's
Zomers
zijn de boeren zelfverzekerd
zodat het lijkt of dood hen niet
kan deren.
De allerkleinste beek doet aarde trillen en draagt
het daglicht en gewicht van bomen.
De zon is nu volledig uitgestrekt op koren
en bronnen zijn tot aan de rand volledig naakt
met mooie stenen waar de grond met lommer en met
licht
om vechten moet met alles wat ze in zich draagt.
Er zijn de bossen dicht van stilte en van blaren
die met hun schouders op de aarde wegen
en die als wakers aan de horizon geplaatst
de nacht en hoge winden naar de hemel jagen.
De wegen die de oogsten dragen
vallen van de heuvels op de baan
met het geluid van wagens en de stap van paarden
als hard geschreeuw dat koren even beven laat.