Niets om leven - 47/49

  

 

Français

De wereld eindigt aan de horizon
gereed om elke blik te vluchten
waar een hand zich strekt om dingen aan te raken
zodat zij zich voelt leven.

Het leven is niet meer in mij
maar in het aangezicht dicht bij het mijne,
verzonken in je ogen waar de zachtheid
mij verbaast tot aan mijn allerlaatste blik,
het is in lippen die mij leven geven in een kus
en in het lichaam dat voor mij op deze wereld
enig punt is dat mij warmte geeft.

De muren zijn verheven in hun wanhoop
omdat zij niet beletten kunnen
dat vrouwen naar de liefde streven
als het woud naar ochtendgloren.


Twee naakte lijven rijzen naar hun monden
zoals huizen op een avond
naar het licht gaan zoeken in hun hoogste vensters.

En als ik deze vrouw bevrijdt
uit ondergoed waarin zij schuilt,
komt in mij innigheid naar boven
zo dat ik de bron ontdek, in 't diepe gras begraven,
waaruit ik een zomer lang mij laven kan.

  

© Lucien Becker, Rien à Vivre, 1947, Gallimard