Wereld zonder vreugd

Zelfs liefde niet - 12/14

 

Français

De aarde rust en vindt zijn tweede adem
onder regen helderder dan stenen,
met handen rukkend aan de wind
loop ik naar kamers waar ik naar mezelf kan staren,

te midden muren die nog steeds dezelfde zijn,
in een plafond waar zoveel stervenden
geen plaats meer vonden voor hun laatste blik,
in vensterglas waarin ik nooit dezelfde ben.

Als bronnen diep in bos verscholen
is ‘t kloppen van het hart te horen tot in de slaap te horen.
Zoals een straatsteen die plots oplicht als het regent,
zoeken ogen naar de nacht in vensterramen.

De lamp is als een wereld boven heel de wereld uit
halfweg de hemel en het hoofd van mensen
kloppend met geluid dat niet van ‘t hart kan komen
maar van dingen die op weg zijn naar de eeuwigheid.

  

© Lucien Becker, Le Monde Sans Joie, 1945, Gallimard