|
De
zon dringt in de stenen door
als in een omgevallen beeld.
De schaduw hangt in bomen neer
als afgesneden hand.
Het dorp is wit
in blauwe zomercirkels.
en insecten jagen op de dag.
Zij vliegen zich te pletter tegen vensterglas.
Jij bent de enige waarom de stenen lachen
zij glijden als een vis onder een bladerdak
en beekjes trachten tevergeefs
door aarde heen te kijken.
Wij staan dan even stil bij oogsten
en 't heelal tezelfdertijd als wij,
heel zeker is dat ons geen weg kan volgen
en zelfs de dood ons spoor is kwijt geraakt.
|