Niets om leven - 42/49

  

 

Français

Niets ben ik zonder jou, 
met je gezicht niet op het mijne.
Jij bent voor mij het brood
dat mij nooit gaat vervelen.

Je geurt naar hooi dat pas gemaaid is
en de avondschemering doordringt.
Op foto’s ben je niet meer levend
terwijl je lach nochtans er eeuwig glimt.

Ik dacht je adem zacht te horen
maar ‘t was mijn hart dat hevig sloeg.
De hoop je weer te vinden in de steden
langs vensters op een kier, ben ik verloren.

Een mens ben ik nog maar alleen,
ver weg van zijn beminde vrouw,
ver weg van leven dat niet meer het zijne is,
ver van de blik die hem de dag bereidt.

  

© Lucien Becker, Rien à Vivre, 1947, Gallimard