Niets om leven - 23/49

  

 

Français

De dood is zo nabij dat ze mijn denken hoort.
Met ogen dicht, de deur gesloten
komt zij met een stap naar boven 
omgeven door de humusgeur van lente.

In velden waar het koren haast heeft
vliegen vogels kwetterend op,
en waaiert het als wind die plots gaat liggen
geademd door het bos beademd door de zee.

Wellicht zijn bronnen uitgedroogd op deze plaatsen
eenzaam zonder aangezicht temidden hun gebeenten.
Wellicht op deze plaats smijt aarde zich in luchten
om weer terug te vallen, haar bloed verliezend in rivieren.

Geen stem blijft over om te zingen in de avond
en nachten zijn geheel om licht gesloten
waar steden naakt verrijzen boven stenen
bovenuit die e
ne mens die vlucht.

  

© Lucien Becker, Rien à Vivre, 1947, Gallimard