Niets om leven - 24/49

  

 

Français

Op aarde is het licht niet meer voldoende
om mensen eeuwig te doen leven
om mensen schaduw te ontnemen
op plaatsen waar de stap geketend is tot aan zijn dood.

Er is in mij een berg waarvan ik telkens val,
gebroken weggeworpen als bron van een rivier,
en warme plaatsen die de zon verkiest
om uit te rusten op de stenen.

Er rest nog dag om onderscheid te maken
tussen wie elkander nog niet kent
en tussen bomen die langs wegen lopen
zoekend naar het bos waar zij hun naam verliezen.

Er rest nog dag om tranen te doen blinken.
Het onweer is te ver om nog de grond te raken,
de nacht komt zonder blaren te doen vallen in een wereld
die geduldig scherven van het licht verzamelt.

In grote diepte van een mens werpt bloed zijn netten uit
en haalt ze leeg naar boven, soms verhelderd
door de schichten die het hart bereikten
na de wering te doorbreken van een levend wezen.

  

© Lucien Becker, Rien à Vivre, 1947, Gallimard