|
Je lichaam is het enig licht
dat mijn gelaat herkent.
Het is nog mooier op mijn stede
dan alle vreugde op de wereld.
Alle wegen leiden naar je schede,
de laatste rustplaats voor de dood
waar leven richting krijgt
zoals niet één moraal kan geven.
Mijn lichaam drukkend aan je borst
besef ik waarom aarde zwelt in heuvels,
waarom zij kantelt onder bossen,
waarom zij toesnelt bij een pas ontsproten bron.
Een kus zorgt dat mijn nacht bedaart
en in mijn aders vloeit alleen de zee.
Je lichaam is een hoge steel
die plooiend al haar stuifmeel geeft.
Ik zie je in de blik van vrouwen.
Pas in mijn armen is het dat je leeft.
De tijd verliest zijn kracht van afstand:
jij bent zo mooi wanneer je ooglid beeft.
|