. De aanslag vindt plaats daags voor de algemene verkiezingen. Minister Nothomb roept onmiddellijk een 'crisiscomité' bijeen en vordert alle beschikbare rijkswachters en politieagenten op. Op zondag 13 oktober zijn zowat 30.000 politiemannen paraat om te patrouilleren en de stemburelen te bewaken. De katholiek-liberale coalitie komt versterkt uit de verkiezingen tevoorschijn. Wat La Wallonië al op 4 mei voorspelde komt nu uit: 'De regering was buiten adem, uitgeblust. De afschuw voor de laffe aanslagen gaf haar een makkelijk voorwendsel om opnieuw prestige te verwerven en haar rampzalig beleid uit het geheugen te wissen'. (82) De Pierre Akkerman-campagne - Inhoud De CCC openen 'een tweede front tegen het burgerlijke militarisme en het kleinburgerlijke pacifisme'. Ze dragen de campagne op aan een overleden Belgisch communist, Pierre Akkerman, waarvan ze een korte biografie geven: 'Vrijwilliger in de internationale brigades in Spanje. Politiek commissaris van het bataljon André Marty. Gestorven op 1 januari 1937 tijdens gevechten ten noorden van Madrid. Door de fascisten verraderlijk vermoord'. De CCC bewijzen nog maar eens wat voor pseudo-communisten ze wel zijn. Hun informatie over Pierre Akkerman klopt helemaal niet. In feite gaat het om Piet Akkerman, een Antwerpse diamantslijper, die in Spanje stierf op 15 november 1936 en nooit politiek commissaris van het bataljon André Marty is geweest. De CCC schrijven: 'De campagne Pierre Akkerman is gericht tegen de komende anti-rakettendemonstratie waarvan de kleinburgerlijke pacifisten naar gewoonte een folkloristische manifestatie van steriele gebeden en liederen willen maken'. Op 19 oktober ontploft in Namen een geïmproviseerde bom voor 'Infosermi', een informatiedienst van het Belgisch leger. De schade is gering. De volgende nacht gooien onbekenden een molotov-cocktail naar de wagen van Pierre Galand, de voorzitter van de CNAPD, de franstalige tegenhanger van VAKA. Die dag, 20 oktober, betogen zo'n 150.000 mensen in Brussel. Er is een opvallende vertegenwoordiging van de Christelijke Vakbeweging die de oproep van de ACW-leiding om thuis te blijven aan haar laars lapt. Een handjevol leden en sympathisanten van Ligne Rouge verspreidt onder het waakzame oog van rijkswacht in burger pamfletten met de CCC-boodschap: 'Honderden militanten geven de strijd op ... maar enkelen haken niet af. Ze zoeken nieuwe vormen van strijd en trachten te overwinnen' . Pikant detail: mensen die een pamflet aannemen worden door de anonieme rijkswachters meteen gefotografeerd. De dynamiek van de vredesbeweging heeft de CCC duidelijk verrast. Ze hebben in de dagen voor de grote betoging tot hun groeiende ergernis vastgesteld dat de vredesbeweging, ondanks de plaatsing van de kruisraketten en de verkiezingszege van rechts, helemaal niet morsdood is zoals zij met zoveel branie in hun Bierset-communiqué hadden verkondigd. Daarom hebben ze hals over kop beslist een nieuwe campagne te starten die gelijktijdig verloopt met de 'Karl Marx-campagne'. Dat de CCC nijdig zijn omwille van het onverhoopte succes van de vredesbeweging, blijkt ook uit het opeisingscommuniqué. Het is een epistel vol scheldwoorden, als 'pacifistisch uitschot', 'pacifistische oplichters' enz. Spitaels (PS), Van Geyt (KP), Ludo Martens (PVDA) en Galand (CNAPD) worden de 'geestelijke erfgenamen' genoemd van diegenen die in 1938 het Verdrag van München met Hitler afsloten. De opeisingsbrief eindigt met regelrechte doodsbedreigingen aan het adres van Galand. 'We hebben Galand nog een kans gegeven, maar hij moet ophouden met zijn vuile spelletjes, zoniet zal, vroeg of laat, de proletarische justitie hem de rekening presenteren...'. Een huiveringwekkende week - Inhoud Vanaf 4 november begint een golf van geweld en terreur zonder weerga over België te spoelen. Die terreur is buitengewoon goed getimed want de formatiebesprekingen op het Kasteel van Stuyvenberg zijn in een beslissende fase gekomen. Die destabilisatiepolitiek zal -en dat weten de CCC maar al te goed- anti-democratische gevolgen hebben. In de nacht van zondag 3 op maandag 4 november omstreeks 2u25 plaatst een CCC-lid een bestelwagen Renault Espace voor het gebouw van de Bank Brussel-Lambert in Etterbeek. Daarna rent hij naar een verderop gereedstaande vluchtauto. Precies op dat ogenblik komt een bewaker van Securitas aan. De CCC-er schiet onmiddellijk zijn mitrailleur met 24 kogels op de wagen van de bewaker leeg. De auto wordt vrijwel doorzeefd maar als bij wonder raakt de man slechts licht gewond. Zoals bij de aanslag op het kantoor van Sibelgaz is ook ditmaal in de bomauto een geluidsinstallatie geplaatst die voorbijgangers aanraadt zich uit te voeten te maken. En ook nu klinkt vlak vóór de explosie uit de luidspreker fanfare-muziek. Door de ontploffing worden brokstukken van de bomauto meer dan 200 meter ver geslingerd. Het is de eerste CCC-aanslag waarbij de daders vuurwapens hanteren. De 24 kogels bewijzen dat het CCC-geweld gevaarlijk escaleert. Niet alleen de CCC zaaien op 4 november terreur. Even over negen rijdt een BMW voor een postkantoor in Verviers een postwagen klem. Zonder de minste waarschuwing wordt gevuurd op het rijkswachtbusje. Vliegensvlug bevestigen de drie overvallers een lading springstof aan de postwagen. De explosie kost het leven aan twee inzittenden. Vervolgens gijzelen de daders een rijkswachter en gaan aan de haal met 7 miljoen. Anderhalf uur later omstreeks 1 u, betreden 2 of 3 CCC-ers de baliehal van de Generale Bank in Charleroi waar op dat moment enige tientallen klanten aanwezig zijn. Ze laten vanaf een hoger gelegen galerij pamfletten naar beneden dwarrelen, met de tekst: 'Opgelet dit is een revolutionaire actie van de CCC tegen de Generale Maatschappij. Ontruim voor uw eigen veiligheid onmiddellijk het gebouw ... De ontploffing heeft plaats binnen 30 minuten'. Hierop worden het gehele bankgebouw en de omliggende straten ontruimd. De bom die in een koffertje in de hal verborgen is, ontploft om 11u21. De voorgevel van het pand wordt weggeblazen. Pierre Carette slaat rustig vanuit het publiek de ontploffing gade. (83) Hij wordt gefilmd door de gemeentepolitie van Charleroi, die er zich nadien over beklaagt dat de AGG deze foto van Carette weigert te verspreiden. Het is de eerste keer dat de CCC toeslaan op klaarlichte dag, wat bewijst dat ze hoe langer hoe minder vrees hebben voor de politie. Naar verluidt maakten de CCC in de drukke Generale Bank gebruik van een 'tijdbom', die na een half uur automatisch explodeerde, terwijl ze bij vorige gelegenheden vaak naar bommen met afstandsbediening grepen, zodat zij zelf het moment van explosie konden uitstellen als er gevaar voor slachtoffers dreigde. Al bij al blijken de CCC zich steeds minder te bekommeren om de vraag of er doden zullen vallen. In de namiddag onderbreekt formateur Martens het formatieberaad voor spoedoverleg met Go] en Nothomb, rijkswachtbaas Bernaert, procureur Poelman en terrorisme-substituut Vandoren. De regering beseft dat de bevolking het vertrouwen in rijkswacht en justitie stilaan verliest. 'De bevolking vraagt zich af hoelang het terrorisme in ons land nog straffeloos met zijn misdaden door kan gaan', schrijft Het Volk. (84) Na afloop van het spoedoverleg worden geen mededelingen gedaan. Wel raakt bekend dat de PVV eist dat de volgende regering de rijkswacht voldoende middelen geeft. Daarnaast pleit de liberale partij voor een nieuwe 'superpolitie'. Dit alles kan de CCC niet afbrengen van hun plannen. Na middernacht laten ze een bom ontploffen voor de deur van 'de Manufactures Hannover Bank' in het hartje van Charleroi. In een straal van 50 meter vliegen alle ruiten aan diggelen. Hoewel Charleroi na de aanslag van de vorige dag in een soort staat van beleg verkeert, hebben de daders kans gezien om door de mazen van het net te glippen. In de loop van de dag regent het loze bommeldingen. De spanning en zenuwachtigheid stijgen zienderogen. Om 14u30 stappen twee jongelui de Kredietbank binnen aan het Monseigneur Ladeuzeplein in Leuven. De ene ketent een bomkoffertje aan een trapleuning en de andere verspreidt de pamfletten met de welbekende waarschuwing. De bank, waarin ruim 300 personeelsleden en zo'n 20 klanten aanwezig zijn, kan tijdig ontruimd worden. Om 15u is het muisstil op het plein. Enkel de beiaard van de universiteitsbibliotheek laat zijn monotoon deuntje weerklinken. Drie minuten later volgt een enorme knal. Ruiten vallen als in een vertraagde film naar beneden, en wolken stof walmen naar buiten. De videocamera's in de Kredietbank functioneren niet goed: de daders werden wel gefilmd, maar op de videoband staan slechts zeer vage beelden. Eens te meer worden de politiediensten in hun hemd gezet. De regering moet iets ondernemen om haar tanend prestige op te kalefateren. Ze roept de bevolking op te helpen bij de opsporing van de schuldigen door waakzaam te blijven en de politiediensten in te lichten over verdachte personen en zaken. Anders gezegd, een algemene oproep tot verklikking. Dat valt in slechte aarde bij La Cité, welke herinnert aan de excessen waartoe dat systeem in West-Duitsland heeft geleid. (85) Voorts beslist de regering het heft van de AGG uit handen van de rijkswacht te nemen en toe te vertrouwen aan het hoofd van het Openbaar Ministerie in Brussel, procureur Poelman, of liever diens substituut André Vandoren. Dit besluit is een kaakslag voor de rijkswacht en voor de met zoveel elitegeur omgeven AGG. Kennelijk is de rijkswacht buiten de schreef gegaan. Daags tevoren onthulde De Morgen dat een verslag van 28 mei met betrekking tot het schaduwen van Paternostre pas op 9 september door de rijkswacht in een proces-verbaal was gegoten. (86) Dit laat vermoeden dat een aantal belangrijke gegevens, die volgens de wet onmiddellijk ter beschikking van het parket en de onderzoeksrechter moeten worden gesteld, door de rijkswacht zijn achtergehouden. De hallucinante week is echter nog niet voorbij. De Bende van Nijvel en de CCC lossen elkaar af - Inhoud Zaterdagavond 9 november is het bijzonder druk bij de supermarkt Delhaize in Aalst, die gelegen is in een bebouwde kom, op een boogscheut van het politiebureau. De toeloop is groter dan normaal vanwege het populaire feest van Sint-Maarten dat de volgende dag wordt gevierd. Klanten komen met karren vol gekochte waar de supermarkt uit. Het is 19u33, minder dan een half uur vóór sluitingstijd. Van enige bewaking is buiten niets te zien, hoewel volgens een overeenkomst, die dateert van 9 oktober, kort na de bloedige overvallen op de Delhaizes in Overijse en Eigenbrakel, gemeentepolitie en rijkswacht beurtelings één dag per week, vrijdag of zaterdag, de verantwoording dragen voor de bewaking van de plaatselijke supermarkten. Vandaag is de rijkswacht verantwoordelijk voor het toezicht. De rijkswachtpatrouille van drie man, uitgerust met twee UZI-machinepistolen en twee kogelvrije vesten heeft de sluitingstijd niet afgewacht en is net weggereden. Nochtans is de Delhaize nog de enige te bewaken supermarkt vermits ALDI en Colruyt al vanaf respectievelijk 18 en 19u gesloten zijn. Om 19u33 verlaten drie gemaskerde lieden op het parkeerterrein van de Delhaize een Volkswagen GTI, en betreden in het wilde weg schietend de supermarkt. Twee klanten worden meteen doodgeschoten. De terroristen nemen een 'baby-kluis' met amper 200.000 fr. mee. Welgeteld elf minuten eerder waren de kassa's door de directie geledigd. Buiten nemen ze een echtpaar, vergezeld van 2 kinderen, onder vuur. De man, de vrouw en de dochter van 14 jaar zijn op slag dood. De zoon van 9 jaar raakt zwaar gewond. Ook een andere man en zijn dochtertje van 7 jaar worden ter plekke geëxecuteerd. De terroristen vuren op al wat beweegt en geven zo'nVeertig salvo's af. Een man vergezeld van zijn zoontje, rijdt in paniek weg. Zijn auto wordt met kogels doorzeefd. Gealarmeerd via het nummer 900 komen vrijwel gelijktijdig 2 wagens van de gemeentepolitie en de rijkswacht in de buurt van de Delhaize aan. Voor het eerst is er een mogelijkheid de terroristen van de Bende van Nijvel op de plaats van het misdrijf te klissen. De met UZI-machinepistolen uitgeruste rijkswachters zijn op dat moment op de hoogte van de aanwezigheid van de terroristen op het parkeerterrein. Zij sturen echter de twee met dienstpistolen gewapende politieagenten de vuurlinie in, terwijl zij zich veilig verderop aan het 'ronde punt' opstellen. Ze plaatsen zelfs hun auto niet op de uitgang van het parkeerterrein, zodat een vluchtweg vrijblijft. (87) De terroristen, geen enkel ogenblik afgeschrikt door de aankomst van rijkswacht en gemeentepolitie, grijpen de kans om weg te komen in hun donkerkleurige GTI, waarvan de achterklep gedurende het wegrijden is opengelaten om een op de hurken gezeten 'reus' de gelegenheid te bieden in ware commando-stijl al vurende de aftocht te dekken. Een officier van de gemeentepolitie die intussen ook ter plaatse is aangekomen vuurt nog vergeefs vijf schoten af. De rijkswacht daarentegen lost geen schot en legt de terroristen niets in de weg om te vluchten. Een politiewagen tracht de Golf GTI, die richting Ninove wegstuift, te achtervolgen, maar wordt direct uit de wielen gereden. Er wordt niet meteen een klopjacht ingezet. Het duurt nog bijna drie kwartier eer het politiealarm wordt gegeven, waardoor de vluchtwegen en kruispunten in de buurt van Aalst worden afgesloten. Dan zijn de terroristen allang de dans ontsprongen. De balans van de aanslag: 8 doden en 10 gewonden, waarvan 3 ernstig. De politieke uitbuiting - Inhoud Na de meest huiveringwekkende week uit de jongste Belgische geschiedenis - 4 CCC-aanslagen op de banken, een overval op een geldtransport bij Verviers, waarbij 2 doden vielen, en de terreuractie van de Bende van Nijvel tegen de Delhaize in Aalst, waarbij 8 mensen in koelen bloede werden terechtgesteld - verkeert de bevolking in een schoktoestand. Deze bloedige week valt samen met de beslissende fase in de formatiebesprekingen op het kasteel van Stuyvenberg. Op zondagmorgen 10 november komt op verzoek van formateur Martens het crisiscomité in allerijl bijeen. Nemen aan het spoedberaad deel: rijkswachtcommandant Bernaert en 6 demissionaire ministers: Gol (Justitie), Nothomb (Binnenlandse Zaken), Grootjans (Financiën), Dehaene (Sociale Zaken), Vre-ven (Landsverdediging) en De Croo (PTT). In Aalst heeft de rijkswacht op onvoorstelbare wijze geblunderd en allicht de kans verkeken om de Bende van Nijvel een beslissende slag toe te brengen. Bizar genoeg lijkt het crisiscomité zich daar niet aan te storen. Het vindt klaarblijkelijk dat de rijkswacht niet heeft gefaald en, meer nog, het breidt de macht van de rijkswacht zelfs uit. Zogezegd om tijd te winnen - het had 41 minuten geduurd eer men de parketmagistraat had bereikt om het politiealarm af te kondigen na het bloedbad in Aalst- beslist het crisiscomité de bevoegdheid voor het geven van een politiealarm over te hevelen van de magistratuur naar de rijkswacht. Zoals na het Hei-zeldrama wordt het falen van de rijkswacht beloond met een machtsuit-breiding. Gol acht nu het moment gekomen om zich definitief te profileren voor het grote publiek als de kampioen-bestrijder van terrorisme en onveiligheid. Hij buit de angstpsychose gretig uit om zijn ambitieuze repressieve plannen te ontvouwen. Diezelfde dag, 10 november, neemt hij deel aan een RTBf-debat, geflankeerd door procureur Francis Poelman en substituut André Vandoren. De magistraten voelen zich zichtbaar niet op hun gemak voor de camera's en zijn alleen onder druk van hun minister bereid gevonden aan de uitzending mee te werken. Ze zijn dan ook spaarzaam met het verstrekken van informatie. Alleen procureur Poelman verwekt even opschudding met de uitlating: 'We kennen de reus van de Bende van Nijvel'. Waarop wacht het gerecht dan om zijn signalement te verspreiden of hem te arresteren? Gol laat eveneens weinig los over de Bende van Nijvel. Alles wijst erop dat ze niet uit gewone gangsters bestaat. De buit is altijd miniem, er komen geen tips uit het milieu, er wordt geschoten op vrouwen, kinderen en alles wat beweegt. Blinde terreur en het terroriseren van de bevolking zijn fundamentele kenmerken van het fascistische terrorisme. De hele werkwijze van de bendeleden laat veronderstellen dat het gaat om figuren, die een uitstekende militaire of para-militaire opleiding hebben genoten. Het terrorisme van fascistische signatuur is louter uit op het creëren van een klimaat van algemene paniek, waarbij het de bedoeling is de maatschappij om te buigen tot een repressieve politiestaat. Gol weigert echter halsstarrig te geloven, ja zelfs te veronderstellen, dat de Bende iets te maken heeft met rechts terrorisme. De politie blijft daardoor de daders zoeken in het criminele milieu. Gevolg: de terroristen zijn nog steeds op vrije voeten. Hoewel de Bende van Nijvel vanaf augustus 1982 straffeloos 29 doden en 14 overvallen op haar geweten heeft, is de justitie er zelfs niet in geslaagd het gerechtelijk onderzoek bij één onderzoeksrechter te centraliseren. Gol is heel wat spraakzamer als het over de CCC gaat. Hij verheelt niet inzage te hebben in het gerechtelijk onderzoek en zijn optreden bevestigt dat de scheiding tussen uitvoerende en rechterlijke macht een fictie is zodra het terrein van het terrorisme wordt betreden. Anders dan de Bende, zijn de CCC nooit doelbewust uitgeweest op slachtoffers. Het is dan ook op zijn minst merkwaardig dat Gol laat verstaan dat de CCC misschien achter de bloedige overval op het geldtransport in Verviers zitten. Van een onderzoek naar het falen van de rijkswacht en de justitie wil Gol niets weten. Het voortijdig opgeven van de bewaking in Aalst tracht hij goed te praten met de -foutieve- informatie dat de rijkswachters de Delhaize hadden verlaten om een andere supermarkt te gaan bewaken. Vooral de terreur van de Bende van Nijvel heeft een oorlogssfeer gecreëerd. Niemand weet waar en wanneer de Bende de volgende keer zal toeslaan. Vele burgers zijn angstig. Daarenboven geloven ze niet dat de politie en rijkswacht hen effectief kunnen beschermen, want zowel de CCC als de Bende van Nijvel schijnen met de ordehandhavers te spelen als een kat met een muis. Gol grijpt die prangende onzekerheid met beide handen aan om opnieuw een drastische versterking van het repressie-apparaat te bepleiten. 'Jarenlang verklaar ik dat we gedurende vier jaar jaarlijks vijf miljard extra moeten besteden om een doeltreffende politie uit te bouwen', betoogt hij. Gol wil niet alleen dat de volgende regering 20 miljard extra voor ordehandhaving uittrekt, hij vindt ook dat de tijd rijp is voor de oprichting van een nationale gerechtelijke politie met verregaande bevoegdheden naar het model van de Amerikaanse FBI. Volgens Gol valt het uitvoeren van de doodstraf -een programmapunt van extreem-rechts- te overwegen 'voor bepaalde, wel omschreven, zeer ernstige en hatelijke misdrijven'. Indien het parlement er anders over beslist, zullen er alleszins uitzonderlijk zware straffen moeten komen, die definitief zijn en niet kunnen worden verminderd. 'Een andere vorm van doodstraf', aldus Gol. Tenslotte lanceert hij nog een aanval op de linkerzijde, met het argument dat ze de bevolking opzet tegen de politie. Gols 'harde' oplossingen vallen in goede aarde bij conservatief rechts. De Standaard schrijft: 'Gol heeft terecht beklemtoond dat meer moet worden geïnvesteerd in de ordehandhaving. Al te lang werd de sektor ondergewaardeerd en gehandicapt door de allergie van de linkerzijde voor het ordehandhavingsapparaat. De gevolgen van de verwaarlozing zijn nu pijnlijk voelbaar. (...) In ons land vormt de versterking van het ordehandhavingsapparaat geen gevaar voor de democratie'. (88) La Dernière Heu-re voegt er aan toe dat 'de komende regering niet mag aarzelen om per volmacht snel de financiële en juridische middelen te creëren die nodig zijn voor de binnenlandse veiligheid'. (89) Na een week van niets ontziende terreur is er een merkwaardige nationale consensus te merken. SP-voorzitter Van Miert tracht Gol zelfs langs rechts te passeren. Op 12 november, na afloop van het partijbureau, spreekt Van Miert zich uit voor een superpolitie om het terrorisme en de zware criminaliteit te bestrijden. (90) Terwijl Gol pleit voor een daadwerkelijk levenslange gevangenisstraf als surrogaat voor de niet-uitvoering van de doodstraf, stelt Van Miert voor de leden van de Bende stand-rechtelijk te executeren. 'Desnoods moeten ze ter plaatse worden neergeschoten', aldus Van Miert. Hij vervolgt: 'Als de doodstraf wordt omgezet in levenslang, dan moet het ook levenslang zijn'. Van Miert gaat ook akkoord met de oproep van de regering tot de bevolking, om alle mogelijke inlichtingen aan de politie door te spelen. Zijn standpunten zetten, ook in eigen rangen, veel kwaad bloed. Namens ACOD-LRB Antwerpen reageert Lambrechts duidelijk afkeurend: 'Wij aanvaarden niet dat uitzonderlijke omstandigheden een alibi geven om onverantwoorde maatregelen te treffen die de democratische verworvenheden aantasten of ongedaan maken'. (91) De PSC is wat terughoudender. Nothomb laat weten dat hij niets voor een Belgische FBI voelt en La Libre Belgique schrijft een vlijmscherpe commentaar op Gol. 'Gol heeft een fysieke passie voor gezag', aldus de commentator, die eraan toevoegt: 'Het lijkt erop dat politie en rijkswacht niets voorzien, ontdekken of verhinderen en niemand beschermen of verdedigen'. (92) Ondanks de gereserveerdheid van de PSC zal het offensief van Gol vlug vruchten afwerpen. Op 16 november komt het crisiscomité opnieuw samen. Het beslist een half miljard extra uit te trekken voor ordehandhaving. Ook wordt beslist de uitrusting, opleiding en training van de politiediensten te verbeteren. (93) Op 19 november beslist Nothomb 740 para's ten minste tot 15 december voor ordehandhaving in te zetten onder de operationele leiding van de rijkswacht. Deze beslissing valt 2 dagen voor de Nato-bijeenkomst in Evere, waar president Reagan zijn bondgenoten komt inlichten over de ontwapeningsbesprekingen met de Russische partijleider in Genève. Het is de eerste keer in de geschiedenis dat het leger wordt ingeschakeld om de orde 'preventief' te handhaven. De 'binnenlandse' in plaats van de buitenlandse vijand wordt het doelwit. Ook is het geen toeval dat precies de para's worden ingezet want het zijn de elite-eenheden die betrokken worden bij geheime anti-terreuroefeningen van de Nato. Bij het bezoek van Reagan lijkt Brussel wel een belegerde vesting. Zwaar gewapende para's, 850 rijkswachters, een paar honderd politieagenten en zowat 150 Amerikaanse veiligheidsagenten zorgen voor de veiligheid van de Amerikaanse president. Uitgerekend op het ogenblik dat Reagan zich op het Nato-hoofdkwartier in Evere bevindt slaan de CCC weer toe. Om 15u45 deponeert een CCC-er enkele tientallen pamfletten en een koffertje op de vierde verdieping van het kantoorgebouw aan de Van Beselarelaan in Watermaal-Bosvoorde, waar de Europese zetel van de Amerikaanse elektronika-gigant Motorola is gevestigd. Een bediende ziet een CCC-er wegvluchten langs de nooduitgang en slaat alarm. 450 werknemers kunnen tijdig het gebouw verlaten vóór de bom om 16ul5 ontploft en grote schade in de computerzaal aanricht. Motorola is een belangrijke leverancier van de Nato in Evere. Hoewel de firma genoteerd stond als nr. 2 op de lijst van mogelijke Amerikaanse doelwitten in ons land en hoewel de Amerikaanse ambassade tevoren de firma nog waarschuwde voor een aanslag, was er geen bewaking voorzien. In hun opeisingscommuniqué spenderen de CCC maar bitter weinig woorden aan wat zij nochtans het 'meest barbaarse regime uit de wereldgeschiedenis' noemen, namelijk het Amerikaans imperialisme. Wel schimpen ze weer vol welbehagen op de vredesbeweging. Volgens de CCC is 'de nederlaag van het kleinburgerlijke pacifisme nu wel duidelijk voor iedereen'. Ze noemen de betoging van 150.000 man op 20 oktober een flop en zetten zichzelf in de bloemen: 'Het lamlendig pacifisme dat zowel bij de verlichte nonnen als bij de PVDA vurige aanhangers telt, is nu niet meer de enige manier waarop tegen het burgerlijke militarisme wordt gevochten'. Dat de CCC doorgaan met het plegen van aanslagen nu de bevolking, na het bloedbad in Aalst, balanceert op de rand van de paniek, is op het eerste gezicht meer dan vreemd. Het wekt ontegensprekelijk de indruk dat men te maken heeft met een gecoördineerde campagne van het extreem rechtse en 'uiterst linkse terrorisme'. Zoals het voorbeeld van Italië leert, verhoogt die combinatie de kansen op een deregulering van de democratie. Nochtans is de houding van de CCC niet onbegrijpelijk, gelet op het feit dat ze trouw de recepten van Oriach volgen. Nog maar kort daarvoor, in september, publiceerde Ligne Rouge het dokument 'De gewapende strijd'. Daarin legt Oriach er de nadruk op dat 'al wat de onveiligheid doet toenemen, ons in de kaart speelt'. Met andere woorden, de blinde terreur van de Bende van Nijvel komt de CCC niet ongelegen. Volgens de politieke logica van Oriach en de CCC is het een goede zaak dat de traditionele politieke partijen zich in toenemende mate rond het anti-democratische programma van Gol verenigen. De CCC-aanval tegen Motorola, op een ogenblik dat het formatieberaad bijna rond is, betekent koren op de molen van de rechterzijde. Het valt trouwens niet te ontkennen dat de terreurcampagne van de Bende van Nijvel en de CCC diepe sporen achterlaat in het regeerakkoord van Martens VI. Op 28 november presenteert Martens zijn nieuwe kabinet en de volgende dag leest hij in de Kamer en Senaat de regeringsverklaring voor. Ze begint met de sprekende woorden: 'In het laatste kwart van de 20-ste eeuw hebben de Westeuropese landen af te rekenen met een dubbele uitdaging. Enerzijds wordt het welzijn van hun bevolkingen ernstig in het gedrang gebracht door een lange economische crisis, waar ze thans met moeite uitraken. Anderzijds wordt hun veiligheid bedreigd door opeenvolgende gewelddaden waartegen zij zich op doelmatige wijze moeten verweren'. Wat 'de veiligheid van de burgers' betreft verklaart Martens: 'De regering zal erop toezien dat alle betrokken instanties over de nodige mankracht, en de passende wettelijke en financiële middelen beschikken. De regering zal bijkomende maatregelen treffen om de samenwerking, de taakverdeling, de opleiding en uitrusting van de politiediensten te verbeteren. Tevens zal zij in de strijd tegen het geweld en het terrorisme een gezamenlijke actie op Europees en internationaal gebied aanmoedigen'. Het begin van het einde - Inhoud Op 4 december, even over llu, stapt een nette slanke man, ongeveer 25 jaar oud, de Bank of America in Antwerpen binnen. Niet ver van het goedbewaakte diamantcentrum. De jonge man, die witte handschoenen draagt, ketent een koffertje aan een radiator in de hal. Daarna legt hij een stapeltje CCC-pamfletten neer bij een receptioniste. De dame werkt eerst haar klant af, bekijkt dan de pamfletten en spoedt zich naar haar afdelingschef. Die loopt op zijn beurt naar de directeur, die in vergadering zit op een andere verdieping. Hij vindt de directeur om lluO7 en de ontploffing is aangekondigd voor llu30. De directeur belt niet de politie, maar stelt eerst alles in het werk om het eigen gebouw te ontruimen en de naburige verzekeringsmaatschappij Uranus te waarschuwen. Pas om Ilul7 bereikt de politie het bericht dat een CCC-bom gaat ontploffen bij de Bank of America. Kort daarna komt de brandweer ter plaatse. Ze weet echter niet dat het gebouw het doelwit vormt van een CCC-aanslag en brandweerlieden lopen argeloos naar binnen. Politiemannen slagen erin de brandweerlieden nog te verwittigen en ze sprinten weg. Twee minuten later ontploft de bom. Op het nippertje is een herhaling van het 1 mei-drama voorkomen. Zeven minuten na de explosie geeft de rijkswacht alarm. Antwerpen en omgeving worden afgezet, maar de vogel is gevlogen. De rijkswacht zoekt het dan maar in een andere richting. Om 12u30 staat de BOB voor de deur van H.V.D. die net zijn kinderen aan de school is gaan oppikken. H.V.D. is een gekend lid van de PVDA. Hij stond blijkbaar door de AGG geregistreerd als 'een potentiële terrorist'. Hoe komt dat? Tijdens de staking van de Britse mijnwerkers stortte Ligne Rouge dertigduizend en twintigduizend frank. H.V.D. tekende de kwijtingen. Op een of andere wijze heeft de AGG daarvan lucht gekregen. H.V.D. moet onmiddellijk met de BOB mee. In de loop van de dag wordt hij weer op vrije voeten gesteld, want één oogopslag volstaat om door te hebben dat hij in de verste verte niet beantwoordt aan de persoonsbeschrijving van de dader. Met deze aanslag is een einde gekomen aan de Pierre Akkerman-cam-pagne. De CCC laten de gelegenheid niet voorbijgaan om nu zelfs de meest radicale vleugel van de vredesbeweging te bespotten. Over de actievoerders die de vliegbasis van Florennes bezetten en om die reden een maand in voorhechtenis zaten, schrijven ze: 'Om hun blazoen van middelmatigheid en verraad wat op te poetsen, gaven de pacifisten zich aan het burgerlijk gerecht over, door als schaapjes over de omheining van de legerbasis te klauteren en dan in handen van de rijkswacht te vallen'. Zelfgenoegzaam besluiten ze: 'Wie was er toen Reagan kwam ? De CCC! (...) Strijdvaardig, rechtop, de wapens in de hand! Wij willen niet te vroeg juichen maar we zijn toch op de goede weg'. Twee dagen daarna slaan ze weer toe. In de nacht van Sinterklaas, klokslag vier uur, rinkelt de telefoon in het station van Oudenaarde. Een mannenstem zegt in het Frans: 'Hier de CCC. Leg alle treinverkeer tussen Kortrijk en Oudenaarde onmiddellijk stil. Om vijf uur ontploft er een bom'. Op het aangekondigde tijdstip vliegt in Wortegem-Petegem, 2 meter naast de spoorlijn Kortrijk-Brussel, een betonnen kraankamer van de Nato-pijplijn in de lucht. Tienduizenden liters brandstof spuiten uit devernielde pijpleiding, maar er ontstaat geen brand. De politie kondigt onmiddellijk een algemeen rookverbod af en de rijkswacht laat via een provinciaal speralarm de streek afgrendelen. Bijna gelijktijdig ontploft in Versailles een bom die geplaatst is tegen een raam van het 'Central European Operating Agency' (CEOA). Het CEOA beheert de uitbating van de Nato-pijpleidingen in West-Europa. De verantwoordelijkheid voor beide aanslagen wordt opgeëist in een pamflet dat gevonden wordt in een gebouw aan de Brusselse Louizalaan en in een telefoontj e aan de RTL-redactie. Aan dit pamflet is een geschiedenis verbonden, die aantoont dat de stoutmoedigheid van de CCC-leden waaghalzige trekken begint te vertonen. In de namiddag was de Louizalaan ten gevolge van een bomalarm in rep en roer. Er was een verdacht koffertje aangetroffen op de tramsporen. Het verkeer lag meer dan 2 uur stil. Terwijl het in de Louizalaan wemelde van de politiemensen werd het CCC-pamflet gedeponeerd in een appartementsgebouw, waarvan een flat gehuurd wordt door EG-commissaris Jacques Delors. De Morgen: 'Iemand belde RTL (gelegen op een boogscheut van het bewuste gebouw, n.v.d.r.) en meldde dat een CCC-pamflet op het aangeduide adres te vinden was. Kort daarna volgde een tweede telefoontje met de boodschap dat de rijkswacht RTL vóór was geweest, maar dat een tweede exemplaar vlakbij in de De Gaullelaan lag. RTL nam dit tweede gesprek op band op'. (94) De terreurbestrijders herkennen de stem van Carette. Hen wacht nog een verrassing. De opeisingsbrief is behalve door de CCC ook ondertekend door een groepering die zich 'een groep internationalistische communisten uit Frankrijk' noemt. Die groepering pleegde op 15 juli 1983 een aanslag in Parijs tegen vrachtwagens van het Franse leger. Met de actie wilde de groep protesteren tegen de gevangenschap van Oriach en de aanwezigheid van Franse troepen in Libanon. Het opeisingscommuniqué verscheen in het eerste nummer van Ligne Rouge. De CCC en de Franse groepering eisen samen de verantwoordelijkheid op voor de aanslag in Versailles. Het is meteen het eerste wapenfeit van de CCC in het buitenland. In hun Sinterklaas-manifest zeggen de CCC dat met deze 'klinkende overwinning' een einde is gekomen aan de Pierre Akkerman-campagne. 'De politieke, ideologische en ongetwijfeld ook militaire eenheid' van de Europese terreurgroepen dringt zich volgens de CCC op omdat de vijand ook internationaal georganiseerd is. De CCC oefenen kritiek uit op die Europese terreurbewegingen. Ze zouden lijden aan 'subjectivisme in al zijn uitingen: idealisme, anarchisme, opportunisme en radicaal-reformisme . De ordediensten reageren hoe langer hoe ongecontroleerder. Nog steeds in de beruchte Sinterklaas-nacht rijdt een bestelwagen met grote snelheid door het centrum van Gent. De rijkswacht rijdt de wagen klem en 2 rijkswachters naderen met getrokken pistool. Eén steekt het wapen door het geopende portierraam en sommeert de bestuurder, Guy Herpe-linck, uit te stappen. Deze geeft daaraan niet onmiddellijk gevolg. Plotseling gaat het pistool af. De bestuurder is dood. 'Wettige zelfverdediging', aldus het parket van Gent. In een quasi staat van beleg neemt men het niet meer zo nauw met de normen. 6 december is zonder twijfel een zwarte dag. Even over 3 uur ontploft een zeer zware bom op de eerste verdieping van het Luikse Paleis van Justitie. Balans: 1 dode, de 23-jarige student Philippe Balis, 2 zwaargewonden en grote materiële schade. Indien de bom een half uur later was ontploft, was het drama veel groter geweest. Op dat tijdstip zou in de Assi-senzaal de plechtige vergadering van de Jonge Balie beginnen. Er waren 600 genodigden onder wie Gol. De aanslag wordt niet opgeëist. Onmiddellijk nadien wordt het hele centrum rond de Place Saint-Lam-bert afgegrendeld. De winkels moeten hun deuren sluiten. Sirenes van af-en aanrijdende wagens loeien door de stad. Politie, rijkswacht, Ardense Jagers en militaire politie handhaven de orde met getrokken vuurwapens. Alle verloven van rijkswacht en politie worden onmiddellijk ingetrokken. 'Ons land verkeert in burgeroorlog', zo resumeert Het Volk de situatie. (95) De roep om een parlementaire enquête - Inhoud Vele burgers zijn niet alleen ongerust, ze stellen zich ook hoe langer hoe meer vragen over de ongewone machteloosheid van rijkswacht en justitie. Sinds drie jaar kan de Bende van Nijvel straffeloos moorden. De CCC kunnen ongehinderd 12 riskante aanslagen in amper 2 maanden tijd plegen. Dat is niet normaal in de ogen van velen. Ze vragen zich af of de terroristen beschermd worden en door wie? Ook in de Belgische kranten duiken die vragen op. Paul Goossens in De Morgen: 'Men aanvaardt niet langer dat de terroristen ongrijpbaar blijven en het vermoeden groeit dat er op hoog niveau dubbelspel wordt gespeeld. Meer dan 30 jaar heeft men moeten wachten om de waarheid omtrent de moord op Julien Lahaut te kennen. Wordt er rond de CCC en de Bende van Nijvel misschien een gelijkaardige maskerade opgevoerd?'.(96) La Cité: 'Er is dan het vreemde personage Pierre Carette... We hebben al meermaals onderstreept dat hij misschien niet die linkse is waarvoor hij zich uitgeeft'. (97) Hoe meer vragen de kranten en de burgers zich stellen, hoe luider de roep om een parlementair onderzoek weerklinkt. Op 19 november stelt de SP voor een onderzoekscommissie op te richten. De PS en de Groene partijen stemmen daarmee in, maar belangrijker nog, ook PSC-volksvertegenwoordiger Desmarets denkt in die richting. (98) De Morgen formuleert de vragen die de commissie moet beantwoorden: 'Een onderzoekscommissie heeft alvast de opdracht na te gaan of figuren als Carette, Latinus en De Laever geen agenten waren of zijn van officiële inlichtingen- en actiediensten. Alleen op die manier kan duidelijk worden of achter WNP en CCC geen verkapt staatsterrorisme schuilgaat', aldus De Morgen. (99) De regering en vooral Gol raken in een lastig parket. Gol verzet zich hardnekkig tegen een parlementaire enquête onder het voorwendsel dat het gerechtelijk onderzoek geheim is, maar in feite omdat het twijfel zou zaaien over de goede bedoelingen van de ordediensten. Hij beseft echter beter dan wie ook dat het zo niet verder kan, temeer daar zelfs de CVP-fractie in de Kamer erg snelle opheldering vraagt over het uitblijven van arrestaties en daarom dringend de bijeenkomst vraagt van een speciale commissie van Justitie. Op 2 december verspreidt het gerecht de foto en het signalement van Pierre Carette. Op die manier wordt de indruk gewekt dat de justitie de daders kent en op de hielen zit. Het moet de ongeduldige parlementairen en de bevolking sussen. Op 10 december, daags vóór de bijzondere Kamercommissie van Justitie bijeenkomt, vaardigt de Brusselse onderzoeksrechter, Francine Lyna, voor het eerst een arrestatiebevel tegen Carette uit. Zijn vingerafdrukken zijn immers aangetroffen bij de aanslag op het BBL-gebouw in Brussel op 4 november 1985. Toen hadden de CCC de ijzeren beugels die de BBL-parking van de openbare weg afschermen, middendoor gezaagd om met de bomauto tot vlak voor het filiaal te kunnen rijden. Leden van de CCC hadden die beugels daarna -maar nog steeds vóór de aanslag- met tape weer aan elkaar gekleefd. Het is op de tape-band dat Pierre Carette een vingerafdruk achterliet. Waarschijnlijk heeft hij zijn handschoenen moeten uittrekken om de tape aan te brengen. Het is verwonderlijk dat het meer dan één maand heeft geduurd voor de terreurbestrijders de vingerafdrukken van Carette hebben geïdentificeerd. Gewoonlijk neemt zo'n ordinaire politieklus maar enkele uren in beslag. Naar verluidt is de informatie die Gol op elf november aan de bijzondere kamercommissie verstrekt niet bepaald overtuigend, alvast niet wat de Bende van Nijvel betreft. Na Gols uitleg blijft de CVP een aarzelende houding aannemen omtrent de vraag naar een parlementair onderzoek, terwijl de PSC er nog altijd voorstander van blijft. Vier dagen later is het tij evenwel volledig gekeerd. Op 15 december nemen premier Martens en minister Gol deel aan de RTBf-uitzending 'Face a la presse'. Martens verzekert dat de regering zich eensgezind tegen een parlementair onderzoek kant en hij zwaait zelfs met het dreigement van een 'disciplinestemming' in het parlement. Minister Gol kondigt aan dat hij op 17 december voor de Senaatscommissie van Justitie en de volgende dag voor de Kamercommissie van Justitie de stand van zaken zal toelichten. Hoe valt die plotselinge ommezwaai bij de christen-democratische regeringspartners te verklaren? Het laatste rendez-vous in Namen - Inhoud Kan de plotselinge christen-democratische zwenking anders verklaard worden dan door de toezegging van Gol te zorgen voor een doorbraak in het dossier van de CCC of de Bende van Nijvel? Indien de CCC-kopstukken in die dagen de CVP-pers hadden gelezen dan zouden ze geweten hebben dat hun lot bezegeld was. Daags voor de verklaring van Martens op de RTBf, kondigen immers twee CVP-trouwe kranten, de Gazet van Antwerpen en Het Nieuwsblad, de nakende arrestatie van de CCC-leider aan. Zo schrijft de GVA: 'Pierre Carette, hoofdverdachte in de CCC-aanslagen, houdt zich schuil in Brussel. De speurders weten ongeveer waar, schaduwen constant de buurt en hopen de 33-jarige drukker binnenkort in de val te lokken...'. (100) Het zal niet lang duren. Daags na de verklaring van Martens is het al zover. Na een gecoördineerde, en klaarblijkelijk zorgvuldig voorbereide actie van de gerechtelijke politie en de staatsveiligheid, worden vier CCC-leden geklist. Beide diensten staan onder de supervisie van minister Gol. De rijkswacht, die nochtans het leeuwedeel van het CCC-onderzoek voor haar rekening nam, wordt op die cruciale 16 december buitenspel gezet. Vermoedelijk om dezelfde reden worden ook de AGG en het Anti-terreurcollege genegeerd. Terwijl de arrestatie volop aan de gang is, vergadert nochtans het Anti-terreurcollege, maar over de operatie wordt niet gesproken: 'De leden van de anti-terreurstaf te Brussel wisten wel dat er iets in de lucht hing, maar ze waren niet zeker van wat zou gebeuren', aldus De Standaard. (101) Klaarblijkelijk heeft de regering dus het zekere voor het onzekere genomen en géén vertrouwen gesteld in de rijkswacht die de arrestatie op de valreep nog had kunnen doen schipbreuk lijden. De operatie wordt toevertrouwd aan minder belangrijke politiediensten en geleid door de gezagstrouwe eerste substituut André Vandoren. Het is onder zijn toezicht dat Pascale Vandegeerde en Didier Chevolet worden geschaduwd vanaf het moment dat zij in september 1985 overstappen van de propagandavleugel (Ligne Rouge) naar de militaire vleugel (CCC). Hoewel Vandegeerde en Chevolet sinds september 1985 officieel spoorloos zijn, leven ze niet totaal ondergronds. Het ligt voor de hand dat de draad bij hen wordt opgepakt. De staatsveiligheid had in Charleroi bij verschillende herbergiers-tipgevers in de week van 7 tot 14 december foto's van beide verdachten getoond. Als in de morgen van 16 december Vandegeerde door een barhouder in Charleroi wordt herkend is het einde van de CCC nabij. Twee inspecteurs van de staatsveiligheid volgen haar vanaf lluOO naar haar onderduikadres. Om 12u40 verlaten Vandegeerde en Chevolet het huis. Ze begeven zich naar het station, waar ze afzonderlijk een kaartje kopen naar Namen. Op de trein die vertrekt om 13ul3 laten de volgers hen even alleen. In het station van Namen wacht een andere ploeg van de staatsveiligheid hen op. De tocht leidt naar de herberg 'L'Auberge du Goéland' in de Rue de Fer. Daar zitten Bertrand Sassoye en Pierre Carette hen op te wachten. Ze consumeren een aperitief. Juist op dat moment dat een interventieteam van de gerechtelijke politie wil optreden, rekenen de vier CC-ers af en verlaten te voet de herberg. Ze begeven zich naar het restaurant 'Quick' aan het Stationsplein. Het is 14u20. De vier bestellen een hamburger en nemen plaats aan een tafel bij het venster van het drukke etablissement. 15ul0. Een dertigtal inspecteurs en agenten van de gerechtelijke politie in burger vallen razendsnel langs drie ingangen het restaurant binnen. Enkele anderen hadden zich reeds stiekem onder het publiek gemengd. De verrassing is totaal. De politiemacht staat al binnen voordat het viertal goed en wel weet wat er gaande is. Geen van hen heeft de tijd om naar wapens te grijpen. De aanwezige klanten worden gefouilleerd en aan een identiteitscontrole onderworpen. Ondanks de vele voorzorgen en de goede voorbereiding, is een mysterieuze 'punkachtige' vrouw vlak voor de arrestatie uit het restaurant kunnen ontsnappen. Aan boord van een rode Volkswagen Golf rijdt ze richting Brussel. Om 16u00 wordt in Brussel politiealarm gegeven om het voertuig alsnog te onderscheppen. De Golf rijdt in Jette door een versperring. Om 18ulO wordt het politiealarm tot het hele land uitgebreid. Maar de zoekactie levert geen resultaten op. Bij de gerechtelijke politie is men ervan overtuigd dat de wagen was uitgerust met een blauw zwaailicht en een sirene net als die van de rijkswachtauto's... (102) Gol popelt van ongeduld om het heuglijke nieuws te melden, en de felicitaties in ontvangst te nemen. Maar het gerecht vraagt nog even geduld te oefenen omdat het nog een mini-Mammoet wil ondernemen in Namen, Hornu bij Bergen en Charleroi. Toch wil Gol het avondjournaal van radio en TV niet missen. Om 18ulO verstuurt hij vanop het Poelaertplein in Brussel een persbericht om de arrestaties aan te kondigen. Elders in Brussel kruipen CVP-commentatoren in hun pen. Manu Ruys schrijft in De Standaard: 'Er was in de publieke opinie een groeiend onbehagen merkbaar, veroorzaakt door de vermenigvuldiging van aanslagen en overvallen, waarvan de daders steeds weer konden ontsnappen. Er ontstond een zodanig scherpe twijfel aan de bekwaamheid van de gerechtelijke diensten, dat de oppositie in het parlement ging aandringen op een bijzondere Kamercommissie, die het falen van politie en rijkswacht zou onderzoeken. De aanhouding in Namen toont aan dat het justitieapparaat nog recht heeft op krediet en vertrouwen'.(103) En Het Volk: Het belangrijkste effekt van de arrestatie is ongetwijfeld dat er nu onder de bevolking opnieuw vertrouwen kan groeien in de doeltreffendheid van de politie'.(104) De arrestatie van de CCC-verdachten voorkomt de instelling van een parlementaire onderzoekscommissie en herstelt in één klap het vertrouwen in politie en justitie. Zelden moet een arrestatie op een zo opportuun moment gekomen zijn. Epiloog: isolatieregime - Inhoud Bij zijn aanhouding heeft Carette een sleutelbos met tal van sleutels bij zich. In de loop van de volgende maand ontdekt het gerecht één na één de deuren, die bij sommige van die sleutels horen. Zij vindt schuilplaatsen van de CCC in Charleroi, Vorst, Marcinelle, Sint-Gillis en Luik. Vlak voor hun aanhouding verbleven Carette en Sassoye in een flat aan de Grevelingenstraat in Sint-Joost. Hier vindt de rijkswacht allerlei plannen voor nieuwe aanslagen, 6 kilo springstof uit Ecaussines en 12 mappen vol persknipsels over hun aanslagen. (105) In een garage in Sint-Jan-Molenbeek en een appartement in Dampré-my vindt de politie respectievelijk 10 en 50 kg springstof. (106) Naast een staaf springstof, afkomstig uit Ecaussines worden in twee garages in Marcinelle ook de zetels aangetroffen van de bomauto, die de CCC op 4 november 1985 gebruikte tegen de Bank Brussel Lambert. (107) Er zijn ook nieuwe ontwikkelingen in het FRAP-dossier. Op 2 december 1985 vaardigt onderzoeksrechter Lyna een tweede aanhoudingsbevel tegen Chantal Paternostre uit, die nu ook beschuldigd wordt van 'bendevorming'. De onderzoeksrechter baseert zich op de vondst van een 'fragment' van haar vingerafdruk op een strijkijzer in het conspiratieve appartement aan de Landhuisjesstraat in Ukkel. In technische termen heet het dat amper 8 van de 17 karakteristieke bijzonderheden kloppen. Vier dagen later krijgt ze plotseling het gevangenisregime dat gebruikelijk is voor terroristen: isolatie. Ook de vier CCC-leden worden hieraan onderworpen. De isolatiemaatregelen liegen er niet om: strikte scheiding van de medegevangenen, apart luchten en wandelen, geen enkele gemeenschappelijke vrijetijdsbesteding als bioscoop, televisie en bibliotheek, bezoek op aparte uren en achter glas. Dat is nog niet alles. De gevangenen moeten geregeld van cel veranderen, zogezegd om ontsnapping te bemoeilijken. Ze worden constant vergezeld van twee bewakers, waarvan één de wacht optrekt aan de deur van de spreekkamer als de gevangenen een onderhoud hebben met hun verdedigers. De gevangenen worden volledig gefouilleerd na een gesprek met hun advocaten en hun post wordt streng gecontroleerd. Eigen kleding en boeken zijn verboden, omdat ze kleine codemededelingen kunnen bevatten.(108) Zo'n onredelijk streng regime is vanzelfsprekend niet bevorderlijk voor de gezondheid. Na een maand eenzame opsluiting krijgt Paternostre last van aanhoudende hoofdpijnen, evenwichtsstoornissen en bloedende neus. De artsen van eigen keuze, dokter P. Blanpain en dokter M. Roe-landt, maken zich bezorgd over haar psychische gesteldheid en hartprobleem. Op 16 april spannen de advocaten van Paternostre, A. Krywin en C. Draps een kortgeding aan tegen de Belgische Staat warin ze de opheffing vragen van de uitzonderlijke isolatiemaatregelen. Op 14 mei wijst voorzitter Jonnaert het verzoek af met het argument dat de gezondheid van Paternostre niet onmiddellijk gevaar loopt en 'de genomen maatregelen geheel in overeenstemming zijn met het ontwerp van aanbeveling van de Raad van Europa, dd. 28 mei 1982 met betrekking tot de opsluiting en behandeling van gevaarlijke gedetineerden'. Opmerkelijk is dat de voorzitter zich steunt op een aanbeveling die eigenlijk geen enkele rechtskracht heeft. In een notedop komt ze erop neer dat 'alle gevaarlijke gevangenen' strikt moeten worden gescheiden van de andere gedetineerden. Hoever deze isolatie mag gaan, wordt niet gepreciseerd. Er valt dan ook niet te verwachten dat de aanbeveling paal en perk zal stellen aan allerhande deprivatie-technieken, die niet alleen uitgetest worden tegen terroristen maar ook bijvoorbeeld tegen sympathisanten van de IRA. Het doel van isolatie is onveranderlijk: het bekomen van inlichtingen en bekentenissen, evenals het vernielen van de politieke identiteit van de gevangenen. Wat is nu volgens de Raad van Europa een 'gevaarlijke gevangene'? Dat is niet vast omlijnd. Iemand is 'gevaarlijk' als zijn gedrag, gelet op het gepleegde misdrijf, een ernstige bedreiging inhoudt voor de maatschappij en de gevangenis. Met zo'n algemene definitie is het een koud kunstje zonodig radicale demonstranten, stakers of vakbondsmensen bij 'gevaarlijke gevangenen' te rekenen. Zeer terecht ondertekenen zowat drieduizend mensen, waaronder ABW-voorzitter Van Den Broucke en voormalig minister van Justitie Philippe Moureaux een petitie, waarin ze een normaal gevangenisregime voor Paternostre vragen. Op 28 juli stelt Ecolo-volksvertegenwoordiger Jacques Preumont op zijn beurt in de Kamercommissie van Justitie haar eenzame opsluiting aan de kaak. Hij gewaagt van onverantwoorde psychologische pressie. Gol laat zich niet op de vingers tikken, maar aan het slot van zijn antwoord kondigt hij toch een versoepeling van haar gevangenisregime aan. Meer nog, enkele dagen daarop, op 5 september, stelt onderzoeksrechter Lyna Paternostre onverwacht op vrije voeten. (109) Intussen waren de CCC-leden op 9 mei in hongerstaking gegaan. Met hun actie wilden ze erkenning als politieke gevangenen en de afschaffing van de bijzondere detentievoorwaarden afdwingen. Na 43 dagen beëindigen ze hun staking. Enkele dagen voordien was Pascale Vandegeerde overgebracht naar de medische afdeling van de gevangenis. Zij woog toen nog slechts 35 kilo. De directie zou sommige gevangenisregels hebben versoepeld. Het ministerie van Justitie begint dan maar met de voorbereiding van de volgende episode. Circa 50.000.000 fr. trekt ze uit voor het aanbrengen van allerlei specifieke beveiligingen in de Brusselse Assisenzaal. Het proces kan beginnen. 1) Gazet van Antwerpen, 18 december 1985. 2) Le soir, 30 december 1979. 3) Het Laatste Nieuws, 14 april 1978. 4) La Dernière Heure, 14 april 1978. 5) Gazet van Antwerpen, 27 april 1978. 6) La Libre Belgique, 19 november 1984. 7) De Krachtmeting, Michel Graindorge, Uitgeverij EPO, p. 150. 8) Le Soir, 11 oktober 1979. 9) Brief d.d. 19 februari 1980 van Oriach, archief auteur. 10) Brief van Carette aan een vriend in 1986, archief auteur. 11) Brief van Carette aan een vriend in 1986, archief auteur. 12) Brief van Oriach d.d. 15 februari 1981, archief auteur. 13) Brief van Oriach d.d. 16 november 1980, archief auteur. 14) Brief van Oriach d.d. 16 november 1980, archief auteur. 15) Brief van Oriach d.d. 16 november 1980, archief auteur. 16) Humo, 12 december 1985, 26 december 1985; Le Vif, 19 december 1985. 17) Brief van Oriach d.d. 20 januari 1981, archief auteur. 18) Lenin, deel 31, p. 80-81. 19) Brief van Oriach d.d. 15 februari 1981, archief auteur. 20) Brief van Oriach d.d. 15 februari 1981, archief auteur. 21) Brief van Oriach d.d. 15 februari 1981, archief auteur. 22) Brief van Oriach d.d. 15 februari 1981, archief auteur. 23) “De Gewapende Strijd,” Ligne Rouge nr. 17. 24) Laurent, L'Orchestre Noir, p. 169, Stock. 25) De Morgen, 18 december 1985. 26) Le Monde, 26 februari 1987. 27) Le Monde, 21 februari 1987. 28) Libération, 24 februari 1987. 29) Brief van Oriach d.d. 15 februari 1981, archief auteur. 30) Brief van Oriach d.d. 15 februari 1981, archief auteur. 31) Brief van Oriach d.d. 15 februari 1981, archief auteur. 32) Brief van Oriach d.d. 15 februari 1981, archief auteur. 33) Gevangenisbrief van Chevolet, archief auteur. 34) Ligne Rouge, nr. 17. 35) Gevangenisbrief van Carette, archief auteur. 36) Le Soir, 14 januari 1986. 37) Le Point, 2 maart 1987. 38) De Morgen, 22 januari 1986. 39) Le Vif, 2 oktober 1986. 40) Le Vif, 2 oktober 1986. 41) Concrete antwoorden op concrete vragen. 42) Le Monde, 17 januari 1985. 43) Le Soir, 1 december 1985. 44) La Dernière Heure, 4 oktober 1984. 45) La Dernière Heure, 4 oktober 1984. 46) Concrete antwoorden op concrete vragen, CCC-tekst d.d. 10/5/1985. 47) De Standaard, 13/12/79. 48) Gazet van Antwerpen, 18/9/84. 49) La Dernière Heure, 20/9/84. 50) Pourquoi Pas, 24/9/84. 51) De Morgen, 11/2/87. 52) La Cité, 7/11/84. 53) La Dernière Heure, 19/10/84. 54) Le Soir, 23/10/84. 55) La Dernière Heure, 14/11/84. 56) Gazet van Antwerpen, 27/11/84. 57) Concrete antwoorden op concrete vragen, CCC-communiqué d.d. 10 mei 1985. 58) La Dernière Heure, 14/12/84. 59) De Morgen, 13/12/84. 60) De Standaard, 13/12/84. 61) La Dernière Heure, 13/12/84. 62) De Standaard, 14/1/85. 63) De Morgen, 16/1/85. 64) La Libre Belgique, 18/1/85. 65) De Morgen, 21/1/85. 66) La Libre Belgique en Le Soir, 25/1/85. 67) Faire Le Point, uitzending RTBf, 21/9/86. 68) Le Soir, 22/4/85. 69) Le Soir, 4/5/85. 70) De Morgen, 2/5/85. 71) Le Soir, 2/5/85. 72) Debat van de RTBf, 5/5/85. 73) De Standaard, 3/5/85. 74) De Nieuwe Gazet en La Dernière Heure, 11/5/85. 75) De Morgen, 15/5/85. 76) De Morgen, 4/2/87. 77) La Dernière Heure, 5/7/85. 78) Humo, 28/11/85. 79) Le Soir, 18/6/85. 80) La Dernière Heure, 30/8/85. 81) Het Nieuwsblad, 9/2/87. 82) La Wallonië, 4–5/5/85. 83) De Standaard, 16/11/85. 84) Het Volk, 5/11/85. 85) La Cité, 6/11/85. 86) De Morgen, 5/11/85. 87) De Morgen, 13/11/85. 88) De Standaard, 12/11/85. 89) La Dernière Heure, 12/11/85. 90) De Morgen, 13/11/85. 91) De Morgen, 20/11/85. 92) La Libre Belgique, 12/11/85. 93) Le Soir, 19/11/85. 94) De Morgen, 9/12/85. 95) Het Volk, 7/12/85. 96) De Morgen, 12/11/85. 97) La Cité, 10/12/85. 98) Het Laatste Nieuws, 21/11 en La Dernière Heure, 23/11/85. 99) De Morgen, 12/12/85. 100) Gazet van Antwerpen, 14/12/85. 101) De Standaard, 17/12/85. 102) Le Soir, De Standaard, 17/12/85. 103) De Standaard, 17/12/85. 104) Het Volk, 17/12/85. 105) De Standaard, 22/1/86. 106) De Standaard, 23/1/86. 107) De Standaard, 24/12/85. 108) Openbare Commissievergadering van de Kamer 28 juli 1986, Interpellatie van de heer Preumont. Le Soir, 6/9/86. II. DE REPLIEK VAN DE STAAT - Inhoud In de strijd tegen het terrorisme is geheimzinnig doen de erecode. Achter de schermen zette Gol het Anti-terreurcollege en de Anti-terroristische Gemengde Groep (AGG) op de rails. De samenwerking tussen geheime diensten en politie is het nieuwe mechanisme dat Gol in werking heeft gesteld en dat als een rode draad door zijn beleid loopt. In stilte werd 'operatie Mammoet' op touw gezet. De lijst van terroristische individuen en organisaties is top secret. De definitie van 'terrorisme' die de rijkswacht hanteert is zo rekbaar als een accordeon. De elite-eenheid Dyane opereert anoniem en schaduwt potentiële terroristen. En tenslotte droomt Gol ervan infiltratietechnieken te introduceren. Wat wordt er eigenlijk geviseerd? De democratie of het terrorisme? Op een inderhaast bijeengeroepen persconferentie na de tweede CCC-aanslag stelt minister Gol twee kersverse anti-terreurdiensten voor: de Anti-terroristische Gemengde Groep (AGG) en het Anti-terreurcollege. (1) Deze anti-terreurdiensten komen niet uit het niets. Op 18 september 1982 vond een aanslag plaats op een grote synagoge aan de Regentschapstraat te Brussel, waarbij 4 personen gewond raakten. De PLO keurde de aanslag dadelijk ondubbelzinnig af: 'De PLO vindt dat dergelijke laffe aanslagen de zaak van de vrede niet dienen en veeleer schade berokkenen aan het Palestijnse volk dat vecht voor de herovering van zijn rechten'. (2) De afkeuring ligt in de lijn van de in 1974 officieel afgekondigde PLO-doctrine, dat aanslagen buiten Palestina niet geoorloofd zijn. Zeker is dat Israëlische autoriteiten politiek voordeel trokken van de verontwaardiging over de aanslag op de synagoge, waardoor de aandacht werd afgeleid van de moorddadige Israëlische bombardementen op Beiroet, en het de PLO moeilijker werd gemaakt om zijn verzet tegen het Israëlische invasieleger op politiek en diplomatiek vlak te verzilveren. De reactie van de zionistische lobby liet minister Gol niet onberoerd. Amper een paar dagen na de aanslag speelde hij reeds met de gedachte een speciale anti-terreureenheid op te richten. Hij zei op 21 september 1982: 'Terroristische daden verschillen van andere misdrijven. Ze hebben niets gemeen met elkaar. Ze wenden verschillende methodes aan. Het terrorisme bedient zich van krachtdadige middelen. De staat moet, binnen de grenzen van de wettelijkheid, met specifieke middelen antwoorden. Wij moeten in staat zijn snel en deskundig te reageren met aangepaste technieken. Wij zijn, geloof ik, beter af met een tiental of honderdtal deskundigen die we onmiddellijk bij de hand hebben, dan met een rechtlijnige uitbreiding van de politiediensten'. (3) Gol is er de man niet naar om rustig bij de pakken te blijven neerzitten. Bij de behandeling van de Justitiebegroting in de Senaat op 19 november 1982 (4) kon hij al een hoge borst opzetten: 'Voor het eerst in de geschiedenis van de Belgische politie heb ik een daadwerkelijke samenwerking bewerkstelligd van de diverse korpsen die deelnemen aan de strijd tegen het terrorisme. Ik zou zeggen dat het een volslagen nieuw gegeven is. Laten we hopen dat het doeltreffend zal zijn'. Op 27 juni 1983 installeert Gol in het geheim het Anti-terreurcollege. Het parlement komt er louter toevallig op uit. Op een vraag van kamerlid Kelchtermans antwoordt Gol op 9 augustus 1983 achteloos: 'De regering is inderdaad begaan met het probleem van het internationale terrorisme. In dat verband werd een coördineringsstructuur geïnstalleerd. Het voorzitterschap werd toevertrouwd aan de ere-administrateur-directeur-generaal van de Openbare Veiligheid'.(5) Gol doelt hiermee op Ludo Caeymaex. Deze ex-chef van de staatsveiligheid zit het College voor als persoonlijke gezant' van de minister van Justitie. Op de stichtingsvergadering van 27 juni 1983 was een select gezelschap aanwezig (6): de chef van de Generale Staf van de rijkswacht (Generaal Reviers); de administrateur-directeur-generaal van de Openbare Veiligheid (Albert Raes); een vertegenwoordiger van de Algemene Rijkspolitie (Warlier); de commissaris-generaal voor Gerechtelijke Opdrachten en hoofd van Interpol-België (Robert Van Hove); de chef van de Militaire Inlichtingendienst SGR (generaal Paul Tichon) en zijn ondergeschikte, het hoofd van de Dienst Inlichting en Actie (SDRA) (Kolonel Detrembleur). Voorts: de oudste Procureur-Generaal (momenteel Van Honste van Brussel), de kabinetschef van minister Gol (Holsters), een lid van de Staatsveiligheid, als vertegenwoordiger van het verbindingsbureau Trevi (Wolveridge), en tenslotte waarnemend secretaris-generaal van Binnenlandse Zaken (Eduard Janssens). De vertegenwoordigers van het ministerie van Financiën en Buitenlandse Zaken waren afwezig. Tijdens het debat 'Faire Ie point' op 7 oktober 1984 suggereert Gol dat het Anti-terreurcollege uitsluitend bestaat uit de chefs van de politie- en veiligheidsdiensten. Maar hij brengt de volledige waarheid niet naar buiten. De stichtingsvergadering van het College werd immers ook opgeluisterd door een 'zwaargewicht' als Eduard Janssens, een voormalige parketmagistraat, die vanaf 1964 Onafgebroken verbonden was aan de algemene rijkspolitie. Als fervent aanhanger van de oerconservatieve CE-PIC-vleugel van de PSC, was hij kabinetsmedewerker van een half dozijn katholieke ministers van Binnenlandse Zaken. Janssens werd wel eens vergeleken met Fouché, de even machtige als sinistere politieminister van Napoléon. De bekroning van zijn rijkelijk gevulde carrière kwam met zijn aanstelling tot commissaris van minister van Binnenlandse Zaken Nothomb om tijdens het pausbezoek in april '85 de ordehandhaving te dirigeren. Deze beruchte operatie heeft aan de rijkswacht alleen 85,6 miljoen en 133.899 overuren gekost. (7) Janssens was ook actiefin Trevi. Dit belangrijkste Europese anti-terreurorgaan heeft trouwens nog een antenne in het college: Wolveridge. De militaire inlichtingendienst stuurt niet minder dan twee kopstukken. Buitenlandse Zaken heeft blijkbaar ook iets met het College te maken. Dit departement komt tussen in geval van gijzeling van diplomaten. Het kan overigens een rol spelen in de internationale informatieuitwisseling. Het College organiseert op het hoogste niveau een driehoeksoverleg van gerechtelijke overheden, regering en politie- en veiligheidsdiensten. De verwevenheid tussen uitvoerende en rechterlijke macht is zo groot dat de klassieke scheiding der machten bijna niet meer zichtbaar is. Eengrotere greep van de minister van Justitie op het gerechtelijk apparaat is dan ook niet denkbeeldig. Minstens even belangrijk is het feit dat het College de samenwerking van de diverse politie- en inlichtingendiensten institutionaliseert. Deze samenwerking vormt bij nadere beschouwing een vast bestanddeel van Gols anti-terreurbeleid. Het College heeft de taak de regering voor te lichten over dreigend terroristisch gevaar, de aanwezigheid van 'potentiële' terroristen en de gedragslijn bij gijzeling, vliegtuigkaping of andere terreuracties. Voorts moet het preventieve maatregelen uitwerken. (8) De nadruk ligt dus eerder op 'voorkomen' dan op 'bestraffen' van terreurdaden. Het is dan ook onlogisch dat niet Binnenlandse Zaken maar Justitie de eerste viool speelt in het College. De Anti-terroristische Gemengde Groep (AGG) - Inhoud De politiechefs van het Anti-terreurcollege verrichten geen 'veldwerk'. Daarvoor zorgt de AGG. Aanvankelijk leken de betrekkingen tussen de verschillende politie- en veiligheidsdiensten niet zo erg te willen vlotten, maar uiteindelijk kon toch een samenwerkingsakkoord worden bereikt. De exacte startdatum van de AGG is 17 september 1984, dat wil zeggen amper 2 weken voor de eerste CCC-aanslag. (9) Alle politiediensten(rijkswacht, gerechtelijke politie, algemene rijkspolitie) en inlichtingendiensten (staatsveiligheid, militaire veiligheid en politieke info-secties van de BOB) zitten zij aan zij in de AGG. Alleen de gemeentepolitie mag aanvankelijk niet meedoen. 'Waar kan de gemeentepolitie dan terecht als ze informatie heeft over terrorisme?', vroeg de Brusselse burgemeester Brouhon zich af. 'De gemeentepolitie moet de algemene rijkspolitie inlichten', kaatste Nothomb terug. De algemene rijkspolitie is evenwel een dienst die informatie omtrent ordehandhaving (stakingen, manifestaties) centraliseert. Kent Nothomb de weg niet in het grensland tussen terrorisme en ordehandhaving? Hier liggen de grenzen alleszins niet duidelijk. Brouhon voelde zich bijzonder gegriefd. 'Mijn agenten mogen wel de kastanjes uit het vuur halen bij de terreuracties, maar ze mogen niet in de AGG zetelen', protesteerde hij op de gemeenteraadszitting van 15 oktober 1984. (10) Naarmate het aantal CCC-aanslagen stijgt, groeit ook de AGG verder. Zelfs enkele zorgvuldig geselecteerde politieofficieren krijgen na een positief 'veiligheidsonderzoek' toegang tot de besloten AGG-club. (11) Direct na de aanslag op de NATO-pijpleidingen berichtte La Dernière Heure (12) dat de veiligheidsdiensten van de NATO de AGG ter hulp zouden komen. Of dit betekent dat NATO-personeel aan de AGG-vergaderingen deelneemt blijft een open vraag. De politie en geheime diensten beschikken over een eigen registratiesysteem, dat nuttige gegevens voor de terreurbestrijders kan bevatten. Bij de AGG in Brussel wordt alle informatie nu centraal verzameld. Het betreft niet alleen gegevens van terroristen die hun sporen al verdiend hebben, maar ook van personen die alleen maar worden 'verdacht' van terroristische activiteiten of sympathieën. Zelfs het kleinste feit willen de AGG-specialisten vastleggen. Ze willen alles weten over wapens, logistieke steun, auto's, sympathisanten, kennissen, schuilplaatsen en paspoorten. Politie en Justitie kunnen de gegevens van de AGG opvragen. Andersom speelt het Openbaar Ministerie onder bepaalde omstandigheden informatie uit gerechtelijke onderzoeken door aan de AGG. Behalve met het centraliseren van gegevens houdt de AGG zich ook bezig met de studie van de technieken en methodes van de terreurorganisaties. Voorts adviseert ze de onderzoeksrechter over de richting en oriëntatie bij terroristische aanslagen. Met een centrale registratie en snelle informatieuitwisseling verwacht Gol grote winsten te boeken bij de opsporing en vervolgingen van terroristen. Over de schaduwzijde van de AGG rept hij met geen woord. Nochtans houdt de stroomlijning van het politieke inlichtingenapparaat wel gevaren in voor de democratie. Een democratische controle is immers niet ingebouwd. Dit stemt tot nadenken, want de inlichtingendiensten hebben in de loop der jaren een rijke ervaring verworven in het bestrijden van de arbeidersbeweging. En wat te denken van de gecoördineerde samenwerking tussen politie en geheime diensten? Niet voor niets werden een aantal barrières gebouwd tussen beide. De gruwelen van de Gestapo liggen iedereen nog vers in het geheugen. Het gaat niet op de opsplitsing van politie en geheime diensten louter organisatorisch te beschouwen. Ook hun inlichtingen moeten gescheiden blijven. Door de AGG ontstaat er echter een gesloten en oncontroleerbaar circuit van politieke en criminele gegevens. Als gevolg daarvan kunnen politieke gegevens rechtstreeks misbruikt worden voor gerechtelijke acties zoals 'operatie Mammoet'. Met aanvankelijk 12 leden op 18 heeft de rijkswacht de touwtjes in handen. (13) De AGG, gevestigd in de Brusselse rijkswachtkazerne, wordt geleid door een rijkswachtofficier. Het is een rol waarop de rijkswacht zich grondig heeft voorbereid. Na de aanslag tegen de Brusselse synagoge was ze er als de kippen bij om een 'speciale anti-terreurafdeling' binnen de Generale Staf op te richten (14) die de supervisie heeft over de anti-terroristische secties van de lokale BOB's en functioneert als een parallelle AGG met praktisch dezelfde taken. Het ziet er zelfs naar uit dat de rijkswacht met haar initiatief heimelijk hoopte de oprichting van de AGG overbodig te maken. De AGG-regie geeft de rijkswacht alle ruimte om haar invloed te vergroten ten koste van de staatsveiligheid. Informatie omtrent terrorisme stroomde vroeger veelal van de rijkswacht naar de staatsveiligheid. Door de AGG hoopt commandant Bernaert dat daarin verandering komt. In een interview, kort vóór de AGG operationeel werd, laat hij zijn gevoelens even de vrije loop: 'Verder zouden de problemen tussen ons en de staatsveiligheid in de toekomst de wereld moeten uit zijn, eenmaal het plan Gol in werking treedt. Dit voorziet in een betere coördinatie op het gebied van het samenbrengen van informatie omtrent terrorisme. Ons centraal bureau voor opsporing heeft de noodzaak aan zo'n coördinatie al eerder beseft. Tenslotte zijn het onze mensen van het Speciaal Interventie-Escadron en van de territoriale eenheden die zullen moeten optreden. Indien de verschillende diensten hun informatie samenbrengen in één brein, dan zullen we in staat zijn bepaalde fenomenen beter te analyseren'. Op de vraag: 'De rijkswachtcomputer gaat dus het gegevensbestand van de staatsveiligheid opslorpen?', antwoordt Bernaert losjes: 'Neen, de staatsveiligheid zal voortaan alleen maar haar gegevens doorspelen. De gegevens omtrent terrorisme zijn niet computerised'. (15) Het Speciaal Interventie-Escadron (S. I. E.) - Inhoud De AGG krijgt de assistentie van het S.I.E. dat gespecialiseerd is in schaduwen, observeren, infiltreren, en het uitvoeren van 'bevrijdingsoperaties' en gevaarlijke arrestaties. Na de overval van 'Zwarte September' op Israëlische sportlieden tijdens de Olympische Spelen in München zette de regering Eyskens-Cools op 28 november 1972 het licht op groen voor de oprichting van het S.I.E., in de volksmond bekend als groep Dyane. (16) Het S.I.E. is een anti-terreurkorps, waarvan slechts enkele details bekend zijn. Training, werkwijze, uitrusting en bewapening worden angstvallig uit de publiciteit gehouden. Op 24 september 1986 mocht het S.I.E. aan koning Boude wijn en minister de Donnéa bewijzen wat het kon. Enkele nieuwe interventie-technieken en vernuftige knepen inzake terreur-bestrijding werden getoond, maar de pers werd geweerd 'om de anonimiteit van het personeel te beschermen'. (17) De bijzondere parlementaire onderzoekscommissie voor de privé-mili-ties en de ordehandhaving, de commissie-Wijninckx, vernam enkel dat het elite-korps 131 man telt. Allemaal vrijwilligers, grotendeels gewezen para-commando's. Het profiel van deze super-rijkswachters: jong, doorgaans ongehuwd, bikkelhard, gemotiveerd, niet dom. De groep-Dy-ane geldt als het allerbest getrainde en opgeleide onderdeel van de rijkswacht. Van majoor A.J.B. Pint, die het S.I.E. in 1976 commandeerde, weten we dat toendertijd het veelzijdig onderricht en de Spartaanse training gericht waren op close combat, beklimmings- en indringingstechnie-ken, het gebruik van explosieven en helicopteroperaties. (18) De leden van het S.I.E. krijgen een speciale wapen-, schiet- en observatieopleiding. Het 'schieten om te doden' is een onderdeel van de scherpschuttersopleiding. De risico's voor een 'snel-vonnis-op-straat' en voor 'Stürmen und Schiessen' nemen daardoor vanzelfsprekend toe. Zo werd op 2 juni 1985 de door familiale problemen uitzinnige Italiaan Jozef Cenerelli in Schaarbeek gedood door 2 gerichte schoten in het hoofd. (19) Twee Dyane-scherpschutters vuurden vanop het dak van de overzijde van de straat op het ogenblik dat hun collega's het appartement van de gewapende Italiaan bestormden. De Dyane beschikt over technologische hoogstandjes om aan gijzelingen een einde te maken. Bij een gijzeling op 28 augustus 1983 in Vorst werd bijvoorbeeld C.S. traangas in poedervorm gebruikt dat met behulp van een projector werd binnengeschoten in de woning van de gijzelaar. Het spul was zo giftig, dat een aantal rijkswachters, hoewel ze hun gasmaskers op hadden, onwel werden en de woning ontoegankelijk bleef totdat een grondige reiniging door een gespecialiseerde onderneming had plaatsgevonden. (20) De gesofisticeerde uitrusting en bewapening van de groep-Dyane zijn 'top secret', maar uitgaande van de schaarse gegevens die uitlekken, kan men er allerminst gerust op zijn. Dyane bezit b.v. 101 draagbare zend- en ontvangstapparaten met cryptofonisch systeem waarvan de kostprijs de peulschil van 500.000 fr. per exemplaar bedraagt. (21) Ze beschikt over unieke 'Heckler & Koch'-wapens, uitgerust met laservisieren om in de duisternis te mikken. Daarnaast heeft de groep kruisbogen waarmee slachtoffers zonder pardon geruisloos kunnen worden doodgeschoten. De pijlen hebben bijzondere metalen koppen en dringen twee centimeter in beton. (22) Kapitein Barril, die van 17 augustus 1982 tot 9 juni 1983 het bevel voerde over de G.I.G.N. (Groupe d'intervention de la Gendarmerie Nationale), -de Franse tegenhanger van het S.I.E.-noemt in zijn boek 'Missions tres spéciales' de groep-Dyane één van de beste anti-terreurkorpsen ter wereld. (23) Barril legt daarbij het accent op de specifieke structuur van het S.I.E., dat behalve uit een actie- ook uit een inlichtingen- of observatieteam bestaat. De rijkswacht beschouwt het terrorisme kennelijk als een 'geheime oorlog', zonder duidelijke fronten en vijanden. Om de vijand te kunnen uitschakelen moet het inlichtingenteam eerst informatie verzamelen, schaduwen en infiltreren. Barril schrijft: 'Het inlichtingenteam moet uitsluitend inlichtingen verzamelen. De leden ervan verplaatsen zich in burger met anonieme wagens die uitgerust zijn met uiterst gesofisticeerd elektronisch materieel. Zij schaduwen, observeren, verifiëren, fotograferen en maken film- en videobeelden. Bij deze operaties wenden ze nieuwe technieken en middelen aan. Ze beschikken over een vrachtwagen-laboratorium voorzien van elektrische generatoren. Het inlichtingenteam telt zo'n 30 man. Het komt zelf nooit tussenbeide, maar effent de weg voor het actieteam. De structuren van het actieteam zijn erg soepel. Het bestaat uit cellen van 5 man met een hiërarchisch systeem dat rigider is dan het Franse'. Er vindt intensief contact plaats met observatie-eenheden van andere landen. De Belgische rijkswacht heeft een permanente vertegenwoordiger in de Landelijke Contactgroep Observatie, een tweemaandelijkse vergadering van de observatieteams in Nederland. (24) In het najaar van 1986 vond een internationale conferentie plaats van observatieteams van België, Engeland, Duitsland, Frankrijk, Scandinavië en Italië met als doel: 'Het verhogen van het kwaliteitsniveau van de observatiegroepen, alsmede het leggen van contacten en overdracht van zaken bij grensoverschrijding'. Op 25 oktober 1985 namen Nederlandse observatieteams deel aan een grote observatieoefeningvan de Belgische rijkswacht. Speciale anti-terrorisme-eenheden balanceren met hun werkzaamheden op de grens van wettelijke bevoegdheden en het komt ook voor dat zij die overschrijden. Op 17 augustus 1982 werd de chef van de GIGN, Christian Prouteau, door het Elysée ingehaald om de terreurbestrijding te coördineren. Enkele dagen later wierp zijn beleid al de eerste vruchten af: kapitein Barril en zijn mannen van de GIGN arresteren op 28 augustus in Vincennes drie Ierse 'terroristen'. Het Elysée kondigt die arrestaties aan, eraan toevoegend dat het gaat om personen die 'een belangrijke rol spelen in het internationale terrorisme'. Helaas, de drie blijken ongevaarlijke linkse Ierse militanten die al lang in Parijs wonen. Groot-Brit-tannië is niet eens geïnteresseerd in hun uitlevering. De helden van de GIGN hebben de redenen en bewijzen voor de arrestatie zelf geconstrueerd, door bij de drie Ieren eerst illegaal in te breken en er dan hun eigen wapens en explosieven te vinden! (25) Waarom is de Bende van Nijvel geen terreurgroep ? - Inhoud Het College en de AGG zijn 'anti-terreurdiensten'. Maar wat verstaan ze onder 'terrorisme'? Dat mogen we gissen. Wel kennen we de ministeriële richtlijnen terzake voor de rijkswacht. Op 21 januari 1981 verklaart minister Moureaux dat een werkgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van de rijkswacht, de staatsveiligheid, de militaire veiligheid, de algemene rijkspolitie en de ministeries van Binnenlandse Zaken, Justitie en Defensie, een vergeefse poging heeft ondernomen het begrip 'subversie' nader te omschrijven. (26) Bij gebrek aan eensgezindheid, besluiten minister van Binnenlandse Zaken Busquin en Justitieminister Moureaux gemakshalve de definitie van de rijkswacht te aanvaarden. Inzake informatieverzameling maakt de rijkswacht een onderscheid tussen 'drukkingsgroepen', 'subversieve' en 'terroristische' organisaties. De vakbond is het prototype van een drukkingsgroep. Een organisatie is 'subversief' als 'haar doelstellingen, actiemethodes en activiteiten erop gericht zijn de staat omver te werpen, te wijzigen ofte vernietigen', of nog als ze 'onwettelijke middelen aanwendt om de werking van de staat te verlammen'. En hoe definieert de rijkswacht een terroristische organisatie? 'Het is een organisatie waarvan de leden zich schuldig maken aan misdadige activiteiten of ervan verdacht worden zulke misdrijven gepleegd te hebben of te kunnen plegen om hun politieke doelstellingen te verwerkelij ken'. Zelfs de onderzoekscommissie-Wijninckx kon niet achterhalen welke organisaties de rijkswacht eigenlijk als 'terroristisch' of 'subversief' beschouwt. Haar definitie doet alleszins het ergste vrezen. Er bestaat immers een waslijst van 'misdaden' en daarenboven is het al genoeg 'verdacht' te worden misdaden te 'kunnen' plegen. Allemaal rekbare termen waardoor de rijkswacht als Groot-Inquisiteur kan bepalen wie terrorist is en wie niet. Tijdens het debat 'Faire Ie point' van 7 oktober 1984, stelde Walter De Bock nadrukkelijk de vraag aan Gol welke definitie hij als leidraad aan het College en de AGG had gegeven. De Bock verwees naar een rondschrijven van de rijkswacht, bestemd om de gemeentelijke overheden ervan te overtuigen aan te sluiten op de rijkswachtcomputer. Daarin beweert de rijkswacht dat haar computer gegevens bevat over 1.500 a 1.600 'potentiële terroristen' en 140 a 150 'terroristen'. De vraag van De Bock bracht minister Gol zichtbaar in verlegenheid. 'Ik denk', was zijn ontwijkend antwoord, 'dat een zwaar zieke toch ook niet zeurt over de bijwerking van een aspirine'. Er is dus alle reden om te vrezen dat Gol terrorisme ruim interpreteert. Ten minste voor zover het gaat om zogenaamd links terrorisme , want Gol en het parket van Nijvel blijven koppig de Bende van Nijvel afdoen als 'ordinair gangsterdom'. Het terroriseren van de bevolking door de Bende van Nijvel gaat nochtans heel ver. Tussen 30 september 1982 (overval op een wapenhandelaar in Waver) en 9 november 1985 (aanslag op Delhaize in Aalst) hebben de moordpartijen van de Bende het leven gekost aan 28 mensen, waaronder vrouwen en kinderen. Was grof geld het enige motief, zoals procureur Deprêtre van Nijvel volhoudt? De veertien bloedige overvallen brachten in totaal nauwelijks vier miljoen op. Alleen al in Aalst werden acht mensen vermoord door doodseskaders die in een militaire commandostijl opereerden. De buit bedroeg amper 200.000 frank en wat cheques. Begin november 1986 worden in het kanaal van Charleroi naar Brussel, bij Ronquiè-res, niet alleen wapens en kogelvrije vesten van de Bende uit de modder gevist, maar ook de brandkast met cheques en geld afkomstig uit het warenhuis Delhaize in Aalst. De overvallers hadden het geld niet eens aangeraakt en het eenvoudig in het water gegooid! Dit sprekend voorbeeld toont aan dat de Bende van Nijvel niets om geld geeft. De Bende wil met willekeurige wreedheden de bevolking terroriseren en de staat destabiliseren. Dat komt overeen met het algemene patroon van fascistisch terrorisme. Het gerecht weigert tot nu toe consequent ieder politiek spoor te volgen, omdat dit een onderzoek impliceert naar mogelijke banden van fascisten met vitale onderdelen van het staatsapparaat-leger, rijkswacht en veiligheidsdiensten. Het gerecht houdt het voorlopig op het traditionele gangstermilieu: de 'Bende Cocu' en de 'Bende De Staercke'. De vijf leden van de 'Bende Cocu' (Michel Cocu, een ex-politieman, Michel Bau-det, Adrien Vittorio, Kacy Bouaroudji en Jean-Claude Estievenart) vallen aanvankelijk onder de bevoegdheid van het parket van Nijvel. De Bende Cocu wordt ervan verdacht betrokken te zijn bij de overval op de Delhaize in Genval (11 februari 1983) en de hold-up in de Colruyt te Halle (3 maart 1983). De verdenkingen berusten hoofdzakelijk op het feit dat de Ruger P. 38, een pistool dat eigendom is van Cocu, gebruikt zou zijn bij de twee roofovervallen. Het onderzoek naar de Bende van Nijvel gaat gepaard met kapitale en zelfs onbegrijpelijke 'vergissingen' en nalatigheden. Op 17 november 1986 onthult Le Soir dat een ballistisch rapport van het Bundeskriminal-amt in Wiesbaden negen maanden ongelezen in de bureaulade van onderzoeksrechter Schlicker heeft gelegen. Het ballistisch onderzoek dat is uitgevoerd door het BKA wijst uit dat de Ruger P.38 niet gebruikt werd bij de twee roofovervallen. Naar aanleiding hiervan beslist het Hof van Cassatie het onderzoek uit handen te nemen van de Nijvelse onderzoeksrechter en aan het Parket van Charleroi toe te vertrouwen. De Bende De Staercke telt 23 leden, waaronder Jean Bultot, ex-adjunct-directeur van de gevangenis van Sint-Gillis en lid van de fascistische organisatie 'Forces Nouvelles'. De Bende De Staercke wordt vervolgd voor veertien hold-ups en 49 diefstallen, onder meer in warenhuizen. Bultot wordt ervan beschuldigd het brein te zijn achter twee zware diefstallen. Op 24 januari 1985 geeft Bul tot opdracht aan de bendeleden Salesse en Van Esbroeck in te breken in het warenhuis Sarma te Waterloo. Hierbij worden video-toestellen buitgemaakt. Amper twee dagen later worden bij de pastoor van Wieze kasbons ter waarde van 10 miljoen frank gestolen. Op 29 januari zet Bultot Salesse en Van Esbroeck ertoe aan de etalageruiten van een G.B. nabij La Louvière stuk te slaan, waardoor het alarmsysteem in werking treedt. Hiervan maken de overvallers gebruik om video-apparatuur te stelen uit een andere G.B. in Haine-Saint-Pierre. Op 12 maart 1985 worden Bultot en Van Esbroeck betrapt bij het verzilveren van de gestolen kasbons. Van Esbroeck, die vroeger had vastgezeten in de gevangenis van Sint-Gillis, wordt gearresteerd. Zijn vroegere gevangenisdirecteur, Bultot, wordt pas op 7 mei aangehouden wegens heling van de kasbons. Hij wordt geschorst, maar niet ontslagen door het ministerie van Justitie. Op 30 augustus wordt Bullot vrijgelaten. Hij behoudt zijn appartement in de gevangenis van Sint-Gillis. Bij een huiszoeking aldaar op 16 november treft de politie een heus wapenarsenaal aan. Bultot wordt opnieuw gearresteerd maar een maand later, op 16 december, alweer vrijgelaten. Op 7 januari 1986 wordt FN-wapenhandelaar Juan Mendez in Overijse vermoord. Bultots vriend, ex-BOB-er Madani Bouhouche, wordt hiervoor verantwoordelijk gesteld. In diens woning worden het moordwapen en allerlei nazi-prullen aangetroffen. Kort daarop, op 27 januari, vlucht Bultot naar Paraguay, het fascistische vluchtoord bij uitstek. Naar verluidt hebben ook andere gevluchte Belgische extreem-rechtse figuren in Paraguay onderdak gevonden, namelijk Jean-Marie Paul en Beatrice Bosquet, twee leden van het Front de la Jeunesse die in december 1980 betrokken waren bij de moord op een immigrant in 'Café La Rotonde' te Laken en Jean-Philippe Van Engeland die bij verstek werd veroordeeld voor brandstichting bij Pour. Uit alles blijkt een opmerkelijke tolerantie ten aanzien van een uitgesproken fascistisch figuur, wiens naam al in maart 1984 in opspraak was gebracht. Toen stelde een lid van de Luikse gerechtelijke politie een rapport op met betrekking tot 'de Jonathan', een club in Sint-Gillis die geëxploiteerd wordt door Pierre-Paul De Rycke, een lid van 'Forces Nouvelles'. De club is een ontmoetingsplaats van extreem-rechts en is berucht voor zijn sex-fuiven, waarbij naakte dames en heren zich in een bad van rode bessengelei wentelen. Alles wordt netjes gefotografeerd met het oog op chantage. Bultot was een trouwe klant van de 'Jonathan'. Bultot en Bouhouche waren ook actief in twee zogenaamde Practical Shooting Clubs, waar rijkswachters, politieagenten en personeel van bewakingscorpsen zich oefenen in offensieve, paramilitaire en anti-terroristische schietmethodes. Hun clubs 'Phenix' en 'Parabellum' werden in 1984 uit de officiële bond geweerd vanwege extreem-rechtse propaganda en onaanvaardbare agressieve schietmethodes. Walter De Bock onthulde dat Bultot schietwedstrijden met mitrailleurs organiseerde waarbij de deelnemers nazi-emblemen droegen. Hoewel de paramilitaire commandostijl waarin de terroristen in Aalst en Overijse opereerden sterk lijkt op de Practical Shooting, deed het gerecht pas op 17 februari 1986 huiszoeking bij achttien clubs in Brussel en omgeving. Blijkens het interview dat Bultot in november 1986 aan René Haquin toestond weet hij ook een en ander over de Bende van Nijvel. Sommigen omschrijven hem zelfs als de spilfiguur achter de Bende. Twee dagen na de moordpartij in Aalst, op 11 november 1985, werd in 's Gravenbrakel een belangrijk document aangetroffen. In de uitgebrande Golf GTI, die bij de overval in Aalst was gebruikt, lag een tekst van de hand van Claudine Valkenburg, de toenmalige vriendin van Bultot... 'Operatie Mammoet' een razzia van jewelste - Inhoud Op 8 oktober rond vier uur 's ochtends vindt een CCC-aanslag plaats tegen Honeywell in Evere. In de voormiddag vergadert het Anti-terreur-college. Het beslist een aantal door minister Nothomb aangeduide 'kwetsbare punten' te laten bewaken. (27) De volgende dag komt de staatsveiligheid met een lijst van verdachten op de proppen. Gol bekent in een openhartige bui: 'Op 9 oktober 1984, juist 7 dagen na de eerste CCC-aanslag, verschaft de staatsveiligheid aan de AGG en de gerechtelijke overheden inlichtingen betreffende de personen die uiteindelijk op 16 december 1985 aangehouden worden. Het gaat om verdenkingen die berusten op ideologische teksten, geschriften en kranten'. (28) Gol verduidelijkt dat de lijst niet omvangrijk is -in feite komen er niet eens 15 namen op voor- en dat de op 16 december gearresteerde CCC-aanhangers op de lijst prijken. Vanaf 9 oktober staat 'Operatie Mammoet' op stapel. De AGG blijkt verdeeld over de eerder beperkte lijst van de staatsveiligheid. De lijst gaat de rijkswacht naar verluidt niet ver genoeg. Ze wil het net veel wijder uitwerpen met het argument: 'Als we de hele uiterst linkse scène aanpakken, hebben we de CCC zeker te pakken'. Een echo van die discussie weerklinkt in La Dernière Heure: 'Het is belangrijk voor de politie een zo breed mogelijke operatie te ondernemen zodat geen enkele schuilplaats aan de aandacht ontsnapt. De AGG heeft zich lang beraden over de doelwitten'. (29) De CCC-aanslag tegen de CVP-zetel in Gent op 17 oktober 1984 brengt alles in een stroomversnelling. In de namiddag vindt een spoedberaad van het Anti-terreurcollege plaats op het kabinet van Justitieminister Gol. (30) Het is echter zeer de vraag of het College een eensgezind advies over de omvang van de operatie heeft kunnen geven aan de regering. 's Avonds waarschuwt eerste minister Martens persoonlijk op de televisie : 'De regering wil paal en perk stellen aan alle vormen van geweld, die het vreedzaam en democratisch samenleven van de burgers bedreigen'. (31) In de kranten die op de morgen van Mammoet verschijnen gonst het van geruchten over de nakende operatie. Le Soir: 'De speurders van het Anti-terreurcollege en de AGG hebben langzaam maar zeker een omsingelingsbeweging ingezet, die in geval van welslagen, een brutale wending aan de situatie kan geven en een einde kan maken aan de reeks aanslagen'. (32) Het Volk: 'Gisterenavond deden hardnekkige geruchten de ronde dat het parket de namen van het kleine grut van de CCC kent en dat zij een slag voorbereidt om de echte CCC-ers te pakken'. (33) En -veel belangrijker- de regeringsgezinde La Dernière Heure is verbazingwekkend precies: 'Wij vernemen dat de AGG een lijst van een honderdtal verdachten zou hebben opgesteld. Het gaat om personen die omwille van hun verleden gerekend kunnen worden tot uiterst links en de anarchistische of pacifistische kringen'. (34) Hieruit valt op te maken dat de regering en de anti-terreurdiensten een compromis hadden bereikt dat erin bestaat de schuldigen te zoeken in anarchistische kringen, die klein en zonder politieke steun, het gemakkelijkst te vereenzelvigen zijn met links geweld. Op 19 oktober 1984, om vijf uur 's ochtends-vóór vijf uur zijn huiszoekingen verboden- start 'Operatie Mammoet'. Meestal met het machinegeweer in de aanslag, valt een politiemacht van ongeveer 750 man binnen op 120 plaatsen in Brussel, Gent, Leuven, Antwerpen, Charleroi, Tubize en Luik. Een 80-tal huiszoekingen vindt plaats in het arrondissement Brussel. Er wordt gezocht bij anti-nucleaire-actievoerders die in juni 1980 in Zeebrugge aan boord klommen van de met kernafval geladen Andrea Smits. Eén van hen, de genaamde Didier Sampieri, maakt deel uit van Ligne Rouge. Verscheidene medestanders van Ligne Rouge trouwens krijgen rijkswacht en politie over de vloer. Er wordt huiszoeking gedaan bij een heleboel militanten die indertijd actief waren in het RAF-comité van Carette of in het Comité-Graindorge voor de Verdediging van Politieke Gevangenen in West-Duitsland. De terreurbestrijders hebben het ook gemunt op drukkerijen. Ze doen in Tubize een inval in een drukkerij die Ligne Rouge drukte. De Brusselse coöperatieve fotogravure 'Le Piment' is blijkbaar op de zwarte lijst terecht gekomen doordat ze eens een opdracht voor Ligne Rouge uitvoerde. (35) Bij de vorige drukker van 'Pour' in Eisene breekt de rijkswacht in door het veiligheidssysteem gewoonweg te vernielen. (36) De zoekactie in Brussel concentreert zich niet alleen op militanten die ooit van nabij of van ver het pad van Carette kruisten. Zo wordt huiszoeking gedaan bij het Comité Europa-Latijns-Amerika (SEUL). De huiszoeking daar toont de bedoeling van de operatie: de linkse beweging als 'potentieel terroristisch' te stigmatiseren. Om 8 uur 20 bellen zeven rijkswachters aan bij het huis van de Latijnsamerikaanse arbeiders, studenten en politieke vluchtelingen aan de Zwedenstraat 41 in Brussel. Ze tonen een huiszoekingsbevel en zeggen: 'We zoeken wapens, explosieven en documenten in verband met de CCC-aanslagen'. Op dat ogenblik zijn twee Chilenen in de woning aanwezig. De rijkswachters kammen alle kamers grondig uit en hebben speciale belangstelling voor het secretariaat. De kaartenbak met adressen wordt uitgeplozen en stapels agenda's, stencilpapier, notitieboekjes en politieke literatuur worden voor nader onderzoek meegenomen. In één klap verzamelt de AGG meer politieke informatie dan jarenlange arbeidsintensieve infiltratie of bespieding kan opleveren. Wat blijft er in dit geval nog over van het recht op onschendbaarheid van de woning? In verscheidene landen werd de strijd tegen het terrorisme als excuus gebruikt om dit recht af te breken. De 'Prevention of Terro-rism Act' machtigt de Britse politie zelfs zonder gerechtelijk bevel huiszoekingen te doen, louter en alleen op de verdenking dat iemand betrokken is bij daden van 'terrorisme'. Een Westduitse wet van 16 februari 1978 staat toe hele appartementen uit te kammen. In de huidige stand van ons Belgisch rechtssysteem moeten er evenwel steekhoudende aanwijzingen van schuld aan een gepleegd misdrijf voorhanden zijn. Daarenboven moet de huiszoeking met zo weinig mogelijk machtsvertoon gepaard gaan. Met die regels hebben onderzoeksrechter Eloy en de rijkswacht het kennelijk niet al te nauw genomen. Een journalist van La Dernière Heure was getuige van de 'huiszoeking' bij '22 Mars'. Hij schrijft: 'Een rijkswachter steekt de Pavietstraat over en neemt plaats op de stoep. Een tweede stopt vlak voor het gebouw nummer 2, op het kruispunt van de Pavietstraat en de Inquisitiestraat. Hij richt zijn wapen op de verlichte tweede verdieping. Achter de gesloten luiken van het gelijkvloers liggen de kantoren en de goed uitgeruste drukkerij van de vzw '22 Mars'. De linkse milieus kennen de vzw. De veiligheidsdiensten ook (...) Het duurt zes minuten voor de houten deur open raakt. Als de deur open is, neemt één van de rijkswachters plaats op het dak van een geparkeerde auto om zijn wapen beter te kunnen richten. De ordehandhavers doorzoeken het gebouw als een bliksemschicht, lopen langs alle verdiepingen. Er is op dat ogenblik niemand aanwezig. Dat is alles wat we momenteel weten. Onze aanwezigheid wordt verdacht gevonden. Om kwart vóór vijf komen twee rijkswachters naar ons toe. 'Handen op het hoofd!'. Een vlugge fouillering. - Wat doen jullie hier? De twee journalisten worden opgepakt voor ondervraging. (37) Waarom zo'n spectaculaire huiszoeking bij '22 Mars'? Het is nochtans bekend dat ze de CCC in haar tijdschrift scherp veroordeelde. Later wordt alles duidelijk: de rijkswacht heeft de boekhouding, ledenlijst en politieke literatuur van die anarchistische beweging meegenomen. In Brussel worden in totaal 16 personen voor verhoor opgebracht. In Gent worden ruim dertig anarchisten, in het algemeen trouwe bezoekers van 'Café 17' opgepakt. Het lijkt wel of ze op moeten draaien voor de CCC-aanslag tegen het Gentse CVP-lokaal. De uitgebreide actie tegen 'Café 17' zou het gevolg zijn van het aantreffen van een plattegrond waarop met een stift het traject Sint-Pieters station - Café 17' was aangeduid! (38) Wat een 'ernstige aanwijzing' om politieke militanten bij dageraad van hun bed te lichten, hun woning ondersteboven te halen, hun persoonlijke documentatie in beslag te nemen en te kopiëren! In Leuven wordt huiszoeking gedaan bij 2 anti-militaristen, onder wie Rudy Daems, die op 27 maart 1984 nietsvermoedend onderdak hadden verleend aan Gardiner, een Amerikaanse geheime agent. In Charleroi melden acht leden van de gerechtelijke politie zich bij de zoon van RPW-senator Yves De Wasseige aan. Hij geeft spontaan toelating om huiszoeking te doen. De inspecteurs speuren bijna drie uur onafgebroken in ieder boek, de kelder, de koelkast enzovoorts. Tenslotte blijkt het te draaien om een cassetteband van een uiterst mistig 'Front voor de Nationale Bevrijding van Wallonië' waarop sprake zou zijn van 'bevrijdingsacties'. Zoon De Wasseige vertelt dat hij zo'n bandopname niet bezit, maar dat eind augustus een twintigjarige student uit Viesville een cassetteband had afgegeven op de zetel van de RPW en die daarna weer kwam halen. Wat op die cassette stond weet hij niet. De beslissende vraag is: hoe weet de politie dat allemaal zo haarfijn? Ruikt dat niet naar een 'vuile streek'? De gerechtelijke politie wil dan maar meteen huiszoeking doen op de zetel van de RPW, waar senator De Wasseige woont. De senator weigert vastberaden en beroept zich terecht op zijn parlementaire onschendbaarheid. Het is al 19 uur, maar geen nood, een uur later is de gerechtelijke politie terug met een huiszoekingsbevel. De senator blijft echter weigeren de politie binnen te laten. Om half 9 's avonds maakt een slotenmaker de deur open. De gerechtelijke politie neemt een aantal adressenlijsten, een dossier over de defensiepolitiek en 4 cassettes in beslag. (39) Gol laat zich niet op de vingers tikken. Voor hem is de wettigheid van de huiszoeking volstrekt vanzelfsprekend, omdat ze zogezegd niet de senator maar zijn zoon viseerde! (40) Gol zet alle zeilen bij om de operatie een vernisje van rechtmatigheid te geven en de kritiek te pareren dat Mammoet in eerste instantie een 'politieke operatie' is. 'De huiszoekingen berusten uitsluitend op aanwijzingen die de speurders en het gerecht tijdens het gerechtelijk onderzoek verzamelden', argumenteert Gol. (41) Een gemeenplaats die lang niet iedereen overtuigt. Welke concrete aanwijzingen had onderzoeksrechter Eloy dan wel tegen de honderdtwintig verdachten? Het onderzoek was pas ingesteld. Getuigen, vingerafdrukken of persoonsbeschrijvingen van de daders ontbraken. Misschien werden sommige telefoonlijnen afgetapt, zoals Le Soir' meldde? (42) Leverde het schaduwen van een aantal figuren uit de omgeving van 'Ligne Rouge of het vroegere Subversion iets op, dat de veiligheidsdiensten niet allang wisten? Het lijkt uitgesloten. De onderzoeksrechter kan zich op zijn 'onafhankelijkheid' beroepen, maar naar het beroemde voorbeeld van de onderzoeksrechter in de film Z moet hij over een flinke dosis moed en vastberadenheid beschikken wil hij niet zwichten voor de politieke machtshebbers. Is de onderzoeksrechter gezwicht voor de sterke politieke druk en/of hebben de terreurbestrij-ders hem voorgespiegeld over meer belastend materiaal te beschikken, dan ze eigenlijk hadden? Hoe dan ook: niemand wordt aangehouden, bij gebrek aan 'ernstige aanwijzingen'. Achter de schermen krijgt Mammoet nog een eigenaardig verlengstuk. Op dezelfde dag keurt de ministerraad een bijkomend budget van 251 miljoen voor 1985 goed om de rijkswacht in staat te stellen 180 man, de staatsveiligheid 20, de gerechtelijke politie 30 en de algemene rijkspolitie 24 man aan te werven. (43) De FBI als lichtend voorbeeld? - Inhoud Als de gerechtelijke overheden de hoop koesterden dat de AGG het CCC-onderzoek sneller zou doen opschieten, dan kwamen alvast hun verwachtingen niet uit. Eén jaar na de eerste CCC-aanslag zit het onderzoek nog altijd in het slop. Na de CCC-aanslagen op de banken treft de regering 2 maatregelen om het tij te keren. De AGG wordt voortaan geleid door eerste substituut André Vandoren, die belast is met het CCC-dossier. Bovendien krijgt de AGG de opdracht 'op het terrein' aan het gerechtelijk onderzoek mee te werken. Dat wijst er op dat de communicatie tussen de AGG en het gerecht en de speurders niet van een leien dakje liep. Gol ontvouwt daags na het bloedbad in Aalst een nieuw ophefmakend plan. Tijdens de RTBf-uitzending 'Face a la Presse' verklaart hij: 'De afgelopen dagen hebben wij er voor gezorgd dat de AGG direct meewerkt op het terrein. Ik denk eraan een nationale gerechtelijke politie op te richten, die onder het toezicht van het openbaar ministerie en de minister van Justitie de zware misdadigheid, het terrorisme en de drughandel zal bestrijden'. Als voorbeeld verwijst Gol terloops naar de Amerikaanse FBI, die zich met gerechtelijke politietaken in combinatie met politiek inlichtingenwerk bezig houdt. Die gecombineerde functie heeft de FBI in staat gesteld vernietigende slagen toe te brengen aan de Amerikaanse revolutionaire en linkse beweging in de periode van de koude oorlog. Doordat de PSC gekant is tegen een nieuwe 'super-politie' moet Gol voorlopig inbinden. Als alternatief worden twee speciale bijstandteams van specialisten gevormd om het onderzoek naar de Bende van Nijvel en de CCC meer vaart te geven. Ook nu duikt weer de samenwerking tussen politie en inlichtingendiensten op. De task force voor de bestrijding van het terrorisme bestaat naar verluidt zowel uit leden van de gerechtelijke politie en rijkswacht als uit specialisten van de militaire veiligheid en de staatsveiligheid. De equipe wordt geleid door een rijkswachtofficier, hetgeen nogmaals de voorkeur van de rijkswacht voor politieke dossiers illustreert. Een lid van de gerechtelijke politie staat aan het hoofd van de task force die het onderzoek naar de Bende van Nijvel moet intensiveren. Het team zou verder manschappen van de rijkswacht en de gewezen criminele inlichtingendienst BIC tellen. Gol heeft echter de idee van een super-politie nog niet opgegeven. Na zijn bezoek aan de FBI en de Amerikaanse anti-terreurspecialisten in september 1986 lanceert hij het voorstel een nationale 23-ste brigade van de gerechtelijke politie op te richten. Of het zo ver zal komen hangt ondermeer af van de conclusies van 'Team Consult', een expertisebureau dat belast is met het doorlichten van het Belgische politieapparaat. Gol wil alvast zo spoedig mogelijk de Amerikaanse infiltratietechnieken importeren. 'In de VS heb ik vooral het terrorisme bestudeerd', aldus Gol. 'Ik had speciale aandacht voor de infiltratietechnieken van de FBI en de controle erop. De FBI heeft precieze schriftelijke regelingen getroffen met betrekking tot het optreden van infiltranten. Ze worden onherroepelijk de laan uitgestuurd als ze een misdrijf begaan. In bepaalde gevallen mag een infiltrant wel misdrijven plegen, maar dan moet hij eerst toestemming krijgen van hogerhand, soms zelfs van de minister van Justitie. Ik heb de procureurs-generaal geraadpleegd om gelijkaardige instructies op te kunnen stellen'.(44) Wat een ode aan het 'democratisch gecontroleerde under-coverwerk'. Kennelijk is Gol zo gebiologeerd door het Amerikaanse terreurbestrijdingsmodel dat hij aan geheugenverlies lijdt. Vandaar een kleine duik in de FBI-geschiedenis. Op 28 augustus 1956 startte Hoover in het diepste geheim met het Programma Contra Inlichtingen, bekend als 'COINTEL-PRO' (Counter-intelligence Program), dat vooral gericht was tegen terroristische en subversieve organisaties van linkse signatuur. In dat verband dropte de FBI tussen '56 en '71 zowat 1.500 infiltranten in de Amerikaanse communistische partij. Zij voerden niet minder dan 1.338 'geheime acties' uit. Hun onverkwikkelijke methoden tarten iedere verbeelding: voortdurende bewaking, telefoonaftapping, verdachtmakingen en laster om verdeeldheid binnen de organisatie te zaaien, doorspelen van informatie aan de werkgever om militanten te broodroven, het vervalsen van handtekeningen om bona fide leden in discrediet te brengen als vermeende FBI-agenten... Zo beschrijft Frank J. Donner in zijn formidabel boek 'The Age of Surveillance' de belevenissen van Albertson, een topman van de KP in New York. (45) Hoe ging de FBI te werk? Ze stelt in het handschrift van Albertson een brief op, waarin de indruk wordt gewekt dat Albertson in feite een geheime FBI-agent is. Door een zogenaamd gunstige wind komt de brief op de tafel van de KP-leiding terecht. Normale procedure: Albertson wordt op het matje geroepen. Hij bezweert de KP-leiders niets met de FBI of de brief te maken te hebben. De KP twijfelt want Albertson is altijd een toegewijd communist geweest en hij kan bogen op een groot prestige bij de bevolking. Het handschrift wordt deskundig onderzocht, maar het lijkt als twee druppels water op dat van Albertson. Om kort te gaan: Albertson wordt uit de KP gezet, wat leidt tot ontmoediging, gezichts- en ledenverlies voor de KP. De FBI laat het daarbij niet. Ze speculeert erop dat Albertson door zijn onrechtvaardige uitsluiting zo verbitterd zal zijn dat hij bereid is voor haar te werken. Maar Albertson weigert verontwaardigd. Reactie van de FBI: hij wordt om de haverklap telefonisch bedreigd en beledigd; hij moet plotseling facturen betalen voor goederen die hij nooit heeft besteld; de administratie komt op de proppen met zogenaamde achterstallige belastingen... Waar Albertson ook gaat of staat, overal zit de FBI hem op de hielen. Het geval-Albertson is één van de vele staaltjes van FBI-infiltratie in het kader van het Cointelpro-programma. De gerechtelijke overheden wisten van dit programma niets af. Hoover liet zelfs de presidenten Eisen-hower en Kennedy in het ongewisse. Door een inbraak bij de FBI is het Cointelpro-programma tenslotte in 1971 uitgekomen en door de storm van protest die daarop volgde werd het -althans theoretisch- op 28 april 1971 door Hoover beëindigd. Hoover had de grenzen van het toelaatbare ver overschreden en in 1976 werden onder druk van de publieke opinie door minister van Justitie Edward Levi richtlijnen opgesteld waardoor het onderzoek naar en de infiltratie in politieke organisaties werden teruggeschroefd. Bovendien werd de wet inzake openbaarheid van bestuur (Freedom of Information Act) op de FBI toepasselijk verklaard, waardoor de burgers een belangrijk controlemiddel op het geheime under-coverwerk van de FBI verwierven. In het begin van het Reagan-bewind sneuvelden de Levi-richtlijnen. Op 21 maart 1983 vaardigde William French Smith nieuwe instructies uit die de FBI opnieuw mogelijkheid geven al in een zeer vroeg stadium op te treden en te infiltreren. Het volstaat dat kan worden aangenomen dat een politieke organisatie of een militant zich met criminele activiteiten inlaat. In tegenstelling met strafrechtelijke onderzoeken kunnen onderzoeken inzake terrorisme en binnenlandse veiligheid eindeloos duren, ook al vindt de FBI geen spoor van criminele activiteiten. Zoals Gol overigens bevestigt staan de nieuwe Smith-richtlijnen FBI-infiltranten soms toe misdrijven te plegen op voorwaarde dat de FBI-oversten hun fiat geven. Tenslotte dient vermeld dat Reagan op 2 april 1982 een uitvoerend bevel 12356 (Executive Order) ondertekende dat de democratische controle op de FBI zo goed als teniet doet. Kortom, de FBI heeft weer bijna dezelfde armslag als in de goede oude tijd van Hoover. 2. De rijkswacht is de grote winnaar - Inhoud 'Wat met name moet worden tegengegaan is dat terwille van de doeltreffendheid van de terreurbestrijding hele bevolkingsgroepen onder krachtige preventieve verdenking worden geplaatst, en dat de methoden en technieken die in de tegenwoordige terreurbestrijding gangbaar zijn, aangewend worden in de algemene ordehandhaving of in het gewone justitiële optreden', zei Cyrille Fynaut in 1983 op het jaarlijks congres van het Nationaal Syndikaat van de Belgische Politie. (46) De regering Mar-tens-Gol stoorde zich niet aan die waarschuwing. Gevoelige personeelsuitbreiding van de rijkswacht, anonieme observatie- en arrestatieteams tegen 'harde' betogingen en stakingen, hand over hand toenemende mili-tarisering van het politieapparaat, een financiële injectie van bijna acht miljard voor de modernisering van het materieel zijn de zeer zure vruchten van het 'veiligheids'- of 'anti-terreurbeleid' van de huidige regering. Het gaat om het meest ambitieuze repressieplan sedert de staking tegen de eenheidswet. Het reeds verstoorde evenwicht tussen gemeentepolitie en rijkswacht wordt nu definitief verbroken ten gunste van de op militaire leest geschoeide rijkswacht. Pelotons voor observatie, steun en arrestatie (POSA) - Inhoud Op de dag van operatie Mammoet, 19 oktober 1984, stond de regering een bijkomend krediet toe van 251 miljoen om de politie- en veiligheidsdiensten in staat te stellen een aantal manschappen aan te werven. De regering zette op die manier een punt achter de aanwervingsstop, waarmee het regeerakkoord van 16 december 1981 de getalsterkte van de rijkswacht bevroor op het aantal manschappen dat op 1 januari 1979 in dienst was. Gol liet er geen twijfel over bestaan dat dit pas het begin betekende. In La Dernière Heure van 15 november 1984 pleitte hij ervoor 1,5% van het BNP te besteden aan de strijd tegen geweld en onveiligheid. Vandaag is dat 0,93%. De stijging komt neer op een bedrag van 20 miljard. Ondanks de crisis schijnt er dus nog geld in overvloed te zijn voor een drastische versterking van het ordehandhavingsapparaat. Met de personeelsuitbreiding, waartoe de regering op 19 oktober 1984 besloot, kregen rijkswacht en gerechtelijke politie de gelegenheid om nieuwe gespecialiseerde eenheden op te richten. De gerechtelijke politie kreeg het Nationaal Observatieteam (NOT) waar zij sinds j aar en dag om bedelde. Het NOT bestaat uit een vijftiental inspecteurs. (47) De initiatieven van de gerechtelijke politie stellen evenwel weinig voor, in vergelijking met de plannen die de rijkswacht uitbroedt. Op 17 december 1984 wordt de rijkswachtbegroting voor 1985 in de Kamer van Volksvertegenwoordigers behandeld. Op dat ogenblik beklemtoont minister Vreven dat in het licht van de terroristische aanslagen het personeelstekort van de rijkswacht langzamerhand ondraaglijk wordt. Er zullen, aldus de minister, 180 onderofficieren aangeworven worden met het oog op de oprichting van gespecialiseerde eenheden die belast zullen worden met 'de strijd tegen het terrorisme en de georganiseerde misdadigheid'. In dat verband besliste de ministerraad op 14 december 1984 de rijkswachtbegroting voor 1984 te verhogen met 51,1 miljoen, waarvan het allergrootste deel, nl. 50 miljoen, bestemd is voor 'investeringen'. Over de aard daarvan doet de minister, zoals gewoonlijk, uitermate geheimzinnig: 'In het licht van de te vervullen opdrachten, bestaat de uitrusting voornamelijk uit individuele en collectieve bewapening, anonieme auto's, verbindingsmiddelen, observatie- en trainingsmaterieel en beschermende kledij'. Het ligt voor de hand dat de POSA-pelotons -zo heten deze nieuwe speciale eenheden- een uitrusting krijgen die erg lijkt op die van hun grote broer, het Speciaal Interventie-Escadron. Wat de taken van de POSA-pelotons betreft, laat minister Vreven niet in zijn kaarten kijken. 'In het kader van de administratieve en gerechtelijke politie, zullen de eenheden vooral belast worden met opdrachten inzake observatie, aanhouding en beveiliging...', zei hij kortaf. (48) Na de uitleg van de bewindsman weet het parlement nu tenminste dat POS A de afkorting is van prospection, observation, sécurité en arrestation. Eén ding is zeker: Vreven praat de Generale Staf van de rijkswacht na, als hij zegt: 'Sinds 1972 beschikt de rijkswacht over een Speciaal Interventie-Escadron om op te treden tegen zeer ernstige delicten. Door de recente aanslagen zijn echter bijkomende middelen broodnodig geworden'. (49) Officieel wordt de oprichting van de POSA-pelotons dus toegeschreven aan het feit dat het S.I.E. zou bezwijken onder het vele anti-terroristische werk. Is het 131 man tellende S.I.E. plotseling niet meer opgewassen voor zijn taak, nu voor het eerst een binnenlandse terreurgroep op het toneel verschijnt? Naar buitenuit wordt gezegd dat de POSA-pelotons opgericht zijn tegen het terrorisme en zware criminaliteit a la Bende van Nijvel, maar in werkelijkheid zijn ze vooral bedoeld om als observatie- en arrestatieteams ingezet te worden bij betogingen en stakingen. Daarom zijn deze pelotons -ze tellen elk zo'n dertig man- samen met de mobiele eenheden gelegerd in de belangrijkste industriële centra: Brussel (Brabant), Gent (Oost- en West-Vlaanderen), Antwerpen (Antwerpen, Limburg), Vottem (Luik, Luxemburg) en Charleroi (Henegouwen, Namen). De POSA-eenheden zijn een schakel in de evolutie naar 'nieuwe interventietechnieken' die in de rijkswacht aan de gang is sinds de staalarbeidersbetoging van 17 maart 1982 en de jongerenmars van 24 april van datzelfde jaar. De betoging van de staalarbeiders doet de rijkswacht terug denken aan Waterloo: de rijkswacht telt immers 180 gewonden, van wie-er 15 ernstig aan toe zijn. (50) Bovendien kunnen er slechts een gering aantal arrestaties verricht worden, en wat nog erger is, het aureool van onoverwinnelijkheid, waarop de rijkswacht zo trots is, krijgt een flinke deuk. Het is dan ook niet verwonderlijk, dat de Generale Staf de schuld meteen gooit op 'agitatoren die niets met de staalbedrijven te maken hebben en die niet eens in de staalbekkens wonen'. (51) De Generale Staf noemt zelfs man én paard: 'De agitatoren behoren tot de Partij van de Arbeid, de RAL en de anarchistische beweging '22 Maart'. Daags daarop roept minister van Binnenlandse Zaken Nothomb in koor: 'De uitspattingen zijn vaak te wijten aan elementen die niets vandoen hebben met de betrokken werknemers!'. (52) De rijkswachtleiding komt opééns tot het inzicht dat de veelal in slagorde optredende mobiele eenheden, noch de BOB volstaan om bij grote demonstraties zogenaamde 'openlijke geweldplegers' of 'aanstichters' doeltreffend te observeren en aan te houden. Om dit netelige probleem uit de wereld te helpen, komt de rijkswachttop begin 1984 op het idee om bij de mobiele eenheden 'aanhoudings- en observatieteams', anders gezegd, POSA-pelotons, op te bouwen. Na de anti-fascistische actie in september 1984 tegen de meeting met Le Pen in Schaarbeek, wordt van hogerhand het licht op groen gezet voor het POSA-project. Begin 1985 begint de training. De gebeurtenissen op de Heizel op 29 mei 1985 worden door Gol en Nothomb aangegrepen om de schijnwerpers te richten op de noodzaak van de POSA-eenheden. Onmiddellijk na het drama verklaart Gol dat het ondoenlijk is veel arrestaties te verrichten, als men daarvoor niet kan beschikken over een speciaal arrestatieteam. (53) Nothomb herhaalt dat standpunt in de Senaat: 'Om gewelddadige groepen, die met de oogmerken van een massa-bijeenkomst niets te maken hebben, onschadelijk te maken, zal de regering erop toezien dat een deel van de ordehandhavers ingezet wordt om de daders van delicten te identificeren en aan te houden'. En hij vervolgt veelbetekenend: 'Men moet ervoor waken dat er stelselmatiger gebruik gemaakt wordt van maatregelen van administratieve politie'.(54) Sinds eind 1985 zijn de POSA-eenheden operationeel. Zo weet De Morgen (55) te melden dat de rijkswachtleiding bevel heeft gegeven aan 'de stillen' van de POSA-pelotons om massaal te infiltreren in de grote ABVV-betoging tegen de regeringsmaatregelen op 31 mei 1986 in Brussel. Tevens heeft de rijkswachttop besloten om de betogers onafgebroken te filmen en in de gaten te houden met behulp van camera's die opgesteld worden in een reeks woningen, waar de betoging voorbij trekt. 'Het ziet er naar uit dat de aanwezigheid van enkele militante groepen in de betoging, het voorwendsel wordt om een zeer nadrukkelijke controle uit te oefenen op de deelnemers', noteert De Morgen. De POSA-eenheden moeten in de eerste plaats alles in het werk stellen om de 'gevaarlijkste ordeverstoorders' of 'harde kernen' te observeren en aan te houden, hetzij nadat ze strafbare feiten hebben gepleegd, hetzij nog vóór er sprake is van ongeregeldheden. Met het POS A-project wijkt de rijkswacht grondig af van de tot dusver geldende regel dat pas mag worden opgetreden als er strafbare feiten zijn gepleegd. De leden van de POSA-eenheden infiltreren betogingen als 'stillen' in burger, realistisch vermomd met versleten jeans en truien met rolkraag. Dankzij hun vermomming kunnen de 'stillen' niet alleen infiltreren en observeren, maar ook provoceren... 'Een lid van een aanhoudingseenheid die zich vermomd ophoudt tussen de stenengooiende rellenschoppers, infiltreert in deze kleine gemeenschap en moet zich manifesteren om niet op te vallen in de groep, die door hem geobserveerd moet worden. Hij zal uit volle borst mee scanderen 'Dit is het begin, wij gaan door met de strijd', en daarbij zal ogenschijnlijk niet duidelijk worden voor wie deze aanmoedigingskreten bedoeld zijn: voor de rellenschoppers of voor de politie', schrijft Sietsma, commissaris van de Amsterdamse gemeentepolitie. (56) En hij voegt er openhartig aan toe: 'Het is voorspelbaar dat zij strafbare feiten plegen om hun doel te bereiken. Leden van de aanhoudingseenheid zullen op zijn minst medeplichtig geacht kunnen worden aan de openlijke geweldpleging die vanuit hun groep gepleegd wordt, indien zij materialen mee helpen aandragen om daarmede door anderen de politie te laten bekogelen'. Waartoe zoiets kan leiden toont het optreden van de Nederlandse aanhoudingseenheden tijdens een demonstratie van kernenergie-tegenstanders in september 1981 in Dodewaard, waar de rijkswacht als waarnemer aanwezig was. Een Nederlandse waarnemer schreef daarover: 'De stillen vielen vooral op door hun gewelddadig optreden. Vermomd als actievoerders, compleet met doeken voor het gezicht, stickers op de rug en soms een bromfietshelm op het hoofd, kwamen ze ineens vanachter een cordon van de Mobiele Eenheid vandaan of doken plotseling op uit een groep aktievoerders. Ze ontpopten zich dan als knokkers, die met knuppels en andere attributen, zoals bijvoorbeeld het traangasspuitbusje, meedogenloos toesloegen, arrestanten achter de linies van de Mobiele Eenheid sleurden om hen daarna gewoon af te voeren'. (57) Onnodig en buitensporig geweld is eigen aan 'speciale eenheden'. Denk aan de speciale brigade motorpolitie die op 5 december 1986 in hel Quartier Latin de Franse student Malik Oussekine dood schopten. De observatie- en arrestatieteams onttrekken zich aan een doelmatige controle, doordat ze anoniem opereren. De POSA-leden zijn altijd in burger gekleed. Hun hele werkwijze berust op geheimhouding. Vermits ze anoniem zijn, weigeren ze zelfs aan de justitie verantwoording af te leggen voor hun daden. Tijdens het pausbezoek aan Utrecht traden leden van arrestatieteams anoniem op tegen een protestdemonstratie. De arrestanten, opgepakt wegens openlijke geweldpleging, bestreden voor het Hof in Amsterdam dat ze opzettelijk stenen naar de politie hadden gegooid. De leden van de arrestatieteams die moesten getuigen meldden zich voor de rechter als 'nummer 35' en andere nummers. Toen het Hof erop aandrong dat ze hun naam zouden noemen, weigerden ze dit zogezegd uit angst voor represailles. (58) Als politiemannen zelfs voor de justitie anoniem willen blijven, waar is dan het eind? En wat blijft er dan over van de rechten van de verdediging? De advocaten moeten toch de betrouwbaarheid van een agent of getuige kunnen verifiëren? En de controle van het parlement? In de Kamercommissie voor Landsverdediging werd op 7 januari 1987 aan minister de Donnéa de vraag gesteld of de POSA-eenheden ook werden ingezet tijdens de Leuvense studentenbetogingen van december, waartegen de rijkswacht hardhandig optrad. 'Wellicht', antwoordde de Donnéa. (59) Hij bevestigde dat de POSA-eenheden worden ingezet voor 'ordehandhaving in het algemeen'. De Generale Staf is in de wolken over de prestaties van de POSA-eenheden. De districten doen er meer en meer beroep op. Ze vormen zowat een tussenniveau tussen de gewone eenheden en het Speciaal Interventie-Escadron Dyane. Gezien het succes overweegt de Generale Staf de 5 POSA-pelotons uit te breiden. (60) Meer rijkswachters om de orde te handhaven - Inhoud Eind 1975 (61) verhoogt de regering Tindemans I de organieke getalsterkte van de rijkswacht tot in totaal 18.677 manschappen, verdeeld als volgt: 16.130 man in het 'operationeel' en 1.580 man in het 'administratief en logistiek' korps, en tenslotte 1.697 man in opleiding. Deze verhoging komt nauwelijks 6 jaar nadat de regering Eyskens-Cools de rijkswacht al heeft uitgebreid van 12.860 tot 15.600 man als reactie ondermeer op de staking van Zwartberg, de studentenstrijd en tal van wilde stakingen. (62) Deze stormachtige uitbreiding is kenmerkend voor het vertrouwen dat de heersende klasse, over alle traditionele grenzen heen, in de rijkswacht stelt. Het schijnt de heersende klasse niet te deren dat het 'evenwicht' op numeriek, kwalitatief en politiek vlak voorgoed verbroken wordt, tussen de gemeentepolitie die onder het gezag staat van het plaatselijk bestuur en de rijkswacht, die ondergeschikt is aan het centrale gezag. (63) Tengevolge van budgettaire problemen voorziet het regeerakkoord van 16 december 1981 dat de getalsterkte van de rijkswacht wordt bevroren op het aantal manschappen dat op 1 januari 1979 in dienst was. De rijkswachtbegrotingen voor 1982,1983 en 1984 gaan daarom uit van een effectief van 16.185 man, d.w.z. 2.500 man minder dan het wettelijk toegelaten maximum van 18.677. (64) Deze regeringsbeslissing zint de rijkswacht niet, want nauwelijks één jaar tevoren heeft commandant Beaurir voor een forse uitbreiding van de rijkswacht gepleit: 'Als ik één wens mag formuleren, is dat 'meer manschappen'. Er moet nog dit jaar een nieuwe wet komen die het rijkswachteffectief tot 20.000 verhoogt'. (65) Met het opduiken van de CCC en de Bende van Nijvel, verschaft de terreurbestrijding de rijkswacht een gedroomd alibi, om de personeelsuitbreiding opnieuw aan de orde te stellen. In januari 1985 brengt het corporatistisch Nationaal Syndicaat van het Rijkswachtpersoneel (NSRP) een grootscheepse nationale actie op gang, die de gevoelens van onveiligheid in een welbepaalde richting wil sturen. Het NSRP verspreidt, naar eigen zeggen, één miljoen pamfletten, waarin de regering keihard wordt aangevallen. Het NSRP schrijft: 'Wat kan de rijkswacht doen als meer dan 2.000 manschappen ontbreken in het operationeel korps?... U wordt slecht gediend, slecht beschermd, en slecht geholpen'. (66) De rijkswachtleiding ondersteunt in een persbericht onmiddellijk de vakbondseisen voor meer middelen en manschappen. Hoe reageert de regering? Minister Vreven zegt op 14 februari 1985 in de Senaat tijdens de behandeling van de rijkswachtbegroting voor 1985 ervan overtuigd te zijn dat de toestand 'zo langzamerhand onhoudbaar is geworden'. 'Er schiet ons niets anders over dan de mankracht te verhogen', besluit hij.(67) Vreven is niet de enige om de rijkswacht in de bloemen te zetten. Wat vindt U van deze liefdesverklaring van PS-senator Cudell? 'Er is een consensus omtrent de rijkswacht ontstaan. Socialistisch links heeft de rijkswacht jarenlang zeer gewantrouwd. Welnu, er was daar geen enkele reden voor. We herinneren ons weliswaar de sociale strijd uit de negentiende en het begin van de twintigste eeuw, maar was het in de negentiende eeuw niet het leger dat meestal optrad? Op dit ogenblik is de consensus vrijwel algemeen. Links beseft terdege dat een moderne staat het niet zonder moderne politie kan stellen. Omgekeerd bekent rechts nu dat in een democratische samenleving de politie zelf democratisch hoort te zijn. Ik beaam dat de rijkswacht zich in de loop van de voorbije 25 jaar ontwikkeld heeft tot wat wij ervan verwachten: een openbare instelling in dienst van het land'. Na 5 maanden CCC-terrorisme is de tijd rijp voor een versterking van de rijkswacht. Het is enkel en alléén nog wachten op een goede gelegenheid. Bij de finale van de Europacup voor landskampioenen tussen Juventus Turijn en F.C. Liverpool op woensdag 29 mei 1985 in het Brusselse Hei-zelstadion, vallen 39 doden van wie 32 Italianen en 459 gewonden. (68) De onmiddellijke aanleiding tot dit drama is een charge uitgevoerd door Liverpool-supporters, waaronder zich neo-fascisten van het 'National Front' hebben gemengd. In het gedrang bezwijkt een betonnen zijmuur. De meeste dodelijke slachtoffers zijn gestikt of vertrapt. Kort daarop wordt een parlementaire onderzoekscommissie onder voorzitterschap van PS-kamerlid Collignon ingesteld om te peilen naar 'de oorzaken van en de verantwoordelijkheden bij' het Heizeldrama. Een maand later, op 6 juli, maakt de commissie haar verslag en besluiten bekend. (69) Ze zijn, zacht uitgedrukt, weinig vleiend voor de rijkswacht. Maar volgens commandant Bernaert mogen de tekortkomingen van zijn 'ondergeschikten' niet overdreven worden: ze zijn immers het gevolg van een gebrek aan manschappen en middelen. Een leidmotief dat Bernaert eindeloos herhaalt. Zijn wensen zullen snel verhoord worden. Op 14 juni 1985 deelt minister Nothomb in de Senaat mee (70) dat de regering van plan is de rijkswacht meer personeel te geven en haar transmissiemiddelen te verbeteren. De regering wacht het rapport van de parlementaire onderzoekscommissie niet eens af om haar besluiten uit het Heizeldrama te trekken. De ministerraad neemt op 26 juli dringende maatregelen 'ter verhoging van de doeltreffendheid van de rijkswacht en de andere politiediensten en hun coördinatie'. Wat behelst dat? Tegen eind 1986 zal het 'operationeel korps' van de rijkswacht voltallig zijn, d.w.z. bestaan uit 16.130 man. Daarnaast zal het'logistiek en administratief korps, dat tot nu toe om financiële redenen niet kon worden opgericht langzamerhand tot stand komen. Tot 1990 moeten jaarlijks 290 militairen de rijkswacht vervoegen. Er komt dus stilaan een eind aan de huidige situatie, waarbij personeel van het operationeel korps administratieve en logistieke taken moet volbrengen. Alles bij elkaar komt de regeringsbeslissing van 26 juli 1985 erop neer dat het 'operationeel' korps in de nabije toekomst over ruim 1.700 man meer zal kunnen beschikken. Anders gezegd, er zullen ruim 1.700 rijkswachters meer 'op het terrein' op kunnen treden. In 1984, vóór de uitbreiding van de politiediensten, telde ons land al één politieman op 292 Belgen. Bij de berekening was uitgegaan van een bevolking van 9.860.000 inwoners en een totale politiesterkte van 34.687 man (16.383 leden van de gemeentelijke en landelijke politie, 17.111 rijkswachters en 1.193 leden van de gerechtelijke politie) (71) 'In Europa heeft België, na Frankrijk, proportioneel het hoogst aantal politiemensen in dienst', onderstreepte de PVV. (72) België is goed op weg koploper te worden in Europa. De versterking geeft de rijkswacht de gelegenheid om haar programma van 'voortgezette vorming' uit te voeren en meer troepen in te zetten voor de handhaving van de openbare orde Op negentien november 1985 vindt een geheime veiligheidstop plaats, waarop vertegenwoordigd zijn: de ministeries van Defensie, Justitie, Binnen- en Buitenlandse Zaken, rijkswacht, staatsveiligheid, gerechtelijke politie, Brusselse gemeentepolitie en parket.(73) De top staat in het teken van de twee dagen later in Evere geprogrammeerde Nato-bijeen-komst in Evere met president Reagan en zijn Westeuropese collega's. De zaak wordt spectaculair aangepakt. Naar schatting 1.500 rijkswachters en politiemannen worden opgetrommeld om Reagan te beschermen. De rijkswacht brengt 22 pelotons op de been; de rest wordt geleverd door de gemeentepolitie, staatsveiligheid en militaire veiligheid. Zo'n 150 Amerikaanse veiligheidsagenten en de veiligheidsdiensten van de overige dertien NATO-landen doen ook mee. De coördinatie berust krachtens speciale NATO-akkoorden bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. (74) Maar daarbij blijft het niet. De Belgische regering wil tot elke prijs Reagan tonen dat ze niet 'capituleert' voor het terrorisme. Het geklaag over 'overbelasting' in de rijkswacht is niet van de lucht. Een gevaarlijke escalatie is het gevolg. Op negentien november kondigt minister Nothomb aan dat de regering onmiddellijk 6 compagnieën van het paracommando-regiment ter ondersteuning van de rijkswacht inzet. 'De 740 para's hebben dezelfde bevoegdheden als de rijkswacht om gewapend op te treden', legt Nothomb uit. (75) De para's kunnen de rijkswacht helpen verdachten te arresteren of wegversperringen op te werpen, maar de rijkswachtofficieren behouden altijd de operationele leiding. Het besluit van de regering Martens V zwaar bewapende para's in te zetten om de openbare orde te handhaven getuigt van weinig democratische smaak, temeer omdat de regering op dat ogenblik ontslagnemend is, en dus enkel 'lopende zaken' mag afhandelen, terwijl de maatregel een regelrechte machtsoverdracht aan de rijkswachtcommandant impliceert. Op 21 november rukken de eerste Groene Baretten van Diest en Tielen uit om ambassades, overheidsgebouwen en andere 'vitale punten' te bewaken. Ze zullen gevolgd worden door de commando's van Flawinne en de Ardeense Jagers van Vielsalm. Toeval of niet, het zij n één voor één elite-eenheden die getraind zijn voor offensieve oorlogsopdrachten en die in het kader van de Militaire Verdediging van het Grondgebied de afgelopen jaren samen met de rijkswacht oefenden in het onderdrukken van de 'binnenlandse vijand'. Op 15 december beslist de intussen herboren regering-Martens-Gol de inzet van de militairen te verlengen tot eind januari, om de rijkswacht de kans te geven tijdens de feestdagen 'uit te blazen'. Alleen al tijdens de maand december worden in totaal 1.090 militairen ingeschakeld. Ze presteren 79.200 diensturen. (76) Alles bij elkaar wordt het leger gedurende 81 dagen ingezet, zodat het naar schatting 160.000 arbeidsuren klopte. De inzet van het leger lokt weinig politiek protest uit. De duidelijkste afkeuring komt van de Liga voor Mensenrechten. 'Het vermengen van taken van politie met die van landsverdediging is onverenigbaar met de principes van een democratische samenleving', concludeert de Liga. En verder: 'De regering heeft geen wettelijke basis voor haar maatregel. Het decreet van 1791 -op zichzelf al een laakbare en ondemocratische wet-voorziet de inzet van het leger uitsluitend in geval van algemeen oproer'. (77) De interventie van het leger in binnenlandse aangelegenheden is niet nieuw. Tijdens de staking tegen de eenheidswet werden naar schatting 15.000 militairen ingezet omdat politie en rijkswacht het niet alleen afkonden. Een ministerieel 'veiligheidscomité' onder het voorzitterschap van de minister van Binnenlandse Zaken Lefebvre, fungeerde de hele duur van de staking als het commandocentrum van de regering. Lefebvre beval de gouverneur daags vóór Kerstmis van 1960 het leger op te vorderen. Onder de hoede van de rijkswacht, bewaakte het leger stations, spoorlijnen, belangrijke verkeersaderen 232 'vitale punten'. (78) Daags nadat de rijkswacht twee mijnwerkers in Zwartberg neerschoot stuurde de regering 350 para-commando's naar de mijnstreek. (79) Sinds mei 1979 helpt het leger bij de bewaking van de kerncentrales van Doel en Tihange. Tijdens de staking van de Luikse reinigingsdiensten in 1983, werd het leger belast met het ophalen van het huisvuil. Bij de inzet van de para's eind 1985 gaat de regering echter een stap verder. Voor het eerst wordt het leger langdurig ingeschakeld voor het uitvoeren van politieopdrachten. Het wordt niet ingezet om 'de orde te herstellen', zoals tijdens de staking tegen de eenheidswet, maar om preventief 'de openbare veiligheid te beschermen' en een eventuele verstoring van de openbare orde te 'voorkomen'. Zoiets is manifest illegaal. Dat beseft de regering ook wel. Om zo'n algemene inzet van de krijgsmacht voor ordehandhaving te legaliseren werd in 1979-1980 het wetsontwerp Gramme-Close uitgewerkt. Pas op 7 januari 1986 kan Nothomb in de kamercommissie van Binnenlandse Zaken aan de tand worden gevoeld. Hij doet amper moeite om zijn besluit juridisch te rechtvaardigen. Hij verwijst naar artikel 18 van de rijkswachtwet en voert aan dat de terroristische aanslagen 'de openbare veiligheid ernstig bedreigden'. Naar zijn zeggen stond de rijkswacht aan de rand van de uitputting en kon zij haar reserve niet oproepen omdat die onvoldoende 'operationeel' is. (80) Waartoe dient de rijkswachtreserve? Bij 'ernstige ordeverstoring' stuurt de rijkswacht manschappen uit de rustige streken, in de vorm van mars-eenheden, naar de 'getroffen gebieden', om er samen met de mobiele eenheden de orde te herstellen. De rijkswachtreserve kan worden ingeschakeld om het elders ingezette personeel van de territoriale rijkswacht tijdelijk te vervangen. De staking van '60-'61 was de laatste keer dat de rijkswachtreserve in actie kwam. Op dat ogenblik werden 4.800 rijkswachters in de vorm van mars-eenheden naar de grootste brandhaarden gestuurd. (81) De toenmalige minister van Defensie Gilson riep 3.600 reservisten op om de rijkswacht bij te springen. Het probleem van de rijkswachtreserve pakt de regering op 7 februari 1986 aan. Ze belooft: 'Van zodra het contingent miliciens het toelaat, zal het probleem van de militaire dienst bij de rijkswacht, met als doel een reserve van 4.000 man samen te stellen, opnieuw bestudeerd worden.' Eén maand later verklaart Nothomb in de Kamer dat jaarlijks 400 miliciens hun legerdienst bij de rijkswacht zullen kunnen vervullen. (82) Nadien belanden ze in de reserve, zodat de rijkswacht over tien jaar een reserve van 4.000 door haar opgeleide dienstplichtigen bij de hand zal hebben. In principe worden de eerste 400 miliciens op 1 maart 1987 bij de rijkswacht verwacht. Tijdens hun dienst zullen ze als 'hulp-rijkswacht' fungeren. Maar de maatregel roept aan alle kanten verzet op, onder andere van de Syndicale Federatie van de Belgische Rijkswacht (SFBR). De voorzitter van het SFBR zorgde voor opschudding door te onthullen dat rijkswachtcommandant Bernaert in zijn bijzijn uitrekende dat hij dankzij de dienstplichtingen en hun familie na 10 jaar kon rekenen op 12.000 trouwe 'informanten'... (83) 'Nieuwe interventietechnieken' - Inhoud Op 20 januari 1986 verwelkomt commandant Bernaert de journalisten met een toespraak waarin de rol van de 'nieuwe interventietechnieken' wordt aangeroerd. Daaruit blijkt dat de rijkswacht de frustraties, verwekt door de betoging van de staalarbeiders, allang heeft omgezet in praktische en organisatorische maatregelen. Bernaert zegt daarover: 'Wat de tegenstanders betreft, valt een opleving van geweld te bespeuren. Zo is er ondermeer het veelvuldig gebruik van gevaarlijke katapulten. Hoe langer hoe meer duiken goed georganiseerde 'harde kernen' op. Ze aarzelen niet om misdrijven te plegen en kortstondige maar gewelddadige confrontaties met de ordehandhavers uit te lokken. Het is zonder meer duidelijk dat het optreden van de rijkswacht hieraan diende aangepast te worden. Niet alléén werd organisatorisch één en ander gewijzigd, maar ook het materieel, de tactische procédés en technieken werden aangepast, met als dubbel doel: met een minimum van geweld een eind maken aan de ordeverstoringen, en de daders van ernstige delicten aanhouden, zodat ze vervolgd en bestraft kunnen worden'. (84) Conclusie: de rijkswacht bereidt zich voor op almaar hardere confrontaties met de arbeidersklasse, niet alléén door een betere uitrusting en bewapening, maar ook door een betere technische en tactische training en opleiding. Vanaf begin 1986 moet het personeel van de territoriale rijkswacht, dat hoe langer hoe meer ingezet wordt voor ordehandhavingsopdrachten, een jaarlijkse 'bijscholing' van vier dagen volgen bij de mobiele eenheden van hun gebied. Deze bijscholing slaat op tactische procédés en oefeningen inzake ordehandhaving, vuurwapengebruik en zelfverdediging. De 'voortgezette vorming' inzake ordehandhaving is er vooral op gericht de rijkswachters in groepsverband te laten optreden. Met een dergelijke typisch militaire tactiek en machtsontplooiing hoopt de rijkswacht de tegenstanders door angst te verlammen. Commandant Bernaert erkent dat ronduit: 'Zo werden een aantal driloefeningen uitgewerkt om indruk te maken op de massa. Aldus kunnen gewelddadige contacten met de ordeverstoorders vermeden worden'. (85) Intussen hebben velen al kunnen zien hoe deze driloefeningen in praktijk worden gebracht: rijkswachters rukken offensief in slagorde op, terwijl ze een hels lawaai produceren door met de matrakken op de schilden te roffelen. Gaat het in feite niet om een les die de rijkswacht al in 1966 trok uit de mijnstaking van Zwartberg? Toen vielen twee doden en verscheidene zwaargewonden onder de kogels van de rijkswacht. Voormalig rijkswachtbevelhebber, Deneve, ontleedde dit volgens een verbijsterend kille logica: 'De fout op tactisch gebied was niet zozeer dat er geschoten werd, als wel dat de rijkswacht er te zwak was'.(86) De rijkswachtopleiding en -training is in technisch en tactisch opzicht onmiskenbaar harder en militaristischer geworden. Is dit de weg naar 'geen of zo min mogelijk geweld'? 'De orde-handhavingsoefeningen in gesloten gelederen zijn nodig om de hechte eenheid te bewerkstelligen, waardoor de rijkswacht zich kan laten gelden zonder, of met zo min mogelijk geweld', aldus Bernaert. Het rijkswachtoptreden in de recente mijnstaking van zestien april tot tweeëntwintig mei '86, laat een heel andere werkelijkheid zien. Het was het eerste grootschalig optreden, sinds de 'voortgezette vorming' en sinds de regering de rijkswacht gevoelig versterkte. Getuigenissen werden nauwgezet genoteerd en onderzocht door de Liga voor Mensenrechten. (87) De Liga somt de stroom van klachten op: willekeurige arrestaties, ongekend brutale charges, schennis van de woning, hardhandige ondervragingen, racistische vernederingen en onnodig geweld. Ze besluit dat het niet om individuele misstappen gaat, vermits de uitspattingen van de mobiele eenheden in de gehele mijnstreek en bij de verschillende secties en pelotons voorkomen. Het valt op dat de rijkswacht doorgaans terughoudend optrad vóór 12 mei. Op de dag dat de mijncentrales van ABVV en ACV beslisten de staking niet te erkennen, gaf minister Nothomb het sein de staking met harde hand de kop in te drukken. De mobiele eenheden konden vrijwel ongestoord hun gang gaan, want zij wisten zich in de rug gedekt. In totaal werden 88 personen administratief aangehouden. Dat de rijkswacht het bij voorkeur op jonge militante vreemdelingen gemunt had, blijkt uit de cijfers: van de 88 aangehoudenen waren er 59 vreemdelingen. (88) 'De bewering dat de ordehandhavers bij de recente mijnstaking in Limburg 'uiterst repressief zouden zijn opgetreden en zich op een 'racistische' manier zouden hebben gedragen, moet ik met klem tegenspreken', antwoordt Nothomb kurkdroog op parlementaire interpellaties van Mieke Vogels en Luc Van den Bossche. (89) Het voorbeeld van de mijnstaking wijst uit welke de practische betekenis is, die aan de rijkswachttheorie over de 'harde kernen' moet worden gehecht. De rijkswacht trachtte vergeefs stakingsleider Jan Grauwels uit de beweging te halen en arresteerde Herman Vermeulen, lid van het centraal stakerscomité. Als de mobiele eenheden charges uitvoerden, werd echter niemand gespaard: stakers, sympathisanten, toeschouwers en vooral vreemdelingen moesten het ontgelden. Kortom, het heeft er veel van weg dat de rijkswacht wordt klaargestoomd voor hardhandiger ingrijpen. In eerste instantie tegen zogenaamde 'harde kernen', in feite een gecamoufleerde term voor de meest strijdbare arbeiders, maar vervolgens ook tegen de gehele bevolking. Het spookbeeld van de eenheidspolitie - Inhoud De deling van het politionele apparaat in drie diensten -rijkswacht, gemeentepolitie en gerechtelijke politie- is steeds gerechtvaardigd met het argument dat een eenheidspolitie een reëel gevaar voor de democratie betekent. Sinds de staking van '60 moeten gemeentepolitie en gerechtelijke politie de tol betalen van een stelselmatige bevoorrechting van de rijkswacht. Zo doemt langzamerhand het spookbeeld van een eenheidspolitie op. In de strijd tegen liet terrorisme en de zware criminaliteit heeft de regering een aantal maatregelen genomen om de samenwerking tussen de politiediensten te bevorderen. In feite bevorderen ze ook de tendens naar een eenheidspolitie. Waarover gaat het? Van meet af aan heeft de rijkswacht alles in het werk gesteld om de gemeentelijke politiekorpsen tot aansluiting op haar computer te bewegen, evenwel zonder noemenswaardig resultaat. Bij de gemeentelijke overheden bestond terecht de vrees dat dit de onafhankelijkheid van de gemeentepolitie in het gedrang zou brengen. In december 1982 wordt door minister Nothomb een 'veiligheidsfonds' opgericht, dat kredieten ter beschikking stelt van de provinciegouverneurs om de communicatiemiddelen, uitrusting en opleiding van de gemeentelijke politiekorpsen te verbeteren. In totaal wordt sindsdien gemiddeld 400 miljoen per jaar vrijgemaakt. Met die kredieten als lokaas, tracht Nothomb via de gouverneurs de gemeentelijke overheden ertoe over te halen aan te sluiten op de rijkswachtcomputer, en met succes. In maart 1986 stelt hij trots vast dat al 65 gemeentelijke politiekorpsen aangesloten zijn, en dat dit weldra het geval zal zijn voor alle korpsen van de provincie Luik. (90) Naast Luik, hebben ook de provincies Antwerpen, Henegouwen en Namen de aansluiting op de rijkswachtcomputer tot een prioriteit verheven. (91) De drie Waalse socialistische gemeenten Flé-malle, Seraing en Grace-Hollogne zijn de eerste om de patrouilleauto's van hun korpsen uit te rusten met mobiele terminals die verbonden zijn met de rijkswachtcomputer. Volgens de socialistische burgemeester van Grace-Hollogne, Alain Van der Biest, is kritiek op dit experiment 'inter-politie' uit den boze. 'Links moet ook voor orde, democratische orde zijn', zei hij. (92) Nothomb is erg blij met deze socialistische steun. 'Indien ik het besluit had uitgevaardigd het experiment 'inter-politie' voorrang te verlenen', aldus Nothomb, 'dan zou er wellicht alom verzet zijn gerezen, en niet ten onrechte. Sommigen zouden hebben beweerd dat het in mijn bedoeling lag om de gemeentepolitie onder de hoede van de rijkswacht te brengen'. (93) Het uiteindelijke doel van Binnenlandse Zaken is duidelijk: een volledig net van radio-, computer- en telexverbindingen uitbouwen voor de gemeentepolitie, en ze overal per terminal verbinden met de centrale rij kswachtcomputer. Bij de aanslag op 1 mei 1985 tegen het VBO-gebouw in Brussel, verliezen twee brandweermannen het leven. In brandweerkringen is er heel wat ontstemming, vooral omdat de rijkswacht, die telefonisch van de nakende aanslag was verwittigd, de politie en brandweer niet op de hoogte heeft gebracht. Na deze dramatische gebeurtenis neemt de regering het initiatief de telefonische alarmnummers 906 van de gemeentepolitie en 901 van de rijkswacht samen te smelten. 'Het drama van 1 mei heeft het verzet tegen de fusie van de alarmnummers op doen geven', merkte minister Nothomb op. (94) Voortaan zullen alle oproepen rechtstreeks belanden in één centrum, van waaruit het bericht wordt doorgezonden naar de gemeentepolitie of de rijkswacht. Waar wringt de schoen? Vele gemeenten zijn financieel niet bij machte een permanente wachtdienst bij hun politiekorps te organiseren. Het onvermijdelijke gevolg hiervan is dat de meeste oproepen naar de rijkswacht zullen worden doorgeseind. Na de moordpartij in Aalst, aangericht door de Bende van Nijvel, speelt de regering opnieuw positief in op het superioriteitsstreven van de rijkswacht. Na de aanslag duurt het drie kwartier voor het politiealarm wordt afgekondigd. Daags nadien vergadert een crisiscomité bestaande uit de eerste minister, andere topministers en ... rijkswachtcommandant Bernaert. Het idee wordt geopperd de alarmprocedure te 'vereenvoudigen'. Op 13 november 1985 bekrachtigt de ministerraad het voorstel van Nothomb om de bevoegdheid inzake het afkondigen van het politiealarm over te hevelen van de procureurs-generaal naar de rijkswacht. Zelfs een majoor van de rijkswacht kan volgens het nieuwe systeem in zijn eentje een nationaal politiealarm afkondigen. (95) Het betekent dat gewapende rijkswachters en politieagenten bepaalde gebieden of zelfs het hele land als het ware hermetisch afgrendelen, en kruispunten, belangrijke verkeersaders en vitale punten bezetten. Is het geen bedenkelijke zaak dat zo'n instrument dat zou kunnen worden misbruikt in geval van grote sociale beroering, in handen van de rijkswacht wordt gegeven? Efficiënt tegen terroristen en gangsters is een nationaal politiealarm niet. In de loop van acht maanden kondigde de Generale Staf van de rijkswacht er welgeteld twintigmaal één af. Bij die twintig algemene mobilisaties konden de politiediensten viermaal de vluchtwagen localiseren en slechts éénmaal de daders arresteren. (96) De analyse die politiecommissaris Frans Keppens van het politiealarm maakt liegt er niet om: 'Alle vijf voet wordt de burger geconfronteerd met politieagenten met riot guns, rijkswacht met Uzi's. Dat is allemaal onderdeel van een bepaald scenario, een bepaalde sfeer die men in leven roept en houdt om van daaruit te doen geloven: wij moeten meer mensen hebben. Meer controles betekent ook minder vrijheid voor de burger, en meer politiestaat'. (97) Tijdens het kamerdebat over het Heizeldrama is er lang heen en weer gepraat over het feit dat de minister van Binnenlandse Zaken op zijn departement over geen permanente verantwoordelijken voor ordehandhaving beschikte. Nothomb heeft daaraan een mouw gepast. Op 3 november 1985 richt hij een Coördinatiecollege van de Politiediensten op. (98) Dit College bestaat uit kolonel Boone, commandant van de Koninklijke Rijkswachtschool, hoofdcommissaris Craen van Genk en Magotte, bestuursdirecteur van de algemene rijkspolitie. De voornaamste taak van het College is voorstellen te formuleren om de samenwerking van de politiediensten te verbeteren, op het vlak van de administratieve politie (stakingen en demonstraties). 'Of de politiek verantwoordelijke minister daardoor een grotere greep op de rijkswacht krijgt, zal nog moeten blijken, want het kan ook net andersom uitvallen, indien een kolonel zoals Boone, een man van de harde lijn bij de rijkswacht, nu nog meer dan vroeger zou gaan beslissen namens de minister en de andere politiediensten in de boot zou nemen', vindt Walter De Bock.(99) Naast het College beschikt de minister van Binnenlandse Zaken nog over de algemene rijkspolitie die tot taak heeft alle inlichtingen inzake ordehandhaving te centraliseren. Opmerkelijk is dat thans een haast identieke gecentraliseerde structuur in het leven is geroepen wat betreft ordehandhaving en terreurbestrijding. Enerzijds is er een centralisatie op het vlak van de inlichtingen. Daarvoor zijn de AGG en de algemene rijkspolitie verantwoordelijk. Anderzijds functioneren twee nieuwe centrale organen die het beleid mee uitstippelen: het Anti-terreurcollege en het Coördinatiecollege van de Politiediensten. Rijkswacht 'New look' - Inhoud Zogezegd om het terrorisme en de zware misdaad terug te dringen, kondigt de regering op 14 februari 1986 nog een pakket 'veiligheidsmaatregelen' af. Daarbij wordt bewust uit het oog verloren dat terrorisme en zware criminaliteit wel spectaculair zijn, maar slechts een fractie van de totale misdadigheid uitmaken. Daarenboven wordt het gewone volk er zelden persoonlijk door getroffen. Het antwoord van de conservatieven op de misdaad -die zijn oorzaak grotendeels vindt in de verpaupering van de bevolking, de jeugdwerkloosheid, de rassendiscriminatie, en in het algemeen, de Belgische klassenmaatschappij- is meer rijkswachters, gevaarlijker wapens en betere verbindingsmiddelen. Het pakket veiligheidsmaatregelen betekent een uitgave van 7,6 miljard gespreid over de jaren 1986-1987. De rijkswacht is de grote slokop. Voor de uitbouw en verbetering van haar verbindingsmiddelen bekomt ze een bijkomend krediet van 295 miljoen. 'Veiligheid' wordt door de regering en de rijkswachtstaf kennelijk geïdentificeerd met een intensieve militaire bewapening. Alleszins neemt de wapenwedloop angstaanjagend toe, alsof de rijkswacht in een staat van 'gewapende vrede' leeft. Volgens een document uit 1972 is een mars-escadron van 100 rijkswachters als volgt uitgerust voor 'straatgevechten': 123 pistolen en 6.150 kogels, 4seinpistolen, 54 geweren en 540 nylonkogels, 5.400gewone kogels, negen machinegeweren en 5.400 kogels, 60 machinepistolen en 18.000 kogels, 14 gewone offensieve granaten, 216 traangasgranaten om te werpen, 216 traangasgranaten om af te schieten, 144 defensieve granaten en 72 rookgranaten. Je zult het als staker of demonstrant maar over je heen krijgen! En waarom moet zo'n grote hoeveelheid echte vuurwapens aanwezig zijn bij ordehandhavingsactiviteiten? Is men de dodelijke schietpartijen tijdens de Koningskwestie, de staking van '60-'61 en Zwartberg vergeten? Na de betoging van de staalarbeiders liet minister Vreven verstaan dat de rijkswacht 2.000 gezichtbeschermers zou aankopen, die geschikt zijn om ook de zijkanten van het gelaat te beveiligen. (100) Tegelijkertijd zouden ook 2.000 ronde schilden en evenveel lange matrakken aangeschaft worden om het 'offensief oprukken te vergemakkelijken. In dat verband sprak de minister zich ook uit voor het aanwenden van traangasgranaten met een reikwijdte van 150 tot 200 meter. De maximale draagwijdte van de traangasgranaten werd teruggebracht tot 75 meter, nadat Valeer Scelp in Zwartberg om het leven kwam door een neerdalende granaat. Ondanks deze mogelijke dodelijke gevolgen, als zo'n lange-afstandsgranaat horizontaal wordt afgeschoten of midden in een demonstrerende menigte terechtkomt, vertrouwt de minister rotsvast op de nieuwe technologie. 'Dankzij de technische vooruitgang', verzekert hij, 'is het niet uitgesloten dat de nieuwe granaat minder gevaar oplevert dan die op dit ogenblik gebruikt wordt'. (101) De automatische wapens die vroeger aan het leger waren voorbehouden, worden nu gemeengoed. De rijkswacht bestelde bij FN in Herstal 5.300 FAL-geweren en 3.100 Uzi-machinepistolen. De Amerikaanse producent Mosberg gaat 1.200 riot guns leveren. De rijkswacht heeft bovendien nog een optie genomen op 1.500 bijkomende exemplaren. (102) De peulschil van 43 miljoen wordt in '86 en '87 besteed voor de aankoop van 6.000 'open pistoolholsters'. Een open holster maakt het mogelijk sneller te schieten, en biedt meer comfort. 179 miljoen wordt uitgetrokken voor de aanschaf van kogelvrije vesten. Naast de bewapening verleent de Generale Staf voorrang aan de modernisering en uitbreiding van het voertuigenpark. De plannen zijn groots. 'Om doeltreffend de misdaad en het terrorisme te bestrijden', zegt de Donnéa, 'zou de rijkswacht de beschikking moeten hebben over 247 interceptievoertuigen voor de provinciale verkeerseenheden, 1.042 patrouillewagens voor de territoriale en mobiele eenheden en 69 observatie- en interventiewagens voor de speciale eenheden'. (103) De Generale Staf laat er geen gras over groeien. De komende drie jaar krijgt de rijkswacht alvast meer dan 800 nieuwe auto's. Hiermee is een bedrag gemoeid van nagenoeg 700 miljoen. De provinciale verkeerseenheden krijgen 130 exemplaren BMW 3151 ter vervanging van de huidige Porsches en Volvo's. Kostprijs 900.000 fr. per stuk. Ze halen een topsnelheid van 217 km. per uur. Wie de rijkswacht te vlug af wil zijn, zal snel moeten rijden. Daarnaast komen er 675 Golfs GTI, de beruchte wagen van de Bende van Nijvel, voor de districten, brigades, ABT-ploegen (ploegen tegen banditisme en terrorisme) en ambassadebewaking. Er bestaan plannen om de ambassadebewaking toe te vertrouwen aan manschappen in burgerkledij die -om zichzelf niet te verraden- 'anonieme' GTI's krijgen en niet meer zelf optreden bij verdachte toestanden, maar een beroep doen op permanent klaarstaande interventieploegen. (104) Terwijl de BMW's bestaande voertuigen vervangen, zijn de Golfs supplementair materieel. Dat past in de nieuwe rijkswachtpolitiek ter bestrijding van nieuwe vormen van terrorisme en banditisme. Wat staat er nog zoal op het Sint-Niklaaslijstje? Tegen 1990 krijgt de rijkswacht 12 nieuwe waterkanonnen. Inmiddels is ze ook reeds gestart met de combi's en minibusjes van de brigades te vervangen door 715 nieuwe bestelwagens van het merk Volkswagen. Voor dit project wordt 453 miljoen uitgetrokken. (105) Deze bestelwagens zijn voorzien van kogelvrijeplaten in de deuren en een onbreekbare plastiekplaat tussen de kabine en de werkruimte. In elke wagen is een inbouwschuif voor een computertter minal aangebracht. De rijkswacht gaat ook 539 transport-VOertuigen vervangen. Het gaal om de welbekende donkerblauwe voer-tuigen die meestal bij betogingen worden ingezet. Voorziene kostprijs: Circa ' miljard frank. De rijkswacht lijkt wel de enige nationale sector waar nog groei in zit. 3. Nieuwe repressieve veiligheidswetten - Inhoud De regering-Martens-Gol wil maar liefst zes wetten over de binnenlandse veiligheid door het parlement loodsen. Deze nieuwe wetten over afluistering van telefoons, vuurwapengebruik van de politie, bewakingsfirma's, wapens en munitie, ordehandhaving in gerechtsgebouwen en gemeentepolitie werden op 4 juni 1986 als één pakket aan het parlement aangeboden. Gols super-ontwerp over 'de veiligheid' betekent een aanzienlijke uitbreiding van de bevoegdheden voor de politie. Daarnaast wil Gol zo vlug mogelijk de grenzen sluiten voor politieke vluchtelingen, een politiek die in het kader van Trevi ook op Westeuropees vlak wordt gevoerd. Gol heeft ook nog plannen om de betogingsvrijheid wettelijk te beknotten. Wettige zelfverdediging of wettig geweld? - Inhoud Op 15 oktober 1983 vuurt een opperwachtmeester bij een verkeerscontrole acht kogels af op een vluchtende motorrijder. De 20-jarige duozit-ter, Patrick Suy, wordt in het achterhoofd getroffen en overlijdt vrijwel onmiddellijk. In de namiddag houden 200 vrienden van het slachtoffer een rouwbetoging in Hove. (106) Gruwelijk detail: tegelijkertijd demonstreren naar schatting 1.000 rijkswachters in Brussel onder de leus 'Wij beschermen het volk, wie beschermt ons?'. De demonstratie is georganiseerd door de Syndicale Federatie van de Belgische Rijkswacht (SFBR) naar aanleiding van de moord op 3 mensen onder wie een rijkswachter, door de Bende van Nijvel bij de overval op het warenhuis Colruyt in Nijvel. De rijkswachtbetogers eisen een wijziging van de wet op de wettige zelfverdediging. Al vanaf 1976 komt de andere rijkswachtvakbond, het Nationaal Syndicaat van het Rijkswachtpersoneel, op voor een dergelijke wetswijziging, omdat 'het personeel met meer gerustheid van zijn wapens gebruik moet kunnen maken'. (107) Op 25 september 1986 beslist de kamer van inbeschuldigingstelling dat de opperwachtmeester heeft geschoten uit 'zelfverdediging' zodat hij niet wordt vervolgd. (108) Is de rijkswachter dan boven de wet verheven? Dit zijn enkele 'ongelukken' uit de periode dat de CCC werd opgespoord. Op 25 oktober 1984 schiet een rijkswachter in Kortessem de 22-ja-rige ongewapende Hongaar Peter Farkas, dood met een salvo uit een machinepistool. De procureur van Tongeren zegt: 'Toen de verdachte in bedwang werd gehouden, heeft hij een beweging gemaakt en op dat ogenblik gingen drie schoten af uit het automatische wapen'. (109) De rijkswachter wordt niet vervolgd. Het negeren van een rijkswachtbevel kost op 6 december 1985 het leven aan Guy Herpelinck. 'De bevolking moet beseffen dat het moet ingaan op een sommatie van de rijkswacht om te stoppen. Verkeerscontroles zijn immers hoogst noodzakelijk', zo luidt de kille commentaar van de Gentse parketmagistraat De Vriese. (110) Het valt echter niet te loochenen dat automobilisten vaak om onbenullige redenen doorrijden, bijvoorbeeld omdat ze te diep in het glas hebben gekeken of niet in het bezit zijn van hun identiteitskaart. Uit een recente steekproef van de rijkswacht blijkt dat binnen de duur van één maand 650 automobilisten aan verkeerscontroles probeerden te ontsnappen. Maar is dat een geldig motief om zoals in de far west met scherp te schieten? In dezelfde periode grepen de rijkswachters maar liefst zestig maal naar hun vuurwapen. (111) Een spiraal van onzinnig geweld, die zonder twijfel niet alleen een gevolg is van de grotere agressiviteit en zwaardere bewapening van de georganiseerde misdaad, maar evenzeer van de toenemende militarisering van de rijkswacht, die meer en meer beschikt over automatische en semi-automatische vuurwapens. Het schieten om te doden, een militaire mentaliteit, filtreert via speciale eenheden zoals de groep Dyane langzamerhand in het hele korps. De atmosfeer van terreur die door de Bende van Nijvel gecreëerd werd heeft als effect dat vooral jonge agenten zich vlugger bedreigd voelen. Erger is dat de Generale Staf zo'n klimaat aangrijpt om een haast blinde gehoorzaamheid van de burger te eisen. Na de moordpartijen van de Bende van Nijvel in Overijse en Aalst verspreidde de Generale Staf volgend perscommuniqué: 'De golf van criminaliteit en terrorisme die ons land teistert, vergt van de rijkswacht grotere waakzaamheid en scherpere controle'. Ze vervolgt: 'Om incidenten te voorkomen verzoeken wij de burgers bij verkeerscontrole in te gaan op de rijkswachtbevelen. In de praktijk komt het geregeld voor dat automobilisten om een bagatel trachten weg te vluchten. Dat brengt uiteraard een reactie van de rijkswacht met zo nu en dan betreurenswaardige afloop met zich mee'. (112) De Generale Staf eigent zich dus het recht toe te schieten op burgers omdat ze een bevel om te stoppen in de wind slaan. Terreur doet velen doorslaan. Na het bloedbad in Aalst tracht SP-voorzitter Van Miert gemakkelijk succes te boeken door te pleiten voor 'fysieke uitschakeling van de bandieten'. (113) Standrecht heet dat. Van Miert staat met zijn extreem standpunt niet alleen. 'De Bende, dat ongedierte, is geen maatschappelijke discussie waard en moet bij de eerste de beste gelegenheid geëlimineerd worden', proclameert SP-fraktieleider Tobback. (114) De Liga voor Mensenrechten keert zich tegen deze gevaarlijke lynch-mentaliteit. 'Het opnieuw uitvoeren van de doodstraf, sterker nog, het ter plaatse elimineren van misdadigers zonder vorm van proces, is in strijd met de beginselen van een rechtsstaat', aldus de Liga, die nogmaals beklemtoont zich te verzetten tegen iedere uitbreiding van vuurwapengebruik door de politiediensten. En dat is nu precies de bedoeling van het wetsontwerp-Gol. Gol vervangt het sleutelbegrip 'wettige zelfverdediging' door het veel ruimere begrip 'absolute noodzaak'. Vanuit deze invalshoek omschrijft hij 3 situaties waarin de ordehandhavers hun vuurwapens mogen gebruiken. Eerste geval: wanneer er tegen hen of tegen anderen 'gewelddaden of feitelijkheden' worden gepleegd. Tweede situatie: wanneer ze 'op geen andere wijze' in kunnen staan voor de verdediging van het terrein, de personen, fondsen, documenten, wapens of gevaarlijke voorwerpen die onder hun bewaking staan. En tenslotte: wanneer personen met een wapen worden aangevallen en de daders op de vlucht slaan en weigeren gehoor te geven aan het bevel om te stoppen (Art. 49 en 50 van het wetsontwerp). Door het legitimeren van vuurwapengeweld tegen vluchtende personen en ter verdediging van fondsen of documenten wordt met één pennetrek de waarde van een mensenleven gedevalueerd. Gol regelt ook het gebruik van vuurwapens bij ordehandhavingsopera-ties. Geen overbodige weelde, gelet op de vier doden die vielen tijdens de staking van '60-'61. En wie is het drama van Zwartberg vergeten waar twee vluchtende mijnwerkers door de rijkswacht werden gedood? Na Zwartberg diende de toenmalige socialistische minister Vranckx al een wetsontwerp in om het vuurwapengebruik van de politiediensten uit te breiden. (115) Gol gaat een eind verder dan Vranckx. Behalve in geval van 'absolute noodzaak' mogen de politiediensten vuurwapens gebruiken ter bestrijding van 'kwaadwillige samenscholingen' als het bevoegde burgerlijke gezag daartoe opdracht heeft gegeven na de dubbele waarschuwing: 'Verspreid U, men gaat schieten'! Bespieden en afluisteren - Inhoud Hooggeplaatste politiefunctionarissen, zoals Reyniers, commissaris bij de Brusselse gerechtelijke politie, eisen allang het 'legaliseren van het afluisteren'. (116) Er bestaan overigens sterke vermoedens dat de politie- en veiligheidsdiensten, in strijd met de wet van 13 oktober 1930, al telefoons aftappen. Jan Cappelle haalde een officieel rapport boven water, waarin commandant Francois, de notoire ex-chef van het nationaal drug-bureau van de rij kswacht, grif toegeeft dat het belangrij k is de verdachten te identificeren met behulp van foto's, permanente bewaking en ... afluisteren van de telefoon. (117) Het is een openbaar geheim dat de Belgische staatsveiligheid, de militaire veiligheid, de groep Dyane, de BOB en de BIC nu al over de nodige afluisterapparatuur beschikken. Maar als telefoonaftapping eenmaal wettelijk mag, dan zal het op een veel grotere schaal gebeuren. (118) De opeenvolgende ministers van Justitie deden letterlijk of hun neus bloedde. Keer op keer probeerden ze het afluisteren te legaliseren, onder het mom de 'privacy te beschermen'! Op 8 april 1976 diende Van der Poorten een ontwerp in bij de Senaat; in 1981 stelde Moureaux een 'voorontwerp' op en op 13 november 1983 haalde Gol het ontwerp-Van der Poorten weer eens van stal. (119) Het verbiedt het afluisteren en bespieden evenals het in computer opslaan van politieke, syndicale en filosofische gegevens. Maar de uitzonderingen ten gunste van regering, politie en veiligheidsdiensten zijn zo flagrant dat het wetsontwerp een inbreuk vormt op het privé-leven. (120) Het ontwerp is nooit in bespreking genomen. Na het Heizeldrama en de CCC-aanslag op het VBO-gebouw haast Gol zich een nieuw ontwerp in te dienen. (121) Hij wil het ijzer smeden terwijl het heet is. Vanwege het toenemende geweld en terrorisme is het afluisteren en bespieden een dringende kwestie geworden', betoogt hij. (122) Om zeker de boot niet te missen stelt Gol voor het bespieden en afluisteren apart te regelen. De kamercommissie van Justitie komt in spoedvergadering bijeen maar het verzet blijft smeulen, ook in christen-democratische rangen. Gol geeft echter niet op. In zijn mammoet-ontwerp staat telefoonaf-tapping weer centraal. Wat behelst het? Mits goedkeuring van de raadkamer kan de onderzoeksrechter de politiediensten toestaan de telefoon af te luisteren van iedereen die ervan verdacht wordt een misdaad gepleegd te hebben. Het afluisteringsbevel van de onderzoeksrechter moet naderhand bevestigd worden door de Kamer van Inbeschuldigingstelling. Het is geldig voor 1 maand ... tenzij de Kamer de periode verlengt. Formeel is de onderzoeksrechter verplicht 'gewichtige en uitzonderlijke omstandigheden' in te roepen. Dit is echter geen echte waarborg. Denken we maar even aan de misbruiken inzake voorlopige hechtenis. Het is de onderzoeksrechter die het bevel tot afluisteren verleent, maar het zijn de politiediensten die het afluisteren voor hun rekening nemen. En de ervaring met gerechtelijke onderzoeken wijst uit dat de controle van de onderzoeksrechter op het doen en laten van de politiediensten onbevredigend is. Wie zal de rijkswacht kunnen beletten niet alleen verdachte X af te luisteren, maar ook de vrienden v;m X en de vrienden van deze vrienden, enz.? Is het afluisteren van telefoons een efficiént middel om zware gangsters en terroristen op te sporen? Kan men zich inbeelden dit deze uitgekookte lieden een misdaad telefonisch bekennen of zo vriendelijk zijn dag, plaats en uur van een bomaanslag of hold-up door te bellen? In ieder geval biedt telefoonaftapping in combinatie met de stormachtige ontwikkeling van de informatica onvermoede mogelijkheden om een linkse oppositie permanent te bespioneren en te controleren. De inlichtingen die op de verschillende wijzen bij de politie- of veiligheidsdiensten binnenkomen, kunnen met behulp van de computer zinvol en doeltreffend verwerkt en opgeslagen worden! Een beperking aan het ongebreideld afluisteren bestond voorheen in het 'arbeidsintensieve' karakter ervan: het was noodzakelijk dat iemand de banden beluisterde en de informatie zifte en verwerkte. De computer heeft dit probleem uit de wereld geholpen. Zo is bijvoorbeeld een zogenaamde voice-print ontwikkeld, een instrument dat stemmen van elkaar kan onderscheiden en enkel de 'politiek gevoelige' gesprekken registreert. Is massaal aftappen en permanent bespioneren iets dat alleen in de films van James Bond kan voorkomen? Op 25 juli 1950 verklaarde de voorzitter van de socialistische partij, Max Busset, tijdens het Kamerdebat over de Koningskwestie, het volgende: 'Onze lokalen worden dag en nacht beloerd, onze nummerplaten genoteerd en onze vergaderingen bespioneerd'. En hij vervolgde: 'Er zijn eigenaardige zeden ontstaan... de telefoon van socialistische actievoerders en volkshuizen wordt afgeluisterd'. (123) Volksvertegenwoordiger Van Glabbeke noemde dat 'een schokkend feit'. 'Tijdens de Duitse bezetting werd de telefoon afgeluisterd. Dat mag zich niet herhalen', zei hij. Tijdens de Britse mijnstaking werd de telefoon van vakbonden en de actieve stakers op grote schaal afgetapt. Als telefoonaftapping gelegaliseerd wordt, dan zal dat in België evengoed gebeuren. Gol windt er geen doekjes om. In een interview met Humo (124) zei hij: 'Stakingen of betogingen zijn geen misdrijven. Dus worden ze niet geviseerd door mijn wetsontwerp. Alleen als een sociale actie zich op misdadige manier uit, wordt de wet toegepast. Het dilemma is dus zeer simpel: zolang een sociale actie in alle wettelijkheid verloopt, wordt niemand afgeluisterd. Als ze daarentegen criminele vormen aanneemt, wat in tijden van grote troebelen best mogelijk is, dan is het gerechtvaardigd telefoons af te luisteren om verder onheil te voorkomen'. Heeft men al ooit een meer oprechte biecht gehoord uit de mond van een minister, die in het algemeen verstandig genoeg is om te weten wat hij zegt? Politieke vluchtelingen niet meer gewenst - Inhoud 'België alleen kan niet alle economische problemen van de Derde Wereld oplossen. Bijgevolg moeten we de vluchtelingenstroom afremmen of zelfs tot staan brengen. Op de Trevi-bijeenkomst van 20 oktober 1986 hebben de EG-ministers strenge maatregelen geëist om de vloedgolf van niet-politieke vluchtelingen die West-Europa overspoelen in te dammen'. Dit zei minister Gol op 13 november 1986 in de Kamer. (125) Hij speelt daarmee in op de bezorgdheid in verband met werkloosheid en ter rorisme om de grenzen voor politieke vluchtelingen te sluiten.Het is bedenkelijk dat het terroristische schrikbeeld ook als munitie misbruikt wordt om op asielrecht te schieten. Op 20 oktober 1985 werd voor het eerst een Trevi-vergadering gewijd aan illegale immigratie. Besloten werd een werkgroep in het leven te roepen die maatregelen gaat bespreken ter voorkoming van 'misbruik van het asielrecht'. Vooral West-Duitsland, dat het grootste aantal asielzoekers over de vloer krijgt, dringt aan op een harmonisatie van het asielrecht in de Europese Gemeenschap. Worden Europa en België 'overspoeld' door asielzoekers zoals Gol dramatisch beweert ? In 1985 kwamen pakweg 165.000 vluchtelingen naar Europa. (126) Het lijkt veel, maar is heel weinig: Europa herbergt nauwelijks 2% van het totale vluchtelingenbestand van zowat 13 miljoen mensen. In datzelfde jaar arriveerden welgeteld 5.357 vluchtelingen in België. Daarvan werden er amper 651 als politiek vluchteling erkend. (127) De kans om te worden erkend is de afgelopen jaren schrikbarend gedaald, vermits in 1981 nog 2.105 mensen de vluchtelingenstatus kregen. Nadat Gol met zijn wet van 28 juni 1984 de immigratie nagenoeg volledig indamde, probeert hij nu ook de vluchtelingen te weren. Gol argumenteert dat de meeste vluchtelingen eigenlijk 'economische migranten' zijn, die niet om politieke, raciale of godsdienstige vervolging hun vaderland verlaten. Alsof iemand zomaar voor de lol zijn vaderland vaarwel zegt! Dat steeds meer mensen de armoede, honger en militaire conflicten in de Derde Wereld ontvluchten is een onloochenbaar feit. Het imperialisme heeft de nationale economieën van vele Derde Wereldlanden grotendeels ontwricht. Eind december 1985 ontstaat een crisissfeer, doordat de OCMW's weigeren 63 kandidaat-politieke vluchtelingen onderdak te bieden. Eerst worden de asielzoekers opgeborgen in de kazerne van Heverlee en op 3 januari belanden ze bij de civiele bescherming in Brasschaat. De omstandigheden zijn erbarmelijk. Hun bewegingsvrijheid wordt beperkt tot de slaapzaal en het gebouw. Op de straat wandelen is verboden. (128) De omstandigheden variëren van plaats tot plaats, maar vrijwel overal heerst onder de asielzoekers frustratie, armoede en vaak wanhoop. Het afwikkelen van asielaanvragen duurt vaak 2 jaar. Dat maakt blijkbaar deel uit van het officiële afschrikkingsbeleid. Juist in dat klimaat wordt in januari 1986 een speciale regeringsgroep opgericht met vertegenwoordigers van o.a. de departementen Binnen- en Buitenlandse Zaken, Justitie en Verkeer. De werkgroep besluit het toelatingsbeleid nog aanzienlijk te verscherpen en in augustus 1986 hecht de regering haar goedkeuring aan een wetsontwerp van Gol. Eerst tracht Gol tijdens de vakantie zijn doel te bereiken via een volmachtsbesluit, maar de Raad van State steekt een spaak in het wiel. Inmiddels loopt hij reeds op de parlementaire goedkeuring vooruit. Op 28 oktober 1986 bepaalt hij dat asielzoekers uit Ghana, Pakistan en Indië de transitzone van de luchthaven in Zaventem niet meer mogen verlaten vóór is vastgesteld dat hun aanvraag kans van slagen heeft. De transitzone ligt ver van de bewoonde wereld en advocaten krijgen met moeite toegang, zodat het de vluchtelingen erg moeilijk valt juridische bijstand te krijgen. (129) Advocaat Guy Weber (130) vertelt dat verscheidene vreemdelingen manu militari werden 'teruggedreven' zonder dat ze zelfs de kans kregen het vliegtuig te verlaten. 'Volgens de huidige wet is de grenspolitie niet bevoegd een eerste willekeurige schifting door te voeren. Op de luchthaven bevindt zich ook de zogenaamde 'gate 36', waar de rijkswacht de vluchtelingen schift. Hier mogen advocaten en journalisten niet komen. Niemand weet wat er precies gebeurt. Wat heeft de minister van Justitie te verbergen voor de publieke opinie? De transitzone van de luchthaven is momenteel minder toegankelijk dan een gevangenis', aldus Weber. Dit is een voorproefje van wat te wachten staat als het ontwerp-Gol door het parlement wordt aangenomen. Het ontwerp bouwt allerhande barrières op voor de asielzoekers. Luchtvaartmaatschappijen zullen op straffe van 50.000 fr. geldboete per passagier worden verplicht alleen vluchtelingen te vervoeren die over de vereiste documenten beschikken. Ze moeten bovendien de vluchtelingen terugbrengen naar waar hun reis begon. Maar welke politieke vluchteling kan eerst openlijk een visum aanvragen in zijn vaderland als hij kans loopt vervolgd of gearresteerd te worden? Als de asielzoeker er toch in slaagt België te bereiken, dan botst hij opnieuw op een muur. Want de commissaris-generaal -een functionaris die ressorteert onder het ministerie van Justitie- moet binnen de 24 uur advies verstrekken, zo niet hebben douane of rijkswacht het recht op eigen houtje te beslissen of de vreemdeling al dan niet wordt 'teruggedreven' (Artikel 4 van het wetsontwerp). 'Snelrecht', waardoor asielzoekers niet eens gelegenheid krijgen om hun volledige verhaal te doen. De minister van Justitie of zijn 'gedelegeerde', de rijkswacht in Zaventem, kan volgens artikel 4 een vreemdeling 'terugdrijven' in 6 gevallen. Bijvoorbeeld als de vreemdeling een vervoerbewijs voor een ander land op zak heeft. Of nog, als hij 'de openbare orde of nationale veiligheid kan schaden', of wanneer zijn asielaanvraag 'kennelijk ongegrond is'. De bepalingen zijn wel erg vaag, waardoor de macht van de minister van Justitie en de rijkswacht onmetelijk groot wordt. Als een asielzoeker al die hindernissen heeft genomen moet hij tenslotte binnen de acht dagen het vluchtelingenstatuut aanvragen. Erg snel. De uiteindelijke beslissing over het toekennen van het statuut ligt bij Justitie, dat daarmee de bevoegdheid over de vreemdelingenpolitie combineert met die over de sector van de politieke vluchtelingen. In het ontwerp-Gol worden ook de mogelijkheden om tegen een negatieve beslissing beroep aan te tekenen sterk beperkt. Er komt wel een 'vaste Beroepscommissie voor Vluchtelingen', maar alle andere juridische beroepsmogelijkheden worden afgeschaft. Indien het in de bedoeling van Gol lag een instrument te creëren om België 'blank' te houden, dan is hij daarin uitstekend gelukt. Maar is er wel reden tot juichen ? Nogmaals Guy Weber: 'Indien u nu juicht over het terugdrijven van 'bougnouls' en voor dat doel wetschennis tolereert dan ben ik ervoor bevreesd dat die willekeur zich op een dag tegen uw eigen vrijheden zal keren'. (131) Is betogen in jekker subversief? - Inhoud Gol koestert het voornemen om te komen tot een herziening van de wetgeving op de 'bendevorming' en de geweldmisdrijven die tijdens massabijeenkomsten worden gepleegd. Waarover gaat het? De kwestie van de strafrechtelijke beteugeling van 'gewelddadige benden' kwam weer in het brandpunt van de openbare belangstelling, naar aanleiding van het Heizeldrama en de anti-fascistische actie tegen de komst van Le Pen. Toen speelde Gol open kaart: 'De wetten van 1934-36 op de privé-milities viseren enkel gestructureerde en permanente organisaties. Worden evenwel niet geviseerd door deze wetten: groepen die munt slaan uit een massabijeenkomst om geweld te plegen. We moeten trachten om degenen te bestraffen die zich erop voorbereiden om geweld aan te wenden en zich tegen de ordehandhavers te verzetten met behulp van diverse gevaarlijke middelen als granaten, stokken, stenen, maskers of andere voorwerpen'. (132) Gol wou de wet van 1934 op de privé-milities herzien. Dat is een oud zeer. De wet van 1934 had als doel de fascistische organisaties te bestrijden. Na de studentenstrijd, de golf van wilde stakingen op het einde van de jaren '60 en de mijnstaking van 1970, kwam de toenmalige minister van Justitie Vranckx voor het eerst op de proppen met een wetswijziging, die het moest mogelijk maken ook de linkse arbeidersbeweging te treffen. Zijn wetsontwerp 430 verbood: 'Elke private militie of elke andere groep, waarvan het oogmerk is geweld te gebruiken of waarvan de gecoördineerde handelingen ertoe strekken, door aanwending van gewelddaden, de openbare orde of veiligheid te verstoren, of de vrijheid van meningsuiting te beletten of te bedreigen'. De kern van de zaak is dat het begrip 'organisatie' wordt uitgewist ten voordele van het vagere en meer rekbare begrip 'groep*. Juist deze wijziging maakt de repressie mogelijk van revolutionaire groepen en stakings-posten. Voorts verbood het wetsontwerp 'het dragen of bezitten van uitrustingsstukken met de bedoeling weerspannigheid te vergemakkelijken'. Breed protest verijdelde de invoering van het wetsontwerp 430, dat in '75 en '79 opnieuw werd ingediend door respectievelijk Van der Poorten en Gramme. Op de zitting van 18 februari 1981 van de onderzoekscommissie Wijninckx betreurde commandant Beaurir openlijk dat de rijkswacht te weinig 'gewapend' is om doeltreffend te kunnen optreden tegen privé-milities. 'Daarom hebben we voorgesteld de wetgeving te wijzigen', aldus de rijkswachtbevelhebber. Gol beseft ook wel dat volledige herziening van de wet op de privé-milities op weerstand zal stuiten. Daarom schijnt hij bereid in een eerste stadium één wezenlijk punt eruit te lichten en strafbaar te stellen. Naar het voorbeeld van de Italiaanse 'anti-terroristenwetgeving' wil Gol de beto-gingsvrijheid beperken door bepalingen, die het dragen van vermommingen of beschermende kledij tijdens demonstraties verbieden. Zo'n beknotting van de betogingsvrijheid is een perversie van het strafrecht, omdat louter uiterlijke kentekenen de doorslag kunnen geven bij aanhoudingen. Is het dragen van een lederen jas, zonnebril of sjaal als zodanig 'subversief'? Het hangt allemaal af van de subjectieve interpretatie van de rijkswacht. Het hoeft geen betoog dat zo'n wet oneindig veel kansen zou bieden aan de POSA-eenheden om fors te arresteren. 1) Le Soir en De Morgen, 4 oktober 1984 1) Le Soir en De Morgen, 4 oktober 1984. 2) Le Soir, 20 september 1982. 3) Le Soir, 22 september 1982. 4) Parlementaire Stukken Senaat '82–'83, 5, VI, nr. 2; Parlementaire Handelingen Senaat '82–'83, 336. 5) Vraag nr. 215 van de Heer Theo Kelchtermans – Vragen en Antwoorden, Kamer – 9 augustus 1983, 3406. 6) De Morgen, 29 augustus 1983. 7) Het Tijdschrift voor de Politie, september 1986. 8) Beleid van de minister van Binnenlandse Zaken. Documenten voorbereid voor de Commissie van Binnenlandse Zaken van de Senaat d.d. 4 maart 1986 en voor de Commissie van Binnenlandse Zaken van de Kamer d.d. 19 maart 1986. 9) Vraag nr. 61 van Senator De Bremaeker – Vragen en Antwoorden Senaat – 5 maart 1985, 989. 10) De Morgen, 18 oktober 1984. 11) Le Soir, 19 november 1985. 12) La Dernière Heure, 12 december 1984. 13) Vraag nr. 61 van De Bremaeker – Vragen en Antwoorden Senaat – 5 maart 1985, 989. 14) Vraag nr. 215 van de Heer Theo Kelchtermans, d.d. 6 mei 1983 – Vragen en Antwoorden Kamer – 9 augustus 1983, 3406. 15) Het belang van de intellectuele tucht, Knack, 7 juni 1984, blz. 42. 16) Geschiedenis van de Rijkswacht deel II, blz. 297, uitg. Ghesquiere & Partners – Brussel. 17) De Morgen, 25 september 1986. 18) Algemeen Politieblad van het Koninkrijk der Nederlanden, Den Haag, januari 1977, nr. 2; Kriminalistik, Heft maart 1977, blz. 134. 19) De Morgen, 4 juni 1986. 20) Vraag nr. 288 van de Heer Geyselings – Vragen en Antwoorden Kamer – 7 februari 1984, 1226. 21) Vraag nr. 117 van de Heer Van den Bossche – Vragen en Antwoorden Kamer – 12 april 1983, 1885. 22) De Morgen, 14 november 1986. 23) Missions très spéciales, Capitaine Barril, Presses de la Cité, 1984. 24) Stille Nacht, Heilige Vracht, Speuren bij de Bespieders, 1986. 25) Le Monde, 17 oktober 1983. 26) Het Labyrint o.c., commentaar van Jan Capelle, blz. 201; Antwoord Nothomb op vraag 243 van de Heer Dujardin d.d. 12 augustus 1983. 27) Le Soir, 9 oktober 1984. 28) Commissie voor Justitie, vergadering 22 januari 1986, interpellatie van de heer Hendrick tot de vice-eerste minister en minister van Justitie en Institutionele Hervormingen over “de rol van de Staatsveiligheid in de preventie van het terrorisme”. 29) La Dernière Heure, 20 oktober 1984. 30) De Morgen, 18 oktober 1984. 31) De Morgen, 18 oktober 1984. 32) Le Soir, 19 oktober 1984. 33) Het Volk, 19 oktober 1984. 34) La Dernière Heure, 19 oktober 1984. 35) De Morgen, 20 oktober 1984. 36) Le Soir, 20 oktober 1984. 37) La Dernière Heure, 20 oktober 1984. 38) De Morgen, 20 oktober 1984. 39) Le Soir, 27 oktober 1984. 40) Senaat, zitting 26 oktober 1984. 41) Le Soir, 20 oktober 1984. 42) Le Soir, 20 oktober 1984. 43) Gol in de Kamer van Volksvertegenwoordigers – zitting 18 december 1984. 44) Kamer van Volksvertegenwoordigers, zitting 30 oktober 1986, beknopt verslag, blz. 47 e.v. 45) “The Age of Surveillance”, Frank J. Donner, Vintage Books, 1981. 46) “Politiek en Terrorisme”, Cyrille Fynaut, Tijdschrift voor Politie, 1983, blz. 627. 47) La Dernière Heure, 12 december 1984. 48) Kamer van Volksvertegenwoordigers, zitting 12 december 1984. 49) Vraag nr. 131 van de Heer Burgeon – Vragen en Antwoorden Kamer – 19 februari 1985. 50) Minister Nothomb, Kamer van Volksvertegenwoordigers, 17 maart 1982. 51) Het Nieuwsblad, 18 maart 1982. 52) Kamer van Volksvertegenwoordigers, 17 maart 1982. 53) Le Soir, 1 juni 1985. 54) Senaat, 14 juni 1985, Parl. Handelingen, gewone zitting ’84-’85, blz. 2955 e.v. 55) De Morgen, 30 mei 1986. 56) ‘Infiltratie, moeilijk soms gevaarlijk maar uitvoerbaar en nuttig’, Sietsma, Algemeen Politieblad, nr. 14, 5 juli 1986. 57) Overheidsgeweld, het draaiboek van Dodewaard, Gerard Legebeke, KRI, 1981. 58) KRI, april 1986, blz. 10. 59) De Morgen, 1 januari 1987. 60) Le Soir, 24 september 1986. 61) Wet van 19 december 1975, Belgisch Staatsblad 20 januari 1976, blz. 69. 62) Wet van 8 april 1969. 63) Fynaut, De reorganisatie van het politieapparaat, Panopticon, nr. 2, maart-april 1980, blz. 92. 64) Vraag nr. 55 van Militis, Vragen en Antwoorden Kamer, 18 december 1984. 65) De Standaard, 16 februari 1980. 66) Syndicale Echo, januari 1985. 67) Parlementaire Handelingen Senaat, zitting 14 februari 1985, gewone zitting ’84-’85, blz. 1613 en volgende. 68) Antwoord van minister Nothomb op interpellatie van de Heer Van In omtrent ‘De stand van zaken één jaar na het Heizeldrama’, Senaat, Parlementaire Handelingen, zitting van 11 juni 1986, gewone zitting ’85-’86, 1346 e.v. 69) Parlementaire Stukken Kamer, zitting ’84-’85, 1232 nr. 2. 70) Senaat, Parlementaire Handelingen, vergadering 14 juni 1985, gewone zitting ’84-’85, blz. 2976. 71) Warichet, ‘Heeft België een overvloed aan politie?’, Revue van de Rijkswacht, nummer 9, 1984. 72) Actieplan ter bestrijding van de criminaliteit en het vandalisme, PVV, februari 1985, blz. 27. 73) La Dernière Heure, 21 november 1985. 74) De Morgen, 22 november 1985. 75) La Dernière Heure, 21 november 1985. 76) Le Soir, 31 januari 1986. 77) Nieuwsbrief van de Liga voor Mensenrechten, november 1985. 78) Leger en ordehandhaving in België, verhandeling KUL, faculteit Rechten, Academiejaar ’81-’82, Geert Flameng; verklaring minister Gilson – Kamer van Volksvertegenwoordigers, zitting 3 januari 1961, Parlementaire Handelingen ’60-’61, blz. 25. 79) Belang van Limburg, 2 februari 1966. 80) Kamercommissie van Binnenlandse Zaken, zitting 8 januari 1986. 81) De reorganisatie van de territoriale eenheden, Majoor Van Wanzeele, Revue van de Rijkswacht, 1963, nr. 10, blz. 25 e.v. 82) Parlementaire Handelingen Kamer, zitting 20 maart 1986, blz. 777. 83) Het Nieuwsblad, 4 december 1984. 84) Revue van de Rijkswacht, nr. 1, 1986. 85) Persconferentie 20 januari 1986, Revue van de Rijkswacht, nr. 1, 1986. 86) Humo, 2 februari 1974. 87) Jan Cappelle, Jan Lippens: De ordehandhaving tijdens de Limburgse mijnstaking april-mei 1986; Liga voor Mensenrechten, uitg. EPO. 88) Antwoord van minister Nothomb op de interpellaties van M. Vogels en L. Van den Bossche in de Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken op 4 juni 1986. 89) Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken op 4 juni 1986. 90) Kamer, vergadering 20 maart 1986, Parlementaire Handelingen Kamer, gewone zitting 1985-1986, blz. 777 e.v. 91) Vraag nr. 26 van de Heer Van de Velde, dd. 7 november 1984, Vragen en Antwoorden Kamer, 27 november 1984, blz. 361. 92) Le Soir, 24 oktober 1984. 93) Senaat, zitting vergadering 28 februari 1985, Parlementaire Handelingen Senaat, zitting ’84-’85, blz. 1757. 94) Interpellatie van de Heer Van Parys in verband met de achterstelling van sommige gemeentelijke politiediensten naar aanleiding van de integratie van de oproepsystemen 901 en 906, Commissie van Binnenlandse Zaken, vergadering 30 april 1986. 95) Verklaring minister Nothomb – vergadering 6 februari 1986, Senaat. 96) Gol, Kamercommissie van Justitie, 28 juli 1986. 97) Humo, 20 februari 1986. 98) Koninklijk Besluit, 3 november 1985. 99) De Morgen, 3 januari 1986. 100) Senaat – bespreking van de rijkswachtbegroting voor 1982 – zitting 29 september 1982. 101) Vraag van Theo Kelchtermans, Kamer, maart 1983. 102) Tijdschrift voor de politie, september 1986; De Morgen, 14 november 1986. 103) Vraag nr. 15 van Van Ooteghem, Vragen en Antwoorden Senaat, 18 februari 1986, blz. 343. 104) Het Nieuwsblad, 10 december 1986. 105) Het Nieuwsblad, 23 april 1986. 106) De Morgen, 17 oktober 1983. 107) Memorandum ter bescherming van de bevolking en de veiligheid van de ordediensten, dd. 19 november 1976. 108) Het Laatste Nieuws, 26 september 1986. 109) De Standaard, 29 oktober 1984. 110) De Morgen en De Standaard, 7 december 1985. 111) Le Soir, 21 januari 1986. 112) Le Soir, 15 november 1985. 113) De Morgen, 12 november 1985. 114) De Morgen, 18 november 1985. 115) Parlementaire Stukken Senaat '68-'69, nr. 169. 116) Trends in criminaliteit en criminaliteitsbestrijding, uitgeverij Kluwer. 117) Het Labyrint, SEVI, blz. 179. 118) Knack, 23 januari 1980. 119) Parlementaire Stukken Kamer 1983-1984, nr. 778. 120) Le Droit à la vie privée selon le projet Gol, Journal des Tribunaux, 1982, 769-771; De Beuckelare, ‘Privacy, afluisteren en bespieden: het wetsontwerp Gol’, Tegenspraak, 1984, nr. 4 en 5, blz. 3 tot 17. 121) Parlementaire Stukken Kamer, 1984-1985, nr. 1227. 122) Memorie van toelichting, nr. 1227-1, 1. 123) Kamer van Volksvertegenwoordigers, vergadering 25 juli 1950, Parlementaire Handelingen, Buitengewone zittijd 1950, blz. 8 e.v. 124) Humo, nr. 2373, dd. 27 februari 1986. 125) Kamer van Volksvertegenwoordigers, zitting 13 november 1986, beknopt verslag, blz. 122. 126) De Volkskrant, 26 juli 1986. 127) Interpellatie van Valckeniers tot de minister van Justitie, Parlementaire Handelingen Senaat, '86-'87, blz. 861, zitting 29 april 1986. 128) De Morgen, 7 januari 1986. 129) Le Soir, 5 december 1986. 130) Le Soir, 5 december 1986. 131) La Libre Belgique, 18 november 1986. 132) Le Soir, 1 juni 1985. III. BELGIË EN EUROPA AAN DE LEIBAND VAN UNCLE SAM? - Inhoud 1. Reagans heilige oorlog tegen het terrorisme - Inhoud Nixon had een geheim team van 'loodgieters' om allerlei illegale karweien op te knappen, zoals de inbraak in het Watergate-gebouw, het hoofdkwartier van de Democratische partij. Maar de regering-Reagan heeft behalve een versterkte CIA nog een wijdvertakt netwerk om clandestiene en illegale operaties tegen 'terrorisme', 'subversie' en 'communisme' uit te voeren, Eén van die operaties, de raid tegen Libië, gold als een testcase in hoeverre de VS de Westeuropese bondgenoten achter hun 'ter-reurbestrijding' konden krijgen. Paul Laxalt, één van Reagans naaste en vertrouwste adviseurs, vatte tijdens een colloquium dat op 24 juni 1984 op initiatief van het Jonathan-instituut in Washington plaatsvond, de Amerikaanse politiek als volgt samen: 'Een gezamenlijke actie is broodnodig, niet via een vormloze, in opspraak gebrachte instelling als de Verenigde Naties, maar via een soort NATO'. En Laxalt vervolgt: 'Deze organisatie moet de VS, Canada, West-Europa, Australië, Israël en Japan omvatten en het terrorisme verslaan'. Het terrorisme als 'conflict van zwakke intensiteit' In 1979 komen in Nicaragua de sandinisten aan de macht. Ze maken een eind aan 43 jaar Somoza-dictatuur. Nog in 1979 valt de Sovjetunie binnen in Afghanistan en wordt de Sjah uit Iran verdreven. Deze serie 'fiasco's' doen president Carter terugkomen van zijn terughoudendheid met militair optreden. Carter organiseert een 'snel interventieleger' (Rapid Deployment Forces) dat vooral bedoeld is om op te treden in het olierijke Midden-Oosten. Maar geen onderwerp dat in het verkiezingsjaar 1980 meer emoties losmaakt dan de 'terroristische gijzeling' van het Amerikaans ambassadepersoneel in Teheran. Op 4 november 1979 bezetten Iraanse studenten de Amerikaanse ambassade en gijzelen 52 diplomaten. De republikeinse presidentskandidaat Reagan beschuldigt Carter ervan een te toegeeflijke houding in te nemen tegenover de Iraanse 'terroristen'. In april 1980 stemt Carter in met een bevrijdingsoperatie door de Delta Force, de Amerikaanse anti-terreureenheid. De operatie 'Desert One' strandt echter in de woestijn. Reagan kan niet nalaten dit voorval af te schilderen als een nieuwe slag in het gezicht van het Amerikaanse politieke prestige. Voor het grote publiek weet de gewezen Hollywood-vedette zich te profileren als de krijgshaftige kruisvader tegen het terrorisme. Invloedrijke denktanks van Nieuw Rechts zoals de in 1973 onder andere door Paul Weyrich met geld van de multimiljonairs Joseph Coors en Mellon Scaife gestichte Heritage Foundation blazen het terrorisme buiten alle proporties op. Een afschuwelijke vijand vereist nu eenmaal dat leger, geheime diensten en politie gevoelig versterkt en paramilitaire operaties in eer hersteld worden. En dat is het doel van de agressieve rechterzijde die met Reagan aan de macht komt. Als reactie op de strategische achteruitgang van de VS in de jaren '70, wil Reagan tot elke prijs de Amerikaanse posities in de wereld behouden en zelfs heroveren. Een nieuwe Koude Oorlogssfeer, waarin het terrorisme de plaats inneemt van 'het Rode Gevaar', kan de regering Reagan alleen maar dienstig zijn om haar krachtige plannen te realiseren. In dit schema past dat defensie de topprioriteit wordt. In maart 1981 kondigt de regering-Reagan aan dat de defensiebegroting voor 1981-1986 de fabelachtige som van 1.600 miïjard dollar zal bedragen. De meeste aandacht gaat naar de modernisering en uitbreiding van de kernwapenarsenalen. De dageraad van de bewapeningswaanzin breekt aan op 23 maart 1983, wanneer Reagan de wereld verbijstert met zijn berucht sterrenkrijgprogramma. Kortom, alles wijst erop dat de VS erop uit zijn de Sovjetunie op militair terrein achter zich te laten. Reagan en zijn geestesverwanten koesteren de macabere illusie dat een kernoorlog kan worden gewonnen. Maar op korte termijn maakt de regering-Reagan zich ernstig zorgen over de politieke evolutie en het groeiende anti-imperialistische bewustzijn in de Derde Wereld. De verpletterende schuldenlast van de Derde Wereld van ongeveer 992 miljard dollar tikt als een tijdbom onder het westers systeem (1). Na de grote anti-koloniale beweging van enkele decennia geleden, neemt de gewapende strijd voor onafhankelijkheid en democratie opnieuw een hoge vlucht, onder andere in El Salvador, Guatemala, de Filippijnen, Afghanistan en Eritrea. Radicaal nationalistische regeringen kwamen aan de macht in Zimbabwe en Nicaragua. De strijd tegen het Zuidafrikaanse Apartheidsregime is niet meer te stuiten en de Palestijnse bevrijdingsstrijd blijft ondanks wereldwijde tegenkanting een beslissen de factor in het Midden-Oosten.Een fikse stijging in het Amerikaanse defensiebudget is dan ook bestemd voor snel ingrijpen in de Derde Wereld. Bij de begroting voor '81-'82 wordt daarvoor 11,6 miljard vrijgemaakt, in de eerste plaats voor de uitbreiding van de 'snelle interventiemacht' (Under the eagle, US intervention in Central America and the Carribean, Jenny Pearce, Latin America Bureau, London). Ook de speciale eenheden (Special Forces) van het Amerikaanse leger, gespecialiseerd in anti-guerrilla-oorlogsvoering, krijgen een flink deel van de koek en mogen zich in een hernieuwde belangstelling verheugen. Het Witte Huis en het ministerie van Defensie gaan meer en meer rekening houden met 'conflicten van zwakke intensiteit' (low-intensity con-flicts). 'Het ogenblik is dichtbij dat wij de Sovjets ervan kunnen weerhouden een totale kernoorlog te ontketenen of onze voornaamste bondgenoten aan te vallen, maar het is helemaal niet zeker dat wij opgewassen zijn om te reageren op de 'grijze-zone-uitdagingen', de conflicten van zwakke intensiteit, inclusief het terrorisme. Nochtans lopen we meer kans daarmee geconfronteerd te worden', aldus staatssecretaris Shultz in een redevoering voor de Trilaterale Commissie op 3 april 1984 (2). Welke lading dekt de wondere en in Amerikaanse militaire bladen razend populaire term 'conflict van zwakke intensiteit'? In 'Mandaat voor Leiderschap II', geschreven naar aanleiding van Reagans tweede ambtstermijn, zet de Heritage Foundation uiteen dat het Amerikaans imperialisme betrokken is bij drie soorten conflicten van zwakke intensiteit (3). Opvallend is de politieke manipulatie van het begrip 'terrorisme'. Met een ongekend cynisme wordt in de Amerikaanse terminologie iedereen die de VS-belangen of het imperialisme dwars zit als 'terrorist' aan de schandpaal genageld, terwijl elke contra-revolutionair, ook al gebruikt hij terreur op grote schaal, enthousiast 'een vrijheidsstrijder' wordt genoemd. Het eerste en belangrijkste conflict van zwakke intensiteit betreft de gewapende strijd voor onafhankelijkheid en democratie in de Derde Wereld. Dit 'terroristisch' verzet tegen pro-Amerikaanse regeringen, bijvoorbeeld in El Salvador, moet met alle middelen worden tegengegaan. Als tweede conflict citeert de Heritage Foundation de contra-revolutionaire acties en opstanden van 'vrijheidsstrijders' tegen radicaal nationalistische en linkse regimes. Op die manier tracht Reagan onder het mom van strijd tegen het terrorisme zijn 'geheime oorlog' tegen Nicaragua een schijn van wettigheid te geven. Van daaruit is het maar een kleine stap om het terrorisme a la CCC, RAF enzovoorts als een derde conflict van zwakke intensiteit te definiëren (4). Vreemd genoeg is het vooral staatssecretaris Shultz, zogezegd een 'duif in de regering-Reagan, die het hardst heeft gepleit om het terrorisme te verheffen tot een conflict van zwakke intensiteit. 'Voor zover onze vijanden het terrorisme gebruiken als een vorm van moderne oorlogsvoering tegen de strategische belangen van de VS, zijn we verplicht het met militaire middelen te bekampen', aldus Shultz (5). De havik van het Pentagon, Weinberger, dacht aanvankelijk heel wat genuanceerder, want hij piekerde over de praktische problemen die opduiken bij strafexpedities en militaire operaties ver buiten de grenzen. Toen bij een aanval op 23 oktober 1983 in Beiroet, 241 Amerikaanse mariniers omkwamen, zag Shultz de kans schoon om zijn standpunt definitief door te drukken in de regering. Als 'terrorisme' wordt gelijkgesteld aan een militair conflict, wordt de natie in feite in een oorlogstoestand gedompeld, waardoor het makkelijker is het veiligheidsapparaat uit te breiden en de democratie te beknotten. CIA en 'Covert Action' - Inhoud Tussen diplomatieke druk en het sturen van mariniers ligt het wazige gebied van paramilitaire operaties, geheime oorlogen en 'dirty tricks' (smerige trucs). Naast openlijke militaire interventie, zoals de inval in Grenada op 25 oktober 1983, neemt de Amerikaanse regering allerlei geheime initiatieven om haar invloed in de wereld te consolideren of uit te breiden. Het ligt voor de hand dat daarvoor een beroep wordt gedaan op de diensten van de CIA. Op de voedingsbodem van de Koude Oorlog werden in 1947 de CIA (Central Intelligence Agency) en de Nationale Veiligheidsraad (National Security Council) opgericht om met een groot, eigen, en ten dele geheim budget en met enorme bevoegdheden militaire en paramilitaire activiteiten uit te voeren buiten de controle van het Congres om. Tengevolge van het Watergate-schandaal en de CIA-betrokkenheid bij het ten val brengen van het regime-Allende in 1973 had het imago van de CIA heel wat deuken opgelopen. Destabiliseringsprogramma's zoals in Chili kwamen in een niet al te fraai daglicht te staan. De Church-Commissie rondde in 1976 een diepgaand onderzoek naar de inlichtingendiensten af. Ze overwoog even voor te stellen 'geheime activiteiten' ronduit te verbieden. Maar uiteindelijk beval de Commissie aan dat ze slechts toelaatbaar zijn in 'uitzonderlijke omstandigheden' wanneer de nationale veiligheid van de Verenigde Staten ernstig gevaar loopt en openlijke actie onvoldoende is om het gevaar te keren (6). In 1976 en 1977 werden permanente commissies (Select Committees on Intelligence) opgericht in de Senaat en het Huis van Afgevaardigden. Deze commissies kregen als taken: vooraf inlichtingen krijgen over alle geheime operaties, het jaarlijks budget goedkeuren en een nieuwe gedragscode ontwikkelen voor de inlichtingendiensten (7). De CIA-directeurs James Schlesinger en Stansfield Turner zagen zich zelfs gedwongen ongeveer 2.000 medewerkers te ontslaan, waarvan het overgrote merendeel werkzaam was bij het 'Directorate for Operations' (DDO) (8). Het DDO is de afdeling van de CIA die zich wijdt aan clandestiene actie en dirty tricks. De helft van het DDO-personeel is in het buitenland gestationeerd onder een geloofwaardige dekmantel, bijvoorbeeld als ambtenaar bij het ministerie van Defensie of Buitenlandse Zaken (9). Het bijna paranoïde klimaat en de nationale consensus die rond het terrorisme worden geschapen helpen de regering-Reagan om de macht van het veiligheidsapparaat gevoelig te versterken. De clandestiene actie (covert action) wordt opnieuw een essentieel onderdeel van het buitenlandse beleid, dat daardoor goeddeels ontoegankelijk blijft voor de bevolking en zelfs voor het Congres. Onder de regering-Reagan worden de middelen van de CIA onmiddellijk op ongekende schaal uitgebreid. Aan het hoofd van de CIA benoemt Reagan een persoonlijke vriend, William Casey. De Amerikaanse regering verhoogt het CIA-budget sinds 1981 jaarlijks met niet minder dan 25% (10). Casey werft volop spionnen aan en herstelt de slagkracht van het Directorate for Operations (11). Hij is een felle voorstander van covert action. Tijdens de hoorzitting bij zijn benoeming tot CIA-directeur liet hij zich ontvallen: 'In 1948 kwamen wij tussen in de Italiaanse binnenlandse aangelegenheden en beïnvloedden we er de verkiezingen. Dergelijke clandestiene acties zet je maar op touw als ze van vitaal belang zijn voor de VS en de president en de bevoegde autoriteiten erachter staan.' (12). Welke autoriteiten zijn bevoegd de geheime operaties van de CIA goed te keuren? Volgens Casey moet dit gebeuren door de Plangroep voor de Nationale Veiligheid (National Security Planning Group), een commissie van de Nationale Veiligheidsraad waarin zetelen: de ministers van Buitenlandse Zaken, Defensie en Financiën. Verder de voorzitter van de gezamenlijke chefs van staven, de vicepresident, de directeur van de CIA, de stafchef van het Witte Huis en de voorzitter van de Nationale Veiligheidsraad (13). David Wise, auteur van The Invisible Government, vermoedt dat een nog kleinere door Casey persoonlijk geleide groep van de Nationale Veiligheidsraad, a senior inter-departmental group (SIG), de geheime CIA-operaties goedkeurt (Reagan's Ruling Class, p. 623). Indien de veronderstelling van Wise klopt, kan de CIA als een staat-binnen-de-staat haar eigen geheime operaties goedkeuren. Vast staat dat de Nationale Veiligheidsraad (National Security Council (NSC)) onder Reagan een centrale rol speelt bij zowat alle belangrijke geheime operaties. Ze werd in 1947 door president Truman opgericht als een advieslichaam. Maar onder de regering-Reagan hebben haar stafleden hun invloed op de buitenlandse politiek aanmerkelijk weten uit te breiden. Zo is de NSC verantwoordelijk voor het uitdenken en -veelal ook- uitvoeren van omstreden plannen als het hulpprogramma aan de contra's, de invasie in Grenada, de kaping van de Achille Lauro en de strafexpeditie tegen Libië. De NSC-staf bestaat uit circa 50 officieren, diplomaten, deskundigen op het gebied van de inlichtingendiensten en academici. Verschillende belangrijke stafleden van de NSC zijn in actieve dienst bij de strijdkrachten. Het gevolg hiervan is dat een handjevol hoge militairen een vrijwel ongelimiteerde macht heeft gekregen op de Amerikaanse politiek. De NSC-stafleden beschikken over een doolhof van kantoren in de kelders van het Witte Huis en in een aangrenzend kantoorgebouw. Hun taak is de ondersteuning van de NSC, die uit 6 leden is samengesteld: de president, de vice-president, de ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie, de directeur van de CIA en de voorzitter van de chefs van staven. Onder Reagan wordt de NSC gebruikt om de controle van het parlement op de geheime activiteiten in het buitenland te omzeilen. Omdat de NSC een advieslichaam van de president is, zijn de leden ervan immers geen verantwoording schuldig aan het Congres. Kortom, het Witte Huis van Reagan heeft een web van geheimhouding gesponnen en de politiek in handen gegeven van een kleine paleiswacht. De presidentiële en uitvoerende macht is daardoor haast onbegrensd geworden. Van het zo geroemde systeem van 'checks and balances', het streven naar evenwicht tussen uitvoerende, wetgevende en rechterlijke macht, blijft niet veel over. Van Watergate naar Contra-gate - Inhoud Is de hardste criticus van het terrorisme zelf voorstander van staatsterro-risme om een legale regering uit het zadel te lichten? Reagans geheime oorlog tegen Nicaragua Iaat toe deze vraag positief te beantwoorden. Alles rondom deze oorlog is vanaf het begin één grote leugen. Aanvankelijk heet het dat de contra's alleen maar geholpen moeten worden om de wapenleveringen aan de Salvadoraanse guerrilla tegen te gaan. Met dit smoesje krijgt de CIA in december 1981 19 miljoen dollar, waarmee ze een contraleger kan ronselen om de sandinistische regering omver te werpen. De CIA rekent op een vlugge militaire overwinning van de contra's, maar brutale militaire aanvallen vanuit bases in Honduras brengen dit doel geen centimeter naderbij. Bitter teleurgesteld door de militaire prestaties van de contra's, schakelt de CIA in 1983 over op onverbloemd 'staatsterrorisme' in dit voor de regering-Reagan belangrijkste 'conflict van zwakke intensiteit'. Op een bijeenkomst midden 1983 in de Hondure-se hoofdstad Tegucipalpa beslissen CIA-directeur Casey en zijn luitenanten, Duane R. Clarridge en John Mc Mahon, een handboek voorde contra's te laten schrijven door 'John Kirkpatrick', volgens de gewezen CIA-agent Philip Agee een pseudoniem van een CIA-oudgediende uit de oorlogen in Korea en Vietnam (14). Het handboek 'Operaciones psicologi-cas en guerra de guerrillas' (Psychologische operaties in guerrilla-oorlogen) lepelt de contra's het terrorisme in. Het leert hoe ze sandinistische leiders moeten 'neutraliseren'. Om psychologische redenen 'moeten de minst populaire slachtoffers worden gekozen en moeten de dorpsbewoners de executies bijwonen'. Daarna moeten de contra's uitleggen dat deze terechtstellingen 'noodzakelijk zijn voor het welzijn van het volk'. In de plaatsen die met propaganda en terreur bewerkt zijn, moeten gewelddadige anti-regeringsdemonstraties uitgelokt worden. De contra's moeten gewapende 'stoottroepen' leveren aan de 'onschuldige en lichtgelovige demonstranten'. De pagina's 70 en 71 bevatten zelfs de aanbeveling 'beroepsmisdadigers' aan te werven voor 'selectieve taken' zoals 'rellen en schietpartijen met dodelijke afloop uitlokken om martelaars te scheppen'. Deze leerstof is overvloedig toegepast. De contra's plegen graag aanslagen op de verworvenheden van de revolutie: gezondheidscentra, scholen en landbouwcoöperaties. Zo overvallen op 31 mei 1986 zo'n vijfhonderd contra's de coöperatie 'Daniel Teller' met mortieren en granaten. Ze vermoorden vijftien mannen en een meisje van acht. Nadien branden ze een hele rij huizen en de school plat (15). Een gewezen adjunct-minister van Justitie van de staat New York, Reed Brody, berekende dat de contra's zo'n vijftig gezondheidscentra en 239 scholen overvielen (16). Een officieel Nicaraguaans rapport van december 1984 bevestigt dat de sandinistische regering door de raids van de contra's gedwongen werd om 854 scholen en 60 dispensaria te sluiten. In 1984 werden 113 leraren vermoord en 187 gefolterd of gekidnapt (17). Het is er de contra's en de CIA niet alleen om te doen de bevolking te terroriseren, maar ook om de nationale economie ernstig te ontwrichten. In de lente van 1984 leggen ze daarom mijnen in de Nicaraguaanse havens van Corinto, Puerto-Sandino en El-Bluff, waardoor ernstige schade werd aangericht aan vijf buitenlandse schepen. Dit is in oktober 1984 voor het Amerikaanse Congres aanleiding om de hulp aan de contra's te verbieden . Maar geen nood, kolonel Oliver North, staflid van de Nationale Veiligheidsraad, die de operatie tegen Nicaragua superviseert, trekt zich van parlementair verbod niets aan. Samen met de CIA organiseert hij een illegaal netwerk, dat met vluchten vanuit Honduras en de Salvadoraanse CIA-luchtmachtbasis Ilopango de contra's militair blijft bevoorraden. De Cl A-agenten Max Gomez en Ramon Medina, beiden goed bevriend met vice-president en gewezen CIA-directeur Bush, coördineren de activiteiten in Ilopango. Dit hele illegale net komt aan de oppervlakte wanneer op 5 oktober 1986 een C-123 vrachttoestel met wapens voor de contra's boven Nicaragua wordt neergeschoten. De C-123 blijkt in verbinding te staan met Southern Air Transport, een chartermaatschappij die vroeger eigendom was van de CIA. De enige Amerikaan die de vlucht overleeft, Eugene Hasenfus, bekent dat hij als huurling voor de CIA werkte. Daar het Congres de financiering voor de contra's heeft stopgezet, organiseert North geldinzamelingen via 'particuliere groepen'. Centrale figuur in de privé-financiering van de contra's is de gepensioneerde generaal John Singlaub, die in september 1986 als hoofd van de 'World Anti-Communist League' wordt opgevolgd door ex-minister van Defensie en PSC- kamerlid José Desmarets, die ook voorzitter is van de Belgische Atlantische Vereniging, een propaganda-instelling van de NATO (18). Singlaub en North hebben ook nauwe banden met Heine Aderholt, de man achter de Amerikaanse huurlingenorganisatie 'Soldier of Fortune' (19). Toen het Pentagon een adviesgroep oprichtte om president Reagan bij zijn Middenamerikaanse politiek te helpen, waren Singiaub en Aderholt meteen van de partij (20). Beiden zijn berucht vanwege hun uitstekende relaties met Europese neo-nazi's en Latijnsamerikaanse doods-escaders. Met deze primair anti-communistische en fascistische kliek worden de contra's verder gesteund, in strijd met de beslissing van het Congres. Maar er is meer aan de hand in de keldert van het Witte Huis, van waaruit North en de Nationale Veiligheidsraad opereren. Op 4 november 1986, precies de zevende verjaardag van de bezetting van de Amerikaanse ambassade in Teheran, verwekt Rafsanjani, de voorzitter van het Iraanse parlejnent, een storm die Reagan dreigt weg te spoelen. Rafsan-jani onthult, niet zonder leedvermaak, dat het voormalige hoofd van de Nationale Veiligheidsraad, Robert Mc Farlane, in gezelschap van North, op 28 mei 1986 in Teheran landde. Volgens hem reisden de Amerikanen met Ierse paspoorten en brachten ze een cake en een door Reagan gesigneerde bijbel mee om duidelijk te maken dat niemand minder dan de president hen had gestuurd om in ruil voor 4.000 Tow-raketten de vrijlating van Amerikaanse gijzelaars te bewerkstelligen. Reagan liegt op 13 november 1986: 'De beschuldiging is geuit dat de Verenigde Staten wapens hebben verscheept naar Iran als losgeld voor Amerikaanse gijzelaars in Libanon en dat de Verenigde Staten hun bondgenoten hebben bedrogen door in het geheim de officiële politiek te schenden van niet-onderhandelen met terroristen. Deze beschuldigingen zijn volkomen onwaar'. Reagans leugens kunnen de waarheid niet tegenhouden. Op 13 juli 1985 begint de Iran-contra-affaire. De Israëlische wapenhandelaar Al Schwimmer komt als afgezant van de Israëlische premier Peres met hei voorstel honderd Amerikaanse Tow-raketten te ruilen voor Amerikaanse gijzelaars. Begin augustus geeft Reagan zijn toenmalige veiligheidsad-viseur Mc Farlane mondeling toestemming voor de ruil. Na twee Israëlische wapenleveringen aan Iran, tekent Reagan op 17 januari een document waarin toestemming wordt gegeven voor rechtstreekse Amerikaanse wapenverkoop aan Iran. Tegelijkertijd kent Reagan CIA-directeur Casey het recht toe het Congres daarover voor te liegen (21). In dezelfde periode ondertekent de president een richtlijn waarin hij de CIA machtigt om vermeende terroristen te ontvoeren en voor berechting naar de Verenigde Staten over te brengen. Ook mag de CIA via geheime operaties in het buitenland proberen terreuracties te verijdelen. In februari en mei 1986 leveren de Verenigde Staten vier ladingen wapens. De opbrengst hiervan, circa 20 miljoen dollar, wordt gestort op een geheime CIA-rekening in Zwitserland, die gebruikt wordt om de Reagandoctrine van wereldwijde steun aan anti-communistische opstandelingen uit te voeren (22). Een groot deel van de Iraanse wapengelden gaat naar de contra's. Om die 'staatsterroristen' te steunen, zijn alle middelen goed. Op 30 oktober 1986 krijgt FBI-direkteur Webster opdracht van Justitieminister Meese het onderzoek naar mogelijke illegale wapenzendingen voor de contra's op te schorten (23). Wanneer in november 1986 de eerste berichten over de Iran-affaire de ronde doen, stelt het Witte Huis onmiddellijk alles in het werk om te voorkomen dat Reagan, net als Nixon na Watergate, tot aftreden gedwongen wordt. Op 21 november, de dag vóór functionarissen van Justitie zijn archieven onderzoeken, vernietigt North alle belastende documenten. Om de president en zijn omgeving te beschermen, doen Poindexter en North een beroep op het Vijfde Amendement -het recht om te zwijgen- als zij voor de parlementaire commissies verschijnen. Op 25 november 1986 stuurt Reagan hen de laan uit in een poging de gemoederen te bedaren. Poindexter wordt opgevolgd door Frank Carlucci, een 'vakman' in geheime diplomatie en actie. Met de ClA-chef Larry Devlin speelde hij als tweede secretaris op de Amerikaanse ambassade in Kinshasa een grote rol bij de moord op Lumumba en het aan de macht komen van Mobutu, Na een omstreden optreden als ambassadeur in Portugal na de Anjerrevolutie, werd hij in 1978 onderdirecteur van de CIA. Ondanks vele manoeuvers moet Reagan, naar analogie met Watergate, een speciale onderzoekscommissie onder leiding van John Tower en een speciale aanklager benoemen. De commissie-Tower publiceert op 26 februari 1987 haar rapport. Volgens de oorspronkelijk uitgestippelde tactiek van het Witte Huis, wordt de schuld voor de Iran-contra-affaire gelegd bij 'de slechte adviseurs', in dit geval de staf van de Nationale Veiligheidsraad. ClA-chef William Casey wordt wegens ziekte op 3 maart 1987 opgevolgd door William Webster, die vanaf 1978 aan het hoofd van de FBI stond. Onder zijn leiding ging het FBI een actieve rol spelen bij de bestrijding van het terrorisme, en verdubbelde het FBI-budget tot 45 miljard Belgische frank in 1987. Op de dag van zijn benoeming tot CIA-directeur, spreekt Webster zich al meteen uit voor terroristische acties door te verklaren dat de VS het recht hebben vermeende terroristen te kidnappen en te ontvoeren. 'Contra-gate' illustreert op verbluffende wijze hoe de tovenaars-leerlingen van de CIA en de 'cowboys' van de Nationale Veiligheidsraad het voor het zeggen hebben in de 'grootste democratie in de wereld'. De regering-Reagan gebruikt terrorisme als aanleiding, alibi en rechtvaardiging om democratische vrijheden en controlemechanismen terug te schroeven. Nochtans hebben de V.S. weinig last van terrorisme: tijdens de eerste tien maanden van 1985 telde de FBI geen enkel terroristisch incident (24). Onder Nixon was de CIA uitgegroeid tot een 'staat in de staat'. Hoewel geen 'binnenlandse' veiligheidsdienst, bespiedde ze tussen 1967 en 1972 volop de binnenlandse oppositie en vooral tegenstanders van de oorlog in Vietnam. Carter stelde, althans theoretisch, een einde aan dit soort spionage. Reagan draait de klok echter terug. Op 4 december 1981 tekent hij een 'Uitvoerend Bevel' (Executive Order) dat de CIA zelfs het recht toekent geheime operaties in de V.S. op touw te zetten (25). Als reactie op het Watergateschandaal gaf de wet inzake openbaarheid van bestuur (Freedom of Information Act) vanaf 1974 een beperkte toegang tot de geheime dossiers van de inlichtingendiensten. Dit belangrijke democratische controlemechanisme werd ook door Reagan tenietgedaan. Op 2 april 1982 vaardigt hij het 'Uitvoerend Bevel' 12.356 uit. Dit classificeert bijna alle gevoelige informatie van FBI en CIA als 'vertrouwelijk', waardoor ze voor de burger ontoegankelijk wordt (26). Op 26 april 1984 dient Reagan vier zogenaamde anti-terroristische wetsontwerpen in (27). Behalve een strengere bestraffing van gijzeling en vliegtuigsabotage, stelt Reagan voor verklikkers te belonen met forse premies gaande tot 25 miljoen B .F., als ze informatie bezorgen over in de V.S. of het buitenland gepleegde terreurdaden. Tenslotte wil de president elke vorm van training van, of steun aan zogenaamde 'terroristische' organisaties wettelijk verboden zien. Opmerkelijk daarbij is dat alleen het ministerie van Buitenlandse Zaken kan bepalen welke organisatie en staat als terroristisch wordt gebrandmerkt. Een beklaagde kan voor de rechtbank de kwalificatie van het State Department niet aanvechten. De gebruikelijke termen zijn zo flexibel dat een maximum straf van 10 jaar boven het hoofd hangt van al wie hulp verschaft aan bevrijdingsbewegingen in El Salvador, Namibië, Palestina... Bij de strafexpeditie tegen Libië overtrad Reagan manifest de War Po-wers Act. Deze wet omtrent de oorlogsmacht van 1973 verplicht de Amerikaanse president het Congres over militaire interventies in te lichten. Verder bepaalt ze dat troepen niet langer dan 90 dagen mogen worden ingezet zonder uitdrukkelijke toestemming van het Congres. De War Po-wers Act werd in de operatie tegen Libië met de voeten getreden, want Reagan verzuimde eenvoudigweg met het Congres overleg te plegen over de voorgenomen wraakactie. Daarenboven lag het er vingerdik op dat Kadhafi het doelwit was, wat in strijd is met het sinds 1974 geldende verbod om vijandige staatshoofden te vermoorden. Om als deze wettelijke hinderpalen op te ruimen dienen republikeinse Congresleden, aangevoerd door hun meerderheidsleider in de Senaat, Robert Dole, op 18 april 1986 een wetsvoorstel in, dat de bevoegdheden van de president om militair geweld te gebruiken drastisch uitbreidt (28). In het republikeinse wetsvoorstel mag de president zowel voor preventie als voor bestraffing van 'terrorisme' zonder overleg met het Congres militaire middelen gebruiken. Ook de bepaling dat troepen niet langer dan 90 dagen mogen worden ingezet zonder uitdrukkelijke toestemming van het Congres zou niet gelden voor zogenaamde 'anti-terrorisme-acties'. De regering-Reagan heeft 2 belangrijke centrale structuren ter bestrijding van het internationaal terrorisme opgericht. In 1984 wordt een Gezamenlijke Dienst voor Speciale Operaties in het Buitenland (Joint Special Operations Agency to Act Overseas) geïnstalleerd. Dit nieuwe orgaan bundelt alle militaire en paramilitaire diensten die in aanmerking komen om speciale operaties en vuile oorlogsactiviteiten in het buitenland te ondernemen. Het nieuwe orgaan met aan het hoofd majoor-generaal Wesley A. Rice staat onder de directe leiding van de stafchef van het Amerikaanse leger. Dat alles resulteert in een verregaande militarisering van de Amerikaanse terreurbestrijding. Zelfs het speciale anti-terreur-team van de CIA met zo'n 100 a 150 personeelsleden ressorteert onder de nieuwe dienst en komt daardoor onder de vleugels van het Pentagon terecht. (29) Na de kaping van de TWA-Boeing in Beiroet in de zomer van 1985 wordt onder leiding van vice-president Bush een soort anti-terreurcollege opgericht waarin naast Bush nog zetelen: de ministers van Buitenlandse Zaken, Defensie en Justitie en verder alle belangrijke kopstukken van het FBI, de CIA, en de diverse andere agentschappen (30). Bush en Co hebben als taak de hele Amerikaanse terreurbestrijding onder de loep te nemen en richtlijnen op te stellen voor de bestrijding van het internationale terrorisme. Ze krijgen daarvoor de assistentie van een groep specialisten onder leiding van de gepensioneerde marine-admiraal Jim Holloway. Het is zeker niet denkbeeldig dat door dit initiatief de massale politieke informatiestroom van de verscheidene inlichtingendiensten samenvloeit. Een dergelijke centralisering is een zeer kwalijke zaak voor de democratie. NSDD - richtlijn nummer 138 - Inhoud Na de aanval op 23 oktober 1983 op de Amerikaanse Mariniers in Beiroet stelt de regering-Reagan zich zonder omwegen op het standpunt van Shultz om het terrorisme zonodig met militaire middelen te bestrijden. 'Wij moeten', aldus Shultz, 'het eens worden over het gebruik van militair geweld tegen het terrorisme, ook al vallen daarbij onschuldige slachtoffers' (31). Deze visie vindt men ongecensureerd en onverbloemd terug in de NSDD-richtlijn (National Security Decision Directive) nr. 138. De NSDD-richtlijn nr. 138 bepaalt officieel de anti-terroristische koers van Amerika. Ze combineert een effectieve internationale samenwerking onder Amerikaanse voogdij met het toebrengen van militaire slagen aan de terroristische vijanden. Ze is het eerste beleidsdocument waarin de Amerikaanse regering met zoveel woorden vergeldingsaanvallen en 'preventieve' militaire acties als een natuurlijk recht op 'zelfverdediging' beschouwt. Dat is de kern van de zaak, zoals de International Herald Tribune onderstreept (32). B. Jenkins, de specialist op gebied van terrorisme van de Rand Corporation, omschrijft de richtlijn zelfs als een regelrechte 'oorlogsverklaring' aan de terroristen (33). Robert Mc Farlane, toenmalige voorzitter van de Nationale Veiligheidsraad en medeontwerper van de geheime presidentiële richtlijn geeft hiervan volgende samenvatting: 'Punt 1: het terrorisme vormt in ieder geval een bedreiging voor onze nationale veiligheid. 'Het internationale terrorisme moet worden bestreden met alle wettelijke middelen. Door een staat gesponsorde terroristische acties zijn vijandelijkheden; zowel de daders als de sponsors zijn verantwoording verschuldigd. Als we bewijzen hebben over een komende terreuractie, hebben we als taak de gepaste maatregelen te nemen om onze burgers, bezittingen en belangen te beschermen. 'Terroristische dreiging is een daad van agressie tegen de V.S. en rechtvaardigt derhalve zelfverdediging. Het is van het grootste belang dat de informatievergaring over de bij het terrorisme betrokken staten en groepen wordt verbeterd zodat terreuraanslagen voorkomen en onze burgers en bondgenoten gewaarschuwd kunnen worden. Terrorisme is een gemeenschappelijk probleem voor alle democratische naties en we moeten intensief samenwerken om deze bedreiging voor een vrije en democratische samenleving uit de weg te ruimen. Alle denkbare diplomatieke en politieke mogelijkheden moeten worden benut om mensen te doen afzien van terroristische actie of steun. 'Wij moeten zonodig vreedzame middelen zoeken om aan rechtmatige grieven tegemoet te komen. Het is noodzakelijk alle forums te gebruiken om op een aangepaste wijze staatsterreur en georganiseerde terreur aan de kaak te stellen. 'Tenslotte horen wij bevriende naties die van terrorisme te lijden hebben onze volledige steun toe te zeggen. We moeten hen bijstaan met al wat in ons vermogen ligt, zoals inlichtingen, training, en indien ze ons erom verzoeken ook militair geweld in de vorm van zelfverdediging.' (34). Waarop volgende ontboezeming van Mc Farlane volgt: 'We moeten erop bedacht zijn met proportioneel militair geweld terug te slaan tegen bona fide militaire doelen van een staat die terroristische acties tegen ons onderneemt. Om tot een dergelijke aanval te besluiten is geen onweerlegbaar bewijs vereist dat die doelen uitsluitend als terroristische steunpunten dienen. Evenmin moet er een formeel bewijs voorhanden zijn dat in die staat een welbepaald individu verantwoordelijk is voor terreurdaden .' Het geloof dat het terrorisme-probleem 'opgelost' kan worden door geweld te gebruiken komt voort uit een agressief neo-conservatisme, zoals dat gesymboliseerd wordt door filmhelden als Rocky en Rambo. Onder het mom van 'hulp aan de bondgenoten' wil Reagan blijkbaar zijn anti-terreurmodel exporteren. Ook al beweert de regering-Reagan het tegendeel, de Amerikaanse leer is volkomen in strijd met het internationaal recht. Art. 51 van het Handvest van de Verenigde Naties koppelt immers het recht op zelfverdediging aan het plaatshebben van een reële gewapende, aanval. Het respect van de Amerikaanse regering voor de internationale instellingen is tot een dieptepunt gedaald. Het leggen van mijnen door Cl A-agenten in de Nicaraguaanse havens, vormt voor dat land de aanleiding om op 3 april 1984 klacht in te dienen bij het Internationaal Hof van Justitie in Den Haag. De Amerikaanse reactie laat niet lang op zich wachten. Drie dagen later richtte staatssecretaris Shultz een brief aan de secretaris-generaal van de Verenigde Naties waarin hij aankondigt dat de V.S. de bevoegdheid van het Hof van Den Haag niet langer erkennen (35). Op 27 juni 1986 oordeelt het Hof dat de V.S. het internationaal recht hebben geschonden en verplicht zijn schadevergoeding te betalen aan Nicaragua (36). Niettemin houdt Vernon Wakers vol dat 'de Amerikaanse acties in overeenstemming zijn met het internationaal recht en de hoogste idealen van het VN-Handvest. Wij helpen vrienden om zich te verdedigen tegen gewapende aanvallen vanuit Nicaragua en brengen daarmee een slag toe aan agressie', aldus Walters op 1 juli 1986 in de VN-Veiligheidsraad (37). Dezelfde Walters verdedigt op 4 oktober 1985 de Israëlische aanval op het PLO-hoofdkwartier in Tunis met het argument dat 'een staat het terrorisme met geweld mag beantwoorden om toekomstige aanvallen te voorkomen'. Of hoe voor de Amerikaanse regering aanval hetzelfde is als zelfverdediging! In het Amerikaans spraakgebruik slaat 'staatsterroris-me'vanzelfsprekend nooit op de V.S. zelf of op Israël: het bombarderen van het PLO-hoofdkwartier waarbij minstens 70 mensen omkwamen is geen 'staatsterrorisme', maar 'strijd tegen het terrorisme'! Welke landen worden door Reagan in de ban geslagen? Op 8 juli 1985 brandmerkt Reagan in een toespraak voor de American Bar Association (Amerikaanse Orde van Advocaten) de volgende vijf landen als terroristisch: Libië, Iran, Noord-Korea, Cuba en Nicaragua (38). Reagans 'bewijzen' zijn soms verbluffend. Noord-Korea wordt in het 'terroristische' kamp ingedeeld omdat het wapens zou hebben geleverd aan het wettige linkse regime van Maurice Bishop op Grenada. Nicaragua heet dan weer een vluchtoord te zijn voor internationale terroristen van alle snit: leden van de RAF, Rode Brigades, IRA, PLO enzovoorts. Dit banale op gemanipuleerde informatie berustend verhaaltje wordt nota bene woordelijk overgenomen door Justitieminister Gol in zijn allereerste 'nieuwsbrief, 'Lettre de Jean Gol', van 15 oktober 1986. Voor de prominente advocaten van de Bar Association herhaalt Reagan in onverholen rauwe termen zijn credo. 'Deze terroristische staten', betoogt hij, 'zijn verwikkeld in oorlogsdaden tegen de regering en het volk van de V.S.. Volgens het internationaal recht heeft elke staat het recht zich te verdedigen als het oorlogsdaden te verduren heeft'. En hij vervolgt: 'We zullen vooral geen aanvallen dulden van staten die zich buiten de wet hebben gesteld en die worden geleid door het meest zonderlinge stelletje mislukkelingen, stripfiguren en gemene gangsters sinds het Derde Rijk'. Reagan belijdt niet alleen een anti-terroristisch evangelie, hij past het ook toe. Op 7 oktober 1985 wordt de Achille Lauro gekaapt door een Palestijns commando. De volgende dag wordt een Amerikaans passagier, Leon Klinghoffer, gedood. Door bemiddeling van de Egyptische autoriteiten geven de kapers zich over aan PLF-leider Aboe Abbas in ruil voor een vrije aftocht naar Tunis, waar ze zullen worden gevonnist door de PLO. Het Witte Huis kan deze gang van zaken niet slikken. John Poin-dexter, vice-voorzitter van de Nationale Veiligheidsraad, en kolqnel North zetten samen met de CIA en het Pentagon een bliksemactie op touw. Charles Allen, Cl A-verantwoordelijke voor counterterrorism, zorgt voor de informatiestroom naar de Nationale Veiligheidsraad, terwijl in het Pentagon de in 1984 uitgebouwde Counterterrorism Task For-ce op vol toerental draait. Vice-generaal Arthur Moreau stippelt met North en de Nationale Veiligheidsraad de actie uit en geeft de bevelen aan de militairen op het terrein. Eenmaal de operatie technisch op punt staat, geeft Mc Farlane, de voorzitter van de Nationale Veiligheidsraad, na overleg met Reagan groen licht voor de actie (39). Op 10 oktober om 23 uur 's avonds stijgen vier Amerikaanse F-14-jachtvliegtuigen op van het vliegdekschip Saratoga in de Middellandse Zee. Nabij Kreta onderscheppen ze de Egyptische Boeing 707 met het Palestijns commando aan boord. Zonder goedkeuring van de Italiaanse regering dwingt generaal-majoor Stiner de Boeing te landen op de NATO-basis van Sigonella in Sicilië (40). Volgens de Italiaanse premier Craxi stond daar een commando van de Amerikaanse anti-terreureenheid, de Delta Force, klaar om de Boeing te bestormen. Slechts na moeizame onderhandelingen kunnen de Italiaanse autoriteiten Stiner ervan overtuigen de Palestijnen aan hen over te dragen. Tenslotte kan de Boeing, geëscorteerd door 4 Italiaanse gevechtsvliegtuigen, koers zetten naar de Romeinse luchthaven Ciampino. Ongevraagd en zonder toelating voegt zich een Amerikaans jachtvliegtuig bij de Italiaanse escorte. De Amerikaanse piloot weigert zich aan de Italiaanse piloten kenbaar te maken en dringt zelfs erop aan dat ze zich van de Boeing verwijderen. Ziedaar de eerbied van Washington voor de Italiaanse souvereiniteit! De zaak krijgt trouwens nog een staartje. De Italiaanse overheid laat de vier Palestijnse kapers arresteren -ze zullen later berecht en veroordeeld worden- maar Craxi en zijn minister van Buitenlandse Zaken An-dreotti laten Aboe Abbas vertrekken naar Joegoslavië. Het Witte Huis is hierover uiterst verbolgen en de fervente pro-Amerikaanse defensieminister Spadolini doet de regering-Craxi tuimelen door ontslag te nemen. Joegoslavië weigert op haar beurt Aboe Abbas aan de V.S. uit te leveren. Tijdens het bezoek van Shultz aan Joegoslavië in december 1985 merkt de Joegoslavische minister van Buitenlandse Zaken, Raif Dizdarevic, op dat er een fundamenteel onderscheid moet worden gemaakt tussen 'terrorisme' en 'strijd tegen kolonialisme, agressie en racisme' (41). En hij vervolgt: 'Als men over terrorisme praat, moet men ook rekening houden met de oorzaken die tot terrorisme aanleiding kunnen geven'. Waarop een op de tafel bonkende Shultz uitroept: 'Niets kan terrorisme rechtvaardigen'. De Achille Lauro-operatie is de eerste grote toepassing van Reagans anti-terreurdoctrine. Het is echter slechts het begin. Washington gaat door met de strijd. En hoe! Operatie 'El Dorado Canyon' - Inhoud Watergate-reporter Bob Woodward onthult begin november 1985 in de Washington Post een geheim CIA-rapport. De CIA beweert hierin dat kolonel Kadhafi in het buitenland een dertigtal terroristische, subversieve en linkse groepen steunt. Het rapport karakteriseert de situatie als volgt: 'zonder de omverwerping van Kadhafi is een duurzame politieke koerswijziging in Libië uitgesloten' (42). Het Witte Huis geeft de CIA het recht het regime van Kadhafi te destabiliseren. Op 26 december 1985 komen bij twee bloedige aanslagen op de vliegvelden van Rome en Wenen 17 slachtoffers om. Larry Speakes, woordvoerder van het Witte Huis, verklaart op 7 januari dat Libië achter de aanslagen zit. Dezelfde dag kondigen de V.S. een handelsembargo tegen Libië af. Kort daarop publiceert Newsweek een gedetailleerd destabilise-ringsplan van de hand van Donald Fortier, een lid van de Nationale Veiligheidsraad (43). Het plan heeft een diplomatiek, economisch en militair luik. Het wil Kadhafi internationaal verder isoleren en door een boycot de Libische economie zozeer ontregelen dat militaire tegenstanders een putch op touw zetten. De CIA krijgt tot taak om de oppositie te bundelen en een steun in de rug te geven. Het orgelpunt van de operatie is een rechtstreekse militaire actie tegen Libië. De V.S. beginnen onmiddellijk een situatie te creëren waarin het plan doorgedreven kan worden. De eerste zorg van de regering-Reagan: de Westeuropese bondgenoten bewegen zich aan te sluiten bij de harde Amerikaanse anti-terroristische aanpak. Op 27 januari komen de EG-ministers van Buitenlandse Zaken in Brussel bijeen om de Amerikaanse strafmaatregelen tegen Libië te bespreken. Besloten wordt voortaan geen wapens of militair materieel uit te voeren naar landen die het terrorisme steunen. De Twaalf blijven echter terughoudend: in de gemeenschappelijke slotverklaring worden Libië noch de Amerikaanse maatregelen genoemd. Het belangrijkste resultaat is dat De Twaalf beslissen Europese maatregelen tegen het terrorisme uit te werken. Concreet komen ze overeen meer gemeenschappelijk op te treden, vooral wat betreft de veiligheid van vliegvelden, havens en spoorwegstations; de controle op personen die de Gemeenschap binnenkomen, verlaten of er in rondreizen; het visumbeleid; misbruik van diplomatieke onschendbaarheid. Daarvoor wordt een permanente werkgroep geïnstalleerd, die de toepassing van deze maatregelen op de voet zal volgen (44). De Amerikaanse regering stoomt door naar de volgende fase. Op 25 februari probeert ze Frankrijk over te halen tot een gezamenlijke militaire actie tegen Libië in de Golf van Sirte (45). Frankrijk en Libië leven sinds jaar en dag met elkaar op voet van oorlog in Tsjaad, maar Mitterrand hapt niet toe. Als gevolg hiervan bestookt het Pentagon in zijn eentje op 24 maart Libische radarinstallaties bij wijze van test. En dan explodeert op 5 april een bom in de drukke Westberlijnse discotheek 'La Belle', een trekpleister voor Amerikaanse militairen. Twee mensen verliezen het leven, waaronder de Amerikaanse sergeant Kenneth Ford. Voor de regering-Reagan is het meteen zonneklaar dat Libië de hand heeft gehad in deze aanslag. Door de supergeheime militaire inlichtingendienst NSA (National Security Agency) onderschepte radioberichten tussen de Libische regering en haar vertegenwoordiging in Oost-Duitsland zouden dat 'onweerlegbaar' aantonen (46). Zou het niet redelijk zijn in dat geval Libië eerst te confronteren met het 'bewijsmateriaal'? Heeft ook Libië, zoals elke beschuldigde, niet het recht om gehoord te worden en zich te verdedigen? Maar de V.S. hebben geen oren naar deze kritische vragen en rechtsnormen. De Amerikaanse 'bewijzen' gaan er bij Tindemans in als koek: 'Er bestaat bij mij niet de geringste twijfel', aldus Tindemans in de Kamer (47). Sommige Westduitse veiligheidsfunctionarissen, zoals M. Lochte, achten nochtans de 'steekhoudende' bewijzen zeer dubieus (48) + (49). Op 9 april stemt de Amerikaanse Nationale Veiligheidsraad officieel in met een militaire strafexpeditie tegen Kadhafi. Er is nu geen houden meer aan. Op 10 april stevenen twee Amerikaanse vliegdekschepen Co-ral Sea en America op Libië af. De Italiaanse en Spaanse regeringen tonen zich hoogst ongerust en vragen een spoedvergadering aan van de Europese Politieke Samenwerking (50). Reagan stuurt zijn ambassadeur bij de Verenigde Naties, generaal Vernon Walters, naar Europa om de bondgenoten ervan te doordringen dat Amerika niet alleen solidariteit maar ook gemeenschappelijke actie tegen Libië verlangt. Dat is een gigantische klus. Het vraagt om een specialist in geheime actie en diplomatie en zo iemand is Walters, niet voor niets auteur van een biografie met de sprekende titel: 'Silent Missions'. Walters heeft een lange carrière achter de rug als agent van de militaire inlichtingendienst DIA (Defense Intelligence Agency). In de jaren 1951 tot 1956 werkte hij mee aan de vestiging van de Shape in Parijs, waarna hij als DIA-agent achtereenvolgens op de Amerikaanse ambassade in Rome (1960-1962) en Parijs (1967-1972) gestationeerd was (51). Vanwege zijn verreikende invloed op de Franse militaire inlichtingendienst DST placht men hem in Parijs 'Ie patron bis de la DST' te noemen (52). Walters kent het oude continent als zijn broekzak. Onder Nixon en Ford is hij onderdirecteur van de CIA. Door zijn huidige functie bij de UNO kan hij verborgen actie en officiële diplomatie uitstekend combineren. Op 12 april landt Walters in Groot-Brittannië, Reagans meest onderdanige en trouwe Europese bondgenoot. Zonder veel misbaar zegt That-cher toe dat Amerikaanse F-111-bommenwerpers van Britse bases mogen opstijgen om Libië aan te vallen. De dag daarop spreekt Walters met bondskanselier Kohl en de Franse premier Chirac. Tot ergernis van Walters weigeren de Fransen de F-l 11 -vliegtuigen hun grondgebied te laten overvliegen. Op 14 april zijn de EG-ministers van Buitenlandse Zaken in Den Haag bijeen. In een gemeenschappelijke slotverklaring doen De Twaalf een oproep aan Libië om zijn steun aan het terrorisme te beëindigen. Voorts wordt beslist de samenwerking met de V.S. op inlichtingengebied te intensiveren. Om een politieke oplossing naderbij te brengen, roepen de ministers alle partijen op tot 'bezonnenheid', hetgeen betekent dat het gebruik van militair geweld wordt ontraden. Het blijkt een illusie. Vooral de Britse minister Howe voert een superieur politiek circusnummer op: op het ogenblik dat hij zijn handtekening onder de slotverklaring plaatst zijn 18 F-111-bommenwerpers net opgestegen van de Britse Nato-bases Upper-Heyford en Lakenheath. Acht uur later bombarderen ze Tripoli en Benghazi samen met 15 A-6 en A-7-gevechtsvliegtuigen die waren vertrokken vanop Amerikaanse vliegdekschepen in de Middellandse Zee (53). De bombardementen veroorzaken tientallen gewonden en zo'n honderd doden, waaronder Kadhafi's 15 maanden oude dochtertje Hana. Hoe wordt er gereageerd in België? Onder impuls van de Partij van de Arbeid, de CNAPD en een aantal progressieve Arabische organisaties wordt op 20 april 1986 in Brussel een protestdemonstratie gehouden. Onder de 3.000 demonstranten bevinden zich zowat 300 'integristen'. Ze dragen enkele foto's van Khomeiny en Kadhafi. Dadelijk steekt een storm van protest op. Gol geeft de toon aan: 'Ik ben uitermate geschokt door de anti-Amerikaanse uitlatingen die vandaag in de straten van Brussel weerklonken', aldus Gol. 'Ze kwetsen de gevoelens van de Belgen die zich lotsverbonden voelen met onze bondgenoten en het terrorisme veroordelen. De tv-beelden verontrusten mij. Men zou dergelijke taferelen eerder in Teheran dan in Brussel verwachten. De aanwezigheid van fanatieke groepen vereist een grote waakzaamheid en speciale acties.' (54). Gol staat niet alleen. In de Kamercommissie van Binnenlandse Zaken creëren alle transtalige partijen in een zeldzame bui van eensgezindheid een sfeer van verdachtmaking rond de legale incidentloze betoging. Een kleine bloemlezing. Nols (PRL): 'De deelname van de CNAPD zou voor mij een aansporing zijn geweest om alle 'hoffelijkheid' te laten varen en te twijfelen aan de ernst van deze organisatie, waarvan een thans gearresteerde CCC'er lid is geweest'. Eerdekens (PS): 'De betogingsvrijheid is in ons land gewaarborgd, maar is dat een argument om aanzetting tot terrorisme en moord te accepteren? Ik ben van mening dat art. 114 van het wetboek van strafrecht, collaboratie met de vijand, van toepassing is want terrorisme is een verkapte oorlog. De extremistische integristen haten ons. Als we niet reageren zullen actieve terroristen infiltreren. 'Men moet de terroristen terroriseren', deze leuze van de Franse minister van Binnenlandse Zaken, Charles Pasqua, lijkt mij goed.' (55). Ongelooflijk maar waar, een vreedzame manifestatie tegen een agres-' siedaad van de Verenigde Staten wordt meteen met terrorisme vereenzelvigd. Zonder dralen belast Gol de AGG en de staatsveiligheid met een onderzoek naar zo'n dertig personen die herkend worden op filmbeelden van de betoging en 'ervan worden verdacht betrokken te zijn bij het internationale terrorisme'. (56). Sommigen worden nadien uit het land gewezen. Wat is nu de visie van de Belgische regering op de Amerikaanse agressie? Tijdens het Kamerdebat op 30 april 1986 'betreurt' Tindemans het militair ingrijpen. 'België en de andere Europese bondgenoten geloven niet dat militair geweld een effectief middel tegen terrorisme is', aldus Tindemans. Een principe dat hij onmiddellijk relativeert met: 'Wij weten ook dat het gebruik van geweld in uiterste nood gerechtvaardigd kan zijn' om te eindigen met: 'Wij begrijpen de Amerikaanse verontwaardiging over de ononderbroken reeks aanslagen tegen hun landgenoten en het komt België niet toe rechter te spelen.' (57). Na de raid op Libië zijn de remmen los. Europa wil tot elke prijs Reagan laten zien dat het niet 'soft on terrorism' is. Op 21 april 1986 treffen de EG-ministers van Buitenlandse Zaken in Luxemburg eenstemmig diplomatieke maatregelen: drastische beperking van het Libische ambas-sadepersoneel, inkrimping van de bewegingsvrijheid van de resterende diplomaten en strikte toepassing van de visumvoorschriften. België voert de in Luxemburg overeengekomen maatregelen snel uit. Op 28 april worden 7 Libische diplomaten uitgewezen; de anderen mogen zich alleen in de Brusselse agglomeratie nog vrij bewegen (58). Op 24 april houden de EG-ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie in Den Haag een historische vergadering van de anti-terreurclub Trevi en de volgende dag beslist de ministerraad van Europa een conferentie over terrorisme te organiseren. Een operatie kan niet zonder een slot. De oerconservatieve Wall Street Journal meldt op 25 augustus dat de CIA zijn geheime activiteiten heeft opgevoerd om de val van de Libische leider te bewerkstelligen. Volgens de krant beraamt Kadhafi nieuwe terroristische aanslagen en is Reagan daarom van plan hem een nieuw lesje te leren. Een zenuwoorlog komt op gang. Het vliegdekschip Forrestal krijgt opdracht de patrouilles ten noorden van Libië te hervatten. Tegelijkertijd reist Walters opnieuw naar West-Europa om aan te dringen op economische en politieke strijd tegen Libië. Hij voert op 2 september te Brussel overleg met minister Tindemans, die na afloop verklaart: 'Een goede inlichtingendienst in eigen land en het uitwisselen van informatie vormen de beste preventie tegen terrorisme' (59). Boycot van Libiës belangrijkste exportartikel, ruwe olie, acht Tindemans niet uitgesloten. De volgende dag gaat Walters naar Bonn en Den Haag, maar de Europese bondgenoten maken hem duidelijk dat ze ditmaal geen nieuwe sancties tegen Libië wensen. Een maand later brengt de onverbeterlijke Bob Woodward een kleine bom tot ontploffing. Hij maakt bekend dat de dreigende atmosfeer die in augustus tegenover Kadhafi was gecreëerd, het gevolg was van een bewuste misleidingscampagne via de Amerikaanse pers (60). Het plan voor die campagne was volgens Woodward op 14 augustus door Reagan goedgekeurd na een voorstel van zijn veiligheidsadviseur John Poindexter. Van bestraffing of zelfs maar schaamte is geen sprake. Integendeel, de FBI krijgt de opdracht uit te zoeken wie de 'nationale veiligheid' in het gedrang heeft gebracht en een speciale ploeg FBI-agenten moet de lekken gaan opsporen ... (61). Verslaggever Seymour Hersh, die zegt meer dan zeventig Amerikaanse functionarissen en militairen te hebben ondervraagd, meldt op 22 februari 1987 in de New York Times dat verschillende ambtenaren ernstig twijfelden aan de deugdelijkheid van de bewijzen inzake de Libische betrokkenheid bij de aanslag op de Westberlijnse discotheek. Hij zegt verder dat het werkelijke doel van de bombardementen niet was terroristische en militaire installaties te treffen, maar Kadhafi te doden. De piloten kregen foto's, verstrekt door de Israëlische inlichtingendienst, waarop stond aangegeven waar de Libische leider woonde. De aanval op Kadha-fi's verblijfplaats ging mis, aldus Hersh, omdat de bommen van slechts 5 van de negen vliegtuigen doel troffen. Het richtsysteem functioneerde verkeerd. Op 21 maart 1987 reikten de Amerikaanse marine en luchtmacht meer dan 200 onderscheidingen uit aan de vliegtuigbemanningen die hebben deelgenomen aan de moorddadige bombardementen. 151 Het anti-terroristische hulpprogramma - Inhoud In de NSDD-richtlijn staat geschreven dat Amerika alles veil heeft om zijn bondgenoten te 'helpen' tegenover het terrorisme. Wat is daarvan aan? Op 11 december 1985, aan de vooravond van de tweedaagse NATO-ministerraad in Evere, voert de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, George Shultz, besprekingen met eerste minister Martens en minister Tindemans over een mogelijke samenwerking bij de bestrijding van het terrorisme. Na afloop maakt het ministerie van Buitenlandse Zaken bekend dat beide landen voortaan uitgebreider informatie over het terrorisme wensen uit te wisselen en voorts hun anti-terreureenheden nauwer te laten samenwerken op het gebied van opleiding. Concreet komt dit erop neer dat de AGG, die belast is met het centraliseren van alle inlichtingen inzake terrorisme, vlotter een beroep zal kunnen doen op de Amerikaanse inlichtingendiensten, in het bijzonder de CIA. Daarenboven zal het Speciaal Interventie-Eskadron van de rijkswacht zich de Amerikaanse methodes en technieken van terreurbestrijding kunnen eigen maken door middel van allerlei scholings- en trainingsprogramma's (62). Weliswaar verklaart staatssecretaris voor Justitie Mundeleer op 5 maart 1986 in de Kamer dat 'geen enkel concreet akkoord werd bereikt' (63), maar uit een rapport van het, door Robert Oakley geleide 'Office for Counter-terrorism and Emergency Planning' dat dateert van 5 maart '85 en bestemd is voor het Amerikaanse Congres, blijkt dat België op dat ogenblik reeds had ingetekend op het 'Anti-Terrorism-Assistance Program' (ATAP - Anti-terroristisch hulpprogramma) (64). Het ATAP wordt door het Amerikaanse Congres goedgekeurd op 13 november 1983 (65). Hiermee gaf het Congres voor het eerst sinds 1974 groen licht voor het trainen en opleiden van politiekorpsen van 'bevriende landen'. In 1974 werd immers de 'Office of Public Safety' (OPS-Dienst voor Openbare Veiligheid) afgeschaft, Amerikaanse anti-terreurspecialisten van de OPS trainden in de jaren zestig vooral Zuidamerikaanse politiekorpsen in 'counter-insurgency' technieken (technieken ter bestrijding van opstanden). Om de guerrilla-bewegingen en iedere linkse politieke oppositie de kop in te drukken werd al gauw gebruik gemaakt van de gevreesde 'doodseskaders'. Die anti-communistische paramilitaire groepen zaaiden terreur onder de plaatselijke bevolking en waren verantwoordelijk voor de dood of foltering van tienduizenden burgers. Het Amerikaans departement van Buitenlandse Zaken heeft de leiding over het ATAP. Op dit departement worden de hulpprogramma's geconcretiseerd voor de verschillende landen door het 'Office for Counter-terrorism and Emergency Planning' en de 'Interagency Advisory and Coordinating Group' (Advies- en coördinatiegroep van de verschillende inlichtingendiensten) (66). Aanvankelijk willen de Amerikanen het ATAP slijten aan zo'n vijftig uitverkoren regeringen uit voornamelijk 'ontwikkelde' landen, waa Amerikaanse doelen het mikpunt kunnen vormen van terroristische aanslagen. In december 1983 -het duurt nog meer dan een halfjaar alvorens de terreurepidemie Europa bereikt- ontvangen de Amerikaanse ambassades de opdracht hun lokale CIA-antennes aan te porren om te rapporteren of het ATAP al dan niet verkocht kan worden aan de betrokken landen. Die rapporten wijzen volgens het ministerie van Buitenlandse Zaken uit dat er in het buitenland een 'bemoedigende' belangstelling voor het ATAP bestaat. In werkelijkheid loopt het aanvankelijk echter niet zo'n vaart. (67). Amper 17 landen tekenen in 1984 in op het ATAP en worden bereid gevonden hun politieofficieren voor een anti-terreurtraining naar de VS te sturen. Het gaat om vrijwel hoofdzakelijk ontwikkelingslanden: Costa-Rica, Liberia, Ecuador, Jamaica, Egypte, Thailand, Kameroen, Tunesië, Antigua, Dominica, St.-Kits, St.-Lucia en St.-Vincent. Nauwelijks 3 'ontwikkelde' landen happen toe: Italië, Portugal en de Turkse militaire dictatuur. Als gevolg hiervan werd slechts 40% van het door het Congres goedgekeurde ATAP-budget in 1984 gebruikt. Duidelijk is dat de meeste westerse landen bang zijn voor de Amerikaanse invloed op hun politie. Opleiding garandeert immers loyaliteit. En dat is één van de uitgesproken doelstellingen van het ATAP. Zulke 'loyaliteit' kan soms de vorm aannemen van een regelrechte bedreiging van de nationale onafhankelijkheid. Het Italiaanse socialistische parlementslid, Rino Formica, die zetelde in een commissie die de geheime diensten controleert, onderstreept dat bepaalde onderdelen van de Italiaanse inlichtingendiensten zo sterk door de V.S. beïnvloed worden dat bepaalde gerechtelijke onderzoeken naar voornamelijk extreem rechtse terreuractiviteiten ernstig worden belemmerd (68). De herleving van het Euroterrorisme geeft de Amerikaanse administratie de kans opnieuw een krachtige promotiecampagne voor het ATAP te voeren naar de Westeuropese regeringen (69). Oakley: 'De recente golf van Euroterrorisme heeft ons toegelaten een nieuwe ronde van raadplegingen met Europese regeringen te starten (...) In het bijzonder kijken we uit naar actieve programma's met West-Europa, dat ernstig bedreigd wordt en waar onze belangen groot zijn.' Oakley werkt zich uit de naad om de bondgenoten achter het ATAP en de Amerikaanse contra-terreurdoctrine te krijgen. Zijn dienst zorgt ervoor dat het terrorisme een vast discussiepunt wordt bij besprekingen op hoog niveau. Zo komt het ter sprake op de top van 14 en 15 januari 1985 tussen Reagan en premier Martens en minister Tindemans. Oakley manoeuvreert ook om het spook van de terreur op de agenda te plaatsen van internationale bijeenkomsten van de EG en de NATO. De intensieve Amerikaanse campagne gecombineerd met de golf van terroristische aanslagen in West-Europa doet het klimaat langzamerhand veranderen. Op 5 maart 1985 verklaart Oakley voor een sub-commissie van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden: 'Het terrorisme heeft alvast aanleiding gegeven tot een verhoogde politieke waakzaamheid van de Westeuropese regeringen. Ze reageren nu positief tijdens de discussies met onze president en minister van Buitenlandse Zaken, terwijl vroeger hun reactie nogal flauw was. Ik vind dit een gunstig teken' (70). Oakley voegt eraan toe dat in 1985 nog een 12-tal landen zullen intekenen op het ATAP. Wegens dit 'beter-laat-dan-nooit-succes' wordt het ATAP dat op 30 september 1985 ten einde liep, door het Congres nog voor onbepaalde tijd verlengd. De Delta Force en de Special Forces - Inhoud Op 5 december 1985 meldde de Amerikaanse pers {Washington Post en New York Time) dat de V.S. het voornemen koesteren een team van de 'DELTA-eenheden' in Europa te stationeren om sneller te kunnen ingrijpen tegen kapingen en andere terroristische acties. De DELTA-anti-terreurelite kan immers vanuit haar basis in Fort Bragg in Noord-Caroli-na niet doortastend worden ingezet in West-Europa en het Midden-Oosten. Dat is overigens ook de conclusie van de Holloway-commissie, die het Witte Huis moet adviseren omtrent nieuwe anti-terreurstrategieën (71). Als voorwendsel verwijzen de Amerikanen naar recente kapingen in het Middellandse Zeegebied. Na de kaping van het cruise-schip Achille Lauro landt een Delta-team in Sicilië, zonder voorafgaande toelating van de Italiaanse regering (72). De ploeg komt echter te laat om deel te kunnen nemen aan de 'reddingsoperatie'. Op 23 november 1985 wordt een Egypische Boeing naar Malta afgeleid. Een Delta-team landt met gesofisticeerde afluisterapparatuur en explosieven op de NATO-basis van Sigonella in Sicilië. De Maltese regering geeft de Amerikaanse experten echter geen toelating om op haar grondgebied te opereren (73). De V.S. grijpen de aanslag op het Pan Am-vliegtuig in Karachi begin september 1986 aan om het oude plan opnieuw af te stoffen. Amerikaanse regeringsfunctionarissen verklaren dat Pakistan zich principieel met een interventie van de Delta-commandoleden akkoord verklaarde. De schietpartij is echter al begonnen voordat de Amerikaanse experten kunnen optreden (74). Het Amerikaanse plan verwekt hier heel wat deining, omdat België samen met Sicilië en West-Duitsland wordt genoemd als mogelijke vestigingsplaats voor het Amerikaanse anti-terreurteam (75). Het geheime team moet in eerste instantie informatie inwinnen, de communicatie met de Delta-interventiegroep verzorgen en de relaties met de betrokken regeringen coördineren. De informatie over de Delta Force is schaars. Haar commando's beginnen hun training in november 1977 in Fort Bragg, het hoofdkwartier van de speciale eenheden van het leger, onder bevel van Kolonel Beckwith, een Viëtnamveteraan. Op 25 april 1980 leidt Beckwith 90 van zijn manschappen in de operatie 'Adelaarsklauw'. Deze operatie om de 53 Amerikaanse gijzelaars in Teheran te bevrijden, strandt echter in de Iraanse woestijn. Die smadelijke mislukking wordt toegeschreven aan de gebrekkige samenwerking tussen de Delta-eenheden en de land-, lucht- en zeemacht én aan het feit dat de Delta Force niet over haar eigen helikopters en communicatie-apparatuur beschikte. Reagan heeft gezorgd voor een opwaardering van de Delta Force en de speciale eenheden in het algemeen. De Delta Force wordt uitgerust met 24 helikopters, een tiental transportvliegtuigen, gesofisticeerde laserwapens. Ook zijn 2 nucleaire onderzeeërs, de John Marshall en de San Houston ingelijfd in de contra-terreurmacht (76). In de periode 1980-1985 zijn Amerikaanse anti-terreurspecialisten discreet betrokken bij de afwikkeling van een 50-tal gijzelingen buiten de V.S. (77). In Italië nemen ze deel aan de speurtocht naar de ontvoerde NATO-generaal Dozier. De zo'n 200 goed getrainde commando's van de Delta Force worden niet alleen voor reddingsoperaties bij gijzeling en vliegtuigkaping achter de hand gehouden. Samen met de andere speciale eenheden van land-, lucht- en zeemacht worden ze ook voorbereid op vergeldings- of wraakacties tegen 'terroristen' of 'terroristische landen' en in het algemeen op militaire of geheime paramilitaire interventies in de Derde Wereld. Bij de invasie op Grenada op 25 oktober 1983 speelden de speciale eenheden -de Delta Force, de 'Task Force 160' van de luchtmacht en de SE ALS van de zeemacht-een belangrijke rol (78). Onder Reagan beleven de speciale eenheden een ware doorbraak: van amper 4.000 man in 1974 steeg hun aantal tot 15.000 in 1986 (79). In 1982 werd ongeveer 441 miljoen dollar aan de Special Forces besteed; in 1986 was dit bedrag al verdriedubbeld (80). Nieuwe technologische snufjes die zelfs James Bond zouden doen watertanden worden aan de Special Forces geschonken. Een voorbeeld. In 1983 staan 2 van haar officieren het Soedanese leger bij om in de woestijn een schuilplaats van opstandelingen te zoeken. Voor een gewone politiedienst is dit een naald-in-een-hooiberg-zoektocht. Maar niet voor de agenten van de speciale eenheden. De twee officieren toveren simpelweg uit een ontvangsttoestel, amper zo groot als een boekentas, detailfoto's te voorschijn die de rebellen precies lokaliseren. De foto's zijn afkomstig van een Amerikaanse spi-onagesatelliet. Via draagbare terminals kunnen de Special Forces in een oogwenk overal ter wereld kostbare inlichtingen opvragen uit de gigantische Amerikaanse databanken (81). Leden van de Special Forces opereren onder dekmantel en zijn meestal werkzaam bij particuliere firma's (82). Ze knappen allerlei karweien op. Zo trainen de Groene Baretten, die in de jaren zestig een beruchte reputatie verwierven in de Vietnam-oorlog en optraden als counter-insurgen-cy-adviseurs voor de legers van Zuidamerikaanse dictaturen, tegenwoordig de Nicaraguaanse contra's. Om de activiteiten van de verscheidenen speciale eenheden beter te coördineren werd in Fort Bragg een 'gezamenlijk commando voor speciale operaties' (Joint Special Operations Command) opgericht (83). William Burgess, een kapitein van de Special Forces, ziet voor deze eenheden nog een grote toekomst weggelegd, gelet op de opbloei van het terrorisme. In Military Review van juni 1986 somt hij als mogelijke opdrachten op: kidnapping of fysieke uitschakeling van niet uitgeleverde terroristen, 'zwarte' propaganda of misleidingscampagnes, psychologische operaties in de landen die het terrorisme sponsoren, vernieling van strategisch belangrijke economische doelen. Dergelijke bespiegelingen zijn illustratief voor de vuile oorlogsmentaliteit die in bepaalde Amerikaanse militaire kringen bestaat. De Special Forces spelen voor terrorist in de Ardennen - Inhoud Vielsalm, zondagmorgen 13mei 1984. De kazerne van de Ardeense Jagers heeft een desolaat maar vredig aanzien. Kort na middernacht dringt een commando van een drietal man de kazerne binnen. De indringers knippen de prikkeldraadafsluiting stuk, zagen de tralies van het wapendepot door, overmeesteren en boeien de jonge dienstplichtige Pascal Moreau. Adjudant Carl Freches, die verantwoordelijk is voor de wachtdienst, hoort verdacht gerucht. Hij gaat kijken, maar een overvaller opent het vuur met een Thompson-machinepistool en Freches wordt genadeloos neergemaaid met 4 punt 45 kogels. De overvallers gaan aan de haal met zo'n 20 FAL-geweren, vijf Vigne-ron-machinepistolen, drie Lee Ensfield-geweren en één FALO-machine-pistool. Vijf kilometer verderop laden ze de buit in een Minerva-jeep en een Mercedes en verdwijnen spoorloos in de nachtelijke duisternis (84). Het militaire auditoriaat van Luik stelt een onderzoek in naar deze tot in de puntjes uitgevoerde commando-actie, maar speelt spoedig het dossier door aan het parket van Marche-en-Famenne, omdat het leger niets met de overval te maken heeft. De rechercheurs staan voor een raadsel. Officieel heet het dat de overval met bijna dodelijke afloop het werk van gangsters of terroristen is geweest. Is de medestander van Carette, Bertrand Sassoye, niet soldaat geweest in de kazerne van Vielsalm tot hij in maart 1982 deserteerde (85) ? Het vervolg schijnt de speurders aanvankelijk gelijk te geven. Op 23 augustus 1985 ontdekt de gerechtelijke politie bij een huiszoeking in een 'conspiratief appartement aan de Landhuisjes-straat 73 in Ukkel een tamelijk indrukwekkend wapenarsenaal, waaronder een FAL-geweer en een FALO-machinepistool, afkomstig van de diefstal in Vielsalm. (86). Daarnaast vinden de speurders vingerafdrukken van Nathalie Ménigon, Jean-Marc Rouillan, Joëlle en Cipriani, stuk voor stuk topfiguren van Action Directe. Tenslotte beweren ze een 'fragment' van een vingerafdruk van de één week eerder aangehouden Chantal Paternostre aan te treffen (87). Medio 1985 overheerst de indruk dat Action Directe, CCC of FRAP achter de aanslag op de kazerne van Vielsalm zitten. Op 12 september 1985 haalt een onbekende, Lucien Dislaire, de voorpagina van Le Soir. Dislaire, een gewezen para-commando, vocht in de jaren zestig als huurling in de Zaïrese diamantprovincie Kasai. Terug in België wordt hij het prototype van twaalf ambachten, dertien ongelukken. Hij is achtereenvolgens caféhouder, houthakker, filiaalhouder van een bank en exploitant van een hotel in Houffalize (88). Wegens zijn aandeel aan twee roofovervallen veroordeelt de rechtbank van Neufchateau Dislaire begin 1985 tot 4 jaar cel. Eind juli 1985 krijgt hij van de gevangenisdirectie van Saint-Hubert voor het eerst penitentiair verlof. Dislaire poetst de plaat, licht in de gauwte nog een bank op en duikt met een slordige elf miljoen onder in de omgeving van Parijs. In Parijs doet hij begin 1985 een journalist van Le Soir, René Haquin, de geheime NATO-oefening 'Oesling '84' uit de doeken. Haquin valt van de ene verbazing inde andere. Dislaire zegt er zeker van te zij n dat Belgische para-commando's op aanstichting van instructeurs van de Amerikaanse Special Forces tijdens de 'anti-terreuroefening' 'OESLING '84' de overval in Vielsalm pleegden. Als Haquin het verhaal hoort, wrijft hij zijn ogen uit, want een avonturier als Dislaire is van zijn eerste leugen niet gebarsten. Haquin trekt echter het verhaal zorgvuldig na en het blijkt in de verste verte niet uit de Fabeltjeskrant te komen. Hoe zit 'OESLING '84' in elkaar? Deze NATO-oefening speelt zich af tussen 24 april en 18 mei en wordt geleid vanuit een hoofdkwartier in Groot-Brittannië, dat in verbinding staat met twee lokale commandoposten in Vielsalm en het Luxemburgse Diekirch. Volgens het scenario moeten 'verzet- of terreurgroepen' sabotage- en guerrilla-acties ondernemen tegen vijandelijke militaire doelwitten, met name rijkswachtposten en kazernes in de provincie Luxemburg (89). Om als terroristen te opereren wordt een beroep gedaan op commando's van de basis van Flawinne. Naar aanleiding van de aanslagen van de CCC en de Bende van Nijvel zullen ze in november 1985 gemobiliseerd worden om de rijkswacht te helpen 'orde en rust' te herstellen. Begin mei '84 worden de Belgische commando's versterkt met 12 instructeurs van de Special Forces uit North Caroli-na. Leger en rijkswacht moeten proberen de 'terreuraanslagen' te verijdelen en de 'terroristen' in hun kraag te vatten. De commandopost van deze terroristenjagers is gevestigd in de kazerne van de Ardeense Jagers in Vielsalm (90). De 'terroristen' of 'partizanen' moeten sympathiserende burgers ronselen voor het verlenen van logistieke steun. De commando's van Flawinne wenden zich om hulp tot een tiental ex-para's, waaronder Dislaire in wiens strafregister ze geen bezwaar zien. Dislaire zorgt voor voedsel, logies en munitie. Tevens vervoert hij de 'terroristen' naar de doelwitten met zijn Volvo of met een gehuurde vrachtwagen en autobus. Hij staat in radiocontact met de bevelvoerder en pendelt als een soort 'verbindingsofficier' tussen de 'terreurgroepen' in het noorden en het zuiden van de provincie Luxemburg om orders en informatie over te brengen (91). Begin mei 1984 worden de 12 deskundigen van de Special Forces gedropt in de bossen ten noorden van Houffalize waar ze zich vervoegen bij 24 Belgische commando's. De Ardeense Jagers houden meteen een klopjacht op de 'terroristen'. De Special Forces geven zich graag uit voor de hardste gevechtseenheid van het Amerikaanse leger en ze zijn vastbesloten dat ook te laten zien. De Amerikanen hebben de in het scenario voorziene aanvallen zorgvuldig voorbereid. Voor hen is de oefening klaarblijkelijk geen 'Kriegsspiel', ze sturen aan op echte terreuracties. Op een nacht doen vijf 'burgers' een verrassingsaanval op een rijkswachtpost in Neufchateau. In werkelijkheid gaat het om een Amerikaans-Belgisch commando van 'terroristen'. Bij de aanval explodeert een oefengranaat. Ook werkelijke aanvallen worden ondernomen tegen een rijkswacht-post in Longlier, een benzinedepot in de kazerne van Bastenaken en een relaisstation van de RTBf in het bos van Anlier (92). In de nacht van 12 op 13 mei staat een aanval op het programma tegen het hoofdkwartier van de terreurbestrijders, de kazerne van de Ardeense Jagers in Vielsalm. Dislaire krijgt opdracht de 'terroristen' op zaterdag 12 mei naar het doelwit te brengen. Zijn relaas: 'Op 12 mei, voor het vallen van de avond, vervoerde ik een groep naar Beho en een andere naar de omgeving van de kazerne van Vielsalm. Ze verscholen zich en wachtten de nacht af om het helikopterpark aan te vallen. De operatieleiding gaf echter zijn fiat niet. Ik verliet ze omstreeks 19 uur en waarschuwde hen ervoor dat ik de volgende dag niet zou komen. Ik ben dan met mijn vrouw naar de buurt van Spontin vertrokken. Zondagmorgen 13 mei vernam ik via een nieuwsuitzending van RTL dat een aanslag was gepleegd tegen de kazerne van Vielsalm. Ik keerde terug naar huis en probeerde omstreeks 18 uur vruchteloos radiocontact te krijgen met mijn groepen. Ik ging dan maar naar de plaats waar ze hadden gebivakkeerd en waar ik ze had verlaten: van niemand was nog een spoor te bekennen. Maandagmorgen kreeg ik een telefoontje van een officier van de kazerne van Vielsalm die me vroeg de bevelhebber van de commando's te melden 'dat de 's nachts gerecupereerde militair een ernstige oogwonde had opgelopen maar niet langer in levensgevaar verkeerde, en dat zijn wapen zoek was'. Rond 11 uur kwamen de Belgische commando's bij mij aan, en één van hen vertelde me dat er een dode was gevallen. Ik stelde de luitenant gerust, waarop hij replikeerde: 'We hebben een kwalijke grap achter de rug'. De Amerikanen moesten volgens onze afspraak de volgende dag komen, maar ze daagden niet op. Achteraf vernam ik dat ze waren opgepikt door een helikopter en overgevlogen naar de Westduitse basis van Bitburg. Nochtans was gepland dat de oefening zich tot 18 mei zou uitstrekken.' Dislaire concludeert: 'Volgens mij hebben de Belgische commando's de aanslag tegen de wapenopslagplaats van Vielsalm op hun geweten. Ze handelden daarbij in strijd met de orders en op aanstichting van de Amerikanen die Thompson-machinepistolen droegen.' (93). De Belgische legerleiding heeft een jaar lang de justitie een rad voor de ogen gedraaid, zogenaamd omwille van de militaire veiligheid. Ze kan het verhaal van Dislaire niet ontkrachten en geeft toe dat er 'betreurenswaardige incidenten' plaatsvonden, maar niet in de kazerne van Vielsalm. Ze loochent met klem dat de Belgische en Amerikaanse militairen tijdens de oefening voorzien waren van echte munitie en Thompson-ma-chinepistolen. Begin november 1985 komt een vertegenwoordiger van het Amerikaanse ministerie van Defensie speciaal naar Brussel om de versie van de Belgische legerleiding te beamen (94). Inmiddels is Dislaire eind september in Luxemburg aangehouden wegens de in augustus 1985 gepleegde oplichting, waarvoor onderzoeksrechter Pochet van Marche-en-Famenne een aanhoudingsbevel had uitgevaardigd. De militaire autoriteiten fluisteren hardop dat Dislaire misschien zelf de aanslag in Vielsalm heeft gepleegd of althans 'echte terroristen' een helpende hand geboden heeft. Op 21 november levert Luxemburg Dislaire uit en onderzoeksrechter Pochet stelt hem prompt in staat van beschuldiging voor de affaire-Vielsalm (95). Voor de oplichting krijgt Dislaire op 17 december 1986 twee jaar cel (96). Begin 1987 beslist het gerecht de wapendiefstal aan het CCC-dossier toe te voegen. Maar daarmee is de kous niet af. Op 21 februari 1987 worden de historische leiders van Action Directe in Vitry-aux-loges gearresteerd. In de boerderij van Rouillan, Ciprian, Ménigon en Aubron vindt de politie één van de wapens afkomstig van de diefstal in Vielsalm. Is daarmee de wapendiefstal volledig opgehelderd? Het valt te betwijfelen. Wel is duidelijk dat zonder de openbare biecht van Dislaire geen haan had gekraaid naar de supergeheime Ardeense anti-terreuroefening van de NATO. NATO, MVG en binnenlandse vijand - Inhoud 'OESLING '84' is geen uitzondering. Het onderdrukken van de 'binnenlandse vijand' vormt meer en meer een vast onderdeel van de NATO-oefeningen. 'Bij de militaire oefeningen wordt inderdaad meer aandacht besteed aan het aspect 'binnenlandse vijand', verzekert defensieminister de Donnéa. 'Dit komt tot uiting zowel in de scenario's als in de getroffen veiligheidsmaatregelen.' (97). De opmerkingen van de Donnéa passen in de strategie van 'de Militaire Verdediging van het Grondgebied' (MVG). Hieronder wordt volgens een cursus van de Infanterieschool van Aarlen verstaan: 'het geheel van militaire verdedigingsmaatregelen tegen gewapende groepen, zowel die vanuit den vreemde het land binnendringen als die ter plaatse door de agressor zijn opgericht.' (98). Het doel: in geval van gewapend conflict 'het wettig gezag in staat stellen verder te functioneren en de natie de mogelijkheid geven te overleven'. Wat betekent dat concreet? In de visie van de NATO en de V.S. wordt een militaire aanval voorafgegaan door de landing van vijandelijke commando-eenheden -de Russische Spetnatz bijvoorbeeld- die erop uit zijn strategische knooppunten en vitale installaties te bezetten, in samenspel met binnenlandse subversieve krachten en terroristen. Volgens het MVG-concept zijn 'binnenlandse' en 'buitenlandse vijand' Siamese tweelingen: de strijd tegen de ene gaat niet zonder die tegen de andere. Rijkswacht, leger en reserve-officieren worden daarmee belast. Dit komt in feite neer op een integratie van de rijkswacht in de landsverdediging terwijl het leger een grotere rol inzake ordehandhaving wordt toebedeeld. De inzet van de para's ter ondersteuning van de rijkswacht eind 1985 als reactie op de aanslagen van de CCC en de Bende van Nijvel is daarvan een illustratie. De beslissing tot plaatsing van kruisraketten en de oprichting van de 'Rapid Deployment Forces' door de V.S. gingen in 1979 kennelijk gepaard met geheime afspraken om de repressie tegen de 'binnenlandse' vijand te verscherpen. De NATO-strategen wensen dat rijkswacht en leger voor rust en orde in het achterland zorgen, omdat de Belgische havens en vliegvelden ('Lines of communication') een cruciale plaats innemen bij het op oorlogspeil brengen van de Amerikaanse legers in Europa in geval van internationale crisis. Volgens het Pomcus-programma van de NATO moest daarom tegen eind 1986 de uitrusting van een volledige Amerikaanse divisie in ons land opgeslagen worden (99). Met het oog daarop heeft België zich in 1979 verbonden om 8 Amerikaanse opslagplaatsen in te richten (100). Sindsdien worden verbouwingswerken uitgevoerd aan de NATO-vliegvelden van Ursel. Zoersel, Weelde, Grobbendonk, Zutendael, Bertrix, Saint-Hubert en Chièvres. De miljarden die daarmee gemoeid zijn worden door de NATO geleidelijk vrijgemaakt. In 1979-80 komen een aantal veiligheidsmaatregelen, genomen onder druk van de V.S. en de NATO, aan de oppervlakte. In 1980 begint het leger met de opleiding van speciale 'MVG-eenheden'. Volgens Jan Cappelle gaf de staf van de binnenlandse strijdkrachten op 16 januari 1980 aan de provinciale commandanten nauwkeurige richtlijnen inzake 'het gebruik van de strijdkrachten voor de handhaving van de openbare orde' (101). Volgens de instructies moeten ze hun provincie in zones indelen. In elke zone worden de 'vitale punten' aangeduid die de 'MVG-eenheden' moeten verdedigen. De lijst ervan wordt opgesteld door de rijkswacht op het niveau van de 52 districten. 'Vitaal' zijn de punten die 'essentieel zijn voor het economische en sociale leven van de natie', bijvoorbeeld elektrische centrales, spoor- en autowegen, bruggen, alsmede alle ondernemingen met meer dan vijftig werknemers (100 voor de grote agglomeraties). Per onderneming registreert de rijkswacht naam, adres en telefoonnummer van directie en vakbondsafgevaardigden, het totaal aantal bedienden en arbeiders, het percentage vreemdelingen en 'alle nuttige inlichtingen'. Om de lijst te vervolledigen ging de rijkswacht in 1980 bij verscheidene werkgevers ijverig de namen van de vakbondsafgevaardigden noteren. Voorts bevat de steekkaart een schets van de onderneming met vermelding van de ingangen, omheiningen, en een schatting van de benodigde manschappen voor de 'bewaking'. De MVG-eenheden worden ingezet onder leiding van de rijkswacht om de 'vitale punten' te 'bewaken' en desnoods militair te bezetten. Hoe gaat het leger orde pp zaken stellen? De richtlijnen signaleren: 'Het gebouw moet worden beschermd met hindernissen (hellingen, muren, friese ruiters, prikkeldraad) die zich op zo'n afstand bevinden dat doeltreffend kan worden gevuurd... Naast de schildwacht hangt voortdurend een tweetalig bord 'Militaire bezetting, verboden toegang'. Tegen wie zullen de MVG-eenheden worden ingezet? De cursus van de Infanterieschool ziet als 'binnenlandse vijanden': 'terroristen die acties ondernemen tegen de autoriteiten of tegen hoogwaardigheidsbekleders, saboteurs die vitale installaties vernielen, en personen die vitale sectoren verlammen door sabotagedaden of stakingen'. Zo worden terroristen en stakers op één hoop geveegd. Op de keper beschouwd kunnen de geheime richtlijnen van 16 januari 1980 leiden tot een soort noodtoestand of militaire bezetting van een streek, ja zelfs van het hele grondgebied. In tegenstelling tot andere Europese landen heeft België geen wetgeving die zo'n crisis- of noodtoestand in vredestijd toestaat. De besluitwet van 11 oktober 1916 met betrekking tot de staat van oorlog en de staat van beleg, heeft tot gevolg: perscensuur, internering van gevaarlijke personen, stakingsverbod, uitbreiding van bevoegdheden van de militaire rechtbanken, verbod van vergadering, huiszoekingen dag en nacht zonder gerechtelijk bevel, controle op telefoongesprekken en privé-correspondentie. Maar deze wet treedt maar in werking na de afkondiging van de algemene mobilisatie. De NATO en de V.S. dringen er sinds 1979 bij de Belgische regering op aan een uitzonderingswet aan te nemen die de mogelijkheid geeft in geval van internationale spanning of crisis de democratische rechten drastisch te beperken. In dat verband werd een wetsontwerp uitgedokterd door generaal Close, toentertijd voorzitter van de Commissie voor Nationale Vraagstukken inzake Verdediging (CNW) en thans senator voor de PRL en lid van het Uitvoerend Bureau van de World Anti-Communist League (WACL). Het wetsontwerp werd door ministervan Binnenlandse Zaken Gramme aan de regering voorgelegd en op 3 maart 1980 naarde Raad van State gestuurd. Wat zegt het wetsontwerp Gramme-Close? Artikel één geeft de regering het recht de besluitwet van 11 oktober 1916 toepasselijk te verklaren en het land dus in een soort militaire dictatuur om te toveren indien dit nodig is voor 'de externe veiligheid en de naleving van de verplichtingen die voortvloeien uit het NATO-verdrag'. Het omstreden wetsontwerp reikt echter veel verder dan alleen de militaire NATO-verplichtingen of 'internationale crisis'. Artikel twee machtigt de ministerraad het leger in vredestijd in te zetten 'in geval de openbare orde ernstig wordt verstoord door uitgebreide en ernstige ongeregeldheden.' Sinds maart 1980 is het rond het wetsontwerp stil geworden. Close en andere NATO-minnaars leggen nog wel geregeld wetsvoorstellen met dezelfde inhoud neer (102), maar de belangrijkste gebeurtenis speelde zich achter de schermen af. Op 20 oktober 1981 ondertekenden generaal-majoor Jean Tytgat, opvolger van Close als voorzitter van de CNVV, en luitenant-generaal Richard H. Groves, NATO-adviseur van het Amerikaanse ministerie van Defensie, een 'gemeenschappelijke beginselverklaring' (103). De beginselverklaring regelt de Belgische steun aan de Amerikaanse strijdkrachten wanneer ze in crisis- of oorlogstijd door België trekken. Defensieminister Vreven wilde er niets over loslaten, behalve dat een beginselverklaring geen internationaal akkoord is, en dus wel beloften maar geen echte verbintenissen bevat (104). De V.S. sloten soortgelijke geheime akkoorden met West-Duitsland en Groot-Brittannië. Begin september 1985 onthulde de New Statesman die Brits-Amerikaanse akkoorden. De inhoud ervan is niet opwekkend. In geval van oorlogsdreiging wordt een noodtoestand afgekondigd en krijgen het Britse en Amerikaanse leger vergaande arrestatiebevoegdheden en is er sprake van censuur in zogenaamde 'defensiegebieden' (Ground Defence Areas) rond militaire steunpunten en industriële centra (105). Het heeft er alle schijn van dat het terrorisme de strijd tegen de 'binnenlandse' vijand nog doet toenemen. 'We moeten de structuur van het leger volkomen herdenken, om doeltreffender het hoofd te kunnen bieden aan de nieuwe internationale dreiging van het terrorisme', opperde de Donnéa in september 1986 bij zijn bezoek aan de Belgische troepen die deelnamen aan de NATO-oefeningen in de Duitse Bondsrepubliek (106). Deze geruchtmakende uitspraak inspireerde Manu Ruys van De Standaard tot een hoofdartikel. 'In de strijd tegen het terrorisme zullen de veiligheidsdiensten, de rijkswacht en de politie steeds de eerste verantwoordelijken zijn', schrijft Ruys, 'maar het kan ook nodig worden om het zwaarder uitgeruste leger in te zetten' (107). Een verontrustende ontwikkeling. Verontrustend is ook het gemak waarmee België en de andere Europese NATO-bondgenoten zich voegen naar de Amerikaanse standpunten. Op 12 december 1985 komt de ministerraad van de NATO in Brussel bijeen. Deze vergadering heeft plaats enkele weken na de aanslag op de NATO-pijpleiding bij Oudenaarde en enkele dagen vóór de arrestatie van de vier CCC-leden. Staatssecretaris Shultz slaagt er zonder veel moeite in de andere NATO-bondgenoten te doen instemmen met punt 11 van het slotcommuniqué, dat luidt: 'Wij veroordelen met klem het terrorisme en ijveren voor het uitschakelen van die bedreiging. Wij roepen alle staten op zich bij ons aan te sluiten en dezelfde vastberadenheid aan de dag te leggen.' (108). Het Defence Planning Committee van de NATO vergadert op 22 mei 1986 in Brussel. De minister van Defensie Weinberger tracht de Westeu-ropese bondgenoten het Amerikaans plan te doen slikken om binaire chemische wapens in produktie te nemen en in crisistijd in Europa op te slaan (109). Op het punt van de chemische wapens wordt geen consensus bereikt. Daarentegen verklaren de NATO-leden dat ze 'vastbesloten zijn de handen ineen te slaan om de plaag van het terrorisme uit te roeien'. Kort gezegd, de NATO en de V.S. gaan zich intenser met de binnenlandse aangelegenheden van de lidstaten bemoeien. De NATO organiseert gezamenlijke oefenprogramma's maar het allerbelangrijkste is de perfecte kennis van de tegenstander. Daarom heeft de NATO een omvangrijk systeem opgezet om uiteenlopende soorten informatie over terroristen en andere 'binnenlandse vijanden' in te zamelen. Deze informatie kan naar believen worden uitgewisseld met de Amerikaanse inlichtingendiensten (110). In het ongenuanceerde denkraam van de NATO staat 'binnenlandse vijand' voor: communisten, militante vakbondsleden, vredesacti-visten enzovoorts. Het NATO-netwerk wordt bevoorraad met informa tie, afkomstig van de diverse Westerse veiligheids- en politiediensten In eigen land hebben de militaire veiligheid, de rijkswacht en de Staatsveiligheid in meer of mindere mate banden met de NATO. Binnen de NATO functioneert een speciaal comité, waarin verantwoordelijken van de diverse nationale veiligheidsdiensten zetelen. Het comité vergadert in principe tweemaal per jaar en heeft de supervisie over de informatieuitwisseling. In het begin van de jaren '70 werd het voorgezeten door Gunther Nollau, het toenmalig hoofd van de Westduit-se Verfassungsschutz (111). Naar verluidt wordt het comité sinds 1985 geleid door de administrateur-generaal van de Belgische Staatsveiligheid, Albert Raes. Het innigst verbonden met de NATO is de inlichtingendienst van het leger, de Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid (SGR) en de daarvan afhangende Dienst Inlichtingen en Aktie (SDRA). De SDRA houdt toezicht op de militairen en levert veiligheidscertificaten af voor vertrouwensfuncties. Zij telt een 60-tal rijkswachters die helpen bij de uitvoering van de veiligheidsonderzoeken. De SDRA gaat na of militairen die toegang krijgen tot geclassificeerd materiaal geen linkse subversieve elementen zijn. Bij het screenen wordt niet alleen gekeken naar de politieke activiteit van de militair zelf, maar ook naar die van zijn familie en kennissen. De veiligheidsonderzoeken gebeuren op grond van geheime NATO-richtlijnen (112). Rechts extremisme en anti-communisme blijken zelden een belemmering te zijn om een veiligheidscertificaat af te leveren. Zo kwam de SDRA er niet achter dat in 1981-1982 8 fascisten van WNP werkzaam waren in het transmissiecentrum van de generale staf van de landmacht in Evere, daar hoogst geheime NATO-documenten gapten en in hun tijdschrift 'Althing' afdrukten (113). Sommige telexen hadden betrekking op de verplaatsingen van NATO-topfiguren. Andere bevatten geheime inlichtingen afkomstig van de Marine Intelligence Summary van de NATO. Kortom, de neo-nazi groep WNP beschikte in 1983 over NATO-geheimen die terroristen zouden doen watertanden... 2. Europese anti-terroristische samenwerking - Inhoud Naar aanleiding van een in 1975 door de Raad van Europa genomen beslissing werd tijdens de eerste vergadering van de EG-ministers verantwoordelijk voor terreurbestrijding, een resolutie aangenomen die tot hoofddoel had de bestrijding van het terrorisme te intensiveren. Zo ontstond Trevi. De naam spruit voort uit het feit dat de eerste bijeenkomst in Rome, nabij de Trevi-fontein, werd gehouden. Sindsdien is Trevi uitgegroeid tot de belangrij kse vorm van samenwerking tussen de diverse Europese politie- en veiligheidsdiensten. Gol weet het Europees Verdrag ter beteugeling van het terrorisme door het Belgisch parlement te laten bekrachtigen. Op 17 maart 1987 sluit hij in Washington een gelijksoortig bilateraal uitleveringsverdrag met de VS af. Zowel in Trevi als in de Raad van Europa neemt Gol, bijgenaamd 'Mister Anti-terreur', een welhaast onverbloemd pro-Amerikaanse houding aan. Terrorisme, radicalisme, internationaal geweld (Trevi) Op 24 april 1986 geven de twaalf EG-ministers, verantwoordelijk voor de terreurbestrijding, mekaar rendez-vous in Den Haag in het kader van de * zogeheten Trevi-samenwerking. Aan de grondslag van Trevi ligt een besluit van het ministercomité van de Raad van Europa van december 1975. Onder impuls van vooral Groot-Brittannië, dat had af te rekenen met een krachtige opleving van de verzetsstrijd van de IRA, spraken de EG-veiligheidsministers af regelmatig met elkaar te beraadslagen over terrorisme en ordehandhaving. Behalve de veiligheidsministers maken hoge functionarissen van politie en geheime diensten en top-ambtenaren van de ministeries van Buitenlandse Zaken en van Justitie deel uit van Trevi. Het leidt geen twijfel dat Trevi het belangrijkste initiatief is voor Westeuropese politiesamenwerking sinds Wereldoorlog II. Zo moeten de Verenigde Staten er ook over gedacht hebben, want daags voor de conferentie duikt onverwachts in Den Haag een Amerikaanse delegatie op, bestaande uit de minister van Justitie Edwin Meese, het hoofd van de FBI, William Webster, en het hoofd van de afdeling terreurbestrijding van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, William Oakley. Ze voert besprekingen met de voorzitter van de Trevi-conferentie, de Nederlandse minister van Justitie, Korthals Altes en de toekomstige voorzitter van Trevi, de Britse minister van Binnenlandse Zaken, Douglas Hurd. De Amerikaanse delegatie hoopte kennelijk dat de strafexpeditie tegen Libië een klimaat had geschapen waarin een Amerikaans intreden in Trevi mogelijk was. Dat plan valt evenwel gedeeltelijk in duigen, omdat vooral de Griekse minister van Binnenlandse Zaken, Koutsogiorgas, bezwaar maakte tegen een al te innige samenwerking met de Verenigde Staten (114). Lid worden van Trevi zat er voor de V.S. voorlopig nog niet in maar de EG-ministers nemen wel een aantal baanbrekende beslissingen die de Amerikaanse delegatie als muziek in de oren moet klinken. Allereerst wordt besloten een soort dagelijks bestuur van Trevi in het leven te roepen, de Troika, die behalve de 6 maanden zittende Trevi-voorzitter ook zijn voorganger en opvolger omvat. De Troika moet voortaan de activiteiten van de Trevi-werkgroepen en van het comité van hoge ambtenaren coördineren en beoordelen. Tevens is de Troika bevoegd om informatie over terrorisme door te spelen aan 'derde landen', als de Verenigde Staten en niet te vergeten Israël, het Amerikaanse steunpunt in het Midden-Oosten. 'De beschikbare operationele deskundigheid op het gebied van informatieverzameling en informatieanalyse en op het vlak van politionele technieken zal niet slechts worden beperkt tot onderlinge samenwerking binnen Trevi-verband', zo luidt de slotverklaring (115). De Trevi-ministers zullen voortaan elk halfjaar en op crisismomenten eventueel onmiddellijk bijeenkomen. De activiteit van de 3 bestaande werkgroepen wordt geïntensiveerd. De eerste werkgroep houdt zich bezig met de uitwisseling van gegevens over terroristische plannen en activiteiten, en wederzijdse hulp in concrete gevallen. Welke informatie over wie wordt uitgewisseld blijft 'Top Secret'. Er is alle reden tot ongerustheid, want in antwoord op een parlementaire vraag, gaf Gol grif toe dat Trevi geen officiële definitie van 'terrorisme' hanteert (116). Kortom, bij gebrek aan objectieve criteria, maakt elke lidstaat zelf uit wie ze als terrorist of mogelijke terrorist beschouwt. De avonturen van 3 linkse Brusselaars (zie verder) die door de Belgische politie- of veiligheidsdiensten aan Spanje waren getipt als gevaarlijke terroristen -ze zouden zelfs een aanslag op Reagan beraamd hebben- tonen alvast dat de Belgische terreurbestrijders terzake weinig scrupuleus tewerk gaan. De op een samenzwering lijkende geheimzinnigheid die Trevi omhult en de volstrekte afwezigheid van elke democratische controle kunnen zo'n onsmakelijke praktijken alleen maar in de hand werken. Ook de geïntegreerde samenwerking tussen politie- en veiligheidsdiensten en de combinatie van terreurbestrijding en openbare ordehandhaving roepen ernstige vragen op. De tweede werkgroep dient voor uitwisseling van meer technische informatie, zowel over bestrijding van terrorisme, als over verstoring van de openbare orde. De laatste snufjes inzake organisatie, opleiding en uitrusting van de politie worden hier meegedeeld. Na de Trevi-bijeenkomst van juni 1985 in Rome werd een derde werkgroep opgestart, die zich richt op zware criminaliteit met internationale aspekten, als handel in verdovende middelen, gewapende overvallen, ontvoeringen en voetbalvandalisme (117). Hiermee wordt de weg vrijgemaakt voor de oprichting van een Europese politie (Europol) die door diverse politiechefs wordt gewenst. Rijkswachtcommandant Bernaert nam terzake geen blad voor de mond: 'Wij constateren spijtig genoeg dat voor de georganiseerde misdaad de landsgrenzen niet bestaan. De politiediensten daarentegen zitten verstrikt in hun nauwe nationale keurslijven. Zodoende kunnen handel in verdovende middelen, wapensmokkel en terrorisme welig tieren in onze Westerse wereld. De realisatie van een 'Europees Rechtsgebied' op basis van een Europees wetboek, naar het voorbeeld van de U.S. 'Federal Offenses' zou een oplossing kunnen bieden. Een dergelijke nieuwe Europese strafwetgeving, beperkt tot de bestrijding van bepaalde vormen van zware criminaliteit, zou moeten worden geschraagd door een politie (FBI) die bevoegd is in alle Europese landen en bestaat uit manschappen van de verschillende lidstaten. Dit zou dan op het vlak van de politie een soort kleine copie zijn van de NAVO (118). Vooral de Duitsers lopen warm voor Europol. Op het Congres van de CDU over de interne veiligheid in de Bondsrepubliek, dat "gehouden werd op 31 oktober 1986 pleitte de vice-president van het BundesKrimi-nalamt (de Westduitse centrale recherche), Gerhard Boeden, voor de mogelijkheid dat de politie verdachten van terreurdaden ook zou mogen vervolgen en arresteren op het grondgebied van andere staten. In feite wil hij een 'Europese Opsporingsunie' in de landen van de Europese Gemeenschap (119). Ook zonder de druk van een Amerikaanse delegatie, streven de EG-ministers een intensere politiesamenwerking en hardere terreurbestrijding na. En met succes. Naar aanleiding van de golf van aanslagen in Parijs waarbij 9 doden en meer dan 160 gewonden vielen, wordt op verzoek van Frankrijk een spoedbijeenkomst gepland in Londen op 25 september 1986. Daags voor de conferentie overlegden de Belgische Trevi-ministers Nothomb en Gol om het Belgische standpunt te bepalen. Nothomb legde daarna een opmerkelijke verklaring af: 'We moeten vermijden dat in de strijd tegen het terrorisme de Belgische politie onder een andere voogdij terechtkomt en in andermans handen verzeild raakt.' (120). Hiermee steekt Nothomb een beschuldigende vinger uit naar Gol die na zijn vijfdaags verblijf als eregast van de regering-Reagan op 11 september ervoor pleitte de westerse terreurbestrijding grotendeels in Amerikaanse handen te leggen. Meese, Webster en Oakley hadden Gol uitgenodigd om ter plaatse de Amerikaanse anti-terreurpolitiek te komen bestuderen. Het was er de Amerikanen blijkbaar om te doen Gol in hoog tempo klaar te stomen op zijn functie als voorzitter van de invloedrijke Trevi-Troika die hij sinds 1 januari 1987 heeft opgenomen. Gols werkbezoek mondde uit in de conclusie dat de Verenigde Staten een 'essentiële rol' te vervullen hebben, gezien de ontzettend uitgebreide middelen en inlichtingen waarover zij beschikken. 'De Amerikanen hebben een Michelin van iedereen die van dichtbij of ver met het terrorisme te maken heeft', aldus Gol (121). De conferentie van Londen betekent een nieuwe mijlpaal op de weg naar een Europese samenwerking van politie- en veiligheidsdiensten. 'De sleutel', zo beklemtoonde de Britse Trevi-voorzitter, Douglas Hurd, 'is de volledigst mogelijke uitwisseling van alle beschikbare informatie' (122). De Troika zal de gezamenlijke informatie twee of drie keer per maand analyseren en synthetiseren (123). De voornaamste maatregel van de Trevi-bijeenkomst van 25 september is de uitwisseling van politionele gegevens via een soort Europese 'hot line' of 'rode telefoon'. Het gaat om een telefax-systeem waardoor een 'snelle en veilige' communicatie mogelijk is. Gol en Nothomb spraken plastisch over 'de geboorte van een Europa van de inlichtingen'. Afgesproken werd ook dat Ierland, Griekenland en Frankrijk spoed zouden zetten achter de bekrachtiging van het Europese verdrag ter bestrijding van het terrorisme. De drastische maatregel van een visumplicht voor alle niet-EG-burgers zou verder bestudeerd worden. De Trevi-vergaderingen volgen elkaar nu in snel tempo op en het terrein verruimt voortdurend. Op 20 oktober wordt voor het eerst in Europees kader de kwestie van de illegale immigratie aangesneden. Ook op het vlak van de drugbestrijding hinkelt Europa achter de V.S.. Reagan startte al eerder een kruistocht tegen drugs en op 11 september 1986 keurde het Amerikaanse Huis voor Afgevaardigden een wetsontwerp goed dat voorziet in de doodstraf voor zware handelaars, het opvoeren van de straffen voor lichtere drugmisdrijven en de inzet van het leger bij de drugbestrijding. En dankzij het wetsontwerp kan onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal gebruikt worden in een proces tegen drughandelaars. In de voetsporen van de Amerikanen kwamen de Trevi-ministers op 20 oktober overeen er scherper op toe te zien dat ontwikkelingshulp wordt aangewend voor het tegengaan van drugproductie. Ze stellen ook voor de bezittingen van bekende drughandelaren voortaan in alle twaalf EG-lan-den in beslag te nemen. België zal met Groot-Brittannië, Nederland, West-Duitsland en Denemarken zitting nemen in een werkgroep voor opsporing van drugtransporten naar Europa. De werkgroep zal de we-reldproduktie van drugs in kaart brengen en de Europese Raad vervolgens adviseren over de stationering van politie-officieren in Zuidameri-kaanse en Aziatische landen. Op de vergadering van 9 december 1986 in Londen maakt de Amerikaanse minister van Justitie, Edwin Meese, opnieuw zijn opwachting bij de Trevi-ministers (124). Hij voert besprekingen met minister Gol en de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken Michel, die sinds 1 januari 1987 de Troika leiden. Meese was in de eerste plaats naar Londen gekomen omdat voorzitter Hurd de eerste globale Trevi-analyse van de terroristische dreiging presenteerde. Het geheime document is een momentopname gebaseerd op informatie uit de individuele lidstaten. Volgens niet bevestigde berichten worden in het document naast organisaties en staten ook ongeveer tweehonderd individuen genoemd. De analyse werd op uitzondering van Griekenland unaniem goedgekeurd. Op de vergadering werden ook concrete afspraken gemaakt om een nieuw Heizeldrama te voorkomen. Alle twaalf lidstaten zullen een permanente correspondent aanwijzen die voor belangrijke Europacupwedstrijden met de politie de te nemen veiligheidsmaatregelen zal bespreken. Het akkoord van Schengen - Inhoud De bommencampagne van september leidt in Frankrijk bijna tot een blinde jacht op Arabieren -de beruchte ratonnades uit de tijd van de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog. Op de Trevi-bijeenkomst van 25 september '86 in Londen pleit de Franse minister van Justitie Pandraud voor de invoering van de visumplicht in de EG. Hij argumenteert dat de V.S. dankzij de visumplicht goeddeels van terrorisme gespaard zijn gebleven. Op 14 september heeft de Franse regering beslist dat iedereen behalve de burgers van de EG en Zwitserland voortaan een geldig visum moet hebben om Frankrijk binnen te komen (125). Deze maatregel speelt in op het door de uiterst rechtse partij van Le Pen met smakeloze demagogie geschilderde schrikbeeld: vreemdelingen zijn de bron van alle kwaad, inclusief het terrorisme. Op de Trevi-vergadering stelt Pandraud de visumplicht voor als een onderdeel van een soort Maginot-linie tegen terrorisme, misdadigheid, illegale immigratie en ordeverstoring. De Britse regering voelt heel wat voor het Franse voorstel, als is het alleen maar omdat ze op 1 september zelf een visumplicht heeft afgekondigd voor bezoekers uit West-Afrika en het Indiase subcontinent (126) om een achterdeur te metselen. De meeste andere EG-ministers zitten echter niet te springen om onmiddellijk het Franse of Britse voorbeeld na te volgen. Wel gaan alle Trevi-ministers akkoord de maatregel snel en grondig te bestuderen,want tegen uiterlijk eind 1992 moeten de grenscontroles binnen de EG tot het verleden behoren (127). Dat vooruitzicht verontrust menig Trevi-minister. Zo verklaarde de Britse minister Douglas Hurd voor de Trevi-bij-eenkomst: 'De inkrimping van de grenscontroles binnen de EG mag niet in de kaart van de terroristen spelen' (128). Op de volgende Trevi-vergadering die op 20 oktober in Londen wordt gehouden, wordt de kwestie van de illegale immigratie voor het eerst besproken. Een werkgroep wordt opgericht om een achttal maatregelen nader te onderzoeken en uit te werken met het oog op het aanleggen van een 'veiligheidsgordel' rond de EG. De maatregelen zijn onder meer de volgende: scherpere controle van de buitengrenzen, coördinatie van het visumbeleid, uitwisseling van informatie, nauwere samenwerking om vervalsing van paspoorten te voorkomen, een gemeenschappelijk beleid ter voorkoming van misbruik van het asielrecht (129). Het akkoord dat op 14 juni 1985 tussen de Benelux, Frankrijk en West-Duitsland in Schengen tot stand komt, geeft een idee welke weg Europa kan inslaan. Volgens het akkoord moet de afschaffing van de grenscontroles gepaard gaan met het aanzienlijk strenger maken van de eisen voor het verlenen van een visum. Art. 7 van het akkoord van Schengen bepaalt dat de landen indien mogelijk nog vóór 1 januari 1986 maatregelen treffen om hun procedures inzake visumverlening en toegang tot het grondgebied te harmoniseren, gelet op het feit dat hun grondgebied beschermd moet worden tegen 'illegale immigratie' en 'activiteiten die de veiligheid kunnen bedreigen'. Op grond van dit akkoord zendt het ministerie van Buitenlandse Zaken op 20 december 1985 vertrouwelijke instructies naar de Belgische ambassades en consulaten in het buitenland. Het ministerie dringt erop aan 'buitengewoon zorgvuldig' te handelen bij het verlenen van een visum aan onderdanen van landen, die een 'verhoogd risico voor de veiligheid inhouden'. Buitenlandse Zaken specifieert uitdrukkelijk dat het gaat om 'spionage, terrorisme en activiteiten die de rechtsorde in het gedrang kunnen brengen'. Bij de 'minste twijfel' omtrent de goede trouw van de visumaanvrager moeten de consulaten de aanvraag onderwerpen aan het oordeel van de Nationale Visadienst, die contact onderhoudt met de Staatsveiligheid. Welke landen staan er zoal op de zwarte lijst? Het is een indrukwekkend aantal: Afghanistan, Albanië, Algerije, Bahrein, Bulgarije, China (Volksrepubliek), Cuba, Duitse Democratische Republiek, Egypte, Ethiopië, Hongarije, Irak, Iran, Jordanië, Cambodja, Koeweit, Laos, Libanon, Libië, Marokko, Mongolië, Noord-Korea, Noord-Jemen, Oman, Pakistan, Polen, Quatar, Roemenië, Saoedie-Arabië, Soedan, Somaliland, Suriname, Syrië, Taiwan, Tsjechoslowakije, Tunesië, Turkije, Unie van Socialistische Sovjetrepublieken, Verenigde Arabische Emiraten, Vietnam, Zaïre, Zuid-Afrika en Zuid-Jemen (deze lijst is opgenomen in bijlage 2 van het akkoord). De instructies leggen er de nadruk op dat de Belgische ambassades en consulaten nauw moeten samenwerken met andere landen, bijvoorbeeld op het gebied van informatieuitwisseling over het weigeren van visa. 169 Op 25 april 1985 bloklettert de doorgaans betrouwbare Spaanse krant El Pais: 'Intense activiteit van de geheime diensten moet aanslag op Reagan voorkomen'. De ondertitel luidt: 'De politie denkt dat een Belgische terroristische groep en een islamitische groepering zich in Spanje bevinden' (130). De informatie van El Pais is buitengewoon nauwkeurig, want ze steunt op een uitgelekte telex van het Algemeen Secretariaat voor informatie, waarvan de tekst nadien wordt afgedrukt door het Spaanse magazine Tiempo (131). De Spaanse geheime diensten kregen, aldus El Pais, een tip dat er terroristische aanslagen zouden worden gepleegd tussen 6 en 8 mei, wanneer de Amerikaanse president op bezoek is in Spanje. De Spaanse politiediensten worden aangemaand alle hotels en verblijfplaatsen grondig te inspecteren, en drie 'gevaarlijke Belgische terroristen op te sporen': E. J. (30jaar), M. M. (30jaar)en A. C. (26jaar). Zij reizen,volgens de telex, met Belgische paspoorten die respectievelijk de nummers 637/84, 3881/35 en 5689/85 dragen, en verplaatsen zich aan boord van een 'appelgroene' Citroen GS met de Belgische nummerplaat AVM-438, en een rode Toyota met het nummer DGJ-839. De Spaanse politie wordt erop gewezen dat de drie verdachten vermoedelijk deel uitmaken van de CCC. De bewaking van de Spaanse havens, restaurants, luchthavens en grenzen wordt onmiddellijk drastisch verscherpt. 's Middags luisteren de betrokkenen in Brussel gewoontegetrouw naar de nieuwsuitzending van de RTBf en tot hun stomme verbazing vernemen ze dat heel Spanje zowat op voet van oorlog is gebracht om te voorkomen dat ze een terroristische aanslag zouden plegen. Ze haasten zich een communiqué naar het persbureau Belga te sturen: 'We ontkennen met klem de beschuldiging van El Pais dat we leden zouden zijn van CCC. Wij hebben ons niet naar Spanje begeven om er aanslagen voor te bereiden. We zijn simpelweg in Portugal op paasvacantie geweest in gezelschap van twee kinderen' (132). Spanje is in staat van alarm voor drie Belgen die goed en wel in Brussel zitten! Toch schrijft De Standaard van 26 april: 'De Brusselse gerechtelijke diensten lieten gisteren verstaan dat de drie personen inderdaad verdachten zijn in het CCC-dossier. Er is evenwel een probleem: er zijn heel wat aanwijzingen in de richting van het trio maar er is geen enkel praktisch bewijs. In speurderskringen meent men wel dat het Spaanse bericht weer een aanwijzing is om te vermoeden dat de CCC en het FRAP veel met elkaar te maken hebben, en vermoedelijk uit dezelfde mensen bestaan. Het FRAP dat zich sinds het vorige weekeinde aandient als een Belgische linkse terreurgroep, draagt de naam van een groepering die tijdens het Franco-regime in Spanje terroristische aanslagen pleegde. Het is best mogelijk dat de Belgische terroristen hun ideologie gingen halen bij de Spaanse oudgedienden' (133). Hoe zit de zaak waarschijnlijk in mekaar? Het trio is bij de Belgische politiediensten 'geregistreerd' als 'uiterst links': Corinne en Jacques speelden met een linkse toneelgroep aan de universiteit en Mare was de verantwoordelijke uitgever van een links tijdschrift. Als zodanig kwamen ze, na de CCC-aanslagen, in het vizier van de terreurbestrijders en wordt er tijdens de grootscheepse operatie Mammoet een huiszoeking bij hen verricht. Er wordt geen bezwarend materiaal gevonden en er is niet het minste materieel bewijs dat ze iets met de CCC te maken hebben. Niettemin blijven de terreurbestrijders het trio schaduwen als mogelijke medeplichtigen van de CCC, en geven ze informatie over hen door aan buitenlandse collega's. We mogen aannemen dat de Belgische en Spaanse terreurbestrijders overleg pleegden en informatie uitwisselden, nadat het FRAP tijdens het weekend van 20-21 april voor het eerst als nieuwe terreurgroep voor het voetlicht treedt, door aanslagen te plegen tegen het gebouw van de NAVO-assemblée in Brussel en AEG-Telefunken in Ukkel. De Belgische speurders sluiten niet uit dat het Belgische FRAP zich spiegelt aan de vroegere anti-Franco-organisatie, terwijl de Spaanse politie- en veiligheidsdiensten, met het oog op de komst van Reagan, op hun beurt uit zijn op inlichtingen over het doen en laten van de zogeheten Euro-terroristen. Het voorval leert dat de Belgische terreurbestrijders, bij gebrek aan objectieve, waterdichte en controleerbare criteria, zelf uitmaken wie ze als 'mogelijke terrorist' beschouwen, en dat elke linkse daaronder kan vallen. Voorts gaan onze politie- en veiligheidsdiensten blijkbaar ervan uit dat ze het recht hebben onbeperkt informatie door te spelen aan buitenlandse collega's, ook al dreigen daardoor een aantal Belgische burgers in buitenlandse kaartenbakken en computers te verzeilen als 'potentiële terroristen', terwijl ze in feite niets met terrorisme te maken hebben. Er moet dringend een democratische controle komen op de informatieverzameling en -uitwisseling. De intense internationale inlichtingen-stroom, in het kader van de terreurbestrijding, wordt ook door andere bronnen bevestigd. De Franse krant Liberation (134) publiceerde een vertrouwelij k rapport van de hand van Francois Le Mouel, de chef van de UCLAT (L'Unité de Coordination de la Lutte Antiterroriste), zowat de Franse tegenhanger van de AGG. In zijn rapport van 3 december 1985 schrijft commissaris Le Mouel: 'Gelet op de banden van Action Directe met de RAF en de CCC, werd een Frans-Duits-Belgische werkgroep gevormd. Dat is ongetwijfeld de meest verregaande vorm van samenwerking. Buiten geregelde vergaderingen van de werkgroep, is er een onafgebroken informatie-uitwisseling via de telex. Zo wisselde de UCLAT sinds 1985 177 boodschappen uit met zijn twee correspondenten: de BKA in Wiesbaden en de AGG in Brussel. In het kader van deze internationale samenwerking kan het ene land het schaduwen van personen probleemloos laten voortzetten door het andere land'. De golf van politiesamenwerking die op die manier door Europa trekt, houdt het risico in dat op den duur vreemde politiediensten daadwerkelijk op Belgisch grondgebied gaan opereren. Het verslag van Le Mouel bevestigt alleen maar dat vermoeden: 'In verband met de opsporing van voortvluchtige leden van Action Directe, hebben we voorgesteld Franse politieambtenaren naar Brussel te zenden, met het oog op een gezamenlijke missie met Belgische collega's. Het voorstel werd evenwel afgewezen'. En Le Mouel vervolgt: 'Een diplomatieke tussenkomst door de minister van Buitenlandse Zaken is wenselijk om onze partners tot andere gevoelens te brengen'. Het terrorismeverdrag en de Raad van Europa - Inhoud De Trevi-conferentie in Londen wil dat de laatste dwarsliggers -Frankrijk, Griekenland en Ierland- het verdrag ter beteugeling van terrorisme onverwijld bekrachtigen. Dit verdrag kwam op 27 januari 1977 in Straatsburg tot stand in het kader van de Raad van Europa. Op dat moment hadden Duitsland en Italië het aan de stok met de Rode Brigades en de RAF. Het verdrag betekent het failliet van het asielrecht, dat uitlevering verbiedt voor politieke misdrijven. Het politiek asielrecht, verankerd in onze uitleveringswet van 1 oktober 1833, voorkwam de uitlevering van tal van anti-fascisten in de jaren dertig en van een heleboel FLN - strijders tijdens de Algerijnse bevrijdingsoorlog (135). Om het asielrecht uit te schakelen, past het verdrag een kunstgreep toe: een scala aan strafbare feiten wordt doodeenvoudig verklaard niet langer een politiek misdrijf te zijn, ook al werden ze uit politieke motieven gepleegd: gijzelingen, ontvoeringen van diplomaten, vliegtuigkapingen en bomaanslagen (Art. 1 van het Europees verdrag ter bestrijding van het terrorisme). Zelfs elke ernstige aanslag tegen goederen 'als hieruit een collectief gevaar voor personen voortvloeit', kan als een a-politiek delict gezien worden (Art. 2 van het verdrag). Voor al deze daden is uitlevering de regel. In art. 13 wordt gesteld dat op art. 1 een voorbehoud mag worden gemaakt, kortom dat die daden toch als een politiek misdrijf mogen worden beschouwd. Stel dat een land deze achterdeur benut om de uitlevering van een politiek activist te weigeren, dan is het evenwel gedwongen hem zelf te vervolgen en te berechten (Art. 5 van het verdrag). Het verdrag laat geen keuze tussen de harde of de zachte aanpak: het wil uitsluitend een harde repressie. Een cruciaalpunt van kritiek is dat het verdrag geen onderscheid maakt tussen terrorisme en andere vormen van politiek geweld. Het begrip terrorisme wordt niet gedefinieerd. Wel wordt er een opsomming gegeven van een rijk geschakeerd aantal misdrijven, waaruit blijkt dat terrorisme staat voor vrijwel alle politiek geweld dat niet door of namens de staat wordt gebruikt. Dat wordt bevestigd door de persoonlijke definitie van Gol: 'Er is sprake van terrorisme, zodra geweld wordt aangewend tegen een democratisch regime, waarin de burgers nog mogelijkheden hebben om vreedzaam verzet te plegen' (136). In de ogen van Gol kan buiten-parlementaire actie en radicale anti-kapitalistische strijd nooit gelegitimeerd worden in de Westerse democratieën. Een fabrieksbezetting waarbij de directeur enige tijd in zijn bureau wordt 'gegijzeld', kan in de zin van het verdrag als een daad van 'terrorisme' worden gebrandmerkt en voldoende grond zijn om tot uitlevering of verplichte vervolging over te gaan. Franse magistraten, verenigd in het links georiënteerde 'Syndicat de la Magistrature', kwamen tot de conclusie dat het verdrag 'het principe van de vrijheid en de wettigheid van de politieke strijd ernstig aantast' (137). Gol kan in Europa hoog van de toren blazen, nu hij erin slaagde op 9 juli 1985 het verdrag te laten bekrachtigen door het Belgische parlement. Al op 31 mei 1979 had toenmalig minister Van Elslande het wetsontwerp ter goedkeuring van het verdrag bij de Kamer ingediend, maar al die tijd was het in de commissies van Buitenlandse Zaken en Justitie blijven steken, omwille van de wijdverspreide kritiek (138). Na de aanslag op de synagoge aan de Regentschapstraat in Brussel op 18 december 1982, probeert Gol vergeefs de bekrachtiging door te drukken inspelend op de emoties die de aanslag opwekte. Hoewel het verdrag nog niet was geratificeerd, liet Gol er zich door inspireren om op 14 juli 1984 de 2 Baskische ETA-leden, Ormaza en Artetxe, aan Spanje uit te leveren. Na de aanslag tegen het VBO-gebouw op 1 mei 1985, waarbij 2 brandweermannen om het leven kwamen, heeft het parlement plotseling geen enkele moeite meer met het verdrag. Op 17 mei 1985 wordt het wetsontwerp eenstemmig goedgekeurd in de kamercommissies van Buitenlandse Zaken en Justitie (139). Amper 5 dagen later wordt het aangenomen door de Kamer, op 4 onthoudingen na (140). De socialistische partijen hebben hun vroegere bezwaren probleemloos ingeslikt. Gol is vanzelfsprekend in zijn nopjes en prijst de politieke concensus. Het terrorismeverdrag is door de vroegere Franse minister van Justitie, Alain Peyrefitte, ooit vergeleken met de eerste trap van een ruimteraket (141) om te komen tot een 'Europees Rechtsgebied', waarmee de Europese strafrechtelijke samenwerking wordt aangeduid. Gol constateerde opgelucht dat het Europees Rechtsgebied in het zicht komt (142). Na de bommencampange van september 1986 zwaaide Frankrijk om. 'Frankrijk heeft bekend dat het fout is geweest en heeft toegegeven dat Europa geen asielplaats mocht blijven voor terroristen', aldus minister Gol na de Trevi-conferentie van 25 september in Londen. In minder dan drie maanden levert de Franse regering 22 leden van de ETA aan Spanje uit (143). Op 14 november levert Nederland twee IRA-leden, Kelly en McFarlane, aan Groot-Brittannië uit, hetgeen een precedent schept want voorheen had nog geen enkel Westeuropees land een IRA-Iid uitgeleverd (144). Na een vijfdaagse trip naar de Amerikaanse anti-terreurverantwoorde-lijken pleitte Gol vurig voor een bilateraal uitleveringsverdrag met de V.S., dat geborduurd zou zijn op de Europese Conventie van Straatsburg (145). Bilaterale terrörismeverdragen tussen de Europese landen en de V.S. passen in het stramien van wat Gol noemt een 'democratisch veiligheidsgebied' dat onder leiding van de V.S. Europa, Israël, Japan en Amerika omvat (146). De trouwste bondgenoot Groot-Brittannië, heeft reeds een dergelijk verdrag afgesloten. Op grond daarvan hebben de V.S. op 20 oktober 1986 het IRA-lid William Quinn aan Groot-Brittannië uitgeleverd (147). In het kielzog van de Libië-raid beslist de ministerraad van de Raad van Europa op 25 april 1986 voor het eerst een conferentie over bestrijding van terrorisme te organiseren (148). Onder het voorzitterschap van de Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken Scalfaro vindt deze conferentie plaats op 4 en 5 november 1986. Scalfaro drukt de wens uit te komen tot een 'Europees eenheidsfront tegen het terrorisme' (149). De meeste opschudding veroorzaakt echter minister Gol. Hij veegt de vloer aan met de 'uiterst magere en absoluut holle' ontwerp-resoluties die het voorbereidend comité heeft uitgewerkt. 'Sommigen spraken van de Euro-angst na een recente bijeenkomst van de ministers van Buitenlandse Zaken van de EG. Als de ons voorgelegde ontwerp-resoluties niet duidelijk worden veranderd, vrees ik dat men naar aanleiding van deze voorstellen zal zeggen dat de Euro-onmacht en het Euro-geleuter alleen maar hebben geleid tot Euro-clichés', aldus een ziedende Gol (150). Gol eist krachtig reële resultaten. Hij stelt voor dat de secretaris-generaal van de Raad van Europa zou instaan voor het doorspelen van informatie aan derde landen, vooral de V.S. en dat een groep van naaste minister-medewerkers zou worden opgericht (151). De fikse rel die Gol schopte bleef niet zonder gevolgen. Zoals gezegd, beloofden Frankrijk, Ierland, Griekenland en Malta het terrorismeverdrag te bekrachtigen. Tevens wordt een werkgroep gevormd onder leiding van de secretaris-generaal van de Raad van Europa. Voor België zal de adjunct-kabinetchef van Gol, Jean Spreutels, aan deze werkgroep deelnemen (152). Spreutels zetelt al in Trevi. De werkgroep zal onder meer moeten nagaan hoe de anti-terreursamenwerking tussen de 12 Europese Trevi-landen en de 9 andere Europese landen van de Raad van Europa kan worden verbeterd. Als Reagans vriend Interpol-president wordt... - Inhoud Interpol is geen zelfstandige internationale politiemacht, maar een organisatie die de samenwerking van politiediensten uit 134 landen bevordert om de misdadigheid van gemeen recht te voorkomen en te bestrijden. De rol van de Derde Wereld in Interpol is te verwaarlozen, want nagenoeg alleen Europese politiediensten beschikken over de gebruikte geavanceerde communicatiemiddelen en 70% van alle Interpol-activiteiten spelen zich af in en tussen West-Europa en Noord-Amerika. (153). Belgische politiefunctionarissen hebben vaak topplaatsen bekleed in Interpol. Tijdens de tweede wereldoorlog trad Florent Louwage op als vast verslaggever. Interpol was op dat moment een nazi-instrument, want het hoofd van de SD, Heydrich, had in 1940 het voorzitterschap overgenomen. Op 3 juni 1946 organiseerde Louwage in Brussel een grootse internationale conferentie om Interpol opnieuw op de rails te zetten. Hij was geflankeerd door FBI-baas en communistenjager, J. Edgar Hoover (154). Op de vergadering in Luxemburg in 1984 figureerde als ondervoorzitter Robert Van Hove, hoofdcommissaris van de gerechtelijke politie in Brussel en sinds 1 oktober 1980 commissaris-generaal voor gerechtelijke opdrachten. De bekrachtiging van het Europees verdrag tegen terrorisme, dat politieke misdrijven bij voorbaat a-politiek verklaart, heeft het onaangename effect dat Interpol volop politieke informatie kan uitwisselen zonder zijn statuten te wijzigen. Volgens deze statuten is politiek immers uit den boze: art. 3 verbiedt Interpol tussen te komen in politieke, militaire, godsdienstige of rassenzaken, dus ook in de kwestie van het internationale terrorisme. Alles wijst erop dat het tij keert. Van 4 tot en met 11 september 1984 wordt in Luxemburg de jaarlijkse vergadering gehouden. Op het programma staat de verkiezing van een nieuwe Interpol-presi-dent. Drie kandidaten treden aan: Mohamed Messaid (Algerije), J. Van Straten (Nederland) en John R. Simpson (V.S.). Simpson is een boezemvriend van Reagan en is sinds 2 december 1981 directeur van de Amerikaanse Secret Service. Deze geheime dienst staat in de eerste plaats in voor de bescherming van de president en andere binnen- en buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders. De V.S. walsen de Nederlandse kandidatuur in de kortste keren plat. Het hoofd van de Amerikaanse delegatie, de FBI-man Reveil levert geraffineerd lobby-werk af. Hij weet de meerderheid ervan te overtuigen dat wat goed is voor de V.S. ook goed is voor Interpol. Zo wordt Simpson als eerste Amerikaan tot president van Interpol verkozen. De Amerikaanse machtsovername gaat niet onopgemerkt voorbij. Het was voorspelbaar dat Simpson Reagans anti-terroristische kruistocht in Interpol zou voortzetten. In Luxemburg neemt de algemene vergadering 2 resoluties aan, die de poort opengooien voor een actieve deelname van Interpol aan de anti-terroristische strijd (155). Op de volgende jaarlijkse vergadering die van 1 tot 8 oktober 1985 in Washington plaatsvindt, feliciteren Reagan en zijn justitieminister, Edwin Meese, Simpson voor de nieuwe politieke koers. 'Interpol moet in de voorste gelederen staan van de organisaties die proberen het internationale terrorisme de pas af te snijden', aldus Meese (156). In januari 1986 wordt in de schoot van het algemeen secretariaat een gespecialiseerde eenheid 'internationaal terrorisme' opgericht. Tegelijkertijd wordt op de zetel van Interpol in Parijs de laatste hand gelegd aan technische verbeteringen op het vlak van informatisering van de documentatie en internationale communicatiemiddelen (157). De algemene vergadering die in oktober 1986 in Belgrado werd gehouden nam een 'anti-terroristische codex' aan die de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten regelt (158). De capriolen van een troebele provocateur - Inhoud Dat een geheim agent ten gerieve van Amerikaanse veiligheidsdiensten vredesbewegingen uit de Lage Landen infiltreert, een 'harde kern' tot terrorisme aanstookt en aanzet aanslagen tegen militaire doelen in België en Nederland te plegen op 1 mei 1984 -welgeteld één jaar voor de CCC-aanslag tegen het VBO-gebouw- lijkt op het eerste gezicht genoeg stof te bevatten voor een ongeloofwaardige thriller. Maar in volgend verhaal steekt geen greintje science-fiction. Eind 1983 waarschuwt de Amerikaanse hoogleraar Gervasi ervoor dat in kringen van de regering-Reagan plannen circuleren om de Westeuropese vredesbewegingen te infiltreren en in de hoek van extremistische geweldpleging te drukken (159). Dat zou de pro-Amerikaanse vleugel van de Europese bourgeoisie op een zilveren schaaltje het argument bieden om de hele vredesbeweging in discrediet te brengen en te marginaliseren. Op 29 november 1983 zoekt Stevenson, een in Frankfurt verblijvende Amerikaanse kolonel, John Wood aan om de radicale vleugel van de Nederlandse vredesbeweging te infiltreren. De boodschap van Stevenson luidt: speel alle informatie door aan Blackburn. Blackburn is een ClA-agent die op de Amerikaanse ambassade in Den Haag gestationeerd is. Op zijn beurt stelt Blackburn Wood voor aan de BVD, de Nederlandse binnenlandse veiligheidsdienst. Een truc zo oud als de straat. De CIA wil immers tot elke prijs buiten schot blijven als er iets misloopt met haar agent op Nederlandse bodem. Wat voor type is deze John Wood? Gestraft wegens drugmisdrijven en diefstallen in een dozijn landen, heeft hij toch een indrukwekkende staat van dienst als geheim agent, een status die hij ijverig cultiveert door voor verschillende Amerikaanse en Westerse veiligheidsdiensten 'karweien' op te knappen. Naar eigen zeggen rolt hij in 1974 een Spaanse heroïnehandel op in opdracht van het NSA (National Security Agency), een Amerikaanse militaire inlichtingendienst. Wegens een drugaffaire krijgt hij 10 jaar cel in Spanje, maar de Amerikaanse drugbestrijdingsdienst DEA (Drug Enforcement Administration) weet Wood spoedig uit de gevangenis te halen en voor haar rekening in Westeuropa in te zetten. De DEA kwam in de jaren 70 in de publiciteit, doordat zij via haar agent op de Amerikaanse ambassade in Brussel, Francis Eaton, de agressieve en zelfs illegale Amerikaanse methodes introduceerde bij de drug-sectie van rijkswachtcommandant Leon François. Deze laatste en enkele kompanen liepen tegen de lamp en werden in 1980 veroordeeld wegens illegale drughandel. Hoofdverantwoordelijke Eaton kon tijdig de dans ontspringen dank zij zijn diplomatieke onschendbaarheid. Hij verdween naar de V.S. In 1978 wordt Wood in de arm genomen door de Special Branch, de Engelse politieke politie, om pro-IRA groeperingen te infiltreren. Wood leidt de Engelse politie naar een opslagplaats van IRA-wapens op het Ierse eiland Innish Free. Daarna keert hij terug naar zijn echte liefde: de drugwereld. Inmiddels is het 4 december 1983 geworden. Wood arriveert als een overjaarse hippie op het vredesactiekamp in Woensdrecht. Daar bivakkeren vredesactivisten sinds september uit protest tegen de dreigende plaatsing van kruisraketten. Wood noemt zich Gardiner en hij geeft zich uit voor een doorwinterde Amerikaanse anti-Viëtnamdemonstrant. In een mum van tijd wordt hij een populaire gast, zodat hij in januari 1984 doordringt tot het 'stedelijk overleg van basisgroepen uit de vredesbeweging. Vanuit deze positie heeft hij een uitstekende kijk op de linkse flank van de Nederlandse vredesbeweging. De levensvisie van Gardiner is ontroerend simpel: 'Ik ben geen pacifist, maar een activist. I'm not a talker, I'm a do-er'. In die tijd noteert Folkert Jensma van NRC Handelsblad: 'Andere acties hebben een wat grimmiger karakter. In groepjes van 5 a 8 man wordt 's nachts ongemerkt de basis betreden om informatie te verzamelen, vernielingen aan te richten of kleine diefstalletjes te plegen. Deze excursies staan onder de leiding van de 'éminence grise' van het kamp, de Amerikaan John. Vorig jaar november haalde hij de internationale pers door met een auto de poort van de vliegbasis Greenham Common te rammen om de landing van een militair transportvliegtuig met raketonderdelen te verhinderen' (160). Wood heeft het niet begrepen op massale vreedzame acties. Doordat die vaak mislukken, wint de gedachte veld dat massale actie niets oplevert. Nogmaals Folkert Jensma: 'Een deel van de vredeskampeerders vindt dat de tijd van liedjes zingen en demonstraties bij een gesloten toegangspoort voorbij is en zoekt naar andere uitwegen voor het protest. De Amerikaan John is daar de radicale exponent van. Het saboteren van bulldozers, het doorknippen van remleidingen van busjes van de mobiele eenheden: het zijn mogelijkheden die serieus overwogen worden. John staat klaar om uit te leggen hoe dat gaat' (161). Gardiner bewerkt intens de aanhangers van de 'harde kern', zowel Nederlanders als Belgen. Hij komt voortdurend aanzetten met 'directe actie' en 'militaire aanpak'. Actievoerder Marion: 'John zei altijd: wat doen jullie toch moeilijk met jullie basisdemokratie. Dat werkt niet. Je moet gewoon keihard opereren en dan vooral in kleine groepjes. Hij hield ons ook voortdurend voor dat we met een vijand te maken hebben. En tegen een vijand moet je dezelfde middelen hanteren als zij gebruiken. Hij heeft mij gevraagd voor een commando-opleiding. Hij wilde een groep formeren van acht mensen die hij militair zou opleiden en die ingezet zouden worden voor aanslagen' (162). Kortom, Gardiner wil een harde kern aanzetten tot het plegen van terreurdaden. In dit stadium van de provocatie laat Gardiner een ballonnetje op in aanwezigheid van enkele Belgische en Nederlandse vertrouwelingen: er moet tegelijkertijd een aanslag gepleegd worden op de basis van Woensdrecht en Florennes. Hij oppert het idee op 1 mei 1984 in Woensdrecht een oude Fokker en in Florennes een Miragetoestel op te blazen en stuurt radicale activisten op pad om springstoffen aan te schaffen. In het weekend van 11 maart zijn de leden van de Belgische actiegroep 'Rakettenvergif in Woensdrecht op bezoek. Zij nodigen een Nederlandse spreker uit voor een debat op 27 maart in Leuven. Op die dag verschijnt Gardiner ongenodigd in de universiteitsstad. Het Nederlandse gezelschap overnacht bij Rudy Daems, een bekend vredesactivist. Twee dagen later om 15 uur wordt op klaarlichte dag ingebroken in een munitie-bunker van het strengbewaakte vliegveld van Florennes. De stoutmoedige dieven wandelen buiten met 4 zware kisten waarin 193 granaten liggen. Hoewel de bewakers normaliter om het uur de ronde doen, zijn ze die dag van hun normale patrouilleschema afgeweken. De diefstal wordt pas omstreeks 21 uur 30 ontdekt en aan de kampverantwoordelijke Bosman gesignaleerd. Het militair auditoraat en de rijkswacht worden slechts de volgende mergen verwittigd. Het 'toeval' wil dat de munitieopslagplaats op de dag van de diefstal het bezoek krijgt van twee Amerikanen, Deluca en Baily. Dezelfde Baily was al daags voordien samen met twee leden van de Amerikaanse ambassade in Brussel, Godfrey en Grant, een kijkje komen nemen. Wat hadden die Amerikanen daar te zoeken? Het gerechtelijk onderzoek levert aanvankelijk niets op. Op 11 april om 15u20 belt een anoniem individu naar de BOB van Leopoldsburg. Hij zet de rijkswacht op een spoor met het laconieke bericht: 'Er liggen interessante spullen aan de afrit van de E-39 autoweg in Tessenderlo'. En in één adem laat de anonieme tipgever de naam en het adres van Rudy Daems vallen. De rijkswacht spoedt zich naar de aangeduide plaats en vindt er 180 granaten, afkomstig van de diefstal in Florennes. 13 exemplaren ontbreken. Bij nader inzien blijken de granaten op een boogscheut van de ouderlijke woning van Rudy Daems te liggen. De BOB van Leuven is er als de kippen bij om Daems op te pakken. Daems weet niet wat hem overkomt. Hij voelt zich als een personage uit een "roman noir', al dringt het langzamerhand tot hem door dat hij het slachtoffer is geworden van een lugubere machinatie. Tijdens de huiszoeking op zijn studentenkamer in Leuven vindt de rijkswacht alleen maar pamfletten en een agenda. Bij gebrek aan bewijzen moet de BOB Daems laten gaan. In een bericht aan de krant Vers l'Avenir wordt de diefstal op 18 april opgeëist door een bizarre organisatie, die zich uitgeeft voor 'CIA' of voluit 'Comité d'Intervention Anti-militaire'. Als reden voor de diefstal geeft de 'CIA' het uittesten van de beveiliging. Volgens de CIA zou de beveiliging niet voldoen en moeten er bijkomende beveiligingsmaatregelen genomen worden. Een redenering die enkele jaren geleden gehanteerd werd door de neo-nazi's van WNP om de diefstal van ultra-geheime Nato-documenten te verantwoorden. In Leuvense pacifistische kringen is doorgedrongen dat er iets aan de hand is met de militante Amerikaan die bij Daems overnachtte, en daardoor diens naam en adres kende. Is hij wel die onberispelijke vredesapos-tel voor wie hij zich laat doorgaan ? Met de kampbewoners van Woensdrecht wordt afgesproken John eens op de rooster te leggen. Op 19 april, vlak voor de geplande ondervraging, biecht Gardiner tegenover journalisten en vooraanstaanden uit de Nederlandse vredesbeweging op dat hij het kamp bespioneerde als een geheim Amerikaans agent. Hij geeft toe dat hij werkte voor 'Hans' en 'Pieter' van de BVD, de Nederlandse staatsveiligheid. Na deze bekentenissen verdwijnt Gardiner ijlings. De vredesactivisten vinden de nog 13 ontbrekende granaten in de caravan van Gardiner. Ze gaan hun verhaal doen aan de politie. Door de ontmaskering van Gardiner is de BVD alle controle over het vredesactiekamp kwijt geraakt. De Nederlandse autoriteiten beslissen dan ook het kamp meteen op te doeken. Op 27 juli bestormen twee pelotons van de rijkspolitie het kamp en maken het met de grond gelijk. Kort tevoren had de politie van Groningen Gardiner aangehouden. Op 3 okto-berl984 wordt hij in Den Haag onder ede verhoord door rechter-commissaris Van Rossum. Gardiner geeft toe dat hij zich bezig gehouden heeft met het provoceren van deelnemers aan de vredesbeweging tot gewelddadige acties. Hij verklaart: 'Om na te gaan wie bereid of in staat was om aan gewelddadige activiteiten deel te nemen, moest men naar mijn mening trachten gewelddadige acties te organiseren. (...) Gingen mensen daarop in, dan zorgde ik dat die acties tot op zekere hoogte uitgevoerd werden, waarna ik de autoriteiten inlichtte'. Wanneer mensen zich tot die acties hadden laten verleiden, zou zonder twijfel een succesvolle criminalisering en dus splitsing van de vredesbeweging mogelijk zijn geweest. Maar sterker nog, Wood, alias Gardiner, legt haarfijn uit dat de diefstal gepleegd is met medeweten van Belgische en Nederlandse autoriteiten. 'Ik heb mijn BVD-contacten gemeld dat er een actie zou plaatsvinden op een luchtmachtbasis in België... Mijn BVD-contacten hebben gezegd dat zij de Belgische autoriteiten zouden waarschuwen. Wij zijn die basis binnengedrongen en gegaan naar de plaats waar de explosieven waren opgeslagen. Ik ging ervan uit dat die plaats in normale omstandigheden sterk bewaakt zou zijn. Wij hebben toen echter geen bewaking gezien, ondanks het feit dat wij lang zijn bezig geweest en veel lawaai hebben gemaakt bij het losrukken van een stalen deur. Uit één en ander leid ik af dat met opzet de bewaking was teruggetrokken'. Maar het venijn zit in de staart. Gardiner beschuldigt Rudy Daems ervan de diefstal samen met hem gepleegd te hebben. Voor het Nederlandse parlement moet minister Rietkerk met schaamrood op zijn kaken bekennen dat Gardiner voor de BVD gewerkt heeft. Rudy Daems is dan ook gerust. Wie kan hem nog wat doen? Hij schrikt zich rot wanneer de rijkswacht, op 19 oktober, in het kader van 'Operatie Mammoet', de spectaculaire klopjacht op CCC-verdachten, ook bij hem langs komt. De rijkswacht heeft blijkbaar de vredesactivist gemakshalve bij de 'potentiële terroristen' geklasseerd. Op 15 november wordt Gardiner aan België uitgeleverd. Twee dagen later laat onderzoeksrechter D'Aspremont Lynden Daems arresteren. Daems kan zijn ogen niet geloven. Een onderzoeksrechter die een infiltrant en provocateur op zijn woord gelooft! De aanhouding van Daems verwekt grote deining en solidariteit. Wood voelt uit welke richting de wind waait en hij meldt de onderzoeksrechter dat Daems niet betrokken is bij de granatendiefstal in Florennes. Toch duurt het nog 59 dagen voordat Daems de gevangenis van Dinant mag verlaten. Op 18 februari 1985 wordt hij door de rechtbank van Dinant vrijgesproken. Wood komt er vanaf met 18 maanden gevangenisstraf. In beroep beslist het Luikse Hof van Beroep op 16 april de straf te verminderen tot één jaar. Exit Wood, alias Gardiner. 1) Wereldbank, Rapport sur le développement dans le monde, 1985, p. 24. 2) Shultz, toespraak voor de Trilaterale Commissie in Washington op 3 april 1984, Current Policy nr. 561, State Department, Washington. 3) Butler, Sanera, Weinrod, Mandate for Leadership II: Continuing the Conservative Revolution, Washington 1984, p. 223. 4) Michael T. Klare, ‘La nouvelle doctrine d’intervention américaine’, Le Monde Diplomatique, maart 1986. 5) Toespraak 25 oktober 1984 door Staatssecretaris Shultz, Current Policy nr. 629, State Department, Washington, blz. 11. 6) Reagan’s Ruling Class, Ronald Brownstein en Nina Easton, Pantheon Books, New York, p. 621. 7) American Foreign Policy, Henry T. Nash, The Dorsey Press 1985. 8) ‘The US Intelligence Community’, Jeffrey T. Richelson, p. 25. 9) Marchetti and Marks, The CIA and the Cult of Intelligence, p. 86–87. 10) Le Soir, 17 december 1986. 11) Los Angeles Times, 15 juli 1985. 12) Reagan’s Ruling Class o.c. p. 623. 13) De Volkskrant, 12 december 1986. 14) Het CIA-handboek, EPO, 1985, p. 11. 15) De Volkskrant, 16 december 1986. 16) Le Monde Diplomatique, augustus 1986. 17) Le Monde Diplomatique, augustus 1986. 18) De Morgen, 10 september 1986. 19) Newsweek, 26 augustus 1985. 20) Time, 27 mei 1985. 21) Washington Post, 15 november 1986. 22) Washington Post, 3 december 1986. 23) De Volkskrant, 19 december 1986. 24) FBI, Law Enforcement Bulletin – mei 1986, p. 11, “Terrorism as a Crime”, William Webster. 25) The U.S. Intelligence Community, Jeffrey T. Richelson, Ballinger Publishing Company. 26) Crime and Social Justice, nrs. 21–22, p. 187. 27) United States Information Service, Amerikaanse Ambassade Brussel, 26 april 1984. 28) De Volkskrant, 19 april 1986. 29) Washington Times, 27 juni 1984. 30) FBI, Law Enforcement Bulletin mei 1986, toespraak van Webster. 31) Frankfurter Rundschau, 27 oktober 1984. 32) International Herald Tribune, 16 april 1984. 33) The New York Times, 8 juli 1985. 34) “Terrorism and the Future of Free Society,” Robert C. McFarlane, toespraak voor het National Strategy Information Center op 25 maart 1985, Terrorism, volume 8, nr. 4, 1986. 35) Le Monde Diplomatique, juli 1985. 36) Le Monde Diplomatique, augustus 1986. 37) De Volkskrant, 3 juli 1986. 38) USIS, Ambassade van de USA, Brussel, 9 juli 1985. 39) De Morgen, 18 oktober 1985. 40) Newsweek, 21 oktober 1985 en Time, 28 oktober 1985. 41) Le Monde Diplomatique, januari 1986. 42) Le Soir, 5 november 1985. 43) Le Soir, 14 januari 1986. 44) Europa van Morgen, 29 januari 1986. 45) Le Monde, 29 april 1986. 46) Le Nouvel Observateur, 18–24 april 1986. 47) Kamer van Volksvertegenwoordigers, zitting 30 april 1986, Parlementaire Handelingen, p. 896. 48) Europe, 11 april 1986, nr. 4298. 49) Die Zeit, 25 april 1986 en Financial Times, 16 april 1986. 50) Europe, nr. 4300, 15 april 1986. 51) The Times, 13 juni 1985. 52) Les Gens de la CIA, Alain Guérin, Éditions Sociales, Paris, 1980. 53) De Standaard, 16 april 1986. 54) La Dernière Heure, 21 april 1986. 55) Kamercommissie van Binnenlandse Zaken, zitting 30 april 1986, interpellatie van Eerdekens, Nols en Hendrick aangaande de betoging van 20 april 1986. 56) Senaat, vergadering 30 april 1986, Parlementaire Handelingen, gewone zitting 1985-1986, p. 895. 57) Kamer van Volksvertegenwoordigers, zitting 30 april 1986, Parlementaire Handelingen, gewone zitting 1985–1986, p. 885 e.v. 58) Le Soir, 29 april 1986. 59) De Morgen, 3 september 1986. 60) Washington Post, 2 oktober 1986. 61) Time en Newsweek van 13 oktober 1986. 62) De Standaard, 12 december 1985. 63) Kamer van Volksvertegenwoordigers, beknopt verslag, gewone zitting 1985–1986, vergadering 5 maart 1986, p. 357. 64) Department of State Report to the Congress on the Anti-Terrorism Assistance Program, 5 maart 1985, H.R. 2822, p. 313. 65) idem, p. 311. 66) Getuigenis van Robert B. Oakley voor het Committee on Foreign Affairs, Subcommittees on Arm Control, International Security and Science en on International Operations op 5 maart 1985, H.R. 2822, p. 10 en 11. 67) cfr. 1, p. 313. 68) L'Espresso, 10 april 1985. 69) cfr. 2, p. 255. 70) cfr. 2, p. 6. 71) Time, 13 januari 1986. 72) International Herald Tribune, 22 november 1985. 73) De Standaard, 6 december 1985. 74) De Morgen, 11 september 1986. 75) De Standaard, 6 december 1985 en Le Soir, 7 december 1985. 76) De Morgen, 19 juni 1985. 77) Newsweek, 22 april 1985. 78) Newsweek, 22 april 1985. 79) Gillet Jean-Pierre, Les Bérets Verts, les commandos de la CIA, Paris, 1981; Beckwith Ch., The Inside Story of America's Upper-Secret Counterterrorist Unit, Glasgow, 1983; Time, 13 januari 1986. 80) Time, 13 januari 1986. 81) Newsweek, 22 april 1985. 82) International Herald Tribune, 25 maart 1985. 83) Newsweek, 22 april 1985. 84) Le Soir, 14 mei 1984. 85) De Morgen, 20 december 1985. 86) De Morgen, 23 november 1985. 87) De Morgen, 5 november 1985 en 20 december 1985. 88) Le Soir, 12 september 1985. 89) Le Soir, 13 september 1985 en De Morgen, 23 november 1985. 90) De Standaard, 2 oktober 1985. 91) Le Soir, 6 oktober 1985. 92) Le Soir, 25 september 1985. 93) Le Soir, 12 september 1985. 94) Le Soir, 14 november 1985. 95) Le Soir, 22 november 1986. 96) Le Soir, 18 december 1986. 97) Vraag nr. 179 van de heer Pepermans d.d. 20 juni 1986, Vragen en Antwoorden, Kamer van Volksvertegenwoordigers, 5 augustus 1986, p. 3303. 98) Document CVHO geciteerd door Jan Cappelle op een conferentie over ‘Economische crisis en militarisering’ van IKOVE, 2 februari 1985. 99) De Standaard, 17 september 1980. 100) Vragen en Antwoorden, Kamer van Volksvertegenwoordigers, 21 mei 1985, p. 2962, antwoord van de minister van Defensie op vraag nr. 254 van de heer Militis d.d. 23 april 1985. 101) Het Labyrint, SEVI-publicatie 1982/1, blz. 197. 102) Wetsvoorstel d.d. 18 april 1985 neergelegd door de senatoren Close, du Monceau, Declety, Friederichs en Fevrier – Parl. Stukken Senaat 1984-1985, nr. 858/1; wetsvoorstel neergelegd op 6 februari 1986 door de senatoren Close, Friederichs, Vandehaute, Gillet en Desmarets – Parl. Stukken Senaat 1985-1986, nr. 134/1. 103) Vox, nr. 40 van 1984. 104) Vraag nr. 43 bis van de heer Nagels, Vragen en Antwoorden, Kamer, 4 januari 1984, p. 575. 105) De Morgen, 13 september 1985. 106) Le Soir en De Morgen, 12 september 1986. 107) De Standaard, 20 september 1986. 108) Vergadering 5 maart 1986, Kamer van Volksvertegenwoordigers, beknopt verslag, p. 358. 109) Kamer van Volksvertegenwoordigers, vergadering 30 april 1986, Parlementaire Handelingen, p. 883. 110) Terror! The West Fights Back, Christopher Dobson en Ronald Payne, Londen, Macmillan, 1982. 111) Die Welt, 27 mei 1974. 112) Vragen en Antwoorden, Kamer van Volksvertegenwoordigers, 12 maart 1985, p. 1875, antwoord van de minister van Landsverdediging op vraag nr. 151 van de heer De Mol d.d. 11 december 1985. 113) Operatie Staatsveiligheid: De Staatsveiligheid en WNP, René Haquin, Uitgeverij EPO. 114) NRC Handelsblad, 25 april 1986. 115) Europa van Morgen, 30 april 1986. 116) Vraag nr. 273 van de heer Pepermans, Vragen en Antwoorden, Kamer, 12 augustus 1986, p. 3362. 117) Le Monde, 26 april 1986. 118) Revue van de Rijkswacht, nr. 98, januari 1984; toespraak voor het Koninklijk Hoger Instituut voor Defensie. 119) De Volkskrant, 31 oktober 1986. 120) Le Soir, 25 september 1986. 121) La Libre Belgique, 12 september 1986. 122) De Standaard, 26 september 1986. 123) La Dernière Heure, 26 september 1986; Europe, 27 september 1986. 124) De Morgen, 10 december 1986. 125) Libération, 15 september 1986. 126) Le Monde, 26 september 1986 en The Guardian, 2 september 1986. 127) Beslissing van 25 juni 1986 van de Europese Raad. 128) Le Monde, 26 september 1986. 129) De Volkskrant, 21 oktober 1986 en Europe, nr. 4413, 21 oktober 1986. 130) El País, 25 april 1985. 131) Tiempo, 13 mei 1985. 132) Le Soir, 26 april 1985. 133) De Standaard, 26 april 1985. 134) Libération, 14 december 1985. 135) Chris Van den Wijngaert, ‘La Belgique et l’exception pour délits politiques en matière d’extradition. Analyse critique de la pratique judiciaire et administrative’, Revue de droit pénal et de criminologie, 1977, p. 852 e.v. 136) Uiteenzetting van minister Gol op 7 mei 1985 voor de Verenigde Commissies van Buitenlandse Betrekkingen en Justitie – Parlementair stuk 241, nr. 4. 137) Justice, 1977, nr. 25. 138) Salmin, ‘La Convention européenne pour la répression du terrorisme : un vrai pas en arrière ?’, Journal des Tribunaux, 1977, p. 497; Pierre Mertens, ‘Du terrorisme à la terreur légale ?’, La Revue Nouvelle, 7 december 1977, p. 574 – 580. 139) Parlementair stuk 241 nr. 4 van de Kamer van Volksvertegenwoordigers. 140) Parlementaire Handelingen Kamer, zitting 22 mei 1984-1985, p. 2628 e.v. 141) Le Monde, 25 april 1979. 142) Le Soir, 5 november 1986. 143) De Volkskrant, 7 november 1986. 144) Le Soir, en De Volkskrant, 21 oktober 1986. 145) Le Soir en La Libre Belgique, 12 september 1986. 146) La Dernière Heure, 12 september 1986. 147) De Volkskrant, 22 oktober 1986. 148) Europe, nr. 4309, 26 april 1986. 149) Europe, nr. 4424, 6 november 1986. 150) De Volkskrant, 5 november 1986. 151) Le Soir, 5 november 1986. 152) Le Soir, 6 november 1986. 153) ‘De grenzen van de rechtstreekse politiële samenwerking in West-Europa’, Fynaut, Delicten Delinquent, 1981, nr. 9, p. 711 e.v. 154) Bert Schwitters, ‘Dossier Interpol’, uitgeverij Alexander Jonckx. 155) Revue Internationale de Police Criminelle, november 1984. 156) Revue Internationale de Police Criminelle, december 1985. 157) Revue Internationale de Police Criminelle, maart 1986. 158) Le Soir, 16 oktober 1986. 159) De Morgen, 22 december 1984. 160) NRC Handelsblad, 21 april 1984. 161) NRC Handelsblad, 21 april 1984. 162) Haagse Post, 28 april 1984. Index - A B C D E F G H I J K L M N O P R S T U V W Z - Inhoud Abdallah Georges Ibrahim, 22, 23, 27, 31 ACEC, 57 ACOD-LRB, 66 Action Directe, 9, 16, 22, 23, 30, 31, 32, 36, 37, 42, 46, 47, 56, 57, 155, 158, 170, 171 ACV, 111 Aderholt Heine, 139 AFP, 11 Agee, 138 Aginter Press, 20 Akkerman Pierre, 35, 60, 69, 70 Akkerman Piet, 60 Albertson, 98 Algemeen Politieblad van het Koninkrijk der Nederlanden, 127, 128 Algemene dienst Inlcihtingen en Veiligheid (SGR), 162 Allen Charles, 145 Allende, 136 Alvarez Angela, 55 Alvarez Stalin, 55 American Bar Association, 165 Anselmi-comissie, 21 Anthemus, 15 Anti-terreurcollege, 40, 43, 73, 83, Anti-Terrorism-Assistance Program (ATAP), 151, 152, 153 Anti-terroristische Gemengde Groep (AGG), 31, 36, 37, 40, 47, 51, 62, 63, 69, 73, 83, 85-87, 89, 90, 93, 94, 96, 97, 114, 149, 151, 170 Appelmans Maurice, 14 Argano Gloria, 31 Argov Shlomo, 24 Arnoutt J.M., 31 Les Ateliers Graphiques, 21 Baily, 177 Balis Philippe, 71 Bank Brussel Lambert (BBL), 61, 72, 75 Barabass Ingrid, 16 Barbie Klaus, 27 Beckwith, 153 Belang van Limburg, 128 Belmonte Guiseppe, 20 Belgische Atlantische Vereniging, 39, 139 Belgische Staatsblad, 129 Bende van Nijvel, 5, 6, 35, 52, 53, 59, 63, 64, 65, 66, 68, 71, 72, 89, 90, 91, 92, 97, 103, 106, 113, 115, 117, 156, 159 Bemaert, 54, 62, 87, 107, 110, 111, 113, 165 Besse Francois, 141 Bestuur van de Openbare Veiligheid, 9
CDU, 165 Central European Operating Agen-cy (CEOA), 70 CEPIC, 85 Chevolet Didicr, 21, 27, 28, 29, 30, 35, 73, 78 Chirac, 148 Church-commissie, 136 CIA, 20, 21, 133, 136-148, 150, 152, 175 C1P, 24 Ciarridge Duane R., 138 CNVV, 160 Cointelpro, 98 College ter bestrijding van het terrorisme, 36 Collignon, 106 Comité de soutien aux prisonniers politiques de la FAR, 10 Combattre pour Ie communisme, 27 Comité Graindorge, 94 Comité ter verdediging van de Politieke Gevangenen, 14, 30, 94 Comité voor Hulp aan Gedetineerden, 14 Commissie van Binnenlandse Zaken van de Kamer, 149 Cenerelli Jozef, 88 Coors, 134 Coppieters 't Wallant, 54 Correspondences Internationales, 27 Cosyn Philippe, 39 Craen, 133 Crasci, 146 Croissant, 11 Cudell, 106 Curcio, 17 CVP, 39, 40, 42, 43, 46, 52, 72, 73, 93, 95 De Atlantische Wereld, 39 De Bock Walter, 44, 90, 92, 114 De Bremaeker, 126 De Croo, 64 De Donnéa, 88, 105, 115, 158, 160 De Laever Mare, 10, 11, 13, 14, 15, 71 De Mol, 182 De Morgen, 63, 70, 71, 78, 79, 126-130, 180-184 De Rijcke, 92 De Slaercke Philippe, 91 De Standaard, 14, 38, 45, 50, 66, 73, 74, 78, 79, 128, 129, 160, 169, 180-183 De Volkskrant, 130, 179, 180, 182, 183 De Vriese, 118 De Wasseige Yves, 40, 41, 95, 96 Declety, 182 Defense Intelligence Agency, 148 Dehaene, 64 Dujardin, 127 Deleuze, 40 Dellwo Karl Heinz, 12 Delors Jacques, 70 Deluca, 177 Deneve, 110 Deprêtre, 90 Detrembleur, 84 Devlin Larry, 141 Die Zeit, 180 Dienst voor vreemdelingenzaken, 9 Direct Action, 37 Directorate for Operations (DDO), 136, 137 Dislaire Lucien, 155, 156, 157, 158 Dizdarevic Ralf, 146 Dole Robert, 142 Dozier, 154 Draps C, 75 Duitse Revolutionaire Cellen, 17, 37 Dumont, 36 Dyane, 11, 56, 57, 83, 87, 88, 105, 118, 120 Easton Nina, 179 Eaton Francis, 176 Eisenhower, 98 El Tigre, 55 Epanorthcse, 9 Expresso, 181 Europa voor Morgen, 182 Europol, 165 Fabius, 48 Fabrimetal, 59 Farkas Peter, 118 FARL (De Libanese Gewapende Revolutionaire Fracties), 22, 23, 25, 26, 28 Faurisson Robert, 25 FBI, 66, 67, 83, 96-99, 140-143, 150, 164, 165, 173, 174 FCI, 28 FDF, 10 Fevrier, 182 Financial Times, 180 Fiorina Franco, 31 FLN, 171 Ford, 148 Ford Kenneth, 147 Formica Rino, 152 Fortier Donald, 147 Fouché, 85 Frankfurter Algemeine Zeitung, 43 Frankfurter Rundshau, 180 Franceschi Joseph, 26 Franco, 55 FRAP, 31, 48, 52, 57, 75, 155, 169, 170 Freches Carl, 155 Fredericks, 182 French Smith William, 99 Front de la Jeunesse, 92 Front Lycéen de Liberation, 21 Gazet van Antwerpen, 12, 40, 43, 73, 77, 78 Generale Bank Maatschappij, 62 Generale Staf, 84, 87, 102, 103, 105, 113, 115, 118 Gervasi, 175 Gestapo, 87 Geyselings, 127 Gilot, 56 Gol Jean, 5, 36, 37, 40, 41, 43, 47, 50, 51, 54, 62, 64-68, 71-74, 76, 83-87, 90, 92, 96-103, 108, 117, 119-125, 127, 129, 145, 149, 164, 165, 167, 171, 172, 173, 183 Gomez Max, 139 Goossens Paul, 71 Graindorge, 14, 15, 16, 30, 77 Grant, 177 Gronsini, 21 Grauwels Jan, 111 Grippa, 54 Haag Siegfried, 12 Haas Odette, 14 Haig Alexander, 13, 14, 21, 24, 36 Hana, 148 Halfen Nicolas, 31 Hasenfus Eugène, 139 Hauser Siegfried, 11 Het Nieuwsblad, 73, 79, 128, 129 Het Volk, 62, 71, 74, 79, 93, 127 Heydrich, 173 Hoffman Sieglinde, 16 Holloway Jim, 143 Holloway commissie, 153 Holsters, 84 Howe, 148 Humo, 18, 77, 79, 121, 129, 130 Huid Douglas, 164, 166, 167, 168 IAO, 38 Info-Raf, 10 Infosermi, 60 International Herald Tribune, 143, 180, 181 IRA, 76, 145, 163, 172, 173, 175 Jenkins B., 143 Jensma Folkert, 176 Jeune Europe, 9 Jihad, 47 Joint Jewish Committee, 26 Joint Special Operations Agency to Act Overseas, 142, 154 Jonnaert A., 75 Journal d'intervention, 17 Journal des Tribunaux, 183 Kamp Karin, 16 Kelchtermans Theo, 84, 126, 129 Kelly, 172 Kennedy, 98 Kensier, 54 Keppens Frans, 113 Kissinger Henry, 21 Klare Michael T., 179 Klinghoffer Leon, 145 Knack, 126 Kohl, 148 Korthals Altes, 164 Koutsogiorgas, 164 Kriminalistik, 127 La Belle, 147 La Dernière Heure, 36, 41, 45, 53, 77-79, 86, 93, 95, 101, 126-128, 180, 182, 185 La Libre Belgique, 67, 77, 78, 79, 130, 182, 183 Lahaut, 77 Lambrechts, 66 Landelijke Contactgroep Observatie, 89 Latinus, 71 Le Monde Diplomatique, 179, 180 Lenin, 18, 19, 28, 36, 46, 51, 77 Le Nouvel Observateur, 180 Le Piment, 94 Le Revue Nouvelle, 183 Le Soir, 11, 33, 77-79, 91, 93, 96, 126-130, 155, 156, 179, 180-183 Liga Voor Mensenrechten, 108, 111, 119 Ligne Rouge, 9, 27-30, 37, 40, 52, 55, 56, 60, 68, 70, 73, 78, 94, 96 Lochte M., 148 Los Angeles Times, 179 Longo, 21 LRT, 29 Lumumba, 141 Lyna Francinne, 57, 72, 75, 76 Magg Karolo, 16 Magotte, 113 Mahieu, 54 Makrotest, 38 Manufactures Hannover Bank, 62 Molo, 51 Marion, 176 Martens Ludo, 61 Martens Wilfried, 35, 40, 45, 46, 62, 64, 67, 68, 72, 73, 93, 101, 108, 117, 151, 152 Martin Graham A., 52 Martyr Halimeth, 11 Mayer Roland, 12 McFarlane Robert, 140, 143, 144, 145, 172, 180 McMahon John, 138 Medina Ramon, 139 Meese Edwin, 140, 164, 166, 167, 174 Meins Holger, 10 Mendez Juan, 92 Ménigon Nathalie, 16, 22, 31, 42, 57, 155, 158 Mertens Pierre, 183 Mesrine Jacques, 14 Messaid Mohamed, 174 Miceli, 27 Military Review, 154 Missions très Spéciales, 88, 127 Mitterand, 147 Mobutu, 141 Moreau Arthur, 145 Moreau Pascal, 155 Mosberg, 115 MOSSAD, 22 Motoren und Turbineunion, 48 Moureaux Philippe, 120 Mundeleer, 151 Nagels, 182 NAP AP (Gewapende Kernen voor Volksautonomie), 15, 18 Napoleon, 85 Nash Henry T., 179 Nationaal Front, 106 Nationaal Observatie Team (NOT), 102 Nationaal Syndicaat van de Belgische politie, 101 Nationaal Syndicaat van het Rijkswachtpersoneel (NSRP), 106, 118 National Security Act, 147, 175 National Security Council, 137 National Security Decision Directive (NSDD), 143, 151 Nationale Veiligheidsraad, 136-141, 143, 145, 147, 148 NCR Handelsblad, 176, 182, 184 Nicolai Regina, 16 Nollau Gunter, 162 Nothomb, 42, 54, 60, 62, 64, 67, 85, 86, 93, 103, 107-109, 111-113, 127-129, 166 Oakley Robert, 151, 152, 153, 164, 166, 167 Occident, 9 Office of Public Safety (OPS), 151 Operatie Mamoet, 29, 40-42, 52, 74, 83, 87, 93, 96, 101, 120, 169, 170, 178 Oriach Frédéric, 9, 15, 16-20, 23-29, 46, 52, 68, 70, 77, 78 Oussekine Malik, 104 Overney Pierre, 15 Pandraud, 167 Parabellum, 92 Parlementaire Handelingen, 128, 180 Parti Communautaire Nationale (PCN), 53 Partij van de Arbeid, 19, 36, 40, 51-54, 59, 60, 68, 69, 103, 149 Pasqua Charles, 149 Patrenostre Chantal, 27, 56-58, 63, 75, 76, 155 Paul Huymanscentrum, 39 Payne Ronald, 182 Pearce Jenny, 135 Peletons voor Observatie, Steun en Arrestatie (POSA), 101-105, 125 Phenix, 92 Pepermans, 182 Peres, 140 Peyrefitte Alain, 172 Pinochet, 42 PLF, 145 PLO, 20, 24, 25, 37, 83, 84, 145 Pochet, 158 Ponto Jürgen, 11 Practical Shooting Club, 92 Preumont Jacques, 76 Prima Linea, 17 Proumont, 89 PS, 10, 40, 41, 61, 71, 106, 149 PSC, 40, 42, 67, 71, 72, 85, 97, 139 Quin William, 173 Radio Air Libre, 56 Radio Mouvance, 56 RAF, 9, 10, 11, 12, 16, 22, 30, 32, 40, 43, 45, 46, 48, 53, 58, 93, 135-145, 170, 171 Rafsanjani, 140 RAL, 103 Rambo, 144 Rapid Deployment Forces, 133, 134, 159 Rassinier Paul, 25 Ray Robert Charles, 22 Reagan, 5, 6, 22, 45, 47, 67, 69, 99, 107, 108, 133-135, 137, 138, 140-150, 153, 154, 165, 166, 169, 170, 173-175, 179 Reviers, 84 Reveil, 174 Revue Internationale de Police Criminelle, 183 Revue van de Rijkswacht, 128, 129, 182 Reyniers, 119 Rice Wesley A., 142 Rietkerk, 178 Rocky, 144 Rode Brigade, 17, 19, 20, 22, 24, 28, 53, 145, 171 Roelandt M., 75 Roland Jacques, 14 Romberg Alain, 47 Rote Armee Fraktion zie RAF Rouillan Jean-Marc, 16, 22, 30, 31, 42, 57, 155, 158 RTBf, 42, 49, 65, 72, 73, 97, 157, 169 RTL, 157 RW, 10 Salinas Emilio, 55 Sallesse, 91 Salmon, 183 Sandinisten, 133 Santovito, 21 Sarti, 21 Sassoye Bertrand, 21, 27, 28, 35, 57, 73, 74, 155 Scaife Mellon, 134 Scalfaro, 173 Scelp Valeer, 115 Schleicher Regis, 31 Schlesinger James, 136 Schlicker, 91 Schwimmer, 140 Schwitter Bert, 183 Sealo, 154 Seul, 94 SGR, 84 Shultz, 44, 135, 136, 143, 144, 146, 151, 161, 179 Sietsma, 104 SIG, 137 Simpson John R., 174 Singlaub John, 139 SISDE, 21 SISMI, 21 Soldier of Fortune, 139 Somoza, 133 Sonnenberg Gunther, 12 Southern Air Transport, 139 Spadolini, 146 Speakes Larry, 146 Special Forces, 135, 153, 154, 156 Spitaels, 61 Sprentelo, 173 Stannati, 21 Sterck Olivier, 51 Stevenson, 175 Stille Nacht, Heilige Vracht, 127 Stiner, 146 Subversion, 9, 13, 23-28, 37, 96 Suenens, 12 Suy Patrick, 117 Syndicale Echo, 128 Syndicale Federatie van de Belgische Rijkswacht (SEBR), 109, 117 Team Consult, 97 Teller Daniel, 139 Thatcher, 148 The Guardian, 183 The Invisible Government, 137 The New Yorker, 180 Thiriart Jean, 53 Tichon Paul, 84 Tijdschrift van de Politie, 126, 127, 129 Tytgat Jean, 160 Tindemans Leo, 39, 43, 45, 46, 105, 147, 149-152 Tobback, 119 Toulotte Martine, 23 Tower, 141 Tramoni Jean-Antoine, 15 Trevi, 84, 85, 117, 121, 122, 150, 163-168, 171-173 Trilaterale Commissie, 135 Truman, 137 Tumba Carine, 29 Turner Jeffrey T., 136 United Freedom Front, 37 Valfil, 60 Van de Putte, 15 Van De Velde H., 129 Van Den Broucke, 76 Van Den Wijngaert Chris, 183 Van Der Biest Alain, 112 Van Engeland, 92 Van Esbroeck, 91 Van Eslande, 172 Van Geyt, 61 Van Glabbeke, 121 Van Honste, 84 Van Neuman Ludwig, 55 Van Parijs, 129 Van Rossum, 178 Van Straeten J., 174 Vandegeerde Pascale, 21, 27-30, 35, 56, 73, 76 Vandehaute, 182 Vandeputte Freddy, 14 Vandoren André, 57, 62, 63, 65, 73, 97 Vaticaan, 20 Veestraeten Jan, 40 Verbond Belgische Ondernemingen (VBO), 48-50, 112, 120, 172, 175 Vergès Jacques, 27 Vermeulen Jan, 111 Vieille Taupe, 25 Villers François, 14 Vogels Mieke, 111 Vreven, 45, 64, 102, 106, 114, 160 VS, 6, 38, 39, 97, 133-137, 140-149, 152-154, 158-167, 172-174 Wall Street Journal, 150 Walters Vernon, 144, 145, 148, 150 Warlier, 84 Washington Post, 146, 153, 180, 181 Watergate, 133, 136, 138, 140, 141 Weber Guy, 123 Webster William, 140, 141, 164, 166, 180 Weinberger, 161 Weyrich Paul, 134 Williot Gaston, 45 Wise David, 137 World Anti-Communist League, 139, 160 Zimmermann Ernst, 48 Zwarte September, 87 Op 2 oktober '84 ontploft in het bedrijf Litton in Evere de eerste CCC bom. De volgende nacht exploderen brandbommen bij MAN in Grootbijgaarden. Het terrorisme in België is een feit. hier in de straat; niet meer op TV. Wat gebeurt er in België? Wie zit er achter dat alles? De CCC beweert voor de vredesbeweging te strijden, voor de arbeidersbeweging, noemt zich extreem links. Maar waar lopen de sporen heen? Links keurt het optreden van de CCC af als een provocatie. Wie komt al dat geweld ten goede? Jos Van der Velpen, advocaat, onderzoekt de internationale context en de oorsprong van de CCC. Hij graaft diep in de reactie van de regering en de gevolgen voor de democratie. Immers, de paracomando's verschijnen in de straat; de rijkswacht krijgt in zeven haasten wat ze al jaren vroegen: riotguns, geheime POSA-eenheden om te infiltreren... in betogingen en stakingen; nieuwe veiligheidswetten die o.a. het afluisteren van telefoons vergemakkelijken... Een sleutelfiguur in dit alles is Gol, minister van justitie, een al te gretige woordvoerder van de Reagan- en Natopolitiek: terrorisme als vijand nummer één in de wereld. Terrorisme dat met alle middelen moet bestreden worden. Tot de nieuwe opgerichte Amerikaanse Special Forces opdoken in de Belgische Ardennen in een anti-terroristisch War Game. Het terrorisme in België, ten dienste van wie? |