Niets om leven -  9/49

  

 

Français

Ik trek de aarde voort, nog lichter dan mijn lijf,
door elke pas ben ik met haar verbonden
en telkens komt zij voor mij open
als een grafput waar ik telkens overheen moet springen.

Minuten lang verwarmt mijn hart mij om te leven.
Van het ogenblik dat bloed begint te ruisen in mijn slapen
streeft de liefde in mijn blik naar liefde van een ander 
en beide levens vloeien stromend in elkaar.

De zon duikt onder in de bossen
en komt in aardekleur omhoog
terwijl mijn ogen naar de wereld kijken
als geheimen die ontstaan uit echt en diep beleven.

Mijn opgeheven hand is als een kruin
waarrond de lucht zich onverschillig keert
omdat zij zich niet vrij kan maken
van een hoofd dat zonder warmte is.

Het leven richt zich naar een ander wezen
zoals tegels hun weerspiegelingen delen,
het is voor immer dat het donker water
nooit tot in haar diepste grond laat kijken.

  

© Lucien Becker, Rien à Vivre, 1947, Gallimard