Daar komen ze aangemarcheerd
Extreem-rechts in Europa, Jos Vander Velpen
EPO - Papieren Tijger, 1992


  
Mail  Inhoud  Boeken/Livres

Web-versie: blz, doorlopend
 PDF-versie: blz, doorlopend

Omslagontwerp: GAL en Compagnie Paul Verrept, Vormgeving: EPO, Druk: drukkerij EPO, c Uitgeverij EPO vzw, 1992, Berchem, ISBN 90 6445 629 1 D1992/2204/23 NUGI661, Uitgegeven in Nederland door Uitgeverij Papieren Tijger, Breda, CIP-GEGEVENS KONINKLIJKE BIBLIOTHEEK, DEN HAAG, Velpen, Jos Vander, Daar komen ze aangemarcheerd. Extreem-rechts in Europa/Jos Vander Velpen, Breda: Papieren Tijger; Berchem: Epo. - 111. ISBN 90-6728-040-2 NUGI661, Trefw.: rechtsextremisme; Europa

Inhoud

Woord vooraf 7

I. Duitsland boven alles 9
   1. De hereniging 10
   2. De Oder-Neisse-grens 17
   3. Drang naar het Oosten 22
   4. De Republikaner 28
   5. DVU en NPD 40
   6. Het gewelddadige asieldebat 46

II. Het Front National 55
    1. Van Vichy tot Le Pen 56
    2. Institutionalisering 63
    3. De nationale voorkeur 72
    4. Anti-sociaal 79
    5. De partij 87
    6. De Kringen 95

III. Het Vlaams Blok 103
    1. De leiders 104
    2. De doorbraak 111
    3. De ‘Alte Kameraden’ 120
    4. De mantelorganisaties 127
    5. Eigen volk eerst 132
    6. Apartheid 140
    7. Solidarisme 144
    8. Separatisme 148
    9. Democratie 151

IV. Eurorechts en konsoorten 137
   
1. De Technische Fractie Eurorechts 158
   
2. De Balten 168
   
3. Kroatië 171
   
4. De MSI 176
   
5. De Lega Lombarda-Alleanza Nord 182
   
6. Haiders Vrijheidspartij (FPÖ) 189

V. Een andere Muur? 195
    1. Het nieuwe Europa
196
   
2. Schengen en Trevi 206
   
3. SIS en Europol 214
   
4. Asielrecht 219

Noten 225

Namenregister 239

A B C D E F G H I J K L M N O P R S T U V W Z


Achterblad

 7

*
*   *

Woord vooraf - Inhoud

Daar komen ze aangemarcheerd
Een bleke, bontgeschakeerde
Troep. Met hoog in top
een kruis op bloedrode vlag voorop.
Het heeft een grote haak.
Die is voor de arme man gemaakt.

Brecht,
Furcht and Elend des Dritten Reiches

Extreem-rechts dat door de collaboratie in discrediet was gebracht, is 47 jaar na het einde van de oorlog geen luidruchtig curiosum meer. Vooral na de val van de Muur is het aan een verontrustende come-back bezig. Wat opvalt: extreem-rechts zegt niet hardop wat het in alle stilte denkt. Waar Dillen en Co in hun vroege jaren schaamteloos de collaboratie verheerlijkten en hun heimwee naar de Nieuwe Orde niet onder stoelen of banken staken, is in de jaren zeventig en tachtig gaandeweg de overtuiging ontstaan dat dit zo openhartig niet meer kan. Het is niet dat ze niet meer hetzelfde den­ken, wel schrikken ze ervoor terug het al te openlijk te belijden. Ze houden immers het oog op de electorale rekenmachine in de weten­schap dat vooral via de nette, parlementaire weg de ‘nationale revo­lutie’ moet worden gerealiseerd.

 

Vandaar dat ze hun standpunten verduisteren, een ‘nieuwe taal’ scheppen en het racisme een ‘cultureel’ gezicht geven. Zo leggen ze uit dat het ‘echte racisme het anti-Franse, anti-Vlaamse, anti-Duitse racisme van de islam is’. Ze hebben het niet openlijk over ‘raciale minderwaardigheid’ van zwarten of moslims, maar over ‘culturele verschillen die integratie onmogelijk maken’. Bij het Front National (FN) is het op elk denkbaar gebied de ‘préférence nationale’ die de boventoon voert. Bij het Vlaams Blok (VB) heet dat ‘Eigen volk eerst’. De Republikaner (Reps) zijn om voor de hand liggende histo­rische redenen iets terughoudender in hun formuleringen. ‘Wir sind Deutsche, wir wollen Deutsche bleiben’, luidt hun slogan. Het komt allemaal op hetzelfde neer. Vreemdelingenhaat is het handelsmerk van extreem-rechts. Maar het houdt daarbij niet op.

Het is zo duidelijk als wat. Het programma van extreem-rechts roept herinneringen op aan dat van de vooroorlogse fascistische

 8

partijen: sterke afkeer van de democratie en het parlementaire sys­teem, anti-communisme, een hang naar een mythische nationale identiteit, heimwee naar een corporatisme dat vakbonden en arbei­dersbeweging buitenspel zet. Nogal wat politici doen daar opzette­lijk preuts over. Zo van: het zijn maar ‘nationaal-rechtse partijen’ en dat is minder erg. Ze beschouwen - ten onrechte - het fascisme als een typisch fenomeen uit het interbellum.

 

De oude demonen steken weer de kop op. ‘Hoe is zoiets moge­lijk?’ is de veel gehoorde fatalistische vraag. Is er een antwoord? Zeker geen eenvoudig, maar een paar elementen vallen wel aan te geven. De gevestigde partijen hebben de afgelopen jaren een anti­sociaal saneringsbeleid gevoerd. Daardoor hebben ze een aantal kie­zers in de handen van extreem-rechts gedreven. In een vertwijfelde poging deze kiezers terug te winnen, demonstreren sommige tradi­tionele politici een ‘schizofrene’ houding, die erin bestaat om gere­geld afstand te nemen van de extreem-rechtse partijen, maar wel voort te borduren op hun thema’s en ideeën. Hoewel ze pretende­ren de beschermers te zijn van de zwakkeren in de samenleving, weigeren ze doortastend tegen racisme op te treden. Erger nog: een positief minderhedenbeleid gebaseerd op gelijkberechtiging ver­dwijnt steeds verder uit het zicht.

 

Nee, nationalisme en racisme zullen in een verenigd Europa niet als een flard mist verdwijnen. Een ondemocratisch en anti-sociaal Europa kan de opmars van extreem-rechts niet tot staan brengen, alle geruststellende verklaringen ten spijt. In een ondemocratisch Europa kan extreem-rechts er moeilijker voor worden gestraft dat het van de democratie helemaal afwil. Met de Verdragen van Schengen, Dublin en Maastricht schermen de bestuurders van het Nieuwe Europa zich nog meer van de burgers af dan de nationale politici dat nu al doen. En een zelfgenoegzaam Europa als geheel sluit zich nog meer af van de Derde Wereld.

De ‘fluwelen revoluties’ in Oost-Europa verlosten extreem­rechts van een hinderlijke historische vijand. In de plaats heeft extreem-rechts er nieuwe bondgenoten bijgekregen. In 1989 heerste een euforische stemming omdat de Muur was gevallen. Merkwaardig soort triomf, als je bedenkt dat nationalisme en racisme zich als wild vuur over Oost- en West-Europa verspreiden. Voor euforie is geen enkele reden, voor schaamte en bezorgdheid des te meer.

Antwerpen,
18 september 1992.

 

9

I.DUITSLAND BOVEN ALLES - Inhoud

1. De hereniging - Inhoud

In de nacht van 8 op 9 mei 1945, precies om twaalf uur, ontvangt het geallieerde oppercommando onder leiding van de Sovjet-maarschalk Zjoekov in de Karlshorster villa de vertegenwoordiging van het oppercommando van de Duitse Wehrmacht onder leiding van de generaal-veldmaarschalk Keitel. In drie kwartier zijn de capitulatieformaliteiten afgedaan. Sedertdien bestaat de ‘Duitse kwestie’ niet meer. Groot-Duitsland heeft twee wereldoorlogen ontketend en Europa overspeeld met de volkerenmoord van het nationaal-socialisme. Het Duitse Rijk binnen de grenzen van 1937 heeft dan ook alle aanspraak op bestaan of terugkeer verspeeld.

Op de conferenties van Jalta en Potsdam in 1945 besluiten de geallieerde winnaars van de Tweede Wereldoorlog (Rusland, de VS, Groot-Brittannië en Frankrijk) dat alle Duitse gebieden ten oosten van de rivieren Oder en Neisse aan Polen toekomen. Het betreft een gebied van 104.000 vierkante kilometer, dat door een Duitse minderheid is bevolkt. Het bevat de vrijstad Gdansk (Danzig) en de vroegere Pruisische provincies Pommeren en Silezië alsook het zuidelijk deel van Oost-Pruisen. Het noordelijk gedeelte van Oost- Pruisen rond Kaliningrad, het voormalige Königsberg, valt aan de Sovjet-Unie te beurt. De definitieve Duits-Poolse grens zou worden vastgelegd in een vredesverdrag met Duitsland. Uit de geallieerde bezettingszones worden in 1949 twee Duitslanden gevormd: de Bondsrepubliek en de DDR. De geallieerden blijven het hoogste gezag uitoefenen in Berlijn, dat de vier-machtenstatus krijgt, en over zaken die Duitsland als geheel aangaan. In tegenstelling tot de DDR weigert de Bondsrepubliek de onaantastbaarheid van de Oder-Neisse-grens officieel te erkennen. Bonn gaat ervan uit dat Duitsland in de grenzen van 1937 nooit heeft opgehouden te bestaan. Het jaar 1937 geldt omdat daarna de Oostenrijkse Anschluss (1938) en de inlijving van Sudetenland en de rest van Tsjecho-Slowakije plaatshadden.

Tussen 1945 en 1949, na de ineenstorting van het Derde Rijk, komen er 7,5 miljoen etnische Duitsers of Aussiedler in de Bondsrepubliek aan. Ze zijn merendeels afkomstig uit Duitse gebieden volgens de grenzen van 1937 en uit Joegoslavië, Polen, Tsjecho-Slowa-

11

kije, de Sovjet-Unie, de Baltische Staten en de Balkan. Na 1950 komen er nog eens zo’n twee miljoen Volksduitsers naar de Bondsrepubliek. Krachtens artikel 116 van de grondwet kunnen zij bij aankomst automatisch Duits staatsburger worden, mits ze hun Duitse afkomst kunnen aantonen. Maar de bewijzen die daarbij worden geaccepteerd, zijn opvallend soepel. De SS-Ausweis van grootvader of vaders foto in Wehrmacht-uniïorm volstaan doorgaans. De wettelijke status van Aussiedler of verdrevenen alsook hun meer of minder theoretische rechten op vroegere bezittingen gaan in de Bondsrepubliek over van ouders op kinderen. Hun overkoepelende organisatie, de Bond van Verdrevenen, telt 2,2 miljoen leden. Maar als Aussiedler of verdrevene staan in West-Duitsland twaalf miljoen burgers geregistreerd, van wie er circa 9 miljoen stemgerechtigd zijn. Rechts noch extreem-rechts wil zich dit rijke kiezerspotentieel laten ontgaan.

De Bond en extreem-rechts willen dat de verloren Oostgebieden zich opnieuw kunnen aansluiten bij het verenigde Duitsland. Deze Duitse hereniging is en blijft het einddoel. Daarvoor is instemming van de geallieerden en een vredesverdrag nodig, want hoewel de Grote Vier zich al sinds de jaren ’50 niet meer in staat van oorlog met Duitsland beschouwen, is nooit formeel vrede gesloten. Theoretisch hebben de ‘bezetters’, zoals extreem-rechts ze consequent noemt, daarom nog altijd het laatste woord als het gaat om de Duitse hereniging. Voor extreem-rechts is de inlijving van de DDR (‘Midden-Duitsland’) bij de Bondsrepubliek slechts de eerste stap naar het herstel van het Duitse Rijk. ‘Oost-Duitsland’ (Silezië, Pommeren, Oost- en West-Pruisen) moet weer bij Duitsland worden gevoegd.

In de periode 1966-1969 oogst de Nationaldemokratische Partei Deutschlands (NDP) electoraal succes onder de leiding van Adolf von Thadden, oud-lid van Hitlers NSDAP, met leuzen over ‘Duits zelfbeschikkingsrecht’ en ‘terugtrekking van de vreemde bezettingstroepen’. ‘Ons hoogste doel is een soeverein, herenigd en neutraal Duitsland, dat als brug tussen Oost en West een belangrijke bijdrage voor een vreedzame toekomst van Europa kan leveren. Vermits onrecht nooit vrede schept, is het verlies van Duitse gebieden volkenrechtelijk ongeldig,’ zo staat in het partijprogram.(1) De NPD heeft ook een concreet scenario voor een stapsgewijze hereniging. Beide Duitslanden richten eerst een paritair overlegorgaan op om een Duitse confederatie voor te bereiden, en verlaten daarop onder toezicht van de beide grootmachten de respectievelijke ‘blokken’.

12

De Deutsche Volksunion (DVU) van de multimiljonair Frey en de Repuhlikaner (Reps) van ex-Waffen-SS’er Schönhuber denken er net eender over. ‘De Duitse hereniging moet op de agenda van de wereldpolitiek komen,’ schrijft de DVU. En het Aeps-programma klinkt bepaald dreigend: ‘De onwettige, onnatuurlijke en gewelddadige opsplitsing van ons volk, in het hart van Europa, betekent een vernedering en een gevaar voor de wereldvrede’.(2) ‘Op een dag, zo hopen we, zal Berlijn de hoofdstad van het herenigde Duitsland zijn. Wie Duitse grond prijsgeeft, is een landverrader,’ betoogt Schönhuber in februari 1989 in Cham.(3) In zijn woorden proef je de drang om de geschiedenis te herschrijven. Schönhuber: ‘Wij zijn de ware Duitsers. Het is absoluut ongehoord dat onze geschiedenis permanent wordt gereduceerd tot Auschwitz. Het is gedaan met naar Canossa te gaan. Duitsland draagt niet alleen de schuld voor de Tweede Wereldoorlog.’ Van de hereniging, één jaar later, kan hij op dat ogenblik nog niets vermoeden.

Op 27 juni 1989 knippen de Hongaarse minister van Buitenlandse Zaken Gyula Horn en zijn Oostenrijkse ambtsgenoot Aloïs Mock een ‘gat’ in het ‘Ijzeren Gordijn’. Het is veeleer een symbolisch gebaar. De zaak wordt anders op 19 augustus 1989. Dan organiseert de Paneuropese Unie (PU) een pick-nick onder de auspiciën van de Hongaarse ‘hervormingsgezinde’ minister Imre Pozsgay en Otto von Habsburg, zoon van de laatste Oostenrijkse keizer en Europarlementariër voor de CSU. De Hongaars-Oostenrijkse grens gaat urenlang open, en 660 DDR-burgers weten onder de blikken van de internationale media naar het Westen te ontkomen.(4) Otto von Habsburg ijvert al lang voor de wederopstanding van het christelijke Avondland, een ongedeeld en anticommunistisch Europa van de Noordzee tot de Oeral.(5) Sinds 1949 groepeert deze aristocraat een keurbende van prominenten, onder wie de Belgische graaf Jean-Pierre de Launoit, in het Centre Européen de Documentation et d’Information (CEDI).(6) Hij is ook actief in de Beweging voor de Verenigde Staten van Europa (BVSE) van de Antwerpse ondernemer Waker Kunnen, voor de oorlog lid van de Nationaal Socialistische Jeugd en het Diets Studentenfront.

De Westduitsers maken zich nu, medio 1989, op om Oost-Europa en de DDR te ‘bevrijden’, niet met legers, maar met massamedia, D-marken en moderne technieken. Het gaat allemaal razendsnel. Op 11 september 1989 meldt Horn de opening van de Hongaarse grens. Daarop trekken duizenden Oostduitsers ongehinderd naar

13

Oostenrijk. Hongarije en Horn worden voor hun ‘moed’ rijkelijk beloond. De volgende dag ontvangt Hongarije 500 miljoen mark hulp uit Bonn en nog zo’n bedrag van de Westduitse deelstaten Beieren en Baden-Württemberg samen. Horn, van zijn kant, krijgt de titel van ere-senator in de BVSE.(7)

Extreem-rechts ruikt de kans om de DDR te ontwrichten. Schönhuber werpt .zich onmiddellijk op als steun en toeverlaat van de DDR-vluchtelingen. Ze moeten met alle mogelijke hulp worden verwend. Daarom wil hij dat Duitsland haar ontwikkelingshulp tijdelijk stopzet en dat de EG de Oostduitse vluchtelingen bijspringt.(8)‘Het is merkwaardig dat het Europarlement wel resoluties over Guatemala, Colombia of Hong Kong aanneemt, maar de Duitse tragedie nagenoeg over het hoofd ziet,’ sneert Schönhuber. ‘De vluchtelingen uit Midden-Duitsland zijn slachtoffers van communistische dwingelandij, en dat schijnt een aantal leden, die anders zo graag lullen over mensenrechten, de mond te hebben gesnoerd. Ik stel voor dat de DDR wegens ongerechtigheid aan de schandpaal wordt genageld. Je kunt het niet eindeloos over Zuid-Afrika hebben en over de DDR je mond houden,’ aldus Schönhuber.(9)

De gebeurtenissen staan voortdurend een versnelling hoger dan menigeen verwacht. Gorbatsjov bezoekt op 7 oktober 1989 Oost- Berlijn om de viering van het 40-jarig bestaan van de DDR bij te wonen. Honeckers afwijzing van de perestrojka valt bij de Sovjetleider in slechte aarde. Met de DDR gaat het nu snel bergafwaarts. Egon Krenz vervangt Honecker, de DDR-regering treedt af en in de gedenkwaardige nacht van 9 op 10 november 1989 gaat de Berlijnse Muur open. ‘Nu ontstaan kansen om een einde te maken aan de deling van Europa en daarmee van ons vaderland,’ juicht Kohl.(10)

In de feestroes begint het nationalisme zich als wild vuur te verspreiden. De rechtse Springer-pers begroet ‘het einde van de bezetting’. ‘Duitsland, die fata morgana van de afgelopen 1.000 jaar, herwint zijn vrijheid. De naoorlogse periode wordt afgesloten,’ schrijft Welt am Sonntag.(11) ‘Duitsland is herboren, 40 jaar lang drukte het dictaat van de overwinnaars op Europa,’ beaamt Peter Dehoust, hoofdredacteur van het toonaangevende neo-fascistische tijdschrift Nation Europa.(12) Manfred Rouhs, ex-lid van de Reps en uitgever van Europa Vorn, schrijft dat Duitsland nu de ‘derde weg’ - tussen kapitalisme en socialisme, tussen Oost en West - kan bewandelen.(13)

Inderhaast beleggen de Reps medio 1990 een partijcongres in het Beierse Rosenheim om het partijprogram te actualiseren. Hellmut

14

Diwald en Armin Mohler, die tot de kring van Nieuw Rechts behoren, hebben meegewerkt aan het nieuwe programma. Diwald is een vermaard revisionistisch historicus, wiens Geschichte der Deutsche» wordt geprezen door de Reps en Frey. In zijn volgend boek Nut zur Geschichte daagt hij zijn collega’s uit zich te weren tegen de ‘eenzijdige’ geschiedschrijving. Armin Mohler, een ex-SS’er, publiceert in het extreem-rechtse Criticon en in de National-Zeitung van Frey. ‘Onze geloofsbelijdenis: Duitsland; ons doel: de hereniging; onze eis: Berlijn als hoofdstad,’ zo begint het nieuwe partijprogramma. Het bevat een landkaart van Groot-Duitsland met zijn vooroorlogse grenzen. De Reps eisen de opheffing van de artikelen in het Handvest van de Verenigde Naties, die de overwinnaars van de Tweede Wereldoorlog het recht geven militaire stappen te ondernemen en in te grijpen als Duitsland zich op een nieuwe oorlog voorbereidt. De opheffing van de DDR - de Reps spreken hardnekkig van Midden-Duitsland - geldt als ‘eerste etappe’ van de Duitse hereniging. Die heeft absolute voorrang op de Europese éénwording. De Reps verlangen dat het herenigde Duitsland uit de NAVO treedt en dat alle geallieerde troepen het land verlaten.(14)

Op het congres laat Schönhuber, in aanwezigheid van 1.200 gedelegeerden, niet de minste twijfel bestaan over de noodzaak van een Duitse Alleingang. De hereniging mag niet afhankelijk zijn van de genadige toestemming van EG, NAVO of buurlanden. Duitsland mag niet buigen voor een buitenlands ‘dictaat’. ‘Wij moeten onze zogenaamde westerse vrienden niet kennen in de beslissingen over de inhoud en het tempo van het éénwordingsproces. Trouwens niet weinig westerse vrienden denken er net zo over als de Franse schrijver Mauriac, die ooit heeft gezegd: ik heb Duitsland zo lief, dat ik mij gelukkig prijs, dat er twee van zijn,’ zegt Schönhuber.(15) Hij hekelt met onverholen plezier de politici wiens ‘politieke standaardvocabulaire is doorspekt van uitdrukkingen als: wij moeten voorzichtig zijn, permanent rekening houden met de buurlanden, aan ons verleden denken’.(16)

Met de val van de Muur komt een einde aan sommige taboes en remmingen. Schönhuber doet nu het Derde Rijk af als een historisch ongelukje, een geïsoleerd gegeven, los van de ontwikkelingen van het Duitse kapitalisme. ‘Hoewel wij de historische schuld van het nationaal-socialisme erkennen,’ begint Schönhuber, ‘houden wij beslist vol dat de Bondsrepubliek en de DDR niet anders zijn dan een verschrikkelijk bedrijfsongeval in de Duitse geschiedenis’.(17)

15

De oorlogsmisdaden van het nazisme dat ‘Lebensraum’ wenste te veroveren ten koste van de Slavische volkeren en vooral communistisch Rusland worden gaandeweg herleid tot een postscriptum. Herstel van het ‘bedrijfsongeval’ staat nu voorop. Schönhuber: ‘Wij streven concreet naar een eengemaakt Duitsland, met als hoofdstad wederom Berlijn, niet Bonn! Wij zijn bereid tot samenwerken, maar we vragen u alle wantrouwen tegenover het Duitse volk te laten varen. We zijn gelouterde vaderlanders. Wij weten wat we hebben beleefd, en het zijn wellicht de netste vaderlanders die hun geschiedenis niet verloochenen. Wij geloven dat eens in Oost en West eenzelfde volkslied zal weerklinken: eenheid en recht en vrijheid voor het Duitse vaderland.’

Schönhuber eist gerechtigheid, wil het nationale verleden ontlasten, spreekt over de misdaden van het communisme en over Duitsland dat net zo goed oorlogsslachtoffer is. ‘Gezien in het andere deel van Duitsland almaar meer massagraven worden ontdekt met de stoffelijke resten van degenen die door de bolsjewistische beulsknechten werden vermoord, is het tijd dat de Duitsers van de folterpaal van de geschiedenis worden losgemaakt,’ aldus Schönhuber.(18) Hij voegt eraan toe: ‘Ook wij Duitsers hebben geleden. Herinner u de bloedzondag van Bromberg en de verschrikkelijke dingen die tijdens de verdrijving zijn gebeurd. Dit is de geschiedenis en deze feiten moet men kennen.’ Schönhubers revisie van de geschiedenis hangt nauw samen met de Duitse éénwording. ‘Nu gaat het om het heden en om concrete onderhandelingen. Ik doe een beroep op de Duitse politici. Laat niet toe dat de schaduw van Hitler mede aan tafel zit’.(19)

Schönhuber weet zich gesteund door het Front National en het Vlaams Blok. Al voor de Euroverkiezingen nam Eurorechts in het gezamenlijk politiek platform 'Europese oriëntaties’ stelling voor de Duitse hereniging en voor de eis van de Reps ‘om de Duitse kwestie binnen de grenzen van ‘37 op te lossen’. ‘Ik beklemtoon hier mijn solidariteit met Schönhuber. Europa is groter dan de EG. In dit grotere Europa past een herenigd Duitsland. Ja, dit herenigd Duitsland is voorwaarde tot een groter Europa, zoals de Europese eenheid voorwaarde is tot de Duitse hereniging,’ aldus Dillen.(20) En Speroni van de Lega Lombar da begroet op zijn beurt de Duitse éénmaking als ‘een concrete uiting van het principe van zelfbeschikking van de volkeren’.(21) In januari 1990 verplaatst Eurorechts een werkvergadering van Parijs naar Berlijn. Schönhuber, Le Pen en Dillen willen een bezoek brengen aan Oost-Berlijn om het bestaan van de DDR publiekelijk te

16

ontkennen, maar de Oostduitse autoriteiten ontzeggen hen de toegang. In Berlijn verklaart Le Pen dat het Duitse volk niet verantwoordelijk is voor Hitlers misdaden. ‘Alle volkeren in Oost en West kunnen zich rond Frankrijk en Duitsland scharen om het Europa van de vaderlanden tot stand te brengen,’ verkondigt Le Pen.(22)

Schönhuber wordt niet moe te herhalen: ‘Wij zijn de ware Duitsland-partij. Wij zijn het origineel. Kohl, Vogel en Lamsdorff zijn slechte copieën.’ Maar voor hij er goed en wel erg in heeft, is zijn programma succesvol door de regering overgenomen en, althans grotendeels, door de geschiedenis ingehaald. De Duitse gevestigde partijen verkeren na de val van de Muur in een overwinningsroes, want na veertig jaar doet zich nu eindelijk de gelegenheid voor de Oosteuropese landen voor het kapitalisme terug te winnen en ‘de geest van Jalta te verslaan.’ Tegenover de Bondsrepubliek woedt in de EG een soort nieuwe appeasement-politiek. Op 20 februari 1990 krijgt Kohl in Dublin het fiat voor zijn Wiedervereinigung van de Europese ministers van Buitenlandse Zaken, zonder één concessie of tegenprestatie van Duitse kant.

Met deze rugdekking begint hij ongewoon voortvarend de DDR in te lijven, nog voor er ‘vrije verkiezingen’ zijn gehouden. Het monetaire en economische wapen is daarvoor zoveel effectiever dan divisies en tanks. Op 13 februari 1990 belooft Kohl een snelle monetaire unie. De magische D-mark helpt hem om op 18 maart 1990 de eerste parlementsverkiezingen in de DDR te winnen. Twee maanden later, op 18 mei 1990, wordt de mark als wettig en enig betaalmiddel in de DDR ingevoerd. De volgende dag wordt de Treuhand eigenaar van alle grond, fabrieken en gebouwen. Een grootscheepse privatisering gaat van start, waarbij Westduitse concerns de krenten uit de Oostduitse economie halen en de markten verdelen. Wat overblijft is een duizelingwekkende werkloosheid.

Op 17 juli 1990, in een onderonsje in de Kaukasus, koopt Kohl met een krediet van 5 miljoen DM Gorbatsjovs goedkeuring af voor een NAVO-lidmaatschap van het verenigd Duitsland. Afgesproken wordt dat de Sovjet-militairen binnen vier jaar de DDR verlaten. Daarmee wordt de laatste hindernis opgeruimd. Op 3 oktober 1990 is het zover. Rond de Rijksdag concentreren zich duizenden mensen. Rechtse extremisten zwaaien met vlaggen uit het Keizerrijk. Klokslag twaalf wordt een reusachtige vlag gehesen en het Deutschland-lied gezongen. De hereniging, of correcter de Anschluss van de DDR, is een feit.

17

2. De Oder-Neisse-grens - Inhoud

Precies op 3 oktober 1990, terwijl velen nog bedwelmd zijn door de eenheidsglorie, gaat de grens met Polen dicht. In Frankfurt aan de Oder wordt de politie versterkt door collega’s uit de Bondsrepubliek en de Polen krijgen al direct te maken met een visumplicht. Het is begrijpelijk dat de hereniging in Polen met argwaan wordt ontvangen.

Gaan we even terug in ruimte en tijd. 1 september 1989. De Bondsdag is in plechtige vergadering bijeen ter herdenking van de vijftigste verjaardag van de inval van nazi-Duitsland in Polen. In Bonn zijn ook de bondspresident en de bondskanselier aanwezig, hoewel men zou kunnen verwachten dat ze door een bezoek aan Polen een ondubbelzinnig teken van schuldbekentenis en vrede zouden geven. Uit vrees voor stemmenverlies aan de Reps hebben zij bij voorbaat een knieval gemaakt. Zelfs de herdenking in de Bondsdag wordt een onwaardige vertoning, want in plaats van eindelijk definitief af te zien van territoriale eisen tegenover Polen, volharden de regerende christen-democraten in hun wil de Oder-Neisse-grens pas in een toekomstig vredesverdrag te erkennen.

Deze opstelling werkt het ultra-rechtse revanchisme in de hand. Het is geen toeval dat Schönhuber in zijn eerste toespraak in het Europarlement uithaalt naar Polen. Schönhuber: ‘De hulp aan Polen moet worden verbonden met steun aan de Duitse minderheden. U weet heel goed dat de Polen de Duitse minderheden nog steeds op ongelooflijke wijze onderdrukken. Mijn vriend Dillen weet wat dat betekent. Wij strijden voor de minderheden en verlangen dat de hulp aan Polen samengaat met het recht voor de Duitsers om hun taal, cultuur en Duitse identiteit te behouden. Wij zeggen dat de protestantse kerken weer aan hun rechtmatige eigenaars terug gegeven moeten worden. En wij eisen zeer strenge milieuvoorwaarden, want in de geschiedenis kon het dan mischien nog heten ex oriente lux, maar in het veranderde milieu heet het vandaag ex oriente troep! Wij krijgen uit Tsjecho-Slowakije een hoop vuiligheid. De Poolse rivieren sterven, de Poolse bossen sterven’.(1)

Schönhuber wordt op zijn wenken bediend. Kohl en Mazowiecki ontmoeten elkaar op het ogenblik dat de Muur valt. Na de bijeen-

18

komst krijgt de Duitse minderheid in Polen culturele rechten die haar in staat stelt haar ‘taal en tradities’ te bewaren. Vele Duitse Sileziërs traden tijdens de oorlog in dienst van de Wehrmacht. Nu kunnen ze weer Duitse scholen oprichten. Ze worden daarin aangemoedigd door de kapitaalkrachtige Bund der Vertriebenen die zowat 20 miljoen dollar per jaar uittrekt om de revanchistische gevoelens van de Volksduitsers warm te houden.(2)

Tijdens het overleg Kohl-Mazowiecki komen uiteraard de kwesties van de Oder-Neisse-grens en van de herstelbetalingen ter sprake. En er valt in Polen na 1945 waarachtig wel wat te herstellen, al is de meeste schade natuurlijk van de onherstelbare soort. Volgens gegevens van het Verbond van Poolse Slachtoffers van het Derde Rijk hebben zowat 13 miljoen Polen recht op Duitse herstelbetalingen. Tot de rechthebbenden rekent het Verbond onder meer 2.460.000 Poolse dwangarbeiders, 400.000 krijgsgevangenen en 590.000 burgerlijke slachtoffers.(3) In totaal becijfert het Verbond de herstelbetalingen op een bedrag van 537 miljard mark.

Extreem-rechts kant zich tegen dergelijke herstelbetalingen. Volgens Carsten Pagel, de Berlijnse Aeps-chef, is Polen al ruimschoots vergoed doordat het Duitse gebieden ten Oosten van de Oder onrechtmatig bezet.(4) ‘Wij vinden dat het een halve eeuw na het einde van de oorlog tijd is dat de kwestie van de herstelbetalingen van de baan is. Ook in dit geval mogen er geen achterpoortjes worden opengelaten,’ beaamt Schönhuber.(5)

En wat denkt Kohl van de Oder-Neisse-grens? In eerste instantie weigert hij deze toekomstige Duits-Poolse grens te accepteren. Erger, begin maart 1990 stelt Kohl de Polen voorwaarden voor de erkenning van hun westgrens. Zij moeten afzien van herstelbetalingen en bij verdrag de rechten van de Duitse minderheid in Polen erkennen!(6) De CSU, die onderdeel uitmaakt van Kohls coalitieregering, eist zelfs dat in het verdrag inzake goede nabuurschap ‘het recht op terugkeer van de verdrevenen’ zou worden opgenomen. Voorts moet de Poolse regering dorpen en steden in Silezië weer van Duitse naamborden voorzien. Kohl houdt nog een tijd aan zijn opvatting vast, maar de geallieerden brengen hem aan het verstand dat de erkenning van de Oder-Neisse-grens de ‘prijs’ is voor de Duitse hereniging.

Extreem-rechts voelt de bui hangen en voert een hitserige campagne waarin steeds luider om de teruggave van Silezië en andere Oostgebieden wordt geroepen. Het bestempelt de erkenning van de Oder-

19

Neisse-grens als een ‘uitverkoop van Duitse belangen’. ‘Afstand van de Oostgebieden is verraad. Danzig, Breslau, Liegnitz, Königsberg blijven Duits!’ schrijft de Deutsche Rundschau, het blad van Neubauer, de vroegere nummer twee van de Reps.(7) De partijkrant van de NPD verschijnt in januari 1990 onder de kop: ‘Aan de Polen in West-Duitsland’. In het artikel worden de Polen uitgemaakt voor vuile vis. Zij hebben, volgens de NPD, Duitse grond geroofd, eten het brood uit Duitse mond, èn hebben na de oorlog miljoenen Duitsers verdreven en gefolterd.(8) NPD-leider Mussgnug lacht met het beeld van het vredelievende Polen dat door het roofzuchtige nazi-Duitsland zou zijn overvallen. De NPD waarschuwt de Polen ervoor dat Duitsland en het nieuwe Rusland wel eens opnieuw met hen zouden kunnen afrekenen.(9)

De DVU-bladen van Frey doen niet onder en uiten eveneens nauwelijks verholen dreigementen aan het adres van Polen, dat wordt gemaand zich terug te trekken uit de Oostgebieden.(10) Polen wordt ervan beschuldigd op aanstichten van Engeland de Tweede Wereldoorlog te hebben ontketend. In zijn boek ‘Polens Verschwiegene Schuld’ weidt Frey junior uit over het onnoemelijke onrecht dat Polen het Duitse volk heeft aangedaan. ‘Recht moet recht blijven! Wie zijn recht opgeeft, breekt het. Dit geldt ook voor ons, de overwonnenen van de Tweede Wereldoorlog. Wij oefenen dit recht uit. Geen enkel Duits politicus heeft van het volk een mandaat gekregen om de grenzen van 1937 op te geven,’ argumenteert Schönhuber.(11) ‘Niemand wil een tweede verdrijving, maar wij eisen tweetaligheid bij de openbare diensten in Silezië en zijn van mening dat er in Silezië ook recht op zelfbeschikking moet bestaan. Ben ik een revanchist omdat ik eraan herinner dat Silizië Duits is?,’ roept Schönhuber uit. Het zwaaien met het ‘zelfbeschikkingsrecht’ is niet nieuw. Punt één van Hitlers NSDAP-program, dat dateert van 24 februari 1920, luidt: ‘Wij eisen de aaneensluiting van alle Duitsers tot één Groot-Duitsland op grond van het zelfbeschikkingsrecht van de volken.’

Onder druk van de geallieerden erkent Kohl uiteindelijk op 14 november 1990 de Oder-Neisse definitief als Pools-Duitse grens. Op 17 juni 1991 wordt dan het verdrag inzake goede nabuurschap ondertekend. Polen en het verenigde Duitsland zullen voortaan politiek en economisch nauw samenwerken, waarbij Duitsland zich verplicht in Brussel krachtig te pleiten voor toetreding van Polen tot de EG. Bonn zal de Polen helpen bij de opbouw van een kapitalis-

20

tische economie, die nodig is voor een EG-lidmaatschap. In ruil daarvoor erkent Warschau voor het eerst de circa 900 duizend in Polen levende Sileziërs als minderheid die speciale rechten op eigen taal, cultuur en godsdienst toekomt. Een thema dat de regering in Bonn 40 jaar lang niet heeft durven aansnijden. Vele Polen vrezen dat de Duitse minderheid politieke rechten na zal streven, zoals de oprichting van een Duitse partij, die op den duur aanhechting van de Oostgebieden bij Duitsland zal bepleiten. Maar dat is niet alles.

In een aanvullende brief van de Poolse en Duitse minister van Buitenlandse Zaken staat letterlijk: ‘De Poolse regering verklaart dat de perspectieven van een toetreding van Polen tot de EG een groeiend aantal mogelijkheden zullen bieden om ook voor Duitse burgers de vestiging in Polen te vergemakkelijken.’ Anders gezegd: als Polen op den duur met Duitse hulp lid wordt van de EG, dan krijgen de circa 6 miljoen uit Polen afkomstige Duitsers de mogelijkheid zich desgewenst weer in hun Poolse ‘Heimat’ te vestigen. Polen heeft nog meer water in de wijn moeten doen. Zo weigert Duitsland in de verdragtekst tegemoet te komen aan de door Polen verlangde herstelbetalingen. Een commissie moet uitzoeken welke Poolse oorlogsslachtoffers hiervoor precies in aanmerking komen. Voorlopig richt Duitsland een fonds op dat in de komende drie jaar de som van 500 miljoen mark zal uitkeren. De Poolse pers spreekt in dat verband van een beschamende aalmoes.(12)

Ten slotte wordt in het verdrag bepaald dat de visumplicht vanaf 8 april 1991 wordt ingetrokken. Op die dag klokslag 12 uur heeft nog geen Pool het aangedurfd om uit Slubize naar Duitsland over te steken. Zowat 150 agressieve neo-nazi’s staan hen aan de Duitse zijde op te wachten, zingen met gestrekte arm ‘Deutschland über alles’ en brullen ‘Sieg Heil! Duitsland voor de Duitsers! Weg met de Polen! Sla de Polen dood! Sluit de grens!’(13)

Het verdrag wordt direct scherp op de korrel genomen door de Bond van Verdrevenen. Haar president Herbert Czaja stuurt een boodschap naar de Sileziërs: ‘Wij laten jullie niet in de steek, wij zullen jullie niet onbeschermd laten.’ Ook de extreem-rechtse partijen vinden dat Kohl en minister Genscher de belangen van de Sileziërs hebben verkwanseld. Zij verklaren het grensverdrag ‘volkenrechtelijk ongeldig’ en jammeren over een ‘super-Versailles’: Duitsland heeft weer eens moeten buigen voor een buitenlands dictaat. ‘Maar jammeren alleen baat niet,’ waarschuwt Der Republikaner.(14)* ‘Daarom vragen wij een autonome status voor de Oostgebieden, die de aldaar levende

21

Duitsers en de Duitse verdrevenen die zich opnieuw in hun oude vaderland willen vestigen, volledige politieke, economische, culturele en religieuze rechten garandeert. Daarbij moeten zij vrij kunnen kiezen tussen het Duitse of Poolse staatsburgerschap en moet de tweetaligheid in het hele openbare leven worden ingevoerd,’ aldus het Euro-rechtse parlementslid Johanna Grund.(15)

Eigenlijk rekenen Grund en Koschyk, de secretaris-generaal van de Bond van Verdrevenen, op de kracht van de D-mark en van de Duitse economie om de Oostgebieden te heroveren. Koschyk wil intussen aan de Oostgebieden het statuut van Euroregio geven, waardoor ze, naar het voorbeeld van de Duitse deelstaten, grotendeels zelf hun milieu-, verkeers- en industriepolitiek kunnen bepalen.(16) Extreem-rechts ziet de toekomst zonnig in. ‘De tweede etappe van de Duitse hereniging,’ aldus Grund, ‘moet nog komen en ze zal er om economisch dwingende redenen en uit politieke noodzaak over enkele jaren ook komen.’

22

3. Drang naar het Oosten - Inhoud

De meeste rechtse extremisten beschouwen de Duitse hereniging niet als af met de inlijving van de DDR en van de Poolse Oostgebieden. Ter illustratie. De NPD-afdeling Noordrijn-Westfalen schrijft op 28 februari 1990 aan haar leden dat Duitsland ook Sudetenland, Zuid-Tirol en Oostenrijk omvat! ‘Sudetenland is en blijft Duits,’ verzekert het NPD-blad Deutsche Stimme.(1) En het Aeps-programma uit 1987 spreekt - doelbewust vaag - van herstel van het Duitse Rijk ‘in al zijn delen’. Zo werpt extreem-rechts zich op tot steun en toeverlaat van de Sudetenduitsers die na de Tweede Wereldoorlog uit Tsjecho-Slowakije werden gezet.

In Sudetenland woonden voor de oorlog ruim 3 miljoen Duitssprekenden. Bij de verkiezingen in 1935 wint de Sudetendeutsche Partei (SdP) van Konrad Henlein 44 zetels. Henlein werd in het geheim gefinancierd door Berlijn en zijn aanhang werkt nauw samen met de Duitse geheime dienst. In maart 1938 eist Henlein op last van Hitler concessies ten gunste van de Sudetenduitsers. Een half jaar later, in september 1938, zwichten Groot-Brittannië en Frankrijk in München voor Hitler. Het Verdrag van München staat Hitler toe Sudetenland in te lijven. Londen en Parijs hebben daarmee echter niet de vrede ‘gekocht’. In maart 1939 bezetten Duitse troepen Bohemen en Moravië en krijgen de Slowaken met hulp van de nazi’s een ‘onafhankelijke’ staat onder leiding van de fascist Jozef Tiso. Tiso’s anti-joodse wetten behoren tot de hardste van Europa. De Slowaakse autoriteiten deporteren zo’n 58.000 joden naar Duitse concentratiekampen. Voor elke jood betalen ze Tiso bovendien een bijdrage in de kosten van hun vernietiging. In totaal vinden zo’n 300.000 Tsjechen en Slowaken de dood onder de nazi-bezetting. Als reactie zet president Benes, conform de Potsdam-akkoorden, in 1945 ruim 2 miljoen Sudetenduitsers over de grens. Tevens neemt hij hun bezittingen in beslag.

De ‘verdrevenen’ eisen nu de teruggave van hun eigendommen of een forse schadevergoeding. Voor velen is de droom van een autonoom Sudetenland nog lang niet voorbij. De Sudetendeutsche Landmannschaft, een onderdeel van de Bond van Verdrevenen, probeert het recht op terugkeer naar de oude Heimat met alle macht af te dwingen. Maar dat kan alleen als Praag erkent de Sudetenduitsers te

23

onrechte uit het land verdreven te hebben. Vooral extreem-rechts en de CSU steunen de revanchistische idealen van de Sudetenduitsers. Max Streibl, de minister-president van Beieren (CSU), vraagt op 13 december 1989, nauwelijks een maand na de ‘fluwelen revolutie’, de Praagse regering om verontschuldiging voor de ‘verdrijving’ in 1945.(2)Kort daarop, op 11 januari 1990, biedt president Havel publiekelijk zijn excuses aan. Maar extreem-rechts en CSU willen meer. Praag moet de ‘verdrevenen’ vergoeden en zelf alle aanspraken op Duitse herstelbetalingen laten varen.(3) Ze baseren zich op een studie ‘over de volkenmoord op de Sudeten’ van de Weense professor Felix Ermacora om de terugkeer van de verdrevenen te bepleiten.(4)

Deze actie blijft niet zonder gevolgen voor het vriendschapsverdrag dat Kohl en president Havel in Praag op 27 februari 1992 ondertekenen. Het verdrag illustreert treffend de nieuwe machtsverhoudingen en het herwonnen Duitse nationale bewustzijn. De twee landen beloven in het verdrag geen aanspraak te maken op eikaars gebied en hun disputen vreedzaam op te lossen. Maar de voornaamste grond van angst is een zaak die niet is geregeld: de kwestie van het Sudetenland en de eis van de Sudetenduitsers om teruggave van de verloren bezittingen.(5) Voorts weigert Duitsland uitdrukkelijk het onwettig karakter van het Akkoord van München en dus de huidige Tsjechisch-Duitse grens te erkennen. Ten slotte staat in het verdrag de term ‘verdrijving’, een knieval van Praag.(6)

Het economisch zwakke Tsjecho-Slowakije is gezwicht voor Duitsland, dat vandaag de dag ook zonder militarisme en agressie zijn gezag kan doen gelden. De Duitse concerns zijn volop bezig de economische controle over Tsjecho-Slowakije te verwerven. Volgens de minister van Economische Zaken Dlouhy is in 1991 70% van de totale buitenlandse investeringen afkomstig uit Duitsland. Bij de privatisering van staatsbedrijven halen de Duitsers de beste buit binnen. Zo is de nationale trots, Skoda, overgenomen door Volkswagen. De computer-, locomotieven- en energiefabrieken van Skoda worden gecontroleerd door Siemens en de vrachtwagenproducent Avia door Mercedes-Benz. Het Duisburgse Kloeckner-Werke kocht zich in bij het kunststoffenbedrijf Plastimat en Continental uit Hannover incasseerde de bandenfabriek Barum.(7)

Extreem-rechts onderhoudt, behalve met de Sudetenduitsers, banden met andere ‘volksduitse’ gemeenschappen in Oost-Europa. Het Oostpruisische ‘Königsberg’, de Wolga-Duitsers en de Oekraïne

24

kunnen ook op de interesse van extreem-rechts rekenen. Begin 1992 is Schönhuber te gast bij de Oekraïense president Leonid Kravtsjoek. Het met het FN sympathiserende blad Minute meent zelfs te weten dat Schönhuber optreedt als een soort adviseur van Kravtsjoek. De belangstelling van extreem-rechts voor de Oekraïne, een belangrijke staat met 50 miljoen inwoners, is historisch verklaarbaar. Toen de nazi’s op 21 juni 1941 Oekraïne binnenvielen, stond de Organisatie van Oekraïense Nationalisten (OOEN) van Stefan Bandera te juichen. Enkele maanden eerder had de OOEN nog een onversneden fascistisch program aangenomen. Extreem-rechts vergeet zelden haar ‘helden’. ‘Het offer van de door de communisten vermoorde Bandera mag niet nutteloos zijn,’ schrijft het Vlaams Blok.(8)

Met Rusland heeft extreem-rechts twee problemen. Het ene heet de Wolga-republiek. Na de Duitse invasie in 1941 hief Stalin deze autonome Duitse republiek ten noordoosten van Wolgograd op. Uit vrees voor collaboratie met Hitler liet hij haar bewoners over Centraal-Azië verspreiden. Extreem-rechts wenst dat de Duitse regering zich ' opwerpt tot hoeder van deze Duitse minderheid. De regering in Bonn is sinds de val van de Muur van taktiek veranderd. Tijdens de ‘Koude Oorlog’ betaalde Duitsland Oosteuropese landen om ‘volksgenoten’ daarvandaan te krijgen. Nu betaalt Bonn Rusland om etnische Duitsers daar te houden. Het ziet ernaar uit dat Bonn op die manier bereikt wat extreem-rechts al zo lang wil: de heroprichting van de Wolga-republiek. Op 23 april 1992 zet de Russische president Jeltsin in Bonn het licht op groen.(9) Nog voor de herfst van 1992 krijgen de etnische Duitsers een eerste min of meer autonoom gebied in de omgeving van Wolgograd, dat op termijn een deelstaat van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS) zal worden. De bevolking krijgt de vrijheid om de aanwezige grondstoffen te gebruiken, grond te kopen en bedrijven te stichten. Later mag de republiek eigen belastingen heffen en verdragen met het buitenland sluiten. De culturele, sociale, economische en religieuze rechten van de etnische Duitsers worden gegarandeerd. De grenzen van de nieuwe Wolga-republiek liggen weliswaar nog niet vast, maar de Duitse staatssecretaris Waffenschmidt spreekt over ‘aantrekkelijke gebieden’.

Het tweede probleem wordt gevormd door het deel van Oost-Pruisen rond Kaliningrad, door extreem-rechts consequent ‘Königsberg’ genoemd. De DVU wil Kaliningrad de oude luister van Duitse Hanzestad teruggeven. In april 1992 maakt de DVU hiervan een verkiezingsthema in Sleeswijk-Holstein. De National-Zeitung van

25

Frey citeert met instemming de bankier Wilhelm Christians die Königsberg ziet als een uitvalsbasis voor de economische ontwikkeling van het gehele gebied, dat de grootte van de Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein heeft. Met Duitse investeringen zou Kaliningrad uit moet groeien tot een ‘Baltisch Hongkong’.(10) Duitse delegaties komen er af en aan, en niet alleen om een bezoek te brengen aan het opgeknapte graf van de filosoof Kant. Nu al is er een levendig handelsverkeer met het vroegere Königsberg, tot voor kort een verboden, militaire zone. De Russische president Jeltsin heeft het gebied, de enige grens tussen Rusland en Polen, min of meer in de uitverkoop gedaan met zijn voorstel om er een vrijhandelszone van te maken. Een voorstel met een knipoog naar Duitse investeerders. Niet leuk voor de Polen, die het al zien gebeuren: Duitse investeerders in Kaliningrad, een herleving van het Pruisisch nationalisme en dan... een als verzoek verpakte eis om een corridor van Duitsland naar Königsberg te mogen aanleggen.

Wat extreem-rechts met Kaliningrad voorheeft is zonneklaar. ‘Duitslands oostgrens ligt aan de Memel,’ luidt de slogan van de NPD.(11) ‘Oost-Pruisen en Memelland behoren historisch tot Duitsland,’ schrijft Der Republikaner)(12) En Schönhuber onderstreept: ‘Wie pleit voor het recht op zelfbeschikking van de Baltische volkeren, mag niet in een boog om Oost-Pruisen heenlopen. Dit betekent geen oproep tot revanchisme maar is integendeel juist een appel aan de rede. Ook al rust het recht momenteel, het mag niet voorgoed in slaap vallen. Wij spreken ons uit voor Europa. Wij willen meehelpen aan de bouw van dit Europese huis, maar wij willen wel zelf onze kamers kunnen inrichten’.(13) Karei Dillen, voorzitter van het VB, geeft ook op dit punt blijk van pro-Duitse sympathie. ‘Het moet mij van het hart hoe vreselijk het voor mij als Europeaan is dat een stad als Königsberg in Kaliningrad omgedoopt kon worden. Ik hoop dat dit nog hersteld kan worden,’ aldus Dillen.(14)

Twee jaar na de val van de Muur tekenen zich de contouren af van een nieuwe Europese realiteit waarin Duitsland - voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog - weer een dominante factor is. In Midden-Europa ontstaat er een nieuw Germanië - Duitsland en Oostenrijk - dat voortdurend aan invloed wint. Het is geen toeval dat extreem-rechts er als de kippen bij is om het Kroatische en Sloveense separatisme te steunen.

Het Joegoslavië van Tito, dat zegevierde over de fascistische bezetters, en de structuur kreeg van een federatie van gelijkwaardig

26

naties, wordt gebrandmerkt als een wangedrocht. Schönhuber: ‘U kunt allen nalezen dat de heer von Habsburg (CSU) en ook ik, in alle bescheidenheid, van meet af aan ons onomwonden hebben uitgesproken voor het recht op zelfbeschikking van Slovenië en Kroatië. Wij hebben Joegoslavië bestempeld als datgene wat het werkelijk is, een historische miskraam’.(15)

In de ogen van extreem-rechts is uitsluitend Servië de agressor. Oude sentimenten en bondgenootschappen steken weer de kop op. In Servië was het de Wehrmacht die op eigen houtje vanaf de inval in april 1941 een volkerenmoord op partizanen en joden beging. Een jaar na de overval op Joegoslavië telegrafeerde de opperbevelhebber ‘Sudost’, Alexander Löhr, triomfantelijk naar Berlijn: ‘Servië is het enige land waar de Judenfrage en Zigeunerfrage zijn opgelost.’ Tijdens de Tweede Wereldoorlog stond Kroatië onder leiding van de Hitler-gezinde Ustasja’s. Aanhangers van de toenmalige Ustasja-ïeider Ante Pavelic spelen nu tijdens de afscheidingsoorlog weer een vooraanstaande rol in het Kroatische militie-wezen en zijn te vinden onder de financiers van de Kroatische staat.

Ultra-rechts laakt onophoudelijk de ‘misdadige laksheid’ van de EG, die verantwoordelijk wordt gestelt voor de ‘uitmoording van een broedervolk’. De EG-landen krijgen daarbij te verstaan dat ze zich maar het beste niet anti-Duits opstellen. ‘Als Straatsburg en Brussel de Europese politiek herleiden tot het indammen van het denkbeeldige Duitse gevaar, dan is de EG een doodgeboren kind,’ aldus Peter Dehoust in Nation Europa.'(16) De EG, waarin de Duitse regering graag een bewijs ziet dat Duitsland zijn nationale ambities heeft afgeworpen, durft Bonn nauwelijks te trotseren. Eind 1991 laat de Gemeenschap weten dat ze bereid is Slovenië en Kroatië te erkennen als die landen de minderheden behoorlijk beschermen. Daarop wordt een commissie onder leiding van Badinter, de Franse oud-minister van Justitie, ingesteld om na te gaan of de republieken voldoen aan de voorwaarden. Duitsland trekt zich hiervan niets aan en legt ook de aanbevelingen van de voorzitter van de Joegoslavische Conferentie, de Britse oud-minister van Buitenlandse Zaken Carrington, naast zich neer. Het erkent Slovenië en Kroatië voor Kerstmis 1991. Medio januari 1992 volgt de EG het Duitse voorbeeld.

Het kabinet-Kohl staat al klaar om een volgende stap te zetten. Kohl neemt zich voor de buitenlandse politiek en het veiligheidsbeleid van de Bondsrepubliek aan te passen aan de nieuwe macht die

27

het herenigde Duitsland vormt. Hij maakt gebruik van de wreedheden in het voormalige Joegoslavië om de SPD te overtuigen mee te werken aan een wijziging van de grondwet, die de daadwerkelijke inzet van Duitse soldaten buiten het verdragsgebied van de NAVO mogelijk moet maken.

Extreem-rechts zegt het nu zonder schroom: Duitsland moet weer als vanouds zijn plaats als ‘ordenende macht’ in Centraal-Europa innemen. ‘We moeten vechten voor een rechtvaardige orde op het Europese continent. Een orde, die in de toekomst een tragedie zoals die van ons Kroatische broedervolk voorkomt en die Duitsland in staat stelt haar ordenende rol in Midden-Europa te spelen,’ aldus Dehoust.(17) De nationaal-socialistische historicus Karl Richard Ganzer verkondigde hetzelfde in zijn in 1941 verschenen boek Das Reich als europaische Ordnungsmacht. In feite beantwoordt het denkbeeld van ‘Duitsland als natuurlijke leider van Midden-Europa’ aan de ‘Drang nach Osten’ van het Duitse bedrijfsleven, dat de controle over nieuwe markten wil verwerven.

28

4. De Republikaner - Inhoud

Franz Schönhuber is op 10 januari 1923 geboren in het klein Beiers plaatsje Trostberg. Zijn vader wordt twee jaar voor Hitlers machtsovername lid van de NSDAP. In juli 1942 meldt zoon Franz zich als vrijwilliger bij de Waffen-SS. Hij wordt ingedeeld bij de elitedivisie Leibstandarte Adolf Hitler, vecht in de zomer van 1943 op Corsica, en wordt daarna instructeur van de Franse SS-divisie Charlemagne. In Frankrijk maakt Schönhuber kennis met het proza van notoire fascistische auteurs als Brasillach en Drieu la Rochelle. Ziekte - een begin van syfillis - belet hem in maart 1945 naar het front te vertrekken. In mei 1945 wordt Schönhuber in een lazaret in Sleeswijk door de Britten krijgsgevangen gemaakt. Hij komt eind 1946 op vrije voeten. Een jaar later classificeert de zuiveringscommissie hem als een ‘meeloper’ en legt hem een geldboete van 500 mark op.

Na een tijd van omzwervingen belandt Schönhuber in de journalistiek. Als sportverslaggever onder meer voor de Deutsche Woche en daarna als politiek commentator bij de Abendzeitung wordt hij in Beieren in toenemende mate populair.

In de loop van de jaren ’70 zoekt hij aansluiting tot de CSU van Franz Josef Strauss, die in die tijd, zoals Der Spiegel in februari 1980 onthult, tientallen miljoenen pompt in diverse westerse neo-fascistische organisaties. De Hanns Seidel-Stiftung, waarin het Europarlementslid Otto von Habsburg (CSU) zit, speelt hierbij een sleutelrol. Een tijd lang is Schönhuber zelfs lid van de zogenaamde ‘Franzens-Club’, Strauss’ invloedrijke vriendenkring.(1) Dank zij CSU-steun klimt hij, eind van de jaren ’70, op tot plaatsvervangend hoofdredacteur van de Beierse tv-omroep en moderator van het veelbekeken praatprogramma Jetzt red i.

In 1981 publiceert Schönhuber zijn SS-memoires onder de titel Ich war dabei. In het boek blikt hij trots terug op zijn tijd bij Hitlers keurkorps. Hij heeft naar eigen zeggen nog steeds het gevoel te behoren tot ‘de elite van de elite’, tot de ‘laatste echte zonen van de oorlogsgod’. Bij het nieuws van zijn ‘in de strijd gesneuvelde Führer’ zou hij ‘tranen in de ogen’ hebben gehad. Schönhuber etaleert in het boek zijn bewondering voor Waffen-SS-generaal Felix Steiner en voor de Belgische REX-leider Léon Degrelle. Zoals vele anderen houdt Schönhu

29

ber zich bezig met het ‘redden van de eer’ van de Waffen-SS: de leden zouden als ‘normale’ soldaten, als militairen van een vierde onderdeel van de Wehrmacht alleen maar ‘hun vaderlandse plicht’ hebben vervuld. Het boek vormt een perfecte spiegel waarin duizenden ex-nazi’s zich herkennen. Ich war dabei haalt een oplage van 180.000 en wordt door de neo-nazistische Deutsche National-Zeitung van Gerhard Frey uitgeroepen tot ‘boek van het jaar’. Het boek lokt een golf van protesten uit, die de aanvankelijk aarzelende Beierse omroep uiteindelijk dwingt Schönhuber in april 1982 te ontslaan. Hij ontvangt als troost een gouden handdruk van 290.000 mark en een maandelijks pensioen van 7.000 mark.(2)

Schönhuber is ontgoocheld in de CSU en hij is geenszins van plan op zijn lauweren te gaan rusten. Een lening van Strauss aan de DDR leidt tot een conflict - in het openbaar - met Schönhuber. Deze richt op 27 november 1983 de Republikaner op samen met de voormalige CSU-parlementsleden Franz Handlos en Ekkehard Voigt.(3) Het duurt niet lang voor Schönhuber alleenheerser is binnen de partij, die in oktober 1986 in Beieren voor het eerst aan verkiezingen meedoet. De Reps behalen zo’n 3% en ontvangen daarvoor een tegemoetkoming van 1,3 miljoen mark uit de staatskas.

Op het partijcongres in Bremerhaven, op 2 mei 1987, profileren de Reps zich als racistisch en Duits-nationalistisch. Ze beschuldigen de regering ervan de geschiedenis tot twaalf jaar nationaal-socialisme te herleiden en niets te ondernemen om de geschiedenisboeken te zuiveren van de zogenaamde oorlogspropaganda van de geallieerden. De Reps benadrukken dat ‘Duitsland het land van de Duitsers’ moet blijven. Immigranten zijn ‘gasten’. De Reps zijn verklaarde voorstanders van het Zwitserse rotatiesysteem. Dat betekent dat buitenlandse werknemers uitsluitend tijdelijke arbeidscontracten kunnen krijgen die geen enkel recht geven. Zulk systeem sluit met andere woorden arbeidscontracten met onbeperkte duur en aanspraken op permanent verblijf, op familiehereniging en op sociale voorzieningen uit. Uiteraard verzetten de Reps zich tegen toekenning van politieke rechten. Werkloze migranten, afgewezen asielzoekers en afgestudeerde buitenlandse studenten moeten onverwijld terugkeren.(4)

Schönhuber streeft, en dat is een belangrijk element in zijn ideologie, een ‘organische’ maatschappij na. Hij deinst zelfs niet terug voor het gebruik van het begrip ‘Volksgemeinschaft’ - iets wat hij in zijn SS-tijd als ‘positief’ heeft ondervonden. In deze gemeenschap,

30

dat is duidelijk, hebben niet-Europese migranten en vluchtelingen op den duur geen plaats. Schönhuber viseert onder meer de omvangrijke Turkse gemeenschap in Duitsland. In zijn laatste boek Die Tilrken schrijft Schönhuber dat de Turken bezig zijn aan hun derde trek naar Europa. Nu komen de veroveraars niet als soldaten te paard maar als ‘gastarbeiders’, aangevoerd met vliegtuigen, treinen en bussen. ‘Niet Wenen is de bestemming, maar Berlijn, Stuttgart en München,’ aldus Schönhuber.

Dit racistische programma leidt tot een spectaculair verkiezingssucces in West-Berlijn op 29 januari 1989. In West-Berlijn schommelt de werkloosheid rond de 11% en zijn er 90.000 woningzoekenden. Berlijn moet haar aandeel leveren in de opvang van zowat 200.000 Aussiedler die in 1988 de weg naar de Duitse Heimat vonden. Deze Volksduitsers kunnen onder extreem-rechts en CDU op de nodige sympathie rekenen, en zijn sterk vertegenwoordigd op de wachtlijsten van de woningmaatschappijen. Het ongenoegen dat dit alles wekt buiten de Reps handig uit, vooral in de oudere arbeiderswijken. Migranten en asielzoekers krijgen de schuld voor de criminaliteit, het huisvestingsprobleem en de werkloosheid. Een bedenkelijke televisiespot met drugsverslaafde migrantenjongeren, waarbij op de achtergrond Spiel mir das Lied vom Tod weerklinkt, brengt de Reps binnen enkele dagen onder de aandacht van elke kiezer.

Lijsttrekker is de voormalige ‘Obermeister’ bij de politie, Bernard Andres. Nog 4 andere politiemannen staan op de lijst. Opvallend is ook dat 6 kandidaten van de Reps afkomstig zijn van de CDU. Onder hen Rudolf Kendzia, die ook een tijdje NPD-voorzitter van Berlijn is geweest, en de jurist Carsten Pagel, een voormalig kaderlid van de Jonge Unie, de jeugdorganisatie van de CDU-CSU. Pagel prees ooit de nazistische oorlogsheld Hans-Ulrich Rudel als de ‘Adelaar van het Oostfront.’

Op 29 januari 1989 behalen de Reps 7,5% van de stemmen, 11 zetels in het stadsparlement. In de oude arbeidersbuurten, SPD-bastions, en in de betonnen slaapsteden behalen de Reps hoge percentages: 9,9% in Wedding, 9,6% in Neukölln, 8,5% in Reinickendorf. De CDU lijdt een verpletterend verlies van 8,6%. Meer dan 50.000 CDU-kiezers lopen over naar de Reps.

Heiner Geissler, de secretaris-generaal van de CDU, krijgt de schuld voor de nederlaag. Geissler waarschuwt voor een ‘kopieer-effect’. ‘Vreemdelingenhaat kan toch niet het antwoord op de Reps

31

zijn. De Reps zijn een extremistische partij met nazi-leuzen die wij net zo goed als de NPD bekampen,’ aldus Geissler.(5) Hij krijgt geen steun van zijn collega’s. Zo beweert Alfred Dregger, de fractievoorzitter van de CDU/CSU in de Bondsdag: ‘Buitenlanders zijn gasten, geen burgers en ook geen medeburgers. Gasten moet je goed behandelen maar je mag hen niet in de macht laten delen en hun aantal moet beperkt blijven’.(6) En de Beierse minister-president Max Streibl (CSU) gaat zo ver te stellen dat Schönhuber niets anders doet dan het beleid van de CSU te imiteren.

Neo-nazistische groeperingen als de NPD en de DVU staan bij de Duitse veiligheidsdiensten als ‘rechts-extremistisch’ te boek. Schönhuber is er alles aan gelegen om dit predikaat te ontlopen. Daarom probeert hij zich zo net mogelijk voor te doen. En hij heeft daarmee succes. Na de electorale winst in Berlijn verklaart minister van Binnenlandse Zaken Zimmerman (CSU): ‘Het is puur onzin de Reps direct het etiket rechts-extremistisch of fascistisch op te plakken. De Bondsrepubliek wordt op dit moment meer van links dan van uiterst-rechts bedreigd’.(7) Zijn standpunt is van het allergrootste belang, want het betekent concreet dat de veiligheidsdiensten de Reps niet in de gaten mogen houden en dat ambtenaren ongehinderd toe kunnen treden.

Volgens eigen zeggen stijgt het ledenaantal na het succes in Berlijn snel tot boven de 10.000. Allerlei extremisten vinden na de electorale zege plots de weg naar de Reps. Bijvoorbeeld een aantal aanhangers van de Ökologisch-Demokratische Partei (ÖDP), een rechtse milieuorganisatie. In Noordrijn-Westfalen heeft in 1989 de helft van de bestuursleden van de Reps een neo-fascistisch verleden.(8) Ook aan de universiteiten groeit opeens de belangstelling. Op 16 mei 1989 stichten 40 studenten in München het Republikanische Hocbschulverband (RHV). Onder de nieuwe Reps-aan- hangers zijn ook opvallend veel politiemannen, soldaten, officieren en leden van de grenspolitie, die zich tot de Reps aangetrokken voelen omdat die een harde aanpak van de criminaliteit en een drastische versterking van de politie eisen: een uitbreiding van het recht om gebruik te maken van vuurwapens, de invoering van een ‘vermommingsverbod’ voor demonstranten en de uitrusting van de politie met lange-afstandswapens.(9) Na de verkiezingen in Berlijn pocht Schönhuber dat ‘alle veiligheidskrachten in verregaande mate sympathiseren met de Reps’. Hij beweert dat ‘hele eenheden van de politie op de partij stemden’. Zestig tot 70% van de politie in Kas

32

sympatiseert met de Reps,’ jubelt het partijblad Der Republikaner.(10)Hoe dan ook, de Reps hebben heel wat supporters bij politie en leger. Zo zijn schout-bij-nacht buiten dienst Günter Poser en de voormalige adjudant van de opperbevelhebber van de NAVO voor Midden-Europa, Wolfram Freiherr von Strachwitz, vooraanstaande leden van de Reps. Bij de gemeenteraadsverkiezingen in 1989 in Worms staan 5 politiemannen op de lijst van de Reps.(11) In Berlijn, Sleeswijk-Holstein en Baden-Württemberg wordt de partij geleid door politiemannen.

Na het succes in Berlijn richten de Reps zich op de Euroverkiezingen in juni 1989. Ze presenteren hun program, opgesteld door Johanna Grund, op een bijeenkomst in Dinkelsbühl. Met de verkiezingsslogan ‘Ja aan Europa. Neen aan dit Europa. Prioriteit voor Duitse belangen’ spelen de Reps in op angstige, chauvinistisch-xenofobe kiezers. De Reps willen wel een ‘Europa van de volkeren’ dat reikt tot aan de Oeral, maar ze vrezen dat Duitsland na het wegvallen van de interne grenscontroles in de EG zal worden overstroomd met migranten, vluchtelingen, drugshandelaars en criminele elementen.(12) Eén ding is zeker, de Duitse hereniging en de belangen van de eigen kapitalisten en landbouwers primeren. ‘Andere EG-landen mogen hun staalbedrijven subsidiëren terwijl in ons land duizenden werkplaatsen op de tocht staan,’ zo luidt de Verklaring van Dinkelsbühl. En: ‘Duitsland heeft tot nu toe het hoogste kostenaandeel in het kader van de EG. Zo financieren we onrechtstreeks de landbouw en industrie van de andere lidstaten’.(13)

De Reps lonken naar de boeren. Deze traditionele rechtse kiezers voelen zich in hun bestaanszekerheid bedreigd door de EG-land-bouwpolitiek van productie- en prijsbeperking. ‘Wij verzetten er ons tegen dat de kleine en middelgrote familiale landbouwbedrijven worden geofferd op het altaar van de interne EG-landbouwmarktordening die agrarische fabrieken en grootbedrijven bevordert.’ De Reps idealiseren een ‘gezonde boerenstand’ die nog vrij is van uitheemse en stedelijke invloeden. ‘De steun aan de agrarische fabrieken leidt tot de vernietiging van hele natuurgebieden, tot ontvolking van onze dorpen en tot het ontstaan van grootsteden met alle gevolgen vandien zoals criminaliteit en drugsgebruik.’ Het anti-socialisme is aan de orde van de dag. ‘De stedelingen zullen geheel opgaan in de door de media en voorstanders van een multiculturele samenleving zo begeerde consumptiemaatschappij, die zich alleen door een grotere permissiviteit van het communistische onder-

33

scheidt.’ Op een massameeting in het Beierse provinciestadje Cham, op aswoensdag 1989, eist Schönhuber meer financiële steun voor de Duitse boeren. ‘Een Beierse houthakker is nu eenmaal belangrijker dan een Nicaraguaanse plantage-arbeider,’ argumenteert hij.

Bij de Euroverkiezingen verzamelen de Reps 7,1 % (2.005.055 stemmen), de hoogste extreem-rechtse score sinds de Tweede Wereldoorlog. In het rijke Beieren van Strauss, die in 1988 overleed, rukken ze op naar 14,1% en in het Beierse Rosenheim, de geboorteplaats van Hermann Göring, zelfs naar 21%. De Reps hebben stemmen bij alle ‘Altparteien’ weggehaald: zo’n 750.000 bij de CDU/CSU en 150.000 bij de SPD. Daarnaast weten de Reps één miljoen kiezers aan te trekken die vorige keer niet stemden of die dat voor het eerst deden.

De Reps krijgen 6 parlementariërs in Straatsburg: Schönhuber, Klaus-Peter Kohier, Harald Neubauer, Johanna Grund, Hans-Günter Schodruch en Emil Schlee. Het is een bont gezelschap. Harald Neubauer, Schönhubers woordvoerder en hoofdredacteur van het partijblad, was vele jaren lid van de NPD. Tussen 1975 en 1983 was hij redacteur van het grootste neo-nazistische blad, de Deutsche National-Zeitung van Frey. Van Neubauer stamt de uitspraak: Tedere communist is een potentiële moordenaar. Een communist mag maar zoveel speelruimte krijgen als een opgehangene tussen nek en strop.’ Neubauer zou ook lid zijn van de Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei-Auslandsorganisation (NSDAP-AO), die geleid wordt door de Amerikaan Gary Rex Lauck, beheerder van een postorderbedrijf voor fascistisch materiaal. Het strijdblad, de NS-Kampfruf, is versierd met portretten van Hitler en nationaal-socialistische emblemen zoals hakenkruis en eikenloof. Sinds 1974 verblijft Lauck herhaaldelijk in Duitsland om zijn organisatie op te bouwen. Hij weigert te bevestigen of te ontkennen dat Neubauer deel uitmaakt van de NSDAP-AO. Michael Kühnen laat daarover niet de minste twijfel bestaan. Tk weet dat Neubauer lid is van de NSDAP-AO,’ verklaart hij in de film Wahrheit macht Frei. Tk heb het met m’n eigen ogen gezien en twee kameraden van me, die met hem hebben samengewerkt, beamen het ook’.(14) Kühnen kan het weten want hij is wellicht de meest militante en prominente neo-nazileider. In juni 1977 is hij voortijdig ontslagen uit de Bundeswehr, toen men in zijn auto stapels nazimateriaal had ontdekt. Hij was luitenant en studeerde aan de Hamburgse militaire academie. Hij was leider van het beruchte Aktionsfront Nationaler Sozialisten (ANS). Algemeen wordt aange-

34

nomen dat Kühnen een kaderlid van de NSDAP-AO was, die tot taak had clandestiene cellen op te richten in het gehele land.

Neubauers collega Schodruch komt uit de CSU. Hij meldde zich in februari 1945 bij de Wehrmacht. Als advocaat verdedigde hij neonazi’s van de Wikmg-Jugend. Schodruch is plaatsvervangend voorzitter van de Reps in Noordrijn-Westfalen en actief in de revanchistische Landsmannschaft Ostpreussen. Het derde parlementslid Kohier, partijvoorzitter in Baden-Württemberg, is een politieman. Emil Schlee, een professor pedagogiek, leidt de partij in Sleeswijk-Holstein. Hij was vele jaren CDU-lid en tevens voorzitter van de verdrevenorganisatie ‘Landsmannschaft Mecklenburg’. Schlee werkte ook samen met de Amerikaanse extremist Lyndon H. LaRouche. Hij schrijft in het extreem-rechtse blad Mut, dat wordt uitgegeven door Bernhard C. Wintzek, een ex-NPD’er en auteur van Unsere Vdter waren keine Verbrecher, een werk waarin de misdaden van het nazisme worden goedgepraat. Andere medewerkers van Mut zijn de nationaal-revolutionair Wolfgang Strauss en Werner-Georg Haverbeck, een hoge ex-NSDAP’er. Zelfs bondskanselier Kohl schreef in 1988 een lezersbrief in Mut.

Het verkiezingssucces van de Reps bij de Euroverkiezingen zaait verwarring bij de CDU-CSU. Het CDU-Bondsdaglid Heinrich Lummer, die weerom in Mut afgeeft op de multiculturele maatschappij, ziet een coalitie met de Reps wel zitten.(15) Ook CSU-voorzitter en minister van Financiën Theo Waigel weigert zo’n verbond met de Reps uit te sluiten. ‘De CSU moet voortaan,’ constateert Waigel, ‘de Duitse identiteit in Europa en het nationale bewustzijn sterker beklemtonen.’

Bij de gemeenteraadsverkiezingen in oktober 1989 zetten de Reps hun opmars verder. Ze winnen vooral in de grote steden van deelstaten Noordrijnland-Westfalen (Keulen: 7,7%, Dortmund: 6,6%, Düsseldorf: 6,2% en Leverkusen: 6,3%) en Baden-Württemberg (Stuttgart: bijna 10%). Toch is ook niet alles goud wat er blinkt.

Onder het electoraal succesverhaal gaat een minder glorieuze organisatie schuil. Hoe fragiel de eensgezindheid is, blijkt al gauw. In Berlijn wordt Bernhard Andres, een gewelddadig type, opgevolgd door Carsten Pagel. Tot ongenoegen van Schönhuber wordt Norbert Margraf, een ex-NPD’er, gekozen tot regionale voorzitter van Nedersaksen. Nu er een heel grote buit - de Duitse hereniging - is binnen te halen, verzinkt de partij in een diepe crisis. Margraf en een heleboel Aeps-leden keren de partij de rug toe.

35

Op het partijcongres in het Beierese Rosenheim, in januari 1990, tracht Schönhuber het tij te keren. Hij presenteert de Reps als de enige ware revanchistische partij. ‘Wij vinden dat Kohl goed op weg is om een historische kans te missen. Kohl heeft op de sofa gezeten bij de rode Schreibtischtdtern en het moorddadige SED-systeem gestabiliseerd,’ aldus Schönhuber.(16) In zijn congrestoespraak laat hij nog andere vertrouwde thema’s de revue passeren. Hij hekelt de voorzitter van de Centrale Raad van de Joodse gemeenschap, Heinz Galinski, die de concentratiekampen van Auschwitz en Bergen-Belsen overleefde, en die geregeld waarschuwt voor het oplevend racisme. ‘Langzamerhand heeft men de indruk dat de Centrale Raad de vijfde bezettingsmacht op Duitse bodem vormt,’ zegt Schönhuber. Die vervolgt: ‘Ik verzeker u, ik ben geen anti-semiet, maar Galinski zou beter ophouden met ons, Duitse patriotten, te belasteren, want als het anti-semitisme weer de kop opsteekt, zal het zijn schuld zijn’.(17)

Het hoort weer tot de goede toon om toe te geven dat het fascisme ook zijn goede kanten had. Schönhuber spot met de nazi-slachtoffers: ‘Wij dwepen niet met het nationaal-socialisme of met het fascisme, maar vergeleken met het moorddadige Goelag-systeem van de Sovjet-Unie is het Italië van Mussolini een vakantieoord. Dat is de historische waarheid.’ De socialistische minister van Binnenlandse Zaken in Noordrijn-Westfalen, Schnoor speelt met de idee om de Reps te laten observeren door de veiligheidsdienst. ‘Hij zou beter de jongsocialisten, de groenen en de vakbonden laten bespieden,’ roept de Aeps-leider verontwaardigd.

Het nieuwe partijprogramma pakt de ‘schijnasielzoekers’ hard aan. De partij wil ze onderbrengen in kampen. De financiële steun moet drastisch worden ingekrompen en vluchtelingen die in Duitsland arriveren via een ander ‘democratisch’ land, hoeven niet langer op asiel te rekenen. Ze moeten dadelijk het land verlaten. Mede onder invloed van het succes van Le Pen gaan ook de Reps steeds meer de racistische toer op. Eind maart 1990 neemt Schodruch deel aan de commissie anti-immigratie op het FN-congres in Nice. Het FN bepleit er een scherpe grenscontrole, een aparte sociale zekerheid voor migranten, een ‘humanitaire terugkeer’, stopzetting van familiehereniging en van bepaalde sociale uitkeringen en verscherping van de nationaliteitswetgeving. ‘Wij, Reps, verdedigen bijna identiek hetzelfde,’ commentarieert Schodruch.(18)

Er bestaan inhoudelijke overeenkomsten tussen het FN-en Reps- standpunt tegen migranten en de artikelen 4 tot en met 8 van Hitler

36

NSDAP-programma uit 1920. Artikel 4: ‘Alleen volksgenoten kunnen staatsburger zijn. Alleen wie van Duits bloed is kan doorgaan voor volksgenoot. Joden zijn derhalve uitgesloten.’ Artikel 5: ‘Wie geen staatsburger is, kan slechts als gast in Duitsland verblijven.’ Artikel 6: ‘Het recht om over staatszaken te beslissen, komt enkel aan de eigen burgers toe. Daarom eisen wij dat uitsluitend staatsburgers voor openbare ambten in aanmerking komen.’ Artikel 7: ‘De staat moet in eerste instantie zorgen voor het levensonderhoud van de eigen burgers. Als het eigen volk niet kan worden onderhouden, dan hebben de vreemdelingen geen recht op verblijf in het rijk.’ Artikel 8: ‘Immigratie van niet-Duitsers moet worden tegengegaan. We eisen dat alle niet-Duitsers die sedert 2 augustus 1914 in Duitsland binnenkwamen, terstond het rijk verlaten.’

In 1990 zijn de Reps te fel verzwakt door interne partijtwisten om te kunnen profiteren van hun racistische propaganda. Ze zakken in maart 1990 terug tot 5,4% van de stemmen bij de gemeenteraadsverkiezingen in Beieren. In mei 1990 behalen ze amper 1,5 en 1,8% bij deelstaatverkiezingen in Nedersaksen en Noordrijn-Westfalen. Deze teleurstellende resultaten doen de interne machtsstrijd nog hoger oplaaien. Neubauer, het brein achter de oppositie, verzoekt Schönhuber af te treden.

De familieruzie wordt beslecht op 7 juli 1990, tijdens de partijdag te Ruhstorf. Schönhuber wint het pleit. Hij wordt opnieuw verkozen tot partijvoorzitter met 376 stemmen tegen 196. De stroming-Neubauer verlaat daarop de partij. Jonge, keurige intellectuelen vullen de vacante plaatsen in het partijbestuur op: de advocaat-geneesheer Rolf Schlierer, een voormalig bestuurslid van het ‘Studienzentrum Weikersheim’, een conservatieve CDU-denktank; Gert Feldmeier, een officier van justitie in Frankfurt; Waker Möbius, een rechter uit Beieren en tenslotte Herma Kirschbauer, een schoonheidsspecialiste.(19)

Daarmee is de crisis nog niet bezworen. Eén na één kappen de vijf Europarlementariërs met de partij. In hun kielzog haken heel wat regionale voorzitters af. Bij de Landdagverkiezingen in hun bolwerk Beieren halen de Reps in oktober 1990 niet eens de kiesdrempel van 5%. Bij de Bondsdagverkiezingen, op 2 december 1990, neemt de regeringscoalitie van christen-democraten en liberalen het Aeps-programmapunt van de Duitse hereniging succesvol over. Getooid met de eenheidsglorie, behaalt de coalitie 54,8% van de stemmen. De Reps scoren maar 2,1%.

37

De NPD doet het nog slechter met 0,3%. Martin Mussgnug trekt zich terug als NPD-voorzitter. Hij wil alzo de weg vrijmaken voor een nieuwe eenheidspartij, waarop vooral Peter Dehoust en Nation Europa aandringen.(20) Aan dit blad, in 1951 opgericht door de ex-SS’er Arthur Ehrhardt, verlenen Harald Neubauer, Adolf von Thadden en Wolfgang Strauss hun medewerking. Neubauer en Mussgnug, lanceren op 18 januari 1991 de Deutsche Allianz (DA), een ‘verzamelbeweging’, die qua programma nauwelijks verschilt van de Reps, de NPD en de DVU. De DA spiegelt zich aan het FN, het VB en Haiders ÖVP. Op 28 september 1991 begroet het VB op haar partijfeest in Antwerpen een delegatie van de DA, bestaande uit Markus Beisicht en Karl Richter, hoofdredacteur van de Deutsche Rundschau.(21) Filip Dewinter spreekt op een meeting van de DA in Keulen, op 16 juni 1992, over zijn 70-puntenprogram om de ‘immigratie op te lossen’.(22) Op de meeting voeren ook Harald Neubauer en Willi Freson, de chef van AGIR in Luik, het woord. Het DA-partijblad Deutsche Rundschau publiceert in extenso de toespraken die Dillen, Le Pen en andere kopstukken van Eurorechts in Staatsburg houden.

Eurorechts steunt het streven naar eenheid. In Nation Europa doet Dillen een emotionele eenheidsoproep, nadat hij er eerst fier aan herinnerde dat hij in zijn eerste toespraak in het Belgische parlement ten gunste van Rudolf Hess had gesproken.(23) Schönhuber en Frey willen niet zomaar opgaan in de DA. Volgens het ‘sociaal darwinisme’, waarin het recht van de sterkste de verdelging van de zwakke inhoudt, proberen zij met alle macht hun partij te versterken en de concurrentie stukje bij beetje uit te schakelen.

Nu de Duitse hereniging van de baan is, laait het asieldebat eind 1991 weer hoog op. CDU-prominenten maken zich sterk voor een grondwetswijziging. Daarmee leiden ze de aandacht af van het anti-sociaal regeringsbeleid en de stagnerende economie. Kohls verzekering dat de Duitse eenwording zonder belastingverhoging of andere sociale offers zou verlopen, wordt door de feiten gelogenstraft. Het aanvankelijke enthousiasme voor de eenheid, zeker voor een ‘goedkope’, koelt onder de Westduitsers pijlsnel als in 1991 extra belastingen nodig blijken. De drie miljoen werkloze Oostduitsers, inclusief vervroegd gepensioneerden en gedwongen kortwerkers, hebben zelf al ontdekt dat het kapitalisme niet alles is. Er is voor het eerst in tien jaar een groot tekort op de begroting en betalingsbalans. Een flink deel van de bevolking maakt zich zorgen over de toekomst.

38

In dit onzekere en xenofobe klimaat maken de Reps een onverwachte come-back bij de verkiezingen in Baden-Württemberg op 5 april 1992. In deze belangrijke deelstaat (9,7 miljoen inwoners), de speerpunt van het Duitse kapitalisme, telt men in de drie eerste maanden van 1992 niet minder dan 365 racistische geweldplegingen, waaronder 32 brandstichtingen.(24) De lokale Aeps-leiders Christian Kas, een advocaat, en Rolf Schlierer hameren op het ‘verkwanselen van de D-mark’ door Kohl op de EG-top in Maastricht en op het ‘asielzoekersprobleem’. Kas meent dat het tijd is om ‘een signaal af te geven dat tot in het laatste Afrikaanse negerdorp te horen is’.(25)

De regerende CDU doet verwoede pogingen om de Reps op hun terrein te beconcurreren. De CDU van premier Erwin Teufel pakt uit met de slogan ‘Asielzoekersprobleem oplossen - CDU kiezen’. Bild publiceert dagelijks horrorartikelen met titels als ‘Het tij komt op, wanneer zinkt de boot?’ en ‘Bijna om de minuut een nieuwe asielzoeker’.

Ook op een andere manier tracht de CDU de Reps de wind uit de zeilen te nemen. Alfred Dregger, ere-voorzitter van de CDU/CSU-fractie in de Bondsdag en voormalig bataljonscommandant aan het Oostfront, vindt het ‘mateloos beledigend’ dat Die Zeit de Duitse Wehrmacht omschrijft als de ‘grootste moordorganisatie uit de Duitse geschiedenis’.(26) De Wehrmacht, aldus Dregger, had het vaderland gediend. Dregger eist rectificatie van Helmut Schmidt, mede-uitgever van Die Zeit. De gewezen socialistische bondskanselier bedient Dregger op zijn wenken en trekt het boetekleed aan: ‘De door U gelaakte omschrijving van de Wehrmacht ondervindt mijn scherpste kritiek.’

Kunnen de Reps zich een betere propaganda wensen? Vele kiezers menen logischerwijze dat de Aeps-denkbeelden nu geaccepteerd zijn. Op zondag 5 april 1992 behalen de Reps in Baden-Württemberg 10,9% van de stemmen, 10% meer dan in 1988. De Reps krijgen 15 zetels. In zeven kiesdistricten scoren ze zelfs meer dan 15%. Ze zijn na de CDU en de SPD thans de grootste partij in de deelstaat. De CDU verliest na 20 jaar zijn absolute meerderheid en zakt van 49 tot 39,5%.(27) In de universiteitsstad Tübingen halen de Reps 11,2%, hetgeen aantoont dat de partij ook bij intellectuelen toenemend succes oogst. De zege legt de Reps geen windeieren: ze strijken zowat 2,5 miljoen DM staatssubsidies op. Schönhuber is ingenomen met de belangstelling van de media. ‘De kiezers hebben vandaag duidelijk te kennen gegeven dat zij een oplossing willen voor

39

het asielzoekersvraagstuk,’ zegt hij. ‘Wij hebben nu genoegzaam bewezen dat de Reps voorgoed behoren tot het politieke landschap’.(28)

De Reps zitten sindsdien weer in de lift. Op 24 mei 1992 boeken ze succes bij de in Oost-en West-Berlijn gehouden verkiezingen voor de 23 deelraden. De nieuwe Aeps-leider in Berlijn is Werner Müller, een gewezen socialistische ambtenaar en auteur van het boek Die Invasion der Armen, een rauw pamflet tegen asielzoekers en illegalen. ‘Wij zijn de partij van recht en orde. Wie de politie met stenen bekogelt, is geen betoger maar een potentiële doder,’ schrijft Der Republikaner.(29) Op 24 mei stemt in West-Berlijn bijna 10% en in Oost-Berlijn ruim 5% op de Reps.(30)

Op het partijcongres in Deggendorf, op 14 juni 1992, wordt Schönhuber met 90% van de stemmen herkozen tot partijvoorzitter. Hij maakt er zijn volgende doelstelling bekend: de intrede van de Reps in de Bondsdag bij de verkiezingen in 1994.

40

5. DVU en NPD - Inhoud

De Nationaldemokratische Partei Deutschlands (NPD) is in 1964 gesticht. Van de 18 bestuursleden waren er 13 ooit nog lid van de NSDAP. Onder Adolf von Thadden, ex-NSDAP-lid, verovert de NPD tussen 1966 en 1968 zetels in zeven van de toen nog elf deelstaten met leuzen voor de Duitse hereniging, en tegen de ‘collectie-ve’schuld aan de gruwelen van het Derde Rijk. Het meeste succes heeft de partij op 28 april 1968 in Baden-Württemberg met 9,8% van de stemmen. Dankzij acties van progressieve organisaties blijft de NPD bij de Bondsdagverkiezingen in 1969 met 4,3% juist onder de kiesdrempel.

De NPD en de jongerenorganisatie Junge Nationaldemokraten (JN) propageren de ‘derde weg’ tussen ‘dollarkapitalisme’ en ‘pantsercommunisme’. Zo nieuw is dat ook weer niet: de vrije markteconomie blijft de hoeksteen van de kapitalistische maatschappij en de arbeidersstrijd wordt vervangen door de ‘sociale vrede’ in de ‘bedrijfsgemeenschap’, waar de vakbonden, net als onder het fascisme, worden beroofd van hun elementaire rechten.

Vanaf 1971 wordt de NPD geleid door Martin Mussgnug, een advocaat, die in 1977 de terrorist Karl-Heinz Hoffmann en diens ‘weersportgroep’ voor de rechtbank verdedigt. De partijaanhang loopt tengevolge van de nederlaag in 1969 snel terug.

Kort daarop, in 1971, neemt de Münchense krantenmagnaat Gerhard Frey het initiatief om de Deutsche Volksunion (DVU) op te richten. Frey strijdt tegen de ‘leugen van de zes miljoen vermoorde joden’ in zijn propagandabladen: de Deutsche National-Zeitung, de Deutsche Wochen-Zeitung en de Deutscher Anzeiger, samen goed voor een wekelijkse oplage van 170.000 exemplaren.

Het concern van Frey bevat ook een reisbureau, dat goedkope reizen naar Zuid-Afrika en de Oostgebieden organiseert. In Berlijn bezit de multimiljonair een indrukwekkend aantal onroerende goederen. Het brengt de pandjesbaas een flinke stuiver op. Verder verspreidt Frey video-cassetten over de SS-pantserdivisie Totenkopf en de Duitse Wehrmacht. Hij is ook een ijverig uitgever van boeken met sprekende titels als War Deutschland allein schuld?, Die wahre Schuldigen am Zweiten Weltkrieg en Die Wahrheit über von Weizsacker.

41

Bondspresident von Weizsacker is één van Freys uitverkoren schietschijven, omdat hij ‘het eigen nest bevuilde’ door in zijn rede voor de Bondsdag bij de veertigjarige herdenking van het einde van de Tweede Wereldoorlog te verklaren: ‘Wie zijn ogen en oren opendeed, kon niet ontgaan dat er deportatietreinen reden.(...) In werkelijkheid kwam bij deze misdaden ook nog de poging van velen geen kennis te nemen van wat er gebeurde.’

In 1976 krijgt Frey nationale bekendheid. 30 jaar na het proces van Neurenberg omschrijft hij de Amerikaanse sergeant John Woods, die de veroordeelde nazi’s terechtstelde, als ‘een duivelse sadist, die zich inspande om de veroordeelden maximaal te doen lijden’. Het is het startsein voor een ononderbroken campagne tot rehabilitatie van nazi-oorlogsmisdadigers.

Nog in 1976 wil Frey voor de verdwenen SS’er Joachim Peiper een herdenkingsmonument oprichten in... Dachau! In zijn visie hebben de geallieerden nu eenmaal de grootste oorlogsmisdaden op hun geweten. Deze actie levert hem gelukwensen op van Hans-Ulrich Rudel, een luchtmachtkolonel van Hitler, die door de nazi-propaganda werd gehuldigd als voorbeeld voor de jeugd. Frey belegt de ene na de andere meeting met Rudel en met Wilfred von Oven, de privé-secretaris van propagandaminister Goebbels. Uit sympathie voor de nazistische oorlogsheld sticht Frey de Ehrenbund Rudel, die zich bekommert om het lot van de frontsoldaten.

De DVU telt nog andere nevenbewegingen. Zo komt de Volksbewegung für Generalamnestie (VOGA) op voor de rehabilitering van gewezen nazi’s. De Aktion Oder-Neisse (AKON) zet zich in voor de eenmaking van Duitsland binnen ‘zijn historische grenzen’ en met de Initiative für Auslanderbegrenzung (I.f.A.), wil Frey Duitsland Duits houden.

Op 15 maart 1987 sluiten Mussgnug en Frey een verkiezingsalliantie, de Deutsche Volksunion-Liste D, waarbij D uiteraard staat voor Duitsland. Op die manier worden de krachten gebundeld: Frey levert het kapitaal en de pers, terwijl de NPD ervaren kaders en een organisatie van 7.000 leden inbrengt. NPD en DVU blijven oud-nazi’s als Rudolf Hess, Hitlers plaatsvervanger, genegen. Bij Hess’ overlijden schrijft de Deutsche Stimme, het NPD-blad, in september 1987: ‘Hess symboliseerde de Duitse nederlaag. Dat feit alsmede de wil van de geallieerden om Duitsland onder de duim te houden, waren de motieven voor zijn onmenselijke gevangenschap. Daarom

42

moest Hess zijn martelaarschap tot het einde toe dragen. Daarom ook wordt hij door miljoenen Duitsers geacht en geëerd. Hess zal in de geschiedenis en in het hart van ons volk voortleven.’

Bij de gemeenteraadsverkiezingen in Bremen in september 1987, treedt de DVU-Liste D voor het eerst in het strijdperk. Frey goochelt met geld. Hij spendeert welgeteld 1.876.853 mark. De DVU-Liste D zet enorme propagamiddelen in: twee reclame-vliegtuigen, talloze advertenties in lokale bladen en een propagandakrant op 400.000 exemplaren.(1) De DVU-Liste D haalt 3,41% en in Bremerhaven zelfs 5,4% van de stemmen. Deze overwinning gaat ten koste van de CDU, die nochtans probeert te wedijveren met ultra-rechts in ‘Deutschtum’. Vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen in Frankfurt, in maart 1989, publiceert de CDU grote advertenties: ‘Stop het asielmisbruik’. Het baat niet. De christen-democraten verliezen in Hessen bijna 7%. De NDP behaalt 6,6% van de stemmen, goed voor 7 zetels in de gemeenteraad van Frankfurt.(2)

Het verkiezingsbudget van de DVU-Liste D voor de Euroverkiezingen in juni 1989 bedraagt een slordige 18 miljoen mark. Van marketing en public relations weet Frey alles. Direct mailing is zijn uitverkoren propagandamiddel. Het verwijt dat zijn partij weinig activisten en kaderleden telt, pareert Frey met het argument dat de Duitse PTT een schitterende organisatie is. De PTT laat zich, zacht uitgedrukt, rustig misbruiken. Ze verspreidt in totaal zo’n 70 miljoen DVU-Liste D-folders die de volgende boodschap bevatten: ‘Als het zo verder gaat, worden we nog overstroomd door miljoenen Turken en worden de Duitsers vreemdelingen in eigen land’. Het lijkt lonend, want op een bijeenkomst in Passau, op 11 februari 1989, meldt Frey trots dat het ledenaantal is gestegen tot 25.000.(3)

De verkiezingsslogan van de DVU-Liste D klinkt vertrouwd in de oren: ‘Eerst Duitsland, dan Europa’. Het is een variant op de leuze van de Reps. Het buitengewone succes van de Reps verklaart dat de DVU-Liste D niet verder komt dan 1,6% (455.390 stemmen). De Duitse staat betaalt dan wel 3,7 miljoen mark kosten terug, het is en blijft een lelijke strop. De DVU-Liste D sterft een zachte dood.

Bij de algemene verkiezingen in december 1990 voert de NPD campagne tegen ‘Überfremdung’ en voor terugtrekking van alle ‘vreemde bezettingstroepen’. De NPD verzamelt nauwelijks 0,3% van de

43

stemmen. Partijvoorzitter Mussgnug treedt af. Hij sticht met Neubauer in januari 1991 de Deutsche Allianz.(4)

Op het 24ste partijcongres in Herzogenaurach, op 8 juni 1991, houden Mussgnug en Jürgen Schützinger een krachtig pleidooi voor toetreding tot de Deutsche Allianz, maar de grote meerderheid van de gedelegeerden voelt niets voor opheffing van de partij.(5) De nieuwe voorzitter, Günter Deckert, wil dat alle ‘nationalisten’ samenwerken aan de basis en met eenheidslijsten naar de verkiezingen trekken. Hij wil de voormalige DDR ontginnen. Vandaar dat in het nieuwe NPD-bestuur drie DDR-leden worden opgenomen. Ten slotte stelt Deckert voor de strijd tegen migranten en asielzoekers nog te verhevigen. Deckert is een hardliner. Hij leidde voorheen de zeer radicale Junge Nationaldemokraten. Tot 1988 werkte hij als leraar. Eerder had het gerecht bevestigd dat hij zijn ambt mocht blijven uitoefenen en dat zijn NPD-activiteit geen dienstvergrijp was. Deckert publiceerde, onder meer in Nation Europa, lovende artikelen over het FN en het VB.

De uitbouw van het kapitalisme in de voormalige DDR kost gigantische sommen en het asieldebat neemt stilaan angstaanjagende vormen aan. Bild publiceert vanaf 16 september 1991 een serie artikelen: ‘Asielzoekers, wie zal dat betalen?’. Der Spiegel zet in september 1991 op zijn omslag een tekening van een boot die barst van de vluchtelingen. ‘De stormloop van de armen,’ luidt de veelzeggende titel.

Frey weet dat het klimaat gunstig is voor zijn partij. Hij mikt nu op een doorbraak bij de verkiezingen in Bremen op 28 september 1991. Daarvoor heeft de multimiljonair nog eens meer dan 2 miljoen mark veil. De DVU-verkiezingsslogans ‘Bremen en Bremerhaven moeten Duits blijven’ en ‘Schijnasielzoekers buiten’, zijn allesbehalve origineel, maar daarom niet minder effectief. Om de CDU en de DVU van zich af te houden gaat zelfs SPD-burgemeester Wedemeier zijn gram halen bij de asielzoekers. Hij maakt bekend dat Bremen per maand niet meer dan 300 asielaanvragen zal behandelen en dat Roemeense en Poolse vluchtelingen niet meer welkom zijn. De SPD heeft in de stadstaat Bremen altijd de absolute meerderheid gehad na de oorlog. Op 28 september 1991 haalt de SPD nog geen 40%. De DVU gaat fors vooruit en haalt 6,2%, 6 zetels. ‘De DVU heeft de machtspositie van de bende van vier doorbroken,’ glundert Frey.(6)

Frey buit alle angsten en alle ongenoegens uit. Het vervangen van de Duitse mark door een Europese munteenheid, zoals beslist in het Verdrag van Maastricht, wekt grote ongerustheid. Begin 1992 lan-

44

ceert Frey een actie ‘Red de Duitse mark’. Naarmate de weerstand tegen de Europese eenwording onder de bevolking toeneemt, zoekt Frey meer en meer zijn heil in een radicaal volksnationalisme. 'Het uur van het nationalisme is aangebroken’, titelt de Deutsche National-Zeitung in januari 1992.(7) Op een landkaart wordt de ‘Nieuwe Orde’ in Europa visueel duidelijk gemaakt: 10 nieuwe staten als gevolg van het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en Joegoslavië; gebieden met Duitse minderheden ‘onder vreemde overheersing’ met name Sudetenland, Silezië en Noord-Pruisen; regio’s met sterke afscheidingsbewegingen o.a. Baskenland, Schotland, Vlaanderen en Lombardije. ‘Elk volk heeft het recht baas te zijn in eigen huis. Het gezonde volksgevoel ziet niets in een hersenschimmig Europa, maar geeft de voorkeur aan de eigen, overzichtelijke regio,’ luidt de commentaar. Frey schaart zich hiermee achter het regionalisme-concept, het stokpaardje van het rechts-extremistische blad Wir Selbst en de belangrijkste medewerker ervan, de nationaal-revolutionair Henning Eichberg.(8) De achterliggende gedachte is dat Duitsland als sterkste natie makkelijker kleine, machteloze regio’s kan domineren.

Het minimaliseren van de nazimoord op joden en verzetslieden blijft ook in 1992 Freys belangrijkste handelsmerk. Frey steunde indertijd Thies Christophersen, die in 1973 de brochure Die Auschwitz-Lüge publiceerde. De SS’er Christophersen vertelt hierin zijn oorlogservaringen als landbouwdeskundige in Auschwitz. Hij omschrijft het kamp als een soort verplicht vakantieoord. Anno 1992 doet Frey graag een beroep op David Irving, de Britse amateur-historicus, die in neo-nazistische kringen op handen wordt gedragen omdat hij in zijn boek Führer und Reichskanzler Adolf Hitler, 1933-1945 ontkent dat Hitler verantwoordelijk was voor de holocaust. Na het verschijnen van de Leuchterrapporten betwijfelt Irving zelfs of er ooit gaskamers hebben bestaan. De Amerikaanse nep-ingenieur Leuchter liet naar eigen zeggen een wetenschappelijk laboratoriumonderzoek uitvoeren naar resten van het dodelijke gifgas Zyklon-B in bodem- en muurmonsters uit onder andere Auschwitz. Zijn conclusie: ‘Geen resten van Zyklon-B aangetroffen.’ Irving is een veelgevraagde gast op de meetings van Frey. Zo is Irving als spreker uitgenodigd op de grote DVU-bijeenkomst in Passau op 14 maart 1992.

Bij Frey is de cynische relativering van de nazi-misdaden verweven met een rabiaat racisme. Tijdens de verkiezingscampagne in Sleeswijk-Holstein, in april 1992, eist de DVU ‘Duits geld voor

45

noodlijdende Duitsers’ en ‘Anatolië voor de Turken en Sleeswijk-Holstein voor de Duitsers’. De DVU is het privé-bezit van Frey, die de partij vanuit zijn bolwerk in München leidt. De DVU heeft nauwelijks lokale activiteiten of bestuursleden die openbaar optreden. Ook ditmaal richt Frey zich vooral via de post tot de bevolking. Tevens maakt hij gebruik van enkele tv-spots.(9) De CDU probeert gelijke tred te houden. ‘Zullen Turken of Koerdische terroristen bepalen wie in Kiel regeert?,’ luidt een CDU-advertentie. Maar het is boter aan de galg. De DVU scoort 6,3% en behaalt 6 zetels. Het wordt daarmee de derde grootste partij.(10) De NPD behaalt 0,9 en de Deutsche Liga 0,5%.

Langzaam maar zeker wordt duidelijk dat NPD en Deutsche Liga terrein verliezen ten voordele van DVU en Republikaner. De DVU is vooral sterk in Noord-Duitsland. Het beschikt nu over gekozenen in Bremen en Sleeswijk-Holstein. De Reps daarentegen hebben de meeste aanhang in Zuid-Duitsland. Manfred Rouhs, bezieler van het blad Europa Vom, bepleit dan ook een samengaan van Frey en Schönhuber. ‘Dat duo kan gensters slaan,’ aldus Rouhs.(11)

46

6. Het gewelddadige asieldebat - Inhoud

In 1990 vraagt het recordaantal van 193.063 buitenlanders, voornamelijk uit Oost-Europa, asiel aan in Duitsland. Extreem-rechts hitst aldoor de bevolking op tegen de zogenaamde ‘schijnasielzoekers’, die ‘misbruik’ zouden maken van de sociale voorzieningen. Het kan niet anders of dit continu verbaal geweld moet vroeg of laat omslaan in fysiek geweld. In de 3 jaar voor de Duitse hereniging kwamen 11 immigranten bij aanslagen om het leven. Na de hereniging grijpt het racistische geweld snel om zich heen.

Op 31 maart 1991 wordt de 28-jarige Mozambikaan Jorge Gomondai in Dresden uit een rijdende tram geduwd. Drie weken later, op 20 april, vieren honderden jeugdige neo-nazi’s luidruchtig de 102de verjaardag van de geboorte van Hitler. In Dresden trekken ze door de straten terwijl ze ‘Heil Hitler’ en ‘Duitsland voor de Duitsers’ scanderen. In Kassei en Osnabrück timmeren ze met ijzeren staven vreemdelingen in elkaar.(1) Er gaat sindsdien vrijwel geen dag meer voorbij of ergens worden kleurlingen gemolesteerd door rechts-radicale jeugdbenden. Vooral asielzoekerscentra zijn niet meer veilig. Op Hemelsvaartdag 1991 overvallen 8 neo-nazi’s, waaronder Rene Druschke, een sympatisant van de Reps, een kazerne van het voormalige Oostduitse volksleger, waar veertig kinderen uit Tsjernobyl een gezondheidskuur ondergaan. De neo-nazi’s gooien de ruiten in en brullen ‘Ausldn-der raus’ en ‘Ab nach Auschwitz’.

Volgens het Gemeinsame Landeskriminalamt (GLKA), het Openbaar Ministerie, ligt het zwaartepunt van het geweld in Oost-Berlijn, Leipzig en Dresden. Rechtse opiniemakers geven - gemakshalve - de schuld aan het ‘failliete communisme’. Ook het Bundesamt für Verfassungsschutz (BfV), de binnenlandse veiligheidsdienst, verspreidt dezelfde lezing. In het Verfassungsschutzbericht dat minister van Binnenlandseç Zaken Schauble op 15 augustus 1991 presenteert, zegt de dienst: ‘Het neo-nazistische potentieel is in het Oosten veel groter dan in het Westen (...) Met het wegvallen van de communistische repressie is er een aanzienlijk potentieel aan agressie vrijgekomen.’(2) Het BfV schat het aantal gewelddadige rechtsradicalen in de voormalige DDR halverwege 1991 op circa 15.000.

47

Van de ontwikkelingen in het Westen zou het BfV beter op de hoogte moeten zijn, vermits de veiligheidsdienst daar extreemrechts, althans in theorie, sedert jaar en dag in de gaten houdt. Maar wat blijkt? Het BfV, zo’n 5.000 man groot, verspreid over het hoofdkantoor in Keulen en de deelstaten, is klaarblijkelijk nog zo gebiologeerd door de strijd tegen links en het communisme dat de dienst de opbloei van racisme en fascisme in het Westen niet eens heeft zien aankomen. Sterker nog, het BfV meldt geruststellend dat ‘het georganiseerde rechts-radicalisme in het Westen verzwakt is’ en dat de DVU en de NPD - de Reps worden niet geobserveerd - ‘volslagen passief’ zijn. In dezelfde trant schrijft het BfV dat het aantal rechtsextremistische organisaties in West-Duitsland in 1990 is gezakt tot 69 (1989: 70) en de totale oplage van hun publicaties tot 8,5 miljoen!

De aandacht van het BfV gaat vooral uit naar kleinere neo-nazi-groepen zoals de Wiking-Jugend (WJ) en de Freiheitliche Deutsche Arheiterpartei (FAP) van de op 25 april 1991 aan aids overleden Michael Kühnen en diens opvolger, de Weense neo-nazi Gottfried Küssel. De BfV zegt dat hun aanhang in het Westen in 1990 is geslonken tot 1.100 leden, waarvan het merendeel zouden opereren in de voormalige DDR. Kortom, als men de veiligheidsdienst mag geloven is vreemdelingenhaat een Oosterse specialiteit en is West-Duitsland in dit opzicht doodnormaal.

Het rapport van de Duitse binnenlandse veiligheidsdienst is nauwelijks verschenen of een golf van racistisch geweld, de grootste sinds nazi-Duitsland, slaat over het land. De spoken die werden opgeroepen slaan nu toe. ‘Wanneer ik ’s nachts aan Duitsland denk, kan ik niet meer slapen,’ schreef Heine ooit. Voor vele vreemdelingen en vluchtelingen wordt Heine’s uitspraak nu bittere realiteit. In de week van 17 tot 23 september 1991 bereikt het geweld Hoyerswerda, een grauw mijnwerkersstadje aan de Poolse grens. Circa 100 zogenoemde skinheads trachten er een asielzoekerscentrum, waar 250 Vietnamezen en Mozambikanen verblijven, in brand te steken. Ze bestoken het gebouw vijf dagen lang met brandbommen, stalen kogels en andere projectielen. Omstaanders moedigen intussen de SA-achtige geweldenaars aan met kreten als ‘Sieg Heil’ en ‘Nigger raus’ zonder dat de politie ingrijpt. De minister van Binnenlandse Zaken van Saksen Rudolf Krause (CDU) weigert zelfs assistentie van politie uit Dresden met het argument: ‘Er zijn hier geen rechtse extremisten.’ Na een week worden de laatste Mozambikanen en

48

Vietnamezen onder applaus van een paar duizend ‘fatsoenlijke’ Duitsers in getraliede politiebussen afgevoerd. De stad is vrij van buitenlanders!

De neo-nazi’s triomferen na deze opzichtige capitulatie van politie en overheid. Hun agressiviteit neemt er alleen maar door toe. Op 19 september 1991 belagen ze een pension in Saarlouis. De politie laat het alweer afweten. Resultaat: een asielzoeker uit Ghana, Samuel Yeboah, 27 jaar, komt om in de brand. ‘Wie zich nog de beelden herinnert van de betogingen tegen de kerncentrale van Brokdorf of tegen de startbaan-West in Frankfurt, moet zich nu wel erg verbazen over zoveel aandoénlijk begrip voor moordende knokploegen,’ schrijft de Duitse essayist H.M. Enzensberger.(3)

Het repressieapparaat - van politie tot gerecht - reageert met een nooit eerder geziene terughoudendheid. Eind oktober 1991 heeft het Openbaar Ministerie een onderzoek ingesteld naar 486 verdachten. Slechts in 29 gevallen is een arrestatiebevel uitgevaardigd.(4) Voor zover de politiediensten in hun publicaties al aandacht besteden aan de gewelddaden, concentreert de belangstelling zich vrijwel eenzijdig op de ‘problemen’ die de slachtoffers, de asielzoekers, teweegbrengen. Gewezen wordt op de ‘criminogene risico’s’ van opvangcentra en op de geringe preventieve en repressieve mogelijkheden van de politie. Verder wordt voorgehouden dat elke samenleving maar een beperkt aantal vreemdelingen op kan nemen.(5)

Op 13 december 1991 publiceert het BfV de cijfers over het racistische geweld. Dat is in 1991 bijna vertienvoudigd. In 1991 zijn 1.152 aanslagen geregistreerd. In 1990 was het cijfer in de ‘oude Bondsrepubliek’ 128. Uit de BfV-cijfers blijkt nu dat het neo-nazistische geweld niet het meest voorkomt in Oost-Duitsland, zoals de veiligheidsdienst tot nu toe beweerde. Van de 1.152 gevallen zijn er namelijk 790 in West-Duitsland, tegen 362 in de vroegere DDR.

De cijfers illustreren de pogrom-achtige sfeer anno 1991 in het herenigde Duitsland. Wreed genoeg wordt dit geweld zowel door uiterst rechts als klassiek rechts gebruikt als ‘argument’ om het asielrecht te verscherpen. Volgens Neubauer zijn de politici, vooral de linkse, de ware brandstichters en zijn de gewelddaden alleen maar daden van wettige zelfverdediging! ‘Ook wij zijn verontwaardigd over bepaalde gewelddadigheden. Maar niet wij zijn verantwoordelijk, maar de politieke groepen die onze waarschuwingen in de wind hebben geslagen en nu krokodilletranen laten om hun eigen tekortkomingen. Als iemand verantwoordelijk is voor de uitspat-

49

tingen dan zijn het wel politici als de Groenen, die ons land met buitenlanders overspoelen en daardoor verzetsacties van onbezonnen krachten uitlokken,’ aldus het oud-lid van de NSDAP-AO.(6)

Ook Schönhuber stelt het communisme en de media verantwoordelijk. ‘We mogen niet vergeten dat dit allemaal een reactie is op 40 jaar rode terreur en onmenselijkheid,’ zegt hij. Hij roept iedereen op ‘begrip te tonen’ voor de racistische geweldenaars die ‘niet zelden door bepaalde massamedia worden betaald om zich te gedragen als de nazaten van een nare tijd’.(7)

Frey gaat nog een stap verder. Voor hem verdwijnen de racistische gewelddaden in het niet vergeleken met de ‘vele honderdduizenden strafbare feiten’ die de buitenlanders in Duitsland begaan. Frey suggereert dat de gewelddaden geregisseerd worden door agenten van niet nader genoemde geheime diensten, die op die manier Duitsland op de knieën willen dwingen. Frey ‘onderbouwt’ zijn gedurfde thesis met uitspraken van ‘zijn oude vriend’, Reinhardt Gehlen.(8) Deze leidde tijdens de oorlog de geheime dienst van de nazi’s in de Sovjet-Unie. Na 1945 stelde Gehlen zijn diensten, zijn nazi-archief en zijn nazi-netwerk ter beschikking van de Amerikaanse CIA. Onder CIA-protectie kon Gehlen zijn anti-communistisch spionagewerk rustig verderzetten.

De extreem-rechtse partijen wassen dus eensgezind hun handen in onschuld, alsof de hoofden van de gewelddadige neo-nazi’s niet zouden zijn gevuld met hun hetzerige propaganda. Maar ook heel wat traditionele politici gaan niet vrijuit. Ze doen nu, midden en eind 1991, in een nietsontziende concurrentieslag uitspraken over asielzoekers. Zo schetst de Berlijnse fractievoorzitter van de CDU het beeld van ‘buitenlanders die bedelend, bedriegend, ja ook messetrekkend door de straten lopen’. Ondanks de ontzettende taferelen rond de asielzoekerscentra heeft Edmund Stoiber (CSU), minister van Binnenlandse Zaken van Beieren, het steeds weer over de dreigende ‘Durchmischung’ en ‘Durchrassung’ van het Duitse volk. Max Streibl (CSU) zegt weinig fijnzinnig dat buitenlanders Duitsland herscheppen in een ‘multicriminele maatschappij’.(9)

Al deze uitlatingen hebben kennelijk geen ander doel dan het sluiten van de grenzen. Wanneer medio 1991 de aanvallen op asielzoekers dramatisch toenemen, wil de CDU/CSU de mensen doen geloven dat alleen een wijziging van artikel 16 van de grondwet (‘politiek vervolgden hebben recht op asiel’) een einde kan maken aan de stroom asielzoekers.(10) De aanleiding om het asielrecht

50

grondwettelijk te verankeren, was de bittere ervaring van diegenen die nazi-Duitsland hadden moeten ontvluchten. Tijdens het Derde Rijk overleefden 800.000 Duitsers dank zij politiek asiel in het buitenland. In de Bondsdag is een tweederde meerderheid nodig om artikel 16 te veranderen, zodat het verzet van SPD en FDP moet worden gebroken.

CDU-politici als bondskanselier Kohl wenden zich in hun commentaren over het racistische geweld min of meer direct tot de SPD. De SPD zou het snel onderling eens moeten worden en moeten meewerken aan een grondwetsherziening, zodat de stroom asielzoekers al bij de grens kan worden tegengehouden.

CDU/CSU zetten de SPD ook onder druk met het Akkoord van Schengen waarvan Duitsland de grote trekker was. Dit Akkoord - waaraan thans Duitsland, de Beneluxlanden, Frankrijk, Italië, Portugal en Spanje meedoen - regelt onder meer dat een vreemdeling van buiten de EG asiel dient aan te vragen in het land waar de buitengrens van het Schengen-gebied is overschreden. In het jargon van Schengen is dit ‘het land van eerste opvang’. Stel, een vreemdeling belandt via Spanje, Frankrijk en België in Duitsland en vraagt hier asiel aan. De Duitse autoriteiten zullen betrokkene dan op basis van de Schengen-afspraken uitzetten naar Spanje, het land van eerste opvang. Als Spanje het individuele asielverzoek dan ongegrond verklaart, moet de vreemdeling Europa verlaten, ook al zou het asielverzoek in Duitsland of elders kans van slagen hebben gehad. Het van 15 juni 1990 daterende Aanvullende Verdrag van Schengen moet nog door de meeste nationale parlementen worden geratificeerd.

CDU en CSU verzetten zich tegen ratificatie als niet eerst artikel 16 van de grondwet wordt gewijzigd. Alleen dan kan Duitsland volgens hen ten volle profiteren van het zo vurig gewenste one-chance- onZj-beginsel waardoor Duitsland asielzoekers terug kan sturen die via andere EG-landen binnenkomen.(11) Ze waarschuwen ervoor dat Duitsland zonder grondwetsherziening uit de EG-pas raakt. Tn die situatie zal Duitsland, dat nu bijna tweederde van alle asielzoekers in Europa aantrekt, het haast exclusieve Europese opvangland worden,’ aldus minister van Binnenlandse Zaken Seiters.

FDP en SPD staan achter het Schengenverdrag maar ze willen - voorlopig - alleen instemmen met een grondwetswijziging als de EG erin slaagt een uniform inhoudelijk asielbeleid uit te stippelen. In afwachting willen ze via snelrecht asielzoekers afschrikken.

51

Daarover bereiken de grote partijen op 10 oktober 1991 een compromis. CDU-minister Schauble hoopt meer dan de helft van de aanvragers na een spoedprocedure binnen de 6 weken het land weer uit te zetten.(12)

FDP en SPD steunen ook de pogingen van Bonn om het Schengenmodel naar Oost-Europa te exporteren. Op 30 en 31 oktober 1991 confereert de Duitse minister Wolfgang Schauble (CDU) in de Reichstag met collega’s uit 27 Europese landen over ‘maatregelen om de illegale immigratie uit Oost-en Midden-Europa in te dammen’. Volgens Schauble vormt de vluchtelingenstroom een ‘bedreiging voor de stabiliteit van Europa’.(13) Alle landen van het gewezen Oostblok, de Baltische Republieken en de Oekraïne inbegrepen, zijn present en worden opvallend genoeg vooral aangevoerd door bewindslieden die iets met arbeid te maken hebben. De Oosteuropese politici willen vooral economische steun, terwijl de Westeuropese delegaties, bestaande uit ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie, onder Duitse impuls hun economische hulp willen verbinden aan de voorwaarde van een gezamenlijke strijd tegen de immigratie.(14)

De om economische hulp bedelende Oosteuropese landen hebben geen andere keus dan plooien voor het machtige Duitsland. Ze gaan akkoord met acht maatregelen die regelrecht uit het Schengen-verdrag afkomstig zijn. De 27 Europese landen gaan meer en beter samenwerken bij het tegengaan van clandestiene immigratie. Daarom zullen ze samen smokkelaars van illegalen opsporen, inlichtingen over vluchtwegen en vervalste documenten uitwisselen en verder een verscherpte grensbewaking instellen. Wat dit laatste punt betreft beloven de deelnemende landen gelijkvormige procedures uit te werken om havens, stations, luchtvelden en grensovergangen efficiënter te bewaken. Voorts komen er gemengde mobiele patrouilles om illegalen te vangen.

De gewezen Oostbloklanden beloven eveneens een wetgeving in te voeren die het mogelijk maakt luchtvaartmaatschappijen te beboeten als ze personen vervoeren die niet beschikken over geldige papieren. De 27 deelnemende staten zullen streven naar een gemeenschappelijk beleid op het terrein van visa, opleiding van grenspolitie en automatisering van gegevens.

Ten slotte hebben Duitsland en de Westeuropese collega’s gedaan gekregen dat de Oosteuropese landen in principe hun ‘eigen illegale burgers terugnemen’. Zo kan de terugkeer ten minste op een ‘beschaafde manier’ verlopen en worden razzia’s en uitzettingen per

52

charter overbodig. Met Polen hebben de Schengenlanden al eerder zo’n verdrag gesloten, maar ook de andere Oosteuropese landen en vooral de Duitse buurlanden beloven nu - eventueel in ruil voor D- marken - vluchtelingen en illegalen terug te nemen die via hun grondgebied de EG binnenkomen.(15) Op die wijze doen de gewezen Oostbloklanden het werk van gendarm en immigratie-beambte voor het Westen. Roemenië is het eerste land dat een overeenkomst tekent die het Duitsland mogelijk maakt illegalen en afgewezen asielzoekers snel terug te sturen.

In april 1992, tijdens het debat over het Schengenakkoord in de Bondsdag, blijven de christen-democraten aandringen op een grondwetsherziening, zodat de stroom asielzoekers al bij de grens kan worden tegengehouden. Legaal of illegaal, de vervolgden en bedreigden blijven naar Duitsland komen. In 1991 zo’n 250 duizend. In de eerste helft van 1992 arriveren bijna tweemaal zoveel asielzoekers als in dezelfde periode in 1991.

Vanaf 1 juni 1992 worden versnelde procedures toegepast op asielzoekers die niet langer over alle steden en dorpen worden verdeeld, maar in eerste instantie terecht komen in grote ‘Sammellager’, meestal leegstaande kazernes. Het verkorten van de procedure voldoet minister Seiters (CDU) van Binnenlandse Zaken echter niet. Zolang de SPD dwars ligt en weigert de grondwet aan te passen, komt er geen oplossing, herhaalt Seiters.

Niet alleen de aanval van de CDU op het asielrecht gaat voort, ook de pogroms woeden onverminderd verder. Het asielrecht-debat krijgt een nieuwe wending. De nieuwe partijleider van de SPD Björn Engholm beslist het roer om te gooien. Hij laat weten dat hij instemt met een wijziging van het geldende ruime grondwetsartikel inzake asielrecht. Engholm wil vluchtelingen uit ‘vervolgingsvrije’ landen - daartoe rekent hij onder meer het voormalige Oostblok - niet langer toelaten. Vluchtelingen die geen papieren of vervalste documenten overleggen, moeten voortaan onmiddellijk het land worden uitgezet.

Op 21 augustus 1992 vindt het ‘model Hoyerswerda’ navolging in het door hoge werkloosheid geteisterde Rostock-Lichthagen. Jonge neo-nazis en relbeluste skinheads belegeren gedurende 5 dagen een asielzoekerscentrum, gooien stenen en flessen met benzine, en scanderen de leus: ‘Duitsland voor de Duitsers’. Het gaat klaarblijkelijk om een gecoördineerde actie van extremistische groeperingen want neo-nazi’s uit Hamburg, Lübeck en Berlijn

53

doen mee. Hoewel een zogeheten ‘Belangengemeenschap Lichtenhagen’ dagen tevoren de aanval aankondigde, heeft de politie niets preventiefs ondernomen.

In de derde nacht steken gemaskerde jongeren 5 woningen in brand. De bewoners weten als door een wonder nog het dak te bereiken. De politie en brandweer schitteren door afwezigheid.

Pas na anderhalf uur zijn ze ter plekke om te helpen bij de evacuatie van ruim honderd Vietnamese vrouwen, kinderen en mannen. Net als in Hoyerswerda slagen de neo-nazi’s erin Rostock-Lichtenhagen ‘auslanderfrei’ te krijgen. In de eerste 8 maanden van 1992 vinden 970 racistische gewelddaden plaats, waarbij tien doden en zevenhonderd gewonden vallen.(16) De Frankfurter Allgemeine Zeitung publiceert enkele teksten van de liederen die de neo-nazistische skinheads zingen als zij op vreemdelingenjacht gaan. Een couplet: ‘Zie je een Turk in de tram die je provocerend aankijkt, sta dan gewoon op en hak op hem in. Je trekt je mes en steekt het zeventien keer in zijn lijf’. In hun liederen roepen de neo-nazi’s om concentratiekampen en rassevernietiging: ‘Stop ze in de kerker, of stop ze in het concentratiekamp, stuur ze desnoods de woestijn in, maar stuur ze eindelijk weg! Dood hun kinderen, schend hun vrouwen, vernietig hun ras, en zo jaag je ze de stuipen op het lijf’. Is dat de continuïteit van de Duitse geschiedenis?

56

II. HET FRONT-NATIONAL - Inhoud

1. Van Vichy tot Le Pen - Inhoud

Jean-Marie Le Pen werd op 20 juni 1928 in het Bretonse Trinité-sur-Mer geboren als zoon van een visser. In 1942 komt vader Le Pen om het leven. Op dat moment viert de jodenjacht hoogtij en brengt het Vichy-bewind een staatsracisme in praktijk. Vichy collaboreert niet alleen maar heeft zijn eigen nationaal-revolutionaire ideeën.(1) Het lijkt erop dat de nazi-overwinning vooral een aanleiding - en niet meer dan dat - is om van joden, vluchtelingen en andere ‘ongewenste vreemdelingen’ af te komen.

Vichy stelt meteen, in juli 1940, de naturalisaties in vraag die sinds 1927 zijn toegestaan. Achtereenvolgens geven verschillende wetten de beroepssectoren aan die voor vreemdelingen, joden en vrijmetselaars zijn verboden: politiek, diplomatie, overheid, leger, onderwijs en media.(2) Eind 1940 zijn zowat 50.000 ‘ongewenste vreemdelingen’ geïnterneerd. Vichy groeit in de kortste keren uit tot een fascistische dictatuur die onder de leuze ‘werk, gezin en vaderland’ een einde maakt aan het democratische systeem en de vakbonden. In maart 1941 stelt de regering uit eigen beweging een ‘commissariaat voor joodse vraagstukken’ in. Joden kunnen voortaan snel worden opgespoord dank zij door het commissariaat aangelegde bestanden en door de vermelding van ‘jood’ op hun identiteitsbewijzen.

In januari 1942 beraamt nazi-Duitsland aan de Wannsee de ‘Endlösung’. Kort daarop, op 4 juli 1992 stemt René Bousquet, Vichy-verantwoordelijke voor de politie, erin toe de nodige politiemacht te verschaffen die ervoor moet zorgen dat de SS haar treinen naar de concentratiekampen ten volle kan benutten. Bij hun niet-aflatende ijver joden en verzetsmensen op te sporen, worden de nazi’s bereidwillig bijgestaan door Fransen zoals Paul Touvier, hoofd van de Milice in Lyon en Maurice Papon, die de jodenjacht in Bordeaux organiseert.

De regeringsleider Pierre Laval ziet er geen graten in kleine kinderen aan de Duitsers uit te leveren. De beroemde collabo-schrijver Robert Brasillach is het daar volmondig mee eens. Hij schrijft in de anti-semitische krant Je suis partout: ‘We moeten de joden en masse wegvoeren en ons ook van de kleintjes ontdoen.’

57

In de zomer en herfst van 1942 worden 42.500 joden, onder wie zowat 8.000 kinderen, door de Franse politie bijeengedreven in kampen. Nadien worden ze overgedragen aan de nazi’s en met veewagens naar Auschwitz vervoerd. In totaal verdwijnen 75.000 Franse joden en vele duizenden verzetslieden naar de vernietigingskampen.(3) Slechts 2.600 joden overleven de gaskamers.

Tot vandaag gaat Frankrijk de confrontatie met dit eigen verleden uit de weg. President Mitterrand, die voor hij zich bij het verzet aansloot, enige tijd in Vichy werkte, weigert op 14 juli 1992 tijdens zijn traditionele toespraak ter gelegenheid van de nationale feestdag officieel te erkennen dat de Franse staat van Vichy verantwoordelijk was voor de jodenvervolging.(4)

Na de bevrijding, in 1945, lijkt extreem-rechts verslagen. Jacques Doriot, leider van de fascistische Parti populaire francais (PPF) is in Duitsland omgekomen; Robert Brasillach is terechtgesteld; Pétain wordt berecht en verbannen naar een klein eilandje bij de Bretonse kust, waar hij zijn laatste jaren in betrekkelijk luxueuze omstandigheden slijt; Charles Maurras, de oprichter van de monarchistische Action franfaise, verdwijnt achter de tralies; de voortvluchtige Paul Touvier wordt bij verstek ter dood veroordeeld.

Zoals Duitsland nooit volledig is gedenazificeerd, is Frankrijk nooit helemaal ‘gedepétainiseerd’. Bousquet begint na de oorlog aan een succesvolle carrière in de bankwereld, terwijl De Gaulle in de woelige dagen van de Algerijnse onafhankelijkheidsstrijd Papon benoemt tot politieprefect van Parijs. Later zal hij zelfs minister worden onder Giscard. Tegen Bousquet en Papon loopt nog een klacht wegens misdaden tegen de mensheid, maar medio 1992 zijn ze nog steeds niet veroordeeld.

Sterker nog, in april 1992 wordt Touvier vrijgesproken. ‘Wegens gebrek aan bewijs’ zegt de rechtbank. De rechters concluderen dat Touvier wellicht een oorlogsmisdadiger is, maar geen misdaad tegen de mensheid heeft begaan, dat de Vichy-collaboratie slechts door ‘pragmatische’ omstandigheden was ingegeven, dat Vichy geen staatsantisemitisme kende en dat de Milice, de Franse kopie van de S.S., geen misdadige organisatie was.

Dit eerherstel van het Vichy-bewind kan Le Pen alleen maar tot tot vreugde stemmen, want al vanaf de bevrijding begon hij te ijveren voor rehabilitatie van Pétain. Op 12 november 1948 wordt Le Pen, die in Parijs rechten studeert, aangehouden omdat hij colporteert met het koningsgezinde, antisemitische blad Aspects de la France, waarin

58

Vichy en Maurras verheerlijkt worden. In 1951 steunt Le Pen Jacques Isorni, de advocaat van Pétain, en diens Unité nationale des indépendants républicains (UNIR).

Het zijn vooral de Koude Oorlog en de dekolonisatie die extreemrechts een nieuwe kans bieden. Eind 1953 duikt Le Pen als para op in Indochina. Na de Franse nederlaag bij Dien Bien Phu zoekt hij zijn heil bij Pierre Poujade. Deze boekhandelaar trekt ten strijde tegen de hoge belastingen die ‘de middenstand verstikken’. Dat Poujade met zijn aversie tegen de parlementaire democratie, de vreemdelingen, de vakbonden en de dekolonisatie op 2 januari 1956 bijna 12% van de stemmen en 52 kamerzetels haalt is een verrassing, ook voor hemzelf.

Le Pen, amper 28 jaar, wordt Frankrijks jongste kamerlid.

Inmiddels startte het FLN in 1954 de Algerijnse onafhankelijksstrijd. Frankrijk stuurt troepen. Er begint een oorlog die geen oorlog heet, want ‘l’Algérie, c’est la France,’ zegt de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken François Mitterrand. Le Pen, tuk op militaire roem, neemt ‘parlementair verlof’ en meldt zich bij het eerste Régiment étranger parachutiste. Geheel smetteloos blijkt Le Pens reputatie niet. Bij de slag om Algiers in 1957 is hij betrokken bij het ‘hardhandig verhoren’ van FLN-gevangenen.

In de slotfase van de oorlog sticht Le Pen nog het Front national pour l’Algérie franfaise (FNAF), de politieke tak van de Organisation Armée Secrète (OAS). Met bomaanslagen op voorstanders van de dekolonisatie en een blinde jacht op Arabieren — de beruchte ratonnades - zorgt de OAS voor een terreurgolf zonder voorgaande. OAS-figuren zoals Pierre Sergent, Jean-Claude Bardet, en Roger Holeindre bekleden nu hoge functies bij het FN. Pierre Sergent neemt in 1961 deel aan de mislukte coup van de generaals Salan, Challe, Zeiler en Jouhaud, waarna hij de Franse afdeling van de OAS gaat leiden. Hij wordt ter dood veroordeeld maar zal in de jaren ’60 gratie krijgen.(5)

Tot het bittere einde verzet de Franse regering zich tegen de Algerijnse onafhankelijkheid. Op 10 oktober 1961 vaardigt de Franse overheid een avondlijk uitgaansverbod uit voor Algerijnen. Het FLN besluit dit massaal te negeren met een vreedzame demonstratie op 17 oktober. De politieprefect van Parijs, Maurice Papon, ex-vichyst, zet een indrukwekkende politiemacht in en zegt dat de agenten hun gang kunnen gaan. Opgekropte wraakzucht, gevoed door latente vreemdelingenhaat, komen los.

59

Op de binnenplaats van het hoofdbureau van politie, de préfecture, vallen zeker 50 doden. Ze worden vanaf een nabijgelegen brug in de Seine gegooid.(6) Weken later worden 50 kilometer stroomafwaarts nog lijken uit de rivier opgevist. Officieel zijn er drie doden, twee Algerijnen en één Fransman, en vallen er dertien gewonden bij de politie. Maar in werkelijkheid zijn op 17 oktober 1961 en de daaropvolgende dagen 210 mensen omgekomen. Het aantal gewonden loopt in de duizenden.

Het blijkt een laatste bloedige stuiptrekking. Enkele maanden later, op 18 maart 1962, worden de vredesakkoorden van Evian getekend. Daarmee komt er een einde aan een oorlog waarin één miljoen Algerijnen en 30.000 Franse dienstplichtigen omkwamen.(7) Zo’n 250 duizend pieds-noirs, in Algerije geboren Franse kolonisten, en vele duizenden harkis, Algerijnen die aan Franse zijde meevochten, trekken zich terug in Zuid-Frankrijk. Nu, 30 jaar later, spreekt het FN nog van bedrog, verraad en uitverkoop. ‘Na 30 jaar blijft de leugen overeind. De bewindslieden die eens de vijand dienden, blijven ons land, leger en geschiedenis door het slijk halen,’ aldus Serge Martinez.(8)

In 1962 verliest Le Pen zijn kamerzetel. Voor hem begint een ‘lange tocht door de woestijn’. In 1963 stichten Le Pen en Léon Gaultier, een ex-SS’er, de firma Société d’études et de relations publiques (SERP), die ‘historische langspeelplaten’ met redevoeringen van Pétain en Hitler verspreidt. Het uitbrengen van de LP Voix et chants de la révolution allemande. Le troisième Reich levert Le Pen een veroordeling op: twee maanden voorwaardelijk en een boete van 10.000 FF. Op de hoes had hij geschreven dat ‘Hitler en de nationaal-socialistische partij dank zij een machtige massabeweging aan de macht zijn gekomen, na reguliere verkiezingen, een omstandigheid die nogal eens wordt vergeten’. Gaultier beschouwt zich nog steeds als Le Pens geestelijke vader. ‘Ik ben de teelaarde waaruit Le Pen is ontsproten,’ zegt hij trots in een tv-uitzending in mei 1992.(9)

Le Pens ster is rijzende. Hij wordt campagneleider van de ultrarechtse presidentskandidaat Tixier-Vignancour, een gewezen hoge Vichy-functionaris en advocaat van Pétain en de OAS-kopstukken Salan en Bastien-Thiry. Tixier-Vignancour verzamelt bij de presidentsverkiezingen in 1965 5,27% van de stemmen. Extreem-rechts valt na dit teleurstellende resultaat uit elkaar. Een

60

deel lost op in het gaullisme, een ander deel richt de gewelddadige beweging Occident op. Medestichter hiervan is Michel de Rostolan, thans lid van het centraal comité van het FN. Na het verbod van Occident ontstaat de al even gewelddadige neo-fascistische Ordre nouveau, waarin men de huidige FN-kaderleden Holeindre, Brigneau en Brissaud terugvindt. Commando’s van Ordre nouveau, gehelmd en met molotovcocktails gewapend, gaan eind van de zestiger jaren linkse studenten te lijf. Met de steun van Ordre nouveau, dat opkijkt naar de Italiaanse MSI, wordt Le Pen op 5 oktober 1972 voorzitter van het pas opgerichte FN.

Het FN is een front dat bestaat uit verschillende extremistische strekkingen. Dat weerspiegelt zich in de samenstelling van het eerste politiek bureau: Le Pen (voorzitter), François Brigneau, ex-lid van de Milice (vice-voorzitter), Alain Robert, lid van Ordre nouveau (secretaris-generaal), Roger Holeindre, ex-OAS’er (adjunct-secretaris-generaal), Pierre Bousquet, oud-Waffen-SS’er (schatbewaarder) en Pierre Durand (adjunct-schatbewaarder). Alhoewel Le Pen kiest voor de nette parlementaire weg, doet hij zaken met iedereen, ook met notoire neo-fascisten. De toetreding van François Duprat in 1974 is hiervan een voorbeeld. Duprat, een historicus, heeft een lovend boek geschreven over de SS onder de titel Histoire des SS.(10) Nog in 1974 wordt het Front National Jeunesse (FNJ) opgericht met de hulp van de neo-fascistische organisaties Action européenne en Jeunesse d’action européenne.

Le Pen is niet kieskeurig. In 1977 haalt het FN zelfs de neo- nazistische Fédération d’action nationale et européenne (FANE) van Mare Fredriksen binnen. In datzelfde jaar voegt ook Jean-Pierre Stirbois zich bij de partij. Stirbois is een pleitbezorger van het solidarisme, een harde ‘nationaal-revolutionaire’ stroming, die opkomt voor een ‘derde weg’ tussen kapitalisme en marxisme. Na Duprats overlijden in 1978 klimt Stirbois op tot ideoloog en tweede man van het FN. Nog andere delen van extreem-rechts zoeken aansluiting bij het FN. Vanaf 1982 wordt een belangrijke lobby gevormd door katholieke fundamentalisten rond Bernard Antony, alias Romain Marie.

In het eerste decennium vallen de verkiezingsuitslagen van het FN ronduit tegen. Bij de presidentsverkiezingen in 1974 wint Le Pen 0,8% van de stemmen en in mei 1981 kan hij zelfs niet deelnemen aan de presidentsverkiezingen omdat 500 benodigde handtekeningen van

61

plaatselijke of nationale volksvertegenwoordigers ontbreken. De kort daarop gehouden algemene verkiezingen worden gewonnen door links. Extreem-rechts is teruggevallen tot 0,4%.

Voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog treedt een socialistisch-communistische regering aan. De verwachtingen zijn hooggespannen. Het begin van deze linkse regeerperiode kenmerkt zich door een zekere euforie. Het minimumloon stijgt met 10%, de laagste uitkeringen gaan met 20% omhoog, de werkweek wordt verminderd tot 39 uur en de vakantie vastgesteld op 5 weken.

Maar de droom is gauw vervlogen. In mei 1982 verklaart premier Mauroy (PS) dat er aan verdere loonstijging niet meer te denken valt. Sindsdien voeren president Mitterrand en de socialistische partij een liberaal beleid. Het bedrijfsleven wordt verwend. De socialistische regering bevriest de sociale lasten voor de ondernemingen, verlaagt de belasting op de opnieuw geïnvesteerde winst, schaft de vooraf gaandelijke toelating tot ontslag af en herstelt de vrijheid om de prijzen te laten schommelen. Een sterke frank en een evenwichtige begroting zijn de nieuwe prioriteiten. Het terugdringen van de werkloosheid en van de sociale ongelijkheid verdwijnt op het achterplan.

Nu de socialisten zich bekeren tot realistische rentmeesters van het kapitalisme, ontstaat een politieke leegte die het FN handig opvult. Bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart 1983 pakt het FN uit met een agressieve campagne rond immigratie en onveiligheid. Le Pen haalt 11,26% als kandidaat in het 20ste arondissement in Parijs. Op 4 september 1983 weet Stirbois, in het zestig kilometer ten westen van Parijs gelegen industriestadje Dreux, zelfs 16,7% van de kiezers achter zich te verzamelen bij de eerste ronde van de gemeenteraadsverkiezingen. RPR, UDF en FN vormen voor het eerst een coalitie, die bij de tweede ronde 55,5% scoort. Het bezorgt Stirbois een wethouderszetel en het FN een label van fatsoen. Le Pen is niet langer een ordinaire Franse neo-fascist maar - zijn eigen woorden - ‘de Franse Reagan’.

Na Dreux wordt Le Pen een topattractie voor de media. ‘l’Heure de vérité’ van Antenne 2, op 13 februari 1984, is een goedkope reclamespot voor Le Pen, die voor het oog van 12 miljoen kijkers een minuut stilte in acht neemt voor de slachtoffers van de ‘communistische Goelag’. Het FN weet het heersend ongenoegen over de economische crisis en de werkloosheid te kanaliseren en haalt bij de Euroverkiezingen in juni 1984 11,2% van de stemmen. Het FN heeft 10 gekozenen in Straatsburg, onder wie Michel de Camaret, oud-ambassadeur bij de

62

Raad van Europa. Voor de secretaris van de PS Lionel Jospin blijft het FN echter slechts ‘een voorbijgaand verschijnsel’ terwijl voor de nieuwe premier Fabius in deze zomer van 1984 Le Pen ‘de juiste vragen stelt maar de verkeerde antwoorden geeft’.

63

2. Institutionalisering - Inhoud

De klinkende zege bij de Euroverkiezingen werkt als een magneet. Bruno Mégret (RPR), Jean-Marie Le Chevallier (RPR), Jean-Yves Le Gallou (PR) en Bruno Gollnisch, dekaan van de faculteit Letteren aan de universiteit van Lyon, lopen over naar het FN. Deze gedistingeerde intellectuelen komen grotendeels uit de kringen van Nieuw Rechts, dat in Frankrijk bloeit rond Groupement de recherches et d’études sur la civilisation européenne (GRECE), het conservatieve ideeënfabriek van Alain de Benoist, en rond de Club de l’Horloge. Deze club draagt vanaf 1974 het GRECE-gedachtengoed uit onder traditionele politici en ambtenaren.

Jean-Yves Le Gallou, een inspecteur-generaal van de administratie en oud-bestuurslid van de Parti Républicain, was de eerste secretaris-generaal van de Club de l’Horloge. Een ander prominent Horloge-man, Bruno Mégret, studeerde aan de universiteit van Berkeley en doorliep twee grandes écoles - de Polytechnique en de Ponts et Chaussées - waar de ambtelijke en politieke elite wordt gevormd. Deze voormalige topambtenaar was korte tijd kabinetsmedewerker van minister Robert Galley en lid van het centraal comité van de RPR. Mégret en de Parijse ondernemer Jean-Claude Bardet, een aanhanger van GRECE, stichtten de Comités d’action républicaine (CAR). Nieuw Rechts beschikt over een uitgeverij, Copernic, en over gesoigneerde bladen als Nouvelle Ecole, Eléments en Etudes et recherches.

Het is vooral Nieuw Rechts dat het FN een intellectueel aanzien verleent, en ook van theoretische bagage voorziet. Nieuw Rechts is uitermate succesvol in het bestrijden van het gelijkheidsdenken. Gecharmeerd van de voor-christelijke Indo-Europese beschaving, betoogt Nieuw Rechts dat Europa zich pas weer tot een imperium kan ontplooien als een elite het voor het zeggen heeft. Met behulp van een eigen taalgebruik buigt Nieuw Rechts het racisme om tot ‘het recht op verschil’; juist omdat mensen van andere culturen het recht hebben hun culturele identiteit te behouden en vrij te beleven, kunnen zij beter naar hun eigen land terugkeren.

In dit moderne, ‘culturele’ racisme gaat het, althans ogenschijnlijk, niet meer om een strijd tegen ‘biologisch minderwaardige rassen’, maar om ‘eigen volk eerst’ en om het dogma dat verschillende

64

culturen niet vreedzaam samen kunnen leven. ‘De niet-EG-migranten buiten!’, de simpele grondgedachte waarop Le Pens hele programma is gebaseerd, wordt aldus gefatsoeneerd. Interessant zijn vooral de boeken die Le Gallou, de uitvinder van ‘de nationale voorkeur’, aan het moderne racisme wijdt. De titels spreken boekdelen: Lapréférence nationale: réponse a l’immigration en Le racisme antifrançais.

Le Gallou is ook, samen met Gollnisch, de voornaamste architect van het thatcheriaans economisch en sociaal programma Pour la France, dat verschijnt vlak voor de verkiezingen van maart 1986.' Kort tevoren veranderde Mitterrand het meerderheidskiesstelsel in een systeem van evenredige vertegenwoordiging. Daarmee hoopte hij te voorkomen dat rechts een absolute meerderheid zou halen. Mitterrands opzet mislukt. Rechts haalt op 16 maart 1986 een nipte meerderheid van drie zetels. Het FN verwerft 9,9% van de stemmen en is met 35 zetels in de Nationale Vergadering in één klap geïnstitutionaliseerd.

Het kiespubliek van het FN mag dan samengesteld zijn uit alle lagen van de bevolking, de partijtop komt uit de hogere milieus. Op de 35 FN-parlementsleden zijn er 7 kaderleden, 7 ondernemingshoofden, 4 advocaten, 4 dokters en 3 professoren. Bij de regionale verkiezingen die op dezelfde dag plaatsvinden, krijgt het FN 137 zetels. Daarmee kan de partij zich nu plaatselijk verankeren en traditioneel rechts tot samenwerking verleiden.

Officieel verbieden de UDF van Giscard en Chiracs RPR politieke bondgenootschappen met het FN. Hoe zit het met de daden? Tn de regio’s - een soort superprovincies - Provence-Alpes-Cóte d’Azur, Languedoc-Roussillon, Picardie, Haute-Normandie en France-Comté, vormt traditioneel rechts na 14 maart 1986 met FN-steun het dagelijks bestuur. Zonder de zetels van het FN heeft rechts geen meerderheid. In ruil voor deze hulp krijgt het FN een paar commissie-voorzitterschappen en in enkele regio’s een vice- voorzitter. Maar ook inhoudelijk komt het FN aan zijn trekken. Zo niet, dan zegt het FN de steun op. Ondanks de verklaringen van het tegendeel, gedoogt de top van RPR en UDF de lokale samenwerking met het FN als interessant politiek experiment, waaraan men in de toekomst nog wel eens iets zou kunnen hebben.

Het FN weegt zwaar door op de nieuwe regering-Chirac die met een verharding van het migrantenbeleid rechtse kiezers tracht terug te winnen. Op 9 september 1986 wordt de wet-Pasqua aangeno-

65

men. Voortaan kunnen illegalen collectief het land worden uitgezet. Nauwelijks een maand later is het zover. Op 18 oktober 1986, in de vroege ochtend, worden 101 Malinezen op een chartervliegtuig richting Bamako gezet. In de lente van 1987, aan de vooravond van het proces tegen oorlogsmisdadiger Klaus Barbie, dreigt minister van Binnenlandse Zaken Pasqua, illegalen met speciale treinen weg te voeren.

Le Pens denkbeelden worden langzaam gevulgariseerd. Op 24 april 1988 behaalt Le Pen in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen 14,39% (4.375.894 stemmen), een record. Een week later verklaart Pasqua dat ‘het FN in essentie dezelfde waarden aanhangt als de meerderheidspartijen’.(1)

De rechtse regering voert opnieuw het meerderheidskiesstelsel in om het FN de toegang tot het parlement te bemoeilijken. Bij de vervroegde verkiezingen van 5 juni 1988 komt het FN in de eerste ronde uit op 9,78% van de stemmen. Opnieuw maakt rechts verkiezingsafspraken met het FN. De patroon van rechts in Marseille, Jean-Claude Gaudin (UDF), sluit een overeenkomst met Le Pen voor steun aan de best geplaatste rechtse kandidaat. In het departement Bouches-du-Rhóne (16 kiesdistricten, waaronder Marseille) trekken acht kandidaten van rechts zich terug nadat ze in de eerste ronde slechtere resultaten hadden bereikt dan een FN-kandidaat.

De nationale leiders keuren dit pact niet openlijk af. Volgens oud-president Giscard d’Estaing is het simpelweg het gevolg van ‘het huidige electorale systeem’. De FN-kandidaten in Marseille slagen er, ondanks de steun van rechts, niet in een plaats in de Nationale Vergadering te veroveren. Het FN raakt z’n 35 afgevaardigden in de Nationale Vergadering kwijt. Buiten Marseille, in het zuidelijk departement Var, haalt het FN zijn enige zetel. Maar dit betekent niet dat het FN geen voordeel uit het verkiezingsakkoord put. Le Pen zelf haalt 43,6% in Marseille en de FN-kandidaten verbeteren in de tweede ronde hun score met gemiddeld 13%. En belangrijker nog, door de erkenning van FN-kandidaten als de officiële vertegenwoordigers van rechts, voelt het FN zich voorgoed gelegitimeerd.(2)

In 1989 blijft het racisme om zich heen grijpen. Uit het vierhonderd pagina’s tellend ‘regeringsrapport over racisme en vreemdelingenangst’, opgesteld door de Nationale Raadgevende Commissie voor Mensenrechten, blijkt dat in 1989 het dagelijkse racisme zich ver-

66

spreidt als een olievlek naar alle milieus en uithoeken. De vreemdelingenhaat begint bij het leven van alledag te horen. Het regeringsrapport signaleert in 1989 53 racistische gewelddaden, waarbij 1 dode en 30 gewonden vallen, doorgaans goed geïntegreerde migrantenjongeren, hetgeen bewijst dat integratie alleen niet volstaat om racisme te weren. De werkelijkheid is nog anders. De anti-racistische beweging MRAP telt zowat 250 dodelijke slachtoffers in het afgelopen decennium.

Vooral op plaatselijk niveau bestaat het racisme-taboe niet meer en schrikt een deel van rechts er niet voor terug een pact met het FN te sluiten. Afgezien van de morele winst - Le Pen wordt opeens erkend als serieuze politieke partner - is de zetelwinst veelbelovend. De gemeenteraadsverkiezingen van maart 1989 bevestigen de organisatorische vooruitgang van het FN: de partij heeft zo’n 14.000 kandidaten in 400 steden. Het FN haalt bij de verkiezingen in totaal 1.099 zetels, waarvan niet minder dan 621 op diverse rechtse eenheidslijsten!

Het racisme blijft het belangrijkste handelsmerk van het FN. Vlak voor de Euroverkiezingen van juni 1989 publiceert het Europarlementslid, Jean-Marie Le Chevallier, het boek Immigration en Europe. Attention danger. Op 18 juni 1989 stemmen 2.121.836 Fransen op het FN, dat zich stabiliseert op 11,8%, de gemiddelde score bij de afgelopen acht verkiezingen. ‘Wij nemen voortaan de derde plaats in het politieke machtsspel in,’ juicht National Hebdo.

Het FN is stilaan doorgedrongen tot in alle bevolkingslagen. Le Pen was al populair bij middenstand en vrije beroepen, nu verwerft hij voor het eerst een stevige tweede positie in de chique wijken van de hoofdstad - het zevende, achtste en zestiende arrondissement - en in Neuilly, waar de welgestelde bourgeoisie woont.(3) Daarnaast doet het FN het goed in de troosteloze wijken van de Parijse voorsteden en van de steden in het noord- en zuidoosten van het land. Afgestorven kolen en staal in Elzas-Lotharingen, algehele malaise in de noordelijke mijnstreek, stervende traditionele industrieën zoals scheeps- en machinebouw in Marseille zorgen er voor massale werkloosheid en toenemende sociale ongelijkheid.

Het FN krijgt 10 vertegenwoordigers in het Europarlement: Le Pen, Martine Lehideux, Bruno Mégret, Jean-Marie Le Chevallier, Yvan Blot, Bernard Antony, Bruno Gollnisch, Pierre Ceyrac, Claude Autant-Lara, Jacques Tauran, Jean-Claude Martinez.

67

Behalve de oude cineast Autant-Lara, lid van de Académie frangaise, zijn het stuk voor stuk politieke zwaargewichten. Op Autant-Lara en Ceyrac na, zitten ze allemaal in het politiek bureau van het FN. Ceyrac, de vertegenwoordiger van de Moonsekte, zit in het centraal comité.

Nieuw Rechts heeft twee prominente afgevaardigden: Mégret en Blot. Mégret is de ‘ideoloog’ en nummer twee van de partij. Hij is directeur van het theoretische tijdschrift Identité. Blot, stichter van de Club de l’Horloge en lid van de door Mégret opgerichte Wetenschappelijke Raad, is een verdediger van de ‘directe democratie’, lees het referendum. Daarmee hoopt hij de migranten buiten te kunnen werken. Zijn organisatie, de Association pour le développement de la démocratie directe, leunt ideologisch aan bij de ultra-liberale Friedrich von Hayek. Een andere ultra-liberaal, Jean-Claude Martinez, de FN-landbouwspecialist, ijvert zelfs voor de afschaffing van de inkomstenbelasting.

De conservatieve katholieken zijn vertegenwoordigd door Antony (stichter van het dagblad Présent en van Chrétienté-Solidarité, een vereniging van ultra-rechtse katholieken met vertakkingen in Oost-Europa, Zuid-Amerika en Azië), Gollnisch (prof aan Lyon III), Tauran (drukker van het FN-propagandamateriaal) en Lehideux (dochter van een hoge Vichy-functionaris en voorzitster van de Cercle national des femmes d’Europe, een vereniging die onder meer strijdt tegen abortus).

In de herfst van 1989 haalt de ‘hoofddoekencrisis’ de voorpagina’s. Op een middelbare school in het stadje Creil worden drie meisjes van school gestuurd omdat ze weigeren hun hoofddoek af te doen. De bekende filosoof Alain Finkelkraut verheft met zijn ‘verdediging van het lekendom’ de drie meisjes tot een ‘islamitische bedreiging’. Het FN volgt de zaak handenwrijvend en mag zich verheugen in nieuwe record-resultaten. Op 3 december 1989 keert Marie-France Stirbois bij tussentijdse verkiezingen in Dreux met 61% van de stemmen in het parlement terug. Ofschoon socialisten en communisten hun kiezers oproepen om Stirbois van de overwinning af te houden, verslaat zij haar gaullistische concurrent met brio. Het ‘republikeins’ front van traditioneel rechts en socialisten loopt uit op een totale mislukking.(4)

Toch tracht de regerende PS met alle macht het ‘republikeins front tegen racisme en immigratie’ te redden. Maar tot welk een prijs! Tot nu toe was integratie, tenminste in woorden, de prioriteit

68

van de PS, maar Le Pens succes heeft opeens de illegale immigratie tot gevaar nummer één verheven. De avond na de stembusuitslag in Dreux valt premier Rocard fel uit tegen vluchtelingen en illegalen. ‘Frankrijk kan niet de ellende van de hele wereld herbergen,’ aldus Rocard. De regering maakt onmiddellijk 50 miljoen FF vrij voor een snellere behandeling van de asielaanvragen. Ook de grenscontrole wordt opgevoerd. Op 10 december 1989 verklaart Mitterrand voor de tv: ‘De tolerantiegrens ten aanzien van de immigratie is al in 1982 bereikt’.(5)

Na de gebeurtenissen in het Zuidfranse Carpentras, in mei 1990, doet de PS nog forsere concessies om rechts voor een ‘republikeins front’ te strikken. Op het moment dat 34 joodse graven in Carpentras worden geschonden, treedt Le Pen op in een veelbekeken tv-show waarin hij de ‘macht van de joden in de media’ hekelt en het optreden van maarschalk Pétain probeert goed te praten. Op 16 mei 1990 geeft het dagelijks bestuur van de PS het lokale stemrecht voor immigranten, het enige programmapunt van allure, zonder slag of stoot prijs in een op één onthouding na unaniem aangenomen verklaring.

Nauwelijks is dit gebeurd of rechts eist nog kordatere maatregelen tegen immigratie. Rocard stelt een verscherpte controle voor van de toeristenvisa en hij belooft 250 bijkomende ambtenaren te belasten met het uitzetten van vreemdelingen.(6) Maar het kan allemaal niet baten. De rechtse oppositie weigert deel te nemen aan een rondetafelgesprek. Erger nog, op 10 juni 1990 treedt de FN’er, Pierre Vial, in Villeursbanne, een traditioneel socialistische gemeente in de buurt van Lyon, in het strijdperk bij tussentijdse kantonale verkiezingen. Vial geeft les aan de universiteit van Lyon III. Hij is een aanhanger van de seculiere tak van GRECE en zit in het centraal comité en de Wetenschappelijke Raad van het FN. Op 10 juni 1990 wint Vial 27,3% van de stemmen. Hij komt daarmee op de tweede plaats na de kandidate van de PS en verslaat de gemeenschappelijke kandidaat van RPR en UDF. Meteen zien de leiders van de oppositie zich geconfronteerd met de vraag wat ze hun kiezers moeten aanraden. Welke kwaal is de ergste? Alain Carignon, RPR-burgemeester van Grenoble, spreekt zich uit voor de socialistische kandidate en wordt op staande voet geschorst door RPR-voorzitter Chirac.

Dit soort reacties weerspiegelt niet alleen het wantrouwen van rechts ten opzichte van de PS, maar ook en vooral de angst voor het

69

FN, waarvan de ideologie als een gif steeds dieper in het politieke leven doordringt. ‘Nationale identiteit vereist gemeenschappelijke culturele en historische wortels. De Fransen hebben recht op een eigen identiteit,’ zo benadrukt Giscard eind november 1990.(7) Zijn trouwe luitenant, Michel Poniatowski, voegt eraan toe: ‘Mijn mening over de islamitische en Afrikaanse immigratie verschilt niet van die van Le Pen’.(8) Poniatowski en PR-voorzitter, Gérard Longuet, zijn voorstanders van een pact met Le Pen.(9) ‘Als zo’n stembusakkoord er niet komt zal Frankrijk niet meer Frankrijk zijn, maar een Afrikaanse en socialistische boulevard waar anarchie en decadentie heersen,’ waarschuwt Poniatowski.(10)

Halverwege 1991 leveren rechtse politici een concurrentieslag om Le Pen af te houden. Op 19 juni 1991 zegt Chirac in Orléans dat het aantal immigranten in Frankrijk ‘de drempel van het toelaatbare’ heeft overschreden. Er is sprake van een ‘overdosis’, aldus de RPR-voorzitter. Kort daarop kruipt hij in de huid van een Franse arbeider uit de Parijse wijk La Goutte d’Or, die met migranten op dezelfde étage woont. ‘Een vreemdelingenfamilie, bestaande uit een vader, drie of vier echtgenotes en een twintigtal kinderen, vangt vijftigduizend FF aan uitkeringen zonder te werken,’ hetzt Chirac. ‘Als U daar dan ook nog het lawaai en de geur aan toevoegt, dan wordt die Franse werker gek. Het is niet racistisch om dat te zeggen’.(11)

De socialistische regering heeft sinds jaren niet zo’n lage populariteit gehad. De nieuwe premier Cresson probeert op 8 juli 1991 daaraan wat te doen. Ze wil tonen dat de regering even doeltreffend als rechts tegen illegalen en vluchtelingen op kan treden. In het veelbekeken televisiejournaal van TF1 zegt Cresson zonder aarzelen chartervliegtuigen te willen inzetten om de duizenden illegalen weg te brengen. ‘De wet moet worden nageleefd. Als tien illegalen terug moeten keren, dan mogen we het niet bij 3,5 laten,’ onderstreept Cresson. En alsof het niet duidelijk genoeg is, legt zij uit: ‘Met charters vertrek je doorgaans met voordelige prijzen op vakantie. Onze speciale vluchten zullen echter geheel gratis zijn maar ze zullen dan wel geen vakantieoord als bestemming hebben.’ Het hek is nu van de dam. Giscard vergelijkt de immigratie met een ‘invasie’, tot genoegen van Le Pen die verklaart het politieke centrum van Frankrijk te zijn geworden, aangezien hij rechts is ingehaald.

De regionale verkiezingen van maart 1992 zijn een goede gelegenheid om de partij lokaal ‘in te wortelen’ met een fors aantal afgevaardigden. Het FN rekent op een doorbraak in de zuidelijke regio

70

Provence-Alpes-Cöte d’Azur (PACA), zes departementen met Marseille en Nice als belangrijkste polen. Het FN mikt op het presidentschap van de regionale raad - waarvoor de huidige president, de UDF’er Gaudin en de voetbalmiljonair Bernard Tapie namens de PS, de twee andere belangrijkste kandidaten zijn. Het FN hoopt op die manier RPR en UDF tot een bondgenootschap te dwingen bij de komende algemene verkiezingen.

De regio PACA is op één na de belangrijkste van Frankrijk. Le Pen is kandidaat voor het voorzitterschap van de regionale raad in het departement Alpes Maritimes, met Nice als belangrijkste stad. Deze luxueuze badplaats heeft een bijzondere erfenis en daarvan hoopt Le Pen zich meester te kunnen maken: Nice is ‘de oudste dochter van de nationale revolutie van Vichy’ en het koninkrijk van Jacques Médecin. Deze laatste was burgemeester van 1965 tot augustus 1990. Wegens talloze politieke, financiële en criminele affaires moest hij als eerste fraudulerende Franse burgemeester een goed heenkomen zoeken in Paraguay. Vanuit Punte del Este schrijft hij open brieven en spreekt hij per videoband zijn steun uit aan de campagne van Le Pen. Zijn dochter Martine is trouwens kandidate op de lijst van het FN.

Achter Le Pen staat Jacques Peyrat tweede op de FN-lijst in de Alpes-Maritimes. Peyrat vocht als para in Indochina en Algerije en is voorzitter van de Cercle national des rapatriés, een organisatie van pieds-noirs. Bij deze regionale verkiezingen fungeren verscheidene gewezen OAS’ers als lijsttrekker. Onder hen: Pierre Sergent (Pyrénées-Orientales), Jean-Baptiste Biaggi (Corsica), Roger Holeindre (Seine-Saint-Denis), Pierre Descaves (Oise).(12)

Op de FN-lijsten is ook plaats ingeruimd voor oud-collaborateurs. Roland Goguillot, alias Gaucher is kandidaat op de FN-lijst van Doubs (Besançon). De huidige directeur van het blad National Hebdo was in 1942 actief in de fascistische Jeunesses nationales-populaires. Paul Malaguti is lijsttrekker in Loiret. Malaguti, een gepensioneerd industrieel en lid van het centraal comité, was tijdens de oorlog lid van de Parti populaire francais (PPF) van Jacques Doriot. Vanwege zijn hulp aan de Gestapo werd hij ter dood veroordeeld. Na zijn vrijlating recycleerde Malaguti zich onder de schuilnaam Henz tot legionair. Hij vocht in Indochina van 1946 tot 1949.(13)Nadien was hij actief in de beweging van Poujade en in die van l’Algérie franfaise. Malaguti is bestuurder van Europaris-Conseils, een onderneming die het FN logistieke en financiële steun verschaft.(14) Ook oud-leden van Ordre Nouveau (ON) sieren de lijsten

71

van het FN. Onder hen Jacques Bompard en Jean-François Galvaire, stichter van ON en bestuurslid van de extreem-rechtse politie-vakbond FPIP.(15)

Het FN behaalt op 22 maart 1992 een behoorlijk resultaat. In totaal verzamelt het 3.396.141 stemmen (13,9%), ongeveer evenveel als bij de presidentsverkiezingen in 1988. De centrum-rechtse oppositie van liberalen (UDF) en gaullisten (RPR) verliest 6,3% en de PS zelfs 10,8%.(16) Het FN is nu in alle raden van de 21 Franse regio’s vertegenwoordigd met 239 afgevaardigden, dit is 104 meer dan in 1986. Ondanks de ietwat tegenvallende winstcijfers behaalt het FN plaatselijk soms indrukwekkende resultaten. Het is de tweede partij in vier belangrijke regio’s: Provence-Alpes-Cóte d’Azur, Ile-de-France, Rhóne en Alsace. Maar ook in gebieden zoals Bretagne, Centre en Normandie rukt de partij op. Opvallend is dat het FN in 30 grote steden meer dan 20% van de stemmen behaalt.

Met een landelijk gemiddelde van bijna 14% en een score rond 30% in sommige Zuidfranse plaatsen is het FN uitgegroeid tot een factor van betekenis. Le Pen en het FN hebben zich geworteld in het politieke landschap als platanen in de Provence. Er is sprake van ‘institutionalisering’, zoals dat heet in het wetenschappelijke jargon.

72

3. De nationale voorkeur - Inhoud

Op 30 maart 1990 begint het FN aan haar achtste en tot dusver grootste congres. 1.605 gedelegeerden zijn bijeengekomen in het luxueuze congrescentrum Acropolis te Nice om Le Pens ‘verovering van de macht’ luister bij te zetten.

Le Pens schoonzoon Jean-Pierre Gendron heeft het congresdecor ontworpen. Links op het podium prijken drie gestileerde rood-wit-blauwe vlammen. Ze komen terug op de wimpels die buiten aan de vlaggemasten wapperen. De hoekige letters FN daarop doen denken aan rünetekens. Midden op de achterwand staat de immense leuze ‘La France au pouvoir’. Het spreekgestoelte is een tricolore poot met wit blad dat blauwgrijs oplicht door de drie helblauwe neonbuizen in de traptreden. Daarachter het congreslogo: een rood-wit-blauw zeil, gebold door de wind.

De FN-leiders hopen dat het evenement bij het publiek het beeld zal bevestigen van een partij, die over goede kaarten beschikt om straks het bestuur van het land op zich te nemen. Vandaar dat de enscenering van het spektakel minstens evenveel aandacht krijgt als het politieke werk.

In de regie hoort ook de aanwezigheid van buitenlandse vedetten. Franz Schonhüber krijgt een VIP-behandeling. ‘Wij kunnen van het FN zeker wat leren,’ aldus de voormalige Waffen-SS’er, die op een cocktail in het befaamde Negresco-hotel oorlogsverhalen uitwisselt met een oud Waffen-SS’er, André Dufraisse, lid van het politiek bureau van het FN.(1) Antonio Mazzone, MSI-Europarlementariër, Raymond Graells Bofill, voorzitter van de Spaanse Juntas Espagnolas en Osani Kuboki, voorzitter van de World Anti-Communist League zijn present. Karei Dillen is verhinderd.

In zijn slottoespraak vat Le Pen de naderende ondergang van Frankrijk samen in de formule ‘politieke Aids’ (in het Frans, Sidaf. socialisme, immigratie, drugs en affairisme. Als contrast worden achter hem op een immens lichtblauw uitgelichte achterwand dia’s geprojecteerd van Franse landschappen en van Le Pen met zijn kleinzoon. Le Pen hoont de rechtse partijen weg met de vraag waarom ze nu tekeer gaan tegen de immigratie terwijl ze vroeger niets hebben gedaan. ‘Giscard wordt liever gekozen op onze ideeën dan verslagen op zijn eigen denkbeelden, maar ieder marketing-expert

73

weet dat het publiek toch altijd de voorkeur aan het origineel boven de copie geeft,’ vervolgt Le Pen.(2)

In hoeverre kan klassiek rechts de FN-avances weerstaan? Terwijl het FN in Nice bijeenkomt, houdt de rechtse oppositie (UDF, RPR, CDS, CNI) in Villepinte een ‘staten-generaal’ over de immigratie want, zoals Giscard het uitdrukt, rechts mag dit thema niet overlaten aan het FN. Rechts wil een verscherping van de grenscontrole, uitbreiding van de grenspolitie, automatisering van de visa-controle, een Europese grenspolitie en een Europese wetgeving tegen immigratie en misbruik ‘van het asielrecht’. Gezinshereniging mag pas worden toegestaan na tien jaar wettelijk verblijf. De oude wet-Pasqua moet opnieuw gelden zodat clandestiene immigranten, collectief, zonder enige vorm van proces, uit het land kunnen worden verwijderd.

Rechts houdt niet langer vast aan de gelijkheid van eenieder voor de wet. Het wil de sociale rechten van de buitenlanders ernstig beknotten door de uitkeringen die de staat betaalt, zoals kinderbijslag en bijstand, af te schaffen. Tenslotte wil het de nationaliteitswet verscherpen. Kinderen van immigranten die in Frankrijk zijn geboren, zouden de nationaliteit moeten aanvragen en die niet meer automatisch krijgen. Giscard wil daarover zelfs een referendum organiseren.(3) Voor de vorm blijft rechts nog achter' ‘integratie’ staan, maar concrete politieke en financiële voorstellen ontbreken bijna geheel. ‘Als naaperij vleit, is Le Pen één van Europa’s meest gevleide politici,’ schrijft The Economist.(4)

De frustraties van de jonge migranten zijn groot. Traditionele politici zijn maar matig geïnteresseerd in mensen die niet kunnen stemmen. Voor de werkgevers lijken ze niet meer te zijn dan een arbeids-reservoir en voor de politie een openbaar-orde-probleem. De gevolgen kunnen niet uitblijven. De invloed van de jonge migranten is grotendeels beperkt tot protesteren, want ze hebben zelfs geen democratisch instrument zoals stemrecht om uiting te geven aan hun legitieme aspiraties.

Op 7 oktober 1990 komt de 21-jarige Thomas Claudio, de duo-passagier van een jonge motorrijder, om het leven na een aanrijding met een politiewagen in Vaulx-en-Velin, een voorstad van Lyon. De migranten - 40% is jonger dan twintig jaar - vormen er een kwart van de bevolking. De reacties van een jarenlang gediscrimineerde groep zijn doorgaans niet ordelijk. Jongeren steken in de

74

sociale wijk Mas-du-Taureau tientallen auto’s in brand en vernielen het gloednieuwe commerciële centrum. De ongeregeldheden houden vier nachten aan.

Op 26 maart 1991 wordt Djamel Chettou, 18 jaar oud, na een ruzie doodgeschoten door de bewaker van de supermarkt Euro-marché in de Indië-buurt van de Parijse slaapstad Sartrouville. De plaats van het zoveelste drama is dit keer een troosteloze cafetaria, zowat het enige trefpunt van de veelal werkloze jongeren. In de nacht na het overlijden komt het tot een gewelddadige uitbarsting van woede, waarbij winkels worden geplunderd en auto’s in de vlammen opgaan.

Twee maanden later doen soortgelijke incidenten zich voor in Mantes-la-Jolie, 50 kilometer ten westen van Parijs. De verpauperde wijk Val-Fourré telt dubbel zoveel zittenblijvers en werklozen (20 procent) als het nationale gemiddelde. De helft van de gezinnen heeft een minimaal inkomen.(5) Alles begint met de ‘hardhandige’ arrestatie van Aïssa Ihich in Val-Fourré. De politie stuurt Aïssa’s ouders wandelen, wanneer ze medicijnen komen brengen voor hun aangehouden zoon, een astmapatiënt. De jongen overlijdt in de politiecel. Daarop verliest een politieagente het leven na een botsing met snelrijdende jongeren. En dat is nog niet alles. De politie schiet op de koop toe een tweede jonge Algerijn dood.

De socialistische regering schrikt op. Bij gebrek aan een positief minderhedenbeleid gebaseerd op gelijke rechten en gelijke kansen kan de kersverse premier Cresson maar één ding bedenken: noodplannen om de situatie in de hand te krijgen. Twee maanden na Vaulx-en-Velin presenteerde ze al een renovatieplan voor ‘probleemwijken’, vierhonderd in getal, en creëerde ze een heus ‘ministerie van de Stad’ onder leiding van politiek zwaargewicht Michel Delebarre, als betreft racisme een stedebouwkundig probleem. Nu, amper drie dagen na de dood van de politieagente, heeft de regering een nieuw noodplan klaar.

Ordehandhaving komt op de allereerste plaats. Voor eind 1992 komen er 700 nieuwe politieposten bij in de voorsteden. Jonge migranten worden aangemoedigd hun kandidatuur te stellen. Vijftienhonderd leerling-agenten zullen op stage gaan naar de ‘gevoelige zones om hun job te leren’. Op vraag van de politie komt er een crisis-en-coördinatiecel, zoals ten tijde van de Golfoorlog.

De minister van Justitie voorziet de oprichting van een tiental ‘experimentele gerechtshuizen’ voor het einde van het jaar. Zij moe

75

ten ‘snelrecht’ toepassen om de kleine criminaliteit te beteugelen.(6)Wat het aspect ‘integratie’ betreft blijft de regering steken in ‘afkoelingsplannen’: extra geld voor kleinschalige projecten, enkele duizenden jongeren die door boeren en staatsbosbeheer op het platteland worden opgevangen, speciale sportactiviteiten in de buurten. Kostprijs van het ‘noodplan’: zo’n 140 miljoen FF.

‘Door de voyous en oproerkraaiers financieel te belonen gooit de regering nog olie op het vuur en wakkert ze de opstand aan,’ fulmineert Le Pen. Hij buit de ‘rassenrellen’ zoveel mogelijk politiek uit. De ex-para roept de herinneringen op aan oktober 1961 toen ‘meer dan honderdduizend Algerijnen de straten van Parijs innamen’. Dat de ordediensten daarbij demonstranten ombrachten en in de Seine gooiden, doet even niet terzake.(7) Het FN wil laten geloven dat er zoiets als ‘omgekeerd racisme en kolonialisme’ bestaat. Het heeft zelfs een mantelorganisatie met de toepasselijke naam Alliance générale contre le racisme et paar le respect de l’identité franfaise (AGRIF), geleid door de onvermijdelijke Bernard Antony. AGRIF legt klachten neer tegen uitingen van ‘anti-Frans racisme’. Antony: ‘Mijn gedachten gaan uit naar duizenden van mijn landgenoten, mannen en vrouwen, jonge kinderen en oude dames die beroofd, verkracht, vermoord en aangevallen zijn door het plebs dat in zijn eigen land strenger behandeld zou worden als in ons land en dat ik niet verwar met al die immigranten die we willen helpen opdat ze in hun eigen land kunnen leven en werken’.(8)

Mégret borduurt op deze ideeën voort. ‘De regering organiseert de invasie van ons land,’ zegt hij. ‘Ze pleegt verraad en werkt de kolonisatie van Frankrijk in de hand. Alom heerst onveiligheid. Etnische bendes stellen de wet met alle gevolgen vandien: diefstallen, verkrachtingen, plunderingen, brandstichtingen en agressies’.(9) Het FN begeeft zich zelfs op ‘militair’ terrein. Le Pen spreekt over ‘burgeroorlog’ en over ‘vrijplaatsen’ waar de politie niet meer kan gaan en staan waar ze wil. Op een bijeenkomst van Eurorechts, begin juni 1991 in de Londense Queen Elizabeth, stelt hij voor om paracommando’s in te zetten bij de herovering van hele stadswijken op de ‘buitenlandse bezetters’. ‘De te verwachten bezetting van ons grondgebied door een pak vreemdelingen kan uitlopen op een oorlogslogica,’ stelt Le Pen.(10)

Het vijandbeeld wordt voortdurend aangescherpt. ‘Het enige verschil tussen een clandestiene immigrant en een vijandige soldaat is dat de ene wel en de andere niet gewapend is,’ betoogt Le Pen

76

voor een gehoor van militairen op een bijeenkomst in de Var.(11) Het kan niet anders of deze permanente verbale agressie laat sporen na. Op 19 juni 1991 roepen FN-betogers in Parijs leuzen als: ‘Frankrijk aan de Fransen’, ‘De politie met ons’, ‘Socialisten, terroristen’ en ‘Geweren in de voorsteden’.(12)

Vanaf nu spreekt niet alleen het FN over een niet-verklaarde oorlog tussen Europa en de vreemdelingen. Op 21 september 1991 levert Giscard aan Figaro-Magazine een bijdrage, getiteld ‘Immigratie of invasie?’. Met zijn controversiële term ‘invasie’ suggereert Giscard dat vreemde horden Europa en Frankrijk omsingelen en binnenvallen. Le Gallou nodigt, niet zonder ironie, Giscard uit om bij het FN aan te sluiten.(13) Poniatowski doet er nog een schep bovenop. ‘Eén miljoen clandestienen komt overeen met 100 divisies. Weliswaar zijn ze niet gewapend, maar ze drukken toch hun stempel op onze levensvoorwaarden en onze nationale identiteit,’ zegt hij.(14)

In dit klimaat kan het FN haar vreemdelingenprogram risicoloos verscherpen. Het gaat er ook om de politieke druk op de traditionele partijen op te voeren. Op 16 november 1991 presenteert Bruno Mégret, op een studiedag in Marseille 50 maatregelen om het immigratieprobleem op te lossen’.(15)

Met Le Pen in het Elysée wordt Frankrijk een vesting. De te liberaal bevonden akkoorden van Schengen worden opgezegd. Nieuwe niet-Europese migranten worden niet meer toegelaten, ook niet in het kader van familiehereniging. Niet-Europeanen moeten aan de grenzen een ‘diepgaande gezondheidscontrole’ ondergaan, inclusief een aids-test. ‘Wij zijn niet het ziekenhuis voor de hele wereld. Het is onverantwoord en crimineel hier te spreken over mensenrechten. We moeten luisteren naar hetgeen de Afrikaanse landen te zeggen hebben, die hulp en bijstand vragen, maar de Afrikanen moeten in Afrika worden verzorgd. Wij kunnen en wij moeten onze grenzen sluiten!,’ aldus Martine Lehideux, FN-Europarlementariër en voorzitster van de Cercle national des femmes d’Europe.(16) Niet-Europese bezoekers moeten voor aankomst aan de grens een ‘voldoende afschrikwekkende borg’ storten. Het FN noemt in dit verband 100.000 FF! De maatregel is bedoeld om het zogenaamde ‘valse toerisme’ tegen te gaan. Gevolg: alleen zeer gefortuneerden zullen Versailles nog kunnen bewonderen. Mégret en het FN willen een streng apartheidsregime invoeren. Fransen krijgen voorrang als het om werk of onderwijs gaat en bij het toekennen van sociale woningen

77

of voorzieningen. Onder het mom van ‘ontmanteling van de etnische getto’s’ moeten niet-EG-migranten meteen hun sociale woningen uit. In de scholen worden ‘quota voor buitenlandse kinderen’ ingesteld. Kinderbijslag en de wettelijke minimum-uitkeringen komen alleen nog aan Fransen toe. Niet-EG’ers krijgen een apart stelsel van sociale zekerheid. Werkgevers moeten voor buitenlandse werkkrachten een speciale belasting betalen. Bedrijven dienen eerst buitenlanders te ontslaan. Na een bepaalde termijn worden de werkloze niet-EG-migranten onherroepelijk over de grens gezet.

Door middel van een nieuw kwaliteitslabel ‘gefabriceerd in Frankrijk door Fransen’ worden raszuivere produkten gepromoot. De opening van ‘kathedraal’-moskeeën, islamitische scholen of centra wordt tegengewerkt. Subsidies aan migrantenorganisaties vallen weg. Aan de ‘anti-Franse discriminatie’ wil het FN een einde maken door de racisme-wetten en het migrantenstemrecht bij sociale verkiezingen af te schaffen. Het FN zal de politiediensten versterken om illegalen op te sporen. Die worden ondergebracht in ‘goed bewaakte kampen’, gelegen in de onmiddellijke omgeving van havens en vliegvelden, vanwaar ze dan per boot of per charter worden teruggestuurd. Veroordeelde vreemdelingen moeten nog voor hun vrijlating het land uit. Vreemdelingen, die hun echte identiteit achterhouden, hangt een gevangenisstraf van vijf jaar boven het hoofd. Langdurige verblijfsvergunningen worden afgeschaft.

De nationaliteitswet zal ingrijpende veranderingen ondergaan. Nu hebben kinderen, mits ze geboren zijn op Frans grondgebied uit ouders die er minstens 5 jaar wonen, automatisch recht op de Franse nationaliteit. Dit ‘recht van de grond’ zal, als het van het FN afhangt, het veld ruimen voor het ‘recht van het bloed’, net zoals onder het Vichy-bewind. Dan zijn alleen kinderen van Franse ouders ‘Frans’. Wie wil worden genaturaliseerd, moet eerst tijdens een ‘proefperiode’ bewijzen dat hij de status waardig is. De gelukkigen moeten ‘een eed van trouw aan de natie zweren’ en hun eigen culturele identiteit verloochenen. Het FN wil alle naturalisaties sinds 1974 herzien. Het introduceert hiermee wetgeving met terugwerkende kracht, wat geen enkele Franse regering, behalve die van Vichy, ooit heeft aangedurfd. Vooral deze laatste maatregel lokt een golf van kritiek uit, maar het kan Madiran, directeur van het ultrarechtse dagblad Présent niet deren. In 1964 besliste het Franse parlement dat misdaden tegen de mensheid niet verjaren, zodat de Vichy-oorlogsmisdadigers Touvier, Papon en Bousquet alsnog kunnen worden vervolgd. Dat is pas een verwerpelijke retro-actieve

78

wetgeving, roept Madiran uit.(17) Het 50-puntenprogramma van Mégret ademt volop de geest van Vichy. Zo wil Mégret de schoolboeken zuiveren van alle ‘cosmopolitische verwijzingen’.

Jean-Claude Bardet, hoofdredacteur van het FN-tijdschrift Identité, plaatst dit 50-puntenprogram in het kader van de raszuiverheid en van de met uitroeiing bedreigde blanke menssoort. ‘Frankrijk maakt deel uit van de blanke wereld,’ aldus Bardet, die verder ‘de georganiseerde volkenmoord op het Franse volk’ hekelt.(18) Bardet verbindt zelfs de milieuproblematiek met de overleving van het Franse volk. ‘De verdediging van het milieu hangt samen met de strijd tegen de immigratie en het cosmopolitisme, die de Franse culturele identiteit en de eenheid van onze natie ondermijnen,’ aldus Bardet.(19)

Ook Mégret, een van de meest ontwikkelde leden van de FN-leiding, plaatst de anti-immigrantenpolitiek in een ‘ecologische’ context. De cultus van de raszuiverheid, verbonden met de zuiverheid van de natuur, is een wezenlijke trek van de nazi-ideologie. Toen en nu is het doel het blanke ras sterk en zuiver te houden. Tot nu toe heeft het FN het racisme omzwachteld met ‘culturele’ argumenten. Nu wordt stilaan duidelijk dat het ‘culturele’racisme alleen maar een ander woord is voor het ‘biologische racisme’. Mégret: ‘Ecologie is in de eerste plaats trouw aan de wetten van de natuur, dat wil zeggen dat ook rekening moet worden gehouden met de weigering van de rassenvermenging en het verlies van eigen identiteit (...) Waarom strijden voor het voortbestaan van diersoorten en terzelfdertijd het beginsel accepteren dat de menselijke rassen zullen verdwijnen door algemene vermenging?’(20)

79

4. Anti-sociaal - Inhoud

De ultra-liberale slogans en koppen in Pour la France, het FN-program uit 1985, liegen er niet om: ‘De onderneming en de economie bevrijden’, ‘Het socialisme verwekt werkloosheid’, ‘Eigendom is vrijheid’, ‘Geen gelijkheid via maar voor de belastingen’.

Wat stelt het FN-program concreet voor in 1985? Absolute vrijheid voor de ondernemer om personeel af te danken. Flexibilisering van de arbeid om de ondernemingswinsten op te voeren. Afschaffing van sociale verworvenheden als de vijf weken vakantie, de 39-uren-werkweek, het minimum-salaris en de minimum-uitkering. Liberalisering van de doktershonoraria. Ontmanteling van de gezondheidszorg die wordt herleid tot de zware risico’s.

Het bedrijfsleven en de hoogste inkomens daarentegen worden geriefd met afschaffing van de belasting op de meerwaarde en op de grote fortuinen. Verder wil het FN de BTW verhogen waardoor weeral de bescheiden mensen het gelag betalen. Het FN wil het aantal ambtenaren drastisch verminderen en alle staatsbedrijven, op de Banque de France en de Conseil national du crédit na, privatiseren. De staat zal bijna alleen nog een repressieve functie hebben: defensie, justitie, politie en buitenlandse zaken. Allemaal punten die duidelijk maken dat het FN de grote ideologische tegenstander is van solidariteit en gelijkheid.

‘De tegenstander schildert ons af als anti-sociaal en een partij voor de rijken,’ constateert Mégret.(1) Uitgerekend de meest extremistische vleugel rond Roger Gaucher, oud-collaborateur en lid van het politiek bureau, probeert een andere koers uit te zetten. Na de gemeenteraadsverkiezingen in 1989 schrijft Gaucher in Magazine Hebdo: ‘Het FN kan niet overwinnen tenzij het nieuwe, linkse kiezers aantrekt. Ik vind dat wij ons te weinig inspanningen in de richting van de arbeiders hebben getroost. Het door sommigen bejubelde ultra-liberale programma heeft me nooit kunnen bekoren.’ Gaucher weet dat de vooroorlogse fascistische beweging met een misleidend socialistisch en nationalistisch discours een deel van de arbeidersklasse op haar hand wist te krijgen. In Présent en National Hebdo, bladen die voor het FN supporteren, zijn de termen ‘vader-

80

landsloos kapitalisme’, ‘cosmopolitische concerns’ en ‘Europese plutocratie’ niet van de lucht.

Op de zomeruniversiteit medio 1991 bevestigt Carl Lang, de secretaris-generaal van het FN: ‘Wij moeten een extra inspanning leveren op het sociale terrein’. En Le Gallou zegt in dezelfde trant: ‘Wij zijn het best geplaatst om de PC te kraken en de brokstukken ervan te recupereren. Wij moeten begrip opbrengen voor de communistische kiezers en hen uitleggen dat ons programma van nationale voorkeur het werkelijke sociale antwoord is. De immigratie hindert zowel rijk als arm’.(2)

Vlak voor de regionale verkiezingen, begin maart 1992, ontvouwt Bruno Mégret een sociaal-economisch 51-puntenprogram dat naadloos aansluit op de 50 maatregelen die het FN in november 1991 tegen de migranten bekendmaakte. Mégret herhaalt nog eens dat woningen, gezinsbijslag, sociale voorzieningen en banen moeten worden gereserveerd voor Fransen. De meest onpopulaire kanten van Pour la France worden afgevijld. Het FN spreekt zich nu opeens uit voor het behoud van het minimum-salaris, vijf weken vakantie, de minimum-uitkering en de 39-urenwerkweek.

Verder verandert er niet zoveel. De FN-voorstellen leiden tot nog grotere ongelijkheid en tot amerikanisering, het afglijden naar een jungle-achtige kapitalistische maatschappij waarin het recht van de sterkste de norm is. De ‘strijd tegen de armoede’ is voor het FN eigenlijk een kwestie van liefdadigheid. Alcoholisten en drugsgebruikers worden door ‘arbeid en terugkeer naar de oude waarden’ heropgevoed. Charitatieve instellingen worden fiscaal begunstigd. Het FN moedigt de rijken aan om zich als ‘peter’ te ontfermen over noodlijdende landgenoten. Het FN beschikt sinds 90 over twee organisaties die de naastenliefde ten aanzien van de ‘eigen armen’ prediken: de Cercle national des francais défavorisés (CNFD) en Fratemité franfaise (FF).(3) Het FF-devies is: ‘Fransen helpen Fransen’.(4) Fratemité française heeft veel weg van Hitlers Winterhilfe, waarmee de nazi’s aanvankelijk werklozen en sukkelaars uit de nood hielpen.

Het 51-puntenprogram is doordesemd met corporatisme. Het wil de arbeidersstrijd uitbannen want ‘de onderneming is niet langer een plaats van confrontatie tussen werkgever en werknemers, maar een waarachtige werkgemeenschap waarin iedereen aan zijn trekken komt, onafhankelijk van de funktie die hij bekleedt’. In dezelfde lijn ligt het FN-voorstel om de stakingsvrijheid te regie-

81

menteren en het ‘monopolie’ van de vijf representatieve vakbonden af te schaffen.

Om het ‘volkskapitalisme’ te ontwikkelen wil het FN de Fransen faciliteiten toestaan bij de aankoop van een sociale woning en bij het verwerven van aandelen in de geprivatiseerde staatsbedrijven. De welgestelden wordt een verlaging van de belasting op erfenissen in het vooruitzicht gesteld. Door opnieuw de arbeidsverhoudingen te individualiseren zet het FN vakbond, CAO’s en arbeidswetgeving op de helling. Werkgevers zullen, niet meer gehinderd door wat het FN ‘bureaucratische’ dwangmiddelen noemt, volkomen vrij zijn om personeel aan te werven en te ontslaan. Voorts worden de ondernemers gepaaid met een verlichting van de sociale en fiscale lasten en met de mogelijkheid van deeltijdarbeid.

Het lijdt geen twijfel dat het FN partij kiest voor de de werkgevers. Ook op Europees vlak, verzet de partij zich hardnekkig tegen de geringste sociale maatregel. ‘Bepaalde maatregelen van de Commissie Sociale Zaken zijn irrealistisch en demagogisch, zoals de wekelijkse arbeidsverkorting tot 35 uur of het verbod op nachtarbeid (...) De gevolgen van dit maximalisme zijn bekend: veel te hoge sociale lasten en loonkosten voor de ondernemingen. Door de werknemer teveel te willen beschermen, loopt men het risico het bestaan van de onderneming in gevaar te brengen en bijgevolg ook dat van degene die men dacht te verdedigen: de werknemer zelf,’ aldus Le Chevallier.(5)

Alles wijst erop dat het FN de ‘verzorgingstaat’, met zijn sociale wetgeving en gegarandeerde goederen en diensten, voor een goed deel wil laten verdwijnen. ‘Kortere werkweek, algemene sociale zekerheid, enzovoort. Deze zogenaamde sociale ideeën zijn niet nieuw. Het zijn die van de decadente patriciërs van het keizerlijke Rome, die het volk geen werk boden, maar brood en spelen,’ aldus Bernard Antony.(6)

Wat de sociale zekerheid betreft denkt de partij voor alles aan ‘bezuinigen’, hetgeen neerkomt op het snijden in duur en hoogte van de uitkeringen. Het FN vindt dat het stelsel veel soberder kan. Zo klaagt Mégret erover dat de kassen van de sociale zekerheid veel te hoge werkingskosten veroorzaken en dat het personeel er zich veel te gemakkelijk ziek meldt.(7) Ook bepleit het FN een proces van privatisering waardoor sociale voorzieningen worden overgeheveld van de overheid naar de vrije markt. Het FN is voorstander van decentralisatie en van een ‘gezonde concurrentie’ met particuliere ziekenfondse

82

en verzekeringsmaatschappijen. Zo ontstaat onvermijdelijk een sociale zekerheid met twee versnellingen, één voor de rijken en één voor de armen. ‘Wie voor alles wil gedekt zijn, zal er ook de prijs voor betalen. Wie zich vergenoegt met een minimale bescherming moet minder afdragen,’ aldus Mégret.(8) Voor de gepensioneerden heeft Le Pen deze troost: ‘Gelijkheid is communisme.’ Hij wil het bestaande pensioenstelsel vervangen door een kapitalisatiesysteem, waarbij iedereen zelf spaart voor z’n toekomstig pensioen.(9)

Om haar sociaal-economisch programma ingang te doen vinden, heeft het FN sinds 1984 een brede scala van corporatistische Kringen opgebouwd. Eén van de belangrijkste is Entreprise moderne et liberté (EML), onder leiding van Jean-Michel Dubois, lid van het centraal comité van het FN en tevens van de Parijse Kamer van Koophandel. Secretaris-generaal van EML is André Dufraisse, die voor de oorlog actief was in de fascistische Parti populaire francais (PPF). Vanaf 1941 vocht hij in het Légion des volontaires francais contre le bolchévisme (LVF) onder meer aan het Oostfront. Na de bevrijding vluchtte hij naar Duitsland. Dufraisse bekleedde in 1960 een leidinggevende functie in het Front national pour l’Algérie frangaise (FNAF). Hij werd vervolgd wegens OAS-activiteiten. Deze boezemvriend van Le Pen zit in het politiek bureau.

Het EML zou zo’n 10 duizend leden tellen. Het overkoepelt een veertiental ‘Kringen’ die georganiseerd zijn op basis van bedrijfstakken en beroepsgroepen: onder andere ondernemingen (Cercle national de l’entreprise; verantwoordelijke: Jean-Michel Dubois), banken (CN des banques; verantwoordelijke: Jean-Michel Rudent, een bankdirecteur en militant van het Centre Charlier van Bernard Antony), justitie (CN droit et liberté; verantwoordelijke: Jean Baptiste Biaggi, regionale afgevaardigde voor het FN in Corsica), gezondheidszorg (CN de la santé; verantwoordelijke: dokter Jacques Lafay), kunst en cultuur (CN art et culture; verantwoordelijke: Constance Lambert). Volgens het corporatische model groeperen de Kringen werkgevers, werknemers en kaderleden. Vele Kringen kennen een wisselend succes en sommige leiden eigenlijk een sluimerend bestaan.

Het EML oriënteert zich vooral op de kleine en middelgrote ondernemingen. Maar het aantrekken van de captains of industry is voor het FN minstens even belangrijk. Vooraanstaande bedrijfsleiders meden Le Pen lange tijd. Naarmate het FN groeide, balanceerden sommigen op de grens van klassiek en extreem-rechts. In augustus

83

1991 publiceert L’Humanité een uitnodigingsbrief van Jacques Vieljeux, topman van de groep Delmas-Vieljeux, een gigant in de transportsector. Vieljeux arrangeerde op 21 januari 1986 in het geheim een onderonsje van Le Pen en de zakenlui Jean-Pierre Guerlain, Philippe Delagrange en Jacques Poullain.

Langzaam maar zeker achten sommige notabelen en kapitalisten Le Pen een figuur met wie ze zich nu eindelijk in het openbaar kunnen vertonen. De Cercle de Tocqueville en de Cercle Renaissance spelen hierin een sleutelrol. Zij vervullen een brugfunctie tussen het FN en de hoge burgerij die tot nu toe vooral partij koos voor klassiek rechts, de gaullistische RPR en de liberale UDF. De twee Kringen trachten de economische elite te winnen voor een alliantie FN-RPR-UDF bij de algemene verkiezingen van 1993 en de presidentsverkiezingen van 1995. De Cercle Renaissance wordt geleid door Michel de Rostolan, een ex-lid van Occident en lid van het centraal comité van het FN. Behalve een veertigtal FN-kaderleden, telt de Cercle Renaissance een pak edellieden, geneesheren, professoren en kunstenaars. Het is bekend dat een deel van de oude maar niettemin kapitaalkrachtige adel Le Pen een warm hart toedraagt. In januari 1988 steunden graaf Jacques de Ricaumont, prins Alain Murat en barones Laurence Bich, de vrouw van de stichter van het Bic-imperium, Le Pens kandidatuur voor het presidentschap. De Cercle Renaissance onderhoudt contacten met ultra-rechtse kringen in de VS, onder meer met de anti-communistische wereldliga WACL en met Larry Mac Donald, de leider van de John Birch Society.

De Cercle Alexis de Tocqueville is midden 1991 opgericht door Henri Josseran (OAS en Occident'), Jean-Michel Schoeler (RPR) en Jean-Michel Dubois (FN, voorzitter van EML). De geliefkoosde formule van de Cercle is het ‘diner-débat’ in één of ander vermaard hotel. Eerste gastspreker, op 25 november 1991, is Michel Poniatowski. Op het tweede diner-débat, op 17 februari 1992, voert Le Pen in het Parijse Grand Hotel het woord voor een keur van 340 Armgleden. Onder de toehoorders bevindt zich François Suarez d’Aulan, handelaar in champagne (Piper Heidsieck), een belangrijke mecenas van het FN. Andere aanwezigen zijn Alain Mosconi, Jacques Henriquet en Yves Leridan.(10) Het zijn mannen van naam in de bedrijfswereld want het gaat om de directeur van Fiat-France, een topman van Renault en de directeur van het wereldberoemde delicatessenhuis Fauchon. Hun aanwezigheid zegt veel over de groeiende verstandhouding tussen het FN en een deel van de zakenwereld.

84

Het FN wint stukje bij beetje terrein bij de hoge burgerij, maar het FN slaat nog beter aan bij de middenklasse en de middengroepen. Het FN heeft lang de boeren links laten liggen, maar het getroost zich nu veel moeite om dit goed te maken. In 1990 sticht FN-Europarlementariër Jean-Claude Martinez de Cercle national des agriculteurs de France (CNAF). Tot december 1991 wordt het CNAF geleid door Alexis Arette, ex-OAS’er en oud-voorzitter van de rechtse boerenbond, de Federationfranfaise de l’agriculture. Het CNAF beschikt naar eigen zeggen over zo’n 10.000 militanten, verspreid over 40 departementen. Zo zou het CNAF en het FN op heel wat sympathie kunnen rekenen bij de wijnbouwers in Champagne, Bourgogne en Bordelais.(11) Het CNAF telt in zijn rangen namen als graaf Jean d’Ogny en de wijnbouwer Jacques Robert. Het recruteert vooral ontevreden boeren die zich in de steek gelaten voelen door de grote gematigde boerenbonden, zoals de FNSEA. Deze organisatie met 600.000 leden heeft wel kritiek op het Europees landbouwbeleid, maar acht het in grote lijnen niet ongunstig voor de Franse boeren.

Dat gematigde standpunt wordt echter bij lange na niet gedeeld door het FN en het CNAF. In 1985 bejubelde Le Pen nog de Europese landbouwpolitiek, maar nu haalt het FN almaar scherper uit naar ‘de Eurocratie’. De woede van het CNAF wordt gewekt doordat de Europese ministers van Landbouw op 21 mei 1992 akkoord gaan met een nieuwe, fundamenteel gewijzigde landbouwpolitiek. Die houdt in dat de garantieprijzen van graangewassen de komende drie jaar met 29% dalen. Wel komen er voor de garantieprijzen directe steunmaatregelen in de plaats. Voor rundvlees geldt een vermindering van 15%. Wat de CNAF-boeren het ergste vinden, is dat ze 15% van hun grond braak moeten laten liggen. Dat bestempelen ze als tegennatuurlijk. Alles bij elkaar betekent het Europese landbouwbeleid dat de ‘vrije boer’ een ‘uitkeringstrekkende’ wordt, beweert het CNAF. Wat is het FN-alternatief? Naast een verregaand protectionisme bepleit het FN afschaffing van de grondbelastingen en van de successierechten, uitstel van betaling van schulden en van sociale premies en afschaffing van productiequota.

Het FN tracht ook de middenstand op haar hand te krijgen. Meer bepaald heeft het FN haar oog laten vallen op het Comité de défense des commerfants et artisans (CDCA). Deze poujadistische beweging schrijft in haar programma: ‘Onze eisen zijn: afschaffing van alle inkomsten die niet voortkomen uit arbeid, nationalisatie van

85

grote concerns en behoud van een gezonde middenstand’. Lid van het nationaal bureau van het CDCA is Jean-Gilles Malliarakis, animator van de neo-fascistische beweging Troisième Voie. Malliarakis, een virulent anti-semiet en formeel anti-kapitalist, is een bewonderaar van Mussolini en van de corporatische theoreticus La Tour du Pin.(12)

Volgens het CDCA zitten de kleine handelaars en ambachtslui - de ‘nieuwe slaven van deze tijd’ - in de wurggreep van de fiscus, de sociale zekerheid en de grootwarenhuizen. Het CDCA telt naar eigen zeggen 150.000 leden, ongetwijfeld een geflatteerd cijfer. De organisatie beoogt vooral een hervorming van de sociale zekerheid. Haar aanhangers gebruiken daarbij het niet betalen van sociale premies als drukkingsmiddel en voeren een regelrechte oorlog tegen de sociale kassen en het gerecht. Geweld, vernieling en gijzeling worden niet geschuwd. Op 28 juni 1990 leggen 1.200 aanhangers een blokkade rond het gerechtsgebouw van Toulon, waar handelaars en ambachtslui moeten verschijnen wegens het niet betalen van hun sociale premies. In totaal heeft het CDCA reeds een honderdtal commandoacties op haar actief. In mei 1991 wordt een pensioenkas in Nantes kort en klein geslagen en de directie gegijzeld.

De drie miljoen werklozen vormen een speciale doelgroep. Sinds begin 1990 is het Front anti-chomage actief. Deze FN-mantelorganisatie heeft ten doel ‘de werktuigen te beschermen tegen sabotage, de Franse arbeiders te behoeden voor agressie in de onderneming, het anti-Franse racisme een halt toe te roepen, de vrije toegang tot de arbeidsplaats te verzekeren en het syndicalisme van grootvader te hervormen’.(13) Het publiceert het tijdschrift Le Chómeur francais en plaatst werkaanbiedingen in National Hebdo.

Tot nu toe is de georganiseerde FN-aanwezigheid in de bedrijven en de arbeidersvakbonden nog marginaal, al heeft het EML Kringen in sectoren zoals openbaar vervoer (Cercle national RATP), spoorwegen (CN SNCF), taxivoerders (CN taxis), vrachtvervoerders (CN transports routiers), piloten (CN Réagir), openbaar ambt (CN de la fonction publique) en havenarbeiders (CN mer etports). Deze Kringen, die grotendeels alleen op papier bestaan, verenigen arbeiders en kapitalisten want in de FN-visie hebben ze parallele belangen.

Waartoe zoiets al kan leiden, bewijst het voorbeeld van de Cercle national RATP. Deze Kring strijdt tegen ‘de onveiligheid, het wild geweld en het terrorisme.’ Tijdens de staking van het openbaar ver-

86

voer in januari 1987 maakten leden van deze Kring zich verdienstelijk als stakingsbreker onder het motto dat ‘gepolitiseerde en communistische stakers de Fransen gijzelden’.(14)

Het FN adviseert haar leden om te infiltreren in de erkende vakbonden en om zich daarbij niet al te vlug bloot te geven. In december 1990 publiceert National Heb do, het blad van Roland Gaucher, de Gids voor de militant. Hierin staat te lezen: ‘De militant kan de bevoorrechte gesprekspartner worden van directie en personeel en op die manier kostbare informatie vergaren. Hij kan zijn boodschap verspreiden, doordringen tot de bestuursorganen van de ziekenfondsen, en de ondernemingsraden uit de greep van de marxisten verlossen.’ National Hebdo probeert met een citaat van Maurras de militanten een hart onder de riem te steken: ‘Ook al ben je niet sterk. Als je de juiste plaats en het gunstige moment uitkiest, dan kun je een brede achterban verwerven’.(15)

87

5. De partij - Inhoud

Het FN laat bij verkiezingen het geld stromen. Zo bedraagt het officieel FN-budget voor de presidentsverkiezingen in 1988 36 miljoen FF.(1) Vijf miljoen daarvan is afkomstig van de fractie Eurorechts die een lening aan het FN toestond en voorts bracht de verkiezingscampagne drie miljoen FF op. Het gaat voornamelijk om toegangsgeld - 30 tot 50 FF - voor openbare bijeenkomsten. Het FN telt maar een beperkt aantal begoede leden zoals Pierre Jaboulet-Verscherre, één van de grootste wijnhandelaren in de streek van Beaune en lid van het CC. Bovendien heeft het FN, met slechts één afgevaardigde in de Nationale Vergadering en tien vertegenwoordigers in het Europarlement, evenmin hoge ‘institutionele inkomsten’. Dus moet veel van het geld van buiten de partij komen. Niemand die daaraan twijfelt.

Maar het FN is een gesloten gemeenschap, die zijn geheimen niet graag prijsgeeft. Ook de parlementaire onderzoekscommissie die zich bezighoudt met de financiering van de politieke partijen slaagt er niet in het financiële FN-labyrint te ontrafelen. De FN-schatbewaarder Christian Baeckeroot bleef voor de commissie bijzonder zwijgzaam. Vaststaat dat het FN sinds midden 1984 financiële hulp ontvangt van de Moonsekte. Gefluisterd wordt 20 tot 30 miljoen FF. De Moonsekte en haar politieke tak Causa zijn in het FN vertegenwoordigd door Pierre Ceyrac.

Causa belijdt een primair anti-communisme en groepeert een heleboel Amerikaanse politici, diplomaten en generaals. De Moon- en Causa-connectie verschaft Ceyrac en het FN toegang tot de World Anti Communist League (WACL).(2) De WACL, die in 1990 is omgedoopt in World League for Freedom and Democracy, is in 1990 een opmerkelijke gast op het FN-congres in Nice. Aan het eind van de jaren ’80 vochten Westeuropese neo-nazi’s aan de zijde van de contra’s in Nicaragua en van het regeringsleger in El Salvador. De WACL en de Moonsekte financierden die acties.

Algemeen wordt aangenomen dat zich heel wat gulle maar anonieme donors bevinden onder de rijke sympatisanten van de Cercle d’entreprise moderne (CEM) en de Cercle Renaissance van Michel de Rostolan. Eén kompaan van deze laatste, de Zwitserse bankier Jean-Pierre Aubert, is in oktober 1991 gearresteerd op verdenking

88

van een miljardenfraude.(3) Aubert behoort tot de kleine hofhouding rond Le Pen. Hij was onder meer aanwezig op Le Pens huwelijk met JeanniePaschos in juni 1991.

Hoe dan ook, Le Pen hoeft zich niets te ontzeggen. Moeder en zoon Hubert Lambert, eigenaren van een cementindustrie, die kort na elkaar overleden, verlosten met hun legaat Le Pen van zijn financiële zorgen. De omstandigheden waaronder de erflater de dood vond, konden nooit worden opgehelderd. De door de Lamberts bewonderde FN-voorzitter kreeg behalve het kasteel in Saint-Cloud en bijbehorend park - waarde 20 miljoen FF - een vermogen van in totaal 30 miljoen FF. Le Pen kon zich bijgevolg gemakkelijk het verlies van 10 miljoen FF bij een mislukte beursspeculatie in 1980 veroorloven.(4)

Vanuit zijn kasteel ‘Montretout’ in Saint-Cloud, even ten westen van Parijs, leidt Le Pen de strikt hiërarchisch, semi-militair georganiseerde partij op autoritaire wijze. ‘Politiek is een strijd, onze beweging een leger. Een militant is een politiek soldaat’, luidt een intern reglement.(5) En De gids voor de militant verduidelijkt: ‘Een geëngageerd militant moet beseffen dat hij vroeg of laat de wapens moet opnemen’.(6)

Le Pen duldt weinig kritiek, maar hij weet met soepelheid de diverse stromingen - van katholiek integristisch tot seculier a la GRECE, van ultra-liberaal tot nationaal-revolutionair, van republikeins tot monarchistisch - om zijn leiderschap te verenigen. Alle politieke, organisatorische en financiële lijnen in het gecentraliseerde partij-apparaat komen bij hem en zijn twee vertrouwelingen: de secretaris-generaal Carl Lang en de algemeen afgevaardigde Bruno Mégret. Geholpen door een 30-tal kaders van het politiek bureau - het centraal comité en het congres zijn lichamen met een symbolische macht - bepalen zij de gang van zaken.

Sinds het overlijden van Jean-Pierre Stirbois, leidt Carl Lang, van huis uit kinesist, het algemeen secretariaat, dat de 80.000 leden en 100 federaties omkadert. Lang stond van 1984 tot 1986 aan het hoofd van het Front National de la Jeunesse (FNJ) en sindsdien schenkt hij graag aandacht aan de jeugd. Het FNJ telt naar schatting 12.000 leden en wordt sinds medio 1992 geleid door Samuel Maréchal.

Het FN beseft dat jongeren een beslissende invloed kunnen uitoefenen op de politieke context van hun tijd zoals de opkomst van het vooroorlogse fascisme ten overvloede aantoonde. Op de zomeruni-

89

versiteit van 1991 zegt Le Pen: ‘Wij willen de fakkel aan de volgende generaties doorgeven zodat deze morzel grond, ons toevertrouwd door God en de geschiedenis en verdedigd door onze voorouders, voor de eeuwigheid haar specificiteit, orginaliteit en grootheid zal behouden.’

Opvoeding en onderwijs waren een onderdeel van Pétains ‘nationale revolutie’. Voor de oorlog publiceerde Pétain daarover een aantal artikelen. De school moest ‘nationaal’ zijn, gebaseerd op vaderlandslievende, christelijke waarden. Op 8 december 1991 presenteert de Cercle nationale de l’éducation, in bijzijn van Le Pen, een tien-puntenprogramma, dat naadloos aansluit bij Pétains gedachtengoed. ‘Het onderwijs hoort voor alles de kinderen de liefde voor de voorouders bij te brengen. Ons cultureel erfgoed is gebaseerd op Europa en het christendom en onze geestelijke rijkdom stoelt op de erfenis van de Kelten, de Romeinen en de Franken,’ aldus het FN.

De partij klaagt erover dat het bestaande schoolsysteem de kinderen niet leert dat het een zeldzaam voorrecht is een Franse burger te zijn. ‘Bovendien onttrekt het de kinderen aan de ouders en aan de moederliefde,’ gruwt Le Pen. Er is het FN dan ook alles aan gelegen de ‘subversieve invloed’ van links en de vakbonden in het onderwijs uit te schakelen. Zij worden door het FN verantwoordelijk gesteld voor het feit dat ‘moraal, burgerzin, werklust en eerbied voor de natuurlijke ongelijkheden, de plaats hebben moeten ruimen voor anti-racisme, cosmopolitisme, gedwongen gelijkheid en pedagogische experimenten die het niveau naar beneden toe nivelleerden’. Het FN wil de door het ‘lekendom’ geïnspireerde Franse schoolwet fundamenteel veranderen, want volgens deze wet zijn religieuze neutraliteit en democratisch, kosteloos onderwijs onaantastbare principes. Vandaar dat het FN het opneemt voor het hoofdzakelijk katholiek privé-onderwijs en dat het voostander is van de toekenning van een jaarlijks schoolkrediet aan de gezinnen.(7)

Het FN en het FNJ voerden de afgelopen jaren een offensief naar de middelbare scholen en universiteiten. Volgens Martial Bild, voormalig FNJ-voorzitter, heeft het FN immers behoefte aan geschoolde kaders. Vanaf het begin van het schooljaar 1991 beschikt het FNJ over een scholierenorganisatie, Renouveau Lycéen (RL). RL beschikt na één jaar werking over zo’n 1.000 leden en 1.200 sympathisanten.(8)

Vier jaar geleden stond het FNJ nog haast nergens aan de universiteiten, maar nu is het vrijwel overal aanwezig. Op 27 februari 1990

90

sticht het FNJ de Cercle national des étudiants de Paris (CNEP), wiens actieradius de regio Parijs is. Erevoorzitster is niemand minder dan Martine Le Pen. Nog in 1990 sticht het FNJ Renouveau étudiant (RE), dat in de provincie actief is. De RE-Ieden nemen systematisch deel aan de universitaire verkiezingen. RE telt naar eigen zeggen na twee jaar werking zowat 100 gekozenen verspreid over een dertigtal universiteiten.(9)

Het programma van deze studentenvereniging is voorspelbaar simpel. ‘De socialistische en marxistische vakbonden hebben met medeplichtigheid van de liberalen de universiteiten in hun greep. Er woedt een waar intellectueel terrorisme aan de faculteiten en dat leidt tot een heksenjacht op nationalisten,’ betoogt RE-voorzitter Michel Murat. RE geeft niet hoog op over de democratisering van het hoger onderwijs.(10) ‘De overheid hoopt dat 80% van de scholieren hun baccalauréat halen, maar de universiteit is verzadigd. Eén ding is zeker, de socialisten hebben een nieuw mensenrecht uitgevonden: het recht op een diploma’.

Als het van RE afhangt komt er een zeer strenge selectie want ‘de school heeft tot doel een elite te vormen in dienst van Frankrijk en Europa’. Bovendien moet het principe van ‘nationale voorkeur’ gelden. Studiebeurzen en andere sociale voorzieningen komen alleen aan Fransen toe. ‘Onder de dekmantel van het humanisme heeft de overheid onze faculteiten herschapen in regelrechte vuilnisbelten van de Derde Wereld,’ fulmineert RE. De RE-leuze luidt dan ook: ‘Geen cola- en geen kolchose-faculteiten!’.

RE krijgt nogal wat rugdekking van met het FN sympathiserende professoren. Het FN heeft de afgelopen jaren een uitgebreid intellectueel netwerk opgezet. In 1989 stichten Mégret en Le Gallou een Wetenschappelijke Raad. Voorzitter is Jacques Robichez, een professor aan de Sorbonne. De Raad telt zo’n 30 leden, onder wie de oud-voorzitters van GRECE, Jean Varenne en Pierre Vial, de demograaf Philipe Bourcier de Carbon, de filosoof Claude Polin en Bernard Notin, die ‘wetenschappelijk’ het bestaan van de gaskamers in nazi-Duitsland ontkent.(11) De universiteiten van Lyon III, Marseille, Aix-en-Provence, Lille III en de Sorbonne zijn opvallend goed vertegenwoordigd.

Sommige leden van de Wetenschappelijke Raad werken ook mee aan andere initiatieven, zoals het in maart 1989 opgerichte theoretische FN-tijdschrift Identité. Het ‘beschermingscomité’ van Identité bevat namen als Hautry, Varenne, Vial - allen afkomstig uit de

91

kringen van GRECE - en verder Gollnisch en Martinez. De hoofdredacteur Jean-Claude Bardet, heeft zijn leerschool gehad in de Club de l’Horloge. Pierre de Meuse, redacteur van Identité, staat dicht bij het volksnationalisme van het Vlaams Blok en levert ook artikels aan Revolte, het blad van Voorpost.

Tot april 1992 heeft Identité dertien thema-nummers op de markt gebracht die verschillende onderwerpen behandelen zoals de islam, het milieu, de defensie en de integratie. De afkeer van het communisme, van de Franse revolutie en van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens loopt als een rode draad door Identité. De strijd tegen de mensenrechtenverdragen is ingegeven door het feit dat hierin wordt bepaald dat de mensen in vrijheid en gelijkheid worden geboren, recht hebben op vrije mening en op asiel in geval van vervolging. De mensenrechtenverdragen zijn immers vlak na de Tweede Wereldoorlog tot stand gekomen. Er bestond toen nog een grote consensus dat te allen tijde een herhaling van het fascisme voorkomen moest worden.

Le Gallou ligt ook aan de grondslag van het Studie- en Argumentatiecentrum. Daaraan zijn eveneens zo’n 30 hoge ambtenaren, professoren, journalisten en bedrijfsleiders verbonden.(12) Deze denktank produceert rapporten en nota’s aan de lopende band. Het beruchtste rapport is van de hand van Pierre Milloz. Met de meest dubieuze wetenschappelijke methodes schat hij de kostprijs van de immigratie voor het jaar 1989 op 211 miljard FF. Milloz’ werkstuk heeft als inspiratie gediend voor het VB. In juni 1992 berekent Dewinter op eenzelfde onnauwkeurige wijze, de immigratiekosten voor België op 122 miljard BF.(13)

Le Gallou, Mégret en de hen omringende FN-intellectuelen hebben met succes een ‘nieuwe taal’ ontworpen. ‘Geen enkel woord is onschuldig. Men kan zelfs zeggen dat woorden wapens zijn en dat elk woord een ideologische lading dekt,’ zo luidt de FN-handleiding. De tekst gebiedt de leden ‘alle woorden ontleend aan het marxisme en aan de ideologie van de Rechten van de Mens overboord te gooien’. De woorden patroons, bevrijdingsbewegingen, KP, anti-racistische bewegingen, internationalisme, gelijkheid, rechten van de mens en politieke partijen moeten systematisch worden vervangen door de nieuwe termen: werkgevers, terroristische bewegingen, laatste stalinisten, pro-immigratielobby, cosmopolitisme, nivellering, rechten en plichten van de burger, bende van vier (PS, PC, RPR en UDF). Deze woordmanipulatie doet onwillekeu-

92

rig denken aan Orwells new speak. Het Nationaal Vormingsinstituut onder leiding van George-Paul Wagner, aanhanger van Maurras en advocaat van Le Pen, staat sinds 1989 op punt. Het traint de FN-leden onder meer in het gebruik van deze nieuwe totalitaire propagandataal.

Vast staat dat het FN over menig kanaal beschikt om haar politieke waar aan de man te brengen. Sinds medio 1990 levert het FN wekelijks videocassetten met de partijstandpunten over actuele onderwerpen. Het FN maakt ook gebruik van andere media zoals Radio Courtoisie en National-Video. Het allerbelangrijkste wapen blijft evenwel de pers. Officieel zijn er maar twee FN-bladen, de Lettre de Jean-Marie Le Pen en Identité. Maar daarnaast werd bijna de gehele extreem-rechtse pers aan het FN onderhorig gemaakt, hoewel voor de buitenwereld deze bladen een schijn van onafhankelijkheid hoog houden. Het voordeel hiervan is duidelijk. Extreemrechts kan, zonder het FN in discrediet te brengen, gevaarlijke onderwerpen aansnijden zoals de ontkenning van de jodenuitroeiing, het ‘complot’ van vrijmetselaars en joden, de rehabilitatie van Vichy.

Tot eind 1987 was National Hebdo een FN-orgaan. Sindsdien is het zogezegd onafhankelijk. Het blad wordt geleid door Roland Gaucher, lid van het politiek bureau. Gaucher was tijdens de oorlog actief in dejeunesses nationales-populaires, gelieerd aan de Rassemblement nationalpopulaire (RNP), de fascistische partij van Marcel Déat. In het blad National populaire riep hij de jongeren op om de Waffen-SS te vervoegen. Ook wenste hij dat Vichy Franse gijzelaars zou fusilleren. In september 1944 vluchtte hij naar Duitsland.

In National Hebdo is dit zwarte verleden nooit ver weg. In de rubriek Le Journal d’un bomme libre lucht François Brigneau eens flink het hart. Nagenoeg elke week komt Brigneau een nieuw ‘complot’ van joden, vrijmetselaars en marxisten op het spoor. Dit ex-lid van de Milice juichtte de nazi-film Jud Süsz toe als een zeldzaam meesterwerk van de Duitse film. Brigneau is een vurig pleitbezorger van de gaskamerontkenner Faurisson en auteur van schotschriften als Un certain racisme juif, Philippe Pétain — quarante ans après sa mort en La haine anti-Le Pen. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1989 prijkt Brigneau op de kieslijst van het FN. National Hebdo organiseert ook zogenaamde ‘culturele dagen’. In 1991 zijn het VB en de VB-Jongeren met een stand present.

93

Ook Présent, een dagblad, zit in FN-vaarwater. Het blad werd gesticht door Bernard Antony, alias Romain Marie, FN-Europarlementariër en oprichter van de comité’s Chrétienté-Solidarité. Deze pressiegroep van ultra-conservatieve katholieken beschikt over een groot aantal contacten in Libanon, Zuid-Amerika, Indochina en vooral Oost-Europa. Verscheidene vrijwilligers uit de kring van Chrétienté-Solidarité, onder wie de huidige voorzitter Jacques Arnould, zijn in het verleden gaan vechten in Libanon aan de zijde van de christelijke milities. De organisatie heeft ook goede betrekkingen met bijvoorbeeld majoor Roberto d’Aubuisson, de chef van de extreemrechtse Arenç-partij in El Salvador. Dat doodseskaders progressieve priesters uit de weg ruimen, lijkt geen bezwaar. Bij het overlijden van d’Aubuisson schrijft Présent-. ‘Hij was een goede vriend van ons blad. Hij zag in de strijd van de Franse rechterzijde een grote overeenkomst met zijn politieke motivatie.’ Présent rechtvaardigt de terreuracties van de Are/M-partij als een kwestie van ‘bittere noodzaak’.(14)

Romain Marie steunt vanaf 1972 de schismatieke monseigneur Marcel Lefebvre. Aanhangers van deze laatste en van Romain Marie gooien in de herfst van 1988 brandbommen in bioscoopzalen waar Scorsese’s The Last Temptation of Christ wordt vertoond. Hierbij komt één slachtoffer om het leven. Vlak voor zijn overlijden op 25 maart 1990 wordt Lefebvre veroordeeld omdat hij in volle ernst had beweerd dat Franse vrouwen door moslims dreigen ontvoerd te worden naar kasbahs in Casablanca. Hij gaf de moslims de raad om onverwijld naar Afrika terug te keren. De invloed van de katholieke integristen binnen het FN is zelfs zo sterk dat het FN op sommige vergaderingen een mis op laat dragen volgens de riten die door de zeer orthodoxe paus Pius V omstreeks 1570 zijn vastgesteld.

Antony heeft de dagelijkse leiding van Présent overgelaten aan Pierre Durand, lid van het politiek bureau van het FN, en aan Jean Madiran, schuilnaam voor Jean Arfel. Deze laatste schreef in augustus 1944 in L’Action frangaise, het blad van zijn geestelijke leider Maurras: ‘De jood lijdt vandaag de dag omdat hij heeft gezondigd, omgekeerd lijdt de Franse burger omdat hij de jood heeft laten zondigen’. Zijn anti-semitisme is legendarisch. Het is geen zeldzaamheid dat ‘staatsjoden’ als Laurent Fabius, Robert Lang en Jack Lang in Présent karikaturaal worden afgebeeld.

Madiran dweept nog steeds met de theorie van het ‘internationale joodse complot’. In augustus 1989 stelt Madiran, tijdens een inter-

94

view met Le Pen, de vraag: ‘U hebt meermaals gesproken over de invloed van de mondiale lobby. Uit wat voor groepen bestaat deze lobby en wat zijn hun doelstellingen?’ Waarop Le Pen laconiek antwoordt: 'Het is niet aan lieden van uw politiek kaliber dat ik uit moet leggen welke krachten een mondiale, egalitaire ideologie brouwen.’ Over de zogenaamde mondiale lobby zegt Le Pen verder: ‘Er is het misbruik van de rechten van de mens en er is de vrijmetselarij. Ik geloof dat de Trilaterale een rol speelt. Ook de grote internationales, zoals de joodse, vervullen een niet te verwaarlozen anti-nationale functie.’

Tot de ‘bevriende’ pers behoort nog Minute-la France. Directeur ervan is Serge Martinez, lid van het centraal comité. Oud-redacteurs van Minute stichten eind 1987 Choque du Mois, waaraan neo-fascisten als Jean-Gilles Malliarakis meewerken. Sinds maart 1990 spelen François Brigneau en Christian de la Mazière een hoofdrol in de redactie. De eerste was lid van de Milice, de tweede van de SS.

Verder is er Rivarol dat, vanaf het eerste nummer in januari 1951, opkomt voor amnestie en rehabilitatie van Pétain. Robert Faurisson kan zijn revisionistische kopij altijd in dit blad kwijt.(15) In de rubriek Société plurielle worden de ‘misdaden’ van vreemdelingen breed uitgesmeerd. Rivarol zit nooit om een anti-semitische grap verlegen. Het blad was er als de kippen bij om de grafschennis in Carpentras toe te schrijven aan de zoon van een lokale joodse notabele.(16)

95

6. De Kringen - Inhoud

De FN-Kringen zijn actief op verschillende maatschappelijke terreinen en dienen als transmissieriemen waarmee de partij haar ideeën overbrengt. Een speciale plaats bekleedt de Cercle de Jeanne d’Arc, die duizend leden telt. Jeanne d’Arc die Frankrijk van buitenlanders - Engelsen - heeft bevrijd, is de belangrijkste cultfiguur van het FN. Ieder jaar begin mei houdt het FN in Parijs een pelgrimstocht ter herdenking van Jeanne d’Arc. Het probeert daarmee de tradities van Vichy nieuw leven in te blazen. De verering van Jeanne d’Arc, afstammelinge van het ‘zuivere Keltische ras’, bereikte immers haar hoogtepunt tijdens het Vichy-bewind, dat op alle mogelijke manieren de mythe van Jeanne d’Arc stimuleerde en regelmatig films over haar leven vertoonde.

Het FN wil Frankrijk via Jeanne d’Arc terugbrengen naar zijn wortels: de kerk, de etnische zuiverheid en de natuur.

De laatste tijd kent het FN bijzondere waarde toe aan de natuur - het is een belangrijk thema op het congres van april 1990. Het FN heeft ook een actieve natuurvereniging, de Cercle nationalpour la défense de la vie, de la nature et de l’animal (CNDVNA). De stuwende kracht hiervan is Alika Lindbergh, schilder en schoondochter van Charles Lindbergh, die bekend stond voor zijn pro-nazistische sympathieën. Alika Lindbergh is bevriend met Nobelprijswinnaar Alexis Carrel, een oud-vichyst. Zij koestert een persoonlijke genegenheid voor Le Pen wiens ‘charismatische’ persoonlijkheid ze ooit vergeleek met die van ‘dominante apen’. De CNDVNA mengt zich discreet maar toegewijd in ontelbare milieuacties, zoals tegen de aanleg van de TGV en de bouw van dammen in de Loire. De CNDVNA heeft afdelingen in Ain, Aisne, Alpes-Maritimes, Bouches-du-Rhóne, Gironde, Oise, Hautes-Pyrénées, Yvelines en Val-de-Marne.(1)

Met succes beweegt de CNDVNA zich in de dierenbeschermingswereld. Zo slaagde Lindbergh erin om Jean-Jacques Barloy, centrale figuur van Animaux-Magazine en Théodore Monod, voorzitter van een machtige anti-jachtorganisatie, als ere-leden te strikken. Maar er is meer. Lindbergh verbindt de strijd voor een schoon milieu met die voor etnische zuiverheid. Lindbergh: ‘De ethologie veroordeelt iedere vorm van verbastering, die alle grote rassen ver-

96

nietigt en een mengsoort verwekt zonder wortels, zonder tradities. Daarom zijn de Braziliaanse halfbloeden - het meest afschuwelijke soort van rasvermenging dat ik ken - niet in staat het Amazone-woud te verdedigen.’ Kortom, rasvermenging als milieudelict!

Met haar Kringen en massawerking weet het FN door te dringen tot in het repressieve hart van het staatsapparaat. Het FN valt in de smaak van de Fédération professionnelle indépendante de la police nationale (FPIP). In het FPIP-lijfblad Police et sécurité, worden Le Pen, Stirbois en andere FN-prominenten met veel égards behandeld. De voorzitter, brigadier Philippe Bitauld, erkent trouwens zonder een zweem van gegeneerdheid dat er een ‘grote overeenkomst bestaat tussen onze ideeën over veiligheid en die van Le Pen’.

In het FN-programma van 1986 Pour la France wordt de veiligheid verheven tot de belangrijkste ‘vrijheid’ na de nationale onafhankelijkheid. ‘Wij verkiezen de slachtoffers boven hun moordenaars en de politie boven de delinquenten’.(2) Als geen ander weet Le Pen de gevoelens van onzekerheid te exploiteren met populistische, repressieve slogans. Zo eist het FN in korte tijd maar liefst 15.000 nieuwe celplaatsen. Het FN en het FPIP hameren eendrachtig op hetzelfde aambeeld: wederinvoering van de doodstraf, herwaardering en drastische uitbreiding van de politie, strengere straffen, onverbiddelijke uitwijzing van illegale en criminele vreemdelingen, systematische identiteitscontroles en operaties coup de poing in de vreemdelingenwijken. In de afgelopen tien jaar hebben volgens de MRAP niet minder dan 26 jonge migranten het leven verloren onder politiekogels, toch eisen FN en FPIP een grotere vrijheid voor de politie om gebruik te maken van vuurwapens.(3)

Bij de laatste vakbondsverkiezingen in november 1989 roept Le Pen de politiemensen op om te stemmen op het FPIP.

Bij deze verkiezingen behaalt het FPIP, dat zowat 4.000 leden telt, landelijk 6,89% van de stemmen, maar in sommige eenheden van de oproerpolitie CRS, voornamelijk in de Midi, loopt dit percentage op tot boven de 10%. Nochtans was het FPIP kort daarvoor in opspraak gekomen doordat haar secretaris-generaal, Serge Lecanu, en vier andere FPIP-agenten vermoedelijk betrokken waren bij aanslagen van de neo-nazistische Parti nationaliste francais et europeen (PNFE) tegen woonoorden van migranten aan de Cóte d’Azur. Hierbij vielen 16 gewonden en 1 dode.(4) De overheid waagt het niet het FPIP te ontbinden. Door deze lankmoedigheid lijkt de infiltratie alleen maar toe te nemen.

97

Nieuwe organisaties als La France avec sa police, het Comité sécurité solidarité police (CSSP), en Amis depolice et sécurité (APS), rijzen als paddestoelen uit de grond en kunnen op de warme sympathie van het FN rekenen.(5) APS, gesticht in mei 1987, telt in haar rangen Pierre Pujo, een kopstuk van Action française. APS verspreidt sinds mei 1990 gratis het driemaandelijkse tijdschrift Police et sécurité magazine, waarvan Arnaud Folch, journalist bij Minute, directeur is. CSSP, onder leiding van het FN-lid Marie-Claude Loreau, heeft als hartekreet: ‘Touche pas a monflic!’(6) Het gevaar voor racistische besmetting van de politie is zo ernstig dat de secretaris-generaal van het FASP, Frankrijks grootste politievakbond, in mei 1990 de politie-agenten plechtig oproept om een republikeins front te vormen tegen het FPIP en tegen de oprukkende vreemdelingenhaat in eigen rangen.(7)

Ook de Internationale Federatie voor de Rechten van de Mens, wijst in een rapport, dat op 2 juni 1992 verschijnt, op het voortschrijdende racisme in het Franse politiekorps. Volgens de rapporteurs maakt de politie zich vaak schuldig aan willekeurige identiteitscontroles en aan onnodige administratieve aanhoudingen, en wordt deze racistische cultuur in stand gehouden door de ‘passiviteit’, zeg maar medeplichtigheid van de hiërarchische oversten. Zo komt het woord racisme niet eenmaal voor in de jaarlijkse verslagen van de Inspection générale de la police nationale. ‘Frankrijk is niet het land van de rechten van de mens,’ luidt het eindoordeel.(8)

Ook het leger is een jachtterrein voor het FN. De Algerijnse oorlog hangt nog als een schaduw boven het leger en bezorgt extreemrechts een goede entree. In de militaire scholen wordt nog vol trots gesproken over de ‘veteranen van Algerije’. Zo laat het tijdschrift van de militaire school Saint-Cyr geen gelegenheid voorbijgaan om Pierre Sergent, ex-OAS en lid van het politiek bureau van het FN, in de bloemen te zetten.

Sergent zet zich ook in voor de Cercle national des rapatriés (CNR).

Midden februari 1992 is Le Pen in Nice de vedette op een bijeenkomst van het CNR. 3.000 mensen vullen het Théatre de Verdure en brengen een schaamteloos eerbetoon aan de OAS.(9) Er worden foto’s aangeboden van Algerije van voor de onafhankelijkheid en memoires van bekende strijders voor Frans-Algerije. Er is ook een groepsportret te koop van de putchisten Jouhaud, Salan, Zeiler en

98

Challe. Op het podium stelt een pied-noir van de derde generatie de veteranen voor aan het publiek. Het is de parade van de gloriën van l’Algérie française: Gérard Baudil, ter dood veroordeeld, na zes jaar vrijgekomen; Philippe Castille, meer dan tien jaar in de gevangenis in Algerije en Frankrijk; de priester Lamare, die op de barricaden in Algiers de mis opdroeg en Alain de la Tocnaye, één van de plegers van de mislukte aanslag op het leven van de Gaulle in augustus 1962 bij Le Petit Clamart. Daarna aanhoort de zaal de steunbetuigingen van de echtgenote van Georges Bidault en van de kolonels Argoud en Godot.

Een stoet sprekers voert het woord. Eindelijk respect, eindelijk eerherstel, is de teneur van alle toespraken. Albert Peyron, lid van het centraal comité van het FN, eist het herschrijven van de koloniale geschiedenis: ‘Wij zijn de leugens en de desinformatie beu en wij willen dat, na dertig jaar, eindelijk de waarheid wordt verteld en geschreven, door de acteurs van l’Algérie frangaise en niet door de verraders!’ Pierre Descaves, ook lid van het centraal comité van het FN, vraagt ‘volledige rehabilitatie voor onze gesneuvelden’ en roept op om ‘de strijd voor het Franse Frankrijk’ voort te zetten. Ook Sergent zit nog steeds vol wrok: ‘Wij zullen geen rust kennen voordat onze door de gaullisten gefusilleerde kameraden gerehabiliteerd zijn en er op hun graven geschreven staat: gestorven voor Frankrijk.’

De zaal barst in gejuich uit wanneer Le Pen, pas gekroond tot ‘pied-noir d’honneur’, zegt dat ‘het imperiale Frankrijk gerehabiliteerd moet worden, want er is niets waarvoor we ons hoeven te schamen, ook al werd er hier en daar een misstap begaan’. Zijn woorden snijden als messen: ‘Het koloniale Frankrijk heeft meer gegeven dan genomen en meer opgebouwd dan vernietigd’. Met dezelfde demagogische intensiteit komt hij op voor de kinderen van de harkis, de Algerijnen die aan Franse zijde vochten. Hij kondigt met trots aan dat Sid Ahmed Yayaoui een verkiesbare plaats heeft op de FN-lijst in de regio Parijs.

Tot slot toont Le Pen zijn gehechtheid aan de historische continuïteit. De strijd tegen de migranten is onlosmakelijk verbonden met de koloniale strijd. Racisme en kolonialisme zijn twee panelen van één luik. ‘Wij zijn geen oud-strijders, ten eerste omdat we ons gevecht nooit hebben stopgezet en verder omdat wij ons realiseren dat de dood van onze kameraden, onze martelaars, niet tevergeefs is geweest. Het gevecht voor l’Algérie franfaise heeft de strijd voor la France française voorbereid,’ aldus Le Pen.

99

In Algerije vochten drie miljoen Franse dienstplichtigen. Roger Holeindre roemt dit ‘prachtige leger van moedige mannen die men maar al te graag als karikaturen voorstelt en ongestraft bespot’. Hij veegt de vloer aan met de tegenstanders van het kolonialisme: ‘Zij beschuldigen ons ervan dat we gemarteld hebben, de gevoelige zielen. Ja, maar ze vergeten dat het FLN moordde, martelde, bommen plaatste. Moesten wij dan de daders daarvan niet zoeken? Ik verzeker u, er is een tijd geweest dat een minister zoals Rocard op zijn smoel kreeg als hij durfde te pronken met zijn FLN-vriendschap.’ Holeindre eindigt met een dreigende belofte: ‘Als wij in dit land de macht hebben, dan rekenen wij af met de bedriegers, met de leugenaars en met de dieven. En dan zullen de geschiedenisboeken worden gecorrigeerd.’

Holeindre draait zich niet om voor straffe taal. Zijn carrière is karakteristiek voor veel oude partijleiders. De latere ster-verslaggever van Paris-Match en Figaro-Magazine vocht als para in Indochina en Algerije en werd tot veertien jaar veroordeeld wegens betrokkenheid bij de OAS.(10) Holeindre heeft dit verleden nooit vaarwel gezegd. Hij is voorzitter van de Cercle national des combattants (CNC), een organisatie van oud-militairen die als symbool een ridder te paard heeft, met geheven zwaard en aan zijn helm een pluim in de kleuren van de Franse vlag.

Holeindre leidt ook de ruim 2.000 man sterke ordedienst van de partij, de Direction protection securité (DPS). De DPS is op semi-militaire leest geschoeid. Leden dragen een uniform dat bestaat uit een grijze broek en een donkerblauwe blazer met op de borstzak een groen-rood embleem versierd met gouden olijftakken.

Roger Holeindre betrekt in de streek van Sologne een kasteel, dat vroeger eigendom was van ex-keizer Bokassa. Sinds jaar en dag organiseert het FN zomerkampen voor de jeugd, onder andere in Holeindre’s kasteel. De zogenaamde ‘kadetten van het CNC’, jongeren tot 16 jaar, krijgen er de nieuwe moraal ingelepeld: discipline, gehoorzaamheid, en bovenal de liefde voor de geboortegrond en het vaderland. Op videobeelden is te zien hoe jongeren een eed van trouw aan Frankrijk zweren.(11)

Als voorzitter van het CNC heeft Roger Holeindre nog een goede entree in het leger. Maar het FN beschikt nog over twee andere Kringen om haar invloed in het leger uit te breiden: de Cercle national des officiers et sous-officiers de réserve (CNOSOR) en de Cercle national des gens d’armes (CNGA).

100

Het CNGA is in oktober 1989 opgericht door de rijkswachtkolonel Jean-Jacques Gérardin, die onder Giscard d’Estaing aan het hoofd stond van de paleiswacht van het Elysée. Gérardin is lid van het centraal comité van het FN. Het CNGA heeft zowat 2.000 leden waarvan 65% militairen in actieve dienst. Circa 10.000 exemplaren van het lijfblad Le Glaive worden verstuurd naar meer dan 3.000 rijkswachtbrigades en naar ‘bevriende’ kazernes.

Gérardin is niet vies van gespierde uitspraken. Begin 1991 eist hij het verbod van de PC. Mitterrand schildert hij af als een ‘seniele’ president en defensieminister Joxe als een volgeling van Himmler, de gewezen Gestapo-chef.(12) Zelfs dit levert hem geen reprimande op van het ministerie, hetgeen niet verbaast, vermits de militaire veiligheidsdienst in een vertrouwelijk rapport, getiteld l’Extrême droite en France in 1989 concludeert: ‘Het programma van het FN plaatst deze partij onbetwistbaar in het niet-extremistische rechtse kamp.’

De veiligheidsdienst stoort zich ook niet aan de CNGA-bijeenkomst die op 23 november 1991 in Tourves (Var) plaatsvindt. 173 militairen in actieve dienst, waaronder twee generaals en acht kolonels, zijn op het evenement aanwezig.

De bijeenkomst wordt gepatroneerd door verschillende generaals, onder wie Jacques Le Groignec, auteur van Pétain, gloire et sacrifice.(13) Le Pen zet er het defensieprogramma van het FN uiteen.

Wat houdt dit in? Het FN wil een sterke Franse en Europese defensie want ‘macht is de motor van de geschiedenis en de basis voor de beschaving’. Frankrijk moet een snel interventiekorps van 60.000 man krijgen, uitgerust met de meest moderne wapens. Voor Le Pen is dit een noodzakelijke voorwaarde voor de geloofwaardigheid van Frankrijk als grootmacht. Frankrijk moet haar atoombewapening op peil houden en haar nucleaire experimenten verder zetten in de kolonie Nieuw-Caledonië. In de militaire doctrine van het FN staat de strijd tegen de ‘binnenlandse vijand’ centraal. Daarom bepleit het FN een operationele verdediging van het grondgebied, kort gezegd de samenwerking van leger, rijkswacht en politie.(14)

Na de val van de Berlijnse muur is de nieuwe vijand snel gevonden: de islam. De defensiespecialist van het FN, luchtmachtgeneraal Jean du Verdier, publiceert in augustus 1991 voor het studiecentrum van het FN een rapport, waarin hij schrijft: ‘De vestiging van iedere Arabische onderdaan op onze bodem betekent een overwinning en

101

een gebiedsuitbreiding voor de islam’. En verder: ‘Met de islam zullen we op ons grondgebied een partij voor de vreemdelingen krijgen die georganiseerd is rond haar religieuze structuren en moskeeën’.(15)

Ook het ‘theoretisch’ tijdschrift Identitévan oktober 1991 is grotendeels gewijd aan ‘de binnenlandse vijand’. Het FN vervalt in regelrechte oorlogstaal. Identité schrijft: ‘De invasie vindt elke dag plaats aan de grensposten van de vlieghaven van Orly en van de haven van Marseille. De invasie is reeds begonnen in de rug van onze troepen. De islam wil Lebensraum veroveren en komt daar voor uit (...). Er bevinden zich meer illegale vreemdelingen in het departement van de Seine-Saint-Denis dan actieve spetnatz (Russische commando’s) tussen de Atlantische oceaan en de Oeral. Nochtans is dit probleem nooit gesteld in termen van defensie (...). In de centra van onze grote steden ontsnappen hele gebieden aan de controle van de overheid (...). De aanwezigheid op ons grondgebied van de vreemdelingen is een vorm van agressie, een bezetting, een voortdurende bedreiging’.(16)

104

III. HET VLAAMS BLOK - Inhoud

1. De leiders - Inhoud

Dillen werd geboren in 1925 en begint in 1938 zijn middelbare school aan het Antwerps Atheneum. Antwerpen is het bastion van het Vlaams Nationaal Verbond (VNV) dat in het jaar van de ‘bruine revolutie’, 1933, was opgericht door de Brabantse onderwijzer Staf de Clercq. In 1936 diende het VNV bij de verkiezingen eenheidslijsten in. Een van de opmerkelijke kandidaten is Ward Hermans, schrijver van Boek der stoute waarheden (1935) en Jodendom en communisme zonder masker (1936), vol met antisemitische en anticommunistische grofheden van het ergste soort. Het VNV beschikt na de verkiezingen in 1936 over 16 kamerleden en 9 senatoren. Het VNV telt vele neven-organisaties, van jeugd- en vrouwenafdelingen tot een ziekenfonds. Het is autoritair georganiseerd, met Staf de Clercq als leider en met een eigen vlag - het Delta-teken, zinnebeeld voor ‘Dietsland’.

Het VNV wenst een corporatistische nieuwe orde. ‘Tegenover het liberale kapitalisme dat de egoïstische hartstochten ontketent, tegenover het marxisme, dat klasse tegen klasse stelt, verdedigen wij de organisch-solidaristische gedachte (...) Als voorwaarde tot een gezonde corporatistische ordening stellen wij het behoud van de privé-eigendom voorop. Niet klassenstrijd doch samenwerking van arbeider en werkgever in solidair streven naar de hogere welvaart van de gemeenschap: ziedaar het doel (...) Vakbondsvrijheid door het voortbestaan van de verschillende politieke bonden is in tegenspraak met de corporatieve volksorde,’ aldus het VNV.(1)

In de zomer van 1940 neemt het VNV spoedig het voortouw in de collaboratiepolitiek. Wanneer nazi-Duitsland de Sovjet-Unie aanvalt, begint het VNV vrijwilligers voor het Oostfront te werven. Cyriel Verschaeve, een priester, is één van de ijverigste ronselaars. Overigens sneuvelt Tollenaere, de drammerige VNV-propaganda-leider en de eerste commandant van de Dietse Militie-Zwarte Brigade, in 1942 in de Sovjet-Unie als Untersturmführer. Verscheidene VNV-leiders kiezen partij voor de SS in de machtsstrijd met de militaire Verwaltung. Onder hen Verschaeve en Ward Hermans, medeoprichter van de Algemene SS-Vlaanderen.

Dillen voltooit in 1943 zijn middelbare school. Na de oorlogsjaren, die hij zich herinnert als ‘een vakantieperiode’, wordt de kantoorbe-

105

diende bij Renault-Antwerpen één van de leidende figuren in de campagne voor amnestie, die vanaf 1947 wordt opgezet door het Sint-Arnoutsvendel, en vanaf mei 1949 door de pas opgerichte Vlaamse Concentratie. Daar maakt Dillen kennis met de huidige VB-senator Waker Peeters en met Arthur De Bruyne, een voormalig lid van het Verdinaso, die zich later ontwikkelt tot de geschiedschrijver van Zwart Vlaanderen als medewerker van ’t Pallieterke.

In 1951 richten Dillen en Toon van Overstraeten, een ex-Oostfronter, de Jong Nederlandse Gemeenschap (JNG) op. Hij heeft op dat ogenblik maar één richtpunt voor ogen: de rehabilitering van ex-collaborateurs, waarbij hij een opvallende voorliefde koestert voor Tollenaere, Verschaeve en Hermans, zeg maar de SS-fractie van de collaboratie. Ze worden gepresenteerd als symbolen, wiens goedmoedige idealen Dillen ongerept door wil geven. ‘Een herdenking van Verschaeve heeft alleen zin,’ aldus Dillen, ‘als wij vastberaden in zijn spoor stappen, strijden naar zijn voorbeeld en zijn testament uitvoeren.’ De JNG organiseert de ene herdenkingsplechtigheid na de andere. Dillen: ‘Wij eren in Tollenaere de strijder voor een Germaanse en Europese verbondenheid. Bij tienduizenden heeft de hoop op een sterk Europa van de volkeren geleefd. In Tollenaere gedenken wij alle Vlaamse, Dietse en Europese vrijwilligers, die hun leven hebben geofferd voor een gezonde nieuwe nationale en Europese ordening.’

Uiterst rechts is op dat ogenblik, in 1951, nog zwak, maar warmt zich aan de Koude Oorlog en droomt van een heropstanding in Europees verband. In 1951 worden de eerste schuchtere stappen gezet om een neo-fascistische internationale van de grond te krijgen. In mei van dat jaar is Dillen in Malmö aanwezig op het stichtingscongres van de Mouvement Social Européen (MSE). Kopstukken van de MSE zijn de Franse racistische theoreticus René Binet, een ex-SS’er, de Franse fascistische auteur Maurice Bardèche en de Zweedse corporatistische ideoloog Per Engdahl. Maurice Bardèche formuleert in Malmö het idee van ‘Europa derde macht’, een imperialistisch en sterk bewapend Europa, dat, los van de VS, het communisme viseert. Uit de MSE ontstaat de neo-nazistische Nouvel Ordre Européen (NOE) met aan het hoofd de Zwitser Amaudruz, uitgever van de Auschwitz-Lüge van de neo-nazi Thies Christophersen, een ex-SS-Sonderführer in Auschwitz. Nog in 1951 vertaalt Dillen Bardèche’s Nuremberg ou la terre promise, een revisionistisch werk waarin de systematische jodenuitroeiing wordt ontkend. Het boek is tot vandaag verboden literatuur in Frankrijk.

106

Als op 21 november 1954 de Volksunie (VU) wordt gesticht, houdt Dillen zich voorlopig afzijdig. Hij sticht in mei 1956 het blad Dietsland-Europa, dat nauwe banden heeft met Bardèche’s tijdschrift Défense de l’Occident en met Nation Europa van de Duitse ex-nazi Ehrhardt. Samen met Bert van Boghout, een gewezen Waffen SS’er, ligt Karei Dillen aan de grondslag van Were Di, een elitaire vormingsbeweging, waarvan hij tot 1975 de leiding zal waarnemen. Were Di verdedigt hetzelfde gedachtengoed als de JNG: amnestie, de vernietiging van België, Groot-Nederland, een virulent anti-communisme en racisme.

Geruggesteund door een harde extremistische kern en door een eigen theoretisch maandblad, acht Dillen zich kennelijk voldoende gewapend om aan te kloppen bij de VU, die onder invloed van de verbijsterende stembusuitslag van Poujade in Frankrijk, een rechtse bocht maakt.

Begin 1957 wordt Dillen voorzitter van de VU-jongeren van de provincie Antwerpen. Hij fungeert vaak als jongerenspreker naast voorzitter Van der Eist, de advocaat van VNV-leider Elias en andere tenoren uit de collaboratie. Dillen speelt in 1959 een belangrijke rol in de amnestiestrijd die de VU voert.

Juist in deze dagen staat Dillen ook op goede voet met de Vlaamse Militanten Orde (VMO), de para-militaire knokploeg van Wim Maes, een ex-lid van de Dietse Militie-Zwarte Brigade. In de Antwerpse VMO ontmoet Dillen de huidige VB-senator Wim Verreycken. ‘De VMO was een goede leerschool,’ zegt Verreycken nu.(2) Na het overlijden van Wim Maes in 1968 nemen Verreycken en Dillen plaats in de VMO-raad. Begin september 1970 publiceert Dillen het gedenkboek Wim Maes, waarin hij, 190 bladzijden lang, de heldendaden van de VMO bezingt.

Voor één exploot verschijnt het boek een week te vroeg. In de nacht van 10 op 11 september 1970 hebben vier leden van het FDF het ongeluk in Laken tegen een negenkoppige VMO-ploeg te lopen. Het huidige VB-parlementslid Roeland van Walleghem maakt deel uit van het VMO-team, dat de Franstalige Brusselaar Jacques Georgin, een leraar, zo zwaar mishandelt dat hij kort daarop aan een hartaanval overlijdt. De ‘negen van Laken’ worden in 1973 door het Brusselse Hof van Beroep voor de dood van Georgin verantwoordelijk gesteld. Aan de familie van het slachtoffer wordt een schadevergoeding van 1 miljoen frank schadevergoeding toegekend. Dit brutaal incident wekt grote opschudding en leidt, op 12 juni 1971, tot de ontbinding van de VMO. Dillen spreekt van een ‘nationale nederlaag’.

107

Samen met zijn echtgenote richt hij ijlings het Stracke-Noodfonds op om de vervolgde ‘VMO-idealisten’ moreel en materieel te helpen. Met de attenties van het Stracke-Noodfonds kan Bert Eriksson, een ex-lid van de Hitler-Jugend, nog geen maand later, op 2 juli 1971, de ‘nieuwe VMO’ oprichten. Deze huldigt openlijk het leidersbeginsel en imiteert zowel in haar ideeën als uiterlijk vertoon de vooroorlogse fascistische milities. In dat verband citeert Xavier Buisseret, nu VB-propagandaleider, Verschaeve: ‘Verweerkorpsen zijn er nodig, gewapende verweerkorpsen. Al de rest is prul.’(3) In april 1974 volgt Buisseret Eriksson als VMO-leider op. Ruim een half jaar eerder volbracht een VMO-commando, aangevoerd door Xavier Buisseret en het huidige VB-parlementslid John Spinnewyn, een sinistere stunt, waarvan ze nu nog hoog opgeven. In het diepste geheim graven ze op het kerkhof van het Oostenrijkse Solbad-Hall het lijk van Cyriel Verschaeve op en smokkelen het naar België.

Inmiddels heeft Dillen de ‘linkse’ VU de rug toegekeerd. Op een Vlaams-nationale ‘landdag’ te Schepdaal, op 21 oktober 1973, wordt Dillen gekozen tot voorzitter van de Vlaams Nationale Raad (VNR). Als een rattenvanger van Hameln tracht hij - tevergeefs - de versnipperde extreem-rechtse krachten achter zich te verzamelen. De ‘verlinksing’ van de VU maakt echter de weg vrij voor nieuwe ultra-rechtse splintergroepen. In 1976 stichten Roeland Raes en Francis Van den Eynde Voorpost, waarvan de ‘actiegroep’ wordt geleid door Luc Vermeulen, een ex-VMO’er.

Binnen het versnipperde extreem-rechtse kamp vindt een proces van radicalisering plaats. In juni 1977 wekt een editoriaal van Alarm, het blad van Buisserets VMO, de militanten op tot terreuracties tegen Franstaligen. ‘Met katapulten ramen en villa’s kapot schieten, auto’s en bezittingen vernielen, privé-woningen en scholen in brand steken,’ zo luiden de instructies. Verder is er sprake van ‘dreigbrieven, kidknapping en mishandeling van leidinggevende franskiljons, intimidatie van bouwpromotoren door sabotage en vernietiging van bouwwerken’.(4)

In oktober 1977 trekt Buisseret zich terug als VMO-leider. Samen met Raes lanceert hij een nieuw tijdschrift: ‘Haro, maandblad voor de conservatieve revolutie’. Haro wil de drang naar kennis van jonge en oude fascisten bevredigen. Daarom verdeelt Haro bandopnames van toespraken van Hitler, Goebbels en Göring en revisionistische schotschriften zoals Moeder vertel eens wat van Adolf Hitler en Stierven er werkelijk 6 miljoen? van Richard Ver-

108

rail, een vooraanstaand neo-nazi van het Britse National Front. Haro steekt tirades af tegen migranten, maar het hoogtepunt van grofheid is het thema-nummer: Holocaust... Hoe lang nog?, waarin de auteurs ‘bewijzen’ dat de nazi-volkenmoord één en al bedrog is.(5)De activiteit van Haro stopt plotseling bij de verkiezingen van december 1978. Deze staan volledig in het teken van het Egmontakkoord, dat via een driedelige gewestvorming de ‘communautaire vrede’ wil bezegelen. De ondertekening van dit akkoord door de VU wordt door extreem-rechts bestempeld als ‘verraad aan Vlaanderen’. Vele rechtse elementen, onder wie de huidige VB-parlementariër Luk Van Nieuwenhuyzen, stappen uit de VU.

De tijd is rijp voor een nieuwe extreem-rechtse partij. De ex-Waffen-SS’er Bert van Boghout zorgt er voor dat Dillen en de bankier Lode Claes, een gewezen medewerker aan het VNV-blad Volk en Staat, bij de verkiezingen in december 1978 met één lijst onder de naam VB uitkomen. Onverwachts belandt Dillen in het parlement. De rechtsextremisten van Were Di, VMO en Voorpost trekken zich nu terug in een legale partij. De belangrijkste functies berusten bij Dillen (voorzitter), Raes (ondervoorzitter), Buisseret (propagandaleider) en oud-hoofdredacteur van Volk en Staat Jan Brans (hoofdredacteur van het partijblad).

Vanaf het midden van de jaren ’70 maakt het reactionaire gedachtengoed weer opgang onder een nieuwe generatie studenten. Het Katholiek Vlaams Hoogstudenten Verbond (KVHV) in Antwerpen heeft een radicale reputatie. Gerolf Annemans is cantor van KVHV-Antwerpen en hoofdredacteur van Tegenstroom. Hij maakt ook naam in het rechtse milieu met een tv-rubriek in ’t Pallieterke: De linkse rakkers van de BRT. In oktober 1976 splitst de Nationalistische Studenten Vereniging (NSV) zich af van het KVHV. NSV wordt geleid door Edwin Truyens en heeft een eigen blad getiteld Signaal, niet toevallig de naam van het luxueuze propagandablad van de nazi’s.

Signaal schrijft vol lof over oud-collaborateurs als Ward Hermans en Cyriel Verschaeve en bestrijdt fel het stemrecht voor migranten. ‘Om het voortbestaan van onze cultuur en ons volk als organische eenheid te verzekeren, komt het erop aan het ras zuiver te houden (...) In een zuiver en zelfbewust Germaans volk zullen vrede, trouw en eer herleven, want eens de oosters-decadente invloeden zijn verdwenen, zal dat volk vanzelf terugkeren naar

109

zijn eigen aard (...) Daarom is onze nationalistische strijd een strijd tegen vreemde invloeden (...) waarin geen genade mogelijk is, want het is een kamp op leven of dood. Wij kunnen slechts winnen door de uiterste inzet van alle nationaal-solidaristen,’ aldus Signaal.

In april 1981 sluit NSV een samenwerkingsakkoord met het Nationalistisch Jongstudentenverbond (NJSV), een scholierenorganisatie die vooral actief is in West-Vlaanderen. In november 1981 zit Filip Dewinter, een NJSV’er, in de redactie van Signaal samen met Marijke Dillen, en diens toekomstige echtgenoot Hans Carpels. Carpels, praeses van NSV-Antwerpen, wordt secretaris van de redactie van Signaal. In een artikel getiteld Zijn we democraten, schrijft hij: ‘Het is nu eenmaal zo dat de mensen ongelijk zijn en het ook zullen blijven, zodat men dus zeker niet op basis van gelijkheid een staatsvorm moet ontwerpen en vooropstellen, zoals de democratie’.(6) Volgens Carpels moet ‘een elite’ het voor het zeggen hebben want ‘sommigen hebben de capaciteiten van kasseilegger, van boekhouder, van timmerman, van atleet - en niemand zal beweren dat de een minder is dan de ander - anderen hebben de capaciteiten van een leider’. Het NSV organiseert anti-marxistische dagen met medewerking van Karei Dillen, Gerolf Annemans en Francis Van den Eynde. Niet voor niets is het NSV de kweekschool voor de huidige parlementariërs Marijke Dillen, Karim Van Overmeire, Joris Van Hauthem en Filip Dewinter.

Deze laatste vertoont zich graag in de Odal, de kroeg van Eriksson, en in De Leeuw van Vlaanderen, een café met een foto van Hitler aan de muur en het Horst Wessel-lied in de juke-box. Joop Glimmerveen, de vroegere leider van de racistische Nederlandse Volks Unie (NVU), waarvan Roeland Raes een poos ondervoorzitter was, kent Dewinter in een andere hoedanigheid. Glimmerveen: ‘In de boeken van de NVU heb ik teruggevonden dat de partij voor duizend gulden boeken van Dewinter heeft gekocht. Daar zaten een aantal exemplaren van Der Mythus des Zwanzigsten Jahrhunderts van de nazi-filosoof Rosenberg bij. Dat is naast Hein Kampf het theoretische boek voor de nazi-stroming. Die aankoop is in 1982 gedaan’.(7)

Dewinter wordt in 1983 praeses van NSV-Antwerpen. In die dagen schuwt het NSV geweld niet. Op 7 maart 1984 neemt Dewinter deel aan een brutale bezetting van het Stuc, een cultureel centrum in de studentenstad Leuven. De met stokken uitgeruste NSV’ers voeren

110

een charge uit, waarbij een anti-fascistische betoger zwaar wordt toegetakeld.(8) Kort daarop verlaat Dewinter de Antwerpse universiteit. Hij gaat journalistiek studeren. Terzelfdertijd werkt hij freelance bij de katholieke krant Het Volk. In 1984 zet Dewinter een steunactie op voor de VMO-kopstukken die in het geruchtmakende VMO-proces werden veroordeeld wegens gewelddaden in Voeren, Brugge en Antwerpen. Eriksson, de chef, moet een gevangenisstraf van één jaar uitzitten. John Spinnewyn krijgt 6 maanden onder meer voor de bestorming van de Brugse Halletoren. Daarbij raakt de beiaardier ernstig gewond.

Spinnewyn komt uit een beruchte Brugse VMO-familie. Zijn vader, Roger Spinnewyn, werd in 1980 uit de VS gezet toen hij een bezoek wilde brengen aan de Ku Klux Klan. In april 1982 arresteerde de politie in zijn woning de voortvluchtige Duitse neo-nazi Paul Leroy, de nummer twee van de inmiddels verboden paramilitaire Wehrsportgruppe Hoffmann. Roger Spinnewyn vertegenwoordigde de VMO ook in de World Anti Communist League (WACL).(9)John Spinnewyn is lid van de Club Hertog Jan van Brabant, een organisatie van gewezen SS’ers en Oostfrontstrijders. Dit is de entourage van het VB. Tot in 1985 houdt deze partij zich op in de marge van de politiek. Het zit zichtbaar in de hoek van neo-fascistische groepen, en dat schrikt vele kiezers nog af.

In oktober 1985 behaalt het VB bij de parlementsverkiezingen 85.330 stemmen, waarmee Dillen opnieuw in het parlement komt. Nico Michielsen en coming man Dewinter bezetten de twee zetels in de Antwerpse provincieraad. Na het vervullen van zijn legerdienst, in februari 1987, wordt Dewinter full-time medewerker bij de Nationalistische Omroepstichting van het VB. Hij sticht, medio 1987, de VB-Jongeren (VBJ). Op 4 oktober 1987 vindt het eerste VBJ-congres plaats onder het motto ‘Rechts zonder complexen’. De voorzitter van de FN-jongeren Martial Bild en de NPD-jongeren-voorzitter Hermann Lehman fungeren als gastspreker. 1987 geldt als het jaar van de verjonging. Hans Carpels, Dillens schoonzoon, wordt hoofdredacteur van het partijblad, en de ex-NSV’er Frank Vanhecke persverantwoordelijke. Op 12 maart 1987 volgt Gerolf Annemans Dillen op in de Kamer. Annemans mist zijn entree niet. Bij de eedaflegging eist hij amnestie voor de collaborateurs als voorwaarde voor zijn ‘trouw’ aan België.

111

2. De doorbraak - Inhoud

Bij de parlementsverkiezingen van 13 december 1987, behaalt het VB in één klap in Vlaanderen 3% (116.410 kiezers) en in het kanton Antwerpen zelfs 10,9% van de stemmen. Annemans krijgt in de Kamer het gezelschap van Filip Dewinter, het jongste Belgische kamerlid. Karei Dillen gaat naar de Senaat. Het VB krijgt ook vier zetels in de Antwerpse provincieraad.

Op 9 oktober 1988 viert het VB een nieuwe zege. Het behaalt bij de gemeenteraadsverkiezingen 23 zetels, waarvan 10 in Antwerpen. In deze fusiestad scoort het VB 17,7 procent, zodat het op de koop toe 42 zetels in de districtraden in de wacht sleept. Voor het eerst breekt de partij ook elders door. In Mechelen (3), Gent (2), Schoten (2), Brasschaat (1), Edegem (1), Lier (1), Lokeren (1), Mortsel (1) en Sint- Niklaas (1) haalt het VB gemeenteraadszetels binnen. Tot dan toe reageerden de politici nauwelijks op de opleving van het racisme. Ze gingen telkens weer over tot de orde van de dag. Nu de regering geen excuus meer kan bedenken, moet ze wel optreden. Nog in de verkiezingsnacht verklaart premier Martens prompt dat er ‘binnen de twee weken een koninklijk commissaris voor het migrantenbeleid komt’. Uiteindelijk wordt Paula D’Hondt (CVP) op 9 maart 1989 benoemd.

Na deze verkiezingszeges ondergaat het VB in snel tempo een gedaanteverandering. Het wil uit electorale opportuniteit steeds meer appelleren aan het fatsoen van de burger en begint met een charme-operatie: beschaafder taalgebruik, voormannen in maatpak, geen al te schokkende vieringen van oud-collaborateurs. De financiële middelen zijn verdriedubbeld en worden vooral aangewend voor kaderopleiding en uitbreiding van het secretariaat. Eind oktober 1988 richt Gerolf Annemans de Vereniging van VB-Mandatarissen (WBM) op om het peil en de dossierkennis van de gekozenen op te krikken. Het 'Nationalistisch Vormingsinstituut (NVI) tracht met het Kaderblad en publicaties als De organisatie van een afdeling en Spreken in het openbaar het kader een gekuiste taal aan te leren.

Het kan niet anders of Dewinters racisme en machtspositie roepen weerstanden op. Geert Wouters, Jaak Peeters en Renaat Van Heusden geven luidkeels blijk van hun ergernis. ‘Het bestuur wordt meer en meer in handen gegeven van jonge snaken die de elementaire

112

beginselen van de nationalistische levensbeschouwing niet kennen,’ schrijven ze aan Karei Dillen. ‘De koerswijziging wordt gedicteerd door een groep jongeren, de partijvoorzitter laat begaan,’ zo weergalmt Manu Ruys in De Standaard.(1)

Op het VBJ-congres, in februari 1989, maakt Dillen schoon schip met de dissidentie. Hij geeft zijn volle steun aan de ‘jonge snaken’. ‘Wie één letter van ons programma wil veranderen, mag en moet een andere partij kiezen. Ik antwoord kort en krachtig dat ik het programma, de beginselen en de grondslagen van het VB waarborg,’ dondert Dillen.(2) Renaat Saey wuift in het partijblad de dissidenten uit met de SS-groet: ‘Joris van Severen predikte orde en gezag en waardige slagvaardigheid. Staf de Clercq verkoos trouw boven eigenbelang. Borms stierf voor Vlaanderen onder de Pilatussen. Laten wij zelf niet falen of door de knieën gaan, maar de oude dag van Ward Hermans en zovele andere oude vechters verblijden door onze eer trouw te blijven.’

Verlost van de gematigde elementen, trekt het VB naar de Euroverkiezingen in juni 1989. Maurice Ponette, een ex-SS’er, staat op de lijst. Blijkens het verkiezingspamflet dat Ponette verspreidt is voor hem de geschiedenis nog niet voltooid. ‘Als tiende kandidaat sta ik achter de slogan: Eigen Volk Eerst. Ik schreef indertijd, op 3 oktober 1942, in het blad van de Vlaamse SS: Hitler is onze Führer omdat hij meer onszelf is dan wij dit vermogen te zijn, omdat onze aloude Germaanse deugden bij zijn roep weer gaan bloeien (...) Mijn opvattingen over democratie zijn sindsdien dezelfde gebleven. Democratie is van nature voor de vrijheid, de vrijheid om te rotten en de rotheid te verspreiden’.(3) Het VB behaalt een onverwacht stembusresultaat op 18 juni 1989. Met 241.117 stemmen (6,6%) stuurt het VB Dillen naar Straatsburg. In de Senaat wordt zijn plaats ingenomen door Wim Verreycken. In een vroeger leven was Verreycken ‘dienstleider cultuur’, koordirigent en propagandaverantwoordelijke van de extreem-rechtse jeugdbeweging VNJ. Als lid van de VMO was hij in het begin van de jaren ’60 betrokken bij gewelddadige incidenten in Oostende. Verreycken leidt de Nationalistische Omroepstichting (NOS) en is dus verantwoordelijk voor de radio- en televisieprogramma’s van het VB.

Met de inkomsten uit het Europarlement kan het VB haar secretariaat vestigen in een pand aan het Brusselse Madouplein. Vanuit dit zenuwcentrum opereert Dewinter, die nog altijd aan het hoofd staat van de VB-Jongeren. De jongerenorganisatie heeft volgens VB-cij-

113

fers 3.500 leden.(4) Overigens gaat het VB er prat op dat 40% van haar leden jonger is dan 35 jaar. Op het VB-congres ‘Naar een nieuw Europa’, op 3 maart 1990, presenteert Dewinter twee prominente buitenlandse gasten: Rudolf Kendzia, lid van de Duitse Reps en Jean-Marc Brissaud, een oudgediende van de neo-fascistische Ordre nouveau en thans secretaris-generaal van de fractie Eurorechts.

Eind 1990 draagt Dewinter het VBJ-voorzitterschap over aan Jan Huijbrechts. Dewinter wijdt zich voortaan aan zijn nieuwe taak van organisatieverantwoordelijke. ‘Een partij die alleen teert op verkiezingssucces is immers slechts een kort leven beschoren,’ redeneert Dewinter. De nieuwe functie geeft hem de macht om vertrouwelingen op sleutelposities te droppen. Een van hen is Joris Van Hauthem. Deze voormalige vormingsverantwoordelijke van het ultra-rechtse Vlaams Nationaal Jeugdverbond (VNJ) studeerde geschiedenis aan de universiteit van Leuven. Van Hauthem was in de jaren 1985-1986 hoofdredacteur van het NSV-blad Branding en nadien secretaris van Filip Dewinter. Met diens protectie wordt Van Hauthem in september 1989 lijsttrekker in Brussel, lid van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad en hoofdredacteur van het partijblad, dat na de Euroverkiezingen verschijnt in een oplage van 25.000 exemplaren.

In 1991 is het VB in heel Vlaanderen tot op arrondissementeel niveau georganiseerd. Er is een strakke hiërarchische structuur, waarbij voorzitter-voor-het-leven Karei Dillen uiteindelijk over alles wat wezenlijk is het laatste woord heeft. Behalve Dillen bevat het partijbestuur 12 leden die ieder een vaste taak hebben: Roeland Raes (ondervoorzitter en partij raadvoorzitter), Gerolf Annemans (vertegenwoordiger parlementaire groep), Jan Huijbrechts (voorzitter VB Jongeren), Peter van Dooren (verantwoordelijke studiedienst), Jurgen Ceder (verslaggever), Frank Vanhecke (persverantwoordelijke), Joris Van Hauthem (hoofdredacteur maandblad), Patsy Vatlet (penningmeester), Filip Dewinter (organisatieverantwoordelijke), Xavier Buisseret (propagandaleider), Waker Peeters (financieel adviseur) en Wim Verreycken (verantwoordelijke mediabeleid).De partijraad is - formeel - het hoogste orgaan, maar heeft in werkelijkheid veeleer een symbolische waarde. De arrondissementele en provinciale voorzitters en het gehele partijbestuur maken er deel van uit.

De 17 arrondissementen hebben een eigen bestuur. Antwerpen, het sterkste arrondissement, telt 19 afdelingen.

Filip Dewinter leidt benevens dit partijapparaat ook de electorale campagnecommissie. Voor de verkiezingen van november 1991

114

omringt hij zich met 7 professionals, die werkzaam zijn bij belangrijke reclamebureaus. Zo wil het VB het racisme verkopen met de rationaliteit van een handige publiciteitsagent, die een nieuwe zakencampagne opzet. Met een budget van 20 miljoen BF - in het rapport van de parlementaire commissie inzake verkiezingsuitgaven is sprake van 16,9 miljoen BF - kunnen de reclamejongens aan de slag. Zij ontwerpen de centrale verkiezingsslogan ‘Uit zelfverdediging’, verbeeld met behulp van een paar aan een haak bungelende oranje bokshandschoenen. Deze bokshandschoenen sieren ook de metershoge VB-publiciteitsborden en de advertenties.

Het programma ‘ Uit zelfverdediging’ omvat vijf centrale thema’s: Vlaamse onafhankelijkheid; terugsturen van niet-Europese vreemdelingen; criminaliteitsbestrijding (‘Het VB kiest voor de slachtoffers, niet voor de aanranders. Het kiest voor politie en rijkswacht, niet voor dieven en moordenaars’); het gezin (tegen abortus, ‘de gelegaliseerde kindermoord’; voor ‘een opvoedersloon voor de thuiswerkende ouder’); de strijd tegen de ‘politieke mafia’ van ‘de bende van vijf’, het smalend trefwoord voor de traditionele partijen.

Ondanks deze poging van het VB om van het imago van one issuepartij af te komen, ligt de nadruk, zoals gebruikelijk, op het ‘migrantenprobleem’. Ook visuele trucs worden niet geschuwd. ‘Het kan echt anders’, staat boven een tekening die een multiculturele samenleving uit moet beelden. Hoe ziet de tekening eruit? Een migrant die zich op straat drugs inspuit, een bejaard vrouwtje dat door een jonge vreemdeling wordt beroofd en gillend op de straatstenen ligt, migrantenvrouwen met tsjador, een verkrotte straat en het silhouet van een moskee. Binnenin de folder wordt dan de migranten-vrije toekomst getekend: een kerk, keurige huisjes met luikjes, bloemen op de vensterbank en een minzame politieagent, die het oude vrouwtje bijstaat terwijl een Vlaamse huismoeder balonnen verkoopt. ‘Zo moet het worden,’ commentarieert Dewinter.(5)

Zijn Antwerps is zelden te intellectueel voor zijn publiek. Hij adverteert met de dubieuze leuze: 'Met Dewinter waren ze er al geweest’. Of de meeste migranten uiteindelijk met hun hele hebben en houden op de trein zullen terechtkomen, wou een Nederlandse KRO-reporter vernemen. ‘Uiteindelijk wel, hé,’ antwoordt Dewinter, ‘anders moeten ze te voet gaan.’ Of Fatima Bali, gemeenteraadslid voor Agalev ook weg moet? ‘Ik vrees van wel, ja,’ reageert hij droogjes.(6)

115

Voor het eerst maakt het VB gretig propaganda onder de middenstand, ‘de ruggegraat van de Vlaamse economische welvaart’. Het VB posteert Hilven, ‘volmachtdrager van 135.000 Vlaamse middenstanders’, als lijstduwer in Antwerpen. Deze zakenman uit Brecht is geen onbesproken figuur. Hij hield verscheidene NV’s in de middenstandssector boven de doopvont: VLAGRO, VLAKO, VLA WA, VLAGEKO. De ‘Vla’ in al die namen staat uiteraard voor ‘Vlaams’. De NV’s brachten groothandel, warenhuizen, slagerij-afdelingen van warenhuizen voort. Twee zijn in vereffening gegaan, en één is overgedragen. Hilven zit nu in de computerbranche. Hij maakt plannen voor een mailingbedrijf, een drukkerij en de uitgave van een nieuwe Vlaamse krant. Hiervoor wil hij 800 miljoen bijeenbrengen.

Van de VZW’s die Hilven heeft gesticht is de belangrijkste Distributiemacht, dat de kleinhandelaar in voeding verdedigt tegen de groot-distributie. Hilven speelt in op het misnoegen van de kleine middenstander, die wordt weggedrukt door het grootkapitaal. Met demagogisch anti-kapitalisme tracht hij de middenstander tegen de ‘rotte democratie’ en de migranten op te hitsen.

‘Dank zij smeergeldpraktijken en corruptie van de traditionele politici kan het grootkapitaal de middenstand kapotmaken. Jaarlijks worden er honderden miljarden uitgegeven aan zogeheten Noordafrikaanse gastarbeiders en politieke vluchtelingen, die het manna dat uit de mond van de eigen middenstanders wordt gestolen, in de schoot geworpen krijgen’, schrijft Hilven in zijn verkiezingspamflet.

Met haar agressieve racistische reclame jaagt het VB - met succes - de traditionele partijen op. De liberale PW adverteert met de veelzeggende slogan: ‘Het belangrijkste land is het binnenland’. ‘Migranten moeten zich aanpassen aan onze wetten, waarden en gewoonten. Wie zich niet aanpast, moet worden aangemoedigd naar zijn land van oorsprong terug te keren,’ aldus de PW-tekst. De liberale oppositie eist het instellen van een soort interneringskampen aan de grenzen om de komst van vluchtelingen tegen te houden. Eind juli 1991 pleit minister Tobback (SP) voor het radicaal stopzetten van de spreiding van asielzoekers en het harder aanpakken van illegalen.(7) Op 7 november 1991 melden minister van Justitie Wathelet (PSC) en staatssecretaris Miet Smet (CVP) dat de regering van plan is in Zaventem een transitcentrum voor ‘kansloze’ asielzoekers op te richten.

Door achter het VB aan te lopen, hopen de grote partijen stemmen terug te winnen. Maar die verwachting wordt op pijnlijke wijze gelogenstraft. Op 24 november 1991 behaalt extreem-rechts de

116

grootste zege sinds 1936. Bijna een half miljoen stemt op VB, AGIR en Front National Beige (FNB). Alle klassieke partijen verliezen fors. Zelfs de liberalen zien hun racistisch getinte campagne beloond met 2 zetels verlies.

Het FNB behaalt in Wallonië zo’n 30.000 en in Brussel 33.534 stemmen (4,2%), met uitschieters tot 9 en 8,5% in de kantons Molenbeek en Brussel. Georges Matagne, het nieuwe parlementslid, is een Korea-veteraan en een graaggeziene gast op de reünies van PSC-2000.

Ook de Waalse zusterpartij van het VB, AGIR, heeft het tij mee. AGIR behaalt met 11.189 stemmen één zetel in de Luikse provincieraad. Het kersverse provincieraadslid Willie Freson pleegde in 1980 een gewapende overval. AGIR wordt geleid door Robert Destordeur, ex-voorzitter van de gewelddadige Parti des forces nouvelles (PFN). De groep heeft haar bakermat in Luik en is beïnvloed door Robert Steuckers, propagandist van Nieuw Rechts, ex-medewerker van Alain De Benoist, uitgever van Vouloir en Orientations en veelschrijver in allerlei neo-fascistische blaadjes zoals Dietsland-Europa, Europa Vorn, en Elemente, het tijdschrift van Nieuw Rechts in Duitsland. Het VB heeft goede betrekkingen met AGIR. Destordeur was eregast op het VBJ-congres in december 1990.

De grote overwinnaar van de verkiezingen is ontegensprekelijk het VB. Met 10,3% wordt de partij ineens de vierde partij van Vlaanderen en de grootste van de stad Antwerpen. Ten opzichte van de kamerverkiezingen van 1987 stijgt de partij van 116.534 naar 403.783 stemmen. In de provincie Antwerpen, scoort de partij het hoogst met 16,7%. In de kantons Antwerpen en Mechelen loopt de score op tot 25,5 en 21,1%. Het VB is allang geen Antwerps verschijnsel meer. Het gaat met 10 a 15% vooruit in de steden Lokeren, Sint-Niklaas en het door de mijnsluiting geteisterde Beringen. Zelfs in Brussel krijgt het VB 47.542 kiezers achter zich.

De overwinning levert 47 nieuwe mandaten op. In totaal heeft het VB nu 54 zetels in de Kamer (12), Senaat (6) en de 5 Vlaamse provincieraden (36).

Tevens heeft het VB recht op een ministerpost in de Vlaamse deelregering en op een vertegenwoordiger in een 15-tal openbare instellingen of parastatalen zoals Sabena, de spoorwegen, de openbare omroep BRTN enzovoort. De Kamerfractie bestaat uit Gerolf Annemans, Filip Dewinter, Xavier Buisseret, Marijke Dillen, Karim Van Overmeire, Luk Van Nieuwenhuyzen, John Spin-

117

newyn, Joris Van Hauthem, Frans Wijmeersch, Jan Cauberghs, Filip De Man en Francis Van den Eynde.

Een van de markantste persoonlijkheidheden is Buisseret, ex-VMO-leider en ex-taxichauffeur. In het partijblad heeft de propagandaleider een rubriek: Woord van de militant, waarin hij het Untermenschen-')a.rgon niet schuwt. ‘Onvoorstelbare creaturen, waar de echte ratten bang voor wegkruipen,’ zo typeert hij de 5.000 anti-fascisten die op 3 januari 1989 in Antwerpen betogen tegen de intrede van 10 VB’ers in de gemeenteraad. ‘Ze bevuilen hun riolen, piepen af en toe, en voelen zich lekker in hun vel. Triestige troep!’(8)Buisseret besluit met de passende lijfspreuk: Tk sla steeds terug, ieder het zijn, zeg ik altijd.’

Niemand heeft het overtuigender bewezen. In 1980 staat Buisseret terecht in het VMO-proces. Vijf jaar later moet hij zich verantwoorden voor het verspreiden van anti-semitische vlugschriften en in oktober 1989 veroordeelt het Hof Van Beroep hem wegens een incident met een homofiel. Begin november 1991 krijgt hij 2 jaar celstraf met uitstel voor een gewelddadig optreden tegen een Marokkaanse minderjarige. In beroep gaat Buisseret vrijuit.

Buisseret wordt doorgaans verdedigd door Marijke Dillen.

Dillens dochter leidt de VB-fractie in de Antwerpse gemeenteraad. Haar ambitie reikt hoog. Na de verkiezingen in november 1991 eist ze voor het VB zelfs het Antwerpse burgemeesterschap op. Nochtans valt fractieleidster Dillen als een hulpbehoevend politica door de mand. Over haar beleidsnota voor de Antwerpse gemeenteraad zegt van Boghout: ‘Tot mijn ontsteltenis kan ik enkel de volkomen onbenulligheid ervan onderstrepen. Geen woord over onderwijs, cultuur, stadsvernieuwing, toerisme, ecologie, enzovoort. Enkel inzake havenbeleid lezen we enkele behoorlijke, wellicht door de PW geïnspireerde paragrafen. Men is meer bekommerd over het aantal te veroveren burgemeester- en schepenzetels dan over een eigen beleidsvisie. Over het even domme, onrealistische en provocatorische voorstel alle bestaande moskeeën dicht te nagelen en te vervangen door een buiten de wallen gelegen reuze hagepreekmoskee, willen we bescheiden zwijgen’.(9) En van Boghout stelt de vraag: Ts het wel aangewezen de taak van fractie-leider in de - zeker voor het VB - belangrijke stad Antwerpen te koppelen aan een voltijds parlementair mandaat?’

118

De nieuwe kamerleden Marijke Dillen en Filip De Man zijn de hoofdfiguren op het partijcongres in 1991, dat handelt over de gezinspolitiek. De Man, eindredacteur van het partijblad, geeft er een scherpzinnige analyse van de zorgwekkende demografische situatie van het Vlaamse volk.

‘Vooral sedert de publicatie van het zwartgallige rapport van de Club van Rome moest de rijke westerling onder een hoop schuldcomplexen ten aanzien van de Derde Wereld gebukt gaan, daarbij aangemoedigd door een hele schare alterna(t)ievelingen, genre Hare Krishna, getuigen van Jehova, ecologisten, provo’s en andere kabouters. De sinistrose had haar intrede gedaan,’ aldus de voormalige student perswetenschappen.(10) Het VB-congres eist een ouderschapsvergoeding en een sociaal statuut voor de thuisblijvende vrouw. Het laakt de versoepeling van de echtscheidingswet en de uitholling van het ouderlijk gezag als ‘gevaarlijke tendensen’. Homofilie wordt gekenschetst als ‘marginaal sociaal gedrag’ dat juridisch moet worden ontmoedigd. De opvoeding van kinderen door een homofiel koppel wil het VB wettelijk verbieden. Hetzelfde geldt voor abortus.(11)

De kersverse senator Roger Bosman, een gepensioneerd radioloog uit Mechelen, is een supporter van Pro Vita. Samen met Pro Vita voert het VB in 1989 een felle campagne tegen het wetsvoorstel Lallemand-Michielsen dat in uitzonderlijke omstandigheden abortus toelaat. De argumenten zijn van een buitengewoon smakeloos niveau. Pro Vita verspreidt een vlugschrift met een foto van een bloederige geaborteerde foetus, vastgehouden met een tang, boven wat op een bokaal formaline lijkt.

Het VB wil haar rol als zweeppartij tegen de ‘politieke mafia’ verderzetten. Daarom weigert het in de Vlaamse deelregering te zitten. Maar het neemt niet weg dat het VB haar ‘mars door de instellingen’ aanvat. Van Boghout adviseert om een beroep te doen op bekende Vlamingen. Het VB weet Mark Grammens, zoon van ‘taalactivist’ Flor Grammens en in de zeventiger jaren hoofdredacteur van het progressieve weekblad De Nieuwe, te strikken. ‘Tenzij wij van ons land één groot krioelend mierennest willen maken, is er bij ons geen plaats voor immigranten,’ aldus Grammens.(12) Het VB wil Grammens in de Vaste Commissie voor Taaltoezicht droppen. Bruno Brokken, gewezen kampioen hoogspringen, en Johan Vanslambrouck, voorzitter van Voorpost, zullen het VB in respectievelijk het Bloso en de Vaste Cultuurpactcommissie vertegenwoordigen.

119

Sinds april 1992 heeft het VB ook een ‘waakhond’ in de Raad van Bestuur van de BRTN. Het is de ex-zanger Jef Eibers. Tk wil de waakhond van het VB zijn, die erop toeziet dat mijn partij krijgt waar ze recht op heeft,’ aldus Eibers.(13) In 1988 kreeg Eibers landelijke bekendheid. De dag na de gemeenteraadsverkiezingen las BRT-journalist Gui Polspoel enkele fragmenten voor uit een pamflet, waarin Eibers tekeer gaat tegen ‘de te grote aanwezigheid in Schaarbeek van tchoek-tchoeken, kamelendrijvers, makakken, bougnouls en tapijtenverkopers, die het werk en de boterham van ons eigen volk afnemen’ en tegen de ‘melkchocolade krullebollen die ’s nachts en overdag onze straten onveilig maken’. Eibers ontkende dat hij het pamflet had geschreven, maar kort tevoren zei dezelfde Eibers in Dietsland-Europa: ‘Vanaf mijn prille jeugd woon ik in Schaarbeek. Ik wens me niet te laten verdrijven door allerlei vreemdelingen. Ik heb daar een huis gekocht en terzelfdertijd een revolver. Vooral na tien uur ’s avonds troepen de vreemdelingen samen in bendes van 10 tot 30 man. Dan lijkt het Afrika wel. De zogenaamde wet tegen het racisme overtreed ik met veel plezier’.(14)

De forse zege van 24 november 1991 levert een heleboel financiële en publicitaire voordelen op. Een grote fractie kan aanspraak maken op hogere vergoedingen van het ministerie van Binnenlandse Zaken en trekt meer de aandacht van de media. Het VB wil hiervan profiteren om haar organisatie uit te breiden, onder meer in de provincies Limburg en West-Vlaanderen.

De ‘campagne 1992’ staat in het teken van: ‘Ze hebben het weer niet begrepen’ en leidt voor de herfst van 1992 tot de oprichting van 40 nieuwe afdelingen. Het totaal bedraagt nu ongeveer 100. Daarnaast werft het VB voor de zomer van 1992 2.500 nieuwe leden zodat het totale aantal boven de tienduizend klimt. Op die manier bereidt het VB de verkiezingsslag van 1994 voor. Dewinter lanceert zijn persoonlijke campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen van 1994: petjes met een duidelijk racistische boodschap: ‘Club C-130’ onder een tekening van een C-130-toestel dat naar een oase vol palmbomen vliegt. Dewinter: ‘Onze droom is het socialisme en de politieke klasse in Antwerpen te breken in 1994’.(15)

120

3. De ‘Alte Kameraden’ - Inhoud

Het VB is een politiek lappendeken van ultra-rechts Vlaanderen. Met het behoud van eigen ‘onafhankelijkheid’ van al die clubjes. Were Di en haar lijfblad Dietsland-Europa zijn innig met het VB verbonden. Karei Dillen sticht in 1956 het blad, dat zich spiegelt aan Bardèche’s Défense de l’Occident en aan Nation Europa, opgericht door de Duitse ex-nazi Ehrhardt. In het begin van de jaren ’60 ontstaat Were Di, een elitaire vormingsbeweging, waarvan Dillen tot midden de zeventiger jaren voorzitter is, waarna hij wordt opgevolgd door Bert van Boghout.

Tijdens de oorlog was deze laatste lid van de Nationaal-socialistische Beweging in Vlaanderen (NSBiV) en de leider van de Dietse Opvoedkundige Beweging (DOB). In 1942 werd hij directeur van de Vlaamse Volksscholen en lid van de De Vlag. Medio 1944 meldde hij zich als vrijwilliger voor de Waffen-SS. Na de oorlog werd van Boghout veroordeeld tot levenslang, maar rond Kerstmis 1950 komt hij vrij. Hij opent een boeken- en krantenwinkel. Via de boekendienst van Were Di verspreidt hij Duitse werken over de Waffen-SS en boeken als Rudolf Hess. Sein Schicksal in Bildern, Ich AdolfHitler, Reichparteitage der NSDAP 1923-1939 en Der Freiwillige, het maandblad van de HIAG, de organisatie van oud-SS-ers.

Van Boghout laat nooit na te beklemtonen dat het VB De Grondslagen van Were Di in haar politiek programma heeft gegoten.(1) Naarmate het VB succesvoller is, wordt haar aanwezigheid in de redactie van Dietsland-Europa omvangrijker en prestigieuzer. Begin 1991 worden Annemans en Lowie, VB-voorzitter van het arrondissement Antwerpen, officieel redactielid. De redactie telt nu grotendeels (ex)-leden van het VB en VB-filialen: Jan Arnou (NSV), Erik de Lobel (ex-VB), Bart Laeremans (NSV), Roeland Raes (VB), Edwin Truyens (stichter NSV). Verder Erik Verstraete, een redacteur van de Gazet van Antwerpen en Herman Thuriaux, motor van VZW Grensland, een organisatie die kampen inricht voor nationalistische jongeren uit Brussel en Vlaams-Brabant.

Van Boghout dankt er een grote bekend-, zo niet geliefdheid in VB-kring aan. ‘Een idealist in hart en nieren,’ noemt Dewinter hem in het partijblad.(2) Het VB overlaadt hem, in maart 1991, met eerbewijzen naar aanleiding van z’n 75ste verjaardag. Annemans rolt de

121

zwarte loper uit: ‘van Boghout is een zeldzaam radicaal en consequent figuur, die van onschatbaar belang is voor het Vlaams volk’?(3) Dillen prijst zijn collaboratie als ‘moedig en onbaatzuchtig’. ‘Van Boghout heeft een nooit te meten, nooit te ramen, nooit te berekenen, maar vaak - zo niet altijd - ondergewaardeerde invloed op de Vlaamse Beweging uitgeoefend,’ aldus Dillen.

Van Boghout bekleedt geen functie in het VB. Daardoor kan hij zich wat vrijmoediger uitdrukken. ‘Wie zijn kinderen lief heeft, spaart de roede niet,’ pleegt hij te zeggen. Het ‘verval’ van de VU na de snelle opmars in de jaren ’60 indachtig, waarschuwt hij aldoor voor afwijking van de zuivere extreem-rechtse lijn. ‘Ook leden en leiders van het VB zijn maar mensen. Het is de taak van Were Di erover te waken dat het basisprogram morgen niet wordt verkwanseld voor wat macht, wat geld, wat stemmen of wat persoonlijke voordeel,’ betoogt van Boghout.(4) De VB-overwinning op 24 november 1991 ontlokt grote vreugde. Op de verkiezingsavond weent de bijna 95-jarige en bedlegerige Ward Hermans tranen van vreugde. ‘Onze strijd is dan toch niet vergeefs geweest,’ noteert van Boghout uit de mond van de oud-SS-chef?(5) Dillen heeft nauw met Hermans samengewerkt in de bladen Dietsland-Europa en Ter Waarheid. Hij noemde de SS-er Hermans ooit ‘het symbool en de vader der verdrukten’.

Van Boghout en Were Di wachten niet lang om te waarschuwen. Het begint al in februari 1992 met een schot voor de boeg van Ludo Gerits, de redactiesecretaris van Were Di. ‘Heeft het VB voldoende geschikte mensen om de instellingen te bemannen en tegelijk het systeem te bekritiseren? Is het meespelen in de machtsstructuren op zich al niet corrumperend?,’ schrijft hij.(6) Hij beantwoordt de vraag aldus: ‘Het is onrustwekkend dat er bij de coöptatie van senatoren niet werd gedacht aan partij-ongebonden mensen zoals Peter de Roover of Mark Grammens. De partij is een eigen leven gaan leiden. Zit het virus er al in?’ Na deze zedenpreek zet van Boghout zelf de puntjes op de i. Hij formuleert ‘tien eisen’ voor het Vlaams nationalisme, lees het VB. De eisen die hij aanvoert, werpen een beetje licht op de strategie die het neo-fascistische kamp wil hanteren.

Allereerst vraagt van Boghout ‘de totale, definitieve en onvoorwaardelijke vernietiging van de Belgische staat’. ‘Een onafhankelijk Vlaanderen moet ons geheel volksgebied beslaan, van de Voer en Brussel tot Frans-Vlaanderen.’ Voorts herinnert hij aan het traditionele Dietse ideaal, de eenwording van Nederland en Vlaanderen.

122

Impliciet leven van Boghout kritiek op het VB. ‘Het zou fout zijn omwille van andere belangrijke doelstellingen zoals het migrantenbeleid, het anti-Belgische doel onder tafel te vegen.’

Overigens heeft van Boghout geen bezwaar tegen de racistische marsroute van het VB, want hij preekt tegen de migranten met hetzelfde vuur. ‘Ze zijn - vaak ongewild - de niet altijd vredelievende gezanten van een steeds fundamentalistischer islam. Vandaag is de islam niet langer de spreekbuis van voorname Arabische geleerden uit 1001 nacht, maar gewoon de motor van een dreigend middeleeuws fanatisme dat het hongergevoel moet stillen van de steeds maar grotere islamitische volksmassa’s, op zoek naar nieuwe weidegronden.’(7) Dietsland-Europa geeft menig staaltje van racisme weg. Ter illustratie: ‘De neger, de jood, de zwakzinnige, enzovoort, wordt zo stilaan de norm. Dat vind ik helemaal niet erg, wel integendeel, als zoiets het geval is in Afrika, in Israël of in een gespecialiseerde instelling. Daar is dat volkomen normaal. Maar niet hier, niet bij ons, niet in mijn huis! Voor mij geen mundiale eenheidsprak. Ik baal van internationale modegolven. Als anderen in adorerende katzwijm vallen bij het zien van een - inderdaad lief - vierjarig Marokkaantje met snottebellen zal dat mij worst wezen. Ik ben geen kandidaat-honorair-neger! ’.(8)

Wat opvalt is dat van Boghout het VB oproept de milieuproblematiek bovenaan haar politieke agenda te plaatsen en ‘sociale initiatieven’ te ontplooien om Vlaamse arbeiders aan te lokken.(9) ‘Dietsland-Europa wil een Vlaams-nationale denktank zijn,’ pocht van Boghout. Maar in werkelijkheid publiceert het blad veelal boekbesprekingen en artikelen uit zusterbladen als Rivarol, Nouvelle Ecole en Criticon. Vooral met Nation Europa blijkt het veel ideologische verwantschap te hebben. Niet voor niets verschijnt in Nation Europa een vleiend portret van van Boghout van de hand van Ilse-Carola Salm. Deze bejaarde dame bezoekt geregeld de Ijzerbedevaart en VB-feesten en brengt daarover geestdriftig verslag uit in Nation Europa en Europa Vorn. Zij vindt de Reps en andere Duitse extreem-rechtse partijen veel te lauw!

In Dietsland-Europa flirt VB-ondervoorzitter Roeland Raes ongegeneerd met verscheidene bekende en minder bekende fascistische coryfeeën. Zo belicht hij uitvoerig de figuur van Maurice Bardèche, de schoonbroer van de Franse collabo-schrijver Robert Brasillach.(10)

123

Raes analyseert ook het werk van Evola, die meewerkte aan het dagblad II regime fascista en op 9 september 1943 de pas bevrijde Mussolini begroette in Hitlers hoofdkwartier in Pruisen. Evola inspireert na de oorlog vooral de harde kern van de Italiaans neo-fascistische MSI. Tot aan zijn dood, in 1974, publiceert hij onder meer in Nation Europa.

Raes formuleert een kernidee van Evola en diens neo-fascistische volgelingen. ‘Evola waardeert de Waffen-SS, die niet streed voor een primair racisme of een pan-Germaans rijk, maar voor een hoger idee: Europa en een Nieuwe Orde,' aldus Raes. Evola sublimeert de Waffen-SS, een criminele organisatie, en verheft dit ‘eerste Europese vrijwilligersleger’ tot een soort model voor het verenigde Europa. Het Duitse nationaal-revolutionaire blad Junges Forum, waaraan Roeland Raes ook zijn medewerking verleent, verdedigt hetzelfde standpunt.

Logischerwijze bekritiseert Evola Hitlers politieke blindheid. Door alleen maar aan de enge Duitse belangen te denken en door Polen en andere Oosteuropeanen tot Untermenschen te degraderen, verijdelde Hitler een gezamenlijke strijd van alle Europeanen tegen het communisme. Daardoor was meteen de kans op de militaire overwinning en op de verbeide Europese eenwording verkeken. ‘Met terzijdelating van de SS komt het nationaal-socialisme over als een irredentistisch nationalisme, dat in plaats van bondgenoten te zoeken in Europa voor een gemeenschappelijke strijd tegen het communisme, zich als veroveraar en kolonisator gedroeg,’ zo vat Raes Evola’s stelling samen.(11)

Raes is een hardliner. Hij verdedigt zowaar Giorgio Freda, een ex-MSI’er. Deze uitgever van Hitlers en Evola’s geschriften en van de vervalste anti-semitische brochure de Protocollen der Wijzen van Zion, waaruit de joodse wereldsamenzwering zou blijken, zit vast wegens zijn aandeel in een terroristische aanslag. Tn onze gemeenschappelijke strijd tegen de tijdgeest, tegen de decadentie en tegen de leugen, staan Freda en ik aan dezelfde kant, ook al zijn er tussen ons ongetwijfeld heel wat meningsverschillen,’ aldus Raes.(12)

Het revisionisme dat de jodenuitroeiing herleidt tot een boosaardig verzinsel, is al jaren een specialiteit van Raes. In oktober 1989 publiceert hij, alweer in Dietsland-Europa, het artikel Een steen in de kikkerpoel, waarin hij de loftrompet steekt over Robert Faurisson en het tijdschrift Annales d’histoire révisionniste, dat voor het

124

eerst verschijnt tijdens het proces tegen oorlogsmisdadiger Klaus Barbie.

Na het Leuchter-rapport uit 1989 verspreidt het revisionisme zich als een soort schimmel over het Westen. Leuchter is een Amerikaanse nep-ingenieur die na labo-onderzoek van monsters uit Auschwitz en Birkenau tot de conclusie komt dat de joden niet werden vergast. Raes heeft veel lof voor Leuchter. ‘Na grondig onderzoek in de goedbewaarde installaties van het concentratiekamp Birkenau, waar volgens officiële rapporten tussen april 1942 en april 1944, 1.765.000 joden werden vergast, bewijst Leuchter dat de installaties hoogstens 105.688 lichamen zouden aankunnen, zelfs als ze 24 uur op 24 en 7 dagen op 7 zouden draaien. Een klein verschil van 1.660.000 individuen in één enkel kamp!,’ schrijft Raes.(13) Opmerkelijk is zijn besluit: ‘Niet alles wat de revisionisten schrijven, is echt overtuigend. Het neemt niet weg dat ze dapper en volhardend aan de weg timmeren, dat ze op hun terrein onvervaard opkomen voor de vrijheid van mening, die de superdemocraten maar al te graag aan banden willen leggen. Het revisionisme dient, in het algemeen, de zaak van de waarheid.’

In oktober 1989 laat een gelegenheidsmedewerker van Dietsland-Europa zich ontvallen dat ‘niemand ontkent dat er joden werden vergast’. Dat lokt meteen een scherpe reactie uit van de redactie en van André van Hecke, ere-voorzitter van de vzw Hertog Jan van Brabant, een organisatie van oud-SS’ers en oud-Oostfronters. ‘Ikzelf en verscheidene mensen ontkennen dat er mensdodende gaskamers bestonden in Duitsland of in de Duitse bezette gebieden. Steeds meer mensen zijn van mening dat niet één jood werd vergast, alle Holocaust-verhalen ten spijt,’ repliceert van Hecke.(14) Van Hecke is VB-lijsttrekker in 1981 en 1985 in Brussel. Zijn levensgezellin, Jeanine Colson, is bij de algemene verkiezingen, in november 1991, kandidate op de Brusselse VB-lijst. Zij fungeert als verantwoordelijke uitgever van publicaties van Vrij Historisch Onderzoek.

Grote extreem-rechtse partijen als het VB houden zich formeel verre van het revisionisme, dat doorgaans wordt overgelaten aan bevriende organisaties. De werkgroep Vrij Historisch Onderzoek (VHO) vervult sinds januari 1989 zo’n rol. Woordvoerder van het VHO is Siegfried Verbeke, ex-VMO’er en ex-redacteur van Haro. Het VHO geeft de Revisionistische Bibliotheek en een Nieuwsbrief uit.

In de eerste Nieuwsbrief doet het VHO zijn geloofsbelijdenis: ‘De zogenaamde gaskamers en de geplande uitroeiing van het joodse volk zijn één en dezelfde leugen.’ Jos Rogiers, eindredac-

125

teur van De Standaard tot oktober 1991 en lijsttrekker van het VB in Asse bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1988, is één van de eminentste leden van de werkgroep. Rogiers is auteur van de VHO-uitgave Het Holocaustbedrog en van de Achtergronddossiers. Eind 1991 verspreidt hij de brochure Sjacheren met schuldgevoelens.(15) Hierin herkauwt hij de vertrouwde revisionistische stellingen: de zogenaamde gaskamers in Auschwitz en andere kampen zijn in feite ‘lijkenkamers’, het dodelijke gifgas Zyklon-B is een ‘desinfecterend middel’ etcetera. In 1991 publiceert hij ook Het uitverkoren probleemvolk. De Joden als vaders van het nazisme, aanstichters van WO II, racistische massamoordenaars en bedreiging van de wereld.

Via Jeannine Colson en André van Hecke, ere-voorzitter van de vzw Hertog Jan van Brabant, heeft het VB een goede entree in het uitstervend maar nog invloedrijk collabo-milieu. Van Hecke, tijdens de oorlog lid van een Schutz Kommando, werd in 1946 tot twintig jaar celstraf veroordeeld. De vzw Hertog Jan van Brabant geeft Periodiek Contact uit, een blad ‘van en voor Oostfronters’. Tot de vzw behoren Patrick Molle, zijn schoonbroer VB-parlementariër John Spinnewyn en Staf Dauwen, VB-kandidaat in Brussel bij de laatste parlementsverkiezingen.

Van Hecke is een overtuigd anti-semiet en een Hitler-fan. Zo publiceert Periodiek Contact in de periode 1988 begin 1991 maandelijkse afleveringen uit de Protocollen der Wijzen van Zion. Naar aanleiding van de 100-ste verjaardag van Hitlers geboorte schrijft van Hecke, in april 1989, in een speciale editie van Periodiek Contact: ‘Het nationaal-socialisme bewees zijn deugdelijkheid en daarmee de mogelijkheid om het door financiële machten ontaarde democratische systeem te vervangen.’ In de lente van 1992 publiceert Periodiek Contact, in gotisch geschrift, uittreksels van de 1 mei-toespraken die Hitler hield in 1933 en 1935.

Het VB heeft ook banden met het Sint-Maartensfonds (SMF) en Berkenkruis, ‘het maandblad van de Oostfrontgemeenschap’. Het SMF blijft de Waffen-SS en de strijd aan het Oostfront met heimwee koesteren. ‘De Oostfronters gingen om te strijden voor Vlaanderen en zij streden verder om Europa te behoeden voor een overrompeling door het bolsjewisme (...) Ze hoeven zich niet te schamen. Hun strijd maakt deel uit van de Vlaamse ontvoogdingsstrijd,’ aldus gewezen VU-senator Oswald van Ooteghem, een ex-Oost-

126

fronter. SMF-getrouwen zoals Albert Aendenboom en Maurits Vanderbruggen prijken op de verkiezingslijsten van het VB.

Het SMF en de vzw Hertog Jan van Brabant sparen hun lof niet voor Jef François, die op 22 mei 1991 zijn 90-ste verjaardag viert. Jef François leidde voor de oorlog de Dinaso Militanten Orde (DMO). Begin 1941 werd hij commandant van de Zwarte Brigade, waarna hij met de SS naar het Oostfront trok. Nadien stond hij aan het hoofd van de Algemene SS-Vlaanderen. Na de bevrijding werd François ter dood veroordeeld, maar na 8 jaar celstraf werd hij vrijgelaten. Belfort, het tijdschrift van de Gentse afdeling van het VB, roemt de verdiensten van François als oprichter van de DMO. ‘Dit keurkorps slaagde er voor de eerste maal in de Vlaamse Beweging in tuchtvolle Dietse soldaten te vormen,’ schrijft Belfort.

Op 7 juni 1991 huldigt het VB de 90-jarige Jef François. De tafelredenaars Roeland Raes en Francis Van den Eynde bewieroken nogmaals François als ‘de commandant van de beste militantengroep die Vlaanderen ooit kende’. Het vurigste eerbewijs komt echter van André van Hecke. ‘Ook bij de welbekende grootmeesters van het onrecht, de krijgsauditeurs en dito rechters, was je een moeilijk man,’ aldus van Hecke, ‘want ze kregen niet gedaan dat je inbond en spijt betuigde. Je bleef gerade zoals de oude SS’ers zeggen’.(16)

Het collabo-milieu hecht veel waarde aan de VB-strijd voor amnestie. Het VB steunt het comité Vlaanderen ons Vaderland, dat begin 1990 is opgericht door van Boghout om de amnestiestrijd opnieuw aan te zwengelen. Overigens dient Annemans op 30 juli 1990 een nieuw amnestie-wetsvoorstel in. Voor het VB gaat het niet zozeer om reparatie van de sociale gevolgen van de repressie. ‘Wij kunnen geen vrede nemen met amnestie, als die wordt beschouwd als een soort neerbuigende vergiffenis die men krijgt na het toegeven van zijn zonden,’ verduidelijkt Verreycken in de Senaat.(17)

127

4. De mantelorganisaties - Inhoud

VMO, Voorpost, VNJ en NSV zijn de zogenaamde apolitieke vleugel van het VB. Hoe is de relatie tussen het VB en deze ‘partijongebonden’ organisaties en wat stellen ze momenteel voor?

Vandaag de dag leidt de opvolgster van de VMO, vzw Alarm, een onopvallend bestaan. De VMO heeft zich moeilijk kunnen herstellen van het vertrek van kopstukken als Buisseret en Verreycken, die nu topfuncties in het VB bekleden. Ook Luc Dieudonné heeft de VMO verlaten. Hij leidt nu de Kring voor het Onderzoek naar de Socialistische en Marxistische Ondermijning van onze Samenleving (KOSMOS).(1)

KOSMOS stelt zich voor als spionagedienst van het VB. In een wervingsfolder schrijft KOSMOS: ‘Onze werking ligt op twee terreinen. Intern het vergaren en verwerken van informatie en documentatie over de linkse ondermijning en destabilisatie. Extern de publicatie van artikels in nationalistische tijdschriften zoals Revolte van Voorpost en het nationaal maandblad van het Vlaams Blok, waar onze gastrubrieken De Augiasstal en Open Dossier reeds vaste waarden zijn geworden. Daarnaast doen diverse nationalistische organisaties en personen regelmatig beroep op onze infodienst.’

In feite is de VMO verdwenen samen met haar ‘historische’ leider Bert Eriksson, wiens echtgenote op de VB-kieslijst stond in oktober 1985. Erikssons laatste grote optreden dateert van het Euro-Ring Congres, dat op 4 april 1987 plaatsvond. Eriksson, Werner Van Steen en Roger Spinnewyn ontvingen toen de Nederlandse mevrouw Rost van Tonningen, bijgenaamd ‘de zwarte weduwe’ omdat haar echtgenoot gedurende de oorlog de inlijving van Nederland bij het Derde Rijk bepleitte. Ook leden van de Deutsche Völkische Bewegung, de Parti des Forces Nouvelles en de British National Party waren op het congres aanwezig.

De slottoespraak is als het ware Erikssons politiek testament. Hij fulmineert tegen de kunstenaars. ‘Ik wens er op te wijzen dat in het zo vervloekte Derde Rijk tenminste één man de moed bezat om deze uitbraaksels als ontaard te bestempelen, hun verspreiding te verbieden en hun mensverlagende werking uit te schakelen.’ Na enkele citaten uit de Protocollen van de Wijzen van Zion, besluit Eriksson als volgt: ‘Wij hebben getracht een beeld te schetsen van

128

westerse landen, die men ook welvaartstaten noemt. Maar ze kunnen eerder doorgaan voor mestvaalten waarop de oorspronkelijke bewoners een zinloos en zielig rattenleven leiden, tenzij uit deze biologische, chaotische mensenbrei nog enkele volkslievende, karaktersterke leiders opstaan om de vereenzaamde nationalistische groepen te bundelen en samen de duistere internationale krachten een halt toe te roepen’.(2)

Eriksson is nu met pensioen en fungeert hoofdzakelijk nog als gastheer van buitenlandse neo-nazi’s. De nakomeling van de VMO, vzw Alarm, geeft een maandblad met dezelfde naam uit. De motor ervan is Jef Eggermont. Alarm publiceert vraaggesprekken met nationalistische ‘voormannen’, onder wie VB-parlementsleden als Van Hauthem en Verreycken.

Het VB houdt echter de VMO-mythe levend. Eind 1988 is Wim Verreycken de drijvende kracht achter een VMO-herdenking. ‘Om de militanten er op te wijzen dat de tijd met Wim Maes niet alleen een heerlijk avontuur was, maar ook een soldateske opleiding,’ aldus Verreycken in Branding, het blad van de Nationalistische Studentenvereniging (NSV).

Eind 1988 slabakt de NSV-werking en het NSV-blad Branding verdwijnt zelfs van de markt. Te veel NSV-leiders zijn naar het VB afgevloeid. Net als de VMO lijkt het NSV de aderlating slechts moeizaam te overleven. Vanaf 1990 treedt er echter langzaam maar zeker beterschap in. Op 17 maart 1990 wijdt het NSV een ‘landdag’ aan de milieu-politiek die uit de maatschappij-kritische hoek moet worden gehaald. Op 24 april 1991 voeren 35 NSV’ers actie voor amnestie. Zonder enig schaamtegevoel bezetten ze het Fort van Breendonk, waar tijdens de oorlog de slachtoffers van het nazisme werden gefolterd.

Sinds 24 november 1991 is NSV in het parlement vertegenwoordigd door een legertje ex-leden: Dewinter, Marijke Dillen, Joris Van Hauthem. Branding put hieruit de moed om te schrijven: ‘Brand stichten, dat is dus onze taak. En zand aanbrengen. Veel zand. Niet om het vuur te doven, maar wel om er het Belgische raderwerk mee te versmachten’.(3) Op 20 februari 1992 betoogt het NSV in Leuven hand in hand met het VB tegen een multicultureel Europa. Er is zelfs een delegatie van Voorpost-Nederland en van AGIR present.

Het NSV is te veel gefixeerd op het ‘zwarte’ verleden, en daardoor niet erg aantrekkelijk voor studenten. Frank Staeren, oud NSV-leider en thans voorzitter van de VB-Jongeren in Limburg, geeft dit onom-

129

wonden toe. ‘NSV presteert ondermaats. Dat is niet te wijten aan een gebrek aan idealisme, maar wel aan een gebrek aan beleid,’ schrijft hij.(4)Staeren stuurt aan op een moderner imago: ‘We hebben bewezen de echte erfgenamen van Tollenaere te zijn, maar we hebben kunnen vaststellen dat haast niemand ons steunt, dat bepaalde rechtse kringen ons wantrouwen, dat we altijd op zwart zaad zitten.’

Het Vlaams Nationaal Jeugdverbond (VNJ), de ‘partij-ongebonden’ jeugdbeweging van het VB doet het beter. Sinds de laatste verkiezingen, in november 1991, zitten twee nog actieve VNJ-leiders voor het VB in de provincieraad. De kersverse VB-parlementariërs Joris Van Hauthem, Frans Wijmeersch en Wim Verreycken verdienden in het VNJ hun sporen. Hetzelfde geldt voor VB-verkiezingskandidaten als Hilde De Lobel en Lutgarde Dosfel.

Het VNJ is opgericht in 1961 door de Antwerpse architect Van Haerenborgh, die tijdens de oorlog actief was in de jeugdbeweging van het VNV. Hij krijgt veel steun van de toenmalige VMO-leiders Bob en Wim Maes. Het VNJ heeft zowat 300 leiders en leidsters die elke week 2.500 jongeren van 5 tot 18 jaar begeleiden.(5) Onder hen de zonen van Luc Vermeulen en Xavier Buisseret. Het verbondshuis in Berchem is opgefleurd met foto’s van Cyriel Verschaeve, August Borms, Staf de Clerq en Ward Hermans.

Op 22 september 1991 wordt in Hasselt ‘30 jaar VNJ’ gevierd met als eregaste Jetje Claessens. Zij was tijdens de bezetting één van de leidsters van de Dietse Meisjesscharen. Na de oorlog wordt zij ter dood veroordeeld. Na haar vrijlating in 1951 begint ze een nieuw leven in Argentinië. Ledy Broeckx, nationaal verantwoordelijke, houdt de feestrede: ‘Kotsmisselijk worden wij, jongeren, als men ons Belg noemt,’ zegt Broeckx. ‘Wij willen geen staatsburger zijn van een land, dat zonder blikken of blozen zijn ongeboren kinderen laat vernietigen. Wij willen geen staatsburger zijn van een land dat 242 moorden op zijn geweten heeft, moorden met voorbedachte rade nog wel! Als Vlaams-nationale en radicale jeugdbeweging zullen wij amnestie eisen van deze onstaat. Eisen, geen gestamel of gebedel aan de poort. We zullen ons niet met een lekstok laten paaien’.(6)

Deze toespraak wordt afgedrukt door het ledenblad Storm, dat ook graag uitpakt met getuigenissen over de repressie tegen ex-Waffen-SS’ers. Naar aanleiding van ‘30 jaar Storm’ ontvangt het blad gelukwensen van Dewinter, Karei Dillen en Wim Verreycken. Storm is vooral het levenswerk van Wim Van Onckelen, een ex-VNV’er.

130

Lidwina Van Onckelen, lang eindredacteur van Storm, is ook actief in Voorpost, dat in 1977 is opgericht door Francis Van den Ey1nden en Roeland Raes. In die pionierstijd leidt het huidige VB-parlementslid Luc Van Nieuwenhuyzen Voorpost-Brussel. De actiegroep van Voorpost wordt aangevoerd door Luc Vermeulen, ex-VMO’er, die zonodig invalt voor Buisseret als leider van de VB-ordedienst.

Voorpost heeft, net als Were Di, een elitair, heel-Nederlands en pro-Europees profiel. Joris van Severen, de fascistische leider van het vooroorlogse Verdinaso, is het lichtend voorbeeld. ‘Voorpost heeft zich in stijl en optreden steeds laten inspireren door van Severen. Ook voor ons is het getal en het gelal van de grote massa’s van weinig of geen tel, omdat ook wij weten dat alleen een minderheid invloed kan hebben,’ aldus Revolte. En verder: ‘Hij heeft op vele jongeren van Voorpost een beslissende invloed uitgeoefend’.(7) Over het einddoel laat Revolte geen misverstand bestaan. ‘De Vlaamse Beweging bevredigt de meeste jongeren niet als haar strijd niet gepaard gaat met het omverwerpen van de oude bourgeoiswaarden. Een einde maken aan de Oude Orde was ook het doel van van Severen. Hij wilde met een elite de staat veroveren’.(8)

Voorpost onderhoudt contacten met de Duitse NPD. In 1990 organiseert Voorpost voor de elfde keer een Pinksterkamp in samenwerking met de Junge Nationaldemokraten (JN). Er zijn op het kamp ook Bretoenen, Britten en extremisten uit de voormalige DDR aanwezig.(9) Het anti-racistische blad Casablanca weet te melden dat Voorpost deelneemt aan trainingskampen van de JN in het Duitse Wittgenstein.(10)

Daarnaast heeft Voorpost ideologische banden met de Union für Süd-Tirol en in het bijzonder met de uiterst rechtse Eva Klotz van de Südtiroler Heimatbund. In Zuid-Afrika heeft Voorpost onlangs een filiaal opgericht. Sinds 1978 heeft Voorpost ook een afdeling in Nederland, maar alle activiteiten worden vanuit het Vlaams hoofdkwartier geregeld. Net als het VB voelt Voorpost zich geroepen om in Nederland aan ‘ontwikkelingswerk’ te doen. Op 12 mei 1990 organiseert Voorpost een bijeenkomst in Den Haag. Alle extreem-rechtse partijen zijn uitgenodigd om te komen luisteren naar Van den Eyndes toespraak over ‘het nationalisme in Oost-Europa’. Van den Eynde benut de gelegenheid om de vier Nederlandse zusterpartijen tot samenwerking aan te sporen.

131

Om Voorpost wat dichter bij de Nederlandse leden te brengen, wordt in 1990 de Voorpost-Raad Nederland in het leven geroepen. De invloed ervan is gering. De meest opvallende activiteit die vanuit Voorpost-Nederland wordt opgezet, is de vorming van de Nederlands-Kroatische werkgemeenschap onder leiding van D. van der Bos. Deze stond op 6 maart 1991 bovenaan de Friese lijst voor de Centrumdemocraten bij de Statenverkiezingen. In het totaal zijn zowat 15 Nederlanders via Voorpost naar het Kroatische Oostfront gegaan.

In Vlaanderen is het ook Voorpost dat in samenwerking met de VB-Jongeren de actie ‘SOS Kroatië’ op touw zet. Een delegatie, bestaande uit Luc Vermeulen en Jan Huijbrechts, de nieuwe VBJ-voorzitter, brengt op 17 januari 1992 een bezoek aan de fascistische HOS-militie in Zagreb.

In september 1989 vond een aflossing van de wacht plaats. Voorzitter Francis van den Eynde en Roeland Raes, hoofdredacteur van Revolte, vertrokken met spijt in het hart. Hun drukke partij activiteiten slokten te veel tijd en energie op. De nieuwe voorzitter van Voorpost is Johan Vanslambrouck, een gewezen praeses van de nationalistische studentenvereniging VNSU in Gent. Peter Logghe, een ex-praeses van NSV-Gent, leidt de redactie van Revolte. Hij is een discipel van Nieuw Rechts. Vandaar dat Robert Steuckers, gewezen redactie-secretaris van Nouvelle Ecole, het blad van Alain de Benoist, geregeld in Revolte schrijft. Logghe zelf werkt mee aan buitenlandse neo-fascistische tijdschriften zoals Nation Europa.

Met de verkiezingsoverwinning van het VB, in november 1991, is volgens Logghe een nieuw tijdperk in de ‘rechtse revolutie’ ingeluid. ‘Onze gekozenen,’ schrijft hij, ‘moeten van de radicalisering van de Vlaamse beweging gebruik maken om deze onstaat te nekken, met voorbedachte rade (...) Wij verwachten van hen ondersteuning voor de straatacties (...) Zij zullen uiteindelijk bepalen of de rechtse revolte wordt ingezet. Wij betrouwen op hun beginselvastheid en op hun compromisloosheid. Houzee!’(11)

132

5. Eigen volk eerst - Inhoud

‘Niet-Europese gastarbeiders behoren binnen een redelijke termijn naar hun vaderland terug te keren. Alle werkloze, clandestiene en correctioneel veroordeelde niet-Europese vreemdelingen moeten onmiddellijk terugkeren. Wij eisen eveneens de sanering van het statuut van politiek vluchteling,’ zo luidt in 1978 het eerste VB-partijprogram, getiteld Grondbeginselen.(1) Het VB heeft dus vanaf haar ontstaan geen geheim gemaakt van haar racistische doelstellingen. Maar aanvankelijk overheerst het thema van de ‘Vlaamse strijd’. Pas na het VB-congres van 1984 wordt de ‘terugkeer van niet-Europese immigranten’ het allesoverheersende programmapunt. Op dit congres, op 25 maart 1984, leveren ondervoorzitter Roeland Raes en Eric de Lobel de ideologische basis. Zij hebben geleerd van Le Pen dat racisme een goedkope maar lonende verkiezingstruc is. Niet voor niets zegt Raes: ‘Over de gastarbeidersproblematiek heeft het FN een bezonnen standpunt, dat wij zonder meer kunnen delen’.(2)

Het VB gaat uit van de fundamentele ongelijkheid tussen volkeren en rassen. ‘Het is één van onze eerste en zwaarste taken de monsterachtige gelijkheidsleugen te vernietigen. Individuen, volkeren en rassen zijn niet gelijk. Links met heel zijn aanhang tot de progressieve pastoorskudde toe vertrekt vanuit een voor ons onaanvaardbaar gelijkheidsideaal. Met Nietzsche zeggen we echter dat onrecht juist ligt in het opeisen van gelijke rechten voor alles en iedereen,’ aldus Raes.(3)

Het nationalisme wordt geformuleerd in termen die sterke overeenkomst vertonen met het traditionele fascistische vertoog. In de ‘solidaristische volksgemeenschap’ is er geen plaats voor ‘volksvreemde’ rassen en culturen. De Lobel: ‘In een volkerenmozaiek kan een volk niet over volledig zelfbestuur beschikken, want volksvreemde elementen hebben er dan inspraak in de aangelegenheden van een ander volk.’ Hij zet zich dan ook krachtig af tegen ‘stemrecht voor Walen en andere vreemdelingen’. Om vervolgens het verlossend woord te spreken: ‘Aldus uitgesloten van iedere deelname aan het beleid, kunnen ze zich hier niet ontplooien. Er rest hen niets meer dan zich terug in eigen land te vestigen.’ In dezelfde stijl en met de ‘wetenschappelijke’ racist Alain de Benoist, hoofdredacteur van het

133

tijdschrift Nouvelle Ecole, als leidraad noemt Raes de migranten ‘ontwortelden, verplaatsten en bannelingen’ en de terugkeerpolitiek, een kwestie van ‘zuivere menselijkheid en welbegrepen solidariteit’.(4) De terugkeer krijgt zo haast iets nobels.

Het VB is een ‘zweeppartij’. Ze legt doelbewust de lat telkens iets hoger om de traditionele partijen onder druk te zetten. Deze escalatie-politiek heeft nog een voordeel: er treedt na verloop van tijd bij een deel van de politieke wereld een proces van gewenning op. Ook Hitler deed er bijna tien jaar over om telkens nieuwe, strengere maatregelen te fabriceren die de joden stapsgewijs uit het maatschappelijk leven stootten. In 1933 verbiedt nazi-Duitsland rituele slachtingen en daarna de hele godsdienst. In datzelfde jaar wordt een numerus clausus voor joden ingevoerd in het hoger onderwijs. Op 15 september 1935 kondigt Hitler de Nürnberger Gesetze af, waarin wordt bepaald dat alleen nog kinderen van Arische ouders de Duitse nationaliteit kunnen krijgen. Daardoor worden de joden uitgesloten van het staatsburgerschap en verliezen ze hun politieke rechten. In 1937 wordt de apartheid ingevoerd in het beroepsonderwijs. Hitler sluit joden ook langzamerhand uit van alle sociale voorzieningen. Nog in 1937 wordt op grote schaal begonnen met het confisqueren van joods vermogen. In november 1938 worden alle joodse leerlingen van de scholen uitgesloten en wordt de ‘arizering’ van alle joodse ondernemingen bevolen. De joden in Duitsland zijn in feite paria’s geworden.

Het VB volgt ook een taktiek van geleidelijke uitsluiting.

Aan de vooravond van de Europese verkiezingen in 1989 publiceert Dewinter het boek Eigen Volk Eerst. Een antwoord op het vreemdelingenprobleem.(5) Hierin ontvouwt hij een gedetailleerd tien-puntenplan waarmee de partij de terugkeer van niet-Europese migranten wil aanpakken. ‘Zoniet maken we de grote egalisatie mee - de droom van iedere voorstander van de pluriculturele maatschappij - waarbij onze achterkleinkinderen in plaats van computers te bedienen, uit de Derde Wereld geïmporteerde maniok stampen in afgedankte soepketels,’ hoont Dewinter die zijn blank superioriteitsgevoel nooit volledig onder controle krijgt.(6) Het hele boek is doordesemd met dubbelzinnigheden en sneren naar de migranten: ‘De aanwezigheid van de vele immigranten verandert onze leefwereld langzaam maar zeker. Het straatbeeld verandert, de kwaliteit van het onderwijs vermindert, de criminaliteit stijgt, de werkloosheid neemt toe’.(7) De terugkeerpolitiek is een kwestie van

134

gezond verstand, vindt Dewinter, die terloops zijn meester Le Pen citeert. ‘Het is normaal dat de solidariteit binnen een volksgemeenschap eerst en vooral tot uiting komt tussen de leden van deze gemeenschap. De Franse politicus Jean-Marie Le Pen zegt hieromtrent: ik hou meer van mijn kinderen dan van verre familie, ik hou meer van mijn familie dan van mijn buren en ik hou meer van mijn buren dan van volslagen onbekenden’.(8)

Hoe zien Dewinters terugkeerplannen er concreet uit? Onmiddellijke uitwijzing van ‘illegalen’, werklozen en ‘criminelen’. Deze laatsten moeten hun straf uitzitten in hun ‘thuisland’ want ‘onze gevangenissen zijn ontspanningsoorden in vergelijking met die van hun eigen land’. Maar dat is lang niet alles. Dewinter heeft in zijn boek ook voorstellen opgenomen inzake de terugkeer van alle niet-EG vreemdelingen van de eerste, de tweede en de derde generatie. Zelfs het FN gaat - voorlopig - niet zover. Dewinter noemt zijn terugkeerplan cynisch genoeg ‘humaan’. Dat slaat dan op het feit dat terugkerende vreemdelingen, althans als ze niet werkloos zijn, een premie krijgen uit een ‘reïntegratiefonds’, dat gespekt wordt met bijdragen voor de sociale zekerheid. Kortom, de migranten ‘mogen’ hun gedwongen repatriëring nog zelf subsidiëren ook. De premie zal pas worden uitgekeerd na de definitieve terugkeer. Om de terugreis te bekostigen kan de migrant wel een ‘voorschot’ bekomen. Werkloze niet-EG vreemdelingen krijgen niets. Zij moeten na drie maanden werkloosheid zonder verdere plichtplegingen het land verlaten. Dewinter rekent voor dat zijn plan leidt tot het vertrek van 50.000 vreemdelingen in één jaar. In afwachting moet er een soort apartheid worden ingevoerd: een apart stelsel voor sociale zekerheid voor immigranten, een belasting op het in dienst nemen van immigranten, voorrang voor autochtonen bij de verdeling van werk en sociale woningen, een apart onderwijs voor migrantenkinderen, beperking en in sommige gevallen zelfs afschaffing van de werkloosheidsuitkering en kinderbijslag, verbod op gezinshereniging.(9)

Dewinters boek lokt nauwelijks of geen negatieve reacties uit. De Financieel Economische Tijd, de krant van de Vlaamse werkgevers, bespreekt het zonder enige commentaar, alsof er geen vuiltje aan de lucht is. Het VB kan bijgevolg haar kruistocht tegen de migranten gerust verder zetten.

De uitslag van de Euroverkiezingen hebben de meningen van christen-democraten en socialisten inzake het migrantenbeleid op één lijn gebracht. Tot dan toe was er van een migrantenbeleid, laat staan van

135

een actieve bestrijding van het racisme in de verste verte geen sprake. Alleen Koninklijk Commissaris D’Hondt werkte, met beperkte middelen, vol ijver aan een ‘integratieconcept’. Haar functie is echter louter adviserend. Kortom, het ontbreekt haar aan machtsmiddelen om haar ideeën in praktijk om te zetten. Voor de uitvoering van het door haar voorgesteld integratiebeleid is zij afhankelijk van nationale en gemeenschapministers en van de gemeenten, en die staan niet te springen om mee te werken. Op 17 januari 1990 bespreekt de Kamer het eerste verslag van het Commissariaat, dat naast een documentair gedeelte, 81 maatregelen opsomt.

Uit het debat blijkt dat de regeringspartijen een consensus hebben bereikt. Van Hecke (CVP): ‘De CVP gaat uit van de blijvende aanwezigheid van het grootste deel van de migranten. Een terugkeerbeleid kan nooit een belangrijk onderdeel zijn van het migrantenbeleid.’ Voor de regering is integratie voor alles een aanvaarding van de bestaande maatschappelijke orde. Van Hecke: ‘Het Koninklijk Commissariaat heeft een uitstekende definitie gegeven van het inpassingsbeleid. Er is assimilatie nodig inzake openbare orde. Er moet respect zijn voor de belangrijke sociale basisbeginselen van onze samenleving. Tenslotte moet er eerbied bestaan voor de culturele diversiteit’.(10)

Met deze definitie eisen de regeringspartners dat de immigranten zich aanpassen aan de heersende waarden en normen, alsof aanpassing het centrale probleem is bij de opkomst van racisme en extreem-rechts. Door het criterium ‘integratie’ in plaats van gelijkberechtiging als uitgangspunt te nemen, wordt bovendien een onderscheid gemaakt tussen ‘integreerbare’ en ‘niet-integreerbare’ vreemdelingen, wat de raciale tegenstellingen alleen maar kan verscherpen. Het is de praktische uitwerking van deze ideologie die de volwaardige participatie van minderheden in de weg staat. De regering wil hun politieke invloed tot het minimum beperken. Daarom weigert zij aan niet-Belgen stemrecht te verlenen. In de plaats daarvan versoepelt zij de nationaliteitswet en richt zij lokale overlegorganen op - in Antwerpen een migrantenraad en in Brussel een gemengde overlegcommissie. In die aparte overlegorganen kunnen de migranten zich in vertrouwde omgeving het Belgische politieke spel eigen maken. Deze ‘geleide integratie’ blijft de migranten naar de marge van de politiek voeren. Daarbij komt dat werkloosheid of criminaliteit bij migranten voorkomen om andere redenen dan gebrek aan integratie. Discriminatie en racisme bijvoorbeeld zijn

136

een veel belangrijker factor. Niettemin komen stappen die hieraan een einde zouden kunnen maken niet op de agenda van de regering voor.

De liberale oppositie gaat nog een stap verder. Ze volgt een tweesporenbeleid van integratie en terugkeer. Gol (PRL) wil de terugkeerpremie opnieuw invoeren en deze koppelen aan ‘negatieve maatregelen’ zoals vermindering van de werkloosheidsuitkering. Ook bepleiten de liberalen een ‘onderzoek’ naar de wil tot integratie bij naturalisatie. Beysen (PW): ‘De migranten dienen hun bereidheid tot integratie te bewijzen. Degenen die integratie afwijzen moeten de kans krijgen om zich te reïntegreren in de eigen cultuur. Zes Vlamingen op tien zijn voorstander van een terugkeerbeleid. Wij kunnen hen niet zomaar negeren’.(11) Het voornaamste tastbare effect van de liberale strategie is dat het VB in één klap enorm aan geloofwaardigheid en legitimiteit wint. Handenwrijvend reageert Dewinter: ‘Het toont aan dat er wel degelijk een forum bestaat voor onze ideeën en dat we gehoor krijgen bij de andere partijen. Het bewijst tevens dat de boycot nu definitief doorbroken is en dat een stem voor het VB geen verloren stem is maar een stem die doorweegt in het politieke cenakel’.(12)

In het Kamerdebat van 22 november 1990 hebben Gol en Beysen alleen maar de mond vol van terugkeer en hardere repressie. Het rechtse schimpblad ’t Pallieterke schrijft vol blijdschap: ‘De liberalen hebben hun standpunten inzake vreemdelingenbeleid aangescherpt: geen privilegiën; geen toegang tot het openbaar ambt; sancties tegen luchtvaartmaatschappijen die illegale vreemdelingen binnenbrengen; stimuleren van de vrijwillige terugkeer; hardere aanpak van politieke vluchtelingen, clandestiene en criminele migranten; herziening van de akkoorden over werkloosheidsvergoedingen met de Magreblanden; toekenning van de Belgische nationaliteit uitsluitend aan degenen die zich echt willen integreren.’ ’t Pallieterke kan het niet laten het passende besluit te trekken: ‘Kras, nietwaar? Laat Karei Dillen dan al een extremist zijn, dat kan toch moeilijk worden gezegd van Jean Gol die tot voor een paar jaar nog vice-premier en minister van Justitie was’.(13)

Het integratiedebat, en vooral de niet aflatende inzet van Koninklijk Commissaris D’Hondt, lokken een reactie uit van het VB. Dewinter publiceert in mei 1991 het boekje Weg met ons?, waarin hij in zijn bekende pamfletstijl afrekent met ‘volkscommissaris’

137

Paula D’Hondt, en haar ‘mundialistische integratie-utopieën’. Dewinter draagt het boek op aan één van zijn helden, de in 1982 om het leven gekomen Libanese president, Bechir Gemayel, leider van de fascistisch getinte en door Israël gesteunde Falange. Terwijl de Golfoorlog volop woedt, opent Dewinter het vuur op de islam, een ‘totalitaire, onverdraagzame en agressieve veroveringsgodsdienst’. Dewinter: ‘Buurt na buurt, wijk na wijk worden onze steden ingepalmd. Volgens een islamitische traditie is een stad veroverd als vanaf twee minaretten de islamitische boodschap kan worden verkondigd. De kolonisatie van Vlaanderen en van Europa is wel degelijk begonnen’. En: ‘De islam werpt zich op als de nieuwe vijand van het Westen. De vijfde colonne van de islam is reeds massaal op ons grondgebied aanwezig (...) De islam hoort in Europa niet thuis. Eeuwenlang hebben onze voorouders deze godsdienst met het zwaard buiten onze grenzen proberen te houden.’ Dewinter stelt voor de erkenning van de islamitische eredienst in te trekken.(14)

Kort daarop, in mei 1991, breken in Brussel zogenaamde ‘rassenrellen’ uit naar aanleiding van een gespierde identiteitscontrole van een Marokkaanse motorrijder. De volgende dagen doen de ‘rellen’ één voor één de armoedige buurten in Sint-Jans Molenbeek, Sint-Joost ten Node, Schaarbeek, Vorst en Sint-Gillis aan. Nog nooit hebben politici de behoefte aan ‘integratie’ zo van de daken geschreeuwd en nog nooit wordt die met zulke repressieve woorden en middelen bevochten. Zonder de oorzaken - de rassendiscriminatie, de verpaupering van de binnenstad, de jeugdwerkloosheid en, in het algemeen, de klassenmaatschappij - te onderzoeken, komen de autoriteiten met de voorspelbare beschuldiging van ‘agitatoren’ en ‘misdadigers’. De liberalen voeren tijdens het debat in de Kamer een race tegen extreem-rechts om het de kiezers naar de zin te maken. PW-fractievoorzitter Beysen: ‘Dit land is al te lang voorbijgegaan aan het principe van law and order.’ Nols: ‘Er zijn in ons land goed geïntegreerde migranten. Anderen leven echter aan de rand van de maatschappij. Voor hen is er slechts één oplossing: ze moeten het land uit, zo vlug mogelijk. Indien de tarieven van Sabena te hoog liggen, kan dan niet een C-130 van het leger worden ingezet voor de repatriëring van illegale inwijkelingen?’(15)

Annemans gebruikt de ‘rellen’ als een wapen tegen de ‘integratie’. Volgens Annemans ‘uiten de moslims stelend, brandend en plunderend hun mening en laat de regering de broeiende kwaal van tienduizenden ontwortelde moslims ongemoeid’. Dat de zogenaamde

138

‘rassenrellen’ eigenlijk maatschappelijk bepaald zijn vindt Annemans blabla. ‘Het enige sociale aspect is dat deze ontwortelde jongeren ons het recht op onze Europese rijkdom ontzeggen,’ aldus Annemans. Hij besluit met het voorstel om de orde te laten herstellen door generaal Schwarzkopf, de Amerikaanse generaal die de oorlog tegen Irak leidde. Alleen een allusie op de precisiebombardementen ontbreekt nog.(16) Het VB pleit voor een samenscholingsverbod in gemeenten met meer dan 10% niet-Europeanen, hetgeen betekent dat alle inwoners van de wijk, Belgen en migranten, niet meer in groep op straat mogen.

Na het succes bij de algemene verkiezingen in november 1991, verruimt het VB nogmaals haar racistisch programma. In juni 1992 organiseert het VB in Antwerpen een colloqium over ‘Immigratie: het Westen voor de keuze’. Het FN-parlementslid Blot is aangekondigd als gastspreker. Dewinter presenteert op de bijeenkomst een 70-puntenprogram. Het merendeel van de voorgestelde maatregelen stemt overeen met de inhoud van het boek Eigen Volk Eerst en met het 50-puntenprogram dat het FN in november 1991 publiceerde.

Het VB wil net als het FN het ‘bloedrecht’ als criterium voor naturalisatie invoeren. Dat betekent dat alleen kinderen van een Belgische vader of moeder de Belgische nationaliteit kunnen krijgen. Daarmee introduceert deze zogenaamde nationalistische partij een ras-element in haar programma. Het VB wil de herziening van alle naturalisaties sinds 1974 en een drastische verscherping van de nationaliteitswetgeving. Alleen vreemdelingen die al tien jaar in België wonen, de gemeenschapstaal spreken, van goed zedelijk gedrag getuigen en bijzondere diensten aan het land hebben bewezen, komen nog voor naturalisatie in aanmerking. Zij moeten dan nog wel een ‘bewijs van loyauteit aan de Belgische wetten’ ondertekenen.

Maar het VB gaat zelfs verder dan het FN. Het ontzegt migranten het recht te werken in een andere sector. Ook mogen ze geen huis kopen, tenzij na een verblijf van 10 jaar. Het VB wil een nieuwe politiedienst, 500 man sterk, in het leven roepen om illegalen op te sporen. Deze illegalen moeten vervolgens worden deporteerd met C 130 Hercules toestellen, vrachtvliegtuigen van het leger. ‘Dat is een goedkope manier,’ meesmuilt Dewinter. Hij stelt voor het budget voor de repatriëring van illegalen te verhogen tot 200 miljoen BF per jaar. Volgens de minister van Defensie kan een C130 92 passagiers vervoeren. Volgens het VB bevinden zich momenteel 100.000

139

illegalen in België. Een eenvoudig rekensommetje leert ons dat er zo’n 1.000 vluchten zullen nodig zijn om de ‘illegalen’ te deporteren. Met het gevraagde budget van 200 miljoen BF betekent dat 200.000 BF per vlucht of 20.000 BF per passagier.

In de punten 67 tot 70 wordt resoluut geopteerd voor de terugkeer van alle vreemdelingen. Zo wil het VB onmiddellijk 40.000 niet-Europese werkloze gezinshoofden en hun familieleden over de grens zetten. Het VB stoort zich niet aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dat collectieve uitzetting verbiedt. Tijdens het tv-debat De Zevende Dag merkt Dewinter op: ‘De rechten van het eigen volk gaan voor op de rechten van de mens . Zeer symbolisch stottert hij tweemaal bij het uitspreken van de vier woorden ‘rechten van de mens’.(17)

Verder herhaalt Dewinter in zijn 70-puntenprogramma de gekende apartheidsmaatregelen inzake onderwijs, huisvesting en sociale zekerheid.(18) ‘Wij pleiten voor een gescheiden onderwijs, sommigen noemen het apartheid, en zoals U weet heb ik met dat woord geen enkel probleem. Sommigen noemen het segregatie en ook dat vind ik geen vies woord,’ aldus Dewinter.(19)

140

6. Apartheid - Inhoud

Het VB-racisme is, zo blijkt, ten nauwste verbonden met de verdediging van het Zuidafrikaans apartheidssysteem, de meest markante vorm van hedendaags racisme. Het is een geïnstitutionaliseerd racisme, ‘gerechtvaardigd’ door een vermeende superioriteit van het Europese ras. Gemengde huwelijken zijn verboden en volgens de ‘pasjeswet’ moeten de zwarten zich voor elke stap in een ‘blank gebied’ verantwoorden. Maar de kern van het hele apartheidssysteem is de wet op de groepsgebieden, waarin leden van verschillende rassen wordt voorgeschreven in verschillende gebieden te wonen, alsook de wet op de bevolkingsregistratie, waarin bepaald is dat moet worden vastgelegd tot welk ras iemand behoort.

Dillen en Raes, voorzitter en ondervoorzitter van het VB, hebben steeds de apartheid door dik en dun verdedigd. Dillen vertaalt trouwens in 1965 het boek Apartheid, een uitdaging van J.E. Holloway. Roeland Raes ontwerpt in 1973 De Grondslagen van Were Di, waarin hij het Ku Klux Klan-plun verdedigt om de VS op te delen in ‘gescheiden leefgebieden voor blank en zwart’. De nazistische Ku Klux Klan wil de Latino’s onderbrengen in een strook langs de Mexicaanse grens en de zwarten in delen van Alabama en Mississippi. ‘Apartheid is wellicht de enige bevredigende politiek op lange termijn voor gebieden met een sterk gemengde bevolking,’ oppert Raes.(1)

In haar Grondbeginselen schrijft het VB: ‘Zuid-Afrika neemt voor het VB een bijzondere plaats in. Het VB beklemtoont uitdrukkelijk haar solidariteit met blank Zuid-Afrika. Ten eerste omdat het Afrikanervolk sterk stamverwant is met het Nederlandse volk. Ten tweede omdat de blanken in Zuid-Afrika ook levens- en dus beschikkingsrecht hebben. En tenslotte omdat Zuid-Afrika van vitaal belang is voor de vrijheid en verdediging van Europa.’

Al in 1986 schaart het VB zich achter uitgesproken neo-fascistische partijen als de Afrikaner Weerstand Beweging (AWB) van Eugène Terre Blanche en de Boerestaat Partij, die een eigen Boerenstaat voor de Afrikaners willen oprichten. De provincies Transvaal, Oranje Vrijstaat, Vrijheid en delen van Natal en de Kaap zijn volgens deze partijen ‘ Boeren-bloedgrond’. De AWB van Terre Blan-

141

che, wiens naam ‘Witte Aarde’ al boekdelen spreekt, hanteert symbolen die onmiskenbaar lijken op de tekens waarmee de nazi’s opereerden, met zwart-wit-rode vlaggen, een symbool dat op de swastika lijkt, en khaki-uniformen.

De AWB leidt paramilitaire commando’s op voor de ‘derde Boerenoorlog’, nu tegen de zwarte bevrijdingsbewegingen. ‘Deze AWB maakt in onze gestroomlijnde media geen beste beurt, maar wat we recent van Terre Blanche hoorden en lazen getuigt van een onbetwistbaar realisme,’ aldus het VB-partijblad.(2) Voorpost nodigt in 1986 de ‘Boerenleider’ zelfs uit om naar de traditionele Sporenherdenking te komen, maar Terre Blanche krijgt niet bijtijds een visum, zodat Voorpost het met een geschreven boodschap moet stellen. ‘Jammer, want we hadden hem graag eens ondervraagd over zijn politieke ideeën,’ treurt Raes.

In 1987 zorgen Voorpost en Vlaams Blok voor een ongeziene herrie op de jaarlijkse Ijzerbedevaart. Leden van Voorpost storen de toespraak van de toenmalige voorzitter Paul Daels door met autobanden om de hals - symbool voor de halsbandterechtstellingen in Zuid-Afrika - luidschreeuwend door de massa te rennen. Met die actie protesteren ze tegen het besluit van het IJzerbedevaartcomité om ‘Die Stem van Suid-Afrika’ niet langer aan het eind maar midden in het programma te zingen.

In februari 1990 laat president De Klerk Mandela vrij, waarmee hij de weg opent voor onderhandelingen met het ANC. Dillen klaagt onmiddellijk de ‘selectieve menselijkheid’ van links aan die wel voor de vrijlating van Mandela was, maar niet voor die van de Griekse juntaleider Papadopoulos, van Hitlers plaatsvervanger Hess, van de OAS-kolonel Argoud, van de SS-officier Reeder en van maarschalk Pétain.(3)

Extreem-rechts neemt De Klerks hervormingspolitiek scherp op de korrel. In Dietsland-Europa spreekt van Boghout zich uit voor het nieuwe apartheidsmodel dat wordt ontwikkeld door Hendrik Verwoerd junior, de mentor van de Oranjewerkers.(4) De zoon van de grondlegger van de apartheid wil een blank thuisland in Zuid-Afrika, uitsluitend bewoond door blanke Afrikaners. Het betekent dat kleurlingen en zwarten massaal dienen gedeporteerd te worden.

Ook de Boerestaat Partij van Van Tonder wil een onafhankelijke Boerenstaat. Deze organisatie heeft banden met ondergronds opererende terroristen. Eén van hen, Piet Rudolph, duikt midden 1990

142

onder. ‘Er komt oorlog,’ zegt Rudolph. Hij dreigt ermee leden van de regering en het ANC om te brengen. Na meer dan drie maanden voortvluchtig te zijn geweest, wordt Rudolph gearresteerd. In die tijd heeft hij een legerdepot overvallen en het historische Melrose House opgeblazen, het huis in Johannesburg waar in 1902 werd onderhandeld over het einde van de Boerenoorlog.

Jan van de Graaf, cultuurleider van de Boerestaat Partij, schrijft geregeld in Dietsland-Europa en Revolte, het blad van Voorpost. Deze Van de Graaf bestaat het om in het Vlaams Blok-blud van de afdeling Deurne een artikel ten gunste van Rudolph te schrijven, vergezeld van de steunbetuigingen aan Rudolph van de drie neo-fascistische partijen: de Boerestaat Partij, de Herstigte Nationale Partij en de Afrikaner Weerstand Beweging. Van de Graaf merkt op dat het belachelijk is te denken dat het Vlaams Blok de Conservatieve Partij (CP) van Andries Treurnicht zou steunen. Ook de CP wil een blanke staat, maar erkent geen onderscheid tussen Afrikaners en Engels sprekende blanken en is bereid over de feitelijke grenzen van een blanke staat te onderhandelen. ‘Geen strijdbaar lid van het Boerenvolk zal kunnen geloven dat het VB steun zou betuigen aan de CP, de verwaterde Zuidafrikaanse Volksunie,’ aldus Van de Graaf in het VB-blad.

Op 17 maart 1992 stemt 68,7% van de ruim drie miljoen blanke Zuid-afrikanen in een referendum voor De Klerks hervormingspolitiek.

‘Voor het rechtse volksnationalisme is het letterlijk een zwarte dag,’ aldus Lowie, fractievoorzitter van het VB in de Antwerpse provincieraad.(5) Net zoals Terre Blanche fulmineert Lowie tegen de joodse geldmagnaten, de Oppenheimers die met hun multinational Anglo American samenzweren tegen de apartheid. ‘Wanneer Zuid-Afrika multiraciaal wordt, gebeurt dat ongetwijfeld onder druk van het grootkapitaal,’ aldus Lowie die Harry Oppenheimer omschrijft als een ‘vrijmetselaar in de geheime zionistische loge B’nai B’rith’.(6)

Hoe harder het VB roept dat het de democratie eerbiedigt, des te minder meent het dat. Lowie: ‘Wie in Afrika het principe één-man-één-stem aanvaardt, hoeveel garanties er voor minderheden ook worden ingebouwd, legt zich neer bij de dictatuur van de sterkste’.(7)Lowie ziet maar één lichtpunt: in februari 1992 hebben de CP, de Herstigte Nationale Partij, de AWB, de Boerestaat Partij en nog een resem neo-fascistische clubjes voor het eerst één front gevormd. ‘De samenwerking in het volksfront zal hopelijk de eenheid rond een

143

Dietse volksstaat doen rijpen/ aldus Lowie. ‘Uiteindelijk is een zelfstandige Dietse staat de enige manier om het erfgoed van Krüger, Fourie en De Wet te behouden, zonder zwarten en zonder Engelsen.’

Sinds Mandela’s vrijlating zijn ruim twee jaar verstreken, maar de belangrijkste stap heeft de blanke minderheidsregering van De Klerk nog altijd niet gezet: het verlenen van gelijke rechten aan alle Zuidafrikanen ongeacht hun huidskleur. Bovendien is gebleken dat een belangrijk deel van de politie- en veiligheidsdiensten zich met gewelddadige middelen tegen de afschaffing van het gehate apartheidssysteem kanten. Lowie kiest zonder omwegen voor rechts geweld. Lowie: ‘Het moet duidelijk zijn dat er langs parlementaire weg geen enkel heil meer te verwachten valt. Hoe hard het ook mag klinken, de gewapende strijd uit zelfverdediging lijkt de enige overblijvende oplossing te zijn om zich als volksgemeenschap te handhaven’.(8)

144

7. Solidarisme - Inhoud

Het VB baseert zich op het solidarisme. Binnen de eigen ‘volksgemeenschap’ moeten de werknemers ‘solidair’ zijn met de werkgevers. Binnen de volksgemeenschap bestaan er geen klassen en is er geen uitbuiting. ‘Solidarisme betekent de uitbouw van een harmonische maatschappij, harmonie tussen de enkeling en de gemeenschap, harmonie tussen de verschillende beroepen. Harmonie betekent vanzelfsprekend dat er geen tegenstellingen bestaan tussen zogenaamde klassen. Het solidarisme is volstrekt onverenigbaar met de marxistische klassenstrijd, zelfs in haar afgezwakte vormen. In een gemeenschap die eendrachtig naar ontplooiing en welzijn streeft, mag en kan er geen plaats zijn voor strijd tussen een goede werkende klasse en een slechte bezittende klasse. Terecht is het solidarisme dan ook omschreven als de enig mogelijke derde weg tussen liberalisme en kapitalisme aan de ene, marxisme en klassenstrijd aan de andere kant,’ aldus Roeland Raes.(1) Als het VB praat over solidarisme en over een ‘derde weg’, dan is dat geenszins nieuw. Ook het VNV verkondigde dezelfde stellingen. Nieuwe tijden, oude methoden.

Linkse krachten en vakbonden die de klassenstrijd aanhangen, zijn in de solidaristische visie ‘volksvijandige elementen’. Het VB heeft dan ook een wetsvoorstel ingediend om de vakbonden in de dwangbuis van ‘rechtspersoonlijkheid’ te duwen, waardoor ze hoge schadeclaims en zelfs ontbinding riskeren. ‘Vandaag zijn de vakbonden drukkingsgroepen die vaak de plaats van het politiek gezag en de staat innemen. Ze dragen geen enkele wettelijke verantwoordelijkheid. Stakingen leiden op korte of lange termijn tot een verdere ontwrichting en ondermijning van de economische en sociale toestand. Het VB heeft steeds beklemtoond: staken schaadt, werken baat. Vandaag zegt het VB: staken is een misdaad!,’ zo argumenteert Dillen.(2)

Vooral in overheidsdiensten en in economische sleutelsectoren wil het VB het stakingsrecht afschaffen. Stakingsposten zijn taboe. ‘Waarom moet alleen de VMO worden veroordeeld als private militie,’ vraagt Dewinter zich af, ‘terwijl er in dit land genoeg andere private milities rondlopen? Hoe kan je anders de stakingsposten

145

van de vakbond noemen?’(3) Voorts wil het VB de vakbonden het ‘monopolie’ ontnemen om de arbeiders in de ondernemingsraden te vertegenwoordigen.(4)

Het VB drukt zich vandaag veelal voorzichtig uit want zij wil een massapartij worden. Een geestelijk leidsman als van Boghout dringt daarom aan op een ‘socialer’ profiel. ‘Wij vinden het uitermate belangrijk dat het VB erin slaagt ruime delen van de zogeheten arbeidersbevolking in de Vlaams-nationale strijd te betrekken. Het is dringend nodig deze verworvenheid te consolideren met sociale initiatieven,’ aldus van Boghout.(5) Voor een goed begrip, de ‘sociale’ weg van van Boghout leidt tot de uitschakeling van de vakbonden en tot het corporatisme. ‘Wij eisen het depolitiseren van de bestaande vakbonden, die geleidelijk hervormd en zonodig vervangen moeten worden door beroepsverenigingen, bedrijfsvakbonden, corporaties of hoe men het ook wil noemen,’ zo luiden de door Roeland Raes ontworpen Grondslagen van Were Di.

Sinds 1980 hebben de diverse Belgische regeringen een neo-liberaal saneringsbeleid gevoerd, dat vooral de kapitaalbezitters ten goede is gekomen. Ondanks de geweldig toegenomen opbrengst uit vermogen en de hogere arbeidsproductiviteit blijft bijna 10% van de actieve bevolking werkloos. Dit alles vormt een vruchtbare economische voedingsbodem voor de opkomst van het VB. Blijkens de brochure Van crisis en werkloosheid naar volledige tewerkstelling in een organisch-solidaristische staat steunt het VB de basisideeën van het neo-liberaal crisisrecept van werkgevers en regering: het opvoeren van de ondernemingswinst, privatisering van de economie - minder staat - en meer flexibele arbeidsvoorwaarden.

Willy Smout, de auteur van de vermelde brochure, vindt alleen dat de vorige regeringen niet ver genoeg gingen. Smout ‘walgt van de verpolitiseerde overheidsdiensten waarin de vadsige partij-vriendjes carrière en goede sier maken’. Daarom acht hij de privatisering van verscheidene ‘slechtwerkende’ overheidsinstellingen noodzakelijk. Concreet denkt hij aan de PTT, Sabena, ASLK, en haven.(6) ‘Een bekwaam en werklustig persoon zal in een private onderneming pas goed tot zijn recht komen,’ aldus Smout. Ambtenaren die ‘profiteren’ geeft hij de raad ‘om op te rotten’.(7)

Het arbeidersloon is in VB-handen niet veilig. De koppeling van de lonen aan de index kan maar worden gehandhaafd indien de con-

146

currentiepositie van de ondernemingen niet in het gedrang komt. Tevens wil het VB het loon afhankelijk maken van de bedrijfsresultaten. ‘De werknemer zal dan een risicoloos basisloon ontvangen, vermeerderd met een risicodragend gedeelte dat afhankelijk is van de bedrijfsresultaten, de ondernemingsgeest en de inzet in het bedrijf,’ aldus Smout.(8) Met deze partnerschap-verhouding tussen kapitaal en arbeid wil hij de arbeidersstrijd kortwieken. ‘Enkel op deze manier is iedereen verbonden met het wel en wee van de eigen onderneming en zijn absurde eisen in ieders nadeel.’

Verkorting van de arbeidsduur als middel om de werkloosheid te bestrijden, wordt radicaal van de hand gewezen. ‘Het ondernemingsklimaat kan niet worden verbeterd door nepstatuten, arbeidsduurverkorting en arbeidsherverdeling. Er zijn integendeel wezenlijke ingrepen nodig,’ schrijft het VB.(9)

Welke ingrepen? Het VB wil het ondernemingsklimaat verbeteren door de ‘zeer hoge sociale lasten verregaand te verminderen’ en door fiscale stimuli in te voeren. De financiering van een belastinghervorming moet gebeuren met selectieve besparingen in de sociale zekerheid, in het beheer van de ziekenfondsen en in het onderwijs. Het VB zet de financiering van de sociale zekerheid op de helling, temeer omdat het VB de bijdragen van de staat helemaal af wil schaffen.

Het resulteert in een minimale sociale zekerheid. ‘Conform ons solidaristisch gedachtengoed moet er een zekere sociale zekerheid gevrijwaard blijven,’ aldus het VB. Daarop volgt een uitval naar de uitkeringstrekkers. ‘Het mag echter niet leiden tot het zich vastklampen koste wat kost aan het zogenaamde biefstukken-socialisme. Degenen die door het net van de sociale zekerheid vallen, moeten een zeker recht genieten op een bestaansminimum, gekoppeld aan volwaardige tewerkstellingskansen. De betrokkenen moeten daarbij voldoende burgerzin aan de dag leggen’.(10) Het VB bepleit een ernstig onderzoek naar misbruik van de sociale voorzieningen, een volledige depolitisering van de sociale zekerheidsstructuren en een apart stelstel voor gastarbeiders.(11) De minstbedeelden hebben recht op een bestaansminimum, maar het VB koppelt daaraan twee voorwaarden: een strenge controle op het zwartwerk en een terugbetalingsplicht.

De arbeidsplicht is het steeds terugkerende thema. Dewinter: ‘Een solidaristische gemeenschap is vooral prestatiegericht. Preste-

147

ren is een plicht. Wij blijven ons dan ook consequent verzetten tegen de verzorgingsmaatschappij’.(12) In het recht op arbeid is het VB niet geïnteresseerd. Werklozen zijn net geen ‘parasieten’. Al scheelt het niet veel. Edwin Truyens, juridisch adviseur van een werkgeversorganisatie en Smouts voorganger als economisch expert van het VB, pleitte indertijd voor een drastische beperking van het recht op werkloosheidsuitkeringen tot één rechthebbende per gezin. ‘Of vindt u het logisch dat mevrouw net lang genoeg werkt om aanspraak te maken op stempelgeld en zich dan laat ontslaan om jarenlang te leven op kosten van de gemeenschap?,’ aldus Truyens.(13)

Smout is om taktische redenen wat voorzichtiger, maar zijn voorstellen mogen er wezen. Hij deelt de werklozen in vier categorieën in: de slachtoffers van de crisis, degenen die zich op ‘werkloosheid hebben ingesteld’, de ‘profiteurs’ en ten slotte de ‘parasieten’, waarmee de werkloze migranten worden bedoeld.

Jongeren die langer dan een jaar werkloos zijn, worden getracteerd op verplichte tewerkstelling in een ‘gemeenschapsdienst’. Ze moeten arbeid van algemeen nut verrichten. Smout denkt bijvoorbeeld aan versteviging van dijken, onderhoud van wegen, parken enzovoort. Wat ze precies zullen verdienen? ‘Een leefminimum,’ belooft Smout.(14)

148

8. Separatisme - Inhoud

In 1988 realiseren de traditionele partijen de grootste staatshervorming sinds 1830. Het is een omvangrijke operatie: ruim 40% van de rijksfinanciën wordt overgedragen aan de Vlaamse en Waalse deelregeringen (de executieven), die gecontroleerd worden door de deelparlementen (de raden). Brussel wordt een apart gewest. Het VB brandmerkt deze staatshervorming als ‘verraad’, want voor het VB is het doel: de liquidatie van België. Het niet-eindigende gekibbel tussen de gemeenschappen, gevoegd bij de nationalistische golf in Oost-Europa en de voortschrijdende Europese eenwording, kan het separatisme alleen maar aanwakkeren.

Het VB-congres in Strombeek-Bever, op 29 april 1990, vindt plaats onder het motto: ‘Onafhankelijkheid moet en kan!’ Er wordt gespierde separatistische taal gesproken. De termen ‘wangedrocht’ en ‘kunstmatige constructie’ zijn niet van de lucht als het over België gaat. Senator Wim Verreycken verklaart dat het ‘Belgische feit omkeerbaar’ is. Hij verwijst ter illustratie naar de Baken, die zich éénzijdig van Moskou hebben afgescheurd. Verreycken stelt dan ook voor dat de Vlaamse Raad onmiddellijk de zelfstandigheid van Vlaanderen uit zou roepen. ‘Brussel is de oudste stad van de Nederlanden en niet de eerste stad van de Sahara,’ zegt Verreycken nog. Brussel moet dan ook de hoofdstad worden van deze nieuwe Vlaamse republiek.(1)

Alles is erop gericht om de zogenaamde Vlaamse Beweging - een verzameling van ‘klein neo-fascistisch rechts’ (Were Di, Voorpost, NSV, VNJ) en de traditionele strijd- en cultuurverenigingen (IJzerbedevaartcomité, Davidsfonds, Algemeen Nederlands Zangverbond en Vlaamse Volksbeweging) - voor het separatistische karretje te spannen. Om dit doel te bereiken bedient het VB zich van twee pas opgerichte comité’s. Vlaanderen ons vaderland, is een front van het VB en van ‘klein rechts’ met van Boghout als woordvoerder. Het brede front Vlaanderen 1990, gegroeid uit het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen, wordt geanimeerd door Peter De Roover, de nieuwe voorzitter van de Vlaamse Volksbeweging (WB).

De eerste test voor de kracht van het VB en Vlaanderen ons Vaderland is de Ijzerbedevaart, één van de hardnekkigste manifes-

149

taties van nationalistisch Vlaanderen. In de Tweede Wereldoorlog heette de toenmalige voorzitter van het IJzerbedevaartcomité, Frans Daels, ootmoedig ‘de nieuwe orde’ welkom. Traditioneel is de Ijzerbedevaart in Diksmuide een dag van kennismaking en verbroedering. In 1990 ontvangen VB en Voorpost in het kasteel ‘Ter Heyde’ gasten van het Franse FN, de Nederlandse Centrumpartij en de Lombardische Liga.

Dillen en van Boghout doen hun best om het IJzerbedevaartcomité en de voorzitter ervan, Lionel Vandenberghe, in de richting van separatisme en amnestie te duwen. ‘Wordt de Ijzerbedevaart opnieuw het symbool van echte krachtdadigheid naar het voorbeeld van Frans Daels?’ schrijft Dillen.(2) Op de bedevaart van 1990 oogst Vandenberghe applaus wanneer hij uitroept dat de Vlamingen desnoods alleen amnestie af zullen dwingen. Onder druk van het VB wordt Vandenberghe’s kritiek op de staatshervorming hoe langer hoe scherper. Op de 65ste IJzebedevaart, op 30 augustus 1992, heeft een gepassioneerde Vandenberghe het over een boedelscheiding tussen Vlaanderen en Wallonië. ‘Laten we naar de notaris gaan en scheiden. (...) Er moet een einde komen aan de miljardenstromen van Vlaanderen naar Wallonië,’ zegt hij voor een gehoor van meer dan 20 duizend Vlamingen, voor de gelegenheid versterkt met afvaardigingen uit Kroatië en Sudetenland. Hij spreekt zich op die manier uit tegen de federale staatshervorming van de gevestigde partijen.

Precies tegen deze staatshervorming trekken Peter De Roover en het actiecomité Vlaanderen 1990 ten strijde. Ex-VU’er De Roover is medewerker van ’t Pallieterke en een graaggeziene spreker op VB-meetings. In 1990 en 1991 organiseert Vlaanderen 1990 een betoging in Brussel om te protesteren tegen het feit dat Vlaams-Brabant wordt ‘bedreigd’ door vreemdelingen, Euro-ambtenaren en Franstaligen. De eerste betoging, in 1990, wordt gedomineerd door de VB-slagzinnen ‘België barst!’, ‘Belgikske nikske, Vlaanderen alles’ en ‘Amnestie nu’. De Roover wil dat taalminderheden zich ‘aanpassen aan de bodem’. Op de tweede manifestatie, in 1991, eist hij botweg de afschaffing van de taalfaciliteiten voor de Franstaligen in de Brusselse randgemeenten. ‘De Franstaligen’, zo zegt De Roover letterlijk ‘moeten met hun agressieve poten van Vlaanderen afblijven.’ Daarmee praat hij Dillen na die een maand eerder in belabberd Vlaams schreef of liever raaskalde: ‘De Waalse parasiet op de Vlaamse mens, de Waalse parasiet op de Vlaamse grond, de

150

Waalse parasiet op het Vlaamse werk, de Waalse parasiet op het Vlaamse geld - die Waalse parasiet is het parasiteren gewoon sedert meer dan anderhalve eeuw. Het is zijn tweede natuur geworden’?(3)

Eén ding is zeker, de invloed van het VB binnen de zogenaamde Vlaamse Beweging neemt hand over hand toe. De thema’s van het WB-congres, dat op 21 april 1991 plaatsvindt, onderscheiden zich nauwelijks nog van het VB-nationalisme: voor een onafhankelijk Vlaanderen, voor een Vlaams-Nederlandse federatie, tegen Brussel als Europese hoofdstad. ‘De jongste gebeurtenissen geven ons meer dan gelijk. Wij eisen het volle pond,’ schrijft De Roover in Dietsland-Europa(4) Zo verwerpt hij kategoriek de hervorming van België tot een federaal land. En dat is precies de inzet van de nieuwe dialoog van ‘volk tot volk’, die de regering na de verkiezingen van 24 november 1991 opzet en waar ook de oppositiepartijen bij worden betrokken. Het gesprek begint op 6 april 1992, maar het separatistische VB ziet zich van deelname buitengesloten.

Op het 55ste Vlaams Nationaal Zangfeest, op 26 april 1992, veroordeelt ANZ-voorzitter Richard Celis scherp deze uitsluiting. ‘U bent al verkeerd begonnen voor u gestart bent,’ zegt Celis aan het adres van de politici. ‘U hebt op ondemocratische wijze een aantal Vlamingen uitgesloten en zo ruzie gezocht in het eigen kamp. U zal nochtans alle kracht en eenheid tegen de uitgekiende Walen nodig hebben. Waar is dat Vlaamse front waar u de mond van vol hebt?’.(5) Hij voegt eraan toe: ‘Uw opdracht bestaat erin de rechtmatige Vlaamse aspiraties te verwezenlijken en van Vlaanderen een zelfstandige staat te maken. In die opdracht is er geen ruimte voor enig Belgisch compromis.’ Het VB juicht: ‘Het is lang geleden dat de Vlaamse Beweging nog zulke ondubbelzinnige taal heeft gesproken’.(6) 

151

9. Democratie - Inhoud

Het VB heeft alvast een ontwerp grondwet voor de toekomstige ‘Vlaamse Republiek’ opgesteld. Het ontwerp bevat enkele komische innovaties. De middeleeuwen lijkt in de herinnering van het VB iets moois te zijn, waaruit weer blijkt dat extreem-rechts een langlopend historisch besef heeft. Zo stelt het VB voor het parlement om te dopen tot een ‘Staten-Generaal’, en de naam van de provincies West- en Oost-Vlaanderen te veranderen in Zeeland en Gravengouw. Het tricolore leeuwtje met de roodgelakte nageltjes wordt verruild voor een leeuw met zwarte sabel op goudgeel veld.(1)

Het VB zegt het niet met zoveel woorden, maar het is duidelijk dat het niet veel met democratie op heeft. De ontwerpgrondwet komt op voor een drastische versterking van de uitvoerende macht. De invoering van een presidentiëel stelsel is de meest in het oog springende verandering. De niet rechtstreeks gekozen president beschikt over uitgebreide bevoegdheden: hij benoemt rechters, ministers en legerofficieren; roept de staat van oorlog uit enzovoort. Hij wordt omringd door een krachtige mini-regering van zo’n zes ministers. Een superministerie van orde en veiligheid bundelt justitie, defensie en politie.

Kortom, een enorme ondemocratische machtsconcentratie in enkele handen.

Daarbij komt dat, als het van het VB afhangt, de rol van parlement, politieke partijen en vakbonden drastisch wordt teruggeschroefd. Een schijnparlement, de zogenaamde Staten-Generaal, zal de legislatuurregering niet meer ten val kunnen brengen. De Staten-Generaal zou bestaan uit zowat zestig senatoren en 120 provincieraadsleden, die de plicht hebben ‘de hele natie te dienen’. De verdediging van de rechten en belangen van de arbeidersklasse is alzo per definitie uitgesloten. Het VB spreidt een absolute minachting voor het parlement tentoon. Zo zouden de vertegenwoordigers van de ‘Staten-Generaal’ alleen moeten bijeenkomen voor wat het VB ‘belangrijke besprekingen’ noemt. Ten slotte wil het VB de ‘kleurpartijen’ en ‘kleurvakbonden’ kortwieken door ze rechtspersoonlijkheid op te leggen, zodat ze zonodig zelfs kunnen worden ontbonden.

152

Over het kiesrecht - de hoeksteen van de parlementaire democratie - weigert het VB in details te treden. Vast staat dat het VB afstand neemt van een volkomen evenredige vertegenwoordiging. Op haar congres over gezinspolitiek, op 12 mei 1991, opteert de partij net als het FN voor een meervoudig stemrecht. Het wil kleine of kinderloze gezinnen straffen. Het kroostrijke gezin krijgt de minste strafzetels of, zo u wilt, de meeste bonificatiezetels. De moeder krijgt een extra stem voor het eerste kind, de vader voor het tweede kind enzovoort.(2)

In het VB gaan zelfs stemmen op voor de herinvoering van het cijnskiesrecht. De Lobel citeert in de VB-brochure Vrijheid en Veiligheid met instemming Paul Delvaux, die het cijnskiesrecht verdedigt met het argument: ‘Formeel bevordert het algemeen stemrecht het best de gelijkheid. Het neemt niet weg dat we het algemeen stemrecht bekampen, want het is nefast voor de vrijheid’.(3) De Lobel wil ook de kiesplicht afschaffen met het argument dat ‘de verantwoordelijkheid wordt afgeschoven op mensen die evenveel verstand hebben van politiek als een koe van cybernetica’.

Als de ontwerpgrondwet van het VB wordt aangenomen, zal de eerbiediging van de grondrechten groot gevaar lopen, gezien de vage formuleringen die het VB - opzettelijk - hanteert. ‘De menselijke waardigheid is de norm waaraan alle rechten worden getoetst,’ luidt artikel één. Gewoon bedenkelijk is dat het VB niet eens het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens erkent. Ook de persvrijheid en vrijheid van meningsuiting komen in het gedrang want het VB wil voorkomen dat ‘wanstaltigheden op ons volk worden losgelaten’. Eerdere uitlatingen van VB-leiders over ‘decadentie’ in de media, de kunst en de godsdienst voorspellen trouwens weinig goeds.

De openbare televisie, veruit het belangrijkste medium, wordt voortdurend door het VB bestookt met kritiek. ‘BRT-Weg Ermee’ en ‘BRT: Bekrompen, Rood en Tendentieus’ zijn geliefde VB-slogans. ‘De BRT wordt gekenmerkt door een volledig gemis aan objectiviteit,’ aldus het VB dat voorstelt de politieke ‘duiding’ over te laten aan de politieke partijen.(4) De argumenten zijn haast humoristisch. ‘Het Duitse gebiedsverlies en de Neurenbergse processen waren al uitzonderlijk maar toch vindt men het nog nodig de jeugd door programma’s als De Nieuwe Orde, Holocaust, Ontsnappingsroute tegen al wat Duits is op te zetten,’ schrijft Erik de Lobel in het partijblad.(5) Voor Gerolf Annemans maakt de BRT als het erop aan-

153

komt openlijk Sovjet-propaganda. ‘Dat de KGB met heel wat van de gehaaide linkse knapen van de BRT goede betrekkingen onderhoudt, zal wel geen toeval zijn,’ aldus deze media-specialist. De afkeer van intellectuelen en journalisten slaat bij Dillen om in viscerale haat. Op het partijfeest, op 29 september 1991, spreekt hij de gevleugelde woorden dat als alle journalisten voor een kanon worden geplaatst, hij het schot wel zal lossen.(6)

Het VB lust allerminst ‘ontaarde’ kunst. Een losbandige militaire dictatuur is, zo blijkt, een minder kwaad. Tk weet niet wat we het meest moeten vrezen: straten vol soldaten die gewoon zijn te plunderen, of zolderkamers vol schrijvers wier enig vak het liegen is,’ oppert de Lobel in de VB-brochure Vrijheid en veiligheid.(7) Vooral de ‘nihilistische nep-schrijver’ Tom Lanoye heeft het bij het VB verkorven. Op 21 februari 1992 wil deze Antwerpse auteur een voorstelling geven van zijn literaire show ‘Kartonnen Dozen’ in het Sint Rita-college te Kontich, waar de zoon van VB-senator Isidoor Buelens naar school gaat. Buelens, een handelsvertegenwoordiger in koeltechnieken, verliet na het Egmontpakt de VU. Hij is provinciaal voorzitter van het VB in Antwerpen en een geduchte zedenprediker. Hij verzet zich dan ook met veel tamtam tegen de show met het argument dat Lanoye ‘een homofiel is die kerk en geloof ridiculiseert’.

Kunst en kunst is twee. Begin 1992 publiceert Dillen Europese gedichten. De bundel bevat een honderdtal gedichten van ‘echte’ kunstenaars, onder wie de collaboratiefiguren Wies Moens, Robert Poulet en Brasillach. Wies Moens, medestichter van het Verdinaso en tijdens de bezetting directeur van de Zender Brussel, werd ter dood veroordeeld. Bij verstek weliswaar, want hij was gevlucht naar Nederlands Limburg. Dillen zorgt voor de verspreiding van Moens’ oeuvre in Vlaanderen. Robert Poulet was tijdens de oorlog medewerker van Cassandre en Nouveau Journal. Ook hij werd in oktober 1945 ter dood veroordeeld. Poulet kon de gevangenis verlaten in 1951 waarna hij zijn schrijverscarrière verder zette in Frankrijk. Dillen verdedigde hem ooit als de ‘onschuldige onder de onschuldigen’.(8)

Het VB gruwt van progressieve katholieken. Het roept de priesters op om ‘meer aandacht aan de normen te besteden’. ‘Het Tweede Vaticaanse Concilie heeft een ethische woestijn achtergelaten. Sindsdien is God als stok achter de deur voor vele christenen ver-

154

vaagd. Het hellebeeld is verdwenen en meteen de angst voor schuld,’ aldus de Lobel. Die hierbij aantekent: ‘Bovendien, een alomtegenwoordige God is veel efficiënter dan een politieman hier of daar’.(9) Kortom, God als misdaadbestrijder!

De strijd tegen de criminaliteit is een belangrijk VB-onderwerp. Het VB viseert vooral drugs, vandalisme en kleine misdrijven. Over witteboorden-criminaliteit zwijgt het in alle talen. Eind 1989 geven Filip Dewinter en dokter André Wuyts, OCMW-raadslid in Antwerpen, het startschot voor een anti-drugscampagne. Wuyts geniet een zekere reputatie. Zo tracteerde hij bij de verkiezingen zijn patiënten op een kosteloos doktersrecept voor een braakmiddel: een gram Happart-poeder, 2 gram Mohamed(icijn), 4 gram moskee-poeder! ‘Het is wraakroepend dat drugsspuiten zomaar op straat voor het rapen liggen,’ verklaart deze ‘dokter’. Als bewijs toont hij tachtig ‘geïnfecteerde drugsspuiten die bij een prikongeluk besmetting met aids en hepatitis kunnen veroorzaken’.(10)

Het VB is voorstander van een ‘harde aanpak’: meer politie, grotere vrijheid om telefoons af te tappen en partikuliere gesprekken af te luisteren, wettelijke erkenning van politie-uitlokking, herinvoering van de doodstraf, zwaardere straffen, voorarrest ook bij kleine criminaliteit, een strenger gevangenisregime en afschaffing van de mogelijkheid tot strafvermindering.(11) De vermeende ‘lankmoedigheid’ van de justitie wordt gelaakt met laag-bij-de-grondse clichés als: ‘Je vader was een dronkaard en je moeder een slet. Men kan altijd wel op het passende begrip rekenen’.(12)

Met haar betoog voor ‘wet-en-orde’ tracht het VB de politiediensten te vleien. Het VB kant zich hardnekkig tegen iedere democratisering van de rijkswacht. Dillen: ‘Linkse, pacifistische, gezagverwerpende en revolutionaire krachten hechten aan de strijd tegen de rijkswacht een haast symbolische betekenis. Wij verwerpen alle strekkingen die de gevoeligheid voor recht, orde en gezag willen vernietigen. In Vlaanderen is een belangrijke rol weggelegd voor het elitecorps, de rijkswacht’.(13) Geen wonder dat het VB zich afzet tegen de parlementaire commissie, die zich verdiept in het dossier van de Bende van Nijvel. Deze terreurorganisatie is verantwoordelijk voor de moord op 29 mensen. In een lijvig rapport behandelt de commissie het ongecontroleerde en militaire karakter van de rijkswacht en de infiltratie van extreem-rechts in het politieapparaat.

155

Dewinter doet het werk van de commissie af als een ‘afleidingsmaneuver van de politieke partijen om hun eigen smeerlapperijen aan het oog te onttrekken’.(14)

De gemeentelijke politie, vooral in Antwerpen, is verre van immuun voor het VB. Deze partij promoot het Nationaal Syndicaat van de Belgische Politie (NSBP) en de Nationale Sector Politie (NSP). Toen deze corporatistische bonden op 15 november 1989 in Antwerpen betoogden, werden ze luidruchtig toegejuicht door een VB-afvaardiging. Vooral de ‘onafhankelijke’ bond NSP leunt bij het VB aan. Haar voorzitter, hoofdinspecteur Mark Buytaert, betreurt in een vraaggesprek met het VB-partijblad ‘het gebrek aan uniformen op straat, de lakse justitie en de bemoeienissen van de officiële vakbonden’.(15) In Den Blokker, het blad van de Antwerpse VB-afdeling, gaat Paul Stevenheydens tekeer tegen de bezuiniging bij het Antwerps politiecorps. Hij beschrijft de politie als een bondgenoot in ‘de laatste en grootste veldslag die we moeten uitvechten sinds 1302’. Tn Antwerpen worden horeca-uitbaters week na week geterroriseerd door geïmponeerde criminelen. De politie doet haar best, met de beperkte middelen en manschappen waarover ze beschikt. En ondanks deze toenemende geïmporteerde agressiviteit, wil men uit bezuinigingswoede ons politiecorps afbouwen. Een hechte groep mensen, die dagelijks klaarstaat om de medeburgers uit de nood te helpen, wordt afgekraakt!,’ aldus Stevenheydens.(16)

Het valt moeilijk te zeggen in hoeverre dit charme-offensief vruchten afwerpt, maar er zijn wel bescheiden aanwijzingen dat het VB op groeiende sympathie en invloed kan rekenen. Uit een verkennend onderzoek van de Nederlandse professor Frank Bovenkerk is gebleken dat een aanzienlijk deel van de Antwerpse politie besmet is met racistische vooroordelen, repressief optreedt tegen migranten en het niet nauw neemt met de rechtsbescherming van etnische minderheden.(17) Bij de Euroverkiezingen hangen in sommige Antwerpse politiebureaus zelfs VB-affiches.(18) En op een betoging van de politie, in januari 1989, scanderen verscheidene deelnemers luidkeels ‘Eigen volk eerst’.

158

IV. EURORECHT EN KONSOORTEN - Inhoud

1. De Technische Fractie Eurorechts - Inhoud

Sinds 1984 huisvest het Europarlement drie extreem-rechtse partijen: het Front National (10 afgevaardigden), de Italiaanse MSI (5) en de Griekse kolonelspartij EPEN (1), die vooral ijvert voor de vrijlating van de in 1976 veroordeelde kolonels. Samen vormen ze de fractie Eurorechts, waarvan Le Pen de leider is. Le Pen droomt van een soort internationale. Op het congres van de MSI, op 1 december 1987, dringt hij aan op eenheid binnen de extreem-rechtse gelederen. Begin 1988 gaat Le Pen de vorming van de nieuwe fractie voorbereiden.

Op 5 en 6 april 1988 ontvangt hij de Vlaams Blok-afgevaardigden Vanhecke en Dewinter met alle égards. Het zijn vurige supporters. Vanhecke imiteert Le Pen zelfs tot in het absurde toe. Of tijdens de Tweede Wereldoorlog miljoenen joden al dan niet werden vergast noemt Vanhecke, Le Pens ‘detailgeschiedenis’ indachtig, ‘een kwestie van bijzonder weinig belang in vergelijking met de problemen waarmee Europa vandaag te kampen heeft’.(1) In november 1988 komt er beweging in de onderhandelingen. Op 8 november 1988 gaan FN en VB weer aan tafel zitten, ditmaal in het uitgelezen Brusselse restaurant L’Ecailler du Palais Royal. De FN-delegatieleden Le Pen en Jean-Marie Le Chevallier spreken met Dillen, Vanhecke en Dewinter over de consequenties van een eventuele toetreding tot de toekomstige fractie.

De volgende dag boekt het VB grote winst bij de gemeenteraadsverkiezingen. Hierdoor ligt een zetel in het Europarlement in het verschiet. Het VB vindt plots internationale weerklank. In het ultrarechtse met het FN sympathiserende schimpblad Rivarol verschijnt een uitvoerig vraaggesprek met Dewinter. Deze schrijft het electoraal succes voor alles toe aan de strijd die het VB levert tegen de immigranten. ‘Het gros van de Vlamingen staat achter Zuid-Afrika en Zuid-Tirol,’ bluft Dewinter. Hij bekent nog dat het VB relaties heeft met de rechtse concurrent van het FN, de Parti des forces nouvelles (PFN). Tot geruststelling van het FN laat hij weten dat het VB niet van plan is ‘Frans-Vlaanderen te annexeren’.(2)

De huidige voorzitter van de Duitse neo-nazistische NPD, Günter Deckert, schiet toe om het interview te vertalen voor Nation

159

Europa.(3) Het VB is een ‘dynamische organisatie met welomlijnde Europese ideeën, die onvermoeibaar strijdt tegen Überfremdung,’ memoreert Deckert. Hij kan het weten want nog in november 1988 valt een VB-delegatie onder leiding van Dewinter, Raes en Carpels een warm onthaal te beurt op een meeting van de DVU-Liste D in Noordrijn-Westfalen. Behalve aan de VB-delegatie brengt voorzitter Frey op deze bijeenkomst hulde aan Anton Müller, een veelgelauwerd Wehrmacht-officier. ‘Duitsland mag niet de zondebok van de wereld blijven,’ zo licht Müller zijn toetreding tot de DVU toe.(4)

Eind 1988 voert ook het FN achter de schermen overleg met de DVU en de NPD. Eén ding is zeker, Dewinter en Le Pen vinden het niet onaanvaardbaar dat deze neo-nazistische partijen worden opgenomen in de toekomstige fractie. Het FN knoopt pas betrekkingen aan met de Reps na de spectaculaire verkiezingsoverwinning van deze partij in Berlijn, in januari 1989. ‘Het programma van de Reps staat, voor zover ik weet, het dichtst bij het onze,’ verklaart Le Pen op 17 mei 1989 aan Nation Europa. ‘Maar niet wij maar de Duitse kiezers zullen uitmaken door wie ze in Straatsburg worden vertegenwoordigd’.(5)

Le Pen spant zich in om de Italianen en Duitsers in de nieuwe fractie te verenigen. Maar het probleem Zuid-Tirol dreigt een streep door zijn rekening te trekken. In Zuid-Tirol wonen 280 duizend Duitstaligen en 140 duizend Italiaanstaligen. Na de Eerste Wereldoorlog veranderde het Oostenrijkse Zuid-Tirol in de Italiaanse provincie Bolzano, die later met de volledig Italiaans sprekende provincie Trente de regio Trentino-Alto Adige ging vormen. Mussolini probeerde Zuid-Tirol te ‘veritalianiseren’, maar ondervond hardnekkig verzet. Bij de parlementsverkiezingen in juni 1987 behaalde de MSI, toen nog partner van Le Pen in de fractie Eurorechts, in Bolzano 27% van de stemmen. Voor de MSI is en blijft Zuid-Tirol een ééntalig Italiaans gebied.

Net als alle andere Duitse en Oostenrijkse extreem-rechtse krachten steunen de Reps de eisen van de Duitstaligen in Zuid-Tirol. De dominerende Südtiroler Volkspartei (SVP) streeft vergaande autonomie na, terwijl de extreem-rechtse Südtiroler Heimatbund (SHB) volledige onafhankelijkheid eist. Deze harde extremistische minderheid onder leiding van Eva Klotz vindt veel gehoor bij Nation Europa en Dietsland-Europa. Voorstanders van het ‘zelfbeschikkingsrecht van Zuid-Tirol’ hebben zich in het verleden hardnekkig verzet, ook toen de regering in Rome de autonomie

160

van Trentino-Alto Adige afkondigde en deze regio dank zij gulle overheidshulp een van de welvarendste streken van Italië werd. Tientallen aanslagen werden uitgevoerd. De laatste grote golf was in 1987-1988. Le Pen tracht de geesten rijp te maken voor een politiek compromis, maar hij moet al gauw vaststellen dat de Reps en de MSI vooralsnog volharden in hun standpunten.

De Europese verkiezingen, in mei 1989, verlopen voorspoedig voor extreem-rechts dat in totaal 21 zetels in de wacht sleept, verdeeld als volgt: het FN 10 zetels (11,7% van de stemmen), de Republikaner 6 (7,1%), de MSI 4 (5,5%) en het Vlaams Blok 1 (6,3%). Op basis van deze resultaten blijft het FN de leidende kracht in Eurorechts.

De onderhandelingen met het oog op de vorming van een nieuwe fractie worden nu snel hervat. Twee weken na de verkiezingen is er een geheime reünie van Eurorechts in het Zwitserse Vevey, aan het meer van Genève. Volgens hardnekkige persberichten neemt ook de Oostenrijker Haider aan het beraad deel. Le Pen tracht de knoop te ontwarren. Om een fractie te vormen heb je ofwel tenminste 18 gekozenen uit minimaal 2 lidstaten nodig ofwel 12 gekozenen uit 3 lidstaten. Le Pens partner tot nu toe, de Griekse EPEN, de partij van ex-dictator Papadopoulos, is uit het Europarlement verdwenen. De andere partner, de MSI, die een machtsbasis heeft in Alto Adige, het omstreden Zuid-Tirol, weigert met de Duitsers in een fractie te zitten. De Reps op hun beurt willen om dezelfde reden niets weten van formele samenwerking met de MSI. In Vevey slaagt Le Pen er niet in Schönhuber en MSI-voorzitter Fini op één lijn te krijgen.

Het FN staat voor een hartverscheurende keuze. Rivarol en Présent willen vasthouden aan de MSI.(6) Maar twee factoren doen de weegschaal uiteindelijk overhellen naar de Reps. Ten eerste telt deze partij meer Europarlementariërs en bovendien is Duitsland een Europese grootmacht. De Frans-Duitse as moet de locomotief worden van Eurorechts.

Le Pen kan het VB als derde partij niet passeren. Op 17 juli 1989 lunchen Schönhuber, Le Pen en Le Chevallier en hun gastheren Dillen en Dewinter in het prestigieuze Astoria-hotel in Brussel. Sommige pure volksnationalisten in het VB zijn zo naïef te denken dat Dillen, gelet op de sleutelpositie van het VB, belangrijke toegevingen van Le Pen zal eisen op het vlak van het ‘zelfbeschikkingsrecht’ van Bretoenen, Vlaamstaligen in Noord-Frankrijk en Basken. Ze komen bedrogen uit.

161

De onderhandelaars worden het snel eens over een ‘technische fractie’. Dat levert aanzienlijke financiële en logistieke voordelen op: ongeveer 20 miljoen BF werkingskosten per jaar, kosteloze vergaderruimte, kosteloos vervoer in de lidstaten, verschillende betaalde medewerkers, een fractiezaal in het Europarlement, deelname aan commissievergaderingen en... een zwarte geblindeerde Citroen CX Turbo 2 met chauffeur voor fractievoorzitter Le Pen. Kortom, de Europese belastingbetaler financiert ongewild de extreem-rechtse opmars.

Hoe ziet de nieuwe fractie er uit? Le Pen wordt fractievoorzitter; Dillen, Schönhuber en Martine Lehideux (FN) worden vice-voorzitter; Brissaud (FN) en Vanhecke (VB) worden secretaris-generaal en adjunct-secretaris-generaal van Eurorechts. Met deze ‘technische samenwerking’ kan het Vlaams Blok voor de buitenwereld de schijn ophouden dat zij haar volledige vrijheid van handelen behoudt. ‘Het betekent - en dat wens ik te beklemtonen - dat deze samenwerking louter technisch is en geen millimeter verder gaat. Er is dus geen enkel programmatisch akkoord,’ aldus Dillen.(7)

De waarheid is anders, zoals blijkt uit het gezamenlijk politiek platform getiteld Europese oriëntaties. Het VB en het FN onderschrijven hierin de eis van de Republikaner om ‘de Duitse kwestie binnen de grenzen van 1937 op te lossen’. ‘Ook in Zuid-Tirol leeft een bevolking met een Duitse taal en cultuur, die haar identiteit wil bewaren,’ staat in het platform. Eurorechts verklaart zich solidair met de ‘verdrukte Oosteuropese volkeren, die geroepen zijn om zich van het communisme te ontdoen, het Sovjet-rijk te verlaten en zich weer bij Europa te vervoegen’. Verder pleit Eurorechts voor een sterke defensie om het hoofd te bieden aan de hoofdvijand, het ‘communistische Sovjet-totalitarisme’. Eén grote Europese markt is een lovenswaardig doel, op voorwaarde dat de voordelen voor het Europese grootkapitaal niet worden teniet gedaan door een ‘utopische socialiserende wetgeving’.

Het satirische weekblad ’t Pallieterke dat allang in volksnationalistisch en VB-vaarwater is geraakt, geeft toe dat Dillens samenwerking met Le Pen niet louter ‘technisch’ is. ‘Gij verheft het volksnationalisme tot het hoogste credo, gij eist een Verenigd Europa van de Volkeren,’ richt ’t Pallieterke zich tot Dillen. ‘Uw collega Le Pen is een staatsnationalist in hart en nieren. Hij zweert bij het gaullistische axioma van het Europa van de staten en verwerpt de volksnationalistische aspiraties van Bretoenen, Elzassers en Zuid-Vlamin-

162

gen. Deze tricolore patriot staat geestelijk véél dichter bij het uitstervende ras van de tricolore belgicisten dan bij u. Daarom, waarde vriend, blijf ik met mijn onoverkomelijke twijfels over de aanvaardbaarheid van uw tegennatuurlijke technische alliantie’.(8)

De ‘technische’ fractie Eurorechts is geen rustig leven beschoren. Op 25 juli 1989, mag het oudste Europarlementslid, de 88-jarige filmregisseur Claude Autant-Lara, lid van de Académie franfaise, de nieuwe zitting van het Europarlement openen. Het FN-lid beperkt zich niet tot het leiden van de vergadering, maar steekt een bedenkelijk verhaal af over de ondergang van de Europese cultuur, de verengelsing van het Frans, de Amerikaanse pulp op de tv.

‘De bedreiging voor onze cultuur komt voor alles uit de VS. En zij is huiveringwekkend, want een volk kan zich van een militaire nederlaag herstellen, heel goed zelfs, zie Japan, of van een economische nederlaag, zoals het Duitsland van 1930, maar nooit of te nimmer van een culturele nederlaag,’ aldus Autant-Lara. Tussendoor spuit hij kritiek op de ‘internationalistische nivelleringstheorieën’ en de ‘rassenvermenging’. Om te eindigen met een oproep tot de jeugd: ‘Wie zijn nationale identiteit kwijt is, heeft niets meer te winnen of te verliezen. Hij is wat Diderot noemt een bokkepoot, een mensachtig iets, nog wel bij machte een bevel te verstaan, maar niet in staat het te begrijpen’.(9)

Dezelfde Autant-Lara moet op 4 september 1989 ontslag nemen vanwege zijn uitspraken over Simone Veil, de eerste voorzitter van het Europarlement. Over Veil, die ternauwernood Auschwitz heeft overleefd, zei Autant-Lara in het Franse maandblad Globe: ‘Ze loopt ermee te koop hé. Maar ze is toch teruggekeerd, niet? Als men bij mij dan afkomt over volkerenmoord, antwoord ik: ze hebben alleszins moeder Veil gerateerd! Als men de zaken van nabij bekijkt dan zien we pas goed dat het met leugens aaneenhangt. Auschwitz, volkerenmoord, al bij al weet men er niet al te veel over...’(10)

Deze uitlating is geen op zichzelf staand feit. Ze past in het denkpatroon van het FN en van Le Pen. Denken we aan zijn uitspraak dat er geen genocide is geweest. Kort na Autant-Lara’s verklaring maakt Le Pen zelf een onsmakelijke grap over de Franse minister Durafour, die hij bespot als ‘Dura-four Crématoire’, een verbrandingsoven. Dus een duidelijke zinspeling op de nazi-gaskamers. Na een heftig debat heft het Europarlement voor deze uitspraak Le Pens onschendbaarheid op. Opmerkelijk is dat niet alleen de leden

163

van Eurorechts maar ook sommige traditionele politici, zoals de Europarlementariërs van de CVP tegen de opheffing stemmen.(11)

‘De hele meute blaffende en keffende politicasters van de gevestigde partijen, met de slippendragers en progressievelingen van de media in hun kielzog, ontketenen een hetze zonder weerga, waaruit zou moeten blijken dat de uitlatingen van Le Pen anti-semitisch zijn en een belediging voor het lijden van de joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Begrijpe wie begrijpen kan!,’ zo verdedigt Dillen de fractievoorzitter van Eurorechts.(12)

Tk geloof dat wie blijft zwijgen tegenover deze herhaalde beledigingen, zich in zekere zin medeplichtig maakt. Wij weten waartoe het inschikkelijke beleid voor de oorlog heeft geleid,’ aldus de socialist Cot. Cot vraagt op 11 september 1989 dat het Europarlement de leden van Eurorechts buitensluit van elke verantwoordelijke functie. Sinds Eurorechts versterkt uit de verkiezingen is gekomen, lijkt iedere zitting gebruikt te worden om een rel te schoppen. Blot (FN) beschuldigt Cot ervan ‘fascistische methoden’ te gebruiken. Baron, de voorzitter van het parlement, gelast Eurorechts vervolgens de zaal te verlaten. Daarbij komt het tot een vechtpartij, waarin vooral de FN-leden Antony, Blot en Gollnisch rake klappen uitdelen.(13)

Na het succes van extreem-rechts bij de Euroverkiezingen beslist het Europarlement om een ‘onderzoekscommissie racisme en vreemdelingenhaat’ in het leven te roepen. Verslaggever hiervan is de Britse socialist Glyn Ford. Op 9 oktober 1990 bespreekt het Europarlement het verslag-Ford. Het bevat een zeer uitgebreide reeks aanbevelingen - 77 in totaal - aan elk van de instellingen van de Gemeenschap en aan de lidstaten.

‘Als ooit de vele goedbedoelde maatregelen in de nationale wetgevingen worden opgenomen, hetgeen ik zeer hoop maar niet verwacht, zullen zij niet meer dan een make-up en legitimatie zijn, als niet een fundamenteel principe duidelijk wordt vastgesteld: de toekenning van rechten, de gelijkwaardige deelneming aan het maatschappelijke leven kan niet worden opgehangen aan de nationale afkomst. Daar waar een mens werkt, leeft en bemint, daar waar het zwaartepunt in zijn leven ligt, moet hij over deze rechten kunnen beschikken, zonder maren en alsen,’ aldus Roth, Europarlementslid voor de Duitse groenen.

Zij concludeert: ‘Onze eis moet derhalve luiden: geen klein beetje kiesrecht voor de gemeenten, maar een algemeen actief en passief kiesrecht; geen klein beetje maar een volledig vrij verkeer; geen

164

klein beetje slechte banen, maar toegang tot alle functies en ambten in de Gemeenschap; dubbel staatsburgerschap voor degenen die dat wensen en eindelijk een consequente herziening van de redenen voor asielverlening, zoals oorlog, honger, armoede, milieuvernietiging, seksuele discriminatie’.(14) Eurorechts trekt alle registers open. Dillen roept zelfs de Belgische collabo-journalist Robert Poulet ter hulp. ‘Het verslag is een document humain dat alleen inspireert tot meewarigheidsgevoelens en tot - om het met een woord van Poulet te zeggen - welwillende minachting.’

Niet alleen inzake het verslag-Ford maken de verschillende partijen van Eurorechts dezelfde analyses. Over alle grote thema’s als sociaal beleid, bevolkingspolitiek, immigratie, aanpak van de criminaliteit en strijd tegen het communisme spreken de extreem-rechtse partijen in het Europarlement met één stem. Dat komt duidelijk tot uiting op 13 februari 1990, tijdens het debat over Le Pens motie van afkeuring gericht tegen de Commissie.

De plenaire vergaderingen in Straatsburg, een week per maand, en de infrastructuur van het Europarlement bieden de gelegenheid om de politieke standpunten op elkaar af te stemmen. In het mondaine etablissement Ancienne Douane in Straatsburg dineert Le Pen geregeld met de kopstukken van de fractie. Deze fractie vergadert ook maandelijks, telkens in een andere Europese stad. Behalve de parlementaire agenda van die maand komt daar altijd een bepaald thema aan de orde. In mei 1992 in Athene wordt de plaats van de ecologische beweging in de moderne maatschappij besproken. Neubauer houdt er een referaat over de Duitse Grünen en Bruno Mégret over hun Franse evenknie.(15) In de marge van de fractievergadering wordt doorgaans een openbare bijeenkomst georganiseerd ter ondersteuning van de plaatselijke extreem-rechtse partij.

De onenigheid binnen de Republikaner die zich in het najaar 1990 manifesteert, stelt de samenwerking in de fractie op een zware proef. De machtsstrijd tussen Schönhuber en Neubauer heeft alles te maken met persoonlijke gevoelens van trots en naijver. Neubauer verwijt Schönhuber ‘egocentrisme en ijdelheid’. ‘Vandaag ben je zijn vriend, morgen zijn vijand. Als hij je omarmt, zoekt hij onmiddellijk je zwakke plek om je een dolk in de rug te planten,’ schrijft de Deutsche Rundschau, de spreekbuis van Neubauer.(16) Schönhuber eist dat Le Pen Neubauer en Grund uit de fractie zet. Tot erger-

165

nis van Schönhuber weigert Le Pen daaraan gevolg te geven. In de conservatieve Le Figaro zegt Schönhuber, op 8 december 1990, dat hij besloten heeft om Eurorechts te verlaten. Hij bestempelt de fractie als racistisch en anti-semitisch. ‘De vrienden van Neubauer hebben op het blauw-wit-rode feest van het FN zelfs nationaal-socialistische symbolen verkocht,’ bevestigt Schönhuber.(17) Medio 1990 telt de fractie Eurorechts nog maar tien Fransen, drie Duitsers (Neubauer, Kohier en Schodruch) en één Vlaming.

Het duurt nog wel even voordat er weer Euroverkiezingen zijn, maar het FN en het VB zijn al druk bezig met de voorbereidingen van de vorming van een nieuwe fractie. Het FN heeft meer of minder oppervlakkige betrekkingen met verschillende extreem-rechtse partijen die nog niet in het Europarlement zitten. In Spanje heeft le Pen goede contacten met Bias Pinar, die na het overlijden van Franco in 1976 de Fuerza Nueva oprichtte. Fuerza Nueva organiseerde massabijeenkomsten om de dood van Franco en José Antonio de Rivera te herdenken. In 1982 ontbond Bias Pinar de partij. Met steun van het FN stichtte hij in 1986 het Frente Nacional. Op 20 november 1991 spreekt Bias Pinar 8.000 Franco-getrouwen toe die op de Plaza de Oriente in Madrid zijn samengestroomd om het overlijden van de Caudillo te vieren. Het FN onderhoudt ook betrekkingen met de neo-fascistische Juntas Espanolas, die naar eigen zeggen zo’n 5.000 aanhangers telt.(18)In Groot-Brittannië heeft het FN - informele - banden met de uiterst rechtervleugel van de Conservatieve Partij, die zich heeft gegroepeerd rond de Monday Club.

Ondanks alles behoudt het FN vriendschappelijke contacten met Schönhuber. Le Pen wil alsnog proberen de Reps en de MSI in een nieuwe fractie te verenigen. Het VB en de Griekse EPEN zullen probleemloos meedoen. Evenals de Nederlanders als ze er tenminste in slagen eindelijk eenheid te scheppen tussen de vier verschillende partijen: de Centrumdemocraten, de Centrumpartij ’86, de Realisten Nederland en het Democratisch Alternatief Nederland. Vooral Dewinter doet er alles aan om te komen tot een Nederlands Blok.

Het VB had steeds de beste banden met de Centrumpartij ’86. Deze partij noemt zichzelf ‘nationaal-democratisch’, omdat ze sterk aanleunt bij de Duitse NPD. ‘In tegenstelling tot hun concurrenten, vertonen de voormannen van CP ’86 levendige belangstelling voor het Vlaams nationalisme. Herhaaldelijk bezochten Wim Beaux, mevrouw Bouwman en secretaris Wijgaarden de Ijzerbedevaart,

166

het zangfeest en de partijcongressen. Zij vormen de met ons meest verwante politieke groep,’ schrijft Roeland Raes.(19)

In augustus 1990 organiseren VB en CP ’86 samen een persconferentie in het huis van de toenmalige CP-secretaris Perree in Dordrecht om te protesteren tegen een tentoonstelling van de Anne Frank Stichting. Wanneer Dewinter probeert met een megafoon het woord te voeren wordt hij prompt gearresteerd. Bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen, op 21 maart 1990, behaalt de Centrumpartij ’86 in totaal vier zetels.

Een bekend gemeenteraadslid is Stewart Mordaunt, fractievoorzitter van CP ’86 in Den Haag. Hij maakte voorheen deel uit van de racistische Nederlandse Volks-Unie. Ook was Mordaunt actief in het Jongeren Front Nederland. Beide bewegingen werden gefinancierd door voormalige NSB-collaborateurs. Mordaunt is een overtuigd nationaal-socialist en een groot bewonderaar van Dewinter.

De Centrumdemocraten (CD) van Janmaat is de grootste extreemrechtse partij in Nederland. Sinds de verkiezingen van 6 september 1989 bezet Janmaat opnieuw een zetel in de Tweede Kamer en bij de gemeenteraadsverkiezingen behaalden de CD elf zetels. Janmaat tracht zijn partij een acceptabel imago te geven. Maar de feiten spreken dit tegen. Het Amsterdamse CD-raadslid Bruyn heeft in een brochure geweld tegen minderheden toegejuichd als zijnde een geoorloofd middel, terwijl de CD-raadsleden Vierling en Elsthout al wegens racistische propaganda werden veroordeeld. Eind 1989 ontdekte de politie bij een ander CD-raadslid, Richard Van der Plas nazi-propaganda. De politie vond in zijn woning een FN-pistool met munitie, een mes met SS-tekens en honderden nazistische stickers met teksten als ‘Wir sind wieder da’ en ‘Bevrijd Europa van de Joden’ en afbeeldingen van Hitler.(20)

Het VB schiet goed op met de rechtervleugel van de CD. Wim Vreeswijk, raadslid in Utrecht liep eind 1991 stage bij het VB en was aanwezig bij het verkiezingsfeest van het VB in december 1991. Hij was ook present op het colloquium in Antwerpen, waar Dewinter zijn 70-puntenprogramma tegen de migranten voorstelde.

In de eerste helft van 1992 belegt Dewinter enkele vergaderingen waarop hij - voorlopig tevergeefs - de vier partijtjes tracht te versmelten tot een Nederlands Blok. In juni 1992 schrijft Dewinter aan de CD’er Wansink: Tn plaats van voortdurend kritiek op mekaar te leveren zouden de Europese nationalistische partijen zich moeten verenigen rond die standpunten die gemeenschappelijk zijn.’(21) Uit-

167

eindelijk bereikt Dewinter in september 1992 dat de vier extreemrechtse mini-partijen bereid zijn om bij de Euroverkiezingen van juni 1994 een lijstcombinatie aan te gaan en om een overlegorgaan op te richten dat zal waken over de toepassing van het akkoord. Volgens Dewinter zal ook het VB hierin ‘een rol spelen’. Volgens sommige optimistische opiniepeilingen zou de lijstcombinatie bij de Euroverkiezingen tot 12% van de stemmen kunnen halen, hetgeen goed is voor 1 of 2 gekozenen in Straatsburg. Het zou alvast een zegen zijn voor het VB en voor Eurorechts.

168

2. De Balten - Inhoud

In de zomer van 1988 ontstaan in Estland (1,6 miljoen inwoners), Letland (2,7 miljoen) en Litouwen (3,7 miljoen) afscheidingsbewegingen. Dat ze geestdriftig door Eurorechts worden gesteund, mag gezien de vooroorlogse geschiedenis van deze landen logisch lijken. Onafhankelijke staatjes zijn de drie Baltische landen aan de Oost-zeekust niet langer dan precies twintig jaar geweest: van 1920 tot 1940.

Democratieën waren ze in die korte tijd geen van drieën. Al in 1926 begeeft de parlementaire democratie het in Litouwen. Dit land ontwikkelt zich tot een dictatuur onder de nationalist Smetona, die zijn partij al gauw organiseert volgens het fascistische leidersbeginsel. Ook Letland en Estland krijgen respectievelijk in 1934 en 1936 autoritaire regimes met sterk corporatistische trekken.

Twee jaar nadat de Baltische landen krachtens het ‘von Ribbentrop-Molotov-pact’ Sovjet-republieken werden, haalde het merendeel van de bevolking de Duitse invasie-divisies als ‘bevrijders’ binnen. Nogal wat Litouwers treden in Duitse militaire dienst en helpen ijverig bij de deportatie van joden en communisten, onder andere naar het kamp van Silaspils in de omgeving van Riga. De grote joodse bevolkingsgroep van de Litouwse hoofdstad Vilnius wordt haast volledig uitgemoord.

Ook Letse en Estische nationalisten laten zich niet onbetuigd. Eind 1943 vechten twee SS-divisies, in totaal zo’n dertigduizend man, aan de zijde van de nazi’s.(1)

Begin 1990 is het Baltische nationalisme weer springlevend. In januari 1990 ontvangt Eurorechts in Straatsburg een delegatie van het Letse Volksfront, onder leiding van Janis Jurkans. Schönhuber zegt hem zijn steun toe met het oog op de parlementsverkiezingen. In maart 1990 komen de afscheidingsbewegingen als overwinnaars uit de stembus. Ze kondigen vrijwel onmiddellijk de onafhankelijkheid af.

Op 11 maart 1990 wordt Landsbergis, de voorzitter van het front Sajudis, president van Litouwen.

Dillen noemt de onafhankelijkheidsverklaring van Litouwen een voor Vlaanderen ‘beschamend voorbeeld’. De voorzitter van het

169

VB die doorgaans minder emoties toont dan een stuk hout, wordt zowaar sentimenteel. In zijn karakteristiek gezwollen Antwerps zegt Dillen: ‘Aan alle Vlaamse politici, aan alle Vlaamse minimalisten, aan alle Vlaamse compromiszwakkelingen, aan alle Vlaamse Derde Gewesters, aan alle Vlaamse Salonfahigen, aan alle Vlaamse ja-knikkers die azen op een Belgische decoratie, aan alle Vlaamse voor de-laatste-maal-blaters, aan alle Vlaamse met-de-dood-in-het-hart-toegevers, aan alle Vlaamse Egmontpactsluiters, aan alle Vlamingen die het onder vier ogen zo roerend eens zijn met het Vlaams Blok maar dat onder zes ogen niet durven zeggen. Aan al deze Vlamingen zeg ik vandaag, huiverend van eerbied en bewondering: Sajudis’.(2)

Gorbatsjov reageert op de eenzijdige Litouwse onafhankelijksheidsverklaring met een kortstondige en weinig indrukwekkende economische blokkade. Gorbatsjov heeft veel gedaan dat het einde van de Sovjet-Unie en Oost-Europa bespoedigde en hij kreeg daarvoor van het Westen de Nobelprijs. Zijn schuchtere reactie komt hem echter op een koude oorlogspreek te staan. ‘Wat te vrezen was, is geschied. De beminnelijke Gorbatsjov heeft het masker afgeworpen. Over blijft de KGB-man, de rode tsaar die zijn wurggreep op de Baltische volkeren en elders in zijn Goelag-archipel niet wil lossen,’ dondert Dillen.(3)

De onderhandelingen met het Kremlin komen ondanks herhaalde gespreksronden amper van de grond omdat de Balten met niets minder dan onafhankelijkheid genoegen nemen. Ze trekken zich niets van Moskou aan, nemen eigen wetten aan, zetten eigen grensposten en douanediensten op. Op 13 januari 1991 onderneemt hetSovjet-leger een beperkte actie in de steden Vilnius en Kaunas, waarbij 13 burgers omkomen. Voor Eurorechts is dit kennelijk even erg als alle misdaden van het nazisme samen. Martinez (FN): ‘Hier hoor je niemand over Neurenberg praten! Maar met oorlogsmisdaden kun je toch geen koehandel bedrijven, er zijn toch geen goede en kwade misdaden tegen de mensheid!’(4)Schönhuber voelt zich geroepen het ‘zelfbeschikkingsrecht’ van de Baltische volkeren te verdedigen, want ‘juist wij Duitsers zouden ons door de Russen niet mogen laten beschamen,’ zegt hij. ‘Wij moeten aan de Litouwers en de Letten geen minzame adviezen tot matiging geven zoals hooggeplaatste Duitse politici hebben gedaan. Chamberlain groet U!’(5)

170

Primair anti-communisme krijgt de bovenhand. ‘Vandaag staat Gorbatsjov ontmaskerd als de bloedhond, opvolger van sovjetbloedhonden,’ aldus Dillen.(6) Hij vindt dat het Europarlement zich tot het Nobelprijscomité moet wenden met het dringend verzoek de Nobelprijs van Gorbatsjov in te trekken en aan Landsbergis toe te kennen, hetgeen een repliek van het Europarlementslid Ephremidis uitlokt. ‘Ik stel voor,’ zegt Ephremidis, ‘de Nobelprijs post mortem toe te kennen aan Hitler. Hitler heeft de Baltische landen immers bevrijd van het juk van de Junkers die verantwoordelijk waren voor de eeuwenlange onderontwikkeling van deze landen. Ja, Hitler heeft de Balten deelachtig gemaakt aan het heil van het nazisme.’

Yvan Blot, FN-Europarlementslid, wordt begin september 1991 in Vilnius persoonlijk door Landsbergis ontvangen. Blot brengt hem Le Pens steunbetuiging over. Op zijn beurt drukt Landsbergis in een brief zijn ‘persoonlijke achting’ voor Le Pen uit.(7)

Het anti-communisme in de Baltische republieken is inmiddels omgeslagen in xenofobie en autocratie. In Letland wil het Volksfront een soort apartheid invoeren door het staatsburgerschap voor te behouden aan hen die in 1940 al Lets staatsburger waren en aan hun nakomelingen: in essentie alle etnische Letten. De Estse regering, die een ‘volk’ vertegenwoordigt dat slechts zestig procent van de bevolking van de staat uitmaakt, gaat zo ver het staatsburgerschap te reserveren voor leden van die bevolkingsgroep. Ze betoogt dat de rest van de bevolking - voornamelijk etnische Russen - bestaat uit ‘immigranten die daar op ‘illegale’ wijze zijn neergeplant door een ‘bezettende macht’, de Sovjet-Unie.

Het ‘vrije’ Litouwen haalt het nieuws met het besluit om veroordeelde collaborateurs eerherstel te verlenen. Onder hen blijken ook mensen te zitten die het SS-uniform droegen en zich in de kampen schuldig maakten aan allerlei brutaliteiten en misdaden.(8)

Sajudis maakt op zijn congres in december 1991 een ruk naar rechts. Landsbergis kondigt hier aan wat in zijn ogen de leidraad voor zijn land zou moeten zijn: ‘Eerlijk werk, het gezin en liefde voor het vaderland’ - begrippen die onwillekeurig herinneringen oproepen aan het ‘travail, familie, patrie’ van maarschalk Pétain, tijdens de Tweede Wereldoorlog leider van het pro-Duitse Vichy in Frankrijk.(9)

171

3. Kroatië - Inhoud

Franjo Tudjman werd geboren in 1922. Tijdens de oorlog sluit hij zich aan bij Tito’s partizanen.

Na de Duitse overval op Joegoslavië, in april 1941, wordt Ante Pavelic, de oprichter van de fascistische Ustasja-beweging, staatshoofd van de ‘onafhankelijke’ vazalstaat Kroatië, dat van de nazi’s de controle krijgt over Bosnië-Herzegovina. Kroatië omvat tweevijfde van Joegoslavië en telt 6 miljoen inwoners, waaronder 3 miljoen Kroaten, 2 miljoen Serviërs, ruim een half miljoen moslims en zo’n 140.000 Duitsers, exclusief de Duitse bezettingstroepen.

Bij de eliminatie van de ongewenste Serviërs hanteren de Ustasja’s drie methoden: gewelddadige kerstening, massamoord en verdrijving.(1) De Ustasja's beschikken zelfs over eigen concentratiekampen. Al bij al slagen ze erin om het ‘joodse probleem op te lossen’ en de Servische bevolking in Kroatië bijna te halveren.(2) In 1945 vlucht Pavelic als priester verkleed voor de oprukkende communistische partizanen de Oostenrijkse grens over. Hij belandt in de Britse bezettingszone, vanwaar hij en duizenden medestanders met de steun van het Vaticaan naar Argentinië kunnen ontsnappen.(3)

Na de bevrijding begint Tudjman aan een militaire carrière. In 1961 verlaat hij echter het leger. Vijf jaar later wordt hij uit de communistische partij gestoten vanwege zijn Kroatisch nationalisme en zijn gestook tegen de Joegoslavische staat, die de structuur heeft van een federatie van gelijkwaardige naties. In 1989 sticht Tudjman de Kroatische Democratische Partij (HDZ), die grote sommen geld ontvangt van extreem-rechtse Kroaten in het buitenland.

Bij de verkiezingen in mei 1990 behaalt de HDZ de overwinning met een onversneden nationalistisch programma.(4) Ook de neo-fas-cistische Partij van de Rechtvaardigheid (HSP), geleid door Dobroslav Paraga, bezet enkele zetels in het parlement. Paraga beschouwt zichzelf als de politieke erfgenaam van Ante Pavelic.

President Tudjman weigert duidelijk afstand te nemen van de Ustasja-stM tussen 1941 en 1945. In 1990 publiceert hij in Zagreb een boek waarin hij beweert dat het cijfer van zes miljoen door het nazisme omgebrachte Joden berust op ‘emotionele en partijdige getuige-

172

nissen’. Voor Kroatië predikt hij ‘nationale verzoening’, hetgeen neerkomt op een soort rehabilitering van het zwarte verleden.

‘Net zoals andere slachtoffers van de bolsjewistische moloch, werd Kroatië getroffen door een proces van systematische uitwissing van haar historisch geheugen, waardoor onze nationale identiteit werd vernietigd. Het eenzijdig herdenken van de slachtoffers van het fascisme en het stilzwijgen over de Kroatische gevallenen, drukten op ons volk de stempel van volkenmoord. In een geest van nationale verzoening moeten we hulde brengen aan de nagedachtenis van alle oorlogsslachtoffers,’ aldus Tudjman.(5)

In één van zijn eerste besluiten laat Tudjman het Plein van de Slachtoffers van het Fascisme omdopen in Plein van Groot-Kroatië.(6) De nieuwe staat die Tudjman nastreeft is grotendeels op exclusiviteit gebaseerd wat betreft religie, cultuur, nationaliteit en taal. De drang naar etnische homogeniteit gaat ten koste van de 600.000 Serviërs die in Kroatië leven. Zij worden gedegradeerd tot een ‘minderheid’ en velen hebben geen stemrecht.

Eurorechts is gefascineerd door de mengeling van extreem nationalisme en heroplevend neo-fascisme in de Kroatische ‘onafhankelijkheidsstrijd’. Blot (FN) en Dillen (VB) voeren in het Europarlement de IAtas;d-collaborateurs op als ‘idealisten’ en martelaren. ‘Zeer veel Kroatische priesters en burgers die tijdens de oorlog uit zuiver nationalisme het onafhankelijke Kroatië van Pavelic hebben gesteund, werden vermoord,’ aldus Blot.(7) En Dillen vult aan: ‘De na-oorlog betekende voor Kroatië een martelgang. Duizenden Kroaten werden door de Engelsen aan Tito uitgeleverd en op diens bevel afgeslacht.’

Het rehabiliteren van oud-nazi’s is een specialiteit van Dillen. ‘De officiële geschiedschrijving heeft van Pavelic een historisch monster en baarlijke duivel gemaakt. Niets is minder waar. Wat men ook over de door hem gevolgde wegen moge denken en hoe men daarover ook oordele, niemand heeft het recht te loochenen dat Ante Pavelic gedreven werd door een hartstochtelijke liefde voor zijn volk en dat hij in weergaloos moeilijke jaren alle persoonlijke inspanningen heeft geleverd om matigend en beschermend op te treden waar het de belangen van zijn volk gold, de godsdienst van zijn volk en ook de in Kroatië levende joden’.(8)

De regering-Tudjman is duidelijk ingenomen met het pro-Kroatische offensief van Eurorechts. Bozidar Petrac, Tudjmans medewer-

173

ker, voert op 5 mei 1991 in Zagreb geheime besprekingen met een Frans-Duitse delegatie van Eurorechts, onder leiding van Le Pen en Neubauer. De politieke verstandhouding is uitstekend.(9)

Vooral Duits extreem-rechts is er als de kippen bij om te pleiten voor de onafhankelijkheid van Kroatië en Slovenië, uitgerekend de vroegere bondgenoten van Hitler. Het Joegoslavië van Tito wordt gebrandmerkt als een historisch wangedrocht. Schönhuber: ‘U kunt allen nalezen dat de heer von Habsburg (CSU) en ook ik, in alle bescheidenheid, ons van meet af aan zonder meer hebben uitgesproken voor het recht op zelfbeschikking van Slovenië en Kroatië. Wij hebben Joegoslavië betiteld als datgene wat het werkelijk is, een historische miskraam’.(10)

Op 25 juni 1991 verklaren Slovenië en Kroatië zich onafhankelijk. Het federale leger en Servische milities proberen tevergeefs de Joegoslavische eenheidsstaat te verdedigen, maar ze krijgen internationaal nauwelijks of geen steun. De Servische nationalisten van Slobodan Milosevic worden gemakshalve maar meteen tot ‘communisten’ en ‘terroristen’ uitgeroepen. Johanna Grund (ex-Rep) hekelt de ‘overval van het Servische pantsercommunisme op de democratische naties Slovenië en Kroatië’. Aan deze staten de onafhankelijkheid ontzeggen, getuigt volgens haar van ‘historische onwetendheid’.(11)

Groepjes militante Westeuropese neo-nazi’s trekken dan ook naar het nieuwe ‘Oostfront’ om aan de zijde van Paraga’s goed bewapende HOS-militie en de Nationale Garde te vechten voor een blank en anti-communistisch Europa. Eén van hen is Michel Faci, een voormalige medestander van Le Pen, die in Vukovar actief is.(12)Douwe van der Bos, lid van Voorpost en gewezen lijsttreker van de Centrumdemocraten in Friesland, is medeoprichter en coördinator van de Nederlands-Kroatische Werkgemeenschap (NKW), die via een advertentie in De Telegraaf openlijk huurlingen in Nederland ronselt.(13) Het Vlaams Blok zou volgens De Morgen kandidaat-vrijwilligers naar hem doorsturen.(14)

Op het thuisfront worden allerlei solidariteitsacties opgezet en hulpgoederen voor Kroatië ingezameld. In Frankrijk is deze taak weggelegd voor Chrétienté-Solidarité, dat wordt geleid door FN-Europarlementariër Bernard Antony. Deze laatste bezoekt Kroatië en Bosnië in 1991 en 1992 maar liefst zesmaal. Tijdens een bezoek aan het belegerde Osijek in november 1991 tekent Bernard Antony deze liefdes-

174

verklaring op uit de mond van de burgemeester: ‘Eindelijk ontmoeten we eens Fransen die hetzelfde denken als wij! We zijn gechoqeerd door het Europees cynisme dat hand- en spandiensten verleent aan de Servische communisten, die het nochtans op Europa en haar cultuur hebben gemunt. Het zijn barbaren. Ze willen onze nationale identiteit wegvagen. Ik ben het volmondig eens met Le Pen: een volk zonder nationale identiteit is een dood volk’.(15) Chrétienté-Solidarité ontwikkelt een intense steuncampagne. Zo wordt bijvoorbeeld 30 ton antibiotica in 1991 naar Kroatië gestuurd.

In Vlaanderen organiseren VNJ, VB-Jongeren, NSV en Voorpost eind 1991 de actie ‘SOS Kroatië - Een volk in nood’. Op 17 januari 1992 vertrekt een vrachtwagen met hulpgoederen naar Kroatië. Jan Huijbrechts, voorzitter van de VB-Jongeren en Karim van Overmeire, VB-kamerlid zijn van de partij. Ze brengen een bezoek aan het hoofdkwartier van de HOS, een militie die ongegeneerd met de [/stoyït-emblemen pronkt.(16) ‘Een uitermate boeiende ervaring,’ schrijft Revolte.(17) Op hetzelfde ogenblik verblijft een parlementaire delegatie van het Vlaams Blok op uitnodiging van de regering-Tudjman in Zagreb. Wim Verreycken, Francis Van den Eynde en Filip Dewinter zijn een week lang getuige van ‘de heroïsche strijd’ van het Kroatische volk en poseren krijgshaftig voor een tank.(18)

Inmiddels werd Kroatië, onder impuls van Duitsland, op 15 januari 1992 door de EG erkend. Daarop verplaatst het door nationalistisch fanatisme veroorzaakte oorlogsgeweld zich naar Bosnië. Paraga en grote delen van Tudjmans HDZ blijven van een Groot-Kroatië dromen. De voorzitter van de HDZ in Bosnië, Stjepan Klujic, een voorstander van de eenheid van Bosnië, wordt vervangen door Mate Boban, een voorstander van Groot-Kroatië. ‘Bosnië-Herzegovina moet aan Kroatië worden toegevoegd en de oostelijke Kroatische grens moet net voor Belgrado komen te liggen,’ aldus Paraga.

Ook president Tudjman geeft zijn Groot-Kroatische droom niet zomaar prijs. Hij spreekt zich uit voor een opdeling in homogene ‘etnische’ kantons. Dat wil zeggen, gedwongen migratie van grote delen van de bevolking. Kortom een variant op de ‘bloed en bodem’-doctrine. Karim van Overmeire (VB) is het daarmee eens. ‘De huidige grenzen van de republieken zijn niet onaantastbaar,’ zegt hij. ‘Historische, natuurlijke, veilige of economisch leefbare grenzen zijn uit den boze. De nieuwe staten op de Balkan moeten etnisch zo homogeen mogelijk samengesteld zijn’.(19) 

175

Daarmee dekt het VB-parlementslid de ‘etnische zuiveringsoperaties’ in Bosnië en elders, die mede ertoe leiden dat medio 1992 ruim twee miljoen voormalige Joegoslaven van huis en haard zijn verdreven.

176

4. De MSI - Inhoud

Op 26 december 1946 stichten Giorgio Almirante en Pino Romualdi de Movimento Sociale Italiano (MSI). Almirante, een journalist bij het fascistische II Tevere, bleef Mussolini trouw toen deze in 1943 zijn door nazi-Duitsland gesteunde Republiek van Salo in Noord-Italië oprichtte. Romualdi, die zichzelf ‘de grootste fascist van de MSI’ noemt, zat na de oorlog 3,5 jaar gevangen. Het MSI-embleem, een urn met vlam, symboliseert de as van il Duce en de levenskracht van het fascisme.

Voor de VS is Italië na de Tweede Wereldoorlog de zwakste schakel in West-Europa wegens de grote populariteit van de PCI. De communistische partij speelde immers een prominente rol in het verzet, dat in de strijd tegen het fascisme 35.000 mensen verloor. De VS zetten al hun kaarten op de Democrazia Cristiana (DC), die de cruciale verkiezingen van 1948 dan ook wint. De MSI scoort 2% (6 kamerzetels).

Begin 1992 onthult president Cossiga dat de christen-democraten zich in 1948 met behulp van de carabinieri hadden bewapend met het oog op een communistische overwinning. Cossiga geeft ook toe dat hij en generaal G. de Lorenzo nauw betrokken waren bij de oprichting halverwege de jaren ’60 van het geheime anti-communistische netwerk Gladio. Deze para-militaire organisatie is een staat in de staat en gehoorzaamt alleen aan de CIA en Licio Gelli’s vrijmetselaarsloge P-2.

In 1964 onderneemt G. de Lorenzo een poging tot staatsgreep en tien jaar later, in oktober 1974, volgt generaal Miceli, ex-chef van de militaire inlichtingendienst de Lorenzo’s voorbeeld. Beide putchisten blijven ongestraft en worden later MSI-parlementslid.

Eén en ander werpt een schril licht op de loge P-2. De parlementaire enquêtecommissie-Anselmi heeft vastgesteld dat Licio Gelli de hand had in de staatsgreeppogingen. Op de ledenlijst van de in 1981 verboden loge staan 960 namen van hooggeplaatste politici en leden van politie, leger en geheime diensten.

De loge P-2 en Gladio functioneren ook binnen de ‘strategie van de spanning’, die in de periode 1969-1981 dood en vernieling zaait: 600 bloedbaden, 363 doden en honderden gewonden.(1) Het doel is om in

177

een klimaat van chaos een rechts-autoritair regime te vestigen. Onder de bloedbaden: de aanslagen op de Piazza Fontana in Milaan in 1969 (17 doden, 88 gewonden), in Brescia in 1974 (8 doden, 94 gewonden), op de Italicus-trein in datzelfde jaar (12 doden, 105 gewonden) en op het station van Bologna in 1981 (85 doden, 200 gewonden). In alle gevallen lopen de naspeuringen dood op de geheime diensten, die opzettelijk het gerecht om de tuin leiden. Zo proberen ze de de bomaanslag in Bologna in de schoenen van het ‘internationale terrorisme’ te schuiven.

Uiteindelijk worden in 1988 toch vier neo-fascisten, vanwege hun deelname aan de aanslag in Bologna, tot levenslang veroordeeld. Gelli, Francesco Pazienza, een generaal en een kapitein van de geheime dienst Sismi krijgen elk tien jaar omdat ze het onderzoek op een dwaalspoor probeerden te brengen. Maar in augustus 1990 worden de vonnissen in hoger beroep drastisch gewijzigd. Twee neo-fascisten krijgen dertien jaar, alle anderen worden vrijgesproken. Na dit vonnis stelt premier Andreotti voor het woord ‘fascistisch’ te verwijderen uit de gedenkplaat op het station van Bologna. Ook de neo-fascisten Mario Tuti en Luciano Franci, die tot levenslang waren veroordeeld wegens de aanslag op de Italicus-trein worden in maart 1992 definitief vrijgesproken. Kortom, de daders van zowat alle grote rechtse terreuracties zijn ofwel niet gevonden ofwel onschuldig verklaard.

De MSI heeft altijd iedere betrokkenheid bij deze rechtse terreur ontkend. Desondanks is de partij op een bepaalde manier verbonden geweest met geweld. Almirante zou de hoofdverdachte van een aanslag, Carlo Cicuttini, een lid van Ordine Nuovo, hebben geholpen. Massimo Abbatangelo, een verdachte in de zaak van de Italicus-trein, is MSI-parlementslid geworden.(2)

Op het hoogtepunt van de ‘strategie van de spanning’, op 7 mei 1972, scoort de MSI 8,7% (2.894.789 stemmen), goed voor 56 zetels. Het is de beste MSI-verkiezingsuitslag aller tijden. Op dat ogenblik telt de partij bijna 1 miljoen leden. De MSI kan ook rekenen op heel wat sympathie in bepaalde zakenkringen: reders en petroleumbazen uit Genua, grote hoteleigenaars uit Rimini, suikerbaronnen uit Ravenna, bouwpromotoren uit Rome, Napels en Palermo.

Daarna begint de aanhang stelselmatig te slinken. Bij de kamerverkiezingen, op 14 juni 1987, haalt de MSI 5,9% (2.200.000 stemmen), 35 zetels. Wel breekt de partij door in Alto Adige (Zuid-Tirol). In Bolzano krijgt de MSI 23% en in de provincie ruim

178

10% van de stemmen. Ze is daarmee de eerste partij van de Italiaanstalige minderheid(3)

Op het vijftiende congres, op 10 december 1987, treedt Almirante terug. In zijn afscheidsrede beklemtoont hij dat het fascisme ‘geen herinnering maar een einddoel is’. Hij wordt opgevolgd door de 35-jarige Gianfranco Fini, de leider van de jongerenafdeling. Fini wil de MSI op de leest van het FN schoeien. Le Pen, eregast op het congres, looft het ‘Europese patriottisme’ van de MSI en roept op tot internationale samenwerking.(4)

Een traditioneel katholicisme, wet en orde, versterking van de politie, vrije markteconomie, corporatisme, een sterk centraal gezag en een fel anti-communisme zijn de ingrediënten van het MSI-programma. Fini slaagt er echter niet in het tij te keren. Bij de Euroverkiezingen van 1989 zakt de MSI tot 5,5% (vijf zetels). Het aantal leden loopt terug tot rond de 350.000. Op het partijcongres in Rimini, op 14 januari 1990, wordt Fini nipt onttroond (744 tegen 697 stemmen) door Pino Rauti, die pleit voor een doorbraak naar ontgoochelde, linkse kiezers. Hij beroept zich daarvoor expliciet op het voorbeeld van de gewezen Argentijnse dictator Peron. Aan de verkiezing gaat een bitsige strijd vooraf tussen zes verschillende fracties. Vier daarvan kiezen uiteindelijk partij voor Rauti.

Rauti heeft nog kortstondig Mussolini’s Republiek van Salo verdedigd wat hem de bijnaam de ‘kleine Duce’ oplevert. Hij was in het begin van de jaren ’50 lid van de neo-nazistische Nouvel Ordre Européen van Amaudruz en de Franse ex-SS’er Binet. Rauti was nadien mede-oprichter van de in 1973 verboden gewelddadige organisatie Ordine Nuovo. Zijn naam wordt in verband gebracht met de rechtse terreur. Alhoewel herhaaldelijk aangehouden, moest de justitie hem telkens weer laten gaan bij gebrek aan bewijs. Voor Rauti, een bewonderaar van de fascistische ideoloog Evola, blijft Mussolini actueel: ‘Ik ben fascist, de vergissingen van het regime ten spijt. Ik dweep niet met het verleden, maar het fascisme belichaamt een levens- en wereldopvatting, een geheel van eeuwige waarden. Die waarden, aangepast aan onze tijd, verdienen opnieuw een kans’(5)

Jean-Marc Brissaud, secretaris-generaal van Eurorechts, reageert niet afkeurend op Rauti’s verkiezing. ‘Wij, Fransen, zullen goede banden behouden met zowel Rauto als Fini, die allebei in het Europarlement zitten en zich bij Eurorechts willen voegen wanneer de kleine historische Duits-Italiaanse meningsverschillen zijn bijge-

179

legd,’ aldus Brissaud.(6) Ook Roeland Raes (VB) spreekt lovend over Rauti.(7) Als volksnationalist heeft Raes alleen kritiek op de italianisering van het ‘Duitse Zuid-Tirol’ en op het feit dat de MSI het anti-immigranten-thema onvoldoende ter harte neemt.

Daar zijn goede redenen voor. Italië is lang een emigratieland geweest. De MSI beschikt zelfs over een nevenorganisatie, de CTIM, die zich bezighoudt met de 1,7 miljoen Italianen die in andere EG-landen wonen en werken. Bovendien hechtte ook Mussolini aanvankelijk minder belang aan de Duitse rassenleer, al was het maar vanwege het ongunstige licht dat die leer wierp op het Italiaanse volk. Pas in jaren ‘30 werd de fascistische politiek tegenover de joodse minderheid gaandeweg verscherpt naarmate de toenadering tot nazi-Duitsland voortschreed. In 1938 koos Mussolini definitief voor een racistische politiek na het tekenen van het As-bondgenootschap. In het zogeheten Manifest van Racistische Geleerden werd in juli 1938 het Italiaanse ras geproclameerd. Italianen bleken opeens een tak van de Arische familie, joden werden officieel tweederangs burgers, uitgesloten van een groot aantal beroepen en voorzien van een speciaal stempel in hun paspoort.

Na het congres in Rimini begint de MSI zich harder op te stellen tegen de ‘extra-communautairen’, zoals de migranten uit Noord-Afrika worden genoemd. De invloed van Le Pen, naar wie Fini opkijkt, is hieraan niet vreemd. Op 8 maart 1990 stichten MSI-leden in Genua een Front voor de Verdediging van de Rechten van Italianen. FN-Europarlementsleden zijn daarbij present. De MSI schuwt nu niet langer het racisme. Zo eist de partij dat de eigen Italiaanse arbeiders eerst worden tewerkgesteld.

Verscheurd door een bittere interne machtsstrijd, blijft de MSI terrein verliezen. Bij de gemeenteraadsverkiezingen, op 6 mei 1990, valt de partij terug van 6,5 naar 3,9%. Het succes van de Lombardische Liga laat in het Noorden nog weinig plaats voor de MSI. Maar ook in haar oude bolwerken van het Zuiden brokkelt de partij af. Bij de Siciliaanse regionale verkiezingen, op 16 juni 1991, tuimelt ze van 9,2 naar 4,8%. Deze opeenvolgende nederlagen leiden tot het ontslag van Pino Rauti. Op het partijcongres in Rome, op 6 juli 1991, wordt Fini opnieuw tot partijsecretaris gekozen. De meest fascistische vleugel, aangevoerd door senator Giorgio Pisano, verlaat daarop de partij.

De MSI gaat zich na het congres vastbijten in de ‘herovering’ van Istrië, dat momenteel deel uitmaakt van Kroatië. Na de oorlog en de

180

nederlaag van Mussolini, moest Italië Istrië prijsgeven, maar er woont nog een belangrijke Italiaanse minderheid. Op 6 oktober 1991 organiseert de MSI in Triëst een grote betoging om de terugkeer van Istrië te eisen. In het Europarlement zegt het MSI-lid Mazzone: ‘Ik wijs u op een zo langzamerhand vergeten volk van bannelingen en vaderlandlozen, namelijk de Italianen uit Istrië. Het enige waar zij zich schuldig aan hebben gemaakt, is dat ze geboren en getogen zijn in gebieden die vanuit historisch, cultureel en traditioneel oogpunt bezien Italiaans zijn, maar die de oppervlakkige architecten van Jalta in hun hoogmoed aan de bloeddorstige communist Tito hebben afgestaan.’

Hij vervolgt: ‘Bij deze breng ik hulde aan de tientallen Italianen die door de communistische bendes van Tito vermoord en gemarteld zijn omdat zij opkwamen voor hun eigen land, hun dierbaren, hun vrijheid en voor het feit dat zij tot het Italiaanse vaderland hoorden. Ook de kinderen en de kleinkinderen van die slachtoffers van het communisme hebben het recht als Italianen naar die gebieden terug te keren die hun met bruut geweld zijn afgenomen. Er zal in die regio geen rechtvaardige vrede en geen duurzame stabiliteit zijn als alle heersende problemen niet op billijke en allesomvattende wijze worden behandeld, waarbij elk volk zijn soevereiniteit en zijn natuurlijke landsgrenzen moet terugkrijgen’.(8)

Voorts richt de MSI in 1991 haar aandacht op de strijd tegen de ‘particratie’. Ze vindt daarbij een onverwachte bondgenoot in Cossiga, de president met de ‘pikhouweel’, waarmee hij de ene slag na de andere toebrengt aan de gevestigde partijen. In geen ander West-Europees land zijn de traditionele politici zo in discrediet geraakt als in Italië. In de campagne voor de parlementsverkiezingen van april 1992 probeert de MSI te profiteren van het protest tegen het verstarde politieke stelsel, tegen de mafia, tegen de corruptie en tegen de bureaucratie. Net als Cossiga wil de MSI een sterk, autoritair, presidentieel systeem. Ook om een andere reden juicht de MSI Cossiga toe. Deze laatste laat immers geen gelegenheid voorbijgaan om te streven naar definitieve straffeloosheid voor de rechtse terroristen. Hij zegt dat er een eind moet komen aan het onderzoek naar Gladio en het rechtse terrorisme. Sterker nog, hij biedt de MSI zelfs zijn excuses aan, omdat hij de partij ten onrechte zou hebben beticht van het bloedbad van Bologna.

Als extra verkiezingsattractie brengt de MSI het filmsterretje Alessandra Mussolini in het veld. Zij is kandidate in Napels. De 29-

181

jarige welgeschapen politica, die zich als pin-up-girl tot voor kort graag bloot gaf in de mannentijdschriften, is nu tegen ‘het moreel verval en voor het herstel van de traditionele waarden’. Het FN-gezinde blad Le choc du mois brengt een uitvoerig interview met deze nicht van Sophia Loren, onder de titel Leve grootvader, naast een tweepaginagrote foto van haar in badpak.

Op 5 april 1992 komt er een eind aan de achteruitgang van de MSI. De partij haalt 5,5% voor de Kamer (34 zetels) en 6,5% voor de Senaat (16 zetels). De winst in Zuid-Italië - in Calabrië klimt de MSI naar 12,1 % - wordt echter teniet gedaan door het verlies in het Noorden, waar de partij door het succes van de Lombardische Liga wordt teruggedrongen tot ongeveer 3,5%.(9) Al bij al is de MSI met 2.169.788 stemmen nog haast even sterk als Mussolini’s partij in 1922.

182

5. De Lega Lombarda-Alleanza Nord - Inhoud

Umberto Bossi is geboren in Varese, een welgesteld stadje aan de voet van de Alpen. Zijn vader was een boer die later de fabriek in moest, zijn moeder werkte als conciërge. Zelf was Bossi fabrieksarbeider, zanger, klusjesman, enzovoort. Hij begon op 22-jarige leeftijd medische studies te volgen aan de universiteit van Pavia, maar brak zijn studie voortijdig af toen zijn politieke peetvader, Bruno Salvadore, leider van de autonomistische partij van de regio Valle d’Aosta, bij een verkeersongeval omkwam.

Bossi richt op 12 april 1984 in Pontida de Lega Lombarda op. Pontida is de historische plaats, waar in 1167 de middeleeuwse ridder Alberto Da Giussano, de succesvolle opstand leidde van twintig steden van Lombardije tegen keizer Frederik I, bijgenaamd Barbarossa. Het zwaard van de twaalfde-eeuwse ridder is het symbool geworden voor de Lombardische Liga. Middeleeuwse krijgers, en de Lombardische strijdwagen, de carrocchio, vervullen een belangrijke rol in de nieuwe Lombardische cultuur en sieren de roodwitte partijbanieren. Als nazaten van Da Giussano strijden de aanhangers van de Liga opnieuw voor hun autonomie, maar nu tegen Rome. Want in Rome zetelen de door Bossi gehate politici, die met de door het Noorden opgebrachte belastingen mooi weer spelen in het Zuiden en samenspannen met de mafia.

‘Moord, geweld, roof, afpersing, kidnapping, het gemakkelijk vrijkomen van gevaarlijke gevangenen, misdadigers, smokkel, de invoer van criminelen die politieke vluchtelingen worden genoemd, handelaars in verdovende middelen: allemaal samen vormen ze de ondergrond van een mafiasysteem dat zich heeft weten te nestelen in alle gelederen van het staatsapparaat,’ aldus Europarlementslid Moretti.(1)

In de visie van de Liga is de in 1870 gecreëerde Italiaanse eenheidsstaat de oorzaak van fraude, corruptie en alle mogelijke kwalen. ‘Noord-Italië telt 51,3% van de bevolking,’ schrijft Bossi in zijn autobiografie Noordenwind, ‘produceert 64% van het BNP en brengt 75% van de belastingen op. Daarvan ziet het rijke Noorden maar een fractie terug, want het leeuwedeel gaat in de vorm van subsidies naar het verpauperde Zuiden’.(2)

183

Het offensief van de Liga tegen de eenheidsstaat heeft de hele ‘particratie’ tot mikpunt, in het bijzonder de christen-democratische partij, die al meer dan 40 jaar de staat domineert. ‘De ware strijd wordt gestreden tussen de hoofdstad van het parasitisme en het cliënteel, Rome, en de hoofdstad van de economie, en dat is Milaan. De christen-democraten zijn Rome, de Liga is Milaan,’ aldus Bossi.

In feite verwoordt de Liga de verzuchtingen van de Noorditaliaanse bourgeoisie. Die eist al lang politieke hervormingen en drastische saneringen om te voorkomen dat Italië definitief de Europese boot mist. Italië kampt immers met een dramatisch overheidstekort van 1 biljard lire, een hoge inflatie en een werkloosheid van 10%. De Liga slaat vooral aan bij de kleine ondernemers en handelaars, die de laatste jaren steeds meer belasting hebben moeten betalen om het groeiende begrotingstekort aan te zuiveren. De Liga propageert dan ook economisch liberalisme, privatisering van staatsbedrijven, belastingverlaging en klassensamenwerking. In dat verband beschikt de Liga over een corporatistisch gestructureerde vakbond en een werkgeversorganisatie, Alia genaamd.

Autonomie is volgens de Liga het meest effectieve middel om te voorkomen dat Noord-Italië ‘een beetje Noord-Afrika, een beetje Balkan en een beetje Midden-Oosten wordt’. Dat zegt Gianfranco Miglio, professor aan de katholieke universiteit van Milaan en hofideoloog van de partij. ‘Ons economische gewicht zal achteruitgaan en de bedrijven zullen weggaan als wij de Romeinse machthebbers niet verjagen,’ voegt hij eraan toe.

De staatsrechtgeleerde Miglio heeft een grondwetswijziging in federale zin voorbereid, waarbij Italië wordt verdeeld in drie federale staten (noord, centrum en zuid), die ieder volledig autonoom zijn op het gebied van belastingen, rechtspraak en politie. Zo zou het Noorden eigen baas zijn, egoïstisch van zijn rijkdom kunnen genieten en zijn integratie in Europa kunnen verwezenlijken. Niet voor niets luidt één van de strijdkreten van de Liga: ‘Hoe verder weg van Rome, hoe dichter bij Europa.’

De Liga kadert haar streven naar autonomie in het proces van Europese éénwording, dat moet uitmonden in de ‘Verenigde Staten van Europa’. ‘Mijn beeld gaat meer in de richting van een federatie naar Amerikaans voorbeeld, met een door het volk verkozen president die zijn eigen ministers kiest, regeert tijdens de periode die zijn mandaat hem toestaat en, ten slotte, rechtstreeks door de burgers

184

wordt beoordeeld, dus zonder interventies en moties van vertrouwen die, zoals wij al gezien hebben in onze Europese landen, vaak aanleiding geven tot vertragingen, tot verlamming en tot conflicten,’ aldus Speroni, Europarlementslid van de Liga}

De Liga is weliswaar regionalistisch, maar ze vertoont enige verwantschap met volksnationalistische partijen als het VB. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat het oktobernummer van 1989 van Orion, een Milanees blad dat aanleunt bij de Liga, bijna volledig aan Vlaanderen is gewijd. Orion bespreekt de doelstellingen van de Vlaamse Beweging en tekent het VB als een ‘nationalistische, anti-Belgische, groot-Nederlandse en solidaristische partij’. Tevens geeft het blad een sympathiek sfeerbeeld van de Ijzerbedevaart, die geregeld wordt bezocht door Z.zg«-aanhangers.

Net als het VB verzet de Liga zich tegen immigratie uit de Derde Wereld en uit... Zuid-Italië, wat voor de Liga ongeveer hetzelfde is omdat voor haar Afrika begint onder Rome. Alleszeggend is de racistische strijdkreet van de Liga: ‘Fora i terrun’ (‘De boerenkinkels buiten’). In 1990 laait de discussie over de immigratie hoog op zowel in de EG als in Italië zelf. De Schengen-landen klagen onveranderlijk over de ‘lekke’ Italiaanse grenzen.

Op 28 februari 1990 wordt daar een mouw aan gepast. Een nieuwe immigratiewet wordt van kracht, waaraan de socialistische vice-premier Martelli zijn naam heeft gegeven. De wet-Martelli moet van Italië een acceptabel lid van de Schengen-groep maken. Daarom werpt de wet hoge barrières op om nieuwe immigranten uit de Derde Wereld zo veel mogelijk af te schrikken: visumplicht - zonder een arbeidscontract en voldoende middelen van bestaan wordt geen visum afgegeven - scherpe controle van de grenzen, vaststelling van een jaarlijks quotum van toe te laten vreemdelingen.

In ruil voor deze repressieve maatregelen, krijgen bepaalde illegalen uitzicht op een wettelijk statuut. Voorts wordt de vluchtelingenwet herzien zodat voortaan ook niet-Europese vluchtelingen asiel kunnen aanvragen.

De MSI, de Liga en de Republikeinse partij, een partij van het grootkapitaal, kanten zich tegen legalisering en willen alle clandestienen het land uitzetten. De Liga wil de visumplicht extra verscherpen: mensen uit de Derde Wereld zouden maar een visum krijgen als de werkloosheid minder dan 5% bedraagt. Het onfrisse debat vormt een natuurlijke voedingsbodem voor de opleving van racistisch geweld. Vooral Florence trekt de aandacht. In deze museumstad leven twin-

185

tigduizend immigranten, waarvan de helft clandestien is. Werkgevers willen van hen niets weten. Ze kunnen zelfs niet als vuilnisman aan de gemeente beginnen. Om tenminste te kunnen overleven, werken vele Afrikanen noodgedwongen als ‘straatverkopers’.

Op 20 februari 1990 betogen zowat 4.000 Florentijnen, voornamelijk middenstanders, tegen de ‘onveiligheid’. In de carnavalsnacht van 1 maart 1990 maakt een zwaar bewapende knokploeg van 200 extreem-rechtse jongeren jacht op zwarten. De racistische geweldplegingen houden tien dagen aan. Op 11 maart 1990 komt de landelijke politiechef, Vincenzo Parisi, naar Florence. ‘Florence zal geen tweede Pretoria worden,’ verzekert Parisi. ‘Vanaf nu zullen we de dieven, de pushers en de hoeren stevig aanpakken. Dat ze maar hun koffers pakken voor het te laat is’.(3) Parisi doet de ‘nikkerjacht’ van extreem-rechts af als een ‘incident’. Zo denkt de socialistische burgemeester Giorgio Morales er ook over. Hij wil clandestienen en criminelen eerder vandaag dan morgen naar hun land van herkomst terugsturen. Vanaf 12 maart begint ‘de grote schoonmaak’. Parisi laat versterkingen, modern materieel en een helikopter aanrukken en de binnenstad afgrendelen voor Afrikaanse straatverkopers.

Ook elders laait het racisme op. Midden februari 1990 betogen de Lombardische Liga en de MSI in Milaan tegen de immigratie. Tevens eisen ze de ontruiming van de ‘Cascina Rosa’, een pand dat aan 480 Marokkanen onderdak biedt.(4) Eind april 1990 worden brandbommen gegooid naar een bouwvallig gebouw aan de Via Trentacoste.(5) Commentaar van Speroni: ‘Wij waren onlangs getuige van een aantal gebeurtenissen in Italië, waarbij enerzijds fascistische bendes werden gevormd, maar waarbij anderzijds ook de immigranten groepen opzetten. In Milaan werden vredelievende burgers, die openlijk voor hun mening uitkwamen, aangevallen door groepen Afrikaanse immigranten, die waren opgehitst en aangezet door lokale politieke groeperingen.’

Dan volgt een typische Etgç-redenering: immigratie verwekt racistische reacties die op hun beurt leiden tot een autoritaire centralistische staat. ‘De immigratie uit derde landen naar Europa wordt door ons als iets negatiefs gezien, iets dat om duistere redenen, om autoritarisme en fascisme te bevorderen, wordt gestimuleerd en ondersteund door politieke bewegingen. Immigratie kan leiden tot spanningen en reacties tussen volken, die handig worden gemanipuleerd,’ aldus Speroni.(6)

186

Na de racistische incidenten ontstaat er enige verwarring onder de regeringspartijen. Begin april 1990 blijkt Martelli bereid om zelfs letterlijk het leger in te zetten bij de grenscontrole. ‘De druk op de grenzen is de afgelopen twee jaar constant gestegen,’ zegt Martelli. ‘De aanwezigheid van soldaten aan de grenzen zal een belangrijke hulp betekenen voor de politie en een ontmoedigend effect hebben’.(7) Er is nog net geen sprake van een nieuw soort ‘oorlog tegen de migranten’.

In dit racistische klimaat wordt de Lombardische Liga de grote triomfator van de gewestelijke verkiezingen op 7 mei 1990. In het dichtbevolkte, industriële Lombardije scoort de Liga bijna 20% en in een aantal welvarende plaatsen in het Noorden komt ze zelfs tot rond 30% van de stemmen.(8) Daarmee wordt ze de op één na grootste partij in de regio, na de christen-democraten. In het Noorden behalen de Lombardische en andere soortgelijke Liga’s ruim anderhalf miljoen stemmen. De Liga heeft aanhang in alle rangen en standen, van ondernemers tot boeren en werklozen. Allemaal mensen die teleurgesteld zijn in de traditionele politiek.(9)

In amper vijf jaar heeft de Liga een spectaculaire doorbraak verwezenlijkt. De resultaten spreken boekdelen. In 1985 kreeg de Liga in Varese, Bossi’s woonplaats, haar eerste gemeenteraadslid en eerste provinciale afgevaardigde. Bij de parlementsverkiezingen van 1987 haalt de Lombardische Liga 2,7% (186.000 stemmen), goed voor één zetel in de Senaat en één in de Kamer. Bij de Euroverkiezingen in 1989 krijgt de Lombardische Liga al 635.000 stemmen. Haar twee parlementsleden, Luigi Moretti en Francesco E. Speroni, maken deel uit van de Regenboogfractie.

Na haar succes in mei 1990 neemt de Liga, een zogenaamde anti-partij, paradoxaal genoeg hoe langer hoe meer de vorm van een traditionele massapartij aan. Ze heeft nu een eigen vakbond, een eigen werkgeversorganisatie, een eigen partijkrant Quelli della Lega, en een eigen radiozender in Varese. In tegenstelling tot de MSI heeft de Liga niet te kampen met interne scheuringen of strijd tussen verschillende stromingen. Bossi houdt de touwtjes strak in handen. Wie zoals de nummer twee, Franco Castellazi, kritiek op hem heeft, kan verdwijnen, ook ai heeft de partij een nijpend tekort aan kaderleden.

Op 10 februari 1991 komen Liga’s uit respectievelijk Piemonte, Veneto, Emilia, Romagna en Toscane bijeen om samen met de Lombardische Liga de Lega Nord te vormen. Doordat Rome en zijn

187

‘bureaucratisch centralisme’ het voornaamste doelwit van de Liga is, vindt het noordelijke voorbeeld zelfs in de rest van Italië navolging. Dat leidt tot de vorming van Liga’s in Midden- en zelfs Zuid-Italië, die niet zelden door obscure personages worden geleid. Het meest lugubere voorbeeld hiervan is de Lega Nazionale Popolare van Stefano Dalla Chiaia, de zwarte terrorist die in het begin van de jaren ’70 Italië trachtte te ontwrichten met een reeks aanslagen.

Er komt voorlopig geen eind aan de progressie van de Liga. Op 23 november 1991 wint de Lombardische Liga 24,4 procent van de stemmen bij gemeenteraadsverkiezingen in het welvarende Brescia. Ze wordt daarmee de grootste partij. Maar nog succesvoller verloopt de campagne voor de verkiezingen van 4 april 1992.

De Liga is stilaan salonfahig geworden. Vooral kleine en middelgrote ondernemers zijn goed vertegenwoordigd op de Liga-lijst, maar ook advocaten en intellectuelen zoals Erica Rivolta, een economiste van de universiteit van Pavia, doen mee. Bossi verheerlijkt het ethnos. Daarom heeft een volkszanger als Gipo Farassino zich graag als Zigdlijsttrekker in Turijn beschikbaar gesteld.

Nu blijkt dat ook Zuiditaliaanse werknemers op de Liga stemmen, verandert haar racistisch discours langzamerhand. Ze kant zich nu vrijwel uitsluitend tegen migranten uit de Derde Wereld. Zo verdedigt Gipo Farassino, de leider van de Liga in Turijn, de belangen van de meridionale kruiers tegenover die van clandestien werkende Noordafrikanen. De Liga Noord wil Italië sluiten voor niet-EG-vreemdelingen en werkloze en criminele immigranten terugsturen.

De verkiezingscampagne staat echter vooral in het teken van de strijd tegen de tradionele politici, tegen de corruptie, tegen Rome. ‘Dieven van Rome; het is afgelopen’, ‘Rome, dievegge, de Liga kent geen vergiffenis’. De affiches en slogans van de Liga Noord liegen er niet om. Vlak voor de verkiezingen breekt in Milaan, het bolwerk van de socialist Craxi een groot corruptieschandaal uit. De affaire, waarin miljarden lires omgaan, begint wanneer de socialist Mario Chiesa betrapt wordt bij het innen van steekpenningen. Het is koren op de molen van de Liga.

Op 5 april 1992 is Umberto Bossi de grote winnaar. In Milaan krijgt hij 214.989 voorkeurstemmen tegen 79.813 voor Craxi. Bossi’s Liga is nu de grootste partij van Milaan en de op één na grootste van Lombardije en heel Noord-Italië. In Lombardije behaalt de Liga

188

20,5% (plus 17,9%). Zij zit daarmee de christen-democraten (25,2%) op de hielen en gaat ruim de derde grootste partij, de PSI (12,4%) vooraf. Landelijk is de Liga Noord met 8,7% (3.394.917 stemmen) vrijwel vanuit het niets op drie na de grootste partij geworden. In sommige steden in Midden-Italië zoals Firenze (3%) en Pisa (3,7%) behaalt de Liga nog een behoorlijk resultaat. In Rome (0,6%) en in het Zuiden schommelt de score rond de 0,3%. De Liga Noord krijgt in totaal 25 senatoren en 55 kamerleden.

De Liga wil zich de komende drie jaar overal inplanten tot in het kleinste dorp. ‘De Liga is de moeder van alle protesten,’ roept Bossi. Volgens hem is nu een beweging op gang gebracht die in 1995 zal leiden tot een radicale breuk met het verleden: de autonomie van Noord-Italië. Met zijn 80 parlementsleden en met de 7 miljard lires die de verkiezingen hebben opgebracht, begint Bossi aan zijn ‘mars op Rome’.

189

6. Haiders Vrijheidspartij (FPÖ) - Inhoud

Jörg Haider, de leider van de ‘liberale’ Freiheitliche Partei Österreichs (FPÖ), is in 1950 geboren in een voormalig nazi-gezin. Hij heeft nooit een geheim gemaakt van zijn connecties met oud-nazi’s. En daaraan is in Oostenrijk geen gebrek. Op haar hoogtepunt telde de oude NSDAP in Oostenrijk ongeveer 700.000 leden. Toen de geallieerden het bewind in mei 1945 overnamen, waren er nog altijd zo’n half miljoen. Haider bezoekt regelmatig hun bijeenkomsten, steunt amnestiecampagnes en schrijft in het anti-semitische Carinthian News.(1) Bovendien, zo zegt Profil, de miljonair Haider heeft zijn rijkdom ten dele te danken aan het bezit van het bosland dat de joodse familie Roifer in 1940 werd afgenomen. ‘Haiders roofgoed,’ schreef het blad met bittere spot.

Het ligt voor de hand dat Haider lid wordt van de FPÖ die mede door oud-nazi’s is opgericht. Dat hij deze groep numeriek zeer hoog schat, laat Haider merken op een persconferentie in de Karintische hoofdstad Klagenfurt in 1985. Hij zegt dat de FPÖ niet de opvolger is van de oude NSDAP. ‘Was dat wel zo, dan had de FPÖ de absolute meerderheid,’ zegt Haider letterlijk.(2) Maar er is wel een - cruciaal - punt van overeenkomst tussen Haider en de oude nazi-partij: het afwijzen van de Oostenrijkse natie. Net als Hitler noemt Haider Oostenrijk een ‘wangedrocht’. Hij voelt zich, zoals hij zelf zegt, een lid van de ‘Duitse volks- en cultuurgemeenschap’.

De Duits-nationalisten vormen een minderheid in de FPÖ wanneer deze partij halverwege de jaren ’60 een liberale weg inslaat. De liberale koerswijziging wekt groot ongenoegen bij lieden zoals Fritz Stüber, auteur van Ich war ein Abgeordneter en Otto Scrinzi, een gewezen lid van de Sturmabteilung (SA). Deze Scrinzi behaalt bij de presidentsverkiezingen in mei 1986 amper 1,2% van de stemmen, terwijl Kurt Waldheim, tijdens de oorlog verbindingsofficier van een Wehrmacht-zideY\ng die betrokken was bij oorlogsmisdaden in Joegoslavië, in de tweede ronde wordt verkozen met 53,9%.

De Duits-nationale vleugel komt echter vlugger dan verwacht terug op het voorplan. Op een partijbijeenkomst in Innsbruck, in september 1986, stelt Haider zich kandidaat voor het partijvoorzitterschap.(3) De bruinverbrande Haider, die dol is op flitsende pak-

190

ken, op snelle racewagens en op sportieve stunts, leidt op dat ogenblik de FPÖ in de zuidelijke deelstaat Karinthië, voor de Tweede Wereldoorlog een haard van nazisme. Haider gaat de confrontatie met de liberale vleugel aan en weet de machtsstrijd in zijn voordeel te beslechten. Na wat sommigen een ‘putsch’ noemen, volgt hij de liberale partijvoorzitter Norbert Steger op.

Het FPÖ-programma lijkt op het eerste gezicht ‘liberaal’. De partij spreekt zich uit voor liberalisering van de economie, minder belastingen, minder sociale zekerheid en privatisering. Maar Haiders FPO gaat ook fel tekeer tegen immigratie en tegen ‘cosmopolitisme’ in het Weense cultuurbeleid. Op de koop toe trapt Haider voortdurend tegen de ‘Altparteien’ en de ‘politieke mafia van de roden en de zwarten’ (conservatieven), waarbij hij gretig gebruikt maakt van de schandalen die hem in overvloed worden aangereikt door de katholiek-conservatieve ÖVP en de socialistische SPÖ, die sinds 1986 in Wenen een ‘grote coalitie’ vormen.

Vooral Haiders ongezouten uitlatingen tegen immigratie bezorgt de FPÖ de ene verkiezingsoverwinning na de andere. Twee maanden na zijn aantreden als partijvoorzitter gaat Haider de algemene verkiezingen in met leuzen tegen onveiligheid en immigratie. Met succes. De FPÖ stijgt ineens van 3 naar 10%. Op 12 maart 1989 boekt de FPÖ grote vooruitgang bij de regionale verkiezingen in Karinthië (29%, 11 zetels), Tirol (15,59%, 5 zetels) en Salzburg (16,37%, 6 zetels). De FPÖ verdubbelt haar stemmenaantal. Uitgerekend in Karinthië, de staat met de prachtige bergen en meren en het lieflijke landschap, kan Haider een opzienbarende doorbraak vieren. De katholieke ÖVP is bereid een coalitie met hem te sluiten. Haider wordt in Karinthië de eerste niet-socialistische regeringsleider sinds 1945.

Hij treedt nu voorgoed uit de schaduw en krijgt lof toegezwaaid van graaf Lambsdorff, voorzitter van de Duitse liberale FDP, die samen met Haider in de Liberale Internationale zit.(4) Het is dan ook begrijpelijk dat Haider, in Oostenrijk noch daarbuiten, gediend is van enige identificatie van zijn FPÖ met Eurorechts, laat staan met neo-nazi’s. Toch was hij bereid in mei 1988, in de woning van Otto Scrinzi, de leider van de neo-nazistische National-demokratische Partei Norbert Burger te ontmoeten om over ‘samenwerking’ te praten.(5)

Volgens persberichten was Haider midden 1989 ook aanwezig op de beruchte bijeenkomst van Eurorechts in het Zwitserse Vevey. Haider ontkent dat echter. De FPÖ pleegt geregeld overleg met de

191

Duitse Reps - Oostenrijk grenst nu eenmaal aan Beieren - maar de kwestie is te delicaat om aan de grote klok te hangen. Hoe dan ook, tenoren van Eurorechts bejegenen Haider als een - toekomstig - lid van de familie. ‘Het is toch duidelijk,’ schrijft Dewinter (VB), ‘dat de FPÖ, die steeds meer de rechtse volksnationalistische weg inslaat, alleen kan overleven wanneer ze zonder complexen voor Eurorechts kiest’.(6) In National Hebdo verklaart Le Pen: ‘Haider is een nationalist zonder complexen. Hij heeft zowel de campagne tegen Waldheim als diens lafheid gelaakt. Je kan zijn zege in Karinthië niet afdoen als een provinciaal resultaat in een klein Middeneuropees land. Integendeel, zijn succes heeft een nationale en Europese betekenis. De route naar Wenen ligt nu voor hem open.’

De val van de Berlijnse Muur leidt tot een toestroom van Oosteuropeanen, wat oude demonen en oude angsten wekt. Het zeer welvarende Oostenrijk telt niet meer dan 6,5% buitenlanders, maar de FPÖ speelt in op het gevoel van ‘ Überfremdung’ bij een deel van de bevolking. Er zijn algemene verkiezingen op 7 oktober 1990. In de verkiezingscampagne zet FPÖ-lijsttrekker en plaatsvervangend partijvoorzitter Norbert Gugerbauer de ‘eigen arbeiders’ op tegen de ‘buitenlandse zwartwerkers’. Gugerbauer verwijt de regering niets te ondernemen tegen illegalen die hij verantwoordelijk stelt voor toenemende prostitutie en misdaad. De FPÖ eist een strenge visumplicht voor Polen. Op 7 oktober 1990 gaat de FPÖ met de grootste winst strijken. Ze behaalt 16,6% (plus 6,87%) van de stemmen en beschikt nu over 33 zetels in het parlement. De ÖVP verliest 9,15%.

Haider vindt dat het stilaan tijd wordt de liberale oppositie binnen de partij uit te schakelen. Volgens Profil dwingt hij in maart 1991 zijn partijgenoot Candussi, die net gekozen is tot loco-burgemeester van Klagenfurt, op hoogst ondemocratische wijze tot aftreden.(7) Geregeld lijkt Haider bewust het politieke cliënteel van ex-nazi’s en ex-meelopers te willen bedienen met uitspraken over het Derde Rijk ‘waar niet alles slecht was’.

Midden juni 1991 beweert hij tijdens een debat in het Karinthische parlement: ‘Het Derde Rijk heeft tenminste een fatsoenlijke werkgelegenheidspolitiek bedreven, wat van de Oostenrijkse regering niet kan worden gezegd.’ Zelfs deze lofzang brengt hem niet in de problemen. Graaf Lambsdorff beijvert zich om de FPÖ in de Liberale Internationale te houden. Hij bedenkt het compromis,

192

waarbij de FPÖ twee jaar van haar stemrecht af ziet, maar wel lid blijft.(8) En de christen-democratische coalitiepartner handhaaft Haider in de Karinthische deelstaatregering, weliswaar in de minder opzichtige functie van tweede plaatsvervangende premier.

Ook electoraal wordt Haider niet afgestraft. Eind september 1991 gaat de FPÖ bij regionale verkiezingen in Steiermark met 10% vooruit. Twee weken later maakt de FPÖ in Oberösterreich, Hitlers geboortestreek, een sprong voorwaarts van bijna 13%. Ze behaalt 17,7% (12 zetels). Voorlopig lijkt niets de zegevierende opmars van de Vrijheidspartij tot staan te kunnen brengen.

Op 10 november 1991 zijn er gemeenteraadsverkiezingen in Wenen. De stad telt 13% buitenlanders, hoofdzakelijk Oosteuro-peanen en Joegoslavische oorlogsvluchtelingen. De FPÖ eist een waterdichte immigratiestop en een verscherping van het asielbeleid en krijgt daarbij de steun van het populaire satirische boulevardblad Neue Kronenzeitung. De ÖVP tracht Haider schaamteloos rechts in te halen met de leuze ‘Wenen voor de Weners’. Zonder succes. Op 10 november 1991 krijgt de FPÖ 22,7% (plus 13,8), goed voor 23 zetels. De FPÖ verslaat de katholieke ÖVP, die keldert tot een magere 18%. De socialisten verliezen voor het eerst hun absolute meerderheid en moeten, vooral in de oude wijken, zo’n 40.000 stemmen aan de FPÖ afstaan. Het is Haiders dertiende electorale zege op rij.(9)

‘De Duitse patriotten moeten zich maar eens spiegelen aan het model-Haider,’ schrijft het Duitse neo-fascistische blad Nation Europa.(10) Het blad herinnert er nog aan dat de FPÖ direct voor de erkenning van Kroatië en Slovenië is opgekomen. Haiders boezemvriend, de geregeld in ‘Duits-nationale’ kringen optredende FPÖ-parlementariër Andreas Mölzer legt in het Duitse neo-fascistische blad Staatsbriefe uit waarom. Hij wijst op de nieuwe geopolitieke situatie. Volgens Mölzer kunnen Oostenrijk en Duitsland nu Midden-Europa domineren, maar trachten Washington en Parijs dat tot elke prijs te beletten.(11) Mölzer, partijideoloog en verantwoordelijke voor de kadervorming, is hoofdredacteur van het weekblad Kärntner Nachrichten en medewerker van het gezaghebbend Duits-nationalistische maandblad Die Aula.

Mölzer, een historicus van opleiding, legt de nadruk op de ‘Duits etnisch-culturele identiteit’ van Oostenrijk in boeken met welsprekende titels als Österreich und die deutsche Nation en Österreich ein

193

deutscher Sonderfall. In feite streeft hij een verbond met Duitsland, of liever een Anschluss na. Na de hereniging van wat hij schamper ‘het kleine Duitsland’ noemt, schrijft Mölzer uitdagend in het Duitse extreem-rechtse blad WirSelbst: ‘Behoor ik dan niet tot het Duitse volk? Vele vrienden in Oostenrijk, in Zuid-Tirol, in Karinthië, in Silezië en in de Elzas zullen zich dezelfde vraag stellen.’ Hij betreurt openlijk dat het herenigde Duitsland, een ‘pseudo-natiestaat’, na de val van de Muur de kans heeft verkeken om met Elzas, Zuid-Tirol en Oostenrijk in Groot-Duitsland op te gaan.(12)

Mölzer is een grote bewonderaar van Haider, aan wie hij de jubel-biografie Jörg! Der Eisbrecher heeft gewijd. Zelfs Haiders meest dubieuze uitspraken worden door Mölzer geprezen. ‘Afgezien van moraaltheologische schijnargumenten kan niet worden ontkend dat de sociaal-economische politiek van het nationaal-socialisme in vele opzichten succesvol was, althans op korte termijn,’ praat Mölzer zijn voorzitter na.(13)

Medio februari 1992 houdt hij in Salzburg een rede over het ‘buitenlanderprobleem’, waarin hij zich bezorgd toont over de aantasting van de eigen ‘Germaanse volkssubstantie’ en waarschuwt voor ‘Umvolkung’.(14) Haider neemt zijn adviseur Mölzer in bescherming en zegt dat een ‘getuigenis’ voor de eigen ‘volksaard’ geen schande is.

Dat is de joodse industrieel Georg-Mautner Markhof te veel. Hij treedt uit het hoofdbestuur. De FPÖ-kandidaat voor de presidentsverkiezingen op 26 april 1992, de ‘liberale’ advocate Heide Schmidt en fractievoorzitter Gugerbauer distantiëren zich eveneens. Dit is blijkbaar de voorzet waarop Haider en andere jonge partijkaders hebben gewacht. Ze roepen de 150-man sterke top van de nationale partij bij elkaar in het plaatsje Neuhofen. Haider dreigt zijn steun aan Schmidts campagne voor het presidentschap in te trekken als zij zich niet onvoorwaardelijk aan zijn autoritair leiderschap onderwerpt. Schmidt gaat door de knieën. Markhof, die van ‘partijdictatuur’ spreekt, geeft ook nog zijn parlementszetel op en Gugerbauer treedt af als fractievoorzitter.

Na deze stille machtsgreep ruilt Haider zijn functie in de Karinthische deelstaatregering voor die van fractievoorzitter in het nationaal parlement. ‘De mars op Wenen is begonnen,’ schrijft Profil.(15) Haiders strategie is duidelijk. Hij wil dat zijn FPÖ bij de volgende verkiezingen de tweede sterkste partij wordt. Dan kan Haider een coalitieregering vormen met de ÖVP en zelf de nieuwe bondskanselier worden!

196

V. EEN ANDERE MUUR - Inhoud

1. Het nieuwe Europa - Inhoud

Midden de jaren tachtig lanceert Jacques Delors, de kersverse voorzitter van de Europese Commissie, het project ‘Europa 1992’: de verwezenlijking van de Europese interne markt voor het einde van 1992. In werkelijkheid komt de stoot tot ‘1992’ van de Europese multinationals die de bittere concurrentiestrijd met Japan en Amerika in hun voordeel willen beslechten door het scheppen van een ‘thuismarkt’ met bijna 330 miljoen consumenten.

Het hele pakket maatregelen van het draaiboek voor ‘1992’ is bij wijze van spreken geschreven door de marktstrategen van UNICE, de Europese werkgeversorganisatie. Het verdwijnen van handelsbelemmeringen en grensformaliteiten krijgt de hoogste prioriteit. André Leysen, topman van Agfa-Gevaert, vergelijkt dit idyllisch met de pionierstijd van het kapitalisme en met de invoering van de spoorwegen en de telegrafie.(1) Het veelbesproken Cecchini-rapport uit 1988 schetst de financiële zegeningen van het vrije verkeer van goederen, kapitaal en diensten. Volgens Cecchini wordt de Europese economie bijna 12.000 miljard BF rijker, wat gelijk staat met het BNP van de hele Benelux.

De werknemers en vooral de Derde Wereld zullen het gelag betalen. De verhevigde concurrentiestrijd zal onherroepelijk leiden tot de sluiting van bedrijven. En met ‘Europa 1992’ worden de problemen van de Derde Wereld er alleen maar groter op. Een steeds zelfgenoegzamer Europa probeert immers de toegang tot de eenheidsmarkt te bemoeilijken en de eigen landbouw te beschermen. Jarenlang gaan de Derde Wereldlanden al gebukt onder de ijzeren voorwaarden van kapitalistische organen als Wereldbank en IMF waardoor ze verplicht zijn te bezuinigen op gezondheidszorg, onderwijs en eigen voedselvoorziening. Daarbij komt een daling van de grondstofprijzen. Resultaat: in 1990 bedraagt de totale schuld van de Derde Wereld 1.350 miljard dollar en gaat een netto kapitaalstroom van 42,9 miljard dollar van het zuiden naar het noorden. De gevolgen zijn catastrofaal. Volgens het jaarlijkse rapport van Unicef voor 1992 ontberen 1 miljard mensen goed voedsel, onbesmet water, gezondheidszorg en basisonderwijs. Elke week sterft een kwart miljoen kinderen. Er is dan ook niet veel fantasie voor nodig om een nieuw soort bootvluchtelingen

197

voor ogen te zien, bestaande uit haveloze armen en werklozen, die de Middellandse Zee oversteken op zoek naar werk en een menswaardig bestaan.

In 1988-1989 wordt een toenemende Euro-euforie merkbaar, zowel in economische kringen als bij de traditionele politici. Bij de Europese verkiezingen van juni 1989 bejubelen ze alom de wedergeboorte van de Europese grootmacht. Een andere politiek leidt volgens hen tot een terugval in de tijd van het ‘vernietigende nationalisme’. Bewust of onbewust kweken ze echter een ander nationalisme, te weten het Europese. Dit nieuwe plaatsvervangende Europese chauvinisme kan geen dam opwerpen tegen extreem-rechts, dat campagne voert voor een anti-communistisch, imperialistisch en blank Groot-Europa.

Op 6 april 1988 is Le Pen de vedette op een groot tweedaags jongerencongres in Straatsburg. De bijeenkomst is belegd door de Mouvement de la Jeunesse d’Europe, opgericht door Carl Lang. Er zijn 500 gedelegeerden van 25 nationaliteiten, waaronder een zeskoppige delegatie van het Vlaams Blok (VB) onder aanvoering van Werner Marginet en een belangrijke groep Oost-Europeanen. Verder zijn er afvaardigingen van de MSI en van de Britse Conservatieve Partij. Le Pen neemt zich voor de kwalijke erfenis uit de oorlog op te ruimen. ‘Eerlijk gezegd, de aansprakelijkheid voor het uitbreken en het verloop van de Tweede Wereldoorlog moet worden gedeeld,’ aldus Le Pen. ‘Aan de ene kant waren er niet alleen helden, net zo min als er aan de andere kant alleen misdadigers waren. Laat de doden de doden begraven.’ En dan verkondigt hij zijn ‘droom’: een verenigd Europa dat moet uitgroeien tot de eerste mogendheid in de wereld. ‘Europa heeft geen andere keuze dan een imperium worden of verdwijnen,’ aldus Le Pen. Zoals gebruikelijk toont Le Pen de meeste aandrang om werkelijk ernst te maken met een sterke Europese defensie die wat hem betreft steunt op de as Bonn-Parijs. Hij is niet bang voor een Duitse overheersing.

‘Op een Europese top moet dringend een aantal problemen aan de orde komen, zoals de oprichting van een groot Frans-Duits legerkorps uitgerust met conventionele en nucleaire wapens, de aanmaak en het gebruik van de neutronenbom en de invoering van een volksdefensie naar Zwitsers model,’ betoogt Le Pen. Hij toont zich op het congres een enthousiast supporter van de Europese eenwording. Met de NAVO vormt de EG immers het belangrijkste bolwerk tegen het communisme. Hij roept Europa op zich te ver-

198

enigen tegen de ‘hegemonistische’ Sovjet-Unie die er op uit is ‘Europa militair onder de voet te lopen en te finlandiseren’. Le Pen verwelkomt de grote eenheidsmarkt van 1992, inclusief fusies en overnames van ondernemingen, op voorwaarde dat de interne markt in eerste instantie wordt gereserveerd voor het eigen grootkapitaal en de eigen landbouw.(2)

Bij Le Pen gaan Frans chauvinisme en Europees nationalisme hand in hand. Tijdens de campagne voor de Euroverkiezingen houdt het FN zo’n 150 bijeenkomsten onder het motto: ‘Voor een Frans Frankrijk in een Europees Europa’. 1992 is een obsessie voor het pro-Europese Franse bedrijfsleven. In zijn oproep ‘Welk Europa voor Frankrijk’ maakt Le Pen duidelijk dat hij strijdt voor het kapitalistische Europa.(3) ‘Europa geeft Frankrijk de gelegenheid om vooruit te komen als Europa erin slaagt bureaucratie, belastingen, reglementering, centralisatie en openbare sector terug te schroeven. Men moet kiezen tussen Europa en het socialisme.’ En verder: ‘Alleen Eurorechts verdedigt deze visie van een liberaal en Europees Europa. Alleen zulk Europa is verteerbaar voor ondernemers, die van een harde, maar eerlijke concurrentie houden.’ Met de nodige nationalistische tremelo’s verwijt Le Pen de Europese Commissie de Franse landbouwers onvoldoende te steunen. Tevens kant hij zich fel tegen de opheffing van de grenscontroles, hetgeen volgens hem leidt tot een toevloed van ‘miljoenen onderontwikkelde en uitgehongerde mensen’.(4)

Geen extreem-rechtse partij zingt tijdens de campagne voor de Euroverkiezingen in 1989 zo ontstuimig de lof van Europa als het VB. In alle toespraken wordt het ‘Europa der volkeren’ als het onbetwistbare eindstation beschreven. De toespraken geven een goed beeld van het anti-communistische, xenofobe en reactionaire Groot-Europa dat het VB voorstaat. ‘Wij zien Europa als een gemeenschappelijk erfgoed,’ aldus Roeland Raes. ‘Wij voelen niets voor een veramerikaniseerd, vernegerd of verislamiseerd Europa. Wij zijn fier op onze Indo-Europese afstamming en op wat de Europeanen aan kunst en cultuur hebben voortgebracht. Europa, het hele Europa, is onze zaak omdat volksnationalisten ook Europese nationalisten zijn.’ Raes roept op te ijveren voor ‘een Europa-derde-macht, een continent zonder schuldcomplexen, een macht die in de rest van de wereld respect en waardering afdwingt, een sterk en weerbaar Europa der volkeren’.(5)

199

Op 4 februari 1989 houden de VB-Jongeren een congres onder het motto: ‘Europa aan de Europeanen’. VBJ-voorzitter Dewinter citeert professor Van Meerhaeghen: ‘Het is tijd dat wij opnieuw ons superioriteitsgevoel herwinnen waardoor wij ooit de wereld hebben veroverd’.(6) Hij bepleit een sterke Europese defensie want ‘het is een schande dat 350 miljoen West-Europeanen 230 miljoen Amerikanen ter hulp moeten roepen om zich te verdedigen tegen 270 miljoen Russen’.(7)

Op het VBJ-congres is Francis van den Eynde de belangrijkste tafelredenaar. ‘Europa is groter dan de EG. Europa strekt zich uit van Gibraltar tot de Oeral, van de Noordkaap tot Sicilië,’ aldus Van den Eynde. ‘Indien we dus voor een Europa der volkeren willen opkomen, dan moeten we ook de vrijheid opeisen voor de volkeren van Oost-Europa: de Esten, de Letten, de Litouwers, de Oekraïners, de Kroaten, de Slowaken en de Polen. We moeten het uitschreeuwen: Europa eindigt niet aan het Ijzeren Gordijn. Aan de andere kant hiervan worden tientallen - Europese - volkeren onderdrukt.’ En hij vervolgt: ‘Het is klaar en duidelijk, het communisme zal een te bestrijden vijand blijven zolang de Berlijnse Muur overeind staat en zolang het communisme één mens onderdrukt.’ Van den Eynde verbergt niet dat de denkbeelden van het VB teruggaan op de Franse fascistische auteur Maurice Bardèche. ‘De Europese eenwording moet plaatsvinden volgens de door voorzitter Karei Dillen zo vaak geciteerde Maurice Bardèche: een tot de tanden bewapend Europa, los van Washington en Moskou. Voor alle duidelijkheid, we wijzen elk pacifisme van de hand. Wij willen immers dat Europa opnieuw zijn opdracht in de wereld kan vervullen,’ zegt Van den Eynde. Die voorts preciseert dat ‘de Duitsers het volste recht hebben om naar eenheid te streven en een streep door Jalta te trekken’.

Voor NPD, DVU en Republikaner heeft de Duitse eenmaking absolute prioriteit. Ze vrezen dat een al te sterke integratie van de Bondsrepubliek in de EG de totstandkoming van een eengemaakt en gemilitariseerd Groot-Duitsland in de weg zal staan. Hun slogans voor de Euroverkiezingen laten aan duidelijkheid niets te wensen over. De Reps treden naar voren met ‘Ja aan Europa. Neen aan dit Europa. Prioriteit voor Duitse belangen’, en DVU-Liste D met: ‘Eerst Duitsland. Dan Europa’. Opmerkelijk is dat deze extreem-rechtse partijen Duitsland zien als de brug tussen Oost en West en de natuurlijke leider van Midden-Europa, een visie die verdacht veel lijkt op de door de nazi-economen gepropageerde ‘Grossraumordnung’.

200

Amper enkele maanden na de Euroverkiezingen, op 9 november 1989, valt de Berlijnse Muur. Extreem-rechts verheft nu het anti-communisme tot kunst. De revisie van de geschiedenis volgt een primitief patroon: het communisme bracht onderdrukking, het fascisme en nationalisme zorgden voor bevrijding en onafhankelijkheid. Dillen: ‘De Sovjet-Unie is een Goelag-archipel, een tirannie en een gevangenis voor onderworpen, bezette, geknevelde, geterroriseerde volken’.(8)Dillen zint kennelijk op wraak: ‘Denkend aan alle slachtoffers en rode misdaden, eisen we dat een wetenschappelijk lichaam zonder verwijl het dossier van 75 jaar communisme opstelt’.(9) Hij staat te trappelen om het ‘morele proces’ te maken van zulke gerenommeerde kunstenaars en intellectuelen als Hopkins, de ‘rode bisschop’ van Canterbury, Eluard, Aragon, Sartre en Picasso. Le Pen blijft niet achter. Hij is zelfs voorstander van een nieuw Neurenberg tegen het communisme. ‘In Neurenberg zetelden de communisten als rechters. In feite hadden ze op de beklaagdenbank moeten zitten. Het nazisme heeft slechts gedurende 3 oorlogsjaren misdaden begaan. Het communisme daarentegen gedurende 50 jaar’.(10)

Begin 1990 valt de Sovjet-Unie onder Gorbatsjov in snel tempo uit elkaar. Tegelijkertijd grijpen agressief nationalisme en etnisch geweld om zich heen. Neubauer, ex-lid van de NSDAP-AO, juicht: ‘De USSR is het laatste grote koloniale systeem van deze wereld. Men moet niet schijnheilig de offers van het nationaliteitenconflict in de Sovjetunie betreuren indien men niet tegelijkertijd bereid is de beslissende zin uit te spreken: de Sovjet-Unie in haar huidige gedaante hoort thuis op de vuilnishoop van de geschiedenis!’(11)

Midden december 1991 is het zover. President Gorbatsjov en het Russische staatshoofd Jeltsin komen overeen dat de Sovjet-Unie in 1992 niet meer zal bestaan en dat het nieuwe ‘Gemenebest van Soevereine Staten’ tegen die tijd een feit zal zijn. Door het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, Oost-Europa en Joegoslavië in zwakke natiestaten en door de hereniging van Duitsland is de machtsbalans in Midden-Europa ondermijnd. Het maakt zoals in de dertiger jaren de weg vrij voor de dominantie van Duitsland in dit gebied. De ultra-rechtse Carl Gustav Ströhm wijst in het blad Criticon nadrukkelijk op de nieuwe voorhoederol die Duitsland in Midden-Europa dient te spelen.(12)

Het ‘Europa van Gibraltar tot de Oeral’, waarvan extreem-rechts zo lang droomt, blijkt plotseling niet langer een zeepbel te zijn. Dat ook de rijke EVA-landen (de Scandinavische, Oostenrijk en Zwit-

201

serland) aan de gemeenschappelijke markt meedoen, vindt Euro-rechts een goede zaak. Daardoor zal er één grote Europese Economische Ruimte (EER) ontstaan. Dan zal tussen het uiterste noorden en het uiterste zuiden van Europa het kapitaal vrij kunnen bewegen.

Eurorechts stelt ook de Oosteuropese landen een EG-lidmaatschap in het vooruitzicht. Maar dan moeten ze wel aan enkele politieke eisen voldoen, want voor uiterst rechts is Europa meer dan een mercantiele zaak. Dillen: ‘Voor ons moet Europa’s eenheidsstreven veel meer zijn dan de economische operatie van een naamloze vennootschap. Voor ons behoort tot Europa ieder volk van het Avondland met zijn nationale culturen en beschavingen en met zijn gemeenschappelijke Europese cultuur en beschaving. Op termijn mag niemand uitgesloten worden. Het gaat niet alleen om Roemenië of Hongarije, maar evengoed om Noorwegen, Zweden, Finland en ook om de Baltische landen wanneer die hun onafhankelijkheid herwonnen hebben. Hun toetreding ooit kan een wezenlijke versterking worden van een organisch, gezonde Europese eenheid. Hun toetreding ooit, heb ik gezegd. Wanneer zal die werkelijkheid worden? Daarop antwoord ik : wanneer aan beide zijden de voorwaarden daartoe vervuld zijn. Nog eens, ik bedoel dat niet in de eerste plaats economisch. De nationale heropleving in vele landen moet ervoor zorgen dat zij hier niet als bedelaars aan de poort van de EG verschijnen. Het Europa dat wij de andere volken aanbieden, moet eerst en vooral de voet dwarsen aan de Eurocraten en smeltkroesmaniakken. In geen geval mogen nieuwe kandidaat-toetreders in de smeltkroesval trappen’.(13)

Het anti-communistische, blanke Europa moet in de visie van Eurorechts een confederatie van soevereine staten zijn, dat alleen een beperkt aantal taken uitoefent. Eurorechts valt dan ook scherp uit tegen de ‘socialistische federalisten’, die ervan worden beticht iedere nationale identiteit te vernietigen. ‘Eurorechts is tegen de oprichting van een federaal, socialistisch, en gecentraliseerd Europa,’ aldus Blot (FN). ‘We hopen dat er een confederatie van Europese vaderlanden komt, dat de belangrijkste geopolitieke en economische belangen van de Europese staten behartigt en de soevereiniteit van deze staten respecteert.’

Dit confederaal Europa voert hoofdzakelijk repressieve taken uit en mag zich niet nodeloos bemoeien met kwesties die net zo goed nationaal of regionaal kunnen worden geregeld. Daarmee bewijst extreem-rechts lippendienst aan het principe van ‘subsidiariteit’ uit

202

de katholieke sociale leer. Blot: ‘De bevoegdheden van de confederatie moeten expliciet worden beperkt door het subsidiariteitsbeginsel zoals dat in de pauselijke encycliek Quadragesima Anno beschreven is. De confederatie zal duidelijke bevoegdheden hebben op het vlak van het buitenlandse beleid, het veiligheidsbeleid en op dat van de bescherming van de nationale identiteiten, hetgeen met name een beleid met zich brengt dat ten doel heeft om de vorming van uit buitenlanders bestaande koloniën op het Europees grondgebied te voorkomen.’

Nu de militaire macht van het Oostblok is weggevallen, zou men logischerwijs kunnen aannemen dat er op defensie fors kan worden bezuinigd. Wat ligt er meer voor de hand dan het inzetten van de kolossale defensiebudgetten om te helpen bij de opbouw van de Derde Wereld? Is er een betere investering denkbaar? Voor Euro-rechts is daarvan geen sprake. ‘Vooraleer op een ernstige wijze over verdere ontwapening en omschakeling van de wapennijverheid te spreken, moet eerst en vooral een Europese verdedigingsmacht tot stand komen,’ betoogt Dillen in pure Rambo-stijl. ‘Een zwak, ongewapend Europa trekt alle gevaren aan. Wij hebben in het verleden teveel ondervonden wat een onheilzaam gevaar de ontwapeningswellustelingen, de pacifisten vormden.’ Voor Dillen gaat het om de voorbereiding van een oorlog tegen het arme zuiden. ‘Degenen die de gevaren van de zijde van het zuiden loochenen, zijn ofwel lichtzinnige dwazen ofwel collaborateurs van de islam en vormen een noodlottige vijfde kolonne. Ik onderstreep dat wapens alleen tekort schieten. Allereerst is een morele herbewapening nodig en de Europese weigering zich door niet-Europeanen te laten koloniseren, overrompelen, bezetten en overspoelen. Dit alles dient men in het oog te houden vooraleer te geloven dat het aardse paradijs van een doorgedreven ontwapening aangebroken is’.(14)

Geen wonder dat Schönhuber het Eurokorps ondersteunt waarvan president Mitterrand en bondskanselier Kohl eind 1991, vlak voor de Europese Raad van Maastricht, de oprichting aankondigen. ‘Een nauwe samenwerking - het woord as is uit historische overwegingen onmogelijk - tussen Duitsland en Frankrijk zou de hoeksteen kunnen worden van een militaire samenwerking van geheel Europa’, aldus Schönhuber.(15) Het nieuwe legerkorps, zo’n 35 duizend man Franse en Duitse troepen, moet in 1995 operationeel zijn en de kern van een volwaardig Europees leger vormen. De taak van het Eurokorps is drievoudig. Ten eerste optreden in het kader van

203

de bestaande bondgenootschappen, NAVO en Westeuropese Unie (WEU), in geval van agressie van buiten af. De tweede missie is handhaven en herstellen van vrede buiten het NAVO-gebied. En ten derde zogenoemde ‘humanitaire hulpacties’. Het eventuele optreden van het Eurokorps buiten het NAVO-gebied veroorzaakt al bij al geen al te grote opwinding, hoewel de naoorlogse grondwet van de Bondsrepubliek dat voor Duitse strijdkrachten verbiedt. De regerende CDU-CSU is echter van plan de grondwet te wijzigen, zodat in de toekomst ook Duitse troepen kunnen deelnemen aan acties ‘out of area’.

Het bevestigt dat het verenigde Duitsland eind 1991 in opmars is. Nog andere tekenen wijzen in dezelfde richting. Bijvoorbeeld het feit dat Duitsland aanspraak maakt op 99 in plaats van 81 Europarlementszetels. Het Eurorechtse parlementslid Kohier verdedigt dit als volgt: ‘Door de Duitse hereniging is de situatie volkomen onhoudbaar geworden. De tachtig miljoen Duitse burgers houden de Europese locomotief onder stoom, maar moeten in het Europarlement buiten aan de trein gaan hangen. Zij dragen de grootste financiële last, maar wat hun medezeggingsschap betreft worden zij benadeeld’.(16)

Dit is een klein maar toch relevant voorbeeld. Belangrijker is dat Kohl verlangt dat aan ‘Europa 1992’ een Monetaire en Politieke Unie, met onder andere een gezamenlijk immigratie- en asielbeleid, wordt vastgeknoopt. De Europese top in Maastricht, die op 9 en 10 december 1991 plaatsvindt, geeft Kohl gedeeltelijk zijn zin. Beslist wordt dat de EG-landen uiterlijk eind 1999 de eigen munt en de eigen centrale bank zullen inleveren voor een eenheidsmunt, de ECU, en een Europese overkoepelende bank. Deze Europese Monetaire Unie (EMU) is gemodelleerd naar de Bundesbank en naar Duitse monetaire principes. De andere EG-landen kunnen moeilijk uit de pas lopen bij de economische supermacht Duitsland. Deze legt via de EMU strenge economische en financiële normen op voor het invoeren van een Europese munt. Als gevolg daarvan moeten verschillende regeringen fors bezuinigen op de sociale uitkeringen.

Wat de traditionele politici allang wisten, begint nu langzamerhand door te dringen tot de publieke opinie: de rekening van Maastricht en ‘Europa 1992’ is voor de werknemers en uitkeringsgerechtigden uitzonderlijk zwaar. De weerstand tegen ‘Maastricht’ groeit dan ook zienderogen, ook onder boeren en kleine ondernemers, die vooral voor de binnenlandse markt produceren. Extreem-rechts

204

heeft behoefte aan kiezers uit alle lagen en klassen van de bevolking en volgt daarom de publieke opinie als een schim. Concreet betekent dit dat de jubel over Europa is verstomd.

In zijn boek l’Espoir dat vlak voor de Euroverkiezingen in 1989 verscheen, toonde Le Pen zich een warme voorstander van een Europese centrale bank en een Europese munt. Na Maastricht klinkt het FN genuanceerder. Het FN is nog steeds voor de liberalisering van het economische en monetaire verkeer in de EG, maar volgens Europarlementslid Martinez ‘straft’ de EMU de Franse economie en de Franse KMO’s, die niet kunnen investeren omdat het geld te duur is.(17) In Duitsland gaat extreem-rechts nog een stap verder. Het beweert dat Kohl in Maastricht de D-mark heeft ‘verkwanseld’, het symbool van de naoorlogse welvaart. Frey lanceert zelfs een campagne: ‘Red de D-Mark’.

Het Sociale Handvest en de sociale afspraken in Maastricht stellen nauwelijks iets voor. De EG telt officieel meer dan 44 miljoen armen, maar van grote Europese projecten ten behoeve van werkloosheids- of armoedebestrijding is in het geheel geen sprake.(18) Het woord ‘werkloosheid’ komt in het Verdrag van Maastricht niet eens voor. De kritiek van Eurorechts op ‘Maastricht’ is zeker niet gebaseerd op sociale bewogenheid. Als er op Europees vlak al eens een sociaal voorstel, hoe miniem ook, wordt gedaan, valt Eurorechts dit onmiddellijk aan. De EG leidt tot een toenemend aantal fusies en overnames zodat de oprichting van Europese ondernemingsraden noodzakelijk is. Le Chevallier (FN) vindt zoiets een ‘enorme aantasting van de macht van de bedrijfsdirectie’.(19)

De Europese Raad van Maastricht doktert ook aan een Politieke Unie met een gemeenschappelijke buitenlandse politiek en op termijn een gezamenlijke defensie. In Maastricht wilde Commissievoorzitter Delors een sprong maken naar een federaal Europa met een sterk uitvoerend bestuur - de Commissie - met concrete macht op vele terreinen, en een Europees Parlement dat over wetgevende en controlerende bevoegdheden beschikt.

Tot vreugde van Le Pen moet Delors in Maastricht gedeeltelijk bakzeil halen. ‘Eén ding is in ieder geval duidelijk en dat verheugt ons. De federasten hebben verloren! Zo noemen wij de aanhangers van een tweevoudige perversiteit: het federaal-socialisme,’ juicht Le Pen.(20)

Het curieuze is dat juist Eurorechts zich beklaagt over gebrek aan democratische controle op wat de Europese Commissie allemaal

205

bekokstooft. Men heeft in die kring nochtans nooit veel op gehad met een - Europees of ander - parlement. De beschuldiging is dat de Commissie is uitgegroeid tot een ‘cosmopolitische klasse’ van bureaucraten. ‘Men marcheert met open ogen en vol illusionistische trots op naar een Europese Unie waarvan het hoofdkenmerk het ontbreken van democratische legitimatie is,’ verklaart Neubauer. ‘Betekent democratie niet volksheerschappij ? Hoe moet ze functioneren als men vrije en over hun eigen lot beschikkende volkeren vervangt door een amorfe massa die wordt geleid en gesekwestreerd door de bureaucraten en technocraten van een vaderlandsloze, cosmopolitische klasse?’(21)

Eurorechts schept er veel plezier in de Commissie te ‘ontmaskeren’ met potsierlijke aanvallen van het type: ‘de linkse volkscommissaris Delors wil Europa sovjetiseren’.

Antony (FN) ontwaart achter de Commissie zelfs een internationaal ‘vrijmetselaarscomplot’ om de nationale identiteit te vernietigen. ‘Het leger bureaucraten dat overal de drang naar identiteit bestrijdt, wordt door u met de naam Commissie gevleid! De nacht van de goelags, het Oosten ternauwernood ontwaakt, is iets wat u maar weinig raakt, want u bevalt alleen wat u hier hebt gepland,’ raast Antony. Hij vervolgt: ‘Het misprijzen door sommige Commissieleden overvloedig geëtaleerd, wordt u door een sombere religie gedicteerd, die velen onder u in duistere loges belijden, waar alleen de rechten van de mens de geesten verblijden. Met troffel en schootsvel wilt u een nieuw Babel bouwen’.(22)

Dat is natuurlijk niets dan debiele onzin, maar achter die extreemrechtse onzin schuilt wel een zekere methode en vooral een obsessionele afkeer van een democratisch, links en multicultureel Europa.

206

2. Schengen en Trevi - Inhoud

‘Europa moet Europa blijven. Europa is geen kolonisatiegebied voor Aziaten of Afrikanen,’ zegt Dillen. Zijn de Europeanen in de rol van Indianen teruggedrongen? Extreem-rechts wil tenminste die indruk wekken, want het roept aldoor het spookbeeld op waarin de gekoloniseerden van weleer nu Europa ‘koloniseren’ en de Europese cultuur vernietigen. Dillen: ‘De invasie - ik betaal voor dit woord graag auteursrechten aan de heer Giscard d’Estaing - van Europa moet worden verhinderd. De werkelijkheid wil dat Europa een cultuur is van belforten en kathedralen, niet van moskeeën en minaretten. Het Avondland is een cultuur van het Sint-Pietersplein en Versailles, niet van kasbabs en chouks’.(1)

Het is één van de vele propaganda-uitspraken waardoor extreemrechts dagelijks de burgers wil laten geloven dat ze niet in vredestijd leven, maar op een belegerd eiland. Dit laatste moet zo letterlijk mogelijk worden opgevat. Extreem-rechtse kranten geven dag in dag uit nieuws over de op handen zijnde ‘invasie’ alsof het om iets gaat dat binnen enkele uren kan gebeuren. Zij berichten over bewegingen en concentraties van vreemdelingen en als er weer enkelen daarvan aankomen, dan zorgen ze er wel voor dat er een racistiche stemming opsteekt. Zo legt extreem-rechts getuigenis af van haar beslistheid om van Europa een blanke vesting te maken.

Extreem-rechts gaat er daarbij van uit dat een zeer restrictief immigratie- en asielbeleid slechts op Europees niveau kans van slagen heeft. Le Chevallier (FN): ‘Enkel door een restrictieve harmonisatie van de wetgeving inzake nationaliteit, asiel- en verblijfsrecht voor niet-EG onderdanen kan een dam worden opgeworpen tegen de immigratiestroom uit de Derde Wereld. Zoniet dan kun je er donder op zeggen dat elke immigrant die wenst te profiteren van de sociale verworvenheden van onze lidstaten naar het meest soepele land zal trekken voor hij, gebruik makend van het wegvallen van de binnengrenzen, eventueel naar een andere lidstaat zal doorreizen’.(2)

Volgens extreem-rechts maakt het vrije verkeer van personen Europa tot een paradijs voor illegalen en misdadigers. ‘Hoe kan er van een ruimte zonder grenzen sprake zijn, als niet van tevoren de voorwaarden voor binnenkomst, verblijf en verkeer zijn vastgesteld? Wij bereiden dan het Europa voor van de handelaren in ver-

207

dovende middelen, van internationaal terrorisme en van clandestiene immigranten die het grootste voordeel uit het Europa-zonder-grenzen trekken. Dat is in geen geval ons idee van een onafhankelijk Europa dat voor zijn binnen- en buitenlandse veiligheid zorgt,’ zo betoogt Le Chevallier op 13 juni 1990 tijdens het Schengendebat in het Europarlement.(3)

Een week later, op 19 juni 1990, ondertekenen de Benelux, Duitsland en Frankrijk in Dublin het Aanvullende Schengenakkoord, dat vooruitlopend op de eenwording van de Twaalf en ‘Europa 1992’ het ‘vrije’ personenverkeer tussen de Schengenlanden regelt. ‘Schengen’ is op een volstrekt ondemocratische wijze tot stand gekomen. Het eerste Schengenakkoord, zo genoemd naar het Luxemburgse plaatsje aan de Moezel, dateert van 14 juni 1985 en treedt onmiddellijk in werking zonder de officiële goedkeuring van de parlementen.

Om het Schengenakkoord aan te vullen start er een moeizaam en uiterst geheim onderhandelingsproces. Het hoogste niveau wordt gevormd door de verantwoordelijke ministers van de vijf landen die halfjaarlijks bijeenkomen. Daaronder komt de Centrale Onderhandelingsgroep (COG), die belast is met coördinatie van de vier werkgroepen: personenverkeer, politie en veiligheid, vervoer, douane en goederenverkeer. De gevoelige problemen liggen op het terrein van de werkgroepen één (onderverdeeld in vier subgroepen: drugs, wapens, grensbewaking en gegevensuitwisseling) en twee (eveneens onderverdeeld in vier subgroepen: grenscontroles, visa, vreemdelingenbeleid en asiel). Uit de functies van de deelnemers valt op te maken dat vertegenwoordigers van politie, openbaar ministerie, vreemdelingen- en veiligheidsdiensten directe toegang hebben tot het overleg. Niet gehinderd door enige democratische controle sturen ze de politieke besluitvorming.

In december 1987 stelt het Bewindsliedenoverleg de permanente werkgroep Schengen Informatiesyteem (SIS) in, die voor iedere lidstaat bestaat uit een politievertegenwoordiger en een automatiseringsdeskundige. De werkgroep komt bijna elke maand gedurende 2 a 3 dagen bijeen en presenteert in december 1988 het eindrapport over de haalbaarheid van het SIS.(4) De Franse deelnemers, een politiecommissaris en een kapitein van de gendarmerie, denken er niet aan om de Nationale commissie voor informatica en burgerlijke vrijheden (CNIL), de officiële privacy-beschermer, bij dit massale

208

persoonsregistratie-project te betrekken. Pas in de wandelgangen van een congres in Oslo eind 1988 verneemt CNIL-voorzitter Fauvet per ongeluk het bestaan van het Schengenverdrag en het SIS.(5)

‘Schengen’ ziet zichzelf als ‘trendsetter en motor’ voor de Twaalf. De Schengen-onderhandelaars zorgen er dus voor dat alles wat ze afspreken in de sfeer van de criminaliteits- en immigratiebestrijding past in het opzet van Trevi. Trevi (Terrorisme, Radicalisme, Extremisme, Violence Internationale) werd opgericht door de EG-ministerraad op 29 juni 1976 nabij de Romeinse Trevifontein. Trevi organiseert in vier werkgroepen het confidentiële overleg tussen de nationale politie- en veiligheidsdiensten van de Twaalf.(6)

De eerste werkgroep houdt zich bezig met inlichtingen en veiligheid: de uitwisseling van gegevens over terroristische activiteiten en wederzijdse hulp in concrete gevallen. Op dit terrein werkt Trevi samen met landen buiten de EG, vooral de VS. De tweede werkgroep dient voor uitwisseling van meer technische informatie, niet alleen over bestrijding van het terrorisme maar ook over verstoring van de openbare orde. Een derde werkgroep, opgericht op 24 april 1986, houdt zich bezig met de bestrijding van de zware misdaad. Het vormt de kiem voor een Europese politiestructuur (Europol). Op de volgende Trevi-vergadering, op 20 oktober 1986, stichten de EG-veiligheidsministers een aparte werkgroep, bijgenaamd Ad Hoc-Immigratiegroep, met als opdracht alle migratieproblemen - grenscontrole, visumbeleid, asielrecht enzovoort - te bestuderen. Kortom, de Ad Hoc-Immigratiegroep is de EG-evenknie van de Schengen-groep. Geen wonder dat dezelfde ambtelijke onderhandelaars over het Schengenakkoord, waaronder hoge politieofficieren, vaak terug te vinden zijn in de Ad Hoc-Immigratiegroep. In het ‘revolutionaire’ jaar 1989 ontstaat ten slotte de vierde werkgroep, TREVI 1992, die zich beraadt op de gevolgen van het wegvallen van de binnengrenzen.

De twee overlegstructuren, Trevi en Schengen, houden hun activiteiten net zo undercover als ’s werelds meest geheime diensten en opereren helemaal buiten de parlementen om. Ook een vertegenwoordiger van het Hoge Commisariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR) wordt buiten de deur gehouden. De val van de Muur, het uiteenvallen van het Oostblok en de groeiende stroom van migranten en vluchtelingen brengt de werking van Schengen en Trevi in een stroomversnelling. Medio juni 1990 vallen er baanbrekende beslissingen.

209

Op 16 juni 1990 nemen de Trevi-ministers in Dublin een ‘actieprogramma’ aan voor de versterking van de politiesamenwerking. Het ziet er uit als een verdrag, met hoofdstukken, artikelen en al. Het is de bedoeling dat dit programma uitwerking krijgt in de vorm van nadere bilaterale of multilaterale afspraken. Voor de internationale drugsbestrijding wordt een nieuw coördinerend orgaan op het niveau van de Twaalf in het leven geroepen: het Comité européen pour la lutte anti-drogue (CELAD), dat ook fungeert als gesprekspartner met andere niet-EG-landen, in het bijzonder de VS.(7) Voorts komen de Trevi-ministers op 16 juni 1990 in Dublin overeen een National drugs intelligence unit en een Europees Informatiesysteem (EIS), een vergroot SIS, op te richten.(8) Frankrijk, dat ook al een grote rol heeft gespeeld bij het opstellen van het haalbaarheidsrapport over het SIS, wordt belast met de voorbereiding van dit EIS.(9)

Tenslotte ondertekenen de Trevi-ministers in Dublin, op 19 juni 1990, een asielverdrag. Dit is als het ware een doorslag van het Aanvullende Schengenakkoord dat, wonder boven wonder, op dezelfde dag in Dublin wordt ondetekend door de Schengenregeringen.

‘Schengen’ wordt algemeen beschouwd als een proeftuin voor de Europese eenwording die in principe per 1 januari 1993 een feit moet zijn. Het is de bedoeling Schengen via de bekende salamitactiek in schijfjes te veralgemenen voor de hele EG. Daarom willen de Twaalf zo spoedig mogelijk een verdrag inzake versterking van de buitengrenzen - alleen een Spaans-Brits dispuut over Gibraltar staat alsnog een ondertekening in de weg - en een verdrag inzake het visumbeleid doordrukken. Daarnaast proberen de Twaalf ‘Schengen’ te veralgemenen door nieuwe partners tot de Schengenclub toe te laten.

De Schengenarchitecten wensen tot elke prijs de stroom ongenode immigranten uit Noord-Afrika in te dijken. Ze spreken onomwonden van ‘Europa’s zuidflank’, een militaire karakterisering waarin het pathos van een belegerde vesting doorklinkt. Spanje, Italië en Portugal fungeren als toegangspoort voor de rest van Europa. Deze frontlijnstaten moeten de immigratie vanuit de Derde Wereld aan de andere kant van de Middelandse Zee verhinderen, nu het Afrikaanse continent steeds verder in het economische moeras zakt.

Op 27 november 1990 ondertekent in Parijs de socialistische vice-premier Claudio Martelli namens Italië het Schengenakkoord.(10) Op 25 juni 1991 volgt Spanje het Italiaanse voorbeeld en op dezelfde dag meldt ook Griekenland zich als waarnemer bij het voorportaal van Schengen. Hun toetreding tot Schengen hebben de Zuideuropese lan-

210

den betaald met een aanmerkelijke verscherping van hun asielwetgeving, grenscontrole en uitwijzingsbeleid.

Zo heeft Spanje op 15 mei 1991, onder druk van de rijke Schengenlanden, een visumplicht ingevoerd voor de Maghreblanden. Daarmee is de zuidgrens van Europa in feite verlegd naar de overzijde van de Middellandse Zee. Voor een visum is namelijk een werk- of arbeidsvergunning nodig en die papieren zijn vrijwel niet meer te verkrijgen. Wie toch koste wat kost naar Europa wil, is op smokkelaars aangewezen. Maar er staan verraderlijke stromingen in de Straat van Gibraltar en ook de wind kan onverwachts opsteken. In de eerste helft van 1992 zijn naar schatting al vijftig mensen verdronken bij de oversteek in gammele vissersbootjes.(11)

De uitwijzing van de meeste illegalen die worden ingerekend is geen probleem. Spanje heeft in februari 1992 een overeenkomst met Marokko gesloten waarin dit land, in ruil voor ontwikkelingshulp, zich verplicht alle illegale reizigers terug te nemen, ongeacht hun nationaliteit.(12) De afstand tussen Spanje en Marokko bedraagt op sommige plaatsen niet meer dan veertien kilometer. Daarom heeft de Guardia Civil de kustbewaking opgevoerd.(13) Aan de overzijde, rond Melilla, de Spaanse enclave in Marokko, ontstaat voor 500 miljoen dollar - en voor de helft gefinancieerd door de EG - de tegen buitenlanders beveiligde ‘grens 2000’. Iedere indringer wordt door een seismische radar waargenomen, verschijnt als een rode stip op een videoscherm van het dichtstbij gelegen politiebureau en kan enkele minuten later dank zij een speciaal voor dit doel langs de grens aangelegde weg worden aangehouden. De tegenover buitenlanders vijandige vesting Europa is dus in de maak.(14)

‘Schengen’ moet worden geratificeerd door de nationale parlementen. Op de inhoud van het verdrag hebben de parlementariërs niet de minste invloed. Ze hebben slechts de keuze tussen slikken of afwijzen. De parlementen zullen het verdrag vrijwel zeker ratificeren, omdat niemand durft ‘uit de Europese pas te lopen’. Bovendien is het politieke beeld over Schengen redelijk overzichtelijk. De christen-democratische partijen zijn van de drie grote politieke stromingen de grootste voorstanders, op enige afstand gevolgd door de socialisten. De socialisten voelen zich echter verplicht doordat verschillende ministers in belangrijke mate verantwoordelijk zijn geweest voor de Schengen-afspraken.

Toch hebben socialisten zoals het PvdA-kamerlid Van Traa en het Belgisch Europarlementslid Van Outrive verdienstelijke kritiek

211

geleverd op Schengen. Hun hoofdbezwaren zijn overgenomen door de Nederlandse Raad van State: er is geen Europees Hof dat de uitvoeringsregels toetst, een inhoudelijk op elkaar afgestemd asielbeleid ontbreekt, de privacy-bescherming bij het SIS laat te wensen over, de nationale parlementen en het Europees Parlement worden buitenspel gezet.

De liberalen hebben in de loop der jaren een metamorfose ondergaan. Aanvankelijk waren ze vurige supporters van Schengen, nu vrezen steeds meer liberale voormannen dat het wegvallen van de binnengrenzen tot illegale immigratie zal leiden. Ze komen daarmee dicht in de buurt van Eurorechts, dat het te ‘lakse’ Schengen afwijst. Le Chevallier: ‘Het probleem van de veiligheid en controle aan de grenzen is in de eerste plaats een zaak van de lidstaten. Het zijn oude rechten, die niet aan een onverantwoordelijke autoriteit kunnen worden overgedragen. De lucht- en grenspolitie slaagt er nu al niet in de migratiestromen in te dammen. Het is niet door, zoals de autoriteiten van Brussel willen, de binnengrenzen op te heffen dat men duizenden kilometers soms volstrekt doorlaatbare buitengrenzen zal kunnen controleren. Schengen betekent het definitief opgeven van de soevereiniteit van de staten, het Europa van alle gevaren, de opheffing van onze immunitaire afweer’.(15)

Als eerste keurt de Franse Nationale Vergadering, op 3 juni 1991, het Schengenverdrag goed. Het FN-lid Stirbois en een aantal rechtse politici stemmen tegen ‘Schengen’. Niet gehinderd door enige mate van demagogie beweert Stirbois: ‘In Duitsland kan een vreemdeling maar zelden de Duitse nationaliteit krijgen. Stel u in de plaats van een Koerd of Turk. Ze weten dat ze in Frankrijk de nationaliteit aangeboden krijgen na zes maand of na een hongerstaking. De Duitse politie zal het anderhalf miljoen Turken en Koerden niet tegenhouden om naar Frankrijk te komen’.(16)

Tot nu toe is het Schengenakkoord al goedgekeurd door de parlementen van Frankrijk, Luxemburg, Spanje en Portugal. Op 25 juni 1992 ratificeert een ruime meerderheid van de Nederlandse Tweede Kamer het Schengenverdrag. Daarmee is de moeilijkste hindernis genomen, want geen parlement heeft ‘Schengen’ zo kritisch geanalyseerd als het Nederlandse.(17) Nu is het wachten nog op ratificatie door de parlementen van België en Duitsland. In Duitsland is in april 1992 een parlementair debat over ‘Schengen’ gevoerd, waaruit is gebleken dat alle grote partijen ‘Schengen’ genegen zijn. Maar CDU en CSU weigeren ‘Schengen’ te ratificeren, zolang socialisten

212

en liberalen niet instemmen met een wijziging van het asielartikel in de grondwet. België moet nog een privacywet aannemen voor ‘Schengen’ kan worden goedgekeurd. Op 3 augustus 1991 boog de ministerraad zich over het wetsontwerp over de ‘bescherming van de persoonlijke levenssfeer’. De ironie wil dat dit ontwerp de burger geen recht op informatie, toegang en controle geeft voor wat betreft de gegevensbestanden van politie- en veiligheidsdiensten. Daarenboven wil de Belgische regering het afluisteren van telefoongesprekken door politiediensten legaliseren.(18) Sinds 1975 slagen de ministers van Justitie er niet in om hun wetsontwerpen over ‘privacy’ door het parlement te laten goedkeuren. Met ‘Schengen’ zal dit veranderen.

Hoewel sommige parlementen het verdrag nog moeten ratificeren, is de geest van ‘Schengen’ al overal doorgedrongen in het beleid. Zo is het aantal visumplichtige landen sterk uitgebreid tot 110, bijna allemaal Derde Wereldlanden. De visumverplichting beperkt in hoge mate vreemdelingen en vluchtelingen in hun vrijheid om naar Europa te komen. Met het aanvaarden van een gemeenschappelijk visumbeleid hebben de Schengenpartners een belangrijke stap gedaan om de Schengengrenzen in feite naar de Derde Wereld zelf te verleggen.

Maakt het al dan niet ratificeren van het Schengenakkoord dan eigenlijk niets meer uit? Wel zeker, want het verdrag ‘compenseert’ de opheffing van de binnengrenzen met allerlei repressieve maatregelen tegen de illegale immigratie. Verder leidt ‘Schengen’ tot nauwere politiesamenwerking, tot afbraak van het asielrecht, tot verscherping van het beleid op het gebied van visa, verdovende middelen en wapens.

Onder het mom van liberalisering van het personenverkeer wordt een ‘monitoring-system’ ingesteld als nooit tevoren. Het opheffen van de binnengrenzen leidt tot verhevigde controle aan de buitengrenzen, die binnenreizende vreemdelingen alleen op vastgestelde plaatsen en tijden mogen overschrijven. Inbreuken hierop worden gesanctioneerd. Aan de grensposten van dit Europa wordt gecontroleerd of de vreemdelingen, d.w.z. niet-EG-onderdanen, een geldig reisdocument - meestal een visum - hebben. Behalve de gemeenschappelijke lijst van 110 visumplichtige landen, levert ‘Schengen’ nog een eenvormig model voor visa en een circulaire met uniforme instructies op. Een Uitvoerend Comité krijgt de opdracht nadere criteria voor de afgifte van visa op te stellen. Deze regels zul-

213

len allicht geheim blijven en krijgen dezelfde rechtskracht als het Schengenakkoord; ze hoeven niet te worden goedgekeurd door het parlement. Het ziet er ook naar uit dat tegen de weigering van een visum geen rechtsmiddel openstaat.

Verder wordt aan de grensposten nagegaan of de vreemdelingen voldoen aan de andere toelatingseisen: voldoende ‘middelen van bestaan’ hebben, niet gesignaleerd staan in het SIS en geen ‘gevaar opleveren voor de openbare orde’ van één van de lidstaten. Allemaal elastische en subjectieve begrippen, zodat de grensbewaking gemakkelijk met ongeschreven onderscheidingen kan gaan werken als arm of rijk, blank of zwart. Zonodig moeten de vreemdelingen ook documenten ter staving van het doel van het voorgenomen verblijf en van de verblijfsomstandigheden voorleggen.

Een vreemdeling die aan al deze voorwaarden voldoet kan in beginsel gedurende drie maanden ‘vrij’ door het gehele Schengengebied reizen. Maar hoe ver gaat de ‘vrijheid’?

Schengen behoudt een steekproefsgewijze controle van de oude grensgebieden. Daar komt bij dat vreemdelingen zich bij het binnenkomen van elk Schengenland bij de politie dienen te melden. Maar dat is lang niet alles. ‘De opheffing van de controle aan de binnengrens is een platte wisseltruc, want die controle komt gewoon - en intensiever - in het binnenland terug,’ schrijft professor Rüter.(19) ‘Schengen’ schakelt daartoe ook vervoerders en hoteliers in. Het vervoer van vreemdelingen zonder geldige documenten wordt streng bestraft en hoteliers moeten opnieuw iedereen registreren die in een hotel verblijft.

Het versterkt binnenlands toezicht treft ook vreemdelingen die al lang legaal in het Schengengebied zijn gevestigd, want de controle zal onvermijdelijk gebeuren op basis van huidskleur, hetgeen manifest in strijd is met één van de hoofddoeleinden van een democratisch minderhedenbeleid. In Nederland zijn al voorstellen gedaan om een legitimatieplicht in te voeren en voorts worden zo’n 200 marechaussees ingezet voor vreemdelingentoezicht in de steden.(20)In Frankrijk en Duitsland worden na 1 januari 1993 douaniers overgeplaatst naar de vreemdelingenpolitie.

Als het Schengenakkoord model staat voor de Gemeenschap, wordt duidelijk dat men daarmee een repressieve EG beoogt. De meer dan veertien miljoen migranten in de lidstaten blijven in de kou staan. Net zoals vroeger blijven zij verstoken van de fundamentele mensen- en burgerrechten en blijven zij tweede- of derderangsburgers. Zij tellen niet mee in het ‘Europa van de burgers’.

214

3. SIS en Europol - Inhoud

Het is een fabeltje dat zware misdadigers aan de grenzen worden gevat. Fysieke grenzen met slagbomen, geüniformeerde politie, douaniers en immigratieambtenaren vormen een erfenis van de negentiende eeuw. Nochtans hamert extreem-rechts onophoudelijk op een scherpere grensbewaking. Mégret (FN): ‘De opheffing van de controles aan de grenzen tussen onze landen vormt bij de huidige stand van zaken een zeer zware bedreiging. Een dergelijke maatregel is rechtstreeks van invloed op de ernstigste problemen waaraan onze landen het hoofd moeten bieden: immigratie, drugs, terrorisme en criminaliteit. Welnu, het zijn juist deze vier problemen die de Europese landen momenteel niet bij machte zijn in de hand te houden. Bent u er zeker van dat de oplossing voor de landen ligt in het bundelen van hun gemeenschappelijke onmacht en het afstand doen van de weinige controlemogelijkheden waarover zij aan hun grenzen beschikken? Als een schip te water wordt gelaten, besluit men niet de waterdichte schotten te vernietigen’.(1) Mégret wil alleen maar angstgevoelens mobiliseren en zoveel mogelijk repressieve ‘compensatiemaatregelen’ uitlokken.

Aan ‘compensatiemaatregelen’ is in het Schengenverdrag geen gebrek. ‘Schengen’ heft met veel aplomb de wachthuisjes aan de grens op maar voert een modern bewakingssysteem in. De hedendaagse manier om vreemdelingen uit Europa te weren en de misdaad te bestrijden is het verzamelen, bewerken en analyseren van informatie. ‘Schengen’ brengt een revolutionair element in de politiesamenwerking: het Schengen Informatiesysteem (SIS), dat alom wordt gezien als de belangrijkste ‘compenserende’ maatregel.

Het SIS bestaat uit een centraal SIS (CSIS), gevestigd in Straatsburg, van waaruit elke nationale SIS (NSIS) zijn gegevens krijgt. ‘Schengen’ bepaalt dat in elke verdragsstaat één centrale dienst kan worden aangesproken voor het krijgen van informatie. Uitzondering op deze regel vormt België. Gezien de concurrentiestrijd tussen rijkswacht en gerechtelijke politie stelt de regering een compromis voor. De rijkswacht krijgt de beste brok en mag de Belgische component van het SIS uitwerken. De gerechtelijke politie moet het stellen met

215

het Belgische deel van SIRENE, een databank met bijkomende informatie over gesignaleerde personen.

De kosten van het CSIS zijn begroot op een investering van 22,1 miljoen FF met een onderhouds- en exploitatielast van 6,1 miljoen FF.(2)

Het gaat om indrukwekkende bedragen. De investeringskosten van NSIS-Frankrijk bijvoorbeeld zijn geschat op 43,4 miljoen FF voor het jaar 1992 alleen. De kosten van de hele Schengen-operatie voor Nederland werd in november 1988 door de toenmalige minister van Justitie Korthals Altes geraamd op 100 tot 150 miljoen gulden per jaar.(3)

In het SIS zal informatie over 7 miljoen gestolen voorwerpen (voertuigen, wapens en identiteitspapieren,...) worden opgenomen.(4)Daarnaast zal het gegevens over circa 800 duizend personen opslaan. Over welke categorieën gaat het?

(1) Personen die dienen te worden aangehouden ten behoeve van uitlevering. (2) Vreemdelingen die de toegang tot het Schengengebied geweigerd dient te worden. Let wel, deze weigering kan worden gebaseerd op ‘het gevaar voor de openbare orde en veiligheid’ of ‘op een ernstig vermoeden dat de vreemdeling zware misdrijven heeft gepleegd of voornemens is te plegen’. (3) Vermiste personen. (4) Personen die als getuigen of verdachten in een strafproces worden gezocht. (5) Personen die dienen te worden gecontroleerd.

Een dergelijk signalement is zelfs op verzoek van de veiligheidsdiensten mogelijk ‘met het oog op het beletten van strafbare feiten en ter voorkoming van gevaar voor de openbare veiligheid’. Deze formulering slaat op politieke activisten die door de geheime diensten in de gaten worden gehouden. Het SIS bevat tenslotte ‘zachte’ gegevens die worden verzameld bij ‘onopvallende controles’, waarbij de modernste optische en akoestische technieken te pas kunnen komen. De gegevens hebben betrekking op plaats, tijd of aanleiding voor de controle, reisroute, begeleidende personen, gebruikt voertuig en meegenomen voorwerpen.

Wie heeft toegang tot ai deze SIS-informatie? De Belgische situatie is sprekend. Aanvankelijk zou enkel de rijkswacht inzage krijgen, maar dit werd al vlug uitgebreid tot de gemeentepolitie, de gerechtelijke politie en de Staatsveiligheid. Het SIS is niet alleen aan de buitengrens beschikbaar, maar ook ten behoeve van de afgifte van visa

216

en verblijftitels en voor het binnenlands vreemdelingentoezicht. Met het oog op dat toezicht zal er tussen de Schengenlanden informatie-uitwisseling plaatsvinden over de door hen afgegeven verblijfsdocumenten en visa. Bovendien zijn er afspraken dat de Schengenpartners het reisdocument van alle in- en uitreizende vreemdelingen van een aantekening zullen voorzien. Fraude met visa zal moeilijker worden na instelling van het uniforme model voor visa.(5)

Bovendien heeft de Nederlandse CRI een computersysteem ontwikkeld, waarmee op beeldschermen digitaal allerlei soorten documenten zijn op te roepen. Op Schiphol en andere grensposten kan de marechaussee zo snel de echtheid van visa, paspoorten of vergunningen controleren.

Opmerkelijk is dat ‘Schengen’ politiesamenwerking en gegevensuitwisseling ook verplicht ‘ter voorkoming van strafbare feiten’ of ‘ter afwending van gevaar voor de openbare orde en veiligheid’. Daardoor kan iedere burger nu het object zijn van politietoezicht.(6) ‘Schengen’ weerspiegelt aldus de ontwikkelingen naar een pro-actieve politie en legitimeert ze tegelijkertijd. Enige huiver is hier natuurlijk op zijn plaats. De pro-actieve politiewerking is erop gericht door vroegtijdig ingrijpen strafbare feiten en zogenaamde verstoring van de openbare orde te voorkomen, ook al dreigt er geen concreet gevaar.

Vooral het Duitse Bundeskrimmalamt (BKA), de belangrijkste politiecentrale in Europa, speelde in het afgelopen decennium een pioniersrol, waarbij de grens tussen criminele en politieke politie gevaarlijk vervaagde. Onder impuls van het BKA evolueerde de criminaliteitsbestrijding snel naar een systeem van gespecialiseerd toezicht: systematische observatie, telefoontaps, betaalde informanten, undercover-operaties, systematische ‘doorlichting’ van hele bevolkingsgroepen om ‘potentiële’ terroristen op te sporen (Rasterfahndung). De aldus verzamelde informatie werd en wordt opgeslagen in ontzagelijke databanken.

De centrale BKA-computer INPOL is verbonden met zo’n 1500 terminals in politiecommissariaten en grensposten en bevat miljoenen gegevens niet alleen over ‘terroristen’ maar ook over ‘verdachten’, personen die ooit in aanraking met de politie zijn gekomen, deelnemers aan demonstraties enzovoort. Daarnaast hebben de Duitse inlichtingendiensten ook een belangrijke data-' bank, NADIS. Duitsland houdt er zelfs een databank op na waarin ruim tien miljoen buitenlanders geregistreerd zijn, hoewel er officieel slechts 4,1 miljoen buitenlanders in Duitsland wonen.(7)

217

Dit Auslanderzentralregister (AZR) in Keulen verzamelt allerlei gegevens over buitenlanders. Het is toegankelijk voor de politie, de douane en de geheime diensten. Het SIS zal vanuit deze Duitse databanken kunnen worden gevoed voor zover het dataprotectieverdrag van Straatsburg dat toestaat.

P. van Reenen, directeur van de Nederlandse politieacademie vreest dat het operationeel vreemdelingentoezicht na 1992 zich zal spiegelen aan de pro-actieve criminaliteitsbestrijding, temeer omdat ‘illegalen’ per definitie in de criminele hoek worden geduwd.

Van Reenen: ‘Het politietoezicht op criminaliteit is voor een belangrijk deel gespecialiseerd geraakt en onzichtbaar geworden. Kansen voor een dergelijke ontwikkeling in het vreemdelingentoezicht zijn zeker aanwezig.’ Hij voorspelt dat het toezicht de vorm aan zal nemen van gerichte opsporingsacties die worden uitgevoerd op basis van systematisch verzamelde en geanalyseerde inlichtingen over illegale vreemdelingen. ‘De discriminatie is dan onzichtbaar geworden,’ aldus van Reenen.(8)

Het is een publiek geheim dat het BKA al herhaaldelijk heeft aangedrongen op de oprichting van een ‘Europese politie-organisatie’ (Europol) met één centraal bureau en een buitenbureau in iedere lidstaat. Europol zou in de hele EG eigen opsporingsbevoegdheid krijgen voor drugsdelicten en andere vormen van georganiseerde criminaliteit zodra zo’n misdrijf zich in meer dan één staat afspeelt. In de hele EG kan Europol dan arrestaties verrichten, huiszoekingen doen, zaken in beslag nemen, enzovoort. Het BKA ziet het groot. Europol coördineert de opsporing in de verschillende staten, verzamelt en analyseert materiaal en moet een centrale rol gaan spelen op het gebied van de criminalistiek, het onderzoek, de opleiding en de scholing.(9)

Op 29 en 30 juni 1991 vindt in Luxemburg de tweedaagse Europese Raad plaats. Kanselier Kohl houdt er een pleidooi voor het opvoeren van de strijd tegen de misdaad. Zijn voorstel voor de oprichting van een centraal Europees recherchebureau wordt gesteund door een meerderheid van de Europese regeringsleiders en opgenomen in de slotverklaring. Op de daaropvolgende top van Maastricht, begin december 1991, krijgt Kohl eindelijk zijn zin. Als eerste stap naar een volwaardige Europol stemmen de regeringsleiders in met de oprichting van een Europese drugseenheid. Deze eenheid zal - voorlopig - als een soort informatiecentrum fungeren,

218

om de uitwisseling en coördinatie van criminele gegevens tussen de lidstaten te vergemakkelijken.(10)

C.F. Rüter, hoogleraar strafrecht aan de universiteit van Amsterdam is niet mals voor zoveel Duitse voortvarendheid. ‘De oudere lezer die het gevoel heeft zo’n politie-organisatie al eens eerder te hebben gezien, heeft geen ongelijk. Kohls Europol vertoont een opvallende gelijkenis met de structuur en de bevoegdheden van het tot 1945 als Bureau 5 van het Reichssicherheitshauptamt (RSHA) functionerende Reichskriminalpolizeiamt. Hier en daar is Kohls Europol dan ook aangeduid als het testament van Heydrich, de eerste chef van het zojuist genoemde RSHA. Die verwijzing is weinig fijnzinnig, maar de Duitse ongevoeligheid voor aldus gewekte reminiscenties uit het niet zo verre verleden is, anderzijds, ook niet mis’.(11)

219

4. Asielrecht - Inhoud

Vooral vluchtelingen komen er in het Verdrag van Schengen bekaaid af. Binnen het Schengengebied kan een vluchteling nog slechts in één van de landen een asielverzoek indienen. Als deze formule wet wordt, dan zal een vluchteling wiens asiel bijvoorbeeld in België wordt geweigerd, in een ander Schengenland geen tweede kans krijgen. Het eerste land waar de vluchteling arriveert, is in principe verantwoordelijk voor de afhandeling van de hele asielprocedure, en neemt een beslissing die voor alle aangesloten landen geldt. De Belgische weigering geldt dus automatisch in alle Schengenlanden. Hieruit volgt dat België de vluchteling moet uitzetten, niet alleen buiten de eigen landsgrenzen maar buiten het gehele Schengengebied. Een nationale beslissing met supra-nationale gevolgen, maar een supra-nationale rechter die controleert of alles wel gaat zoals het hoort, is nergens te bekennen. Met dit one-chance-only-beginsel wil Schengen afrekenen met wat in de klinische ambtenarentaai ‘asylum-shopping’ heet.

Maar er is meer. Schengen bestraft de luchtvaartmaatschappijen met forse geldboetes als ze vreemdelingen zonder geldige reispapieren binnenbrengen, terwijl men van politieke vluchtelingen toch moeilijk kan verwachten dat ze in het bezit zijn of kunnen komen van dergelijke papieren. In feite wordt het bepalen van de vluchtelingenstatus daardoor in handen gespeeld van ambassades, luchthavenpersoneel of vrachtwagenchauffeurs. Met het recht op een behoorlijke rechtsgang of met een humaan Europees asielbeleid heeft dit alles niets te maken.(1) Eén ding is zeker, Schengen is manifest in strijd met het Vluchtelingenverdrag van 1951. Artikel 16 lid 1 van deze conventie bepaalt dat ‘een vluchteling vrije toegang heeft tot de rechtsgang van alle lidstaten’. Ook is Schengen niet in overeenstemming met artikel 14 lid 1 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, dat eenieder het recht geeft om in andere landen asiel te zoeken.

Jarenlang werden de - hoofdzakelijk anticommunistische - politieke vluchtelingen uit het Oosten hartelijk verwelkomd als symbolen van ‘politieke vervolging’. Die houding tegenover vluchtelingen verandert eensklaps wanneer op het eind van de jaren tachtig heel

220

wat asielzoekers uit de Derde Wereld zich beginnen aan te dienen en wanneer, na de val van de Muur, grote massa’s Oosteuropeanen richting Westen trekken. Deze nieuwe situatie wordt door de Schengen-ontwerpers aangevoerd als legitimatie om de normen en idealen die na de fascistische gruwelen van de Tweede Wereldoorlog in mensen- en vluchtelingenverdragen werden vastgelegd, botweg overboord te zetten.

De Schengen- en EG-landen hebben dan wel overeenstemming bereikt over het land dat het asielverzoek afhandelt, maar de diverse Europese landen hanteren nog uiteenlopende normen en procedures. Zo kent België sinds eind 1991 de zogenaamde ‘dubbele vijf-procentregel’. Door die maatregel worden de aanvragen van asielzoekers die behoren tot landen die instaan voor meer dan vijf procent van de aanvragen maar waarvan minder dan vijf procent wordt erkend, automatisch onontvankelijk verklaard, tenzij de betrokkene onomstotelijk kan bewijzen dat hij een vluchteling is. En zo zijn er nog meer verschillen tussen de Europese landen. Dit opent het gevaar van een ‘neerwaartse spiraal’. Als een land zijn toelatingsnormen verscherpt, voelen andere landen zich geroepen dit voorbeeld te volgen, want geen land wil immers het meest liberale beleid voeren uit vrees voor ‘aanzuigende’ werking.

De negatieve spiraal is al duidelijk waarneembaar. Asielzoekers worden opgesloten als zijn het criminelen. De nieuwe grensgevangenis in Amsterdam-Zuidoost en ‘annexe 127’ in Zavemtem zijn gesloten opvangcentra voor ‘kansloos geachte asielzoekers’.

‘Amsterdam-Zuidoost is goed beveiligd. De kans op ontsnapping is nihil. De 120 asielzoekers die er kunnen worden geplaatst krijgen bijna allemaal eigen kamertjes met slagvaste raampjes van slechts twintig centimeter breed. Ze kunnen andere afdelingen en de binnenplaats in de open lucht alleen bereiken via deuren die de bewakers moeten ontgrendelen. Om de gevangenis staat een vier meter hoge muur van beton en plexiglas met daaromheen nog een draadhek met prikkeldraad’.(2) Het is een teken dat het beleid steeds meer is gebaseerd op het afschrikken en verwijderen van vluchtelingen en niet op bestrijding van de structurele oorzaken: de economische ondergang en uitbuiting van de Derde Wereld. Het criminaliserende effect dat uitgaat van opsluiting van vluchtelingen, bevordert het toenemende onverdraagzame en racistische klimaat.

De westerse landen beconcurreren elkaar met een steeds straffer ‘ontmoedigingsbeleid’. De regering-Rocard heeft na 1989 het budget

221

van de Office franfais deprotection des réfugiés et apatrides (OFPRA) verdrievoudigd. De OFPRA verhuist naar een supermodern kantoorpand in Fontenay-sous-Bois met en oppervlakte van tienduizend m2. Nieuwe methodes worden ingevoerd, het personeel wordt vermeerderd en krijgt zelfs speciale prestratiepremies, de procedures worden geinformatiseerd, de kandidaat-asielzoekers krijgen niet meer het recht om te werken tijdens de procedure, het bevel om het land te verlaten wordt sneller en systematischer betekend dank zij computerverbindingen tussen de OFPRA en het ministerie van Binnenlandse Zaken. Elke asielzoeker moet zijn vingerafdrukken geven zodat zogenaamde fraude kan worden opgespoord. De resultaten zijn verbluffend. In 1990 is de volledige afwikkeling van de asielprocedure teruggebracht tot ongeveer vier maanden.(3)

Schengen is al hard voor asielzoekers, maar midden ’91 dringt Duitsland erop aan hun rechten nog verder te beknotten. Om dat te bereiken stelt Bonn voor het immigratie- en asielbeleid toe te vertrouwen aan de politieke organen van de EG: de Europese Commissie, de Ministerraad en het Europese parlement. Nu is dat een materie die door regeringen onder elkaar (‘intergouvernementeel’) wordt behandeld. Volgens de intergouvernementele methode moeten de regeringen van de Twaalf voortdurend met elkaar aan tafel gaan zitten en kan een verdrag slechts worden afgesloten als alle lidstaten akkoord gaan. Bonn vindt dit een trage en onefficiënte werkwijze. Tevens vraagt Bonn om een harmonisatie van het immigratie- en asielbeleid, dit wil zeggen een gezamenlijke regeling van de procedure en van de norm (wie kan in Europa asiel krijgen).

Eurorechts is ook voor zo’n Europese harmonisatie op voorwaarde dat de normen zo laag worden gesteld, dat er nauwelijks nog iets van het asielrecht over blijft. ‘Het is natuurlijk absurd te denken aan het harmoniseren van de controle op het binnenkomen van vreemdelingen in Europa zonder de voorwaarden voor hun verblijf te harmoniseren en zonder bij voorbeeld de voorwaarden voor het verlenen van de status van politieke vluchteling te standaardiseren. Anders zou het voor een vreemdeling maar al te gemakkelijk zijn Europa binnen te komen via het land waar hij normaliter niet zou zijn toegelaten op grond van de daar geldende wetgeving,’ betoogt Mégret (FN).(4)

Op de top in Maastricht begin december 1991 komen de andere EG-leiders gedeeltelijk tegemoet aan Kohls wens. Weliswaar blijft de samenwerking grotendeels intergouvernementeel, maar de

222

 

mogelijkheid voor het voeren van een gemeenschappelijk beleid op initiatief van de lidstaten of de Europese Commissie wordt opengehouden. De tekst van het verdrag bepaalt dat de EG-ministers met meerderheid kunnen besluiten over de vorm van een gemeenschappelijk visum. Voor de lijst van landen waarvoor visumplicht zal gelden moet echter bij unanimiteit worden beslist. In een noodsituatie, bij een plotselinge toestroom van asielzoekers, kan met gekwalificeerde meerderheidsstemming worden volstaan, maar niet langer dan zes maanden. Na 1996 zal over visapolitiek met gekwalificeerde meerderheid worden beslist.

Belangrijker is dat de twaalf EG-leiders in Maastricht een lijvig ‘werkprogram’ van de Ad-Hoc-Immigratiegroep goedkeuren.(5) Alles wijst erop dat de uitkomst van het harmonisatieproces een Europees vluchtelingenbeleid zal zijn met de laagste gemene deler.

Het werkprogram van 45 pagina’s heeft het gemunt op de ‘kennelijk ongegronde asielzoekers’. Daaronder vallen vluchtelingen die afkomstig zijn uit ‘veilige landen’. Ze zouden via een eenvoudige spoedprocedure weer over de grens worden gewerkt, tenzij ze op overtuigende wijze het risico van politieke vervolging kunnen aantonen. Het ‘veilig’ verklaren van landen is een onrustwekkende ontwikkeling. In eerste instantie wordt gedacht aan Oosteuropese landen, maar te vrezen valt dat de ‘zwarte lijst’ stelselmatig zal worden uitgebreid.

Verder is op basis van het ‘werkprogram’ besloten tot de instelling van een ‘clearing house’. Dit besluit houdt in dat op het terrein van het asielbeleid tussen de twaalf EG-landen op een zo efficiënt mogelijke wijze informatie wordt uitgewisseld. Het gaat hierbij om inlichtingen over wetgeving, beleid en over de situatie in de landen van herkomst.

Het Asielverdrag van Dublin voorziet uitdrukkelijk in de mogelijkheid de vingerafdrukken van asielzoekers uit te wisselen. De EG-landen willen nu een geautomatiseerd netwerk opzetten, waarin de vingerafdrukken van asielzoekers worden opgeslagen. Op die manier willen ze voorkomen dat personen in meer dan één land asiel aanvragen.

Volgens het werkprogram moeten de Twaalf zich hoeden voor ‘een al te sociaal beleid dat aanzet tot illegaal verblijf’. Het terugsturen van illegalen moet ‘soepel, efficiënt en humaan’ gebeuren. De veiligheidsministers van de Ad-Hoc-Immigratiegroep beseffen ook wel dat hoge buitengrenzen, repressieve maatregelen en de sterke

223

hand van de politie niet volstaan. Daarom willen ze de immigratiedruk verzachten door een uitbreiding van de ontwikkelingshulp aan de ‘buurlanden van de EG’, de Maghreb en Oost-Europa, waaruit de grootste migratiestromen komen.(6)De andere landen van de Derde Wereld die verder af liggen, zullen het gelag betalen. Meer ontwikkelingshulp aan deze landen zal ‘op korte termijn geen vermindering van de migratiedruk teweeg brengen’, heet het cynisch. ‘Een verbetering van de levensomstandigheden zou de inwoners zelfs in staat stellen om de grote geografische afstand naar Europa te overbruggen.’ Voor die landen komt er een internationaal early warning-systeem dat de EG de gelegenheid verschaft om de migratiestromen bijtijds te onderscheppen en tegen te gaan.

De EG-ministers van Justitie willen nog een stap verder gaan. Op een vergadering in Lissabon, op 11 juni 1992, stellen ze voor dat een asielzoeker zal worden teruggestuurd als hij of zij via een ‘veilig’ land naar Europa is gekomen. Een voorbeeld. Een gezin vlucht uit Somalië naar Kenia en weet per vliegtuig te ontkomen naar België. Op basis van het nieuwe voorstel kunnen de Belgische autoriteiten het gezin meteen terugsturen naar Kenia, ook al vraagt het gezin in België asiel aan.(7)

Zo worden steeds nieuwe instrumenten gefabriceerd om immigranten en vluchtelingen buiten Europa te houden. Deze instrumenten zijn de stenen die de muur tussen de arme Derde Wereld en het welvarende West-Europa jaar in jaar uit hoger maken. Tevergeefs. Geen muur is te hoog voor mensen die niets anders bezitten dan hoop en zelfs ook vaak dat niet eens. Ieder repressief beleid faalt, want het laat de structurele oorzaken van de migratie ongemoeid. De verhouding tussen het rijke noorden en het arme zuiden moet radicaal veranderen. Kwijtschelding van de enorme schuldenlast en een omvangrijke overheveling van geld, goederen en know-how zijn levensnoodzakelijke maatregelen. Uiteindelijk ligt de oplossing in de vervanging van de kapitalistische wereldorde door een nieuw socialisme, zonder economische uitbuiting, maatschappelijke ongelijkheid, armoede, militarisme en internationale onderdrukking.

225

NOTEN - Inhoud

I. DUITSLAND BOVEN ALLES

 

1. De hereniging

(1). Deutsche Stimme, 1/1988.

(2). Programm der Republikaner, Bundesparteitag Bremerhaven, 2/5/1987.

(3). Frankfurter Allgemeine Zeitung, 9/2/1989.

(4). Europa Eén Federaal, 1/1991.

(5). Otto von Habsburg, Die Reichsidee, 1986.

(6). CRISP, Courrier Hebdomadaire, nr. 252.

(7). Europa Eén Federaal, 5/1991.

(8). Der Republikaner, nr. 12, 1989.

(9). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-380/248, 14/9/1989.

(10). Frankfurter Allgemeine Zeitung, 11/11/1989.

(11). Welt am Sonntag, 11/11/1989.

(12). Nation Europa, 2/1990.

(13). Europa Vorn, 3/1990.

(14). Die Republikaner, Parteiprogramm, 1990.

(15). Der Republikaner, nr. 2, 1990.

(16). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-389/140, 4/4/1990.

(17). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-383/190, 22/11/1989.

(18). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-389/140, 4/4/1990.

(19). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 2-379/90, 27/7/1989.

(20). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-383/198, 22/11/1989.

(21). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-393/74, 11/9/1990.

(22). Nation Europa, 8/1990.

2. De Oder-Neisse-grens

(1). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 2-379/91, 27/7/1989.

(2). New Statesman, 19/4/1991.

(3). De Standaard, 4/3/1990.

(4). Libération, 9/7/1990.

(5). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-389/140, 4/4/1990.

(6). Frankfurter Allgemeine Zeitung, 5/3/1990.

(7). Deutsche Rundschau, 12/1990.

(8). Deutsche Stimme, 1/1990.

(9). Deutsche Stimme, 7/1990.

(10). Deutsche Wochen-Zeitung, 18/5/1990.

(11). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-389/140, 4/4/1990.

(12). Frankfurter Allgemeine Zeitung, 17/10/1991.

(13). De Volkskrant, 9/4/1991.

(14). Der Republikaner, nr. 8, 1991.

(15). Deutsche Rundschau, nr. 1, 1991.

(16). Wir Selbst, nr. 3-4/1990 en Mut, 11/1991.

3. Drang naar het Oosten

(1). Deutsche Stimme, nr. 2, 1991.

(2). Frankfurter Allgemeine Zeitung, 14/12/1989.

(3). Die Welt, 13/1/1991.

(4). Frankfurter Allgemeine Zeitung, 23/8/1991.

(5). Die Zeit, 2/8/1991.

(6). Die Zeit, 6/3/1992.

(7). Le Monde, 29–30/3/1992.

(8). Vlaams Blok, 9/1989.

(9). Frankfurter Allgemeine Zeitung, 24/4/1992.

(10). National-Zeitung, 17/4/1992.

(11). Deutsche Stimme, nr. 5, 1991.

(12). Der Republikaner, nr. 2, 12/1989.

(13). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-393/67, 11/9/1990.

(14). Europees Parlement, 4/4/1990.

(15). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-407/77, 9/7/1991.

(16). Nation Europa, 10/1991.

(17). Nation Europa, 10/1991.

4. De Republikaner

(1). M. Stiller, Die Republikaner. Franz Schönhuber und seine rechtsradikale Partei, München, 1989.

(2). Der Spiegel, nr. 6, 1989.

(3). K. Hirsch en H. Sarkowicz: Schönhuber, Eichhorn Verlag, 1989.

(4). Programm der Republikaner, Bundesparteitag Bremershaven, 2/5/1987.

(5). Der Spiegel, nr. 6, 1989.

(6). Die Welt, 9/2/1989.

(7). Die Welt, 2/2/1989.

(8). Der Spiegel, nr. 22, 1989.

(9). Frankfurter Allgemeine Zeitung, 22/2/1989.

(10). Der Republikaner, nr. 5, 1989.

(11). Bürgerrechte & Polizei, nr. 2, 1989.

(12). Frankfurter Allgemeine Zeitung, 9/2/1989.

(13). Der Republikaner, nr. 1, 1989.

(14). Drahtzieher im Braunen Netz, Berlin, Edition ID-Archiv.

(15). Mut, nr. 2, 1988.

(16). Der Republikaner, nr. 2, 1990.

(17). Frankfurter Allgemeine Zeitung, 9/2/1989.

(18). Der Republikaner, nr. 8, 7/1990.

(19). Der Spiegel, nr. 29, 1990.

(20). Nation Europa, 12/1990.

(21). Die Deutsche Rundschau, 11/1991.

(22). Nation Europa, 6/1992.

(23). Nation Europa, 3/1992.

(24). Stern, 9/4/1992.

(25). Der Spiegel, nr. 15, 1992.

(26). De Volkskrant, 15/2/1992.

(27). Die Welt, 7/4/1992.

(28). Frankfurter Allgemeine Zeitung, 7/4/1992.

(29). Der Republikaner, nr. 5, 1992.

(30). Frankfurter Allgemeine Zeitung, 25/5/1992.

5. DVU en NPD

(1). Leo A. Müller, Republikaner, NPD, DVU-Liste D, Lamuv.

(2). Die Welt, 15/3/1989.

(3). Nation Europa, 3/1989.

(4). Der Spiegel, nr. 16, 1991.

(5). Deutsche Stimme, nr. 7, 1991.

(6). National-Zeitung, 4/10/1991.

(7). National-Zeitung, 24/1/1992.

(8). Wir Selbst, nr. 3, 1990.

(9). Stern, 9/4/1992.

(10). Frankfurter Allgemeine Zeitung, 7/4/1992.

6. Het gewelddadige asieldebat

(1). Frankfurter Allgemeine Zeitung, 21/4/1992.

(2). Verfassungsschutzbericht für das Jahr 1990, Innere Sicherheit, nr. 4, 17/9/1991.

(3). De Morgen, 2/5/1992.

(4). Frankfurter Allgemeine Zeitung, 25/10/1991.

(5). Die Neue Polizei, nr. 11, 1991.

(6). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-409/280, 10/10/1991.

(7). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-406/170, 12/6/1991.

(8). Deutsche National-Zeitung, 17/4/1992.

(9). Wall Street Journal, 6/12/1991.

(10). Frankfurter Allgemeine Zeitung, 8/8/1991.

(11). Die Welt, 2/5/1992.

(12). Die Welt, 11/10/1991.

(13). Frankfurter Rundschau, 1/11/1991.

(14). Bundesinnenministerium, Flüchtlingskonzeption der Bundesrepublik Deutschland, Bonn, 25/9/1990.

(15). Bundesinnenministerium, Schlusskommuniqué zur Eindämmung illegaler Einreisen aus und über Mittel- und Osteuropa, Berlin, 31/10/1991.

(16). Le Monde, 29/8/1992.

II. HET FRONT NATIONAL

 

1. Van Vichy tot Le Pen

(1). Robert O. Paxton, La France de Vichy, Seuil, 1973.

(2). Dominique Rémy, Les lois de Vichy, Romillat, 1992.

(3). Robert Paxton, Vichy et les juifs, Calmann-Lévy, 1981.

(4). Le Quotidien de Paris, 16/7/1992.

(5). Enquête sur l’histoire, nr. 2, 1992, L’OAS et la guerre d’Algérie.

(6). Jean-Luc Einaudi, La Bataille de Paris, 17 octobre 1961, Paris, Éditions du Seuil.

(7). Benjamin Stora, Dictionnaire biographique des militants nationalistes Algériens, L’Harmattan, 1985.

(8). Minute, 8/7/1992.

(9). TF1, Droit de savoir, 22/5/1992.

(10). Duprat François, Histoire des SS, Paris, 1968.

2. Institutionalisering

(1). Jean-Marie Le Pen, Pour la France, Albatros.

(2). Valeurs Actuelles, 30/4/1988.

(3). Regards sur l’actualité, 5/1990.

(4). Pascale Perrineau, Commentaire, nr. 55, 1991.

(5). L’Evénement du jeudi, 7/12/1990.

(6). Le Monde, 12/12/1990.

(7). Libération, 27/5/1990.

(8). Le Figaro Magazine, 24/11/1990.

(9). Le Figaro, 16/1/1991.

(10). Le Monde, 31/3/1991.

(11). Le Monde, 15/10/1991.

(12). Le Monde, 21/6/1991.

(13). Présent, 11/10/1991.

(14). Le Monde, 2/3/1992.

(15). Le Canard enchaîné, 26/2/1992.

(16). Libération, 19/3/1992.

(17). Le Monde, 24/3/1992.

3. De nationale voorkeur

(1). Le Monde, 2/4/1990.

(2). Le Monde, 3/4/1990.

(3). Le Monde, 3/4/1990.

(4). The Economist, 30/9/1991.

(5). Libération, 28/5/1991.

(6). Le Monde, 14/4/1991.

(7). Libération, 11/6/1991.

(8). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-394/65, 9/10/1990.

(9). Le Monde, 28/5/1991.

(10). Présent, 7/7/1991.

(11). Le Monde, 26/11/1991.

(12). Le Monde, 21/6/1991.

(13). Présent, 25/9/1991.

(14). Le Monde, 15/10/1991.

(15). Colloque ‘Immigration : les solutions’, Intervention de Bruno Mégret, Contribution au règlement du problème de l’immigration : 50 mesures concrètes.

(16). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-385/268, 18/1/1990.

(17). Présent, 20/11/1991.

(18). Le Monde, 19/11/1991.

(19). Rivarol, 6/4/1990.

(20). Le Nouvel Observateur, 28/11/1991.

4. Anti-sociaal

(1). Présent, 15/2/1992.

(2). Libération, 31/8/1991 en 1/9/1991.

(3). Présent, 9/2/1990.

(4). Pamflet, 1/5/1990.

(5). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-401/34, 18/2/1991.

(6). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-417/304, 9/4/1992.

(7). Présent, 9/2/1991.

(8). Présent, 9/2/1991.

(9). Grand Jury RTL – Le Monde, 1/12/1991.

(10). Le Canard enchaîné, 26/2/1992.

(11). Le Canard enchaîné, 8/1/1992; L’Express, 26/9/1991.

(12). L’Evénement du jeudi, 12/3/1992.

(13). Le Chômeur français, nr. 5, 12/1990.

(14). Article 31, nr. 33, 11/1987, ‘Un programme antisyndical’.

(15). National Hebdo, nr. 3, 12/1990.

5. De partij

(1). Rapport de la commission d’enquête sur le financement des partis politiques et des campagnes électorales sous la Ve République, Assemblée nationale, 14/11/1991.

(2). Jean-François Boyer, L’Empire Moon, Éditions La Découverte, 1986.

(3). L’Evénement du jeudi, 20/8/1992.

(4). Le Monde, 8/2/1992.

(5). Le Monde, 30/3/1990.

(6). National Hebdo, 12/1990.

(7). Libération, 9/12/1991.

(8). France-Soir, 23/1/1992.

(9). Le Parisien, 21/5/1992.

(10). Présent, 25/6/1991.

(11). Circulaire de la Délégation Générale du FN, nr. 11, 30/1/1990.

(12). Circulaire de la Délégation Générale du FN, nr. 26, 2/3/1991.

(13). Vlaams Blok, 6/1992.

(14). Présent, 23/2/1992.

(15). Rivarol, 16/2/1990.

(16). Rivarol, 13/7/1990.

6. De Kringen

(1). L’Express, 26/9/1991.

(2). Pour la France, Programme du FN, Jean-Marie Le Pen.

(3). Police et sécurité magazine, 5/8/1991; Libération, 12/6/1991.

(4). Libération, 2/4/1990.

(5). Le Nouvel Observateur, 12/4/1990.

(6). L’Evénement du jeudi, 12/3/1992.

(7). Le Monde, 17/5/1990.

(8). Le Monde, 3/6/1992.

(9). Présent, 18/2/1992.

(10). Le Monde, 24/2/1991.

(11). Le Monde, 21/7/1990.

(12). Le Glaive, nr. 3.

(13). Le Monde, 26/11/1991.

(14). Identité, 10/1991.

(15). Rapport Du Verdier, Éléments de réflexion sur la Défense de la France, Éditions nationales, Centre d’études et d’argumentaires, Paris, 1991.

(16). Identité, 10/1991.

III. Het Vlaams Blok

1. De leiders

(1). Brochure De Dietse Volksstaat, VNV, mei 1935.

(2). Alarm, 5/1990.

(3). Alarm, 9/1977.

(4). Alarm, 9/1977.

(5). Haro, nr. 2 en 3, 1979.

(6). Signaal, 6/1981.

(7). Nieuwe Revu, 19/12/1991.

(8). De Post – Panorama, 14/3/1992.

(9). Alarm, 12/1977.

2. De doorbraak

(1). De Standaard, 9/2/1989.

(2). Vlaams Blok, 3/1989.

(3). De Morgen, 29/5/1989.

(4). Zeggen wat U denkt, brochure samengesteld door de campagnewerkgroep van het VB.

(5). De Morgen, 8/11/1991.

(6). KRO Nederland 3, 19/1/1992.

(7). De Morgen, 30/7/1991.

(8). Vlaams Blok, 2/1989.

(9). Dietsland-Europa, 4/1992.

(10). Annemans, De Man, Dillen en Smout, De gezinspartij.

(11). Annemans, De Man, Dillen en Smout, o.c.

(12). VBJ-Nieuwsbrief, 1/1992.

(13). De Morgen, 27/2/1992.

(14). Dietsland-Europa, 7/1988.

(15). Knack, 4/12/1991.

3. De ‘Alte Kameraden’

(1). Dietsland-Europa, 3/1992.

(2). Vlaams Blok, 3/1990.

(3). Dietsland-Europa, 3/1991.

(4). Vlaams Blok, 3/1990.

(5). Dietsland-Europa, 12/1991.

(6). Dietsland-Europa, 2/1992.

(7). Dietsland-Europa, 2/1992.

(8). Dietsland-Europa, 10/1990.

(9). Dietsland-Europa, 6/1992.

(10). Dietsland-Europa, nr. 4, 5, 6, 1980.

(11). Dietsland-Europa, 6/1985.

(12). Dietsland-Europa, 1/1987.

(13). Dietsland-Europa, 10/1989.

(14). Dietsland-Europa, 11/1989.

(15). Achtergronddossier, nr. 0, 1991.

(16). Periodiek Contact, nr. 7, 1991.

(17). Belgische Senaat, 23/11/1990.

4. De mantelorganisaties

(1). Casablanca, 3/1992.

(2). Alarm, 5/1987.

(3). Branding, 12/1991.

(4). Branding, 5/1992.

(5). Revolte, 1–3/1992.

(6). Storm, nr. 6, 1991.

(7). Revolte, 6/1990.

(8). Revolte, 6/1990.

(9). Nation Europa, 8/1990.

(10). Casablanca, 3/1992.

(11). Revolte, 10–12/1991.

5. Eigen volk eerst

(1). Grondbeginselen Vlaams Blok, Manifest van het rechtse nationalisme.

(2). Vlaams Blok, Gastarbeidersproblematiek, Congresteksten, 25/3/1934.

(3). Vlaams Blok, o.c.

(4). Vlaams Blok, o.c.

(5). Brecht-Antwerpen, Uitgeverij De Roerdomp, 1989.

(6). Eigen Volk Eerst, p. 107.

(7). Eigen Volk Eerst, p. 130.

(8). Eigen Volk Eerst, p. 141.

(9). Eigen Volk Eerst, p. 138.

(10). Kamer van Volksvertegenwoordigers, 17/1/1990, beknopt verslag, p. 454.

(11). Kamer van Volksvertegenwoordigers, 17/1/1990.

(12). Kamer van Volksvertegenwoordigers, 25/4/1990, Parlementaire Handelingen, p. 2057.

(13). ’t Pallieterke, 19/12/1990.

(14). Filip Dewinter, Weg met ons? Antwoord aan Paula D’Hondt, Uitgeverij TYR.

(15). Parlementaire Handelingen, 17/5/1991.

(16). Kamer van Volksvertegenwoordigers, Parlementaire Handelingen, 17/5/1991.

(17). BRTN, De Zevende Dag, 10/6/1992.

(18). Filip Dewinter, Immigratie: de oplossingen – 70 voorstellen ter oplossing van het vreemdelingenprobleem, Vlaams Blok.

(19). Kamer van Volksvertegenwoordigers, Parlementaire Handelingen, 17/1/1990.

6. Apartheid

(1). De Grondslagen van Were Di, 1973.

(2). Vlaams Blok, 10/1986.

(3). Vlaams Blok, 3/1990.

(4). Dietsland-Europa, 3/1990.

(5). Dietsland-Europa, 4/1992.

(6). Dietsland-Europa, 6/1992.

(7). Dietsland-Europa, 4/1992.

(8). Dietsland-Europa, 4/1992.

7. Solidarisme

(1). Vlaams Blok, 11/1981.

(2). Vlaams Blok, 10/1983.

(3). Humo, 24/3/1988.

(4). Willy Smout, Van crisis en werkloosheid naar volledige tewerkstelling in een organisch-solidaristische staat.

(5). Dietsland-Europa, 6/1992.

(6). Vlaams Blok, 3/3/1992.

(7). Vlaams Blok, 4/1989.

(8). Smout, o.c.

(9). Vlaams Blok, Martens VIII, Kritiek en optreden van het Vlaams Blok.

(10). Vlaams Blok, o.c.

(11). Vlaams Blok, o.c.

(12). Dietsland-Europa, 9/1988.

(13). De Vlaams-nationalist, 6/6/1980.

(14). Smout, o.c.

8. Separatisme

(1). Vlaams Blok, Onafhankelijkheid moet en kan.

(2). Vlaams Blok, extranummer, 1991.

(3). Vlaams Blok, 3/1991.

(4). Dietsland-Europa, 1/1992.

(5). ’t Pallieterke, 29/4/1992.

(6). Vlaams Blok, 5/1992.

9. Democratie

(1). Joris Van Hauthem en Wim Verreycken, Onafhankelijkheid moet en kan.

(2). Annemans, Filip De Man, Marijke Dillen, Willy Smout, De gezinspartij.

(3). De Lobel, Vrijheid en Veiligheid.

(4). Vlaams Blok, 4/1987.

(5). Erik de Lobel, 12/1982, Vlaams Blok.

(6). Vlaams Blok, 12/1991.

(7). Erik de Lobel, Vrijheid en veiligheid.

(8). Le Soir, 8/8/1986.

(9). Erik de Lobel, Vrijheid en Veiligheid.

(10). Vlaams Blok, 12/1989.

(11). Parlementaire Handelingen, 22/5/1990 en 6/6/1990; Vlaams Blok, 12/1989.

(12). Erik de Lobel, o.c.

(13). Voorwoord bij wetsvoorstel tot splitsing van de rijkswacht, 25/10/1984.

(14). Kamer van Volksvertegenwoordigers, 7/6/1990.

(15). Vlaams Blok, 6/1990.

(16). Den Blokker, 10/1990.

(17). De Morgen, 28/5/1991.

(18). Basis, 9/1989.

IV. EURORECHTS EN KONSOORTEN

1. De Technische Fractie Eurorechts

(1). Vlaams Blok, 11/1989.

(2). Rivarol, 11/1/1989.

(3). Nation Europa, 2/1989.

(4). Deutsche Wochen-Zeitung, 19/11/1988.

(5). Nation Europa, 6/1989.

(6). Présent, 21/7/1989.

(7). Vlaams Blok, 9/1989.

(8).t Pallieterke, 15/1/1992.

(9). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-379/8, 25/7/1989.

(10). Globe, 9/1989.

(11). Handelingen van het Europees Parlement, 11/12/1989.

(12). Vlaams Blok, 1/1990.

(13). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-280/5, 11/9/1989.

(14). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-394/63, 9/10/1990.

(15). Vrij Nederland, 15/8/1992.

(16). Deutsche Rundschau, 1/1991.

(17). Le Figaro, 8/12/1990.

(18). Témoignage Chrétien, Extrêmes Droites, 1992.

(19). Vlaams Blok, 10/1989.

(20). NRC, 28/3/1992.

(21). Vrij Nederland, 15/8/1992.

2. De Balten

(1). John Loftus, L’Affaire Secrète, Plon, Paris, 1985.

(2). Vlaams Blok, 4/1990.

(3). Handelingen van het Europees Parlement, 5/4/1990.

(4). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-398/246, 21/1/1991.

(5). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-389/34, 21/1/1991.

(6). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-389/33, 21/1/1991.

(7). Le Point, 7/9/1991.

(8). Libération, 26/2/1992.

(9). The Baltic Independent, nr. 90, vol. II, 20/12/1991.

3. Kroatië

(1). P. Bartl, Grundzüge der jugoslawischen Geschichte, Darmstadt, 1985.

(2). Laurière, Hervé, Assassins au nom de Dieu, Paris.

(3). Edmond, Le Vatican contre l’Europe, Paris, 1959.

(4). Le Monde diplomatique, 8/1992.

(5). Une alliance d’États-républiques souverains, Revue de Politique Internationale, 20/6/1991.

(6). Le Monde diplomatique, 8/1992.

(7). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-403/214, 14/3/1991.

(8). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-403/222, 14/3/1991.

(9). Stem, 12/3/1992.

(10). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-407/77, 9/7/1991.

(11). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-407/80, 9/7/1991.

(12). Libération, 26/12/1991.

(13). Haagse Post, 27/3/1992.

(14). De Morgen, 8/4/1992.

(15). Présent, 13/11/1991.

(16). Politis, 28/11/1991.

(17). Revolte, 1–3/1992.

(18). Vlaams Blok, 2/1991.

(19). VBJ-nieuwsbrief, 1–2/1992.

4. De MSI

(1). Chiarini, P. Corsini, Da Salò a Piazza della Loggia, Milaan, F. Angeli, 1983.

(2). Europees Parlement, Onderzoekscommissie Racisme en Vreemdelingenhaat, 13/DOC-NE/PR/89531.

(3). La Repubblica, 15/6/1987.

(4). Le Pen, Europe, Discours et interventions, 1984–1989.

(5). Partisan, 2/1990.

(6). Europe et Patries, 1/1990.

(7). Dietsland-Europa, 8/1990.

(8). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-403/225, 14/3/1991.

(9). La Repubblica, 8/4/1992.

5. De Lega Lombarda-AUeanza Nord

(1). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-408/263, 1991.

(2). Bossi, Vimercati, Vento dal Nord, Milaan, Sperling en Kupfer, 1992.

(3). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-397/101, 11/12/1991.

(4). La Repubblica, 11/3/1990.

(5). La Repubblica, 20/2/1990.

(6). La Repubblica, 24/4/1990.

(7). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-388/276, 15/3/1990.

(8). Avvenimentel, 18/4/1990.

6. Haiders Vrijheidspartij (FPÖ)

(1). Europees Parlement – Onderzoekscommissie racisme en vreemdelingenhaat, 13/DOC-NE/PR/89531.

(2). Profil, nr. 14, 30/3/1992.

(3). Martina Kirfel / Walter Oswalt, Die Rückkehr der Führer. Modernisierter Rechtsradikalismus in Westeuropa, 1989, Wien/Zürich.

(4). Der Spiegel, 12/1992.

(5). Profil, nr. 11, 9/3/1992.

(6). VBJ-Nieuwbrief, 9/1991.

(7). Profil, nr. 11, 9/3/1992.

(8). Der Spiegel, 12/1992.

(9). Der Spiegel, 4/7/1991.

(10). Nation Europa, 11/1991.

(11). Staatsbriefe, nr. 6, 1991.

(12). Wir Selbst, nr. 3, 1990.

(13). Staatsbriefe, nr. 10, 1990.

(14). Der Spiegel, 11/1992.

(15). Profil, 11/3/1992.

V. EEN ANDERE MUUR?

1. Het nieuwe Europa

(1). Der Spiegel, 29/2/1988.

(2). Le Pen, Europe, discours et interventions 1984–1989, Groupe des droites européennes.

(3). National Hebdo, 8/6/1989.

(4). National Hebdo, 8/6/1989.

(5). Revolte, 4/1989.

(6). Vlaams Blok, 3/1989.

(7). Vlaams Blok, 3/1989.

(8). Vlaams Blok, 4/1990.

(9). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-408/302, 12/9/1991.

(10). Le Monde, 2/9/1991.

(11). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-385/266, 18/1/1990.

(12). Criticon, nr. 117, 1–2/1990.

(13). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-404/290, 18/4/1991.

(14). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-408/17, 9/9/1991.

(15). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-410/123, 23/10/1991.

(16). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-409/66, 8/10/1991.

(17). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-410/158, 23/10/1991.

(18). Europa Bericht, nr. 155, 5/1991.

(19). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-407/12, 8/7/1991.

(20). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-412/242, 12/12/1991.

(21). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-417/91, 7/4/1992.

(22). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-386/319, 15/2/1990.

2. Schengen en Trevi

(1). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-409/281, 10/10/1991.

(2). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-386/320, 15/2/1990.

(3). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-391/303, 13/6/1990.

(4). Algemeen Politiedagblad, nr. 8, 1990.

(5). Le Monde, 15/11/1989 en 25/6/1989.

(6). De politiële bestrijding van politiek terrorisme in West-Europa, Nieuw-Europa, jaargang 12, nr. 2, 6/1986.

(7). Mr. J. J. E. Schutte, Justitiële Verkenningen, jaargang 16, nr. 9, 1990.

(8). The Times, 18/6/1990.

(9). Le Soir, 21/10/1990.

(10). Europa van morgen, 14/11/1990.

(11). NRC, 29/8/1992.

(12). NRC, 29/8/1992.

(13). Newsweek, 5/2/1990.

(14). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-409/119, 9/10/1991.

(15). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-408/316, 13/9/1991.

(16). Stirbois, Assemblée nationale, 3/6/1991.

(17). De Volkskrant, 26/6/1992.

(18). De Morgen, 3/8/1991.

(19). Delikt en Delinkwent, 21, aflevering 7, 1991.

(20). Verklaring van staatssecretaris Kosto, Tweede Kamer, 30/1/1992.

3. SIS en Europol

(1). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-388/140, 14/3/1990.

(2). Rapport fait au nom de la commission de contrôle, Sénat, nr. 167, 11/12/1991.

(3). Delikt en Delinkwent, aflevering 7, 2/1/1991.

(4). Algemeen Politieblad, nr. 8, april 1990.

(5). Staatssecretaris Kosto, Tweede Kamer, 30/1/1992.

(6). Prof. Swart, NJB, 1/1991.

(7). Bürgerrechte und Polizei, nr. 3, 1988.

(8). Delikt en Delinkwent, 1990, p. 964.

(9). Staatssecretaris Lintner van het Bundesinnenministerium bij het veertigjarig bestaan van het Bundeskriminalamt, 25 november 1991.

(10). Le Soir, 7/12/1991.

(11). NRC, 10/10/1991.

4. Asielrecht

(1). Amnesty International, Europa, mensenrechten en asielbeleid, 11/1991.

(2). De Volkskrant, 21/3/1992.

(3). Le Monde, 14/4/1991; Libération, 13/5/1991.

(4). Handelingen van het Europees Parlement, nr. 3-388/140, 14/3/1990.

(5). Agence Europe, 24/1/1992.

(6). Europe, 29/1/1992.

(7). De Volkskrant, 11/6/1992.

NAMENREGISTER - Inhoud

A - Inhoud

Abbatangelo, Massimo 177

Aendenboom, Albert 126

Almirante, Giorgio 176

Amaudruz, Gaston 105, 178

Andreotti 177

Andres, Bernard 30

Annemans, Gerolf 108, 109, 110, 111, 113, 116

Antony, Bernard (alias Marie, Romain) 60, 75

Aragon, Luis 200

Arette, Alexis 84

Arfel, Jean (alias Madiran, Jean) 77, 78, 93

Argoud, kolonel 98, 141

Arnou, Jan 120

Arnould, Jacques 93

Aubert, Jean-Pierre 87

Autant-Lara, Claude 66, 162

B - Inhoud

Badinter 26

Baeckeroot, Christian 87

Bandera, Stefan 24

Barbie, Klaus 65, 124

Barder, Jean-Claude 58, 63, 78, 91

Bardèche, Maurice 105, 122, 199

Barloy, Jean-Jacques 95

Baron 163

Bartl, P. 235

Bastien-Thiry 59

Baudil, Gérard 98

Beaux, Wim 165

Beisicht, Markus 37

Beysen, Ward 136, 137

Biaggi, Jean-Baptiste 70

Bich, Laurence 83

Bidault, Georges 98

Bild, Martial 89, 110

Binet, René 105

Bitauld, Philippe 96

Blot, Yvan 66, 170

Boban, Mate 174

Bofill, Raymond Graells 72

Bokassa, ex-keizer 99

Bompard, Jacques 71

Borms, August 129

Bosman, Roger 118

Bossi, Umberto 182, 187

Bousquet, René 56

Bouwman, Erna 165

Bovenkerk, Frank 155

Boyer, Jean-François 230

Brans, Jan 108

Brasillach, Robert 56, 57, 122, 153

Brigneau, François 60, 92, 94

Brissaud, Jean-Marc 113, 178

Broeckx, Ledy 129

Brokken, Bruno 118

Bruyn 166

Buelens, Isidoor 153

Buisseret, Xavier 107, 113, 116, 129

C - Inhoud

Carbon, Philippe Bourcier 90

Carignon, Alain 68

Carpels, Hans 109, 110

Carrel, Alexis 95

Carrington, lord 26

Castellazi, Franco 186

Castille, Philippe 98

Cauberghs, Jan 117

Ceder, Jurgen 113

Celis, Richard 150

Ceyrac, Pierre 66, 87

Challe, generaal 58, 98

Chettou, Djamel 74

Chiarini, P. Corsini 235

Chiesa, Mario 187

Chirac, Jacques 68, 69

Christians, Wilhelm 25

Christophersen, Thies 44, 105

Cicuttini, Carlo 177

Claes, Lode 108

Claessens, Jetje 129

Claudio, Thomas 73

Colson, Jeanine 124

Cossiga 176, 180

Cot 163

Craxi, Bettino 187

Cresson, Edith 69, 74

Czaja, Herbert 20

D - Inhoud

D’Aubuisson, Roberto 93

D’Aulan, François Suarez 83

D’Estaing, Giscard 65, 99, 100, 206

D’Hondt, Paula 111, 136, 137, 233

D’Ogny, graaf Jean 84

Da Giussano, Alberto 182

Daels, Frans 149

Daels, Paul 141

Dalla Chiaia, Stefano 187

Dauwen, Staf 125

De Benoist, Alain 63, 116, 131, 132

De Bruyne, Arthur 105

De Camaret, Michel 61

De Clercq, Staf 104, 112

De Gaulle, Charles 57

De Klerk, president 141

De la Mazière, Christian 94

De Lobel, Eric 132

De Lobel, Hilde 129

De Lorenzo, generaal G. 176

De Man, Filip 116, 117, 118, 234

De Ricaumont, Jacques 83

De Rivera, José Antonio 165

De Roover, Peter 121, 148, 149

De Rostolan, Michel 59, 60, 83, 87

De Tocnaye, Alain 98

Deckert, Günter 43, 158

Degrelle, Léon 28

Dehoust, Peter 13, 26, 37

Delagrange, Philippe 83

Delebarre, Michel 74

Delors, Jacques 196

Delvaux, Paul 152

Descaves, Pierre 70, 98

Destordeur, Robert 116

Dewinter, Filip 37, 109, 111, 113, 116, 154, 174, 233

Dieudonné, Luc 127

Dillen, Karel 25, 72, 106, 109, 111, 112, 113, 120, 129, 136, 199

Dillen, Marijke 109, 116, 117, 118, 128, 234

Diwald, Hellmut 13

Doriot, Jacques 57, 70

Dosfel, Lutgarde 129

Dregger, Alfred 31, 38

Druschke, Rene 46

Du Verdier, Jean 100

Dubois, Jean-Michel 82, 83

Dufraisse, André 72, 82

Duprat, François 60, 229

Durand, Pierre 60, 93

E - Inhoud

Eggermont, Guido 128

Eggermont, Jef 128

Ehrhardt, Arthur 37

Eichberg, Henning 44

Einaudi, Jean-Luc 229

Eibers, Jef 119

Elias, Hendrik 106

Elsthout, Wim 166

Eluard, Paul 200

Engdahl, Per 105

Engholm, Björn 52

Enzensberger, Hans Magnus 48

Ephremidis 170

Eriksson, Bert 107, 127

Ermacora, Felix 23

Evola, Julius 123, 178

F - Inhoud

Fabius, Laurent 93

Faci, Michel 173

Farassino, Gipo 87

Faurisson, Robert 94, 123

Feldmeier, Gert 36

Fini, Gianfranco 178

Finkelkraut, Alain 67

Folch, Arnaud 97

Ford, Glyn 163

Franci, Luciano 177

François, Jef 126

Freda, Giorgio 123

Frederik I (Barbarossa) 182

Fredriksen, Mare 60

Freson, Willie 116

Frey, Gerhard 29, 40

G - Inhoud

Galinski, Heinz 35

Galley, Robert 63

Galvaire, Jean-François 71

Ganzer, Karl Richard 27

Gaucher, Roland (alias Goguillot, Roland) 70, 79, 86, 92

Gaudin, Jean-Claude 65

Gaultier, Léon 59

Gehlen, Reinhardt 49

Geissler, Heiner 30

Gelli, Licio 176

Gemayel, Bechir 137

Gendron, Jean-Pierre 72

Genscher, Hans Dietrich 20

Georgin, Jacques 106

Gerits, Ludo 121

Gérardin, Jean-Jacques 100

Glimmerveen, Joop 109

Goebbels, Josef 41, 107

Goguillot, Roland (alias Gaucher, Roland) 70, 79, 86, 92

Gol, Jean 136

Gollnisch, Bruno 63, 66

Gorbatsjov, Michaïl 13, 169, 170, 200

Göring, Herman 33, 107

Grammens, Flor 118

Grammens, Mark 118, 121

Grund, Johanna 21, 32, 33, 173

Guerlain, Jean-Pierre 83

Gugerbauer, Norbert 191

H - Inhoud

Haider, Jörg 189, 193

Handlos, Josef 29

Havel, Vaclav 23

Haverbeck, Werner-Georg 34

Henlein, Konrad 22

Henriquet, Jacques 83

Hermans, Ward 104, 108, 112, 121, 129

Hess, Rudolf 37, 41, 120

Hilven, Wim 115

Himmler, Heinrich 100

Hirsch, K. 227

Hitler, Adolf 28, 44, 120

Hoffmann, Karl-Heinz 40

Holeindre, Roger 58, 60, 70, 99

Holloway, J.E. 140

Honecker, Erich 13

Hopkins, bisschop 200

Huijbrechts, Jan 113, 131, 174

I  - Inhoud

Ihich, Aïssa 74

Irving, David 44

Isorni, Jacques 58

J - Inhoud

Jaboulet-Verscherre, Pierre 87

Jeltsin, Boris 24, 25, 200

Jospin, Lionel 62

Josseran, Henri 83

Jouhaud, generaal 58, 97

Joxe, Pierre 100

Jurkans, Janis 168

K - Inhoud

Kas, Christian 38

Keitel, generaal-veldmaarschalk 10

Kendzia, Rudolf 30, 113

Kirfel, Martina 236

Kirschbauer, Herma 36

Klotz, Eva 130, 159

Klujic, Stjepan 174

Kohl, Helmut 13, 16, 17, 18, 19, 20, 23, 26, 34, 35, 38, 50, 202, 203, 204, 217

Koschyk 21

Kohier, Klaus-Peter 33

Krause, Rudolf 47

Kravtsjoek, Leonid 24

Krenz, Egon 13

Krijger 143

Kuboki, Osani 72

Kühnen, Michael 33, 47

Küssel, Gottfried 47

L - Inhoud

La Roebelle, Drieu 28

La Tour du Pin 85

Laeremans, Bart 120

Lafay, Jacques 82

Lamare, priester 98

Lambert, Constance 82

Lambert, Hubert 88

Lambsdorff, graaf 190, 191

Landsbergis 168, 170

Lang, Carl 80, 88, 197, 200

Lang, Jack 93

Lang, Robert 93

Lanoye, Tom 153

LaRouche, Lyndon H. 34

Lauck, Gary Rex 33

Laurière, Hervé 235

Laval, Pierre 56

Le Chevallier, Jean-Marie 62, 63, 66, 158

Le Gallou, Jean-Yves 62, 63

Le Groignec, Jacques 100

Le Pen, Jean-Marie 56, 62, 66, 92, 134, 158, 229, 231

Le Pen, Martine 66, 70, 90, 161

Lecanu, Serge 96

Lefebvre, mgr. Marcel 93

Lehideux, Martine 66, 76, 161

Lehman, Hermann 110

Leridan, Yves 83

Leroy, Paul 110

Leuchter, Fred 44, 124

Leysen, André 196

Lindbergh, Alika 95

Lindbergh, Charles 95

Loftus, John 235

Logghe, Peter 131

Longuet, Gérard 69

Loreau, Marie-Claude 97

Loren, Sophia 181

Lowie, Ignace 120, 142, 143

Löhr, Alexander 26

Lummer, Heinrich
34

M - Inhoud

Madiran, Jean (alias Arfel, Jean) 77, 78, 93

Maes, Bob 129

Maes, Wim 106, 128, 129

Malaguti, Paul (Henz) 7

Meimer, Renato 236

Maréchal, Samuel 88

Marginet, Werner 197

Margraf, Norbert 34

Marie, Romain (alias Antony, Bernard) 60, 93

Markhof, Georg-Mautner 193
Martelli, Claudio 209

Martinez, Jean-Claude 66, 67, 84, 91

Martinez, Serge 59, 94

Matagne, Georges 116

Mauriac, François 14

Mauroy, Pierre 61

Maurras, Charles 57

Mazowiecki, Tadeusz 17

Mazzone, Antonio 72

McDonald, Larry 83

Médecin, Jacques 70

Mégret, Bruno 63, 66, 76, 80, 88, 164, 230

Miceli, generaal 176

Michielsen, Nico 110

Miglio, Gianfranco 183

Milloz, Pierre 91

Mitterrand, François 58

Mock, Aloïs 12

Moens, Wies 153

Mohler, Armin 14

Molle, Patrick 125

Monod, Théodore 95

Morales, Giorgio 185

Mordaunt, Stewart 166

Moretti, Luigi 186

Mosconi, Alain 83

Möbius, Waker 36

Mölzer, Andreas 192

Murat, prins Alain 83

Mussgnug, Martin 37, 40

Mussolini, Alessandra 180

Mussolini, Benito 35, 85, 123, 159, 176, 178, 179, 180, 181

Müller, Leo A. 228

Müller, Werner 39

N - Inhoud

Neubauer, Harald 33, 37

Notin, Bernard 90

O - Inhoud

Oppenheimer, Harry 142

Oswak, Waker 236

P - Inhoud

Pagel, Carsten 18, 30, 34

Papadopoulos 141, 160

Papon, Maurice 56, 58

Paraga, Dobroslav 171

Parisi, Vincenzo 185

Paschos, Jeannie 88

Pasqua, Charles 65

Pavelić, Ante 26, 171, 172

Paxton, Robert O. 228

Pazienza, Francesco 177

Peeters, Jaak 111

Peeters, Waker 105, 113

Peiper, Joachim 41

Perree, Egbert 166

Perrinau, Pascale 229

Petrac, Bozidar 172

Peyrat, Jacques 70

Peyron, Albert 98

Pétain, Philippe 92

Picasso, Pablo 200

Pinar, Blas 165

Pisano, Giorgio 179

Polin, Claude 90

Ponette, Maurice 112

Poniatowski, Michel 69, 83

Poser, Günter 32

Poujade, Pierre 58

Poulet, Robert 153, 164

Poullain, Jacques 83

Pozsgay, Imre 12

Pujo, Pierre 97

R - Inhoud

Raes, Roeland 107, 109, 113, 120, 122, 123, 126, 130, 131, 132, 140, 144, 145, 166, 179, 198

Rauti, Pino 178, 179

Reeder 141

Rémy, Dominique 229

Richter, Karl 37

Rivolta, Erica 187

Robert, Alain 60, 116, 131

Robert, Jacques 57, 84

Robichez, Jacques 90

Rocard 68, 99

Rogiers, Jos 125

Romualdi, Pino 176

Rosenberg, Alfred 109

Roth 163

Rouhs, Manfred 13, 45

Rudel, Hans-Ulrich 30, 41

Rudent, Jean-Michel 82

Rudolph, Piet 141

Ruys, Manu 112

Rüter, professor C.F. 213, 218

S - Inhoud

Salan, generaal 58, 59, 97

Salvadore, Bruno 182

Sarkowicz, H. 227

Sartre, Jean-Paul 200

Schlee, Emil 33, 34

Schlierer, Rolf 36, 38

Schmidt, Heide 193

Schmidt, Helmut 38

Schodruch, Hans-Günter 33

Schoeler, Jean-Michel 83

Schönhuber, Franz 28, 29, 227

Schutte, J.J.E. 237

Schützinger, Jürgen 43

Schwarzkopf, generaal 138

Scorsese, Martin 93

Scrinzi, Otto 189, 190

Seiters 50, 52

Sergent, Pierre 58, 70, 97, 98

Smet, Miet 115

Smout, Willy 145, 233, 234

Speroni, Francesco E. 186

Spinnewyn, John 107, 110, 125

Spinnewyn, Roger 110, 127

Staeren, Frank 128

Stalin, Jozef 24

Steger, Norbert 190

Steuckers, Robert 116, 131

Stevenheydens, Paul 155

Stirbois, Jean-Pierre 60, 88

Stirbois, Marie-France 67

Stoiber, Edmund 49

Stora, Benjamin 229

Strauss, Franz Josef 28

Strauss, Wolfgang 34, 37

Streibl, Max 23, 31, 49

Ströhm, Carl Gustav 200

Stüber, Fritz 189

Swart, professor 238

T - Inhoud

Tapie, Bernard 70

Tauran, Jacques 66

Terre Blancfie, Eugène 140

Teufel, Erwin 38

Thuriaux, Herman 120

Tiso, Jozef 22

Tito, Josip 25, 171, 172, 173, 180

Tixier-Vignancour 59

Tobback, Louis 115

Tollenaere, Reimond 104, 105, 129

Touvier, Paul 56, 57

Treurnicht, Andries 142

Truyens, Edwin 108, 120, 147

Tudjman, Franjo 171

Tuti, Mario 177

V - Inhoud

Van Boghout, Bert 106, 108, 120

Van de Graaf, Jan 142

Van den Eynde, Francis 107, 109, 117, 126, 131, 174, 199

Van der Bos, Douwe 173

Van der Eist, Frans 106

Van der Plas, Richard 166

Van Dooren, Peter 113

Van Haerenborgh 129

Van Hauthem, Joris 109, 113, 117, 128, 129, 234

Van Hecke, André 124, 125, 126

Van Heusden, Renaat 111

Van Meerhaeghen, professor 198, 199

Van Nieuwenhuyzen, Luk 108

Van Onckelen, Lidwina 129, 130

Van Onckelen, Wim 129

Van Ooteghem, Oswald 125

Van Outrive, Lode 210

Van Overmeire, Karim 109, 174

Van Overstraeten, Toon 105

Van Reenen, P. 217

Van Severen, Joris 112, 130

Van Steen, Werner 127

Van Tonder 141

Van Tonningen, Rost 127

VanTraa 210

Van Walleghem, Roeland 106

Vandenberghe, Lionel 149

Vanderbruggen, Maurits 126

Vanhecke, Frank 110, 113

Vanslambrouck, Johan 118, 131

Varenne, Jean 90

Vatlet, Patsy 113

Veil, Simone 162

Verbeke, Siegfried 124

Vermeulen, Luc 107, 129, 130, 131

Verrall, Richard 107

Verreycken, Wim 106, 112, 113, 128, 129, 148, 174, 234

Verschaeve, Cyriel 104, 107, 108, 129

Verstraete, Erik 120

Vial, Pierre 68, 90

Vieljeux, Jacques 83

Vierling 166

Vogel, Hans 16

Voigt, Ekkehard 29

Von Habsburg, Otto 12, 28, 226

Von Hayek, Friedrich 67

Von Oven, Wilfred 41

Von Strachwitz, Wolfram Freiherr 32

Von Thadden, Adolf 11, 37, 40

Von Weizsacker, Karl 40, 41

Vreeswijk, Wim 166

W - Inhoud

Wagner, George-Paul 92

Waigel, Theo 34

Waldheim, Kurt 189

Wathelet, Melchior 115

Wedemeier 43

Wijgaarden 165

Wijmeersch, Frans 117, 129

Wintzek, Bernhard C. 34

Woods, John 41

Wouters, Geert 111

Wuyts, André 154

Y - Inhoud

Yayaoui, Sid Ahmed 98

Z - Inhoud

Zeiler, generaal 58, 97

Zjoekov, maarschalk 10

Achterblad - Inhoud

Bij alle verschillen die er tussen het Vlaams Blok, de Republikaner, het Front National en de Italiaanse MSI zijn, lijkt het dezer dagen alsof ze elkaar vinden in de herleving van een oud kwaad: racisme. Het racistische spook duikt op in Berlijn, Wenen, Antwerpen, Milaan en MarseiUe: overal wint extreem-rechts veld. Gaan we terug naar de jaren dertig en veertig? Behoren af keer van democratie, anti-communisme, heimwee naar corporatisme en naar een mythische nationale identiteit tot de kwalijke nalatenschap van het vooroorlogse fascisme? Is het succes van extreemrechts een tijdeHjk neveneffect van de stormachtige ontwikkelingen in West en Oost sinds de val van de Muur? Of steken oude spoken weer de kop op? Een inventarisatie.

Daar komen ze aangemarcheerd
Een bleke, bontgeschakeerde
Troep Met hoog in top
een kruis op bloedrode vlag voorop.
Het heeft een grote haak.
Die is voor de arme man gemaakt.

Fucht und Elend des Dritten Reiches,
Brecht

Jos Vander Velpen (°1948) is doctor in de rechten en advocaat aan de balie van Antwerpen. Van hem verschenen eerder De CCC, de staat en het terrorisme (Epo, 1986). Hij schreef samen met Hugo Gij seis Het Vlaams Blok. Het verdriet van Vlaanderen (Epo, 1989).

ISBN 90 6445 6291 (België)

ISBN 90 6728 040 2 (Nederland)

Inhoud