De Stoute Jaren
Studentenprotest in de jaren zestig
Louis Vos, Mark Derez, Ingrid Depraetere,
Wivina Van der Steen, Lannoo, 1988.

 

Net: Blz - Doorlopend
Pdf: Blz - Doorlopend


Inhoud en voetnoten interactief - Mail - Home

De Stoute Jaren - Studentenprotest in de jaren zestig - Louis Vos, Mark Derez, Ingrid Depraetere, Wivina Van der Steen, Lannoo, 1988.

Omslagontwerp Studio Lannoo Grafische vormgeving Johan Mahieu - Gezet bij Photocompo Center, Brussel, Gedrukt en gebonden bij Drukkerij-Uitgeverij Lannoo bvba, Tielt - 1988 © Uitgeverij Lannoo, Tielt - Printed in Belgium - D/1988/45/76 - ISBN 90 209 1588 6 - NUGI 641

Inhoud

Inleiding - Mei 68

I. Rebelse generaties, het studentenprotest van de jaren zestig

     1. Wendingen
            Herstel
            Kering

     2. Het verloren vertrouwen (1962-1967)
             New Left & Vietnam
             Democratie
             Leuven Vlaams

     3. De hemelbestormers
             Januarirevolte
             Wereldwijde contestatie
             De adem van de revolutie

     4. De nieuwe waarheid (1969-1975)
             Medezeggenschap
             Ideologisering
             Weidse horizonten
             De roeping van de student
             Generaties
             Een stille revolutie

         Noten

II. Kroniek van het studentenprotest

1958
1959
        De Vereniging der Vlaamse Studenten (VVS)
1960
1961
1962
1963
1964
1965
        Elke provinciestad zijn universiteit
        Provo of de magie van Amsterdam
1966
        De burger springt uit de band
        De Antwerpse kroegen
1967
        Het witte gevaar
        De kritiese universiteit
1968
        Rooie Rudi en Rooie Dany
        Horizontaal of verticaal pluralisme in Antwerpen?
        De stiefkinderen van de Leuvense Alma Mater
1969
         De katholieke Antwerpse srudent in de contestatie
         Participatie of contestatie
1970
         De stoute jaren in het brave Leuven
         Van sit-in tot molotov-cocktail
1971
         Revolutionair optimisme
         Mollenwerk
1972
1973
1974
1975
        De overmoed van een generatie

   Lijst van afkortingen
   Bibliografie
       Stofferen
       Verruimen
   Lijst van illustraties
   Auteurs
       Mark Derez
       Ingrid Depraetere
       Wivina Van der Steen
       Louis Vos

   Achterblad

*
*   *

Inleiding: Mei 68 - Inhoud

Een zonnige lentemaand twintig jaar geleden. Een symbool van verzet en opstand tegen vermolmde structuren en verouderde gezagsverhoudingen. Een legende die de oudstrijders met heimwee vervult en stof levert voor verhalen. Maar ook: een fenomeen dat voorbij is, misschien een keerpunt, mogelijk een cesuur, tenminste een stroomversnelling. Iets dus waarmee historici zich kunnen bezig houden, waarover ze gegevens kunnen verzamelen, waarvan ze data en gebeurtenissen kunnen optekenen, waarbij ze dan pamfletteksten, affiches en foto's kunnen voegen. Als ze die tenminste kunnen vinden in de archieven. Sterker nog: als er überhaupt archieven zijn, want — zoals bekend — studenten in beweging bewaren weinig.

Deze bescheiden bijdrage tot de herdenking van het wonderjaar 1968 zou onmogelijk geweest zijn zonder de collecties van het Archief en Museum van het Vlaams Studentenleven, waarvan Mon de Goeyse stichter en conservator is. Het efemere materiaal uit de sixties dat daarin opgeslagen is, heeft onschatbare diensten bewezen. Dr. De Goeyse kon toen nauwelijks vermoeden wat die berg stencils en pamfletten ooit waard zou zijn. Wel had de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek in 1969 nog het Provo-archief aangekocht tegen 13.000 gulden, voor vier strekkende meter archiefdozen! 'D'er zit geld in zo'n dode beweging' was toentertijd het commentaar van Het Parool. De conservator kon ook niet vermoeden dat bij een veiling in mei 1988 twintig jaar oude posters met de triomfkreet 'Nous sommes au pouvoir' 26.000 Belgische frank zouden halen.

Toen De Goeyse in 1978 zijn collectie studentica aan de Leuvense Universiteitsbibliotheek toevertrouwde, was niemand zich kennelijk van de pecuniaire draagwijdte van dit initiatief bewust. Het historisch belang en de wetenschappelijke bruikbaarheid gaven onmiskenbaar de doorslag. En het respect voor het patrimonium dat opeenvolgende studentengeneraties hebben achtergelaten. Ook de 'verloren generatie' van 1968, die met de universiteit op gespannen voet stond en niet altijd even billijk is behandeld. De Leuvense alma mater heeft zo haar stiefkinderen, maar ze moet die maar niet te vlug onterven. Het beeld van de vadermoord van Paul Goossens op de rector, dat wijlen rector De Somer zelf graag in de mond nam, staat model

voor de verhouding van een hele cohorte studenten tot hun oude alma mater, die dan eerder als een boze stiefmoeder figureert. Geen alumnivereniging zal die generatie van 'angry young men' ooit kunnen recupereren. Toch hoeft geen universiteit er zich om te schamen. De rebellen en de heilbrengers van toen lijken immers nu al een beetje 'epochemachend' te zijn. Ze kwamen op straat uit onvrede en jeugdige overmoed, als tijdverdrijf, uit instinct en lijfsbehoud, en uit idealisme. Deze kroniek wil de stoute jaren opvoeren in het decor van het brave Vlaanderen, met daarin Leuven, dat in die tijd van rooms naar rood evolueerde. Het is een gelegenheidspublikatie die in een recordtempo is klaargestoomd. Ongetwijfeld draagt ze daar sporen van. De focus is Leuven vanwege het overvloedige materiaal en de locatie van de samenstellers. Toch is een poging gedaan om het blikveld te verruimen tot andere universiteiten in.binnen- en buitenland. Het gebrek aan studies over de studentenbeweging in Gent en Luik was een grote handicap bij onze poging om tenminste voor het eigen land een enigszins representatieve doorsnede te presenteren. Misschien is het boek, zoals het er nu ligt, zelf een vertrekpunt voor verder onderzoek om de leemten op dat terrein te vullen. De afbakening in de tijd houdt zoals altijd een zekere willekeur in. We openen in het expojaar 1958, tevens het jaar van de Cubaanse revolutie, en sluiten af in 1975, toen het crisisspook opdook en de rode dageraad de jongere generaties minder ging bekoren. De kroniek wordt aangevuld door een aantal korte schetsen waarin bepaalde fenomenen die de dag-na-dag-benadering overstijgen, nader worden toegelicht. Daarnaast werd er ook naar gestreefd het verleden rechtstreeks tot de lezer te laten spreken door het opnemen van illustraties uit die tijd. Om doorheen de bomen van de strakke chronologie toch nog het bos te zien, wordt de eigenlijke kroniek voorafgegaan door een comparatief historisch overzicht van het studentenprotest in de jaren zestig, waarin de evolutie in eigen land geplaatst wordt tegen de internationale achtergrond.

Dit boek is — in de beste traditie van twintig jaar terug — het werk van een collectief, zij het met een enkele meer individuele toets. De kroniek werd gezamenlijk geredigeerd door Mark Derez, Ingrid Depraetere en Wivina van der Steen. Het inleidend essay werd geschreven door Louis Vos.

*
*   *

I. Rebelse generaties, het studentenprotest van de jaren zestig - Inhoud

Terwijl sociologen en pedagogen net tevoren 'het einde van elke ideologie' hadden afgekondigd en wat hadden geklaagd over het scepticisme en de gedepolitiseerdheid van de naoorlogse jeugd, kwamen er plots studentenbewegingen tot leven, dat merkwaardige sociale fenomeen met zijn reminiscenties aan de 19de eeuwse barricaden. De autoriteiten waren verrast. De welvaartsstaat was toch in opbouw. De democratisering van het hoger onderwijs in uitvoering. De jeugd van toen had het toch beter dan de jeugd van vroeger.

En toch gingen de studenten opnieuw in de aanval. Het werd niet een eenvoudige herhaling van wat hun voorgangers deden, maar iets nieuws, met eigen thema's, met nieuwe actievormen en met een veel massalere aanhang dan ooit te zien was geweest. En naast de op de eerste plaats politieke stroomversnelling die door de studenten werd veroorzaakt, en die het beeld van de jaren zestig wat grimmig maakt, tot een roerig en oproerig tafereel, was er die andere bredere vernieuwingsgolf, verweven met de vorige. De plots opborrelende en onweerstaanbaar voortstuwende jeugdcultuur, die brede golfslag gedragen door jongeren die zelfbewust genoeg waren om te geloven dat ze stem gaven aan wat er leefde bij de hele jeugd, die bevrijdende creatieve en spontane drang naar het op een nieuwe wijze beleven van het jong zijn. Daarin openbaart zich dat andere beeld van de sixties, met zijn muziek, zijn mode, zijn bloemenmeisjes, zijn San Francisco. Beide portretten horen bij elkaar. De sixties waren net zo goed de barricaden van 68 als Woodstock het jaar nadien. Maar in dit boek staan we toch vooral stil bij het studentenprotest.

Om de losse gegevens van de kroniek in een context te plaatsen leek het ons nodig ook een samenhangend historisch beeld te geven van de studentenbeweging in de jaren zestig. We maken daarbij voor gegevens en interpretatie gebruik van sociaal-wetenschappelijke onderzoekingen van het laatste decennium, van historische, sociologische en pedagogische literatuur over jeugd- en studentenbeweging, en vooral ook van ons eigen

bronnenonderzoek over de Leuvense studentenbeweging, die in deze context een bijzondere rol heeft gespeeld en totnogtoe nauwelijks in samenhang met het internationale studentenprotest werd bekeken.

We schetsen eerst de maatschappelijke wendingen en de verschuivingen in de mentaliteit tussen het einde van de oorlog en het begin van die jaren zestig. Daarna typeren we de evolutie van de opkomende studentenbeweging in drie chronologische fasen, met 1967 en 1969 als belangrijke cesuren. We staan stil bij de Amerikaanse, Duitse, Franse, Nederlandse en vooral Vlaamse studentenbewegingen en wijzen op onderlinge verschillen en beïnvloeding. In een laatste paragraaf proberen we de 'nieuwe studentenbeweging' globaal te typeren en te zoeken naar verklaring en betekenis. We hopen dat ons beeld van gebeurtenissen, personen en groepen zowel als onze analyse van invloeden en evoluties de lezer kan helpen om beter te begrijpen waarom en hoe er in de jaren zestig zoveel veranderde.

1. WENDINGEN - Inhoud

De tweede helft van de jaren veertig en de jaren vijftig waren een periode van heropbouw en bezinning. De vernielingen die door het oorlogsgeweld waren aangericht dienden te worden hersteld, de verliezen aan mensen en materieel te worden goedgemaakt, de maatschappelijke structuren opnieuw in de plooi gebracht en de economie weer te worden aangezwengeld. Daarnaast groeide bij velen de behoefte aan een herbezinning op de traditionele waarden en maatschappelijke blauwdrukken geconfronteerd als ze waren met de volle omvang van de holocaust, de collaboratie of het attentisme van veel medeburgers, en met het verzet van anderen.(1)

Herstel - Inhoud

Zoals ook na 1918 leek na enkele jaren die oorlog op een scheur in een schilderij waarvan velen meenden dat ze zo deskundig mogelijk gerestaureerd diende te worden, zodat er geen sporen meer van zouden zichtbaar zijn. Anderen, die gehoopt hadden dat alles anders zou worden, dat de democratisering van de maatschappij op politiek, sociaal en cultureel vlak een grote stap voorwaarts zou zetten, dat tolerantie en wederzijds begrip toonaangevend zouden worden, kwamen wat bedrogen uit. De oude organisaties en partijen kwamen met lichte aanpassingen opnieuw tot leven, en in de meeste Europese landen liepen de ideologische scheidingslijnen grotendeels opnieuw volgens het vooroorlogse patroon, behalve dan dat de extreem-rechtse formaties niet meer alszodanig bestonden.

De communistische partijen en de linkse stroming in het algemeen, die in het aureool van gewapend verzet tegen de Nieuwe Orde en van het heldhaftige verzet van de Sovjet-Unie tegen Nazi-Duitsland onmiddellijk na '45 overal een doorbraak kenden, hadden naar het einde van de jaren veertig in West-Europa af te rekenen met verval. Gebeurtenissen als de communistische machtsovername in Praag, de blokkade van West-Berlijn, het tot stand komen van de Navo, de oorlog in Korea, de herbewapening van de Duitse Bondsrepubliek en de oprichting van het Warschaupact markeerden de teloorgang van het oorlogsbondgenootschap tussen het Westen en Rusland en leidden tot een complete koude oorlog. Tegen die achtergrond scheurden de Westerse studentenafgevaardigden zich af van de in 1946 opgerichte internationale studentenunie die in hun ogen verworden was tot een communistische mantelorganisatie, en richtten een eigen Westers-georiënteerde internationale koepel op.

Binnenlands versterkte de koude oorlog in het Westen de gehechtheid aan de parlementaire democratie, die immers niet de overwinning had behaald op de totalitaire Nieuwe Orde om ze nu te vervangen door het Sovjet-Communisme, dat vooral overkwam als een totalitarisme van links. Dat ging gepaard met een jacht op communisten en fellow travellers, die in de Verenigde Staten haar hoogtepunt kende, met de McCarthy-processen die vele van communistische sympathieën verdachte intellectuelen en kunstenaars hun baan kostte. In Europa namen de democraten — onder wie zeer uitdrukkelijk ook de socialisten — afstand van alles wat de indruk zou wekken dat zij het communisme niet zonder aarzeling zouden veroordelen.(2)

Tegen deze achtergrond kon er in de jaren vijftig een godsdientig revival worden geconstateerd — in het bijzonder in kringen van studenten en intellectuelen — dat ook gezien kan worden als het resultaat van een laatste krachtig kerkelijk offensief tegen de opdringende secularisering, en van haar bijdrage aan de koude oorlog. Zowel op de Amerikaanse campussen als in Westeuropese universiteiten ontstond een ware honger naar het

religieuze, die overigens ook gepaard ging met een bezinning op het wezenlijke in het christendom, zodat wat in eerste termijn vooral het conservatisme ten goede kwam daarna de kiemen in zich bleek te dragen van een aggiornamento. Een element daarvan was een krachtig opbloeien van de liturgische beweging in katholieke kring die zocht naar authentieke rituelen, zijn stempel drukte op de architectuur van de nieuw gebouwde kerken en het devotionele aspect terugdrong.(3)

In België werd het aaneensluiten van katholieken rond kerk en godsdienst versterkt door de politieke situatie. De tegenstellingen rond repressie, koningskwestie, en vooral schoolstrijd verdeelden het land in een katholiek versus een niet-katholiek blok. De katholieke jeugdbewegingen groeiden aan. Het katholieke onderwijs afficheerde uitdrukkelijk zijn confessioneel karakter. En in de Leuvense studentenwereld kende de Universitas-beweging rond professor Albert Dondeyne in de jaren vijftig een grote bloei. Ze bouwde voort op de vooroorlogse katholieke actie-structuur maar zag de verzoening van kerk en wereld als belangrijkste opgave voor zich universitair vormende gelovigen. Ze nam initiatieven die een 'open' en meer authentieke kerk dichterbij bracht, en had bijzonder oog voor de plaats en de eigen verantwoordelijkheid van de leek daarin. Na haar afstuderen was het deze Universitas-generatie van de early fifties die het katholiek cultuurtijdschrift De Maand lanceerde waarin leken vrijuit schreven over hun visie op kerk en wereld.(4)

Studentenbewegingen in 'klassieke zin', als een boven concrete studentenverenigingen uitstijgende en op maatschappelijke beïnvloeding gerichte stroming onder eigen leiding waren tot het einde van de jaren vijftig schaars. Enkel in België — waar de taalkwestie na de oorlog stilaan opnieuw in de belangstelling kwam — kwam er in Leuven — en wat later ook in Gent — opnieuw een bij het engagement in de Vlaamse beweging aansluitende studentenbeweging van de grond, die de draad van drie kwart eeuw traditie weer opnam, en daarin werd versterkt door een verbinding van katholiek met Vlaamsgezind idealisme. Ze bleef in de jaren vijftig in Europa een witte raaf, want over het algemeen overheerste de depolitisering.(5)

Dat bracht een aantal sociologen tot de conclusie dat in het Westen de tijd van de ideologieën voorbij was en noch het revolutionaire socialisme, noch het nationalisme de jongere generatie nog kon bekoren. Toen verscheen het bekende werk

10

van Helmut Schelsky, waarin hij de Duitse jeugd typeerde als een sceptische generatie. Die typering werd in de hand gewerkt door de constatering dat de enige algemeen Europese stroming die studenten beroerde er een was van opkomen voor de materiële belangen van de studenten, en dat zelfs daarrond nauwelijks een mobilisering tot stand kon komen. Het was een voorbarige conclusie.

Inderdaad was de syndicale stroming karakteristiek voor de studentengeneraties van de in door schaarste en onzekerheid getekende eerste naoorlogse jaren. Of misschien nog meer voor de generatie in de tweede helft van de jaren vijftig die op dat moment de grootste schaarste al had overwonnen, maar er uit haar jeugdjaren een levende herinnering aan over hield. En ook was het juist dat een aantal 'sociaal bewogen' studenten zich strikt wilden houden aan materiële lotsverbetering zonder enige politieke of ideologische connotatie. Maar voor een ander groep die uiteindelijk doorslaggevend werd in de verdere ontwikkeling, paste die lotsverbetering in een globale visie op wat zij noemden 'democratisering' van de universiteit.

Daarmee bedoelden ze dat de universiteit niet langer gezien mocht worden als een exclusieve aangelegenheid van de burgerlijke elite, maar integendeel moest worden opengesteld voor alle sociale lagen van de bevolking. In dat licht dienden materiële en financiële drempels te worden weggewerkt door een stelsel van studiebeurzen en de uitbouw van een sociale sector aan de universiteiten. De discussie over de te volgen koers kreeg inhoud op interuniversitaire congressen op nationaal en internationaal vlak. Aan de Belgische universiteiten kreeg die gedachtenstroming wind in de zeilen in het begin van de jaren vijftig, hoewel slechts een minderheid van progressieve — ze noemden zichzelf 'democratische' — studenten zich daarvoor inspande.

Via samenwerking met de academische overheden en lobbying bij de burgerlijke autoriteiten slaagden ze erin de wetgever studiebeurzen (1954) en subsidiëring van de sociale sector (1960) te doen toekennen. Met ruggesteun daarvan wist de sociale stroming academische coöperaties, cursus- en huisvestingsdiensten, studentenrestaurants, en een hele sociale studentensector uit te bouwen. Dat moest mogelijk maken dat geleidelijk aan de universiteit aantrekkingskracht zou uitoefenen op jongeren uit meer bescheiden milieus.(6)

Kering - Inhoud

Naar het einde van de jaren vijftig toe kwam er een einde aan de periode van naoorlogs herstel en zette een nieuwe ontwikkelingsfase in die ongeveer een decennium lang zou aanhouden. Symbolisch jaar voor deze wending kan 1958 zijn, het jaar van de Brusselse Wereldtentoonstelling en het schoolpact in België, maar ook van het aantreden van De Gaulle, Kroestjov en Johannes XXIII, het jaar van de Cubaanse revolutie, van de op gang komende dekolonisatiebeweging, en de Algerijnse oorlog. Het jaar tenslotte dat in de Verenigde Staten zowel J.K Galbraiths boek over de overvloedsmaatschappij als dat van Jack Kerouac over de underground-culture verscheen: signalen van een cultuurcrisis die na Amerika ook Europa zou beroeren. Op vijf niveaus zijn er in deze periode wendingen te signaleren die voor een goed begrip van het studentenprotest van belang zijn: op het vlak van de internationale verhoudingen, de economische ontwikkeling, het onderwijs, de communicatie, en de specifieke socialisatie van de jongere naoorlogse leeftijdscohorten.

Op de internationale scène kwam er in de begin jaren zestig een einde aan de koude oorlogperiode. Na de Cubacrisis van 1962 volgde een decennium van ontspanning. Hoewel zowel de Amerikaanse als de Russische zijde intussen voortging met het bijstellen en uitbreiden van hun kernarsenaal werden intussen onderhandelingen aangeknoopt om op bepaalde terreinen tot wapenbeheersing te komen. De resultaten waren o.m. een akkoord over het stopzetten van nucleaire proeven in de dampkring (1963) en het non-proliferatieverdrag (1968). Het belangrijkste effect van de dooi voor de publieke opinie in het Westen was dat de gedachte aan vreedzame coëxistentie met de Sovjet-Unie veld won en dat ook het marxisme en socialisme als doctrine en beweging nieuwe aandacht kreeg vooral bij jongere generaties die minder door het anti-communisme van de jaren vijftig waren beroerd.

Dat Russen en Amerikanen eikaars invloedssfeer gingen respecteren verhinderde niet dat het dekolonisatieproces voor toenemende spanningen zorgde tussen Europa en de Derde Wereld, en dat de Verenigde Staten in een Vietnamoorlog verzeild raakte. In het magische jaar 1960 werden een groot deel van de voormalige Afrikaanse kolonies — inclusief Belgisch Kongo — onafhankelijke staten. Frankrijk kwam in 1958 op de rand van een burgeroorlog, toen militairen in Algiers zich verzetten tegen de dekolonisatiepolitiek en dreigden ook in Frankrijk zelf de macht over te nemen. Een beroep van de Franse machthebbers op Charles de Gaulle, leidde tot de vorming van een nieuwe — Vijfde — republiek en de onafhankelijkheid van Algerije ondanks nog twee pogingen tot een militaire putsch en terreuraanslagen. Voor het eerst sinds de oorlog kwam er in dit conflict een kortstondige maar massale Franse studentenbeweging op gang tegen de drijverijen van de militairen, maar ze doofde daarna uit zonder veel sporen na te laten.(7)

Het engagement van de Verenigde Staten in Vietnam vloeide voort uit de wil uitbreiding van communistische invloed in Azië in te dammen, ook als ze daartoe — na het vertrek van de Fransen uit Zuid-Vietnam in 1954 — daar de facto hun plaats moesten gaan innemen als beschermers van een formeel onafhankelijk niet communistisch regime. Opeenvolgende presidenten engageerden de Verenigde Staten steeds verder in het conflict dat uitgroeide tot een ware oorlog. Tussen 1965 en 1973 — het jaar waarin de VS zich eindelijk wist terug te trekken — beheerste Vietnam niet enkel de Amerikaanse politiek, maar zorgde het er ook voor dat, voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog, bij een groot deel van (vooral de jongere) publieke opinie in West-Europa een anti-Amerikaanse houding groeide, gericht tegen 'het Amerikaanse imperialisme'.

De belangrijkste wending van de jaren zestig lag echter op het vlak van de economie. In de Verenigde Staten had de economische groei al in de jaren vijftig gezorgd voor een veralgemening van de welvaart. Van nationaal symbool werd de op materiële overvloed gebaseerde 'American Way of Life' in het volgende decennium een exportproduct. In de 'golden sixties' kenden ook de Europese industrielanden een periode van economische groei die zonder grenzen in omvang en tijd scheen te zullen voortduren. Aan de aanbodzijde daarvan lagen de technologische innovaties die het mogelijk maakten steeds meer goederen tegen een steeds lagere prijs te produceren. Aan de vraagzijde waren er het effect van de naoorlogse baby-boom, de uitbreiding van de internationale markt dankzij de zich ontwikkelende Europese instellingen, en de doorwerking van de welfare — politiek die door de meeste Europese regeringen in de jaren vijftig en vooral zestig werd gevolgd waardoor — vergeleken met de situatie van 1940 — het gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking minstens verdubbelde, wat de consumptiemaatschappij binnen handbereik bracht.(8)

De economische groei bracht ook mee dat meer mensen tewerkgesteld werden in de tertiaire en dienstensector, en minder in landbouw en industrie, zodat er in zekere mate een 'postindustriële samenleving' ontstond. Het patroon van het dagelijks leven werd hierdoor sterk gewijzigd, vooral ook omdat in deze nieuwe sectoren veel vrouwen een beroep gingen uitoefenen, waar ze vroeger na hun huwelijk eerder zouden zijn thuisgebleven.

De economische groei leidde tenslotte tot een geweldige expansie van het onderwijs. Door de stijging van de welvaart gingen immers steeds meer gezinnen hun kinderen — voor het eerst ook op grote schaal de meisjes — hoger onderwijs laten volgen.

Aantal studenten in het hoger onderwijs(9)

1935 1955 1985
België 10.700 24.500 96.800
Duitse Bondsrepubliek 76.300 144.900 981.000
Frankrijk 73.800 157.500 980.000
Italië 64.900 139.000 985.600
Nederland 12.600 29.600 159.000
Groot-Brittannië 63.600 101.500 605.710

De sterkste stijging manifesteerde zich vooral in de jaren vijftig en het begin van de jaren zestig. Tussen 1950 en 1965 was het aantal studenten in de Verenigde Staten verdubbeld, in de Duitse Bondsrepubliek en Italië meer dan verdubbeld, in Frankrijk verdrievoudigd. In België kende het aantal einddiploma's tussen 1957 en 1975 een verdrievoudiging, en situeerde zich de sterkste toename tussen 1965 en 1970.(10)

Deze groei — een 'universitaire expansie' — was veel minder het gevolg van sociale bewogenheid rond de democratisering van het hoger onderwijs, dan wel het inspelen op een economische noodzaak. Tijdens de heropbouwfase van de naoorlogse economie met zijn stijgende productiviteit en snelle technologische herstructurering, en nog meer in de sinds de jaren zestig doorzettende hoogconjunctuur, nam immers de intellectueel een centrale plaats in als technisch hooggekwalificeerde arbeidskracht in het bedrijfsleven. Tegelijk kende ook het kader ten behoeve van diensten en handel een voortdurend uitbreiding. Als onderdeel van een vooruitziende economische politiek was de overheid dus gedwongen kansen te scheppen voor het aanboren van het intellectuele potentieel dat in de lagere sociale bevolkingsgroepen verscholen zat. De universiteit werd van langsom meer vooral een factor in de economische groei.

Alweer als gevolg van technologische innovaties konden er in de jaren vijftig en zestig communicatienetwerken worden uitgebouwd, die zorgden voor een overvloed aan informatie. De belangrijkste daarvan was natuurlijk de televisie die in Europa precies in de jaren zestig doordrong. Had er in 1963 nog maar 30 % van de Franse en Italiaanse gezinnen een TV dan was dat percentage in 1970 al gestegen tot 70%. Voeg daarbij radio, krant en weekblad en de informatiestroom is overvloedig.

Het effect daarvan was drievoudig. Ten eerste werden de traditionele (streekgebonden) geplogenheden van een besloten landelijke samenleving (voorzover die nog bestonden) verder uitgewist en werd de relativiteit ervan steeds duidelijker (ook door de veralgemening van de buitenlandse vakantiereizen, iets wat voor de oorlog niet bestond). Ten tweede kan men aannemen dat meer informatie aan de publieke opinie ook zal leiden tot meer inzicht en dus tot een meer gefundeerd eigen oordeel. Tenslotte kan de grote impact van de massamedia — vooral van TV — ook leiden tot een zekere vervlakking en het verspreiden van stereotype opvattingen die een evenwichtig en gefundeerd oordeel eerder bemoeilijken dan bevorderen.

In diezelfde lijn en van groot belang als voorwaarde voor het ontstaan van een eigen jeugdcultuur die zich vooral oriënteerde op muziekidolen, was de ontwikkeling van de goedkope transistorradio en meer nog van de eenvoudige draagbare platenspeler. Jongeren werden nu de belangrijkste consumenten van de platenfirma's die zich bijzonder inspanden om hun muzikale sterren — in de lijn die al eerder door Hollywood voor de filmsterren was uitgezet — 'aan de man' te brengen. Figuren als Bill Haley en Elvis Presley waren baanbrekers. In hun spoor zouden andere rock and roll en beatgroepen volgen, maar ook protest-singers en kleinkunstenaars. Ze werden de symbolen van een nieuwe jeugdcultuur.

Deze ontwikkelingen van de beginjaren zestig — internationale détente, grote welvaart, uitbreiding van hoger onderwijs, expansie van de massacommunicatie — leidden ertoe dat de jongere leeftijdsgroepen die tijdens of na de oorlog werden geboren en dus in de jaren zestig hun 'ingroeien in de maatschappij' voltooiden, deze ervaringen in hun politieke socialisatie op een eigen wijze lieten meespelen. Hun ervaringsgelaagdheid verschilde in elk geval grondig van die van vorige generaties. Volgens Ronald Inglehart, wiens gedachtengang we hier grotendeels volgen, was daarbij doorslaggevend dat zij geen oorlog hadden meegemaakt en dus ook niet de vernielingen en de schaarste die daarmee gepaard gingen. Dat moet zijn weerslag hebben gehad op de subjectieve en individuele beleving, en onvermijdelijk ook op de rangorde van waarden die ze gingen aanhangen en de maatschappijvisie die ze gingen ontwikkelen. Misschien wel zo sterk dat er sprake kon zijn van een verschuiving van waarden.

Er waren in de tweede helft van de jaren zestig een aantal verschuivingen in de politiek die daarop schenen te wijzen. Ten eerste kwamen er politieke thema's naar voren die minder te maken hadden met materiële welvaart en meer met de kwaliteit van het leven. De sociaal-economische topics kregen minder aandacht, de ideële en culturele topics meer. Er ontstond vraag naar participatie, milieubescherming, gelijkberechtiging van de vrouw, en jongerenemancipatie. Samen met het op de voorgrond komen van nieuwe politieke thema's trad er ten tweede ook een verandering op in de sociale basis van de politieke partijen: er ontstonden nieuwe 'issue-partijen' (VU, D66, later de groenen) en de oude partijen namen de nieuwe thema's in hun programma op.

Ten derde veranderde de houding van de burger tegenover de staat. Het oude patriottisme en de loyauteit daartegenover ruimde plaats voor een neutrale houding, en zelfs bij een groeiend aantal mensen — vooral jongeren — het gevoelen dat de 'welvaarts'staat nauwelijks in de mogelijkheid was om de 'welzijns'problemen op te vangen, en er dus aanpassingen nodig waren. Overigens was er ook een verschuiving merkbaar van vaderlandsliefde naar enerzijds subnationalisme (Vlaams-nationalisme bv.) en anderzijds supra-nationalisme (Europa bv.), wat eveneens een indicatie is voor verlies van vertrouwen in de officiële instituties. En ten vierde was er een duidelijke vernieuwing in de stijl van politieke participatie: lidmaatschap van massapartijen die sinds het ontstaan van de industriële samenlevingen het gewone participatiekanaal was geweest, verloor nu terrein voor spontaneïteit en individuele zelfexpressie in directe participatie.

Misschien bestond er — aldus nog steeds Inglehart — op het einde van de jaren vijftig en in het begin van de jaren zestig niet meer ongenoegen bij mensen dan in het verleden, maar de gesignaleerde verschuivingen lijken er op te wijzen dat de aard van de onvoldaanheid fundamenteel veranderd is: er lijkt wantrouwen te groeien tegenover het bestaande 'systeem'. Dat was vermoedelijk het gevolg enerzijds van de toename van het aantal mensen dat intellectueel in staat is zich met politiek bezig te houden (als gevolg van meer scholing en informatie), anderzijds van een verschuiving in de rangorde van waarden waar we op het einde van deze bijdrage op terugkomen.

2. HET VERLOREN VERTROUWEN (1962-1967) - Inhoud

De studentenbeweging van de jaren zestig kon op twee manieren ontstaan: als erfgenaam van een oude studentenbeweging, die na jarenlange aansluiting bij een bredere politieke stroming zich daarvan loshaakte en nieuwe thema's naar voren ging brengen. Ze kon ook als een geheel nieuwe beweging zonder veel voorgeschiedenis uit de historische omstandigheden groeien. Vertegenwoordigers van de eerste ontwikkelingslijn vinden we in Duitsland, waar vroeger bij de socialistische partijen aanleunende studentenformaties de kern werden van een autonome nieuwe beweging, en in Leuven waar ze al decennia lang een voorhoederol probeerde te spelen in de Vlaamse strijd, maar zich daarvan doorheen de actie steeds verder ging verwijderen. Voorbeelden van de tweede groep waren er in Frankrijk, Nederland, de andere Belgische universiteiten en op vele universitaire campussen in Europa en de Verenigde Staten.

Ging het hier om een generatiegekleurd studentenprotest met internationale karaktertrekken ? Er is nog meer historisch onderzoek van concrete bewegingen nodig om daarop een genuanceerd en definitief antwoord te geven. Intussen hebben we inderdaad de indruk dat weliswaar het ontstaan van elke beweging bepaald werd door de eigen geografische en historische determinanten, maar dat eens de beweging op gang gekomen was de protesthema's en de verschijningsvorm geleidelijk meer op elkaar raakten afgestemd, zodat er tenslotte over de grenzen heen één beweging leek te ontstaan. Vooral de informatiestroom van de massamedia maar ook de directe contacten tussen studentenleiders over de grenzen heen waren daarvoor verantwoordelijk.

Halfweg de jaren zestig verloren studerende jongeren het vertrouwen in de autoriteiten, in de door hen voorgehouden waarheden en waarden en in de door hen in stand gehouden structuren. Daartegenover ontwikkelde zich een anti-autoritaire en emanciperende houding, die de weg effende naar maatschappijkritiek en revolte. De Amsterdamse historicus Frits de Jong Edz. onderkende in de studentenbeweging in het algemeen drie invloeden die elkaar in toenemende mate zouden versterken: het radicalistisch verzet van de New Left op de Amerikaanse universiteiten, de gedachte aan een kritische revolutionaire alternatieve wetenschap uit Frankfurt en West-Berlijn, en de 'Gallische traditie' van het 'epaterend revolterend optreden' waarvan Parijs in mei-'68 het hoogtepunt was. Die laatste invloed was al eerder in Leuven werkzaam, waar ze zowel in mei '66 als in januari '68 zorgde voor revolten die de grote wending markeerden van de Leuvense studentenbeweging.

New Left & Vietnam - Inhoud

In de Verenigde Staten groeide er vanaf het einde van de jaren vijftig wantrouwen tegenover de eigen structuren. Er was de feitelijke rassendiscriminatie, de reële armoede van hele — in hoofdzaak zwarte — bevolkingsgroepen, en het door eigenbelang geïnspireerde ingrijpen van de Verenigde Staten in het buitenland. Er was ook het grote ideaal van democratie, dat steeds vaker ontmaskerd werd als een ideologische sluier die heel ondemocratische praktijken van autoriteiten op verschillende niveaus moest verbergen: de Amerikaanse democratie bleek minder democratisch dan ze pretendeerde te zijn.(11)

Hiertegen groeide een nieuw-linkse beweging met bescheiden aanhang die inhoudelijk voortbouwde op de visies van de in Columbia University docerende socioloog Wright Mills. Zijn kerngedachten waren dat door de economische veranderingen in de Amerikaanse samenleving de individuele vrijheid aan het verdwijnen was omdat een machtselite er de touwtjes steeds strakker in handen nam, de vakbonden geheel in het systeem waren geïntegreerd en de revolutionaire kracht van de arbeidersklasse was verdampt. De grote vervreemding die uit deze ontwikkeling voortvloeide zou enkel kunnen worden bestreden door een niets ontziende kritiek op de bestaande cultuur door intellectuelen die zich zouden laten inspireren door wat 'praktische zakenmensen 'utopische idealen' noemen'. Voortbouwend op deze gedachten zou Herbert Marcuse, die ook aan Columbia doceerde, in zijn 'Ééndimensionale mens' (1964) zijn 'randgroepentheorie' gaan ontwikkelen.(12)

De nieuwe studentenbeweging die in het begin van de jaren zestig in de Verenigde Staten naar voren kwam putte haar mobiliserende kracht vooral door — zoals een klassieke studentenbeweging — aan te sluiten bij twee bredere stromingen: die voor gelijke burgerrechten voor blank en zwart, en die tegen het Amerikaanse militaire optreden in Vietnam. De twee belangrijkste politieke verenigingen die de beweging droegen waren het in hoofdzaak zwarte studenten groeperende Student Non Violent Coordinating Committee (SNCC), dat zijn hoogtepunt bereikte in 1964 en vanaf 1966 grotendeels vaporiseerde ten voordele van meer radicale Black Powergroepen. En de vereniging Students for a Democratie Society (SDS) die tot het einde der jaren zestig zowat de ruggegraat zou worden van de nieuwe studentenbeweging. Dat die inhoudelijk door New Left-ideeën werd beïnvloed bleek uit het ideologisch platform dat in 1962 door SDS werd uitgewerkt. Daarin werd de tegenstelling aangeklaagd tussen de mooie Amerikaanse idealen van democratie en de concrete realiteit van bureaucratie, oorlog, armoede en rassenongelijkheid. Tegen het door het 'militair-industrieel complex' gedomineerde systeem werd het ideaal geplaatst van 'participatory democracy'.

In de beginjaren zestig was het veroveren van politieke vrijheid en inspraak op de universitaire campussen het belangrijkste objectief, maar weldra werd — onder invloed van de Civil Rights Movement waarin vele student-activisten zich eveneens engageerden — de band gelegd tussen politieke onvrijheid binnen de universiteit en discriminatie en economische uitbuiting van zwarten en erbuiten. De campus werd stilaan gezien als de uitvalbasis voor een verandering van de samenleving. Belangrijk als symbolisch vertrekpunt daarvan was het conflict dat in de herfst 1964 uitbrak aan de universiteit van Berkeley (Californië) tussen de mee door SDS gedragen Free Speech Movement, die politieke vrijheid eiste op de campus, en het universiteitsbestuur. Het anti-autoritarisme was toen nog het belangrijkste thema. Maar in de talrijke conflicten die in de loop van de volgende jaren tot een ware 'campus war' uitgroeiden, werd geleidelijk een meer systematische kritiek ontwikkeld tegen het wetenschapsbeleid, het opleidingssysteem, en de verhouding tussen universiteit en bredere maatschappij.(13)

Vooral vanaf 1965 gingen op een aantal plaatsen studenten zgn. 'free universities' oprichten. Daarin zouden problemen worden behandeld van hoge maatschappelijke relevantie die in de officiële universiteit nauwelijks aan bod kwamen, zouden zwarten en andere minbedeelden de kans krijgen zich academisch te vormen, en zou een nieuwe actieve en meer 'Socratische' verhouding tussen lesgever en student worden ontwikkeld. Tegelijk was dit initiatief ook provocerend bedoeld, om de 'oude' universiteiten tot aanpassingen te dwingen. Een groot succes werd het niet, maar het was tekenend voor de mentaliteit van dat moment. De grote 'Teach-In' beweging — die kort daarna begon — sloot daarbij aan. Ze was gebaseerd op de gedachte meningsverschillen over maatschappelijke problemen door betere informatie en rationele argumentatie te kunnen opruimen, en was op gang gekomen als reactie tegen de escalatie in het Amerikaanse Vietnam-engagement in 1965, maar slaagde er niet in het presidentiële beleid te beïnvloeden.

Dat deden evenmin de meer traditionele protestvormen zoals de Mars op Washington die SDS in april 1965 organiseerde en waaraan een twintigduizend manifestanten deelnamen. Vanaf toen werd het verzet tegen wat ze noemde VS-imperialisme de belangrijkste doelstelling. Mee doordat de studenten rechtstreeks bedreigd werden door dienstplicht in de oorlog kende SDS vanaf toen een snelle aangroei van afdelingen en leden. Vanaf 1966 kwamen er aan vele universiteiten grote anti-Vietnamacties op gang met als belangrijkste doelwit de impact van het militair-industriële complex op de researchopdrachten van de universiteiten, en op de medeplichtigheid daaraan van de universiteitsbesturen, die zich zo mee schuldig maakten aan de oorlog. Daardoor werd overal de campusbureaucratie op de korrel genomen en klonk de eis op studentenmedebestuur of althans — controle sterker door.

Bijna alle grote Amerikaanse universiteiten kregen hun studentenrevoltes, gekenmerkt door het aanwenden van nieuwe actie-vormen als sit-ins, stakingen, betogingen, collegeboycot met daartegenover politie-optreden en sancties van de overheid. De repressie leidde tot verder radicalisering. In de winter van 1966-67 riep SDS de studenten op legerdienst te weigeren, en begon in kringen van radicale student-activisten een discussie over het gebruik van geweld, waarbij sommigen bekoord werden door het guerrillaconcept van Che Guevara. In juni 1967 eiste het nationale SDS-congres de volledige terugtrekking van Amerikaanse troepen uit Vietnam, klaagde het autoritair-imperialistische karakter van het Amerikaanse staatsbestel aan, en bracht voor het eerst ook het thema van de bevrijding vah de vrouw naar voren. Tegelijk zocht de vereniging contacten met communistische landen, bevrijdingsbewegingen en kritische studentengroepen elders. In de zomer van 1967 trok een Amerikaanse studentenafvaardiging naar Berlijn om er Europese studentenleiders te ontmoeten.

Democratie ? - Inhoud

Daar in Berlijn, halfweg de jaren zestig het wat protserige uitstalraam van de westerse consumptiemaatschappij, temidden de communistische schaarste, stond de Freie Universitat. Ze was zelf een schepping van de Amerikaanse bevrijders van 1945, als een geestelijke uitdaging van de 'democratie' aan het 'totalitarisme' en zou de bakermat worden van de nieuwe studentenbeweging. In de beginjaren zestig was er bij studenten en jongere stafleden nieuwe belangstelling gegroeid voor democratie als grondwaarde waarop de Vrije Universiteit steunde. Daartoe had vooral bijgedragen de Duitse SDS, de Sozialistischer Deutscher Studentenbund, die van oorsprong een afdeling was van de Duitse socialistische partij, maar zich autonoom ging opstellen, toen die partij in 1959 haar marxistische grondbeginselen liet vallen.(14)

De discrepantie tussen het Westerse ideaal van democratie en de werkelijkheid werd in mei 1965 scherp aangevoeld,toen de academische overheid een linkse schrijver spreekverbod oplegde en een wetenschappelijk medewerker ontsloeg die kritiek had geuit op het academische beleid. Deze feiten, gekoppeld aan een dreigende 'numerus clausus'-beslissing werden het sein voor een massale studentenopstand, waarbij voor het eerst in Europa het anti-autoritarisme het mobilisatiethema werd. Het repressieve antwoord bracht het bewijs dat de zgn. 'Westerse democratie' geheel was uitgehold, en dat de anti-autoritaire studentenbeweging een voorhoederol diende te spelen in het hervormen van de maatschappij, via het voeren van provocatieve acties. Maar ook via het ontmaskeren van de maatschappelijke gebondenheid van de zgn. waardenvrije wetenschap.

Daarin speelde de invloed door van de zgn 'Frankfurter Schule', een sociologische stroming rond figuren als Horkheimer, Habermas en Adorno waartoe ook de intussen in Amerika levende Marcuse kan worden gerekend. Zij hadden na de oorlog opnieuw aangeknoopt met de pre-nazitraditie van linkse geëngageerde wetenschap die het waardenvrije positivisme wilde ontmaskeren. De randgroepentheorie die in de Amerikaanse studentenbeweging een rol speelde ging dat ook doen in Duitsland. Al waren de concrete aanleidingen tot studentenprotest er helemaal niet theoretisch.

Botsingen met de politie bij demonstraties van vreemde staatshoofden halfweg de jaren zestig en een ideologische onderbouwing van de maatschappijkritiek leidden tot een radicalisering van de Duitse studentenbeweging, ook elders in de Bondsrepubliek. In juni 1967 werd een culminatiepunt bereikt toen bij een manifestatie tegen het bezoek van de Iraanse Sjah aan Berlijn student Benno Ohnesorg door de politie werd neergeschoten. De begrafenis van het slachtoffer bracht 20.000 studenten vanuit alle hoeken van Duitsland samen in Hannover. Als uiting van de heersende overtuiging dat van parlement en politieke partijen weinig te verwachten viel werd toen de start aangekondigd van de APO, de Ausserparlementarische Opposition, waarvoor de studentenbeweging de voedingsbodem zou zijn. Het vertrouwen in de 'gevestigde orde' was hier wel helemaal verloren.

Leuven Vlaams - Inhoud

In België ontstond de nieuwe studentenbeweging op een plaats en uit een conflict waar men ze wellicht op het eerste zicht het minst zou verwachten: aan de katholieke universiteit te Leuven, als gevolg van de botsing tussen Franstaligen en Vlamingen. En toch zou de strijd rond Leuven Vlaams het einde meebrengen van de al een eeuw oude studentenbeweging en tegelijk — als een phoenix uit zijn asse — het ontstaan van een progressieve nieuwe studentenbeweging die een dynamiek wist te ontwikkelen zoals nergens elders in dit land.(15)

De strijd om Leuven was dus cruciaal. Er bestond in die Vlaamse stad net boven de taalgrens een dubbel-universiteit, met colleges die sinds de jaren dertig zowel in het Nederlands als in het Frans werden gegeven. Vanaf 1962 was de interne bestuurlijke splitsing van de universiteit een feit — er werden aparte Vlaamse en Franstalige faculteiten opgericht — al bleef de instelling naar buiten één, onder leiding van één rector. Na het vastleggen van de taalgrens in 1963 dook de vraag op of de Franstalige afdeling — de helft van de gehele universiteit — al dan niet gevestigd zou blijven in Leuven. Die kwestie werd acuut omdat enerzijds de regering in de beginjaren zestig probeerde de ééntaligheid van Vlaamse en Waalse gebieden vast te leggen, en er anderzijds in het kader van plannen voor een universitaire expansie, overheidsgeld ter beschikking kwam, waarmee een 'overheveling' van de Franstalige afdeling naar een nieuwe vestigingsplaats ten zuiden van de taalgrens zou kunnen worden gefinancierd.

Vanuit de Vlaamse beweging — en dus ook vanuit de Leuvense Vlaamse studentenbeweging — werd de 'overheveling' geëist, maar de Franstalige publieke opinie en de academische overheid stuurden aan op een handhaving in Leuven van beide taalgroepen. De agitatie rond dit alles, de meetings en geregelde betogingen, de sporadische relletjes met de Franstalige studenten ook, het paste allemaal nog in het beeld van de klassieke Leuvense studentenbeweging, al waren er al wel enkele sporadische geluiden van studentenleiders die met de toekomstige reorganisatie ook op een meer democratisch universitair bestuur hoopten. Anders werd het vanaf mei 1966, toen — na een incidentrijk academiejaar — de spanning ten top werd gedreven omdat voor de inrichtende macht van de universiteit, in hoofdzaak de Belgische bisschoppen, het uur van beslissingen geslagen was.

Die beslissing viel op 13 mei 1966. De bisschoppen bevestigden de éénheid en ondeelbaarheid van een uit twee taalafdelingen bestaande katholieke universiteit te Leuven, en droegen alle leden van de universitaire gemeenschap op zich bij dit besluit neer te leggen zonder verdere discussie. Deze verklaring ging lijnrecht in tegen het Vlaamsgezinde standpunt en werd vooral als kwetsend aangevoeld omdat ze zo autoritair was gesteld. Ze veroorzaakte een golf van protest. In Leuven brak de meirevolte van '66 uit. Stakingen en betogingen werden door de rijkswacht met harde hand uiteen geslagen, het academiejaar voortijdig gesloten verklaard, maar de protestbeweging deinde uit over het Vlaamse land.

'De zeven volksvreemde purperen', de bisschoppen dus, werden het mikpunt van kritiek en spot. De antiklerikale golf sloot aan bij een latente seculariseringstendens, werd aangewakkerd door de herinnering aan vroegere anti-Vlaams-nationalistische uitspraken van het episcopaat, maar was vooral zo heftig omwille van de autoritaire toon in de bisschoppelijke verklaring. Gelovigen pikten het eenvoudig niet meer dat bisschoppen hen in een naar hun aanvoelen zuiver politieke kwestie de wet dicteerden.(16)

Ook in Leuven waren Vlaamsgezinde, antiklerikale en antigezagselementen met elkaar verstrengeld. Weldra tekende zich een tendens af bij enkele studentenleiders om de Vlaamse 'overhevelingseis' minder te beklemtonen dan het anti-gezagsaspect. Zij herkenden hun eigen streven in wat er elders aan democratisch anti-autoritarisme groeide en voelden zich vaag verwant met de gediscrimineerde zwarten in de Verenigde Staten. Significant hiervoor was dat tijdens de revolte niet zozeer de Vlaamse Leeuw als strijdlied werd gezongen, maar wel het door de Amerikaanse civil rights-beweging gebruikte 'We shall Qvercome'. Een meerdaagse voettocht in september 1966 doorheen het Vlaamse land was eveneens geïnspireerd door de Amerikaanse protestmarsen voor gelijke burgerrechten. Maar na de 'Free Speech Movement' van Berkeley werd niet verwezen. Was er daarover al iets doorgedrongen in de wat besloten Vlaamse leefwereld van dat ogenblik ?

Terwijl de doorsnee flamingant de marcherende studenten enthousiast verwelkomde als de nieuwe Vlaamsgezinde generatie, ging het de meeste deelnemers aan de voettocht al veel meer om de 'antiklerikale en antikapitalistische structuurhervormingen' die moesten resulteren in een meer democratische maatschappij. Die nieuwe accenten waren nog wel geen gemeengoed bij de doorsnee student, voor wie Vlaamsgezindheid, zij het nu gekruid met een scheutje antiklerikalisme, de belangrijkste mobiliserende kracht bleef. Maar de protesthouding was op zichzelf algemeen: een enquête bij Vlaamse derdejaarsstudenten in 1967 bracht aan het licht dat drie vierden van hen het bisschoppelijk mandement verwierpen.(17)

Voor de verruiming van de horizon was van groot belang dat ook de Leuvense studentenleiders contact zochten met hun binnen- en buitenlandse collega's van andere universiteiten. In juli 1966 kwamen afgevaardigden uit diverse Europese landen samen in Genève, in december 1966 in Gent en in februari-maart 1967 in Brussel. Er waren studenten uit België, Duitsland, Engeland, Frankrijk, Ierland, Luxemburg, Nederland, Portugal, Spanje en Zwitserland. Ze wisselden theoretische inzichten uit en discussieerden over een strategie voor een studentenbeweging van de toekomst. De inhoud van het door allen aangekleefde 'studentensyndicalisme' veranderde. De klemtoon viel steeds minder op de verdediging van de materiële studentenbelangen en verschoof naar het gepolitiseerd ijveren voor een democratische maatschappij.(18)

Daarna werd in Leuven tijdens het academiejaar 1966-67 verder gewerkt door de anti-autoritaire voorhoede, die ging ijveren voor ideologische en structurele hervormingen in de Leuvense studentenwereld. Het belangrijkste studentenblad Ons Leven trok onder leiding van Ludo Martens dat jaar van leer tegen het gezag, het kapitalisme en het klerikalisme en hield pleidooien voor vrije meningsuiting in een pluralistische universiteit. Inspiratie uit Nederland — waar intussen Provo de krantenkoppen haalde — bleek uit de naar Nederlandse normen erg brave maar ludieke en provocerend bedoelde stijl. Ze bleek ook uit de plannen die begin 1967 in kringen van de KVHV-leiding groeiden om deze 65-jarige vereniging om te vormen tot een Studentenvakbeweging naar Nederlands model. Maar door de tegenwind van de behoudende vleugel mislukte het plan van de omvorming en verlieten de progressieven in de lente de oude studentenvereniging, om nu geheel autonoom SVB op te richten.

In het voorjaar van 1967 bleek de maatschappijvisie van het nieuw opgerichte SVB zich nog te situeren op het niveau van het anti-autoritaire populisme met vage ouvriëristische en cultureel avar.tgardistische trekjes, maar zonder verwijzing naar geschriften van Marx, Lenin of Mao. Pas tijdens de zomervakantie van 1967 zouden de eerste Leuvense SVB-militanten op het internationaal studententreffen in Berlijn met de marxistische leermeesters kennis maken. Dat congres vond plaats kort na het neerschieten van student Ohnesorg, wat natuurlijk een wat grimmige stemming veroorzaakte. In die sfeer ontdekten de SVB-ers Lenin. Ludo Martens verhaalt hoe Duitse studenten de Vlaamse afgevaardigden op het spoor brachten van de New Left-studie van Baran en Sweezy over het monopoliekapitalisme, maar hen ook brochures en boeken bezorgden van Mao en Lenin. Het werd voor hen de ontdekking van hun leven.(19)

Uitwisseling van ervaringen was ook aan de orde met de voor het eerst aanwezige Amerikaanse SDS-afvaardiging. Niet enkel werden hierdoor de nieuwe actievormen beter bekend, maar blijkbaar sprak ook het verslag over de opbouw van de 'Free Universities' erg tot de verbeelding. In verbinding met de Duitse traditie groeide daaruit het concept van 'Kritische Universitat', waarin via zelfwerkzaamheid van studenten en permanente discussie met de professoren een ideologische ontmaskering van de zgn. 'waardenvrije', 'objectieve' wetenschap moest plaats vinden. Tegelijk zou de op 'vakkidiotie' gerichte kennisoverdracht van het vigerende onderwijssysteem vervangen worden door maatschappelijk relevante leerprocessen. Het was de stap van de kritische theorie van de Frankfurter Schule naar de praktijk. Het was ook een aanval op de almachtige positie van de hoogleraars. Rond die tijd stelde Der Spiegel op zijn cover, bij de afbeelding van een hoogleraar in toga op een voetstuk, in grote letters de vraag: 'Professoren: Götter oder Fachidioten?'. Niet enkel de autoriteit van de gevestigde politieke machthebbers werd zo door de nieuwe studentenbeweging aangetast, ook die van de gevestigde wetenschappers.

3. DE HEMELBESTORMERS (1967-1969) - Inhoud

In zijn boek over de aantrekkingskracht van het communisme op intellectuele 'fellow travellers', geeft David Caute een typering van de 'nieuw-linkse militanten die met bewondering opkijken naar Mao's China of Castro's Cuba'. Ze lijkt me ook van toepassing op vele studentenactivisten van 1967: 'They are Leninists with a new, half anarchist face'. Alleen wisten velen in de zomer van dat jaar nog niet precies welke politieke lijn zij uiteindelijk zouden volgen.(20)

In het academiejaar 1967-68 gingen de uit Berlijn teruggekeerde studenten de daar ontdekte nieuwigheden overplanten naar de eigen universiteit. Zo werd in Berlijn, Frankfurt, Heidelberg, Kiel, Mainz, München, Munster en Tübingen begonnen met de opbouw van een 'Kritische Universitat'. Hetzelfde gebeurde in Amsterdam en Nijmegen, Trente — en op kleine schaal wat later — in Leuven. Volgens Ludo Martens ging de SVB-top daar zich eerst nog wat verder scholen in het pas ontdekte Marxisme-Leninisme in gesprekken met studenten uit de Derde Wereld die in Leuven studeerden. Naar buitenuit was daar in elk geval voorlopig weinig van te merken.

Voor de meeste studenten bleef SVB een radicaal democratische formatie die haar aantrekkingskracht wist te vergroten toen kort na het begin van het academiejaar ook KVHV-praeses Paul Goossens, samen met de redactie van Ons Leven, de oude studentenvereniging verliet en met zijn prestige de SVB-rangen kwam vervoegen. Onder zijn impuls vooral bleef SVB ook de eisen van Leuven-Vlaams vanuit sociale argumenten onderschrijven, zodat ze een belangrijke inbreng kreeg in het Aktie-komitee Universitaire Ekspansie, dat vanaf november 1967 de Leuvense studentenacties ging coördineren. Tegelijk wist ze een al te groot isolement tegenover de meerderheid van de studenten te vermijden.

Januarirevolte - Inhoud

De meerderheid stond nog ver van links. Haar opstelling zou pas veranderen door een nieuwe revolte. Opnieuw, zoals in mei '66, was de Vlaamse beweging het vliegwiel. Toen in januari 1968 de academische overheid van Leuven-Frans haar toekomstige expansieplannen bekend maakte, bleek dat zij zinnens was — conform de richtlijnen van het bisschoppelijk mandement — in Leuven te blijven. Een vier weken durende staking van Vlaamse studenten, bijgetreden door Vlaamse professoren, legde het normale academische leven lam. Ze ging gepaard met boycotacties van de franstalige colleges, bezetting van de universitaire gebouwen en botsingen met de rijkswacht die zorgde voor massale arrestaties. In dagelijkse actiecomités en zgn. 'volksvergaderingen' met duizenden studenten, gingen nu velen de maatschappij anders bekijken, los van concrete Vlaamse eisen.(21)

Kringvoorzitters en andere actievelingen, die totdantoe met een zekere argwaan de maatschappijkritische koers van SVB hadden gadegeslagen, werden nu in de praktijk van de dagelijkse stakingsorganisatie, doorheen de nachtelijke discussies in oververhitte studentenkroegen, door het uitdelen van pamfletten aan fabriekspoorten, en door de sfeer van broederlijke eensgezindheid en conspiratieve ernst meegesleurd naar een radicale kritiek op de maatschappij. Dat was voor een deel het gevolg van de grotere gevoeligheid voor democratie dan in 1966, het was voor een deel ook het resultaat van een bewuste bijsturing door SVB.

Stilaan verschoven de accenten: geen actie meer tegen 'de Walen' wel tegen 'de boerzwa's', niet meer gewoon voor 'Leuven Vlaams', maar wel voor een 'democratische Vlaamse universiteit' en voor een 'democratische Waalse universiteit au cceur de la Wallonië'. Vergeleken met de dreiging van de autoritaire machtsuitoefening, de coalitie van 'kroon, kerk en kapitaal', de 'fasjizatie van het rezjime', die zij in de confrontatie met de rijkswacht meenden te bespeuren, leken voor vele student-activisten de Vlaamse eisen nog slechts kinderspel. Ze verwachtten na de revolte geen hulp meer van 'de gevestigde machten', knipten bewust de band met de Vlaamse beweging door of raakten er onbewust steeds meer van vervreemd, en besloten zelf een spoor te trekken naar een nieuwe maatschappij, die vrijer, democratischer en meer authentisch zou zijn.

Terwijl na de meirevolte van 1966 deze verdere conclusies enkel getrokken werden door een zeer kleine kern studentenleiders, trad in de januarirevolte van 1968 de meerderheid van de actieve Leuvense studenten de toenmalige voorhoede bij. Wel ontstond er een nieuw faseverschil tussen de Leuvense studenten en de Vlaamse publieke opinie in de provincie, waar voor het eerst in de geschiedenis ook scholieren van het katholiek middelbaar onderwijs gestaakt hadden ter ondersteuning van wat zij noemden: 'de strijd om Leuven'. Terwijl in Leuven de ideologische bakens in stilte naar links waren verzet, wist het brede 'Vlaamse eenheidsfront' niet beter of het ging enkel om de 'overheveling'. De ontknoping van de revolte was zelfs dat de regering over de 'kwestie Leuven' viel, en dat de politici uiteindelijk beslisten tot 'overheveling'.

Ook in andere universitaire centra kwamen studenten naar aanleiding van de Leuvense revolte in beweging. In het franstalige Leuven zelf ontstond een progressieve studentenformatie, het Comité d'Action Syndicale (CAS) dat zich vanuit democratische overwegingen voorstander had verklaard van de overheveling van de franstalige afdeling au caur de la Wallonië. Het bleef een uiterst marginaal verschijnsel. In Gent en Brussel werden SVB-kernen opgericht, werd er gestaakt en gediscussieerd, en contact gezocht met scholieren en arbeiders. De Gentse actie liep na enige tijd dood. In Brussel leken de Vlaamse studenten in meerderheid achter SVB te staan, en werd er enkele dagen gestaakt tegen het grootkapitaal en de bischoppen, voor de 'overheveling' en de herwaardering van het niet-universitair hoger onderwijs. Er werden eisen voor het structuurhervormingen binnen de ULB aan vastgeknoopt. Maar anders dan in Leuven was er daar nog geen 'mei'-atmosfeer.(22)

De nieuwe studentenbeweging die daar intussen uit de revolte naar voren kwam ontpopte zich als een utopisch nieuw-linkse beweging, die laboreerde aan het ontmaskeren van de tegenstellingen en inconsequenties in de heersende maatschappelijke verhoudingen, die de dominante autoritaire normen en spelregels verwierp, en die een nieuwe strategie hanteerde, waarin het versluierde overleg werd ingeruild voor het zuiverende conflict. De activisten leefden in de vaste overtuiging dat 'de oude waarheid intussen achterhaald' was, dat er terecht werd gezongen van 'er komen andere tijden', en dat de tijd rijp werd voor een nieuwe samenleving, die vrijer, democratischer en meer authentiek zou zijn. Dat waren de 'nieuwe waarden' die door de studentenbeweging waren 'ontdekt'. Het was de triomf van het anti-autoritaire spontaneïsme. De uitdrukking van een nieuwe mentaliteit. Het gezicht van een nieuwe generatie.

Wereldwijde contestatie - Inhoud

Die mentaliteit was ook aanwezig in het studentenprotest elders in de wereld. Ter Hoeven heeft ze gekarakteriseerd als een 'stemming met een aantal kenmerken zoals anti-autoritarisme, anti-dogmatisme, romantiek, directe democratie, morele zuiverheid en gemeenschapszin.(23) Globaliserend, en gebruik makend van Mannheim's ideologie-utopie concept typeerde Statera het massale studentenprotest dat zijn hoogtepunt kende in het voorjaar van 1968 als 'chiliastisch-utopisch', waarbij hij de Duitse studentenleider Rudi Dutschke als theoreticus van een anti-autoritair utopisme naar voren schoof. De kwalificering 'utopisch' lijkt ons correct. In tegenstelling tot de ideologie die slechts een partiële aanpassing van de werkelijkheid nastreeft, eist de utopie iets geheel nieuws. Dat betekent niet dat ze zonder effect blijft, want om het onmogelijke te eisen, ontdoet ze precies de bestaande werkelijkheid van haar vanzelfsprekendheid, en opent de weg naar verandering. De utopie borrelde op uit de collectieve begeestering die ontstond eens de studenten hun confuus gevoel van onmacht en onbehagen overwonnen hadden door in actie te komen.

Een zuiver voorbeeld van chiliastische utopie bood de Italiaanse studentenbeweging in 1967-68. De bezetting van de universiteit in Turijn, die in november 1967 begon en zeven maand zou duren, zette de toon. Voedingsbodem was de ontgoocheling van een hele studentengeneratie in het bestaande universitaire bestel. Vertrekpunt het verwerpen van een door het universiteitsbestuur autoritair genomen beslissing. Doel de bestrijding van die autoritaire structuren als eerste stap op weg naar een algehele bevrijding van het denken en van de mens. Op korte tijd leidde de kritiek op het academisch autoritarisme tot anti-autoritarisme tout-court en tot een ''contestazione globale' van 'het systeem', waarbij naast inspiratie vanuit Marcuse, Fromm en de psychoanalyse ook de theorieën van Rudi Dutschke meespeelden.

Vanuit Turijn verspreidde de beweging met zijn anti-autoritaire en door de utopie van een nieuwe samenleving bewogen kenmerken zich over Italië. Tussen november 1967 en juni 1968 was er in elke universiteit bezetting, open vergadering, sit-ins, en botsingen met de politie, waarvan die op 1 maart 1968 in Rome, met meer dan 250 gearresteerde studenten de hevigste was. In tegenstelling tot de Duitse schaarde de Italiaanse publieke opinie zich achter de studenten. Uit een door Statera opgezette enquête bleek dat 80 % van de ondervraagde studenten een radikale hervorming van het Italiaanse universitaire bestel noodzakelijk achtte, maar dat slechts 2/3 meenden dat die binnen het bestaande politieke bestel mogelijk was. Waaruit geconcludeerd kan worden dat nagenoeg 1/5 van de studenten zichzelf toen als links-radikaal beschouwde.

In de Verenigde Staten nam in het voorjaar van 1968 de agitatie op de campussen toe, als gevolg van gebeurtenissen zowel in Vietnam als in de Verenigde Staten.(24) Het Vietnamese Tet-offensief in januari '68, de afschaffing van het uitstel van dienstplicht om studieredenen, en de moorden op Martin Luther King en Robert Kennedy dreven de student-activisten tot radicaal protest. Hoogtepunt werd eind april 1968 de bezetting van de Columbia University in New York uit protest tegen de samenwerking van de universiteit en het Institute for Defense Analysis, tegen de negatieve houding van het universiteitsbestuur ten aanzien van het Harlem-ghetto en tegen de disciplinaire straffen die studentenleiders door de universitaire overheid waren opgelegd. Het protest groeide dus uit de drie belangrijkste topics die toen de studentenwereld in de VS bezig hielden: Vietnam, de gelijkheid van blank en zwart en de politieke vrijheid op de campus. De bezetters werden met geweld verdreven, maar op veel plaatsen gingen de universitaire administraties in op een aantal democratiseringseisen van de studentenbeweging.

Zoals in Italië en de Verenigde Staten was het academiejaar 1967-68 er voor de Duitse studentenbeweging één van uitgesproken radicalisering. Na de dramatische anti-Sjah-manifestatie in juni 1967, waren er direct massale demonstraties geweest, maar was er ook door de rechtse pers van het Springer-concern een campagne gestart tegen de nieuw-linkse studentenbeweging. Ze slaagde er op korte tijd in de brede publieke opinie te beïnvloeden, de studerende jeugd te isoleren en droeg zo bij tot een verdere radicalisering. Massamanifestaties verminderden — er waren er nog enkele in Bremen, Kiel en Freiburg — maar wel bleef er in het kader van de Kritische Universitat, geregeld demonstratief studentenoptreden in Berlijn, Frankfurt, Marburg, München, Munster en Tübingen. In Frankfurt en Berlijn raakte het anti-Vietnamthema verweven met het verzet tegen de consumptiemaatschappij, wat tot uiting kwam in kleine provocatieve acties tegen kantoren, reisagentschappen, en warenhuizen.

Enkele weken na het begin van het Vietnamese Tet-offensief in januari 1968, wist Rudi Dutschke honderden jongeren en studenten uit heel West-Europa te verzamelen op een Vietnam-Congres te Berlijn, waar hij opriep tot 'wereldrevolutie'. Maar geen maand later demonstreerden 100.000 Berlijners tegen de rode jeugd, maakten rechtse groepen op straat jacht op studenten en ontsnapte Dutschke zelf op het nippertje aan een lynchpartij. Nog eens zes weken later — op witte donderdag 11 april een paar dagen na de moord op Martin Luther King — was het de beurt aan Dutschke: op de Kurfürstendamm werd hij neergeschoten en zwaar gewond. De aanslag leidde tot heftig en massaal studentenprotest waarbij nogmaals twee doden vielen. SDS keerde zich vooral tegen de Springer-pers die ze verantwoordelijk stelde voor de pogromsfeer tegen links, pleegde aanslagen op filialen ervan, maar raakte uiteindelijk nog meer geïsoleerd. In die paasweek van '68 kwam er een einde aan de spontaneïstische Duitse studentenbeweging.

De adem van de revolutie - Inhoud

'Mai '68'. Het werd geen nieuwe Franse revolutie maar bleef wel het symbool van de veranderende tijden. En het kwam onverwachts. Sinds het einde van de jaren vijftig was er in Frankrijk geen studentenberoering meer geweest. In november 1967 had een internationale studiesessie van katholieke studenten in een Parijse voorstad bezorgd de koppen bijeengestoken over het fenomeen van 'la dépolitisation de l'étudiant Européen'. In zijn nieuwjaarstoespraak begin '68 feliciteerde president De Gaulle zijn landgenoten met het feit dat Frankrijk een eiland van rust was gebleven temidden van een revolterend Europa. Wel waren er sinds het begin van dat academiejaar wat spanningen tussen rector en studenten geweest in de nieuwe universitaire campus van Nanterre. Maar die leken weinig belang te hebben. In Le Monde was op 15 maart een hoofdartikel verschenen onder de kop 'La France s'ennuie'.(25)

En dan begon het. Op 3 mei zakten studenten van het gesloten Nanterre met Daniel Cohn-Bendit aan het hoofd af naar de Sorbonne. De rector riep de ordestrijdkrachten en de opstand was een feit. Schermutselingen duurden de volgende dagen voort, en duizenden studenten raakten er bij betrokken. Ze bouwden barricades en werden er met zoveel geweld verdreven, dat de publieke opinie de zijde koos van de studenten. Een week later was heel Frankrijk in revolte. Solidariteitsstakingen van onderwij smensen en arbeiders, daarna van openbaar vervoer en posterijen, tenslotte van ambtenaren, kaderleden en journalisten leidden tot een complete verlamming van de Franse samenleving.

De revolte was een spontaneïstische uitbarsting die wortelde in een breed verspreid ongenoegen over de verstikkende verstarring in de Franse instituties. Ze werd gevoed — net zoals in de Italiaanse studentenbeweging het geval was geweest — door een uit collectieve geestdrift opborrelende utopie van een nieuwe samenleving. Overal was er een nimmer eindigende discussie in open vergaderingen, in cafés en op straat die prikkelde tot ongekende creativiteit die resulteerde in de pittige, originele en een enkele keer diepzinnige slogans waarmee 'mei '68' verbonden zal blijven. 'De verbeelding aan de macht', 'Vrijheid is participatie', 'Verboden te verbieden', of 'Wees realistisch: vraag het onmogelijke!'

Niet allen deelden in die euforie. Er was ook de vaak vergeten angst toen geleidelijk het mechanisme van de samenleving dreigde stil te vallen, de bevoorrading in gevaar kwam, een burgeroorlog zich leek aan te kondigen. Toen op het einde van de maand De Gaulle aankondigde niet te zullen aftreden, kwamen de tegenstanders van de revolte in een massale steunbetuiging op straat en bezorgden eind juni een overweldigende verkiezingszege aan het Gaullisme.

Als het in Parijs regent druppelt het in Brussel. Op 13 mei brak ook daar een revolte uit.(26) Wat totnogtoe in België nog niet was vertoond, namelijk een dagenlang volgehouden bezetting van een universitair gebouw, werd hier het centrale gebeuren. Tot 28 juni bleef de grote hal van de ULB bezet, en was het terrein van de 'Assemblee Libre'. Sommigen zagen de vrije vergadering als een politiek drukkingsmiddel en pleitten voor machtsovername of wilden nieuwe bestuursstructuren. Anderen zagen er een symbolische voorafbeelding in van een toekomstige vrije en demokratische samenleving. Weer anderen interpreteerden de oeverloze permanente discussie als een psychodrama waardoor de deelnemers leerden zich vrij en zelfstandig uit te drukken. Zoals in Parijs steunde de beweging op spontaneïsme, maar ze plooide zich na verloop van tijd, verlamd door beperkte actie-mogelijkheden en interne tegenstellingen terug op zichzelf. Intussen waren Leuvense SVB-ers de sfeer gaan snuiven in de Sorbonne en in de Brusselse 'Assemblee libre'. Ze kwamen er niet om er lessen in contestatie te ontvangen, maar wel om er te geven.

4. DE NIEUWE WAARHEID 1969-1975 - Inhoud

Het studentenprotest van de jaren zestig werd zowel gedragen door utopie als door ideologie. De utopie kon grote massa's aanspreken en velen prikkelen tot creatieve actie om vorm te geven aan nieuwe structuren en een nieuwe mens. De ideologie behoorde de kleine groep en gaf haar steun en zelfvertrouwen om de bredere beweging te sturen.(27)

De balans tussen beide wijzigde zich overal op dezelfde manier. De bewogenheid door de utopie van een nieuwe samenleving zorgde in alle bewegingen voor haar grootste aanhang, die begon af te brokkelen zo gauw kleinere kernen probeerden de utopie door afgeronde ideologische blauwdrukken te vervangen. Dat was precies wat er gebeurde, zowel in de Amerikaanse als in de Europese studentenbeweging. En overal was er een vergelijkbaar patroon: van een spontane idealistische en op de realisering van een vaag aangevoelde 'nieuwe samenleving' gerichte actie, naar het uiteenrafelen van 'de rode draad' in tal van elkaar bestrijdende beweginkjes en groeperingen.

Die evolutie was vanuit een interne logica onvermijdelijk, omdat — aldus de Duitse socioloog Klaus Allerbeck — het studentenprotest alle kenmerken vertoonde van een spontane sociale beweging, die haar identiteit niet haalde uit structuur of organisatie, maar uit de werfkracht van haar ideeën. Een dergelijke beweging, die vooral bestaat in het bewustzijn van haar aanhangers en tegenstanders, kan maar op twee manieren worden geconsolideerd. Ofwel door aansluiting te zoeken bij een bestaande gestructureerde beweging, zoals de 'klassieke' studentenbeweging dat in het verleden deed, ofwel door te proberen de eigen beweging meer structuur te geven. Doordat in de meeste gevallen de utopie wel eensgezindheid bracht over het vage einddoel in de verte, maar niet over de weg daar naartoe, zou elke poging om die weg te concretiseren leiden tot verdeeldheid. Vooral omdat het belangrijkste gemeenschappelijke element in de utopie het anti-autoritarisme was, per definitie dus onverzoenbaar met een rigide partijstructuur van Leninistische snit, die nu juist door de zich als erfgenamen van de nieuwe studentenbeweging aandienende groupuscules werd aangehangen.

Medezeggenschap - Inhoud

Terwijl in de meeste buitenlandse studentenbewegingen de eis van participatie van studenten aan het universitaire beleid in de herfst van 1968 al niet meer tot de objectieven behoorde, kwam dat probleem in België en Nederland tijdens het academiejaar 1968-69 pas ernstig aan de orde, en was het voor een aantal universiteiten waar de contestatie totdantoe nauwelijks was opgeborreld het begin er van.

In november en december kwam er een protestbeweging op gang in Nederlandstalig Leuven — waar nu na de gezamenlijke realisatie van het 'Walen buiten' studenten voor het eerst openlijk tegen de eigen Vlaamse academische overheid in het geweer kwamen met een eis tot meer informatie en participatie — en in Franstalig Leuven, die allebei leidden tot het installeren van een commissie universiteitsherstructurering, die na de definitieve boedelscheiding tussen de twee instellingen in de zomer van 1970 resulteerde in eigen organieke reglementen. In die van Leuven-Nederlands ging de studenteninspraak en de interne democratie verder dan in Leuven-Frans, maar in beide instellingen bleven de professoren het overwicht bewaren.(28)

In de Antwerpse UFSIA kwam er ook interne democratisering — zelfs als eerste van alle universiteiten in 1969 — maar ze was minder verstrekkend dan de actieve studentenbeweging had gehoopt. Daarnaast was het belangrijkste objectief van de hele Antwerpse studentenbeweging — aan UFSIA én RUCA — waarvoor ze nog tot 1971 bleef ijveren, nl. de integratie van UFSIA — een Jezuïeteninstelling — en RUCA — een rijksinstelling — in één verder uit te bouwen pluralistische Antwerpse universiteit. Hoewel in 1971 de 'open' Universitaire Instelling Antwerpen als bovenbouw werd opgericht was dit toch niet de pluralistische oplossing die de studenten voor ogen had gestaan, want UFSIA en RUCA bleven intussen apart bestaan.(29)

Echte revoltes, die reminiscenties opriepen aan die van mei in Parijs en januari in Leuven, waren er in Luik en Gent. In Luik was er destijds in mei haastig een overlegorgaan opgericht, met een wat onduidelijke bevoegdheid, maar dat bleek in december onvoldoende. Er brak een studentenstaking uit met eisen voor inspraak, informatierecht en politieke vrijheid, die na de Kerstvakantie werd hernomen met o.m. een vijfdaagse bezetting van de promotiezaal. De actievoerders legden contact met andere instellingen voor hoger onderwijs in het Luikse, met de socialistische arbeidersbeweging. De studentenbeweging slaagde erin een links én Wallingantisch éénheidsfront te handhaven en verbreedde haar eisen tot een socialistische ontwikkeling voor Wallonië. Hier speelde dus ook het communautaire aspect als geluidsversterker voor de linkse eisen. Op het vlak van de studenteninspraak was het resultaat overigens maar mager: een afvaardiging in de academische raad. Pas in maart 1971 zou de politieke overheid definitief een zekere inspraak voor de rijksuniversiteiten regelen.

In Gent sloeg in maart 1969 de vlam in de pan toen een protestbeweging op gang kwam tegen de censuurmaatregelen van de academische overheid. Deze 'maartbeweging' duurde tot het einde van de maand met demonstraties, stakingen, botsingen met de politie en het bezetten van de Blandijnberg. Een jaar na Parijs waren utopie en spontaneïsme hier nog de hoofdkenmerken, maar tegen deze massamobilisatie tekenden zich veel scherper dan in vroegere contestatie de tegenstellingen af tussen rivaliserende tendensen. Rond Pasen viel de beweging stil. Het was de laatste grote actie geweest in België die zich vooral aan universitaire problemen had vastgehaakt.(30)

Net zo in Nederland. Daar was in februari 1968 een officieel rapport klaargekomen waarin werd voorgeseld de beleidsstructuur van de universiteit te hervormen in sterk hiërarchische en op efficiency afgestemde zin. Dat stond lijnrecht tegenover de intussen in progressieve studentenkringen ontwikkelde visie van een radenuniversiteit. Aan verscheidene universiteiten begon overleg. Vanaf mei '68 verslechterden de verhoudingen tussen studenten en hoogleraren. Massaal studentenprotest daarrond brak pas uit in april-mei 1969. Het begon in Tilburg met de bezetting van de Katholieke Hogeschool die — zoals een jaar eerder ook in Frankfurt was gebeurd — werd omgedoopt tot Karl Marx-universiteit. De sfeer was er zoals we die hoger al voor andere bewegingen hebben geschetst, een sfeer die bijzonder inspirerend is voor het uitwerken van plannen voor een democratisch universiteitsbestuur, wat dan ook gebeurde. De Tilburgse eisen werden elders overgenomen, waar ook overal studenten in de aanval gingen. In Nijmegen werd de aula ingericht als permanent informatie- en discussiecentrum. In Leiden gebeurde hetzelfde met het Akademiegebouw. In Amsterdam bereikte de massale contestatie haar hoogtepunt met de bezetting van het Maagdenhuis.(31)

Het belangrijkste structurele resultaat van de studentenacties was dat in december 1970 een nieuwe Wet op de Universitaire Bestuurshervorming rechtsgeldig werd, waardoor via getemperde parlementaire spelregels, een democratisch medezeggenschap van alle geledingen — ook van het administratief en technisch personeel — in het beleid van de universiteit mogelijk werd. Het was vermoedelijk de meest verregaande universitaire democratie die ergens in de jaren zestig door een studentenbeweging was afgedwongen.

Ideologisering - Inhoud

Vanaf de zomer 1968 — mee als antwoord op de repressie van de autoriteiten en de toenemende polarisering — stevenden vele Amerikaanse student-activisten in snel tempo af op een zuiver marxistische opstelling. Een aantal SDS-leden probeerden zomer-jobs te krijgen in fabrieken om de banden met de arbeiders aan te halen. Ze herontdekten de oude ortodox leninistische schema's, en werden aangesproken door de strategie van centralistische en gedisciplineerde voorhoedeformaties. Ongetwijfeld speelden hierbij de contacten door met Oosteuropese, Russische en Vietnamese communisten en de deelname in 1968 aan het congres van de Westduitse Sozialistischer Deutscher Studentenbund door SDS-afgevaardigden. In elk geval besloot de Amerikaanse SDS in december van dat jaar te beginnen met de uitbouw van een revolutionaire jeugdbond als aanzet tot een marxistisch volksfront.(32)

Maar die plannen werden geen werkelijkheid, omdat SDS vanaf 1969 uiteen begon te vallen in verschillende revolutionaire fracties. Sommigen wilden de Vietnamese strijd overbrengen naar de Verenigde Staten als tweede front voor de Vietkong, en stuurden daartoe aan op een directe gewapende mobilisatie van de Amerikaanse 'massa'. Dat zou een eerste stap zijn op weg naar de vestiging van een collectieve maatschappijvorm naar Chinees of Cubaans model. Anderen wilden eerst werken aan een voorhoedepartij naar marxistisch-leninistische snit en verwierpen het spontaneïsme en de massamobilisatie. Weer anderen wilden vooral de klemtoon leggen op het leren van de arbeidersklasse en trokken naar de fabrieken. Tenslotte was er een strekking die koos voor bomaanslagen, en er in 1970 enkele pleegde. Het resultaat was een complete verschrompeling van SDS en het verdwijnen van de New Left als beweging.

Op de campussen was het aantal studentenacties in het academiejaar 1969-70 scherp gestegen. Het aantal acties lag even hoog als in de vorige jaren ook al vóór de piek die er kwam na 30 april 1970, toen de Amerikaanse troepen Kambodja binnenvielen. Tijdens het protest daartegen werden op 4 mei in Kent State University 4 studenten doodgeschoten. Dat leidde tot nieuwe protestdemonstraties die in dat academiejaar tot een totaal van 1785 opliepen. Niettemin was de beweging haar hoogtepunt voorbij, en leek zich in de zomer een kentering aan te kondigen. Vanaf het volgende academiejaar keerden de studenten grotendeels terug tot de studie. De 'campus war' viel grotendeels stil, en er was geen politieke studentenformatie meer als het vroegere SDS om er een nieuwe impuls aan te geven.

In Duitsland kende de uit het studentenprotest voortgekomen linkse beweging vanaf de herfst van 1968 een ideologische versnippering die wellicht nergens anders zijn weerga kende. De eerste tegenstelling die zich manifesteerde was die tussen de anti-autoritairen — linkse socialisten, anarchisten en radencommunisten — en de marxistisch-leninisten. Al in augustus '68 werd een ortodoxe strekking uit SDS gestoten en startte met de marxistische Spartakusbond. Daarna viel SDS verder uiteen, en maakten zich nog verschillende richtingen in het marxisme-leninisme er uit los. Alle zochten ze contact met de arbeiders, o.m. door in de fabrieken te gaan werken. Al deze groepen lagen vanaf het begin van de jaren zestig met elkaar overhoop rond belangrijke vragen van revolutionaire strategie. Voor de Rote Armee Fraktion rond Andreas Baader en Ulrike Meinhof was de juiste weg die van gewapend optreden, met bankovervallen, aanslagen en ontvoeringen die in 1970 begonnen.(33)

Italië kende een gelijkaardige ontwikkeling. In het academiejaar 1968-69 was er in Italië nog wel een hete herfst en een dynamische lente, maar er was tegelijk ook een voortschrijdende demobilisering van de massa. Het wegvallen daarvan was geen hinderpaal voor het floreren van talrijke groupuscules, meestal van marxistisch-leninistische signatuur, die het 'Dutschkisme' gingen bestempelen als een 'bourgeois-oplossing', en op zoek gingen naar de arbeiders, hetzij om van hen te leren, hetzij om ze het juiste klassebewustzijn bij te brengen. Op het einde van 1969 was de studentenbeweging er grotendeels voorbij. De erfgenamen ervan waren vooral de maoïsten en de trotskisten die hun eigen wegen volgden naar de socialistische revolutie. Zoals in Duitsland ontstond ook hier een terroristische richting, de Rode Brigades die de strijd tegen de gevestigde kapitalistische orde gewapenderhand wilden voeren.(34)

Dergelijke gewapende groepen kwamen niet uit de andere Europese studentenbewegingen voort: wel vertoonden die eveneens het intussen al voldoende geschetste beeld van ideologisering en versplintering, waarbij als in een scheikundig proces, de beweging in een haast eindeloze celdeling terechtkwam. En net zoals in Duitsland en Italië viel ook de massale mobilisatie vrij vlug stil. Dat was het geval in Frankrijk na 1968 en aan de meeste Nederlandse en Belgische universiteiten na 1969.

Met de Leuvense studentenbeweging gebeurde dat in grote lijnen ook, maar toch weer op een eigen manier. We wezen er al op dat de harde SVB-kern zich al sinds 1967 in marxistisch-leninistische richting was beginnen oriënteren, maar tijdens de januarirevolte nog geen afgerond concept had aan te bieden. Daardoor kon SVB toen nog fungeren als verzamelbekken voor allerlei studenten die pas op dat moment tot een kritische — geleidelijk aan begon het woord 'links' gemeengoed te worden — benadering kwamen van de maatschappij. Na de revolte, op het moment dat in Parijs het spontaneïsme hoogtij vierde, bleef SVB de indruk wekken representatief te zijn voor de contestatie-beweging als geheel. Ook al publiceerde ze toen het boek Ervaringen uit twee jaar strijd te Leuven, waarin werd geschetst hoe de SVB-inzichten geleidelijk waren geëvolueerd van een confrontatietheorie naar een marxistische klassenanalyse.

Allerlei idealistische activisten, onder wie nogal wat oudseminaristen en leiders uit katholieke jeugdbewegingen, probeerden zich via oeverloze discussies in het gammele alternatieve café 'De Harp' of in de nog met Guevara-koppen en oprukkende massa's-achter-rode-vlaggen beschilderde SVB-bar (die pas later werd omgedoopt tot 'Kaffé Bolsjewiek') ijverig om te scholen tot beroepsrevolutionairen. Maar ze zagen niet dat er eigenlijk dwars doorheen hun beweging een kloof liep tussen democratische anti-autoritairen en centralistische partijgangers van Mao. Langs wegen van geleidelijkheid raakten ze stilaan met de leninistische partijconcepten vertrouwd. In augustus 1968 koos de SVB-leiding Lenins Wat te doen tot studieboek tijdens de zgn. kadervorming in Leuven en Gent.

Eén van de hoofdredenen waarom in Leuven — zoals trouwens ook in Nijmegen — veel langer dan elders een algemeen linkse studentenbeweging bleef bestaan dan aan de Duitse of Franse universiteiten, lag wellicht in het feit dat er in deze katholieke universiteiten geen linkse traditie was die '68 voorafging. Zodoende werd door alle progressieven samen 'links' ontdekt. Dat hield ook in dat er veel langer — vertrekkend vanuit de gemeenschappelijke SVB-wortels — door velen samen gezocht werd naar een nieuwe maatschappelijke blauwdruk, en daarbij globaal dezelfde lijn werd gevolgd. Het verklaart waarom het maoïsme — dat door de eerste contestatairen werd ontwikkeld — stevige wortels had in Leuven, terwijl andere linkse strekkingen er in de eerste jaren na '68 nauwelijks een voet aan de grond kregen. De factionering die elders de studentenbeweging volledig versnipperde, bleef eerder beperkt.

Weidse horizonten - Inhoud

De ontwikkelingen in Leuven tussen 1969 en 1974 waren toonaangevend en exemplarisch voor de mentaliteit van de nieuwe generatie studenten in Vlaanderen. Twee thema's kregen vooral hun aandacht: de Derde Wereld en de arbeidersstrijd. De band met de Vlaamse beweging was daarentegen volledig doorgesneden.

De belangstelling voor de Derde Wereld was al enkele jaren gegroeid door initiatieven van de Universitaire Parochie rond de jaarlijkse vastenwerking die vanaf 1966-67 uitdrukkelijk in het perspectief stond van structurele maatschappelijke verandering ginds en mentale reconversie bij ons. Na de actie van 1969 werd besloten de campagne niet meer te beperken tot de vasten maar uit te bouwen tot een continue beweging. Daartoe werden de krachten gebundeld. Geïnteresseerden van uiteenlopende Leuvense werkgroepen zochten contacten met gelijkgestemde groepen in andere universitaire centra en met een groeiend aantal actiegroepen in scholen en gemeenten. Vanaf de zomer 1969 presenteerden ze zich als een Derde Wereldbeweging (DWB) die koos voor de steun aan de bevrijdingsstrijd en zich kritisch opstelde tegenover de (officiële) ontwikkelingshulp, en de Natosteun aan de Portugese koloniale onderdrukking aanklaagde.

De stap naar steun aan de arbeidersbeweging in eigen land onder het motto 'Dezelfde inzet, dezelfde strijd' werd intussen steeds meer gezet. Vooral omdat de vlag 'belangstelling voor de Derde Wereld' een uiteenlopende lading kon dekken. In Leuven en erbuiten zorgde die belangstelling ervoor dat er een breed discussieplatform ontstond, waar vrij kon worden geknutseld aan een nieuwe maatschappelijke blauwdruk, die in de loop der jaren alsmaar linkser werd. Niet verwonderlijk dus, dat buiten Leuven de Derde Wereldbeweging alarmbellen deed rinkelen bij een aantal collegedirecties, die vreesden dat hun scholieren via een idealistische bekommernis om de Derde Wereld, in radikaal-links vaarwater verzeild zouden raken.

In januari 1970 werd die vrees ook aangewakkerd door de steun die de Derde Wereldbeweging, samen met SVB en verscheidene Leuvense faculteitskringen, bood aan de Limburgse mijnwerkersstaking. Voor vele politiek actieve studenten was deze staking de bezegeling van hun linkse overtuiging. Dagelijks reden bussen vol studenten van Leuven naar Limburg om er de stakingspiketten te versterken en aan de mijnwerkers 'logistieke steun' te bezorgen. SVB zette er Mijnwerkersmacht op, dat concurrentie ondervond van de trotskistische Socialistische Jonge Wacht die vooral actief was aan de Gentse rijksuniversiteit maar ook enkele Leuvense sympathisanten telde.

In die staking vormde SVB zich om tot Marxistisch Leninistische Beweging (MLB), studentenafdeling van Alle Macht aan de Arbeiders, die geen plaats meer zag voor een autonome studentenbeweging. Sommige MLB-ers gaven hun studies op en gingen in de fabriek werken om daar de revolutionaire arbeidersstrijd aan te wakkeren. Niet-leninistische radicale democraten verlieten MLB en de Derde Wereldbeweging die zelf uiteindelijk geheel opging in MLB-Amada, en bleven te Leuven in de jaren zeventig een niet-partij gebonden linkse stroming gaande houden binnen faculteitskringen en overkoepelende studentenraden.

Ze engageerden zich in linkse werkgroepen die zich bezighielden met bepaalde deelaspecten van de globale socialistische maatschappijkritiek. Zo ontstonden het Vlaams Angola Komitee (later Aktiekomitee Zuidelijk Afrika), Kritak dat contacten had met Wereldwinkels en actiegroepen in andere steden, en later met het vroegere Jong-Davidsfonds het Centrum voor Vorming en Actie ging opzetten, wat op zijn beurt dan nog andere groepen zou opslorpen. Ook binnen diverse faculteitskringen ontstonden maatschappijkritische werkgroepen rond problemen die verband hielden met de eigen studiespecialisatie (justitie, geneeskunde, onderwijs en opvoeding).

In die jaren werden te Leuven massale studentenacties rond door de actualiteit aangedragen thema's een recurrent verschijnsel. In 1970 tegen minister Vranckx' plannen i.v.m. de vreemdelingen in België, in 1971 tegen het doodschieten van een student door de Leuvense politie, in 1972 voor de vrijlating van de 'Amada-dokters' Merckx en Leyers, en tegen de verhogingen van het collegegeld, in 1973 tegen minister Van den Boeynants' plan om het uitstel van legerdienst af te schaffen, een actie tegen de tentoonstelling Brasil-export en een tegen de benoeming van de Zuidafrikaanse ambassade-ambtenaar Spies tot lector aan de KU Leuven.

Het verloop van iedere actie was gelijkaardig. Rond een sterk emotioneel geladen topic kwam een eenheidsfront tot stand, waaraan talrijke verenigingen — vooral ook faculteitskringen — participeerden. De leiding was naar het model van de januarirevolte in handen van een anoniem actiecomité, waarbinnen de politieke studentenverenigingen de facto een grote inbreng hadden. Na meestal korte tijd werd de actie door de stroming die op dat ogenblik de toon aangaf door SVB of door de sinds 1972 opererende trotskistische studentenformatie in 'zijn juiste context' geplaatst. Op dat ogenblik haakte meestal de bredere studentenmassa van de in haar ogen genoyauteerde actie af, en verliep de beweging. Niettemin is het (kortstondige maar steeds weerkerende) succes van deze massa-acties en de inhoudelijke oriëntering van een aantal Leuvense studentenbladen er een indicatie voor, dat er in Leuven nog steeds een brede midden-stroom van met links sympathiserende actieve studenten bestond, ook al was maar een kleine minderheid echt lid van een politieke studentenformatie.

Vanaf halfweg de jaren zeventig was er een nieuw politiek klimaat merkbaar in Leuven. Er trad een generatie aan die nog steeds bewogen werd door de idealen van een progressieve maatschappijhervorming, maar die niet bereid was zich aan te sluiten bij de intussen 'partijpolitiek' geworden extreme linkerzijde voor wie de studentenbeweging enkel een recruteringsveld was geworden voor de arbeidersstrijd. De acties van de nieuwe generatie waren daarentegen meer gericht op de universiteit zelf, maar dan wel geplaatst in een bredere maatschappelijke context. In de acties tegen Spies (november 1973) en voor Boerenhulp (november 1974) kwam die nieuwe tendens al naar voren en eveneens in de vernieuwde aandacht voor de uitbouw van de faculteitskringen tot gemeenschappen met informatieve, dienstverlenende, culturele en ontspannende functies voor de studenten. Sleutelwoorden waren een evenwichtig mengsel van idealisme en pragmatisme.

Het ongenoegen over de monopolisering van de linkse stroming door MLB en de manipulatie door deze groep van de VVS-verkiezingen (de overkoepelende Vereniging van Vlaamse Studenten), leidde in de lente van 1974 tot progressieve frontvorming van de niet-maoïstische linksen onder de benaming 'Tendens voor de demokratische organisatie van de studentenbeweging', kortweg Tendens. Ze ging zich weldra ook in andere universiteiten presenteren, en wist in alle universitaire centra open VVS-verkiezingen af te dwingen, waarin ze in 1974 zowel in Leuven als nationaal de meerderheid van de zetels behaalde.

Hoewel Tendens aanvankelijk nog de nadruk legde op de socialistische ideologie met verwijzing naar de arbeidersstrijd, verschoof na korte tijd toch de aandacht veel meer naar het stimuleren en coördineren van actie- en werkgroepen in de studentenwereld, waarbij opnieuw democratisering van het onderwijs het belangrijkste thema werd. Een terugkeer naar de universiteit die door het begin van de economische crisis in de hand werd gewerkt, maar ook door de politieke actualiteit: in 1975 worden protestacties ondernomen tegen het laattijdig uitbetalen van de studiebeurzen en ministeriële plannen om subsidies aan de universiteiten te verminderen. Ook later nog zou op dat terrein worden geageerd. Maar intussen was ook een onderhuidse depolitizering merkbaar in de Leuvense studentenwereld, die zich bij de volgende studentengeneraties nog sterker zou manifesteren.

5. TYPERING EN VERKLARING - Inhoud

De studentenbeweging was geen uitvinding van de roerige jaren zestig. Ze had al vroeger bestaan, in een wat andere vorm. Haar eerste optreden kwam aan het begin van de 19de eeuw onder invloed van verlichting en romantiek, en gedragen door de zich emanciperende burgerij die de draagster werd van nieuwe ideologieën als nationalisme, liberalisme en democratie.

Van in de 19de eeuw tot halfweg de jaren zestig kende de studentenbeweging haar 'klassieke' verschijningsvorm met volgende kenmerken: ze was een collectief en min of meer georganiseerd studentenoptreden onder eigen leiding, gericht op de beïnvloeding van de maatschappij, die zich aansloot bij een bredere politieke stroming of emancipatiebeweging waarin ze meestal een radicaliserende rol speelde en waarvoor ze fungeerde als mobilisatiekanaal. Terwijl de studentenbeweging idealen en strijdobjectieven uit de bredere beweging overnam beïnvloedde ze die op haar beurt. Dat gebeurde direct en indirect: op het moment zelf door haar direct optreden als actiegroep en op lange termijn door haar vormende invloed op nieuwe generaties militanten.(35)

De aanduiding 'beweging' is niet toevallig. Een beweging is een sociale stroming met algemene politieke oriëntering, zonder klaar afgelijnd programma, zonder strakke ledenstructuur of formele leiding, waartoe eenieder behoort die akkoord gaat met een reeks niet meer te betwijfelen grondstellingen, die zich actief inzet en daardoor het recht krijgt mee te discussiëren over oriëntering en strategie. Binnen de beweging moeten er daartoe communicatie- en mobilisatiekanalen bestaan, via bijeenkomsten, publikaties of massamedia. In haar schoot kunnen politieke verenigingen optreden die er strijden om het overwicht, of kan één vereniging de kern vormen, zolang geen van die verenigingen identiek is met die beweging.

Al deze karakteristieken zijn kenmerkend voor de 'klassieke' beweging van vóór 68. De 'nieuwe studentenbeweging' die toen ontstond, verschilde op minstens drie niveau's fundamenteel van de vorige. Ten eerste was ze niet langer een voorhoede van een bredere 'geïnstitutionaliseerde' sociale of nationale beweging, maar maakte ze zich daarvan los en ging een eigen koers varen. Ten tweede stelde ze met grote vrijmoedigheid nieuwe thema's aan de orde die groeiden uit een anti-autoritaire utopie, en die de bedoeling hadden de bureaucratische en op efficiency afgestemde politieke en sociaal-economische structuren te vervangen door andere waardoor een levende gemeenschap zou ontstaan, waar creatieve ontplooiing van het individu zou kunnen samengaan met sociale rechtvaardigheid. Ten derde ging ze nieuwe vormen van politieke actie introduceren waarin vooral opvallen: de op directe participatie steunende collectieve besluitvorming en de directe actie gericht op de ontmaskering en afbraak van de gevestigde orde.

De roeping van de student - Inhoud

Het ontstaan van studentenbewegingen was maar mogelijk omdat het student-zijn in de sinds de 19de eeuw gegroeide moderne samenleving drie specifieke kenmerken vertoonde: een voor de moderne maatschappij a-typische sociale positie, een bijzonder intellectuele habitus, en een zendingsbewustzijn als antwoord op bepaalde problemen in de brede historische ontwikkeling.

De sociale positie van de student is iets bijzonders. In tegenstelling tot de gewone burger is hij immers nog niet ingekapseld in de maatschappij, hoeft hij niet met dezelfde grimmigheid als niet-studenten te vechten voor zijn dagelijks brood, en beschikt hij over een zeer grote vrijheid. Bovendien leeft hij wat buiten de gewone wereld. Onderzoek toonde aan dat de meeste van zijn vrienden zelf ook studenten zijn, en meestal ongeveer even oud zijn. Hun sociale achtergrond verschilt nauwelijks, en waar dat toch zo is worden die verschillen verdoezeld door de gelijke status als student. Dat alles resulteert haast automatisch in een sterk uitgebouwd groepsleven, dat als dagelijks gebeuren sterk naar binnen gericht is en weinig beïnvloed wordt door de buitenwereld. De belangrijkste sociale druk komt van de medestudenten zelf.(36)

De rol van student is volgens Klaus Allerbeck — die een sociologie van studentenbewegingen opstelde — een 'totaal-rol', vergelijkbaar met die van de soldaat, gevangene of monnik, die onverzoenbaar is met een andere rol: zelfs een werkstudent blijft in eigen ogen en die van de buitenwereld op de eerste plaats student. Een dergelijke rol is a-typisch voor onze maatschappij, waarin immers een veelheid van te verzoenen rollen en een overlapping van sociale kringen het normale patroon vormt. In de maatschappij zorgt die vervlechting en overlapping van conflicterende rollen en leefkringen voor een reducering van de conflictintensiteit. In de studentenwereld daarentegen leidt het ontbreken van een rolconflict, en het geïsoleerd zijn tegenover de 'buitenwereld' tot een negatieve visie op de houding van de niet-studerende 'bevolking' en tot radicalisering van de eigen stellingname. De evolutie van het Duitse studentenprotest is daarvan een mooie illustratie.

Dat heeft een dubbel gevolg. Ten eerste is de sociale prijs die een student moet betalen voor een rebelse houding niet erg hoog, en kan hij zonder negatieve gevolgen in eigen omgeving een conflict aangaan op het niveau van de maatschappij. Dat in tegenstelling tot bv. werkende jongeren, die immers omwille van hun sociale omgeving en positie veel minder ruimte hebben voor protest of alternatief gedrag. Ten tweede hebben studentenleiders bij conflicten vaak de neiging het zuivere beginsel te verheffen boven het halfslachtige compromis, en te kiezen voor wat genoemd werd een 'expressieve', getuigende en radicale opstelling, terwijl ze een 'instrumentele' pragmatische aanpak verwerpen. Hun a-typische sociale situatie maakt hen blind voor de noodzaak in de 'echte' wereld 'compromisbereid' te zijn.

De sociale situatie van de student is op zichzelf onvoldoende om het verschijnsel studentenbeweging te verklaren. Even belangrijk is zijn intellectuele habitus waardoor hij gemakkelijk problemen in de samenleving kan observeren en analyseren. Door zijn intellectueel niveau kan hij bij die interpretatie zonder moeilijkheden ideologische concepten hanteren. Vandaar dat hij meer dan andere jongeren de mogelijkheid heeft de hem door de samenleving voorgehouden waarden en waarheden kritisch te onderzoeken. Overigens zorgt zijn studie-opdracht ervoor dat dit in zekere zin een deel is van zijn werk. Des te meer omdat hij er zich van bewust is dat hij zich voorbereidt op een maatschappelijke — vaak leidinggevende — taak. Daartoe roepen ook de 'normatieve verwachtingen' hem op, die vanuit de volwassenenwereld ten aanzien van de studentengemeenschap worden geformuleerd, evenals de roeping zoals die uit de eigen geschiedenis en traditie in de studentenbeweging zelf voortleven.

Uit wat voorafgaat is al duidelijk geworden dat studentenbewegingen niet bestaan in een historisch vacuüm. Pas als de studenten als groep een appèl menen te horen uit de bredere samenleving groeit bij hen ook een zendingsbewustzijn. Zo trokken de Duitse Burschenschaften in het begin van de 19de eeuw op om het vaderland te verdedigen tegen het Napoleontische overheersing, en waren er in alle nationale en sociale revoluties van de 19de en 20ste eeuw studenten te vinden op de barricaden. Het ging daarbij altijd om een probleem dat de studentensituatie zelf oversteeg, of plaatste typische studentenproblemen in hun bredere maatschappelijke context. Het vaak kortstondig bestaan van studentenbewegingen hangt voor een deel samen met het opkomen en weer verdwijnen van bepaalde conflicten en spanningen in de samenleving.

Generaties - Inhoud

Om het probleem van kortstondigheid van de studentenbeweging of — bij een langer bestaan — van de discontinuïteit in ideologie en concrete doelstellingen goed te begrijpen, moet men zich goed bewust zijn van een heel bijzonder kenmerk ervan. Een studentenbeweging is behalve voor het historische tijdperk waarin ze naar voren komt ook getekend door de generatie die haar draagt. Studenten en studentenleiders volgen elkaar op in telkens nieuwe leeftijdscohorten, bestaande uit individuen die ongeveer in dezelfde periode geboren en opgegroeid zijn, en die daardoor — aldus Karl Mannheim — ernaar tenderen zekere opvattingen of benaderingswijzen te delen. Een aantal aan elkaar grenzende cohorten vertonen gemeenschappelijke stijlkenmerken en kunnen — net als in de literaire wereld — als 'een generatie' worden aangeduid.(37)

Haar eigen identiteit krijgt iedere generatie van de 'ervaringsgelaagdheid' die tijdens de socialisatieperiode van haar leden ontstond door het samen beleven van 'generatievormende gebeurtenissen'. Elke generatie bekijkt de haar overgeleverde cultuur immers met een nieuwe blik, en uit dit 'fresh contact' ontstaat een eigen stijl, die anders is dan die van vorige generaties. Zo gaat de cultuuroverdracht over in cultuurvernieuwing en wordt sociale verandering gerealiseerd. Dat is mogelijk omdat de socialisatie van de jeugd zich afspeelt in een spanningsveld van verscheidene historische krachten. Enerzijds worden jongeren de grenzen van de vrijheid ingeprent, anderzijds worden ideologische concepten meegegeven die naast beperkende normen ook vrijheidswaarden insluiten. Vandaar — aldus de Oostenrijkse jeugdsocioloog Leopold Rosenmayr — dat men 'jeugd' of 'studentenbeweging' niet mag bestuderen als een op zichzelf staand gegeven, maar als een historisch moment van reproductie en transformatie in de maatschappij.(38)

Al horen studenten — of jongeren in het algemeen — tot éénzelfde generatie en worden ze geconfronteerd met dezelfde historische en 'generatievormende' gebeurtenissen, ze reageren daar niet allen op dezelfde manier op. Mannheim onderscheidt daarom binnen elke generatie nog 'generatie-eenheden', die als antwoord op de gemeenschappelijke historische situatie bepaalde maatschappelijke blauwdrukken, denkstijlen of een mentaliteit gaan ontwikkelen. Andere 'eenheden' werken weer andere antwoorden uit. Ze fungeren als oriëntatiepunt voor generatiegenoten, die zich in die stijl en die mentaliteit herkennen. Weldra worden dan binnen één generatie verschillende groeps-patronen zichtbaar, die onderling strijden om zoveel mogelijk aanhang. In de kleine wereld van studenten spelen deze generatie-eenheden een belangrijke rol. Ze bepalen grotendeels de 'studentenpolitiek' met zijn specifieke formaties, maar ook de levensstijl van bepaalde groepen in bepaalde perioden.

In de jaren zestig waren er in Leuven — en wellicht ook elders — twee elkaar opvolgende generaties die rechtstreeks getekend werden door de contestatie en die in hun latere maatschappijvisie door een in essentie zelfde nieuw-linkse waardenpatroon worden gekenmerkt. De eerste, die nog geheel gevormd was in klassieke zin was geboren omstreeks 1945, kwam omstreeks 1963 aan de universiteit, had meestal een idealistisch jeugdbewegings- en/of seminarieverleden en werd de ogen geopend door de revoltes van 1966 of 1968. Lenin was voor haar een ontdekking, maar ze isoleerde zich niet en bleef tegelijk haar invloed aanwenden in jeugdbewegingen, faculteitskringen en studentenparochie waar ze haar nieuwe inzichten verspreidde.

De tweede generatie, die vanaf 1969 de maatschappijkritische fakkel overnam, was al 'rijp' voor de nieuwe waarden toen ze in Leuven arriveerde, omdat ze aansluitend bij de Leuven-Vlaams actie zich in de middelbare school als scholier voor democratisering had ingezet. Als student zette ze de lijn verder waarbij sommigen toetraden tot politieke formaties van leninistische signatuur, anderen tot allerlei linkse werkgroepen die zich bezighielden met deelaspecten van een globale socialistische maatschappijvisie, maar zonder uitdrukkelijk lidmaatschap. Deze tweede generatie was het ook die een nieuwe levensstijl introduceerde: lang haar, jeans, samenwonen en relationele experimenten, en die de snelle seculariseringsgolf die in Leuven zoals in Vlaanderen tussen 1968 en 1973 zijn hoogtepunt kende gestalte gaf.

Deze twee generaties — of preciseer: generatie-eenheden — hebben het studentenprotest van de jaren zestig gemaakt en een ander maatschappijbeeld en waardenpatroon ontwikkeld dan hun voorgangers. We kunnen het misschien ook omdraaien: ze ontwikkelden een nieuw waardenpatroon en kwamen in botsing met het bestaande.

Om de achtergrond daarvan te begrijpen knopen we aan bij de wendingen van de jaren zestig die we in het eerste kapittel beschreven. We wezen er daar op dat de generatie die na de oorlog was opgegroeid in een alsmaar meer vanzelfsprekende welvaart wellicht een andere houding tegenover het materiële zou gaan ontwikkelen dan hun ouders of onmiddellijke voorgangers. Als we er van uitgaan dat mensen een hele waaier behoeften hebben waarin ze een zekere rangorde van waarden aanbrengen, dan zal de hoogste waarde worden toegekend aan wat het meest levensnoodzakelijk is, maar toch schaars. In oorlogstijd en nog jaren daarna waren dat de primaire fysieke en economische levensbehoeften. Op het ogenblik echter dat een comfortabel materieel bestaan is veilig gesteld — in Europa was dat in de beginjaren zestig — worden mensen zich geleidelijk bewust van andere behoeften die eerder liggen op het sociale, intellectuele en esthetische vlak, en die eerder immaterieel zijn, zoals erkenning, geborgenheid, vrijheid, creativiteit, zelfontplooiing of medezeggenschap. Er treedt dan een verschuiving op in de rangorde van waarden ten voordele van de niet-materiële.

Een stille revolutie? - Inhoud

De hypothese dat er in de Westerse welvaartslanden in de jaren zestig de aanhangers van een post-materialistisch waardenpatroon zich plots heeft uitgebreid, werd voor de Amerikaanse socioloog Ronald Inglehart uitgangspunt voor onderzoek. Als indicatoren voor een materialistisch waardenpatroon zag hij een prioritaire keuze voor veiligheid (ordehandhaving, strijd tegen de misdaad en sterke defensie) en voor zekerheid van inkomen (economische groei, anti-inflatiebeleid, economische stabiliteit). Typerend voor een post-materialistische opstelling vond hij een verlangen naar sociale- en zelfrealisatie (gemeenschapsvorming, het streven naar medezeggenschap voor allen, waardering voor de creatieve persoonlijke ontplooiing, bekommernis om de leefbaarheid van de steden en het behoud van het natuurlijk milieu.)

Door eigen onderzoek in verscheidene Europese landen dat later werd gecompleteerd door een collectief researchproject, heeft Inglehart deze stelling getoetst.(39) Via steekproefgewijze enquêtes liet hij een aantal problemen op een waardeschaal rangschikken. Zo kon hij de respondenten die uitsluitend de materiële veiligheid voorop stelden en hen die enkel welzijnswaarden als de belangrijkste aanzagen afzonderen van de brede — gemengde — middengroep, als materialisten resp. post-materialisten. De conclusies van deze grootscheepse empirische onderzoekingen in 1970,1973 en 1976 waren dat er bij een minderheid van de bevolking — die per nationaliteit in omvang verschilde — het post-materialisme toonaangevend was geworden, al verkleinde die groep lichtjes doorheen de jaren, wat wellicht een weerspiegeling is van de economische crisis.

Interessant voor wat ons hier bezighoudt was de vaststelling dat er een positieve correlatie bestond met hogere sociale status, maar ook met opleiding en leeftijd. Procentueel de grootste groep post-materialisten waren te vinden in de groep van de studerende jongeren. Maar uit een vergelijking tussen de drie jaartallen kwam ook een indicatie voor een generatieverschijnsel: intussen tot de tweede — wat oudere — leeftijdscategorie behorende jonge mensen bleken in zekere mate het postmaterialisme uit hun jeugd te hebben bewaard. Dat is volgens Inglehart 'de stille revolutie' die blijft doorwerken in de maatschappij naarmate de generatie 'van 68' ouder wordt.

Van belang vooral is dat er een samenhang lijkt te bestaan tussen dit waardenpatroon en politieke opstelling. Alweer met grote nationale verschillen bleken post-materialisten minder tevreden over de wijze waarop de democratie functioneerde, waren ze meer gekant tegen de 'gevestigde orde' en kozen ze eerder voor steun aan linkse partijen of groepen. Hier komen we dus aan een achtergrond voor het studentenprotest. In het studentenmilieu waren er immers meer postmateriaiisten te vinden dan hij hun leeftijdsgenoten die niet studeerden. Toen die post-materialistische studenten constateerden dat de gevestigde orde en de oudere generaties in het algemeen zich bleven oriënteren naar een materialistisch waardenpatroon bij het bepalen van politieke prioriteiten — een indicatie: de term 'quality of life' kwam voor de jaren zestig nauwelijks voor in de sociologische literatuur — gingen ze ernaar streven daar verandering in te brengen. Zoekend naar een politiek referentiekader voor die verandering kwamen ze haast als vanzelf bij een linkse maatschappijvisie uit, die aanvankelijk beperkt bleef tot een nieuw-linkse utopie, later werd uitgewerkt tot neo-marxistisch-leninistische doctrines, tot een 'groene' politiek, of tot een post-materialistische invulling van 'traditionele' politieke of maatschappelijke functies.

Waarom dit politieke bewustzijn aanleiding gaf tot protest werd door de Britse socioloog Alan Marsh geanalyseerd.(40) Hij verfijnde eerst de dichotomie post-materialisme/materialisme door het onderscheid te maken tussen het waardenpatroon in de persoonlijke en de publieke sfeer, en ontwikkelde het concept 'protestbereidheid' (protest potential) met zijn tegenhanger: bereidheid tot repressie. Zijn bevindingen — die gebaseerd zijn op een Engels onderzoek uit 1973-74 bevestigden met enkele nuanceringen grotendeels de post-materialismetheorie van Inglehart. Maar hij voegde nieuwe inzichten toe aangaande de relatie tussen protestbereidheid en andere aspecten, zoals leeftijd, klasse en ideologie.

Zo constateerde hij eerder een samengaan dan een antinomie tussen conventionele politieke participatie en vormen van onconventionele actie. Stelde een hogere protestbereidheid vast bij linkse middleclass mensen boven de dertig. Vond een zeer hoge bereidheid repressie te accepteren bij rechts (zeer laag bij links). Concludeerde een doorslaggevende invloed van het jong zijn op de protestbereidheid — voorzover natuurlijk er politieke belangstelling was zodat de leeftijd als meer doorslaggevend kon worden beschouwd dan de ideologische opstelling of sociale afkomst. De zeer grote protestbereidheid bij studenten — twee maal groter in vergelijking met hun niet studerende leeftijdsgenoten — interpreteerde hij als resultante van drie factoren, die zeker hebben meegespeeld bij het studentenprotest van de jaren zestig, en die wellicht ook bij de 'klassieke' studentenbewegingen een rol hebben gespeeld, zodat we ze als bijkomende elementen onder de hoofding 'de roeping van de student' zouden hebben kunnen invoeren.

De hoge graad van protestbereidheid ontlenen de studenten volgens Marsh aan drie voorwaarden: ten eerste hun intellectuele bekwaamheid om op hoog niveau tot politieke conceptualisering te komen, ten tweede het grote vertrouwen dat zij hebben in de doeltreffendheid van het eigen politiek optreden, en ten derde een groot cynisme en wantrouwen tegenover de politiek van de 'gevestigde orde'. Is het cynisme niet aanwezig dan blijft de politieke inzet wel, maar verdwijnt de protestbereidheid. Dat cynisme groeit gewoonlijk naarmate het bewandelen van de traditionele politieke wegen van overleg en lobbying niet tot direct resultaat leidt, zodat vrij vlug het punt bereikt wordt waarop het vertrouwen in de autoriteiten verdwijnt. Dan kan worden overgestapt naar vormen van niet-conventionele politieke acties.

Al was het preciese tijdstip van het studentenprotest, dat trouwens per land verschilde, afhankelijk van concrete historische omstandigheden, toch lijkt het ons na al het voorgaande waarschijnlijk dat het om een generatieverschijnsel ging, samenhangende met het ontstaan van een postmaterialistische mentaliteit. Studentenleiders en activisten behoorden tot de eerste generatie in de geschiedenis, die de welvaartsstaat als een gegevenheid beschouwde en zich de luxe kon permitteren de leegheid van de loutere consumptiemaatschappij aan te klagen. Daardoor kan het gelijktijdig opborrelen van de contestatie en de in essentie gelijkaardige opstelling worden verklaard. De internationale contacten en het exemplarisch effect speelden ook wel mee, maar ze konden slechts aanslaan bij de contestanten, omdat de mentaliteit van de generatiegenoten in alle Westerse industrielanden door dezelfde ontwikkelingen en gebeurtenissen was gevormd. Terwijl het protest zelf het allerbelangrijkste 'generational event' was, dat die 'generatie van '68' heeft beïnvloed.

Deze interpretatie van het studentenprotest als een generatiegekleurde uiting van een nieuw waardenpatroon op het einde van de jaren zestig, is niet de enig mogelijke. In hun studie gewijd aan La pensee 68 pleiten Luc Ferry en Alain Renaut voor 'Le pluralisme interprétatif'.(41) Ze wijzen er op dat bij elke historische beweging die zich als revolutionair aandient, de grote vraag is tot op welke hoogte de visie van de medespelers zelf bepalend is voor de uiteindelijke historische betekenis van dat gebeuren. Was m.a.w. '68 revolutionair omdat de acteurs ervan dachten dat zij het waren? Was er dan sprake van een mislukking waarop noodzakelijk een kater moest volgen? Wisten daarentegen de acteurs zelf wel waar het om ging, werktuigen als ze waren in handen van een of ander immanent Systeem — het kapitalisme, de klassenstrijd, de beschaving — dat zijn vooraf bepaald spoor doorheen de geschiedenis trok? Of moet daarentegen l'évènement' centraal worden gesteld, zo centraal dat de betekenis ervan voor de geschiedenis niet meer kan of mag worden aangeduid? Het is hier niet de plaats om op deze epistemologisch-historiografische en politiek-ideologische discussie in te gaan.

Wij zijn er ons van bewust dat het laatste woord over het studentenprotest niet is gezegd, niet kan worden gezegd. Wij hebben geprobeerd de 'gebeurtenis' zowel vanuit de actoren zelf als vanuit de achtergrond van een evoluerende maatschappij te belichten, waarbij onze enige bedoeling was dit historische fenomeen beter te begrijpen. De betekenis ervan kan pas na verloop van jaren meer duidelijk worden. De waarnemer die in mei '68 als Nederlander in Parijs verbleef had in elk geval toen het gevoelen dat het daar om meer ging dan om een fait divers: 'Het gebeurt hier, het gebeurt in New York, in Berlijn, in Belgrado. Het is niet iets om weg te wuiven of gemakzuchtig te ontkennen. Het is ook niet iets dat wel los zal lopen of waarvoor men bang moet zijn... Wat de betekenis ervan zal zijn kan ik niet schatten, maar het is het definitieve einde van een tijdperk... het kan nooit meer worden zoals het was'. Dat scheef toen Cees Noteboom in De Volkskrant.(42) Na twintig jaar kunnen we zeggen dat de nawerking van '68 nog voort duurt. Al is het maar omdat de rebelse jonge generaties die toen het protest droegen er door zijn getekend. Ook al zijn ze ouder geworden. De geschiedenis gaat voort.

Noten - Inhoud

1. Zie voor het algemene kader: J.L. Heldring e.a. Geschiedenis na 1945 (Utrecht-Antwerpen 1985). Een intelligent getuigenis over verschuivingen in deze periode bij Annie Romein-Verschoor, Omzien in verwondering, dl. 2 (Amsterdam 1971).

2. David Caute, The Fellow-Travellers. A postcript to the Englightenment (New York 1973).

3. J. van Laarhoven, De kerk van 1770-1970 (Nijmegen 1974) 343-411. L.S. Feuer, The conflict of generaties. The character and significance of student movements (Londen 1969) 318-385.

4. A Schramme De universitasbeweging (1940-1960), Niet gepubl. lic. verh. Gesch., KU Leuven 1985.

5. L. Vos, 'Leuvense studenten in beweging' — Acco-Actueel, 1, (Leuven 1987-88): artikelenreeks. Een eeuw Vlaamse studentenbeweging te Leuven. Catalogus van de tentoonstelling (Leuven 1976).

6. C. Cober, Sociale opvattingen en initiatieven van de Leuvense studenten tussen 1944 en 1965, Niet gepubl. lic. verh. Gesch. KU Leuven, 1984.

7. L.S. Feuer, o.c, 276-280.

8. Voor de gevolgde gedachtengang zie R. Inglehart. The Silent Revolution. Changing Values and Political Styles Among Western Publics (Princeton 1977).

9. Cijfers uit: C. Cook & j. stevenson, The Longman Handbook of Modem European History. 1763-1985 (Londen-New York 1987) 244.

10. J. Smits, Democratie op straat. Een analyse van de betogingen België (Leuven 1984) 346. R. Inglehart, o.c, hfdst. 1, ook voor wat volgt.

11. L. S. Feuer, o.c, 385-500, S. Kleemann, Ursachen und Vormen der amerikanische Studentenopposition (Frankfurt/Main 1971). G.L. Heath, Vandals in the Bomb Factory: The History and Literature of the Students for a Democratie Society (Metuchen NJ 1976).

12. Zie over Mills : B. Tromp in L. Rademaker en E. Petersma, red. Hoofdfiguren uit de sociologie (Utrecht-Antwerpen 1974), 1, 221-241.

13. J. Searle, The Campus War. A sympathetic Look at the University in Agony (Harmondsworth 1972).

14. G. Statera. Death of Utopia. The development and decline of student movements in Europe (New York 1975): comparatieve studie met gegevens over Italiaanse, Duitse en Franse studentenbewegingen). G. Langguth, Die Protestbewegung in der Bundesrepublik Deutschland. 1968-1976 (Keulen 1976). G. Bausz, Die Studen-tenbewegung der sechziger Jahre. Handbuch (Keulen 1977). G. Bartol, Ideologie und studentischer Protest. Untersuchung zur Enstehung deutscher Studentenbewegungen im 19. und 20. Jahrhundert (München 1978).

15. L. Vos, 'Terugblik op roerige jaren. De Leuvense studentenbeweging sinds de jaren zestig' — in Onze Alma Mater, 32 (1978) 49-68. W. Jonckheere en H. Todts, Leuven Vlaams. Splitsingsgeschiedenis van de Katholieke Universiteit Leuven (Leuven 1979).

16. Zie voor de betekenis als keerpunt terzake ook K. van Isacker, Herderlijke brieven over politiek (Antwerpen 1969).

17. D. Cauwelier, Profiel van de Leuvense student (Antwerpen 1967) 63-67.

18. Over internationale contacten: J. Janssen en P. Voestermans, De vergruisde universiteit. Een cultuurpsychologisch onderzoek naar voorbije en actuele ontwikkelingen in de Nijmeegse studentenwereld (Nijmegen 1978) 158-159. R. Hagendijk, Het studentenleven. Opkomst en verval van de traditionele studentenkultuur (Amsterdam 1980) 124-125. F. de Jong Edz. Macht en inspraak. De strijd om de democratisering van de universiteit van Amsterdam, (Baarn 1981) 161.

19. L. Martens en K. Merckx, Dat was 1968 (Berchem 1978) Ervaringen uit twee jaar strijd te Leuven, Leuven, 1968.

20. D. Caute, o.c, 13-14.

21. Zie n. 15 en: L. Vos, 'Twee Leuvense studentenrevoltes (1924/25 - 1968). Een vergelijking' — Liber Amicorum Dr. J. Scheerder (Leuven, 1987) 291-309.

22. Mai, nrs. 2 en 4, jan. en mrt/apr. 1969 (Over Brussel, Gent en Luik)

23. PJ.A. Ter Hoeven, Studenten in de aanval (Alphen a/d Rijn 1970) 80.85.

24. Zie n. 11 en: J.L. Avorn e.a. Up Against the Ivy Wall. A history of the Columbia Crisis (New York 1968).

25. J. Baynac. Mai retrouvé. Contribution a l'histoire du mouvement du 3 mai au 16 juin (Parijs 1978. R. Inglehart, o.c, 267-285. De studiesessie van de Jeunesse Etudiante Catholique Universitaire maakte ik zelf mee in Draveil (Parijs) van 30.10 tot 3.11.1967.

26. Zie n. 22 en: M. Creteur, 'Le mouvement de contestation a l'Université de Bruxelles' — Res Publica (1968) 433-464.

27. G. Statera, o.c, passim. K.R. Allerbeck, Soziologie Radikaler Studentenbewegungen. Ein Vergleichende Untersuchung in der Bundesrepublik Deutschland und den Vereinigten Staaten (München-Wenen 1973) en K. Allerbeck & L. Rosenmayr, Einführung in die Jugendsoziologie (Heidelberg 1976).

28. L. Vos, 'Terugblik...'. E. Lambrechts en J. Roegiers, De universiteit te Leuven. 1425-1985 (Leuven 1986) 329-364.

29. W. van der Steen, De studentenbeweging aan het St.-Ignatiusinstituut doorheen de jaren '60 (1960-1973), Niet gepubl. lic. verh. Gesch. KU Leuven, 1982.

30. L. Martens en K. Merckx, o.c, 41-65.

31. Zie n. 18 en: H.F. Cohen, De strijd om de academie. De Leidse universiteit op zoek naar een bestuursstructuur (Meppel 1975). H. Kijne, Geschiedenis van de Nederlandse studentenbeweging 1963-1974 (Amsterdam 1978). J. de Vries Katholieke Hogeschool Tilburg. Dl II 1955-1977. Onderweg van Hogeschool naar Universiteit (Baarn 1981).

32. G.L. Heath, o.c, 141-200.

33. Zie n. 14 en: M. Kukuck, Student und Klassenkampf. Studentenbewegung in der BRD seit 1967 (Hamburg, 1977).

34. G. Statera, o.c, 219-272, ook over de 'decline' van studentenbewegingen elders, andere Europese bewegingen.

35. Zie voor wat volgt ook L. Vos, Bloei en ondergang van het AKVS. Geschiedenis van de katholieke Vlaamse studentenbeweging 1914-1935 (Leuven 1982), 1, 19-28. Vooral de studies van K. Allerbeck en L. Rosemayr leidden in confrontatie met eigen onderzoek tot de hier uiteengezette conceptualisering.

36. K.R. Allerbeck, 'Eine strukturelle Erklarung von Studentenbewegungen in entwickelten Industriegesellschaften' — Kölner Zeitschrift für Soziologie und Sozialpsychologie, 23 (1971) 482-490.

37. Geraadpleegde literatuur over het generatiefenomeen in L. Vos, Bloei en ondergang..., I, 21-23. K. Mannheim, 'Das Problem der Generationen' - Kölner Vierteljahresheft für Soziologie, 7 (1928), 157-185, 309-330. Er is ook een anders 'innerlijk doorleven' van de tijd door verschillende generaties: de 'ongelijktijdigheid van de gelijktijdigen' (Pinder).

38. o.m. in L. Rosenmayr, 'Jeugd tussen politieke aanpassing en vernieuwing' -Jeugd en samenleving 7 (1977) 235-253. Zie ook L. Rosenmayr, Jugend (dl. 6 van R. König ed. Handbuch der empirischen Sozialforschung (Stuttgart, 1976).

39. R. Inglehart, o.c, passim. Over studentenprotest als 'post-materialistisch fenomeen: hfdst. 10, 262-290. S. H. Barnes en M. Kaase, Political Action. Mass participation in five western democracies (Beverly Hills-Londen 1979).

40. A. Marsch, Protest and political consciousness (Beverly Hills-Londen 1977).

41. L. Ferry en A. Renaut, La pensee 68. Essai sur l'antihumanisme contemporain (Parijs 1985) 63-103.

42. Opnieuw opgenomen in De Volkskrant van 30 april 1988.

II. Kroniek van het studentenprotest - Inhoud


1. Vlamingen en Walen slaan de handen in mekaar op een tweetalige volksvergadering assemblee libre van VVS en MUBEF te Leuven, 19 maart 1969.


2. Vlaams protest op de wereldtentoonstelling 1958.

1958 - Inhoud

23 februari, Leuven. Enkele Vlaamse studenten, onder wie Wilfried Martens van het Leuvense Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond (KVHV), schoppen herrie in de Kamer van volksvertegenwoordigers. Ze eisen een gelijkwaardige behandeling van de Nederlandstalige tegenover de Franstalige cultuur op de wereldtentoonstelling Expo '58, die een nogal francofone stempel draagt. Vanaf de publieke tribune roepen ze: 'Vlaamse dag!', waarop de politie de betogers inrekent. 25 februari, Leuven. Een rustige studentenbetoging, georganiseerd door het Vlaams Jeugdcomité voor de Wereldtentoonstelling, vormt het hoogtepunt in de actie rond de wereldtentoonstelling. Het weer was ijselijk maar de studenten stoken vuurtje met imposante namaakatomiumpjes.

27 februari, België. Minister Roger Motz van economische zaken keurt de organisatie van een Vlaamse dag op Expo '58 goed.

20 maart, Antwerpen. De socialisten Lode Craeybeckx en Frans Detiège en de liberaal Frans Grootjans dienen een wetsvoorstel in voor de oprichting van een universiteit te Antwerpen.

21 maart, Leuven. Solidariteit, het blad van de sociaal-maatschappelijke stroming in de Leuvense studentenwereld, en Ons Leven, het blad van de traditioneel Vlaams-katholieke strekking, kondigen de oprichting aan van het Leuvens studentenparlement. Ieder jaar in mei zouden de studenten rechtstreeks vijftig vertegenwoordigers verkiezen. Onder invloed van de democratisering van het hoger onderwijs was de idee gegroeid van een democratisch beleid in de studentenwereld, met een individuele inbreng van de student. Voordien was de student enkel vertegenwoordigd als lid van een of andere organisatie.

17 april, België. Koning Boudewijn opent plechtig de Algemene en Universele Wereldtentoonstelling op de Heizel te Brussel.

mei

20 mei, Leuven. 1500 studenten betogen tegen een BSP-meeting in verband met de schoolstrijd.

 


3. Wilfried Martens van het Vlaams Jeugdcomité voor de Wereldtentoonstelling in volle actie aan de telefoon.

21 mei, Leuven. 400 studenten stappen opnieuw door de Leuvense straten uit protest tegen het BSP-standpunt inzake de subsidiëring van het middelbaar onderwijs.

27 mei, Frankrijk. Generaal De Gaulle vormt een republikeinse regering. Honderdduizenden arbeiders leggen hierop het werk

november

16 november, België. Het schoolpact wordt door de partijcongressen van CVP, BSP en PW goedgekeurd. Dit pact zet een punt achter de al vier jaar aanslepende schooltwisten, pacifieert het levensbeschouwelijke conflictveld en tempert de spanningen tussen het katholieke volksdeel en de socialisten en liberalen.

december

31 december. Cuba. Fidel Castro grijpt met behulp van zijn opstandelingen de macht. President-dictator Fulgencio Batista besluit het land te verlaten.

1959 - Inhoud

februari

25 februari, Leuven. Een 1000-tal Leuvense studenten protesteren op initiatief van het Jeugdcomité voor Beroep op het Volk tegen de liberale minister van Justitie Laurent Merchiers. Die had een reeks wetsvoorstellen ingediend om de gevolgen van de repressie te milderen. De studenten eisen evenwel volledige amnestie. De betoging geeft achteraf aanleiding tot zware incidenten met de Leuvense politie. Door het brutale optreden van ordehandhavers vallen ettelijke gewonden.

maart

3 maart, Leuven. Een tweede grote amnestiebetoging zorgt voor hetzelfde scenario als op 25 februari. Drie studenten, onder wie een meisjesstudente, worden door rector mgr. Honoré Van Waeyenbergh voor vier weken van de universiteit gestuurd. De hoofdredacteur van het studentenblad Ons Leven vliegt aan de deur tot het einde van het academiejaar. Stormachtige bemiddelingspogingen zorgen er voor dat die maatregel in de maand mei teniet wordt gedaan.

oktober

1 oktober, Leuven. De studentenparochie steekt van wal. De studentengemeenschap krijgt een eigen pastor, die zich uitsluitend richt tot Leuvense studenten. Ook dit is een uiting van het streven naar ontvoogding en zelforganisatie, zo kenmerkend voor de studentenbeweging die stilaan in de ban van het studentensyndicalisme komt. Het duurt evenwel tot november 1963 eer de studentenparochie kerkrechtelijk als een volwaardige parochie wordt erkend.

DE VERENIGING DER VLAAMSE STUDENTEN (VVS) - Inhoud

De Vereniging der Vlaamse Studenten werd als feitelijke vereniging opgericht in 1938. De VVS groepeerde alle Vlaamse studenten aan de universiteiten van Brussel, Gent, Leuven en het universitair centrum Antwerpen. Nog het meest bekendheid verwierf de vereniging met de organisatie van een jaarlijks galabal waar de dames en heren studenten van de verschillende universiteiten mekaar in avondkledij ontmoetten. In 1959 kreeg de VVS het statuut van een vereniging zonder winstoogmerk. Tot december 1960 maakte de VVS deel uit van de Federatie der Studenten in België (FSB). Toen werd de FSB ontbonden en vervangen door twee autonome organisaties met volkomen zelfstandig beheer, VVS en MUBEF (Mouvement des Etudiants universitaires belges d'expression francaise). Beide organisaties onderhielden in de jaren zestig erg vriendschappelijke relaties met mekaar.

De VVS was geassocieerd lid van de International Union of Students (IUS). Deze organisatie met zetel te Praag was na de tweede wereldoorlog opgericht. Onder voorwendsel dat zij te sterk onder communistische invloed stond, verlieten een groot aantal nationale studentenverenigingen deze organisatie en stichtten een Coordinating Secretariat of the International Student Conference (ISC) dat in Leiden werd gevestigd en waarvan gefluisterd werd dat de CIA er de hand in had. Internationaal schipperden de studenten dus tussen een CIA-verbinding en een communistische mantelorganisatie. Het zal de gemiddelde student natuurlijk een zorg geweest zijn. Ook VVS bleef van beide walletjes eten. VVS was erkend als volwaardig deelnemer aan de ISC en vormde er samen met MUBEF de nationale delegatie van België. Beide organisaties bleven evenwel helemaal autonoom en stuurden afzonderlijke delegaties naar de buitenlandse studentenkongressen. De invloed van die hele studentendiplomatie, inclusief de snoepreisjes en organisatorische drukdoenerij, is moeilijk na te gaan. De veel lossere, informele contacten van de internationale studentenleiders ten tijde van de contestatie, leken in elk geval meer effect te sorteren.

De VVS had sedert november 1961 een permanent secretariaat te Brussel met drie vrijgestelden. Dit was mogelijk door een subsidie van het ministerie van nationale opvoeding en cultuur, die de vereniging zowat als de officiële vertegenwoordiging van de Vlaamse studenten erkende. Opvallend is hoe rechtstreeks overheid en studenten toen voeling hielden. De studenten hadden woordvoerders op het ministerie, aan de top van de onderwij spyramide, op een moment dat ze aan de universiteiten voor de plaatselijke academische overheid allerminst geldige gesprekspartners vormden. De nationale overlegkanalen slibden evenwel dicht naarmate de studentenorganisatie, met name VVS, minder corporatief uitsluitend aan belangenbehartiging deed en in een meer syndicalistische teneur de hele onderwijsstructuur ter discussie stelde om uiteindelijk op diepgaande hervormingen in onderwijs én samenleving aan te sturen.

1 oktober, Antwerpen. Aan de Sint-Ignatiushandelshogeschool begint de jezuïetenorde met de geleidelijke afschaffing van de Franstalige afdeling. Tegelijkertijd starten ze op aanvraag van kardinaal Joseph-Ernest Van Roey met kandidaturen in de rechten en in de politieke en sociale wetenschappen. De jezuïeten beroepen zich op de grondwettelijke vrijheid van onderwijs en nemen dit initiatief zonder enige subsidiëring en zonder wettelijke erkenning van de studies. Daardoor zijn de studenten verplicht examens af te leggen voor de centrale examencommissie. Aan de universitaire faculteiten kunnen ook meisjesstudenten zich inschrijven, in tegenstelling met de eigenlijke Sint-Ignatiushandelshogeschool die tot 1968 uitsluitend jongens toelaat.

28 oktober, Leuven. Een 1000-tal studenten betogen voor de vrijlating van Gust Gijsen, een gewezen Oostfrontstrijder die na de oorlog bij verstek ter dood veroordeeld was en zich in Duitsland ophield. In 1959 komt hij clandestien zijn zieke vader bezoeken maar wordt prompt in de gevangenis gestopt. Uit protest stappen Leuvense studenten stil op achter een radiowagen met de voortdurend herhaalde monotone boodschap: 'Indien Gust Gijsen binnen veertien dagen niet vrij is, komen we terug op straat, maar dan anders'. Enige dagen later komt Gust Gijsen vrij.

november

29 november - 2 december, Leuven. Vlaamse studenten organiseren een protestweek tegen de geplande talentelling. Men vreest verlies van Vlaams grondgebied aan de taalgrens en rond de groeiende Brusselse 'olievlek'. Sandwichmannen met borden 'Geen talentelling' vatten post op strategische plaatsen in de stad; overal worden spandoeken opgehangen langs de belangrijkste invalswegen en aan sympathiserende studentenhuizen en cafés; het regent strooibriefjes; een betoging van 2000 man en een meeting ronden de week af. De laatste avond komt het tot opstootjes met dronken Waalse studenten, die de gevelborden 'Geen talentelling' afrukken.

1960 - Inhoud

Leuven. De cursusdienst, opgericht in 1951 en inmiddels uitgegroeid tot een heus bedrijf, wordt georganiseerd tot de academische coöperatie ACCO. Bedoeling is nog altijd met de uitgifte van syllabi en collegedictaten de studentenbelangen te behartigen in coöperatief verband.

januari

19 januari, Brussel. Een 500 ULB-studenten betogen tegen uitingen van antisemitisme.

februari

1 februari, Verenigde Staten. In Noord-Carolina houden vier zwarte eerstejaarsstudenten in een lunchroom een sit-in omdat de serveerster weigert hen te bedienen. De volgende dagen krijgen zij navolging en een week later zijn er overal in Noord-Carolina sit-ins. De beweging breidt zich uit naar Zuid-Carolina en Virginia. Op 12 februari vallen de eerste arrestaties: 44 jongeren gaan de gevangenis in omdat ze verboden terrein betreden hebben.

april

15-17 april, Verenigde Staten. Tijdens het paasweekend organiseert Ella Baker, secretaresse van de vredesbeweging van Martin Luther King, een bijeenkomst van studentenleiders. Het SNCC, de Student Nonviolent Coordinating Committee wordt opgericht. Amerika heeft zijn eerste geweldloze revolutionairen.

juni

30 juni, Kongo. Bloedige opstanden leidden tot de onafhankelijkheid van Kongo. Lumumba wordt eerste minister en Kasavubu president.

augustus

2 augustus, België. Een wet op de subsidiëring van de sociale sector aan de Belgische universiteiten komt tot stand. In paritaire comités studenten-academische overheid zullen de studenten voortaan de sociale sector mee beheren.

1961 - Inhoud

januari

13 januari, België. Ondanks hevige stakingen, betogingen en rellen overal in het land, keurt de Kamer de eenheidswet goed. Door die wet verhoogt de belastingsdruk en moet de overheid ernstig bezuinigen, ook in de sociale sector.

februari

16-21 februari, Brussel. Gedurende de hele week protesteren studenten van de Université Libre de Bruxelles (ULB) tegen de buitenlandse kritiek die België te incasseren krijgt in verband met de burgeroorlog in Kongo en de moord op Lumumba. Het hoogtepunt van de actieweek vormt een 100 man sterke betoging.

april

17 april, Cuba. In de Varkensbaai landt een in de Verenigde Staten getraind leger, dat hoofdzakelijk uit Cubaanse ballingen bestaat. De bedoeling is het communistisch regime van Fidel Castro omver te werpen. Vier dagen later moeten de invallers zich terugtrekken.

augustus

13 augustus, Duitsland. Oost-Duitsland begint met de bouw van de Berlijnse muur om de toenemende stroom vluchtelingen van Oost naar West in te dijken. Het Westen reageert scherp.

september

Duitsland. De Socialistischer Deutscher Studentenbund (SDS) wordt uit de Sozial-demokratische Partei Deutschlands (SDP) gesloten.

oktober

21 oktober, België. Het Vlaams Comité voor Brussel en Taalgrens brengt 100.000 Vlamingen op de been voor een eerste mars op Brussel. Deze indrukwekkende massa manifesteert tegen de taaifaciliteiten in de Brusselse randgemeenten, tegen de 'gebiedsroof' door de vastlegging van de Vlaams-Waalse taalgrens volgens het wetsontwerp Gilson en voor werk in eigen streek.

november

17 november, Brussel-Gent. Zowel Brusselse als Gentse studenten betuigen hun solidariteit met het Algerijnse volk. Een aantal Franse generaals hadden er in april 1961 de macht gegrepen om Algerije tot elke prijs binnen de Franse soevereiniteit te houden, waarna president De Gaulle de staat van beleg had afgekondigd.

december

17 december, Antwerpen. De Stichting Rijksuniversiteit Antwerpen (SUA) ziet het licht. De voornaamste politieke families zijn erin vertegenwoordigd. De katholieken aarzelen om zo kort na de schoolstrijd hun ideologische bezwaren opzij te zetten en

mee voor een Antwerpse rijksuniversiteit te ijveren. Bij sommigen geven streekgebondenheid en vlaamsgezindheid toch nog de doorslag.

20 december, Gent-Luik. 500 Gentse en 500 Luikse studenten protesteren elk in hun universiteitsstad tegen de bloedige interventie van UNO-troepen in Katanga. Een resolutie van de Verenigde Naties had de Katangese afscheiding van Kongo kort na de onafhankelijkheid in 1960 veroordeeld, waarop er zware gevechten uitbraken tussen Katangese militairen en UNO-troepen.

1962 - Inhoud

februari

13 februari, Leuven. ACAPSUL (Association du Corps académique et du Personnel scientifique de l'Université de Louvain) wordt opgericht en groepeert een aantal professoren die de belangen van de Franstalige afdeling aan de Leuvense universiteit willen vrijwaren.

15-16-17 februari, Leuven. De Franstalige studenten staken drie dagen ondanks het rectorale verbod. Ze willen daarmee het Waalse eisenpakket met betrekking tot het wetsontwerp van minister van binnenlandse zaken Arthur Gilson over de vastlegging van de taalgrens kracht bij zetten. Studenten van de Université Libre de Bruxelles en de Union générale des Etudiants van Luik steunen de Waalse stakers te Leuven.

april

15 april, Leuven. ACAPSUL organiseert een memorandum, het zogenaamde Livre bleu, waarin de vereniging taaifaciliteiten eist in het onderwijs en de gemeentelijke administratie te Leuven. Ze dringt erop aan dat de Leuvense universiteit een unitaire tweeledige instelling zou blijven.

Leuven. Een aantal hoogleraren richten de Vereniging van Leuvense Professoren (VLP) op, als tegenhanger van ACAPSUL. De beide kampen zijn nu scherp afgetekend en de strijd om Leuven Vlaams kan beginnen.

juni

11-15 juni, Verenigde Staten. Tijdens een weekend scheuren de

studenten van de sociaal-democratische partij zich af en organiseren zich in de SDS (Students for a Democratie Society). De studenten van de SDS vormen de ruggegraat van New-Left, Nieuw Links, een reactie van de jongeren tegen de oude Amerikaanse linkse beweging. Ze vinden het politieke jargon van hun voorgangers niet verhelderend meer. Ze zijn niet anti-socialistisch, maar eerder anti-bureaucratisch. Ze organiseren zich anarchistisch. De beginselverklaring van SDS begint met de zin: 'Wij zijn mensen van deze generatie, opgegroeid in een op zijn minst bescheiden welvaart, nu in universiteiten gehuisvest en vol onbehagen uitziend op de wereld die wij erven'. Deze studenten willen geen steile ideologie en strenge organisatie, ze ontwikkelen een open en veelzijdig radicalisme dat vanuit diverse invalshoeken de samenleving wil democrati-

...

augustus

10 augustus, Leuven. De bisschoppen benoemen mgr. Albert Descamps tot rector van de Leuvense universiteit. Hij volgt mgr. Honoré Van Waeyenbergh op die gedurende meer dan twintig jaar met stevige en vaak autoritaire hand de universiteit had geleid.

augustus-december, België. Boeren revolteren tegen het prijzen-beleid en sommige gevolgen van de Europese eenmaking. Hun scherpe drietandactie richt zich ook tegen de eigen Boerenbond.

oktober

1 oktober, Verenigde Staten. Onder politiebegeleiding schrijft James Meredith zich in als eerste zwarte student aan de University of Mississipi, ondanks het verzet van racistische groeperingen.

...

najaar, Leuven. Aan de katholieke universiteit verenigen zich enkele studenten rond een nieuw tijdschrift Brug, dat bruggen wil slaan tussen gelovige en vrijzinnige progressisten. Het is de heilige bekommernis van Brug de verhouding tussen marxisme en christendom uit te klaren en op het vlak van moraal en politiek een synthese te bewerken. Inzake Vlaamse beweging en studentensyndicalisme wil Brug niet langer 'kurieren am Symp-tom', maar doorstoten tot de diepe oorzaken van de geviseerde misstanden. De achterstand van Vlaanderen heet een gevolg van kapitalistisch wanbeheer. Enige remedie daartegen zijn volgens Brug antikapitalistische hervormingen. Brug verwijst later onverbloemd naar de denkbeelden van de groep rond het tijdschrift Links, de programma's van de BSP (1959) en ABW (1965) en het manifest van de KWB.


4. De Brusselse studenten zijn nog erg tevreden. Ze eisen enkel 'openbare toiletten' ('Vespasiennes') op deze spotmanifestatie georganiseerd door het satirische studentenblad La Bulle, 25 november 1962.

Over de scheidingslijn van het geloof heen pleit Brug in een travaillistische teneur voor een progressieve frontvorming 'avant la lettre'. De verschijning van Brug is vooral 'revolutionair als militant socialistische groep' (Johan Fleerackers in de Linie) in een homogeen katholiek studentenmilieu, dat vanzelfsprekend kleinburgerlijk is en nog steeds vervuld met een heilige schrik voor het goddeloze socialisme.

11 oktober, België. Zes CVP-senatoren dienen een wetsvoorstel in dat een oplossing moet bieden aan het probleem van de universitaire expansie. De vier bestaande vrije en rijksuniversiteiten (Gent, Brussel, Leuven, Luik) zouden daarmee de mogelijkheid krijgen hun kandidaturen ruimtelijk te spreiden. Senator Robert Houben, de voornaamste initiatiefnemer van het bewuste wetsvoorstel, wil op die manier het hoger onderwijs dichter binnen het bereik van minvermogenden brengen, wat de democratisering van het onderwijs ten goede zou komen. Academische kringen aan de bestaande universiteiten komen prompt in het geweer tegen de hele spreidingsidee om financiële redenen, maar vooral ook omdat iedereen grotere concurrentie vreest. Ook te Leuven botsen de bisschoppen op weerstand van het academisch milieu. Bij socialisten en liberalen wordt dit CVP-voorstel vanzelfsprekend niet in dank afgenomen; vooral het principe van de verzuiling krijgt veel kritiek. 14 oktober, Brussel. Het Vlaams Aktiekomitee Brussel en Taalgrens brengt een massa Vlamingen op de been tijdens zijn tweede mars op Brussel. Ze protesteren onder meer tegen de faciliteiten voor Franstaligen in de Vlaamse randgemeenten rond Brussel. In deze manifestatie stappen op initiatief van VVS ook heel wat Vlaamse studenten op. Zij betogen onder andere voor de democratisering van het onderwijs en voor de splitsing van de Brusselse vrije universiteit.

22-28 oktober, Cuba. De spanning rond de houding van Fidel Castro tegenover de Sovjet-Unie stijgt ten top wanneer Amerika Russische raketbases ontdekt op Cuba. Dit leidt tot de ernstigste internationale crisis sinds 1945. Na een week stemt de Sovjet-Unie in met de verwijdering van de raketten, waardoor het gevaar van een derde wereldoorlog is afgewend.

november

17 november, België. De Vereniging der Vlaamse studenten (VVS), totnogtoe hoofdzakelijk een sociaal-culturele vereniging, herstructureert zich op haar nationaal congres te Brussel tot 'studentensyndicaat'.

1963 - Inhoud

januari

5-6 januari, België. VVS organiseert studiedagen over studentensyndicalisme te Leuven.

februari

11 februari, Leuven. De nieuwe rector mgr. Albert Descamps maakt een reorganisatieplan voor de universiteit bekend. Geopteerd wordt voor een 'decentralisatie' van de faculteiten in Vlaamse en Waalse secties met elk een eigen decaan aan het hoofd maar onder toezicht van dezelfde rector. 22-23-24 feburari, België. VVS organiseert een eerste nationaal syndicaal congres te Brussel. Debatten over medezeggenschap van de studenten aan de universiteit, gekoppeld aan de verbetering van de materiële situatie van de student staan op het programma. Eveneens aan de orde komt de universitaire expansie naar aanleiding van het wetsvoorstel Houben, dat even later op 28 februari door de senaatscommissie voor nationale opvoeding wordt gesluisd. VVS spreekt zich uit tegen de uitbreiding van de vrije universiteiten die de schoolstrijd naar de universiteiten zou doen overslaan. VVS veroordeelt ook de onnodige kosten en het isolement van de gespreide kandidaturen, waartegen op de koop toe wetenschappelijke en opvoedkundige bezwaren bestaan. De oprichting van een rijksuniversiteit te Antwerpen daarentegen vindt VVS verantwoord. Alleen de Wikings, studentenvereniging van de Antwerpse Sint-Ignatius-hogeschool pruttelen tegen. De Wikings blijven als enige organisatie binnen VVS voorstander van de spreiding van kandidaturen, wat neerkomt op de formele erkenning van hun eigen instelling als volwaardig universitair centrum. 28 februari, Leuven. Franstalige Leuvense studenten houden een protestbetoging tegen de splitsing van de faculteiten volgens taalgroep, wat zij veelbetekenend 'universitaire apartheid' noemen. In Vlaamse kringen ervaart men deze decentralisatiemaatregel als een overwinning.


5. Benzinepomp na de Waalse demonstratie te Leuven, 28 februari 1963.


6. MUBEF met spandoeken op en rond de fontein op het Brouckèreplein te Brussel, 3 maart 1963.

maart

13 maart, Brussel. Studenten van de MUBEF (Mouvement des Etudiants universitaires belges d'expression francaise) betogen te Brussel voor de democratisering van het onderwijs. Voor het eerst verschijnt de slogan 'L'Université est un ghetto'. De studenten eisen kosteloze inschrijvingen, huisvesting en medische voorzieningen, hervorming van het examenreglement en een veralgemeend studieloon.

14 mei, Leuven. ACAPSUL dringt opnieuw aan op faciliteiten in de gemeentelijke administratie en op onderwijs voor Franstalige kinderen te Leuven.

20 mei, Leuven. De ACAPSUL-professoren gaan in staking en weigeren zitting te nemen in de rectorale raad, de faculteitsraden en universitaire commissies.

30 mei, Leuven. De VLP publiceert een memorandum waarin de ACAPSUL-eisen worden gewogen en afgewezen omdat ze een inbreuk betekenen op de algemene taalregeling.

juni

7 juni, Verenigde Staten. Hevige rassenrellen in Noord-Carolina

leiden tot de afkondiging van de noodtoestand. 29-30 juni, Nederland. De Studentenvakbeweging (SVB) wordt in het leven geroepen op het stichtingscongres te Utrecht. Ton Regtien treedt op de voorgrond als initiator. Hierna worden in vrijwel alle universiteitssteden afdelingen opgericht, onder andere in Nijmegen, Utrecht, Delft en Amsterdam. Er wordt gewerkt aan de tekst van een Demokratisch Manifest, waarin de behartiging van de materiële en sociale belangen van de student centraal staat. Het manifest wordt op zomaar eventjes 50.000 exemplaren gedrukt. De pioniers van SVB colporteren ermee tijdens een landelijke ledenwerfactie aan alle universiteiten. Deze intensieve campagne levert de beweging geen windeieren op: omstreeks december 1963 zou bijken dat de SVB immers al 10 procent van alle Nederlandse studenten groepeert.

juli

2 juli, België. Eerste minister Theo Lefèvre biedt het ontslag van zijn regering aan nadat een taaicompromis door de Vlaamse CVP-vleugel wordt verworpen. De koning weigert het regeringsontslag te aanvaarden.

25 juli, België. De senaat keurt een nieuwe taalwet voor het onderwijs goed. De wet verbindt het taalgebruik met het taalgebied volgens het eenvoudige beginsel 'streektaal is onderwijstaal'. Artikel 7 regelt de uitzonderingen waardoor de Franstaligen te Leuven schoolfaciliteiten krijgen.

augustus

2 augustus, België. Een wet op het taalgebruik in de bestuurszaken komt tot stand, waarbij artikel 40 bijzondere faciliteiten voorziet 'in de lokalen van de tweetalige universiteit die gevestigd is in een gemeente zonder speciale regeling'. Hierdoor wordt de Franstalige afdeling van de Leuvense universiteit in haar positie bevestigd.

9 augustus, België. De wet Leburton op de hervorming van de ziekte- en invaliditeitsverzekering verschijnt in het Staatsblad. In artikel 22 krijgt het statuut van de student als jong intellectueel arbeider, zoals geformuleerd in het handvest van Grenoble uit 1946, wettelijke bekrachtiging.

28 augustus, Leuven. De bisschoppen, die voordien niet openlijk hadden gereageerd op de taaiagitatie te Leuven, eisen dat ACAPSUL en VLP hun activiteiten stopzetten nu de communautaire spanning wat geluwd is. Beide verenigingen leggen het verbod naast zich neer.

oktober

31 oktober, Leuven. De Vereniging van Vlaamse Professoren (VVP) wordt opgericht.

november

6 november, Leuven. Het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbod (KVHV) betoogt te Leuven voor de overheveling van de Franstalige afdeling en de democratisering van het onderwijs. Ze scanderen 'Franskiljons buiten' maar eisen evengoed structuurhervormingen .

10 november, Antwerpen. Het VAK (Vlaams Actie Komitee) organiseert een landelijke betoging te Antwerpen voor federalisme en toepassing van de taalwetgeving. 22 november, Verenigde Staten. John F. Kennedy, president van de Verenigde Staten, wordt vermoord te Dallas. Vice-president Johnson legt de eed af als zijn opvolger.

december

Nederland. Begin december demonstreren studenten aan verschillende universiteiten. Delegaties trekken met spandoeken door Den Haag naar het ministerie van onderwijs, waar minister Bot een petitie aangeboden krijgt uit protest tegen de intrekking van de regeringssubsidies op de studentenmaaltijden. SVB beweegt zich hier op het vlak van de pure belangenbehartiging. In dezelfde lijn ligt de protestactie die de studenten het volgend jaar ontketenen tegen de door minister Bot voorgestelde verdubbeling van collegegelden, de zogenaamde 'Botweg'-actie.

1964 - Inhoud

maart

1-3 maart, België. Tijdens het tweede syndicaal congres van VVS wordt de democratisering van het onderwijs voor het eerst voor alle andere eisen gesteld.

13-18 maart, Spanje. Een studieweek over universitaire vernieuwing vindt plaats aan de universiteit van Madrid. Ruim 2000 studenten nemen deel aan manifestaties nabij de faculteit van politieke wetenschappen; onder het motto: 'Arbeiders-studenten: solidariteit!' eisen ze vrije vakbonden.

april

14 april, Polen. Aan de universiteit van Warschau manifesteren studenten tegen gangbare vormen van directe en indirecte perscensuur.

...

Verenigde Staten. Tijdens een sit-in arresteert de politie een 1000-tal manifestanten, waaronder vele studenten, die protesteren tegen rassendiscriminatie in San-Francisco. lente, Nederland. De anti-rookmagiër Robert Jasper Grootveld begint zijn happenings bij het Amsterdamse Lieverdje, een bronzen beeldje op het Spui dat als geschenk van een sigaretten-fabrikant aan de stad spoedig het symbool wordt van de verslaafde consument. Provo zou later veel van Grootvelds ludieke symboliek overnemen.

juni

4 juni, België. Een Vaste Commissie voor Taaltoezicht wordt opgericht.

juli

2 juli, Verenigde Staten. Het Amerikaanse Congres debatteert over de 'civil rights'. Dagen voordien waren honderden studenten reeds naar het Zuiden afgereisd om de Civil Rights Movement ten voordele van de zwarte bevolking te steunen.

augustus

4 augustus, Verenigde Staten. Het Vietnamconflict escaleert na het zogenaamde incident in de Golf van Tonkin: Noordvietnamese patrouilleboten zouden het vuur geopend hebben op een Amerikaanse torpedoboot. Deze beweerde overval was voor president Johnson aanleiding om openlijk tot de oorlog over te gaan.

7 augustus, Verenigde Staten. De universiteit van Californië wil op de campus van Berkeley de politieke activiteiten van de studenten aan banden leggen. Studenten ageren tegen deze vrijheidsbeperkingen.

oktober

Verenigde Staten. De Free Speech Movement aan de universiteit te Berkeley luidt de eerste studentenrevolte in. Zij is een reactie op het verbod van de academische overheid om op de campus aan politiek te doen. Wanneer de Beweging van het Vrije Woord met haar massa-discussies en demonstraties nogmaals verboden wordt, breekt de hel pas goed los. Politie wordt ingezet tegen de bezetters van de universiteit waarop de gehele studentenbevolking in staking gaat. Terwijl voorheen de politiek-actieve studenten nog een erg kleine minderheid vormden, ligt nu één van de grootste universiteiten ter wereld compleet lam.


7. VVS-betoging te Leuven, 25 november 1964.

 De academische overheid moet zwichten voor het massaal studentenprotest en de studenten krijgen het recht binnen de universiteit politieke activiteiten op te zetten. Voor de studenten in West-Europa is deze opstand het sein voor het ontketenen van protestbewegingen die zowel naar inhoud als vorm verwantschap met het Amerikaanse voorbeeld vertonen.

19 oktober, Leuven. Vlaamse studenten betogen tegen Franse scholen te Leuven.

22 oktober, Leuven. Vlaamse studenten komen op straat en eisen de splitsing van de Leuvense universiteit in een zelfstandige Nederlandstalige en Franstalige afdeling.

27 oktober, Leuven. Vlaamse studenten betogen opnieuw voor de splitsing van de Leuvense universiteit.

Gent. Naar aanleiding van een regeringsverklaring van premier Theo Lefèvre over universitaire expansie in België ontstaat er deining aan de Gentse rijksuniversiteit. Men neemt er aanstoot aan de mogelijkheid die de Leuvense universiteit zou krijgen om een nieuwe campus voor de kandidaatsopleiding te openen in Kortrijk. De academische overheid neemt tijdelijk ontslag, de studenten staken.

november

25 november, Leuven. Op initiatief van VVS komt een grote menigte studenten op straat met een dubbel eisenpakket: het streven naar een democratische universiteit, geïnspireerd door het studentensyndicalisme, wordt gekoppeld aan de strijd voor Leuven Vlaams. Een ander strijdthema is de spreiding van kandidaturen, waarvan de vereniging in haar geheel, een tegenstander is. Enkel de Antwerpse Wikings staan binnen VVS begrijpelijkerwijze achter de spreiding.

december

17 december, Luik. Studenten betogen tegen het wetsvoorstel Houben over de spreiding van universitaire kandidaturen. Verenigde Staten. De Students for a Democratie Society (SDS), studentenvereniging van linkse signatuur, stelt een direct actieprogramma op om te protesteren tegen de Amerikaanse zakenwereld die met hun handelsactiviteiten het apartheidssysteem van Zuid-Afrika ondersteunt. Meer dan 800 arrestaties worden verricht bij sit-ins aan de universiteit van Californië te Berkeley. Studenten en assistenten staken zodat de universiteit er meerdere dagen lam ligt.

1965 - Inhoud

februari

10 februari, Leuven. Vlaamse studenten (1 000 man volgens De Standaard) betogen voor de overheveling van de Franstalige afdeling van de Leuvense universiteit naar Wallonië. 25 feburari, Leuven. De statuten van de nieuw opgerichte University Clearing Office for the Developing Countries (UCOD) verschijnen in het Staatsblad. Het doel van deze vereniging wordt omschreven als 'het bevorderen van de ontwikkelingssamenwerking en de internationale samenwerking'. De groeiende democratisering van de universiteit had immers ook een grotere politieke bewustwording met zich meegebracht ten aanzien van de problemen in de derde wereld. Het UCOD werkt met de steun van de academische overheid en bestaat vooral uit Nederlandstaligen. De Franstaligen zullen trouwens vrij snel het UCOD verlaten en met een eigen organisatie van wal steken, de CITM (Centre international pour Ie tiers monde). 20-28 feburari, Spanje. Een week lang vinden aan alle Spaanse universiteiten volksvergaderingen plaats. De studenten ageren er voor meer democratie binnen de officiële studentenvakbond (Sindicato Estudiantil Universitario). De politie treedt brutaal op en in Madrid worden enkele professoren, die duidelijk met de studenten sympathiseren, de laan uit gestuurd. Toch is de actieweek een succes: nagenoeg alle studenten van alle universiteiten zijn gemobiliseerd en uiteindelijk moeten de autoriteiten inbinden en binnen SEU een zekere democratisering toelaten.

maart

5 maart, Brussel. Een 250-tal ULB-studenten betuigen hun solidariteit met de gearresteerde Spaanse studenten. Ze protesteren tegen het Franco-regime.

31 maart, Luik. Een 2000-tal studenten betogen tegen het wetsvoorstel Houben over de universitaire expansie.

april

9 april, België. Na ettelijke marathonzittingen wordt de wet op de universitaire expansie uiteindelijk in Kamer en Senaat goedgekeurd, een week voor de ontbinding van het parlement.

ELKE PROVINCIESTAD ZIJN UNIVERSITEIT - Inhoud

De problematiek van de expansie van het hoger onderwijs kreeg politiek haar beslag met de expansiewet van 9 april 1965. Terwijl studenten al gedemonstreerd hadden voor democratisering en kwaliteitsverbetering van het onderwijs, lagen aan deze wet uitsluitend levensbeschouwelijke, communautaire en partijpolitieke overwegingen ten grondslag. De wet stelde een voorlopige oplossing met een tijdsduur van vier jaar voor. Bestaande universiteiten kregen voorrang, terwijl voor andere centra maar een erg geleidelijke ontwikkeling was voorzien. De spreiding van de kandidaturen werd herleid tot een paar beperkte experimenten en een overlegstructuur zou terzake een beleid op langere termijn uitstippelen. In feite opteerde deze mammoetwet voor de oprichting van kandidaturen die volgens het klassieke evenwichtspatroon over het communautaire en levensbeschouwelijke landschap verspreid lagen. Ten behoeve van de vrije universiteiten werd de wet van 1911 herzien zodat zij de mogelijkheid kregen universitaire afdelingen in het arrondissement Nijvel te vestigen en de Leuvense universiteit tevens haar Franstalige doctoraten in de geneeskunde naar de Brusselse agglomeratie kon versassen.

Antwerpen moest voorlopig tevreden zijn met twee kandidatuurinstellingen. Het Rijksuniversitair Centrum Antwerpen (RUCA) bevatte de voormalige Rijkshandelshogeschool, nu een faculteit toegepaste economische wetenschappen, aangevuld met kandidaturen in de positieve wetenschappen. De Universitaire Faculteiten Sint-Ignatius te Antwerpen (UFSIA) zou benevens een faculteit toegepaste economische wetenschappen (de oude Sint-Ignatiushandelshogeschool), en de bestaande kandidaturen rechten en politieke en sociale wetenschappen, ook nog kandidaturen in de letteren huisvesten. Het RUCA waarvan de Franstalige afdeling afgebouwd werd, zou na vier jaar wettelijk horizontaal en verticaal kunnen uitbreiden, terwijl UFSIA deze mogelijkheid steeds als vrije instelling behield. Te Bergen kreeg de handelshogeschool het statuut van een faculteit toegepaste economische wetenschappen en werd het Rijksuniversitair Centrum aangevuld met een polytechnische faculteit en kandidaturen fysica en scheikunde. Te Namen werden aan het Universitair Instituut Notre-Dame de la Paix de licenties in de economische wetenschappen en de kandidaturen in de wetenschappen erkend. Tenslotte kreeg ook West-Vlaanderen zijn universiteit: te Kortrijk werden kandidaturen in de letteren en wijsbegeerte opgericht, als filiaal van de Leuvense universiteit.

17 april, Verenigde Staten. De Students for a Democratie Society (SDS) organiseren een mars op Washington: ze eisen dat de regering een einde maakt aan de oorlog in Vietnam.

26 april, Japan. In Tokyo demonstreert een massa van 15.000 studenten voor de Amerikaanse ambassade tegen de oorlog in Vietnam.

mei

5 mei, Brussel. Ook in België laat de Vietnamese oorlog niet iedereen onverschillig, getuige het handvol studenten van de ULB — in totaal 30 man volgens de rijkswacht — dat op straat komt om te protesteren tegen de Amerikaanse interventie. 25 mei, Amsterdam. Provo — het blad en de beweging — steekt de kop op in Amsterdam. Spilfiguur van het Nederlandse provofenomeen is Roel van Duyn.

PROVO OF DE MAGIE VAN AMSTERDAM - Inhoud

Amsterdam was in de late jaren zestig het mekka van de jeugdcultuur. Vondelpark en Paradiso oefenden grote aantrekkingskracht uit. Ook Vlaamse jongens en meisjes lieten de jeugdbeweging en de ijzerbedevaart achter zich en pelgrimeerden naar het Noorden. Ze keerden terug met een hasjpijpje in de rugzak en alternatieve ideeën in het achterhoofd. De trip werkte altijd bewustzijnsverruimend. Dat het zo ver kwam was mede te danken aan Provo dat mee die vrijplaats voor subculturen bevochten had.

De naam 'provo' was een bedenksel van de latere professor W. Buikhuizen, criminoloog, ter aanduiding van een bepaald soort nozems. Het werkte als een boemerang. Student Roei van Duyn die de tot folklore verworden sleur van de anti-atoombomacties beu was en wel eens iets nieuws wou, nam de term meteen als geuzennaam over voor een nieuw blad annex beweging, waarvan hij de oprichting in mei 1965 aankondigde. Met dit uitdagende uithangbord mikte hij juist op de rebelse agressie van onmaatschappelijke jongeren, die kon worden gesublimeerd in een 'provotarische' revolutie. Ten aanzien van gezag en goegemeente moest de naam de uitwerking hebben van de spreekwoordelijke rode lap op de stier.

Roei van Duyn die begin 1965 nog meewerkte aan traditionele anarchistische blaadjes, gaf het ouderwetse jargon op en scheidde in Provo nummer 1, dat op 12 juli 1965 verscheen, spetterend proza af.

Op zijn weg had hij inmiddels de grote anti-rookmagiër Robert Jasper Grootveld ontmoet, die met zijn inventieve happenings al jaren een eenmanskruistocht tegen de tabaksindustrie voerde. Het was Grootveld die het speelse provo-symbool ontwierp: het appeltje-met-de-stip, het appeltje van genot. Tenslotte daagden er ook 'angry young men' op, als Rob Stolk en Peter Bronkhorst, die per se aan de verstikkende druk van een kleinburgerlijk arbeidersmilieu wilden ontsnappen. Dat waren pas de kinderen van het 'klootjesvolk'. Ze hadden geen uitzicht op beterschap en geen interesse voor een baantje; ze waren gewoon allergisch voor al wat hen in het gareel wou dwingen. Confrontaties met de politie werden voor hen nooit gratuit ludiek maar waren bijna instinctief een kwestie van lijfsbehoud.

Dat werd Provo: Roei van Duyn zorgde voor de leerstellige bagage, Grootveld en zijn volgingen voor de ludieke vormgeving, de nozems uit het 'klootjesvolk' leverden het revolutionaire potentieel en Amsterdam, die broedplaats van afwijkend gedrag, de magische locatie.

Provo trok van meet af ook studenten aan. Op 5 februari 1966 zette het befaamde Amsterdamse studentenblad Propria Cures zich achter Provo, dat toen volop de bruiloft van Beatrix aan het voorbereiden was. De rellen bij het huwelijk op 10 maart 1966 waren goeddeels het werk van studentenorganisaties, die achteraf ook,de geruchtmakende fototentoonstelling over het politieoptreden monteerden. Soms echter werden de studenten ook tot het 'klootjesvolk' gerekend. Het bleef een wisselende verhouding, maar voor de buitenwacht was de collusie provo-student spoedig volkomen.

Anarchisten, magiërs, nozems en studenten: het was een bont allegaartje. De Gentse provo Guido van Meir maakte het nog veel bonter toen hij in een poging tot classificatie wel zes soorten provo's aan het werk zag: de politieke Uilenspiegels, de exuberante Zorba's, de halfzachte Christussen, de visionaire strekking Jeroen Bosch, de futuristische aanhangers van 'New Babyion' en ten slotte de doordrammers van het Don Quichotte-type.

Provo was in elk geval een heterogeen gezelschap waarbinnen iedereen zowat van iedereen verwachtte dat hij de onderscheiden onlustgevoelens politiek zou verduidelijken. Van Duyn was met zijn vorming in het inheemse anarchisme a la Domela Nieuwenhuis nog het meest politiek geschoold. Andere ingrediënten waren een radicaal non-conformisme en militant pacifisme. Als bindmiddel fungeerden een uitgesproken zin voor persoonlijke vrijheid en een onstuitbare afkeer van gezag. Provo's anti-monarchisme was slechts een variant op een algemeen anti-autoritarisme; het sprookje van de gouden koets, van de van boven af geleide samenleving moest voorgoed worden opgeblazen. Provo-ideoloog Bernard de Vries had de grootste moeite om uit die cocktail een min of meer samenhangende doctrine te destilleren, maar dat was dan ook het laatste waarom ze verlegen zaten. Beslist innoverend was hun hang naar technologische versimpeling: daar doken precies de oer-Hollandse deugden soberheid en zindelijkheid op, volgens Van Duyn himself calvinistische derivaten die resulteerden in acties tegen verspilling en vervuiling. Provo trok daarmee voor het eerst politiek de aandacht op milieukwesties; het probleem van de luchtverontreiniging dat Provo nummer zes aansneed, was een absolute primeur.

Provo legde de vinger op de zere plekken in de samenleving. Provo onthulde de ongerijmdheden van de technocratie, de uitwassen van de consumptie, de dubbelhartigheid van het establishment. Provo schiep chaos. Provo verstoorde de openbare orde, met magische happenings bij het Lieverdje of met krenten die ze illegaal uitdeelden ter vervanging van het nep-voedsel uit de supermarkt; of met rookbommen, onschuldige explosieven, op zich al een paradoxaal symbool van geweldloosheid. Provo tartte het gezag met in wezen pietluttige provocaties, die door panikerende regenten als staatsgevaarlijk werden ingeschat. De autoriteiten tuinden er vierkant in en lieten er de politie op los hakken bij het Lieverdje, bij de verloving en het huwelijk van Beatrix, tot bij de fototentoonstelling over politie-geweld toe.

Provo bepaalde zich evenwel niet tot de totale negatie. Zelf deed de samenleving 'concrete utopieën' aan de hand die net de leefbaarheid ervan zouden ten goede komen. Die alternatieve oplossingen konden meteen in praktijk gebracht worden. Ze hielden telkens het midden tussen pragmatisch uitvindingen en symbolische stunts. Dit waren de beroemde 'witte plannen': witte fietsen ter bestrijding van de kankerverwekkende auto-overlast, witte kleren in plaats van het ontmenselijkend uniform, witte schoorstenen die enkel gezuiverde lucht loosden.

Wat ze ook deden, de politie provoceren of witte plannen lanceren, ze deden het met flair, de kinderen van een televisiecultuur waardig. Die televisiemaatschappij bestookten ze met de eigen wapens. Het TV-vee kreeg ook de TV-beelden waarom het vroeg, want Provo communiceerde bij uitstek met beelden en dat met een feilloos gevoel voor 'publicity' of 'imaazje' zoals ze het zelf noemden. Provo's zorgden voor tegendraads spektakel in een maatschappij waarin zoals de situationist Guy Debord (La société du spectacle) het in 1967 zou betogen, alles in het teken van gestroomlijnd spektakel stond.

Met de Franse situationisten, die ongeveer gelijktijdig ontstonden (in Straatsburg, oktober 1966) en die mede hun stempel op de Franse mei-revolte drukten, deelde Provo de warrige doctrine (bij de situationisten evenwel met marxistische inbreng), de spontaneïteit en de humor (bij de situationisten cerebraler vanwege de intellectuele acherban), een zelfde gevoeligheid voor het spektakel dat de samenleving biedt (met een eenduidig negatieve appreciatie bij de situationisten), een zelfde waardering voor het Spel en de creatie van beelden of tegenbeelden, 'situaties', een zelfde tegelijk rebelse en vrolijke levensdrift die culmineert in de happening of het revolutionaire feest. Kortom, met Provo leverden de sixties in de Lage Landen hun aardigste zelfportret: ludieke ernst van lucide warhoofden.

juli

Polen. De studentenleiders Jacek Kurón en Karol Modzelewski, die een actie gevoerd hadden voor meer persvrijheid, worden na een proces achter gesloten deuren tot respectievelijk drie jaar en drie en een half jaar gevangenisstraf veroordeeld. Grote protestmanifestaties worden op touw gezet tijdens het proces. Professoren nemen de verdediging op zich van acht eveneens beschuldigde studenten.

september

6 september, Brussel. Aan de ULB heeft een commissie onder leiding van professor Felix Leblanc de uitbreidingsmogelijkheden van de universiteit te Brussel onderzocht. Ze ging tevens na of daaruit geen taalproblemen konden voortspruiten. De commissie concludeert dat de ULB dringend aan uitbreiding toe is en heeft daarvoor met name het Oefenplein te Etterbeek op het oog. Ze verwacht hieromtrent geen communautaire moeilijkheden.

20 september, Duitsland. De Sozialistischer Deutscher Studentenbund (SDS) publiceert een manifest 'Hochschule in den Demokratie'. Diezelfde dag spreekt het SDS zich op een vergadering uit tegen autoritaire ontwikkelingen in de Bondsrepubliek en voor de democratisering van het hoger onderwijs.

oktober

11 oktober, Leuven. Tijdens de opening van het academiejaar ontrollen Vlaamse studenten een spandoek met de spottende tekst: 'Leve onze Waalse rector'. Rector Albert Descamps laat een passage uit zijn toespraak weg.

12 oktober, Kortrijk. De Katholieke Universiteit Leuven begint met kandidaturen in de letteren en wijsbegeerte te Kortrijk.

november

3 november, Leuven. Het Franstalige studentenblad L'Ergot publiceert een ophefmakend interview met de algmeeen beheerder van de Leuvense universiteit professor Michel Woitrin, waarin hij zijn plannen voor de uitbreiding van de universiteit uit de doeken doet: de universiteit zou zich ontwikkelen binnen een uitgestrekte driehoek met Leuven, Sint-Lambrechts-Woluwe en een plaats in het kanton Waver als steunpunten.


8. De rijkswacht en een slagboom houden Vlaamse studenten uit Waver weg, 17 november 1965.

Om de Franstaligen niet te verontrusten beklemtoont hij dat er geen sprake is van splitsing omdat de drie campussen tot één en dezelfde universiteit zullen bijven behoren. Door de gedecideerde toon vindt de verklaring veel weerklank. De Vlaamse publieke opinie steigert. Gevreesd wordt dat de expansieve universiteit de hele driehoek zal opslokken en daardoor Vlaams Brabant in versneld tempo zal verfransen. Woitrins terloopse verwijzing naar 'Ie grand Bruxelles de l'avenir' is niet van aard om de Vlamingen gerust te stellen. Voor velen doemt weer het schrikbeeld van de Brusselse 'olievlek' op. Nog diezelfde dag betogen te Leuven 750 Vlaamse studenten tegen de taalpolitiek van de academische overheid.

16 november, Leuven. De VVP en LOVAN eisen in een korte scherpe brief aan de rector autonomie voor de Vlaamse afdeling te Leuven een overheveling van de Franstalige afdeling naar Wallonië.

17 november, Leuven. Uit protest tegen Woitrins geruchtmakende driehoek Leuven-Waver-Woluwe marcheren 400 Vlaamse Leuvense studenten naar Waver. Bij Waver wordt hen evenwel de toegang tot het grondgebied van de gemeente ontzegd.

24 november, Gent. Een 100-tal Gentse studenten manifesteren voor vrede in Vietnam.


9. De Oude Markt te Leuven loopt vol, 15 december 1965.

29 november, Leuven. Veertien culturele organisaties richten een Actiegroep-Leuven op. Ze eisen eens te meer overheveling van de Franstalige Leuvense afdeling maar ook de splitsing van de faculteiten aan de vrije universiteit te Brussel.

december

9 december, Brussel. ULB-studenten voeren actie tegen de besnoeiingen op de onderwijsbegroting.

14 december, Leuven. De Vlaamse parlementsleden van de CVP komen bijeen en scharen zich achter de eis voor overheveling.

15 december, Leuven. Er is een massale opkomst voor de interuniversitaire betoging die op touw is gezet door vier Leuvense organisaties: het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond (KVHV), het Faculteitenkonvent (FK), het Seniorenkonvent (SK) en het Leuvens Studentenkorps (LSK). De meer dan 4000 studenten eisen overheveling van de Franstalige afdeling naar Wallonië en een nieuwe Vlaamse en democratische universiteit te Leuven. Spandoeken laken ook de misstanden in het Leuvense Sint-Pietersziekenhuis, waar een leeuwedeel aan Vlaamse patiënten in handen komt van Nederlandsonkundige dokters.

10. Interuniversitaire betoging, onder het motto 'Walen go home', Leuven, 15 december 1965.

De slogan 'Prorector Vlaming en leek' staat in verband met de opvolging van mgr. Louis de Raeymaeker die op het einde van het jaar zijn ambt zou neerleggen: kernachtig eisen de studenten daarmee niet enkel de vervlaamsing maar ook de laïcisering van de bestuursorganen, die ze aan de bemoeiingen van de bisschoppen willen onttrekken.

15 december, Hout-Si-Plout. De 'universiteit van Hout-Si-Plout' wordt opgericht. Met tientallen bussen arriveren Franstalige studenten uit Leuven in dit onooglijke dorp in de provincie Luik, waar ze als het ware een nieuwe Waalse universiteit uit de grond stampen. Het lijkt wel een middeleeuVVSe 'secessio'. Overal in het open veld verrijzen benevens allerlei academische instellingen ook overvloedig studentenvoorzieningen. Zo wordt het voor iedereen een mooie dag: terwijl de Waalse studenten een frisse neus halen in Hout-Si-Plout, kunnen te Leuven de Vlamingen ongestoord manifesteren tegen de driehoek van Woitrin en Woitrin zelf ontvangt die dag als eerste een eredoctoraat van de kersverse Waalse universiteit.


11. Een Waalse haan bengelt aan een stok, Leuven, 15 december 1965.


12. Bussen op de nep-campus van de nieuwe Waalse universiteit van Hout-si-Plout, 15 december 1965.

1966 - Inhoud

21 december, Leuven. De bisschoppen handhaven in een nieuwe verklaring hun oude standpunt: tot elke prijs moet de eenheid van de Leuvense alma mater worden behouden. De beide afdelingen zullen wel financieel meer armslag krijgen.

22 december, Spanje. Te Barcelona worden 250 studenten voor een jaar van de universiteit gestuurd omwille van hun acties voor de democratisering van de officiële studentenvakbond SEU.

24 december, Leuven. Onder voorzitterschap van de Vlaamse socioloog Edward Leemans en de Waalse fysioloog Xavier Aubert, zal een dozijn professoren, voor de helft uit iedere taalgroep, zich in een commissie over de problemen van de universiteit buigen. Knelpunten zijn de katholiciteit, de herstructurering en de ruimtelijke spreiding. Wat dit laatste punt betreft interpreteren de Vlaamse leden van de commissie Leemans-Aubert de verklaring van de bisschoppen ondanks alles toch als de erkenning van een principiële overheveling van een belangrijk gedeelte van de Franse afdeling. Het Franstalige kamp houdt er echter een andere mening op na.

januari

Duitsland. Een bom ontploft in een Berlijns studentenhuis waar een discussie over Vietnam aan de gang is. De pers, die in Berlijn voor 80 % gecontroleerd wordt door het Springerconcern, veroordeelt in plaats van de bomaanslag de anti-Amerikaanse houding van de studenten. Het komt tot een eerste Vietnamdemonstratie te Berlijn. Hierop verbiedt de academische senaat alle politieke activiteit binnen de gebouwen van de universiteit. 3000 studenten houden als reactie een sit-in in het senaatsgebouw zelf, waarna de senaat terugkrabbelt en zijn beslissing intrekt.

Verenigde Staten. De moord op de zwarte student S. Younge in Alabama leidt tot talrijke studentenmanifestaties tegen racisme. Er komt dit jaar onder de studenten ook steeds meer beroering over de Amerikaanse interventie in Vietnam: teach-ins, sit-ins, volksvergaderingen, betogingen en soms zelfs hongerstakingen volgen elkaar op. Voorts worden zowat 100 'free universities' opgezet in de loop van 1966. En Californië wordt de bakermat van de eerste hippiecommunes.

19 januari, Brussel. Een 200-tal betogende studenten uiten hun ongenoegen over besparingen in het onderwijs.

31 januari, Zwartberg. Wanneer stakende mijnwerkers, die protesteren tegen de sluiting van de mijn van Zwartberg, ook de mijn van Winterslag proberen stil te leggen, schiet de rijkswacht met scherp. Talrijke betogers geraken zwaar gewond en twee mijnwerkers komen om het leven. Dit ernstige incident, waarvoor politiek de socialistische minister van binnenlandse zaken Alfons Vranckx verantwoordelijk gesteld wordt, heeft over het algemeen grote invloed in studentenkringen. De rijkswacht wordt voorgoed het symbool van autoritaire ordehandhaving.

februari

1 februari, Leuven. De Vlaams-nationalistische Studentenunie (VNSU) organiseert een betoging met meer dan 1000 studenten tegen de 'moorden' van Zwartberg.

2 februari, Gent. VVS breng 2000 studenten op de been in een betoging voor democratisch onderwijs.

3 februari, Hasselt-Gent. Terwijl in Zwartberg de slachtoffers worden begraven komen in Hasselt en Gent respectievelijk 850 en 650 studenten op straat uit solidariteit met de Limburgse mijnwerkers.

5 feburari, Nederland. Het Amsterdams studentenblad Propria Cures sluit zich aan bij de provobeweging.

15 februari, Brussel. Een 30-tal studenten van de ULB betogen tegen het autoritaire regime van president Salazar in Portugal.

16 februari - 6 mei, Herstal. De vrouwelijke werknemers van de wapenfabriek Herstal staken, tegen de wil van de mannen aldaar in, voor gelijk loon en gelijk werk. Hun lange staking luidt een reeks feministische acties in.

DE BURGER SPRINGT UIT DE BAND - Inhoud

De maandenlange staking van de vrouwelijke werknemers van Herstal kaderde in een reeks revoltes die tekenend werden voor het politiek gedrag van de aankomende staatsburgers. Het begon met de stakingen tegen de eenheidswet in 1960-1961, gevolgd door de bitsige boerenopstand van 1962 en de Limburgse mijnstaking van 1966. Opmerkelijk was dat telkens het politiek gezag werd ondermijnd. Dit was vrij nieuw en het establishment was dan ook onaangenaam verrast. De staatsburger sprong uit de band.

De periode 1945-1960 waren alles wel beschouwd gedweeë jaren van loyaal burgerdom, betutteling en volgzaamheid. Niet dat men niet op straat kwam. De koningskwestie en de schoolstrijd werden ook manifest op straat uitgevochten, maar opvallend is hoe sterk de greep van de politiek elite op de massa bleef.


13. 'Regeren, niet schieten!' en 'Facultair medezeggenschap' op de VVS-betoging te Gent, 2 februari 1966.

De aanhang marcheerde als het nodig was achter voorspelbare slagzinnen en trad terug als de leiders zich in conclaaf begaven. Voor die volgzaamheid geeft socioloog Luc Huyse drie elementen ter verklaring aan: de wederopbouw van het land, die alleen kon slagen wanneer de bevolking bereid was de bewindslui te volgen; het koude oorlogsklimaat dat elke kritiek op de gang van zaken in het vrije Westen compromitteerde; en ten slotte de verzuiling waarbij het beroep op de solidariteit van gelijkgezinden een zekere bereidheid tot gehoorzaamheid impliceerde. Deze drie rechtvaardigingsgronden vielen op het eind van de jaren vijftig weg. Meteen liep een en ander uit de hand. De autoriteit van de politieke leiders was niet meer vanzelfsprekend. De greep op de burgers verslapte, en er ontstond een gunstige voedingsbodem voor revoltes en ontvoogdingspogingen. En daarop zou ook het studentenprotest gedijen.

maart

10 maart, Nederland. De huwelijksdag van kroonprinses Beatrix wordt door Provo uitgeroepen tot Dag van de Anarchie. 'Oranje boven, leve de republiek' weerklinkt het in Amsterdam en rond de glazen koets ontploffen (zowat 200) rookbommen. Provo haalt met deze overtreding van de vuurwerkwet de voorpagina's van de internationale pers.

16 maart, Leuven. De Vlaamse Volksbeweging (WB) mobiliseert zo'n 8000 mensen voor een nationale betoging om druk uit te oefenen op de bisschoppen die zich nog over de overheveling van de Franstalige afdeling dienen uit te spreken. De Franstalige studenten zien in de betoging een racistische provocatie. Sommigen van hen dragen die dag een Davidster met het opschrift 'francophone' en 'non au racisme'. Deze weinig zindelijke associatie van de Vlaamse actie met bepaalde nazi-praktijken is het begrijpelijk antwoord van Waalse kant op de evenmin erg fijnzinnige slogan 'Walen buiten' — overigens slecht Nederlands — waarin de Vlamingen de overhevelingseis nogal gebald hebben samengevat. Een aantal Leuvense middenstanders steunen de Waalse tegenactie door hun rolluiken neer te laten en hun etalages te verduisteren. Na de betoging komt het tot zware botsingen tussen Vlaamse studenten aan de ene kant, en politie en Waalse studenten aan de andere.

april

1 april, Brussel. Revo rolt als eerste provoblad in Vlaanderen uit de stencilmachine. De actiefste redacteur is Herman J. Claeys. Vanaf november verschijnt er tevens een Franstalige editie.

18 april, China. Mao Tse-toeng lanceert zijn 'grote culturele proletarische revolutie', een hervormingsbeweging die het Chinese volk wil brengen 'tot een volledige onderschikking van de individuele belangen aan het communistisch ideaal'. Achter de ideologische campagne speelt zich een machtsstrijd af tussen partijleider Mao en zijn defensieminister Lin Piao enerzijds en anderzijds president Lioe Sjao-tji, die 'de kapitalistische weg' zou hebben bewandeld. Maatschappelijk gezien fungeert de culturele revolutie als uitlaat voor de jongeren, die daartoe aangemoedigd van bovenaf allerlei sociale tegenstellingen op het politieke forum brengen en uitvechten.

19 april, Leuven. De raadgevende studiecommissie onder leiding van de professoren Leemans en Aubert komt niet tot een eensluidend advies inzake de overheveling. Ze overhandigt haar ontwerp van verslag aan de bisschoppen. De bal ligt nu in het kamp van het episcopaat.


14. Het dubbele gezicht van de bisschoppen.

mei

3 en 4 mei, Leuven. Een staking van de Vlaamse studenten wordt algemeen opgevolgd.

13 mei, Leuven. Het Belgisch episcopaat beraadslaagt over de toekomst van de Leuvense universiteit. Om aan de Franstaligen tegemoet te komen verklaren ze dat het hun onwrikbare wil is de eenheid van de Leuvense alma mater te behouden. Naar de Vlamingen toe leggen ze de nadruk op de autonomie die de faculteiten tot nog toe verkregen hebben en waaraan niet zal worden geraakt.

15 mei, Leuven. De bisschoppen maken hun mandement bekend via de radio en de pers. Daarmee is de kogel door de kerk. Zowel over de inhoud als over de autoritaire toon van de bisschoppelijke verklaring zijn de Vlaamse studenten niet te spreken. Dat de bisschoppen in deze postconciliaire tijd bovendien met sancties zwaaien voor al wie zich binnen de universiteit tegen hun verordening zou verzetten, was de druppel die de emmer deed overlopen.

16 mei, Leuven. Op de radio wordt in 'Actueel' het antwoord van de Vlaamse studenten aan de Belgische bisschoppen voorgelezen. Ze nemen niet enkel de unitaire toekomstplannen van de universiteit op de korrel; de bisschoppelijke verordening op zich wordt weggehoond als een anti-democratisch dictaat, dat de gehele democratiseringsbeweging in het gedrang brengt. Naast een Vlaamse reflex is er onmiskenbaar een bredere maatschappelijke dimensie in het studentenprotest aanwezig, die haar wortels heeft in het studentensyndicalisme van de vroege jaren zestig. Een aantal Vlaamse professoren en Vlaamse verenigingen springen de studenten in hun reactie tegen het „episcopaat bij. De Vlaamse pers houdt zich voorlopig gedeisd. Tot eind mei vormt Leuven dagelijks het toneel van rellen en straatrumoer. Aan de studentenhuizen hangen zwarte vlaggen. Op straat en in de kerken zingen studenten het protestlied van de Amerikaanse zwarten: 'We shall overcome'. In optochten dragen studenten spandoeken en open paraplu's mee met opschriften als 'Suenens inquisitie' en 'Stop een bisschop in uw , tank'. Betogende studenten scanderen 'Suenens of Barabbas' en zetten spottend mijters op. Aan Franstalige kant lijken door deze Vlaamse revolte de zegekreten wat gesmoord; men is er duidelijk overrompeld door de omvang en de scherpte van het protest. De Franstalige pers reageert nochtans vrij beheerst. ACAPSUL betuigt zonder veel omhaal haar 'eerbiedige dank aan de Belgische bisschoppen voor hun heldere en vastberaden verklaring van 13 mei'.

17 mei, Leuven. Het Actiecomité-Leuven wordt opgericht. Voorzitter is Rik Seghers, industrieel en oud-praeses van het KVHV (1952-1953). Het comité, waarin niet minder dan 123 vertegenwoordigers van studentenorganisaties zetelen, roept op tot staking en vraagt de studenten het academiejaar als beëindigd te beschouwen. Kardinaal Suenens dringt er bij rector Descamps op aan dat hij zijn studenten straffer in de hand zou houden. De rector was kennelijk te lankmoedig opgetreden in de verwachting dat alles wel zou koelen zonder blazen. De burgemeester van Leuven vaardigt een samenscholingsverbod uit.

De fractievoorzitter van de Vlaamse CVP-kamergroep Jan Verroken dient een wetsvoorstel in tot regeling van het taalgebruik in het hoger onderwijs. Het voorstel bepaalt dat de gewone voertaal van het hoger onderwijs het Nederlands is in het Nederlandse taalgebied, idem dito voor het Frans en in de Brusselse agglomeratie de beide landstalen. De belangrijkste implicatie van het wetsvoorstel is natuurlijk de overheveling van de Franstalige Leuvense universiteit naar Wallonië. 17 mei, Gent-Antwerpen-Mechelen. De Vlaamse studenten krijgen steun van hun collega's aan andere Vlaamse universitaire instellingen. Het Gentse Studentencorps protesteert 'tegen de eigengereide houding van de bisschoppen'. Bij mgr. Jules-Victor Daem, bisschop van Antwerpen, regent het protesten van studenten van de UFSIA en van de studentenparochie van het RUCA. Later distantiëren ook de Vlaamse seminaristen van het aartsbisdom Mechelen en van het bisdom Antwerpen zich van het bisschoppelijk mandement. Maar uit Gent komen ook felicitaties vanwege de Société gantoise des Etudiants catholiques, die de bisschoppen prijzen om hun christelijke en vaderlandslievende houding.

17 mei, Brussel. De ULB dient een verzoek in om 350 hectaren grond gelegen in het kanton Nijvel te onteigenen. Expansieplannen lijken vorm te krijgen.


15. Fouillering tijdens de hete nacht te Leuven, 18 mei 1966.


21.Studenten met de evangelische aansporing, 'Werp al uw kommer op de Heer' voor het stadhuis te Leuven, 17 mei 1966.

20 mei, Leuven. Woelige betogingen en incidentrijke 'avondwandelingen' met brutale tussenkomsten van politie en rijkswacht vormen al een week het vaste dagelijkse scenario te Leuven. De studenten ageren tegen het unitarisme en tegen 'de agressie van het klerikaal franskiljons imperialisme' en voor de democratisering van het onderwijs. Het optreden van de ordestrijdkrachten die studenten bij bosjes arresteren heeft voor een radicalisering van de beweging gezorgd. Omdat de incidenten zo'n proporties aannemen, besluit de academische overheid het academiejaar voor gesloten te verklaren, elf dagen vroeger dan de kalender heeft voorzien. Veel studenten vertrekken hierop naar huis wat de bitsigheid van de acties enigszins tempert. De volgende weken wordt er wel nog gemanifesteerd te Brussel en in verscheidene Vlaamse steden, onder andere in Antwerpen, Kortrijk en Sint-Niklaas. De verontwaardiging slaat op heel Vlaanderen over.

23 mei, Leuven. VVP en LOVAN verklaren zich officieel solidair met de studenten.

26 mei, Leuven. Het Actiecomité-Leuven eist in een motie de intrekking van de voorgenomen sancties tegen studenten, professoren en wetenschappelijk personeel.

juni

2 juni, China. De nationale pers publiceert de eerste jnuurkrant in grote karakters. Muurkranten worden het propagandamiddel bij uitstek in de culturele revolutie.

In juni ook besluit de Chinese regering het onderwijs aan de universiteiten op te schorten. De sluiting zou tot in 1968 duren. Intellectuelen staan overigens in het algemeen in een slecht daglicht onder de culturele revolutie. Velen worden als revisionisten ontmaskerd en worden het slachtoffer van zuiveringen. 7 juni, Leuven. De bisschoppen benoemen professor Piet De Somer tot prorector voor de Vlaamse afdeling van de universiteit. Hij is Vlaming en leek zodat de eisen van 15 december 1965 verwezenlijkt lijken. De naderende examens werken ondertussen te Leuven de rust in de hand.

23 juni -11 juli, Antwerpen. In de 'Vecu' wordt een fototentoonstelling 'Matrakkensabbat' georganiseerd met een reeks foto's van brutaal politieoptreden in Zwartberg, Leuven, Brussel en Amsterdam.

Een gelijkaardige expo in Amsterdam óver het politiegeweld bij het huwelijk van Claus en Beatrix had daar op 19 maart opnieuw tot een hardhandig optreden van de politie geleid. Te Antwerpen laten de autoriteiten zich evenmin onbetuigd en doet de politie een inval in de club.


17. Een goede tijd voor glazenmakers, hier aan het werk voor het Leuvense rectoraat, 17 mei 1966.

DE ANTWERPSE KROEGEN - Inhoud

De Antwerpse kroegen waren in de jaren '60 een begrip geworden. Zij vertegenwoordigden een 'underground-cultuur' waaraan zowel jongeren als vergrijsde anarchisten deel hadden. 'Subproletariaat' en 'provotariaat' dronken er eensgezind hun pint. Opvallend was de band tussen het milieu van provo's, beatnicks en kunstenaars met dat van de meisjes en de jongens van het 'sport', de hoertjes, travestieten, homo's en lesbiennes. Al deze groepen aan de rand van de samenleving vonden elkaar in een vage solidariteit. Zij hadden één gemeenschappelijke noemer, hun afkeer van de burgerij, wat dat ook mocht wezen. De deuren van de 'Muze', de 'Mok', 'Het Pannenhuis' en 'De Paddock' stonden steeds open. Half Europa wist dat men er droog de nacht kon doorbrengen. In feite waren deze kroegen de voorlopers van de jeugdklubs die even later overal in Vlaanderen uit de grond schoten. Men kroop er samen, luisterde naar de keihard gedraaide 'Kinks', naar Donovan en naar 'Blowing in the wind' van Bob Dylan, naar Boudewijn de Groot met 'Mijnheer de president' en naar de plaatselijke kroegbaas Ferre Grignard. Provo's bedachten er de ludieke spelletjes waarmee ze de brave burgers uit het 'klootjesvolk' konden koeioneren. De Antwerpse sensatiepers reageerde met artikels over het 'vuile, langharige en bandeloze provovolkje' wat provo overdreven reclame vond. Zo ernstig hadden ze het nu ook weer niet bedoeld maar de verschrikte burgers die zo reageerden waren er mooi ingelopen. Veel is er ondertussen veranderd. Wat eenmaal 'De Paddock' was, is nu de befaamde 'Viskeuken' in de kaasrui en de 'Muze' heeft samen met de vlooien en de voor een paar frank bij het Leger des Heils gekochte stoelen, alle waarachtigheid verloren. Menig ex-provo pinkt een traan weg als hij constateert hoe hard de consumptiemaatschappij heeft teruggeslagen.

Naar de memoires van de Antwerpse ex-provo Koen Calliauw in De furie over Vlaanderen: Antwerpen, in Humo, nr. 1966, 11 mei 1978, p. 50-54.

28 juni, België. Met 103 tegen 91 stemmen bij 2 onthoudingen verwerpt de Kamer van volksvertegenwoordigers de in overwegingneming van het wetsvoorstel Verroken dat het territorialiteitsbeginsel inzake taalgebruik wou uitbreiden tot het hoger onderwijs. Met de overheveling van de Franstalige Leuvense universiteit naar Wallonië zou eindelijk de taalhomogeniteit in Vlaanderen zijn voltooid. Voorlopig is er nog geen meerderheid voor.

juli

juli, Gent. Te Gent ontstaat een kleine provokern rond het blad Eindelijk, opgericht door Siegfried Van de Cruys. Eindelijk evolueert tot een uitgesproken provoblad, tegen de monarchie, stevig republikeins, hevig antimilitaristisch, tegen politieke onverschilligheid en voor actie. Verspreid op 15.000 exemplaren wordt het ook door studenten gelezen.

14-21 juli, Antwerpen. In de Zondagmorgen verschijnt een artikel van Provo onder de titel 'blootvoets tegen gezag - oorlogsverklaring van de Antwerpse provo's'.

Op de Groenplaats vinden happenings plaats waarvan Hugo Heyrman en Wout Vercammen de bezielers zijn. Provo's worden van het plein gesleurd omdat ze tegen de verslaafde consument en voor dienstweigering een 'blote voetenbetoging' houden.

augustus

18 augustus, China. De Rode Garde treedt in de openbaarheid.

Deze semi-spontane jeugdbeweging zou zich met Mao als boegbeeld tot de drijvende kracht van de culturele revolutie ontpoppen.

september

16 en 26 september, Leuven. Bij koninklijk besluit worden de onteigeningen in Ottignies ten gunste van de Leuvense universiteit toegestaan.

27 en 28 september, Brussel. Voorzitter Felix Leblanc van de raad van beheer van de ULB maakt bekend dat het Oefenplein te Etterbeek in aanmerking komt voor de uitbreiding van de Brusselse universiteit.

oktober

4 tot 9 oktober, Leuven. Op de vooravond van het academiejaar 1966-1967 pakt het Actiecomité-Leuven uit met een nieuwe actie. Van 4 tot 9 oktober staat er een voettocht op het programma, van Oostende naar Leuven. Het comité haalt zijn inspiratie bij de Amerikaanse zwarten die in hun strijd voor burgerrechten herhaaldelijk van dit wel heel symbolisch geladen actiemiddel gebruik maken. De voettocht wordt trouwens aangekondigd als de Meredithmars naar de zwarte Amerikaanse student James Meredith die in juni 1966 door een blanke was neergeschoten tijdens zo'n antiracistische mars van Memphis naar Jackson. Met hun actie willen de studenten bewijzen dat ze de strijdbijl niet begraven vooraleer er werkelijk een Vlaamse universiteit is.


18. Leuvense studenten te voet door Vlaanderen met de James Meredithmars, 4-9 oktober 1966.

Al bij al was er op dit front sinds 13 mei weinig vooruitgang geboekt. Het wetsvoorstel Verroken was door het parlement zelfs niet eens in overweging genomen. Binnen de studentenbeweging lijken er wel verschuivingen te zijn opgetreden. Studentenleiders als Paul Goossens, Ludo Martens, Walter de Bock lijken steeds minder de Vlaamse grieventrommel te roeren. Steeds vaker wordt als het ware 'De Vlaamse Leeuw' overstemd door 'We shall overcome'. Gaandeweg wordt de roep om inspraak en pluralisme luider en wordt de anti-klerikale toon vanzelfsprekender. Niet iedereen bij de studenten, laat staan bij de professoren, is echter even gelukkig met deze nieuwe mentaliteit. Met betrekking tot de pers laat studentenleider de Bock zich op het einde van de vierde etappe van de mars ontvallen: 'zij schrijven meer over onze voeten dan over onze ideeën'. Enkele dagen voordien was de Bock als spreker opgetreden bij een meeting van de Parti Wallon des Travailleurs in Ottignies.

10 oktober, Leuven. De pleisters zijn nog niet van de voetwonden gehaald of het Actiecomité-Leuven heeft al een nieuwe stunt in petto: de boycot van de opening van het nieuwe academiejaar op 10 oktober 1966. De traditionele Heilige Geest-mis in de Sint-Pieterskerk verloopt nog vrij rustig maar de academische optocht naar de stadsschouwburg, waar een plechtige academische zitting zou plaats vinden, kan slechts doorgaan onder luid geroep van de studenten. Ze scanderen 'Leuven Vlaams!' en 'Suenens buiten!'. Ze zingen 'A bas la calotte' en 'We shall overcome'. Demonstratief keren ze tijdens de stoet de academische overheid de rug toe.


19. Rustpauze tijdens de Meredithmars te Sint-Katelijne-Waver 4-9 oktober 1966.


20. Studenten keren hun professoren de rug toe te Leuven, 10 oktober 1966. Vooraan een stiekemerd met een spiegeltje.

 


21. Vlaamse studenten tijdens een sit-in op de Leuvense Bondgenotenlaan, 11 oktober 1966.

oktober 1966, Leuven. BRUG. Tijdschrift van de linkse studenten Leuven verschijnt opnieuw. De groep is kennelijk aan een tweede adem toe. Door de heilzame nawerking van het concilie en de opkomst van katholieke groeperingen die althans in de derde wereld voor socialistische oplossingen kiezen, lijken noodbruggen tussen vooruitstrevende katholieken en linksen nauwelijks nog nodig. BRUG wil zich herbronnen in een kritisch onderzoek naar de toepassingen van zijn socialistische denkbeelden. In de verschillende afleveringen passeren Jaap Kruithof, Camilo Torres, Jean Paul Sartre en een priester-arbeider de revue. De dichter Stefaan van den Brempt vraagt zich uitvoerig af of pacifisme utopisch is en de marxist (later trotskist) Francois Vercammen schrijft een kanjer over federalisme.

11 oktober, Leuven. Het Actiecomité-Leuven brengt een 500 studenten op de been voor 'Leuven Vlaams'. 15 oktober, Luik. Voor een anti-militaristische betoging, georganiseerd door de Jeunes Gardes Socialistes, dagen 3000 personen op, waaronder Vlaamse studenten van de Leuvense universiteit. Ze behoren tot de linkse groep rond het tijdschrift Brug, die aansluiting bij het socialisme zoekt.

17 oktober, Leuven. VVS organiseert een betoging voor een democratisch onderwijs, 's Avonds beletten 300 a 400 Vlaamse


22. Vlaamse studenten (rechtop) bezetten de Leuvense universiteitsbibliotheek, terwijl hun Waalse collega's rustig verder werken, 20 oktober 1966.

studenten premier Paul vanden Boeynants, die te Leuven een voordracht komt houden over het wetenschapsbeleid, gedurende meer dan een uur het spreken.

20 oktober, Leuven. Vlaamse studenten bezetten de universiteitsbibliotheek.

24 oktober, Leuven. Een kleine groep KVHV-aanhangers komt in verzet tegen de zogenaamde communistische tendens binnen het KVHV-bestuur. Vruchteloos zullen ze proberen een nieuw KVHV van de grond te krijgen.

26 oktober, Frankrijk. Cybernetica-specialist Abraham Moles, hoogleraar in de sociale psychologie in Straatsburg moet zijn inaugurele rede afbreken doordat een tiental studenten hem met tomaten bekogelen. Belangrijker dan het tumult dat hierbij ontstaat is de brochure die bij die gelegenheid door de Straatsburgse studentenkoepel aan de man gebracht wordt: De la misère en milieu étudiant ...et de quelques moyens pour y remédier is zoveel als het handvest van de zogenaamde situationistische internationale. In dit werkstuk wordt een schrijnend beeld opgehangen van de dagdagelijkse leefomstandigheden van de doorsneestudent, waarna een oproep volgt om tegen deze opgedrongen levensstijl te revolteren. De rel van Straatsburg vindt veel weerklank in de Franse studentenwereld, het manifest van de situationisten gaat er van hand tot hand en zal met de daarin vervatte kritiek de strijd tegen de autoritaire en ouderwetse huisreglementen van de studentenwoonblokken aanwakkeren.

november

Leuven. In Leuven verschijnt HET, een vluchtig gestencild blad, nogal 'provoïd', met literaire aspiraties. 'HET slaapt bij Mao, kakt bij Johnson, eet met Castro en zuipt bij Suenens' HET steekt de draak met 'dominee' Goossens en zijn oktoberrevolutie.

7 november, Gent. Een 20-tal provo's betogen tegen het militarisme naar aanleiding van een legertentoonstelling op het Sint-Pietersplein.

8-9 november, Gent. Na de provo's komen nu ook de Gentse studenten 2 dagen achtereen op straat om te protesteren tegen de legerexpo. Een provo die een rookbom gooit, wordt opgepakt en blijft bepaald lang in voorarrest zitten. Aan de universiteit wordt gestaakt om hem vrij te krijgen. Meteen blijkt hoe geïsoleerd de progressieve studenten nog van de grote massa staan.

16 november, Leuven. Bijna 4000 Vlaamse studenten betogen in de zogenaamde verboden zone, die burgemeester Smets van Leuven heeft uitgetekend. Ze eisen een moderne, zelfstandige Nederlandstalige en democratische universiteit. 18 november, Leuven. Onderhandelingen tussen studenten en academische overheid over medezeggenschap komen moeizaam op gang. Inzet van de besprekingen vormt de studentenvertegenwoordiging in de academische raad en in de faculteitsraden.

7, 14, 21, 28 november, Leuven. De Brusselse hoogleraar en notoire marxist Ernest Mandel geeft een lessencyclus over marxistische economie (in zaal Bellarmino aan het Damiaanplein) te Leuven. De organisatie is in handen van een studiegroep rond het tijdschrift BRUG.

30 november, Leuven. 2000 Vlaamse studenten betogen opnieuw in de 'verboden zone' voor de overheveling van de Franstalige afdeling en voor een democratische universiteit. Woelige betogingen en 'wandelingen' zouden in de komende weken nog voor de nodige deining zorgen.

december

Gent. Provo-Gent publiceert een brochure over Vietnam, als eerste in de reeks 'Westerse misschaving'.


23. Vaderlandse geschiedenis is vogelvlucht: van repressie en epuratie, over konings- en schoolkwestie, de staking van 1961 en Zwartberg 1966 tot de studentencontestatie in 1966. 'Zijn de studenten baldadig?! vraagt Ons Leven zich af.

7 december, Antwerpen. Tijdens een studentenmeeting voor 'Leuven-Vlaams' in de Handelsbeurs werd een complete oplage van het provoblad Anar door de politie in beslag genomen.

13 december, Leuven. VVS en KVHV, met als woordvoerder Paul Goossens, geven een persconferentie te Brussel over de stand van zaken met betrekking tot Leuven Vlaams. Ze eisen de opschorting van de kredieten aan de vrije universiteiten zolang de boekhoudingen niet per taalafdeling zijn gesplitst. Na afloop wordt het Atomium bezet en zorgen de studentenleiders voor amok in het parlement.

14 december, Leuven. Voor de derde maal betogen ruim 4000 Vlaamse studenten in de door burgemeester Smets verboden zone. Ze dragen spandoeken voor Leuven Vlaams en de democratisering van het onderwijs. Veel Vlamingen zijn verbolgen omdat de Waalse studenten hun Sinterklaasoptocht wel in de verboden zone mochten houden.

17 december, Duitsland. Studenten protesteren tegen de brutaliteit van de ordehandhavers tijdens een woelige Vietnambetoging enkele dagen voordien. Talrijke manifestanten worden gearresteerd.

22 december, Leuven. De academische overheid van Leuven-Nederlands wijst de studenten voorstellen voor meer medezeggenschap aan de universiteit af. Hierop gaan de Vlaamse studenten in staking.

22 december, Antwerpen. Antwerpse studenten voeren actie voor de oprichting van een volwaardige universiteit te Antwerpen. In een studentenblad aan de UFSIA, Kampai, schetst Guy Poppe hoe de eis 'Leuven Vlaams' geëvolueerd is tot een 5-punten-programma met een veel bredere maatschappelijke betekenis. Ook wordt de 'gewone student' tot actie en meer kritische zin aangespoord.

23 december, Leuven. De staking voor medezeggenschap aan de universiteit wordt algemeen opgevolgd. Drie studentenleiders worden geschorst. Het zijn Paul Goossens, praeses van het KVHV, R. De Canck, praeses van het FK en Carl Bevernage, voorzitter van VVS-Leuven.

1967 - Inhoud

januari

7 januari, Duitsland. De Sozialistischer Deutscher Studentenbund (SDS) beraadt zich over de te volgen politiek. Het streven naar democratische universiteiten komt als eerste programmapunt uit de bus.

11 januari, Brussel. Aan de ULB komen de provo's 'Thomas' en 'Barnabé' spreken op uitnodiging van de 'Cercle du libre examen' over de ideologie van provo in België en meer bepaald over onderwerpen als engagement, free sex en individuele vrijheid. De namen van de sprekers zijn fictief als provocatie van het 'klootjesvolk' waartoe ook de studenten gerekend worden.

11 januari, Leuven. Het conflict tussen de academische overheid en de Vlaamse studenten wordt bijgelegd en de schorsing van de drie studentenleiders ingetrokken. In een gemeenschappelijke verklaring beloven academische overheid en studentenleiders te 'zullen samenwerken om Leuven-Nederlands in democratische geest stevig uit te bouwen'.

27 januari, Leuven. De Vereniging van Vlaamse Professoren (VVP) en de Communauté de la Section francaise a Louvain (CSFL) sluiten samen een principiële overeenkomst waarin men zich akkoord verklaart met een gewaarborgde overheveling van de francofone afdeling naar Wallonië. Enkele maanden voordien waren de Leuvense Vereniging van Vlaamse Assistenten en Navorsers (LOVAN), en haar Franstalige tegenhanger, de Organisation des Chercheurs et Assistants a Louvain (OCAL) tot een soortgelijk vergelijk gekomen. Al bij al ondertekenen niet meer dan 140 van de 941 Vlaamse professoren en maar 135 van de 928 Waalse academici het akkoord. De Franstalige studentenkoepel Assemblee générale des Étudiants francophones de Louvain (AGL) blijft koppig vasthouden aan de oude unitaire structuur van de Leuvense alma mater.

30 januari, Spanje. Een staking van 30.000 arbeiders legt het leven te Madrid lam. Studenten staken mee uit solidariteit. De politie arresteert 250 arbeiders en studenten.

februari

1 februari, Spanje. Bloedige rellen breken uit op de universiteitscampus van Madrid wanneer de politie er chargeert met waterkanonnen. Er vallen 50 gewonden.

3 februari, Leuven. Ons Leven, blad van het KVHV, publiceert zijn zogenaamde 'sexnummer'. Behalve een paar zouteloze kostschoolverhalen met obligate paapse knapenschenders brengt het nummer onder de titel 'Weg met de Vlaamse Beweging' een geïmproviseerd theoretisch manifest voor een studentenvakbeweging. Het stuk is van de hand van hoofdredacteur Ludo Martens en onmiskenbaar een vingeroefening voor diens latere projecten. De terminologie ligt nog niet vast, het begrippenkader is niet waterdicht, maar in zijn onnavolgbare stijl roept de auteur de intellectuelen al op om de lagere klasse de fundamentele contradicties van het systeem uit te leggen en de massa's te coördineren in een jarenlange strijd die de kapitalistische kaste moet uitschakelen. Een hele boterham voor de kersverse Leuvense Studentenvakbeweging. De academische overheid deelt de hoofdredacteur mee dat wanneer er dat jaar nog één artikel in Ons Leven verschijnt dat de christelijke ethiek van de universiteit aantast, hij geen examens hoeft af te leggen. Enkele dagen later krijgt Ludo Martens inderdaad de raad het volgend jaar elders te gaan studeren, waarop hij zijn ontslag geeft als hoofdredacteur. Het autoritaire optreden van de academische overheid in deze zaak zorgt ervoor dat de studenten meer dan ooit inspraak eisen. februari, Gent. Provo-Gent publiceert de zesde en laatste aflevering van het blad Eindelijk: 'na zes het mes. Eindelijk is dood'. Het blad pleegt zelfmoord ondanks de hand over hand groeiende oplage, die van 300 naar 2000 exemplaren zou zijn gesprongen. De ideeën echter zijn uitgeblust, in weerwil van de analyses van de belangrijkste kopijleverancier Guido van Meir.

februari, Leuven. Provo's geven NUL uit, wat staat voor Nederlandse Universiteit Leuven maar ook voor het anti-begrip nul. 'De gehele inboedel van de keuken van Vlaanderen is samen te vatten als nul'. Binnen de kortste keren verschijnt het letterwoord ook overal op de Leuvense muren. Het blad zelf schiet driftig om zich heen. Vooral de omstreden hoofdredacteur van Ons Leven moet het ontgelden: Ludo Martens 'weet om de week in zijn leven een stuk dandyproza te plegen, dat hier plaatselijk een gladde schijn van durf krijgt toebedeeld.' NUL heeft goede hoop dat de academische overheid deze pseudo-revolutionair zal doen verdwijnen.

7 februari, Brussel. Provo's houden een happening op de trappen van de Karmelietenkerk aan de Louizapoort. Voor de kerk staan enkele pakken stro in lichterlaaie en een jongeman fulmineert tegen de Amerikaanse aartsbisschop Spellman die de Amerikaanse soldaten in Vietnam tot soldaten van Christus heeft uitgeroepen.


24. Leuvense provo's betogen voor de NUL, februari 1967.

8 februari, Italië. De politie verdrijft studenten uit de bezette Sapienza-universiteit van Pisa. Enkele weken voordien hadden studenten ook de universiteiten van Bologna, Cagliari, Camerino, Turijn, Napels en Genua bezet. Ze willen hiermee vernieuwingen afdwingen in het universitaire bestel. Enkele dagen na Pisa moeten ook in de andere ingenomen universiteiten de studenten het onderspit delven.

28 februari, Leuven. Tijdens een onderhoud van een VVS-delegatie met prorector Piet de Somer vernemen de studenten dat er te Ottignies nog altijd geen gronden zijn aangekocht. Dit vormt de aanleiding voor een massale bijeenkomst van Vlaamse studenten op de Oude Markt. Een vrachtwagen voert bakstenen aan als gift voor de Franstalige universiteit die aan de overkant van de taalgrens uit de grond moet rijzen.

maart

maart, Brussel. Te Brussel vindt een internationale bijeenkomst plaats van syndicale groeperingen. De Nederlandse SVB is goed vertegenwoordigd. Tijdens het congres wordt een coördinerend secretariaat opgericht en wordt de theoretische basis gelegd voor de studentenopstanden die de volgende jaren zouden losbarsten.

1 maart, Leuven. Het KVHV lanceert Operatie Ultimatum: de studenten eisen een duidelijke beslissing aangaande de autonomie van Leuven-Nederlands, met inbegrip van zijn vertegenwoordiging in allerlei nationale organen én inzake de overheveling van Leuven-Frans tegen uiterlijk 26 april: 'Ofwel stelt de Franstalige academische overheid de studenten officieel in kennis van haar expansieplannen, ofwel brengt de Nederlandstalige academische overheid dit probleem ter sprake op de raad van beheer'.


25.
Muurkrant uit de tijd van Operatie Ultimatum, april 1967.


26. Pamflet van de Leuvense SVB, 8 mei 1967.

Er worden een hele reeks acties in het vooruitzicht gesteld.

3 maart, Leuven. Progressieve elementen in de Leuvense studentenbeweging richten de Studentenvakbeweging (SVB) op in de schoot van het KVHV. De naam en het idee komen uit Nederland overgewaaid, waar er sinds 1963 een SVB werkzaam is. SVB wil de studenten met vooruitstrevende ideeën groeperen in de strijd voor een 'totaal-democratie' tegen het kapitalistisch bestel. Het lijkt erop dat ze zich daarmee wel enigszins vergaloppeerd hebben: de grote massa blijkt in elk geval de orde-woorden van de Operatie Ultimatum niet altijd even stipt op te volgen.

9 maart, Leuven. De academische overheid roept Paul Goossens op het matje. Men stelt hem persoonlijk verantwoordelijk voor enkele baldadigheden tijdens de nacht van 7 op 8 maart en voor het bekladden van universiteitsgebouwen. Subsidies, die normaal bestemd zijn voor studentenvoorzieningen in de sociale sector moeten de herstellingskosten financieren. De sprekershoek in Alma II wordt opgedoekt omdat studenten er bij voorkeur de draak steken met de academische overheid. Deze maatregel ervaren de studenten als een beknotting van de vrije meningsuiting.

16 maart, Leuven. Onder impuls van het in 1962 opgerichte University Clearing Office for the Developing Countries (UCOD) zetten haast alle Leuvense studentenverenigingen een alternatieve vastenactie in: Operatie Restitutie. Het beoogde doel is de studenten ervan bewust te maken 'dat ontwikkelingssamenwerking niets te maken heeft met liefdadigheid, maar alles met wereldrechtvaardigheid, dat het een zaak is van restitutie, waartoe het Westen reeds lang de morele verplichting heeft! De tot 1972 jaarlijks terugkerende Operatie Restitutie zou bij de modale student de gevoeligheid voor de problematiek van de Derde Wereld — op zich een katholiek substraat — in niet geringe mate politiseren.

22 maart, Brussel. Een 200 studenten betogen tegen besnoeiingen in de onderwijsbegroting.

29 maart, Frankrijk. Studenten bezetten een meisjesverbijf op de campus van Nanterre. Ze eisen de afschaffing van het huishoudelijk reglement. Dit incident heeft het effect van een olievlek en aan de faculteiten van Nantes en Clermont-Ferrand doen zich min of meer ernstige incidenten voor. De studenten keren zich vooral tegen de preutse manier waarop de universitaire woonwijken worden beheerd.

april

6 april, Duitsland. Studenten lokken te Berlijn hevige confrontaties uit met de ordehandhavers tijdens een grote manifestatie tegen het bezoek van de Amerikaanse vice-president Humphrey, tegen de Amerikaanse agressie in Vietnam en tegen de anti-studentencampagne van de krantenmagnaat Springer. Talrijke arrestaties vinden plaats.

12 april, Gent. 100 RUG-studenten betogen tegen de nieuwe studiebeurzenregeling.

12, 18 en 19 april, Leuven. In het raam van de Operatie Ultimatum houden telkens een 100-tal studenten een sleep-in op de stoep voor de Universiteitshal op de Oude Markt. 21 april, Griekenland. Een militaire staatsgreep onder leiding van kolonel Georgios Papadopoelos brengt het zogenaamde kolonelsregime aan de macht.

26 april, Leuven. Alle acties van de voorbije weken monden uit op een massale betoging van 4000 Vlaamse studenten. Operatie Ultimatum loopt ten einde zonder dat er van de eisen van de studenten iets is terecht gekomen. Een staking wordt aangezegd voor 18 mei.

28 april, Brussel. ULB-studenten protesteren andermaal tegen de besparingen in het onderwijs.

mei

10 mei, Leuven. Binnen het KVHV begint er verzet te rijzen tegen de progressieve SVB-vleugel. Vooral in de discussies over de algemene staking van 18 mei treedt de groeiende onenigheid aan het licht. Het Faculteitenkonvent (FK), dat de talrijke faculteitskringen overkoepelt, distantieert zich van de voorgenomen actie en roept zich uit tot enig algemeen representatief orgaan van de Leuvense studenten. Zelf pakt het FK uit met een boycot van de Franstalige colleges en een telefoonactie, waarbij studenten liefst 's nachts Waalse professoren opbellen met de vraag hoe het met de expansieplannen staat. De staking van 18 mei valt na enig geredetwist in het water. 15 mei, Nederland. Provo heft zichzelf op in het Amsterdamse Vondelpark.

HET WITTE GEVAAR - Inhoud

Twee zomers lang domineerde Provo het Amsterdamse straatbeeld en via de televisie en de boulevardpers ook een beetje de internationale scène ('sien'). Toen ging het aan zichzelf ten onder. Zoals bij zovele anarchiserende bewegingen maakte zijn kracht ook zijn zwakte uit: een vaste structuur had de beweging zich nooit aangemeten, evenmin als ze zich ooit politiek precies had weten te definiëren. Vanaf de herfst van 1966 werd de organisatorische en ideologische samenhang steeds losser. De beweging teerde zichzelf ook uit met haar permanente provocatie die bergen energie verslond. Er traden vermoeidheidsverschijnselen op. De grootscheepse Vietnam-demonstraties werden al door studenten gedragen, SVB op kop, die weldra de rol van politieke voorhoede zouden overnemen. Op 15 mei 1967 hief Provo zichzelf op. De beweging stierf vervolgens een zachte dood in een Amsterdamse raadzetel, die ze met de verkiezingen van 1 juni 1966 in de wacht hadden gesleept en die onder meer Roei van Duyn tot 1971 zou warm houden. Door zijn deelname aan de gemeenteraadsverkiezingen was Provo in de val gelopen, constateerde Harry Mulisch niet zonder spijt in zijn provo-boek Bericht aan de rattenkoning in datzelfde jaar 1966. Provo zou nog even weer aan de oppervlakte komen met de Kabouters die in 1970 in Amsterdam de Oranje-Vrijstaat uitriepen.

Inmiddels was Provo breed uitgedeind, van Rotterdam tot Maastricht, en over de rijksgrenzen tot in Londen toe, maar vooral in Vlaanderen waarmee een heuse Benelux-provofederatie tot stand kwam. Antwerpen gaf de toon aan met het blad Anar en Koen Calliauw, die er het Blote Voeten-plan lanceerde. Het was evenwel te Brussel dat in april 1966 op initiatief van Herman J. Claeys Vlaanderens eerste provo-blad verscheen, Revo, maar het was teveel een imitatie van het Amsterdamse voorbeeld. Vanaf november 1966 verscheen Revo ook in het Frans. Aan de zelfkant van de Gentse rijksuniversiteit opereerden studenten rond het blad Eindelijk. Met Pasen 1967 voerden ze te Gent een passiespel op. Aalst en Dendermonde rivaliseerden met Bom en Protest. Op 9 november 1966 zakte Bernard de Vries naar Leuven af en bracht er de ophefmakende verklaring : 'Wij staan naast de maatschappij!' Naar het schijnt schoot Ludo Martens omstreeks die tijd een provoïde witte broek aan. Vast staat dat er twee bladen het licht zagen: HET en NUL, beide kennelijk eendagsvliegen. Volgens Nic van Bruggen in Matrakkensabbat miste Provo Vlaanderen de verfrissende oorspronkelijkheid en de guerrillamentaliteit die van Provo Nederland wereldnieuws maakte. Onze 'orde' is erdoor niet in gevaar gekomen... hoewel de politie haar best deed.

Afgezien van deze mosterdzaadjes in Vlaamse grond was de Nachwuchs van Provo aanzienlijk. Er lopen rechtstreekse lijnen naar de Kabouters, de krakers, de groenen. Provo heeft de milieuproblematiek aangeboord en bij allerlei protestbewegingen, en met name ook bij de studentenbeweging, de ogen geopend voor een hoop anti-autoritaire conflictstof en voor de signaalfunctie van kleinschalige concrete utopieën (zoals de radenuniversiteit). Alleen hun humor werkte nog niet aanstekelijk genoeg.

29 mei, Brussel. De raad van beheer van de Brusselse universiteit poneert dat voor haar expansie enkel het Oefenplein te Etterbeek een oplossing biedt. De universiteit ziet dan ook af van alle onteigeningen in het arrondissement Nijvel.

juni

2 juni, Berlijn. De sjah van Perzië brengt een officieel bezoek aan West-Berlijn, waartegen radicale studenten protesteren. Eerst laat de politie een 50 man sterke knokploeg uit het gevolg van de sjah op de studenten los om vervolgens zelf met knuppels te keer te gaan. Student Benno Ohnesorg, die voor het eerst van zijn leven aan een protestdemonstratie deelneemt, wordt door een agent in burger van achteren in het hoofd geschoten. De dood van Ohnesorg brengt grote ontzetting teweeg maar de Berlijnse burgemeester staat zonder voorbehoud achter het politie-optreden en kondigt de noodtoestand af. Door dit incident zou het studentenprotest in West-Duitsland escaleren.

Overheid en publieke opinie, politici en pers hadden gehandeld, zoals ze volgens de neo-marxistische maatschappij analyse van de radicale linkse studenten moesten reageren. Ze waren met openlijk geweld opgetreden tegen een oppositionele minderheid, die het niet bij praten had gelaten. Aldus de Berlijnse correspondent van Die Zeit.

De studenten zouden voortaan in West-Duitsland het voortouw nemen in de zogenaamde buitenparlementaire oppositie, die nodig lijkt omdat de sociaal-democraten (SPD) de oppositie hadden verlaten om met de christen-democraten (CDU) de 'grote coalitie' aan te gaan.

5 juni, Leuven. De SVB scheidt zich af van het KVHV omwille van de groeiende interne spanningen. Wel blijft Paul Goossens nog tot oktober praeses van het KVHV. De SVB verwerft zo meer bewegingsvrijheid maar moet ook node de infrastructuur van het KVHV missen, materiële voorzieningen en geldschieters incluis. En vanzelfsprekend zijn ze ook het weekblad Ons Leven als spreekbuis kwijt.

5-10 juni, Duitsland. Als reactie op de gebeurtenissen van 2 juni werken Berlijnse studenten, in samenwerking met delegaties uit Nederland en ook uit Leuven, een plan uit voor een 'kritische universiteit' naar het voorbeeld van de Amerikaanse 'free universities'. Deze schaduwuniversiteit stellen ze tegenover de technocratische universiteit, waarvan ze de banden met de gezagsdragers in overheid en industrie aan de kaak stellen De kritiek van de studenten beperkt zich niet tot het onderwijssysteem maar keert zich ook tegen andere instrumenten van maatschappelijk immobilisme zoals het traditionele gezin: als tegengif hebben enkele tientallen Berlijnse studenten de 'Kommune I' gesticht waarin ze theorie en praxis met politieke actie en groepssex gestalte geven.

DE 'KRITIESE UNIVERSITEIT'

Met het concept van de 'Kritiese Universiteit' wilden de studenten tussen 1967 en 1969 definitief hun maatschappelijk isolement doorbreken. De ideeën over de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de student en de maatschappelijke dienstbaarheid van de wetenschap, die al in de studentenvakbeweging leefden, zou de kritische universiteit voor het eerst concreet in praktijk brengen; ook aan de democratisering van universiteit en samenleving zouden de kritische universiteiten verder blijven sleutelen. Als een soort schaduwuniversiteiten opereerden ze binnen, naast of buiten de gevestigde academische instituties. De onderwijsvorm was revolutionair: discussie groepswerk en leerprojecten. De rode draad die door de onderwijsinhoud liep was 'kritiek': onderwijs-, wetenschap- en maatschappijkritiek; zijn finaliteit: 'leren maatschappelijk kritisch denken'.

Die politisering van de universiteit was niet nieuw. Al geruime tijd waren er in Amerika tegenuniversiteiten aan het werk. 1965 was een hoogtepunt: er waren er toen meer dan vijftig. Aan de basis ervan lagen uitdrukkelijk politieke motieven: de uitsluiting van zwarten en andere minderheden van het onderwijs, de systematische bevoogding van studenten met schoolvoorbeelden van politieke indoctrinatie en de onthullingen over de bijdrage van wetenschappers aan de onderdrukking van bevrijdingsbewegingen in Vietnam en Zuid-Amerika. De vrije universiteiten opteerden bovendien voor experimentele vormen van kennisoverdracht, die de student uit zijn passieve consumentenrol zouden halen. Voor de Students Non-Violent Coordinating Committee moesten de vrije universiteiten uitgroeien tot trefpunten voor de hele linkse beweging, tot middelpunten van een ideologisch tegenmilieu.

Tijdens de zomer van 1967 kwam in Berlijn de eerste kritische universiteit vafi Europa tot stand. Directe aanleiding was de moord op student Benno Ohnesorg. Maar er waren vanzelfsprekend ook dieperliggende oorzaken.

Er was het sluimerend onbehagen over de nauwe banden tussen de universiteit en het bedrijfsleven, dat onderwijs en onderzoek naar zijn hand bleek te zetten. Over heel Europa leek bij officiële plannen voor universiteitsvernieuwing rendement voorop te staan; vanuit de privésector wou men de onderwijsnota drukken en ondernemers gaven de indruk liefst op bestelling plooibare academici toegeleverd te krijgen.

Voorts leden overal de studenten onder de massaliteit van het onderwijs waar de socratische dialoog voorgoed gesmoord werd in massacolleges en bij dito examens kritiekloos reproduceren als conditioneringsmiddel leek te werken.

Ten slotte steeg de verontwaardiging met betrekking tot de politieke rol van de zogezegde waardevrije wetenschap. In Amerika met name was gebleken dat de universiteiten hun steentje bijdroegen tot de militaire research. Marcuse zelf had aan het licht gebracht hoe sociale wetenschappers en CIA samenspanden in Zuid-Vietnam. Speciaal de groeiende inzichten in het imperialistisch karakter van de oorlog in Vietnam heeft het ontstaan van de kritische universiteit in de hand gewerkt. Lange tijd bleef het bij morele verontwaardiging en pacifistisch protest dat nooit tot de mechanismen van het imperialisme was doorgestoten. Het waren vooral de studenten die het verband legden tussen de kapitalistische produktieverhoudingen in het Westen en het wereldwijde imperialisme. Gelijk stelden ze de leugenachtigheid van de ontwikkelingshulp aan de kaak. Dit was het begin van de ontmaskering van allerlei burgerlijke ideologieën waarop de kritische universiteit zich zou toeleggen. In Duitsland kon de kritische universiteit daarvoor putten uit de Kritische Theorie van de Frankfurter Schule (Adorno, Horkheimer, Habermas).

In Berlijn functioneerde de kritische universiteit in feite als een coördinatiecentrum van allerlei facultaire actiegroepen. In een brochure probeerde de nieuwbakken universiteit haar doelstellingen te verhelderen: 'De Kritische Universiteit stelt zich ten taak om door kritisch-theoretische reflexie en het gebruik van empirisch-analytische methoden mede te werken aan de vaststelling van doel en akties van de buiten-parlementaire, radicaal-demokratische groepen in West-Berlijn. Die groepen, die aan een zuiverende democratisering van onze maatschappij en aan de bevrijding van onderdrukking en onmenselijkheid, vooral in de landen van de Derde Wereld, aktief deel willen hebben.' Benevens de 'democratische-politieke praktijk' nam de Berlijnse tegenuniversiteit ook nog de 'demokratische studiehervorming' en de 'kritiek op de universiteit' op haar schouders. Het programma zou worden afgerond met de uitwerking van een 'democratische wetenschaps- en beroepspolitiek van de intelligentia' of de voorbereiding van de studenten op een politieke praxis in hun toekomstig beroep. Voorwaar, een hele boterham.

In Europa vond het Berlijnse voorbeeld al vlug navolging. Op 28 september 1967 lanceerde Ton Regtien de 'Kritiese Universiteit' van Amsterdam. Hij hield er een opmerkelijke inleiding: 'Wie de academische vrijheid anno 1967 wil definiëren, zal daarbij uit moeten gaan van de werkelijke toestand. En die werkelijke toestand is, dat de universiteit van vroeger, als een los van de maatschappij geachte ivoren toren, thans wordt omgebouwd tot een soort ivoren fabriek, een grote hygiënische broedbak voor jong intellect. Specialisten met vakkennis en een zich tot het eigen vakgebied beperkende kritische zin, specialisten met een aantal aangepaste, onderontwikkelde opvattingen over algemeen maatschappelijke vraagstukken, opvattingen met een dusdanige rekbaarheid, dat ze zonodig tezijnertijd aangepast kunnen worden aan de maatschappij of politieke belangen van de toekomstige broodheer. Dit is de richting waarin men van buiten af de universitaire wetenschappelijke opleiding wenst te duwen. Het is tegen deze onderwerping van de wetenschappelijke opleiding aan de directe belangen van invloedrijke pressiegroepen uit de maatschappij dat de studenten, wetenschappelijke ambtenaren en hoogleraren zich gezamenlijk zouden moeten verzetten.' Tot zover de academische openingsrede voor de KrU-Amsterdam.

In november 1967 volgde de KrU-Nijmegen. Als emanatie van het Rood Front, dat onderdak bood aan de meest radicale elementen van de Nijmeegse studentenbevolking, blonk de KrU-Nijmegen uit in maatschappijkritiek. Maar in de uitwerking van alternatieven bleven ze rijkelijk vaag. De democratie moest radicaal doorgetrokken worden in de economische sfeer waar arbeidersraden een soort zelfbestuur naar Joegoslavisch model zouden realiseren. Hoe het zover moest komen, werd er niet bij verteld. Wel bleek de KrU-Nijmegen wars van reformisme en de sociaal-democratie. Maar tegelijk hield ze zich ook verre van het Oosteuropees communisme waarin de humanistische en democratische idealen teveel in de verdrukking kwamen. Onverholen sympathie konden ze opbrengen voor de Vietnamese bevrijdingsstrijd en het Cubaanse communisme. In het begin was er ook een kortstondige flirt met het trotskisme, maar die liefde bekoelde snel. Als organisatiestructuur nam de KrU-Nijmegen het Berlijnse model over: zelfstandig opererende werkgroepen, met daarboven een raad met telkens twee afgevaardigden per werkgroep. In tegenstelling met Amsterdam kwam daar concreet wel iets uit de bus. In de faculteiten bestudeerden werkgroepen de inhoud van onderwijs en onderzoek en leverden voorstellen tot democratisering van de bestuursstructuren.

Ook België heeft zijn 'kritische universiteiten' gekend. Tijdens de januarirevolte te Leuven in 1968 werd door het Aktiekomitee opgeroepen tot stichting van 'volksuniversiteiten ten dienste van de Vlaamse en Waalse arbeiders en het Vlaamse en Waalse volk'. Het establishment werd scherp geviseerd en wie er toe behoorde werd als bourgeois gebrandmerkt. De Leuvense en Brusselse universiteiten stonden volgens Ludo Martens als elite-universiteiten rechtstreeks in dienst van het kapitaal. In Brussel vielen gelijkaardige uitspraken. Na meer dan een maand bezetting van de universiteitsgebouwen werd op 20 juni 1968 in een communiqué de oprichting van een 'Kritische Volksuniversiteit' bekend gemaakt. Alle habitués van de volksvergaderingen waren uitgenodigd en haar activiteiten zouden op 1 juli van start gaan in de grote hal en de rechtsfaculteit van de ULB. Het communiqué eindigde haar boodschap met de leuze: 'De volksvergadering is dood, leve de volksvergadering!' Ook te Brussel bleef het vooral bij woorden.

In Antwerpen, waar de contestatie minder spectaculair was, maar de reflectie niet achterwege bleef, werd tijdens de studieweek van UFSIA in september 1968 de functie van de nieuwe universiteit in een nieuwe samenleving geanalyseerd. Die moest een permanent bewustmakingsproces op gang brengen, waarvan zowel de deelnemers als de hele samenleving konden profiteren. De nieuwe universiteit zou onafgebroken de maatschappij ter discussie stellen waartoe ze net door haar autonomie en vanuit haar marginale positie best in staat was. Deze 'kritische' denktank zou vervolgens de informatie en de ideeën voor de ontwikkeling van nieuwe theorieën aanreiken teneinde een globale maatschappijhervorming voor te bereiden. In een resolutie werd de instelling van een werkgroep 'bewustmaking' aangekondigd, die zowel de bewustmaking van de student als van bredere bevolkingslagen voor zijn rekening zou nemen. De studenten zouden bewerkt worden in facultaire discussiegroepen; om de publieke opinie te sensibiliseren zou de werkgroep de straat opgaan en voorts studiedagen organiseren waaraan ze via de massamedia bekendheid wilden geven. Opvallend is dat in België de kritische universiteit eerder een theoretisch verschijnsel bleef. De traditie van de volksvergaderingen hield goed stand, maar in tegenstelling tot Berlijn, Amsterdam en Nijmegen kwam de organisatie van een alternatieve universiteit moeilijk van de grond. De min of meer permanente structuur die een kritische universiteit vereiste, bleek nergens levensvatbaar. Lieten de opeenvolgende revoltes te weinig adempauze of waren er organisatorisch te veel concurrenten ? Buiten Amsterdam en Nijmegen slaagde ook in Nederland de kritische universiteit er niet in zich te verzelfstandigen naast de studentenbeweging. Te Leuven was de toestand wellicht niet anders. De 'volksuniversiteit' van de SVB leek een doodgeboren kind op het moment dat SVB zich van de universitaire problematiek verwijderde en zijn militanten ver van de campus in het 'arbeiderisme' dropte.

Pogingen om alsnog een kritische universiteit op te starten werden gedaan tijdens de VVS-studiedagen over de universitaire problematiek in maart 1969.

In Antwerpen, aan de UFSIA, werd het 'porrenkot', een lokaal dat tot dan toe bestemd was voor de vrouwelijke studenten, bezet en tot discussiecentrum getransformeerd. Voortaan kon er eenieder zijn ideeën over inhoud en vorm naar voren brengen. Het aldus bevrijde 'porrenkot' stond symbool voor de hervormde universiteit, waarvan het om zo te zeggen het embryo vormde.

In Gent werd tijdens de maartbeweging in 1969 een vijfpuntenprogramma voor een alternatieve kritische universiteit uitgewerkt. Maar zowel in Antwerpen als in Gent werden deze initiatieven door toedoen van de academische overheid in de kiem gesmoord.

Ook in het buitenland ging het met de kritische universiteit vanaf 1969 stilaan bergafwaarts. De zin voor organisatie en discipline uit de beginperiode ging deels verloren. Een utopisch geloof in partiële democratiseringsacties met de universiteit als een maatschappelijk eiland en een vaag anarchistisch verzet tegen de autoritaire staat kreeg de overhand. Als alternatief voor het maatschappelijk isolement en de 'grote weigering' leek zich voorlopig alleen een gespierd 'arbeiderisme' aan te dienen. De daaruit voortspruitende vervreemding van de maatschappelijke én academische realiteit betekende het begin van het einde van de 'kritische universiteit'.

juli

juli, Verenigde Staten. De hele zomer lang is het onrustig op de Amerikaanse campussen. Studenten ageren er tegen racisme, zionisme, de oorlog in Vietnam en het apartheidsregime in Zuid-Afrika.

september

september, Nederland. De SVB publiceert haar Sindikaal manifest over de maatschappelijke positie van de student. De SVB constateert dat door het bezuinigheidsbeleid van de regering het Nederlandse onderwijs klem zit en de student in de verdrukking komt. Ieder individu heeft nochtans het recht op een opleiding die overeenkomt met zijn wensen en capaciteiten; dit recht op ontplooiing vormt de hoeksteen van de democratie. Ondertussen wordt drastisch op toch al onvoldoende beurzen bezuinigd en is er van werkelijke medezeggenschap op gebieden waar de studenten direct mee te maken hebben, geen sprake. Volgens SVB isoleert de overheid de student door hem enerzijds als onmondig af te schilderen en hem anderzijds als gepriviligeerde, want potentieel carrièremaker, verdacht te maken.

Weg van de pure belangenbehartiging uit haar Demokraties manifest van 1964 legt SVB in haar Sindikaal manifest meer de klemtoon op de verhouding universiteit-maatschappij en op de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de student, thema's waarmee SVB de aanzet levert tot de zogenaamde 'Kritiese Universiteit.'

8 september, Brussel. De faculteitskringen van de Brusselse universiteit verzetten zich tegen een wetsontwerp dat op 28 juli 1967 door de ministerraad is goedgekeurd. Het ontwerp bepaalt dat in ruil voor de toekenning van het Oefenplein aan de ULB de beide afdelingen van de Leuvense universiteit zich mogen uitbreiden in het Brusselse.

28 september, Nederland. Op een vergadering aan het Spui te Amsterdam lanceert SVB-studentenleider Ton Regtien de Kritie-se Universiteit (KrU) Amsterdam. Bedoeling is de oude alma mater los te maken uit de greep van het maatschappelijk immobilisme. Met de Kritiese Universiteit wil men van maatschappijkritiek een integraal onderdeel maken van elke vakstudie. Daar moeten seminaries en gastsprekers garant voor staan. De KrU-Amsterdam is bovendien anti-autoritair in haar opzet. Provo is duidelijk niet ver weg.

Ook te Nijmegen staat een Kritiese Universiteit (KrU-Nijmegen) in de steigers.

Rood Front, dat bestaat uit leden van de SVB, Politeia, de Trotski-groep en het Vietnamkomitee en aldus alle radicale maatschappijkritische Nijmeegse studenten samenbrengt, vormt het kader van de Kritiese Universiteit-Nijmegen. Meer dan de Kritiese Universiteit van Amsterdam houdt de Nijmeegse Kritiese Universiteit zich bezig met de democratisering aan de universiteit zelf.

oktober

2 oktober, Leuven. Bij de plechtige opening van het academiejaar moet de academische stoet zich een weg zoeken door een Vlaamse erehaag met een wand van leeuwevlaggen. Met deze indrukwekkende stunt vestigen de Vlaamse studenten opnieuw de aandacht op de overheveling van Leuven Frans. De Waalse studenten houden zich intussen op de achtergrond. 4 oktober, Brussel. Bij zijn openingsrede voor het nieuwe academiejaar spreekt rector Marcel Homes zowel Nederlands als Frans. Prompt stappen enkele Waalse studenten op en verlaten ostentatief de zaal. De rector houdt een pleidooi voor het behoud van een unitaire Brusselse universiteit, evenwel met een geleidelijke splitsing van de faculteiten.

4 oktober, Antwerpen. Aan de Universitaire Faculteiten Sint-Ignatius wordt een contactcommissie met paritaire vertegenwoordiging van professoren en studenten opgestart. Aan de ene kant dekt dit de behoefte aan inspraak en aan de andere kant voorkomt bestendig overleg dat studentengrieven opgekropt worden en een explosief karakter krijgen. Aangezien de UFSIA-studenten met hun verzuchtingen steeds aan de onderhandelingstafel terecht kunnen, blijken straatmanifestaties minder dan elders nodig. De jezuïeten leveren hiermee een voorbeeld van hoe studenteninspraak of medebeheer functioneel kan geïntegreerd worden, of ingekapseld, zoals later de meest radicale studenten zullen betogen.

7 oktober, Japan. Bij anti-imperalistische betogingen aan de universiteit van Tokyo vinden zware rellen plaats. De balans: 1 dode en 700 gewonden.

8 oktober, Cuba. Regeringstroepen vermoorden in Bolivië de guerrillero Ernesto Che Guevara.

16 oktober, Antwerpen. Antwerpse studenten van UFSIA en het Antwerps Studentenkorps (ASK), overkoepelend orgaan van de studentenverenigingen van het RUCA, organiseren een mars op Leuven. Ze marcheren voor 'Leuven Vlaams' en voor een volwaardige pluralistische universiteit te Antwerpen. 20 oktober, Leuven. Na haar afscheuring van het KVHV, kan de SVB niet langer een beroep doen op de infrastructuur van het KVHV. Enkele overgelopen redacteurs van Ons Leven besluiten voor de achterban een eigen SVB-blad uit te geven, namelijk 13 mei. Tot eind 1969 verschijnen een twintigtal nummers. De problematiek van de universitaire expansie en van de democratisering van de universiteit komen ruimschoots aan bod.


27. Senaatsvoorzitter Struye met buis en minister Urbain banen zich een weg door de Vlaamse erehaag te Leuven, 2 oktober 1967.

Even belangrijk echter zijn de brede maatschappelijke thema's waarmee SVB aan de politieke bewustwording van de student wil sleutelen.

31 oktober, Tsjechoslowakije. De politie onderdrukt gewelddadig een vreedzame demonstratie van studenten tegen hun gebrekkige huisvesting. Dit optreden stuit op krachtig verzet in universitaire kringen. Enkele maanden later zou partijleider Novotny onder druk van het aanzwellend protest van studenten, schrijvers en intellectuelen, de baan moeten ruimen voor de Slowaak Alexander Dubcek (5 januari 1968). Algemeen verhopen de intelligentia een ontdooiing van het regime. Dubcek zou inderdaad een meer liberale wind door Tsjechoslowakije doen waaien, beter gekend als de Praagse lente.

november

1 november, Duitsland. De eerste kritische universiteit gaat te West-Berlijn van start, ondanks tegenkantingen van de academische overheid. Als alternatief voor de traditionele colleges organiseren de studenten zogenaamde wilde cursussen in ideologiekritiek. In meer concrete analyses worden de alledaagse problemen van Berlijnse industriearbeiders uitgediept. Later ontstaan ook in Hamburg, Frankfurt am Main, Heidelberg, Kiel, Mainz en Munster kritische universiteiten. 17 november, Italië. Milanese studenten bezetten de universiteitsgebouwen. Ze dringen aan op structuurhervormingen van de universiteit. De eis voor medebeheer in paritair samengestelde commissies staat centraal.

24 november, Leuven. KVHV, VNSU, SK (Seniorenkonvent), FK (Faculteitenkonvent) en SVB slaan broederlijk de handen in elkaar in de strijd voor Leuven Vlaams: samen richten ze het Aktiekomitee Universitaire Expansie op. De bedoeling is om de acties van de Leuvense studenten voor de overheveling te coördineren en er een grotere weerklank aan te geven. 27 november, Polen. Naar aanleiding van een toneelvoorstelling van 'De Voorvaders' van Adam Mickiewicz waarin het verzet van revolutionaire jongeren tegen de tsaristische dictatuur wordt geëvoceerd, breken aan de universiteit van Warshau rellen uit. Na de weigering om de gearresteerde studenten amnestie te verlenen, worden de universiteiten van Warshau, Krakau en Wroclaw bezet. De repressie van de regering Gomulka is brutaal en tot het einde van het jaar blijft de sfeer aan de Poolse universiteiten gespannen. 30 november, Leuven. Met een algemene volksvergadering en een betoging protesteren de studenten tegen het neerschieten van een landbouwer te Oudenaarde door de rijkswacht. De organisatoren van de manifestatie, met name het KVHV, VNSU, SK en SVB, stellen hiervoor het kapitalistisch systeem dat uitloopt op 'fascisatie' en moord, verantwoordelijk.

december

december, Spanje. In het Spanje van Franco ijveren de studenten voor meer democratie. Stakingen en demonstraties zijn dagelijkse kost gedurende de maand december aan alle universiteiten in het land.

6 december, Brussel. Provo's spelen Sinterklaas in de nieuwstraat. Ze delen appelen uit die in een pamflet gewikkeld zijn met de volgende tekst: 'De appel die wij U geven is geen cadeau, noch een gift of een publiciteitsstunt. Hij is uw wettelijke eigendom. Provo Brussel verdeelt deze appels om het privé-eigendom te provoceren... de appel is het eerste vrij produkt... het eerste niet-gecommercialiseerd produkt in een hipper-gecommercialiseerde maatschappij... een stap in de richting van de Witte Maatschappij'.

12 december, Brussel. Vier Vlaamse verenigingen, de Oud-Studentenbond, het Brusselse Vrijzinnig Hoger Onderwijs en de Vereniging van Vlaamse Professoren-afdeling Brussel, publiceren een motie waarin ze pleiten voor een tweeledige vrije universiteit te Brussel. Ze eisen een grotere Vlaamse vertegenwoordiging in allerlei universitaire raden en ze willen dat de uitbreiding op het Oefenplein ten goede komt aan de Nederlandstalige afdeling.

13 december, Leuven. Het Aktiekomitee Universitaire Expansie organiseert een betoging voor de overheveling van de UCL naar Wallonië. Meer dan 1000 Vlaamse studenten nemen deel.

20 december, Leuven. Tussen de Nederlandstalige en Franstalige afdeling komt het tot een kortsluiting op de raad van beheer, waardoor elke besluitvorming geblokkeerd wordt. Aanleiding is een Waals projekt voor uitbreiding van het meisjesverblijf 'Sedes'. Van Franstalige kant was enkele dagen voordien beslist daartoe eigendommen aan te kopen, zonder dat men daaromtrent de Vlaamse partners gepolst had. Dit was in strijd met de afspraken binnen de raad van beheer en bovendien waren daar geldsommen mee gemoeid die uit de unitaire pot moesten komen. Daartegen protesteren de Vlamingen op de raad van beheer. Onder Vlaamse druk doktert de Franstalige afdeling uiteindelijk een investeringsplan uit dat de goedkeuring van de Vlamingen moet wegdragen.

1968 - Inhoud

januari

1 januari, Cuba. Fidel Castro voorspelt tijdens zijn nieuwjaarstoespraak in Havanna: '1968 zal een heroïsch jaar worden'. januari, Italië. Begin 1968 bezetten studenten de helft van de 36 Italiaanse universiteiten. De acties zijn onafhankelijk van elkaar georganiseerd. De redenen van ontevredenheid onder de Italiaanse studenten verschillen van stad tot stad: de massale toevloed van studenten waardoor de universiteiten uit hun voegen dreigen te barsten, verouderde programma's, het politie-optreden in andere universiteitssteden, selectiecriteria enz. De actievoerders scanderen leuzen als 'de macht aan de vergadering', 'neen tegen het academisch autoritarisme', 'studentenmacht'. Ook de Amerikanen moeten het ontgelden omwille van hun inmenging in Vietnam.

2 januari, Leuven. Professor Paul De Visscher, ondervoorzitter van de academische raad van Leuven-Frans, eist in een ophefmakend artikel in La Libre Belgique het recht voor de Franstalige afdeling om in Leuven te blijven en het recht op vrije expansie van de universiteit. Hierbij stelt hij het project voor een medische campus te Sint-Lambrechts-Woluwe prioritair.

8 januari, Frankrijk. Minister Missoffe voor Jeugd en Sport opent het zwembad van de universitaire campus van Nanterre bij Parijs. Daniël Cohn-Bendit, Frans studentenleider, haalt scherp uit tegen de regeringsvertegenwoordiger en verwijt hem in zijn wetboek over de jeugd geen aandacht te hebben voor de sexuele problematiek. Een procedure om Cohn-Bendit van de universiteit te verwijderen wordt ingespannen maar later opnieuw stop gezet. Ondertussen groeit de publiciteit rond de figuur van 'rooie Dany'.

8 januari, Spanje. De studentenagitatie te Barcelona en Madrid duurt voort. De faculteit van politieke wetenschappen wordt omwille van de studentenacties gesloten.

12 januari, Spanje. Aan de universiteit van Madrid wordt ook de faculteit van de letteren gesloten.

14 januari, Leuven. De academische raad van de Franstalige afdeling van de Leuvense universiteit keurt eenparig het expansieplan voor de universiteit goed dat enkele ACAPSUL-leden sinds december 1967 hadden voorbereid: Leuven-Frans blijft te Leuven en kan er zich zonder beperkingen verder uitbreiden, Sint-Lambrechts-Woluwe krijgt prioriteit en buiten Brussel, bijvoorbeeld in Ottignies, kunnen in de toekomst enkel kandidaturen en speciale onderzoekscentra gevestigd worden. In een

28. Het magische jaar 1968 door de bril van karikaturist Gal.

 


29. Het vergadervirus slaat toe in Leuven, ook hier bij het Faculteitenkonvent waar Kris Merckx (met de rug naar de foto) het woord voert.

emotionele aanhef eist de Franstalige academische raad dat de Franstalige afdeling te Leuven zelfstandig haar eigen ontwikkeling moet kunnen plannen. Kortom: over de hele lijn houden de Walen voet bij stuk.

15 januari, Leuven. Het Franstalig expansieplan wordt gepubliceerd en verwekt heel wat ongenoegen overal in Vlaanderen. De polarisatie rond Leuven wordt scherper.

Als reactie op het plan komen de grote studentenverenigingen — het Fakulteitenkonvent (FK), het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond (KVHV), het Seniorenkonvent (SK), de Studentenvakbeweging (SVB) en de Vlaams-nationalistische Studentenunie (VNSU) — in spoedvergadering bijeen en sturen een scherpe motie de wereld in.

16 januari, Leuven. Meer dan 600 Vlaamse studenten stappen te Leuven op achter spandoeken die de onmiddellijke overheveling van de Franstalige afdeling naar Wallonië eisen. Paul Goossens spreekt in het college De Valk woedende studenten toe. Nadien wordt de Universiteitshal bestormd. De kantoren van de vice-rectoren krijgen het zwaar te verduren. 325 studenten belanden voor ondervraging in de rijkswachtkazerne.

De VVP reageert op het Franstalige expansieplan met een motie, die eindigt als volgt: 'Tenslotte richt het bestuur van VVP-Leuven een oproep tot de Vlaamse studenten, opdat hun rechtmatig verzet zeer hard zou zijn, doch niet zou schaden aan de belangen van Leuven-Nederlands'. Die oproep valt niet in dovemansoren.

17 januari, Leuven. De Vlaamse studenten gaan in staking. Rijkswachters drijven een volksvergadering uiteen en arresteren onder meer Paul Goossens, voorziter van de SVB, Jef Dauwe, praeses van het KVHV en Mon Vanderostyne, praeses van de faculteitskring Politica. Het Aktiekomitee protesteert heftig en eist hun onmiddellijke vrijlating. Bovendien claimen ze het recht om volksvergaderingen te houden in de universiteitsgebouwen, waar de rijkswacht moet buiten blijven. Aan de professoren wordt gevraagd een solidariteitsstaking af te kondigen. Studenten gooien de ruiten in bij de gewezen algemeen beheerder van de Franse afdeling, professor Guy Malengrau.

18 januari, Leuven. De pers staat bol van de berichten over botsingen tussen studenten en ordehandhavers te Leuven waar een boycot van de Franstalige colleges voor een verhitte atmosfeer zorgt. De Leuvense burgemeester vaardigt een samenscholingsverbod uit, waar niemand zich aan stoort. Een tweede volksvergadering in De Valk heeft een overweldigend succes. De vrijgelaten KVHV-praeses Jef Dauwe wordt er minutenlang toegejuicht. Zwarte vlaggen verschijnen overal in de stad en muurkranten getuigen van het studentenprotest. Het zogenaamde illegale blad Revolte wordt voor de eerste maal verspreid. Revolte bindt de strijd aan met het rooms-blauwe kabinet Vanden Boeynants-De Clercq, de regering van kerk en kapitaal, en voelt zich daarbij geruggesteund door de publieke opinie in Vlaanderen en Wallonië. Te Leuven zelf verklaart Revolte de oorlog aan de Franstalige professoren die onder het motto 'Nous restons' van geen wijken willen weten. Ruitentikkende studenten zaaien terreur in de villawijken van Heverlee. In de nacht van 18 op 19 januari ontploffen molotov-cocktails in het kantoor van de Waalse algemeen beheerder Michel Woitrin. 18 januari, Spanje. Omwille van de aanhoudende studentencontestatie sluit de academische overheid van de Madrileense universiteit de faculteit van de wetenschappen. 18 januari, Japan. Studenten manifesteren op initiatief van de trotskistische studentenorganisatie Zengakuren tegen de aanmering van de Amerikaanse atoomduikboot Enterprise op de basis van Sasebo. De politie komt tussenbeide en er vallen 90 gewonden.


30. Volksvergadering in De Valk, januari 1968. De Libre Belgique wordt aan stukken gescheurd.

19 januari, Leuven. De academische raad en het curatorium van Leuven-Nederlands spreken zich in een spoedvergadering uit voor de overheveling van de Franse afdeling naar Wallonië. Hierop besluiten de Leuvense leden van de Vereniging voor Vlaamse Professoren (VVP) tot een academische staking over te gaan om de aandacht te trekken op de 'dramatische' toestand van de Nederlandse afdeling van de Leuvense universiteit. De VVP weigert voortaan deel te nemen aan academische plechtigheden. De vereniging veroordeelt ook het misbruik van het voorarrest en eist de afschaffing van alle taaifaciliteiten in de Leuvense agglomeratie en verzoekt het Belgische parlement dringend een principiële beslissing te nemen over de volledige overheveling van Leuven-Frans. Ook LOVAN, de Vlaamse organisatie van wetenschappelijke medewerkers, formuleert eisen in dezelfde zin en roept een academische staking uit. Studenten, wetenschappelijk personeel en professoren trekken nu één lijn in een merkwaardig solidair eenheidsfront. Ondertussen zorgen studenten voor de nodige beroering op straat. Meer dan duizend Vlaamse studenten betogen voor overheveling. Later op de dag scanderen zo'n 300 studenten in groep 'Goossens vrij!'. Studentenleider Michel Vandenbussche poneert tijdens een heftige toespraak in De Valk: 'Indien er geen


31. Affiches aan Alma I roepen op voor een volksvergadering.


32. Enkele studenten worden tijdens de januarirevolte te Leuven opgepakt, 20 januari 1968.

oplossing komt, zullen we deze universiteit afbreken', 's Anderendaags bloklettert La Libre Belgique paniekerig: 'Un seul problème dans l'immédiat: Ie maintien de l'ordre'.

19 januari, Antwerpen - Gent - Kortrijk. De strijd om Leuven Vlaams zorgt niet alleen te Leuven zelf voor de nodige beroering in de studentenwereld. Ook te Antwerpen, Gent en Kortrijk voeren alles bij elkaar zo'n 1500 studenten acties uit solidariteit met hun Leuvense collega's.

21 januari, Leuven. Tijdens de nacht van 20 op 21 januari moet een Waals studentenhuis een molotov-cocktail incasseren. Nog diezelfde nacht wordt een auditorium in brand gestoken. De brandweer is uren bezig eer het vuur helemaal geblust is en de schade zou ruim 1 miljoen frank bedragen. De daders kunnen ontsnappen maar hardnekkige geruchten doen de ronde dat het om een Waalse provocatie gaat. In de loop van de dag vergadert de unitaire raad van beheer van de Leuvense universiteit met de bedoeling de standpunten van de taalgroepen dichter bij elkaar te brengen. Er komt echter geen akkoord uit de bus waarop de VVP haar staking besluit voort te zetten.

22 januari, Leuven. Het Aktiekomitee voor Universitaire Expansie geeft een persconferentie. Het comité protesteert tegen de willekeurige arrestaties en de belemmering van de vrije meningsuiting. Het wetenschapsbeleid van de regering Vanden Boeynants heet een fiasco te zijn en het comité eist bijgevolg het ontslag van de regering, 's Namiddags luidt een volksvergadering een nieuwe woelige week in. De studenten roepen niet langer: 'Goossens vrij!', maar: 'Goossens uit de handen van de fascisten'. Een nieuwe slogan is ook: 'Wij zullen alle bourgeois-universiteiten afbreken en volwaardige democratische universiteiten opbouwen!'. De SVB verspreidt pamfletten met als titel: 'Bourgeois buiten!'. Het derde nummer van Revolte verschijnt, nog 'illegaler' en opruiender dan de vorige edities, met als kop: 'Moet Leuven branden?' Revolte propageert de guerrilla en levert voor wie de daad bij het woord wil voeren praktische richtlijnen voor de aanmaak van brandbommen en molotovcocktails.

23 januari, Leuven - Gent - Antwerpen. Te Leuven betogen zo'n 2000 Vlaamse studenten voor de overheveling. Te Gent telt men er een 3000-tal, terwijl er ook te Antwerpen 2500 studenten opstappen uit solidariteit nadat VVS hiertoe had opgeroepen. De beweging slaat ook over op het middelbaar onderwijs. In vele steden of gemeenten van belang houden scholieren optochten. De strijd wordt bitsiger. Te Leuven gebruiken Vlaamse studenten in universiteitsgebouwen traangas en boterzuur waarmee ze hun Waalse confraters uitroken. In de namiddag neemt prorector Piet De Somer eigenhandig het vierde nummer van Revolte in beslag. Het blad is nu pas echt illegaal. 24 januari, Gent - Antwerpen - Brussel. De solidariteitsacties duren voort. In Gent vallen er bij een studentenbetoging verscheidene gewonden.

24 januari, Leuven, 's Avonds spreken de studentenleiders Pol Raskin, Jef Dauwe, Jan Mondelaers en Guy Polspoel te Heverlee op een meeting namens het Aktiekomitee. Na de vergadering stappen de studenten in stoet op naar Leuven. De rijkswacht leidt 675 personen op.

25 januari, Leuven. In navolging van de Italiaanse revolutionair Antonio Gramsci (Lettere dal carcere) of van onze eigenste Wies Moens met zijn Celbrieven zet in de gevangenis van Vorst Paul Goossens zich aan het schrijven. De Leuvense 'studentenleider' richt een brief vol aansporingen en waarschuwingen aan de studiemakkers op het thuisfront, in een dramatische schriftuur.

25 januari, Nederland. De Studentenvakbeweging van Nijmegen verklaart zich solidair met de strijd van de Leuvense studenten.

26 januari, België. Premier Paul Vanden Boeynants vindt het hoog tijd dat de inrichtende macht van de Leuvense universiteit haar expansieplannen aan de regering voorlegt.

26 januari, Leuven. Ordediensten verrichten huiszoekingen in de lokalen van SVB, FK en KVHV. Het Aktiekomitee Universitaire Expansie ziet hierin eens te meer het bewijs voor de toenemende 'fascisering' van het regime. Tevens wordt er gewag gemaakt van 150 studenten die de vorige nacht door de politie zouden zijn afgeranseld.

Die nacht zijn ook bussen vertrokken naar de belangrijkste bedrijven van Vlaanderen. In Gent neemt de politie pamfletten in beslag. Onder de titel 'Waarvoor vechten de studenten te Leuven' beklemtoont het Aktiekomitee in het pamflet dat de universiteiten van Leuven en Brussel elite-universiteiten zijn in dienst van het kapitaal en dat de studenten strijden voor volksuniversiteiten in dienst van de Vlaamse en Waalse arbeiders, waarbij dus aansluiting wordt gezocht. Te Leuven komen die dag 1500 studenten op straat met in hoofdzaak Vlaamse eisen.

27 januari, Leuven. De VVP-afdelingen van Leuven, Gent, Antwerpen en Brussel besluiten hun academische staking te Leuven verder te zetten. Ze eisen op politiek vlak een principiële beslissing in verband met de overheveling tegen 23 februari.

'Mocht dit niet het geval zijn zal de VVP na die datum de meest radicale middelen aanwenden'.

27 januari, Spanje. De academische overheid sluit nu ook de faculteit geneeskunde omwille van ongeregeldheden met studenten.

28 januari, Leuven. De bisschoppen van België vergaderen te Mechelen om zich als inrichtende macht van de katholieke universiteit te beraden over de toekomst van Leuven. Het Aktiekomitee Universitaire Expansie eist het ontslag van de academische overheid omdat ze niet in staat blijkt aan de Vlaamse eisen tegemoet te komen en een echte democratisering tot stand te brengen.

28 januari, Spanje. Bij wet wordt er een geheime politie opgericht aan de universiteit van Madrid.

29 januari, Leuven. In de huizen van de faculteitskringen Politica, Medica, Psychologie en de Vlaams Technische Kring houden de ordediensten huiszoekingen. Een groep studenten vertrekt naar de Limburgse mijnen om aan de mijnwerkers uit te leggen wat er in Leuven gaande is.

29 januari, Gent-Kortrijk. Studenten voeren actie voor 'Leuven Vlaams'.

30 januari, Leuven. Op een volksvergadering worden de 'fascisering' van het regime en de kritische universiteit besproken. Meer dan 1000 Vlaamse studenten zorgen opnieuw voor relletjes met de politie. Voor de laatste maal verschijnt ook het illegale blad Revolte onder de leuze: 'Leuven uit de hand der fascisten, Leuven vrij!'. Paul Goossens verschijnt samen met Michel Vandenbussche en Paul Marien voor de kamer van inbeschuldigingstelling bij het hof van beroep te Brussel. Ze komen vrij. Dezelfde avond maakt Goossens zijn opwachting te Leuven.

31 januari, Leuven. Paul Goossens' aanwezigheid op een volksvergadering die avond zorgt voor een piek in het bezoekersaantal. Hij krijgt een minutenlang applaus voor hij zijn rede kan beginnen. Goossens roept op om samen met de arbeiders te strijden voor een demcoratische herstructurering van de maatschappij. Tegenover de dreigende 'fascisering' van een regime dat alle democratische krachten wil breken, moeten de studenten een speciale oppositie vormen. Goossens kondigt alvast harde actie aan voor dinsdag 6 februari die studenten en scholieren 's middags al hadden uitgeroepen tot Zwarte Dinsdag. Duitse studenten zijn in de zaal aanwezig om hun solidariteit met het Leuvens studentenprotest te betuigen.

31 januari, Gent- Antwerpen- Brussel. Studenten scharen zich achter de Leuvense eisen.

februari

1 februari, Leuven. De zopas vrijgelaten Paul Goossens vertrekt met een bus studenten naar Luik om er de strijd van de Leuvense studenten toe te lichten. Diezelfde ochtend nog worden ze alle 76 opgepakt terwijl ze te Herstal en te Seraing aan de fabriekspoorten de arbeiders toespreken en pamfletten uitdelen. Daarin wordt benadrukt dat de Leuvense studenten streven naar een democratisering van het hoger onderwijs om het toegankelijker te maken voor jongeren uit arbeidersgezinnen. De rijkswacht neemt de vlugschriften in beslag en verhindert de geplande voorlichtingsvergadering.

1 februari, Brussel. De Nationale Studentenraad die samengesteld is uit vertegenwoordigers van het middelbaar, het hoger en het universitair onderwijs, roept voor dinsdag 6 februari de algemene staking uit in alle onderwijsinstellingen. Te Leuven besluit het Aktiekomitee Universitaire Expansie de staking ook nog na 6 februari verder te zetten tot 'de regering der alliantie tussen kerk en kapitaal tot aftreden wordt gedwongen'. 1 februari, Gent. Gentse studenten staken uit solidariteit met Leuven en roepen zich uit tot 'tweede front'. Tijdens de betogingen wordt 'Leuven Vlaams' geroepen maar ook 'Société kapot', en de banken op de Kouter krijgen een extra-politiecordon als de studenten voorbijtrekken. Voor het eerst sinds mensenheugenis wordt een peloton rijkswachters ingezet tegen Gentse studenten, die voor het eerst ook kennis maken met traangas.

1 februari, Antwerpen. Aan de UFSIA wordt een officiële, academische vergadering over de Leuvense kwestie gehouden. Professor Louis Van Bladel houdt voor een menigte van zowat 1000 studenten en 100-tal professoren een opmerkelijke rede. Hij noemt de strijd om Leuven-Vlaams ethisch verantwoord omdat als uitgangspunt een visie op autonomie, kerk en samenleving fungeert die meer sociaal genormeerd is dan de liberale, individualistische en aristocratische vrijheidsidee die aan de grondslag van het maatschappelijk bestel ligt, en in de Franstalige universiteit van Leuven geconcentreerd wordt. De taalstrijd Leuven staat model voor een maatschappelijke strijd in de Belgische kerk en samenleving met drie uitdrukkingsvormen: het anti-franskiljonisme (taalkundig-cultureel), het anti-kapitalisme (sociaal-economisch) en het anti-klerikalisme (kerkelijk-godsdienstig).

2 februari, Kortrijk. Op een vergadering van de arrondissementele boerengilden te Kortrijk komt mgr. Emiel Jozef Desmedt terug op het bisschoppelijke mandement van 13 mei 1966. De


33. Zwarte Dinsdag te Leuven.

Brugse bisschop geeft ruiterlijk zijn vergissing toe: 'Ik ben overtuigd dat ik mij op 13 mei 1966 schromelijk en grof heb vergist. Men heeft er ook schromelijk misbruik van gemaakt. In feite waren wij op weg om rustig de overheveling uit te voeren ondanks de vele moeilijkheden van Franstalige zijde. Het toppunt is dan nog de dwaze verklaring geweest van de Franstalige afdeling, die kant noch wal raakt en die werkelijk tergend is voor Vlaanderen en voor het Vlaamse volk'. 4 februari, Leuven. De Belgische bisschoppen, inrichtende macht van de Leuvense universiteit, erkennen hun onderlinge

verdeeldheid ten opzichte van de overheveling van de Franstalige universiteit.

6 februari, Leuven. Fractievoorzitter Jan Verroken van de Vlaamse CVP interpelleert in de Kamer over de Leuvense kwestie. Hij eist een duidelijke verklaring van de regering over het hete hangijzer Leuven en de toepassing van de taalwetten op het hoger onderwijs. Om deze interpellatie kracht bij te zetten had het Aktiekomitee Universitaire Expansie enkele dagen voordien 6 februari uitgeroepen tot Zwarte Dinsdag. In de Vlaamse provinciesteden komen overal scholieren op straat. Te Leuven zelf brengt een aanzienlijke groep studenten de nacht van 5 op 6 februari door in Alma II 'om er te waken bij de stervende regering'. Na de wake trekken ze die dag voor de eerste maal de straat op om te betogen. Dit gebeurt in de loop van de dag nog twee maal. De Nederlandstalige afdeling staakt in haar geheel. Rijkswacht en politie verrichten talrijke arrestaties. 6 februari, Brussel. Paul Goossens, die aan de vrije universiteit van Brussel een meeting wil voorzitten over de Leuvense kwestie wordt door de academische overheid de toegang tot de campus ontzegd. Een groep Vlaamse ULB-studenten manifesteert onder de slogan 'Walen buiten'. Op de campus van Solbosch komt het tot schermutselingen tussen Vlaamse en Waalse studenten.

6 februari, België. Uit solidariteit met Leuven stappen op Zwarte Dinsdag de hele dag studenten en scholieren in massale optochten door de Antwerpse straten. Hetzelfde beeld is te zien in Gent, waar ook nog stormachtige studentenmeetings plaatsvinden. In alle Vlaamse provinciesteden betogen scholieren voor Leuven Vlaams.

7 februari, Leuven. Omdat er in de regeringsverklaring als antwoord op de interpellatie Verroken niet uitdrukkelijk sprake is van overheveling, haken de acht Vlaamse CVP-ministers af. Zonder nog voor de Kamer te verschijnen biedt premier Paul Vanden Boeynants daarop de koning het ontslag van zijn regering aan, dat onmiddellijk wordt aanvaard. De januarirevolte van de Leuvense studenten is hiermee ten einde en zorgt voor wat afkoeling in het verhitte Leuven. Paul Goossens roept de uitbundige studentenmassa op tot waakzaamheid: de strijd gaat voort tot de overheveling van Leuven-Frans naar het hart van Wallonië een feit is. 's Avonds stappen meer dan 1000 Vlaamse studenten in een soort triomftocht door Leuven, waar de rijkswacht zich opvallend kalm gedraagt.

13 februari, Brussel. Paul Goossens duikt opnieuw op aan de ULB. Zijn aanwezigheid wordt evenwel vlug gesignaleerd en de

academische overheid laat alle auditoria afgrendelen. Goosssens begeeft zich vervolgens naar de studentenwoonwijk om er te praten met een groepje Vlaamse studenten. Maar er troepen ook vijandige Franstalige studenten samen zodat de Leuvense studentenleider de woonwijk niet zonder politie-escorte opnieuw kan verlaten.

17,18 en 19 februari, Duitsland. Te West-Berlijn gaat een groots opgezet Vientamcongres door. Op 18 februari stappen 20.000 Duitse studenten achter rode vaandels door het stadscentrum. 25 februari, Leuven. Meer dan 2000 studenten en scholieren betogen voor de overheveling van de UCL naar Wallonië.

maart

1 maart, Italië. In Rome vindt een ware veldslag plaats tussen studenten en politie, waarbij 200 gewonden vallen. De studenten eisen hervormingen in het verouderde onderwijssysteem. 8 maart, Polen. Poolse studenten komen op straat voor meer geestelijke vrijheid. Het studentenprotest duurt verscheidene weken. 34 studenten worden te Warschau van de universiteit gestuurd.

20 maart, Brussel. Een studentendelegatie van vier Belgische universiteiten legt een bloemenkrans neer op het graf van de onbekende soldaat te Brussel bij wijze van eerherstel na de profanatie ten tijde van de acties voor Leuven Vlaams. 22 maart, Frankrijk. Na de arrestatie van zes militanten van het Nationaal Vietnamcomité wordt te Nanterre een protestmars georganiseerd. Achteraf bezetten studenten het bestuursgebouw. De 'Mouvement du 22 mars' is geboren. In zijn rangen 'militeren' trotskisten, maoïsten en anarchisten. De beweging zal meer uitblinken door dadendrang dan door theorievorming. Nadat ook de auditoria ingenomen zijn, beslissen de professoren de colleges tot 1 april op te schorten, waardoor de studenten-contestatie zich uitbreidt tot de Sorbonne. Gedurende de hele maand april vormen Nanterre en de Sorbonne het toneel van meetings, optochten en afrekeningen tussen linkse en extreemrechtse studenten. Het lijken wel opwarmingsoefeningen voor de nakende mei-revolte.

27 en 29 maart, Leuven. Op initiatief van de SVB en het KVHV betogen telkens meer dan 1000 studenten tegen het standpunt dat de PW heeft ingenomen in de kwestie Leuven. De PW wil met name nog steeds de unitaire structuur van de universiteit behouden zien.

31 maart, België. Het Belgische kiezerskorps trekt naar de stembus.

april

4 april, Verenigde Staten. De zwarte predikant Martin Luther King wordt in Memphis vermoord. De droom van geweldloosheid is aan flarden geschoten. Onder de zwarte bevolking breken onlusten uit. Studenten van de universiteit van Columbia bezetten de faculteitsgebouwen gedurende elf dagen. Aan meer dan twaalf Amerikaanse universiteiten wordt een algemene staking uitgeroepen om te protesteren tegen racisme en imperialisme.

4 april, Brazilië. In Rio de Janeiro komt het tot hevige rellen tussen studenten en politie, waarbij talrijke gewonden vallen en een 600-tal personen worden opgepakt. De studenten, die portretten meedragen van Fidel Castro en Che Guevara, verzetten zich tegen de rechtse militaire dictatuur in hun land. Ook in Sao Paulo is het onrustig door manifestaties van studenten en arbeiders. Uiteindelijk wordt op 8 april de staat van beleg afgekondigd.

11 april, Duitsland. De Duitse studentenleider Rudi Dutschke, in de wandeling ook rooie Rudi genoemd, wordt het slachtoffer van een mislukte moordaanslag. Hij wordt zwaargewond weggevoerd. De aanslag geeft aanleiding tot talrijke massademonstraties van studenten in grote Duitse steden (West-Berlijn, München, Frankfurt, Hannover, Hamburg, Stuttgart, Keulen,


34. Hier gebeurde de aanslag op Rudi Dutschke, Berlijn, 11 april 1968.

Essen enz.). De gebouwen van de persmagnaat Springer die voor de anti-studentenhysterie verantwoordelijk wordt gesteld, vormen het mikpunt van hun acties. De strijd tussen studenten en politie duurt vijf dagen lang. Bij deze incidenten komt nog een student, Ruediger Schreck, om het leven. De Duitse studenten kunnen ook in het buitenland rekenen op steun: solidariteitsmanifesties vinden plaats in Oslo, Rome, Wenen, Amsterdam, Toronto, Parijs en Brussel. 14 april, Brussel. Uit solidariteit met de Berlijnse studenten organiseert de Studentenvakbeweging (SVB) een betoging waaraan een 100-tal manifestanten deelnemen. 22 april, Frankrijk. Het eerste nummer van het tijdschrift van de 'Mouvement du 22 mars' bevat een recept voor molotovcocktails.

25 april, Gent. Gentse studenten houden een betoging uit solidariteit met het Vietnamese volk.

mei

2 mei, Frankrijk. De Duits-Joodse emigrantenzoon Daniël Cohn-Bendit steekt het vuur aan de lont van de studentenagitatie in Frankrijk. De studenten van de faculteit van Nanterre eisen meer politieke vrijheid. Dit gaat gepaard met ernstige straatincidenten waarop de faculteit gesloten wordt. De opstand verplaatst zich dan van Nanterre naar de Sorbonne. Parijs wordt voor drie weken het toneel van een nooit geziene studentenopstand.

3 mei, Frankrijk. Rector Jean Roche laat de politie de binnenkoer van de Sorbonne ontruimen, waar de samengestroomde studenten protesteren tegen de sluiting van Nanterre en de dagvaarding van 8 medestudenten voor de tuchtraad.

In zijn partijkrant L'Humanité laat de communistenleider Georges Marchais zich schamper uit over de Duitse anarchist Cohn-Bendit en de valse revolutionairen die objectief de belangen van de gaullistische machthebbers dienen en na de revolutie vaders onderneming zullen erven en er de arbeiders uitbuiten. De volgende dagen verspreidt de golf van studentenprotest zich over andere universitaire centra in Frankrijk. 10 mei, Frankrijk. Om 10 uur 's avonds worden in het Quartier Latin de eerste barricaden opgeworpen; vier uur later worden ze door de oproerpolitie bestormd. Balans: honderden gewonden en aanzienlijke materiële schade. De verontwaardiging over het politiegeweld tijdens het nachtelijk oproer brengt studenten en vakbeweging nader tot elkaar. De verschillende vakbondsorganisaties en de studentenbonden kondigen voor 13 mei een


35. De Sorbonne bezet.

algemene staking en manifestaties over heel Frankrijk aan. De solidariteit tussen studenten en arbeiders lijkt lokaal. 13 mei, Frankrijk. Een hoogtepunt in de Franse studentenagitatie: nagenoeg 1 miljoen manifestanten — arbeiders en studenten — stappen te Parijs in een demonstratie op. Het 10-jarig bewind van generaal De Gaulle lijkt te wankelen. Achteraf bezetten de studenten opnieuw de Sorbonne, die ze ter plekke tot kritische universiteit uitroepen. Zowat overal heerst de sfeer van een culturele revolutie en de euforie van de verbeelding aan de macht (Timagination au pouvoir').

13 mei, Brussel. Als het in Parijs regent... Ook de Brusselse universiteit geraakt nu in de greep van de internationale contestatie. ULB-studenten ontmoeten studentenleiders uit Parijs, Rome, Turijn, Berlijn en Amsterdam, 's Middags vindt er een informatievergadering plaats in de studentenwoonwijk. Die meeting groeit snel uit tot een heuse 'assemblee libre', een volksvergadering waar studenten spontaan het woord nemen. Alles staat in het teken van de solidariteit met de Parij se studenten. In de loop van de dag komt de zogenaamde 13 meibeweging tot stand: de 'Mouvement de contestation permanente de l'enseignement bourgeois'. Diezelfde avond spreekt de Griekse actrice Melina Mercouri over het verzet tegen het kolonelsregime, tegen de geüniformeerde domheid ('la bêtise en uniforme') zoals minister van staat Henri Rollin het uitdrukt. Vooraf komen de antifascistische organisatoren in botsing met tegenbetogers. Na afloop bezetten 300 a 400 studenten het grote auditorium Paul-Emile Janson, waar in het raam van de nieuwe 13 mei-beweging tot in de vroege uurtjes gedebatteerd wordt over structuur en functie van de universiteit. Omstreeks 3 uur 's morgens wordt deze geïmproviseerde bezetting opgeheven.

14 mei, Frankrijk. Na de faculteitsbezettingen worden nu ook fabrieken bezet. De arbeiders nemen de fakkel van de meibeweging van de studenten over. Dit is voor de regering veel onrustwekkender. De Gaulle vertrekt op staatsbezoek naar Roemenië.

14 mei, Duitsland. In Berlijn, Frankfurt, München en Keulen tonen studenten hun solidariteit met het protest van studenten en arbeiders in Frankrijk.

15 mei, Brussel. Gevolg gevend aan een oproep in muurkranten, wonen meer dan 500 studenten een volksvergadering bij in de grote zaal van de studentenwoonwijk van de Brusselse universiteit. Ze eisen het recht op vergaderlokalen en desnoods het recht om lokalen te bezetten, het recht om vrij affiches aan te plakken, vrijheid van meningsuiting voor alle studenten en de immuniteit van de campus met voor de politie verbod om binnen te dringen in de universiteitsgebouwen. De volksvergadering loopt uit op een betoging.

15 mei, Frankrijk. 2000 a 3000 manifestanten bezetten het Parij se Théatre de l'Odéon. Deze tempel van de burgerlijke cultuur wordt het symbool van de culturele revolutie. De studenten zullen nieuwe stukken creëren en een maand lang gratis voorstellingen geven.

16 mei, Frankrijk. In een tiental steden bezetten arbeiders en studenten bedrijven; onder meer Renault, de grootste Franse fabriek gaat in staking. Het Franse economische leven komt lam te liggen. Op 20 mei zijn al 7 miljoen arbeiders in staking. Ondertussen doen zich voortdurend straatincidenten voor tussen studenten en ordehandhavers.

17 mei, Brussel. Studenten verstoren de opening van de 'Journées médicales' te Brussel. Er treedt een breuk op tussen de harde kern en een groep gematigde studenten: terwijl de enen 'Pouvoir étudiant' scanderen en de Internationale zingen, repliceren de anderen met 'Anarchistes dehors' en 'Evolution: oui, révolution: non'. De praesides van de Brusselse faculteitskringen komen tussenbeide met een communiqué waarin ze op onderwijsvernieuwingen aandringen, eisen, waarachter brede lagen van de studentenbevolking zich kunnen scharen.


36. Liefde op de barrikaden. Parijs, mei 1968


37. Katapulten en straatkeien. Parijs, mei 1968.

21 mei, Brussel. Op een meeting van professoren en wetenschappelijk personeel in een auditorium van de letterenfaculteit keuren 158 van de 174 aanwezigen een motie goed waarin ze hun wantrouwen uitspreken jegens de raad van beheer van de universiteit. Ze willen deze instantie vervangen door een democratische instelling die door de universitaire gemeenschap wordt verkozen.

21 mei, Nederland. Na een intensieve scholing trekt een groep Amsterdamse studenten naar de verschillende Nederlandse universiteiten om de studenten in te lichten over het rapport Maris van de Nederlandse Academische Raad. De acties tegen het Marisrapport, door buitenstaanders vaak gebrandmerkt als 'Parijsje spelen', leiden de Nederlandse studenteneontestatie in. Het plan Maris stelt voor de universiteiten een bestuursstructuur voor, die grote overeenkomsten vertoont met de organisatiestructuur van grote ondernemingen: inlichtingen naar beneden, verantwoording naar boven. De invalshoeken zijn management en efficiency. De studenten van hun kant zien echter de vernieuwde structuur als 'een bevelstructuur die een militair skelet vertoont', wars van enige participatie, mobiliteit en openbaarheid. Naar aanleiding van de kritiek op het plan Maris redigeert de Kritische Universiteit Nijmegen haar Aantekeningen voor een Radenuniversiteit. Het gaat hier om een universiteit waar projectonderwijs en medebeheer centraal staan, gestoeld op een systeem van raden.

21 mei, Spanje. 11.000 studenten en arbeiders komen samen voor een meeting. De slogans luiden: 'Neen aan de oligarchie' en 'Een volksregering nu'.

22 mei, Brussel. Op een volksvergadering in het auditorium Janson verwerpen nu ook de studenten het gezag van de raad van beheer. Om 17 u is er een vergadering van de raad gepland. Om hun ongenoegen te uiten over dit ondemocratische beleidsorgaan besluiten de meer dan duizend aanwezige ULB-studenten om de discussie verder te zetten in de grote hal van de universiteit. Uiteindelijk beslist de volksvergadering om de grote hal, de vergaderzaal van de raad van beheer en de kantoren van de rector, de secretaris, de tresorier... permanent te bezetten. De bezetting zou niet minder dan 47 dagen en 48 nachten duren. Aan de buitenkant van het gebouw wappert een spandoek: 'L'Université est ouverte a toute la population'. De bezetting verloopt in een vrij ontspannen sfeer en er zijn nauwelijks incidenten. Bijna onafgebroken vinden er in de hal volksvergaderingen plaats en wordt er aan één stuk door gezongen, gegeten en gedronken. Te Brussel was mei '68 een groot feest.

22 mei - 28 mei, Frankrijk. Na een rondreis langs Europese universiteiten (Berlijn, Amsterdam), mag Daniël Cohn-Bendit Frankrijk niet meer binnen. Op 22 mei heeft hij in Amsterdam nog verklaard dat het doel van de studenten niet de val van De GauUe of van de regering is maar de ineenstorting van het hele systeem. Dat had hem vanwege de Nederlandse regering prompt een verblijfsverbod opgeleverd. Op 25 mei presenteert rooie Dany zich aan de grenspost te Forbach waar twee compagnieën van de oproerpolitie in volle wapenrusting hem opwachten. Cohn-Bendit keert op zijn stappen terug met de woorden: 'Je reviendrai. Aujourd'hui, je voulais seulement apporter des fleurs a la police francaise'. Pas op 28 mei bezwijkt de minister van binnenlandse zaken voor deze operatie 'charme' en mag Frankrijks staatsvijand nummer één het land weer in. Zijn medestudenten hadden hem inmiddels een hart onder de riem gestoken met een massale solidariteitsactie onder het motto 'Nous sommes tous des juifs allemands'.

24 mei, Frankrijk. President De GauUe richt zich via radio en TV tot de natie. Hij kondigt een referendum aan over 'de participatie van de burger'. Graffiti in de Sorbonne geven onmiddellijk commentaar: 'Hij heeft er drie weken over gedaan om in vijf minuten aan te kondigen dat hij in één maand ging doen wat hij in tien jaar niet had kunnen klaarspelen'.

24 mei. Zweden. Enkele honderden studenten bezetten te Stockholm het gebouw van het studentencorps. De reden voor deze actie is een regeringsmaatregel waardoor het niet langer mogelijk zou zijn om eenmaal men een studierichting gekozen heeft nog van richting te veranderen.


38. 'Jij bent ook een mooie... Ik leg mij offers op om mijn zoon naar de universiteit te kunnen sturen, en daar zit mijnheer zijn tijd te verdoen met studeren...'. (De Standaard).

De bezetters roepen op tot de vorming van een studentenvakvereniging, die zich zou aansluiten bij de arbeidersvakbonden om zo sterker te staan tegenover de regering. De sociaal-democratische minister van onderwijs Olav Palme belooft een doelbewuste oplossing van de onderwijsproblemen, waarbij hij het nodig acht te beginnen bij de kleuterscholen. De toezegging van de minister is voor de bezetters hoogst onbevredigend. En de revolte neemt een gewelddadige wending.

25 mei, België. De Vereniging van Vlaamse Professoren (VVP) herinnert eraan dat ze nog steeds ijvert voor de overheveling van de Franstalige afdeling van de Leuvense universiteit naar Wallonië. Ze spreekt zich ook uit voor de splitsing van de ULB en eist een herstructurering van het wetenschapsbeleid, aangepast aan de noden van beide taalgemeenschappen. Ze verklaart zich solidair met de nationale en internationale studentenbeweging voor onderwijshervormingen en grotere democratie. 27 mei, Brussel. Rector Homes komt een verklaring afleggen voor de volksvergadering. Hij kondigt democratische hervormingen aan in het bestuur van de universiteit en in het examensysteem. Hij garandeert tevens dat bij de komende examens de studenten geen rekening zullen gepresenteerd krijgen voor de agitatie van de voorbije dagen.

29 mei, Frankrijk. President De Gaulle vliegt in het diepste geheim naar Baden-Baden waar hij een ontmoeting heeft met generaal Massu, bevelhebber van de Franse strijdkrachten en een van de leiders van de militaire staatsgreep van 1958 in Algiers, die hem van de steun van het Franse leger verzekert.

29 mei, Argentinië. In Argentinië eisen studenten een meer democratisch onderwijs.

30 mei, Brussel. Vergezeld van SVB-militanten maakt de Leuvense studentenleider Paul Goossens zijn entree aan de ULB. Ze worden er door de bezetters enthousiast onthaald. Goossens verklaart dat de traditionele ideologische en taalkundige tweespalt tussen de Leuvense en Brusselse universiteit nu voorgoed tot het verleden behoort. Voortaan moeten de handen in mekaar geslagen worden om de democratiseringsbeweging aan alle universiteiten te laten doorbreken en finaal de samenleving te democratiseren.

30 mei, Frankrijk. De Gaulle die de dag voordien nog rekening hield met een burgeroorlog is weer helemaal de oude. In een gespierde rede voor de radio maakt de generaal zich sterk dat het Franse volk wel zichzelf weer meester zal worden. De zwijgende meerderheid betuigt haar bijval in een gaullistische massademonstratie op de Champs Elysées, oud-Spanjestrijder André Malraux op kop. De Gaulle heeft ook vervroegde parlementsverkiezingen aangekondigd voor 29 juni. De meibeweging zal zich nu geruisloos van de universiteiten en de fabrieken naar de zetels van de grote politieke partijen verplaatsen.

juni

juni, Leuven. De academische raad van de KU Leuven richt de Commissie Universiteitsherstructurering op. Deze studiecommissie is paritair samengesteld uit professoren, assistenten en studenten (3 X 5) en zal later uitgebreid worden met vertegenwoordigers van het administratief personeel. In haar eindrapport dat in augustus 1969 klaar komt, zou de functie van decanen en van de professoren in het algemeen sterk worden uitgehold. Het maakt weinig kans in de academische raad, waar de decanen de dienst uitmaken. Uiteindelijk resulteert de herstructurering in een nieuw organiek reglement en een nieuw gewoon reglement waaraan de bisschoppen respectievelijk in juni 1970 en januari 1971 hun zegen geven. 3 juni, Groot-Brittannië. Studenten vallen de Franse en Amerikaanse ambassades aan. De universiteit van Oxford wordt bezet maar veel verder zwermt de beweging niet uit. In hun strijd voor democratisering staan de studenten alleen omdat ze er niet in slagen de arbeiders voor hun zaak warm te maken.

5 juni, Verenigde Staten. Senator Robert Kennedy wordt, vier en een half jaar na zijn broer John, slachtoffer van een moordaanslag in de staat Californië. De volgende dag bezwijkt hij aan zijn verwondingen en rouwt Amerika voor de tweede maal om een lid van deze miljonairsfamilie, die de glamour van de sixties aan politiek charisma paart.

6 juni, Brussel. In navolging van de ULB bezetten nu ook de leerlingen van de Academie voor Schone Kunsten hun lokalen. Ze laken het ondoelmatig beleid en eisen een leerlingenafvaardiging in het bestuur. Met het akkoord van 30 juni halen de studenten hun slag thuis. De bezetting wordt hierop zonder incidenten stopgezet. Ook te Luik en te Bergen vindt in de maand juni een dergelijke studentenactie plaats.

7 juni, Brussel. Een eerste gewelddadig incident doet zich voor op de ULB-campus. Enkele gemaskerde en gewapende extreemrechtse studenten dringen 's nachts binnen in het bezette universiteitsgebouw en maken er amok. Hierbij raakt één bezetter gewond. Daags voordien was beslist de staking verder te zetten tot de raad van beheer zijn ontslag zou indienen, tot er paritair samengestelde faculteitsraden zouden komen en een onderwijshervorming aan de orde zou zijn.

9 juni, Joegoslavië. Na studentenonlusten belooft president Tito onderwijshervormingen.

11 juni, Turkije. Ook Turkije geraakt in de ban van het studentenprotest. Studenten bezetten er de universiteitsgebouwen van Ankara en Istanboel. Het eisenpakket bestaat uit onderwijshervormingen.

12 juni, Luik. Er wordt een overlegorgaan — 'organe de dialogue' — opgericht waarin vijf professoren, vijf vertegenwoordigers


39. Persconferentie van studentenleiders te Londen, 14 juni 1968. Vijfde van rechts is Cohn-Bendit en achter hem staat Tariq AU.

van het wetenschappelijk personeel, vijf studenten en twee afgevaardigden van het administratief en technisch personeel zullen zitting hebben. Het comité moet in de toekomst de raad van beheer adviseren inzake universitaire problemen. Het gaat duidelijk om een soort ontmijningsactie vanwege de academische overheid die hiermee wil voorkomen dat in navolging van andere Belgische universiteiten ook te Luik explosieve materies als medebeheer en structuurhervorming tot ontlading komen.

13 juni, Groot-Brittannië. De BBC zendt een televisieprogramma uit met de titel 'Students in revolt'. Tien studentenleiders uit Tsjechoslowakije, Engeland, Duitsland, Spanje, Japan, België, Italië, Frankrijk en de Verenigde Staten werken hieraan mee. Voor België zit Paul Goossens als vertegenwoordiger voor de camera.

14 juni, Groot-Brittannië. Daniël Cohn-Bendit en zijn Britse evenknie Tariq Ali waarschuwen dat ze Amerikaanse deserteurs die met uitlevering bedreigd zijn uit de handen van de Britse justitie zullen halen.

Dit dreigement komt net nadat minister van binnenlandse zaken, Labour-lid James Callaghan, voor het Lagerhuis heeft proberen uitleggen waarom hij Cohn-Bendits verblijfsvergunning verlengd heeft. Een hele pleiade internationale studentenleiders houdt in de London School of Economics een persconferentie waar Cohn-Bendit zich opvallend op de achtergrond houdt.

ROOIE RUDI EN ROOIE DANY - Inhoud

De Duitse studentenleider Rudi Dutschke (°1940) was één van de invloedrijkste figuren uit de contestatiegolf van de jaren zestig. Afkomstig uit de DDR bleef 'rooie Rudi' na de oprichting van de Berlijnse muur in 1961 in West-Berlijn, waar hij sociologie ging studeren aan de Vrije Universiteit. Daar verzeilde hij al vlug in de leidende kringen van de Sozialistischer Deutscher Studentenbund, een studentenorganisatie die het manipulatieve karakter van de parlementaire democratie dik in de verf zette. Rudi Dutschke liet zich daarbij opmerken als theoreticus. Bij de SDS behoorde hij tot de niet-marxistische, anarchistische vleugel, die vooral onder invloed stond van de denkbeelden van Che Guevara en de Duits-Amerikaanse filosoof Herbert Marcuse. Door de onlusten bij het bezoek van de sjah van Perzië aan Berlijn op 2 juni 1967 en zijn pogingen de revolutionaire ideeën ook in het buitenland te verspreiden, kreeg hij ruime bekendheid. Hij werd intussen niet gespaard door de rechtse Springerpers, die een ware hetze ontketende tegen rooie Rudi en de communisten van de SDS. In die atmosfeer werd Dutschke het slachtoffer van een mislukte moordaanslag op 11 april 1968. Van 1968 tot zijn uitwijzing in 1971 verbleef hij in Engeland. In Duitsland zelf werd hij getroffen door het beroepsverbod, waarmee zovele radicale intellectuelen gebroodroofd werden. Hij vestigde zich uiteindelijk in 1971 in Aarhus in Denemarken, waar hij tijdelijk een leeropdracht kreeg aan de universiteit. Net als Cohn-Bendit sloot ook Rudi Dutschke zich naderhand aan bij de groenen. Op 24 december 1979 overleed hij, naar verluidt aan de gevolgen van de aanslag elf jaar voordien. Ook hij liet een aantal werken na: Die Revolte. Wurzelen und Spuren eines Aufbrucks en als co-auteur: Rebellion der Studenten oder die neue Opposition.

In het voetspoor van Rudi Dutschke maar aan de overkant van de Rijn opereerde intussen Daniel Cohn-Bendit (°1945). 'Rooie Dany' viel in mei 1968 niet alleen door zijn haarkleur op. In Frankrijk geboren als zoon van een Joodse uitgeweken Berlijnse advocaat kreeg Cohn-Bendit door de terugkeer van zijn ouders naar Duitsland de Duitse nationaliteit. In 1967 ging hij in Nanterre sociologie studeren. Hij stond er bekend als een olijke jongen, rad van tong en als meeslepend redenaar trad hij dan ook in mei en juni 1968 sterk op de voorgrond. Hij veegde de vloer aan met het zogenaamde 'zedigheidsbeginsel' van de regering De Gaulle, die geen gemengd wonen toeliet in de studentenflats. Hij voerde acties tegen alles wat hem en vele anderen onrechtvaardig toescheen: de autoritaire organisatie van de universiteit, de Amerikaanse Vietnampolitiek, het bewind van Franco in Spanje. Naar het voorbeeld van Berlijn richtte hij te Parijs mee een 'kritische universiteit' op. Ho Tsji-minh, Che Guevara én Dutschke waren zijn idolen. Als drieëntwintigjarige was hij de voornaamste animator van de militante 'Mouvement du 22 mars'. Cohn-Bendit reisde de universiteiten van half Europa af en werd uiteindelijk een tijdlang de toegang tot Frankrijk ontzegd, als staatsgevaarlijk individu. In september 1968 werd hij in Frankfurt gearresteerd toen hij deelnam aan protestbetogingen. Samen met zijn broer Gabriël Cohn-Bendit publiceerde hij in 1968 Le Gauchisme, waarin ze hun opinies ventileren over toentertijd actuele problemen.


40. Rudi Dutschke


41. Daniël Cohn-Bendit, illegaal in de Sorbonne, nadat hij in Frankrijk was . binnengesmokkeld op 24 mei 1968.

De maatschappelijke rol van de universiteit stond nog in het brandpunt van hun belangstelling. Voorts bonden ze de strijd aan met de bureaucratisering en werden de formeel-revolutionaire partijen over de hekel gehaald. Tegenwoordig is rooie Dany nog steeds overtuigd pacifist, commune-huisgenoot en lid van de Duitse groenen. Hij was mede-auteur van La révolte étudiante Les animateurs parlent. (1968) en interviewde in 1986 zijn internationale medestanders van toen in een televisiereeks Nous l'avons tant aimée, la révolution.

15 juni, België. Hugo Claus en Jean Jacques Lebel worden veroordeeld tot 10.000 frank boete en enkele maanden gevangenis omdat zij in het kader van het festival van de experimentele cinema van Knokke-Zoute, in december 1967, happenings 'tegen de goede zeden' hebben gepresenteerd. De overheid voelt zich niet zelden bedreigd door een ogenschijnlijk onschuldige actie als een happening en reageert krampachtig op dergelijke speldeprikken.

15 juni, Japan. Daartoe opgeroepen door de trotskistische Zenga-kuren, blokkeren 10.000 Japanse studenten het stadscentrum van Tokyo uit solidariteit met het studentenprotest in Frankrijk. Enkele dagen later wordt Tokyo opnieuw het toneel van studentendemonstraties. Voor- en tegenstanders van de aangekondigde universiteitshervormingen gaan elkaar te lijf.

16 juni, Frankrijk. De laatste bezetters worden met zachte hand uit de Sorbonne verdreven.

17 juni, Frankrijk. De stakingen in de automobiel- en staalindustrie lopen ten einde. Bij Renault hervatten de arbeiders het werk, twee dagen nadien volgen die van Peugeot. De Franse regering heeft forse loonsverhogingen en werktijdverkorting toegekend.

17 juni, België. Gaston Eyskens vormt meer dan twee maanden na de verkiezingen een CVP-PSC-BSP-regering. 28 juni, Frankrijk. Bij de vervroegde parlementsverkiezingen behalen de gaullisten een klinkende overwinning. De zwijgende meerderheid zet een domper op de meirevolte. 28 juni, Brussel. Het bezettingscomité beslist een punt te zetten achter de bezetting: door het tanend enthousiasme onder de studenten gelden de bezetters niet langer als representatief voor de hele contestatiebeweging aan de ULB Wel roept de volksvergadering op om de strijd voor democratisering op straat voort te zetten. Een kleine groep uiterst-linkse bezetters laat niet af. Naar verluidt met enige assistentie van buitenstaanders blijven ze de lokalen van de rechtsfaculteit bezetten ondanks de afkeurende reacties van vele studenten. Met de rector zijn intussen immers besprekingen aangeknoopt over hervormingen aan de universiteit.

juli

juli, Vaticaan. Paus Paulus VI wijst in zijn encycliek Humanae Vitae elk voorbehoedsmiddel voor geboortebeperking af. Dit is een bittere pil, die ook bij vele katholieken voor anti-roomse oprispingen zorgt.

6, 8 en 9 juli, Brussel. Op en rond de ULB-campus breken rellen uit tussen voor- en tegenstanders van een verdere bezetting.

Studenten gooien de ruiten in van de gebouwen van de rechtsfaculteit, een niet mis te verstane hint voor de resterende bezetters. De politie komt tussenbeide.

11 juli, Brussel. Na een ultimatum van de academische overheid aan de bezettende studenten, sluit de politie de ULB-campus hermetisch af. Zonder noemenswaardige tegenstand slaagt ze er in om de 20 eenzame bezetters in te rekenen. In de loop van de nacht worden die weer vrij gelaten.

12 juli, Brussel. De contestatie aan de ULB is uitgedoofd, de rust weergekeerd. Hiervan maakt een delegatie van Vlaamse studenten en administratief personeel van de Brusselse universiteit gebruik om een bezoek te brengen aan de minister van nationale opvoeding, de socialist Pierre Vermeylen. Ze vragen de splitsing van de universiteit volgens taalgroep. De minister verzet zich vooralsnog tegen elke opdeling van de Brusselse universiteit.

17 juli, Leuven. De Belgische bisschoppen maken in een communiqué bekend dat ze zich uitgesproken hebben voor een totale overheveling van de Franstalige afdeling van de Leuvense universiteit naar Wallonië. De ene en onverdeelde universiteit van Leuven is geschiedenis geworden.

augustus

21 augustus, Tsjechoslowakije. Troepen van het Warschau-pact (Sovjetunie, Polen, Oost-Duitsland, Hongarije en Bulgarije) vallen Tsjechoslowakije binnen en maken een einde aan de Praagse lente. Alexander Dubcek, de stuwende kracht achter de liberaliseringspolitiek wordt naar Moskou meegenomen.

21 augustus, Gent. Een 100-tal studenten betogen tegen de bemoeiingen van de Sovjetunie in Tsjechoslowakije.

24 augustus, Antwerpen. Ook te Antwerpen protesteren studenten op initiatief van de VNSU tegen het onderdrukken van de Praagse Lente.

september

12 september, Brussel. Meer dan 200 Brusselse studenten betogen tegen de vertoning van The Green Barrets, een pro-amerikaanse Vietnamfilm.

20 september, Leuven. De academische raad van de Franstalige afdeling van de Leuvense universiteit maakt haar overhevelingsplan bekend: de Université Catholique de Louvain (UCL) verhuist naar Ottignies en Sint-Lambrechts-Woluwe. Het plan was enkele dagen voordien goedgekeurd door de bisschoppen.

24-28 september, Antwerpen. UFSIA organiseert een studieweek te Westende over de universitaire problemen. Met betrekking tot de grote maatschappelijke vraagstukken wordt radicale taal gesproken, maar aan de universiteit is een conflictmodel duidelijk uit den boze: constructieve samenwerking met de academische overheid biedt een alternatief voor contestatie. Een gezagscrisis kan worden bezworen in gemeenschappelijk overleg. Inmiddels dient de universiteit haar studenten wel politiek mondig te maken om zo een globale hervorming van de maatschappij mogelijk te maken.

HORIZONTAAL OF VERTICAAL PLURALISME IN ANTWERPEN? - Inhoud

De expansiewet van 1965, die voor de Antwerpse situatie geen definitieve oplossing geboden had, dreigde tussen de twee Antwerpse universitaire centra een lokale schooloorlog te ontketenen. De kern van de discussie bestond uit de concrete inhoud en vorm die aan het begrip pluralisme gegeven moest worden. De rectoren van beide instellingen sloegen mekaar om de oren met definities van pluralisme, waarvan de ene al Byzantijnser klonk dan de andere.

Rector Etienne Dhanis s.j. van de UFSIA stelde een verticaal-pluralistische oplossing voor, wat neerkwam op een 'dubbele waaier van kandidaturen' (katholieke positieve wetenschappen incluis!) en een gemeenschappelijke bovenbouw voor de licenties. Voor het kandidatuuronderricht, waarbij volgens de jezuïeten de persoonlijkheidsvorming centraal stond, moest een homogeen katholiek milieu gewaarborgd blijven. Rector Lucien Massart van het RUCA daarentegen kleefde de horizontaal-pluralistische oplossing aan, zoals die ook in de wet van 1965 via een rijksinitiatief voorzien was.

Pogingen tot een compromisoplossing in het licht van de pacificatiepolitiek tussen de zuilen, liepen van meet af aan faliekant af. De breuk werd totaal toen in september 1968 aan de Katholieke Hogeschool voor Vrouwen met een afdeling voor tolken en vertalers gestart werd. Deze afdeling, gelijkwaardig met het Hoger Instituut voor Vertalers en Tolken dat deel uitmaakte van het RUCA, was in feite de eerste realisatie van de veelbesproken 'dubbele waaier der kandidaturen'. Aan het RUCA was de verontwaardiging groot en een compromis tussen de academische kringen van beide universitaire centra zat er duidelijk niet meer in.

De bal lag nu weer in het kamp van de politici die al aan de onderhandelingstafel plaats genomen hadden. Zij werkten op korte tijd een pragmatische oplossing uit, die in februari 1969 aan de belanghebbenden als het plan Kinsbergen of het driepar-tijenakkoord werd gepresenteerd. Dat lag aan de basis van de wet Vermeylen die op 9 april 1971 van toepassing werd. Het eindresultaat was een hybridisch bouwsel met een driekoppige samenstelling: het neutrale RUCA en de katholieke UFSIA vormden de onderbouw met respectievelijk kandidaturen in de positieve en de humane wetenschappen, terwijl in de bovenbouw de 'pluralistische' UIA de licenties huisveste.

25 september, Brussel. Volgens een gloednieuw systeem van directe verkiezingen wordt André Jaumotte, decaan van de faculteit van de wetenschappen tot rector verkozen. De ULB is hiermee de eerste Belgische universiteit die democratisch haar rector kiest.

30 september, Brussel. Nederlandstalige studenten boycotten de eerste verkiezingen van de raad van beheer van de universiteit. Ze dringen aan op autonomie voor de Nederlandstalige afdeling en willen om te beginnen een evenredige vertegenwoordiging in de raad van beheer.

oktober

oktober, Leuven. Naar het voorbeeld van de Commissie Universiteitsherstructurering aan de KU Leuven, wordt door de academische overheid van de UCL een Groupe de Réorganisation Académique opgericht waarin ook studenten worden uitgenodigd.


42. Vice-rector De Vroede tekent de Mexicomotie, Leuven, 11 oktober. Op de achtergrond: een lachende Kris Merckx.

I oktober, Gent. Vanaf nu hebben telkens twee democratisch verkozen studenten zitting in de faculteitsraden en in de raad van beheer van de Gentse rijksuniversiteit.

7 oktober, Leuven. De Katholieke Universiteit Leuven en de Université Catholique de Louvain gaan hun eerste academiejaar in als geheel zelfstandige instellingen met respectievelijk rector Piet De Somer en rector Edouard Massaux aan het hoofd. Omdat er te Ottignies tenslotte een compleet nieuwe universiteitsstad moet gebouwd worden, Louvain-la-Neuve, zal het nog bijna tien jaar duren eer de laatste Waalse studenten uit Leuven vertrokken zijn.

10 oktober, Luik. Op de Place du Vingt-Aoüt houden 2000 Luikse studenten een meeting. Ze protesteren tegen rector Dubuisson, die zich heeft uitgesproken voor een selectieve beperking van het aantal studenten. Dit strookt niet met het democratiseringsstreven van de studenten, die vinden dat de universiteit voor iedereen moet openstaan. Ze krijgen de steun van het wetenschappelijk personeel.

11 oktober, Leuven. Een groep studenten dringt het rectoraat binnen om de rectoren Piet De Somer en Edouard Massaux een solidariteitsmotie te laten ondertekenen met betrekking tot het studentenprotest in Mexico. Aan de vooravond van de olympische spelen ageren de studenten er voor een meer rechtvaardige verdeling van de rijkdom in hun land. Bij een massademonstratie op het Plein van de Drie Culturen hebben de ordestrijdkrachten op 2 oktober het vuur geopend op de menigte. Balans: 200 doden. Wegens de afwezigheid van beide rectoren, ondertekent mgr. Joseph Devroede, vice-rector van de Franse afdeling, dan maar de motie.

15 oktober, Antwerpen. RUCA-studenten bezetten de gebouwen van de nieuw opgerichte katholieke tolkenschool voor meisjes, omdat er al een rijkstolkenschool bestaat en uit pluralistisch oogpunt dit parallelle katholieke initiatief bijgevolg onaanvaardbaar is. Aan de betoging 's avonds nemen ook UFSIA-studenten deel. Deze gezamenlijke poging om in Antwerpen alsnog een pluralistische studentenbeweging van de grond te krijgen draait nochtans andermaal op een mislukking uit. De kloof tussen beide universitaire centra blijkt uiteindelijk toch te groot te zijn.

18 oktober, Mexico. Terwijl de 'stars and stripes' gehesen wordt en het Amerikaans volkslied weerklinkt, steken de zwarte Amerikaanse atleten Tommie Smith en John Carlos een zwart gehandschoende vuist omhoog, de beruchte Black-Power groet, waarmee ze op miljoenen televisieschermen verschijnen. 24 oktober, Leuven. Na een oproep van het Aktiecomitee Leuven komen een 1000-tal studenten bijeen in Alma II. Zes studenten verstrekken er informatie over de staking bij Ford-Genk. Een solidariteitsbetoging met 600 deelnemers defileert door de Leuvense straten. Tot 21 november, dag waarop het tot een akkoord komt tussen de Fordarbeiders en hun werkgever, vinden nog geregeld dergelijke manifestaties plaats. Een harde kern van SVB-ers trekt zelfs bijna dagelijks naar Limburg waar ze een stakingspost vormen aan de ingang van het bedrijf. Ze delen er ook pamfletten uit. Door deze stap van de SVB naar de arbeiders toe, verliest de SVB voeling met de modale student. 24 oktober, Luik. Omdat een Vietnammeeting verboden wordt, bezetten 500 studenten twee uur lang de promotiezaal. Ze houden er een volksvergadering met een uitgebreid agenda: de kritische universiteit, de vrijheid van vergadering, meningsuiting en afficheren, en een algemeen verbod voor politie én rijkswacht om universiteitsgebouwen te betreden.

november

november, Leuven. Het nogal academische UCOD-BULLETIN, het tweemaandelijks interuniversitaire informatieblad over ontwikkelingslanden, ruimt plaats voor het vlotter en meer militante Ontwikkelingsguerilla, maandblad voor mentale reconversie. 4 november, Luik. De Luikse studenten staken, 's Middags zijn er volksvergaderingen gepland, waar het gezagsrecht van rector Dubuisson ter discussie staat.

6 november, Brussel. Vlaamse studenten boycotten de verkiezingen voor de raad van beheer en staken om hun Vlaamse eisen kracht bij te zetten. Ze roepen deze actiedag uit tot 'zwarte woensdag'.

13 november, Leuven. De onderhandelingen tussen de academische overheid en het Aktiekomitee Leuven over medebeheer aan de universiteit lopen dood. De academische overheid lijkt wel bereid de aanwezigheid van studenten in de faculteitsraden en de academische raad te dulden maar wil duidelijk geen pottenkijkers op de bureaus van genoemde raden die belast zijn met het dagelijks bestuur. De studenten die informatierecht op alle niveaus eisen laten zich niet afschepen en stappen resoluut uit de onderhandelingsboot. Uit protest bezetten ze het Spoelberghinstituut. De actie informatierecht gaat van start. De academische raad slingert de SVB het verwijt naar het hoofd het aktiekomitee te 'noyauteren' en de universiteit te willen kapot maken. In Rerum, het orgaan van de Leuvense faculteitskringen, neemt Kris Merckx de verdediging op van de SVB die door volledige informatie, later door totaal medebeheer de universiteit als burgerlijke instelling in dienst van beperkte belangengroepen, wil veranderen in een volksuniversiteit in dienst van de hele gemeenschap: 'Wij willen deze universiteit niet kapot maken, wij willen alleen haar finaliteit, haar dienstbaarheid grondig wijzigen'. Aldus Kris Merckx, voorzitter van het Leuvense Faculteitenkonvent.


43. SVB verlaat De Valk voor een optocht in het kader van de actie informatierecht, 14 november 1968. Links met pijp: SVB-er Louis Vos.

13 november, Brussel. Even beroert een andere kwestie de Brusselse studenten. De Cercle du Libre Examen, de Kring Vrij Onderzoek, het Brussels Studentengenootschap en de Assemblee générale des Etudiants organiseren een betoging tegen het bezoek aan Brussel van de Duitse kanselier Kiesinger omwille van zijn naziverleden. De politie gebruikt matrakken om de studenten uiteen te drijven. Dit hardhandig optreden verwekt bij de studenten een golf van protest.

13 november, Gent. Een 500-tal aanhangers van de SVB betogen tegen het militarisme naar aanleiding van de jaarlijkse legertentoonstelling op het Sint-Pietersplein. Wanneer de politie chargeert zoeken ze hun heil in universiteitsgebouwen aan de Blandijnberg waar de politie niet binnen mag zonder toelating van de rector. De manifestanten bezetten auditorium D om te vergaderen en dat is meteen de allereerste bezetting van een universiteitsgebouw in Gent.

17 - 21 november, Tsjechoslowakije. Praagse studenten bezetten de universiteitsgebouwen uit protest tegen de militaire aanwezigheid van de Sovjetunie in hun land.

19 november, Leuven. Het blad Vonk, een gemeenschappelijk initiatief van de Vlaamse Leuvense studentenverenigingen, rolt van de persen. Vonk geeft aan dat de kortsluiting die tussen studenten en academische overheid inzake informatierecht is ontstaan, voortkomt uit een diametraal tegengestelde visie op de universiteit en haar taak in de maatschappij. De naam Vonk verwijst naar het gelijknamige Russische illegale weekblad Iskra dat Lenin vanaf 1900 uitgaf. Blijkbaar staan de Lenin-biografieën bovenaan de literatuurlijstjes in dit najaar van 1968, want met de alternatieve vertaling Genster levert 'iskra' ook nog een titel voor een ander Leuvens blad, Genster, een maandschrift voor studie en actie dat van oktober 1968 de middelbare schooljeugd met maatschappijkritiek bestookt. Al na drie nummers concludeert Genster dat overal in jeugdclubs en scholierenkroegen de maatschappijkritiek aan 't gisten is en het dus zelf overbodig geworden is.

23 november, Gent. De SVB deelt pamfletten uit voor de aanvang van het college van professor Marthe Versichelen. Deze hoogleraar wordt ervan beschuldigd haar cursus veel te duur te verkopen. Professor Versichelen weigert zich voor de studenten te verantwoorden. Het gehakketak tussen prof en studenten escaleert tot een guerrilla die drie weken aansleept.


44. Paul Goossens
aan het bord, wellicht tijdens de actie informatierecht, Leuven, november 1968.

Op de duur controleren pedellen de studentenkaarten voor iedere les van Versichelen. Ook de tussenkomst van de politie verwekt bij veel studenten wrevel. Incidenten met de ordehandhavers zijn legio.

25 november, Leuven. De academische raad weigert een studentendelegatie samengesteld uit leden van het overkoepelend Aktiekomitee Leuven, te ontvangen. Reden is de aanwezigheid van de SVB-er Walter De Bock, met wiens achterban de academische overheid niet hoog oploopt. Als reactie tegen de exclusieve houding van de overheid besluit het Faculteitenkonvent om op 4 december een staking uit te roepen, die echter ook meteen het einde van de actie informatierecht te Leuven zou betekenen.

DE STIEFKINDEREN VAN DE LEUVENSE ALMA MATER - Inhoud

De welbespraakte Paul Goossens (°1942) werd de woordvoerder van de Leuvense studenten. Tijdens het academiejaar 1966-1967 was hij praeses van het KVHV, maar legde op het einde van zijn praesesschap, enkele maanden na de afscheuring van SVB, in oktober 1967 zijn lint neer. Het volgend academiejaar ontpopte hij zich tot voorman van de SVB, terwijl hij officieel ook als voorzitter van VVS fungeerde. De vakbeweging zat hem blijkbaar in het bloed want tijdens zijn daaropvolgende legerdienst in 1969-1970, richtte hij SOLVAK op, een soldatenvakbond. Nadien belandde Goossens in de journalistiek, in 1971 als medewerker van het efemere progressieve weekblad Vrijdag en in 1973 als economisch redacteur van De Standaard. Vanaf 1978 houdt hij als hoofdredacteur de nieuwe socialistische krant De Morgen drijvende. Met betrekking tot de revolte verscheen van zijn hand volgende analyse: De Leuvense revolte. Katalisator voor de democratische praxis in Vlaanderen en Wallonië, in het Vlaams Marxistisch Tijdschrift, 3, jg. 1, september 1966.

Ludo Martens (°1946) militeerde oorspronkelijk voor een zuivere taal in ABN-kringen van het KVHV. Toen hij in het academiejaar 1966-1967 de redactie waarnam van Ons Leven, verscheen dit erg traditioneel studentikoze blad plotseling in een ander kleedje, uitdagend, 'provoïd' naar vorm en inhoud, wild om zich heen schoppend, met kerk en kapitaal aan de schandpaal. Door het beruchte sex-nummer van februari 1967 haalde hij zich voorgoed de woede van de academische overheid op de hals. In maart 1967 pionierde Martens te Leuven met de Studentenvakbeweging. Begin juni 1967 stapte hij met andere SVB-militanten uit het KVHV. In de zomer van 1967 bekwaamde de SVB zich in de marxistisch-leninistische theorie. Deze 'met romantiek behaarde, ietwat afzijdige schuwe sikkel' die zich (nog steeds volgens het Leuven provo-blaadje NUL) 'met opgeheven schouderbladen langs onze drankhuizen en openbare pleinen voortbeweegt' zou zich weldra opwerpen als de strenge, koele theoreticus van de SVB. In het academiejaar 1967-1968 werd Martens niet toegelaten aan de Leuvense universiteit. De academische overheid liet zich ook het volgend academiejaar niet vermurwen. Hij verplaatste dan zijn actieterrein naar Gent, waar hij het vuur van de revolte meebracht. In 1971 was hij medeoprichter van AMADA, dat in 1978 omgevormd werd tot Partij van de Arbeid. En daar is hij tot vandaag de leidende ideoloog. Martens is co-auteur van de verjaardagspublikatie Dat was 1968 uit 1978.

De 24-jarige geneesheer in spe, Kris Merckx, (°1944) cumuleerde tijdens het academiejaar 1968-1969 een dubbele taak in de Leuvense studentenwereld: behalve praeses van de faculteitskring Medika, was hij ook voorzitter van het overkoepelende Faculteitenkonvent. Aanvankelijk als reformist verkozen tegen een SVB-kandidaat in, zou hij als praeses in een conflict met rector De Somer tot SVB-voorman radicaliseren. Van de weeromstuit raakte hij zodanig vervreemd van zijn gematigde achterban in het FK, dat hij in maart 1969 ontslagen werd. Na een jaar aspirant geweest zijn van het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, installeerde hij zich als huisarts in een groepspraktijk te Hoboken samen met Michel Leyers. Door hun lage tarieven kregen ze het meermaals aan de stok met de Orde der Geneesheren, die hen in 1973 en 1975 zelfs voor de rechtbank daagde. Hun opeenvolgende schorsingen lapten deze 'rode artsen' keer op keer aan hun laars. Eind 1975 beval de Antwerpse rechtbank zelfs een psychiatrische expertise van dokter Merckx naar aanleiding van zijn deelname aan acties op de scheepswerven van Cockerill-Yards. Ondertussen was Kris Merckx AMADA-militant geworden en zetelde hij in de gemeenteraad van Hoboken.

Walter De Bock (°1946) studeerde in het magische en woelige contestatiejaar 1968 aan de faculteit van letteren en wijsbegeerte te Leuven. Met zijn 22 jaar was hij vurig SVB-militant; net als Paul Goossens had hij voordien in KVHV-kringen vertoefd. Zo was hij gedurende 1965-1966 hoofdredacteur van het KVHV-orgaan Ons Leven. Hij gaf vroegtijdig zijn studies op om beroepsjournalist te worden, respectievelijk bij De Nieuwe Linie, Vrijdag, Knack-magazine, BRT-Panorama, De Krant, en opnieuw Knack, waar hij hoofd werd van de documentatiedienst. Vanaf januari 1979 ruilde hij deze job voor hoofd en coördinator van de politieke redactie van het dagblad De Morgen.

30 november, Luik. Bij een betoging tegen het vertonen van de pro-Amerikaanse Vietnamfilm The Green Barrets geraken studenten en ordehandhavers slaags. Dit scenario herhaalt zich nog twee maal diezelfde week.

december

3 december, Brussel. In het auditorium Paul-Emile Janson houdt Louis Armand, president van de Parij se Ecole polytechnique een lezing over de participatiegedachte. Onder zijn gehoor bevinden zich koning Boudewijn en talloze prominenten. De plechtige vergadering zet heel wat kwaad bloed bij de studenten omdat die van tevoren nergens was aangekondigd. De conclusie ligt voor de hand: als de dood voor een confrontatie verkozen de organisatoren een conferentie over medezeggenschap zonder dat studenten er hun zegje doen. De studenten, die zich aardig gepasseerd voelen, zetten de hal van het auditorium op stelten en zorgen voor de nodige heibel op de receptie.

4 december, Brussel. Studenten eisen een verklaring van rector Jaumotte over de gebeurtenissen van de vorige dag. Uit protest bezetten ze het bureau van de rector en dat van de voorzitter van de raad van beheer. De veertigdaagse bezetting van de voorbije zomer ligt nog vers in het geheugen. Dit keer laat de rector er geen gras over groeien en na een eerste aanmaning laat hij meteen politie en rijkswacht aanrukken. Het komt tot hevige botsingen tussen manifestanten en ordehandhavers. Er smeulen barricaden en wolken traangas drijven over de Franklin Rooseveltlaan. Een aantal studenten worden opgepakt.

5 december, Leuven. De academische overheid van de Franstalige afdeling organiseert voor de hele universitaire gemeenschap een 'journée de reflexion', een soort ideeënslag. Uiteindelijk wordt geopteerd voor een referendum over de nieuwe bestuursstructuren. Dit referendum zou er pas in maart 1971 komen, waarbij het globaal ontwerp voor een universiteitsherstructurering dat vooral de stempel draagt van het wetenschappelijk personeel en de studentenleiders, verworpen zou worden. De academische overheid neemt dan zelf het heft in handen en voert enkele hervormingen in die minder ver gaan dan wat er intussen aan de KU Leuven in dialoog met alle geledingen is bereikt.


45. Barricaden op de Paul Hégerlaan te Brussel, 4 december 1968.

5 december, Brussel. Een volksvergadering roept op tot een algemene staking, die evenwel op een sisser afloopt. Vooral het brutale politieoptreden wordt door de studenten scherp op de korrel genomen, 's Avonds volgen opnieuw schermutselingen met de politie.

6 december, Luik. De studentenafvaardiging stapt uit het overlegorgaan omdat de academische overheid de verslagen weigert te publiceren.

12-13 december, Luik. Omdat de Luikse studenten informatie willen van wat er op de vergaderingen van het dialoogorgaan gezegd wordt, besluiten ze tot een tweedaagse staking. Enkel de farmaceutische faculteit staakt niet mee. Er vinden volksvergaderingen plaats en teach-ins, waar onder meer ook weer Paul Goossens opdaagt.

13 december, Brussel. De raad van beheer van de Brusselse universiteit beslist om de universiteit per 1 oktober 1969 te splitsen in een zelfstandige Nederlandse en Franse afdeling. De eerste voorbereidselen zijn gestart.

Om herhaling van de gewelddadige incidenten van 4 en 5 december te voorkomen, besluit de raad van beheer om de studentengemeenschap voortaan via informatiebladen op de hoogte te houden van haar beleid.

1969 - Inhoud

januari

17 januari, Tsjechoslowakije. Het bericht dat de Praagse student Jan Palach zichzelf in brand heeft gestoken op het Wencelas-plein te Praag doet de wereld opschrikken. Dit is een dramatisch protest tegen de Sovjetinvasie in Tsjechoslowakije. 24 januari, Leuven. De SVB mobiliseeert een paar honderd studenten voor een demonstratie tegen de Amerikaanse interventie in Vietnam.

27 januari, Leuven. Na Luik en Brussel ziet nu ook Leuven hoe een groepje studenten manifesteert tegen de film The Green Barrets.

27-31 januari, Gent. De arbeiders van de textielfabrieken te Waarschoot en Sleidinge staken voor werktijdverkorting. Gentse studenten vormen mee stakingsposten en verspreiden pamfletten. Op 29 januari lokt een volksvergadering over de textielstaking 300 geïnteresseerden. Na de meeting begeven de studenten zich naar de redactiekantoren van de krant De Gentenaar, waarvan ze voortaan objectieve informatie over de staking eisen. De politie is ze echter te snel af; insiders vermoeden dat er onder de studenten verklikkers aan het werk zijn. 30 januari, Luik. In een motie aan rector Marcel Dubuisson eisen de studenten dat de raad van beheer zo vlug mogelijk studentenvertegenwoordigers zou opnemen. Die studentendelegatie moet stemrecht krijgen en moet over alles wat er op de raad bedisseld wordt, kunnen rapporteren bij de studentengemeenschap. Tot besluit van de motie voegen de studenten de rector nog het dreigement toe dat ze desnoods niet zullen aarzelen om in het stille Luik barricaden op te werpen.

februari

3 februari, Antwerpen. Tussen de drie nationale partijen, bij monde van de Antwerpse mandatarissen Paul Willem Segers (CVP), Jos van Eynde (BSP) en Frans Grootjans (PW), komt een overeenkomst tot stand waarbij het plan Kinsbergen wordt aanvaard. De al bestaande kandidaturen in de positieve wetenschappen en de geneeskunde van het RUCA, en de kandidaturen in de humane wetenschappen van de UFSIA zullen een gemeenschappelijke bovenbouw van licenties en doctoraten krijgen. Aldus zou één volledige universiteit-Antwerpen ontstaan, samengesteld uit drie universitaire instellingen: RUCA, UFSIA en de nieuw opgerichte Universitaire Instelling Antwerpen (UIA).

5-7 februari, Antwerpen. RUCA-studenten roepen een driedaagse werkstaking uit om een alternatief voor het plan Kinsbergen uit te dokteren. Zowel de geheime totstandkoming, de autoritaire afkondiging ervan als de strekking van het plan lokken kritiek uit. Onderwijsvernieuwingen krijgen geen kans en tegenover het pluralistische ideaal van de studenten wordt een 'sui generis'-oplossing gesteld waarbij twee verschillende levensbeschouwelijke onderwijsnetten homogeen samenwerken op het niveau van de kandidaturen en heterogeen op dat van de licenties en doctoraten.

In een motie sluiten UFSIA-studenten zich bij dit protest aan. Ook zij streven naar een pluralistische universiteit, deconfessionalisering van de eigen instelling en afbraak van verouderde universiteitsstructuren.


48. Gentse studenten op de bres voor de textiel.

DE KATHOLIEKE ANTWERPSE STUDENT IN DE CONTESTATIE - Inhoud

In tegenstelling tot de strijdbare Leuvense studenten vond bij de UFSIA-studenten de radicale conflicttheorie vrijwel geen bijval. Deze studenten geloofden in de mogelijkheden van de dialoog russen de contesterende groep en het establishment en volgens hen was het maatschappelijk bestel nog niet zo gesloten dat er geen ontsnapping meer mogelijk zou zijn. Ook het economisch determinisme, dat een radicale breuk met hun katholiek verleden zou betekenen, konden zij moeilijk aanvaarden. Voor hen bleven culturele factoren en de idee van 'vrijheid' erg belangrijk. Dit verklaarde meteen hun voorkeur voor 'sensibilisering', bewustmaking via politiserend vormingswerk als 'langzame weg' om tot structuurverandering te komen. In feite bestond hun bewustzijnsommekeer hierin dat ook zij hoe langer hoe meer de wereld in termen van 'structuren' gingen bekijken, in contrast met de katholieke leer die de nadruk op het individu legt. K. Dobbelaere en J. Billiet (Godsdienst in Vlaanderen, Leuven, 1976) zouden hen in dit opzicht onder de beweging 'nieuw-links' in de katholieke kringen geklasseerd hebben. De zuil was een van die structuren die afgewezen werd. De strijd tegen de verzuiling dateerde al uit het begin van de jaren zestig en de katholieke studenten, die hiermee de bestaansreden van hun eigen universiteit aanvielen, hadden zich maar aarzelend aangesloten, de UFSIA-studenten pas omstreeks 1965. Eenmaal gepolitiseerd en vertrekkend vanuit hun maatschappijkritische opdracht, voelden de UFSIA-studenten zich in hun overtuiging gesterkt, nu ook de talrijke relaties van de zuilorganisaties met het establishment blootgesteld werden. Daarbij stonden zij meer dan ooit op hun zelfstandigheid: desnoods moest de universiteit zich maar aanpassen aan de studenten met hun verschillende ideologieën, en niet omgekeerd. De pluralistische idee kende in deze periode een grote verspreiding en voor de katholieke zuil betekende dit het verlies van een groot aantal leden, vooral onder de jongvolwassenen. De godsdienstsociologen Dobbelaere en Billiet situeren het begin van de evolutie van een kerks-katholicisme naar een sociaal-culturele christenheid in deze periode.

6 februari, Luik. Afgevaardigden van de Luikse faculteitskringen verkiezen een 12-koppige studentenvertegenwoordiging voor de raad van beheer van de universiteit. Maar rector Dubuisson stribbelt nog altijd tegen.

11 februari, Antwerpen. UFSIA organiseert een bezinningsdag over de Antwerpse universitaire expansie. Uiteindelijk komen de studentenleiders ertoe het driepartijenakkoord over het plan Kinsbergen als voorlopige oplossing te aanvaarden. 14 februari, Antwerpen. Aan de UFSIA proberen studenten van het RUCA er hun katholieke medestudenten van te overtuigen dat ze zich vergist hebben met hun voorlopige aanvaarding van het plan Kinsbergen: de RUCA-delegatie dringt aan op pluralistische samenwerking tussen studenten van beide netten, maar de beoogde dialoog komt niet op gang.

17-18 februari, Antwerpen. Studenten houden 's nachts een verfactie uit protest tegen het plan Kinsbergen. 19 februari, Luik. Rector Dubuisson weigert zijn standpunt inzake de democratisering van de universiteit voor een studentenmenigte toe te lichten. Om alsnog een discussie met de academische overheid uit te lokken, besluiten de studenten de academische raadszaal te bezetten. Ze trotseren de rector die de zaal wil laten ontruimen en houden het drie dagen vol. De bezetting verloopt overigens in vrij duistere omstandigheden, want de academische overheid heeft de elektriciteit laten uitschakelen.

21 februari, Antwerpen. Studenten bezetten uit protest tegen het plan Kinsbergen het CVP-huis, het PVV-lokaal (Liberator) en de UFSIA-gebouwen. De actie loopt uit op een betoging. 25 februari, Luik. Tijdens een memorabele vergadering van een 50-tal professoren, tientallen leden van het wetenschappelijk personeel en 900 studenten kondigt rector Dubuisson aan dat op de volgende vergadering van de raad van beheer 45 studenten hun grieven mogen komen formulen.

maart

3 maart, Antwerpen. De Mouvement des Etudiants universitaires belges d'expression francaise (MUBEF) en de Vereniging der Vlaamse Studenten (VVS) organiseren een teach-in over het Antwerpse expansieprobleem. Het Antwerps studentenprotest krijgt steun vanuit Gent en Leuven, 's Avonds dagen er zo'n 350 studenten op voor een gemeenschappelijke betoging. 6 maart, Leuven. Na een voordracht van minister van staat Paul vanden Boeynants, troepen een 400 Franstalige studenten samen voor het huis van premier Gaston Eyskens. Ze scanderen: 'Gaston, démission', 'UCL, garanties', 'Gaston, des sous' en 'Grèves, grèves'. Gaston Eyskens, die juist thuiskomt, wordt met rotte eieren bekogeld. De Franstalige studenten zijn ontevreden over de traagheid waarmee de regering de overheveling van


47. Nachtelijke ambiance voor het huis van minister Eyskens te Leuven.

Leuven-Frans aanpakt. Eindeloze discussies vooral met betrekking tot de zware financiële complicaties hadden tot nu toe niets opgeleverd.

Naar aanleiding van deze spontane manifestatie komt het tot een echt gevecht met de rijkswacht, die erg kwistig met traangas omspringt en een zestal arrestaties verricht.

11 maart, Leuven. Een groepje van 30 studenten voert op initiatief van VVS actie voor de afschaffing van militaire pacten. De rijkswacht maakt voortijdig een einde aan deze manifestatie. Tegen dit onvriendelijke optreden wordt dan 's avonds betoogd door een 200-tal studenten.

12 maart, Leuven. Naar schatting 2000 Franstalige Leuvense studenten houden een zogenaamde informatie-picknick in het stadspark. Jacques Leroy, studentenafgevaardigde in de academische raad, spoort de studenten aan om de regering uit haar immobilisme wakker te schudden en waarborgen voor de overheveling te eisen.

Later op de avond komt het tot schermutselingen met de politie.

12 maart, Luik. De raad van beheer van de Luikse universiteit die bereid lijkt een studentenvertegenwoordiging toe te laten, besluit de hele zaak toch achter gesloten deuren af te handelen, waardoor ze de studenten net tegen zich in het harnas jaagt.

12 maart, Gent. De organistoren van een debat over pornografie krijgen van de academische overheid te horen dat ze op de bewuste avond hoogstens plaatjes met erotische afbeeldingen uit de antieke oudheid mogen projecteren. De bijna 400 belangstellenden zijn woest en lijken niet van plan om zoveel betutteling over hun kant te laten gaan. Onmiddellijk begint een werkgroep pamfletten te stencilen tegen de onhandige censuur van rector Bouckaert. Studenten sleutelen aan een persmotie, die ze 's anderendaags op het rectoraat willen afgeven. Met deze banale sexrel zet Gent eindelijk de contestatie in, één jaar na de grote internationale revoltes.

13 maart, Gent. Zowat 350 studenten verzamelen om 14 uur aan de ingang van het studentenrestaurant De Brug. De paar honderd meters die de mensa van het rectoraat scheidt, worden af geslenterd onder de kreten 'Geen censuur', 'Vrije meningsuiting', en tot algemeen vermaak 'Het gezag geeft zich bloot'. Het gezag, in casu rector Jean Jacques Bouckaert, laat inmiddels de deuren van het rectoraat hermetisch afgrendelen. De rector geeft niet thuis. Een groep studenten ziet toch binnen te glippen door een keldergat. Na wat over en weer gepraat laat rector Bouckaert de politie roepen; bij de ontruiming vallen harde klappen. In de Blandijn wonen 's avonds een 1000-tal studenten een meeting bij. Alles staat in het teken van repressie en censuur.


48. Brandende barricade in de Leuvense Muntstraat, 14 maart 1969.


49. De creatieve universiteit te Gent, maart 1969. Op het bord: flarden uit een cursus 'traangasbestrijding'.


50. Ludo Martens enthousiasmeert de massa's te Gent.

De samenwerking met het politieapparaat en het beruchte 'autoritarisme', tot nog toe alleen bekend uit de linkse strijdliteratuur, hebben de studenten aan den lijve ondervonden. Een en ander is zo scherp aan het licht getreden dat de porno-avond, de aanleiding van dit alles, al vlug van de spandoeken verdwijnt en plaats ruimt voor de nieuwe slogans uit de internationale studentencontestatie, die nu ook te Gent opgeld doen. Ze bieden alvast stof voor verdere actie.

11-13 maart, Antwerpen. Tijdens het VVS-congres over universitaire vernieuwing geraken de acties te Antwerpen in een stroomversnelling. Naast de slogan 'Voor een volwaardige universiteit te Antwerpen nu' verschijnen ook meer radicale slogans tegen de repressie, tegen de politiestaat en tegen de onderdrukking van de meningsuiting. Een democratische, pluralistische universiteit met een actief onderwijssysteem en een kritische maatschappelijke instelling wordt strijdobjectief nummer één.

14 maart, Gent. Na een geestdriftige volksvergadering klinkt het erg gedecideerd: 'Wij wensen geen lessen te volgen zolang onze gevangen kameraden dit niet kunnen. Wij wensen te werken aan de uitbouw van een niet-repressieve universiteit zolang de oude universiteit autoritair en repressief is'. De volksvergadering loopt uit op een betoging met 1500 studenten, die het Gentse stadscentrum doorkruisen. Ze roepen "t Is maar een begin, wij gaan door met de strijd', afgewisseld met 'Arbeidersstudenten, één front'. Kortom: zowel het élan als de juiste ideologische lijn zijn nog volop aanwezig. In de loop van de volgende dagen blijft het vergader- en betoogvirus voortwoekeren. Pamfletten dwarrelen over de stad en de Gentenaars krijgen muurkranten te lezen. Harde confrontaties met ordehandhavers blijven niet uit.

14 maart, Leuven. Enkele honderden Vlaamse en Waalse studenten betogen eensgezind voor waarborgen met betrekking tot de overheveling van de UCL naar Wallonië en voor de democratisering van het onderwijs.

17 maart, Antwerpen. Het Opsinjoorke wordt door studenten ontvoerd als gijzelaar in de actie voor een pluralistische universiteit.

19 maart, Gent. Een paar honderd studenten arriveren bij het krieken van de dag aan de fabriekspoorten van ACEC, Fabelta, Ebes, Texaco, Arbed, Sidac, de textielbedrijven en nog enkele andere fabrieken. Ze willen hun geestdrift voor de democratie overbrengen op de arbeiders. 19 maart, Leuven. VVS en haar Franstalige zusterorganisatie

MUBEF organiseren samen een meeting voor Vlaamse en Waalse studenten. Er zijn ook delegaties uit het buitenland en van de Brusselse universiteit van de partij. Na een opkikker vanwege Paul Goossens begeven de studenten zich naar de woning van premier Eyskens om er te onderhandelen over de terugtrekking van de ordediensten uit de stad. Maar de rijkswacht kruist ze op hun pad en met traangas en waterkanonnen worden ze tegengehouden. De studenten werpen vervolgens barricaden op. Met 200 man slagen ze erin het college De Valk in te nemen; na nauwelijks één uur worden ze er evenwel door de ordehandhavers weer uitgehaald.

19 maart, Antwerpen. Enkele honderden Antwerpse studenten komen opnieuw op straat voor een pluralistische universiteit.

19 maart, Luik. Meer dan duizend Luikse studenten manifesteren voor het rectoraat voor meer democratie aan hun universiteit.

20 maart, Gent. Een vijf-puntenprogramma voor een alternatieve kritische universiteit komt uit de bus tijdens een volksvergadering in de Blandijn. De studenten willen het traditionele ex-cathedra-onderwijs vervangen door projectonderwijs in werkgroepen die aan het einde van het jaar worden geëvalueerd. Voorts moet de student zelf een pakket keuzevakken kunnen samenstellen.

Om twee uur 's nacht valt de rijkswacht de Blandijn binnen. De 700 aanwezige studenten, nog steeds in vergadering bijeen, worden naar de rijkswachtkazerne gedraineerd waar ze de rest van de nacht doorbrengen. Rector Bouckaert laat de gebouwen aan de Blandijnberg sluiten en stuurt de studenten vervroegd met paasvakantie.

20 maart, Leuven. Zo'n 3000 Franstalige Leuvense studenten komen te Brussel bijeen voor een optocht van Sint-Lambrechts-Woluwe naar de Eeuwfeestpaleizen. Ze krijgen versterking van studentendelegaties van de faculteiten Notre-Dame de la Paix uit Namen en de universitaire faculteiten Saint-Louis uit Brussel. Waarborgen voor de overheveling, onderwijsvernieuwingen én kritiek op het politieapparaat staan in hun eisenprogramma voorop.

24 maart, Luik. Freddy Esther wordt de nieuwe voorzitter van de Union générale des Etudiants van Luik. Hij kondigt al onmiddellijk harde acties aan en hamert op samenwerking met de arbeiders die broodnodig is in de strijd voor een democratische samenleving.

25 maart, Gent. Nu de contestatie is afgelopen, worden de rekeningen vereffend. De raad van beheer van de Gentse rijksuniversiteit besluit alvast één student, Renaat Willockx, gewoon de laan uit te sturen en zeventien voor de universiteit werkende jobstudenten te ontslaan. Het beleid van rector Bouckaert tijdens de voorbije maartopstand krijgt de volle goedkeuring van de raad van beheer.

26 maart, Leuven. Als uitvloeisel van de jaarlijkse vastenactie Operatie Restitutie slaan verschillende universitaire werkgroepen te Leuven (UCOD, Ad lucem, Werkgroep Derde Wereld SVB, de Universitaire Parochie, Universitas, Werkgroep Derde Wereld KVHV), de handen in elkaar om samen met werkgroepen uit andere centra voor hoger onderwijs een Derde Wereld Beweging (DWB) op gang te brengen. Bij de Leuvense studenten is de internationale probleemgevoeligheid van lieverlede uitgelopen op een afwijzing van het eigen Westerse economisch model. De Derde Wereldbeweging belijdt dan ook uitdrukkelijk solidariteit met de bevrijdingsbewegingen in de derde wereld in combinatie met steun aan de arbeidersstrijd in eigen land.

HET ZAAD DER MARTELAREN - Inhoud

De problematiek van de ontwikkelingslanden heeft in hoge mate de'verlinksing' van jongvolwassen christenen beïnvloed. Die jongeren, gesensibiliseerd door het missiewerk en de nadruk op sociale rechtvaardigheid in de katholieke milieus, stonden voor die problemen erg open. Toen ontwikkelingsvraagstukken van langsom meer verbonden werden met het imperialisme van de Westerse industriestaten, leidde dit tot een felle maatschappijkritiek die gelijk de insijpeling van enig marxistisch ideeëngoed in de katholieke wereld mogelijk maakte. Bevrijdingsbewegingen in de Derde Wereld werden geassocieerd met de arbeidersstrijd hier te lande in de overtuiging dat het ging om 'dezelfde strijd en dezelfde inzet'. Bakermat van de hele beweging was het Zuidamerikaanse continent, dat ook in Leuven met een sterk contingent studenten en seminaristen vertegenwoordigd was. De bevrijdingsbeweging aldaar leverde aan het nieuwe tiers-mondisme zijn eerste martelaren, die net als in de oude missieverhalen met een aureool van stoutmoedigheid en integriteit vooral de jeugd vermochten aan te spreken.

Zo was bijvoorbeeld Camilo Torres, niet alleen bij Leuvense studenten maar algemeen in kerkelijke kringen, een symbool voor de bevrijdingsstrijd geworden. Deze Colombiaan, in 1930 geboren uit een gegoede familie, studeerde na zijn priesterwijding te Leuven, en behaalde er een licentie in de sociale wetenschappen.

 


51. De kop van Che.

Bij zijn terugkeer werd hij benoemd tot professor en studentenpastor aan de nationale universiteit van Colombia in Bogota. Onder impuls van de studenten evolueerde zijn overwegend theoretisch werk tot een praxis van de revolutionaire strijd. Vanwege zijn politieke activiteit liep hij een kerkelijke veroordeling op, waarna hij zijn priesterambt neerlegde. Aanvankelijk poogde hij nog een eenheidsfront van alle tegenstanders van de heersende orde te vormen, maar toen hij inzag dat een wettelijke volksbeweging niet haalbaar was, sloot hij zich aan bij de guerrilla-beweging. Op 17 februari 1966 sneuvelde hij tijdens een gevecht met het Colombiaanse leger. Voor de studenten was hij niet dood. Ook te Leuven was de herinnering aan deze opmerkelijke alumnus en zijn bewogen levensloop blijven nazinderen. Twee jaar na zijn dood, in 1968, werd een nieuwe studentenwoonwijk aan de Brusselsestraat in Leuven naar hem genoemd.

28 maart, Gent. Gentse studenten staken en meer dan 1000 onder hen stappen op in een manifestatie tegen het beleid van de rector. Die ultieme actie luidt meteen het einde in van de Gentse maartbeweging want de paasvakantie staat voor de deur en de naderende examens zouden bij de meesten de strijdbare

...

hiermee voor jarenlang in het hoger onderwijs zuilen en gemeenschappen gelijmd.

juni

12-22 juni, Nederland. De processen tegen de bezetters van het Maagdenhuis te Amsterdam vinden plaats. De nacht van 12 op 13 juni wordt opnieuw een nacht op de barricaden. Een demonstratie van ongeveer 6000 man eindigt in een veldslag met de politie. De processen zelf lijken een schoolvoorbeeld van politieke rechtspraak, die zelfs bij professoren in de rechtsgeleerdheid protest uitlokt.

juli

21 juli, Verenigde Staten. De Amerikaanse astronaut Neil Armstrong zet als eerste mens voet op de maan, 'een kleine stap voor hem, een grote sprong voor de mensheid'.

augustus

15-17 augustus, Verenigde Staten. De Amerikaanse jeugd — de media gewagen van 300.000 tot 500.000 aanwezigen — beleeft met hart en ziel de mythe van het Woodstock-muziekfestival.

oktober

6 oktober, Leuven. Voor de eerste keer mag bij de opening van het nieuwe academiejaar ook een student het woord voeren. Mon Vanderostyne, voorzitter van de Algemene Studentenraad, spreekt over 'participatie of contestatie'.

PARTICIPATIE OF CONTESTATIE - Inhoud

Bij de aanvang van het academiejaar 1969-1970 werd de studentenbeweging voor de keuze gesteld tussen participatie, die aan de meeste universiteiten welhaast geïnstitutionaliseerd was, of contestatie, een modeverschijnsel, zo leek het, dat, wou het een volgend seizoen nog meegaan, dringend aan een herdefiniëring van zijn doelstellingen toe was. De participatie veronderstelde een beperking van het vernieuwingsstreven tot de universiteit, in tegenstelling tot de contestatie die de maatschappij zelf ter discussie stelde, en daarom de problemen in de universitaire binnenkeuken als bijkomstig wegwuifde. Revolutionaire studentenbewegingen zochten toenadering tot de arbeiders en raakten hierdoor in het studentenmilieu gemarginaliseerd.


52. ASR-voorziiter Mon Vanderostyne spreekt over 'participatie of contestatie', Leuven, 6 oktober 1969.

Tijdens de actie informatierecht in november-december 1968 trad al aan het licht dat SVB niet langer de ongecontesteerde gangmaker van de Leuvense studentenbeweging was. Terwijl voor SVB het informatierecht niet meer dan een slagzin en een handig instrument voor verdere agitatie en ledenwerving bleek, kwam daar protest tegen van andere, vooral 'facultaire'-studentenleiders, die het informatierecht wel degelijk au sérieux namen. Voor deze meer gematigde elementen was informatie minstens een stap naar het te veroveren medebeheer, waarvoor de academische overheid in juni het licht op groen leek gezet te hebben door de instelling van de Commissie Universiteitsherstructurering. Dit werden de waterdragers van het systeem, waarvoor de studentenvakbeweging waarschuwde toen ze hooghartig medebeheer afwees. Bang haar handen vuil te maken en zich te compromitteren, bleef de SVB zelf aan de kant staan. Ze zou ten andere ook steeds minder studenten vertegenwoordigen.

Omdat er op dat moment te Leuven geen overkoepelende studentenvakbond voorhanden was, die als representatief voor de hele studentengemeenschap kon gelden, werden voor het medebeheer de faculteitskringen ingeschakeld. Die hadden na het wegvallen van het Leuvens Studentenparlement in 1962 nog aan belang gewonnen. Zij hadden mee de strijd om Leuven Vlaams gedragen en onder invloed van het studentensyndicalisme waren de studenten er overgegaan tot het autonoom verkiezen van hun afgevaardigden. Per slot van rekening groepeerden de faculteitskringen alle studenten aan de universiteit: ze konden, bijgevolg op een maximale representativiteit bogen, terwijl ze in de faculteiten nog als doorgeefluik tussen studenten en professoren fungeerden. Ze waren dus ideaal geplaatst om de nodige delegaties voor het medebeheer te leveren. In 1969 werden ze alle gegroepeerd onder een Algemene Studentenraad (ASR), die zich in zijn onderscheiden deelraden zou bezig houden met elk facet van de studentenwerking en die studenten zou afvaardigen naar de academische raad. De ASR was van meetaf aan op integratie afgestemd.

Terwijl de idee van representativiteit opgeld deed in de organisatie van de faculteitskringen, zou bij politieke studentenverenigingen als SVB de idee van een politieke voorhoede wortel schieten. De vervreemding van hun natuurlijke achterban, zou bij die verenigingen het aantal leden doen slinken. In plaats van tot bezinning te komen en omwille van de basis was gas terug te nemen, draafden ze door. Ter legitimatie creëerden ze zich een wel erg geflatteerd zelfportret: dat van de politieke avant-garde. Samen met de herinnering aan hun vooraanstaande rol bij voorgaande acties en onder invloed van een slecht verteerd leninisme, groeide de overtuiging dat een kleine schare de kudde leiding moest geven. De ideologen zouden de massa met grote haast warm maken voor ideeën die enkel de kleine groep totdantoe ontdekt had. Hiervoor werd gebruik gemaakt van informele structuren die in de hitte van de strijd ten tijde van de grote revolte bijna spontaan te velde waren ontstaan: de actie-comité's en de volksvergadering.

actiecomité dat de sensibilisering van de massa ter hand nam, de actie zou richting geven en daartoe de nodige ordewoorden lanceerde, die aan een volksvergadering ter goedkeuring werden voorgelegd. De vergadering van enkele honderden geïnteresseerden, potentiële actievoerders, besliste vervolgens over het verloop van de actie waarbij de hamvraag 'staken of niet' steevast terugkeerde. Zo ontstond een hele beslissingsstructuur die, naarmate de acties zich met de regelmaat van een klok aandienden en de stakingen stilaan een jaarlijks terugkerende folklore leken, een situatie van dubbele macht deed ontstaan met aan de ene kant de operationele lijn van actiecomites en volksvergaderingen, en daar tegenover de passief toekijkende representatieve organen van faculteitskringen en Algemene Studentenraad. Maar ook wanneer de interesse van de studenten niet opgewekt kon worden, bood deze structuur de mogelijkheid aan kleine minderheden acties te lanceren uit naam van alle studenten. Toen uiterst linkse verenigingen hier al te gemakkelijk gebruik van maakten, bracht dit de hele progressieve studentenbeweging in diskrediet. Hiertegen zouden bij herhaling malcontenten met democratische argumenten protest aantekenen. Hun terechte kritiek was steeds koren op de molen van een recalcitrante rechterzijde, die met dit soort achterhoedegevechten het progressieve overwicht probeerde te doorbreken. 15 oktober, Luik-Gent. De ministers van nationale opvoeding, Pierre Vermeylen en Abel Dubois, en de ministers van cultuur, Frans van Mechelen en André Parisis dienen een wetsontwerp in over de uitbreiding van de raad van beheer van de rijksuniversiteiten en de rijksuniversitaire centra. Het wetsontwerp bepaalt dat de raden van beheer niet meer uitsluitend samengesteld worden door het universitair onderwijzend personeel; ze zullen voortaan bestaan uit vertegenwoordigers van alle geledingen van de universitaire gemeenschap en ook buitenstaanders uit de politieke en economische wereld bevatten. De studenteneisen inzake democratisering die de afgelopen maanden in Gent en Luik gesteld werden, vinden dan toch min of meer gehoor.

24 oktober, Leuven. Universitas brengt een extra-aflevering over drugs. Aanleiding is een avondlijke razzia van de rijkswacht te Leuven op 15 oktober en meer algemeen het jeugdbeleid van de socialistische minister van justitie Alfons Vranckx, die op allerlei vormen van afwijkend gedrag nogal verkrampt reageert.

De opkomst van een subcultuur van druggebruikers situeert zich in de jaren zestig, toen de Amerikaanse hippiecommunes volop met bewustzijnsverruimende middelen experimenteerden. Zelf toont Universitas zich niet ongevoelig voor psychedelische effecten; het laat Allan Watts en Adous Huxley aan het woord en verstrekt gul 'tips voor reizigers'. Wel weerstaat de redactie aan de verleiding 'om via een chemisch opgezette verruiming van het bewustzijn de westerse waarden op te breken', waartegen je het beter met een helder hoofd kunt opnemen. 'Waarom is opium verkeerd ? Het is godsdienst voor het volk'. De moraalridders van Universitas tonen veel begrip voor de problemen van drugssnuivende jongeren uit de middenklasse en zijn bereid voor ze in de bres te springen als het erop aankomt tegenover domme repressie het recht op experimenteren te verdedigen. Universitas plaatst zich daarmee bewust op 'kleinburgerlijk' standpunt waardoor het wel lijkt af te stappen van de geforceerde proletarisering die de studenten avant-garde in Leuven omstreeks die tijd is gaan voorstaan. 29 oktober, Leuven. De Studentenwerkgroep Homofilie richt een teach-in in over homosexualiteit in het college De Valk. Wegens de massale belangstelling wordt die twee weken later nog eens overgedaan. De contestatiebeweging van de jaren zestig heeft naast het politieke, ook het sociaal-maatschappelijk bewustzijn van de studenten, vergroot. Typisch is het doorprikken van taboes, waarvan deze teach-in getuigt. De Leuvense Studenten-werkgroep Homofilie was in juni 1969 opgericht naar het voorbeeld van bestaande studentengroepen in Nederland en met de steun van de Universitaire Parochie. Doel is individuele homo's uit hun isolement te helpen en een mentaliteitswijziging te bewerken ten aanzien van wat nog enigszins pudiek homofilie (en niet homosexualiteit) heet.

29 oktober, Brussel. Een 50-tal studenten betoogt uit solidariteit met het Palestijnse volk.

november

12 november, Gent. Naar jaarlijkse gewoonte demonstreren een 150-tal studenten tegen de traditionele legertentoonstelling. Het initiatief gaat uit van de SVB-Gent, de Socialistische Jonge Wachten (SJW) en van Solvak, de militaire soldatenvakbond waarvan Paul Goossens, student af en op dat ogenblik milicien, de spilfiguur was.

17-18 november, Bergen. 207 studenten uit het hoger onderwijs te Bergen marcheren van Brussel naar Bergen om een universitair statuut voor hun hogeschool te eisen.

20 november, Brussel. Een studentenbetoging van 200 man sterk trekt door de Brusselse straten om onderwijshervormingen af te dwingen.

december

december, Antwerpen. De historicus Karel van Isacker, hoogleraar aan de UFSIA, publiceert het pamflettaire boekje Het land van de dwazen. Van Isacker schrijft schamper over het 'boulot-metro-dodo'-bestaan. Ook de verslavende consumptiemaatschappij, de afstompende massamedia en de lakse houding van de universiteiten stelt hij aan de kaak. Onder de dreiging van de technocratie en de 'bom' oordeelt de jezuïet Van Isacker dat de hippies, provo's, beatniks en alle jongeren in verzet groot gelijk hebben. Van Isacker was zowat de 'maïtre a penser' van enkele generaties Antwerpse studenten, op wie hij een sterke indruk naliet.

11 december, Leuven. Studenten betogen tegen het Griekse kolonelsregime.

1970 - Inhoud

januari

5 januari, België. In het Limburgse steenkoolbekken breekt een wilde staking uit die niet door de vakbonden wordt erkend. Toch leggen weldra 23.000 arbeiders het werk neer. Ze eisen 15 procent loonsverhoging. Ook knaagt de onzekerheid over de toekomst van de mijnen, terwijl bovendien de toevloed van gastarbeiders de werkgelegenheid in gevaar lijkt te brengen. De stakers richten zelf een permanent stakingscomité op. Een volledige werkhervatting komt er pas op 17 februari 1970, na een akkoord tussen werkgevers en werknemers. Tijdens de mijnwerkersstaking vinden studenten en arbeiders elkaar opnieuw. SVB, met ruggesteun uit Leuven maar ook uit Gent, herdoopt er zich tot Mijnwerkersmacht. Mijnwerkersmacht, dat ageert naast het permanent stakingscomité, wil de staking een revolutionaire wending geven en schuwt daarom de samenwerking met de vakbonden. Vooral de faculteitskring Politica vormt een harde kern. Voor het in marxistisch-leninistische richting evoluerende SVB, komt de staking net op tijd om het dreigend uiteenvallen van de groep te voorkomen.

Ook de trotskistisch georiënteerde Socialistische Jonge Wacht (SJW), die sinds 1964 onafhankelijk van de BSP opereert en vooral actief is aan de Gentse Rijksuniversiteit, steunt de stakende Limburgse mijnwerkers.

53.


54. Solidariteitsbetoging met de mijnwerkers te Leuven, 12 februari 1970. Op het spandoek in de achtergrond: 'Eyskens in de mijn, arbeiders aan de macht!'.

 Ze volgt echter een andere strategie dan Mijnwerkersmacht. Zo bijft SJW zijn werking uitdrukkelijk binnen de vakbeweging situeren. Terwijl Mijnwerkersmacht in vlugschriften vakbondsleiders als varkentjes afbeeldt, vermijdt SJW frontaal in aanvaring te komen met de georganiseerde arbeidersbeweging die in haar analyse nog steeds de grote hefboom blijft voor een maatschappelijke omwenteling. Niettemin slagen noch Mijnwerkersmacht, noch de SJW erin om een grote, goed georganiseerde studentenbeweging op gang te brengen, die de studentenmassa kan meeslepen. Tekenend voor de rivaliteit tussen beide gauchistische strekkingen, is het onuitroeibare verhaal over het geld van een collecte voor de mijnwerkers dat de trotskisten zouden hebben opgebrast, een aantijging waarmee de latere maoïsten nog jaren lang zouden blijven uitpakken.

16 januari, Antwerpen. UFSIA en RUCA rakelen hun oude ideaal van een pluralistische Antwerpse studentensamenwerking weer op. De nieuwe pluralistische Vereniging der Antwerpse studenten (VAS), gaat van start.

17 januari, Leuven-Gent-Antwerpen. Enkele honderden Leuvense, een 1000-tal Antwerpse en een slordige 800 Gentse studenten halen elk in hun universiteitsstad een frisse neus terwijl ze andermaal hun solidariteit betuigen met de Limburgse mijnwerkersstaking.

februari

12 februari, Leuven. Uit solidariteit met de stakende mijnwerkers komen volgens rijkswachtgegevens een 1000-tal studenten op straat. Hetzelfde gebeurt te Hasselt, Zwartberg, Bilzen, Genk en Heusden, waar naast studenten ook scholieren mee opstappen. Te Leuven zou zich het scenario de volgende dag nog eens herhalen, waarbij vooral de woning van eerste minister Gaston Eyskens het brandpunt van de agitatie vormt. 25 februari, Antwerpen. Tijdens een Panorama-uitzending op de televisie over de Antwerpse universiteit, zetten de voorzitters van VAS (Vereniging van Antwerpse Studenten), Jacques Van den Berghe van UFSIA en Mon Vancaeyzeele van RUCA, hun visie over de nieuwe universiteit uiteen. Ze leggen zich neer bij het plan Kinsbergen als voorlopige oplossing maar onderstrepen dat ze zullen blijven actie voeren om de bestaande instellingen in pluralistische zin te doen evolueren met als einddoel: de realisatie van één volwaardige, pluralistische universiteit.

maart

6 maart, Leuven. Universitas en Rerum, blad van het Faculteiten-konvent, geven een gezamenlijk sexnummer uit, 'extraseksektras'. De bedoeling is om een aantal taboes rond sexualiteit te doorprikken.


55.


56.

Van de raad van beheer van Universitas krijgt de

...

onder de naam Universitas te publiceren. De ontslagen redactie begint dan vanaf oktober 1970 op eigen houtje het blad Omtrend uit te geven, dat een onafhankelijke koers zou varen. De naamverandering deed geen afbreuk aan de kwaliteit van de inhoud. De hele onderneming strandde eind 1975. Omstreeks dezelfde tijd deed zich een gelijkaardig incident voor aan de katholieke universiteit van Nijmegen. Het Nijmeegs Universiteits Blad (NUB) zette daar zijn bestaan op het spel met de publikatie van een als pornografisch gebrandmerkte vertaling van Apollinaire. Na een reorganisatie zou ook het NUB een onafhankelijk blad worden.

12 maart, Antwerpen. De nieuwe statuten van UFSIA verlenen de studenten recht op inspraak en vertegenwoordiging in de officiële organen. De sociale sector mogen ze mee beheren via de sociale commissie.

19 maart, Antwerpen. De Antwerpse studenten geven hun strijd voor een volledig pluralistische universiteit niet op. De Vereniging van Antwerpse Studenten (VAS) organiseert een waarschuwingsstaking en een persconferentie waar zowel UFSIA- als RUCA-studenten hun eisen nogmaals uit de doeken doen. Affiches met de slogan 'Universiteit Antwerpen-NU' bepalen het stadsbeeld.

24 maart, Gent. Tachtig Gentse farmaciestudenten geven in het parlement een petitie af met kritiek op de hervorming van de apothekersstudies.

april

20-24 april, Brussel. Een anti-Griekenlandactie zet gedurende een hele week de Brusselse studentenwereld in rep en roer. Het Griekse kolonelsregime voert een terreurbewind met show-processen en foltering van politieke gevangenen als belangrijkste uitwassen. Enkele weken voordien was Griekenland uit de Raad van Europa gestapt en had Athene de Conventie van de Mensenrechten opgezegd. Hiertegen protesteren dagelijks een 500-tal studenten en vooral het gebouw van de Cercle des Nations, waar de Griekse ambassadeur een receptie had gehouden, vormt het mikpunt van hun acties. De rijkswacht komt geregeld tussenbeide om de orde te herstellen wat aanleiding geeft tot rellen. Op 24 april bereikt de actie haar hoogtepunt met een betoging die niet minder dan 2000 studenten op de been brengt.

;
57. Brusselse studenten bekogelen de voorgevel van de Cercle des Nations bij een anti-Griekenlandactie, 21 april 1970.

24 april, Leuven. De actie tegen de Griekse kolonels steekt nu ook Leuven aan, waar 2500 studenten manifesteren.

28 april, Leuven. Franstalige studenten, professoren en assistenten, in totaal goed voor een 350 man, eisen nog steeds garanties voor de overheveling van hun afdeling naar Wallonië.

29 april, Antwerpen. Tijdens een topoverleg tussen de regering en de voorzitters van de regeringspartijen over universitaire expansie wordt het plan Kinsbergen goedgekeurd.

september

18 september, Brussel. Met het nieuwe academiejaar in het verschiet, raken de studentengemoederen dit keer verhit door een sociale aangelegenheid uit de binnenkeuken: met name het studentenrestaurant heeft tariefverhogingen in het vooruitzicht gesteld. Daar zetten de studenten onmiddellijk de tanden in. De restaurantactie loopt uit tot de maand oktober.

oktober

6 oktober, Leuven. In het Comité Studentenvoorzieningen dat de overheidssubsidies beheert die de wet van 3 augustus 1960 voor studentenvoorzieningen heeft bestuurd, komt het tot een

breuk. Het comité is paritair samengesteld uit vertegenwoordigers van de academische overheid en van de studenten. Wanneer in oktober 1970 een meerderheid binnen het comité zich uitspreekt voor een gemengde woonvorm in het nieuwe studentenhuis Camilo Torres, trekt de academische overheid haar delegatie terug. De crisis zal een jaar aanslepen.

DE STOUTE JAREN IN HET BRAVE LEUVEN - Inhoud

'Er komen andere tijden' zong Boudewijn de Groot Bob Dylan na. Het werd een cliché, dat ons beeld van de jaren zestig soms vervalst. Want zo snel veranderde het ook weer niet, en nog het minst snel — lijkt wel — aan de oppervlakte van het bestaan, in de outfit van het dagdagelijkse leven. In het braafste deel van de Lage Landen drong de tijdsgeest maar met enige vertraging door. Terwijl we inzake maatschappelijke veranderingen en met name van de studentencontestatie zelf, rijkelijk vroeg ons deel kregen, lijken de alledaagse kiekjes van toen bepaald braaf. Met historische myopie geslagen, vertonen we de neiging om de jaren zestig door de bril van de jaren zeventig te bekijken en de verkeerde rekwisieten voor de reconstructie aan te slepen. Paul Goossens, Walter de Bock en Kris Merckx waren nette jongens, keurig gekapt. Hoogstens hadden ze al eens de obligate das voor een contestataire rolkraag ingeruild. Toen Willy Kuypers de rolkraag in het parlement introduceerde, was dat voorpaginanieuws. De geitenwollen sokken, de kabouterbaarden en de vuile bruine kroegen, dat waren al de vroege jaren zeventig. Om van de parka's maar te zwijgen, dit confectie guerrilla-plunje, het uniform van de actievoerder, de 'schutkleur van het progressieve kuddedier'. Dat waren de vroege jaren zeventig, net zoals de anti-design waarmee de koten werden uitgemonsterd: de bierkratten, die hogelijk alternatieve zitmeubels waarin je, als je ze op hun kant zette, ook nog je complete vakbibliotheek en de jeugdschriften van Marx kwijt kon. Ze zijn nu goud waard, die houten bakken van de Stella. En op café lag het cliënteel onder visnetten op groezelige kussens of erger op matrassen. Daar werd nachtenlang gediscussieerd over liefde en revolutie en de misdaden van de Roomse kerk. Toen de Derde Wereldbeweging al aan 't uitwoeden was, verschenen pas in Leuven op grote schaal Che Guevara-posters. Che was het boegbeeld van de internationale solidariteit en een uitdaging aan het adres van pa en ma en de hele santekraam. Che was vooral een romantische archetype, politiek met een overschot aan charisma en een nadrukkelijke sex-appeal.

Maar nog eens, dit verhaal wordt eentonig, dit waren niet de jaren zestig. Toen droeg de beursstudent een blauwe blazer en 's winters een duffel-coat, de bekende houtjes-touwtjes jas die uit de jaren vijftig was overgeleverd. Meisjes in lange broek waren een curiosum, maar schoven onder Angelsaksische impuls de rok steeds hoger. Naarmate de meisjes de rok korter droegen, lieten de jongens wederom onder Angelsaksische invloed de haren langer groeien. Blijft dat de rokken veel sneller korter werden, dan de haren langer. Aan de haarlengte kon je overigens tegen het jaar 1970 aan wel degelijk het respect voor de vaders thuis afmeten. Toegegeven, in 1967 droeg Ludo Martens haar tot lichtjes over de oren, trok hij ook al eens een spijkerbroek aan en kreeg zijn eigenste blad Ons Leven, een provoïde lay-out. Het sexnummer uit februari 1967 verraadde zelfs het flower-power idioom. En dat was wel erg opvallend, want naast de lay-out van de bladen, vrat de progressiviteit ook de spelling van de 'publikasies' aan. Daar werden voor het eerst de oude gewaden afgelegd.

Een niet onbelangrijke infrastructurele voorwaarde voor de ontvoogding van het Vlaams studentenvolk waren de steeds talrijker wordende koten zonder huisbakken kotmadam, die de meesten niet langer meer als een surrogaatmoeder maar veeleer als een rem op hun bewegingsvrijheid ervaarden. Afgezien van zijn uiterlijke verschijning verschilde de student uit de contestatiejaren qua levensstijl en mentaliteit al opvallend van de door hun hospita vertroetelde heertjes van een decennium tevoren. Het gros poetste zijn schoenen voortaan zelf, ze dekten hun bed en deden de vaat na een kotavondje met vrienden. Ze gingen eten in de studentenrestaurants (Alma I uit 1954; Alma II, 1964; Alma III 1969) aan democratische prijzen (24 frank in 1968). Walen en Vlamingen vonden er mekaar in een gemeenschappelijke voorkeur voor de nationale patat-friet die sinds 1954 onafgebroken bovenaan het Alma-menu prijkte. Voor hij aan zijn bak friet toe kwam moesten de hongerige studenten zich door een meute colporteurs heen wurmen die hen met pamfletten om de oren sloegen. Nog diezelfde dag werd hij opgeroepen om deel te nemen aan een volksvergadering, een teach-in over een delicaat onderwerp, en een thé-dansant van de apothekers. Nog even en dat werd een solidariteitsfuif in de Cercle des Etudiants étrangers, waar de geur van expresso nooit week en de bamba bleef duren. De stencilmachine stond intussen nooit droog. En buiten klepte het klokje voor het politiek avondgebed in de universitaire parochie. De beruchte gemeenschapshuizen — een zeer pudiek Leuvense

benaming voor wat elders communes heette —, stonden oorspronkelijk nog volop onder de hoede van de universitaire huisvestingsdienst. Ze schoten pas in de jaren zeventig als paddestoelen uit de grond. De student die de jaren zestig op straat had doorgebracht, in een organische band met de massa, gaf zijn openbaar leven goeddeels op en plooide zich terug in de intimiteit van de eigen kring. Hij was zijn wilde haren kwijt en achter de gehaakte gordijntjes verliep het samenleven betrekkelijk kuis. Meer dan de studenten zelf raakten op het thuisfront de verontruste ouders in de ban van de vrije liefde. De echte sexuele revolutie had zich wel al in de jaren zestig voltrokken. Toen geraakten de geslachten op drift. Daar in de koten zonder kotmadam gebeurde het onnoemelijke. Al in 1964, zo vlak na het concilie, had het Zondagsblad alarm geslagen met een reportage over hoe innig omarmd jonge koppeltjes te Leuven op straat liepen en hoe omstandig er in het openbaar werd gezoend. Dit alles moest toen wel finaal uitlopen op een babyboom. Het vice-rectoraat gaf fluisterend de 400 'moetjes' van het afgelopen academiejaar toe. De academische overheid probeerde al dat jonge ongeduld te kanaliseren en stelde daarvoor het sacrament van het studentenhuwelijk in. De paartjes konden hun intrek nemen in een speciale vleugel van de studentenhomes. Vandaag de dag is het begrip studentenhuwelijk alweer uit het spraakgebruik verdwenen. De betere verspreiding van anti-conceptiva en met name van de pil, zorgde voor een omwenteling. Er kwam een andere kijk op relaties. Sex kon ook zonder trouwen. Daarmee was het hek van de dam. Van de encycliek Humanae Vitae uit 1968 trok de gemiddelde student zich geen fluit meer aan. 'Te Leuven, te Leuven zijn de studentjes koene: ze vrijen tot te middernacht en slapen tot de noene' schalden Miek en Roel in de Vlaamse huiskamers. 'Make Love, not War' weergalmde het één jaar later, in 1969 op de Woodstockweide in onvervalste flower-powerstijl. Die pacifistische slogan viel niet in dovemansoren. Als de jaren zestig al een keerpunt zijn geweest in het dagdagelijks leven, dan was dat ongetwijfeld zo voor het meest ingrijpende en tegelijk meest banale aspect ervan: met name sex. In de private sfeer kon geen enkele restauratie de klok nog terugdraaien. In de tweede helft van de jaren 70 veranderde het klimaat wel grondig. De groeiende depolitisering dreef veel links engagement in de marginaliteit. De politieke openheid verdween, maar de sexuele vrijheid bleef. Het studentenleven werd niet langer geritmeerd door het sociodrama van de chronische revolte. De student ruilde zijn politiek expressieve bewustzijn in voor de


58.

glamour en de pose van een nieuw estheticisme. Zo omstreeks die tijd kwam een anonieme eerstejaarsstudent economische wetenschappen met zijn dorpslief op zijn nieuwe Leuvense kot aan en haalde er de laatste Che Guevara van de muur. Er kwam een spiegel in de plaats.

11 oktober, België. Kabouters stellen zich kandidaat voor de gemeenteraadsverkiezingen in Mechelen, Gent en Antwerpen. De Kabouters die in 1970 in Vlaanderen opduiken komen van

over de Moerdijk, waar ze in Amsterdam een alternatief staatje hebben aangericht: Oranje Vrijstaat. Ex-provo Roei van Duyn putte zijn enthousiasme uit de gedachte van Kropotkin dat niet de wanhoop maar de hoop de revolutie maakt, en die hoop was er vanwege de respons die de provobeweging tussen 1965 en 1967 gekregen had. In België streeft de beweging naar een progressieve frontvorming buiten de gevestigde partijen om. De ludieke verkiezingscampagne die de nieuwe partij tijdens de gemeenteraadsverkiezingen voert had een tweeledig doel: enerzijds de sympatie van veel politiek onverschillig geworden mensen opwekken en anderzijds het hele politieke systeem demystificeren.

In Antwerpen krijgt de partij de naam 'Kurieuzeneuzemosterdpot', volgens de RTB, 'pots de moutarde curieux'. Ze omschrijft zichzelf als een groep mensen die eindelijk eens willen weten waar de gevestigde partijen hun mosterd en hun geld vandaan halen. Algemeen willen de Kabouters de politieke warboel analyseren en de schijnheiligheid van de gevestigde partijen ontmaskeren. Zelf hebben de Kabouters een hele waslijst met eisen klaar: kinderkribbes voor arbeidersgezinnen, autovrije zones, een betere vermomming voor de BOB, een jeugdhotel tegen 10 a 20 BF per nacht, zonder drugs, zonder vrije liefde en zonder politie en een pensioen vanaf 25 jaar. Deze nieuwlichters die in de grote poppenkast van de politiek zelf de poppenkast als politiek propagandamiddel gebruiken, hebben onmiskenbaar een eigen profiel.

oktober, Leuven. SVB, dat sinds de Limburgse mijnstaking van januari 1970 tot Mijnwerkersmacht is omgedoopt en de top van de Derde Wereld Beweging, leveren samen de kaders voor de nieuwe Marxistisch-Leninistische Beweging (MLB). MLB komt meteen voor de dag met een driewekelijks blad Alle macht aan het volk. Onder het haast indentieke motto 'alle macht aan de arbeiders' begint de beweging vervolgens aan de opbouw van de gelijknamige partij AMADA, die op haar beurt de kern moet vormen voor de 'echte' communistische partij. Die beoogt langs revolutionaire weg de dictatuur van het proletariaat te vestigen. Als gidsland fungeert Mao-China, waar niet enkel de culturele revolutie met haar voluntaristische aandrift groot prestige geniet, maar waarvan straks ook elke koerswijziging in de buitenlandse politiek klakkeloos zal worden nagepraat. In het voetspoor van Mao zou AMADA de drie-werelden-theorie lanceren, waarin niet de eigen bourgeoisie maar de beide supermachten en speciaal de 'nieuwe tsaren' in het Kremlin als hoofdvijanden van de arbeidersklasse verschenen. Deze extreme loyauteit ten aanzien van China deed AMADA soms objectief in het rechtse kamp belanden. In weerwil van dit geïdeologiseer zou AMADA door haar ongelooflijke inzet aan de basis werkelijk voet krijgen bij de arbeiders in de bedrijven. De bedrijven vormen effectief hun actieterrein, de universiteiten dienen enkel nog als recruteringsveld van steeds nieuwe generaties linkse intellectuelen, die het groot verloop van militanten moeten opvangen. De werkers van het eerste uur zijn twee gewezen Leuvense studentenleiders, Ludo Martens, de duivelstoejager van de Leuvense en Gentse contestatie en zijn 'compagnon de route', dokter Kris Merckx.

21 oktober, Brussel. MUBEF en CAGEB (Comité d'action des grandes écoles de Bruxelles) organiseren in het auditorium Paul Emile Janson een massaal bijgewoonde meeting tegen het vreemdelingenbeleid van minister van justitie Alfons Vranckx. Dit is de eerste reactie op de aankondiging van de minister dat hij vanaf december 1970 een strengere controle zou uitoefenen op het verblijf van buitenlandse studenten aan de universiteiten. Volgens een koninklijk besluit van 21 december 1965 dienen deze studenten, die vaak afkomstig zijn uit ontwikkelingslanden met dubieuze regimes, in het bezit te zijn van een geldig paspoort, een inschrijvingsbewijs van een universiteit en een bewijs van goed zedelijk gedrag dat nota bene door hun thuisland moet worden afgeleverd. Op de koop toe moeten deze studenten een borgsom van 50.000 frank op tafel kunnen leggen. Aan haast alle universiteiten springen de Belgische studenten voor hen in de bres.

Kop van Jut is weerom minister Vranckx die het bestaande koninklijk besluit voortaan veel rigoureuzer wil toepassen. De minister genoot al geen goede pers bij de studenten. Eerder al hadden ze verscheidene van zijn maatregelen met elkaar in verband gebracht: het aanslaan van het rode boekje voor scholieren, de versterking van de rijkswacht, het misbruik van het voorarrest, de aanwerving van scholieren als betaalde informanten van de staatsveiligheid... het leken allemaal even zovele stappen op weg naar de vestiging van een politiestaat. De voorbeelden waren niet zo ver weg. Naast die repressieve reputatie dreigt de minister nu ook nog een racistisch odium op zich te laden.

22 oktober, Brussel. Ook de volgende dag staat in het teken van de actie tegen de maatregelen van minister Vranckx. Gedurende een uur bezetten een groep studenten een verdieping van de Dienst voor Ontwikkelingssamenwerking te Brussel. Ze eisen


59. Het overvolle auditorium P.E. Janson aan de ULB voor een volksvergadering over het vreemdelingenbeleid van minister Vrankcx.

voor alle buitenlandse studenten een voorlopige verblijfsvergunning. Ze pleiten tevens voor politieke rechten en een speciaal statuut voor vreemdelingen.

27 oktober, Gent. Tweehonderd studenten uiten hun ongenoegen over een nieuw wetsontwerp van minister van onderwijs Pierre Vermeylen inzake het maturiteitsexamen. De minister wil dit examen afschaffen en vervangen door een proef die de eerstejaarsstudenten na drie maand universiteit zouden moeten afleggen.

29 oktober, Leuven. In Leuven betogen een 200-tal studenten tegen de maatregelen die minister Vranckx heeft aangekondigd met betrekking tot de vreemde studenten.

november

30 november, Leuven - Luik. De studentenwereld schiet wakker nu de uitvoering van de maatregelen van minister Vranckx ten aanzien van de buitenlandse studenten op til is. In de loop van de maand december blijkt de sociale bewogenheid onder de studenten nog levendig genoeg om een massale mobilisering te doen gelukken. Te Leuven en te Luik uiten de studenten hun ongenoegen op straat. Tot 18 december vindt vanaf nu bijna


60.

dagelijks in Gent, Kortrijk, Bergen, Namen, Luik, Brussel of Leuven één of andere actie plaats. Aan de UFSIA houden de officiële studentenorganisaties zich afzijdig. 31 november, Leuven. Nu de uitvoering van de maatregelen Vranckx voor de deur staat, verplaatst het brandpunt van de actie zich naar Leuven. Daar gaan een zestigtal studenten in hongerstaking. Een honderdtal sympathiserende studenten voegen zich bij de stakers en bezetten de museumzaal in de Universiteitshal. De Vlaamse en Waalse rector doen unaniem een beroep op de rijkswacht om het centrale universiteitsgebouw te ontruimen. De stakers worden opgepikt. Diezelfde week wordt de grote leeszaal van de universiteitsbibliotheek bezet. De studenten trekken opnieuw alle registers van de maatschappijkritiek open en leggen in de slogan 'Vreemde studenten, vreemde arbeiders — éénzelfde strijd' duidelijk het verband met de uitbuiting van de gastarbeiders. Opvallend is ook dat zoals bij andere massale acties in die jaren na de splitsing, Vlaamse en Waalse studenten aan hetzelfde zeel trekken. Broederlijke eensgezindheid en wereldwijde solidariteit vieren hoogtij of zoals het hartverwarmend op de voorgevel van de bibliotheek prijkt: 'nous sommes tous des étrangers'.


61. De Leuvense universiteitsbibliotheek bezet tijdens de actie Vranckx, december 1970.

VAN SIT-IN TOT MOLOTOV-COCKTAIL - Inhoud

De studentenbeweging van de jaren zestig heeft een aantal nieuwe actievormen en strijdmiddelen aangeboord. Typisch was dat de studenten de traditionele kanalen — politieke partijen, pressiegroepen en parlement — links lieten liggen. Zij concentreerden zich op de buitenparlementaire actie, omdat dit de enige manier leek om inkapseling te voorkomen en werkelijk structurele veranderingen in de maatschappij aan te brengen. Ook in eigen kring hielden de studenten het parlementje spelen voor bekeken. Te Leuven ging het jonge Studentenparlement (1958-1962) nog gewoon aan bloedarmoede ten onder. Maar in Nederland stelde de Studentenvakbeweging een jaar later haar functie als 'partij' in het studentenparlement al principieel ter discussie. De SVB keerde in 1963 het studentenparlement de rug toe en stevende af op een spontaneïstische directe actie. De provocatie, het conflict en de massamobilizatie dus, in plaats van beschaafd overleg van studentenleiders met de overheid in vooraf afgebakende onderhandelingsstructuren. Nogal wat actievormen kwamen van over de oceaan overgewaaid: sit-ins, teach-ins... In Amerika was de sit-in het actiemiddel bij uitstek waarmee studenten de dubbele moraal van de maatschappij aan de kaak stelden. Sinds die eerste zwarte sit-in in een koffiehuis in Noord-Carolina op 1 februari 1960, hadden de sit-ins het effect van een spontaan activerende besmetting. Ze boden de mogelijkheid onmiddellijk iets te doen, een gebaar te stellen tegen de morele onmacht. Ze vereisten geen politieke of ideologische bagage, alleen het geloof in de morele waarden die het technologische Amerika aan de militaire en economische moloch had opgeofferd.

Van sit-in kwam het tot teach-in, een actiemiddel dat vooral bij de Franse studenten erg zou aanslaan. Oorspronkelijk was het een debat op gelijke voet tussen professoren en studenten over de universitaire problematiek. Dikwijls ging een teach-in gepaard met een bezetting van één of ander auditorium, wat dan weer kon uitlopen op een gezellige sleep-in. Wat deden de studenten bij zo'n bezetting anders dan hun recht beklemtonen om in een universiteitsgebouw te zitten, liefst in een centraal gebouw met enige symboolwaarde, met de impliciete boodschap: dit is onze universiteit! Met een bezetting drukten studenten hun machtsaanspraken uit ten aanzien van het universitair bestel. Ze namen het recht in eigen hand en draaiden even de verhoudingen om, zodat een verstrooide prof, die dringend zijn belastingsaangifte op zijn kantoor wou afhalen, daarvoor beleefd met de bezetters in onderhandeling diende te treden. Zo verliep die tijdelijke machtsuitoefening veelal in de sfeer van euforie, alsof de studenten voor het eerst proefden van de wellust van de macht. Tot de gebouwen onder luid gezang van 'protest-songs' door de politie werden ontruimd en de strijd verder op straat moest worden uitgevochten. Wat hier niet onvermeld mag blijven is die erg specifieke vorm van studentenprotest die sinds de sixties bijna een jaarlijks terugkerend ritueel is geworden: met name de studentenacties die dat andere, academische ritueel begeleiden bij de opening van het academiejaar en wat in Frankrijk met een parafrase op de 'rentree académique' spoedig de 'contre-rentrée contestataire' zou heten. De academische plechtigheden met hun verkleedpartijen en ronkende redevoeringen oefenen een vanzelfsprekende aantrekkingskracht uit op belhamels die wat graag roet in het eten gooien. Misschien wel het meest indrukwekkende voorbeeld daarvan leverden de Leuvense studenten toen ze op 10 oktober 1966 massaal de academische stoet de rug toekeerden. De openingsplechtigheden of de Dies natalis konden de komende jaren nooit plaats vinden zonder dat een handvol actievoerders één of andere stunt uithaalden. Hoe utopischer het project, het spontaner de actie ontstond en verliep. Zo lijkt het wel. Spontaneïsme was in elk geval het waarmerk van de grote revoltes van 1968, de Leuvense januari-revolte, de Parij se en de Brusselse mei en de late maartbeweging te Gent in 1969. 'L'imagination au pouvoir'! Toch tekenen zich een paar grondpatronen af met als vaste strijdvormen: het actiecomité en de volksvergadering, waarnaar de studenten ook de volgende jaren zouden blijven grijpen telkens zich de gelegenheid voor een kleine revolutie voordeed. Of het nu om collegegeldverhogingen, legeraankopen of buitenlandse staatsgrepen ging, telkens begon een beperkt comité de actie aan te zwengelen. Dit comité orchestreerde vervolgens een eenheidsfront van linkse organisaties zonder dat het aanspraak kon maken op algehele representativiteit. Die fragmentarische aanpak, toegespitst op deelproblemen en met een maximale recrutering uit het reserveleger van actievelingen en van sympathisanten, liet een bijzonder snelle mobilisatie toe. Dat maakte zijn kracht uit. Het gebrek aan representativiteit maakte de actie-comités net ook zo vatbaar voor zogenaamde 'noyautering', de gevreesde infiltratie en manipulatie. Op de vergaderingen kregen de hardste schreeuwers het voor het zeggen, of beter de stevigst georganiseerde politieke organisatie die dan keer op keer in de verleiding kwam om het deelprobleem in de 'juiste context' te plaatsen en bredere doelstellingen binnen te smokkelen, met het risico dat de achterban afhaakte en niet meer marcheren wou.

De betekenis van de volksvergadering als actiemiddel is niet altijd even duidelijk. Ten aanzien van de actiecomités fungeerden ze als klankbord en legitimatie. De volksvergadering moest alsnog een partiële representativiteit veilig stellen. Tijdens de grote revoltes had de volksvergadering evenwel ook soms een permanent karakter aangenomen, zoals de vermaarde 'Assemblee libre' te Brussel, die aanstuurde op een reële machtsovername van het universiteitsbestuur. De Assemblee gold nochtans niet enkel als drukkingsmiddel: in zoverre die vrije vergadering ervaren werd als de symbolische voorafbeelding van de toekomstige democratische samenleving, was ze ook een stukje vleesgeworden utopie, een 'concrete utopie'.

Massale straatdemonstraties waren natuurlijk niet nieuw, evenmin als de brandende barricaden waarmee de Parijse studenten spontaan de herinnering aan de Commune van 1871 opriepen. Ook al hielden ze dan op die barricaden een transistor aan het oor, waarover ze het globale verloop van de acties konden volgen. Maar in de confrontatie met de ordestrijdkrachten ontwikkelden de actievoerders, vaak erg inventief, een heel gamma van verweermiddelen. Als antwoord op de politiecharges met traangas, gummiknuppels en waterkanonnen legden de studenten een eigen wapenarsenaal aan met knikkers, rookbommen, molotov-cocktails, straatkeien en katapulten. Het gewelddadig optreden van de politie legde in de ogen van velen het repressieve karakter van de maatschappij bloot. Modale studenten kwamen onzacht in aanraking met de 'fascisering' van het regime en sloten bij de protestbeweging van het ogenblik aan. Soms ook bezweek een in het nauw gedreven voorhoede voor de druk van de repressie, die zeker in de Bondsrepubliek niet onderschat mocht worden; zij gaven de geweldloze weg helemaal op. In Duitsland en Italië, waar een zich vergalopperende voorhoede elk contact met enige basis en met de maatschappelijke realiteit verloren had, zou dit uitmonden in links terrorisme.

Van de vreedzame sit-in tot het inslaande argument van de kasseisteen, opvallend is hoe algemeen dit hele instrumentarium was verspreid. Rookbommen of molotov-cocktails, ze vonden een gretige afzet van Amsterdam over Leuven tot Parijs, waar telkens studentenbladen bij wijze van provocatie recepten voor de aanmaak publiceerden. Zelfs de slogans vonden internationaal hun weg, meertalig: van het 'Nous sommes tous des juifs allemands' in Parijs in 1968 over 'Wij zijn allen Pakistani uit Gent' in 1969 tot het 'Nous sommes tous des étrangers' van de Vranckx-actie in 1970. Zo te zien was het toch wel hetzelfde spook dat door Europa waarde. Zijn wapenarsenaal was alvast universeel. december

1 december, Leuven. De hongerstaking uit solidariteit met de vreemde studenten gaat verder. De stakers kamperen in de cafetaria van de Cercle international des étudiants étrangers (CIEE). Zowel de Nederlandse als de Franse universiteit van Leuven zijn in staking en er betogen 5000 studenten. Ook andere universiteiten en scholen houden solidariteitsstakingen.

2 december, Leuven. De Vlaamse studenten houden een fakkeltocht door de arbeiderswijken van Leuven. Op vrijdag 4 december herhalen ze dit initiatief in Kessel-Lo. Bedoeling is de bevolking voor de zaak van de vreemde studenten te sensibiliseren.

3 december, Leuven. Vanuit de verschillende universitaire centra stromen de studenten te Leuven toe voor een nationale meeting en een massabetoging die het Leuvense stadscentrum doorkruist. De rijkswacht spreekt van een 5000 man, de kranten schatten het aantal deelnemers echter dubbel zo hoog. Spandoeken en spreekkoren veroordelen de uitwijzing van buitenlandse studenten en eisen het ontslag van minister Vranckx. Ook te Brussel, Namen en Bergen zijn er studentendemonstraties.

7 december, Brussel. Een 100-tal Brusselse studenten palmen de rotonde van de Ravensteingalerij in waar ze een happening organiseren. Ze willen daarmee enige solidariteit losweken bij het grote publiek ten aanzien van de buitenlandse studenten. Te Leuven gaat de hongerstaking, die nu al reeds een volle week bezig is, verder: de stakers zijn verzwakt, maar hun toestand is niet ontrustwekkend.

8 december, Leuven. Studenten nemen het Leuvense paleis van justitie in en hangen het vol slogans tegen het regeringsbeleid inzake vreemdelingen en het gerechtelijk apparaat dat verantwoordelijk is voor de uitwijzingen. Na een korte bezetting houden de actievoerders een meeting in De Valk. Daar valt vervolgens de rijkswacht binnen en knuppelt de studenten het gebouw uit.

10 december, België. Minister van justitie Vranckx en de universiteitsrectoren, die al eerder het standpunt van de studenten hadden verdedigd, sluiten een overeenkomst waarin enkele toegevingen worden gedaan.

Zelfs kardinaal Suenens had opgeroepen tot een aanpassing van het statuut voor vreemde studenten. Nu wordt besloten tot de redactie van een soort codex van rechten en plichten van de buitenlandse studenten, die voortaan ook in beroep zouden kunnen gaan bij de raad van state.

11 december, België. Finaal verschijnt nog een stakingskrant die de actie tegen het vreemdelingenbeleid van minister Vranckx zal afronden. De krant wordt op zomaar eventjes 800.000 exemplaren over het hele land verspreid. Een twintigtal verenigingen van Leuven en elders, gaande van de Universitaire Parochie tot AMADA, ondersteunen het initiatief. In eenvoudige bewoordingen wordt de betekenis van het voorstel-Vranckx en van de gevoerde acties toegelicht. De krant situeert het probleem in zijn ruimere kader — dat was trouwens de teneur geweest vanaf de eerste actiedagen — en betrekt er ook de gastarbeiders bij: Vranckx zou met zijn racistische wetten op de vreemde studenten een aanval op de gastarbeiders voorbereiden. Diezelfde dag ondertekent de regering het akkoord dat met de rectoren is bereikt, waardoor de buitenlandse student alvast meer rechtszekerheid krijgt.

15 december, Brussel. Tussen de acties tegen ministervan justitie Vranckx door, vinden 100 Brusselse studenten ook nog de tijd om te demonstreren tegen het wetsontwerp van onderwijsminister Pierre Vermeylen inzake het vernieuwde maturiteitsexamen.

18 december, Antwerpen. Ook een handvol Antwerpse studenten ballen nu de vuist tegen het wetsontwerp Vermeylen.

1971 - Inhoud

januari

17-18 januari, Antwerpen. Tijdens een weekend evalueert de Vereniging van Antwerpse Studenten (VAS) haar werking: van een pluralistische samenwerking tussen UFSIA- en RUCA-studenten is niet veel in huis gekomen. Zowel in de studentenbeweging als in de prolifering van de nieuwe universiteit lijkt pluralisme hoe langer hoe meer een vrome illusie te zijn.

februari

2 februari, Antwerpen. De VAS verklaart zich uiteindelijk toch akkoord met de politieke grondopties van het wetsontwerp over de Antwerpse universitaire expansie, dat geïnspireerd is op het plan Kinsbergen.

17 februari, Antwerpen. Aan de UFSIA wordt een links-radicaal Studentenaktiekomitee opgericht, beter gekend onder de afkorting SAK. Aanleiding is de onverschillige houding van de officiële studentenorganisaties in de actie Vranckx, een doorn in het oog van geëngageerde studenten. Volgens SAK is een democratische universiteit, medebeheer incluis, als een eilandje midden in een ondemocratische maatschappij een regelrechte anomalie. De studenten moeten uit de ivoren toren van de universiteit breken en sociaal geëngageerde kernen vormen, die een 'totaaldemocratie' voor ogen houden. SAK voegt de daad bij het woord en boycot de verkiezingen van de studentenvertegenwoordigers voor de beleidsorganen. Later zou het SAK uitgroeien tot een eenheidsfront van linkse organisaties aan de UFSIA.

maart

België. Troet steekt de draak met de studentenbeweging: zowel anarchistische revolutionairen als gematigde participationisten moeten het ontgelden. Troet is een uitgave van TAU, de Troetskistiese Anargistiese Unie, zelf een federatie van verschillende lokale groepen, namelijk KAK (Katholieke Anarchisten Kommune)-Leuven, Sokrates-Brussel en voorts in de provincie, onder meer in Antwerpen nog andere TAO's (Troetskistiese Anargistiese Organisaties). TAU roept op tot 'de grote weigering tegenover de burgerlijke maatschappij' onder het motto 'Verkracht het sisteem!'

11-12 maart, Leuven. Politie dringt het college De Valk binnen om te verhinderen dat studenten tussenbeide komen op een conferentie die georganiseerd wordt door voorstanders van het Zuidvietnamese regime. Verontwaardigd over het politie-optreden bezetten een groep studenten het rectoraat in de Universiteitshal. Daarna drukken ze hun onvrede uit over het repressieve klimaat in ons land; van de academische overheid eisen ze dat die voortaan de 'ordediensten' van de campus weghoudt. 24 maart, Gent-Luik. Het wetsontwerp van de onderwijsministers Pierre Vermeylen en Abel Dubois inzake de democratisering van de universitaire beleidsstructuren wordt door beide kamers met een grote meerderheid goedgekeurd. De meest radicale studenten merken op dat de inspraak in sommige aangelegenheden beperkt blijft. Niettemin leveren de universiteiten zelf voortaan minder stof tot contestatie.

april

7 april, Antwerpen. De beide kamers keuren de wet inzake de oprichting en de werking van de Universitaire Instelling Antwerpen (UIA) goed. De 'sui-generis-oplossing' voor het Antwerps probleem komt er op neer dat de UIA een 'open instelling' is, open voor elke levensbeschouwing, met een eigen rechtsstatuut. Binnenskamers staan de zuilen nog even pal overeind met een raad van beheer die volgens een pariteit tussen katholieken en niet-katholieken knap verzuild is samengesteld.

mei

28 mei, Bergen-Diepenbeek. Een aanvullende wet op de universitaire expansie vormt het hogescholennet van Bergen om tot een rijksuniversiteit met de faculteiten sociale en economische wetenschappen, geneeskunde en toegepaste wetenschappen. Ter compensatie krijgt ook Vlaanderen er een mini-universiteitje bij: te Diepenbeek wacht het Limburgs Universitair Centrum op de eerste kandidatuurstudenten in de wetenschappen en de geneeskunde.

juni

België. Militanten van de Parti Wallon des Travailleurs (PWT) uit Wallonië, de Union de la Gauche Socialiste (UGS) uit Brussel, de Socialistische Beweging Vlaanderen (SBV) en de Socialistische Jonge Wacht (SJW) uit Vlaanderen en nog enkele arbeiderscomités richten de Revolutionaire Arbeidersliga (RAL) op als Belgische afdeling van de 4de Internationale. De Socialistische Jonge Wacht als universitaire afdeling van de RAL verwerft eerst in Gent enige aanhang met als belangrijkste woordvoerder Erk Corijn. In Leuven komt deze trotskistisch georiënteerde organisatie pas in 1972 van de grond. Met de RAL en de enkele maanden eerder ontstane AMADA lijkt de radicale, linkse studentenbeweging in Vlaanderen opgesplitst in 'tactici', volgens sommigen 'opportunisten', en 'dogmatici'. Vanaf 1971 zouden maoïsten, in casu de aanhangers van AMADA, en trotskisten, de volgelingen van RAL, elkaar met verbetenheid bekampen.

REVOLUTIONAIR OPTIMISME - Inhoud

De RAL zag zichzelf als waakhond van het revolutionair purisme, maar was handig genoeg om tegenover de weerbarstige werkelijkheid een dubbele strategie te stellen. Op korte termijn moest de verdeelde arbeidersbeweging één lijn trekken achter een programma van anti-kapitalistische structuurhervrmingen, en op basis daarvan een arbeidersregering ondersteunen. Iets verder, maar nog steeds in het verschiet, lag de revolutionaire algemene staking met de instelling van arbeiderscontrole in de bedrijven en de onteigening van het grootkapitaal. Aan de horizon daagde vervolgens de socialistische planeconomie en het arbeiderszelfbestuur. Hier te lande was nog geen sprake van een pre-revolutionair klimaat, maar de grote staking van 1961 tegen de eenheidswet lag nog vers in het geheugen en in de prognoses van het secretariaat van de Vierde Internationale stemde de internationale ontwikkeling tot optimisme: hoe rommelde het niet in 1973 in de weke onderbuik van Zuid-Europa, in Griekenland en Portugal en in Spanje waar het Franco-regime op sterven na dood was! Voor het einde van het millennium zou in Europa het uur van de Sovjets zijn geslagen. De revolutie lag althans theoretisch binnen handbereik, volgens de heldere recepten die de sympathisanten in de vormingscursus van het Fonds Lesoil ingepeperd kregen. Voor de burgerlijke democratieën van de ontwikkelde kapitalistische staten volstond een socialistische revolutie. Voor de derde wereld had Trotski zelf het concept van de 'permanente revolutie' aangereikt, waarbij de revolutionaire ontwikkeling via anti-imperialisme van het puur anti-koloniale stadium overspringt in een socialistische fase. In de gedegenereerde bureaucratische arbeidersstaten van het Oostblok ten slotte, waar in de fototheken van het Marx-Engelsinstituut Trotski is weggeretoucheerd en zijn aanhang al lang is vermoord, zou een ordinaire politieke revolutie het reële socialisme in een werkelijk socialisme doen omslaan.

november

november, Leuven. De directeur van de nieuwe studentenwoonwijk Camilo Torres wordt na één jaar proeftijd ontslagen. Hij wordt ervan beschuldigd Torres te hebben laten uitgroeien tot een broeinest van revolutionairen, volgens 't Pallieterke al even rood als de universiteit van Peking. De verguisde directeur zag er geen graten in dat meisjes en jongens in de zelfde gang een kamer betrokken en dus ei zo na samenhokten. Tot overmaat van ramp doolden er ook kinderen uit de buurt in het gebouw rond, waar ze vanzelfsprekend de nodige brokken maakten. Torres, weliswaar het resultaat van grondspeculaties en prestigepolitiek, midden in een arbeiderswijk, bood een unieke kans om de maatschappijblindheid en de gepriviligieerde situatie van de student te doorbreken. De directeur greep de kans, maar de academische overheid kreeg lucht van een en ander en fnuikte het experiment. Volgens de studenten een gemiste kans...

Ten gevolge van de hele affaire wordt het paritair samengesteld Comité Studentenvoorzieningen opgedoekt en vervangen door een Raad voor Studentenvoorzieningen, waarin voortaan een derde groep, met name gecoöpteerde personeelsleden uit de sociale sector, bij confrontaties tussen academische overheid en studenten de scherpe kanten kan afronden.

november, Leuven. Het University Clearing Office for the Developing Countries (UCOD) geeft voor de eerste maal zijn blad Kritak uit, wat later zou uitgroeien tot de uitgeverij Kritak. Het wordt een maandblad voor kritische actiegroepen. Tot nu toe had slechts een klein deel van de studenten aansluiting gevonden bij de MLB en de RAL, die hun ideologische positie steeds scherper aflijnen, en niet ontsnappen aan een zeker sectarisme. Een ruime groep maatschappijkritische studenten, gerijpt in de contestatiebeweging van de jaren '60, vindt daarentegen een uitweg in linkse werkgroepen die zich bogen over deelaspecten van de socialistische maatschappijkritiek. Het is in dit milieu dat het UCOD met zijn nieuw maandblad weerklank vindt. Het zijn deze druk studerende en agiterende groepjes die het zogenaamde Rode Leuven bevolken, waarover volgens 't Pallieterke rector-na-Mao De Somer de plak zwaait. Aan de oorsprong van zoveel volksvlijt ligt echter niet het stichtend woord van voorzitter Mao, maar veeleer een geseculariseerde christelijke bewogenheid.

MOLLENWERK - Inhoud

Het honderdtal Leuvense maoïsten in 1971 vonden op hun weg welgeteld één trotskist, sympathisanten beweren nog steeds twee. In ledental en slagkracht zou de Vierde Internationale er nooit in slagen de maoïsten te overvleugelen, maar qua invloed bij het studentenpubliek stak ze die zeker naar de kroon. In de faculteit sociale wetenschappen, in de rechtsfaculteit, tot in de letterenfaculteit toe opereerden rond 1975 SJW-kernen die telkens enkele tientallen sympathisanten wisten te bundelen en het waren bijlange niet de zwakste studenten die zich lieten bekoren door de theoretische analyses van de Vierde Internationale. Met de universitaire eindmeet en een loopbaan in het verschiet, kon de militant zijn revolutionaire ambities nog steeds milderen; de theoretische bagage was meegenomen.

Een en ander doet natuurlijk geen afbreuk aan het ongetwijfeld aanwezige idealisme van vele militanten, die een koortsachtige activiteit aan de dag legden, die omgekeerd evenredig leek met de toch nog altijd beperkte mankracht. De trotskisten zouden samen met de maoïsten het politieke forum in Leuven domineren.

Buiten de concrete politieke tegenstellingen om onderscheidden beide groeperingen zich door een heel eigen sfeer. Al was het maar omdat tegenover het ascetisme van de rode missionarissen van AMADA-MLB, de trotskisten met hun mooie vrouwen de reputatie van volbloed libertijnen kregen. De maoïsten waren in feite nieuwlichters die met hun subjectivistische analyses, sterk psychologiserend (de doortrapte kapitalisten en de vertrapte massa's), een eind van het structuurdenken van Marx afdreven en met hun moraliserende aanpak het voluntaristische moment in het leninisme nog extra aandikten. Het 'arbeiderisme' en nogal wat simplismen in hun betoog waren niet altijd aantrekkelijk voor aankomende intellectuelen. Daartegenover konden de trotskisten prat gaan op een rijke doctrinaire traditie en een zeer intellectuele aanhang met de briljante economist Ernest Mandel, hoogleraar aan de ULB, als internationaal gevierde coryfee. De trotskisten gingen niet voor niets door voor de bibliothecarissen van het marxisme en met betrekking tot de RAL werd in Gent wel eens smalend gewag gemaakt van de Revolutionaire Assistentenliga. Onder de indruk van zoveel intellectuele suprematie kwamen nogal wat ongeorganiseerde progressieve studenten in de ban van het marxisme. Als Mandel uit de hoofdstad afzakte, kwam half Leuven, de helft van het Rode Leuven als het ware, met rode oortjes luisteren naar de visionaire prognoses van de grote meester. De RAL zou ook niets onbeproefd laten om feministen, groene jongens, pacifisten, homo's tot en met linkse flaminganten op te vrijen. Deze weerloze slachtoffers behoorden meestal tot de zogenaamde centristische organisaties die revolutionair nog maagdelijk waren omdat ze de organische band met de arbeiders misten en hun deelprotest nog niet marxistisch handen en voeten hadden gegeven. Met een zeker opportunisme bespeelde de RAL de nieuwe thema's en verrichtte intussen enig mollenwerk in de diverse 'interventiesectoren' waar de nieuwe sociale bewegingen (milieu-, vredes-, vrouwen-, homobeweging) zich ophielden. Dit waren de centristen tegenover wie de Vierde Internationale nu haar oude taktiek van het 'entrisme' toepaste, de beruchte intredepolitiek die ze vroeger ten opzichte van de sociaal-democratie had aangewend.

Veel minder dan AMADA slaagde de RAL erin zich een authentieke arbeidersbasis te verwerven. De Arbeidersliga bracht het hooguit tot enig witteboordensyndicalisme in de openbare sector. Ofschoon juist in tegenstelling met AMADA de trotskisten nooit de 'georganiseerde arbeidersbeweging' hebben verguisd, beperkte hun invloed zich paradoxaal genoeg tot jongeren, studenten en intellectuelen.

9 november, Antwerpen. UFSIA maakt een wilde staking mee. Aanleiding is de eenzijdige beslissing van de academische overheid om geld van een liefdadigheidsactie te besteden aan een UNICEF-project voor waterputten in Oost-Pakistan. Volgens het SAK vroegen de Pakistani geen waterputten maar wel onafhankelijkheid voor hun land. De mening van de studenten wordt echter niet gevraagd. Toch kennen de pogingen van het SAK om de staking in een ruimer maatschappelijk kader te plaatsen geen succes. Na twee dagen keert de rust op de campus terug.

Het verloop van de staking illustreert de onmacht van de studenten ondanks hun zogezegde inspraak in het medebeheer. Voor SAK is de situatie duidelijk. Het medebeheer betekent niets meer dan de inkapseling van de studenten in de bestaande structuren, die de tegengestelde belangen van staf en studenten moeten neutraliseren.

19 november, Leuven. De Leuvense politie betrapt een student op heterdaad bij een inbraak in het Handelsinstituut. In de schermutseling die hierop volgt komt de student door een kogel om het leven. Heel de studentenpopulatie, ook aan andere universitaire centra, reageert verbouwereerd op het tragische voorval. De interpretaties zijn velerlei, maar van studentenzijde wordt dit incident aangevoeld als een zoveelste uiting van repressie. Een korte, felle actie volgt, waarmee de meesten volmondig kunnen instemmen. Toch rijzen er meningsverschillen over de aan te nemen houding. Het Anti-Repressiefront wil het actieperspectief verbreden en er ook de dreigende wetsvoorstellen over politiebewapening, privé-milities en stakingen bij betrekken, evenals de lopende processen tegen de Limburgse mijnwerkers en de 200 landbouwers, die tijdens de massale woedende boerenbetoging in de hoofdstad waren opgepakt. Van hun kant eisen de faculteitskring Ekonomica en het KVHV een vermindering van de repressie en het ontslag van de Leuvense politiecommissaris, maar ook niets meer. 19 november, België. Het weekblad Vrijdag rolt voor de eerste maal van de pers. De lijst van redacteurs en medewerkers is een nomenclatura van de progressieve voorhoede die in het wonderjaar 1968 al dan niet op de voorste barricaden hebben gestaan. Een paar namen: Paul Goossens, Walter De Bock, Henry Coenjaarts... Ondertussen waren ze met of zonder academisch diploma op zak het werkelijke leven ingestapt. Vrijdag wil een kritisch en progressief blad zijn dat naar een 'zinrijke democratie' wil toewerken. Het blad was evenwel geen lang leven beschoren: al op 18 februari 1972 zou de laatste aflevering verschijnen.

22 november, Leuven - Luik. De faculteitskring Economica en het KVHV trommelen zo'n 4000 studenten bijeen voor een rouwtocht ter nagedachtenis van de neergeschoten student Romain Cools. Militanten van de MLB scanderen leuzen tegen het 'fascistische' politiecorps. Ook te Luik tonen een 500-tal studenten hun afkeer voor het Leuvens politieoptreden.

24 NOVEMBER, LEUVEN - LUIK - KORTRIJK - GENT - BRUSSEL. In vijf universitaire centra rouwen de studenten om de neergekogelde Romain Cools, die 's morgens in zijn geboortedorp begraven wordt. De politie moet het tijdens deze manifestaties flink ontgelden. Te Leuven eisen studenten het ontslag van de politiecommissaris.

december

1 december, Leuven. Nog éénmaal kan men in Leuven 2000 studenten op de been brengen om te protesteren tegen het politieoptreden van 19 november. Twee dagen later zou ook Antwerpen nog even zijn solidariteit betuigen, maar daarna ebt de plotselinge contestatiegolf weg.

...

België. De Internationale Nieuwe Scène gaat op tournee met Mistero Buffo, een gelaïciseerd muzikaal mysteriespel van de Italiaanse auteur Dario Fo (1969) in een regie van Arturo Corso. Wannes van de Velde verzorgde mee de liederen die snel meezingers werden in linkse kringen.

Het stuk dat aangeeft hoe de boodschap van Christus uit maatschappelijk oogpunt vervalst is geworden, maakt furore ook en vooral bij katholieke jongeren, bij wie het eens te meer een spoor van sociale bewogenheid achterliet, wat allicht niet zonder betekenis zou blijven voor het progressieve Vlaanderen van medio de jaren '70. Meer nog dan de inhoud, is de

1972 - Inhoud

vormgeving vernieuwend. Clownerieën uit de Commedia dell' arte wisselen af met volkse satire. Met een minimum aan middelen worden grote effecten bereikt, zoals de simpele stokken die vrijwel de enige rekwisieten zijn en die de acteurs bijzonder virtuoos aanwenden. Bovenal is er het geweldige elan van de spelers, dat kennelijk aanstekelijk werkt. Dit indrukwekkende theater vindt in elk geval navolging in de ook in studentenkringen welig tierende 'strijdcultuur', die in de veranderde conjunctuur van de late jaren zeventig aan vormelijk miserabilisme ten onder zou gaan.

februari

10 februari, Antwerpen. Een meeting over Noord-Ierland aan de UFSIA, georganiseerd door SAK en RAL, wordt door een inval van de politie verstoord. De IRA-militant, die juist de zaal toespreekt ondanks het verbod van justitieminister Vranckx, kan op het nippertje ontsnappen. Het SAK keurt de samenwerking tussen de academische overheid en de rijkswacht in scherpe bewoordingen af.

juni

1 juni, Duitsland. Andreas Baader wordt gearresteerd. Veertien dagen later volgt de arrestatie van Ulrike Meinhof, waarmee de harde kern van de Baader-Meinhofgroep of Rote Armee Fraktion (RAF) is opgerold.

De Rote Armee Fraktion is ontstaan uit de contestatiebeweging van de jaren zestig. Andreas Baader was in 1968 zelf student te Berlijn en Ulrike Meinhof trad toen op als verslaggeefster voor het studentenblad Konkret dat weldra de voornaamste spreekbuis van de buiten-parlementaire oppositie wordt. Wanneer de revolutie omstreeks 1970 dreigt vast te lopen en de collectieve kater opbreekt, besluiten Andreas Baader en Ulrike Meinhof met hun organisatie hardere acties te voeren tegen het kapitalistisch systeem. De Rote Armee Fraktion introduceert dan in West-Europa de stadsguerrilla. Deze guerrilla lijkt in de erg specifieke situatie van een Westerse industriestaat, met zijn dichte urbanisatie, zijn formele democratie en een door de media geconditioneerde sociale consensus, welhaast noodzakelijk uit te draaien op steriel terrorisme. Bij de bevolking zou het in elk geval niet de gewenste uitwerking hebben; wel wordt de repressie aangescherpt en wordt op beschuldiging van intellectueel terrorisme de radikale linkerzijde monddood gemaakt. De contestatie bereikt hier haar meest tragische orgelpunt.

oktober

1 oktober, België. De ministers van nationale opvoeding Willy Claes en Léon Hurez dienen een wetsontwerp in dat het aantal buitenlandse studenten wil terugschroeven, het budget voor de sociale sector zou inkrimpen en het collegegeld tot 6.500 frank optrekken, wat meteen een stijging van 4.500 fr. inhoudt. De studenten van de Gentse Rijksuniversiteit reageren het eerst met een betoging van 200 man.

17 oktober, Brussel - Luik. Behalve te Brussel waar 3000 studenten manifesteren, stappen er te Luik zo'n 1500 personen op achter spandoeken die de maatregelen Claes-Hurez hekelen. Volgens de studenten zal door financiële selectie de democratisering van het hoger onderwijs in het gedrang komen. 19 oktober, Leuven. Ook de Leuvense studenten komen op straat om te demonstreren tegen de maatregelen Claes-Hurez. Het Front tegen politieke en financiële selectie zal de actie coördineren.

25 oktober, Leuven. Het nieuwe actiecomité slaagt er in tussen de 4000 en 6000 studenten op te trommelen voor een betoging tegen de maatregelen Claes-Hurez.

31 oktober, Brussel. Te Brussel scanderen zo'n 400 studenten andermaal hun keel schor om te protesteren tegen de verhoging van het collegegeld.

november

14 november, Brussel. Een grote nationale betoging tegen de maatregelen Claes-Hurez vormt een laatste piek in het studentenprotest tegen de verhoging van het collegegeld. Naar schatting 4000 tot 5000 studenten zakken af naar het Brusselse stadscentrum.

1973 - Inhoud

januari

17 januari, België. In heel het land gaan scholieren in staking om te protesteren tegen het wetsontwerp van minister van landsverdediging Paul Vanden Boeynants, waarvan de grote lijnen al door de regering waren goedgekeurd. Het wetsontwerp bepaalt de inkrimping van de diensttijd, maar ook de afschaffing van uitstel van legerdienst om studieredenen. Beide hervormingen worden aan elkaar gekoppeld omdat België zijn militaire verplichtingen als lid van de NAVO zou kunnen nakomen.


62. Het standbeeld van Theodore Verhaegen, patroon van de ULB, deelt ook in de protestgolf, 14 november 1972.

Maar voor de scholieren is de vervroegde oproeping een regelrechte uitdaging. Een Nationaal Scholierenfront neemt de handschoen op. Defensieminister Vanden Boeynants ziet zich onverwacht geconfronteerd met een soort kinderkruistocht. 31 januari, Brussel. De scholierenbeweging tegen het plan Vanden Boeynants beleeft haar hoogtepunt in een nationale manifestatie te Brussel. Zowat 10.000 scholieren marcheren in de straten van de hoofdstad. Oudercomités en schooldirecties staan eensgezind achter hun kinderen. Tegenover zo'n morele overmacht lijkt de minister van defensie wel te moeten capituleren.

februari

1 februari, België. Premier Edmond Leburton maakt zich uitdrukkelijk zorgen over 'bepaalde' gauchistische groepjes die zich onder het scholierenpubliek mengen zodat bepaalde slogans een anti-NAVO-teneur krijgen. De regering brandmerkt het optreden van RAL en AMADA als het 'op sleeptouw nemen van de jeugd door beroepsagitatoren.'

13 februari, Leuven. In de eerste dagen van februari bloedt de scholierenbeweging dood. De beweging is niet alleen in diskrediet geraakt door hardnekkige geruchten over gauchistische infiltranten — de beruchte beroepsagitatoren die minister Vanden Boeynants overal bespeurt — , ze is ook de wind uit de zeilen gehaald doordat op het officiële vlak al van verschillende zijden stelling is ingenomen tegen de afschaffing van legeruitstel om studieredenen. Te Leuven nemen de studenten de fakkel van de scholieren over. Het begint op 13 februari met een 100-koppige betoging en gedurende een maand zal Vanden Boeynants kop van Jut blijven voor een hele reeks protestactiviteiten.

19 februari, Brussel. Aan de ULB begint een groepje studenten geneeskunde een hongerstaking in de gebouwren van de medische faculteit. Ze ijveren voor de vrijlating van de Naamse vrouwenarts dr. Peers, die gearresteerd is op beschuldiging van abortus, en algemeen ook voor de wijziging van de wetten inzake abortus.

20 februari, Leuven. De faculteitskring van de studenten Germaanse filologie confronteert in een debat professor Mark Eyskens, lid van een aantal werkgroepen en studiecommissies van de CVP, met Ernest Mandel, hoogleraar aan de VUB en trotskist. In de discussie spelen de hooggeleerden, die beiden goed van de tongriem gesneden zijn, de kapitalistische markteconomie en de socialistische planeconomie tegen elkaar uit. Het


63. Ernest Mandel en Mark Eyskens in debat in de Leuvense Grote Aula, 20 februari 1973.

opmerkelijke aan dit evenement is dat germanisten, die tot voor kort hoogstens in Vlaamse of Groot-Nederlandse romantiek of erger Duitse Schwarmerei zwolgen, een bij uitstek politiek geladen debat organiseren met het marxisme en de organisatie van de economie als inzet, en dat dit toch nogal academische gebeuren ook nog een afgeladen aula geïnteresseerden trekt. Een en ander is tekenend voor de veralgemeende politisering van de student in het Rode Leuven tussen 1969 en 1975. 23 februari, Leuven. Het studentenprotest te Leuven tegen de legerhervormingsplannen van Vanden Boeynants bereikt een klimax met een optocht van een 2000 studenten. Behalve de afschaffing van het uitstel van legerdienst om studieredenen, wordt ook de NAVO gecontesteerd en de uitbreiding van de rijkswacht, 'als repressie-apparaat ter bescherming van de kapitalistische maatschappijstructuren'. Meer algemeen staat ook het Belgische NAVO-lidmaatschap ter discussie. Tot half maart komen nog geregeld studenten op straat om uit te halen tegen het verguisde 'plan Vanden Boeynants'.

april

3 april, Gent. In de Gentse haven breekt een wilde staking onder de dokwerkers uit. Ze eisen loonsverhoging. De Intersyndicale van de Belgische Havens weigert deze staking te erkennen omdat ze in strijd is met de collectieve arbeidsovereenkomst van april 1972. Enkele dagen later breidt de staking zich ook uit naar

de Antwerpse haven. De regering stelt de agitatie van kleine gauchistische groepjes als AMADA en RAL in deze acties aan de kaak. De staking zou voortduren tot 4 juni.

mei

9 mei, Leuven. Een 200-tal studenten voeren actie uit solidariteit met de stakende dokwerkers. Te Leuven houdt de staking vooral de MLB bezig in de loop van de maand mei. Ook te Gent en Antwerpen vinden een maand lang meetings en betogingen plaats uit solidariteit met de dokwerkers. RAL en AMADA nemen er het voortouw. In Antwerpen laat ook SKAR, het Scholieren Anti-repressiekomitee van zich horen.

juni

juni, Leuven. De grootste Vlaamse cultuurvereniging, het katholieke Davidsfonds stoot zijn weerbarstige jongerentak, het Jong-Davidsfonds, af. Hierop fusioneert het Jong-Davidsfonds met het UCOD tot het Centrum voor Vorming en Actie (CVA). CVA wil door politiserend vormingswerk een democratisch basissocialisme uitbouwen. Her en der verschijnen er plaatselijke CVA-kernen die meestal ook een wereldwinkel openhouden.

september

10 september, België. De regering keurt het legerhervormingsplan van minister Vanden Boeynants goed. Het protest op straat van scholieren en studenten lijkt vruchten te hebben afgeworpen : van de afschaffing van uitstel van legerdienst om studieredenen is immers in de hervormingen geen sprake meer.

11 september, Chili. Een militaire junta onder leiding van generaal Pinochet grijpt de macht. Bij de aanval op het presidenteel paleis komt president Allende om. Het terreurbewind, dat hierop volgt, wekt wereldwijd verontwaardiging.

oktober

10 oktober, Leuven - Kortrijk. In Leuven mobiliseert de MLB 300 demonstranten tegen de militaire staatsgreep in Chili. In Kortrijk komen een 500-tal studenten om dezelfde reden op straat. 22 oktober, Antwerpen. De zogenaamde AMADA-dokters Kris Merckx en Michel Leyers worden door de correctionele rechtbank veroordeeld tot een geldboete van 780 frank. Ze waren voor de rechtbank gedaagd door de Orde van Geneesheren omdat ze een loopje hadden genomen met de honoraria die door de orde zijn vastgesteld. De 'rode artsen' willen echter volgens hun maoïstische overtuiging niet meedraaien in de tredmolen van het kapitalistisch systeem. Op het moment dat de rechter het vonnis uitspreekt, heft Kris Merckx uit volle borst de Internationale aan. Het publiek in de zaal, die vol studenten, sympathisanten en AMADA-aanhangers zit, valt in. Wanneer Merckx de kreet 'Fascisme neer, AMADA vooruit' de zaal inslingert, ontstaat een gevecht in regel met de ordediensten waarbij de AMADA-dokter een rijkswachtmajoor een paar rake klappen verkoopt. Voor dit incident krijgt Kris Merckx tien dagen hechtenis bij. Gedurende deze 10 dagen voeren de MLB en AMADA te Antwerpen solidariteitsacties. 29 oktober, Leuven. De academische raad van de KULeuven komt bijeen. De studenten in de Germaanse filologie hebben er de zaak Spies aanhangig gemaakt. De studenten keren zich tegen de benoeming van de bewuste Francois Spies tot lector aan de letterenfaculteit omdat hij als cultureel attaché bij de Zuidafrikaanse ambassade officieel het apartheidsregime vertegenwoordigt. De academische raad beslist nochtans dat Spies moet bijven: er wordt druk geschermd met de academische vrijheid en met de implicaties die een eventuele afzetting van een benoemd lid met zich meebrengt.

november

6 november, Leuven. Ook de onderwijscommissie verwerpt de motie van de studenten tegen de heer Spies. Ondertussen boycotten de germanisten de colleges van de gewraakte lector, ondanks het feit dat vier studenten mordicus zijn lessen willen blijven volgen. De boycotters eisen een andere docent voor het vak Zuidafrikaanse taal- en letterkunde.

8 november, Leuven. Een 400-tal studenten betogen tegen de organisatie van Brasil Export, een handelsbeurs van Braziliaanse exportgoederen te Brussel. De studenten blijven hameren op de politieke situatie in Brazilië waar de rechtse generaal Medici een regelrechte dictatuur voert waarbij alle vormen van democratisch verzet in de kiem worden gesmoord. De meegedragen slogans verwijzen tevens naar het terreurbewind in Chili. Onder andere het CVA is erg actief in de anti-Brasil-Exportcam-pagne.

10 november, Brussel. Op deze druilerige zaterdagmiddag trotseren naar schatting 10.000 mensen de regen om hun ongenoegen te uiten over de organisatie van de handelsbeurs Brasil Export. Aan deze nationale protestmanifestatie wordt deelgenomen door talrijke studenten, die terzake meestal al opgewarmd zijn door acties aan hun eigen universiteit. Enkele slogans: 'Neen aan Brasil Export, neen aan de uitbreiding', 'Brazilië, Chili, Latijns-Amerika, eenzelfde vijand, eenzelfde strijd', 'Voor de strijd van het Braziliaanse volk, voor het verzet van het Chileense volk', 'Neen aan de uitmoording, neen aan martelingen, vrijlating van alle politieke gevangenen'. Na afloop van de betoging ontstaan er relletjes met de politie. Onder meer enkele leden van de Leuvense faculteitskring Politica worden opgepakt.

16 november, Leuven. De kringraad van de Leuvense faculteitskringen schaart zich achter de germanisten. De negentien faculteitskringen keuren een motie goed waarin het ontslag van de omstreden lector wordt geëist. De kringraad protesteert daarbij ook tegen de houding van de academische overheid die 'zich in woorden tegen de apartheid uitspreekt, maar in daden cadeautjes van het apartheidsregime aanneemt in de vorm van een gratis docent en gratis handboeken'.

17 november, Griekenland. Studenten bezetten de gebouwen van de technische hogescholen te Athene en Thessaloniki uit solidariteit met enkele van hun studiemakkers die vanwege protestactiviteiten tegen de militaire dictatuur vervroegd in het leger waren ingelijfd. Met eigen zenders lichten de bezetters de bevolking in, die toch al misnoegd is over de enorme inflatie. Generaal Papadopoelos roept de staat van beleg uit en laat tanks de bezette gebouwen binnenrammen. Hierbij vallen doden en gewonden. Ook de volgende dag zouden zich bij botsingen tussen politie en leger enerzijds en studenten en arbeiders anderzijds tragische incidenten voordoen.

18 november, België. Voor het eerst sinds de introductie van de automobiel kent België een volstrekt autoloze zondag. Met deze maatregel hoopt de regering de olieschaarste te beperken, die ontstaan is doordat de OPEC-landen de oliekraan in het najaar van 1973 voor 15 procent hadden dichtgedraaid. Na 27 januari krijgen zondagschauffeurs weer vrij spel.

20-29 november, Leuven - Brussel - Antwerpen - Gent. Na Brasil Export is weer een andere internationale kwestie aan de orde. In Griekenland is koning Constantijn afgezet en heeft generaal Papadopoulos zich tot president uitgeroepen. Een militaire putsch op 25 november brengt evenwel op zijn beurt Papadopoulos ten val, waarna een nieuwe golf van terreur Griekenland overspoelt. In één moeite door proberen de kolonels ook Cyprus te annexeren. Dit militair machtsvertoon op de zuidflank van de NAVO wordt door de media hier te lande van vrij nabij gevolgd. Ook bij de studenten zorgt het voor beroering. Van 20 tot 29 november is het Griekenlandprotest op zijn hoogtepunt.

Bijna dagelijks vinden aan de Vlaamse universiteiten betogingen of informatievergaderingen plaats.

december

12 december, Leuven. Een veertigtal — meestal niet politiek georganiseerde — studenten bezetten een faculteitslokaal in de Leopoldstraat uit protest tegen de benoeming van de Zuidafrikaan Spies en roepen dit lokaal uit tot Bevrijde Universiteit Leuven (BUL). Ze geven een bezettingsbulletin uit waarin ze hun eisen formuleren: ontslag van de heer Spies en intrekking van alle sancties, waarmee volgens de bezetters gepoogd wordt elk protest in de kiem te smoren en waardoor de autonomie van de studentenbeweging met voeten wordt getreden. Bij deze actie hebben RAL en MLB weinig in de pap te brokken. De hele campagne steunt hoofdzakelijk op de faculteitskringen en op niet georganiseerde studenten.

15 december, Leuven. De rijkswacht ontruimt het bezette faculteitsgebouw, terwijl ondertussen de meeste faculteiten in staking zijn. De academische overheid schorst voor een week de colleges voor de germanisten.

17 december, Leuven. De BUL verrijst uit haar as, maar met een andere locatie, ditmaal in de lokalen van de faculteit van psychologie. Een 1000-tal studenten demonstreren in de Leuvense straten. Behalve ontslag van de Zuidafrikaanse lector Spies eisen ze de intrekking van de tuchtmaatregelen die de opstandige studenten boven het hoofd hangen.

18 december, Leuven. De zaak Spies krijgt een onverwachte ontknoping. Terwijl de actievoerders alsnog de universiteitsbibliotheek bezetten, biedt de heer Spies zelf zijn ontslag aan. De studenten verlangen nu nog enkel dat de academische overheid de spons haalt over de sancties, waarmee ze de voorbije dagen druk heeft gezwaaid. De volgende dag draait de academische overheid bij, zodat achter de actie Spies definitief een punt kan worden gezet. De studenten hebben over de hele lijn hun slag thuis gehaald. In een slotbeschouwing zou het onafhankelijke studentenblad Omtrend er zich over verheugen dat de avant-garde eindelijk de weg naar de campus teruggevonden had. In dit vreugdebulletin over de herwonnen 'klassenstrijd in de theorie' beginnen ze breeduit de Franse theoreticus Louis Althusser te parafraseren: 'De studentenbeweging is niet dood, ze lag alleen maar lam. De avant-garde heeft systematisch de universiteit als strijdtoneel genegeerd... De studentenbeweging betekent, ... in de huidige maatschappelijke en ideologische konstellatie: klassenstrijd binnen een dominant ideologisch

staatsapparaat — het onderwijs — en klassenstrijd op het niveau van de theorie... Terug aandacht voor het onderwijs, dat is de taak waarvoor de studentenbeweging zich nu gesteld ziet.'

1974 - Inhoud

februari

21 februari, Leuven. 400 sympathisanten van de RAL en de MLB komen op straat om lokalen te eisen waar ze hun politieke meetings kunnen organiseren.

maart

maart, Leuven. Binnen AMADA ontstaat een studiegroep die zich op het fenomeen 'imperialisme' zal toeleggen, de Anti-Imperialistische Bond (AIB). De AIB wil in haar analyse strikt de hand houden aan de marxistisch-leninistische interpretatieschema's.

Te Leuven waar AIB nog lange tijd haar hoofdkwartier heeft, zoekt deze nieuwe organisatie in de eerste plaats studenten te recruteren die gevoelig zijn voor de derde wereld-problematiek om ze eventueel naar AMADA door te sluizen. In een voorbereidende vergadering werd dit als volgt uitgedrukt: 'De bond kan ook fungeren als doorgangsorganisatie voor progressieven, om hen op basis van het marxisme-leninisme organisatorisch met de arbeidersklasse te verbinden, bij voorkeur langs haar communistische partij!'.

13 maart, Leuven. Nieuwe onrust ontstaat rond de al bekrachtigde legerhervormingen van defensieminister Vanden Boeynants. Vooral de operationele legereenheid in NAVO-verband die door deze hervormingen meer het karakter van een beroepsleger krijgt, roept verzet op. Te Leuven betogen alvast een 100-tal studenten tegen een beroepsleger. De argwaan tegenover Vanden Boeynants' bemoeienissen met het leger staat natuurlijk niet los van recente ervaringen met 'das Militar' in Griekenland en Chili...

19 maart, Leuven. De Algemene Studentenraad (ASR) trommelt zo'n 75 studenten op voor een solidariteitsactie met de Baskische autonomisten in Spanje. Hetzelfde scenario herhaalt zich de volgende dag aan de ULB.

30 maart, Brussel. Ook te Brussel heerst er onvrede met het beroepsleger van defensieminister Vanden Boeynants en 500 mensen komen ertegen op straat op initiatief van RAL en AMADA.

april

april 1974, Brussel. De groep 'Tendens voor een democratische organisatie van de Vlaamse studentenbeweging', waarin trotskisten de toon aangeven, bezorgt de maoïsten een nederlaag bij de landelijke verkiezingen voor het hoofdbestuur van VVS. Dit is tekenend voor de nieuwe richting die de studentenbeweging is ingeslagen. Met Tendens wisselt de voorhoede de boterhammentrommel weer voor de boekentas, keert de fabrieken en het 'arbeiderisme' definitief de rug toe en ontdekt weer de campus. Daar richt Tendens zijn aandacht op de talrijke actie- en werkgroepen, zonder nog veel over fabrieksleed en klassenstrijd te reppen. De sympathisanten krijgen later ook nog de raad opnieuw college te lopen en zich in te werken in kritische facultaire werkgroepen, die tegen 1975 aan in volle opgang zijn (Wetswinkel, Polekar, Verontruste historici,...). Dit marsbevel wordt niet altijd even strikt opgevolgd door de fuif nummers van vrolijk links.

3 april, Gent. Na Leuven en Brussel protesteren nu ook te Gent een 100-tal studenten tegen de legerhervormingen. 25 april, Portugal. De linkse Beweging van de Strijdkrachten maakt een einde aan het regime van Caetano. Het verbod op politieke partijen en vakbonden wordt opgeheven. Een moeilijke weg naar de democratie begint. De Westeuropese linkerzijde volgt er de evolutie op de voet. Ook uit Leuven vertrekken progressieve studenten naar Portugal voor een politieke zomervakantie.

augustus

8 augustus, Verenigde Staten. Naar aanleiding van de Watergate-affaire treedt president Richard Nixon af, vooraleer het Congres zelf hem, uit zijn presidentieel ambt ontzet. Gerald Ford volgt hem op als president.

oktober

21 oktober, Gent. In het universiteitsgebouw aan de Blandijnberg organiseert MLB de opvoering van het omstreden toneelstuk van Bert Verhoye over Cyriel Verschaeve, de legendarische priester-dichter die onder het motto 'oorlogstijd is dadentijd' in de tweede wereldoorlog prompt de Duitse bezetter had omhelsd en die collaboratie ook tot het einde toe heeft volgehouden. Verhoyes visie op Verschaeve wordt niet door iedereen in dank afgenomen en bij de uitvoering komt het tot zware rellen tussen de linkse organisatoren en leden van het KVHV, VMO en Were Di die zich met geweld toegang tot de zaal hebben verschaft. De

politie komt nogal hardhandig tussenbeide, waardoor één student ernstig gewond geraakt. De drie daarop volgende dagen gaan de studenten van de letterenfaculteit in staking uit protest tegen het brutale politieoptreden.

23-25 oktober, Leuven. De studenten van de faculteit geneeskunde eisen meer inspraak in de examenregeling. Een 300-tal studenten zijn bij de acties betrokken.

oktober, Leuven. De ASR komt voor de dag met een nieuw studentenblad Veto, dat weldra gratis onder de studenten wordt verspreid. Veto is de spreekbuis van een nieuwe studentengeneratie, die wars van dogmatisme wél politieke bewustwording van de studenten nastreeft, maar vertrekkend vanuit eigen onderwijssituaties.

november

28 november, Leuven - Kortrijk - Gent - Antwerpen. Te Leuven vindt een benefietavond plaats in Alma II met optredens van verschillende muziekgroepen ten voordele van de door watersnood getroffen landbouwers. Wegens de zware regenval van de voorbije weken dreigt de oogst te mislukken. Dit is een buitenkans voor de studenten om het geschonden blazoen weer op te poetsen. Een solidariteitscampagne komt op gang in de verschillende Vlaamse universitaire centra. De studenten gaan letterlijk de boer op, ploeteren samen met miliciens over ondergelopen landouwen en steken op nooit geziene wijze de handen uit de mouwen. Hiermee oogsten de studenten heel wat sympathie bij de bevolking, wat hun imago eindelijk in positieve zin doet evolueren.

december

16 december, Leuven. De Info-werkgroep van de Algemene Studentenraad richt het Bevrijdingspersagentschap (B.P.A.) op. Het grote voorbeeld is het door Jean Paul Sartre in 1971 opgerichte Parijse agentschap Liberation, waaraan nu nog het gelijknamige gauchistische dagblad herinnert. Het Leuvense agentschap verspreidt elke dinsdag een bulletin met informatieve berichten, een activiteitenkalender voor Leuven e.d. Alle informatie die nuttig is in de strijd tegen de burgerij willen ze verspreiden. Al van september 1968 tot januari 1969 hadden de Leuvense studenten op geregelde tijdstippen een eigen persoverzicht verzorgd. Uiteindelijk zou het Bevrijdingsagentschap in december 1981 ter ziele gaan.

1975 - Inhoud

januari

12 januari, Brussel. Om haar NAVO-verplichtingen na te komen, is de regering van plan ter vervanging van de oude F104-Starfighters 102 nieuwe Amerikaanse F16-jachtvliegtuigen aan te kopen, voor de ronde som van pakweg 30 miljard. Die 30 miljard wordt een begrip. Tegen de zogenaamde aankoop van de eeuw lanceren studenten aan verschillende Belgische universiteiten de actie 'Neen aan de 30 miljard'. Op 12 januari vindt een nationale betoging plaats te Brussel met delegaties van de meeste Belgische universiteiten. Er dagen zo'n 15.000 jongeren op. Lokale actiecomités hadden al voor de nodige opwarming gezorgd met informatievergaderingen, meetings en optochten. Ook weerklinken slogans voor de ontbinding van de NAVO én het Warshaupact. AMADA en RAL laten zich niet onbetuigd.

februari

12 februari, Leuven. Na de geneeskundestudenten morren nu ook de Leuvense landbouwingenieurs in spe over examenregelingen : de examenperiode zou voortaan nog maar twee weken beslaan. De studenten landbouwwetenschappen laten evenwel een scherp protest horen. De studenten houden vol: 'Wij zijn geen varkens', en eisen behalve democratie en inspraak op de koop toe 'Vier weken examens zonder pillen'.

maart

5 maart, België. In studentenkringen rijst verzet tegen het wetsontwerp van de ministers van nationale opvoeding Herman De Croo en Antoine Humblet. De rijkssubsidies aan de universiteiten zouden ernstig worden ingekrompen door een beperking van het aantal buitenlandse studenten en het afremmen van de gestadige groei van het wetenschappelijk personeel. De ministers overwegen tevens de invoering van de numerus clausus voor normaalscholen en paramedische instituten. Tegen deze maatregelen binden in nagenoeg alle universitaire centra actiecomités de strijd aan. Te Leuven wordt op 5 maart weer eens de universiteitsbibliotheek bezet.

6 maart, Leuven. De Algemene Studentenraad (ASR) roept op tot een algemene schokstaking. 550 studenten houden een mars op Brussel om te protesteren tegen de maatregelen De Croo-Humblet en tegen de laattijdige uitbetaling van de studiebeur-

...


64. De ULB staakt tegen Decroo-Humblet, 25 november 1975.

april

30 april, Vietnam. Saigon capituleert. Onder het linkse bewind van de Voorlopige Regering begint men met zuiveringen en een heropvoedingsprogramma voor Zuid-Vietnam. In allerijl worden de laatste Amerikaanse burgers uit Saigon geëvacueerd.

juni

10 juni, Leuven. Het wetenschappelijk en administratief personeel staakt tegen de aangekondigde maatregelen van de ministers van nationale opvoeding De Croo en Humblet.

oktober

8 oktober, Leuven. Een optocht van de Vlaamse Militanten Orde (VMO) onder het motto 'rode ratten rolt uw matten' leidt tot relletjes in het Leuvense stadscentrum, wanneer linkse tegenbetogers de stoet vanuit zijstraatjes bekogelen met straatstenen. De rijkswacht moet tussenbeide komen. Het is de eerste keer dat extreem-rechts zich zo openlijk waagt in het hol van de leeuw, dat het rode Leuven voor ze toch is. Een toenemende polarisatie in de studentenwereld kondigt zich aan. Ter linkerzijde zijn het vooral maoïsten die met hun voorkeur voor de fysieke aspecten van de klassestrijd, daadwerkelijk de strijd met het 'opkomend fascisme' aanbinden.

13-18 oktober, Leuven. Het coördinerend Chili-komitee organiseert een Chiliweek te Leuven.

november

21 november, Brussel. Gedurende de maand november staan de maatregelen De Croo-Humblet opnieuw centraal in het Belgische studentenmilieu. Na drie weken actie te Leuven, Gent, Antwerpen en Brussel lokt een nationale betoging 12.000 studenten en universitair personeel naar het Brusselse stadscentrum. De vlam lijkt in de pan geslagen en de actie komt pas nu goed van de grond. Aan de verschillende universiteiten zijn er haast dagelijks volksvergaderingen, die gemiddeld door een 150 a 300 man worden gevolgd.

24 november, Leuven - Brussel. Zowel aan de KU Leuven, de VUB als de ULB zijn de meeste faculteiten in staking. De studenten organiseren allerlei prikacties. Te Leuven blokkeren studenten met fietsen de Bondgenotenlaan. Nog te Leuven bezetten studenten psychologie hun faculteitsgebouwen, de faculteitskring Politica bezet zijn faculteitsbibliotheek, studenten in de rechten het college De Valk en de studenten wijsbegeerte en letteren het Mgr. Sencie-instituut.

december

1-3 december, Brussel. In een nationale betoging scanderen opnieuw duizenden studenten leuzen tegen het wetsontwerp De Croo-Humblet. Niettemin zou het wetsontwerp als onderdeel van de programmawet in 1976 goedgekeurd worden.

DE OVERMOED VAN EEN GENERATIE - Inhoud

Het non-conformistisch gedrag van de jeugd in de jaren zestig had alom de aandacht getrokken. Vooral het massale en radicale karakter van de subcultuur en de anti-autoritaire beweging was voor velen een verrassing. Tijdens de jaren vijftig had men immers de indruk gekregen dat de jeugd redelijk goed in de samenleving geïntegreerd was. De jeugdsociologen waren daarom op een dergelijke opstandigheid niet voorbereid, en waren geneigd de contestatie in de jaren zestig te overschatten. Pas veel later zou Statera stellen dat de jeugdapathie van de jaren vijftig en de jeugdrevolte van de jaren zestig tien jaar later uit éénzelfde gevoel van frustratie voortkwamen, met name vervreemding die de jongeren ervaarden in de geïndustrialiseerde maatschappij.

De vloedgolf van publikaties over de probleemjeugd (nozems) en de exclusieve groepen met hun eigen subcultuur (provo's, hippies), had bij de sociologen een nieuwe opvatting over de

jeugd doen ontstaan. In tegenstelling tot vroeger, toen het 'afwijkend gedrag' fundamenteel een negatief label kreeg, werd dit gedrag positief in relatie tot de veranderende maatschappij gebracht. Het werd een factor van het vernieuwingsproces, een signaal voor veranderende verhoudingen en een element binnen het interactieproces dat zich in de samenleving afspeelde. De optimistische visie op de jeugd heeft de overschatting van het studentenaandeel in de contestatiebeweging in de hand gewerkt. De student vormde samen met andere experimentele, activistische en protesterende groepen een avant-garde die de jeugd in haar kritiek op de bestaande maatschappijstructuren inspireerde. Het optreden van de student werd echter door zijn belangrijke maatschappelijke positie, vrijblijvend maar voorbereidend op een leidinggevende functie, en de internationale parallellen al vlug extra in de verf gezet. De studenten, van oudsher een elitaire groep, kregen de nieuwe, even elitaire status van voortrekkers en wereldverbeteraars. De meirevolte van 1968 te Parijs symboliseerde hun historische revolutionaire opdracht, en creëerde een euforische toestand die ook naklonk in toen verschenen publikaties, die het studentenprotest zagen als een revolutionaire klassenstrijd. Ze getuigden van het optimistische en utopische geloof dat de gehele beweging droeg. Dit optimisme bleef nog geruime tijd nawerken en weerspiegelde zich in de desillusie, de kritiek op de nieuwe studentengeneratie en de nostalgie die bij de voortrekkers van de contestatiebeweging tijdens de jaren zeventig de boventoon kregen. De volgende stereotypen liegen er niet om: 'De kater van '68' (titel van het boek samengesteld door M. Van Amerongen, Loucky Content, Igor Cornelissen, Jos Deman en Piet Pirijns in 1978), 'De apathie van de hedendaagse student of de verloren revolutie van 1968' (onderwerp van een debat op 5 november in de UFSIA met als deelnemers: Ludo Martens, Kris Merckx, Jef Dauwe, Hugo Camps en de professoren Claes en Derine), 'Stilte op de campus' (titel van een Panorama-uitzending op televisie op 14 mei 1981) en 'Baarde mei '68 een verloren generatie ?' (onderwerp van een debat op 26 september 1981 tijdens een alternatieve boekenbeurs 'Het andere boek' met als deelnemers Brigitte Raskin, Paul Goossens en Jaak Brepoels).

Nochtans was de 'restauratie' grotendeels een logische afkoeling van een oververhitte periode. Mei '68 was een symbool geworden, een beeld van vernieuwing en verandering dat onrealistisch was, maar dat door het geloof dat er aan gehecht werd een zekere waarheidsgehalte gekregen had. Volgens Bart Tromp een klassiek geval van 'self fulfilling prophecy'. De jaren daarop werd dit vertekend beeld geconfronteerd met een even fout beeld over het herstel van de oude verhoudingen. Beeld en tegenbeeld hebben de interpretaties geabstraheerd en hebben talrijke misvattingen mogelijk gemaakt. Ook de balans die tien jaar na de feiten, in 1978, opgemaakt werd en nog door het optimisme van de jaren zestig beïnvloed is, moet nu, twintig jaar na de feiten opnieuw bekeken worden.

Over de betekenis van de jaren zestig is gedurende de daaropvolgende twintig jaar veel geschreven. De verklaringen en interpretaties waren dikwijls uiteenlopend en doorspekt met persoonlijke gevoelens en herinneringen. Feit blijft dat in 1968 de studenten mee hun bijdrage geleverd hebben tot de val van de regering over 'Leuven-Vlaams'. De concrete eis tot overheveling van de Franstalige afdeling van de Leuvense universiteit naar Wallonië, werd ingewilligd. Dit kan niet gezegd worden van de andere studenteneisen zoals democratie en pluralisme als eerste stap naar een nieuwe samenleving, of de totale omwenteling van de maatschappij die de studenten met hun revolutie beoogden. De maatschappelijke structuren zijn nauwelijks veranderd. De verzuiling van de politieke, sociale en culturele organisaties werd niet doorbroken. Een hergroepering van de politieke krachten en een progressieve frontvorming kwamen er niet, noch de 'grote democratisering' van het politiek leven of de omkering van de machtsverhoudingen op sociaal-economisch vlak. De inspraak aan de universiteit en het middelbaar onderwijs bleef beperkt, en de universitaire contestatie verzandde. Ook de verre voorbeelden — China, Cuba, Vietnam — die in 1968 inspirerend waren voor de nieuwe utopie, verloren hun glans.

Wel kwam in de jaren zeventig een grotere openheid voor vernieuwing en daarmee samenhangend een soort 'mentale ontzuiling'. Tegelijk maakte de onderdanige eerbied tegenover gezagdragers plaats voor een kritische opstelling van de 'ondergeschikten'. Maar de talrijke actiegroepen die met hun pluralistische en democratische samenstelling en hun radicale en maatschappijkritische actie tijdens de jaren zeventig aan de basis werkzaam bleven en soms reële invloed op het beleid konden uitoefenen, begonnen tijdens de jaren tachtig aan bloedarmoede te lijden. Wellicht heeft dit te maken met de veroudering van de generatie die door de studentenrevolte van 1968 gevormd werd. Dit is misschien ook de grootste betekenis van '1968' geweest: de invloed die werd uitgeoefend op mentaliteit, waardenpatroon en maatschappijvisie van een studentengeneratie, en de latere doorwerking daarvan in de maatschappij. De revolte was voor vele actievoerders het sluitstuk van hun politieke socialisatie. Voor sommigen gaf ze de bevestiging van hun Vlaams-nationalisme, voor de meesten werd een anti-autoritair democratisch ideaal richtinggevend en groeide het wantrouwen tegen de 'gevestigde orde' die er op uit was afgestudeerden 'als radertjes in het systeem' te laten functioneren, voor enkelen was de revolte de ontdekking van het marxisme-leninisme. Algemeen was het resultaat een 'ontmaskering' van de schone schijn in de samenleving met als gevolg een keuze voor authenticiteit en non-conformisme.

Toen in 1978 de balans opgemaakt werd, bleek die nog vrij positief. Er was nog 'feeling' met de jaren zestig, de bakermat van heel wat nieuwe initiatieven in de jaren zeventig. In 1988 lijkt deze band verbroken. Elementen van de jaren zeventig hebben de invloed van de jaren zestig overschaduwd. Grote revoluties van toen zijn vanzelfsprekend geworden. Andere problemen in een totaal andere context bieden zich aan. De jaren zestig zijn geschiedenis geworden. Ter gelegenheid van de twintigste verjaardag van de meirevolte worden ze in TV-documentaires, tentoonstellingen en boeken als dit weer tot leven geroepen. We blikken er op terug, als naar iets wat voorbij is.

Lijst van afkortingen

ACAPSUL: Association du Corps académique et du Personnel scientifique de l'Université de Louvain.

ACCO: Academische coöperatie

AIB: Anti-imperialistische Bond

AMADA: Alle Macht aan de

Arbeiders

ASK: Antwerps Studentenkorps

ASR: Algemene Studentenraad (Leuven)

BSG: Brussels Studentengenootschap

BUL: Bevrijde Universiteit Leuven

CAGEB: Comité d'action des grandes écoles de Bruxelles

CITM: Centre international pour Ie tiers monde

CSFL: Communauté de la Section Francaise a Louvain

CVA: Centrum voor Vorming en Actie

DWB: Derde Wereldbeweging

FK: Faculteitenkonvent

HVKA: Hoogstudentenverbond voor Katholieke Actie

JGS: Jeunes Gardes Socialistes

KAK: Katholieke Anarchisten Kommune

KrU: Kritiese Universiteit

KUL: Katholieke Universiteit Leuven

KULeuven: Katholieke Universiteit Leuven

KVHV: Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond

LOVAN: Leuvense Organisatie van Assistenten en Navorsers

LSK: Leuvens Studentenkorps

LSWH: Leuvense Studentenwerkgroep Homofilie

LUC: Limburgs Universitair Centrum

MLB: Marxistisch-Leninistische Beweging

MUBEF: Mouvement des Etudiants universitaires belges d'expression francaise

NUL: Nederlandse Universiteit Leuven

OCAL: Organisation des Chercheurs et Assistants a Louvain

PVDA: Partij van de Arbeid

PWT: Parti Wallon des Travailleurs

RAF: Rote Armee Fraktion

RAL: Revolutionaire Arbeidersliga

RUCA: Rijksuniversitair Centrum Antwerpen

RUG: Rijksuniversiteit Gent

SAK: Studenten Aktiekomitee (Antwerpen)

SAP: Socialistische Arbeiderspartij

SBV: Socialistische Beweging Vlaanderen

SDP: Sozial-Demokratische Partei Deutschlands

SDS: Sozialistischer Deutscher Studentenbund

SDS: Students for a Democratie Society

SEU: Sindicato Estudiantil Universitario

SJW: Socialistische Jonge Wachten

SK: Seniorenkonvent

SKAR: Scholieren Anti-repressie Komitee

SNCC: Student Non-Violent Coordinating Committee

Solvak: Soldatenvakbond

SUA: Stichting Rijksuniversiteit Antwerpen

SVB: Studentenvakbeweging

TAO: Troetskistiese Anargistiese Organisaties

TAU: Troetskistiese Anargistiese Unie

UCL: Université Catholique de Louvain

UCOD: University Clearing Office for the Developing Countries

UFSIA: Universitaire Faculteiten Sint-Ignatius Antwerpen

UG: Union Générale des Etudiants

UGS: Union de la Gauche Socialiste

UIA: Universitaire Instelling Antwerpen

ULB: Université Libre de Bruxelles

UP: Universitaire Parochie

VAK: Vlaams Actie Komitee

VAS: Vereniging der Antwerpse Studenten

VLP: Vereniging van Leuvense Professoren

VMO: Vlaamse Militanten Orde

VNSU: Vlaams-nationalistische Studentenunie

VUB: Vrije Universiteit Brussel

VVB: Vlaamse Volksbeweging

VVP: Vereniging van Vlaamse Professoren

VVS: Vereniging der Vlaamse Studenten

Bibliografie - Inhoud

1. Om de kroniek te stofferen, gebruikten we - Inhoud

— BAUSS G. Die Studentenbewegung der sechziger Jahre. Keulen, 1977.

— BRAU L. Cours camerades, cours, Ie vieux monde est derriére tot. Histoire du mouvement révolutionnaire étudiant en Europe. Parijs, 1968.

— BREPOELS J. Wat zoudt gij zonder 't werkvolk zijn ? Anderhalve eeuw arbeidersstrijd in België. Deel 2: 1967-1980. Leuven, 1981.

— BRUNOTTE B. Rebellion im Wort. Frankfurt, 1973.

— BUHLER A. Petit dictionnaire de la révolution étudiante. Parijs, 1968.

— CRETEUR M. Le mouvement de contestation a l'Université libre de Bruxelles. In Res Publica, 1968, X, nr. 9, p. 433-464.

— DEJEAN C. en BINNEMANS C. L'Université beige. Du pari au défi. Brussel, 1971.

— DEPRAETERE I. Het dagelijks leven van de Leuvense studenten, 1945-1960. Leuven, 1988. (onuitgeg. lic. verhandeling).

— DEWEERDT M. Inventaris van de betogingen in België', 1953-1974. Leuven, 1975.

Dossier Leuven. Feiten, cijfers en beschouwingen. Leuven, 1968.

Dossier mei 68: een balans. In Kultuurleven, jg. 45, nr. 5, juni 1978, p. 387-480.

Een eeuw Vlaamse studentenbeweging te Leuven. Catalogus van de tentoonstelling 16 februari — 2 april 1976. Leuven, 1976.

— FERRY L. en RENAUT A. La pensee 68. Essai sur l'anti-humanisme contemporain. Parijs, 1985.

De furie over Vlaanderen. In Humo, 11 mei 1978, p. 44-71.

— GIJSELINGS I. Het dagelijks leven van de Leuvense student (1960-1974). Leuven, 1986. (onuitgeg. lic. verhandeling).

— HARMSEN G. Tegen arbeiderisme en sociologisme. In Studenten- en arbeidersbeweging, jg. 18, nr. 9 en 10, 1971, p. 429-475.

— HERTH G.L. Vandals in the Bomb Factory: The History and Literature of the students for a Democratie Society. New York, 1976.

— HUYSE L. Meer dan een voetnoot in de geschiedenisboeken ? Enkele losse bedenkingen over de studentenrevolte in België. In De Nieuwe Maand, jg. 21, (1978), 4, p. 182-183.

— JACOBS D. en TOEBROEK J. Nieuwe sociale bewegingen in Vlaanderen en Nederland. Antwerpen, 1983.

— JANSSEN J. en VOESTERMAN P. Studenten in beweging. Politiek, universiteit en student. Nijmegen-Baarn, 1984.

De januari-revolte te Leuven. Antwerpen, 1968.

— JONCKHEERE W. en TODTS H. Leuven Vlaams. Splitsingsgeschiedenis van de Katholieke Universiteit Leuven. Leuven, 1979.

— KIJNE H. Geschiedenis van de Nederlandse studentenbeweging, 1963-1973. Amsterdam, 1978.

— KROES R. New Left, Nieuw Links, New Left. Verzet, beweging, verandering in Amerika, Nederland, Engeland. Alphen aan den Rijn — Brussel, 1975.

224

— MARTENS L. en MERCKX K. Dat was 1968. Berchem, 1978.

— PIQUÉ C. Mei '68. Brussel, 1978.

— RASKIN B. Denkgroepen voor internationale politiek in Vlaanderen: een dossier. In Tijdschrift voor diplomatie, II, 1, september 1975, p. 3-47.

— SMITS J. Inventaris van de betogingen in België, 1960-1974. Leuven, 1982.

De stoute jaren. 58-68. Leuven, 1988.

De stoute jaren. In Kunst en Cultuur, april 1988, p. 2-31 en p. 47-49.

Studenten over Leuven. Leuven, 1966.

— TER HOEVEN P.J.A. Studenten in de aanval. Alphen aan den Rijn, 1970.

De universitaire expansie. Z.p., z.d.

De universiteit te Leuven, 1425-1985. Leuven, 1986.

— VAN AMERONGEN M. e.a. Mei '68. De grote kater. Brussel-Amsterdam, 1978.

— VAN DER STEEN W. De studentenbeweging aan het Sint-Ignatiusinstituut doorheen de jaren '60 (1960-1973). Leuven, 1082. (onuitgeg. lic. verhandeling).

— VAN DUIJN, R. Provo. De geschiedenis van de provotarische beweging. Amsterdam, 1985.

— VAN HOOF G. Leuven-Louvain. Lier, 1966.

— VASSART C. en RACINE A. Provos et provotariat. Un an de recherche participante en milieu provo. Brussel, 1968.

De verbeelding aan de macht. '68-'88. Antwerpen, 1988.

— VLAYEN M. De evolutie van de Vereniging van Vlaamse studenten: 1938-1962. Leuven, 1982. (onuitgeg. lic. verhandeling).

— VOS L. Terugblik op de roerige jaren. De Leuvense studentenbeweging sinds de jaren zestig. In Onze Alma Mater, jg. 32, (1978), nr. 4, p. 223-242.

— VOS L. Leuvense studenten in beweging. In Acco Aktueel , jg. 1, nr. 3, jan. 1988, p. 8-12 en nr. 4, maart 1988, p. 2-18.

— WAEGEMANS J. De studentenbeweging in Leuven Nederlands. Leuven, 1972. (onuitgeg. lic. verhandeling).

— WOITRIN M. Louvain-la-Neuve. Louvain-en-Woluwe. Le grand dessein. Parijs-Gembloers, 1987.

De zestiger en zeventiger jaren: beweging en tegenbeweging. Amersfoort-Leuven, 1977.

2. Om de blik op 'de stoute jaren' te verruimen, kunnen we nog aanstippen  - Inhoud

— BAYNAC J. Mai retrouvé. Contribution a l'histoire du mouvement révolutionnaire du 3 mai au 16 juin 1968. Parijs, 1978.

Een boontje voor de strijd. De zeventiger jaren als achtergrond van tien jaar wereldwinkels. Gent, 1981.

— COENJAARTS H. De buitenparlementaire oppositie van studenten. Een analyse aan de hand van het Duits model. Boom, 1971.

— COHN-BENDIT D. Nous l'avons tant aimée, la révolution. Parijs, 1986.

Lijst van illustraties - Inhoud

1. Foto Photo NeVVS Brussel.

2. Affiche Geert uit Roeselare. AMVS.

3. Foto Ons Leven, 1970, nr 21, 3/3/1958. AMVS.

4. Foto AMVS.

5. Foto AMVS.

6. Foto AMVS.

7. Foto André Heine. AMVS.

8. Foto AMVS.

9. FotoZie-Zondagsvriend.AMVS.

10. FotoZie-Zondagspnend. AMVS.

11. VotoZie-Zondagsvriend.AMVS.

12. Foto Le Patriote illustré, 26/12/1965.

13. Foto AMVS.

14. Tekening Leo Dress in Rome-Vlaanderen, Antwerpen, 1967.

AMVS.

15. Foto Photopress Brussel. AMVS.

16. FotoBelga.

17. Foto Gazet van Antwerpen. AMVS.

18. Karikatuur 't Pallieterke, 15 september 1966.

19. Foto Marien. AMVS.

20. Foto in F. Robberechts en J. Van der Straeten, De kwestie, Hasselt, 1969.

21. Foto AMVS.

22. Foto AMVS.

23. Karikatuur Ons Leven, augustus 1966. AMVS.

24. Foto AMVS.

25. Affiche AMVS.

26. Pamflet AMVS.

27. Foto Gazet van Antwerpen. AMVS.

28. Karikatuur Gal in Galerie, Brussel, 1969.

29. Foto AMVS.

30. Foto collectie Louis Vos.

31. Foto Raoul Van Den Boom. AMVS.

32. Foto Gazet van Antwerpen. AMVS.

33. Foto AMVS.

34. Foto UPI. Gazet van Antwerpen.

35. Foto AMVS.

36. Foto Paris Match, 15-22 juni 1968.

37. Foto Paris Match, 15-22 juni 1968.

38. Karikatuur De Standaard, 24 mei 1968.

39. Foto Gazet van Antwerpen.

40. Foto UPI. Gazet van Antwerpen.

41. Foto UPI. Gazet van Antwerpen.

42. FotoBelga.

43. Foto Gil Vranken. Gazet van Antwerpen.

44. Foto De Standaard.

45. FotoBelga.

46. Foto in Arbeiders en studenten één front. De algemene textielstaking

in het Gentse '69, z.p., z.d.

47. FotoBelga.

48. FotoBelga.

49. Foto in De Gentse studenten en de repressie van politie en professoren, z.p., z.d.

50. FotoBelga.

51. Affiche collectie Louis Vos.

52. Foto AMVS.

53. Affiche AMVS.

54. Foto AMVS.

55. Affiche AMVS.

56. Affiche AMVS.

57. FotoBelga.

58. Affiche AMVS.

59. Affiche AMVS.

60. Foto Belga.

61. Foto AMVS.

62. Foto Belga.

63. Pamflet, Gent.

64. Foto Belga.

Auteurs - Inhoud

Mark Derez (Lendelede, 1954) is als licentiaat Geschiedenis werkzaam op het archief van de KU-Leuven, waar hij ook de collecties van het Archief en Museum van het Vlaams Studentenleven onder zijn hoede heeft.

Ingrid Depraetere (Kortrijk, 1965) is licentiate Geschiedenis. Haar licentiaatsverhandeling 'Het dagelijks leven van de Leuvense studenten tussen 1945 en 1960' opende de weg tot de medewerking aan dit boek.

Wivina Van der Steen (Mortsel, 1959) is licentiate Geschiedenis. Voor haar eindwerk 'De studentenbeweging aan het Sint-Ignatiusinstituut doorheen de jaren '60' (KU-Leuven, 1982), kreeg zij de provinciale prijs van Antwerpen voor geschiedenis en volkskunde 1982 en de driejaarlijkse Jules Persynprijs in 1983. Zij is werkzaam als projectmedewerker op het KADOC (Katholiek Documentatie- en Onderzoekscentrum) te Leuven.

Louis Vos (Mol, 1945) is doctor in de Geschiedenis, en deed vooral onderzoek over jeugdwerk, studentenbeweging en Vlaamse beweging in het verleden. Behalve in een aantal artikels vond dat zijn weerslag in de volgende boeken: (met Lieve Gevers) Dat volk moet herleven. Het studententijdschrift De Vlaamsche Vlagge. 1875-1933 (1976), Nationalisme en rechtse stroming bij de Vlaamse studenten te Leuven tijdens het interbellum (1977) en Bloei en ondergang van het AKVS. Geschiedenis van de katholieke Vlaamse studentenbeweging. 1914-1935 (1982). Hij is als docent verbonden aan het Departement Geschiedenis van de KU Leuven.

Achterblad - Inhoud

Twintig jaar na de feiten brengt dit boek het internationale en het nationale studentenprotest van de jaren zestig in kaart en waagt het zich aan een evaluatie van dit alleszins kleurrijk, interessant en veelbetekenend fenomeen. Na een algemene inleiding van Louis Vos, wordt in een uitvoerig geïllustreerde kroniek een chronologisch overzicht gebracht van alle belangrijke gebeurtenissen in dit decennium. Niet alleen wordt daarbij aandacht besteed aan gelijkenissen en verschillen in de studentencontestatie in diverse binnen- en buitenlandse universiteiten, impliciet wordt ook ingegaan op oorzaken en aanleidingen, mythen en 'martelaars', actiemiddelen en symbolen, slogans en liederen, repressie en weerstand, de veranderingen in het dagelijkse leven en in de kleding,...

 Inhoud - Top