|
Als ik op zoek ga in mijn bloed,
dat in mijn handen garven spreidt
naar zin van leven dat ik draag,
een beetje als de zee haar freelste schepen,
komt je gelaat zich op mijn schouder leggen
met haar gewicht van zon en vrucht,
jou borsten die beklijven in mijn handen
voor een niet te meten streling
in mij groeiend als een plant.
Dan kom ik mijn bestaan te boven
zoals mijn armen sluiten rond je buik
en in je lichaam dat zo helder is als water
vind ik de steen waarrond je lichaam sluit.
Als jij er dan niet bent,
wanneer de grote ruimte van het al ons scheidt,
voel ik dat dood met meer gemak van mij bezit kan
nemen,
de wereld mij door al haar vensters observeert,
dat vrouwen die ik tegenkom alleen passanten zijn.
|