Niets om leven - 22/49

  

 

Français

De aarde bundelt zich na oogst
en trekt zich weg van wegen en van mensen
bovenop verlaten velden
met zichzelf alleen en met de zon.

De horizon trekt weg en laat de vlakte achter
niet gevangen door een weg of dorp.
De hemel weegt in ruimte niet eens zwaarder
dan een blad dat van de bomen valt.

Ik raak van iets de grenzen aan 
dat als metaal in ruimte galmt
en veld waarop mijn benen gaan
vergroot en dekt geheel de aarde.

Wereld reikt tot waar een blik kan zien
maar stopt voor elke muur die oprijst in een mens 
de scheiding van zijn leven en een ander
als een getuige die nooit spreken zal.

Ik draai mijn huid in elke richting
vind altijd dezelfde blik
die wacht op 't einde van wereld of de dag
zoals een hoek gevangen is tussen twee muren.

  

© Lucien Becker, Rien à Vivre, 1947, Gallimard