|
Rondom
hun door elkaar geworpen hoofden
verheffen mensen zich in ogen van bedrog
en schaduw komt rond hen als slijk omhoog.
En niemand kijkt naar hen, ze zijn geen blik meer
waard.
Een opgestoken hand is een signaal
van door het dak vergeten dramas.
Het is de doodstrijd van een man wiens hart verknocht is
aan een vrouw die hij maar in een blik ontmoette.
Ontdaan kijkt een gelaat in elke woning
en tegels zijn gevuld met een gestolde bron.
Hoog op de trap zit er een man in stilte
wachtend tot de dood hem achterlaat.
Beneden maanbeschenen bossen houden herten
dodenwake.
Op plaatsen waar de bruggen los staan van de aarde
stopt het water met zijn gang om meer te kunnen zien
van avonden die langzaamaan de wilgen
bij hun schouders pakken.
|