Niets om leven - 33/49

  

 

Français

Tot aan het laatste uur op aarde
hangt er een mens met aders aan het leven vast
waarvan de flinterdunne slapen stampen
met een geluid van druppels in een beker.

Het licht blinkt in de diepte van zijn ogen
als ondergaande zon die in de ruit weerkaatst
om nog één kort moment te leven op de wereld,
een licht weerkaats op enkel maar
een grauw gezicht dat voortschreidt  in de nacht. 

Met alle schoonheid van de wereld in zijn blik,
omvat zijn mond het laatste beetje hemel,
zijn hand gestrekt naar muren die gaan wijken
en zijn hart zal enkel mol zijn in een strik.

De dood vraagt nooit naar namen 
van wie valt, vermoeid van in het rond te draaien:
elk lijk dringt langzaam in de bodem
met rondom haar een groeiend aantal mensen.

Als tussen deuren
zal een mens zijn leven overstijgen
met wat nog blijdschap geeft:
de frisse lucht die waait omheen de lippen.

  

© Lucien Becker, Rien à Vivre, 1947, Gallimard