Op
bloed is
huid als een papier
dat loskomt in de plaats van ogen
en in het diepste van een blik is goed te zien
de weerschijn van heel kleine vuren.
Het is dezelfde mens die stapt van nacht tot nacht
zijn hoofd verbergend in de lage lucht.
Wanneer hij omkeert vind hij telkens weer
dezelfde schaduw die zijn stappen stut.
Het is dezelfde mens die steeds wordt weggestuurd
door vensterramen steunend op de grond.
Het is dezelfde mens omgeven door de eeuwen
die op zijn weg geen enkel kruispunt vond.
De regen valt rechtop als oogsten neer
en zoekt doorheen de wind een weg.
De nieuwe dag is zo ontzaglijk leeg
dat er op aarde nog één mens verbleef.