|
Na Renault is niemand nog
veilig Naar
pagina-versie Omslagontwerp: epo Omslagillustratie: Gal Vormgeving: epo Druk: drukkerij epo, © Auteurs en uitgeverij EPO vzw, 1997, ISBN 90 6445 049 8, D1997/2204/23 nugi 661, Verspreiding in Nederland Centraal Boekhuis bv, Culemborg Vertegenwoordiging Uitgeverij De Geus, Breda De meeste foto's, behoudens anders aangegeven, zijn van Ine Dehandschutter
Opdracht 1. Zwarte
donderdag en het vuurwerk dat daarop volgt Bijlage: Discussiedocument van de Beweging voor Vakbondsvernieuwing Verklarende woordenlijst
Verantwoording van de redacteur - Inhoud Alles is begonnen op 27 februari 1997 met aankondiging van de sluiting van Renault Vilvoorde. Toen brak de hel los. Twee arbeiders vatten, helemaal los van mekaar, het idee op de gebeurtenissen in een dagboek vast te leggen. Op 1 mei van 1997 bracht onze uitgeverij het boek Ceux de Clabecq uit. Het werd enthousiast onthaald en na één week was de eerste oplage uitverkocht. We dachten dat het tijd was om nog een steen te gooien in de kikkerpoel van afdankingen en werkloosheid: konden we geen mensen van Renault aanspreken voor een gelijkaardig boek? Zo stootten we op Stan Vanhulle, één van de mannen met een dagboek. Stan was voor het ABVV lid van het Comité Veiligheid en Hygiëne in Renault en hij was ook het gezicht van de PVDA. In zijn dagboek schrijft hij over arbeiders die veranderen in 'bewuste militanten' en zich dag en nacht inzetten. Stan wierp zich in de bres en zorgde tegelijkertijd voor zijn zwaar zieke ouders. Samen met Stan ging ik naar Clabecq, we gingen er op bezoek bij families van de arbeiders die, net als hij, zonder werk zitten. Na ons bezoek, 's avonds laat, aten we samen, samen met zijn vrouw Roos. En toen vertelde Stan... over zijn vader die moest worden geopereerd, over de duiven van z'n vader, over de ligwonde. Wat mij is bijgebleven is de volgende zin: 'Mijn vader, die vecht voor zijn leven, die wil leven. Dat kun je niet geloven hoe die mens altijd maar doorzet.' Toen dacht ik bij mezelf... dat moet Stan van zijn vader geleerd hebben: doorvechten, voor werk, voor een toekomst. Niet alleen voor zichzelf maar voor het geluk van alle mensen rondom zich. Op 14 augustus, twee weken na het stopzetten van de bezetting, stierf zijn vader. Zijn moeder volgde hem 3 dagen later.Op een dag in juni belde Tony Van Gorp naar de uitgeverij. Of we niets konden doen met een dagboek over Renault? Epo had toch ook dat Clabecq-boek uitgebracht! Tony was beginnen schrijven om zijn gevoelens kwijt te kunnen. Gaandeweg besefte hij dat zijn dagboek een voorbeeld kon worden voor alle arbeiders. En zo gebeurde dat 2 mensen elkaar terugvonden. Tony schrijft: 'Toen ik jaren geleden op Renault begon, stond mijn kastje in de kleedkamer naast dat van Stan Vanhulle. Hij was toen al delegee. Er ontstond een band. Voor en na het werk sloegen we een praatje en ook aan de ketting kwam Stan me af en toe spreken. We hadden dikwijls discussies over het kapitalisme, over uitbuiting en racisme. Zoals veel mensen vond ik dat hij overdreef. Het verschil tussen de wereld waarin we leven en die waar Stan van droomt vond ik te groot. Na vier jaar werd ik overgeplaatst. Toen zijn onze wegen uiteen gegaan. Stan koos voor de weg van het syndicalisme en ik koos voor mijn carrière bij Renault. Ik begon me op te werken in de hiërarchie, deed examens en werd ploegbaas. Sinds de aankondiging van de sluiting staan we terug aan dezelfde kant van de barrière.' Mijn rol was het om van de twee dagboeken een echt 'boek' te maken. Ik vond het een prachtige combinatie: de bezonken teksten van de door de wol geverfde militant die analyseert, structureert, zoekt naar oorzaak en gevolg naast de man die op de eerste plaats zijn hart laat spreken en op zijn eigen manier op zoek gaat naar inzicht. Soms zien ze de zaken helemaal verschillend: de strijdbare syndicalist versus de ploegbaas die 'van ver komt' maar zijn dagboek eindigt met de zin: 'Ik hoop op mensen. Ze worden wakker en maken een vuist.' Ik heb mezelf een paar maanden lang ondergedompeld in Renault. Leerde mensen kennen, maakte er vrienden. Hun wijsheid was een welkome aanvulling bij de dagboeken van Stan en Tony. Ik trok ook naar Thomas Gounet, een automobielspecialist. Hij was co-auteur van het boek De Generale (epo 1990). We hebben gepraat over een aantal 'hete hangijzers' rond de sluiting. Thomas ziet in de invoering van de 9-urendag de voorbode van de sluiting. Hij waarschuwt voor toekomstige sluitingen binnen de automobielsector.Of zoals Stan Vanhulle het zegt: 'Ons boek werpt vele vragen op: Als Renault sluit, is mijn bedrijf dan ook niet bedreigd? Hoe kunnen wij, gewone arbeiders, al die sluitingen verhinderen? In onze dagboeken zit een stuk van het antwoord op die vragen.' Bruno Bauwens
Een boek schrijf je niet alleen. Na Renault is niemand nog veilig is de som van getuigenissen en ervaringen van tientallen mensen. Eerst en vooral willen we Bruno Bauwens bedanken. 3 maanden lang verzamelde hij getuigenissen en foto's, nam hij deel aan de acties van Renault. Hij maakte van alle kleine stukjes een geheel, zorgde voor de eindafwerking van ons boek. Hij kreeg hulp van Eddie Pues, die in 1989 ontslagen werd bij Renault. Verschillende 'theoretische' stukken werden geschreven door Thomas Gounet. Zijn analyses geven een ruggensteun aan onze ervaringen en voorspellen nog sluitingen zoals Renault Vilvoorde. De kaft van ons boek is van de hand van niemand minder dan Gerard Alsteens (gal). Een groot deel van de foto's werden genomen door Ine Dehandschutter, een studente fotografie.De belangrijkste mensen die we moeten bedanken zijn natuurlijk de arbeiders zelf. Zij hebben een voorbeeldige strijd geleverd, zij hebben getoond dat iedere arbeider zich kan verzetten tegen de sluiting van z'n bedrijf. Bedankt André Fontaine, Chris en Joëlle Noé, Maurice Leus, Jan Dereymaeker, Berre Van Win, de broers Pierrard en zovele anderen die we hier niet vermelden. Zij zijn de echte helden van dit boek. Stan en Tony 1. Zwarte donderdag en het vuurwerk dat daarop volgt - Inhoud Donderdag 27 februari (Stan) De laatste werkdag van de week, en ik sta met de vroege. Op de parking is het ongewoon druk: er is extra personeel en er worden extra treinen en vrachtwagens ingezet. Er hangt iets in de lucht. In de fabriek gonst het van de geruchten. Pannekoek, de directeur productie, zou afgezet zijn. Er wordt gesproken over gesjoemel met cijfers. De directie van Frankrijk is er zelfs bijgeroepen. Iedereen loopt zenuwachtig rond, maar niemand weet echt wat er aan de hand is.
Om 10u30 komt er een telefoontje van de BBTK(*)-delegatie van de CAT(*) .Zij hebben opdracht gekregen zoveel mogelijk vrachtwagens in te schakelen om auto's te vervoeren en hebben de hele nacht moeten doorwerken. Hen werd gezegd dat de directie problemen zou hebben met de fiscus of met de btw en dat daarom heel wat wagens (vooral Coupés) van de parking moeten. Toch maar verdacht. Ondertussen zijn er al zo'n 1.000 wagens weggehaald.We trekken met een aantal delegees en militanten naar de parking. Daar staan 36 volgeladen vrachtwagens en een trein met nog eens 334 wagens... klaar om te vertrekken. We beslissen ter plekke de vrachtwagens te blokkeren. We bezetten ook de oprit naar de trein, zodat er geen wagens meer kunnen geladen worden. Alle in- en uitgangen worden afgezet en we zorgen voor een permanente bewaking. - 'Er mag niets meer vertrekken.' De directie is razend: - 'Wij weten nog niets en jullie beginnen al vanalles.' Om 12u komt het bericht dat er om 17u een speciale ondernemingsraad doorgaat en dat De Virville* tegelijkertijd een persconferentie geeft in het Hiltonhotel van Brussel. Ondertussen werkt de ochtendploeg gewoon voort. Allerlei geruchten over sluiting doen de ronde. Donderdag 27 februari (Tony) Ik sta met de late vandaag. Om 14u30, enkele minuten voor de ploegenwissel, zacht briesje, heerlijk voorjaarszonnetje, liedje in het hoofd, wandel ik over het plein naar het gebouw van de fabrikant.
Ik houd van mijn werk en van Renault, het bedrijf dat mij de kans gaf me te ontplooien. Ik ben in de kwaliteitsdienst chef van 14 controleurs geworden. Die job is voor mij heel belangrijk. Gezellige drukte op de burelen van de fabrikant. Mijn baas zit zoals gewoonlijk te telefoneren. In de kleedkamer trek ik een stofjas aan, groet mijn collega, de chef van de B-ploeg. Die kijkt erg bezorgd. - 'Wat is er Norbert?' - 'Het plein is afgesloten door de vakbond, er mogen geen wagens van het plein. Serieuze problemen, 't Schijnt iets met fraude te zijn, nog van in de dagen van onze vorige personeelsdirecteur. De kwaliteitsdirectie en de productiedirectie zouden er ook bij betrokken zijn. En erger nog, men dreigt maandag voor RIB de boeken neer te leggen.'
Even duizelt het voor mijn ogen, dan schud ik het hoofd: - 'Het zullen weer geruchten zijn zeker, zoals er
hier zoveel zijn de laatste tijd.' Ik stap bij mijn chef binnen. Corens begroet mij zoals gewoonlijk met een stevige handdruk en luide stem: - 'Tony, hoe is 't?' Maar de sigaar die gewoonlijk komt, blijft weg. Eigenaardig. - 'Ik hoor dat er een probleem is. Is dat waar?'
vraag ik. Er bekruipt mij een onaangenaam gevoel als ik de burelen verlaat. Ik wandel in de richting van de watercabine en word dadelijk aangeklampt door mensen van de B-ploeg: - 'En wat weet gij? Gaat het hier dicht?' Even slikken, en dan: - 'Maar nee mannen, de laatste tijd zijn er toch dikwijls van die wilde geruchten. Niet onrustig worden tot er officieel iets meegedeeld wordt. Allez, tot volgende week, want jullie gelukzakken beginnen weer aan een lang weekend.' Op mijn bureel wordt de hele uitleg nog eens overgedaan voor mijn to's *. Enkele mensen van mijn ploeg komen vragen wat er gaande is. - 'Laat ons toch rustig afwachten, niet zenuwachtig worden', zeg ik, terwijl ik zelf verward en overstuur ben. Ik kan het infoboek niet aandachtig lezen. Het begint ook bij mij door het hoofd te spoken: wagens die nog niet afgewerkt zijn op vrachtwagens laden? Hier is iets niet pluis! In de afdeling gonst het intussen van de geruchten. De syndicale afgevaardigde uit mijn ploeg is niet op zijn post. - 'Hij staat ook aan de poort, men wil onze wagens komen pikken, 't Is met RIB gedaan!' Telefoon van mijn chef: - 'Om 17u zullen wij alles officieel weten, er zal een verklaring afgelegd worden. Niet panikeren en probeer de mensen kalm te houden. Ik moet nu dringend naar een vergadering om de nieuwe eindafwerking te plannen. Gisteren heb ik in Frankrijk nog met vertegenwoordigers van alle fabrieken aan tafel gezeten, als men van plan is RIB te sluiten, zou daar zeker iets uitgelekt zijn.' Het is al 16u. De andere ploeg is weg; wij werken, maar wel in grote onzekerheid. Een zenuwachtige spanning heeft zich van ons meester gemaakt. Openlijk worden er al vragen gesteld wat we moeten doen als de fabriek gesloten wordt. - 'Ik heb pas gebouwd, ik betaal 20.000 frank per maand en mijn vrouw verwacht een tweede kindje; zonder dit loon kom ik er niet meer', klaagt een jongen. - 'We zitten allemaal in de miserie als ze ons zoiets lappen!' roept een andere. Ik ga terug naar het bureel van mijn chef en terwijl ik aan de computer zit, gaat de telefoon: - 'Om 17u05 iedere leidinggevende naar het bureel Coveliers (het hoofd van de afdeling kwaliteit) sturen... Verwittig ook Corens.' Villein klinkt gelaten. Zo ken ik hem niet. God, wat is hier gaande? Ik stap naar de afdeling om mijn vervanger te verwittigen. Naast post 1 hebben enkele mensen zich op een rij gezet. Ik vraag wat ze aan het doen zijn. - 'Oefenen om te gaan doppen', lachen ze. Eigenlijk is dat een goede manier: lach de spanning weg, het helpt. Op mijn bureel wordt er ook nog wat gegrapt: - 'We gaan bivakmutsen bestellen, voor onze nieuwe job 's nachts. Dat brengt goed op naar 't schijnt.'
Om 16u45 stap ik met 3 leidinggevenden van de eindafwerking in een wagen. We rijden naar het hoofdgebouw dat 3 km verder ligt. Het is stil in de wagen. Spanning. In de fabriek begeef ik mij snel naar de plaats waar Corens in vergadering is en verwittig hem van de dringende vergadering bij onze baas. Twijfelend schikt hij zijn papieren. Iemand zegt: - 'Dit is een slecht teken, het loopt slecht af.' 16u55. Coveliers zit al op zijn bureel, met de telefoon in de hand. Hij maakt een afwerend gebaar als we willen binnenkomen. Zijn gezicht staat somber. Ik kijk rond naar mijn collega's chefs: sombere blikken, bedrukte gezichten. Toch probeert er nog eentje een grap. Aarzelend gelach. Het helpt niet meer tegen de spanning. Niets helpt nog. 17u04. Coveliers wenkt, we drummen naar binnen. Ik leun tegen een kast. Enkelen gaan zitten. Als de deur dicht is, kijkt Dirk op. Hij heeft vochtige ogen en slikt:
- 'Ik ga er geen doekjes om doen. Wat ik moet zeggen, is slecht nieuws en kan niet mooi ingekleed worden.' Hij slikt, zucht... ' RIB gaat dicht... Op 31 juli moet alles rond zijn... Het spijt mij... Ik kan hier niks tegen beginnen, ik heb het pas vernomen. Ik had beloofd dat ik jullie op de hoogte zou stellen als ik iets wist.' Gebogen hoofden, verkrampte gezichten, tranen. Het dringt door. Ik voel pijn in de hartstreek, knagende pijn in mijn buik. Ons werk... Na enkele ogenblikken stilte: - 'Is het onze opdracht wagens te begeleiden als ze van de ketting lopen? Verandert er nu iets voor ons?' Ik stel stomme vragen. Dirk antwoordt: - 'Ik verwacht niet dat er nog wagens aflopen: als dit op de ketting komt, gebeuren er rampen. Er zal herrie zijn. Mensen zullen wenen, mensen zullen instorten. Ik laat ieder naar zijn afdeling gaan. Zo dadelijk zal het nieuws aangekondigd worden. Dan is er geen weg terug. Goede moed!' Ik bijt op mijn tanden: 17 jaar dienst, 41 jaar oud, chef geworden, mezelf opgewerkt van lijnarbeider tot CU, ploegbaas kwaliteit... En binnenkort op straat! Ik kijk naar Corens, mijn chef: 24 jaar dienst, 44 jaar oud, dag en nacht gewerkt, geleefd voor het bedrijf... Hij staart voor zich uit. Ik kijk om naar de ketting, ze draait nog, de mensen bewegen trager dan gewoonlijk. Eén zit op een bak, het hoofd in zijn handen. Ik hoor vloeken en roepen. De rit naar finition duurt en duurt. - 'De smeerlappen!', vloekt mijn collega. Corens schudt het hoofd. We strompelen zijn bureel binnen en laten ons op een stoel zakken. Corens ijsbeert door het lokaal, draait rondjes met zijn handen in de zakken: - 'Dat was het hier dan... verdomme toch!' Tranen in zijn ogen, tranen in mijn ogen. Ik houd mij zo sterk mogelijk en stap op mijn afdeling af. Ik zie mijn vrouw en kinderen voor ogen. Ik heb pijn in de borststreek, ik ben kapot. Op mijn bureel vraagt men: - 'En?' - 'Het is ermee gedaan. Ik ga naar de ketting bij mijn mensen, misschien kan ik hen steunen.' Aan de ketting is het nieuws al bekend, omgeroepen langs de radio. Er komen geen wagens meer in finition, de ketting draait leeg. Er wordt niet meer gelachen, men vloekt en men roept. Arbeiders strompelen mijn bureel binnen en vragen of ze naar huis mogen bellen. De telefoon blokkeert, heel de fabriek probeert te telefoneren. En alle echtgenotes die het nieuws op de radio hoorden, proberen naar hier te bellen. Iemand vraagt: - 'Wat moet ik nu beginnen?' Rik, een oudere controleur, zegt: - 'Kop op jongens, we zijn niet dood, he!' Er wordt wat gezwansd, het helpt niet meer. Dan komt er telefoon: we moeten allemaal naar de refter. Vergadering, vakbondstoespraak. Ik hoor iemand zeggen: - 'Morgen ga ik naar Van Hooi, daar pakken ze er nog aan.' Iemand antwoordt: - 'Ik ook. Ik wacht niet op dit voddenfabriek hier, verdomme. Tien jaar mijn kloten afgedraaid, en nu dit. Gangsters zijn het!' Ik krijg steun van mijn controleurs. Ze zien dat ik het moeilijk heb, het doet mij goed. Buitenlijn. Corens neemt op: -'Tony, vooru...' Het is Angelo, een kameraad. Hij informeert naar de situatie op het bedrijf... Mijn vrouw kan zelf niet bellen, ze zit erdoor. Bemoedigende woorden van het thuisfront. Seffens kom ik naar huis, hier valt toch alles stil. Men wil gaan betogen in Vilvoorde, we moeten laten horen dat we niet akkoord gaan met deze beslissing. Iedereen gaat mee, na de schafttijd zullen we vertrekken. Ik blijf met Corens en enkele verantwoordelijken achter. Wij zullen de installaties stilleggen, en de mensen die busvervoer nodig hebben, trachten te begeleiden. 17 uur. De ondernemingsraad moet nog beginnen. De namiddagploeg hoort op de radio het verslag van de persconferentie: - 'Renault Vilvoorde gaat dicht op 31 juli.' Iedereen legt het werk neer en trekt naar de refter. De pers is al toegestroomd en stelt zich op aan de lokalen waar de ondernemingsraad doorgaat. Om 18u30 komen de delegees naar de refter om te vertellen wat er op de ondernemingsraad gezegd is: - 'Schweitzer heeft beslist de fabriek te sluiten.' Woede en ongeloof. Pol zegt: - 'Echt crapuleus! Kan dit zomaar? 3.100 gezinnen op straat! En dan vallen ze die van de Forges de Clabecq aan omdat ze een fabriekensluiter een blauw oog slaan*. Beseffen ze wel wat de bazen die ons in de miserie duwen, ons aandoen? Pure misdaad.' Louis:
'Bezetten en daarmee gedaan! Wij laten geen enkele vijs weghalen. De productie is van ons, daar hebben wij voor gewerkt, dat gaat hier niet buiten!' Iedereen trekt de straat op. Het wordt een regelrechte stormloop naar het stadhuis waar op dat moment de gemeenteraad aan de gang is. Eerst laat de politie ons niet binnen, maar na wat geduw en getrek lukt het ons toch. Terug in de fabriek roepen de delegees op om de fabriek te bezetten. Maandag is er een algemene vergadering voor alle arbeiders en bedienden. Iedereen zwermt uit om zijn familie te verwittigen. De batterijen van de gsm's zijn al snel leeg. De cafés aan de overkant draaien op volle toeren. Wij houden onze eerste militantenvergadering met de drie vakbonden en maken een aantal afspraken voor het weekend. De medewerkster van de keuken moet nog naar de fabriek gebracht worden, ik zal haar brengen. We kunnen al niet meer van het plein langs de normale weg: een busje en enkele wagens zijn dwars over de weg geplaatst. Alleen, langs de voorkant, waar een sterk piket staat, kan men nog binnen en buiten. Zonder veel problemen laat men ons door. Nu is het allen samen tegen de fabriek, ook de chefs zijn hun werk kwijt, de dikke bazen zowel als de kleintjes, dan is er toch iets eerlijk aan deze situatie. Ik begin in te pakken, staar naar de vertrouwde spullen op mijn bureel... Ik kijk rond in de hoop ergens een oplossing te vinden. Dit kan toch niet, dit mag niet. Misschien word ik seffens wakker? Dit is een nachtmerrie! Ik ga met mijn collega de afdeling rond. Is er niemand achtergebleven? Nog enkele mensen gaan stil en met gebogen hoofd weg. Ik loop naar mijn kleedkamer. Nooit voelde ik mij zo rot. Terwijl ik mijn jas aantrek, denk ik er even aan ook naar de betoging te gaan. Maar ik voel mij te moe. Beter naar huis, naar mijn vrouw en mijn twee dochters. Ik rijd gevaarlijk: mijn hele loopbaan bij Renault schuift voorbij. Ik denk aan de motivatiegesprekken met mijn mensen. Men heeft mij leugens en zever laten vertellen, en de mensen geloofden mij. Ik ben er nu beschaamd over. Ik zet mijn witte Clio in de garage, de auto waar ik zo fier op was. Renault zal aan mij geen volgende meer verkopen. Angelo en Brigitte, een bevriend koppel, zijn mij thuis komen opwachten. De kinderen zijn al gaan slapen. Ik doe het verhaal van de dag nog eens over. Ik probeer mij sterk te houden. Rita, mijn zus, telefoneert ook nog om ons moed in te spreken, dat doet goed, al kan men langs de telefoon niet veel veranderen. Om 1u 's nachts lig ik nog wakker. Piekeren, rekenen, denken... Het wordt een lange nacht. Om 4u slaap ik eindelijk. Dan rinkelt de telefoon: Eric, een arbeider, zit erdoor. Hij verontschuldigt zich voor het late uur. Hij heeft dezelfde klachten als ik: hoofdpijn, misselijkheid, een hopeloos gevoel van ongelukkig zijn. Onze toekomst is weg, geen vakantieplannen meer, geen nieuwe meubels, vergeet die nieuwe wagen! Overleven met weinig geld. Renault, gij hebt ons weggesmeten als vuil! Wij hebben bewezen dat we de beste assemblagefabriek van Europa waren, en toch kregen wij geen kans. De telefoon staat roodgloeiend. Uit alle hoeken van het land (en verder) ontvangen we protestmoties en solidariteitsbetuigingen. Overal is de verontwaardiging groot. Heel wat ex-werknemers of gepensioneerden springen binnen, met tranen in de ogen. Een van de eersten is Lucien van Espen, de vroegere hoofddelegee van VTR. Delegees en secretarissen vergaderen over de strategie. ABVV-secretaris Karel Gacoms heeft een heel plan voor de volgende week. Ik ben er helemaal niet gelukkig mee dat zij met dat plan naar de pers stappen zonder dat het met de militanten besproken is. Want we zullen toch de wijsheid en de inzet van allen broodnodig hebben om de slag om Renault te kunnen winnen. De vakbondskopstukken Herwig Jorissen*, Mia Devidts en Michel Nollet springen binnen. Ook Michel Batt van de CFDT , de secretaris van de Europese ondernemingsraad, komt langs. LBC-NVK * ACV-METAAL * CMB * BBTK * ACLVB
Annie KERKHOVE LBC-NVK De Vlaamse regering komt bijeen in crisisberaad. Ze verklaart dat ze, net als de federale regering, geen wettelijke middelen heeft om Renault te dwingen de sluiting ongedaan te maken. Dehaene en Van den Brande zijn 'verontwaardigd' en spreken straffe taal. Zien hoelang ze dat volhouden. De sp-fractie in het parlement heeft het over 'een cynische illustratie van het casino-kapitalisme'. Ze zijn blijkbaar al vergeten dat De Virville en Schweitzer alletwee uit de Parti Socialiste-stal(°) komen. Alleen voor de aandeelhouders is er goed nieuws: op de Parijse beurs zijn de Renault-aandelen met 13,8% gestegen! Bij Volkswagen in Vorst zijn de arbeiders moeilijk te houden, een aantal van hen wil immers direct de fabriek stilleggen om ons te steunen. - 'Er moet zo snel mogelijk een 24-urenstaking komen', zeggen vele arbeiders. 's Avonds ga ik met een paar kameraden van Renault naar Clabecq. Hun fabriek werd in december 1996 failliet verklaard en de arbeiders voeren sindsdien actie onder leiding van hun vakbondsleider Roberto D'Orazio. We nodigen hen uit op onze betoging van maandag. Vrijdag 28 februari 1997 (Tony) Ontwaken met muziek, de nachtmerrie is niet voorbij, alles blijft hetzelfde, op de radio vertelt men dat RIB de deuren sluit op 31 juli. De meisjes maken zich klaar om naar school te gaan. Ze kijken triestig en zeggen niet veel. Rita, mijn vrouw, maakt zich na een slapeloze nacht in stilte klaar om te gaan werken. Onze toekomst is zo onzeker geworden, alles lijkt somber. Ik ga een krant kopen. In het dorp vraagt iemand: - 'Is dat echt waar van Renault?' Ik probeer te antwoorden, maar stamel wat onsamenhangende woorden. Bij de bakker dezelfde vraag, antwoorden lukt nu toch al. Thuis kan ik me niet op mijn krant concentreren. Ik zit een half uur op de voorpagina te staren. Dan geef ik het op en ga wat in de zetel liggen. Rusten kan ik niet, er hangt een donkere wolk in mijn hoofd, 's Middags krijg ik niets door mijn keel. Er komen enkele telefoons om mij wat op te beuren. Vriendelijk bedoeld maar echt helpen doet het niet. Er zou een vergadering zijn op Renault, misschien kan ik beter naar daar gaan. Veel wagens, de straten staan vol, de parkings ook. De vergadering gaat juist beginnen in de refter. Het is allemaal nogal verward en niet georganiseerd. Het is ook maar de start van het verzet. Er heerst een bedrukte sfeer, een koppel zit te wenen aan een tafel. Mannen staan met tranen in de ogen en luisteren naar de toespraak. Er is veel pers, alles wordt met camera's, fototoestellen en micro's geregistreerd. Vragen worden gesteld en antwoorden opgeschreven. Antwoorden van machteloosheid, onzekerheid en schrik voor de toekomst. In onze maatschappij is het wegvallen van een vast salaris eigenlijk een doodvonnis. Ik luister naar mensen die vertellen over de maandelijkse afbetalingen die niet meer betaald kunnen worden met alleen maar een werkloosheidsuitkering. De meeste van mijn kennissen hier zijn de 40 voorbij, vertwijfeld vragen zij waar ze nog terechtkunnen. Iemand van een weekblad vraagt of er hier koppels in de buurt zijn die allebei bij Renault werken. Ik wijs er enkelen aan. Een jonge bediende staat met een kindje van nog geen jaar op de arm, ook de camera's hebben het gezien, een interview volgt. Ik ga stilletjes aan een tafel zitten om rond te kijken, al wat ik zie is miserie en droefenis. Een vrouw komt bij mij zitten. Zij vertelt dat ze sinds gisteren nog niet thuis is geweest: ...onze wagens bewaken, onze fabriek bewaken... het klinkt alsof het oorlog is. Maar is dit dan geen oorlog? Het zijn de helden van het eerste uur: de vakbondsmensen die onmiddellijk het verzet hebben georganiseerd. Ik heb bewondering voor hen. Ooit heb ik tegenover hen gestaan, bij een actie voor loonsverhoging. Nu is hun strijd de mijne en deze van iedere RIB-medewerker!
Iedereen die voorbij het bedrijf rijdt, toetert en steekt de duim op. Mensen stoppen en komen ons moed inspreken. De steun en sympathiebetuigingen zijn overweldigend. Ik ga met enkele kameraden naar het café aan de overkant van de fabriek. Het zit er overvol. Er wordt te veel bier gedronken. Twee ABVV'ers komen binnen en bestellen één pint met twee rietjes: besparingen... Er wordt eindelijk nog eens gelachen. Ik zou een tweede pint willen bestellen, maar ik doe het niet. Ik moet hier zonder alcohol doorgeraken. Enkele aanwezigen denken daar duidelijk anders over, nieuwe problemen ontstaan hier. Het vrouwtje achter de toog maakt haar beklag, ze heeft zeven miljoen betaald voor dit café, en wat nu? Voor haar is er geen dop of steun. We trekken naar de Vlaamse regering waar vandaag Louis Schweitzer 'op bezoek' is. 's Avonds op tv kan iedereen hem arrogant horen antwoorden op de vraag of Renault Vilvoorde niet meer te redden valt.
- 'Non!' - 'Het is een echt schandaal', verklaart minister-president Van den Brande voor de camera's. - 'Dit is een terreuraanslag', vindt Vlaams minister van Economie Eric Van Rompuy. - 'Wat bij Renault Vilvoorde gebeurt, is onaanvaardbaar. Men kan zoiets begrijpen voor verouderde bedrijven, maar dat is hier niet het geval', zegt Philippe Busquin, voorzitter van de ps in Mise au point. Zou hij daarmee insinueren dat hij alle begrip heeft voor de sluiting van Clabecq maar dat de sluiting van Renault Vilvoorde hem toch iets te ver gaat? De anders zo gezellige zaterdagmorgen is nu neerslachtig. Ik luister naar het radionieuws. Renault is punt nummer één. Steun krijgen we van alle kanten. Iedereen veroordeelt de beslissing van Renault, het merkimago is met deze beslissing de grond ingeboord. Even langs het piket, altijd dezelfde gezichten, jongens die zich opofferen. Ik neem mij voor meer piket te staan en intensiever actie te voeren. De solidariteit groeit. Voor de eerste keer ontvangen we de Franse vakbonden bij ons in de fabriek. Vanuit de meest onverwachte hoeken komen er solidariteitsmoties, delegaties. Kinderen brengen tekeningen waarop ze de sluiting aanklagen. Het solidariteitsboek in de hal groeit zienderogen. Schweitzer heeft iets in gang gezet. In Vilvoorde is er vandaag een extra gemeenteraad. BBTK-secretaris Rik Vermeersch en ACV-secretaris Georges Jacquemijn doen een zware aanval op het Vlaams Blok. In plaats van onze strijd te steunen eist het Vlaams Blok direct hoge sluitingsvergoedingen voor de arbeiders. ABVV-hoofddelegee Raymond Smeulders roept iedereen van de gemeenteraad op voor de betoging van maandag, behalve het Vlaams Blok. De gemeenteraad doet een beroep op Europees commissaris Van Miert. - 'Ik sta machteloos', reageert die. We stellen vast dat de gemeente geen macht heeft om de arbeiders te helpen, de Vlaamse regering heeft ook geen macht, de federale regering niet en Europa ook niet. Schweitzer wel. Maar de arbeiders ook, dat zullen we eens laten zien. Van Miert raadt de Belgische vakbonden aan om klacht in te dienen. Klacht indienen? Bezetten ja, algemene staking ja. Met te klagen gaan we de fabriek niet openhouden.
's Morgens om 7 uur is er algemene personeelsvergadering. Ik ben vroeger en zoek nog enkele kameraden op. Iedereen is zwaar aangeslagen. Ik zie Dirk Coveliers terug, hij trekt een plastic vakbondszak aan en komt ons een hand geven. Hij vraagt hoe het met mijn vrouw gaat. Ook in moeilijke omstandigheden is hij attent. Corens en Villein zijn er ook, ze kijken bedrukt. De bedienden van de administratieve dienst komen ook toe, met rood beschreide ogen en zuchtend... Enkele chefs atelier staan aangeslagen bij elkaar, voor alle werknemers is het dezelfde hel. De toespraken beginnen. Het enthousiasme is niet groot. We zijn verslagen en radeloos. Eigenlijk denken wij dat terugkomen op zo'n beslissing niet haalbaar is maar ons zonder slag of stoot geven, dat zijn wij ook niet van plan! Wij stappen allemaal op de bussen voor een betoging in Brussel. Indrukwekkend is het wel, zo'n pak volk. Alleen Schweitzer vindt het normaal zo'n massa mensen in het ongeluk te storten. In de bus zitten wij stilletjes naar buiten te kijken, naar de vervallen fabrieksgebouwen van Vilvoorde en Schaarbeek. Een schroothandel krijgt onze speciale aandacht, enkele mannen in vuile bruine overalls klauteren door het schroot.
- 'Wordt dit onze toekomst? Een vuil, vettig werk, voor twintigduizend frank in de maand?' zegt Francis. De stoet van zestig bussen komt in het centrum van Brussel aan. We stappen uit, vormen een optocht. Mensen roepen: 'Geen dop maar onze job!' tot hun stemmen schor zijn. Het gebouw van het Europees Parlement is volledig met prikkeldraad afgezet. Friese ruiters en daarachter rijkswachters in gevechtskledij, met schilden en lange matrakken. Zijn wij misdadigers? Wij zijn toch maar mensen zonder job? Vanuit de burelen links en rechts van de straat kijkt het personeel meewarig naar beneden. Zij hebben nog werk, de gelukzakken, wat zal er met ons gebeuren? Een auto van de vakbond met luidspreker tracht de strijdbaarheid er in te houden maar wij lopen daar als geslagen honden: futloos, verloren en kapot. Als wij weer bij de bussen komen, is er voor proviand gezorgd: pistolékes, koffiekoeken, sandwiches, drank. Er zit toch al vorm in de organisatie van het verzet. Maar de hoop dat men de beslissing wijzigt, is nog altijd klein. Aan de fabriek staan er weer tientallen camera's klaar. Een Marokkaanse werknemer geeft een interview aan nbc, in het Frans en in het Arabisch. De boodschap gaat wereldwijd. Mijnheer Schweitzer, hebt gij dit alles wel voorzien? Aan de uitgang van de finition staan drie tenten, vier vaten met vuur, en een dertigtal arbeiders. Ik ga er bij staan. Wij delen wat folders uit aan automobilisten en groeten de mensen die toeterend hun sympathie betuigen. Het wordt kouder, er valt motregen en wij kruipen dichter tegen de vaten. Iemand vertelt met tranen in de ogen dat hij pas begonnen is met de afbetaling van zijn huis, 30.000 frank per maand. Hij heeft een kindje van drie en een van één jaar, zijn vrouw werkt halftime, hoe moet hij het gaan doen? Een ander vertelt dat het zwaar is om 's nachts piket te staan, maar enkele mensen blijven het volhouden. En bij mij komt de vraag op: hoe lang nog?
Om 7 uur 's morgens is er een algemene vergadering. De refter is te klein voor 2.500 man en dus verhuizen we naar beneden. Tijdens het weekend is Loubna Benaïssa dood temggevonden... op 500 meter van haar huis. De politie en het gerecht hebben nooit de moeite gedaan haar te zoeken. We houden één minuut stilte voor Loubna.
Ik maak me zorgen over het verloop van de algemene vergadering. Geen enkele arbeider krijgt de kans om de zaal toe te spreken. Of om een vraag te stellen of een voorstel te doen. Alleen de secretarissen van de vakbond voeren het woord. Wij zijn toch geen kleuterklas! Zonder open discussie is het onmogelijk alle twijfels en problemen uit te klaren. Hoe kan het tot een overtuigde eenheid komen van heel de groep als niet ieder vrank en vrij zijn voorstellen en problemen op tafel kan leggen? Toch spreken de secretarissen strijdbare taal. Georges Jacquemijn zegt: 'Er zijn raakpunten tussen Loubna en Renault: wanhoop, verdriet, discriminatie. Men nam niet eens de moeite om een onderzoeksrechter aan te duiden omdat Loubna een kind van migrantenarbeiders was. Schweitzer beslist, tegen alle regels in, om te sluiten. De strijd van de ouders en onze strijd is dezelfde: verzet, weigeren te aanvaarden, solidariteit over alle grenzen heen. Wij vechten voor: Renault open.' Hendrik Vermeersch van de BBTK zegt: 'In welke maatschappij leven wij? Terwijl duizenden arbeiders in miserie worden gestort, worden bij de kapitalisten de champagneflessen ontkurkt. We hebben onszelf onderschat, we hebben de reacties van de bevolking onderschat. De politici wenen nu krokodillentranen, ze beloven strengere wetten... om vroeger te weten dat men gaat sluiten! Ze zeggen nu: we moeten toegevingen doen of het loopt uit de hand.' De roep om actie is groot. De bommekeswinkels doen gouden zaken. Na de vergadering worden de bussen bestormd. Op naar Brussel. Zullen die van Clabecq er zijn? De liberale burgemeester De Donnea heeft de arbeiders van Clabecq de toegang tot 'zijn' grondgebied verboden. Als we op het Schumannplein aankomen gaat er een siddering door de massa: die van Clabecq zijn er. Roberto D'Orazio omarmt Karel Gacoms: - 'Ik hoor dat jij de Vlaamse D'Orazio bent?' - 'Er is maar één D'Orazio', antwoordt Gacoms lachend. Onder luid applaus smelten de twee groepen samen. 'Renault blijft open' en 'Clabecq, Renault, même combat'. Er zijn delegaties van Caterpillar, Sabena, Cora en Volkswagen. Ook de studenten zijn talrijk aanwezig. De slogan 'Studenten, arbeiders, één front, één strijd' wordt vandaag opnieuw werkelijkheid. Een Marokkaans syndicalist van Clabecq wordt zonder enige reden afgeklopt door een agent. De arbeiders van Clabecq roepen naar de pers: - 'Kom nu maar zijn gebroken neus filmen, dat is wat anders dan dat blauwe oog van Zenner.' Voor de gebroken neus van die Marokkaanse arbeider zal in de pers wel geen plaats zijn. Honderden arbeiders omsingelen de politieagenten. Stokken en zand vliegen in het rond. Helmen en schilden worden buitgemaakt. De sluiting van Renault heeft duidelijk iets in gang gezet. Honderdduizenden arbeiders die dachten dat hun job veilig was, worden nu wakker: 'Als zoiets mogelijk is bij Renault, is ons werk ook niet meer veilig.' Dehaene, Van den Brande, Van Rompuy, Van Miert, Vande Lanotte, minister van Arbeid Miet Smet, allemaal schreeuwen ze om ter luidst hun verontwaardiging en eisen ze sancties. Van Miert blokkeert een subsidie-aanvraag van 500 miljoen frank voor de uitbreiding van Renault in Valladolid in Spanje. Minister van Binnenlandse Zaken Johan Vande Lanotte van zijn kant schort de geplande aankoop van 150 Renault-wagens voor de rijkswacht op. Zelfs de patroonsorganisatie vbo herinnert Schweitzer eraan dat 'ondernemingen ook een maatschappelijke opdracht hebben'. En last but not least: koning Albert en de Belgische bisschoppen spreken hun bezorgdheid uit over Renault Vilvoorde. Maar wat gaan zij doen voor al de arbeiders van Renault, Clabecq, Nova? Het is zoals met dat oude liedje van Miek en Roel over een fabriekssluiting:
We hebben fantastische dagen achter de rug. Honderden delegaties zijn hier gepasseerd deze week, met boodschappen van solidariteit, met woede en bezorgdheid: waar gaat het naartoe met deze maatschappij van winst? Wat moet er van onze kinderen worden? De strijd bij Renault geeft hoop dat we iets kunnen veranderen. Vandaag gaat het wat beter met me. Zou ik erdoor komen? Ik ben van plan mee naar Parijs te rijden. Om half drie opstaan, om kwart voor vier ben ik bij de fabriek. De bussen staan al klaar, om kwart na vier vertrekken we. In het begin zitten we wat te keuvelen onder elkaar. Dan probeer ik wat te slapen. Na drie uur stoppen we op een parking, alleman gaat plassen. Wij zijn met vijf bussen, ongeveer 250 man. Ik zie ook een wagen van Het Nieuwsblad, één van rtv, twee cameraploegen en nog enkele journalisten op de bussen. De pers is goed vertegenwoordigd. Op de radio gaat het nieuws vooral over Loubna Benaïssa. Wat is dat hier eigenlijk allemaal in België? Het gespreksonderwerp wijzigt voor het eerst sinds lang. Op de périférique rijden wij vast in de Parijse drukte. We zullen zes en een half uur rijden voor we op onze bestemming aankomen. In Billancourt staan de Franse syndicalisten ons op te wachten. We beginnen moedig te roepen en te fluiten. We staan aan de deur bij Schweitzer, hij wil ons niet ontvangen! Na een uurtje wordt de deur door een groep bestormd, de vensters sneuvelen. Voor mij is het de eerste keer dat ik tussen een woedende massa sta; het is beangstigend. Ik drink een pintje in een Frans cafeetje: 84 Belgische frank! Dat zal er als werkloze in de toekomst ook niet meer af kunnen. We trekken door de straten van Billancourt. Gefluit, geroep, voetzoekers. Een kruispunt wordt bezet. Bij de bussen is er weer eten voorzien. Wij eten in stilte. Ik krijg een collega in het oog die er slecht uitziet. Hij staat op het punt in te storten. Weer beginnen de mensen hun verhaal te vertellen. Ik word ziek van de drama's in al die gezinnen. Er komt iemand op mij af: - 'En gij waart nog zo fier toen gij chef werd. Nu staat gij op straat zoals iedereen.' Voor het eerst word ik geconfronteerd met leedvermaak. Bah, maar laten doen zeker? Maar het rijt de wonde open. Vandaag heb ik het lelijk te pakken: ik ben echt depressief. Ik geraak er niet door, ik ben nukkig tegen mijn kinderen en tegen mijn vrouw. Als iedereen weg is, breekt het uit... maar dat brengt niet de verwachte opluchting. Ik zal mij moeten herpakken. Ik las in de krant dat Europa een economische woestijn zal worden als alle fabrieken naar de goedkope landen trekken. Enkel de dienstencentra zullen blijven. Als dit de werkelijkheid wordt, zullen nog veel mensen meemaken wat wij nu ondergaan. En wat is de toekomst voor onze kinderen? Zal er nog werk voor hen zijn? Hoe moet het verder? Met 16 bussen trekken we naar de Renaultfabriek in Douai, in het noorden van Frankrijk. Nog nooit zijn er zoveel Belgische arbeiders - 800! - gaan betogen in een ander land. - 'Precies een schoolreis', zegt Fons, 'maar de sfeer is wel wat anders.' Vandaag is onze eerste echte actie. Jan Dereymaeker maakt papiertjes met slogans. Een aantal worden gewogen en te licht bevonden: veel te moeilijk om uit te spreken, veel te moeilijk om vlot te roepen. Albert Van Win zit druk te schrijven. Hij heeft zijn vrouw meegebracht. Na een tijdje gaat hij naar voor en pakt de micro. Hij heeft een strijdlied geschreven, op maat van In de stille Kempen. Na een paar keer uitproberen, bijschaven, wat kritiek, opnieuw bijschaven is de uiteindelijke versie klaar. Vanaf nu hebben we ons eigen stakerslied. We zingen tot we bijna geen stem meer hebben.
Bij onze eerste toer door de fabriek in Douai zijn onze collega's een beetje verrast maar als we de tweede keer rondgaan komen ze massaal van de ketting af. 80% van de plaatslagerij komen mee buiten, 1.000 man. Razend enthousiast zijn ze. En dat terwijl de directie met afdankingen dreigt. Onze eigen vastberadenheid maakt dat de anderen mee vechten. Dat moeten we dus volhouden!
Met 250 rijden we naar de Franse ondernemingsraad in Billancourt bij Parijs, waar we door 200 Franse arbeiders worden opgewacht. De vergadering gaat niet door. Franse en Belgische collega's betogen samen en beslissen tot een Europese actiedag voor Renault op vrijdag, 's Avonds blijven een aantal Belgische syndicalisten in Frankrijk. Samen met de delegees van de cgt mobiliseren ze onze Franse collega's. Resultaat: vrijdag loopt de fabriek in Douai leeg, heel de dag is er actie! De sluiting doet veel mensen nadenken, want 'zo gaat het niet langer'. De arbeiders hebben een andere maatschappij nodig, waar niemand schrik moet hebben voor de toekomst van zijn kinderen. Vandaag zijn alle Renaultfabrieken in Europa tegelijk in staking: Frankrijk, Spanje, Slovenië en België. - 'Tegenover het Europa van het kapitaal stellen wij het Europa van de strijd voor arbeidersbelangen,' zegt Danny Olijf van het ABVV.
De Franse regering wil Renault privatiseren want ze heeft geld nodig om de Maastricht-norm te halen. De aandeelhouders willen minder kosten en nog meer winsten. Daarom moet Vilvoorde dicht. Sommigen stellen 10% arbeidsduurvermindering voor. Heel goed. Maar wie gaat dat betalen? 10% loon inleveren om in ruil Vilvoorde open te houden? In Clabecq hebben ze in 1992 ook moeten inleveren. En nu gaat die fabriek toch toe. Renault maakte tussen '87 en '95 230 miljard nettowinst. Nu klagen ze over een verlies van 25 miljard. En daarbij: ze hebben overgeïnvesteerd, dat is geen echt 'verlies', dat is een boekhoudkundige vervalsing door alle investeringen nu af te schrijven. Naast de eis Vilvoorde open' moeten we absoluut ook de 32-uren eisen, zonder loonverlies en met nieuwe aanwervingen. Betaald door de patroon dus. Vandaag zijn alle arbeiders van de automobiel solidair: in iedere fabriek leggen ze gedurende 1 uur het werk neer. We organiseren verschillende acties, in totaal reden twaalf bussen uit. Ik ging mee met de groep die naar gm (Opel) trok. Het probleem daar is dat de vakbonden nauw samenwerken met de directie. Eerst mochten we de fabriek niet binnen maar uiteindelijk moesten ze ons toelaten langs de ketting te lopen. We zongen De Internationale. De arbeiders moesten verderwerken maar ze scandeerden mee en klopten op de ketting. Overal staan de arbeiders klaar om mee te staken. Ga even zitten, ik moet je iets vertellen Nadia, Marr-Louise, Ulrike, Nicole en Micheline zijn vrouwen van arbeiders van Renault. Hoe beleefden zij die weken na 27 februari? Micheline Marks: Ik ben tijdens dat eerste weekend van de schok 1 kilo vermagerd.Nadia Havaux-Meeus: Ik zat thuis met mijn man, die al terug was van de vroege post. Wij wisten nog van niets. Op een bepaald moment kregen we telefoon van de buren:- 'Kijk eens naar het journaal’, zegden ze.
Het is op die manier dat we hebben vernomen dat Renault dichtging. Eerst kon ik het niet geloven, ik dacht dat de arbeiders weer moesten inleveren zoals bij de 9-urendag of het weekendwerk. Ik besefte nog niet dat het deze keer serieus was, dat het gedaan was met Renault. Ik ben direct naar de fabriek vertrokken waar al een betoging aan de gang was. De sluiting van Renault heeft me rijper en strijdlustiger gemaakt. Vroeger was ik eerder een meegaand persoon, ik legde me neer bij de dingen. Nu zet ik me veel meer af tegen onrechtvaardigheden. Terwijl ik vroeger in een hoekje kroop en me liet doen, laat ik nu van me horen. Marie-Louise Cooreman-Verest: De familie begrijpt niet goed wat er ons overkomt. Ze steunen ons maar ondertussen zeggen ze: - ‘Je man is nog maar 47 en heeft veel capaciteiten. Hij zal zeker nog werk vinden.’ Onze kinderen begrijpen het beter, zij staan er ook dichterbij. Ulrike Kunze: Ik ben zeven jaar lang werkloos geweest. Twee jaar geleden kon ik beginnen als bediende en ben ik uit die spiraal van werkloosheid geraakt. Vanaf dat moment dachten mijn man en ik in een goede situatie te zitten, we hadden immers allebei vast werk. En dan hoor ik op het nieuws dat Renault de - ‘Papa gaat z’n werk verliezen. Dat kan toch niet!’, heb ik tegen m’n dochter gezegd. Even later kwam m’n man thuis, hij was nog niet op de hoogte van de sluiting. - ‘Ga even zitten, ik moet je iets vertellen.' In het begin wilden we het niet geloven. Het was alsof die sluiting voor iemand anders was, niet voor ons. Maar vanaf die dag achtervolgt de sluiting ons: we gaan er 's avonds mee slapen en we staan er ’s morgens mee op. Het laat ons niet los. Renault: zo kan het niet langer Een lezersbrief in de krant:
De Noé-brothers Enkele arbeiders hebben de beweging een muzikale oriëntatie gegeven. De gebroeders Noé namen hun strijdlied op in de studio's van Sony. Hier de tekst van de ‘Noé-brothers’:
Na zoveel jaren tous ensemble, hey hey
hey
De kapitalistische logica van Schweitzer (Thomas Counet) Vanaf de aankondiging van de sluiting stelden Van den Brande, minister-president van het Vlaams Gewest en zijn minister van Economische Zaken Van Rompuy dat dit een louter Franse beslissing was, 'een terroristische aanslag tegen de Vlaamse economie'. Schweitzer ontkent. Het loont de moeite om naar zijn argumenten te luisteren. Het zijn de volgende: 1. 'De enige verantwoordelijke ben ik'. 'De beslissing voor de sluiting is onverdeeld.'(1) Het citaat van Schweitzer is duidelijk: ik heb de beslissing alleen genomen en draag er de volledige verantwoordelijkheid van. De Franse regering werd op de hoogte gesteld en heeft Schweitzer gesteund, maar zij nam niet de beslissing. 2. In andere citaten legt Schweitzer uit dat hij de beslissing heeft genomen in functie van de toestand van de markt die een depressie kent. 'In het begin van de negentiger jaren dachten wij dat de Europese automobielmarkt regelmatig zou blijven toenemen. Wij interpreteerden het jaar 1993(2) als een conjunctureel dieptepunt, op zijn Amerikaans,(3) dat normaal zou gevolgd worden door een hoogtepunt. Maar er kwam geen heropleving, de markt is nog steeds niet teruggekeerd naar het niveau van 1992. In 1994 hebben wij onze Europese groeiperspectieven herzien en beslist dat de vervanger van het model Renault Clio noch in Portugal (Setubal), noch in België (Vilvoorde) zou geproduceerd worden. Maar het duurde enkele maanden alvorens wij de omvang en het blijvend karakter van de prijzenoorlog in Frankrijk hadden ingeschat.'(4) Schweitzer klopt zich op de borst: wij maakten een foute evaluatie, zoals iedereen; wij dachten dat de daling van de verkoop tijdelijk zou zijn, maar ze was duurzaam. 'In 1993 was het crisis. Eerst dacht men dat ze conjunctureel was. Maar mettertijd heeft men moeten vaststellen de automobielmarkt in Europa verzadigd was.(5) Alle perspectieven tot het jaar 2000, met 2 miljoen wagens per jaar, waren verkeerd.(6) 'In 1993 behoorde ik tot degenen die dachten dat de markt zou heropleven.'(7) 'Het marktaandeel van Renault in Europa bedraagt 10 tot 11%. Het is stabiel sinds een tiental jaren. Het verschil tussen de werkelijke Europese verkoopcijfers en de gemaakte voorzieningen van 1991 komt voor Renault neer op 200.000 wagens voor Europa. Het bedrijf van Vilvoorde produceert 140.000 wagens per jaar.'(8) 'Renault heeft een te versnipperd productiesysteem. Wij hebben te veel kleine bedrijven en een kruising tussen modellen en bedrijven, wat bijkomende kosten meebrengt. We hebben een probleem van industriële strategie. De sluiting gebeurde eerst en vooral om dit recht te trekken.'(9) Deze verspreiding veroorzaakt meerkosten, omdat Renault te veel bedrijven gebruikt en omdat deze bedrijven niet op volle capaciteit draaien. 3. Schweitzer: 'Het is omdat wij al meerdere jaren bewust waren van deze meerkosten dat wij ertoe gekomen zijn om verschillende vestigingen te sluiten of hun sluiting aan te vatten. Ik herinner u aan de sluiting van het montagebedrijf nr. 1 in Valladolid in '91, Billancourt in '92, de afstand van de vestiging in Setubal in '96, de sluiting van Creil(10) in '97.'(11) Maar er moest nog een bedrijf met een capaciteit van 200.000 wagens gesloten worden. 4. De keuze van Vilvoorde dringt zich op. Schweitzer: 'Als een keuze tussen bedrijven zich opdringt, sluit men niet de bedrijven met de beste productiekosten!'(12) Ten eerste, Vilvoorde is het bedrijf met de hoogste loonkosten. Ten tweede, de productiviteit is er zeer goed maar ligt toch 15% lager dan in Douai (Frankrijk), waar hetzelfde model wordt geproduceerd. Ten derde, de uit breidingsmogelijkheden van Vilvoorde zijn beperkt. 5. Deze keuze om Vilvoorde te sluiten is niet tegen België gericht want Renault heeft ook bedrijven in Frankrijk gesloten: Billancourt, Creil (Chausson). Schweitzer: 'Ik zou willen onderstrepen, en de lijst van deze sluitingen bewijst het, dat het hier helemaal niet gaat om één nationaliteit tegenover een andere te bevoordelen. Het belangrijkste bedrijf dat wij gesloten hebben ligt op enkele honderden meters hiervandaan.'(13) En men gaat door met werkplaatsen af te schaffen: 3.000 per jaar. De argumentatie van Schweitzer is interessant want zij wijst het kapitalistisch systeem aan als verantwoordelijke voor de sluiting. Vooreerst stelt hij dat de beslissing van hemzelf (en zijn beheerraad) komt. Dit betekent dat een patroon kan beslissen over leven en dood van een streek, over het werk van duizenden werknemers. Dat is de flagrantste uiting van de 'dictatuur van het kapitaal': in dit systeem hebben de werkers geen enkel fundamenteel recht, ze moeten zich onderwerpen aan de beslissingen van de kapitalisten. Schweitzer heeft onophoudelijk gesteld dat hij bereid was tot dialoog met de vakbonden, op voorwaarde evenwel dat ze de sluiting als onafwendbaar zouden aanvaarden. Vervolgens geeft hij het criterium voor zijn beslissing tot sluiting: de aanpassing aan de markt. De 'dictatuur van het kapitaal' is die van de vrije markt, een markt waar alleen wie kan betalen zich de nodige waren kan verschaffen, een markt die 80% van de wereldbevolking uitsluit. Schweitzer geeft toe dat hij evaluatiefouten heeft begaan. Maar als men in de strijd voor marktaandelen verwikkeld is, kan men niet anders dan zich vergissen, want de bedoeling is om de marktaandelen van de concurrenten te veroveren. Vic Heylen, een specialist van de automobielsector, zegt het als volgt: 'Elke constructeur denkt altijd dat hij meer zal verkopen dan zijn concurrent. Als je de verkoopsambities van alle automobielconstructeurs samentelt in termen van marktaandelen, kom je tot een volkomen onrealistisch resultaat van 123%. Er zit dus iets verkeerd! Dit verklaart waarom wij een productiecapaciteit hebben van 18 miljoen wagens voor slechts 13 miljoen klanten.'(14) Enerzijds moet er dus steeds meer geproduceerd worden, moet de capaciteit toenemen. Renault bouwt in Brazilië een nieuw bedrijf, heeft een bedrijf overgenomen in Slovenië en probeerde Skoda over te nemen (maar vw was sneller). In Flins heeft Renault een derde (nacht)ploeg ingevoerd. In Douai werft men interimarbeiders aan om de Mégane Scénic te produceren. Anderzijds moet men competitiever zijn, de productiekosten en dus het personeel verminderen. Schweitzer gaat er prat op dat het personeel van de groep gedaald is van 190.000 naar 140.000 op tien jaar tijd.(15) Maar dat betekent dat die mensen minder kopen en dat de autoverkoop daalt. Het is deze anarchie tussen een voortdurend stijgende productie en een stagnerende consumptie die aan de oorsprong ligt van de crisis en die ze verscherpt. We zitten dus in een spiraal waar we niet uit komen. Schweitzer bevestigt dat de gevolgen van zijn (anarchistische) logica leiden tot fabriekssluitingen, zoals die van Renault Vilvoorde. 2. Welke weg volgen om te winnen? Van 10 maart tot 17 maart - Inhoud Om zeven uur is er opnieuw een algemene personeelsvergadering voorzien. Het wordt een belangrijke week. Velen beschouwen de strijd om de fabriek open te houden als verloren. Volgens hen kunnen we ons beter concentreren op de best mogelijke afscheidsregeling en op sociale begeleiding.
Begeleiding naar een andere job, maar waar? Schweitzer stelt ons voor om naar Frankrijk te gaan werken. Hoe moeten we dat doen? Velen hebben hier gebouwd, onze vrouwen werken hier, onze kinderen gaan hier naar school. Bovendien gaat er in Frankrijk ook 3.000 man afvloeien! Dat maakt het allemaal nogal onwaarschijnlijk. Er doen geruchten de ronde over een afscheidsregeling maar concreet weten we niks. Er moet een einde komen aan de onrust, dan kunnen we tenminste beginnen solliciteren en ons leven verder plannen. Het is onwaarschijnlijk dat er veel collega's nog een andere job zullen vinden. De gemiddelde leeftijd van de Renaultarbeiders ligt te hoog. 'Sorry, te oud', zullen velen te horen krijgen. Wat moet er dan gebeuren met deze mensen? Alweer is de fabriekshal van Haren 1 overvol. Enkele arbeiders hebben hun knapzak meegebracht: werkwilligen! De vakbondsleiding krijgt veel applaus wanneer ze een overzicht geeft van de acties van de afgelopen weken. Maar van zodra ze het hebben over de geplande acties, komt er protest uit de zaal:
- 'We willen weer aan het werk. Door terug te gaan werken zal onze ontslagpremie hoger liggen', zeggen er een aantal. Staken? Dat wil zeggen dat we moeten leven met 700 frank per dag, geen aangename gedachte in het vooruitzicht werkloos te worden! Gacoms en Jacquemijn geven echter niet op en roepen op voor actie en verwijzen naar de enorme solidariteit. - 'Daar kunnen wij niks voor kopen!' wordt er gereageerd. Morgen gaan we opnieuw naar Parijs. Er zijn 90 bussen ingelegd. Ondertussen komen de mensen van Joroca* in stoet de Schaarbeeklei afgewandeld, vakbondsvlaggen op kop. Ook hier worden een honderdtal arbeiders getroffen: nu er geen Renaults meer gemaakt worden, gaat de zetelmakerij ook dicht. Meer dan 2.000 arbeiders komen naar de algemene vergadering. 't Zal zeer doen, nu beginnen staken. Tot nu toe nemen wij onze verlofdagen op. Vele arbeiders zijn bang om in de financiële problemen te komen. De discussies zijn hard. Maar vanaf morgen is het echt staking. - 'Ik moet 38.000 frank per maand afbetalen aan mijn auto en mijn huis', vertelt Jef. En hij is niet de enige. - 'Laat je niet doen', zeg ik. 'Tot nu tot heb je nog geen frank verloren. En als we niet vechten gaat de fabriek zeker dicht en waar sta je dan? De beste garantie om je huis te kunnen afbetalen, is ons werk houden!' Sinds de sluiting van de mijnen zijn er 1.500 jongeren verslaafd aan hard drugs in Genk. Vier maanden na de sluiting van Cockerill Yards in Hoboken moest de ene arbeider na de andere zijn huis verkopen.
Er zit niets anders op: Renault moét openblijven. Alleen als we voortdoen met de acties kunnen we winnen. De nachtploeg van AMP uit Antwerpen komt naar ons piket, dat kost hen een halve nachtshift! Met 90 bussen rijden we naar Parijs. 90% van de bedienden en arbeiders gaan mee. De moed zit erin, zeker als we zien dat onze Franse collega's zo massaal voor ons opkomen. Dehaene en Van den Brande probeerden ons bij de aankondiging van de sluiting direct tegen de Fransen op te zetten. Maar de internationale solidariteit onder de arbeiders is sterker. In Douai krijgen we enorme respons op onze actie. Op de terugweg horen we op de radio dat Schweitzer onverbiddelijk blijft. - 'Zouden we niet beter terug gaan werken? Drie maanden loon, plus een sluitingspremie, en ondertussen kunnen we toch ook nog acties voeren?' twijfelen een aantal arbeiders.
Wat voor een maatschappij is dit, waar de enen zonder inkomen vallen terwijl de anderen zich dood moeten werken? Duizenden arbeiders worden uitgesloten. Dat kan zo niet langer. Het kapitalisme brengt miserie. Wij hebben een socialistische maatschappij nodig, waar iedereen zeker is van zijn werk, waar niemand zich moet dood werken voor de winst van een ander, waar de productie collectief bezit is en in functie van de noden van het werkvolk. In het Europees Parlement wordt een debat gevoerd over de sluiting. De boete van 20 miljoen frank die België kan geven omdat Renault de sluiting doorvoert zonder voorafgaand overleg, zal maar weinig indruk maken op Renault. Zij spelen een ander spel, dat van de miljarden. In een interview hoor ik Georges Jacquemijn verklaren dat het misschien beter is om volgende week de productie te hervatten. - We kunnen de arbeiders niet vragen om lange tijd op stakingsgeld te leven', vindt hij. 'Ondertussen kunnen er nog acties gevoerd worden. Want de druk op de Franse directie moet behouden worden!' Van de ACV-Vrouwen komt er een motie binnen: 'Renault maar ook Clabecq moeten openblijven. Wij ACV-Vrouwen vragen dat de eis voor de 32-uren week met loonbehoud en evenredige aanwervingen terug op het syndicale actieprogramma wordt gezet. Een nationale 24-urenstaking zou het gepaste antwoord zijn op de agressiviteit van de werkgevers.' Daar sta ik volledig achter, dat moet de inzet zijn van onze strijd: die strijd moet opengetrokken worden naar alle bedrijven. Want na Renault is niemand nog veilig.
Er is maar één echt sociaal plan: Renault open! Op bruggen over de autostrades maken spandoeken en. vlaggen de automobilisten attent op de dreigende sluiting van Renault. Een actie die op veel sympathie kan rekenen, vooral omdat men niemand echt hindert en zich toch zichtbaar maakt. Ondertussen trok een vakbondsdelegatie naar de Raad van Europa in Rotterdam, waar Miet Smet voorstelde om in de toekomst bedrijven te verplichten 'het personeel in te lichten over grote herstructureringen' zodat het personeel tegenvoorstellen kan formuleren. De voltallige Raad aanvaardt het voorstel en veroordeelt de beslissing om Renault te sluiten, de zoveelste kaakslag voor Schweitzer op korte tijd. Een andere vakbondsdelegatie is naar Douai afgereisd voor een samenkomst met de Franse vakbonden en ze komen terug met bemoedigend nieuws. De Franse regeringsvertegenwoordigers, de verenigde vakbonden en de aandeelhouders zullen volgende week donderdag stemmen over het aanblijven van Schweitzer en over de sluiting van Vilvoorde. Schweitzer zou wel eens afgezet kunnen worden! Euforie aan de vakbondslokalen. Dat zou pas een overwinning zijn! Ook aan het piket bij de finition (zie voelden de mensen zich voor het eerst sinds lang bemoedigd. Stoelen worden wat dichter bij elkaar gezet. Koele bierflesjes worden aangereikt en het bakkerinnetje dat broodjes en koffiekoeken brengt, wordt begroet alsof zij de bevrijding na de oorlog komt aankondigen.
![]() Renault en Clabecq samen op de betoging voorgelijke rechten. (Foto: Ricardo Bravo) Ook ik voel mij veel beter. Die pillen tegen stemmingswisselingen en depressiviteit gaven mij een misselijk gevoel. Nu neem ik ze niet meer en toch voel ik m'n gemoed opfleuren. We zullen (moeten) er wel doorkomen. Eindelijk! Een ander gespreksonderwerp is de brief van Dehaene aan Schweitzer, waarin hij hem een werktijdverkorting tot 32 uur voorstelt en een interessante vermindering van de patronale bijdragen. De Mars voor Werk was eigenlijk pas gepland voor mei maar door de gebeurtenissen bij Renault Vilvoorde gaat ze vandaag al door. Ik heb het moeilijk vandaag. Mijn keel knijpt dicht, ik ben erg emotioneel. Ik probeer het voor iedereen te verbergen, beslis dan maar om alleen naar Brussel te rijden. Om 14 uur wordt de betoging al in gang gezet omdat de massa mensen aan het Noordstation te groot wordt. Ik stap mee met de groep van Renault maar als we na een kwartier maar 50 meter verder geraakt zijn, besluit ik de betoging langs het voetpad voorbij te steken om de deelnemende groepen te bekijken. Vóór Renault lopen de Volksuniejongeren met een ruime afvaardiging; daarvoor lopen er nog mensen van Renault. Het ABVV en het ACV hebben zich opgesplitst in twee grote blokken en daartussen lopen mensen uit verscheidene andere bedrijven die allemaal sympathiserende slogans roepen.
De Renaultmensen zijn duidelijk herkenbaar aan hun gele jasjes en hun rode of groene kleuren. Vele werknemers dragen twee of drie vakbondskleuren. Zij vinden dat de strijd voor werk door alle bonden samen moet gevoerd worden, solidariteit over de hele lijn! De vakbonden groeperen zich echter per kleur. De stoet vordert langzaam. Ik kijk zover ik kan maar kan de kop van de betoging niet zien. Van op een verhoog zie ik overal rode en groene vlaggen. Een enorme massa. Hoeveel volk zou er zijn? Langs de kant staan veel mensen te kijken naar de voorbijtrekkende betoging. De betoging staat weer stil en ik loop door om zoveel mogelijk groepen te zien. Bijna aan het Zuidstation loop ik voorbij een reusachtig spandoek van de PVDA: 'Het kapitalisme vermoordt onze kinderen en steelt ons werk.' Ik moet deze mensen gelijk geven, heel België ervaart dit nu! Aan het Zuidstation wordt de betoging ontbonden. Een massa mensen trekt van hieruit de zijstraten in, richting bus of station. Ik besluit om de Renaultgroep terug tegemoet te gaan. Voor mij kan de betoging al niet meer stuk. Zoveel volk, ongelofelijk! Er moet dringend iets gedaan worden aan onze toekomst en de werkzekerheid. In tientallen bedrijven die ik vandaag heb gezien, gebeurt hetzelfde als in Renault maar ze zijn met te weinig om hun probleem bekend te maken. In het blok van Renault zijn veel arbeiders ontroerd door de talrijke sympathiebetuigingen. Iemand zegt: - 'Voortaan zal ik steun geven bij iedere sluiting. Voor mij is het nu duidelijk dat ik dat al vroeger had moeten doen.' 6Als ik de drukte van de betoging verlaat, valt het mij op dat honderd meter verder het leven ongestoord verder gaat. Aan Passage 44 staat een lange rij mensen aan te schuiven om naar de film te gaan. Verderop onder de financietoren staat een bus Duitse toeristen, hun gids zoekt met behulp van een stadskaart de weg door Brussel. Enkele Engelssprekende dames lopen mij gezellig keuvelend voorbij. Een groep kinderen steekt luid lachend en wild de straat over. Voor hen gaat het leven gewoon door. Wat maakt het de politiekers en kapitalisten uit dat hier 's zondags mensen hun stem schor schreeuwen voor werk en gerechtigheid? Al zijn het er tienduizend, honderdduizend of één miljoen. Misschien kunnen zij er hartelijk om lachen. Wat kunnen wij, gewone mensen, eigenlijk doen om resultaat te boeken? In Brussel is er vandaag de nationale betoging voor werk, met 100.000 betogers. Voor de Beurs vatten 1.000 arbeiders van Clabecq post in het midden van de straat, ze wachten op de kop van de betoging. Op hun rode plunje hebben ze allemaal het teken van 'Bedrijf tegen het racisme' geplakt. Ze delen de oproep uit voor hun 'Mars tegen de leugenaars' op 5 april in Namen. We moeten allemaal naar Namen op 5 april. Een oudere arbeider van Vilvoorde heeft een dik pak pamfletten van Clabecq meegenomen om in de gemeente onder de ruitenwissers te steken: iedereen moet mee! Dan komt het eerste echte blok, de syndicalisten van de BBTK-Brussel-Halle-Vilvoorde, met een enorme spandoek: 'Niemand mag Clabecq laten vallen'. Een storm van vreugde gaat door de groep van de Forges. Uit alle kelen klinkt het: 'Clabecq, Renault, samen sterk'. Niemand kan nog door. Alles staat stil. De mannen van Renault hebben een halfafgewerkte Mégane meegebracht. Eén van onze delegees klimt erop, Roberto D'Orazio volgt, dan Karei Gacoms en Jorissen, dan Rik Vermeersch van de BBTK. Arm in arm roepen ze de betogers op om de strijd door te zetten. Dan klinkt De Internationale... Dit moment doet me denken aan een andere betoging, die fantastische Mars voor Werk van 2 februari. Toen bracht de delegatie van Forges de Clabecq op haar eentje 70.000 man op de been in Tubize, zonder enige steun van de nationale vakbondsinstanties. Daar was al het goed volk van de arbeidersbeweging van België, verenigd rond de sleutelkwesties die naar voor werden geschoven door de delegatie van Forges de Clabecq:
1. halt aan elke sluiting en aan de afdankingen; 2. men moet het geld gaan halen bij diegenen die zich verrijken op het werk van de anderen; 3. de sociale onrechtvaardigheid en het onrecht in het algemeen hebben een gemeenschappelijke grond: het economisch systeem, het kapitalisme; 4. de traditionele politieke partijen bedriegen de mensen omdat ze niets anders doen dan het systeem beschermen. Ik denk dat de leiders van dit land heel bezorgd zijn dat deze geest van Clabecq de harten van alle arbeiders verovert. En men kan met de ellebogen aanvoelen dat de betoging van vandaag in Brussel een en ander moet 'recupereren'. Daarom is de voor 28 mei geplande betoging 'voor een sociaal Europa' naar vandaag vervroegd. De krant De Standaard schrijft: 'De vervroeging van de mars voor meer werk heeft te maken met de druk in de vakbonden vanuit de basis maar ook met de vaste wil van de leiders om te voorkomen dat andere organisaties, of bepaalde strekkingen binnen de eigen organisaties, de massa-reactie op de sluiting van Vilvoorde (een verkeerde) gestalte zouden geven.' Het officiële platform van vandaag bestaat uit twee assen: 1 ° Een beter nationaal en Europees reglement inzake het sluiten van de bedrijven teneinde de 'wilde sluitingen' te vermijden; 2° Steun aan het wetsontwerp Vande Lanotte (arbeidsduurvermindering met loonverlies, gedeeltelijk gecompenseerd door staatssteun). Zo'n platform, dat is de 'beschaafde' sluitingen en afdankingen aanvaarden. Dat is betogen opdat de 'bommen' in het vervolg zouden worden ingepakt in cadeaupapier.
Schweitzer heeft gelijk als hij zegt dat er geen aangename methodes bestaan om een verschrikkelijk nieuws aan te kondigen. We moeten toch geen betoging organiseren waar Dehaene, Van den Brande, Vande Lanotte, Di Rupo en Busquin kunnen meewandelen! Maar als ik dan D'Orazio en Gacoms bovenop de Mégane in eikaars armen zie vallen, dan denk ik: hier worden, ondanks alles, toch strijdbanden gesmeed tussen de arbeiders. De betoging is een succes. Maandag 17 maart (Tony) Om 7 uur is het algemene vergadering in Haren 1. Opnieuw moet ik parkeren op 1 km van het bedrijf, zoveel volk is er. Er zijn weer verscheidene arbeiders met knapzak komen opdagen, in de hoop het werk te kunnen hervatten. In de hal heerst dezelfde sfeer als verleden week. Gacoms probeert iedereen warm te maken voor een nieuwe actieweek. - 'Morgen dus weer geen werkhervatting', wordt er gemord. Uit begrip voor de moeilijke financiële situatie waarin we verkeren zullen er maar 2 stakingsdagen ingelegd worden deze week. De rest is... betaald verlof. Ik weet ook niet waar ze dit vandaan halen! Tijdens de speech stappen tientallen arbeiders op... nors, mompelend, soms luid vloekend. Op het podium wordt opgeroepen om meer mensen voor de piketten. De jongens van het eerste uur, die vaak dag en nacht aanwezig zijn, worden moe. - 'Indien ieder van ons meedoet, al is het maar één dag, wordt het voor iedereen haalbaar', schreeuwt Jacquemijn door de micro. Nog meer mensen lopen weg. Indien er deze week geen resultaten geboekt worden zijn wij vogels voor de kat, denk ik als ik ondertussen toch al een honderdtal mensen uit de vergadering zie weglopen.
- 'Schweitzer zal ons woensdag te zien krijgen', zegt Jacquemijn. 'Als we deze week de druk opvoeren kunnen we winnen! Onze eis blijft: Vilvoorde open!' De overgebleven mensen applaudisseren. Zullen zij sterk genoeg zijn om Schweitzer de doodsteek te geven of moeten we hem al vertellen dat Renault op de knieën zit? Als er woensdag onderhandelingen zijn over een sociaal plan, kan Schweitzer donderdag de stemming op de aandeelhoudersvergadering overleven. Als wij nu een sociaal plan weigeren, kunnen we alles verliezen, net zoals die van Delacre! Dat wordt zwaar gokken op de rug van 3.100 man. De acties worden in het grootste geheim voorbereid. Eén groep gaat Renaultdealers bezoeken. Met een andere bus trekken we naar het huis van premier Dehaene. Hier is het verrassingseffect compleet, we geraken tot in zijn tuin. 'Terug naar de fabriek', hadden we aan onze rijkswachtbegeleiding gezegd. Maar opeens draaien we af richting Dehaene. De rijkswachters passeren de bus met gebalde vuist maar het is te laat. Vijftig mannen stormen op het huis van de premier af en nemen de tuin roepend en fluitend in. Voor een glazen tuindeur staat een vrouwelijke rijkswachter met open armen. - 'Jullie gaan toch geen baldadigheden doen?' Twintig arbeiders stappen op haar af en zingen 'We gaan haar broek afdoen, we gaan haar broek afdoen'. Ze blijft achter met blozende wangen.
Haar collega's gaan eerst uit de weg maar drijven enkele ogenblikken later de arbeiders in de tuin. Daar wordt het wachten op de komst van de echtgenote van Dehaene. Ondertussen gaan een aantal op het gras liggen, anderen hebben een kruiwagen geadopteerd en rijden ermee rond en zingen: - 'We gaan de hof omdoen, we gaan de hof omdoen.' 's Avonds op het nieuws verklaart een ontstemde Dehaene dat hij 'nieuwe voorstellen zal doen aan de Franse Renaultdirectie' om het tij voor Vilvoorde te keren. Hij zegt veel te verwachten van de aandeelhoudersvergadering in Frankrijk. Hij verklaart ook een tewerkstellingsbeleid te willen voeren. De ernst van de situatie in België is hem in alle geval duidelijk geworden! Tegelijkertijd kondigt hij een begrotingsbijsturing van vijftien miljard aan en ontkracht zo zijn zogenaamd tewerkstellingsbeleid. Eerst resultaten zien, anders geloof ik die mooie praatjes niet meer. De sfeer aan de piketten is gespannen. Het mag niet lang meer duren, we moeten zekerheid krijgen: ofwel openhouden, ofwel dicht met een eerlijke sociale begeleiding. De mensen nog langer in onzekerheid laten is ontoelaatbaar. Mensen die hun inkomen verliezen, met een ontwricht leven en gezin, kunnen onvoorspelbaar reageren. De derde algemene vergadering. Alle secretarissen op het podium benadrukken het succes van de betoging van gisteren en van de voorbije acties en de groeiende solidariteit. En terecht. De situatie bij Renault is niet dezelfde als bij Delacre. Dat legt Georges Jacquemijn goed uit. Maar bovenal, de mensen van Delacre hadden gelijk te vechten voor het openhouden van hun bedrijf en geen sociaal plan te willen. Heel wat mensen spreken over de koekjesfabriek in Vilvoorde die in '92 dichtging. De 535 werknemers bezetten wekenlang hun bedrijf. Toch ging het dicht, twee jaar vroeger zelfs dan aanvankelijk aangekondigd. De werknemers kregen niet het minste sociaal plan. Was de bezetting een fout, zoals velen ons nu willen doen geloven? Ik heb er vorige week nog met Louisa Lanckmans over gepraat. Louisa was delegee van het ABVV bij Delacre. Ze zei me: 'Moesten we kunnen herbeginnen, we zouden hetzelfde doen. Hetzelfde maar véél beter. Dat zeggen m'n vroegere strijdmakkers nog altijd. Wij weten wat fout ging. Ten eerste hadden wij nooit de bezetting mogen stoppen onder druk van de dwangsommen. Ten tweede hadden wij nooit mogen beginnen onderhandelen over een sociaal plan. Het eerste voorstel dat wij kregen, was niet veel meer dan wat wettelijk verplicht is. Wij hadden gelijk van het te verwerpen: het trok op niets en het enige wat telt is werk!' 80% stemden tegen.' Louisa legde me uit dat de nationale verantwoordelijken van de voedingscentrales geen stakersgeld meer wilden betalen toen het voorstel verworpen werd. Ze vonden het een verloren zaak. De meeste mensen van Delacre, delegees en secretarissen wilden wél doorvechten. Ze werden in de steek gelaten. Dat is de waarheid over Delacre.
Wie vecht kan verliezen maar wie niet vecht heeft al verloren. Ik vind dat alleen wie vecht voor werk kan winnen, en in het slechtste geval een sociaal plan krijgen dat meer is dan het wettelijk minimum. De mijnwerkers staakten in '86 en '87 tegen de sluitingen en konden de mijnen zo een tijd openhouden. Zij lieten het niet bij één strijd en rap een sociaal plannetje. Zij kregen 800.000 frank bovenop het wettelijk minimum. De Renaultarbeiders moeten steunen op hun strijdacties en op de solidariteit van alle werkers. Maar ook binnen onze vakbonden zijn er die Dehaene en Van Miert napraten, die meer inzitten met de regering en de kapitalistische instellingen dan met het belang van de werkers. Ons belang is werk, en niet een sociaal plan.
Karel Gacoms krijgt luid applaus als hij zegt dat er maar één echt sociaal plan is: Renault open! Maar waarom dan tegelijk zeggen dat wij geen 'Delacre-scenario' willen en desnoods tóch gaan onderhandelen over een sociaal plan? Er blijft ons maar één zaak te doen: verder doorvechten totdat Renault openblijft voor iedereen. ‘Ik was erbij, ik heb mijn plicht gedaan’ Albert‘Berre’Van Win is één van de bekende gezichten van Renault. Altijd stond h strijd, met zijn groene helm en met stickers en pamfletjes voor Liam Vandenbrande Mechelen verdwenen jongetje.‘Op een dag sprak ik met de familie van Liam, zij vroegen me of ik pamfletjes wilde ui terug te vinden. Dat deed ik graag, en zij deelden vanaf toen ook pamfletten uit vc Renault. Kinderen zijn de hoeksteen van de toekomst, daar moet je alles voor doe dat geld verdient op kinderen is onrechtvaardig. Ik merk dat werkmanskinderen het hebben als kinderen van ministers en rijken. - ‘Alle kinderen zijn kinderen van ons, zij behoren ons toe en wij moeten ze besch voor Renault is ook vechten voor onze kinderen’, zeg ik tegen de mensen.
Berre heeft graag meegedaan aan de strijd. Hij was zo gedreven dat hij wekenlang gewacht heeft om zich in het ziekenhuis te laten verzorgen voor een gezwel op de darmen (gekregen door de stress): - ‘Ik zou niet graag tegen m’n kleinkinderen moeten vertellen dat ik niet genoeg gedaan heb om Renault open te houden. Neen, ik was erbij, ik heb m’n plicht gedaan.' Het piket was één van zijn vaste stekken: - ‘De sfeer was er tof, met de mannen van het piket vlogen we erin. Samen brachten we paletten aan en zaagden die in stukken om ze nadien te kunnen opbranden. Iedereen op het piket was supergemotiveerd, zij hebben zich van de eerste dag voor 200% ingezet. Recht uit het hart, ’s Avonds kwam de bakker langs, een man van rond de 70, met allerlei dat hij bij alle winkels van Vilvoorde had rondgehaald om de arbeiders van Renault te steunen. Daar zag je de echte mensen van ons land, de echte solidariteit.' Een greep uit de vele solidariteitsmoties ‘De sluiting weerspiegelt alweer het gebrek aan respect van vele patroons voor de mensen die de rijkdommen produceren. Na de Forges de Clabecq en zovele andere is het hoog tijd dat iedereen die van de arbeid moet leven de handen in elkaar slaat tegen deze aanvallen.’ BBTK in De Standaard/Het Nieuwsblad/De Gentenaar, Brussel 'We moeten gezamenlijk reageren tegen een patronaat dat voor niets terugdeinst en waarvoor alle middelen goed zijn om hun winsten te vrijwaren. Wij zullen heel de sector alarmeren en de paraatheid opdrijven.’ BBTK Ford Motor, Antwerpen ‘Jullie zijn het slachtoffer van een systeem dat de werkgelegenheid en de rechten van de werknemers opoffert aan de winsten van het kapitaal. De concurrentielogica werd gebruikt als chantagemiddel om flexibiliteit en de 9 uren op te dringen. Het is tijd om het roer om te gooien en om een halt toe te roepen aan de bedrijfssluitingen, de desindustrialisering, de vernietiging van de werkgelegenheid. Samen moeten we vechten tegen de kapitalistische logica en tegen het antisociale Europa.’ ABVV-Brussel ‘Wij zijn woedend omdat de opening van de Europese grenzen blijkbaar een grenzeloze sociale slachtpartij mogelijk maakt om de winsten van de patroons veilig te stellen. Alle jongeren in dit land zijn betrokken partij. Jullie vechten ook voor de toekomstige jobs van de huidige scholieren en studenten.’ ABVV-jongeren Vilvoorde 'Mijn man heeft z’n leven gegeven voor de productie’ Ulrike Kunze: Als Renault toegaat is dat een teken voor alle grote patroons dat ze kunnen doen wat ze willen. Dan zullen er nog veel meer bedrijven de deuren sluiten om naar de lagelonenlanden te trekken. Er zou een wet moeten komen tegen sluitingen en massale ontslagen. De enige manier om dat te kunnen bereiken is massaal op straat komen. We moeten die mannen het vuur aan de schenen leggen zodat ze een beetje meer naar ons luisteren. Mijn man heeft zijn leven gegeven voor de productie. Eerst de 9-urendag: om 4 uur ’s morgens opstaan en om 5 uur beginnen werken. Nadien moest hij soms op zaterdag gaan werken, zelfs een keer op paaszondag. Werken op Renault was geen leven. Nicole Lanin: Wij hebben een hele tijd ‘niet geleefd’ door de flexibiliteit, de 9-urendag, we hadden geen sociaal leven meer. Wat heeft ons dat opgeleverd? Niets, nu gaat de fabriek toch dicht. ‘Nu zijn we ook op elkaar afgestemd' Julien en Rita Saeys werkten allebei op Renault Vilvoorde: hij al 26 jaar als puntlasser op ‘den Astral’, Rita 24 jaar lang in de keuken. Alletwee staan ze nu op straat. 'Wij hebben een deel van ons leven aan Renault gegeven, het was er altijd zwaar werk. Door de invoering van de 9-urendag was ons sociaal leven kapot, dikwijls kwamen we thuis om 1 uur ’s nachts: een normaal gezinsleven hebben we dus niet kunnen geven aan onze dochter. Het was een robottenleven. En dan hadden wij het "geluk" alletwee op Renault te werken zodat we op elkaar afgestemd waren. Nu zijn we ook op elkaar afgestemd: alletwee werkloos. De strijd voor Renault werd van bovenuit, door de regering, gesaboteerd. Na de betoging van Clabecq met de bulldozers (op 28 maart) heeft de regering alles op alles gezet om onze strijdbeweging kapot te krijgen. En dat is een regering van socialisten. Na de betogingen waarin wij hand in hand met de arbeiders van Clabecq liepen, kwam er plots een referendum voor werkhervatting. Wij hadden de strijd meer op België moeten richten, de solidariteit met andere bedrijven organiseren om zo onze regering het vuur aan de schenen te leggen. In plaats van fabrieken te (laten) sluiten, moet de regering ervoor zorgen dat er werk is voor iedereen, dat is hun taak. Maar de sluiting van Renault bewijst het tegendeel. In ons systeem, in onze maatschappij zijn de eerlijke arbeiders de sukkelaars, want zij zijn de enige slachtoffers van de sluiting. Met de sluiting van Renault hebben alle multinationals een "joker" gekregen: zij hebben vrij spel, zij verliezen niets. In de plaats van de arbeiders te beschermen, beschermt onze regering Schweitzer.’ Renault Vilvoorde: de band
tussen Het bedrijf redden door de 9-urendag en de flexibiliteit te aanvaarden? Dat dacht Karel Gacoms... althans in 1993. Hij zei toen: - 'Met de overeenkomst die werd gesloten op 22 maart 1993 en die van toepassing was vanaf 1 april 1993 hebben wij onze overlevingskansen verhoogd. Als Renault Vilvoorde sluit, zal ze in haar andere vestigingen de voordelen van de 9-urendag niet meer kunnen aanprijzen. Ze zal Vilvoorde niet meer als voorbeeld kunnen gebruiken. Als ze Vilvoorde sluit, zal geen enkele andere arbeider de 9 uren aanvaarden die hem toch naar de dop zullen voeren.(16) Toch heeft de Renaultdirectie Vilvoorde gesloten. En tegelijk heeft ze geprobeerd om de andere bedrijven de flexibiliteit op te leggen. Karel Gacoms denkt daar na de luiting als volgt over: - 'Moesten wij de flexibiliteit aanvaarden? Met de kaarten van 1997 in handen zeg ik neen, maar met de kaarten van 1993
zeg ik ja. In die tijd hebben wij een investering van 8 miljard bekomen, wat toch niet te verwaarlozen is.'(17) Zelfs met de kaarten van 1993 was het een vergissing om de flexibiliteit te aanvaarden. 1. Model staan of willen model staan betekent altijd arbeiders tegenover andere arbeiders opstellen. En dat keert zich zowel tegen de enen als tegen de anderen. De enen moeten hardere, meer stresserende en flexibelere arbeidsvoorwaarden aanvaarden. De anderen vliegen buiten. In deze competitiviteitslogica zijn de arbeiders altijd de verliezers. Vilvoorde werd aanzien als een model. In Frankrijk toonde men de productiviteitscijfers en de kwaliteit van Vilvoorde als een voorbeeld. Een CFDT-delegee van Flins vertelt: - 'Telkens toonden de kaders ons transparanten met grafieken die aantoonden dat de kwaliteitsindex van Vilvoorde duidelijk hoger lag dan die van Flins.' - 'De Belgen waren altijd de goeden en wij gingen door voor de slechten', bevestigt de secretaris van de Franse vakbond Force Ouvrière van de ondernemingsraad van Flins.(18) 2. Vilvoorde was een model van flexibiliteit. Vilvoorde was het eerste bedrijf waar op grote schaal op vraag werd gewerkt. Wanneer de vraag hoog was, werd er veel gewerkt: vijf dagen van negen uren. Wanneer de vraag daalde, werd er minder gewerkt: drie dagen van negen uren. Op deze basis heeft de directie van Renault dit model van flexibiliteit elders in haar vestigingen opgelegd. In Sandouville werd de schafttijd verplaatst naar het einde van de werkdag. In Douai wil de directie de werktijd met 47 minuten verlengen. In 1992 had ze overigens al 30 minuten extra werktijd bekomen. In Cléon wil zij de werktijd met 21 minuten verlengen en de schafttijd (40 minuten) naar het einde van dag verplaatsen. 3. Eenmaal de flexibiliteit was opgelegd, heeft deze maatregel zich tegen Vilvoorde gekeerd. De directie van Renault heeft in Guyancourt een nieuw onderzoekscentrum, een Technocentre opgericht waar (bijna) alle conceptontwikkelingen voor nieuwe modellen worden gecentraliseerd, inclusief alle vernieuwingen op het vlak van de productie. Het centmm beschikt namelijk over een miniketting. Men spreekt over het 'centrum voor de realisatie van prototypes' (CRP). 'Het CRP zal functioneren als een echt bedrijf in miniatuur, met een capaciteit van drie tot vier wagens per dag. Dit zal toelaten om de assemblagewerken te testen op ware grootte. De wagens die door dit centrum worden geproduceerd, zullen onder identieke voorwaarden worden geproduceerd als deze in serie en deze voorwaarden zullen onmiddellijk in de bedrijven kunnen toegepast worden.'(19) Dit betekent dat de productieprocedures vastgelegd worden in Guyancourt en daarna aan alle bedrijven opgelegd worden. Hierdoor zijn de bedrijven gemakkelijker onderling vervangbaar. Het jaarrapport 1995 van Renault legt de nadruk op dit punt: 'Het technocentrum zal op die manier aan de Renaultbedrijven een product en een industrialisatiewijze leveren die volledig zijn gevalideerd, "klaar om te monteren", en zonder latere bijstellingen.'(20)
Al die maatregelen hebben de sluiting van Vilvoorde vergemakkelijkt. Ten eerste heeft de vervangbaarheid toegelaten om de productie van Vilvoorde relatief gemakkelijk te verplaatsen naar Palencia voor de Mégane en naar Valladolid voor de Clio, en daarna die van de Twingo van Valladolid naar Flins. Ten tweede heeft de aanvaarding van de negen uren en de flexibiliteit de arbeiders voorbereid om een ander offer te aanvaarden, namelijk de sluiting, dat dacht de directie tenminste. André, arbeider in de zetelfabriek van Douai, zegt in dezelfde zin over de arbeiders van Vilvoorde: - 'Zij hadden de offers niet mogen aanvaarden die de directie hun vroeger heeft gevraagd. Dat heeft hen schade berokkend. De directie moet gedacht hebben dat zij soepeler waren dan anderen'(21) 4. De patroons van de automobielsector trekken als besluit dat Vilvoorde een bijzonder geval is. Zij weten dat het voorbeeld van Renault de politiek van 'inleveren in ruil voor tewerkstelling' kan ondermijnen. Zij hebben brieven, pamfletten en krantenartikels verspreid om hun visie te verdedigen. Want hun bedoeling is deze politiek verder te zetten: - in Ford Genk wil men de negen uren invoeren; - in Volkswagen Vorst wil men terugkeren tot de vijf minuten rust; - Opel Antwerpen wil overstappen van een stroef systeem van tien uren naar een flexibel systeem van negen uren, met een speling van één of twee uren tussen de twee ploegen, wat toelaat om overuren te doen. Opperste paradox: op het ogenblik dat de flexibiliteit het bedrijf van Vilvoorde de strop om doet, proberen de patroons van andere bedrijven ze in hun bedrijf in te voeren en zeggen: 'Opgepast, als jullie weigeren, gaan we dicht zoals Vilvoorde.' In haar rapport geeft experte Kaisergruber toe dat het voordeel van het bedrijf van Vilvoorde (op het vlak van flexibiliteit) zich snel tegen de arbeiders van ditzelfde bedrijf heeft gekeerd: 'Lange tijd hebben de eigenschappen van Vilvoorde (op het vlak van kwaliteit van de arbeidskracht, van organisatie en vernieuwing op het terrein) van het bedrijf een "model" gemaakt met het oog op fysische prestaties en kwaliteit van het werk. De arbeiders van Vilvoorde kunnen zo het gevoel hebben dat zij gedurende lange tijd de vernieuwingen, de "goede ideeën", hebben geleverd aan de andere bedrijven, om daarna als minder efficiënt door te gaan. Grotendeels omdat het geheel van de bedrijven sinds een tiental jaren het productieproces, de kwaliteitsnormen hebben gestandaardiseerd en een zelfcontrole hebben ontwikkeld. De prestaties van Vilvoorde zijn niet bijzonder gedaald (ook al waren de jaren '95 en '96 niet zeer goed wegens de lancering van de Mégane: dit is normaal bij het opstarten van een model) maar de prestaties van de andere vestigingen zijn gestegen. De standaardisering en het verhogen van de prestaties in alle bedrijven doen de nadelen van de vestiging in Vilvoorde uitkomen: de productiekosten van een Mégane liggen er 2.000 ff hoger in vergelijking met Douai.'(22) Kortom, in plaats van de arbeiders te redden, doodt de flexibiliteit de tewerkstelling. Een arbeider van Renault schreef in een brief aan de kranten: 'De laatste jaren is het ordewoord van het kapitalisme: flexibiliteit, concurrentie en loonkosten. Welnu vrienden, dit zijn loze woorden om ons klein en arm te houden. Wij, Renaultarbeiders, waren flexibel, productief en we leverden een hoge kwaliteit. De echte reden van de sluiting is het mateloos en genadeloos winstbejag van het kapitalisme. Onze ouders en grootouders hebben veel en hard gestreden, ontbering gekend, ze hebben er zelfs hun leven voor gelaten opdat hun kinderen en kleinkinderen een menswaardig bestaan zouden hebben. De laatste jaren is het grootkapitaal stilaan bezig dit alles terug af te nemen. Dit mag zo niet verder gaan, wij moeten ons inzetten voor onze toekomst en die van onze kinderen. Laat de strijd van onze voorouders niet voor niets geweest zijn.' 3. Surplacen en wachten - Inhoud 17 uur. Het goede weer van de laatste dagen is nu helemaal weg. Er waait een nijdige koude wind en er vallen maartse buien.
Aan het piket staan acht vaten met brandende paletten. De vlammen laaien hoog op, opgejaagd door de dwaze wind. Wanneer het vuur mindert, wordt een palet bijgesmeten. De mannen rond de vaten kijken somber. Ze zeggen weinig. Af en toe strekken ze hun armen naar het vuur om zich te verwarmen.
Ik zet mij in de schuiltent naast het vuur, maar de wind blaast regelmatig rook en gensters naar binnen. Dan maar naar een andere tent, verder weg van het vuur. Zes mannen en één vrouw beheren hier de drankvoorraad, de taarten, koffiekoeken en broodjes. Honger lijd je hier niet, de plaatselijke middenstanders en de Macro voorzien ons regelmatig van proviand. Iedereen die 100 frank betaalt mag er de hele dag drinken en eten. Met dat geld kunnen we extra eten kopen voor de mensen die dag en nacht aan het piket staan. Dat zijn moedige kerels met volle inzet voor de zaak. Gehuld in vakbondskleuren en gewapend met walkietalkies om indien nodig alarm te slaan. Het piket is goed georganiseerd. In het kleine gebouw aan de ingang zit een delegee aan de monitors waarmee hij het hele wagenpark kan overschouwen. Via walkietalkies staat hij in directe verbinding met de hoofddienst van de portiers en met de vakbondslokalen. Er is steeds een verantwoordelijke voor bevoorrading, hygiëne of bediening op het piket aanwezig. Voor de rest rekent men erop dat er zoveel mogelijk mensen langskomen. - 'Het zijn altijd dezelfde mensen die de
kastanjes uit het vuur moeten halen', zeggen sommigen aan het piket. Ondertussen zijn er nog een tiental mensen bijgekomen, de bevoorradingstent zit goed vol. Flesjes bier worden aangereikt en stukjes taart verorberd. Het tv-nieuws wordt luider gezet. Opnieuw een brief van Dehaene aan Schweitzer. Jean-Luc denkt misschien aan zijn tuin. Er zijn er die terug moed hebben. Maar de meerderheid is depressief en vreest voor een verloren zaak te vechten. Ik kies de zijde van de positief denkenden, de sfeer is zo al down genoeg. Herinneringen aan de bestorming van Dehaene's tuin en aan de lachwekkende situaties die zich daar voordeden, fleuren de boel wat op. Een student uit Namen komt de tent binnen. Hij maakt een eindwerk over Forges de Clabecq en wil de sfeer bij Renault opsnuiven. Hij begint direct met een Jupiler! Plots getoeter, geroep en gefluit. Een volle bus van het ACV-Brussel komt ons een hart onder de riem steken. We geven ze allemaal een bekertje koffie, frisdrank en eten. Er ontstaan spontane gesprekjes tussen bezetters en ondersteuners, echt bemoedigend. Buiten spreken enkele ACV-secretarissen van op een stoel de mensen toe, we zijn hier ondertussen met een honderdtal. Er klinken slogans en applaus. Na een hartelijk afscheid en de belofte ook individueel naar het piket te komen, vertrekken ze weer. Ik ga terug naar de bevoorradingstent. De vrouwen die hier voor het eten zorgen, twee arbeidersvrouwen en enkele buurtbewoners, zijn hier bijna dag en nacht. Het regent niet meer, gelukkig. De schuiltenten zitten afgeladen vol en rond de vaten is het ook drummen om een plaatsje. Iedereen spreekt over de ontmoeting met Schweitzer morgen, hoewel niemand op een doorbraak rekent. Er wordt wel veel verwacht van de stemming van de aandeelhouders donderdag: dit zou wel eens het einde van Schweitzer kunnen betekenen. Ik ga naar een groepje mensen waarmee ik vroeger op de ketting heb gestaan. Een vriend van me heeft randen onder de ogen en een gespannen trek op het gezicht. Hij heeft problemen thuis. Zijn vrouw reageert erg slecht op de sluiting. Zij vindt dat hij van haar profiteert. Ze slapen zelfs niet meer samen. Dan is hij liever hier aan het piket, bij makkers die hetzelfde meemaken als hij. - 'Mijn gezin ondersteunt me', vertelt een andere arbeider. 'Ik heb me van bij het begin voorgenomen niet te laten zien dat ik erg in de put zit.' Hoe is het toch mogelijk dat ze ons zo in de miserie kunnen storten? En dat terwijl de Renaultarbeiders in Frankrijk nog harder zullen moeten werken om onze productie over te nemen: meer uren, zelfs zaterdagwerk. In Douai nemen ze veel interims aan, die kunnen ze namelijk direct op straat zetten wanneer ze hun post verlaten voor een actie. De patroon wil de arbeiders breken, en met de enorme werkloosheid kan hij dat. - 'Het patronaat staat nu het sterkst! Zullen de politiekers ons ter hulp komen of gaan we terug naar toestanden van uitbuiting?' - 'Met geld kan men alles bereiken. Als het erop aankomt zullen ze ons laten stikken', zegt een andere. De arbeiders die nog werk hebben, zullen ziek worden van de stress en de werkdruk. Wij zullen ziek worden van de geldzorgen en het gebrek aan werk! Een chef-atelier komt mee het nachtpiket vervoegen. Er is hier geen verschil meer tussen arbeider en chef.
Woensdag 19 maart (Tony) Vandaag is er een belangrijke ontmoeting tussen Schweitzer en de vakbonden in Beauvais. Alle Renaultarbeiders wachten in spanning. Wanneer op het BRTN-nieuws om 18 uur gezegd wordt dat Schweitzer de beslissing onherroepelijk blijft noemen, groeit het besef dat harde acties voor de deur staan. De enige hoop die ons nog rest, is de stemming op de algemene aandeelhoudersvergadering van morgen in Parijs. Als dat niet lukt... weet ik het niet meer. Is het dan niet beter om onderhandelingen over het sociaal plan te beginnen? Er hangt een gespannen sfeer in de volle refter. Karel Gacoms roept op om intensiever actie te voeren: - 'Het kan toch niet dat Schweitzer zo halsstarrig
blijft weigeren te spreken over het openblijven van Vilvoorde.' De mensen zijn ontstemd over de onverzettelijkheid van Schweitzer, ze willen nu reageren. - We willen 400 man om naar het noorden van Frankrijk te trekken', vraagt de vakbond. 800 arbeiders melden zich. In Parijs worden onze bussen opgewacht door delegaties van de Franse vakbonden. Het komt tot een betoging naar de hoofdzetel van Renault en nadien bestormen we de plaats waar de algemene aandeelhoudersvergadering gehouden wordt. Stalen hekken met pinnen erop: dit is eerder een versterkte burcht. Binnenkomen is onmogelijk. De directie verwacht in de toekomst blijkbaar nog bezoek van ontstemde arbeiders. We proberen op de Champs Elysées te betogen maar worden weggeduwd door de oproerpolitie. Enkelen zijn toch bovenop de Are de Triomphe geraakt en kunnen een spandoek ontplooien. Een kleine overwinning. In Wavrin bij Lille, waar we het verdeelcentrum willen bezetten, worden de bussen opgewacht door een afdeling van de CRS. Het wordt duwen en trekken, maar binnenkomen lukt niet. Pas na aankomst van voldoende versterking (van arbeiders) kan het parkeerterrein worden ingenomen. Maar er staan alleen Fords en Opeis op. De Renaults bevinden zich op een nabijgelegen plein dat onmiddellijk bezet wordt. Terwijl de gendarmes zich terugtrekken, wegens met te weinig, worden de sleutels van de Renaults afgetrokken, weggesmeten of zelfs met stenen kapotgeslagen. Er wordt een kamp opgezet om een 40-tal militanten te laten overnachten. Ze willen de bezetting vijf dagen volhouden om de bevoorrading van België en Noord-Frankrijk stop te zetten. Ondertussen bestormt de CRS het parkeerterrein waar de Fords en Opeis staan. Met traangas verdrijven ze de arbeiders. Die antwoorden met stenen. De sfeer wordt grimmiger, de acties harder. Het avondnieuws meldt dat Renault het afgelopen jaar een verlies van 32 miljard heeft gemaakt. Van een mogelijke afzetting van Schweitzer wordt niets gezegd. De moed zakt in m'n schoenen. En ik ben niet de enige. We staan nog nergens. Wat moet er nu gebeuren? De aankondiging van het enorme verlies is de volgende stap van Schweitzer om onze strijdbaarheid te breken en de gesprekken over een sociaal plan op gang te trekken. En als we daar niet op ingaan, dreigt hij de voorziene afscheidspremies af te schaffen. Ook alle schade toegebracht tijdens acties zou afgetrokken worden van onze premies. Het enige wat we nu nog kunnen doen is... wachten tot de Franse arbeiders hun vakantiegeld trekken, zodat ze gemakkelijker bereid gevonden worden om alles plat te leggen om zo Renault op de knieën te dwingen. Als we resultaten willen, moeten we onvoorspelbare acties voeren. Het is niet gemakkelijk om op goede ideeën te komen. Het grootkapitaal lijkt me onaantastbaar. We kunnen daar gewoon niet tegenop. Er zijn heel wat Renaultmedewerkers die in hun streek actievoeren. Met hun vakbondskleuren en gele overgooier delen ze pamfletten uit, lichten de plaatselijke bevolking in over onze strijd. Dit soort acties stellen de mensen op prijs. Mensen die zich vroeger onaantastbaar voelden (zoals wij), beginnen nu hun positie in vraag te stellen en na te denken. Dat hadden wij ook beter gedaan. Niet dat we zo de sluiting hadden kunnen tegenhouden, maar misschien hadden we dan wel een achterpoortje voor onszelf opengehouden. - 'En alle kansen die we hebben laten liggen omdat we voor Renault kozen!' zo wordt er gezegd. 'Nu zijn we te oud om te doen wat vroeger wel kon.' Raoul kon tien jaar geleden bij een grote bank beginnen, maar hij koos voor de kwaliteitsdienst bij Renault. Ondertussen is hij te oud om nog bij de bank te solliciteren. Iemand anders kon vijftien jaar geleden met zijn broer een carrosseriebedrijf beginnen, succes verzekerd. Hij koos echter voor een functie als chef bij Renault. Binnen een paar jaar had hij op pensioen kunnen gaan, weliswaar met een lager loon als zelfstandige maar met minder kopzorgen. Nu is hij de veertig voorbij, kan niet op pensioen. En de stap naar zelfstandige is te groot. Verkeerd gekozen.' Zoals de jongen die 4 jaar geleden een aanbieding als vorkliftchauffeur voor een bedrijf in zijn buurt afsloeg. Hij koos voor de anciënniteit en de job als kwaliteitscontroleur bij Renault. - 'Die job is ondertussen bezet en ik ben intussen boven de veertig. Gemiste kans.' Als je denkt dat er na Renault Vilvoorde geen bedrijven meer zullen sluiten, heb je het goed mis. Om de één of andere reden mogen wij geen actie gaan voeren bij Volkswagen in Vorst. Duitsland heeft laten verstaan dat nieuwe stakingsacties in Vorst wel eens slechte gevolgen zouden kunnen hebben. Ook Volkswagen Vorst, een reus tweemaal zo groot als Renault Vilvoorde, wankelt op zijn voetstuk. Ford Genk zit voorlopig nog veilig met de Mondeo, maar daarna? Op Opel Antwerpen is er tijdelijke werkloosheid. Geen direct gevaar, maar toch. Hun directie volgt de situatie bij Renault met argusogen. Zij zijn viermaal zo groot als Renault. En dan spreken we nog niet over de andere sectoren waar herstructureringen aangekondigd worden. De mannen aan het piket kijken grimmig, staren in de vlammen.
Ze knikken zelfs geen goede dag meer. Ze zeggen helemaal niets meer. In de tent zit een vrouw een boekje te lezen. Achter de monitors zitten drie vakbondsmilitanten naar muziek te luisteren. Eén van hen gaat naar huis om wat rust te nemen na twee dagen piket. - Wat denk je van de situatie?', vraag ik hem. - 'Slecht. Maar ons zomaar overgeven? Dan kent die verdomde Schweitzer ons nog niet goed! De Belgen zijn de dappersten onder de Galliërs, daar hebben er nog hun tanden op stukgebeten.' Aan de vakbondslokalen is het ook geen overrompeling. Slechts tien man. Ik lees in de krant dat Schweitzer het personeelsbestand bij Renault ieder jaar zal terugschroeven met 3.000 man, tot in het jaar 2000. Wat zal men ondernemen om dit te stoppen? Wat gaat er met deze mensen gebeuren? Moeten zij door de hel waardoor wij momenteel gaan? Ik voel mij zo machteloos en klein. Ik kan alleen maar ondergaan. Eigenlijk is er een leider nodig om op wereldniveau deze problematiek aan te pakken en menselijke oplossingen te zoeken. Het communisme heeft in Oost-Europa gefaald, maar het kapitalisme kan ik zeker niet aanbevelen. Koude wind en regen. Voor het eerst heb ik mijn vrouw en een kameraad meegenomen zodat zij ook eens van de sfeer op Renault proeven. Het gele knipperlicht en de wapperende vakbondsvlaggen geven van ver te kennen dat er iets gaande is. De geur van rook komt ons tegemoet. Een man in ABVV-kleuren mikt met een stok op een pop die aan een verlichtingspaal hangt.
- 'Hey, hey, hey', roept iedereen wanneer hij de pop raakt. Telkens weer. Eenmaal dichterbij zien we dat op de pop 'Schweitzer', onze zondebok, geschreven staat. Enkele kinderen in het rood staan naast een karretje waarop claxons en een autobatterij gemonteerd zijn. Puik knutselwerk. De voorbijrijdende wagens worden op een luid toetersalvo onthaald. De kinderen wuiven hen toe. We gaan aan de vakbondslokalen de stemming opsnuiven. Er is veel volk, meestal gezinnen. Toch hangt hier geen plezierige sfeer. Een bewaker zit triestig voor zich uit te staren, ook hij is binnenkort werkloos. We wandelen langs de bureaus van de personeelsdienst en door de leegstaande fabriekshal van Haren 1. Alles ademt hier dezelfde deprimerende sfeer uit. We rijden in stilte weer naar huis. Mijn gedachten dwalen af naar wat we achterlaten, naar de vakbondsman die mij vertelde dat alles vast zit. Een verzuurde situatie. Op de algemene vergadering is de sfeer grimmig. Velen willen het werk hervatten in de hoop op nog een paar maanden loon. De discussies zijn hevig. Een arbeider argumenteert kwaad: - 'Ik kan mijn oren niet geloven. Terug aan het werk? Gaan we onze kinderen recht in de ogen kunnen kijken als ze vragen: pa, wat heb je gedaan om Renault open te houden en voor mijn toekomst te vechten? Dat er na een paar weken twijfel komt is normaal. Maar als onze vaders en grootvaders ook zo hadden geredeneerd, leefden we nog in de tijd van Daens!' Volgens mij kunnen we wel winnen, nog nooit was er zoveel steun en solidariteit. Stanneke, een ex-arbeider van Peugeot Mechelen, kwam mee voor de actie: - 'Je moet actie voeren tot op het bot. Ons hebben ze wijsgemaakt dat we moesten werken tot de laatste dag voor een goede premie. We hebben tot de laatste dag gewerkt en we kregen enkel het wettelijk minimum!'
- 'Die van Renault moeten ons mee in de strijd trekken', zegden de collega's van vw Vorst gisteren op een vergadering van de automobielarbeiders van de PVDA. Ze waren ervan overtuigd dat de fabriek in Vorst zeker plat zou gaan als die van Renault bij de shiftwissel zouden komen vragen om mee te staken. Hun werk bij vw is immers ook niet verzekerd. De regering en het automobielpatronaat zitten met de heilige schrik dat er in heel de sector een staking zou komen voor werk. Wij van Renault kunnen daar de motor van zijn. We moeten samen de regering verplichten om maatregelen te nemen tegen alle patroons die durven sluiten. Er moet een wet komen die sluitingen verbiedt. Er knallen voetzoekers op de algemene personeelsvergadering. Het galmt in de fabriekshal. Mensen klagen erover... maar ze blijven knallen. - 'Wij willen terug werken. We eisen een referendum', roepen mensen op de eerste rij. Het duurt een hele tijd voor de vergadering kan beginnen. Uiteindelijk kan Karel Gacoms toch de gemoederen bedaren: - 'Je kan nog verlof inzetten, slechts één stakingsdag in de week aanrekenen.' Dit verteert men nog. - 'Een mislukte heropstart kan leiden tot een lock-out, en dit moet ten alle prijzen vermeden worden', zegt Jacquemijn. De vakbonden zullen de onderhandelingen over een sociaal plan beginnen. Maar het eerste objectief blijft de opening van Renault! De mensen zijn duidelijk ontmoedigd. Maar wat kunnen ze anders doen dan deze nieuwe actieweek erbij te nemen. Het verzet luwt, de vakbondssprekers kennen hun vak. Een nieuwe actieweek kan beginnen.
Het Zuidstation van Brussel, met de tgv richting Parijs... is het eerste doelwit. De spoorwegpolitie tracht de betogers buiten te duwen maar wordt onder de voet gelopen. Iedereen kruipt op de trein en op de sporen. De leuzen weergalmen door het station. Na een uur gaat het richting vakantiebeurs op de Heyzel. Nu heeft de politie haar voorbereidingen getroffen. Als we toekomen gaan de poorten snel dicht. De arbeiders beginnen een omsingeling en waar de hekkens iets minder stevig zijn, wordt ermee geschud tot ze het begeven. De politie komt in gevechtsuitrusting afgestormd, de eerste matrakslagen komen hard aan. Even lijkt het erop dat de betogers zich moeten terugtrekken maar wanneer een groepje mensen langs een andere kant op het terrein geraakt, kan de stormloop beginnen. Een honderdtal arbeiders stormt naar de deuren. Nog even kunnen de agenten de aanstormende mensen met matrakslagen afhouden maar dan worden ze mee binnengesleurd. De weg naar de stand van Frankrijk ligt open. - 'Ik wil versterking!' roept een officier in zijn
walkietalkie. En dan: 'Te laat, ze zijn niet te stoppen!' kalmeren. Hij is alleen, toch doet men hem niets. Misschien is dit wel de beste methode, als er niet geprovoceerd wordt is er minder kans op rellen. De Renaultarbeiders zijn nu onvoorspelbaar geworden. Ze zijn woedend door het hen aangedane onrecht en de onbereikbaarheid van de Franse directie. We zijn nu vier weken verder. Zijn zij nog wel in de hand te houden? Ik vrees voor de komende acties. Ik neem mijn twee dochters en m'n hond mee naar het piket. Het is er zeker geen overrompeling. Twintig mensen, dezelfde gezichten. - We worden moe.' Wij drinken een cola en zetten ons bij de vaten, ze geven heerlijke warmte. De jongens van de nacht zullen het koud krijgen. In het licht van de vlammen tekenen zich sombere gezichten af. Om 9 uur stopt een bus met een zangkoor. Met meer dan vijftig komen ze ons een hart onder de riem zingen. Toch tof dat deze mensen dit belangeloos doen. Vroeger wist ik zelfs niet dat er zoveel solidariteit onder de mensen kan bestaan. Terwijl ik in gedachten naar hun liederen luister, denk ik terug aan mijn oom die zijn hele leven gewerkt en gewroet heeft, dag en nacht. Twee jaar na zijn pensioen, toen hij eindelijk eens van zijn geld kon profiteren, is hij gestorven. Hij had voor zichzelf waarschijnlijk andere plannen gemaakt, maar de echte planning van een mensenleven wordt elders gemaakt. Wat zou er voor mij klaarliggen? Je hebt je leven niet zelf in handen. Je moet het ondergaan en er het beste uit halen. Alles positief bekijken en van deze omstandigheden sterker worden is mijn boodschap. Mijn depressiviteit heb ik al beter onder controle... Maar gedaan? Nee, bijlange niet. De eerste week was ik vier kilo afgevallen, het enige wat mijn vrouw positief vond aan de sluiting. Nu ben ik er al één bijgekomen, dat weet ze beter niet.
Bij mij thuis logeren twee studenten van mlb, Sofie Merckx en Karel Van Acoleyen. Zij komen elke morgen mee naar het piket. In het begin hadden ze wat schrik, de arbeiderswereld is wel wat anders dan het studentenleven. Maar nu voelen ze zich thuis onder de mannen en vrouwen van Renault. Ze leren veel van de solidariteit, van het enthousiasme, van de discussies en van hoe wij ons organiseren. Als ik zie hoe die jonge mensen zich de strijd op de fabriek aantrekken, dan ben ik fier op onze studentenorganisatie. Zij vormen zich niet om te leren hoe in parlementen de mensen te bedriegen. Zij leren met de arbeiders te spreken, naar hen te luisteren en onze politiek voor een andere maatschappij van man tot man te verdedigen. In de fabriek is het redelijk druk. Straks begint de voorbereidende vergadering om de verrassingsactie van morgen voor te bereiden. Ik blijf wat op het bureau van de LBC zitten, bij een van mijn vroegere chefs. We keuvelen wat over vroeger. Toen ik van de plaatslagerij overgeplaatst werd naar de afdeling mechaniek, heeft hij me goed opgevangen. Hij was een voorbeeldige chef en is later gepromoveerd tot assistent-chef atelier. Nu zit hij in dezelfde positie als alle 3.100 werknemers. Toch jammer van z'n talent, denk ik. Hij is nog steeds erg begaan met het bedrijf, dagelijks blijft hij hier op het bureau van de christelijke bediendevakbond.
Ik wandel richting plaatslagerij en kom langs de afdeling 'peinture'. Alles is verlaten en stil. Ook in het gebouw van de onderhoudsdienst brandt het licht voor niemand. Denken dat dit alles nooit meer opgestart wordt, doet pijn. Alles zal aftakelen. Ik bekijk de gloednieuwe waterzuiveringsinstallatie, die miljoenen heeft gekost. In het fabrieksblaadje werd er nog met trots over gesproken. Ik krijg een open brief aangereikt die geschreven werd door Stan Vanhulle. Als ik die rustig lees, besef ik dat hij op alle punten gelijk heeft. Wij zijn inderdaad door iedereen belogen en bedrogen. Steun wordt ons enkel beloofd, maar in werkelijkheid wil de regering ons rustig houden. Opnieuw actie naar Frankrijk. Het is goed de druk op de ketel te houden. De mensen zijn enthousiast. Veel Renault-arbeiders gaan akkoord met mij:
90 - 'Als we een actie zouden doen naar vw en de rest
van de automobiel zou het lukken. Dan zou de regering moeten ophouden met
liegen. Hoe durft Miet Smet met die voorstellen van die jobs aan de
benzinepompen afkomen!' Vandaag verrassingsactie! Het wordt niet Duitsland noch de kanaaltunnel. Al wat we weten is dat we richting Frankrijk gaan. 'Misschien Maubeuge', wordt er gefluisterd. - 'We moeten vastberaden actie blijven voeren! Als we iets willen bereiken, zullen we ervoor moeten vechten!' roept Gacoms. Applaus van een grote groep aanwezigen. Dit is duidelijk een harde kem. We gaan naar de bussen. Er blijft een aantal mensen achter, wat wil zeggen dat de 10 bussen vol zitten: 500 deelnemers.
Niemand op onze bus kent de eindbestemming. We kijken dan ook vragend rond als we de grote weg verlaten en langs weiden en velden via kleinere wegen dieper in Frankrijk trekken. Plots luid gevloek, een helikopter van de Franse politie hangt boven ons hoofd en wat verder merken we de eerste politiewagens op. Een uur lang keren en draaien we door kleine Franse dorpjes en smalle wegen. Ik krijg de indruk dat we verloren gereden zijn. Het is nu 13 uur, en de afspraak om tegen 17 uur terug in Vilvoorde te zijn zal dus wel niet meer lukken. Als we in een klein dorpje weer eens moeten draaien, wat met een stoet van tien bussen niet zo gemakkelijk is, staan verscheidene Fransen ons toe te wuiven. Een oud mannetje merkt het bommetje niet dat via het open dak achter hem terechtkomt. Zijn verbaasd gezicht zet heel de bus aan het lachen. Wat verder loopt een jonge Fran^aise fier te pronken in de prille lente. Ook zij heeft de voetzoeker niet zien aankomen en maakt een gekke sprong van het verschieten. Haar gezicht verandert in een donderwolk en ze loopt mopperend verder. Weer een supporter minder voor onze zaak.
Op de speelplaats van het dorp staat een groep schoolkinderen enthousiast te wuiven. Eén welgemikte voetzoeker en het pleintje is leeg. - Verrassingsactie geslaagd - geen tegenstand gehad - slachtoffers waren wreed onder de indruk', grapt iemand, 'was deze reportage waar of niet waar?' Schalkse ruiters: Red Michiel, red Renault! Dan krijgen we het doelwit eindelijk in zicht: de zetelfabriek die levert aan Douai. Onze opdracht is het zaakje twee uur stil te leggen, dan valt Douai ook stil. Als we van de bus stappen, wordt de aanval op een wat rare manier ingezet: alle betogers zoeken uit hoogdringendheid bomen en struiken op. Er moet wat water geloosd worden na al die tijd en drank op de bus. De poort is dicht maar zonder CRS in de buurt stelt dat niet echt een probleem. Eén van onze kameraden is vlugger over de draad dan de ninja's en schuift de poort open: 500 man stormt binnen. Uit woede en frustratie gaat het er hard aan toe. Het rondwerpen van fusees is hinderlijk, maar het rondsmijten van materiaal, het saboteren van installaties, het leeghalen van geladen vrachtwagens of het platzetten van banden, dat was niet nodig. Het doet pijn deze mensen machteloos te zien toekijken hoe hun werk vernield wordt. Te laat roepen de vakbondsmensen op naar buiten te gaan. Te veel schade werd aangericht. Eenmaal buiten proberen we om een verbroedering tot stand te krijgen, maar daar moeten de Fransen niet meer van hebben. - 'We zijn veel te lang braaf geweest. We moeten de Fransen laten voelen dat ze de verkeerde beslissing hebben genomen', zeggen een aantal arbeiders bij het buitengaan. Er zijn er die net zoals ik ontdaan zijn door dit soort van actie... de camera's registreren en de journalisten schrijven! Dan kruipt iedereen weer op de bussen. De fabrieksmeisjes staan aan de draad, de directie staat voor de hoofdingang en ik voel me helemaal niet fier. We hebben het recht om woest te zijn, maar deze mensen hebben ons niets misdaan. De bus rijdt richting Maubeuge, ons tweede doel. Het is stil. Ook de anderen zullen onder de indruk zijn. Op 2 km van Maubeuge verspert een indrukwekkende eenheid CRS de weg. - 'Ha, de Romeinen', roept iemand. Onze bussen staan amper stil of de mensen stormen richting CRS. De sfeer wordt grimmig, even onderhandelen de vakbondsmensen met de officier van de CRS. - 'Niemand mag door', beveelt de hoofdromein, terwijl aan de andere kant van de gracht arbeiders het kordon rijkswachters voorbijsteken. Ik kijk onzeker om. Zullen ze traangas gebruiken? Opletten dat ik geen granaat in mijn nek krijg, denk ik bij mezelf. Er volgt een mars tot aan de hoofdingang. Er wordt geroepen en gefloten. Als we de parking van Maubeuge passeren, kruipen enkele mensen over de afsluiting, ze rijden luid claxonnerend met geparkeerde wagens rond om de betogers te begroeten. Waar zijn de gendarmes? Zullen ze ons niet onverwacht bestormen? Een rubberkogel tegen het hoofd krijgen, zie ik niet goed zitten. Hoe moet ik voor m'n gezin zorgen als ik hier gekwetst raak? Ieder kijkt schichtig rond. Plotseling staan ze naast ons: vier vrachtwagens, vijftig gendarmes achter een plastic schild, met hun lange matrakken omhoog gericht. Achter de eerste rij staan tien rijkswachters met traangasgranaten en nog eens vier met machinegeweren. Ze laten ons ongemoeid. Aan de hoofdingang staat er nog een rij van veertig. We worden doorgelaten.
De groep trekt de fabriekshallen binnen, voetzoekers knallen. Ik steek mijn oordopjes in. In de plaatslagerij wordt alles stilgelegd en de mensen staan ons te bekijken alsof wij van een vreemde planeet komen. Hier geen aanmoedigingen. Vertrek maar zo spoedig mogelijk, zie ik ze denken. In elk gaatje, elke open deur of traphal knallen de voetzoekers. Het is een belevenis, maar geen aangename. Ik krijg het benauwd, trek mijn plastic zak uit en zet mijn jas open. We stappen de afdeling binnenbekleding binnen. Er zijn bijna geen mensen op de kettingen. We gaan verder en verder, Maubeuge lijkt wel een fabriek zonder einde. Via een binnenkoer geraken we in een tentoonstellingszaal waar een nieuw model opgesteld staat. Het lijkt hier wel een rondleiding in de plaats van een betoging. Alleen het onophoudelijk geknal van de bommetjes bewijst dat we hier eigenlijk om andere redenen zijn. Het is al 18 uur voorbij als de bussen zich in beweging zetten, richting België. Het wordt stil op de bus, de meesten zijn in gedachten verzonken, anderen slapen. Welk resultaat hebben wij behaald? Ik heb geen zin in een gesprek met mijn collega's en slaap tot aan de Belgische grens. Ik tracht wat weg te dromen, terug naar de tijd vóór de sluiting. Toen waren er nog geen zorgen. Met een tiental arbeiders van Renault - rood en groen - gaan we naar de algemene vergadering van de Forges de Clabecq. We hebben onze gele Renaulthemdjes aan, iedereen wil onze sticker, iedereen komt ons een hand geven.
Fantastisch. We mogen op het podium, we roepen op tot eenheid. In de grote hall van de staalfabriek, weerklinkt het: 'Renault, Clabecq, même combat, zelfde strijd!' Na drie maanden strijd staan die mannen hier nog met meer dan 1.000 op een totaal van 1.700 klaar voor de actie. Zij eisen 5 miljard om hun fabriek weer te starten, zodat iedereen zijn werk houdt. Op het tv-nieuws hoor ik dat in het Waalse Colfontaine een filiaal van Alcatel-Bell gesloten wordt. De beelden zijn dezelfde als op Renault op 27 februari: verwonderde en aangeslagen gezichten. Deze mensen gaan door de hel, maar alles gaat gewoon door. - 'We zitten in een overgangsfase die pijn kan doen', verklaart Dehaene. Ik denk temg aan zijn aankondiging van een tewerkstellingsbeleid, nu twee weken geleden. - 'Geen botte bijl bij Belgacom', is het enige positieve nieuws. Dat ook daar een massa jobs verdwijnen, daar rept men niet over. De rellen bij Forges de Clabecq0, de woede en onmacht van deze arbeiders die gevaarlijke vormen begint aan te nemen, allemaal angstwekkende situaties. En toch gebeurt er niks, de wereld draait gewoon door. De media willen laten uitschijnen dat de arbeiders de misdadigers zijn. Geen woord over het verlies van hun job, geen letter over de oorzaak van hun woede. Aan het piket bij de finition heerst een gelaten sfeer. Men wacht de vergadering met de sociale bemiddelaar af, waar voor het eerst gesproken zal worden over een sociaal plan. ° Op 28 maart trotseren de arbeiders en syndicale delegatie van de Forges de Clabecq een door de rijkswacht (onder de vleugels van sp-minister Vande Lanotte) opgelegd betogingsverbod. Tegen een paar honderd klopgrage rijkswachters, traangas en het waterkanon zetten de arbeiders bulldozers in, met succes.
Voor het eerst verlaat de vakbond de piste van heropening van Renault. De dreiging dat er geen geld meer is voor een degelijke afscheidsregeling verhoogt de spanning. Er zijn er die dan zelfs de wagens op het plein in brand willen steken. Dat zou geen oplossing betekenen, maar het illustreert de groeiende woede onder de mensen aan de piketten. Bij het slapengaan, als ik 's nachts wakker word, 's morgens bij het opstaan, de ganse dag spookt Renault door mijn hoofd. 27 februari zal me altijd bijblijven. Ik probeer het van me af te zetten, maar slaag er niet in. Paasdag. Ik maak een wandeling met mijn hond door het lentezonnetje. Ik kijk naar de lentebloesems en bedenk dat ik daar dit jaar nog niet van heb kunnen genieten. Vorige jaren kwam ik naar het park om te genieten van het openbloeien van de lente. Nu spookt Renault door mijn hoofd. Ik snuif de frisse lucht op en verdrijf die triestige gedachten. Dinsdag 1 april (Tony) Op de algemene personeelsvergadering zijn er enkele mensen die ik sinds het begin van het conflict niet meer gezien heb. Ze hebben het te druk om actie te komen voeren, zij verdienen nu wat bij in het zwart. Karel Gacoms overloopt de acties van de voorbije week. De vakbond gaat over een sociaal plan onderhandelen. Gacoms verklaart dat ze over het heropstarten willen onderhandelen, maar alleen als de directie voldoende sociale garanties voorlegt, wat voorlopig niet het geval is. Plots steekt een hevig rumoer op. D'Orazio, de stakingsleider van Forges de Clabecq, is aangekomen. Hij houdt een toespraak waarbij hij oproept voor gezamenlijke acties met Clabecq, wat vooral op applaus van de harde kern wordt onthaald. - 'Het gaat de verkeerde kant op', zegt de man naast mij. Na de personeelsvergadering gaat er voor de bedienden van de kwaliteitsdienst een vergadering door bij De Laet, onze chef. De Laet zet zich in het midden van de groep, iedereen kijkt vol verwachting in zijn richting. Hij legt uit hoe de vergaderingen tussen vakbonden en directie nu verlopen: - Voorlopig heeft de RIB-directie een mandaat gekregen om de onderhandelingen te voeren. Maar Garsmeur, onze directeur, krijgt zijn bevelen uit Parijs en mag op eigen houtje niets beslissen. Het grootste probleem lijkt de. onverzettelijkheid van de vakbonden om over een heropstart te onderhandelen. Ik vrees voor een verrotting van het proces. Ik kan geen voorbeelden vinden waar een bezetting gunstige resultaten afgedwongen heeft. Kijk maar naar Delacre.' Thuis loop ik er nukkig bij en ga met de krant in de stoel zitten. Een aangename huisgenoot ben ik momenteel niet. - 'Het wordt tijd dat je terug uit huis bent', zegt mijn vrouw. - 'Nu mijn mooie loon wegvalt, interesseer ik je niet meer, veronderstel ik? Je zou dit beter moeten verbergen.' Het ene woord brengt het andere mee, de ruzie loopt hoog op. Ik kom pas tot bedaren als ik mijn dochter Ann, die vandaag 16 jaar wordt, in een hoekje zie wenen. Ik stap in mijn wagen en rijd weg. Het gonst in mijn hoofd, net of ik koorts heb. Het verlies van mijn job, de toenemende echtelijke spanningen. Hoeveel meer kan ik nog verdragen? Aan het piket vertelde me een jongen dat hij z'n huwelijk op de klippen zag lopen. Ik zit in hetzelfde schuitje! Als ik niet oppas gaat alles kapot. Ik zet mijn auto aan de kant om te kalmeren. Alles ontsnapt mij, ik lijk nergens nog vat op te hebben. Ik denk aan Ann. Ze zag er zo naar uit 16 jaar te worden en met haar brommertje te kunnen rijden. Nu zal ik moeten zeggen: - 'Niet te ver, denk aan de benzine.' Ik had de meisjes een weekend naar Londen beloofd. Hoe zal dat nog kunnen? Ik rijd traag verder naar het Vrijbroekpark. In de achteruitkijkspiegel zie ik mezelf: rooddoorlopen ogen en daaronder randen, en die verbeten trek. Zal ik weer naar de dokter moeten? Zal ik er zo wel doorgeraken? Ik ga op een bank zitten in het zonnetje. Ik denk aan mijn levensverzekering: 2 miljoen voor mijn vrouw en kinderen indien ik sterf. Tot 31 juli ben ik toch nog in dienst bij Renault. Zou dat een oplossing zijn? Zouden tranen dat geknaag in mijn borst kunnen wegspoelen? Maar ik kan niet meer wenen. Ik moet me kalmeren. Ik ben altijd een rustig iemand geweest. Ik mag me niet laten gaan. Ik ga op het terras zitten en bestel een pint, en daarna nog een. De eerste dagen na de sluiting wilde ik niet drinken. Nu wel! Als ik thuiskom zijn enkele vriendinnen en vrienden van Ann op bezoek. Het meisje lacht weer, dat doet mij goed. De spanning tussen mij en mijn vrouw blijft. Nu ik gekalmeerd ben, heb ik meer begrip voor haar. Ze had ideale uren op haar werk: een halftime van 9 u tot 13 u, vijf dagen per week. Nu ze meer uren aanvraagt, is ze die mooie regeling kwijt. We hadden gespaard om onze meubels te vernieuwen, dat zal wat moeilijker worden. We hebben het allemaal moeilijk! Mijn vrouw is meer aan materiële zaken gehecht dan ik. Dat recht heeft ze, alleen zal ik haar dat moeilijker kunnen geven. Iedere morgen om 4 uur ben ik klaarwakker, het uur om met de vroege te vertrekken. Ik sta dan maar op en laat de hond buiten, wandel een beetje rond in de straat. Alles is zo kalm en stil. Kon ik maar vertrekken, en op het bureau van mijn chef de dagplanning maken, op het scherm kijken of iedereen aanwezig is, het telefoongesprek met mijn to voeren om de informatie van de andere ploeg door te nemen, de dringende zaken opstarten, mijn memo doorlezen... In gedachten zie ik de jongens zelfs in de volgorde dat ik ze 's morgens een hand geef, de slaperige koppen. Ik hoor ze klagen over het vroege uur, herinner me de opgewektheid waarmee ik de mensen begroette: 'Alles ok? Ziet ge het zitten, alles kits?' Ik weet dat het nu niet kits is. In gedachten zie ik vanuit mijn bureau de wagens die. onder de lichttunnel van post 1 voorbijkomen en de controleurs die met strakke blik elke fout noteren op de controlekaart. Zo heb ik dat vroeger ook gedaan. Ik beschouwde elke wagen die ik controleerde als mijn eigen wagen. Ik was trots als hij goed afgewerkt was. Zo heb ik het ook geleerd aan mijn controleurs. Ons doel was de beste assemblagefabriek van Europa worden. Dat waren we al! Ik denk aan mijn chef, een perfectionist zoals geen ander. Ik weet nog hoe moeilijk ik het had om met hem samen te werken. - 'Hoe kunt gij die druk blijven nemen?' vroegen de mensen mij. Maar hij was de man die me alles had geleerd. Het was een keiharde leerschool, maar ik wilde het goed doen, en mijn uet moest het goed doen. Ik herinner me dat al m'n mensen achter mij stonden om te bereiken wat nodig was, zelfs de enkelingen waarmee ik ooit problemen heb gehad. Alles was gladgestreken. We hadden de moeilijke opdracht gekregen om onze uet in te krimpen. Controleurs moesten terug fabricageopdrachten uitvoeren, met verlies van loon. Dat alles werd aanvaard! Ik had wel een achterstand op mijn doelstellingen en er zou nog keihard moeten gewerkt worden naar de toekomst. Maar iedereen was er klaar voor. We zouden echt een voorbeeldfabriek worden, we kenden onze verliesposten en zouden die aanpakken. De directie in Frankrijk besliste daar anders over. Vandaag moet ik wat rekenen. Nu er nog geen heropstart op het programma staat, gaat ons inkomen serieus dalen. Misschien moet ik wat vroeger dan voorzien in mijn uitgaven beginnen schrappen. Mijn fitness-programma van 900 frank per maand heb ik al geschrapt. Als bediende was de fysieke belasting eerder klein, met fitness-training compenseerde ik dat. Met de hond gaan wandelen, joggen en zwemmen moeten het alternatief worden. Mijn basisconditie moet ik houden, want wie weet welk werk ik in de toekomst zal moeten doen? Ik krijg het koud, het is ondertussen 5 uur geworden. Vroeger kroop ik in mijn witte Clio om naar Vilvoorde te rijden. Nu kruip ik in mijn bed. Ik voel me moe en overbodig. Waar zal men ons nog kunnen gebruiken? Onderweg naar de piketten hoor ik op de autoradio het nieuws dat Renault in kortgeding veroordeeld werd wegens 'het niet naleven van de procedure om de sluiting aan te kondigen'. Onze eerste echte overwinning! Ik ben tevreden al weet ik dat de sluiting hiermee niet ongedaan gemaakt wordt. We hebben nu een gerechtelijke beslissing in ons voordeel. Indien de directie dit naast zich neerlegt, is dit anarchie op het hoogste niveau. In de fabriek hangt een stemming van overwinning. Overwinning, maar geen euforie. Er worden enkele flesjes bier meer opengemaakt, er komen enkele mensen meer naar de piketten. Cameraploegen zijn druk in de weer. De BRTN-ploeg maakt zich naast de stilhangende ketting klaar om tijdens het nieuws een rechtstreeks interview met Karel Gacoms uit te zenden. Bij wijze van voorbereiding krijg ik de kans om een proefinterview te geven. Ik ervaar meteen welke spanning je voelt wanneer ze een micro onder je neus duwen. Op het plein van de finition werd vandaag een vrachtwagen van 4 miljoen afgeleverd. Een beetje surrealistisch. Het piket is er om wagens binnen te houden en nu worden er bijgebracht? Ze konden hun ogen niet geloven. Na een telefoongesprek ziet de chauffeur zijn vergissing in en probeert z'n vrachtwagen terug mee te nemen. De mensen van het piket zijn echter onvermurwbaar en de baas van de arme chauffeur dreigt met onmiddellijk ontslag indien de vrachtwagen morgen niet in Luik afgeleverd wordt. Ellen, mijn jongste dochter gaat mee betogen voor de job van haar papa. Om 9 uur stappen wij getooid in de groene ACV-kleuren op de bus voor de betoging in Brussel. Petjes, sjaaltjes, groene zakken, zelfs handschoenen worden uitgedeeld. Naast ons op de bus zit een cameraploeg die voor de PVDA werkt. Ik herken enkele van mijn controleurs op onze bus. Er heerst een gemoedelijke sfeer, iedereen schijnt goedgemutst en klaar voor de actie. Ik denk terug aan onze eerste betoging twee dagen na de aankondiging van de sluiting. We staan er nog altijd niet beter voor dan toen. Het is zoals bij de sprinters op de wielerbaan. Het lijkt erop dat we enkele weken 'surplace' hebben gedaan en dat de eigenlijke sprint nog moet beginnen. En toch voel ik dat al veel energie verbruikt is. Ik probeer mijn gevoelens uit te leggen aan mijn dochter, ik denk wel dat ze goed beseft wat er gebeurt, al is ze nog maar 14. Zij heeft nog nooit een betoging meegemaakt, ik voel mij al een beetje specialist ter zake. Ik vertel haar over de bommetjes en voetzoekers en dat ze daar met haar oordopjes niet te veel last van zal hebben. In Brussel staat een grote groep sympathisanten ons op te wachten. Op de eerste rijen herken ik mensen van Volkswagen, Nova en een grote groep uit Clabecq. Ze moedigen ons luidkeels aan. De betoging zet zich in gang, ik neem mijn dochter bij de arm om haar te beschermen.
'Het enige sociaal plan is Renault Open'. Plots staan we oog in oog met een kordon rijkswachters dat de toegang tot het Vlaams Parlement afzet. We lopen langs de Friese ruiters waarachter de rijkswachters staan, helmen op, schild in aanslag, sip kijkend onder de verwensingen van de arbeiders. - 'Wij zijn hier omdat we ons werk kwijt zijn', schreeuwt een over zijn toeren rakende één van de rustigste chefs die ik ken. Nu staan zijn ogen wild! - 'Smeerlappen', schreeuwt hij, terwijl hij op de Friese ruiters afstevent. Hij is misschien maar lm60 groot en tenger van gestalte, maar trekt een Friese ruiter achteruit. Een rijkswachter slaat toe, de slag maakt de man nog woester. Hij grijpt een vlaggenstok en mept terug, enkele betogers komen ter versterking, het waterkanon spuit hen uit elkaar, er vliegen stenen door de lucht. Ook ik voel de woede opkomen en zelfs mijn dochtertje wil ertussen vliegen. Maar ik loods haar een café binnen om bij een cola wat te kalmeren. Wat kunnen die rijkswachters aan heel die situatie van Renault eigenlijk doen? Zij staan daar toch enkel in opdracht van. Nu krijgen zij alle verwensingen van gefrustreerde arbeiders naar het hoofd geslingerd terwijl Schweitzer en compagnie buiten schot blijven.
Op straat is de situatie nog niet opgelost. Terwijl een delegatie in het Vlaams Parlement ontvangen wordt, staan de briesende arbeiders oog in oog met de rijkswachters. Op het einde van de straat staan nog rijkswachters in gevechtsuitrusting klaar. In twee andere straten staan er nog. We kunnen het aantal niet tellen, maar het zijn er in elk geval veel. - 'De rijkswacht staat hier alleen om het kapitaal te verdedigen', roept iemand. Er is een gat gevallen in de verdediging van de rijkswachters en al vlug komt een heel peloton ter versterking aangelopen. Samen met het waterkanon drijven zij de betogers terug. Ik zie nog iemand met twee bakstenen in de handen. We trekken langzaam weg van het slagveld, roepend en vloekend. Fusees knallen. Wat hebben wij hiermee bereikt? - 'We moeten doorgaan tot de finish', hoor ik een arbeider van Volkswagen aan een cameraploeg van vtm zeggen. We passeren de Franse ambassade, hermetisch afgesloten. Er wordt gescholden, geduwd en getrokken, maar verder niets. Dehaene is het volgende doelwit, maar ook daar is er geen doorkomen aan. Een delegatie mag even binnen en komt terug met de mededeling dat de premier 'op zending' is. Ik loop nu mee op kop van de betoging achter een groot spandoek, arm in arm met Ellen. We roepen mee uit volle borst, dat lucht op. Voor ons lopen cameramensen en fotografen, ze doen teken om even halt te houden voor foto's en een interview. Er straalt kracht van ons uit, we zijn een machtige groep, alles wijkt voor ons. Alleen Schweitzer niet, hij is voor ons onbereikbaar.
Een Marokkaans jongetje loopt, tussen de cameramensen, voor ons uit. Hij zwaait met een stokje door de lucht. Voert een schijngevecht, misschien wel zoals wij tegen Schweitzer! Hij dirigeert de betoging als een groot orkest, vastberaden en met overtuiging. Naast mij loopt de student die ik heb leren kennen aan het piket, Karei Van Acoleyen. Hij is helemaal uit Gent gekomen om ons te steunen. De volgende halte is bij Van Miert. Opnieuw een indrukwekkend rijkswachtkordon, geen doorkomen aan. Een delegatie mag binnen, maar het is ondertussen middag en Van Miert is gaan eten. Iemand krijgt de fotografen en de cameramensen op de stellingen van een flatgebouw in aanbouw in het oog. Het gebouw bevat een arsenaal aan materiaal om mee te smijten en te kloppen. Ik zie onze harde kern mee in de richting van het flatgebouw lopen. Kleine groepjes zetten het op een lopen naar een aanpalende straat. Vandaar komen zij achter de rijkswachtversperring uit. Ik ga met Ellen op een vensterbank zitten. Zo hebben we een goed overzicht op de gebeurtenissen. Geroep, geklop, gerammel. De omheining rond de bouwwerf gaat heen en weer. Men slaat er met stokken en staven op. De bouwvakkers vluchten enkele verdiepingen hoger het gebouw in. Van daaruit kunnen zij alles overzien. De rijkswacht voert een charge uit om het flatgebouw te ontzetten, stokken en stenen komen op hen neer. Bebloede hoofden en mankende mannen, de eerste gewonden worden naar achter gebracht waar ze door onze bedrijfsverpleegsters opgevangen worden. IIO
De straat wordt ontruimd. De rijkswachters kennen hun vak maar komen er toch niet ongeschonden uit. Een arbeider toont de drie sterren van een rijkswachtkapitein: - 'Gewoon van zijn schouder gescheurd', lacht hij fier. 'Ik heb er wel wat slagen moeten voor incasseren! Zijn kepie had ik ook, maar ik kon hem niet bij houden want ze hadden mij omsingeld, en maar kloppen. Morgen zal ik wel wat stijf zijn zeker.' Dan trekt de betoging weg richting bussen. Brussel kan herademen. De Schweitzers van onze tijd zullen ons één voor één alles afnemen, bedrijf na bedrijf, voor een steeds grotere winsthonger. Dan kunnen ze nog een zwembad bijbouwen, een wereldreis meer maken of een kleedje van Jean Paul Gaultier kopen. Die mensen maken zich toch geen zorgen om een werkloze méér, dat is het laatste van hun zorgen. Mijn bewondering gaat niet uit naar die ongelofelijke ondernemer met z'n hoog zakencijfer. Neen, mijn bewondering gaat uit naar de jongens die belangeloos dag en nacht piketstaan. Of naar de studenten die op hun vrije dagen aan de piketten pamfletten uitdelen en met de arbeiders praten om hen aan te moedigen. Ik bewonder de betogers met hun tranen in de ogen omdat ze zich zo klein en machteloos voelen tegen een zo sterk systeem. Of de huisvrouwen die naar de fabriek komen waar hun mannen worden afgedankt, om iets voor hen te doen. Dikke en dunne vrouwen, ze werden voor mij de mooiste vrouwen. Meestal gewone mensen, met gewone kleren, mensen die zich moeilijk kunnen uitdrukken. Mensen die in de bres springen voor elkaar. Dat zijn de helden van onze tijd.
Ik ga naar de betoging tegen de leugenaars in Namen. Deze mars werd georganiseerd door de syndicale delegatie van Forges de Clabecq. 15.000 arbeiders roepen op voor de algemene staking. We zijn hier met 200 arbeiders en bedienden van Renault. Het was niet gemakkelijk voor deze betoging te mobiliseren. Niet omdat de arbeiders niet willen, maar omdat er een aantal 'hindernissen' geplaatst waren. Zo was er oorspronkelijk maar één bus voorzien om naar Namen te gaan. Bovendien hebben we gisteren ook al betoogd. Twee dagen na elkaar betogen, dat is voor sommigen te veel. Gelukkig is Roberto D'Orazio maandag naar onze algemene vergadering gekomen om de mensen uit te nodigen naar Namen te komen. En natuurlijk hebben we met een aantal arbeiders gemobiliseerd door te vertellen wat we al allemaal gezien hebben in Clabecq. Ook had de BBTK van Renault een bus ingelegd waarmee iedereen die wilde kon meegaan.Het is een bont gezelschap, daar in Namen: Renault, Clabecq, Nova, Cockerill, Volkswagen, Caterpillar... Hier geen Michel Nollet, geen Mia Devidts. Overal worden slogans geroepen, wordt de strijd aangezwengeld. Een andere sfeer toch dan de betoging van 16 maart in Brussel. Gedurende de mars roept iedereen: 'grève générale pour 1'emploi, algemene staking voor werk.' Nadia Havaux-Meeus, een arbeidersvrouw van Renault, vertelt:'Het systeem waarin we leven duwt ons altijd maar verder achteruit. We horen overal over fabrieken die sluiten, over meer en meer werklozen. De werklozen worden steeds sneller van de dop gesmeten en naar het OCMW doorverwezen. Je verliest je huis, je werk, je recht op uitkering,... Het is een vicieuze cirkel. Strijden is goed, maar je mag niet alléén strijden zoals een Don Quichote tegen windmolens, daar krijg je alleen maar blauwe plekken van. Vanaf het begin hadden we moeten proberen om met alle bedrijven van België samen te vechten om van ónze regering resultaten af te dwingen. In welke staat leven wij? De politie en rijkswacht gebruikt geweld tegen ons. In Clabecq tegen de arbeiders, en ook als wij gaan betogen trekt de rijkswacht erop uit met het waterkanon om onze arbeiders nat te spuiten. Als we op straat komen, arresteren ze ons op basis van de wet tegen de samenscholing.’ ‘De patroons zijn er tot nu toe in geslaagd om ons te verdelen. Als een andere fabriek staakt, staken wij niet mee. Nochtans zijn we allemaal arbeiders en moeten we allemaal vechten voor ons werk. Wij moeten samen vechten, met de arbeiders van Frankrijk, de Vlamingen en de Walen, met de mensen van de Openbare Diensten. Want als je werkloos bent, kent iedereen dezelfde miserie.’ Roberto D’Orazio op 3 april 1997 'In Cléon willen ze flexibiliteit invoeren’ Vijf delegees van Renault Vilvoorde bleven na de actie in Douai een paar dagen in Parijs, op uitnodiging van de Franse bonden. Ze trokken naar de fabriek in Cléon. Alfons Van De Meersche (ACV): ‘In Cléon willen ze al 5 maanden flexibiliteit invoeren. Wij hebben uitgelegd hoe wij 4 jaar geleden de flexibiliteit aanvaard hebben in ruil voor investeringen. Het resultaat kennen we vandaag: sluiting. De personeelsdirecteur van Cléon vertelde hetzelfde als wat wij vier jaar geleden te horen kregen. In Cléon hebben we een ongelofelijke solidariteit meegemaakt, een solidariteit zonder grenzen. De Franse vakbonden legden ons uit hoe ze overal in de Groep Renault dezelfde problemen hebben. In Cléon is er sinds ‘94 geen enkele aanwerving meer geweest. De werkloosheid in de streek is erg hoog.’André De Wit (aclvb): ‘De Franse arbeiders leven enorm mee met onze strijd. In Cléon heeft 80% van de vroege post gestaakt en 100% van de late post. De sfeer was enorm. Wij werden er als koningen ontvangen. We waren graag gebleven tot aan de betoging dinsdag in Parijs. Van Cléon komen ze met een aantal bussen.’Danny Olijf (ABVV): 'In Cléon waren ze vooral geïnteresseerd in onze ervaringen met flexibiliteit, omdat ze daar met dezelfde problemen geconfronteerd worden en omdat wij ervaring hebben met flexibiliteit. Wij vertelden hen hoe wij ons laten vangen hebben: de directie in Vilvoorde vroeg flexibiliteit in ruil voor investeringen. Tot wat dat leidt zien we vandaag, Vilvoorde gaat dicht. Toen wij er spraken was het muisstil.’
Chris Noé en 'De Witte' op een bijeenkomst van het Comité Renault Open. (Foto: Eddie Pues) Proper ondergoed Kristiaan ‘de witte’ Lauwers: 'Vanaf het begin van de strijd op Renault ben ik één van de actieven. De eerste weken ben ik bijna constant op de fabriek geweest, acties gevoerd. Ik sliep in auto’s (keuze genoeg) of in vrachtwagens. Mijn ouders en vriendin kwamen af en toe langs om me proper ondergoed en geld te brengen.De eerste dagen waren echt zotte dagen. Er kwamen bijvoorbeeld arbeiders van Kelloggs van Manchester (Groot-Brittannië) langs, en Italiaanse syndicalisten van Fiat en Alfa Romeo, om steun te betuigen. Eén van de belangrijkste acties die ik heb meegemaakt was de bezetting van de Renaultparking in Wavrin in Frankrijk, een bezetting die ongeveer 10 dagen duurde. Ik ben daar bijna de hele tijd gebleven, afgezien de paar keer dat ik naar Vilvoorde ben gekomen om propere kleren aan te trekken.' 4. Een geleid referendum - Inhoud Van 7 tot 13 april Maandag 7 april (Stan) Vorige week hebben de arbeidsrechtbank van Brussel en de rechtbank van Nanterre in Frankrijk beslist dat de sluiting van Renault op een onrechtmatige manier gebeurd is... en moet overgedaan worden volgens de wettelijke overlegprocedures. Zo ontstaat er ruimte 'om te onderhandelen over eventuele alternatieven'. Dat ligt volledig in de lijn van de vertegenwoordigers van het Europees Verbond van Vakverenigingen én van de Europese Patroonsunie. Die verklaren in een gezamenlijk communiqué: - 'We achten de tijdige voorlichting en raadpleging van het grootste belang, omdat de bedrijfsherstructureringen daardoor doeltreffender kunnen doorgevoerd en sociaal beter worden aanvaard.' De secretarissen volgen deze redenering ook. - 'De uitspraken van de rechtbanken over Renault
zijn een grote overwinning,' vinden de vakbondssecretarissen Jacquemijn en
Gacoms. Karel Gacoms verklaart: Schweitzer is al even snel met zijn commentaar: - 'De uitspraak van de rechtbank doet niets af aan mijn beslissing. Renault zal hoe dan ook dichtgaan tegen eind juli. Er verandert niets.' Toch roepen de secretarissen, in het kader van de 'gewijzigde situatie', de arbeiders op voor een werkhervatting 'onder strikte voorwaarden'. - 'We staan voor een nieuwe situatie die een nieuwe strategie vereist. Het werk moet hervat worden, maar onder strikte voorwaarden. Voortstaken is in de kaart spelen van Schweitzer', zegt Gacoms op de algemene vergadering.
(Foto: Ricardo Bravo) We hebben vijf weken gevochten voor werk, niet voor een 'propere' sluiting. Nu stoppen, is vijf weken strijd opgeven. Maar dat standpunt komt niet aan bod op de algemene vergadering. Gacoms en Jacquemijn worden uitgejouwd. Ik voel me ongelukkig. Ik voel dat we in een impasse gemanoeuvreerd worden. Maar er is geen vrije discussie, geen overleg mogelijk. Na de vergadering schrijf ik een brief met de oproep de bezetting voort te zetten. 'Geen enkele wagen mag geproduceerd worden. Het referendum dat wordt voorgesteld voor donderdag is vals en ondemocratisch. Er bestaat geen democratie als er geen correcte informatie is. Wij eisen een democratisch georganiseerde staking: 10 algemene vergadering twee keer per week; 2 ° op het podium spreekrecht voor de voorstanders van de staking; 3° open micro op de algemene vergadering, ieder zijn gedacht; 4° delegeevergaderingen open voor de actieve militanten.' In mijn brief leg ik uit dat de werkhervatting in de kaart van Schweitzer speelt, omdat hij de Mégane Coupé nodig heeft. Schweitzer bedankt de arbeiders trouwens voor de beslissing het werk te hervatten. De sluiting van Renault Vilvoorde is een duidelijk sein voor de andere automobielconstructeurs en patroons: een voorbeeld van hoe je zomaar kan beslissen een bedrijf te sluiten. Bovendien laat het referendum de belangrijkste vraag achterwege. Eigenlijk had het referendum moeten vragen: 'Ben je voor of tegen Renault Open?' 'Ben je voor of tegen je arbeidsplaats op Renault?' Waarom wordt ons dat niet gevraagd?
Personeelsvergadering. Vandaag moeten er andere beslissingen genomen worden, dat is voelbaar van zodra je de fabriek binnenkomt. Er wordt zenuwachtig overlegd. Karel Gacoms neemt het woord: - 'Donderdag zal een referendum gehouden worden.' Direct begint een groot aantal mensen afkeurend te roepen: - 'Wij willen niet aan de slag. Schweitzer is in de fout, hij moet eerst terugkomen op zijn beslissing om Renault te sluiten!' Gacoms krijgt met moeite de gemoederen bedaard: - 'Nu de rechtbank de sluiting onwettig verklaard heeft, zouden we eigenlijk al aan het werk moeten zijn. Het referendum moet aantonen wat leeft onder de mensen. We zullen trouwens niet betaald worden zolang er geen werkhervatting is.' De situatie is verwarrend. Ik vind het beter om terug aan de slag te gaan, dan is tenminste ons loon verzekerd. Aan de rest kunnen wij toch niet veel doen. Het is duidelijk dat opstarten na zes weken moeilijk zal worden: onze installaties zijn zwaar aangetast en een heleboel producten zijn vervallen. In de mastiekafdeling is het een ramp: de leidingen zijn versteend. In de plaatslagerij zijn de platen verroest, er is daar veel werk en veel kassen zullen schroot worden. - 'De beslissing van Schweitzer is economisch de meest verantwoorde keuze voor Renault', wordt er op de bediendenvergadering gezegd. En dat door mensen die ook zijn afgedankt! Het toont hoever men kan gaan met een economische uitleg boven een menselijke oplossing te aanvaarden! Als er al bedienden zijn die de sluiting verdedigen, staan we er slecht voor. Economisch gezien kan men immers over lijken gaan. Dan moet je eerlijk zijn met jezelf en alles economisch oplossen. Wat was de prijs van een kogel ook alweer: 12 frank? Dinsdag 8 april (Tony) Om 8u30 is de vergadering van de kwaliteitsdienst reeds, aan gang. Vandaag moet een inventaris opgemaakt worden: Wat is er verdwenen? Wat is er nog? Welke installaties doen het nog? Welke moeten hersteld worden? Welke wijzigingen moeten doorgevoerd worden? Er is met de vakbonden overeengekomen dat de toegang tot de finition geopend wordt voor de bedienden die er werken. En dus ook voor ondergetekende. Maar als we om 9 uur met de dienstwagens naar de finition willen vertrekken, worden we aan de uitgang van de fabriek al tegengehouden. - 'Geen toegang tot de finition', zegt het piket. Ook de mensen van de fabricatie werden niet doorgelaten. Dan maar opnieuw onderhandelen aan de vakbondslokalen. 10 uur wordt 11 uur. Niemand schijnt de toestemming te kunnen geven. - 'We zullen een delegatie naar de finition sturen', zeggen ze op de burelen van de personeelsdienst. De productiedirecteur, een ACV-afgevaardigde en de chef-atelier vertrekken finition-waarts. Wij volgen hen, maar eenmaal aangekomen is de delegatie al binnen, zonder ons. - We kunnen jullie niet binnenlaten', zegt het piket nogmaals. Ik ben ontgoocheld. Ik was dagelijks aanwezig aan het piket. Waarom mag ik nu niet binnen? Om 13 uur krijgen we te horen dat we morgen wel inventaris zouden kunnen maken. In de rest van de fabriek kan dat vandaag al. In de plaatslagerij valt alles nog mee. Er is alleen wat roestvorming op enkele koetswerken. Die zullen moeten vernietigd worden. In de mastiek is ook niet veel schade. Bij de 'peinture' en de 'montage' worden geen problemen gemeld, 'alleen enkele vermiste computers'. Een opstart lijkt technisch mogelijk. Nu is het wachten op het referendum. Gaan de vakbonden de opstart verhinderen? Er schijnen verschillende meningen te zijn. Alles is onzeker. 7 uur. Veel volk aan het piket aan de finition. Met een tiental bedienden maken we de inventaris. Corens loopt voorop. We houden even halt om de mensen aan het piket te begroeten. Onderweg naar de poort van de parking komt er een waterstraal van achter de struiken tot voor de voeten van Corens. Stany moest zo nodig de brandslang testen. Aan het piket moeten we allemaal onze badge tonen om te kijken of we wel op de toegangslijst staan. De arbeiders genieten er zichtbaar van: nu kunnen zij de bedienden controleren! Dat belooft als we het werk moeten hervatten. Op de terreinen van de finition staan de auto's en vrachtwagens kriskras door elkaar. Het zal niet gemakkelijk zijn alles terug ordelijk te krijgen. De sleutels van al deze wagens zijn namelijk 'verdwenen'. Dit plein was mijn werkterrein. Wij hebben door weer en wind gelopen om de kwaliteit van deze wagens te verzekeren. Wagens met mogelijke tekortkomingen moesten geblokkeerd worden. Daarna werden ze nagezien en in orde gebracht.
We nemen plaats op het bureau van Corens. Het doet allemaal vreemd aan. Zes weken geleden, op 27 februari, zat ik ook op deze plaats. Het schuift nog eens voorbij aan m'n ogen. De onderhoudsploeg is al aan de watercabine begonnen. Ze werkt nog, maar het water dat zes weken heeft stilgestaan stinkt. Verscheidene sproeiers zijn verstopt door het lange stilliggen. Terwijl ik een inspectieronde maak rond de cabines blijf ik even staan bij mijn bord. Hier hangt de score van een audit op ons onderhoudsprogramma, uitgevoerd begin februari '97. Uitslag: drie maal 100%. Nog twee auditeurs moesten komen en dan zou ons het onderhoudslabel uitgereikt worden! Uren werk hebben wij daarin gestoken, allemaal waardeloos. Ik wandel naar mijn bureau. De ketting is opgestart en werkt nog. Een automaat is leeggeplunderd. Het glas is stukgeslagen en de inhoud is emit gehaald. Mijn bureau is nog op slot, hier is niks aan gebeurd. Is alles dan voorbij? Ik krijg het even moeilijk. Mijn collega van de B-ploeg komt binnen. Er wordt niet veel gezegd, we zitten maar wat rond te kijken. Verdomme toch, is er dan niks aan te doen? Na een tijdje beginnen we de inventaris te maken. Ik kan niet normaal denken, ik loop zomaar wat rond. Ik kom de chef van de onderhoudsploeg tegen, de man waarvan ik de eerste dagen dacht dat hij zou instorten. Hij ziet er al veel beter uit, hij heeft er zich duidelijk kunnen overzetten. Ook van mij zeggen ze dat ik er goed uitzie. Zo voel ik me anders niet. Ik ga verslag uitbrengen, heb eigenlijk niet veel te melden. - 'Indien de mensen willen, kunnen we opstarten.' Dat is net het grootste probleem. Zal er nog voldoende gezag zijn? Zullen er geen rekeningen vereffend worden? Het zal in alle geval een belevenis worden om dit mee te maken, en geen aangename. Morgen is het referendum. Indien er voor werken gestemd wordt, beginnen we maandag. Dan sta ik met de vroege! Indien er tegen werken gestemd wordt, weet niemand waar we zullen uitkomen. Belangrijke dag! Vandaag is het referendum, 'voor of tegen werken'. Ik was van plan om wat langer te slapen en om 9 uur te gaan stemmen. Om 4 uur ben ik klaarwakker. Ik moet het bed uit. Maak een wandeling met de hond en beslis dan maar om vroeger te vertrekken. De radio zegt dat het al aanschuiven is aan de stemlokalen. Iedereen wil er vroeg vanaf zijn om van een mooie zonnige dag te kunnen genieten.
Aan de fabriek heerst een drukte van jewelste: perswagens, radio en tv, verschillende kranten staan voor de ingang van de fabriek. Mensen lopen af en aan, de PVDA deelt pamfletten uit tegen werkhervatting. Zij willen nu een algemene 24 uren-staking in heel België. Voor hen is de tijd rijp om er hard tegenaan te gaan. Ik groet enkele makkers en ga naar de fabriekshal in Haren 1. De mensen die ik zie, zijn niet direct voor werkhervatting te vinden: - 'Ik wil een staking tot de finish!' zegt iemand me. - 'Schweitzer zit bijna op de knieën. Als we nu doorstaken halen wij hef, zeggen anderen. - 'Het is beter ons loon te trekken. Terwijl we werken kunnen er nog acties en onderhandelingen gevoerd worden', antwoord ik. Aan de stemlokalen staat veel volk, maar ik kan direct binnen om te stemmen. Mijn keuze is snel gemaakt. Door te werken trekken we nog vier maanden loon en premies. Met het verlofgeld daarbij hebben we toch een financiële ruimte om acties te ondernemen. De Franse arbeiders trekken ondertussen hun verlofgeld en hebben zo de financiële reserve om te staken tegen de afdankingspolitiek van Schweitzer. Door hun acties zouden we de hele groep kunnen stilleggen. Dit is onze laatste kans maar we moeten iedere strohalm aangrijpen. Indien we niet meer willen werken, kan Schweitzer overgaan tot een onmiddellijke sluiting en zou hij van niemand ongelijk krijgen. Nu staan niet alleen de mensen achter ons, ook de rechtbanken en de politiek. Na de stemming begeef ik mij tussen de mensen om te horen wat er leeft. Ónmogelijk een voorspelling te maken, de gedachten verschillen te veel. Het is ondertussen 9 uur geworden en bij chef Dirk Coveliers is er een vergadering voor de bedienden van de kwaliteitsdienst. Als ik er aankom, zitten Corens en Verhelpen voor een gesloten deur te wachten. Pas een tiental minuten later komt er iemand met een sleutel van het bureau. Niemand ziet een heropstart zitten, ze hebben gehoord dat er veel tegenstemmers zouden zijn. Wat zal er gebeuren indien we niet opstarten? Dan ziet iedereen het somber in. - 'Terug beginnen werken, zie ik ook niet goed zitten', zegt er één. Coveliers komt wat later dan voorzien. Om half tien kunnen we beginnen. - 'We moeten alle voorbereidingen treffen om maandagmorgen op te starten', informeert Dirk ons. Hij is er zich van bewust dat dit niet zonder problemen zal gebeuren. Hij zal de controleurs toespreken voor het werk begint. De chef departement zal hetzelfde doen in de fabriek. - 'We verwachten van alle leidinggevenden een diplomatieke aanpak van alle mogelijke problemen. Improvisatietalent zal nodig zijn.' De kwaliteitsdienst blijft de zware verantwoordelijkheid dragen om over de kwaliteit te waken, ook in de komende moeilijke dagen. Een auto maken blijft een serieuze aangelegenheid! De rest van de dag krijgen we vrij. Ik sta aan de vakbondslokalen met kameraden te kletsen als er iemand komt zeggen: - 'Maandag beginnen we te werken. 68,7% heeft voor werkhervatting gestemd.' Bedrukte gezichten. Een paar mannen die alle dagen aan de piketten zijn geweest, beginnen te vloeken. - 'Verrader', roept iemand naar Gacoms. Dit is nog maar een voorsmaakje van wat ons te wachten staat. Ik beschouw het temg opstarten als een overwinning, anders zou het heel vlug gedaan kunnen zijn. Waar ik mijn motivatie om te werken moet vinden, is me een groter vraagteken. We zullen het maar als een belevenis bekijken. Thuis gaat het niet zo goed met mijn vrouw. Aanvankelijk scheen ze er na haar eerste inzinking goed door te komen, maar nu staat ze constant te wenen. Er is geen redelijk gesprek mee te beginnen. - 'Ik loop hier ook al zes weken met een depressie rond, en besef dat ik alles behalve aangenaam gezelschap ben', zeg ik. 'Maar ik loop niet de hele dag te huilen, uit respect voor mijn gezinsleden.' Ik wens niemand onze situatie toe. De verhalen die ik van collega's te horen krijg, zijn ook van toepassing op mijn gezin. Niet te veel medelijden hebben met jezelf, neem ik mezelf voor. Er zijn ergere zaken. Beter van dag tot dag te leven en er van maken wat er van te maken is. In de krant lees ik een artikel over de Titanic. Ik maak voor mezelf een vergelijking tussen de Titanic en België. Slechts op zes plaatsen waren er kleine lekken geslagen door de ijsberg. Zes lekken: Forges de Clabecq, Renault Vilvoorde, Alcatell, Nova, Wieze en Belgacom. Het plaatstaal van de boeg van de Titanic was minder dik dan voorzien, omdat de financiers snel winst wilden maken en niet wilden wachten op de levering van speciaal staal. 'Opbrengsten, winsten!' je hoort bij bedrijfssluitingen niks anders. Iedereen waande dit schip veilig, er kon toch niks gebeuren. Waarom buiten in de kou gaan staan als alles onder controle is? In ons land doet men ook alsof de sociale systemen zo sterk zijn, dat ze alles aankunnen: waarom zich zorgen maken? We vertrouwen op onze regering om alles in goede banen te leiden. Dat de regering verziekt is door corruptie, niet bestand tegen een serieuze tegenslag, dat verwacht niemand. We blijven liever in ons warme salon dan iets te ondernemen om de situatie echt in te schatten. Het vrachtschip Californian verwarde de vuurpijlen van de Titanic met feestvuurwerk en vaarde rustig verder. Terwijl het alle opvarenden aan boord had kunnen nemen en redden! De alarmkreten en tekenen van onrust worden ook nu afgedaan als 'het is allemaal zo erg niet!' en 'Europa wordt de sterkste economische macht, wat kan er misgaan?' Dat het roer te klein was, dat de Titanic daardoor een moeilijk wendbaar schip was en al kort na het uitvaren een aanvaring had met een klein schip, werd weggewuifd. Ook bij ons is het vertrouwen zo groot dat we nergens bij stilstaan. We behouden de logge bureaucratische structuren en verouderde instellingen. Een aanvaring is geen reden om alarm te slaan, denken we. Het schip liep vooraan vol water waardoor de voorkant langzaam in de golven verdween terwijl de achterkant steeds hoger kwam, tot het schip in twee stukken brak. De beide delen verdwenen naar de 4.000 meter dieper gelegen bodem. Langzaam, maar toch al gedurende een hele tijd, is onze economie zinkende. De werkers lezen hun krant en halen, net zoals wij vroeger deden, de schouders op. - 'Wat kunnen wij eraan doen?' De rijken zijn blij met hun stijgende winsten en denken alleen maar over nog meer winsten maken. Als het schip breekt liggen we allemaal op de bodem! De dubbelzinnige vraag van het referendum luidt: 'Ik ga akkoord met werkhervatting, met verdere bezetting en verdere acties' of'Ik ga niet akkoord met werkhervatting en wil verder staken'. Zo'n vraagstelling zaait natuurlijk twijfel onder de arbeiders. Er staan een tiental arbeiders samen met ACV-delegee Jan Dereymaeker in de hal met een petitie. Zij roepen op tegen werkhervatting en voor meer vakbondsdemocratie. Meer dan 500 arbeiders van de fabriek tekenen.
Jan zegt: 'De leiding van de strijd ligt bij een heel kleine groep: de syndicale delegaties en de secretarissen. Maar zelfs een aantal rechtstreeks verkozen leden van de ondernemingsraad en het comité veiligheid en gezondheid worden uitgesloten. We moeten de eenheid versterken. De petitie is zeker niet gericht tegen de vakbonden: integendeel, het is een oproep voor een nieuwe strijdbare eenheid.' Een arbeider van de Astral heeft een affiche gemaakt met de volgende tekst: 'Stem tegen werken. Stem tegen verdeeldheid onder ons. Stem tegen de wil van Schweitzer. Stem voor eenheid en strijd.' - 'Diegenen die kiezen voor algemene staking, kiezen het kamp van Schweitzer. Want Schweitzer wil ook een vlugge oplossing', is het antwoord van Karel Gacoms. Als hij dat zegt, wordt de zaal stil. Dat is een serieuze dreiging. Gacoms zegt: 'Ook voor een sociaal plan moet je vechten. Wij komen op voor alle arbeiders, zowel voor diegenen die vechten voor Renault open als voor hen die een sociaal plan willen.' Het is juist te willen opkomen voor alle arbeiders, maar je moet ook zeggen dat vechten voor een sociaal plan hetzelfde is als vechten voor je ondergang. Dat vraagt opvoeding en overtuigingswerk. De uitslag van de stemming: 31,3% stemt tegen de werkhervatting, 68,7% gaat in op het voorstel om terug aan de slag te gaan 'onder bepaalde voorwaarden'. Vrijdag 11 april (Stan) Een grote beurskrant schrijft: 'Schweitzer lijkt dan toch zijn zin te krijgen.' En de Franse directie bevestigt nog eens dat 'er geen jota zal veranderd worden aan het plan om op 31 juli te sluiten'. Alle automobielfabrieken moeten plat, dan pas zal er politieke druk op de regering en op Schweitzer in Frankrijk komen. Dat kunnen we nooit bereiken met overleg in de Europese ondernemingsraad in Parijs. Nee, we moeten mobiliserend werken zoals de actie naar de automobielfabrieken donderdag. Dat wordt geapprecieerd door de meerderheid van de arbeiders, zo zien ze dat die van Renault nog altijd haar op hun tanden hebben, dat ze durven vechten. L'Echo de la Bourse schrijft: 'Topman Schweitzer heeft, ondanks de voor hem gunstige uitslag van het personeelsreferendum, weinig reden victorie te kraaien: een stevige minderheid blijft gekant tegen een herneming van de productie.'In elke bezetting zijn er actieve arbeiders en minder actieven. Meer dan 800 arbeiders die het voortouw nemen, en die nu zeer bewust hebben tegengestemd, dat is een heel grote groep. Het referendum diende om te demobiliseren, om de algemene staking te voorkomen. Maar we kunnen dat omkeren. Als je kijkt naar wat er allemaal beweegt in 't land: de staking bij het spoor, de bezetting van fn in Herstal, het gerucht dat ze ook Volkswagen Vórst willen sluiten. Als je dat ziet, en we willen echt vooruitgaan, echt winnen op Renault, moeten we nu onze kop niet laten hangen maar voort vechten. Ik ben er zeker van dat iedereen er maandag opnieuw zal staan, en ik denk niet dat er zal gewerkt worden. Er is ook de groeiende invloed van de PVDA. De mensen zien dat de PVDA in woorden én daden werkt aan de versteviging van de strijd, aan de eenheid van Renault en Clabecq... In Volvo hebben ze méér dan 600 solidariteitskaartjes opgehaald. Karel Gacoms weigert vandaag om nog met mij te vergaderen op de militantenvergadering. Hij zegt dat ik uit de vakbond moet, omdat ik tegen het referendum ben opgekomen en daarover mijn brief verspreid heb. Ik blijf zitten op de vergadering. Impasse. De vergadering wordt afgelast.
Chris Noé, een ACV-delegee, vertelt:'Wanneer een fabriek zoals Renault wordt gesloten, zou de vakbond direct moeten bes algemene staking van tenminste één dag, want als we dat niet doen, kunnen we het kleinkrijgen. En daar komt de vakbond zeker niet sterk genoeg over de brug. Vanuit de politieke wereld is er veel druk uitgeoefend om de strijd te breken. Begin e veel strijdbewegingen in België. Er was de actie in Brussel van 4 april waar Renaul samen betoogden. En de betoging in Namen van 5 april waar veel delegaties om een a king vroegen. Er heerste een echt strijdklimaat onder de arbeiders. Eén week later was een hele ommezwaai, dan hebben ze het referendum georganiseerd om ons terug as krijgen. Zo werd de solidariteit gebroken.’
‘We hadden de wapens in handen’ BerreVan Win vertelt: 'Zodra Schweitzer de sluiting aankondigde, hadden we geen enkele wagen meer mogen produceren. Die paar maanden langer loon die we getrokken hebben maken het verschil niet als je nadien werkloos bent. We hadden de wapens in handen: veel sympathie over heel Europa, de media en niet te vergeten onze fabriek en de wagens van de finition. Schweitzer had immers de Mégane Coupé nodig, die alleen in Vilvoorde werd gemaakt. Indien we de strijd op die manier hadden verdergezet was de kans op winnen groter. Het referendum om terug aan het werk te gaan had er nooit moeten komen, het werk hervatten na 6 weken staking is verkeerd geweest. Schweitzer heeft trouwens ook nooit een referendum gehouden om onze mening over de sluiting te vragen. Veel mensen in België beseffen nog niet goed wat er bij ons op Renault gebeurd is. Maar ook hun fabriek kan van vandaag op morgen gesloten worden. Bij Volkswagen in Vorst dreigt ook een sluiting. De regering moet ervoor zorgen dat zo’n sluiting niet kèn. Voor de arbeiders van Renault zal zo’n wet te laat komen, maar de arbeiders moeten beschermd worden. Alleen door allemaal samen te vechten, zullen we iets kunnen veranderen, alleen zal het niet lukken.’ De juridische weg, een achterhoedegevecht Jacquemijn en Gacoms speelden de kaart van de lange procedure. ‘Als we nog twer openblijven’, zegden ze, ‘dan is alles gered’. Dat is zichzelf en anderen valse hoe beweerden te kunnen winnen door het gevecht te leveren via de rechtbanken. Ander binnen de vakbonden dachten er totaal anders over. Zo is er bijvoorbeeld deze tekst van de vakbond van het ACV: De juridische weg, een achterhoedegevecht Jacquemijn en Gacoms speelden de kaart van de lange procedure. 'Als we nog twee jaar kunnen openblijven’, zegden ze, ‘dan is alles gered’. Dat is zichzelf en anderen valse hoop geven. Ze beweerden te kunnen winnen door het gevecht te leveren via de rechtbanken. Andere geledingen binnen de vakbonden dachten er totaal anders over. Zo is er bijvoorbeeld deze tekst van de bediendevakbond van het ACV: Achterhoedegevecht Natuurlijk zijn de Europese richtlijnen betreffende collectief ontslag en Europese ondernemingsraad met voeten getreden. Natuurlijk is CAO nr. 9 in verband met het voorafgaand advies aan de Belgische ondernemingsraad door Renault aan hun laars gelapt. Natuurlijk is de gedragscode voor multinationals van de OESO niet gerespecteerd. Maar voor zover één en ander al afdwingbaar is, gaat het hier enkel over de verplichting tot voorafgaande informatie en onderhandeling. Het verbieden van draconische maatregelen zoals sluiting van een bedrijf is niet mogelijk. En daar gaat het in de eerste plaats over. Een sluiting na een correct voorafgaand overleg blijft evengoed een sluiting. En is in dit geval even onaanvaardbaar. Tekst van het LBC over de rol van het gerecht in het dossier Renault. Limburg op de bres Donderdag 10 april. Tegen de middag kwamen twee bussen met Renaultarbeiders aan bij hetTon- gerse bedrijf Nova, dat sinds 2 dagen bezet is. De Renaultarbeiders werden heel hartelijk onthaald. Een twintigtal Nova-arbeiders stapten mee de bus op, samen trokken ze naar het middagpiket van Ford Genk. ’s Anderendaags verschenen een aantal Renaultarbeiders met hun opvallende gele jasjes op de acties bij Nova: ‘Wij zijn Limburgers die op Renault werken. Wij staan hier nu samen met de mensen van Nova die allemaal op straat dreigen te komen. Eigenlijk is er niemand nog zeker van zijn job, en dat zouden alle arbeiders moeten inzien! Dat is een vergissing die we zelf in het verleden misschien ook gemaakt hebben. Het is heel hard nodig dat we de andere bedrijven gaan duidelijk maken dat ze ook iets moeten gaan doen, want zij kunnen de volgende zijn die op straat vliegen.’
Frankrijk, een nefaste oriëntatie
In een multinational zoals Renault is solidariteit over de grenzen heen onontbeerlijk. Die gaan zoeken was volkomen gerechtvaardigd. Maar door de acties in de eerste plaats op Frankrijk te richten werd én de regering én de automobielsector niet in nauwe schoentjes gebracht. 1. Deze handelwijze vertrekt van de redenering dat de sluiting van Renault specifiek is, en geen verband heeft met andere herstructureringen die elders worden doorgevoerd: Clabecq, Nova, Cockerill Sambre, Belgacom, Sabena, het onderwijs... Nochtans komen deze herstructureringen voort uit dezelfde logica: die van de competitiviteit die wil dat de ondernemingen die winst maken moeten afdanken en de ondernemingen die verlies maken moeten sluiten. 2. Deze handelwijze vertrekt van de redenering dat de sluiting van Renault los staat van de rest van de automobielsector, meer bepaald in België. Het is enkel een aangelegenheid van Renault. Men mag de competitiviteit van de andere patroons in de sector niet in gevaar brengen. Men zegt: wat hebben de andere automobiel bedrijven te maken met de sluiting van Renault Vilvoorde? Nochtans zijn de andere automobielbedrijven evenzeer bedreigd. In een intern rapport van Ford wordt gesteld dat er in de wereld 60. bedrijven te veel zijn. In Europa wordt de overcapaciteit geschat op 5 miljoen wagens, ofwel een overcapaciteit van 25 x Renault Vilvoorde. Volkswagen Vorst is in gevaar. Binnen de groep had Vorst de specifieke eigenschap om op één montagelijn zowel de Golf als de Passat te produceren. Als de verkoop van de Golf toenam in vergelijking met die van de Passat, paste het bedrijf zich aan. En omgekeerd. Maar het bedrijf heeft deze specificiteit moeten afgeven aan Mosel (Zwickau) en Oost-Duitsland. Men zegt dat de patroon van Volkswagen, Piëch, de bedoeling heeft om zich van de Brusselse zetel te ontdoen.(23) Opel Antwerpen verliest de Vectra, die nu in Rüsselsheim gemaakt wordt. Het bedrijf verliest ook de exclusiviteit van een model van Astra (Nochback). En er is sprake van een productiecapaciteit van 150.000 wagens (in Europa) en 10.000 banen te schrappen. De zetel van de groep General Motors verliest steeds meer terrein en zijn rentabiliteit daalt. Een toestand die Renault vorig jaar heeft gekend.In 2001 of 2002 zou Ford Genk de productie van de Mondeo kunnen verliezen. De leiding van Ford vergelijkt de situatie van de verschillende vestigingen. Ze zet alles op alles om de 9 uren door te voeren, een strategie die in 1992 reeds werd gevolgd door... Renault Vilvoorde. De arbeiders hebben dit overigens begrepen toen de sluiting van Renault werd aangekondigd: als Vilvoorde sluit, is niemand nog veilig. De patroons van de automobielsector hebben zich verenigd om het recht op afdankingen en sluitingen te vrijwaren.(24) Waarom zouden de arbeiders van de automobielsector niet hetzelfde doen om het onvoorwaardelijk recht op werk te verdedigen? 3. De acties eenzijdig op Frankrijk richten betekent dat men de regering in de luwte laat. Een eengemaakte strijd zou de tewerkstellingspolitiek van deze regering immers in vraag stellen. De beweging had twee wegen om de dreigende sluiting tegen te houden: Schweitzer doen terugkomen op zijn beslissing of de regering verplichten om maatregelen te treffen tegen deze beslissing. Maar het is enkel door de strijd van de arbeiders dat één van de twee oplossingen behaald kon worden. Vier argumenten pleitten om de tweede oplossing te verkiezen boven de eerste (zonder deze daarom noodzakelijk op te geven). Ten eerste is Schweitzer de voorzitter van een Franse groep waarvan het beslissingscentrum in Parijs ligt. Renault Vilvoorde vertegenwoordigde slechts 10% van de hele groep, waardoor het moeilijker was om druk uit te oefenen op de directie. Men moest zich verplaatsen en een onvoorwaardelijke solidariteit bekomen van de arbeiders van de buitenlandse groep. De Belgische regering daarentegen staat onder de rechtstreekse druk van de arbeidersstrijd. Vergeet niet dat het bedrijf in Vilvoorde op een steenworp van de tuin van eerste minister Jean-Luc Dehaene ligt. Ten tweede is Schweitzer niet de enige verantwoordelijke, de Belgische regering is mee verantwoordelijk. Het is haar politiek die in Vilvoorde toegepast werd: multinationals lokken, ze aanmoedigen met openbare steun en met faciliteiten op het vlak van flexibiliteit. Nu wil de regering ook de loonkost verminderen, in dezelfde optiek. Het is precies deze politiek die de multinationals toelaat om naar België te komen en naar eigen goeddunken weer te vertrekken. De burgemeester van Vilvoorde, de liberaal Willy Cortois, zei overigens zelf dat 'de Belgische wetgeving op dit vlak te liberaal is'.(25) Als de regering de multinationals kan aanmoedigen om zich in België te vestigen, kan zij ze ook verplichten om de werkplaatsen van de arbeiders te respecteren. Ten derde was er in België een beweging voor werk. Door hierop te steunen hadden de arbeiders met meer kracht kunnen opkomen voor het behoud van de bestaande tewerkstelling. Samen met Clabecq, met Nova en de rest van de automobielsector. De beweging voor werk was kalmer in Frankrijk. De vakbonden slaagden er bijvoorbeeld niet in om de arbeiders te mobiliseren tegen het afschaffen van 2.800 banen bij Renault Frankrijk. Het lijkt absurd om alles te zetten op solidariteit in Frankrijk, terwijl de beweging in België wachtte om in gang gezet te worden. Ten vierde: de Franse regering bezit 46% van de aandelen van Renault, waarmee ze over vijf van de veertien zetels in de raad van beheer beschikt. Met de vier arbeidersvertegenwoordigers heeft ze dus de meerderheid van de stemmen, wat haar in staat stelde de beslissing teniet te doen. De Belgische regering kon druk uitoefenen op de Franse regering opdat zij dat recht zou uitoefenen. De voorzitter van de Europese commissie voor wetgevingen, Pierre Mazeaud (RPR),(26) was verontrust over deze mogelijkheid: - 'Ik zou niet willen dat kleine Europese landen door voortvarende beslissingen erin slagen om stemmingen tegen Frankrijk te rechtvaardigen over andere onderwerpen, bijvoorbeeld in de Commissie van Brussel.'(27) Maar de Belgische regering beschikte nog over andere drukkingsmiddelen, bijvoorbeeld op het vlak van de handels- of de diplomatieke relaties. 4. Door voornamelijk naar Frankrijk te trekken, werd de beweging van Renault bewust ver weg van Forges de Clabecq gehouden. Na het failliet van dit bedrijf in december 1996, begonnen de arbeiders van Clabecq een langdurige strijd. Die kende twee hoogtepunten: op 2 februari bracht de delegatie van Clabecq 70.000 mensen naar de straten van Tubize en op 5 april hielden ze een betoging tegen de leugenaars in Namen. Onder leiding van Roberto D'Orazio richtte hun strijd zich vooral tegen het systeem dat de tewerkstelling vernietigt en tegen de regering die dit systeem beheert. De sluiting van Vilvoorde viel midden in deze strijdbeweging. Men had gemakkelijk de strijd van de Renaultarbeiders kunnen verbinden met die van Clabecq. Maar op de algemene vergaderingen in Vilvoorde was de boodschap dikwijls: - 'Renault is Renault, Clabecq is Clabecq. Het is een andere situatie: wij hebben een modern bedrijf, met een echte patroon die beslissingen neemt, met een redelijke vakbondsstrategie.' Uiteindelijk is het Renault Vilvoorde dat definitief de deuren sluit, terwijl Forges de Clabecq weer opstart. Vilvoorde gaat dicht omdat men de strijd niet heeft kunnen of willen organiseren samen met degenen die hem op een radicale en consequente manier voerden. 5. Herwig Jorissen schreef een brief - Inhoud Van 14 april tot 1 mei Maandag 14 april: dag één (Tony) Om 2 uur 's nachts ben ik al klaarwakker, zenuwachtig. Wat staat er ons vandaag te wachten? Toch maar even in bed blijven en nog wat proberen te slapen, anders ben ik de hele dag suf. Om 10 voor 4 ben ik terug wakker. 15 minuten voor de wekker afloopt, sta ik maar op.
Wat zullen wij ginder vinden op de fabriek? Eigenlijk zou ik tevreden moeten zijn met de werkhervatting. Maar ik moet me erbij neerleggen: het zal nooit meer zijn zoals vóór 27 februari. Om 5 voor 5 ben ik klaar, drink nog rustig een kopje koffie, en dan weg... met een onzeker gevoel. Op de parkeerplaats lijkt alles rustig. Ik geraak ongestoord binnen, da's toch al één probleem minder. Boven in de kleedkamers zie ik redelijk wat arbeiders. Ik sta hier niet alleen, een goed teken. Ik vraag me af of het wel nodig is een propere schort te nemen, ik weet zelfs niet meer goed wat er allemaal in moet. Ik ga het bureel van Corens binnen, ik heb wel wat moeite om de juiste sleutel te vinden. Eric, mijn to, is er ook, duidelijk met weinig enthousiasme. Hij is zelfs zijn sleutels vergeten. - 'Ik ben niet van plan op de ketting te gaan staan', zegt hij terwijl hij op een stoel neerploft. Mijn eerste collega chef komt opgewekt binnen. Francis, de man van het plein, staat ook al klaar. - 'Kan je geen micro klaarzetten voor Coveliers, zodat hij tegen zes uur onze controleurs kan toespreken?', vraag ik hem. Francis lacht: - 'Amaai, ze gaan ons hier direct aan het werk zetten.' Hij doet het toch onmiddellijk, wat niet zo vanzelfsprekend is, zo zal ik later ondervinden. Iedereen is tijdig op zijn post, maar werklustig is er niemand. Ik krijg van iedereen een hand, maar sommigen stralen toch vijandigheid uit. De besten van vroeger zijn ook nu de besten, de zeveraars van vroeger zijn tweemaal zo erg. Dat is nog geen probleem. Er staan toch maar een paar auto's, dus zou ik met zelfs maar een deel van de mensen kunnen opstarten. Misschien maken ze daarom verder geen moeilijkheden. Ik ga de afdeling rond en verwittig iedere controleur van de toespraak van Coveliers. - 'Ik kom wel als ik goesting heb', klaagt er een. Ik reageer niet. Wanneer hij nog eens iets nodig heeft, zal ik ook pas reageren wanneer ik 'goesting heb'. Ik mag me niet zenuwachtig maken, gewoon kalm blijven, ik heb ook niks meer te verliezen. Toch knaagt het aan mij, het is erg onaangenaam. De spanning is te snijden. Ik heb nooit problemen gehad met mijn mensen. Hoe zal het dan zijn bij chefs die wel problemen kenden in het verleden? Iedereen is nu aanwezig. Dirk Coveliers, die anders een specialist is in het geven van mededelingen, staat duidelijk zenuwachtig met de micro in de hand. Ik zou niet graag in zijn plaats staan. - 'Gezien de moeilijke omstandigheden vraag ik iedereen zijn werk zo correct mogelijk te laten verlopen', zegt hij. 'De kwaliteitsnorm van vroeger is niet meer de huidige, maar goede wagens zijn wel het doel. Liever één goede dan vijf slechte.' Iedereen luistert, niet meer en niet minder. - 'Ook de leidinggevenden staan vandaag aan dezelfde kant van de deur, en ik verwacht dus geen moeilijkheden.' Dan mogen we gaan. Ik ga de jobverdeling maken. Niemand maakt er zich druk over, oef! De mensen van de vakbond zijn ook op ronde, zij komen de arbeiders aanmoedigen om te werken. Met hen valt best te praten. Ik zet mij aan mijn bureau en begin papieren te sorteren. Stuk voor stuk dringende zaken, zaken waar uren werk in gekropen zijn, ze liggen al vlug in de vuilnisbak. Allemaal verloren energie die we beter nuttig geïnvesteerd hadden. Ook Corens maakt een rondgang onder de controleurs. De eerste wagens komen op de ketting. Een man vraagt onmiddellijk een sanitaire aflos, zegt zonder woorden: 'ik ga hier nog serieus met jullie voeten spelen'. Na twee uur nietsdoen moet hij nü? Ik heb mensen genoeg en maak er dus geen problemen over. Zoals ik al zei: geduld en relativeren!
Tegen 9 uur komen er plots regelmatiger wagens in de finition. Ik heb een man in versterking aan de watercabine gezet en toch laten ze het opstoppen. Even verlies ik mijn kalmte en wil ik ingrijpen. Eric doet zijn goede daad: - 'Je maakt je zenuwachtig, je gaat in de val lopen', waarschuwt hij me. Hij heeft gelijk. Ik kalmeer, ga even wandelen en als ik terugkom is de opstopping bijna weg. Na etenstijd komt Corens bij mij op het kantoor. - 'De beslissing van Renault en Schweitzer is eigenlijk een slimme zet', bralt hij. Even vraag ik mij af of die kerel wel afgedankt is. Gedurende een half uur blijf ik discussiëren, dan pas dringt het tot mij door dat die man altijd gelijk moet krijgen. Zijn economische argumenten zijn sterk, akkoord. Maar menselijkheid is in zijn relaas niet terug te vinden. Dit is al de tweede bediende die ik een pleidooi hoor maken voor de sluiting van Renault, ongelofelijk! Hoeveel mensen zitten al zo ver dat menselijkheid minder belangrijk wordt in hun redenering? Ik maak nog een ronde door de afdeling. Twintig minuten voor het afsluiten maak ik mij al klaar. Vroeger bleef ik twintig minuten langer om info door te geven aan de andere ploeg. Nu wil ik Renault zo snel mogelijk uit mijn hoofd zetten. Het zal moeilijk zijn, maar met die economische realiteit wil ik niks meer te maken hebben. Dinsdag 15 april: dag twee (Tony) De B-ploeg heeft gisteren maar 75 wagens gemaakt, de hele dag waren er moeilijkheden en acties. Wij hadden er 135 gemaakt, we hebben ons doel dus niet gehaald. Hoe lang zal men dit toelaten? Er staan geen wagens voor de watercabine en geen in de retouchezone. We moeten dus niet werken, en er worden ook geen moeilijkheden gemaakt. De sfeer is nog altijd gespannen. In de rest van de fabriek is het naar het schijnt nog veel erger. In de fabriek ligt alles terug stil. De vakbond gaat een personeelsvergadering beginnen om meer duidelijkheid te scheppen over het waarom van de werkhervatting. Dat betekent wel dat er geen wagens kunnen gemaakt worden en het risico van de lock-out blijft dreigen. Corens is ook aangekomen en ik tracht zo snel mogelijk bij hem weg te komen. Er is één man in heel Renault die niet schijnt te snappen dat we binnenkort dicht zijn. Hij gedraagt zich alsof er niets gebeurd is. De voormiddag gaat voorbij met maar 35 wagens die voorbij de finition komen. Na de personeelsvergadering in de fabriek is de ketting toch weer goed opgestart. Maar nu willen ze het nog eens in de finition komen uitleggen. Het zit er dus niet meer in dat we onze 350 wagens per ploeg halen. Corens verkondigt dat er 1 miljoen per man als afscheidspremie voorzien zou zijn. Direct lopen een aantal mensen naar de vakbond, weer problemen. - Vanaf morgen verwacht ik rapporten over gevonden fouten op mijn bureau', zegt hij me. En dat terwijl onze chef had gevraagd om niet meer met rapporten bezig te zijn. Er komen weer auto's in de finition, de fabriek draait normaal. Nu is het goed leven voor de arbeiders, met slechts nu en dan een auto. De sfeer blijft bedrukt en gespannen, uitzonderlijk wordt er eens gelachen, meestal zitten de mensen stil voor zich uit te staren. Er is zoveel kapot gemaakt. Ik ga wat op mijn bureau zitten. Ik doe enkel het hoogstnodige, ik kan het niet opbrengen om meer te doen. Ik zie er het nut niet van in. Ik ben nu wel op het werk, terug op mijn bureau, en toch voel ik mij depressief... Alles is onherroepelijk veranderd. Om 12 uur valt de ketting opnieuw stil. Bij Joroca, de zetelleverancier, zijn ze aan het staken. Nu kunnen we ons doel zeker niet meer halen. Het kan me niet meer schelen, dat ze hun plan trekken. Eigenlijk waren we ondertussen goed op dreef geraakt, in de finition hadden we een volle ketting. En raar maar waar: de wagens zijn van een goede kwaliteit. We stoppen op 186 wagens, toch beter dan gisteren. Ik vertrek weer zonder op mijn collega te wachten. Ik wil hier weg. Ik, die vroeger zo gemotiveerd was. Aangezien Renault mij ook geen normale behandeling geeft, moeten ze van mij niet meer verwachten. Iemand zegt dat hij mij nog vóór de sluiting een 'peer gaat stoven'. Gezellig! Woensdag 16 april: dag drie (Tony) Er staan tien wagens voor de watercabine en de ketting finition staat vol. We zullen direct moeten beginnen, dat is de laatste dagen nog niet gebeurd. Zullen ze wel willen opstarten? Iedereen is op tijd en begint te werken, oef. - 'Joroca is nog in staking. We zullen rap terug stilliggen', vertelt een arbeider me. Iedereen is vandaag blijkbaar beter gezind. In het info-boek staat dat wagens zonder zetels zo naar Frankrijk mogen gestuurd worden. Dat is nog nooit gebeurd, ik vraag me af wat er nu weer gaat gebeuren? Het is de laatste werkdag van de eerste werkweek en ik geraak bijna niet uit mijn bed. Ik kan mij niet meer motiveren en vertrek pas op het laatste moment. Ik kom juist op tijd aan en werk rustig de hoogstnodige zaken af. Ik blijf wel langer onder de mensen. In de finition gaat het er gemoedelijk aan toe. Er zijn veel gaten op de ketting en dus heb ik de tijd om rustig een babbeltje te slaan. Alleen aan de watercabine zijn er nog wat problemen. Daar hebben onze mensen gehoord dat de B-ploeg 1 uur minder zou werken en ze dreigen het werk neer te leggen als zij dit ook niet mogen. Corens kan hen wat kalmeren, maar ze blijven er de hele dag moeilijk over doen. Voor mijn part mogen ze direct vertrekken, het kan me niet schelen. Ik wil er me niet langer zenuwachtig in maken. Corens vindt dat ik er neerslachtig uitzie en daardoor de mensen demotiveer. - 'Het is niet eenvoudig om normaal te functioneren onder deze omstandigheden', probeer ik hem uit te leggen. - 'Doe zoals ik, gedraag je alsof er niets aan de hand is en de fabriek niet dichtgaat. Bij mij thuis merken ze niets van al deze gebeurtenissen.' Hij probeert me op te monteren. Maar als ik me aan de ketting zó zou gedragen, zou er al snel een staking uitbreken. Ik doe gewoon verder zoals ik begonnen ben. En thuis... tja... ik heb het op twee plaatsen moeilijk. Ik herinner mij een grafiek over de belangrijkste stressoorzaken bij de mens: op de eerste plaats stond 'moeilijkheden met de partner' en op de tweede 'verlies van z'n werk'! Ik heb dus de nummers één en twee aan mijn been. Soms denk ik dat ik er niet door geraak, dat alles rondom mij grijs wordt... houd ik het vol? In de fabriek loopt het niet meer zo vlot. Er worden bommetjes gegooid en de ketting wordt door allerlei problemen regelmatig stilgelegd. Voor de leidinggevenden wordt het moeilijk werken. Arbeiders lokken uit, en wanneer de chefs reageren beginnen ze te staken. Mijn collega van de motorenketting zit met oordoppen in en handschoenen aan achter zijn bureau, klaar om de bommetjes weg te duwen. Zijn bureau ligt vol met bommetjes-resten, zelfs in zijn haar steekt een flard. Het is niet meer uit te houden, er worden fiisees van de ene ketting naar de andere geschoten, er worden zelfs uitlaatbuizen gebruikt om beter te kunnen richten. In de finition kunnen we de mensen toch rustig houden en wordt er bijna normaal gewerkt. De wagens die van de fabriek komen zijn wel van goede kwaliteit. Ik had dit niet verwacht, maar nu de productie lager ligt en de ketting dikwijls stopt, heeft men de tijd om het werk goed te doen. Een groot deel arbeiders werkt goed, maar er zijn anderen die normaal werken moeilijk maken. Ondertussen moeten we opletten hoe we de mensen aanspreken. Sommigen zijn heel prikkelbaar en worden kwaad voor het minste. We lopen op eieren. Misschien was de werkhervatting toch geen goed idee? Elders in de fabriek is er weer stakingsactie. Een chef, een 'er-is-niks-gebeurd-Corens' maande enkele arbeiders aan om verder te doen met hun werk. Als gevolg hiervan legde iedereen op de ketting het werk neer! Pas na een tussenkomst van de vakbond werd er terug opgestart.
Schweitzer geeft weer een interview in de krant, waarin hij het vooral heeft over de loonkost van Renault. Vlak na de aankondiging van de sluiting zei hij nochtans duidelijk dat de loonkost niet de reden van de sluiting was. Hij draait zijn vest, maar ik heb de indruk dat hij nog altijd alles onder controle heeft en zijn zin doordrijft. Wij staan nog altijd machteloos, we kunnen alleen maar ondergaan wat Renault voor ons klaarheeft. Ik bekijk de grafieken waarop Schweitzer aantoont dat het 'zo nodig' was om Renault te sluiten. Hij vertelt zelfs dat hij het erg spijtig vindt voor de medewerkers! - 'Ik besef dat het hier om zeer gemotiveerde mensen met een enorme inzet gaaf, herhaalt hij. 'Spijtig', zegt hij nog een keer. 'Het is gemakkelijker om niets te beslissen, maar dat zou de doodsteek van Renault in zijn geheel zijn.' Op een van die grafieken sta ik, met mijn vrouw en mijn kinderen. Renault Vilvoorde is maar een klein blauw bolletje, Schweitzer duidt ons even aan. Op de volgende grafiek staan we niet meer! Weg... weg 3.100 mensen met hun gezinnen en hun geteisterde leven! Verloren geraakt tussen de getallen, miljoenen Franse franken. Even later doet Schweitzer een oproep aan alle mannen en vrouwen van Renault om zich in te zetten voor hun bedrijf zoals ze dat nog nooit tevoren hebben gedaan. Hij vraagt zelfs om alles te geven! Wij, wij... hebben alles gegeven! Ik bekijk de foto's van de hoogste Renault-managers. Aan hun gezicht is niks sympathieks, niks menselijks, het straalt enkel economische realiteit uit. Op een andere foto zie ik de tribune waarop zij zitten, drie mannetjes achter een tafel, één rechtstaand. Eigenlijk zijn deze machtige mensen ook klein en nietig en kunnen ook zij weggeveegd worden door het leven. Zal er een dag komen waarop ik en mijn makkers aan de piketten, de gezinnen van alle betrokkenen, begrip kunnen opbrengen voor de 'spijtig' van Schweitzer? We zijn sinds tien dagen terug aan het werk, maar vandaag is er opnieuw staking en actie. Met 200 arbeiders trekken we naar Rijsel, waar de socialist Pierre Mauroy burgemeester is. Karel Gacoms wil hem een brief overhandigen voor minister Jospin, van dezelfde partij als Mauroy. Het stadhuis van Rijsel is potdicht, binnen staan de flikken naar ons te kijken. De ruiten vliegen aan diggelen, de deuren worden geforceerd. Een lange gang leidt naar een grote hal. Als Gacoms met de kabinetschef van Jospin begint te discussiëren, komt uit een andere gang de oproerpolitie aangestormd. Ze gaan tekeer als beesten. Het regent matrakslagen. Ze arresteren twee man. Raymond Smeulders wordt door de gang gesleurd. 'Kalm, kalm,' roept een arbeider. De flikken smijten hem op de grond, zetten hun knie op zijn hoofd en spannen de handboeien hard aan. Ze maken zijn zakken leeg en ze schrijven zijn pas af. De dokter en verpleegster die met ons mee zijn, laten een ambulance komen. Er zijn wel zes of acht gekwetsten, vier moeten naar het ziekenhuis. De flikken gebruikten ook een soort verfspray of verfpistool. Een tiental mannen werd met rode verf bespoten. De mannen zijn woest: - 'Schoon socialisten! Als dat uw politieke vrienden zijn', zeggen ze tegen Gacoms, 'dan moogt ge ze houden!' Op de bus horen we dat die van Clabecq het voorstel tot referendum verworpen hebben! De nationale vakbondsleiding was tot een akkoord gekomen met vier ministers, zonder de vakbondsdelegatie van Clabecq te raadplegen. Het 'akkoord' stelde dat de arbeiders kregen waar ze wettelijk recht op hadden (vooropzeg, brugpensioen). Bovendien zouden ze een premie van 60.000 frank krijgen, op voorwaarde dat ze al het materiaal dat zich nog in het bedrijf bevond - voor miljoenen aan stalen platen - afstonden. Tijdens de algemene vergadering van vandaag verwierpen de arbeiders van Clabecq dit referendum. 'Waarom stemmen over een akkoord dat de arbeiders toch niets geeft?', zegden ze. Misschien kan deze gebeurtenis de toekomst op Renault doen kantelen. - 'We moeten de strijd van Renault en Clabecq terug aaneensmeden. Op 3 mei doet Clabecq een grote actie, daar moeten wij ook zijn!' De sfeer zit er in. Sommigen staan echter zwaar onder druk: - 'Op de dop trek ik 23.000 frank. Als ik mijn vaste kosten eraf trek, hou ik nog 123 frank per dag over om te leven. Dat is onmogelijk. Ik moet wel kiezen voor nieuwe inleveringen, als de fabriek daarmee openblijft.' Ik antwoord. - 'Niemand kan leven van 123 frank per dag, maar de fabriek zal niet openblijven door in te leveren. En we kunnen de Franse arbeiders toch niet vragen in te leveren voor ons werk? Dit is een oorlog met aan de ene kant Schweitzer, de patroons en al wie hen beschermt en aan de andere kant de arbeiders en zij die de arbeiders beschermen. Je kan geen oorlog winnen als je op de knieën valt voor de tegenstanders, als je blijft cadeaus geven aan de vijand.' Een werkmakker stemt in: - 'Ja, we moeten meer acties ondernemen om de regering in België onder druk te zetten.' We moeten nu het bilan opmaken van die twee weken werkhervatting. Wij waren braaf, we werkten 9 uren en de fabriek gaat dicht. We zijn opnieuw braaf, we gaan terug aan 't werk, en ze kloppen op ons gezicht! - 'Moet ik daarvoor Coupés maken?', vraagt een arbeider zich af. Hij staat niet alleen, heel wat arbeiders komen mij zeggen dat ze kwaad zijn dat de Mégane Coupé van de band rolt. - 'Zo geven we ons belangrijkste wapen af, zeggen ze terecht. Ook de kranten moeten toegeven: 'De combinatie werken-manifesteren slaat niet aan.' Het is tijd om terug over staking te praten. Bij Forges de Clabecq gaan ze door, wij kunnen terug op de kar van de strijd springen om alle banen bij Renault te behouden. Hét nieuws van vandaag: Herwig Jorissen, de leider van de metaalbond ABVV, heeft verhinderd dat heel de automobiel
met Renault in staking zou gaan. Wat is er aan de hand? Een of andere wind deed een heel merkwaardige brief van Jorissen aan ABVV-voorman Michel Nollet op de redactietafel van het weekblad Solidair belanden. Daarin trekt Jorissen heel scherp van leer tegen Nollet. Hij schrijft letterlijk: 'Jouw verhaal getuigt van kwaad opzet of van selectief geheugenverlies. Iedereen kan dus vaststellen dat je verhaal over het gebrek aan contact een lulverhaal is, waarschijnlijk gebaseerd op frustraties opgelopen voor en tijdens de grote manifestatie.' Verder schrijft hij: 'Jacques en ik zullen in de toekomst op het "bureauke" aanwezig zijn, als er geen hogere prioriteiten zijn. Ik vraag je ook om in de toekomst geen achterbakse aanvallen meer te doen. Maar bovenal, blijf van onze fabrieken weg.' Waarom gaat Jorissen zo te keer?
Nollet had hem toch alleen maar gevraagd waarom hij zo weinig aanwezig was op de vergaderingen van het ABVV-bureau? In de brief van Jorissen schuilt het antwoord op die vraag. Jorissen beweert dat hij belangrijker werk te doen had. Eerst en vooral vermeldt hij... de SP-crisiscel die door topfiguren van de sp op poten werd gezet. Jorissen schrijft letterlijk: 'Een eerste ontmoeting heeft plaatsgevonden op donderdagavond, 27 februari. Mia en ik waren hierop aanwezig.' Andere deelnemers aan de crisiscel zijn Vlaams minister van Onderwijs Van den Bossche en Johan Vande Lanotte, minister van Binnenlandse Zaken, beiden sp. Hoe kan het toch dat die mensen elkaar konden treffen nauwelijks enkele uren na de aankondiging van de sluiting? Jorissen schrijft daarover in zijn brief: 'De 26ste werd de sluiting van Renault aangekondigd.'Toen al??? Pamflet
Op dinsdag 11 maart zijn we om vijf 's morgens in de dichte mist met 130 bussen naar Parijs vertrokken. Ik herinner me niet meer of het verzameling geblazen was in de Hoogstraat. Wat ik me wel herinner is dat een 6-tal bussen door ongevallen in de dichte mist schade hebben opgelopen. En dat dit de eerste echte Europese betoging was in de syndicale geschiedenis. Op vrijdag 14 maart hebben we om 11 u30 een vergadering gehad op het ACV. Aanwezig waren : Willy Peirens, Luc Cortebeek, Marc Dewilde, Michel Nollet, Mia en ikzelf. Agenda van de vergadering: voorbereiding van de betoging van 16 maart. Jullie waren er immers mee begaan of je volgens het draaiboek wel op de kop van de manifestatie konden vertrekken. Op 18 maart is de crisiscel op het kabinet van minister Van Den Bossche terug bij elkaar gekomen. Waren hierop aanwezig : Xavier, Carlos en ikzelf. Iedereen kan dus vaststellen dat je verhaal over het gebrek aan contact een lulverhaal is, waarschijnlijk gebaseerd op frustaties opgelopen voor en tijdens de grote manifestatie. Volgens jou moesten we aanwezig zijn op de grote evaluatievergadering. Laat me niet lachen. We weten al lang dat we als Metaal de grootste aanwezigheid leveren en dat het vooral de Metaal is die er - ook financieel - voor zorgt dat de stoet rood gekleurd is. Voor ons is het niet belangrijk of Renault en Clabecq naar links of naar rechts opstappen. Voor ons is het evenmin belangrijk dat men volgens je draaiboek met 8 of 9 aan kop opstapt. In de Metaal hebben we andere prioriteiten die verder reiken. Jacques en ik zullen in de toekomst op het 'bureauke" aanwezig zijn, als er geen hogere prioriteiten zijn. Ik vraag je ook om in de toekomst geen achterbakse aanvallen meer te doen. Maar bovenal, blijf van onze fabrieken weg.
Copie: leden Uitvoerend
Comité CMB En dan valt het schandelijke citaat in de brief van Jorissen: 'Op 7 maart hebben we actie gevoerd aan de Franse ambassade en in Gent. Ik ben voortdurend aanwezig geweest om te vermijden dat men de automobielbedrijven finaal in staking zou dwingen. Misschien is er 's middags nog een "bureauke" geweest? Maar onze aanwezigheid bij de acties had een hogere prioriteit.' Verontwaardiging alom: - 'Dat is crapuleus', zegt iemand. - 'Ze hebben ons ferm gemanipuleerd', vindt een ander. Eén van de eerste voorstellen van de sp-crisiscel is het aanstellen van twee bemiddelaars: Karel Vinck, baas van Union Minière-MHO en Jean Gandois, voorzitter van de Franse patroonsvereniging en baas van Cockerill-Sambre. Beide namen duiken ook op in een fax die Herwig Jorissen verstuurt naar hotel Regina in Parijs waar de Franse vakbond CFDT haar buitenlandse gasten logeert. Vinck liquideerde bij Union Minière 1.800 jobs, Gandois 2.000 jobs bij Cockerill-Sambre, maar zij respecteren de sluitingsprocedures. De crisiscel is dus niet tegen sluitingen. Ze wil gewoon geen wilde sluitingen, maar zachte sluitingen 'volgens de procedure'. De gevolgen voor de arbeiders blijven natuurlijk wel dezelfde. Van Miert geeft uitleg: 'Men kan niet beletten dat een verlieslatend bedrijf geherstructureerd wordt. Dat gebeurt trouwens bijna overal. Maar normaal had men de spelregels moeten respecteren, uitleggen waarom het gebeurt en proberen oplossingen te zoeken in overleg met de werknemers, in plaats van te doen zoals nu gebeurt, zonder verwittigen, tegen de regels van het Europees recht in, op een zo brutale, ondoorzichtige en hautaine manier.' Als je eerst de arbeiders verwittigt, op een vriendelijke manier, mag je ze massaal ontslagen. Je kan het immers 'niet beletten'.
Op maandag 3 maart legden arbeiders van Volkswagen Vorst twee uur lang het werk neer. Twee dagen eerder was een journalist van Le Soir getuige van een bijeenkomst van ACV-militanten van Ford Genk: 'De secretaris van de Limburgse metaalarbeiders probeert zijn troepen gerust te stellen: - 'Onze fabriek is 30% efficiënter dan die in Engeland.' Hij wordt onderbroken door een militant: - 'Maar Renault in Vilvoorde was ook het meest productieve en toch sluiten ze die.' De zaal wil beginnen met onmiddellijke solidariteit met 'die van Renault': - 'De fabriek moet 24 uur plat. Ik ben er zeker van dat ze dat bij vw en Volvo ook zullen doen.' Op dat ogenblik hing een staking van de hele automobielsector in de lucht. Dat zou een enorme versterking geweest zijn voor Renault. Op dit cruciale moment sprong de crisiscel in de bres voor het automobielpatronaat. Om onmiddellijke uitbarstingen te voorkomen werd pas vrijdag 7 maart als actiedag vooropgesteld. Het voorstel van vw en Volvo om 24 uur te staken werd op dinsdag 4 maart door Jorissen afgewezen. Hij sloot zich aan bij de voorstellen voor een staking van één uur. Op 7 maart - de dag van de acties - ging hij niet naar Ford Genk of Opel Antwerpen maar wel naar Volkswagen Brussel en Volvo Gent, vanwaar de voorstellen voor een 24-urenstaking kwamen. Na die 7de maart richt Jorissen de acties van de Renaultarbeiders eenzijdig naar Frankrijk. Hij gaat zelf drie dagen mee een parking bezetten. Het toont strijdbaar, maar het kadert in een bewuste strategie om de Belgische automobielpatroons te beschermen. Voor de actie van vandaag werd op 500 man gerekend, er komen er maar 200 opdagen. Er is een verzadiging te merken. Werken en actievoeren is een moeilijke combinatie. De solidariteit in Frankrijk brokkelt verder af. Ik ga naar de begrafenis van Arthur Fieremans, een 52-jarige collega chef bij de fabricatie in de finition. Ik herinner me nog dat hij verleden jaar over pijn in de rug kloeg en een tijdje later moest thuisblijven. De berichten die daarna doorsijpelden waren slecht. 'Kanker', werd er gefluisterd. Nu wordt hij begraven. Er zijn veel Renaultarbeiders aanwezig. Tuure had een dertigtal dienstjaren bij Renault en was dus eigenlijk een stuk Renault-geschiedenis. Francis merkt op: - 'Ik ben begonnen bij Tuure op de ketting, nu begraven wij Renault... en Tuure.' Tuure heeft de sluiting van Renault meegemaakt van op zijn ziekbed. Spijtig. Iemand met zijn doorzettingsvermogen zou welkom geweest zijn in de strijd voor Renault. De hele begrafenisdienst lang heb ik het gevoel dat ik samen met Tuure ook Renault ten grave draag, een gevoel dat iedere Renault-medewerker heeft. De derde week na de werkhervatting begint met de discussie over de brief die onze directeur Garsmeur naar iedere Renault-werknemer heeft gestuurd. Daarin herinnert hij ons aan de gebeurtenissen van acht weken geleden en aan de uitspraak van de rechtbank die een normaal verloop van de sluiting in de weg staat. Hij begrijpt de wens van het personeel om zo snel mogelijk duidelijkheid over hun financiële situatie te kennen. In zijn brief spreekt hij over de opstart van de productie en de hinder die veroorzaakt wordt door enkele herrieschoppers. Hij spreekt dreigende taal. Anderzijds wil hij de driemaandelijkse premie optrekken, op voorwaarde dat er aan het einde van de 18de week 600 wagens per dag gemaakt worden, en in de 19de week 700 wagens per dag. De brief lokt hevige discussies uit. Bij verscheidene mensen komt hij bedreigend over. Er zijn er die denken dat dit een voorbereiding op een lock-out is. In alle geval gespreksstof voor de hele dag. Vandaag ga ik naar het 1-Meifeest van de PVDA in Brussel. Zoals altijd hangt er hier een fantastische sfeer. Er zijn een vijftigtal delegaties van communistische partijen van over de hele wereld aanwezig. De bekendste afgevaardigde is natuurlijk Winnie Mandela uit Zuid-Afrika. Tegen 3 uur is er plots een 'samenscholing' van jongeren en arbeiders aan de ingang van de zaal: de delegatie van Forges de Clabecq, Roberto D'Orazio op kop, komt aan. Er wordt gelachen, arbeiders van Renault en Clabecq omhelzen elkaar. Op de internationale meeting 's avonds spreken Winnie Mandela en Roberto D'Orazio. De 3.000 toeschouwers applaudisseren luid als Roberto het boek Ceux de Clabecci (dat vandaag is uitgekomen) aan het publiek voorstelt. Maar voor zij aan het woord kwamen, heb ik de strijd van Renault aan iedereen uitgelegd. Mijn speech bracht de zaal in beroering. Zo gaat hij: 'Ze hebben gezegd: de koopkracht terugschroeven schept werk. Je kan niet winnen wanneer je op de knieën zit voor je patroon, wanneer je hen telkens weer cadeaus doet. Schweitzer heeft de 9 uren-dag gekregen en heeft tussen '87 en '95 een nettowinst van 230 miljard gemaakt. Hoe meer we hem geven, hoe meer hij neemt. Vandaag smijten ze ons op straat en geven zo een signaal aan alle andere patroons. Na Renault is niemand nog veilig. Mijn vriend Jan zegt me: "De sluiting heeft het voor mij duidelijk gemaakt. Je kan je patroon alles geven: de 9 uren-dag, weekendwerk, ritmeverhoging,... maar ze zullen altijd méér vragen. Het kapitalisme biedt geen oplossing meer." Ze hebben gezegd: een sluiting moet fatsoenlijk gebeuren. Dat willen zeggen: ze moeten een sluiting 's morgens tijdens het ontbijt aankondigen, en niet om kwart voor vijf's avonds. Dat verteert beter, zeggen ze. Maar welk arbeidersgezin kan nog iets door z'n keel krijgen na iedere maand 30.000 frank aan rekeningen te hebben betaald, na de studies van hun kinderen te hebben betaald... met werkloosheidssteun? De enigen die een sluiting kunnen verteren zijn de aandeelhouders. Dankzij onze miserie zijn de aandelen van Renault op de beurs met 12% gestegen en werden de champagneflessen ontkurkt. Dat alle Mister Propers zoals Dehaene, Van Miert en Vande Lanotte het goed in hun oren knopen: ieder ontslag, of dat nu wild of mooi gebeurt, is een misdaad. We moeten vechten voor het behoud van alle werkplaatsen. Niet alleen voor ons werk, maar om later onze kinderen recht in de ogen te kunnen kijken en te kunnen zeggen: wij hebben gevochten voor werk. Ze hebben gezegd: er is geen solidariteit meer, iedereen moet z'n eigen boontjes doppen. We hebben nog nooit zoveel solidariteit gezien als op Renault. We kregen bezoek van de nachtploeg van amp Antwerpen, van bedienden van de vdab, van jongeren uit Antwerpen en van honderden andere delegaties. Allemaal betuigden ze hun solidariteit en woede: waar gaan we naartoe in een maatschappij die op winst is gebaseerd? Wat moet er van onze kinderen worden? Die duizenden steunbetuigingen hebben ons een hart onder de riem gestoken: dat is de ware arbeidersklasse. Wie durft nog te zeggen dat arbeiders egoïsten zijn? De egoïsten zijn diegenen die om kwart voor twaalf 1.005 miljard winst pakken, om kwart voor vijf de sluiting van een hele fabriek aankondigen en om kwart voor acht deze sluiting op het avondjoumaal mogen rechtvaardigen. Ze hebben gezegd: de Walen hebben een andere mentaliteit. Wij zijn naar Clabecq gegaan en hebben er dezelfde mentaliteit gevonden. Ik mocht spreken op de algemene vergadering van Clabecq, iedereen was muisstil en luisterde. Je kon een speld horen vallen. Bernard zegt: "Sinds de affaire van de ontvoerde kinderen en de sluiting van onze fabriek, is er een positief element. Want er is altijd wel een positief element. Voor de eerste keer sinds jaren is iedereen het eens met elkaar. Ik ben Franstalig, maar ik werk met Spanjaarden, Vlamingen, zonder enig probleem. We zijn allemaal het slachtoffer van de maatregelen van dezelfde regering." Ze hebben gezegd: onze prioriteit is werk, werk en nog eens werk. Met de arbeiders van Renault waren we op 7 maart in Gent, voor het behoud van alle werkplaatsen, voor de algemene staking. Maar we waren niet de enigen in Gent. "Ik was in Gent om te verhinderen dat de automobielfabrieken zich zouden verenigen om te staken tot de finish", schrijft Herwig Jorissen aan Michel Nollet. Terwijl de sp schreeuwt om werk, werk en nog eens werk, richt ze crisiscellen op. Vande Lanotte, Vanden Bossche, Devidts en Jorissen zetten zich samen. Om te zien hoe ze ons werk kunnen redden? Neen, om te zien hoe ze een algemene staking kunnen verhinderen. Om ervoor te zorgen dat we terug aan het werk gaan. En om 24,8 miljard cadeaus te doen aan Schweitzer door een 32 uren-week met loonverlies en verlies van arbeidsplaatsen voor te stellen. Al 15 jaar lang voeren ze dit besparingsbeleid, zogezegd om de werkloosheid te bestrijden. Maar in de werkelijkheid stijgt de werkloosheid en verviervoudigden de winsten van het grootkapitaal (van 240 tot meer dan 1.000 miljard). Dat is zonder de strijdlust van de Renaultarbeiders gerekend. Cadeaus geven schept geen werk. Renault moet openblijven, Clabecq moet openblijven. Geen enkele arbeidsplaats mag nog verloren gaan. Met al deze bedrijven die strijden moeten we een front voor werk oprichten. We moeten ijveren voor een algemene staking die van de regering een verbod op iedere sluiting eist. Ze hebben gezegd: de Berlijnse Muur is gevallen, de democratie heeft gezegevierd. Waar is de democratie wanneer Schweitzer met één pennentrek het lot van 3.100 arbeidersgezinnen tekent? Waar is de democratie wanneer ze nog vijf andere automobielfabrieken in Europa zullen sluiten? En wie heeft democratie gezien toen ze ons met matrakken uit het gemeentehuis van Lille hebben geslagen? Vóór de val van de Muur was er in de socialistische landen werkzekerheid, gratis geneeskunde, gratis onderwijs, goedkope woningen. De industrie stond er in dienst van het volk. Nu hebben deze landen een westerse democratie die hen alleen maar miserie, werkloosheid en oorlog geeft. Het moet maar eens gedaan zijn met dat gezever over de noodzaak om de koopkracht terug te schroeven, over de propere sluitingen, over het egoïsme en democratie. om werk, werk en nog eens werk, richt ze crisiscellen op. Vande Lanotte, Vanden Bossche, Devidts en Jorissen zetten zich samen. Om te zien hoe ze ons werk kunnen redden? Neen, om te zien hoe ze een algemene staking kunnen verhinderen. Om ervoor te zorgen dat we terug aan het werk gaan. En om 24,8 miljard cadeaus te doen aan Schweitzer door een 32 uren-week met loonverlies en verlies van arbeidsplaatsen voor te stellen. Al 15 jaar lang voeren ze dit besparingsbeleid, zogezegd om de werkloosheid te bestrijden. Maar in de werkelijkheid stijgt de werkloosheid en verviervoudigden de winsten van het grootkapitaal (van 240 tot meer dan 1.000 miljard). Dat is zonder de strijdlust van de Renaultarbeiders gerekend. Cadeaus geven schept geen werk. Renault moet openblijven, Clabecq moet openblijven. Geen enkele arbeidsplaats mag nog verloren gaan. Met al deze bedrijven die strijden moeten we een front voor werk oprichten. We moeten ijveren voor een algemene staking die van de regering een verbod op iedere sluiting eist. Ze hebben gezegd: de Berlijnse Muur is gevallen, de democratie heeft gezegevierd. Waar is de democratie wanneer Schweitzer met één pennentrek het lot van 3.100 arbeidersgezinnen tekent? Waar is de democratie wanneer ze nog vijf andere automobielfabrieken in Europa zullen sluiten? En wie heeft democratie gezien toen ze ons met matrakken uit het gemeentehuis van Lille hebben geslagen? Vóór de val van de Muur was er in de socialistische landen werkzekerheid, gratis geneeskunde, gratis onderwijs, goedkope woningen. De industrie stond er in dienst van het volk. Nu hebben deze landen een westerse democratie die hen alleen maar miserie, werkloosheid en oorlog geeft. Het moet maar eens gedaan zijn met dat gezever over de noodzaak om de koopkracht terug te schroeven, over de propere sluitingen, over het egoïsme en democratie. Een arbeider zei me: "Ik spreek over de revolutie omdat het zo niet meer verder kan. Als we werken, worden we als beesten behandeld. Wanneer ze ons niet meer nodig hebben, smijten ze ons als beesten op straat. In dit systeem ben je niets waard als je geen geld hebt." Hij heeft gelijk. Che Guevara heeft gezegd: "De plaats van een arbeider die voor het socialisme wil vechten, is in de communistische partij." Vande Lanotte en zijn vrienden richten crisiscellen op om de strijd te breken. De PVDA richt stakerscellen op om de strijd een perspectief te geven. Kameraden, jullie plaats is in onze partij, de partij van de arbeiders, de Partij Van De Arbeid.' Geen verschil
Daar ligt de basis van ons comité’ Jan Dereymaeker was één van de initiatiefnemers van het ‘Comité Renault Open’. Dit comité ijverde voor Renault open en was tegen de werkhervatting. Jan vertelt: ‘Het invoeren van de 9-uren was een sociale ramp. De flexibiliteit kwam er, en ieder voelde aan den lijve wat dat betekende. Zo groeide een groot verzet, zowel bij de vakbondsmilitanten als bij de arbeiders. Hoewel er toen niets concreets is gebeurd, ligt daar de basis van ons Comité Renault Open. Er waren heel wat actieve stakers die veel energie en tijd voor Renault gaven, maar die nergens konden samenkomen. Tijdens de staking raakten arbeiders soms ontmoedigd omdat Schweitzer op zijn standpunt bleef. Hij was onwrikbaar. De algemene vergaderingen gingen daar niet genoeg tegenin: er was onvoldoende perspectief. Op 28 maart trokken we met 10 arbeiders naar Clabecq. Daar werden we met open armen onthaald op de betoging met de bulldozers. Bij onze terugkomst op Renault sprak iedereen over Clabecq. Veel mensen hadden spijt er niet bij te zijn geweest. Zo begonnen we te denken dat een comité nodig was om dat allemaal georganiseerd te krijgen. Tegelijkertijd werden we door plaatselijke vakbonden en scholen uitgenodigd om te spreken over de strijd op Renault. Daar werden we altijd enthousiast onthaald. De mensen, de jongeren, stonden achter ons. Dat was een stimulans om het comité op te richten. Dan hebben we Roberto d’Orazio uitgenodigd op de algemene vergadering van 1 april in Vilvoorde. Nadat hij gesproken had is onze frank gevallen: wij moeten vechten voor klare eisen. Onze eis blijft "Renault Open". Het eerste echte initiatief van het "Comité Renault Open" was de petitie van 10 april. Die petitie had één duidelijke eis: neen aan de werkhervatting. We hadden succes: op 3 uur tijd tekenden 512 mensen. Nieuwe mensen boden zich aan om verder mee te werken. Tijdens de algemene vergadering probeerden we dan om als comité ons standpunt te mogen verdedigen. In een perscommuniqué vroegen we de vakbonden zich aan het oorspronkelijk standpunt te houden: Renault Open. Toen werd het tijd voor een tweede belangrijk initiatief. We hielden een strijdmeeting met delegees van Sabena, Volkswagen, Caterpillar, Joroca... Ook D’Orazio kwam spreken. Met de arbeiders van het comité trokken we naar Volkswagen, Nova, Bosch... om hen te steunen en om solidariteit te vragen. Nu komt het comité nog iedere maand samen. We gaan bijvoorbeeld spreken over onze ervaringen, over wat wij geleerd hebben uit de strijd voor Renault.’ De oplossing: werktijdverkorting? (Thomas Gounet) Als de groep Renault zijn productiecapaciteit met 10% wil verminderen, kan men dit doen door de werktijd met 10% te verminderen. Dat is onmiskenbaar. De vraag is wie die werktijdverkorting moet betalen. Het voorstel van SP-volksvertegenwoordiger Bonte is deze werktijdvermindering te doen betalen door de arbeiders, hetzij rechtstreeks door een overeenkomstige loonsverlaging, hetzij onrechtstreeks door overheidssteun. Zijn fundamenteel argument is een oplossing te vinden voor het probleem van de competitiviteit en de rentabiliteit van Renault, zonder het bedrijf van Vilvoorde te moeten sluiten. 1. Het probleem is dat Vilvoorde sluit wegens het systeem, wegens de anarchie die voortvloeit uit het zoeken naar competitiviteit. Als men binnen het kader van de competitiviteit blijft, komen er sluitingen, vermits er 25 bedrijven als Vilvoorde 'te veel' zijn in Europa. Het voorstel van Bonte betekent een stap achteruit zetten om beter te kunnen springen. 2. Het voorstel Bonte lost de kwestie van de door Schweitzer besliste sluiting niet op. Als men binnen het kader van de competitiviteit blijft, is het standpunt van Schweitzer aanvaardbaar. Indien er een betere oplossing was binnen dit kader, zou Schweitzer die gekozen hebben. Roberto D'Orazio wijst hierop: 'Indien een alternatief herstructureringsplan mogelijk was, zou de patroon het zelf voorgesteld hebben. (...) Schweitzer kent de voordelen die de voorstellen van Vande Lanotte en Robien hem kunnen bieden. Het is absurd om met Schweitzer te willen discussiëren over alternatieven die hem zouden toelaten om dezelfde besparingen te doen of zelfs meer. Die man heeft alle mogelijkheden al lang onderzocht.' En zelfs indien men het voorstel Bonte zou toepassen, zou Schweitzer nog geneigd zijn om te sluiten. Want dit zou hem toelaten om nog competitiever te zijn. 3. Het zijn de arbeiders die de rekening van het voorstel Bonte betalen. Dit is onrechtvaardig en ondoeltreffend. Onrechtvaardig, want zij hebben gedurende jaren offers gebracht en ze plukken de vruchten niet van hun inspanningen. Het is ook tegenstrijdig om de Franse arbeiders te vragen hun loon te verminderen om het bedrijf van Vilvoorde te redden. Dit heeft niets met solidariteit te maken. Het is een manier om de patroon te beschermen. Ondoeltreffend, want het vermindert de koopkracht van de arbeiders en dus hun consumptiemogelijkheden. Dit verergert de crisis. 4. Indien Schweitzer, na alle mogelijkheden te hebben onderzocht, koos om Vilvoorde te sluiten, is er slechts één mogelijkheid voor de arbeiders: vechten en de krachtsverhoudingen omkeren. 6 De 5.000 sleuteltjes van Schweitzer - Inhoud Van 5 mei tot... Vierde week na de werkhervatting. Corens zit er ontspannen bij, hij heeft de hele zondag werkaanbiedingen uit internet gehaald en bespreekt die nu met enkele mensen. 200 bladzijden werkaanbiedingen? Ik kan het niet goed begrijpen. In Trends van vorige week werd berekend dat er in België 1.052.950 mensen een of andere uitkering van de werkloosheid ontvangen. Meer dan 1 miljoen! Meer dan 24,7% van de actieve bevolking. Ik zal de lijst van Corens eerst eens rustig bekijken! Ook deze werkweek gaat gewoon door. De vooropgestelde productie halen we niet. In de fabriek wordt de ketting nog vlugger stilgelegd dan voorheen. Eén opmerking van een chef volstaat om een hele afdeling naar de refter te laten trekken. Na de schaft gaan ze weer aan het werk maar even later is het de beurt aan een andere afdeling om stil te leggen. Er is ook veel discussie over de uitspraak in beroep die deze week moet vallen. De formule werken-actievoeren-bezetten blijkt inderdaad de slechte oplossing. Het ongenoegen stijgt elke dag. De arbeiders willen duidelijkheid. De mensen zijn dan wel aan het werk, maar veel enthousiasme is er niet. De afwezigheden lopen op tot 20%.
Het is zover, Renault werd ook in beroep veroordeeld. In de fabriek heerst euforie. Sommigen verkondigen dat Renault nu open moet blijven! Ik wacht gelaten af, het zal een juridisch steekspel blijven. Misschien winnen we hiermee wat tijd maar openhouden is volgens mij niet haalbaar. Op de ketting gonst het opnieuw van de geruchten. De opstart verloopt in elk geval heel moeilijk; er zijn te veel afwezigen. Ook ik heb drie man te weinig, maar omdat er zo weinig wagens doorkomen kunnen we toch werken. Corens lijkt gesterkt door de uitslag van de rechtbank en gaat op de ketting verkondigen dat het 'nu gedaan moet zijn met het vroeger weglopen, anders zullen er sancties komen'. De meesten trekken zich niets aan van zijn geroep. Om llu20 begint de leegloop van de afdeling. Er zijn geen wagens meer, dus maakt het weinig uit of men op zijn post blijft. Ik blijf achter met mijn to's, de rest vertrekt. Honderd mensen hebben al het zekere voor het onzekere gekozen en hebben hun werk bij Renault opgezegd. Meestal mensen met maar enkele jaren dienst die niet langer op een opstapregeling willen wachten en die elders werk hebben gevonden. Onder hen zijn er robotspecialisten, onderhoudsmensen, methodemensen, zodat bij een serieuze panne wel eens moeilijkheden kunnen ontstaan. Ook het groot aantal zieken maakt het werken er niet eenvoudiger op en zorgt voor overbelasting van een aantal mensen. Volgende week zal het nog moeilijker worden om de fabriek op te starten. Zoals verwacht is de start ook nu weer moeilijk. Iedereen discussieert met iedereen, aan werken wordt er niet gedacht. De vakbond roept op tot een personeelsvergadering om 9u30 in de refter. In de finition is men al onrustig: - 'Hoe zullen wij naar de fabriek geraken?' Tegen 8u30 komt gelukkig het bericht dat we met bussen naar de centrale refter gebracht zullen worden. In de fabriek is de productie terug op gang gekomen, maar er worden nog voortdurend bommetjes gegooid. Om 9ul5 is de beloofde bus nog altijd niet aangekomen. Onze mensen leggen het werk neer en trekken naar de lokalen van Corens en François, chef-atelier finition. Na wat heen en weer getelefoneer - ondertussen is het 9u40 geworden - komt de bus dan toch opdagen. In de refter is de vergadering nog niet begonnen, men heeft op ons gewacht.
Bommetjes knallen, een lawaai van jewelste. Gacoms is een goed spreker en na enkele minuten slaagt hij erin om de interesse te wekken. Hij spreekt over de overwinningen voor de rechtbank maar voegt eraan toe dat de kansen om Renault open te houden zeer klein zijn. Heel wat mensen verbergen hun ontgoocheling niet, er stijgt een luid protest op. Ook de volgende sprekers slagen er niet in om de kalmte te doen terugkeren. Dat is niet meer dan normaal. Na al die tijd kan niemand zeggen hoe we ervoor staan! De fabriek gaat dicht, we zijn al uit alle Renault-plannen geschrapt maar welke regeling of begeleiding er voor ons is, weet nog niemand. Er zijn zelfs geen onderhandelingen bezig. Deze algemene vergadering brengt geen duidelijkheid, alleen nog meer onrust. Ik onderga dit alles gelaten. Ik steek mijn oordopjes in en ga langs de kantine om twee lekkere éclairs te halen. We zijn veel later dan voorzien temg in de finition en dan is het weeral tijd voor de lunchpauze. Ondertussen staan al heel wat auto's voor de watercabines. In de fabriek zelf is de toestand chaotisch. Als de chefs aan de mensen vragen waarom ze niet aan het werk gaan, wordt er gezegd: - 'Niemand van ons wil eerst rechtstaan!' Wanneer een fusee in de broekzak van een arbeider wordt gestoken en zijn geslachtsdelen geraakt worden, is het hek van de dam. De mensen van de afdeling binnenbekleding trekken massaal naar de cafés tegenover de fabriek en alle chefs trekken naar de directie om aan te kondigen dat verderwerken in dit klimaat niet meer mogelijk is. Het lijkt er even op dat alles is afgelopen. Morgen is er een algemene stakingsdag. Ik betwijfel of we overmorgen nog zullen kunnen beginnen. Morgen gaan we met enkele bussen naar Parijs naar de algemene ondernemingsraad van Renault en om de Franse vakbonden nog eens tot solidariteit te bewegen. Die solidariteit is erg klein. Er wordt verteld dat de Franse arbeiders onder druk staan van hun directies, en dat er ook in Frankrijk meer afdankingen dan verwacht zullen zijn. De arbeiders die aan solidariteitsacties meedoen zijn dus helden, die hun eigen job op het spel zetten. Ik heb geen moed meer, vandaag rust ik uit. Ook de grimmige sfeer op de vorige acties schrikt me af. Slechts zo'n honderd man komt opdagen om mee naar Parijs te rijden! Ze zullen de acties beter moeten plannen, de actiebereidheid van de mensen heeft een lelijke knauw gekregen. - We mogen toch nog binnen', is een veel gehoorde opmerking aan de finition. Binnen staan er nog geen wagens klaar. Gelukkig, want een aantal bussen is te laat, iemand meldt zich ziek en iemand anders heeft verlof. Al mijn mensen staan vast op een post. Ook in de fabriek wordt gewerkt, onregelmatig, maar tot verbazing van iedereen worden er toch auto's gemaakt. De mensen zwijgen en werken; er zijn geen discussies meer, geen opstandigheid. Hoe lang kunnen wij dit nog aan? Eén op vijf mensen is ziek; in de fabriek wordt het hoe langer hoe moeilijker om de posten te bemannen.
Een verlofdag voor Renault. We zullen hem nodig hebben om wat te bekomen en alles eens op een rijtje te zetten. Ik vertrek vanavond naar zee, naar een appartementje dat m'n moeder heeft gehuurd. Een buitenkansje om eens te ontspannen. Aan zee lukte me dat vroeger altijd, ik ben benieuwd of dat nog het geval is. Mijn jongste dochter gaat mee, Ann wil liever naar de kermisfuif en mijn vrouw Rita blijft thuis. Aan zee is het stralend weer, we huren strandzetels en installeren ons voor een heerlijke dag op het strand. Terwijl ik daar lig blijft Renault door m'n gedachten spoken. Het is gewoon niet weg te krijgen, zelfs niet op een zonnig strand in Middelkerke met een stralend blauwe hemel. Altijd is er die grijze wolk in mijn hoofd. Zal die wolk me de rest van mijn leven blijven vergezellen en de onbezorgdheid die ik vroeger kende blijven overschaduwen? Ook ver op de golfbreker, alleen met het ruisen van de golven en de koele zeewind, ook daar blijf ik aan Renault denken. Toch geniet ik van dit weekendje zee, ik dacht dat dit niet meer mogelijk zou zijn. Een beetje opletten met de uitgaven en het kan nog. Ik denk dat ik mijn depressie nu onder controle heb. De sfeer op het werk is ook na het weekend nog altijd even gespannen, zelfs vijandig. De onzekerheid over onze toekomst ondermijnt alles. De rebellen van de watercabine houden wagens tegen en geven ze dan weer allemaal gelijktijdig door. Ze willen zich laten gelden en proberen een conflict met mij uit te lokken. Ik zet Eric, mijn to, bij hen. Nu moet hij meewerken, voordien had hij niks te doen. Zijn humeur betert er niet op. Ik ben nog altijd van plan mij rustig te houden en ga een kijkje nemen in de fabriek. Op het eerste gezicht lijkt alles normaal te functioneren maar als ik op de lijn enkele mensen aanspreek merk ik dat ook hier de spanning te snijden is. - 'We zijn het moe, we willen zekerheid voor de toekomst', zeggen enkele jongens waarmee ik nog heb samengewerkt. In de volgende afdeling krijg ik enkele bommetjes achterna gegooid. Ik besluit terug te keren naar de fmition, daar is het nog rustig. Het plan van de vakbonden om morgen als protest een aantal wagens op de Schaarbeeklei te zetten, zet kwaad bloed bij heel wat arbeiders. Als ze het toch doen, riskeren we een nieuw conflict.
Eén op vijf arbeiders blijft thuis, op de meeste plaatsen in de fabriek kan er met moeite nog gewerkt worden. Het inzetten van bedienden op lijnposten wordt door de vakbonden niet aanvaard. Indien ze de fabriek draaiende willen houden, zullen er maatregelen moeten genomen worden. Er komen geen wagens meer door in fmition! Hoe lang houden wij dit vol? Vandaag is er een symbolische 'actie' gepland. Ze willen de dagproductie van Renault op straat tentoonstellen, om te laten zien hoe productief wij wel zijn en welke kwaliteit wij leveren. De voorbije dagen is de woede daarover alleen maar toegenomen. - Wij moeten naar buiten komen, niet die auto's', zeggen veel arbeiders. Wat dan ook prompt gebeurt. De deurketting vertrekt, daarna volgt de montage en de motorenketting. Na een uur zijn we al met 400 man. We trekken de fabriek rond om iedereen mee buiten te krijgen. Met een aantal Méganes bezetten we het kruispunt op de Schaarbeeklei. Een rijkswachtcombi wordt ingesloten. Op die manier worden de Coupés een wapen in de strijd en dienen ze niet voor de show. Maar de discussies zijn moeilijk: - 'Renault open? Dat zou moeten, voor ons en voor onze kinderen. Maar dat krijgt ge aan de mensen niet meer verkocht. Ze willen hun geld en dan zo rap mogelijk weg.' De actie op het kruispunt is nauwelijks een paar uur bezig of Renault Londerzeel en Renault Drogenbos komen hun solidariteit betuigen. Er duikt zelfs een delegatie van Caterpillar Charleroi op. Door de actie van vandaag groeit het Comité Renault Open. Ze gaan een pamflet opstellen voor het referendum van maandag en spreken af de arbeiders daar toe te spreken. Op die manier hopen ze dat de mensen eindelijk zelf aan het woord kunnen komen op de algemene vergadering. Vanochtend is de B-ploeg niet meer opgestart, de hele dag is het onrustig in de fabriek. Ook vandaag worden de mensen naar huis gestuurd, om veiligheidsredenen. De dagen zullen wel betaald worden. Pas nadat de directeur zich garant heeft gesteld dat er geen lock-out komt, gaan de mensen weg. De namiddagploeg hoort via radio en VTM-nieuws dat we niet moeten opkomen. Maandag zal er een personeelsvergadering en een referendum zijn, om de wil van de meerderheid te kennen en te laten respecteren.
De morgenploeg stroomt de fabriek binnen. Niemand gaat naar zijn ketting, iedereen trekt naar de refter, twee uur voor de algemene vergadering begint. Na de 'wilde stakingen' van vorige week heeft de vakbond beslist een nieuw referendum te houden. Na zes weken 'mogen' de arbeiders - die geen perspectief meer zien - gaan stemmen voor een sociaal plan. Met een megafoon richt ik mij tot de arbeiders, door de micro mag ik van de vakbondssecretarissen niet spreken. - 'Het enige sociaal plan blijft het openhouden van de fabriek', zeg ik. De pers mag niet binnen. - 'Ze willen niet dat wij zien dat er twee verschillende visies zijn', merkt een journalist op. D'Orazio van de Forges de Clabecq meldt zich maar wordt vakkundig buitengehouden. - 'D'Orazio moet binnen!' Met honderd man trekken we naar de poort maar D'Orazio is ondertussen al vertrokken. We nemen de pers dan maar mee naar binnen. Er is zoveel lawaai in de zaal dat Karel Gacoms niet kan spreken. Ik probeer het woord te nemen maar de micro wordt dadelijk uitgetrokken. De megafoon doet het ook niet meer, ze hebben de batterijen eruit gehaald. Dan maar zonder: - 'Kameraden, Renault kan winnen. Die van Clabecq vechten al maanden voor hun job, zij tonen de weg. Wij moeten samen met hen vechten. De patroons zijn niet oppermachtig, een radicale strijd doet hen beven. Nu is het aan ons om te staken voor onze job en voor die van onze kinderen.' Overal ontstaan er discussies, de mensen luchten hun hart. De stemming over het referendum komt maar traag op gang. Enkele mijnwerkers zijn vanuit Limburg gekomen en lanceren de discussie over het sociaal plan: - 'Het roer moet hier op Renault omgegooid worden, de stakingsleiding moet het voorbeeld volgen van die van Clabecq.' - 'Ja, maar dat gaat niet bij ons.' - 'Toch wel. Stan en André en Jan en Maurice, de mannen van het Comité Renault Open, dat zijn vechters. Zij staan klaar om de staking mee in goede banen te leiden.' De mensen blijven discussiëren, een groot deel weigert te gaan stemmen. Ook in de namiddagploeg is de sfeer geladen. Ik spreek opnieuw door de megafoon en oogst veel applaus. Raymond Smeulders krijgt amper de kans om twee woorden te zeggen. Georges Jacquemijn probeert de stemming te keren: - 'Ge moet ons niet volgen, ge moet individuen van buiten de fabriek niet volgen en ge moet ook de PVDA niet volgen.' - 'En wat doet gij dan? Gij volgt de cvp', wordt er geroepen. Pipo Saeys, een ex-militant uit de mijn van Winterslag, stapt naar de micro om uit te leggen waarom hij als 'individu van buiten' naar Renault gekomen is. Maar enkele directieleden en een militant springen op om hem weg te sleuren Een groep arbeiders verhindert dat: - 'Hij is ook een arbeider, hij heeft gevochten voor zijn job, hij mag hier zijn gedacht komen zeggen.' Dan probeert Karel Gacoms nog te spreken, maar hij kan geen verstaanbaar woord meer uitbrengen. Vandaag hebben de arbeiders voor het eerst zelf het woord genomen op een algemene vergadering. Is dat het begin van een nieuwe wind? Langs de andere kant eist het eindeloos herhalen van: 'de sluiting is onvermijdelijk' zijn tol. 86,7% van de arbeiders stemt voor onderhandelingen over het sociaal plan; 75,2% stemt voor werkhervatting met regelmatige acties.
We mogen de parking van de finition niet op, mensen van het piket staan armzwaaiend te roepen: - 'Direct naar de fabriek. Personeelsvergadering om 7 uur en daarna stemmen!' Ik parkeer mijn auto voor de fabriek. Voor de ingang zie ik opnieuw nieuwswagens en cameraploegen, dat doet denken aan de eerste dagen, nu enkele maanden geleden. Mensen van de PVDA delen pamfletten uit. Ze vragen de gang van zaken bij Renault af te keuren. Het is nog maar 5u35 en toch staan er al mijnwerkers uit het verre Limburg bij. Wat een opoffering voor onze zaak! Ook binnen in de gangen staan mijnwerkers met arbeiders te discussiëren: - 'Wij kregen een afscheidspremie van 800.000 frank. Nu, enkele jaren later, is dat allemaal weg en werk hebben we niet meer.' Alsof ze hun job verkocht hebben. Ze raden moet ik zelf inspringen. Het werken op mijn oude plaats doet me goed. We zouden één ploeg kunnen inleggen om het zaakje draaiende te houden, maar dat is ook niet eenvoudig. Wie mag thuis blijven en wie mag komen werken? Ik heb geen zin om dit te organiseren en deze laatste werkdagen nog mensen tegen mij in het harnas te jagen. In het belang van Renault? De meeste chefs denken er net zo over. Ondertussen zijn er tussen directie en vakbond verkennende gesprekken begonnen. De directie wil onze eisen kennen en ook voelen hoe ze de vakbondsmensen op hun hand kunnen krijgen. Zijn onze delegees onkreukbaar? Of zullen zij onder tafel onder-, handelen en zo de belangen van Schweitzer dienen? Ik ben niet de enige met die vrees. Ook op de ketting wordt erover gesproken en de delegees worden argwanend bekeken. Alleen het eindresultaat van de onderhandelingen zal duidelijk maken wat er gebeurd is.
In Frankrijk heeft Jospin de verkiezingen gewonnen. Heel wat mensen stellen nu hun hoop op de Franse socialisten. Ze grijpen zich vast aan deze strohalm. Misschien beseffen ze wel dat de ontgoocheling zal volgen maar toch genieten ze van deze overwinning. Ik denk niet dat Jospin het tij kan doen keren. Maar zijn overwinning is een nieuw feit dat tijdens de onderhandelingen zeker niet in ons nadeel zal spelen. De pers heeft het de hele dag over Renault Vilvoorde, over 'de laatste kans'. Dat overtuigt de twijfelaars. In het avondnieuws wordt de afvloeiing van 2.816 jobs bij Peugeot aangekondigd. In Frankrijk gaat een harde politieke strijd tussen rechts en links losbreken! Terwijl links aankondigt een strijd tegen de werkloosheid te voeren, gaan de rechtsen gewoon door met afdankingen en afvloeiingen. Net alsof ze een signaal willen geven dat zij de financiële macht hebben en doen wat ze willen, links of geen links. Ik ben razend. Weer zoveel mensen in het ongeluk gestort, hoe is het mogelijk! Is er echt een revolutie nodig voor er verandering komt? De ps van Jospin aan de macht in Frankrijk! De leiding van de vakbond heeft alle hoop daarop gevestigd. Had Jospin - toen nog in de oppositie - op de betoging van 16 maart immers niet beloofd dat hij 'de beslissing om Vilvoorde te sluiten zou herzien'? Maar bij ons eerste bezoek aan Jospin werden we ontvangen op een matrakregen van de CRS. En ondertussen draait de band zot. Vandaag liepen er zestig auto's van de band. Wij hebben te weinig volk en daarbij moeten er nog een aantal in de fabriek gaan werken. Uit de fabriek komen maar heel weinig wagens, we kunnen nog altijd volgen. De conflicten stapelen zich op. Ook Eric wil niets meer doen en begint ruzie te maken. Het is misschien beter ermee te stoppen? Wat brengt dit op? Zo lang na de aankondiging van de sluiting weten wij nog altijd niks. Enkel geruchten! De mensen zijn verward en op van de zenuwen. Iedereen leeft op het randje van de inzinking. Welk spel wordt er met ons gespeeld? Eerst doen ze ons een sociaal plan aanvaarden en moeten we 'Renault open' vergeten, en dan geven ze ons met Jospin weer hoop. Een schande. De B-ploeg slaagt erin een aanvaardbaar aantal wagens af te leveren. In onze ploeg zijn er te veel afwezigen, wij kunnen amper nog produceren. Wanneer de arbeiders rond 23 uur al willen stoppen, krijg ik ruzie met mijn collega chef en ga dan toch maar mijn mensen halen. Morrend komen zij terug de afdeling binnen en werken de laatste wagens af. In de fabriek begint de leegloop steeds vroeger. Er dreigt complete anarchie. Hoe lang kan dit nog duren? Op de radio spreken ze iedere dag over de toenaderingen van de Belgische politici met de Franse collega's. Valse hoop wordt kwistig rondgestrooid. Ik sta tussen de arbeiders die met vertwijfelde gezichten naar deze boodschappen van hoop luisteren. - Wat denk jij ervan?', vragen ze. Maar ik wil hun en mijn hoop niet in de grond boren. - 'Kan je politiekers geloven?' vraagt Corens. Hij veegt m'n laatste sprankeltje hoop weg. De arbeiders slenteren naar hun werkpost waar slechts af en toe een wagen passeert. Ze zetten zich zuchtend en hoofdschuddend neer. Op mijn bureau zit ik stil voor mij uit te staren. Een controleur die zich wat moed heeft ingedronken, komt lachend bij mij zitten. Moet ik hem dat laatste pleziertje ook ontnemen? Binnenin schreeuwt een stem die niemand kan horen: rotzakken! De directie maakt haar sociaal plan bekend: een verkorte opzeg bij herstructureringen, wettelijke sluitingspremie en brugpensioen op 50 jaar. Daarbovenop komt er 1,25 miljard als 'sociale enveloppe'. Dat is zelfs niet genoeg om de dubbele opzeg te betalen die verplicht is als de werkgever de procedure niet respecteert. Nu Schweitzer door de rechtbank gedwongen wordt de voorgeschreven procedure te volgen, recupereert hij die som en presenteert hij die als sociale enveloppe. Een lege doos, of eerder boerenbedrog. Directeur Garsmeur stuurde ondertussen aan alle arbeiders een chantagebrief: wie wil meewerken aan 525 wagens per dag zal een premie krijgen van 800 frank per dag. Dat is een loonsverhoging van 100 frank per uur, en dat ondanks de loonnorm. Schweitzer heeft zijn Coupés blijkbaar broodnodig.
Eric is prikkelbaar vandaag. Hij staat te discussiëren met de to-fabricatie en met een paar controleurs. Ik voel het conflict aankomen. Hij gedraagt zich niet meer als iemand in zijn functie en begrip van mijn kant lost niets meer op. Er komen geen auto's meer door en de mensen verzamelen zich op mijn bureau. We hebben het over de bedragen die door de vakbond genoemd werden als afscheidspremie. - 'Hoe kan het toch dat Corens indertijd verkondigde dat er genoeg geld was? Er blijkt zelfs niet genoeg te zijn om aan de wettelijke voorwaarden te voldoen.' - 'Laten we samen naar zijn bureau gaan om het hem te vragen', springt Eric recht. Ik vind dit een slecht idee, maar ze zijn al luid roepend vertrokken. Corens zegt de controleurs dat ze niet zo maar kunnen binnenvallen maar hij staat hen wel te woord. Het is ook voor hem duidelijk dat Eric dit in gang gestoken heeft. - 'Je moet maatregelen treffen, een verantwoordelijke mag zoiets niet doen', zegt hij me later. Wanneer ik Eric aanspreek, maakt hij zich kwaad. Hij is duidelijk op van de zenuwen. - 'Dit kan ik niet dulden. Indien Renault openblijft, zal samenwerken moeilijk worden als je je niet herpakt', zeg ik hem. - 'Deze zaak wordt veel te veel opgeblazen', vindt Eric. En hij wil dat ook aan Corens gaan vertellen. Het is te veel voor mijn zenuwen, ik kan niet meer kalm blijven. Eric vraagt een verlofdag, ik geef hem die. Misschien kan hij zich herpakken? Ik heb steeds meer last van pijn in de rug. Als ik na mijn werk naar de dokter ga, stelt hij een lumbago vast. Ik moet een week platliggen. Ik zal het verloop van de gebeurtenissen op radio en tv moeten volgen. Een belangrijke dag voor de toekomst van Renault. Vandaag wordt er gestemd op de aandeelhoudersvergadering. Met de Franse socialisten in de regering kan er samen met de vertegenwoordigers van het personeel de meerderheid behaald worden om Renault Vilvoorde open te houden. Jammer dat ik vandaag niet meekan naar Parijs. Wordt het een laatste betoging, een laatste stuiptrekking? Vanuit mijn bed volg ik elk radio- en tv-bericht over het vertrek van de Renaultarbeiders naar Parijs. Dertig bussen. In gedachte ben ik bij hen, ik heb de reis Brussel-Parijs reeds meegedaan, de sfeer in de bussen geproefd. Hun onzekerheid is de mijne. De hele dag bestoken de media ons met positieve berichten; het bedrijf zou openblijven tot het einde van het jaar. Er wordt een onafhankelijke experte aangesteld om een nieuwe studie te maken. Alle zenders spreken over Renault, we zijn terug nieuws. Een buitenstaander zou kunnen denken dat we nu gelukkig zijn maar ik voel mij niet goed, niet opgelucht. Wij hadden zo'n scenario al voorzien. Een groot aantal mensen zal binnenkort de fabriek verlaten, zullen wij nog wel kunnen produceren? Indien de onderhandelingen over een sociaal plan mislukken, zal er dan nog wel geld zijn om ons te begeleiden of zullen wij gewoon op straat gezet worden? Allemaal vragen die een antwoord moeten krijgen alvorens we echt kunnen reageren. De mensen die uit Parijs terugkomen, zijn aangeslagen. Moedeloos begeven ze zich naar hun auto's of bussen. - 'Het is afgelopen', vertellen ze voor de camera's. Zelfs diegenen die 's morgens nog zo optimistisch waren, zitten nu in de put.
Vanaf gisteren zijn we terug in staking. Vandaag trekken we naar Parijs, naar de vergadering van de Raad van Bestuur van Renault. Vandaag is het ook de Europese dag voor de tewerkstelling. Schweitzer maakt het voorstel bekend dat hij samen met Jospin heeft uitgedokterd. Er wordt een 'onafhankelijke experte' aangeduid, Danielle Kaisergruber. Zij moet onderzoeken of er nog alternatieve oplossingen mogelijk zijn. Voor het einde van de maand zal ze verslag uitbrengen. Vandaag moet de fabriek weer opstarten. Maar niemand gelooft er nog in, en als de eerste bussen aankomen, wordt het duidelijk dat werken er niet meer inzit. De mensen voelen zich bedrogen. Zolang al na de aankondiging van sluiting en we hebben nog niks bereikt. Niemand gelooft nog in Frankrijk! De weg naar een algemene opstand ligt open. Indien er bij Renault nu iemand zoals D'Orazio zou opstaan, zou hij de acties kunnen controleren. De arbeiders zijn moe, murw, zonder toekomst. Een heel gevaarlijk situatie. Ze hebben niks meer te verliezen. Ik beleef dit alles vanuit mijn zetel thuis, even moedeloos als de aanwezigen op de personeelsvergadering, even kwaad en even hopend op iemand die de touwtjes in handen neemt en België wakker schudt. Het is toch niet mogelijk dat we ons zo laten inpakken? Ze hebben ons vanalles wijsgemaakt, we zijn op alle mogelijke manieren belogen en bedrogen. Ze hebben de arbeiders misbruikt en nu wil men hen nog niks geven. Vandaag roepen de secretarissen de staking tot de finish uit. Maar tegelijk is er geen enkel voorstel meer voor acties. Het lijkt erop dat ze de mensen gewoon thuis willen laten. Maar dat kan toch nooit een oplossing bieden voor de complexe chaotische situatie waarin we zijn verzeild geraakt! Waarom niet de mensen bijeenbrengen om de zaken te bespreken en een nieuw elan te vinden voor de strijd? De vakbonden hebben voor de rest van de week een staking uitgeroepen, ondertussen beginnen de onderhandelingen om iets op poten te zetten. Vanuit Frankrijk blijven er positieve berichten komen. Ik denk dat de arbeiders er niet meer intrappen, de directie is al te ver gegaan, de veer is gebroken, alle vertrouwen is weg. Ik vraag me af of ze de arbeiders zonder iets op straat zullen durven smijten. Sociaal Europa? Daar merkt de gewone man niet veel van! Ze willen terug slaven van ons maken, slaven die eender welk werk doen tegen een minimumloon. Zo stijgen de winsten sneller. Laat de champagne al maar knallen in Monaco of waar dan ook. Maar denk alvast na over hoe u de woede van de massa onder controle kunt houden. Want als u daar niet meer in slaagt, zullen de gevolgen verschrikkelijk zijn. Dan zal de Franse Revolutie kinderspel lijken. De door de aandeelhouders aangestelde experte is al op verkenning in Vilvoorde en voert gesprekken met de vakbonden. Voor de eerste keer luistert iemand naar het voorstel om met een Europese werktijdverkorting de sluiting van Renault tegen te gaan. De vakbonden zijn hier tevreden over. Maar ik geloof niet in de experte. Hoe kan zij iets anders zeggen dan wat de directie haar voorzegt, op drie weken tijd? Ik denk dat ze zand willen strooien in de ogen van de arbeiders, in de hoop dat ze kalm blijven. Als we nog één maand kalm blijven, zijn we machteloos. Tegen dan worden de Coupés in Spanje gemaakt en kan Frankrijk de rest van de productie overnemen. De sluiting is dan onafwendbaar. Op zaterdag 14 juni is de zoveelste Mars voor Werk in Amsterdam, met weer een delegatie Renaultarbeiders. De zoveelste schreeuw voor werk waar niemand naar luistert! Ik kijk naar de voorbereidingen van de Europese top. Amsterdam wordt in een versterkte burcht omgetoverd, onbereikbaar voor de gewone man waarvoor Europa eigenlijk zou moeten bestaan. De gewone mens komt er niet bij te pas, alleen belangengroepen mogen de vergaderingen bijwonen. De Duitse regering begint met verklaringen dat de verwachte tewerkstellingspolitiek 'geen geld mag kosten'! De rijken willen niets van hun winsten afstaan, hoe wij moeten leven is hun probleem niet. Hoe gaan de politici dit verenigd Europa aan hun kiezers verkopen, wanneer duizenden zonder werk zitten en nogmaals duizenden hun werk zullen verliezen? Woensdag 18 juni (Tony) Vandaag is het weer bediendenvergadering. De refter van de plaatslagerij is afgeladen vol, acties worden overlopen en de onderhandelingen becommentarieerd. De bedienden hebben na al deze tijd nog altijd niets verkregen en de directie is erg zuinig met verklaringen. Nu is er opnieuw staking, naar het schijnt zeker tot 27 juni. Er zal nooit meer opgestart worden. De vorige opstart was al zo moeilijk. Nu, zoveel later, terwijl er nog altijd niks op tafel ligt, lijkt het mij onmogelijk om de mensen nog te motiveren. Maken we er nu niet beter een kruis over? Stel je voor dat we nu weer zouden open gaan? Daar mogen we niet van dromen. Vrijdag 20 juni (Stan)
Vandaag de eerste strijdmeeting van het Comité Renault Open. Het comité verzamelt arbeiders die zich weigeren neer te leggen bij de gang van zaken en bij de sluiting. Ze trekken regelmatig mee naar de algemene vergaderingen van Forges de Clabecq. Op de meeting zijn delegaties van de brt, Volkswagen, Sabena, Joroca... Het debat verloopt woelig. Er ontspint zich een discussie met Raymond Smeulders, de hoofddelegee van het ABVV, over de te volgen syndicale strategie. Sommige arbeiders brengen het probleem ter sprake dat ik niet meer aanwezig mag zijn op de militantenvergaderingen. 'Een delegee moet toch opkomen voor andere delegees', zeggen ze tegen Raymond. Een CMB-delegee van Charleroi doet een opmerkelijke tussenkomst: - 'Op dit ogenblik doen ze een test met Clabecq en Renault. De patroons weten dat de crisis hen de komende jaren zal dwingen om nog belangrijke en grote bedrijven te sluiten en te ontmantelen. Zij willen dit realiseren met een minimum aan kosten. Gaan de patroons erin slagen grote bedrijven te sluiten wanneer het hen uitkomt, of gaat de arbeidersbeweging erin slagen om deze grote bedrijven open te houden? Dat is de inzet van de strijd op Renault en Clabecq. Heel wat mensen in de vakbondsstructuren hebben deze inzet nog niet begrepen en blijven vasthouden aan het overleg. Met overleg alleen gaan we er niet uitgeraken. Enkel een algemene staking van alle arbeiders in België kan deze aanval van het patronaat tegenhouden.'
In Café Windsor in Machelen is er een vergadering van het Comité Renault Open. Eindelijk worden de mensen geïnformeerd. We zien er Stan Vanhulle en enkele ABVV'ers en ACVers, gesteund door vakbondsmilitanten van andere bedrijven. Mij is het om het even wie dit initiatief neemt. Als er maar iets op poten gezet wordt om een betere organisatie van het verzet te waarborgen. Elke spreker doet een oproep tot eenheid. Wanneer Raymond Smeulders het woord neemt krijgt hij van een aantal militanten verwijten te horen. Op zo'n momenten is de eenheid ver weg. Een andere spreker maakt er zijn beklag over dat de mensen zo weinig informatie krijgen en thuis geïsoleerd zitten. Hij roept op om zo snel mogelijk opnieuw met acties te beginnen. Dat wil het actiecomité ook en de hele autoassemblage wordt opgeroepen om mee in staking te gaan. Het comité vindt ook dat de onderhandelingen over een sociaal plan stopgezet moeten worden. Ik vind dat een groot risico. Want indien Renault niet kan openblijven, moeten we een sociaal plan achter de hand hebben. De mensen mogen niet langer in onzekerheid gehouden worden, ze hebben recht op duidelijkheid over de gevolgen van een sociaal plan. - 'Als Renault dichtgaat, dan zullen er nog alleen slecht betaalde nepjobs zijn voor de arbeiders', zegt een Sabena-militante. Dat moet de mensen duidelijk gemaakt worden vooraleer ze hun job voor een premie verkopen. De schande van de onzekerheid mag niet langer duren. Schweitzer heeft ons erin geduwd, maar de vakbonden moeten het als hun taak zien om ons hier zo snel mogelijk uit te halen. Ondanks het geruzie tussen de syndicalisten was de avond voor mij toch een aangename ervaring. Er waren mensen van verscheidene bedrijven aanwezig die hun steun met onze zaak kwamen betuigen. Ik heb er de algemene solidariteit onder de arbeiders leren kennen. Hopelijk kunnen zij de strijdlust van de Renaultarbeiders opnieuw opkrikken. Hoopt Schweitzer dat Renault Vilvoorde na al deze tijd een afgehandelde zaak is? Hopelijk kunnen wij nog eens hard uit de hoek komen en al de betuigde solidariteit gebruiken om de eis 'Renault open!' kracht bij te zetten! Jean-Claude Ghijsels, een vakbondsmilitant van het eerste uur, heeft zijn betrokkenheid bij de strijd voor Renault zwaar betaald. Een hartinfarct heeft hem geveld. De prijs van de stress, een slachtoffer van het 'spijtig' van Schweitzer. Hoeveel zullen er nog volgen? Zaterdag 28 juni (Stan) 'Na raadpleging van het rapport van Kaisergruber bekrachtigt de Raad van Bestuur de beslissing tot sluiting van Renault Vilvoorde.' Wanneer dit nieuws aan het piket bekend wordt, trekt iedereen spontaan naar de brug van Vilvoorde. Die wordt een tijdje bezet. Gacoms en Jacquemijn zwijgen. Ieder stelt de vraag: hoe komt het dat Schweitzer en Jospin elkaar zo gemakkelijk hebben gevonden? Schweitzer verdedigde de sluiting van Vilvoorde als volgt: 'De markt verplicht mij de productie van mijn bedrijf te rationaliseren; bovendien ben ik de minst competitieve autobouwer in Europa, ik moet de efficiëntie opdrijven door het personeel te verminderen.' Kandidaat Jospin deed beloften die hij als eerste minister niet inlost. Terugkomen op de beslissing van Schweitzer zou betekenen dat Jospin zou zeggen: 'Er zijn andere wetten dan die van de vrije markt om over herstructureringen te beslissen. Competitiviteit en rentabiliteit zijn niet de enige criteria.' Maar dat zegt hij niet... omdat hij de competitiviteit en de rentabiliteit van Renault niet wil aantasten. Maar hoe kan je tegelijk het kapitalistisch systeem beheren en je 'socialist' noemen? Zaterdag 28 juni (Tony) Vandaag is het roefeldag in Onze-Lieve-Vrouw-Waver, een open-bedrijven-dag voor kinderen. Ik ben één van de begeleiders van de kinderen die naar verschillende bedrijven fietsen. Twee jaar geleden deed ik dit ook al en ik vond het een positief initiatief. Nu kijk ik er met andere ogen tegenaan. Iedere job bekijk ik door de ogen van een werkloze, door de ogen van iemand die ontgoocheld is in ons maatschappelijk systeem. De deelnemende kinderen zijn de sukkelaars van de toekomst, de onwetenden die dom gehouden worden om het systeem van 'steeds meer winst' in stand te houden. Vandaag wordt het rapport van de Franse experte bekendgemaakt. Wanneer ik rond vier uur even thuiskom en de radio opzet, hoor ik het verdict: 'Renault Vilvoorde gaat onherroepelijk dicht!' Sedert 27 februari hebben we dat al zo dikwijls gehoord en toch doet het iedere keer opnieuw pijn. Zoals een mes dat men in een wonde draait. Al had ik van de experte niets anders verwacht. Hoe kan die mevrouw op drie weken tijd, waarvan ze twee dagen in Vilvoorde was, een rechtvaardige studie uitvoeren? Wat kan ze anders doen dan de woorden van Schweitzer herhalen en zijn hele plan bevestigen? Wat is er nu veranderd? Nu is de beslissing definitief! Definitief in het systeem waarin wij leven en dat gedirigeerd wordt door mensen die alleen maar aan winst denken. Heeft een dergelijk systeem wel recht van bestaan? 's Avonds is Renault weer nummer één op alle nieuwsuitzendingen. De verslagen reacties van de mensen aan het piket, de bedroefde gezichten van arbeiders die vóór 27 februari nog een eerlijke boterham verdienden, zijn in elke huiskamer te zien. Als je niemand van deze mensen kent, als je hier geen familie of kennissen hebt, hebben deze gezichten misschien geen betekenis. Maar grif ze in het geheugen, bewaar ze daar als beeld van onrecht om ze te gepasten tijde weer voor de geest te halen. Bijvoorbeeld op de dag dat in het stemhokje een keuze moet gemaakt voor een nieuw beleid. Of op de dag dat je werk in het gedrang komt. Denk dan terug aan deze gebeurtenissen en herinner je de duizenden die je zijn voorgegaan. Denk aan deze mensen wanneer men met prachtige studies wil aantonen dat - in de naam van concurrentie - de flexibiliteit en de productiviteit moeten stijgen en dat het aantal jobs moet dalen. En zoek samen met mij naar een oplossing en een antwoord. Zoek mee naar de leiders die menselijkheid hoger inschatten dan winst of economische realiteit, naar mensen die de moderne slaven kunnen bevrijden. Vandaag komt Vande Lanotte het nieuwe politiegebouw van Vilvoorde inhuldigen. Wij willen werk en de minister wil blijkbaar meer politie! Zijn collega Flahaut stelde zelfs voor om de Forges de Clabecq te vervangen door een gevangenis in Tubize! Vande Lanotte heeft natuurlijk weer alle begrip voor onze situatie, maar 'hij staat machteloos tegenover de beslissing van de Renault-directie'. Ik dien hem direct van antwoord: - 'Het gaat u goed af wetten te maken om ons te laten inleveren of om werklozen uit te sluiten. Maar een wet goedkeuren die de kapitalisten verbiedt om ons af te danken, dat gaat niet.' We trekken naar de bijzondere ondernemingsraad, maar we mogen de fabriek niet binnen. - 'Dit is toch onze fabriek, wij hebben die opgebouwd!' Als de pers wordt binnengelaten, trekken we mee naar binnen. Vandaag militantenvergadering over het voorstel voor een sociaal plan. Ik ben alweer niet welkom. Het Comité Renault Open geeft een persmededeling uit, waarin we oproepen voor nieuwe acties om Renault open te houden en voor een wet die het recht op sluitingen verbiedt. Algemene vergadering. De arbeiders zijn massaal opgekomen. Het sociaal plan wordt voorgesteld. De secretarissen leggen er de nadruk op dat ze nog verder willen onderhandelen, om er nog meer uit te halen. Over 'Renault open' wordt niet meer gesproken. Ook geen enkele oproep voor acties. Alleen een vage afspraak: als er meer uit de bus komt, laten we het u weten. Gacoms zegt: - 'Ik wilde niet dikwijls een algemene vergadering houden want ik had geen positief nieuws te vertellen.' Maar een algemene vergadering dient niet alleen om positief nieuws mee te delen maar ook om het slechte nieuws te verwerken. Hoe moeten de arbeiders anders hun vragen oplossen, alleen thuis voor de televisie, op café? Algemene vergaderingen zijn belangrijk, want dat zijn momenten waarop alle arbeiders samenkomen. In Clabecq dienden de vergaderingen om de mensen in te lichten en om hen raad te geven. D'Orazio waarschuwde z'n arbeiders voor de problemen die gingen komen en voor de valstrikken die werden gelegd. Op algemene vergaderingen kan je mensen opvoeden, klaarmaken voor wat gaat volgen, de strijd ontwikkelen. In het begin van de staking had je bijvoorbeeld een kleine groep mensen die terug aan het werk wilde gaan. Dat is zo bij iedere staking, mensen die kiezen voor een paar maanden loon, voor de korte pijn. Algemene vergaderingen moeten dienen om die mensen te overtuigen. Ik heb op het einde van de vergadering zelf de micro kunnen nemen. Voor het eerst heb ik ongestoord kunnen spreken voor heel de zaal: - 'We staan voor een moeilijke keuze. Mijn oproep is: de strijd voor Renault open kan nog altijd gewonnen worden als we ons aaneensmeden met Clabecq en de anderen.' Voor de derde keer, allicht de laatste keer, mogen we gaan stemmen in een referendum. Voor of tegen het sociaal plan. - 'Maar we kunnen niet stemmen voor ons werk', zegt Benny Pierrard ontgoocheld. 'We kunnen alleen stemmen voor werkloosheid.' 92% van de arbeiders stemmen voor het sociaal plan. Maar niemand is tevreden. 's Avonds zegt een arbeider op tv: - 'We hadden geen keuze, maar het liefst had ik mijn job terug.' Het klinkt bitter, maar vandaag zie ik het zo: De referenda waren verschillende stappen naar het sociaal plan. Met het eerste referendum hebben ze ons temg aan het werk gejaagd, met het tweede moesten we voor een sociaal plan kiezen (stemmen voor 'Renault open' stond immers niet meer op de stembiljetten), en het laatste referendum lijkt de doodsteek van de strijd. Gaan we het tij nog kunnen keren? De laatste dag van het piket aan de fmition. Hier hebben honderden arbeiders, bedienden, familieleden, sympathisanten 151 dagen en nachten de 5.000 Renaults bewaakt tegen mogelijke diefstal van de directie. De fmition werd bezet nog vóór de bekendmaking van de sluiting. De finition wordt dan ook bezet tot de laatste dag, vandaag. Ik sprak daar vandaag over met Jan. Ik vind dat hij daar heel mooie dingen over kan vertellen. - 'Het is toch waar', zegt Jan, 'de rijkdom die op Renault geproduceerd werd was het gevolg van het werk van alle arbeiders. Ook de 5.000 wagens die hier nu staan, werden geassembleerd in een zwaar 9-urensysteem, in handwerk waar elke post tot de laatste seconde werd uitgemeten. We hebben hier ongelofelijke momenten beleefd. Hier hebben tientallen mensen elkaar leren kennen en werden vrienden. Er zijn delegaties langsgekomen, zangkoren. Verjaardagen werden hier gevierd. Voor de arbeiders was het een vaste stek. Iedereen vindt van zichzelf dat hij aan het piket is geweest. En dat is ook zo. Want het piket was er altijd, altijd. Het piket van de fmition was dus een "product" van de arbeiders en de militanten. Wekenlang brandde hier het vuur van onze hoop. De staking heeft een groot aantal mensen doen openbloeien.' Er staat nu een grote tent op de fmition. We vieren ons afscheid. Alle vaste mannen en vrouwen die hier altijd hebben gestaan worden in de bloemetjes gezet. Spijtig dat al de vakbonden hier niet bij betrokken waren. Want als we één ding geleerd hebben, is het wel dat we alleen met vereende krachten de patroon op de knieën kunnen krijgen. En, het gevecht om Renault is nog niet gedaan. Trouwens, dat de directie haar eigen problemen maar oplost. Wij werden op straat gesmeten als groot vuil. Daarom geven de arbeiders van het piket de autosleutels van de 5.000 wagens wel terug, maar allemaal samen in een plastic zak. De superwinsten van Schweitzer hebben onze job gekost, dat hij zelf z'n sleuteltjes maar komt uitzoeken!
‘Wij hebben vier kinderen’ Ulrike Kunze: Waarvan gaan wij in september leven? De rekeningen blijven binnenkomen, in september gaat m’n dochter Sarah naar het eerste middelbaar. Ik heb schrik voor de toekomst. Iedere dag opnieuw moet ik de moed in handen nemen om voort te doen. Wij zijn onderhevig aan de wet van Murphy: als er iets verkeerd kan gaan, gaat het verkeerd. Bij ons gaat momenteel alles verkeerd. Nadia Havaux-Meeus: zouden we nu moeten profiteren van de vrije tijd om het huis op te knappen. Vroeger hadden we er de tijd niet voor, nu het geld niet. Wij hebben vier kinderen, waarvan één van 13 en één van 15. Op die leeftijd willen die gasten niet zomaar een jeansbroek, maar een merkjeans. Ze verwijten ons dat we daar nu geen geld meer voor hebben. En in september moeten mijn vier kinderen terug naar school, met schoolgerief en propere kleren. Dat zal niet gemakkelijk worden. Sinds februari zit m’n man veel meer thuis. Ik zie hem heel graag, maar ik word er zenuwachtig van. De sluiting heeft het hele gezin ontregeld. Vroeger was het een beetje vakantie wanneer m’n man thuis was, dan konden we doen wat we wilden, eten wanneer we wilden... Nu is hij iedere dag thuis, en iedere dag vakantie is een beetje te veel van het goede. EigenlijkUlrike Kunze: Ik kan me ook zo kwaad maken. Kwaad op de sluiting, kwaad op de leugens van Jospin die ons eender wat belooft, kwaad op ons Brabants trekpaard (Dehaene!) die niets doet voor de arbeiders. Na een tijdje werd ik ziek van de zenuwen en de woede en moest ik zelfs naar de dokter. Nu moet ik mijn dochter van 12 motiveren om te studeren. Bij mezelf denk ik: ‘Waarom je nog inspannen, waarom nog een diploma halen? Om later te gaan doppen?’ Wat zal onze toekomst zijn? Maar ik blijf me verzetten. Micheline Marks: Mijn kind van 4 vroeg: - 'Papa, hebben wij nog genoeg centjes?’ 'leder voor zich?’ Julien Says vertelt: ‘Het sociaal plan dat we krijgen is een aalmoes. Renault geeft ons het wettelijk verplichte bij een sluiting, en daarbovenop ontvang ik een morele schadevergoeding van ongeveer 300.000 frank ofwel 11.538 fr per jaar dat ik in Vilvoorde gewerkt heb. Zo fantastisch is dat niet, en veel kan ik er niet mee doen. Toch heb ik vóór het sociaal plan gestemd. Er was geen alternatief. Met het referendum over het sociaal plan heeft de vakbondsleiding de arbeiders verdeeld door iedere arbeider een individuele berekening te sturen. Zo redeneerde iedere arbeider en bediende als individu in plaats van allemaal samen te analyseren en te beoordelen. Door als individu te denken, verlies je elke strijd, alleen maar door samen aan dezelfde koord te trekken kan je het halen tegen het grootkapitaal. Bovendien had ik geen enkel strijdperspectief indien ik niet voor het sociaal plan stemde, alleen het gevaar dat we niets zouden krijgen (‘zoals in Delacre’, werd er dikwijls gedreigd). Omdat we niet aan een nationale beweging hebben gewerkt, waren de krachtsverhoudingen niet in ons voordeel.' 7. Daarvoor moet je een bladzijde omdraaien - Inhoud Maandenlang hebben we gevochten voor onze fabriek en ons werk. Dikwijls was ik vroeg uit de veren en kwam ik na een lange dag actievoeren, piket staan en vergaderen, laat thuis. Ik heb me graag ingezet. Nu ik mijn dagboek doorblader, is voor mij de eerste les: de strijd is een product van de arbeiders.
De eerste momenten na de aankondiging van de sluiting waren vol verdriet en angst voor de toekomst. Wie heeft er niet gehuild tijdens die eerste dagen? Wie heeft er niet zitten praten met vrouw of vrienden, zoekend naar antwoorden? Vanaf de tweede of derde dag is dat verdriet omgeslagen in woede. 'Dit aanvaarden we niet.' En de strijd voor onze fabriek begon. Ineens kwamen van overal 'onbekende' militanten en arbeiders die zich wilden inzetten, die een verantwoordelijkheid wilden opnemen, mensen waarvan we vroeger niet dachten dat ze die capaciteiten hadden. Arbeiders zaten dag en nacht aan het piket, zagen hun bed niet gedurende verschillende dagen, hebben zichzelf overtroffen. Zo'n mensen verdienen de naam militant, waar ze ook terechtkomen. Jan Dereymaeker zei me: Voor mij was het piket aan de finition een voorbeeld van hoe arbeiders het heft in eigen hand kunnen nemen. Van in het begin werd dat piket georganiseerd door gewone arbeiders en basismilitanten: de tenten, de permanentie, het eten, de praktische organisatie, alles. Toen we na 6 weken staken terug aan het werk gingen, hebben de vakbonden geprobeerd om de aanwezigheid aan het piket beter te organiseren door lijsten op te stellen. Er waren 200 kandidaten voor 60 plaatsen!' Natuurlijk waren er ook geregeld conflicten. Mensen worden moe, de ene doet het zus, de andere doet het zo. Achteraf gezien denk ik dat er hier één groot probleem is geweest en dat was de onenigheid. Daarom is het spijtig dat er geen bezetterscomité is gekomen. Dat had systematisch de problemen kunnen bespreken, voorstellen doen, de mensen motiveren en organiseren. De eerste week was er een akkoord tussen de vakbonden voor de verruiming van het stakerscomité. We waren van mening dat te weinig mensen inbreng kregen in de staking. Alleen de kleine kern van delegees was bij de stakingsleiding betrokken. Terwijl er in de fabriek veel verkozenen en militanten waren die ook verantwoordelijkheden konden opnemen. Maar Karel Gacoms is kwaad buitengelopen. De verruiming van het comité werd tegengehouden.
En dan is er de tweede grote les: bewustzijn is gevaarlijk. De columnist van De Morgen zag het zo: 'Een aantal maanden geleden was het failliete staalbedrijf Forges de Clabecq ten dode opgeschreven. Volgens de analyses ging het bedrijf ten onder aan de tirannie van een onredelijk vakbondsleider en was een sluiting van de fabriek onvermijdelijk. Renault daarentegen beschikte over een voortreffelijk dossier: een modern bedrijf én een voorbeeldige vakbondsdelegatie. De redding van Renault leek dan ook meer dan waarschijnlijk. Maar de dingen lopen niet altijd zoals we verwachten. Terwijl het zieke bedrijf Forges de Clabecq terug uitzicht heeft op een nieuw en meer rendabel leven, is het leven van Renault Vilvoorde nu definitief afgelopen.' In Clabecq was de eis van de delegatie en de arbeiders heel duidelijk: 'wij eisen werk'. Die eis wordt in een maatschappelijke context gezet: 'onze strijd voor werk is de strijd voor werk voor alle arbeiders, voor iedereen'. Waarom is bij Renault de weg van Clabecq niet bewandeld? Op de Europese ondernemingsraad van Renault werd er gezocht naar middelen om Renault Vilvoorde open te houden... zonder de patroon pijn te doen. Er werd gesteld dat 'er geen reden is om Renault te sluiten, want Renault kan winst maken', sp-parlementslid Hans Bonte heeft die redenering verder ontwikkeld, en een 3 2-urenweek voorgesteld, betaald door de arbeiders. Zo betalen de arbeiders nog eens voor de winsten van de patroon. In Renault hebben de vakbonden de negen uren aanvaard. Ze vonden dat we meer flexibel moesten zijn. Ze dachten mee na over hoe er meer winst kon gemaakt worden en zegden ons dat de 9-urendag de fabriek ging redden. Maar door de bij ons geteste flexibiliteit toe te passen op Frankrijk en Spanje, kan Schweitzer nu Vilvoorde sluiten. Als je redeneert in termen van een patroon moet je erkennen dat door Renault Vilvoorde te sluiten er meer winst kan gemaakt worden. Op Renault werd het participatief management aanvaard. Onze hoofddelegees werden iedere week bij de directie geroepen om te bespreken welke problemen er waren in de productie, hoe die moesten opgelost worden.
In De Morgen van 17 juli zei eerste minister Dehaene: 'Ik heb altijd dezelfde stelling gehad als het gaat om ondernemingen waarvan de Belgische staat aandeelhouder is: de staat moet daar niet tussenkomen.' Dat zegt hij nu, als de strijd gedaan is. Hij zegt verder: 'De houding van premier Jospin inzake Renault is volledig correct.' Daarmee bedoelt hij dat de staat niet moet tussenkomen en geeft hij carte blanche aan de wetten van de markt. Wat wij nodig hebben is: - ten eerste een wet tegen sluitingen. In plaats van overheidssteun aan werkgevers moeten afdankingen verboden worden; - ten tweede een wet tegen flexibiliteit. Want, als arbeider hebben wij ook recht op een menswaardig bestaan, op een sociaal leven, op een toekomst. In dit kader moeten er wetten komen voor arbeidsduurvermindering zonder loonverlies en voor het behoud van alle werkplaatsen. Ik wil opkomen voor een economie in dienst van de bevolking, een economie die produceert volgens de noden van de mensen in plaats van een productie voor de winst van de patroon. Maar dat is een andere economie, een ander systeem waar de productiemiddelen en de politieke macht in handen zijn van de werkers. Deze stap is moeilijk. Daarvoor moet je een bladzijde omdraaien. De dag na de aankondiging van de sluiting sta ik met de handen in mijn zakken en de ogen vol tranen te staren naar m'n computer. De gevoelens van deze dagen mogen niet verloren gaan. Ze moeten geregistreerd worden. In mijn dagboek zet ik de deur van mijn gevoelens en mijn gezin op een kier. Want hebben wij niet allemaal dezelfde gevoelens? Kennen niet al onze gezinnen dezelfde verschrikking? Hebben duizenden vóór ons hun job niet verloren? Zullen er in de toekomst niet nóg duizenden hun job verliezen? Ja, deze miserie moet op papier. Om de mensen te waarschuwen zodat ze zich kunnen wapenen tegen wat zal komen. Ik ben veranderd. Geestelijk en lichamelijk, helemaal. Een fabriekssluiting tekent een mens. Wanneer ik nu over de sluiting spreek, laaien mijn emoties opnieuw op. Door mijn dagboek iedere dag bij te vullen hoopte ik een therapie te vinden tegen mijn depressiviteit. Ik ben immers een in mezelf gekeerd mens. Ik ben het niet gewoon om over mijn problemen te praten. Maar hoe dikwijls heb ik de laatste tijd mijn problemen al verteld? Zelfs aan vreemden. Ik kan er niet meer over zwijgen. In mijn dagboek beschrijf ik alle gebeurtenissen. Het trieste begin, de eerste vergaderingen, de gesprekken aan de piketten en tijdens acties. Ik neem je mee naar de acties, op de bus, bij de grappige momenten, een lach en een traan. Je kan lezen over mijn depressie en over de moeilijkheden in mijn gezin. Ik vertel over de personeelsvergaderingen, mijn zoeken naar een oplossing. De hoop die opflakkert door gerechtelijke uitspraken en verkiezingsbeloften. Ik schrijf over de euforie die ze als gevolg hadden en de diepe ontgoocheling die er telkens weer op volgde. Van de werkhervatting dacht ik dat het een goede zaak was. Tot we één dag gewerkt hadden, toen wist ik wel beter. Ik wil het hebben over de diepe wonden, geslagen door te werken onder stress, ruzies, conflicten... Zoveel zieken, gekraakt door de onzekerheid. De laatste dag kraak ik ook. De rit van de laatste kans naar Parijs beleef ik mee van op mijn ziekbed, met de afstandsbediening in de hand. Met tranen in de ogen kijk ik naar de huilende en vloekende arbeiders. Diep, erg diep bedroefde en ontgoochelde mensen. Ontgoocheld in de politiek, in het gerecht. Ontgoocheld in de economische realiteit. Ontgoocheld in ons maatschappelijk systeem. Mijn dagboek gaat tot aan het rapport van de experte Kaisergruber op 28 juli, de doodsteek van Renault Vilvoorde. Maar met dit boek zal er geen punt worden gezet achter Renault. Want ik droom dat dit een werkboek wordt, gelezen door duizenden en gebruikt in de strijd voor werk. Ik hoop op mensen. Ze worden wakker en maken een vuist. En ja, er verandert iets. De volgende keer zullen ze ons nog moeilijk kunnen misleiden, want er zijn 3.100 strijders geboren en hun ervaring maakt het verschil.‘Van zodra we terug aan het werk zijn gegaan, is de solidariteit weggeëbd' Maurice Leus: ‘In het begin was de strijd een fantastische ervaring. Overal plakten de mensen affiches "Renault moet blijven" of "Dit is mijn laatste Renault". In mijn wijk kwam iedereen me een affiche vragen om aan de raam of in de auto te hangen. Er zijn véél voorbeelden van solidariteit: zo heeft Touring Wegenhulp met alle auto’s de Schaarbeeklei bezet, werden er minuten stilte in Vilvoorde gehouden, waarbij iedereen, waar hij ook was, een aantal minuten stil bleef. Deze solidariteit toont dat de mensen ermee inzitten en vinden dat het zo niet verder kan. Als zo’n grote fabriek als Renault sluit, dan kunnen ze alles sluiten. Van zodra we terug aan het werk zijn gegaan, is de solidariteit weggeëbd.’
Discussiedocument van de Beweging voor Vakbondsvernieuwing - Inhoud Dit discussiedocument werd opgesteld door de Beweging voor Vakbondsvernieuwing, bestaande uit de delegatie van de Forges de Clabecq en delegees uit het hele land. De Beweging voor Vakbondsvernieuwing is voortgekomen uit de Veelkleurige Mars voor Werk van 2 februari in Tubize.
Onze maatschappij wordt geregeerd door een economisch systeem dat kapitalisme heet. De patroons bezitten de productiemiddelen en daardoor kunnen ze zich alle rijkdommen toeëigenen die door de werkers geproduceerd worden. Dit systeem heeft als doel zoveel mogelijk winst te maken. Het trekt zich niets aan van de menselijke waarden noch van het respectvoor de natuur. De kapitalistische maatschappij is een maatschappij waar een minderheid leeft op de uitbuiting van de werkende klasse en van de derde wereld. Ze veroorzaakt uitsluiting, miserie, werkloosheid en alle andere vormen van ontaarding (drugs, criminaliteit, pedofilie...). Het systeem heeft niet als doel om aan de behoeften van de mensheid te voldoen. Het bewijs daarvan wordt geleverd door het feit dat de geproduceerde rijkdommen niet toegankelijk zijn voor de meerderheid van de mensheid. Om te overleven, vernietigt het de productiemiddelen, sluit het de bedrijven, rukt het de wijnstronken uit, gooit het de melk in de goot. Om zijn voorrechten te verdedigen en de uitbuiting van de werkers te kunnen verderzetten, heeft het systeem zich uitgerust met structuren zoals de rijkswacht en het gerechtelijk apparaat en heeft het zich omringd met media en een politiek systeem in zijn dienst. Het kapitalisme heeft de leugen en de misleiding nodig om te verbergen dat het gebaseerd is op uitbuiting van de mens door de mens. De belangen van kapitaal en arbeid zijn tegengesteld. Daarom heeft de strijd tussen die twee klassen zich voortdurend ontwikkeld en is het de motor van alle sociale vooruitgang. Dit betekent dat een politiek die niet bewust de klassenstrijd ontwikkelt, een politiek is die de uitbuiting van de werkende klasse en de vernietiging van de natuurlijke bronnen wil laten voortbestaan. Eén van de vormen waar de organisatie van de werkers is op uitgemond is de vakbond. De rol van de militanten die zich inspireerden op de klassenstrijd is van doorslaggevende betekenis geweest voor de sociale verworvenheden. De burgerij en haar partijen, die zich bewust waren van het gevaar die deze organisaties vertegenwoordigden, zijn erin geslaagd de hand te leggen op de leidende structuur en er een instrument van te maken voor overleg tussen de patronale wereld en de werkers. Vandaag staan er twee tendensen tegenover mekaar in de vakbond. 1. De eerste, die in beginsel gehoorzaamt aan de financiële, politieke en patronale structuren en aan alle regels van de kapitalistische economie (competitiviteit, rentabiliteit, enz.) gelooft dat zij de problemen zal oplossen door compromissen met de patronale wereld en de regering (overleg). Ze aanvaardt voortdurend de sociale achteruitgang (ontmanteling van de index, loonverlies, vernietiging van de sociale zekerheid, aanvaarding van nepwerkplaatsen, afdankingen en bedrijfssluitingen,...). Dit alles in naam van het economisch realisme. Deze tendens wordt gevoed door de banden die bestaan tussen de syndicale, politieke, financiële en staatsstructuren. Zij sluit de werkers uit van deelname aan de beslissingen, ze leidt tot fatalisme en onderwerping. 2. De syndicale vernieuwing is de tendens die strijdt opdat de economie in dienst van de werkers zou staan. Wij willen een maatschappij waarin niemand leeft van de uitbuiting van anderen. Iedere burger moet deelnemen (werken) aan de productie van goederen en diensten om in de behoeften van de collectiviteit te kunnen voorzien. Dit alles rekening houdend met ieders fysieke en intellectuele mogelijkheden. Een politieke en sociale economie opbouwen waar de mens de eerste plaats bekleedt, vereist een aangepaste algemene en materiële context. Dit houdt in dat de productiemiddelen (machines, werktuigen, bedrijven, enz.) en de rijkdommen aan de gemeenschap toebehoren en bestuurd worden in het belang van de collectiviteit en met respect voor de natuur. De laatste vijftig jaar hebben de kapitalisten op desastreuze wijze de plundering van de natuurlijke bronnen verscherpt en een schade zonder voorgaande aan het ecosysteem berokkend. Het is ondenkbaar om het patronale systeem te willen bekampen en anderzijds patronale methodes te aanvaarden in de vakbond. Men moet beginnen met de studie van de arbeidersgeschiedenis (de echte) en op die manier volwassen en participatief worden. Men moet zich het recht op beslissen toe-eigenen en niet langer de onderwerping aanvaarden. De vakbondsorganisatie moet de plaats worden waar het tegensprekelijk debat de motor wordt van het zoeken naar oplossingen op de gestelde problemen. Er moet een versterking komen van de interprofessionele besluitvorming en de specifieke materies van de beroepscentrales moeten tot een minimum herleid worden, met als doel om tot eenheid van de werkers te komen. Ingeval van belangrijk conflict in een bedrijf of sector moet er een buitengewoon congres worden samengeroepen om de solidariteit te organiseren. Om de congressen te democratiseren, moet er een eenvoudige, verstaanbare taal gesproken worden die begrijpelijk is voor de werkers en moeten teksten en resoluties een inhoud krijgen. Men moet ophouden met te spreken om niets te zeggen. Er moet een deelname van 80% zijn van vertegenwoordigers van de basis in congressen en structuren (uitvoerende comités...), opdat de vakbond geen zaak van specialisten en universiteitsprofessoren zou worden. De vakbondsverantwoordelijken op alle niveaus, van de basis tot de top, moeten verkozen worden door de werkers. De werkers die opkomen voor klassenstrijd mogen niet van de lijsten geweerd worden. Het moet gedaan zijn met de praktijk van één kandidaat, waardoor elk debat en evolutie van de syndicale gedachte gedood wordt. Om een groter aantal werkers te doen deelnemen moet de syndicale delegatie bedrijfscomités en militantengroepen oprichten. De niet vertegenwoordigde werkers (werklozen...) moeten syndicale delegaties krijgen met recht op vertegenwoordiging in de congressen en op alle niveaus van de syndicale organisatie. Syndicaal alternatief 1. Voor de verdediging van werk De verkorting van de arbeidstijd (32 uren) moet gebeuren zonder verlies van direct of indirect loon (het uitgesteld loon langs de rmz - sociale zekerheid). Deze vermindering van arbeidstijd moet absoluut gepaard gaan met een compenserende aanwerving en dit in het kader van arbeidscontracten die alle conventionele rechten respecteren. Deze vermindering mag niet geneutraliseerd worden door overuren of door een verhoging van de flexibiliteit. Dit alles kan maar nuttig zijn als we erin slagen om bedrijfssluitingen en afdankingen te stoppen. 2. Respect van het arbeidscontract Het arbeidscontract is één van de belangrijkste veroveringen. De ontwikkeling van onderaanneming, van interimarbeid en van nepstatuten dient om de samenhorigheid van de arbeidersklasse te breken, om de lonen te verminderen en de uitbuiting nog te verhogen. Al deze werkplaatsen moeten omgezet worden in volwaardige werkplaatsen met een contract van onbepaalde duur en direct verbonden met het bedrijf, privé of publiek. Alle banen moeten beantwoorden aan het principe van 'gelijk loon voor gelijk werk', om discriminatie tussen mannen en vrouwen of jongeren en ouderen uit te schakelen. Alle banen, privé of publiek, moeten openstaan voor alle burgers, zonder onderscheid van geslacht, nationaliteit of leeftijd. 3. Openbare diensten Koning Leopold II heeft ooit een heffing op de lonen gelegd om de bouw van de spoorwegen te financieren. Dit is een voorbeeld hoe de werkers de openbare diensten hebben betaald. Deze behoren de gemeenschap toe en mogen niet verkocht of versjacherd worden aan het privé-kapitaal. Er moet een hertoe-eigening komen van de openbare diensten die uitverkocht werden. Alle werkers moeten toegang hebben tot openbaar vervoer, telecommunicatie, energie (verwarming), water, administratie, gezondheidszorg, crèches, rusthuizen, enz. 4. Onderwijs Het huidig onderwijs is er door de burgerij op gericht competitieve arbeidskrachten te vormen, om de mensen te gewennen aan gehoorzaamheid en onderwerping aan de uitbuiting en om de sociale hiërarchie te reproduceren. Het onderwijs moet iedereen de kennis laten verwerven die toelaat om de wetten van de natuur te beheersen en de plaats van iedereen in de maatschappij te kennen: exacte wetenschappen, filosofie, sociologie, geschiedenis (de echte), literatuur, plastische kunsten, muziek, sport... Het onderwijs moet de werkers in staat stellen hun kennis te gebruiken om de natuur en de maatschappij te veranderen. De scholing mag niet beschouwend blijven. Het onderwijs moet openbaar zijn en toegankelijk voor iedereen, moet voldoende tijd laten en omkadering bieden en over de noodzakelijke middelen beschikken. Dit is vandaag allesbehalve het geval. Het onderwijs is noch vrij, noch toegankelijk voor iedereen. Niet iedereen heeft de financiële middelen en de noodzakelijke context om er toegang toe te hebben. 5. Index De index is een verworvenheid waarop de werkers nooit een toegeving hadden mogen doen. Om de koopkacht te behouden moet de index en de indexering helemaal hersteld worden. 6. Sociale zekerheid De sociale zekerheid is één van de ernstige veroveringen, geboren uit de solidariteit tussen de werkers. Ze moet ten allen prijze verdedigd worden. Ze verdient op zich zelf al een diepgaand debat onder alle syndicale militanten. Een steeds groter deel van het bbp (Bruto Binnenlands Product) moet eraan besteed worden. De bijdragen van de werkers moeten integraal gestort worden, dit wil zeggen de sociale bijdrage van de werkers en het indirecte deel van het loon dat de patroon moet betalen. De patroons moeten alle bijdragen terugbetalen die ze niet hebben moeten betalen, met de goedkeuring van de regering. Dit geld (reeds méér dan 100 miljard per jaar) heeft niet gediend om werk te scheppen maar om de patroons, de financiers en de holdings nog méér te verrijken. Werklozen Er moet aan herinnerd worden dat de werklozen werkers zijn die door de patroons en de financiers van de productie van rijkdommen zijn uitgesloten. Wij stellen de laatste jaren vast dat de regering, die onderworpen is aan het patronale wereld, meer en meer wetten uitvaardigt om die werkers hun sociale bescherming te ontnemen. Dit stelt fundamenteel het doel van de sociale zekerheid in vraag en verergert de fenomenen van uitsluiting en armoede. De werkloosheidsuitkering moet een voldoende vervangingsinkomen waarborgen opdat de werkers in hun behoeften zouden kunnen voorzien, in afwachting dat men hen opnieuw werk geeft. Gezondheidszorg Gezien de opgedane kennis, de technologische middelen, het aantal geneesheren en ziekenhuizen, allemaal betaald door de wereld van de arbeid, is het onaanvaardbaar dat sommige mensen geen vrije toegang hebben tot de gezondheidszorg of er totaal van uitgesloten zijn. Dit is nog een bewijs dat de belangen van de financiële en patronale wereld in strijd zijn met die van de werkers. Iedere persoon moet recht hebben op alle nodige gezondheidszorgen, alle medische techniek moet openstaan voor iedereen. De geneeskunde moet een instrument zijn in dienst van het volk. 7. Bescherming van de natuur Een productie die rekening houdt met de vrijwaring van de natuurlijke rijkdommen. Bijvoorbeeld een programma om alle nucleaire centrales stil te leggen, stopzetting van de productie van alle producten die schadelijk of gevaarlijk zijn voor het minerale, vegetale of dierlijke rijk. 8. Staatsapparaat Sinds de burgerij de macht gegrepen heeft, heeft zij een formidabel verdedigingsapparaat uitgebouwd dat staatsapparaat heet. 1 ° De regering en haar ministeries. 2 ° Het leger en de politiemachten. 3 ° Het gerechtsapparaat, enz. Een juist inzicht in deze superstructuur van het kapitalistisch systeem is zeer belangrijk voor elke vakbondsmilitant, opdat hij zich niet van doelstelling zou vergissen. Dit verdient ongetwijfeld een grondiger debat. Een actualiteitsvoorbeeld: terwijl de rijkswacht een tekort aan middelen inroept om de verdwenen kinderen op te sporen en terug te vinden, heeft ze zeker geen tekort aan middelen om studenten, leraars en werkers aan te vallen wanneer die betogen om hun rechten te verdedigen. 9. Racisme De syndicale organisaties lijden ernstig aan deze ziekte. Voor wat het ABVV betreft heeft Fran^ois Janssens zich op elk congres heftig verzet tegen deze kwaal. Het ABVV van de Forges de Clabecq heeft altijd dit fenomeen met veel vastberadenheid bekampt. Debatten werden hierover georganiseerd in alle eetzalen. Meer dan 75% van het personeel tekende de petitie die gelijke rechten eist voor alle werkers, zodat de Forges de Clabecq werd uitgeroepen tot het eerste Bedrijf tegen Racisme. De syndicale delegatie is met grote beslistheid tussengekomen elke keer dat dit fenomeen opdook. Een kader dat xenofobe standpunten verdedigde, werd uit het bedrijf verwijderd. De werkers hebben twee extreem rechtse militanten laten vervolgen wegens het propageren van racisme en fascisme. Deze militanten van extreem rechts werden veroordeeld door het Assisenhof. Het resultaat van deze strijd tegen racisme was een elan van vrijheid en militantisme, van een klassenbewustzijn zonder voorgaande. Om een echt syndicaal militant te worden moet men beginnen met het organiseren van de werkers om het racisme te bestrijden. 10. Syndicale rechten Er moet een solidariteitspact komen tussen de syndicale delegaties opdat ze beroep zouden doen op de kracht van de massa om dwangsommen en elke aantasting van de syndicale rechten te verhinderen, in welk bedrijf ook. Organisatierecht en recht om het economisch systeem te contesteren, om te betogen, ook op de openbare weg (opgepast voor de nieuwe wet!). 11. Media De vakbond moet zich buigen over de rol van de media in onze maatschappij, want ze zijn dikwijls de transmissieriem van de leugenaars. Er moet een controlecomité van werkers over de media opgericht worden dat het respect voor de waarheid en het zoeken ervan in de praktijk moet nagaan. Er moeten striktere deontologische regels ingesteld worden die het recht van de personen waarborgen en ze moeten strikt worden toegepast. 12. Eenheid van de werkers Het meest juiste concept van eenheid van de werkers is het internationalisme. Dit internationalisme heeft als eerste inhoud, de werkers te verdedigen daar waar men is. Het is alleen op die basis dat men werkelijk de internationale solidariteit van de werkers kan ontwikkelen. Het kapitalisme en het imperialisme buiten op planetaire schaal de werkers en de volkeren uit. Het syndicalisme moet een actieve solidariteit ontwikkelen met al diegenen die hiertegen strijden, waar ook ter wereld. Om het internationalisme te ontwikkelen moet men breken met het racistische en chauvinistische concept van de 'Europese burcht'. Europa is een maaksel van de kapitalisten om zich op te stellen tegenover de Amerikaanse en Japanse patroons. Dit Europa kan niets sociaals hebben want het is gemaakt om de uitbuiting van de werkers en van de derde wereld te versterken. Daarom moet men het bij zijn echte naam noemen, 'het Europa van het kapitaal'. Het begrip 'sociaal Europa' werd uitgevonden om de klassenstrijd te saboteren en de werkers in verwarring te brengen, door hen te doen hopen dat alle oplossingen zullen gebracht worden door de kapitalisten en hun Europese structuren. Dit is de grootste dwaasheid van de eeuw. Hoe zou Europa dienen om de eenheid van de werkers te smeden als de patroons en hun kapitalistische politiekers alles doen om de werkers van ons land te verdelen door federalisme en separatisme? Verklarende woordenlijst - Inhoud BBTK: Bediendenvakbond van het ABVV. CAT: de firma die instaat voor het vervoer van de afgewerkte wagens naar de verdeel- en verkoopcentra. De Virville: secretaris-generaal van de groep Renault, wordt omschreven als de belangrijkste topman na voorzitter Louis Schweitzer. De fabrikant: de productieafdeling. RIB: Renault Industries Belgique. TO: Tout Opérations, teamleiders die indien nodig ook moeten inspringen aan de ketting. Infoboek: Een boek waarin de directie richtlijnen geeft of waarin informatie van de ene ploeg naar de andere wordt doorgegeven. Forges de Clabecq: dit staalbedrijf (Tubize, tussen Brussel en Nijvel) werd in december '96 failliet verklaard. Daarop begon een lange protestbeweging. Zenner, curator van de Forges de Clabecq, kreeg een pak slaag van een aantal arbeiders. Hij weigerde het loonbeslag door te betalen aan de schuldeisers zodat bij een aantal arbeiders de deurwaarder kwam aankloppen. Hij hield er een blauw oog en veel media-aandacht aan over, en alle achterstallen werden betaald. VTR: een koperbedrijf in Vilvoorde dat in het begin van de jaren '70 werd gesloten ten gevolge van herstructureringen, wat aanleiding gaf tot een bezetting van 9 maanden. Herwig Jorissen is de nationale secretaris van de CMB, de Centrale der Metaalbewerkers van het ABVV. Mia Devidts is secretaris-generaal van het ABVV en Michel Nollet is voorzitter van het ABVV. CFDT: Franse vakbond. Joroca: de onderaannemer die zetels levert aan Renault Vilvoorde. Finition: waar de afgewerkte voertuigen wachtten op vervoer naar hun uiteindelijke bestemming. Haren 1: een van de fabriekshallen. Er bestaat ook Haren 2. 'Haren 3' zijn dan weer de cafés aan de overkant van Renault Vilvoorde. LBC: Landelijke Bediendecentrale, bediendevakbond van het ACV. (*) Woorden met een * zijn uitgelegd in de verklarende woordenlijst (°) Louis Schweitzer was van 1981 tot 1986 kabinetschef van de socialist Laurent Fabius, minister van Begroting en later eerste minister. Michel De Virville zat in het kabinet van de socialistische eerste minister Pierre Mauroy en Laurent Fabius in 1984. Later, in 1988, als de socialisten weer aan de macht waren, was hij kabinetschef van minister van Arbeid Jean-Pierre Soisson. (1). La Libre Belgique, 27 maart 1997.(2). Toen de Europese markt met 15% achteruitging. (3). De Amerikaanse automobielmarkt kent een cyclische evolutie. Eenmaal de markt verzadigd is, volgt er nog slechts een zeer zwakke groei. Maar tussen het dieptepunt van de cyclus en zijn hoogtepunt kan er een afstand liggen van 20 tot 30%. (4). Le Monde, 22 maart 1997.(5). Die slechts weinig groeit. (6). L’Echo, 24-26 mei 1997. (7). Liberation, 4 april 1997.(8). Verklaring van Louis Schweitzer voor het comité van de Europese Groep, buitengewone zitting, 11 maart 1997, blz. 8. (9). La Libre Belgique, 27 maart 1997.(10). Een in Parijs gevestigd bedrijf van de Franse firma Chausson die door Renault werd overgenomen. Voordien werd Chausson gezamenlijk door Renault en Peugeot beheerd om er kleine series van modellen van de twee groepen te bouwen. Maar de twee multinationals hebben de onderneming geleidelijk opgegeven en deden er geen bestellingen meer. Ten slotte heeft Peugeot zijn aandelen afgestaan. (11). Verklaring van Louis Schweitzer voor het comité van de Europese Groep, buitengewone zitting, 11 maart 1997, blz. 7. (12). La Libre Belgique, 27 maart 1997.(13). Verklaring van Louis Schweitzer voor het comité van de Europese Groep, buitengewone zitting, 11 maart 1997, blz. 7. Het bedrijf waarover Schweitzer spreekt is Billancourt, waar nog 10.000 arbeiders werkten in 1985. (14). Azimut (magazine bestemd voor de eigenaars van een Renault wagen), mei 1997, blz. 6.(15). L'Echo, 16 september 1994.(16). Henri Houben, (17). Tussenkomst van Karel Gacoms tijdens een conferentie aan de universiteit van Antwerpen, 5 mei 1997. Les syndicats beiges de l’industrie autmobile face auxpertes d'emploi, 1'Année sociale 1993, blz. 119.(18). Libération, 6 maart 1997.(19). L'usine nouvelle, 23 februari 1995, blz. 47.(20). Renault, Jaarlijks verslag 1995, blz. 29.(21). L'Humanité, 6 maart 1997.(22). Danielle Kaisergruber, Verslag van een vergadering van de beheerraad van Renault over de maatregelen die kunnen overwogen worden om de meerkosten veroorzaakt door productiestructuren van Renault, Bemard Brunhes Consultants, 27 juni 1997, blz. 21. (23). Dit schreef La Voix du Nord. (24). Informatie gegeven door de Europese federatie van de metaalbewerkers die het grootste deel van de vakbondsorganisaties in Europa omvat (behalve de cct). (25). Vie Ouvrière, weekblad van de cgt, nr. 2741, 7-13 maart 1997, blz. 7.(26). De partij van president Chirac (rechts). (27). La Tribune, 5 maart 1997.Inzake bewerkstelling is België in een diep zwart gat terechtgekomen. Er is meer werkloosheid dan tijdens de grote depressie van de jaren dertig. Hoe het tij keren? Op 27 februari 1997 wordt in het Brusselse Hiltonhotel meegedeeld: 'Renault Vilvoorde wordt gesloten.' Twee arbeiders hielden een dagboek bij van de gebeurtenissen die daarop volgden. 'Er zit een lach en een traan in dit boek. Mijn gevecht tegen de depressie, de moeilijkheden binnen mijn gezin. De hoop die opflakkert door gerechtelijke uitspraken en verkiezingsbeloften. Telkens brachten ze euforie, telkens volgde een diepe ontgoocheling... Wij nemen u mee op de actie, op de bus, in de betoging, bij de grappige momenten en bij de stille. Ik droom dat dit een werkboek wordt dat gelezen wordt door duizenden en dat gebruikt wordt in de strijd voor werk. Ik hoop op mensen, zij worden wakker.' - De Europese autofabrieken kunnen jaarlijks 18 miljoen wagens bouwen, maar ze verkopen er maar 13 miljoen. De car war is onvermijdelijk. VW Vorst is in gevaar, Opel Antwerpen verliest de Vectra aan Rüsselheim. Ook bij Ford Genk groeit de bezorgdheid. 'De sluiting werpt vele vragen op. Als Renault sluit, is mijn bedrijf dan ook niet bedreigd? Hoe kunnen wij, gewone arbeiders, al die sluitingen verhinderen? In onze dagboeken zit een stuk van het antwoord op die vragen.' - 'Einde 1995 telde België 1.052.950 personen die geconfronteerd werden met gedeeltelijke of volledige werkloosheid. Dat is 24,7% van de beroepsbevolking.' - Trends, 1 mei 1997 Tony Van Gorp
was ploegbaas bij Renault en solliciteert naar ander werk. Stan Vanhulle
was voor het abvv lid van het Comité Veiligheid en Hygiëne bij Renault. Hij gaat met brugpensioen. |