Niets om leven - 29/49

  

 

Français

De liefde is een slakkenhoop die winden bergt
een vuist gebald die niet wil breken,
onderaan de as wordt een gesmoorde kreet gehoord
een kreet die helder klinkt vol koorts
voor kelen die niet rauw genoeg zijn
en de mond niet warm of doods genoeg.

De kussen ruiken aangebrand
en handen komen los van borsten zoals larven,
zij hangen onvoldaan langszij de mannen
bevangen door het vlees waarvan de vrouwen zijn gemaakt
naar wie hun wereld van verlangen gaat
bewegend in zijn bloed als drenkeling die niet kan ondergaan.

Intieme liefde lauw als ingewand
waarvan de kracht aan blikkenschichten is verbonden 
boven komend als een weinig water rond het gras,
in vaste strakheid als een borst opzij geduwd in linnengoed,
in woorden luttel en op eerste aanblik heel banaal
maken rond hen wegen open voor geduizel
en een paar strelingen die zodanig kleven aan de huid
dat zij de vorm aannemen van een ander lijf.

  

© Lucien Becker, Rien à Vivre, 1947, Gallimard