|
De weg trilt van de
klavergeur
en kruist een ander in de zon
met wagens huizenhoog
en mensen die vandaag niet sterven.
Dichtbij het kreupelhout dat schaduw geeft
verwerken boeren stil hun zoute soep.
En anderen zijn voor een uurtje slapend
in warme desem van de grond geborgen.
De heuvel als het hart van bronnen
die hun aders met wat stenen snijdt
zakt naar het dorp langs zonnepaden,
het venster stil met half gestrekte vleugels.
Het naakte licht legt zich op beddegoed te slapen
een kind rolt met de kip in 't stof.
De klaarheid breekt als glas in volle lucht,
en maakt die zomerdag de bomen vrij.
|