|
Met
lucht in bossen op je lippen,
daal jij vanaf de hoogste trap
die jou bestaan bindt aan het mijne
zodat ik duizel bij je stap.
Mijn hart zocht naar het jouwe
onder dunne schors van leven,
met onze blikken zo dichtbij
dat slechts een oogopslag hen scheidde.
Het lijkt dat jij, gevangen door mijn handen
niet meer kon leven zonder mij;
Je lichaam was niet meer dan loof
dat trilde op de maat van mijn verlangen
De hemel was niet naakter dan je lichaam
wanneer jij recht kwam zitten aan mijn zij
als eerste bron
die door mijn vingers niet weerhouden worden kon .
|