|
De 'progressieve' spelling werd in de tekst behouden, de
tekst werd langs OCR
Deze tachtig bladzijden zijn geen brokje wetenschap, u geprezenteerd vanuit een of andere eenzame studentenkamer. Het is het resultaat van acht weken intens groepswerk : vijf weken konstante aanwezigheid bij de strijdende arbeiders van Ford-Genk, drie weken studie. Elk van ons heeft een bepaald aspekt behandeld; zijn resultaat werd uitvoerig bediskussieerd door de hele groep. Deze artikels zijn de gesystematizeerde neerslag van onze bevindingen, zijn gegroeid uit onze konkrete sociale praktijk. Wij beginnen deze brochure met een historische schets van het Ford-concern en haar inplanting te Genk. Hierna weiden wij uit over de organizatie van een modern bedrijf zoals Ford; wij doen dit niet zoals in het kleurrijke propagandamateriaal van de direktie maar praten wel over haar konkrete betekenis voor de arbeiders. Na een kronologisch overzicht van de staking, ontleden wij de rol van de verschillende groepen die bij dit konflikt betrokken waren. In een bijlage publiceren wij de door ons uitgedeelde pamfletten en de vertaling van een brief die door een groep franse arbeidsters aan de syndikaten en de studenten werd verstuurd. Het zal de lezer misschien verwonderen wanneer hij in verschillende artikels dezelfde feiten terugvindt. Wij hebben dit niet willen wijzigen omdat we ervan overtuigd zijn dat feiten en gebeurtenissen niet los kunnen gemaakt worden van hun konkrete sociale kontekst. Deze kontekst verschilt naargelang de sociale groep waartoe men behoort; zo heeft een staking een heel andere betekenis voor een arbeider of een direkteur, voor een kaderlid of een vakbondsleider, voer een student of een rijkswachter. Wij denken dat verschillende van deze artikels als basis voor diskussie kunnen gebruikt worden. Misschien zet deze diskussie er u toe aan u te verbinden met de konkrete strijd van de arbeiders uit uw gemeente of stad. Voor ons is dit werkstuk geen eindpunt : wij blijven kontakt onderhouden met arbeiders uit Ford-Genk. Wij zijn ook bereid aanwezig te zijn op een van uw diskuss ievergaderingen over deze problematiek. Het volstaat een kaartje te schrijven naar werkgroep Ford, Ravenstraat 51 te Leuven.1. GESCHIEDENIS VAN HET FORD-CONCERN - Inhoud Nadat Ford al deze "natuurlijke voordelen" had overwogen, waren ze nog niet tevreden. Ford liet het voorkomen en beweerde zelfs dat deze geografische voordelen, deze voordelen van de Limburgse arbeidersmarkt en de loonvoordelen niet bestonden en zeker niet voldoende waren. Op deze manier kon Ford nog meer voordelen afdwingen. Immers zij stelden de staat, de gemeente, de provincie en de vakbonden voor de keuze : akkoorden afsluiten of geen vestiging te Genk. Ford voerde een politiek alsof de Limburgse gemeenschap tevreden moest zijn dat zij zich daar kwamen vestigen. Daarvoor moest de gemeenschap bijdragen in de vestigingskosten; Ford echter dacht er niet aan de winst over de gemeenschap te verdelen, deze zouden ze wel voor zichzelf houden. De Ford-direktie beweerde een vestiging te Genk te overwegen. De definitieve beslissing zou echter afhankelijk zijn van een reeks akkoorden die dienden afgesloten. Hiermee werden de akkoorden met de staat, de provincie en de gemeente bedoeld om bepaalde financiële voordelen af te dwingen. Ook een akkoord met de vakbonden leek Ford onontbeerlijk; een akkoord dat de sociale vrede voor 5 jaar moest verzekeren. - InhoudRond 1900 maakten de Verenigde Staten een geweldige industriële revolutie mee. Een industriële revolutie die onder andere het transportprobleem heel scherp stelde. De spoorwegen verwezenlijkten grotendeels de verplaatsing van goederen en grondstoffen tussen de grote industriële centra. Voor de burgerij van het platteland en de kleine agglomeraties bracht dit echter geen oplossing. Voor hun ontspanning konden ze gerust een individueel en snel vervoermiddel gebruiken. Op deze behoefte van de burgerij greep Henry Ford in met zijn Detroit Automobile Company, die hij echter wegens slechte bedrijfspolitiek reeds in 1900 moest ontbinden. - InhoudIn 1903 werd de Ford Motor Company gesticht; Ford bezat 25 % der aandelen. Vanaf het eerste ogenblik leverde de Ford Motor Company winst op. Deze winst is voor een groot deel te verklaren door het feit dat de rijke mensen met groot enthousiasme auto's kochten. Om hoge winsten te maken volstond het toen nog de auto-produktie op een kleine groep mensen, de hogere burgerij, af te stemmen. - InhoudOmstreeks 1907 ontstond er een krisis op de automobiel-markt : de bevoorrechte klasse was verzadigd. Dit betekende dat de automobielbedrijven over geen of weinig afzetmogelijkheden meer beschikten. Wilde men dit ondervangen dan moest men zijn markt uitbreiden; daarom meer wagens produceren en de kostprijs verlagen (o.a. door een begin van automatizering). Het is dus niet uit humanitaire, uit menslievende of welke andere inspiraties ook dat men een goedkopere wagen op de markt bracht. De enige reden voor Heze beslissine was het voortbestaan van 't bedrijf, het verder en uiteindelijk komt het toch het bedrijf ten goede ! Men zal er evenwel voor zorgen dat de arbeiders de indruk krijgen dat ze weer eens een grote overwinning behaald hebben. Hierin vergistte Ford zich echter volledig : de ontevredenheid over de arbeidsomstandigheden kan niet weggemoffeld worden door hoger loon uit te betalen. En dat er ontevredenheid was onder de arbeiders blijkt duidelijk uit de verschillende arbeiders-strijden die geleverd werden rond de Ford-fabrieken. Het blijkt dus dat hoger loon essentieel niets verandert. Er blijft nog altijd de antagonistische verhouding patroons-arbeiders. Het uitbetalen van een hoger loon (en dit geschiedt dan nog om meer winst te maken) heft deze tegenstelling geenszins op. Interessant is het hierbij te vermelden dat er ook in Genk niet op de eerste plaats gestaakt werd voor hoger loon maar wel voor betere werkom-s t and i ghed en. Enkele citaten over de jaren '20 had men evengoed over Genk '68 kunnen schrijven. William C. Klann, jarenlang een van de beste medewerkers van Henry Ford, verklaarde : "We haalden eruit wat we konden. Natuurlijk. We joegen hen op in die jaren ... Ford was in dit opzicht een van de ergste fabrieken." A. Nevins en F.E. Hill schrijven : "De geest in de fabrieken was nal92O niet meer stimulerend, maar onderdrukkend". Ford heeft dus zijn "welvarende burgers" niet kunnen afhouden van wat hij "anarchisme" noemde ! Dit "anarchisme" bestond konkreet uit rechtvaardige stakingen tegen onmenselijke arbeidsvoorwaarden, tegen afdankingen. Belangrijk is echter de manier waarop de Ford Motor Compa-ny op deze stakingen reageerde. Evenals nu in Genk trachtte men de staking te breken. Alleen waren de middelen toen iets minder 'gecultiveerd'. Een belangrijk voorbeeld is zeker de dag die bekend staat als de dag van de 'Ford massacre' (7 maart 1932). Enkele dagen voordien had Ford 85.000 arbeiders afgedankt. Deze werklozen begaven zich naar de Ford-fabriek van Dearborn, met de bedoeling aan Ford een petitie af te geven. In deze petitie stelden de werklozen maatregelen voor om een aantal arbeiders toch aan het werk te zetten. De politie wachtte de werklozen op. Dit op een afstand van de fabriekspoorten. In de achterste gelederen van de werklozen werd nogal gedrumd. Gevolg : het politiekordon begaf. Een leider van de stoet, een zekere Goetz, sprong onmiddellijk op een nabije vrachtwagen en riep : "Wij willen geen geweld. Een afvaardiging zal onze wensen overhandigen. Geen herrie. Niet vechten en in de rang blijven." Een reporter van de burgerlijke 'New York Times', beschreef wat volgde :"Toen kwamen de kogels ... James Ashford, een jonge neger, viel ten gronde met een kogel in het been. V66r hem viel Joe York. Sommigen liepen over en weer, bloedend uit wonden in de borst en in de schouders; anderen kronkelden zich op de grond of staarden naar hun verbrijzelde benen. De werklozen deinsden achteruit; meer winst kunnen maken. Het is dus duidelijk dat niet in de eerste plaats aan de mens werd gedacht. Wel dacht men in de eerste plaats aan verder winst maken.Om deze economische redenen lanceerde Henry Ford in 1908 het overberoemde model T onder de leuze 'Ieder gezin zijn wagen'. Door de reklame (o.m. autokoersen) werden de mensen zó gericht dat ze deze wagen wilden en zelfs dienden te kopen. Door allerlei manipulaties werden zij zó afgericht dat ze dachten deze wagen nodig te hebben. Model T werd langzamerhand door bredere lagen der bevolking als onmisbaar ervaren. Ook is het belangrijk dat de reklame de industrie in deze 'behoeftenschepping' vooraf is. Men mag het immers niet tot een fatale krisis laten komen. De krisis was enkele jaren tevoren voorzien door Ford en werd voorbereid door onbestaande behoeften te scheppen. Deze manipulatietechnieken heeft men nu, zestig jaar later, op een nog veel geraffineerder wijze uitgebouwd. Dit model kende onmiddellijk een groot succes : het distributienet diende aangepast; het bedrijf nam een enorme uitbreiding. Tevens maakte Ford het bedrijf, de fabrikatie van auto's; sneller en efficiënter door 't ontwerpen van de lopende band. Het is duidelijk dat de lopende band enkel voordelig is voor het bedrijf zelf, voor de winst. De arbeiders immers vragen niet naar een monotoon, afstompend, urenlang machinewerk dat aan een immens tempo moet uitgevoerd worden. Terwijl de auto's in Europa rond de jaren 1920 nog op dezelfde manier als vroeger werden ineengezet kwamen er in die tijd jaarlijks meer dan 2 miljoen auto's van Fords transportbanden. Intussen had Ford Motor Company van zijn eigen arbeiders goede klanten gemaakt. Op 6 januari 1914 verdubbelde de Ford Motor Company met één slag de lonen van zijn arbeiders. Deze loonsverdubbeling stelde de arbeiders in staat een auto te kopen (een behoefte die geschapen was via de reklame); wii legden hierboven uit hoe het Ford-bedrijf hierdoor zijn marktproblemen kon oplossen. Daarenboven had deze loonsverhoging nog een ander voordeel dat door Henry Ford meesterlijk weergegeven werd in zijn volgende uitspraak : "Vijf dollar per dag maakt van slecht betaalde arbeiders welvarende burgers. Welvarende burgers worden nooit anarchisten !". De bedoeling van de Ford Motor Company was duidelijk : een hoog loon zou de arbeiders kalm houden, zou hen ervan afschrikken te staken, zou Ford toelaten de produktie stelselmatig op te drijven en meer winst te maken. Om samen te vatten : Ford Motor Company zou door een hoog loon, zo dacht men toch, zijn zin kunnen doen daar de arbeiders niet zouden protesteren. Het blijkt dus dat deze loonsverdubbeling binnen de perken blijft die door het kapitaal gesteld worden. Want Indien men hoger loon uitbetaalt (dit is een nadeel voor het kapitaal) dan kan men de produktie opdrijven, kan men de snelheid van de lopende band verhogen (een voordeel). Als het voordeel opweegt tegen het nadeel zal men graag loonsverhoging doorvoeren : maar toen kreeg hun ongehoorde moed opnieuw de bovenhand. Zij raapten hun gewonden op -er waren er ongeveer zestig- deze mannen en vrouwen werden vroeger nooit beschoten of gewond. Maar zij sloegen niet in paniek. Het bloed stroomde over de weg. Een machinegeweer spoot dood en vernieling uit de fabriekspoort. Er vielen nog meer arbeiders. Zij staarden naar de hemel en vielen ten gronde met de lege, weerloze handen op hun maag of borst geklemd, Er vielen nog drie doden ... Drieëndertig anderen werden nog ernstig gewond." Dit was de zgn. 'Ford massacre'. De kogels die afgevuurd werden waren niet afkomstig van de politie maar wel kwamen ze uit mitrailleuzen en geweren die opgesteld stonden in de fabriek en die bediend werden door een bende beroepsgangsters. Niettegenstaande deze rechtvaardige arbeidersstrijden breidde de Ford Motor Company zich verder uit : de winst steeg gestadig; nieuwe produktie-eenheden werden opgericht. De verkoop van het model T was enorm : tussen 1907 en 1927 werden meer dan 15 miljoen wagens van dit model verkocht. Het verouderd T-model kon echter op het einde jïer twintiger jaren niet langer meer konkurreren tegen de meer gestileerde wagens van de concurrenten. De reklame van de andere autobedrijven lad immers de behoefte voor meer gestileerde wagens geschapen. ?ord Motor Company begon terrein te verliezen. Om deze achteruitgang op te vangen besloot men de Ford-iabrieken gedurende zes maanden te sluiten (1927). Eens te meer eerden de arbeiders het slachtoffer van een strijd tussen kleine >elangengroepen. Intussen reorganizeerde de maatschappij zich en stelde zich in op de produktie van het nieuwe model A. Model A werd een succes : gedurende de fabrikatieperiode .van 1927-1931) werden meer dan 4,5 miljoen wagens van dit model 'erkocht. In de jaren '30 en tijdens de tweede wereldoorlog vestig-e de organizatie haar macht via gummiknuppel, spionnen en verklik-ers. Een waar schrikbewind heerste over de Ford-bedrijven. Vak-ondsleiders werden door omgekochte gangsters doodgeschoten. DE WERELDOORLOG - Inhoud Toen Edsel Ford in 1943 stierf, stelde de oorlogsmarine van de Verenigde Staten zijn zoon Henry Ford II vrij van dienstom bedrij fspolitieke redenen. De regering hoopte dat Henry Ford een einde zou kunnen maken aan de chaos in de leiding en dat deze zich volop zou koncentreren op het vervaardigen van oorlogsmateriaal. Gezien de geweldige behoefte aan oorlogsmateriaal (er was dus winst te maken) schakelde Ford II zijn bedrijf volledig over op de oorlogsindustrie.In een tijdsspanne van minder dan drie jaar werden niet minder dan 8.685 viermotorige B24 'Liberator' bommenwerpers vervaardigd, 57.000 vliegtuigmotoren en meer dan 250.000 jeeps, tanks en ander oorlogsmateriaal. Andermaal komt hier de tegenstelling gemeenschap- beperkte belangengroepen tot uiting. Fabriekseigenaars werden rijk op kosten van de gemeenschap. De staat immers kocht wapens bij de kapitalisten die er dikke winst op maakten. Tevens legde de industrie van de Verenigde Staten hier de basis voor haar imperialisme. Terwijl de Europese bedrijven elkaar aan het vernietigen waren, konden de Amerikaanse bedrijven zich rustig rijk maken op kosten van de gemeenschap. Dit zou later deze Amerikaanse bedrijven toelaten in Europa en elders enorme investeringen te doen en deze landen ekonomisch, politiek en militair aan hun heerschappij te onderwerpen. En wij maar dankbaar zijn dat onze vrienden Amerikanen zich al deze 'opofferingen' getroost hebben om ons van de Duitsers te bevrijden. - InhoudDit buitenlands expansie-programma nam reeds zeer vroeg een aanvang. Amper éé n jaar na de oprichting van het bedrijf werd de Ford Motor Company of Canada opgericht.Geleidelijk aan werden overal Ford fabrieken opgericht buiten de Verenigde Staten. Aanvankelijk had men vooral belangstelling voor landen als Zuid-Amerika, Engeland en de landen van de Commonwealth. In West-Europa werden ook belangrijke investeringen gedaan, meer bepaald te Antwerpen (1922), in Frankrijk, in Duitsland te Berlijn en later te Keulen (1930). Zoals we zoeven duidelijk maakten bood de 2e wereldoorlog aan de Amerikaanse bedrijven, en dus ook Ford Motor Company, Bij deze konstatatie, nl. dat de Amerikaanse bedrijven steeds leer en meer uitbreiden in het buitenland, en vooral in West-Europa roor wat de meer ontwikkelde industrie betreft, dienen we echter ;nkele bedenkingen te maken : Waarom breiden bedrijven uit in het luitenland ? Waarom is er juist een invasie van Amerikaanse be-[rijven ? Welke gevolgen heeft dit voor de nationale industrie ? Jelke gevolgen heeft dit voor de arbeiders ? Onze huidige hoogontwikkelde industrie is een industrie lie op de wetenschap is gebazeerd. Zonder een sterke wetenschap->elijke ontwikkeling kan een industrie niet ontwikkelen, niet hogerop komen. Welnu het is een feit dat, over het algemeen, de Amerikaanse bedrijven technisch veel sterker ontwikkeld zijn dan Ie Europese, en zeker dan de Belgische. Deze technische superioriteit brengt de Amerikaanse bedrijven natuurlijk in een gunstige conkurrentie-positie ten opzichte van de Europese. Deze konkurren-tie wordt voor de Europese bedrijven nog moeilijker doordat de Amerikaanse bedrijven soms afmetingen hebben die vele keren deze /an de konkurrerende Europese omvat. Daarenboven investeren de Europese staten zeer weinig in wetenschappelijk onderzoek : in de Verenigde Staten 56 % van de industriële research; in de EEG 14,5 %; in België 4 %. Daarbij komt nog dat, en dit geldt voor België zeker in zeer grote mate, dat een groot deel van de ekonomische struktuur verouderd is. Een groot deel van het kapitaal steekt nog in traditionele nijverheden zonder enige toekomst. Omdat vele grote banken nog aanzienlijke belangen hebben in deze industriën zijn zij zomaar niet bereid al hun geïnvesteerde kapitalen uit deze industrietakken weg te trekken. Deze kapitaal-inertie heeft als gevolg dat men niet investeert in de industrietakken met toekomst zoals elektroni-ka, elektrotechniek en machinebouw. Doordat deze verouderde industrietakken nu te kampen krijgen met konkurrentie uit de Derde Wereld, moeten jaarlijks mijnen, textielbedrijven e.d. sluiten. Dit heeft als gevolg dat er een arbeidsreserve ontstaat. Daar de Amerikaanse bedrijven op het thuisfront enorm hoge lonen moeten uitbetalen, zoeken zij naar gebieden met een arbeidersoverschot. Vanuit hun machtspositie kunnen deze Amerikaanse bedrijven gemakkelijk het dilemma tussen lage lonen of helemaal geen werk stellen. Daarenboven zijn er in Europa nog encrme afzetmogelijkheden. Waar de bevolking van de Verenigde Staten en de EEG ongeveer gelijk zijn (nl. 192 t.o.v. 179 miljoen), bemerken we dat de levensstandaard van de Europeanen veel lager is dan die van de Amerikanen. Bij al deze voordelen komt komt nog dat de Amerikaanse bedrijfsleiders dikwijls superieure methodes van bedrijfsvoering toepassen. Ook in de toepassing van de automatizering hebben de Amerikaanse bedrijven dikwijls een grote voorsprong op de Europese. Al deze zaken, nl. - de superieure technologische ontwikkeling; in de Verenigde Staten zelf. Dat dit met de werkelijkheid overeenstemt bewijzen de feiten : gemiddeld behalen de Amerikaanse ondernemingen in Europa 12 % winst, daar waar dit aan het thuisfront slechts 9 % bedraagt. Er is echter nog meer : dank zij de superieure technologische ontwikkeling van de Amerikaanse bedrijven, zijn zij het vooral die investeren in de sektoren met toekomst. Industriesektoren zoals machinebouw, elektrotechniek, optische instrumenten, chemie, elektronika, metaalindustrie, kantoormachines, computerindustrie... Daar in deze sektoren dikwijls de Amerikaanse bezittingen in Europa meer bedragen dan de Europese, betekent dit dat onze industrie steeds meer en meer afhankelijk wordt van Amerika. Men spreekt van 'kolonizatie', van de 'Amerikaanse uitdaging' , van 'economisch imperialisme' enz. Tegenover deze Amerikaanse reuzen wil men Europese reuzen zetten. Men wil dat de Europese bedrijven samensluiten om een einde te maken aan de 'Amerikaanse uitdaging' . De Europese bedrijven zouden moeten samensmelten, daardoor hun kapitaal, concurrentievermogen, research-vermogen en investeringsvermogen vergroten. In de praktijk horen we dag aan dag van overeenkomsten tussen grote Europese bedrijven. Voor de autoindustrie : Renault met Peugeot; Fiat en Citroen. Deze voorgestelde oplossing, d.i. 'Europa één' brengt echter niet de minste verbetering voor de meerderheid van het volk, de arbeiders. Zij immers zullen van deze samensmelting enkel nadelen ondervinden. Men zal rationalizeren : werkloosheid. Men zal de band rapper doen draaien. Voor een arbeider, een bediende blijft het hetzelfde. Of een fabriek nu Amerikaans of Europees of Belgisch is : ze werken op dezelfde manier. Voor de arbeidsomstandigheden, voor de ekonomische minderwaardigheid van de arbeider, voor de sociale minderwaardigheid brengt deze 'Europa één'-beweging niet de minste oplossing. De afhankelijkheidspositie, de ondergeschiktheid van de arbeider blijft bestaan. Toch moeten wij ons dubbel verzetten tegen deze Amerikaanse uitdaging; immers : 1. De aktieve wetenschapsbeoefening blijft in de VS. Men voert enkel patenten in. Daardoor neemt onze afhankelijkheid van de VS hoe langer hoe meer toe.- Het weinige dat we nog aan wetenschappelijk potentieel bezitten, wordt opgekocht door de VS. Ons rest dus helemaal niets. - Een Amerikaanse firma werkt met ónze mensen, ónze technici, óns geld (zie verder : staatsinvesteringen voor Ford Genk). De winsten echter komen in VS-handen terecht die dit geld eender waar ter wereld kunnen investeren. - Grijpt in de VS een recessie plaats, dan zal men deze op onze mensen afwentelen. Immers, wanneer produktie en werkgelegenheid op het spel staan zullen de Amerikanen er de voorkeur aan geven de Amerikaanse produktie en tewerkstelling te handhaven. Wij worden dus het slachtoffer van een recessie. Wij krijgen de sociale ellende te verduren. - De VS hebben onze ekonomische toekomst in handen. Dit betekent dat wij op ekonomisch, politiek en militair vlak volledig in de macht van de VS komen te liggen. Militair : er worden kernwapens in België opgeslagen waarover alleen de VS zeggenschap hebben; in geval van binnenlandse omwentelingen mag het Amerikaanse leger ingrijpen, politiek : onze ministers worden de slaafse, kruiperige marionetten van de Amerikaanse belangen. Ekonomisch : Claeys dient een bestelling van pikdorsers, ter waarde van 1 miljard, uit Cuba te weigeren. De VS verbieden immers elke levering aan Cuba.
2. VESTIGING TE GENK - Inhoud - InhoudHet feit dat Ford-Keulen haar saturatiepunt bereikt had zette de Ford Motor Company, meer bepaald Ford-Keulen, ertoe aan een nieuw produktiebedrijf te stichten. Nu was het zo dat in Keulen zelf de uitbreidingsmogelijkheden onbestaande waren. Verder was het een feit dat indien Ford-Keulen een nieuw bedrijf vestigde dit, om een optimale winstmaksimering te bereiken, het best buiten Duitsland gelegen zou zijn. Dit omwille van de arbeidersmarktsituatie in Duitsland (Weinig werklozen - hoge lonen) . De uiteindelijke keuze van Ford-Keulen viel op Genk. Als we even de geografische situatie van Genk, het overschot aan arbeidskrachten, de verdwijning van de steenkoolnijverheid, de lonen en werkuren in Limburg beschouwen, dan zien we vlug dat de vestiging van het nieuwe bedrijf in Limburg allerlei voordelen bood voor de Ford-directie. - InhoudBelgië is gelegen in het centrum van de Europese industriële driehoek d.i. de driehoek Rhur - Calais en Parijs - Lorrai-nen. Deze driehoek bevat ongeveer 90 % van de zware industrie van het Europese Kontinent. Verder is België dicht gelegen bij de Noordzee. De Noordzee waarop het belangrijkste kommercieel zeetransport van de wereld plaatsgrijpt. Antwerpen speelt een zeer belangrijke rol in dit zeetransport en Genk is verbonden met Antwerpen via het Albertkanaal. Het bedrijf Ford-Genk is zelf juist naast het Albertkanaal gevestigd. De aanvoer van goederen kan dus langs water geschieden. Ook is het Albertkanaal zeer belangrijk om industriewater te verkrijgen. Dit is echter nog niet alles. Ford-Genk is op amper 8 km van de autostrade Antwerpen-Keulen gelegen. Als men er dan rekening mee houdt dat Ford-Genk zeer veel goederentransport én met Ford-Keulen én met Ford-Antwerpen verricht, dan begrijpt U onmiddellijk de voordelen van een bedrijfsvestiging te Genk. Verder is Genk zeer dicht gelegen bij Brussel. Brussel dat steeds meer en meer het belangrijkste administratief centrum van de EEG wordt. - Inhoud1. In Limburg was er een enorm overschot aan arbeidskrachten - InhoudFord zou dus zonder moeite arbeidskrachten kunnen aanwerven. Dit groot overschot aan arbeidskrachten is typisch voor Limburg. De werkloosheidscijfers in Limburg lagen hoger dan in eender welke andere provincie. Daarbij kwam dan nog dat de enige nijverheid die in Limburg gevestigd was, de koolmijnen, met moeilijkheden te kampen had. Moeilijkheden die veroorzaakt werden door de invoer van Amerikaanse kolen. Dit had als gevolg dat ook uit deze sektor arbeiders vrij kwamen. Op enkele jaren tijd daalde het aantal mijnwerkers in Limburg duizelingwekkend : in 1956 werkten nog 49.500 arbeiders in de mijnen; zes jaar later, in 1963 was dit cijfer geslonken tot 33.500. Daarenboven ligt het aantal pendelarbeiders in Limburg zeer hoog : in 1962 waren er 23.000 pendelaars. Ook ligt het geboortecijfer in Limburg zeer hoog. Dit heeft als gevolg dat er jaarlijks ongeveer 3000 nieuwe arbeiders-plaatsen zouden moeten bijkomen. Het is dus duidelijk dat Ford een goede zaak deed op gebied van arbeidersrekrutering. Immers, Ford zou arbeiders kunnen aanwerven én uit de bijkomende jonge arbeidskrachten, én uit de pendelarbeiders die liever 'aan huis' zouden werken, én uit de vrijkomende mijnwerkers, én uit de werklozenrij. Uit deze massa voorradige arbeidskrachten zou Ford de beste elementen, dit zijn die mensen die het best bandwerk aankunnen, kunnen kiezen en de andere afdanken. De mogelijkheid voor een hoge produktie, dus een maksimum aan winst, was aanwezig. Dat dit de bedoeling was van Ford wordt duidelijk door de feiten : in een tijdsspanne van vijf jaar werden 9.000 arbeiders afgedankt. Men neemt dus enkel de beste elementen, de beste werkers, op als vaste arbeidskracht. Zo werken er van de 500 aangeworven mijnwerkers uit Zwartberg nu nog 200 in Ford, Dit is dan wat men noemt 'rekonversie' ! Ford is dus geenszins naar Limburg gekomen uit louter humanitaire overwegingen, uit drang de Limburgers werk te verlenen. Wel is Ford naar Limburg gekomen om geld te verdienen, om maximale winsten te maken. 2. Dit overschot aan arbeiders ging voor Limburg nog gepaard met een ander belangrijk aspekt nl. de jonge leeftijd van de Limbur-se arbeiders. In de streek van Genk is _+ 50 % van de bevolking jonger dan 25 jaar; anderzijds ligt het Limburgse geboortecijfer hoog, wat de veroudering van de bevolking afremt.Nu is het zo dat jonge arbeiders dikwijls veel beter, veel sneller kunnen werken dan oudere arbeiders. Dit zou dus in de kaart van de Ford Motor Company spelen. Dat dit werkelijkheid is geworden bewijst de gemiddelde leeftijd van de Ford-arbeiders te Genk : in 1965 was dit 27 jaar 8 maanden.Jonge arbeiders hebben daarenboven nog weinig ervaring van strijd tegen hun patroons. 3. Dit gebrek aan ervaring in de sociale strijd, is niet alleen typisch voor de jonge arbeiders, maar blijkt zelfs kenmerkend voor de ganse Limburgse bevolking. Dit is zo omdat Limburg tot nu toe geen of weinig industrie had. De enige noemenswaardige Industriesektor is de kolensektor. In deze sektor werd wél arbei-dersaktie gevoerd; in Ford Genk worden echter weinig mijnwerkers tewerk gesteld. Nu nog spreekt men van de 'brave' Limburgers die altijd tevreden zijn. De kans op konflikten was dus tamelijk klein indien de Ford-direktie een beetje zou opletten. Doch daar voelde Ford niet veel voor. Om zeker te zijn werd er een kontrakt van 5 jaar met de vakbonden gemaakt; een kontrakt dat de sociale vrede zou waarborgen. - InhoudEen andere belangrijke faktor die Ford naar Limburg deed uitzien waren de lage lonen. Officieel was het gemiddeld brutoloon in 1963 41,43 F per uur. Daardoor kwam Limburg op de tweede plaats in de ranglijst van de provincies, na de provincie Luik. Het rijksgemid-delde bedroeg toen 37,82 F per uur. Deze cijfers mogen ons echter niet misleiden. Het gemiddeld loonpeil van de Limburgse arbeider ligt zo hoog dank zij de hoge salarissen die in de mijn worden uitgekeerd. Als we weten dat in 1966 ongeveer 37 % van de totale mannelijke werkgelegenheid in Limburg zich in de mijnen situeerde, dan is het duidelijk welke grote invloed de hoge lonen aldaar hebben op het gemiddeld loonpeil. Immers rekent men de salarissen die in de mijnen uitgekeerd worden niet mee bij het berekenen van het gemiddeld brutoloon dan bemerken we dat Limburg ineens van de tweede naar de voorlaatste plaats zakt. Daar de Ford-onderhandelaars nu als vergelijkingsbasis de lonen in de Limburgse metaalsektor namen en niet deze van alle Limburgse bedrijven (dus met de mijnen) of van de nationale metaalsektor, zouden de lonen in Ford-Genk laag komen te liggen. Konkreet betekende dit dat er te Genk, in 1963, 12 F per uur minder betaald werd dan in Ford-Antwerpen. In 1968 zou dit verschil gestegen zijn tot 19,85 F per uur. Ook de werkuren telden mee : in Antwerpen en Duitsland werkte men 40 uren per week; in Limburg daarentegen 45 uren ! Nadat Ford al deze "natuurlijke voordelen" had overwogen, waren ze nog niet tevreden. Ford liet het voorkomen en beweerde zelfs dat deze geografische voordelen, deze voordelen van de Limburgse arbeidersmarkt en de loonvoordelen niet bestonden en zeker niet voldoende waren. Op deze manier kon Ford nog meer voordelen afdwingen. Immers zij stelden de staat, de gemeente, de provincie en de vakbonden voor de keuze : akkoorden afsluiten of geen vestiging te Genk. Ford voerde een politiek alsof de Limburgse gemeenschap tevreden moest zijn dat zij zich daar kwamen vestigen. Daarvoor moest de gemeenschap bijdragen in de vestigingskosten; Ford echter dacht er niet aan de winst over de gemeenschap te verdelen, deze zouden ze wel voor zichzelf houden. De Ford-direktie beweerde een vestiging te Genk te overwegen. De definitieve beslissing zou echter afhankelijk zijn van een reeks akkoorden die dienden afgesloten. Hiermee werden de akkoorden met de staat, de provincie en de gemeente bedoeld om bepaalde financiële voordelen af te dwingen. Ook een akkoord met de vakbonden leek Ford onontbeerlijk; een akkoord dat de sociale vrede voor 5 jaar moest verzekeren. A. Overeenkomsten met nationale, provinciale en gewestelijke instanties - InhoudVerschillende overheden deden reusachtige investeringen die Ford ten goede kwamen : - Ford kocht 178 ha grond te Genk en kreeg daarenboven een optie op nog 113 ha; dit voor de duur van 10 jaar. We bemerken dus dat Ford zinnens was zich uit te breiden, daar ze 113 ha in optie namen, en dit op lange termijn. Wat de 178 ha aangekochte grond betreft : 145 ha was afkomstig van de staat die deze gronden reeds bezat. De waarde van deze gronden, toen een soort moerassen, werd zeer voordelig geschat nl. iets meer dan 5 F de m2. Ford kocht deze grond dus letterlijk voor "een appel en een ei". De overige 33 ha kocht Ford van de gemeente voor 60 % van de prijs. - deze industriegronden (cfr. hierboven) dienden industrie-klaar gemaakt. Hiervoor betaalde de gemeenschap 11,5 miljoen F. Na de verkoop voor ''een appel en een ei" mocht de gemeenschap de gronden dus nog industrieklaar maken ook; - er werd ongeveer 70 miljoen F geïnvesteerd voor de verbreding en de
rechttrekking van Rijksweg nr 48; Naast al deze overheidsinvesteringen die meer dan 176 miljoen F bedroegen, deed de staat nog andere tegemoetkomingen. Zo ontving Ford vrijstelling van volgende belastingen : - 5 jaar vrijstelling van belasting op het personeel. Konkreet betekent
dat per jaar een geschenk van de gemeente van _+ 6 miljoen en een geschenk
van +_ 1 miljoen vanwege de provincie; Verder deed Ford-Genk meerdere aanvragen van tussenkomst bij de opleiding van het personeel aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening. Een eerste tussenkomst bedroeg 'grosso modo' 35 miljoen F. De Nationale Maatschappij voor Krediet aan de Nijverheid verleende een krediet van een paar miljarden franken. Niet Ford, maar de staat, betaalt de interesten : voor de eerste schijf betekent dit reeds 50 miljoen F per jaar. In het totaal werden er voor ongeveer 10 miljard F tegemoetkomingen gedaan aan Ford-Genk onder vorm van infrastruktuur, vrijstelling van belasting, kredieten ... Ook de arbeiders deden toegevingen : deze werden opgenomen in het akkoord met de vakbonden. Uit deze tegemoetkomingen van de gemeenschap (gemeente-pro-vincie-staat-arbeiders)t.o.v. Ford kunnen we slechts één konklusie trekken nl. dat in ons sisteem de gemeenschap offers mag brengen voor de privaat-toeëigening van de winst ! Anders uitgedrukt : de produktie geschiedt gemeenschappelijk, de toeëigening privé. Deze tegenstelling is typisch en inherent aan het kapitalisme. Het is het hoofdkenmerk van onze huidige Westerse maatschappij . Deze tegenstelling is ontstaan in de beginfaze van het kapitalisme : toen werd de produktie gemeenschappelijk; de toeëigening bleef echter privaat. Het is een tegenstelling die niet door ons sisteem kan worden opgelost : heft men de tegenstelling op dan zijn we niet langer in een kapitalistische maatschappij. Het is dus een tegenstelling die inherent verbonden is aan het kapitalisme. Deze tegenstelling, deze hoofdkontradiktie kan ook anders worden uitgedrukt : - de arbeiders, middengroepen, intellektuelen hebben als behoefte :
produkten om het leven te verbeteren. De produkten zijn belangrijkst en
dit omdat het leven centraal staat. Ford-Keulen stelde de vestiging te Genk ook afhankelijk van een akkoord met de vakbonden. Op 12.4.1962 werd dit akkoord afgesloten. We nemen enkele belangrijke passages over uit dit ak- "Artikel 1 - DOEL "Deze overeenkomst wordt afgesloten teneinde bij te dragen tot "het uitbouwen en het op gang brengen in de meest optimale voorwaar-"den van een ontworpen nieuwe onderneming van Ford te Genk, Provin-"cie Limburg. "Artikel 2 - DUUR "De overeenkomst wordt van kracht op de dag van de ondertekening "ervan en loopt ten einde 5 jaar na de aanvang van de produktie. "De aanvangsdatum van de produktie zal door Ford aan de vakbonden "per aangetekend schrijven medegedeeld worden. Artikel 3 - TOEPASSINGSMODALITEITEN Hier worden de lonen bepaald per loongroep en uitgelegd wat zo'n loongroep omvat. Loonswijzigingen enkel op nationaal vlak worden aanvaard ... Artikel 4 - BEMIDDELING De gouverneur van de provincie Limburg zal optreden als bemiddelaar. "Artikel 5 - TOEPASSINGSGEBIED "Deze overeenkomst is van toepassing op alle fabrieken of installaties eigendom van of in bedrijf genomen door Ford in Genk of "de omgeving van Genk, provincie Limburg. Voor een nadere bespreking van dit akkoord, de gevolgen ervan, de betekenis voor de arbeiders, de betekenis voor de kapitalisten ... zie men verder in deze brosjure : 'Over de rol van d de vakbonden'. 3. DE ORGANISATIE VAN DE MODERNE FORD-FABRIEK TE GENK - Inhoud " Hoe minder de arbeiders er van weten, hoe minder ze er tegen kunnen protesteren."Om de werking en de betekenis van Ford-Genk goed te kunnei situeren, moet men eerst weten dat het een onderdeel is van een wereldmaatschappij. Voor een dergelijke maatschappij bestaan er een aantal wetten : de prijzen staan op een bepaald peil, waarboven, of waaronder men minder verdient; de kosten moeten voortdurend gedrukt worden. Als de prijs konstant is, en de kosten dalen, boekt men grotere winst. Degene die zijn kosten het meest doet dalen, krijgt de grootste winst. Daarmee kan hij beter en uitgebreider wetenschappelijk onderzoek verrichten, wat de basis is van een wereldmaatschappij; daarmee kan hij de beste wetenschappers en technici uit andere bedrijven aantrekken; daarmee kan hij aan zijn klanten de beste service, de hoogste luxe, de beste betalingsvoorwaarden geven: daarmee kan hij de grootste reklame maken. In Ford-Genk, dat nu precies zo'n onderdeel van de gehele Ford-maatschappij is, staat één zaak centraal : de kosten doen dalen. Het is een "Cost-center" (letterlijk : een kosten-centrum, t.o.v. een "prof itcenter") , wat ook betekent dat men in Genk nooit te weten komt welke de reële winst is die uit de geproduceerde wagens gehaald wordt. Het is niet steeds gemakkelijk om de organizatie en de spanningen in een fabriek te begrijpen. Dit is beslist het geval met het Fordsysteem. Bovenstaande uitspraak uit de mond van een general-forman (dit is de eerste baas boven de ploegbaas) is echter één van de sleutels om dit sisteem te verstaan vanuit het standpunt van de arbeiders en de bedienden. We zullen vooreerst een analyze maken van de normen en de methodes in deze organizatie. We zullen dan zien hoe het leven en het gedrag van de arbeider en de bediende grotendeels bepaald wordt door zijn totale afhankelijkheid, door de onmogelijkheid tot inzicht in de globale struktuur waarbinnen hij werkt, als gevolg van een totaal gebrek aan informatie. Andere sleutels voor dit Fordsysteem zullen blijken te zijn : stijgende produktie, dalende kosten, efficiëntie, ritme en een zo kort mogelijke tijd om een beweging uit te voeren. Het zijn deze sleutels die het beleid en het klimaat in de onderneming bepalen, die er toe bijdragen dat Ford-Genk de grootste winst van de Europese Ford-fa-brieken oplevert en het "gouden ei van Limburg" wordt genoemd. I. WELKE ORGANIZATIE ADVISEERT DE FABRIEKSDIREKTIE ? - InhoudA. De Centrale Staven Het woordje direktie duidt onmiddellijk aan dat het om dirigeren, dit is beslissen, koördineren, doen uitvoeren ... gaat. Al deze specifieke taken zijn onderverdeeld in een enorm netwerk van stafdiensten en centrale diensten. Dat deze hoogstaande organizatie een essentieel element is, om zo efficiënt mogelijk winst te maken hoeft niet meer gezegd. Beginnen we van bovenaf : per produktieeenheid heb je de algemene direkteur. Naar boven toe rapporteert deze aan een 'uitvoerende groep', die rechtstreeks onder de voorzitter van de Ford-maatschappij, nl. Henry Ford II, staat. Deze algemene direkteur is dan verantwoordelijk voor de algemene leiding van de akti-viteiten van de eenheid, zoals plannen, organizeren, aanwerven, kontroleren der kosten, ontwerpen, en het renderendmmaken. De zetel van deze algemene direkteur ligt in Keulen. Genk is met Keulen verbonden door centrale staven. Zo heb je de personeelsdiensten, aankoop, transport en douane, de distributieafdeling. Deze centrale staven zijn uitgewerkt volgens de plaatselijke noden, en het aantal bedienden in dienst hangt af van de hoeveelheid werk. De mensen van de centrale staf komen echter helemaal niet in de fabriek. Zij centralizeren, verwerken en analyzeren de rapporten en de cijfers, die ze zowel van hogerhand als van de fabriek krijgen.Uit Keulen komt het produktieprogramma, gesteund op het marktondcrzoek en het verkoopsprogramma. Dit produktieprogramma bepaald dan ook de doeleinden van Ford-Genk. Er volgt nl. uit welk materiaal dat nodig is, hoeveel arbeiders er nodig zijn, hoe arbeiders en machines op de meest rationele manier kunnen opgesteld worden, welke kosten dit alles zal meebrengen, enz... Men zal dan ook nagaan of aan het produktieprogramma voldaan wordt, de kosten kontroleren, zorgen voor investeringen, voor de boekhouding. Elke staf werkt é n adviserend voor de topdirektie, én bevelend voor de afdelingen in het produktieproces. Beschouwen we meer bepaald de personeelsdienst. De direkteur van deze dienst is één van de mannen die beslist over de werkvoorwaarden en de lonen, steunend echter op de rapporten en de gegevens die hij van zijn staf ontvangt.1. Deze staf doet echter nog wat anders dan rapportjes maken. Zij zorgt bij voorbeeld ook voor de lonen en doet dit op de voor haar meest efficiënte manier nl. door overschrijving op de bankrekening (weliswaar verschillende bankrekeningen, maar geen overschrijving op de P.R., alhoewel veel arbeiders hierom hadden verzocht. Verspreid als ze wonen over verschillende dorpen rond Genk wonen zij immers veel dichter bij de postkantoren).Ook in Genk werden de arbeiders in een groot aantal loon-kategorieën ingedeeld, gaande van 42 F per uur tot 68 F per uur (nu +_ 5 F bij). Deze indeling steunt o.a. op de tijd, nodig om een bepaalde arbeider al of niet op te leiden, op de aard van het werk; toch wijst dit aantal (11) er op dat men de arbeider een beetje blind laat staren op het loonkategorietje boven het zijne. Dit is dan ook een van die handige middelen om het samenhorigheidsgevoel van de arbeiders te verminderen wat o.a. nuttig is bij stakingen bij voorbeeld. Een pikant verzuim van deze dienst is bij voorbeeld het feit dat indexaanpassingen aan vreemde arbeiders niet worden meegedeeld. Immers, zij verstaan dikwijls geen nederlands wat de kans verkleint dat hun vlaamse werkmakkers het hen komen vertellen. 2. Uiteraard zijn er toelatingsvoorwaarden. Je moet bij voorbeeld medisch geschikt zijn (hoe kan je het anders uithouden !). Je mag ook zeggen welk werk je wenst, maar je moet rekening houden met de noden van het fabriek. Men zal je dan ook ergens een bepaald werk tonen, je mag een praatje maken met de ploegbaas (mag die je niet, vinden ze wel een ander), en maandag mag je beginnen. Maandag : het werk dat men je toonde blijkt plots heel wat uitgebreider, en de ploegbaas niet meer tot praatjes bereid. Werken en plooien mag je ! Voor een manager gaat het natuurlijk welaanders : men leidt de geschikte persoon een paar maanden op voordat de plaats officieel vrijkomt; op het gepaste ogenblik adventeerd men drie-vier-maal, en uit de "selektie" van de kandidaten komt dan natuurlijk de vooraf uitgeteste man te voorschijn.3. Voor het afdanken bazeert men zich op een drietal middelen : rapportjes van de ploegbaas, rapportjes van de wachters en psychologische testjes. Voor het verwerken van de rapporten zorgt de komputer.Wat de wachters betreft : een honderdtal van deze mannen (zij hebben het statuut van bediende en men noemt ze 'Sicher-heitspolitzei') lopen de hele dag de fabriek rond alleen maar om te kijken of er nergens kwade wil in het spel is. Hun diensten worden b.v. erg gewaardeerd als een bepaalde arbeider op een te 'onbeschaafde' manier zijn ontevredenheid uit. Het afdanken is overigens geen probleem : de arbeiders werken in onmenselijke voorwaarden en toch snauwt men ze af. Wanneer daarop terecht reaktie komt noemt men dit wangedrag. Enige vorm van rechtspraak bestaat er niet : de werkrechtersraad spreekt zich alleen maar uit of de arbeider recht heeft op 14 dagen opzeg, maar nooit zal de patroon veroordeeld worden en de arbeider weer in dienst mogen treden. Tenslotte, om dergelijke procedures te vermijden, legt men sedert een achttal maanden een kaartensisteem aan : kontrole-kaarten waarop de deugdelijkheid, de prestatie, de toewijding van de arbeider, wordt genoteerd, in overleg met de ploegbaas. Deze kaart moet de arbeider dan ondertekenen. Hij kan weigeren, maar een adequate chantege (b.v. ontslag) zorgt ervoor dat dit niet dikwijls gebeurt. Als de arbeider dan ontslagen wordt, komen de kaarten boven als motivering ! 4. Een volgende taak van de personeelsdienst is : de personeelsopleiding. Bij de promotie van de arbeider tot ploegbaas komt zijn totale afhankelijkheid het meest tot uiting. Financieel betekent deze promotie heel wat voor de arbeider : van een maandloon van +_ 9.000 F stapt hij over naar 15.000 tot 20.000 F per maand. Hier zal dan ook in de voorwaarden waarin dit geschiedt het best tot uiting komen wat men de arbeider als onderdeeltje van de onderneming vraagt, en ook hoe de onderneming over hem denkt. Uit de planning van de fabriek blijkt dat een van de faktoren van een jonge onderneming om een konstant expansieritme te bereiken (binnen het kader van het vooropgestelde budget) juist de opleiding van nieuwe werkkrachten is. De opleiding tot ploegbaas duurt een paar maand en kost dus een en ander. Gedurende de opleiding is er dan ook voortdurende en strenge kontrole. Vooreerst moet men op de lijst der kandidaat-meester-gasten komen. Hiertoe wordt men gekozen en aangeduid door z'n chef's. Hier spelen faktoren van een 'dienstbewijzen', speculeren op sympathie, regelmaat en toewijding, een doorslaggevende rol. Eenmaal zover mag men dan op proef meestergast zijn, als hulp van een andere. Men onderzoekt dan de leiderskwaliteiten en de intelligentie. Deze proefperiode kan op elk ogenblik worden stopgezet. En er is geen speciale vergoeding. De benoeming tot dienstdoend meestergast na vier maand is gebazeerd op sprekende normen : zo bijvoorbeeld de houding t.o.v. de training : hoe beter je in het lijntje loopt hoe meer promotiekansen, want je bent volledig aan hun beslissingsmacht overgeleverd. Bij een eventueel vrijkomende plaats wordt men dan uiteindelijk benoemd waarbij gesteund wordt op examenuitslagen, en weer eens op de houding t.o.v. de training. Wat de opleiding van de arbeiders zelf betreft, heel dikwijls worden ze zonder enige opleiding aan het werk gezet. Zonder boe of ba plaatst men de arbeider aan de band, en deze moet dan maar een paar weken doorbijten (dit is zijn zenuwen en zichzelf afbotten). 5. Opvallend is ook dat in de medische en in de veiligheidsdiensten elk een vijftiental mensen werken, terwijl de financiële diensten 80 bedienden met manager incluis tewerk stellen. Voor de onderneming en haar centrale staven en stafdiensten zijn cijfers over kosten natuurlijk veel belangrijker dan de bekommernis om de arbeiders. Zo denken ook de dokters : zolang de arbeider zijn routinewerkje kan uitvoeren moet men hem maar 'oplappen'. Volgens de wet op de arbeidsgeneeskunde is het de taak van de ondernemingsdokter (door de direkteur aangeduid om de arbeiders te verzorgen) enkel medische hulp te verschaffen bij ongelukken; de eventuele werkonbekwaamheid wordt echter door de huisdokter vastgesteld. Bij Ford echter zorgt men er wel voor dat de dokter van de fabriek uiteindelijk beslist of de arbeider kan werken of niet.De sociale diensten stellen ook een twintigtal mensen tewerk. Welk werk ? Onder andere dat van het huisvestingsfonds : een fonds van de Ford-direktle dat instaat voor een beperkte lening zonder intrest opdat de arbeiders hun huisje zouden kunnen bouwen. Maar door de arbeider aan zijn huisje te laten denken en te helpen met een Ford-lening bindt men hem dubbel aan de fabriek : niet alleen door de jaarlijks af te betalen lening, maar ook doordat het huis op krediet een financiële verplichting oplegt die hij moet nakomen. Wat zijn welwillendheid t.o.v. de direktie wel beïnvloed, en hem bij een eventuele opstandigheid tegen het systeem doet denken dat hij voor zijn eigen huis toch iets moet over hebben. Sport- en andere klubs vormen een voortdurende uitnodiging voor recreatie, schrijft de public rejation dienst. Maar als je met de mensen van de sociale dienst praat, dan blijkt het toch ook niet veel verder te reiken dan een paar voetbalmatchen en veldlopen in te richten. Wellicht stelt u zich de vraag waarom we nu precies gepoogd hebben die personeelsdiensten te ontleden. Wel, schrijf naar de public relations van de Ford-Genk om dokumentatie; men zal je dan enorme hoeveelheden papier opsturen over de properheid van de fabriek, over de moderne gebouwen, over de nieuwste procédés, die ze toepassen. Als dat je interesseert weet je waar terecht. Maar wat de arbeiders moeten presteren, hoe ze werken om aan deze cijfers te komen, kunnen ook de stafmensen niet weten. Hun werk vereist te veel technische "kwaliteiten" zodat ze niet meer kunnen nagaan of hun onderneming nu wel een gemeenschap van mensen is die instaat voor het algemeen welzijn, zoals het hen in idealistische propaganda-brochures wordt voorgesteld. Hun enge specializatie belet hen de opstandigheid van de arbeider te begrijpen, de arbeider die niet tot een stukje machine wil verlaagd worden, belet hen ook het globale kontrolesysteem te begrijpen waar zij de schakels van zijn, belet hen te zien hoe de gefabriceerde produkten in de eerste plaats bepaald worden door wat de mensen verbruiken; zij zien niet hoe dit verbruik op wetenschappelijke manier wordt ontleedt om na te gaan welk soort wagen nu het meest succes zal hebben, het meest zal verkocht worden, waardoor er het meest wordt verdiend, hoe die nieuwe auto maar een klein beetje verschilt van die van vorig jaar, en dan als het meest begerenswaardig rijtuig wordt voorgesteld door de rekla-mebureaus. Psychologen en sociologen, geholpen door kunstenaars en litteratoren ontwerpen de reklame die de mensen met de hoogst mogelijke dwang tot nutteloos kopen brengt. Het geld moet immers rollen, maar liefst in een bepaalde richting. Dit noemt men dan de verovering van de markt. B. De Stafdiensten. Vooreerst moeten we even stilstaan bii Ford-Genk in zijn geheel. Er zijn twee fabrieken te Genk nl. de persafdeling assemblage-afdeling. In de persafdeling worden de platen geperst en de karosserie samengesteld. In de assemblage-afdeling geschiedt de volledige afwerking tot de auto. Om alle verwarring te vermijden, dient nog de onlangs opgerichte fabriek vermeld. In die fabriek zullen nl. alle wielen gemaakt worden die Ford in Europa gebruikt. Het is een praktisch volautomatische fabrlkage-installa-tie. Hiermede is er dan ook de beloofde uitbreiding en werkgelegenheid gekomen, want er zal toch zeker ... 200 man kunnen werken (er worden 15.000 wielen per dag gemaakt). Om die automatische fabrikagelijnen klaar te krijgen hebben ze 8 maand moeten zwoegen. Het voordeel is echter dat automatische machines niet gesindikeerd zijn en zeker niet strijdbaar. Elk van de twee eerstgenoemde fabrieken hebben een aantal stafdiensten. De bedienden die hierin werken staan in onmiddellijke verhouding tot het fabriek en verzamelen dan ook de gegevens ter plaatse met pen en papier. Deze worden samengebracht en dagelijks gaan er rapporten naar de centrale staven, vanwaar de nodige richtlijnen komen. Door deze kontrole zal de arbeider aan de band zijn afhankelijkheid konkreet ervaren. Immers, de mannen met de witte boord kijken naar hun werk, meten de tijd, schrijven allerlei op, zonder ook maar iets te verklaren, noch het wat, het hoe of het waarom. Het is echter interessant even bij de verscheidene taken van deze kontrole te blijven stilstaan. Meer bepaald dan de stafdienst fabrikage-techniek, die o.a. bepaald waar, hoe en wanneer een onderdeel moet worden ingebouwd, de tijd die nodig is om de verschillende operaties uit te voeren, de machines die nodig zijn. Belangrijk is hierin het werk met de kronometer. De ingenieurs leiden hieruit nl. de zogenaamde 'workstandards' af, dit is een bazistijd die de meest efficiënte uitvoering van een bepaalde handeling weerspiegelt en ook de kortste tijd die een gemiddelde arbeider er over doet. Welk is hun betekenis ? De verkoopprijs is gesteund op de prestaties van een efficiënt producent. De efficiënte producent kontroleert zijn fabrikatiekosten. Een deel hiervan, de arbeidsonkosten, worden gekontroleerd door de 'workstandards'. Vooraleer deze kosten kunnen gekontroleerd worden moeten standaarden betreffende prestatie bestaan. Deze standaarden hebben allerlei nuttige toepassingen. Door het vergelijken van deze bazistijd met het produktieprogramma bepaald men hoeveel wagens men kan produceren per werkperiode. Dit aantal wordt dan aan de ploegbaas overhandigd. Verder wordt het budget van de direkte arbeid opgemaakt aan de hand van die bazistijd en de financiële planning. Ook de dagelijkse rapporten over prestaties steunen erop. Wat minder opvalt is dat het eveneens een uitstekend middel betekent ter kontrole van de medewerking van de arbeider : het feit dat hij de handelingen volgens de workstandards verricht is een bewijs van zijn medewerking. C. Welk is de Hiërarchie ? Naast de stafdiensten bestaat uiteraard de produktieafde-ling nog. Beide hebben eenzelfde hiërarchische struktuur. Dit is een getrapte struktuur, gaande van manager, super-intendant, gene-ral-forman tot forman en arbeiders. De spil waar hun afdeling om draait is de manager. Meestal komt hij uit de hogere klassen, maar algemeen kan men zeggen dat hij niet veel met het kapitaalbezit van de onderneming te maken heeft. Hij leidt en organizeert zijn afdeling. Hij is dan ook verplicht door een interne noodzaak van het systeem de wetten van dat systeem in acht te nemen. De onderneming zelf legt dwangmatig haar wetten op. De vrije wil van de manager, zijn humanitaire of religieuze gevoelens doen niets ter zake. Hij moet met alle hem ten dienste staande middelen de kosten drukken. DIT IS DE enige wet, de rest is poëzie. Wanneer hij er niet in slaagt de kosten te drukken raakt zijn onderneming achterop : een zwakke onderneming brengt prestigeverlies mee van de manager. Prestige en promotie raar een grotere onderneming zijn de beloning VOOR GOED werk. Zoveel mogelijk wordt het hiërarchische verschil tussen manager, hogere kaders, lagere kaders, bedienden en werkers in stand gehouden. Zo zal bijvoorbeeld een general-for-man die een arbeider wat verkeerd ziet doen,niet de arbeider maar wel de forman uitkafferen. Hierdoor wordt zijn positie in de hiërarchie nl. verstevigd. Buiten de afhankelijkheid van het ene niveau t.o.v. het andere en de struktuur is een tweede kenmerk de drukking. Vanaf het laagste niveau in de organizatie, nl. dat'van de arbeiders, tot aan de top moet het ene niveau zich tot het onmiddellijk daaropvolgende richten : verantwoording afleggen, rapporten binnen-leveren, bevelen en richtlijnen ontvangen. Wee diegene die bijvoorbeeld in plaats van naar zijn ploegbaas te gaan zich richt tot zijn general-forman, (als hij daartoe dan de kans zou krijgen).. II. WELK IS DE PLAATS VAN DE ARBEIDER EN DE BEDIENDE IN DEZE ORGANISATIE ?Het ingewikkeld karakter van de hele Fordorganisatie, waarover de bedienden en de arbeiders zo weinig mogelijk zijn ingelicht, maakt een van de dwangmiddelen uit. Het brengt de arbeider in een volledige afhankelijkheidssituatie omdat hij niet mag noch kan weten hoe men over zijn leven beschikt. Deze afhankelijkheid is echter een betekenisvolle faktor, willen wij uit de arbeidsvoorwaarden, zoals arbeiders en bedienden die kon-kreet ervaren een en ander over het ondernemingsbeleid afleiden. Er zijn dertienhonderd bedienden; voor het merendeel radertjes in dit ingewikkeld systeem, dat zij zelf niet begrijpen, niet mogen begrijpen. Want in de afdelingen, waar de bedienden werken zorgt de baas er wel voor dat zij zelfs nog géén overzicht krijgen over hun eigen afdeling. Ieder krijgt een erg gespecialiseerd werkje dat zo beperkt is en zo afgestemd op routine dat zij nog enkel goed zijn voor dat werkje; zij verliezen hun redenen en hun macht om opslag te vragen en krijgen meestal ook géén kans meer om in een ander bedrijf te beginnen. Daarenboven gebruikt men het zwaard van de werkloosheid om te bekomen dat elk zijn werkje geheim houdt; alzo krijgt elke bediende dan zogezegd een positie van onvervangbaarheid, vermits zijn kollega's hierover niets vreten. Overigens een valse onvervangbaarheid want dat routinewerkje kan iedereen vlug beheersen. Een nog erger routinewerk is voor de arbeiders weggelegd. De meesten onder hen staan aan de band. De plaats waar zij moeten werken is afgebakend door gele lijnen, waartussen niet r^ag gesproken worden. Kamionchauffeurs, die onderdelen komen brengen mogen evenmin praten met de arbeiders, die lossen en laden. De uit te voeren handelingen zijn gekronometreerd en bestudeerd om op de meest rationele en de meest efficiënte wijze de produktie te kunnen opdrijven. Dat er een verband bestaat tussen het arbeidsritme en de 'work standards' moet wel niet meer gezegd worden. Nadat de handeling, zowel als het gereedschap volledig zijn bestudeerd zal men dan de ploegbaas nog verplichten zijn arbeiders die handelingen nog vlugger dan de basistijd van de 'work Standard' te laten uitvoeren. Die ploegbaas heeft overigens een sleutelpositie. Wij spraken reeds"over hun hoge lonen; bovendien worden zij geselekteerd uit de arbeiders, zodat hun loon in verhouding tot hun geschoold-heid zeer hoog is; zij weten dat zij elders heel wat minder zullen verdienen. Het is duidelijk dat dit hoge loon dan als motivering moet dienen voor hun aktiviteiten. Daarom ook zullen zij de arbeiders opjagen en aan een ritme doen werken dat de zenuwen totaal breekt en hen gek maakt. Gemiddeld komen er per uur 55 wagens. De band loopt uiteraard voortdurend verder, zodat er ongeveer één wagen per minuut doorkomt. Dit betekent bvb. dat de arbeider per minuut een deur van de karosserie moet nemen, die aan de 'wagen'__ bevestigen, een aantal vijzen moet vastdraaien enz... en dit negen uur per dag. Is het te verwonderen dat de verkoop van kalmerende middelen te Genk de laatste jaren enorm is toegenomen ? De ploegbaas zal de arbeiders nooit gelijk geven; hierdoor zou er immers een zekere verstandhouding tegen de direktie kunnen ontstaan en bovendien zou hij dan de arbeiders niet meer kunnen afsnauwen om hen tot dat onmenselijke ritme te kunnen opdrijven. Dan zou ook elke ontevredenheid vanwege de arbeiders niet meer op de ploegbaas worden afgereageerd, maar op de werkelijk strukturele oorzaken. Hoe in de opleiding tot ploegbaas de voorwaarde van volledige medewerking geëist wordt hebben wij hierboven reeds gezegd. Loonverschillen tussen de ploegbazen onderling brengen dan de nodige konkurrentiegeest om nog meer te produceren. Dit brengt bvb. met zich mee dat ook de ploegbaas hysterisch wordt van de wijze waarophhij de arbeiders moet opjagen, dat hij zelfs met een gebroken arm komt werken, dat hij elders aan 5000 F per maand minder gaat arbeiden. Vooral als jonge arbeiders aan de band beginnen komt het onmenselijke van het tempo aan het licht. Het is dikwijls zo dat een achttienjarige na lang werk zoeken in Genk aan de band mag beginnen. Na zich gedurende IA dagen met veel geween tot een stukje machine te hebben omgekneed verliest hij gewoon het bewustzijn bij zijn werk. Is het te verwonderen dat de arbeiders, die van hun werk naar huis komen soms achter hun stuur in slaap vallen en in ongevallen betrokken raken ? Vermits de band altijd voortgaat krijgt men niet de minste kans naar het toilet te gaan, tenzij een vervanger wordt gevonden (wat meer niet dan wel gebeurt). Men plaatst dan maar een potje bij de arbeider aan de band, zodat hij vlug ter plaatse zijn behoefte kan doen. De rendabiliteit van de fabriek konkretiseert zich in het stereotype, monotone en eenvoudige werk dat de arbeider moet verrichten. Dit brengt natuurlijk ook met zich mee dat zijn fysische toestand niet meer zoveel belang heeft. Men mag tot 38° koorts hebben toch moet men komen werken. Een bepaald soort arbeid zoals het loodgieten maakt de arbeider op een jaar blijvend ziek. Meestal wordt de arbeider wel verplaatst (bvb. inpakdienst) maar wanneer hij ook daar (aan kleiner loon nog wel) niet kan volgen, wordt hij gewoon afgedankt. Arbeiders, die aan de karrosseriepersen werken lopen nogal eens opengesneden teen, vinger of voet op (als hij al niet wordt afgerukt). Deze mensen worden dan wel verpleegd maar moeten meteen weer aan het werk (ondanks bvb. hun zopas dichtgenaaide vinger). Zij moeten dan met hun verbonden hand of voet de enorme hallen TE VOET doorkruisen om weer naar hun werk te sukkelen. Zelfs een gespalkte vinger of een absces is géén ekskuus voor ziektever lof. Elk protest wordt prompt beantwoord met de richtlijn 'je hebttoch die vinger of je tanden of je voet niet nodig om dat soort werk te doen". Natuurlijk zijn er wel voorzieningen voor veiligheid en organisatie. De arbeiders kunnen zich bvb. beschermen tegen de stalen platen met behulp van veiligheidshandschoenen en veiligheidsschoenen. Er worden echter veel te weinig handschoenen ter beschikking gesteld, schoenen moeten betaald worden. De overalls bvb. krijgt de arbeider, die in de verfdienst werkt, dagelijks nieuw; maar de arbeiders aan de band en elders (het merendeel) moeten die zelf aankopen. Sommige zondagen houden de Ford-fabrieken open-deurdag. Dit bezoek wordt echter zo gepland dat de bezoekers alleen maar dat te zien krijgen wat hen de lof doet zwaaien voor deze moderne propere fabriek. Tijd is geld en dus kostbaar. Daarom moet de arbeider het aanvangsuur op zijn kaart laten afdrukken op zijn werkplaats zelf en niet aan de ingang van de fabriek. Daarom is de schafttijd bij sommige arbeiders slechts 10 a 15 minuten (alhoewel het wettelijk een halfuur is) daar zij soms 7 minuten dienen te lopen om hun refter te bereiken. Daarom ook wordt een pas aangeworven arbeider, die de eerste week tweemaal te laat komt afgedankt. Daarom ook is er een aanwezigheidspremie; wie steeds op post is ontvangt op het einde van het jaar 1300 F; maar voor elke afwezigheid (ook in geval van ziekte) gaat er 130 F vanaf zodat sommige arbeiders ongeveer niets verdienen. De organisatie van de arbeiders wordt geduld voor zover het wettelijk moet. Zo bvb. de ondernemingsraad, samengesteld uit direktie-en vakbondsafgevaardigden. Hun maandelijkse vergaderingen gaan o.a. over nietszeggende produktiecijfers (die de direktie moet geven) over veiligheidsproblemen, over verfraaiing van de werkplaats. Maar deze vergaderingen worden bewust zo vaag en zo algemeen gehouden dat zij onschadelijk zijn. De werking van het komitee voor veiligheid en hygiëne wordt beperkt, omdat veranderingen omwille van de veiligheid niet te veel mogen kosten. Daarenboven worden de leden van het komitee bij eventuele medische verzorging buitengewoon goed verzorgd, zodat deze individuele behandeling hun kritiek wel mildert. BESLUIT - nhoudWat kunnen wij nu uit al deze voorbeelden afleiden in verband met het ondernemingsbeleid ? Dit beleid steunt zeer sterk op de bedrijfspsychologie- en sociologie. De meest ontwikkelde theorieën in deze wetenschapstakken pretenderen een gehele schaal van behoeften te kunnen vastleggen. Behoeften, die voldoening vragen naargelang die van meer primaire aard voldaan zijn. De mens verlangt brood zolang hij er géén heeft; maar wanneer hij regelmatig voedsel neemt is de honger niet langer meer een dringende behoefte naar voedsel. De onvoldaanheid op een hoger niveau is dan de nood aan bescherming tegen gevaren, bedreigingen, ontbering. Boven deze fysiologische behoeften staan de sociale; verlangen naar groepsvorming, aanvaarding door kollega's, vragen naar kollektieve betekenis en zin van de arbeid. Deze behoeften zijn dan ook meteen de motivatie van zijn gedrag. Welnu, in Genk probeert men door de organisatie precies deze sociale behoeften niet aan bod te laten komen. De praktijken van de direktie, de kontrole, het afsnauwen door de ploegbaas, het ritme, het gebrek aan ernstige geneeskundige verzorging, dat alles werkt wantrouwen t.o.v. de direktie in de hand en brengt de behoefte aan bescherming in de war. Maar dit verhindert niet alleen dat bepaalde "gevaarlijke" sociale behoeften (van een hoger niveau) aan bod zouden komen, het laat ook toe het gedrag en de inspanningen van het personeel te wijzigen, te leiden, motivatie te bezorgen om aan de produktieëisen van de onderneming te voldoen. Het stimuleren van het gebruik van de suggestiebus, soms een betere verlichting te laten aanbrengen, na veel revendikaties een paar handschoenen meer bezorgen en al dergelijke schijntoegevingen zorgen ervoor dat de ontevredenheid en de opstandigheid van de arbeiders zich tot dat niveau van behoeften beperken. Want ontevredenheid en opstandigheid is er onder de arbeiders. Getuige daarvan de schokstakingen ondanks alle kontrole, intimidatie en verhindering van groepsvorming. De huidige struk-turen zullen deze spanningen nooit kunnen oplossen : hoofdeis van de onderneming is immers produktie met maksimale winst, waaruit alle eisen van rendabiliteit efficiëntie, technisch en psychologisch uitgerekend beleid afgeleid worden. De onderneming bepaalt immers het leven van duizenden mensen (vooral dan diegenen, die in de produktie staan) en over het lot van deze mensen beslist slechts een beperkte onkontroleerbare groep van bezitters. Zolang dit alles zal blijven bestaan, zullen techniek en bedrijfspsychologie altijd misbruikt worden om dit alles te behouden ten koste van totale afhankelijkheid van de arbeider, van zijn manipulatie, van zijn vermechanisering. 4. KRONOLOGISCH VERSLAG VAN DE STAKING - Inhoud Op dinsdag 1 oktober eindigt het sociaal akkoord, gesloten tussen Ford en de vakbondsleiders voor de periode van 5 jaar. 2 dagen nadien wordt een nationale verzoeningsvergadering belegd. Deze brengt geen enkel resultaat op. In het week-end beslissen beide vakbonden (ACV en ABW) tot staking over te gaan. Op de vergadering van ACV en ABVV zijn respectievelijk +_ 50 en 120 aanwezigen. ACV verwittigde alleen de militanten. Op maandag 7 oktober dienen beide vakbonden een vooropzeg in. Zij stellen 4 eisen voorop : 1. loonsverhoging De direktie weigert hen te ontvangen. De daaropvolgende vrijdag springen de onderhandelingen af. Ford stuurt de arbeiders een eerste brief. Het ACV publiceert zijn open brief aan de direktie. Op zondag 20 oktober wordt een ABVV-vergadering ingelegd. Er zijn +_ 100 aanwezigen. Men wijst erop dat de bedienden nog tot begin januari gebonden zijn door een akkoord, afgesloten in het kader van de nationale Fabrimetal-betrekkingen. Tevens laat men weten dat de vakbonden van 9 h tot 12 h een onderhoud gehad hebben met de ordediensten. - InhoudMaandag 21 oktober komen 700 piketten opdagen. Een deel wordt door de vakbonden terug naar huis gestuurd. Door 2 studenten, zeer positief ontvangen door de arbeiders, worden pamfletten uitgedeeld. In de loop van de dag nemen de arbeiders nog in aantal toe. In de namiddag grijpen lichte incidenten plaats. Er ontstaat een gevecht tussen enkele stakers en rijkswachters rond het al dan niet tot stilstand brengen van de bussen. Om 7 h wordt via de radio het volgende bericht verspreid : "In de vooravond trachtten leden van SVB-Leuven, die zich onder de stakers hadden gemengd en die strooi-biljetten hadden uitgedeeld, waarin zij hun solidariteit met de arbeiders van ford-genk betuigden, de aanwezigen aan te zetten de fabriek binnen te gaan en deze te bezetten. De vakbondsleiders kwamen tussenbeide en slaagden erin dit opzet te verijdelen." In dezelfde zin situeert zich een uitspraak van Van Muelder, vakbondssecretaris van het ACV, op de persconferentie: "arbeiders wijzen geen enkele sympathiebetuiging af, maar zij wensen dat hun zaak zuiver de zaak van de arbeiders blijft." In de loop van de week worden regelmatig een tiental arbeiders in de bus gevonden. Zij zijn in het bezit van een bediendenpas. De bedienden zijn allen op post. Elke dag wordt er een perskonferentie ingelegd. De eerste week wordt hier de mogelijkheid geopperd tot het inrichten van een betoging. Tevens wordt er in deze vergaderingen op gewezen dat de arbeiders kunnen rekenen op een internationale solidariteit, dat er vanwege Ford intimidatiepogingen gebeuren en dat er wellicht bedienden worden ingeschakeld in het produktieproces. Verder zoeken de vakbonden een financiële oplossing voor de nog niet gesyndikeerden. De mijnwerkers vragen de syndikaten de verschillende loonzones in het land af te schaffen. In De Standaard van 26-27 oktober wijst Van Huffelen, direkteur van Fabri-metal op de nadelen van een staking in Ford : "Sociale woelingen zullen nieuwe investeringen beletten". De eerste week probeert de rijkswacht de arbeiders te verhinderen de bussen te kontroleren. Hierrond ontstaat herrie en tenslotte wordt de toelating hiertoe gegeven. Gans de week zijn er een tiental studenten aanwezig. Zij worden door de arbeiders goed onthaald. Op donderdag 24 oktober organiseren de studenten te Leuven een meeting en een betoging. In Het Belang van Limburg wordt de afwezigheid van arbeiders op deze meeting als volgt verklaard : "arbeiders lijken niet zo bijzonder gesteld op de lieden van S.V.B., die ook reeds verschillende keren naar Genk geweest zijn, maar daar evenmin kontakt kregen." De schoolraad van de normaalschool van Bokrijk verklaart, indien nodig, tot een manifestatie over te gaan. - InhoudOp maandag 28 oktober wordt een arbeider aangereden door een personenwagen, die niet wil stoppen. Volgens sommige kranten weigerde de direktie van Ford een ziekenwagen te zenden. De rijkswacht komt tussen om de chauffeur tegen de woede van de arbeiders te beschermen. De dinsdag wordt een meeting gehouden : er zijn 500 arbeiders aanwezig. Op deze meeting worden de eisen nogmaals herhaald; door studenten worden pamfletten uitgedeeld. De ganse week blijft de staking algemeen. Het merendeel der arbeiders blijft thuis. Af en toe grijpen kleine incidenten plaats tussen stakers en werkwilligen. Fordpiketten worden ingeschakeld. Tegen het einde van de week worden de bedienden meer en meer gedwongen aan de kant van de direktie te gaan staan. Zij worden verplicht arbeiders te gaan ronselen. In de fabriek zijn dult-se arbeiders werkzaam. In de loop van de week deelt de vakbond mee dat zij op de betoging géén aardige groepen wil zien ("oproermakers, die bij het sociale geschil niet betrokken zijn"), die andere bedoelingen zouden hebben dan die van de arbeiders. De rijkswacht wordt nu meer beweeglijk. Bussen, geëskorteerd door de gendarmerie, stoppen niet meer voor de stakingspiketten, politieversterking wordt aangevraagd, de dinsdag worden twee stakers opgeleid. Eén werkwillige omringd door twaalf rijkswachters, twee overvalwagens en vier jeeps worden naar de fabriek begeleid. In de gemeenteraad van Genk spreekt het Volksbelangenraadslid (Volks-uniegroep)
J. Koll zich namens zijn groep uit tegen de staking. - "SVB wil in dit konflikt blijkbaar een opvallende
aanwezigheids-politiek voeren" (Gazet van Antwerpen 4/11). - "Een forse groep van de SVB met een veelzeggend spandoel : 'soli-dair-arbeiders-SVB éën front" (Rode Vaan) Dankbetuigingen worden geformuleerd door Van Mulder j "nadrukkelijk applaus dan voor de groep van SVB, die de inleider bijna over het hoofd had gezien" (Rode Vaan). Een italiaans arbeider, die aan NTS 2 verklaringen had afgelegd over de werkomstandigheden in Ford-Genk wordt door de direktie van Ford bedreigd met een rechterlijke vervolging. - InhoudVolgens De Standaard worden de incidenten tussen stakers en werkwilligen zoveel mogelijk vermeden, dankzij het gezond verstand van oudere arbeiders, de diplomatie van de vakbondsleiders en het geduld van gendarmes. Deze week worden voorlichtingsvergaderingen georganiseerd voor de arbeiders. De vakbonden van de bedienden zoeken een oplossing voor het feit dat bedienden verplicht worden montages en ander werk van de arbeiders te verrichten. Deze houding bemoeilijkt immers de staking van de arbeiders. Bussen met bedienden rijden in en uit de fabriek om de indruk te verwekken dat er steeds nieuwe werkwilligen aankomen. "Knokploegen" van Ford worden tussen de Fordpiketten geschoven. De vakbonden lichten de internationale pers in, waarbij zij de beweringen van de direktie, als zouden zij weigeren aan de bespreking deel te nemen, hardnekkig loochenen. In de fabriek wordt uiteengezet aan de bedienden hoe zij de arbeiders tot werken moeten overhalen. De staking blijft kalm en algemeen. De rijkswacht brengt enkel een drietal "gepassioneerde" Italianen op. Zij is er bestendig aanwezig met massas jeeps en overvalwagens. In het week-end interpreteert het A.C.W. kongres limburg de staking in de nieuwe kerkgeest. Minister Bertrand verklaart dat de aktie niet tegen de direktie gekeerd is. - InhoudVolgens De Standaard zijn er de maandag 1200 werkwilligen. Het Volk wijst erop dat dit een mededeling is van Fabrimetal die door de vakbonden en de rijkswacht weerlegd wordt. Er zouden slechts 200 werkwilligen zijn. Vanaf deze week zijn de bussen met ijzeren draad afgeschermd. Het aktieterrein wordt van nu af aan verlegd naar de verzamelplaatsen van de bussen. Meerdere incidenten grijpen nu plaats. Op woensdag 13 november "moest" de rijkswacht chargeren (De Standaard). 31 personen worden opgeleid (9 studenten, 19 Italianen en 3 vlaam-se arbeiders die spoedig weer vrij gelaten worden) . Donderdag 14 november komen 35 studenten aan met een bus. Zij worden achtervolgd door de rijkswacht en verkeren in de onmogelijkheid zich nog te bewegen. Dezelfde dag organiseert de direktie een show : "werkwilligen (bedienden) behandelen reeds afgewerkte wagens. Op de perskonferentie van vrijdag 15 november wordt gesproken over buitenlandse studenten. In het week-end grijpen onderhandelingen plaats te Antwerpen. Zij leveren niets op. - InhoudOver het algemeen hoopt men dat er spoedig een akkoord komt tussen de vertegenwoordigers van de vakbonden en de direktie. De vroegere rijkswacht wordt vervangen door een nieuw peleton dat nog veel harder optreedt. Op de markt van Genk is er volledige kontrole en staan er sterke ford-piketten. De dinsdag herbeginnen de onderhandelingen. Een ontwerp van overeenkomst komt tot stand tussen vakbonden en direktie. Op donderdag 21 november wordt een algemene stakingsvergadering belegd. De vakbonden verdedigen de werkhervatting voor de arbeiders. Het akkoord behelst 5 punten. 1. Ingaande op 22 november 1968 zal door Ford Werke een uitzonderlijke
loonsverhoging van 5,20 F per uur aan alle arbeidersisters) worden
toegekend. In dit bedrag is begrepen de vervroegde toekenning van de
eerste schijf van de programmatie voor de metaalverwerkende industrie. 3. Gewaarborgd wordt dat de noodzaak tot het presteren van overuren met veel begrip zal worden onderzocht. 4. De partijen verbinden er zich toe hun onderlinge betrekkingen en de menselijke verhoudingen verder te bevorderen. 5. Tenslotte werd overeengekomen dat de algemene arbeidsvoorwaarden op het niveau van de Fabrimetal-akkoorden zullen geregeld worden. In een desbetreffende mededeling wordt gezegd, dat beide partijen zich ten volle bewust zijn van de belangrijkheid van dit akkoord en dat zij ook vastbesloten zijn de bepalingen ervan te eerbiedigen ten einde de sociaal-ekonomische toekomst van de provincie Limburg te helpen beveiligen.De vergadering verloopt vrij woelig. Volgens een eerste opiniepeiling blijkt het duidelijk dat de stakers niet tevreden zijn. Ten slotte wordt het akkoord dan toch aanvaard. John vanden Eynden (A.B.V.V.) ''het was niet een kwestie van franken, de vakbonden hebben alle belangen van de arbeiders verdedigd." Wij (weekblad van de Volksunie) : "... De loonsverhoging en de vermindering van de werktijd brengen Genk nog niet op gelijke hoogte met Antwerpen, iets wat waarschijnlijk ook wel niet onmiddellijk werd verwacht. Het is echter duidelijk geworden dat er toch wel verschil bestaat tussen de limburgse arbeiders en de werkslaven in een of ander onderontwikkeld gebied. Over deze eerste stap kunnen nationalisten zich alleen maar verheugen." (23. 11.68). 5. INTIMIDATIE VANWEGE DE FORDDIREKTIE - Inhoud Dat de Ford direktie niets aan het toeval overgelaten heeft om de staking op een zo gemakkelijk mogelijke manier te breken moet wel niet meer gezegd worden. Van meetaf aan heeft zij ons getoond tot welke laffe chantage en intimidatie zij in staat is. Reeds voor het konflikt werkten sociaal assistenten in dienst van Ford, methodes uit om een algemene staking te beletten. Zo gaven zij sommige arbeiders een beter betaald baantje in de overtuiging dat het hen zou tegenhouden aan het konflikt deel te nemen. Was dit niet het geval, dan mochten zij natuurlijk hun vroeger werk hernemen. Tijdens de staking dan was één van de eerste en meest beproefde intimidatiepogingen deze van het huisbezoek. Twee leden van het personeel werden erop uitgestuurd om de arbeider in aanwezigheid van zijn gezin onder druk te zetten. Daarbij koos men bewust de sociaal zwakkere arbeiders uit (een zieke vrouw, vele kinderen, hoge huishuur) en dan niet te vergeten dat men deze gegevens gedurende jaren van 'sociale praktijk' verzameld had. Tevens waren de twee personeelsleden meestal onbekenden voor elkaar, zodat zij eikaars opinie in verband met het konflikt niet kenden; op die manier was er een wederzijdse kontrole mogelijk. Soms was de uitgeoefende drukking zo groot dat een arbeider aan een vakbondsafgevaardigde uit zijn gemeente kwam vragen om hem 's anderendaags met een piket tegen te houden, wanneer hij door de Fordwagen opgehaald werd. Ter informatie kan hier nog bijgevoegd worden dat de direktie kursussen inlegde voor de bedienden in de zin van "hoe leer ik arbeiders ronselen"? Telegrammen en brieven werden in massas verstuurd. Dat men niet terugschrok voor grove leugens bewijst wel deze integrale weergave van zo een brief : "Beste medewerker, Op maandag 21 oktober 1968 brak de staking uit in ons bedrijf. Op dezelfde dag werd aan bijna alle werkwillige arbeiders de toegang tot het bedrijf onmogelijk gemaakt door enorme stakings-piketten. Stakingspiketten, die, zoals u wellicht bekend, meestal waren gevormd door niet-Fordwerknemers die verder ook niet hebben geaarzeld met onwettige middelen onze arbeiders het betreden van onze fabriek op brutale manier te beletten. Er zijn steeds talrijke arbeiders geweest, die trouw zijn blijven voortwerken. Alles werd inmiddels in het werk gesteld om aan de autobushalten uw vertrek te vergemakkelijken en in de beste voorwaarden te laten gebeuren. De ordediensten hebben tot plicht u te beschermen tegen bedreigingen en gewelddaden en zii hebben ons verzekerd dat zi j de toestand nu volledig in handen hebben. Op dit ogenblik kunnen wij u reeds mededelen dat, wanneer u wenst te werken het géén probleem stelt de werkplaats te bereiken.De terugkeer tot het normale is noodzakelijk om in kalmte en zonder dwang te praten over uw belangen. Ford-Werke is bereid deze te behartigen inzoverre dit niet gebeurt onder welke vorm ook van geweld. Verder willen wij ook in alle omstandigheden een overplaatsing van produktieinstallaties naar het buitenland verhinderen. U wordt dus, in uw eigen belang op uw werk verwacht. K. Muschard, Algemeen direkteur." Dat het merendeel der piketten wél uit "Fordwerkers" bestond hebben wij met onze eigen ogen kunnen vaststellen; het is daarenboven niet meer dan normaal dat sindikale vrijgestelden en solidaire arbeiders en studenten de stakers in hun strijd komen helpen. Wij vragen ons echter ten zeerste af hoe deze direktie, die de arbeiders gedurende vijf jaren heeft getergd, zich durft te bemoeien met de manier waarop diezelfde arbeiders hun rechtvaardige strijd organiseren. Diezelfde direktie schrok er niet voor terug na de schokstakingen drie jaar geleden de meest militante arbeiders te ontslaan; verwondert het ons dan dat vele arbeiders nu niet durven piket komen staan ? Wat betreft de "onwettelijke middelen" waarover de direktie spreekt; hier verwijzen wij even naar het feit dat Ford wettelijk altijd safe kan staan. Het is niet moeilijk om met grote financiële middelen de arbeiders massaal onder druk te zetten en dan het recht op arbeid in te roepen : zo heeft de sterkste altijd de wet aan zijn kant. "Talrijke arbeiders bleven trouw voortwerken" : de dagelijkse 200 werkwilligen zullen de produktie wel niet erg vooruit hebben geholpen. "De ordediensten hebben de toestand volledig in handen"; in een ander artikel wijzen wij erop hoe deze ordediensten de staking hebben willen breken. De direktie overweegt verder de gehele fabriek naar het buitenland te verplaatsen; een brutalere vorm van chantage kan men zich niet indenken. Trouwens, dankzij een gelijkaardig argument slaagde de direktie erin de schokstakingen van '65 te breken. In geval deze stakingen zouden voortduren zou er niet verder meer uitgebreid worden; de stakingen werden stopgezet, maar van nieuwe werkplaatsen géén sprake (slechts 200 in drie jaar tijd, terwijl er 2000 beloofd werden). Verdere uitbreiding en overplaatsing hebben weinig te maken met het al dan niet stopzetten van een strijd; de werkelijke redenen zijn van ekonomische aard en worden toch nooit aan de arbeiders medegedeeld. Vanaf het einde van de tweede week werden er Fordpiketten ingeschakeld. Zij móesten de werkwilligen tot in de bus begeleiden; later werden deze piketten zelfs nog versterkt door de beruchte knokploegen. De knokploegen werden ingezet in geval van incidenten; deze incidenten werden uitgelokt door de Fordpiketten wanneer de arbeiders hun werkwillige makkers, die meestal zeer sterk onder druk waren gezet, wilden overtuigen het werk niet te hernemen. Hierbij past het de rol van het kaderpersoneel, waaruit deze Fordpiketten gerekruteerd werden, even onder de loupe te nemen: verder in deze brochure wordt hierop uitvoeriger ingegaan. Door hun positie in de fabriek verwerven deze mensen een hogere sociale status. Om deze status te kunnen behouden moeten zij de bevelen van de direktie opvolgen ; konkreet betekende dit hier de staking helpen breken. Tevens hebben zij in hun opleiding nooit iets gehoord over de arbeidsvoorwaarden van hen, die zij later zullen moeten bevelen. In een laatste poging probeerde de direktie een verwarring te doen ontstaan bij de arbeiders zelf. Via radio en T.V. publiceerde men voortdurend valse cijfers van werkwilligen; deze cijfers werden trouwens reeds van dagen op voorhand vastgelegd. Om deze beweringen te staven nodigde Ford inderhaast de perslui uit zich te komen vergewissen van de toestand. Men stak 1200 bedienden in een overall en verplichtte hen te prutsen aan wagens van een voorafklaargestoomde band. Van dit toneeltje presenteerde men op T.V. 2 minuten beeld. De kijkers zagen echter niet hoe de band prompt tot stilstand werd gebracht toen de toeschouwers verdwenen waren. In verband met deze houding van de T.V. kunnen wij ons misschien een pertinente vraag veroorloven : oordeelde men de strijd van de arbeiders werkelijk te onbelangrijk om er ook maar één beeld aan te wijden, afgezien dan van de onderhandelingen en de zojuist geciteerde komedie ? Is de direktie er niet in geslaagd de staking onmogelijk te maken, zij heeft er alleszins voor kunnen zorgen dat er na 5 weken geen enkel perspektief meer was op een verder zetten van de strijd.6. HOUDING VAN HET REPRESSIE-APPARAAT - Inhoud Op het marktplein van Genk stonden twee bussen vertrekkens-gereed. Het voetpad was afgezet door Ford-piketten. Dit zijn bedienden, foremen en kaderleden die vanaf de tweede week door de Ford direktie werden opgetrommeld om het "recht op arbeid" te vrijwaren. Dit "recht" treedt immers in werking van zodra een meerderheid niet wenst te werken. Enkel dus wanneer de direktie in een min of meer moeilijke positie komt, bij een staking bijvoorbeeld. In andere tijden heeft de direktie het "recht" de arbeiders af te jakken en uit te buiten. Het "recht op arbeid" moet tijdens een staking ten allen koste verdedigd worden. Met geweld desnoods. Daarom heeft de direktie het "recht" eigen piketten en een eigen knokploeg in te richten. Dan ook mag ze gebruik maken van alle middelen, vooral van fizisch geweld : er mogen dan slagen uitgedeeld worden, al dan niet met boksbeugels. Er kan eventueel beroep gedaan worden op de rijkswacht. Zo ziet men het gebeuren dat de aanvoerder van zulk 'n Fordpiket direktieven geeft aan een rijkswachtofficier. En in de brief van de Ford-direktie staat het zo mooi : "de ordediensten hebben tot plicht u te beschermen." Een vlaams arbeider probeerde het Ford-kordon te doorbreken. "Het voetpad is van iedereen," argumenteerde hij. Oorspronkelijk slaagde hij er niet in, maar dank-zij wat krachttermen, wat duwen en wat hulp van andere arbeiders en studenten, geraakte hij een stuk verder. Toen werden de Ford-huurlingen aggres-sief en begonnen klappen uit te delen. Als deze beantwoord worden, kwamen de politieagenten, die daarvóór met de handen op de rug gewoon hadden toegekeken, hun in nood-verkerende vrienden ter hulp. Ze beperkten deze hulp echter tot het aanmanen tot kalmte en enkele dreigementen aan het adres van de arbeiders. De Ford-bedienden, vonden dan dat het voldoende was en begonnen in te stappen. We slaagden erin, de deur open te houden om de bus te kontroleren op de eventuele aanwezigheid van "ratten". Een arbeider wou nog instappen, maar kon overtuigd worden. "Blijf toch bij ons", "ga niet werken !" De bus vertrok toen, maar plots werd de deur opengestoten tegen het gezicht van een stakingspiket. Woedende arbeiders gaven de vlug wegrijdende bus enkele flinke blutsen. De politie bewees toen nog maar eens aan welke kant ze stond door te beweren dat de arbeider zelf de deur had geopend. Verscheidene arbeiders en studenten kunnen bewijzen dat dit niet het geval was en dat de deur opengegooid was door iemand die in de bus zat. De andere bus vertrok dan ook. Ze was praktisch leeg. We liepen nog wat verloren rond op het marktplein. Wij - een groep Italiaanse arbeiders, enkele vlaamse arbeiders en studenten -gingen dan rondzien of er ergens anders nog bussen vertrokken. Een Fordbus met een knokploeg van de direktie reed provokerend voorbij. Arbeiders vertelden ons dat deze konden opgeroepen worden door middel van de "walkie-talkies", van de Ford-piketten die aan de bussen stonden.Dit ondanks het feit dat deze toestellen verboden zijn voor burgerlijk gebruik. De politie liet dit echter oogluikend toe omdat Ford beweerde dat deze toestellen aan de brandweerdienst van de fabriek toebehoorden. Onderweg vertelden de arbeiders ons nog dat op geheime plaatsen werkwilligen opgeladen werden op bussen. Bij hun vertrek kwamen er dan jeeps bij van de rijkswacht, die hen tot aan de fabriek vergezelden. Een eind verder hield een auto van het sindikaat halt en de afgevaardigde zei dat er op het marktplein nog iets gaande was of kon gebeuren. We splitsten ons dan in twee groepen. Onze groep liep nog een eind verder maar werd toen tegengehouden door een ander vaksbonds-wagentje. Er werd ons verteld dat er verder niets te doen was; en daarop keerden we op onze stappen terug. Op een donker wegeltje kwamen twee rijkswachtsbusjes naast ons rijden en hielden even later halt. Een rijkswachter vroeg de passen, maar een ander vond het te koud om ter plaatse de passen af te schrijven en daarom werden we in de busjes gestopt en naar de kazerne gereden. Oorspronkelijk was men niet van plan ons mee binnen te nemen, maar terwijl we buiten in de busjes zaten moet er blijkbaar een bericht aangekomen zijn. We werden in de ontspanningszaal van de rijkswacht gebracht. Even later kwamen de arbeiders en de studenten van de andere groep ook binnen en nog een tijd later nog drie italiaanse arbeiders. In 't geheel waren we dan met negenentwintig : drie vlaamse en negentien italiaanse arbeiders en tien studenten. Het was toen ongeveer kwart voor zeven. In 't begin mochten we op de stoelen zitten, en roken, maar even later werd dit verboden. Een ongeuniformeerde grote kerel kwam met de handen in de broekzakken vertellen dat we niet op de stoelen mochten zitten, niet mochten roken en geen grapjes mochten vertellen. Enkelen van ons gingen daarop op de tafels zitten, maar dezelfde kerel vroeg dan nors : "Mag jij thuis op tafel zitten ? Als ze doorbreekt ga je wat beleven !" Toen we tegen de muren leunden werden we door rijkswachters toegesnauwd. De rijkswachters hielden zich ondertussen onledig met kaarten. Er werd koffie gezet voor hen en wij konden er ook van krijgen mits het betalen van tien frank. Ze hebben hun koffie zelf kunnen opdrinken. Een student werd daarop buitengeroepen. Men vertelde hem dat hij geen onbekende voor hen was evenmin als student X. Dit is één van hun meest toegepaste taktieken. Ze isoleren individuen en chanteren die dan. Dat is later op de dag nog meer dan eens gebleken. Een rijkswachter kwam zich bij ons voegen en begon wat te praten. Hij beweerde dat hij persoonlijk vóór de staking was, maar dat de rijkswacht in zijn geheel neutraal moest blijven en enkel uitspattingen moest trachten te verhinderen. Hij sprak ook over "recht op arbeid" en "recht op staking".Volgens hem was het normaal dat, als de meerderheid besloot het werk neer te leggen, de anderen toch mochten gaan werken.Over solidariteit wou hij niets horen. Hierbij zij opgemerkt dat ook de sindikaten spraken over "recht op arbeid". Dat dit echter slechts een leuze is, die niet de minste inhoud heeft, wordt duidelijk als men weet dat de meeste werkwilligen, niet gaan werken uit noodzaak of omdat ze het nut van de staking niet inzien maar wel om in de gunst van hun oversten te komen. ( Hierbij komen ze echter bedrogen uit : na de staking maakt men niet het minste onderscheid meer 1) Dit toont aan dat de sindikaten hier met hun "recht op arbeid" in de kaart van de direktie spelen. Iets anders wat moet opgemerkt worden, is dat men bij een staking wel de mond vol heeft over "recht op arbeid" voor de minderheid die niet wenst te staken, maar dat, als er gearbeid wordt,nooit gesproken wordt over "recht op staking". Al met al was de rijkswachter, waarmee we dit gesprek hadden, op dat ogenblik althans, zeer beminnelijk. Hij raadde ons zelfs aan dat we, als we ondervraagd werden, niets mochten toegeven . Wat later verlieten de meeste rijkswachters de zaal (om verder de staking te breken ?) en gingen we zitten. Roken werd nog steeds verboden, maar na enkele individuele pogingen werd er niet meer op gereageerd. Regelmatig kwamen nieuwe benden rijkswachters binnen en dan moesten we telkens weer opstaan. Rond negen uur begon het volgende spelletje. We moesten allen één voor één onze zakken leegmaken en werden dan op grondige manier afgetast. Zelfs de naden van onze vesten en van onze broeke werden degelijk onderzocht op "verboden wapens". Persoonlijke stuk ken zoals brieven werden volledig doorgelezen. Wat later begon de volgende ceremonie. Nadat een BOB-er ons schijnheilig had komen vragen "Hoe is 't er mee ?" en "Wat is er juist gebeurd ?" werden we één na één ondervraagd door onder andere die tiep. We werden ervan verdacht auto's te hebben beschadigd op de "Hooiplaats". De jongste onder ons werd het eerst en het langst aangepakt. Er werd tegen hem gedreigd dat men zijn ouders zou verwittigen. Er werd hem gezegd dat hij een slecht student was, dat hij gezien werd terwijl hij met stenen naar de auto's gooide, dat hij zou moeten betalen voor de beschadigde wagens. Men vroeg hem wie er allemaal samen met hem was en liet hem de passen zien. Alles werd zorgvuldig genoteerd en daarna vroeg men hem te tekenen. Op de vraag of dat verplicht was, antwoordde men natuu rlijk bevestigend. Dit klopt echter niet. Men moet zulke verklaringen onder geen enkele omstandigheid tekenen. Het is trouwens gevaarlijk wel te tekenen. Zelfs de meest neutrale verklaring kan zo omgekeerd worden dat ze in het nadeel van de betrokkene uitdraait.Daarna werden, ook de anderen ondervraagd. Men was niet meer zo bitsig, men had dus duidelijk de jongste uitgekozen om hem te imponeren. De vlaamse arbeiders kwamen eerst aan de beurt en mochten daarna vertrekken. We hoopten dat ook wij spoedig weg zouden mogen, maar daarin vergisten we ons degelijk. De taktiek van de rijkswacht was hier dus weer duidelijk : de meest aktieve groepen werden geïsoleerd en het langst vastgezet, "om hen te laten afkoelen". Daartegen werd wel geprotesteerd maar dat was natuurlijk volkomen nutteloos. Eén van de studenten had een gesprek met de italiaanse arbeiders over de industriële toestand in Italië. Hij had daarbij nota's genomen. Eén van de rijkswachters volgde dit met aandacht en ging dit rapporteren aan z'n overste. Even later werd onze kameraad weggeroepen: voor de rijkswacht is immers elke geschreven zin verdacht en mag er zeker geen overdracht van zinnige gedachten zijn tussen de verschillende aangehoudenen ! Het was ondertussen al middag geworden. De ondervragingen werden tijdelijk stopgezet. Men bracht koffie en brood. De italianen verklaarden dat ze thuis wilden eten en weigerden dan ook maar iets aan te raken. Solidair met hen lieten ook de studenten alles staan. De italianen vroegen of ze naar huis mochten bellen; hun vrouw wachtte op hen. Dat werd hen echter geweigerd. Ook de studenten mochten niet telefoneren. 's Namiddags (vanaf ongeveer drie uur) gingen de ondervragingen verder. Men verplichtte ons niet meer om te tekenen en dat deed dan ook geen van ons. Als er geen rijkswachters in het lokaal waren, gingen we op de stoelen en de grond zitten en liggen. De italianen vroegen kaarten en kregen die zelfs. Verscheidene exemplaren van "Het Volk", die we op het marktplein gekregen hadden (het A.C.V. deelde haar propagandablad, "Het Volk" uit, het A.B.V.V., soep), ontsierden, naast onze vermoeide lijven, de grond. In die krant stond een foto van Ho-Tsi-Min. We hadden er twee van tegen de muur opgehangen. Toen ze er een van bemerkten schoten ze uit en moesten we ze verwijderen. Eén van ons had met heler krantebladen een hakenkruis op de grond getekend, maar daar reageerden ze niet op. Misschien wisten ze niet wat we ermee bedoelden... Uit verveling en nog meer uit onmacht begonnen we op bepaalde ogenblikken te zingen en te fluiten, vooral natuurlijk "strijdliederen", zoals "de Internationale" en "Avanti Populo". Andere ogenblikken skandeerden we slogans, of trachtten we een gesprek aan te knopen met de aanwezige ordehandhavers. Soms viel dit echter in slechte aarde. Onder andere toen die grote ongeüniformeerde vent ons kwam vertellen dat we eigenlijk nog van geluk mochten spreken dat we in een verwarmd lokaal mochten zitten, want dat hij nog wel wat koude cellen vrij had. Op een bepaald ogenblik merkten we dat een Italiaans arbeider ontbrak. Die kwam wat later terug en vertelde dat hij in een cel had vastgezeten al van 's morgens af, omdat hij "beledigende" uitdrukkingen tegen de rijkswacht had geuit bij z'n aanhouding. Het enige wat deze man echter had gezegd was, dat de rijkswacht niet het recht had deze staking te breken; dat het hier ging om een rechtvaardige strijd, waarbij de rijkswacht neutraal moest blijven; dat de rijkswacht door hem en de anderen aan te houden en niet de Ford-pHeetten, bewees aan welke kant ze stonden. Wat later werd hij weer weggebracht. Dit bewijst maar weer eens dat de "ordehandhavers" zoveel beledigende opmerkingen tegen ons mogen gebruiken, maar dat je tegen hen heel braafjes moet zijn, want die gevoelige mensen zijn snel op hun tenen getrapt. We hebben tamelijk veel met dat stel gepraat. We vroegen hen onder andere waarom men ons zo lang vasthield. Een grootpa-rijkswachter antwoordde ons daarop dat men de studenten zo lang bewaarde omdat men wist dat er ook te Leuven iets aan 't gebeuren was (bezetting !)5' en dat men de studenten zou vrijlaten zodra het daar rustig was. Tegen de italiaanse arbeiders hadden ze blijkbaar iets, want ze uitten tamelijk racistische opmerkingen. Op een bepaald ogenblik kwam een van die rijkswachters af met de opmerking dat de "studenten niet gewenst" waren in Genk en dat de arbeiders het vervelend vonden dat zij in hun buurt rondliepen. Daarop riepen we er dadelijk enkele arbeiders bij die deze uitspraken totaal verpulverden door te verklaren dat zij zelf de studenten hadden gevraagd. De rijkswachter keek echter niet op en zei dat de sindikaten de studenten met een slecht oog bekeken. Waarop wij enkele sindikale afgevaardigden bijriepen die nog maar eens bevestigden wat de arbeiders verteld hadden. De rijkswachter begon dan maar over hem minder onbekende zaken. Met verschillende rijkswachters viel er in 't geheel niet te praten. Onder ander met die grote vent die blijkbaar het bevel over de troep voerde. Er waren echter nog andere struizen van zijn soort. (Aasden die misschien ook op promotie ?) Er was zo een kerel die telkens de gesprekken die we met de andere rijkswachters voerden, onderbrak en zei : "Als ze wat te lastig worden zal ik ze wel eens op hun smoel kloppen !" Andere venten die daarvóór zeer beminnelijk tegen ons waren geweest, werden op andere ogenblikken gewoon beestachtig. Ze hebben dus blijkbaar allen twee naturen, waarvan misschien wel één hun echte is... Hierbij kan even gesproken worden over de "vriendelijkheid" van de rijkswachters bij de piketten. Hier mengden ze zich gewoon tussen de arbeiders. Een gesnorde officier komt op een groepje arbeiders af en zegt : "Goeiendag, mannen". Niemand reageert. Nadat hij nog wat vriendelijk geknikt en geglimlacht heeft, wrijft hij in z'n handen, blaast in z'n vuist en zegt : "'t Is koud he mannen." Waarop een arbeider vloekt en wat binnensmonds mompelt en dan wegwandelt. Hoe huichelachtig deze gesnorde vent wel is, blijkt wat later. Alle arbeiders moeten van de baan af. Als enkelen tegenstribbelen of niet snel genoeg uit de weg gaan, duwt men ze, op bevel van de gesnorde hardhandig opzij. Wat later komen de bussen met de bedienden en de "ratten". Lichte paniek onder de rijkswachters. Maar de gesnorde regelt alles. "Alle arbeiders van de weg", zegt hij. Wat ook gebeurt. Met wat duwen en schelden van de kant van de rijkswachters. Als echter even later een bus platte band rijdt, geraakt ook de gesnorde in paniek. Met van zenuwachtigheid trillende stem roept hij zijn bende bijeen en maakt een kordon bij de bus. Enkele arbeiders willen de ratten van dichtbij zien en vroegen dat aan de snor-officier. Deze brult echter : "Hier deel ik de bevelen uit !" Zó ver gaat de vriendelijkheid van de rijkswacht. Terug naar de rijkswachtkazerne. Op een bepaald ogenblik de Italianen in een groep bijeen. Ze diskussiëerden heftig. Eén van de studenten vroeg waarover het ging. De Italianen vonden het tamelijk kras dat men hen zo behandelde. Ze waren evenmin te spreken over de vlaamse arbeiders, waarvan er maar weinig sta-kingspiket stonden en die het werk daar aan de italiaanse "kameraden" overlieten. De staking van de vlaamse arbeiders wordt door ons in stand gehouden, verklaarden ze. Ze dreigden dat ze zouden gaan werken, indien niet méér vlaamse arbeiders mee piket stonden. De studenten merkten op dat ze dat op de vergaderingen van de vlaamse arbeiders moesten gaan zeggen. Dat hadden ze al dikwijls gedaan. Daarop schreef een student een kleine motie van solidariteit vanwege de vlaamse studenten. De Italianen vonden dat simpatiek en waren met de studenten akkoord, maar verder reageerden ze daar niet op. Rond vijf uur werden de Italianen vrijgelaten, behalve diegene die de rijkswacht had "beledigd". Nadat de studenten nogmaals op een vriendelijke manier waren uitgehoord door de opa-rijkswachter en nadat ze het lokaal hadden opgekuist (anders mochten ze niet weg) werden ook zij rond kwart vóór zes vrijgelaten. Rond dit uur werden in Leuven een vijftigtal studenten op bevel van de rektor vastgezet in de Leuvense rijkswachtkazerne. 7. OVER DE ROL VAN DE VAKBONDEN - Inhoud - InhoudFord Motor Company wilde zich slechts in Limburg vestigen op voorwaarde dat de vakbonden een kontrakt ondertekenden waarin zij voor vijf jaren de "sociale vrede" beloofden; hierdoor ontnamen de vakbonden zichzelf de mogelijkheid ook maar het minste initiatief te nemen om de arbeidersstrijd te organiseren, wanneer dit zou nodig blijken. In dit kontrakt aanvaardden zij principieel een (aanmerkelijk hoog) loonverschil tussen Ford-Antwerpen en Ford-Genk met daarenboven een langere arbeidsduur. Verder werd in dit kontrakt géén enkele afspraak gemaakt omtrent de arbeidsvoorwaarden, het ritme en de menselijke verhoudingen. Konkreet wilde dit zeggen dat Ford hier in Limburg volledig vrij spel kreeg : zij konden het ritme versnellen en vertragen in funktie van het konjunkturele verloop, zij konden afdanken wanneer hen dat goed uitkwam, zij moesten zelfs niet eens rekening houden met enige sindikale delegatie. Tegen deze onmenselijke behandeling konden de arbeiders zich niet verdedigen want hun leiders hadden voor vijf jaren getekend; zelf waren zij te weinig georganiseerd om de strijd aan te pakken. Vlug zou echter duidelijk worden, ook voor de vakbonden, wat men met Ford juist had binnengehaald; immers, nadat 1.5 j. van de kontrakttermijn verlopen was zagen de vakbonden zich onder druk van de arbeiders verplicht schokstakingen te organiseren omdat Ford weigerde enige punten uit het kontrakt (o.a. in verband met vrouwenionen en schafttijdsvergoedingen) na te leven. Deze schokstakingen mislukten omdat Ford Motor Company dreigde niet verder meer uit te breiden; aan deze chantage werd gretig meegedaan door allerhande overheidsinstanties. Deze mensen slaagden erin langs alle mogelijke kommunikatiemedia vooreerst de publieke opinie te keren tegen de rechtvaardige strijd van de Fordarbeiders en verder de arbeiders onderling te verdelen. Ook isoleerde en intimideerde de Forddirektie de meest militante arbeiders (nog vele maanden na de stakingen werden velen van hen om zgn. produktiviteitsredenen gebroodroofd). De vakbonden hebben dan ook vlug en zeer luidruchtig hun beslissing tot het ondertekenen van dit kontrakt betreurd. Als verontschuldiging voerden zij aan dat er op hen een zeer sterke druk werd uitgeoefend vanwege staats- en provinciale overheid : 'zij moesten toch begrijpen dat Ford Motor Company, die zo goed was de Limburgers werk te verschaffen, de kans moest krijgen zich in alle sereniteit en in de meest gunstige omstandigheden te ontwikkelen' . Elk neutraal toeschouwer zal zich echter terecht afvragen of die "officiële druk" (hoe sterk zij dan ook mocht zijn) op voldoende wijze het 'getekende verraad' vanwege arbeidersvertegenwoordigers kon verrechtvaardigen ? - InhoudLaten wij hier echter niet langer bij blijven stilstaan; desnoods willen wij het aangevoerde ekskuus wel aanvaarden. Het loont meer de moeite wat dieper in te gaan op de rol, die de vakbonden (of beter de vakbondsleiders) gespeeld hebben in hun 'historische staking' tijdens de maanden oktober en november. De vakbonden zijn eensgezind met roffelende trom en knetterende slogans de eerste stakingsweek ingegaan. Het ging niet langer meer op dat in Genk drie uur per week meer aan 20 F per uur minder dan in Antwerpen, gewerkt werd; neen, het principe 'gelijk loon voor gelijk werk' moest primeren. Principieel kon een loon-verschil tussen verschillende streken niet langer meer aanvaard worden. Het moest ook gedaan zijn met de onmenselijke arbeidsvoorwaarden : 'de mens eerst in Ford-Genk' was het parool van de vakbondsleiders. Het is werkelijk verbazend om naast deze slogans de resultaten van 'moeizame onderhandelingen' na vijf weken staking te stellen : 1. In plaats van 20 F slechts 5,20 F per uur loonsverhoging. Van deze 5,20 was reeds 1,20 voorzien in het kader van een nationaal akkoord met Fabrimetal voor de gehele metaalsektor. Zij komt voor de Genkse arbeiders alleen maar enkele maanden vroeger dan voorzien : 5 weken strijd bracht dus 4 F loonsverhoging op. Daarenboven werd principieel wél een verschil aanvaard tussen ekonomisch minder en ekonomisch meer ontwikkelde streken. 2. I.p.v. 3 uren minder, slechts één uur. En in ruil voor dit uur hebben de sindikaten een soepeler houding in verband met de overuren moeten beloven. D.w.z. dat e-ventuele overuren niet meer langs Fabrimetal maar wel in de fabriek zelf kunnen geregeld worden. De arbeiders zullen dus nog makkelijker tot overuren kunnen aangezet en verplicht worden. 3. Over de menselijke verhoudingen géén énkel akkoord. De direktie heeft zich alleen maar verplicht tot een 'dialoog' hierover tijdens de maand december. 4. Over de arbeidsvoorwaarden zal verder onderhandeld worden in het kader van de nationale Fabrimetalakkoorden voor de gehele metaalsektor. 5. Zeer waarschijnlijk zal dit akkoord van Genk bevestigd worden in het nieuwe kontrakt dat op 1 januari in nationaal verband tussen Fabrimetal en de vakbonden zal afgesloten worden voor een termijn van twee jaar. Gedurende twee jaar zullen de vakbonden dus géén strijd kunnen organiseren; het engagement vanwege de Forddirek-tie tijdens de onderhandelingen over de menselijke verhoudingen kondigt zich dan ook veelbelovend aan. Wij kunnen ons nu vergenoegen met de eenvoudige vaststelling dat de vakbonden de strijd verloren hebben, "zoals zij dat, voor wat betreft Limburg ook reeds te Zwartberg deden" zullen sommigen toevoegen. Wij moeten ons echter hoeden voor al té goedkope kritiek; té gemakkelijk immers zouden wij op de kar springen van bepaalde 'vlaamsgezinde' groepen, die de fouten van de sindikaten aanvallen, niet om de arbeiders in hun strijd een stap vooruit te helpen, maar om integendeel het ongenoegen en de onwetendheid van de arbeiders om te buigen tot eigen politiek voordeel. Deze groepen hebben op géén enkel ogenblik hun solidariteit met de stakende arbeiders in Genk betuigd; zij sloofden zich wel af voor 350 toekomstige werkplaatsen in Allegheny-Longdoz, dat op enkele kilometers van het Fordfabriek ligt. Wanneer men echter aanhoudend pretendeert aan de kant van het vlaamse volk te staan dan vecht men mee wanneer dit volk strijdt (zoals te Genk toch het geval was) i.p.v. te zeuren en te leuren met 350 toekomstige werkplaatsen. Deze vaststellingen nopen ons alleen maar tot voorzichtigheid t.o.v. de fervente verdedigers van de 'vlaamse' belangen. Of zouden deze belangen alleen maar samenvallen met de belangen van de nieuwe vlaamse elite ? De toekomstige kaders, de grotere middenstanders, de geneesheren enz ... hebben er inderdaad alle belang bij wanneer hun woonplaatsen geïndustrialiseerd worden. Zij gebruiken dan ook maar al te graag de strijd van de arbeiders wanneer deze op een bepaald ogenblik voor nieuwe werkplaatsen en tegen sluitingen gaat. De strijd van de arbeiders voor andere rechtvaardige eisen is echter minder interessant; zij kan zelfs vervelend zijn wanneer hierdoor nieuwe investeringen in het gedrang worden gebracht (het gekende chantagemiddel van de Ford-direktie). Dit risiko is echter voor de arbeiders als groep minstens even groot; ook zij zijn voor hun werk afhankelijk van vreemde investeringen. De arbeider wil inderdaad werk maar het moet menselijk zijn en rechtvaardig betaald; daarvoor werd in Genk gevochten. De vragen rond menselijk werk en fatsoenlijke lonen stellen zich echter niet voor de vlaamse heren kaderleden, geneesheren en grotere middenstanders. - InhoudEen diepere analyse van de bereikte akkoorden kan ons een aantal interessante kenmerken van het huidig kapitalisme reveleren. Ford Motor Company is een modern en reusachtig bedrijf (400.00 werknemers over geheel de wereld); het maakt enorme winsten (58 miljard in '66); de automobielindustrie is een tak in volle ekspansie. Een technologisch vergevorderd bedrijf zoals Ford doet zeer grote investeringen, bouwt enorme produktieëenheden op, rekent op een geweldige afzet; het ziet af van onmiddellijke winsten om op lange termijn nog veel meer binnen te rijven (bvb. niet verder werken met oude machines maar opeens volledig vernieuwen). Het is vrij duidelijk dat met zulke investeringen ook enorme ri-sikos gepaard gaan; om deze risikos zo klein mogelijk te houden moet men alle labiele punten uit de produktie weren. Een eerste labiel punt is zeker "de vraag" : de moderne bedrijven laten de vraag niet meer spontaan spelen : Ford zelf ervaarde de gevolgen hiervan aan den lijve met zijn Edsel (zie eerste hoofdstuk). Neen, vóór elke nieuwe investering wordt een uitgebreid en nauwkeurig marktonderzoek verricht; men tast af welke behoeften er bestaan en welke men via de reklamemastodont kan scheppen. Men houdt rekening met de koopkracht op een gegeven ogenblik; indien nodig zal men deze beïnvloeden door de minder vérgevorderde bedrijven tot loonsverhoging te dwingen. Onder andere in funktie van deze vraag (d.w.z. alle faktoren, die de vraag beïnvloeden) gaat men de produktie verder plannen, tot in de kleinste details. Het meest kruciale punt in heel deze planning is de arbeidskracht als produktlefaktor. De kosten i.v.m. machines, materialen en distributie kunnen vrij vlot berekend worden. De rentabiliteit van deze investeringen hangt echter in grote mate af van de bereidheid en de beschikbaarheid van de arbeidersklasse. Een plotse staking bvb. kan de geplande en noodzakelijke produk-tiviteit zo gevoelig doen dalen dat het bedrijf, juist omwille van de enorm grote investeringen, reusachtige verliezen gaat lijden of op zijn minst veel minder winsten gaat maken. De meest gunstige situatie zou dus de volledige beschikbaarheid van alle arbeiders op elk ogenblik zijn. Deze illusie heeft het vérgevorderde kapitalisme echter reeds geruime tijd opgegeven : er zijn in het huidige produktieproces (nu misschien nog meer dan vroeger) inderdaad voldoende objektieve redenen aanwezig voor een arbeidersstrijd. Dit wordt door de kapitalisten (impliciet) erkend : zij zullen immers niet de arbeidersstrijd als zodanig onmogelijk maken of de kop indrukken. Zij zullen wél de arbeidersstrijd kanaliseren in een richting, die kan opgevangen worden binnen de lijn van hun planning. Er mag strijd zijn maar die moet begrensd worden door limieten, door het kapitalisme zelf opgelegd. In sommige gevallen, zoals wij dadelijk zullen aantonen, zal men deze arbeidersstrijd zelfs in eigen voordeel weten om te buigen. Op die manier slagen zij erin hun kontrole op de arbeid te behouden; deze kontrole slaat dan zowel op het loon, op het ritme en op de arbeidsvoorwaarden. Door enige toegevingen te doen aan de arbeiders, slagen zij erin rustig als systeem te overleven. - InhoudOm de strijd van de arbeiders op die manier te leiden hebben de kapitalisten absoluut de hulp van de vakbonden of eventuele andere groepen, die zich als 'leiders1 van de arbeidersklasse opwerpen, nodig. De hulp dus van mensen, die op een bepaald ogenblik gevolgd worden door het overgrote deel der arbeiders en die bereid zijn de strijd te leiden binnen de door het kapitalisme opgelegde limieten. Welke zijn nu de voornaamste limieten, die het kapitalisme oplegt ? Hoe bleek dit verder konkreet te Genk ? 1. Men aanvaardt dat de arbeiders staken, maar dan moet deze staking verlopen op 'vaste ogenblikken',' zodanig dat zij in de planning kan opgenomen worden. Men verwacht zich dus aan stakingen, die al jaren vanop voorhand als verliesposten geboekt worden en die daarenboven ook degelijk kunnen voorbereid worden (bvb. door het aanleggen van een stock). In Genk gebeurde dit konkreet door het vastleggen van een speciaal kontrakt van vijf jaren bij de vestiging en nu hoogstwaarschijnlijk door het inkaderen van het bereikte akkoord in de nationale kontrakten tussen Fabrimetal en de vakbonden, die telkens voor twee jaren worden afgesloten. Reeds van maanden voor de staking werden de arbeiders verplicht of via hogere lonen uitgenodigd tot het massaal presteren van overuren; hierdoor werd er rustig aan stock opgebouwd waardoor men een staking van enkele weken makkelijk kon verdragen. Onmiddellijk na deze staking werd de schade ingehaald door verhoging van het ritme (in de afdeling kamionetten werden de eerste week na de staking per 48 uur 108 wagens gemaakt tegenover 68 voor de staking) of door nieuwe overuren (reeds de eerste zaterdag na de staking werd in verschillende afdelingen normaal doorgewerkt). "Door zich telkens te engageren in dergelijke kontrakten richten de vakbonden dus duidelijk de strijd binnen de door de Forddirektie opgelegde limieten". 2. Wij zegden reeds dat in een concern zoals Ford de be-drijfspolitiek op lange termijn 'gepland' wordt. Konkreet voor een automobielbedrijf wil dit bijvoorbeeld zeggen dat men, na uitgebreide marktonderzoekingen, plant een nieuwe wagen op de markt te brengen. In funktie van de vraag, die natuurlijk groot is (anders zou men nooit met de produktie beginnen) doet men enorme investeringen en bouwt volledig nieuwe produktieëenheden op : in Genk is deze nieuwe wagen de 'ESCORT'. Om deze grote investeringen maksimaal rendabel te maken (of anders gezegd om te voldoen aan de voorafbepaalde vraag) moet de produktie voortdurend op volle toeren draaien. D.w.z. men heeft het ritme vastgelegd op een bepaald punt, men rekent op een bepaalde arbeidsduur (voor Genk 43 uren per week). Zolang een wagen goed verkoopt en zal verkopen, wat vooraf kan bestudeerd worden, kan aan dit ritme en deze arbeidsduur niet getornd worden. De Escort verkoopt goed op het ogenblik en er wordt voorzien dat dit nog ruime tijd zal duren. Het is dus niet zo toevallig dat er géén enkele afspraak gemaakt werd in verband met het ritme; integendeel, zoals wij hierboven reeds zegden lag het ritme na de staking zelfs hoger dan ervoor. Wanneer immers het ritme lager komt te liggen dan voorzien in het plan, verlaagt ook de voorziene produktiviteit per arbeider per uur. Evenmin is het zo toevallig dat de arbeidsduur slechts met één uurtje ingekrimpt werd en dat in ruil hiervoor vanwege de slndikaten een soepeler houding in verband met de overuren geëist werd. Immers, door de 40 urenweek zou de produktie té sterk verlagen, wat binnen het kader van de voorafbepaalde planning, totaal fallikant zou zijn. Door een soepeler houding in verband met de overuren af te dwingen heeft men het uur minder per week zelfs in zijn eigen voordeel kunnen ombuigen; men zal nu immers de produktie nog veel makkelijker kunnen bepalen in funktie van lichte konjunkturele verschuivingen op de afzetmarkt : bij hogere vraag veel overuren, bij lagere weinig of géén. Wij kunnen nu vaststellen dat een relatief groot aantal arbeiders deze overuren helemaal niet verveld vinden en zelfs geneigd zijn er zoveel mogelijk te maken. Sommigen gebruiken deze en andere vaststellingen om verheugd te wijzen op het geluk en de arbeidsvreugde van de arbeiders in het huidige maatschappelijke bestel, op de vruchten van de technische voortuigang ook voor de arbeiders. Anderen betreuren deze feiten, noemen het integratie in de welvaartsmaatschappij en rekenen enkel nog studenten en andere minderheidsgroepen een revolutionair karakter aan. De arbeiders verlangen inderdaad hun huis, hun frigo, hun wagen, hun T.V., hun vakantie. Wanneer zij er niet spontaan toe komen zich deze dingen aan te schaffen zal de reklamemastodont er wel voor zorgen dat deze produkten ook door de arbeiders als "onmisbaar" ervaren worden. De arbeiders beschikken echter niet over de nodige financiële koopkracht om zich deze dingen aan te schaffen; daarom moeten zij zichzelf in schulden steken, kopen zij op krediet (wat alsmaar gemakkelijker wordt in het huidig ka pitalistisch systeem) en maken zij overuren wanneer hen de gelegenheid daartoe wordt geboden. Door er goed voor te zorgen dat de lonen niet stijgen in verhouding (of beter : door de kooplust steeds boven het loonniveau te situeren) kreëert het kapitalisme dus een bestendig onevenwicht, een bestendig deficit. Dit onevenwicht is een essentieel en nieuw kenmerk in de huidige afhankelijkheidssi-tuatie van de arbeiders; het is een nieuwe trek van een verhouding, die sinds honderdvijftig jaren in wezen nog altijd niet veranderd is. Het kapitalisme past er echter wel voor op dat de arbeiders zich van deze manipulatie bewust zouden worden. Het zou een van de taken der vakbonden kunnen zijn om door systematische dis-kussie en informatie de arbeiders hiervan wél bewust te maken, hen te doen inzien dat het niet maken van overuren op dit ogenblik (met de daaraan verbonden verliezen) meer perspektief biedt voor een overwinning op langere termijn. Op deze bewustmaking komen wij echter in een volgend punt terug. Misschien wordt na dit alles voor een aantal mensen duidelijk waarom de vakbonden na drie weken staking de eisen rond arbeidsvoorwaarden en ritme doodgezwegen hebben en daarentegen de eis rond de lonen overaksentueerden. De rol van de vakbonden wordt er niet mooier door wanneer wij weten dat de arbeiders veel meer reageerden tegen hun arbeidsvoorwaarden dan voor een loonsverhoging. Wij willen in dit verband vlug even onderstrepen dat het ritme en de arbeidsvoorwaarden moeilijk van elkaar te scheidenzijn . Wij zegden reeds verscheidene malen dat er reusachtige hoeveelheden moeten geproduceerd worden om een maksimale winst te kunnen boeken : het meest efficiënte systeem om hiertoe te komen is het opsplitsen van de arbeid in zeer kleine partiële delen, die zeer eenvoudig en relatief gemakkelijk uit te voeren zijn (mits een zeer specifieke opleiding natuurlijk). Deze bewegingen kunnen dan aan een zeer hoog tempo uitgevoerd worden. Het zijn dit hoog tempo en dit monotoon stereotiep karakter van de arbeid die aan de basis liggen van de onmenselijke arbeidsvoorwaarden. Vanwaar anders zou die fysische en geestelijke afstomping komen, vanwaar die opengesneden handen en voeten, vanwaar het soms niet naar het toilet mogen gaan tijdens het werk ? Waarom anders is de foreman zo hard en wil hij er alles uitpersen ? Het enige punt waarop de Forddirektie lichtjes is doorgeslagen is dus de loonsverhoging. Ook dit moet ons niet verwonderen; de loonkost in een bedrijf zoals Ford bedraagt immers slechts 7 % van de totale kost (in de mijnen 30 %) . Een zelfs grote loonsverhoging weegt dus niet zo sterk door op de totale kosten en heeft helemaal géén invloed op de produktiviteit (en dus ook niet op de rentabiliteit van de machines, die veruit het grootste deel van de kost vormen). Natuurlijk zullen zij niet verder gaan dan zij door de arbeidersstrijd op een bepaald ogenblik gedwongen worden, wat dan ook duidelijk blijkt uit de bereikte akkoorden. Kortom, buiten deze lichte loonsverhoging is er in Ford-Genk niets veranderd; de kontrole op de arbeid is nog altijd even sterk (ritme, overuren e.d.), de arbeidskracht staat nog altijd ter beschikking van de Forddirektie in die vorm, die door de aard van het produktieproces op dit ogenblik geëist wordt. 3. Het is zeer belangrijk om te benadrukken hoe de verdeling tussen de arbeiders onderling door het kapitalisme systematisch gestimuleerd wordt en verder zeer funktioneel is voor de manier waarop en de richting waarin de arbeidersstrijd geleid wordt. Wij onderscheiden hier de verdeling binnen de fabriek (verschillende loonkategorieën) tussen verschillende fabrieken (Antwerpen-Genk), tussen verschillende sektoren (metaalsektor-chemische sektor), tussen verschillende landen (Keulen-Genk). a. binnen de fabriek : de opsplitsing van de arbeid gaat gepaard met een hele resem funkties, waaraan een verschillend loon verbonden wordt. Op deze manier slaagt men erin een aantal arbeiders kalm te houden, die om promotie te maken (d.w.z. naar een hoger loonkategorie te verschuiven) veel willen verdragen. Het zijn deze mensen, die men als eerste aan een bepaald stuk band-werk zal plaatsen om het ritme te bepalen; zij verplichten hierdoor ook alle andere arbeiders aan een zeer hoog ritme te werken. Indien er dan toch nog een groep arbeiders is die wil strijden, bvb. omdat zij zich benadeeld voelen tegenover andere loonkategorieën worden de eisen gedefinieerd in funktie van de andere posities binnen het bedrijf. Meestal is het zelfs zo dat men de konkrete uitbuiting van de grotere groep arbeiders laat gebeuren door andere arbeiders. Zo zijn het in Ford-Genk de foreman, die zeer konkreet de vereiste produktiviteit uit de arbeiders moeten persen; zij worden hiervoor beloond door een hoger loon en een bediendenstatuut ook al zijn zij dikwijls minder geschoold dan de arbeiders zelf. Zo slaagt het bedrijf er bovendien in eventuele rankunes van de arbeiders tegen het ritme en de arbeidsvoorwaarden af te doen glijden tegen deze foreman en kunnen zij beletten dat de arbeiders zouden doorstoten naar de struktuur van het bedrijf en van het systeem zelf, dat aan de basis van dit ritme ligt. b. tussen verschillende fabrieken : loonverschillen en verschillen in arbeidsduur hebben er bvb. toe geleid dat de arbeiders hun strijd in Genk meer gedefinieerd hebben i.f.v. Ford-Antwerpen dan tegen hun eigen direktie. Dit soort van verdeling wordt daarenboven nog aangewakkerd door een totaal ontbreken van e-nige informatieuitwisseling tussen de arbeiders van deze fabrieken; zo werd het mogelijk dat voor een aantal arbeiders Ford-Antwerpen en Ford-Keulen de ideale werkplaatsen waren. c. tussen verschillende sektoren : de kontrakten in de metaalsek-tor en de chemische sektor vervallen niet op dezelfde datum, waardoor het onmogelijk wordt dat deze mensen bvb. terzelfder-tijd zouden staken (indien tenminste de kapitalistische planning niet doorbroken wordt). d. tussen verschillende landen : de sociale wetgeving verschilt meestal van land tot land. Hierdoor gebeurt het soms dat arbeiders hun strijd gaan definiëren i.f.v. wat in andere landen aan sociale voorzieningen bestaat. Daar komt nog bij dat vele moderne ondernemingen internationaal georganiseerd zijn (zoals bvb. Ford). Meestal is deze organisatie zo opgevat dat elk fabriek zijn dubbele heeft die juist hetzelfde produceert, d.w.z. dat terwijl de ene fabriek staakt, de andere normaal verderloopt. Door het opbouwen van grote stocks in de verschillende fabrieken kan men dus gemakkelijk een (zelfs lange) staking verdragen. Ook hier kan gesteld worden dat de kontrakten in de verschillende fabrieken van een onderneming (konkreet Ford-Keulen en Ford-Genk) op verschillende data vervallen; ook hier bestaat er géén enkele serieuze informatieuitwisseling tussen de arbeiders van de verschillende fabrieken. Simptomatisch bvb. is het feit dat, toen de vakbondsafgevaardigden van Genk naar Engeland gingen, zij in Dagenham aankwamen en eigenlijk in een fabriek 500 km. verder, nl. in Liverpool moesten zijn. Door deze arbeidsverdeling weet het kapitalisme de kracht van het arbeidersverzet aanzienlijk te verkleinen en wordt de invloed op de produktie tot een minimum herleid. Daarenboven zou de strijd veel vlugger overgaan tot een politieke strijd wanneer men een einde heeft kunnen maken aan de door de kategorie en het aparte kontrakt of de aparte revendikaties opgetrokken loonbarrières. Wanneer men immers de onderlinge tegenstellingen (die door het kapitalisme kunstmatig opgetrokken zijn) kan vergeten, zal veel gemakkelijker het probleem van de macht gesteld worden; veel vlugger zullen de arbeiders ertoe komen in te zien wie er beslist over hun arbeidsvoorwaarden, hun levensomstandigheden, hun arbeid. In alle grote stakingen, die ooit het politieke niveau bereikt hebben, hebben de arbeiders hun onderlinge verdeeldheid kunnen wegwerken : zo was het in de grote strijd van de belgische arbeiders in '6O-'61, zo was het ook in Frankrijk tijdens de maanden mei en juni '68. Iedereen zal nu wel inzien waarom het kapitalisme met alle mogelijke middelen de eenheid tussen de arbeiders zal pogen te vermijden. 4. Een vierde en zeer fundamentele begrenzing, die door het kapitalisme aan elke arbeidersstrijd gesteld wordt is voorkomen dat deze strijd zich zou keren tegen de strukturen van het kapitalisme zelf. De arbeiders moeten de illusie hebben dat hun strijd zich afspeelt op fundamentele punten. Nooit mag bij hen het inzicht doorbreken dat zij in feite op details vechten (of tenminste details bekomen). Hierin vooral hebben de kapitalisten de vakbonden nodig ; deze laatsten immers leiden de strijd, zij bepalen de ordewoorden. Wanneer 'zij' erin slagen de strijd binnen de gestelde limieten te houden kunnen zij wel enige beloningen krijgen zoals loonsverhogingen en enkele vormen van sindikale delegatie. Dat op die manier de arbeiders nooit tot een werkelijke bevrijding van de kapitalistische kontrole op hun arbeidskracht komen is hier totaal onbelangrijk.Wij kennen de eisen, die door de vakbonden werden gesteld; wij hebben er reeds op gewezen hoe deze eisen tegen het einde van de staking omgebogen werden in een voor het bedrijf aanvaardbare en zelfs voordelige richting. Dergelijke manoeu-vers zijn maar mogelijk in de mate dat men enerzijds de arbeiders het inzicht in de fundamentele strukturen ontzegd en anderzijds het initiatief weet te behouden. a. Om het initiatief te behouden moesten incidenten zoveel mogelijk vermeden worden. Daarom werd reeds van weken voor de staking op een 'waardig karakter' van de strijd aangestuurd. Vanaf de eerste dag waren de ordewoorden : kalmte, géén incidenten, ga naar huis, waardigheid. De neutraliteit en de vriendelijkheid van de rijkswacht werd voortdurend benadrukt : er werd zelfs aangestuurd op vriendelijke kontakten met deze mensen, die dan toch de staking kwamen breken. Wanneer na enkele dagen de rijkswacht haar ware gelaat toonde en het werk van de arbei-derspiketten onmogelijk maakte (arbeiders van de straat sturen, opleidingen en identiteitskontroles, eskorteren van autobussen) werd hierop niet gereageerd. De provokaties na enkele weken vanwege de Fordpiketten en -knokploegen mochten door de arbeiders niet beantwoord worden. De kranten noemden dit diplomatie vanwege de vakbondsleiders. Men liet dus toe dat arbeiders voortdurend door rijkswachters en Fordkaderleden en -bedienden vernederd werden; géén enkele poging werd gedaan om de machteloze woede van de arbeiders hieromtrent in een serieuze strijd te organiseren. De eerste dag hielden de arbeiders spontaan ook de bedienden tegen zodat 60 % van dezen niet kon gaan werken; dit ging gepaard met lichte incidenten. De vakbonden hebben dit autonoom arbeiders initiatief niet onderschreven en verder uitgewerkt door ook de bedienden-sindikaten (die echter slechts 40 % der bedienden verzamelen) de staking te laten organiseren. Dit heeft zich later duidelijk gewroken, want hierdoor kon de direktie de bedienden een voorname rol toekennen in haar poging om de staking te breken; toen was het echter te laat. Maar ja, men had géén incidenten gehad. De italianen, die de meest militante arbeidersgroep waren (verscheidenen onder hen hadden de strijd van '62 in Italië nog meegemaakt) werden regelmatig geïsoleerd van de overige arbeiders. Zij werden niet uitgenodigd op de betoging in Hasselt : "wij willen niet de indruk verwekken dat dit alleen een staking van italianen is" verklaarde een vakbondsafgevaardigde. Er werd geduld dat 20 italianen gedurende 12 uren in de rijkswachtkazerne van Genk werden vastgehouden terwijl de 3 aangehouden Vlamingen reeds na een paar uren mochten vertrekken. Ook de aanwezigheid van studenten werd moeilijk aanvaard; de meibeweging in Frankrijk was blijkbaar nog te recent verleden. Men schrok er zelfs niet voor terug deze studenten, die door de arbeiders zelf aanvaard werden en zelfs uitgenodig om met nog meer te komen, voor vulgaire herrieschoppers dood te verven. Ook de piketten zelf werden weinig georganiseerd. Waarom de arbeiders niet persoonlijk uitnodigen en hen aan huis gaan afhalen ? Waarom géén bescherming beloven bij eventuele repressie van de direktie, die dreigde met afdanking van militante arbeiders (zij had daarvan trouwens reeds een precedent gegeven bij de schokstakingen in '65) ? Wanneer in die zin op stakersvergaderingen door de arbeiders voorstellen werden gedaan, klonk het antwoord : 'niet nodig, er komt toch niemand werken' of 'wettelijk kan een patroon altijd arbeiders zonder enige reden afdanken'. Dit zijn enkele voorbeelden van de maneuvers, die werden gebruikt om incidenten te voorkomen. Op die manier kon men vermijden dat de arbeiders zich in een echte strijd autonoom zouden organiseren, dat de meest bewuste arbeiders naar voor zouden komen om zelf de ordewoorden te gaan bepalen en efficiëntere vormen van strijd voor te stellen. Het moet ons dan ook niet verwonderen dat er na vijf weken staking géén enkele perspektief meer was voor een suksesrijk verderzetten van de strijd. Het klonk op de laatste algemene vergadering zelfs vrij belachelijk wanneer de gebrekkige organisatie van de strijd ingeroepen werd als argument om de staking stop te zetten. Maar ja, de arbeiders waren min of meer tevreden, het vakbonds-prestige was gered en de bedrijfsplannen waren niet in de war geschopt. b. Men vreesde de studenten niet alleen omdat zij bereid waren eventueel mee te vechten wanneer dit nodig was; dit is trouwens een zwak argument, dat het echter bij de publieke opinie zeer goed doet.Men kon toch maar moeilijk toegeven dat de studenten op een heel andere manier gevaarlijk waren; zij zouden met de arbeiders kunnen diskussiëren over de kapitalistische planning in verband met de arbeidersstrljd en de rol van de vakbonden daarin. Zij zouden kunnen uitleggen dat de arbeidsvoorwaarden en het ritme logisch voortvloeien uit de strukturen van het kapitalisme als systeem (zoals wij dat hierboven probeerden te doen). Dergelijke inzichten korresponderen natuurlijk moeilijk met een strijd, die volledig binnen de limieten van de kapitalistische planning moet verlopen. Om dezelfde redenen ook weigerde men zelf serieuze diskussies te organiseren en informatie door te geven over al deze diepere achtergronden; men kan zichzelf toch niet in de rug gaan schieten. Men weigert dit echter niet alleen in perioden van strijd; nooit wordt door de vakbonden een ernstige poging ondernomen om deze inzichten onder de arbeiders te verspreiden. Nochtans biedt alleen een strijd, die vanuit dergelijke inzichten groeit, een kans voor een overwinning op langere termijn, voor een uiteindelijke bevrijding van de arbeiders uit hun onmenselijke arbeidsvoorwaarden en uit de patronale willekeurige kontrole op hun arbeidskracht. - InhoudTot slot willen wij graag even De Volksmacht citeren : 'De arbeiders van Ford-Genk hebben het recht om fier en met opgeheven hoofd hun fabriek te betreden na deze grote overwinning'. Gedurende en na de staking liet men niet na aanhoudend op het historisch, moedig en zegevierend karakter van deze strijd te wijzen. Uit dit artikel blijkt nochtans voldoende in welke mate de bereikte resultaten een reëlere overwinning betekenen. Het is niet voldoende zich tevreden te stellen met een konstatatie van het hypokriet karakter van zulke beweringen. Na elke strijd wordt op die manier de arbeiders de indruk gegeven dat zij weer eens een overwinning hebben behaald; op die manier wordt ook elk inzicht in de werkelijke konsekwenties van de bereikte resultaten verhinderd. Men weet het voor te stellen alsof de sociale geschiedenis aaneengeregen wordt door een resem sindikale overwinningen, alsof de sindikaten de motor van de sociale vooruitgang zijn, alsof op die manier het kapitalisme sereen in een "socialisme1" zal overvloeien. Dit is fout en een vulgaire verblinding van de arbeidersklasse. Het kapitalisme zal "niet" zo maar een socialisme kreëren; er zijn hoogstens enige "socialiserende" tendenzen in te onderkennen. Al de zogeroemde overwinningen uit 50 jaar ar— beidersstrijd hebben het kapitalisme niet opgeheven. De arbeider heeft nog altijd zijn eigen lot niet in handen : hij mag nog altijd niet meespreken over zijn arbeidsvoorwaarden en zijn levensomstandigheden. Deze mogelijkheid kan het kapitalisme nooit geven omdat het in essentie berust op een radikale breuk tussen de arbeidskracht en de beslissingsmacht over die arbeidskracht. 8. STUDENTENSTRIJD EN ARBEIDERSSTRIJD - Inhoud "In de loop van de dag heeft de rijkswacht nog andere personen opgeleid, in totaal 31, onder wie negen studenten en een meisjesstudente van de studentenvakbeweging (S.V.B,) van Leuven, 19 Italiaanse Ford-arbeiders en 3 Vlaamse" lezen wij in "Het Volk" van 14 november. De vraag stelt zich hier waarom studenten gedurende 5 weken elke morgen om 4 uur uit Leuven vertrokken om samen met de arbeiders piket te gaan staan, pamfletten uit te delen aan andere fabrieken en met hen te diskussieren. Hoe zijn zij tot dit inzicht gekomen ? In Frankrijk zagen wij in mei dat de studenten na de bezetting van hun fakulteiten, na grote meetings over de funktie van hun universiteiten naar de fabrieken trokken en samen met de arbeiders in staking gingen. Ze hielden diskussies met de arbeiders en hielpen hen in de konkrete organisatie van hun staking. In Duitsland zochten de studenten, in hun aktie voor een objektieve pers steun bij de arbeiders die samen met hen de verspreiding van de kranten van het Springer-koncern verhinderden. In Italië gingen studenten mee met arbeiders betogen gedurende de stakingen in de Fiat-fabrieken te Turijn. Overal in Europa merken we dat er studenten zijn die de kant kiezen van de arbeiders, die samen met de arbeiders gaan strijden. Van fakulteit tot fabriek - InhoudEen hele reeks studenten wil inderdaad niet ingeschakeld worden in een systeem dat er alleen maar op gericht is de winsten van een beperkte groep zo maksiniaal mogelijk op te drijven, in een systeem dat in essentie berust op het wegroven van de grondstoffen uit de derde wereld en dat op die manier de situatie van onderontwikkeling in stand houdt. Deze studenten strijden daarom tegen de inhoud van hun onderwijs, inhoud die er in feite op gericht is de mensen om te vormen tot een zo bruikbaar mogelijke produktiefaktor. Zij strijden tegen een geïnstitutionaliseerd gezagspatroon, tegen het ab solute gezag van professoren en overheid, dat volledig tegengesteld is aan het principe van vrije diskussie op basis van gelijkheid. Zij strijden tegen een sociale afhankelijkheid waardoor iedereen afhankelijk wordt van de gedoceerde kursus, de blinde onaanroerbare Waarheid. Gedurende het hele jaar wordt een afhanke-lijkheidssfeer gekreëerd door het schrikbeeld van het eksamen, waarop men de van buitengeleerde frazen nog eens mag gaan reproduceren. Dit eksamen is in onze struktuur in laatste instantie een totaal en willekeurig proces : zoals de arbeider bij zijn baas op het matje wordt geroepen, mag de student voor heer professor verschijnen. Tegenover dit alles stellen zij een aktieve universiteit voor, afgestemd op de arbeiders en demokratisch in haar strukturen. Een universiteit waar elke student bezeten zou worden door de virus van de demokratie, waar kursussen en seminaries zouden gegeven worden over een juiste situering van het probleem van de derde wereld, waar gezocht zou worden naar een menselijke en totale oplossing voor de situatie van de fabrieksarbeiders. Zij willen een universiteit waar het wetenschappelijk onderzoek zou gebeuren ten dienste van de brede lagen van de bevolking en niet ten dienste van deze kleine groep die de macht heeft in onze ondernemingen en die juist om haar winst te vergroten technische vernieuwingen dient door te voeren. Met deze technische vernieuwingen wil men dan niet op de eerste plaats het werk van de arbeider verlichten; neen, veeleer zoekt men naar technieken om het produktieproces nog efficiënter in te richten met als gevolg ritmeverhoging, afdankingen enz... Men zoekt naar nieuwe produkten, die de mens toch niet nodig heeft maar die een grote winst garanderen.Telkens studenten voor zo'n demokratische universiteit strijden, wordt dit onmogelijk gemaakt door de overheid. Zij krijgen geen informatierecht, geen gelegenheid mee te werken aan het opstellen van kursussen; zij mogen in hun lessen niet spreken en diskussieren over de sluiting van de mijn te Zwartberg, de jeugdwerkloosheid, de ongekontroleerde fabriekssluitingen, de ellendige sociale omstandigheden in grootsteden, het onmenselijke werktempo. Zij mogen niet zoeken naar de redenen van de enorme winsten, de financiële maneuvers, het wegvloeien van enorme staatsfondsen in privé-ondernemingen. Zij mogen niet praten over de Belgen in Kongo, de Amerikanen in Vietnam en Bolivië, de Russen in Tsechoslowakije, noch over de opstand der boeren in Frankrijk en Sicilië. Telkens wanneer deze studenten betogen uit solidariteit met deze mensen worden zij hardhandig uit elkaar geklopt door de rijkswacht. In de pers worden de feiten volledig verdraaid voorgesteld, wordt er een hetze gevoerd tegen deze organisaties en studenten. Niet zelden worden na deze betogingen massale huiszoekingen georganiseerd, gepaard met urenlange ondervragingen en chantagepogingen tot het afleggen van valse verklaringen. De studenten ervaarden dus in de konkrete strijd voor deze demokratische eisen enerzijds de macht van de staat en anderzijds de grenzen en de horizonten van hun aktie. Zij begrepen dat hetgeen zij wilden voor wat de grond van de zaak betrof niet kon voldaan worden, tenzij een machtige bondgenoot zich er mee zou belasten. Deze bondgenoot trachtten zij te vinden bij de arbeiders. Waarom nu bij de arbeiders ? Omdat zij tot het inzicht kwamen dat de sociale situatie van de arbeiders helemaal niet rooskleurig is. De arbeiders zijn totaal afhankelijk van hun "baas", ze hebben niets in te brengen, ze kunnen zonder pardon a de deur gezet worden. Tussen '65 en '66 werden in België 71.376 ar beiders ontslagen wegens sluiten van een bedrijf; anderzijds kon stateren wij dat de arbeiders de "laagste trap" van de bevolking uitmaken. Zij moeten zich dood zwoegen om de normale dingen van het leven (huis, T.V., ijskast en auto) te bezitten en terzelf-dertijd worden zij konstant gekonfronteerd met de gigantische vo men van weelde in de hoogste groepen van onze maatschappij. De arbeiders zijn bij elke krisis, bij elke regressie het eerste slachtoffer. Bij een krisis van de steenkoolnijverheid verliezen duizenden arbeiders werkgelegenheid. De minste teruggang va: de ekonomie heeft in België 200.000 werklozen tot gevolg. Wanne de Franse munt moet gered worden, dienen de arbeiders meer te be talen voor hun bus en ontvangen zij minder pensioen.Tegenover deze slechte sociale toestand, kunnen de arbeiders echter hun sterke koncentratie en organisatie stellen. Door deze koncentratie vormen zij een aaneengesloten, solidaire massa. Door hun dagelijks werk in de grote industriële centra, hebben de arbeiders een aantal specifieke organisatiekenmerken verkregen. Ze komen er spontaan toe zich als een deel van het g heel in te schakelen : dit is de typische arbeidersdiscipline. Zij zijn bereid een taak uit te voeren als "naamloos" onderdeel van een massa; ze zijn bereid een onmogelijk vervelende opdracht uit te voeren. We merken hoe studenten dit niet zo doen : in naam van de "persoonlijkheid" en de "individuele verantwoordelijl heid" zullen zij weigeren zich in te schakelen in een massa en deel te nemen aan de beweging van die massa. Door haar koncentratie en haar organisatie is de arbei-dersgroep altijd potentieel gevaarlijk; steeds kan zij als een gi sloten, gedisciplineerde en verbeten massa opstaan. Door haar ti tale afhankelijkheid, haar slechte sociale positie en door haar permanente benadeling is een uitbarsting van de arbeidersmassa steeds mogelijk. Verder kunnen wij vaststellen dat de arbeidersklasse sinds anderhalve eeuw voor haar belangen strijd levert. Alle ve: beteringen zijn door strijd afgedwongen en moeten door strijd wo: den verdedigd. Deze strijd is altijd en overal aanwezig en uit zich in losse konflikten : op geregelde tijden komt deze strijd klaar en open aan de oppervlakte en krijgen we een sociale opstai Hieruit blijkt dat de industrie-arbeiders het best in staat zijn voor te gaan in de strijd tegen het monopolie-systeem en dat zij de meest aangewezen bondgenoten zijn voor de studente n Wat deden de studenten konkreet te Genk ? - InhoudWij gingen om het leven, de moeilijkheden en de strijd van de arbeiders te leren kennen. Wij wilden samen met hen piket staan, samen met hen de werkwilligen overtuigen niet te gaan werken. Daarom trachtten wij het konkrete leven van de arbeiders in het fabriek te leren kennen en diskussieerden wij over het ploegensysteem, over het onmenselijke ritme; over de behandeling door de foremen, over het premiestelsel; wij probeerden een inzicht te krijgen in de arbeidsvoorwaarden : vakanties, gezond-heidsvoorwaarden, ongevallen. Ook over de toelatingsvoorwaarden, de loonbarema's en de willekeurige vormen van afdanking werd uitvoerig gediskussieerd. Zij vroegen ons dat wij over hun strijd zouden spreken bij andere arbeiders, bij studenten en in jeugdbewegingen. Wij organiseerden dan ook een teach-in te Leuven over de ford-staking, waar wij voor een 1000-tal studenten spraken over de konkrete strijd van de arbeiders. Na deze diskussiever-gadering betoogden wij uit solidariteit, bewust van het feit dat ook wij in Leuven voor dezelfde demokratische maatschappij moeten strijden. De volgende slogans werden geskandeerd : kapitaal neen, arbeid ja; eenheid in de strijd; Ford-Genk solidariteit. Deze betoging werd hardhandig uiteengeslagen door dezelfde rijkswacht die op dat ogenblik in Genk de staking poogde te breken. De overheid duldt niet dat studenten solidair zijn met arbeiders. In de kranten werd bijna niets gezegd over deze betoging. Wij organiseerden filmvoorstellingen over de stakingen in Frankrijk. Te Hasselt werd de voorstelling gewoonweg verboden, omdat de B.O.B, de direktie van het kollege waar deze film zou doorgaan, onder druk had gezet. In Genk, waar de eigenaars van de zaal niet ingingen op de chantage van de B.O.B, werd de voorstelling bijgewoond door de B.O.B., die de namen noteerde van al dezen die tussen kwamen in de diskuss ie.In verschillende scholen gingen diskussienamiddagen door samen met Ford-arbeiders en studenten, waar uitgelegd werd wat het werk in een moderne fabriek betekent. Er werd daar gesproken over de konkrete taken van het kaderlid, de sociale assistent, de ingenieur. Tevens maakten wij propaganda voor de betoging te Hasselt, waar dan ook een sterke studentendelegatie aanwezig was. Uiteraard schoten wij tekort in dit werk, in deze poging om gans de bevolking te informeren en op die manier de sympathie, die aanwezig was bij brede lagen van de bevolking te organiseren. Hiervoor dienden wij vooral twee aspekten aan te pakken : 1. Om de massieve deelname van de bevolking te organiseren hadden wij samen met de strijdende arbeiders meetings moeten inrichten in alle omliggende dorpen, hadden wij moeten betogen en diskussiëren in de omgeving van Genk om huisvrouwen, studenten, leraars en bedienden te overtuigen piket te komen staan. 2. Het organiseren van konkrete vormen van solidariteit in de fabrieken : werkonderbrekingen, solidariteitsomhalingen. Wij dienden een gezamenlijk platform uit te werken dat wij dan massaal hadden moeten verspreiden. In heel deze strijd aan de piketten ervaarden wij weer hoe gevaarlijk het aanzien werd solidair te zijn met stakende arbeiders. Wij werden voortdurend achtervolgd door jeeps van de rijkswacht. Elke dag en bij elke gelegenheid werden de identiteitskaarten gekontroleerd. Bij elke verplaatsing in een auto werden wij gevolgd door de rijkswacht. Te pas en te onpas werd in onze wagens naar 'gevaarlijke' wapens gespeurd. Onze verhouding tot de vakbonden - InhoudAls fundamentele houding namen wij aan dat het de arbeiders zelf zijn, die over hun vakbonden moeten oordelen. Wij trachtten te begrijpen welke de juiste rol was van de vakbond, welke vormen van demokrat ie zij gebruikten, hoe de arbeiders zich verhielden ten opzichte van hun sindikale afgevaardigden, hun vrijgestelden en hun topleiding. Maar wat konstateerden wij ? De volgende dag werd 's avonds op de radio de volgende grove leugen uitgezonden : 'er waren studenten van Leuven aanwezig, die zich onder de stakers hadden gemengd en die strooibiljetten hadden uitgedeeld, waarin zij de aanwezigen aanzetten om de fabriek binnen te gaan en deze te bezetten. De vakbondsleiders kwamen tussen beide en slaagden erin dit opzet te verhinderen'. Ditzelfde konden wij 's anderendaags ook lezen in 'Het Volk'; het was dus deze sindikale krant, die dit bericht gelanceerd had. Ter informatie publiceren wij in bijlage 1 het strooibiljet, waarover hierboven gesproken wordt. De tweede dag, toen wij met een tiental studenten met een groep arbeiders diskussieerden kwam er een topfunktionaris van de limburgse vakbond, die de arbeiders waarschuwde voor de studenten, die alleen maar herrieschoppers, oproerzaaiers en agitatoren zouden zijn. Al deze pogingen, ondernomen door de hogere leiding van de vakbonden om de studenten te isoleren van de strijdende arbeiders, mislukten volledig omdat de arbeiders konkreet ervaarden dat wij helemaal niet optraden zoals hun sindikale top hen dat voorhield. Perspektieven Het uiteindelijk resultaat van onze werking bestaat hierin dat er nu regelmatige kontaktvergaderlngen doorgaan in het genkse tussen italiaanse en vlaamse arbeiders en studenten. Hier wordt konkreet nagegaan welke de aktiemogelijkheden zijn, welke de problemen zijn die zich stellen, zowel i.v.m. rol van vakbond, afdankingen, kapitalistische planning enz. De band met de arbeiders van Ford-Genk is dus noch langs het vakbondsapparaat, noch met volledig geïsoleerde individuen tot stand gekomen; maar door de aktie met de voorhoede van de arbeiders, en deze band zal maar blijven bestaan en verder ontwikkelen in de mate dat wij samen naar aktiemogelijkheden zoeken en hiervoor zullen bereid zijn te strijden. De studenten moeten ten dienste blijven staan van de arbeiders. Wanneer wij veel hebben geleerd van de arbeiders -hun problemen, hun moeilijkheden, hun angsten, hun verwachtingen -dan zullen wij in staat zijn onze intelligentie te laten werken voor het volk, zullen wij ook iets kunnen bieden aan de arbeiders. De intellektuelen zullen, samen in één beweging met de bewuste arbeiders, leren strijden voor een betere wereld zonder uitbuiting en onderdrukking. 9. DE FORD - STAKING EN HET ONDERWIJS - Inhoud De Fordstaking is niet zonder weerslag gebleven in het onderwijs. Te Leuven woonden duizend studenten een meeting bij o-ver het probleem, waarna 's avonds een solidariteitsbetoging volgde. Om naar bestvermogen de leerlingen en NUHO-studenten uit de streek op de betekenis van het konflikt te wijzen, werden te Genk en te Hasselt in verscheidene scholen discussies ingericht. Iedere nacht stonden studenten piket met de arbeiders. Onze opvoeding is individualistisch Hoe komt het dat de hogere kaders van Ford Genk piket staan tegen de arbeiders van hun bedrijf ? Hoe komt het dat ingenieurs of bedrijfspsychologen in een fabriek zich niets gelegen laten aan het werkvolk, maar alleen zorg dragen voor hun eigen positie ? De oorzaak hiervan moet voor een groot deel gezocht worden in het individualistisch patroon, waarop onze opleiding is geschoeid. Op alle niveau's vertoont het onderwijs twee kenmerken, die het individualisme in de hand werken. Een eerste kenmerk is de unilaterale afhankelijkheidsrelatie waarin de leerling of de student zich bevindt ten opzichte van leraar of professor. De individuele student kan ten allen tijde door zijn meesters ter verantwoording geroepen, gekontrolleerd en verpletterd worden. Hij beschikt over geen enkel middel om zich te verdedigen, hij is evenmin in staat op zijn beurt zijn leerkracht ergens te bekritiseren. Men kan hier een parallel trekken met de situatie in het moderne bedrijf van de werknemer tegenover zijn werkgever. De arbeider wordt eveneens tot in zijn kleinste handelingen gevolgd, kan onverdiend de zwaarste maatregelen oplopen en beschikt gewoonlijk over geen enkel middel om terug te slaan. Een tweede kenmerk dat ons onderwijs overal vertoont is de opvatting der kompetitie. Het wordt voorgesteld alsof het onderricht op een soort wedren zou neerkomen, waar iedereen met gelijke kansen start en waar de sterksten, de intelligentsten en de taaisten het best uitkomen om de verdiende hoogste posten in de maatschappelijke piramide te gaan innemen. Het lager onderwijs, en vaak het middelbaar en zelfs NUHO voert onder de vorm van prijskampen, wedstrijden en lijsten van uitmuntendheid het kompetitieëlement kunstmatig in, als '"stimulans". In ieder geval zijn zowel studie, huistaak als examen strikt persoonlijke aangelegenheden. Aan de universiteiten zijn de leidende posities in onze hiërarchische samenleving de inzet. In de Amerikaanse hogescholen, die voor de onze als model staan, weten de studenten dat de industrie toekijkt en de beste elementen tegen zeer hoog salaris aankoopt. Dit leidt tot absurde kompetitiedwang : men eist een evenredige bloktijd, beschouwt mekaar als konkurrenten en dergelijke. De studentengroep wordt aldus zeer efficiënt tot een verzameling allerindividueelste egoïsten teruggebracht. In de moderne industrie wendt men soortgelijke metoden aan om de arbeiders onderling te verdelen. Premies, kleine loonverschillen doen de onderlinge wedijver toenemen; ongeschoolde forman worden zwaar betaald om tegen hun makkers op te treden. Het is verboden met elkaar te praten tijdens het werk, het is moeilijk beroep te doen op de sindikale afgevaardigden. Zo pogen de heersende groepen zowel de arbeidersklasse als de studenten-gemeenschap onderling te verdelen, te versplinteren en er kunstmatige tegenstellingen binnen te voeren, zodat zij onderling en niet meer tegen hun gemeenschappelijke vijand vechten, Het individualistisch element in ons onderwijssysteem vindt zijn ultieme bekroning tijdens het examen, waarbij de student als volkomen geïsoleerd individu, los van zijn sociale achtergrond, samenhang en verantwoordelijkheid in een volkomen afhankelijkheidspositie feilloos de opgedane leerstof behoort te spuien. Op tien minuten moet hij tot op het bot worden uitgetest door de man aan de andere kant van de tafel. De relatie van de student tot de prof is vergelijkbaar met die van de arbeider, die bij zijn direkteur op het matje moet. Voor de student is deze pijniging slechts tijdelijk. Met de overladen programma's vol overbodige vakken (om de studies toch maar indrukwekkend te maken en de kritische denktijd tot een minimum te herleiden), zijn de examens en de vernederende afhankelijkheid van de prof voor de student de poort, langswaar hij de toplaag gaat vervoegen. Een sociaal assistent zal ieder onaangepast geval als psychologisch verstoord individu benaderen. Maar hij zal niet nagaan welke de sociale situatie is waaruit de onaangepaste komt. En zeker zal hij niet de ekonomische achtergronden opsporen van de sloppen, de achterbuurten, de levensomstandigheden der marginale groepen. "Dat ligt buiten zijn terrein." Een bedrijfspsycholoog selekteert arbeiders en lagere kaders op basis van robjektieve' kriteria als ouderdom, handigheid, sociale herkomst (mensen uit boerenmilieu's zijn minder lastig d.w.z. sindikaal bewust e.d.). Er zijn zelfs testen om de meest roerige elementen vantussen de arbeiders te pikken. Hogere kaders worden geselekteerd op hun politieke ideeën, hun karakter, hun humanitaire gevoelens (vraag : "wat stel je hoger, de arbeider of de fabriek, antwoord met één woord"). Zij moeten maken dat de arbeiders zich thuis voelen in het bedrijf zodat ze zich volledig inzetten. Zij moeten aan 'human engineering' doen, dus zoveel uit de werknemers halen als maar enigszins mogelijk is, en dit op basis van "wetenschappelijke" kriteria. Bedrijfsekonomen zoeken de goedkoopste oplossing tussen de kosten verbonden aan de ongevallen, en tussen de uitgaven voor veiligheidsvoorzieningen; tussen de prijs van de lawaaibestrijding, en de druk van overmatig lawaai op het rendement. Deze universitairen hebben geleerd enkel volgens de normen van de heersende groep, van de grootindustrie en de direkteurs te denken. Zij zullen nooit denken vanuit de situatie van de werknemer, maar deze uitsluitend beschouwen als produktiefaktor. Het alternatief : autonome organisatie en autonome studie in dienst van het volk Over het algemeen wantrouwen de arbeiders de studenten, en terecht. De studenten worden meestal gerekruteerd uit de hogere bevolkingsregionen, en worden opgeleid om de hoogste en best-betaalde posten te bekleden. Zoals we zagen is ons onderwijssysteem niet van die aard, dat het bij de student het verlangen naar verandering zou bevorderen. Zelfs in het middelbaar is reeds een diskriminatie op basis van sociale afkomst waar te nemen. In een open brief, gepubliceerd door verscheidene waalse afdelingen van de J.O.C, (jonge kristelijke arbeiders) wordt beweerd dat de huidige studentenbeweging enkel tot gevolg heeft, dat deze laatsten hun reeds komfortabele positie nog verstevigen. Dit gevaar is inderdaad erg reëel. Het manifest van J.O.C, zegt, dat de studenten niet tot een stellingname aan de kant van het gewone volk kunnen komen, omdat hun sociale ervaring anders is. Zij staan niet in fabrieken, zij worden niet met problemen als arbeidsritme, loonkonflikten, menselijke verhoudingen gekonfronteerd. Zij bevinden zich integendeel in een gepriviligeerde positie, die zij niet spontaan zullen prijsgeven doch nog verder versterken.Elke student staat voor een keuze. Hij wordt opgeleid om tot de hogere kaders te gaan behoren, hij zal hoog bezoldigd worden opdat hij zijn belangen met die der heersende klassen zal identificeren. Hij zal in een selekt milieu belanden, in 90 % der gevallen reeds het milieu waaruit hij stamt. Anderzijds kan hij gaan beseffen dat zijn opleiding nie gericht is op de belangenbehartiging van iedereen, maar geschiedt in funktie van de winst van een beperkte groep. Dit besef, dat de positie zal bepalen, die hij inneemt, wordt slechts verworven in de direkte praktijk, in een kontakt met de sociale werkelijkheid dat hem niet in de les geboden wordt maar dat hij autonoom moet verwerven. Een groeiende minderheid onder de studenten en de leerlingen gaat zich zelfstandig organiseren, het kunstmatig individualisme en de kunstmatige versnippering doorbreken om zich in het klassekonflikt resoluut aan de zijde van de gewone man te sch; ren. Voor velen onder ons is Ford Genk een beslissende stoot geweest. We staan nog maar aan het begin. BIJLAGE 1 : PAMFLETTEN - Inhoud1. Studenten Vak Beweging - Leuven (uitgedeeld op de eerste stakingsdag 21/10)Steun aan de stakende arbeiders van Ford De arbeiders van Ford zijn een rechtvaardige strijd begonnen. De Studenten Vak Beweging steunt deze strijd. De arbeiders hebben gelijk. Ze vechten voor hogere lonen. Zij vechten tegen de willekeur van de patroon die alles als een diktator kan beslissen : hij zet de arbeiders aan de deur, hij dwingt de arbeiders overuren te maken, hij slaat helemaal geen acht op de gezondheidsregels. De arbeiders vechten tegen de arbeidsvoorwaarden en het arbeidsritme, dat de patroon hen oplegt. De patroon is almachtig; de arbeiders weten wat het wil zeggen : de diktatuur van de boergeoisie. De arbeiders ondervinden dat ze het slachtoffer zijn van de produktiestruktuur, die de winst als centraal en uitsluitend streefdoel stelt. Waarom komen wij, studenten van de universiteit van Leuven, onze steun brengen naar de strijdende arbeiders van Ford ? Wij komen om het leven, de moeilijkheden en de strijd van de arbeiders te leren kennen. Dat leren wij niet aan onze universiteit. Wat leren wij dan wel aan de universiteit ? Men leert ons, studenten, hoe wij later de baas moeten spelen over de arbeiders, men leert ons dat wij aan de kant van de patroons moeten staan. Dat wij moeten zorgen voor de tucht in de fabriek en voor rendement. Men zegt ons dat wij later veel geld zullen verdienen in de fabriek en dat wij het wel zullen stellen. Maar daarvoor moeten wij de arbeiders in bedwang houden. We moeten zorgen dat de arbeiders nog harder werken, dat zij nog meer renderen, dat de zwakken snel worden uitgeschakeld, dat de arbeiders niet meer samenkomen en diskussiëren, dat de arbeiders hun ontevredenheid, hun protest en hun opstand niet meer tonen, maar dat ze leren zwijgen en gehoorzamen. De patroons en kapitalisten zijn baas in de fabriek. Maar ze zijn ook baas in de universiteit. Aan de universiteit zijn wij in opstand gekomen tegen de kapitalisten. Maar wij weten goed dat wij alleen niet sterk genoeg zijn. Alleen de arbeidersklasse kan tegen de kapitalisten strijden en de overwinning behalen. Alleen de arbeiders kunnen de patroons omverstoten en een nieuwe maatschappij opbouwen voor de arbeid en voor de werkende mensen. Wij studenten van de studentenvakbeweging Leuven, komen naar de arbeiders van Ford om hen te steunen. Maar ook om van hen te leren. Wij willen samen met de arbeiders leren vechten. Wij willen hun leven en hun strijd leren kennen. Wij zijn studenten die niet aan de kant van de patroons willen staan, maar aan de kant van de arbeiders. Daarvoor moeten wij eerst veel leren van de arbeiders. Want de universiteit heeft ons helemaal misvormd, de kapitalisten hebben ons gevormd zoals zij ons willen hebben. In de klassenstrijd willen wij later strijden aan de kant van de
arbeidersklasse. Aan de universiteit van Leuven zullen wij diskussiëren over wat wij van de arbeiders van Ford hebben geleerd. Wij zullen onze medestudenten overtuigen van uw rechtvaardige strijd. Steeds méér studenten zullen in de klassenstrijd aan de kant van de arbeiders staan. 2. Vrienden Arbeiders (Uitgedeeld op de meeting van 29/10) Verleden week donderdag kwamen te Leuven duizend studenten bijeen om te praten over de staking in FORD-GENK. Hierna stapten zij op door de straten van Leuven om hun solidariteit met u te betuigen, waarna zij door de rijkswacht terstond uit elkaar werden geslagen. Op deze vergadering deelden een vijftal mensen van de STUDENTENVAKBEWEGING (S.V.B.) die gedurende de vorige week in Genk verbleven, mee wat zij van de stakende arbeiders in Genk geleerd hadden. Deze vijf mensen hebben daar gesproken over het onmenselijke ritme waartegen gij moet werken, over de onveilige werkomstandigheden, over de manier waarop gij wordt aangeworven en afgedankt, over de lage lonen en het groot aantal werkuren, enz... Deze studenten nemen kontakt met u omdat ze willen leren in welke voorwaarden gij hier arbeidt. Zij willen dit leren omdat zij later niet meer de bazen willen zijn, omdat zij later niet met de chronometer achter u willen staan en omdat zij later u niet willen ontslaan omdat u het ritme van de band niet volgt. Neen !!! Zij willen later aan uw kant komen te staan en zij willen UW belangen verdedigen. Dit echter, is voor ons, studenten, niet gemakkelijk. Wij begrijpen u moeilijk omdat wij in een andere wereld worden "opgevoed", omdat wij in onze lessen niets horen over de wereld van de arbeid, over de voorwaarden waarin gij moet leven en werken. Dit is de reden waarom wij deze weken in Genk zijn. Wij willen leren van u wat uw konkrete strijd is van elke dag : de strijd tegen de bazen, tegen het ritme en tegen de afdanking. Wij zijn dus hier helemaal niet om herrie te schoppen of om te vechten. Wij hebben dit recht niet. De arbeiders moeten hun eigen strijd voeren en wij als studenten kunnen daar alleen maar bij aansluiten. Als leden van de STUDENTENVAKBEWEGING willen we dat wat we hier gehoord en geleerd hebben aan zoveel mogelijk andere studerenden meedelen. Daarom hebben wij in verscheidene scholen van HASSELT en GENK bijeenkomsten georganizeerd, waar wij films over de arbeidersstrijd van mei-juni in Frankrijk hebben vertoond en waarna wij informatie hebben gegeven over de staking bij u. Wij doen dit omdat wij het zeer belangrijk vinden dat zoveel mogelijk mensen weten wat er in Genk gebeurt zodanig dat zoveel mogelijk ook zich solidair verklaren met de arbeiders van FORD. Arbeiders, Studenten, Inwoners (uitgedeeld in Leuven en Genk na 3-weken staking)De strijd van de Ford-Genk arbeiders duurt onverminderd voort. De arbeiders strijden tegen te lage lonen (20 fr. minder dan in Ford-Antwerpen.), tegen te lange arbeidsduur (44 uur terwijl te Antwerpen 40 uur) en tegen de arbeidsvoorwaarden in de fabriek. De strijd is zeer belangrijk, en dient daarom gewonnen te worden. Niet alleen om de konkrete onmiddellijke eisen te laten inwilligen, maar ora na de staking opnieuw te werken met geloof in eigen kracht en meer georganiseerd te zijn tegen de voortdurende pogingen van de direktie om de uitbuiting door te voeren. Ford-Genk heeft in elk geval alle intimidatiepogingen aangewend. Zij hebben brieven gestuurd naar de arbeiders met bedreigingen; zij hebben eigen stakingsposten ('knokploegen' zegt Het Volk) georganiseerd, terwijl de politie arbeiders en studenten opleidde. Daarom dienen wij onze solidariteit met de Ford-arbeiders te verstevigen. De strijd van de studenten in de in stellingen van het hoger en middelbaar onderwijs loopt gelijk met de strijd van de arbeiders in de bedrijven. De studenten worden immers voorbereid op een maatschappij die alleen op uitbuiting blijkt gevestigd te zijn.Ook andere arbeiders zijn solidair met de stakende arbeiders te Genk. Deze solidariteitsbeweging dient overal uitgebreid te worden. We moeten samen over deze problemen diskussieren, en we dienen met velen - arbeiders en studenten - de stakingsposten te vervoegen. We moeten elkaar beter leren kennen om beter te kunnen samenwerken wanneer het werk na de overwinning hernomen wordt. Ford-Genk moet en zal overwonnen worden. Elke solidariteitsbeweging is belangrijk om de arbeidersstrijd te verstevigen en de direktie te isoleren. Een groep van strijdende arbeiders en studenten. STUDENTENVAKBEWEGING - LEUVEN (Uitgedeeld op de algemene vergadering van de laatste stakingsdag 21/11) Vrienden arbeiders, De strijd die tegen de Ford-direktie werd aangebonden werd een gedeeltelijk sukses. De arbeiders hebben duidelijk bewezen dat men met eendracht zelfs het machtigste fabriek aankan. Vijf weken lang, niettegenstaande alle pogingen van Ford, bleven de arbeiders solidair thuis. Het is dus mogelijk, door solidair te strijden, aan de winnende kant in de strijd tegen het kapitaal te staan. Het is in deze strijd dat de rijkswacht haar waar gelaat heeft getoond : zij noteerden voortdurend de adressen van de arbeiders, zij kozen bij kleine incidenten steeds de kant van de Ford-piketten, zij leidden de strijdende arbeiders en studenten op en nooit mensen van de Ford. Evenals de rijkswacht staan ook vele kranten aan de andere kant. Konkreet : Het Belang van Limburg, Het Laatste Nieuws en Het Nieuwsblad toonden in deze strijd dat ze niet achter de Limburgse arbeiders staan maar achter de belangen van het grootkapitaal. De studenten, militanten van de studentenvakbeweging (S.V.B.), streden mee met de arbeiders. Zij kozen in deze strijd de kant van de arbeiders en niet die van de direktie. Konkreet betekent dit dat deze studenten, SVB-militanten, later geen Ford-piket of iets dergelijks wensen te zijn. Op dit ogenblik is de strijd nog niet gewonnen. De strijd zal voortgezet worden in de fabriek. De Ford-direktie zal misschien proberen militante arbeiders af te danken, zal het ritme misschien pogen op te drijven, zal nog altijd een puntensisteem hebben, zal de foreman nog altijd een'gorilla-rol' laten spelen, zal misschien nog altijd dezelfde politiek hebben inzake veiligheid en gezondheid. Ook is helemaal niet aanvaard dat Limburg niet langer een kolonizatiegebied zal zijn. Principieel werd helemaal niet aangenomen dat de mens meer gewaardeerd dient te worden. Tegen al deze konkrete wantoestanden zullen de arbeiders ook in de fabriek moeten strijden. Daarvoor echter, om deze strijd met sukses aan te binden, moeten de arbeiders solidair zijn. Zeker zal de staking hiertoe bijgedragen hebben. Maar, om effektief te kunnen strijden moeten de arbeiders georganizeerd zijn : iedereen moet weten wat er gaande is, iedereen moet konkreet meestrijden. En dit was het zwakke punt van de staking : de organi-zatie. Alle mensen streden niet mee. Steeds dezelfde arbeiders stonden, van 's morgens vroeg tot 's avonds laat, piket. Iedereen zou moeten meestrijden, zo zouden we veel vlugger de direktie overwinnen. Iedere arbeider was tegen Ford. Waar we naar toe moeten is : iedereen moet effektief mee strijden tegen Ford. Iedereen moet ingeschakeld worden in de strijd. De meeste strijdende arbeiders zeiden ons dit. Zij zelf formuleerden deze kritiek. Daarom in het vervolg, in de strijd in het fabriek en later bij eventuele stakingen moeten we rekening houden met deze ervaring. Wij zelf zijn nu nog meer overtuigd dat wij in de klassenstrijd zullen strijden aan de kant van de arbeidersklasse. Daarom willen we blijven diskussieren met U over deze problemen, zullen we samen naar aktievormen zoeken om door onze gezamelijke strijd de Ford-direktie en het groot-kapitaal te overwinnen. BIJLAGE 2 : EEN GEMEENSCHAPPELIJKE BRIEF AAN DE SINDIKATEN EN DE STUDENTEN - InhoudDeze tekst is een vertaling van een brief, die door een groep franse arbeidsters uit een I. B.M.-fabriek te Montpellier verstuurd werd aan de sindikale leiders en aan de studenten. Deze groep werd gevormd na de mei-juni beweging in Frankrijk. Wij publiceren deze brief omdat het een konkreet getuigenis is van wat arbeiders en arbeidsters denken over de taken van studenten. Beste vrienden, Als arbeidsters van de fabriek Morari (Montpellier), scheen het ons belangrijk U het arbeidsblad, dat door zeven mensen onder ons werd geschreven, te laten geworden. Het is een getuigenis van wat we dag na dag hebben bereikt, van onze werkvoor-waarden, van wat we verlangen. Sedert dit blad geschreven werd, werden twee van onze kameraden ontslagen door de direktie omdat ze de anderen bewust maakten van onze overwinningen; twee anderen verlieten de fabriek om te huwen. Onze groep verzwakte daardoor een ogenblik maar mits enkele moeilijkheden herstelde zij zich. Onze hoop is dat dit werk zou verder gaan-Ons lijkt het belangrijk deze meer geëngageerde kameraden te steunen. Eén onder hen zei na het lezen van het blad : "Ik heb het gelezen onder de middag en ik heb bijna niet gegeten om het te lezen tot het einde". Een andere zei : "Het is ontzettend. Zo leven wij. Ik wou dat de patroon het las". "Een derde begon te protesteren van zodra ze het zag. Reeds meerdere kameraden zijn bereid het te verspreiden in de fabriek. Om hen te steunen moet men ze ergens vinden : tijdens de pauze, in de kantine (met de nodige voorzichtigheid, opdat de patroon of de kaders geen argwaan zouden krijgen) of bij hen thuis. Wij denken dat : 1. het blad moet verspreid worden onder alle arbeidsters van de fabriek Morari : dat zal hen de kracht en de ideeën geven om zich te verdedigen. In enkele dagen kan die verspreiding gebeurd zijn-Men moet het blad ook verspreiden in de andere fabrieken die afhangen van I.B.M. in de industriezone van Montpellier. Wij hopen dat de lokale sindikale verenigingen deze verspreiding kunnen doen lukken. 2. Wij moeten ook werk leveren dat grondiger is. Wij moeten terug nemen wat men ons ontstolen heeft, strijden voor ob-jektieve informatie en voor voorlichting over alle problemen die ons kunnen gegeven worden. WAT MEN ONS VRAAGT : werken-produceren-konsummeren-zwij-gen-onze patroons rijk maken-elke dag een beetje meer wegkwijnen om een minderheid te laten profiteren-de ekspansie mogelijk maken. WAT WIJ VRAGEN : verantwoordelijkheid in ons werk, in de organisatie, in de werking van de fabrieken, van het land, mannen en vrouwen te zijn wiens waardigheid men respekteert. Wij wensen op een objektieve en eerlijke manier te weten alles wat ons het leven zo zwaar maakt, wij willen het leven van de arbeiders in de wereld kennen, de arbeidsstrijd, de internationale solidariteit, de strijd voor de vrijheid, enz. Dat zullen wij inderdaad moeten krijgen, wij arbeiders, zelfs al zijn wij nog te weinig talrijk om ervan bewust te zijn dat wij hiervoor moeten strijden. Wij hebben de gelegenheid niet gehad om te studeren, te lezen, ons te vormen, ons te informeren, omdat we verplicht waren te gaan werken (en velen van ons vanaf zeer jonge leeftijd) om geld te verdienen voor het levensonderhoud van onze familie. Voor de arbeiders is er niets georgani-zeerd om deze informatie te verkrijgen; ofwel is deze voorbehouden aan een minderheid van militanten. Op een dag waren wij met een zevental bijeen om te spreken over het arbeidsleven van de vrouw in de wereld, over de strijd die zij voeren om hun kinderen te laten leven. Het ging er over braziliaanse, arabische, spaanse en Vietnamese vrouwen. Een onder ons merkte op : "Het is belangrijk dat allemaal te weten, dat geeft ons moed voor de strijd". Wij moeten alles weten over het werk, de sociale wetten, de sociale systemen, het ekonomisch leven, het internationaal leven. Wij hebben niets te verwachten van de televisie, van de radio, van de dagbladen, zoals deze nu zijn. Zij zouden nochtans ten dienste van het volk moeten staan. Het organisme waar wij, arbeiders, elkaar zouden moeten ontmoeten is het sindikaat, want het sindikaat dat zijn wij. Het sindikaat is uitdrukking van onze solidariteit. Maar het sindikaat blijkt ver van ons af te staan. Dikwijls komt het voor dat zij die de opdracht kregen ons te vertegenwoordigen zich ophouden in de lokale, de departementale, de internationale en de nationale verenigingen en geen kontakt meer hebben met de basis, met de grote massa der arbeiders. Deze kameraden, die bezield zijn met een groot verlangen om te dienen, nemen dikwijls beslissingen in onze plaats en lopen het gevaar de bureaukraten te worden van het sindikalisme terwijl wij van hen verwachten dat ze een steun zouden zijn in de strijd om steeds verder te gaan in de opbouw van de maatschappij. Een arbeidster zei : "Ik ben gesindikeerd en ik zal het blijven want het is daar dat onze werkkameraden zijn; ik zal er echter voor vechten dat de sindikale organisaties werkelijk ten onzen dienste zouden staan. Hoe dan ook, wanneer de arbeiders hun verantwoordelijkheden opnemen, zullen zij voor zichzelf de verantwoordelijken kiezen in wie zij vertrouwen stellen." De arbeid, die wij, arbeidsters en arbeiders, presteren dient om een maatschappij op te bouwen waar iedereen kan leven als een vrij mens. Het is een lange en zware arbeid, maar wij zullen ons doel bereiken, wij zullen het werk blijven voortdoen van hen die ons voorafgingen. Onze strijd is geen geïsoleerde strijd in het departement van Hérault of in Frankrijk, maar wat ons ondersteunt en kracht geeft is te weten dat er boven de systemen en de landen een internationale solidariteit bestaat. Onze strijd betekent een bewust worden van het feit dat wii samen met de andere arbeiders, broeders zijn van eenzelfde menselijke familie. De zucht naar macht van de grote geïndustrialiseerde landen, hun verslaafdheid aan het geld of aan de partij die niet altijd de verlangens van de arbeidersmassa vertegenwoordigt, verblinden de arbeiders van die landen die zich nog niet genoeg solidair voelen met hun broeders van de hele wereld. Terwijl een arbeider in Noord-Amerika 16 dollars (800 fr.) verdient, verdient een arbeider in Brazilië of in het Midden-Oosten 1 dollar (50 fr.) en in Frankrijk 3 a 4 dollars (150 a 200 fr) per dag. De strijd van de arbeiders uit de ontwikkelingslanden is een strijd tegen het imperialisme, een strijd voor het leven, de broederlijkheid en de deelname in de winst. Wij zouden willen dat al onze kameraden arbeiders in Frankrijk, in Noord-Amerika, in Rusland, in Engeland enz. zich rekenschap zouden geven van het feit dat onze strijd niet in eerste plaats tot doel heeft elk voor zichzelf voor zijn eigen brood te vechten, maar dat zij in hoofdzaak een strijd is samen met onze broeders die nog steeds onnoemelijk worden onderdrukt. Wij moeten het leven van de buitenlandse arbeiders verdedigen (Spanjaarden, portugezen, algerijnen, maroka-nen, zwarten, joegoeslaven, enz.) die in Frankrijk komen werken. Wij moeten VECHTEN tegen sommige ideeën die ons in het hoofd worden gepompt, zoals : "zij komen ons brood opeten, enz.", en deelnemen aan alles wat tot hun promotie kan leiden : taalkursussen, eigen huiskring, enz. Wij moeten solidair zijn met onze Vietnamese, Kubaanse, Latijns-Amerikaanse en Chinese broeders om te trachten een maatschappij op te bouwen waar het volk niet langer meer de slaaf is van enkele machtigen. Wij denken dat wij beet genomen worden en vooral nu dat het woord "participatie" zo dikwijls over de lippen valt van de chefs van het gouvernement en het patronaat. Wij vatten het zo op dat de eerste participatie er in zou bestaan dat wij werkelijk worden geraadpleegd, nadat men ons objektief en volledig heeft ge-informeerd over wat wij willen en denken, eerder dan in onze plaats te beslissen over een voorgenomen aandeel dat niets wil zeggen. Wij willen vrijheid van meningsuiting zonder dreigingen met ontslag of politie. Zonder twijfel is de voorwaarde van deze strijd de vereniging van allen, arbeiders en studenten. Wij moeten samenwerken om de strukturen van de maatschappij te herdenken en te veranderen. Wij denken dat ook de studenten een belangrijke rol te spelen hebben in hun universiteiten, in hun studiemilieu, om de strukturen te doen veranderen en tevens om de mentaliteit van vele van hun vrienden te doen veranderen. Wij vragen hen : - te strijden voor een vrij onderwijs dat toegankelijk is voor iedereen. - dat zij de ogen zouden doen opengaan van hun vrienden die later "onze" kaders zullen worden. In de fabriek vinden wij hen terug als ploegbazen, chefs of kaderpersoneel en al te dikwijls vormen zij de hinderpaal voor onze strijd : de patroon maakt van hun verwaande kennis en hun kwalifikatie gretig gebruik om ons bij voorbaat uit te buiten. Wij vergeten zeker niet die mensen die bij dokters, ingenieurs, enz. in dienst zijn, zoals daar zijn, de huisknechten, kuisvrouwen, tuiniers, enz. De dokters die de gemeenschappelijke overeenkomsten naleven zijn uitzonderlijke gevallen; voor velen echter is hun bediende niet meer dan een meubel of zelfs nog minder, iemand die niet intelligent is, die niet denkt, die niets weet, enz. Ook daar staat ons nog veel te doen. Aan de studenten die arbeiders zouden ontmoeten vragen wij : - dat zij klaar, kort en bondig zouden spreken. Wij waren eens aanwezig op een ontmoeting studenten-arbeiders in de fakulteit der letteren. Een student stelde daar de studenten-strijd voor, wat die heeft opgebracht enz. Hij besteedde daaraan een half uur, alhoewel hij alles kon zeggen in tien minuten met begrijpelijke, preciese en korte woorden. Voor ons is de tijd zeer kostbaar en het lang opblijven 's avonds doet ons geen goed, vermits we 's morgens vroeg aan het werk moeten. Een studente zei ons eens : "Het is eigenaardig. Ik hoor jullie spreken en intussen denk is : kijk, hoe zou ik dat nu gezegd hebben ? Zeker en vast op een veel ingewikkelder manier". - dat zij niet zouden vergeten dat de arbeiders die zij ontmoeten nooit geïsoleerd zijn. Wij hebben onze werkmakkers, onze leefwereld, onze familie en onze vrienden. Onze strijd stijgt uit boven de organisaties, boven de sindikaten, die wij in de strijd, met lijden en ten koste van doden, geschapen hebben. De sindikaten hebben nood aan aanpassing en wij zullen werken aan de verbetering ervan, zodanig dat ze nog vollediger onze mening kunnen vertolken. Maar in de aktie zijn alle arbeiders aan de basis verenigd, zowel gesindikeerden als niet-gesindikeerden, zonder onderscheid naar gelang de sindikale centrale waarbij men aangesloten is. Deze eenheid zal moeten gemanifesteerd worden door de sindikale centrales. Wij denken ook dat een verlengde stage in het arbeidsmilieu veel zou kunnen bijdragen tot het zien van de realiteit van het arbeidersleven. Wanneer men dan over dat leven spreekt zou het veel gemakkelijker zijn om met zijn beide voeten op de grond te blijven. Gedurende deze laatste maanden hebben wij veel studenten horen spreken. Zij zijn zeker bezield met een edel idealisme, zij roepen schokkende verklaringen over de revolutie, over de ondergang van het kapitalisme, over de dood van de konsumptie-maatschappij enz ... maar zij hebben niet eens gebroken met hun eigen levensmilieu, met hun ouders, met hun familie. Dikwijls zijn het deze die ons uitbuiten. Dit brengt mee dat ze niet volledig deelnemen aan ons leven en aan onze strijd. Tevens staan wij vanaf het begin zeer wantrouwig tegenover hen die de revolutie zouden willen voeren zonder zich te veel te vermoeien, want het zijn de werkers die het gelag betalen als er een opstand komt. De stakingen in mei waren voor velen onder ons een hard offer, een misrekening in het budget (velen hebben moeten verzaken aan de vakantieplannen, een vakantie die ze nochtans goed konden gebruiken), een oorzaak van ontslag of van werkloosheid. Wij voelen ons werkelijk solidair met die studenten die zich als ware bondgenoten hebben getoond in de strijd en in het bijzonder met hen die volledig komen deelnemen aan ons arbeidersleven. In een houding van begrip kunnen zij : - leran wat een beroep is, wat het leven van een arbeider is; - datgene wat zij reeds geleerd hebben ten dienste stellen van het volk. Zij zullen met ons strijden om een maatschappij op te bouwen waar iedereen zich kan doen gelden. In een eerste stadium zou men kunnen denken of verlangen dat de arbeiders gaan studeren en de studenten gaan werken, maar dat is niet voldoende. Men moet ophouden met elkaar te beschieten. Men moet strijden opdat elkeen zijn plaats als werkman zou krijgen, als verantwoordelijk en volwaardig arbeider. Want, het is slechts onder die voorwaarde dat men mens is. Wij hebben verschillende bladen gelezen die verschenen zijn tijdens de gebeurtenissen van mei en juni, waarin gehandeld werd over informatie. Ziehier wat wij menen. In alle waarheid zeggen wij wat wij denken, niet om kritiek uit te brengen maar om verbeteringen aan te brengen. Wij hebben een pers nodig die het volk dient, die nieuw en objektief is en die ons inlicht over de arbeidsstrijd in heel Frankrijk en in heel de wereld, over de solidariteit die ontstaan is bij het ontstaan van de arbeidersklasse, over de voorbije en de huidige strijd. Een pers die ons laat kennis maken met de grote problemen van de wereld, met de politiek, met de ekonomie die het leven van elke dag en onze arbeiderskultuur vervoegt; zulke pers zal van ons volwaardige mensen maken, mensen die vrij zijn over hun eigen lot te beslissen. De sindikale bladen waren veel eenvoudiger en precieser; door woord en beeld hielden zij ons op de hoogte van wat er in andere steden gebeurde. Het is wenselijk dat dergelijk werk blijft doorgaan en dat deze revues werkelijk de uitdrukking zijn van alle arbeiders. Wanneer wij zeggen alle arbeiders dan zijn dat alle ar- beiders en niet alleen deze die gesindikeerd zijn, en die een minderheid vormen. Al de anderen die niet gesindikeerd zijn en die de meerderheid uitmaken zijn daar zeker ook bij. Ook zij vechten in de arbeidersstrijd, vechten aan de frontlijn, zijn bereid alles te geven. Zij zijn uitgesloten van sindikaten en politieke partijen omdat ze te links zijn. Wij menen dat er voor Montpellier een lokaal blad zou moeten zijn, misschien een gestencileerde uitgave; een blad dat alle arbeiders zou inlichten over de werkvoorwaarden van de verschillende fabrieken aldaar, over het werk dat hun makkers doen, waarin de gemeenschappelijke overeenkomsten zouden uitgelegd worden, de sociale wetten, enz. en die zouden kunnen oproepen tot een gemeenschappelijke aktie. Wij zijn ervan overtuigd niet alles te hebben gezegd over dit uitgebreid en kompleks domein maar wij hopen ons steentje te hebben bijgedragen tot de opbouw van de mensheid. Alleen door dit lang en diepgaand werk van vorming en informatie zullen we het gunstig ogenblik voorbereiden voor een totale verandering van de maatschappij die niet meer gebaseerd zal zijn op geld en winstbejag maar ten dienste zal staan van alle mensen. Dank zij dit blad zullen er mannen en vrouwen opstaan uit de arbeiders, die de gids en de steun zullen zijn van de massa. De arbeidsters die het arbeidsblad hebben opgesteld.
Mijnwerkersmacht - Arbeidersmacht Ford-Genk, Sun, 1970 Stakingen in de provincie Limburg, 1944-1969, Maertens Daniël, VUB, 1975 |