Niets om leven - 25/49

  

 

Français

In leegte hecht het bloed zich vast aan blikken
bestijgt opnieuw de weg die leidt naar niets.
Van bloed dat smaakt naar aarde
vertrekken de gebaren om niet dood te gaan.

Het lichaam om de struik van aders heen gewikkeld
kwetst zich aan de erkers van de dag.
De mol duikt door de pijn van nachten onder
tussen lakens waar hij op en af kan gaan.

O eenzaamheid van afgekapte handen
als wortels van een plant gepoot in bakken,
zoek jij mijn hart dat leeft in pijn
als alle stenen die door aarde zijn verlaten.

Vrouwen zijn er die men draagt als schoven
en alleen maar lachen uit gespreide benen.
Vrouwen zijn er die men wil ontbloden.
Tevergeefs: hun schede steekt in hen als mes.

Het ademen van lucht in mij weegt even zwaar
als voor een bos de toppen van de bomen 
en zon dringt niet meer verder door in mij
dan in de zeeën of de heuvels.

  

© Lucien Becker, Rien à Vivre, 1947, Gallimard