|
Tussen dorpen door
de stilte van elkaar
gescheiden
staan stoppels als een vogel op de loer
en af en toe hoort men geluid
van blaren die tot aarde willen horen.
Zovele liters licht is nooit gedronken
noch van hun losse schittering ontdaan
zodat de aarde wit blijft als de wegen
waarvan het stof een weinig zon behoudt.
De hoge hemel heeft de aanblik niet weerhouden
en de aarde heeft je stap op wegen niet bewaard.
Er blijft een weinig wasem op de veel te klare hoofden,
en onvoldragen tederheid in handen.
Je hebt geleefd tot aan je laatste stukje huid
de laatste aantrek van je blik.
Niet één vrouw denkt nog aan je leven
zoals de aarde al de sterren ziet.
|