Niets om leven -  5/49

  

 

Français

Ik herken geen stem meer in de wind,
geen blik meer tussen al die hoofden
de stad ligt eenzaam tussen lanen
een stenen hemel stuttend zonder haar te zien.

De straten naakt als dode vrouwen
met ogen die nog niet gesloten zijn
en vensters die de avond doen bewegen
langs donkere getijden in het vensterraam.

Geplaatst als bogen onder eeuwigheid,
verwachten schouwen dat een brug hen bindt.
De lampen blazen plots hun laatste adem uit
zodat de nacht valt op wat nooit bestond,

de nacht is hoger dan gebergte
dat door bliksem met één slag wordt neergeslagen,
te midden muren die zich rechten en zich weer verbinden,
beducht voor wie voorbijging en bleef staan.

Geen weg dringt nog in velden door
waar planten sterk en overladen zijn
zodat zij stenen naar de steden duwen
om kantoor en herberg tot gevangenis te maken.

  

© Lucien Becker, Rien à Vivre, 1947, Gallimard