|
Als blinde zoek ik in je blik
een wereld die ik niet meer zie
een sterke blik naar mij gericht
met alle bikken van de vrouwen.
Hij was als een zonsondergang
waarvoor de adem plotseling stokt
en alle aarde was verdwenen
waarmee mijn voet de einder zocht.
Je lichaam trok zich uit mijn handen
nochtans had ik je vastgepakt
zoals een armvol hoge grassen
op het ogenblik dat aarde zich in zomer rolde.
Ik zoek je lichaam in mijn diepste nacht,
een vensterraam voor wie het spiegel was.
Maar niets blijft over, zelfs geen haren,
die als water door mijn handen glipten.
|