Niets om leven -  8/49

  

 

Français

De mens van steen is vastgeketend in het ruim
dat zwart is als de nacht die je verlaat in stilte
op dagen dat er niets meer is om leven,
zelfs vreugde niet die licht brengt in je ogen.

Je voorhoofd is alleen maar een stuk vlees
los liggend op je hoofd zodat je slapen beven
een wonde die niet sluiten kan
vanwege bloed dat klopt, gespannen als een degen.

De vreugde kan niet aan je hart ontspringen
geklemd in jou als stenen op de wegen.
De vreugde komt niet met je lach naar boven
omdat je blik nog verder weg ligt diep verdoken in een tunnel.

Je bent op zoek in andermans gelaat
naar redenen om in het leven te geloven
maar elke blik geeft reden om in een zwarte nacht
het vensterglas te breken.

En als op natte tegels dan een ster zijn lichten deelt,
is er waar jij nu staat
zo weinig zekerheid dat op die plaats
de korte flikkering van sterren ons verlaat.

    

© Lucien Becker, Rien à Vivre, 1947, Gallimard