|
Tussen woorden is er altijd plaats voor
dood.
Twee reuzen staan bij elke toegang tot een graf:
de ruimte en de tijd. En eeuwigheid die zwijgt
gezien haar mond vol aarde is.
De oogst steunt niet meer op de grond.
De pas van mensen raakt niet meer de aarde
en honden huilen in de nacht
omdat de wereld leeg is
tot het laatste platen dak.
Het pad en gang is als een loopbrug
waar vooraan te lezen staat:
“Danger de mort”. Ik kan niet meer terug:
ik ben een steen geworpen uit mijn leven.
En in de dag die ronddraait als een rad
ontkoppeld van ik weet niet welk vehikel,
verdoezelt het geruis van bronnen
woorden in de ademstoot van hen die leven.
|