|
De dag gaat eerst bij ruiten langs
alvorens over land te schrijden
in scherven glas van dauw,
temidden stenen die je naakt aanschouwen.
Op kamers waar je slaapt,
maakt hij een eiland vol van licht
dicht aan je naakte hals
en je gezicht dat nog ontluiken moet.
De zon schijnt door je ondergoed
als helderste van alle nevels.
Zij blijft er tot het ogenblik
dat het de vorm krijgt van je lichaam.
En jij wacht tot zij te slapen gaat op jou
om haar te drukken aan je schoot,
als jij voor haar je oever opent
wordt zij 't blauwsel van je oog.
|