|
Verborgen onderaan de einder
zijn er wegen om te vluchten
naar de verte die ik niet meer ken,
en alleen nog leidt naar leegte.
Ik wacht vergeefs op de ontmoeting
met een boom die op haar wortels loopt
het lijkt erop dat takken wenken
en hun bladeren van zich schudden.
De bloemen lachen heel banaal
omdat terug in de natuur,
ik steeds weer naar de stad verlang
waar enkel nog je kussen me tot in het merg beroeren.
Blijft alleen nog avondval waarvan ik niet kan scheiden
omdat zij zoveel maal ontbrandde in m'n kindertijd
als duizend handen wuivend naar een schip in zee
vertrekkend naar een land waar jij alleen mij vinden kan.
|