|
Tussen
aarde en de nacht
bevindt er zich een enkele tegel
waarlangs licht verschijnen kan
om in je ogen te verzinken.
Op vlakke vloeren strekken zich de bladeren uit
om zonnestralen op te vangen
die om elk blad heen passeren
en hun dauw in vuur en vlammen zet.
Je ooglid opent zich als bron die vecht
wanneer de dageraad de aarde wekt,
en vogels staken een moment hun vliegen
om zo het licht veel beter op te vangen.
Het daglicht op zijn weg naar heuvels
rolt zich over bladeren uit,
het komt van vreugde buiten zinnen
wanneer het naar je borsten kijkt.
|