Niets om leven - 20/49

  

 

Français

Voor mij bestaat er op de wereld maar een kamer
waarvan de muren zijn verkleurd
en waar de deur temidden duisternis
de plaats inneemt van donker die wat lichter is.

Voor doden is het bed altijd gedekt.
Maar heb geen schrik! en slaap erin.
Want alles is niet wat het lijkt:
je lichaam vormt zich naar een dode.

En de aarde die men stofjes noemt
bedekt de meubels zoals schors de bomen
dringen in de planten door
die me geleidelijk buiten m'n leven loodsen.

Staande voor een spiegel ben ik bijna niets,
ze doet ten zeerste geheimzinnig
om het leven dat ik in mij zoek
een aangezicht te geven dat mij niet toebehoort.

Mijn hoofd tussen mijn handen stelt maar weinig voor
want ik heb maar weet van mijn bestaan
wanneer de pijn mij snijdt als glas
en zich als stalen ruiker in mij opent.

  

© Lucien Becker, Rien à Vivre, 1947, Gallimard