|
In avonden als grote wonden
telt de aarde vluchtend al haar doden
en ademen gaat moeizamer
uit bruggen en uit bomen.
Die nacht delft er een man zijn graf
en stapt er in als onder lakens.
Zo vindt hij zichzelf, ontheemd in eigen leven,
als in een plas temidden van een weg.
Zijn stap weerklinkt in heel de stad
als in een kamer waar hij helemaal alleen
veel beter aanvoelt hoe zijn hart
het beest van bloed de keel afkapt.
|