Wanneer
je in mijn kamer komt
richt die zich naar de zon.
Jij vangt haar zachtste straaltje op
zodat de hemelboog zich kromt.
Als handen aan je willen komen
moeten zij een doorgang vinden
in 't graan waarin jij schuilt
het stuifmeel van een dag nog op je mond.
.
Je werpt je in mijn naaktheid
als door een vensterraam
waarin de wereld enkel blad is
op en neer gaand als een vaan.
Je kan niet verder dan mijn lichaam
dat jou als een muur omringt
Je sluit je ogen om de weg te volgen
die mijn streling trekt onder je huid.